Skip to main content

Ntc 6aso bronnenboek inhoudsopgave

Page 1

Thema 1 Over het hoofd p. 9

Taalcompetentie 1 Doen en laten p. 35

Thema 2 Diepgeworteld, wijdvertakt p. 39 Wat een taal (interview met J. van der Horst)

Interview met Geerdt Magiels Luisteren en kijken

Verfilming: Het goddelijke monster (T. Lanoye) / De zaak Alzheimer (J. Geeraerts) Interview met Piet Joostens

Lezen

De man die zijn vrouw voor een hoed hield (O. Sacks)

Officiële en administratieve documenten

Kijken mag, aankomen niet (G. Bombeke)

Zakelijke mail

Schematisch samenbrengen van informatie uit auditieve en geschreven bron

Het woordenboek in ons hoofd (B. van Maris)

Schrijven – zakelijk

Synthese op basis van twee objectieve teksten

Uitnodiging Formulier

Schrijven – creatief

Spreken

De illusie van causaliteit

Spreken – creatief

Koorteksten Griekse tragedie 99 manieren om een verhaal te vertellen (M. Madden)

Literaire competentie

Karakter (F. Bordewijk) Persoonlijk ontwikkelingsplan

Hersenschimmen (J. Bernlef ) / Gestameld liedboek (E. Mortier)

Canonquiz Literatuurgeschiedenis

Nieuwe zakelijkheid

Herhaling bouwstenen verhaalanalyse Psycholinguïstiek

Taalbeschouwing

Theater in de oudheid – Oresteia

Overzicht literatuurgeschiedenis Netwerk TaalCentraal 5

Moedertaalverwerving

Overzichtsoefeningen spellingkwesties

Taalverwantschap

Taalhulpmiddelen online

Woorden­ schat

Woordenstroom bij thema 1 en 2

Onderzoekscompetentie

Onderzoeksvraag formuleren


Taalcompetentie 2 Allemaal familie? p. 67

Thema 3 Bloed, zweet en rozen p. 71 Theatertekens (silent viewing)

Thema 4 In medias res p. 101 Discussie Reyers Laat Poëzieadaptaties

Taalcompetentie 3 De koppen bij elkaar p. 133 Discussie (participant, verslagnemer, voorzitter)

Postmodernisme

Genaaid door de kledingbazen (L. Delputte)

Journalistiek uit de tekstfabriek De almacht van het getal (G. Buelens) Grafisch en gestaafd

Abstract schrijven op basis van referaat leerlingen

Klachtenbrief

Grafiek bespreken Enquête opstellen

Verdraaide feiten

Poëzie mediatiseren

Uitnodigingsmail vergadering Verslag maken

Middelnederlandse tekst actualiseren Referaat met posterpresentatie

Het ene argument is het andere niet

Reageren op argumenten Discussie (participant, voorzitter)

De slechtste mens aller tijden – pleidooi Dat de houthakker ontwake (P. Neruda) Bloed & Rozen (T. Lanoye) De vijand (J. Hamelink) / Henny Verhasselts levenswerk (A. Verbeke)

Canonpoëzie: H. de Coninck, E. Hoornik, G. Komrij, H. Claus, J. Bernlef Fabels van het Heilig Hart (D. van Bastelaere)

Het huwelijk (W. Elsschot) Max Havelaar (Multatuli)

Postmodernisme Middelnederlandse teksten: ballade / Mariken van Nieumeghen / Der Naturen Bloeme (J. van Maerlant) / exploratieopdracht

Synchrone en diachrone taalkunde

Deugdelijke en ondeugdelijke argumentatie

Syntaxis, morfologie en se­m­an­tiek in Nederlands en MVT

Argumenten beoordelen Woordenstroom bij thema 3 en 4

Vergelijkend taalonderzoek

Het vigerende paradigma Vraagstelling bij enquêtes

Argumenten beoordelen


Thema 5 Reis rond de wereld p. 137

Taalcompetentie 4 De puntjes op de i p. 157

Radioboeken

Thema 6 Tussen de regels p. 161 Vertalingen van songtekst beoordelen

Luisteren en kijken

De toren van Babel Lezen

Taal even ongrijpbaar als het heelal (onderzoek D. Sandra)

Drie verwante talen gaan hun weg (G. Dorren)

Wij zijn een product van onze verbeelding (D. Draulans)

Naaste buren en verre familie (M. Philippa)

Schrijven – zakelijk

Een nieuwe lingua franca – forumdiscussie In volle ontwikkeling – syntheseopdracht Literaire vertaling

Schrijven – creatief

Spreken

Spreken – creatief

Een internationaal repertoire: H. Pinter, H. Ibsen, A. Tsjechov, E. Ionesco, H. Claus Complex A (T. Wieringa)

Literaire competentie

El Negro en ik (F. Westermann)

