Skip to main content

Mavo & ik - inkijkhoofdstukken thema A

Page 1

Pr

oe

fh o

of d

st uk

IK ALS PERSOON


INHOUD THEMA A: IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 1:

Hoofdstuk 1: Een stap in het onbekende

EEN STAP IN HET ONBEKENDE

xx

De eerste schooldag xx Gedrag, gevoelens en gedachten xx Bodyshaming xx Schoolreglement en afspraken xx Denk na over feiten die je zelfvertrouwen geven of onzeker maken. xx Julan heeft een probleem. xx Mag dat? xx Evalueer jezelf xx

st uk

Je hebt de stap gezet naar een nieuwe school. Dat is best wel een grote gebeurtenis in je leven en niet zo makkelijk als het soms wel lijkt. 1 Wat maakt je onzeker op zo’n eerste schooldag?

Hoofdstuk 2: Wie ben ik?

xx

of d

fh o

Klasbingo xx Respect voor elkaars diversiteit xx Diversiteit aan tafel xx Diversiteit in taal xx Nationaliteit xx Symbolen en hun betekenis xx Identiteit xx De verschillende onderdelen van een identiteit ontdekken en begrijpen xx Nog meer symbolen xx Evalueer jezelf xx

xx

Pr

oe

Hoofdstuk 3: Over inkomsten en uitgaven

O OPDRACHT 1: De eerste schooldag

2 Wat geeft je zelfvertrouwen op zo’n eerste schooldag?

3 Zet een kruisje op de plaats die het beste bij jou past. Op de eerste schooldag voelde ik me:

erg onzeker erg zenuwachtig

2

THEMA A:  INHOUD

een beetje onzeker een beetje zenuwachtig

helemaal niet onzeker helemaal niet zenuwachtig

HOOFDSTUK 1:  Een stap in het onbekende

3


b Stel je eigen G-schema op.

V OPDRACHT 2: Gedrag, gevoelens en gedachten

Gebeurtenis

Hoe je je voelt, heeft een invloed op je gedrag (wat je doet) en je gedachten (wat je denkt).

1 Beeld je in dat je je onzeker voelde op die eerste schooldag. Welke gedachten, welke gevoelens en welk gedrag horen daar dan bij?

gedachten:

Wat is er gebeurd?

Gedachte

Waaraan denk je op dat moment?

gedrag:

st uk

gevoelens:

Gevoel

Wat voel je bij de gebeurtenis?

2 Wil je begrijpen wat we denken, voelen en doen, en hoe dat elkaar beïnvloedt? Gebruik dan een G-schema.

GEDACHTE

Wat zijn je gedachten bij een bepaalde gebeurtenis? Wat denk je op dat moment?

GEVOEL

Wat voel je bij de gebeurtenis?

GEDRAG

Wat doe je bij de gebeurtenis? (Alsof je door een camera kijkt naar je gedrag.)

GEVOLGEN

Welke gevolgen hebben dat gedrag, die gedachten, dat gevoel voor mij?

Je hebt een vriend een bericht verzonden. Je ziet dat hij het gelezen heeft en online is, maar hij reageert niet.

fh o

2

Pr

1

Gevolgen

oe

a Kies een van onderstaande situaties en omcirkel die.

Gedrag

of d

Wat is er gebeurd? (Alsof je door een camera kijkt naar de situatie.)

GEBEURTENIS

Tijdens de middagpauze wandel je naar het toilet. Je passeert een van je beste vriendinnen, die in een andere klas zit. Je zwaait naar haar, maar je vriendin zegt niets terug.

Wat doe je bij de gebeurtenis? Welke gevolgen hebben dit gedrag, deze gedachten of dit gevoel voor mij?

c Beeld je in dat jij die vriend of die vriendin bent. Hoe zouden anderen zich dan voelen of gedragen? Wat zouden zij van jou denken?

Gedachten van anderen

Gevoelens bij anderen

Gedrag van anderen

Gevolgen voor anderen

V OPDRACHT 3: Bodyshaming Je gevoelens, gedachten en gedrag worden niet alleen bepaald door wat je zelf voelt, denkt of doet. Soms kom je in een situatie terecht waar jij je niet goed bij voelt. Of waar de mening van anderen of de groepsdruk een rol gaan spelen. 1 Wat is groepsdruk? Noteer in je eigen woorden wat het woord betekent.

