Skip to main content

MikS - handleiding bij het eerste hoofdstuk

Page 1

WOORD VOORAF

Het leerwerkboek ‘MikS’ is gebaseerd op het leerplan Mens & samenleving voor de eerste graad A-stroom. In het leerplan en dus ook in dit leerwerkboek wordt gestreefd naar een integratie van de vormingscomponenten: sociale, maatschappelijke en economische vorming. Deze vormingscomponenten zijn duidelijk verweven doorheen de drie thema’s.

pl a

Wegwijzers

Gastvrijheid zorgt ervoor dat het leerplan voorbode is van een verdraagzame en meer gastvrije wereld. Dat vind je onder meer terug in thema B, hoofdstuk 1 en 2 rond diversiteit (‘Hoe ga je respectvol om met anderen in een diverse samenleving?’ en ‘Hoe kun je je inzetten voor anderen in een diverse samenleving?’).

•

Uniciteit in verbondenheid focust op het moeilijke evenwicht tussen het waarderen van de uniciteit van elke leerling en de verbondenheid met de klas, de school en de samenleving. Dat komt onder andere uitvoerig aan bod in thema B, hoofdstuk 1 en 2 en thema C, hoofdstuk 3. Om er bovendien voor te zorgen dat in een klas vanuit meerdere invalshoeken wordt gewerkt en de diversiteit van de maatschappij in de klas wordt gebracht, werken we met verschillende spilfiguren met steeds een andere gezinssituatie en een andere achtergrond. En dat doen we in een variatie aan werkvormen (bv. stripverhalen en animatiefilmpjes).

•

Kwetsbaarheid en belofte: omdat jonge mensen kwetsbaar en onvolkomen zijn, is groei en ontwikkeling essentieel. Vandaar onze focus op een growth mindset. In het leerwerkboek vind je dat onder andere terug in thema A, hoofdstuk 1 en thema B, hoofdstuk 3 (‘Hoe wordt je identiteit gevormd door relaties met anderen?’). Vanuit het leerplan wordt bovendien ook aandacht gevraagd voor een veilig klasklimaat door onder andere te werken met gesimuleerde situaties. Ook daar spelen onze spilfiguren een belangrijke rol.

•

Duurzaamheid is een wegwijzer die in meerdere hoofdstukken terugkomt. Inhoudelijk gaat het om het belang van biodiversiteit, duurzaam omgaan met technologie, een mensgerichte economie met aandacht voor ecologie en een duurzame levensstijl. Voorbeelden daarvan vind je onder andere in thema B, hoofdstuk 6 (‘Hoe kun je veilig betalen en fraude vermijden?’) en thema C, hoofdstuk 3 (‘Hoe kunnen we globale uitdagingen lokaal aanpakken?).

ex em

•

ki

jk

1

ar

Het leerwerkboek is ook gekleurd door de verschillende wegwijzers die binnen het Katholiek Onderwijs Vlaanderen de school, de leraren en de leerlingen een weg tonen om hun pedagogische idealen te realiseren.

Rechtvaardigheid prikkelt leerlingen om na te denken hoe ze in de eigen wereld en in de samenleving kunnen werken aan een rechtvaardiger bestaan. In hoofdstuk 3 van thema B analyseren de leerlingen enerzijds hoe hun identiteit in relatie met anderen gevormd wordt. Anderzijds worden thema's als onverdraagzaamheid en pesten onder de loep genomen. In hoofdstuk 3 van thema C zullen de onderwerpen SDG’s en kinder- en mensenrechten de leerlingen duidelijk maken op welke manier je in de wereld voor rechtvaardigheid kunt zorgen.

In

•

•

Verbeelding en generositeit doen een wind van vrijheid waaien door de leerplannen. In alle leerplannen voor de nieuwe generatie is de vrijheid van de school, van de leerkracht en finaal de vrijheid van de leerlingen het grootst te realiseren goed.

PAPER PACK  -   WOORD VOORAF | 9

A


2

Rubrieken Het leerplan Mens & Samenleving is opgebouwd uit een rubriek ‘procedurele doelen’ en drie inhoudelijke rubrieken. De krachtlijnen en de eerste krachtlijn in het bijzonder (persoonsvorming) lopen als een rode draad doorheen de inhoudelijke rubrieken. In dit leerwerkboek hebben we die drie inhoudelijke rubrieken verwerkt in drie thema’s: THEMA A: IK ALS PERSOON

ar

Doelen die leerlingen inzicht bieden in wie ze zijn als persoon: • het lichamelijk, mentaal, sociaal en spiritueel welbevinden, • gevoelens, gedachten, gedrag en gevolgen voor zichzelf, • een gezonde levensstijl, • de keuzes die jongeren maken op vlak van gezondheid, budget, mediagebruik, betaalmiddelen.

• • • •

identiteit – diversiteit, samenwerken – sociale vaardigheden, de beïnvloeding van de jongere als consument, het gezinsbudget.

THEMA C: IK EN MIJN RELATIE TOT DE SAMENLEVING

pl a

THEMA B: IK EN MIJN RELATIE MET ANDEREN

ex em

Doelen en inhouden die leerlingen inzicht geven in de wijze waarop de samenleving functioneert en hen vaardiger maakt in het participeren aan onze samenleving: • de werking van ondernemingen/organisaties en hun maatschappelijke rol, • de rol van de overheid, • het belang van mensen- en kinderrechten, • de benadering van duurzaamheidskwesties vanuit systeemdenken.

