Skip to main content

Ntc 3tso leerwerkboek b inhoudsopgave

Page 1

Aan de slag met Hoe zit een les in elkaar? Dit leerwerkboek bestaat uit acht delen, die je ook terugvindt in de uitgebreide inhoudsopgave op blz. 5-8.

Wil je ook een goed

Vraag 50 figuur slaan? Over figuurgedichten

De leerstof vertrekt telkens van een prikkelende vraag. De Opdracht 5 ondertitel geeft duidelijkheid over de inhoud van de les. In totaal zijn er 57 vragen. Bij het begin van elke vraag vind je een overzicht van de verschillende lesonderdelen.

5 Zelf een goede titel en tussentitel formuleren Zoek passende titels en goede tussentitel voordiedeze artikels. In reclame worden weeen overspoeld met modellen er buitengewoon goed uitzien. Hun figuur is meer dan perfect. Maar wat als jouw figuur niet in dat plaatje past?

Een rustig ontbijt zit er voor heel wat gezinnen niet meer in. Tweederde verkeert tijdens de ochtend in tijdsnood. Te laat opstaan of treuzelende kinderen vormen de oorzaak. In opdracht van een fabrikant van ontbijtgranen werden 790 Nederlandse gezinnen met jonge kinderen 1 Ik wil een goed figuur slaan over hun ontbijtgewoonten ondervraagd. Vooral bij gezinnen met jonge kinderen tot en met 12 jaar is er ‘s 2 Figuurgedichten om u tegen te zeggen ochtends tijdgebrek. Rustig ontbijten is er niet meer bij, een haastige snack in de mond lijkt schering en 3 Creatief figuurdichten inslag. 85 procent maakt het ontbijt in minder dan tien minuten klaar, één op twee eet de belangrijkste maaltijd in negen minuten of minder.

1 Ik wil een goed Het ontbijt wordt doorfiguur zowel slaan ouders als kinderen als één van de favoriete bezigheden aangestipt. 60 procent van de ondervraagden zou het het liefst gezamenlijk doen, terwijl uiteindelijk bij 14 procent de ondervraagden Opdracht 1 dat Een icoontje leidt je naar opdrachten waar je deslechts pc voor nodigvanhebt. Alle nodige informatie vind je op daadwerkelijk lukt. Goed nieuws is wel dat, ondanks de weinige www.knooppunt.net. tijd, het ochtendmaal zelden of nooit overgeslagen wordt. wel of niet? 1 Maak je in de volgende situaties een goede indruk? Waarom Acht de tien ontbijt elke dag. Al is dat geen rustig a Je op reageert in gezinnen de klas in het dialect. Hebgegeven. jij ooit alSamen eens een of een de wereld in gestuurd? ja, waar ging die over? metFacebookstatusupdate het ontbijt wordt er gelezen, gekeken of Af en toe vind je een verwijzing1naar het vademecum achteraan in hettvtweet leerwerkboek. DaarZostaat belangrijke wordt de brooddoos gevuld voor de anderen. (lvl)

informatie over spelling gebundeld. 2

Naar: www.goedgevoel.be

Stem jij je updates af op je ontvangers, zoals in het artikel vermeld staat, of houd je daar helemaal geen b Je doet mee aan eenwel/niet? poëziewedstrijd en je weet de tekst niet meer. rekening mee? Waarom Het juiste paar schoenen onder een outfit is van primair belang voor vrouwen. Met de opgang van de ecologische schoen heb je weer een extra reden om een shopnamiddag te houden. Het c Je moeder is ziek en je maakt hetbovendien eten klaar. veel verder dan een stel rieten sloffen. milieuvriendelijke aanbod reikt

Waar vind je wat je moet kennen en kunnen?

Vooral sneakers en sandalen doen het goed in de milieubewuste fashionwereld. Heel wat merken werken met natuurlijke materialen zoals hennep, zijde, wol, plastic, gerecycleerde autobanden en zelfs kokosnoot.

Wat je moet studeren, vind je in de groene Vastgeschroefdkaders.

