Skip to main content

Ntc variant1 leerwerkboek inhoudsopgave

Page 1

INHOUDSOPGAVE Blok 1 Les 1 Kennismaking Les 2 Vragen over communicatie Les 3 Gevoelens in een ik-boodschap Les 4 Je voorbereiden op een luistertaak Les 5 Over teksttypes en hun kenmerken Les 6 Genieten van verhalen Les 7 Verschillen in taalgebruik Les 8 Mailen naar een leraar Les 9 Hoofdletters (contractwerk) Les 10 Oefenen met instructiewoorden Woord- en spelcocktail Woordverklaringen Zelftoets

p. 8 p. 11 p. 16 p. 23 p. 26 p. 29 p. 37 p. 44 p. 49 p. 55 p. 57 p. 63 p. 67

Blok 2 Les 1 Lees- en luisterstrategieĂŤn Les 2 De hoofdgedachte van een tekst Les 3 Informatie uit een tekst ordenen Les 4 Het onderwerp van een zin Les 5 De vormen van een werkwoord Les 6 Werkwoorden vervoegen Les 7 Een genre voor elk boek Les 8 Het zelfstandig naamwoord Les 9 Verkleinwoordjes en meervouden Les 10 Op zoek in het woordenboek Woord- en spelcocktail Woordverklaringen Zelftoets

p. 72 p. 81 p. 87 p. 95 p. 101 p. 108 p. 115 p. 121 p. 128 p. 132 p. 139 p. 149 p. 153

Blok 3 Les 1 Spreken is meer dan articuleren Les 2 Schooltaal: vraag en antwoord Les 3 Zakelijke teksten bouwen Les 4 Het bijvoeglijk naamwoord Les 5 Het werkwoordelijk en het naamwoordelijk gezegde Les 6 Een uitnodiging schrijven Les 7 Verhalen samenvatten Les 8 Luisteren = concentreren + noteren Les 9 Lv en mv Les 10 Woordbetekenissen achterhalen Woord- en spelcocktail Woordverklaringen Zelftoets

p. 160 p. 168 p. 176 p. 182 p. 188 p. 196 p. 200 p. 208 p. 212 p. 218 p. 225 p. 233 p. 237

Miniproject 1 Festival van de verbeelding

p. 245


Blok 4 Les 1 Hapklare alinea’s Les 2 Over klanken en uitspraak Les 3 Zelf schema’s maken Les 4 Werken met de spellingchecker Les 5 Contractwerk: spelling Les 6 Poëzie: in verzen en strofes Les 7 www.boek.kom Les 8 Het telwoord (tw) Les 9 Enkelvoudig en samengesteld Les 10 Letterlijk en figuurlijk Woord- en spelcocktail Woordverklaringen Zelftoets

p. 248 p. 254 p. 258 p. 264 p. 270 p. 278 p. 282 p. 290 p. 294 p. 300 p. 307 p. 315 p. 319

Blok 5 Les 1 Wat is een instructie? Les 2 Luisteren en kijken naar instructies Les 3 Gezocht: informatie Les 4 Trappen van vergelijking Les 5 Homofoon en homoniem: nadenken over spelling Les 6 De minispeech Les 7 Persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord Les 8 Lees je naar een andere wereld Les 9 Verwijswoorden Les 10 Weg met loperwoorden Woord- en spelcocktail Woordverklaringen Zelftoets

p. 326 p. 332 p. 336 p. 342 p. 350 p. 357 p. 363 p. 368 p. 374 p. 379 p. 385 p. 393 p. 397

Miniproject 2 Een geluidsboek maken

p. 401

Blok 6 Les 1 Telefoneren Les 2 Een voicemailbericht inspreken Les 3 Totaalopdracht tekstopbouw Les 4 Totaalopdracht spreken: ‘Mag ik u voorstellen?’ Les 5 Totaalopdracht schrijven: ‘Een onderzoeksverslag’ Les 6 Fantasie of realiteit? Les 7 Hoe kritisch ben je? Les 8 Zinnen en woorden beschouwen: herhaling Les 9 Afko’s Les 10 Wablief, jargon? Woord- en spelcocktail Woordverklaringen Zelftoets

p. 404 p. 410 p. 414 p. 418 p. 422 p. 428 p. 435 p. 438 p. 444 p. 448 p. 453 p. 463 p. 465

