Skip to main content

Rekenroute leerjaar 1 HDL A Blok 1 voorlopig proefmateriaal verkort

Page 1


Rekenroute 1

In dit voorlopig voorbeeldmateriaal vind je de handleiding van een basisles en een les probleemoplossend denken. De volledige handleiding van blok 1 en andere materialen kan je bekijken op rekenroute.vanin.be.

In het bijbehorend voorlopig werkschrift vind je de lessen van één blok van Rekenroute terug.

Planning:

Leerjaar 1 en 2 zijn beschikbaar vanaf september 2026.

Leerjaar 3, 4 en 5: september 2027

Leerjaar 6 (en DigiMax 5 en 6): september 2028

Opgelet, dit is voorlopig proefmateriaal (gebaseerd op de minimumdoelen, in afwachting van de goedgekeurde leerplannen).

Auteurs:

Guido Wijnen

Leen Debloudts

Bieke Finet

Jessie Hertogen

Gaston Jochems

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën.

Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken.

In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer je van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneem je hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers om beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen.

Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vind je op www.reprobel.be.

Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

BLOK 1

Patronen herkennen en voortzetten 25'

LES 3

Leerlijn

MK1 Vormleer

Lesdoelen

Inoefenen

De leerlingen:

Lessenreeks

Les 1 van 3

Volgende: Blok 3 Les 17+18

• kunnen een patroon van 2, 3 of 4 elementen herkennen in een rij en die rij voortzetten (MD KO 2.4.4);

• kunnen een gerealiseerd patroon verwoorden (MD KO 2.4.4);

• kunnen de eenheid herkennen in een herhalend patroon (MD KO 2.4.4).

• werkschrift A p. 8

Zelf te voorzien

• per leerling: 5 rode en 5 blauwe blokjes

• set van 5 cirkels, 5 vierkanten en 5 rechthoeken

• set 5 rode en 5 blauwe driehoeken

• kralen in twee kleuren om een ketting mee te maken

• de cirkel, de driehoek, het vierkant, de rechthoek

• de eenheid

• eerste, tweede, middelste, volgende

• naar boven, omhoog, naar beneden (onder), omlaag

• naar links, rechts

• op één na laatste, (voor)laatste

• de pijl, de pijlpunt

• de richting

Materiaal Woordenschat

Ik merk in deze les dat de leerling …

het moeilijk heeft

Oefening 1-6

mee is meer aankan

Extra zorgblad 3 verdiepingsschrift blok 1 verdiepingsschrift blok 1 verrijking blok 1

In deze les is het de bedoeling dat alle leerlingen de opdrachten in het werkschrift oplossen.

Het zorgblad kun je als aanvulling op de les inzetten in een apart zorgmoment bij de zorgleerkracht of tijdens een hoekenwerk.

Tips bij zorgblad 3

• Bekijk het zorgblad eerst met de leerling en werk vervolgens elke oefening gezamenlijk uit.

• Verwoord dat bij een patroon telkens hetzelfde stukje terugkomt. Laat leerlingen voorbeelden zoeken in de klasomgeving, bv. op een trui, vloertegels, kaftpapier …

• Maak een doe-doos voor patronen. Vul een doorzichtige stapeldoos met materiaal om spelenderwijs patronen te oefenen, bv. schakels, kralen, plakfiguren en stempels. Gebruik de doos tijdens hoekenwerk, geef hem mee aan de zorgleerkracht of co-teacher, of zet hem in bij de verlengde instructietafel in de klas.

Computationeel denken

Deze activiteiten laten kinderen kennismaken met een belangrijke pijler binnen het computationeel denken: patroonherkenning. Ze ontdekken patronen, vertalen die naar concrete stappen en voeren die stapsgewijs uit. Zo bouwen ze een stevige basis voor het opstellen van eenvoudige algoritmen en later het oplossen van complexere vraagstukken.

Link met andere leergebieden

Muzische vorming

In een les beeld kun je creatief bezig zijn met patronen (stempelen, knippen, plakken, steekparels of strijkparels …). Ook in een les muziek kun je mooi aan de slag met klankpatronen en instrumenten.

Start

Voorkennis activeren: ritmepatronen

Klap ritmisch in de handen: hard, zacht, hard, zacht … Doe maar mee.

Zeg een aantal keer de telrij van 1 tot en met 3. Klop na elke telrij op de bank: 1, 2, 3, klop, 1, 2, 3, klop, 1, 2, 3 … Doe maar mee.

Lesdoel formuleren

Vandaag oefenen we op patronen verderzetten. Jullie gaan er ook zelf maken.

In het kort

• Activeer de voorkennis aan de hand van een klassikale oefening rond ritmepatronen.

• Formuleer het lesdoel: we zetten patronen verder en maken er zelf.

