Skip to main content

Praktisch strafrecht 2019 inhoudsopgave

Page 1

3

Inhoudsopgave Begrippenlijst

Inhoudsopgave DEEL I ALGEMEEN STRAFRECHT

11

Hoofdstuk 1 Belangrijke begrippen 1 Wat is strafrecht? 1.1 Belangrijke elementen in deze definitie 1.2 Het legaliteitsbeginsel 1.2.1 Nullum crimen sine lege: geen misdrijf zonder wet 1.2.2 Nulla poena sine lege: geen straf zonder wet 1.2.3 Het legaliteitsbeginsel heeft een aantal gevolgen 2 De bronnen van het strafrecht 2.1 Wetgeving 2.2 Rechtspraak 2.3 Rechtsleer 3 De strafgerechten: organigram 4 Werking in de tijd: de niet-retroactiviteit van de strafwet 5 De werking van de strafwet in de ruimte 5.1 Misdrijven gepleegd in België 5.2 Misdrijven gepleegd buiten België 6 De werking van de strafwet ten overstaan van personen

13 13 13 17 17 17 17 18 19 19 20 22 23 24 25 26 27

Hoofdstuk 2 De misdrijven 1 De indeling van de misdrijven 1.1 Het begrip ‘misdrijf’ 1.1.1 Een menselijke gedraging 1.1.2 Een strafbare gedraging 1.1.3 Een door de wet bestrafte gedraging 1.2 De wettelijke indeling van de gemeenrechtelijke misdrijven 1.2.1 Misdaden, wanbedrijven en overtredingen 1.2.2 Correctionalisering en contraventionalisering 1.3 De indeling op basis van de aard van de misdrijven 1.3.1 Politieke misdrijven 1.3.2 Drukpersmisdrijven 1.4 De indeling van de misdrijven volgens materiële uitvoeringswijze 1.4.1 Aflopende en voortdurende misdrijven 1.4.2 Enkelvoudige en voortgezette misdrijven 1.4.3 Gelegenheidsmisdrijven en gewoontemisdrijven 2 De bestanddelen van het misdrijf 2.1 Het materieel bestanddeel van een misdrijf 2.1.1 Handelingsmisdrijven 2.1.2 Onthoudingsmisdrijven 2.1.3 Oneigenlijke onthoudingsmisdrijven 2.1.4 De causaliteit 2.1.5 De wederrechtelijkheid

30 30 30 30 30 31 31 32 32 33 33 35 37 37 38 38 39 39 40 40 40 41 42


4

Inhoudsopgave

2.2 Het moreel bestanddeel van een misdrijf 2.2.1 Het schuldbegrip 2.2.2 De opzettelijke misdrijven 2.2.3 De onachtzaamheidmisdrijven 3 Modaliteiten van het misdrijf en de strafbaarheid 3.1 De verzwarende omstandigheden 3.1.1 Subjectief verzwarende omstandigheden 3.1.2 Objectief verzwarende omstandigheden 3.2 De poging 3.2.1 Het voornemen om een misdrijf te plegen 3.2.2 Het begin van uitvoering 3.2.3 Niet voltooien van het misdrijf, buiten de wil van de dader 3.2.4 Bestraffing van de poging 3.3 Strafbare deelneming 3.3.1 Daders en mededaders 3.3.2 Medeplichtigen 3.3.3 Bestraffing 3.4 Rechtvaardigingsgronden 3.4.1 De objectieve rechtvaardigingsgronden 3.4.2 De subjectieve rechtvaardigingsgronden 3.4.3 De specifieke rechtvaardigingsgronden bij abortus en euthanasie 3.5 Verschoningsgronden 3.5.1 Beslissende of strafuitsluitende verschoningsgronden 3.5.2 Verzachtende of strafverminderende verschoningsgronden

