Skip to main content

Lift 3 GO! voor de doorstroomfinaliteit - voorbeeldhoofdstuk

Page 1

BALANS

€ =

T

IN

3

Factuur

VA

N

VRAAG

fh o

©

of d

I

pr oe

L

F

uk

AANBOD

st

BUY IT NOW

Economische wetenschappen Bedrijfswetenschappen Doorstroomfinaliteit GO!


pr oe

fh o

N

VA

©

uk

st

of d IN


3 VA

N

IN

T

st

uk

©

F

fh o

of d

I

pr oe

L

Thema 1: De economische kringloop


Starten met Lift Welkom bij Lift. We leggen graag even uit hoe je met dit leerpakket aan de slag gaat.

IN

1 OP WEG MET LIFT

Het leerwerkboek bestaat uit zes thema’s en online ICT-fiches. Elk thema is op dezelfde manier opgebouwd.

In totaal zul je zes thema’s doorlopen: de economische kringloop, de goederen- en dienstenmarkt, de marktwerking, de arbeidsmarkt, ondernemingsvormen en boekhouden. Elk thema start met een Themapagina.

st

Je doorloopt per thema verschillende Levels, waarbij je telkens een centrale onderzoeksvraag beantwoordt. Je verkent de onderzoeksvraag aan de hand van verschillende opdrachten, onder de noemer Explore.

ervoor zorgt dat het marktevenwicht niet altijd bereikt zal worden.

p (brutoloon in euro)

en vraag en aanbod vinden elkaar niet altijd, wat

A

pe1

Zo kan het zijn dat er te weinig aanbod van arbeid is. Dat doet zich in de eerste plaats voor binnen bepaalde beroepscategorieën, de zogenaamde

qe1

q (in WN)

knelpuntberoepen. Er bestaat voor die profielen wel een

aanbod, maar de aangeboden hoeveelheid is te klein om aan

de vraag van de bedrijven te voldoen. Daarom is het voor een

pr oe

werkgever lang zoeken naar een geschikte kandidaat. Als dat

WIJ WERVEN AAN

probleem zich voor heel veel beroepscategorieën voordoet, dan spreken we van een krappe arbeidsmarkt.

© rullala / Shutterstock.com

willen. Daarom eten mensen, zoeken ze liefde en vriendschap, kopen ze de nieuwste smartphone ...

2

In dit thema doorloop je drie levels waarin je leert … 1

hoe consumenten behoeften kunnen bevredigen en wanneer ze tevreden zijn met het aantal

2

welke combinaties van goederen de consumenten verkiezen en wat het nutsniveau is;

3

dat de prijzen van producten en diensten ontstaan doordat kopers en verkopers overeenkomen

goederen;

om een bepaalde hoeveelheid goederen te verhandelen tegen een afgesproken prijs.

THEMA 2

3

Elk level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin duik je onder in de actualiteit en maak je zelf een krant of een journaal over de totstandkoming van de prijzen van goederen en diensten.

08/04/2021 08:00

Explore 5— Hoe verloopt de collectieve vraag naar een product?

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan. Optie 1

Nike-sneakers

Optie 2

Pizza

© Robert Way / Shutterstock.com

Jolien is niet de enige die interesse heeft in Nike-

Céline is niet de enige die graag pizza eet. Haar

sneakers. Haar twee vrienden, Mils en Mauro,

twee BFF’s, Dilara en Merel, zijn ook grote

zijn ook grote fan van Nike. Bestudeer hoe de

pizzafans. Bestudeer hoe de vraagcurve van de

vraagcurve van de drie vrienden eruitziet.

drie vriendinnen eruitziet.

Tabel 2.1

Tabel 2.2

GEVRAAGDE

De verworven leerstof is gebundeld in To the point. Daarin staat wat je moet onthouden uit het level. Bij het onlinelesmateriaal vind je de verworven leerstof in een overzichtelijke mindmap.

Mogelijk stelt zich een probleem aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt. De gezinnen bieden in dat

IN EURO

PRIJS PER

HOEVEELHEID

NIKE-SNEAKERS

PIZZA

PIZZA

IN EURO

JOLIEN

MILS

MAURO

6

7

5

10,00

5

6

4

4

5

3

3

4

2

100,00

2

3

1

130,00

2

5

4

26,00

1

2

0

160,00

1

4

3

30,00

1

CÉLINE DILARA MEREL 13

16

15

40,00

9

12

11

11,00

70,00

6

9

8

15,00

Stel dat de drie vrienden de volledige markt

4

1

7

6

5,00

21,00

Stel dat de drie vriendinnen de volledige

voorstellen en dus alle vragers zijn op de

markt voorstellen en dus alle vragers zijn op

markt van Nike-sneakers.

de markt van pizza.

a

a

Wat is de totale vraag naar Nike-sneakers?

Wat is de totale vraag naar pizza?

63

Lift3D_T2_L3.indd 63

geval wel arbeid aan, maar er is nog geen werkgever gevonden die de aangeboden arbeid vraagt.

GEVRAAGDE

PRIJS PER PAAR

HOEVEELHEID NIKE-SNEAKERS

LEVEL 3

V

elkaar gelijk zijn. Maar de arbeidsmarkt is niet vrij

Waarom bezoeken mensen een shoppingcentrum?

4

of d

fh o

als de gevraagde en aangeboden hoeveelheid aan

b

Lift3D_T2_L1.indd 4

Bij verschillende opdrachten kun je kiezen uit twee of meerdere Opties. De opties geven je de keuze of je graag een uitdaging wilt aangaan of liever meer ondersteuning wenst. Het kan ook zijn dat je kunt kiezen volgens je interesse.

Op een vrije arbeidsmarkt is er een marktevenwicht

Wie zie je zoal in een shoppingcentrum?

Mensen worden gedreven door behoeften, door dingen die ze nodig hebben of

uk

Thema 3: De arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt

a

Good to know

©

I

TO THE POINT

Bestudeer de afbeeldingen van de shoppingcentra.

N

Elk thema begint met een Step-in. Daar maak je kennis met de rode draad doorheen het thema. Hier vind je ook de doelen die je moet bereiken op het einde van dat thema. Ze omvatten de leerplandoelen, maar ook uitdagende doelen en opstapdoelen.

STEP-IN

F L

1

VA

T

STEP-IN

THEMA 2

3

08/04/2021 08:01

Er is dan werkloosheid. In functie van de duur en de oorzaak van die werkloosheid is er sprake van seizoenwerkloosheid, frictiewerkloosheid, tijdelijke of technische werkloosheid, conjuncturele werkloosheid en structurele werkloosheid. Verdoken werkloosheid is geen echte vorm van werkloosheid. Het geeft wel aan dat iemand een functie vervult die eigenlijk niet bij zijn profiel past. Eigenlijk zou de persoon dus werkloos zijn, als hij niet met die minder gepaste job zou ingestemd hebben. Je kunt werkloosheid ook indelen op basis van leeftijdscategorieën. Zo vallen jongeren van 15 tot 24 jaar die hun arbeid aanbieden maar geen werk vinden, binnen de jeugdwerkloosheid.

Nu is het tijd om je opgedane kennis in te oefenen aan de hand van verschillende Actions.

Action 2— Maakt Pieter Stans winst of verlies?

De vraag naar arbeid is niet constant. Er spelen heel wat processen die maken dat de vraag op verschillende deelmarkten structureel af- of toeneemt. Een van dergelijke processen is de digitalisering en automatisering. Daar zijn vaak de laaggeschoolde werknemers het slachtoffer van.

Lees het verhaal van Pieter Stans en beantwoord de vragen.

Om de arbeidsmarkt goed te kunnen opvolgen zijn er verschillende graadmeters ontwikkeld. Activiteitsgraad =

beroepsbevolking * 100 ________________________________

Pieter Stans heeft een frietkraam. Per dag

totale bevolking op arbeidsleeftijd

verkoopt hij 180 pakjes friet aan 2,70 euro per pakje. Hij heeft daarnaast dagelijks de volgende

werkenden * 100 Werkzaamheidsgraad = ________________________________ totale bevolking op arbeidsleeftijd Werkloosheidsgraad =

kosten:

NWWZ * 100 _________________ beroepsbevolking

De activiteitsgraad meet het percentage van personen op arbeidsleeftijd die hun arbeidskracht aanbieden op de arbeidsmarkt en dus actief (willen) zijn. De werkzaamheidsgraad is een

(de beroepsbevolking) spijtig genoeg geen werk vinden. Soms spreekt men ook van de

aardappelen

€ 36,00

— — —

vetstof sauzen verpakkingsmateriaal

€ 36,00 € 31,50 € 27,00

Zijn gasrekening bedraagt 36,00 euro per dag. Hij heeft ook twee hulpjes in dienst voor elk vijf uur per dag, die een loonkost hebben van 9,00 euro per uur. De huurkosten van zijn frietkraam bedragen 45,00 euro per dag. De interesten van een lening kosten hem 15,30 euro per dag.

87

Lift3D_T3_L2.indd 87

—

a

Bereken de totale kosten per dag.

b

Bereken de kostprijs van een pakje friet.

c

Bereken de totale opbrengsten van de verkopen per dag.

d

Bereken het resultaat per dag.

e

Hoeveel levert de verkoop van een pakje friet aan Pieter op?

f

Hoe kun je het resultaat van Pieter nog berekenen?

g

Maakt Pieter winst of verlies? Leg uit.

08/04/2021 08:11

4

THEMA 4

LEVEL 2

STARTEN MET LIFT

werkzoekendengraad.

THEMA 3

Werkzoekenden worden in dat percentage niet meegerekend. Tot slot is er de werkloosheidsgraad die weergeeft hoeveel procent van de mensen die hun arbeidskracht aanbieden op de arbeidsmarkt

LEVEL 2

strengere maatstaf die kijkt hoeveel procent van de mensen op arbeidsleeftijd effectief actief zijn.

30

Lift3D_T4_L2.indd 30

08/04/2021 08:03


Een Action More bevat een verbreding van het leerplandoel het bevat uitdagende doelen. Het is niet verplicht die Action te maken om het leerplandoel te behalen. De Action More biedt je de mogelijkheid om (als je voor de anderen klaar bent of als je Bedrijfswetenschappen volgt) je kennis van het leerplandoel te verruimen en dat doel in een breder kader te situeren. De Action More maakt ook differentiatie in interesse mogelijk.

Action 6— Hoe vinden vraag en aanbod elkaar? MORE

MORE

Het is koffiedik kijken waar jij over acht jaar zult staan. Maar de kans is heel groot dat je op de arbeidsmarkt actief zult zijn. Dat

MORE

kan als aanbieder van arbeid (als je bv. een (studenten)job zoekt) of als vrager naar arbeid (bv. als je als zelfstandige een bedrijf opricht en personeel nodig hebt). Een sollicitatie is zoals het zoeken van een goed lief. Je moet zorgen dat je in de zee van aanbiedingen opvalt. Als werkgever of als werknemer moet je de tegenpartij proberen te verleiden en beide partijen toetsen af of ze bij elkaar passen voor een arbeidsrelatie die bedoeld is om toch enige tijd te duren.

1

Vul de tekst aan. Het hele verhaal begint bij de waarin

IN

kenbaar maakt, welk profiel hij zoekt. Hij kan die publiceren op de eigen website of hij kan inschakelen om de goede kandidaat voor hem te zoeken. Mogelijk is de werkgever ook verplicht de jobaanbieding bij

te publiceren.

Als er heel gericht gezocht wordt, kan het zijn dat potentiële werknemers zelf door het bedrijf gecontacteerd worden. Meestal zullen de kandidaten echter een

Aan het einde van elk level sta je stil bij de actualiteit omtrent de inhoud van dat level in de rubriek Breaking news. Bij het onlinelesmateriaal vind je de bijhorende artikels of filmpjes en de bijhorende opdracht.

insturen waarin ze zichzelf welke kandidaten in

aanmerking komen. Als er specifieke kennis vereist is, dan kan de werkgever organiseren om te checken of de kandidaat aan de vereisten voldoet.

LEVEL 1

Een beperkt aantal kandidaten zullen vervolgens uitgenodigd worden voor . Mogelijk wordt daar de knoop al doorgehakt om

THEMA 3

af te sluiten. Vaak neemt de werkgever de beslissing pas enkele dagen later. De geselecteerde kandidaat krijgt dan telefoon met de vraag of hij nog steeds geïnteresseerd is. Net als bij het huwelijk moeten immers beide partijen

zeggen.

Lift3D_T3_L1.indd 51

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op.

3

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA

1

KAN

BETER

EXTRA OEFENMATERIAAL

Ik kan de vraagzijde op de arbeidsmarkt inhoudelijk en grafisch analyseren.

VA

51

BREAKING NEWS 1

N

en aanprijzen. Op basis daarvan beslist

08/04/2021 08:24

2

Ik kan de aanbodzijde op de arbeidsmarkt

3

Ik kan het verschil tussen de bevolking van

4

Ik kan de werking van het spel van vraag en

5

Ik kan aantonen dat de lonen en

6

Ik kan aangeven hoe het marktmechanisme op

7

Ik kan aangeven hoe het marktmechanisme

8

Ik kan voorbeelden geven waaruit blijkt dat loon

9

Ik kan loonverschillen tussen de verschillende

inhoudelijk en grafisch analyseren.

een land, de bevolking op arbeidsleeftijd en de

nieuwsfragmenten. Je kunt zoektermen combineren of zoektermen met andere woorden

Elk thema sluit af met een Step-up die je uitdaagt om je kennis toe te passen in een grotere (onderzoeks)opdracht.

slechte oogst

stijging verkoop huizen

uk

2

stijging van de beurskoersen

concurrentie

inkomen gezinnen

inflatie

daling appartementen

proberen als zoekterm.

daling vraag aardappelen

meer vraag naar mondmaskers

invoer appelen uit Polen

Verwerk die krantenartikels en nieuwsfragmenten. Kies, afhankelijk van je interesse, of je een economische krant wilt maken (optie 1) of een televisiejournaal (optie 2). Vink de gekozen optie aan. Economische krant

a

Werk per twee.

b

Gebruik het sjabloon dat je bij het onlinelesmateriaal vindt.

c

Geef je krant een naam.

d

Ga op zoek naar een aantal economische artikels.

e

Neem ook andere elementen op in je krant zoals het weer en de voetbaluitslagen.

f

Zorg voor gepaste afbeeldingen.

g

Vermeld telkens de naam van de schrijver van het artikel. Presenteer jouw economische krant in de klas. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

op de arbeidsmarkt wordt beïnvloed door minimumlonen.

voor werkgevers en werknemers niet de enige factor is die speelt op de arbeidsmarkt.

deelmarkten van de arbeidsmarkt verklaren.

62

Lift3D_T3_L1.indd 62

08/04/2021 08:04

THEMA 2

STEP-UP

of d

h i

de arbeidsmarkt wordt beïnvloed door cao’s.

st

Optie 1

tot stand komen, maar onderhevig zijn aan de afspraken van het sociaal overleg.

LEVEL 1

Hier volgen enkele tips of zoektermen die je kunt gebruiken om te zoeken naar artikels en

stijging grondstoffenprijzen

arbeidsvoorwaarden op de arbeidsmarkt niet vrij

THEMA 3

Ga op zoek naar krantenartikels en nieuwsfragmenten van de afgelopen twee maanden. Die artikels en nieuwsfragmenten moeten verband houden met de werking van vraag en aanbod.

Tip:

aanbod op de arbeidsmarkt analyseren.

©

STEP-UP 1

beroepsbevolking toelichten.

Elk level eindigt met een Checklist. Het is een hulpmiddel om te beoordelen of je de doelen van dat level onder de knie hebt.

97

08/04/2021 08:05

fh o

Lift3D_T2_L3.indd 97

LEVEL 3

NEXT

Action 1— Vraag naar filmtickets en tennisrackets Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening met de filmtickets of de tennisrackets. Filmtickets

pr oe

Optie 1

Op een markt is er natuurlijk meer dan een vrager. Om het niet te moeilijk te maken, ga je uit van drie consumenten of vragers. Muhammed was niet alleen op de markt van filmtickets. a

Bekijk de onderstaande tabel.

b

Bepaal de totale vraag op de markt van filmtickets. Tel voor elke prijs de gevraagde hoeveelheid op.

Tabel 1.1

GEVRAAGDE HOEVEELHEID FILMTICKETS

PRIJS PER

HOEVEELHEID

FILMTICKET

FILMTICKETS

IN EURO

DARIO

CAS

2

1

0

11,00

3

2

1

9,00

4

3

2

7,00

5

4

3

5,00

6

5

4

3,00

7

6

5

1,00

F I L

ICT-fiches

NEXT LEVEL

LEVEL 3

Teken de grafiek. Bepaal zelf of je de grafiek met pen en papier of met een rekenblad maakt.

THEMA 2

2

TOTALE GEVRAAGDE

MUHAMMED

T

1

De ICT-fiches vind je bij het onlinelesmateriaal. Ze helpen je om zelfstandig met een tekstverwerker, een rekenblad of een presentatiepakket aan de slag te gaan; infographics te creëren, foto’s en video’s te monteren en online samen te werken.

STARTEN MET LIFT

1

Een Action Next Level is moeilijker en geeft je een idee van wat er in de volgende jaren op je afkomt. De Action Next Level zorgt dus ook voor een differentiatie in moeilijkheidsgraad en is sowieso een uitdaging. Je vindt de Action Next Level bij het onlinelesmateriaal.

3

5


Hoe is de activiteitsgraad de laatste jaren in België en Vlaanderen geëvolueerd?

Grafiek 3: Activiteitsgraad bij mannen en vrouwen van 15-16 jaar

2 HANDIG VOOR ONDERWEG In elk thema vind je dezelfde hulpmiddelen.

Explore 3— Welke kosten moet je in rekening brengen?

Bron: Statbel EAK, Eurostat LFS © VDAB Steunpunt Werk

Kosten

Doorheen het thema vind je de belangrijkste zaken op een rijtje in de rode kenniskaders.

In de eerste plaats zijn er de kosten die je maakt als je de goederen, handelsgoederen genaamd, aankoopt. Je kunt de producten ook zelf maken, en dan heb je grondstoffen zoals

1

Groep 2 (en 5)

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er het basisbestand. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van

Vul de formule van de werkzaamheidsgraad in.

Stap 2:

Geef die cellen de juiste opvulkleur (ICT-fiche_R_13).

Stap 3:

Geef alle cellen van de tabel een witte of blauwe celrand (ICT-fiche_R_13).

Stap 4:

duizendtallen, noteer het euroteken voor het getal en schrijf twee decimalen (ICT-fiche_R_06 en

werkzaamheidsgraad =

fiche_R_07).

STEP-UP

LEVEL

In ditde level heb je onderzocht hoe de diverse stromen binnen devan economische kringloop worden voorgesteld. Bereken werkzaamheidsgraad Northia. Rond af na de komma. Nu is het aan jou om een klein onderzoek te doen over de economische kringloop. Voor deze opdracht heb je de

onderzoeksvraag: ‘Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer de overheid geld leent?’ Vink

2

de gekozen optie aan. Optie 1: Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer bedrijven geld lenen en sparen?

Werk alleen of in een groepje van maximaal drie personen.

Wat zijn de doelstellingen?

nodig?

O V U R

onderzoeksvraag?

Je vindt die woorden ook achteraan in de Begrippenlijst. 16/03/2021 12:45

Wat kan er beter?

Verwerk het geheel tot een infographic in Canva en stel hem aan de klas voor. Gebruik daarvoor de ICT-fiche_C_01.

Lift3D_T4_L2.indd 27

consument

Dat is de persoon die in de economie koopt of consumeert.

3

TOTAAL

3

3

evenwichts­

Dat is de hoeveelheid die verhandeld wordt

hoeveelheid

bij de evenwichtsprijs.

evenwichts­

Dat is de prijs waarbij vragers en aanbieders

prijs of

op de markt overeenkomen een bepaald

marktprijs

product te verhandelen.

gevraagde

Dat is de hoeveelheid die een consument

hoeveelheid Bereken de totale kosten voor de onderneming van Jef.

wil vragen bij een bepaalde prijs.

101

08/04/2021 08:38

Good to know selectiebureau.

3 6

Hoeveel leerlingen zouden voor elk uurloon bij de onderneming aan de slag gaan? Schrijf het aantal Ook voor de zoektocht naar studentenarbeid vaak beroep opnaar eeneen externe organisatie. leerlingen onder het desbetreffende uurloon. doen Ga viabedrijven het onlinelesmateriaal onlinetool die je Via welk type van de bovenstaande organisaties vinden jongeren vaak hun eerste studentenjob? daarbij kunt gebruiken.

Forum Zijn er veel leerlingen die de job voor een lager uurloon zouden uitoefenen dan jij?

En voor hoger uurloon? is telkens hun motivatie? Explore 2—eenHoe komtWathet aanbod tot stand?

1 4

Herlees de situatie van Koen en Inez uit de Intro. Bedrijven zoeken werknemers, maar wie is er een mogelijke werknemer? Bekijk alle inwoners van een

2

klein eiland Northia in het midden van de Noordzee. Vanaf welk uurloon ben jij bereid om te gaan werken? a a b

Kan deze persoon – op basis van zijn leeftijd – arbeid aanbieden? Vink dan ‘Kan’ aan. Bepaal welk uurloon jij minimaal wilt ontvangen om de job van Koen en Inez uit te oefenen. Kleur dat Wil deze persoon arbeid aanbieden? Vink dan ‘Wil’ aan. vakje in in tabel 1 en 2. Is deze persoon aan het werk? Vink dan ‘Doet’ aan.

c

Tip:

Neem een kijkje bij Action 7. Daar zie je wat je als jobstudent minimaal verdient.

De volgende iconen helpen je ookkannog een eind op weg:

kan

wil Bereken het brutoweekloon. Ga daarbij uit van een standaard 38 urenweek. doet

wil

b doet

Je vindt online extra (ondersteunend) materiaal.

Het beeldfragment dat hierbij hoort, jedanonline. c Hoeveelvind verdien je bruto opwil een maand die vier weken telt? kan

de baby 1 jaar

doet

Het luisterfragment dat hierbij hoort, vind je online.

het kind 11 jaar

Tabel 1: Uurloon voor laboassistent zoals Koen bij het farmaceutische bedrijf de kleuter 4 jaar UURLOON

17,00

18,00

19,00

18,00

19,00

16,00

kan

17,00

wil

AANTAL Je oefent je ICT-vaardigheden. doet

15,00

14,00

13,00

12,00

Je vindt online een ontdekplaat.

Je moet iets bewaren in je portfolio. kanIN EURO

wil doet

KLASGENOTEN kan

MA 3

16,00

15,00

de scheepsjongen

19 jaar

14,00

IN EURO AANTAL

de stu dent 20 ja ar 13,00

LEVEL 1

de tien2: er Uurloon voor animator zoals Inez in wil Tabel het vakantiepark doet 15 jaar UURLOON

27

16/03/2021 12:43

Tegenwoordig combineren heel wat organisaties de rol van uitzendkantoor en van

fh o

pr oe STARTEN MET LIFT

3

Lift3D_T2_Lijst.indd 101

In een Forum voer je in groepjes of met de hele klas een gesprek over een bepaalde stelling. Het is de bedoeling dat je luistert naar elkaars mening en leert hoe anderen denken, maar ook dat je je eigen mening leert onderbouwen met argumenten.

6

product op de markt.

vraag

01/06/2021 08:55

In de Good to know-kaders staan handige tips of weetjes bij de uitvoering van de opdrachten.

Dat is de curve van alle vragers naar een

collectieve

11,00

Lift3D GO_T1_L1.indd 22

vraagcurve of

12,00

22

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

of d

e

product op de markt.

collectieve

10,00

d

3

Dat is de curve van alle aanbieders van een

aanbodcurve

11,00

STEP-UP THEMA 1

Lift3D_T3_L2.indd 81

Wat was goed?

een bepaalde prijs wil aanbieden.

collectieve

10,00

geleverde werk?

3

8,00

Wat vind ik van het

Reflecteren

Dat is de hoeveelheid die een producent bij

hoeveelheid

of collectief

Loon Abdel

st

R

de gevraagde hoeveelheid.

Bakfiets

81

hoger ligt dan de evenwichtsprijs en de

aangeboden

aanbod

7,00

geef ik aan de

Aanbodoverschot ontstaat wanneer de prijs aangeboden hoeveelheid dus groter is dan

8,00

Welke invulling

Uitvoeren

overschot

3

7,00

U

aanbod­

en opklaptafel

6,00

Welke bronnen heb ik

3

Glazen, reclamebord, parasol

5,00

Voorbereiden

De aanbieder is de producent die de

Dat is wat de producent aanbiedt op een

bepaalde markt van producten of diensten.

3

6,00

Hoe ga ik het doen?

aanbod

LEVEL 2

verwacht?

V

3

Een vraagcurve geeft het verband weer

THEMA 4

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE ONDERZOEKSVRAAG

5,00

Wat wordt er van mij

LEVEL 2

MOGELIJKE VRAGEN Wat moet ik doen?

aanbieder

producten op de markt aanbiedt.

uk

STAP

Oriërenten

vraagcurve

BEGRIPPENLIJST

oplossing van dit onderzoek te komen.

O

van de consument voor een bepaalde

THEMA 2

Volg voor je onderzoek de OVUR-strategie. Dat houdt in dat je de volgende stappen doorloopt om tot de

O V U R

Preferentie verwijst naar de voorkeur

voorkeur

3

9,00

de pijlen die de geldstroom en de goederen- en dienstenstroom voorstellen.

preferentie of

2

9,00

alle schakels en hun onderlinge relatie,

—

tevredenheid van de consument het hoogst

verschillende prijzen.

©

Hou rekening met: —

IN JE EIGEN WOORDEN

combinatie van goederen waar het nut of de

combinatie

tussen de gevraagde hoeveelheid bij

b Bedenk een verhaal of een situatie waarbij de bovenstaande onderzoeksvraag wordt behandeld. Zeg in je eigen woorden wat dat getal betekent. Tip:

VERKLARING

De optimale goederencombinatie is de

goederen­

combinatie van goederen.

Optie 2: Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer de overheid geld leent?

c

BEGRIP

optimale

zijn budget.

wanneer bedrijven geld lenen en sparen?’ Als je van een uitdaging houdt, kies je optie 2 en beantwoord je deze

a

2

is en die hij ook nog kan aanschaffen met

keuze. Kies optie 1 en beantwoord deze onderzoeksvraag: ‘Hoe stel je de volledige economische kringloop voor

c

Stapindividueel 5: Bereken de aankoopkosten per maand en de totale aankoopkosten door een formule te In de Step-up doorloop je gebruiken (ICT-fiche_R_24). of in groep een aantal of alle fasen b Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. van een onderzoeksopdracht om een 2 Daarnaast heeft Jef ook nog andere kosten om zijn producten aan de man te brengen. Bereken die kosten onderzoeksvraag te beantwoorden. door de onderstaande tabel in te vullen. Je integreert aan de hand van RUBRIEK BEDRAG IN EURO de OVUR-methode informatie uit Fruitpers diverse bronnen, de inhoud van het Koelkast thema of van de eerste graad. THEMA 3

b

Noteer de getallen volgens de NBN-normen: Gebruik een spatie als scheidingsteken na de

VA

op arbeidsleeftijd effectief aan de slag is.

N

rekenblad. Moeilijke woorden worden uitgelegd STAPPENPLAN in een begrippenkader. Die woorden Stap 1: Voeg deze cellen samen: B1 tot en met D1; E1 tot en met G1; H1 tot en met J1; B6 tot en met C6; vallen extra op door de stippellijn. E6 tot en met F6; H6 tot en met I6 (ICT-fiche_R_14).

De werkzaamheidsgraad geeft aan hoeveel procent van de bevolking

a

Bereken de aankoopkosten van de grondstoffen met een rekenblad door het stappenplan te volgen. a

WERKZAAMHEIDSGRAAD

IN

ingrediënten nodig.


IN

HET ONLINELEERPLATFORM BIJ LIFT

Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

st

uk

Hier kan de leraar toetsen en taken voor jou klaarzetten.

©

Hier vind je de opdrachten die de leraar voor jou heeft klaargezet.

VA

N

Je kunt vrij oefenen of de leraar kan opdrachten voor jou klaarzetten.

fh o

of d

Benieuwd hoe ver je al staat met je oefeningen en opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

Hier vind je het lesmateriaal per hoofdstuk (onder andere videobestanden, instructiefiches en instructiefilmpjes).

STARTEN MET LIFT

pr oe

Ga ook hier aan de slag met ontdekplaten en de bijhorende werkblaadjes.

7


IN

1 ©

VA

N

THEMA

pr oe

fh o

of d

st

uk

De economische kringloop


IN N VA

STEP-UP

LEVEL

Hoe stel je de economische spelers voor in een kringloopschema?

p. 9

STEP-IN

p. 8

pr oe

fh o

of d

st

1

uk

©

Presentatie van een economische kringloop

p. 21


STEP-IN 1

In onze maatschappij spelen verschillende partijen een belangrijke rol in de economie. Herken je ze?

B

D

E

C

©

VA

N

A

IN

Noteer de namen onder de afbeeldingen.

of d

st

uk

F

THEMA 1

STEP-IN

pr oe

fh o

G

10

2

H

I

© Mariusz Bugno

In dit thema doorloop je een level waarin je leert … 1

3

© Dafinchi / Shutterstock.com

wat de relatie is tussen de verschillende actoren in de economische kringloop.

Dat level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin stel je de economische kringloop voor op een originele manier.


LEVEL 1

IN

Hoe stel je de economische spelers voor in een kringloopschema? INTRO

De wagen van het gezin Vermoesen heeft het begeven. Het gezin gaat dus op zoek naar een nieuwe

N

1

staande relaties op de juiste plaats in het schema.

VA

wagen. Daar komen verschillende economische spelers bij kijken. Noteer de letters van de onder-

A

De Zuid-Koreaanse autofabrikant levert de nieuwe auto bij de garage.

B

Het gezin Vermoesen betaalt de bestelde auto aan de Hyundai-garage in de buurt.

C

Het gezin Vermoesen betaalt de belasting op inverkeerstelling (inschrijvingstaks) aan de Het gezin Vermoesen sluit een omniumverzekering af bij een verzekeringsmaatschappij.

st

uk

D

©

overheid.

Bedrijven

pr oe

fh o

of d

Gezinnen

Buitenland

Hoe stel je de relaties tussen de verschillende economische spelers voor in een kringloopschema?

LEVEL 1

In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

THEMA 1

2

Overheid

11


Explore 1— Welke partijen maken deel uit van de economische kringloop?

De economische kringloop is een schematisch model van de werking van de economie als systeem. Die kringloop is een abstracte voorstelling van de relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland. Die

N

vier partijen noemt men de actoren van de economische kringloop.

IN

ECONOMISCHE KRINGLOOP

VA

Good to know

De financiële instellingen, met andere woorden de banken, zijn een apart onderdeel in

de voorstelling van de economische kringloop. Nochtans is een financiële instelling een

uk

©

bedrijf, net zoals een winkel en daarom neem je ze op bij de bedrijven.

Lees de tekst over Amira. Noteer de onderstreepte woorden onder de juiste actor van de economische

st

kringloop.

pr oe

fh o

of d

Amira zit in het derde jaar van het secundair onderwijs. Zij neemt dagelijks de bus van De Lijn naar school. De vader van Amira is verantwoordelijk voor de milieudienst bij de gemeente. Haar moeder werkt deeltijds in een grootwarenhuis en ze heeft sinds kort haar eigen schoonheidssalon in bijberoep. Daarvoor heeft ze een lening aangegaan bij een bank. Amira en haar ouders zijn vegetariërs. Ze eten vaak speciale fruitsoorten en groenten die gekweekt worden door landbouwers in verre landen.

THEMA 1

LEVEL 1

GEZINNEN

12

BEDRIJVEN

OVERHEID

BUITENLAND

Good to know Bedrijven zoals De Lijn en de NMBS zijn overheidsbedrijven. Dat zijn bedrijven die in handen zijn van de overheid, en dus door de staat gecontroleerd worden.


Explore 2— Wat houdt de goederen- en dienstenstroom in? GOEDEREN- EN DIENSTENSTROOM

De goederen- en dienstenstroom bestaat uit de gezinnen die arbeid

IN

leveren en uit de bedrijven, de overheid en het buitenland die

N

goederen en diensten leveren.

VA

Good to know

Goederen, zoals een smartphone, zijn tastbaar. Diensten, zoals een doktersbezoek, zijn

©

niet-tastbaar. Als je geen onderscheid wilt maken, spreek je van een product.

Vul de goederen- en dienstenstroom aan door de letter bij de juiste pijl te noteren. De vader van Amira werkt bij de gemeente.

B

De moeder van Amira werkt in een grootwarenhuis.

C

Amira gebruikt dagelijks De Lijn om naar school te gaan.

D

De Belgische supermarkten kopen fruit en groenten aan bij buitenlandse landbouwers.

E

De ouders van Amira kopen fruit en groenten in de supermarkt.

F

Een Belgische chocolatier verkoopt pralines aan een Nederlandse supermarktketen.

G

Een fabrikant van digitale borden levert vijf borden aan de school van Amira.

Gezinnen

pr oe

Bedrijven

LEVEL 1

Overheid

Buitenland

THEMA 1

fh o

of d

st

uk

A

13


Explore 3— Wat houdt de geldstroom in? GELDSTROOM

De geldstroom houdt in dat de bedrijven en de overheid de gezinnen

IN

betalen voor de geleverde arbeid. De gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland betalen op hun beurt voor de geleverde goederen en diensten. Meestal geven de gezinnen niet al het verdiende geld uit maar sparen bij de bank. Ze stellen hun geld ter beurt stellen de banken het geld ter beschikking aan de bedrijven,

VA

de gezinnen en de overheid die het geld nodig hebben voor hun

N

beschikking bij de bank en die bank betaalt hen er rente voor. Op hun

investeringen. De bedrijven, de gezinnen en de overheid betalen daar

uk

Good to know

©

dan rente voor aan de bank.

De termen rente en interest worden vaak door elkaar gebruikt. Er is geen verschil qua

st

betekenis, maar binnen een economische context geniet de term ‘rente’ de voorkeur.

of d

Vul de geldstroom aan door de letter bij de juiste pijl te noteren. De moeder van Amira ontvangt haar salaris van het grootwarenhuis.

B

Peter Van Damme, de leraar economie van Amira, ontvangt zijn salaris van het ministerie van Onderwijs.

C

De ouders van Amira betalen het abonnement van De Lijn.

D

De Belgische supermarkten betalen buitenlandse landbouwers voor de geleverde groenten en

fh o

A

fruitsoorten.

E

De ouders van Amira betalen personenbelasting waarmee de overheid onder andere het onderwijs kan financieren.

Amira zet het geld dat ze voor haar verjaardag

pr oe

F

van haar grootouders heeft gekregen, op haar spaarrekening.

G

De ouders van Amira betalen de supermarkt voor hun aankopen.

H

De gemeente Wommelgem betaalt de geleverde stookolie aan de betrokken leverancier.

THEMA 1

LEVEL 1

I

14

De Nederlandse supermarktketen betaalt de geleverde pralines.

J

De bank geeft een lening aan de moeder van Amira zodat ze met haar schoonheidssalon kan starten in bijberoep.


N

IN

Gezinnen

Bedrijven

©

VA

Overheid

st

uk

Buitenland

of d

Explore 4— Wat is de meerwaarde van een model als de economische kringloop?

Lees de onderstaande tekst.

fh o

1

Markeer de meerwaarde van een model als de economische kringloop. De economische kringloop is een vereenvoudigde voorstelling van de economische relaties tussen de belangrijkste economische spelers: de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland. Economen werken graag met modellen omdat de economische werkelijkheid te complex is om in haar volledigheid te

pr oe

2

overzien.

De economische kringloop focust op de geldstroom en de goederen- en dienstenstroom. Doorheen je schoolloopbaan in het secundair onderwijs zul je nog heel wat andere economische modellen tegenkomen zoals dat van de marktwerking met het spel van vraag en aanbod. Doorheen de methode wordt er waar mogelijk naar de economische kringloop verwezen om duidelijk te maken welk onderdeel je op dat moment bestudeert. Zo helpt de economische kringloop jou ook om het grote plaatje niet uit het oog te

THEMA 1

LEVEL 1

verliezen!

15


TO THE POINT De relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland worden schematisch

IN

weergegeven in een economische kringloop. In de kringloop zie je de voorstelling van de geldstromen (groene pijlen) en de goederen- en dienstenstromen (rode pijlen) tussen de verschillende partijen. De gezinnen werken bij de bedrijven en de overheid.

2

De bedrijven en de overheid geven in ruil voor hun arbeid een inkomen aan de gezinnen.

3

De gezinnen sparen een gedeelte van het inkomen.

4

De gezinnen ontvangen voor hun spaargeld een vergoeding onder de vorm van rente.

5

De bedrijven leveren de goederen en diensten die de gezinnen en de overheid bij hen aankopen.

6

De gezinnen en de overheid betalen de bedrijven voor de geleverde goederen en diensten.

7

De overheid levert ook goederen en diensten aan de gezinnen en de bedrijven.

8

De bedrijven en de gezinnen betalen de goederen en de diensten door onder andere belastingen

VA

N

1

©

te betalen aan de overheid.

De bedrijven kopen ook goederen en diensten in het buitenland.

10

De bedrijven betalen voor die goederen en diensten geld aan het buitenland.

11

De bedrijven verkopen goederen en diensten aan het buitenland.

12

De bedrijven ontvangen voor die goederen en diensten geld uit het buitenland.

13

De financiële instellingen staan kredieten toe aan bedrijven en gezinnen zodat ze hun

uk

9

investeringen kunnen financieren.

st

De bedrijven en gezinnen betalen voor die kredieten een vergoeding onder de vorm van rente.

THEMA 1

LEVEL 1

pr oe

fh o

of d

14

16

plaatshouder

BEKIJK DE KENNISCLIP


17

THEMA 1

fh o

LEVEL 1

8

2

Goederen- en dienstenstroom

Geldstromen

Overheid

1

7

5

7

3

10

12

6

14

4 1

Bedrijven

13

11

N 9

VA

©

uk

Buitenland

8

st

6

of d Gezinnen

2

Goederen- en dienstenstroom / Geldstroom

pr oe

14

13

IN

5


Action 1— Hoe werkt de economische kringloop? Vervolledig de economische kringloop door deze activiteiten met pijlen aan te duiden.

2

Noteer: a

de letter van de goederen- en dienstenstroom in het rood,

b

de letter van de geldstroom in het groen.

IN

1

Ferre Verplanken werkt als inspecteur bij de politie.

B

Koffiebranderij Fascino koopt een partij koffiebonen bij een landbouwer in Peru.

C

Stijn betaalt Panos voor het broodje dat hij kocht tijdens de middagpauze.

D

Cleandienst poetst dagelijks de gebouwen van het gemeentehuis van Ravels.

E

De Duitse hotelketen betaalt de kaasfabrikant voor de geleverde Belgische kazen.

F

De bank staat de kaasfabrikant een lening toe om de uitbreiding van het magazijn te financieren.

G

Treinbestuurder Gomez ontvangt zijn maandelijkse salaris van de NMBS.

H

Het gezin Neirens betaalt 4 358,00 euro personenbelasting aan de fiscus.

I

De firma Gabriels vult de brandstoftank van het gezin Yilmaz.

J

Het gezin Bilgun ontvangt 21,00 euro rente van de bank als vergoeding voor een spaarrekening.

st

uk

©

VA

N

A

fh o

of d

Gezinnen

Bedrijven

THEMA 1

LEVEL 1

pr oe

Overheid

18

Geldstromen Goederen- en dienstenstroom

Buitenland


Action 2— Hoe stel je de economische kringloop voor met inbegrip van de arbeidsmarkt, de markt voor goederen en diensten en de vermogensmarkt? RE

MORE

MO

Good to know Wanneer je op internet naar een afbeelding zoekt van een economische kringloop, zie

VA

verschillende markten. Dat wordt toegelicht in deze Action More.

N

je heel verschillende opmaken. De kringloop kan ook nog uitgebreid worden met de

IN

MORE

In de onderstaande economische kringloop is het schema uitgebreid met de arbeidsmarkt, de markt voor goederen en diensten en de vermogensmarkt. Vul de goederen- en dienstenstroom en de geldstroom aan door

©

de letter bij de juiste pijl te noteren. Raadpleeg indien nodig de ontdekplaat bij het onlinelesmateriaal. Peter Delrue werkt als vrachtwagenchauffeur bij een transportbedrijf.

B

Een kledingketen koopt T-shirts aan bij een Chinese textielfabriek.

C

De koffiebranderij betaalt de geleverde partij koffiebonen aan een Braziliaanse leverancier.

D

Catherine Bertels werkt als treinbestuurster bij de NMBS.

E

Samira ging langs bij Kreatos voor een kappersbeurt.

F

Het gemeentehuis van Wommelgem betaalt de factuur voor de geleverde mondmaskers.

G

Yousef gaat dagelijks met de trein naar het werk.

H

Het gezin Decorte gaat bij de bank een lening aan voor de financiering van de nieuwe auto.

I

Brasserie Het Hof betaalt Xander voor zijn vakantiejob.

J

Nv Coque betaalt de vennootschapsbelasting aan de overheid.

K

Het gezin Somers betaalt de meubelwinkel voor de geleverde slaapkamer.

L

Laurens betaalt btw (belasting over de toegevoegde waarde) bij de aankoop van zijn smartphone.

M

Het gezin Degroof spaart maandelijks 150,00 euro op een spaarrekening bij de bank.

N

Bakkerij Mues betaalt de factuur van de nieuwe bakoven.

THEMA 1

LEVEL 1

pr oe

fh o

of d

st

uk

A

19


Markten —

Op de markt van goederen en diensten worden goederen en diensten verhandeld. De aanbieders zijn de bedrijven. De vragers zijn de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland. Op de arbeidsmarkt wordt arbeid gevraagd en aangeboden. Het aanbod van arbeid

IN

—

komt van de mensen die hun arbeid aanbieden. De vraag komt van de bedrijven en de overheid. —

Op de vermogensmarkt komen het aanbod van en de vraag naar geld samen. De vragers naar geld zijn de gezinnen, de bedrijven en de overheid die meer geld uitgeven dan

N

hun inkomen. Het aanbod komt van de gezinnen en de bedrijven die een deel van hun

THEMA 1

LEVEL 1

pr oe

fh o

of d

Markt van goederen en diensten

st

uk

Gezinnen

©

VA

inkomen niet uitgeven en willen sparen.

20

Overheid

Bedrijven

Buitenland

Arbeidsmarkt

Vermogensmarkt


BREAKING NEWS Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op.

3

Bewaar het resultaat in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk level en geef

IN

1

die submap de naam ‘Thema_X_Level_Y’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Breaking_News’.

N

CHECKLIST

JA Ik kan de economische relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland omschrijven. Ik kan de goederenstroom in de economische

BETER

EXTRA OEFENMATERIAAL

uk

2

KAN

©

1

VA

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

kringloop illustreren met een voorbeeld. 3

Ik kan de geldstroom in de economische

4

Ik kan de economische kringloop voorstellen aan

of d

de hand van een schema.

Ik kan een infographic maken.

THEMA 1

LEVEL 1

pr oe

fh o

5

st

kringloop illustreren met een voorbeeld.

21


STEP-UP In dit level heb je onderzocht hoe de diverse stromen binnen de economische kringloop worden voorgesteld. Nu is het aan jou om een klein onderzoek te doen over de economische kringloop. Voor deze opdracht heb je de

IN

keuze. Kies optie 1 en beantwoord deze onderzoeksvraag: ‘Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer bedrijven geld lenen en sparen?’ Als je van een uitdaging houdt, kies je optie 2 en beantwoord je deze onderzoeksvraag: ‘Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer de overheid geld leent?’ Vink de gekozen optie aan.

Optie 1: Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer bedrijven geld lenen en sparen?

N

Optie 2: Hoe stel je de volledige economische kringloop voor wanneer de overheid geld leent? Werk alleen of in een groepje van maximaal drie personen.

b

Bedenk een verhaal of een situatie waarbij de bovenstaande onderzoeksvraag wordt behandeld. Hou rekening met:

c

—

alle schakels en hun onderlinge relatie,

—

de pijlen die de geldstroom en de goederen- en dienstenstroom voorstellen.

©

Tip:

VA

a

Volg voor je onderzoek de OVUR-strategie. Dat houdt in dat je de volgende stappen doorloopt om tot de

STAP

O V U R

uk

oplossing van dit onderzoek te komen. MOGELIJKE VRAGEN Wat moet ik doen?

Oriërenten

Wat wordt er van mij

st

O

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE ONDERZOEKSVRAAG

verwacht?

of d

Wat zijn de

doelstellingen?

V

Hoe ga ik het doen?

Voorbereiden

Welke bronnen heb ik

fh o

nodig?

Welke invulling

Uitvoeren

geef ik aan de

pr oe

U

R

Wat vind ik van het

Reflecteren

geleverde werk? Wat kan er beter? Wat was goed?

STEP-UP THEMA 1 22

onderzoeksvraag?

d

Verwerk het geheel tot een infographic in Canva en stel hem aan de klas voor. Gebruik daarvoor de ICT-fiche_C_01.

e

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.


Begrippenlijst Thema 1 arbeidsmarkt

VERKLARING

IN JE EIGEN WOORDEN

Op de arbeidsmarkt wordt arbeid gevraagd en aangeboden. Het aanbod van arbeid komt van de mensen die hun arbeid

aanbieden, de vraag komt van de bedrijven

en de overheid. economische

Dat is een schematisch model van de

kringloop

werking van de economie als systeem. Die kringloop is een abstracte voorstelling

van de relaties tussen de gezinnen, de

bedrijven, de overheid en het buitenland. 1

geldstroom

VA

1

IN

1

BEGRIP

N

LEVEL

De geldstroom houdt in dat de bedrijven

©

en de overheid de gezinnen betalen voor

de geleverde arbeid. De gezinnen, de

bedrijven, de overheid en het buitenland

meestal een gedeelte van hun inkomen bij

st

de bank die hen daarvoor vergoedt met

rente. De banken stellen op hun beurt het

of d

gezinnen die het geld nodig hebben voor interest aan de bank.

goederen- en

Op de goederen- en dienstenmarkt worden

dienstenmarkt

goederen en diensten verhandeld. De

zijn de gezinnen, de bedrijven, de overheid

fh o

aanbieders zijn de producenten, de vragers

goederen- en

De goederen- en dienstenstroom bestaat

dienstenstroom

uit de gezinnen die arbeid leveren, en uit de

pr oe 1

en het buitenland

1

geld ter beschikking aan de bedrijven en de hun investeringen. Zij betalen daarvoor

1

rente

bedrijven, de overheid en het buitenland die

goederen en diensten leveren.

Dat is de vergoeding die de banken betalen

aan gezinnen wanneer zij sparen bij de bank. Het begrip wordt ook gebruikt voor de vergoeding die de gezinnen, bedrijven en de overheid betalen aan de banken.

BEGRIPPENLIJST

goederen en diensten. De gezinnen sparen

THEMA 1

uk

betalen op hun beurt voor de geleverde

23


1

BEGRIP

VERKLARING

IN JE EIGEN WOORDEN

vermogens­

Op de vermogensmarkt komt het aanbod

markt

van en de vraag naar geld samen. De

vragers naar geld zijn de gezinnen, de

bedrijven en de overheid die meer geld

uitgeven dan ze ontvangen. Het aanbod komt van de gezinnen en de bedrijven die een deel van hun ontvangsten of inkomen

THEMA 1

BEGRIPPENLIJST

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

VA

N

niet uitgeven en willen sparen.

IN

LEVEL

24


3 IN VA

F

©

AANBOD

st

uk

BUY IT NOW

T

N

VRAAG

fh o

of d

I

pr oe

L

Thema 2:

Consumenten- en producentengedrag


IN

2 ©

VA

N

THEMA

pr oe

fh o

of d

st

uk

Consumentenen producenten­ gedrag


N

STEP-UP

IN

NEXT LEVEL

p. x

of d

st

3

Hoe komt het aanbod van goederen en diensten tot stand?

uk

LEVEL

©

VA

Presentatie totstandkoming prijzen goederen en diensten

p. x

LEVEL

pr oe

fh o

2

LEVEL

1

Hoe komt de vraag naar goederen en diensten tot stand?

p. x

Welke keuzes moeten een consument en een producent maken?

p. x

STEP-IN

p. 4


STEP-IN Bestudeer de afbeeldingen van de shoppingcentra. Wie zie je zoal in een shoppingcentrum?

b

Waarom bezoeken mensen een shoppingcentrum?

N

IN

a

© rullala / Shutterstock.com

of d

st

uk

©

VA

1

fh o

Good to know

Mensen worden gedreven door behoeften, door dingen die ze nodig hebben of willen. Daarom eten mensen, zoeken ze liefde en vriendschap, kopen ze de nieuwste

pr oe

smartphone ...

2

In dit thema doorloop je drie levels waarin je leert …

THEMA 2

STEP-IN

1

4

3

hoe consumenten en producenten behoeften kunnen bevredigen en wanneer ze tevreden zijn met het aantal goederen;

2

hoe consumenten de vraag naar goederen en diensten bepalen in functie van de prijs;

3

hoe producenten het aanbod van goederen en diensten bepalen in functie van de prijs.

Elk level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin duik je onder in de actualiteit en maak je zelf een krant of een journaal over de totstandkoming van de prijzen van goederen en diensten.


Welke keuzes moeten een consument en een producent maken?

VA

Bekijk de afbeeldingen. Waaraan hebben deze mensen nood? Noteer het onder de afbeelding.

uk

©

1

N

INTRO

IN

LEVEL 1

fh o

of d

st

Mensen hebben behoefte aan dingen die te koop zijn en aan dingen die niet te koop zijn. Maar niet iedereen kan alles kopen wat hij wil. In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

pr oe

2

Hoe bevredigen consumenten en producenten hun behoeften, rekening houdend met

THEMA 2

LEVEL 1

hun voorkeuren?

5


Explore 1— Behoeften Good to know de levensfase. –

Een baby heeft behoefte aan zuurstof, voeding en liefde.

–

Mensen die net een zware aardbeving hebben meegemaakt, hebben nood aan

2

Een puber of tiener wil vriendschap.

–

Een pas afgestudeerde master Economie wil zich bewijzen als manager.

VA

–

Welke behoeften heb jij … op dit moment?

b

vanavond rond 21 uur?

c

in het weekend?

st

uk

©

a

of d

1

N

bescherming zoals een veilig onderdak.

IN

Mensen hebben behoeften. Die behoeften variëren naargelang het moment van de dag en

Hebben jullie dezelfde behoeften? Bespreek

fh o

klassikaal.

Ook producenten hebben behoeften. Bekijk de afbeeldingen. Waaraan hebben producenten nood?

THEMA 2

LEVEL 1

pr oe

3

6


Behoefte Behoefte is iets nodig hebben of naar iets verlangen. Elke mens heeft behoeften. Hoewel die behoeften verschillen van persoon tot persoon, zijn de basisbehoeften van iedereen dezelfde.

IN

Je wordt gedreven in je handelen door de behoefte die je op dat moment hebt. Niet alleen consumenten maar ook producenten hebben behoeften. Zij hebben behoefte aan

st

uk

©

VA

N

allerlei goederen en diensten om hun productie te verbeteren.

Bekijk de onderstaande behoeften en markeer: a

de behoeften die je kunt bevredigen door iets te kopen in het groen;

b

de behoeften die je niet kunt bevredigen door iets te kopen in het blauw.

fh o

pr oe

smartphone – fiets – kleding – kennis – internet – liefde – vriendschap – gezondheid – schoenen – vakantie aan zee op hotel

ECONOMISCHE EN NIET-ECONOMISCHE BEHOEFTE

Economische (of materiële) behoeften kun je bevredigen door goederen of diensten te kopen. Niet-economische behoeften, zoals de behoefte aan goede vrienden

LEVEL 1

en gezondheid, kun je niet bevredigen door iets te kopen.

THEMA 2

1

of d

Explore 2— Welke soorten behoeften zijn er?

7


2

Bekijk de onderstaande behoeften en markeer: a

de levensnoodzakelijke behoeften in het geel,

b

de niet noodzakelijke behoeften in het rood. vakantie – eten – onderwijs – kleding – cosmetica – 5G-internet – drinken – uitgaan –

IN

medische zorgen – verwarming – PS5 – onderdak – liefde

PRIMAIRE EN SECUNDAIRE BEHOEFTEN

behoefte aan eten, drinken en een woning. Als er aan de primaire behoeften voldaan is, kun je de secundaire

N

Primaire behoeften zijn levensnoodzakelijke behoeften, zoals de

VA

behoeften bevredigen. Secundaire behoeften zijn niet-noodzakelijke

fh o

of d

st

uk

©

behoeften.

Explore 3— Welke soorten goederen en diensten zijn er? Sommige producten kun je vastnemen, ze zijn tastbaar. Andere producten zijn niet-tastbaar.

pr oe

1

a

Noteer de onderstaande producten bij de juiste soort. Kies uit: shampoo – brood – laptop – tv – busrit – kappersbeurt – auto-onderhoud

THEMA 2

LEVEL 1

b

8

Noteer twee extra voorbeelden bij elke soort. TASTBAAR – GOEDEREN

NIET-TASTBAAR – DIENSTEN


XXX Algemeen spreek je over producten. Die kun je indelen in goederen en diensten, afhankelijk

2

IN

van het feit of ze tastbaar zijn of niet.

Je kunt goederen ook opsplitsen in gebruiksgoederen en verbruiksgoederen

a

Zoek het verschil op internet.

b

Noteer de onderstaande goederen bij de juiste soort. Kies uit:

N

op basis van het aantal keren dat je ze kunt gebruiken.

VA

shampoo – brood – laptop – tv – wasmachine – tablet – voetbalschoenen – jurk – zak chips

VERBRUIKSGOEDEREN

3

uk

©

GEBRUIKSGOEDEREN

De producten die je gebruikt om je behoeften als consument te bevredigen, zijn consumptiegoederen. Die

st

consumptiegoederen moeten echter ook worden geproduceerd, dat gebeurt met investeringsgoederen. Kruis de juiste soort(en) aan.

Brood

CONSUMPTIEGOED

of d

PRODUCT

PRODUCTIEGOED

fh o

Doktersbezoek Computer

pr oe

Kantoorgebouw

INDIVIDUELE EN COLLECTIEVE GOEDEREN

Het product dat jij koopt, kan niet door iemand anders gekocht worden. Wanneer jij in de frituur een pakje friet koopt, kan niemand anders dat pakje kopen. Zulke goederen zijn individuele goederen. Daarnaast zijn er producten die zowel door jou als door

we publieke of collectieve goederen.

THEMA 2

straatverlichting, een vuurwerkshow of de schone lucht. Dat noemen

LEVEL 1

anderen gebruikt kunnen worden. Denk maar aan het leger, de

9


Explore 4— Kun je altijd al je behoeften bevredigen? 1

Je bent al een tijdje zuinig met je zakgeld en dankzij het geld dat je voor je verjaardag en voor Nieuwjaar kreeg, heb je inmiddels 450,00 euro gespaard. Bekijk het onderstaande verlanglijstje en voeg er nog twee items aan toe die jij graag wilt.

b

Kun je met het gespaarde bedrag alles doen wat op het lijstje staat?

VA

N

IN

a

€ 1 100,00 € 400,00 € 75,00 € 250,00 € 100,00

fh o

of d

st

uk

©

De nieuwste smartphone De PS5 Nieuwe broek Skischoenen Bluetoothoortjes Geld op spaarboekje plaatsen Geschenk voor jarige vriend(in)

Schaarste

Behoeften zijn oneindig. Wanneer de ene behoefte vervuld is, voel je al een andere behoefte.

pr oe

Veel (maar niet alle) behoeften kun je bevredigen door goederen of diensten aan te schaffen. Dat je niet aan al je behoeften kunt voldoen, heet schaarste. Enerzijds is er schaarste aan bronnen (resources in het Engels). Zo zijn onder andere water, olie en grond niet onbeperkt beschikbaar en dus schaars. Anderzijds zijn ook het inkomen of het budget en de tijd van een consument schaars waardoor hij niet alles kan kopen wat hij wil. De middelen, dat zijn het budget, de goederen en de diensten die je nodig hebt om je behoeften te kunnen bevredigen,

THEMA 2

LEVEL 1

zijn dus beperkt.

10

Ook de bedrijven en de overheid kunnen niet al hun behoeften bevredigen en moeten dus een keuze maken. In de economie verwijst het begrip schaarste naar het feit dat het budget, het inkomen, de beschikbare goederen of de diensten ontoereikend zijn om aan alle behoeften te voldoen.


2

Ook de bedrijven en de overheid kunnen niet al hun behoeften bevredigen met de middelen die ze ter

a

In de eerste kolom geef je aan op wie het voorbeeld van toepassing is.

b

In de tweede kolom vul je de behoefte in.

c

In de laatste kolom leg je uit waarom die behoeften niet bevredigd kunnen worden. WIE

BEHOEFTE

consument

zwembad in elke

producent

gemeente.

overheid

consument

tegen Corona maken,

producent

maar heeft onvoldoende

overheid

grondstoffen en

VA

Pfizer wil meer vaccins

consument

zonnepanelen op het

producent

woonhuis installeren,

overheid

uk

Je ouders willen

©

fabrieken.

maar hebben nu

st

onvoldoende geld.

REDEN

N

Het liefst is er een

IN

beschikking hebben. Vul de tabel in.

Explore 5— Kun je in België meer of minder aan je

fh o

Welvaart

of d

economische behoeften voldoen dan elders?

Wanneer je gemakkelijk in (al) je behoeften kunt voorzien rekening houdend met de schaarse middelen, dan ben je welvarend. Welvaart verwijst naar het feit dat een persoon veel

pr oe

goederen en diensten kan kopen. Er wordt dus gekeken naar de economische behoeften.

Lees het volgende artikel. a

Wat is het netto financieel vermogen?

c

Op welke plaats staat België in de lijst met rijkste landen ter wereld?

LEVEL 1

Hoeveel bedraagt dat voor België?

THEMA 2

b

11


België zakt naar achtste plaats op ranglijst rijkste landen ter wereld

N VA

Belg ziet vermogen verminderen

©

Belgen zagen hun vermogen in hun hele portefeuille slinken – met name de aandelen en aandelenfondsen (-6,2 procent) –, met uitzondering van het geld op de spaarboekjes. Het vermogen dat we storten op onze spaarrekeningen steeg vorig jaar met 5,7 procent. Enkel de Duitsers (+6 procent) spaarden nog meer via het spaarboekje.

st

uk

De Belg beschikte in 2018 gemiddeld over een netto financieel vermogen van 89 543,00 euro. Het gaat daarbij om het totaal aan onder meer geld op spaarboekjes, aandelen en pensioenreserves, min de privéschulden (zoals een woonlening en consumentenkredieten). België staat daarmee op de achtste plaats van rijkste landen ter wereld en op de vierde plaats in Europa, volgens het rapport van Allianz. De Verenigde Staten, Zwitserland en Taiwan voeren de internationale lijst aan. Ons land scoort wel slechter dan vorig jaar, toen België nog op de vijfde plaats stond met gemiddeld 93 580,00 euro.

IN

In België is het gemiddeld netto financieel vermogen per inwoner vorig jaar met 4,31 procent gedaald. Dat blijkt uit het jongste ‘Global Wealth Report’ van verzekeraar Allianz. Ons land zakte naar de achtste plaats op de ranglijst van de rijkste landen ter wereld.

of d

Gemiddeld netto financieel vermogen per inwoner 2018

Zuid-Korea Ierland

€ 29 719,00

€ 47 056,00

€ 52 857,00

Italië

€ 53 136,00

Oostenrijk

€ 53 981,00

fh o

Duitsland

Frankrijk

€ 57 095,00

Australië Israël

€ 68 670,00 € 73 182,00

Verenigd Koninkrijk

€ 79 762,00

Canada

€ 80 667,00

pr oe

Denemarken

Nieuw-Zeeland

€ 85 895,00 € 87 621,00

België

€ 89 543,00

Zweden

€ 92 317,00

Japan

€ 96 308,00

Nederland

€ 97 345,00

Taiwan

€ 97 850,00

Singapore

€ 100 370,00

THEMA 2

LEVEL 1

Zwitserland

12

€ 173 838,00

USA € 0,00

€ 184 411,00

€ 30 000,00

€ 60 000,00

€ 90 000,00

€ 120 000,00

€ 150 000,00

€ 180 000,00

€ 210 000,00

© Allianz/Global Wealth Report, Bron: National Central Banks and Statistical Offices UN Population Division. In: hln.be


Good to know Jaarlijks stijgt de welvaart gemiddeld met een kleine 2 %. Dat merk je op een jaar tijd niet echt. Meestal merk je die stijging van de welvaart pas na tien jaar. De welvaart verdubbelt

Denk eens na over dit voorbeeld of bespreek het met je ouders: In het begin van de jaren negentig had niemand een gsm of een laptop. Nu heeft bijna

IN

ongeveer om de dertig jaar.

elk huishouden gemiddeld een computer en een (of meerdere) gsm(‘s). Vanaf het midden van de jaren negentig deed het internet zijn intrede in de huiskamers. De smartphones

N

kwamen op de markt rond 2005-2007. In 2010 werd de iPad voorgesteld en sinds enkele

© Alison Calazans

THEMA 2

LEVEL 1

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

VA

jaren bestaan Netflix en smartwatches.

13


Explore 6— Is welvarend zijn het belangrijkste? Forum

1

IN

Bespreek de titel van deze explore.

In de vorige explore leerde je dat België een welvarend land is. Wil dat zeggen dat alle inwoners het goed

N

hebben? Lees de volgende tekst en bestudeer de tabel. Beantwoord daarna de vragen. Hoe scoort België op het vlak van zelfdodingen?

b

In welke landen is het onderzoek van Unicef uitgevoerd?

c

Welke problemen worden in het rapport van Unicef aangehaald?

uk

©

VA

a

of d

st

Waar kun je het beste opgroeien? België krijgt in Unicef-rapport slechte punten voor mentale gezondheid en kinderarmoede

fh o

Nederland, Denemarken en Noorwegen zijn de beste landen om als kind op te groeien. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de kinderrechtenorganisatie Unicef naar de fysieke en mentale gezondheid van minderjarigen in de 41 meest welvarende landen. België staat op een algemene achtste plaats. Niet slecht, al is het niet allemaal goed nieuws. Zo scoren we slecht als het gaat over de gezondheid van kinderen, kinderarmoede en sociaal beleid.

THEMA 2

LEVEL 1

pr oe

In het rapport ‘Worlds of Influence: Inzicht in wat het welzijn van kinderen in rijke landen vormgeeft’ onderzoekt Unicef de mentale en fysieke gezondheid van kinderen in de 41 meest welvarende lidstaten van de Europese Unie en de OESO. De kinderrechtenorganisatie nam ook de sociale en academische vaardigheden onder de loep. Nederland, Denemarken en Noorwegen halen in de algemene rangschikking de beste score, met andere woorden, daar zijn de omstandigheden om op te groeien het best. Turkije, Mexico en Griekenland scoren het slechtst. België staat op een achtste plaats in die lijst. Unicef ziet de problemen voor kinderen in rijke landen in vergelijking met het vorige rapport twee jaar geleden

14

stijgen, zeker als het gaat over hun mentale en fysieke gezondheid. ‘Zelfmoord, ziekte, zwaarlijvigheid en slechte sociale en academische vaardigheden zijn maar al te vaak voorkomende situaties’, zegt de organisatie.


Als het gaat over geestelijke gezondheid, staat ons land pas op de 17e plaats. Het zelfmoordcijfer voor jongeren tussen 15 en 19 jaar bedraagt 6,1 per 100 000. ‘Een relatief hoog cijfer.’

VA

uk

België staat in de algemene lijst van beste welvarende landen om op te groeien, op de 8e plaats. ‘Dat is zeker niet slecht, maar er zijn veel zaken waarvoor we slechte punten krijgen’, zegt Philippe Henon, woordvoerder van Unicef België. ‘Zo is de gezondheid van kinderen in ons land zorgwekkend, zowel de mentale als de fysieke gezondheid.’

Kinderarmoede blijft een grote zorg. België staat daar op de 29e plaats, met 20,6 procent van de kinderen die in een huishouden leven met een inkomen van minder dan 60 procent van het gemiddelde. Dat wil zeggen dat een op de vijf kinderen in zo’n gezin opgroeit. We scoren ook slecht op bepaalde punten in ons sociaal beleid, met een zeer laag percentage zwangerschaps- en vaderschapsverlof vergeleken met het gemiddelde van andere rijke landen.

©

Bijvoorbeeld: in de meeste landen zegt minder dan vier vijfde van de kinderen dat ze tevreden zijn met hun leven. In Turkije zijn de kinderen het minst tevreden, gevolgd door Japan en het Verenigd Koninkrijk. Kinderen die gezinnen hebben die minder steun bieden en die het slachtoffer zijn van pesten, hebben het op mentaal vlak nog moeilijker.

N

IN

Net geen kwart (24 procent) van de kinderen en tieners in ons land lijdt aan overgewicht en obesitas. Maar liefst 31 procent van de kinderen in ons land beschikt op zijn 15e niet over de basis van lezen en rekenen die je op die leeftijd mag verwachten. Als we kijken naar beleid dat kinderen ondersteunt en factoren zoals economie, samenleving en milieu, staat België op de 24e plaats. Op het vlak van gezondheidsbeleid staat België op de 32e plaats.

België

st

Aantal zelfdodingen per 100 000 inwoners (2016)

of d

Landen West-Europa

17,1 15,6

Oostenrijk

13,7

Frankrijk

13,2

fh o

Liechtenstein

Zwitserland

12,2

Duitsland

11,3

Nederland

11,3

Luxemburg

9,4

pr oe

Bron: vrt.be, 2020-09-03

Bron: Eurostat in factcheck.vlaanderen

LEVEL 1

Heeft een welvarend land of een welvarend gezin het altijd goed? Waarom (niet)?

THEMA 2

2

15


Welzijn Naast welvaart is ook welzijn heel belangrijk. Welzijn houdt rekening met de levenskwaliteit van de mensen: de levensverwachting, de scholingsgraad (het hoogst behaalde diploma), tewerkstelling, de gezondheidstoestand, de levensstandaard en de sociale omgeving

IN

(mensen om je heen hebben).

Bij welzijn draait het om goed voelen. Je hebt een goed leven door contact met anderen, een prettig leefklimaat en goede geestelijke gezondheid. Welzijn gaat niet over geld, een duur

huis of carrière. Welzijn gaat over wat jou zonder geld gelukkig maakt. Welvaart kan je daarbij

VA

N

helpen, maar lost niet alles op.

Explore 7— Wat is nu eigenlijk economie?

Behoeften, middelen, goederen en diensten, consumenten, producenten, overheid enzovoort zijn allemaal

©

1

termen die je nu kent. Tijd om een omschrijving van economie op te stellen. Lees de onderstaande artikels aandachtig.

b

Vervolledig voor elk artikel de onderstaande tabel. Over wie gaat het? Over welke behoefte gaat het?

uk

a

Welke middelen zijn er nodig? Welke keuze moet er gemaakt worden?

Artikel 1

BEHOEFTE

st

WIE

MIDDELEN

consument

of d

producent overheid

Artikel 2

consument producent

fh o

overheid

Artikel 3

consument producent

pr oe

overheid

1

Ons doel: slim energie beheren Bewust omgaan met energie verkleint je ecologische voetafdruk.

THEMA 2

LEVEL 1

Daarom beperken we bij Colruyt Group zoveel mogelijk ons

16

verbruik en kiezen we voor alternatieve energiebronnen zoals wind en zon. Een voorbeeld? We laden de elektrische voertuigen ‘s nachts op wanneer het rustig is en terwijl onze windturbines blijven draaien. Zo overbruggen we momenten dat er minder energie voorhanden is. Bron: colruytgroup.com, 2020-02-05

KEUZE


2

Onderwijs kost 11,7 miljard, en bijna alles gaat naar lonen

VA

N

IN

Vorig jaar heeft de overheid 11,7 miljard euro belastinggeld ter beschikking gesteld om de scholen te financieren. Van dat bedrag moest liefst 7,1 miljard gebruikt worden om lonen uit te betalen. Dat is 84,5 % van de beschikbare middelen. Van het geld dat overblijft, gaat het grootste deel naar de werkingsmiddelen zoals de aankoop van digitale borden. In 2018 kregen de lagere en secundaire scholen daarvoor 1 miljard. Wat dán nog rest, 285 miljoen euro, dient voor de renovatie van scholen. Véél te weinig, volgens de onderwijskoepels. Zij becijferden dat er minstens 6 miljard nodig is voor de renovatie van schoolgebouwen.

©

Uit: hln.be, 2019-08-30

uk

3

Dagboek inleefweek samen tegen armoede

st

Van 4 tot en met 11 december organiseert Welzijnszorg de inleefweek ‘samen tegen armoede’. Volg hier de ervaringen van de deelnemende jongeren!

of d

Gedurende één week proberen zij rond te komen met een budget van iemand die in armoede leeft. Afhankelijk hun gezinssituatie komt dat neer op 60,00 euro voor een volwassen persoon. Met dat budget zullen zij voeding, ontspanning, brandstof en alle (onverwachte) kosten tijdens die week moeten betalen.

fh o

De opdracht van vandaag: denk na over wat jullie de komende week willen eten en ga naar de winkel. Hoeveel van het budget gaan jullie al uitgeven? Naar welke winkel gaan jullie? Koop minstens één product voor persoonlijke hygiëne en één onderhoudsproduct, voorzie voldoende handgel en mondmaskers om deze week de coronamaatregelen te kunnen opvolgen.

