at kunnen wij doen?
Taal Recht NIEUW
1.2
B
schriftelijk
s een i t a D dee. i d e go
oor v Wat kuenn t k en n a B d wij dow woord. t en ? n a Bedankt uvoor uw antwoord.
at kunnen Wat kunnW en oen? wij doen?wij d
Bedankt voor uw antwoord.
Ga je mee winkelen?
Ga je m winke
© N
VA IN
THEMA
1
De Nederlandse les
Dit leer ik. • Ik lees een infoblad van de school en noteer de belangrijke informatie. • Ik lees een formele en een informele sms. • Ik schrijf een formele en een informele sms.
IN
1 In het CVO CVO Studiebazaar: ons schooljaar
Centrum voor Volwassenen
Studiebazaar
N
De module 1.2 De module 1.2 begint op 4 september en eindigt op 26 januari. De herfstvakantie is van 30 oktober tot 5 november. 11 november is een feestdag. De school is gesloten. De kerstvakantie begint op 25 december en eindigt op 7 januari.
VA
Inschrijven voor de module 2.1 kan op 1, 2 en 3 februari van 9 tot 12 uur.
©
De module 2.1 De eerste lesdag van module 2.1 is op 5 februari en de laatste lesdag is op 22 juni. De krokusvakantie is van 12 februari tot 18 februari. De paasvakantie is van 2 april tot 15 april. 1 mei is een feestdag. De school is gesloten. Op 30 juni krijgen alle cursisten hun diploma. Hebt u nog vragen? Spreek met uw leerkracht of kom naar mijn bureau. Ik ben aanwezig op maandag / dinsdag / donderdag / vrijdag van 10 tot 15 uur. Ik ben afwezig op woensdag. Joris Duytschaever Directeur
1 Lees de informatie van de directeur.
Wat staat samen? Trek een lijn, zoals in het voorbeeld. beginnen • aanwezig • gesloten • de lesdag • eerste • de cursist •
Thema 1 – De Nederlandse les
• laatste • de leerkracht • afwezig • de feestdag • eindigen • open één
1
2
Taaltaak In het CVO
Rol: cursist
Maak een kalender voor CVO Studiebazaar. Schrijf de maanden op de kalender van CVO Studiebazaar. Schrijf de belangrijke datums op de kalender.
september 4: module 1.2
N
IN
begint
©
VA
juni
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Een sms Taaltaak Een sms over de les
Rol: cursist
1 Lees de sms’jes. Hallo Hassan, Yurek en ik staan bij de tramhalte. Ga je mee met ons naar de school? Wij wachten op jou!
Dag Pei Le, sorry, je moet niet op mij wachten. Ik blijf thuis vandaag. Groetjes. Van:
Van:
Beste leerkracht. Het spijt me. Ik kom vandaag niet. Mijn buurvrouw is ziek. Ik blijf bij haar. Ik ga met haar naar de dokter. Wat is het huiswerk? Ik geef het morgen aan u. Bedankt. Van:
IN
• Hassan, Yurek en Pei Le zijn klasgenoten. Wie schrijft de sms? Schrijf één naam onder de sms: Hassan – Yurek – Pei Le. Wanneer is de Nederlandse les? Schrijf een kruisje X. vandaag morgen met iemand samen gaan:
N
• Zoek het juiste woord. Schrijf op.
gaan
staan / zitten tot iemand komt: bl
w
VA
niet weggaan:
overmorgen
2 Lees de sms’jes.
©
Goedemorgen cursisten 1.2. Het spijt me, morgen is de school gesloten. Morgen is een studiedag voor de leerkrachten. De secretaresse stuurt het huiswerk naar jullie. Met vriendelijke groet, jouw leerkracht
Beste collega. De directeur is ziek. Sturen wij samen een kaartje naar hem? R. Ramael, secretaresse
Beste mevrouw Ramael, ik ben ziek. Vandaag en morgen blijf ik thuis. Overmorgen kom ik terug. Spreekt u met de leerkrachten? In de keuken staat voor hen een nieuw koffiezetapparaat. Els Verhoeven, directeur
• Wie is ziek? Schrijf een kruisje X. de leerkracht de secretaresse de directeur • Het is maandag. Wanneer komt de directeur terug naar de school? Schrijf een kruisje X. dinsdag woensdag donderdag
Thema 1 – De Nederlandse les
3
• Wat past erbij? Onderstreep. huiswerk: thuis poetsen / thuis voor de school werken thuisblijven: buitenkomen / niet buitenkomen terugkomen: weer naar school komen / niet komen Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
3 Studeer. infinitief
ik
jij
... jij
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
blijf ... thuis
blijft ... thuis
blijf jij ... thuis
blijft ... thuis
blijven ... thuis
terugkomen
kom ... terug
komt ... terug
kom jij ... terug
komt ... terug
komen ... terug
meegaan
ga ... mee
gaat ... mee
ga jij ... mee
gaat ... mee
gaan ... mee
wachten
wacht
wacht
wacht
wacht
wachten
beginnen
begin
begint
begin
begint
beginnen
eindigen
eindig
eindigt
eindig
eindigt
eindigen
IN
thuisblijven
Leertip
VA
N
Kijk naar de nieuwe woorden. Zeg de woorden. Doe dan je boek toe. Zeg de woorden nog een keer.
3 In de klas
1 Ken je de preposities nog? Vul aan.
©
OP, MET, NAAR, VOOR ... zijn preposities. Ken je nog preposities? Schrijf op.
2 Kijk naar de gemarkeerde woorden in de sms’jes op pagina XX. Je ziet: een prepositie + een pronomen. Schrijf de pronomina in het schema.
G
ik /
jij /
u/
wij /
jullie /
hij /
zij /
zij /
Let op: zij / haar = 1 vrouw zij / hen = veel mensen Let op: me = mij jou = je hen = ze
4
Je moet niet op mij / me wachten. Wij wachten op jou / je. In de keuken staat een koffieapparaat voor hen / ze.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Weet je nog? Nieuw TaalRecht 1.1 thema 8: het possessief pronomen
3 In de klas
Schrijf de juiste pronomina. Kijk naar de tip.
Yurek, Hassan en Pei Le Yurek:
Ga je met
Ga je met mij naar het secretariaat?
Hassan:
Ja, dat is goed. Ik ga mee met
Yurek:
En Pei Le? Gaat zij ook mee met
Hassan:
Nee, zij blijft bij de klasgenoten. Zij blijft bij
naar het secretariaat? (ik) . (jij) ? (wij) . (zij)
De leerkracht Van wie is dat boek? Is dat boek van
, Nematullah? (jij)
IN
Leerkracht:
Nematullah: Nee, dat boek is van Pei Le. Dat boek is van Leerkracht:
Waarom schrijf je dan in dat boek?
Schrijf alleen in het boek dat van
is! (jij)
. (u)
N
Nematullah: Dat doe ik. Ik luister naar De cursisten
. (zij)
Leerkracht, stuurt u het huiswerk naar
Leerkracht:
Ja, dat is goed. Ik stuur het huiswerk naar
Maak het huiswerk en geef het aan de mensen van het secretariaat.
VA
Cursisten:
Geef het aan
? (wij) . (jullie)
. (zij)
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
©
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Thema 1 – De Nederlandse les
5
4 Formeel / informeel 1 Lees de sms’jes nog een keer. Wat hoort bij elkaar? Trek een lijn.
Informeel
Formeel
Groetjes • Dag • Sorry •
• Beste • Met vriendelijke groet • Het spijt me.
Informeel of formeel? Onderstreep. Hoe schrijf je naar een vriend? informeel / formeel Hoe schrijf je naar de leerkracht? informeel / formeel
IN
Naar wie schrijf jij nog formeel?
2 Ook deze sms’jes staan op de gsm van Hassan. Wat kies jij? Onderstreep.
N
Mevrouw, mijn huiswerk is niet klaar. Sorry / Het spijt me, Hassan.
VA
Dag / Beste Hassan, kan jij mij morgen helpen? Ik heb veel werk. Yurek.
Dag / Beste cursist, volgende week hebben wij een test. Groetjes / Met vriendelijke groet, uw leerkracht Nederlands.
©
Dag Yurek. Ik kan jou niet helpen. Ik heb geen tijd. Sorry / Het spijt me. Groetjes / Met vriendelijke groet, Hassan.
3
Herhaal
VIDEO
informeel: Hallo, Hé, Dag ... Yurek formeel: Goedemorgen, Beste ... cursist
informeel: Sorry ... formeel: Het spijt me ...
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
informeel: Groetjes ... formeel: Met vriendelijke groet ...
Bedankt!
Taaltaak Een informele en een formele sms
4
Rol: cursist
Werk samen met een klasgenoot. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
IN
a Schrijf één sms’je naar een klasgenoot. Kies: • Je vraagt iets (bijvoorbeeld: je vraagt hulp.) • Je zegt iets (bijvoorbeeld: je brengt koekjes mee naar de les.) Antwoord:
N
VA
b Lees de sms van jouw klasgenoot. Schrijf een antwoord.
©
c Schrijf twee sms’jes naar de leerkracht. • Je komt niet naar de les. • Je vraagt iets (bijvoorbeeld: informatie, hulp ...)
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Thema 1 – De Nederlandse les
7
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
posts contact
Ik zit nu in 1.2! Ik ben blij, want ik heb sympathieke klasgenoten. In 1.2 wil ik nog veel Nederlands leren. We werken veel samen in de klas.
2 Schrijf jouw bericht.
bio posts
©
contact
VA
N
• Hoe gaat het in 1.2? • Wat doe jij in 1.2?
IN
bio
Mijn leven in België
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Elke dag Nederlands 1
Taaltaak De schoolkalender
Rol: cursist
Werk samen met je klasgenoten. Maak een kalender voor jouw schooljaar. Kies 1, 2 of 3. 1 Vraag het aan de leerkracht. 2 Ga naar de website van jouw school. 3 Ga naar www.wettelijke-feestdagen.be. Klik op ‘schoolvakanties’.
2 Welke feestdagen zijn er in jouw land?
©
VA
N
IN
Kies een feestdag. Vertel jouw klasgenoten over de feestdag. Toon een foto.
Thema 1 – De Nederlandse les
9
Dit kan ik
Wil je de video van de uitspraak bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Een formele sms Goedemorgen / Beste ... Het spijt me. Met vriendelijke groet, Bedankt!
Een informele sms Hé / Hallo / Dag ... Sorry. Groetjes. Bedankt!
Nieuwe woorden Het schooljaar de cursist – de cursisten de les – de lessen de leerkracht – de leerkrachten de module – de modules het secretariaat
IN wachten
inschrijven
N
meegaan terugkomen thuisblijven
Wie schrijft in voor de module 1.2? Ga je mee naar school? Ik kom overmorgen terug. Hij blijft 2 dagen thuis.
De maand, de maanden januari mei februari juni maart juli april augustus
VA
Adjectieven open / gesloten eerste / laatste aanwezig / afwezig
Ik geef u morgen het huiswerk. Wij sturen een kaartje naar de leerkracht. Wij wachten bij de tramhalte.
geven sturen
De vakantie de feestdag, de feestdagen de vakantie, de vakanties de herfstvakantie de krokusvakantie de kerstvakantie de paasvakantie
©
Preposities bij met naar
Werkwoorden De les begint om 8.45 u. beginnen blijven Ik blijf bij de buurvrouw. eindigen De les eindigt om 12.15 u.
september oktober november december
bij iemand blijven met iemand meegaan naar de les komen iets sturen naar iemand met iemand meegaan naar op iemand wachten
op
Het object pronomen
10
ik
mij
Wachten jullie op mij / me?
wij
ons
Ga je mee met ons?
jij
jou
Wij wachten op jou / je.
jullie
jullie
u
u
Ik geef het huiswerk aan u.
De secretaresse stuurt jullie het huiswerk.
hij
hem
Stuur hem een kaartje.
zij
hen / ze
zij
haar Ik blijf bij haar.
In de keuken staat een nieuw koffiezetapparaat voor hen / ze.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 IN HET CVO De dagen
Zet de dagen juist. Schrijf 1 tot 7. Zet de maanden juist. Schrijf 1 tot 12. Doe je boek toe. Schrijf de dagen en de maanden.
Van 1 tot 7
maandag
1
De maanden januari
woensdag
november
donderdag
maart
dinsdag
april
zaterdag
augustus
vrijdag
juni
zondag
7
Van 1 tot 12 1
februari
IN
september juli
oktober mei
2 EEN SMS
N
december
▼
1
▶
VA
1
▼
▼
2
3
▶
▼
▶
6
8
▼
7
©
4
12
Horizontaal 1 2 mei is een gewone … 4 1 mei is een … 6 Van maandag tot vrijdag is de school … 8 De … geeft u een nieuw boek. 9 De … lesdag is op een maandag. 10 De vakantie … op 7 januari. 11 De vakantie … op 25 december.
5
▶
▶
9
▶
10
▶
11
Thema 1 – De Nederlandse les
Verticaal 1 De … lesdag is op een vrijdag. 2 Op zondag is de school … 3 Ik volg les, ik ben dus een ... 5 De directeur is op woensdag … 7 De directeur is op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag …
11
3 In de klas Schrijf het pronomen: mij / jou / u / hem / haar / ons / jullie / hen. Zin
Het pronomen
1 Hassan gaat met Pei Le naar school. Hij gaat met ... naar school.
haar
Pei Le neemt samen met Hassan de tram. Zij neemt samen met ... de tram. En jij? Wie gaat met ... naar school? 2 Ik ga graag naar mijn buren. Ik ga graag naar ... Zij zijn heel vriendelijk voor ... Dat vind ik leuk. Ga jij met ... mee naar mijn buren? Mijn buurvrouw maakt koffie voor ...
IN
Wij kunnen Nederlands spreken met ... 3 Gaat u naar de klas? De leerkracht wacht op ...
Ja, maar mijn klasgenoten zijn er niet. Ik wacht op ... Maar let op: de leerkracht wacht niet lang op ...
N
Hij gaat om tien uur naar huis. Zijn kinderen wachten op ... 4 In de bibliotheek staan boeken voor de cursisten Nederlands.
VA
Het zijn interessante boeken voor ...
De vrouw van de bibliotheek geeft alle informatie aan ...
©
De cursisten zeggen ‘Dank u.’ tegen ...
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
2
Een uitstap
Dit leer ik. • Ik lees informatie over een uitstap. • Ik stuur een uitnodiging per sms. • Ik reageer op een uitnodiging per sms. • Ik schrijf waarom ik niet kom.
1 Op stap
IN
1 Lees de informatie.
Schrijf het nummer van de foto bij de informatie. 2
4
©
3
VA
N
1
n. zoo van Antwerpe Vriendendag in de ijgt 1 ticket gratis. Koop 1 ticket en je kr e. Breng een vriend me
Jongens en meisjes van 3 tot 12 jaar zijn welkom in onze speeltuin. De toegang is gratis!
Thema 2 – Een uitstap
Cinema Rubens
Hou je van komische films? Verheyen. Om 20 uur spelen wij de nieuwe film van Jan Ben je met twee? Dan krijg je gratis popcorn! lielid mee. Breng jouw partner, een vriend of een fami
één
1
2 Waar gaan ze naartoe? Onderstreep de plaatsen in de informatie, zoals in het voorbeeld van de zoo.
3 Schrijf het woord. je moet niets betalen:
Het is g
.
de zoo geeft het:
Jij k
het van de zoo.
jouw vriend gaat mee:
Jij b
jouw vriend mee.
het naar binnen gaan:
de t
het betaalbriefje:
het
samen eten, dansen:
f
heel graag hebben:
h
jouw man of vrouw:
jouw p
iemand van jouw familie:
een familie
van
IN
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Leertip
VA
N
Vind je onze letters moeilijk om te schrijven? Koop een schrift om te leren schrijven. Je vindt het in een papierwinkel. Schrijf binnen de lijntjes. Vraag aan de leerkracht hoe het moet.
2 De uitnodiging 1 Lees de berichtjes.
Zoek de moeilijke woorden op.
Dag Hassan. Bedankt voor de uitnodiging. Ik ga mee! Ik kom naar jouw huis om half tien, oké? Yurek.
Lieve mama. Eefje en ik gaan morgen naar de speeltuin. Ga jij mee? Wij vertrekken om 12 u. Groetjes, Sofie
Natuurlijk! Ik ga graag mee naar de speeltuin! Ik kom naar jullie om 12 uur. Tot morgen, oma.
Dag broer! Gaan we morgenavond naar de cinema? Ze spelen de nieuwe film van Jan Verheyen. De film begint om 20 u. Pei Le.
Hallo zus, dat is een goed idee! Ik hou van komische films. Afspraak om 19.45 uur aan de ingang van de cinema? Cheng Gong
©
Dag Yurek. Ik ga morgen om 10 uur naar de Vriendendag in de zoo. Ga je mee? Hassan
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Hallo Maria. De zon schijnt. Ik ga vanmiddag naar Muziek in het park. Ga je mee? Groetjes, Hilde
Bedankt voor de uitnodiging, ik ga mee. Ik zie je aan de ingang van het park om twee uur, is dat goed? Maria.
2 Welke relatie hebben zij? Onderstreep. Hassan + Yurek zijn ... Sofie + oma zijn ... Pei Le + Cheng Gong zijn ... Hilde + Maria zijn ...
vrienden / familie vrienden / familie vrienden / familie vrienden / familie
3 Waar en wanneer spreken ze af? Schrijf op. Waar?
Wanneer?
Hassan + Yurek
IN
Sofie + oma Pei Le + Cheng Gong Hilde + Maria
4 Welke woorden zet jij samen? Schrijf het nummer. (1) (2) (3) (4) (5) (6)
de afpraak
(
de ingang
(
)
de speeltuin
(
)
de uitnodiging
(
)
het vertrek
(
)
(
)
VA
binnengaan iemand uitnodigen spelen met iemand afspreken houden van vertrekken
N
W
4
)
©
5 Schrijf bij de tekening: hoe is het weer?
6 Studeer. infinitief
ik
jij
... jij
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
afspreken
spreek ... af
spreekt ... af
spreek ... af
spreekt ... af
spreken ... af
houden van
hou van
houdt van
hou van
houdt van
houden van
meegaan
ga ... mee
gaat ... mee
ga ... mee
gaat ... mee
gaan ... mee
spelen
speel
speelt
speel
speelt
spelen
uitnodigen
nodig ... uit
nodigt ... uit
nodig ... uit
nodigt ... uit
nodigen ... uit
vertrekken
vertrek
vertrekt
vertrek
vertrekt
vertrekken
Thema 2 – Een uitstap
3
7 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Frans
Natuurlijk!
Of course!
Bien sûr !
Goed idee!
Good idea!
Bonne idée !
Jouw taal
8 Welke woorden gebruik je voor een uitnodiging?
Onderstreep zoals in het voorbeeld. Kijk naar het bericht van van Hassan bij oefening 1 op pagina xx.
9 Welke woorden gebruik je voor een reactie?
Omcirkel zoals in het voorbeeld. Kijk naar het bericht van Yurek bij oefening 1 op pagina xx.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
IN
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
10 Herhaal VIDEO
VA
N
De zon schijnt.
