Skip to main content

TALENT 3 - Als Tibbe heel rijk was L

Page 1

Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.

CVR_TALENT_LJ3_4mm.indd 6

Als Tibbe heel rijk was | Do Van Ranst

Tibbe droomt ervan om voetballer te worden. Wielrenner zou ook wel kunnen. Of een beroemde tennisspeler. Dan zou hij heel rijk zijn en zouden al zijn problemen opgelost zijn. Als hij jarig is, krijgt hij van zijn ouders een som geld cadeau. Niet genoeg voor al zijn dromen, maar wel voor het begin van een droom ‌

Als Tibbe heel rijk was Do Van Ranst | Gemma de Waard

3

26/10/17 12:51


Titel

auteur | illustrator 3

Als Tibbe heel rijk was Do Van Ranst | Gemma de Waard


1 Tibbe zit aan tafel te knippen. “Stop je tong in je mond”, lacht mama. Tibbe doet wat mama zegt en knipt verder. “Weer een fietser?”, vraagt mama. “Een wielrenner”, hapt Tibbe. “Fietsers zijn geen wielrenners, mam.” Als hij ermee klaar is, lijmt hij de plaatjes in een boek. Papa komt de keuken in. Hij aait Tibbe over het hoofd. Tibbe gromt. “Ik ben al elf, hoor!” Papa kijkt over zijn schouder in het boek. “Deze keer plak je fietsers?”, vraagt hij. “Wielrenners”, zeggen Tibbe en mama tegelijk. Ze lachen. “Zou je dat willen doen?”, vraagt papa. Hij kijkt mama’s richting uit. Ze zucht. Ook papa zucht. Tibbe haalt zijn schouder op. “Weet ik niet”, zegt hij. “Het zou kunnen”, zegt papa dan. Hij neemt een brik sap uit de koelkast. “Ik ken wel iemand die zulke fietsen kan maken”, zegt hij. “Het liefst word ik voetballer”, zegt Tibbe stil. “Dat weten we”, zegt mama. 3


1 Tibbe zit aan tafel te knippen. “Stop je tong in je mond”, lacht mama. Tibbe doet wat mama zegt en knipt verder. “Weer een fietser?”, vraagt mama. “Een wielrenner”, hapt Tibbe. “Fietsers zijn geen wielrenners, mam.” Als hij ermee klaar is, lijmt hij de plaatjes in een boek. Papa komt de keuken in. Hij aait Tibbe over het hoofd. Tibbe gromt. “Ik ben al elf, hoor!” Papa kijkt over zijn schouder in het boek. “Deze keer plak je fietsers?”, vraagt hij. “Wielrenners”, zeggen Tibbe en mama tegelijk. Ze lachen. “Zou je dat willen doen?”, vraagt papa. Hij kijkt mama’s richting uit. Ze zucht. Ook papa zucht. Tibbe haalt zijn schouder op. “Weet ik niet”, zegt hij. “Het zou kunnen”, zegt papa dan. Hij neemt een brik sap uit de koelkast. “Ik ken wel iemand die zulke fietsen kan maken”, zegt hij. “Het liefst word ik voetballer”, zegt Tibbe stil. “Dat weten we”, zegt mama. 3


Ze gaat staan. Ze neemt de leiband van het kastje naast de tuindeur. “Balou, een eindje om!”, roept ze. Balou rent de keuken in. Bij Tibbe blijft hij even staan. Hij legt zijn kop op Tibbes schoot. Tibbe aait hem en zegt: “Ga, Balou!” De hond gaat voor mama zitten. Ze doet hem de leiband om. Balou kwispelt en trekt mama naar buiten. Papa gaat met twee glazen sap aan de tafel zitten. Ze drinken samen. “Waarom voetballer?”, vraagt papa. Tibbe somt namen op van voetballers. “Die kerels verdienen massa’s geld!”, roept Tibbe uit. “Wielrenners ook, hoor”, zegt papa. Hij kijkt naar de knipsels in het boek van Tibbe. “Tennissers ook”, zegt Tibbe. “Die ook”, zegt papa.

4

5


Ze gaat staan. Ze neemt de leiband van het kastje naast de tuindeur. “Balou, een eindje om!”, roept ze. Balou rent de keuken in. Bij Tibbe blijft hij even staan. Hij legt zijn kop op Tibbes schoot. Tibbe aait hem en zegt: “Ga, Balou!” De hond gaat voor mama zitten. Ze doet hem de leiband om. Balou kwispelt en trekt mama naar buiten. Papa gaat met twee glazen sap aan de tafel zitten. Ze drinken samen. “Waarom voetballer?”, vraagt papa. Tibbe somt namen op van voetballers. “Die kerels verdienen massa’s geld!”, roept Tibbe uit. “Wielrenners ook, hoor”, zegt papa. Hij kijkt naar de knipsels in het boek van Tibbe. “Tennissers ook”, zegt Tibbe. “Die ook”, zegt papa.