In

ki

jk

Een dergelijke rubricering nodigt uit tot een interdisciplinaire aanpak tussen doelen en leerinhouden die zich eerder richten op financieel-economische doelen en leerinhouden die eerder sociaal en/of sociaal-maatschappelijk van aard zijn. We kozen niet voor een opdeling economie en sociaal-maatschappelijke vorming. We geloven dat een meer interdisciplinaire aanpak leidt tot een dieper en meer samenhangend inzicht in de leerinhouden.

IK EN MIJN RELATIE TOT DE SAMENLEVING

IK EN MIJN RELATIE MET ANDEREN

IK ALS PERSOON

In thema A verbinden we leerplandoelen 6, 7 en 8 aan doel 10. Voor thema B verbinden we bijvoorbeeld doelen 14, 15, 16 en 17 aan 21. En in thema C zijn doelen 27, 28 en 29 aan elkaar gelinkt. Het volledige overzicht vind je in Excel bij het onlinelesmateriaal. De rubriek ‘procedurele doelen’, leerplandoel 2, lichten we verder toe bij het onderdeel ‘structuur en opbouw’. Dat doel komt namelijk in elk thema aan bod onder de vorm van een forum.

A

10  |  WOORD VOORAF  -  PAPER PACK


3

Multidisciplinair werken Dit leerplan heeft een sterke verbinding met de leerplannen geschiedenis, Nederlands, lichamelijke opvoeding en godsdienst in de A-stroom. In onze handleiding geven we je enkele suggesties om multidisciplinair te werken. In de tool LLinkid vind je per leerplandoel alle mogelijkheden tot multidisciplinair werken. De link naar de tool staat op diddit. Als school kun je dus bijkomende verbindingen met andere leerplannen leggen.

4

Taxonomie van Bloom en transversale eindtermen

ar

Het schrijven van de nieuwe eindtermen voor de eerste graad is gebaseerd op de herziene taxonomie van Bloom. Waar er bovendien voorheen sprake was van vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen, formuleert de overheid nu eindtermen in functie van 16 sleutelcompetenties. Die sleutelcompetenties kunnen inhoudelijk of transversaal zijn.

pl a

De taxonomie van Bloom was vervolgens ook de basis voor de formulering van de nieuwe leerplandoelstellingen. In het katholiek onderwijs vind je de transversale eindtermen terug in de vakleerplannen, het gemeenschappelijk leerplan ICT voor de 1ste graad A- en B-stroom en het gemeenschappelijk funderend leerplan voor de 1ste graad A- en B-stroom.

VAKLEERPLAN

TRANSVERSALE EINDTERMEN

ex em

INHOUDELIJKE EINDTERMEN

VAKLEERPLAN

FUNDEREND LEERPLAN

LEERPLAN ICT

jk

Bij de start van elk hoofdstuk voorzien we voor de leerkracht een overzicht van de bereikte leerplandoelen en eindtermen, inclusief het beheersingsniveau van Bloom, zowel voor de leerplannen Mens & Samenleving als voor het ICT leerplan en het funderend leerplan. Wanneer er in het overzicht bij een eindterm ‘BG’ staat, verwijst dat naar ‘basisgeletterdheid’. Dat betekent dat deze eindterm door alle leerlingen op het einde van de graad behaald moet worden.

In

ki

In MikS realiseren we dus verschillende transversale leerplandoelen uit het gemeenschappelijk leerplan ICT en het gemeenschappelijk funderend leerplan. Omdat uiteraard niet alle transversale leerplandoelen worden gerealiseerd, voorziet Uitgeverij VAN IN specifiek voor het gemeenschappelijk funderend leerplan bijkomend online ondersteuning voor de leerkracht om die transversale leerplandoelen te bereiken. Op het onlineplatform vind je bij het onlinelesmateriaal verschillende oplossingen om met deze transversale leerplandoelen aan de slag te gaan. De basis van elke transversale oplossing is een fiche. Met die oplossingen kun je als leerkracht, vakgroep of leerkrachtenteam de eindtermen aanpakken die niet gekoppeld zijn aan een vak.

PAPER PACK  -   WOORD VOORAF | 11

A


5

Structuur en opbouw De twee procedurele doelen (onderzoekscompetentie en een mening onderbouwen) vormen de rode draad doorheen het leerwerkboek: In elk hoofdstuk leren de leerlingen onderzoeken en passen ze dus onderzoekscompetenties toe. We doen dat onder andere door te werken met de OVUR. •

Elke hoofdstuk is ingedeeld in opdrachten. De kleur van een opdracht geeft aan welke stap van de onderzoekscompetenties binnen de OVUR aan bod komt.

•

Bij de laatste opdracht (reflecteren) gaan leerlingen na in hoeverre ze een lesdoel bereikt hebben. Er is daar de mogelijkheid om op diddit verder te oefenen. Elke leerling oefent er op maat. Ook sterke leerlingen worden er uitgedaagd.

O

riënteren

Denk na over wat je gaat onderzoeken.

V

oorbereiden

Bepaal waar je informatie gaat zoeken. Brainstorm over het eindproduct. Stel een plan van aanpak op.

U

itvoeren

Verwerf informatie. Verzamel en verwerk de resultaten. Trek besluiten. Stel je resultaat voor.

R

ex em

ar

a

pl a

1

eflecteren

Vraag feedback aan je klasgenoten. Bespreek de samenwerking in groep. Evalueer jezelf.

ki

jk

b Bepaalde hoofdstukken worden verrijkt met ontdekplaten: extra bronnenmateriaal waarmee je samen met je leerlingen op ontdekkingstocht kunt gaan. Met die platen creëer je een krachtige leeromgeving waarbij je leerlingen de leerstof nog intenser zullen beleven. De leerkracht kiest zelf hoe hij/zij de ontdekplaten gebruikt: • om de leerlingen vooraf de leerstof te laten ontdekken of • om de leerlingen zelfstandig de leerinhouden tijdens de les te laten ontdekken of • om de leerlingen met behulp van richtvragen doorheen de leerinhouden te loodsen. 2

In elk thema zijn er ten slotte meerdere fora die de leerkracht de kans bieden om de leerlingen te laten oefenen bij het onderbouwen van hun mening met argumenten.

In

In de handleiding voorzien we voor de leerkracht didactische tips die helpen om de les stap voor stap aan te pakken.

6

Evaluatie We focussen op breed evalueren. Dat betekent dat we meerdere evaluatiemogelijkheden aanbieden. In het leerwerkboek hebben we aandacht voor peerevaluatie en zelfevaluatie, specifiek op maat van de leerlingen. Voor de leerkracht bieden we online bijkomend materiaal aan zoals rubrics, checklists, portfolio, digitale toetsitems …

A

12  |  WOORD VOORAF  -  PAPER PACK


ar

THEMA A: IK ALS PERSOON

Inleiding Individueel, daarna klassikaal

ex em

Met de overstap van het lager naar het secundair onderwijs, ga je als tiener een boeiende periode tegemoet. Je ontwikkelt geleidelijk aan van een lagereschoolkind naar een puber tot een adolescent. Op het einde van je periode in het secundair onderwijs zal je een jong volwassene zijn. Deze periode zorgt voor heel wat veranderingen. Heel wat deuren gaan voor je open, je krijgt een bredere blik op de wereld. Nieuwe mogelijkheden betekent ook dat je keuzes zal moeten maken en dat je bepaalde verantwoordelijkheden krijgt. Stap voor stap ga je daarin begeleid worden. Sociale media zijn niet meer weg te denken uit je leven als tiener. Bij het aanmaken van een eigen profiel, toon je anderen wie jij als persoon bent. Tijd om vooraf bewust stil te staan bij wat je al dan niet van jezelf wilt prijsgeven. a

Stel je eigen profiel op aan de hand van hashtags (#). Met die kernwoorden en -zinnen stel je jezelf voor in de klas.

b

Ga thuis op zoek naar foto's of afbeeldingen die bij de #'s horen en plak ze op de voorziene ruimte. FOLLOW

jk

FOLLOW

Ik word boos van ...

ki

Ik word gelukkig van ... #

1204 likes

#

#

1204 likes

¨ iedereen

¨ familie/vrienden

In

Ik ontmoet mijn vrienden graag op mijn favoriete plek:

FOLLOW

Familie betekent voor mij ...

#

#

#

¨ familie/vrienden

1204 likes

¨ familie/vrienden

1204 likes

#

#

¨ iedereen

¨ iedereen

FOLLOW

# #

1204 likes

¨ familie/vrienden

Dit is wat ik graag doe in mijn vrije tijd: 1204 likes

¨ iedereen

THEMA A: INLEIDING

MikS_lwb_inner.indb 11

Je vindt hier twee woorden terug in de woordenlijst: puber en adolescent.

#

¨ iedereen

FOLLOW

FOLLOW

#

#

¨ familie/vrienden

Kennismakingsoefening voor de klas binnen het vak mens en samenleving. • Je kunt de leerlingen zichzelf al laten voorstellen in de klas ofwel pas na vraag b in de volgende les. • De leerlingen kunnen thuis nog afbeeldingen zoeken (online, in magazines of in reclamedrukwerk) om bij de hashtags (#’s) te plakken. Leerlingen die de afbeeldingen thuis niet kunnen afdrukken, kunnen het ook op een blad tekenen en zo in het leerwerkboek plakken.

pl a

INLEIDING

| 11

A 30/01/19 16:21

PAPER PACK - INLEIDING | 13

A


HOOFDSTUK 1:

HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN?

Basisdoelen

ET 13.3 ET 13.9 ET 13.11

Leerplan Mens & Samenleving - KathOndVla 1 De leerlingen (v)erkennen een afgebakende onderzoeksvraag of -probleem en zoeken een antwoord of oplossing, gebruikmakend van geschikte leer-activiteiten, strategieën en tools.

toepassen

2 De leerlingen onderbouwen een mening over sociaalmaatschappelijke en economische feiten, thema’s en trends met argumenten die gebaseerd zijn op betrouwbare informatie: • het onderscheid tussen feit, mening en argument, • het onderscheid tussen realiteit en fictie.

pl a

ET 7.7 ET 7.13

ar

ET

toepassen

3 De leerlingen beschrijven bij een feit hun gedachten, gevoelens, gedrag en de gevolgen voor zichzelf met behulp van richtvragen.

ex em

ET 1.1 ET 7.7

analyseren

ET 15.4

4 De leerlingen beoordelen of een keuze rationeel, emotioneel of intuïtief is.

evalueren

ET 1.15

5 De leerlingen verwoorden met behulp van richtvragen welke feiten hen zelfvertrouwen geven en welke feiten hen onzeker maken.

jk

analyseren

In

ki

ET 1.1

ET 1.1 ET 1.2 ET 1.3

6 De leerlingen verklaren het belang van een gezonde levensstijl.

begrijpen 7 De leerlingen illustreren adviezen voor hygiëne, voeding en beweging om een gezonde levensstijl op te bouwen, te onderhouden en te versterken.

begrijpen ET 4.7

8 De leerlingen beoordelen de mogelijkheden van mediagebruik en de risico’s voor de lichamelijke en mentale gezondheid.

evalueren ET 1.8 ET 1.19 ET 7.17

9 De leerlingen geven aan waar ze informatie en hulp kunnen vinden in geval van persoonlijke problemen of problemen met anderen.

begrijpen

A

14  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK


ET

Leerplan Mens & Samenleving - KathOndVla

/

/

Funderend leerplan

ET 1.16

1 De leerlingen drukken hun overtuiging uit en laten hun mening blijken. (geen)

ar

ICT-leerplan

pl a

2 De leerlingen durven de eigen emotionele kwetsbaarheid verwoorden in een gepaste taal en met respect voor de eigenheid van een ander. (geen) 3 De leerlingen bewaken in interacties de eigen fysieke en mentale grenzen en die van anderen. (geen)

ET 5.4

8 De leerlingen gaan constructief en oplossingsgericht om met conflicten in de klas en op school. (geen)

ex em

ET 5.1 ET 5.2 ET 5.4

ET 4.6, BG 4.5

17 De leerlingen gebruiken (sociale) media en internet op een doordachte en zorgzame manier.

toepassen

ET 4.7, BG 4.6

18 De leerlingen evalueren de mogelijkheden en risico’s van hun eigen en andermans gebruik van media en internet.

evalueren

23 De leerlingen onderscheiden verschillende leerstrategieën, zoals stapsgewijze verwerking, diepteverwerking, zelfregulatie.

begrijpen

In

ki

jk

ET 13.1 ET 13.2

PAPER PACK  -  OVERZICHT EINDTERMEN EN LEERPLANDOELEN | 15

A


HOOFDSTUK 1:

HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? TAXONOMIE VAN BLOOM toepassen analyseren evalueren

creëren

ar

onthouden begrijpen

HOOFDSTUK 1:

pl a

HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? O OPDRACHT 1: Strip de strip 1

Bekijk en lees de strip hieronder en op p. 13. a

Wat denk jij wanneer je het probleem van Julan leest?

ex em

Opdracht 1.1 In duo’s, met daarna een klasbespreking

Persoonlijk antwoord

Benadruk dat het regelmatig voorkomt dat zowel jongeren als volwassenen in eerste instantie niet laten merken wanneer ze zich niet zo goed in hun vel voelen. Pas wanneer ze vertrouwen in je hebben, gaan ze vertellen wat er echt in hen omgaat.

b

Wat kun je zeggen over de gevoelens van Julan? Julan voelt zich slecht en is op dit moment niet gelukkig.

c

Hoe denk je dat Julan zich kan gedragen hebben na de gebeurtenissen? Julan kan misschien thuis niets zeggen tegen zijn ouders en is op zijn kamer gaan huilen.

Op een zaterdag …

jk

Hey, hoe ging het met jou op school deze week?

Bwah, het viel wel mee.

Sorry, ik heb weer lang gegamed gisterenavond en ik heb slecht geslapen.

In

ki

Oh, dat klinkt niet erg goed.

Heb je misschien nog een koek in je handtas? Ik heb eigenlijk nog niks gegeten vanmorgen.

Ik heb nog een klein suikerwafeltje van gisteren. Neem maar.

A

12 |

MikS_lwb_inner.indb 12

A

16  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK

Gaat het, Julan?

Eigenlijk niet. Ik zit al even met een probleem, maar ik heb er nog niet over durven praten.

THEMA A: IK ALS PERSOON

30/01/19 16:21


WAT HEB JE NODIG? • Smartphone, tablet, laptop of pc om het onlinelesmateriaal te bekijken • Video’s bij 3.3, 4.3

ar

• Bijlage bij 4.1

Ik ben niet zo goed in L.O. Als twee leerlingen om de beurt iemand mogen kiezen om bij hun team aan te sluiten, blijf ik vaak als laatste over. Toen ik gisteren de bal moest vangen, miste ik hem ook nog. Ik voelde me zo’n mislukkeling.

ex em

pl a

Wat scheelt er dan?

Ja, jij hebt makkelijk praten. Jij bent goed in sport.

In

ki

jk

Oh, Julan! Dat is echt niet fijn, maar daar hoef jij je echt niets van aan te trekken.

Maar jij kunt goed met de computer werken.

Wat heb ik daar nu aan?

Dat is toch geweldig, Julan. Ik moest deze week een presentatie maken en de mijne was de slechtste van de klas. Ik zakte door de grond van schaamte.

HOOFDSTUK 1: HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN?

MikS_lwb_inner.indb 13

| 13

A 30/01/19 16:21

PAPER PACK  -  HOOFDSTUK 1:  HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? | 17

A


ar

2

Je kunt je aandacht maar bij de les houden, als je je ook in het algemeen goed in je vel voelt. In dit hoofdstuk ga je dan ook het volgende onderzoeken:

pl a

Opdracht 1.2 Klassikaal

WAT GEEFT JOU ZELFVERTROUWEN?

Vestig de aandacht op de term ‘zelfvertrouwen’. Je brein kan maar de juiste focus hebben wanneer je je ook goed in je vel voelt. Als dat niet zo is, dan is het moeilijk om je te concentreren om nieuwe inhouden te ontdekken en te leren in de klas of op school. Vandaar ook de onderzoeksvraag 'Wat geeft jou zelfvertrouwen?'.

V OPDRACHT 2: Vertel wat je denkt, voelt en doet

Om inzicht te krijgen in het verband tussen wat je denkt, voelt en doet, maken we gebruik van het G-schema. In het G-schema staan de G's voor gebeurtenis, gedachte, gevoel en gedrag.

ex em

1

Opdracht 2.1 Eerst klassikaal; verdeel de klas daarna in twee groepen.

Wat is er gebeurd? (Alsof je door een camera kijkt naar de situatie.)

GEDACHTE

Wat zijn je gedachten bij een bepaalde gebeurtenis?

GEVOEL

Wat voel je bij de gebeurtenis?

GEDRAG

Wat doe je bij de gebeurtenis? (Alsof je door een camera kijkt naar je gedrag.)

a

Verdeel de klas in twee groepen.

b

Elke groep analyseert een krantenartikel aan de hand van het G-schema. Groep 1 analyseert het eerste krantenartikel op p. 15, groep 2 het tweede op p. 16.

c

Bespreek jullie bevindingen klassikaal.

In

ki

jk

• Bespreek eerst klassikaal kort het G-schema op p. 14. • In duo’s lezen de leerlingen krantenartikel 1 (p. 15) of 2 (p. 16) en achteraf vullen ze het G-schema in. Je gedachten, gevoelens en gedragingen invullen is niet evident voor de leerlingen. Geef aan dat dat de eerste keren niet zo gemakkelijk is om te doen en geef positieve feedback als ze goede pogingen gedaan hebben of als het wel al vlot lukt. • Bespreek daarna klassikaal de bevindingen van beide groepen, zodat iedereen het G-schema bij het andere krantenartikel kan aanvullen.

GEBEURTENIS

A

14 |

MikS_lwb_inner.indb 14

A

18  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK

THEMA A: IK ALS PERSOON

30/01/19 16:21


Gebeurtenis

ar

Amerikaanse onderzoekers gaven aan dat personalisatie dé trend is voor de modesector in 2019: we zijn op zoek naar producten en ervaringen die als uniek bestempeld worden, en daar spelen bedrijven op in. ‘Je bent wat je hebt’, dat is het idee achter de trend. Met de keuzes die we maken vertellen we aan anderen wat onze stijl is, wat onze waarden zijn en hoe ons zelfbeeld is.

pl a

Vooral de jongere generaties delen zowat alles op sociale media. Ze proberen zoveel mogelijk ‘likes’ te verkrijgen en bouwen hun imago op met items of ervaringen die de aandacht van hun volgers trekken. Tegenwoordig wil iedereen graag iets dat gepersonaliseerd is, zoals bv. een merkhandtas of een dure sjaal met de eigen naam op. Bron: vrij naar De Standaard

ex em

1

Wat is er gebeurd?

Personalisatie is de modetrend in 2019. ‘Je bent wat je hebt’ is het idee achter de trend. Jongere generaties delen zowat alles op

sociale media. Ze willen zoveel mogelijk 'likes' verkrijgen en bouwen

hun imago op met items of ervaringen die de aandacht van hun volgers trekken.

Gedachte

Wat zijn je gedachten bij de gebeurtenis?

ki

jk

Persoonlijk antwoord

Gevoel

Wat voel je bij de gebeurtenis?

In

Persoonlijk antwoord

Gedrag

Wat doe je bij de gebeurtenis? Persoonlijk antwoord

HOOFDSTUK 1: HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN?

MikS_lwb_inner.indb 15

| 15

A 30/01/19 16:21

PAPER PACK  -  HOOFDSTUK 1:  HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? | 19

A


ar

'Ze gedragen zich alsof hun kind de nieuwe Messi is.'

pl a

2

ex em

Op een platform naast de kantine, 10 à 15 meter van het speelveld verwijderd. Daar stonden de ouders van de jeugdspelers van VC GrootDilbeek gisteravond tijdens de training. En voor de rest van het seizoen zullen ze ook niet verder mogen komen. Dat besliste het jeugdbestuur op vraag van de trainers, die het geschreeuw, de bemoeienissen en het slechte gedrag van

Gebeurtenis

sommige ouders grondig beu waren. ‘Sommige papa’s en mama’s denken dat ze de nieuwe Messi of Ronaldo in huis hebben. Ze gedragen zich daar ook naar.’, zegt Steve Goethaert van VC Groot-Dilbeek. ‘Of ze zien zichzelf als coach en roepen hun kind toe wat het moet doen. Totaal andere instructies dan die van de trainer, met veel verwarring tot gevolg.’ Bron: De Standaard

Wat is er gebeurd?

Het jeugdbestuur van VC Groot-Dilbeek besliste, op vraag van de trainers, dat de ouders van de jeugdspelers tijdens de trainingen op een platform naast de kantine moeten blijven, 10 à 15 meter van het speelveld verwijderd. Trainers waren het geschreeuw, de bemoeienissen en het slechte gedrag van sommige ouders beu. Ouders gaven totaal andere instructies dan die van de trainer, met veel verwarring tot gevolg.

Gedachte

Persoonlijk antwoord

jk ki

Wat zijn je gedachten bij de gebeurtenis?

Gevoel

Wat voel je bij de gebeurtenis?

In

Persoonlijk antwoord

Gedrag

Wat doe je bij de gebeurtenis? Persoonlijk antwoord

A

16 |

MikS_lwb_inner.indb 16

A

20  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK

THEMA A: IK ALS PERSOON

30/01/19 16:21


ar Opdracht 2.2 Dezelfde twee groepen als bij vraag 2.1.

Stel je eigen G-schema op. Groep 1 analyseert de derde situatie, groep 2 de vierde.

pl a

2

3

4

Je hebt een vriend een bericht verzonden. Je ziet dat hij het gelezen heeft en online is, maar hij reageert niet.

Je wandelt tijdens de middagpauze naar het toilet en passeert een van je beste vriendinnen, die in een andere klas zit. Je zwaait naar haar, maar je vriendin zegt niets terug.

Wat is er feitelijk gebeurd?

ex em

Gebeurtenis

Persoonlijk antwoord

Gedachte

Wat zijn je gedachten bij de gebeurtenis? Persoonlijk antwoord

Gevoel

Wat voel je bij de gebeurtenis?

Om inzicht te krijgen in wat je denkt, voelt en doet, werken we met situaties die voor de leerlingen herkenbaar zijn. Groep 1 analyseert situatie 3; groep 2 analyseert situatie 4. Dat kan opnieuw in duo's, maar als vraag 1 vlot verlopen is, kun je deze analyse ook individueel doen. Bespreek de analyses van beide situaties klassikaal en koppel daaraan de theorie van verbaal en non-verbaal gedrag (zie woordverklaringskader).

Gedrag

jk

Persoonlijk antwoord

Wat doe je bij de gebeurtenis?

In

ki

Persoonlijk antwoord

Je kunt in situatie 3 of 4 reageren met of zonder woorden of beiden combineren. Als je reageert met woorden (gesproken of geschreven), spreek je van verbaal gedrag. Reageer je zonder woorden (via een emoji of een gelaatsuitdrukking), dan spreek je van non-verbaal gedrag. Hoe je reageert op een gebeurtenis, houdt al dan niet bewust, bepaalde keuzes in.

HOOFDSTUK 1: HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN?

MikS_lwb_inner.indb 17

| 17

A 30/01/19 16:21

PAPER PACK  -  HOOFDSTUK 1:  HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? | 21

A


ar

1

Opdracht 3.1 In duo’s

pl a

V OPDRACHT 3: Ontdek het verschil tussen rationele, emotionele en intuïtieve keuzes Verbind de onderstaande begrippen met de juiste afbeelding. hoofd

De leerlingen moeten aan de hand van de matchingoefening de begrippen ‘rationeel’ en ‘emotioneel’ in kaart brengen.

ex em

eerst doen en dan denken zakelijk

impulsief

hart

eerst denken en dan doen

jk

doordacht

2

Opdracht 3.2 Individueel of in duo’s

ontroerd

Duid aan of er in de volgende situaties rationeel of emotioneel gereageerd wordt. Emotioneel

In

ki

Je gaat hier dieper in op de begrippen ‘rationeel’ en ‘emotioneel’ aan de hand van concrete situaties.

In de bus moet je door de drukte rechtstaan. Wanneer er nieuwe mensen opstappen, trapt een passagier per ongeluk op je tenen. Je reageert boos en roept: ‘Kun je niet beter uit je doppen kijken, dom mens?’

X

Je komt thuis na een rotdag op school. Je hebt een onvoldoende op een toets en je liefje maakt het uit omdat hij/ze verliefd is op een ander. Je vliegt de snoepkast in en eet een grote zak chips op (in plaats van de kom fruitsla waar je deze middag nog zo naar had uitgekeken).

X

Er komt een nieuwe versie van je favoriete game op de markt. De vorige versie heeft je buurjongen met zijn spaargeld gekocht. Nu ben jij aan de beurt. Jullie hebben namelijk beslist om afwisselend een game te kopen, zodat jullie geld kunnen uitsparen en toch samen kunnen gamen.

X

Je zit volop in de examenperiode. Je hebt zin om in je pauze even met vrienden van je klas te chatten. Toch doe je dat niet en ga je buiten wandelen, omdat je in de vorige examenperiode hebt gemerkt dat je nadien weer met meer energie aan een volgend hoofdstuk kunt beginnen.

X

Je bent nieuw op school en je kent niemand. Tijdens de middagpauze praten zowel klasgenoot A als klasgenoot B met jou. De volgende dag trek je liever op met klasgenoot B. Je merkt dat klasgenoot A niet meteen bij jou past.

A

18 |

MikS_lwb_inner.indb 18

A

22  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK

Rationeel

Geen van beide

X

THEMA A: IK ALS PERSOON

30/01/19 16:21


Opdracht 3.3 Video Klassikaal

ar

3

Verduidelijk na het fragment dat het hier gaat over keuzes die niet rationeel of emotioneel zijn. Bespreek na het fragment wat intuïtie is. Als het voor de leerlingen duidelijk is, kun je hen individueel of in duo's (als de leerlingen er minder sterk in zijn) de drie voorbeelden van beslissingen laten noteren. Bespreek enkele voorbeelden klassikaal, zodat de leerlingen die het nog moeilijk hebben om zelf voorbeelden te zoeken, nog kunnen aanvullen als dat nodig is. Na vraag 3.3 en de theoretische koppeling van wat intuïtie is, blik je nog even terug naar vraag 3.1 en kun je aantonen dat intuïtie iets is dat je niet altijd rationeel of emotioneel kunt verklaren.

Bekijk het fragment over Keuzestress.

ex em

pl a

Noteer drie voorbeelden van beslissingen die je de laatste weken hebt genomen, waarbij het handig zou geweest zijn om je intuïtie te volgen of waarbij je je intuïtie echt hebt gevolgd.

Intuïtie wordt ook wel het buikgevoel genoemd. Intuïtie kun je niet altijd emotioneel of rationeel verklaren. Het is een soort innerlijk kompas van waaruit je ‘weet’ of dingen goed voor je zijn of niet.

U OPDRACHT 4: Denk na over feiten die je zelfvertrouwen geven of onzeker maken

a

Verspreid in het klaslokaal liggen een aantal kaartjes. Neem even de tijd om de kaartjes te bekijken.

b

Onthoud een kaartje van iets dat je zelfvertrouwen geeft.

c

Onthoud een kaartje van iets dat je onzeker maakt.

d

Je mag dat in de klas of met je buur bespreken.

Bekijk de strip van opdracht 1 op p. 12 en 13 en focus opnieuw op Julan. We hebben al ontdekt dat Julan niet gelukkig is, omdat hij zich tijdens de lessen lichamelijke opvoeding een mislukkeling voelde. Dat maakt Julan onzeker.

ki

2

We zijn allemaal wel eens onzeker. Fouten maken mag, want uit fouten kun je leren. Denk even na wat jou zelfvertrouwen geeft of net onzeker maakt.

jk

1

a

Welke aspecten spelen nog een rol, waardoor Julan zich niet goed in zijn vel voelt?

In

Hij slaapt te weinig, ontbijt niet en is veel te lang bezig met gamen.

b

Welke tips zouden Elena en Marieke aan Julan kunnen geven, zodat hij zich beter kan voelen? Niet gamen net voor het slapen gaan, minder (lang) gamen, het ontbijt niet overslaan,

Wat zouden Elena en Marieke nog kunnen doen voor Julan om hem opnieuw wat meer zelfvertrouwen te geven? Geen inspiratie? Denk even terug aan de kaartjes uit oefening 1.

Leg de theorie goed uit aan de hand van het schema rond een gezonde levensstijl.

Persoonlijk antwoord

d

Bij het onlinelesmateriaal kun je kaartjes vinden om verspreid in het klaslokaal te leggen. Op elk kaartje staat een feit dat je ofwel zelfvertrouwen geeft, ofwel net onzeker maakt. De leerlingen lopen door de klas en onthouden een feit dat hen zelfvertrouwen geeft of onzeker maakt. Als de leerlingen dat onthouden moeilijk vinden, mogen ze voor zichzelf kernwoorden noteren. Opdracht 4.2 Klassikaal

langer slapen.

c

Opdracht 4.1 Bijlage Individueel, met daarna bespreking in duo’s of klassikaal

Waar of bij wie kan Julan terecht als hij hulp zou willen inschakelen om zich terug beter te voelen? Bij zijn ouders, zijn klasleerkracht, zijn vrienden, de huisdokter, een psycholoog ...

HOOFDSTUK 1: HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN?

MikS_lwb_inner.indb 19

| 19

A 30/01/19 16:21

PAPER PACK  -  HOOFDSTUK 1:  HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? | 23

A


Opdracht 4.3 Video Klassikaal

ar

Maak de les hier niet te persoonlijk, zodat de leerlingen zich niet geremd voelen om de vragen klassikaal te beantwoorden. Verklaringen voor het feit dat je je niet goed in je vel voelt, zijn: je hoofd, je lichaam en de omgeving. • Het hoofd: Het puberbrein wordt gekenmerkt door zwartwit denken. Als jongeren zwart denken, voelen ze zich niet goed in hun vel. • Het lichaam: Het lichaam verandert op deze leeftijd enorm. Meisjes worden vrouwen, jongens worden mannen. Dat zorgt ervoor dat jongeren zich soms heel onzeker voelen. • De omgeving: Ook de omgeving verandert: nieuwe vrienden, nieuwe school en leerkrachten, en nieuwe verwachtingen. Dat zorgt ervoor dat jongeren zich soms niet goed in hun vel voelen. Sociale media verhogen die druk ook nog.

sociale gezondheid

pl a

Een gezonde levensstijl heeft een positieve invloed op je zelfvertrouwen. Je algemeen goed in je vel voelen heeft te maken met je lichamelijke, geestelijke/psychologische en sociale gezondheid, die onderling ook sterk verbonden zijn en dus invloed op elkaar hebben.

lichamelijke gezondheid

geestelijke/ psychologische gezondheid

Als je je niet goed voelt, weet dan dat je er niet alleen voor staat. Maar waar kun je terecht?

ex em

3

a

Bekijk het fragment Niet goed in je vel. Bespreek welke verklaringen er worden gegeven waarom het normaal is dat jongeren zich niet altijd goed in hun vel voelen.

b

Waar kun je terecht als je persoonlijke problemen ervaart die je zelfvertrouwen een flinke deuk hebben gegeven? Bij je ouders, je klasleerkracht, het CLB, de huisdokter, een psycholoog ...

U OPDRACHT 5: Lijst een aantal tips op om meer zelfvertrouwen te krijgen

Opdracht 5 Individueel

Als een vriend(in) van je onzeker is, sta je klaar met het beste advies. Noteer hier in een woordenwolk concrete tips voor een vriend(in) zodat die zich lichamelijk, geestelijk en sociaal beter zal voelen. Wedden dat zijn/haar zelfvertrouwen zal toenemen?