©
Het regent.
Ik ga, wij gaan ... vanmiddag / vanavond / morgen / morgenmiddag / morgenavond ... naar de cinema, het park, de speeltuin, de zoo.
– Ga je mee? – Natuurlijk! Ik ga (graag) mee. Dat is een goed idee.
Ik hou van ... films / het park.
Bedankt voor de uitnodiging.
4
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
11 Taaltaak Ga je mee?
Rol: vrijetijdsbesteder
Werk samen met een klasgenoot. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx. Stuur jouw klasgenoot een sms. Schrijf de sms in zijn boek of stuur de sms. Nodig hem uit voor een uitstap. • Wat ga je doen? • Waar spreek je af? • Wanneer spreek je af? Antwoord op de sms van jouw klasgenoot.
VA
N
IN
Dag
3 Het spijt me
1 Lees de sms-berichtjes.
©
Zoek de moeilijke woorden op.
Dag Hassan. Ik ben te laat. De tram komt niet. Sorry! Yurek
Hallo zus. Het spijt me, ik ben moe. Ik kom niet naar de cinema. Groetjes, Cheng Gong
Thema 2 – Een uitstap
Lieve Sofie. Het regent en het regent en het regent ... Gaan jullie zeker naar de speeltuin? Oma
Dag mam. Nee, wij blijven thuis. Misschien morgen? Sofie
Dag Hilde. Mijn kleinkind is op bezoek. Ik ga niet mee wandelen in het park. Ik heb geen tijd. Maria
5
2 Welke woorden zet jij samen? Trek een lijn.
W
te laat • het regent • sorry •
• de zon schijnt • het spijt me • te vroeg
3 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Frans
Jouw taal
misschien
maybe
peut-être
zeker
certain, sure
certainement, sûr
4 Schrijf de naam. naam:
Zij gaat niet mee omdat zij geen tijd heeft.
naam:
Hij komt niet omdat hij moe is.
naam:
Hij is te laat omdat de tram niet komt.
naam:
5 Studeer. infinitief
ik
jij
IN
Zij blijft thuis omdat het regent.
... jij?
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie zij (de mensen)
kom
komt
kom jij?
komt
komen
blijven
blijf
blijft
blijf jij?
blijft
blijven
gaan
ga
gaat
ga jij?
gaat
gaan
hebben
heb
hebt
heb jij?
heeft
hebben
zijn
ben
bent
ben jij?
is
zijn
VA
G
N
komen
6 Onderstreep de werkwoorden.
©
Na ‘omdat’ schrijf je een bijzin. In een bijzin staat het werkwoord op het einde. Gewone zin Het werkwoord staat op (2).
Zin met ‘omdat’ Het werkwoord staat op het einde.
Het regent.
... omdat het regent.
Zij heeft geen tijd. Hij is moe. De tram komt niet.
... omdat zij geen tijd heeft. ... omdat hij moe is. ... omdat de tram niet komt.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Ik kom niet 1
Herhaal
VIDEO
Ik blijf thuis .... omdat het regent.
Ik ga niet mee ... omdat ik geen tijd heb.
IN
Ik kom niet ... omdat ik moe ben.
N
Ik ben te laat ... omdat de tram niet komt.
VA
2 Waarom nog? Maak een mooie zin. Gebruik je fantasie! Vergelijk dan met je klasgenoten. Ik blijf thuis omdat
Ik ga niet mee omdat
©
Ik kom niet omdat Ik ben te laat omdat
3
Taaltaak Ik kom niet
Rol: vrijetijdsbesteder
Schrijf een sms. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx. Je hebt een afspraak. Schrijf dat je niet komt. Schrijf waarom je niet komt.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Thema 2 – Een uitstap
7
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
Mijn leven in België
Mijn vriend Yurek
bio posts
Yurek is mijn klasgenoot en mijn vriend. Hij komt uit Polen. Hij is niet getrouwd en heeft geen partner. Hij is mijn vriend omdat hij graag lacht en omdat hij mij helpt. Soms maken we samen een uitstap. We gaan naar de cinema en naar het park. Dat is leuk!
2 Schrijf jouw bericht.
N
IN
contact
VA
Schrijf over een uitstap met een vriend of met een familielid.
©
bio
posts
contact
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Elke dag Nederlands Taaltaak In mijn stad
Rol: vrijetijdsbesteder
Werk samen met enkele klasgenoten. Kies: 1 of 2
1 Kies een plaats in de stad, bijvoorbeeld een park bij jouw huis. Neem een foto van die plaats. Toon de foto aan jouw klasgenoten. Schrijf een sms: nodig jouw klasgenoten uit om samen naar die plaats te gaan. Antwoord op de uitnodiging van jouw klasgenoten.
2 Ga naar de toeristische dienst van jouw stad.
©
VA
N
IN
Vraag enkele brochures. Kies één plaats uit de brochure. Schrijf een sms: nodig jouw klasgenoten uit om samen naar die plaats te gaan. Antwoord op de uitnodiging van jouw klasgenoten.
Leopoldpark in Brussel
Citadelpark in Gent
Stadspark in Antwerpen
Thema 2 – Een uitstap
9
Dit kan ik
Wil je de video van de uitspraak bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? De uitnodiging De zon schijnt. Het regent.
De afspraak Ik kom naar ... We vertrekken om ... Aan de ingang van ...
Ga je mee? Natuurlijk! Ik ga graag mee. Dat is een goed idee. Ik hou van ... Zeker. Misschien. Bedankt voor de uitnodiging.
Werkwoorden We feesten in het park. feesten gaan Ik ga naar het park. houden van Ik hou van komische films. Kom je naar school? komen kopen Koop een ticket. Jij krijgt een ticket gratis. krijgen spelen Ze spelen een mooie film. vertrekken We vertrekken om 3 uur.
VA
De uitstap We gaan naar ... de speeltuin het park de zoo de cinema
N
Nieuwe woorden
Het spijt me. / Sorry. Ik ben moe. Ik ben te laat. Ik heb (geen) tijd.
IN
VIDEO
©
de toegang – de toegangsprijs het ticket – de tickets gratis
de partner – de partners het familielid – de familieleden oma – opa
afspreken meebrengen uitnodigen
Waar spreken wij af? Breng jouw vrienden mee. De zoo nodigt jullie uit.
Een zin met OMDAT Gewone zin Het werkwoord staat op (2). Ik heb geen geld. Hassan is moe.
10
Zin met OMDAT Het werkwoord staat op het einde. Ik kom niet OMDAT ik geen geld heb. Hij blijft thuis OMDAT hij moe is.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 Op stap Wat is het? Een persoon, een plaats of een ding? Zet een kruisje. een persoon
een plaats
een ding
de cinema de film de jongen de partner
IN
de popcorn de speeltuin de toegang de vriend de zoo
N
het familielid het park het ticket
VA
het meisje
2 De uitnodiging
©
Schrijf de preposities. 1 – Ik ga morgen – Bedankt
Ik ga graag
tien uur naar de school. Ga je mee? de uitnodiging. .
Ik kom
jouw appartement.
2 Ga je mee
de cinema?
Ze spelen de nieuwe film Ik hou Spreken wij af 3 Wij gaan morgen Wij vertrekken
Thema 2 – Een uitstap
Jan Verheyen.
mooie muziek. de ingang van de school? het park. 3 uur.
11
3 Het spijt me Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Vul in elke zin drie andere werkwoorden in. Kies uit: zijn / komen / gaan. 1 Hassan
ziek. Hij
Hij
naar de dokter.
niet naar het feest.
2 Ik
naar het park.
jij mee? Of
3 Wij
blij want wij
naar Brussel en
onze vrienden
ook.
4 Mijn vriend
in België. Hij
Morgen
hij naar Nederland.
op bezoek.
5 Jij helpt mij met mijn huiswerk. Jij Jij
jij moe?
op bezoek.
6
wij samen een huis kopen?
4 Ik kom niet
IN
een goede vriend.
Zin met OMDAT
VA
Gewone zin
N
Maak van twee zinnen één zin met OMDAT. Zet het onderstreepte werkwoord op het einde van de zin.
Ik blijf thuis. Ik ben moe.
Ik blijf thuis omdat ik moe ben.
Hij blijft thuis. Het regent hard.
Zij gaat niet naar school. Zij is ziek.
©
Wij gaan niet naar school. Wij hebben vakantie.
Zij gaat niet naar huis. Zij heeft geen tijd.
Ik ga naar het werk. Ik heb geen vakantie.
Hij blijft op school. Hij wil een diploma.
Wij hebben vakantie. Het is 1 mei.
Zij blijft in België. Zij werkt in België.
Wij gaan naar huis. Het is feest.
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
3
Een klacht
Dit leer ik. • Ik stuur een berichtje met een klacht. • Ik lees een reactie van de huisbaas. • Ik zeg op welke verdieping ik woon. • Ik spreek met klasgenoten over mijn klacht.
1 Lees de klachten van Yurek en Pei Le.
Dag mevrouw De lamp in de gang is kapot. Wij kunnen niets zien. Kan u iemand laten komen? Bedankt, Pei Le – appartement 12
VA
N
HEEL DRINGEND Beste huisbaas, mijn toilet is kapot. De hele gang stinkt. Kan u iets doen? Kan u het toilet laten maken? Yurek, studio nummer 51
IN
1 Een klacht voor de huisbaas
2 Welk werkwoord is correct? Trek een lijn.
W
©
iets laten • kapot • iemand laten •
• zijn • komen • maken
3 Schrijf het woord juist. het werkt niet
= het is topak
de wc
= het teloti
snel alstublieft!
= het is dirdeng
niet lekker ruiken
= nektsin
4 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Frans
iets
something
quelque chose
niets
nothing
rien
iemand
someone
quelqu’un, quelqu’ne
niemand
nobody
personne
Thema 3 – Een klacht
Jouw taal
één
1
5 Vul in: iets – niets / iemand – niemand. Het licht is kapot. Kan u
laten komen?
Nee, ik ken
. doen?
De wasmachine is kapot. Kan u Nee, ik kan
doen.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
IN
6 Teken en schrijf nog een woord.
De / het
is kapot.
N
Schrijf ook een woord van jouw klasgenoten.
7 Studeer.
2
ik
jij
... jij
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
doen
doe
doet
doe
doet
doen
komen
kom
komt
kom
komt
komen
laten
laat
laat
laat
laat
laten
©
infinitief
VA
Wat is kapot?
maken
maak
maakt
maak
maakt
maken
stinken
stink
stinkt
stink
stinkt
stinken
werken
werk
werkt
werk
werkt
werken
zien
zie
ziet
zie
ziet
zien
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Het antwoord van de huisbaas 1 Lees de antwoorden van de huisbazen.
Dag Pei Le Ik zal een elektricien sturen. Is morgen oké? De huisbazin.
Morgen is oké. Wij zullen heel de dag thuis zijn. Pei Le.
heel + een adjectief: de / het + hele + een substantief: heel + de / het + een substantief:
IN
Nee, ik ken niemand in België. Yurek.
heel dringend de hele gang heel de dag
N
G
Beste Yurek Ik kan niets doen. Het toilet is niet mijn probleem. Het toilet is uw probleem. Kent u geen loodgieter? De huisbaas
VA
2 Vul in: heel / hele. De huisbaas van Pei Le is
vriendelijk.
Maar de huisbaas van Yurek is niet Yurek heeft een
groot probleem.
Zijn toilet is kapot. De En ook
vriendelijk.
studio stinkt.
de gang stinkt.
©
Yurek wacht de
dag op de loodgieter.
De klacht van Yurek is
dringend.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
W
3 Is het voor de elektricien of de loodgieter? Zet een kruisje. De elektricien
De loodgieter
de kraan
de lamp
Thema 3 – Een klacht
3
De elektricien
De loodgieter
de radiator
de schakelaar
IN
het stopcontact
het toilet
N
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
4 Lees en vul in. kunnen kennen zullen
5 Studeer.
Engels
Frans
Jouw taal
VA
Nederlands
pouvoir
to know
savoir
will, shall
aller
ik
©
infinitief
to be able to, can
jij
... jij
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
kennen
ken
kent
ken
kent
kennen
sturen
stuur
stuurt
stuur
stuurt
sturen
Over de werkwoorden ‘kunnen’ en ‘zullen’ leer je op pagina xx.
6
Herhaal
VIDEO
Het toilet, het licht ... is kapot.
4
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Het is dringend.
Kan u ... het toilet, het licht ... laten maken?
Kan u ... iemand, de loodgieter, de elektricien ... laten komen? Ik zal ... iemand, de loodgieter, de elektricien ... sturen.
IN
Wanneer bent u thuis? Ik ben de hele dag thuis.
N
Ik kan niets doen. Het is niet mijn probleem.
Taaltaak Ik heb een klacht
VA
7
Rol: administrator
Schrijf twee berichten. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
©
Jij hebt een probleem. Schrijf een bericht voor de huisbaas.
Jij bent de huisbaas. Lees het bericht van een klasgenoot. Schrijf een antwoord.
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
+
8 Heb jij op jouw telefoon een Nederlands berichtje? Toon het aan jouw klasgenoten. Spreek erover.
Van wie is het berichtje? Wat staat in het berichtje? Thema 3 – Een klacht
5
3 Dat zal ik doen G
De werkwoorden ‘kunnen’ en ‘zullen’ inifinitief
ik, jij / u, hij / zij
wij, jullie, zij
kunnen
kan
zal
zullen
zal
zullen
Zet ‘kunnen’ of ‘zullen’ in het begin van de zin. Zet het andere werkwoord op het einde van de zin. • Ik kan niets doen. • We zullen de hele dag thuis zijn. Weet je nog?
IN
Nieuw TaalRecht 1.1. thema 5: het werkwoord ‘kunnen’.
1 Onderstreep de infinitief van het andere werkwoord, zoals in het voorbeeld. Kan u iets doen? Ik zal een elektricien sturen.
N
Wij kunnen niets zien. Wij zullen heel de dag thuis zijn.
VA
2 Studeer.
Kunnen en zullen
Kan u het toilet laten maken? Ja, ik zal het toilet laten maken.
©
Kunnen jullie iemand laten komen? Wij zullen iemand laten komen.
3 Maak een zin met ‘kunnen’ of ‘zullen’, zoals in het voorbeeld. voorbeeld: V raag het aan de buren. (kunnen) Kan u / Kan jij het aan de buren vragen? • Wij gaan niet naar het toilet. (kunnen)
• Ik betaal de rekening. (zullen)
• Stuurt u een loodgieter? (kunnen)
• De buurman neemt de post mee. (kunnen)
• De buren doen alles voor mij. (zullen)
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Maak de A/B-oefening met een klasgenoot. VIDEO
Klasgenoot A
Klasgenoot B Wij zullen naar de politie telefoneren.
Ik kan de elektriciteit niet betalen.
Ik betaal de elektriciteit niet. (kunnen)
Mijn man spreekt met de buren. (zullen)
Mijn man zal met de buren spreken.
De buren zullen met de huisbaas telefoneren.
De buren telefoneren met de huisbaas. (zullen)
De huisbaas komt morgen. (kunnen)
De huisbaas kan morgen komen.
De bank zal de rekening sturen.
De bank stuurt de rekening. (zullen)
Spreken jullie niet met de buren? (kunnen)
Kunnen jullie niet met de buren spreken?
Wij kunnen de buren niet helpen.
Wij helpen de buren niet. (kunnen)
De huisbazin stuurt een loodgieter. (zullen)
De huisbazin zal een loodgieter sturen.
De elektricien kan de lamp maken.
De elektricien maakt de lamp. (kunnen)
IN
Wij telefoneren naar de politie. (zullen)
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
4
Taaltaak Wat zullen we doen?
Rol: administrator
VA
N
Kijk naar jouw klacht op pagina xx. Spreek met je klasgenoten. De huisbaas reageert niet. Wat kunnen jullie doen? Wat zullen jullie doen? ONZE KLACHT Wij kunnen
©
Wij zullen
Thema 3 – Een klacht
7
4 Welke verdieping? 1 Lees de sms’jes van oefening 1 op pagina xx nog een keer. Kijk naar het nummer van het appartement of de studio. Wat denk je? Vul in: vijfde / eerste. Yurek woont op de
verdieping.
Pei Le woont op de
verdieping.
2 Studeer. Tellen
Tellen
één
de eerste verdieping
14
veertien
de veertiende verdieping
2
twee
de tweede verdieping
15
vijftien
de vijftiende verdieping
3
drie
de derde verdieping
...
4
vier
de vierde verdieping
5
vijf
de vijfde verdieping
6
zes
de zesde verdieping
7
zeven
de zevende verdieping
8
acht
9
IN
1
twintig
de twintigste verdieping
30
dertig
de dertigste verdieping
40
veertig
de veertigste verdieping
50
vijftig
de vijftigste verdieping
de achtste verdieping
60
zestig
de zestigste verdieping
negen
de negende verdieping
70
zeventig
de zeventigste verdieping
10
tien
de tiende verdieping
80
tachtig
de tachtigste verdieping
11
elf
de elfde verdieping
90
negentig
de negentigste verdieping
12
twaalf
de twaalfde verdieping
100
honderd
de honderdste verdieping
13
dertien
de dertiende verdieping
VA
N
20
3 Maak de A/B oefening met een klasgenoot. Lees het blauwe vak. Controleer je klasgenoot. Wissel dan van rol.
©
VIDEO
Klasgenoot A
8
Klasgenoot B
5 – de 5e verdieping
vijf – de vijfde verdieping
twee – de tweede verdieping
2 – de 2e verdieping
10 – de 10e verdieping
tien – de tiende verdieping
zeven – de zevende verdieping
7 – de 7e verdieping
3 – de 3e verdieping
drie – de derde verdieping
één – de eerste verdieping
1 – de 1e verdieping
9 – de 9e verdieping
negen – de negende verdieping
vier – de vierde verdieping
4 – de 4e verdieping
6 – de 6e verdieping
zes – de zesde verdieping
acht – de achtste verdieping
8 – de 8e verdieping NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Op welke verdieping woon jij?
Leertip
Vertel het aan je klasgenoten. Wie woont op de hoogste verdieping?
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Kies een vast moment om thuis Nederlands te studeren. Vertel aan jouw vrienden en familie wanneer jij Nederlands studeert. Vraag jouw vrienden en familie om je op die momenten niet te storen.
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
Mijn huisbazen
posts
Mijn huisbazen zijn een man en een vrouw. Zij zijn heel vriendelijk. Maar ze helpen mij niet. Het slot van de voordeur is kapot. Ik ben bang omdat iedereen naar binnen kan.
VA
contact
N
bio
Mijn leven in België
IN
DOOR HASSAN
2 Schrijf jouw bericht.
©
Schrijf over jouw huisbaas of over jouw buren.
bio posts contact
Thema 3 – Een klacht
9
6 Elke dag Nederlands Taaltaak Het huurdersplatform
Rol: administrator
Het huurdersplatform is een organisatie van huurders. Ga naar de website: huurdersplatform.be Zoek de informatie van het huurdersplatform in jouw stad. adres:
mailadres:
telefoon:
©
VA
N
IN
openingsuren:
10
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Dit kan ik
Wil je de video van de uitspraak bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? Een bericht aan de huisbaas Beste huisbaas Dag meneer / dag mevrouw De/het ... is kapot. De/het ... stinkt.
Kan u ... laten maken? Kan u ... laten komen? Kan u ... sturen? Ik ben ... thuis. Het is dringend.
Het antwoord van de huisbaas Ik zal ... sturen. Wanneer bent u thuis? Ik kan niets doen. Het is niet mijn probleem.
Nieuwe woorden De klacht, de klachten het appartement – de appartementen de studio – de studio’s
Tellen 1 – de eerste 2 – de tweede 3 – de derde 4 – de vierde 5 – de vijfde 6 – de zesde 7 – de zevende 8 – de achtste 9 – de negende 10 – de tiende 11 – de elfde 12 – de twaalfde 13 – de dertiende 14 – de veertiende 15 – de vijftiende ... 20 – de twintigste 30 – de dertigste verdieping 50 – de vijftigste verdieping 100 – de honderdste verdieping
VA
iets / niets iemand / niemand
laten iets laten maken iemand laten komen kennen iets kennen iemand kennen
N
de huisbaas, de huisbazin – de huisbazen de elektricien – de elektriciens de loodgieter – de loodgieters
IN
Bedankt!
In huis de kraan – de kranen de lamp – de lampen de radiator – de radiators de schakelaar – de schakelaars het stopcontact – de stopcontacten het toilet – de toiletten
©
VIDEO
Werkwoorden doen Wat kan ik doen? stinken Het toilet stinkt. sturen Ik stuur een loodgieter. werken De lamp werkt niet. zien Wij kunnen niets zien.
Thema 3 – Een klacht
11
HEEL / HELE • HEEL + een adjectief voorbeeld: heel dringend • HEEL + de / het + een substantief voorbeeld: heel de dag, heel de gang • de / het + HELE + een substantief voorbeeld: de hele dag, de hele gang
KUNNEN en ZULLEN infinitief
ik, jij, u, hij / zij
wij, jullie, zij
kunnen
kan
kunnen
zullen
zal
zullen
©
VA
N
• Wij kunnen de rekening niet betalen. • Ik zal de elektricien sturen.
IN
Zet ‘kunnen’ of ‘zullen’ in het begin van de zin, bij het subject. Zet het andere werkwoord op het einde van de zin.
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 Een klacht voor de huisbaas Vul in: iets – niets / iemand – niemand. – Hallo! – Is er
? Heb je een probleem?
– Ja, ik heb een probleem. Kan
mij helpen?
– Ja, ik zal je helpen. Wat kan ik doen? – Mijn sleutels! Waar zijn mijn sleutels? – Kan je niet binnen? – Nee,
is thuis.
En jij kan mij helpen schoonmaken. – Wat ???? – Ja,
IN
– Kom mee naar mijn huis. Ik zal je koffie en koekjes geven.
is gratis. Ook koffie en koekjes niet.
N
2 Het antwoord van de huisbaas
VA
1 Lees en maak een woord met ‘heel’ of ‘hele’, zoals in het voorbeeld. Woorden klein de klas
Met ‘heel’ of ‘hele’
heel klein
heel de klas, de hele klas
de familie
©
het feest formeel goed
de vakantie graag groot het park de school vriendelijk ziek de zondag
Thema 3 – Een klacht
13
2 In de woordzoeker staan twaalf woorden. Hoeveel woorden vind jij? N
K
B
I
T
O
I
L
E
T
B
E
A
R
G
A
N
G
S
R
G
C
K
L
P
A
X
E
R
T
T
O
S
L
E
E
P
A
U
B
A
H
O
Y
C
O
L
K
A
N
K
Z
D
U
P
Y
H
O
F
T
R
K
M
H
I
I
C
I
A
D
X
R
T
S
V
R
A
S
O
V
K
G
U
I
loodgieter
E
T
F
F
T
B
N
L
E
I
Q
C
radiator
M
U W
F
O
A
T
A
L
E
B
I
schakelaar
E
D
P
E
R
A
A
M
A
T
G
E
stopcontact
N
I
W
T
I
S
C
P
A
E
C
N
studio
T
O
Q
I
G
X
T
S
R
R
U
U
elektricien gang huisbaas kraan
IN
lamp
toilet
N
3 Dat zal ik doen
appartement
VA
Lees de berichten. Vul in: kan – kunnen / zal – zullen. – Beste buren, – Oké. Wij – Geachte,
©
– Geen probleem. Ik – Mevrouw,
– Dat is goed. Ik
de tv stiller zetten. u de rekening sturen? de rekening sturen.
u het formulier invullen? het formulier invullen.
– Dag buurvrouw,
jij de huisbaas contacteren?
Mijn man en ik
niets zien. Het licht is kapot.
– Geen probleem! Ik
14
jullie de tv een beetje stiller zetten?
de huisbaas contacteren.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
4
Ik ben ziek
Dit leer ik. • Ik schrijf over gezondheid. • Ik lees en interpreteer een tekst over de huisapotheek. • Ik maak samen met mijn klasgenoten een poster over gezondheid. • Ik lees en schrijf een sms omdat ik niet kan komen.
1 Gezond of ongezond
Rook nooit sigaretten. Rook soms sigaretten.
N
Was jouw handen altijd voor het eten. Was jouw handen altijd na het eten.
IN
1 Lees de zinnen en zet een kruisje: wat is gezond?
VA
Leg medicijnen altijd in de koelkast. Leg medicijnen altijd in de oven. Drink veel alcohol. Drink geen alcohol.
Slaap zes uur per dag. Slaap acht uur per dag.
©
Eet veel groenten of fruit. Eet weinig groenten of fruit.
Poets altijd je tanden voor je gaat slapen. Poets soms je tanden voor je gaat slapen.
W
2 Geef een voorbeeld. de groente: het fruit: het medicijn:
3 Wat is het? Toon het met een beweging! • je tanden poetsen • je handen wassen • water drinken
Thema 4 – Ik ben ziek
• een sigaret roken • slapen • een appel eten
1
4 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Frans
Jouw taal
altijd
always
toujours
nooit
never
jamais
soms
sometimes
parfois
veel
a lot / often
beaucoup / souvent
weinig
a few / rarely
peu / pas souvent
5 Wat is correct? Onderstreep.
IN
Ik eet soms / nooit een appel. Ik eet gezond. Mijn dochter eet weinig / veel suiker. Zij eet ongezond. Mijn vriend wast altijd / nooit zijn handen na een toiletbezoek. Dat is gezond. Mijn zoon gaat veel / weinig sporten. Hij leeft ongezond. Mijn ouders eten nooit / altijd groenten. Zij eten ongezond. Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
6 Studeer. jij
... jij
N
ik
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
drink
drinkt
drink
drinkt
drinken
eten
eet
eet
eet
eet
eten
leven
leef
leeft
leef
leeft
leven
leggen
leg
legt
leg
legt
leggen
poetsen
poets
poetst
poets
poetst
poetsen
roken
rook
rookt
rook
rookt
roken
slapen
slaap
slaapt
slaap
slaapt
slapen
wast
was
wast
wassen
VA
drinken
©
infinitief
wassen
was
7 Werk samen met je klasgenoten. Wat is nog gezond? Schrijf nog instructies.
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online. Leertip Wanneer je een nieuwe taal leert, dan krijg je veel nieuwe woorden. Je kan niet AL de nieuwe woorden leren. Leer de woorden die jij belangrijk vindt en de woorden die je nodig hebt.
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 De huisapotheek 1 Heb je een huisapotheek? Dan moet je voorzichtig zijn. t in 2 De huisapotheek mag nie de badkamer staan.
1 Lees de tekst over de huisapotheek. Zoek één woord in elke zin. Onderstreep het woord zoals in het voorbeeld.
1 2 3 4 5
3 Kinderen mogen niet bij de medicijnen komen.
je kijkt goed uit: je bent ... de kamer waar jij je wast: ... zij zijn nog klein: ... niet jij, maar iemand ... hoelang jouw medicijn nog goed is: de ...
t 4 Jij mag jouw medicijnen nie aan iemand anders geven. datum 5 Je moet de houdbaarheids en. van de medicijnen controler
2 Lees de tekst nog een keer.
• moet ...
IN
Welk werkwoord staat bij moet / moeten en mag / mogen? Schrijf het werkwoord zoals in het voorbeeld. zijn
• mag niet … • mogen niet … • mag niet …
N
• moet ...
infinitief mogen moeten
VA
De werkwoorden ‘mogen’ en ‘moeten’
G
ik, jij / u, hij / zij
wij, jullie, zij
mag
mogen
moet
moeten
Weet je nog?
©
Zet ‘mogen’ of ‘moeten’ in het begin van de zin. Zet het andere werkwoord op het einde van de zin. • Je mag jouw medicijnen niet aan iemand anders geven. • Je moet voorzichtig zijn.
Nieuw TaalRecht 1.1 thema 10: NIET en GEEN.
Let op: K inderen mogen niet bij de medicijnen komen. Kinderen mogen geen medicijnen krijgen.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
3 Studeer. infinitief
ik
controleren
controleer
geven staan
... jij
hij – zij (1 vrouw)
controleert
controleer
controleert
controleren
geef
geeft
geef
geeft
geven
sta
staat
sta
staat
staan
Thema 4 – Ik ben ziek
jij
wij – jullie – zij (de mensen)
3
4
Herhaal
VIDEO
Eet veel ... fruit en groeten. Je moet veel ... fruit en groenten ... eten.
Drink weinig ... frisdrank. Je mag weinig ... frisdrank ... drinken.
IN
Was soms ... je handen. Je moet soms .... je handen ... wassen.
N
Poets altijd ... je tanden. Je moet altijd ... je tanden ... poetsen.
5
VA
Rook ... nooit. Je mag nooit ... roken.
Taaltaak Gezond of ongezond?
Rol: consument
©
Maak samen met jouw klasgenoten een poster. Kijk naar jouw instructies van oefening 1. Maak met de instructies zinnen met ‘mogen’ en ‘moeten’. Zet er nog nieuwe zinnen bij. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
4
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
3 Een sms 1 Lees de sms’jes.
Voor wie zijn de sms’jes? Schrijf de persoon bij het juiste sms’je. Kies uit: collega / leerkracht / vriend / directeur. Beste . Ik kom vandaag niet naar het werk omdat ik ziek ben. Moet ik aan de dokter een briefje vragen? Weet jij dat? Pei Le
Geachte . Mijn moeder is op bezoek uit Japan. Mogen mijn kinderen morgen thuisblijven? Of moeten ze naar school gaan? Bedankt voor uw antwoord. Etsu Saito
Dag . Ik kom vanavond niet naar de cinema. Ik heb geen tijd. Ik moet gaan werken. Sorry! Yurek
N
IN
Beste . Ik kom morgen niet naar de les omdat ik ziek ben. Mag ik de test morgen doen? Moet ik huiswerk maken? Mag ik het huiswerk naar u mailen? Hassan
VA
Schrijf de juiste persoon bij deze vragen. Wie krijgt bezoek?
Wie moet gaan werken? Wie zijn ziek?
en
2 Spreek met een klasgenoot.
©
Wat is het antwoord? Wat denken jullie? Onderstreep. Vergelijk dan met de hele klas. Voor Hassan Jij mag de test morgen doen. / Jij mag de test morgen niet doen. Jij moet huiswerk maken. / Jij moet geen huiswerk maken. Jij mag het huiswerk naar mij mailen. / Jij mag het huiswerk niet naar mij mailen. Voor Pei Le Jij moet een briefje aan de dokter vragen. / Jij moet geen briefje aan de dokter vragen. Voor Etsu Saito Jouw kinderen mogen thuisblijven. / Jouw kinderen mogen niet thuisblijven. Jouw kinderen moeten naar school gaan. / Jouw kinderen moeten niet naar school gaan.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
Thema 4 – Ik ben ziek
5
3
Herhaal
VIDEO
Beste ... collega, leerkracht Geachte ... directeur Dag ... vriend
Ik kom niet omdat ... ik ziek ben / ik geen tijd heb / mijn familie op bezoek komt.
IN
Mag ik ... de test morgen doen? thuisblijven?
N
Moet ik ... huiswerk maken? een briefje vragen?
4
VA
Bedankt voor uw antwoord.
Taaltaak Mijn sms
Rol: communicator / cursist / werknemer / opvoeder
Kies een rol. Schrijf een sms. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
©
Rol: communicator Jij bent ziek. Je hebt een afspraak met een vriend. Je kan niet naar de afspraak komen. Schrijf een sms naar jouw vriend. Rol: cursist Jij bent ziek. Je kan niet naar school gaan. Schrijf een sms naar jouw leerkracht. Rol: werknemer Jij bent ziek. Je kan niet gaan werken. Schrijf een sms naar jouw baas. Rol: opvoeder Jouw kind is ziek. Jouw kind kan niet naar de school gaan. Schrijf een sms naar de directeur.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Gezonde voeding 1 Lees de zinnen. Een appel is gezond. Gezonde voeding is belangrijk.
G
‘Gezond’ is een adjectief. Adjectieven krijgen bijna altijd een E. • DE-woorden: de voeding, de vrouw de gezonde voeding een gezonde voeding de gezonde vrouw een gezonde vrouw
de voeding is gezond de vrouw is gezond
• HET-woorden: het product, het kind het gezonde product een gezond product het gezonde kind een gezond kind
het product is gezond het kind is gezond
IN
Je leert nog meer over het adjectief in thema 10. Dit is een introductie: zo kan je al op de adjectieven letten.
2 Studeer.
N
Het adjectief: DE- en HET-woorden de gezonde vrouw, een gezonde vrouw, de vrouw is gezond
VA
het gezonde kind, een gezond kind, het kind is gezond
3 Schrijf het adjectief juist: met E of zonder E. lekker
het
fruit
Het fruit is
voorzichtig
een
dokter
©
De dokter is
goed ziek
.
een
medicijn
het
medicijn
de
collega
De collega is moeilijk
.
het Het huiswerk is
. huiswerk .
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
Thema 4 – Ik ben ziek
7
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
Mijn leven in België
Ziek
bio posts
IN
contact
Ik ben ziek. Ik mag niet naar school gaan. Ik moet thuisblijven. Ik moet in bed blijven.
2 Schrijf jouw bericht.
©
VA
Jij bent ziek. • Wat doe jij? • Wat moet jij doen? • Wat mag jij doen? • Wat mag je niet doen?
N
Ik kijk de hele dag naar de televisie. Ik maak een kruiswoordpuzzel. Ik verveel me!
bio posts contact
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Elke dag Nederlands Taaltaak De Nutri-Score
Rol: consument
1 Spreek met je klasgenoten. Wat is de Nutri-Score van een product?
2 Zoek thuis of in de winkel naar een product met een Nutri-Score. Je vindt een Nutri-Score op eten of op drinken. Zoek voor elke score een product. Neem een foto van het product, maar niet van de score.
IN
3 Werk samen met je klasgenoten.
©
VA
N
Toon de foto van één product. Kunnen je klasgenoten raden: wat is de Nutri-Score van het product?
Thema 4 – Ik ben ziek
9
Dit kan ik
Wil je de video van de uitspraak bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Beste / Geachte / Dag ...
Mag ik de test morgen doen? Moet ik huiswerk maken? Mag ik het huiswerk naar u mailen? Moet ik aan de dokter een briefje vragen? Mag ik thuisblijven?
Ik kom ... niet omdat ... ik ziek ben. ik geen tijd heb. mijn familie op bezoek komt.
Bedankt voor uw antwoord. Nieuwe woorden
N
Werkwoorden controleren Controleer jij altijd de datum? drinken Drink meer water. eten Wat eet jij graag? Geef jouw medicijnen niet aan iemand geven anders. leggen Leg medicijnen niet op de kast. leven Hij leeft heel gezond. poetsen Poets jij altijd jouw tanden? roken Mijn vader rookt na het eten. slapen Kinderen moeten op tijd gaan slapen. De medicijnen staan in de kast. staan wassen Ik was mijn handen voor het eten.
VA
het fruit de groente – de groenten het medicijn – de medicijnen
Preposities aan Geef geen medicijnen aan kinderen. bij Laat kinderen niet bij de medicijnen komen. per Eet 5 keer groenten of fruit per dag. in Medicijnen zet je in een medicijnenkast.
IN
Gezond / ongezond altijd Zij poetst altijd haar tanden. Ik rook nooit. nooit Hij drinkt soms alcohol. soms veel Eet veel groenten en fruit. weinig Eet weinig suiker.
©
De huisapotheek het briefje – de briefjes de houdbaarheidsdatum iemand anders het kind – de kinderen voorzichtig zijn
Mogen en moeten
Het adjectief
infinitief
ik, jij, u, hij, zij
wij, jullie, zij
mogen
mag
mogen
moeten
moet
moeten
voorbeeld: de voeding / het product – adjectief: gezond + E:
Zet ‘mogen’ of ‘moeten’ in het begin van de zin. Zet het andere werkwoord op het einde van de zin. • De huisapotheek mag niet in de badkamer staan. • Kinderen mogen niet bij de medicijnen komen. • Je moet naar de dokter gaan. • Wij moeten voorzichtig zijn. 10
- E:
de gezonde voeding, een gezonde voeding, het gezonde product een gezond product, de voeding is gezond, het product is gezond
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 Gezond of ongezond Lees de zin. Kijk dan niet in je boek en herhaal. Gebruik de tips. Olivia drinkt ‘s morgens altijd een groene drank. In de groene drank zitten veel groenten. Maar zij eet nooit fruit. Olivia: altijd / groene thee / vitaminen / fruit Mohanad sport nooit, maar soms gaat hij te voet naar school. Heeft Mohanad weinig tijd? Dan neemt hij de bus. Mohanad: nooit / soms / te voet / tijd / bus
IN
Alan drinkt weinig frisdrank. Hij drinkt 1 glas frisdrank per week. Dat is niet veel. En op 1 januari drinkt hij altijd een glas wijn. Alan: frisdrank / niet veel / 1 januari
N
2 De huisapotheek
Vul in: mag – mogen / moet – moeten. Heb je hoofdpijn? Dan
2
Kinderen
3
Jij
4
Heb je oorpijn? Dan
5
De dokter
6
Jij
jij een aspirine nemen.
VA
1
geen aspirine nemen.
geen aspirine aan jouw kinderen geven. je naar de dokter gaan.
jouw oren controleren.
©
jouw medicijnen niet aan iemand anders geven.
7
Sommige medicijnen
8
Medicijnen
niet in de ijskast staan. in de huisapotheek staan.
3 Een sms Je krijgt zinnen uit de oefening. Vul de woorden in. Beste leerkracht Ik kom morgen niet naar
.
Mag ik
morgen doen?
Moet ik
maken?
Thema 4 – Ik ben ziek
11
Beste collega Ik kom vandaag niet naar
.
Moet ik aan de dokter
vragen?
Geachte directeur ?
Mogen mijn kinderen morgen Of moeten ze
gaan?
Bedankt voor uw antwoord. Dag vriend Ik kom vanavond niet naar Ik heb
. . Sorry!
1 Kies een substantief en een adjectief. Maak zinnen, zoals in het voorbeeld.
voorbeeld: De appel is lekker.
De les is
lekker gezond vriendelijk moeilijk gemakkelijk
VA
de appel de les het woord het brood de buurvrouw
adjectieven
N
substantieven
IN
4 Gezonde voeding
.
Het woord is
.
Het brood is
.
©
De buurvrouw is
.
2 Maak nu een combinatie adjectief / substantief, zoals in het voorbeeld. voorbeeld: de lekkere appel / een lekkere appel
Lukt het niet? Geen probleem, je herhaalt dit nog dikwijls in Nieuw TaalRecht.
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
5
Naar de winkel
Dit leer ik. • Ik zoek woorden over winkels en producten op. • Ik lees en begrijp openingsuren. • Ik chat over winkelen. • Ik vergelijk producten en prijzen.
1 Naar de winkel
IN
1 Schrijf het nummer van de winkel bij de foto.
VA
N
de elektrowinkel (1) (2) de supermarkt de kledingwinkel (3)
2 Waar koop je deze producten?
Schrijf het nummer van de winkel bij de foto.
©
de elektrowinkel (1) de supermarkt (2) de kledingwinkel (3)
de tv
Thema 5 – Naar de winkel
de broek
de bananen
1
3 Werk samen met enkele klasgenoten. Wat koop je nog in deze winkels? Schrijf vijf dingen voor elke winkel.
• de elektrowinkel:
• de supermarkt:
• de kledingwinkel:
4 Maak met jouw klasgenoten op het bord een woordenweb voor elke winkel.
N
2 De openingsuren
IN
Schrijf de naam van jouw product op het woordenweb.
1 Lees de openingsuren van de supermarkt.
VA
Wat is correct? Schrijf een kruisje X.
©
e supermarkt is op D maandagvoormiddag open. De supermarkt is op woensdagnamiddag gesloten. De supermarkt is op zaterdag open tot 8 uur ’s avonds. De supermarkt is op zondagnamiddag gesloten. De supermarkt is op zondag open tot 3 uur in de namiddag.
Weet je nog? Nieuw TaalRecht 1.1. thema 3: de dagen, de uren.
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Lees de openingsuren van de buurtwinkel. Wat is correct? Schrijf een kruisje X.
De buurtwinkel
MAANDAG
van 14.00 tot 18.00 uur
DINSDAG
van 10.00 tot 12.00 uur van 14.00 tot 18.00 uur
WOENSDAG
van 10.00 tot 12.00 uur van 14.00 tot 18.00 uur
DONDERDAG
van 14.00 tot 18.00 uur
VRIJDAG
van 10.00 tot 12.00 uur van 14.00 tot 18.00 uur
ZATERDAG
van 10.00 tot 18.00 uur
ZONDAG
van 10.00 tot 13.00 uur
IN
e buurtwinkel is op maandag D in de voormidag open. De buurtwinkel is elke dag open. Op woensdag sluit de buurtwinkel om 8 uur ’s avonds. Op donderdagnamiddag is de buurtwinkel open. Op zaterdag is de buurtwinkel van 10 uur ’s morgens tot 6 uur ’s avonds open. De buurtwinkel is op zaterdagmiddag open. De buurtwinkel is op zondag de hele dag open.
3 Naar welke winkel moet je gaan? Schrijf een kruisje X.
4 Wat komt eerst? Schrijf 1 / 2 / 3 / 4 / 5.
VA
W
N
Je wil naar de winkel gaan om zeven uur op woensdagavond. Naar de supermarkt. Naar de buurtwinkel. Ik kan kiezen: ze zijn alle twee open. Ik blijf thuis: ze zijn alle twee gesloten.
‘s middags
in de namiddag ‘s morgens ‘s avonds
in de voormiddag
©
5 Wat zet jij samen? Trek een lijn. open • gesloten • de hele dag • elke dag •
• maandag tot en met zondag • openen • van 9 uur ’s morgens tot 18 uur ’s avonds • sluiten
6 Studeer. infinitief
ik
jij
... jij
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
openen
open
opent
open
opent
openen
sluiten
sluit
sluit
sluit
sluit
sluiten
Thema 5 – Naar de winkel
3
7 Vul de prepositie in. Wij zijn open
de voormiddag.
Onze winkel sluit De winkel sluit
donderdagnamiddag. 7 uur ’s avonds.
Op zondag is onze winkel open Wij zijn zes dagen
13
19 uur.
week open.
8 Hoe laat is het? Schrijf de cijfers, zoals in het voorbeeld. om acht uur ’s morgens
08:00
om acht uur ’s avonds
20:00
om half tien in de voormiddag om half tien ’s avonds
om kwart voor drie ’s morgens om kwart over vijf in de namiddag
om twaalf uur ’s middags om twaalf uur ’s nachts
N
om kwart over vijf ’s morgens
IN
om kwart voor drie ’s middags
9
VA
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
Taaltaak De winkel is open
Rol: werkgever / consument
©
Jij hebt een winkel. Schrijf: welke winkel? Jouw winkel is zes dagen open. Schrijf de openingsuren van jouw winkel. Mijn winkel is een
4
.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Jouw klasgenoot heeft een winkel. Jij vraagt wat de openingsuren zijn. Kijk NIET naar zijn / haar boek.
IN
Hoe laat is de winkel op … open? Hoe laat is de winkel op … gesloten? Zeg wanneer de winkel open en gesloten is. Zeg de dagen en de uren. Schrijf de openingsuren van de winkel van jouw klasgenoot. Kijk dan WEL naar zijn / haar boek en controleer.
N
3 Ga jij mee winkelen?
VA
1 Sofie chat met haar vriendin Ellen. Lees de berichten.
@ellen Ga jij vanmiddag mee winkelen? Ik wil een nieuwe broek kopen.
©
@sofie Ja! Goed idee. Ik wil een nieuwe jurk kopen. Spreken we af aan de Zara?
@ellen De Zara? Maar is de Zara niet te duur? Ik heb maar 60 euro. Die broek mag niet meer kosten dan 60 euro. Een broek kost in de Zara meer dan 60 euro. De C&A is goedkoper. In de C&A kost een broek minder dan 60 euro. @sofie Maar ik vind de kleren in de Zara mooier en beter dan de kleren in de C&A! @ellen Heb jij tijd? We kunnen naar de Zara EN de C&A gaan. @sofie Oké! Dan spreken we af om 2 uur aan de ingang van de Zara. @ellen Oké!
Thema 5 – Naar de winkel
5
2 Wat is correct? Onderstreep. Sofie wil een broek / een jurk kopen. Ellen wil een broek / een jurk kopen. Sofie vindt de C&A / de Zara te duur. De Zara is duurder / goedkoper dan de C&A. De C&A is duurder / goedkoper dan de Zara. Een broek kost in de C&A meer / minder dan 60 euro. Een broek kost in de Zara meer / minder dan 60 euro. De kleren in de C&A kosten meer / minder dan de kleren in de Zara. De kleren in de Zara kosten meer / minder dan de kleren in de C&A. Ellen vindt de kleren in de C&A / in de Zara mooier. Ellen vindt de kleren in de C&A / in de Zara beter.
IN
COMPARATIEF: je vergelijkt. duur goedkoop
duurder goedkoper
De Zara is duurder dan de C&A. De C&A is goedkoper dan de Zara.
veel weinig
meer minder
Een broek in de Zara kost meer dan in de C&A. Een broek in de C&A kost minder dan in de Zara.
mooi goed
mooier beter
Deze jurk is mooier dan die. Deze kleren zijn beter dan die.
N
G
VA
Het is te duur.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
3 Studeer.
ik
©
infinitief
jij
... jij
hij – zij (1 vrouw)
wij – jullie – zij (de mensen)
afspreken
spreek ... af
spreekt ... af
spreek ... af
spreekt ... af
afspreken
kosten
kost
kost
kost
kost
kosten
meegaan
ga ... mee
gaat ... mee
ga ... mee
gaat ... mee
meegaan
vinden
vind
vindt
vind
vindt
vinden
willen
wil
wil
wil
wil
willen
winkelen
winkel
winkelt
winkel
winkelt
winkelen
Tip Over het werkwoord ‘willen’ leer je meer in thema 6.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 In promotie 1 Lees de twee advertenties voor bananen. 1
2
Chiquita-bananen
Lidl-bananen
2,49 per kilo
VA
N
€
IN
Bananen Chiquita
Vul in: duurder / goedkoper / meer / minder. De Chiquita-bananen zijn
dan de bananen van Lidl.
De bananen van Lidl zijn
dan de Chiquita-bananen. dan de Chiquita-bananen.
De Chiquita-bananen kosten
dan de bananen van Lidl.
©
De bananen van Lidl kosten
Leertip
Ook als je niet alles begrijpt, kan je informatie halen uit een tekst. Concentreer je op de woorden die je nodig hebt.
2 Maak de A/B-oefening met een klasgenoot. Lees het blauwe vak. Lees hoeveel de producten kosten. Controleer je klasgenoot. Wissel dan van rol. Vind je dit moeilijk? Lees dan eerst de witte vakken.
Thema 5 – Naar de winkel
7
Klasgenoot A
Klasgenoot B De bananen van de Lidl kosten 1 euro negenennegentig cent per kilo.
De Bonita-bananen kosten twee euro negenentwintig (cent) per kilo.
Bonita-bananen: € 2,29 per kilo.
De Bonita-bananen zijn ... dan ...
De Bonita-bananen zijn duurder dan de bananen van de Lidl.
De bananen van de Lidl zijn goedkoper dan de Bonita-bananen.
De bananen van de Lidl zijn ... dan ...
Carrefour tomaten: € 2,46 per kilo.
De tomaten van de Carrefour kosten twee euro zesenveertig (cent) per kilo.
De tomaten van de Albert Heijn kosten twee euro vijfenvijftig (cent) per kilo.
Albert Heijn tomaten: € 2,55 per kilo.
De tomaten van de Carrefour kosten ... dan ...
De tomaten van de Carrefour kosten minder dan de tomaten van de Albert Heijn. De tomaten van de Albert Heijn kosten ... dan ...
N
De tomaten van de Albert Heijn kosten meer dan de tomaten van de Carrefour.
IN
Bananen Lidl: € 1,99 per kilo
Brood Aldi: € 2,19
Het brood van de Aldi kost twee euro negentien (cent). Brood Delhaize: € 2,69
Het brood van de Aldi is ... dan ...
Het brood van de Aldi is goedkoper dan het brood van de Delhaize.
Het brood van de Delhaize is duurder dan het brood van de Aldi.
Het brood van de Delhaize is ... dan ...
Het brood van de Aldi kost ... dan ...
Het brood van de Aldi kost minder dan het brood van de Delhaize.
Het brood van de Delhaize kost meer dan het brood van de Aldi.
Het brood van de Delhaize kost ... dan ...
©
VA
Het brood van de Delhaize kost twee euro negenenzestig (cent).
3
Herhaal
VIDEO
Ga je mee ... winkelen? naar de winkel?
Ik wil (een) nieuwe ... broek / televisie / bananen ... kopen.
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Goed idee!
Ik vind ... de C&A ... mooier / beter / goedkoper / duurder dan ... de Zara.
We spreken af aan ... de ingang. We spreken af om ... twee uur.
Taaltaak Wij gaan winkelen
IN
4
Jij gaat winkelen. Vul aan. Welk product wil je kopen? Kies uit: kleren / eten / een toestel.
Rol: consument
Ik ga naar de
, (Schrijf de naam van de winkel.)
(Schrijf de naam van het product.)
VA
omdat een
N
In welke winkel koop je dat? Schrijf de naam van een kledingwinkel / een supermarkt / een elektrowinkel.
daar mooier / goedkoper / beter is/zijn.
Werk samen met een klasgenoot. Schrijf een chat.
©
Zoek een klasgenoot die ook naar een kledingwinkel / supermarkt / elektrowinkel wil. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx. Schrijf samen met jouw klasgenoot een chat. Schrijf in de gele of de groene vakjes. Naar welke winkel gaan jullie samen? @
(Schrijf de naam van jouw klasgenoot.)
@
@
@
@
Thema 5 – Naar de winkel
9
@
@
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
DOOR HASSAN
IN
Zoek de moeilijke woorden op.
Mijn leven in België
posts
Er zijn veel supermarkten in België. De Aldi, de Colruyt, de Jumbo ... ik weet niet welke supermarkt beter is. Eén supermarkt is goedkoper voor groenten, de andere supermarkt is goedkoper voor vlees. Ik ga graag naar de buurtwinkel. De buurtwinkel is niet duurder.
VA
contact
N
Winkelen in België
bio
©
2 Schrijf jouw bericht. • Naar welke winkel ga je graag? • Wat wil jij nog kopen?
bio posts contact
10
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Elke dag Nederlands Taaltaak In promotie
Rol: consument
Elke supermarkt heeft producten in promotie. Die producten zijn goedkoper. Op de website van de winkel vind je producten in promotie. Ga naar de website van een supermarkt of neem een folder mee in jouw supermarkt. Kijk naar de promoties. Noteer: • Welke promotie vind jij interessant? • Hoeveel goedkoper is het product? • Tot welke dag is de promotie?
©
VA
N
IN
Spreek erover met je klasgenoten.
Thema 5 – Naar de winkel
11
Dit kan ik
Wil je de video van de woordenschat bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Een vraag Ga jij mee naar ... / winkelen? Ik wil een nieuwe ... kopen.
Een afspraak We spreken af om ... uur. We spreken af aan ...
Goed idee. Ik vind ...
Nieuwe woorden Werkwoorden kosten Deze bananen kosten minder. De winkelier opent de winkel. openen Wij sluiten om 12 uur. sluiten vinden Ik vind dat een goed idee. willen Ik wil een nieuwe televisie kopen. winkelen Ik winkel graag!
IN
De openingsuren open / gesloten zes dagen per week elke dag de hele dag de voormiddag de namiddag ’s morgens, ’s middags, ’s avonds
afspreken meegaan
N
In de winkel de buurtwinkel de elektrowinkel de folder de kledingwinkel de promotie de supermarkt de winkel – de winkels
VA
Preposities in op om van ... tot per
Waar spreken wij af? Ga je mee?
in de namiddag op donderdagnamiddag om 15 uur in de namiddag van maandag tot vrijdag zes dagen per week
©
het product, de producten het eten de kleren het toestel
De comparatief: je vergelijkt. Je maakt een zin met DAN. Gewone adjectieven + ER of DER • mooi – mooiER Deze broek is mooier dan die broek. • goedkoop – goedkopER Deze broek is goedkoper dan die broek. • duur – duurDER Deze broek is duurder dan die broek. Speciale adjectieven • goed – beter • veel – meer • weinig – minder
Deze broek is beter dan die broek. Deze broek kost meer dan die broek. Deze broek kost minder dan die broek.
Tip: In Nieuw TaalRecht richtgraad 2 leer je nog veel meer comparatieven. 12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
2 De openingsuren 1 Hoe zeg je het? 00:00
twaalf uur – ’s nachts
01:45 02:20 03:30 04:55 05:05 zes uur dertien / dertien over zes – ’s morgens
IN
06:13 07:28 08:09 09:34
N
10:12 11:14 13:30 14:11 15:45 16:30 17:50
VA
12:07
©
18:21
19:00 20:15
21:03 22:43 23:56
Thema 5 – Naar de winkel
13
2 Lees de openingsuren van de bakker. Vul de woorden in.
Bakker Tom OPENINGSUREN Dinsdag tot zaterdag open van 6 uur tot 18 uur. Zondag open van 6 uur tot 12 uur. Gesloten op maandag.
De bakker is open
dinsdag
De bakker is
op maandag.
De bakker is niet de
zondag.
De bakker is op dinsdag open tot 6 uur ’s De bakker is niet
IN
week open.
.
op zondag.
De bakker is zes dagen per
open.
De bakker is niet
dag open: de bakker is op maandag gesloten. open.
Op andere dagen is de bakker de
dag open.
N
Op zondag is de bakker alleen in de
VA
3 Ga jij mee winkelen?
Schrijf de comparatief. Kijk naar het adjectief tussen de haakjes. Het eten in de buurtwinkel is (duur)
©
De groenten kosten (veel)
dan het eten in de supermarkt.
, maar het fruit kost (weinig)
Maar in de buurtwinkel zijn de mensen (vriendelijk)
.
De groenten en het fruit zijn in de buurtwinkel (goedkoop) Ik vind de buurtwinkel (goed)
14
. .
dan de supermarkt.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
6
Ik wil werken
Dit leer ik. • Ik lees en begrijp een vacature / jobadvertentie. • Ik maak mijn cv. • Ik stuur een mail met mijn cv.
1 Een vacature voor Hassan Gezocht: fietsenmaker
IN
1 Lees de advertentie.
N
Voltijds, ook zaterdagwerk Taken: fietsen maken, verkopen, de klanten helpen. Je krijgt een opleiding in de winkel.
VA
Heb je interesse? Stuur je cv naar info@fietsenwinkel.be.
2 Noteer hoeveel uur per week je werkt. voltijds deeltijds halftijds
©
3 Wat is het substantief? helpen – de
opleiden – de
verkopen – de
4 Zoek het juist woord. Zet de letters juist. de advertentie voor een job: de recatuva
de mensen die in de winkel komen: de tennlak
wat je moet doen: jouw katen
je wil meer weten: je hebt seseretin
5 Vul in. Gezocht komt van het werkwoord
Thema 6 – Ik wil werken
.
1
2 Het cv van Hassan
CV
Hassan Sadiq Hassan Sadiq Stationstraat 12, bus 4 Antwerpen ° 12/02/2000 in Bagdad, Irak
ERVARING • Elektricien Siemens group, Bagdad, Irak
IN
PERSOONLIJKE GEGEVENS
• Verkoper Al-Nahrain Market, Bagdad, Irak
• Diploma Elektriciteit Bagdad Technical Collega, Bagdad, Irak • NT2 Nederlands CVO Studiebazaar, Antwerpen
VA
0487/12.93.65 hassan.inbelgie@gmail.com
N
OPLEIDING
©
TALENKENNIS taal
mondeling
schriftelijk
Arabisch
moedertaal
moedertaal
Engels
goed
goed
Nederlands
basis
basis
VARIA Ik wil graag voltijds werken. Ik ben flexibel: avond- en weekendwerk zijn geen probleem. Hobby’s: gamen, tekenen
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
1
Taaltaak Het cv
Rol: werkzoekende
a Lees het cv van Hassan. • Wat staat bij PERSOONLIJKE GEGEVENS? Onderstreep. voornaam / naam / adres in Irak / adres in België / geboortedatum / geboorteplaats / nationaliteit / Facebookadres / e-mailadres / gsm-nummer / hobby’s • Welke ERVARING heeft hij? Vul in. en als
Hij heeft als
gewerkt.
• Wat staat bij OPLEIDING? Schrijf een kruisje X. Hassan heeft een opleiding elektriciteit gevolgd. Hassan heeft een opleiding fietsenmaker gevolgd. Hij heeft een opleiding Nederlands gevolgd. Hassan volgt een opleiding Nederlands.
IN
• Wat staat bij TALENKENNIS? Schrijf een kruisje X. Hassan spreekt en schrijft geen Arabisch. Hassan spreekt en schrijft goed Engels. Hassan spreekt en schrijft een beetje Nederlands. • Wat staat bij VARIA? Schrijf een kruisje X.
N
Hassan wil graag 20 uur per week werken. Hassan wil graag 38 uur per week werken.
VA
Hassan kan op zaterdag en zondag werken. Hassan kan niet op zaterdag en zondag werken. b Maak jouw cv op een apart blad. Schrijf ...
Persoonlijke gegevens Ervaring / Welke jobs? Opleiding? Talenkennis? – Mondeling / Schriftelijk – Moedertaal / Goed / Basis • Varia
©
• • • •
+
2 Maak jouw cv op de computer.
Geef jouw cv een mooie lay-out. Vraag de leerkracht om je cv te controleren. Zet jouw cv op de website van de VDAB. Heb je hulp nodig? Ga naar de VDAB of kijk op hun website.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
Thema 6 – Ik wil werken
3
3 Hassan en Yurek solliciteren 1 Lees de mail van Hassan.
hassan.inbelgie@gmail.com info@fietsenwinkel.be uw vacature voor een fietsenmaker
CV Hassan Sadiq Beste,
IN
Ik heb uw vacature voor een fietsenmaker op de site van de VDAB gevonden. Ik heb een opleiding voor elektricien gevolgd en ik ben heel handig. In mijn land heb ik als verkoper en als elektricien gewerkt.
2 Vul in.
VA
Met vriendelijke groet, Hassan Sadiq
N
Hierbij vindt u mijn cv. Ik hoop dat u mij uitnodigt voor een gesprek.
gevonden – komt van het werkwoord gevolgd – komt van het werkwoord
gewerkt – komt van het werkwoord
©
3 Hoe ben jij? Zoek op en vul in. Hassan zegt: ‘Ik ben handig’. Jij zegt: ‘Ik ben
4
‘.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Lees nu de mail van Yurek.
Kijk niet naar de mail van Hassan. Vul de woorden in. Controleer dan met de mail van Hassan. Kies uit: opleiding / gesprek / Beste / cv / vacature.
konwicki.yurek@cvostudiebazaar.be info@hetfornuis.be uw vacature voor een kok
CV Yurek Konwicki
IN
,
Ik heb uw op de site van de VDAB gevonden. voor kok gevolgd en ik kook heel graag. Ik heb in Brussel een Ik heb drie jaar als hulpkok gewerkt.
5
Herhaal
©
VIDEO
.
VA
Met vriendelijke groet, Yurek Konwicki
.
N
Hierbij vindt u mijn Ik hoop dat u mij uitnodigt voor een
Beste ... Ik heb uw vacature voor een ... fietsenmaker ... gevonden.
Ik heb een opleiding voor ... elektricien ... gevolgd.
Ik ben ... handig.
Ik heb als ... verkoper ... gewerkt. In mijn land heb ik als ... elektricien … gewerkt.
Thema 6 – Ik wil werken
5
Hierbij vindt u mijn cv.
PERSOONLIJKE GEGEVENS Hassan Sadiq Stationstraat 12, bus 4 Antwerpen ° 12/02/2000 in Bagdad, Irak 0487/12.93.65 hassan567@yahoo.be
Ik hoop dat u mij uitnodigt voor een gesprek.
6
Taaltaak Ik solliciteer
IN
Met vriendelijke groet.
Rol: werkzoekende
N
Reageer nu zelf op een vacature. Zoek op de site www.vdab.be een vacature. Zoek de moeilijke woorden op. Schrijf een mail en stuur jouw cv op. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
VA
4 Nu en vroeger 1 Lees en vul in. Nederlands nu
G
Frans
now
maintenant
before, in the past
avant, dans le passé
©
vroeger
Engels
Jouw taal
Het perfectum
NU – het presens
Hij vindt een vacature. Hij volgt een opleiding. Hij werkt als elektricien.
VROEGER – het perfectum Hij heeft een vacature gevonden. Hij heeft een opleiding gevolgd. Hij heeft als elektricien gewerkt.
Het perfectum maak je zo: • Zet het werkwoord ‘hebben’ in het begin van de zin. • Zet het andere werkwoord (gevonden / gevolgd / gewerkt) op het einde van de zin.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Maak zinnen over Hassan. voorbeeld: g edaan / in Irak / heeft / Hassan / twee jobs / . Hassan heeft in Irak twee jobs gedaan. Hij / heeft / gevolgd / een opleiding voor elektricien / .
gevonden / op de site van de VDAB / Hij / heeft / een vacature / .
voor de vacature / Hij / gesolliciteerd / heeft / .
een cv / geschreven / heeft / Hij / .
zijn cv / heeft / samen met zijn mail / gestuurd / Hij / .
IN
3 Maak de A/B-oefening over Yurek met een klasgenoot. Klasgenoot A
Klasgenoot B
Hij heeft 3 jaar als hulpkok gewerkt.
Yurek heeft een opleiding voor kok gevolgd.
N
een opleiding voor kok / gevolgd / Yurek / heeft / .
gewerkt / Hij / 3 jaar / heeft / als hulpkok / . Hij heeft lang naar een job gezocht.
Hij heeft een goede vacature gevonden.
een goede vacature / gevonden / Hij / heeft / .
gevraagd / heeft / aan de VDAB / hulp / Hij / .
Hij heeft hulp aan de VDAB gevraagd.
Hij heeft hulp van de VDAB gekregen.
van de VDAB / heeft / Hij / gekregen / hulp / .
4 Studeer.
VA
heeft / Hij / naar een job / lang / gezocht / .
doen
©
infinitief
presens (nu)
perfectum (vroeger): heb, hebt, heeft, hebben ...
doe, doet, doen
gedaan
krijgen
krijg, krijgt, krijgen
gekregen
schrijven
schrijf, schrijft, schrijven
geschreven
solliciteren
solliciteer, solliciteert, solliciteren
gesolliciteerd
sturen
stuur, stuurt, sturen
gestuurd
vinden
vind, vindt, vinden
gevonden
volgen
volg, volgt, volgen
gevolgd
vragen
vraag, vraagt, vragen
gevraagd
werken
werk, werkt, werken
gewerkt
zoeken
zoek, zoekt, zoeken
gezocht
Thema 6 – Ik wil werken
7
4 Maak een perfectum zin. Gebruik de werkwoorden tussen de haakjes. voorbeeld: H assan / in Irak / twee jobs (doen). Hassan heeft in Irak twee jobs gedaan. Hij / een opleiding voor elektricien (volgen).
Hij / op de site van de VDAB een vacature (vinden).
Hij / voor de vacature (solliciteren).
6 Maak de A/B-oefening met een klasgenoot. Klasgenoot A
Klasgenoot B Hij heeft een cv geschreven.
Hij heeft zijn cv samen met zijn mail gestuurd.
Hij / zijn cv samen met zijn mail (sturen).
Hij / lang naar een job (zoeken).
IN
Hij / een cv (schrijven).
Hij heeft een goede vacature gevonden.
Hij / een goede vacature (vinden).
Hij / hulp aan de VDAB (vragen).
Hij heeft hulp aan de VDAB gevraagd.
Yurek / een opleiding voor kok (volgen). Hij heeft 3 jaar als hulpkok gewerkt.
Hij / 3 jaar als hulpkok (werken).
N
Hij heeft lang naar een job gezocht.
Hij / hulp van de VDAB (krijgen).
VA
Hij heeft hulp van de VDAB gekregen.
Yurek heeft een opleiding voor kok gevolgd.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
©
Leertip
Heb je thuis geen plaats om te studeren? Of vind je het moeilijk om alleen te studeren? Ga dan naar de bibliotheek. Veel mensen studeren er samen, zeker wanneer er examens zijn in de scholen.
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
Mijn leven in België
Werk vinden in België is moeilijk!
contact
Ik heb veel gesolliciteerd. Ik heb mijn cv naar veel bedrijven gestuurd. Ik heb veel mails geschreven. De VDAB heeft mij geholpen. Vandaag heb ik voor een job als fietsenmaker gesolliciteerd.
2 Schrijf jouw bericht.
bio posts
©
contact
VA
Schrijf over werk.
IN
posts
N
bio
Thema 6 – Ik wil werken
9
6 Elke dag Nederlands Taaltaak Het knelpuntberoep
1
Rol: werkzoekende
Welke job zoek jij? Schrijf een kruisje X of zoek een andere job.
receptionist
informaticus
bouwvakker
politieagent
IN
buschauffeur
verpleger
leerkracht
verkoper
elektricien
VA
kok
N
2 Wat is een knelpuntberoep?
Spreek met je klasgenoten en je leerkracht. Schrijf enkele sleutelwoorden.
©
3 Waarom kiezen mensen een knelpuntberoep?
10
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Ga naar de site van de VDAB. Tik bij het zoekvenster in: ‘Knelpuntberoepen’. Je moet zeker niet alles lezen, want het is een lange lijst. Zoek uit: staat jouw job bij de knelpuntberoepen?
De 10 meest hardnekkige knelpuntberoepen Bekijk de vacatures van de knelpuntberoepen waar het meeste vraag naar is in 2025: • Boekhouder • Calculator bouw • Machinebouwer • Medewerker in de fruitteelt • Onderhoudsmecanicien
• Technicus industriële installaties
IN
• Schoonmaker bij mensen thuis
Het beeld was het hires-beeld (2400 dpi), maar de pdf wordt gemaakt op 150 dpi dus kleine tekst is altijd een beetje onscherp als het een beeld is. De enige manier om het scherp te houden is inderdaad opnieuw zetten.
• Verpleegkundige • Werfleider Bron: www.vdab.be
N
• Technieker werf-, landbouw- en hefmachines
©
VA
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Thema 6 – Ik wil werken
11
Dit kan ik
Wil je de video van de uitspraak bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Beste Ik heb uw vacature ... gevonden. Ik heb de opleiding voor ... gevolgd. Ik heb als ... gewerkt. Ik ben ... handig / flexibel.
Hierbij vindt u mijn cv. Ik hoop dat u mij uitnodigt voor een gesprek. Met vriendelijke groet
Nieuwe woorden
De VDAB de site van de VDAB: www.vdab.be de hulp van de VDAB
©
VA
Het cv de persoonlijke gegevens de ervaring de opleiding het diploma – de diploma’s de talenkennis mondeling / schriftelijk de moedertaal de varia de hobby’s
uitnodigen De VDAB nodigt mij voor een gesprek uit.
N
Jobs Studeer alleen de jobs die jij interessant vindt.
vinden Waar heb jij de vacature gevonden? volgen Ik heb een opleiding voor kok gevolgd. Ik heb aan de VDAB hulp gevraagd. vragen werken als Ik heb als kok gewerkt. zoeken Heb jij lang naar een job gezocht?
IN
De vacature gezocht voltijds / deeltijds interesse hebben
Werkwoorden Ik heb twee jobs gedaan. doen Ik hoop dat ik snel een job vind. hopen Hij heeft hulp van de VDAB gekregen. krijgen schrijven Hassan heeft een brief geschreven. solliciteren Ik heb voor deze job gesolliciteerd. Ik heb mijn cv gestuurd. sturen
12
Preposities / kleine woordjes hulp vragen aan iemand aan werken als als hierbij hierbij vindt u met vriendelijke groet met samen met iets naar naar iets zoeken een cv sturen naar op de site van van hulp krijgen van voor een opleiding voor een vacature voor iemand uitnodigen voor
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Het perfectum nu: het presens
vroeger: het perfectum
Hij vindt een vacature. Hij volgt een opleiding. Hij werkt als elektricien.
Hij heeft een vacature gevonden. Hij heeft een opleiding gevolgd. Hij heeft als elektricien gewerkt.
Het perfectum maak je zo: • Zet het werkwoord ‘hebben’ in het begin van de zin. • Zet het andere werkwoord (gevonden / gevolgd / gewerkt) op het einde van de zin.
©
VA
N
IN
Tip: studeer de werkwoorden in de lijst achteraan in het boek.
Thema 6 – Ik wil werken
13
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
2 Het cv van Hassan Welke woorden uit het cv van Hassan staan bij elkaar? Schrijf de letters (a / b / c ...) bij de woorden links, zoals in het voorbeeld. de ervaring
a
gamen, tekenen
2
de persoonlijke gegevens
b
Hassan Sadiq
3
de geboorteplaats
c
het diploma
4
het e-mailadres
d
hassan.inbelgie@gmail.com
5
de opleiding
e
mondeling / schriftelijk
6
Arabisch
f
het weekendwerk
7
de talenkennis
g
de elektricien, de verkoper
8
de hobby’s
h
de moedertaal
9
flexibel
i
Nederlands als tweede taal
10
NT2
j
Bagdad
g
IN
1
N
4 Nu en vroeger
VA
Lees de tekst. Welke werkwoorden staan in het perfectum? Onderstreep die werkwoorden.
©
Zoekt u een job? Maak een lijst van de opleidingen die u hebt gevolgd en de jobs die u hebt gedaan. Schrijf een mooi cv en geef uw cv een mooie lay-out. Lees de vacatures op de site van de VDAB. Hebt u een interessante vacature gezien? Telefoneer of stuur een mail. Hebt u een job gevonden? Verwittig dan de VDAB.
2 Schrijf de vocalen, zoals in het voorbeeld.
14
doen
gedaa n
vinden
gev
nden
krijgen
gekr
volgen
gev
lgd
schrijven
geschr
ven
vragen
gevr
gd
solliciteren
gesollicit
rd
werken
gew
rkt
sturen
gest
zoeken
gez
cht
gen
rd
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
7
Een nieuwe job
Dit leer ik. • Ik beschrijf een persoon. • Ik lees en schrijf een commentaar op een website. • Ik lees en begrijp een mail over werken in België. • Ik stuur een mail met een vraag over werken in België.
N
IN
1 Wie is het?
de kok
de buschauffeur
de basketbalspeler
VA
de piloot
de rechter
de arbeider
de schoonmaker
de receptionist
1 Lees de beschrijvingen.
©
Schrijf de job bij de beschrijving, zoals in het voorbeeld. Zij draagt een lange zwarte jurk en zij heeft lange haren. Zij lacht niet veel. de rechter Zij draagt sportkleren en sportschoenen. Zij is heel groot en heel sportief. Hij draagt een witte muts en hij heeft een zwarte baard en snor. Hij kookt veel. Zij draagt een fluovest, zij heeft krullen en een bril. Zij rijdt heel graag.
Thema 7 – Een nieuwe job
1
Zij draagt een T-shirt, een schort en plastic handschoenen. Zij gebruikt veel schoonmaakproducten. Zij draagt een mooie blouse en een jas met lange mouwen. Zij telefoneert veel. Zij werkt in het hotel. Hij draagt een witte helm, witte handschoenen en een gele overall. Hij heeft veel collega’s. Hij werkt in een fabriek.
Weet je nog? Thema 4: flexie van het adjectief.
2 Studeer. presens (nu)
dragen
draag, draagt, dragen
lachen
lach, lacht, lachen
3 Wat staat samen? Trek een lijn.
gedragen gelachen
VA
W
perfectum (vroeger)
N
infinitief
IN
Hij draagt een wit hemd, een grijze broek, een zwarte das en een pet. Hij ziet veel wolken.
groot • lang • veel •
• kort • weinig • klein
4 Zoek nog twee voorbeelden in de tekst van oefening 1.
©
heel = met een adjectief of adverbum Zij is heel groot.
Weet je nog? Thema 3: heel / hele.
veel = met een werkwoord Zij telefoneert veel.
veel = met een substantief Hij ziet veel wolken.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. 2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
5 Noteer de woorden uit de tekst in de woordenspin, zoals in het voorbeeld. Ken je nog andere woorden? Schrijf ze erbij.
het hemd
VA
N
IN
de kleren
lang haar
©
het lichaam
6 Zoek het op en schrijf de kleuren.
7 Spreek met je klasgenoten. Wie noem je een man of een vrouw ‘van kleur’?
Thema 7 – Een nieuwe job
3
2 De klasgenoten 1 Schrijf het bericht. Hassan werkt nu in de fietsenwinkel. Rianna is een klant. Zij stuurt een bericht naar haar vriendin. Vul het bericht van Rianna verder aan.
Rianna
Rianna
Hij …
IN
N
VA
16:55
©
Er is een nieuwe verkoper in de winkel. Hij is heel knap. Hij …
2
Taaltaak Mijn klasgenoot
Rol: communicator
Beschrijf een klasgenoot. Lees jouw beschrijving voor. Je klasgenoten raden: wie is het?
4
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
3 De klanten 1 Rianna schrijft op de website van de fietsenwinkel van Hassan. Lees de zinnen. Bij welke foto staat de zin? Schrijf het nummer. Ik ben naar jullie winkel geweest. Ik had een korte boodschappenlijst: één fietsbroek en één helm. De rij bij de kassa was lang. De paskamers waren toe. De verkopers hadden mijn maat voor een fietsbroek niet. Maar ik heb voor de helm een goede korting gehad. 2
4
5
3
IN
1
2 Welk woord is het?
lijst van wat je wil kopen:
de b
waar je betaalt:
de k
©
W
VA
N
6
waar je kleren in de winkel aandoet:
de p
niet kort:
l
niet open:
t
small, medium, large:
de m
je moet minder betalen:
de k
Weet je nog? Het perfectum van gewone werkwoorden heb je geleerd in thema 6.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Thema 7 – Een nieuwe job
5
NU: het presens VROEGER: het perfectum of het imperfectum.
G
Het imperfectum is moeilijk. Je leert veel imperfectum werkwoorden in Nieuw TaalRecht 2.1. Maar de werkwoorden ‘ZIJN’ en ‘HEBBEN’ krijg je nu al. Het imperfectum • zijn was / waren • hebben had / hadden Het perfectum • zijn ben, bent, is, zijn ... geweest • hebben heb, hebt, heeft, hebben ... gehad Let op: was – waren / had – hadden geweest – gehad
IN
3 Vul het correcte werkwoord in.
gebruik je veel gebruik je niet zo veel
Kies uit: was – waren – geweest / had – hadden – gehad. heel luid.
De muziek in de winkel Mijn dochter heeft geen korting
.
Wij zijn in jullie nieuwe winkel
N
De verkopers
.
niet vriendelijk.
een klacht.
Er
veel mensen in de paskamers.
Het Mijn man
VA
Ik
koud in de paskamers. een gesprek met de manager.
Wij hebben het pakje nog niet Wij
.
niet genoeg geld bij.
©
4 Schrijf nog een zin voor de website van een winkel. Gebruik ‘had – hadden / was – waren’. Vergelijk dan met je klasgenoten. Jouw winkel: Jouw zin:
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 De mail van Hassan hassan.inbelgie@gmail.com inburgering@vlaanderen.be Werken in België
Beste
Heb ik een verblijfskaart nodig? Moet ik lid zijn van de vakbond? Hoeveel belastingen moet ik betalen? Bedankt voor uw antwoord,
N
Hassan Sadiq
IN
Ik heb in België een job gevonden. Maar ik heb nog enkele vragen.
VA
inburgering@vlaanderen.be
hassan.inbelgie@gmail.com Werken in België
Beste heer Sadiq
©
U vindt een antwoord op uw vragen op deze websites. www.financien.belgium.be www.werk.be U moet geen lid zijn van de vakbond. Maar hebt u problemen? Dan kan de vakbond u helpen. Met vriendelijke groet J. Pieterman
1 Lees de mails. Zoek de woorden. met deze kaart mag jij werken in België je moet dit betalen aan de Belgische staat deze organisatie helpt je je betaalt elk jaar lidgeld Thema 7 – Een nieuwe job
7
W
2 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Frans
Jouw taal
iets nodig hebben
to need something
avoir besoin de quelque chose
problemen hebben
to have problems
avoir des problèmes
iemand bedanken
to thank someone
remercier quelqu’un
3 Studeer. infinitief
presens (nu)
perfectum (vroeger)
bedank, bedankt, bedanken
hebben bedankt
betalen
betaal, betaalt, betalen
hebben betaald
helpen
help, helpt, helpen
hebben geholpen
vinden
vind, vindt, vinden
IN
bedanken
hebben gevonden
4
Herhaal
VA
VIDEO
N
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
©
Ik heb nog een vraag. Ik heb nog enkele vragen.
Heb ik ... een verblijfskaart ... nodig?
Moet ik lid zijn van ... de vakbond?
Hoeveel ... belastingen ... moet ik betalen?
Bedankt voor uw antwoord.
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
5
Taaltaak Ik heb een vraag
Rol: werknemer
Heb jij nog enkele vragen over werken? Stuur een mail naar: inburgering@vlaanderen.be. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
inburgering@vlaanderen.be
Beste,
IN
N
VA
©
Leertip Begrijp jij sommige woorden in een tekst niet? Vind je die woorden niet met jouw vertaal-app of in jouw woordenboek? Dan zijn het misschien woorden in een andere taal. Zijn het woorden met een hoofdletter? Dan zijn het misschien namen. Vraag jouw collega om je te helpen.
Thema 7 – Een nieuwe job
9
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
Mijn leven in België
Mijn eerste dag in de fietsenwinkel
bio posts
Op mijn nieuwe job zijn veel regels. Ik mag niet roken in de winkel. Dat is geen probleem voor mij, want ik rook niet. Ik mag elke middag een half uur pauze nemen. Dat vind ik goed. Ik moet vriendelijk zijn voor de klanten. Dat is geen probleem, want ik ben altijd vriendelijk!
2 Schrijf jouw bericht.
N
IN
contact
bio
©
posts
VA
Schrijf over de regels op jouw werk, school of de school van jouw kind.
contact
10
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Elke dag Nederlands Taaltaak Mijn foto
Rol: communicator
a Breng een foto mee van een persoon (een vriend, een bekende persoon ...). Kies een foto waar die persoon helemaal opstaat: ook haar / zijn armen en benen. Beschrijf de persoon voor enkele klasgenoten. Toon de foto niet! Zeg ook iets over de kleren en de kleuren. b Jouw klasgenoten tekenen die persoon. Gebruik kleurpotloden om te kleuren. c Vergelijk de foto met de tekeningen. Welke tekening is goed gelukt?
©
VA
N
IN
d Vertel aan je klasgenoten over jouw persoon. Wie is het? Hoe is hij / zij? Wat doet hij / zij?
Thema 7 – Een nieuwe job
11
Dit kan ik
Wil je de video van de uitspraak bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Beste Ik heb nog enkele vragen. Bedankt voor uw antwoord.
Heb ik een ... nodig? Moet ik lid zijn van ...? Hoeveel ... moet ik betalen?
Nieuwe woorden
Iemand beschrijven
In de winkel de boodschappenlijst de kassa – de kassa’s de korting – de kortingen de maat – de maten de paskamer – de paskamers
©
VA
de kleren de blouse – de blousen de broek – de broeken de das – de dassen de helm – de helmen het hemd – de hemden de jas – de jassen de jurk – de jurken de mouw – de mouwen de overall – de overalls de pet – de petten de schort – de schorten het t-shirt – de t-shirts het vest – de vesten het fluovest
IN
iets nodig hebben problemen hebben
Adjectieven groot ↔ klein lang ↔ kort open ↔ toe knap mooi sportief
N
inburgering de verblijfskaart de vakbond de Belgische staat de belasting – de belastingen het vakbondslid
het lichaam de baard – de snor het haar – de haren lange haren korte haren
12
Werkwoorden bedanken Bedankt voor uw antwoord. U moet belastingen betalen. betalen Ik draag graag een lange broek. dragen helpen De vakbond kan u helpen. De receptionist lacht graag. lachen vinden U vindt de informatie op onze website. Preposities naar naar de winkel gaan op het antwoord op van lid zijn van ... voor de korting voor ... mijn maat voor ... iemand bedanken voor ...
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Hebben – zijn: perfectum en imperfectum • had / hadden hebben gehad
Hij had een broek nodig. Zij hadden een broek nodig. Hij heeft een korting gehad.
• was / waren zijn geweest
De paskamer was toe. De paskamers waren toe. Ik ben naar de winkel geweest.
Heel – veel
©
VA
N
IN
• met een adjectief of een adverbum: heel mooi, heel graag • met een werkwoord: veel lachen, veel vliegen • met een substantief: veel collega’s, veel vrienden
Thema 7 – Een nieuwe job
13
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 Wie is het? Schrijf: heel / veel. Hassan heeft
collega’s.
De collega’s zijn
vriendelijk.
Maar hij moet
hard werken.
Hij werkt
: hij werkt zes dagen per week.
Hassan wil
geld verdienen.
Want hij wil met Sofie trouwen. Hij vindt Sofie een
IN
lieve vrouw.
3 De klanten
1 Vul de woorden in. De eerste letter krijg je. Ik wil een broek in m
N
1 Ik ga naar de kledingwinkel.
44 passen.
VA
Zij hebben mijn maat niet. En de p
zijn niet open.
De paskamers zijn t
.
2 Daar zie ik: de broek is niet lang. De broek is te k
.
En de broek is kapot.
©
Maar ik heb geen k
.
3 Ik wil de broek niet kopen. Ik ga niet naar de k Ik gooi mjn l
14
. met boodschappen in de vuilnisbak.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Schrijf het verhaal.
Gebruik de woorden: maat / paskamers / toe / te kort / korting / kassa / lijst.
IN
3 Schrijf de zin in het imperfectum. De paskamers zijn niet open. De broek is te kort.
VA
Ik heb geen korting.
N
Zij hebben mijn maat niet.
4 De mail van Hassan 1 Welke vraag staat in de mails?
een verblijfskaart nodig
lid van de vakbond
problemen hebben
©
belastingen betalen
2 Maak zelf een vraag. Meer vragen zijn oké. vakbond kunnen helpen
btw betalen
een Belgische identiteitskaart / nodig
mijn contract tekenen
vragen hebben
Thema 7 – Een nieuwe job
15
©
VA
N
IN
Hier kan je notities maken.
16
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
8
Wil jij met mij trouwen?
Dit leer ik. • Ik begrijp een uitnodiging. • Ik schrijf een uitnodiging. • Ik reageer positief of negatief op een uitnodiging. • Ik lees een datum. • Ik noteer belangrijke datums.
1 Lees de twee uitnodigingen.
IN
1 Hassan en Sofie gaan trouwen
VA
N
Hassan en Sofie gaan trouwen. Hassan en Sofie hebben een uitnodiging gemaakt voor het trouwfeest. Lees de uitnodigingen. Zoek de moeilijke woorden op.
©
Hallo iedereen! Wij gaan trouwen!
Het feest is op 21 juni.
Adres: Het Werkhuys Borgerhout In een zijstraat van de Turnhoutsebaan, voorbij de Carrefour. Iedereen moet komen! Groetjes, Hassan en Sofie
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
Sofie & Hassan trouwen Wij nodigen jullie uit op ons trouwfeest. Het feest is op 21 juni.
De receptie start om 11 uur. De feestmaaltijd start om 13 uur. Het dansfeest start om 18 uur. Adres: Het Werkhuys, Zegelstraat 13, 2140 Borgerhout Graag een antwoord voor 1 juni. via sms: 0487/12 93 65 via mail: hassanensofietrouwen@hotmail.com
1
2 Noteer. • Wanneer is het trouwfeest? • Waar is het trouwfeest? • Krijg je eten op het trouwfeest? ja / nee • Wat moet je doen voor 1 juni? • Hoe kan je dat doen?
3 Spreek met een klasgenoot.
Welke uitnodiging vinden jullie goed / niet goed? Waarom?
Wij vinden de gele / groene uitnodiging van Hassan / Sofie goed omdat ...
Wij vinden de gele / groene uitnodiging van Hassan / Sofie niet goed omdat ...
IN
4 Spreek met je klasgenoten. Hoe is een feest in jouw land?
N
Is er ook een receptie? Is er ook een feestmaaltijd? Is er ook een dansfeest?
2 Ik kan niet komen
VA
1 Lees de mails. Antwoord op de vragen. Wie komt naar het feest?
Yurek / Pei Le
Wie wil een cadeau kopen?
Yurek / Pei Le
Wie kan niet naar het feest komen?
Yurek / Pei Le
Waarom niet?
©
PeiLe-33@hotmail.com hassanensofietrouwen@hotmail.com uitnodiging trouwfeest
Dag Sofie en Hassan Ik wens jullie veel geluk! Ik kom graag naar jullie feest. Hebben jullie al aan de cadeaus gedacht? Wat zal ik voor jullie kopen? Pei Le
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
konwicki.yurek@skynet.be hassanensofietrouwen@hotmail.com Proficiat!
Dag Sofie en Hassan Ik heb jullie uitnodiging gisteren gekregen. Jullie gaan trouwen! Proficiat! Het spijt me: ik kan niet komen omdat ik die dag moet werken.
W
2 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Veel geluk
Good luck
Proficiat
Congratulations
Het spijt me ...
I’m sorry
denken
Félicitations
Je suis désolé(e)
presens (nu)
perfectum (vroeger)
denk, denkt, denken
hebben gedacht
kom, komt, komen
zijn gekomen
koop, koopt, kopen
hebben gekocht
krijg, krijgt, krijgen
hebben gekregen
wensen
wens, wenst, wensen
hebben gewenst
werken
werk, werkt, werken
hebben gewerkt
komen kopen
©
krijgen
4
Jouw taal
Bonne chance
VA
infinitief
Frans
N
3 Studeer.
IN
Yurek
Herhaal
VIDEO
Ik nodig / wij nodigen jullie uit op ... mijn feest / ons feest.
Het feest is op ... 21 juni ... om ... 11 uur. De receptie / de feestmaaltijd / het dansfeest start om ... 14 uur.
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
3
Adres: Zegelstraat 13, Borgerhout
Graag een antwoord voor ... 1 juni. Via sms: … Via mail: …
Proficiat. Ik wens jullie veel geluk.
IN
Ik kom graag naar jouw / jullie feest.
Taaltaak De uitnodiging
Rol: vrijetijdsbesteder
VA
5
N
Het spijt me: ik kan niet komen ... omdat ik die dag moet werken.
Schrijf een uitnodiging voor een feest. Waarom is het feest? Waar is het feest? Wanneer is het feest? Geef jouw uitnodiging aan een klasgenoot. Antwoord op de uitnodiging van een klasgenoot.
©
Gebruik de schrijfkaart op pagina xx.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
3
Een belangrijke datum 1 Welke maand is het nu? Onderstreep. januari – februari – maart – april – mei – juni – juli – augustus – september – oktober – november – december Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
4
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Welke datum is dit? Trek een lijn, zoals in het voorbeeld. 4/7/1953 • 12/4/2016 • 23/3/1830 • 31/10/1789 • 15/12/2004 •
• vijftien december tweeduizend en vier • drieëntwintig maart achttienhonderddertig • vier juli negentienhonderddrieënvijftig • twaalf april tweeduizend zestien • eenendertig oktober zeventienhonderdnegenentachtig
3 Studeer. Hoe zeg je een jaartal? Een jaartal zeg je in twee stukken: 1953 = 19 / honderd / 53 = negentienhonderddrieënvijftig 2004 = 2 / duizend / en / 4 = tweeduizend en vier Let op: 1912 = negentienhonderd EN twaalf 1913 = negentienhonderddertien
2012 = tweeduizend EN twaalf 2013 = tweeduizend dertien
Weet je nog?
N
Nieuw TaalRecht 1.1. thema 6: tellen.
IN
+ 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / 7 / 8 / 9 / 10 / 11 / 12 = EN + 13 / 14 / 15 / 16 ... = EN
4 Schrijf de datum in woorden.
VA
voorbeeld: 3/5/1987 drie april negentienhonderdzevenentachtig
• 30/6/1766
• 9/8/2015
• 25/5/1843
• 31/12/2026
• 12/7/1312
©
• 11/1/2002
5 Schrijf de datum in cijfers. • dertien oktober negentienhonderd éénenzeventig
• zevenentwintig november tweeduizend vijfenveertig
• achttien januari zestienhonderd zevenentwintig
• vijf september tweeduizend dertien
• veertien februari negentienhonderd en twaalf
• zestien maart tweeduizend achtentachtig
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
5
+
6 Raad het jaartal. Werk samen met enkele klasgenoten. Schrijf drie belangrijke gebeurtenissen. Schrijf het jaartal erbij. Zeg de gebeurtenis aan je klasgenoten. Je klasgenoten raden het jaartal. voorbeeld: Olympische Spelen in Parijs: 2024 1
2 3
IN
4 Een brief van de advocaat Geachte mevrouw Safi
Gezin Wanneer bent u geboren? Wanneer bent u getrouwd?
VA
advocaat
N
David De Hert
In uw dossier ontbreken belangrijke datums.
©
Wonen Wanneer bent u naar België verhuisd? Kan u de datums op dit formulier invullen? Dank u. Meester David De Hert Advocaat
1 Lees de brief van de advocaat. Zoek de woorden in de brief. alle belangrijke papieren bij elkaar:
het d
er niet zijn:
ont
op een andere plaats wonen:
ver
Hoe spreek je een advocaat aan?
M
zijn
Leertip Laat de moed niet zakken. Veel moeilijke woorden moet je alleen begrijpen, niet gebruiken.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Schrijf de datums in de brief op de juiste plaats.
12 januari 2023
3
30 september 2024
Taaltaak Belangrijke datums
17 februari 1996 Rol: administrator / werknemer
Werk samen met een klasgenoot. Zeg de belangrijke datums en noteer. Spreek dan over jullie belangrijke datums.
Zeg jouw belangrijke datums.
Noteer de belangrijke datums van jouw klasgenoot.
Mijn naam is ...
Naam:
Ik ben op ... geboren.
Geboortedatum:
Ik ben op ... getrouwd.
Trouwdatum:
Ik ben op ... naar België verhuisd.
Naar België verhuisd op:
N
IN
jouw klasgenoot
Het perfectum met HEBBEN en ZIJN
VA
G
jij
Zet het werkwoord 1 HEBBEN of ZIJN in het begin van de zin. Zet het werkwoord 2 (gekregen / geboren / getrouwd / verhuisd) op het einde van de zin. Ik heb jullie uitnodiging gisteren gekregen. Hij is op 17 februari 1996 geboren.
©
Weet je nog?
Het perfectum: thema 6. Het perfectum van ‘hebben’ en ‘zijn’: thema 7.
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
7
4 Maak een zin. Gebruik HEBBEN of ZIJN. voorbeeld: M ijn zus ... in Antwerpen getrouwd. (zijn) Mijn zus is in Antwerpen getrouwd. Zij ... een job bij een interimkantoor gevonden. (hebben)
Zij ... tot mei 2024 in dat kantoor gewerkt. (hebben)
Zij ... in juni 2024 naar Brussel verhuisd. (zijn)
5 Maak de A/B-oefening met een klasgenoot.
Klasgenoot A
Klasgenoot B
Ik heb asiel gevraagd.
Op zeven maart tweeduizend drieëntwintig heb ik asiel gekregen.
Op 7/3/2023 ... ik asiel gekregen. (hebben)
Mijn man en ik ... op 13/9/2023 getrouwd. (zijn)
Mijn man en ik zijn op dertien september tweeduizend drieëntwintig getrouwd.
Wij hebben een groot feest gegeven.
Wij ... een groot feest gegeven. (hebben)
Op het feest ... we champagne gedronken. (hebben)
Op het feest hebben we champagne gedronken.
En we hebben taart gegeten.
En we ... taart gegeten. (hebben)
Wij ... naar Oostende op reis geweest. (zijn)
Wij zijn naar Oostende op reis geweest.
Mijn broer is op vijf april tweeduizend vierentwintig naar België gekomen.
Mijn broer ... op 5/4/2024 naar België gekomen. (zijn)
Hij ... voor een job bij De Lijn gesolliciteerd. (hebben)
Hij heeft voor een job bij De Lijn gesolliciteerd.
Hij heeft een sollicitatiegesprek gehad. En nu werkt hij als buschauffeur.
Hij ... een sollicitatiegesprek gehad. (hebben) En nu werkt hij als buschauffeur.
©
8
Ik ... met een advocaat gesproken. (hebben)
VA
Ik ... asiel gevraagd. (hebben)
Ik ben op elf juni tweeduizend twintig naar België gekomen.
N
Ik ... op 11/6/2020 naar België gekomen. (zijn) Ik heb met een advocaat gesproken.
IN
Lees het blauwe vak. Maak een zin. Gebruik HEBBEN of ZIJN. Controleer je klasgenoot. Ben je klaar? Wissel dan van rol. Vind je dit moeilijk? Lees dan eerst de witte vakken.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Studeer. Perfectum met HEBBEN
Perfectum met ZIJN
hebben gedacht
komen
zijn gekomen
drinken
hebben gedronken
trouwen
zijn getrouwd
eten
hebben gegeten
zijn
zijn geweest
geven
hebben gegeven
verhuizen
zijn verhuisd
hebben
hebben gehad
zijn geboren
kopen
hebben gekocht
= alleen in het perfectum (geen infinitief)
krijgen
hebben gekregen
spreken
hebben gesproken
vinden
hebben gevonden
vragen
hebben gevraagd
werken
hebben gewerkt
wensen
hebben gewenst
7 Maak een perfectum-zin.
IN
denken
Gebruik het werkwoord tussen de haakjes.
N
voorbeeld: M ijn zus ... in Antwerpen ... (trouwen) Mijn zus is in Antwerpen getrouwd.
VA
Zij / een job bij een interimkantoor (vinden) Zij / tot mei 2024 in dat kantoor (werken)
Zij / in juni 2024 naar Brussel (verhuizen)
©
8 Maak de A/B-oefening met een klasgenoot. Lees het blauwe vak. Maak een perfectum-zin. Gebruik HEBBEN of ZIJN. Controleer je klasgenoot. Ben je klaar? Wissel dan van rol. Vind je dit moeilijk? Lees dan eerst de witte vakken. Klasgenoot A
Klasgenoot B
Ik ben op elf juni tweeduizend twintig naar België gekomen.
Ik ... op 11/6/2020 naar België ... (komen)
Ik ... met een advocaat ... (spreken)
Ik heb met een advocaat gesproken.
Ik heb asiel gevraagd.
Ik ... asiel ... (vragen)
Op 7/3/2023 ... ik asiel ... (krijgen)
Op zeven maart tweeduizend drieëntwintig heb ik asiel gekregen.
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
9
Klasgenoot A
Klasgenoot B
Mijn man en ik zijn op dertien september tweeduizend drieëntwintig getrouwd.
Mijn man en ik ... op 13/9/2023 ... (trouwen)
Wij ... een groot feest ... (geven)
Wij hebben een groot feest gegeven.
Op het feest hebben we champagne gedronken.
Op het feest ... we champagne ... (drinken)
En we ... taart ... (eten)
En we hebben taart gegeten.
Wij zijn naar Oostende op reis geweest.
Wij ... naar Oostende op reis ... (zijn)
Mijn broer ... op 5/4/2024 naar België ... (komen)
Mijn broer is op vijf april tweeduizend vierentwintig naar België gekomen.
Hij heeft voor een job bij De Lijn gesolliciteerd.
Hij ... voor een job bij De Lijn ... (solliciteren)
Hij ... een sollicitatiegesprek ... (hebben) En nu werkt hij als buschauffeur.
Hij heeft een sollicitatiegesprek gehad. En nu werkt hij als buschauffeur.
IN
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx. Leertip
N
Lees een moeilijke zin meer dan één keer. Zeg dan de zin zonder te kijken. Zo breng jij de structuur van de zin in jouw hoofd.
VA
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
©
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
bio posts contact
10
Mijn leven in België
Het leven is mooi Ik ben in 2024 naar België gekomen. Ik heb Nederlands geleerd. Ik heb een job gevonden. En nu ga ik trouwen! Ik ben blij dat ik Sofie heb ontmoet. Mijn leven is mooi.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Schrijf jouw bericht. Wanneer ben jij naar België gekomen? Wat heb jij gedaan? Is jouw leven mooi of niet mooi?
bio posts contact
IN
VA
N
6 Elke dag Nederlands
©
Taaltaak Mijn wens
Rol: communicator
Maak een mooi gedicht voor een kaart. Waarom schrijf jij de kaart (een verjaardag, een trouw, vriendschap ...)? Kies een woord: feest, vriend, lief, zon, hart, thuis, droom, kus ... Zoek mooie nieuwe woorden bij elke letter. Schrijf jouw gedicht op een kaart en stuur de kaart op. voorbeeld: F EEST - F / E / E / S / T Fijn Eerste kus Eerste kaart Ster aan de hemel Thuis voelen
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
11
Dit kan ik
Wil je de video van de woordenschat bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Wij nodigen jullie uit op ons trouwfeest. Het feest is op 21 juni. De ... start om ... uur. Graag een antwoord voor ...
Ik wens jullie veel geluk. Ik kom graag naar jullie feest. Proficiat! Het spijt me: ik kan niet komen.
Nieuwe woorden
N
VA
Jaartallen honderd duizend 1900 – negentienhonderd 1912 – negentienhonderdentwaalf 1913 – negentienhonderddertien 2012 – tweeduizend en twaalf 2013 – tweeduizend dertien
Werkwoorden dansen Wij dansen op ons feest. Heb jij aan een cadeau gedacht? denken Hij heeft niets gedronken. drinken Wij hebben taart gegeten. eten Wij hebben gefeest. feesten Mijn moeder heeft mij geld gegeven. geven Zij is in 2024 naar België gekomen. komen Pei Le heeft een mooi cadeau gekocht. kopen Wij hebben een uitnodiging gekregen. krijgen ontbreken Er ontbreken nog datums. Ik heb met de advocaat gesproken. spreken Het feest start om 14 uur. starten Wij trouwen op 21 juni. trouwen verhuizen Ik ben in 2016 naar Brussel verhuisd. Pei Le heeft een mooi cadeau vinden gevonden. Hassan heeft Sofie gevraagd om vragen te trouwen. Ik wens je een gelukkige verjaardag. wensen
IN
De uitnodiging het dansfeest het feest de gast – de gasten de maaltijd de receptie
©
Ik ben geboren op ... Ik ben getrouwd op ... Ik ben naar België gekomen op ... De advocaat de Meester het dossier – de dossiers mijn geboortedatum mijn trouwdatum
hebben zijn
Ik heb een brief gehad. Wij zijn naar Oostende geweest.
Het perfectum met HEBBEN of ZIJN Zet het werkwoord 1 HEBBEN of ZIJN in het begin van de zin bij het subject. Zet het werkwoord 2 op het einde van de zin. • Ik ben in 2025 getrouwd. • Wij hebben taart gegeten.
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
2 Ik kan niet komen 1 Lees de zinnen. Proficiat. Ik kom graag! Mag ik de muziek kiezen? Veel geluk. Ik denk dat jullie samen nog veel zullen feesten. Het spijt me, ik kom niet want ik hou niet van feesten. Proficiat. Ik kom alleen als er chocoladetaart is. Het spijt me, ik kan niet komen want mijn sokken zitten nog in de wasmachine.
2 Welke zin vind jij leuk?
IN
Schrijf die zin nog een keer, maar kijk niet naar het voorbeeld. Controleer. Heb je alle woorden correct geschreven? Correct schrijven is ook belangrijk!
N
3 Een belangrijke datum
1 Welke maand is het? Schrijf de maand, zoals in het voorbeeld. januari
de tiende maand:
de achtste maand:
de tweede maand:
de derde maand:
de vierde maand:
de elfde maand:
de vijfde maand:
de negende maand:
de twaalfde maand:
de zevende maand:
de zesde maand:
VA
de eerste maand:
©
Weet je nog?
De rangtelwoorden heb je geleerd in thema 3.
2 Leg een blad op de rechterkolom.
Lees het getal. Leg dan een blad op het getal. Lees het woord en schrijf het getal. 12
twaalf
26
zesentwintig
25
vijfentwintig
43
drieënveertig
36
zesendertig
98
achtennegentig
48
achtenveertig
32
tweeëndertig
54
vierenvijftig
64
vierenzestig
66
zesenzestig
89
negenentachtig
Thema 8 – Wil jij met mij trouwen?
13
79
negenenzeventig
17
zeventien
81
eenentachtig
51
eenenvijftig
96
zesennegentig
75
vijfenzeventig
4 Een brief van de advocaat 1 Lees het verhaal. Onderstreep het perfectum werkwoord. Schrijf de infinitief. Hassan en Sofie zijn vorige week getrouwd.
trouwen
Zij hebben een groot feest gegeven. Veel gasten zijn naar het feest gekomen. Zij heeft veel over zijn leven gevraagd. De gasten hebben lekkere taart gegeten. Zij hebben champagne gedronken.
IN
De moeder van Sofie heeft met Hassan gesproken.
Pei Le heeft hen een mooi cadeau gegeven.
N
Hassan en Sofie hebben nog meer cadeaus gekregen. Iedereen heeft een leuke tijd gehad.
VA
Wat weet jij nog over het feest van Hassan en Sofie? Vertel!
2 Schrijf de werkwoorden in het perfectum met HEBBEN. denken drinken eten
Vandaag
wij aan jou
Ik
een cola
Mijn man
Mijn ouders
hebben
Ik
kopen
De buren
spreken
De buurvrouw
vinden
.
frieten
.
mij geld
©
geven
.
.
nooit een auto
.
een hond
.
met de politie
.
jouw zoon een job
vragen
Wat
werken
Jij
wensen
Mijn vrienden
?
jij aan jouw vriend
?
hard
. mij veel geluk
.
3 Schrijf de werkwoorden in het perfectum met ZIJN. komen
Jij
trouwen
14
op 10 maart naar België jij
verhuizen
Hij
zijn
Mijn kinderen
.
? naar Brussel
.
naar hun grootouders
.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
9
Aan de schoolpoort
Dit leer ik. • Ik lees een tekst over scholen in België. • Ik vat samen wat in de tekst staat. • Ik begrijp notities in de agenda van mijn kind. • Ik schrijf iets in de agenda van mijn kind.
1 Naar school
Weet je nog?
IN
1 Lees één van de vier teksten.
De rangtelwoorden (eerste, tweede, derde ...) heb je geleerd in thema 3.
Zoek moeilijke woorden op. Lees heel goed! Je moet straks met jouw klasgenoten spreken over jouw tekst.
©
VA
Een kind van 2,5 jaar mag naar de kleuterschool. Ook een kind dat geen Nederlands spreekt, mag naar de kleuterschool. Jouw kind leert Nederlands in de kleuterklas. De kleuterschool is goed voor jouw kind. Jouw kind doet veel nieuwe dingen. Veel scholen hebben vier kleuterklassen: de instapklas, de eerste kleuterklas, de tweede kleuterklas en de derde kleuterklas. Kinderen van 6 jaar gaan naar het eerste leerjaar.
Tekst 3: Mijn kind is ziek Is jouw kind ziek? Telefoneer naar de school. Kleuterschool Je moet geen briefje van de dokter aan de school geven. Lagere school Jouw kind is 1, 2 of 3 dagen ziek: jij mag zelf een briefje voor de school schrijven. Jouw kind is 4 of 5 dagen of een week ziek: jij moet naar de dokter gaan. De dokter schrijft een briefje voor de school. Thema 9 – Aan de schoolpoort
Tekst 2: Naar de lagere school
N
Tekst 1: Naar de kleuterschool
Het is belangrijk dat jouw kind goed Nederlands kan. Een kind dat 220 halve dagen naar de kleuterschool gaat en een beetje Nederlands spreekt, mag naar de lagere school. Kinderen moeten van 6 jaar tot 12 jaar naar de lagere school gaan. Er zijn 6 leerjaren: het eerste leerjaar, het tweede leerjaar, het derde leerjaar, het vierde leerjaar, het vijfde leerjaar en het zesde leerjaar.
Tekst 4: Hoeveel kost de school? De basisschool is gratis. De school kan extra geld vragen voor activiteiten of materialen. Dat mag niet te veel geld zijn. Je vindt op het internet hoeveel geld de school elk jaar mag vragen. Bron: onderwijs.vlaanderen.be/nl/ouders
1
Taaltaak De basisschool
2
Rol: opvoeder
Spreek met klasgenoten die een andere tekst gelezen hebben. Kijk niet naar de tekst. Spreek over deze vragen. Wanneer gaat een kind naar de kleuterschool? Wanneer gaat een kind naar de lagere school? Hoeveel kost de inschrijving in de kleuterschool? Hoeveel kost de inschrijving in de lagere school? Mag het kind naar de kleuterschool als het geen Nederlands spreekt? Mag het kind naar de lagere school als het geen Nederlands spreekt?
Waarom is de kleuterschool belangrijk? Waarom is de lagere school belangrijk?
IN
Moet een kind naar de kleuterschool? Moet een kind naar de lagere school?
Jouw kleuter is ziek: wat moet jij doen? Jouw kind in de lagere school is één dag ziek: wat moet jij doen? Jouw kind in de lagere school is een week ziek: wat moet jij doen? Moet jij nog extra betalen in de lagere school? Hoeveel?
N
Hoeveel kleuterklassen zijn er? Hoeveel leerjaren zijn er?
VA
3 Zoek één voorbeeld. Vergelijk met je klasgenoten. activiteiten in de kleuterschool:
activiteiten in de lagere school:
4 Uit elke tekst van oefening 1 krijg je één zin. Vul het woord in.
©
W
In de kleuterschool doet jouw kind veel
Het is
dingen.
dat jouw kind goed Nederlands kan.
Is jouw kind 1, 2, 3 dagen ziek: je mag De basisschool is
een briefje schrijven. .
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
5 Lees en vul in. Nederlands
Engels
Je mag het zelf doen.
You can do it yourself.
W
Frans
Jouw taal
Vous pouvez le faire vous-même.
ZELF = zonder hulp of zonder iemand anders Mijn kind fietst zelf naar school. (zonder hulp) Ik kook elke avond zelf. (zonder iemand anders)
6 Waar staat ZELF? Zet een kruisje. Gebruik je taalgevoel. Soms zijn er twee goede plaatsen. kind
heeft
Hij
doet
zijn
Zij
wil
haar
Mijn
zoon
Mijn
dochter
de
taart
jas
aan.
huiswerk
maken.
het
gezegd.
op
het
heeft gaat
gebakken.
IN
Mijn
potje.
N
Schrijf nog één zin. Wat doet jouw kind zelf? Wat doe jij zelf? Lees de zin voor aan je klasgenoten.
Leertip
VA
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
©
Moet jij een moeilijke tekst lezen? Lees dan eerst de tekst helemaal. Je zal al veel woorden begrijpen. Zoek dan de andere woorden op.
Thema 9 – Aan de schoolpoort
3
2 Een opmerking van de juf of de meester 1 De juf en de meester schrijven in de agenda van de kinderen.
Combineer de opmerking van de juf en de meester met het antwoord van de ouder. Opmerking
Antwoord
Eefje maakt vaak lawaai in de klas. Eefje moet goed luisteren.
A
U hebt gelijk. Ik zal haar elke dag brood meegeven.
2
Hajar eet ’s middags bijna altijd koekjes. Geeft u brood mee voor het middageten? Kinderen moeten gezond eten.
B
Dat is goed. Dank u. Hoe laat is de les?
3
Soms pest Oscar zijn klasgenoten. Pesten mag niet!
C
Dat is goed. Zij helpt thuis ook goed.
4
Bohdan heeft problemen met Nederlands. Hij kan op woensdagnamiddag Nederlandse les volgen.
D
U hebt gelijk. Ik zal met haar praten.
5
Tatiana werkt altijd goed mee in de klas.
E
Het spijt me. Ik zal met hem praten.
6
Amal komt bijna nooit op tijd.
F
Het spijt me. Ik breng haar morgen op tijd naar school.
N
D
2
3
4
5
VA
1
IN
1
6
2 Bij welke foto hoort het? Schrijf het nummer van de foto. 2
©
1
5
3
6
4
7
lawaai maken
goed meewerken
gezond eten
luisteren
op tijd komen
thuis helpen
pesten Welke opmerking is positief? De opmerking voor de mama en papa van
4
.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
3 In de opmerkingen lees je deze woorden: soms / altijd / vaak / nooit. Zet de woorden op de tijdlijn.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
4 Studeer. infinitief
presens (nu)
perfectum (vroeger)
breng, brengt, brengen
hebben gebracht
eten
eet, eet, eten
hebben gegeten
helpen
help, helpt, helpen
hebben geholpen
komen
kom, komt, komen
zijn gekomen
luisteren
luister, luistert, luisteren
hebben geluisterd
maken
maak, maakt, maken
hebben gemaakt
meegeven
geef, geeft, geven ... mee
meewerken
werk, werkt, werken ... mee
pesten
pest, pest, pesten
praten
praat, praat, praten
hebben gepraat
volgen
volg, volgt, volgen
hebben gevolgd
hebben meegegeven
hebben meegewerkt
N
hebben gepest
VA
5 VIDEO
IN
brengen
Herhaal
©
U hebt gelijk.
Dat is goed.
Het spijt me.
Ik zal ... met hem / haar praten.
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
Thema 9 – Aan de schoolpoort
5
3 Mijn antwoord Taaltaak Een opmerking van de leerkracht
Rol: opvoeder / cursist
Antwoord op een opmerking van de leerkracht. Gebruik de schrijfkaart op pagina xx. Kijk in de agenda van jouw kind. Kijk op het rapport van jouw kind. Schrijf in kolom 1 een opmerking van de juf of de meester. Schrijf in kolom 2 jouw antwoord. Spreek later met de leerkracht over de opmerking en over jouw antwoord. Vergelijk met jouw klasgenoten / opvoeders.
Cursist:
Vraag een opmerking aan de leerkracht. Schrijf de opmerking in kolom 1. Schrijf in kolom 2 jouw antwoord. Spreek later met de leerkracht over de opmerking en over jouw antwoord. Vergelijk met jouw klasgenoten / cursisten.
• • • • •
Opmerking
VA
© 6
Antwoord
N
IN
Opvoeder: • • • • • •
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
4 Een opmerking van mama of papa 1 Lees de briefjes.
Ik wil u verwittigen dat Linne vandaag ziek is.
Mali heeft dit weekend geen tijd.
Voor Aleksy is het huiswerk bijna altijd te moeilijk.
Ik wil u laten weten dat Yusuf de rekenlessen nooit leuk vindt.
Mieke heeft geen vrienden in de klas.
N
IN
Hovan moet morgen naar de dokter.
2 Lees en vul in. Ik wil u laten weten dat ...
G
Frans
Jouw taal
I want to inform you that ...
Je veux vous faire savoir que ...
I want to warn you that ...
Je veux vous prévenir que ...
©
Ik wil u verwittigen dat ...
Engels
VA
Nederlands
Plaats van subject en werkwoord in de zinnen De hoofdzin
• het subject: plaats 1 • het werkwoord: plaats 2
De inversiezin
• het subject: plaats 3 • het werkwoord: plaats 2
De bijzin met DAT
• het subject: plaats 1 • het werkwoord: achteraan 1
Weet je nog? Nieuw TaalRecht 1.1. thema 4: inversie.
2
3
achteraan
hoofdzin
Hovan
gaat
morgen
naar de dokter.
inversiezin
Morgen
gaat
Hovan
naar de dokter.
bijzin (Ik wil u laten weten) DAT
Hovan
morgen
naar de dokter
gaat.
Thema 9 – Aan de schoolpoort
7
Weet je nog? Thema 2: OMDAT met een bijzin.
3 Maak een inversiezin.
Begin met het onderstreepte stuk van de zin.
Linne is ziek vandaag.
Mali heeft dit weekend geen tijd.
Het huiswerk is voor Aleksy bijna altijd te moeilijk.
Mieke heeft geen vrienden in haar klas.
4 Maak een bijzin.
IN
Yusuf vindt de rekenlessen nooit leuk.
Linne is ziek vandaag.
.
VA
Ik wil u laten weten dat
N
Schrijf eerst het subject en achteraan het werkwoord.
Mali heeft dit weekend geen tijd. Ik wil u verwittigen dat
.
Het huiswerk is voor Aleksy bijna altijd te moeilijk. Ik wil u verwittigen dat
.
©
Yusuf vindt de rekenlessen nooit leuk. Ik wil u laten weten dat
.
Mieke heeft geen vrienden in haar klas. Ik wil u laten weten dat
.
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
5
Taaltaak Mijn briefje
Rol: opvoeder
Schrijf een briefje voor de juf of de meester van jouw kind. Geef het briefje aan de juf of de meester. Kies een andere rol.
Rol: cursist
Schrijf een briefje voor jouw leerkracht Nederlands. Geef het briefje aan jouw leerkracht.
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
Mijn leven in België
Naar school in België
bio posts
Sofie is mijn vriendin. Eefje is de dochter van Sofie. Eefje is 8 jaar. Zij zit in de lagere school. Zij zit in het derde leerjaar. Zij leert schrijven, rekenen, biologie ... Zij leert al veel! ’s Middags eet zij op school. Ze neemt brood mee naar de school. In België gaan de kinderen al op 2,5 of 3 jaar naar school. Zij gaan elke dag naar school, maar niet in het weekend. In mijn land is dat helemaal anders.
2 Schrijf jouw bericht.
N
IN
contact
©
VA
Schrijf over de school van jouw kind of over de scholen in jouw land.
bio
posts
contact
Thema 9 – Aan de schoolpoort
9
6 Elke dag Nederlands Taaltaak Mijn school / de school van mijn kind
Rol: opvoeder / cursist
Veel scholen hebben een pagina op de sociale media, bijvoorbeeld een Facebookpagina of een Instagrampagina. Je vindt er foto’s maar ook berichten. Zoek jouw school of de school van jouw kind op de sociale media. Kijk naar de foto’s en lees de recente berichten. Schrijf een reactie. Spreek erover met je klasgenoten.
Berichten
VA
N
IN
basisschooldekubus
8
1
©
S svitlana96 en anderen vinden dit leuk
10
basisschooldekubus Carnaval in de klas! svitlana96 Tatiana, jij bent een leuke
krokodil!
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Dit kan ik
Wil je de video van de woordenschat bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? U hebt gelijk. Dat is goed. Het spijt me.
Ik zal met haar / hem praten. Ik zal ...
Nieuwe woorden De agenda de opmerking – de opmerkingen de juf de meester het rapport
IN
de basisschool de kleuterschool de kleuterklas de lagere school het leerjaar het eerste, tweede, derde vierde, vijfde, zesde leerjaar de activiteit – de activiteiten
Wanneer? nooit bijna nooit soms vaak bijna altijd altijd
VA
N
Werkwoorden Hij eet gezond. eten Hij helpt altijd zijn moeder. helpen Zij komt nooit op tijd. komen Naar de juf luistert Naima niet. luisteren Hij maakt veel lawaai. maken Tatiana pest haar klasgenoten. pesten Ik praat met haar. praten Hij volgt Nederlandse les. volgen Zij zit in het derde leerjaar. zitten
©
VIDEO
meegeven meewerken
Morgen geef ik brood mee. Jan werkt goed mee.
brengen
Brengt u haar op tijd naar school?
Thema 9 – Aan de schoolpoort
Adjectieven / adverba belangrijk gratis nieuw zelf Preposities een briefje aan de juf geven aan problemen met Nederlands met praten met je kind op tijd komen op
11
De hoofdzin, de inversiezin, de bijzin • hoofdzin • inversiezin • bijzin
subject op plaats 1, werkwoord op plaats 2 subject op plaats 3, werkwoord op plaats 2 subject op plaats 1, werkwoord achteraan 2
3
achteraan
hoofdzin
Hovan
gaat
morgen
naar de dokter.
inversiezin
Morgen
gaat
Hovan
naar de dokter.
bijzin (Ik wil u laten weten) DAT
Hovan
morgen
naar de dokter
gaat.
©
VA
N
IN
1
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 Naar school 1 Kijk naar de woordzoeker. Zoek de 12 woorden van deze oefening:
kleuterschool, lagere, basisschool, leerjaar, vierde, gratis, activiteit, materiaal, briefje, telefoneer, belangrijk. X
Y
Z
V
R
H
U
Q
C
O
F
E
M
A
T
E
R
I
A
A
L
J
K
L
V
L
A
G
E
R
E
H
V
J
P
A
Q
V
I
E
R
D
E
Q
T
R
L
N
X
K
L
E
E
R
J
A
A
R
N
G
X
C
C
I
Z
E
L
F
Q
D
X
R
B
A
S
I
S
S
C
H
O
O
L
I
P
H
C
W
B
R
I
E
F
J
E
J
I
T
E
L
E
F
O
N
E
E
R
K
E
F
H
G
R
A
T
I
S
F
F
C
B
B
O
H
F
X
C
M
V
B
L
Y
A
C
T
I
V
I
T
E
I
T
Q
VA
N
IN
B
2 Lees de zinnen.
Welke zin past bij jou? Schrijf een kruisje. Vergelijk met je klasgenoten.
©
Ik kan zelf fietsen. Ik doe zelf de was. Ik kan zelf een IKEA-kast monteren. Ik heb gisteren zelf gekookt. Ik heb zelf de VanIn-Plus App op mijn gsm gezet. Mijn kleuter eet zelf met een lepeltje. Mijn kleuter doet zelf zijn / haar schoenen aan. Mijn kinderen zijn gisteren zelf naar bed gegaan. Mijn kinderen maken zelf hun boterhammen. Mijn kinderen moeten zelf hun kamer opruimen.
Thema 9 – Aan de schoolpoort
13
2 Een opmerking van de juf of de meester 1 Vul elk woord één keer in: nooit / soms / vaak / altijd. Pei Le eet heel gezond. Zij eet
groenten en fruit.
Zij is bijna
ziek.
Yurek gaat graag naar school. Hij staat vroeg op en hij is bijna Maar
op tijd.
rijdt de bus niet. Dan is hij te laat.
2 Kan je vertellen over Pei Le en Yurek?
Kijk niet naar de zinnen van oefening 1. Kijk naar de tips. Pei Le: Yurek:
gezond / groenten en fruit / ziek graag / vroeg / bus
IN
Tips:
4 Een opmerking van mama of papa Maak een andere zin, zoals in het voorbeeld.
VA
N
Zet de onderstreepte woorden op 1. Zet het werkwoord op 2. Zet de naam van het kind op 3. 1 Aleksy eet in de klas een koek.
In de klas eet Aleksy een koek.
2 Mieke komt ’s morgens op tijd.
3 Tatiana pest haar zus op de speelplaats.
4 Naima luistert niet altijd naar de meester. 5 Linne maakt nooit haar huiswerk.
©
6 Kyona heeft altijd problemen. 7 Hovan speelt soms samen met zijn vriend. 8 Laima maakt vaak lawaai in de klas. 9 Mali volgt de islamles op dinsdag. 10 Aleksy gaat graag naar school.
14
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
THEMA
10
Naar de meubelwinkel
Dit leer ik. • Ik lees en begrijp de productinformatie in een meubelwinkel. • Ik schrijf een advertentie om een meubel te verkopen. • Ik begrijp belangrijke informatie op een bestelbon. • Ik schrijf een mail over een levering.
1 In de meubelwinkel
IN
1 Onderstreep onder elke foto de naam van het voorwerp.
de woonkamer (1) de slaapkamer (2) de kinderkamer (3) de badkamer (4) de keuken (5) het kantoor (6)
VA
N
Voor welke kamers zijn deze voorwerpen? Zet het nummer van de kamer bij de foto.
oven met 9 nieuwe kookfuncties • breedte: 59,4 cm • diepte: 56,7 cm • hoogte: 58,9 cm
extra groot bed • met harde of zachte matras naar keuze • afmetingen: 200 x 200 cm
zacht tapijt met een leuke tekening • lengte: 1,40 m • breedte: 80 cm
mooie bureaustoel • verkrijgbaar in groen, blauw en rood • breedte: 41 cm • diepte: 50 cm
comfortabele zitbank • breedte: 160 cm • diepte: 80 cm • zithoogte: 43 cm • 2 mooie kussens gratis!
©
witte dubbele wastafel met 2 kranen • afmetingen: 140 x 49 cm • verkrijgbaar in wit en blauw.
Thema 10 – Naar de meubelwinkel
1
2 Wat is het? Trek een lijn, zoals in het voorbeeld. de afmetingen • naar keuze • het is verkrijgbaar • extra • comfortabel •
• je kan het krijgen of kopen • een beetje meer • hoe groot het is • je kan kiezen • je zit gemakkelijk
3 Schrijf DE of HET bij het singularis en schrijf het pluralis. Weet je het niet? Zoek het op. singularis
pluralis
het meubel
de meubels / de meubelen
bed
de
bureaustoel /
stoel
de de
kussen
de
IN
kraan matras
de
oven
de
tapijt
de
tafel
zitbank
de
N
wastafel /
de
VA
4 Wat is het NIET? Trek een lijn. zacht • groot • oud •
• nieuw • klein • hard
5 Hoe zeg je het? Trek een lijn, zoals in het voorbeeld.
©
Hoe lang is het? • Hoe hoog is het? • Hoe diep is het? • Hoe breed is het? •
• de breedte • de lengte • de hoogte • de diepte
6 Vul aan. De afmetingen van de doos. is 32 cm.
De
is 61 cm.
De
of lengte is 115 cm. 32 cm
De
cm =
m
5c
11
m=
61 cm
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
2
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
2 Op Airbnb 1 Lees de advertentie. Onderstreep de adjectieven.
IN
Boeken
Weet je nog?
Herhaling: flexie van het adjectief
VA
G
N
Nieuw TaalRecht 1.1 thema 10: ER + staan / hangen / liggen.
DE tafel + klein
HET bed + groot het grote bed een groot bed de grote bedden
De tafel is klein. De tafels zijn klein.
Het bed is groot. De bedden zijn groot.
©
de kleine tafel een kleine tafel de kleine tafels
klein – kleine / groot – grote: adjectieven de tafel, het bed: substantieven
2 Schrijf het adjectief correct, zoals in het voorbeeld. voorbeeld: E r staat een bed met een (nieuw) matras. Er staat een bed met een nieuwe matras. Er staat een (groot)
wastafel met één kraan.
De kraan is nog (nieuw)
.
Op de zitbank liggen twee (zacht) De kussen zijn (groen)
kussens. .
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
Thema 10 – Naar de meubelwinkel
3
3 Maak de A/B-oefening met een klasgenoot. Schrijf het adjectief correct. Vind je dit moeilijk? Lees dan de tip. Wissel daarna van rol. Klasgenoot A
Tip
Klasgenoot B
Er staat een (klein) bureau in de woonkamer.
het bureau
klein bureau
oude tapijten
het tapijt
Er liggen (oud) tapijten in de woonkamer.
Aan het raam hangt een (nieuw) gordijn.
het gordijn
nieuw gordijn
comfortabele zitbank
de zitbank
Er staat een heel (comfortabel) zitbank in de woonkamer. een nieuw tapijt
In de keuken ligt een (nieuw) tapijt. de stoel
Er staan twee (zwart) stoelen in de keuken.
Er hangt een (groot) klok in de keuken.
de klok
een grote klok
heel zacht
het bed
Het bed in de slaapkamer is heel (zacht).
De (zwart) gordijnen in de slaapkamer zijn heel donker.
het gordijn
zwarte gordijnen
drie kleine bedden
het bed
In de kinderkamer staan drie (klein) bedden.
N
IN
twee zwarte stoelen
4
VA
Vind je dit moeilijk? Maak dan een blauwe oefening op pagina xx.
Taaltaak Te huur
Rol: administrator
©
Jij wil één kamer van jouw appartement of huis verhuren op Airbnb. Hoe is die kamer? Schrijf een advertentie.
Boeken
Leertip Studeer de substantieven altijd in combinatie met ‘de’ of ‘het’. Zo kan je ze beter onthouden.
4
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
3 De bestelbon 1 Lees de bestelbon. 2/6/2025 340/ZBR voor 16/6/2025 Hassan Sadiq Stationstraat 12/bus 4, 2000 Antwerpen 0487 12 93 65 hassan.inbelgie@gmail.com 1
2
N
IN
2-persoonsbed – type: Droomland 1 Afmetingen: 160 x 200 cm Kleur: zwart
Taaltaak Mijn bestelling
699 euro
699 euro
Rol: administrator
VA
Lees de mail van Hassan. Zoek de moeilijke woorden op. Vul de informatie in. Kijk naar de bestelbon.
©
hassan.in belgie@gmail.com info@meubelwinkel.com levering van onze bestelling
Referentie: Beste Wij hebben op De leveringstermijn is Het bed is nog niet aangekomen. Wanneer komt het bed aan?
bij u een bed besteld. weken.
Bedankt voor uw antwoord. Hassan Sadiq
Thema 10 – Naar de meubelwinkel
5
3 Lees de bestelbon en de mail nog een keer. Schrijf de woorden. cijfers + letters op de bestelbon: de r iets kopen maar nog niet meenemen: iets be naar huis brengen: l de tijd van de bestelling tot de levering: de leveringst bij jouw huis komen:
komen
4 Wat zet jij samen? Trek een lijn. leveren • bestellen • meten • aankomen •
• de aankomst • de afmeting • de bestelling • de levering
5 Studeer. presens (nu)
perfectum (vroeger)
IN
infinitief aankomen
kom aan, komt aan, komen aan
zijn aangekomen
bestellen
bestel, bestelt, bestellen
hebben besteld
leveren
lever, levert, leveren
meten
meet, meet, meten
hebben geleverd
N
hebben gemeten
VA
Vind je dit gemakkelijk? Maak dan een gele oefening online.
4 Een mail naar de winkel 1
Herhaal
©
VIDEO
Onderwerp: ... de levering van onze bestelling
Referentie: ... bestelbon 340/ZBR
Wij hebben op ... 2 juni ... bij u ... een bed ... besteld.
6
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
De leveringstermijn is ... 2 weken.
Het bed ... is nog niet aangekomen. Wanneer komt ... het bed ... aan?
Bedankt voor uw antwoord.
Taaltaak Mijn zitbank
Rol: administrator
IN
2
VA
N
15/11/20.. 25/pmk/KI voor 15/12/20...
©
groene ZITBANK – type: Bruxella Breedte: 266 cm / Diepte: 113 cm / Zitdiepte: 80 cm
1
499 euro
499 euro
Breng van thuis een bestelbon mee of gebruik deze bestelbon. Schrijf een mail naar de winkel. Vraag wanneer de winkel de zetel levert. Gebruik de schrijfkaart van pagina xx.
Thema 10 – Naar de meubelwinkel
7
5 Het bericht van Hassan 1 Lees het bericht van Hassan.
Zoek de moeilijke woorden op.
DOOR HASSAN
Mijn leven in België
Meubelen
bio posts
2 Schrijf jouw bericht.
N
IN
contact
Ik ben met Sofie naar een meubelwinkel geweest. De meubelen hier zijn heel modern. In mijn land zijn de meubelen klassiek. Mijn ouders hebben een rode zetel met goud. Ze hebben mooie kussens. Op de grond ligt een dik tapijt. Ik vind de woonkamer van mijn ouders heel mooi.
bio
©
posts
VA
Schrijf over jouw meubelen of over de meubelen van jouw ouders.
contact
8
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
6 Elke dag Nederlands Taaltaak Mijn papieren
Rol: administrator
Heb je thuis nog papieren van een winkel? Het kan een bestelbon, een factuur of een garantiebewijs zijn. Breng de papieren mee. Welke woorden vind je moeilijk? Onderstreep één woord dat vaak in de papieren staat. Schrijf met je klasgenoten al deze woorden op het bord. Spreek over de woorden met de leerkracht.
©
VA
N
IN
• • • • •
Thema 10 – Naar de meubelwinkel
9
Dit kan ik
Wil je de video van de woordenschat bekijken? Wil je een vertaling opzoeken? Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
Hoe schrijf je het? VIDEO
Beste
Bedankt voor uw antwoord.
Wij hebben op ... bij u een ... besteld. De leveringstermijn is ... De / Het ... is nog niet aangekomen. Wanneer komt de / het ... aan?
de bestelbon de referentie de datum
Nieuwe woorden Adjectieven zacht ↔ hard groot ↔ klein oud ↔ nieuw comfortabel
IN
De afmetingen lang – de lengte breed – de breedte hoog – de hoogte diep – de diepte cm = centimeter m = meter
N
In de meubelwinkel het meubel – de meubels / de meubelen het bed – de bedden de bureaustoel / de stoel – de stoelen het kussen – de kussens de matras – de matrassen de oven – de ovens het tapijt – de tapijten de wastafel / de tafel – de tafels de zitbank – de zitbanken
naar keuze het is verkrijgbaar
©
VA
De kamers de woonkamer de slaapkamer de kinderkamer de badkamer de keuken het kantoor
Preposities in verkrijgbaar in 3 kleuren met een bed met een matras naar naar keuze de levering van mijn bed van
Werkwoorden bestellen Wij hebben een bed besteld. leveren Levert u het bed voor 1 juli? meten Wil jij het bed nog een keer meten? aankomen Het bed is nog niet aangekomen.
Adjectieven: flexie Adjectieven schrijf je met een E:
10
• voor een DE-woord • voor een HET-woord – maar niet na EEN
DE tafel + groot
HET bed + groot
een grote tafel de grote tafel
een groot bed het grote bed
De tafel is groot.
Het bed is groot.
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK
Ik oefen extra
Wil je verder oefenen? Ga naar iDiddit.
1 In de meubelwinkel Lees de zin. Vul in: lang – lengte / hoog – hoogte / breed – breedte / diep – diepte. • De Eiffeltoren in Parijs is 300 meter
.
De
van de Eiffeltoren is 300 meter.
• De
van mijn woonkamer is 3 meter.
Mijn woonkamer is 3 meter
. .
• De Schelde is meer dan 15 meter
van de Schelde is meer dan 15 meter.
• De
van de Amazone is 6 992 kilometer.
IN
De
De Amazone is 6 992 kilometer
.
N
2 Op Airbnb 1 Schrijf het adjectief correct. DE / HET DE wastafel (groot)
EEN
HET bureau (klein) HET bed (hard)
DE matras (zacht) HET tapijt (oud) DE stoel (zwart)
DE
DE … IS …
een grote wastafel
de grote wastafel
de wastafel is groot
een
de
de
is
een
het
het
is
een
het
het
is
een
de
de
is
een
het
het
is
een
de
de
is
©
DE oven (nieuw)
VA
Kijk naar het voorbeeld.
Thema 10 – Naar de meubelwinkel
11
2 Lees de tekst. Schrijf overal een kleur. Hallo, Ik woon in een appartement met veel kleur. In de woonkamer staat een tafel. Er liggen ook twee
tapijten. De
zitbank en
de
stoelen zijn comfortabel. Ik koop nog 2 kussens voor de zitbank:
een
kussen en een
kussen. Of koop ik twee
kussens? Wat denk jij? In de badkamer hangt een
plastic gordijn. Het
gordijn ziet er een beetje vies uit. Er staat ook een In mijn slaapkamer staat een
wastafel.
bed met een
matras.
©
VA
N
IN
Het bed is groot genoeg voor twee. Wanneer kom je op bezoek?
12
NIEUW TAALRECHT 1.2 SCHRIFTELIJK