43 43 43 45 47 47 48 49 49 50 50 51 51 51 52 53 54 55 55 67 71 73 73 75

Hoofdstuk 3 De straffen en sancties 1 Het strafbegrip 2 De indeling van de straffen 2.1 De wettelijke indeling 2.2 De hoofdstraffen 2.2.1 De vrijheidsberovende straffen 2.2.2 De geldboete als hoofdstraf 2.2.3 De werkstraf 2.2.4 De straf onder elektronisch toezicht 2.2.5 De autonome probatiestraf 2.3 De bijkomende straffen 2.3.1 De geldboete als bijkomende straf 2.3.2 De bijzondere verbeurdverklaring 2.3.3 De afzetting 2.3.4 De ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten 2.3.5 De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank 2.3.6 Het verbod een beroep uit te oefenen of een handel uit te baten 2.3.7 De bekendmaking van de veroordeling 2.3.8 Het verval van het recht tot sturen 2.4 De straffen toepasselijk op rechtspersonen 2.5 De sancties toepasselijk op minderjarigen 2.6 De geestesgestoorden 2.6.1 Wat is een geestesgestoorde? 2.6.2 Het psychiatrisch onderzoek 2.6.3 De internering

76 76 78 78 79 79 80 81 82 83 85 85 85 86 87 88 88 89 90 91 92 92 92 92 92


5

Inhoudsopgave Begrippenlijst

3 De straftoemeting 3.1 Algemene begrippen 3.2 Omstandigheden die de straf kunnen verminderen 3.2.1 Verzachtende omstandigheden 3.2.2 Strafverminderende verschoningsgronden 3.2.3 Samenloop van misdrijven 3.3 Omstandigheden die de straf kunnen verzwaren 3.3.1 Strafverzwarende omstandigheden 3.3.2 Herhaling 4 De modaliteiten van de straf 4.1 Algemeen 4.2 De opschorting van de uitspraak van de veroordeling 4.2.1 Begrip 4.2.2 De wettelijke toepassingsvoorwaarden 4.2.3 De bevoegde gerechten 4.2.4 De herroeping van de opschorting 4.3 Het uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf 4.3.1 Begrip 4.3.2 De wettelijke toepassingsvoorwaarden 4.3.3 De bevoegde gerechten 4.3.4 De herroeping van het uitstel 4.4 De probatie 4.4.1 Begrip 4.4.2 De probatievoorwaarden 4.4.3 De probatiecommissie 4.5 De uitvoering van de straf 4.5.1 Algemeen 4.5.2 Uitvoering van de vrijheidsberovende straffen 4.5.3 De uitvoering van de geldstraffen 4.5.4 Genade 4.5.5 De verjaring van de strafuitvoering 4.6 Het verval van de straffen 4.6.1 De dood van de veroordeelde 4.6.2 Amnestie 4.6.3 Herstel in eer en rechten 4.6.4 Uitwissing van de veroordelingen

93 93 94 94 96 97 99 99 100 101 101 101 101 101 102 102 102 102 103 103 103 104 104 104 104 104 104 105 108 108 109 109 109 109 109 110

Hoofdstuk 4 Toepassing van het algemeen strafrecht op het bijzonder strafrecht 1 Indeling en structuur van het strafwetboek 2 Complementaire en bijzondere wetten 2.1 Complementaire wetten 2.2 Bijzondere wetten 3 Art. 100 Sw. omtrent de toepassing van het algemeen strafrecht op de bijzondere strafwetten 3.1 Het principe van art. 100 Sw. 3.2 De uitzonderingen op de toepassing van het principe van art. 100 Sw.

111 111 111 111 112 112 112 112

Cases

114


6

Inhoudsopgave

DEEL II BIJZONDER STRAFRECHT Indeling en opbouw van het strafwetboek

133 135

Titel I Misdaden en wanbedrijven tegen de veiligheid van de Staat

136

Hoofdstuk 1: Aanslag op en samenspanning tegen de Koning, de Koninklijke familie en de regeringsvorm Hoofdstuk 2: Misdaden en wanbedrijven tegen de uitwendige veiligheid van de Staat (art. 113 – 123 decies Sw.) Hoofdstuk 3: Misdaden tegen de inwendige veiligheid van de Staat

136 136 137

Titel Ibis Ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht

138

Titel Iter Terroristische misdrijven

139

Titel II Misdaden en wanbedrijven die door de grondwet gewaarborgde rechten schenden

140 Hoofdstuk 1: Wanbedrijven betreffende de vrije uitoefening van de erediensten 140 Hoofdstuk 2: Schending door openbare ambtenaren van rechten door de grondwet gewaarborgd 141