4

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 1:  Een stap in het onbekende

5


2 Geef een voorbeeld van groepsdruk als het gaat om uiterlijk of kleren.

V OPDRACHT 4: Schoolreglement en afspraken

Een nieuwe school betekent ook nieuwe regels. Met andere woorden: een nieuw schoolreglement!

1 Wat als … er geen schoolreglement zou bestaan?

3 Bekijk het fragment over bodyshaming.

Is dat mogelijk? Kan de school werken zonder een reglement?

Bodyshaming: het feit dat je je gaat schamen voor je eigen lichaam omdat je dat constant vergelijkt met het lichaam van anderen of er opmerkingen over krijgt, onder andere op sociale media.

Bodyshaming is het geven van                            kritiek op je eigen

st uk

2 Welke problemen zouden er opduiken zonder schoolreglement? Geef twee concrete voorbeelden.

a Vul aan.

omdat je dat                           met wat je op

ziet of op andere                          .

Bodyshaming is ook het geven van kritiek op het

of d

van                          , ofwel in hun gezicht door te                           op Instagram of door het gewoon te                          , ofwel achter hun rug door erover te                          .

b Gebeurt bodyshaming altijd bewust? Markeer wat juist is.    ja / nee

fh o

3 Belangrijke klasafspraken Een schoolreglement is belangrijk. Het is noodzakelijk voor de goede werking van je school. Maar daar eindigt het niet. Ook in de klas moeten afspraken gemaakt worden.

Stap 1:

Bespreek in groep welke afspraken jullie belangrijk vinden om goed te kunnen samenleven en samenwerken in de klas.

Stap 2:

Kies de belangrijkste tien afspraken uit en noteer ze hieronder:

oe

c Wat is de eerste stap om tegen bodyshaming in te gaan volgens de reportage?

Pr

d Wat zijn de mogelijke gevolgen van bodyshaming volgens de reportage?

e Hoe reageer je het best volgens de reportage?

6

THEMA A:  IK ALS PERSOON

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

HOOFDSTUK 1:  Een stap in het onbekende

7


3 Ik voel me onzeker wanneer …

Gelden thuis dezelfde regels als op school? Geef een voorbeeld van iets wat op school niet mag en thuis wel.

4 Ik ben vol zelfvertrouwen wanneer …

Gedraag jij je op school anders dan daarbuiten? Leg uit met een voorbeeld.

U OPDRACHT 6: Julan heeft een probleem

st uk

Julan zit met een probleem. Elena en Marieke proberen hem te helpen.

U OPDRACHT 5: Denk na over feiten die je zelfvertrouwen geven of onzeker maken Geef een voorbeeld bij elke situatie. Vergelijk daarna met een klasgenoot.

of d

Op een zaterdag …

1 Ik voel me onzeker op de eerste schooldag. • Hoe gedraag je je?

• Hoe voel je je? • Wat denk je?

• Hoe gedraag je je?

Heb je misschien nog een koek in je handtas? Ik heb eigenlijk nog niks gegeten vanmorgen.

• Hoe voel je je?

Bwah, het viel wel mee.

Sorry, ik heb weer lang gegamed gisterenavond en ik heb slecht geslapen.

Oh, dat klinkt niet erg goed.

Pr

2 Ik voel me vol zelfvertrouwen op de eerste schooldag.

oe

fh o

Hey, hoe ging het met jou op school deze week?

Ik heb nog een klein suikerwafeltje van gisteren. Neem maar.

Gaat het, Julan?

Eigenlijk niet. Ik zit al even met een probleem, maar ik heb er nog niet over durven praten.

• Wat denk je?

8

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 1:  Een stap in het onbekende

9


Wat is het probleem van Julan? Ik ben niet zo goed in L.O. Als twee leerlingen om de beurt iemand mogen kiezen om bij hun team aan te sluiten, blijf ik vaak als laatste over. Toen ik gisteren de bal moest vangen, miste ik hem ook nog. Ik voelde me zo’n mislukkeling.

Wat scheelt er dan?

Hoe voelt hij zich daarbij? Hoe proberen Elena en Marieke hem te helpen?

st uk

Zijn er nog andere manieren waarop ze hem zouden kunnen helpen?

Ja, jij hebt makkelijk praten. Jij bent goed in sport.

Oh, Julan! Dat is echt niet fijn, maar daar hoef jij je echt niets van aan te trekken.

Maar jij kunt goed met de computer werken.

of d

U OPDRACHT 7: Mag dat?

Pr

Wat heb ik daar nu aan?

oe

fh o

1 Mag dat?

Dat is toch geweldig, Julan. Ik moest deze week een presentatie maken en de mijne was de slechtste van de klas. Ik zakte door de grond van schaamte.

10

THEMA A:  IK ALS PERSOON

Stap 1:

Lees de situaties in de eerste kolom.

Stap 2:

Leg voor elke situatie uit waarom dat volgens jou mag of juist niet mag. Ja, dat mag. / Nee, dat mag niet. Streep door wat volgens jou fout is.

Mag dat?

Mijn dochter zit in het zesde leerjaar. Haar klas gaat drie dagen op bosklassen. De leerlingen mogen er foto’s maken, maar de school verbiedt hun die foto’s achteraf online te zetten, bijvoorbeeld op Facebook of Instagram. Mag de school dat verbieden? We verbouwen dit jaar onze school. Daardoor zullen we het enkele maanden zonder eetzaal moeten stellen. Mogen de leerlingen hun boterhammen in de klas opeten?

Controle

Dat mag. / Dat mag niet.

Dat mag. / Dat mag niet.

HOOFDSTUK 1:  Een stap in het onbekende

11


Mijn dochter zit in het eerste jaar sociaal-technische vorming en krijgt om de twee weken kookles. De leraar wil dat alle leerlingen hun festivalbandjes uitdoen voor de hygiëne. In de praktijk betekent dat kapot knippen. Mag de leraar dat verplichten?

HOOFDSTUK 2:

WIE BEN IK? O OPDRACHT 1: Klasbingo 1 Vul de klasbingo op de volgende bladzijde in.

Stap 1:

Dat mag. / Dat mag niet.

st uk

toepassing zijn. Vervolgens vergelijk je jouw klasbingo met die van een klasgenoot. Alle kenmerken die jullie gemeenschappelijk hebben, mag je omcirkelen.

Stap 3:

Vergelijk ten slotte nog met een andere klasgenoot en doe hetzelfde.

fh o

De leerkracht bezorgt je een document. Daarmee kun je controleren of jouw antwoord correct was. Vul het correct aan in de laatste kolom. Noteer ook kort waarom.

R OPDRACHT 8: Evalueer jezelf

Stap 2:

2 Je leerkracht overloopt de resultaten met jullie. Welke besluiten kun je trekken uit de klasbingo?

Bron: Klasse.be

Stap 3:

Eerst vul je de klasbingo in voor jezelf. Markeer alle kenmerken die op jou van

of d

In mijn klaslokaal is het vreselijk koud, soms maar 16 °C. Mag dat wel?

Dat mag. / Dat mag niet.

Beheers je deze vaardigheden goed of kan het nog beter? Zet een kruisje in de juiste kolom. Hier kan ik nog groeien.

Ik kan bij een feit met behulp van richtvragen mijn gedachten, gevoelens, gedrag en de gevolgen voor mezelf beschrijven.

¨

¨

Ik kan beschrijven welke feiten me zelfvertrouwen geven.

¨

¨

Ik kan beschrijven welke feiten me onzeker maken.

¨

¨

Ik kan met een voorbeeld beschrijven hoe groepsdruk werkt.

¨

¨

Ik ben me bewust van de invloed van sociale media op mijn gevoelens.

¨

¨

Ik kan me volgens de schoolregels gedragen op school.

¨

¨

Ik kan in groep/per twee aan een opdracht samenwerken.

¨

¨

Pr

oe

Ik kan het.

Checklist

12

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

13


Ik kom te voet naar school.

In onze klas en op school zijn er gelijkenissen, maar ook verschillen. Dat is buiten de school, in de samenleving, niet anders. De verschillen die in onze klas voorkomen, heb je daar ook.

st uk

Met een moeilijk woord noemen we dat ‘diversiteit’. We leven in een samenleving met veel diversiteit. Dat betekent dat onze samenleving een samenleving is van mensen die onderling veel van elkaar verschillen in huidskleur, geloof, opleiding, eetgewoonten, feestgewoonten … Respect voor elkaar

Samenleven in een groep met verschillende culturen is niet altijd even makkelijk. Het begint met respect voor elkaar en voor elkaars cultuur. Geef concrete voorbeelden van hoe er respectvol omgegaan wordt met verschillende culturen. • Op school:

of d

Ik ben moslim. Ik kom met de bus/ trein naar school.

Ik heb blauwe ogen. Ik heb zwart haar. Ik heb bruin haar.

Ik speel een muziekinstrument. Ik vind sporten niet leuk. Ik hou van sport.

Diversiteit: verscheidenheid, onderlinge verschillen

fh o

Ik kom met de fiets naar school.

• In je sportclub/jeugdbeweging: • In België:

Ik heb rood haar.

oe

Ik heb blond haar.

Hoe ga jij respectvol om met andere mensen?

Ik heb groene ogen.

Ik heb bruine ogen.

Slechts één van mijn ouders werkt.

Pr

Wij eten enkel halal.

Ik pas mijn kleding aan mijn geloof aan.

Wij eten alles.

Ik ben vegetariër.

KLASBINGO

Mijn beide ouders werken. Ik heb een andere nationaliteit.

Ik ben niet gelovig. Ik ben katholiek.

Ik heb de Belgische nationaliteit en nog een andere.

Ik heb enkel de Belgische nationaliteit. Ik heb een broer of een zus. Ik ben enig kind.

THEMA A:  IK ALS PERSOON

Ik heb meer dan één broer of zus.

Thuis spreek ik meer dan één taal. Ik woon in een huis.

Ik woon in een appartement.

Thuis spreek ik Nederlands.

Thuis spreek ik geen Nederlands.

Ik heb een andere godsdienst dan de islam of het katholieke geloof.

14

V OPDRACHT 2: Respect voor elkaars diversiteit

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

15


In onze maatschappij leven verschillende culturen samen. Daardoor hebben we gerechten uit andere landen leren kennen, die ondertussen ook bij ons bijna dagelijkse kost geworden zijn.

V OPDRACHT 3: Diversiteit aan tafel Diversiteit maakt het ingewikkelder om samen te leven met elkaar, maar het heeft ook voordelen.

Stap 2:

Uit welk(e) land(en) komt het gerecht volgens jou? Schrijf het eronder.

Stap 3:

Welke gerechten heb jij al gegeten? Kruis aan.

¨

¨

¨

¨

¨

¨

¨

¨

¨

¨

fh o

of d

Noteer onder elke afbeelding de naam van het gerecht.

st uk

Op de afbeeldingen zie je enkele typisch Vlaamse/Belgische gerechten. Herken je ze? Noteer onder elke afbeelding de naam van het gerecht.

Stap 1:

oe

Kun je de lijst verder aanvullen? Welke gerechten, desserts, maaltijden zijn er nog typisch Belgisch/ Vlaams volgens jou?

Pr

16

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

17


V OPDRACHT 4: Diversiteit in taal

Stap 1:  Hoe ga je dit doen? Wat heb je ervoor nodig?

Overleg per twee en noteer jullie werkwijze hier:

1 Ons land kent drie officiële talen. Weet je welke? • • •

st uk

Feedback door de leerkracht

Stap 2:  Kleur samen de kladversie van de kaart in die de leerkracht jullie bezorgt.

of d

Feedback door de leerkracht

Stap 3:  Kleur nu de kaart bij oefening 1 op p. 19.

2 Kleur de kaart correct in.

Deze opdracht maak je per twee. Kleur op de kaart in welke delen van ons land: •

hoofdzakelijk Nederlands gesproken wordt : hiervoor gebruik ik de kleur

•

hoofdzakelijk Frans gesproken wordt : hiervoor gebruik ik de kleur

;

•

hoofdzakelijk Duits gesproken wordt : hiervoor gebruik ik de kleur

.

Geert Verlinden

oe

50 km

Pr

0

fh o

3 Hoe zeg je in het … Vul het schema zo goed mogelijk aan. Nederlands

Dank u

Alstublieft

Goeiedag

Frans Engels Duits Spaans

; Italiaans

Volg het stappenplan op de volgende pagina.

Ken je nog andere talen? Vul het schema dan verder aan met alle talen die jullie kennen in de klas.

18

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

19


V OPDRACHT 5: Nationaliteit

V OPDRACHT 6: Symbolen en hun betekenis

De leerkracht bezorgt je een vragenlijst over volgende tekst. Lees de tekst en beantwoord alle vragen.

1 Wat hoort bij elkaar? 1

2

3

Je nationaliteit staat op je identiteitskaart. Ze geeft aan bij welk land jij hoort.

Sinds 1 januari 2020 hebben we een vernieuwde identiteitskaart met twee foto’s, een QR-code en onze vingerafdruk erop.

Foto vooraan links in plaats van rechts

4

BELGA

QR-code voor extra beveiliging Vingerafdrukken opgeslagen op chip

Ook achteraan staan een foto.

20

THEMA A:  IK ALS PERSOON

fh o

oe

Hoe zit het met de kinderen van die Italiaanse man? Hebben die dan de Italiaanse nationaliteit, zoals de papa, of de Belgische nationaliteit, zoals de mama? Ouders en kinderen kunnen dat zelf kiezen. • Bij de geboorte kiezen de mama en de papa een nationaliteit voor de kinderen. Dat kan die van de mama of die van de papa zijn. • Ben je 18 jaar oud, dan kun je zelf kiezen tussen de beide nationaliteiten van je ouders. Opgelet: na je 18 gaat men ervan uit dat je die nationaliteit echt gekozen hebt. Daarna nog veranderen is niet makkelijk.

Er zijn nog andere manieren om Belg te worden. Bijvoorbeeld via naturalisatie of aan de hand van een nationaliteitsverklaring. Je hebt dan een andere nationaliteit en je wenst in plaats daarvan Belg te worden. Denk maar aan een Italiaanse man die al 20 jaar getrouwd is met een Belgische vrouw, al die tijd al in België heeft gewoond en samen met haar twee kinderen heeft. Als die man Italiaan blijft, dan moet hij voor officiële documenten telkens naar de ambassade van zijn land in België. Dat is hij ondertussen beu! Als hij Belg wordt, dan kan hij zijn nieuwe identiteitskaart en officiële documenten afhalen op het gemeentehuis van de gemeente waar hij woont. Net als iedere Belg.

Pr

2

6

of d

1

Jij bent automatisch Belg als: • je beide ouders Belg zijn; • één van je beide ouders Belg is, bijvoorbeeld je moeder, en zij de Belgische nationaliteit voor je aanvraagt; • je geadopteerd wordt door (een) Belgische ouder(s).

5

IJSLAND

ZWEDEN

7

Bron: Het Nieuwsblad

Er zijn verschillende manieren om Belg te worden.

st uk

Nationaliteit: het land waartoe je behoort

3

Er bestaat zelfs zoiets als de dubbele nationaliteit. Dat wil zeggen dat je meer dan één nationaliteit mag/kan hebben. Sommige landen staan dat toe of verplichten dat. Zo heb je bijvoorbeeld steeds de Marokkaanse nationaliteit als een van je beide ouders Marokkaan is. Als je papa Marokkaans is en je mama Belg, dan kun je dus perfect de beide nationaliteiten hebben.

NOORWEGEN

ESTLAND

LETLAND DENEMARKEN

RUSLAND

LITOUWEN

IERLAND

WITRUSLAND VERENIGD KONINKRIJK

POLEN

NEDERLAND

DUITSLAND

BELGIË LUXEMBURG

OEKRAÏNE

TSJECHIË SLOVAKIJE

FRANKRIJK

OOSTENRIJK

ZWITSERLAND

HONGARIJE

ROEMENIË

SLOVENIË

KROATIË BOSNIË EN HERZEGOVINA

SERVIË

ITALIË

BULGARIJE NOORD MACEDONIË

SPANJE

ALBANIË

GRIEKENLAND

PORTUGAL

Paul Hermans

8

9

10

Roberto Rizzi/Shutterstock.com

11

12

Viktoriia Zolotarova/Shutterstock.com

Athenchen

Claudine Van Massenhove/Shutterstock.com

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

21


Snap je het plaatje? Een symbool is een teken dat een bepaalde betekenis heeft. Die betekenis herkennen we allemaal: je hebt er geen of weinig uitleg bij nodig. Zie je een symbool, dan denk je automatisch aan wat het voorstelt/aan de betekenis die het heeft.

De afbeeldingen op de vorige bladzijde kun je in drie groepen verdelen. Denk even na en noteer nadien in elke verzameling de naam van een groep. Noteer vervolgens de nummers van de afbeeldingen in de juiste verzameling.

Symbool staan voor iets: een duidelijk verband hebben met iets Een liedje dat ergens symbool voor staat: een kerstliedje bijvoorbeeld, doet je onmiddellijk denken aan Kerstmis. Een liedje van K3 of Samson doet je denken aan Plopsaland.

st uk

Maar ook een voorwerp, persoon, lied, afbeelding, gebaar … kan symbool staan voor iets of iemand. Je hoort een liedje, ziet een persoon of een voorwerp, je herkent een gebaar … en je legt onmiddellijk het verband met iets of iemand anders.

Een voetballer staat symbool voor zijn club. Een sjaal met de kleuren van de club staat symbool voor die club. En je kent vast het gebaar dat symbool staat voor ‘mag ik een eindje meerijden met jullie auto alstublieft?’

Ken je nog voorbeelden?

2 Symbolen Wat zijn symbolen?

of d

V OPDRACHT 7: Nationale symbolen

fh o

Volgens het woordenboek is een symbool: een bondige verbeelding van een begrip. Symbolen zijn dragers van betekenis. Zo kan een vlag een symbool zijn voor een land, een idee, een gevoel van vrijheid. Het is een vorm van beeldspraak waarbij het verband tussen beeld en object niet gebaseerd is op enig logisch of inhoudelijk verband.

Pr

oe

Dat zijn een heleboel moeilijke woorden na elkaar! Misschien maakt een voorbeeld het iets duidelijker. Waar staan de volgende afbeeldingen symbool voor? Noteer de betekenis onder de afbeelding.

22

THEMA A:  IK ALS PERSOON

Ook landen hebben symbolen: zaken, personen, liedjes … die je onmiddellijk doen denken aan een land. Het officiële symbool van een land is de vlag van een land. Maar ook het nationale volkslied of de nationale feestdag kun je daaraan toevoegen. 1 Vlag Noteer onder elke vlag de naam van het bijbehorende land.

Stap 1:

Dit doe je alleen. Noteer onder elke vlag die je kent de naam van het bijbehorende land.

Stap 2:

Deze doe je met twee. Vergelijk met je buur. Welke vlaggen heb jij en je buur niet? Of omgekeerd? Vul aan.

Stap 3: Deze doe je met vier. Jij en je buur zoeken een ander groepje van twee op. Kijk goed na: kun je nog aanvullen?

Stap 4:

Deze doe je met de klas. We leggen alles samen en kijken of we zo alle oplossingen gevonden hebben.

Stap 5:

Als er nog vlaggen zijn die jullie niet gevonden hebben, mag je ze opzoeken op het internet.

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

23


2 Europa, België of Vlaanderen? Noteer onder elke vlag de passende naam.

st uk

Waar komen vlaggen vandaan?

Pr

Evaluatie

oe

fh o

of d

In het verleden ontstonden vlaggen als legervaandels, die gebruikt werden om op het slagveld vriend van vijand te onderscheiden. Het voeren van vlaggen om het land van oorsprong te onderscheiden, buiten gevechten om, ontstond toen de marinevlag werd ingevoerd tijdens het zeilvaarttijdperk, in de vroege 17e eeuw.

Lukte Stap 2: 'Samenwerken per twee' vlot? Lukte Stap 3: 'Samenwerken met vier' vlot?

Indien nee: leg uit waarom dat volgens jou zo is.

¨ Ja   ¨ Nee ¨ Ja   ¨ Nee

De meeste landen van Europa namen een nationale vlag aan in de loop van de 19e en vroege 20e eeuw, vaak gebaseerd op oudere middeleeuwse oorlogsvlaggen. Zo zijn de kleuren van de Belgische vlag die van het wapenschild van het voormalige hertogdom Brabant. Naar: Wikipedia.be

Wat betekent … ? • De vlag halfstok hangen:   • Een witte vlag:

24

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

25


Karaoke time! Zingen jullie mee?

3 Volkslied Een volkslied of hymne is een lofzang over een bepaald land. Het lied wordt bij officiële gebeurtenissen gespeeld.

Als je op een sportgebeurtenis of iets dergelijks een volkslied hoort, dan krijg je de korte versie: die duurt ongeveer 1 minuut. Voor het Belgisch volkslied (en de meeste anderen) is dat het refrein. Het volledige volkslied is vaak een stuk langer. Het volledige Wilhelmus, het volkslied van Nederland, duurt bijvoorbeeld een kwartier!

Hymne of volkslied: nationaal lied van een land. Lied dat bij een land hoort. a Het Belgisch volkslied: de ‘Brabançonne’ Bij welke gebeurtenissen wordt ons Belgisch volkslied gespeeld?

st uk

b Andere hymnes

Ook Vlaanderen heeft een volkslied: De Vlaamse Leeuw. En ook Wallonië heeft er één: daar zingt men Le Chant des Wallons. Bij officiële gelegenheden laten de Vlaamse Gemeenschap of de Franse gemeenschap hun eigen volkslied horen.

Andere landen hebben uiteraard ook hun eigen volkslied. In Frankrijk zingt men bijvoorbeeld de Marseillaise en in de Verenigde Staten zingt men The Star Spangled Banner.

• Wie van jullie kan het Belgisch volkslied fluiten, of een stukje ervan? • Wie van jullie kan het Belgisch volkslied zingen, of een stukje ervan? Niet gelukt? Geen probleem: je leerkracht bezorgt jullie de tekst.

Is de Franse tekst en de Nederlandstalige tekst dezelfde?

oe

fh o

Pr

Is dat in Nederland ook zo, denk je? Hebben zij ook een tweetalig volkslied? Waarom wel/niet?

Eigenlijk telt ons land niet twee, maar drie officiële talen. Welke taal ontbreekt nog?

26

Omdat die liedjes allemaal al minstens 100 jaar oud zijn, of ouder, hoeft het niet te verwonderen dat ze een beetje verouderd klinken. Ode: ander woord voor loflied/lofzang

De tekst bestaat in twee talen. Waarom is dat zo, denk je?

of d

Toen de Europese Gemeenschap gevormd werd, vond men dat er ook een Europees volkslied bij hoorde. In 1985 koos men de negende symfonie van Ludwig von Beethoven, Ode an die Freude (= ode aan de vreugde) als Europees volkslied. Bij officiële Europese gelegenheden, zoals het Eurovisiesongfestival, hoor je dan ook dat lied. Men laat echter enkel een instrumentale versie horen, zonder tekst. Waarom is dat zo, denk je?

Bekijk de tekst even. Is dit een modern lied? Waarom denk je dat?

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

27


4 Nationale feestdag

V OPDRACHT 8: Identiteit

Verbind elke vlag met de juiste feestdag.

1 De identiteit van Mark

JULI

Je nationaliteit maakt deel uit van je identiteit. Je identiteit is wie je bent. Je bent dan bijvoorbeeld Belg. Maar ook wel meer dan dat toch?

11

Identiteit: alle kenmerken samen die maken wie jij bent.

JULI

14

st uk

DE IDENTITEIT VAN MARK

4 JULI

21

fh o

MEI

of d

JULI

9

België Frankrijk Vlaanderen

Volkslied

Feestdag

Pr

Land/Gebied

oe

Elk land heeft ook zijn nationale feestdag, waarop men viert dat het land bestaat. Natuurlijk laat men daar het volkslied horen. Weet jij welk volkslied waar en wanneer gezongen wordt? Vul de tabel correct aan. Tip: de vorige vraag kan je helpen.

Mark

Belg

Vlaming

man

voetbalfan

sportief

papa

dierenliefhebber

Neem nu Mark: Mark is 45 jaar en voelt zich vooral               en . Daarnaast voelt hij zich ook nog en ook

. En een beetje minder belangrijk, maar toch: hij voelt zich ,

en

. Al die kenmerken samen vormen de identiteit van Mark. Belangrijk is dat je weet dat een identiteit, wie je bent en wat je daarbij voelt, dynamisch is. Dat wil zeggen dat die kan veranderen. Een voorbeeld: wanneer voelen we ons meer Belg dan anders ?

Wanneer zal Mark zich vooral papa gevoeld hebben?

De Verenigde Staten Europa

28

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

29


Wanneer zou Mark zich minder Vlaming kunnen gaan voelen en meer Belg?

Stap 4:

Vervolledig nu het diagram van jouw identiteit. Begin met je belangrijkste identiteitskenmerk. Denk goed na: hoeveel plaats neemt dat in je identiteit in? De helft? Minder? Een kwart?

MIJN IDENTITEIT

2 Wie ben jij? Waaruit bestaat jouw identiteit?

Noteer in het midden van de tabel welke kenmerken deel uitmaken van jouw identiteit. (Ik ben ..., ik voel me vooral …)

Stap 2:

Geef ze daarna een cijfer van 1 tot en met 10 in de eerste kolom. 1 is het kenmerk dat jij het belangrijkst vindt, 10 is het kenmerk dat jij het minst belangrijk vindt.

Stap 3:

Geef elk kenmerk een kleur. Ik ben …, ik voel me vooral …

kleur

%

Pr

oe

fh o

Nr.

of d

Stap 1:

st uk

a Vul je eigen identiteitsdiagram aan.

b Zullen deze kenmerken je hele leven lang je identiteit bepalen? Of kunnen ze veranderen?

U OPDRACHT 9: De verschillende onderdelen van een identiteit ontdekken en begrijpen 1 De identiteit van Sylvia en Yana Sylvia en Yana zijn twee collega’s en goede vriendinnen van elkaar. Ze lijken ook sterk op elkaar, qua identiteitskenmerken. Toch zijn er ook verschillen. Waarin verschillen Sylvia en Yana van elkaar? Bekijk de diagrammen op de volgende pagina en zoek de verschillen.

Je kunt dit samen met je leerkracht wiskunde omzetten naar percentages in de 4e kolom.

30

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

31


DE IDENTITEIT VAN SYLVIA

5 Sylvia leert een man kennen met wie het klikt. Maar hij vindt haar vriendinnen niet zo leuk. Zal Sylvia daarmee een probleem hebben? Leg uit.

DE IDENTITEIT VAN YANA

U OPDRACHT 10: Nog meer symbolen

st uk

Een vlag staat symbool voor een land. Een volkslied en een nationale feestdag ook. Je ziet de vlag, hoort het lied … en denkt spontaan aan het land. Maar daar stopt het niet bij. Welke zaken, voorwerpen en personen doen je allemaal denken aan een bepaald land? Wat is typisch Belgisch?

vriendinnen   dierenliefhebster  leerkracht

Belg  vrouw   mooie kleren  sportief

2 Welke drie kenmerken zijn het belangrijkst voor hun identiteit?

• Yana: • Sylvia:

Vul de drie mindmaps aan met alles wat je doet denken aan die landen: personen, gebouwen, voorwerpen, plaatsen, liedjes, films, kleding, cultuur, voeding …

WAT DOET JE ALLEMAAL DENKEN AAN: BELGIË

Pr

3 Welk(e) kenmerk(en) zijn het minst belangrijk voor de identiteit van … ?

oe

Yana

fh o

Noteer in de passende kolom. Sylvia

Typisch: kenmerkend, iets wat precies bij iets of iemand past

vriendinnen   dierenliefhebster  leerkracht

of d

Belg  vrouw   mooie kleren  sportief

4 Yana ontmoet een man die ze wel ziet zitten, maar die niet zo van dieren houdt. Vindt Yana dat een probleem voor een mogelijke relatie?

32

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

33


R OPDRACHT 11: Evalueer jezelf Beheers je deze vaardigheden goed of kan het nog beter? Zet een kruisje in de juiste kolom. Ik kan het.

Hier kan ik nog groeien.

Ik kan met een voorbeeld uitleggen dat mijn identiteit niet uit één kenmerk, maar uit meer kenmerken bestaat.

¨

¨

Ik kan met een voorbeeld uitleggen dat mijn identiteit niet mijn hele leven lang door dezelfde kenmerken bepaald zal worden.

¨

¨

Ik kan voorbeelden geven van hoe andere culturen en andere landen het leven in België beïnvloed hebben.

¨

¨

Ik kan samenwerken per twee of in een groep.

¨

¨

Ik ken de symbolen van Vlaanderen (vlag, feestdag, lied).

¨

¨

Ik ken de symbolen van België (vlag, feestdag, lied).

¨

¨

Ik ken de symbolen van Europa (vlag, feestdag, lied).

¨

¨

Ik kan ontbrekende informatie vlot opzoeken op het internet.

¨

¨

Checklist

Pr

WAT DOET JE ALLEMAAL DENKEN AAN: JAPAN

oe

fh o

of d

st uk

WAT DOET JE ALLEMAAL DENKEN AAN: DE USA

34

THEMA A:  IK ALS PERSOON

HOOFDSTUK 2:  Wie ben ik?

35


st uk of d fh o oe

Pr 36

THEMA A:  IK ALS PERSOON


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Mavo & ik - inkijkhoofdstukken thema A by VAN IN - Issuu