Basisbeginselen van de Belgische staatsstructuur
1
Het beginsel van de scheiding der machten
1.1
Het begrip ‘scheiding der machten’
Het beginsel van de scheiding der machten, door de Franse filosoof Montesquieu (1689-1755) beschreven in zijn De l’esprit des lois, houdt in dat de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht verdeeld moeten worden over verschillende instanties. Wanneer de drie machten door één enkele instantie uitgeoefend worden, zou dat de deur openzetten voor misbruik door de machthebbers. Door het principe van de scheiding der machten te hanteren, kan men voorkomen dat een staat een totalitair regime wordt. Het model van Montesquieu, waarin de macht opgedeeld wordt in een wetgevende, een uitvoerende en een rechterlijke macht, vormt de basis van de politieke inrichting van een heel aantal westerse landen waaronder ook België. De Belgische Grondwet bevat echter geen bepaling waarin expliciet wordt gesteld dat onze staatstructuur gekenmerkt wordt door een scheiding der machten. Het beginsel kan uit de Grondwet worden afgeleid, aangezien de artikelen 36, 37 en 40 de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht toekennen aan drie onderscheiden instanties. Deze artikelen hebben betrekking op de federale instellingen, maar ook op het niveau van de deelgebieden worden de wetgevende en de uitvoerende macht door afzonderlijke instellingen uitgeoefend. Artikel 36 van de Grondwet: ‘De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.’ Artikel 37 van de Grondwet: ‘De federale uitvoerende macht, zoals zij door de Grondwet is geregeld, berust bij de Koning.’ Artikel 40 van de Grondwet: ‘De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken. De arresten en vonnissen worden in naam des Konings ten uitvoer gelegd.’ De federale wetgevende macht wordt uitgeoefend door het federale parlement, dat samengesteld is uit de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat, en door de koning. De voornaamste bevoegdheden van de wetgevende macht zijn het maken van wetgeving en het controleren van de uitvoerende macht. De federale uitvoerende macht berust, zoals artikel 37 van de Grondwet voorschrijft, bij de koning. Aangezien de koning persoonlijk onverantwoordelijk is (zie titel 3.3), wordt de koning bijgestaan door de federale regering, namelijk de federale ministers en de staatssecretarissen. De koning en de federale regering staan in voor het algemene beleid van het land evenals voor de uitvoering van de wetten, die door de wetgevende macht zijn gemaakt. De derde staatsmacht, de rechterlijke macht, wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken. De rechtscolleges doen uitspraak over geschillen tussen burgers onderling maar ook tussen burgers en de overheid. Aangezien België een federale staat is (zie titel 4), worden de staatsmachten op verschillende niveaus uitgeoefend. Op het federale bestuursniveau treffen we de drie staatsmachten van het model van Montesquieu aan: er is een federale wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Op het niveau van de deelgebieden onderscheiden we enkel een wetgevende en een uitvoerende macht. Er is geen afzonderlijke rechterlijke macht op het bestuursniveau van de gemeenschappen en de gewesten. De rechterlijke macht wordt voor beide bestuursniveaus door dezelfde instanties uitgeoefend.
21
600013_Praktisch_staatsrecht_2022_inner.indd 21
25/05/22 08:19