Titel III Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare trouw Hoofdstuk 1: Valse munt Hoofdstuk 2: Namaking of vervalsing van openbare effecten, aandelen, schuldbrieven, rentebewijzen en bij de wet toegelaten bankbiljetten Hoofdstuk 2bis: Bescherming van de geldtekens die wettig betaalmiddel zijn Hoofdstuk 3: Namaking of vervalsing van zegels, stempels, merken enz. Hoofdstuk 4: Valsheid in geschriften, in informatica en in telegrammen (art. 193 – 214 Sw.) 1 Valsheid in geschriften 1.1 Definitie van het begrip ‘geschrift’ 1.2 De beschermde geschriften 1.3 Definitie van het begrip ‘vervalsing’ 1.4 Het bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden 2 Informaticamisdrijven 2.1 De valsheid in informatica 2.2 Informaticabedrog 2.3 Misdrijven tegen de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informaticasystemen en van de gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen Hoofdstuk 5: Vals getuigenis en meineed (art. 215 – 226 Sw.) Hoofdstuk 6: Aanmatiging van ambten, van titels of van een naam (art. 227 – 232 Sw.)

142 142 142 143 143 144 144 144 145 146 146 147 147 148

149 151 152


7

Inhoudsopgave Begrippenlijst

Titel IV Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde, gepleegd door personen die een openbaar ambt uitoefenen of door bedienaren der erediensten in de uitoefening van hun bediening Hoofdstuk 1: Samenspanning van ambtenaren (art. 233 – 236 Sw.) Hoofdstuk 2: Aanmatiging van macht door administratieve en rechterlijke overheden (art. 237 – 239 Sw.) Hoofdstuk 3: Verduistering, knevelarij en belangenneming gepleegd door personen die een openbaar ambt uitoefenen (art. 240 – 245 Sw.) Hoofdstuk 4: Omkoping van personen die een openbaar beroep uitoefenen (art. 246 – 252 Sw.) Hoofdstuk 5: Misbruik van gezag (art. 254 – 259 Sw.) Hoofdstuk 5bis: Afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie en telecommunicatie (art. 259bis Sw.) Hoofdstuk 6: Onwettige vervroegde of verlengde uitoefening van het openbaar gezag (art. 261 – 262 Sw.) Hoofdstuk 7: Enige wanbedrijven betreffende het houden van de akten van de burgerlijke stand Hoofdstuk 8: Misdrijven gepleegd door de bedienaren van de eredienst in de uitoefening van hun functie (art. 267 – 268 Sw.)

Titel V Misdaden of wanbedrijven tegen de openbare orde door bijzondere personen gepleegd Hoofdstuk 1: Weerspannigheid (art. 269 – 274 Sw.) Hoofdstuk 2: Smaad en geweld tegen ministers, leden van de wetgevende kamers, dragers van het openbaar gezag of van de openbare macht (art. 275 – 282 Sw.) Hoofdstuk 3: Zegelverbreking (art. 283 – 288 Sw.) Hoofdstuk 4: Belemmering van de uitvoering van openbare werken (art. 289 – 291 Sw.) Hoofdstuk 5: Misdaden en wanbedrijven van leveranciers (art. 292 – 298 Sw.) Hoofdstuk 6: Uitgeven of verspreiden van geschriften zonder vermelding van naam en woonplaats van de schrijver of van de drukker (art. 299 – 300 Sw.) Hoofdstuk 7: Overtreding van de wetten en verordeningen op loterijen, speelhuizen en pandhuizen (art. 301 – 308 Sw.) Hoofdstuk 8: Misdrijven betreffende de nijverheid, koophandel en openbare veilingen (art. 309 – 314 Sw.) Hoofdstuk 8bis: Misdrijven betreffende het geheim van de privécommunicatie en telecommunicatie Hoofdstuk 9: Enige andere misdrijven tegen de openbare orde (art. 315 – 321 Sw.)

153 154 154 154 155 156 156 156 156 157

158 158 158 159 159 159 160 160 160 160 160

Titel VI Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare veiligheid

162

Hoofdstuk 1: Vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen en criminele organisatie 1 Vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of eigendommen 1.1 Elementen van het misdrijf 1.2 Modaliteiten in de bestraffing van het misdrijf 1.3 Verschoningsgrond 2 Criminele organisaties 2.1 Bestanddelen van het misdrijf 2.2 Modaliteiten van het misdrijf 2.3 Verschoningsgrond

162 162 163 163 164 164 164 165 165


8

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 2: Bedreigingen met een aanslag op personen of op eigendommen en valse inlichtingen betreffende ernstige aanslagen (art. 327 – 331 Sw.) Hoofdstuk 3: Ontvluchting van gevangenen (art. 332 – 337 Sw.) Hoofdstuk 4: Banbreuk en enige gevallen van verberging (art. 338 – 341 Sw.) Hoofdstuk 5: Wanbedrijven tegen de openbare veiligheid gepleegd door landlopers of door bedelaars (art. 342 – 347 Sw.)

Titel VIbis Misdaden met betrekking tot het nemen van gijzelaars Titel VII Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid

166 166 166 166

167

168 168 168

Hoofdstuk 1: Vruchtafdrijving (art. 348 – 353 Sw.) Hoofdstuk 2: Art. 354 – 360bis Sw. Hoofdstuk 3: Misdaden en wanbedrijven strekkende tot het verhinderen of vernietigen van het bewijs van de burgerlijke staat van kinderen (art. 361 – 367 Sw.) 169 Hoofdstuk 4: Art. 368 – 371 Sw. 169 Hoofdstuk 5: Voyeurisme, aanranding van de eerbaarheid en verkrachting (art. 371/1 – 378bis Sw.) 169 1 Voyeurisme 169 2 Aanranding van de eerbaarheid 170 2.1 Aanranding van de eerbaarheid MET toestemming 170 2.2 Aanranding van de eerbaarheid zonder toestemming, met geweld of bedreiging 171 2.3 Verkrachting 172 Hoofdstuk 6: Bederf van de jeugd en prostitutie (art.379 – 382ter Sw.) 175 Hoofdstuk 7: Openbare schennis van de goede zeden (art. 383 – 389 Sw.) 176 Hoofdstuk 8: Dubbel huwelijk (art. 390 – 391 Sw.) 177 Hoofdstuk 9: Verlating van familie (art. 391bis – 391ter Sw.) 177 Hoofdstuk 10: Misdrijven en wanbedrijven inzake adoptie (art. 391quater – 391quinquies Sw.) 181 Hoofdstuk 11: Gedwongen huwelijk en gedwongen wettelijke samenwoning (art. 391sexies – octies Sw.) 181

Titel VIII Misdaden en wanbedrijven tegen personen Hoofdstuk 1: Opzettelijk doden, opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel, foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling (art. 392 – 417quinquies Sw.) 1 Wat is opzettelijk in dit verband? 2 Opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen 3 De verzwarende omstandigheden 3.1 Objectief verzwarende omstandigheden 3.2 Subjectief verzwarende omstandigheden 3.3 Specifiek verzwarende omstandigheden 4 Kwaadwillige verkeersbelemmering (art. 406 Sw.) 5 Verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht (art. 409 Sw.) 6 Verschoningsgronden 7 Rechtvaardigingsgronden 8 Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling Hoofdstuk 2: Onopzettelijk doden en onopzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel (art. 418 – 422quater Sw.) 1 Gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg: de fout 2 Letsels of de dood 3 Het oorzakelijk verband

182 182 182 183 184 185 186 186 187 188 188 189 189 190 190 191 192


9

Inhoudsopgave Begrippenlijst

4 Verschoningsgronden 5 Rechtvaardigingsgronden 6 Verzwarende omstandigheid: verkeersongeval 7 Specifieke gevallen 8 Enkele gevallen van schuldig verzuim Hoofdstuk 3: Aantasting van de persoon van minderjarigen, van kwetsbare personen en van het gezin (art. 423 – 433bis Sw.) Hoofdstuk 3bis: Exploitatie van bedelarij (art. 433ter – 433quater Sw.) Hoofdstuk 3ter: Mensenhandel (art. 433quinquies – 433novies Sw.) Hoofdstuk 3quater: Misbruik maken van andermans bijzonder kwetsbare positie door de verkoop, verhuur of terbeschikkingstelling van goederen met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren (art. 433decies – 433quinquiesdecies Sw.) Hoofdstuk 4: Aanslag op de persoonlijke vrijheid en op de onschendbaarheid van de woning, gepleegd door bijzondere personen (art. 434 – 442 Sw.) Hoofdstuk 4bis: Belaging (art. 442bis – 442ter Sw.) Hoofdstuk 4ter: Misbruik maken van de zwakke toestand van personen (art. 442quater Sw.) Hoofdstuk 5: Aanranding van de eer of de goede naam van personen (art. 443 – 452 Sw.) 1 Gemeenschappelijke bestanddelen 1.1 Klachtmisdrijf 1.2 Bijzondere grond van onschendbaarheid 2 Laster en eerroof 2.1 Gezamenlijke bestanddelen van de misdrijven laster en eerroof 2.2 Verschil tussen laster en eerroof 3 Lasterlijke aangifte 3.1 Bestanddelen van het misdrijf 3.2 Modaliteiten en bestraffing van het misdrijf 4 Lasterlijke aantijging toegestuurd aan een persoon tegen zijn ondergeschikte 4.1 Bestanddelen van het misdrijf 4.2 Modaliteiten en bestraffing van het misdrijf 5 Belediging 5.1 Bestanddelen van het misdrijf 5.2 Modaliteiten en bestraffing van het misdrijf 6 Kwaadwillige ruchtbaarheid 6.1 Bestanddelen van het misdrijf Hoofdstuk 6: Enige andere wanbedrijven tegen personen (art. 454 – 460ter Sw.)

Titel IX Misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen Hoofdstuk 1: Diefstal en afpersing (art. 461 – 488 Sw.) 1 Diefstal 1.1 Definitie van het begrip diefstal 1.2 Diefstal zonder geweld of bedreiging 1.3 Verzwarende omstandigheden en hun gevolgen voor de strafmaat 2 Afpersing Hoofdstuk 1bis: Externe beveiliging van kernmateriaal (art. 488bis Sw.) Hoofdstuk 2: Bedrog (art. 489 – 509quater Sw.) 1 Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement 1.1 Het stellen van bepaalde handelingen in de verdachte periode of het niet voldoen van bepaalde verplichtingen in het kader van het faillissement 1.2 Bepaalde handelingen die de failliete massa bezwaren 1.3 Bedrieglijke bankbreuk

192 192 193 193 193 196 200 200

201 202 203 204 204 204 204 204 205 205 206 206 206 207 207 207 207 207 207 208 208 208 209

210 210 210 210 211 213 217 218 218 218 218 219 220


10

Inhoudsopgave

1.4

Misdrijven die verband houden van de staat van faillissement, gepleegd door derden 1.5 Bedrieglijk onvermogen 2 Misbruik van vertrouwen 2.1 Bedrieglijke verduistering of verspilling van goederen 2.2 Misbruik van vennootschapsgoederen 2.3 Misbruik van vertrouwen ten aanzien van minderjarigen en bijzonder kwetsbare personen 2.4 Het bedingen van woekerinterest 2.5 Verduistering van procedurestukken 2.6 Vernietiging, verandering of verberging van een stuk waarvan de rechter de voorlegging beveelt 3 Oplichting en bedriegerij 3.1 Oplichting 3.2 Bedrog met betrekking tot munten 3.3 Bedrog met betrekking tot een zaak 3.4 Bedrog met betrekking tot de omvang van een zaak 3.5 Bedrog met voedingsmiddelen 4 Private omkoping 4.1 Bestanddelen van het misdrijf 4.2 Modaliteiten en bestraffing van het misdrijf 5 Heling 5.1 Bestanddelen van het misdrijf 5.2 Modaliteiten en bestraffing van het misdrijf 6 Witwassen 6.1 Bestanddelen van het misdrijf 6.2 Modaliteiten en bestraffing van het misdrijf 7 Enige andere soorten van bedrog Hoofdstuk 3: Vernieling, beschadiging, aanrichting van schade (art. 510 – 550 Sw.)

225 226 226 227 227 228 228 229 229 229 229 229 230 230 230 230 230 231

Titel IXbis Misdrijven tegen de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informaticasystemen en van de gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt en overgedragen

234

Titel X Overtredingen

235

Cases

236

Addendum

241

Geraadpleegde literatuur

272

220 221 222 222 223 224 224 225


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Praktisch strafrecht 2019 inhoudsopgave by VAN IN - Issuu