Skip to main content

Lift 2 GO! (A-stroom) - leerwerkboek (ed. 2026)

Page 1


Via www.ididdit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Lift

Heb je nog geen account?

Ga naar myvanin.be en registreer je. Registreer je via een Smartschool-account? Koppel dan je e-mailadres aan je account.

Heb je je account aangemaakt?

Meld je aan op myvanin.be Activeer onderstaande code. Klik op het geactiveerde leermiddel om ermee aan de slag te gaan op iDiddit Lukt het niet om de code te activeren? Neem dan contact op met onze klantendienst.

LIFT

©VANIN

DEZE CODE IS UNIEK, EENMALIG TE ACTIVEREN EN GELDIG VOOR EEN PERIODE VAN 12 MAANDEN NA ACTIVATIE

Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode Lift van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.

Van dit leermiddel kun je een aangepaste digitale versie aanvragen bij ADIBib, de service voor leerlingen met lees- of schrijfproblemen. Meer informatie vind je op www.adibib.be.

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken.

In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be.

Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www. ididdit.be.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

credits: Thema 2 – Level 5 – p. 75; Thema 3 – Level 3 – p. 78; Thema 4 – Level 1 – blz. 22 en 24: Artikel © Dit artikel werd hergebruikt met toestemming van de uitgever, alle rechten voorbehouden. Elk hergebruik dient het voorwerp uit te maken van een specifieke toestemming van de beheersvennootschap License2Publish: info@license2publish.be. Thema 6 – Level 3 – p. 42: Afbeelding Vinted © Shutterstock / Kamil Zajaczkowski

Eerste druk 2026

ISBN 978-94-647-0804-2

Vormgeving en ontwerp cover: Shtick

Zetwerk: Crius Group D/2026/0078/80

Tekeningen: Theo Smit Art. 608552/01

NUR 160

De economische kringloop A-stroom

GO!

Starten met Lift

Welkom bij Lift. We leggen graag even uit hoe je met dit leerpakket aan de slag gaat.

1 OP WEG MET LIFT

Het leerwerkboek bestaat uit zes thema’s en ICT-fiches. Elk thema is op dezelfde manier opgebouwd.

In totaal zul je zes thema’s doorlopen: De economische kringloop, Ondernemingen en organisaties, De consument, De overheid, Het buitenland en De data-economie. Elk thema heeft een Themapagina

Elk thema begint met een Step-in. Daar maak je kennis met de rode draad doorheen het thema.

Je doorloopt per thema verschillende Levels, waarbij je telkens een centrale onderzoeksvraag beantwoordt. Je verkent de onderzoeksvraag aan de hand van verschillende opdrachten, onder de noemer Explore

Bij verschillende opdrachten kun je kiezen uit twee of meerdere Opties. De opties geven je de keuze of je graag een uitdaging wilt aangaan of liever meer ondersteuning wenst. Het kan ook zijn dat je kunt kiezen volgens je interesse.

©VANIN

De verworven leerstof is gebundeld in To the point. Daarin staat wat je moet onthouden uit het Level. Je vindt er ook een overzichtelijke mindmap.

Nu is het tijd om je opgedane kennis in te oefenen aan de hand van verschillende Actions

Het label ‘More’ geeft aan dat dit lesonderdeel verder gaat dan de basisleerstof die door iedereen gekend moet zijn.

Aan het einde van elk Level sta je stil bij de actualiteit omtrent de inhoud van dat Level in de rubriek Breaking News. Op iDiddit vind je de bijbehorende artikels of filmpjes en de opdrachten.

Elk Level eindigt met een Checklist. Het is een hulpmiddel om te beoordelen of je de doelen van dat Level onder de knie hebt.

Elk thema sluit af met een Step-up die je uitdaagt om je kennis toe te passen in een grotere opdracht.

Een Action More bevat een verbreding van het leerplandoel. Het is niet verplicht die Action te maken om het leerplandoel te behalen. De Action More biedt je de mogelijkheid om (als je voor de anderen klaar bent) je kennis van het leerplandoel te verruimen en dat doel in een breder kader te situeren. De Action More maakt ook differentiatie in interesse mogelijk. 2

©VANIN

De ICT-fiches vind je op iDiddit. Ze helpen je om zelfstandig met een tekstverwerker, een rekenblad of een presentatiepakket aan de slag te gaan; infographics te creëren, foto’s en video’s te monteren en online samen te werken.

ICT-fiches

b Werk per twee. Wat is het verschil tussen een schreeflettertype en een schreeflooslettertype. Gebruik het internet. Vergelijk je antwoord met dat van je buur en werk samen een omschrijving uit.

2 HANDIG VOOR ONDERWEG

In elk thema vind je dezelfde hulpmiddelen.

Doorheen het thema vind je de belangrijkste zaken op een rijtje in de rode kenniskaders.

Moeilijke woorden vallen op door de stippellijn.

Beeldwoordenboek Level 1

Betere dienstverlening

c Staat de zin in een schreeflettertype of een schreeflooslettertype? Noteer.

Door cookies weten bedrijven of websites wat je interessant vindt en kunnen ze zo hun aanbod beter op jouw interesses afstemmen. Met je persoonlijke gegevens en jouw online feedback verbeteren ze ook hun dienstverlening naar jou toe.

Welk soort lettertype is dit? Welk soort lettertype is dit?

Aan het einde van elk Level vind je een overzicht van de belangrijke begrippen in het beeldwoordenboek.

Explore 3— Hoe proberen bedrijven jou te beïnvloeden?

d Welk soort lettertype zou jij gebruiken bij een jonge en hippe doelgroep? Waarom?

In Level 1 heb je al gelezen over ‘algoritmes’. Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Wat is een algoritme?

12 Verricht het ochtendgebed samen met een klasgenoot. Druk allebei de checklist op iDiddit af en controleer elkaar om na te gaan of jullie de volgorde, houding en uitspraken juist uitvoeren. Zo ja, zet dan een kruis in de kolom ‘goed’. Zo niet, zet dan een kruis in de kolom ‘groeipunt’. Zo help je elkaar om gericht te werken aan je gebedshandelingen.

Good to know

12 Verricht het ochtendgebed samen met een klasgenoot. Druk allebei de checklist op iDiddit af en controleer elkaar om na te gaan of jullie de volgorde, houding en uitspraken juist uitvoeren. Zo ja, zet dan een kruis in de kolom ‘goed’. Zo niet, zet dan een kruis in de ‘groeipunt’. Zo help je elkaar om gericht te werken aan je gebedshandelingen.

b Waarmee kun je een algoritme vergelijken?

c Wat kun je zeggen over de algoritmes die op het internet gebruikt worden?

De kleurkeuze van een onderneming vind je vaak zowel in het logo als in het drukwerk en in de bedrijfskleding. Het versterkt niet alleen het merkverhaal maar ook de herkenbaarheid.

WIST JE DAT

WIST JE DAT

De metgezellen leerden hun gebed door naar de profeet Muḥammad te kijken. Sommigen plaatsten hun handen naast hun lichaam, anderen ter hoogte van hun borst of buik. Zo werd het gebed met al die verschillen eeuwenlang doorgegeven. Omdat het gebed van de profeet en zijn metgezellen komt, is het belangrijk om respectvol om te gaan met de verschillen.

volgende iconen helpen je ook nog een eind op weg:

©VANIN

In een Wist je dat? krijg je extra informatie over een item in het hoofdstuk.

In een Wist je dat? krijg je extra informatie over een item in het hoofdstuk.

In de Good to know-kaders staan handige tips of weetjes bij de uitvoering van de opdrachten.

De volgende iconen helpen je ook nog een eind op weg:

Je vindt op iDiddit extra (ondersteunend) materiaal.

Je vindt op iDiddit extra (ondersteunend) materiaal.

Je vindt op iDiddit een ontdekplaat.

Je vindt op iDiddit een ontdekplaat.

Forum

Ik kan gemakkelijk, na school of in het weekend, twee uur zonder smartphone, zonder Netflix, zonder spelconsole, zonder sociale media.

Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een video- of audiofragment zelf kunt bekijken of beluisteren op je smartphone.

Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een video- of audiofragment zelf kunt bekijken of beluisteren op je smartphone.

Als je dit icoon ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina. Je kunt dan extra materiaal bekijken.

Als je dit icoon ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.

Als je dit icoon ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.

Download in de App Store

Download in de App Store

De metgezellen leerden hun gebed door naar de profeet Muḥammad te kijken. Sommigen plaatsten hun handen naast hun lichaam, anderen ter hoogte van hun borst of buik. Zo werd het gebed met al die verschillen eeuwenlang doorgegeven. Omdat het gebed van de profeet en zijn metgezellen komt, is het belangrijk om respectvol om te gaan met de verschillen. STAP 2 Het gebed

Get it on Google Play

Get it on Google Play

6 Bestudeer de afbeeldingen. Wat zie je? Waarvoor worden die zaken gebruikt? © Shutterstock / Art_Vokusha

In een Forum voer je in groepjes of met de hele klas een gesprek over een bepaalde stelling. Het is de bedoeling dat je luistert naar elkaars mening en leert hoe anderen denken, maar ook dat je je eigen mening leert onderbouwen met argumenten.

STAP 2 Het gebed

De volgende iconen helpen je ook nog een eind op weg:

Action en 10.

Je vindt op iDiddit extra (ondersteunend) materiaal.

Het beeldfragment dat hierbij hoort, vind je op iDiddit.

Het luisterfragment dat hierbij hoort, vind je op iDiddit.

Je vindt op iDiddit een ontdekplaat.

Je moet iets bewaren in je portfolio.

Je oefent je ICT-vaardigheden.

Mijn lesmateriaal

Het onlineleerplatform bij Lift

Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals filmpjes, audiofragmenten, extra oefeningen ...

Extra materiaal

Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een bijkomend audio- of videofragment zijn, een woorden- of begrippenlijst, een extra bron of een leestekst. Kortom, dit is materiaal dat je helpt om de leerstof onder de knie te krijgen.

Opdrachten

Hier vind je de opdrachten die de leerkracht voor jou heeft klaargezet.

Resultaten

Wil je weten hoever je al staat met oefenen, opdrachten en toetsen? Hier vind je een helder overzicht van al je resultaten.

Notities

Heb je aantekeningen gemaakt bij een bepaalde inhoud? Via je notities kun je ze makkelijk terug oproepen.

Meer weten?

Ga naar www.ididdit.be

THEMA De economische kringloop 1 ©VANIN

STEP-UP

Infographic: de economische kringloop

21 LEVEL 1

Wat is de economische kringloop? p. 9

STEP-IN

STEP-IN

1 Bekijk schema 1 en formuleer met twee kernwoorden een geschikte titel.

Schema 1:

©VANIN

PRODUCEREN

KRINGLOOP

GRONDSTOFFEN

GEBRUIKEN

RECYCLEN

2 Vul de definitie van een kringloop aan. Kies uit: schematisch – stadia – kringloop

Een of cyclus is een proces waarbij enkele of stappen elkaar opvolgen, maar uiteindelijk de uitgangstoestand weer wordt bereikt. kan een kringloop daarom worden weergegeven door de stadia in een kring te tekenen.

3 In dit thema doorloop je een Level waarin je leert ... 1 wat de economische kringloop is.

4 Dat Level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin stel je de economische kringloop voor.

LEVEL 1

INTRO

1 Bestudeer de collage.
© Shutterstock / Wirestock Creators

2 Werk in vier groepen. Duid per groepje een woordvoerder en een notulist aan.

a Wat stelt de collage volgens jullie voor? Zoek verbanden tussen de afbeeldingen. Bespreek.

b De notulist maakt een digitale mindmap van de informatie die de groep uit de collage haalt. Raadpleeg de ICT-fiche van mindmap.

c De woordvoerder vertelt aan de klas welke informatie jullie groep gevonden heeft.

3 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wat is de economische kringloop?

Explore 1— Wat is een economische kringloop en welke partijen maken er deel van uit?

Economische kringloop

De economie bestaat uit de mensen die zaken produceren en aanschaffen of consumeren. Productie is noodzakelijk want iedereen heeft zaken nodig om te overleven. De werking van de economie kun je voorstellen in een economische kringloop. In die kringloop zijn er vier partijen die onderling met elkaar verbonden zijn: de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland.

1 Noteer de vier partijen in de vereenvoudigde weergave van de economische kringloop. Kies uit: buitenland – overheid – gezinnen – bedrijven

2 Lees de case van Jules. Noteer de onderstreepte woorden onder de juiste partij van de economische kringloop.

Jules zit in het tweede jaar van het secundair onderwijs. Hij neemt dagelijks de bus van De Lijn naar het Koninklijk Atheneum. Peter Van Damme is zijn leerkracht economie. De vader van Jules werkt bij een bank en zijn moeder werkt deeltijds in een grootwarenhuis. Jules en zijn ouders zijn vegetariërs. Ze eten vaak speciale fruitsoorten en groenten die gekweekt worden door landbouwers in verre landen.

Explore 2— Wat zijn de goederen- en dienstenstroom en de geldstroom?

Goederen- en dienstenstroom en geldstroom

In de economische kringloop zijn er twee stromen.

– De goederen- en dienstenstroom bestaat uit de gezinnen die arbeid leveren, en uit de bedrijven, de overheid en het buitenland die producten leveren. Die producten kunnen goederen of diensten zijn.

– De geldstroom houdt in dat de bedrijven en de overheid de gezinnen betalen voor de geleverde arbeid. De gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland betalen op hun beurt voor de geleverde goederen en diensten.

Good to know

Producten kunnen zowel goederen als diensten zijn. Goederen zijn tastbaar, zoals een brood. Diensten zijn niet-tastbaar, zoals een knipbeurt bij de kapper.

1 Lees de activiteiten. Zet de letter van elke activiteit op de juiste plaats in de goederen- en dienstenstroom.

A De vader van Jules werkt bij een bank.

B De moeder van Jules werkt bij een grootwarenhuis.

C Peter Van Damme is de leerkracht economie van Jules.

D Jules gebruikt dagelijks De Lijn om naar school te gaan.

E De Belgische supermarkten kopen fruit en groente aan bij buitenlandse landbouwers.

F De ouders van Jules kopen fruit en groente bij de supermarkt.

Gezinnen

2

Lees de activiteiten. Zet de letter van elke activiteit op de juiste plaats in de geldstroom.

A De vader van Jules ontvangt zijn salaris van de bank.

B De moeder van Jules ontvangt haar salaris van het grootwarenhuis.

C Peter Van Damme ontvangt zijn salaris van het ministerie van Onderwijs.

D De ouders van Jules betalen het abonnement van De Lijn.

E De ouders van Jules betalen personenbelasting waarmee de overheid het onderwijs kan financieren.

F De Belgische supermarkten betalen buitenlandse landbouwers voor de geleverde groenten en fruitsoorten.

G De ouders van Jules betalen de supermarkt voor hun aankopen.

Gezinnen

Overheid

Bedrijven

Buitenland

3 Lees de activiteiten en vul de goederen- en dienstenstroom of geldstroom aan.

a Teken de pijlen in de juiste kleur:

ƒ rood voor de goederen- en dienstenstroom,

ƒ groen voor de geldstroom.

b Zet de letter van elke activiteit in de juiste kleur bij de pijl.

A Een Belgische fabriek betaalt belastingen aan de overheid.

B Telenet levert mobiele diensten aan het gezin van Jules.

C Een Belgische kledingwinkel ontvangt een levering van T-shirts uit Italië.

D De ouders van Jules betalen online een vakantie naar Center Parcs.

E De ouders van Jules betalen maandelijks voor hun abonnement op Streamz.

Gezinnen

Overheid

Bedrijven

Buitenland

Maak Action 1 tot en met 4.

TO THE POINT

Goederen- en dienstenstroom / Geldstroom

©VANIN

Overheid

Gezinnen

De relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland worden schematisch weergegeven in een economische kringloop.

1 De gezinnen werken of leveren arbeid bij de bedrijven en de overheid.

2 De bedrijven en de overheid geven in ruil voor hun arbeid een inkomen aan de gezinnen.

3 De bedrijven produceren en / of leveren goederen en diensten aan de gezinnen.

4 De gezinnen consumeren: ze betalen met hun inkomen voor goederen en diensten van de bedrijven.

5 De overheid levert goederen en diensten aan gezinnen en bedrijven.

6 De bedrijven en gezinnen betalen voor goederen en diensten van de overheid onder andere door belastingen te betalen.

7 Het buitenland levert goederen en diensten aan onze bedrijven.

8 De bedrijven betalen voor goederen en diensten aan het buitenland

9 De bedrijven leveren goederen en diensten aan het buitenland.

10 Het buitenland betaalt aan onze bedrijven voor geleverde goederen en diensten.

In de kringloop zie je de voorstelling van de goederen- en dienstenstromen (rode pijlen) en de geldstromen (groene pijlen) tussen de verschillende partijen.

Action 1— Kun jij de economische kringloop aanvullen?

Lees de activiteiten en vul de goederen- en dienstenstroom of geldstroom aan.

a Teken de pijlen in de juiste kleur:

ƒ rood voor de goederen- en dienstenstroom,

ƒ groen voor de geldstroom.

b Zet de letter van elke activiteit in de juiste kleur bij de pijl.

A Ferre Verplanken werkt als politieagent.

B Koffiebranderij Fascino koopt een partij koffiebonen bij een landbouwer in Peru.

C Tijdens de middagpauze betaalt Amani voor zijn broodje dat hij bij Panos kocht.

D Cleandienst poetst dagelijks de gebouwen van het gemeentehuis van Ravels.

E De Duitse hotelketen betaalt chocolaterie Boonen uit Genk voor de geleverde pralines.

F De ministers ontvangen hun maandelijkse salaris.

G Het gezin Neirens betaalt 4 358,00 euro personenbelasting aan de fiscus.

H De firma Gabriels vult de brandstoftank van het gezin Yilmaz.

Gezinnen

Overheid

Bedrijven

Buitenland

Action 2 Ken jij het verschil tussen de goederen- en dienstenstroom en de geldstroom?

Bekijk de economische kringloop van de chocoladereep.

a Teken de pijlen in de juiste kleur en noteer boven de pijl het juiste begrip. Kies uit: geldstroom – goederen- en dienstenstroom

b Welke partij van de economische kringloop zijn de boeren?

© Shutterstock / Jarretera

BOEREN

GEZINNEN

Action 3— Wie speelt welke rol?

1 Werk in groepen. Bekijk de economische kringloop.

2 Elke groep krijgt een situatiekaart. Bespreek de situatie binnen de groep. Probeer een antwoord te formuleren op de volgende twee vragen:

a Welke partijen zijn er betrokken? b Wat is het gevolg van die situatie?

2 Duid een woordvoerder van de groep aan. De woordvoerder licht de situatie toe.

3 De andere groepen mogen na de uitleg van de woordvoerder feedback geven.

4 Trek de volgende kaart. Kies voor elke situatie een andere woordvoerder. Zorg dat iedereen aan bod komt.

Action 4— Ken jij het begrip?

Trek een begrip uit de doos. Probeer dat begrip uit te leggen aan de klas zonder het woord zelf te zeggen. De andere leerlingen proberen het begrip te raden.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Bewaar het bestand in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk Level. Geef die submap de naam ‘Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Breaking_News’.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan de economische relaties tussen de begrippen ‘gezinnen’, ‘bedrijven’, ‘overheid’ en ‘buitenland’ omschrijven.

2 Ik kan de goederenstroom in de economische kringloop illustreren met een voorbeeld.

3 Ik kan de geldstroom in de economische kringloop illustreren met een voorbeeld.

4 Ik kan de economische kringloop voorstellen aan de hand van een aangereikt schema.

5 Ik kan een infographic maken.

Beeldwoordenboek Level 1

BEGRIP

VERKLARING

Overheid

Overheid

bedrijf Een bedrijf is een persoon of een onderneming die een goed produceert en / of verkoopt, of een dienst levert.

Gezinnen

Gezinnen

buitenlandAlle landen buiten de landsgrenzen van België.

AFBEELDING

©VANIN

consumerenConsumeren betekent goederen en diensten kopen om je behoeften te bevredigen.

Bedrijven

Bedrijven

Buitenland

Buitenland

economische kringloop

Dat is de schematische weergave van de relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland.

geldstroomDe geldstroom houdt in dat de bedrijven en de overheid de gezinnen betalen voor de geleverde arbeid. De gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland betalen op hun beurt voor de geleverde goederen en diensten.

Overheid

BEGRIP

VERKLARING

gezin Een gezin is de koper van een goed of een dienst.

goederen- en dienstenstroom De goederen- en dienstenstroom bestaat uit de gezinnen die arbeid leveren, en uit de bedrijven, de overheid en het buitenland die goederen en diensten leveren.

AFBEELDING

©VANIN

Gezinnen

overheidDe overheid is de instantie die het meeste gezag heeft over een grondgebied, hier België.

producerenProduceren betekent goederen maken of vervaardigen.

Gezinnen

Overheid

Bedrijven

STEP-UP

1 Werk in groepen van maximaal drie personen om de economische kringloop op een originele manier voor te stellen.

2 Bedenk een verhaal of een situatie en houd rekening met: a de vier schakels en hun onderlinge relatie: gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland, b de pijlen van de goederen- en dienstenstroom en van de geldstroom.

3 Verwerk het geheel tot een infographic in Canva en stel hem aan de klas voor. Raadpleeg ICT-fiche_C_01.

4 Geef je infographic een duidelijke naam en bewaar die in je portfolio.

NOTITIES

NOTITIES ©VANIN

NOTITIES

Ondernemingen en organisaties

A-stroom

GO!

THEMA Ondernemingen en organisaties 2 ©VANIN

LEVEL 6

STEP-UP

Organogram: je school of een bedrijf voorstellen p. 124

Welke activiteiten vinden er plaats in de marketingafdeling? p. 80

5

Welke activiteiten vinden er plaats in de logistieke afdeling? p. 57

LEVEL 4

Welke administratieve activiteiten vinden er plaats in een onderneming?

44

LEVEL 3

Welke sectoren zijn er? p. 35

LEVEL 2

LEVEL 1

Welke weg leggen goederen of diensten af voor ze bij de consument komen? p. 21

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming? p. 7

STEP-IN p. 4

STEP-IN

1 De afbeeldingen bij deze vraag hebben te maken met ondernemingen. Op deze bladzijde zie je de ondernemingen van vroeger en vandaag. Op de rechterbladzijde staan de ondernemingen van de toekomst.

VROEGER EN VANDAAG

©VANIN

DE TOEKOMST

2 Noteer vijf belangrijke verschillen tussen de ondernemingen van vroeger en vandaag enerzijds en de onderneming van de toekomst anderzijds.

©VANIN

3 In dit thema doorloop je zes Levels waarin je leert ...

1 hoe je het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming bekijkt;

2 welke weg goederen of diensten afleggen voor ze bij de consument komen;

3 welke sectoren er zijn;

4 welke administratieve activiteiten in een onderneming plaatsvinden;

5 welke administratieve activiteiten in de logistieke afdeling plaatsvinden;

6 welke activiteiten in de marketingafdeling plaatsvinden.

4 Elk Level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin maak je een organogram van je school of een bedrijf.

LEVEL 1

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming?

INTRO

1 Werk in groepen van vier. Jullie starten met jullie groepje een onderneming op.

a Wat zouden jullie graag maken of verkopen? Vertrek vanuit je eigen interesse.

b Wat hebben jullie nodig om te kunnen produceren en / of verkopen? Noteer jullie antwoord op de placemat die jullie van de leerkracht krijgen.

c Wissel placemats uit met een andere groep. Voeg jullie ideeën toe aan de gekregen placemat.

d Bespreek klassikaal.

e Jullie krijgen 10 000,00 euro van jullie ouders om de zaak op te starten. Ga je alle aankopen met die 10 000,00 euro kunnen betalen? Bespreek klassikaal.

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming?

Explore 1— Wat zijn productiefactoren?

Product en productiefactoren

Een onderneming is een organisatie die iets wil verkopen. Het product is hetgeen de onderneming verkoopt. Producten kunnen goederen of diensten zijn.

Goederen zijn alle tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een brood of een auto.

Diensten zijn alle niet-tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een kappersbeurt of een taxirit.

Productiefactoren zijn alle middelen die een onderneming inzet om goederen te produceren en diensten te leveren. Er zijn vier productiefactoren:

Natuur omvat de natuurlijke grondstoffen en hulpbronnen die nodig zijn om te kunnen produceren, zoals aardolie.

Arbeid is elke vorm van menselijke inzet, zowel lichamelijke als geestelijke.

Kapitaal omvat alle goederen die een bedrijf inzet in het productieproces om nieuwe goederen te produceren. Denk aan machines en gebouwen.

Ondernemerschap wijst op de beslissingen en de risico’s die de ondernemer neemt om productie en verkoop te stimuleren.

In een pizzeria worden heel wat productiefactoren ingezet.

a Lees de middelen van de pizzeria.

b Om welke productiefactor gaat het? Kruis aan.

Bepaling van de prijs van een pizza

Beslissing welke pizza’s op het menu komen

Bezorgers die de pizza’s bij de klanten afleveren

Groenten (paprika, champignons, ui …)

Hout of gas voor de oven

Idee om een pizzabakkerij te openen

Kaas

Kassasysteem of computer

Koelkast en vriezer

Kruiden (oregano, basilicum …)

Medewerkers die bestellingen opnemen of bezorgen

Ontwikkeling van nieuwe recepten om klanten te trekken

Oven

Pizzabakker die de pizza’s maakt

Risico nemen door in een nieuwe wijk een vestiging te openen

Schoonmakers voor de keuken

Scooters voor de pizzabezorging

Tafels, stoelen en meubilair voor de klanten

Tarwebloem voor het deeg

Tomaten voor de saus

Vlees voor toppings (salami, ham …)

NATUURARBEIDKAPITAAL

©VANIN

ONDERNEMERSCHAP

Explore 2— Welke keuzes moet de onderneming maken wanneer ze productiefactoren inzet?

Economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming

Ondernemingen hebben onvoldoende financiële middelen om oneindig veel grondstoffen en arbeiders in te zetten of om eindeloos te investeren in machines. De onderneming moet dus keuzes maken.

Zet ze veel productiefactoren in, dan levert dat een hoge productie en veel opbrengsten op, maar het leidt wel tot extra kosten. Daar heeft ze financiële middelen voor nodig die er niet altijd zijn.

Zet ze weinig productiefactoren in, dan levert dat een lagere productie op. De onderneming heeft dan minder opbrengsten en minder kosten. Dat betekent vaak ook minder winst. De winst wordt immers berekend door de opbrengsten van de verkoop te verminderen met de kosten.

Uiteindelijk kiest de onderneming voor de combinatie van productiefactoren waarin haar winst het grootst is. Dat is het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming

1 Lees de case.

Je bent de eigenaar van een onderneming die smoothies verkoopt aan 3,00 euro per stuk. Je wilt uiteraard dat je onderneming winst maakt, maar je kunt niet alle middelen tegelijk inzetten. Je hebt de volgende vier opties.

OPTIEWERKNEMER(S)MIXER(S)

2 Vul de tabel aan.

a Bereken de opbrengsten door de verkoopprijs te vermenigvuldigen met het aantal smoothies per dag. b Bereken de winst door de opbrengsten te verminderen met de kosten.

OPTIE

OPBRENGSTEN (IN EURO)

KOSTEN (IN EURO)

(IN EURO)

3 Welke optie is de beste keuze voor deze onderneming? Waarom?

4 Welk doel hebben ondernemers meestal voor ogen? Wat willen ze vooral bereiken?

5 Waarom zet een onderneming niet alle middelen in, ook al zijn die beschikbaar?

Maak Action 3 en 4.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Economisch

principe

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming?

Productiefactoren

Onderneming

Goed: Dienst:

Een onderneming is een organisatie die iets wil verkopen, namelijk een product. Producten kunnen goederen of diensten zijn.

Goederen zijn alle tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een brood of een auto.

Diensten zijn alle niet-tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een kappersbeurt of een taxirit.

©VANIN

Om te kunnen produceren en verkopen moet een onderneming middelen of productiefactoren inzetten. Er zijn vier productiefactoren:

Natuur omvat de natuurlijke grondstoffen en hulpbronnen die nodig zijn om te kunnen produceren, zoals aardolie.

Arbeid is elke vorm van menselijke inzet, zowel lichamelijke als geestelijke.

Kapitaal omvat alle goederen die een bedrijf inzet in het productieproces om nieuwe goederen te produceren. Denk aan machines en gebouwen.

Ondernemerschap wijst op de beslissingen en de risico’s die de ondernemer neemt om productie te stimuleren.

Ondernemingen hebben onvoldoende financiële middelen om oneindig veel grondstoffen en arbeiders in te zetten, machines te kopen … toch zal de ondernemer streven naar een zo groot mogelijke winst. De onderneming moet dus kiezen. Ze kan veel productiefactoren inzetten. Dat levert een hoge productie op en dus ook hogere opbrengsten, maar dat leidt ook tot extra kosten. Ze kan ook weinig productiefactoren inzetten. Dat levert een lagere productie op en minder kosten.

Uiteindelijk zal de onderneming kiezen voor de combinatie waar haar winst maximaal is. Dat is het economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming

Action 1— Kun je de verschillende productiefactoren omschrijven?

1 Ontwerp flashcards voor de volgende begrippen: productiefactor, natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap. Op iDiddit staan een aantal gratis online tools. Raadpleeg indien nodig de ICT-fiches van Canva.

a Noteer op de voorkant het begrip.

b Noteer op de achterkant een eigen omschrijving (een of twee zinnen) en minstens een concreet voorbeeld.

2 Werk per twee. Bespreek elkaars kaartjes.

a Is de omschrijving correct?

b Is het voorbeeld of zijn de voorbeelden duidelijk?

c Geef een verbeterpunt of voeg een extra voorbeeld toe.

3 Bewaar de flashcards in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk Level. Geef die submap de naam ‘Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Flashcards_productiefactoren’.

E1 A1-2
E2
A3

Action 2— Kun je bepalen om welke productiefactor het gaat?

Bekijk de vier productiefactoren die aan het bord hangen en de kaartjes met middelen van een kledingzaak die de leerkracht je geeft.

a Bij welke productiefactor hoort elk middel? Hang elk kaartje op de juiste plaats. b Leg klassikaal uit waarom je die keuze maakt.

Action 3— Welke keuzes zou je maken in verband met de productiefactoren?

1 Lees de case.

Je bent eigenaar van een broodjeszaak. Je verkoopt elk broodje voor 5,00 euro. Elke dag kun je kiezen hoeveel je inzet van: – natuur (ingrediënten), – arbeid (medewerkers), – kapitaal (keukenmateriaal).

Je hebt de volgende opties.

2 Vul de tabel aan.

a Bereken de opbrengsten door de verkoopprijs te vermenigvuldigen met het aantal broodjes per dag. b Bereken de winst door de opbrengsten te verminderen met de kosten.

OPTIE

OPBRENGSTEN (IN EURO) KOSTEN (IN EURO)

3 Welke optie is de beste keuze voor deze onderneming? Waarom?

(IN EURO)

4 Had je – voor de berekening – verwacht dat die optie de beste zou zijn? Waarom (niet)?

5 Welk doel hebben ondernemers meestal voor ogen? Wat willen ze vooral bereiken?

6 Wat leer je hier over productiefactoren?

Action 4— Ken jij alle woorden van dit Level?

Vul het kruiswoordraadsel

Horizontaal 

2 Dit zorgt ervoor dat je als ondernemer de beste combinatie van productiefactoren kiest voor maximale winst.

4 Dit zijn geproduceerde goederen die ingezet worden om andere goederen te produceren.

6 Dit is elke vorm van lichamelijke en geestelijke menselijke inzet met de bedoeling te produceren en verkopen.

Verticaal 

1 Dit is de creatieve kracht die de productie stimuleert, waarbij de ondernemer risico’s neemt en de productie organiseert.

3 Dit zijn alle middelen die een onderneming kan inzetten om te produceren en verkopen.

5 Dit omvat alle natuurlijke rijkdommen en natuurkrachten.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan het begrip ‘productiefactoren’ toelichten.

2 Ik kan voorbeelden geven van de productiefactor natuur.

3 Ik kan voorbeelden geven van de productiefactor arbeid.

4 Ik kan voorbeelden geven van de productiefactor kapitaal.

5 Ik kan voorbeelden geven van de productiefactor ondernemerschap.

6 Ik kan toelichten waarom een ondernemer keuzes moet maken bij het inzetten van productiefactoren.

7 Ik kan toelichten welke rol het economisch principe speelt in de keuze van productiefactoren.

Beeldwoordenboek Level 1

BEGRIP

VERKLARING

arbeid Arbeid is elke vorm van lichamelijke en geestelijke menselijke inzet met de bedoeling te produceren en verkopen.

dienst Diensten zijn niet-tastbare zaken die je kunt kopen.

AFBEELDING

economisch principe vanuit het standpunt van de onderneming

Dat is de combinatie van productiefactoren waarbij de winst van het bedrijf het grootst is.

goed Goederen zijn tastbare zaken die je kunt kopen.

kapitaal Kapitaal zijn geproduceerde goederen die ingezet worden om andere goederen te produceren.

BEGRIP

VERKLARING

kosten Het geld dat een onderneming moet betalen om producten te maken en te verkopen.

natuur Natuur omvat alle natuurlijke rijkdommen en natuurkrachten.

ondernemerschap

Ondernemerschap is de creatieve kracht die de productie stimuleert, waarbij de ondernemer risico’s neemt en de productie organiseert.

ondernemingDat is een organisatie met de bedoeling om iets te verkopen.

opbrengstenHet geld dat een onderneming krijgt door goederen of diensten te verkopen.

AFBEELDING

© Shutterstock / yuriyt

product Een onderneming verkoopt een product. Dat product kan een goed of een dienst zijn.

BEGRIP

VERKLARING

productiefactoren Dat zijn alle middelen die ingezet kunnen worden om goederen en diensten te produceren namelijk natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.

winst Dat is verschil tussen de opbrengsten en de kosten.

AFBEELDING

LEVEL 2

Welke weg leggen goederen of diensten af voor ze bij de consument komen?

INTRO

1 Saar gaat minstens twee keer per maand met haar beste vriendinnen Noor en Ischa naar de bioscoop. Daar hoort een grote zak chips en een beker Coca-Cola bij, al vraagt ze zich wel af hoe de zakken chips in de winkel van de bioscoop terechtkomen. Heb jij een idee?

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Welke weg leggen goederen of diensten af voor ze bij de consument komen?

Explore 1— Wat is een bedrijfskolom?

1 Bekijk schema 1.

Schema 1: Bedrijfskolom van chips

landbouwer

opkoper van aardappelen

chipsfabrikant groothandel kleinhandel consument

transportfirma

transportfirma

transportfirma

transportfirma

2 Lees de definitie van een bedrijfskolom. Omkader daarna bij vraag 1 de onderdelen die deel uitmaken van de bedrijfskolom van chips.

Bedrijfskolom en consument

Een bedrijfskolom is een schema met alle stappen die een product doorloopt. Het schema start bij de producent van grondstoffen en eindigt zodra het goed of de dienst aan de consument of klant wordt aangeboden.

Bij iedere stap wordt er waarde aan het product toegevoegd. De consument voegt geen waarde aan het product toe en maakt dus geen deel uit van de bedrijfskolom.

Enkel de bedrijven die eigenaar van het product worden, maken deel uit van de bedrijfskolom. Logistieke bedrijven, zoals transportbedrijven, worden meestal geen eigenaar van het product maar verlenen enkel een dienst aan een andere onderneming. Daardoor maken ook zij geen deel uit van de bedrijfskolom.

3 Wat is het verschil tussen een groothandel en een kleinhandel? Raadpleeg het internet.

4 Noteer een synoniem voor:

a een groothandel:

b een kleinhandel:

5 Noteer twee voorbeelden van groothandelaars en twee van kleinhandelaars van chips. Raadpleeg het internet.

a groothandelaars

©VANIN

b kleinhandelaars

6 Lees de omschrijving. Om welke schakel van de bedrijfskolom gaat het? Kies uit: consument of klant – detailhandel of kleinhandel – fabrikant of producent – grossier of groothandel –oerproducent

SCHAKEL

OMSCHRIJVING

Dat is een onderneming die grote partijen inkoopt bij een of meerdere producenten om die in kleinere hoeveelheden aan andere ondernemingen door te verkopen.

Dat is de grondstoffenproducent.

Dat is iemand die goederen of diensten koopt en daarmee zijn behoeften bevredigt.

Dat is een onderneming die een product aan consumenten (particulieren) verkoopt.

Dat is iemand die grote hoeveelheden van een product produceert.

Maak Action 1 en 2.

Explore 2— Kies jij voor de lange of de korte keten?

Lange keten en korte keten

Bij een lange keten worden de producten niet rechtstreeks aan de consument verkocht maar zijn er tussenschakels zoals een groothandel en een kleinhandel. De korte keten is de kortste weg tussen producent en consument. Bijvoorbeeld: een fruitkweker biedt in zijn eigen winkel of automaat appels aan.

1 Werk per twee. Zoek de voordelen van de korte keten voor de consument, de producent en de planeet. Je kunt kiezen uit drie opties. Kies optie 1 als je graag wat ondersteuning wilt. Kies optie 2 als je een uitdaging wenst. Kies optie 3 als de uitdaging nog iets pittiger mag zijn. Ga naar iDiddit. Daar vind je voor elke optie het materiaal dat je nodig hebt.

Optie 1 Filmpje de korte keten

Optie 2 Filmpje buurderij

Optie 3 Websites korte keten

a Verwerk de voordelen van de korte keten in een online document. Raadpleeg de ICT-fiches voor online samenwerken.

b Gebruik opmaakelementen om de tekst overzichtelijk te maken.

c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

2 Welke voordelen heeft de korte keten zoal?

a Bespreek klassikaal.

b Vul je document aan.

c Sla je document op en controleer of het correct in je portfolio staat.

3 Surf naar rechtvanbijdeboer.be. Noteer twee verkooppunten uit jouw buurt.

Maak Action 3.

Explore 3— Wat is de toegevoegde waarde?

1 Bekijk schema 2. Wat is de toegevoegde waarde? Noteer in je eigen woorden.

2 Wat is de som van de toegevoegde waarden? Noteer in het schema.

Schema 2: Toegevoegde waarde

VERKOOPWAARDE

graan € 4 000,00

meel € 6 500,00

GRAANBOER

MEELFABRIEK

BROODFABRIEK

brood € 10 000,00

SUPERMARKT

dienst € 13 000,00

CONSUMENT Maak Action 4.

TOEGEVOEGDE WAARDE

€ 4 000,00 – € 0,00 = € 4 000,00

€ 6 500,00 – € 4 000,00 = € 2 500,00

€ 10 000,00 – € 6 500,00 = € 3 500,00

€ 13 000,00 – € 10 000,00 = € 3 000,00 Som toegevoegde waarden = €

TO

THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

©VANIN

Toegevoegde waarde Welke weg leggen goederen of diensten af voor ze bij de consument komen?

Bedrijfskolom

Korte keten Lange keten

De bedrijfskolom is een schematische voorstelling van alle stappen die een product doorloopt. Elke schakel voegt waarde aan het goed of de dienst toe.

Alles begint bij de oerproducent zoals een boer of visser, die grondstoffen uit de natuur haalt. Daarna komt de fabrikant of producent die van die grondstoffen een afgewerkt product maakt. Vervolgens verkoopt hij het aan een groothandel of grossier die grote hoeveelheden verdeelt aan winkels. De kleinhandel of detailhandel verkoopt het product uiteindelijk aan de consument of klant maar die behoort niet tot de bedrijfskolom omdat die niets toevoegt aan het product zelf.

Bij een lange keten worden de producten niet rechtstreeks aan de consument verkocht maar zijn er tussenschakels zoals een groothandel of een kleinhandel. De laatste tijd kiezen ondernemingen meer en meer voor de korte keten. Dat is de kortste weg tussen producent en consument. Zo biedt een fruitkweker bijvoorbeeld zijn appels aan in zijn eigen winkel of automaat.

Bij elke stap in de bedrijfskolom voegen bedrijven iets aan het product toe, zoals arbeid of verpakking. Ze creëren toegevoegde waarde.

Action 1— Kun jij een bedrijfskolom van sportschoenen of een tijdschrift samenstellen?

Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening met de sportschoenen of het tijdschrift. Vink de gekozen optie aan.

Optie 1 Sportschoenen

a Hoe verandert de grondstof rubber in een sportschoen? Zet de schakels in de juiste volgorde.

Decathlon – klant – Nike – rubberfabrikant – schoenenfabrikant – schoenzolenfabrikant

b Omkader in vraag a de bedrijfskolom.

Optie 2 Tijdschrift

a Hoe verandert de grondstof hout in een tijdschrift voor de consument? Zet de schakels in de juiste volgorde.

boekengroothandel – boomkwekerij – dagbladhandel – drukkerij – houtzagerij – klant – papierfabriek

©VANIN

b Omkader in vraag a de bedrijfskolom.

Action 2— Kun jij de bedrijfskolom van presenteren?

1 In deze Action ga je aan de slag om een bedrijfskolom te ontwerpen van een zelf gekozen product. Vul de titel van de Action aan met de naam van het product.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Tip:

Kies een eenvoudig product waarvan de verschillende stappen van de bedrijfskolom niet te complex zijn, bijvoorbeeld: een jeansbroek, kaas, brood, chocolade of appelsap.

2 Duid aan of je de bedrijfskolom wilt weergeven met:

berichten of korte zinnen. Raadpleeg ICT-fiche_P_10. afbeeldingen. Raadpleeg ICT-fiche_P_08. beeldfragmenten. Raadpleeg ICT-fiche_P_15.

Action 3— Van boerderij tot bord: wie zit ertussen?

1 Werk per twee. Kies samen een voedingsproduct, bijvoorbeeld aardbeien, eieren, melk, kaas of brood. Welk product heb je gekozen?

2 Teken op een groot blad of digitaal de weg die het product aflegt van product bij de boer tot op het bord. Leerling 1 tekent de lange keten van het product. Leerling 2 tekent de korte keten van het product.

Tip:

Action

Vermeld alle tussenstappen.

4— Wat is de link tussen de bedrijfskolom en de toegevoegde waarde?

1 Bekijk de afbeelding die voorstelt hoe de prijs van een krant is opgebouwd.

2 Hoeveel bedraagt de toegevoegde waarde aan een krant? Vervolledig de tabel.

a Vul de toegevoegde waarde van elke schakel uit de bedrijfskolom in.

b Bereken de som van al die toegevoegde waarden.

c Bereken aan de hand van de toegevoegde waarden de verkoopprijs voor elke schakel.

d Waaraan is de som van de toegevoegde waarden gelijk? Leg uit.

Bosontginning € 0,00

SOM VAN DE TOEGEVOEGDE WAARDEN

Action 5— Ken je alle woorden van dit Level?

Horizontaal 

2 De meerwaarde van een product na bewerking is de … waarde.

4 Dit is een onderneming die grote partijen inkoopt bij een of meerdere producenten om die in kleinere hoeveelheden aan andere ondernemingen door te verkopen.

6 Dit is de persoon die de goederen produceert, ook wel producent genoemd.

8 De … verkoopt producten aan consumenten of particulieren.

Verticaal 

1 Bij een … keten worden de producten niet rechtstreeks aan de consument verkocht maar zijn er tussenschakels.

3 Dit is een schematische voorstelling van alle stappen die een product doorloopt om tot bij de consument te geraken.

5 De … koopt goederen of diensten maar heeft niet de bedoeling die te verkopen of te verwerken voor verkoop.

7 Bij een ... keten worden de producten rechtstreeks aan de consument verkocht.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan aan de hand van een voorbeeld de bedrijfskolom omschrijven.

2 Ik kan de voordelen van de korte keten ten opzichte van de lange keten toelichten.

3 Ik kan het begrip ‘toegevoegde waarde’ uitleggen aan de hand van een voorbeeld.

4 Ik kan een bedrijfskolom opstellen voor een eenvoudig product.

5 Ik kan resultaten van een opdracht in een infographic weergeven.

6 Ik kan resultaten van een opdracht met tekstverwerker weergeven.

7 Ik kan resultaten van een opdracht in afbeeldingen verwerken.

JA

Beeldwoordenboek Level 2

BEGRIP

VERKLARING

bedrijfskolomDe bedrijfskolom is een schematisch overzicht van alle stappen die een goed of dienst doorloopt. Het schema start bij de producent van grondstoffen en eindigt zodra het eindproduct of de dienst aan de consument aangeboden wordt.

Explore 1— Wat is een bedrijfskolom?

1 Bekijk schema 1. Schema 1: Bedrijfskolom van chips landbouwer opkoper van aardappelen chipsfabrikant groothandel kleinhandel consument transportfirma transportfirma transportfirma transportfirma

AFBEELDING

©VANIN

consument of klant

Een consument koopt goederen of diensten, maar heeft niet de bedoeling die te verkopen of te verwerken voor de verkoop.

detailhandel of kleinhandel

Een detailhandel verkoopt goederen aan consumenten.

fabrikant of producent

groothandel of grossier

Dat is degene die de goederen produceert.

Een groothandel is een onderneming die grote partijen inkoopt bij een of meerdere producenten om die in kleinere hoeveelheden aan andere ondernemingen door te verkopen.

2 Wat is het verschil tussen een kleinhandel? Gebruik het internet.

Een groothandel is een onderneming die grote hoeveelheden inkoopt bij een meerdere producenten om die in kleinere hoeveelheden aan andere ondernemingen door te verkopen. Een kleinhandel is een onderneming die goederen aan

verkoopt.

3 Noteer een synoniem voor: a een groothandel: b

4 Noteer twee voorbeelden van groothandelaars en twee van kleinhandelaars van chips. a b

Product

© Shutterstock / Trong Nguyen

Producten kunnen goederen of diensten zijn. Goederen zijn alle tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een brood of een auto. Diensten zijn alle niet-tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een kappersbeurt of een taxirit.
consumenten (particulieren)

BEGRIP

VERKLARING

korte ketenDe korte keten is de kortste weg tussen producent en consument.

bv. Een fruitkweker biedt appels aan in zijn eigen winkel of automaat.

AFBEELDING

lange ketenBij een lange keten worden de producten niet rechtstreeks aan de consument verkocht maar zijn er tussenschakels zoals een groothandel of een kleinhandel.

toegevoegde waarde Dat is de waardevermeerdering van een product na bewerking.

MEELFABRIEK

BROODFABRIEK

SUPERMARKT

CONSUMENT

Som toegevoegde waarden = € 13 000,00

LEVEL 3

Welke sectoren zijn er?

INTRO

1 Bekijk de afbeeldingen van ondernemingen. Welke ondernemingen horen volgens jou bij elkaar? Bespreek klassikaal.

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Welke sectoren zijn er?

Explore 1— Tot welke sectoren behoren de ondernemingen?

Sector

Een sector is een groep van ondernemingen die gelijkaardige activiteiten uitvoeren zoals de sector bouw, zorg of landbouw.

1 Op basis van het type activiteit en het product dat bedrijven leveren, worden ze in vier economische sectoren ingedeeld. Omschrijf elke sector in je eigen woorden. Raadpleeg het internet.

a De primaire sector bestaat uit:

b De secundaire sector bestaat uit:

c De tertiaire sector bestaat uit:

d De quartaire sector bestaat uit:

2 Plaats de ondernemingen uit de Intro in de juiste sector. PRIMAIRE

3 Sommige ondernemingen uit de secundaire sector verwerken grondstoffen tot halfafgewerkte producten, ook halffabrikaten genoemd. Die worden door andere ondernemingen uit dezelfde sector verder verwerkt. Zij gebruiken de halfafgewerkte producten als grondstof. Geef drie voorbeelden van halfafgewerkte producten.

Maak Action 1, 2 en 3.

Explore 2— Tot welke bedrijfstakken behoren de ondernemingen?

Good to know

Je kunt ondernemingen onderbrengen in bedrijfstakken. Een bedrijfstak of branche omvat een aantal ondernemingen die hetzelfde soort goederen en / of diensten aanbieden. Belangrijke bedrijfstakken zijn bouw, toerisme, metaal, textiel, transport en de gezondheidszorg.

1 Tot welke bedrijfstak behoren de volgende bedrijven?

Bedrijfstak:

Bedrijfstak:

Bedrijfstak:

2 Verken de bedrijfstakken aan de hand van een dominospel.

a Werk in groepen van drie of vier leerlingen.

b Ga naar iDiddit en lees de spelregels.

c Zoek indien nodig de activiteit van een onderneming op internet op.

Action 4.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Een woonzorgcentrum, onderwijs, defensie

©VANIN

Voorbeelden

Voorbeelden

Een schoenwinkel, een kapsalon, een reisbureau

Een landbouwbedrijf, een visserijbedrijf, een zandgroeve

Voorbeelden

sectoren zijn er?

Voorbeelden

Een schoenfabriek, een autofabriek

Bedrijven worden in de primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector ingedeeld.

De primaire sector is de economische sector die grondstoffen wint die dan in de secundaire sector verwerkt worden. Tot de primaire sector behoren de landbouw, de jacht, de visserij en de delfstoffenwinning.

De secundaire sector is de economische sector met alle bedrijven die de grondstoffen van de primaire sector verwerken. De producten worden doorgaans door de tertiaire sector aan de consument doorverkocht.

De tertiaire sector is de economische sector waarin bedrijven met de verkoop van hun goederen of diensten winst willen maken.

De quartaire sector omvat de niet-commerciële dienstverlening zoals bijvoorbeeld defensie, onderwijs, gezondheidszorg, openbare orde of brandweer. Die diensten zijn voornamelijk gericht op het welzijn van de burger.

©VANIN

Action 1— Tot welke sector behoren deze ondernemingen?