In

ki

jk

Laat je verrassen door de antwoorden van de leerlingen en vul aan met een eigen tip voor vrienden van jezelf. Geef extra positieve feedback bij originele tips.

TIPS VOOR EEN GEZONDE GEEST IN EEN GEZOND LICHAAM

A

20 |

MikS_lwb_inner.indb 20

A

24  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK

THEMA A: IK ALS PERSOON

30/01/19 16:21


2

ar

Ga op speeddate en overtuig je klasgenoten voor/tegen een profiel op sociale media.

Opdracht 6.1 Twee groepen

a

Verdeel de klas in twee. Groep 1 heeft al een profiel op sociale media, groep 2 (nog) niet.

b

Vorm duo's met leerlingen uit groep 1 en uit groep 2.

c

De leerlingen van groep 1 proberen de leerlingen van groep 2 te overtuigen om ook een profiel op sociale media te nemen, aan de hand van drie voordelen of mogelijkheden.

d

De leerlingen van groep 2 proberen de leerlingen van groep 1 te overtuigen om geen profiel op sociale media te nemen, aan de hand van drie nadelen of risico's.

e

Je krijgt even de tijd om je argumenten te formuleren. Om de twee minuten wordt er gewisseld van date.

ex em

1

pl a

U OPDRACHT 6: Neem je socialemediagebruik onder de loep

Noteer drie mogelijkheden en drie risico's van een profiel op sociale media die je zijn bijgebleven en waar je rekening mee gaat houden na het speeddaten.

Risico’s

Opdracht 6.2 Klassikaal Bespreek de speeddate. Verzamel op het bord mogelijkheden en risico's die de leerlingen zijn bijgebleven. De leerlingen kunnen het bordschema in het leerwerkboek overnemen.

In

ki

jk

Mogelijkheden

Organiseer een speeddate waarbij de leerlingen elkaar overtuigen om al dan niet een profiel op sociale media te hebben. Je kunt de speeddate zittend of staand met een binnen- en buitencirkel doen, waar dan enkel bij de binnen- of buitencirkel een persoon opschuift bij de wissel van date.

Opdracht 6.3 Individueel, met klassikale bespreking 3

Bekijk je profiel op p. 11 in de inleiding opnieuw. Duid aan welke delen je voor iedereen openbaar zou zetten en welke delen enkel zichtbaar zouden zijn voor vrienden/familie.

HOOFDSTUK 1: HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN?

MikS_lwb_inner.indb 21

| 21

A

De leerlingen duiden nu op p. 11 aan welke delen van hun profiel openbaar zijn. Je kunt klassikaal nog vragen wie er nu meer delen privé zal zetten of net meer delen openbaar zal maken.

30/01/19 16:21

PAPER PACK  -  HOOFDSTUK 1:  HOE KUN JE AAN JE ZELFVERTROUWEN WERKEN? | 25

A


ar

Opdracht 7 Individueel

pl a

R OPDRACHT 7: Evalueer jezelf

Duid aan of je de volgende vaardigheden goed beheerst of dat het nog beter kan.

De leerlingen duiden voor zichzelf aan welke vaardigheden ze al dan niet beheersen. Ze kunnen dat bewaren in een eigen portfolio.

Checklist

Ja

Kan beter.

•

Ik kan bij een feit met behulp van richtvragen mijn gedachten, gevoelens, gedragingen en de gevolgen voor mezelf verwoorden.

¨

¨

•

Ik kan het onderscheid verwoorden tussen rationele, emotionele en intuïtieve keuzes aan de hand van voorbeelden.

¨

¨

•

Ik kan verwoorden welke feiten me zelfvertrouwen geven.

¨

¨

•

Ik kan verwoorden welke feiten me onzeker maken.

¨

¨

•

Ik kan het belang van een gezonde levensstijl verklaren.

¨

¨

•

Ik kan tips geven om een gezonde levensstijl te bevorderen op lichamelijk, psychisch en sociaal vlak.

¨

¨

•

Ik kan mogelijkheden en risico's van socialemediagebruik beoordelen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.

¨

¨

•

Ik kan aangeven waar ik hulp kan vinden indien ik persoonlijke problemen heb.

¨

¨

ex em

1 Mens en samenleving

Het is belangrijk dat de leerling extra oefent bij die doelen waarbij hij/zij ‘Kan beter’ aankruist. Je kunt de doelen op diddit oefenen bij Mens en samenleving.

•

Ik kan respectvol reageren wanneer anderen ervaringen delen in verband met onzeker zijn.

¨

¨

•

Ik kan aandachtig luisteren wanneer bij een feit gedachten, gevoelens, gedragingen en gevolgen uitgewisseld worden.

¨

¨

¨

¨

¨

¨

3 Onderzoeksvaardigheden •

Ik kan informatie (teksten ...) interpreteren.

4 Reflectievaardigheden •

Ik kan reflecteren over hoe het met mijn zelfvertrouwen gesteld is.

In

ki

jk

2 Sociale vaardigheden

A

22 |

MikS_lwb_inner.indb 22

A

26  |  THEMA A:  IK ALS PERSOON  -  PAPER PACK

THEMA A: IK ALS PERSOON

30/01/19 16:21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MikS - handleiding bij het eerste hoofdstuk by VAN IN - Issuu