THEMA 2

LEVEL 1

pr oe

Bron: kerknet.be, 2020-12-16

17


2

Vul het schema. Kies uit: behoeften (2x) – consumeren – goederen en diensten – schaars – middelen

middelen

oneindig

IN

VA

N

keuze

produceren

©

maximaal bevredigen

beschikbare

of d

st

uk

economisch principe

Economie

fh o

Economie is de studie die beschrijft hoe de consument, de producent en de overheid ernaar streven om behoeften te bevredigen met schaarse middelen. Ze moeten dus een keuze maken tussen al die behoeften met het aantal middelen dat beschikbaar is. De mensen proberen om de behoeften te maximaliseren met de beschikbare middelen, dat is het

pr oe

economisch principe.

Eens hij een keuze heeft gemaakt, kan hij het product of de goederen en diensten kopen of consumeren. Die producten worden geproduceerd in een bedrijf. Ook het bedrijf moet een keuze maken, namelijk welke producten produceert het rekening houdend met de beschikbare grondstoffen, machines, arbeid en het budget. De overheid ten slotte moet een keuze maken tussen al de projecten die ze realiseert,

THEMA 2

LEVEL 1

hoeveel ambtenaren – mensen die voor de overheid werken – ze tewerkstelt enzovoort.

18

kiezen


TO THE POINT Alle mensen worden gedreven door behoeften. Behoeften die je kunt bevredigen door bijvoorbeeld goederen en

IN

diensten te kopen, zijn voornamelijk economische behoeften. Niet alleen de consumenten hebben behoeften, ook producenten en overheden hebben nood aan allerlei goederen en diensten.

N

Behoeften die je niet kunt bevredigen door iets te kopen,

VA

zijn niet-economische behoeften. Zo hebben mensen nood aan vrienden en een goede gezondheid. Je kunt behoeften ook opdelen in primaire en secundaire behoeften. De vervulling van primaire

behoeften is levensnoodzakelijk. Denk maar aan eten, drinken en een woning. Als er aan je primaire behoeften voldaan is, kun je je secundaire behoeften vervullen. De vervulling van secundaire nieuwste smartphone of Nike-sneakers.

©

behoeften is minder noodzakelijk. Secundaire behoeften zijn bijvoorbeeld de behoefte aan de

Om je behoeften te bevredigen heb je middelen – geld, goederen en diensten – nodig. Je budget is

uk

natuurlijk niet oneindig. Dat heet schaarste. In de economie wijst schaarste dus op het feit dat het budget of het inkomen onvoldoende is om alle behoeften te bevredigen. Goederen die jij koopt en waarvoor je dus betaalt,

st

kan een andere persoon niet meer kopen. Dat zijn

individuele goederen. Daarnaast heb je goederen die meerdere mensen tegelijkertijd kunnen gebruiken,

of d

denk bijvoorbeeld aan het leger, straatverlichting of

een vuurwerkshow. Je kunt die goederen gelijktijdig met iemand anders gebruiken. Dat zijn collectieve goederen. Consumptiegoederen zoals brood bevredigen de behoeften van gezinnen of personen. Investeringsgoederen zoals een machine of grondstoffen

fh o

daarentegen dienen om consumptiegoederen of andere investeringsgoederen voort te brengen. Wanneer iemand makkelijk in (al) zijn behoeften kan voorzien rekening houdend met zijn schaarse middelen, dan is hij welvarend. Welvaart verwijst dus naar het feit of een persoon veel goederen en

pr oe

diensten kan kopen. Er wordt gekeken naar de economische behoeften. Welzijn reikt verder dan welvaart en kijkt naar hoe goed mensen zich voelen. Welzijn kijkt ook naar de levensverwachting, de levensstandaard, de toegang tot de scholing en de gezondheidszorg. Economie bestudeert hoe je met schaarse middelen zoveel mogelijk behoeften kunt bevredigen. Zowel de consument, de producent als de overheid moeten een keuze maken tussen de schaarse

THEMA 2

LEVEL 1

middelen om toch zoveel mogelijk behoeften te bevredigen, dat is het economisch principe.

19


Action 1— Interview behoeften O V U R

Je gaat een onderzoek uitvoeren. Een onderzoek bestaat uit verschillende stappen. Ga naar het onlinelesmateriaal en raadpleeg het document met de verschillende stappen. Interview minstens drie

a

IN

personen over hun behoeften. Vink de categorie aan waartoe de geïnterviewden behoren. een persoon jonger dan 16 jaar een persoon tussen 18 en 24 jaar

N

een persoon tussen 24 en 35 jaar een persoon tussen 35 en 60 jaar

VA

een persoon ouder dan 60 jaar b

Vermeld dat het interview anoniem is en hoogstens zes minuten duurt.

c

Neem een blad papier of een tablet om de antwoorden te noteren.

d

Stel deze vragen en bedenk nog een drietal nieuwe vragen.

Welke behoeften heeft u nu, waar heeft u op dit moment nood aan? (Meerdere antwoorden mogelijk.)

Welke behoeften of noden heeft u de komende weken en maanden?

Welke behoeften of noden heeft u de komende vier jaar?

Hoe zult u proberen om die behoeften te bevredigen?

uk

©

st

of d

fh o

Verwerk de vragen en de antwoorden met een tekstverwerker. 

Geef het document een titel en gebruik daarvoor koptekst 1.

Nummer de vragen met behulp van opsommingstekens.

Zet de vragen vetjes.

Zet de antwoorden cursief.

pr oe

e

f

Bewaar het resultaat in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk level en geef die submap de naam ‘Thema_X_Level_Y’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals

THEMA 2

LEVEL 1

‘Action_1_Interview_behoeften’.

20


Action 2— Welvaart ruimer bekeken Ga naar het onlinelesmateriaal en bekijk er de drie filmpjes. Beantwoord deze vragen. Waarover gaat economie volgens het filmpje?

b

Welke omschrijving wordt gegeven voor welvaart?

c

Hoe kun je landen vergelijken op vlak van welvaart?

d

Welke omschrijving wordt gegeven voor welvaart in enge zin?

e

Welke omschrijving wordt gegeven voor welvaart in ruime zin?

THEMA 2

LEVEL 1

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

VA

N

IN

a

21


BREAKING NEWS Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op.

3

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

VA

JA 1

Ik kan verklaren dat niet alle behoeften

Ik kan beschrijven hoe behoeften bevredigd

3

uk

kunnen worden. Ik kan voorbeelden geven van economische, primaire en secundaire behoeften.

Ik kan de begrippen welvaart en welzijn

THEMA 2

LEVEL 1

pr oe

fh o

of d

toelichten.

st

4

22

BETER

©

bevredigd kunnen worden. 2

KAN

N

CHECKLIST

IN

1

EXTRA OEFENMATERIAAL


LEVEL 2

IN

Hoe komt de vraag naar goederen en diensten tot stand? INTRO

VA

­

©

Hoeveel bedraagt…  

of d

a

­ ­

st

Jolien, een jongedame van jullie leeftijd, speelt enorm graag games op haar spelconsole. Ze surft een beetje rond in onlinewinkels en ziet de volgende aanbieding.

N

Lees het verhaal van Jolien en beantwoord de vragen.

uk

1

de normale prijs van de game? de prijs met de korting?

Welke korting wordt er gegeven?

c

Jolien heeft van haar ouders en grootouders voor haar verjaardag 70,00 euro gekregen. Wat is

fh o

b

pr oe

het gevolg van de promotieprijs van de games?

Good to know Joliens tevredenheid met een product hangt af van het aantal stuks. De eerste game levert een grotere tevredenheid of groter nut op dan de tweede. De tweede game levert dan weer een grotere tevredenheid op dan de derde game. Maar natuurlijk kan Jolien niet

2

In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe komt de vraag naar goederen en diensten tot stand?

THEMA 2

LEVEL 2

eindeloos veel games kopen. Het aantal games en haar budget is niet onuitputtelijk.

23


Explore 1— Welke combinatie van goederen geniet de voorkeur?

IN

Voorkeur en tevredenheid Een consument koopt niet één goed maar een heleboel producten en diensten. Daarbij kan hij een voorkeur of preferentie hebben voor bepaalde combinaties van goederen. Een consument heeft een budget en moet kiezen welk product hij wil aanschaffen. De

consument zal daarbij proberen om zijn nut of tevredenheid te maximaliseren of zo groot

VA

N

mogelijk te maken.

Rachid, die soms wel meerdere keren per maand naar de film gaat, eet ook graag popcorn. Aangezien zijn budget niet oneindig is, zal

hij dus een keuze maken tussen een bepaalde hoeveelheid popcorn

a

©

en een bepaalde hoeveelheid film. Bestudeer de volgende grafiek. De startsituatie is punt p. Punt p is een combinatie van films

of d

st

zakjes popcorn kiest hij daar?

uk

en popcorn waarmee Rachid tevreden is. Voor hoeveel films en

Bekijk de combinaties op de paarse lijn. Hoe is die situatie?

c

Bestudeer de combinaties op de blauwe lijn. Hoe is die situatie?

fh o

b

pr oe

Good to know

De consument heeft een voorkeur voor meerdere stuks van een product dan voor minder stuks van dat product. Logisch, toch? Als jij kunt kiezen tussen twee of tien paar schoenen, dan is de keuze snel gemaakt.

THEMA 2

LEVEL 2

d

24

Bekijk de combinaties van aantal films en aantal zakjes popcorn in het groene vak. Zal Rachid daar meer of minder tevreden mee zijn?


e

Wat kun je zeggen over de combinaties van films en popcorn in het rode vlak? Is Rachid daar meer of minder tevreden mee?

IN

20 18 16 12

N

14 p

10

VA

8 6 4 2 0

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

THEMA 2

LEVEL 2

pr oe

fh o

of d

st

uk

Films (aantal per maand)

©

Popcorn (aantal zakjes per maand)

Grafiek 1: Keuze tussen films en popcorn

25


Explore 2— Hoe verloopt de individuele vraag naar een product?

IN

Good to know In Level 2 en 3 behandel je de vraag en het aanbod op de goederen- en dienstenmarkt.

Eerst richt je je op de consument die de vraagzijde van de goederen- en dienstenmarkt

N

bepaalt.

VA

Voor de volgende opdracht heb je de keuze. Kies optie 1 ‘Nike-sneakers’ als je wat ondersteuning wilt. Kies optie 2 ‘Pizza’ als je liever een uitdaging hebt. Vink de gekozen optie aan. Nike-sneakers

Optie 2

Pizza

of d

st

uk

©

Optie 1

© Anna Stasia / Shutterstock.com

Céline, een klasgenote van Jolien, eet graag pizza.

goed verdiend. Wat ze niet op de avondmarkt kon

Op zaterdag werkt ze in A.S.Adventure.edu en

verkopen, heeft ze online via Vinted verkocht. Met

verdient daarmee een aardig centje. Met dat geld

dat geld wil ze nu nieuwe schoenen kopen, bij

verwent ze zichzelf dan ook graag met een pizza,

voorkeur meerdere paren.

bij voorkeur meerdere keren per maand.

1

1

fh o

Jolien heeft aan de verkoop van haar games

Hoeveel paar kan Jolien kopen? Waarvan

pr oe

hangt dat af?

THEMA 2

LEVEL 2

2

26

In de volgende tabel zie je hoeveel paar

Hoeveel pizza’s zal Céline kopen? Waarvan hangt dat af?

2

In de volgende tabel zie je hoeveel pizza’s

schoenen Jolien per maand voor een bepaalde

Céline per maand voor een bepaalde prijs zou

prijs zou kopen. Wat kun je afleiden uit de gele

kopen. Wat kun je afleiden uit de gele rij in de

rij in de tabel?

tabel?


Tabel 1.1

Tabel 1.2

SNEAKERS

10,00

13

5

40,00

9

4

70,00

6

3

100,00

4

2

130,00

2

1

160,00

15,00 21,00 26,00 30,00

©

Zet de gegevens van de tabel uit in een grafiek. Ga naar het onlinelesmateriaal. Je

Tip:

vindt er een link naar een applicatie

die je uitlegt hoe je de vraagcurve op

die je uitlegt hoe je de vraagcurve

papier kunt tekenen.

op papier kunt tekenen.

st

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en

c

Verbind de punten met een blauwe rechte

of d

Zet de punten uit. lijn.

fh o

Grafiek 2.1: Vraag naar Nike-sneakers door Jolien

pr oe

2

3

4

5

6

a

Verdeel de assen zodat je de punten kunt uitzetten.

b

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

c

Zet de punten uit.

d

Verbind de uitgezette punten met een blauwe lijn.

Grafiek 2.2: Vraag naar pizza’s door Céline

7

X-as:

THEMA 2

LEVEL 2

X-as:

Y-as:

Y-as:

3

uk

vindt er een link naar een applicatie

1

11,00

1

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je

de Y-as.

0

5,00

VA

6

b

180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00 40,00 20,00 0,00

IN EURO

CÉLINE

Zet de gegevens van de tabel uit in een grafiek.

a

PRIJS PER PIZZA

PIZZA VAN

IN EURO

DOOR JOLIEN

Tip:

HOEVEELHEID

IN

HOEVEELHEID NIKE-SNEAKERS

3

GEVRAAGDE

PRIJS PER PAAR

N

GEVRAAGDE

27


4

De vraag naar een product is de hoeveelheid die de consument of koper bereid is te kopen bij verschillende prijzen. De lijn die de punten met elkaar verbindt, is de vraagcurve. Wat stel je vast in

a

Schrijf de letter V bij de grafiek.

b

Vul aan.

IN

verband met het verloop van de vraagcurve?

Optie 1: Wanneer de prijs 70,00 euro bedraagt, vraagt Jolien

paar Nike-

sneakers. Wanneer de prijs 130,00 euro bedraagt, vraagt Jolien

Optie 2: Wanneer de prijs 11,00 euro bedraagt, vraagt Céline

pizza’s.

Waarom verloopt de vraagcurve zo?

©

c

pizza’s.

VA

Wanneer de prijs 15,00 euro bedraagt, vraagt Jolien

N

Nike-sneakers.

paar

uk

Vraagcurve

De vraagcurve geeft het verband weer tussen de gevraagde hoeveelheid bij verschillende prijzen. verschillende prijzen.

st

De individuele vraagcurve geeft in een grafiek weer hoeveel stuks een consument wil kopen bij Wanneer de prijs van het product verandert, is er een beweging langs of op de curve. Je gaat namelijk van het ene punt op de curve naar het andere punt op de curve.

of d

Bij de vraagcurve is er een negatief verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid.

fh o

Good to know

Voor het gemak wordt de vraagcurve vaak als een rechte voorgesteld. Maar meestal is dat een kromme zoals in het verhaal van Céline. Je kunt het verloop van de vraagcurve gemakkelijk herkennen aan de hand van het eerste

pr oe

beentje in de V van ‘vraag’.

5

Je hebt de grafieken op papier gemaakt. Maak nu de grafiek met een rekenblad. Zoek op internet op hoe je

a

Neem de tabel van jouw gekozen optie over in een rekenblad.

b

Zorg ervoor dat de prijzen op twee cijfers na de komma worden afgerond en dat er een euroteken staat.

c

Ontwerp de grafiek. Gebruik daarvoor een spreidingsdiagram.

d

Denk aan de benaming van de assen en een titel voor de grafiek.

THEMA 2

LEVEL 2

dat moet doen of gebruik de filmpjes en de ICT-fiche_R_28.

28

Tip: e

Gebruik ‘Grafiekelementen’ om de assen te benoemen.

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.


Explore 3— Wanneer kan de vraag naar een product veranderen?

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan. Nike-sneakers

Optie 2

Pizza

IN

De vraag van Céline naar pizza (of een ander

ander product) blijft niet altijd hetzelfde. Er zijn

product) blijft niet altijd hetzelfde. Er zijn

verschillende redenen waarom de vraag van Jolien

verschillende redenen waarom de vraag van

stijgt of daalt bij gelijkblijvende prijzen.

Céline stijgt of daalt bij gelijkblijvende prijzen.

1

1

telkens een aspect. Ga na hoe die verandering

er telkens één aspect. Ga na hoe die

de vraag van Jolien naar Nike-sneakers

verandering de vraag van Céline naar pizza beïnvloedt. Markeer:

a

de oorzaak in het groen,

b

het gevolg in het blauw.

extra zondagsgeld. Voor de rest

Céline gaat voortaan ook op zaterdagavond werken, in de horeca. Ze de rest verandert er niets. Céline zal

st

minder / meer sneakers kunnen en

dan minder / meer pizza kunnen en willen kopen.

schoen ontworpen. Om die te promo-

Situatie 2

Céline houdt niet alleen van pizza maar ook van durum. Stel dat ze de pizza even beu is en dat haar

De voorkeur van Jolien verandert

voorkeur verandert en uitgaat naar

dus. Voor de rest verandert er niets.

durum. Voor de rest verandert er

Jolien zal dan meer / minder Nike-

niets. Céline zal dan meer / minder

sneakers kopen.

pizza kopen.

fh o

van Joliens favoriete volleybalteam.

De prijs van de Nike-sneakers blijft dezelfde, maar Adidas (concurrent)

Situatie 3

De prijs van de pizza’s blijft dezelfde, maar de lokale kebabzaak

verlaagt zijn prijzen. Joliens vraag

verlaagt de prijs van haar durum.

naar Nike-sneakers zal dus meer /

Dan zullen er meer / minder pizza’s

minder worden.

verkocht worden.

De overheid promoot het sporten waardoor meer mensen sporten. Er

Situatie 4

In de gemeente van Céline zijn recent veel jonge koppels komen

zullen dus meer / minder schoenen

wonen die carrière willen maken

verkocht worden.

en weinig tijd hebben om te koken. Daardoor is er meer / minder vraag naar pizza.

LEVEL 2

of d

Puma heeft een nieuwe, flashy

pr oe Situatie 4

Situatie 1

heeft daardoor extra inkomen. Voor

ten wordt Puma de nieuwe sponsor

Situatie 3

het gevolg in het blauw.

verandert er niets. Jolien zal dus willen kopen.

Situatie 2

de oorzaak in het groen,

b

uk

Jolien krijgt voortaan van haar oma

a

©

beïnvloedt. Markeer:

Situatie 1

In elk van de volgende situaties verandert

VA

In elk van de volgende situaties verandert er

N

De vraag van Jolien naar Nike-sneakers (of een

THEMA 2

Optie 1

29


Verschuiving vraagcurve rechts Wanneer een bepaalde factor de vraag naar een product doet toenemen, zal de vraagcurve

Teken een situatie waarbij de vraag toeneemt. a

2

Teken een situatie waarbij de vraag toeneemt. a

Trek een pijl voor de richting van de verschuiving.

b

verschuiving. b

Noem de eerste vraagcurve V1 en de

Grafiek 3.2: Vraag naar pizza door Céline

180,00

©

160,00 140,00

Prijs in euro

Prijs in euro

Grafiek 3.1: Vraag naar Nike-sneakers door Jolien

Noem de eerste vraagcurve V1 en de

tweede vraagcurve V2.

VA

tweede vraagcurve V2.

120,00 80,00

35,00 30,00 25,00

uk

100,00

20,00 15,00

60,00

10,00

40,00

5,00

20,00 1

2

3 4 5 6 7 8 9 Gevraagde hoeveelheid

0,00

st

0

0

2

4

6 8 10 12 14 16 18 Gevraagde hoeveelheid

of d

0,00

Trek een pijl voor de richting van de

N

2

IN

naar rechts verschuiven. Dat betekent dat er voor elke prijs meer gevraagde hoeveelheid is.

Verschuiving vraagcurve links Wanneer een bepaalde factor de vraag naar een product doet afnemen, zal de vraagcurve

fh o

naar links verschuiven. Dat betekent dat er voor elke prijs minder gevraagde hoeveelheid is.

3

Teken een situatie waarbij de vraag afneemt. a

Trek een pijl voor de richting van de

3

Teken een situatie waarbij de vraag afneemt. a

pr oe

verschuiving.

b

Noem de eerste vraagcurve V1 en de

verschuiving. b

tweede vraagcurve V2.

THEMA 2

Grafiek 4.2: Vraag naar pizza door Céline

180,00 160,00 140,00 120,00 100,00

80,00

35,00 30,00 25,00 20,00

60,00

15,00

40,00

10,00

20,00

5,00

0,00

30

Noem de eerste vraagcurve V1 en de

tweede vraagcurve V2.

Prijs in euro

Prijs in euro

LEVEL 2

Grafiek 4.1: Vraag naar Nike-sneakers door Jolien

Trek een pijl voor de richting van de

0

1

2

3 4 5 6 7 8 9 Gevraagde hoeveelheid

0,00

0

2

4

6 8 10 12 14 16 18 Gevraagde hoeveelheid


Markeer de tendens in de samenvattende tabel. FACTOR DIE DE VRAAG

FACTOR NEEMT AF

KAN BEÏNVLOEDEN

FACTOR NEEMT TOE

Vraagcurve verschuift naar

Vraagcurve verschuift naar

consument

links / rechts.

links / rechts.

Vraag neemt af / toe.

Vraag neemt af / toe.

Voorkeur van de

Vraagcurve verschuift naar

Vraagcurve verschuift naar

consument

links / rechts.

links / rechts.

Vraag neemt af / toe.

Vraag neemt af / toe.

Prijs van een

Vraagcurve verschuift naar

Vraagcurve verschuift naar

substitutiegoed

links / rechts.

links / rechts.

Vraag neemt af / toe. Prijs van een

Vraagcurve verschuift naar

complementair goed

links / rechts.

N

IN

Inkomen van de

VA

4

Vraag neemt af / toe.

Vraagcurve verschuift naar links / rechts.

Vraag neemt af / toe.

©

Vraag neemt af / toe. Vraagcurve verschuift naar

Vraagcurve verschuift naar

bevolkingsgroep

links / rechts.

links / rechts.

uk

Grootte van bevolking of

Vraag neemt af / toe.

Wat zijn substitutieproducten?

6

In de bovenstaande situaties heb je een voorbeeld gezien van

of d

st

5

Vraag neemt af / toe.

fh o

substitutieproducten. Over welke twee producten gaat het?

pr oe

XXX

Complementen of complementaire goederen zijn goederen die elkaar aanvullen zoals

THEMA 2

LEVEL 2

smartphones en hoesjes of auto’s en benzine.

31


7

Je hebt de verschuivingen van de grafiek op papier gemaakt. Maak nu de verschuivingen van de grafieken met een rekenblad. Zoek op internet hoe je dat moet doen of gebruik de filmpjes en de ICT-fiche_R_28. a

Bij het onlinelesmateriaal vind je de cijfergegevens in een rekenblad.

b

Zorg ervoor dat de prijzen op twee cijfers na de komma Ontwerp de grafieken.

d

Denk aan de benaming van de assen en een titel voor de

IN

worden afgerond en dat er een euroteken staat. c

grafiek. e

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je

VA

N

portfolio.

Explore 4— Hoe verloopt de collectieve vraag naar een

©

product?

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan. Optie 2

uk

Nike-sneakers

Pizza

fh o

of d

st

Optie 1

© Robert Way / Shutterstock.com

Céline is niet de enige die graag pizza eet. Haar

sneakers. Haar twee vrienden, Mils en Mauro,

twee BFF’s, Dilara en Merel, zijn ook grote

zijn ook grote fan van Nike. Bestudeer hoe de

pizzafans. Bestudeer hoe de vraagcurve van de

vraagcurve van de drie vrienden eruitziet.

drie vriendinnen eruitziet.

THEMA 2

LEVEL 2

pr oe

Jolien is niet de enige die interesse heeft in Nike-

32


Tabel 2.1

Tabel 2.2 GEVRAAGDE

PRIJS PER PAAR NIKE-SNEAKERS IN EURO

PIZZA

PIZZA CÉLINE DILARA MEREL

IN EURO

MILS

MAURO

6

7

5

10,00

13

16

15

5

6

4

40,00

9

12

11

4

5

3

70,00

6

9

8

15,00

3

4

2

100,00

4

7

6

21,00

2

3

1

130,00

1

2

0

160,00

Stel dat de drie vrienden de volledige markt voorstellen en dus alle vragers zijn op de

a

Wat is de totale vraag naar

of d

Tabel 3.1

TOTALE

NIKE-SNEAKERS

N 4

26,00

1

4

3

30,00

markt voorstellen en dus alle vragers zijn op

a

Wat is de totale vraag naar pizza?

b

Vul de tabel aan.

Tabel 3.2 TOTALE

PRIJS PER PAAR

fh o

GEVRAAGDE

HOEVEELHEID

5

Stel dat de drie vriendinnen de volledige

st

Hoe wordt dat cijfer berekend?

2

de markt van pizza.

Nike-sneakers? b

11,00

uk

markt van Nike-sneakers.

1

5,00

©

1

IN

JOLIEN

VA

NIKE-SNEAKERS

PRIJS PER

HOEVEELHEID

NIKE-SNEAKERS IN EURO

GEVRAAGDE

PRIJS PER PIZZA

HOEVEELHEID

IN EURO

PIZZA

10,00

5,00

15

40,00

11,00

12

70,00

15,00

9

100,00

21,00

6

130,00

26,00

3

160,00

30,00

pr oe

18

LEVEL 2

HOEVEELHEID

THEMA 2

GEVRAAGDE

33


2

Zet de gegevens van de tabel uit op de

Zet de gegevens van de tabel uit op de

grafiek.

grafiek.

a

a

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

Verdeel de assen zodat je de punten kunt uitzetten.

b

Zet de punten uit.

c

Verbind de punten met een blauwe

b

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

rechte lijn.

c

Zet de punten uit.

d

Verbind de uitgezette punten met een blauwe lijn.

Grafiek 5.2: Vraag naar pizza door alle vragers

N

Grafiek 5.1: Vraag naar Nike-sneakers door alle

VA

vragers 180,00 160,00 140,00 120,00 100,00

©

80,00 60,00

Y-as:

20,00 0

5

10

15

X-as:

20

uk

Y-as:

40,00 0,00

st

X-as:

COLLECTIEVE VRAAG

of d

De collectieve vraag of de marktvraag is het verband tussen de prijs van een product en de gevraagde hoeveelheid van een product door

THEMA 2

LEVEL 2

pr oe

fh o

alle consumenten. Het is de som van de individuele vraagfuncties.

34

IN

2


Explore 5— Hoe bekijk je de vraag wiskundig? Good to know is de vergelijking van een rechte: y = ax + b

hoeveelheid (q) op de X-as. Het vak economie gebruikt ook symbolen: —

Gevraagde hoeveelheid: qv Prijs: p

VA

—

N

Wanneer je de vertaling maakt naar economie, dan staat de prijs (p) op de Y-as en de

IN

Om het makkelijk te houden ga je ervan uit dat de vraagcurve een rechte is. In wiskunde

De vergelijking van de vraagcurve is dan p = -aq + b, want het is een dalende rechte en

1

Stel dat de onderstaande formule de

uk

vraagvergelijking naar een nieuw type smartphone

©

dus is de rico (a) negatief.

van Huawei weergeeft. Bepaal twee koppels

coördinaten zodat je de rechte kunt tekenen.

1 * q + 400 p = – __ v 15

Noteer hoe je dat hebt bepaald.

1 * qV + 400 p = – __ 15

fh o

of d

a

;0)

st

) en (

(0;

1 * qV + 400 p = – __ 15

pr oe

LEVEL 2

Vul de coördinaten aan in vraag 1.

THEMA 2

b

35


2

Teken de grafiek van die vraagvergelijking. Bepaal zelf of je de grafiek maakt met pen of met een

©

VA

N

IN

rekenblad.

uk

TO THE POINT

In dit level gaat het over de goederen- en dienstenmarkt. De consumenten bepalen de vraag en de producenten het aanbod.

st

De vragers (of ook consumenten) laten zich beïnvloeden

door de prijs. Ze zijn bereid een bepaalde prijs te betalen wanneer die in overeenstemming is met de kwaliteit, zo

of d

niet zullen ze snel overstappen naar de concurrent. Hoe hoger de prijs van het product, hoe lager de gevraagde

hoeveelheid (qv) van de consumenten. Omgekeerd geldt

uiteraard: hoe lager de prijs, hoe groter de gevraagde hoeveelheid. Wanneer de prijs wijzigt, heb je een

fh o

beweging langs de curve. Als je de vraagcurve bekijkt van één consument, heb je een individuele vraagcurve (individuele vraag). Wanneer je de vraagcurves van alle consumenten optelt, of de vraag van alle vragers samenneemt, krijg je de collectieve vraagcurve of de collectieve vraag (marktvraag).

pr oe

Er zijn bepaalde externe factoren die de vraag kunnen beïnvloeden en een verschuiving van de vraagcurve tot gevolg hebben. Die oorzaken zijn bijvoorbeeld: —

wijziging van het inkomen,

—

wijziging in de voorkeur (voor een product of dienst) van de consument,

—

wijziging in het aantal consumenten,

—

wijziging in de prijs van een substitutiegoed of een complementair goed.

LEVEL 2

afname is, zal de curve naar links verschuiven.

THEMA 2

Als er een toename is bij een van die factoren, zal de vraagcurve naar rechts verschuiven. Als er een

oorspronkelijke product. Zo kunnen elektrische auto’s en dieselauto’s substitutiegoederen zijn van

36

Een substitutiegoed is een goed dat voor de consument kan dienen als een vervangmiddel voor het elkaar.


Action 1— Vraag naar filmtickets en tennisrackets Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening met de filmtickets of met de tennisrackets. Vink de gekozen

Optie 1

Filmtickets

Muhammed houdt ervan om naar goede actiefilms zoals The Avengers en Star Wars te gaan. In deze tabel staat hoeveel filmtickets hij zou kopen bij verschillende prijzen.

N

1

HOEVEELHEID

PER TICKET

FILMTICKETS

IN EURO

2

11,00

3

9,00

5 6

5,00 3,00 1,00

of d

7

7,00

st

4

©

PRIJS

uk

GEVRAAGDE

VA

Tabel 4.1

Teken de vraag naar filmtickets van Muhammed.

THEMA 2

LEVEL 2

pr oe

fh o

2

IN

optie aan.

37


Optie 2

Tennisrackets

Elena tennist graag. Ze heeft ook een A-trainer en traint twee maal per week. 1

In deze tabel staat hoeveel tennisrackets Elena zou kopen bij verschillende prijzen.

IN EURO

1

100,00

2

75,00

3

50,00

4

25,00

5

0,00

uk

Teken de vraag naar tennisrackets van Elena.

N

PER RACKET

VA

HOEVEELHEID TENNISRACKETS

©

PRIJS

THEMA 2

LEVEL 2

pr oe

fh o

of d

st

2

GEVRAAGDE

IN

Tabel 5.2

38


Action 2— De verschuiving van de vraag in een rekenblad 1

Bekijk de hoeveelheid koffie (in pakjes van 1 kg) die de consumenten vragen bij verschillende prijzen. Teken de vraagcurve met een rekenblad.

6,50

35

7,50

30

8,50

25

9,50

20

10,50

15

11,50

VA

40

N

PRIJS IN EURO

©

qV

IN

Tabel 6

© monticello / Shutterstock.com

uk

Door een inkomenswijziging van de consument verschuift de vraagcurve. Analyseer de tabel.

b

Wat gebeurt er met de vraag en de vraagcurve?

c

Teken de verschuiving op de grafiek.

st

a

PRIJS IN EURO

40

60

6,50

35

55

7,50

30

50

8,50

25

45

9,50

20

40

10,50

15

35

11,50 LEVEL 2

qV (NA VERSCHUIVING)

pr oe

qV (VOOR VERSCHUIVING)

THEMA 2

fh o

Tabel 7

of d

2

39


BREAKING NEWS Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op.

3

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

VA

3

Ik kan

4

Ik kan

5

Ik kan

6

Ik kan

uk

Ik kan

st

2

THEMA 2

LEVEL 2

pr oe

fh o

of d

Ik kan

40

BETER

©

JA 1

KAN

N

CHECKLIST

IN

1

EXTRA OEFENMATERIAAL


LEVEL 3

IN

Hoe komt het aanbod van goederen en diensten tot stand? INTRO Lees het verhaal van Jolien en beantwoord de vragen.

N

1

VA

Je weet al dat Jolien graag gamet. Ze heeft maar liefst 23 games voor haar Xbox, waarvan ze er slechts vijftien regelmatig speelt. Ze besluit dan ook om drie games die ze niet speelt, te verkopen.

9 x gezien

1 x bewaard

sinds 02 feb., 19:49

€ 20,00

10 x gezien B ewaar

uk

Be wa a r

Spelletje PS4 – nieuw in de verpakking

©

Spelletje PS4 – nieuw in de verpakking

sinds 02 feb., 19:53

€ 15,00 Levering Ophalen of verzenden

of d

st

Levering Ophalen of verzenden

0 x bewaard

fh o

Op de website 2dehands.be gaat ze eens kijken aan welke prijs men tweedehands games aanbiedt. Jolien twijfelt; 15,00 euro, 20,00 euro of 25,00 euro? Ze besluit om de games aan te bieden tegen een prijs van 20,00 euro! Wonder boven wonder, ze heeft de 3 games binnen enkele uurtjes verkocht. Dat zet haar aan het denken … Ze besluit om nog 5 games te verkopen. a

Voor welke prijs zal Jolien deze games proberen te verkopen? Zal die prijs hoger of lager dan

Wat zou Jolien doen als de kopers slechts 10,00 euro willen betalen voor haar games?

c

Is Jolien een aanbieder van of een vrager naar tweedehandsgames?

In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe komt het aanbod van goederen een diensten tot stand?

THEMA 2

2

b

LEVEL 3

pr oe

20,00 euro zijn? Waarom?

41


Explore 1— Wat is de toegevoegde waarde van een onderneming?

IN

Bedrijfskolom Vooraleer je een product in je winkelmand legt, heeft dat een hele weg afgelegd. Dat heet de bedrijfskolom: de weg die een product aflegt van de oorsprong tot het eindproduct. Het zijn

dus de opeenvolgende bedrijven die meewerken aan de productie. De consument maakt geen

1

VA

N

deel uit van de bedrijfskolom.

Je gaat verder met de optie die je in Level 2 gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan.

©

Good to know

In elke stap van de bedrijfskolom neemt de waarde van de sneaker of de pizza toe, er

Optie 1

of d

Bekijk de onderstaande bedrijfskolom.

Optie 2

a

pr oe b

LEVEL 3 THEMA 2 42

Bekijk de onderstaande bedrijfskolom

landbouwer / groenteteler

leerlooierij

meelfabriek

fabrikant sneakers

fabrikant pizza’s

groothandel

groothandel

kleinhandel

kleinhandel

consument

consument

Vul de toegevoegde waarde van de andere

bedrijfstakken aan.

Tip:

Pizza

veeboer

fh o

a

Nike-sneakers

st

uk

wordt dus waarde toegevoegd.

De waarde voor de veeboer is al berekend.

b

Vul de toegevoegde waarde van de andere bedrijfstakken aan.


Tabel 1.2

BEDRIJFSKOLOM

AANKOOP-

VERKOOP-

PRIJS

PRIJS

IN EURO

IN EURO

Veeboer

0,00

TOEGEVOEGDE

BEDRIJFS-

WAARDE

KOLOM

IN EURO

1,50

1,50

Land-

AANKOOP-

VERKOOP-

PRIJS

PRIJS

IN EURO

IN EURO

0,00

Meel-

looierij

fabriek

Fabrikant

Fabrikant

Groot-

Groot-

handel

handel

Klein-

Klein-

handel

handel

0,20

©

Som van de toegevoegde waardes

uk

Som van de toegevoegde waardes

c

IN EURO

VA

Leer-

VOEGDE WAARDE

N

bouwer

TOEGE-

IN

Tabel 1.1

Gebruik de ICT-fiches als je de berekening ook

in een rekenblad wilt maken. Geef het bestand

st

dan een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Uit welke elementen bestaat die toegevoegde waarde, m.a.w. wat is het verschil tussen de verkoopwaarde

of d

2

en de aankoopwaarde?

Waaraan is de som van de toegevoegde waardes gelijk? Waarom?

pr oe

fh o

3

Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde van elke stap in de bedrijfskolom is het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs, of met andere woorden het verschil tussen de marktwaarde

beloning voor

Beloning voor

beloning voor

arbeid (loon)

kapitaal (interest)

natuur (pacht)

ondernemerschap (winst)

TOEGEVOEGDE WAARDE

THEMA 2

beloning voor

LEVEL 3

van de productie en de aangekochte goederen.

43


Explore 2— Hoe verloopt het individuele aanbod van een product?

Een verkoper wil natuurlijk zoveel mogelijk verdienen. Hoe hoger de verkoopprijs per stuk, hoe meer winst hij

IN

maakt. Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt.

Good to know

N

In het vorige Level heb je de vraagzijde van de goederen- en dienstenmarkt bestudeerd. In dit Level richt je je op de producent die de aanbodzijde van de goederen- en

1

Nike-sneakers

Optie 2

In de volgende tabel zie je hoeveel Nike-

de gele rij in de tabel?

afleiden uit de gele rij in de tabel?

st of d

fh o

Tabel 2.1

Tabel 2.2

AANGEBODEN

PRIJS PER PAAR

AANGEBODEN

HOEVEELHEID

SNEAKERS

HOEVEELHEID

NIKE-SNEAKERS

IN EURO

PIZZA’S

pr oe LEVEL 3

volgende tabel zie je hoeveel pizza’s hij wil verkopen bij verschillende prijzen. Wat kun je

THEMA 2

Pizzeria Luigi verkoopt de beste pizza’s. In de

verschillende prijzen. Wat kun je afleiden uit

44

1

uk

sneakers een verkoper wil verkopen bij

Pizza

©

Optie 1

VA

dienstenmarkt bepaalt.

PRIJS PER PIZZA IN EURO

0

10,00

0

5,00

1

40,00

3

11,00

2

70,00

6

15,00

3

100,00

10

21,00

4

130,00

12

26,00

5

160,00

13

30,00


2

Zet de gegevens van de tabel nu uit in een

Zet de gegevens van de tabel uit in een

grafiek.

grafiek. Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een link naar een applicatie

a

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je

Tip:

vindt er een link naar een applicatie

die je uitlegt hoe je de aanbodcurve

die je uitlegt hoe je de aanbodcurve

op papier kunt tekenen.

op papier kunt tekenen. a

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

Verdeel de assen zodat je de punten kunt uitzetten.

b

Zet de punten uit.

c

Verbind de punten met een rode rechte

b

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

lijn.

c

Zet de punten uit.

d

Verbind de uitgezette punten met een

Grafiek 1.1: Aanbod van Nike-sneakers door één

VA

rode lijn.

Grafiek 1.2: Aanbod van pizza’s door Luigi

©

verkoper

180,00 160,00

uk

35,00

140,00

30,00

120,00

25,00 20,00

60,00 20,00 0

1

X-as:

2

3

4

5

6

10,00 5,00 0,00

0

2

4

6

8

10

12

14

X-as:

Het aanbod van een product is de hoeveelheid die de producent of verkoper bereid is te verkopen bij

fh o

3

of d

40,00

15,00

Y-as:

st

80,00

verschillende prijzen. De lijn die de punten met elkaar verbindt, is de aanbodcurve. Wat stel je vast over het verloop van de aanbodcurve?

pr oe a

Schrijf de letter A bij de grafiek.

b

Vul aan.

O ptie 1: Wanneer de prijs 100,00 euro bedraagt, biedt de verkoper paar Nike-sneakers te koop aan. Wanneer de prijs 70,00 euro bedraagt, daalt de aangeboden hoeveelheid naar

paar Nike-sneakers.

pizza’s te koop aan. Wanneer de prijs 21,00 euro bedraagt, stijgt de aangeboden hoeveelheid naar c

pizza’s.

Waarom verloopt de aanbodcurve zo?

LEVEL 3

Optie 2: Wanneer de prijs 15,00 euro bedraagt, biedt de verkoper

THEMA 2

Y-as:

100,00

0,00

IN

Tip:

N

2

45


Aanbodcurve Wanneer de prijs van het product verandert, heb je een beweging langs of op de curve. Je gaat namelijk van het ene punt op de curve naar het andere punt op de curve. prijzen. Ze geeft weer hoeveel stuks de producenten / verkopers willen verkopen voor verschillende prijzen.

Je hebt nu de grafiek op papier gemaakt. Maak nu de grafiek met een rekenblad. Zoek op internet op hoe

N

4

IN

De individuele aanbodcurve geeft het verloop van de aangeboden hoeveelheid bij verschillende

je dat moet doen of gebruik de filmpjes en de ICT-fiche_R_28. Neem de tabel van jouw gekozen optie over in een rekenblad.

b

Zorg ervoor dat de prijzen op twee cijfers na de komma worden afgerond en dat er een euroteken staat.

c

Ontwerp de grafiek.

d

Denk aan de benaming van de assen en een titel voor de grafiek.

e

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

©

VA

a

uk

Explore 3— Waardoor kan het aanbod veranderen?

Optie 1

of d

In elk van de volgende situaties verandert er

Optie 2

1

Pizza

In elk van de volgende situaties verandert er

telkens één aspect. Wat gebeurt er? Markeer:

telkens één aspect. Wat gebeurt er? Markeer:

a

de oorzaak in het groen,

a

de oorzaak in het groen,

b

het gevolg in het blauw.

b

het gevolg in het blauw.

fh o

1

Nike-sneakers

st

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan.

Situatie 1

Als er meer aanbieders van Nikesneakers komen, worden er meer /

Situatie 1

minder Nike-sneakers aangeboden of

Als er meer aanbieders van pizza komen, worden er meer / minder pizza’s aangeboden of verkocht.

pr oe

verkocht.

van sneakers gaan dalen, worden er meer / minder Nike-sneakers aangeboden of verkocht.

THEMA 2

LEVEL 3

Situatie 2

Als de prijzen van de grondstoffen

46

© 2p2play / Shutterstock.com

Situatie 2

Als de prijzen van de grondstoffen dalen, worden er meer / minder pizza’s aangeboden of verkocht.


Verschuiving aanbodcurve rechts Als je dat op een grafiek bekijkt, dan gaat de toename van het aanbod gepaard met een

2

Teken de situatie waarbij het aanbod

Teken de situatie waarbij het aanbod

toeneemt.

toeneemt.

a

a

Trek een pijl voor de richting van de

van de verschuiving.

verschuiving. b

Noem de eerste aanbodcurve A1 en de

tweede aanbodcurve A2.

tweede aanbodcurve A2.

Grafiek 2.2: Aanbod van pizza’s door Luigi

©

140,00

Prijs in euro

120,00 100,00 80,00 40,00 20,00 1

2

3

4

5

6

7

8

of d

3

0

st

60,00

0,00

35,00

A

9

30,00 25,00 20,00 15,00 10,00 5,00 0,00

Aangeboden hoeveelheid

Het aanbod kan ook op een andere manier

fh o

veranderen. Markeer:

3

0

2

4

6

8

10

a

de oorzaak in het groen,

b

het gevolg in het blauw.

b

het gevolg in het blauw.

pr oe

sneakers failliet gaan, dan worden

Situatie 4

Situatie 3

failliet gaan, dan worden er meer / minder pizza’s aangeboden of

aangeboden of verkocht.

verkocht.

sneakers gaan stijgen, dan worden

18

Als er veel aanbieders van pizza

er meer / minder Nike-sneakers

Als de prijzen van grondstoffen van

16

veranderen. Markeer:

de oorzaak in het groen,

Als er veel aanbieders van Nike-

14

Het aanbod kan ook op een andere manier

a

Situatie 3

12

Aangeboden hoeveelheid

Situatie 4

Als de prijzen van de grondstoffen gaan stijgen, dan worden er meer /

er meer / minder Nike-sneakers

minder pizza’s aangeboden of

aangeboden of verkocht.

verkocht. LEVEL 3

A

160,00

uk

Prijs in euro

verkoper

THEMA 2

Grafiek 2.1: Aanbod van Nike-sneakers door één

180,00

Noem de eerste aanbodcurve A1 en de

VA

b

Trek een pijl voor de richting

N

2

IN

verschuiving van de aanbodcurve naar rechts.

47


Verschuiving aanbodcurve links Als je dat op een grafiek bekijkt, dan gaat de afname van het aanbod gepaard met een

4

Teken de situatie waarbij het aanbod afneemt. a

Teken de situatie waarbij het aanbod afneemt. a

Trek een pijl voor de richting van de verschuiving.

b

verschuiving. b

Noem de eerste aanbodcurve A1 en de

tweede aanbodcurve A2.

Grafiek 3.2: Aanbod van pizza door Luigi

Grafiek 3.1: Aanbod van Nike-sneakers door één

©

A

160,00

Prijs in euro

140,00

35,00

120,00 100,00 80,00

st

60,00 40,00

0

of d

20,00 1

2

3

4

5

6

30,00 25,00 20,00 15,00 10,00 5,00 0,00

0

2

Aangeboden hoeveelheid

4

6

8

10

factor afneemt of toeneemt. FACTOR DIE HET AANBOD KAN BEÏNVLOEDEN

FACTOR NEEMT AF

FACTOR NEEMT TOE

Aantal producenten

Aanbod daalt / stijgt

Aanbod daalt / stijgt

Kosten voor de productie / prijs grondstoffen

Aanbod daalt / stijgt

Aanbod daalt / stijgt

Productiviteit (de productie per uur)

Aanbod daalt / stijgt

Aanbod daalt / stijgt

pr oe 6

Je hebt de verschuivingen van de grafiek op papier gemaakt. Maak nu de verschuivingen van de grafieken met een rekenblad. Zoek op internet hoe je dat moet doen of gebruik de filmpjes en de ICT-fiche_R_27 en

THEMA 2

LEVEL 3

fiche_R_28.

48

12

14

Aangeboden hoeveelheid

Markeer de tendens in de samenvattende tabel. Geef aan wat er gebeurt met het aanbod wanneer die

fh o

5

A

uk

Prijs in euro

verkoper

180,00

Noem de eerste aanbodcurve A1 en de

VA

tweede aanbodcurve A2.

0,00

Trek een pijl voor de richting van de

N

4

IN

verschuiving van de aanbodcurve naar links.

a

Bij het onlinelesmateriaal vind je de cijfergegevens in een rekenblad.

b

Zorg ervoor dat de prijzen op twee cijfers na de komma worden afgerond en dat er een euroteken staat.

c

Ontwerp de grafieken.

d

Denk aan de benaming van de assen en een titel voor de grafiek.

e

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.


Explore 4— Hoe verloopt het collectieve aanbod van een product?

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan. Nike-sneakers

Optie 2

Pizza

IN

Optie 1

Niet alleen pizzeria Luigi verkoopt pizza’s. In

verkopers van Nike-sneakers. Je bestudeert nu

de tabel zie je hoeveel pizza’s Luigi en zijn

hoe de aanbodcurve van drie verschillende Nike-

concullega’s willen verkopen bij verschillende

verkopers eruitziet.

prijzen. Bestudeer hoe de aanbodcurve van drie

N

Op de Nike-sneakermarkt zijn er meerdere

Tabel 3.1

VA

verschillende aanbieders eruitziet. Tabel 3.2 AANGEBODEN

AANGEBODEN

PRIJS PER PAAR NIKESNEAKERS

HOEVEELHEID

©

HOEVEELHEID NIKE-SNEAKERS

PRIJS PER

PIZZA

VER-

VER-

VER-

KOPER 1

KOPER 2

KOPER 3

0

2

4

10,00

0

3

2

5,00

1

3

5

40,00

3

6

5

11,00

2

4

6

70,00

6

9

8

15,00

4

uk

st

CELLO

MARIO

5

7

100,00

10

13

12

21,00

6

8

130,00

12

15

14

26,00

7

9

160,00

13

16

15

30,00

pr oe

fh o

5

LUIGI

of d

3

IN EURO

MAR-

PIZZA IN EURO

Ga ervan uit dat de drie Nike-verkopers de

1

Ga ervan uit dat de drie pizzeria’s de

volledige markt voorstellen en dat zij dus alle

volledige markt voorstellen en dat zij dus alle

aanbieders zijn op de Nike-sneakermarkt.

aanbieders zijn op de markt. Bereken nu het

Bereken het totale aanbod van Nike-sneakers.

totale aanbod van pizza’s.

THEMA 2

1

LEVEL 3

© Qiongna Liao / Shutterstock.com

49


Tabel 4.2

Tabel 4.1 TOTALE AANGEBODEN

PIZZA

HOEVEELHEID

IN EURO

NIKE-SNEAKERS

PRIJS PER

AANGEBODEN

NIKE-SNEAKERS

HOEVEELHEID

IN EURO

PIZZA’S

5,00

10,00

40,00

70,00

100,00

130,00

26,00

160,00

30,00

a

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

c

N

15,00 21,00

Zet de gegevens van de tabel uit in een grafiek. a

Verdeel de assen zodat je de punten kunt uitzetten.

uk

b

2

11,00

VA

Zet de gegevens van de tabel uit in een grafiek.

IN

©

2

TOTALE

PRIJS PER PAAR

Zet de punten uit.

b

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en

c

Zet de punten uit.

d

Verbind de uitgezette punten met een

Verbind de punten met een rode rechte

de Y-as.

of d

st

lijn.

Grafiek 4.1: Aanbod van Nike-sneakers door alle

rode lijn.

Grafiek 4.2: Aanbod van pizza door alle aanbieders

aanbieders 180,00

fh o

160,00 140,00 120,00 100,00 80,00 60,00

Y-as:

Y-as:

pr oe

40,00 20,00 0,00

0

5

10

15

X-as:

20

25

X-as:

THEMA 2

LEVEL 3

Collectieve aanbod

50

Het collectieve aanbod is het verband tussen de prijs van een product en de aangeboden hoeveelheid van dat product door alle producenten. Het is de som van de individuele aanbodfuncties.


Explore 5— Hoe bekijk je het aanbod wiskundig?

Om het makkelijk te houden ga je ervan uit dat de aanbodcurve een rechte is. In wiskunde is de vergelijking van een rechte: y = ax + b Wanneer je de vertaling maakt naar economie, dan staat de prijs (p) op de Y-as en de hoeveelheid (q) op de X-as de hoeveelheid (q) staan. Het vak economie gebruikt ook

—

Aangeboden hoeveelheid: qa Prijs: p

VA

—

N

symbolen:

IN

Good to know

De vergelijking van de vraagcurve is dan p = aq + b, want het is een stijgende rechte en

1

©

dus is de rico (a) positief.

Stel dat de onderstaande formule de aanbodvergelijking van een nieuw type smartphone van Huawei

uk

weergeeft. Bepaal twee koppels coördinaten zodat je de rechte kunt tekenen. ) en (

(0;

;400)

Noteer hoe je dat hebt bepaald.

fh o

p = __ ​​  1  ​​ * qA + 60 15

of d

a

st

​​  1  ​​ * qA + 60 p = __ 15

p = __ ​​  1  ​​ * qa + 60 15

pr oe

LEVEL 3

Vul de coördinaten aan in vraag 1.

THEMA 2

b

51


2

Teken de grafiek van die aanbodvergelijking. Bepaal zelf of je de grafiek maakt met pen of met een

©

VA

N

IN

rekenblad maakt.

uk

TO THE POINT

Het aanbod op de goederen- en dienstenmarkt wordt bepaald door de producent. De verkoopprijs van een onderneming of producent is gelijk aan de waarde van de aangekochte goederen en de winst, interest en huur.

st

toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde is de vergoeding voor de productiefactoren: loon,

De aanbieders (of producenten) zorgen ervoor dat de prijs waaraan ze hun producten aanbieden, hun

of d

kosten voor de productiefactoren dekt. Hoe hoger de prijs, hoe meer winst de producenten maken. Bij een hogere prijs zullen ze dan ook meer willen aanbieden en zal de aangeboden hoeveelheid (qa) stijgen. Hoe lager de prijs, hoe minder ze willen aanbieden. Wanneer de prijs wijzigt, heb je een beweging langs de curve. Als je de aanbodcurve bekijkt van één producent, heb je een individuele

aanbodcurve (individueel aanbod). Wanneer je de aanbodcurven van alle producenten optelt, of het

fh o

aanbod van alle aanbieders samenneemt, krijg je de collectieve aanbodcurve. Er zijn factoren die het aanbod beïnvloeden en dus de aanbodcurve doen verschuiven. Zo kan: –

het aantal producenten wijzigen,

– er een technologische vernieuwing (in de productiemethode bijvoorbeeld) zijn,

pr oe

– de kostprijs voor de productie (en de verkoop) veranderen. Bij de eerste twee factoren doet een toename de aanbodcurve naar rechts verschuiven. Het aanbod neemt dus toe. Als de kostprijs echter toeneemt, wordt het duurder om te produceren en zal de producent minder aanbieden.

markeren als plaatshouder

Omgekeerd geldt dat bij een afname van de eerste twee factoren de aanbodcurve naar links verschuift en het aanbod afneemt. Wanneer de kostprijs

THEMA 2

LEVEL 3

daalt en het produceren goedkoper wordt, zal het aanbod toenemen en de curve

52

naar rechts verschuiven.

BEKIJK DE KENNISCLIP


Action 1— Voorstelling van de aanbodcurve met een wiskundige formule

Bekijk aandachtig de aanbodcurve van een nieuwe laptop van Lenovo. Voor deze opdracht heb je de keuze. Kies optie 1 als je wat ondersteuning wilt en werk op een blad papier. Kies optie 2 als je liever een uitdaging

IN

hebt en werk met een rekenblad. Vink de gekozen optie aan. Optie 1 Gegeven is de volgende aanbodvergelijking van de nieuwe laptop van Lenovo.

N

a

b

VA

p = 150 * qa – 600

Gebruik de volgende tabel om de coördinaten te zoeken. Teken de aanbodcurve. Je hebt genoeg aan twee koppels om een rechte lijn te construeren.

c

Wat gebeurt er met de aanbodcurve wanneer de prijs van 400,00 euro naar 800,00 euro stijgt? Duid dat

©

aan op de grafiek.

uk

Tabel 5

PRIJS IN EURO

12

THEMA 2

LEVEL 3

pr oe

fh o

Grafiek 5

of d

4

st

qa

53


Optie 2 a

Gegeven is de volgende aanbodvergelijking van de nieuwe laptop van Lenovo. qa = 1/150 * p + 4

(de hoeveelheid in 1 000 stuks)

Teken de aanbodcurve in een rekenblad.

c

Wat gebeurt er met de aanbodcurve wanneer de prijs van 400,00 euro naar 800,00 euro stijgt? Duid dat ook aan op de grafiek.

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

THEMA 2

LEVEL 3

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

VA

d

N

IN

b

54


Action 2— De verschuiving van het aanbod met een rekenblad

1

Bekijk de hoeveelheid koffie (in pakjes van 1 kg) die de verkopers willen verkopen bij verschillende

IN

prijzen. Teken de aanbodcurve met een rekenblad. Tabel 6

7,50

20

8,50

25

9,50

30

10,50

35

11,50

N

15

VA

6,50

uk

10

Door een stijging van de kosten verschuift de aanbodcurve. Analyseer de tabel.

b

Wat gebeurt er met het aanbod en de aanbodcurve?

c

Teken de verschuiving op de grafiek.

of d qa (NA VERSCHUIVING)

PRIJS IN EURO

10

2

6,50

15

7

7,50

20

12

8,50

25

17

9,50

30

22

10,50

35

27

11,50 LEVEL 3

pr oe

qa (VOOR VERSCHUIVING)

THEMA 2

Tabel 6

st

a

fh o

2

PRIJS IN EURO

©

qa

55


Action 3— Vraag en aanbod met een rekenblad Het elektronicabedrijf Sony heeft in Japan onderzocht hoeveel consoles ze van de nieuwe Playstation 5 in

a

Bekijk de tabel.

b

Teken de vraag- en aanbodcurven in een rekenblad.

c

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

IN

Tokio zouden verkopen bij verschillende prijzen.

GEVRAAGDE HOEVEELHEID

AANGEBODEN HOEVEELHEID

IN EURO

CONSOLES

CONSOLES

240,00

28 000

280,00

24 000

320,00

20 000

360,00

16 000

fh o

pr oe LEVEL 3 THEMA 2

©ESOlex / Shutterstock.com

uk

©

10 000 13 000 16 000

12 000

19 000

8 000

22 000

4 000

of d

480,00

7 000

st

440,00

VA

PRIJS PER CONSOLE

400,00

56

N

Tabel 6

25 000


Action 4— Stellingen beoordelen Zijn de volgende stellingen juist of fout? Verbeter de foutieve stellingen.

a

Wanneer je de vraagcurve wilt tekenen, plaats je de aangeboden hoeveelheid op de Y-as en de prijs op de X-as.

De aanbodcurve verloopt stijgend omdat de producent meer wil aanbieden bij een lagere prijs.

Als de prijs stijgt, dan stijgt het aanbod en daalt de vraag.

©

c

uk

d

Als het inkomen van de consumenten stijgt, zal de aanbodcurve naar rechts verschuiven.

st

Als de prijzen van de grondstoffen stijgen, zal de aanbodcurve naar rechts

of d

e

VA

b

N

FOUT

IN

JUIST

verschuiven.

Als de voorkeur van de consumenten voor een bepaald product afneemt, zal de

fh o

f

vraagcurve naar links verschuiven.

THEMA 2

LEVEL 3

pr oe

57


Action 5— Dagelijkse kost: verandering in vraag en aanbod Lees de volgende krantenknipsels. Zal die informatie een gevolg hebben voor de vraag of het aanbod? Kruis aan in kolom 2.

b

Teken in kolom ‘Situatie’ de oorspronkelijke vraag- of aanbodcurve en geef die de juiste benaming.

c

Zal de vraag of het aanbod stijgen of dalen? Kruis aan in kolom 3.

d

Welke verschuiving van de vraag of het aanbod vindt dan plaats? Teken in de eerste kolom de nieuwe vraag-

IN

a

N

of aanbodcurve.

1

VA

Op de markt van mondmaskers: Door het coronavirus stijgt de vraag naar mondmaskers enorm.

p

GEVOLG VOOR

©

SITUATIE

vraag

stijging

aanbod

daling

st

uk

V

TENDENS

fh o

2

of d

q

SITUATIE p

GEVOLG VOOR

A

THEMA 2

LEVEL 3

pr oe

Een deel van de producten die Coolblue verkoopt, komt uit China en is niet meer leverbaar. Door de problemen met de bevoorrading zijn sommige prijzen enorm gestegen.

58

q

TENDENS

vraag

stijging

aanbod

daling


3

SITUATIE

aanbod

stijging daling

N

vraag

V

TENDENS

VA

p

GEVOLG VOOR

IN

Op de markt van fietsen: fietsverkoop na de lockdown (ten tijde van corona) boomt als nooit tevoren: ‘Die eerste week was gewoon hallucinant.’

uk

©

q

4

of d

st

Benzine of diesel wordt bijna 6 cent goedkoper per liter. De daling van de brandstofprijzen is het gevolg van de sterke daling van de prijs van ruwe olie. Die zakte gisteren verder tot het laagste niveau in maar liefst 21 jaar.

A

TENDENS

vraag

stijging

aanbod

daling

q

LEVEL 3

p

GEVOLG VOOR

THEMA 2

pr oe

fh o

SITUATIE

59


5

SITUATIE

vraag

V

stijging daling

VA

aanbod

TENDENS

N

p

GEVOLG VOOR

IN

Door de lockdown (ten tijde van corona) waren de horecazaken lange tijd gesloten en werden er ook geen evenementen meer georganiseerd. Daardoor was er minder vraag naar industriële (diepvries)frieten.

uk

©

q

6

of d

st

Door de hitte in juli en augustus zal de oogst van aardappelen dit jaar naar schatting 6 procent kleiner zijn dan vorig jaar. SITUATIE

A

THEMA 2

LEVEL 3

pr oe

fh o

p

60

q

GEVOLG VOOR

TENDENS

vraag

stijging

aanbod

daling


BREAKING NEWS Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op in een tekstverwerker.

3

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

Ik kan een individuele vraagcurve analyseren.

2

Ik kan een individuele vraagcurve visualiseren.

3

Ik kan een individuele aanbodcurve analyseren.

4

Ik kan een individuele aanbodcurve visualiseren.

5

Ik kan onderzoeken waardoor de vraagcurve kan

6

uk

Ik kan onderzoeken waardoor de aanbodcurve

of d

kan verschuiven. 7

EXTRA OEFENMATERIAAL

st

verschuiven.

BETER

©

1

KAN

VA

JA

N

CHECKLIST

IN

1

Ik kan een collectieve vraagcurve bepalen en visualiseren.

Ik kan een collectieve aanbodcurve bepalen en visualiseren.

THEMA 2

LEVEL 3

pr oe

fh o

8

61


STEP-UP 1

In dit onderzoek geef je een antwoord op de vraag ‘Welke artikels neem je op in de economische krantenpagina of het economisch nieuwsbericht voor leeftijdsgenoten?’ fragmenten moeten verband houden met de werking van vraag en aanbod.

Hier volgen enkele tips of zoektermen die je kunt gebruiken om te zoeken naar artikels en

Tip:

nieuwsfragmenten. Je kunt zoektermen combineren of zoektermen met andere woorden

N

stijging grondstoffenprijzen

uk

daling vraag aardappelen

concurrentie

©

stijging verkoop huizen

slechte oogst

VA

stijging van de beurskoersen

meer vraag naar mondmaskers

invoer appelen uit Polen

st

inkomen gezinnen

inflatie

daling appartementen

proberen als zoekterm.

Verwerk die krantenartikels en nieuwsfragmenten. a

of d

2

IN

Zoek krantenartikels en nieuwsfragmenten van de afgelopen twee maanden. Die artikels en nieuws-

Kies afhankelijk van je interesse of je een economische krant wilt maken (optie 1) of een televisiejournaal (optie 2). Vink de gekozen optie aan.

b

Volg voor je onderzoek de OVUR-strategie. Dat houdt in dat je de volgende stappen doorloopt om

THEMA 2

STEP-UP

pr oe

fh o

tot de oplossing van dit onderzoek te komen.

62


MOGELIJKE VRAGEN

O

Wat moet ik doen?

Oriëren­ten

Wat wordt er van mij verwacht?

AANDACHTSPUNTEN BIJ DE ONDERZOEKSVRAAG

Wat zijn de doelstellingen?

IN

STAP

Hoe ga ik het doen?

Voor­be­

Welke bronnen heb ik

rei­den

nodig?

N

V

VA

uk

©

U

Welke invulling

Uit­voe­ren

geef ik aan de

st

of d

onderzoeksvraag?

Wat vind ik van het

Re­flec­te­

geleverde werk?

ren

Wat kan er beter? Wat was goed?

STEP-UP

R

THEMA 2

pr oe

fh o

63


Optie 1

Economische krant

STEP-UP Werk per twee.

b

Gebruik het sjabloon dat je bij het onlinelesmateriaal vindt.

c

Geef je krant een naam.

d

Ga op zoek naar een aantal economische artikels.

e

Neem ook andere elementen op in je krant zoals het weer en de voetbaluitslagen.

f

Zorg voor gepaste afbeeldingen.

g

Vermeld telkens de naam van de schrijver van het artikel.

h

Presenteer jouw economische krant in de klas.

i

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Televisiejournaal

VA

Optie 2

N

IN

a

a

Werk in groepjes van drie.

b

Ga op zoek naar een aantal economische artikels.

c

Maak een journaalvideo van maximaal vijf minuten met een

©

nieuwslezer. Filmen kan met een camera of met de camera

van een smartphone of tablet indien die van goede kwaliteit is. Geef je journaal een naam.

e

Wanneer je een nieuwsitem bespreekt, zorg er dan voor dat je

uk

d

er op de achtergrond informatie over toont op een scherm of een bord bijvoorbeeld.

Wees origineel en zorg voor een ‘reporter ter plaatse’.

g

Zorg voor een inleidend en een uitleidend muziekje. Je zult je video dus moeten bewerken.

h

Je filmpje kun je uploaden naar Vimeo of YouTube.

i

Toon je journaal in de klas.

j

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

of d

fh o

pr oe STEP-UP THEMA 2 64

st

f


Begrippenlijst Thema 2 IN JE EIGEN WOORDEN

Behoefte hebben betekent iets nodig hebben of naar iets verlangen. Elke mens heeft behoeften die onderling kunnen

verschillen maar de basisbehoeften zijn

dezelfde. collectieve

Dat zijn goederen die meerdere mensen

goederen

tegelijkertijd kunnen gebruiken. bv. het leger, straatverlichting of een vuurwerkshow

economische

Economische (of materiële) behoeften kun

behoeften

je vervullen door goederen of diensten

economisch

Mensen moeten omwille van het aantal

principe

middelen dat beschikbaar is, een keuze

uk

De mensen proberen om de behoeften

1

1

1

st

consument kan kopen. Na verkoop kan

kopen.

Niet-economische behoeften kun je niet

of d

een andere persoon het niet nog een keer

economische

bevredigen door iets te kopen.

behoeften

bv. behoefte aan vrienden en gezondheid

primaire

Primaire behoeften zijn levensnoodzakelijke

behoeften

behoeften als eten, drinken en een woning.

producent

Producenten zijn de bedrijven.

Bij economie wijst schaarste op het feit dat

pr oe

1

Dat zijn goederen die slechts een

goederen

fh o

1

individuele

niet-

middelen.

1

moeten maken tussen al die behoeften. te maximaliseren met de beschikbare

1

schaarste

het budget of het inkomen ontoereikend is om in alle behoeften te voldoen.

secundaire

Secundaire behoeften zijn niet-

behoeften

noodzakelijke behoeften.

welvaart

Wanneer iemand makkelijk in (al) zijn behoeften kan voorzien, rekening

houdend met zijn schaarse middelen, is

hij welvarend. Welvaart verwijst dus naar

het feit of een persoon veel goederen en diensten kan kopen.

BEGRIPPENLIJST

tegen betaling te kopen. 1

©

1

VA

1

THEMA 2

behoefte

VERKLARING

IN

1

BEGRIP

N

LEVEL

65


welzijn

VERKLARING

IN JE EIGEN WOORDEN

Welzijn houdt rekening met de levenskwaliteit van de mensen. Zo kijkt men bij welzijn ook naar de levensverwachting,

de scholingsgraad (een diploma hebben),

tewerkstelling, de gezondheidstoestand, de levensstandaard en de sociale omgeving

2

nut of

Het nut van een goed of een

tevredenheid

goederencombinatie geeft weer hoe

tevreden een consument is met de

hoeveelheid van die producten die hij zal

VA

collectieve

Dat is de curve van alle vragers naar een

vraagcurve of

product op de markt.

vraag consument

Dat is de persoon die in de economie koopt

wil vragen bij een bepaalde prijs.

individuele

Dat is de curve die de vraag naar een

vraagcurve

product weergeeft van een consument of

of individuele

een vrager.

vraag 2

uk

Dat is de hoeveelheid die een consument

hoeveelheid

st

gevraagde

of d

2

©

of consumeert. 2

substitutiegoed

Dat is een goed dat een ander goed kan

fh o

vervangen omdat het hetzelfde nut heeft.

2

vraag

Dat is wat de consument vraagt op een bepaalde markt van producten of diensten.

2

vraagoverschot

Dat ontstaat wanneer de prijs lager ligt

pr oe

dan de evenwichtsprijs en de gevraagde

THEMA 2

BEGRIPPENLIJST

2

66

3

3

vrager

aanbieder

aanbod

collectieve

2

(mensen om je heen hebben).

consumeren. 2

IN

1

BEGRIP

N

LEVEL

hoeveelheid groter is dan de aangeboden

hoeveelheid.

Vragers zijn de consumenten die producten

vragen op de markt. De aanbieder is de producent die de producten op de markt aanbiedt. Dat is wat de producent aanbiedt op een bepaalde markt van producten of diensten.


IN JE EIGEN WOORDEN

aangeboden

Dat is de hoeveelheid die een producent bij

hoeveelheid

een bepaalde prijs wil aanbieden.

bedrijfskolom

Dat is de weg die een product aflegt van de oorsprong tot het eindproduct

collectieve

Dat is de curve van alle aanbieders van een

aanbodcurve

product op de markt.

aanbod

De toegevoegde waarde van elke stap in verkoopprijs en de aankoopprijs, of m.a.w.

het verschil tussen de marktwaarde van de

Het nut van een goed of een

©

productie en de aangekochte goederen. tevredenheid

VA

de bedrijfskolom is het verschil tussen de

goederencombinatie geeft weer hoe

hoeveelheid van die producten die hij zal

uk

tevreden een consument is met de consumeren.

Preferentie verwijst naar de voorkeur

preferentie

van de consument voor een bepaalde

st

voorkeur of

fh o

of d

combinatie van goederen.

pr oe

3

of collectief

3

3

BEGRIPPENLIJST

3

THEMA 2

3

VERKLARING

IN

3

BEGRIP

N

LEVEL

67


NEXT

LEVEL 2

Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening met de filmtickets of de tennisrackets.

