micro scoop natuur 1 UUR
micro scoop
Š
VA
N
IN
OP EXPEDITIE
1 Biodiversiteit in biotopen 2 Aanpassingen van planten en dieren aan hun leefomgeving 3 Natuurlijk evenwicht
Naam:
Klas:
Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij MicroScoop. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.
micro scoop
Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.
!
VA
© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2020
N
IN
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
©
Fotocredits p. 1 Zoniënwoud © tvbrussel, p. 9 ladder van Lansink © www.recycling.nl, p. 11 visvijvers © RLLK – www.dewijers.be, multimovepad © Sport Vlaanderen / Natuur en Bos, p. 14 natuurlijke selectie © KBIN, p. 20 verzorgingsfiche © www.fleurdirect.nl, p. 25 dier © KBIN, p. 33 ecoduct © Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid, luchtfoto © Google Maps, p. 41 recreatiepark © BlueLily7 / Shutterstock.com Eerste druk 2020 ISBN 978-90-306-9592-9 D/2020/0078/105 Art. 594600/01 NUR 120
Ontwerp en opmaak: B.AD Covertekening: Jan Heylen Tekeningen binnenwerk: Geert Verlinde
Instructietaal De volgende instructies heb je nodig in je themabundel:
Omcirkel
Plaats een kruisje
Markeer
Noteer
1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN GROENE RUIMTEN EN BIODIVERSITEIT Bekijk het filmpje bij het onlinelesmateriaal.
Bossen
a Over welk bos krijg je veel info in het filmpje?
IN
b Welke dieren geven de beste informatie over de kwaliteit van de biotoop waarin ze leven?
N
VA
OPDRACHT 1: MAAK KENNIS MET VERSCHILLENDE BIOTOPEN Een plaats met specifieke leefomstandigheden waar organismen kunnen samenleven, noem je een biotoop.
©
1 Ga na welke verschillende biotopen er zijn.
a Lees opnieuw de beschrijving in het begrippenkader hierboven. b Neem het knipblad met de afbeeldingen van verschillende biotopen op p. 41. c Knip de afbeeldingen uit. d Kleef de afbeeldingen op de juiste plaats. bos
braakliggend terrein
grot
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
1
vijver
recreatiepark
wegberm
2 Bekijk het filmpje over de leer van het leven bij het onlinelesmateriaal. a Wat bestudeert de biologie? b Geef een ander woord daarvoor. c Welke kenmerken hebben organismen volgens het filmpje?
IN
d Ken je zelf nog andere kenmerken van organismen?
N
e Hoe noem je, in de natuur, dingen die nooit hebben geleefd? Noteer 3 voorbeelden daarvan.
VA
f
3 Bekijk welke afspraken je nakomt wanneer je een biotoop onderzoekt. a Lees de stellingen over de na te komen afspraken.
©
b Is de stelling juist of fout? Plaats een kruisje. stelling
Je laat je afval achter op de grond. Je mag roepen, tieren en zingen. Je mag enkel op de wandelpaden lopen. Je kunt huisdieren laten loslopen. Je zet kleine diertjes die je onderzocht hebt, terug op de plaats waar je ze vond. Je beschadigt geen bomen, struiken, kruiden en paddenstoelen. Je verzamelt enkel wat van jou verwacht wordt.
2
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
juist
fout
Vul de volgende woorden in op de juiste plaats. biotoop – niet-levende – organismen - Een is een plaats met specifieke leefomstandigheden waar bepaalde of levende wezens samenleven. - Levende wezens kunnen onder andere ademen, bewegen … materie kan dat niet.
OPDRACHT 2: ONDERZOEK HET LEVEN IN EEN BIOTOOP
IN
1 Bekijk de afbeeldingen. a Maak een woordspin door vanuit het centrale woord blauwe pijlen te trekken naar de afbeeldingen waarop een organisme te zien is. 2
3
4
VA
N
1
©
5
6
ORGANISMEN
7
9
8
10
11
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
3
b Benoem de organismen waarnaar je een blauwe pijl hebt getrokken. Kies uit: boom – boterbloem – duizendpoot – konijn – mensen – paddenstoelen c Markeer het juiste antwoord in de zin. Organismen zijn biotische factoren of levende / niet-levende factoren in een biotoop. d
Als je weet dat levende wezens biotische factoren zijn, hoe noem je dan de niet-levende wezens? Markeer. - Dat zijn de biotische factoren in een biotoop. - Dat zijn de abiotische factoren in een biotoop.
2 Ontdek hoe je tijdens je expeditie de biotische factoren kunt waarnemen.
IN
Om de naam van een plant of een dier te bepalen, gebruik je de zichtbare kenmerken van het organisme. Dat noem je determineren.
a Je leerkracht geeft je een afbeelding van een organisme. Bekijk de afbeelding.
b Kruis in de tabel aan welke fiche uit Opzoekboekje B je gebruikt om de naam te bepalen.
planten
N
biotische factoren waarnemen dieren
fiche 6 in Opzoekboekje B: Welke kleine diertjes kun je waarnemen?
fiche 9 in Opzoekboekje B: determineertabel voor bomen en struiken
fiche 7 in Opzoekboekje B: Welke waarnemingen wijzen op de aanwezigheid van grote dieren?
©
VA
fiche 8 in Opzoekboekje B: Welke kruidachtige planten kun je waarnemen?
OPDRACHT 3: ONDERZOEK DE ABIOTISCHE FACTOREN 1 Bekijk opnieuw de afbeeldingen bij opdracht 2 op p. 3. a Bekijk de afbeeldingen waarnaar je geen pijl hebt getrokken. b Die factoren heb je niet benoemd. Noteer met rood de naam van die abiotische factoren. Kies uit: grond – licht – vochtigheid – water – wind
4
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
2 Ontdek hoe je tijdens je expeditie de abiotische factoren kunt bepalen. a Lees in kolom 1 van de tabel de abiotische factoren. b Bekijk in kolom 2 de afbeeldingen van de meetinstrumenten waarmee je die abiotische factoren meet. c Noteer de naam van het meetinstrument in kolom 3. Kies uit: geluidsmeter – lichtmeter – luchtvochtigheidsmeter – thermometer – valpen met buis – windsnelheidsmeter d Lees in kolom 4 de eenheid waarin elke abiotische factor wordt uitgedrukt. e Omcirkel in kolom 5 het juiste symbool voor de eenheid uit kolom 4.
temperatuur
afbeelding meetinstrument
naam meetinstrument
luchtvochtigheid
N
eenheid
IN
abiotische factor
graden Celsius
- °C - %
procent
- °C - %
lux
- dB - lux
- meter per seconde - kilometer per uur
- m/s
VA
©
verlichtingssterkte
windsnelheid
geluidssterkte
en lintmeter/meetlat
- km/h
decibel
- dB - lux
centimeter
- cm - m
bodemhardheid
symbool
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
5
Tip Naast de bodemhardheid kun je ook de bodemsoort bepalen. Je gebruikt daarvoor een grondboor om een grondstaal van de bodem te nemen. Dat grondstaal plaats je in een goot. EERTABEL FICHE 12 – DETERMIN EENTEN VOOR GEST 2 CM ZIEN? KKEN GROTER DAN START: KUN JE BROKSTU Nee. Je kunt losse korrels
JA
Kun je de korrels goed
Kun je de droge brokjes gemakkelijk breken?
Nee. Je kunt de korrels wel voelen.
JA
LEEM
ZAND
GRIND
zien?
Nee. Je kunt de kleine korrels niet afzonderlijk zien.
JA
Kun je de korrels gemakkelijk afzonderlijk vastnemen?
JA
Aan de hand van een determineertabel ga je dan op zoek naar de naam van het gesteente voor jouw grondstaal.
zien.
losse gesteenten
vaste gesteenten
NEE
KLEI
Weetje
uitsmeren. - Vochtige leem kun je - Vochtige klei kun je boetseren (kneden).
14
OPZOEKBOEKJE B —
L VOOR GESTEENTEN
FICHE 12 – DETERMINEERTABE
IN
3 Je leerkracht toont enkele begrippen. Kruis in de tabel aan welke fiche(s) uit Opzoekboekje B je gebruikt. abiotische factoren bepalen fiche 11 in Opzoekboekje B: Hoe bepaal je de bodemhardheid?
fiche 12 in Opzoekboekje B: determineertabel voor gesteenten
VA
N
fiche 10 in Opzoekboekje B: Hoe werk je met een grondboor? Vul de ontbrekende woorden in.
Tijdens de expeditie in biotopen onderzoek je:
factoren of levende factoren (bijvoorbeeld planten en dieren).
- -
factoren of niet-levende factoren (bijvoorbeeld windsnelheid,
©
temperatuur en luchtvochtigheid). ´ Maak oefening 1.
OPDRACHT 4: GA OP EXPEDITIE IN BIOTOPEN Je krijgt van je leerkracht de werkbundel ‘Op expeditie in biotopen’. Noteer hieronder gegevens over de expeditie. a Wanneer ga je op expeditie?
b
ga je naartoe?
Waar
6
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
OPDRACHT 5: ONTDEK WAT BIODIVERSITEIT IS De aanwezigheid van verschillende soorten organismen in een biotoop noem je biodiversiteit. Ga na hoe je biodiversiteit kunt waarnemen. a Herlees de omschrijving van biodiversiteit in het begrippenkader hierboven. b Bekijk de afbeeldingen.
N
IN
c Op welke afbeelding is de biodiversiteit het grootst? Plaats een kruisje.
d In welk biotoop is de biodiversiteit het grootst? Plaats een kruisje voor de juiste stelling.
©
VA
In een weiland waar koeien grazen, komen meer organismen voor dan in een bloemenweide. De aanwezigheid van verschillende soorten organismen is het grootst in een biotoop met een groot aantal verschillende soorten planten. In een graasweide en een bloemenweide is het aantal verschillende soorten organismen gelijk. De biodiversiteit van een graasweide is groter dan die van een bloemenweide, omdat de uitwerpselen van dieren extra bemesting geven. Doorstreep het foute woord. - De biodiversiteit geeft aan hoeveel verschillende soorten organismen in een biotoop voorkomen. - In een biotoop waar veel verschillende soorten organismen samenleven, is de biodiversiteit groot / klein. ´ Maak oefening 2.
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
7
OPDRACHT 6: GA NA HOE DE MENS DE BIODIVERSITEIT BINNEN EEN BIOTOOP BEÏNVLOEDT 1 Ontdek het verband tussen sushi en een schildpad. a Bekijk het filmpje bij het onlinelesmateriaal. b Bekijk vervolgens de afbeeldingen. c Lees nu de tekst bij d. d Doorstreep wat niet past.
sushi met blauwvintonijn
schildpad verstrikt in visnet
IN
Sushi is een populair gerecht. Daardoor is de vraag naar blauwvintonijn / dolfijn enorm gedaald / gestegen. Volgens het filmpje varen er te veel vissersboten uit met enorm grote / kleine netten. Daarin komen jaarlijks niet alleen massa’s vissen terecht, maar raken per ongeluk ook 2 500 / 25 000 / 250 000 beschermde zeeschildpadden verstrikt. De zeedieren uit de hoofdvangst / bijvangst worden gewoon dood of stervend terug in zee gegooid. Daardoor worden veel dezelfde / verschillende soorten zeedieren met uitsterven bedreigd.
positief
/ negatief
N
e Is de overbevissing van de wereldzeeën positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel.
VA
2 Ontdek het verband tussen een shampoofles en een Noordse stormvogel. a Bekijk het filmpje bij het onlinelesmateriaal.
©
b Bekijk de afbeeldingen.
vechtende stormvogels
plastic wegwerpverpakking in water
c Waarvoor vechten deze gulzige stormvogels volgens jou?
d Wat komt er nog ongewild terecht in het lichaam van deze zeevogels?
8
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
e Is het gebruik van plastic wegwerpverpakkingen positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel. positief
/ negatief
Weetje Ad Lansink is een Nederlandse minister, die in 1979 een plan bedacht om het afvalprobleem aan te pakken. Hij ontwierp daarvoor een ladder. De beste oplossing zette hij bovenaan de ladder. 3 Lees de woorden in verband met het afvalplan van Lansink. energie – hergebruik – recycleren – storten – verbranden – voorkomen
a Bekijk de afbeelding van de ladder.
IN
N
b Noteer de woorden uit het keuzekader op de ladder.
VA
©
c Is de afvalbehandeling volgens de ladder van Lansink positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel. positief
/ negatief
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
9
4 Lees de handelingen over omgaan met afval. a Is de handeling juist of fout? Plaats een kruisje. b Markeer welke handelingen je zelf doet. handeling omgaan met afval
juist
fout
1 keukenafval aan de kippen geven 2 frituurolie door de gootsteen gieten 3 tuinafval in de compostbak gooien 4 kleding waar je uitgegroeid bent, naar een kringloopwinkel brengen 5 grasmaaisel uitstrooien in de wegberm
IN
6 bouwafval naar het containerpark brengen 7 papierresten in de bak voor restafval werpen
8 lege blikjes frisdrank met het restafval meegeven
c Is de manier waarop jij omgaat met afval positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel. / negatief
VA
positief
N
Doorstreep de foute woorden.
De mens beïnvloedt de biodiversiteit …
positief / negatief
©
door: - de bescherming van organismen in zeeën - afval te voorkomen
´ Maak oefening 3 en 4.
10
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
positief / negatief
door: - de overbevissing van zeeën - wegwerpverpakkingen te gebruiken
OPDRACHT 7: GA NA WELK BELANG DE BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN HEEFT VOOR DE MENS 1 Koppel de biodiversiteit van verschillende biotopen aan het belang voor de mens. a Bekijk de afbeeldingen van de biotopen in de tabel. A
b
c
visvijvers in natuurlijke omgeving
E
F
N
D
wandelpad tussen bos en weide
IN
veld met geneeskrachtige planten
multimovepad in natuurgebied
houtstapel aan de rand van een bos
VA
opvallende bloemen in een boomgaard lokken bijen
b Lees hieronder over het belang van de biodiversiteit voor de mens. 1 ontspanning voor de mens
©
2 opbrengst van honing 3 productie van voedsel 4 grondstof voor geneesmiddelen 5 ruimte voor de landbouw 6 voldoende hout voor de bouwsector 7 zorgt voor zuurstofgas in de lucht c Welk belang heeft de biodiversiteit in verschillende biotopen voor de mens? Noteer de juiste cijfers onder de afbeeldingen van de biotopen.
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
11
2 Bekijk de afbeelding van een boswachter. a Weet jij welke taken een boswachter uitvoert in een natuurgebied? Kruis de juiste antwoorden aan.
b Is het werk van de boswachter positief of negatief voor de biodiversiteit? Omcirkel. / negatief
positief
N
nagaan of de bezoekers van het gebied de regels niet overtreden reclame maken voor het natuurgebied een lijst aanleggen van de aanwezige planten en dieren verloren gelopen huisdieren terug naar de eigenaar brengen bomen markeren die gekapt moeten worden zelf bomen omhakken bomen aanplanten bezoekers rondleiden in het natuurgebied de vuilbakken leegmaken op de parking van het natuurgebied een bekeuring geven aan mensen die paddenstoelen plukken
IN
VA
Vul de volgende woorden in op de juiste plaats.
boswachters – bouwsector – grondstoffen – natuurgebieden – ontspanning – ruimte – voedsel – zuurstofgas De biodiversiteit binnen goed onderhouden biotopen zorgt voor: - de productie van .
©
- voor de landbouw. - voldoende hout voor de . - voor geneesmiddelen. - in de lucht. - voor de mens.
vervullen een belangrijke taak om de biodiversiteit binnen
de positief te beïnvloeden.
12
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
SYNTHESE BIOTISCHE FACTOREN bv. - dieren - planten
EEN BIOTOOP = een plaats met specifieke leefomstandigheden waar bepaalde organismen of levende wezens samenleven
HOE WAARNEMEN?
ABIOTISCHE FACTOREN bv. - temperatuur - windsnelheid - vochtigheid - geluidssterkte - verlichtingssterkte - grondsoort
HOE METEN EN BEPALEN? meetinstrumenten, bv. - thermometer - luchtvochtigheidsmeter - lichtmeter - windsnelheidsmeter - geluidsmeter - valpen, buis, lintmeter/meetlat - grondboor en determineertabel
N
IN
fiches in Opzoekboekje B
BIODIVERSITEIT
VA
geeft aan hoeveel verschillende soorten organismen in een biotoop voorkomen. Invloed?
- bescherming van organismen in zeeën - afval voorkomen - boswachters aanstellen in natuurgebieden
- overbevissing van zeeën - wegwerpverpakkingen gebruiken
©
BELANG VAN DE BIODIVERSITEIT VOOR DE MENS
- - - - - -
ontspanning voor de mens productie van voedsel ruimte voor de landbouw voldoende hout voor de bouwsector zuurstofgas in de lucht grondstoffen voor geneesmiddelen
Wat heb je geleerd? Je kunt een onderscheid maken tussen biotische en abiotische factoren. voor het onderzoek van abiotische factoren de gepaste meetmethode gebruiken. voorbeelden geven van de invloed van de mens op de biodiversiteit. het belang van biodiversiteit uitleggen aan de hand van voorbeelden.
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
13
micro scoop
©
VA
N
IN
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN
1 Wat is mijn identiteit? 2 De menstruatiecyclus 3 Het kleine wonder 4 De wondere wereld VAN planten en dieren
Naam:
Klas:
Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij MicroScoop. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.
Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.
!
IN
micro scoop
VA
N
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be.
© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2020
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden. Fotocredits p. 15 Dokter Bea © VRT, p. 24 bestuiven © NTR
©
Eerste druk 2020 ISBN 978-90-306-9592-9 D/2020/0078/105 Art. 594600/01 NUR 120
Ontwerp en opmaak: B.AD Covertekening: Jan Heylen Tekeningen binnenwerk: Geert Verlinde
Instructietaal De volgende instructies heb je nodig in je themabundel:
Omcirkel
Plaats een kruisje
Markeer
Noteer
1 WAT IS MIJN IDENTITEIT? WIE BEN IK? Breng 2 foto’s mee: - een foto van vroeger, toen je nog wat jonger was - een heel recente foto VROEGER
N
IN
a Welke lichamelijke kenmerken bepalen wie je bent?
NU
©
VA
b Welke uitwendige veranderingen merk je al op bij jezelf?
OPDRACHT 1: BEN IK BIOLOGISCH EEN JONGEN OF EEN MEISJE? Geslachtskenmerken die al aanwezig zijn bij de geboorte, noem je primaire geslachtskenmerken. - Enerzijds zijn er de uitwendige geslachtskenmerken, waaraan je het geslacht herkent. - Daarnaast zijn er ook de inwendige voortplantingsorganen, die specifiek voor de jongens en specifiek voor de meisjes zijn.
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
1
Bekijk de afbeeldingen met primaire geslachtskenmerken. a Bepaal het geslacht op basis van wat je ziet. Noteer in het kader boven de afbeelding. b Omcirkel de zichtbare of uitwendige geslachtskenmerken.
b
VA
N
IN
a
c Benoem die uitwendige geslachtskenmerken. Afbeelding A : -
©
-
Afbeelding b :
- -
OPDRACHT 2: ONTDEK DE UITWENDIGE VERANDERINGEN VAN HET LICHAAM TIJDENS DE PUBERTEIT Tijdens de puberteit ondergaat het lichaam enkele uitwendige veranderingen onder invloed van geslachtshormonen. Die veranderingen noemen we secundaire geslachtskenmerken.
2
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
Bekijk de secundaire geslachtskenmerken bij pubers. Een aantal kenmerken zijn al gegeven. Vul de rest aan. a Noteer bij de man naast de pijlen de veranderingen van jongen naar man. b Noteer bij de vrouw naast de pijlen de veranderingen van meisje naar vrouw. groeispurt
zwaardere stem
puistjes – acné
IN
okselhaar
gespierder lichaam
vetter haar
N
puistjes – acné
VA
vetter haar
©
okselhaar
groeispurt
Vul de volgende woorden in op de juiste plaats. primaire – secundaire We onderscheiden 2 groepen geslachtskenmerken: - geslachtskenmerken: penis, balzak (met teelballen), vagina, schaamlippen (en clitoris) - geslachtskenmerken: vetter haar, groeispurt, baardgroei, zwaardere stem, bredere schouders, ontwikkeling borsten, bredere heupen, puistjes, schaamhaar, okselhaar ´ Maak oefening 1.
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
3
OPDRACHT 3: ONTDEK DE MANNELIJKE VOORTPLANTINGSORGANEN Bekijk de afbeeldingen op de volgende pagina. a Noteer bij elke omschrijving het juiste mannelijke voortplantingsorgaan. Kies uit: balzak – penis – prostaat – 2 teelballen – urinebuis – 2 zaadleiders – zwellichaampjes orgaan
omschrijving Dit is het mannelijke geslachtsdeel, dat bestaat uit de urinebuis omgeven door zwellichamen. Sponsachtig weefsel in de penis dat bij seksuele opwinding volloopt met bloed. Brengt de penis in erectie.
IN
Zakvormige huidplooi onderaan de buik die de teelballen en de bijballen bevat. Bescherming van de teelballen. Hierin worden de mannelijke voortplantingscellen, de zaadcellen, gevormd.
N
Zij vervoeren de zaadcellen.
VA
Via deze buis in de penis kunnen urine en sperma het lichaam verlaten. Dat gebeurt nooit gelijktijdig. Deze klier scheidt spermavocht af, zodat de zaadcellen snel naar de eicel kunnen zwemmen.
b Benoem de delen van het mannelijke voortplantingsstelsel. Kies uit:
©
balzak – bijballen – eikel – klieren van Cowper – penis – prostaat – teelballen – urinebuis – voorhuid – zaadblaasjes – zaadleider – zwellichamen 1
5
a b
6
c
4
2
7
3
8
4
9
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
urineleider
urineleider
6
urineblaas
wervelkolom
urineblaas
6 5
5 2
4
4
3 2
1c
1c
7
1b
8
1
1
3
1b
1a
1a
9 vooraanzicht
7 8
9
zijaanzicht
Bekijk de afbeeldingen op de volgende pagina.
IN
OPDRACHT 4: ONTDEK DE VROUWELIJKE VOORTPLANTINGSORGANEN
a Noteer bij elke omschrijving het juiste vrouwelijke voortplantingsorgaan. Kies uit:
orgaan
N
baarmoeder – 2 eierstokken – 2 eileiders – schaamlippen – vagina omschrijving
VA
Verbindt de baarmoeder met de buitenwereld.
©
Huidplooien die de vagina beschermen. Er zijn 2 soorten schaamlippen: de buitenste of grote schaamlippen en de binnenste of kleine schaamlippen. Hier worden de vrouwelijke voortplantingscellen of eicellen gerijpt. Zij vervoeren de rijpe eicellen. Een gespierd orgaan waarin een bevruchte eicel zich ontwikkelt tot een foetus of jong organisme
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
5
urineleider
urineleider 7
7
9
8
wervelkolom 8
6 9
6
urineblaas
5 4
5
urineblaas urinebuis
urinebuis 3
1
zijaanzicht
IN
vooraanzicht
4
2
1
2
3
N
1
VA
urineopening
2
anus
©
b Benoem de delen van het vrouwelijke voortplantingsstelsel. Kies uit: baarmoeder – baarmoederhals – clitoris – eileiders – eierstokken – eitrechters – schaamlippen – vagina – vaginaopening
1
5 6
6
2
7
3
8
4
9
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
Vul de volgende woorden in op de juiste plaats. baarmoeder – balzak – 2 eierstokken – 2 eileiders – mannelijke – penis – prostaat – schaamlippen – 2 teelballen – urinebuis – vagina – vrouwelijke – 2 zaadleiders De voortplantingsorganen en hun omschrijving: voortplantingsorganen:
-
Het mannelijke geslachtsdeel Beschermt de teelballen. Zij maken de zaadcellen. Zij vervoeren de zaadcellen.
IN
Vervoert urine en sperma. Scheidt vocht af. -
N
voortplantingsorganen:
Verbindt de baarmoeder met de buitenwereld.
VA
Hierin kan een bevruchte eicel zich ontwikkelen tot een jong organisme. Zij vervoeren de rijpe eicellen. Hier rijpen de eicellen. Zij beschermen de vagina.
©
´ Maak oefening 2, 3, 4, 5 en 6.
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
7
SYNTHESE VOORTPLANTINGSORGANEN EN HUN FUNCTIE
MAN
VROUW
2
IN
3
1
3
2 4
c 5 a
1
1 teelballen
functie
orgaan
functie
zaadcellen maken
1 eierstok
eicellen rijpen
zaadcellen vervoeren
2 eileider
eicellen vervoeren
3 prostaat
spermavocht afscheiden
3 baarmoeder
bevruchte eicel ontwikkelt zich tot jong organisme
4 urinebuis
urine en sperma vervoeren
4 vagina
de baarmoeder verbinden met de buitenwereld
5 schaamlippen
de vagina beschermen
2 zaadleiders
mannelijk 5 penis geslachtsdeel a eikel b voorhuid c zwellichamen 6 balzak
8
5
©
orgaan
VA
b
N
6
4
de teelballen beschermen
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
PRIMAIRE • jongen: penis – balzak (met teelballen)
GESLACHTSKENMERKEN
• meisje: vaginaopening – schaamlippen (en clitoris)
SECUNDAIRE • van jongen naar man: baardgroei, zwaardere stem, schaamhaar, puistjes, groeispurt, vetter haar
©
VA
N
IN
• van meisje naar vrouw: ontwikkeling borsten, bredere heupen, schaamhaar, puistjes, groeispurt, vetter haar
Wat heb je geleerd? Je kunt primaire geslachtskenmerken aanduiden. secundaire geslachtskenmerken aanduiden. voorbeelden geven van primaire geslachtskenmerken. voorbeelden geven van secundaire geslachtskenmerken. mannelijke voortplantingsorganen herkennen. vrouwelijke voortplantingsorganen herkennen. mannelijke voortplantingsorganen benoemen. vrouwelijke voortplantingsorganen benoemen. de functies van de mannelijke voortplantingsorganen uitleggen. de functies van de vrouwelijke voortplantingsorganen uitleggen.
ONTSTAAN VAN NIEUW LEVEN — 1 WAT IS MIJN IDENTITEIT?
9
micro scoop
B
Š
VA
N
IN
OPZOEKBOEKJE
Fiche 5: Hoe noteer je meetresultaten?
4
Fiche 6: Welke kleine diertjes kun je waarnemen?
7
Fiche 7: Welke waarnemingen wijzen op de aanwezigheid van grote dieren?
8
Fiche 8: Welke kruidachtige 9 planten kun je waarnemen? Fiche 9: Determineertabel 10 voor bomen en struiken
Naam:
Klas:
Fiche 10: Hoe werk je met een grondboor?
12
Fiche 11: Hoe bepaal je de bodemhardheid?
13
Fiche 12: Determineertabel 14 voor gesteenten
Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij MicroScoop. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.
Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.
!
IN
micro scoop
VA
N
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be.
© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2020
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
©
Eerste druk 2020 ISBN 978-90-306-9592-9 D/2020/0078/105 Art. 594600/01 NUR 120
Ontwerp en opmaak: B.AD Covertekening: Jan Heylen Tekeningen binnenwerk: Geert Verlinde
Instructietaal De volgende instructies heb je nodig in je themabundel:
Omcirkel
Plaats een kruisje
Markeer
Noteer
STARTEN MET MICROSCOOP Welkom bij MicroScoop. We leggen graag even uit hoe je met dit leerpakket aan de slag gaat.
1 Op weg met MICROSCOOP
Dit leerpakket bestaat uit 2 themabundels en een opzoekboekje. Elke themabundel is op dezelfde manier opgebouwd.
Vooraan staat de thematekening. In elk pakket is er één thematekening die je zelf mag inkleuren.
Hier vind je ook een handig overzicht van de hoofdstukken. Onderaan de pagina kun je je naam en klas invullen.
OP EXPEDITIE
micro scoo p
ONTSTAAN VA N NIEUW LEVEN it in
site 1 Biodiver biotopen
n van 2 Aanpassingedieren planten en omgeving aan hun leef evenwicht 3 Natuurlijk
IN
p micro scoo
Klas:
Naam:
2 AANPASSINGEN VAN PLANTEN EN DIEREN AAN HUN LEEFOMGEVING WAT IS NATUURLIJKE SELECTIE?
1 Wat is mijn identiteit? 2 De menstru atiecyclus 3 Het kleine wonder 4 De wonder e wereld VAN planten en dieren Naam: Klas:
VA
Wat zorgt voor de beste kansen om te overleven?
N
Bekijk het filmpje bij het onlinelesmateriaal.
OPDRACHT 1: ONTDEK WAT EEN ECOSYSTEEM IS
Alles wat leeft, kan opgedeeld worden in verschillende niveaus. Dat worden de organisatieniveaus van de levende natuur genoemd. Neem de knipbladen op p. 41 en 43.
a Knip de afbeeldingen en tekststroken uit.
b Lees in kolom 2 van de tabel op p. 15 de omschrijvingen van de verschillende organisatieniveaus. c Kleef in kolom 1 de juiste afbeelding bij elke omschrijving.
d Kleef in kolom 3 de naam van het beschreven organisatieniveau.
OP EXPEDITIE — 2 AANPASSINGEN VAN PLANTEN EN DIEREN AAN HUN LEEFOMGEVING
Na deze WOW start je met de opdrachten.
©
14
We starten elk hoofdstuk met een WOW. Je maakt hier kennis met het onderwerp van het hoofdstuk.
OPDRACHT 5: ONTDEK HOE PLANTEN AANGEPAST ZIJN AAN DE OPNAME VAN MINERALEN Weetje
Tijdens de opdrachten gaan jij of je leerkracht zelf onderzoeken uitvoeren. Je volgt telkens 7 stappen die worden aangeduid met de volgende iconen:
Net als alle andere organismen heeft een plant voedingsstoffen nodig om te groeien en in leven te blijven. De groene plant maakt die stoffen zelf. Daarvoor heeft ze mineralen uit de bodem nodig. 1
Onderzoek welk plantendeel voor de opname van mineralen zorgt.
ONDERZOEK 1 Onderzoeksvraag Welk plantendeel zorgt voor de opname van mineralen? 2 Hypothese: wat denk je? de wortel de stengel het blad
Onderzoeksvraag
Waarneming
Hypothese
Besluit
Benodigdheden
Reflectie
Werkwijze
3 BENODIGDHEDEN: WAT HEB JE NODIG? 4 maatbekers water olie eosine
alcoholstift koffielepel rood krijtpoeder 3 bloemplanten met wortel en witte bloemen
4 WERKWIJZE: HOE GA JE AAN DE SLAG? 1 Nummer de maatbekers met een alcoholstift. 2 Vul de maatbekers voor de helft met water. 3 Voeg aan maatbeker 2 en 4 vijf druppeltjes eosine toe. 4 Voeg aan maatbeker 3 een koffielepel krijtpoeder toe. 5 Plaats in maatbeker 2 en 3 een bloemplant met onbeschadigde wortels in het water. 6 Verwijder van de derde bloemplant de fijnste worteldeeltjes, de wortelhaartjes. Plaats daarna de bloemplant in maatbeker 4. 7 Giet in elke maatbeker een beetje olie op het wateroppervlak, om verdamping onmogelijk te maken. Zorg ervoor dat de wortels goed onder water zitten, voordat je de olie toevoegt. 8 Laat de proefopstelling staan tot de volgende les. 9 Bekijk maatbeker 1. Omcirkel wat je ziet bij waarneming 1. 10 Vergelijk maatbeker 2 en 3. Omcirkel wat je ziet bij waarneming 2. 11 Vergelijk maatbeker 3 en 4. Omcirkel wat je ziet bij waarneming 3. 12 Noteer de ontbrekende woorden in het besluit.
OP EXPEDITIE — 2 AANPASSINGEN VAN PLANTEN EN DIEREN AAN HUN LEEFOMGEVING
19
OPZOEKBOEKJE B — STARTEN MET MICROSCOOP
1
SYNTHESE
Voor je verder gaat oefenen, bekijk je eerst de synthese van het hoofdstuk. In een themabundel zie je verschillende manieren om een synthese te maken: mindmap, schema en samenvatting. Na elke synthese stellen we de vraag Wat heb je geleerd? Dit is een opsomming van de doelen waaraan je in het hoofdstuk gewerkt hebt. NATUURLIJK ECOLOGISCH BIOLOGISCH
EVENWICHT
verandert door
TEMPERATUURWIJZIGING AANWEZIGHEID EXOTEN
NU IS HET JOUW BEURT
Wat heb je geleerd? Je kunt aan de hand van een voorbeeld uitleggen wat een natuurlijk evenwicht in een ecosysteem is. toelichten hoe een temperatuurverhoging gevolgen kan hebben voor een ecosysteem.
Welke abiotische factoren kun je meten met de onderstaande meettoestellen? Noteer de antwoorden op de vragen onder elk toestel.
IN
30
1
OP EXPEDITIE — 3 NATUURLIJK EVENWICHT
Afbeelding meetinstrument
Naam toestel?
Grootheid?
VA
N
Je kunt in het onderdeel Nu is het jouw beurt verder oefenen. Je leerkracht beslist of je de oefeningen op het einde van het thema maakt of doorheen de lessen. Op diddit vind je bovendien nog meer oefeningen.
micro scoop
B
Fiche 5: Hoe noteer je meetresultaten?
4
Fiche 6: Welke kleine diertjes kun je waarnemen?
7
Fiche 7: Welke waarnemingen wijzen op de aanwezigheid van grote dieren?
8
Fiche 8: Welke kruidachtige 9 planten kun je waarnemen? Fiche 9: Determineertabel voor bomen en struiken
Naam:
2
Klas:
10
Fiche 10: Hoe werk je met een grondboor?
12
Fiche 11: Hoe bepaal je de bodemhardheid?
13
Fiche 12: Determineertabel voor gesteenten
14
OPZOEKBOEKJE B — STARTEN MET MICROSCOOP
a
Welke biotopen heb je onderzocht? Noteer. - Biotoop 1: - Biotoop 2:
b
Bekijk de foto’s die je maakte tijdens de expeditie.
c
Vergelijk de gegevens die je verzamelde.
d
Welke verschillen tussen de biotopen kun je waarnemen? Markeer. - Biotoop 1: • Er groeien veel / weinig verschillende soorten planten. • Je kunt er veel / weinig verschillende soorten kleine diertjes waarnemen. - Biotoop 2: • Er groeien veel / weinig verschillende soorten planten. • Je kunt er veel / weinig verschillende soorten kleine diertjes waarnemen.
e
Vergelijk de biodiversiteit in biotoop 1 en 2 met elkaar. Wat stel je vast? Noteer.
OP EXPEDITIE — NU IS HET JOUW BEURT
In de opdrachten en onderzoeken moet je soms fiches met extra informatie gebruiken. Deze fiches vind je in het Opzoekboekje.
© OPZOEKBOEKJE
Symbool eenheid?
2 Tijdens de expeditie verzamelde je gegevens over biotische en abiotische factoren van twee verschillende biotopen.
31
2 Handig voor onderweg
In de loop van elk thema word je ondersteund door een aantal hulpmiddelen.
We zetten doorheen het thema Vul de volgende in op de juiste plaats. b Benoem de organismen waarnaar je een blauwe pijl hebt getrokken. Kies woorden uit: de belangrijkste zaken op een rijtje biotoop – niet-levende – organismen boomrode – boterbloem – duizendpoot – konijn – mensen – paddenstoelen in deze kenniskaders. c
- Een is een plaats met specifieke leefomstandigheden waar Markeer het juiste antwoord in de zin. Organismen zijn biotische factoren of levende / niet-levende factoren in een biotoop. of levende wezens samenleven. bepaalde
d
Als je weet dat levende wezens biotische factoren zijn, hoe noem je dan de niet-levende - Levende wezens kunnen onder andere ademen, bewegen … wezens? Markeer. materie kan dat niet. - Dat zijn de biotische factoren in een biotoop. - Dat zijn de abiotische factoren in een biotoop.
2 Ontdek hoe je tijdens je expeditie de biotische factoren kunt waarnemen.
OPDRACHT 2: ONDERZOEK HET LEVEN IN EEN BIOTOOP
Om de naam van een plant of een dier te bepalen, gebruik je de zichtbare kenmerken 1 Bekijk de afbeeldingen. van het organisme. Dat noem je determineren.
uiste plaats.
a
Maak een woordspin door vanuit het hoofd centrale woord blauwe pijlen te trekken naar woord verklaring stuk Je leerkracht geeft je een afbeelding van een organisme. Bekijk de afbeelding. de afbeeldingen waarop een organisme te zien is.Niet-levende factor die de leefomgeving bepaalt voor de biotische abiotische
ngen minder licht danJelichtplanten vindt ze8 inook achteraan fiche opzoekboekje B: terug .
fiche 6 in opzoekboekje B: Welke kleine diertjes kun je waarnemen?
Welke kruidachtige planten kun je in de woordenlijst. waarnemen?
en donkerder
fiche 9 in opzoekboekje B: determineertabel voor bomen en struiken
en lichtplant.
5 fiche 7 in opzoekboekje B: Welke waarnemingen wijzen op de aanwezigheid van grote dieren?
N
wplanten groter
OPDRACHT 3: ONDERZOEK DE ABIOTISCHE FACTOREN Bekijk Tip opnieuw de afbeeldingen bij opdracht 2 op p. 3.
VA
1
De blauwe figuurtjes stellen hier de waterdeeltjes voor. LENTEBLOEIERS AANGEPAST ZIJN OM a - Bekijk de afbeeldingen waarnaar je geen pijl hebt getrokken. - De rode figuurtjesga zijnjedezelf suikerdeeltjes. Met MicroScoop experimenteren en onderzoeken. b Die factoren heb je niet benoemd. Noteer met rood de naam van die abiotische factoren. ICHT OP TE VANGEN Hierbij moet je natuurlijk een aantal veiligheidsvoorschriften Kies uit: 3 respecteren. Benodigdheden: Wat heb je nodig? yacint. vind je– water terug in deze kader. grond – licht –Die vochtigheid – wind koffielepel fijne witte kristalsuiker 1 beker drinkbaar water 9 8
2
factor
factoren
biodiversiteit
De aanwezigheid van verschillende soorten organismen in een biotoop
3
3
1
1
biologisch evenwicht
4
In de natuur schommelt de grootte van de verschillende populaties van elke soort rond een bepaalde waarde. Dat noem je ook ecologisch evenwicht en natuurlijk evenwicht.
biotische factor
Levende factor in een leefomgeving, onder andere planten en dieren
biotoop
Een plaats met specifieke leefomstandigheden waar bepaalde organismen samenleven
1
braakliggend terrein
Een stuk grond dat niet onderhouden wordt en geen specifieke functie heeft
1
determineer tabel
Een lijst met vragen of kenmerken waarmee je de naam van een organisme of een abiotische factor kunt bepalen
1
1
3
2 3
6
determineren
Door gebruik te maken van zichtbare kenmerken, de naam van organismen bepalen
ecoduct
Natuurbrug waarlangs dieren ongehinderd een belangrijke verkeersweg kunnen oversteken
ecologisch evenwicht
In de natuur schommelt de grootte van de verschillende populaties van elke soort rond een bepaalde waarde. Dat noem je ook biologisch evenwicht en natuurlijk evenwicht.