Miniproject 3 Quiz-tig

p. 471

Fiches


Aan de slag met VARIANT

Hoe doe je dat? H Met zes boeiende blokken en drie prikkelende miniprojecten

Blok 1

Blok 2

Blok 3

Miniproject 1

Blok 4

Blok 5

Miniproject 2

Blok 6

Miniproject 3

Met gemak Een sms, een recept, een strip, een krantenartikel ... zijn verschillende teksttypes.

LEREN

De belangrijkste leesdoelen zijn genieten, zoeken, informeren, begrijpen, studeren. Sommige teksten hebben meer dan een leesdoel. De situatie of context is hier verschillend.

Wat moet je kunnen? - het meervoud van zelfstandige naamwoorden vormen; - het verkleinwoord van zelfstandige naamwoorden vormen;

KUNNEN

Wat je moet leren, vind je in de groene kaders, de Vastgespijkerd-kaders.

Wat je moet kunnen, vind je in de blauwe kaders.

- de schrijfwijze van een woord verklaren; - de spelfiche gebruiken bij twijfel.

Woordverklaring arom verklaren = uitleggen wa

In de woordverklaring vind je uitleg bij allerlei moeilijke woorden.


Blok 6 - Woord- en spelcocktail

453

onderbouwer – onderbouwers

de

-H

monoloog – monologen

➞

de

-K -S

Noem jij dat een klasgesprek? Het had meer weg van een monoloog, want Dieter was heel de tijd aan het woord!

De zesdeklassers hebben weinig contact met onderbouwers. In hun ogen doen die nog veel te kinderachtig!

zn

Wat die roddeltante vertelt, moet je niet klakkeloos geloven! Waarschijnlijk is er niets van waar ...

De succesvolle zakenman kwam in de problemen nadat hij verslaafd raakte aan gokken.

Een zonsverduistering is een fenomeen dat je echt zelf moet ervaren; anders kun je niet weten hoe fantastisch het is!

De feedback die ik kreeg over mijn presentatie, was eigenlijk heel positief op enkele details na.

Sofie heeft een vorm van dyslexie en mag daarom haar woordenboek gebruiken tijdens het examen.

Ik lees graag boeken waar veel dialogen in staan.

zn

bn/bw

+

klakkeloos

➞

(in Nederland) leerling van het eerste, tweede, soms ook derde jaar van de middelbare school

alleenspraak, zoals bv. een speech; deel van een gesprek waarbij 1 persoon lang aan het woord is en de andere luistert; ↔ de dialoog

zonder nadenken, blindelings

(hier) spelen om geld; vergokken = kwijtspelen

het verschijnsel

terugkoppeling; uitleg of commentaar achteraf

syn.: woordblindheid

gesprek tussen 2 personen; ↔ de monoloog

pesten via het internet

de onderbouw = de eerste 2 (of 3) jaren van de middelbare school

een gok = een waagstuk

fenomenaal = verbazingwekkend, buitengewoon

430

405

425

434

422

409

423

405

436

434

418

430

1

ww

-D

422

OPDRACHT 1

gokken: gok, gokte, gegokt

Z=V

+

huis waar je tegen betaling een prostituee kunt bezoeken

Bij deze opdracht kun je een fiche gebruiken. Je vindt de fiches achteraan in het boek.

zn

-D

Verwante woorden P.

Doen

het fenomeen – fenomenen

-V

bekend om een negatieve reden; ↔ beroemd

Spreken

zn

+

feedback (geen mv.)

➞

Denk je echt dat cyberpesten alleen gebeurt bij jongeren? Ook volwassenen gaan op Facebook wel eens te ver met foto's van 'vrienden'!

-K

de

+

dyslexie (geen mv.) zn

-S

de

➞

zn

e

dialoog – dialogen

g

+

de

f

-W

ww

+

iets wat 'blijft hangen', wat je niet meer vergeet

Schrijven

cyberpesten

+

Aan de buitenkant van dit chique gebouw valt niet te zien dat er een bordeel is ondergebracht met buitenlandse luxeprostituees.

-D

grensverleggend, erg vernieuwend

➞

het bordeel – bordelen zn

d

Betekenis

+

In het opsporingsbericht stond ook een robotfoto van de beruchte drugsdealer.

-R

De openingsscène van die film is echt beklijvend: dat beeld vergeet ik mijn hele leven niet meer!

➞

Pater Damiaan heeft baanbrekend werk verricht op het gebied van melaatsheid.

c

Zin

b

bn/bw

-EN ➞

bn/bw

a

F

bn/bw

H

Woordsoort

OPDRACHT 1

E

berucht

G

beklijvend

Woord- en spelcocktail I

baanbrekend

Met een beetje hulp

Deze kaders helpen je bij verschillende soorten opdrachten. Ik vond de gedichten over gedichten

De stellingen waren

Mijn mening verdedigen in groep is

C A

D

Blok 6 - Woordverklaringen

463

omdat SCHRIJVEN

omdat

omdat

Ik verschilde vooral van mening over

Ik vind immers dat

Ik vind het (gevoel) SPREKEN

dat je (gedrag)

Daardoor / omdat (gevolg)

Daarom zou ik willen dat

1 Neem een map met flappen. DOEN

2 Wees creatief en geef die map een persoonlijk tintje.

3 Stel met de leraar een inhoudsopgave op. Bewaar die vooraan en vul die aan bij elke opdracht.

4 Maak de opdrachten telkens op een ander blad.

Let goed op de taal in deze tv-spotjes.

1 Kijken naar reclamespotjes

1 Maak de opdrachten, maar bereid je eerst voor met de vragen van de OVUR-fiche LUISTEREN / KIJKEN.

2 Bekijk en beluister de spotjes. Lees de gesprekjes.

Met gevoel voor (taal)humor

J

Rebussen

Spelen met woorden.

+

Na de woord- en spelcocktails vind je een overzicht van alle nieuwe woorden die je geleerd hebt.


Met kennis van zaken = onvoldoende (1)

= voldoende (2)

Evaluatie

= goed (3)

EVALUEREN

Evalueer jezelf en de anderen.

Opmerkingen en tips

Je vond deze oefeningen eenvoudig. Je werkte zelfstandig. Je werkte ordelijk en net. Je had voldoende tijd. Je verbeterde alles correct.

HERHALEN

Ken je dit nog?

Bij het begin van de les wordt kort herhaald wat je al geleerd hebt.

- sleutelwoorden, centraal thema, kernvraag - leesstrategieën zoals oriënterend lezen

FICHE Spelcocktail 2

De fiches geven je meer uitleg. Je kunt ze gebruiken bij sommige opdrachten in het boek.

Moet je de spelling van moeilijke woorden in je hoofd krijgen? Vorm een duo en oefen met deze spelletjes. 1 DICTEE Neem een dictee van je buur af. Na vijf woorden wissel je. Als elk van jullie vijf woorden opgeschreven heeft, controleer je ze samen. 2 FLITSEN Schrijf allebei vijf woorden over op een stukje papier. Laat om de beurt een woord aan je buurman zien. Geef hem drie seconden de tijd om het te lezen. Hij schrijft het op. Als alle papiertjes op zijn, controleer je. 3 LETTERGREPEN

Zelftoets

In Blok 6 heb je al heel wat geleerd: je kent en kunt al een en ander! Tijd dus om jezelf te testen. Begrijp en beheers je alles? De oplossingen vind je bij het onlinelesmateriaal.

Les 3 Tekstopbouw 1 Lees de tekst en pas daarvoor de juiste leesstrategieën toe. Zwerfvuil M

P

f

l

Met enthousiasme EXTRA

Voor wie houdt van een extraatje.

Op www.knooppunt.net vind je extra lesmateriaal.

Op het einde van een blok toets je jezelf: wat ken en kun je al?


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ntc variant1 leerwerkboek inhoudsopgave by VAN IN - Issuu