Plaats de ondernemingen bij de juiste sector.

basisschool De Wegwijzer – bosbouwbedrijf Van der Velden – bouwonderneming Maes –brandweer Londerzeel – fietsenfabriek Cycletech – kapsalon Carré –landbouwbedrijf Vandriessche – Rode Kruis – schoenenproducent Ambiorix –transportbedrijf H.Essers – verzekeringsmaatschappij Baloise – visserij Desmit

PRIMAIRE SECTOR

SECUNDAIRE SECTOR

TERTIAIRE SECTOR
QUARTAIRE SECTOR

Action 2— Kun jij nagaan tot welke sector de ondernemingen behoren?

1 Speel in groepjes het kwartetspel over de bedrijfssectoren. Door slim te spelen en goede vragen te stellen, probeer je setjes van vier kaarten, een kwartet, te verzamelen. Als je goed oplet, kun je ontdekken wie al welke kwartetkaarten heeft.

2 Lees vooraf nog even de spelregels door.

SPELREGELS

1 Een leerling schudt de kaarten en verdeelt die onder de spelers. Het kan zijn dat een speler meer kaarten heeft dan andere spelers.

2 De jongste speler begint. Hij vraagt aan een andere speler een kaart. Die kaart behoort tot een kwartet waarvan hij al minstens een kaart heeft.

Als de gevraagde speler die kaart heeft, moet hij die afgeven en mag de vragende speler opnieuw een kaart vragen.

Als de gevraagde speler de kaart niet heeft, mag hij op zijn beurt een kaart vragen.

3 Als een speler de vier kaarten van een kwartet heeft, maakt hij dat bekend en legt het kwartet op tafel. Hij moet ook zeggen wat de ondernemingen van het kwartet gemeenschappelijk hebben.

Wanneer het gemeenschappelijke kenmerk juist is, mag hij het kwartet bijhouden.

Wanneer dat fout is, moet hij het kwartet omgekeerd in het midden van de tafel leggen.

4 De speler die aan het einde van het spel – als niemand nog losse kaarten heeft – de meeste kwartetten heeft, is de winnaar.

Action 3— Kun je de bedrijven vinden en bij de juiste sector plaatsen?

1 Zoek de volgende woorden in de woordzoeker. Ze kunnen zowel horizontaal, verticaal, diagonaal, van links naar rechts als van rechts naar links staan.

bank – bibliotheek – bioscoop – boerderij – brandweer – brouwerij – fruitteler – industriële bakkerij –jeugdbeweging – kapper – koffiebranderij – melkveebedrijf – NMBS – plukboerderij – staalfabriek –supermarkt – universiteit – visserijbedrijf – webwinkel – wijngaard – ziekenhuis UKMDHKLSTAALFABRIEKGT WQEAVISSERIJBEDRIJFBK JNLMLQTAWPBROUWERIJZR IDKSOMRJEUGDBEWEGINGA RJVCWUWCCBYVEVKPDFTIM EIEGVJIREDNARBEIFFOKR DREPKDGRIXKAPPERRPG XE REBMGRUEQXJEGGVGXCHTP EDEBEAOLEKNIWBEWYEG ZU ORDLKATEUNIVERSITEITS BERMVGBTGTHBRANDWEERD IOIHUNXTPC ZIEKENHUIST

OBJDLJBIBLIOTHEEKIOVW SKFMYIXUHVBKQYKBHMPMY CUZGBWRRXBSMNCABABQOP OLDAYERFDKXJNMPNWNVGX OPDTWYTBBOAYPYBHPQKMN PJIREKKABELEIRTSUDNIB

2 Plaats de bedrijven bij de juiste sector.

Action 4— Hoe worden ondernemingen ingedeeld in sectoren?

Het is belangrijk dat je voorbeelden van ondernemingen uit een bepaalde sector of bedrijfstak kunt geven.

a Ga naar iDiddit en bestudeer de ontdekplaat. Open het werkblaadje en vul het aan.

b Geef het werkblaadje een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan ondernemingen indelen in de primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector.

2 Ik kan voorbeelden geven van ondernemingen die tot een bepaalde sector behoren.

Beeldwoordenboek Level 3

BEGRIP

primaire sector

secundaire sector

VERKLARING

Dat is de economische sector die grondstoffen en voedsel levert. Die worden dan in de secundaire sector verwerkt. Tot de primaire sector behoren de landbouw, de jacht, de visserij en de delfstoffenwinning, zoals een zandgroeve, steenkoolmijn of zoutmijn.

Dat is de economische sector met alle bedrijven, zoals fabrieken (een autofabriek, kaasfabriek) die de grondstoffen van de primaire sector verwerken. De producten van die bedrijven worden meestal door de tertiaire sector aan de consument doorverkocht.

tertiaire sector De tertiaire sector bevat bedrijven die met de verkoop van hun goederen of diensten aan consumenten winst willen maken.

bv. een schoenwinkel, een kapsalon

quartaire sector

Daartoe behoren bedrijven en organisaties die niet als doel hebben om winst te maken. Ze leveren een niet-commerciële dienstverlening.

bv. defensie (leger), onderwijs, zorg (ziekenhuizen of rusthuizen), openbare orde (politie)

AFBEELDING

LEVEL 4

Welke administratieve activiteiten vinden er plaats in een onderneming?

INTRO

1 In een onderneming gebeuren er heel veel activiteiten die nodig zijn om de onderneming draaiende te houden.

a Noteer vijf activiteiten die noodzakelijk zijn maar die je als klant normaal niet ziet.

b Bespreek klassikaal.

c Verwerk de meest genoemde voorbeelden in een mindmap.

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Welke administratieve activiteiten vinden er plaats in een onderneming?

Explore 1— Wat is een organogram?

Organogram

Een organogram is een schematische voorstelling van de organisatie van een bedrijf. Het maakt duidelijk wie de baas is en welke afdelingen er zijn. Je ziet meestal: welke functies er zijn; wie met wie samenwerkt; wie beslissingen neemt.

Een organogram lijkt een beetje op een boom: bovenaan staat de leiding, daaronder de andere medewerkers.

In een klein bedrijf doen mensen vaak meerdere taken tegelijk en zijn er niet veel afdelingen. In een groot bedrijf zijn er meer mensen en meer afdelingen. Iedereen heeft dan meestal een of een beperkt aantal duidelijke taken.

Bekijk een deel van het organogram van Pakzilla en beantwoord de vragen. Achteraan dit thema en op iDiddit vind je het volledige organogram.

a Wie staat aan het hoofd van de onderneming Pakzilla?

b Wie is de verantwoordelijke van de aankoopafdeling?

c Wie werkt er onder die verantwoordelijke?

d Wie werkt er op de boekhouding?

Organogram: Pakzilla

Management assistant Imram Yildiz

Administratief medewerker Inge Franken

Hoofd aankoop Isabella Puzzolo

Aankoper Frank Lenaerts

Aankoper Matthias Smeets

Directeur Sigrid Luijten

Bediende onthaal Danny Opdebeeck

Facturatie Priscilla Meekers

Hoofd boekhouding Hilde Severens

Assistent boekhouder Kasim Diallo

Good to know

In sommige ondernemingen wordt in plaats van ‘directeur’ ook ‘CEO’ gebruikt. Dat is de afkorting van chief executive officer. Het hoofd van een afdeling krijgt dan weer de benaming ‘manager’.

Explore 2— Welke activiteiten vinden er op de verschillende afdelingen van een onderneming plaats?

1 Werk per twee. Jullie krijgen kaartjes met daarop telkens een afdeling en een korte omschrijving van de kernopdracht van die afdeling.

a Leg alle kaartjes open op tafel. b Bespreek.

ƒ Welke afdeling staat bovenaan?

ƒ Welke afdelingen horen bij elkaar?

ƒ Welke afdelingen werken naast elkaar?

c Leg de kaartjes zo dat ze samen een organogram vormen.

2 Maak met een digitale tool een organogram waaruit duidelijk is welke afdelingen er zijn en welke personen in die afdelingen werken. Op iDiddit staan een aantal tools om die te ontwerpen.

3 Stel het organogram van jullie onderneming voor. Bespreek klassikaal:

ƒ Wat staat bij iedereen bovenaan?

ƒ Welke afdelingen worden soms samengevoegd?

ƒ Zijn er verschillen of gelijkenissen tussen groepen?

Maak Action 1.

Explore 3— Welke kerntaken en nodige talenten staan er in vacatures van administratieve jobs?

1 Werk in vijf groepen. Elke groep gaat met een vacature aan de slag.

2 Ontwerp per groep een overzichtelijke en aantrekkelijke poster waarin jullie de vacature voorstellen. De poster bevat de kerntaken en de talenten of vaardigheden die nodig zijn voor de functie. Gebruik kernwoorden en afbeeldingen. Raadpleeg de ICT-fiches van Canva.

3 Licht de job toe aan de andere groepen.

4 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Vacature 1 BrightCompany

Vacature: Hr-medewerker

Wij zoeken iemand die helpt op de personeelsdienst.

Wat ga je doen?

ƒ Je schrijft nieuwe medewerkers in.

ƒ Je houdt afwezigheden en vakanties bij.

ƒ Je helpt bij de loonadministratie.

ƒ Je beantwoordt vragen van medewerkers.

ƒ Je organiseert bijscholingen.

Wat verwachten we?

ƒ Je werkt graag met mensen.

ƒ Je kunt goed plannen.

ƒ Je werkt nauwkeurig.

ƒ Je gaat discreet om met informatie.

Vacature 2

ACCOUNTING FINANCO

Functie: Boekhouder Wij zoeken iemand die onze geldzaken in orde houdt.

Wat ga je doen?

– Je verwerkt facturen.

– Je controleer t betalingen.

– Je houdt inkomsten en uitgaven bij.

– Je maakt overzichten voor de zaakvoerder.

Wat verwachten we?

Je werkt graag met cijfers.

– Je bent nauwkeurig.

– Je kunt zelfstandig werken.

– Je werkt georganiseerd.

Explore 4— Welke trends herken je bij administratieve activiteiten in een onderneming?

1 Lees de case. Noteer drie voordelen die de digitale evolutie met zich meebrengt.

Vroeger werd de administratie van kledingwinkelketen

BellaDonna uitsluitend gedaan door een team van administratieve medewerkers. Zij maakten personeelsverslagen, hielden roosters bij, regelden afwezigheden en maakten een overzicht van de verkopen.

Vandaag ontfermen ook andere werknemers van BellaDonna zich gedeeltelijk over die taken. Een winkelmedewerker kan bijvoorbeeld zelf zijn werkrooster controleren en bijhouden, een magazijnmedewerker vult voorraadlijsten digitaal in, en een verkoper noteert klantenbestellingen direct in het systeem. Zo worden administratieve taken verdeeld over verschillende functies, wat het werk sneller laat verlopen en iedereen zelfstandiger maakt. Ook de opkomst van automatisering en artificiële intelligentie (bijvoorbeeld het automatisch aanmaken en verwerken van facturen) heeft een impact op de administratieve activiteiten van BellaDonna.

2 Werk per twee. Je ontvangt kaartjes met specifieke taken voor de kledingwinkel.

a Lees de taken aandachtig.

b Sorteer de taken in twee kolommen:

ƒ administratieve taken vroeger,

ƒ administratieve taken nu.

3 Bespreek klassikaal.

a Wat staat er in elke kolom?

b Hoe zijn de taken geëvolueerd?

Maak Action 3.

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

TO THE POINT ©VANIN

Mogelijke administratieve jobs

Trends

Organogram

Welke administratieve activiteiten vinden er plaats in een onderneming?

Mogelijke

afdelingen

Een organogram moet de structuur van een onderneming of organisatie overzichtelijk in kaart brengen: wie staat er aan het hoofd van de onderneming? Welke afdelingen zijn er? Wie zijn de medewerkers? Wie is baas over wie? Een organogram maakt duidelijk wie welke bevoegdheden heeft en wie welke verantwoordelijkheden draagt.

In veel ondernemingen komt de volgende organisatiestructuur aan bod.

De directie staat bovenaan. Die neemt de leiding en beslissingen.

De hr-afdeling en de boekhoudafdeling ondersteunen het bedrijf intern. De hr-afdeling regelt alles rond werknemers en de boekhoudafdeling houdt geldzaken bij.

De inkoper en planner zorgen dat producten op tijd beschikbaar zijn. Zo zal de logistiek planner het transport en de levering inplannen. De inkoper koopt dan producten of materialen in de juiste hoeveelheden aan op het meest geschikte tijdstip.

De marketingafdeling en de verkoopafdeling zorgen ervoor dat klanten het bedrijf kennen.

De klantenservice helpt klanten bij vragen of mogelijke klachten.

De productieafdeling of de dienstverlening zorgen ervoor dat goederen in de juiste hoeveelheden en op het juiste tijdstip geproduceerd worden of dat diensten geleverd worden.

Administratieve taken worden beïnvloed door trends zoals bijvoorbeeld technologische ontwikkelingen en digitalisering. Daardoor worden de administratieve taken niet meer alleen door de administratieve afdeling gedaan. Ze worden ook overgenomen door andere afdelingen of werknemers.

E1-2
E3-4
A2-3

Action 1— Kun je de organisatiestructuur van een onderneming in kaart brengen?

1 Lees de case van FreshBite Snacks bv.

©VANIN

FreshBite Snacks BV is een klein bedrijf dat gezonde snacks zoals mueslirepen en fruitsnacks produceert. FreshBite Snacks BV levert aan scholen en sportclubs. Het bedrijf heeft ongeveer twintig werknemers en is de laatste jaren gegroeid. Daarom is het belangrijk dat iedereen weet wie welke taak heeft binnen de organisatie.

De directie leidt het bedrijf. Zij neemt belangrijke beslissingen, bepaalt de toekomstplannen en houdt toezicht op alle afdelingen.

De hr-afdeling of personeelsdienst werft nieuwe medewerkers aan, regelt lonen en vakantie, en bewaakt het welzijn van het personeel.

De boekhouding houdt zich bezig met facturen, betalingen, inkomsten en uitgaven. Zij zorgt ervoor dat de financiële administratie klopt.

De inkoopafdeling bestelt grondstoffen zoals fruit, granen en verpakkingsmateriaal. Zij zoekt leveranciers en vergelijkt prijzen.

De logistiek planner plant het transport van de snacks naar klanten. Die zorgt ervoor dat leveringen op tijd vertrekken en aankomen.

Het marketingteam maakt reclame voor de snacks, beheert de sociale media en bedenkt acties om meer klanten aan te trekken.

De afdeling algemene administratie ondersteunt het hele bedrijf: telefoons opnemen, e-mails beantwoorden, documenten bijhouden en afspraken plannen.

2 Maak met een digitale tool een organogram zodat de organisatiestructuur van FreshBite Snacks BV duidelijk wordt. Op iDiddit staan een aantal tools om die te ontwerpen.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Action 2— Is een job op de afdeling administratie iets voor jou?

1 Zoek een vacature voor een administratieve job die jou interesseert. Raadpleeg het internet. Noteer de site waarop je de vacature gevonden hebt.

2 Lees de vacature en beantwoord de vragen.

a Voor welke functie is de vacature?

b Welk bedrijf heeft die vacature?

3 Maak een digitale mindmap van de vacature.

a Verwerk in je mindmap minstens drie taken uit de vacature.

b Verwerk in je mindmap minstens drie talenten of vaardigheden.

c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

d Stel de job in één minuut voor aan de klas op basis van de mindmap. Benoem de kerntaken en de talenten of vaardigheden.

4 Welke talenten heb jij die bij de job passen?

5 Zou je de job later willen doen? Waarom (niet)?

6 Wat vond je het leukste aan deze Action?

Action 3— Welke trends herken je bij administratieve taken in een onderneming?

In fietsenwinkel De Pedaleur heeft de tijd niet stilgestaan. Lees de case en beantwoord de vragen.

a De Pedaleur zet in op digitalisering en dat biedt heel wat voordelen. Noteer er drie.

b Welke vaardigheden moet een medewerker van De Pedaleur hebben om met de trend mee te kunnen?

Noteer er drie.

Dertig jaar geleden gebeurde de administratie van fietsenwinkel

De Pedaleur op papier: bestellingen werden opgeschreven, facturen geprint en afspraken voor herstellingen in een schrift genoteerd. Wie informatie nodig had, moest vaak lang zoeken.

Vandaag gebruikt het bedrijf digitale tools:

–

Bestellingen komen automatisch in het systeem binnen.

– Facturen worden digitaal verwerkt en opgeslagen in de cloud.

– Teamleden werken samen aan planningen via gedeelde digitale agenda’s.

– Leveranciers en klanten communiceren via e-mail en online portalen.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan een organogram interpreteren.

2 Ik kan een organogram ontwerpen in verband met een gegeven casus.

3 Ik kan de kerntaken in vacatures in verband met administratieve jobs omschrijven.

4 Ik kan de talenten of vaardigheden omschrijven die nodig zijn om een administratieve job met succes te kunnen uitvoeren.

5 Ik kan trends in verband met administratieve activiteiten toelichten.

Beeldwoordenboek Level 4

BEGRIP

VERKLARING

organogramDat is een schematische voorstelling van de organisatie van een bedrijf. Het geeft antwoord op de vraag wie de baas is en welke afdelingen er zijn.

AFBEELDING

LEVEL 5

Welke activiteiten vinden er plaats in de logistieke afdeling?

INTRO

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

2 Hoe zit de toekomst van DHL eruit? Bespreek klassikaal. © Shutterstock / JRomero04

3 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Welke activiteiten vinden er plaats in de logistieke afdeling?

Explore 1— Wat is logistiek?

Logistiek

Logistiek zorgt ervoor dat de juiste goederen, in de juiste hoeveelheid, in de juiste kwaliteit, op het juiste tijdstip, met de juiste documenten, op de juiste plaats en aan de juiste prijs geleverd worden.

Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Wat zie je? Noteer in kernwoorden.

Explore 2— Wat houdt de logistieke keten in?

1 In Level 2 heb je de bedrijfskolom bestudeerd. Bekijk schema 1. Hoe komen de aardappelen van de opkoper bij de chipsfabrikant terecht en hoe geraken de chips in de winkelrekken?

Schema 1: Bedrijfskolom van chips landbouwer

opkoper van aardappelen chipsfabrikant groothandel kleinhandel consument

transportfirma

transportfirma

transportfirma

transportfirma

Logistieke keten

De logistieke keten bestaat uit alle stappen die nodig zijn om een product van de leverancier van de grondstoffen naar de klant te brengen. De keten bestaat uit de volgende schakels die vertrekken vanuit de vraag van de klant, namelijk:

1 leveranciers en inkoop, 2 productie, 3 opslag en voorraadbeheer, 4 transport, 5 verkoop en klantenservice.

De Engelse term voor ‘logistieke keten’ is supply chain.

2 In de tabel staan de stappen die een product doorloopt wanneer het over zee vervoerd wordt.

a Lees de verschillende stappen.

b Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

c Plaats de stappen in de juiste volgorde zodat het product bij de consument terechtkomt.

©VANIN

De documenten worden gecontroleerd in de haven en er is een controle door de douane.

De laatste klant kan een bedrijf zijn of een consument, zoals jij en je leerkracht.

Een transportplanner kiest de meeste efficiënte route.

In het tussenmagazijn worden de goederen gesplitst en vertrekken ze naar de klant.

Goederen worden tijdelijk in een magazijn opgeslagen en gaan van de haventerminal over de weg naar het magazijn.

In het magazijn worden de goederen opgeslagen en soms ook bewerkt.

De vrachtwagen vertrekt met de goederen naar een tussenmagazijn.

Goederen worden vervoerd via scheepvaart of spoorweg.

d De vrachtwagen is een voorbeeld van een transportmiddel. Welke andere transportmiddelen voor goederentransport ken je nog?

Good to know

De keuze voor een transportmethode en transportmiddel verschilt per bedrijf en per product en is afhankelijk van:

– de goederensoort en hun geschiktheid voor een bepaald transportsysteem, – de soort verpakking van de goederen, – de bereikbaarheid van de plaats van aflevering, – de snelheid van het transportmiddel, – de kosten die verbonden zijn aan het transportmiddel.

Wegtransport, of een combinatie met wegtransport, komt het meeste voor.

3 De logistieke keten is nauw verbonden met de bedrijfskolom.

a Bekijk schema 2, de voorstelling van de bedrijfskolom en de logistieke keten. De bedrijfskolom staat in de blauwe vakjes, de logistieke keten in de gele vakjes.

b Uit welke elementen bestaat de logistieke keten?

Schema 2: Bedrijfskolom en logistieke keten

landbouwer

opkoper aardappelen

chipsfabrikant

planning en transport

opslag in magazijn opkoper planning en transport

opslag in magazijn fabrikant planning en transport

opslag in magazijn groothandel planning en transport

Maak Action 1, 2 en 3.

Explore 3— Welke kerntaken en gewenste talenten staan er in vacatures voor logistieke jobs?

Jobs in de logistiek

Er zijn heel verschillende jobs in de logistiek. Op uitvoerend niveau zijn er de logistiek medewerkers. Dat zijn mensen die praktisch meewerken en ervoor zorgen dat alles correct gebeurt. Op managementniveau zijn er onder andere de supplychainplanner en de supplychainmanager. Zij plannen, beslissen en sturen anderen aan.

1 Analyseer een van de drie vacatures voor een job in de logistiek.

2 Vervolledig de mindmap of maak een digitale mindmap. Je vindt een aantal tools op iDiddit.

a Welke kerntaken zal de sollicitant moeten uitvoeren?

b Welke talenten heeft de sollicitant nodig?

c Bespreek je mindmap met je buur. Hebben jullie soortgelijke taken of talenten genoteerd?

Talenten
Kerntaken

Vacature 1

LOGISTIEK MEDEWERKER

Bedrijf: FastFlow Logistics

Locatie: Antwerpen

Type job: Uitvoerend / praktisch

Wat doet FastFlow Logistics?

FastFlow Logistics zorgt ervoor dat pakjes en producten snel en correct aan winkels en klanten worden geleverd.

Taken?

Goederen inpakken en sorteren

– Bestellingen controleren

– Producten verplaatsen in het magazijn

– Inventarissen opmaken en labels aanbrengen

Orde, netheid en structuur bewaken

Voor wie?

FastFlow Logistics

©VANIN

Vaardigheden?

Openstaan voor actief, fysiek werk

– Zelfstandig taken uitvoeren

– Goed samenwerken

Nauwkeurig werken

Proactief problemen oplossen

Betrouwbaar zijn

Kun je goed samenwerken en ben je graag actief bezig? Dan is deze job iets voor jou.

Vacature 2

Supplychainplanner

Bedrijf: PlanWise

Locatie: Gent

Type job: Administratief / plannen

Wat doet PlanWise?

PlanWise helpt bedrijven plannen hoeveel producten ze wanneer nodig hebben.

Wat ga je doen?

ƒ Planningen maken voor leveringen

ƒ Contact met leveranciers en transporteurs onderhouden

ƒ Controleren of producten op tijd aankomen

ƒ Nadenken over oplossingen bij problemen

ƒ Voorraadniveaus opvolgen

Wat moet je goed kunnen?

ƒ Logisch nadenken

ƒ Plannen en organiseren

ƒ Met cijfers werken

ƒ Communiceren met verschillende stakeholders

ƒ Omgaan met stressvolle situaties en deadlines

Waarom is dit interessant?

Je leert vooruitdenken en zorgt er mee voor dat alles vlot verloopt.

PlanWise

3

Supplychainmanager

Bedrijf: SmartSupply Group

Locatie: Brussel

Type job: Leidinggevend / organiserend

Wat doet SmartSupply Group?

Dit bedrijf zorgt ervoor dat producten van fabriek tot winkel geraken.

Jobinhoud

· Een team aansturen

· Overzicht bewaren tussen planning, magazijn en voorraad

· Contact leggen met nieuwe leveranciers

· Problemen oplossen en processen verbeteren

· Overleggen met andere teams

· Rapporteren aan de directie

Geschikt voor jou als je: Graag beslist, organiseert en anderen helpt.

Vaardigheden

©VANIN

· Je bent communicatief sterk.

· Je neemt je verantwoordelijkheid.

· Je bent probleemoplossend.

· Je durft de leiding nemen.

· Je denkt altijd één stap verder.

· Je bent nauwkeurig.

· Je kunt goed om met stress en deadlines.

Maak Action 4.

Explore 4— Welke methodieken van voorraadbeheer bestaan er?

FIFO en LIFO

In een magazijn is het heel belangrijk dat de voorraad goed opgevolgd wordt. Goederen moeten op tijd aangevuld worden. Tegelijkertijd mag er zo weinig mogelijk verspild worden. Daarom gebruiken de medewerkers in de logistiek bepaalde methodes om de voorraad te beheren. Twee bekende methodes zijn FIFO en LIFO.

FIFO betekent First In, First Out. Goederen die eerst binnenkomen, verlaten ook als eerste het magazijn. Die methode is belangrijk bij verse goederen zoals melk, yoghurt, vlees of groenten. Zo zorg je ervoor dat oudere goederen niet blijven liggen en over datum gaan.

LIFO betekent Last In, First Out: de nieuwste goederen verlaten als eerste het magazijn. De methode kan handig zijn in magazijnen waar goederen niet snel bederven, zoals bij non-foodartikelen.

1 Als magazijnier pas je de FIFO-methode toe. Wat betekent dat?

2 Als magazijnier pas je de LIFO-methode toe. Wat betekent dat?

3 Waarom is goederenopslag of goederenverzameling volgens FIFO niet alleen in een magazijn maar ook in een winkelomgeving belangrijk?

4 Bekijk de tabel met de vervaldatum van meerdere pakken koffie.

a In welke volgorde moet je de pakken verzamelen? Nummer correct.

b Volgens welke methode heb je de pakken koffie gerangschikt?

VERVALDATUMVOLGORDE

2026-11-15

2026-11-18

2026-10-31

2027-11-16

2026-12-01

2027-11-28

2026-12-09

2026-12-19

2027-11-17

2027-12-10

2026-10-29

2026-12-05

Maak Action 5 en 6.

Explore 5— Welke ecologische en

technologische trends doen zich voor binnen de logistiek?

Ecologische en technologische trends in de logistiek

De logistiek is voortdurend in verandering. Een van die veranderingen is de technologische trend: bedrijven gebruiken steeds vaker nieuwe technologieën. Die zorgen ervoor dat het werk sneller, veiliger en nauwkeuriger kan gebeuren en dat er minder fouten gemaakt worden.

De ecologische trend heeft te maken met de zorg voor het milieu. Logistieke bedrijven proberen hun impact op de natuur te verkleinen door minder vervuiling te veroorzaken.

1 Werk in twee groepen. Elke groep werkt rond een thema.

THEMA

Groep 1 Technologische trends in de logistiek

Groep 2 Ecologische trends in de logistiek

2 Bekijk de afbeeldingen van je groep. Ze dienen als inspiratie.

Groep 1 Technologische trends in de logistiek

3 Elke groep wordt in kleinere groepen verdeeld. Maak een presentatie van een trend binnen het toegewezen thema.

a Zoek een voorbeeld van een trend binnen jouw thema. Raadpleeg het internet.

b Vat de trend samen in een presentatie. Gebruik minstens één slide om de trend uit te leggen en minstens een om de invloed van die trend op de logistiek toe te lichten. Zorg voor bijpassende afbeeldingen.

c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

4 Werk samen met een groepje dat rond het andere thema gewerkt heeft.

a Stel je trend voor.

ƒ Welke trend heeft jouw groep gekozen?

ƒ Wat houdt die trend in?

©VANIN

ƒ Denk je dat het een blijvende trend is? Waarom (niet)?

b Luister naar de trend van de andere groep.

ƒ Welke trend heeft die groep gekozen?

ƒ Wat houdt die trend in?

ƒ Denk je dat het een blijvende trend is? Waarom (niet)?

5 Voeg een slide toe aan je presentatie. Vat daarop kort de trend van het andere thema samen. Sla je presentatie op en controleer of die correct in je portfolio staat.

Retourzending

Wanneer een klant een geleverd product naar de winkel of webshop terugstuurt, is dat een retourzending. De retourlogistiek zorgt voor extra werk. Het product moet opnieuw vervoerd, gecontroleerd en verwerkt worden. Bedrijven moeten extra personeel inzetten, meer transport regelen en soms producten weggooien of herstellen. Dat is niet alleen duur, maar ook slecht voor het milieu, omdat er meer vrachtwagens rijden en meer verpakkingen nodig zijn.

6 Ook jij hebt wellicht al eens iets teruggestuurd. Noteer vier voorbeelden van retourzendingen en leg telkens uit waarom je dat teruggestuurd hebt.

Maak Action 7.

TO

THE POINT ©VANIN

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

: dit zijn producten die een klant terugstuurt naar de winkel of webshop, bijvoorbeeld omdat het artikel niet bevalt, niet past of beschadigd is.

steeds meer bedrijven proberen minder schade aan het milieu te veroorzaken door onder andere elektrische vrachtwagens in te schakelen of minder en recycleerbare verpakkingen te gebruiken of zonnepanelen op magazijnen te plaatsen.

trends:

Mogelijke jobs op de afdeling logistiek

LIFO

bedrijven gebruiken robots in magazijnen, automatische planningssoftware en track-and-tracesystemen.

trends:

Trends in de logistiek

Welke activiteiten vinden er plaats in de logistieke afdeling?

Die zorgt ervoor dat de juiste goederen, in de juiste hoeveelheid, in de juiste kwaliteit, op het juiste tijdstip, met de juiste documenten, op de juiste plaats en aan de juiste prijs geleverd worden.

Die is nauw verbonden met de bedrijfskolom en plant het transport en de opslag van de goederen.

FIFO

Logistiek zorgt ervoor dat de juiste goederen, in de juiste hoeveelheid, in de juiste kwaliteit, op het juiste tijdstip, met de juiste documenten, op de juiste plaats en aan de juiste prijs geleverd worden.

De logistieke keten is nauw verbonden met de bedrijfskolom en plant het transport en de opslag van de goederen.

Er zijn heel verschillende jobs in de logistiek, zowel op uitvoerend als op managementniveau. Elke job heeft zijn specifieke taken en vereist ook andere kwaliteiten.

Op uitvoerend niveau zijn er de logistiek medewerkers. Dat zijn mensen die praktisch meewerken en ervoor zorgen dat alles correct gebeurt. Belangrijke kwaliteiten zijn: nauwkeurig zijn, betrouwbaar zijn (op tijd komen en afspraken nakomen), goed kunnen samenwerken, ordelijk en net zijn, flexibel zijn om te kunnen omgaan met drukte of veranderingen.

Op managementniveau heb je onder andere de supplychainplanner en de supplychainmanager Zij plannen, beslissen en sturen anderen aan. Iemand op dit niveau moet: organisatorisch sterk zijn, probleemoplossend kunnen denken, teams kunnen motiveren en begeleiden, communicatief sterk zijn, beslissingen durven nemen, met cijfers, planningen en rapporten kunnen werken.

In een magazijn is het nodig om de voorraad goed te beheren. Methodes zoals LIFO (Last In, First Out) en FIFO (First In, First Out) worden toegepast.

De logistiek verandert snel. Bedrijven volgen ecologische trends en zoeken manieren om minder schade aan het milieu te veroorzaken. Ze werken bijvoorbeeld milieuvriendelijker door elektrische vrachtwagens in te schakelen of minder en recycleerbare verpakkingen te gebruiken. Ze plaatsen ook zonnepanelen op hun magazijnen.

In de logistiek zijn er ook technologische trends zoals robots in magazijnen, automatische planningssoftware en track-and-tracesystemen. Dat zorgt voor minder fouten en minder verspilling, efficiënter transport en wellicht ook minder zwaar fysiek werk. Sommige jobs zullen daardoor verdwijnen, maar nieuwe zullen ook ontstaan.

Sommige trends zoals retourzendingen zorgen ook voor nadelen. Wanneer een klant een product terugstuurt, moet dat opnieuw vervoerd, gecontroleerd en verwerkt worden. Bedrijven moeten extra personeel inzetten, meer transport regelen en soms producten weggooien of herstellen. Dat is niet alleen duur, maar ook slecht voor het milieu, omdat er meer vrachtwagens rijden en meer verpakkingen nodig zijn.

Action 1—

Kun

jij de bedrijfskolom en de logistieke keten van presenteren?

Presenteer de bedrijfskolom en logistieke keten van een zelfgekozen product.

a Vul het gekozen product aan in de Action-titel. Kies een eenvoudig product waarvan de verschillende stappen van de bedrijfskolom niet te complex zijn, bijvoorbeeld een jeansbroek, kaas, brood, chocolade of appelsap.

b Ontwerp op een apart blad de bedrijfskolom voor jouw product.

c Ontwerp de logistieke keten: waar wordt het product opgeslagen en hoe wordt het vervoerd?

d Verwerk de bedrijfskolom en de logistieke keten in een presentatie.

ƒ Open een lege presentatie.

ƒ Houd bij het maken van je presentatie rekening met de criteria van de evaluatiefiche. Vink aan als je een item uitgevoerd hebt.

ƒ Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

e Breng je presentatie voor de klas.

EVALUATIEFICHE

PRESENTATIE BEDRIJFSKOLOM EN LOGISTIEKE KETEN

UITGEVOERD

Ik heb een titeldia.

Ik heb voor elke schakel een aparte dia.

Ik gebruik kernwoorden op mijn dia’s.

Ik spreek duidelijk.

Action 2— Kun jij de logistieke keten in een mindmap voorstellen?

Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening over de frietjes of over de producten van Nike. Vink de gekozen optie aan.

Optie 1 Logistieke keten van frietjes

Optie 2 Logistieke keten van producten van Nike

a Bekijk het filmpje van de gekozen optie.

b Stel de logistieke keten van je product in een mindmap voor.

ƒ Surf via iDiddit naar een website waar je mindmaps kunt maken.

ƒ Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Action 3— Welke externe transportmiddelen kun je kiezen om de vracht optimaal te vervoeren?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje over verschillende vormen van transport.

2 Noteer bij de afbeelding het juiste transportmiddel. Kies uit:

binnenvaart – luchttransport (2x) – pijpleidingen (2x) – railtransport – wegtransport (2x) – zeetransport

Action 4— Is een job in de logistiek iets voor jou?

1 Zoek een vacature voor een job in de logistiek die jou interesseert. Raadpleeg het internet. Noteer de site waarop je de vacature gevonden hebt.

2 Lees de vacature en beantwoord de vragen.

a Voor welke functie is de vacature?

b Welk bedrijf heeft die vacature?

3 Zoek in de vacature:

a minstens drie taken.

b minstens drie talenten of vaardigheden.

4 Werk per twee. Stel de job in een minuut aan elkaar voor. Wat vinden jullie van elkaars vacature?

5 Welke talenten heb jij die bij deze job passen?

6 Zou je die job later willen doen? Waarom (niet)?

7 Wat vond je het leukste aan deze Action?

Action 5— Kun je de voorraadmethode FIFO correct toepassen?

1 Je werkt in een magazijn van een voedingsbedrijf. In dat magazijn pas je de FIFO-methode toe. Bekijk tabel 1 met de voorraad van yoghurt.

Tabel 1: Voorraad yoghurt in het magazijn

2 Op 15 maart moet je vijftien dozen yoghurt klaarzetten om te verzenden.

a Welke levering gebruik je eerst?

b Hoeveel dozen neem je uit elke levering?

c Welke voorraad blijft er over?

3 Waarom is het belangrijk dat je de goederen verzamelt volgens de FIFO-methode?

Action 6— Kun je de voorraadmethode LIFO correct toepassen?

1 Je werkt in het magazijn van een bouwfirma. In dat magazijn pas je de LIFO-methode toe. Bekijk tabel 2 met de voorraad van bakstenen.

Tabel 2: Voorraad bakstenen in het magazijn

2 Op 20 mei moet je negen palletten bakstenen klaarzetten.

a Welke levering gebruik je eerst? Markeer in tabel 1.

b Hoeveel palletten neem je uit elke levering?

c Welke levering blijft volledig onaangeroerd?

4 Waarom is het logisch dat je de bakstenen verzamelt volgens de LIFO-methode?

Action 7— Welk voordeel biedt spoorwegvervoer ten opzichte van wegvervoer?

Lees het artikel.

a Welke voordelen heeft spoorwegvervoer ten opzichte van wegtransport? Markeer.

b Is die overstap een voorbeeld van een ecologische of een technologische trend? Leg uit.

©VANIN

c Wat betekent multimodaal transport? Raadpleeg het internet.

Spaas kaarsen in Noord-Limburg vervoert miljoenen kaarsen voortaan per trein en niet meer met vrachtwagens

De kaarsenproducent Spaas Kaarsen uit Noord-Limburg vervangt het wegtransport tussen zijn vestiging in Polen en Limburg grotendeels door vervoer per spoor. Dat zorgt niet alleen voor minder vrachtwagens op de weg, maar ook voor een forse daling van de CO2-uitstoot: per trailer meer dan de helft minder. Het transport is zelfs betrouwbaarder, want treinen rijden ook in het weekend. In totaal stapten al zeven Limburgse bedrijven over van de weg naar het spoor of het kanaal.

Tot voor kort werd het volledige traject van 873 kilometer tussen Stargard in Polen en Limburg met de vrachtwagen afgelegd. Vandaag gebeurt het grootste deel per trein, met enkel nog wegtransport voor het eerste en laatste stuk. Per rit verdwijnen zo 729 kilometer vrachtwagenverkeer en wordt 697 kilogram CO2 bespaard, goed voor een reductie van 53 procent.

De overstap past in een bredere Limburgse beweging richting multimodaal transport. In 2025 begeleidden POM Limburg (Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij) en Multimodaal.Vlaanderen samen 29 bedrijven bij de overgang naar duurzamere transportoplossingen. Zes van die projecten zijn inmiddels volledig operationeel en zorgen samen voor bijna 700 000 kilometer minder wegtransport en een CO2-besparing van meer dan 630 ton.

‘Als we blijven vertrouwen op vrachtwagens alleen, lopen onze wegen vast en blijft de uitstoot stijgen’, zegt Tom Vandeput, voorzitter van POM Limburg. ‘Meer vervoer

via spoor en binnenvaart haalt vrachtwagens van de weg en verlaagt de klimaatimpact. Spaas Kaarsen toont dat bedrijven vandaag al het verschil kunnen maken.’

Volgens Multimodaal.Vlaanderen bewijst deze case dat multimodaal transport ook voor productiebedrijven een haalbaar alternatief is. Zeker voor lange afstanden biedt het spoor een duurzaam en betrouwbaar antwoord op problemen zoals files, chauffeurstekorten en stijgende kosten. Bedrijven kunnen hun logistiek efficiënter plannen én tegelijk hun ecologische voetafdruk verkleinen.

Bron: hln.be, 2026-01-24

Action 8— Ken je alle woorden van dit Level?

Vul het kruiswoordraadsel in.

Horizontaal Ò

2 Dat zijn alle stappen die nodig zijn om een product van de leverancier van de grondstoffen naar de klant te brengen.

4 Dat zorgt ervoor dat de juiste goederen, in de juiste hoeveelheid, in de juiste kwaliteit, op het juiste tijdstip, met de juiste documenten, op de juiste plaats en aan de juiste prijs geleverd worden.

Verticaal Ô

1 Methode van voorraadbeheer waarbij de nieuwste goederen als eerste het magazijn verlaten.

3 Methode van voorraadbeheer waarbij goederen die als eerste binnenkomen, ook als eerste het magazijn verlaten.

5 Dat zijn producten die een klant terugstuurt naar de winkel of webshop, bijvoorbeeld omdat het artikel niet bevalt, niet past of beschadigd is.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

©VANIN

1 Ik kan het begrip ‘logistiek’ toelichten.

2 Ik kan het begrip ‘logistieke keten’ toelichten.

3 Ik kan de link tussen de bedrijfskolom en de logistieke keten omschrijven.

4 Ik kan aan de hand van vacatures de taken en de nodige talenten van jobs in de logistiek toelichten.

5 Ik kan de voorraadmethode FIFO toepassen op een voorbeeld.

6 Ik kan de voorraadmethode LIFO toepassen op een voorbeeld.

7 Ik kan aan de hand van voorbeelden ecologische en technologische trends in de logistiek toelichten.

Beeldwoordenboek Level 5

BEGRIP

ecologische trend

VERKLARING

De ecologische trend heeft te maken met zorg voor het milieu door bijvoorbeeld elektrische vrachtwagens te gebruiken of minder verpakkingsmateriaal te verspillen.

FIFO FIFO is een methode van voorraadbeheer. FIFO betekent First In, First Out. Goederen die eerst binnenkomen, verlaten ook als eerste het magazijn.

AFBEELDING

LIFO LIFO is een methode van voorraadbeheer. LIFO betekent Last In, First Out: de nieuwste goederen verlaten als eerste het magazijn.

logistiekLogistiek houdt zich bezig met de weg die goederen afleggen, zowel tussen de bedrijven als in een magazijn. Het is dus niet alleen maar transport. Logistiek betekent op het juiste moment, op de juiste plaats, de exacte hoeveelheid van de gevraagde goederen hebben en dat tegen zo laag mogelijke kosten.

logistiek medewerker

Die medewerker zorgt ervoor dat goederen op tijd en op de juiste plaats worden ontvangen, opgeslagen en verzonden. Hij controleert leveringen, verzamelt bestellingen en maakt zendingen klaar voor transport.

BEGRIP

logistieke keten

retourzendingen

De logistieke keten bestaat uit de opslag van goederen en de planning van het transport zodat alles tijdig van leverancier naar klant geraakt.

Dat zijn producten die een klant terugstuurt naar de winkel of webshop, bijvoorbeeld omdat het artikel niet bevalt, niet past of beschadigd is.

supplychainmanager

supplychainplanner

De supplychainmanager is verantwoordelijk voor het volledige proces van aankoop tot levering van producten. Hij zorgt ervoor dat goederen efficiënt, op tijd en tegen de juiste kosten bij de klant terechtkomen, en stuurt daarbij de planning, logistiek en samenwerking met leveranciers aan.

De supplychainplanner zorgt ervoor dat de juiste producten op het juiste moment beschikbaar zijn. Hij plant de voorraad, volgt leveringen op en stemt af met leveranciers en interne teams om tekorten of overschotten te vermijden.

technologische trend

De technologische trend betekent dat bedrijven steeds meer gebruikmaken van nieuwe technologieën zoals robots in magazijnen of computers die leveringen plannen.

© Shutterstock / Caroline Ruda

LEVEL 6

Welke activiteiten vinden er plaats in de marketingafdeling?

INTRO

1 Bekijk aandachtig de afbeeldingen.

a Welke onderneming gebruikt dat logo? Raadpleeg het internet.

b Welke slogan gebruikt de onderneming. Raadpleeg het internet.

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

Onderneming: Slogan:

©VANIN

Onderneming: Slogan:

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Welke activiteiten vinden er plaats in de marketingafdeling?

Explore 1— Marketingmix – what?

1 Lees de definitie en markeer de kernwoorden.

Marketing

Marketing is onderzoek doen naar de behoeften van mensen, die behoeften vertalen in goederen en diensten en een geschikte strategie ontwikkelen om de verkoop van of het bewustzijn over die goederen en diensten te stimuleren.

2 Niet alleen ondernemingen zetten marketing in om hun doelen te bereiken. Combineer de onderneming, de organisatie of de persoon met het doel.

1 De Warmste Week

2 een politieke partij

3 een deelnemer aan The Masked Singer

4 een tv-zender

5 een tennisclub

6 de overheid

7 een hogeschool

8 een bioscoop

A de verkiezingen winnen

B kijkers trekken

C studenten aantrekken

D geld inzamelen voor een goed doel

E mensen bewustmaken van het gevaar van vuurwerk

F in de finale geraken

G winst maken

H leden werven

DOEL
© belgaimage

3 Een van je beste vrienden is volgende week jarig. Je bent uitgenodigd op zijn verjaardagsfeest. Daarom ben je dringend op zoek naar een geschikt cadeau. Waarmee houd je rekening bij de keuze en de aankoop van het geschenk?

Marketingmix

De onderneming zet enkele marketingtools in om het keuze- of aankoopgedrag van de consument te beïnvloeden. Die tools vormen de marketingmix. Die bestaat traditioneel uit de 6 P’s: product, prijs, plaats, promotie, presentatie en personeel.

Maak Action 1.

PERSONEEL

PRESENTATIE

6 P’s PRODUCT PROMOTIE

PRIJS PLAATS

Explore 2— Wat is het ideale product voor je doelgroep?

1 Ga naar iDiddit. Bestudeer de ontdekplaat en verken de marketingtool Product. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

Doelgroep

Een doelgroep is de specifieke groep mensen of organisaties waarop een bedrijf zich richt met zijn goederen of diensten. Het zijn de (potentiële) klanten die het meest waarschijnlijk interesse hebben omdat zij bepaalde kenmerken delen, zoals leeftijd, interesses, inkomen, woonplaats of gedrag.

2 Bekijk de vakantieaanbiedingen (1-4) en de doelgroepen (A-D).

Shutterstock / Alliance Images

3

Beantwoord de vragen.

a Combineer de vakantie met de doelgroep.

VAKANTIE 1

VAKANTIE 2

VAKANTIE 3

b Waarom biedt een reisbureau verschillende vakantietypes aan, denk je?

c Noteer in kernwoorden enkele kenmerken van de doelgroep.

VAKANTIE 4

Explore 3— Hoe breed en diep moet het assortiment zijn?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat. Omschrijf het begrip assortiment in eigen woorden.

Breedte en diepte van het assortiment

Breedte van het assortiment is hoeveel verschillende soorten producten of productgroepen een onderneming verkoopt. Bijvoorbeeld: een winkel die kleding, schoenen, tassen en accessoires verkoopt. Dat zijn verschillende productgroepen. Hoe meer verschillende productgroepen een onderneming heeft, hoe breder het assortiment.

Diepte van het assortiment is hoeveel varianten er zijn binnen één productgroep. Bijvoorbeeld: binnen de productgroep schoenen kan de winkel sportschoenen, laarzen, sandalen, sneakers en klassieke schoenen aanbieden. Hoe meer soorten of varianten binnen één productgroep, hoe dieper het assortiment.

2 Surf via iDiddit naar de website van TUI.

a Vul ‘breedte’ en ‘diepte’ in op de juiste plaats in de onderstaande tabel. b Vul de tabel aan met extra bestemmingen.

VAN HET ASSORTIMENT

Spanje Verenigde Arabische Emiraten

Turkije Canarische eilanden

Egypte Noorwegen

Griekenland Griekse eilanden

Maak Action 2.

Explore 4— Wat is de ideale verkoopprijs?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat en verken de marketingtool Prijs. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

PRIJSSTRATEGIE

Elke onderneming hanteert een eigen prijsstrategie. Sommige ondernemingen willen opvallen als de goedkoopste, terwijl andere hoge prijzen hanteren omdat ze dat willen linken aan een hoge kwaliteit of exclusiviteit.

2 Vergelijk de prijzen van een aantal producten. Vervolledig de tabel.

a Kies nog een andere supermarkt naar keuze. Voeg toe in de laatste kolom.

b Surf naar de website van de supermarkten.

c Hoe heet het huismerk van die supermarkten? Noteer.

d Hoeveel kost het product van het huismerk per kilo of per liter? Noteer.

Een huismerk is een product dat speciaal gemaakt is voor een winkelketen. Het heeft meestal de naam of stijl van die winkel en is vaak goedkoper dan bekende merken. Je vindt het alleen in die winkel. Good to know

ALDICOLRUYTDELHAIZEALBERT HEIJN

HUISMERK

1 liter halfvolle melk (brik)

200 g melkchocolade

1 kilogram zelfrijzende bloem

1 liter bruiswater

1 liter vloeibaar wasmiddel (gekleurde was)

Forum

Een hoge prijs betekent ook een hoge kwaliteit.

Maak Action 3.

Explore 5— Wat is de ideale vestigingsplaats voor je onderneming?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat en verken de marketingtool Plaats. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

Vestigingsplaats

De vestigingsplaats van een onderneming is de plaats waar ze haar activiteiten uitvoert. Die locatie is ook belangrijk voor marketing, omdat ze invloed heeft op de zichtbaarheid van het bedrijf, de bereikbaarheid voor klanten en de keuze van de doelgroep.

2 Waar zou jij de volgende ondernemingen vestigen en waarom?

1 3 2 4

© Shutterstock / defotoberg

Explore 6— Welke distributie kies je voor je onderneming?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat. Omschrijf de begrippen directe en indirecte distributie in eigen woorden.

2 Zet de volgende distributiekanalen in de juiste kolom.

lokale webwinkel – groothandelaar – foodtruck op festival – (auto)dealer – kleinhandel –invoerder van bananen – vertegenwoordiger in koffie – de automaat bij de fruitkweker

DIRECTE DISTRIBUTIE

INDIRECTE DISTRIBUTIE

PLAATS

Explore 7— Welke promotievormen kun je gebruiken om van je onderneming een succes te maken?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat en verken de marketingtool Promotie. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

Promotievormen

Promotie maken voor je onderneming is één ding. De juiste promotievormen kiezen is een andere zaak. Dat zijn de tools om het product onder de aandacht van consumenten te brengen om zo de verkoop te verhogen. Denk aan tv-reclame, radiospots, tijdschriften en affiches.

2 Lees de tekst. Over welke trend gaat het?

De laatste jaren besteden bedrijven meer geld aan online reclame dan aan offline reclame. In 2024 werd al 49 procent van de Belgische reclamebestedingen aan onlinekanalen besteed, met sociale media, onlinevideo en zoekmachines als belangrijkste ontvangers.

Naar: tijd.be, 2025-12-06

3 Bestudeer de volgende statistieken. Wat kun je daaruit besluiten? Noteer drie conclusies.

ALGEMENE STATISTIEKEN

ƒ In 2026 wordt verwacht dat reclame in magazines, kranten (papier) met 3 % zal dalen.

ƒ Digitale reclame is goed voor 69 % van de totale wereldwijde advertentie-uitgaven.

ƒ Mobiele advertenties maken wereldwijd 75 % uit van alle uitgaven aan digitale advertenties.

ƒ Videoadvertenties nemen 35 % van alle digitale advertentiebudgetten in beslag.

ƒ Instagram Stories advertenties bereiken maandelijks 1,5 miljard mensen in 2025.

ƒ TikTokt verdiende 23 miljard dollar aan inkomsten van reclame in 2025.

ƒ YouTube verdiende 36 miljard dollar aan inkomsten van reclame in 2025.

ƒ 77 % van de consumenten ontdekt nieuwe producten via socialemediareclame.

Naar: dentsu.com en marketingltb.com

4 Niet alleen de juiste promotievorm, maar ook het medium voor de verspreiding van de reclameboodschap is belangrijk.

a Via welke media zou je in de volgende gevallen reclame maken? Zet een kruisje in de juiste kolom en / of vul de kolom ‘Andere’ in. Bedenk een goed argument voor je keuze.

b Noteer in de onderste rij de doelgroep.

HET NIEUWE

MODEL VAN BMW

KRANT

TIJDSCHRIFT

TV / RADIO

BIOSCOOP

AFFICHE

INTERNET

SOCIALE MEDIA

ANDERE

SNOWBOARDVAKANTIE ADIDAS BOEK OVER DRONES

DOELGROEP

Forum

Vind jij reclame weggesmeten geld? Laat jij je erdoor beïnvloeden?

Maak Action 5.

Explore 8— Hoe kan de inrichting van de winkel de verkoop stimuleren?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat en verken de marketingtool Presentatie. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

2 Bekijk het filmpje en noteer vijf trucs van IKEA die mensen aanzetten om iets te kopen.

© Shutterstock / the bigland
© Shutterstock / Michael Gorden

Explore 9— Hoe zet je de juiste persoon op de juiste job?

1 Ga opnieuw naar de ontdekplaat en verken de marketingtool Personeel. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

Good to know

Goed personeel is het visitekaartje van je winkel. Zo zal een winkel die make-up verkoopt graag een schoonheidsspecialist(e) als verkoper hebben.

2 Je vindt hier drie jobadvertenties waarin de competenties staan die noodzakelijk zijn om de job goed te kunnen uitvoeren.

a Bestudeer de jobadvertenties.

b Noteer de jobtitel bij de juiste jobadvertentie.

kassamedewerker – magazijnmedewerker Torfs – verkoper Proximus

“Ben jij de persoon die we zoeken?”

Dankzij je inlevingsvermogen win je vlotjes het vertrouwen van klanten. Je ontdekt snel hun behoeften en kunt de gepaste oplossing voorstellen.

Je loopt over van energie en maakt met plezier deel uit van een team waarin de collega’s elkaar helpen en bijdragen aan een toffe sfeer.

Samen met je collega’s zet je ideeën om in concrete acties die de shop en het team beter doen draaien. Je hebt passie voor al wat nieuw is en werkt dan ook graag met onze digitale tools die je ondersteunen met informatie over de klant, zijn bestellingen, nieuwigheden en promoties ...

Je bent bereid om ook in het weekend te werken.

Wie zoeken we?

Iemand die:

∙ de bestellingen van de klanten op een correcte manier klaarzet in het magazijn;

∙ nauwkeurig werkt met aandacht voor veiligheid, orde en netheid;

∙ ervoor zorgt dat de chauffeurs tijdig kunnen vertrekken met de bestellingen;

∙ bereid is om in een wisselend ploegensysteem (6.00 – 14.00 u.; 14.00 – 22.00 u.) te werken;

∙ houdt van afwisselende taken en zin voor initiatief heeft;

∙ niet terugdeinst voor fysieke arbeid;

∙ goed zelfstandig en in team kan werken.

We zijn op zoek naar iemand op wie onze klant kan rekenen, letterlijk en figuurlijk ☺

– Je bent uiterst betrouwbaar.

– Je komt steeds met een glimlach voor de dag bij elke klant ook als het even wat minder meezit.

– Je hebt een sterk logisch redeneervermogen.

– Je bent van het principe ‘klant is koning’.

– Je bent een vlot, spontaan persoon.

– Je houdt de inkom en kassazone netjes en opgeruimd.

– Je zorgt ervoor dat de uitstallingen in de omgeving van de kassa aantrekkelijk ogen doorheen de dag.

Maak Action 6 en 7.

Explore 10— Wat is het verschil tussen de 6 P’s en de

4 C’s?

De 4 C’s

Voor hun marketing gebruiken ondernemingen traditioneel de 6 P’s (product, prijs, plaats, promotie, presentatie en personeel) maar tegenwoordig denken bedrijven meer vanuit de klant in plaats van vanuit zichzelf. Daarom is er nu sprake van de 4 C’s:

– Customer solution (consumentenoplossing): kijken naar wat de klant wil of nodig heeft, in plaats van alleen ‘Welk product maken wij?’.

– Cost (kosten voor de klant): het gaat niet alleen om de prijs, maar ook om de moeite of tijd die de klant erin moet steken.

– Convenience (gemak): kijken naar hoe gemakkelijk het voor de klant is om iets te kopen, in plaats van alleen ‘Waar verkopen wij?’.

– Communication (communicatie): praten met en luisteren naar de klant, in plaats van alleen reclame zenden.

1 Ga naar iDiddit, bestudeer de ontdekplaat en ontdek wat de verschuiving van de 6 P’s naar de 4 C’s inhoudt. Download het werkblaadje als je ondersteuning wilt.

2 Welke C zet een ondernemer in de kijker wanneer hij de volgende acties onderneemt?

ACTIE

De klant kan het parkeerticket aan de kassa valideren zodat hij de parking gratis kan verlaten.

De webshop is door verschillende personen getest op gebruiksvriendelijkheid zodat een bestelling heel snel geplaatst kan worden.

Een hotelgast kan op de Facebookpagina van het hotel een review posten.

De doe-het-zelfzaak heeft een YouTubefilmpje gemaakt zodat de klant snel ziet hoe hij de aangekochte machine moet gebruiken.

De klant die een bepaald product via de webshop heeft besteld, kan een leveringsadres dicht bij huis kiezen.

Een producent van tablets heeft een enquête gedaan om precies te achterhalen wat de consument van een dergelijk toestel verwacht.

De klantendienst is in het weekend bereikbaar zodat de consumenten er ook dan met hun vragen terechtkunnen.

Een producent heeft voor een bepaalde klant een rolstoel ontworpen op maat van de behoeften van die klant.

De kapperszaak heeft haar openingsuren verlengd tot 20.00 uur.

WELKE C?
Maak Action 8 en 9.

Explore 11— Welke soort jobs bestaan er binnen de marketingafdeling?

1 Lumis Energy heeft een vacature in de marketingafdeling en zoekt een junior brandmanager.

a Lees aandachtig de vacature.

b Wat is de hoofdtaak van een brandmanager?

©VANIN

c Welke talenten heb je nodig om de job van brandmanager uit te oefenen? Markeer.

d Als brandmanager zorg jij ervoor dat het merk van de onderneming sterk en herkenbaar is.

ƒ Werk in groepen van drie.

ƒ Richt een nieuw merk op voor een bestaand product (bv. sportdrank, sneaker, game-app).

Bedenk: een naam voor het merk, een logo, de doelgroep die jullie willen bereiken.

e Maak met Canva een poster waarmee jullie het merk aan de klas voorstellen. Raadpleeg de ICT-fiches van Canva.

f Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

BRANDMANAGER (JUNIOR)

Bedrijf: Lumis Energy

Locatie: Antwerpen

Type: Voltijds

Wat ga je doen?

Als brandmanager bij energieleverancier Lumis Energy zorg jij ervoor dat ons merk sterk en herkenbaar blijft voor onze klanten. Je denkt mee na over hoe onze brand eruitziet, hoe we klinken en hoe we communiceren met onze klanten.

Wat zijn jouw taken?

– meedenken over marketingcampagnes

– analyseren wat klanten leuk vinden

– samenwerken met ontwerpers en marketeers

– helpen bij het plannen van acties

Wat verwachten we van jou?

– Je denkt creatief en durft ideeën delen.

– Je bent strategisch sterk.

– Je kunt goed samenwerken.

– Je bent georganiseerd en haalt deadlines.

– Je kunt logisch nadenken en gegevens begrijpen.

Wat bieden wij?

– een leuk team

– ruimte om te leren en te groeien

– afwisselend werk

2

MediaMix heeft een vacature voor de functie van contentmarketeer.

a Lees aandachtig de vacature.

b Wat is de hoofdtaak van een contentmarketeer?

c Welke talenten heb je nodig om de job van contentmarketeer uit te oefenen? Markeer.

d Werk verder in dezelfde groepen van drie. Bedenk:

ƒ een Instagrampost om je merk en je product onder de aandacht te brengen. Beschrijf het beeld dat je erbij zou plaatsen (of zoek online een passend beeld) en schrijf de caption.

ƒ een TikTok-idee om het product te promoten. Schrijf dat idee uit. Je hoeft het niet uit te voeren.

e Maak een contentkalender voor een week. Plan in die week ook de content die je in vraag d hebt bedacht. Denk na over de volgende acties:

ƒ Wat zul je wanneer posten?

ƒ Via welk kanaal zul je dat posten?

Tip:

Op iDiddit staat een sjabloon voor een minicontentkalender.

f Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Contentmarketeer

Bedrijf: MediaMix

Locatie: Gent

Type: Voltijds

Wat ga je doen?

Als contentmarketeer schrijf je teksten, bedenk je socialemediaposts en ga je continu op zoek naar nieuwe manieren om mensen te informeren en te overtuigen.

Jouw taken: socialemediaposts en blogs schrijven videocontent bedenken en mee begeleiden meedenken over creatieve campagnes e-nieuwsbrieven uitsturen de website onderhouden in team werken aan marketingprojecten

Onze verwachtingen:

Je schrijf t graag en duidelijk.

Je bent creatief en nieuwsgierig.

Je kunt goed plannen.

Je werkt graag samen.

Ons aanbod: een creatieve werkomgeving begeleiding en opleiding veel afwisseling

3

Creative Words heeft een vacature voor de functie van copywriter.

a Lees aandachtig de vacature.

b Wat is de hoofdtaak van een copywriter.

©VANIN

c Welke talenten heb je nodig om de job van copywriter uit te oefenen? Markeer.

d Werk verder in dezelfde groepen van drie.

ƒ Bedenk een reclameslogan voor je merk.

ƒ Stel je slogan voor aan de rest van de klas.

ƒ Je hebt nu meerdere slogans gehoord. Welke vond je het beste? Waarom?

e Lees de saaie producttekst. Herschrijf de tekst tot een vlotte, aantrekkelijke advertentietekst.

Deze drinkfles is gemaakt van plastic. Hij kan 500 ml water bevatten en is beschikbaar in drie kleuren.

COPYWRITER

Bedrijf: Creative Words Locatie: Leuven

Type: Voltijds

Wat ga je doen?

Als copywriter schrijf je teksten die mensen aanspreken en overtuigen.

Wat zijn jouw taken?

– Slogans, advertenties en websiteteksten schrijven

– Communicatie-ideeën bedenken met collega’s

– Teksten aanpassen op basis van feedback

– Rekening houden met de doelgroep en het doel

Wat verwachten we van jou?

– Je houdt van taal en creatief schrijven.

– Je communiceert duidelijk.

– Je kunt zelfstandig én in team werken.

– Je staat open om bij te leren.

Wat bieden wij?

– een tof creatief team

– coaching en ondersteuning

– kans om jezelf te ontwikkelen

4 Naast de job van brandmanager, contentmarketeer en copywriter zijn er nog andere jobs in de marketingafdeling. Wat is de taak van deze personen?

a marketingmanager

b productmarketingmanager

c pr- en communicatiespecialist

Maak Action 10.

Explore 12— Wat houdt e-marketing

in?

E-marketing

E-marketing of online marketing betekent dat bedrijven hun goederen of diensten via internet proberen te promoten, bijvoorbeeld via websites, sociale media, e-mail of online advertenties.

Lees het artikel. Beantwoord de vragen.

a Wat is e-marketing? Kruis aan.

reclame maken via folders reclame maken via televisie reclame maken via internet mond-tot-mondreclame

b Geef nog een voorbeeld van e-marketing.

c Waarom wordt online marketing belangrijker? Leg uit in je eigen woorden.

d Waarom is e-marketing zo populair? Markeer.

DPG Media start geïntegreerde mediatransformatie

DPG Media is een groot mediabedrijf in België en Nederland. Het bedrijf maakt kranten, tijdschriften, websites, apps, podcasts en online video’s. Bekende voorbeelden zijn kranten en nieuwssites die je ook op je smartphone kunt lezen.

DPG Media merkt dat het gedrag van mensen verandert. Vroeger lazen veel mensen elke dag een papieren krant of keken ze op vaste uren naar televisie. Vandaag gebruiken mensen steeds vaker hun smartphone, tablet of computer om nieuws te lezen, video’s te bekijken en sociale media te gebruiken.

Daarom past DPG Media zich aan. Het bedrijf combineert klassieke media (zoals kranten, radio en tijdschriften) met digitale media (zoals websites, apps en online advertenties). Zo kunnen bedrijven hun reclame niet alleen in een krant zetten, maar ook online, bijvoorbeeld op een website, in een app of in een video.

Deze manier van werken toont een duidelijke marketingtrend. Bedrijven kiezen steeds vaker

voor e-marketing, dat is reclame maken via internet. Online marketing is populair omdat: – veel mensen dagelijks online zijn; – reclame gericht kan worden getoond aan een bepaalde doelgroep; – bedrijven snel kunnen zien of hun reclame werkt.

E-marketing speelt dus een steeds grotere rol in hoe bedrijven hun goederen en diensten bekendmaken.

Bron: marketingtribune.nl, 2025-12-02

© Shutterstock / PixelBiss
Maak Action 11.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Marketingmix : dat is de juiste persoon een bepaalde taak geven. : dat is hoeveel er voor het product gevraagd wordt en of er kortingen aangeboden worden. : dat beschrijft de keuze voor de vestigingsplaats en ook welke en hoeveel kanalen de onderneming gebruikt. : dat is hoe en via welke media de onderneming haar assortiment onder de aandacht wil brengen. : dat is hoe het product aan de consument gepresenteerd wordt en waar in de winkel de producten zich bevinden. : de onderneming moet een product aanbieden dat aan de behoefte van de klant voldoet.

Klantgerichte marketing : bedrijven denken vanuit de behoefte van de klant. Bedrijven promoten hun goederen of diensten via het internet. : het gaat niet alleen om de prijs maar ook om alle kosten die de klant moet maken. : de moderne consument wil vooral gemak. : klanten moeten genoeg informatie kunnen vinden, gemakkelijk een klacht kunnen indienen en op een eenvoudige manier contact kunnen opnemen.

Trends in marketing

Welke activiteiten vinden er plaats in de marketingafdeling?

Mogelijke jobs op de marketingafdeling

Marketing is onderzoek doen naar de behoefte van mensen, die behoeften vertalen in goederen en diensten en een geschikte strategie ontwikkelen om de verkoop van die producten te stimuleren.

De marketingmix is een combinatie van verschillende instrumenten die een onderneming, een organisatie of een individu inzet om haar doelen te bereiken.

Traditioneel bestaat die mix uit de 6 P’s: product, prijs, plaats, promotie, presentatie en personeel. Elk van de zes P’s is belangrijk maar soms focust een onderneming zich meer op de ene of de andere P.

PERSONEEL

PRESENTATIE

6 P’s

PRIJS PLAATS

De marketingmix wordt bepaald door de doelgroep waarop de onderneming zich richt. Dat zijn de (potentiële) klanten die het meest waarschijnlijk interesse hebben omdat zij bepaalde kenmerken delen, zoals leeftijd, interesses, inkomen, woonplaats of gedrag.

Product: het goed of de dienst moet voldoen aan de wensen en de behoeften van de consument. Daarbij speelt niet alleen het product op zich een rol maar ook de verpakking, de kwaliteit, de service, de garantie, de merknaam en het ontwerp. Breedte van het assortiment is hoeveel verschillende soorten producten of productgroepen een onderneming verkoopt. Hoe meer verschillende productgroepen een onderneming heeft, hoe breder het assortiment.

Diepte van het assortiment is hoeveel varianten er binnen een productgroep zijn. Hoe meer soorten of varianten binnen een productgroep, hoe dieper het assortiment.

Prijs: dat gaat over hoeveel er voor het goed of de dienst gevraagd wordt. Elke onderneming hanteert een eigen prijsstrategie. Sommige ondernemingen willen opvallen als de goedkoopste, terwijl andere hoge prijzen hanteren omdat ze dat willen linken aan een hoge kwaliteit of exclusiviteit.

Plaats: dat instrument beschrijft de keuze van de vestigingsplaats maar ook hoe het goed of de dienst bij de klant terechtkomt. Het gaat om welke en hoeveel distributiekanalen er gebruikt worden.

Een onderneming kan ook kiezen voor directe of indirecte distributie. Bij directe distributie verkoopt de producent rechtstreeks aan de klant. Bij indirecte distributie verkoopt de producent via tussenpersonen zoals groothandels of winkels aan de klant.

Promotie: dat gaat over de manier waarop een goed of dienst bij de consument bekendgemaakt wordt opdat die het zou willen kopen. Promotievormen zijn de tools om het product onder de aandacht van consumenten te brengen om zo de verkoop te verhogen: denk aan tv-reclame, radiospots, tijdschriften, affiches.

Presentatie: dat instrument beschrijft hoe het goed of de dienst aan de consument gepresenteerd wordt, waar de producten zich in de winkel bevinden

Personeel is een heel belangrijke factor. Niet iedereen is geschikt voor een bepaalde job. Het komt erop aan om de juiste persoon voor een bepaalde taak te vinden.

In de loop der tijd is de marketing veranderd. Zo staan de ondernemingen en de producten niet meer centraal maar de individuele consument en zijn welzijn. Bij die verandering hoort dus ook een andere invulling van de marketingmix. De marketinginstrumenten heten nu de 4 C’s.

Customer solution (consumentenoplossing): er wordt gedacht vanuit de consument. Waarom is dit goed of deze dienst een oplossing voor de consument?

Cost (kosten): daarbij gaat het niet alleen meer om de prijs van het product of de dienst, maar ook om alles wat het de consument verder kost. Is de grondstof duurzaam verbouwd?

Wat kost het de consument om bij de winkel te komen? Heeft het goed of de dienst vervelende gevolgen voor het dagelijkse leven?

Convenience (gemak): de moderne consument wil vooral gemak. Het aanbod is groot en de tijd van de consument is kostbaar. Als een klant veel moeite moet doen om aan een goed of dienst te komen, haakt hij snel af.

Communication (communicatie): in de nieuwe marketingmix gaat het niet alleen om het promoten van het goed of de dienst. De klant wil inspraak. Klanten moeten genoeg informatie kunnen vinden (bij voorkeur online), gemakkelijk klachten kunnen indienen en op een laagdrempelige wijze contact kunnen zoeken.

CUSTOMER SOLUTION of consumentenoplossing

COSTS of kosten

CONVENIENCE of gemak

COMMUNICATION of communicatie

Samengevat is de marketingmix als volgt veranderd:

Product wordt consumentenoplossing.

Prijs wordt kosten voor de consument.

Plaats wordt gemak van de klant. Promotie wordt communicatie.

Binnen de marketingafdeling bestaan er verschillende jobs zoals de marketingmanager, de brandmanager, de contentmarketeer en de copywriter. Elk heeft zijn eigen kerntaak maar creativiteit, samenwerken en goed plannen wordt van elke job verwacht.

Ook in de marketing doen er zich bepaalde trends voor zoals de verschuiving naar e-marketing. E-marketing of online marketing betekent dat bedrijven hun producten of diensten via internet proberen te promoten, bijvoorbeeld via websites, sociale media, e-mail of online advertenties.

Action 1— Ben jij een succesvolle ondernemer?

1 Werk per twee. Bedenk samen een nieuw merk of product dat je aan jongeren van jouw leeftijd wilt verkopen.

2 Verwerk de antwoorden op de volgende vragen in een presentatie. Open een presentatie. Geef dat bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Raadpleeg indien nodig de ICT-fiches van PowerPoint of Canva.

a Wat bied je aan? Omschrijf je goed of dienst. Wat maakt dat product speciaal of anders?

b Voor wie is het bedoeld? Welke jongeren willen dat gebruiken? Waarom?

c Hoe bereik je je klanten? Op welke plekken of via welke media kunnen jongeren jouw merk of product vinden of kopen?

d Hoe vertel je anderen over je merk of product? Welke originele ideeën bedenk je om je merk of product bekend te maken?

e Waarom zouden jongeren dit kiezen en niet iets anders? Wat is jullie troef of voordeel?

3 Sla je bestand op en controleer of het correct in je portfolio staat.

4 Presenteer jullie idee aan je klasgenoten. Beoordeel jezelf aan de hand van de evaluatiefiche.

EVALUATIEFICHE

PRESENTATIE VOOR DE KLAS

Max. Score Opmerkingen

Ik spreek duidelijk.

Ik kijk naar mijn publiek (oogcontact).

Ik gebruik geen stopwoorden.

Ik spreek niet te snel / te traag.

Ik spreek Algemeen Nederlands.

TOTAAL

Action 2— Welk assortiment biedt aan?

1 Je krijgt een kaartje met de naam van een onderneming. Vul de naam aan in de titel van deze Action.

2 Surf naar de website van die onderneming.

3 Stel het assortiment van die onderneming in de breedte en diepte voor in een overzichtelijke digitale tabel. Je kunt kiezen uit twee opties. Kies optie 1 als je een uitdaging wilt en vertrek van een leeg document. Kies optie 2 als je liever wat ondersteuning wilt en gebruik het sjabloon dat op iDiddit staat. Vink de gekozen optie aan.

4 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Optie 1 Uitdagend

Optie 2 Met ondersteuning

5 Vergelijk jouw assortiment met dat van twee concurrenten.

a Noteer twee concurrenten van jouw onderneming.

b Illustreer met enkele voorbeelden.

ƒ Is de breedte van jouw assortiment gelijk aan dat van een of beide concurrenten? Of verschilt het met een of beide concurrenten?

ƒ Is de diepte van jouw assortiment gelijk aan dat van beide concurrenten? Of verschilt het met een of beide concurrenten?

6 Noteer twee voordelen en twee nadelen van een breed en diep assortiment.

Action 3— Gaan de supermarkten elkaar te lijf met scherpe prijzen?

Lees het artikel.

a Wat betekenen deze begrippen? Raadpleeg het internet. Noteer in je eigen woorden.

ƒ witte producten

ƒ een harddiscounter

b Supermarkten zoals Delhaize en Colruyt hadden vroeger erg goedkope merken zoals 365 en Everyday en moesten daarmee concurreren met winkels zoals Aldi en Lidl, maar dat lukte niet zo goed. Waarom niet? Noteer drie redenen.

c Wat is de nieuwe aanpak van Delhaize en Colruyt? Geef enkele voorbeelden.

d Waarom zijn Delhaize en Colruyt overgegaan tot die nieuwe aanpak?

e Surf naar de website van Albert Heijn en noteer twee Prijsfavorieten.

f Surf naar de website van Delhaize en noteer twee Kleine Leeuwtjes.

©VANIN

Waarom ‘witte producten’ falen in de strijd tegen harddiscounters

Met het afbouwen of inkrimpen van hun goedkoopste huismerken volgen Delhaize en Colruyt Group een internationale trend: eersteprijsmerken hebben jammerlijk gefaald in de strijd tegen harddiscounters als Aldi en Lidl.

Upgrade

Dat Delhaize zijn discountmerk 365 stilaan afbouwt, was al even bekend. Recente geruchten op sociale media over het mogelijke verdwijnen van het budgetmerk Everyday bij Colruyt Group brachten het onderwerp weer in de actualiteit.

Voor alle duidelijkheid: Everyday verdwijnt niet, maar wordt wel ‘herbekeken’, zegt Colruyt. De focus gaat naar het huismerk Boni.

Bij Delhaize verdwijnen de 365-producten evenmin: ze krijgen een upgrade. Voortaan worden ze in een nieuw jasje, met het Delhaizelogo, verkocht als Kleine Leeuwtjes. Dat assortiment basisproducten onder huismerk tegen scherpe prijzen werd gelanceerd in 2022. De overgang zal geleidelijk verlopen, naarmate de oude verpakkingen op raken.

Problematische kwaliteit Delhaize en Colruyt wilden met een assortiment basisproducten tegen scherpe prijzen de concurrentie aangaan met de Duitse harddiscounters Aldi en Lidl, maar die strategie is om verschillende redenen problematisch gebleken. Kwaliteit is er één van. De budgetmerken kunnen op dat vlak niet concurreren met de huismerken van Aldi en Lidl. Want inderdaad: de harddiscounters bieden met hun eigen merken heel vaak de kwaliteit van A-merken, blijkt uit tests. Dankzij hun beperkt assortiment draaien harddiscounters gigantische volumes per product. En zo kunnen ze van hun leveranciers tegelijk een heel hoge kwaliteit én zeer scherpe condities eisen.

© emka74 / Shutterstock.com

Lage marges

Imago is een bijkomende factor. De uitstraling van de verpakkingen oogt vandaag te goedkoop en saai, terwijl discounters als Aldi en Lidl net hun assortiment opwaarderen. Het is bovendien efficiënter om alle inspanningen op één helder en scherp geprijsd huismerk te focussen. Zo kan de supermarktketen zijn prijsimago versterken. Marge is tot slot een ander doorslaggevend argument. Doordat budgetmerken tegen (veel) lagere prijzen verkocht worden, genereren ze ook lagere marges en veroorzaken ze een daling van de winstgevendheid van hun categorie, wanneer meer shoppers voor het goedkoopste aanbod kiezen.

Prijskloof

Daarom bouwen veel Europese retailers hun aanbod eersteprijsmerken of ‘witte producten’ af. Het discountmerk AH Basic verdween al jaren geleden bij Albert Heijn, om plaats te maken voor de Prijsfavorieten onder huismerk – een voorbeeld dat Delhaize gevolgd heeft met zijn Kleine Leeuwtjes. Supermarktketens verlagen de prijzen van hun huismerken, om zo de discounters te beconcurreren met producten van een evenwaardige kwaliteit.

Bron: retaildetail.be, 2025-07-29

Good to know

Er is een verschil tussen witte producten en huismerken, maar de termen worden soms door elkaar gebruikt. Witte producten zijn producten zonder duidelijke merknaam op de verpakking. Huismerken zijn producten die door een winkelketen of supermarkt zelf worden verkocht onder hun eigen merknaam of label.

©VANIN

Action 4— Hoe zet je een droom om in een markt?

1 Werk per twee. Bedenk samen een nieuw product dat jullie willen verkopen: een snack, gadget, kledingstuk of iets anders. Geef het product een naam en beschrijf kort wat het product is.

2 Waar en hoe zul je het product verkopen?

a Beantwoord de volgende vragen en verwerk die in een poster. Open een bestand. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Raadpleeg de ICT-fiches van Canva.

ƒ Waar kan de klant jullie product kopen? (bv. supermarkt, webshop, festival ...)

ƒ Hoe komt het product daar? (bv. direct van producent, via groothandel, enkel online ...)

ƒ Gaat het om directe of indirecte distributie?

b Ga naar iDiddit. Download de evaluatiefiche. Houd rekening met de criteria van de evaluatiefiche. Vink aan als je een item uitgevoerd hebt.

c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

3 Presenteer jullie product en distributieplan aan de klas. De presentatie mag twee minuten duren. Open opnieuw de evaluatiefiche. Vul die in. Sla de fiche op en controleer of ze correct in je portfolio staat.

4 Na alle presentaties stemt de klas op het idee dat het meest kans maakt om veel te verkopen.

Action 5— Hoe promoot je een nieuw product?

1 Ontleed de onderstaande cartoon met behulp van de KIAM-methode: kijken, interpreteren, actualiseren en mening.

STAPPENPLAN

Stap 1: Kijken – Wat zie je op de cartoon?

– Welke tekst zie je?

Stap 2: Interpreteren

Waarover gaat die cartoon volgens jou? Wat wil de cartoonist zeggen?

Stap 3: Actualiseren

Kwam het onderwerp onlangs nog in het nieuws? Leg kort uit.

Stap 4: Mening

Wat is jouw mening? Ga je akkoord met de boodschap van de cartoonist?

2 Werk in groepjes. Elke groep moet een nieuw product promoten.

a Beschrijf om welk nieuw product het gaat.

b Beschrijf bondig jullie doelpubliek.

c Welke sociale media lijken je het meest geschikt om je doelpubliek te bereiken? Leg uit.

d Welke slogan, woorden of tags moet je zeker gebruiken om je boodschap over te brengen op sociale media?

e Promoot je product op sociale media. Schrijf een advertentie of maak een filmpje. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Action 6— Ken jij de elementen van de marketingmix?

Lees de situaties.

a Waarom is de marketingstrategie niet goed gekozen?

b Over welke P gaat het telkens? Noteer.

Een onderneming lanceert een nieuwe frisdrank met een grote publiciteitscampagne. Elk gezin ontvangt kortingsbonnen. De frisdrank is slechts te koop in een enkele warenhuisketen.

C B

Een nieuw type gsm wordt gelanceerd. De gsm heeft een heel mooi design en de prijs is concurrentieel. Technisch staat het mobieltje nog niet op punt. Het regent klachten in de eerste maanden na de lancering.

Een onderneming brengt een nieuwe boot op de markt. De verkoopprijs bedraagt 163 000,00 euro. De onderneming maakt daarvoor reclame in Klasse, een tijdschrift voor leerkrachten.

Een fitnesszaak opent een nieuwe vestiging in de industriezone in de buurt van een zeehaven.

Action 7— Vind jij de perfecte match tussen bedrijf en

marketingmix?

Een onderneming moet aandacht besteden aan elk van de 6 P’s, maar sommige ondernemingen hebben meer aandacht voor een of meerdere P’s.

a Bestudeer de marketingmix van een aantal ondernemingen.

b Welke marketingmix hoort bij welke onderneming?

c Noteer telkens waarom je die onderneming aan de marketingmix toewijst.

Onderneming: Argument:

Onderneming: Argument:

Onderneming: Argument:

Onderneming: Argument:

Onderneming: Argument:

Onderneming: Argument:

Onderneming: Argument:

Action 8— Kun jij de verschuiving van de P’s naar de C’s ontdekken?

1 Werk in vier groepen. Lees de case van je groep en beantwoord de vragen.

2 Verwerk de antwoorden in een presentatie. Open een presentatie. Geef dat bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Raadpleeg indien nodig de ICT-fiches van PowerPoint of Canva.

ONDERNEMING

Groep 1 Pretpark Adventureland

Groep 2 Lokale frituur

Groep 3 Lokale sportwinkel

Groep 4 IJsjesfoodtruc Frosty

Groep 1 Pretpark AdventureLand

Probleemstelling

Voorlopig komen er vooral gezinnen met jonge kinderen. Het park wil meer tieners aantrekken. Consumentenoplossing

Welke attracties of diensten vervullen tienerwensen?

Kosten

Behalve een ticket, wat kost een dagje pretpark nog?

Gemak

Hoe kan AdventureLand het bezoek zo makkelijk mogelijk maken?

Communicatie

Hoe kunnen tieners feedback geven en het park online volgen?

Groep 2 Lokale frituur

Probleemstelling

Een frituur in het dorp wil meer jongeren bereiken. Consumentenoplossing

Hoe maak je het voor de jongeren aantrekkelijker?

Kosten

Hoe kun je voor de jongeren de kosten beperken?

Gemak

Hoe kun je het bezoek aan de frituur vergemakkelijken?

Communicatie

Hoe kan er communicatie zijn die jongeren echt aanspreekt? © Shutterstock / Tobias Arhelger

Groep 3 Lokale sportwinkel

Probleemstelling

De winkel merkt dat jongeren vooral sneakers en sportkleding online kopen bij websites zoals Zalando.

Consumentenoplossing

Hoe kan de winkel een oplossing bieden voor een behoefte van de klant i.p.v. enkel schoenen verkopen?

Kosten

Welke verborgen kosten hebben jongeren als ze hier kopen in plaats van online te bestellen?

Gemak

Hoe kan de winkel gemak vergroten?

Communicatie

Hoe kan er communicatie zijn die jongeren echt aanspreekt?

Groep 4 IJsjesfoodtruck Frosty

Probleemstelling

In de zomer rijdt de truck door de stad, maar jongeren weten vaak niet waar hij staat.

Consumentenoplossing

Hoe maak je ijsjes aantrekkelijker voor jongeren?

Kosten

Buiten de prijs van het ijsje, welke moeite kost het nu om er één te kopen?

Gemak

Hoe kan Frosty het nóg makkelijker maken?

Communicatie

Hoe kan de truck jongeren laten weten waar hij staat?

Action 9— Ken je de kernbegrippen van de

marketingmix?

Oefen per twee de begrippen van de marketingmix in. Ga naar iDiddit. Daar staat een dominospel.

a Knip de dominostenen uit het knipblad.

b Lees de spelregels aandachtig.

c Speel het spel!

Action 10— Is een job op de marketingafdeling iets voor jou?

1 Zoek een vacature voor een job in marketing die jou interesseert. Raadpleeg het internet. Noteer de site waarop je de vacature gevonden hebt.

2 Lees de vacature en beantwoord de vragen.

a Voor welke functie is de vacature?

b Welk bedrijf heeft die vacature?

3 Zoek in de vacature:

a minstens drie taken.

b minstens drie talenten of vaardigheden.

4 Verwerk de antwoorden in een digitale mindmap. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

5 Werk per twee. Stel de job in één minuut aan elkaar voor. Wat vinden jullie van elkaars vacature?

6 Welke talenten heb jij die bij de job passen?

7 Zou je de job later willen doen? Waarom (niet)?

8 Wat vond je het leukste aan deze Action?

Action 11— Welke trends in de marketing stel je vast?

Lees de tekst. Beantwoord de vragen.

a Waarom is het belangrijk dat een klein bedrijf zichtbaar is op Google Maps?

b Geef één voorbeeld van hoe automatisatie een bedrijf kan helpen.

c Waarom vinden mensen korte video’s van echte ondernemers leuker dan dure reclamevideo’s?

d Hoe kan een bedrijf eerlijk en duidelijk communiceren? Geef een voorbeeld.

e Hoe kan een bedrijf minder afhankelijk worden van dure advertenties? Noteer een manier.

Trends in de marketing

De onlinewereld verandert snel, maar één ding blijft: wie zichtbaar is, krijgt meer klanten. Voor kleine bedrijven in België is het soms moeilijk om tijd, geld en kennis voor marketing te combineren. Toch zijn er veel kansen. Digitale tools worden makkelijker, goedkoper en handiger.

Hier zijn vijf belangrijke trends voor Belgische kleine en middelgrote ondernemingen:

1 Lokale zichtbaarheid is belangrijk Mensen zoeken steeds vaker naar bedrijven in hun buurt. Google toont die bedrijven bovenaan in zoekresultaten en op Google Maps.

Voor een kapper, winkelier of aannemer is het dus belangrijk dat je Google Business Profile goed is ingevuld: recente foto’s, correcte openingsuren, diensten en echte reviews van klanten. Het is gratis, makkelijk en helpt snel nieuwe klanten te krijgen.

2 Automatisatie bespaart tijd

Veel kleine bedrijven hebben te weinig tijd of personeel. Daarom helpen automatische systemen: bijvoorbeeld automatisch bevestigde afspraken, opvolgmails of advertenties die zichzelf verbeteren. Zo kunnen bedrijven sneller reageren en minder fouten maken, zonder extra mensen aan te nemen.

3 Korte, echte video’s werken het beste

In België vinden mensen echte video’s van ondernemers leuker dan dure reclame. Korte video’s van 20 tot 40 seconden doen het goed op

BREAKING NEWS

sociale media. Voorbeelden: een product laten zien, een klant die iets vertelt, een korte uitleg van een dienst of een kijkje achter de schermen. Vaak is een smartphone genoeg.

4 Eerlijk en duidelijk communiceren

Mensen vertrouwen bedrijven die duidelijk en eerlijk zijn. Vertel wat een goed of dienst kost, wat inbegrepen is en wat niet. Gebruik reviews en foto’s van echte klanten. Transparantie helpt een bedrijf om vertrouwen te winnen en meer klanten aan te trekken.

5 Minder afhankelijk zijn van dure advertenties

Adverteren op Google en sociale media wordt steeds duurder. Daarom gebruiken bedrijven eigen content zoals blogartikelen, uitlegpagina’s, e-mailnieuwsbrieven of FAQ’s. Deze content kost één keer werk en helpt jarenlang om klanten te vinden, zonder dat het steeds geld kost.

Bron: jeroenpersyn.be

©VANIN

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

© Shutterstock / YuTphotograph

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan het begrip ‘marketing’ en ‘marketingmix’ toelichten.

2 Ik kan het begrip ‘doelgroep’ met een voorbeeld illustreren.

3 Ik kan het begrip ‘assortiment’ in eigen woorden omschrijven.

4 Ik kan de begrippen ‘diepte van het assortiment’ en ‘breedte van het assortiment’ met een voorbeeld toelichten.

5 Ik kan gericht zoeken in onlinedatabanken.

6 Ik kan mijn eigen mening onderbouwen.

7 Ik kan de marketingtool prijs toelichten aan de hand van een voorbeeld.

8 Ik kan toelichten welke criteria een onderneming het best gebruikt bij de keuze van de vestigingsplaats.

9 Ik kan de begrippen ‘directe distributie’ en ‘indirecte distributie’ toelichten aan de hand van voorbeelden.

10 Ik kan toelichten welke distributiekanalen een onderneming gebruikt.

11 Ik kan het belang van de presentatie van producten duiden aan de hand van voorbeelden.

12 Ik kan het belang van de juiste persoon voor de juiste job toelichten aan de hand van voorbeelden.

13 Ik kan de 4 C’s toelichten aan de hand van voorbeelden.

14 Ik kan online samenwerken aan een document.

15 Ik kan een tabel aanmaken met een tekstverwerker.

16 Ik kan het begrip ‘e-marketing’ toelichten aan de hand van voorbeelden.

Beeldwoordenboek Level 6

BEGRIP

VERKLARING

assortimentHet assortiment is de verzameling van producten die een onderneming verkoopt.

AFBEELDING

breedte van het assortiment

communication (communicatie)

De breedte van het assortiment geeft het aantal verschillende productgroepen aan.

convenience (gemak)

In de nieuwe marketingmix gaat het niet alleen om het promoten van het product. Klanten moeten genoeg informatie (het liefst online) kunnen vinden, gemakkelijk klachten kunnen indienen en op een gemakkelijke manier contact kunnen opnemen.

De moderne consument wil vooral gemak. Als een klant veel moeite moet doen om aan een product te komen, haakt hij snel af.

cost (kosten)Bij cost gaat het niet alleen om de prijs van het product, maar ook om alles wat het de consument extra kost: wat kost het de consument om bij de winkel te komen? Heeft het product vervelende gevolgen voor het dagelijkse leven zoals heel veel verpakking?

BEGRIP

customer solution (consumentenoplossing)

VERKLARING

Daarbij wordt er gedacht vanuit de consument: waarom is dit product een oplossing voor de consument?

diepte van het assortiment De diepte van het assortiment is het gemiddeld aantal producten en productvarianten binnen een bepaalde productgroep.

directe distributie De producent verkoopt het product rechtstreeks aan de consument.

distributiekanalen De manieren waarop een product van de producent bij de klant geraakt.

doelgroepDe doelgroep is een specifieke groep mensen die een organisatie of instelling wil bereiken met een bepaald aanbod.

AFBEELDING

©VANIN

e-marketingDat betekent dat bedrijven hun goederen of diensten via internet proberen te promoten, bijvoorbeeld via websites, sociale media, e-mail of online advertenties.

BEGRIP

indirecte distributie

VERKLARING

De producent verkoopt het product niet rechtstreeks aan de consument.

marketingMarketing doet onderzoek naar de behoefte van mensen, vertaalt die behoeften in producten en diensten, en ontwikkelt een geschikte strategie met als doel om de verkoop van die producten en diensten te stimuleren.

AFBEELDING

landbouwer

opkoper van aardappelen

chipsfabrikant

groothandel kleinhandel consument

marketingmixDe marketingmix is een combinatie van instrumenten die een onderneming inzet om rekening te houden met en in te spelen op het keuze- en aankoopgedrag van consumenten. Het helpt een onderneming om succesvol te zijn. Traditioneel worden vaak de 6 P’s gebruikt: product, prijs, plaats, promotie, presentatie en personeel.

personeelPersoneel is een heel belangrijke factor, het visitekaartje van je winkel. Niet iedereen is geschikt voor een bepaalde job. Het komt erop aan om de juiste persoon voor een bepaalde taak te vinden.

©VANIN

plaats Dat instrument omschrijft de verschillende factoren die bepalen wat de ideale vestigingsplaats is.

6 P’s
VERNIEUWDE IKEA PAKT VERKEERSPROBLEMEN AAN
© Shutterstock / Vytautas Kielaitis

BEGRIP

VERKLARING

presentatieDat instrument beschrijft hoe het goed of de dienst aan de consument gepresenteerd wordt, waar de producten zich in de winkel bevinden …

prijs

Dat gaat over het bedrag dat voor het goed gevraagd wordt. Daarbij speelt niet alleen de prijs op het prijslabel een rol, maar ook de geboden kortingen.

prijsstrategieElke onderneming hanteert een eigen prijsstrategie. Sommige ondernemingen willen zich presenteren als de goedkoopste, andere vragen hogen prijzen om de indruk van hoge kwaliteit te wekken.

product Dat zijn de goederen of diensten die een onderneming aanbiedt. Niet alleen het product op zich speelt een rol maar ook bijvoorbeeld de verpakking, de kwaliteit, de service, de garantie, merknaam en het ontwerp.

promotiePromotie gaat over hoe het goed of de dienst onder de aandacht van consumenten gebracht wordt om de verkoop te stimuleren. Daarvoor zijn verschillende promotievormen te gebruiken, zoals tv-reclame, radiospots, tijdschriften, affiches of direct mails.

AFBEELDING

SERVICE

• Betaalmogelijkheden

• Leveringsmogelijkheden

• Click & collect

• Geschenkbon

• Planning

• Montage

• Retour

• Recyclage

©VANIN

promotievormen

Dat zijn de tools om het product onder de aandacht van consumenten te brengen om zo de verkoop te verhogen.

bv. tv-reclame, radiospot, tijdschriften, affiches

© Shutterstock / Alexandros Michailidis

STEP-UP

1 Je hebt de afgelopen weken de ondernemingen en organisaties bestudeerd. Maak een organogram van jouw school of van een bedrijf naar keuze. Zorg dat elk groepje een ander bedrijf onder de loep neemt.

a Werk in groepjes van twee tot vier leerlingen.

b Maak een afspraak met een verantwoordelijke binnen jouw school of het bedrijf.

c Vraag naar de structuur. Ga dieper in op de afdelingen waar administratieve taken worden uitgevoerd. Je gaat bij elke verantwoordelijke van die afdelingen langs. Je vraagt naar de voornaamste taken van die afdeling.

2 Verwerk al je informatie in een presentatie. Raadpleeg ICT-fiche_P_01 tot en met fiche_P_21.

3 Stel je werk voor aan de klas.

4 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Hoofd verkoop Giordano

©VANIN

Hoofd

Expeditiebediende

Verantwoordelijke

NOTITIES

NOTITIES ©VANIN

NOTITIES

De consument 3 ©VANIN

THEMA

LEVEL 5

STEP-UP

Vergelijking: de consument van vroeger en nu p. 126

Hoe bereken je het nettoloon? p. 108

LEVEL 4

Wat zijn de meest courante betaalmiddelen? p. 92

LEVEL 3

Welke actuele trends hebben een invloed op het aankoopgedrag van de consument? p. 52

LEVEL 2

Hoe wordt de marktprijs bepaald? p. 22

LEVEL 1

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de consument? p. 5

STEP-IN p. 4

STEP-IN

1 Je hoort het de oudere generaties wel eens zeggen: ‘Vroeger was alles anders.’ Bekijk de filmpjes en beantwoord de vragen op iDiddit.

©VANIN

Forum Is alles beter dan veertig jaar geleden?

2 In dit thema doorloop je vijf Levels waarin je leert ...

1 wat het economisch principe vanuit het standpunt van de consument is;

2 hoe de marktprijs tot stand komt;

3 welke actuele trends de consument beïnvloeden;

4 welke de courante betaalmiddelen zijn,

5 hoe je het nettoloon berekent.

3 Elk Level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren.

Daarin vergelijk je de situatie van de consument van nu met de situatie van de consument van vroeger.

LEVEL 1

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de

consument?

INTRO

1 Francesco is 21 jaar. Hij is net alleen gaan wonen in een klein appartement. Zijn loon is zopas op zijn rekening gestort, maar wat zal hij er allemaal mee kopen?

a Bekijk de foto’s en omcirkel:

ƒ wat Francesco absoluut moet kopen, in het groen;

ƒ wat minder belangrijk is, in het rood.

b Waarom heb je bepaalde zaken groen omcirkeld? Bespreek.

c Waarom heb je bepaalde zaken rood omcirkeld? Bespreek.

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Explore 1— Wat zijn goederen, diensten en behoeften?

Goederen en diensten

Een product kan een goed of een dienst zijn. Goederen zijn alle tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een brood of een auto. Diensten zijn alle niet-tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een kappersbeurt of een taxirit. Het is de consument die goederen of diensten consumeert. De consument koopt of gebruikt goederen en diensten.

1 Vul de tabel aan. Kies uit:

diensten – goederen – niet-tastbare zaken – tastbare zaken

Dat zijn alle die je met geld kunt kopen en die je kunt vastpakken.

2 Ga naar iDiddit.

a Neem de presentatie door.

b Vul de tekst aan.

c Markeer de verschillende soorten behoeften.

Dat zijn alle die je met geld kunt kopen maar niet echt kunt vastpakken.

©VANIN

Indeling van behoeften volgens de belangrijkheid voor de mens

Je koopt goederen of diensten om een behoefte te bevredigen. Een is het aanvoelen van een tekort, en het verlangen eraan te willen voldoen. Je koopt bijvoorbeeld een appel omdat je honger hebt.

Je kunt behoeften indelen volgens de belangrijkheid voor de mens. Eten, drinken, kleding en een woning zijn voor de mens van levensbelang. Dat zijn de behoeften, de basisbehoeften om te kunnen overleven. Die behoeften zijn voor iedereen gelijkaardig en iedereen probeert om eerst die behoeften te vervullen.

De behoeften zijn behoeften met een sociaal karakter. Die behoeften zijn niet van levensbelang maar heel normaal om je goed te voelen in de samenleving. Een voorbeeld van zo een behoefte is vriendschap en liefde. Ten slotte zijn er de behoeften. Die behoeften voldoen aan een luxueuze invulling van de primaire en secundaire behoeften, zoals een reis, een drone of een VR-bril.

Indeling van behoeften volgens de doelgroep

Sommige behoeften zijn voor een enkel persoon of een beperkte groep. Dat zijn de behoeften. Wanneer de behoeften voor meerdere personen of de hele gemeenschap bedoeld zijn, spreken we van behoeften.

Indeling van behoeften volgens tastbaarheid

Aan behoeften kun je voldoen door een product, iets wat je kunt vasthouden, te kopen.

Aan behoeften kun je niet voldoen door iets tastbaars te kopen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de behoefte aan vriendschap, stilte, onderwijs of geneeskundige verzorging. Toch kun je wel vaak geld en tijd besteden aan immateriële behoeften. Je kunt een middag afspreken met je vrienden (tijd) om vriendschap (immateriële behoefte) te ervaren.

Maak Action 1.

Explore 2— Hoe kun je goederen onderverdelen?

1 Economische goederen kun je onderverdelen in consumptiegoederen en productiegoederen. Vul de tabel aan. Kies uit:

bedrijven – consumptiegoederen – gebruikt – maken – productiegoederen – verbruikt

Dat zijn goederen die de consument en .

Dat zijn goederen die gebruiken om andere goederen mee te

2 Je kunt goederen onderverdelen in gebruiksgoederen en verbruiksgoederen.

a Bekijk de afbeeldingen.

b Beantwoord de vragen.

ƒ Kun je het water van de douche opnieuw gebruiken?

ƒ Wat gebeurt er wanneer de inktpatronen van de printer leeg zijn?

ƒ Hoe vaak of hoelang gebruik je een koffietas?

Gebruiksgoederen en verbruiksgoederen

Gebruiksgoederen zijn goederen die je meermaals kunt gebruiken. Verbruiksgoederen zijn goederen die je slechts éénmaal kunt gebruiken.

c Noteer de voorbeelden uit vraag a en b bij het juiste soort goed.

GEBRUIKSGOEDEREN

Good to know

VERBRUIKSGOEDEREN

Je kunt de producten ook als volgt indelen. Kun je van het gebruik van het product uitgesloten worden? Kunnen meerdere consumenten tegelijk het product gebruiken?

– Veronderstel dat jij in de winkel een appel koopt, dan mag je die appel alleen gebruiken, wanneer je ervoor betaalt. En als jij die appel koopt, kan jouw buur diezelfde appel niet meer kopen. Er is sprake van individuele of private goederen.

– Er zijn goederen waarvan jij niet kunt uitgesloten worden, omdat je er niet voor betaalt. Als je in het donker door de straat loopt, kun je ‘genieten’ van de straatverlichting. Er is niemand die zegt dat het niet mag. Wanneer jij kunt genieten van de straatverlichting, kan jouw buur ook nog van de straatverlichting gebruikmaken. Als jij het gebruikt, kan de andere persoon het ook nog gebruiken. Goederen waarvan je niet kunt uitgesloten worden en waarvan jouw gebruik het gebruik door een andere persoon niet beperkt, zijn collectieve goederen.

– Tot slot zijn er de quasicollectieve goederen. Dat zijn bijvoorbeeld goederen waarvan je niet kunt uitgesloten worden, maar wanneer een persoon dat goed gebruikt, kun jij dat niet meer gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de kastanjes van kastanjebomen in het stadspark. Niemand moet betalen om daar te wandelen en kastanjes te rapen, maar als jij een kastanje raapt, kan een andere persoon die niet meer rapen. Of denk aan de wegen. Je mag die gebruiken als je wegenbelasting betaalt. En als jij op de weg rijdt, mag je buur er evenzeer op rijden.

Maak Action 2.

Explore 3— Kun je alles kopen wat je wilt?

Je mag eens even dromen: welke goederen en diensten zou je de komende drie maanden willen kopen? Vul de tabel aan.

Tip:

Er is een voorbeeld gegeven.

a Welke goederen en / of diensten wil je kopen?

b Waar zul je dat goed of die dienst kopen?

c Hoeveel zal dat product wellicht kosten? Gebruik eventueel het internet.

d Tel alle prijzen op. Noteer het totaal onderaan in de tabel.

e Je krijgt van je leerkracht een totaalbudget. Noteer het in de tabel. Kun jij alles kopen? ja nee f Welke producten wil je alsnog kopen binnen je budget? Herneem de prijs in de laatste kolom en noteer onderaan in de tabel ook het nieuwe totaal.

BUDGET €

nieuwe Nike-schoenen

Zalando € 120,00

TOTAAL

Schaarste

Als individu heb je oneindig veel behoeften maar je budget om goederen en diensten te kopen is beperkt. Daarom moet je keuzes maken: je kunt niet altijd onmiddellijk kopen wat je wilt. Dat heet schaarste. Je moet dus kiezen uit het ruime aanbod van goederen en diensten met de bedoeling de eigen behoeften zo veel mogelijk te bevredigen. Dat is het economisch principe vanuit het standpunt van de consument.

Maak Action 3 en 4.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Behoeften ÑÒ budget

©VANIN

Goederen en diensten Niet-economisch Economisch

Behoeften

Belang

Tastbaarheid

Doelgroep

Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de consument?

Consumptiegoederen

Verbruiksgoederen

Goederen

Je kunt je behoeften bevredigen door goederen of diensten te kopen. Goederen zijn tastbare zaken die je kunt kopen, zoals een brood of een auto. Diensten zijn niet-tastbare zaken, zoals een kappersbeurt of een taxirit. Het is de consument die goederen of diensten consumeert.

Behoeften kun je indelen volgens hun belang voor de mens. Er zijn primaire behoeften, zoals eten en onderdak. Die bevredigen de levensnoodzakelijke behoeften. Vervolgens zijn er secundaire behoeften, zoals sport en vriendschap, die je sociale behoeften vervullen. Ten slotte zijn er de tertiaire behoeften, dat zijn luxebehoeften zoals verre reizen of een eigen boot.

Je kunt de behoeften ook indelen volgens doelgroep. Je hebt enerzijds de individuele behoeften voor een individu of een beperkte groep, zoals een trui, en anderzijds de behoeften van meerdere personen of een gemeenschap, de collectieve behoeften, zoals boeken uitlenen in de openbare bibliotheek.

Vervolgens heb je ook nog de materiële behoeften die je kunt bevredigen met de aankoop van een goed, en de immateriële behoeften die je niet kunt kopen, zoals vriendschap.

De economische goederen kun je onderverdelen in consumptiegoederen en productiegoederen. De consumptiegoederen zijn goederen die je gebruikt, zoals een tablet, en verbruikt, zoals fruit. De productiegoederen zijn goederen die bedrijven gebruiken om andere goederen mee te maken, zoals een robot.

Gebruiksgoederen zijn goederen die je meermaals kunt gebruiken. Verbruiksgoederen zijn goederen die je slechts éénmaal kunt gebruiken.

Omdat je veel behoeften hebt, maar daarnaast verbonden bent aan het beschikbare budget, moet je keuzes maken. Dat je niet altijd onmiddellijk kunt kopen wat je wilt, heet schaarste

Een individu moet dus keuzes maken binnen het ruime aanbod van goederen en diensten met de bedoeling de eigen behoeften zo veel mogelijk te bevredigen rekening houdende met een beperkt budget of beperkte middelen. Dat heet het economisch principe vanuit het standpunt van de consument.

Action 1— Welke behoeften worden bevredigd?

Om welke behoefte gaat het? Zet een kruisje in de juiste kolom(men).

Tip:

Er zijn meerdere behoeften mogelijk.

Een boterham

Een zebrapad

Een warme winterjas

Een trouwring

Een Rolls-Royce

Een uurtje surfen op het internet

Liefde tussen ouder en kind

Action 2— Kun je de verschillende soorten goederen en diensten onderscheiden?

1 Bekijk de logo’s.

a Wat verkoopt of levert het bedrijf? Noteer.

b Is dat product een goed of een dienst? Kruis aan.

2 Bedenk een aantal voorbeelden. Vul de tabel aan.

a Noteer drie bedrijven die goederen verkopen.

b Noteer drie bedrijven die diensten verkopen.

GOEDEREN

© Shutterstock / chrisdorney
© Shutterstock / Imladris
© Shutterstock / Nadya So
© Shutterstock / Sirozy
© Shutterstock / Ken Wolter

3 Om welk soort goed gaat het? Zet een kruisje in de juiste kolom(men).

Appel

Elektrische step

Krantenpers

Smeerolie bij de garagist

Koffiezetapparaat

Action 3— Is je budget voldoende om je behoeften te bevredigen?

1 Je verhuist en mag je nieuwe kamer inrichten. Je maakt het volgende verlanglijstje.

a Je budget bedraagt 2 100,00 euro. Wat merk je?

b Waarvan is er in jouw geval sprake? Leg uit.

2 Je zult je wenslijst moeten aanpassen. Ga op zoek naar andere items. Heb je nog budget over, dan kun je misschien nog iets anders voor je kamer kiezen.

a Open een lege presentatie, bijvoorbeeld in PowerPoint. Bewaar dat bestand in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk Level. Geef die submap de naam ‘Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘mijn_droomkamer_jenaam’.

b Raadpleeg indien nodig de ICT-fiches van PowerPoint.

c Houd bij het maken van je presentatie rekening met de criteria van de evaluatiefiche. Vink aan als je een item uitgevoerd hebt.

d Voeg een visuele voorstelling van je kamer toe aan je presentatie. Gebruik een ICT-tool of AI-tool naar keuze.

e Sla je presentatie op en controleer of het bestand correct in je portfolio staat.

f Presenteer je kamer aan de klas. Gebruik ook hier de evaluatiefiche om je voor te bereiden.

3 Kun je met je nieuwe wenslijst een volledige kamer inrichten? Leg uit.

EVALUATIEFICHE

OPMAAK PRESENTATIE

De kleuren van mijn presentatie zijn aangepast aan de kleuren waarin ik mijn kamer wil verven.

Op de eerste dia staat mijn naam.

Mijn afbeeldingen zijn duidelijk en de prijs staat overal vermeld.

Ik gebruik een duidelijk lettertype.

Ik gebruik sobere animaties.

Ik zet op de voorlaatste dia de totaalprijs van alle aankopen.

Ik maak een slotdia.

PRESENTATIE VOOR DE KLAS

Ik spreek duidelijk.

Ik kijk naar mijn publiek (oogcontact).

Ik gebruik geen stopwoorden.

Ik spreek niet te snel / te traag.

Ik spreek Algemeen Nederlands.

TOTAAL

Max. Score Opmerkingen

UITGEVOERD

Action 4— Ken jij alle woorden van dit Level?

Vul het kruiswoordraadsel in.

Horizontaal Ò

2 Wanneer je niet onmiddellijk kunt kopen wat je wilt, ervaar je …

4 Goederen die door bedrijven gebruikt worden om andere goederen mee te maken, zijn …

Verticaal Ô

1 Niet-tastbare zaken die je kunt kopen met geld, zijn …

3 Tastbare zaken die je met geld kunt kopen, zijn ...

5 Goederen die de consument gebruikt en verbruikt, zijn …

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

©VANIN

1 Ik kan het begrip ‘behoefte’ omschrijven.

2 Ik kan de indeling in behoeften toelichten.

3 Ik kan het verschil tussen goederen en diensten toelichten.

4 Ik kan een onderscheid maken tussen verschillende soorten goederen.

5 Ik kan het begrip ‘schaarste’ toelichten aan de hand van een voorbeeld.

6 Ik kan het economisch principe vanuit het standpunt van de consument toelichten.

7 Ik kan een presentatie ontwerpen.

Beeldwoordenboek Level 1

BEGRIP

VERKLARING

behoefteDit is het aanvoelen van een tekort, en het verlangen eraan te willen voldoen.

collectieve behoefte

consumptiegoed

Dat is een behoefte die op eenzelfde moment gelijkaardig vervuld wordt voor een grote groep mensen of de hele samenleving.

economisch principe vanuit het standpunt van de consument

Dat goed staat rechtstreeks in voor de bevrediging van een behoefte door gebruik of verbruik door de consument.

AFBEELDING

Een individu wil zijn eigen behoeften bevredigen.

Hij kiest daarbij uit het ruime aanbod van goederen en diensten en houdt rekening met zijn beperkte middelen en het beperkte budget.

gebruiksgoedDat is een goed dat meermaals kan gebruikt worden.

BEGRIP

immateriële behoefte

VERKLARING

Dat is een behoefte aan een niet-tastbare zaak. Een immateriële behoefte wordt bevredigd door een dienst.

individuele behoefte

Dat is een behoefte die vervuld wordt op het niveau van een individueel persoon.

materiële behoefte

Dat is een behoefte aan een tastbare zaak. Een materiële behoefte wordt bevredigd door een goed.

primaire behoefte

Dat zijn de basisbehoeften om te kunnen overleven.

AFBEELDING

productiegoedDat goed staat in voor de productie van andere goederen.

©VANIN

schaarsteDat verwijst naar de situatie waarin middelen beperkt beschikbaar zijn, terwijl de behoeften van mensen onbeperkt zijn. Er zijn niet genoeg middelen om aan alle behoeften te voldoen, daarom moeten mensen keuzes maken.

BEGRIP

VERKLARING

secundaire behoefte Dat zijn behoeften met een sociaal karakter, zoals ontspanning en cultuur.

AFBEELDING

©VANIN

tertiaire behoefte Die behoeften voldoen aan een luxueuze invulling van de primaire en secundaire behoefte, zoals een reis en een computer.

verbruiksgoedDat is een goed dat je slechts een keer kunt gebruiken.

LEVEL 2

Hoe wordt de marktprijs bepaald?

INTRO

1 Het gezin van Rafal en Kasia gaat verhuizen. Hun ouders maken van de gelegenheid gebruik om op te ruimen en wat ze niet meer nodig hebben te verkopen op de jaarlijkse rommelmarkt van de stad. Ook Rafal en Kasia willen een centje verdienen. Rafal houdt van schoenen en heeft wel 21 paar. Kasia houdt meer van gamen. Ze heeft een PlayStation en wel 27 spellen. Daar kunnen ze er wel een paar van missen.

© Shutterstock / Mehaniq

a Stel je in de plaats van Rafal en Kasia. Hoeveel zou je per paar schoenen of per spel het liefst willen krijgen?

b Stel dat jij de koper bent van een paar schoenen of een PS5-spel. Hoeveel zou je ervoor willen betalen?

c Wat stel je vast?

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Hoe wordt de marktprijs bepaald?

Explore 1— Wat is een markt?

1 Waaraan doet het begrip ‘markt’ je denken?

2 Welke twee soorten of groepen van personen kom je op de markt tegen?

3 Wat is een consument?

4 Wat is een producent?

© Shutterstock / Tada Images
© Shutterstock / Fotokon

Markt

In de economie is een markt een plaats waar kopers of vragers en verkopers of aanbieders van een goed of een dienst samenkomen en een prijs afspreken of onderhandelen over de prijs en de hoeveelheid die verkocht wordt.

Eigenlijk kun je stellen dat er voor elk goed en voor elke dienst een markt bestaat en dat er voor dat goed of die dienst op die markt kopers en verkopers zijn.

5 Geef enkele voorbeelden van markten in de economie.

Maak Action 1.

Explore 2— Hoe verloopt de vraag naar een product?

1 Je bevindt je op de markt van bloemen ofwel de bloemenmarkt.

a Bekijk in tabel 1 hoeveel bloemen er gekocht of gevraagd worden bij de verschillende prijzen per bloem.

b Wat kun je afleiden uit de gele rij?

Tabel 1: Vraag naar bloemen

2 Zet de gegevens van tabel 1 uit op grafiek 1.

a Zet de punten uit.

b Verbind de uitgezette punten met een lijn om de vraagcurve te tekenen.

c Noem de curve ‘V’.

Grafiek 1: Vraagcurve bloemen

0,00 0,50 1,00 1,50 2,00 0 10 00020 00030 00040 00050 000 Prijs in euro Gevraagde hoeveelheid

3 De lijn die de punten met elkaar verbindt, is de vraagcurve of de vraag. Waarom verloopt de vraagcurve dalend?

Vraagcurve

De vraagcurve geeft het verband weer tussen de gevraagde hoeveelheid bij verschillende prijzen. De vraagcurve geeft weer hoeveel stuks de consumenten willen kopen bij verschillende prijzen. De vraagcurve verloopt dalend omdat hoe lager de prijs is, hoe meer de consument wil kopen. Hoe hoger de prijs, hoe minder de consument wil kopen.

Maak Action 2 en 3.

Explore 3— Hoe verloopt het aanbod van een product?

1 Je blijft nog even op de bloemenmarkt.

a Bekijk in tabel 2 hoeveel bloemen er verkocht of aangeboden worden bij de verschillende prijzen per bloem.

b Wat kun je afleiden uit de gele rij?

Tabel 2: Aanbod aan bloemen

2 Zet de gegevens van tabel 2 uit op grafiek 2.

a Benoem de x-as.

b Benoem de y-as

c Zet de punten uit.

d Verbind de uitgezette punten met een lijn om de aanbodcurve te tekenen.

e Noem de curve ‘A’.

Grafiek 2: Aanbodcurve bloemen 0,50 1,00 1,50 2,00 010 00020 00030 00040 00050 00060 00070 00080 000

0,00

3 De lijn die de punten met elkaar verbindt, is de aanbodcurve of het aanbod. Waarom verloopt de aanbodcurve stijgend?

Aanbodcurve

De aanbodcurve geeft het verband weer tussen de aangeboden hoeveelheid en de verschillende prijzen. De aanbodcurve geeft weer hoeveel stuks de producenten of verkopers willen verkopen voor verschillende prijzen. Een aanbodcurve verloopt stijgend omdat producenten bij een hogere prijs meer willen verkopen en bij een lagere prijs minder willen verkopen.

Maak Action 4.

Explore 4— Welke prijs komt op de markt tot stand?

1 Je weet inmiddels dat kopers voor een lagere prijs meer willen kopen en dat ze voor een hogere prijs minder willen kopen. Verkopers daarentegen willen voor een hogere prijs meer verkopen en voor een lagere prijs minder.

a Wat zullen kopers en verkopers, als vragers en aanbieders, samen op de markt moeten doen om tot een aankoop of verkoop te komen?

©VANIN

b Bekijk tabel 3.

Tabel 3: Vraag en aanbod bloemen

2 Zet de gegevens van tabel 3 uit op grafiek 3.

a Maak een verdeling van de x-as. Schaal: 1 cm = 10 000 bloemen.

b Maar een verdeling van de y-as. Schaal: 1 cm = 0,50 euro.

c Zet de punten uit.

d Verbind de uitgezette punten met een lijn om de vraag- en aanbodcurve te tekenen.

e Benoem de curven.

Grafiek 3: Vraag- en aanbodcurve bloemen

Evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid

Waar de vraagcurve en de aanbodcurve snijden, is het marktevenwicht. Voor die prijs zijn de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid gelijk.

In het snijpunt van vraag en aanbod gaan de vragers en aanbieders akkoord om die bepaalde hoeveelheid tegen die bepaalde prijs te kopen. De evenwichtsprijs of marktprijs is de prijs waartegen ze die bepaalde hoeveelheid willen aan- of verkopen. De evenwichtshoeveelheid is de hoeveelheid die ze willen aan- of verkopen tegen die prijs.

3 Vul de tekst aan.

In het marktevenwicht, het snijpunt van vraag en aanbod, is er enerzijds

een van 30 000 bloemen en anderzijds een van 1,00 euro per bloem.

4 Trek op grafiek 3 een lijn vanuit het snijpunt naar de evenwichtshoeveelheid op de x-as en de evenwichtsprijs op de y-as. Noteer qe en pe

Symbolen

Net als in de wiskunde gebruikt het vak economie symbolen. Gevraagde hoeveelheid: qv (‘q’ komt van quantity)

Aangeboden hoeveelheid: qa

Prijs: p

Evenwichtshoeveelheid: qe

Evenwichtsprijs: pe

Explore 5— Wat als de prijs verschilt van het marktevenwicht?

1 Neem de vraag- en aanbodcurve van grafiek 3 over in grafiek 4. Beantwoord de vragen en duid aan.

a Hoeveel bedraagt de gevraagde hoeveelheid bij een prijs van 2,00 euro? Duid dat aan op de grafiek.

b Hoeveel bedraagt de aangeboden hoeveelheid bij een prijs van 2,00 euro? Duid dat aan op de grafiek.

c In die situatie is de gevraagde hoeveelheid groter / kleiner dan de aangeboden hoeveelheid.

d Hoeveel bedraagt de gevraagde hoeveelheid bij een prijs van 0,50 euro? Duid dat aan op de grafiek.

e Hoeveel bedraagt de aangeboden hoeveelheid bij een prijs van 0,50 euro? Duid dat aan op de grafiek.

f In deze situatie is de gevraagde hoeveelheid groter / kleiner dan de aangeboden hoeveelheid.

Grafiek 4: Vraag- en aanbodcurve bloemen

010 00020 00030 00040 00050 00060 00070 00080 000 Prijs in euro Hoeveelheid

Vraagoverschot en aanbodoverschot

Wanneer op een markt de prijs lager is dan het marktevenwicht, dan is er sprake van een vraagoverschot. In dat geval is de gevraagde hoeveelheid groter dan de aangeboden hoeveelheid.

Wanneer op een markt de prijs hoger is dan het marktevenwicht, dan is er sprake van een aanbodoverschot. In dat geval is de aangeboden hoeveelheid groter dan de gevraagde hoeveelheid.

2 Over welk overschot gaat het? Vul aan.

Bij een prijs van 2,00 euro, is er een . Er worden immers meer bloemen aangeboden dan gevraagd.

Bij een prijs van 0,50 euro is er een . Er worden meer bloemen gevraagd dan aangeboden.

3 Stel dat Rafal en Kasia uit de Intro de spellen voor 25,00 euro en de schoenen voor 30,00 euro aanbieden, maar nauwelijks iets verkopen. Wat zullen ze dan doen?

Good to know

Wanneer de prijs lager is dan de marktprijs en er dus een vraagoverschot is, verhoogt de verkoper of aanbieder zijn prijs. Daardoor haken klanten of vragers af en ontstaat er een nieuw marktevenwicht.

Wanneer de prijs hoger is dan de marktprijs, zal de aanbieder met onverkochte voorraden blijven zitten. De aanbieder zal de prijzen verlagen.

Maak Action 6.

Explore

6— Waarom is kennis van vraag en aanbod zo belangrijk?

1 Lees de krantenknipsels.

2 Wat leid je af uit het krantenknipsel? Markeer de juiste tendens.

In Polen staat vandaag 180 000 hectare aan appelboomgaarden, tegenover minder dan 5 000 hectare in ons land. Tot 2014 gingen die Poolse appels, waaronder veel jonagold, vooral naar Rusland. Toen dat land in 2014 een invoerverbod op Europese landbouwproducten afkondigde, vonden de appels hun weg naar Scandinavië en Groot-Brittannië. ‘Voor Belgische telers is het moeilijk om met een land als Polen te concurreren’, zegt ook Piet Porreye van het Limburgse Pipo Appelsappen. ‘We waren blij dat Polen en Oekraïners onze appelen kwamen plukken’, zegt hij, ‘maar ze hebben onze kennis mee naar huis genomen. Toen ik jaren geleden fruitbedrijven in Polen bezocht, zei ik al: die gaan ons ooit voorbijsteken. Ze hebben intussen hetzelfde materiaal als wij, de grond is er even goed en de loonkosten zijn veel lager.’

Naar: standaard.be, 2025-04-09

Wanneer het aanbod stijgt, zal de prijs dalen / stijgen. Wanneer de loonkosten dalen, zal het aanbod dalen / stijgen en de prijs dalen / stijgen. Extra invoer van een product zorgt voor minder / meer aanbod waardoor de prijs dus daalt / stijgt.

BIn vijf jaar werden projecten voor 25 000 studentenkoten gelanceerd, maar tegen 2030 zijn er nog eens 70 000 extra nodig. Dat melden De Tijd, Het Laatste Nieuws en L’Echo donderdag op basis van het Kotkompas.

‘De bouw van studentenkoten gaat dus veel te traag’, concludeert Frederik Boumans, partner bij Stadim. ‘Het tekort wegwerken is een uitdaging, maar is nodig om studentenkoten betaalbaar te houden’, zeggen Arne Hermans, de CEO van Diggit Student Life, en Boumans. De voorbije vijf jaar is de maandelijkse huurprijs met gemiddeld 100,00 euro gestegen naar 575,00 euro per maand, kosten inbegrepen.

Naar: hbvl, 2025-04-03

Wanneer er een tekort aan een product is, daalt / stijgt het aanbod. Daardoor daalt / stijgt de prijs van dat product. Wanneer de vraag dan ook nog eens daalt / stijgt, zal de prijs nog extra dalen / stijgen.

Good to know

Kennis van het principe van vraag en aanbod is in het dagelijkse leven interessant omdat het helpt te begrijpen waarom prijzen veranderen. Of het nu gaat om boodschappen, huurprijzen of het kopen van een concertticket — vraag en aanbod bepalen vaak hoeveel je betaalt. Die kennis kan je helpen betere financiële keuzes te maken, koopmomenten slim te kiezen en economische ontwikkelingen beter te begrijpen.

Maak Action 7.

Good to know

De richtingscoëfficiënt, vaak afgekort als rico, vertelt hoe steil de helling van de lijn is (= hoe schuin ze gaat) en in welke richting die lijn gaat. De rico zegt hoeveel de lijn omhoog of omlaag gaat als je 1 stap naar rechts gaat.

– Gaat de lijn omhoog? Dan is de rico positief.

Als de rico 2 is, dan gaat de lijn 2 eenheden omhoog als je 1 eenheid naar rechts gaat.

– Gaat de lijn omlaag? Dan is de rico negatief.

Als de rico -1 is, dan gaat de lijn 1 eenheid omlaag als je 1 eenheid naar rechts gaat.

– Is de lijn horizontaal? Dan is de rico 0.

1

Bestudeer grafiek 5.

a Is de grafiek stijgend of dalend?

b Is de rico dan positief of negatief?

c Als je een stap naar rechts gaat, met hoeveel ga je dan omlaag?

d Hoeveel is dan de rico? Teken de rico.

Grafiek 5: Vraagcurve snoepzakjes

Prijs in euro

0123456789

Gevraagde hoeveelheid

2 Bestudeer grafiek 6.

a Is de grafiek stijgend of dalend?

b Is de rico dan positief of negatief?

c Als je een stap naar rechts gaat, met hoeveel ga je dan omhoog?

d Hoeveel is dan de rico? Teken de rico.

e Markeer: bij de aanbodcurve is de rico dus negatief / positief.

Grafiek 6: Aanbodcurve snoepzakjes

0,00 3,00 6,00 9,00 12,00 01234567 Prijs in euro

Aangeboden hoeveelheid

3 Vergelijk grafiek 7a met grafiek 7b.

a Wat is de rico bij persoon A?

b Wat is de rico bij persoon B?

c Welke grafiek is steiler?

d Vul aan en / of markeer.

Wanneer de prijs van een snoepzakje daalt van 8,00 euro naar 7,00 euro, zal de gevraagde

hoeveelheid van persoon A  van  naar  .

Wanneer de prijs van een snoepzakje daalt van 8,00 euro naar 7,00 euro, zal de gevraagde hoeveelheid van persoon B  van  naar

Wanneer de vraagcurve van persoon A steiler is (en dus een grotere rico heeft) dan de vraagcurve van persoon B, dan zal A heviger / minder hevig reageren op die prijswijziging.

Grafiek 7a: Vraagcurve snoepzakjes persoon A

Grafiek 7b: Vraagcurve snoepzakjes persoon B

0123456789

hoeveelheid

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

X-as: aangeboden hoeveelheid Y-as: prijs Aanbod

©VANIN

Vraagcurve

Prijs verschilt van het marktevenwicht

Hoe wordt de marktprijs bepaald?

X-as: gevraagde hoeveelheid Y-as: prijs Vraag = aanbod

Evenwichtshoeveelheid

Prijs hoger dan het marktevenwicht

Prijs lager dan het marktevenwicht

In de economie wordt het begrip markt gebruikt voor de plaats waar vragers (kopers) en aanbieders (verkopers) elkaar ontmoeten, zoals dat ook het geval is voor de wekelijkse markt in je buurt. De vragers laten zich beïnvloeden door de prijs. Ze zijn bereid een bepaalde prijs te betalen wanneer die in overeenstemming is met de kwaliteit, anders zullen ze snel overstappen naar de concurrent.

Hoe hoger de prijs van het product, hoe lager de gevraagde hoeveelheid (qv) van de consumenten. Omgekeerd geldt uiteraard: hoe lager de prijs, hoe groter de gevraagde hoeveelheid. De vraagcurve (V) geeft weer hoeveel stuks de consument wil kopen tegen een bepaalde prijs.

De aanbieders of producenten produceren op basis van de bestellingen die ze gemiddeld binnenkrijgen. Ze zorgen ervoor dat de prijs die ze voor hun product vragen, hun kosten dekt.

Hoe hoger de prijs, hoe meer winst de producent kan maken. Bij een hogere prijs zal hij dan ook meer willen aanbieden en zal de aangeboden hoeveelheid (qa) stijgen. Hoe lager de prijs, hoe minder hij zal aanbieden.

De aanbodcurve (A) geeft weer hoeveel stuks de producent wil verkopen tegen een bepaalde prijs.

Op de markt komt dan de evenwichtsprijs of marktprijs (pe) tot stand. Bij die evenwichtsprijs hoort ook de evenwichtshoeveelheid (qe). Bij de evenwichtsprijs zijn qa en qv gelijk. Daar waar vraag en aanbod elkaar snijden, is het marktevenwicht.

Wanneer op een markt de prijs lager is dan het marktevenwicht, dan is er sprake van een vraagoverschot. In dat geval is de gevraagde hoeveelheid groter dan de aangeboden hoeveelheid.

Wanneer op een markt de prijs hoger is dan het marktevenwicht, dan is er sprake van een aanbodoverschot. In dat geval is de aangeboden hoeveelheid groter dan de gevraagde hoeveelheid.

Action 1— Kun je de markten benoemen?

Welke markt herken je op de afbeeldingen?

Action 2— Wat is de vraag van Kasia en Elisa?

Voor de volgende opdracht heb je de keuze. Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening met de juwelen of met de games.

Optie 1 Juwelen

1 Elisa is gek op juwelen. Ze koopt er dan ook regelmatig. Bekijk in tabel 4.1 hoeveel juwelen Elisa zou kopen bij verschillende prijzen.

Tabel 4.1: Vraag naar juwelen Elisa

2 Teken op grafiek 8.1 de vraag naar juwelen van Elisa.

Grafiek 8.1: Vraagcurve juwelen van Elisa

Prijs in euro

Gevraagde hoeveelheid

Optie 2 Games

1 Kasia is een fervente gamer. Na haar schoolwerk speelt ze een uurtje Fifa of Call of Duty. Bekijk in tabel 4.2 hoeveel games Kasia zou kopen bij verschillende prijzen.

Tabel 4.2: Vraag naar games Kasia

2 Teken op grafiek 8.2 de vraag naar games van Kasia.

Grafiek 8.2: Vraagcurve games van Kasia

Prijs in euro Gevraagde hoeveelheid

01 2 34 56 7

Action 3— Wat is de vraag van alle consumenten?

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan.

Optie 1 Juwelen

1 Bekijk in tabel 5.1 de gevraagde hoeveelheid van alle vragers van juwelen bij verschillende prijzen.

Tabel 5.1: Vraag naar juwelen GEVRAAGDE

2 Teken op grafiek 9.1 de vraag naar juwelen van alle vragers.

Grafiek 9.1: Vraagcurve op de juwelenmarkt

Optie 2 Games

1 Bekijk in tabel 5.2 de gevraagde hoeveelheid van alle vragers van games bij verschillende prijzen.

Tabel 5.2: Vraag naar games

2 Teken op grafiek 9.2 de vraag naar games van alle vragers.

Grafiek 9.2: Vraagcurve op de gamesmarkt

Prijs in euro Gevraagde hoeveelheid

05 000 10 000 15 00020 000 25 00030 000 35 000

Action

4— Wat is het aanbod van alle aanbieders?

Ga verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan.

Optie 1 Juwelen

1 Bekijk in tabel 6.1 de aanbieders van juwelen op de markt.

Tabel 6.1: Aanbod aan juwelen door alle aanbieders

2 Teken op grafiek 10.1 de aanbodcurve van juwelen van alle aanbieders.

Grafiek 10.1: Aanbodcurve juwelen van alle aanbieders

hoeveelheid

Optie 2 Games

1 Bekijk in tabel 6.2 de aanbieders van games op de markt.

Tabel 6.2: Aanbod aan games door alle aanbieders

3

2 Teken op grafiek 10.2 de aanbodcurve van games van alle aanbieders.

Grafiek 10.2: Aanbodcurve games van alle aanbieders

Prijs in euro Aangeboden hoeveelheid

Action 5— Wanneer komen vragers en aanbieders samen?

Op een bepaald moment komen vraag en aanbod samen en vormen zich de evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid. Ga verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan.

Optie 1 Juwelen

1 Bekijk in tabel 7.1 de gevraagde hoeveelheid van alle vragers van juwelen bij verschillende prijzen en de aangeboden hoeveelheid van alle aanbieders van juwelen op de markt.

Tabel 7.1: Vraag en aanbod juwelen

2 Vervolledig grafiek 11.1 en beantwoord de vragen.

a Teken de vraagcurve van alle vragers en de aanbodcurve van alle aanbieders van juwelen.

b Duid de marktprijs aan op de grafiek.

c Hoeveel bedraagt de marktprijs?

d Stel dat de overheid de prijs van 18,00 euro oplegt. Welk overschot heb je dan?

e Hoe groot is dat overschot?

Grafiek 11.1: Vraagcurve en aanbodcurve van juwelen

05 00010 00015 00020 00025 00030 000 Prijs in euro Hoeveelheid

Optie 2 Games

1 Bekijk in tabel 7.2 de gevraagde hoeveelheid van alle vragers van games bij verschillende prijzen en de aangeboden hoeveelheid van alle aanbieders van games op de markt.

Tabel 7.2: Vraag en aanbod games

2 Vervolledig grafiek 11.2 en beantwoord de vragen.

a Teken de vraagcurve van alle vragers en de aanbodcurve van alle aanbieders van games.

b Duid de marktprijs aan op de grafiek.

c Hoeveel bedraagt de marktprijs?

d Stel dat de overheid de prijs van 30,00 euro oplegt. Welk overschot heb je dan?

e Hoe groot is dat overschot?

Grafiek 11.2: Vraagcurve en aanbodcurve van games 0,00

05 00010 00015 00020 00025 00030 000 Prijs in euro Hoeveelheid

Action 6— Ken jij de begrippen?

Vul de tekst aan. Kies uit:

aanbieders – aanbodcurve – aanbodoverschot – aangeboden hoeveelheid – gevraagde hoeveelheid –markt – marktevenwicht – prijs – vraagcurve – vraagoverschot – vragers

Op de komen en samen. De en de tonen hoeveel er gevraagd en aangeboden wordt bij verschillende prijzen. Om de vraagcurve te tekenen plaats je de op de x-as en de op de y-as. Om de aanbodcurve te tekenen plaats je de op de x-as en de prijs op de y-as. Wanneer de prijs lager is dan het marktevenwicht, is er een . Wanneer de prijs hoger is dan het , is er een .

Action 7— Is iedereen even prijsgevoelig?

1 Bestudeer grafiek 12.1 en 12.2.

2 Hoeveel bedraagt de rico op grafiek 12.1? Teken de rico.

3 Hoeveel bedraagt de rico op grafiek 12.2. Teken de rico.

4 Vul aan en / of markeer.

Wanneer de prijs met 2,00 euro daalt, zal persoon A meer kopen. Wanneer de prijs met 2,00 euro daalt, zal persoon B meer kopen.

Persoon A is dus meer / minder prijsgevoelig dan persoon B. Persoon A zal dus minder snel / sneller laten beïnvloeden door de prijs dan persoon B.

Grafiek 12.1 Vraag filmtickets persoon A

Grafiek 12.2: Vraag filmtickets persoon B

01234567891011121314151617

Gevraagde hoeveelheid

012345678910111213141516171819

Gevraagde hoeveelheid

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan voorbeelden geven van een markt.

2 Ik kan een vraagcurve afleiden.

3 Ik kan een vraagcurve tekenen.

4 Ik kan een aanbodcurve afleiden.

5 Ik kan een aanbodcurve tekenen.

6 Ik kan het marktevenwicht aanduiden en toelichten.

7 Ik kan het belang van vraag en aanbod omschrijven.

8 Ik kan het verband tussen schaarste en vraag en aanbod beschrijven.

Beeldwoordenboek Level 2

BEGRIP

VERKLARING

aanbiedersDat zijn de producenten of verkopers die producten aanbieden.

AFBEELDING

aanbodcurveDe aanbodcurve geeft het verband weer tussen de aangeboden hoeveelheid van de producent bij verschillende prijzen.

aanbodoverschot

Dat is het overschot wanneer de prijs hoger is dan de marktprijs waardoor er meer aanbod is dan vraag.

aangeboden hoeveelheid

Dat is de hoeveelheid die de producent aanbiedt bij een bepaalde prijs.

evenwichtshoeveelheid

evenwichtsprijs of marktprijs

De evenwichtshoeveelheid is de hoeveelheid goederen of diensten die bij de evenwichtsprijs wordt verhandeld op de markt.

De evenwichtsprijs is de prijs waarbij de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid van een goed of dienst aan elkaar gelijk zijn.

BEGRIP

gevraagde hoeveelheid

VERKLARING

Dat is de hoeveelheid die de consument bij een bepaalde prijs vraagt.

AFBEELDING

©VANIN

markt Dat is een plaats waar kopers of vragers en verkopers of aanbieders van een goed of een dienst samenkomen en een prijs afspreken.

marktevenwichtIn dat evenwicht is de gevraagde hoeveelheid gelijk aan de aangeboden hoeveelheid.

vraagcurveDe vraagcurve geeft het verband weer tussen de gevraagde hoeveelheid van de consument bij verschillende prijzen.

vraagoverschot Dat is het overschot wanneer de prijs lager is dan de marktprijs waardoor er meer vraag is dan aanbod.

vragers Dat zijn de consumenten die producten vragen.

LEVEL 3

Welke actuele trends hebben een invloed op het aankoopgedrag van de consument?

INTRO

1 Bekijk de afbeeldingen van producten die nu vaker verkocht worden dan vroeger.

a Hoe heten die producten?

b Waarom zijn ze nu zo populair? Leg uit.

2 Er zijn nog meer moderne producten die aan een bepaalde vraag van nu voldoen.

a Noteer nog een voorbeeld.

b Waarom is de vraag naar dat product er nu en was die er vroeger niet?

3 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Welke actuele trends hebben een invloed op het aankoopgedrag van de consument?

Explore 1— Welke demografische trends zijn er in onze samenleving?

1 Wat betekenen de volgende begrippen? Gebruik het internet of artificiële intelligentie.

a Demografie

b Demografische trend

2 Werk in vier groepen. Elke groep onderzoekt een bepaalde demografische trend.

a Zoek de betekenis op van de kernbegrippen van de toegewezen trend.

b Beantwoord minstens de hulpvragen.

TREND

Groep 1 Bevolkingsomvang, levensverwachting en vergrijzing

Groep 2 Huishoudens en singles

Groep 3 Migratie

Groep 4 Verstedelijking

HULPVRAGEN

 Hoe ziet onze levensverwachting eruit?

 Sterven mensen nog altijd gemiddeld op 60 jaar of worden ze ouder?

 Daalt of stijgt de totale bevolking?

 Uit hoeveel personen bestaat een gemiddeld Belgisch gezin?

 Neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe of af?

 Is er veel migratie?

 Hoe is die evolutie?

 Zullen er in de toekomst meer of minder mensen in een stad wonen?

3 Maak een presentatie van de gevonden informatie.

a Maak een titeldia voor de presentatie van jouw thema: plaats de naam van de trend, een passende afbeelding en de namen van de groepsleden op de titeldia.

b Plaats de verklaring van de betekenis op een tweede dia.

c Ga naar iDiddit en kies een van beide opties. Kies optie 1 als je een uitdaging wilt. Kies optie 2 als je liever wat ondersteuning wilt.

 Voeg cijfergegevens toe aan je presentatie om de trends aan te tonen.

 Geef telkens een verklaring van de cijfers.

 Noteer telkens de bron van je gegevens.

d Herlees de betekenis van het kernbegrip. Klopt die verklaring nog of moet je die aanpassen?

e Bewaar de presentatie op een gedeelde plaats zodat alle leerlingen er toegang toe hebben. Gebruik als naam de trend gevolgd door jullie namen. Let erop dat de andere leerlingen het bestand alleen kunnen lezen en niet kunnen bewerken.

4 Presenteer de vaststellingen van jouw groep aan de klas.

Demografische trends

Demografie is de wetenschap die verschillende aspecten van de bevolking bestudeert, zoals de omvang en de samenstelling. De maatschappij verandert natuurlijk voortdurend. Vandaag is er sprake van de volgende demografische trends: Het bevolkingsaantal blijft toenemen omdat de levensverwachting stijgt. Het aantal oudere mensen stijgt waardoor de samenleving vergrijst. Dat laatste heet de vergrijzing. De samenstelling van huishoudens verandert. Er zijn meer eenpersoonshuishoudens. Wereldwijd wonen steeds meer mensen in de stad. Dat heet verstedelijking. Meer mensen immigreren naar landen die economisch sterker en / of veiliger zijn. Door die migratie wordt de samenleving diverser.

Maak Action 1.

Explore 2— Welke invloed hebben demografische trends op het aankoopgedrag?

1 De demografische trends zorgen voor veranderingen in de maatschappij. Werk in groepen rond de invloed van een van de trends op het aankoopgedrag. Neem de toegewezen trend grondig door.

©VANIN

TREND

Groep 1 Levensverwachting en vergrijzing

Groep 2 Huishoudens en singles

Groep 3 Migratie

Groep 4 Verstedelijking

2 Voor deze opdracht heb je de keuze. Kies optie 1 als je een uitdaging wilt en de trend zelfstandig wilt onderzoeken. Kies optie 2 als je liever wat ondersteuning wilt. Vink de gekozen optie aan.

Optie 1 Zelfstandig

Optie 2 Met ondersteuning

Ga naar iDiddit. Daar vind je informatie over de verschillende trends.

3 Maak een presentatie van jouw bevindingen met een digitale tool naar keuze.

a Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

b Presenteer de vaststellingen van je groep aan de klas. Bewaar daarna de presentatie op een gedeelde plaats zodat alle leerlingen er toegang toe hebben. Let erop dat de andere leerlingen het bestand alleen kunnen lezen en niet kunnen bewerken.

Invloed demografische trends op consumptiepatroon

Deze demografische trends hebben een invloed op het consumptiepatroon. Oudere mensen hebben nood aan andere producten zoals rollators, valdetectiesystemen, hoortoestellen of gebruiksvriendelijke smartphones. De grootte van de huishoudens bepaalt onder meer of mensen een voorkeur hebben voor grote of kleinere verpakkingen.

Mensen die in de stad wonen, kopen andere producten en diensten dan mensen die op het platteland wonen. Zo zullen in de stad sneller deelauto’s of deelsteps gehuurd worden.

Migratie zorgt ervoor dat je beïnvloed wordt door andere culturen waardoor je kennismaakt met nieuwe dingen en je smaak verandert. Het bekendste voorbeeld is dat je met andere gerechten en specerijen hebt kennisgemaakt.

Good to know

Personen geboren tussen 1945 en 1960 vormen de babyboomgeneratie. Die heet zo omdat er na de Tweede Wereldoorlog veel meer geboortes waren. Die babyboomers gaan in de komende jaren massaal op pensioen. Daarnaast komen er minder mensen op de arbeidsmarkt bij dan dat er mensen de arbeidsmarkt verlaten. Het gevolg is dat vele bedrijven niet genoeg mensen zullen vinden om de vacatures in te vullen.

Maak Action 2.

Explore 3— Welke nieuwe mogelijkheden bieden technologische ontwikkelingen?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Welke nieuwe, technologische mogelijkheden zouden er over twintig jaar kunnen zijn?

2 Noteer in de mindmap vijf voorbeelden van nieuwe technologieën die nu al bestaan.

NIEUWE TECHNOLOGIEËN

3 Zijn al die nieuwe technologieën nuttig en nodig?

a Kies een voorbeeld uit de mindmap.

©VANIN

b Noteer een voordeel van die technologie.

c Noteer een nadeel van die technologie.

4 Nieuwe technologische producten zorgen er ook voor dat er weer nieuwe technologische producten ontstaan en gekocht worden. Geef een voorbeeld van een goed dat of dienst die dankzij de onderstaande goederen of diensten gekocht wordt.

a smartphone:

b AR- / VR-bril:

c PS5:

d Apple Watch:

Slimme apparaten

Technologie en innovatie zorgen voor nieuwe mogelijkheden zoals slimme apparaten die het leven gemakkelijker maken. Daarnaast zorgen nieuwe technologische apparaten voor de aankoop van andere nieuwe technologische goederen en diensten.

Good to know

Begin jaren 2000 was er explosieve groei van het internet. Daardoor boden veel ondernemingen allerlei e-commercemogelijkheden aan, zoals webshops, om de concurrentie de baas te kunnen. Als bedrijven willen overleven, moeten ze dus ook mee zijn met de nieuwe trends.

Maak Action 3.

Explore 4— Wat houdt duurzaam ondernemen in?

Duurzaam ondernemen

Wanneer er gesproken wordt over duurzaamheid of duurzaam ondernemen, is er vaak sprake van de 3 P’s, meer bepaald people, planet en profit.

People: dat gaat over de sociale impact van een onderneming. Er wordt gekeken naar hoe de onderneming omgaat met werknemers, klanten, leveranciers en de maatschappij. Een bedrijf is duurzaam als het bijdraagt aan welzijn, veiligheid, gelijke kansen en eerlijke behandeling van de mensen.

Planet: dat gaat over de impact van een onderneming op het milieu. Hoe gaat de onderneming om met grondstoffen, energie, afval, CO₂-uitstoot en vervuiling. Duurzaam betekent de natuur zo weinig mogelijk belasten en slim omgaan met middelen.

Profit: dat gaat over de economische gezondheid van het bedrijf. Een onderneming moet winstgevend blijven om te kunnen bestaan, te kunnen investeren en om jobs te creëren. Duurzame winst betekent niet ‘winst tegen elke prijs’, maar winst op een verantwoorde en toekomstgerichte manier.

Lees de voorbeelden. Over welke P gaat het? Kruis aan.

PEOPLEPLANETPROFIT

Veilige en gezonde werkomstandigheden

Investering in vernieuwing om op termijn winst te maken

Eerlijke lonen

Overschakeling naar hernieuwbare energie zoals zonnepanelen

Afvalvermindering en recycling en gebruik van herbruikbare verpakking

Kostenbesparing door minder energie te verbruiken

Opleiding en ontwikkeling aanbieden aan werknemers

Beperking van het waterverbruik

Maak Action 4.

©VANIN

Explore 5— Welke actuele trends in duurzaam ondernemen hebben te maken met ‘people’?

Purpose economie

De purpose economie (of betekenisgedreven economie) betekent dat een bedrijf niet alleen geld wil verdienen, maar ook iets goeds wil doen voor de wereld. Het bedrijf heeft een doel dat verdergaat dan alleen maar winst maken.

Zo zal de onderneming streven naar een positieve bijdrage aan de samenleving. De onderneming wil niet alleen financieel groeien, maar vooral bijdragen aan het welzijn van de mens. Ze wil duurzaam zijn rekening houdend met het behoud en het herstel van de planeet. Er is meer aandacht voor samenwerking en het delen van middelen dan voor concurrentie.

1 Lees het voorbeeld van Tony’s Chocolonely. Waarom is dat een goed voorbeeld van een purpose-driven strategy?

Tony’s Chocolonely is een chocoladebedrijf dat niet alleen chocolade wil verkopen, maar ook de wereld eerlijker wil maken. In sommige landen moeten mensen en zelfs kinderen hard werken op cacaoplantages, zonder eerlijke betaling.

Tony’s Chocolonely wil dat veranderen. Het bedrijf investeert ook in samenwerkingen op lange termijn met cacaoboeren, zonder dwangarbeid. Dat zorgt voor eerlijkere prijsafspraken. Het geeft cacaoboeren ook advies over hoe ze zich beter kunnen organiseren en hun productiviteit kunnen verbeteren. Zo kunnen ze een leefbaar inkomen verdienen.

Het chocolademerk wil klanten en andere ondernemingen ook bewust maken van de bestaande oneerlijkheid in de cacao-industrie. Daarom hebben ze hun chocoladerepen met opzet ongelijk verdeeld.

Tony’s Chocolonely laat zien dat een bedrijf niet alleen aan winst hoeft te denken, maar ook aan mensen en eerlijkheid.

Naar: tonychocolonely.com

2 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

a Welke problemen probeert Oxfam aan te pakken? Geef minstens twee voorbeelden.

© Shutterstock / Richard M Lee

b Hoe probeert Oxfam die problemen op te lossen? Geef twee voorbeelden.

©VANIN

c Wat zou je zelf kunnen doen om bij te dragen aan een eerlijke wereld?

Maak Action 5.

Explore 6— Welke actuele trends in duurzaam ondernemen hebben te maken met ‘planet’?

1 Werk in vier groepen. Elke groep beantwoordt de vragen rond de toegewezen trend.

2 Maak nieuwe groepen. In elke groep zit nu een leerling van elke trend.

a Elk groepslid bespreekt zijn trend. Overloop de vragen en antwoorden.

b De andere leerlingen vullen de antwoorden aan.

Groep 1 Deeleconomie

 Wat betekent deeleconomie? Leg uit in je eigen woorden.

 Bekijk de afbeelding. Ga op zoek naar een gelijkaardig voorbeeld van deeleconomie op het internet. Noteer je voorbeeld.

 Waar of in welke stad heb je onder andere deze mogelijkheden? Of zijn er bedrijven die dit aanbieden?

 Waarom is dit beter voor het milieu dan alles zelf kopen?

 Wat zijn twee voordelen en een nadeel van deeleconomie?

Groep 2 Circulaire economie

 In thema 1 heb je geleerd over lineaire economie. Wat is lineaire economie?

 Wat is circulaire economie?

 Wat kan een kledingwinkel doen met oude jeans? Geef drie ideeën.

 Waarom is circulaire economie beter voor het milieu?

Groep 3 Zero waste

 Wat betekent ‘zero waste’? Raadpleeg eventueel het internet.

 Welke producten die je vaak koopt, zitten verpakt? Noteer vijf voorbeelden.

 Welke producten kun je zonder verpakking kopen? Noteer er minstens twee.

 Hoe kan een winkel minder afval maken?

 Wat kun jij als klant doen?

Groep 4 Autovrije stadscentra

Lees het artikel.

 Wat betekent autovrij stadscentrum?

 Waarom is dat volgens jou goed voor het milieu? Geef twee redenen.

 Welke voordelen heeft dat volgens jou voor mensen die daar winkelen?

 Welke problemen kunnen winkels daardoor krijgen volgens jou?

 Geef twee oplossingen zodat klanten toch gemakkelijk kunnen komen.

Genk-Centrum binnenkort volledig autovrij: ‘Aangenamer wonen, fietsen en wandelen’

De straten in het zuiden van het centrum van Genk worden binnenkort verkeersvrij gemaakt. De stad wil zo de veiligheid voor fietsers en voetgangers verbeteren. Tijdens de herinrichtingswerken worden ook maatregelen genomen tegen wateroverlast.

De werkzaamheden en wijzigingen starten ten vroegste in 2026, de werken zullen een tot twee jaar in beslag nemen.

Bron: vrt.be, 2025-02-28

Actuele trends rond ‘planet’

Meer en meer mensen en bedrijven worden zich bewust van het milieu. Ze proberen er dan ook op allerhande manieren zorg voor te dragen.

De deeleconomie zorgt ervoor dat je goederen of diensten gaat delen om zo bijvoorbeeld goederen niet meermaals te moeten aankopen. Zo kunnen grondstoffen gespaard worden.

De circulaire economie probeert te verhinderen dat er bij de productie afval ontstaat. Producten die verouderd zijn worden hergebruikt, hersteld en gerecycleerd.

Zero waste wil zeggen dat je goederen wilt verkopen zonder dat er afval aan te pas komt. Zo kun je proberen verpakkingsafval te vermijden bij aankoop van onder andere fruit en frieten.

Autovrije stadscentra zorgen voor weinig of geen verkeer in de stad. Dit is beter voor het milieu en veiliger.

Maak Action 6 en 7.

Explore 7— Welke actuele trends in duurzaam ondernemen hebben te maken met ‘profit’?

Crowdfunding

Crowdfunding betekent dat je geld inzamelt bij veel mensen tegelijk om iets mogelijk te maken. In plaats van dat één bank of één rijke persoon alles betaalt, helpen veel mensen elk een klein beetje. Het is dus een soort ‘samen investeren’ in een idee of project.

Hoe werkt het?

1 Iemand heeft een plan zoals een nieuw product, een film of een sportactie.

2 Die persoon zet het plan online en legt uit hoeveel geld nodig is.

3 Mensen kunnen een bedrag geven (bv. 5,00; 10,00 of 50,00 euro).

4 Als er genoeg geld is, kan het project doorgaan.

1 Bekijk twee voorbeelden van projecten die een beroep doen op crowdfunding. Wat is het verschil tussen beide? Noteer.

Geef Oekraïense kinderen uit oorlogsgebied een warme thuis in België

547 donaties

€ 11 548,00 van € 15 000,00 opgehaald

De oorlog in Oekraïne woedt verder. Gastgezinnen in België zetten hun deuren open om kinderen uit oorlogsgebied op te vangen. Maak jij dit mee mogelijk? Draag je steentje bij en doe een donatie.

Investeer mee in kleurrijk kledingmerk Goodlookin’

97 donaties

€ 2 774,00 van € 10 000,00 opgehaald

Na jarenlang meedraaien bij grote namen in de mode-industrie, is ontwerpster Lora Gadeni klaar om haar eigen merk te lanceren: Goodlookin’. Met haar eerste collectie zet ze in op felle kleuren, unieke patronen en gewaagde materiaalcombinaties. Om de productie op te starten, heeft Lora een startbedrag van 10 000,00 euro nodig. Bouw mee aan dit nieuwe, verfrissende merk en blijf op de hoogte van de officiële lancering.

2 Er zijn meerdere platformen waarop je een project kunt zoeken om geld te doneren of om zelf je eigen project erop te vermelden. Noteer een aantal voorbeelden. Raadpleeg het internet.

Maak Action 8.

Explore 8— Welke actuele trends hebben te maken met mentaal welbevinden?

Mentaal welbevinden

Mentaal welbevinden betekent dat je je goed voelt in je hoofd. Het gaat over hoe je denkt, hoe je je voelt en hoe je omgaat met moeilijke momenten. Je hebt mentaal welbevinden als je bijvoorbeeld: meestal rustig en oké bent; blij kunt zijn; soms verdrietig of boos bent, maar ermee kunt omgaan; je zelfvertrouwen hebt; je je veilig en gesteund voelt.

Om je mentaal beter te voelen, kun je: met iemand die je vertrouwt (ouder, leerkracht, vriend) praten; genoeg slapen en gezond eten; bewegen in de buitenlucht; pauze nemen van je telefoon of sociale media; leuke dingen doen waar je blij van wordt.

1 Wellicht zijn een aantal mensen uit de klas lid van een jeugd- of sportvereniging.

a Ben jij lid van een jeugd- of sportvereniging of nog een andere vereniging? Zo ja, welke?

b Waarom ben je lid van die vereniging?

c Hoeveel leerlingen in je klas zijn lid van een jeugd- of sportvereniging? Hoeveel procent is dat?

2 Welke andere vrijetijdsbesteding heb je nog? Kruis aan of geef een eigen voorbeeld.

lezen in boek of tijdschrift wandelen met vrienden wandelen met hond sporten en bewegen: wandelen fietsen, fitnessen … (buiten een vereniging) gezellig samen zijn met vrienden of familie andere:

3 Denk aan de naschoolse activiteiten.

a Hoe vaak kom je na school buiten voor een bepaalde activiteit?

b Dragen die activiteiten bij aan je mentale welzijn? Zo ja, leg uit hoe.

4 De laatste jaren hoor je veel over mindfulnesscursussen en -workshops.

a Lees de tekst.

b Wat is het nut van zo een cursus? Markeer.

Door je mindfulness of je aandacht te trainen, leer je aanwezig zijn in het hier en nu. Je staat stil bij alles rondom je: wat je ziet, hoort, ruikt, voelt ... in plaats van op automatische piloot te leven. Mindfulness kan helpen om minder stress te voelen, minder te piekeren en beter om te gaan met je emoties. Het kan ook je concentratie bevorderen.

5 Lees de case. Waarom was er volgens jou dertig jaar geleden geen sprake van mindfulness en nu wel?

De ‘goede oude tijd’ …

Tot de jaren 90 waren er nog geen smartphones. De computers en het internet begonnen pas hun intrede te doen in de huiskamers. Niemand nam toen zijn smartphone mee naar het toilet. Niemand zat aan het bushokje of op de bus op zijn smartphone te scrollen. Niemand moest zijn socialemedia-accounts elk uur checken. Niemand had toen de mogelijkheid om op eender welk moment, eender welke serie of film te kijken. Een gezin nam gemiddeld een tiental foto’s per maand, niet per dag. Gewoon even niets doen gebeurt vandaag steeds minder.

Op toilet had men vroeger met wat geluk een tv-boekje. In de bus keken we naar een regendruppel die van boven naar onder rolde op het raam. Toen was er rust. Dat was echte pure mindfulness. Probeer eens één uur per dag niet op je smartphone, laptop of een ander scherm te kijken. Je komt vanzelf tot rust.

Ik kan gemakkelijk, na school of in het weekend, twee uur zonder smartphone, zonder Netflix, zonder spelconsole, zonder sociale media.

6 Bestudeer de afbeeldingen. Wat zie je? Waarvoor worden die zaken gebruikt?

Maak Action 9 en 10.

© Shutterstock / Art_Vokusha
Apple Watch
© Shutterstock / Tada Images
Strava Oura-ring

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Slimme apparaten Technologie en innovatie

©VANIN

Mentaal welbevinden

Welke actuele trends hebben een invloed op het aankoopgedrag van de consument?

Hogere levensverwachting

Demografische

Demografie is de wetenschap die de bevolking bestudeert. De maatschappij verandert als gevolg van verschillende demografische trends.

Het bevolkingsaantal blijft toenemen omdat de levensverwachting stijgt. Het aantal oudere mensen stijgt waardoor de samenleving vergrijst. Dat heet de vergrijzing.

De samenstelling van huishoudens verandert. Er zijn meer eenpersoonshuishoudens.

Wereldwijd wonen steeds meer mensen in de stad. Dat heet verstedelijking

Meer mensen immigreren naar landen die economisch sterker en / of veiliger zijn. Dat is migratie

Deze trends hebben een invloed op het consumptiepatroon.

Oudere mensen hebben nood aan andere producten zoals rollators, valdetectiesystemen, hoortoestellen of gebruiksvriendelijke smartphones.

De grootte van de huishoudens bepaalt onder meer of mensen een voorkeur hebben voor grote of kleinere verpakkingen.

Mensen die in de stad wonen, kopen andere producten dan mensen die op het platteland wonen.

Migratie zorgt ervoor dat andere culturen mensen beïnvloeden waardoor ze met nieuwe zaken kennismaken en hun smaak verandert.

Technologie en innovatie zorgen voor nieuwe mogelijkheden zoals slimme apparaten die het leven makkelijker maken. Daarnaast zorgen nieuwe technologische apparaten voor de aankoop van andere nieuwe technologische goederen en diensten.

Duurzaamheid of duurzaam ondernemen gaat vaak over de 3 P’s: people, planet, profit.

People: rekening houden met de mensen.

Planet: zorg dragen voor het milieu.

Profit: streven naar winstgevendheid.

In een purpose economie zal een bedrijf niet alleen geld willen verdienen, maar ook iets goeds willen doen voor de wereld.

Consumenten en bedrijven kunnen zorg dragen voor het milieu door onder andere: goederen en diensten te delen in een deeleconomie; door producten te recycleren en te hergebruiken zonder dat er afval ontstaat in de circulaire economie; goederen te kopen en verkopen waarbij er geen afval is, ook wel zero waste genoemd; autovrije stadscentra te maken.

Crowdfunding betekent dat je geld inzamelt bij veel mensen tegelijk om iets mogelijk te maken.

In plaats van dat er een bank of een rijke persoon alles betaalt, helpen veel mensen elk een klein beetje.

Stress en burn-out komen de laatste jaren meer voor. Daardoor stijgt de aandacht voor het mentaal welbevinden van de mens, zodat mensen zich goed voelen. Zo worden er bijvoorbeeld vaker cursussen mindfulness gegeven.

Action 1— Hoe verschillen generaties van elkaar?

1 Lees de tekst.

Je hoort en leest vaak op sociale media, in kranten en tijdschriften dat jij tot generatie Z behoort. Behoor jij dan tot de laatste generatie? En wat is dat precies ‘generatie Z’?

Een generatie bestaat uit mensen die in eenzelfde periode geboren zijn en gemeenschappelijke kenmerken hebben. De meest recente generaties zijn generatie X, generatie Y en generatie Z. Tot generatie X behoort al wie geboren is tussen 1965 en 1980. Mensen geboren tussen 1980 en 1996 vormen generatie Y. Zij worden ook de millennials genoemd. Wie geboren is tussen 1996 en 2015 maakt deel uit van generatie Z. Op dit moment wordt generatie alfa geboren. Hun geboortejaar ligt tussen 2016 en 2030. Uiteraard zijn die generaties niet perfect afgebakend. Tussen opeenvolgende generaties is er een kleine overlap.

2 Werk een beschrijving van de generaties uit met artificiële intelligentie.

a Geef AI de volgende instructie. Pas indien nodig de leeftijd van je ouders of grootouders aan.

Ik ben een veertienjarige leerling die een beschrijving moet geven van mijn eigen generatie en die moet vergelijken met de generatie van mijn ouders die veertigers zijn en mijn grootouders die zestigers zijn. Kun je me daarbij helpen?

b Vergelijk de beschrijving van de verschillende generaties met de beschrijving bij vraag 1. Herken je je ouders en grootouders in de beschrijvingen?

c Stel deze bijkomende vraag aan AI:

Kun je me vertellen hoe het consumptiegedrag van de verschillende generaties verschilt?

d Kopieer dat antwoord naar een tekstbestand. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

e Ga je akkoord met het antwoord van de AI-tool? Maak nog eens de vergelijking en voeg verschillen die je zelf ondervindt, toe aan de tekst.

f Sla het bestand op en controleer of het correct in je portfolio staat.

3 Vergelijk jouw antwoord met het antwoord van je buur. Herkennen jullie jullie ouders en grootouders in de beschrijvingen? Waarom (niet)?

©VANIN

4 Leg je beschrijving eens voor aan iemand uit je omgeving die tot een andere generatie behoort (bijvoorbeeld een (groot)ouder). Klopt je beschrijving nog steeds? Waarom (niet)?

5 Op welke generatie zijn deze uitspraken van toepassing?

Ze vervelen zich snel.

Ze hebben een korte aandachtsboog.

Dit is de eerste digitale generatie.

Deze generatie groeide op in een periode met sterke economische groei en technologische vooruitgang.

Ze kunnen snel informatie vinden en filteren.

Ze kregen te maken met economische crisis en jeugdwerkloosheid.

Het zijn digital natives.

Ze kunnen gemakkelijk multitasken: netflixen, whatsappen, huiswerk maken en Fortnite spelen.

Dit is de eerste generatie die geboren is in de 21e eeuw.

GENERATIE

Action 2— Welke impact hebben demografische trends op het aankoopgedrag van de consument?

1 Werk in groepen van vier.

2 Elke groep onderzoekt hoe trends het aankoopgedrag van de consument beïnvloeden en maakt daarvan een overzichtelijke poster.

a Kijk even terug naar Explore 1. Kies drie demografische trends uit de Explore en koppel daaraan telkens een specifiek voorbeeld van aankoopgedrag.

b Zoek op het internet afbeeldingen die jouw voorbeelden aantonen.

c Welke voor- en nadelen ervaren de consumenten van die demografische trend en van dat veranderde aankoopgedrag? Noteer.

 Voordelen:

 Nadelen:

d Maak met een online tool een overzichtelijke poster. Raadpleeg eventueel de ICT-fiches van Canva. Geef je poster een duidelijke naam en bewaar die in je portfolio.

EVALUATIEFICHE

POSTER TRENDS

Inhoud

Op mijn poster staan drie demografische trends.

Ik heb een duidelijk voorbeeld aan de demografische trend gekoppeld.

Ik heb de voordelen op het aankoopgedag duidelijk uitgelegd.

Ik heb de nadelen op het aankoopgedag duidelijk uitgelegd.

Poster

De inhoud is leesbaar

Ik heb passende afbeeldingen bij de voorbeelden geplaatst.

TOTAAL

Max. Score Opmerkingen

Action 3— Welke invloed hebben influencers en andere digitale trends?

1 Smartphones en sociale media zijn het ideale middel om snel en veel mensen te bereiken wanneer je reclame wilt maken. Meer en meer bedrijven gebruiken ook influencers. Beantwoord de vragen.

a Wat is een influencer?

b Waarover maken ze content?

©VANIN

c Welke influencers ken je zoal?

d Heb jij je wel eens laten beïnvloeden door influencers? Zo ja, hoe of waarmee?

© Celine Dept
Céline Dept
© Shutterstock / Jay Hirano
Khaby Lame Elias Verwilt

2 Lees de tekst. Welk effect hebben de influencers gehad?

©VANIN

In januari 2026 steelt de speculoos van Lotus Bakeries de show op TikTok en Instagram. Mensen tonen er hoe ze de koekjes in yoghurt een nacht in de koelkast steken, waardoor ‘kaastaart’ ontstaat.

Wie destijds op TikTok en Instagram vertoefde, merkte toen wellicht een nieuwe wereldwijde rage: Japanse cheesecake. Bij bosjes tonen mensen hoe ze in een handomdraai op eenvoudige wijze een ‘kaastaart’ maken, doorgaans met de Biscoffspeculooskoekjes van de Belgische beursgenoteerde koekjesbakker Lotus Bakeries als hoofdbestanddeel. Veel filmpjes zijn al miljoenen keren bekeken.

De virale Japanse cheesecake heeft maar twee ingrediënten. Enerzijds harde yoghurt zoals plattekaas, skyr of Griekse yoghurt en anderzijds Biscoffkoekjes. Het resultaat is volgens socialemedia-adepten te vergelijken met plattekaastaart.

Het fenomeen breidde uit naar Europa en de Verenigde Staten. Door deze influencers zag Lotus Bakeries in januari 2026 de verkoop met 16 procent stijgen.

Naar: tijd.be, 2026-01-22

3 Hoe spelen winkels op dat soort hypes in? Bekijk de folder.

4

Lees de voorbeelden. Welke invloed hebben ze op je aankoopgedrag?

a bol, Zalando, Shein, Amazon

b same-day-delivery

c unboxing video’s

d in-appaankopen zoals skins in Fortnite, Roblox, FIFA/EA Sports packs

Action 4— Zijn het voorbeelden van people, planet of profit?

Lees de voorbeelden. Op welke P heeft het voorbeeld betrekking? Kruis aan.

Een onderneming werkt met leveranciers die geen kinderarbeid gebruiken.

Een onderneming investeert in energiezuinige machines: goed voor het milieu én lagere kosten.

Een bedrijf investeert in de buurt via stageplaatsen of sponsoring van lokale projecten

Een bedrijf gebruikt gerecycleerde materialen voor verpakkingen.

Een restaurant werkt met seizoenproducten en vermindert voedselverspilling.

Een transportfirma kiest voor elektrische voertuigen of efficiëntere routes.

Action 5— Hoe kun je als consument rekening houden met het milieu?

1 Je hebt in thema 1 geleerd over de korte en lange keten. Bekijk opnieuw schema 1.

a Wat is het verschil?

b Geef een voorbeeld van een korte keten.

c Geef een voorbeeld van een lange keten.

d Wat is het voordeel van een korte keten?

Schema 1: Korte en lange keten

2 Lees de tekst. Bespreek klassikaal.

a Waarom is het interessant om petflessen te recycleren? b Welke producten kunnen van gerecycleerde petflessen gemaakt worden? Raadpleeg het internet.

Het recycleren van petflessen (polyethyleentereftalaat) is een zeer effectief, circulair proces waarbij lege flessen via statiegeld, pmd-zakken of inleverpunten worden ingezameld, gesorteerd, gewassen en versnipperd tot korrels. Die korrels worden dan gebruikt om nieuwe flessen of andere producten te maken.

Ga je akkoord met de stellingen?

a Kruis aan.

b Leg uit waarom je (niet) akkoord bent.

Er is geen juist of fout antwoord: het is vooral belangrijk dat je jouw antwoord kunt verklaren.

Supermarkten moeten kleinere verpakkingen maken voor mensen die alleen wonen.

akkoord niet akkoord

akkoord niet akkoord

akkoord niet akkoord

Tip:

De zelfrijdende auto: dé oplossing voor alle files.

akkoord niet akkoord

Om het klimaat te redden moeten we allemaal vegetariër worden.

akkoord niet akkoord

Op het platteland heb je een beter leven dan in de stad.

akkoord niet akkoord

Action 7— Waarvoor staat Patagonia bekend?

1 Lees de tekst en beantwoord de vragen.

a Wat verkoopt Patagonia?

b Wat is het doel van Patagonia dat verder gaat dan winst maken?

c Patagonia wil duurzaam zijn. Toon aan met twee voorbeelden uit de tekst.

d Waarom is Patagonia een goed voorbeeld van een purpose-driven bedrijf?

e Denk je dat een purpose-driven bedrijf zoals Patagonia nog steeds winst kan maken?

Patagonia is een bekend merk dat kleren maakt voor mensen die graag buiten zijn, zoals wandelaars en sporters. Het bedrijf wil natuurlijk geld verdienen, maar hun belangrijkste doel is ook om de natuur te beschermen.

Patagonia probeert zo duurzaam mogelijk te werken, gebruikt vaak gerecycleerde materialen en maakt kleding die lang meegaat. Patagonia moedigt mensen zelfs aan om kleding te herstellen in plaats van meteen iets nieuws te kopen. Daarom organiseert de onderneming ook herstelacties en geeft ze tips om kapotte kleding te repareren.

Daarnaast steunt Patagonia organisaties die zich inzetten voor het milieu. Ze doneert geld aan projecten die de natuur beschermen, zoals bossen en rivieren. Het bedrijf wil laten zien dat ondernemen niet alleen gaat over winst maken, maar ook over verantwoordelijkheid nemen voor de wereld.

Bron: patagonia.com

2 Bedenk zelf een purpose-driven idee voor een bestaand of fictief bedrijf.

a Wat verkoopt het bedrijf?

b Wat is zijn purpose (goede doel)?

c Hoe zou het dat doel kunnen bereiken?

d Werk per twee. Bespreek jullie idee. Wat vinden jullie van elkaars voorstel?

© Shutterstock / VTT Studio

Action 8— Voor welk project zou je een crowdfundingproject willen opstarten?

1 Werk in groepen van drie.

a Ga naar de website van Steunactie, GoFundMe of een ander crowdfundingplatform.

 Bestudeer op twee verschillende platformen telkens minstens twee verschillende crowdfundingprojecten.

 Noteer telkens in een zin waarover het project gaat.

b Bedenk met je groepje een crowdfundingproject.

 Wat is de titel van je project?

 Wat houdt je project in, en waarom moeten mensen je steunen? Brainstorm met je groepje en noteer enkele kernwoorden.

2 Werk alleen verder.

a Schrijf de tekst die op je crowdfundingpagina zou komen. Ga uit van minimaal zes en maximaal tien regels. Houd rekening met de criteria uit de evaluatiefiche.

b Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

3 Beoordeel jezelf aan de hand van de evaluatiefiche.

EVALUATIEFICHE

DOCUMENT

Max. Score Opmerkingen

Mijn tekst heeft een duidelijke, pakkende titel.

Mijn tekst omschrijft mijn doel.

Ik heb een bijpassende afbeelding toegevoegd.

Ik heb het streefbedrag vermeld.

TOTAAL

Action 9— Hoeveel leerlingen nemen deel aan een jeugd- of sportvereniging?

1 Lees de tekst en voer een onderzoek uit in je klas.

Uit een onderzoek in Brussel blijkt dat …

– 50 % van de jongeren in clubverband aan sport doet;

– ongeveer 30 % vrij toegankelijke sportvoorzieningen, zoals sportvelden of parken, gebruikt;

– 55 % van de jongens gamet, terwijl slechts 7 % van de meisjes dat benoemt als vrijetijdsactiviteit;

– 55 % van de jongeren het cultureel aanbod in zijn wijk te beperkt vindt. Met cultureel aanbod wordt onder andere bedoeld: bioscoopbezoek, museumbezoek, concert en theater.

Bron: about.Brussel

a Bereken het percentage leerlingen van de klas dat in een club aan sport doet.

 Hoeveel leerlingen zitten in de klas?

 Hoeveel leerlingen van de klas doen aan sport?

 Hoeveel procent is dat?

b Bereken het percentage leerlingen dat regelmatig videogames speelt.

 Hoeveel leerlingen van de klas spelen videogames?

 Hoeveel procent is dat?

c Bereken het percentage leerlingen dat aan culturele activiteiten deelneemt.

 Hoeveel leerlingen nemen deel aan culturele activiteiten?

 Hoeveel procent is dat?

d Hoeveel procent van de klas gebruikt vrij toegankelijke sportvoorzieningen?

2 Vergelijk de resultaten van het onderzoek bij Brusselse jongeren met de resultaten van de klas. Verwerk de antwoorden op de volgende drie vragen met tekstverwerker.

a Voor welke resultaten stel je (grote) verschillen vast?

b Betekent dat verschil dat er voor jullie klas een aangepast aanbod nodig is?

c Zouden bedrijven of de gemeente nieuwe goederen of diensten kunnen aanbieden?

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Action 10— Ken jij de begrippen van dit Level?

Markeer de begrippen van dit Level.

crowdfunding – deeleconomie – demografie– duurzaam – levensverwachting – migratie – people –planet – profit – vergrijzing – verstedelijking – zero waste

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA NEENEXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ik kan een aantal actuele demografische trends die het consumptiegedrag beïnvloeden, omschrijven.

2 Ik kan toelichten op welke manier de actuele demografische trend impact heeft op het consumptiegedrag.

3 Ik kan omschrijven dat technologie mogelijkheden biedt maar ook uitdagingen.

4 Ik kan duurzame economie omschrijven.

5 Ik kan voorbeelden geven van hoe bedrijven rekening houden met people, planet, profit.

6 Ik kan voorbeelden geven van hoe je aan je mentaal welbevinden kunt werken.

Beeldwoordenboek Level 3

BEGRIP

autovrij stadscentrum

VERKLARING

Autovrije stadscentra zorgen voor weinig of geen verkeer in de stad. Dat is veiliger en beter voor het milieu.

AFBEELDING

circulaire economie

In de circulaire economie staat het maximale hergebruik van producten en de waardevolle grondstoffen die erin verwerkt zijn, centraal om de waardevernietiging te voorkomen en negatieve milieueffecten te minimaliseren.

crowdfundingDat betekent dat je geld inzamelt bij veel mensen tegelijk om iets mogelijk te maken. In plaats van dat één bank of één rijke persoon alles betaalt, helpen veel mensen elk een klein beetje.

deeleconomieDe deeleconomie omvat alle verdienmodellen gebaseerd op delen, (om)ruilen, handelen of huren van producten.

demografieDemografie is een wetenschap die de samenstelling van de bevolking, de aantallen van de totale bevolking of van bevolkingsgroepen zoals jongeren of ouderen bestudeert.

© Shutterstock / Nigel J. Harris

BEGRIP

demografische trend

VERKLARING

De demografische trend verwijst naar de evolutie van de totale bevolking of een bevolkingsgroep zoals de stijging van het aantal mensen in een land of een daling van het geboortecijfer.

duurzaam ondernemen

eenpersoonshuishouden

Een bedrijf streeft naar duurzaam ondernemen door een balans te vinden tussen mens (people), milieu (planet) en winst (profit).

Het eenpersoonshuishouden bestaat uit één persoon.

AFBEELDING

levensverwachting

De levensverwachting geeft aan hoelang een persoon uit een bepaalde categorie gemiddeld leeft.

mentaal welbevinden

Dit heeft te maken met hoe goed mensen zich mentaal, in hun hoofd, voelen.

©VANIN

migratie Migratie betekent dat een persoon van het ene land naar het andere land verhuist.

BEGRIP

VERKLARING

people Dat is een onderdeel van duurzaam ondernemen. People verwijst naar het rekening houden met mensen, zoals klanten en werknemers.

planet Dat is een onderdeel van duurzaam ondernemen. Planet verwijst naar het rekening houden met het milieu.

AFBEELDING

purpose economie Dat betekent dat een bedrijf niet alleen geld wil verdienen, maar ook iets goeds wil doen voor de wereld.

profit Dat is een onderdeel van duurzaam ondernemen. Profit verwijst naar trachten winstgevend te zijn om het voortbestaan van de onderneming te garanderen.

slim apparaat Dat toestel is verbonden met het internet en kan zelf informatie verzamelen en verwerken. Het kan vaak automatisch werken en je kunt het meestal bedienen via een app of spraak.

©VANIN

verstedelijking Dit geeft de groei van stedelijke gebieden aan door de trek van het platteland naar de stad.

© Shutterstock / Werner Lerooy

BEGRIP

VERKLARING

vergrijzingDe vergrijzing is een term die aangeeft dat de bevolking steeds ouder wordt en dat de groep oudere mensen binnen de totale bevolking groter wordt.

zero wasteZero waste betekent dat je goederen wilt verkopen zonder dat er afval aan te pas komt. Zo kun je verpakkingsafval proberen vermijden bij aankoop van bijvoorbeeld fruit en frieten.

AFBEELDING

LEVEL 4

Wat zijn de meest courante betaalmiddelen?

©VANIN

INTRO

1 Beantwoord de vragen.

a Op welke manier betaal jij deze aankopen?

ƒ een snoepzak in het Kruidvat

ƒ een filmticket in de bioscoop

ƒ een geschenk voor een vriend(in)

ƒ nieuwe sneakers

ƒ een smartphone

ƒ abonnement PS5

b Vergelijk je antwoorden met je medeleerlingen. Bespreek klassikaal.

c Welke betaalmiddelen zijn aan bod gekomen? Welke betaalmiddelen zijn er nog meer? Noteer in de mindmap.

BETAALMIDDELEN

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Wat zijn de meest courante betaalmiddelen?

Explore 1— Hoe werken de meest voorkomende betaalmiddelen?

1 Je wilt met je zakgeld een nieuwe trui kopen. Hoe kun je die trui betalen? Noteer de verschillende betaalmiddelen.

Chartaal en giraal betalen

Je kunt op meerdere manieren betalen. Als je rechtstreeks betaalt, dan betaal je chartaal met munten en biljetten. Onrechtstreeks of giraal betalen betekent dat er een extra instantie nodig is. Dat kan een financiële instelling of een bank zijn.

2 Je onderzoekt in de klas vier betaalmethoden.

a Werk in vier groepen.

b Elke groep onderzoekt het toegewezen betaalmiddel.

BETAALMIDDEL

Groep 1 Contactloos en mobiel betalen

Groep 2 Pc-bankieren

Groep 3 Met bankkaart en kredietkaart betalen

Groep 4 Via overschrijving en domiciliëring betalen

c Ga naar iDiddit. Je vindt er voor elk betaalmiddel een aantal vragen. Beantwoord de vragen en maak een filmpje over jouw betaalmiddel. Houd bij het maken van je filmpje rekening met de criteria van de evaluatiefiche. Vink aan als je een item uitgevoerd hebt.

d Geef het filmpje een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

e Presenteer je video aan de rest van de klas.

f Terwijl een groep zijn betaalmiddel voorstelt, vullen de andere leerlingen het kenniskader in.

EVALUATIEFICHE

FILMPJE BETAALMIDDELEN

UITGEVOERD

Het filmpje heeft een inleiding.

Alle vragen werden beantwoord.

De inhoud wordt duidelijk verteld.

Het filmpje heeft een slot.

Betaalmiddelen

Contactloos betalen en mobiel betalen

Contactloos betalen betekent dat je met je debetkaart betaalt de kaart in de betaalterminal te steken. Je houdt de kaart de betaalterminal.

Contactloos betalen kan ook door je tegen de betaalterminal te houden of tegen een andere smartphone. Dat is mogelijk dankzij de NFCchip in je toestel.

Mobiel betalen gebeurt meestal met een  . Op je smartphone wordt dan vaak een geïnstalleerd.

Andere betaalapps zijn onder andere en  . Je koppelt je aan Apple of Google Pay.

In de winkel houd je je toestel tegen de  . Je kunt dan eventueel bevestigen met een of face-id. Je kunt ook betalen door een  . De betaling verloopt

©VANIN

PC-bankieren of internetbankieren

PC-bankieren of internetbankieren betekent dat je je bankzaken zoals betalingen regelt via de  . In de meeste gevallen kun je inloggen op de website van de bank met je bankkaart en een

Inloggen kan ook via  . Dat is een app op je smartphone waarmee je kunt bewijzen dat jij het echt bent. Op je zichtrekening kun je geld zoals je verjaardagsgeld storten. Via de zichtrekening doe je en ontvang je betalingen.

Met bankkaart en kredietkaart betalen

Met een debetkaart kun je elektronisch betalen. De kaart is gekoppeld aan je  . Met een debetkaart kun je betalen wanneer de bedragen kleiner zijn dan euro. Je houdt de debetkaart de betaalterminal van de handelaar. Voor bedragen groter dan euro steek je de debetkaart in de betaalterminal en voer je je in. Met je debetkaart kun je ook afhalen aan een geldautomaat.

Betaalmiddelen (vervolg)

Een kredietkaart, uitgegeven door een  , is ook gekoppeld aan een zichtrekening. Bij een kredietkaart worden geldafhalingen en betalingen van je zichtrekening gehaald. Dat betekent dat de bank je geeft, ook wel krediet genoemd.

De bedragen die je betaalt met je kredietkaart, worden meestal en gaan dan van je rekening.

Via overschrijving en domiciliëring betalen

Als je een overschrijving wilt doen, vul je het van de ontvanger in, net als het en de mededeling.

Je bevestigt met je kaartlezer en je of via itsme®. Je kunt ook een domiciliëring opzetten. Met een domiciliëring geef je een  , zoals de elektriciteitsmaatschappij of de internetaanbieder de om het factuurbedrag automatisch van je bankrekening te halen.

3 Noteer het juiste betaalmiddel bij de afbeeldingen A tot en met F.

4 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Lees de tekst. Op welke manieren kun je betalen?

Met Wero betaalt u met QR-codes, maar ook – en dat is nieuw – via uw contactenlijst.

Scan een QR-code en betaal in een winkel of online. U kunt ook een QR-code aanmaken en die laten scannen, als uw vriend(in) u wil terugbetalen na een etentje.

Stuur een betalingsverzoek naar of ontvang er een van iemand uit de contactenlijst van uw smartphone. U hebt dus geen rekeningnummer meer nodig. Wel moet u daarvoor eerst uw gsmnummer koppelen aan uw betaalrekening.

Voert u een betaling uit in uw bankapp? Tik dan op ‘Ontvanger’. Nu verschijnen uw smartphonecontacten die hun gsm-nummer koppelden aan hun rekening. Handig, toch? Je kunt ook direct een gsm-nummer invoeren van iemand die niet in je contactenlijst staat. Linkte die persoon hun gsm-nummer al aan hun rekening? Dan kun je simpelweg betalen via Wero.

Moet iemand u nog geld? Dan kunt u ook een betalingsverzoek sturen naar een gsm-nummer.

Bron: wero-wallet.eu

Explore 2— Welke andere betaalmiddelen zijn er nog?

Andere betaalmiddelen

Onrechtstreeks betalen kan via een bank of financiële instelling verlopen, maar er zijn nog andere manieren:

Maaltijdcheques en ecocheques zijn een vorm van onrechtstreekse betaling. Er zijn alternatieve betalingssystemen, zoals cryptomunten.

1 Ga naar iDiddit en open het document.

a Beantwoord de vragen. Gebruik het internet.

b Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

c Vul het kenniskader in.

Maaltijdcheques en ecocheques

Sommige bedrijven geven hun werknemers maaltijdcheques per gewerkte dag. Die worden op een opgeladen of op de gelijknamige op een smartphone. Met die maaltijdcheques kun je onder andere betalen in de winkel. De betaling gebeurt op dezelfde manier als betalen met een debetkaart of smartphone.

Sommige bedrijven geven hun werknemers eenmaal per jaar ecocheques. Met die ecocheques kun je producten kopen zoals fietsen. De ecocheques worden gestort op (of app) als je maaltijdcheques.

2 Ga naar iDiddit.

a Bekijk de twee filmpjes en beantwoorde de vragen over blockchain, crypto en bitcoin op iDiddit. b Vul het Good to know-kader in.

Good to know

Om te begrijpen wat bitcoin is, moet je weten wat een blockchain is. Een blockchain is een veilig digitaal systeem dat informatie opslaat in die aan elkaar hangen als een , en dat door veel computers samen wordt bijgehouden. Wanneer er nieuwe , zoals een betaling met bitcoin, gebeuren, worden die in een nieuw verzameld. Dat blok wordt toegevoegd aan een bestaande ketting (chain). Die blockchain is als een digitaal schrift of logboek waarin alle bitcoinbetalingen bijgehouden worden. Iedereen in het netwerk heeft een van dat logboek. Dus niet een bank of een computer beslist alles. Bitcoin bewaar je in een digitale portefeuille, ook wel wallet genoemd. Er zijn ook nog andere cryptomunten die met een blockchain werken.

Bitcoin is meestal een rechtstreekse betaling. Je kunt bitcoin rechtstreeks van jouw wallet naar de wallet van de verkoper sturen, zonder bank. Maar als je betaalt via een exchange provider of betaalprovider (bv. Binance, Coinbase), dan heb je wél een tussenpartij en wordt het onrechtstreeks.

Maak Action 1, 2 en 3.

© Shutterstock / PhotoGranary02

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Kredietkaart

Maaltijdcheques

Pc- / internetbankieren

Onrechtstreeks / Wat zijn de meest courante betaalmiddelen?

Domiciliëring

Rechtstreeks /

Munten

Biljetten

Je kunt op twee manieren betalen: rechtstreeks en onrechtstreeks. Als je rechtstreeks betaalt, dan betaal je chartaal met munten en biljetten. Onrechtstreeks of giraal betalen is op meerdere manieren mogelijk, namelijk met of zonder tussenkomst van een bank.

Een debetkaart is een betaalkaart, gekoppeld aan je zichtrekening waarmee je contactloos kunt betalen of door je kaart in een betaalterminal te steken en je pincode in te geven.

Een kredietkaart is gekoppeld aan je zichtrekening, maar bij een betaling of geldafhaling, zal het geld niet meteen van je rekening gehaald worden, maar krijg je krediet van je bank.

Contactloos betalen betekent dat je de betaalkaart of je smartphone tegen de betaalterminal houdt om te betalen.

Mobiel betalen gebeurt meestal met een smartphone. Op je smartphone wordt dan vaak een bankapp geïnstalleerd of apps zoals Apple Pay en Google Pay waaraan een bankkaart is gekoppeld.

Pc-bankieren of internetbankieren betekent dat je je bankzaken zoals betalingen regelt via de computer over het internet. In de meeste gevallen kun je inloggen op de website van de bank via je bankkaart en een kaartlezer. Inloggen kan ook via itsme®. Zo kun je via je zichtrekening betalingen doen.

Via een overschrijving kun je andere mensen of bedrijven betalen. Met een domiciliëring geef je een leverancier de toestemming om het factuurbedrag automatisch van je rekening te halen.

Maaltijdcheques worden op een kaart opgeladen of op de gelijknamige app op een smartphone.

Je kunt er voedingsmiddelen mee betalen in de winkel. De betaling gebeurt op dezelfde manier als betalen met een debetkaart of smartphone.

Met ecocheques kun je energiezuinige producten kopen, zoals fietsen, planten en bepaalde elektronica. Ze worden gestort op dezelfde kaart (of app) als je maaltijdcheques.

Action 1— Hoe goed ken je de betaalmiddelen?

1 Welke betaalmethode past het best? Kies uit: cash – ecocheques – maaltijdcheques – mobiel betalen (2x) – overschrijving

a Je ouders kopen voedingswaren in de supermarkt.

b Je papa koopt een fietshelm die ‘ecologisch’ is.

c Je ouders betalen je sportkamp (ze hebben een factuur gekregen).

d Je bent je portefeuille vergeten, maar je hebt je gsm bij.

e Je koopt een PlayStation 5 tweedehands van iemand die je niet kent voor 200,00 euro.

f Je wilt online snel iets betalen zonder je kaartnummer in te typen.

2 Zijn de stellingen juist of fout? Kruis aan.

Maaltijdcheques kun je gebruiken om voeding te kopen.

Met ecocheques kun je om het even wat betalen in de winkel.

Bij mobiel betalen gebruik je vaak NFC (contactloos).

PC-bankieren betekent bankieren via je computer.

JUISTFOUT

Action 2— Kun jij de betaalwijzen onderscheiden?

Gaat het om een rechtstreekse of een onrechtstreekse betaling? Kruis aan.

RECHTSTREEKS

Debetkaart

Kredietkaart

Contactloze betaling

Mobiele betaling

Maaltijdcheques

Ecocheques

Wero

Cash

ONRECHTSTREEKS

Action 3— Ken jij alle betaalmiddelen?

Vul het kruiswoordraadsel in.

Horizontaal Ò

2 Dit is een automatische betaling waarbij de bank op vaste tijdstippen (bijvoorbeeld elke maand) geld van je bankrekening afhaalt om een rekening te betalen.

4 Deze betaalkaart is gekoppeld aan je zichtrekening. Bij betaling gaat het geld meteen van je rekening.

6 Dit is een manier om geld van de ene bankrekening naar de andere over te maken. Dat gebeurt via de bank, bijvoorbeeld met pc-bankieren of via een bankkantoor.

8 Dit is betalen via een app op je smartphone.

10 Dit betekent betalen door je betaalkaart of smartphone tegen de terminal te houden.

Verticaal Ô

1

Dit is een onrechtstreekse betaling met bijvoorbeeld een betaalkaart.

3 Je regelt je bankzaken, zoals betalingen, via de computer over het internet.

5 Deze betaalkaart is gekoppeld aan je zichtrekening. De bank verleent je krediet waardoor je aankopen eenmaal per maand van je rekening gaan.

7 Dit is een extra voordeel dat je van je werkgever kan krijgen om milieuvriendelijke (ecologische) producten en diensten te betalen. Ze staan meestal elektronisch op een kaart.

9 Dit is een extra voordeel dat je van je werkgever kan krijgen om voeding te betalen. Ze staan meestal elektronisch op een kaart (zoals een betaalkaart) of een app.

11 Dit is een rechtstreekse betaling via munten en biljetten.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA NEENEXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ik kan het verschil tussen rechtstreekse en onrechtstreekse betalingen toelichten.

2 Ik kan de werking van een debetkaart en kredietkaart toelichten.

3 Ik kan de werking van contactloos en mobiel betalen toelichten.

4 Ik kan de werking van pc-bankieren toelichten.

5 Ik kan de werking van maaltijdcheques en ecocheques toelichten.

Beeldwoordenboek Level 4

BEGRIP

VERKLARING

chartaal betalen Dat is betalen met munten en biljetten.

contactloos betalen Dat betekent betalen door je betaalkaart of smartphone tegen de terminal te houden.

AFBEELDING

debetkaartDie betaalkaart is gekoppeld aan je zichtrekening en bij betaling gaat het geld meteen van je rekening.

domiciliëringEen domiciliëring is een automatische betaling waarbij de bank op vaste tijdstippen (bijvoorbeeld elke maand) geld van je bankrekening afhaalt om een rekening te betalen.

ecochequesEcocheques zijn een extra voordeel dat je van je werkgever kunt krijgen om milieuvriendelijke (ecologische) producten en diensten te betalen. Ze staan meestal elektronisch op een kaart.

giraal betalenDat is betalen met bijvoorbeeld geld dat op een rekening staat.

BEGRIP

VERKLARING

kredietkaartDie betaalkaart is gekoppeld aan je zichtrekening . Met die kaart verleent de bank je krediet waardoor je aankopen eenmaal per maand van je rekening gaan.

AFBEELDING

©VANIN

maaltijdcheques

Maaltijdcheques zijn een extra voordeel dat je van je werkgever kan krijgen om voeding te betalen. Ze staan meestal elektronisch op een kaart (zoals een betaalkaart) of een app.

mobiel betalenDat is betalen via een app op je smartphone.

overschrijvingDat is een manier om geld van de ene bankrekening naar een andere bankrekening over te maken. Dat gebeurt via de bank, bijvoorbeeld met pc-bankieren of via een bankkantoor.

pc-bankieren of internetbankieren

Dat betekent dat je je bankzaken zoals betalingen regelt via de computer over het internet.

LEVEL 5

Hoe bereken je het nettoloon?

INTRO

1 Lees de vacatures. Voor welke job zullen deze mensen solliciteren?

a Joey is 15 jaar en zoekt vakantiewerk en weekendwerk.

b Anaïs is 24 jaar en zoekt een vaste job in de retail of logistiek.

c Hoeveel bedraagt het brutoloon van beide jobs? Markeer in de tekst.

d Denk je dat Joey en Anaïs dat bedrag ook op hun rekening gestort krijgen? Leg uit.

Brasserie

De Vlaamse Gaai

zoekt jobstudent juli – opruimen en afwassen

Ben jij deze zomer op zoek naar een toffe studentenjob in een gezellige restaurantsfeer? Wij zijn op zoek naar een enthousiaste jobstudent die in juli mee de handen uit de mouwen wil steken!

Wat ga je doen?

- Afwassen en zorgen dat alles weer blinkt

- Meehelpen met het opruimen in de zaal en keuken

- Een handje toesteken waar nodig

Wie ben jij?

- Je bent beschikbaar in de maand juli (flexibele uren in overleg).

- Je hebt zin om in een dynamisch team te werken.

- Je bent niet bang om je handen vuil te maken en werkt graag mee achter de schermen.

Klinkt dit als iets voor jou?

Wat bieden wij jou?

- Een leuke werkervaring in een warm team

- Een brutoloon van 1 800,00 euro voor de maand juli

- Gezellige werksfeer mét lekkere restaurantvibes

Stuur je cv en korte motivatie naar info@vlaamsegaai.edu en wie weet verwelkomen we jou binnenkort in ons team!

Babybazaar

zoekt

logistiek medewerker

Wij van Babybazaar zijn op zoek naar een LOGISTIEK MEDEWERKER!

Wat ga je doen?

Als logistiek medewerker voer jij de volgende taken uit:

- Je ontvangt leveringen.

- Je registreert leveringsdocumenten.

- Je helpt klanten bij de afhaling van producten.

- Je zorgt voor een goed transport tussen magazijn en winkel, en tussen winkel en winkel.

- Je verwerkt grote leveringen.

Wie ben jij?

- Je hebt zin voor verantwoordelijkheid.

- Je hebt ervaring in een soortgelijke job.

- Je bent flexibel, je werkt in het weekend en bent thuis op maandag en woensdag.

- Je bent klantvriendelijk.

– Je kunt met een heftruck rijden? Dan is dat een plus

Wat bieden wij jou?

- Job optie vast in een stabiele onderneming (38 uur per week)

- Werknemerskorting in de winkel

- Jaarlijkse ecocheques

- 2 400,00 euro bruto

Interesse? Mail ons op info@babybazaar.edu Babybazaar

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Hoe bereken je het nettoloon?

Explore 1— Hoe ziet een loonbrief eruit?

Loonbrief

Het brutoloon is de vertrekbasis van de loonberekening. Het is het loon dat het bedrijf in je contract vastlegt.

RSZ-bijdrage is de sociale bijdrage die je op je brutoloon betaalt.

Belastbaar loon is het brutoloon min je RSZ-bijdragen. Op het belastbaar loon wordt je bedrijfsvoorheffing berekend.

Bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de belasting die je op je loon betaalt.

Nettoloon is het bedrag dat overblijft na de RSZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing en dat je op je rekening gestort krijgt.

Vervolledig de loonfiche. Kies uit: bedrijfsvoorheffing – brutomaandloon – nettoloon

Economics Transports nv Oude Gent weg 45 2000 Antw erp en

V ERTROUWELIJK

Miranda Schepens

Periode van 20xx-03-01 - 20xx-03-31

Uittreksel van de individuele rekening zorgvuldig bewaren

Persoonlijke gegevens Contactgegevens NISS: 8171004 296-25 Werknemernummer: 89 Burgerlijke staat: gehuwd Statuut: bediende

Groenstraat 20 2000 Antw erp en Personen ten laste: geen Breuk tewerkstelling: 38,00/38,00u IBAN BE68 5390 0754 7034 Datum in dienst: 2015-02-01

Paritair comité: 200

-365,96

Nettoloon berekenen

Het nettoloon bereken je zo:

brutoloon

–RSZ-bijdrage =belastbaar loon

–bedrijfsvoorheffing =nettoloon

De RSZ-bijdrage bedraagt 13,07 % van het brutoloon. De bedrijfsvoorheffing krijg je in de oefeningen in dit leerwerkboek gegeven. In werkelijkheid moet je die ook berekenen. Het brutoloon is dus altijd hoger dan het loon dat je als werknemer op je rekening krijgt.

Maak Action 1.

Explore 2— Waarvoor dienen de bedrijfsvoorheffing en RSZ-bijdrage?

Bedrijfsvoorheffing en RSZ-bijdragen

De bedrijfsvoorheffing en RSZ-bijdragen worden van je loon afgehouden voor de overheid. Met die inkomsten kan de overheid allerhande zaken betalen voor de gezinnen of de maatschappij.

Bestudeer de afbeeldingen.

a Waarvoor gebruikt de overheid het geld van de belastingen?

b Waarvoor gebruikt de overheid de RSZ-bijdrage?

BELASTINGEN

© Shutterstock / Silvia Dubois
© Shutterstock / Alexandros Michailidis
Maak Action 2.

Explore 3— Hoe bereken je het nettoloon?

Good to know

Een arbeider is een werknemer die voornamelijk handenarbeid verricht. Een bediende is een werknemer die vooral hoofdarbeid verricht. Zo is een magazijnier vaak een arbeider. Een boekhouder of administratief medewerker is vaak een bediende.

Bereken het nettoloon van deze werknemers met behulp van deze cijfergegevens.

a Bereken het nettoloon van bediende Julia Nowak.

ƒ Brutoloon: 3 017,00 euro

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 323,00 euro

Tip:

brutoloon

–RSZ-bijdrage

=belastbaar loon

Bereken de RSZ-bijdrage op de extra schrijflijn in het midden.

–bedrijfsvoorheffing

=nettoloon

b Bereken het nettoloon van bediende Reeva Hidayat.

ƒ Brutoloon: 4 000,00 euro

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 400,00 euro

brutoloon

–RSZ-bijdrage

=belastbaar loon

–bedrijfsvoorheffing

=nettoloon

Explore 4— Is er een verschil tussen arbeiders en bedienden?

In Explore 3 heb je het nettoloon van een bediende berekend. Om dat van een arbeider te berekenen volg je dezelfde berekening. Enkel om de RSZ-bijdrage te berekenen moet je het brutoloon verhogen met 8 %.

a Bereken stap voor stap het nettoloon voor een arbeider die 3 000,00 euro bruto per maand verdient.

ƒ Bereken 8 % van 3 000,00 euro.

ƒ Tel dat bedrag bij het brutoloon.

ƒ Bereken de RSZ-bijdrage.

ƒ Bereken het belastbaar loon.

ƒ Bereken het nettoloon als de bedrijfsvoorheffing 464,73 euro bedraagt.

b Vul nu het schema aan met de berekening van vraag a. Bereken eerst de verhoging van 8% voor de RSZ-bijdrage.

Tip:

brutoloon

Vergeet de verhoging van het brutoloon niet.

–RSZ-bijdrage

=belastbaar loon

–bedrijfsvoorheffing

=nettoloon

Explore 5— Wat kun je nog krijgen naast je nettoloon?

Extralegale voordelen

Boven op je loon kan je werkgever je nog andere voordelen geven. Dat zijn extralegale voordelen.

Bestudeer de afbeeldingen. Welke extralegale voordelen zie je?

Explore 6— Wat zijn de loonkosten voor de werkgever?

1 Bekijk de kolom Omschrijving onderaan de loonsynthese. Staat daar iets wat je tot nu toe niet gezien hebt? Markeer en noteer.

Boven op het brutoloon betaalt de werkgever nog de werkgeversbijdrage RSZ. De totale loonkosten voor de werkgever bestaan dus uit het brutoloon plus de werkgeversbijdrage RSZ. Good to know

2 Hoeveel bedragen de totale kosten voor de werkgever? Bereken.

Beheerder: Hauspie Eef 20xx-11-02

SOCIAAL SECRETARIAAT Verenigde Natieslaan 1 9000 GENT

035-0000097-96 (0) 42/1 99199.04.3

Pakzilla nv Veldstraat 94 9000 GENT

Loonsynthese

Loonperiode 20xx-10-01 – 20xx-10-31

Categorie: algemeen totaal Soort Bezoldiging

Ref. berekening 25568-1257

Fiscale periode 20xx

Ondernemingsnr. 0000.000.097

Paritair comité119 en 120

Looncode Dagen Uren of aantal Waarde

240022

Coëfficiënt of commentaar Bedrag EUR Omschrijving

3 500,00 Brutoloon

2425 -457,45Werknemersbijdrage RSZ

2500 3 042,55 Belastbaar -614,02Bedrijfsvoorheffing

3700

2 428,53 Totaal nettoloon

2425 910,00Werkgeversbijdrage RSZ

TO THE POINT

In een loonfiche komen de volgende begrippen steeds terug: Het brutoloon is de vertrekbasis van de loonberekening. Het is het loon dat het bedrijf in je contract vastlegt.

RSZ-bijdragen zijn sociale bijdragen die je betaalt op je brutoloon. Ze bedragen 13,07 % van het brutoloon.

Belastbaar loon is het brutoloon min je RSZ-bijdragen. Op het belastbaar loon wordt je bedrijfsvoorheffing berekend.

Bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de belasting die je op je loon betaalt. Nettoloon is het bedrag dat overblijft na de RSZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing en dat je op je rekening gestort krijgt.

Om het nettoloon te berekenen, gebruik je het volgende schema: brutoloon – RSZ-bijdragen = belastbaar loon – bedrijfsvoorheffing = nettoloon

Bedrijfsvoorheffing en RSZ worden van je loon afgehouden en gaan naar de overheid. Dat zijn inkomsten voor de overheid. Daarmee kan de overheid allerhande zaken betalen voor de gezinnen of de maatschappij.

Boven op je loon kan je werkgever je nog andere voordelen geven. Dat zijn extralegale voordelen zoals bijvoorbeeld maaltijdcheques of een bedrijfswagen.

Action 1— Kun je een loonfiche analyseren?

Vul de ontbrekende begrippen in op de loonfiche.

LOONFICHE – Individuele rekening

Boekhoudkantoor Edu-C

Melkwegstraat 58

1000 Brussel

Dossier: 112277/000001/000001

Ondernemingsnummer 0988.910.318

VERTROUWELIJK Persoonlijke gegevens

Vince Verstraeten

Sterrestraat 67

1000 Brussel

INSZ: 88.02.01-007.44

Burgerlijke staat: gehuwd

Personen ten laste: 2

Periode van 20xx-11-01 - 20xx-11-30

Opgesteld op 30 november 20xx

Uittreksel van de individuele rekening zorgvuldig bewaren

Contactgegevens

Werknemersnummer: 0012485

Statuut: bediende

Beroep: administratief bediende

Looncategorie: 2

Breuk tewerkstelling: 36,00/36,00 u

Datum in dienst: 20xx-07-01

Paritair comité: 200

Action 2— Wat zit er in je brutoloon?

Verklaar schema 1 in je eigen woorden.

Schema 1: Bedrijfsvoorheffing en RSZ-bijdrage

BEDRIJFSVOORHEFFING

WEGEN

SCHOLEN

PENSIOENEN

RSZ-BIJDRAGE

GEZONDHEIDSZORG

GROEIPAKKET

BRUTOLOON

Action 3— Kun jij het nettoloon van een bediende berekenen?

Vul het schema aan om het nettoloon te berekenen. Het brutoloon en de bedrijfsvoorheffing zijn gegeven.

a Kyra Vandenbossche

ƒ Brutoloon: 3 200,00 euro

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 517,96 euro

brutoloon =belastbaar loon =nettoloon

b Najib Fayd

ƒ Brutoloon: 3 800,00 euro

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 763,14 euro

c Olga Pastuscka

ƒ Brutoloon: 4 500,00 euro

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 1 056,13 euro

Action 4— Kun jij het nettoloon van een arbeider berekenen?

Vul het schema aan om het nettoloon te berekenen. Het brutoloon en de bedrijfsvoorheffing zijn gegeven.

a Karo Vanstreels

ƒ Brutoloon: 2 900,00 euro, verhoging met 8 %:

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 538,98 euro

brutoloon =belastbaar loon

=nettoloon

b Dean McCarthy

ƒ Brutoloon: 3 300,00 euro, verhoging met 8 %:

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 689,19 euro

brutoloon

c Lenn Hontis

ƒ Brutoloon: 3 800,00 euro, verhoging met 8 %:

ƒ Bedrijfsvoorheffing: 894,96 euro

brutoloon

Action 5— Ken jij de woorden van dit Level?

Lees de tekst en vul de juiste begrippen in. Kies uit:

bedrijfsvoorheffing – belastbaar loon – brutoloon – extralegale voordelen – nettoloon –overheid – RSZ-bijdrage

Een werknemer krijgt van zijn baas een afgesproken loon. Dat is het

Daarvan gaat eerst een deel naar de sociale zekerheid. Dat heet de . Wat overblijft, is het . Daarop houdt de werkgever nog belastingen in: de , een voorschot op de inkomstenbelasting. Dat geld gaat naar de , die er dingen mee betaalt zoals scholen en wegen. Wat de werknemer uiteindelijk op zijn bankrekening krijgt, heet het

. Soms krijgt hij ook nog extra’s boven op dat bedrag, zoals maaltijdcheques of een bedrijfsfiets. Dat zijn de .

Action 6— Waar kun je het nettoloon online berekenen?

1 Zoek op het internet tools om van het brutoloon het nettoloon te berekenen. Noteer de sites.

2 Bekijk de gegevens en het brutoloon van David Geelen en Joost Nysten. Bereken hun nettoloon.

a Welke website of online tool gebruik je? Noteer.

b Voer de gegevens van David in. Hoeveel bedraagt zijn nettoloon?

c Voer de gegevens van Joost in. Wat is zijn nettoloon?

David Geelen brutoloon: € 2 900,00 ongehuwd geen kinderen 30 jaar

Joost Nysten brutoloon: € 3 700,00 ongehuwd geen kinderen 40 jaar

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan de begrippen van een loonbrief toelichten.

2 Ik kan een loonfiche analyseren.

3 Ik kan toelichten wat er gebeurt met de RSZbijdragen en de bedrijfsvoorheffing.

JA NEENEXTRA OEFENMATERIAAL

Beeldwoordenboek Level 5

BEGRIP

bedrijfsvoorheffing

VERKLARING

Dat is een voorschot op de belasting die je op je loon betaalt.

Omschrijving

Brutomaandloon

RSZ: -13,07 %

AFBEELDING

belastbaar loon

Dat is het brutoloon min je RSZbijdragen. Op het belastbaar loon wordt je bedrijfsvoorheffing berekend.

brutoloonDat is de vertrekbasis van de loonberekening. Het is het loon dat met het bedrijf in het contract wordt vastgelegd.

Omschrijving

Omschrijving

Brutomaandloon

extralegale voordelen

Dat zijn andere voordelen die je nog naast je loon kunt krijgen van je werkgever.

bv. een bedrijfswagen, smartphone

nettoloonDat is het bedrag dat overblijft na aftrek van de RSZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing en dat je op je rekening gestort krijgt.

RSZ-bijdragenDat zijn sociale bijdragen die je betaalt op je brutoloon. Ze bedragen 13,07 % van het brutoloon.

Omschrijving

Brutomaandloon

RSZ: -13,07 %

Bedrijfsvoorheffing

Omschrijving

Brutomaandloon

RSZ: -13,07 %

Belastbaar loon

Bedrijfsvoorheffing

STEP-UP

1 Werk alleen of per twee. Stel de evolutie in de mogelijkheden voor de consument voor. Doe dat door de consument van vroeger met die van nu te vergelijken.

2 Vergelijk maximaal twee trends. Markeer. Kies uit:

betaalmiddelen – lineaire economie versus circulaire economie – mentaal welbevinden –technologische nieuwigheden

3 Verzamel informatie over de gekozen trend(s).

a Neem alle Levels van dit thema nog eens door.

b Gebruik het internet.

4 Kies hoe je die evolutie wilt voorstellen. Raadpleeg de ICT-fiches van Canva of PowerPoint.

a Vink aan.

een video van maximaal twee minuten een infographic van maximaal een A4-blad een presentatie van maximaal tien slides

b Waarom kies je die manier van presenteren? Leg uit.

©VANIN

c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

5 Stel je vergelijking aan de klas voor.

6 Sla je bestand op en controleer of het correct in je portfolio staat.

NOTITIE ©VANIN

NOTITIE ©VANIN

THEMA De overheid 4 ©VANIN

LEVEL 2

STEP-UP

Studie: twee producten die je graag zou kopen p. 55

Wat is de impact van de EU op de leefwereld van jongeren? p. 32

LEVEL 1

Wat is de impact van overheidsbeslissingen op de prijs van goederen en diensten? p. 6

STEP-IN p. 4

STEP-IN

1 Je koopt een nieuwe laptop voor je schoolwerk maar na twee maanden is die al stuk. Wat kun je doen? Welke rechten heb je als consument? Bespreek klassikaal.

2 Ga naar iDiddit. Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen.

a Op hoeveel jaar garantie heb je recht bij een nieuw product?

b Hoeveel jaar garantie is er op tweedehandsproducten?

c Wat kun je in België doen als je product na twee jaar stukgaat?

Good to know

Een samenleving heeft nood aan organisatie. In een land gebeurt die organisatie door de overheid. Zo stelt de overheid regels op en neemt ze onder andere op economisch vlak beslissingen om de burgers en de consument te beschermen. Dergelijke beslissingen kunnen ook op Europees niveau genomen worden.

3 Lees het artikel.

a Markeer het antwoord op de vragen.

ƒ Blauw: welk bedrijf is failliet?

ƒ Rood: bij wie kunnen de gedupeerden (slachtoffers) terecht voor een vergoeding?

ƒ Geel: hoeveel gedupeerden zijn er geholpen?

b Wat vind je van de oprichting van een garantiefonds door de overheid?

Het

Garantiefonds Reizen redt gedupeerde reizigers: hoe doe je een beroep op het fonds? En worden je kosten altijd terugbetaald?

Vakantiegangers die de dupe worden van een failliete reisorganisator, kunnen in ons land worden geholpen door het Garantiefonds Reizen. Zo redde het fonds in 2019 na het faillissement van Thomas Cook 57 000 reizigers uit de nood. Kan iedereen terugvallen op het Garantiefonds? En hoelang is het wachten op een terugbetaling? Een reisexpert van Vereniging Vlaamse Reisbureaus legt uit.

Koen van den Bosch (Vereniging Vlaamse Reisbureaus): ‘Voor pakketreizen bestaat er in elk Europees land op basis van de Europese Package Travel Directive een wettelijk verplichte verzekering insolventie. Iedereen die reizen organiseert of verkoopt, moet zich bij dergelijke verzekering aansluiten. De enige uitzondering is een vzw die enkel voor haar leden en occasioneel reizen organiseert. Ook scholen en voetbalclubs die er ieder jaar verschillende keren opuit trekken, vallen onder de wetgeving. Zij moeten zich verzekeren tegen een faillissement. In België zijn er twee spelers die de verzekering aanbieden: het Garantiefonds Reizen en MS Amlin.’

‘De premies worden betaald door de reisorganisatoren en de doorverkopers. Dat is allemaal wettelijk bepaald. Sommige mensen geven aan dat ze zelf hun reis goedkoper kunnen organiseren. Het fonds komt tussen als er een faillissement van een reisorganisator

wordt uitgesproken. De reizigers die op hun bestemming zijn, kunnen worden gerepatrieerd of kunnen hun vakantie verderzetten. Daarvoor doet de verzekeraar vaak een beroep op andere touroperatoren die beschikbaar zijn en die de bestemming in kwestie aandoen. De verzekeraar betaalt hen, indien hij voor die optie kiest, de kosten van de overeengekomen reis zoals deze was bepaald in de reisovereenkomst, zodat de klant zelf geen extra kosten heeft. Dat geldt ook voor toekomstige reizen. Ze gaan kijken of er andere reisorganisatoren op die bestemmingen werken en bereid zijn om de reizen van de failliete organisator over te nemen. Pas in het laatste geval gaan ze de reiziger terugbetalen.’

‘Dat hangt ervan af in welke mate de reiziger op een correcte manier de documenten doorgeeft die de verzekeraar nodig heeft. In 2019 ging Thomas Cook failliet. Daar heb ik dossiers gezien waarin duidelijk werd gesteld wat allemaal nodig is. Als de klant die documenten niet aanlevert, kan de verzekeraar die ook niet uitbetalen.’

Na het faillissement van Thomas Cook heeft het Garantiefonds Reizen 57 000 reizigers geholpen. Meer dan 45 000 reizigers kregen een terugbetaling en 12 000 reizigers werden terug thuisgebracht. De totale schade bedroeg ongeveer 28 miljoen euro.

Bron: hln.be, Philippe Ghysens, 2024-06-04

©VANIN

4 In dit thema doorloop je twee Levels waarin je leert …

1 wat de impact van overheidsbeslissingen is op de prijs van goederen en diensten;

2 wat de impact van de EU is op de leefwereld van jongeren.

5 Elk Level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren.

Daarin maak je zelf een studie over twee producten die je graag zou kopen.

LEVEL 1

Wat is de impact van overheidsbeslissingen op de prijs van goederen en diensten?

INTRO

1 Ken je nog de verschillende partijen van de economische kringloop (Thema 1, Level 1)? Noteer ze hier.

2 Lees de tekst.

Sami wordt op een maandagochtend wakker, staat op en neemt een douche. Het water komt uit de kraan, geleverd door een watermaatschappij die gecontroleerd wordt door de overheid. Op weg naar school fietst Sami over veilige fietspaden, aangelegd en onderhouden door de gemeente. Op school krijgt Sami les van een leerkracht die betaald wordt door de overheid. Sami’s mama is verpleegkundige in het Universitair Ziekenhuis en zijn pluspapa werkt in een bouwbedrijf. Ze betalen belastingen op hun loon. Het bouwbedrijf betaalt ook belastingen op de winst. Op de gsm-cover van Temu uit China betaalt Sami extra belasting (importtarief). Dankzij die belastingen kan de overheid wegen aanleggen, scholen bouwen, ziekenhuizen onderhouden …

3 Toon aan met een voorbeeld uit de tekst.

a Hoe zijn de gezinnen en de overheid met elkaar verbonden?

©VANIN

b Hoe zijn de bedrijven en de overheid met elkaar verbonden?

4 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Wat is de impact van overheidsbeslissingen op de prijs van goederen en diensten?

Explore 1— Hoe komt de overheid aan haar inkomsten?

1 Bekijk de documenten.

a Wat voor document is het? Noteer.

b Markeer het te betalen totaalbedrag in het geel.

c Markeer het deel van het totaalbedrag dat naar de overheid gaat in het blauw.

A L D I

Molenstraat 77, 9960 ASSENEDE

Openingstijden:

Maandag – zaterdag : 08u30 – 19u00

KALKOEN/KIPFILETREEPJE

€ BTW NETTO BTW-BEDRAG BRUTO B 6,00% 9,35 0,569,91 ***********************************

Vorig puntensaldo 3370

Uw verzamelde punten: ALDI punten 24 -----------------------------------

Totaal ALDI punten 24 Nieuw puntensaldo 3394

ALDI, ALTIJD SLIM

Btw-nummer: BE0422096389

0029 103 025856 0171 29/09/20X XX 15:15:32

FISCAAL TRANSACTIENUMMER: 00169700 72949911

TANKSTATION DE STER – BELGIË

Btw-nummer: BE 0123.456.789

Datum: 25-01-20xx | Tijd: 14:15

Product: Euro 95 (E10)

BESCHRIJVING BEDRAG

Liters: 45,00 L

Prijs per liter: € 1,729

TOTAAL (incl. BTW) € 77,81

UITSPLITSING:

Netto brandstofprijs: € 24,15

Accijnzen (ca. € 0,60/L): € 27,11

Basisbedrag (excl. BTW): € 64,30

Btw (21%): € 13,51

TOTAAL BETAALD: € 77,81

Betaalwijze: Bancontact

Kaart: **** **** **** 1234

Autorisatie: 098765

Dank u voor uw bezoek en een veilige reis!

p3/6

P.CABN.955.N.0.D.04122025.v39.000000

JE FACTUUR IS NU EENVOUDIGER. Wil je meer detail over deze factuur, ga dan naar engie.be/klantenzonepro Je login:

Je energieverbruik beheren

Onderstaande grafieken geven per kalenderjaar de evolutie van je verbruik (uitgedrukt in kWh)

Elektriciteit

EAN 541448820043222931 verbruik op vorige facturen verbruik op deze factuur * onvolledig jaar kWh

046/BEPNLVD4

EAN 541448820043222948 verbruik op vorige facturen verbruik op deze factuur

Informatie over je contract

Je btw-nummer: KlantnummerVerbruiksadres -

1. Volg zelf je verbruik op. Meer info op engie.be/prof/checksave

Flow pro - variabele prijs - 1 jaar Versie: 17.11.20XX 17.01.20XX tot 16.01.20XX

Flow pro - variabele prijs - 1 jaar Versie: 17.11.20XX 17.01.20XX tot 16.01.20XX

2. Op zoek naar tips om je verbruik te verlagen? Je vindt de tips voor jouw sector op elk moment in je klantenzone. engie.be/klantenzonepro

3. Vraag je je af wat je CO2 uitstoot is voor je gasverbruik? Dit vind je op elk moment in je klantenzone. engie.be/klantenzonepro Doe de Check&Save

Factuurdatum 03.12.20XX

Factuurnummer 708 413 105 530

2022202320242025*

Wat en hoe moet ik betalen?

Gemiddelde eenheidsprijs voor je energie afname ( excl. btw/kWh) 202220232024 2025* Elektriciteit 0,420,340,230,25 Aardgas 0,170,110,070,08

Elektriciteit – EAN 541448820043222931( excl. btw)

Afname - dit betaal je aan ENGIE 130,15

Netwerkkosten - dit storten wij door aan de netbeheerder

Ik heb een vraag

en heffingen - dit storten wij door aan de overheid 24,16

Jouw klantenzone

Hier vind je je facturen en contracten. Je kan hier ook je verbruik opvolgen.

Je login: ansoleil@live.be engie.be/klantenzonepro

Contactgegevens van consumentenverenigingen, energieagentschappen of soortgelijke organen kan je vinden op vreg.be/nl/energieverbruik, vlaanderen.be/veka en klimaat.be. Je kan er ook alle info vinden over energie-effici ntie en vergelijkingen met een standaard of een identiek verbruik.

Facturatieperiode 01.11.20XX - 30.11.20XX

Aardgas – EAN 541448820043222948 ( excl. btw) Verbruik - dit betaal je aan ENGIE

- dit storten wij door aan de netbeheerder

Storing?

en heffingen - dit storten wij door aan de overheid 3,87 ( excl. btw)

Gasgeur: 0800 65 0 65 (24u/24) (netbeheerder Fluvius Imewo)

Elektriciteitsstoring: 078 35 35 00 (24u/24) (netbeheerder Fluvius Imewo)

Bij laattijdige betaling zullen wij je een herinnering sturen. De eventuele kosten van deze herinnering (10,00 ) worden aangerekend, zoals door de wet bepaald. Meer info vind je in de Algemene Voorwaarden op engie.be.

Onze klantendienst

Op onze website vind je altijd een antwoord op vragen rond actuele thema's. Het antwoord niet gevonden? Dan kan je ons contacteren via e-mail, telefoon (078 78 20 20) of chat. engie.be/nl/professionals/contact

Volumes

Contract vergelijken?

Totaal te betalen (incl. btw) Dit bedrag zal automatisch via domicili ring van je rekening afgehouden worden op 21 december 20XX

Vergelijk je huidige contract op je online klantenzone Of via de V-Test (vtest.vreg.be) of de CREG-scan (creg.be/nl/cregscan).

458,27

Meterstanden

Contract stopzetten?

Elektriciteit EAN 541448820043222931Meternummer

Piekuren 397 kWh

Daluren 488 kWh

Totaal afname 885 kWh

01.11.2025 30.11.2025

Je kan je contract op ieder moment opzeggen zonder verbrekingsvergoeding, mits het respecteren van een schriftelijke opzeg van ten hoogste drie weken vanaf de datum van het verzoek. Indien je voor het geheel van je toegangspunten op het distributienet op jaarbasis meer verbruikt dan 100 MWh elektriciteit of 100 MWh aardgas, berekend op basis van uw geschat jaarlijks verbruik, zoals bepaald door de distributienetbeheerder, kan je je desbetreffende contract enkel be indigen op het einde van de lopende duur mits een schriftelijke opzeg ten laatste 1 maand voor de afloop van de lopende periode. Indien je je contract be indigt voor de afloop van de lopende duur, ben je ons een opzegvergoeding verschuldigd zoals bepaald in je contract.

Probleem niet opgelost?

0681 - Afname piek 10684, X 11081, X 0681 - Afname dal 16410, X 16898, X 0681 - Injectie piek 8193, X 8222, X 0681 - Injectie dal 3101, X 3111, X

Aardgas EAN 541448820043222948 Meternummer

Federale Ombudsdienst voor Energie, Koning Albert ll - laan 8 bus 6, 1000 Brussel - klacht@ombudsmanenergie.be - 02 211 10 60.

Btw-informatie

Deze meterstanden zijn opgenomen door de netbeheerder. Het aardgasverbruik wordt omgerekend van m naar kWh.

Tarief

X

Basisbedrag voor btw Btw 21% 370,57 77,82

<1>Vrijstelling art. 28 van het btw-wetboek 9,88 -

Totaal

n Bol varlaan

Factuur

Factuuradres

BE Btw-nr. n.v.t.

Club klantnummer 9813200965646

Referentie document n.v.t.

Factuurnummer B001250000502704

Factuurdatum 23.12.20

Besteldatum 23.12.20

MEDIAMARKT ONLINE BELGIUM BOECHOUTLAAN 105, BOX 00.02 BE 1853 GRIMBERGEN BTW nr.: BE0846855431

Betalingswijze Online

Online bestelnummer 2932466

Leveringstype Thuislevering

Leverdatum 23.12.20

Pos. Artikelnr. Omschrijving Aantal Btw Eenheidsprijs Totaalprijs 1 2002383 BRAUN FG1106 1 21,00% 33,44 EUR 33,44 EUR Btw Netto totaal Btw totaal Totaal bruto 21,00%27,64 EUR5,80 EUR33,44 EUR Totaalprijs 33,44 EUR Resterend bedrag 0,00 EUR

TechWorld Electronics Korenmarkt 12

9000 GENT

Btw-nummer: BE 0845.125.963

FACTUUR

Factuurnummer: TW–20xx–01874

Factuurdatum: 20xx-01-05

Klant: J. Peeters

Stationsstraat 44 9940 EVERGEM

Omschrijving Aantal Prijs/stukTotaal

Smartphone Galaxy X12 (128 GB)

699,00€ 699,00 Recupel-bijdrage smartphone

Beschermhoes transparant

MMS Online Belgium BOECHOUTLAAN 105, BOX 00.02 BE 1853 GRIMBERGEN

Screenprotector gehard glas

Handelsregisternummer: 0846855431

€ 14,99 € 14,99

Totaal excl. btw € 733,03

Handelsregister: Brussel Bank: ING

IBAN: BE89363110953185 BIC: BBRUBEBB

Btw 21 % € 153,94

Totaal te betalen € 886,97

Betalingswijze: Bancontact

Dank voor uw aankoop!

2 Combineer de belasting met de juiste omschrijving. Gebruik het internet.

BELASTING

1 btw

2belastingen

3 accijnzen

4 Recupel

OMSCHRIJVING

AEen belasting om het gebruik van bepaalde consumptiegoederen (bijvoorbeeld sigaretten, benzine en alcohol) af te remmen, omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid of voor het milieu.

BDat is de afkorting van belasting over de toegevoegde waarde. Die belasting heft de overheid op de verkoop van goederen en diensten. Ze wordt ook wel verbruiksbelasting genoemd.

CDat zijn geldbedragen die mensen en bedrijven aan de overheid betalen. De overheid gebruikt dat geld om belangrijke dingen te betalen, zoals bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen en wegen.

DDat is een organisatie die oude elektrische toestellen en lampen inzamelt. Ze wil dat kapotte toestellen eerst hersteld worden en dat toestellen die nog werken naar de kringloopwinkel gaan. Zijn ze echt niet meer te gebruiken? Dan worden ze in speciale recyclagecentra uit elkaar gehaald zodat de materialen opnieuw gebruikt kunnen worden.

Good to know

Op je energiefactuur staan het bedrag dat je voor de elektriciteit of het gas dat je verbruikt, moet betalen, en de extra kosten die de overheid oplegt. Die toeslagen en heffingen zijn bedoeld voor het onderhoud van het netwerk, steun voor groene energie, belastingen en accijnzen.

Maak Action 1 en 2.

Explore 2— Welke belastingen betalen de gezinnen?

Belastingen

Gezinnen moeten belastingen betalen aan de overheid zodat die geld heeft om scholen, ziekenhuizen, lonen van leerkrachten en wegen te betalen. Ze kan die onmiddellijk afhouden, bijvoorbeeld van je loon, maar ook onrechtstreeks via bijvoorbeeld btw op de aankoop van een nieuwe wagen.

1 Bekijk de afbeeldingen. Om welke belasting gaat het? Kies uit: afvalbelasting – btw – personenbelasting – verkeersbelasting

2 Combineer de belasting met de juiste omschrijving.

SOORT BELASTING

OMSCHRIJVING

1 personenbelasting ADie belasting moet je betalen wanneer je als bestuurder van een gemotoriseerd voertuig (auto, moto …) de openbare weg gebruikt.

2 verkeersbelasting BDie belasting wordt geheven op de inkomens van gezinnen.

3 afvalbelasting CDat bedrag betalen gezinnen of bedrijven aan de overheid voor de ophaling en verwerking van hun afval. Het helpt de gemeente om vuilniswagens, recyclageparken en afvalverwerking te betalen. Hoeveel je betaalt, hangt soms af van hoeveel afval je produceert of welk soort afval je hebt.

©VANIN

Explore 3— Wat doet de overheid met de inkomsten van de belastingen?

Doel van belastingen

De overheid gebruikt het geld van belastingen om dingen te betalen die belangrijk zijn voor alle bewoners in het land. Denk bijvoorbeeld aan scholen, waar jij elke dag naartoe gaat om te leren. Ook ziekenhuizen waar mensen verzorgd worden als ze ziek zijn, worden betaald met belastinggeld. Wegen, bruggen en fietspaden worden aangelegd en onderhouden met dat geld. De politie en brandweerlui die zorgen voor de veiligheid krijgen ook hun loon van de overheid dankzij belastingen. Daarnaast helpt de overheid mensen die het moeilijk hebben bijvoorbeeld met een uitkering, een sociale woning of het geven van subsidies. Ook het openbaar vervoer wordt deels betaald met belastinggeld.

1 Wat is een ‘solidaire samenleving’? Bespreek klassikaal en noteer de conclusie.

Maak Action 3.

2 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje

a Wie moet er allemaal zijn steentje bijdragen aan de samenleving via belastingen?

b Dankzij belastingen kun je van tal van voordelen genieten. Noteer er vier.

3 Bekijk grafiek 1. Bespreek klassikaal en beantwoord de vragen.

a Naar welke post gaat het meeste van het belastinggeld?

b Hoe zou dat komen?

Grafiek 1: Waarvoor dienen de belastingen? Verdeling per categorie

€ 1,40 ANDERE

€ 1,90 DEFENSIE

€ 2,10 FUNDAMENTEEL ONDERZOEK

€ 2,30 MILIEU

€ 2,30 RECREATIE, CULTUUR EN GODSDIENST

€ 3,10 STAATSSCHULD

€ 3,30 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID

€ 21,00 PENSIOENEN

€ 15,30 GEZONDHEIDSZORG

€ 11,80 ONDERWIJS

€ 7,00 OVERHEIDSBESTUUR

€ 6,90 INVALIDITEIT EN ZIEKTE

€ 6,90 ECONOMISCH BELEID

€ 5,50 WERKLOOSHEID EN SOCIALE UITKERING

€ 4,10 GEZIN EN KINDEREN

€ 5,10 VERVOER

Explore 4— Hoe

beïnvloeden btw, subsidies en accijnzen de prijs?

Btw, accijnzen en subsidies

Wanneer je iets koopt in de winkel zit er btw in de prijs. Dat is een belasting die de overheid toevoegt aan producten en diensten. Hoe hoger de btw, hoe duurder het product wordt voor de klant.

Bij sommige producten zoals alcohol, sigaretten of brandstof komen daar nog extra accijnzen bij. Die maken de producten nog duurder omdat de overheid wil dat mensen er minder van gebruiken. Omgekeerd kan de overheid er ook voor zorgen dat iets goedkoper wordt. Dat doet ze met subsidies. Een subsidie is geld dat de overheid geeft aan bedrijven of personen om iets aan te moedigen. Bijvoorbeeld als de overheid wil dat meer mensen een elektrische fiets kopen, kan ze een deel van de prijs betalen. Daardoor wordt de fiets goedkoper voor jou.

1 Bekijk de afbeeldingen.

a Is er sprake van een positieve of negatieve invloed op de prijs van diensten of goederen? Kruis aan. b Leg uit.

Apositief negatief

Uitleg:

+btw +btw + btw +btw +btw

positief negatief

Uitleg:

©VANIN

Btw-tarieven

In België bestaan er verschillende btw­tarieven. Dat wil zeggen dat je niet op elk product of elke dienst evenveel belastingen betaalt. Het standaardtarief is 21 %. Dat geldt voor de meeste dingen die je koopt, zoals kleding, een gsm of een bioscoopticket.

Bepaalde producten zijn voor iedereen belangrijk. Daarom wil de overheid ze goedkoper maken door verlaagde tarieven toe te passen.

Voor bepaalde voedingsproducten of voor eten op restaurant is er het tarief van 12 %.

Voor basisproducten zoals brood, melk, medicijnen en boeken is er het lage tarief van 6 %.

Voor bijvoorbeeld medische zorg of onderwijs betaal je geen btw. Daar geldt dus het tarief van 0 %.

Met die verschillende tarieven wil de overheid essentiële producten of basisproducten betaalbaar houden. Andere producten worden dan weer zwaarder belast en zijn duurder. Zo wordt het eerlijker voor iedereen.

2 Surf via iDiddit naar een website over de verschillende btw-tarieven voor goederen en diensten. Noteer voor elk tarief drie voorbeelden.

3 Vervolledig de tabel.

a Welk btw-tarief is er van toepassing?

b Hoeveel btw moet je betalen?

Op iDiddit staat een filmpje over het rekenen met procenten.

c Hoeveel bedraagt de verkoopprijs inclusief btw?

€ 413,22

€ 2,79

€ 24,50/kg

kabeljauw

€ 77,42

€ 2,95

Tip:

Verkoopprijs

Als consument betaal je aan de winkelier altijd de volledige verkoopprijs, dus inclusief btw. De winkelier stort op zijn beurt de btw door naar de overheid.

4 Bekijk grafiek 2.

a Hoeveel betaal je voor 50 liter benzine zonder btw en accijnzen?

b Hoeveel accijnzen betaal je op 50 liter benzine?

c Hoeveel btw betaal je op 50 liter benzine?

Grafiek 2: Belasting bij een tankbeurt van 50 liter benzine 95

Naar: energiafed.be, 2026-02-24

5 Bekijk grafiek 3 over de belasting op tabak. Wat valt je op? Wat wil de overheid daarmee bereiken? Bespreek klassikaal en noteer de conclusie.

Grafiek 3: Belasting op een pakje sigaretten

Bron: FOD Financiën

6 De overheid kan de aankoop van een product ook stimuleren. Lees de tekst. Bespreek klassikaal.

Aangepaste fietsvergoeding in 2026

Werknemers die met de fiets naar het werk komen of een dienstverplaatsing uitvoeren, krijgen een fietsvergoeding.

Vanaf 1 januari 2026 is de maximaal fiscaal vrijgestelde vergoeding voor woon-werkverplaatsingen met de fiets verhoogd (van 0,36) naar 0,37 euro per kilometer.

Vanaf 2024 werd er een plafond ingesteld voor fiscale vrijstelling. Dit bedrag is voor inkomstenjaar 2026 geïndexeerd naar 3 690,00 euro.

Bron: sociare.be; 2026-01-05

©VANIN

Maak Action 5.

Explore 5— Kan mijn jeugdvereniging rekenen op subsidies van de overheid?

1 Lees de krantenkoppen. Bespreek klassikaal.

Europese subsidie voor een jongerenplek in Landen

Chiro Itegem krijgt subsidie voor nieuwe verlichting in lokaal

Meer subsidies voor Zultse jeugdlokalen

Jeugdbewegingen

krijgen 62 500,00 euro extra subsidie voor nieuwe lokalen

Subsidies

Jeugdverenigingen krijgen steun van de overheid in de vorm van subsidies. Dat is een betaling van de overheid aan ondernemingen of organisaties zonder dat die een tegenprestatie moeten leveren. Het is uiteraard logisch dat die beperkt zijn en dat er aan bepaalde voorwaarden voldaan moet worden.

2 Werk per twee. Ga naar iDiddit en lees de brochure over jeugdwerk. Beantwoord de vragen.

a Wanneer word je erkend als jeugdwerkinitiatief?

b Als je als animator een cursus wilt volgen, kun je een subsidie ‘Terugbetaling vorming in het jeugdwerk’ ontvangen. Hoeveel bedraagt die maximaal per jaar?

c Je kunt een jaarlijkse subsidie ontvangen voor de werking van je jeugdvereniging. Hoeveel bedraagt die?

d Stel dat je kleine herstellingen aan de lokalen of de terreinen van je jeugdvereniging wilt laten uitvoeren. Op hoeveel subsidie kun je dan rekenen per jaar?

Maak Action 6.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Uitgaven

Wat is de impact van overheidsbeslissingen op de prijs van goederen en diensten?

Accijnzen

Inkomsten

Btw

De overheid krijgt geld van belastingen. Dat zijn bedragen die mensen en bedrijven betalen. Er zijn verschillende soorten belastingen:

Btw: Die betaal je als je iets koopt in de winkel.

Accijnzen: Extra belasting op bijvoorbeeld benzine, alcohol en sigaretten.

Recupel: Dat is een organisatie die oude elektrische toestellen en lampen inzamelt en laat recycleren zodat de materialen opnieuw gebruikt kunnen worden.

Personenbelasting: Die belasting wordt geheven op de inkomens van gezinnen.

Verkeersbelasting: Die betaal je als je een auto hebt.

Afvalbelasting: Die betaal je voor de ophaling en verwerking van je vuilnis.

De overheid gebruikt het geld om dingen te betalen die belangrijk zijn voor iedereen. Denk aan scholen, ziekenhuizen, wegen en politie.

In België zijn er verschillende btw­tarieven, bijvoorbeeld 6% voor boeken en 21 % voor een nieuwe fiets.

De overheid gebruikt het geld om zaken te betalen die belangrijk zijn voor iedereen. Denk aan scholen, ziekenhuizen, wegen en politie. Soms geeft de overheid ook subsidies. Dat is geld dat onder andere mensen, bedrijven of sportclubs krijgen ter ondersteuning, bijvoorbeeld om zonnepanelen aan te kopen.

Action 1— Wat kun je doen met je oude gsm-toestel?

1 Lees het artikel.

2 Markeer het antwoord op de vragen.

a Blauw: waarom is het zonde om een ongebruikte gsm in de kast te laten liggen?

b Geel: waar kun je ongebruikte toestellen inleveren?

Drie oude gsm’s inruilen? Dan kan je gratis naar concert van Pommelien Thijs

Zangeres Pommelien Thijs start een bijzondere samenwerking met Recupel om oude gsm-toestellen te recycleren.

Bezoekers van haar merch pop-up tijdens de concertreeks in Ancienne Belgique (29 april tot 8 mei) kunnen drie ongebruikte gsm’s inleveren in ruil voor een gratis ticket voor een exclusief concert op 28 september.

Uit onderzoek van Recupel en onderzoeksbureau iVOX blijkt dat in Vlaamse huishoudens meer dan een miljoen ongebruikte gsm’s en smartphones stof liggen te vergaren.

Vooral jongvolwassenen tussen de 18 en 34 jaar hebben de neiging om hun oude toestellen te bewaren: negen op de tien geven aan minstens een ongebruikte telefoon in huis te hebben.

‘Die toestellen bevatten waardevolle en herbruikbare materialen zoals koper, nikkel en zelfs edelmetalen. Onze planeet staat onder druk. We blijven nieuwe en steeds schaarser wordende grondstoffen ontginnen’, legt Eric Dewaet, CEO van Recupel, uit.

Recupel en de Brusselse concertzaal AB werken daarom samen met zangeres Pommelien Thijs om oude gsm’s en smartphones te recycleren.

‘De productie van onze elektronica heeft een zware impact op mens en milieu. Daarom is het zo belangrijk om er verantwoord mee om te gaan, en vooral zo veel mogelijk te recycleren’, zegt Pommelien Thijs.

Recupel wijst erop dat naast de concertactie, ongebruikte gsm’s ook ingeleverd kunnen worden bij winkels die nieuwe toestellen verkopen, in supermarkten, doe-het-zelfzaken, Recupel-punten of recyclageparken.

Bron: hln.be, 2025-04-22

©VANIN

3 Werk in groepen van vier.

a Lees en bespreek de stellingen.

b Formuleer jullie mening.

c Stel per groepje een spreker aan die jullie mening toelicht aan de klasgroep.

ƒ Een gratis concertticket is een slimme manier om jongeren te motiveren tot recycleren.

ƒ Iedereen zou verplicht moeten worden om oude gsm’s in te leveren bij aankoop van een nieuwe.

ƒ Bekende artiesten zoals Pommelien Thijs hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid om duurzame initiatieven te steunen.

© Imageselect / BSR Agency / BSR Agency

Action 2— Hoeveel Recupel-bijdrage moet je betalen?

1 Surf via iDiddit naar de meest recente apparatenlijst van Recupel.

2 Hoeveel Recupel-bijdrage moet je betalen voor deze apparaten inclusief btw?

Recupel-bijdrage:

Recupel-bijdrage:

Recupel-bijdrage:

Recupel-bijdrage:

Action 3— Welke afvalbelasting mogen de inwoners van Dendermonde verwachten?

Lees het artikel en beantwoord de vragen.

a Wanneer zou de nieuwe afvalbelasting in Dendermonde ingevoerd worden?

b Hoeveel extra inkomsten verwacht de stad jaarlijks door de nieuwe afvalbelasting?

400 000,00 euro

1 600 000,00 euro

6 000 000,00 euro

75,00 euro

c Wat wordt vanaf 2028 ingevoerd volgens het Diftar-systeem van Verko?

duurdere vuilniszakken

containers die per kilogram afval worden gewogen gratis toegang tot het containerpark een verbod op restafval

d Wat is een van de redenen voor de duurdere vuilniszakken volgens de organisatie Verko?

Om meer winst te maken

Om het hoge kostenplaatje van afvalverwerking te dekken

Omdat inwoners te weinig sorteren

Omdat de stad minder subsidies krijgt

e Hoeveel extra inkomsten verwacht de stad vanaf 2026 door de duurdere vuilniszakken?

75,00 euro per gezin

1 600 000,00 euro per jaar

400 000,00 euro per jaar

6 000 000,00 euro per jaar

©VANIN

Staat naast duurdere vuilniszakken inwoners ook nieuwe afvalbelasting te wachten? ‘Verwachte meeropbrengst van 1,6 miljoen euro per jaar’

In Dendermonde worden de vuilniszakken

binnenkort duurder, net zoals in de rest van het werkingsgebied van afvalintercommunale Verko. De prijsstijging geldt voor de gele restafvalzak, de pmd‑zak, de gft‑bak én voor bezoeken aan het containerpark. Volgens Verko zijn die tariefaanpassingen noodzakelijk omdat de kosten voor afvalverwerking sterk zijn gestegen.

Oppositieraadslid Tomas Roggeman ontdekte echter nog een bijkomende maatregel in de nieuwe meerjarenbegroting 2026–2031: vanaf 2028 plant de stad een nieuwe afvalbelasting. In de begroting wordt gerekend op een extra jaarlijkse opbrengst van ongeveer 1,6 miljoen euro, wat neerkomt op gemiddeld 75,00 euro per gezin. Roggeman vindt dat de stad daarover

onvoldoende transparant communiceert en kondigt aan dat zijn partij zich tegen die belasting zal verzetten.

Daarnaast voorziet de stad vanaf 2026 al 400 000 euro extra inkomsten door de duurdere vuilniszakken. Vanaf 2028 wil Verko bovendien overschakelen op het Diftar‑systeem, waarbij inwoners niet langer met vuilniszakken werken, maar met gewogen containers en zo per kilogram afval betalen. Schepen Laurens Hofman benadrukt dat de concrete uitwerking van deze milieubelasting nog niet volledig vastligt, maar dat de stad moet werken met de instrumenten die Verko aanreikt om de hoge kosten voor afvalverwerking te drukken.

Bron: hln.be, Nele Dooms, 2025-12-05

Action 4— Waar gaat al het geld van de belastingen naartoe?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Waar gaat de btw samen met alle andere belastingen naartoe?

b Naar welke voornaamste uitgavenposten gaat het belastinggeld?

2 Bekijk het tweede filmpje. Vul de tabellen aan.

SOCIALE UITGAVEN

%

%

% 1,5 % 1,0 % 0,8 % 0,8 %

ANDERE UITGAVEN

Action 5— Zijn de prijzen over heel Europa hetzelfde?

1 Bekijk het artikel van IKEA.

a Wat valt je op?

b Hoe komt dat volgens jou?

2 Werk per twee.

Hoe geld besparen bij IKEA? Prijs POÄNG-stoel in 2026

Duitsland: € 69,00

Frankrijk: € 79,00

Nederland: € 79,00

België: € 89,99

a Vergelijk de prijzen van drie IKEA-artikelen naar keuze.

b Bereken in welk land je in totaal het minst zou betalen voor de producten.

3 Ga naar iDiddit.

a Lees het artikel.

b Maak een overzichtelijke, digitale mindmap van het artikel. Bewaar dat bestand in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk Level. Geef die submap de naam ‘Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

c Wat zijn de vier voornaamste oorzaken van de prijsverschillen? Leg uit in je eigen woorden.

Action 6— Wat wil de stad Lommel in ruil voor de vele subsidies die ze geeft aan de verenigingen?

Ga naar iDiddit, bekijk het filmpje en maak de oefening.

Action 7— Vind jij het juiste begrip?

Lees de omschrijvingen en zoek het juiste begrip in de woordzoeker.

a Dat betaal je als je iets koopt in de winkel. Er zijn verschillende tarieven, bijvoorbeeld 6 % voor boeken en 21 % voor een nieuwe fiets.

b Extra belasting op goederen zoals benzine, alcohol en sigaretten.

c Dat betaal je op het geld dat je verdient met werken.

d Die betaal je als je een auto hebt.

e Dat betaal je voor de ophaling en verwerking van je vuilnis.

f Dat is geld dat mensen en bedrijven aan de overheid betalen, zodat die bijvoorbeeld wegen kan aanleggen en scholen kan betalen.

g Dat is een organisatie die oude elektrische toestellen en lampen inzamelt en laat recycleren zodat de materialen opnieuw gebruikt kunnen worden.

h Dat zijn geldbedragen die de overheid geeft aan bedrijven, organisaties of mensen om hen te helpen iets te doen dat belangrijk is voor de samenleving. Ze zorgen ervoor dat bepaalde activiteiten, zoals milieuprojecten of cultuur, kunnen blijven bestaan of goedkoper worden.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA NEENEXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ik kan beschrijven aan de hand van een voorbeeld wat de impact is van overheidsbeslissingen op de prijs van goederen en diensten.

2 Ik kan beschrijven waar de overheid haar inkomsten vandaan haalt aan de hand van voorbeelden.

3 Ik kan verschillende belastingen die de gezinnen betalen benoemen.

4 Ik kan beschrijven wat de overheid doet met de inkomsten van belastingen aan de hand van voorbeelden.

5 Ik kan beschrijven aan de hand van een voorbeeld hoe verenigingen kunnen rekenen op de steun van de overheid.

Beeldwoordenboek Level 1

BEGRIP

VERKLARING

accijnzen Dat is extra belasting op dingen zoals benzine, alcohol of sigaretten.

btw Dat betaal je als je iets koopt in de winkel. De afkorting staat voor belasting over de toegevoegde waarde.

btw-tarievenDat zijn de verschillende percentages belasting die je betaalt op spullen, zoals 6 % of 21 %.

AFBEELDING

personenbelasting Dat is belasting die wordt geheven op de inkomens van gezinnen.

Recupel Dat is een organisatie die oude elektrische toestellen en lampen inzamelt en laat recycleren zodat de materialen opnieuw gebruikt kunnen worden.

subsidieDat is geld dat onder andere mensen, bedrijven of sportclubs van de staat krijgen ter ondersteuning, bijvoorbeeld om zonnepanelen aan te kopen.

BEGRIP

VERKLARING

verkeersbelasting Dat is belasting die je betaalt als je een auto hebt.

AFBEELDING

© Shutterstock / Werner Lerooy

LEVEL 2

Wat is de impact van de EU op de leefwereld van jongeren?

INTRO

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje over de EU-jongeren. Beantwoord de vragen.

a Wat gebeurt er als er geen afspraken zijn?

b Waarin hebben vele Europese landen zich verenigd?

c Wie bepaalt de regels in de Europese Unie?

2 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Wat is de impact van de EU op de leefwereld van jongeren?

Explore 1— Kun je als Belg in het buitenland studeren?

Studeren in het buitenland

Studeren in het buitenland is een unieke kans om nieuwe ervaringen op te doen. Je ontdekt een andere cultuur, verbetert je talenkennis en wordt zelfstandiger. Veel Belgische studenten kiezen voor een uitwisseling of stage in een ander land om hun horizon te verbreden en hun toekomstkansen te versterken. Het vraagt wat voorbereiding, maar de ervaring is vaak onvergetelijk en heel waardevol.

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

2 Surf via iDiddit naar de website van Erasmus+ en beantwoord de vragen.

a Wat is Erasmus+?

b Op welk gebied biedt Erasmus+ mogelijkheden voor samenwerking?

3 Bekijk grafiek 1 en vul de tekst aan.

Uit de infographic kun je afleiden dat de meeste universiteitsstudenten die aan het programma deelnemen zijn. De studenten zijn gemiddeld jaar oud en brengen maanden door in hun gastlanden. Ongeveer % van de Erasmusstudenten volgt een bacheloropleiding en % een masteropleiding.

©VANIN

Grafiek 1: De typische Erasmusstudent

Naar: www.wimdu.co.uk

Maak Action 1.

Explore 2— Kun je zomaar door Europa reizen?

Vrij verkeer van personen en goederen

Vrij verkeer van personen betekent dat mensen die in de Europese Unie wonen, vrij mogen reizen, wonen, werken en studeren in andere EU-landen. Je hebt geen visum nodig. Je mag er gaan werken als je dat wilt. Je mag er studeren of wonen zonder speciale toestemming. Het is alsof heel Europa één grote zone is waar je gemakkelijk van het ene land naar het andere kunt gaan.

Vrij verkeer van goederen betekent dat bedrijven producten zonder extra kosten of controles over de grenzen binnen de EU mogen vervoeren. Er zijn dus geen extra belastingen aan de grens, er zijn geen ingewikkelde douaneverplichtingen en snellere handel tussen landen is mogelijk. Daardoor zijn producten vaak goedkoper en sneller beschikbaar.

1 Lees de situaties. Om welk type vrij verkeer gaat het? Kruis aan.

VERKEER VAN PERSONEN

VERKEER VAN GOEDEREN

Je ouders kunnen zonder speciale toestemming in Nederland gaan werken.

Jij kunt later zonder visum in Spanje studeren.

Een Belgische winkel kan Italiaanse pasta verkopen zonder extra invoerkosten.

Je kunt op vakantie naar Frankrijk zonder paspoortcontrole aan de grens.

Een Nederlandse webshop kan elektronica naar België sturen zonder douaneverplichtingen.

Een Franse fabriek kan kaas naar België brengen zonder grenscontrole.

2 Lees het artikel en beantwoord de vragen.

a Wat betekent ‘vrij verkeer van personen’ binnen de EU?

Iedereen mag zonder identiteitscontrole tussen deelnemende landen reizen.

Iedereen mag zonder paspoort de hele wereld rondreizen.

Alleen goederen mogen vrij bewegen, mensen niet.

Je mag enkel reizen als je een werkcontract hebt.

b Lees de uitspraak en markeer.

ƒ Binnenkomstcontroles zijn hetzelfde / niet hetzelfde als grenscontroles.

ƒ Waarom denk je dat? Leg uit.

c Waarom mag een land niet zomaar opnieuw grenscontroles invoeren?

Omdat dat te duur is.

Omdat de Europese Commissie dat eerst moet goedkeuren.

Omdat politie dat niet wil.

Omdat reizigers dat niet leuk vinden.

VRIJ
VRIJ

d Wat is een mogelijk gevolg van strengere controles in buurlanden voor België?

Er komen minder toeristen naar België. Er komen meer mensen zonder papieren naar België. België moet ook grenscontroles invoeren.

Er verandert niets.

Wat weten we al over de ‘binnenkomstcontroles’ tegen illegale migratie? En kunnen ze werken?

België wil vanaf deze zomer ‘binnenkomstcontroles’ invoeren. Dat zijn controles op plaatsen waar veel internationale reizigers aankomen, zoals treinen in Brussel-Zuid, internationale bussen en vluchten uit andere EU-landen. De politie controleert daar de identiteitsdocumenten van alle passagiers. Wie geen geldige papieren heeft, moet het land verlaten.

De regering zegt dat die controles nodig zijn om de instroom van mensen zonder papieren te verminderen. Volgens minister Van Bossuyt staat de druk op huisvesting, onderwijs en sociale zekerheid te hoog. Ook wil België minder secundaire migratie, dat zijn mensen die al in een ander EU-land asiel hebben aangevraagd maar toch opnieuw naar België komen.

De controles worden uitgevoerd door de federale politie, lokale politie en de Dienst Vreemdelingenzaken. Politievakbonden maken zich zorgen: ze zeggen dat er te weinig personeel is om dit allemaal uit te voeren.

De regering noemt dat geen echte grenscontroles omdat die volgens Europese regels alleen in uitzonderlijke situaties mogen. Toch lijken de maatregelen sterk op grenscontroles die andere landen zoals Duitsland, Frankrijk en Nederland al hebben ingevoerd.

Werken zulke controles?

Volgens de minister wel: in Nederland en Duitsland daalde het aantal mensen zonder

Maak Action 2.

papieren toen zij controles invoerden, maar organisaties zoals Vluchtelingenwerk Vlaanderen twijfelen. Zij zeggen dat zulke maatregelen vaak weinig effect hebben en vooral bedoeld zijn om streng over te komen naar de bevolking.

Experts benadrukken dat controles alleen nuttig zijn als er ook genoeg personeel is om asielaanvragen te behandelen, mensen terug te sturen en opvang te organiseren. Zonder die opvolging heeft het weinig zin.

Bron: vrt.be, 2025-06-20

© Shutterstock / Poompong

Explore 3— Welke voordelen biedt Europa

nog voor jou?

Eenheidsmunt euro

In de Europese Unie is er niet alleen vrij verkeer van personen en goederen. Veel landen hebben ook een gezamenlijke munt: de euro. Dat maakt reizen, werken en handeldrijven veel eenvoudiger.

De euro (€) wordt gebruikt in 21 van de 27 EU-lidstaten. Die landen vormen samen de eurozone. Niet alle EU-landen gebruiken de euro: sommige hebben nog hun eigen munt. De euro heeft veel voordelen:

Je hoeft geen geld te wisselen als je naar een ander euroland reist.

Je weet meteen hoeveel iets kost omdat de prijzen in dezelfde munt staan. Dat maakt handelen tussen landen gemakkelijker.

Het zorgt voor meer samenwerking tussen Europese landen.

1 Surf via iDiddit naar de website van Europa.

2 Welke landen van de Europese Unie gebruiken de euro als munteenheid? Noteer.

3 Deze landen behoren tot de Europese Unie maar hebben een andere munt. Met welke munt kun je in deze landen betalen? Gebruik het internet.

LAND

Denemarken

Zweden

Polen

Tsjechië

Hongarije

Roemenië

MUNTEENHEID

Good to know

De euro bestaat uit munten en biljetten.

– De waarde van de munten is minimaal 1 eurocent en maximaal 2,00 euro. De munten hebben in alle eurolanden dezelfde voorkant. De achterkant verschilt per land.

– De biljetten hebben een waarde tussen de 5,00 euro en de 500,00 euro. Briefjes met dezelfde waarde zien er in elk land hetzelfde uit. Op de biljetten staan er bruggen, poorten en ramen die niet echt bestaan maar de verbinding tussen de Europese landen symboliseren. Ze zijn speciaal ontworpen om een gevoel van eenheid te creëren.

Wisselkoers

Als je naar Zweden gaat, moet je Zweedse kronen meenemen. Om te weten hoeveel die in euro waard zijn, moet je de wisselkoers berekenen. Een wisselkoers is de prijs van een munt uit het ene land vergeleken met een munt uit een ander land. Het geeft aan hoeveel je moet betalen in jouw munt om een andere munt te kopen.

4

Bereken de waarde van 100,00 euro in een vreemde munt.

a Lees het stappenplan.

STAPPENPLAN

Stap 1: Ga naar iDiddit. Daar staat een link om de actuele wisselkoers op te zoeken.

Stap 2: Noteer het bedrag dat je wilt wisselen.

Stap 3: Vermenigvuldig het bedrag met de wisselkoers.

b Hoeveel van de vreemde munt krijg je voor 100,00 euro? Vul de tabel aan.

WISSELKOERS

Zweedse kroon

Hongaarse forint

Bulgaarse lev

Good to know

Als je geld wisselt, moet je soms extra kosten betalen. Banken en wisselkantoren rekenen vaak een kleine vergoeding aan om munten om te wisselen. Soms geven ze ook een minder gunstige wisselkoers, waardoor je iets minder krijgt dan je had verwacht. Het is dus slim om vooraf te controleren hoeveel je echt krijgt en of er kosten bijkomen.

5 Lees de situaties. Om welke EU-maatregel gaat het? Kies uit:

afschaffing van roamingkosten – tabaksrichtlijnen – verbod op wegwerpplastic – voedselveiligheid

A

Steeds meer fastfoodketens in Europa schakelen over op papieren rietjes, herbruikbare bekers en houten bestek.

CIn 2024 worden in verschillende EU-landen chips en snacks uit de rekken gehaald omdat er te veel pesticiden in zitten. De Europese voedselautoriteit verplicht alle landen om dezelfde veiligheidsnormen te volgen en sommige producten onmiddellijk te blokkeren.

Maak Action 3, 4 en 5.

B

In veel landen verdwijnen e-sigaretten met zoete smaken uit de rekken omdat e-sigaretten met smaken voornamelijk jongeren aantrekken. Ook de verpakkingen worden minder opvallend.

D

Tijdens de zomervakantie van 2023 merken jongeren dat ze in Kroatië, Spanje en Italië zonder extra kosten filmpjes kunnen uploaden en videogesprekken kunnen voeren.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Extra voordelen dankzij de EU

richtlijnen veiligheid

Verbod op Afschaffing

Wat is de impact van de EU op de leefwereld van jongeren?

Studeren in het buitenland

Buiten eurozone

Reizen door Europa

Eurozone

Studeren in het buitenland geeft je de kans om nieuwe ervaringen op te doen: je leert een andere cultuur kennen, verbetert je talen en wordt zelfstandiger. Veel Belgische studenten kiezen daarom voor een uitwisseling of stage om hun horizon te verbreden en hun toekomstkansen te vergroten. Het vraagt wat voorbereiding, maar de ervaring is meestal heel waardevol.

Vrij verkeer van personen betekent dat iedereen die in de EU woont vrij mag reizen, wonen, werken en studeren in andere EU-landen, zonder visum of speciale toestemming. Vrij verkeer van goederen houdt in dat bedrijven producten binnen de EU kunnen vervoeren zonder extra belastingen of controles waardoor handel sneller en goedkoper wordt.

De euro (€) is de officiële munt van de landen die samen de eurozone vormen. Dankzij de euro hoef je geen geld te wisselen als je binnen die landen reist, wat handel en samenwerking vergemakkelijkt. Niet alle EU-landen gebruiken de euro. In Zweden betaal je bijvoorbeeld met Zweedse kronen. Om de waarde van een andere munt te kennen, gebruik je de wisselkoers die aangeeft hoeveel jouw munt waard is ten opzichte van een andere munt. Europa biedt daarnaast nog andere voordelen, zoals voedselveiligheid, geen roamingkosten, regels rond tabak en het verbod op wegwerpplastic.

Action 1— Kun je met Erasmus+ in het Verenigd Koninkrijk studeren?

Lees het artikel en beantwoord de vragen.

a Vanaf welk academiejaar kunnen Britse studenten opnieuw deelnemen aan Erasmus+?

vanaf 2025–2026

vanaf 2026–2027

vanaf 2027–2028

vanaf 2028–2029

b Hoeveel draagt het Verenigd Koninkrijk bij aan Erasmus+ voor dat academiejaar?

250 miljoen pond

570 miljoen pond

1 miljard pond

650 miljoen pond

c Wat is een belangrijk doel van het nieuwe akkoord volgens de Britse minister Nick Thomas-Symonds?

de Britse economie versterken jongeren meer kansen geven om in het buitenland te studeren of een opleiding te volgen de EU uitbreiden de Britse energiemarkt privatiseren

©VANIN

d Wat biedt Erasmus+ tegenwoordig nog naast studeren in het buitenland?

enkel universiteitsstudies enkel stages stages, beroepsopleidingen, vrijwilligerswerk en internationale evenementen enkel culturele uitwisselingen

Verenigd Koninkrijk stapt in 2027 opnieuw in Europese uitwisselingsprogramma Erasmus+

Britse studenten zullen vanaf het academiejaar 2027–2028 opnieuw in Europa kunnen studeren. Het Verenigd Koninkrijk stapt namelijk opnieuw in het Europese uitwisselingsprogramma voor studenten Erasmus+. Omgekeerd zullen Europese studenten ook weer aan Britse universiteiten terechtkunnen. Of dat ook de jaren daarna nog zo zal zijn, is nog niet duidelijk.

Over twee jaar zullen Britse studenten opnieuw kunnen deelnemen aan het Europese uitwisselingsprogramma voor studenten, vroeger bekend als Erasmus, maar intussen omgedoopt tot Erasmus+. De Britse regering zal voor het academiejaar 2027–2028 570 miljoen pond bijdragen aan het programma (zo’n 650 miljoen euro).

Volgens de regering zullen in dat eerste jaar al 100 000 mensen in het VK van het programma kunnen profiteren. Zo zullen universiteitsstudenten maximaal een jaar aan Europese universiteiten kunnen studeren.

De huidige Labour-premier Keir Starmer probeert sinds zijn aantreden de relaties met de EU weer wat te verbeteren. Eerder dit jaar heropende

hij in dat opzicht de onderhandelingen over Erasmus+. Naast een akkoord over Erasmus+ zijn het VK en de EU ook overeengekomen om onderhandelingen op te starten over de integratie van de Britse energiemarkt in de interne Europese markt.

‘De akkoorden van vandaag bewijzen dat ons nieuwe partnerschap met de EU werkt’, stelt de Britse minister voor Relaties met de EU Nick Thomas-Symonds. Hij noemt het akkoord over Erasmus+ een ‘grote overwinning voor onze jongeren, omdat het barrières wegneemt en horizonten verbreedt, zodat iedereen, ongeacht de achtergrond, de mogelijkheid heeft om in het buitenland te studeren of een opleiding te volgen’.

Het Erasmus-programma werd in 1987 opgestart. Eerst was het enkel een uitwisselingsprogramma voor studenten hoger onderwijs om in het buitenland te kunnen studeren. Het voorbije decennium is het programma uitgebreid. Het gaat nu onder meer ook over stages, een beroepsopleiding, vrijwilligerswerk of deelname aan internationale (educatieve, culturele of sportieve) evenementen.

Bron: vrt.be, 2025-12-17

Action 2— Zijn open grenzen in Europa altijd positief?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

2 Beantwoord de vragen.

a Vul de tekst over het Schengengebied aan. Kies uit: land – paspoortcontroles – Europese – vrij

Het Schengengebied is een groep landen waar je zonder van het ene land naar het andere kunt reizen. Binnen Schengen kunnen mensen zich verplaatsen, net alsof het één groot is. Aan de buitengrenzen (bij landen die niet in Schengen zitten) worden wel paspoortcontroles gedaan.

b Waarom voeren sommige Schengenlanden opnieuw grenscontroles in?

c Hoe beïnvloedt vrij verkeer van personen het werk van politie en grensbewaking?

d Wat is een gevolg van vrij verkeer van goederen dat in het filmpje zichtbaar wordt?

e Waarom blijft de EU toch vasthouden aan open grenzen, ondanks de problemen?

Action 3— Kun je zomaar reizen binnen Europa?

1 Werk per twee.

2 Je wilt met je vriend(in) tijdens de zomervakantie twee citytrips maken, een naar Barcelona en eentje naar Londen. Vul de tabel aan. Gebruik het internet.

Ligt de bestemming binnen de EU?

Is er vrij verkeer van personen en goederen?

Met welke munteenheid betaal je?

Wat is het symbool van die munteenheid?

Welke reisdocumenten heb je nodig?

Als je 150,00 euro bij je hebt, hoeveel is dat dan in de lokale munt?

BARCELONA LONDEN

3 Doe nu hetzelfde voor twee andere reisbestemmingen met een verschillende munteenheid. De ene bestemming ligt binnen Europa, de andere buiten Europa.

a Verwerk je informatie met tekstverwerker in een gelijkaardige tabel als bij vraag 2. Houd rekening met de volgende criteria:

ƒ Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

ƒ Gebruik het lettertype Arial 12 pt.

ƒ Voorzie voor elke bestemming een passende afbeelding.

b Breng het resultaat naar voren in de klas. Zorg ervoor dat jullie beiden presenteren. Houd rekening met de volgende criteria:

EVALUATIEFICHE

PRESENTATIE

Ik spreek duidelijk.

Ik maak oogcontact.

Ik spreek algemeen Nederlands.

Mijn spreektempo is niet te traag of te snel.

Mijn lichaamshouding in goed.

TOTAAL

Max. Score Opmerkingen

Action 4— Welke impact heeft de euro in Bulgarije?

1 Surf via iDiddit naar de website van de Nationale Bank.

2 Kruis het juiste antwoord aan.

©VANIN

a Wanneer voerde Bulgarije de euro in?

1 januari 2025

1 januari 2026

1 januari 2027

1 januari 2028

b Wat is een belangrijk voordeel voor Belgische toeristen wanneer Bulgarije de euro invoert?

Ze mogen zonder bijkomende regels of beperkingen door het hele land reizen.

Ze hoeven geen identiteitsdocumenten meer te tonen.

Ze hoeven geen geld meer om te wisselen en vermijden wisselkosten.

Ze krijgen korting op hotels.

c Hoe is de Bulgaarse economie geëvolueerd sinds 2007?

Ze is volledig afhankelijk geworden van landbouw.

Ze is sterk achteruitgegaan.

Ze is geëvolueerd naar een diensteneconomie en het inkomen per inwoner is gestegen.

Ze is volledig overgeschakeld op toerisme.

d Wat verandert er voor Belgische bedrijven door de invoering van de euro in Bulgarije?

Ze betalen extra belastingen die gelden voor buitenlandse bedrijven.

Ze kunnen gemakkelijker handeldrijven zonder wisselkoersrisico’s.

Ze mogen geen producten meer uitvoeren naar Bulgarije.

Ze moeten in leva blijven betalen.

e Waarom werd Bulgarije toegelaten tot de eurozone?

Omdat Bulgarije een van de grootste landen van de EU is.

Omdat het voldeed aan de economische en wettelijke criteria van Maastricht.

Omdat het al sinds 1900 de euro gebruikte.

Omdat elk EU-land automatisch toetreedt zonder verdere voorwaarden.

Action 5— Welke gevolgen heeft plastic dat je eenmalig gebruikt?

1 Werk per twee.

a Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje

b Analyseer grafiek 2.

Grafiek 2: Plastic voor eenmalig gebruik – vermindering van het zeeafval

Bron: europarl.europa.eu; Onderzoeksdienst van het Europees Parlement

c Beantwoord de vragen.

ƒ Waarom wil de EU wegwerpplastic verbieden?

Plastic is minder sterk dan andere materialen.

Plastic komt in oceanen terecht en schaadt dieren.

Plastic is duur.

Plastic verpakkingen zijn onveilig voor kinderen.

ƒ Hoeveel plastic komt er elk jaar in de oceanen terecht?

4,8 tot 12,7 miljoen ton 1,6 tot 2,6 miljoen ton 23,5 tot 77,8 miljoen ton

500 000 ton

ƒ Wat gebeurt er met zeedieren door plastic afval?

Ze krijgen minder voedsel binnen.

Ze raken erin verstrikt of eten het op.

Ze worden minder oud.

Ze kunnen zich moeilijker in het water verplaatsen.

ƒ Wat is een voordeel van plastic recycleren volgens de infographic?

Je krijgt geld terug.

Het bespaart water.

Het vermindert CO₂-uitstoot.

Het maakt plastic sterker.

ƒ Welk deel van de samenleving wordt ook getroffen door plasticvervuiling?

de economie, zoals toerisme en visserij de mode-industrie de sportwereld de luchtvaart

d Wat zijn de grootste problemen door plastic in de oceaan? Noteer er drie.

e Wie wordt door plastic in het water getroffen? Noteer er drie.

f Bedenk een slogan voor de campagne tegen wegwerpplastic.

2 Draag je steentje bij aan de campagne.

a Ontwerp in een tekstbestand een socialemediapost voor je Instagrampagina. Raadpleeg de ICT-fiches van tekstverwerker.

b Houd bij het maken van je post rekening met de criteria van de evaluatiefiche.

c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

EVALUATIEFICHE

SOCIALEMEDIAPOST

Inhoud

De boodschap is duidelijk en gaat over het verbod op wegwerpplastic.

Er wordt minstens één probleem uit de infographic correct verwerkt.

De informatie is juist en eenvoudig uitgelegd.

Je gebruikt de slogan.

De boodschap motiveert of zet aan tot nadenken.

Je gebruikt maximaal vier hashtags.

Opmaak

De post is maximaal een halve A4-bladzijde.

De lay-out is overzichtelijk (niet te druk, niet te leeg).

De gebruikte afbeelding ondersteunt de boodschap en valt op.

TOTAAL

Max. Score Opmerkingen

d Presenteer per duo jullie post in de klas. Houd rekening met de volgende voorwaarden:

EVALUATIEFICHE

PRESENTATIE

Inhoudelijke presentatie Max. Score Opmerkingen

Ik leg mijn boodschap duidelijk uit.

Mondelinge presentatie

Ik kijk naar de groep.

Ik spreek Algemeen Nederlands.

Ik spreek luid en duidelijk.

TOTAAL

Action 6— Ken jij de begrippen van dit Level?

HORIZONTAAL Ò

2 Regels die roken minder aantrekkelijk moeten maken, zoals waarschuwingen op pakjes.

4 Producten mogen zonder extra belastingen of controles over de grenzen binnen de EU.

6 Deze zone bestaat uit de EU-landen die de euro als officiële munt gebruiken. Momenteel zijn dat er 21.

VERTICAAL Ô

1 Mensen mogen zonder visum reizen, wonen, werken en studeren in andere EU-landen.

3 Regels die ervoor zorgen dat eten veilig is voor consumenten.

5 De munt die in veel EU-landen gebruikt wordt.

7 Die geeft aan hoeveel je van de ene munt nodig hebt om een andere munt te kopen. 6

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA NEENEXTRA OEFENMATERIAAL

©VANIN

1 Ik kan aan de hand van een voorbeeld uitleggen dat de EU beslissingen neemt die invloed hebben op de leefwereld van jongeren.

2 Ik kan wisselkoersen berekenen aan de hand van een aangereikte website en een stappenplan.

3 Ik kan aan de hand van een voorbeeld illustreren dat een eenheidsmunt voordelen biedt.

4 Ik kan een tabel aanmaken met tekstverwerker.

5 Ik kan een socialemediapost opstellen met tekstverwerker.

Beeldwoordenboek Level 2

BEGRIP

VERKLARING

euro Dat is de officiële munt in veel Europese landen. Je kunt ermee betalen in winkels, online en op reis binnen de eurozone.

AFBEELDING

eurozone Die zone bestaat uit de EU-landen die de euro als officiële munt gebruiken.

vrij verkeer van goederen

vrij verkeer van personen

Dat houdt in dat bedrijven producten binnen de EU kunnen vervoeren zonder extra belastingen of controles, waardoor handel sneller en goedkoper wordt.

Dat betekent dat iedereen die in de EU woont vrij mag reizen, wonen, werken en studeren in andere EU-landen, zonder visum of speciale toestemming.

wisselkoers Die geeft aan hoeveel je van de ene munt nodig hebt om een andere munt te kopen. Het bepaalt dus de waarde van een munt ten opzichte van een andere munt.

© Shutterstock / Diego Grandi

STEP-UP

1 Je hebt in dit thema geleerd over de overheid en haar beslissingen. Je hebt gemerkt dat de overheid invloed kan hebben op de aankoop en de prijs van goederen. Maak een studie over twee producten die jij graag zou willen kopen. Werk in groepen van maximaal drie personen.

2 Bepaal welk product je als eerste wilt kopen.

a Zoek product A op een Europese website. Steek het in je winkelmandje.

b Zoek product A op een niet-Europese website. Steek het in je winkelmandje.

c Vergelijk de prijzen in beide winkelmandjes. Houd rekening met de extra kosten die horen bij een aankoop buiten de EU.

d Vergelijk de garantievoorwaarden van de aankoop binnen de EU met die van buiten de EU.

3 Kies nu een tweede product dat je wilt kopen.

a Zoek product B op een Europese website. Steek het in je winkelmandje.

b Zoek product B op een niet-Europese website. Steek het in je winkelmandje.

Video, omdat

Infographic, omdat

Presentatie, omdat

5 Geef het bestand en duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

c Vergelijk de prijzen in beide winkelmandjes. Houd rekening met de extra kosten die horen bij een aankoop buiten de EU.

d Vergelijk de garantievoorwaarden van de aankoop binnen de EU met die van buiten de EU.

4 Kies een van deze drie opties om je opzoekwerk voor te stellen. Leg uit waarom je die optie kiest. Gebruik daarvoor eventueel de ICT-fiches van Canva of powerpoint.

NOTITIES

THEMA Het buitenland 5

STEP-UP

Stellingen: import en export in België

LEVEL 1 Welke rol speelt België in de internationale handel?

5

STEP-IN

1 Zijn deze stellingen volgens jou juist of fout? Kruis aan.

JUISTFOUT

Het meest verkochte product van België aan het buitenland is chocolade.

Het product dat België het meest uit het buitenland koopt, is koffie.

België verkoopt de meeste producten aan Nederland.

België koopt de meeste producten aan in China.

China is wereldwijd het land dat het meeste goederen aan het buitenland verkoopt.

Bananen worden in België geteeld.

De meeste chocolade in de Belgische winkels wordt in België geproduceerd.

De meeste smartphones worden gemaakt in China en Zuid-Korea.

België staat bekend om zijn diamanthandel.

2 Bekijk de afbeelding. Welk fruit komt hoogstwaarschijnlijk uit België?

3 In dit thema doorloop je een Level waarin je leert … 1 welke rol België in de internationale handel speelt.

4 Dat Level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin herneem je de stellingen uit de Step-in en ga je op zoek naar producten die België invoert.

LEVEL 1

Welke rol speelt België in de internationale handel?

INTRO

1 Stel voor jezelf voor morgen een uitgebreid ontbijt en een uitgebreid avondmaal samen.

a In de eerste kolom noteer je het product.

b In de tweede kolom noteer je waar het product vandaan komt. Gebruik het internet.

frieten bv. aardappelen uit China, België of Nederland

2 Waar komen die producten meestal vandaan?

a Ga naar iDiddit. Daar vind je een wereldkaart. Download de kaart en bewaar ze in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk Level. Geef die submap de naam ‘Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Kaart_herkomst_producten’.

b Open de wereldkaart met een digitale tool zoals Canva. Trek voor elk product uit de tabel een pijl van het land van herkomst naar België. Noteer telkens de naam van het product bij de pijl. Raadpleeg eventueel de ICT-fiches van Canva.

c Sla je bestand op en controleer of het correct in je portfolio staat.

3 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Welke rol speelt België in de internationale handel?

Explore 1— Welke producten voert België uit?

Export of uitvoer verwijst naar de verkoop en het vervoer van de Belgische goederen of diensten naar een ander land. Dat heet ook wel exporteren of uitvoeren. Exportproducten zijn producten die een land uitvoert.

1 Bekijk tabel 1 met de producten die België exporteert.

Tabel 1: Top 4 van de Belgische exportproducten (2024)

Bron: abh-ace.be

2 Surf via iDiddit naar de site van het Agentschap van Buitenlandse Handel.

a Zoek de meest recente cijfers in de overzichtsstudie. Vervolledig tabel 2. Vul de titel en de gegevens aan.

b Is de top 4 van exportproducten nog steeds dezelfde? Kruis aan. ja nee

Tabel 2: Belgische export in

Good to know

In 2024 heeft België voor ongeveer 495 miljard euro uitgevoerd. Internationaal staat België bekend om zijn chocolade, bier, diamanten en peren.

©VANIN

Explore 2— Welke producten voert België in?

Import

Import of invoer verwijst naar de aankoop en het vervoer van goederen of diensten die vanuit het buitenland naar België komen. Dat heet ook importeren of invoeren. Importproducten zijn producten die een land importeert.

1 Bekijk tabel 3 met de producten die België importeert.

Tabel 3: Top 4 van de Belgische importproducten (2024)

Bron: abh-ace.be

Good to know

In 2024 heeft België voor ongeveer 475 miljard euro ingevoerd. Bij internationale handel kun je nog een onderscheid maken tussen handel binnen de Europese Unie en handel buiten de Europese Unie.

2 Surf via iDiddit naar de site van het Agentschap van Buitenlandse Handel.

a Zoek de meest recente cijfers in de overzichtsstudie. Vervolledig tabel 4. Vul de titel en de gegevens aan.

b Is de top 4 van importproducten nog steeds dezelfde? Kruis aan. ja nee

Tabel 4: Belgische import in

Explore 3— Welke landen zijn de grootste klanten van België?

1 Bekijk tabel 5 met de landen waarnaar België het meest exporteert of uitvoert. Wat betekent de titel van tabel?

Tabel 5: Top 4 exportlanden voor België (2025)

Bron: www.abh-ace.be

2

Surf via iDiddit naar de site van het Agentschap van Buitenlandse Handel.

a Zoek de meest recente cijfers in de overzichtsstudie. Vervolledig tabel 6. Vul de titel en de gegevens aan.

b Is de top 4 van exportlanden nog steeds dezelfde? Kruis aan. ja nee

Tabel 6: Top 4 exportlanden voor België in

Explore 4— Welke landen zijn de grootste leveranciers van België?

1 Bekijk tabel 7 met de landen van waaruit België het meest importeert of invoert. Wat betekent de titel van tabel 7?

Tabel 7: Top 4 importlanden voor België (2025)

Bron: www.abh-ace.be

2 Surf via iDiddit naar de site van het Agentschap van Buitenlandse Handel.

a Zoek de meest recente cijfers in de overzichtsstudie. Vervolledig tabel 8. Vul de titel en de gegevens aan.

b Is de top 4 van exportlanden nog steeds dezelfde? Kruis aan. ja nee

Tabel 8: Top 4 importlanden voor België in

Maak Action 1 en 2.

Explore 5— Waarom verplaatsen bedrijven hun productie naar het buitenland?

1 Lees de tekst en beantwoord de vragen.

a Waarom verplaatsen bedrijven hun productie naar China?

b Heeft die verplaatsing van de bedrijven naar het buitenland ook een voordeel voor de consument? Indien ja, welk voordeel?

Verschuiving wereldproductie in de laatste decennia

Vóór 1980 werd de wereldeconomie gedomineerd door landen zoals de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Frankrijk. In 1970 had ongeveer 30 % van de wereldwijde productie van goederen in de Verenigde Staten plaats. In China vond amper 2 % van de productie plaats. In 1980 was de waarde van de totale productie in de Verenigde Staten 2 800 miljard US-dollar. In China was dat 191 miljard US-dollar.

In de jaren negentig gingen meer en meer bedrijven uit het Westen hun productie verplaatsen naar China. Dat kwam doordat er in China lagere lonen waren dan in het Westen en doordat China massaal in havens, wegen en energievoorziening investeerde, waardoor een efficiënt productieecosysteem ontstond. In 1995 steeg de productie in China naar 5 % van de totale wereldproductie.

TO THE POINT

In 2001 was er de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat opende de wereldmarkten volledig voor Chinese producten. Om even te vergelijken: in 2000 was het aandeel van China in de wereldwijde productie 7 %. In 2010 was dat al 19 %. De productie in de VS was in 2000 25 %. In 2010 was dit al gedaald naar 18 %. Vandaag de dag is China niet langer alleen de ‘fabriek van de wereld’ voor goedkope goederen, maar ook een leider in hoogwaardige technologie. In 2024 was China verantwoordelijk voor ongeveer 30 % van de wereldwijde industriële productie. Dat is meer dan de VS, Japan en Duitsland gecombineerd.

Door de stijgende kosten in China, verplaatsen bedrijven hun productie opnieuw naar andere landen zoals Vietnam en Mexico.

Naar: chinapower.csis.org; itimanufacturing.com en npr.org

©VANIN

Export of uitvoer verwijst naar de goederen of diensten die een land naar een ander land vervoert. Dat heet ook exporteren of uitvoeren. Exportproducten zijn producten die een land exporteert.

Import of invoer verwijst naar de goederen of diensten die naar België komen vanuit een ander land. Dat heet ook importeren of invoeren. Importproducten zijn producten die een land importeert.

België maakt jaarlijks een overzicht van welke landen de meeste producten aan ons land leveren en naar welke landen België het meest uitvoert. Enkele van onze topexportlanden zijn Duitsland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Nederland. Tot onze grootste leveranciers behoren onder andere Nederland, China, Duitsland en de VS.

Door verschuivingen in de wereld, zoals goedkope productiekosten in andere landen, zullen bedrijven soms moeten beslissen om hun productie te verplaatsen om zo concurrentieel te blijven.

Action 1— Hoe ziet de top 10 van de Belgische internationale handel eruit?

1 Surf via iDiddit naar de site van het Agentschap van Buitenlandse Handel.

a Download de volledige overzichtsstudie en zoek de laatst beschikbare cijfers van de import en export van België.

b Open een nieuwe werkmap. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Raadpleeg de ICT-fiches van rekenblad.

2 Stel de top 10 klanten van België op een grafiek voor.

a Neem de cijfers over in een tabel in het eerste werkblad. Vermeld het land alsook de waarde van de export.

b Maak een staafdiagram van die cijfers.

3 Stel de top 10 leveranciers van België op een grafiek voor.

a Neem de cijfers over in een tabel in het tweede werkblad. Vermeld het land alsook de waarde van de import.

b Maak een staafdiagram van die cijfers.

4 Stel de top 10 van geëxporteerde producten van België op een grafiek voor.

a Neem de cijfers over in een tabel in het derde werkblad. Vermeld het percentage van de export van elk product ten opzichte van de totale export.

b Maak een staafdiagram van die cijfers.

5 Stel de top 10 van geïmporteerde producten van België op een grafiek voor.

a Neem de cijfers over in een tabel in het vierde werkblad. Vermeld het percentage van de import van elk product ten opzichte van de totale import.

b Maak een staafdiagram van die cijfers.

Action 2— Hoe goed kun je gegevens over de internationale handel opzoeken?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het meest recente jaar in de overzichtsstudie van de internationale handel.

2 Verwerk het antwoord op de volgende vragen in een digitaal document.

a Hoeveel bedraagt de totale export voor België?

b Hoeveel bedraagt de totale import voor België?

c Op de hoeveelste plaats staat België als exporteur van de EU?

d Welke landen exporteren meer dan België?

e Op de hoeveelste plaats staat België als importeur van de EU?

f Welk land is wereldwijd de grootste exporteur?

g Welk land is wereldwijd de grootste importeur?

h Wie zijn de drie grootste klanten van België buiten de EU?

i Wie zijn de drie grootste leveranciers van België buiten de EU?

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan toelichten welke producten België voornamelijk exporteert.

2 Ik kan toelichten welke producten België voornamelijk importeert.

3 Ik kan toelichten welke de belangrijkste handelspartners van België zijn.

4 Ik kan argumenteren waarom bedrijven hun productie naar het buitenland verplaatsen.

5 Ik kan grafieken maken in een digitale werkmap.

Beeldwoordenboek Level 1

BEGRIP

export of uitvoer

VERKLARING

Dat is de verkoop van eigen producten aan het buitenland.

AFBEELDING

exportproducten

Dat zijn producten die een land naar het buitenland uitvoert.

import of invoer

Dat is de aankoop van producten uit het buitenland.

importproducten

Dat zijn de producten die een land invoert.

STEP-UP

1 Neem de stellingen uit de Step-in opnieuw onder de loep.

a Zijn de stellingen juist of fout? Kruis aan.

b Verbeter de foute stellingen. Gebruik eventueel het internet.

Het meest verkochte product van België aan het buitenland is chocolade.

JUISTFOUT

Het product dat België het meest uit het buitenland koopt, is koffie.

België verkoopt de meeste producten aan Nederland.

België koopt de meeste producten aan in China.

China is wereldwijd het land dat het meeste goederen aan het buitenland verkoopt.

Bananen worden in België geteeld.

De meeste chocolade in de Belgische winkels wordt in België geproduceerd.

De meeste smartphones worden gemaakt in China en Zuid-Korea.

België staat bekend om zijn diamanthandel.

2 Vervolledig de tabel.

a Waar komen de producten meestal vandaan? Raadpleeg het internet.

b Noteer nog twee goederen die België invoert.

c Uit welk land voert België die twee goederen in?

PRODUCT

©VANIN

LAND VAN HERKOMST

bananen koffiebonen diamant ananas aardgas rijst auto’s

3 Ga naar iDiddit.

a Download de wereldkaart. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

b Open de wereldkaart met een digitale tool zoals Canva. Trek voor elk product uit de tabel een pijl van het herkomstland naar België. Zet de naam van het product bij de pijl. Raadpleeg de ICT-fiches van Canva.

c Controleer of het bestand correct in je portfolio staat.

THEMA

De data-economie 6

STEP-UP

Presentatie: online profiel beschermen

LEVEL 3 Hoe zet de overheid data om in informatie?

LEVEL 2 Hoe halen bedrijven informatie uit digitale data? p. 21

LEVEL 1 Hoe produceer je als consument onbewust data?

5

STEP-IN

1 Zonder dat je het weet, laat je online overal kruimeltjes achter. Bedrijven volgen die kruimeltjes via apps en bouwen zo een beeld van jou op. Maar wat weten ze echt over jou?

a Vervolledig de tabel.

ƒ Welke apps, websites of digitale tools gebruik jij het vaakst? Noteer drie voorbeelden.

ƒ Waarvoor gebruik jij elk van die apps, websites of digitale tools?

APP, WEBSITE OF TOOL GEBRUIK

b Bespreek per twee. Wat weten die apps, websites of tools over jou op basis van je gebruik?

c Bespreek klassikaal.

ƒ Wat weten en / of verzamelen al die bedrijven over jou? Noteer op het bord.

ƒ Wat zou een bedrijf, waarvan jij de app gebruikt, met die informatie kunnen doen? Noteer.

d Misschien bestaat er al een digitaal profiel van jou. Hoe voelt het? Vind je dat eerder handig, vreemd of eng? Leg uit.

2 In dit thema doorloop je drie Levels waarin je leert …

1 hoe je als consument onbewust producent van data bent;

2 hoe bedrijven informatie uit digitale media halen;

3 hoe de overheid data in informatie omzet.

3 Elk Level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin maak je een overzicht van hoe je je online profiel kunt beschermen.

LEVEL 1

Hoe produceer je als consument onbewust data?

INTRO

1 Welke stellingen zijn waar? Kruis aan.

Er bestaan algoritmes of software die de emoties van selfies kunnen aflezen.

Snapchat en Instagram weten wanneer je wakker bent.

Websites registreren waar je met je muis overheen beweegt om je interesses na te gaan.

2 Wat houd je liever helemaal voor jezelf? Kruis aan.

je foto’s

je aankopen

je gevoelens

je dromen

je gesprekken met je beste vriend

3 Neem je smartphone.

a Hoeveel schermtijd had je de afgelopen dagen gemiddeld?

b Wat is de gemiddelde schermtijd van de hele klas?

4 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Hoe produceer je als consument onbewust data?

Explore 1—

Wat is het verschil tussen data en informatie?

Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Wat zijn big data?

Het zijn websites zoals Wikipedia waarop veel informatie staat.

Het is informatie over grote bedrijven zoals Facebook.

Het zijn alle gegevens die van jou en anderen verzameld en opgeslagen worden.

b Wat kan positief zijn aan big data?

De verzamelde gegevens helpen dokters om advies te geven over ziektes.

Je krijgt zeer veel reclame.

Gebruikers van bepaalde apps geven informatie door aan andere gebruikers.

c Hoe kunnen big data positief ingezet worden voor jou als consument?

Om reclame te versturen

Om gegevens te hacken, in huizen in te breken en de bankrekening te plunderen

Om informatie over de aankomst en de haltes van de bus te geven

d Welke toestellen verzamelen jouw data, denk je?

e Wat is het verschil tussen data en informatie? Gebruik het internet.

f Bekijk de afbeeldingen. Gaat het over big data of informatie? Noteer.

Big data

Big data zijn enorme hoeveelheden gegevens die bedrijven uit meerdere bronnen verzamelen. Die data zijn onder andere klanttransacties zoals bestellingen, website-interacties, berichten op sociale media en meer. Informatie is de big data die verwerkt zijn tot bruikbare besluiten en ideeën.

Explore 2— Wat zijn cookies?

1 Herken je de volgende afbeeldingen? Wat doe je wanneer je die op een website ziet?

2 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Wat doen cookies?

b Wat is een essentiële cookie?

c Wat is of wat doet een tracking cookie? Geef een voorbeeld.

d Is het erg dat bedrijven die data van de consument verzamelen? Het is toch interessant dat ze je persoonlijke reclame sturen?

Cookies

Cookies zijn kleine stukjes informatie die een website op jouw computer, tablet of smartphone opslaat wanneer je die website bezoekt. Je kunt het een beetje vergelijken met een stickertje dat een website op je toestel plakt om je de volgende keer te herkennen.

Websites gebruiken cookies om bijvoorbeeld: je taal of voorkeuren te onthouden, zodat je die niet elke keer opnieuw moet instellen; je ingelogd te houden, zodat je niet steeds opnieuw je wachtwoord moet invullen; te zien wat je leuk vindt of bekijkt, zodat ze jou gerichte reclame kunnen tonen.

Action 1.

Maak

Explore 3— Hoe gemakkelijk gooi je je persoonlijke gegevens online?

1 Lees de teksten. Noteer in een zin de boodschap van elke tekst.

ASociale media en algoritmes

Stel dat de dokter je aanraadt om elke dag drie uur oefeningen voor je rug te doen. Of dat de leerkracht Frans of wiskunde vraagt om elke dag drie uur oefeningen te maken. Of dat je voetbaltrainer vraagt om elke dag drie uur te jongleren. Wellicht vraag je je dan af waar je tijd moet vinden om dat te doen. Het antwoord is: door je smartphone aan de kant leggen.

Uit onderzoek blijkt dat jongeren meer dan drie uur per dag op hun smartphone zitten en dan voornamelijk op sociale media. Hoe komt dat? Bij elke nieuwe melding, like of comment maken je hersenen dopamine aan. Dat wordt ook wel ‘het gelukshormoon’ genoemd. Het lijkt dus alsof je iedere keer een beloning krijgt waardoor je opnieuw gaat scrollen op je gsm.

De slimme algoritmes van sociale media zorgen ervoor dat je steeds filmpjes, foto’s en dergelijke te zien krijgt die je interessant zou kunnen vinden omdat je gelijkaardige filmpjes geliket hebt of langer naar gelijkaardige filmpjes gekeken hebt.

Naar: flair.nl, 2024-06-30

Wanneer je foto’s met je smartphone maakt, worden er tijdstempels en locatiegegevens aan de foto toegevoegd. Als je die foto’s dan online plaatst, dan bestaat de kans dat anderen kunnen zien waar die foto’s genomen zijn.

Geef apps niet zomaar toegang tot je locatie

Je moet goed beseffen wat je prijsgeeft wanneer een app toegang heeft tot je locatie. Via je locatie kan de eigenaar of de maker van de app gedetailleerde profielen van je opstellen. Hij kan onder andere te weten komen waar je woont, waar je werkt, wat je hobby’s en je interesses zijn, of je medische gegevens achterhalen.

Apps willen die persoonlijke data zodat adverteerders je reclame kunnen sturen die je zeker aanspreekt. Heel vaak worden de verzamelde data ook doorverkocht aan andere bedrijven en adverteerders.

Location-Based Service (LBS) is een app die de locatie van je toestel gebruikt en vaak door sociale media gebruikt wordt. LBS is een van

de gevaarlijkste kenmerken van sociale media. Zo kunnen sociale media zien waar je bent. Criminelen kunnen dat gebruiken om je te volgen en thuis in te breken wanneer je er niet bent.

Naar: ITdaily.be, 2022-10-06

Sociale media zijn niet echt gratis

Sociale media zijn niet echt gratis, je betaalt immers met je persoonlijke gegevens. Die gegevens kunnen ze gebruiken om reclame te sturen op basis van jouw interesses zodat de kans groter is dat je iets zult kopen. Reclamemakers betalen dus graag voor jouw persoonlijke gegevens. Zo verdienen sociale netwerken hun geld en kunnen ze sociale media gratis maken voor jou.

Doordat jij een profiel aanmaakt met onder andere jouw geslacht, woonplaats en leeftijd, hebben sociale media heel veel gegevens van jou.

Wanneer je je favoriete tiktokker volgt, geef je ook aan waar jouw interesses liggen. Cookies houden

dan weer je online surfgedrag bij. Op het moment dat je een socialemedia-account aanmaakt, geef je ook toestemming dat de gegevens van je profiel doorgegeven mogen worden

Op socialemediaplatformen post je wellicht ook af en toe een foto. Dat is leuk en tegelijkertijd riskant. Het internet maakt het voor anderen erg makkelijk om foto’s te verkrijgen, te manipuleren en te gebruiken voor allerlei doeleinden. Zo kan jouw vakantiefoto opeens opduiken op een pikante website. Dat kun je voorkomen door de app geen toestemming te geven om jouw foto’s te gebruiken.

2 Lees de stellingen.

a Bespreek de stellingen in groepen van drie.

b Bespreek de stellingen klassikaal.

c Wat is de algemene conclusie van de klas?

d Met welke stelling(en) ga jij akkoord? Kruis aan.

Ik vind het fijn dat ik meerdere filmpjes die ik leuk vind, te zien krijg op sociale media.

Ik vind het fijn om reclame te krijgen van winkels, producten of merken.

Iedereen mag mijn locatie weten.

Het maakt me niet uit dat mensen zien waar ik foto’s gemaakt heb.

Maak Action 2 en 3.

Explore 4— Hoe kun je je privacy toch beschermen?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Waarom is de GDPR ook voor jou belangrijk?

b Wat regelt de GDPR?

c Geef twee verplichtingen die in de GDPR vermeld staan.

d Geef een voorbeeld van een van beide verplichtingen.

e Wat houdt het recht op gegevenswissing in?

f Stel dat je al toestemming gegeven had om jouw gegevens te gebruiken, kun je je toestemming nog intrekken?

De GDPR (General Data Protection Regulation) is een Europese wetgeving die bepaalt hoe organisaties met persoonsgegevens van EU-burgers moeten omgaan. De GDPR geldt voor alle organisaties die persoonsgegevens verwerken, dus ook voor organisaties buiten de EU als ze data van EU-burgers verwerken. Dankzij de GDPR hebben burgers meer controle over hun gegevens.

©VANIN

2 Werk in drie groepen. Op iDiddit staat een document met een tekst voor elke groep.

a Noteer van jouw tekst vier belangrijke zaken die je wilt onthouden.

b Vorm nieuwe groepjes met van elke groep minstens een leerling.

c Noteer de tips van de twee andere leerlingen bij de andere groepen.

Groep 1Verantwoord socialemediagebruik

Groep 2Veilig gebruik openbaar wifinetwerk

Groep 3Rechten gegevensbescherming

THEMA
Groep 1
Groep 2

3 Vul de tabel aan.

a Waarop heb jij een account?

b Markeer de beveiliging. Meld je je aan met login en paswoord of ook met tweefactorauthenticatie?

ACCOUNT OP

4 Google jezelf op het internet. Welke informatie vind je?

BEVEILIGING

login en paswoord / tweefactorauthenticatie

login en paswoord / tweefactorauthenticatie

login en paswoord / tweefactorauthenticatie

login en paswoord / tweefactorauthenticatie

login en paswoord / tweefactorauthenticatie

login en paswoord / tweefactorauthenticatie

5 In de Intro heb je genoteerd hoeveel schermtijd je per dag hebt. Vul de tabel aan.

a Hoeveel van jouw schermtijd ben je iets aan het leren, bijvoorbeeld een krantenartikel of een samenvatting aan het lezen?

b Hoeveel van jouw schermtijd gebruik je om berichten te versturen? Zijn dat levensnoodzakelijke berichten?

c Hoeveel van jouw schermtijd ben je gewoon maar aan het scrollen en filmpjes, foto’s of memes aan het bekijken?

d Wat is je conclusie?

TOTALE SCHERMTIJD:

TO THE POINT

Wat heb je geleerd? Vul de mindmap aan.

Gebruik van gegevens stopzetten

Gegevens laten

Toestemming

Gegevens inkijken

Sociale media: je betaalt met gegevens.

Locatietoegang: apps stellen gedetailleerde op.

Bedrijven mogen gegevens enkel verzamelen met concrete reden. Gebruikers hebben controle over de eigen gegevens.

Bedrijven of organisaties kunnen mensen beter

Bedrijven of organisaties nemen betere

Hoe produceer je als consument onbewust data?

Verwerken tot informatie

Verzamelen en opslaan van gegevens

Big data

Algoritmes van sociale media: tonen wat je graag ziet zodat je blijft kijken.

Surfgedrag volgen

herkennen

Big data zijn allerlei gegevens die bedrijven van jou en anderen verzamelen en opslaan. Die data kunnen enerzijds bedrijven of organisaties helpen om betere beslissingen te nemen of anderzijds om de mensen beter te informeren. Informatie is de big data die verwerkt worden tot bruikbare besluiten en ideeën.

Een essentiële cookie is een klein bestandje dat een naam en waarde heeft en waardoor een website je kan herkennen. Tracking cookies daarentegen worden gebruikt om jouw surfgedrag over verschillende websites heen te verzamelen.

Het verzamelen van gegevens heeft zowel positieve als negatieve gevolgen. Slimme algoritmes van sociale media zorgen ervoor dat je steeds te zien krijgt wat je graag ziet waardoor je een geluksgevoel ervaart en blijft kijken. Wanneer je apps toegang tot je locatie geeft, kunnen ze veel over je te weten komen en zo gedetailleerde profielen van je opstellen. Je betaalt sociale media met jouw persoonlijke gegevens en foto’s want adverteerders gebruiken die om jou reclame te sturen.

De GDPR regelt de verwerking van persoonsgegevens. Zo mag een bedrijf gegevens alleen verzamelen als er daar een concrete reden toe is. Dankzij de GDPR verlies je de controle over je eigen gegevens niet want:

je mag vragen om gegevens die een bedrijf van jou bijhoudt, te bekijken; je mag het recht dat het bedrijf heeft om jouw gegevens te verwerken, intrekken; je mag aan een bedrijf vragen om jouw gegevens te wissen; je mag aan een bedrijf vragen om je gegevens niet meer te gebruiken.

Nog enkele tips voor veilig internetgebruik.

Gebruik op zoveel mogelijk plaatsen tweefactorauthenticatie om te vermijden dat je wachtwoord gehackt wordt.

Deel geen persoonlijke informatie.

Zorg voor zo streng mogelijke privacyinstellingen op sociale media.

Aanvaard geen vriendschapsverzoeken van mensen die je niet kent. Controleer steeds de naam en het paswoord als je met een netwerk verbindt. Openbare wifinetwerken zijn niet altijd veilig.

Gebruik een incognitoblad om te surfen.

Schakel bestandsdeling en bluetooth uit.

Action 1— Wat zijn big data en cookies?

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

a Vat de voornaamste items uit het filmpje samen in een presentatie.

ƒ Open een leeg bestand.

ƒ Bewaar het bestand in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk Level. Geef die submap de naam ‘Level_1’. Geef het bestand een duidelijk naam zoals ‘Cookies_jenaam’.

ƒ Gebruik voor de kleuropmaak van de dia’s de kleuren van je school.

ƒ Begin met een titelpagina en een inhoudsopgave.

ƒ Sla je bestand op en controleer of het correct in je portfolio staat.

b Presenteer dit voor de klas.

ƒ Spreek luid en duidelijk op een rustig tempo.

ƒ Maak oogcontact met je publiek.

ƒ Gebruik je handen om wat je zegt te ondersteunen.

2 Lees de onderstaande situaties. Gaat het over big data of informatie?

a Een webshop verzamelt duizenden kliks van bezoekers.

b Een verkoper past zijn webshop aan aangezien niemand naar de subpagina Accessoires surft.

c Wanneer je vaak ‘Nikesneakers’ intikt op Google, zal TikTok je veel reclame voor sneakers laten zien.

Action 2— Hoe ver wil je gaan?

Lees de onderstaande voorstellen. Zou jij erop ingaan? Bespreek klassikaal.

Je mag een jaar gratis Netflix of Disney+ kijken in ruil voor al je persoonlijke data. Je krijgt spotgoedkope producten via een shoppingapp, als je spelletjes speelt in de app en de app promoot via jouw sociale media.

Zet je mobiele data uit en gebruik gerust het openbare wifinetwerk in ons restaurant.

Je aanvaardt een vriendschapsverzoek van iemand die je niet kent om zo meer volgers te krijgen.

Action 3— Waar

worden jouw gegevens online verzameld?

1 Lees de tekst. Onderstreep de antwoorden met potlood.

a Waar verzamelen bedrijven onlinegegevens?

b Hoe verzamelen die bedrijven de onlinegegevens?

©VANIN

Duid enkel de kern aan.

2 Bespreek klassikaal en markeer het correcte antwoord.

Hoe worden jouw gegevens gebruikt voor gepersonaliseerde diensten en advertenties?

In de digitale wereld van vandaag laat je voortdurend sporen achter, vaak zonder dat je het zelf in de gaten hebt. Bedrijven maken daar dankbaar gebruik van om hun diensten te verbeteren en advertenties op maat aan te bieden. Dat gebeurt op verschillende manieren: via websites, apps, sociale media en zelfs in fysieke winkels.

Online winkelen en gepersonaliseerde reclames

Wanneer je een product bekijkt op een webshop zoals bol of Coolblue is het goed mogelijk dat je later op Instagram of YouTube advertenties voor datzelfde product tegenkomt. Webshops verzamelen gegevens zoals je klikgedrag, zoekopdrachten en aankopen om jou gepersonaliseerde advertenties te tonen.