Ter info

De minimumdoelen voor kleuters en de leerplannen vragen aandacht om binnen het (herhalend) patroon het deel dat telkens terugkomt te benoemen als 'de eenheid'. Blijf dit regelmatig herhalen zodat de leerlingen deze term herkennen.

Tip

Maak eventueel een zorggroep voor leerlingen die stapsgewijze ondersteuning nodig hebben.

Oefening 1

Laat bij het herkennen en voortzetten van patronen kinderen hardop verwoorden wat er al staat en wat er daarna moet komen. Laat verwoorden welk deel telkens terugkomt in het patroon. Benoem dit als 'de eenheid' in het patroon.

Tip

Wanneer je merkt dat patronen herkennen en verderzetten al goed lukt in je groep kun je al aan de slag met veranderende of groeiende patronen. Dit zullen we ook extra oefenen in les 17-18 van blok 3. de rij

3

en kleur verder.

4 zet de rijen verder.

5 maak een patroon en zet het verder. gebruik 4 verschillende kleuren.

6 doorstreep de fout in de rij.

patronen herkennen en voortzetten
blok 1  les 3
1 kleur verder.
2 teken verder.
teken

Lichaamspatronen

Zet de leerlingen op een rij in patroon: jongen –meisje – jongen – meisje – … Laat het deel dat telkens terugkomt of herhaald wordt verwoorden. Benoem dit als de eenheid van het patroon.

Wissel af met houdingen: staand – gehurkt –staand – gehurkt – … Laat tijdens het bewegen het patroon en de eenheid van het patroon hardop verwoorden.

Kralen- en blokkenpatronen

Toon een kralenketting met het volgende patroon: rood, blauw, blauw, rood, blauw, blauw, rood …

• Vul de rij aan. Welke kraal komt na de rode? En daarna? …

Laat per duo rode en blauwe blokjes in diezelfde volgorde leggen.

Laat elk duo een eigen kleurenpatroon met de blokjes bedenken. De leerlingen verwoorden om de beurt hun (eenheid) van het patroon.

Pictogrampatronen op het bord

Maak op het bord een patroon met afwisselend een blauwe en een rode driehoek.

Verwerking

Neem het werkschrift erbij.

Lees de opdrachten een voor een voor.

De leerlingen voeren uit.

Afronding

Overal om ons heen vinden we patronen terug. Bespreek met de leerlingen enkele duidelijke patronen die je in het klaslokaal terugvindt.

• Vul de rij aan. Welke driehoek komt na de rode?

• Welke driehoek volgt daarna? En daarna? …

Maak een patroon met enkel blauwe of enkel rode driehoeken, afwisselend met de basis bovenaan en onderaan.

De leerlingen ontdekken het patroon en zetten het voort.

Maak een patroon met de volgende vormen: cirkel, vierkant, rechthoek, rondje, vierkant, rechthoek …

• Met welke figuur gaat de rij verder? (Met een vierkant.)

Laat het patroon verder aanvullen.

Een fout in het patroon ontdekken

Zoek de fouten op het bord bij het drukletterpatroon, cijferpatroon en tekenpatroon.

Laat verwoorden waar de fout is en waarom.

Ga na of alle leerlingen patronen beheersen vooraleer je aan de opdrachten in het werkschrift begint.

• Doe verschillende activiteiten rond herhalende en groeiende patronen. Leerlingen zoeken ook eens een fout in een patroon.

Observeer welke leerlingen dit alleen aankunnen en welke leerlingen ondersteuning nodig hebben.

• De leerlingen maken zelfstandig oefening 1-6

Laat hen steeds het patroon verwoorden en aanvullen.

• Waar zie je hier in de klas een patroon?

• Laat de leerlingen (zelfstandig of per duo) zoeken naar patronen in de klas.

BLOK 1

Problemen oplossen: een tekening maken bij een rekenverhaal

Leerlijn

POD1 Probleemoplossend denken en vraagstukken

Lesdoelen

Nieuw

De leerlingen:

Lessenreeks

Les 1 van 12

Volgende: Blok 2 Les 17+18

• kunnen wiskundige problemen oplossen, oplossingen onderzoeken, vergelijken, bijsturen en bespreken met behulp van een tekening (MD 2.6.1).

Inoefenen

De leerlingen:

• kunnen de positie van voorwerpen ten opzichte van andere voorwerpen verkennen, bepalen en verwoorden met begrippen als ‘op, onder, voor, achter ...’ (MD KO 2.4.7);

• kunnen schematisch voorgestelde hoeveelheden tot en met 6 vergelijken en het resultaat verwoorden (MD KO 2.1.8);

• kunnen twee hoeveelheden vergelijken door de 1-1-relatie uit te voeren (MD KO 2.1.8).

Materiaal

• werkschrift A p. 22

Zelf te voorzien

• per leerling: geel en rood kleurpotlood

• koekjes en borden (eventueel)

Woordenschat

• één meer, één minder

• evenveel

Oefening 1-2

Ik merk in deze les dat de leerling … het moeilijk heeft mee is meer aankan

Extra verdiepingsschrift blok 1 verdiepingsschrift blok 1 verrijking blok 1

Omdat we in deze les probleemoplossend denken oefenen rond de minimumdoelen van de kleuterschool maakt elke leerling alle opdrachten.

Start

Lesdoel formuleren

De leerlingen bekijken hun werkschrift op p. 22.

Geef ze even de tijd om de oefeningen te verkennen.

Bespreek kort de verschillende oefeningen.

• Zie je de lege vakken?

• In die lege vakken proberen we te tekenen wat de juf of meester vertelt.

Maak duidelijk dat de tekening een eenvoudige schets moet zijn. Het doel is hier niet om perfect te tekenen.

In het kort

• De leerlingen verkennen de oefeningen.

• Formuleer het lesdoel: we maken een tekening bij een rekenverhaal.

Oefening 1-2

Vorm eventueel een zorggroep die je stap voor stap begeleidt.

Deze oefeningen maken ze zelfstandig onder klassikale begeleiding.

blok 1  les 17 + 18

problemen oplossen: een tekening maken bij een rekenverhaal

1 luister, teken en kleur. a teken evenveel ballen. b teken 1 meer.

teken 1 minder.

2 luister en teken.

De leerkracht leest de opdracht hardop voor en de leerlingen gaan individueel aan de slag.

Observeer hoe ze de oefeningen aanpakken.

Stuur eventueel bij zodat je de focus van deze les (een tekening maken bij een rekenverhaal en hoeveelheden vergelijken) duidelijk benadrukt.

Observeer hoe de leerlingen deze toepassingen uitvoeren zonder echt bij te sturen.

Oefening 1a: Ans vindt 3 ballen in het gras. Daarna vindt ze nog 2 ballen onder de boom. Teken evenveel ballen als je op de tekening ziet.

Oefening 1b: op de mat liggen 2 blokken. Mama vindt nog 1 blok onder het bed. Teken 1 blok meer dan je in de kamer ziet.

Afronding Verwerking

De klassikale bespreking van de oefeningen vormt de essentie van deze les.

Bespreek oefening 1a

• Hoeveel ballen heb je getekend en waar? (3 ballen in het gras en 2 onder de boom)

• Waar zijn de meeste en de minste ballen? (in het gras en onder de boom)

• Welke ballen moeten rood gekleurd worden? Welke ballen geel? (de meeste ballen rood en de minste geel)

• Wat heb je in het vak ernaast getekend? (evenveel)

Laat een leerling op het bord tekenen of de gevonden werkwijze verwoorden.

Oefening 1c: op de stoel liggen 2 potloden. Juf vindt naast de kast nog 4 potloden.

Maak duidelijk dat ze bij oefening 1c nog eerst de kast moeten tekenen.

Kijk naar de ballen in het gras en onder de boom. Kleur het meeste rood en het minste geel.

Kijk naar de blokken onder het bed en op de mat. Kleur het meeste rood en het minste geel.

Doe hetzelfde voor de kleurpotloden bij de kast of op de stoel.

Oefening 2: de juf heeft 4 koekjes en 5 borden. Ligt er op elk bord een koek? Teken.

• De leerlingen maken oefening 1-2 zelfstandig onder klassikale begeleiding.

• Begeleid de leerlingen in hun zoekproces en stuur bij waar nodig.

Bespreek oefening 1b en 1c analoog.

Extra aandachtspunt bij oefening 1c: vraag of de leerlingen eerst zelf de kast hebben getekend.

Bespreek oefening 2

• Wie heeft een tekening gemaakt?

• Hoe kun je controleren of er voor elke koek een bord is? (door lijnen te trekken)

Laat een leerling op het bord tekenen of de gevonden werkwijze verwoorden. Vestig daarbij de aandacht op de 1-1-relatie.

Daag de leerlingen uit om met een potlood bij te tekenen zodat er één koek meer is dan er borden zijn. Bespreek de werkwijze.

• Bespreek de oplossingen klassikaal.

• Reflecteer uitvoerig over het denkproces van de leerlingen.

Blik terug op de aandachtspunten van de les.

• Wat hebben we vandaag geleerd? (een tekening maken bij een rekenverhaal)

• Kon je de opdrachten alleen?

• We hebben geleerd en gemerkt dat het helpt om eerst goed naar de opdracht te luisteren en dan te tekenen.

• Bespreek samen de gebruikte oplossingsstrategie.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook