Aan de slag met Dit werkboek bestaat uit vier grotere delen, die je ook terugvindt in de uitgebreide inhoudsopgave op blz. 6-10.
Hoe een les in elkaar zit De leerstof vertrekt telkens van een prikkelende vraag in het werkboek. De ondertitel geeft duidelijkheid over de inhoud Over bijgeloof en sagen van de les. In totaal zijn er in Netwerk Taalcentraal 4 39 vragen. Bij het begin van elke Noemen jouw vrienden je bijgelovig omdat je elke week vraag vind je een overzicht de horoscoop leest in Joepie of omdat je de vingers kruist voor een belangrijke voetbalmatch? Vraag je je af waar van de verschillende MENU maneblussers en Gentse stroppen vandaan de Mechelse lesonderdelen. Een icoontje Taalautomaat KIES HETkomen JUISTE ... en wil je weten waarom iedereen zo gek is van die OVERZICHT leidt je naar de juiste bladzijde in BERICHTENvampierenverhalen? Toeval of niet, je komt het allemaal INFO & ADVIES in deze vraag te weten. het bronnenboek. Daar vind je OVERS CHRIJVINGEN HISTORIEK de teksten en afbeeldingen terug DOORLOPEN 1 DEGeloof jij in bijgeloof? OPDRACHTEN SALDO die je bij de opdrachten nodig 2 Wat is eigenlijk een eigenlijke sage? 3 Verhalen van het volk hebt.
Moet je die verhaaltjes
Vraag 16 nu echt geloven?
WOORDENBANK
BB
4 Een vamp van een vampier: studietekst
p. x
1Opdracht Geloof 5jij in Jebijgeloof? ziet hier twee covers van hetzelfde jeugdboek: De gelukvinder.
Opdracht 1
2
Er kan ook een verwijzing zijn naar onlinelesmateriaal, of Het boek kende een uitgave voor volwassenen en een DICT-oefeningen EGE andere voor jongeren. Welke doelgroepen koppel je aan informatie die je vindt L UopKwww.knooppunt.net. V de covers? Waarom? Welke van de covers spreekt je het meest aan? Waarom?
Hamayun zit in havo 4 en werkt mee aan de voorstellingen van het schooltoneel. Hij schrijft een stuk over zijn eigen verleden. Over het
dagelijks leven in Kaboel en de grappen die hij uithaalt met zijn vriendjes. Over de nacht dat zijn vader gevangen wordt genomen door de Taliban. Over de vlucht van het gezin, over de lange tocht die hij met zijn ouders en jongere broer en zusje moet ondernemen . Na een halfjaar komen ze in Nederland in een asielzoekerscentrum terecht.
DE GELUKVINDER
Hamayun vindt Nederland fris, en groen. Hier kan het gezin vrijer denken. Hier is een toekomst mogelijk. Hamayun wil graag naar de filmacademie. Maar mogen ze wel blijven?
EDWARD VAN DE VENDEL
1
EDWARD VAN DE VENDEL
Doel 1 Lees de onderstaande gebruiken. Nu je een taalkaart en een startsaldo hebt, wordt het tijd je kapiTAAL te vergroten. Het menu van de taalautomaat is divers. Je oefent bepaalde aspecten van spelling en correcte zinnen in, a Duid aan wat jij weleens doet / al gedaan hebt. Probeer ook te voorspellen wat je buur doet. je breidt jouw woordenschat verder uit en je ontdekt bepaalde stijladviezen. 12+
14+
16+
INDER
Bij een aantal vragen is er een doe-hetzelfkader. Je gaat op Doeeen / deedeenvoudige ik Doet mijn al eens. manier zelf op ontdekkingstocht buur. en zo krijg je een bepaald aspect van de leerstof onder de knie. Vaak wordt dan verwezen naar het vademecum in het bronnenboek waar Ik gooi een beetje zout over mijn schouder als ik gemorst heb. Hulpmiddelen belangrijke informatie voor elk taalonderdeel – Bij opdracht 1 kun je gebruikmaken van het vademecum spelling (hoofdletters). Ik voel me op een vrijdag de 13e niet zo op mijn gemak. – Handige sites voor de andere opdrachten zijn ook: gebundeld werd. www.woordenlijst.org www.vanin.be
WWW.BOEKTOPP ERS.BE
De gelukvinder_BT.indd
BB p. xx
545435
Opdracht en werkwijze Situatie – Je maakt opdrachten 1 tot en met 6 zelfstandig of in duo’s. – Individueel: na een opdracht raadpleeg je de correctiesleutel. – Met z’n tweeën maak je een opdracht eerst afzonderlijk. Daarna vergelijken en bespreken Wanneerjeerdeeen ladder op straat staat, loop ik eromheen. jullie de antwoorden, zeker als er verschillen zijn. Bij twijfel raadpleeg correctiesleutel en/of de leraar. Ik kijk iemand in de ogen als ik met hem of haar glazen klink. – Voor Opdracht 3 kun je direct samenwerken en gebruik je de gegeven stijladviezen. – Opdracht 4 kan het best klassikaal. Ik lees af en toe mijn horoscoop in de krant of in een tijdschrift. – De Woordenbank pak je zelfstandig of in duo’s aan. 1
21-06-2011 15:19:10
Ik kruisBB mijn vingers op goedjeugdboeken geluk. 3 Sommige krijgen weleens het etiket van typisch meisjes- of jongensboek opgekleefd. Bekijk
www.vrttaal.net www.vandale.nl www.taalunieversum.org
in het je bronnenboek twee jeugdboeken die een op www.boekenzoeker.org worden besproken. Bespreek de Als ik in de zomer in gras lig, ga ikdeweleens op zoek naar klavertjevier. p. xx
vragen mondeling.