Sociale media en likegedrag

Op platforms zoals TikTok en Instagram worden je interesses nauwlettend gevolgd. Een algoritme onthoudt welke video’s of berichten je leuk vindt of waar je lang naar kijkt, en past jouw feed daarop aan. Zo zien bedrijven precies waar jouw interesses liggen en kunnen ze content en advertenties aanbieden die daarop aansluiten. Instagram en TikTok kunnen jouw locatie bijhouden. Daardoor zie je bijvoorbeeld advertenties van winkels of restaurants waar je net bent langsgewandeld. Zo lijken de advertenties soms wel je gedachten te kunnen lezen.

Google en zoekmachines

Ook zoekmachines spelen een grote rol in het verzamelen van gegevens. Als je bijvoorbeeld zoekt naar ‘beste gaminglaptop’, onthoudt Google dat en daardoor krijg je

later advertenties van verschillende laptopmerken te zien. Die informatie helpt bedrijven om hun advertenties beter af te stemmen op jouw behoeften.

Loyaliteitsprogramma’s en bonuskaarten

Supermarkten zoals Albert Heijn en Jumbo verzamelen via de bonuskaart gegevens over jouw aankopen. Op basis van jouw winkelgedrag krijg je gepersonaliseerde kortingen. Tegelijkertijd analyseren die bedrijven nauwkeurig wat je hoe vaak en wanneer koopt.

Mobiele apps en locatiegegevens

Veel apps, zoals Google Maps en Snapchat, vragen toegang tot je locatie. Die informatie gebruiken ze om hun diensten te verbeteren, zoals populaire plekken aanbevelen of tonen waar je vrienden zich bevinden. Bedrijven gebruiken die gegevens ook om advertenties aan te passen aan jouw locatie.

Streamingdiensten en kijktijd

Diensten zoals Netflix en Spotify houden bij waarnaar je kijkt of luistert en doen op basis daarvan aanbevelingen. Zo wordt jouw gebruikerservaring persoonlijker. Tegelijkertijd gebruiken die platforms de data om te bepalen welke content populair is of welke trends zich ontwikkelen.

Stemassistenten zoals Siri en Google Assistant Wanneer je stemassistenten gebruikt, zoals ‘Hé Siri’ of ‘Oké Google’, kunnen audio-opnames worden opgeslagen en geanalyseerd om de diensten te verbeteren. Ook spraakcommando’s, zoals ‘Welk weer wordt het vandaag?’, worden gebruikt om jouw interesses in kaart te brengen.

Tip:

Smarthomeapparaten

Slimme apparaten in huis, zoals thermostaten van Google Nest, leren van je gedrag. Ze passen automatisch de temperatuur aan op basis van jouw gewoonten. Die data kunnen bovendien gebruikt worden om energieverbruikspatronen te analyseren.

Navigatieapps en locatieanalyse

Gebruik je Google Maps? Dan worden jouw routes en bezochte locaties opgeslagen. Die data helpen Google niet alleen om verkeersdrukte te voorspellen, maar ook om jou gepersonaliseerde aanbevelingen te geven, zoals ‘populaire restaurants in de buurt’.

Weerapps en tracking

Weerapps zoals Buienradar of de standaard weerapp op je telefoon vragen toegang tot je locatie om het weer op jouw plek te tonen. Veel gratis weerapps verkopen die locatiegegevens door aan advertentiebedrijven.

Fysieke winkelbezoeken en tracking

Grote winkelketens gebruiken technologie zoals wifitracking of bluetooth beacons om te registreren hoe lang je in een winkel blijft en welke afdelingen je bezoekt.

Ook Google registreert waar je bent geweest en kan je achteraf vragen: ‘Hoe was je ervaring bij MediaMarkt?’

Action 4— Wat weet je over online reclame?

Ga naar iDiddit en beluister het audiofragment. Zijn de stellingen juist of fout? Verbeter de foute stellingen.

JUISTFOUT

©VANIN

Wanneer je op een app inlogt met behulp van je Facebookaccount, sta je toe dat (het bedrijf van) de app gegevens uitwisselt met Facebook.

Wanneer je met je Facebookaccount inlogt op Zalando, zul je via Facebook reclame krijgen van Zalando. Jouw zoekgedrag wordt namelijk doorgegeven aan Facebook.

Wanneer je geen toestemming geeft om gegevens uit te wisselen tussen bijvoorbeeld

Telenet en Facebook, en je wilt geen gepersonaliseerde reclame, krijg je helemaal geen reclame meer.

Een voordeel van het toestaan van gepersonaliseerde reclame is dat je reclame krijgt van wat je echt interesseert.

Gepersonaliseerde reclame heeft geen nadelen.

Action 5— Welke tips geef je om veilig te surfen?

Je hebt inmiddels heel wat informatie gekregen over de gevaren op het internet en over veilig surfen. Maak een affiche waarin je kort en krachtig enkele tips geeft aan leerlingen van het eerste jaar om veilig te surfen.

a Open software om een affiche te maken.

b Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

c Voeg tekst en afbeeldingen toe.

d Bespreek klassikaal elke affiche. Wat zouden je klasgenoten aanpassen aan jouw affiche?

e Voer de aanpassingen door als je ermee akkoord gaat.

f Sla je bestand op en controleer of het correct in je portfolio staat.

g Kies klassikaal de beste affiche en deel die met de leerlingen van het eerste jaar.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan het verschil tussen data en informatie toelichten.

2 Ik kan toelichten wat cookies zijn.

3 Ik kan toelichten op welke manieren ik online persoonlijke gegevens onnodig prijsgeef.

4 Ik kan de nadelen of gevaren van het delen van mijn locatie toelichten.

5 Ik kan toelichten welke rechten ik heb met betrekking tot mijn persoonlijke gegevens.

6 Ik kan toelichten hoe ik me online kan beschermen.

JA KAN BETER EXTRA OEFENMATERIAAL

Beeldwoordenboek Level 1

BEGRIP

big data

VERKLARING

Big data zijn een enorme hoeveelheid uiteenlopende gegevens die razendsnel worden geproduceerd. Met speciale technieken en systemen worden die data geanalyseerd om waardevolle inzichten te krijgen in zaken zoals interesses en aankopen van de consument.

AFBEELDING

©VANIN

cookie

Een cookie is een klein tekstbestandje dat een website opslaat op je computer, smartphone of tablet wanneer je die site bezoekt.

GDPR De GDPR (General Data Protection Regulation), in het Nederlands AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), is een Europese privacywet die bepaalt hoe organisaties persoonsgegevens mogen verzamelen, gebruiken, opslaan en beveiligen.

informatieInformatie is de data die verwerkt worden tot bruikbare besluiten en ideeën.

LEVEL 2

Hoe halen bedrijven informatie uit

1 Bestudeer de onderstaande afbeeldingen. Welke klantenkaarten herken je?

2 Waar of hoe kun je je klantenkaarten bewaren?

3 Wat is het voordeel van een klantenkaart voor jou, als klant?

4 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

Hoe halen bedrijven informatie uit digitale data?

Explore 1— Waarom zijn er klantenkaarten?

1 Werk in twee groepen. Elke groep werkt rond een ander thema.

Groep 1 Lees het artikel over tracking.

a Wat is het voordeel van een klantenkaart voor jou als klant?

©VANIN

b Wat is het voordeel van een klantenkaart voor de winkel?

‘Heeft u al een klantenkaart?’ Waarom winkels je aankopen zo graag in de gaten houden

Met een klantenkaart van je favoriete winkel of supermarkt krijg je als consument regelmatig voordelen. Je kunt bonuspunten verzamelen of sparen voor een bepaalde korting. Toch zijn het vooral de winkels zelf die hun voordeel halen uit de klantenkaarten. Jouw gegevens en winkelgewoonten zijn goud waard voor een bedrijf.

Als consument kun je er je voordeel uit halen wanneer je als trouwe klant beloond wordt. Na een aantal aankopen krijg je een bepaalde korting of een fysiek cadeau. Het doel is om jou als klant vaker naar de winkel te krijgen, om op die manier een grotere klantentrouw en klantenbinding te ontwikkelen.

Uiteraard haalt ook de handelaar zijn voordeel uit de klantenkaart. Elke aankoop wordt bijgehouden op de digitale klantenkaart. Zo kan de handelaar heel wat data over jou verzamelen: wie ben jij, wat koop jij, en ook: op welke tijdstippen doe jij je aankopen? Dat is allemaal zeer interessante informatie voor de winkel.

De handelaar kan jou dus helemaal ‘volgen’ en dat maakt de bedrijven alleen maar slimmer en slimmer. Al die gegevens geven hun de mogelijkheid om nog meer producten te ontwikkelen waarvoor de klanten zich interesseren. Bovendien geeft het de bedrijven de kans om nog beter te communiceren met hun klanten, en om reclamefolders te maken die nog meer op maat van de consument zijn gemaakt. De winkeliers leren jou dus beter en beter kennen.

Naar: vrt.be, 2024-12-11

Groep 2 Lees het artikel over de Lidl Plus-app en bekijk de schermafdrukken van een registratie op de app.

a Wat is het ‘click-en-collectreservatiesysteem’?

b Welke voordelen biedt de app aan de klanten?

c Welk voordeel heeft Lidl door de app aan te bieden?

d Wat doe je als consument automatisch wanneer je je registreert?

Al honderd miljoen klanten gebruiken de Lidl Plus-app

In januari 2025 behaalde de Lidl Plus-app de kaap van de honderd miljoen gebruikers. Lidl blijft nieuwe functies toevoegen aan de digitale klantenkaart om het winkelen gemakkelijker te maken voor zijn klanten.

‘Dit toont hoezeer onze klanten de digitale klantenkaart, die de nieuwste informatie, aanbiedingen en diensten naar hun smartphones brengt, waarderen’, schrijft Lidl op de LinkedIn-pagina.

Lidl heeft in de loop der jaren verschillende functies toegevoegd aan de app: denk aan boodschappenlijstjes, digitale kastickets, digitale folders, de Lidl Pay-betaalfunctie, een Click-en-collectreservatiesysteem voor non-foodaanbiedingen of de nieuwe Scan & Go-functie die shoppers in staat stelt om artikelen te scannen met hun smartphone.

Lidl heeft zelfs een digitaal spaarprogramma in de app.

Naar: retaildetail, 2025-01-15

2 Bekijk de schermafdruk uit de Lidl-app.

a Zou jij je toestemming geven? Kruis aan.

b Leg uit waarom je dat gekozen hebt.

Klantenkaarten

Klantenkaarten bieden voordelen voor de klant en voor de handelaar. De klant krijgt dankzij de kaart vaak kortingen. De handelaar krijgt via klantenkaarten zicht op het koopgedrag van de klant. De handelaar kan dus gerichte reclame sturen omdat de klant een deel van zijn privacy opgeeft.

Maak Action 1.

Explore 2— Hoe gebruiken bedrijven data om hun dienstverlening te verbeteren?

1 Lees het artikel. Wat is het doel van een cookie op je computer of smartphone?

©VANIN

Wat zijn cookies en wat doen ze?

Cookies zijn kleine bestandjes met unieke informatie om jouw computer of internetbrowser (zoals Google Chrome) te kunnen herkennen. De cookie wordt op de harde schijf van je computer opgeslagen. Als je een website bezoekt, bewaart je internetbrowser de cookie op je computer. De volgende keer dat je dezelfde website bezoekt, wordt jouw browser daardoor herkend.

Dat kleine cookiebestand op je computer bevat de naam van de website, een unieke identificatie waarmee jouw computer herkend kan worden en alle informatie die je al op de website ingevoerd hebt. Dat betekent dat die website jou volgt. Hij doet aan tracking. Daarom heten ze tracking cookies. Een cookie kan ervoor zorgen dat:

1 je logininformatie (gebruikersnaam en wachtwoord) wordt bewaard; 2 de website de producten in je winkelmandje onthoudt;

3 de website niet opnieuw geladen moet worden; 4 jouw websitebezoek gebruikt kan worden voor persoonlijke advertenties.

Als de website tracking van andere websites bevat, maakt je internetbrowser contact met die andere sites zoals Google, Facebook of TikTok. Van die servers ontvangt de site een cookie met een unieke ID wat ze in staat stelt je surfgedrag te volgen op deze en andere websites. Die cookies heten ‘third party cookies’ omdat de cookie van derde partijen afkomstig is. Zo kun je bijvoorbeeld surfen naar Coolblue of Tui, die dan ook verbonden zijn met Google en Facebook.

De unieke ID zorgt er bijvoorbeeld voor dat als je website A met schoenen bezocht hebt, je vervolgens op site B achtervolgd wordt door advertenties voor schoenen. Elke adverteerder weet dat jij geïnteresseerd bent in schoenen.

Bepaalde tracking cookies verzamelen ook persoonlijke informatie zoals naam, telefoon en e-mailadres waarmee een Facebook- of TikTok-gebruiker geïdentificeerd kan worden. Dat stelt adverteerders in staat om een zeer gepersonaliseerde advertentie te tonen. Bijvoorbeeld een advertentie gericht op het afronden van je bestelling.

Het gaat zelfs nog verder. Wanneer je bij je thuis op het wifinetwerk naar Nikeschoenen surft, kan het zijn dat je ouders reclame te zien krijgen op hun Facebookpagina. Facebook weet dus dat jullie samen van op hetzelfde wifinetwerk surfen.

Naar: saleswizzard.nl, 2024-01-31

2 Op welke manier zijn cookies en tracking van toepassing in de onderstaande voorbeelden?

ZOEKOPDRACHT IN WEBBROWSER

SOCIALE MEDIA

WINKELMANDJE IN WEBSHOP

BERICHT IN WEBMAIL

Good to know

Wanneer je een webshop bezoekt, kan de webshop via tracking cookies bijhouden welke producten je gezocht hebt, hoe lang je naar bepaalde producten gekeken hebt en natuurlijk wat je gekocht hebt. Op die manier kunnen winkels betere beslissingen nemen. Zo zul je, wanneer je online naar vakanties hebt gezocht, even later reclame krijgen van vakanties op je sociale media.

3 Je reserveert online in een restaurant. Een dag later krijg je de volgende mail. Waarom zouden restaurants dat doen?

4 Bekijk de twee afbeeldingen. Op welke manier hebben de bedrijven de persoonlijke informatie gebruikt?

©VANIN

Betere dienstverlening

Door cookies weten bedrijven of websites wat je interessant vindt en kunnen ze zo hun aanbod beter op jouw interesses afstemmen. Met je persoonlijke gegevens en jouw online feedback verbeteren ze ook hun dienstverlening naar jou toe.

Maak Action 2 en 3.

Explore 3— Hoe proberen bedrijven jou te beïnvloeden?

In Level 1 heb je al gelezen over ‘algoritmes’. Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Wat is een algoritme?

b Waarmee kun je een algoritme vergelijken?

c Wat kun je zeggen over de algoritmes die op het internet gebruikt worden?

d Als jij en je vriend elk dezelfde zoekopdracht in Google invoeren, dan zullen de resultaten niet helemaal hetzelfde zijn. Hoe komt dat?

e Hoe gebruiken Facebook of Instagram een algoritme?

Algoritme

Een algoritme is een slim stappenplan dat bepaalt wat jij online onder andere te zien krijgt. Bedrijven verzamelen gegevens over wat je online doet, zoals welke websites je bezoekt, wat je koopt of waarop je klikt.

Met algoritmes zoeken de bedrijven naar patronen in die gegevens. Zo ontdekken ze wat je leuk vindt, wat je interesseert en zelfs op welk moment je waarschijnlijk iets wilt kopen. Daarna gebruiken ze die informatie om je gerichte advertenties, aanbiedingen of berichten te tonen, zodat de kans groter is dat je iets koopt of hun dienst gebruikt.

Bedrijven gebruiken algoritmes dus om te voorspellen wat jij wilt, en sturen je keuzes in hun richting zonder dat je het merkt.

Good to know

In dit thema heb je al geleerd dat bedrijven data verzamelen via cookies, apps, klantenkaarten en surfgedrag om klanten beter te begrijpen en persoonlijke diensten of gerichte communicatie aan te bieden. Voor consumenten betekent dit dat hun onlinegedrag wordt gevolgd. Daardoor worden privacy en gegevensbescherming belangrijker, want gegevens van burgers krijgen een waarde. Zo ontstond een dataeconomie waarin gegevens een cruciale grondstof zijn voor consumenten, ondernemingen en de overheid. De overheid gebruikt data om processen eenvoudiger te maken, zoals bij digitale aangiftes. Tegelijk speelt ze een rol in de bescherming van de data van haar burgers. Data beïnvloeden zo alle spelers in de samenleving. Diensten worden steeds meer afgestemd op individuele noden.

Maak Action 4.

TO THE POINT

Wat heb je geleerd in de Explores? Vul de mindmap aan.

Gerichte sturen Klanten aanmaken Producten Nieuwe producten ontwikkelen

©VANIN

Bestellingen en nieuwsbrieven

Websites en sociale media

Bepaalt wat je online te zien krijgt

Slim

Hoe lang je

Wat je

Wat je

Hoe halen bedrijven informatie uit digitale data? online gedrag

reclame, mails, kortingen

Klantenkaarten: interesses volgen  gerichte reclame en tracking

Gegevens uit bestellingen en nieuwsbrieven

Externe (Google, Facebook …)

gerichte reclame Fysiek of digitaal (app) Korting voor klanten

Interesses klanten volgen

Algoritme

Klantenkaarten zorgen ervoor dat je als klant vaak kortingen krijgt op je aankopen. Je kunt ze in je portefeuille of in een digitale app bewaren. Voor de winkeliers is het een voordeel dat ze weten hoe vaak en wanneer je hun producten koopt. Je geeft een deel van je privacy op. Daardoor kunnen winkeliers je heel gerichte reclame sturen.

Met behulp van cookies en tracking registreren websites en webshops wat je online bekijkt, wat je koopt, hoe lang je ergens naar kijkt enzovoort. Vaak zit op een website tracking van andere websites zoals van Google en Facebook zodat jouw zoekopdrachten ook reclame opleveren op Google en Facebook. De gegevens die je invult via een bestelling, een nieuwsbrief enzovoort gebruiken de bedrijven ook om je reclame en mails te sturen. Ze geven je dan kortingen op producten die je vaak koopt of bijvoorbeeld met je verjaardag. Winkels en bedrijven gebruiken die informatie, alsook de informatie die ze krijgen via klantenkaarten, om hun producten aan te passen of nieuwe producten te bedenken en om doelgerichte communicatie te sturen.

Een algoritme is een slim stappenplan dat websites en sociale media gebruiken om te bepalen wat jij online te zien krijgt.

Action 1— Welke klantenkaarten heb je?

1 Werk in groepen van drie.

2 Bevraag je ouders, familie, buren of vrienden over het gebruik van klantenkaarten.

a Van welke winkel(s) gebruiken ze een klantenkaart?

b Op welke manier (een kaartje in de portefeuille of digitaal) houden ze de klantenkaart(en) bij?

c In welke mate zijn ze tevreden met de mogelijkheden van de klantenkaart(en)? Ze geven een score van 1 (heel ontevreden) tot 5 (heel tevreden).

3 Bespreek klassikaal de verzamelde informatie en vergelijk. Vervolledig de tabel.

a Welke klantenkaarten komen het vaakst voor?

b Worden de klantenkaarten het vaakst digitaal of als een kaartje bewaard?

c Welke klantenkaarten scoren het hoogst? Waarom?

Action 2— Hoe gebruiken bedrijven en winkels online data van de consument?

Lees de tekst.

©VANIN

a Markeer de voordelen voor de klant in het geel.

b Markeer de voordelen voor Aldi in het groen.

Aldi lanceert klantenkaart in heel België én gebruikt daarvoor ook een trucje: ‘Ze kiezen zeer bewust voor vijf in de plaats van vier’

Een jaar nadat Aldi in West-Vlaanderen een test begon met de digitale klantenkaart, rolt Aldi het systeem nu nationaal uit. Het doel is natuurlijk om klanten meer te laten kopen en meer naar de winkel te laten gaan. ‘Maar ze hebben nog redenen om klanten te belonen met puntjes.’

Aldi was – als we Jumbo even niet meetellen – de laatste die nog geen klantenkaart of getrouwheidssysteem had op de app. Bij de rest spaar je wel puntjes die je kunt inruilen tegen producten of kortingsbonnen, of krijg je specifieke kortingen die je niet krijgt zonder de app. Maar bij Aldi bleef de app al die tijd iets waar je niets mee te winnen had. Je kon er wel hun winkels, de digitale folder of de promo’s van het moment vinden, maar extra korting scoren of puntjes verzamelen, was geen optie. Tenzij in een zeventigtal winkels in, vooral, West-Vlaanderen die een jaar geleden als test al de digitale klantenkaart kregen.

Nu wordt het systeem uitgebreid: ‘Vanaf de week van 21 juli rollen we het stap per stap uit over de rest van België’, zegt woordvoerder Jason Sevestre. ‘Tegen het einde van de zomer moeten al onze winkels over de apparatuur beschikken om de app te kunnen scannen.’

Challenges

Net zoals bij de meeste andere supermarkten zul je bij je aankopen punten krijgen die je kunt omzetten in gratis producten of bonnen. ‘Wekelijks komen er ook acties waarmee je sneller bonuspunten spaart.’

Opvallend is ook dat je extra punten kunt sparen met bepaalde challenges, zoals bijvoorbeeld vijf keer in een maand tijd naar de winkel gaan. ‘Dat is natuurlijk een trucje’, zegt retailexpert Els Breugelmans (KU Leuven).

‘Klanten gaan vaak naar verschillende supermarkten, zo probeer je ze bij jou te houden. Dat je vijf keer moet gaan in een maand, is zeer bewust gekozen. Voor zulke

technieken wordt namelijk altijd een doel gekozen dat net boven het gemiddelde ligt en toch nog haalbaar is. Wie wekelijks grote inkopen doet, trekt gemiddeld vier keer per maand naar de winkel. Nu moet je slechts een keer extra gaan. Dat kan werken.’

Aldi ontkent dat niet. ‘Het principe is: hoe trouwer de klant is en hoe vaker die komt, hoe meer die bespaart’, zegt Sevestre.

Al zit er natuurlijk meer achter zo’n getrouwheidsprogramma dan alleen maar extra producten verkopen. ‘Een van de belangrijkste voordelen is dat Aldi nu veel meer data zal hebben van zijn klanten’, zegt Breugelmans. ‘Daardoor kan Aldi – net zoals Colruyt dat doet – eventueel gerichter reclame maken rond producten waar de klant interesse in heeft. Maar het helpt Aldi ook om zijn eigen winkels beter in te richten.

Als Aldi ziet dat bepaalde producten door personen zeer vaak samen gekocht worden, dan kan Aldi die dichter bij elkaar zetten. Daarnaast is er ook nog zoiets als retailmedia, wat almaar belangrijker wordt binnen het supermarktlandschap. In die app kan Aldi plekjes verkopen aan producenten waar die hun producten in promo kunnen aanprijzen. Iets waar merken pas in geïnteresseerd zijn wanneer er veel gebruikers zijn. En hoe laat je meer mensen gebruikmaken van je app? Door ze te belonen. Anders doen ze dat niet. Ook daarvoor is zo’n puntensysteem zeer handig. Er zit dus inderdaad best veel achter zo’n lancering.’

Net als Lidl later

Dat Aldi nu pas en ook als laatste die stap zet, verbaast Breugelmans wel niet. ‘Lidl was daar ook wat later mee. Dat is omdat het beide discounters zijn die altijd gehamerd hebben op de laagste prijs en de laagste kosten, maar de laatste tijd zijn ze toch ook meer aan het opschuiven richting de meer traditionele supermarkten. De winkels zijn mooier, ze hebben al even A-merken én nu zijn er dus ook klantenkaarten en spaarpuntjes. Colruyt hamert voor de volledigheid ook op die laagste kosten, een echt uitgebreid spaarsysteem hebben die ook niet op hun app. Dat zit niet in hun DNA, maar langs de andere kant hebben ze het ook niet echt nodig omdat ze al een lange traditie hadden van de Xtra-kaart of app met veel gebruikers.’

Bron: hbvl.be, 2025-07-14

© Shutterstock / ThomasDeco

Action 3— Krijg jij reclame door cookies?

1 Zoek op het internet een product of een vakantie. Kies uit:

strandvakantie – nieuwe rugzak – gameconsole – mountainbike – nieuwe schoenen

a Wat heb je gekozen?

b Op welke sites zul je informatie zoeken?

c Noteer de datum en het tijdstip van je zoekopdracht.

d Zoek een vijftal minuten. Bekijk meerdere websites.

e Klik op enkele producten of promoties. Je kunt die eventueel toevoegen aan je winkelmandje zonder ook echt te kopen.

f Let de komende dagen op reclame voor de producten op sociale media, Google, YouTube.

g Maak een schermafdruk wanneer je reclame van je zoekopdracht tegenkomt. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

h Op welke app of website zag je de reclame?

i Wat is de inhoud van de reclame?

j Rapporteer dat mondeling in de klas.

2 Surf naar een van volgende websites. Kies uit: watwat.be – mediawijs.be – caw.be

a Welke website heb je gekozen?

b Welke opties heb je voor de cookies?

ƒ Kun je cookies aanvaarden of weigeren? Kruis aan. ja nee

ƒ Welke cookies kun je aan- of uitvinken?

ƒ Soms krijg je geen melding van cookies. Waarom niet?

Action 4— Wat zijn algoritmes?

1 Werk in twee groepen. Ga naar iDiddit. Elke groep werkt met een andere bron. Maak een mindmap van de informatie over algoritmes.

BRON

Groep 1 Filmpje

Groep 2 Tekst

2 Vorm een duo met een leerling van de andere groep. Stel de mindmap aan elkaar voor. Vul eventueel je eigen mindmap aan.

3 Maak een digitale versie van je mindmap met een tool naar keuze. Geef de mindmap een duidelijke naam en bewaar die in je portfolio.

Good to know

Enkele tips voor een mindmap:

– Begin in het midden: schrijf het hoofdonderwerp groot in het midden.

– Gebruik takken: teken lijnen vanuit het midden naar buiten. Dat zijn de hoofdtakken.

– Werk volgens de klok. Start op 1 uur.

– Schrijf kernwoorden: zet op elke tak één belangrijk woord of begrip.

– Werk met kleuren: gebruik verschillende kleuren voor de takken, dat maakt het duidelijker.

– Houd het overzichtelijk: schrijf kort en gebruik geen lange zinnen.

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan toelichten op welke manieren bedrijven klantenkaarten in hun voordeel gebruiken.

2 Ik kan toelichten hoe bedrijven data verzamelen door cookies in te zetten en uit de gegevens die ik prijsgeef wanneer ik online ben.

3 Ik kan toelichten hoe bedrijven informatie uit de verkregen data halen.

4 Ik kan toelichten op welke manier algoritmes mij kunnen beïnvloeden.

Beeldwoordenboek Level 2

BEGRIP

VERKLARING

algoritmeMet algoritmes zoeken bedrijven naar patronen in de gegevens die ze van jou online verzamelen. Die informatie gebruiken ze dan om je gerichte advertenties te tonen. Het is dus een slim stappenplan dat bepaalt wat jij onder andere te zien krijgt.

klantenkaartEen klantenkaart is een kaart (fysiek of digitaal) die door een winkel of keten wordt uitgegeven om klanten voordelen te bieden in ruil voor hun aankopen en gegevens.

AFBEELDING

tracking Dat is het volgen van bijvoorbeeld een persoon of een pakje.

LEVEL 3

Hoe zet de overheid data om in informatie?

INTRO

1 Werk per twee. Bekijk grafiek 1. Welke informatie kun je afleiden?

Grafiek 1: Woon-werkverkeer in België

Gegevens: Acerta

2 Waarom is die informatie belangrijk voor de overheid?

3 In dit Level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

4 In welke deelvragen zou je die onderzoeksvraag kunnen opsplitsen?

Explore 1— Hoe verzamelt de overheid gegevens over jou?

Good to know

Wie ouder is dan twaalf jaar, heeft een elektronische identiteitskaart (eID). Daarop staan meerdere gegevens, maar vaak is je naam of je postcode al voldoende om je identiteit te bewijzen. Het gemeentelijk zwembad bijvoorbeeld moet alleen de postcode kunnen controleren om de bezoekers uit de eigen gemeente een voordelig tarief aan te bieden.

Sinds 14 januari 2020 staat ook je vingerafdruk op de eID. Dat moet helpen in de strijd tegen identiteitsfraude.

Zodra je 15 jaar geworden bent, moet je je identiteitskaart altijd bij je hebben. Naar: vlaanderen.be

1 Surf via iDiddit naar de website en ontdek welke gegevens er op een identiteitskaart staan.

a Welke gegevens zijn met het blote oog zichtbaar?

b Welke gegevens zijn niet met het blote oog zichtbaar?

www.police-on-web.be

2 Waarvoor kun je je elektronische identiteitskaart zoal gebruiken?
3 Waarvoor kunnen je ouders zoal hun elektronische identiteitskaart gebruiken?

School- en studietoelagen

© Shutterstock / Imladris

Tax-on-web

Tax-on-web is een online platform van de Belgische overheid waarmee je jaarlijks de belastingaangifte digitaal kunt indienen. Je logt in via MyMinfin.be, controleert of de vooraf ingevulde gegevens juist zijn, vult eventueel extra informatie aan en verstuurt alles veilig via het internet. Het systeem bestaat sinds 2003 en vervangt de papieren aangifte. Veel gegevens zoals loon, pensioenen en giften worden automatisch ingevuld, wat het makkelijker maakt voor burgers.

4 Lees het artikel en beantwoord de vragen.

a Wat is de belastingdienst? Gebruik het internet.

b Hoe ontvangt de belastingdienst gegevens over gebruikers van digitale platformen zoals Vinted, Airbnb, bol en 2dehands?

c Wat moet je als gebruiker doen wanneer je meer dan 2 000,00 euro verdient?

d Wat gebeurt er als de gebruiker dat niet doet?

e Hoeveel kan de gebruiker belast worden op de inkomsten van de verkoop wanneer …

ƒ hij regelmatig iets verkoopt?

ƒ het een beroepsactiviteit wordt?

f Wat vind je van die belastingmaatregel?

De belastingdienst krijgt dubbel zoveel meldingen over onlineverkopers via platformen

De Belgische belastingdienst heeft dit jaar informatie ontvangen over ruim 240 000 gebruikers van digitale platformen zoals Vinted, Airbnb, bol en 2dehands. Dat is meer dan dubbel zoveel als vorig jaar doordat nu alle actieve gebruikers worden gemeld.

Sinds 2023 zijn digitale platformen zoals Vinted, Airbnb, bol en 2dehands verplicht om gebruikersgegevens door te geven aan de fiscus wanneer iemand op jaarbasis minstens dertig verkopen doet of meer dan 2 000,00 euro verdient. Gebruikers die die drempels overschrijden, moeten een DAC7-formulier invullen met onder meer hun naam, adres, geboortedatum en rijksregisternummer. Wie dat weigert, riskeert dat zijn account tijdelijk wordt geblokkeerd.

In 2023 gold de verplichting alleen voor nieuwe gebruikers van het platform. Daardoor ontving de belastingdienst toen gegevens van 106 398 Belgische verkopers of verhuurders. Bestaande accounts kregen uitstel. ‘Platformen kregen nog tot eind 2024 om ook de gegevens van bestaande gebruikers te verzamelen’, zegt Francis Adyns, een woordvoerder van de Federale Overheidsdienst Financiën. Nu ook die groep meetelt, is het aantal meldingen voor het inkomstenjaar 2024 meer dan verdubbeld, tot 241 981.

Wie wordt gemeld, is niet automatisch belastbaar. Als je af en toe iets tweedehands verkoopt, moet je daar doorgaans geen belasting op te betalen. Maar zodra je systematisch begint te verkopen met winst, kan de belastingdienst ingrijpen. In dat geval worden de inkomsten belast als occasionele inkomsten tegen een tarief van 33 procent. Als het om een echte beroepsactiviteit gaat, dan wordt de winst beschouwd als beroepsinkomen en gelden de progressieve tarieven, die kunnen oplopen tot 50 procent.

Bron: tijd.be, 2025-06-13

5 Ook ondernemingen geven veel gegevens door. De overheid verzamelt die gegevens op verschillende manieren. Combineer het begrip met de juiste omschrijving. Gebruik het internet.

BEGRIP

1 De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

2 Btw-aangiften

3 Statbel

OMSCHRIJVING

A Dat is het Belgische statistiekbureau dat cijfers verzamelt over werkgelegenheid en export.

B Daarin staat hoeveel een onderneming verkoopt.

C Die bevat informatie over een bedrijf: wie de eigenaar is, wat het adres is en welke activiteiten het bedrijf doet.

Good

to know

Wat doet de overheid met informatie van bedrijven?

– Economie: de overheid ziet welke bedrijven actief zijn. Zo kan ze beslissen om sneller internet te voorzien, bedrijven te helpen bij export of extra opleidingen te organiseren als er te weinig personeel is.

– Milieu: als de luchtkwaliteit slecht is, kan de overheid zorgen voor autovrije zones of subsidies geven voor elektrische auto’s.

– Veiligheid: wanneer er veel ongelukken gebeuren op een kruispunt, kan de overheid verkeerslichten plaatsen of de weg veiliger maken.

Maak Action 1.

Explore 2— Wat doet de overheid met de verzamelde data?

Itsme ®

Itsme® is een app op je smartphone waarmee je kunt bewijzen dat jij het echt bent. Je gebruikt de app om veilig in te loggen op websites, zoals voor je schoolresultaten of later voor je belastingen. Je hoeft geen moeilijke wachtwoorden te onthouden of een kaartlezer te gebruiken. Je opent gewoon de app en geeft je geheime code of vingerafdruk in. Ook gezichtsherkenning is mogelijk.

De overheid zorgt ervoor dat jouw gegevens veilig blijven. Alleen jij (of iemand die jij vertrouwt) krijgt toegang tot je persoonlijke informatie.

1 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen.

a Wat is itsme®?

©VANIN

b Hoe oud moet je zijn om de app te installeren?

Good to know

Itsme® is in 2017 uitgevonden door Belgian Mobile ID, een groep van zeven grote Belgische bedrijven: vier banken (Belfius, BNP Paribas Fortis, ING en KBC) en drie telecombedrijven (Proximus, Orange en Telenet). Zij wilden een makkelijke en veilige manier maken om mensen online te identificeren, zonder al die kaartlezers en wachtwoorden.

2 De overheid probeert met de verzamelde data initiatieven te nemen die voordelig zijn voor de burger. Een van die initiatieven is het burgerprofiel. Dat is ontwikkeld om de digitale dienstverlening voor de burger te optimaliseren.

a Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje over het burgerprofiel.

b Beantwoord deze vragen.

ƒ Waarom is Mijn burgerprofiel opgericht?

ƒ Hoe maken ze die aanvragen nu eenvoudiger?

ƒ Wat is dat?

ƒ Wat kun je er zoal downloaden?

3 De overheid zet ook in op de gezondheid. Zo wil ze voor elke burger een Globaal Medisch Dossier aanleggen zodat de artsen beter kunnen samenwerken. De burger moet daar wel zijn toestemming voor geven.

a Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje over jouw gezondheidsgegevens.

b Beantwoord deze vragen.

ƒ Waartoe krijg je toegang via ‘Mijn gezondheid’?

ƒ Noem vijf gegevens die je in je dossier vindt.

ƒ Noteer het websiteadres.

4 Ga naar iDiddit en lees het artikel. Beantwoord de vragen.

a Wat is het CIM?

b Hoe werkt de tv-meting?

c Hoe meet het CIM de luistercijfers?

d Hoe monitort het CIM de onlinecijfers?

e Wat wil de overheid hiermee bereiken?

5 Ga naar iDiddit en lees het artikel over de druktebarometer van de stad Gent. Hoe verzamelt de stad Gent data om de druktebarometer in te stellen?

6 Surf via iDiddit naar website van het autokeuringsstation en naar de webcam. Beantwoord de vragen.

a Weet iedereen dat er een camera hangt?

b Kun je mensen op de beelden herkennen?

c Waarom hangt die camera daar?

d Worden de beelden bewaard of alleen live getoond?

e Wie kan de beelden allemaal zien?

f Wat vind je van de live webcam?

Maak Action 2 en 3.

Explore 3—

Hoe probeert de overheid de burger te beschermen tegen ongewenst datagebruik?

MyData

In België en andere Europese landen bestaat er een belangrijke wet die mensen helpt om hun persoonlijke gegevens te beschermen. Die wet heet de AVG, of in het Engels GDPR (General Data Protection Regulation). Stel dat je ergens je naam, adres of geboortedatum moet invullen, dan zorgt die wet ervoor dat bedrijven en overheden daar voorzichtig en eerlijk mee omgaan. De wet zegt dat organisaties duidelijk moeten uitleggen welke gegevens ze van jou verzamelen en waarom ze dat doen. Ze mogen niet zomaar alles bijhouden.

De federale overheid lanceerde het initiatief Operatie Transparantie met als doel alle burgers meer inzicht te geven in hoe hun gegevens gebruikt worden. Via de website MyData kunnen burgers zien welke overheidsdiensten hun gegevens hebben geraadpleegd. Zo probeert de overheid ervoor te zorgen dat jouw gegevens veilig zijn en dat je weet wat ermee gebeurt.

1 Surf via iDiddit naar de website MyData. Noteer nog eens kort wat het doel van die website is.

2 Wat kun je op deze website doen via de menuknop ‘GDPR Register’?

Good to know

Als je een itsme®-account hebt, kun je inloggen op de website MyData. Je ziet er een overzicht van wie of wat jouw gegevens bekeken heeft. Die gegevens staan in databanken van de federale overheid en de raadplegingen zijn streng beveiligd.

3 Lees het artikel en markeer het antwoord op de vragen in het artikel.

GeelWat kun je opvragen op de website MyData?

GroenOp welke manieren kunnen de persoonlijke gegevens opgevraagd worden?

Rood Wie kan jouw persoonlijke gegevens opvragen?

BlauwWelke opzoekingen kunnen de burgers niet zien?

Heeft de overheid uw gegevens geraadpleegd? Check

het op MyData.

Vanaf vandaag kunnen alle Belgen nagaan welke overheidsinstellingen het voorbije halfjaar hun gegevens hebben geraadpleegd.

Via MyData kunnen Belgen vanaf vandaag een persoonlijk rapport aanvragen waarin staat welke instellingen het voorbije halfjaar hun persoonlijke gegevens hebben geraadpleegd. ‘Iedereen moet zicht hebben op wat er met zijn gegevens gebeurt’, zegt staatssecretaris voor Digitalisering en Privacy Mathieu Michel (MR).

Overheidsdiensten wisselen steeds vaker onderling gegevens van burgers uit. De website MyData moet daarover meer transparantie bieden. Belgen kunnen erop inloggen met een eID-kaartlezer of de app itsme®

De gegevens kunnen op drie verschillende manieren opgevraagd worden. Burgers kunnen ze zelf opzoeken, ambtenaren doen dat in hun naam (bijvoorbeeld aan een loket) of het zijn overheidsinstanties die de gegevens opvragen. Als dat op een van die drie manieren gebeurt, verschijnt dat op het persoonlijke rapport van burgers.

Er zijn 35 overheidsinstellingen die toestemming hebben om persoonlijke gegevens op te vragen. Het gaat onder meer over de FOD Binnenlandse Zaken, Car-Pass (dat fraude met de kilometerteller bestrijdt) en de Kruispuntbank Rijbewijzen.

Politieonderzoek

Als hun gegevens opgezocht worden door de politie of het gerecht in het kader van een onderzoek, zal dat

niet op het rapport verschijnen. ‘Die informatie mogen wij niet delen’, zegt Malik Weyns, die technisch aan de tool heeft meegewerkt. Ook gegevens die niet gedeeld worden via federale overheidsinstellingen staan niet mee op het rapport.

Wat de Vlaamse overheid aanvangt met de gegevens, komt de burger dus niet te weten via MyData. Maar Vlaanderen heeft wel een gelijkaardige toepassing.

Via Mijn Burgerprofiel kan de Vlaming onder meer nagaan welke gegevens de Vlaamse overheid van hem bijhoudt. Het federale MyData gaat wel nog een stap verder door zoveel overheidsdiensten te verzamelen en door weer te geven wanneer welke gegevens opgevraagd werden.

De lijst laat ook zien welke persoonlijke gegevens geraadpleegd werden. Als bijvoorbeeld de FOD Mobiliteit naam, voornaam en geboortedatum opgevraagd heeft, dan staat dat zo vermeld in het rapport.

‘Dit is een belangrijke stap in transparantie. Het is ook uniek dat burgers de opvragingen kunnen raadplegen’, zegt Michel. ‘Burgers moeten weer vertrouwen krijgen in de overheid. We hopen dat deze tool daarin kan helpen.’ Toch is de toepassing nog niet perfect’, volgens de staatssecretaris. ‘Hoe meer mensen de tool nu gebruiken, hoe beter wij hem kunnen maken.’

Naar: standaard.be, 2023-06-13

4 Vind jij het belangrijk om te weten wie jouw persoonlijke gegevens bekijkt? Leg uit.

5 Zou jij zelf naar de website MyData surfen om te controleren wie jouw gegevens geraadpleegd heeft? Leg uit.

6 Werk in groepen van vier. Stel dat je via een tool kunt zien welke leerkrachten of schoolmedewerkers jouw gegevens (zoals je rapport, afwezigheden of medische info) bekeken hebben.

a Bespreek de volgende vragen in je groep.

ƒ Vind je zo een tool nuttig?

ƒ Geeft dat je een veiliger gevoel? Of net niet?

b Formuleer je antwoord in vijf zinnen.

Maak Action 4.

TO THE POINT

De overheid verzamelt veel data over jou als burger. Dat doet ze onder meer via de elektronische identiteitskaart. Maar ook de belastingdienst komt veel te weten via Tax-on-web.

Itsme® is een app op je smartphone waarmee je veilig kunt bewijzen wie je bent, zonder je identiteitskaart of kaartlezer te gebruiken. Je gebruikt het om in te loggen op websites van bijvoorbeeld de overheid of banken, zodat alleen jij toegang hebt tot jouw persoonlijke gegevens.

Met de verzamelde data probeert de overheid het jou als burger gemakkelijker te maken en ontwikkelt bijvoorbeeld nieuwe dienstverleningen zoals het burgerprofiel of het Globaal Medisch Dossier.

De data maken het ook mogelijk om bijvoorbeeld je surf- en aankoopgedrag of je verplaatsingen in kaart te brengen. Die gegevens kunnen helpen om de samenleving beter te organiseren.

De overheid beschermt de burger tegen ongewenst datagebruik. Dankzij de GDPR, General Data Protection Regulation, is de burger wettelijk beschermd tegen datamisbruik van de privacy. Via de website MyData kun je checken wanneer de overheid jouw gegevens heeft geraadpleegd.

©VANIN

Action 1— Ben je verplicht om je identiteitskaart af te geven in hotels, winkels en op de trein?

1 Ga naar iDiddit en lees het artikel.

2 Werk in groepen van vier. Maak met een programma naar keuze een quiz over het artikel.

a Stel vijf meerkeuzevragen met telkens drie verschillende antwoorden.

b Wissel je vragen uit met een andere groep. Verbeter elkaars quiz en pas de vragen eventueel aan.

c Geef je quiz een duidelijke naam en bewaar die in je portfolio.

Action 2— Is er al een vervanger voor itsme®?

1 Lees het artikel. Beantwoord de vragen. Kruis aan.

a Wat is MyGov.be?

een nieuwe socialemedia-app van de overheid een app om veilig in te loggen op overheidswebsites een vervanging van itsme® een digitale brievenbus voor privébedrijven

b Welke uitspraak over MyGov.be is juist?

De app vervangt itsme® volledig.

Je kunt er alleen Belgische websites mee openen.

De app bevat een digitale sleutel om documenten op te halen.

De app is ontwikkeld door telecombedrijven.

c Wat wil de federale overheid in de toekomst met MyGov.be mogelijk maken?

Dat burgers ook kunnen inloggen op overheidstoepassingen van andere EU-lidstaten.

Dat itsme® wordt afgeschaft.

Dat je via MyGov.be sociale media kunt gebruiken

Dat je geen digitale handtekening meer nodig hebt

2 Wat is een digitale sleutel? Raadpleeg het internet indien nodig.

©VANIN

Overheid komt in alle stilte met alternatief voor itsme®: inloggen kan voortaan ook via MyGov.be

De federale overheid heeft in alle stilte een eigen alternatief voor itsme® gelanceerd, meldt ‘VRT NWS’. Sinds vorige maand kun je ook met de app MyGov.be veilig inloggen op overheidswebsites zoals My eBox en My Pension.

De overheid begon drie jaar geleden aan de ontwikkeling van een alternatief voor itsme®, en dat alternatief is er nu. Sinds vorige maand zit er een digitale sleutel in de app MyGov.be, waarmee je overheidsdocumenten kunt ophalen. Daardoor laat de app nu toe om veilig in te loggen op overheidswebsites, waaronder My eBox, Tax-onweb en My Pension.

MyGov zal de komende tijd nog verder uitgebreid worden, zodat burgers via de app ook kunnen inloggen op overheidstoepassingen van andere EU-lidstaten.

In een reactie aan ‘VRT NWS’ benadrukt de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning (BOSA) dat MyGov.be itsme® niet vervangt.

‘De federale overheid is zeer tevreden over de samenwerking met itsme® en wenst dit soort samenwerkingen met private aanbieders van authenticatiediensten voort te zetten.

Bron: hln.be, 2025-11-04

Action 3— Kun jij data van de Belgische overheid goed interpreteren?

De overheid verzamelt veel gegevens. Het Belgisch Statistiekbureau verwerkt een aantal van die gegevens in grafieken in verband met de vergrijzing van de Belgische bevolking.

a Bekijk aandachtig grafiek 2 en 3.

Grafiek 2: Leeftijdspiramide België op 1 januari 2010

Grafiek 3: Leeftijdspiramide België op 1 januari 2025

b Wat betekent het begrip ‘vergrijzing van de bevolking’? Gebruik het internet.

c Vergelijk de maximumleeftijd van de vrouwen in 2010 met die van de vrouwen in 2025. Wat stel je vast?

d Wat kun je besluiten over de maximumleeftijd van mannen als je leeftijdspiramide van 2010 vergelijkt met die van 2025?

e Welke impact heeft dat op de uitgaven van de overheid?

Action 4— Ben jij al ingeschreven bij BE-alert?

1 Surf via iDiddit naar de website van BE-Alert.

2 Ga naar iDiddit en bekijk het filmpje.

3 Beantwoord de vragen.

a Wat is BE-Alert?

b Wat doet het?

c Wat staat er in het bericht dat je ontvangt in een noodsituatie?

d Hoe ontvang je die informatie?

e Wat voor boodschap zul je ontvangen?

BREAKING NEWS

1 Ga naar iDiddit. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2 Los de vragen op.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

1 Ik kan illustreren hoe de burger onbewust producent is van data waarvan de overheid gebruikmaakt.

2 Ik kan illustreren dat de overheid informatie haalt uit beschikbare digitale data.

3 Ik kan toelichten hoe de overheid de burger helpt om zijn privacy te beschermen.

4 Ik kan illustreren hoe de overheid de verkregen informatie na data-analyse inzet om haar dienstverlening aan te passen.

5 Ik kan mijn eigen mening onderbouwen.

Beeldwoordenboek Level 3

BEGRIP

VERKLARING

belastingdienst Dat is een ander woord voor de fiscus. Dat is de overheidsdienst die controleert of mensen en bedrijven belasting betalen zoals het hoort.

AFBEELDING

itsme® Dat is een app op je smartphone waarmee je veilig kunt bewijzen wie je bent, zonder je identiteitskaart of kaartlezer te gebruiken.

MyData Dat is een online tool van de overheid waarmee je kunt zien welke overheidsdiensten jouw persoonlijke gegevens hebben bekeken. Zo weet je wie er iets over jou heeft opgezocht.

Tax-on-web Dat is een website van de overheid waar je je belastingaangifte online kunt invullen. Je ouders gebruiken die om door te geven hoeveel ze verdienen. Tax-on-web berekent dan of ze geld moeten bijbetalen of terugkrijgen op hun belastingen.

STEP-UP

1 Bedrijven, sociale media en webshops verzamelen dagelijks data van jou: via cookies, klantenkaarten, je surf- en klikgedrag, je locatie en zelfs je posts of likes. Zij gebruiken die gegevens om een digitaal profiel van jou te maken en je zo gerichte reclame, suggesties en berichten te sturen. Maar … jij kunt ook leren dat profiel te herkennen én beschermen!

©VANIN

2 Open een nieuwe digitale presentatie. Raadpleeg eventueel de ICT-fiches van PowerPoint.

3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

4 Voeg de volgende dia’s toe:

a Dia 1: Titeldia met jouw naam en de titel ‘Online profiel beschermen’.

b Dia 2: Ontwerp een digitaal profielkaartje voor een webshop of app. Dat bevat op zijn minst het antwoord op deze vragen:

ƒ Welke data kan een bedrijf van jou verzamelen?

ƒ Wat kan het bedrijf daaruit afleiden?

ƒ Hoe zou dat bedrijf die informatie gebruiken?

c Dia 3: Hoe kun jij je profiel beter beschermen?

ƒ Leg uit.

ƒ Geef minstens drie tips of acties.

d Dia 4: Je leest dit op internet: ‘Onderzoek toont aan dat wie elke dag pizza eet langer leeft.’ Noteer deze zin en geef aan hoe je dat gaat factchecken.

e Dia 5: Zoek een recente meme, reclame of nieuwsbericht online. Dit mag grappig of zakelijk zijn. Eindig hiermee je presentatie.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook