Skip to main content

Proefhoofdstukken Pienter 1 (editie 2019) - Hoofdstuk 5 en 6

Page 1

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

5.1

De positieve rationale getallen

5.2

Bewerkingen met positieve rationale getallen

5.3

Rekentechnieken

Studiewijzer Pienter probemen oplossen

₁₄₈ ₁₆₄ ₂₀₅ ₂₁₁ ₂₁₂

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

147


5.1

De positieve rationale getallen

5.1.1 Definitie

De Eieltoren in Parijs is zonder tv-antenne 317,5 m hoog.

De Finse dames hadden een balbezit van 60 %.

Een vijfde van de wereldbevolking is Chinees.

2 % intrest op deze spaarrekening!

Twee zesden van een pizza dement Stuur uw ren de hoogte in!

De eerste drie rolstoelatleten bereikten de ďŹ nish na goed twee en een half uur wedstrijd.

1 2 3 4 5

Definitie

Positief rationaal getal Een positief rationaal getal is het resultaat van een deling van twee natuurlijke getallen, waarbij het tweede getal niet 0 is.

6 7 8 9

Opmerking Een positief rationaal getal kan verschillende gedaanten aannemen. 7 100

a) Een rationaal getal kun je als breuk noteren.

bv.

b) Een rationaal getal kun je als procent noteren.

bv. 7 %

c) Een rationaal getal kun je decimaal noteren.

bv. 0,07

10 11 12 13

148

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


5.1.2 De positieve rationale getallen in breukvorm Benamingen

7

T

→ →

100

N

→

Echte en onechte breuken echte breuken

onechte breuken

Een bakker verdeelt zijn taarten altijd in acht gelijke stukken. Vandaag verkocht hij vijf stukken.

Deze week verkocht de bakker in totaal 21 stukken taart.

breuk

breuk T

N

T

N

Gemengde getallen Onechte breuken kunnen ook als som van een natuurlijk getal en een echte breuk geschreven 4 25 = 3 + . Zo’n vorm noem je een gemengd getal. worden: 7 7 Schrijf de volgende onechte breuken als gemengde getallen: 19 = 6

27 = 4

12 = 7

48 = 5

Je gebruikt bij voorkeur onechte breuken. REKENMACHINE Voer de breuk

Zet

7 in. 9

18 om naar een gemengd getal. 7

Voer het gemengd getal 3 +

Zet 2 +

4 in. 7

4 om naar een onechte breuk. 5

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

149


Gelijke breuken

totaal aantal delen aantal gekleurde delen breuk Welk verband bestaat er tussen deze drie breuken?

Eigenschap van de breuken · 10

:5

· 10

:5

–1 5

Eigenschap

Gelijke breuk Als je de teller en de noemer van een breuk vermenigvuldigt met (of deelt door) eenzelfde van nul verschillend getal, dan verkrijg je een gelijke breuk.

Breuken vereenvoudigen 1 2 3 4 5 6

Een breuk vervangen door een gelijke breuk met een kleinere teller en noemer, is een breuk vereenvoudigen. De gelijke breuk met de kleinste noemer is de onvereenvoudigbare breuk. Deel daarvoor de teller en de noemer door hun ggd. Vereenvoudig de volgende breuken tot onvereenvoudigbare breuken. 8 = 12

3 = 9

27 = 54

7 8 9

REKENMACHINE Vereenvoudig de breuk

10 11 12 13

150

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

48 . 56

40 = 8

42 = 72


Gelijknamige breuken Definitie

Gelijknamige breuken Gelijknamige breuken zijn

Voorbeelden: Breuken met verschillende noemers noem je ongelijknamige breuken. Ongelijknamige breuken kun je gelijknamig maken. Als gelijke noemer gebruik je het kgv van de (vereenvoudigde) noemers.

ongelijknamige breuken

vereenvoudigen

3 2 en 5 7

5 7 en 6 8

8 6 en 40 20

gelijke noemer

gelijknamige breuken 2 = 5 3 = 7 5 = 6 7 = 8 8 = 40 6 = 20

De verschillende notaties van breuken: • de horizontale breukstreep (——) In de 7e eeuw werden breuken al voorgesteld door de teller boven de noemer te plaatsen. De breukstreep zelf kwam er maar bij rond 1200. • de dubbele punt (:) De dubbele punt werd voor het eerst gebruikt in 1633 als notatie voor breuken. • de obelus (÷) De obelus werd voor het eerst gebruikt in 1659 en bestaat enkel nog als toets op rekenmachines. • de diagonale breukstreep (/) Dit teken werd pas veel later ingevoerd om typografische redenen.

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

151


Oefeningen REEKS A 1

Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk. a)

d)

Welk deel van de afgebeelde kinderen is een jongen?

Welk deel van de afgebeelde appels is rood?

b)

e)

Welk deel van de snookerballen is rood?

Welk deel van de afgebeelde honden is licht van kleur?

c)

f)

Welk deel van de afgebeelde wagens is niet geel?

Welk deel van de taart is al verdwenen?

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

152

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


2

3

a)

c)

e)

b)

d)

f)

Bij welke figuren werd er

1 gekleurd? 3

Bij welke figuren werd er

3 gekleurd? 4

Schrijf de volgende onechte breuken als gemengde getallen. a)

4

5

6

8 = 5

b)

19 = 2

c)

7 = 6

Schrijf de volgende gemengde getallen als onechte breuken. a) 1 +

2 3

=

c) 5 +

3 7

=

e) 5 +

3 4

b) 3 +

5 6

=

d) 7 +

3 8

=

f) 4 +

9 = 10

=

Vul de ontbrekende teller of noemer aan, zodat er twee gelijke breuken ontstaan.

a)

4 5

=

b)

6 15

=

8

2

c)

15 9

=

d)

8 3

=

3

9

e)

28 56

=

f)

49 21

=

4

3

g)

24 = 45

h)

6 7

d)

65 = 125

=

8

56

Vereenvoudig met je rekenmachine tot een onvereenvoudigbare breuk.

a)

121 = 165

b)

35 = 280

c)

126 = 315

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

153


7

8

Vereenvoudig, indien mogelijk, deze breuken tot een onvereenvoudigbare breuk. a)

8 = 12

c)

21 = 60

e)

12 = 36

b)

18 = 30

d)

14 = 63

f)

19 = 30

2 5

=

Maak de breuken gelijknamig. Kies de kleinst mogelijke noemer.

a)

b)

3 2 en 7 8

3 1 en 6 7

2 = 7

c)

3 = 8 1 6

=

3 7

=

d)

8 2 en 5 15

3 7 en 4 16

8 = 15 7 4

=

3 = 16

REEKS B 9

Schrijf de volgende onechte breuken als gemengde getallen. a)

10

77 = 54

1 2

65 = 14

c)

37 = 13

2 = 13

b) 37 +

5 6

=

c) 7 +

2 = 35

Bereken het aantal honden of katten. In een statistisch rapport over huisdieren in Vlaanderen lezen we: ‘Een gezin op vijf bezit minstens één hond, een op vier minstens één kat.’

3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

a) In klas 1Aa zitten 24 leerlingen. Hoeveel daarvan hebben dan, statistisch gezien, minstens één kat thuis? b) In klas 1Ab zitten 20 leerlingen. Hoeveel daarvan hebben dan, statistisch gezien, minstens één hond thuis? c) In klas 1Ac zitten 16 leerlingen. Hoeveel daarvan hebben dan, statistisch gezien, minstens één kat thuis? d) Hoeveel leerlingen van de drie klassen samen hebben, statistisch gezien, minstens één hond thuis? e) Hoeveel leerlingen van de drie klassen samen hebben, statistisch gezien, minstens één kat thuis? f) Hoeveel leerlingen van 1Ab en 1Ac samen hebben, statistisch gezien, minstens één kat in huis?

13

154

d)

83 = 15

Schrijf de volgende gemengde getallen als onechte breuken. a) 17 +

11

b)

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

d) 18 +

22 = 23


12

Vul de ontbrekende teller of noemer aan, zodat er twee gelijke breuken ontstaan.

a)

b)

R

R

13

14

36 = 40

7

9

=

c)

28 60

d)

17

16 = 32

=

0 25

7

e)

f)

16

24 = 20

=

55 80

g)

h)

15

56 = 72

9

21

=

15 25

Vereenvoudig, indien mogelijk, tot een onvereenvoudigbare breuk. a)

64 = 56

c)

81 = 60

e)

54 = 30

g)

54 = 90

b)

98 = 72

d)

28 = 84

f)

84 = 36

h)

84 = 64

Maak de breuken gelijknamig. Kies de kleinst mogelijke noemer.

a)

b)

16 10 en 16 32

17 32 en 72 63

10 = 16

c)

16 = 32

32 = 72

d)

17 = 63

121 32 en 128 88

21 54 en 45 35

32 = 128 121 = 88

54 45

=

21 35

=

REEKS C 15

Bepaal de gevraagde breuk. 3 , 4 waarbij de som van teller en noemer 28 is.

a) Een breuk gelijk aan

9 , 7 waarbij het verschil tussen teller en noemer 22 is.

b) Een breuk gelijk aan

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

155


5.1.3 De positieve rationale getallen als procent Procenten worden in het dagelijkse leven vaak gebruikt. Geef enkele voorbeelden.

Procent of percent (%) komt van de Latijnse woorden ‘per’ (door) en ‘centum’ (honderd). Procenten zijn breuken met 100 als noemer. Voorbeeld: 1 % =

1 100

13 % =

13 100

Procenten kun je omzetten tot onvereenvoudigbare breuken. 2%=

1 2 = 100 50

10 % =

25 % =

100 % =

7 = 10

11 = 25

Breuken kun je omzetten tot procenten. 2 = = 100 5

%

3 = 4

REKENMACHINE Zet 74 % om naar een onvereenvoudigbare breuk.

1

Zet

18 om naar procent. 40

2 3 4 5

7

Promille (‰) komt van de Latijnse woorden ‘per’ (door) en ‘mille’ (duizend). Promilles zijn breuken met 1 000 als noemer.

8

Voorbeeld: 5 ‰ =

6

9

In België is het maximaal toegelaten alcoholgehalte voor bestuurders van voertuigen 0,5 ‰, wat overeenkomt met 0,5 gram per 1 000 ml bloed. Met een ademanalysetoestel (zie afbeelding) of een bloedproef wordt dat gehalte gemeten.

10 11 12 13

156

5 1 000

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


Oefeningen REEKS A 16

Schrijf de procenten als een onvereenvoudigbare breuk. a)

17

1%=

c) 40 % =

e) 60 % =

b) 10 % =

d) 50 % =

f) 80 % =

Duid de gevraagde procenten in kleur aan. b)

a)

c)

15 %

18

50 %

30 %

Schrijf de breuken als procent. a)

1 = 2

b)

1 = 10

100

=

%

c)

1 = 4

e)

1 = 20

d)

1 = 5

f)

7 = 10

REEKS B

R

19

20

Schrijf de procenten als een onvereenvoudigbare breuk. a) 36 % =

c) 24 % =

e) 16 % =

b) 45 % =

d) 48 % =

f) 200 % =

Schrijf de procenten als een onvereenvoudigbare breuk. a) 76 % =

b) 65 % =

c) 124 % =

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

157


R

21

22

Schrijf de breuken als procent. a)

3 5

=

c)

7 4

=

e)

12 = 5

b)

2 = 25

d)

7 = 50

f)

13 = 20

b)

222 = 300

c)

27 = 60

Schrijf de breuken als procent. a)

23

12 = 40

Een hardloper heeft in het eerste deel van de wedstrijd drie vijfden van de totale afstand afgelegd. Hoeveel procent van de totale afstand heeft hij dan al afgelegd?

Antwoordzin:

24

Hoeveel procent is gekleurd? b)

a)

c)

1 2 3

%

4

%

5 6 7 8

R

25

Schrijf de breuken als procent.

5 = 125

e)

33 = 44

18 = 150

f)

12 = 40

b) c)

11 12

24 = 30

6 40

9 10

d)

a)

=

13

158

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

%


5.1.4 De positieve rationale getallen decimaal Van breuk naar decimale schrijfwijze Als je een rationaal getal niet in zijn breukvorm laat staan, maar de deling uitvoert, dan vind je de decimale schrijfwijze van dat rationaal getal. Er zijn drie mogelijkheden: 15 = 3

25 = 10

8 = 33

Wat is het verschil tussen een decimaal getal en een decimale vorm?

Het deel dat herhaald wordt bij een decimale vorm, noem je de Noteer de periode tweemaal, gevolgd door drie puntjes. Voorbeeld:

2 11 2 99

7 = 15 16 = 333

= =

Opmerking: • begin de periode altijd zo vroeg mogelijk; • houd de periode altijd zo kort mogelijk; • houd er rekening mee dat je rekenmachine maar een beperkt aantal cijfers op het scherm kan tonen. Zo is het laatste cijfer veelal het resultaat van een afronding. Verklaring voor het bestaan van een periode

5,00000000 7 0,714285 714285 – 050 – 49 10 7 – 30 –28 20 –1460 –5640 –3550 –4910

5 = 5 : 7 = 0,714 285 714 285 ... 7 Alle mogelijke resten bij deling door 7 zijn voorgekomen in de staartdeling! Rest 5 herhaalt zich, zodat in het quotiënt ook de periode zich herhaalt. De periode (714 285) heeft in dit voorbeeld een lengte van 6 cijfers. Begrenzen Bepaal met je rekenmachine de decimale schrijfwijze van 5 ligt tussen de grenzen 0 7 tussen de grenzen 0,7

5 . 7

en 1

en dichter bij 1.

en 0,8

en dichter bij 0,7.

tussen de grenzen 0,71

en 0,72

en dichter bij

tussen de grenzen

en

en dichter bij HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

159


Afronden Vader laat zijn wagen voltanken. Er kan 32,24 liter benzine bij in de tank. Eén liter benzine kost 1,234 euro. Hoeveel moet vader volgens je rekenmachine betalen?

Hoeveel zal vader aan de pomphouder betalen?

Werkwijze

Een decimale vorm of een decimaal getal afronden Om een decimale vorm af te ronden, kijk je naar het cijfer rechts van de plaats waar je wilt afronden: • als het volgende cijfer kleiner is dan 5, behoud het vorige cijfer; • als het volgende cijfer groter is dan of gelijk aan 5, verhoog het vorige cijfer met 1.

Voorbeeld:

705,369

afgerond op een honderdste

:

afgerond op de eenheid

:

afgerond op een tiental

:

afgerond op een honderdtal

:

Van decimale schrijfwijze naar breuk Als je een decimaal getal wilt omzetten naar een breuk, dan ga je als volgt te werk: • in de teller noteer je het getal zonder komma; • in de noemer noteer je 1, 10, 100, 1 000 ... met zoveel nullen als er cijfers na de komma zijn; • vereenvoudig als het kan. 15,2 =

76 152 = 10 5

0,4 =

0,29 =

4,508 =

1 2 3

REKENMACHINE Zet het getal 3,52 om naar een onechte breuk.

4 5 6 7 8 9 10 11 12

Decimale vormen kleiner dan 1 waarvan de periode onmiddellijk na de komma begint, kun je met de volgende werkwijze omzetten naar een onvereenvoudigbare breuk: • in de teller zet je de periode; • in de noemer zet je 9, 99, 999 ... met zoveel negens als er cijfers in de periode zijn; • vereenvoudig als het kan. Voorbeeld: 0,212 1... =

13

160

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

7 21 = 99 33


Oefeningen REEKS A 26

27

28

Zet om naar de decimale schrijfwijze. a)

5 8

=

c)

7 5

=

e)

13 = 9

b)

12 = 20

d)

8 11

=

f)

19 = 4

Begrens op twee cijfers na de komma. a)

1 8

ligt tussen

en

en dichter bij

b)

2 3

ligt tussen

en

en dichter bij

c)

13 ligt tussen 1 000

en

en dichter bij

Zet de volgende getallen om naar een onvereenvoudigbare breuk. a) 8,7 =

d) 0,03 =

g) 0,05 =

b) 1,5

e) 5,9

=

h) 6,6

=

f) 6,8 =

i) 2,3

=

=

c) 1,07 =

29

Rond de volgende getallen af.

opgave

afronden op de eenheid

afronden op een tiende

opgave

a) 25,14

d) 33,687

b) 358,217

e) 1,259

c) 0,02

f) 90,909

afronden op de eenheid

afronden op een honderdste

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

161


REEKS B 30

31

Zet een vinkje als de uitspraak waar is. Als je deze breuken omzet naar de decimale schrijfwijze, dan verkrijg je een ... 1 5

6 7

7 1

5 3

11 5

0 23

25 11

... natuurlijk getal.

❒

❒

❒

❒

❒

❒

❒

... decimaal getal.

❒

❒

❒

❒

❒

❒

❒

... decimale vorm.

❒

❒

❒

❒

❒

❒

❒

Noteer de volgende breuken decimaal. Vink daarna de juiste uitspraak aan.

18 108 7 b) 4 0 c) 4 8 d) 9

a)

R

32

natuurlijk getal

decimaal getal

decimale vorm

=

❒

❒

❒

=

❒

❒

❒

=

❒

❒

❒

=

❒

❒

❒

Zet de volgende getallen om naar een onvereenvoudigbare breuk. a) 8,88 =

d) 0,28 =

g) 2,36 =

b) 3,45 =

e) 6,40 =

h) 0,56 =

c) 57,8 =

f) 12,6 =

i) 16,4 =

1 2 3

33

4

Zet om naar de decimale schrijfwijze. a)

9 11

=

c)

49 = 15

e)

37 = 66

b)

38 = 111

d)

58 = 14

f)

58 = 22

5 6 7 8 9 10

34

Zet de volgende getallen om naar onvereenvoudigbare breuken. a) 3,456 =

c) 65,65

=

e) 7,856 =

b) 0,055 =

d) 12,054 =

f) 2,002 =

11 12 13

162

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


35

€

36

Bepaal de periode met behulp van je rekenmachine. a)

2 3

heeft als periode

e)

8 15

heeft als periode

b)

5 11

heeft als periode

f)

7 9

heeft als periode

c)

8 99

heeft als periode

g)

15 111

heeft als periode

d)

5 6

heeft als periode

h)

4 33

heeft als periode

Bereken de ontbrekende bedragen op het kasticket.

€

R

37

€

Rond de volgende getallen af. afronden op de eenheid

opgave

afronden op een honderdste

opgave

a) 10,258

c) 456,159

b) 25,369

d) 183,640

afronden op een honderdtal

afronden op een tiental

REEKS C 38

Zet de volgende getallen om naar onvereenvoudigbare breuken. a) 0,66...

=

c) 0,646 4... =

e) 0,702 702... =

b) 0,565 6... =

d) 0,213 213... =

f) 0,818 1...

=

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

163


5.2

Bewerkingen met positieve rationale getallen

5.2.1 De optelling Natuurlijke getallen

Decimale getalen

Breuken

Op het festival genoten zaterdag 8 037 toeschouwers van de opzwepende muziek. Zondag kwamen er 12 487 muziekliefhebbers opdagen. Hoeveel muziekfans mocht het festival verwelkomen?

Aya heeft een houten plint van 1,75 m en een van 2,32 m. Wat is de totale lengte van de plinten waarover Aya beschikt?

Mona en Karel bestellen één pizza. Mona eet één vierde van de pizza op. Haar vriend Karel verorbert twee vijfden. Welk deel van de pizza hebben ze samen opgegeten?

schatten

schatten

werkwijze • vereenvoudig als het kan; • maak gelijknamig; • tel de tellers op, behoud de noemer; • vereenvoudig als het kan.

berekenen

berekenen

berekenen

1 2

Benamingen

3

• De getallen die je optelt:

4

• Het resultaat van de optelling:

5 6

REKENMACHINE

7

Bereken 8

7 5 + = 12 8

9 10 11 12 13

164

Opmerking 0 heeft geen invloed op het resultaat.

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

Voorbeeld: 18,32 + 0 = 18,32 = 0 + 18,32


5.2.2 De aftrekking Natuurlijke getallen

Decimale getallen

Breuken

Op de parkeerterreinen van de Heizel staan vandaag 8 007 wagens geparkeerd. Gisteren maakten 4 849 chauffeurs gebruik van de parking. Hoeveel wagens staan er vandaag meer geparkeerd dan gisteren?

Laïa geeft een pyjamafuif en koopt voor 36,35 euro aan verrassingspakjes. Febe organiseert ook een fuif. Ze heeft daarvoor 12,40 euro uitgegeven. Hoeveel minder heeft Febe uitgegeven?

Een koperen buis is

schatten

schatten

werkwijze • vereenvoudig als het kan; • maak gelijknamig; • trek de tellers af, behoud de noemer; • vereenvoudig als het kan.

berekenen

berekenen

berekenen

19 van 24 een meter lang. Een andere 2 buis is van een meter lang. 3 Bereken het verschil in lengte tussen de twee buizen.

Benamingen • De getallen die je aftrekt: • Het resultaat van de aftrekking:

REKENMACHINE Bereken

17 5 − = 22 13

Opmerking Er is een verband tussen het optellen en het aftrekken. 8 − 2 = 6 omdat 8 = 2 + 6

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

165


Oefeningen REEKS A 39

Schat eerst het resultaat. Maak daarna de berekening. opgave

497 + 177

805 − 317

2 693 + 1 297

1 795 − 887

schatten

berekenen

40

Omcirkel de waarde die het best het resultaat van de gegeven oefening benadert. a) 218,8 + 71,6

280

290

300

b) 583,23 – 309,68

250

270

290

c) 1 255,49 – 350,56

800

900

1 000

8 000

9 000

10 000

400

410

420

d) 4 548,369 + 4 450,587 e) 788,88 – 390

€

41

Simon heeft twee spaarrekeningen bij de bank: een van € 3 156,80 en een van € 764,50. Hij besluit het geld af te halen en alles op een nieuwe rekening te plaatsen die meer intrest oplevert. Hoeveel stort Simon op die nieuwe rekening?

Antwoordzin: 1 2

42 3 4

Een vrachtwagen is geladen met 6,5 ton stenen. Bij een klant wordt 3,7 ton afgeladen. Hoeveel ton blijft nog op de vrachtwagen liggen?

5 6 7

Antwoordzin:

8 9 10

43

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk.

11 12

a)

7 8 + = 5 5

13

166

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

b)

8 7 + = 15 15

c)

14 8 − = 12 12

d)

13 5 − = 14 14


44

45

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk. a)

7 2 − 8 5

=

e)

1 1 + 7 3

=

b)

7 5 + 12 8

=

f)

8 3 − 7 4

=

c)

7 1 − 10 5

=

g)

2 1 − 3 4

=

d)

5 6 + 8 7

=

h)

4 3 − 5 4

=

Bereken. a)

23 56 − = 3 36

b)

17 38 + = 38 76

c)

21 7 − = 29 15

REEKS B 46

Vul aan. a) De som van 23 en 68 is 23 en 68 noem je

€

47

b) Het verschil van 82 en 25 is 82 en 25 noem je

Amin wil een iPod van 238 euro kopen. Hij heeft al 157 euro gespaard. Zijn oma geeft hem 40 euro extra. Hoeveel moet Amin nog sparen?

Antwoordzin:

48

Rangschik de cijfers 6, 8, 7 en 3 van groot naar klein en vorm zo een getal met vier cijfers. Rangschik daarna dezelfde vier cijfers van klein naar groot. Zo verkrijg je een nieuw getal. Wat is het verschil tussen beide getallen?

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

167


49

De familie Decorte vertrekt op zomervakantie. Hun mobilhome heeft 51 064,2 km op de teller staan. De reisweg heen en terug bedraagt 3 256,3 km. Ter plaatse maken ze uitstappen voor een totaal van 897,5 km. Hoeveel km staat er op de teller als ze weer thuiskomen?

Antwoordzin:

50

Lars verzamelt postzegels. Hij heeft er 1 258. Joliska heeft 379 postzegels minder. Hoeveel postzegels hebben ze samen?

Antwoordzin:

51

1 2

R

52

Zet in de uitkomsten de komma op de juiste plaats. a) 79,227 + 190,653 = 2 6 9 8 8

c) 6 598,56 – 956,236 = 5 6 4 2 3 2 4

b) 2 125,4 – 956,54 = 1 1 6 8 8 6

d) 11 111,111 – 2 222,222 = 8 8 8 8 8 8 9

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk.

a)

2 1 + 14 3

=

e)

1 21 + 7 28

=

b)

2 21 − 3 42

=

f)

8 7 − 6 18

=

c)

12 2 + 16 5

=

g)

8 4 − 5 6

=

d)

7 8 − = 12 56

h)

12 1 − 36 4

=

3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

168

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


53

Het leerlingenaantal van de vrije technische school van Wavergem zit in de lift. Dat kun je aflezen van dit lijndiagram. leerlingenaantal eerste graad 220

aantal leerlingen

215 210 205 200 195 190 185 180 2009

2011

2013

2015

2017

2019

jaar

a) Hoeveel leerlingen waren er in 2011 ingeschreven? b) Hoeveel leerlingen telde de eerste graad in 2014? c) Wat was het leerlingenaantal in 2019? d) Hoeveel leerlingen waren er in 2015 meer of minder dan in 2011? e) Hoeveel leerlingen telde de eerste graad in 2018 meer of minder dan in 2012? f) Hoeveel leerlingen kreeg de eerste graad er in 10 jaar bij?

54

1 3 van een taart. Nabil eet van de taart. 8 4 Hoeveel blijft er over voor Tine? Jan eet

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

169


55

Lisa en haar ouders gaan met de fiets op vakantie. Van de totale afstand tot hun bestemming leggen 1 1 1 af, de tweede dag en de derde dag nog . ze de eerste dag 5 2 5 Welk deel van de weg moeten ze de vierde dag nog afleggen?

Antwoordzin:

€

56

Een buschauffeur is vier dagen van dienst op lijn 43. Ze houdt nauwkeurig haar dagopbrengst in cash bij. Op maandag ontving ze € 168,50. Op dinsdag was dat € 19,25 minder. Op woensdag kreeg ze € 54,50 minder dan op dinsdag. Op donderdag was de opbrengst gelijk aan de som van de opbrengst van maandag en dinsdag. Hoeveel ontving de buschauffeur in totaal?

Antwoordzin:

57

Vul aan. berekening

1

berekening

2 3

= 84

f)

2 − 5

=

1 10

b)

+ 27 = 213

g)

2 + 3

=

27 24

c)

− 98 = 1 206

h)

+

2 1 = 7 2

−

2 1 = 7 2

a) 116 −

4 5 6 7 8 9 10

d) 179 +

= 324

i)

e) 144 −

= 144

j)

11 12 13

170

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

1 + 2

=

3 6


R

€

58

59

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk.

a)

63 52 + = 72 64

e)

143 64 − = 121 96

b)

52 18 − 20 45

=

f)

34 33 − = 51 99

c)

18 52 + 54 20

=

g)

78 28 − 52 77

d)

48 8 − 56 14

=

h)

14 15 + = 84 36

=

In de onderstaande tabel vind je de inkomsten van kruidenierszaak ‘Het Witte Loof’ tijdens een week in oktober. cash in euro

bancontact in euro

maandag

1 507,95

893,14

dinsdag

0

0

woensdag

1 298,30

517,12

donderdag

1 419,50

753,78

vrijdag

1 739,20

1 007,24

zaterdag

2 109,45

1 377,85

zondag

729,50

203,37

a) Hoe verklaar je de mindere opbrengst op zondag?

b) Waarom denk je dat dinsdag € 0 oplevert? c) Wat is de totale opbrengst in cash per week? d) Welke dag is een gouden dag voor ‘Het Witte Loof’? Hoeveel geld komt er dan binnen? e) Wat is het totaal aan inkomsten voor deze week?

f) Wat is het verschil tussen de cashinkomsten en de inkomsten met bancontact?

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

171


REEKS C 60

Vervolledig de tabel. 124

_

178

251

748

684

178

113

936

737

299

61

Vul bij de onderstaande cijferoefeningen de ontbrekende cijfers in. a)

4 +

1 9

62

b) 9

7

7 −

5

7 7

2

7

3

4

Vervang de letter zodat je een ware uitspraak verkrijgt. 37 7 = 24 8

a) a + 27 = 63

a =

f) f −

b) 16,4 + b = 25,75

b =

g) 375,12 + 653,278 = g

c) c – 65,56 = 157,639

c =

h)

d) 256,23 – d = 199,86

d =

i) 78,879 – i = 29,983

e =

j)

f

=

1 2

g =

3 4 5

33 5 +h= 6 36

h =

6 7

i

=

j

=

8 9 10

e)

3 5 –e= 7 8

11 12 13

172

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

2 2 –j= 3 17

1


5.2.3 De volgorde van de bewerkingen Bereken 15 − (3 + 2) =

=

(15 − 3) + 2 =

=

15 − 3 + 2

=

=

In de bovenstaande oefeningen komen dezelfde getallen en dezelfde bewerkingstekens voor. Toch verkrijg je door het gebruik van haakjes een ander resultaat. De volgorde waarin we de bewerkingen uitvoeren, is dus van belang.

Afspraak

Volgorde van de bewerkingen 1) Haakjes uitwerken 2) Optellen en aftrekken van links naar rechts

( ) ⫹, ⫺

Voorbeelden a)

冉 冊

3 1 4 − − 5 4 2

= = = =

b) (12,5 + 56,4) − (24,6 − 13,3) = =

REKENMACHINE Bereken 823,5 – (525,6 + 27,87) =

Bereken

冉 冊

2 6 1 + − = 3 7 4

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

173


Oefeningen REEKS A 63

64

€

65

Bereken. a) 5 + 18 − 3

c) (19 – 9) − 8

e) 12 – (8 – 3)

b) 18 + 7 – (23 – 5)

d) (17 – 9) – (8 – 2)

f) 12 – (6 + 3) + 9

Bereken.

冉 冊 冉 冊

a) 13,6 – (12,65 – 7,263) =

c)

3 7 5 + − 17 2 13

=

b) (67,4 + 138,2) – 96,73 =

d)

2 1 3 4 + + − 11 7 5 3

=

Kathleen krijgt van haar ma een briefje van 50 euro om boodschappen te doen. In de supermarkt betaalt ze 27,35 euro. Bij de bakker bedraagt de rekening 14,75 euro. Hoeveel moet Kathleen aan haar moeder teruggeven? Bereken op twee manieren. methode 1

methode 2

1

Antwoordzin:

2 3 4 5 6 7

REEKS B

R

66

Bereken. a)

冉 冊

1 3 1 + − 2 5 4

8 9 10 11 12 13

174

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

b)

冉 冊

4 2 1 − − 3 3 4

c)

2 5 1 + − 7 28 4


67

De vader van Martine hield gedurende de laatste jaren de kilometerstand van zijn wagen nauwlettend in het oog. aantal kilometer per jaar 30 000

kilometer

25 000 20 000 15 000 10 000 5 000 0

2015

2016

2017 jaartal

2018

2019

a) Bereken het totale aantal kilometer dat deze auto in vijf jaar tijd heeft afgelegd.

b) Wat is het verschil in kilometer tussen het totaal van de laatste twee jaar en het totaal van de eerste twee jaar? Schrijf in één uitdrukking en bereken.

68

Zet, indien nodig, haakjes zodat een juiste uitspraak ontstaat. a) 100 – 5 + 55 = 40

d) 56 – 13 + 35 = 8

b) 45 – 7 + 12 = 50

e) 200 – 47 + 84 – 27 = 210

c) 640 – 480 + 60 = 100

f) 200 – 47 + 84 – 27 = 42

REEKS C

€

69

Op het spaarboekje van Jorne staat € 549,85. Zijn oma stort € 60 voor zijn verjaardag. Daarna koopt Jorne twee computerspelletjes: het ene kost € 36,75 en het andere kost € 47,95. Hij koopt ook nog een nieuwe USB-stick van € 29,50. Hoeveel heeft Jorne uiteindelijk nog op zijn spaarrekening staan? Schrijf in één uitdrukking en bereken.

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

175


5.2.4 De vermenigvuldiging Natuurlijke getallen

Decimale getallen

Dit jaar gaan de leerlingen voor enkele dagen op studiereis naar Londen. De school rekent 198 euro per leerling aan. 53 leerlingen zullen zich laten overdonderen door de prachtige cultuurstad. Wat is de totale kostprijs van de schoolreis?

Nour wil haar kamer in een flashy nieuw kleurtje schilderen. Na heel wat meet- en rekenwerk weet Nour dat ze 7,5 liter verf nodig zal hebben. Eén liter verf kost 18,65 euro. Hoeveel zal Nour voor de verf moeten betalen?

schatten

schatten

berekenen

berekenen

1 2 3

Benamingen

4

• De getallen die je vermenigvuldigt:

5

• Het resultaat van de vermenigvuldiging:

6 7 8

REKENMACHINE Bereken 12,23 ⴢ 36,059 =

9 10 11 12 13

176

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


Breuken Het product van een natuurlijk getal met een breuk Een pizza wordt in zeven gelijke stukken verdeeld. Jan, Klaas en Korneel eten elk twee stukken. Welk deel van de pizza is er opgegeten? 3ⴢ

Werkwijze

2 2 2 2 = + + 7 7 7 7 6 = 7 3ⴢ2 = 7

Het product van een natuurlijk getal met een breuk Om een natuurlijk getal met een breuk te vermenigvuldigen, vermenigvuldig je dat getal met de teller en behoud je de noemer.

Voorbeelden a) 6 ⴢ

2 6 ⴢ 2 12 = = 5 5 5

b) 5 ⴢ

3 = 7

Het product van twee breuken Een rijke Engelse graaf laat bij zijn dood een groot stuk grond na aan zijn trouwe personeel. Eén vijfde schenkt hij aan de butler, één vijfde aan de chauffeur en de overige drie vijfden aan de twee keukenmeiden.

Werkwijze

chauffeur

1 3 3 1ⴢ3 ⴢ = = 2 5 10 2 ⴢ 5

butler

Welk deel ontvangt elke meid?

eerste meid

tweede meid

Het product van twee breuken Om het product van twee breuken te nemen, vermenigvuldig je de tellers met elkaar en vermenigvuldig je de noemers met elkaar.

Voorbeelden a)

4 7 4 ⴢ 7 28 ⴢ = = 5 3 5 ⴢ 3 15

b)

5 3 ⴢ = 6 10

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

177


Opmerking: kruiselings vereenvoudigen 1

1

2

2

5\ ⴢ 3/ 5 3 1 ⴢ = = 6 10 4 6/ ⴢ 10 \

Voorbeelden a)

12 3 ⴢ = 7 20

b)

12 25 ⴢ = 35 24

c)

2 21 ⴢ 7 6

=

d)

7 ⴢ6 9

=

Een breuk nemen van een getal Werkwijze

Een breuk nemen van een getal Om een breuk te nemen van een getal, vermenigvuldig je de breuk met dat getal.

2 van 24 wil zeggen: verdeel 24 in 3 gelijke delen en neem er 2 delen van. 3 Voorbeelden 1

a)

2 2 24 2 van 24 = ⴢ 24 = ⴢ = 3 3 3 1

b)

6 van 42 = 7

c)

5 2 van = 3 8

2 3 4 5 6 7 8

Opmerking

9 10 11

Vermenigvuldigen met 1 heeft geen invloed op het resultaat. Voorbeeld: 18,32 ⴢ 1 = 18,32 = 1 ⴢ 18,32

12 13

178

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


Oefeningen REEKS A 70

Schat eerst het resultaat. Maak daarna de berekening. 49 ⴢ 6

opgave

38 ⴢ 41

3,1 ⴢ 49

4,2 ⴢ 5,9

schatten berekenen

71

72

€

73

Omcirkel de waarde die het best het resultaat van de gegeven oefening benadert. a) 41 ⴢ 19

600

700

800

b) 78 ⴢ 4

200

250

300

c) 52 ⴢ 19

800

900

1 000

d) 30 ⴢ 2,9

80

90

100

e) 98 ⴢ 103

9 500

10 000

10 500

Bereken. Rond af op 0,01. a) 35,009 ⴢ 12,5 =

c) 607,946 ⴢ 0,07 =

b) 18,86 ⴢ 9,6

d) 803,15 ⴢ 57,62 =

=

Thuis wordt de stookolietank gevuld met 2 567 liter huisbrandolie voor de centrale verwarming. Eén liter huisbrandolie kost 0,697 euro. Hoeveel zal vader aan de stookolieleverancier moeten betalen?

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

179


74

Noteer telkens het correcte aantal. a)

2 van de kleurpotloden 5

c)

3 van de pralines 4

pralines

kleurpotloden

b)

7 van de sleutels 8

d)

1 van het aantal schoenen 6

schoenen

sleutels

75

Bereken. a)

1 van 66 is 2

c)

4 van 65 is 5

e)

7 van 64 is 8

b)

1 van 48 is 3

d)

5 van 56 is 7

f)

3 van 75 is 5

1 2 3 4 5 6

76

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk. a)

2 5 ⴢ 3 7

=

e)

3 ⴢ5 8

=

b)

8 7 ⴢ 9 5

=

f)

3 1 ⴢ 4 5

=

c)

6 5 ⴢ 7 7

=

g)

5 7 ⴢ 9 8

=

5 7

=

h) 6 ⴢ

4 5

=

7 8 9 10 11 12

d) 12 ⴢ

13

180

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


REEKS B 77

€

78

Schat. a) de hoogte van het middelste gebouw

b) het aantal mensen

Tip: schat eerst de hoogte van de auto.

Tip: verdeel de foto in zes gelijke stukken.

Antwoord:

Antwoord:

De sponsor van onze voetbalploeg heeft ons een nieuwe uitrusting beloofd. Bereken wat hij moet betalen voor 15 spelers. shirt

broek

kousen

sporttas

€ 21

€ 16

€9

€ 18

Antwoordzin:

€

79

Vissersclub ‘De Lustige Lijnvissers’ organiseert een tombola. Er worden 800 loten van 3 euro verkocht. De hoofdprijs is een volledige vissersuitrusting van 1 000 euro. Iedereen die een lot kocht, krijgt een sticker ter waarde van 1 euro. Hoeveel winst maakt de vissersclub?

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

181


€

80

Voor een rockconcert worden er in voorverkoop 350 kaarten van 9 euro verkocht. Aan de kassa betalen 530 mensen de avond zelf 12 euro. Hoeveel is het totaal aan ontvangsten voor het concert?

Antwoordzin:

€

81

Om een nieuwe werkplaats te bouwen, gebruikt men 42 buizen van 5,4 m, 62 buizen van 3,75 m en 17 buizen van 7,9 m. De buizen kosten € 1,53 per meter. Bereken de totale kostprijs van de buizen.

Antwoordzin:

82

Bereken. a) 20 % van 80

is

b) 15 % van 160

is

c) 40 % van 180

is

d) 80 % van 90

is

20 ⴢ 80 = 100

1 2 3

R

83

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk.

4 5

a)

8 7 ⴢ 3 4

=

e)

24 27 ⴢ = 9 8

b)

6 14 ⴢ 7 8

=

f)

22 3 ⴢ = 39 44

5 6

=

g)

36 57 ⴢ = 19 42

15 16 ⴢ = 25 24

h)

77 36 ⴢ = 81 42

6 7 8 9

c) 18 ⴢ

10 11 12

d)

13

182

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


84

85

Bereken. a)

2 van 108 9

is

c)

5 van 56 14

is

b)

7 van 96 8

is

d)

5 van 84 7

is

Hoeveel minuten is

2 van de helft van een uur? 3

Antwoordzin:

REEKS C 86

Boer Jansens heeft kippen, varkens en koeien. Eén zesde van de dieren zijn kippen en twee vijfden zijn varkens. Hoeveel dieren heeft hij in totaal, als je weet dat hij 39 koeien bezit?

Antwoordzin:

87

Ilse kocht een taart. Op de verpakking staat dat die taart 1 567 kilocalorieën bevat. 1 1 1 van de taart en daarna nog . Ilse houdt het bij van de taart. Moeder eet eerst 7 5 4 Bereken het verschil in calorieën voor hen beiden. Rond het resultaat af op de eenheid.

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

183


5.2.5 De deling Natuurlijke getallen

Decimale getallen

Om extra geld in het laatje te krijgen, houdt de dansschool een pannenkoekenverkoop. De actie brengt in totaal 3 572 euro op. Hoeveel pakjes pannenkoeken werden er verkocht, als je weet dat één pakje 4 euro kost?

Liesbet koopt 3,5 m stof voor een nieuw kleedje. Ze betaalt 20,65 euro. Hoeveel kost de stof per meter?

schatten

schatten

berekenen

berekenen

Benamingen • Het getal dat je deelt: • Het getal waardoor je deelt: • Het resultaat van een deling: 1 2

Opmerking

3

Er is een verband tussen vermenigvuldigen en delen.

4

28 : 4 = 7

5 6

omdat

28 = 4 ⴢ 7

Delen door nul 28 : 0 = ?

omdat

? ⴢ 0 = 28

7 8

Delen door 0 is onmogelijk!

9 10 11

REKENMACHINE Bereken 687,015 : 18,9 =

12 13

184

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


Breuken Het omgekeerde van een breuk Definitie

Omgekeerde van een breuk Het omgekeerde van een breuk is de breuk die je verkrijgt door teller en noemer te verwisselen. Voorbeelden a) het omgekeerde van

5 is 9

c) het omgekeerde van

b) het omgekeerde van

3 is 4

d) het omgekeerde van 7

1 is 5 is

Opmerking Het product van een getal met zijn omgekeerde is gelijk aan 1. Voorbeelden 1

a)

1

3 11 3\ ⴢ 11/ 1 ⴢ = = =1 11 3 1 11/ ⴢ 3\ 1 1

b) 7 ⴢ

=1

Breuken delen Delen door een breuk betekent hetzelfde als vermenigvuldigen met de omgekeerde breuk. 7 7 : =1 8 8

7 8 ⴢ =1 8 7

Als je een breuk deelt door zichzelf, is het quotiënt 1.

Als je een breuk vermenigvuldigt met zijn omgekeerde, is het product 1. dus 7 7 7 8 : = ⴢ 8 8 8 7

Werkwijze

Een breuk delen door een breuk Om een breuk te delen door een breuk, vermenigvuldig je de eerste breuk met het omgekeerde van de tweede breuk. Voorbeelden a)

5 7 : 9 8

b)

12 6 : = 7 49

=

c) 5 : d)

15 = 8

14 :7 = 5

Onthoud: kruiselings vereenvoudigen kan enkel bij de vermenigvuldiging.

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

185


Oefeningen REEKS A 88

Schat eerst het resultaat. Maak daarna de berekening. opgave

531 : 9

2 232 : 31

355,8 : 6

440,34 : 3

schatten berekenen

89

90

1

Omcirkel de waarde die het best het resultaat van de gegeven oefening benadert. a) 418 : 20

15

21

27

b) 3 549 : 40

80

90

100

c) 731,28 : 8

90

100

110

d) 2 506,9 : 40

40

50

60

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk. a)

2 5 : 3 7

b)

8 7 : 9 5 5 7

2 3 4

c) 8 :

5

d)

3 :5 4

=

=

e)

5 7 : 9 8

=

=

f)

2 7 : 3 5

=

=

6 7

REEKS B

8 9 10 11

91

Vul aan. a) 23 â´¢ 6 = 138 23 en 6 noem je 138 is

12

34 noem je 68 is

13

186

b) 68 : 2 = 34 2 noem je

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


€

92

Bereken telkens de prijs voor één artikel. s esje 12 fl 9,60 € r o o v

vier kopjes voor € 10,40

Eén kopje kost

€

93

euro.

Eén flesje kost

euro.

Lien wil een muziekinstallatie van 338 euro kopen. Ze heeft al 294 euro gespaard. Elke maand kan ze 4 euro opzijleggen. Hoeveel maanden moet Lien nog wachten om de muziekinstallatie van haar dromen te kunnen kopen?

Antwoordzin:

94

95

Bereken. Rond af op 0,01. a) 5 567 : 4,6

=

c) 4,259 : 5,678

=

b) 78,89 : 43,72

=

d) 0,035 : 0,005 7 =

Een fruitboer wil 987 fruitbomen planten. Ze moeten in rijen van 36 staan. a) Hoeveel volledige rijen van 36 bomen kan de boer planten? b) Hoeveel bomen komt de boer te kort om een rij meer te kunnen planten?

Antwoordzin: a) b)

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

187


96

Bereken deze vermenigvuldigingen en delingen. a) 2 510 ⴢ 10

=

g) 2 510 ⴢ 0,1

=

b) 23,7 ⴢ 100

=

h) 23,7 ⴢ 0,01

=

c) 0,52 ⴢ 1 000 =

i) 0,52 ⴢ 0,001 =

d) 2 510 : 10

=

j) 2 510 : 0,1

=

e) 23,7 : 100

=

k) 23,7 : 0,01

=

f) 0,52 : 1 000 =

€

97

l) 0,52 : 0,001 =

Stefanie en Ellen vergelijken het verbruik van hun auto. Stefanie kan met een tankbeurt van 36 liter 264 km rijden. Ellen kan 282 km rijden met een tank van 40 liter. Wie rijdt het voordeligst?

Antwoordzin:

1 2 3

R

98

Bereken. Antwoord met een onvereenvoudigbare breuk. a)

7 14 : 8 24

=

e)

75 50 : = 35 28

b)

90 30 : = 60 45

f)

12 45 : = 15 30

c)

4 16 : = 13 39

g)

48 :4 3

12 16

h)

36 24 : = 85 17

4 5 6 7 8 9

=

10 11

d) 12 :

=

12 13

188

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


€

99

500 euro wordt verdeeld onder vier personen. Niels krijgt een vierde. Eva ontvangt een derde van wat er nog rest. Sarah en Youssef verdelen wat overblijft in twee gelijke delen. Hoeveel krijgen ze elk?

Antwoordzin:

€

100

Toen oom Tom vorig jaar won met de lotto, kregen zijn broer en zus elk een vijfde van zijn winst. Hij hield 4 500 euro voor zichzelf. Hoeveel won oom Tom?

Antwoordzin:

REEKS C 101

Een boom groeit elk jaar één meter. Jaarlijks wordt de boom voor een vijfde gesnoeid. Na de eerste snoeibeurt is de boom 1,5 m hoog. Hoe hoog zal de boom zijn na de vijfde snoeibeurt?

Antwoordzin:

102

Met welke breuk moet je

3 9 7 vermenigvuldigen om het quotiënt van en te verkrijgen? 8 14 28

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

189


5.2.6 Volgorde van de bewerkingen Bereken (20 – 8) ⴢ 2 =

=

20 – (8 ⴢ 2) =

=

20 – 8 ⴢ 2

=

=

Het is duidelijk dat er weer enkele afspraken nodig zijn.

Afspraak

Volgorde van de bewerkingen 1) Bewerkingen tussen haakjes

( ), [ ]

2) Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts

ⴢ, :

3) Optellen en aftrekken van links naar rechts

⫹, ⫺

Voorbeelden a) 2 ⴢ 6 + 3 ⴢ 5

= =

b) 2 ⴢ (6 + 3) ⴢ 5

= =

c) 18 : [(17 + 4) : 7] = = = Opmerking 1 2

Als er in de teller (of in de noemer) van een breuk meerdere bewerkingen voorkomen, dan moet je ze beschouwen als bewerkingen die tussen haakjes staan.