Ik stap elke dag langs dezelfde kant uit mijn bed. a Welke jeugdroman wordt aangeprezen als jongensboek. Welke als meisjesroman? Wanneer ik voorbijbeen kom,met gooi ik erstereotype een muntje in. Benfontein je het eens deze jongens-meisjesindeling? Waarom wel/niet? c zie, Misschien ben jij het Als ik een zwarte kat wandel ik er vlugtotaal van niet weg.eens met een dergelijke opsplitsing. Toch kiezen boekenuitgevers vaak
BB
voor een specifieke vormgeving om aan te tonen dat een boek voor jongens of meisjes is bedoeld. Ga nu voor beide boekcovers na hoe de titel/ondertitel en de vormgeving (let op de foto’s, de kleur, het lettertype …) afgestemd zijn opin meisjes of jongens. hoe bijgelovig je bent. Vergelijk jouw b Tel hoeveel situaties je aankruiste en ontdek je bronnenboek
Wat je moet kennen en kunnen resultaat met dat van je buur. p. xx
Wat je moet studeren, vind je in de groene kaders, de Vastgespijkerd-kaders.
Vraag 16 - Moet je die verhaaltjes nu echt geloven?
187
Een cover wil je niet enkel aanzetten tot kopen, hij heeft je ook wat te vertellen. Door het Taalautomaat 125 samenspel van woord en beeld maakt een cover duidelijk wat de inhoud, het genre en de doelgroep van het boek is. Ontwerpers hechten dan ook ontzettend veel belang aan de selectie van de beeldelementen die ze gebruiken om de covers vorm te geven. Afhankelijk van de inhoud, het genre en de doelgroep worden er bijvoorbeeld andere afbeeldingen en kleuren gebruikt. Ook het lettertype (typografie) maakt het genre of de doelgroep soms duidelijk.
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
3
– zijn de elementen die een gedicht zijn herkenbare vorm geven: ritme en metrum, taalspel, klank en lay-out. – vertelt de dichter meer dan alleen het concrete verhaal en ontdek je in de beelden een sfeer, gevoel, gedachte of stelling.
Balletdanseres Techniek
Fysiek Wat je moet kennen en Mentaal kunnen, vind
je na elke vraag in een blauw kader.
Wat moet je kennen en kunnen? Je kunt • in een gedicht het evenwicht tussen taal, vorm en inhoud beschrijven. • de tekstkenmerken van poëzie in een gedicht herkennen en benoemen. • enkele animatietechnieken beschrijven. • vertellen wat een animatiefilm is. Je weet
• dat alle beelden en geluiden in een animatiefilm een betekenis hebben. Je werkt
• aan het herkennen van de beeldtaal (de betekenis van de beelden) in een animatiefilm.
Woordverklaring
In de woordverklaring onderaan de bladzijde vind je uitleg bij moeilijke 48 woorden. Vraag 4 - Hoe word je een leesexpert?
magistraal = uitstekend of goed subliem = heel erg mooi
Wat je moet weten over spreken en schrijven Bij elke schrijf- en spreekopdracht hoort een opdracht- en evaluatieblad. Aan de hand van de OVUR-strategie ga je gestructureerd te werk. Een reflectiefiche helpt je om je persoonlijke evolutie te volgen. Naam:
Klas:
Knappe prestatie: je bent een geboren verhalenverteller! /15
Je bent goed op weg. Dit heb je erg goed gedaan: TOTAAL
Je bent nog een beginner, want
Maar misschien kun je de volgende keer
5 4 3 2 1 0 /5
Attitude
5 4
Je bent zeer goed verstaanbaar met een aangename intonatie. Je spreekt verstaanbaar, maar je spreekt soms te stil/te luid. spreekt soms te snel/te traag. articuleert soms niet goed.
