Skip to main content

Ntc 1aso werkboek inhoudsopgave

Page 1

INHOUDSOPGAVE Thema 1 Hoe het begint Les 1 Het spel van een taal Les 2 Het bijt, het steekt, het prikkelt Les 3 Wennen aan een lessenrooster Les 4 Lezen en spreken over lezen Les 5 Mailen, we doen het allemaal! Les 6 Communiceren is geen kinderspel Les 7 Eerste Hulp bij Opdrachten – instructiewoorden Les 8 Wie durft de Junioreditie van Expeditie Robinson aan? (hoofdletter) Zelftoets Lettergetetter en spelbrekers

Thema 2 De kern van de boodschap Les 1 Weet wat je leest of beluistert Les 2 Luisteren kun je leren Les 3 De kern van de boodschap Les 4 Teksten om te studeren … en dan? Les 5 Spot het onderwerp Les 6 Het werkwoord en de tijd Les 7 Zomaar even lezen … of genietend lezen? Les 8 Werken met woorden Les 9 Namen noemen: het zelfstandig naamwoord (zn) Zelftoets Lettergetetter en spelbrekers

Thema 3 CU vnvnd Les 1 Als het kriebelt moet je ... spreken Les 2 Klare taal: vraag en antwoord. Les 3 Cu vnvnd in De Vliegende Hollander? Les 4 Het bijvoeglijk naamwoord (bn) Les 5 Het gezegde: wwg en nwg Les 6 Toerist of verteller? Les 7 Verhalen in het kort … Les 8 Pret met afko’s: LOL? Les 9 lv @ mv ;)) Zelftoets Lettergetetter en spelbrekers

Project 1 Festival van verBEELDing Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Lettergetetter

Festival van verBEELDing – smaakmaker Beeldige poëzie Het kinderparlement De uitnodiging Banken en stoelen aan de kant, want hier komt ... de generale repetitie

p. 7 p. 8 p. 12 p. 20 p. 21 p. 28 p. 35 p. 41 p. 43 p. 48 p. 61

p. 65 p. 66 p. 73 p. 75 p. 80 p. 95 p. 104 p. 117 p. 122 p. 127 p. 138 p. 164

p. 169 p. 170 p. 176 p. 183 p. 191 p. 196 p. 206 p. 211 p. 219 p. 223 p. 233 p. 254

p. 257 p. 258 p. 262 p. 263 p. 272 p. 276 p. 279


Thema 5 (Digi)beten Les 1 Hapklare teksten Les 2 In woord en beeld Les 3 Reedkopjou en Weeuwsnitje: over klanken en letters Les 4 Werken met de spellingchecker Les 5 Spelling van de klinkers Les 6 Spelen met poĂŤzie Les 7 www.boek.kom Les 8 Het telwoord (tw) Zelftoets Lettergetetter en spelbrekers

Thema 6 Gevaarlijk spel Les 1 Instructies ‌ en dan? Les 2 Instructies ordenen en opbouwen Les 3 Luisteren en kijken naar instructies Les 4 Gevaarlijk - gevaarlijker - gevaarlijkst Les 5 Reedkopjou en Weeuwsnitje deel 2: over medeklinkers Les 6 De speech Les 7 De kus Les 8 De engel die niet kon vliegen Zelftoets Lettergetetter en spelbreker

Project 2 Schrijver gezocht Les 1 Lekker luisteren Les 2 Verteller gevonden Les 3 Schrijver gezocht Les 4 Schrijver gevonden Les 5 Eureka! Lettergetetter en spelbrekers

Thema 8 Snuffelneuzen Les 1 Wie heb je aan de lijn? Les 2 Zoek de dader Les 3 Snuffelen in heden, verleden en toekomst Les 4 Werken met informatiebronnen Les 5 Een uiterst wetenschappelijk taalproject waarmee niet te lachen valt! Les 6 Genres in de (jeugd)literatuur: boeken gekruid naar ieders smaak Les 7 Ben jij een snuffelaar? Zelftoets Lettergetetter en spelbrekers

Project 3 Quiz-tig

p. 283 p. 284 p. 290 p. 296 p. 298 p. 304 p. 309 p. 313 p. 318 p. 320 p. 338

p. 345 p. 346 p. 349 p. 352 p. 357 p. 371 p. 373 p. 376 p. 378 p. 384 p. 397

p. 401 p. 402 p. 405 p. 409 p. 412 p. 415 p. 418

p. 421 p. 422 p. 431 p. 434 p. 439 p. 445 p. 449 p. 464 p. 468 p. 482

p. 493

Studiewijzer Opdracht en werkwijze Beoordeling Tips en valkuilen

p. 494 p. 495 p. 499 p. 499

Placemat

p. 501

Vorderingsfiches Colofon

p. 503 p. 511


Aan de slag met Hoe doe je dat? Met zes tintelende thema’s en drie prikkelende projecten in je bronnenboek en je werkboek Thema 1 Hoe het begint Thema 2 De kern van de boodschap Thema 3 Cu vnvnd Project 1 Festival van verBEELDing Thema 5 (Digi)beten Thema 6 Gevaarlijk spel Project 2 Schrijver gezocht Thema 8 Snuffelneuzen Project 3 Quiz-tig

Met gemak Schrijven naar of spreken met een vriend of vriendin kan heel informeel. Je hoeft je niet aan allerlei afspraken te houden. De taal of de vorm van de boodschap kun je vrij kiezen. Anders is het als je bijvoorbeeld de leraar of de directeur aanspreekt. Dan houd je je beter aan de strikte omgangsvormen: dit is een formele situatie.

Wat moet je kunnen? - je gevoelens verwoorden; - een ik-boodschap formuleren in verschillende situaties; - enkelvoudige en samengestelde zinnen bouwen.

Wat je moet leren, vind je in de paarse kaders, de Vastgespijkerd-kaders.

Wat je moet kennen en kunnen, vind je in de blauwe kaders.

Wat moet je kennen? - woorden die gevoelens uitdrukken; - verschil tussen een enkelvoudige en samengestelde zin.

Woordverklaring arom verklaren = uitleggen wa

In de woordverklaring vind je uitleg bij allerlei moeilijke woorden.


Met een beetje hulp Hoe doe je dat? Een voorstel - Neem een map met flappen. - Wees creatief en geef die map een persoonlijk tintje. - Stel in de loop van dit jaar een inhoudsopgave op. Bewaar die vooraan. - Breng een verdeling aan in je portfolio met verplichte en vrije taken. - Maak de opdrachten telkens op een ander blad.

Bekijk de communicatieve situatie. Wie is de zender? Wie is de ontvanger?

tip

Volg de stappen en ontdek hoe je het doet. Oriënteren, voorbereiden, uitvoeren en reflecteren. De OVUR’s maken je vaardig. Talloze tips helpen je op weg. Zet een stapje terug en fris op wat je al leerde.

WB p. 50

Meer info over taalbeschouwing, vaardigheden en leren leren, zoek je op in het vademecum achteraan in je bronnenboek.

BB p. 205

Met gevoel voor (taal)humor Droedelen, ook dat is taal.

BBBB 80

Lettergetetter

E

I

J

F

G

C A

H

Kruiswoordraadsel

D

Vul het kruiswoordraadsel in. 1

5 

W O 2

B

R

S

T

A

N

G

E

R

E

L

E

G

E

N

E

N

S E 3

O N

Z

E

K

E 4

R V

7 

C

A

R

R

I

E

R

L 9 

E 6

R

E

T

R

E

10 

N

E

N

I

I

E

U W

K

E

S

I N M

E

R

K

J

I H

A

S

I

E

R

I

G

P

O N

T

A

L

O

R

S

U W A

C

A

N

H

T

P 13 

R 15 

G

E 12 

T 8

11 

A

E

N

T

E

R

E

N

N

Z

E

E

N

N

18 

E

F

D

V

20 

L

O

L

N D

A

S

A

C

L

H O

E

O L

A

S

S

G

I 19 

Z K

I N

E

E R

Spelen met woorden.

14 

N 17 16  

E

N

L

E

T

R

A

D

S

E

R

A

Thema 1 - Lettergetetter

A

R

61


Met kennis van zaken

Evalueer jezelf en de anderen.

Hoe ging het? Heb je over iedereen iets kunnen vertellen? Hoe kon jij de informatie onthouden? Zou je dat de volgende keer op een andere manier aanpakken? Waarom wel of niet? Durfde je het woord te nemen? Heb jij je klasgenoten beter leren kennen?

Hoe vaardig ben je al? Bekijk je vooruitgang op de vorderingsfiches.

Op het einde van een thema toets je jezelf: wat ken en kun je al? Na de toets vind je extra oefenmateriaal, zowel basis- als verdiepingsoefeningen.

Stap 1 De leraar vertelt je welke toetsopdrachten of welke delen van een toetsopdracht jij zult maken. Je markeert ze in de tweede kolom van het overzicht op blz. 49. Stap 2 Je maakt de toets. Je vindt de toetsen vanaf blz. 50.

Wat zul je hier aan doen?

Je let extra op

……/……/…… Toelichtingen en tips:

2

Wat zul je hier aan doen?

Je let extra op

……/……/…… Toelichtingen en tips:

1

Titel oefening

Netheid

4 = goed

Crea Attitudes

…

Hoe gebruik je de zelftoets?

Aandacht voor spelling

Nummer:

Taalbeschouwing Inhoud Structuur

Gepaste titel

Klas:

Product

1 = zwak

Opbouw: I-M-S

2 = onvoldoende

Lay-out

0 = geen moeite

Opdracht volbracht Verbanden / alinea's

3 = voldoende

… Voorbereiding Gepast: doel, ontvanger ...

Beoordelingsschaal:

Zinnen Gepast taalgebruik

Vorderingsfiche Nederlands: schrijven

…

Naam:

Creativiteit Woordkeuze

5 = uitstekend

Cijfer …

Zelftoets In Thema 1 heb je al heel wat geleerd: je kent en kunt al een en ander! Tijd dus voor een toetsmoment.

Stap 3 Na de toets controleer je met de correctiesleutel het resultaat dat je behaalde en duid je op het schuifbalkje in kolom 4 aan hoe je scoorde. Hoe ging het? het lukte heel goed = meer dan 70 % = goed (3) het ging behoorlijk = 70% - 51% = voldoende (2)

Vorderingsfiche Nederlands: schrijven

het moet beter = de helft of minder = onvoldoende (1)

507

Stap 4 Op basis van je resultaat bepaal je aan welke extra opdrachten jij zelfstandig werkt. Je spreekt met de leraar af of je oefent op basis (B) of verdieping (V). Als je niet alle opdrachten maakt in de klas, kun je ze gebruiken om thuis verder te oefenen voor Nederlands. Extra opdrachten vind je vanaf blz. 56.

48

Thema 1 - Zelftoets

Met enthousiasme

Voor fans van contractwerk.

Voor wie houdt van een extraatje. -tra X Opdracht 5 Voor wie houdt van een uitdaging.

Voor wie graag oefent met het scherm.

Met elkaar Met twee kun je meer dan alleen.

Maak samen werk van Netwerk TaalCentraal!

Hoe ging het? Ik spreek, schrijf, lees, bekijk, beluister …. NEDERLANDS!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ntc 1aso werkboek inhoudsopgave by VAN IN - Issuu