Een groep mensen waarvoor jebehalve radio- ofsportschoenen televisieprogramma’s maakt, tekst schrijft,hiellaarsjes Milieubewuste fashionista’s kunnen ook elegante eneen milieuvriendelijk d Je vriendin is jarig en jereclame zegt er niets over. campagnes maakt … noem je hetisdoelpubliek aanschaffen. Deopstelt, Braziliaanse schoenenfabrikant Melissa onlangs mee of opde deontvangers. ecologische kar gesprongen. Melissa werkt onder meer samen met topontwerpers Jean Paul Gaultier en Vivienne Westwood en lanceerde onlangs botjes die honderd procent recycleerbaar zijn. Het Franse merk FAGUO gaat nog een stapje verder. Bij elk paar sneakers dat ze verkopen, planten ze een boom. 2 Wat versta je onder de uitdrukking ‘een goed figuur slaan’? Uit: www.zita.be

Wat je moet kennen en kunnen, vind je aan hetOpdracht einde 4 van iedere vraag in een blauw kader. 446

3 Hé, opa, chillax toch eens!

3

Is dat letterlijk of figuurlijk bedoeld?

De oren van je grootouders beginnen waarschijnlijk te suizen wanneer het hebt over een iPad, een Wat moet je kennen? Watjemoet je kunnen? tweet, mms’en of uploaden. Het zijn termen die over het algemeen geen deel uitmaken van hun dagelijkse Je Je kent hethen begrip Jewaarover kunt een je treffende titel hebt. schrijven. leefwereld. kunt mettitel. eenvoudige termen uitleggen het precies ordverklaring Wo Je kunt een beknopte titel juist formuleren. pend StemDeel deze situaties af op de ontvangers. Herformuleer de boodschap door te schepwoorden vindingrijk ief =tussentitel creat Je7weetjes kent hetofbegrip tussentitel. Je kunt de juiste kiezen. veranderen en zinsconstructies aan te passen. Je kunt een treffende tussentitel bedenken vooruit een alinea. stapte vandaag in het a Kate Middleton is niet langer een burgermeisje. De vrouw Bucklebury huwelijksbootje met de Britse prins William. Hij hulde zich daarbij in zijn legeruniform, zij koos voor een adembenemende jurk van Sarah Burton, de ontwerpster van het modehuis Alexander. Doelpubliek/ontvangers: kleuters

Woordverklaring

ts primair = op de eerste plaa lijk ecologisch = milieuvriende t de laatste mode volgt fashionista = vrouw die strik

Vraag 22 - Staat mijn kop je wel aan?

177

b Check die gast. Hij is een echte player. Die doet niks anders dan chillen met zijn maten op het pleintje en babes binnendoen. Hij draait altijd boenkmuziek in die johnybak van hem. Naar het schijnt is hij aan het flippen omdat hij morgen naar de bekkenbeul moet. Nice! Doelpubliek/ontvangers: (hoog)bejaarden/grootouders

NTC_3Tb_Deel 1.indb 2

22/06/12 14:05


2

Splits de verkleinwoorden.

3

Op welke manier verandert de spelling van het verkleinwoord als je het splitst?

4

Wat betekent het als er bij een zelfstandig naamwoord geen verkleinwoord staat?

5

Geef het verkleinwoord van de andere zelfstandige naamwoorden. 2 Wat kan je, nog

1

Vóór je een schema van een tekst maakt, is het ontzettend belangrijk zit. In vraag 21 leerde je al dat een zakelijke tekst uit vaste delen is op

vóór het lezen, helpen om de structuur van een teks

omafiets omarming

Talloze tips helpen je onderweg.

omberspel Bij twijfel raadpleeg je het Groene Boekje.

tip

In de woordverklaring onderaan de bladzijde vind je 4 Oefenen maar! uitleg bij moeilijke woorden.

Woordverklaring doorzien, begrijpen doorgronden = volledig

Opdracht 4

Noteer het verkleinwoord van de onderstreepte woorden.

Vraag 39

Top tien knotsgekke uitvindingen en ontdekkingen 1

Iemand met een lege bierfles op zijn hoofd slaan, doet meer pijn dan met een volle fles.

Waar ben je mee bezig? 2

Drie Amerikanen ontwikkelden een bh die dienst kan doen als gasmasker.