ecosysteem
De biotische factoren, de abiotische factoren en de relaties tussen beide in een gebied
exoot
Organisme dat van nature niet thuishoort in een bepaald gebied
ORGANISMEN 2
gewervelde dieren
Dieren die als typisch kenmerk een wervelkolom bezitten
2
klasse
Groep organismen met dezelfde kenmerken
larve
De eerste levensfase van een dier, waarin het uiterlijk sterk verschilt van het volwassen dier
meet instrument
Toestel om metingen te doen. In dit hoofdstuk meet je abiotische factoren.
2 1
7
OP EXPEDITIE — WOORDENLIJST
10
37
11
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFT Je proeft bij een onderzoek enkel van een stof als dit gevraagd wordt in de werkwijze.
4 Werkwijze: Hoe ga je aan de slag? 1 Vul de beker voor de helft met water. 2 Neem een slokje uit de beker met water. Noteer wat je proeft bij waarneming 1. In de tipkaders staan handige tips voor het uitvoeren van de onderzoeken of 3 Neem met de koffielepel een klein beetje suiker. 4 Steek de koffielepel in je mond. Noteer wat je proeft bij waarneming 2. 5 Voeg een halve koffielepel suiker toe aan de beker met water. TipRoer zachtjes met de lepel. 6 7 Neem een slokje uit de beker met suiker en water. Noteer wat je proeft bij Het deel tussen de groene lijnen waarneming 3. bevindt ondergronds. 8 Bekijkzich de vloeistof in de beker. Noteer wat je ziet bij waarneming 4. het juiste antwoord het besluit. e 9Is Markeer het gebruik van plasticinwegwerpverpakkingen positief of negatief voor de
©
4
OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
es uit:
oorjaar
bos
1
1
IN
b Kruis in de tabel aan welke fiche uituitgelegd Opzoekboekje B je gebruikt om de naam te bepalen. cht – lichtplanten – schaduwplanten Moeilijke woorden worden in een begrippenkader.biotische factoren waarnemen 1 2 nodig. licht Die woorden vallen extra op door de stippellijn. planten dieren
aaraan aangepast.
WOORDENLIJST
a
.
opdrachten. OP EXPEDITIE — 1 BIODIVERSITEIT IN BIOTOPEN
3
de meeste schaduwplanten, voornamelijk in het biodiversiteit? Omcirkel. 5 Deze Waarneming kader bevat een weetje voor nieuwsgierige leerlingen. bomen hun bladeren krijgen. Hetpositief kan je verder op weg helpen om de opdrachten goed te begrijpen. / negatief waarneming 1 hebben, kan er onvoldoende ren
en schijnen.
Weetje
ndelen meestal al verdwenen. Dezeislentebloeiers zijn minister, die in 1979 een plan bedacht om het Ad Lansink een Nederlandse beker met water olgende voorjaar. Hoe zie je dat op afbeelding 2? afvalprobleem aan te pakken. Hij ontwierp daarvoor een ladder. De beste oplossing waarneming 2
zette hij bovenaan de ladder.
gronds aan.
Lees de woorden in verband met het afvalplan van Lansink. dering hebben op3deze voorjaarsbloeiers? koffielepel met suiker
t, zullen de plantenenergie vroeger – hergebruik waarneming 3bloeien. – recycleren – storten – verbranden – voorkomen a
Bekijk de afbeelding van de ladder.
OPZOEKBOEKJE B — STARTEN MET MICROSCOOP
3
2 symbool grootheid
3 Welk toestel gebruik je om de grootheid te meten?
lengte (de afmeting van een voorwerp)
l
lat
massa (de hoeveelheid materie die een voorwerp bevat)
m
IN
FICHE 5 – HOE NOTEER JE MEETRESULTATEN?
V
4
maatbeker
maatcilinder
©
VA
volume (de ruimte die het voorwerp inneemt)
digitale balans
N
1 Wat meet je? = grootheid
temperatuur (maat voor de kinetische energie van deeltjes)
T
thermometer
energie
E
energiemeter
OPZOEKBOEKJE B — Fiche 5 – Hoe noteer je meetresultaten?
Een meetresultaat bestaat uit: 1 het symbool van de grootheid: wat heb je gemeten? Dit symbool wordt steeds cursief genoteerd. 2 een gelijkheidsteken (=) 3 de getalwaarde die je afleest op het meettoestel 4 het symbool van de eenheid: in welke maat druk je het uit? Voorbeeld: l = 30 cm Iedere grootheid heeft een internationaal afgesproken hoofdeenheid.
4 In welke eenheid druk je het meetresultaat uit?
5 symbool eenheden
6 omzettingen
km m cm mm
kilogram gram milligram microgram
kg g mg µg
liter deciliter centiliter milliliter kubieke meter kubieke decimeter kubieke centimeter
l dl cl ml m³ dm³ cm³
graden Celsius kelvin
°C K
0 °C = 273,15 K 0 K = –273,15 °C
joule calorie
J cal
1 cal = 4,184 J
IN
kilometer meter centimeter millimeter
m
kg
g
N
VA
©
km
mm
mg
1 mg = 1 000 µg
l m3
1J=
cm
dm3
dl
cl
ml cm3
0,239 cal
1 kcal = 1 000 cal 1 kJ = 1 000 J
OPZOEKBOEKJE B — Fiche 5 – Hoe noteer je meetresultaten?
5