3 2 1
Je bent niet zo goed verstaanbaar. Je spreekt te stil. Je spreekt te snel/te traag. Je articuleert niet goed.
0 /5
Spreektechniek
5 4 3 2 1 0 /5
Beginner
84
Geloofwaardige inhoud (enkel voor verzonnen verhalen)
Evaluatiefiche
Je kunt • voorbeelden geven van sensatiepers uit binnen- en buitenland. • zelf zinnen maken en hulpmiddelen inzetten om modaliteit uit te drukken.
Het was duidelijk dat jouw verhaal niet het juiste was. Je kwam niet geloofwaardig over, omdat
Je kent /herkent • andere termen voor ‘sensatiepers’. • sensatiepers aan vormelijke en inhoudelijke kenmerken. • het tekstdoel van sensatiepers en de technieken die journalisten gebruiken om dat doel proberen te bereiken. • soorten modaliteit. • middelen om modaliteit uit te drukken.
Aan de volgende zaken kon men zien dat je in je verhaal geloofde:
Wat moet je kennen en kunnen?
Het was te duidelijk dat jouw verhaal het juiste moest zijn omdat
Gevorderde
Guido Van Liefferinge, destijds oprichter Dag Allemaal
Geloofwaardig verteld
Expert
nog pittiger verhalen uit te brengen – zelfs pure roddels of verzinsels. De geviseerde BV schenkt de boekskes een primeur, in de hoop aan erger te ontsnappen.’ Het verhaal bevat alle kenmerken van de klassieke mythe en is daardoor zeer geloofwaardig.
Weetje
Je vertelde het verhaal op een zeer geloofwaardige manier. Je intonatie en lichaamstaal waren zeer goed.
Vraag 10 - Hoe reanimeer je een gedicht? ‘Scoops of exclusieve interviews in de populaire pers ontstaan niet zelden na het dreigement om
Aan de volgende zaken kon men zien dat je verhaal toch niet klopte:
114
Vraag 7 - Waarom hebben mannen een adamsappel?
Je weet • welk doelpubliek de sensatiepers voor ogen houdt. • wat modaliteit is. spreekopdrachten kunnen vervangen
Bepaalde schrijf- en worden door ICT-opdrachten. Ze dagen je op een creatieve manier uit. Alle nodige informatie vind je op www.knooppunt.net. Leerlingen vierde jaar Leraar Nederlands De pers op het net
Beste leerling Als aanvulling bij wat je al weet over de sensatiepers en de werking ervan ga je in deze opdracht kijken op het internet. Hoe zien de websites van de geschreven pers eruit en wat is er zoal op te vinden? Verschillen ze sterk van elkaar of bootsen ze elkaar gewoon na? Voor deze opdracht is het aanbevolen dat je Vraag 9 in de klas hebt afgewerkt. De benodigdheden voor deze opdracht zijn: – een computer met internetverbinding, – de opdracht die je van je leraar krijgt. Met vriendelijke groeten Je ICT-adviseur
4
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
Vraag 9 - Hoeveel waarheid bevatten roddelblaadjes?
99
Er is meer dan vragen
Taalautomaat 2
MENU KIES HET JUISTE ...
OVERZICHT
BERICHTEN
INFO & ADVIES
OVERSCHRIJVINGEN
Aan het einde van elk deel verrijk je je taal met een Taalautomaat. Via diverse oefeningen leer je correct schrijven en formuleren. Ook herhaal en verdiep je daarbij je woordenschat. Na elke Taalautomaat krijg je ook een overzicht van de geziene schooltaalwoorden uit alle vragen bij dat deel en is er aandacht voor de correcte schrijfwijze van moeilijke woorden.
DOORLOPENDE OPDRACHTEN
HISTORIEK SALDO WOORDENBANK
Doel Nu je een taalkaart en een startsaldo hebt, wordt het tijd je kapiTAAL te vergroten. Het menu van de Taalautomaat is divers. Je oefent bepaalde aspecten van spelling en correcte zinnen in, je breidt jouw woordenschat verder uit en je ontdekt bepaalde stijladviezen. Opdracht en werkwijze: hoe ga jij aan de slag? – Je maakt Opdrachten 1 tot en met 6 zelfstandig of in duo’s. – Individueel: na een opdracht raadpleeg je de correctiesleutel. – Met z’n tweeën maak je een opdracht eerst afzonderlijk. Daarna vergelijken en bespreken jullie de antwoorden, zeker als er verschillen zijn. Bij twijfel raadpleeg je de correctiesleutel en/of de leraar. – Voor Opdracht 3 kun je direct samenwerken en gebruik je de gegeven stijladviezen. – Opdracht 4 kan het best klassikaal. – De Woordenbank pak je zelfstandig of in duo’s aan.