1

Filmtickets

N

Optie 1

IN

Action 1— Vraag naar filmtickets en tennisrackets

Op een markt is er natuurlijk meer dan een vrager. Om het niet te moeilijk te maken, ga je uit van drie

VA

consumenten of vragers. Muhammed was niet alleen op de markt van filmtickets. Bekijk de onderstaande tabel.

b

Bepaal de totale vraag op de markt van filmtickets. Tel voor elke prijs de gevraagde hoeveelheid op.

Tabel 1.1

MUHAMMED

DARIO

2

1

3

2

4

3

7

LEVEL 2 NEXT LEVEL THEMA 2 68

CAS

FILMTICKETS

IN EURO 11,00

st

0

9,00

2

7,00

4

3

5,00

5

4

3,00

5

1,00

6

Teken de grafiek. Bepaal zelf of je de grafiek met pen en papier of met een rekenblad maakt.

pr oe

2

FILMTICKET

1

fh o

6

PRIJS PER

HOEVEELHEID

of d

5

TOTALE GEVRAAGDE

uk

GEVRAAGDE HOEVEELHEID FILMTICKETS

©

a


Optie 2 1

Tennisrackets

Op een markt is er natuurlijk meer dan een vrager. Om het niet te moeilijk te maken, ga je uit van drie consumenten of vragers. Elena en haar twee vrienden, Jana en Lore spelen ook tennis in dezelfde club. Bekijk de onderstaande tabel.

b

Bepaal de totale vraag op de markt van tennisrackets. Tel voor elke prijs de gevraagde hoeveelheid

IN

a

op. Tabel 1.2

0

1

1

1

2

2

2

3

3

3

4

4

4

5

5

N

0

TENNISRACKETS

IN EURO

VA

LORE

PRIJS PER GAME

125,00 100,00

uk

JANA

HOEVEELHEID

75,00 50,00 25,00

6

0,00

st

5

Teken de grafiek. Bepaal zelf of je de grafiek met pen en papier of met een rekenblad maakt.

LEVEL 2 NEXT LEVEL THEMA 2

pr oe

fh o

of d

2

ELENA

TOTALE GEVRAAGDE

©

GEVRAAGDE HOEVEELHEID TENNISRACKETS

69


NEXT

LEVEL 3

Kies, afhankelijk van je interesse, de oefening met de filmtickets of de tennisrackets.

Op een markt is behalve een vrager ook een aanbieder. Je gaat in deze casus uit van twee aanbieders.

VA

1

Filmtickets

N

Optie 1

a

Bekijk de onderstaande tabel.

b

Bepaal het totale aanbod op de markt van filmtickets. Tel voor elke prijs de aangeboden hoeveelheid

Tabel 1.1

KINEPLACE

100

70

IN EURO

7,00

130

85

9,00

140

90

11,00

fh o

3,00

80

95

13,00

of d

pr oe LEVEL 3

FILMTICKETS

5,00

150

NEXT LEVEL

FILMTICKET

75

120

THEMA 2

PRIJS PER

HOEVEELHEID

st

CINEMAX

110

TOTALE AANGEBODEN

uk

AANGEBODEN HOEVEELHEID FILMTICKETS

©

op.

70

IN

Action 1— Aanbod van filmtickets en tennisrackets


2

Teken de grafiek. Bepaal zelf of je de grafiek met pen of met een rekenblad maakt. Op de X-as begin je pas

Op een markt is behalve een vrager ook een aanbieder. Je gaat in deze casus uit van twee aanbieders.

of d

1

Tennisrackets

st

Optie 2

uk

©

VA

N

IN

met een XXX

a

Bekijk de onderstaande tabel.

b

Bepaal het totale aanbod op de markt van tennisrackets. Tel voor elke prijs de aangeboden

pr oe

WIMBLEDON

TENNISFUN

TOTALE AANGEBODEN

PRIJS PER

HOEVEELHEID

TENNISRACKET

TENNISRACKETS

IN EURO

0

0

0,00

10

40

25,00

20

80

50,00

30

120

75,00

40

160

100,00

50

200

125,00

NEXT LEVEL

AANGEBODEN HOEVEELHEID FILMTICKETS

THEMA 2

fh o

Tabel 2.1

LEVEL 3

hoeveelheid op.

71


2

Teken de grafiek. Bepaal zelf of je de grafiek met pen of met een rekenblad maakt. Op de X-as begin je

THEMA 2

NEXT LEVEL

LEVEL 3

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

VA

N

IN

met een hoeveelheid van 150 rackets.

72


3 IN VA

F

©

AANBOD

st

uk

BUY IT NOW

T

N

VRAAG

fh o

of d

I

pr oe

L

Thema 3: Marktwerking


pr oe

fh o

IN

THEMA

N

VA

©

uk

st

of d

3

Marktwerking


IN

VA

N

NEXT LEVEL

STEP-UP

LEVEL

Hoe komt de prijs op de goederenen dienstenmarkt tot stand?

p. 20

pr oe

fh o

of d

st

2

uk

©

Onderzoek eigen onderzoeksvraag

p. 95

LEVEL

1

Welke marktvormen zijn er op de goederen- en dienstenmarkt?

p. 5

STEP-IN

p. 4


STEP-IN Lees het artikel. a

Markeer in het artikel de prijs van de Pokémonkaart die Yves Bruynen momenteel zou krijgen en de prijs waarvoor hij die kaart, samen met andere kaarten, heeft gekocht.

b

VA

N

Waarom zou de prijs zo gestegen zijn?

IN

1

Kempenaar bezit zeldzaamste Pokémonkaart: ‘Ik kreeg al een bod van 415 000,00 euro, maar dat heb ik afgeslagen’ Net zoals zoveel kinderen begon Yves Bruynen eind jaren negentig met het verzamelen van

Pokémonkaarten. ‘Ik had een hele collectie. Die hield ik bij in een zwart koffertje. Na een jaar of zeven,

©

toen ik in mijn puberjaren kwam, heb ik dat koffertje aan de kant gezet bij mijn grootmoeder.’ Ondertussen heeft Bruynen in Hoogstraten ook een winkel waar hij alles van Pokémon verkoopt,

uk

Flashcards. ‘Zes jaar geleden kocht ik een collectie op van een Nederlander’, vertelt de Kempenaar. Hij betaalde daar toen zo’n 200,00 euro voor. Daar zaten niet alleen losse kaarten maar ook een paar pakjes bij. Die heb ik allemaal dichtgelaten.’ Als er geen waardevolle kaarten in die pakjes zitten, zijn die gesloten immers meer waard. Maar vorig jaar besliste Bruynen toch om een van die pakjes te openen.

st

Wat hij onder ogen kreeg was de eerste editie van een ‘Shadowless Charizard’ uit 1999. In totaal zijn er wereldwijd 122 van die kaarten in omloop.

of d

‘Vijf jaar geleden was die kaart zo’n 15 000,00 euro waard.’ Eind vorig jaar werd de kaart van Bruynen geschat op 200 000,00 euro. Ondertussen kreeg hij al een bod van

.

‘Dat bod heb ik afgeslagen.’

fh o

Bron: gva.be, 2021­04­16

Good to know

pr oe

Een consument is bereid om veel geld te betalen voor een product met slechts een beperkt aanbod en een grote vraag.

THEMA 3

STEP-IN

2

4

In dit thema doorloop je twee levels waarin je leert … 1

welke marktvormen er op de goederen­ en dienstenmarkt bestaan;

2

dat de prijzen van goederen en diensten ontstaan doordat kopers en verkopers overeenkomen om een bepaalde hoeveelheid goederen te verhandelen tegen een afgesproken prijs.

3

Elk level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step­up uit te voeren. Daarin ga je zelf onderzoeken hoe de prijs van een gekozen product tot stand komt.


LEVEL 1

IN

Welke marktvormen zijn er op de goederen- en dienstenmarkt? INTRO

Hieronder zie je twee kaarten waarop tankstations zijn aangegeven. Op kaart A zie je tankstations

N

1

langs de Grote Baan in Houthalen. Op kaart B zie je een tankstation in de Ardennen. Waar zou je het

VA

minst betalen voor de benzine? Waarom?

B

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

A

Good to know Naarmate er meer concurrentie is, is de macht van de ondernemingen om een hoge prijs

2

In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Welke marktvormen zijn er op de goederen- en dienstenmarkt?

THEMA 3

hogere prijs te vragen.

LEVEL 3

te vragen beperkter. Wanneer er slechts een aanbieder is, is zijn macht groot om een

5


VA

N

IN

Explore 1— Wat is een markt?

Waar doet het begrip markt je aan denken?

2

In welke twee categorieën kun je de mensen op de markt indelen?

3

Wat is een consument?

4

Wat is een producent?

fh o

of d

st

uk

©

1

5

Op een markt staan er vaak meerdere kraampjes die fruit of schoenen verkopen. Wat zijn die verkopers

pr oe

onderling van elkaar?

MARKT

In de economie is een markt een plaats waar kopers en verkopers

THEMA 3

LEVEL 3

van een goed of een dienst samenkomen en een prijs afspreken.

6

6

Over welke markt gaat het in de intro?


7

Je hoort de term markt wel eens vallen in het nieuws. Over welke markten in de economie wordt er dan zoal gesproken?

Wie zou een concurrent van Jolien uit de Intro kunnen zijn?

9

In dit Level gaat het over de goederen­ en dienstenmarkt. Welke twee partijen uit de economische

N

IN

8

kringloop spelen een centrale rol op die markt? Noteer beide partijen in de cirkels.

b

Noteer in de tekstvakken de woorden ‘vraag’ en ‘aanbod’, volgens wie de vraag naar goederen stelt

VA

a

uk

©

en wie het aanbod ervan bepaalt.

Leveren van goederen aan consumenten

of d

st

Betalen voor aankoop goederen en diensten

producent / verkoper

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

fh o

consument / koper

7


Explore 2— Welke marktvormen zijn er? Bestudeer de volgende afbeeldingen. a

Hoeveel aanbieders zijn er: veel, enkele of slechts een?

b

In welke mate verschillen de producten van elkaar. Kruis aan. Restaurant

VA

N

Bloemenveiling

IN

1

geen verschil

©

geen verschil gelijkaardig

gelijkaardig verschillend

uk

verschillend

Elektriciteitscentrale

of d

st

Vliegtuigbouwer

geen verschil

gelijkaardig

gelijkaardig

verschillend

verschillend

fh o

geen verschil

pr oe

NMBS

THEMA 3

LEVEL 3

© Bjorn Beheydt / Shutterstock.com

8

geen verschil gelijkaardig verschillend


2

Welke markten zie je op de foto’s?

IN

Markt Hoewel het allemaal markten zijn waar kopers en verkopers samenkomen, zijn er toch veel verschillen. Een markt wordt getypeerd door vier kenmerken. Aantal aanbieders: Zijn er veel of weinig aanbieders van dat product?

—

Homogeen of heterogeen product: Zijn de producten identiek of verschillen ze veel?

—

Transparantie van de markt: Kan de consument de prijzen en de kwaliteit gemakkelijk vergelijken? Hoe gemakkelijker dat is, hoe transparanter de markt is.

Vrije toetreding tot of uittreding uit de markt: Kun je als nieuwe aanbieder gemakkelijk

VA

—

op die markt een bedrijf starten?

Er zijn vier bekende marktvormen: perfecte competitie of volkomen mededinging, monopolistische

©

3

N

—

concurrentie, oligopolie en monopolie. Van monopolie heb je ongetwijfeld al gehoord. Wat is dat?

uk

st

Good to know

Wanneer je die vier marktvormen op een lijn uittekent, dan staan monopolie en volkomen

of d

mededinging elk aan een uiteinde. Daartussen bevinden zich de andere twee vormen. VOLKOMEN MEDEDINGING

MONOPOLIE

veel aanbieders

—

een aanbieder

—

homogeen product

—

homogeen product

—

makkelijke toetreding tot en

—

zeer moeilijke toetreding tot

—

weinig tot niet-transparante

fh o

—

uittreding uit een markt transparante markt

een markt markt

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

—

9


Vul aan de hand van je antwoorden op vraag 1 de tabel in.

AANTAL

SOORT

TRANS­

BEELD

AANBIEDERS

PRODUCT

PARAN­TIE

Monopolis­

Restau­rants

tische concurrentie

Oligo­polie

Vlieg­tuigen

Elektri­citeit

st

of d

5

Trein­ritten

Mono­polie

uk

MARKT

IN

UITTREDING

N

Bloem­en

mededinging

TOE- EN

VA

Volkomen

VOOR­

©

4

Dit jaar leer je enkel de volkomen mededinging. Markeer daarom die rij in de tabel.

fh o

Good to know

De perfecte competitieve markt is een economisch model dat in realiteit nauwelijks voorkomt. Het model wordt wel gebruikt om economische theorieën te ontwikkelen, zoals

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

in dit level.

10


uk

©

VA

N

IN

TO THE POINT

De term markt wordt in de economie gebruikt voor de plaats waar vragers (kopers) en aanbieders (verkopers) elkaar ontmoeten, net zoals dat op de markt in jouw buurt het geval is. Er zijn

st

verschillende marktvormen. Dat betekent dat een bepaalde markt kan verschillen van de andere. Een markt wordt getypeerd door vier kenmerken: het aantal aanbieders,

–

een homogeen of heterogeen product,

–

de transparantie van de markt,

–

de vrije toetreding tot of uittreding uit de markt.

of d

–

In dit level gaat het om de marktvorm perfecte competitie of volkomen mededinging. In die

fh o

marktvorm zijn er veel vragers en aanbieders. De markt is transparant wat betekent dat de consument makkelijk toegang heeft tot informatie over prijs en kwaliteit. De producten zijn

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

homogeen en aanbieders kunnen gemakkelijk tot die markt toetreden of eruit uittreden.

11


Action 1— Marktvormen Met welke marktvorm hebben de vragers en aanbieder(s) van de onderstaande producten te maken? Vul de

HETEROGEEN

BIEDERS

PRODUCT

Identi­

teits­kaart Maïs

Proxi­mus)

Be­stu­ rings­sy­

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

fh o

stemen

of d

Brood

12

st

(bv.

provider

uk

Telecom­

water

MARKTVORM

Leiding­

TOE- EN UITTREDING

©

Schoenen

TRANS­ PARANTIE

N

HOMOGEEN /

AAN­

VA

AANTAL PRODUCT

IN

tabel aan.


Action 2— Supermarkten Lees de onderstaande artikels. Waarom is Albert Heijn een prijzenoorlog gestart?

b

Van welk marktvorm is hier sprake? Waarom?

c

Wat zou de reactie kunnen zijn van andere supermarkten?

©

VA

N

IN

a

uk

A

st

Stuntactie Albert Heijn lijkt prijzenoorlog te ontketenen

De prijzenoorlog bij de Belgische supermarkten blijft

of d

terug van weggeweest. Lidl pakt uit met een nieuwe

campagne en nieuwe vestigingen. Albert Heijn stunt er flink op los. Bij aankoop van bepaalde producten in de winkel krijg je er maar liefst vijf andere

producten gratis bij. De zelfstandige supermarkten,

fh o

verenigd in Buurtsuper.be, vragen een onderzoek naar een mogelijke overtreding van het verbod op verkoop met verlies. Boerenbond noemt de prijsstunt van Albert Heijn ‘stuitend’.

B

Promotiestunt Albert Heijn zet kwaad bloed De promotiestunt van Albert Heijn waarbij 1+5 gratis producten aangeboden wordt, lokt heel wat negatieve reacties uit. ‘Minister van Economie moet een onderzoek instellen.’ Uit: gondola.be, 2021­02­17

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

Bron: vilt.be, 2021­02­16

13


Action 3— XXX

b

Is er sprake van een monopolie van Smartschool? Waarom (niet)?

c

Waarom is er toch de indruk dat Smartschool een monopoliepositie heeft?

d

Wat is het gevaar indien Smartschool een monopolie zou zijn?

N

Vat het fragment samen in een mindmap of in twee zinnen.

st

uk

©

VA

a

IN

Beluister het audiofragment.

BREAKING NEWS

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op.

3

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

fh o

of d

1

CHECKLIST

THEMA 3

LEVEL 3

pr oe

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

14

1

Ik kan

2

Ik kan

3

Ik kan

4

Ik kan

5

Ik kan

JA

KAN BETER

EXTRA OEFENMATERIAAL


LEVEL 2

IN

Hoe komt de prijs op de goederenen dienstenmarkt tot stand? INTRO

N

Lees het verhaal van Jolien.

of d

st

uk

©

VA

1

© Adha Ghazali / Shutterstock.com

pr oe

fh o

In het vorige level maakte je kennis met Jolien. Jolien houdt niet alleen van schoenen maar ook van gamen. Zij heeft tientallen games zoals Call of Duty, GTA en FIFA. Volgend jaar verhuist het gezin van Jolien. Haar moeder wil dat ze de helft van haar games verkoopt. Het eerste weekend van mei vindt de jaarlijkse avondmarkt plaats waar Jolien haar games verkoopt. Per game vraagt ze 16,00 euro. De eerste klant wil meteen twee games kopen, maar wil er slechts 10,00 euro per game voor betalen. Een tweede klant wil dan weer drie games kopen en is bereid om 9,00 euro per game te betalen. De klanten vinden de gevraagde prijs te hoog. Jolien zal de prijs met de klanten moeten bespreken om tot een overeenkomst te komen.

Hoe komt de prijs op de markt tot stand?

LEVEL 2

In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag:

THEMA 3

2

15


Explore 1— Waar zijn de vraag en het aanbod op de markt gelijk?

Je stelt vast dat kopers liever minder betalen en verkopers liever tegen een hogere prijs verkopen. Om toch tot een aankoop of verkoop over te gaan, komen kopers en verkopers, of vragers en aanbieders, samen op de

Optie 1 Nike-sneakers Je vindt de gevraagde en aangeboden hoeveelheid in een tabel.

Tabel 1.1

TOTALE AANGEBODEN

PRIJS PER PAAR

HOE­VEEL­HEID NIKE-SNEAKERS

HOEVEELHEID NIKE-SNEAKERS

IN EURO

18

6

©

TOTALE GE­VRAAG­DE

9 6

100,00

18

130,00

21

160,00

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een link naar een applicatie die je uitlegt hoe je

fh o

de vraag- en aanbodcurve op papier kunt tekenen.

a

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

b

Verbind de punten. Controleer of je ze in de tabel vindt.

pr oe LEVEL 2 THEMA 3

15

Vervolledig de grafiek.

Tip:

16

40,00 70,00

of d

3

10,00

12

st

12

9

uk

15

2

VA

1

N

Je gaat verder met de optie die je gekozen hebt. Vink de gekozen optie aan.

IN

markt. Daar spreken ze af welke hoeveelheid ze bereid zijn te verhandelen tegen een overeengekomen prijs.


Grafiek 1.1: Vraag en aanbod van Nike-sneakers op de totale markt

170,00 160,00 150,00 140,00

IN

130,00 120,00 110,00 100,00

N

90,00 80,00 70,00

VA

60,00 50,00 30,00 20,00 10,00 0

3

X-as:

12

15

18

21

24

TOTALE AANGEBODEN

PRIJS PER PIZZA

HOEVEELHEID PIZZA

IN EURO

pr oe

fh o

TOTALE GE­VRAAG­DE

HOE­VEEL­HEID PIZZA 44

5

5,00

32

14

11,00

23

23

15,00

17

35

21,00

11

41

26,00

8

44

30,00

THEMA 3

Tabel 1.2

LEVEL 2

Je vindt de gevraagde en aangeboden hoeveelheid in de tabel.

of d

1

9

st

Optie 2 Pizza

6

uk

0,00

©

Y-as:

40,00

17


2

Noteer de gegevens uit de tabel in de grafiek en teken de curven. Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een link naar een applicatie die je uitlegt hoe je

Tip: a

Verdeel de assen zodat je de punten kunt uitzetten.

b

Schrijf de juiste benaming bij de X-as en de Y-as.

c

Zet de punten uit.

d

Verbind de uitgezette punten.

IN

de vraag- en aanbodcurve op papier kunt tekenen.

Waar de vraagcurve en de aanbodcurve snijden, is de markt in evenwicht. Vraag en aanbod zijn daar gelijk. a

st

3

uk

X-as:

©

Y-as:

VA

N

Grafiek 1.2: Vraag en aanbod van pizza op de totale markt

Optie 1: In dat snijpunt is er enerzijds een evenwichtshoeveelheid van 12 stuks voor Nike-

of d

sneakers en anderzijds een evenwichtsprijs of marktprijs (opmaak begrip) van 70,00 euro. Optie 2: In dat snijpunt is er enerzijds een evenwichtshoeveelheid van 23 pizza’s en anderzijds een evenwichtsprijs of marktprijs (opmaak begrip) van 15,00 euro. Trek een lijn vanuit het snijpunt naar de evenwichtshoeveelheid en de evenwichtsprijs.

c

Noem dat snijpunt ‘e’. Dat staat voor marktevenwicht.

fh o

b

Symbolen

pr oe

Zoals je al weet ...

Net als in wiskunde, gebruikt het vak economie ook symbolen.

—

—

Prijs: p

—

Evenwichtshoeveelheid: qe

LEVEL 2

—

THEMA 3

Aangeboden hoeveelheid: qa

—

—

18

Gevraagde hoeveelheid: qv (q komt van quantity)

Evenwichtsprijs: pe Marktevenwicht: e

Gebruik voortaan die symbolen.


4

Je merkt al hoe de prijs van een product of dienst tot stand komt. Hoe wordt de prijs van een product bepaald?

dat moet doen of gebruik de filmpjes en de ICT­fiche_R_28 en fiche_R_29. a

Neem de tabel van jouw gekozen optie over in een rekenblad.

b

Zorg ervoor dat de prijzen op twee cijfers na de komma worden afgerond en dat er een euroteken staat. Ontwerp nu de grafiek.

d

Denk aan de benaming van de assen en een titel voor de grafiek.

e

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

VA

c

Maak nu Action 2.

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

6

IN

Je hebt de grafieken op papier gemaakt. Maak nu de grafiek met een rekenblad. Zoek op internet op hoe je

N

5

19


Explore 2— Wanneer is er sprake van vraagoverschot en aanbodoverschot?

2

a

de gevraagde hoeveelheid?

b

de aangeboden hoeveelheid?

IN

Stel dat op de onderstaande grafiek de prijs van een brood 1,40 euro bedraagt. Hoeveel bedraagt dan:

Markeer het juiste antwoord. Als de gevraagde hoeveelheid groter / kleiner is dan de aangeboden

N

1

hoeveelheid, dan is er een vraagoverschot. Duid dat aan op de grafiek.

VA

3

Vraagoverschot (of aanbodtekort)

©

Bij een vraagoverschot wil de aanbieder zijn product niet aanbieden omdat de prijs te laag is. Bij die prijs is de vraag hoog omdat het product goedkoop is. Gevolg is dat de prijs stijgt tot op

Hoeveel bedraagt de evenwichtsprijs?

st

4

uk

het ogenblik dat de evenwichtsprijs wordt bereikt. Dan zijn vraag en aanbod in evenwicht

of d

3,20 3,00

V

A

fh o

Prijs in euro

Grafiek 2: Vraag en aanbod van brood

2,80 2,60 2,40 2,20

pr oe

2,00 1,80 1,60 1,40 1,20 1,00 0,80 0,60

THEMA 3

LEVEL 2

0,40

20

0,20 0,00

0

1

2

3

4

5

6

7

Hoeveelheid


6

Stel dat op de onderstaande grafiek de prijs 2,60 euro bedraagt. Hoeveel bedraagt dan: a

de gevraagde hoeveelheid?

b

de aangeboden hoeveelheid?

Markeer het juiste antwoord. Als de aangeboden hoeveelheid groter / kleiner is dan de gevraagde

IN

5

hoeveelheid, dan is er een aanbodoverschot. Duid dat aan op de grafiek.

N

7

Aanbodoverschot (of vraagtekort)

VA

Bij een aanbodoverschot wil de koper het product niet kopen omdat de prijs te hoog is. Bij

die prijs is het aanbod hoog omdat de producent dan veel geld voor het product krijgt. Gevolg is dat de prijs daalt tot op het ogenblik dat de evenwichtsprijs wordt bereikt. Dan is vraag en

Hoeveel bedraagt de evenwichtsprijs?

uk

8

©

aanbod in evenwicht.

st

3,20

of d

Prijs in euro

Grafiek 3: Vraag en aanbod van brood

3,00

V

2,80 2,60 2,40

fh o

2,20

A

2,00 1,80 1,60 1,40

pr oe

1,20 1,00 0,80 0,60 0,40 0,20

1

2

3

4

5

6

7

Hoeveelheid LEVEL 2

0

THEMA 3

0,00

21


Explore 3— Waarom is het belangrijk om over vraag en aanbod te leren?

Lees de volgende krantenknipsels. a

Teken de situatie op de bijhorende grafiek. Benoem alle curven.

b

Hoe veranderen de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid?

c

Duid de oorspronkelijke en de nieuwe evenwichtshoeveelheid (qe1 en qe2) en evenwichtsprijs (pe1 en

N

pe2) aan.

IN

1

1

©

VA

Door de hogere vraag naar ruwe aardolie vanuit China, India en de VS werd bijna 30 % meer betaald voor een vat. Dat effect sijpelde door in de brandstofprijzen.

pe

qe

uk

SITUATIE

of d

st

p

fh o

q

2

SITUATIE

pe

p

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

Door de slechte oogst van aardappelen stijgt de prijs van frieten in de frituur

22

q

qe


3 Door kleinere vraag naar iPhone moet Apple de prijs verlagen

pe

VA

N

p

qe

IN

SITUATIE

©

q

uk

4

st

Dankzij goede appeloogst in België en Polen en aanvoer van appels uit Chili, is het aanbod dit jaar groter

pe

qe

of d

SITUATIE

q

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

fh o

p

23


2

Lees de krantenknipsels. Wat leid je eruit af? Markeer de tendens. a

Wanneer de vraag naar een product stijgt omdat het bijvoorbeeld populair is, willen meer / minder consumenten dat product. Dat betekent dat er minder producten beschikbaar zijn voor meer vragers. Daardoor zullen mensen tegen elkaar opbieden en dus zal de prijs stijgen / dalen.

b

Wanneer er een nieuwe iPhone op de markt komt, verliest de vorige versie aan populariteit. Daardoor

IN

zullen meer / minder mensen dat model kopen. De vraag daalt / stijgt dus. Omdat de verkopers het oude model niet verkocht krijgen, doen ze de prijs stijgen / dalen.

a

Als de vraag stijgt,

.

b

Als de vraag daalt,

.

c

Als het aanbod stijgt,

d

Als het aanbod daalt,

.

N

Vul de verbanden aan.

VA

3

.

©

Prijszetting

Zoals je merkt komt de prijs van een product tot stand door de vraag naar en het aanbod

B

fh o

of d

st

A

uk

van dat product.

Door de gestegen vraag naar ruwe

© r.classen / Shutterstock.com

aardolie vanuit China, India en de VS Door minder vraag naar iPhones ziet

een vat. En dat effect sijpelde door in

Apple zich genoodzaakt de prijs te

de prijzen voor brandstoffen.

verlagen.

Bron: hln.be, 2019-03-22

Bron: tijd.be, januari 2019

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

werd bijna 30 % meer betaald voor

24


C In 2018 is de prijs van een woonhuis in ons land met 4,7 procent gestegen. ‘Aan de ene kant lagen de rentevoeten voor woonkredieten erg laag. Dat zet vooral jongere mensen ertoe aan om de stap

IN

te zetten om een huis te kopen. Tegelijk merken we dat investeerders actiever geworden zijn omdat ze op zoek zijn naar wat extra rendement of naar een veilige haven.’

D De prijs van palladium is hard aan het stijgen de laatste weken. Inmiddels is het edelmetaal zo hard in prijs

©

gestegen dat het op weg is zijn beste maand te hebben

VA

N

Bron: vrt.be, 2019­01­21

sinds november 2016.

uk

Oorzaak van de stijging is de toegenomen vraag vanuit

de autosector. In de katalysatoren van benzineauto’s zit

namelijk palladium verwerkt. En de vraag naar benzineauto’s stijgt op dit moment, aangezien overheden het

st

gebruik van dieselauto’s ontmoedigen. De katalysatoren van dieselauto’s bevatten meestal platina.

Het aanbod van palladium is nog niet in staat om aan de sterk toegenomen vraag te voldoen. Daarnaast

of d

dreigt er een staking van Zuid-Afrikaanse mijnwerkers. Dat doet de zorgen omtrent het aanbod alleen maar verder aanwakkeren.

fh o

Bron: tijd.be, 2019­02­26

Denk even aan de markt van elektrische auto’s. Wat gebeurt er met de prijs van een elektrische auto als naast Tesla, nog vele andere producenten elektrische auto’s aanbieden?

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

4

25


TO THE POINT Op de markt komt de evenwichtsprijs of marktprijs (pe) tot stand. Bij die evenwichtsprijs hoort ook

de evenwichtshoeveelheid (qe). Het is bij de evenwichtsprijs dat qa en qv gelijk zijn.

IN

Wanneer de aangeboden hoeveelheid groter is dan de gevraagde hoeveelheid is er sprake van een aanbodoverschot. Dan zal de prijs dalen tot de evenwichtsprijs is bereikt. Wanneer de gevraagde hoeveelheid groter is dan de aangeboden hoeveelheid is er een vraagoverschot. Dan zal de prijs stijgen tot de evenwichtsprijs is bereikt.

N

Er zijn bepaalde externe factoren die de vraag kunnen beïnvloeden en een verschuiving van de vraagcurve tot

VA

gevolg hebben. Die oorzaken zijn bijvoorbeeld: – inkomen, – voorkeur (voor een product of dienst) van de het aantal consumenten,

–

prijs van een substitutiegoed.

©

consument, –

Een verschuiving van het aanbod doet zich voor bij: een wijziging van het aantal producenten,

–

een technologische vernieuwing (in de productiemethode bijvoorbeeld),

–

een wijziging van de kostprijs voor de productie (en de verkoop).

uk

–

st

In het vraag- en aanbodschema zal door die verschuivingen ook de prijs veranderen. In welke mate de prijs verandert, is niet altijd correct te bepalen.

Markeren als plaatshouder

of d

Er zijn immers verschillende factoren die tegelijk op de vraag en het aanbod kunnen inspelen.

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

fh o

Om de producenten te beschermen of gebruik te ontmoedigen, kan de overheid

26

BEKIJK DE KENNISCLIP


Action 1— Waar komen de vraag en het aanbod van fietsen elkaar tegemoet?

1

Bekijk de tabel, daar vind je bij verschillende prijzen de gevraagde hoeveelheid fietsen en het aanbod

IN

ervan. Tabel 2

NIEUWE VRAAG

400,00

0

100

425,00

10

90

450,00

20

80

475,00

30

70

500,00

40

60

525,00

50

50

550,00

60

575,00

70

N

VRAAG

uk

©

VA

AANBOD

40

30

st

a

PRIJS IN EURO

Maak met de gegevens uit de tabel een grafiek (pen en papier) waarin je de vraag en het aanbod

b

of d

tekent. Gebruik de juiste symbolen.

Hoeveel kopers zijn bereid een prijs te betalen van 500,00 euro?

fh o

c

Hoe groot is het aanbod bij een prijs van 400,00 euro?

Aan welke prijs worden de fietsen verhandeld, m.a.w. hoeveel bedraagt de evenwichtsprijs?

pr oe

d

Duid die ook aan op de grafiek met het juiste symbool.

Markeer die prijs ook in de tabel.

Hoeveel bedraagt dan de evenwichtshoeveelheid? Duid die ook aan in de grafiek en de tabel.

LEVEL 2

THEMA 3

e

27


de cs wordt aangeleverd

©

Stel dat de vraag naar fietsen daalt. De nieuwe vraag bedraagt bij elke prijs tien fietsen minder. a

Vul de overeenkomstige kolom in in de tabel.

b

Construeer de nieuwe vraag op de grafiek.

c

Duid het nieuwe evenwicht, evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid aan.

d

Wat is het gevolg van de verschuiving op de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid?

uk

2

VA

N

IN

bij proef 1

st

e

of d

Geef een mogelijke reden voor de daling van de vraag.

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

fh o

28


Action 2— Vraag en aanbod met een rekenblad Een festivalorganisator heeft na onderzoek de volgende gegevens beschikbaar over de gevraagde en aangebo­ den hoeveelheid bij verschillende prijzen. Bekijk de tabel.

b

Teken de vraag­ en aanbodcurven hieronder in een rekenblad. Gebruik daarvoor ICT­fiche_R_28 en

IN

a

fiche_R_29. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Tabel 3 AANGEBODEN HOEVEELHEID 0

10 000

3 750

7 500

7 500

©

12 500

15 000

5,00

10,00 15,00 20,00 25,00

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

fh o

of d

st

2 500

11 250

uk

5 000

PRIJS IN EURO

VA

GEVRAAGDE HOEVEELHEID

N

c

29


EVALUATIEFICHE VRAAG- EN AANBODCURVE MET EEN REKENBLAD

—

Juiste selectie van gegevens

—

Benoeming van de assen

—

Grafiektitel

—

Benoeming van de reeksen

N

Juiste keuze grafiektype

Opmerkingen

TOTAAL

uk

©

Action 3— Stellingen beoordelen

VA

—

Score

IN

Max

De evenwichtsprijs is de prijs waar de vraagcurve de Y-as snijdt.

b

of d

a

st

Zijn de volgende stellingen juist of fout? Verbeter de foutieve stellingen.

Wanneer de prijs hoger is dan de evenwichtsprijs, dan is er een vraagtekort.

fh o

c

Wanneer de prijs lager is dan de evenwichtsprijs, dan is er een aanbodoverschot.

pr oe

d

Wanneer producenten hun oude machineparken door nieuwe en betere machines vervangen, stijgt op de markt van dat product de prijs omdat de aanbodcurve naar rechts verschuift.

THEMA 3

LEVEL 2

30

e

Wanneer het aantal consumenten toeneemt, zal door de verschuiving van de vraagcurve de prijs op de markt afnemen.

JUIST

FOUT


Action 4— Dagelijkse kost: verandering in vraag en aanbod Lees de volgende krantenknipsels. Duid op de grafiek de oorspronkelijke evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid aan met een blauwe stippellijn. Benoem die met qe1 en pe1.

IN

a b

Teken de verschuiving.

c

Duid op de grafiek de nieuwe evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid aan met een groene stippellijn. Benoem die met qe2 en pe2.

Geef aan wat er gebeurt met de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid (stijgen, dalen of gelijk blijven).

N

d

VA

1

©

Op de markt van mondmaskers: Door het coronavirus hadden mensen plots veel mondmaskers nodig.

p

pe

qe

uk

SITUATIE V

of d

st

A

q

fh o

2

SITUATIE V

qe

A

LEVEL 2

p

pe

q

THEMA 3

pr oe

Een deel van de producten die Coolblue verkoopt, komt uit China en is niet meer leverbaar. Door de problemen met de bevoorrading zijn sommige prijzen enorm gestegen.

31


3

SITUATIE V

N

A

qe

VA

p

pe

IN

Op de markt van fietsen: fietsverkoop na de lockdown (ten tijde van corona) boomt als nooit tevoren: ‘Die eerste week was gewoon hallucinant.’

uk

©

q

4

of d

st

Benzine of diesel wordt bijna 6 cent goedkoper per liter. De daling van de brandstofprijzen is het gevolg van de sterke daling van de prijs van ruwe olie. Die zakte gisteren verder tot het laagste niveau in maar liefst 21 jaar.

fh o

SITUATIE

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

p

32

V

A

q

pe

qe


5

SITUATIE V

N

A

qe

VA

p

pe

IN

Door de lockdown (ten tijde van corona) waren de horecazaken lange tijd gesloten en werden er ook geen evenementen meer georganiseerd. Daardoor was er minder vraag naar industriële (diepvries)frieten.

uk

©

q

6

of d

st

Door de hitte in juli en augustus zal de oogst van aardappelen dit jaar naar schatting 6 procent kleiner zijn dan vorig jaar. SITUATIE

V

qe

A

LEVEL 2

q

THEMA 3

pr oe

fh o

p

pe

33


BREAKING NEWS Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

2

Los de vragen op in een tekstverwerker.

3

Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

VA

JA 1

Ik kan de totstandkoming van de prijs op de

Ik kan de werking van het marktmechanisme

3

uk

analyseren.

Ik kan factoren die vraag en aanbod beïnvloeden

THEMA 3

LEVEL 2

pr oe

fh o

of d

st

onderscheiden en de prijsevolutie bepalen.

34

BETER

©

markt analyseren en beschrijven. 2

KAN

N

CHECKLIST

IN

1

EXTRA OEFENMATERIAAL


STEP-UP In deze Step­Up onderzoek je de cacaomarkt. Voor deze opdracht werk je in groepjes van drie. Wat zouden

Zorg ervoor dat je onderzoeksvraag goed omschreven is, maak gebruik van de tips.

Tip:

b

–

Begin je vraag met ‘Hoe? Waarom? Welke? …

–

Kun je het onderzoeken, m.a.w. kun je je vraag oplossen binnen de tijd die je leraar opgeeft?

–

Beperk je vraag tot één probleem.

N

a

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er enkele websites die je kunt raadplegen. Ook de gegevens

VA

onderaan de bladzijde kunnen je op weg helpen. c

IN

jullie willen onderzoeken? Formuleer zelf een onderzoeksvraag aan de hand van onderstaande situatie.

Maak een schriftelijk verslag van maximaal drie pagina’s waarin je stapsgewijs een oplossing geeft voor de onderzoeksvraag. Illustreer met duidelijke afbeeldingen (grafieken, tabellen, foto’s …) om de tekst te verduidelijken.

Maar een presentatie in powerpoint of een ander presentatiepakket van maximaal 5 dia’s. Gebruik indien

©

d

nodig de ICT­fiches. Presenteer je taak klassikaal.

f

Volg de OVUR­werkwijze die je hebt gezien in de Step­up van de vorige thema’s.

uk

e

THEMA 2

STEP-UP

pr oe

fh o

of d

st

De cacaobonen gaan na het drogen vanuit Afrika en Zuid-Amerika met het schip naar België. In België zijn immers veel chocoladeproducenten, waaronder de wereldmerken Godiva, Neuhaus, Leonidas … De cacaoboeren houden zelf zeer weinig over van de dure pralines. Ook Afrikaanse jonge kinderen worden ingezet bij het productieproces. Gelukkig zijn er meer en meer bedrijven die werken volgens het fairtradekeurmerk. Dat betekent dat die bedrijven de moderne vorm van slavernij bij de cacaoteelt tegengaan.

35


van de Fair Trade! Van 3 tot 13 oktober belichten we de situatie van cacaoproducenten in West-

IN

Afrika. Ivoorkust en Ghana produceren samen

meer dan 60 % van alle cacao wereldwijd. Maar paradoxaal genoeg leeft de meerderheid van die producenten van minder dan 67 cent

per dag – dat ligt onder de armoedegrens. Fairtrade streeft naar leefbaar inkomen voor

N

West-Afrika, een hele dag. Iedereen heeft recht op een leefbaar inkomen. Kies fairtrade en maak het verschil.

Die vraag zetten we centraal tijdens de Week

de cacaoproducenten. En daar kunnen we

jouw hulp bij gebruiken! Lees hier meer over onze campagne.

VA

Hoelang werk jij voor 67 cent? Een cacaoboer in

©

Het loon van de cacaoboer

THEMA 2

STEP-UP

pr oe

fh o

of d

st

uk

cao bestemd? ca ton n ee n va t gs en br op de is e wi or Vo De Belgische chocoladesector in cijfers De consumptie van ca cao wereldwijd.

36

Bron: Oxfam Wereldwinkels


Begrippenlijst Thema 2 IN JE EIGEN WOORDEN

Dat is de persoon die in de economie koopt of consumeert.

markt

Dat is de plaats waar vragers en aanbieders samenkomen en onderhandelen over de prijs voor een welbepaalde hoeveelheid.

perfecte

Dat is een marktvorm met veel vragers

competitie

en aanbieders. De markt is transparant

of volkomen

wat betekent dat de consument makkelijk

mededinging

toegang heeft tot informatie over prijs en

VA

1

kwaliteit. De producten zijn homogeen en te betreden of te verlaten.

©

het is voor aanbieders makkelijk die markt

producent

Producenten zijn de bedrijven.

2

aanbod­

Aanbodoverschot ontstaat wanneer de prijs

overschot

hoger ligt dan de evenwichtsprijs en de

evenwichts-

Dat is de hoeveelheid die verhandeld wordt

hoeveelheid

bij de evenwichtsprijs.

st

de gevraagde hoeveelheid.

evenwichts­

Dat is de prijs waarbij vragers en aanbieders

prijs of

op de markt overeenkomen een bepaald

marktprijs

product te verhandelen.

vraagoverschot

Dat ontstaat wanneer de prijs lager ligt

pr oe

2

of d

2

aangeboden hoeveelheid dus groter is dan

fh o

2

uk

1

dan de evenwichtsprijs en de gevraagde hoeveelheid groter is dan de aangeboden hoeveelheid.

BEGRIPPENLIJST

1

THEMA 2

consument

VERKLARING

IN

1

BEGRIP

N

LEVEL

37


NEXT

LEVEL 1

IN

Action 1— Poster of muurkrant marktvormen Kies, afhankelijk van je interesse, of je een poster wilt maken (optie 1) of een muurkrant (optie 2). Vink de gekozen optie aan. Poster

N

Optie 1

een lay­out vind je hieronder, maar kies je eigen ontwerp.

VA

Werk per drie. Maak een poster waarop je producten koppelt aan de diverse marktvormen. Een voorbeeld van

a

Ontwerp je poster in Canva. Gebruik daarvoor ICT­fiche_C_01.

b

Hang je poster op in de klas.

c

Geef punten aan de posters van de andere groepen. Elke leerling moet anoniem punten geven waarbij de

©

beste 10 krijgt, de tweede beste 9 enz. De drie beste blijven hangen gedurende het hele schooljaar.

POSTER PRODUCTEN EN MARKTVORMEN

uk

EVALUATIEFICHE

—

Komen de afgebeelde producten

—

of d

overeen met de marktvorm?

Staan er minimaal drie producten per marktvorm?

—

Is de lay­out goed?( structuur,

fh o

verdeling over het blad, kleuren,

duidelijkheid van de afbeeldingen of foto’s)

THEMA 3

NEXT LEVEL

LEVEL 3

pr oe

TOTAAL

38

Score

st

Max

Opmerkingen


IN

N

MONOPOLIE

VOLKOMEN

uk

©

VA

CONCURRENTIE

LEVEL 3

CONCURRENTIE

NEXT LEVEL

MONOPOLISTISCHE

OLIGOPOLIE

THEMA 3

pr oe

fh o

of d

st

MARKTVORMEN

39


Optie 2

Muurkrant

Werk per drie. Maak de inhoud van een bepaalde marktvorm duidelijk in een muurkrant.

Een muurkrant is en geschreven en getekende krant die je aan de muur van de klas

IN

Good to know bevestigt. Je kunt de muurkrant opvullen met eigen artikels, artikels uit kranten of van

N

het internet, foto’s, tekeningen, schema’s …

Je krijgt van je leraar een marktvorm. De klas wordt zo verdeeld dat alle marktvormen aan bod komen.

b

Je gaat op zoek naar artikels, afbeeldingen, schema’s die duidelijk maken wat jouw marktvorm betekent,

VA

a

bijvoorbeeld hoe maak je duidelijk wat monopolie betekent? —

Bekijk het schema met de indeling van de marktvormen in Explore 2 van Level 1.

—

Je kunt tekst markeren in artikels en daaronder bespreken, zoals het begrip ‘homogeen

©

Tip:

product’. Hang je muurkrant op in de klas.

d

Geef punten aan de muurkranten van de andere groepen. Elke leerling moet anoniem punten geven

uk

c

waarbij de beste 10 krijgt, de tweede beste 9 enz. De muurkranten van de vier verschillende marktvormen

of d

EVALUATIEFICHE

st

blijven hangen.

MUURKRANT MARKTVORMEN

Max

Komen de artikels, afbeeldingen,

fh o

—

schema’s … overeen met de marktvorm?

—

Zijn er minimaal vier artikels, afbeeldingen … voor je

pr oe

marktvorm?

—

Is de lay­out goed? (structuur,

THEMA 3

NEXT LEVEL

LEVEL 3

verdeling over het blad, kleuren,

40

duidelijkheid van de afbeeldingen of foto’s, artikels, uitleg …)

TOTAAL

Score

Opmerkingen


IN N VA ©

LEVEL 3 NEXT LEVEL THEMA 3

pr oe

fh o

of d

st

uk

­> beide krantenartikels kunnen niet groter geplaatst worden. Resolutie niet oké om groter te plaatsen.

41


Action 2— Vraag en aanbod wiskundig Good to know

IN

Om het makkelijk te houden ga je ervan uit dat de vraag- en aanbodcurve rechten zijn. In wiskunde is de vergelijking van een rechte: y = ax + b

Wanneer je de vertaling maakt naar economie, dan zie je op de Y-as de prijs (p) staan en

N

op de X-as de hoeveelheid (q) staan.

Dus de vergelijking van de vraagcurve is dan p = –aq + b, want het is een dalende rechte en dus is de rico (a) negatief.

VA

De vergelijking van de aanbodcurve is p = aq + b, want het is een stijgende rechte en dus is de rico (a) positief.

©

Vergelijking aanbodcurve: 1 q + 60 p = ___ 15 a

Bepaal de evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid.

THEMA 3

NEXT LEVEL

LEVEL 3

pr oe

fh o

of d

st

1

Vergelijking vraagcurve: –1 q + 400 p = ___ 15 v

uk

Gegeven:

42


Teken de grafieken in een rekenblad. a

Vul eerst de volgende tabel verder aan.

b

Duid het evenwicht aan in de tabel. qv

qa

150

4 950

1 500

3 600

PRIJS IN EURO

IN

2

4 500

600

VA

2 100

LEVEL 3 NEXT LEVEL THEMA 3

pr oe

fh o

of d

st

uk

©

3 000

N

230,00

43


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Lift 3 GO! voor de doorstroomfinaliteit - voorbeeldhoofdstuk by VAN IN - Issuu