Volg de verschillende stappen en word een expert op het vlak van zakelijk lezen, luisteren en kijken, spreken en schrijven! Je leert elke vaardigheid stapsgewijs aan. Houd daarbij deze Deel icoontjes goed 364 6 in de gaten. Ze geven aan welke vaardigheid je aanleert en welke stap je zet.

schrijven

zakelijk lezen

luisteren en kijken

spreken

Wat moet je weten over spreek- en schrijfopdrachten? Bij elke schrijf- en spreekopdracht ga je aan de hand van de OVUR-strategie gestructureerd te werk. Erna vind je telkens een vorderingsfiche. Die helpt je om je persoonlijke evolutie te volgen en je werkpunten te noteren. 106 Deel 2

Vorderingsfiche Noteer hier je eigen vorderingen. Je wordt beoordeeld op stap 1, stap 2 en je reflectievaardigheid.

Stap 1: Afstemmen op doel /10

Beginner

Gevorderde

De leerling geeft weinig informatie.     Het doel van de videoclip is bovendien helemaal niet duidelijk.

De leerling geeft voldoende informatie, maar het doel     van de videoclip is niet duidelijk. Het doel van de videoclip is duidelijk, maar de leerling     geeft onvoldoende informatie.

0

1

2

3

4

5

Stap 2: Non-verbale communicatie

De leerling kijkt nauwelijks of niet in de camera.     kijkt zijn partner(s) nauwelijks of niet     aan. Mimiek straalt te weinig enthousiasme uit.

Lichaamshouding /10 Reflectie

/5

De leerling beweegt amper en is     heel zenuwachtig. De lichaamstaal van de leerling is     niet afgestemd op de situatie. 0

1

2

3

4

5

Het lukt de leerling niet om kritisch     over zichzelf na te denken. De informatie die de leerling     opzocht, is niet betrouwbaar. De leerling haalde zijn informatie uit     één bron. 0

1

6

7

8

De leerling kijkt af en toe in de camera. kijkt zijn partner(s) geregeld aan.     straalt voldoende enthousiasme uit.     De leerling beweegt voldoende en probeert zijn     zenuwen te verbergen, maar valt af en toe nog eens door de mand, bijvoorbeeld door een kleine tic. De lichaamstaal van de leerling is voldoende afgestemd     op de situatie. 6

7

8

De leerling kan zichzelf op bepaalde punten kritisch     beoordelen, maar heeft het met enkele items toch nog moeilijk. De informatie die de leerling opzocht, is over het     algemeen betrouwbaar. De leerling haalde zijn informatie uit meer dan één bron.

2

3

Expert De leerling geeft veel informatie.     Bovendien is het doel van de videoclip overduidelijk. 9

10

De leerling kijkt voortdurend in de camera.     kijkt zijn partner(s) aan.     straalt veel enthousiasme en     zelfvertrouwen uit. De leerling beweegt vlot en komt     heel natuurlijk over. De lichaamstaal van de leerling is     volledig afgestemd op de situatie 9

10

De leerling slaagt erin zichzelf     kritisch te beoordelen. De informatie die de leerling     opzocht, is volledig betrouwbaar. De leerling haalde zijn informatie uit     verschillende bronnen. 4

5

Attitude Je bent een beginner. Je hebt nog een aantal werkpunten:

Je bent goed op weg. Dit heb je erg goed gedaan:

Knappe prestatie: je bent een expert.

TOTAAL /25

Misschien kun je de volgende keer op dit werkpunt letten:

Vraag 13 - Zie je wat ik voel? 107

NTC_3Tb_Deel 1.indb 3

22/06/12 14:05


Voorbij de vragen … Op het einde van elk deel krijg je een overzicht van de schooltaalwoorden die je pad kruisten in de Woordencocktail. Moeilijke woorden met een speciale schrijfwijze krijgen aandacht in Buitenspel.

Woordencocktail 1 Woorden heb je dagelijks nodig. Om een gesprek te kunnen aanknopen, om iets te begrijpen … Zonder woorden ben je niks. In de eerste lessen heb je al heel wat nieuwe woorden gezien. Hier herhalen we ze nog eens.

1 2 3 4

Computertermen Werkwoorden (Her)Ken je deze woorden nog? Creatief

1 Computertermen Opdracht 1

Opdracht 2

Buitenspel 1

Jongeren besteden gemiddeld zes tot tien uur per week aan games. En wie niet gamet, houdt zich wel op een andere manier bezig met de computer. Het is je waarschijnlijk ook al opgevallen dat er heel wat woordenschat uit het Engels komt. Hoe komt dat?