In de Leesba(a)r proef je van een keuze kortverhalen en gedichten en beslis je zelf waarmee je wilt werken.
Leesba(a)r 2
Hulpmiddelen: waarmee maak je de opdracht? – Bij Opdracht 1 kun je gebruikmaken van het vademecum spelling (hoofdletters). – Handige sites voor de andere opdrachten zijn ook: www.woordenlijst.org www.vandale.nl www.vrttaal.net www.taalunieversum.org
In het literaire café
Tijdsbesteding: hoeveel tijd krijg je voor de opdracht? Ongeveer twee lesuren In deel twee, drie en vier trakteer je jezelf op een bezoekje aan de leesba(a)r. Je kiest uit een selectie literatuur en geniet van nieuwe smaaksensaties.
Evaluatie: hoe word je beoordeeld? Je verbetert jezelf met een verbetersleutel. Op het einde bereken je je saldo.
In de rubriek Taaluitdaging ga je op een speelse en creatieve manier om met taal. Je leraar wordt presentator en jullie spelen in groepsverband met en tegen elkaar.
‘Een gedicht is wat een dichter schrijft.’ ‘Men leest niet om bevestigd te krijgen wat men al weet.’ ‘Trieste verhalen maken goede boeken.
Taalautomaat 2
Robert Frost
Rutka Lasier Khaled Hosseini
125
Een ijskoude zero-dorstlesser, een bittere pint, een mierzoete limonade, een droge witte. Graaien in paprika, kraken met zout.
Taaluitdaging 3
Zelfs in de kleinste cafetaria kun je uit een uitgebreide selectie van smaken kiezen. In deze leesba(a)r serveren we je dan ook een uiteenlopende selectie literatuur.
BB
1
p. 151
Nestel je gezellig in een hoek, sla het menu open en kies een van de twee kortverhalen en de selectie gedichten of kies voor de twee kortverhalen. Je vindt de kortverhalen en de gedichten terug in je bronnen boek.
De klas van …
– De suggesties kortverhalen van dit seizoen zijn:
Economie / Humane Wetenschappen / Klassieke Talen / Moderne Talen / Wetenschappen / Wiskunde
• Ingeplugd – Anthony Horowitz • Slechtoffer van porselein – Mario boon & Alex Skim (zie www.knooppunt.be)
Deze Taaluitdaging verloopt in enkele etappes, maar jullie leraar-spelleider zal beslist alles in goede banen leiden.
– Bij de gedichten staat ‘gruwel en grijns’ op het menu: • De beste manier op uw huis … – Tom Lanoye • Op een big – Kees Stip
Eerste helft – de voorbereiding – de quiz vervolledigen
• Winterslaap – Jan Boerstoel
1 Je kiest per klas (of per groep en dan bepaalt je leraar met hoeveel je een groep vormt) een richting of studiegebied uit de hierboven gegeven mogelijkheden.
Leesba(a)r 2
2 Met de klas (of met de groep) krijg je een (papieren) quiz voor die richting. Er is telkens aangeduid waar je een quizaanzet moet vervolledigen en er is ook elke keer een voorzet die zegt hoe je dat kunt doen. Die quizzen gaan in een ‘databank’ bij de leraren Nederlands of bij je leraar als er in een klas verschillende groepen zijn.
175
Tweede helft – de quiz ‘spelen’ Nu krijgt de klas alle ‘quizzen’ die zij NIET hebben vervolledigd. Dat zijn er vijf. De klas wordt verdeeld in vijf evenwaardige groepen die elk een andere quiz krijgen (bv. een aantal leerlingen uit Latijn krijgt de quiz ‘Economie’, de andere groepen krijgen ‘Wetenschappen’ , ‘Moderne Talen’, ‘Humane Wetenschappen’ en ‘Wiskunde’). De quiz bestaat uit vijf speelrondes. Elke groep verdeelt zijn leden over de verschillende quizonderdelen (bv. twee leerlingen per ronde) en probeert beurtelings de vragen op te lossen. Je speelt hier dus tegen de andere groepen in de klas. De groep met de hoogste score gaat als enige groep naar de finale.
Zelftoets 1
De finale
Wat heb ik geleerd en wat weet ik daar nog van?
De spelers van de hoogst scorende groep spelen ‘het eindexamen’. Eén leerling wint het spel en wordt de klaswinnaar.
Inleiding
Op het einde van elk deel kun je ook aan de slag met een zelftoets. Hier test je wat je al kent en kunt. Met een verbetersleutel verbeter je jezelf. Bij het onlinelesmateriaal vind je een uitgebreidere versie van deze toets.
In het werkboek vind je maar een deel van de zelftoets. De volledige toets vind je bij het onlinelesmateriaal. Je kunt de vragen met een partner bekijken. Overleg met elkaar over het goede antwoord. Zo kun je een toets voorbereiden.
Teksten 1
Lees dit bericht.
426
Wie de broek draagt, parkeert probleemloos Welke rol speelt opleiding bij de ontwikkeling van ruimtelijke vaardigheden?
Taaluitdaging 3
BRUSSEL – Hebben vrouwen geen ruimtelijk inzicht of wordt dat idee hun aangepraat? Onderzoek bij twee stammen in het noordoosten van India laat geen twijfel bestaan over het antwoord. Mannen weten het zeker: vrouwen kunnen niet kaartlezen, ze hebben geen verstand van parkeren en ook inzake het monteren van Ikea-kastjes presteren ze ondermaats. Maar wetenschappers twijfelen. Worden vrouwen écht geboren met een gebrek aan ruimtelijk inzicht, of is het veeleer een kwestie van (gebrek aan) ruimtelijke opvoeding? Om die halszaak – zijn het de genen of is het de cultuur? – eens en voorgoed uit te zoeken, rekruteerden Moshe Hoffman en zijn collega’s van de universiteit van Californië 1279 dorpelingen bij twee stammen in NoordoostIndia: de Khasi en de Karbi. Die twee stammen van rijstbouwers zijn genetisch erg sterk met elkaar verwant, maar leven volgens heel andere maatschappelijke regels. De Karbi hebben een ‘gewone’ patriarchale maatschappijordening waarbij mannen meer onderwijs genieten dan vrouwen, terwijl bij de Khasi de vrouwen de broek dragen en meisjes even lang naar school mogen als jongens. Gelijke genen, verschillende zeden: een ideale situatie om uit te zoeken of een eventueel gebrekkig ruimtelijk inzicht is aangeboren dan wel aangeleerd. Want als het
aan de genen ligt, dan behoren de hoogopgeleide Khasivrouwen even slecht te presteren als de educatief verwaarloosde Karbi-dames. De onderzoekers gaven de proefpersonen een puzzel van vier stukken en de opdracht om er het beeld van een paard mee bij elkaar te puzzelen. Kinderspel, zult u zeggen, alleen hadden de Khasi en de Karbi nooit eerder gepuzzeld. Om de deelnemers te motiveren, werden ze betaald voor de moeite, en bovendien kregen ze een premie als ze de klus in minder dan 30 seconden klaarden. Wat bleek? Karbi-mannen legden de puzzel 36 procent sneller dan Karbi-vrouwen. Maar bij de matriarchale Khasi viel het verschil in snelheid weg, en legden mannen de puzzel niet sneller dan vrouwen. In beide stammen legden de best opgeleide mannen en vrouwen de puzzel het snelst: voor elk jaar extra opleiding ging er ruim vier procent van hun tijd af.
Naar: De Standaard
Zelftoets 2
241
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
5
Deel 1
11
25
31
2
3
Taalonderdeel
Wat leer je?/Wat oefen je?
Wajoow, gij zijt toch gene Wally? Over jongerentaal
Taalbeschouwing: taalgebruik (gekoppeld aan spreken, luisteren, vergelijkend en beoordelend lezen)
– Kenmerken informeel taalgebruik jongeren – mondelinge en schriftelijke communicatie Vergelijken fragmenten jeugdboeken – Creatief schrijven: smskoelkastpoëzie
Schrijven (taalonderzoek)
– Schrijfopdracht (Taalonderzoek)
Herinner jij je je eerste zwemles? Over de verhaalbouwstenen en hoe een schrijver daarmee speelt om een verhaal spannend te maken
Literatuur (lezen)
– Herhaling verhaalbouwstenen (werken in duo’s) – Kenmerken kortverhaal – Soorten spanning
Kijken (kortfilm)
– Opbouw spanning in kortfilm
Durf jij (under)cover te gaan? Over coveronderzoek
Taalbeschouwing
– Eigenschappen en functie van een goede buitenkant van een boek
Spreken (gekoppeld aan opzoeken informatie over boek)
– (Mini)spreekopdracht (Coveronderzoek)
41
Leesba(a)r 1 Ideeën voor creatieve boekverwerkingen
43
4
Hoe word je een leesexpert? Over het tactisch oplossen van een leestaak
Lezen
– Herhaling stappen zakelijk lezen via leesfasen – leesstrategieën
Schrijven: schema
– Tactiek om zakelijke teksten te doorgronden
Kijken
– Verwerkingsopdracht rond groepsdruk (beoordelend vergelijken)
Creatief schrijven Poëzie (gekoppeld aan foto’s kijken)
– Herkennen elementen die de sfeer bepalen (foto’s – gedichten) – Zelf sfeer scheppen met woorden
5
61
Taalautomaat 1 Taalbeschouwing
67
6
Waarom staat hier → en niet ↔ ? Over vaste patronen en persoonlijke vrijheid als je notities neemt
Schrijven (gekoppeld aan luisteren, kijken)
– Ontdekken hoe je efficiënt en duidelijk zelfstandig notities neemt (via beoordelend vergelijken van notities)
73
7
Waarom hebben mannen een adamsappel? Over de mythe
Lezen/literatuur (gekoppeld aan luisteren, schrijven)
– Verhaalvorm: de mythe – Zelfstandig notities nemen
Taalbeschouwing: woordenschat
– Betekenis en herkomst van uitdrukkingen uit oude verhalen
Spreken (creatieve groepsopdracht)
– Spreekopdracht (De drie wijzen)
Lezen / kritisch omgaan met media
– Tabellen, grafieken lezen en verbanden zien met onderzochte zaken en groepen – Manipuleren van bronnen en statistieken – beoordelen bronnen
8
Kun je met woorden sfeer scheppen? Creatief schrijven
Hoe lees je wiskunde? Over het lezen en interpreteren van tabellen en grafieken
ICT Gebruikmaken van sociaalnetwerksites
Alternatieve ICT-opdracht gekoppeld aan spreken
klassikale leesblog – Faceboek
53
85
6
1
Vraag
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
Oefeningen rond herkomst van woorden en uitdrukkingen
91
105
9
Hoeveel waarheid bevatten roddelblaadjes? Over de omgang van de sensatiepers met bronnen, over modaliteit
10 Hoe reanimeer je een gedicht? Over vertellen met woorden en beelden, over een gedicht in een animatiefilm
Taalbeschouwing (gekoppeld aan lezen, kijken) Kritisch omgaan met media
– Sensatiepers: doelgroep, kenmerken, technieken – Leergesprek schematisch noteren – Modaliteit: soorten, middelen
Vergelijken websites media
Schrijven
– Schrijfopdracht (Sensatieartikel)
Sensatiebericht via Word
Lezen/literatuur Poëzie
– – – –
Animatiefilmpjes bekijken (op Knooppunt of internet)
Kijken (animatiefilm)
BZL (partnerwerk) Leeservaring Kenmerken gedicht Van gedicht naar animatiefilm: vergelijking, beoordeling
Spreken
– Presentatie partnerwerk – vergelijkend beoordelen
Taalbeschouwing (gekoppeld aan lezen, luisteren, kijken)
– Veranderingen in de woordenschat – Evolutie spreken en schrijven
115
11 Weet jij hoe ze sms’ten in de prehistorie? Over taalevolutie in woorden, spreken, schrijven
125
Taalautomaat 2 BZL taalbeschouwing
139
Woordenlijst Deel 1 – correct schrijven
140
Zelftoets 1
ICT-versie
Deel 2
145
Vraag
Taalonderdeel
12 Voor wie werkt de dichter op maat? Over een literair project via een tv-reportage, een interview en een blog
Kritisch omgaan met media (kijken – structurerend en beoordelend lezen): informatie over literair project via verschillende informatiebronnen
Spreken (standpunt innemen, oordelen)
Wat leer je?/Wat oefen je? – Vergelijken informatiebronnen – Schematiseren informatie – Toepassen leesstrategieën – Communicatieschema, tekstkenmerken blog – Vergelijken feiten/beelden in poëzie – Reflecteren literair project
Creatief schrijven strofe gedicht of blog
– Moodboard persoonlijk invullen – Internetbronnen checken en beoordelen op relevantie, kwaliteit, betrouwbaarheid – Reportage: bronnen beoordelen – BZL: internetinformatie zoeken en bronnen checken
155
13 Hoe check je je bronnen? Over de relevantie en betrouwbaarheid van bronnen
Kritisch omgaan met media (gekoppeld aan lezen, luisteren, kijken)
165
14 Kun je naar film leren kijken? Over film- of beeldtaal
Kritisch omgaan met media: kijken (gekoppeld aan literatuur – beoordelend lezen recensie – woordenschatstrategie )
175
Leesba(a)r 2 Eigen keuze uit verhalen of poëzie (BZL)
177
15 Wat als toeval niet bestond? Over moderne mythen
184
Taaluitdaging 1
Spreken (gekoppeld aan lezen, kijken)
– Kenmerken (kort)film, link met verhaalelementen – Uitbreiding woordenschat
– – –
ICT Digitale versie moodboard
Zelfstandig werk: gebruikmaken van internet
PP-presentatie screenshots film
Kenmerken moderne mythe Betekenissen mythe Vertellen complot/vloek (of stadssage bij Vraag 19)
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
7
185
16 Moet je die verhaaltjes nu echt geloven? Over bijgeloof en sagen
Literatuur (gekoppeld aan kijken – lees/luisterstrategieën)
– Soorten sagen, kenmerken – Notities nemen tijdens het luisteren – BZL: zakelijke tekst doorgronden en schematiseren – toepassen woordstrategieën
197
17 Ebde gij ook een mengtafel in uw hoofd? Over taalvariatie: standaardtaal, tussentaal, regiolect, dialect
Taalbeschouwing (gekoppeld aan spreken, kijken, luisteren)
– Reflecteren op taalgebruik: taalregister, norm, situaties en aspecten van het taalgebruik – Kenmerken van taalvariaties
209
18 Wat doet een verhaal met jullie? Over het in groep analyseren van een kortverhaal
Literatuur (gekoppeld aan luisteren, spreken)
– Leeservaring + analyse kortverhaal ‘De laatste kogel’ (Anne Provoost) via groepswerk – Beoordelend vergelijken krantenartikels – kortverhaal – Reflectie groepswerk
19 Is dat echt zo’n broodje aap? Over urban legends of stadssagen
Literatuur (gekoppeld aan lezen, luisteren)
– Kenmerken stadssagen
Spreken (OVUR-strategie)
– Spreekopdracht (Een urban legend vertellen)
217
Lezen zakelijke teksten
225
Creatieve schrijfopdrachten
227
Taalautomaat 3 BZL taalbeschouwing
240
Woordenlijst Deel 2 – correct schrijven
241
Zelftoets 2
Sagen-memory Webquest sagen en legenden
ICT-versie
ICT-versie
Deel 3 Vraag
Taalonderdeel
Wat leer je?/Wat oefen je?
245
20 Is dat een kapstok? Over de beginselen van theater
Literatuur (gekoppeld aan kijken, lezen, spreken, taalbeschouwing)
– Beoordelend kijken naar theaterscène – Kenmerken theater – Een theaterscène herschrijven (verhaal, gedicht) – Directe, indirecte rede – Leergesprek schematisch noteren (structurerend, beoordelend)
251
21 Wie maakt het nieuws? Over nieuwsmakers, nieuwsbronnen en hun betrouwbaarheid
Kritisch omgaan met media (gekoppeld aan kijken, luisteren, lezen, spreken)
– Hoe het nieuws gemaakt wordt (crossmediaal) – Zakelijk lezen vergelijkingsstructuur – Beoordelend vergelijken krantencovers, nieuwssites – Betrouwbaarheid nieuwsbronnen, sociale media
Schrijven
261
8
22 Hoe zou ik het zeggen? Tips en oefeningen voor luistervriendelijk voorlezen en uitspreken
Spreken (gekoppeld aan kijken, luisteren)
ICT
– Vergelijken papieren krant met digitale versie
– Schrijfopdracht: vergelijking VRT-VTMnieuws (in duo’s) met OVUR-strategie – Uitspraakoefeningen klanken – De verschillende facetten van intonatie oefenen – Luisteren naar woordkunstenaars – Oefenen intonatie, stemkleur via poésie pure
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
267
23 Leefden ze altijd lang en gelukkig? Over sprookjes en fabel(tje)s
Literatuur (gekoppeld aan kijken, lezen, luisteren, schrijven, taalbeschouwing)
– Oorsprong, evolutie, kenmerken sprookje – Beoordelend luisteren cultuursprookje – Beoordelend kijken filmtrailer moderne sprookjesversie – Interview: luisterstrategie + woordstrategie toepassen Schematisch informatie noteren interview – Kenmerken fabel
279
24 Zou vraag met hoe structuur uitzien er deze? Over oude en nieuwe tekststructuren
Lezen (gekoppeld aan kijken, taalbeschouwing)
– Herhaling tekststructuren – Onderzoeksstructuur in: artikel, reportage
Spreken
– Spreekopdracht (Eigen onderzoek: Voel jij je goed op school?)
Werken met Excel, PowerPoint
295
25 Waarom zou je naar reclame kijken? Over hoe reclame ons verleidt en misleidt
Kritisch omgaan met media (gekoppeld aan kijken, lezen, luisteren, taalbeschouwing)
– Over reclametechnieken om de koper te verleiden/misleiden + beoordelend kijken, lezen, luisteren – Analyseren radiospot, reclameclip – Persoonlijk werk reclame
305
26 Wat heeft een zin je te zeggen? Herhaling aspecten van taalgebruik – taalsysteem
Taalbeschouwing
– Nadenken over zinnen en hun taalgebruik, taalsysteem – Omzetten directe indirecte rede
312
Taaluitdaging 2
313
27 Wat hangt daar toch in de lucht? Over spanning in verhalen
Literatuur (gekoppeld aan lezen, kijken beeldfragmenten)
– Soorten spanning – Spanningsopwekkende technieken – Eigen spanningsonderzoek
319
28 Hoe los je netelige taalkwesties op? Over spelling en schrijfadviezen
Taalbeschouwing: taalsystematiek
– BZL: taalkwesties oplossen door gebruik te maken van hulpmiddelen
329
29 Hoe ga je in je eentje van tekst naar schema? Hoe je een tekst schematiseert
Lezen, schrijven
– BZL: lezen en schematiseren tekst
334
Leesba(a)r 3 Eigen keuze uit verhalen of poëzie (BZL)
335
30 Hoe zou dit klinken in een andere taal? Over gedichten en hun vertalingen
Literatuur: poëzie
– Lezen gedichten, interpretatie verzen – Beoordelend vergelijken van vertalingen – Ontdekken criteria voor een geslaagde vertaling van verzen
343
31 Is een recensent een kunstenaar in het klad? Over recensies lezen en schrijven
Lezen
– Lezen recensies: structurerend, beoordelend – Kenmerken, opbouw recensie – Schrijfopdracht (Recensie)
Recensies zoeken boeken (leestips)
32 Hoe ga je op zoek naar een goed boek? Over het vinden van (informatie over) boeken
Literatuur – kritisch omgaan met media (gekoppeld aan zoekend lezen, kijken, luisteren)
– Informatie over boeken zoeken via verschillende kanalen
Informatie zoeken op boekensites
Spreken
– (Mini)spreekopdracht (Een eigen boekenprogramma)
353
Schrijven
361
Taalautomaat 4 BZL taalbeschouwing
374
Woordenlijst Deel 3 – correct schrijven
376
Zelftoets 3
Alternatieve opdrachten reclame
– Taalsites gebruiken
ICT-versie
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
9
Deel 4 Vraag
379
389
33 Helpen soaps je brein om zeep? Over soaps
34 Heeft de voorspelling het over jou? Over helden en slechteriken, vreemde wezens en de kracht van magie
Taalonderdeel
Wat leer je?/Wat oefen je?
Literatuur / kritisch omgaan met media (gekoppeld aan beoordelend lezen, kijken)
– Beoordelend kijken, lezen: soapfragmenten, fragmenten over soaps + kenmerken soaps afleiden
Schrijven, spreken
– Kenmerken column – Creatieve spreekopdracht (Een parodie op de Vlaamse soap)
Lezen/literatuur
– Kenmerken fantasyverhaal via teksten over het genre – Verhaalelementen fantasy via afbeeldingen, omschrijvingen
Schrijven
– Schrijfopdracht (Logline, scenario fantasyverhaal OF Wikipedia-artikel over een game)
401
Leesba(a)r 4 Eigen keuze uit verhalen of poëzie (BZL)
403
35 Is dit Chinees voor jou? Over de grammaticale verschillen en gelijkenissen tussen talen/vertalingen
Taalbeschouwing: taalsystematiek (gekoppeld aan luisteren)
– Opsporen van grammaticale verschillen tussen het Nederlands en andere (westerse) talen – Beoordelend kijken naar vertalingen – Herhaling woordsoorten, zinsdelen
413
36 Is dat om te lachen? Over soorten humor en de grenzen van humor
Taalbeschouwing: taalgebruik / kritisch omgaan met media (gekoppeld aan kijken, luisteren, lezen)
– Verschillende vormen van humor – Technieken taalhumor – Beoordelend kijken, lezen: mag je met alles lachen?
424
Taaluitdaging 3
425
37 Welke stroming heeft de meeste stijl? Over enkele stijlstromingen
Literatuur: poëzie (gekoppeld aan schilderkunst)
– Kenmerken van (nieuw-) romantiek, (nieuw-)realisme, surrealisme – Deze stijlstromingen in de media vandaag
Spreken
– Extra (groeps)project: een digitaal kunstkanaal
437
38 Hoe zeg ik mijn gedacht? Over argumenteren en discussiëren
Spreken (gekoppeld aan kijken, luisteren, schrijven)
– Soorten argumenten – Redeneerfouten – Info schematiseren – Groepsdiscussie over gekozen stelling
449
39 Spreken de beelden altijd voor zich? Over beeldmanipulatie
Kritisch omgaan met media (gekoppeld aan lezen, structurerend kijken en luisteren)
– Over foto’s manipuleren: redenen, invloed – Reality-tv: kritische benadering – Mockumentary: wat – doel
Schrijven
– Schrijfoefening (Een persoonlijk betoog over realityprogramma’s)
458
Taalautomaat 5 BZL Over woordvorming
472
Woordenlijst Deel 4 – correct schrijven
473
Zelftoets 4
10
Aan de slag met Netwerk Taalcentraal en Inhoud
ICT
PowerPoint-presentatie
PowerPoint-presentatie
ICT-versie