Literatuurgeschiedenis

Reis om de wereld in veertig vragen

Geboekstaafd (stijlonderzoek bij canonauteurs) Siegfried (H. Mulisch)

Het pad der doden (Ch. Achebe)

Scandinavische talen Taalbeschouwing

Voor de wet, De muis en de kat (F. Kafka) Onderscheid klank, foneem en letter

Taalhumor en opvallende taalverschijnselen

Basisprincipes Nederlandse spelling

Modaliteit en pragmatiek

Dictee Woorden­ schat Onderzoekscompetentie

Woordenstroom bij thema 5 en 6 Vragen beoordelen Een culturele identiteitskaart (culturele kader van een roman)


Taalcompetentie 5 Spreken is goud p. 185 Other People’s Money (opbouw en analyse redevoering) DegrotemonD (historische redevoeringen) Redevoeringen (opbouw en analyse) Verkozen of verslagen door een oneliner (M. Rabaey)

Thema 7 Geld als slijk p. 193 The Greatest Movie Ever Sold (M. Spurlock)

Taalcompetentie 6 Je werk of je leven! p. 233 Sollicitatiegesprek

Thema 8 Open einde p. 247 Theatertekens analyseren

Documentaire analyseren

Cijfers en advertenties

Jobadvertenties

Opinieteksten

Friederich Nietzsche en het déjà-vu-effect (P. De Martelaere)

De nieuwe wet op het consumenten­krediet (R. Steennot en M. De Muynck) Sollicitatiebrief Commentaartekst schrijven

Curriculum vitae

Om over naar huis te schrijven – balansverslag

Alternatieve cv’s

Je persoonlijke bloem­ lezing – balansverslag

Sollicitatiegesprek

Het gat in de markt

Wat kost het ijzer (B. Brecht)

Wachten op Godot (S. Beckett) Doorlopen (J. Hoste) / Het huis in de struiken (H. Claus)

Het oeuvre van W. Elsschot

Theater van het absurde

Episch theater Argumenten beoordelen Retorische figuren Opbouw redevoering

Evolutie van het Nederlands Het einde van de standaardtaal

Woordenstroom bij thema 7 en 8 Webquest West-Europese talen


Aan de slag met Wat komt er op me af? Acht boeiende thema’s en zes uitdagende taalcompetenties, die je taalbeheersing aanpakken en je blik verruimen.

Thema 1 p. 9

Over het hoofd

Taalcompetentie 1 p. 35 Doen en laten Thema 2 p. 39 Diepgeworteld, wijdvertakt Taalcompetentie 2 p. 67 Allemaal familie? Thema 3 p. 71 Bloed, zweet en rozen Thema 4 p. 101 In medias res Taalcompetentie 3 p. 133 De koppen bij elkaar Thema 5 p. 137 Reis rond de wereld Taalcompetentie 4 p. 157 De puntjes op de i Thema 6 p. 161 Tussen de regels Taalcompetentie 5 p. 185 Spreken is goud Thema 7 p. 193 Geld als slijk Taalcompetentie 6 p. 233 Je werk of je leven! Thema 8 p. 247 Open einde Kennisoverzicht p. 273 Register p. 327


Elk thema heeft een rode draad, die uit verschillende verrassende invalshoeken belicht wordt. Kleefbriefjes zorgen voor toffe tussendoortjes en weetjes en gidsen je door het hoofdstuk, iconen leiden je naar opdrachten in het werkboek. WB p. 65

In de taal­competenties ga je aan je taalvaardigheid sleutelen.

end? jouw beste vri vriend zijn van Moet jij de beste is een Mijn beste vriend nshoff. boek van Bob Bro boek krijgt De titel van het ngs: ongewild iets wra immers de maker heeft den dat moeten ondervin vriend hij niet de beste nd van zijn beste vrie vriend hij al ctie ‘is de beste is. Gelukkig heeft t zo erg is. De fun eerd dat dat nie doende ook gel niet te voor Y, maar van’ bleek helaas werken. X is de bes de richtingen te wet van de bei in een ch als atis het om at aut r X. Zo sta niet de beste voo st la vie. C’e . akt ma r daarom is Y nog ijke draagl wat het soms iets klassieke logica, Over de vriend Uit: Piet Joostens,

Hoe leg ik dat uit? Woordkoorden wijzen je op moeilijke woorden in teksten. De woordenstromen vind je na elk even thema in het werkboek. Ze staan stil bij de academische woordenschat die in de voorbije twee thema’s je pad kruiste.

bureaucratie (r. 5) –

talmen (r. 9) – perp lex (r. 21) – lambrise gemelijk (r. 30) – pa ring (r. 27) nisch (r. 36) – pril (r. 40)

Woordenstroom 1 en 2 Dankzij je familie en vrienden, de media en je opleiding breidt je woordenschat nog elke dag uit. Dat is ook nodig want in het hoger onderwijs verschilt het taalgebruik sterk van dat in het secundair onderwijs en van de taal die je thuis hanteert. De taal die je nodig zult hebben in je verdere studies, noemen we academisch taalgebruik. Om je enig houvast te bieden in de dagelijkse woordenstroom bieden we na elke twee thema’s een pakketje woordenschatoefeningen aan. Ze helpen je de recent verklaarde woorden in te oefenen en te verankeren. Ze zullen zeker nog van pas komen in je verdere studies.

In dictees

check je of je het ook allemaal goed kunt spellen.


Waar ga ik naartoe? Volg de verschillende stappen en word een expert op het vlak van lezen, luisteren/kijken, spreken, drama, zakelijk en creatief schrijven! Elke vaardigheid leer je stapsgewijs aan. Houd daarbij de volgende iconen goed in het oog. Ze geven aan welke vaardigheid je aanleert en welke stap je zet. Luisteren en kijken

Creatief schrijven

Lezen

Spreken

Zakelijk schrijven

Creatief spreken (drama)

Het vergrootglas

geeft aan dat je zelf op onderzoek gaat!

Tips en vastgespijkerd-kaders tussendoor helpen je op weg. Bepaalde schrijf-en spreek­opdrachten kunnen vervangen worden door of aangevuld worden met ICT-opdrachten. Ze dagen je op een creatieve manier uit. Alle nodige informatie vind je op www.knooppunt.net.

Het principe van hoor en wederhoor Dit principe geldt zowel in de rechtspraak als in de journalistiek. Als een journalist ernstige beschuldigingen uit, moet hij de aangeklaagde persoon aan het woord laten. Als die weigert, dan moet de journalist dat melden in zijn artikel. Uit: Pers en Gerecht

Hoe vind ik alles weer terug? Achteraan in dit boek vind je een kennisoverzicht, waarin je de theorie kunt opzoeken. Een register brengt je meteen naar de juiste pagina.

Kennisoverzicht

Register Trefwoorden

Inhoud Tijdlijn

276

1 Literatuur A Klassieke oudheid (ca. 500-200 v.C.) 1 Het theater in de oudheid 1.1 Ontstaan 1.2 Opvoeringsmodaliteiten 2 De wetten van Aristoteles 2.1 Wet van de drie eenheden 2.2 Klassieke structuur

280 280 280 282 283 283 283

B Middeleeuwen en rederijkers (ca. 500-1500) 1 Taal en literaire productie (ca. 1170-1500) 2 Lyriek 3 Epiek 4 Dramatiek

284 285 285 286 287

C Realisme en naturalisme (1800-1920) 1 Realisme 2 Naturalisme

288 288 289

D Modernisme (eerste helft twintigste eeuw) 1 Literaire productie 2 De nieuwe zakelijkheid (1920-heden)

290 290 291

A

B

D

aanrijdingsformulier, 36 abele spelen, 287 abstract, 70 absurd theater, 265 achtergrondpersonage, 301 afasie, 32 allegorie, 305 alliteratie, 309 alwetende verteller, 299 amfitheater, 282 analogie, 313 analysevraag, 317 anapest, 309 animalisering, 311 antagonist, 280, 301 anticlimax, 304 antropomorfisme, 311 archaïsme, 313 argumentatie deugdelijk, 105 emotioneel, 320 logisch, 318 ondeugdelijk, 321 ongerijmde, 322 psychologisch, 320 rationeel, 318 argumentatio, 191 argumenten, 105

balansverslag literatuur, 272 schrijfvaardigheid, 253 ballade, 286, 305 beeldspraak, 311 belevende ik, 300 bewijsvoering, 191 bijfiguur, 301 binnenrijm, 309 biografie, 305 biografische roman, 305 blank vers, 310 boekverfilming, 47

dactylus, 309 debat, 104 decor, 301 deductie, 318 detective, 306 deugdelijke argumenten, 105 deus ex machina, 281 diachrone taalkunde, 67 dierenverhaal, 306 Diets, 285 diftong, 324 discussie, 104 distichon, 308 documentaire, 196 interactief, 196 observerend, 196 poëtisch, 197 reflexief, 197 soorten, 196 verklarend, 196 doel, 317 dramatis personae, 89 drogreden, 321 dubbele bodem, 171, 180 dysfemisme, 313 dystopische roman, 306

C canon, 28, 298 captatio benevolentiae, 191 casestudy, 15, 305 catchphrases, 175 catharsis, 219, 283 cesuur, 308 chiasme, 313 chronologie, 303 cirkelredenering, 322 cliché, 313 cliffhanger, 304 climax, 284, 304

E


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ntc 6aso bronnenboek inhoudsopgave by VAN IN - Issuu