In deze les oefen je dertig woorden die voorkwamen in deel 1. Het zijn woorden die zichzelf buitenspel zetten omdat ze zich niet schikken naar de regels. Die spelbrekers kunnen dus voor problemen zorgen! Even kijken of jij ook al die termen kent en begrijpt. Kun je het kruiswoordraadsel volledig invullen? 2

Horizontaal 1 direct communiceren met elkaar via het internet

1 Spelbrekers 1

Hoe test je jezelf?

1

Na elk deel maak je een zelftoets. Je test wat je al kent en kunt. Met een verbetersleutel verbeter je jezelf. Bij het onlinelesmateriaal vind je een uitgebreidere versie van de toets.

25 3 4 5 6 6 7 8 9

3 4 5 centrale verwerkingseenheid in een computer Als spreker moet je je oriënteren op het doel van je presentatie. 6 camera die verbonden is met het internet, In een persuasieve tekst probeer je je lezer te overtuigen van je mening. waardoor je continu een video of beelden te Jordy’s basketters moeten nodig de wasmachine in. zien krijgt

Zelftoets 1

Verticaal Je blijft afwezig op school wegens de begrafenis van je oma. 2 … games = een kruising tussen twee soorten Een journalist brengt verslag uit van een aardbeving. games Er zijn veel manieren om vrienden te verliezen: een stom conflict bijvoorbeeld. 3 Als je iets opnieuw wilt bekijken, druk je op … Net als op een carrousel ga je de klas rond. 4 een computersysteem, specifiek gemaakt om Je moet de informatie op een creatieve manier verwerken. spellen op te spelen

Wat heb ik geleerd en wat weet ik daar nog van?

Als Isabella Swan naar het regenachtige Forks verhuist en de mysterieuze Edward Cullen ontmoet, Werk samen met een partner. Maak elke opdracht eerst afzonderlijk. Vergelijk daarna jullie oplossingen en neemt haar leven een spannende en angstige wending. bespreek de verschillen. Als je twijfelt, kun je je leraar om hulp vragen.

88

10 Dat isolement is ontstaan in zijn jeugd.

Woordencocktail 1

11 Hij werd seksueel misbruikt door zijn onderwijzer. – Literatuur – Poëzie 12 Floor Zakelijk vindt hetlezen niet echt leuk, tot ze door een modellenbureau uitgenodigd wordt voor een fotoreportage. 1 Wat is hetistekstdoel de volgende 13 Buiten Candy er nietsinwat hem nogteksttypes? interesseert.

/10

a een een artikel in een tijdschrift met als titelinHet 14 Gooide panikerende chauffeur hem deregenwoud Maas? moet blijven

15 Ook luisteren kun je niet wegdenken uit taal en communicatie. b een strip waarin aan mensen in India het belang van gekookt water wordt uitgelegd

16 Griezelverhalen creëren figuren die je kippenvel bezorgen.

17 Leg uw vraag voor aan één van onze professionele medewerkers. c een liefdesgedicht

18 Wil je graag op gehoor kunnen spelen en jezelf een autodidact noemen?

Als je dit logo ziet, werk je per twee.

19 Als je de regels niet meer weet, dan kun je ze ook nalezen in het vademecum achteraan in je d de instructies bij een gezelschapsspel leerwerkschrift. 20 De jongen met de gestreepte pyjama is een heel aangrijpend jeugdboek. e de montagehandleiding bij een nieuw schoenkastje

21 Onze school organiseert elk jaar een stickeractie.

Bij dit logo ga je in groep aan de slag.

22 De commissie heeft keurig werk geleverd.

f een verkiezingspamflet van een nieuwe politieke partij

23 De plannen waren nogal ambitieus. g een testament

h een verslag van een voetbalwedstrijd

Buitenspel 1

85

i een fragment uit een dagboek

j een verslag uit het dossier van een misdadiger

NTC_3Tb_Deel 1.indb 4

22/06/12 14:05


Deel 1 Blz.

Vraag

Taalonderdeel

Wat leer je? Wat oefen je?

9

1

Wat neem je mee op reis? Een kennismakingsles

Schrijven Spreken

Kennismakingsles

12

2

Kies jij soms ook de verkeerde schoenen? Over tekstsoorten, teksttypes en tekstdoelen

Luisteren en kijken

STAP 1 Luisteren en kijken – tekstsoorten/teksttypes/tekstdoelen bepalen STAP 1 Zakelijk lezen – tekstsoorten/teksttypes/tekstdoelen bepalen

Zakelijk lezen

21

3

Hoe gebruik je een kompas? Over hoe je een spreekdoel vooraf bepaalt

Spreken

STAP 1 Spreken – spreekdoel bepalen

26

4

Mag ik even wegdromen in boekenland? Over verhaalsoorten

Literatuur

Herkennen van verhaalsoorten, genres

33

5

Moeder, waarom lez(v)en wij? Enquête over leesgedrag

Literatuur

Aanzet tot portfolio

35

6

Wat is er mis met sitroen? Over het belang van een correcte spelling

Taalbeschouwing: spelling

Waarom moet je correct schrijven? Manieren om zonder fouten te schrijven

44

7

Hoe is het gesteld met je spelling? Even testen

Taalbeschouwing: spelling

Diagnostisch dictee Remediëringsoefeningen

50

8

Wil je zwemmen tussen haaien of vliegen naar de regenboog? Informatie verzamelen voor een schrijfopdracht

Schrijven

STAP 1 Schrijven – afstemmen op doel – info verzamelen

53

9

Minuscuul ... moet ik dan op de weegschaal gaan staan? Over hoe je woordbetekenissen kunt achterhalen

Taalbeschouwing: woordenschat

Woordbetekenissen achterhalen

59

10 Wat is de zin hiervan? (1) Kijken hoe een zin in mekaar zit

Taalbeschouwing: grammatica

Herhaling zinsleer (1)

68

11 Waarom blijven sommige sporen spoorloos? Over fictie/non-fictie, literair/zakelijk taalgebruik

Taalbeschouwing: taalgebruik

Zakelijk en literair taalgebruik

74

12 Mag ik eens kijken in je toverhoed, vriend van de poëzie? Over algemene kenmerken van poëzie

Poëzie

Algemene kenmerken van poëzie

81

Buitenspel 1

84

Woordencocktail 1

88

Zelftoets 1

moeilijke woorden uit deel 1 inoefenen gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 1

Deel 2 Blz. 95

Vraag 13 Zie je wat ik voel? Over lichaamstaal

Taalonderdeel Luisteren en kijken Spreken

Wat leer je? Wat oefen je? STAP 2 Luisteren en kijken – non-verbale communicatie leren inschatten STAP 2 Spreken – non-verbale communicatie leren inschatten

105

14 Moet je dat nu echt allemaal lezen? Over leesstrategieën

Zakelijk lezen

STAP 2 Zakelijk lezen – leesstrategieën

114

15 Joew, hey, hallo of goedemorgen? Over je tekst afstemmen op de situatie/context

Schrijven

STAP 2 Schrijven – tekst afstemmen op situatie/context

120

16 Is dit van kapitaal belang? Over het correcte gebruik van hoofdletters

Taalbeschouwing: spelling

Gebruik van hoofdletters

123

17 Zijn ufo’s feit of fictie? Over thema’s, fictie en non-fictie

Literatuur

Thema, fictie en non-fictie

129

18 Waarom dekt de vlag niet altijd de lading? Over titels, covers en achterplatteksten

Literatuur

Titels, covers en achterplatteksten

NTC_3Tb_Deel 1.indb 5

22/06/12 14:05


132

19 Wat is de zin hiervan? (2) Kijken hoe een zin in elkaar zit

140

Woordencocktail 2

142

Zelftoets 2

Taalbeschouwing: grammatica

Herhaling zinsleer (2)

gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 2

Deel 3 Blz.

Vraag

Taalonderdeel

Wat leer je? Wat oefen je?

150

20 Heb je een luisterend oog? Over kijk- en luisterstrategieën

Luisteren en kijken

STAP 3 Luisteren en kijken – kijk- en luisterstrategieën

156

21 Mag je zomaar met de deur in huis vallen? Over de IMS-tekststructuur

Zakelijk lezen

STAP 3 Zakelijk lezen – globale structuur van een tekst: inleiding - midden - slot

162

22 Staat mijn kop je wel aan? Over titels en tussentitels schrijven

Schrijven

STAP 3 Schrijven – titel en tussentitel bij informatieve teksten

168

23 Is een dt-foudt erg? Over de spelling van de werkwoordsvormen in de tegenwoordige en de verleden tijd

Taalbeschouwing: spelling

Ott en ovt

175

24 Met wie wil je een date? Over personages/types/stereotypes

Literatuur Taalbeschouwing: woordenschat

Personages Stereotypen

186

25 Zet je er graag een punt achter? Over mededelende, vragende, uitroepende en gebiedende zinnen en de eindleestekens

Taalbeschouwing: grammatica Spelling

Soorten zinnen Eindleestekens

190

26 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land? Over beeldspraak

Poëzie Taalbeschouwing: woordenschat

Beeldspraak

195

Buitenspel 2

199

Woordencocktail 3

204

Zelftoets 3

moeilijke woorden uit deel 2 en 3 inoefenen gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 3

Deel 4 Blz.

Vraag

Taalonderdeel

210

27 Valt je kaartenhuis in duigen? Over de opbouw van alinea’s

Schrijven

STAP 4 Schrijven – midden + opbouw alinea

217

28 Kun jij een geknipt patroon maken? Over tekststructuren van een zakelijke tekst

Luisteren en kijken

STAP 4 Luisteren en kijken – tekststructuren van een zakelijke tekst STAP 4 Zakelijk lezen – tekststructuren van een zakelijke tekst

Zakelijk lezen

Wat leer je? Wat oefen je?

225

29 Heb jij boten in je lijf? Over klinkers, tweeklanken en medeklinkers

Taalbeschouwing: spelling

Klinkers, medeklinkers, tweeklanken

235

30 Waar spreken we af? Over ruimte in verhalen

Literatuur

Ruimte in een verhaal

241

31 Ben je een nieuwsgierig aagje of weet je gewoon graag veel? Over de bijwoordelijke bepalingen

Taalbeschouwing: grammatica

De bwb

245

32 Wie springt uit een vliegmachien om jou te zien? Over rijm

Poëzie

Rijmen: eindrijm, assonantie, alliteratie

249

Woordencocktail 4

252

Zelftoets 4

NTC_3Tb_Deel 1.indb 6

gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 4

22/06/12 14:05


Deel 5 Blz. 257

Vraag

Taalonderdeel

33 Hoe pimp je je spreekbeurt? Over afstemmen op situatie, context en doelpubliek

Luisteren en kijken Spreken

Wat leer je? Wat oefen je? STAP 5 Luisteren en kijken – bepalen van het doelpubliek STAP 3 Spreken – afstemmen op situatie, context en doelpubliek + herformuleren

263

34 Is je relatie van lange duur? Over tijd in verhalen

Literatuur

Tijd: flashback, flashforward, verteltijd, vertelde tijd, verteltempo, tijdsprong

268

35 Hoe voltooid is voltooid? Over de spelling van het voltooid deelwoord

Taalbeschouwing: spelling

Voltooid deelwoord

272

36 Moeten woorden namen hebben? Over de woordsoorten

Taalbeschouwing: grammatica

Woordsoorten: zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, telwoord, werkwoord, voorzetsel, voegwoord

279

37 Iedere vogel zingt zoals die gebekt is ... Genieten van gedichten

Poëzie

Zelf een gedicht schrijven

283

Buitenspel 3

288

Woordencocktail 5

292

Zelftoets 5

moeilijke woorden uit deel 4 en 5 inoefenen gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 5

Deel 6 Blz.

Vraag

Taalonderdeel

Wat leer je? Wat oefen je?

295

38 Ben jij een kitesurfexpert? Over hoofdlijnen naar voren brengen

Spreken

STAP 4 Spreken – hoofdlijnen naar voren brengen

301

39 Doe jij ook wel eens aan hersengymnastiek? Over schematiseren

Luisteren en kijken

STAP 6 Luisteren en kijken – schematiseren STAP 5 Zakelijk lezen – schematiseren STAP 5 Schrijven – schema’s maken

Zakelijk lezen Schrijven 307

40 Wie heeft het hier voor het zeggen: ik of hij? Over vertelstandpunt

Literatuur

Vertelperspectief: alwetende en personele hij, vertellende en belevende ik, wisselende verteller

317

41 Heb jij die hottentottententententoonstelling al gecheckt? Over woordvorming

Taalbeschouwing: woordenschat

Woordvorming: samenstellingen, afleidingen, leenwoorden

325

42 Let jij op de kleintjes? Over de spelling van de verkleinwoorden

Taalbeschouwing: spelling

Zelfstandig naamwoord: het verkleinwoord

330

43 Moeten woorden nog meer namen hebben? Over voornaamwoorden

Taalbeschouwing: grammatica

Woordsoorten: persoonlijk, bezittelijk, aanwijzend, vragend, wederkerend voornaamwoord

338

Woordencocktail 6

341

Zelftoets 6

NTC_3Tb_Deel 1.indb 7

gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 6

22/06/12 14:05


Deel 7 Blz. 349

Vraag

Taalonderdeel

44 Heb jij een bindmiddel voor die saus? Over bindwoorden

Luisteren en kijken Spreken Schrijven

Wat leer je? Wat oefen je? STAP 7 Luisteren en kijken – structuur door bindwoorden STAP 5 Spreken – structuur door bindwoorden STAP 6 Schrijven – samenhang tussen de alinea’s

356

45 Waar is dat feestje? Over instructies

Schrijven

STAP 8 Luisteren en kijken Instructies Instructies

360

46 Blijf jij ook liever single? Over enkelvoudige en samengestelde zinnen, nevenschikking en onderschikking

Taalbeschouwing: grammatica

Enkelvoudige en samengestelde zinnen en verbinden van zinnen

364

47 Ben jij een tekentalent? Over het gebruik van hulptekens: trema, apostrof en koppelteken

Taalbeschouwing: spelling

Hulptekens

374

48 Is er nog vuurwerk of is de vlam al gedoofd? Over spanning in verhalen

Literatuur

Verhaallijn en spanningsopbouw

388

49 Geef je er graag een kleurtje aan? Over bijwoorden

Taalbeschouwing: grammatica

Woordsoorten: het bijwoord

391

50 Wil je een goed figuur slaan? Over figuurgedichten

Poëzie

Figuurgedichten

395

Buitenspel 4

397

Woordencocktail 7

400

Zelftoets 7

Luisteren en kijken

O

moeilijke woorden uit deel 6 en 7 inoefenen gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 7

Deel 8 Blz. 404

Vraag 51 Mag ik beginnen? Over het begin en het einde van een spreekoefening

Taalonderdeel Spreken

Schrijven

Wat leer je? Wat oefen je? STAP 6 Spreken – begin en einde van een spreekopdracht STAP 7 Schrijven – begin en einde van een verhaal

412

52 Spring jij soms van de hak op de tak? Over samenhang bij spreken

Spreken

STAP 7 Spreken – samenhang

416

53 Moet ik er een tekeningetje bij maken? Over visuele hulp/info gebruiken

Luisteren en kijken

Visuele hulp/info gebruiken

419

54 Wie wil Nijntje kussen voor 5 euro? Over het al dan niet aaneenschrijven van woorden

Taalbeschouwing: spelling

Aaaneenschrijven van woorden

429

55 Krijg jij daar kop noch staart aan? Over het begin en einde van een zakelijke tekst

Schrijven

STAP 8 Schrijven – begin en einde van een zakelijke tekst

438

56 Wie zegt dat ik gezegd heb dat jij dat gezegd hebt? Over directe en indirecte rede

Taalbeschouwing: grammatica

Directe en indirecte rede

443

57 Vergis ik me of is dit nu wiskunde? Over grafieken interpreteren

Zakelijk lezen

STAP 6 Zakelijk lezen – grafieken interpreteren

448

Buitenspel 5

452

Woordencocktail 8

454

Zelftoets 8

457

Vademecum spelling

NTC_3Tb_Deel 1.indb 8

O

moeilijke woorden uit deel 8 inoefenen gevarieerde woordenschatoefeningen met woorden uit deel 8

22/06/12 14:05


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ntc 3tso leerwerkboek b inhoudsopgave by VAN IN - Issuu