4

5


2 “Toen ik erover begon, ging mama snel met onze hond weg”, zegt Tibbe. Hij is met zijn vriend Ilias op weg naar school. Ilias haalt zijn schouders op. “Wat bedoel je?” “Elke keer ik erover praat, maakt ze zich snel uit de voeten.” “Omdat ze het niet wil horen?”, vraagt Ilias. “Precies.” “Doet mijn moeder ook altijd als ik over het nieuwe spel van Stayplation begin”, bromt Ilias. “Wat heeft dat er nou mee te maken?”, wil Tibbe weten.

“Nou, alles. Dan zegt ze: ‘Ik ga nu even joggen, hoor’. En weg is ze.” Tibbe begrijpt het nog steeds niet. Zo kijkt hij ook. “Zo’n spel kost wel zeshonderd euro. Nog in geen duizend jaar krijg ik zo’n ding.” Tibbe houdt halt, vlak voor de schoolpoort. Ilias kijkt achterom. “Waar blijf je, Tibs? We hebben nog één minuut en half.” Meester Bakker, die vandaag toezicht houdt, knikt. “Goed gerekend, Ilias.” Hij kijkt lachend op zijn horloge. Ilias zet enkele stappen terug, tot hij bij Tibbe is. Tibbe kijkt hem boos aan. “Wat?” “Dus je wilt zeggen dat ik in geen duizend jaar voetballer word?” Ilias bloost. “Ik bedoel …” “Dat bedoel je”, zegt Tibbe. En weg is hij. Nog voor Ilias is hij aan de andere kant van de poort. Hij kijkt niet eens meer om. “En Tibbe wint!”, roept meester Bakker uit. Alsof hij weet dat ze het over sport hebben. Ilias haalt zijn schouders op. Tibbe heeft het altijd over sport. 7


2 “Toen ik erover begon, ging mama snel met onze hond weg”, zegt Tibbe. Hij is met zijn vriend Ilias op weg naar school. Ilias haalt zijn schouders op. “Wat bedoel je?” “Elke keer ik erover praat, maakt ze zich snel uit de voeten.” “Omdat ze het niet wil horen?”, vraagt Ilias. “Precies.” “Doet mijn moeder ook altijd als ik over het nieuwe spel van Stayplation begin”, bromt Ilias. “Wat heeft dat er nou mee te maken?”, wil Tibbe weten.

“Nou, alles. Dan zegt ze: ‘Ik ga nu even joggen, hoor’. En weg is ze.” Tibbe begrijpt het nog steeds niet. Zo kijkt hij ook. “Zo’n spel kost wel zeshonderd euro. Nog in geen duizend jaar krijg ik zo’n ding.” Tibbe houdt halt, vlak voor de schoolpoort. Ilias kijkt achterom. “Waar blijf je, Tibs? We hebben nog één minuut en half.” Meester Bakker, die vandaag toezicht houdt, knikt. “Goed gerekend, Ilias.” Hij kijkt lachend op zijn horloge. Ilias zet enkele stappen terug, tot hij bij Tibbe is. Tibbe kijkt hem boos aan. “Wat?” “Dus je wilt zeggen dat ik in geen duizend jaar voetballer word?” Ilias bloost. “Ik bedoel …” “Dat bedoel je”, zegt Tibbe. En weg is hij. Nog voor Ilias is hij aan de andere kant van de poort. Hij kijkt niet eens meer om. “En Tibbe wint!”, roept meester Bakker uit. Alsof hij weet dat ze het over sport hebben. Ilias haalt zijn schouders op. Tibbe heeft het altijd over sport. 7


3 Vandaag is het turnles. Tibbe kijkt toe vanaf de kant. Als hij wilde, mocht hij van juffrouw Stien kegels zetten. Maar Tibbe wilde niet. Juf Stien had diep gezucht. “Dan niet”, mompelde ze. Ze basketballen. Tibbe heeft geen zin om mee te doen. Het hoeft ook niet van juf Stien. “Als je het echt niet wilt …”, zegt ze. Tibbe houdt er niet van dat ze dan een beetje doet alsof hij een kleuter is. “We starten!”, roept ze uit. Gert dribbelt naar het punt vanwaar hij wil scoren. Hij gaat voor een driepunter, weet Tibbe. Gert is de beste. Hij heeft al tien ballen vanaf een verre afstand in de ring gekeild. De jongens van de klas fluiten op hun vingers. De meisje giechelen, iedere keer hij scoort. En kijken! Tibbe krijgt er wat van. Gert zit nog maar pas bij hen op school. In de klas is hij niet bij de besten, maar in de turnles is hij niet te kloppen. Toen juf Stien haar duim naar hem opstak, antwoordde hij: “Dat heb ik van mijn pa.” 8

“Is je pa dan zo’n goede sportman?”, vroeg ze. “Een topsportman”, antwoordde Gert droogjes. Tibbe had het maar typisch gevonden. De bal komt bij Tibbe terecht. Hij kan hem nog net vangen. Bijna raakte de bal zijn maag. Juffrouw Stien houdt haar adem in. Ze kijkt een beetje boos naar Gert. Maar ze zegt niks. Zou Gert het erom hebben gedaan, vraagt Tibbe zich af. Misschien om stoer te doen. Voor de meisjes, natuurlijk. Gerts mond valt bijna open, omdat Tibbe de snelle bal heeft kunnen vangen. Ook die van Ilias en Wannes. “Gooi terug, Tibbe.” Wannes klinkt alsof Tibbe de bal al een uur vastheeft. Tibbe gooit de bal hard naar de ring. Hij mist, maar het scheelt bijna niks. Weer kijken de jongens hem aan. Juf Stien fluit de les uit. Als ze voorbij Tibbe loopt, knipoogt ze. “Dat deed je goed, Tibbe.” Tibbe voelt zijn wangen gloeien. “Haal je de kegels op?”, vraagt de juf. Tibbe knikt. Die avond knipt hij weer prentjes. “Basketbal?”, vraagt mama, als ze met kopjes voorbij de tafel loopt. Tibbe antwoordt niet. 9


3 Vandaag is het turnles. Tibbe kijkt toe vanaf de kant. Als hij wilde, mocht hij van juffrouw Stien kegels zetten. Maar Tibbe wilde niet. Juf Stien had diep gezucht. “Dan niet”, mompelde ze. Ze basketballen. Tibbe heeft geen zin om mee te doen. Het hoeft ook niet van juf Stien. “Als je het echt niet wilt …”, zegt ze. Tibbe houdt er niet van dat ze dan een beetje doet alsof hij een kleuter is. “We starten!”, roept ze uit. Gert dribbelt naar het punt vanwaar hij wil scoren. Hij gaat voor een driepunter, weet Tibbe. Gert is de beste. Hij heeft al tien ballen vanaf een verre afstand in de ring gekeild. De jongens van de klas fluiten op hun vingers. De meisje giechelen, iedere keer hij scoort. En kijken! Tibbe krijgt er wat van. Gert zit nog maar pas bij hen op school. In de klas is hij niet bij de besten, maar in de turnles is hij niet te kloppen. Toen juf Stien haar duim naar hem opstak, antwoordde hij: “Dat heb ik van mijn pa.” 8

“Is je pa dan zo’n goede sportman?”, vroeg ze. “Een topsportman”, antwoordde Gert droogjes. Tibbe had het maar typisch gevonden. De bal komt bij Tibbe terecht. Hij kan hem nog net vangen. Bijna raakte de bal zijn maag. Juffrouw Stien houdt haar adem in. Ze kijkt een beetje boos naar Gert. Maar ze zegt niks. Zou Gert het erom hebben gedaan, vraagt Tibbe zich af. Misschien om stoer te doen. Voor de meisjes, natuurlijk. Gerts mond valt bijna open, omdat Tibbe de snelle bal heeft kunnen vangen. Ook die van Ilias en Wannes. “Gooi terug, Tibbe.” Wannes klinkt alsof Tibbe de bal al een uur vastheeft. Tibbe gooit de bal hard naar de ring. Hij mist, maar het scheelt bijna niks. Weer kijken de jongens hem aan. Juf Stien fluit de les uit. Als ze voorbij Tibbe loopt, knipoogt ze. “Dat deed je goed, Tibbe.” Tibbe voelt zijn wangen gloeien. “Haal je de kegels op?”, vraagt de juf. Tibbe knikt. Die avond knipt hij weer prentjes. “Basketbal?”, vraagt mama, als ze met kopjes voorbij de tafel loopt. Tibbe antwoordt niet. 9


4 Tibbe kijkt met papa en Balou naar het sportnieuws. Rinaldi wint de Gouden Bal. Kantelara rijdt honderd kilometer op kop en pakt goud. Tom Dunc scoort twaalf driepunters. “Vandaag scoorde ik bijna”, zegt Tibbe dan. “In de turnles?”, vraagt papa. Hij zapt de televisie uit. “Basketbal”, antwoordt Tibbe. Papa gaat heel dicht bij Tibbe zitten en kijkt hem blij aan. “Echt?” Tibbe knikt trots. “Gert gooide de bal naar mij en ik gooide heel hard terug. Maar dan niet naar Gert, maar naar de ring. Heel hard en heel precies.” “Bijna raak?”, vraagt papa. “Het scheelde haast niks.” Papa legt zijn hand op Tibbes knie. Hij knijpt erin. Tibbe voelt het niet. Papa mag zo hard knijpen als hij wil. “Het doet me plezier dat je meedeed vandaag, Tibbe”, zegt papa. Tibbe knikt. Hij zegt niet dat hij ook liever aan de kant was blijven staan. Hoe hard juf Stien ook zeurde. 12

Tibbe heeft geen zin om steeds in de weg te rijden bij basket. Juf Stien kiest vaak juist die sport uit omdat Tibbe daar wel aan kan meedoen. Er zijn veel sporten waar hij niet aan kan meedoen. Basket lukt goed. Maar Tibbe weet wat de anderen denken: als Tibbe meedoet, moeten we steeds lage passen geven. Als Tibbe meedoet, gaat het een stuk trager. Gert en Wannes zouden zeuren dat ze nu minder punten kunnen pakken. Tibbe kan het hen zo horen zeggen: “Doen we nu een spelletje zonder hem?” Tibbe heeft het hen nog nooit echt zo horen zeggen, maar hij kan het hen zien denken. Die Tibbe in zijn stomme rolstoel!

13


4 Tibbe kijkt met papa en Balou naar het sportnieuws. Rinaldi wint de Gouden Bal. Kantelara rijdt honderd kilometer op kop en pakt goud. Tom Dunc scoort twaalf driepunters. “Vandaag scoorde ik bijna”, zegt Tibbe dan. “In de turnles?”, vraagt papa. Hij zapt de televisie uit. “Basketbal”, antwoordt Tibbe. Papa gaat heel dicht bij Tibbe zitten en kijkt hem blij aan. “Echt?” Tibbe knikt trots. “Gert gooide de bal naar mij en ik gooide heel hard terug. Maar dan niet naar Gert, maar naar de ring. Heel hard en heel precies.” “Bijna raak?”, vraagt papa. “Het scheelde haast niks.” Papa legt zijn hand op Tibbes knie. Hij knijpt erin. Tibbe voelt het niet. Papa mag zo hard knijpen als hij wil. “Het doet me plezier dat je meedeed vandaag, Tibbe”, zegt papa. Tibbe knikt. Hij zegt niet dat hij ook liever aan de kant was blijven staan. Hoe hard juf Stien ook zeurde. 12

Tibbe heeft geen zin om steeds in de weg te rijden bij basket. Juf Stien kiest vaak juist die sport uit omdat Tibbe daar wel aan kan meedoen. Er zijn veel sporten waar hij niet aan kan meedoen. Basket lukt goed. Maar Tibbe weet wat de anderen denken: als Tibbe meedoet, moeten we steeds lage passen geven. Als Tibbe meedoet, gaat het een stuk trager. Gert en Wannes zouden zeuren dat ze nu minder punten kunnen pakken. Tibbe kan het hen zo horen zeggen: “Doen we nu een spelletje zonder hem?” Tibbe heeft het hen nog nooit echt zo horen zeggen, maar hij kan het hen zien denken. Die Tibbe in zijn stomme rolstoel!

13


“Wil je bij een club?”, vraagt papa. Hij kijkt vragend naar Tibbe. Dat gesprek hadden ze al vaker over andere sporten die Tibbe zou kunnen: rolstoelrugby, tennis, hockey, wheelen. Wheelen is eigenlijk hardlopen, maar dan in een rolstoel. Papa heeft lang geprobeerd om Tibbe zin te doen krijgen voor die sport. Maar Tibbe heeft er geen oren naar. Ook nu schudt hij nee. “Maar waarom niet?”, vraagt papa. “Misschien word je wel een ster!” “Niet zoals Dunc”, zegt Tibbe. “En al helemaal niet als Rinaldi of Kantelara!” “Waarom loop je zo hoog op met al die wereldsterren!”, roept papa. Tibbe schrikt ervan. Mama komt de woonkamer in. “Wat is er?” Papa gaat met zijn handen diep in zijn zakken bij het raam staan. Hij zwijgt. “Ze zijn miljonair”, fluistert Tibbe. Papa draait zich met een ruk om. Hij zou nog een keer kunnen roepen. Mama sust hem. “Rustig nu.” “Geld …”, zegt mama. “Geld maakt niet gelukkig, hoor.” 14

“Wel!”, zegt Tibbe. “Mensen met heel veel geld zitten niet in een stomme rolstoel!” Papa kijkt naar buiten. Het is pikdonker. Mama bijt op haar onderlip. Ze slikt iets weg.

15


“Wil je bij een club?”, vraagt papa. Hij kijkt vragend naar Tibbe. Dat gesprek hadden ze al vaker over andere sporten die Tibbe zou kunnen: rolstoelrugby, tennis, hockey, wheelen. Wheelen is eigenlijk hardlopen, maar dan in een rolstoel. Papa heeft lang geprobeerd om Tibbe zin te doen krijgen voor die sport. Maar Tibbe heeft er geen oren naar. Ook nu schudt hij nee. “Maar waarom niet?”, vraagt papa. “Misschien word je wel een ster!” “Niet zoals Dunc”, zegt Tibbe. “En al helemaal niet als Rinaldi of Kantelara!” “Waarom loop je zo hoog op met al die wereldsterren!”, roept papa. Tibbe schrikt ervan. Mama komt de woonkamer in. “Wat is er?” Papa gaat met zijn handen diep in zijn zakken bij het raam staan. Hij zwijgt. “Ze zijn miljonair”, fluistert Tibbe. Papa draait zich met een ruk om. Hij zou nog een keer kunnen roepen. Mama sust hem. “Rustig nu.” “Geld …”, zegt mama. “Geld maakt niet gelukkig, hoor.” 14

“Wel!”, zegt Tibbe. “Mensen met heel veel geld zitten niet in een stomme rolstoel!” Papa kijkt naar buiten. Het is pikdonker. Mama bijt op haar onderlip. Ze slikt iets weg.

15


5 Die avond kijkt mama met Tibbe naar foto’s en filmpjes op het internet. Ze laat hem een zanger zien die blind is. Het publiek juicht en gilt. “De grote componist, Beethoven, die was doof”, zegt mama. Maar Tibbe haalt zijn schouders op. Van Beethoven heeft hij nog nooit gehoord. Mama toont een filmpje van een slimme professor. Hij zit in een rolstoel. Hij spreekt over ingewikkelde dingen voor wel duizend mensen. Stil zitten ze naar de man te luisteren. Sommigen op het puntje van hun stoel. “En allemaal miljonair, hoor”, zegt mama. Tibbe slikt. Hij staart naar het scherm. “Ik dacht …” “Dat mensen met een beperking niks kunnen?” Tibbe knikt en kijkt naar de professor, naar het publiek. “Waw”, zegt hij. Daar is mama blij om. “Juist”, zegt ze. “Waw!” Ze drukt haar neus tegen zijn wang. Daarna kijkt ze hem streng aan. “Maar zet dat miljonair worden maar beter uit je hoofd.”

16

Tibbe blaast. Een beetje nep. “Echt?”, piept hij. “Al was je rijker dan de president van Amerika, dat zou niks veranderen, Tibbe”, zegt mama. Ze laat haar blik langs de posters van de helden op zijn kamer glijden: Kantelara, Rinaldi en nog andere beroemde sportmensen. Posters van bands en zangers ook. Tibbe lacht. Mama lacht omdat hij lacht. “Wat?” “Dat zou wel een heleboel veranderen”, zegt Tibbe. Hij somt een aantal dure auto’s op, enkele games en de vetste sneakers. “Oké, al dat geld verandert natuurlijk wel iets”, zegt mama. “Maar niks aan mij!”, zegt Tibbe. Mama weet niet meteen wat te zeggen. Dan knikt ze. “Niet echt iets aan jou”, zegt ze. “Ik zou het ook niet willen ook. Je bent perfect.” Mama drukt zijn gezicht tegen haar borst. Dat vindt hij heerlijk. Als mama hem weer loslaat, zegt Tibbe: “Als ik heel, heel, heel rijk was …”


5 Die avond kijkt mama met Tibbe naar foto’s en filmpjes op het internet. Ze laat hem een zanger zien die blind is. Het publiek juicht en gilt. “De grote componist, Beethoven, die was doof”, zegt mama. Maar Tibbe haalt zijn schouders op. Van Beethoven heeft hij nog nooit gehoord. Mama toont een filmpje van een slimme professor. Hij zit in een rolstoel. Hij spreekt over ingewikkelde dingen voor wel duizend mensen. Stil zitten ze naar de man te luisteren. Sommigen op het puntje van hun stoel. “En allemaal miljonair, hoor”, zegt mama. Tibbe slikt. Hij staart naar het scherm. “Ik dacht …” “Dat mensen met een beperking niks kunnen?” Tibbe knikt en kijkt naar de professor, naar het publiek. “Waw”, zegt hij. Daar is mama blij om. “Juist”, zegt ze. “Waw!” Ze drukt haar neus tegen zijn wang. Daarna kijkt ze hem streng aan. “Maar zet dat miljonair worden maar beter uit je hoofd.”

16

Tibbe blaast. Een beetje nep. “Echt?”, piept hij. “Al was je rijker dan de president van Amerika, dat zou niks veranderen, Tibbe”, zegt mama. Ze laat haar blik langs de posters van de helden op zijn kamer glijden: Kantelara, Rinaldi en nog andere beroemde sportmensen. Posters van bands en zangers ook. Tibbe lacht. Mama lacht omdat hij lacht. “Wat?” “Dat zou wel een heleboel veranderen”, zegt Tibbe. Hij somt een aantal dure auto’s op, enkele games en de vetste sneakers. “Oké, al dat geld verandert natuurlijk wel iets”, zegt mama. “Maar niks aan mij!”, zegt Tibbe. Mama weet niet meteen wat te zeggen. Dan knikt ze. “Niet echt iets aan jou”, zegt ze. “Ik zou het ook niet willen ook. Je bent perfect.” Mama drukt zijn gezicht tegen haar borst. Dat vindt hij heerlijk. Als mama hem weer loslaat, zegt Tibbe: “Als ik heel, heel, heel rijk was …”


“Niks áls of dán”, zegt mama. “Ik wil niet dat jij zo hebberig doet, Tibs. Dat lijkt nergens naar! We hebben alles wat we nodig hebben. Kijk maar naar het nieuws en in de krant. Kinderen zat die het met minder dan niks moeten zien te redden.” Mama klinkt best boos. Maar Tibbe maakt zijn zin toch af. “Dan kocht ik een stel goede benen”, zegt hij. “Dan had die zanger al lang een stel andere ogen gekocht”, zegt mama. “En Beethoven nieuwe oren. En die professor …” “Jajaja”, doet Tibbe. “Ik snap het wel. Maar ik mag toch dromen?” Hij knipoogt. Mama knikt. “Dat mag je. Dat deden die zanger, de componist en de prof ook en dat zorgde voor hun succes. Dromen én ervoor gaan, Tibbe.” “Mama, je zeurt”, knipoogt Tibbe. Mama steekt haar tong uit. “Slaapwel.”

18

19


“Niks áls of dán”, zegt mama. “Ik wil niet dat jij zo hebberig doet, Tibs. Dat lijkt nergens naar! We hebben alles wat we nodig hebben. Kijk maar naar het nieuws en in de krant. Kinderen zat die het met minder dan niks moeten zien te redden.” Mama klinkt best boos. Maar Tibbe maakt zijn zin toch af. “Dan kocht ik een stel goede benen”, zegt hij. “Dan had die zanger al lang een stel andere ogen gekocht”, zegt mama. “En Beethoven nieuwe oren. En die professor …” “Jajaja”, doet Tibbe. “Ik snap het wel. Maar ik mag toch dromen?” Hij knipoogt. Mama knikt. “Dat mag je. Dat deden die zanger, de componist en de prof ook en dat zorgde voor hun succes. Dromen én ervoor gaan, Tibbe.” “Mama, je zeurt”, knipoogt Tibbe. Mama steekt haar tong uit. “Slaapwel.”

18

19


6 De volgende ochtend komt de zon al heel vroeg door de gordijnen piepen. Tibbe knippert met de ogen en geeuwt. Hij heeft nog zin om lang te blijven liggen. Als hij zijn deken wat hoger over zich heen legt, voelt hij iets naast zich. Een pakje, uit papier. Een cadeau? Het is een omslag met iets erin wat dikker is dan een gewone brief. Nieuwsgierig doet hij hem open. In de omslag zit geld. Er schiet van alles door zijn hoofd heen: schatrijk, miljonair, nieuwe benen, dromen. Er zit een briefje bij het geld: Het is vast niet genoeg voor ál je dromen, maar misschien wel een begin van eentje. Mam en Pap.

20

Alsof ze weten wat hij denkt. Tibbe begrijpt er niks van. Hij telt het geld. Het is best veel. Hij telt nog een keer. En nog een keer. Papa en mama staan even later bij hem op de kamer. Tibbe stelt wel duizend vragen, maar ze zeggen niks. “Wassen en aankleden”, zegt mama dan. Samen met papa tilt ze Tibbe uit bed om de dag in te zetten. Daarna rijden ze een heel eind. “Geen vragen meer”, zegt papa heel de tijd. Onderweg pikken ze Ilias op, want Tibbe heeft dat van het geld in zijn bed in een berichtje naar zijn beste vriend gestuurd.

21


6 De volgende ochtend komt de zon al heel vroeg door de gordijnen piepen. Tibbe knippert met de ogen en geeuwt. Hij heeft nog zin om lang te blijven liggen. Als hij zijn deken wat hoger over zich heen legt, voelt hij iets naast zich. Een pakje, uit papier. Een cadeau? Het is een omslag met iets erin wat dikker is dan een gewone brief. Nieuwsgierig doet hij hem open. In de omslag zit geld. Er schiet van alles door zijn hoofd heen: schatrijk, miljonair, nieuwe benen, dromen. Er zit een briefje bij het geld: Het is vast niet genoeg voor ál je dromen, maar misschien wel een begin van eentje. Mam en Pap.

20

Alsof ze weten wat hij denkt. Tibbe begrijpt er niks van. Hij telt het geld. Het is best veel. Hij telt nog een keer. En nog een keer. Papa en mama staan even later bij hem op de kamer. Tibbe stelt wel duizend vragen, maar ze zeggen niks. “Wassen en aankleden”, zegt mama dan. Samen met papa tilt ze Tibbe uit bed om de dag in te zetten. Daarna rijden ze een heel eind. “Geen vragen meer”, zegt papa heel de tijd. Onderweg pikken ze Ilias op, want Tibbe heeft dat van het geld in zijn bed in een berichtje naar zijn beste vriend gestuurd.

21


Voor de poort van een soort pakhuis houdt mama halt. “En nu, en nu, en nu?”, zeurt Tibbe. “Je lijkt wel acht”, lacht papa. “Net een peuter”, zegt Ilias. Hij krijgt een stomp van Tibbe. Papa belt een keer aan. Achter de deur antwoordt een mannenstem: “Marius?” “Inderdaad, Bastiaan, goed volk”, antwoordt papa. In het magazijn staan wel twintig rolstoelen door elkaar heen op een sportvloer. En op kleine podia en achter glas onder spots, tussen bekers en medailles. De man van het pakhuis zit in een rolstoel. Dat ziet Tibbe pas als hij al een eind naar binnen is gereden. Bastiaan heeft spieren als een bodybuilder. Tibbe rijdt langs de rolwagens. Ze zien er heel anders uit dan die van hem. Ze hebben schuine wielen en zien er een stuk lichter uit. Bij een van de stoelen hangen foto’s van Bastiaan. Hij zit in precies zo’n stoel en doet ermee aan hockey. Op een andere foto doet hij aan basket. “Die schuine wielen zorgen ervoor dat je niet omvalt bij het sporten”, hoort Tibbe Bastiaan zeggen. “Want het kan hard gaan, hoor!” Bastiaan lacht. 22

“Hoeveel weegt zo’n stoel nou, Bastiaan?”, vraagt papa. “Drie keer minder dan die”, antwoordt hij. Hij wijst naar de stoel van Tibbe. Tibbe wil protesteren. Voor de grap, natuurlijk. Hij denkt: Hé, hebt u wat tegen mijn racemobiel, meneer? Maar Bastiaan zegt: “Mijn zoon kent jou heel goed.” “Uw zoon?”, vraagt Tibbe. Bastiaan knikt. Hij kijkt over zijn schouder en roept: “Gert?!” Tibbe denkt nog na over de naam, maar Ilias weet het meteen: “Gert, die nieuwe stoere uit de klas.” Hij slaat zijn hand voor zijn mond, maar Bastiaan vindt het grappig. “Dat is zeker mijn zoon”, lacht hij. Gert komt in de toonzaal gelopen. Hij houdt halt als hij Tibbe en Ilias ziet. Gert weet niet meteen wat zeggen. Tibbe en Ilias ook niet. “Hoi!”, zeggen mama en papa tegelijk. “Hé, hoi”. Gert steekt zijn hand op. Hij lijkt wel verlegen. Heel anders dan op school. Even weten ze niet wat te zeggen. Tibbe breekt het ijs dan maar: “Ik wist niet …”

23


Voor de poort van een soort pakhuis houdt mama halt. “En nu, en nu, en nu?”, zeurt Tibbe. “Je lijkt wel acht”, lacht papa. “Net een peuter”, zegt Ilias. Hij krijgt een stomp van Tibbe. Papa belt een keer aan. Achter de deur antwoordt een mannenstem: “Marius?” “Inderdaad, Bastiaan, goed volk”, antwoordt papa. In het magazijn staan wel twintig rolstoelen door elkaar heen op een sportvloer. En op kleine podia en achter glas onder spots, tussen bekers en medailles. De man van het pakhuis zit in een rolstoel. Dat ziet Tibbe pas als hij al een eind naar binnen is gereden. Bastiaan heeft spieren als een bodybuilder. Tibbe rijdt langs de rolwagens. Ze zien er heel anders uit dan die van hem. Ze hebben schuine wielen en zien er een stuk lichter uit. Bij een van de stoelen hangen foto’s van Bastiaan. Hij zit in precies zo’n stoel en doet ermee aan hockey. Op een andere foto doet hij aan basket. “Die schuine wielen zorgen ervoor dat je niet omvalt bij het sporten”, hoort Tibbe Bastiaan zeggen. “Want het kan hard gaan, hoor!” Bastiaan lacht. 22

“Hoeveel weegt zo’n stoel nou, Bastiaan?”, vraagt papa. “Drie keer minder dan die”, antwoordt hij. Hij wijst naar de stoel van Tibbe. Tibbe wil protesteren. Voor de grap, natuurlijk. Hij denkt: Hé, hebt u wat tegen mijn racemobiel, meneer? Maar Bastiaan zegt: “Mijn zoon kent jou heel goed.” “Uw zoon?”, vraagt Tibbe. Bastiaan knikt. Hij kijkt over zijn schouder en roept: “Gert?!” Tibbe denkt nog na over de naam, maar Ilias weet het meteen: “Gert, die nieuwe stoere uit de klas.” Hij slaat zijn hand voor zijn mond, maar Bastiaan vindt het grappig. “Dat is zeker mijn zoon”, lacht hij. Gert komt in de toonzaal gelopen. Hij houdt halt als hij Tibbe en Ilias ziet. Gert weet niet meteen wat zeggen. Tibbe en Ilias ook niet. “Hoi!”, zeggen mama en papa tegelijk. “Hé, hoi”. Gert steekt zijn hand op. Hij lijkt wel verlegen. Heel anders dan op school. Even weten ze niet wat te zeggen. Tibbe breekt het ijs dan maar: “Ik wist niet …”

23


24

25


24

25


“Dat mijn vader …”, maakt Gert de zin af. Hij wijst even naar de rolstoel. “Dat hij zo’n coole winkel heeft”, zegt Tibbe. Daar moet iedereen om lachen. “Maakt hij allemaal zelf, hoor”, zegt Gert. Een beetje stoer. Eindelijk.

26

7 Mama en papa kijken afwachtend naar Tibbe. Ilias en Gert ook. Maar Tibbe zegt of doet een hele tijd niks. Papa gaat gehurkt bij Tibbe staan. “Ik heb je nog nooit zo trots zien glunderen als eergisteren, Tibbe”, zegt hij stil. “Toen je die bal bijna in de ring gooide.” “Dat was echt cool!”, roept Gert uit. Hij hapt wel meteen zijn lippen tegen elkaar. Alsof hij een geheim heeft staan afluisteren. “Kijk”, zegt papa. “Nu glunder je weer zo.” Tibbe houdt de omslag met het geld de hoogte in. “Kan ik daarmee …?” “Niet meteen het topmodel, denk ik,” zegt papa, “maar toch al een heel goede.” Hij kijkt naar Bastiaan. Tibbe kijkt de toonzaal rond. Zijn blik blijft hangen bij het model met een gaaf gifgroen zitje. “Daar kun je de meeste zaalsporten mee”, zegt Bastiaan. “Hebben we genoeg?”, vraagt Tibbe. Hij zwaait met de omslag. Iedereen moet lachen, maar Tibbe meent het eigenlijk wel. De stoel ziet er duur uit. 27


“Dat mijn vader …”, maakt Gert de zin af. Hij wijst even naar de rolstoel. “Dat hij zo’n coole winkel heeft”, zegt Tibbe. Daar moet iedereen om lachen. “Maakt hij allemaal zelf, hoor”, zegt Gert. Een beetje stoer. Eindelijk.

26

7 Mama en papa kijken afwachtend naar Tibbe. Ilias en Gert ook. Maar Tibbe zegt of doet een hele tijd niks. Papa gaat gehurkt bij Tibbe staan. “Ik heb je nog nooit zo trots zien glunderen als eergisteren, Tibbe”, zegt hij stil. “Toen je die bal bijna in de ring gooide.” “Dat was echt cool!”, roept Gert uit. Hij hapt wel meteen zijn lippen tegen elkaar. Alsof hij een geheim heeft staan afluisteren. “Kijk”, zegt papa. “Nu glunder je weer zo.” Tibbe houdt de omslag met het geld de hoogte in. “Kan ik daarmee …?” “Niet meteen het topmodel, denk ik,” zegt papa, “maar toch al een heel goede.” Hij kijkt naar Bastiaan. Tibbe kijkt de toonzaal rond. Zijn blik blijft hangen bij het model met een gaaf gifgroen zitje. “Daar kun je de meeste zaalsporten mee”, zegt Bastiaan. “Hebben we genoeg?”, vraagt Tibbe. Hij zwaait met de omslag. Iedereen moet lachen, maar Tibbe meent het eigenlijk wel. De stoel ziet er duur uit. 27


“Testritje?”, vraagt Gert. Iedereen stemt in. Het wordt een testrit van meer dan een halfuur! Wat later legt Tibbe de omslag met het geld op de toonbank. Het briefje vouwt hij zorgvuldig in vier en stopt hij in zijn jaszak. Mama ziet het. Ze bijt op haar lip. “Wacht!”, roept papa uit. “Wat?”, vraagt Tibbe. “Je mag er ook iets anders mee kopen, hoor.” Tibbe kijkt naar de ogen van papa. Om te zien of het een grapje is. “Wat dan zoal?”, vraagt Tibbe. Papa haalt zijn schouders op. “Goh, een Stayplation schijnt heel in te zijn?” “Wow!”, zegt Ilias. “Echt?”

28

29


“Testritje?”, vraagt Gert. Iedereen stemt in. Het wordt een testrit van meer dan een halfuur! Wat later legt Tibbe de omslag met het geld op de toonbank. Het briefje vouwt hij zorgvuldig in vier en stopt hij in zijn jaszak. Mama ziet het. Ze bijt op haar lip. “Wacht!”, roept papa uit. “Wat?”, vraagt Tibbe. “Je mag er ook iets anders mee kopen, hoor.” Tibbe kijkt naar de ogen van papa. Om te zien of het een grapje is. “Wat dan zoal?”, vraagt Tibbe. Papa haalt zijn schouders op. “Goh, een Stayplation schijnt heel in te zijn?” “Wow!”, zegt Ilias. “Echt?”

28

29


Tibbe doet alsof hij nadenkt en schudt zijn hoofd. “Mooi niet”, zegt hij. “Als je traint voor topsporter heb je geen tijd voor spelletjes.” “Ik denk dat er genoeg voor zo’n spel overschiet, hoor”, zegt Bastiaan. Hij telt het geld en legt het in de kassa. Hij kijkt een keer schuin naar papa en mama. Mag ik dat zeggen, vraagt zijn blik. “Mag het, mam? Pap?”, vraagt Tibbe, met hondenogen. Mama aarzelt. Ze kijkt naar papa. “Ach”, zegt hij. Tibbe, Ilias en Gert juichen tegelijk.

30

31


Tibbe doet alsof hij nadenkt en schudt zijn hoofd. “Mooi niet”, zegt hij. “Als je traint voor topsporter heb je geen tijd voor spelletjes.” “Ik denk dat er genoeg voor zo’n spel overschiet, hoor”, zegt Bastiaan. Hij telt het geld en legt het in de kassa. Hij kijkt een keer schuin naar papa en mama. Mag ik dat zeggen, vraagt zijn blik. “Mag het, mam? Pap?”, vraagt Tibbe, met hondenogen. Mama aarzelt. Ze kijkt naar papa. “Ach”, zegt hij. Tibbe, Ilias en Gert juichen tegelijk.

30

31


3

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2017 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.

Eerste druk 2017 ISBN 978-90-306-8269-1 D/2017/0078/395 Art. 569683 NUR 191

Auteur: Do Van Ranst Tekeningen: Gemma de Waard Cover: B.AD Opmaak: De Witlofcompagnie | Gert Degrande Begeleiding auteurs: Caroline Vanderhaegen


Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.

CVR_TALENT_LJ3_4mm.indd 6

Als Tibbe heel rijk was | Do Van Ranst

Tibbe droomt ervan om voetballer te worden. Wielrenner zou ook wel kunnen. Of een beroemde tennisspeler. Dan zou hij heel rijk zijn en zouden al zijn problemen opgelost zijn. Als hij jarig is, krijgt hij van zijn ouders een som geld cadeau. Niet genoeg voor al zijn dromen, maar wel voor het begin van een droom ‌

Als Tibbe heel rijk was Do Van Ranst | Gemma de Waard

3

26/10/17 12:51


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
TALENT 3 - Als Tibbe heel rijk was L by VAN IN - Issuu