3 4 5

(2 ⴢ 3 + 8) 2ⴢ3+8 = = 2 ⴢ (4 + 3) 关2 ⴢ (4 + 3)兴

6 7

REKENMACHINE

8 9

Bereken 251,3 ⴢ (562,3 − 69,8) =

10 11 12 13

190

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


Oefeningen REEKS A 103

Bereken. a) 12 – 6 : 3

h) 2 ⴢ 3 + 5

o) 100 : (20 ⴢ 5)

b) 24 : 4 + 4

i) 2 ⴢ (3 + 5)

p) 2 ⴢ 3 ⴢ (18 : 9)

c) 40 – 3 ⴢ 8

j) (12 – 3) ⴢ 3

q) 10 ⴢ (2,5 + 3,7)

d) 7 ⴢ 2 − 4

k) 4 ⴢ (5 + 3 + 8)

r) (0,2 + 0,8) ⴢ (0,5 + 1)

e) 18 : 6 − 3

l) 40 : (24 – 14)

s) 36 : 2 – 18 : 3

f) 8 + 5 ⴢ 4

m) 100 : 20 ⴢ 5

t) 18,9 – 37 : 10

g) 6 −

1 3 ⴢ 2 4

n)

冉5 − 31 冊 ⴢ 27

=

u) 6 ⴢ

冉 冊 1 1 − 2 6

14 ⴢ 2 3 ⴢ 7

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

191


REEKS B

€

R

104

105

1

Voor haar verjaardag mag Karen met drie vriendinnen naar de bioscoop gaan. De tickets kosten € 7 per stuk. Ze koopt voor elk nog een cola (€ 2) en wat popcorn (€ 1,50). Hoeveel moet Karen betalen? Vink de goede antwoorden aan. ❐ 4 ⴢ 7 + 2 + 1,50

❐ 7 + 2 + 1,50 ⴢ 4

❐ 4 ⴢ 7 + 4 ⴢ 2 + 4 ⴢ 1,50

❐ (7 + 2 + 1,50) ⴢ 4

❐ 4 ⴢ (7 + 2 + 1,50)

❐ 7 + (2 + 1,50) ⴢ 4

Bereken. a) 9 ⴢ (12 – 9) : 3

e) 20 – 5 ⴢ 3 + 6

b) 2 + 3 ⴢ 12 : 4

f) 4 ⴢ 6 : 3 + 2 − 10

c) 5 ⴢ 2 + 27 : 3

g) 20 ⴢ 5 ⴢ (8 : 2) + 200 ⴢ 3

d) [3 + (4 − 2)] ⴢ (6 + 2)

h) 6 ⴢ (8 : 2 + 4)

2 3 4 5 6 7 8 9

106

Bereken. Rond af tot op drie cijfers na de komma. a) (32,93 – 18,9) ⴢ (207,38 + 15,36)

=

b) 32,93 + 18,9 ⴢ (207,38 + 15,36)

=

c) (32,93 − 18,9) ⴢ 207,38 + 15,36

=

10 11 12 13

192

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


R

107

Bereken. a) 4 ⴢ 12,5 + 2 ⴢ (6 : 0,2)

b)

冉 冊

2 1 2 3 − ⴢ ⴢ 3 4 3 16

=

108

c) (2,3 + 6,4 – 5,6) ⴢ 2

d)

5 ⴢ 2 ⴢ 3 12 ⴢ 3 ⴢ 16

冉 冊冉 冊 4 1 9 7 + − : 3 2 2 3

=

11 ⴢ 6 6 ⴢ 13

Bereken. a)

25 : 5 ⴢ 7 1 + 35 ⴢ 10 : 2 2

b)

38 + 2 ⴢ 8 2 ⴢ (5 + 4)

c)

48 − 3 ⴢ 8 1 − (18 − 9) ⴢ 6 6

REEKS C 109

Plaats voor, achter of tussen de getallen + , − , ⴢ of : om de berekening te laten kloppen. Plaats enkel haakjes waar nodig. a)

2

3

6

4

=

10

b)

5

7

2

6

=

1

c)

6

6

6

6

6

d)

5

5

5

5

5

6 =

=

31

31

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

193


5.2.7 Machten Tijdens de vakantie poetst Tim quads om een centje bij te verdienen. Maandag poetst hij twee quads. Het gaat steeds beter en sneller: elke dag verdubbelt het aantal quads dat hij kan poetsen. Hoeveel quads poetst hij op vrijdag?

Boer Teun moet zijn vierkante weide opmeten. Hij bepaalt nauwkeurig de zijde en meet 48,5 m. De oppervlakte van de weide bereken je door de zijde te vermenigvuldigen met zichzelf. Hoeveel vierkante meter bedraagt de oppervlakte van de weide?

2 ⴢ 2 ⴢ 2 ⴢ 2 ⴢ 2 = 32

48,5 ⴢ 48,5 = 2 352,25

⎫ ⎪ ⎬ ⎪ ⎭

Decimale getallen

⎫ ⎪ ⎬ ⎪ ⎭

Natuurlijke getallen

5 factoren

2 factoren 2

kun je kort schrijven als 48,5 = 2 352,25

5

kun je kort schrijven als 2 = 32 5

2

2 lees je als twee tot de vijfde (macht)

48,5 lees je als 48,5 tot de tweede (macht) of 48,5 kwadraat Nog enkele voorbeelden:

Nog enkele voorbeelden:

3

3

=

1,5

=

=

2

=

0,2 =

=

4 =4ⴢ4ⴢ4 3 =

4

Benamingen 6 3 = 216

6 noem je het grondtal 3 noem je de exponent 216 noem je de macht

Bijzondere machten

→

3

→

2

3

→

→

2

2

→

→

2

1

→

→

→

4 5

Voorbeeld:

17

De nulde macht van een getal is

Voorbeeld:

28 =

7 8

Opmerking

9

0 0 is niet te berekenen, want: 0 3 = 0

30 = 1

10

02 = 0

20 = 1

01 = 0

10 = 1

11

? 0

12 13

194

1

De eerste macht van een getal is

6

0 =0 0

?

≠

0

0 =1

Je verkrijgt een tegenspraak, dus 0 is niet te berekenen. HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

2

0

=

4

=

2

=

→

=

2

5

=

2

=

1

= 0


REKENMACHINE 3

1) Bereken 67 =

2

2) Bereken 34,25 =

Breuken

Werkwijze

a)

冉冊

b)

冉冊

2

3 4

2 5

=

3 3 ⴢ 4 4

=

9 16

=

32 42

3

=

=

=

Een breuk tot een macht verheffen Om een breuk tot een macht te verheffen,

Opmerking Als je een breuk tot een macht wilt verheffen, moet je de volledige breuk tussen haakjes zetten en de exponent erbuiten plaatsen. Als je geen haakjes gebruikt, slaat de exponent enkel op de teller van de breuk. Voorbeelden a)

冉冊 7 8

2

=

7 2 49 = 8 2 64

b)

7 2 49 = 8 8

Volgens een oud verhaal wilde de Indiase koning Shirham de uitvinder van het schaakbord, Sissa ben Dahir, rijkelijk belonen voor zijn uitzonderlijke prestatie. Toen de koning hem vroeg welke beloning hij voor zijn uitvinding zou wensen, antwoordde de slimme Sissa: “Majesteit, geef me één graankorrel om op het eerste vakje te leggen, twee om op het tweede vakje te leggen, vier om op het derde vakje te leggen, acht om op het vierde vakje te leggen, en laat mij zo, o koning, elk van de vierenzestig vakjes van het schaakbord bedekken.” De koning was verbaasd over zo’n bescheiden verzoek, niet meer dan een handvol graan voor zo’n geweldige uitvinding! Stomverbaasd was hij toen de hofgeleerden hun berekeningen voorlegden ... 0 Op het eerste vakje ligt 1 korrel of 2 , 1 op het tweede vakje liggen 2 korrels of 2 , 2 op het derde vakje liggen 4 korrels of 2 , 3 op het vierde vakje liggen 8 korrels of 2 enzovoort. 63 Op het 64e en laatste vakje zouden dus 2 of 9 223 372 036 854 775 808 graankorrels moeten liggen. Voor alle 64 vakjes samen komt dat op een totaal van 18 446 744 073 709 551 615 graankorrels. Koning Shirham liet de dolgelukkige Sissa ben Dahir dan maar trouwen met zijn dochter, de prinses. En ze leefden nog lang en gelukkig ...

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

195


Oefeningen REEKS A 110

Bereken telkens het kwadraat. a) 0 b) 1

111

2

2

=

f) 5

2

=

k) 10

2

=

g) 6

2

=

l) 11

2

=

m) 12

2

=

=

2

=

c) 2

2

=

h) 7

d) 3

2

=

i) 8

2

=

n) 13

2

=

e) 4

2

=

j) 9

2

=

o) 14

2

=

3

=

e) 5,2

4

=

f) 0,1

=

k) 10

=

l) 456

=

m) 4

Bereken. a) 0,6

2

=

c) 2,5

b) 0,2

2

=

d) 1,3

3

=

5

=

REEKS B 112

1

Bereken. a) 48

0

=

f) 0

b) 26

1

=

g) 1

5

8

c) 5

2

=

h) 10

3

d) 2

3

=

i) 3

3

=

n) 1

e) 3

4

=

j) 2

4

=

o) 5

3

5

= 1

= =

4

=

3

=

2 3 4 5 6 7

113

Twee judoploegen van telkens zeven judoka’s moeten elkaar bekampen tijdens een toernooi. Hoeveel kampen moeten er plaatsvinden als elke judoka van de ene ploeg tegen elke judoka van de andere ploeg moet uitkomen? Noteer je berekening.

8 9 10 11 12

Antwoordzin:

13

196

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


114

Bereken. a) b)

115

116

2 3

冉冊 冉冊

2

=

c)

=

d)

1 5

3

7 9

冉冊 冉冊

3

=

e)

=

f)

1 2

2

2 5

5

= 2

=

Bereken links, bereken rechts. Vul in met <, > of =. a)

2

3

3

2

b)

8

0

0

6

c)

0,01

2

冉冊 1 10

d)

27

1

3

3

e)

4

2

2

4

f)

冉冊

3

1 5

2

0,5

2

Bereken. a)

b)

117

冉冊 冉冊 3 4

冉冊 冉冊 2 8

8 14

=

c)

冉冊

=

d)

82 4

3

2

4 6

4

=

e)

62 18

=

f)

冉冊 6 18

= 2

=

Bereken. Antwoord telkens met een getal en in woorden. a) 10 0

=

=

b) 10 1

= 10

= tien

c) 10 3

=

=

d) 10 6

=

=

e) 10 9

=

=

f) 10 12

=

=

REEKS C 118

Zoek een natuurlijk getal dat tussen 0 en 10 ligt en waarvan het dubbel de helft is van zijn kwadraat.

Antwoordzin:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

197


5.2.8 Vierkantswortels Natuurlijke getallen

Decimale getallen

Axel houdt van kampen bouwen. Samen met enkele vrienden wil hij een vierkant kamp maken. 2 Het moet een oppervlakte hebben van 16 m . Hoe groot moet de zijde van het kamp zijn om die oppervlakte te verkrijgen?

Vader wil een nieuwe douchecabine installeren. De vierkante douchebak heeft een oppervlakte 2 van 0,64 m . Hoeveel meter bedraagt de zijde van de douchebak?

冪16 = 4

冪0,64 = 0,8 2

omdat 0,64 = 0,8

冪16 lees je als

冪0,64 lees je als

de vierkantswortel van 16

de vierkantswortel van 0,64

omdat 16 = 4

Nog enkele voorbeelden:

Nog enkele voorbeelden:

冪81 =

omdat 81 =

冪0,25 =

omdat 0,25 =

冪36 =

omdat 36 =

冪1,21

omdat 1,21 =

=

Benamingen 冪16 = 4

16 noem je het grondtal 冪 noem je het wortelteken 4 noem je de vierkantswortel

1 2

Bijzondere vierkantswortels

3

冪1 =

omdat 1 =

4 5

REKENMACHINE 6 7

Bereken 冪3 136 =

8 9 10

Bereken 冪349,69 =

11 12 13

198

2

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

en

冪0 =

omdat 0 =


Breuken

冑

9 3 = omdat 16 4

Werkwijze

冉冊 3 4

2

=

9 . 16

Dat is hetzelfde als

冑

9 冪9 3 = . = 16 冪16 4

Vierkantswortel van een breuk Om de vierkantswortel van een breuk te nemen,

Voorbeelden a)

冑

b)

冑

c)

冑

49 = 64 36 = 100 27 = 12

Opmerking Als je de vierkantswortel van een breuk wilt nemen, moet je de volledige breuk onder het wortelteken zetten. Als je dat niet doet, slaat het wortelteken enkel op de teller van de breuk. Voorbeelden a)

冑

16 冪16 4 = = 25 冪25 5

b)

冪16

25

=

4 25

REKENMACHINE Bereken

Bereken

冑

169 = 64

冪169

64

=

Het symbool 冪 komt voor het eerst voor in 1525 in het wiskundeboek ‘Die Coss’ van Christoff Rudolff. Volgens sommige geschiedkundigen heeft Rudolff het symbool 冪 aangenomen als wortelteken omdat het op de letter r gelijkt, de eerste letter van het Latijnse woord ‘radix’, dat wortel betekent.

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

199


Oefeningen REEKS A 119

120

Bereken. a) 冪81

=

d) 冪0

=

g) 冪100 =

b) 冪64

=

e) 冪144 =

h) 冪49 =

c) 冪9

=

f) 冪36 =

i) 冪4

Bereken. a) 冪134 689

=

c)

b) 冪2 992,09 =

d)

冑

=

1 296 = 5 184

冪1 024

16

=

REEKS B 121

Bereken.

a)

冑

=

c)

冑

=

e)

冑

b)

冑

=

d)

冑

=

f)

冑

144 = 169

d)

=

g)

=

h)

=

i)

4 25 81 64

16 49 16 81

49 = 100 36 = 121

1 2

122

Bereken.

3 4

a)

5 6 7

b)

8 9 10

c)

冑 冑

63 7

冑

=

e)

147 = 3

f)

11 12 13

200

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

冪81

36 冪225

225 18 冪64

冪25

49

冑

0 8

冪121

11

=

=

=


5.2.9 Volgorde van de bewerkingen Ook machten en vierkantswortels krijgen hun plaats in de volgorde van de bewerkingen.

Afspraak

Volgorde van de bewerkingen 1) Bewerkingen tussen haakjes

( ), []

2) Machten en vierkantswortels

a , 冪a

3) Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts

ⴢ, :

4) Optellen en aftrekken van links naar rechts

+, −

n

Voorbeelden a) 2 + 3

c) 2 3 : 冪16

3

=

=

=

=

b) 2 ⴢ (3 2 + 4 ⴢ 2 0)

d)

3 2 + 5 ⴢ (2 + 3) 22 − 4 : 2

=

=

=

=

=

=

=

= =

Opmerking Bij het vierkantswortelteken moet alles wat onder het wortelteken staat, eerst uitgewerkt worden alsof het tussen haakjes staat. 冪7 ⴢ 4 + 8

= = =

REKENMACHINE Bereken 2 3 + ( 冪36 − 4) =

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

201


Oefeningen REEKS A 123

Bereken. a) 2 2 ⴢ 5 2

2

b) 6 : 4

3

c) 2 − 2

d)

2

2

+

i) 冪36 + 3

f) (2 + 5) 2

j) 冪26 − 1

g) 25 : 5

冉冊 冉冊 1 2

e) 4 0 ⴢ 5 1

2 3

2

h) 7 − 3

2

k) (27 : 9) 3

冑

81 16

l) 3 ⴢ

REEKS B 124

1 2

Deze oefeningen zijn foutief opgelost. Duid de fouten aan. Bereken daarna op de correcte manier. fout

correct

a) 6 + 3 ⴢ 8 =9ⴢ8 = 72

6+3ⴢ8 = =

3 4 5 6

b) 2 + 共3 + 4兲 2 = 2 + (3 + 16) = 2 + 19 = 21

9 10 11

c) 12 + 7 2 ⴢ 3 − 6 = 12 + 14 ⴢ 3 − 6 = 26 ⴢ 3 − 6 = 78 – 6 = 72

12

=

2

12 + 7 ⴢ 3 − 6 = = = =

13

202

=

=

7 8

2 + 共3 + 4 兲 2

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

冑

16 9


R

125

Bereken. a) 4 : 8 + 8

f) 6 2 + 7 ⴢ 冪4

b) 6 ⴢ (20 − 2 3)

g) (3 2 + 2 2) 2

2

c) 4 : 2 ⴢ 4

h) 冪5 2 + 3 ⴢ 8

d) (2 + 3 ⴢ 1) 3

i) 冪2 ⴢ 3 + 5 ⴢ 6

e) (7 2 − 5) : 2

j) 2 4 : (2 3 : 4)

2

126

Bereken. Rond af tot op drie cijfers na de komma. a) (0,5) 2 + 0,23 ⴢ (0,97 + 1,6) =

d) 1,6 2 + 1,3 2 ⴢ (0,3 + 2 3)

=

b) (12,72 ⴢ 0,4) 2 − 0,22

=

e) (2,5 − 1,03) 2 + 16,337

=

=

f) 16 3 − (2,4 ⴢ 3 2)

=

3

c) 3,6 : 0,38 – 5,4

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

203


127

Bereken. a)

冑

b)

冉 冊 冉 冊

16 1 − 25 3

12 36

3

+

5 1 − 9 3

c)

冉

冊

d)

冉 冑冊

10 17 冪 11 − ⴢ 64 + 3 6 4

4 − 3

1 4

2

REEKS C 128

1

Zoek tien verschillende bewerkingen met vier cijfers. Gebruik in elke bewerking enkel het cijfer 4. Zorg ervoor dat de uitkomst telkens een ander getal van 0 tot en met 9 is. Het gebruik van haakjes is natuurlijk toegelaten. 0 =

2

1

3

2 =

(4 ⴢ 4) – (4 ⴢ 4)

=

4

3 = 5 6

4 =

7

5 =

8

6 =

9

7

=

10 11

8 =

12

9 =

13

204

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


5.3

Rekentechnieken

5.3.1 Wisselen De optelling en de aftrekking Vul in met = of ≠.

Besluit

+

+

4−3

3−4

2,5 + 0,7

0,7 + 2,5

2,5 − 0,7

0,7 − 2,5

1 1 + 2 3

1 1 + 3 2

1 1 − 2 3

1 1 − 3 2

a+b

b+a

a−b

b−a

Wisselen bij de optelling Bij de optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat het resultaat verandert. In symbolen:

De vermenigvuldiging en de deling Vul in met = of ≠.

Besluit

8:2

2:8

4 ⴢ 0,5

0,5 ⴢ 4

0,1 : 10

10 : 0,1

3 1 ⴢ 4 2

1 3 ⴢ 2 4

3 1 : 4 2

1 3 : 2 4

aⴢb

bⴢa

a:b

b:a

Wisselen bij de vermenigvuldiging Bij de vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat het resultaat verandert. In symbolen:

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

205


5.3.2 Schakelen Je leerkracht verdeelt de klas in drie groepen. Elke groep berekent de voor hen bestemde opgaven. groep 1

Besluit

groep 2

groep 3

4+8+3=

(4 + 8) + 3 =

4 + (8 + 3) =

8–4–2=

(8 – 4) – 2 =

8 – (4 – 2) =

6,2 ⴢ 5 ⴢ 2 =

(6,2 ⴢ 5) ⴢ 2 =

6,2 ⴢ (5 ⴢ 2) =

24 : 6 : 2 =

(24 : 6) : 2 =

24 : (6 : 2) =

Schakelen Bij de optelling en de vermenigvuldiging mag je de haakjes van plaats veranderen zonder dat het resultaat verandert. Die eigenschap heet schakelen. In symbolen:

Opmerking De eigenschappen ‘wisselen’ en ‘schakelen’ kun je handig gebruiken bij het hoofdrekenen.

1

• 428 + 143 = 400 + 20 + 8 + 100 + 40 + 3 = (400 + 100) + (20 + 40) + (8 + 3) = 500 + 60 + 11 = 571

2 3 4 5 6

• 25 ⴢ 24 = 25 ⴢ (4 ⴢ 6) = (25 ⴢ 4) ⴢ 6 = 100 ⴢ 6 = 600

7 8 9 10 11 12

• 16 + 35 + 14 = 16 + 14 + 35 = (16 + 14) + 35 = 30 + 35 = 65

13

206

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


5.3.3 Verdelen

campingweg

Op deze camping zijn de plaatsen netjes in twee groepen verdeeld, links en rechts van de campingweg.

3

+

4

2

Het aantal beschikbare plaatsen kun je op twee manieren berekenen. manier 1

manier 2

4 ⴢ (3 + 2) plaatsen = 4 ⴢ 5 plaatsen = 20 plaatsen

4 ⴢ 3 plaatsen + 4 ⴢ 2 plaatsen = 12 plaatsen + 8 plaatsen = 20 plaatsen

Je kunt dus besluiten dat 4 ⴢ (3 + 2) = 4 ⴢ 3 + 4 ⴢ 2. Die eigenschap heet verdelen.

Op dezelfde manier kun je afleiden dat 4 ⴢ (3 − 2) = 4 ⴢ 3 − 4 ⴢ 2

Besluit

Verdelen De vermenigvuldiging mag je verdelen over de optelling (en de aftrekking). In symbolen: a ⴢ (b + c) = a ⴢ (b – c) =

Opmerking Die eigenschap kun je handig gebruiken bij splitsen en verdelen bij hoofdrekenen. 17 ⴢ 12 = 17 ⴢ (10 + 2) = 17 ⴢ 10 + 17 ⴢ 2 = 170 + 34 = 204 25 ⴢ 19 =

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

207


Oefeningen REEKS A 129

130

Vink de toegepaste eigenschap aan. wisselen

schakelen

verdelen

a) 3 ⴢ 7 = 7 ⴢ 3

❒

❒

❒

b) 8 + (9 + 10) = (8 + 9) + 10

❒

❒

❒

c) 2 ⴢ (3 + 5) = 2 ⴢ 3 + 2 ⴢ 5

❒

❒

❒

d) (16 – 2) ⴢ 5 = 16 ⴢ 5 – 2 ⴢ 5

❒

❒

❒

e) 8 + 7 = 7 + 8

❒

❒

❒

f) 26 ⴢ 1 = 1 ⴢ 26

❒

❒

❒

g) (18 ⴢ 7) ⴢ 3 = 18 ⴢ (7 ⴢ 3)

❒

❒

❒

h) (6 + 5) ⴢ 7 = 6 ⴢ 7 + 5 ⴢ 7

❒

❒

❒

Gebruik de eigenschappen om de volgende oefeningen eenvoudig te berekenen. a) 2 ⴢ 7 ⴢ 5

=

b) 12 + 6 + 8 + 14

=

c) 13 ⴢ 7

=

d) 19 ⴢ 8

=

REEKS B 131

Toon met de getallen 15 en 7 aan dat je bij een aftrekking niet mag wisselen.

132

Toon met de getallen 16, 8 en 4 aan dat je bij een aftrekking niet mag schakelen.

133

Bereken 16 ⴢ (5 + 3) op twee verschillende manieren.

1 2 3 4 5 6 7

manier 1

8

manier 2

9 10 11

134

Toon met de getallen 8, 7 en 5 aan dat je de vermenigvuldiging mag verdelen over de aftrekking.

12 13

208

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


R

135

136

137

R

138

Bereken door handig gebruik te maken van de eigenschappen. a) 50 + 37 + 23

= 50 + (37 + 23) = 50 + 60 = 110

b) 27 + 38 + 23

=

c) 18 + 67 + 12 + 33

=

d) 37 + 25 + 43 + 15

=

e) 5 ⴢ 21 ⴢ 2

= 21 ⴢ 5 ⴢ 2 = 21 ⴢ (5 ⴢ 2) = 21 ⴢ 10 = 210

f) 25 ⴢ 6 ⴢ 4 ⴢ 2

=

g) 8 ⴢ 56 ⴢ 125

=

h) 4 ⴢ 2 ⴢ 6 ⴢ 125

=

Bereken door handig gebruik te maken van de eigenschappen. a) 5 ⴢ 12 ⴢ 9

= 5 ⴢ 2 ⴢ 6 ⴢ 9 = 10 ⴢ 54 = 540

b) 16 ⴢ 75

=

c) 32 ⴢ 125 ⴢ 2

=

d) 24 ⴢ 8 ⴢ 25

=

Vink de toegepaste eigenschap aan. wisselen

schakelen

verdelen

a) x + y = y + x

❒

❒

❒

b) m ⴢ (q ⴢ p) = (m ⴢ q) ⴢ p

❒

❒

❒

c) a ⴢ c + b ⴢ c = (a + b) ⴢ c

❒

❒

❒

d) r ⴢ (s – t) = r ⴢ s – r ⴢ t

❒

❒

❒

e) a ⴢ 7 = 7 ⴢ a

❒

❒

❒

Bereken met de verdeeleigenschap. a) 5 ⴢ (10 + 7)

=

b) (80 – 3) ⴢ 6

=

c) 3 ⴢ (70 + 5)

=

d) (20 − 3) ⴢ 4

=

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

209


R

139

Los op door splitsen en verdelen. a) 42 ⴢ 9

= 42 ⴢ (10 – 1) = 420 – 42 = 378

b) 45 ⴢ 11

=

c) 8 ⴢ 98

=

d) 199 ⴢ 7

=

e) 127 ⴢ 8

=

REEKS C 140

141

Los op door splitsen en verdelen. a) 17 ⴢ 2,99

=

b) 23 ⴢ 1,02

=

c) 32 ⴢ 3,98

=

d) 41 ⴢ 5,01

=

e) 27 ⴢ 3,03

=

Bereken met de verdeeleigenschap.

冉21 + 43 冊 = 2 3 b) 冉 + 冊 ⴢ 20 = 5 2 5 5 c) 12 ⴢ 冉 − 冊 = 4 6 7 d) 冉7 − 冊 ⴢ 9 = 3 a) 8 ⴢ

1 2 3 4 5

冉87 − 65 冊 ⴢ 48 = 2 5 f) 18 ⴢ 冉 + 冊 = 3 6 9 3 g) 冉 + 冊 ⴢ 56 = 14 4 6 2 h) 35 ⴢ 冉 − 冊 = 7 5 e)

6 7

142

Bereken met de verdeeleigenschap. De letters stellen positieve getallen voor.

8 9 10

a) 3 ⴢ (a + b)

=

d) (2f – 3) ⴢ 4

b) 6 ⴢ (k – 7)

=

e) 8 ⴢ (7a + 2b) =

c) (g + 13) ⴢ 5

=

f) (2x – 5y) ⴢ 9 =

=

11 12 13

210

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


STUDIEWIJZER Rekenen met positieve getallen voor de leerling

5.1 De positieve rationale getallen KENNEN

voor de leerkracht

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

Een positief rationaal getal is het resultaat van een deling van twee natuurlijke getallen, waarbij het tweede getal niet 0 is. Gelijknamige breuken zijn breuken met eenzelfde noemer.

KUNNEN Breuken vereenvoudigen. Breuken gelijknamig maken. Procenten omzetten in onvereenvoudigbare breuken. Een breuk omzetten naar de decimale schrijfwijze. Een decimale schrijfwijze omzetten naar de breukvorm. Getallen passend afronden. De rekenmachine passend gebruiken.

5.2 Bewerkingen met positieve rationale getallen KENNEN De volgorde van de bewerkingen: 1) Bewerkingen tussen haakjes 2) Machten en vierkantswortels 3) Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts 4) Optellen en aftrekken van links naar rechts

( ), [ ] a n, 冪a ⴢ, : +, −

KUNNEN De gepaste benamingen (som, termen, factoren ...) hanteren. Resultaten van bewerkingen schatten. Bewerkingen met natuurlijke, decimale getallen en breuken uitvoeren. Een rekenmachine passend gebruiken. De volgorde van de bewerkingen toepassen. Vraagstukken oplossen met behulp van de bewerkingen.

5.3 Rekentechnieken KENNEN Bij de optelling mag je de termen van plaats wisselen zonder dat het resultaat verandert. a+b=b+a Bij de vermenigvuldiging mag je de factoren van plaats wisselen zonder dat het resultaat verandert. aⴢb=bⴢa Bij de optelling en de vermenigvuldiging mag je de haakjes van plaats veranderen zonder dat het resultaat verandert. Die eigenschap heet schakelen. (a + b) + c = a + (b + c) = a + b + c (a ⴢ b) ⴢ c = a ⴢ (b ⴢ c) = a ⴢ b ⴢ c De vermenigvuldiging mag je verdelen over de optelling (en de aftrekking). a ⴢ (b + c) = a ⴢ b + a ⴢ c a ⴢ (b − c) = a ⴢ b − a ⴢ c

KUNNEN De eigenschappen wisselen, schakelen en verdelen gebruiken bij hoofdrekenen.

Pienter Rekenen HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN

211


Pienter problemen oplossen Welke tips gebruik je om de onderstaande problemen op te lossen? concreet materiaal

filter

schets

patroon

schema/tabel

kennis

vereenvoudig

logisch nadenken

gok verstandig g

eide wer wil zijn w palen 1. Een landbou rvoor moet hij omheinen. Daa zelfde ij overal op de plaatsen die h kaar wil. afstand van el die hij ootste afstand a) Wat is de gr ssen de palen? kan nemen tu len b) Hoeveel pa

2. Een tuin is rechthoekig en meet 30 m op Als ik met een 12 m. grasmaaier va n 30 cm maaibreedte w erk, hoeveel m eter moet ik da meer aďŹ&#x201A;eggen n dan wanneer ik met een grasmaaier va n 40 cm zou w erken?

odig?

heeft hij dan n

42 m 24 m

18 m 66 m

1 2 3 4 5 6

kluisjessysteem ert een nieuw le al st in l o oo h voor 4. De sc merde kluisjes m u n ge rd de jn dicht. met hon Alle kluisjes zi . n ge lin er le spreken honderd gebruikname in n va g da te Op de eers lgende af: erlingen het vo le rd de on h de jes openen. g zal alle kluis lin er le te rs ee De n veelvoud zijn kluisjes die ee de l za de ee uiten of wat De tw (wat open is sl n le se is w om van 2, ). 3. In een ondo voud zijn dicht is openen orzichtige doos jes die een veel is u kl le al l za zi e tten vijf zwarte balle De derd n en vijf witte len. Enzovoort. balleen eest zijn, a) Hoeveel ba n . van 3, omwisse gen langs gew llen moet ik er lin er le rd de blindelings uit zijn? Als alle hon halen om min zullen dan open s je is u kl el st ve en n s twee ballen va hoe n dezelfde kleu r te hebben?

7 8 9 10

b) Hoeveel ba llen moet ik er blindelings uit halen om min stens twee ballen va n een verschillende kleur te hebbe n?

11 12 13

212

HOOFDSTUK 5 I POSITIEVE RATIONALE GETALLEN


HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

6.1

Camerastandpunten en aanzichten

6.2 Vlakke voorstelling van ruimtefiguren 6.3 Europese projectie Studiewijzer Pienter problemen oplossen

₂₁₄ ₂₂₂ ₂₃₂ ₂₃₇ ₂₃₈

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

213


6.1

Camerastandpunt en aanzichten Je fotografeert een beer vanuit verschillende camerastandpunten. Zo krijg je verschillende aanzichten van de beer.

1

Hiernaast zie je het bovenaanzicht van de beer.

2

6

3

5 4

Noteer bij elke foto hieronder het nummer van de camera waarmee de foto genomen is.

camera

camera

camera

camera

camera

camera

De meest gebruikte aanzichten zijn het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

1 2 3 4 5 6

Teken het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht van de blokkenstapeling. Houd rekening met de kleur van de blokken. De pijl duidt het vooraanzicht aan.

7 8 9 10 11 12 13

214

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


Oefeningen REEKS A 1

Noteer bij elk beeld het nummer van de camera waarmee het beeld is gemaakt.

a) 6

1

5

2

4

3

camera

b) c)

camera

2

camera

Vul in. Kies uit vooraanzicht, bovenaanzicht en linkerzijaanzicht. a)

b)

c)

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

215


3

Duid van de blokkenstapeling het passende vooraanzicht, bovenaanzicht en linkerzijaanzicht aan. vooraanzicht

❒

❒

❒

❒

❒

❒

❒

bovenaanzicht

❒ linkerzijaanzicht

❒

4

1

Teken van elke blokkenstapeling het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. Houd rekening met de kleur van de blokken. a)

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

b)

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

216

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


REEKS B 5

6

Kobe neemt een foto van zijn vrienden. Duid de foto aan die door Kobe is genomen.

a) ❒

c) ❒

b) ❒

d) ❒

Vink het juiste grondplan van het huis aan.

a) ❒

b) ❒

c) ❒

d) ❒

e) ❒

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

217


7

Je rijdt de wijk binnen via ingang A. Met welke ingang, 1 tot en met 9, op het grondplan komt ingang A overeen? 3

→

2

→

→

1

9→

→

4

→

5

7

A

→

→

→

8→

6

Ingang A komt overeen met ingang

8

op het grondplan.

Teken van elke blokkenstapeling het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. Houd rekening met de kleur van de blokken. a)

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

b)

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

1 2 3 4

c) 5 6 7 8 9 10 11 12 13

218

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


9

Welk huis hoort bij het gegeven vooraanzicht?

a) ❒

b) ❒

10

c) ❒

d) ❒

Op het bovenaanzicht van de auto zijn een aantal onderdelen genummerd. Plaats die nummers bij het overeenkomstige onderdeel op de andere aanzichten van de auto.

1 2

8 7

3

6

4 5

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

219


11

Van een klein appartementsgebouw met vijf flats vind je hieronder de plattegronden. De gelijkvloerse en de eerste verdieping zijn identiek.

gelijkvloerse en eerste verdieping

L

tweede verdieping

M N

P

O

A

C

B

D Q

leefruimte J I

E

R

F

leefruimte

K leefruimte S

H schaal 1 : 200 schaal 1 : 200

a) Van welk appartementsgebouw zijn hierboven de grondplannen getekend?

1 2 3

❒

❒

❒

❒

4 5

b) Er moeten nog een aantal metingen gebeuren op het plan. op plan

6

in werkelijkheid

7 8 9

• De lengte van de keukenmuur [AB]:

=

mm

• De lengte van de slaapkamermuur [LM]:

=

mm

• De hoek C— D E van het dakgebinte:

=

º

10 11 12 13

220

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


12

Met welke toren op het grondplan komt de rode toren overeen?

2 1

3

6 7

5

4

10 8

9

11

De rode toren komt overeen met toren

op het grondplan.

REEKS C 13

Schets het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht van het nestkastje. bovenaanzicht

14

linkerzijaanzicht

vooraanzicht

Duid het juiste vooraanzicht aan van de blokkenstapeling waarvan het bovenaanzicht gegeven is.

bovenaanzicht

a) ❒

c) ❒

b) ❒

d) ❒

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

221


6.2

Vlakke voorstelling van ruimtefiguren

6.2.1 Inleiding Het is mogelijk om voorwerpen en figuren zodanig weer te geven in een plat vlak dat ze driedimensionaal lijken. Bij deze weergave worden ruimte en diepte gesuggereerd. Deze vlakke voorstelling van ruimtefiguren noem je perspectief.

6.2.2 Soorten perspectief P

Eénvluchtpuntperspectief Bij éénvluchtpuntperspectief lopen alle vluchtlijnen naar een denkbeeldig punt (P). Het voorvlak is naar de kijker gericht.

Isometrisch perspectief Bij isometrisch perspectief worden alle vluchtlijnen getekend onder een hoek van 30º ten opzichte van de horizon. De vluchtlijnen zijn evenwijdig. De vluchtlijnen teken je op ware grootte.

1

Een opstaande ribbe is naar de kijker gericht.

2 3

30°

30°

4 5

Cavalièreperspectief Bij een cavalièreperspectief worden alle vluchtlijnen getekend onder een hoek van 45º ten opzichte van de horizon. De vluchtlijnen zijn evenwijdig. De vluchtlijnen worden getekend met een verkortingsfactor 0,5.

6 7 8 9 10

45°

11

Het voorvlak is naar de kijker gericht.

12 13

222

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


6.2.3 Het cavalièreperspectief wijkhoek (45°)

Bij een cavalièreperspectief bekijk je het lichaam recht op een zijvlak.

onzichtbare ribben in streepjeslijnen

Om diepte te suggereren, teken je de andere zichtbare vlakken onder een wijkhoek van 45º. De ribben van die vlakken teken je met verkortingsfactor 0,5. Gevolgen:

vluchtlijn met verkortingsfactor 0,5 ten opzichte van de werkelijke lengte

• Evenwijdige lijnen stel je evenwijdig voor. • Evenwijdige lijnstukken die even lang zijn, stel je als even lange lijnstukken voor. Afspraak: Onzichtbare ribben stel je met streepjeslijnen voor.

Voorbeeld Vul de voorstelling in cavalièreperspectief van een kubus met een ribbe van 4 cm aan. Het voorvlak van de kubus is al getekend.

Perspectief De eerste sporen van perspectief treffen we aan in de Griekse oudheid, rond 500 voor Christus. De Oude Grieken brengen dan al perspectieftekeningen op hun vazen aan. Ook de Romeinen beheersen de techniek van het perspectieftekenen. Maar met de ondergang van het Romeinse Rijk gaat de techniek een tijd verloren. Perspectief wordt als bedrieglijk omschreven. Pas in de renaissance (vijftiende eeuw) grijpen een aantal architecten terug naar het perspectieftekenen. De Italianen Filippo Brunelleschi (1377−1446) en Leon Battista Alberti (1407−1472) leggen de basis. Zij stellen een aantal regels voor perspectieftekenen op. De term ‘cavalièreperspectief⬘ komt van het Franse ‘cavalier⬘. Bij militaire versterkingen is ‘cavalier⬘ een kunstmatige heuvel achter bouwwerken. De heuvel is hoger dan de bouwwerken, zodat men de vijand in aantocht kan zien. Het cavalièreperspectief is een voorstelling van hoe men de dingen ziet van op die heuvel.

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

223


Oefeningen REEKS B 15

16

In welk perspectief is de ruimtefiguur getekend? a)

c)

e)

b)

d)

f)

Welke gele lijn is het langst op de foto? Bepaal je antwoord eerst zonder te meten. Controleer daarna het antwoord door meting. a) Welke lijn lijkt het langst?

❒ lijn 1

2

❒ lijn 2

b) Meten van de lijnen:

1 1

• lijn 1:

mm

• lijn 2:

mm

2 3 4 5

17

Door even grote kubussen te stapelen, kun je de constructies verkrijgen. Hoeveel kubusjes worden gebruikt? a)

b)

c)

aantal kubussen:

aantal kubussen:

aantal kubussen:

6 7 8 9 10 11 12 13

224

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


18

Bepaal de werkelijke lengte, breedte en hoogte van de balken, die in cavalièreperspectief getekend zijn. a)

19

b)

• lengte:

mm

• lengte:

mm

• breedte:

mm

• breedte:

mm

• hoogte:

mm

• hoogte:

mm

Het kastje is getekend in cavalièreperspectief op schaal 1 : 25. Bepaal de gevraagde afmetingen in werkelijkheid. a) hoogte van een poot van het kastje

b) lengte van een poot van het kastje

c) hoogte van het kastje (met poten)

d) lengte van de lade

20

Vervolledig de ruimtefiguren in cavalièreperspectief. a)

b)

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

225


21

Maak een schets in cavalièreperspectief van de afgebeelde voorwerpen. afbeelding

voorbeeld

schets

a)

b)

c)

1

REEKS C

2 3 4

22

Schets het cavalièreperspectief van de gegeven figuren. a) een kubus

5 6 7 8 9 10 11 12 13

226

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

b) een balk

c) een balk die twee keer zo hoog als breed is


R

23

Schets het kastje in cavalièreperspectief.

24

Teken de ruimtefiguur in cavalièreperspectief. a) kubus met ribbe 3 cm

25

b) balk met lengte 4 cm, breedte 3 cm en hoogte 2 cm

Bepaal het minimale en maximale aantal blokken dat mogelijk is in de stapeling. a)

b)

• minimaal aantal blokken:

• minimaal aantal blokken:

• maximaal aantal blokken:

• maximaal aantal blokken:

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

227


26

Een balkvormig appartementsgebouw heeft een hoogte van 40 m, een lengte van 24 m en een breedte van 20 m. Maak een voorstelling van de wolkenkrabber in cavalièreperspectief op schaal 1 : 1 000.

27

Schets een blokkenstapeling, waarvan de aanzichten gegeven zijn, in cavalièreperspectief. vooraanzicht

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

228

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht


6.2.4 Ruimtecoördinaten Ook in de ruimte kun je een oorsprong bepalen om een assenstelsel op te bouwen.

h (cm)

48 b (cm)

30

Bij het serverkastje hiernaast kies je de oorsprong zodat je drie assen kunt bepalen die de lengte (l), de breedte (b) en de hoogte (h) van het kastje aanduiden. Bepaal de afmetingen van het serverkastje aan de hand van de gegevens op de figuur.

60 l (cm) 0

• lengte

=

cm

• breedte

=

cm

• hoogte

=

cm

Met een 3D-assenstelsel kun je de coördinaat van een punt in de ruimte bepalen. Daarvoor gebruik je naast een x-as en een y-as ook een z-as.

z

A

1 1

x

y O

1

Een coördinaat van een punt bestaat uit drie getallen: • Het eerste coördinaatgetal of de x-coördinaat wordt afgelezen op de x-as. • Het tweede coördinaatgetal of de y-coördinaat wordt afgelezen op de y-as. • Het derde coördinaatgetal of de z-coördinaat wordt afgelezen op de z-as. Notatie: co (A) = (x, y, z) Bepaal de coördinaat van het punt A, dat getekend is in het assenstelsel hiernaast. co (A) = (

,

,

)

De techniek van coördinaten in de ruimte, ook wel 3D-coördinaten genoemd, wordt gebruikt bij neurochirurgie. Dat zijn operaties die op de hersenen worden uitgevoerd. Om moeilijk bereikbare plaatsen in de hersenen heel precies te kunnen aanduiden, maakt de chirurg een scan van de hersenen. Bij die scan wordt de positie aangegeven met coördinaten.

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

229


Oefeningen REEKS B 28

Bepaal de coördinaat van de punten die in het assenstelsel getekend zijn. a)

b)

z

z

B

D

A

F

1 1

1 y

C

O 1

1

x

29

O

y

E

1

x

• co (A) = (

,

,

)

• co (D) = (

,

,

)

• co (B) = (

,

,

)

• co (E) = (

,

,

)

• co (C) = (

,

,

)

• co (F) = (

,

,

)

Bepaal de coördinaten van de hoekpunten van de ruimtefiguren. z

a)

z

b) E

E

H

F

H

F

G

G 1 1

1

O

A

1 1

B

2 3

x

1

y

D

O

x

D

C

4

A 1

B

y

C

5

• co (A) = (

,

,

)

• co (A) = (

,

,

)

6

• co (B) = (

,

,

)

• co (B) = (

,

,

)

7

• co (C) = (

,

,

)

• co (C) = (

,

,

)

8

• co (D) = (

,

,

)

• co (D) = (

,

,

)

9

• co (E) = (

,

,

)

• co (E) = (

,

,

)

10

• co (F) = (

,

,

)

• co (F) = (

,

,

)

11

• co (G) = (

,

,

)

• co (G) = (

,

,

)

12

• co (H) = (

,

,

)

• co (H) = (

,

,

)

13

230

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


30

Op de speelplaats staat een speleobox: een grote balk verdeeld in hokjes met gangen waar je in het donker de weg naar de uitgang moet zoeken. Je legt een weg af door de hokjes van de speleobox. Het punt vooraan, bovenaan rechts van elk hokje heeft een coördinaat. Bepaal de coördinaat van het punt vooraan, bovenaan rechts van elk van de omschreven hokjes. z

y

x

a) Via de ingang kom je in het eerste hokje. b) Je kruipt 1 hokje naar de achterzijde toe. c) Nu ga je 2 hokjes naar boven. d) Je vervolgt je weg door 3 blokjes naar links te kruipen. e) Ten slotte kruip je nog 1 blokje naar voren toe.

REEKS C 31

Plaats de punten met de gegeven coördinaat in het assenstelsel. a) • A (2, 5, 3) • B (6, 1, 7) • C (0, 6, 1)

b) • D (1, 6, 3) • E (0, 0, 5) • F (5, 4, 7)

z

z

1 1

x

1 y

O

1

1

y O

1

x

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

231


6.3

Europese projectie Inleiding Een projectietekening is een tekening waarin je een driedimensionaal voorwerp weergeeft door verschillende aanzichten van dat voorwerp te tekenen. Bij de Europese projectie teken je het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht

ICT

vooraanzicht

linkerzijaanzicht

Een projectietekening Om een projectietekening te maken, ga je als volgt te werk.

vooraanzicht

bovenaanzicht

linkerzijaanzicht

bovenaanzicht

1

Kleurafspraken

2

• vooraanzicht: geel • bovenaanzicht: rood • linkerzijaanzicht: blauw

3 4 5

Werkwijze

6

Stap 1

7 8

Stap 2 Je tekent de dragers van de zijden van het vooraanzicht als hulplijnen voor het boven- en linkerzijaanzicht.

9

Stap 3 Onder het vooraanzicht teken je het bovenaanzicht.

10 11 12

Je tekent het vooraanzicht.

Stap 4 Je tekent de dragers van de horizontale zijden van het bovenaanzicht als hulplijnen voor het linkerzijaanzicht. Vanaf het punt waar die dragers de schuine lijn van het sjabloon snijden, teken je een verticale hulplijn naar boven. Stap 5 Je tekent het linkerzijaanzicht naast het vooraanzicht.

13

232

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


Probeer nu zelf Maak de projectietekening van de ruimtefiguur.

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

233


REEKS A 32

Slechts één projectietekening van de ruimtefiguur is juist. Duid de juiste projectietekening aan. a)

❑ b)

c)

❑

❑

33

Duid de juiste Europese projectie van de ruimtefiguur aan. b)

d)

1 2 3

❑

4

❑

5 6

a)

c)

e)

7 8 9 10 11 12

❑

13

234

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

❑

❑


REEKS B 34

Van welke ruimtefiguur is de Europese projectie getekend? b)

d)

❑

a)

c)

❑

35

❑ e)

❑

❑

Teken het ontbrekende aanzicht. Vul de namen van de aanzichten in.

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

235


REEKS C 36

Maak een projectietekening van de ruimtefiguren. Gebruik de Europese projectie. a)

b)

1

c)

2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

236

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN


STUDIEWIJZER Aanzichten en perspectieven voor de leerling

6.1 Camerastandpunten en aanzichten KUNNEN

voor de leerkracht

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

−

+ −

+

Het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht van een 3D-object herkennen. Vlakke voorstellingen van ruimtelijke situaties interpreteren. Het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht van een blokkenstapeling tekenen.

6.2 Vlakke voorstelling van ruimtefiguren KENNEN Perspectief is een vlakke voorstelling van ruimtefiguren waarbij je ruimte en diepte suggereert. Soorten perspectief: éénvluchtpuntperspectief, isometrisch perspectief, cavalièreperspectief.

KUNNEN Ruimtefiguren vanuit perspectieven onderscheiden. Soorten perspectieven onderscheiden. Perspectieven van ruimtefiguren interpreteren. Een kubus en een balk in cavalièreperspectief voorstellen. Punten in de ruimte door middel van ruimtecoördinaten bepalen.

6.3 Europese projectie KENNEN Een projectietekening is een tekening waarin je een driedimensionaal voorwerp weergeeft door verschillende aanzichten van dat voorwerp te tekenen. Kleurafspraken bij de Europese projectie: • vooraanzicht: geel, • bovenaanzicht: rood, • linkerzijaanzicht: blauw.

KUNNEN De Europese projectie van een ruimtefiguur herkennen. De Europese projectie van een ruimtefiguur tekenen.

Pienter Rekenen

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

237


Pienter problemen oplossen Welke tips gebruik je om de onderstaande problemen op te lossen? concreet materiaal

filter

schets

patroon

schema/tabel

kennis

vereenvoudig

logisch nadenken

gok verstandig

oene, blauwe, drie gr ie dr , le ge ee en tw sloten zak zitt 1. In een afge ballen. te it acht w en te en. ar zw er vi n uit de zak nem lle zijn dat je ba gs lin de en om zeker te em n Je moet blin s en st in moet je m Hoeveel ballen r hebt? n dezelfde kleu twee ballen va 2. Ontdek met de on

derstaande ‘sle

A

B

D G

E H

utel’ het gehei

C F

J

K N

M

I

me woord.

L O

T

U

W X

V

P

Q

de 6 liter water in 4. Davina giet . bovenste buis enveel rong gaat er ev Bij elke tweesp ide kanten. water naar be tten? zal vat B beva Hoeveel water

1

A

B

C

D

E

F

Z Y

R

3. Kraak de co de.

2

S

3 4 5 6 7 8 9 10 11

B·D=5 F+E=6

C+B=4 B+A=5

12 13

238

HOOFDSTUK 6 I AANZICHTEN EN PERSPECTIEVEN

F–C+B=4

A A+E–B=3

B


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Proefhoofdstukken Pienter 1 (editie 2019) - Hoofdstuk 5 en 6 by VAN IN - Issuu