Skip to main content

Lift2BGO_bundel

Page 1

2

T F I L

Economie & organisatie B-stroom GO ! extra bundel


LEVEL Hoe ziet het gezinsbudget eruit? INTRO 1 Werk in groepen van maximum drie leerlingen. a Bekijk aandachtig de afbeeldingen. Waaraan doen de afbeeldingen jullie denken? b Bespreek klassikaal wat jullie genoteerd hebben.

2

In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe ziet het gezinsbudget eruit?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 1


Explore 1– Waar haalt het gezin zijn inkomsten vandaan?

Om alle noodzakelijke aankopen te doen, moet een gezin een inkomen hebben. Waar haalt dat gezin zijn inkomsten vandaan? a Bekijk aandachtig de afbeeldingen. b Noteer de juiste bron van inkomen naast elke afbeelding. Kies uit: inkomsten uit sociale vergoedingen – inkomen uit arbeid – leefloon – toevallige inkomsten AFBEELDING

BRON VAN INKOMEN

INKOMSTEN Je kunt de inkomsten van het gezin in vier categorieën onderverdelen. Het gezin gaat werken en heeft een inkomen uit arbeid. Soms zijn mensen echter niet in staat om te gaan werken door bijvoorbeeld ziekte of een ongeval, dan kan het gezin rekenen op inkomsten uit sociale vergoedingen. Wanneer het gezin helemaal geen inkomen heeft, kan het een beroep doen op een leefloon, dat het bestaansminimum garandeert. Ten slotte kan het gezin ook een toevallig inkomen hebben door bijvoorbeeld een erfenis of – wie veel geluk heeft – dankzij een kansspel, zoals de lotto.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 2


Explore 2– Welke uitgaven kan het gezin hebben? 1 Als je steeds wilt rondkomen met je inkomen, moet je plannen welke uitgaven je deze maand zult doen. Soms moet je een uitgave (of aankoop) uitstellen tot je voldoende gespaard hebt. Geef een voorbeeld van iets waarvoor jij al gespaard hebt.

BUDGETTEREN Ook een gezin moet zijn uitgaven zo plannen dat er enerzijds altijd brood op de plank ligt, en er anderzijds ook geld is voor de huishuur, de rijdende auto, een bezoek aan de dokter, de verzekeringen, de schoolrekeningen. Die planning heet budgetteren. 2 Werk per twee. Waaraan geeft een gezin geld uit? Noteer een aantal mogelijkheden in het schema. Bespreek je antwoorden daarna klassikaal.

uitgaven van het gezin

Wat zijn volgens jou nutsvoorzieningen?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 3


3 Bekijk aandachtig de onderstaande voorbeelden van soorten gezinsuitgaven. Noteer vervolgens het juiste begrip boven de soort uitgave. Kies uit: uitgaven op lange termijn of uitgaven op korte termijn

a   

een jaarabonnement op de krant voeding voor het gezin schoolrekening van de kinderen

  

een lening voor het huis een autolening een lening

b Kies uit: onvoorziene uitgaven of voorziene uitgaven   

de schoolrekening de telefoonrekening de uitgaven voor voeding

  

een bezoek aan de dokter een lekke band van de auto stormschade aan het dak

Kies uit: vaste uitgaven of variabele uitgaven

c   

het telefoonabonnement de huishuur het fitnessabonnement

  

op restaurant gaan aankoop kleding een herlaadkaart voor de telefoon

Explore 3– Welke inkomsten en uitgaven heeft het gezin?

1 Bekijk aandachtig het filmpje over Alex en zijn budget. Beantwoord vervolgens de vragen. (youtube.com/watch?v=PFWuMqRv5pk) a

Wat is een budget?

b Wat moet Alex doen om een budget op te stellen?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 4


c

Wat kan Alex doen met geld dat hij over heeft?

d Wat moet Alex doen als hij zijn budget overschrijdt?

e

Hoe zorgt Alex dat hij zijn budget niet overschrijdt?

GEZINSBUDGET Het is heel belangrijk dat het gezin een goed evenwicht zoekt tussen de inkomsten en uitgaven. Om het gezinsbudget te berekenen trek je de totale gezinsuitgaven af van de totale gezinsinkomsten.

2 Markeer wat van toepassing is. a In een gezond gezinsbudget zijn de inkomsten groter / kleiner dan de uitgaven. b In een ongezond gezinsbudget zijn de inkomsten groter / kleiner dan de uitgaven.

3 Werk per twee of per drie. Elke optie beschrijft een gezinssituatie. a Kies met je groep een optie en beantwoord de vragen. b Licht toe wat je over het gezin geleerd hebt.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 5


Optie 1 Gezin 1

Opmerking: Look: uitgaven voor verzorging van het lichaam. Huisvesting: uitgaven voor de woning, dit kan huur of een afbetaling zijn.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 6


Optie 2 Gezin 2

Tip: Gebruik voor sommige opdrachten je zakrekenmachine. Antwoord grondig op elke vraag.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 7


Hoeveel inkomsten heeft het gezin?

Hoeveel bedragen de totale uitgaven van het gezin?

Heeft het gezin een gezond of een ongezond gezinsbudget? Verklaar.

Kan het gezin sparen? Indien ja: hoeveel? Indien neen: hoeveel komt het gezin tekort?

Op welke uitgaven zou het gezin kunnen besparen en waarom?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 8


Vul nu het onderstaande budget in van jouw optie / gezin. INKOMSTEN

Loon Pensioen Kinderbijslag Werkloosheidsuitkering Andere inkomsten TOTALE INKOMSTEN

OPTIE 1 in euro

OPTIE 2 in euro

UITGAVEN

Huisvesting Transport Boodschappen Tabak en alcohol Look Gezondheidszorg Kinderen Sport en ontspanning Huisdieren Multimedia Verzekeringen Belastingen Sparen TOTALE UITGAVEN TOTAAL Inkomsten – TOTAAL uitgaven Explore 4– Waaraan geeft een gezin geld uit?

Bekijk aandachtig de onderstaande infographic en beantwoord de vragen. a

Waaraan geven de Belgische gezinnen het minst uit?

b Waaraan geven de Belgische gezinnen het meest uit?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 9


c

Hoeveel procent van het budget gaat naar kleding en schoenen?

d Hoeveel procent van het budget gaat er naar gezondheid?

e

Vraag aan je ouders hoeveel procent van het gezinsbudget er ongeveer gaat naar:

Woning

De gezondheid

Kleding

Voeding

f

Vergelijk de resultaten achteraf met je klasgenoten.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 10


Explore 5– Waarom stelt een gezin best een gezinsbudget op?

FORUM

• • • •

Recordaantal woonkredieten voor hogere bedragen: gezinnen steken zich alsmaar meer in de schulden (HLN, 2019-09-05) Vermogensongelijkheid stijgt in België (De Tijd, 2020-05-11) Duizenden gezinnen met schulden minder: banken slaan handen ineen (AD, 201910-30) Energiefactuur stijgt en dat voelen singles en eenoudergezinnen het meest (HLN, 20-01-18)

1 Beantwoord de onderstaande vragen. a Waarom is het volgens jou belangrijk om een gezinsbudget op te stellen?

b Kun je ook redenen bedenken waarom mensen geen gezinsbudget willen opstellen?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 11


2

Hoe moet je nu zo’n gezinsbudget opstellen? a Bekijk het filmpje (youtube.com/watch?v=jKo9nx9eS5E). b Zet de stappen in de juiste volgorde. Kies uit: Spaar het geld dat je overhoudt – Kijk of je kunt besparen – Maak een budgetplan – Verzamel al je facturen – Controleer de betaaldatum – Verdeel de facturen over inkomsten en uitgaven – Vergeet de niet-maandelijkse facturen niet

c

Waarom is het belangrijk dat je regelmatig spaart?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 12


Explore 6– Hoe houdt een gezin zijn budget in evenwicht?

1 Vul de onderstaande tekst aan. Kies uit: intrest – lening – maand – gratis

Bij sommige uitgaven van het gezin staat er een bedrag dat elke aan de bank betaald wordt voor de van hun woning. Geld lenen is niet altijd negatief zolang je het maar kunt terugbetalen. Je leent een bepaald bedrag bij de bank voor je nieuwe woning en betaalt dat op 20, 25 of 30 jaar terug. Natuurlijk kun je niet bij de bank lenen. Je moet niet enkel het geleende bedrag terugbetalen, maar ook .

FORUM

• • •

23 % van de gezinnen komt moeilijk rond. (Famifed) 50 % van de gezinnen kan geen onverwachte uitgave van € 900 doen. (Famifed) 6 op de 10 Vlamingen kunnen weinig of niet sparen. (Test-Aankoop)

2 Vul het onderstaand schema aan. Kies uit: beleggen – lenen – sparen – schuld

INKOMSTEN - UITGAVEN

Overschot:

Tekort:

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 13


SPAREN of BELEGGEN Als je bij het opmaken van het gezinsbudget een overschot hebt, kun je dat geld sparen of beleggen. Sparen is zeer belangrijk omdat je zo een buffer opbouwt voor onvoorziene uitgaven. Wanneer je koelkast bijvoorbeeld onverwacht stuk gaat, dan kun je je spaargeld gebruiken om een nieuwe te kopen. 3 De meeste mensen hebben een doel voor ogen als ze sparen. Ga naar de website van Wikifin en zoek de vier meest voorkomende redenen om te sparen. 1 2 3 4

GOOD TO KNOW Wie spaart bij de bank, wordt door de bank beloond met rente. Hoe meer spaargeld, hoe meer rente. 4 Bekijk aandachtig de infographic in verband met het spaargeld van de Belgen. Bespreek klassikaal.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 14


GOOD TO KNOW Door onverwachte uitgaven of door te zware gezinslasten is het niet altijd mogelijk om te sparen. Dat kan opgelost worden door te besparen op onnodige uitgaven of door (extra) bij te verdienen. Het is zeker niet erg om eens een maand niet te kunnen sparen. Dat komt vaker voor in jongere gezinnen omdat het inkomen nog niet zo hoog is en de gezinsuitgaven zoals kinderopvang of hobby's zwaar doorwegen in het gezinsbudget. 5 Bekijk aandachtig de onderstaande infographic met redenen waarom mensen niet kunnen sparen. Bespreek klassikaal.

GOOD TO KNOW Als je te vaak een tekort hebt in je gezinsbudget, maak je schulden. Schulden kun je ook hebben in de vorm van een lening bij de bank.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 15


6 Bekijk aandachtig de onderstaande infographic over de gemiddelde leeftijd om een lening af te sluiten. Bespreek klassikaal.

7 Sommige gezinnen hebben het op het einde van de maand moeilijk en gebruiken dan de kredietkaart. Wat vind je daarvan?

8 Bekijk aandachtig de onderstaande infographic over het gebruik van de kredietkaart. Bespreek klassikaal.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 16


TO THE POINT Het is belangrijk dat het gezin een gezinsbudget opstelt. De inkomsten van een gezin kun je onderverdelen. • Je ontvangt inkomsten uit arbeid wanneer je gaat werken. • Je ontvangt inkomsten uit sociale vergoedingen wanneer je bijvoorbeeld ziek bent. • Je ontvangt toevallige inkomsten door bijvoorbeeld een erfenis. • Je ontvangt een leefloon zodat je minstens het bestaansminimum hebt. De uitgaven van het gezin kun je onderverdelen in: • uitgaven op lange termijn: zoals een lening voor de auto, • uitgaven op korte termijn: zoals een brood, • onvoorziene uitgaven: zoals een doktersbezoek, • voorziene uitgaven: zoals de schoolrekening, • vaste uitgaven: zoals de huur van de woning, • variabele uitgaven: zoals voeding. In een gezond gezinsbudget zijn de inkomsten groter dan de uitgaven, in een ongezond gezinsbudget zijn de inkomsten kleiner dan de uitgaven. Als je bij het opmaken van het gezinsbudget over hebt, kun je sparen of beleggen. Voor het gespaarde geld krijg je bij de bank een beloning, de rente. Als je bij het opmaken van het gezinsbudget niet over hebt, heb je schulden. Je kunt ook op een positieve manier schulden hebben. Je kunt bijvoorbeeld lenen bij de bank voor een woning. Dan moet je niet alleen het geleende bedrag terugbetalen, maar ook de intrest.

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 17


Action 1– Welke uitgaven herken je?

Het gezin heeft vele uitgaven. Zet een kruisje in de juiste kolom(men). UITGAVEN Factuur voor water Aankopen voeding Aankoop nieuwe auto Factuur kinderopvang

UITGAVEN UITGAVEN ONVOORZIENE VOORZIENE VASTE VARIABELE OP LANGE OP KORTE UITGAVEN UITGAVEN UITGAVEN UITGAVEN TERMIJN TERMIJN

Action 2– Let op als je leent!

Waarvoor waarschuwt de onderstaande afbeelding?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 18


Action 3– Gezond of ongezond gezinsbudget?

Bekijk aandachtig het onderstaande gezinsbudget van twee ouders met drie kinderen en beantwoord de vragen.

a

Vergelijk de inkomsten met de uitgaven van dit gezin. Wat stel je vast?

b Maak een korte berekening van het gezinsbudget.

c

Is het gezinsbudget gezond?

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 19


BREAKING NEWS 1 Bij het onlinelesmateriaal vind je een actualiteitsitem met betrekking tot dit onderwerp. 2 Wat kom je te weten over het gezinsbudget?

CHECKLIST Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA

KAN BETER

Ik kan het begrip (gezins)budget illustreren aan de hand van een voorbeeld. Ik kan de begrippen schuld, lenen, sparen, rente uitleggen aan de hand van een voorbeeld.

☐

☐

☐

☐

3

Ik kan de begrippen inkomsten en uitgaven op lange en korte termijn toepassen op aangereikte voorbeelden.

☐

☐

4

Ik kan de begrippen lenen, sparen, rente, schuld toepassen op aangereikte voorbeelden.

☐

☐

1

2

EXTRA OEFENMATERIAAL

THEMA 1 ► LEVEL 2 ► B-STROOM GO ► 20


Beeldwoordenboek Thema 1 – Level 2 LEVEL BEGRIP 2 beleggen

VERKLARING Je geld sparen op een manier die meer opbrengt dan een gemiddeld spaarboekje. bv. in aandelen

2

gezinsbudget

2

inkomsten

Het plannen van je inkomsten en uitgaven. In een gezond gezinsbudget zijn de inkomsten groter dan de uitgaven. In een ongezond budget zijn de inkomsten kleiner dan de uitgaven. Al het geld dat binnenkomt door arbeid of andere vergoedingen.

2

inkomsten uit arbeid

2

inkomsten uit sociale Dat zijn inkomsten uit vergoedingen vergoedingen die je krijgt van de RSZ wanneer je niet kunt werken door ziekte of ongeval.

2

intrest

Dat is de vergoeding die je moet betalen bovenop het geleende geld.

2

leefloon

Indien je minder hebt dan het bestaansminimum, heb je recht op een leefloon.

AFBEELDING

Dat zijn de inkomsten die je verwerft door te werken.

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 1


LEVEL BEGRIP 2 onvoorziene uitgaven

VERKLARING Die uitgaven kun je moeilijk op voorhand plannen. bv. de herstelling aan de wagen

2

rente

Dat is de beloning die je krijgt van de bank omdat je je geld spaart.

2

schulden

Die heb je wanneer je nog aan iemand of aan de bank geld moet terugbetalen.

2

sparen

Je geld niet uitgeven, maar apart zetten op bijvoorbeeld een spaarboekje.

2

toevallige inkomsten

Dat zijn inkomsten die je toevallig krijgt. bv. winst in een kansspel

2

uitgaven

Alle betalingen die een gezin moet doen.

2

uitgaven op korte termijn

Dat zijn vaak ongeplande uitgaven waarvan je het bedrag meestal niet op voorhand weet. bv. de aankoop van kleding

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 2


LEVEL BEGRIP 2 uitgaven op lange termijn

VERKLARING Dat zijn uitgaven die gepland zijn op langere termijn. Het gaat meestal om vaste uitgaven zoals de afbetaling van een huis.

2

variabele uitgaven

Dat zijn uitgaven waarvan noch het tijdstip, noch het bedrag op voorhand gekend zijn.

2

vaste uitgaven

Dat zijn uitgaven die op een vast tijdstip terugkeren en waarvan het bedrag gekend is.

2

voorziene uitgaven

Dat zijn uitgaven die je op voorhand kunt plannen. bv. de huur van de woning

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 3


lange termijn

korte termijn

onvoorziene uitgaven

voorziene uitgaven

vaste uitgaven

variabele uitgaven

uitgaven gezin

Het gezin

inkomsten gezin

gezinsbudget

arbeid

sociale vergoedingen

leeoon

schulden

beleggen

sparen

toevallige inkomens

overschot

tekort


v______________________________

v_____________________________

v__________________________

o____________________________

k_______________________________

l________________________________

uitgaven gezin

Het gezin

gezinsbudget

inkomsten gezin

tekort

overschot

s________________________

b_________________________

s_____________________________

t_________________________________________

l________________________________

s________________________________________

a_____________________________


_______________________________

_______________________________

____________________________

__________________________

_____________________________

______________________________

____________________________________

Het gezin

____________________________________

_______________________________

_____________________________

________________________________________

_______________________________

________________________

_________________________

_____________________________

_________________________________________

___________________

_______________________


LEVEL Hoe bekijk je het economisch principe vanuit het standpunt van de consument? INTRO 1 Stel je bent 25 jaar, je hebt je eerste baan en woont in een bescheiden appartementje. a Bekijk onderstaande collage en omcirkel:  wat je absoluut moet kopen, in het groen;  wat minder belangrijk is, in het rood.

b Wat heb jij groen en rood omcirkeld? Waarom? Bespreek klassikaal. 2 Formuleer de onderzoeksvraag van dit level:

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 1


Explore 1– Wat zijn goederen, diensten en behoeften? GOEDEREN EN DIENSTEN Je kunt verschillende producten aankopen. Bij die aankoop kun je een onderscheid maken tussen een goed en een dienst. 1 Vul het schema aan. Kies uit: niet-tastbare zaken – tastbare zaken – goederen – diensten

Alle die je met geld kunt kopen.

Alle die je met geld kunt kopen.

2 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bestudeer de ontdekplaat en vul de ontbrekende begrippen in de onderstaande tekst aan. Je koopt goederen of diensten om een koopbehoefte te bevredigen. Een is het aanvoelen van een tekort, en het verlangen eraan te willen voldoen. Je koopt bijvoorbeeld een appel omdat je honger hebt.

Je kunt behoeften op verschillende manieren indelen. 

Indeling volgens de belangrijkheid voor de mens Eten, drinken, kleding en een woning zijn voor de mens van levensbelang. Iedereen probeert dus eerst die behoeften te vervullen. Dat zijn de behoeften.

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 2


Alle andere behoeften, die niet levensnoodzakelijk zijn, kan je onderverdelen in secundaire behoeften zoals liefde en veiligheid. Alle andere behoeften zijn tertiair zoals een auto, een nieuwe gsm……. 

Indeling volgens de doelgroep Sommige behoeften zijn voor een enkel persoon of een beperkte groep. Dat zijn de behoeften. Wanneer de behoeften voor meerdere personen of de gehele groep bedoeld zijn, spreken we van behoeften.

Aan behoeften kun je voldoen door een product, iets wat je kunt vasthouden, te kopen. Aan behoeften kun je niet voldoen door iets tastbaars te kopen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een behoefte aan vriendschap, liefde, stilte of gezondheid. Toch kun je wel vaak geld en tijd besteden aan immateriële behoeften. Je kunt een middag afspreken met je vrienden (tijd) om vriendschap (immateriële behoefte) te ervaren. Omdat je veel behoeften hebt, maar daarnaast gebonden bent aan het beschikbare budget, moet je keuzes maken. Niet altijd onmiddellijk kunnen kopen wat je wilt, noemt men .

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 3


Explore 2– Hoe kun je de goederen onderverdelen? Economische goederen kan je onderverdelen in consumptiegoederen en productiegoederen. Vul het onderstaande schema aan. Kies uit: maken – gebruikt – consumptiegoederen – bedrijven – verbruikt – productiegoederen

Dat zijn goederen die de consument .

en

Dat zijn goederen die door de gebruikt worden om andere goederen mee te .

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 4


TO THE POINT Je kunt je behoeften bevredigen door goederen of diensten te kopen. Goederen zijn tastbare zaken die je kunt kopen met geld. Diensten zijn niet-tastbare zaken. Behoeften kun je indelen volgens belangrijkheid voor de mens. Er zijn de primaire behoeften, zoals een brood, de secundaire behoeften zoals vriendschap en de tertiaire zoals een gsm. Je kunt de behoeften ook indelen volgens doelgroep. Je hebt enerzijds de individuele behoeften voor een individu of een beperkte groep, zoals een trui, en anderzijds de behoeften van meerdere personen of een gemeenschap, de collectieve behoeften, zoals boeken uitlenen in de openbare bibliotheek. Vervolgens heb je ook nog de materiële behoeften die je kunt bevredigen met de aankoop van een goed, en de immateriële behoeften die je niet kunt kopen, zoals vriendschap. Omdat je veel behoeften hebt, maar daarnaast verbonden bent aan het beschikbare budget moet je keuzes maken. Dat je niet altijd onmiddellijk kunt kopen wat je wilt, noemt men schaarste. De economische goederen kun je onderverdelen in consumptiegoederen en productiegoederen. De consumptiegoederen zijn goederen die de consument gebruikt, zoals een tablet, en verbruikt, zoals fruit. De productiegoederen zijn goederen die bedrijven gebruiken om andere goederen mee te maken, zoals een robot.

Action 1– Welke behoeften worden bevredigd? Om welke behoefte gaat het? Zet een kruisje in de juiste kolom(men).

Een boterham Een zebrapad Een warme winterjas Een gouden ring Uurtje surfen op het internet

PRIMAIRE SECUNDAIRE TERTIAIRE INDIVIDUELE COLLECTIEVE IMMATERIËLE MATE BEHOEFTE BEHOEFTE BEHOEFTE BEHOEFTE BEHOEFTE BEHOEFTE BEHO

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 5


Action 2– Welk begrip wordt bedoeld? Vul het kruiswoordraadsel in. HORIZONTAAL

2 Wanneer je niet onmiddellijk kunt kopen wat je wilt, ervaar je … 3 Goederen die door bedrijven gebruikt worden om andere goederen mee te maken, zijn … 5 Tastbare zaken die je kunt kopen met geld, zijn … VERTICAAL 1 Niet-tastbare zaken die je kunt kopen met geld, zijn … 4 Goederen die de consument gebruikt en verbruikt, zijn …

Action 3– Creatief aan de slag met nieuwe begrippen Werk voor deze action in groepjes van twee tot drie leerlingen. Maak met de begrippen die je geleerd hebt een collage op papier of een infographic met de computer. a Zoek voor elk begrip een passende afbeelding. b Laat de volgende zaken zeker aan bod komen:  Goederen – diensten  Primaire behoeften – secundaire behoeften – tertiaire behoeften  Individuele behoeften – collectieve behoeften  Immateriële behoeften – materiële behoeften  Consumptiegoederen – productiegoederen

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 6


BREAKING NEWS 1 2

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over dit onderwerp. Wat is het verband tussen het item en de geziene leerstof?

CHECKLIST Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA

1

2

3

Ik kan de begrippen goed, dienst, product, behoefte en schaarste omschrijven aan de hand van een voorbeeld. Ik kan de soorten behoeften: primaire, secundaire, tertiaire, collectieve, individuele, immateriële en materiële illustreren aan de hand van een voorbeeld. Ik kan het economisch principe illustreren vanuit het standpunt van de consument aan de hand van een voorbeeld.

KAN BETER

☐

☐

☐

☐

☐

☐

EXTRA OEFENMATERIAAL

THEMA 1 ► LEVEL 3 ► B-STROOM GO ► 7


Beeldwoordenboek Thema 1 – Level 3 LEVEL BEGRIP 3 behoefte

VERKLARING Het aanvoelen van een tekort en het verlangen eraan te willen voldoen.

3

collectieve behoeften

De behoeften van een gemeenschap.

3

consumptiegoederen Dat zijn goederen die de consument gebruikt en verbruikt.

3

dienst

Alle niet-tastbare zaken die je kunt kopen met geld.

3

goed

Alle tastbare zaken die je kunt kopen met geld.

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 1


LEVEL BEGRIP 3 immateriële behoeften

VERKLARING Die behoeften kun je niet kopen of vasthouden.

3

individuele behoeften

De behoeften van één persoon of een beperkte groep.

3

materiële behoeften

Die behoeften kun je kopen met geld, je kunt ze vasthouden.

3

primaire behoeften

Dat zijn behoeften die van levensbelang zijn.

3

productiegoederen

Dat zijn goederen die door de bedrijven gebruikt worden om andere goederen mee te produceren.

3

schaarste

Dat is het gevoel van een tekort waaraan je niet onmiddellijk kunt voldoen.

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 2


LEVEL BEGRIP 3 secundaire behoeften

VERKLARING Dit zijn de nietlevensnoodzakelijke behoeften.

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 3


Dominospel

Een goed

Individuele behoefte

Collectieve behoefte

Primaire behoefte

Een dienst

MateriĂŤle behoefte

Schaarste

Teriaire behoefte


Dominospel

Secundaire behoefte

Collectieve behoefte

Een goed

Een dienst

MateriĂŤle behoefte

Een productiegoed

Tertiaire behoefte


Dominospel

SPELREGELS DOMINO

BEGIN Elk kaartje toont twee afbeeldingen. In de loop van het spel vormen de kaartjes een lange slinger. De kaartjes worden gedekt neergelegd en geschud. Elke speler ontvangt een gelijk aantal kaartjes, die hij open op een rijtje voor zich legt. De overgebleven kaartjes worden gedekt als voorraad neergelegd. Eén kaart van de voorraad wordt open neergelegd, het kaartje met start op. Dit is de startopstelling. De oudste leerling mag starten.

VERLOOP Domino wordt gespeeld in de richting van de klok. In zijn beurt moet de speler één van zijn kaartjes passend aanleggen. Als de speler geen van zijn kaarten kan aanleggen, trekt hij een kaart van de voorraad. Als deze kaart passend kan worden aangelegd, dan mag de speler deze aanleggen. Als deze kaart ook niet kan worden aangelegd, dan legt de speler deze kaart bij zijn eigen rijtje kaarten neer. De beurt gaat nu naar de volgende speler. EIND Het spel eindigt bij STOP. Je zal merken dat er slecht één manier is om het einde te vinden.


consumptiegoederen

productiegoederen

goederen

diensten

Behoeften

primaire

secundaire

materiĂŤle

immateriĂŤle

individuele

collectieve


p__________________________________________

c__________________________________________________

d_____________________________

g________________________________ Behoeften

c________________________________

i____________________________

i______________________________

m______________________________

s_______________________________

p________________________________


__________________________________________________

_________________________________________

________________________________

_____________________________

Behoeften

________________________________

______________________________

______________________________

______________________________

____________________________

_______________________________


LEVEL Wat zijn de meest courante betaalmiddelen en hoe betrouwbaar zijn die? INTRO 1 Bekijk aandachtig de onderstaande infographics. Welke informatie kom je te weten? Bespreek klassikaal. Infographic 1

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 1


Infographic 2

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wat zijn de meest courante betaalmiddelen in functie van veiligheid, kost, toegankelijkheid en gebruiksgemak?

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 2


Explore 1– Rechtstreekse versus onrechtstreekse betaling

1 Je wilt met je zakgeld een nieuwe trui kopen. Hoe kun je die trui betalen? a Noteer het betaalmiddel boven de afbeelding. b Markeer de meest veilige manier(en) in het geel. c Waarom zijn dat de veiligste betaalmiddelen voor je aankoop?

2 Je kunt de betalingswijzen in twee soorten opsplitsen. Vervolledig het kader. Kies uit: indirecte – chartaal – zonder – directe – giraal RECHTSTREEKSE BETALING Die betaling is met munten en biljetten.

ONRECHTSTREEKSE BETALING Die betaling is .  tussenkomst van een financiële instelling (= bank). bv. met debetkaart, mobiele bankingapps 

tussenkomst van een financiële instelling (= bank) en via tussenkomst van een paymentserviceprovider. bv. Payconiq, PingPing, PayPal, iDEAL, VISA, MasterCard

tussenkomst van een financiële instelling (= bank) of paymentserviceprovider. Bv. crypto, bitcoins, libra

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 3


Explore 2– Hoe betrouwbaar en gebruiksvriendelijk zijn de verschillende betaalmiddelen?

Ga naar het onlinelesmateriaal en bestudeer de ontdekplaat. Ontdek de veiligheid, de extra kosten, de toegankelijkheid en het gebruiksgemak van de volgende betaalmiddelen.

BETAALMIDDEL Cashgeld

VEILIGHEID

KOST

TOEGANKELIJKHEID

GEBRUIKSGEMAK

Debetkaart

Mobiele bankingapp

PayPal

iDEAL

VISA

MasterCard

Bitcoins

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 4


Tip: Bekijk het videofragment op SchoolTV.nl: 'Digitaal geld: Wat zijn bitcoins?'

Explore 3– Contactloos betalen? Natuurlijk!

Lees aandachtig het onderstaande krantenartikel. a Markeer de antwoorden in de tekst. Rood Geel Groen Blauw

Tot hoeveel is de limiet van contactloos betalen zonder pincode verhoogd? Tot hoeveel kon je vroeger contactloos zonder pincode betalen? Waarom is de limiet van contactloos betalen zonder pincode verhoogd? Is dat een blijvende maatregel?

b Zeg in je eigen woorden wat contactloos betalen is.

Limiet voor contactloos betalen zonder pincode vanaf vandaag verhoogd tot 50 euro De limiet om contactloos met je bankkaart te betalen zonder dat je je pincode moet invoeren, is opgetrokken tot 50 euro. De maatregel was vorige week aangekondigd en treedt vanaf vandaag in voege, zo bevestigt de bankenfederatie Febelfin. Tot nu toe kon je betalingen tot 25 euro contactloos afhandelen zonder je pincode te moeten invoeren. Maar die limiet wordt wegens het coronavirus verdubbeld. 'Contactloos betalen is de meest hygiënische manier om je aankopen af te rekenen in deze tijden van coronacrisis. Je hoeft het toetsenbord van de betaalterminal niet meer aan te raken om de betaling uit te voeren', aldus Febelfin. Het zal ook duren tot een limiet van 100 euro bij verschillende opeenvolgende contactloze betalingen op één dag is bereikt, voor er een pincode wordt gevraagd. Nu ligt die cumulatieve limiet nog op 50 euro. “Deze maatregel blijft van kracht tot zo lang dit nodig blijkt”, stelt Febelfin nog. Bron: hln.be, 2020-04-14

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 5


TO THE POINT

Je kunt op twee manieren betalen: rechtstreeks en onrechtstreeks. Als je rechtstreeks betaalt, dan betaal je chartaal met munten en biljetten. Onrechtstreeks of giraal betalen is op meerdere manieren mogelijk: − Er is directe tussenkomst van een financiële instelling (= bank), zoals bij betaling met debetkaart of met mobiele bankingapps. − Er is indirecte tussenkomst van een financiële instelling (= bank) of van een paymentserviceprovider, zoals betaling met Payconiq, PingPing, PayPal, iDEAL, VISA of MasterCard. − Er is geen tussenkomst van een financiële instelling (= bank) of paymentserviceprovider. Dat is het geval bij betaling met crypto, bitcoins, libra.

Action 1– Pas op! Wees voorzichtig met je persoonlijke gegevens!

Bekijk de twee filmpjes op Wikifin over oplichting. (https://www.wikifin.be/nl/themas/uwdagelijks-geld/veilig-betalen/hoe-betaalt-u-veilig) a

Wist je dat die manier van frauderen bestond?

b Wat heb je geleerd uit de filmpjes?

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 6


Action 2– Herken de diverse betaalmiddelen

Welke manieren van betalen zie je hier? Plaats boven elke kolom je antwoord. Indien je twijfelt, kijk je nog even naar de To the point.

Action 3– Tips om veilig online te betalen

Surf naar de website van Wikifin. Zoek vijf tips om veilig online te betalen. 1

2

3

4

5

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 7


Action 4– Creatief aan de slag met nieuwe begrippen

Werk voor deze opdracht in groepen van twee of drie leerlingen. Maak een collage op papier of een infographic met de computer met alle betaalmiddelen en hun veiligheid, kost, toegankelijkheid en gebruiksgemak.

BREAKING NEWS 1 2

Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over dit onderwerp. Over welk betaalmiddel(en) kom je meer informatie te weten?

CHECKLIST Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA

KAN BETER

☐

☐

2

Ik kan het verschil tussen een rechtstreekse en onrechtstreekse betaling illustreren aan de hand van een voorbeeld. Ik kan op basis van een aantal aangereikte criteria betaalmiddelen beoordelen op basis van veiligheid, kost, toegankelijkheid en gebruiksgemak.

☐

☐

3

Ik kan mijn eigen mening onderbouwen.

☐

☐

1

EXTRA OEFENMATERIAAL

THEMA 1 ► LEVEL 4 ► B-STROOM GO ► 8


Beeldwoordenboek Thema 1 – Level 4 LEVEL BEGRIP 4 chartaal betalen

VERKLARING Dat is een rechtstreekse betaling met munten en biljetten.

4

financiële instelling

Een financiële instelling is een bank.

4

giraal betalen

Dat is een onrechtstreekse betaling met of zonder tussenkomst van een financiële instelling.

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 1


directe tussenkomst van bank

indirecte tussenkomst van bank

zonder tussenkomst bank

giraal

betaling

onrechtstreekse

betaalmiddelen

Courante

rechtstreekse betaling

chartaal

munten en biljetten


z____________________________________________

i_____________________________________________

d______________________________________

g______________________________

Courante

betaalmiddelen

onrechtstreekse

betaling

rechtstreekse betaling

c_______________________

m___________________________________________


_____________________________________

____________________________________________

___________________________________________

______________________________

______________________________________

Courante

betaalmiddelen

_________________________________

_______________________

___________________________________________


5 LEVEL Hoe bereken je het nettoloon van de consument? INTRO 1 Bekijk de onderstaande infographic en beantwoord de vragen. a Wat leer je uit deze infographic?

b In welke provincie verdien je bruto het meest?

Infographic: Belg verdient gemiddeld 3 329 euro bruto per maand

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe bereken je het inkomen van de consument?

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 1


Explore 1– Voor wat, hoort wat. Als je gaat werken, word je graag betaald.

FORUM Wat vind je van de uitspraak ‘Geld maakt gelukkig’?

WERKEN VOOR EEN INKOMEN Werken is het leveren van inspanningen bijvoorbeeld ten dienste van een persoon. De persoon die de inspanningen levert, is de werknemer. De persoon die zich ertoe verbindt de geleverde inspanningen te betalen, is de werkgever. Alle mensen die inspanningen leveren krijgen daarvoor een inkomen of loon.

Bekijk de onderstaande afbeelding. Noteer onder elke afbeelding het juiste antwoord. a Is dit de werknemer of de werkgever? b Wat is de verplichting van die partij ten aanzien van de andere partij?

a b

Explore 2– Hoe wordt je nettoloon berekend?

BRUTOLOON EN NETTOLOON

Het inkomen laat de gezinnen toe hun persoonlijke behoeften te bevredigen. Tussen de werknemer en de werkgever wordt een bedrag afgesproken als vergoeding voor de geleverde diensten. Dat bedrag, het bruto-inkomen, staat in de arbeidsovereenkomst. Van dat bruto-inkomen wordt een bepaalde som afgehouden. Wat de werknemer uiteindelijk op zijn rekening gestort krijgt, is het nettoloon. THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 2


1 Bekijk aandachtig de loonfiche van Miranda die op de personeelsafdeling van een transportbedrijf werkt. a

Markeer de informatie op de loonfiche.

Groen Geel Blauw Rood

de gegevens van de werknemer de gegevens van de werkgever het brutoloon het nettoloon

LOONFICHE

200/0089

WERKGEVER

WERKNEMER

NL TRANSPORT Oude Gentweg 45 2000 Antwerpen

Miranda Schepens Groenstraat 20 2000 Antwerpen

BEREKENING Brutomaandloon

€ 2 800.00

RSZ: -13,07 %

-€ 365,96

Belastbaar inkomen

€ 2 434,04

Bedrijfsvoorheffing

- € 684,47

Totaal netto-inkomen

€ 1 749.57

Storten op rekening voor 20-01-202… BE68 5390 0754 7034

BEREKENING NETTOLOON De werkgever van Miranda betaalt bovenop het brutoloon nog een bijdrage aan de RSZ. Van het brutoloon gaat er 13,07 % naar de RSZ, Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Het brutoloon min de RSZ geeft het belastbaar loon. Van dat bedrag wordt er nog een deeltje ingehouden voor de bedrijfsvoorheffing. Dat is een voorafbetaling aan je personenbelasting. b Als je de loonfiche van Miranda grondig bekijkt, zie je dat er een grote kloof is tussen wat de werkgever moet betalen en het bedrag dat uiteindelijk netto op de rekening van Miranda gestort wordt.  Bekijk aandachtig het filmpje 'Van brutoloon naar nettoloon' (youtube.com/watch?v=tBIjqVWYjKw&feature=youtu.be).  Vul het schema aan.

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 3


BRUTOLOON

− _________________ Belastbaar loon −b _________________ NETTOLOON 2 Mohammed heeft een bruto-inkomen van 1 700,00 euro per maand. Aan de overheid betaalt hij een voorschot op de personenbelasting van 2 312,12 euro. 13,07 % gaat naar de RSZ, € 222,19. a Vul het schema aan. b Bereken het loon met behulp van je zakrekenmachine. c Hoeveel bedraagt het nettoloon van Mohammed?

Werkwijze: Brutomaandloon RSZ: - 13,07 % Belastbaar inkomen Bedrijfsvoorheffing Totaal netto-inkomen

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 4


Explore 3– Werken als bediende of arbeider? Als je in dienst van een werkgever werkt, dan kan dat als arbeider of bediende. Ga naar het onlinelesmateriaal en bestudeer de ontdekplaat. Noteer de onderstaande begrippen onder de juiste afbeelding. Kies uit: maandprestaties – wedde – loon – uurprestaties – handenarbeid – geestesarbeid ARBEIDER

BEDIENDE

Explore 4– Wat gebeurt er met het geld van de RSZ?

Bekijk aandachtig het volgende filmpje 'RSZ: geld, gegevens, sociale zekerheid'. Beantwoord vervolgens de onderstaande vragen. (youtube.com/watch?v=TL5iaPhCSCs&gl=BE) a

Waarop heb je recht als je een kind krijgt?

b Waarop heb je recht als je ziek wordt of je baan kwijtraakt?

c

Hoe heet het inkomen dat je krijgt als je met pensioen gaat?

d Waarvan is RSZ de afkorting?

e

Welke takken van de sociale zekerheid financiert de RSZ?

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 5


Explore 5– Wat doet de overheid met haar inkomsten?

Bekijk aandachtig het filmpje. 'Waar haalt de staat haar inkomsten?' Beantwoord vervolgens de onderstaande vragen. (youtube.com/watch?v=yZ9pWKQN5rs) a

Wat zijn de drie belangrijkste inkomsten voor de overheid?

b Geef vijf voorbeelden van uitgaven van de overheid.

Explore 6– Hoeveel loon wordt er op mijn rekening gestort? Bekijk aandachtig de onderstaande infographic en beantwoord de vragen. a

Hoeveel houdt de werknemer per jaar gemiddeld over na aftrek van de belastingen en sociale bijdrage?

b Op de hoeveelste plaats staat België wat belastingdruk betreft?

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 6


TO THE POINT Alle mensen die gaan werken, vormen samen de actieve bevolking. Je kunt werken in loonverband als werknemer ten dienste van een werkgever. Die laatste partij verbindt zich ertoe de werknemer te betalen voor de geleverde arbeid. Dat is het inkomen of loon. Een werknemer kost veel geld voor een werkgever. De totale loonkost die de werkgever moet betalen, ligt aanzienlijk hoog. Het bedrag dat de werkgever uiteindelijk op de bankrekening van de werknemer stort, is het nettoloon. Op het brutoloon worden een aantal afhoudingen gedaan. Eerst wordt de RSZ-bijdrage van 13,07 % afgehouden. Die bijdragen worden verdeeld om mensen te helpen bij verlies of vermindering van het inkomen. Na aftrek van de RSZ-bijdrage blijft het belastbaar inkomen. Van het belastbaar inkomen wordt de bedrijfsvoorheffing afgehouden. Dat is een voorafbetaling van de personenbelasting. Hoeveel belastingen je moet betalen, hangt van een aantal factoren af, bijvoorbeeld hoeveel je verdient of hoeveel personen je ten laste hebt. Op het formulier van de jaarlijkse belastingaangifte vermeld je hoeveel bedrijfsvoorheffing al van je loon afging, hoeveel je dus al aan de belastingen betaalde. Als er te veel bedrijfsvoorheffing werd afgehouden, dan betaalt de fiscus dat terug, maar als er te weinig werd afgehouden, dan moet je bijbetalen. Als je in dienstverband werkt, kun je werken als arbeider en hoofdzakelijk handenarbeid verrichten, of als bediende en hoofdzakelijk geestesarbeid verrichten.

Action 1– Het nettoloon van een bediende berekenen

Sofie heeft een brutomaandinkomen van 2 200,00 euro waarvan zij 13,07 % RSZ (287,54 euro) afstaat en 394,81 euro bedrijfsvoorheffing betaalt. Wat ontvangt zij netto op haar rekening? a Vul het schema aan. b Bereken het loon met behulp van je zakrekenmachine.

Werkwijze:

Brutomaandloon RSZ: - 13,07 % Belastbaar inkomen Bedrijfsvoorheffing Totaal netto-inkomen

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 7


Action 2– Een uitdaging … het nettoloon snel berekenen

Lien van de personeelsafdeling is druk bezig met het berekenen van de lonen van alle werknemers. Ze moet enkel nog het nettoloon berekenen. Kun jij haar helpen? NAAM

BRUTOLOON

RSZ

BEDRIJFSVOORHEFFING

Jan De Coster

€ 3 825,00

€ 499,93

€ 456,23

Melissa Van Vooren

€ 2 785,25

€ 364,03

€ 385,98

Ahmed Adul

€ 956,25

€ 124,98

€ 147,89

Ali Abdinasir

€ 2 586,12

€ 338,01

€ 302,99

NETTOLOON

BREAKING NEWS 1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over dit onderwerp. 2 Hoe kun je de geziene leerstof linken aan het artikel?

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 8


CHECKLIST Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA

1 2

3

Ik kan het begrip bedrijfsvoorheffing omschrijven. Ik kan de begrippen bedrijfsvoorheffing, loon, RSZ, belastbaar loon, brutoloon, nettoloon uitleggen aan de hand van een voorbeeld. Ik kan aan de hand van een aangereikt schema (op basis van de gegeven bedrijfsvoorheffing) het nettoloon berekenen.

KAN BETER

☐

☐

☐

☐

☐

☐

EXTRA OEFENMATERIAAL

THEMA 1 ► LEVEL 5 ► B-STROOM GO ► 9


Beeldwoordenboek Thema 1 – Level 5 LEVEL BEGRIP 5 arbeider

VERKLARING Dat is een werknemer die voornamelijk handenarbeid verricht.

5

bediende

Dat is een werknemer die voornamelijk geestesarbeid verricht.

5

bedrijfsvoorheffing

Dat is een voorafbetaling op je personenbelasting.

5

belastbaar loon

Het brutoloon min de RSZ geeft het belastbaar loon.

5

brutoloon

Dat staat vermeld in je arbeidsovereenkomst. Op het brutoloon worden een aantal afhoudingen gedaan.

5

inkomen of loon

Dat is de vergoeding die je ontvangt voor de geleverde arbeid.

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 1


LEVEL BEGRIP 5 nettoloon

VERKLARING Dat is het loon dat de werkgever uiteindelijk op de rekening van de werknemer stort, na aftrek van de RSZ en de bedrijfsvoorheffing.

5

RSZ

Dat is de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

5

werkgever

Dat is de persoon die zich ertoe verbindt de werknemer te betalen voor zijn geleverde arbeid.

5

werknemer

Dat is de persoon die inspanningen levert voor een werkgever.

AFBEELDING

THEMA 1 ► BEELDWOORDENBOEK ► B-STROOM GO ► 2


belastbaar inkomen

RSZ

bedrijfsvoorheďŹƒng

nettoloon

Werken

werkgever

werknemer

betaalt inkomen

levert arbeid

arbeider

bediende


b_______________________________________

R______________________

b____________________________________

nettoloon

Werken

werknemer

werkgever

l___________________________________

b_______________________________________

b______________________________

a______________________________


____________________________________

______________________

_______________________________________

______________________________

Werken

______________________________

_____________________________

_______________________________________

___________________________________

______________________________

______________________________


Actief leren:

Competentieprofiel van een magazijnier LPD 1.7 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van magazijnmedewerker / magazijnier. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM: NAMEN GROEPSLEDEN:

Opdracht Werk in groepen van twee of drie leerlingen. Voor deze opdracht heb je drie lestijden de tijd. Werk netjes. Elke leerling vult individueel een bundel in. Om je bundel goed te kunnen invullen, maak je gebruik van de onderstaande informatiebronnen. Antwoord zo volledig mogelijk. Verwerk daarna al je informatie in een powerpointpresentatie of met Canva. Gebruik daarvoor de ICT-fiches op diddit. Sla je werk op onder de volgende bestandsnaam: competentieprofiel van een magazijnmedewerker.

Videomateriaal  

 

  

Wat doet een logistiek medewerker? https://www.youtube.com/watch?v=3fZaBku8LI4 Beroepenfilm: de magazijnmedewerker. https://www.youtube.com/watch?v=UZJKwW8g4Xk&list=PLgGFYuH9RHUJaNsI0JdtT M6Iux2NjzNMQ Logistiek medewerker: https://www.youtube.com/watch?v=SDGESTUWY4w Flexitraining magazijnmedewerker: https://sites.google.com/a/vdab.be/magazijnopleiding/magazijn/filmpjes-beroepmagazijnmedewerker Heftruckchauffeur: https://www.youtube.com/watch?v=AP7ajYUBVi8&t=7s Werken als orderpicker bij Action: https://www.youtube.com/watch?v=QXt1pkyGBsE Beroepen in de transportsector: https://febetra.be/infotheek/beroepen-de-sector/

►1


Informatie via internet   

 

1

Werken als magazijnier: https://agilitas.be/nl/werken-als-magazijnier Wat doet een magazijnier? https://www.jobat.be/nl/art/wat-doet-een-magazijnier Het loon van een magazijnier: https://www.worktalia.com/article.asp?article=339#:~:text=Als%20magazijnier%2C% 20magazijnmedewerker%20of%20magazijnchef,C%20van%20deze%20loonschalen% 20terecht.&text=Indien%20je%20reeds%20werkte%20binnen,een%20eindejaarspre mie%20of%2013de%20maand. Taken van een magazijnier: https://www.worktalia.com/article.asp?article=340 Wat is en wat doet een magazijnmedewerker? https://www.onderwijskiezer.be/v2/beroepen/beroep_detail.php?beroep=297

Omschrijf in eigen woorden het beroep van magazijnier.

►2


2

Wat zijn de voornaamste taken van een magazijnier? Noteer er minstens vijf.

3

Wat zijn de mogelijke functies binnen het beroep van magazijnier? Noteer er minstens vijf.

â–ş3


4

Welke eigenschappen (competenties) moet een magazijnier hebben? Noteer er minstens vijf.

5

Bespreek de werkplek van een magazijnier. Wat zie je er allemaal?

â–ş4


6

Geef enkele voordelen van het beroep van magazijnier. Noteer er minstens drie.

7

Geef enkele nadelen van het beroep van magazijnier. Noteer er minstens drie.

â–ş5


Actief leren:

Werkplekobservatie van een magazijnier LPD 1.7 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van magazijnmedewerker / magazijnier. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht Breng een bezoek aan een bedrijf waar je de job van de magazijnier kunt observeren.

Fiche over het bedrijf Naam Adres

Telefoonnummer Website Naam van de contactpersoon Functie van de contactpersoon Naam van de zaakvoerder (directie) Aantal werknemers in het bedrijf

â–ş1


Fiche van de magazijnier Wat zijn de taken van de magazijnier in het bedrijf?

Hoe heet de functie van die persoon in het bedrijf? Welke eigenschappen (competenties) moet die magazijnier hebben?

Bespreek grondig de werkplek. Wat zie je allemaal?

Wat zijn volgens jou de voordelen van die functie in het bedrijf ?

Wat zijn volgens jou de nadelen van de functie in het bedrijf?

Maak een foto van de magazijnier en bewaar die in je portfolio.

â–ş2


Actief leren:

Zelf aan de slag als magazijnier LPD 1.7 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van magazijnmedewerker / magazijnier. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

1

Voorraadbeheer

Opdracht Pas in het stapelrek de twee methodes van voorraadbeheer toe. Kies zelf de goederen (dozen melk, eierdozen, verpakkingen van chocolade, glazen flessen of bokalen …). Zie ook in je leerwerkboek Thema 2, Level 7.

Methode 1

LIFO Last in - first out: De goederen die laatst binnenkomen, gaan er het eerste uit.

Methode 2

FIFO First in, first out: De goederen die eerst zijn binnengekomen, gaan ook eerst buiten.

Methode 3

JIT Just in time (JIT) is een logistieke methode voor voorraadbeheer, het betekent ‘precies op tijd’ leveren wat de klant of partner nodig heeft.

Niet toepassen in de praktijk, wel weten dat dit ook een methode is.

►1


2

Orderpicken

Opdracht 1 Je mag van je ouders je slaapkamer opnieuw inrichten. Daarvoor krijg je een budget van maximaal 800 euro. Je mag je aankopen alleen doen bij Ikea online.

Maak (samen met je leraar) een bestelbon in Excel volgens het onderstaande voorbeeld.

NAAM KLANT AANTAL

ARTIKELNUMMER

Bestelbon IKEA ARTIKELOMSCHRIJVING

Datum EENHEIDSPRIJS

TOTAAL

TOTAAL

Je stuurt je bestelbon door via Smartschool naar de leraar. Opdracht 2 Je ontvangt een bestelbon van een leerling van jouw klas. Controleer of alle artikelen op voorraad zijn in de onlineshop van Ikea. Indien het artikel aanwezig is, zet je voor aantal een vinkje, indien het artikel niet op voorraad is, zet je een kruisje. Opdracht 3 Je ontvangt een bestelbon van je leraar. Neem de taak van de magazijnier op jou en ga orderpicken. Opdracht 4 Maak een voorraadkaart van de goederen die in jouw stapelrek staan. Doe dat (samen met je leraar) in Excel volgens het onderstaande voorbeeld.

â–º2


VOORRAADKAART

ARTIKELNUMMER OMSCHRIJVING

AANTAL BIJ

AANTAL AF

TOTAAL VOORRAAD

Je stuurt je voorraadkaart door via Smartschool naar de leraar. 3

Verpakte artikelen stapelen

Opdracht a

Leg een europallet in de klas of markeer (met gekleurde tape) de oppervlakte van een europallet (80x120) op de vloer. b Voorzie een aantal dozen in verschillende formaten. Elke doos heeft een codering (unieke artikelcode, kleurcode …) c Ga op basis van een bestelbon de artikelen uit de voorraad halen. d Stapel de dozen op de pallet. Houd daarbij rekening met de onderstaande regels:  De kleurcodes moeten zichtbaar zijn zodat de levering kan gecontroleerd worden.  De zware / grote dozen staan onderaan en de lichte / kleine dozen bovenaan omwille van de stabiliteit.  Artikelen worden in het midden gestapeld en niet over de rand van het pallet.  Controleer het order aan de hand van bestelbon.

►3


Feedback

4. Eenvoudige digitale voorraadadministratie toepassen.

Ik kan het stapelen van artikelen toepassen.

3. Stapelen van artikelen toepassen.

3

Ik kan een eenvoudige digitale voorraadadministratie toepassen.

3

Ik kan het voorraadbeheer Ik kan meestal het volgens de FIFO-methode voorraadbeheer volgens toepassen. de FIFO-methode toepassen. 3 2

2. Voorraadbeheer volgens de FIFO-methode toepassen.

2

Ik kan meestal een eenvoudige digitale voorraadadministratie toepassen.

Ik kan meestal het stapelen van artikelen toepassen 2

Ik kan het voorraadbeheer Ik kan meestal het volgens de LIFO-methode voorraadbeheer volgens toepassen. de LIFO-methode toepassen. 3 2

goed op weg

1. Voorraadbeheer volgens de LIFO-methode toepassen.

gedreven

1

Ik heb moeite om een eenvoudige digitale voorraadadministratie toe te passen.

Ik heb moeite om het stapelen van artikelen toe te passen 1

Ik heb moeite om het voorraadbeheer volgens de FIFO-methode toe te passen. 1

Ik heb moeite om het voorraadbeheer volgens de LIFO-methode toe te passen. 1

in ontwikkeling

0

â–ş1

Ik kan onvoldoende een eenvoudige digitale voorraadadministratie toepassen.

Ik kan onvoldoende het stapelen van artikelen toepassen 0

0

Ik kan onvoldoende het voorraadbeheer volgens de FIFO-methode toepassen.

0

Ik kan onvoldoende het voorraadbeheer volgens de LIFO-methode toepassen.

onvoldoende

1.7 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van magazijnmedewerker.


â–º2


Actief leren:

Competentieprofiel van een administratief medewerker LPD 1.8 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van de administratief medewerker. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM: NAMEN GROEPSLEDEN:

Opdracht Werk in groepen van twee of drie leerlingen. Voor deze opdracht heb je drie lestijden de tijd. Werk netjes. Elke leerling vult individueel een bundel in. Om je bundel goed te kunnen invullen, maak je gebruik van de onderstaande informatiebronnen. Antwoord zo volledig mogelijk. Verwerk daarna al je informatie in een powerpointpresentatie of met Canva. Gebruik daarvoor de ICT-fiches op diddit. Sla je werk op onder de volgende bestandsnaam: competentieprofiel van een administratief medewerker.

Videomateriaal   

Administratief medewerker: https://www.youtube.com/watch?v=pBn_BDk24Tk Secretariaatsmedewerker: https://www.mijnzzp.nl/Beroep/160Secretariaatsmedewerker/Filmpjes Algemeen bediende: https://www.vdab.be/tv/video/algemeen-bediende

Informatie via internet  

Wat doet een administratief medewerker? https://www.stepstone.be/carrieretips/wat-doet-een-administratief-medewerker/ Wat is en wat doet een administratief medewerker? https://www.onderwijskiezer.be/v2/beroepen/beroep_detail.php?beroep=201

►1


1

Omschrijf in eigen woorden het beroep van administratief medewerker.

2

Wat zijn de voornaamste taken van een administratief medewerker? Noteer er minstens vijf.

â–ş2


3

Wat zijn de mogelijke functies binnen het beroep van administratief medewerker? Noteer er minstens vijf.

4

Welke eigenschappen (competenties) moet een administratief medewerker hebben? Noteer er minstens vijf.

â–ş3


5

Bespreek de werkplek van een administratief medewerker. Wat vind je er allemaal?

6

Geef enkele voordelen van het beroep van administratief medewerker. Noteer er minstens drie.

7

Geef enkele nadelen van het beroep van administratief medewerker. Noteer er minstens drie.

â–ş4


Actief leren:

Werkplekobservatie van een administratief medewerker LPD 1.8 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van administratief medewerker. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht Breng een bezoek aan het secretariaat van de school waar je de job van de administratief medewerker kunt observeren.

Fiche over het bedrijf Naam Adres

Telefoonnummer Website Naam van de contactpersoon Functie van de contactpersoon Naam van de zaakvoerder (directie) Aantal werknemers in het bedrijf

â–ş1


Fiche van de administratief medewerker Wat zijn de taken van de administratief medewerker in het bedrijf? Hoe heet de functie van die persoon in het bedrijf? Welke eigenschappen (competenties) moet die administratief medewerker hebben? Bespreek grondig de werkplek. Wat zie je allemaal?

Wat zijn volgens jou de voordelen van die functie in het bedrijf ?

Wat zijn volgens jou de nadelen van de functie in het bedrijf?

Maak een foto van de administratief medewerker en bewaar die in je portfolio.

â–ş2


Actief leren:

Zelf aan de slag als administratief medewerker LPD 1.8 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van administratief medewerker. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht De administratief medewerker heeft heel wat taken binnen het bedrijf. Werk alleen of per twee aan de onderstaande opdrachten. Zie ook in je leerwerkboek Thema 2, Level 7.

1

De inkomende postbehandeling

Case: Jana werkt als administratief medewerker bij Viking, een bedrijf in kantoorartikelen. Ze komt om 7.45 uur aan op kantoor en start elke werkdag met het sorteren en behandelen van de inkomende post. Bekijk aandachtig het organogram en verdeel de post over de juiste afdelingen.

Opdracht a Registreer de post in het register. b Verdeel de post over de juiste sorteerbakjes

â–ş1


VIKING

Directeur De Smet

Administratief medewerker Jana De Grootte

Human resources

Verkoopafdeling

Hilde Verheyden

Joris Wouters

Boekhoudafdeling Yannick Lambrechts

Magazijnafdeling Mohammed Abtou

Register van de inkomende post DATUM INKOMST

INKOMENDE POST AFZENDER

AFDELING

â–º2


2

Uitgaande postbehandeling

Case: Jana werkt als administratief medewerker bij Viking , een bedrijf in kantoorartikelen. Ze moet een factuur versturen naar klant Meeus, Parklaan 52, 2300 Turnhout.

Opdracht a

Schrijf de enveloppe op een correcte manier. Bekijk aandachtig de onderstaande tips. Vervolgens steek je er de factuur in drieĂŤn gevouwen in.

â–ş3


b Soms moet een administratief bediende ook pakketjes opsturen. Bereken op de website van bpost het tarief voor de onderstaande situatie. Jana moet een catalogus inpakken en versturen naar de firma NV Mariën, Mechelsesteenweg 223, 2000 Antwerpen. Specificaties van het pakket: A4-formaat, 640 g.

c

Registreer nu al de uitgaande post van Jana.

DATUM VERTREK

UITGAANDE POST BESTEMMELING

VANUIT AFDELING

►4


3

Opmaken van een zakelijke mail

Case: Jana werkt als administratief medewerker bij Viking, een bedrijf in kantoorartikelen. De boekhoudmedewerker is een tijdje afwezig wegens een operatie. Yannick Lembrechts heeft gesolliciteerd voor die interimjob. Hij heeft al een eerste sollicitatiegesprek achter de rug. Hilde Verheyden van de humanresourceafdeling vraagt aan Jana om hem via mail uit te nodigen voor een tweede gesprek. Hilde stelt aanstaande maandag om 11 uur voor. Het e-mailadres van Yannick is: yannick_lembrechts@yahoo.com Zorg ervoor dat alle informatie vermeld is!

4

Vergaderlokaal klaarzetten

Opdracht Zet een vergaderlokaal klaar voor een vergadering van bijvoorbeeld de directie of de leerlingenbegeleiding. Wat moet je doen?    

Zet de beamer en laptop klaar en sluit ze aan. Voorzie voldoende koffie, thee en water. Gebruik de rondetafelopstelling. Voorzie een balpen en een presentatiemapje voor elke deelnemer met een print van de presentatie en enkele lege bladen voor notities.

►5


5

Agendabeheer

Case: Jana werkt als administratief medewerker bij Viking, een bedrijf in kantoorartikelen. De heer De Smet, de leidinggevende van Jana, bespreekt met haar de opdrachten voor de komende week. Voor maandag moeten de volgende opdrachten ingepland worden: 10 uur : vergaderzaal klaarzetten 13 uur: vergaderzaal opruimen 8 uur: koffie zetten 8.30 uur: inkomende post registreren en verdelen 12 uur: koffie zetten 16 uur: uitgaande post klaarmaken voor verzending 14 uur: verslag nemen bij het teamoverleg van de sales afdeling

Opdracht Maak in Excel een agenda aan voor maandag. De kantooruren zijn van 8 uur tot 18 uur. Stuur je resultaat door naar de leraar via Smartschool.

6

Documenten sorteren en klasseren

Case: Abdil werkt als administratief medewerker. Dagelijks krijgt Jana een set documenten die ze volgens instructies dient te sorteren en klasseren.

Je krijgt van de leerkracht de volgende documenten:  set facturen: vijf aankoopfacturen en vijf verkoopfacturen,  set van vijf bestelbonnen,  een set van vijf leveringsnota’s,  vijf klantenkaarten.

►6


Opdracht     

7

Klasseer de verkoopfacturen en de leveringsnota’s chronologisch. Nummer de aankoopfacturen en de bestelbonnen. Klasseer de aankoopfacturen en de bestelbonnen numeriek. Sorteer de documenten per soort: aankoopfacturen, verkoopfacturen, bestelbonnen, leveringsnota's. Klasseer de klantenkaarten alfabetisch.

Kopieën maken, scannen

Als administratief medewerker moet je ook vaak kopieën maken en documenten inscannen. Opdracht (Deze opdracht verloopt onder toezicht van de leraar.)  Maak een kopie van twee verkoopfacturen uit de vorige opdracht. Zorg ervoor dat beide documenten aan elkaar geniet zijn. Kan dat met de kopieermachine, dan stel je dat zo in. (Anders doe je het manueel.)  Scan de klantenkaarten in en steek ze in een bestand. Dat bestand stuur je door via Smartschool naar je leraar.

►7


goed op weg

Ik heb moeite om de inkomende en uitgaande post te behandelen. 1

in ontwikkeling

Ik kan onvoldoende de inkomende en uitgaande post behandelen. 0

onvoldoende

gedreven Ik kan meestal de inkomende en uitgaande post behandelen. 2

Ik kan eenvoudige digitale zakelijke communicatie toepassen.

Ik kan de inkomende en uitgaande post behandelen. 3

Ik kan onvoldoende eenvoudige digitale zakelijke communicatie toepassen. 2

Ik heb moeite om een vergaderlokaal eenvoudig te organiseren. 1

3

2

Ik kan een vergaderlokaal eenvoudig organiseren. 3

Ik kan meestal een vergaderlokaal eenvoudig organiseren.

Ik kan een eenvoudig agendabeheer toepassen.

Ik kan meestal een eenvoudig agendabeheer toepassen.

Ik heb moeite om het sorteren en klasseren van documenten toe te passen.

Ik heb moeite om een eenvoudig agendabeheer toe te passen. 1 Ik kan meestal het sorteren en klasseren van documenten toepassen.

1

2

3 Ik kan het sorteren en klasseren van documenten toepassen.

2

0

Ik kan onvoldoende het sorteren en klasseren van documenten toepassen.

0

Ik kan onvoldoende een eenvoudig agendabeheer toepassen.

0

Ik kan onvoldoende een vergaderlokaal eenvoudig organiseren.

0

Ik kan meestal eenvoudige Ik heb moeite om digitale zakelijke eenvoudige digitale communicatie toepassen. zakelijke communicatie toe te passen. 1

1.8 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van administratief medewerker. 1. Behandelen van de inkomende en uitgaande post. 2. Eenvoudige digitale zakelijke communicatie toepassen.

3. Een vergaderlokaal eenvoudig organiseren.

4. Een eenvoudig agendabeheer toepassen.

5. Het sorteren en klasseren van documenten toepassen.

3

â–ş1


Feedback

6. Het scannen en kopiëren van documenten toepassen. Ik kan meestal het scannen en kopiëren van documenten toepassen. 2

3

goed op weg

Ik kan het scannen en kopiëren van documenten toepassen.

gedreven Ik heb moeite om het scannen en kopiëren van documenten toe te passen. 1

in ontwikkeling

0

►2

Ik kan onvoldoende het scannen en kopiëren van documenten toe te passen.

onvoldoende


Actief leren:

Competentieprofiel van een onthaalmedewerker LPD 1.8 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van de onthaalmedewerker. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM: NAMEN GROEPSLEDEN:

Opdracht Werk in groepen van twee of drie leerlingen. Voor deze opdracht heb je drie lestijden de tijd. Werk netjes. Elke leerling vult individueel een bundel in. Om je bundel goed te kunnen invullen, maak je gebruik van de onderstaande informatiebronnen. Antwoord zo volledig mogelijk. Verwerk daarna al je informatie in een powerpointpresentatie of met Canva. Gebruik daarvoor de ICT-fiches op diddit. Sla je werk op onder de volgende bestandsnaam: competentieprofiel van een onthaalmedewerker.

Videomateriaal 

De receptionist: https://www.youtube.com/watch?time_continue=3&v=jlxE63CXBHw&feature=emb_ logo De onthaalbediende: https://www.vdab.be/tv/video/onthaalbediende

Informatie via internet   

De taken van een receptionist: https://www.worktalia.com/article.asp?article=119 De zeven belangrijkste eigenschappen van een receptionist: https://www.bizziphone.com/blog/eigenschappen-receptioniste-en-telefoniste/ De receptioniste: https://receptioniste.wordpress.com/

►1


1

Omschrijf in eigen woorden het beroep van onthaalmedewerker.

2

Wat zijn de voornaamste taken van een onthaalmedewerker? Noteer er minstens vijf.

â–ş2


3

Wat zijn de mogelijke functies binnen het beroep van onthaalmedewerker? Noteer er minstens vijf.

4

Welke eigenschappen (competenties) moet een onthaalmedewerker hebben? Noteer er minstens vijf.

â–ş3


5

Bespreek de werkplek van een onthaalmedewerker. Wat zie je er allemaal?

6

Geef enkele voordelen van het beroep van onthaalmedewerker. Noteer er minstens drie.

7

Geef enkele nadelen van het beroep van onthaalmedewerker. Noteer er minstens drie.

â–ş4


Actief leren:

Werkplekobservatie van een onthaalmedewerker LPD 1.9 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van onthaalmedewerker. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht Breng een bezoek aan het secretariaat van de school of een bedrijf waar je de job van de onthaalmedewerker kunt observeren.

Fiche over het bedrijf Naam Adres

Telefoonnummer Website Naam van de contactpersoon Functie van de contactpersoon Naam van de zaakvoerder (directie) Aantal werknemers in het bedrijf

â–ş1


Fiche van de onthaalmedewerker Wat zijn de taken van de onthaalmedewerker in het bedrijf? Hoe heet de functie van die persoon in het bedrijf? Welke eigenschappen (competenties) moet die onthaalmedewerker hebben? Bespreek grondig de werkplek. Wat zie je allemaal?

Wat zijn volgens jou de voordelen van die functie in het bedrijf ?

Wat zijn volgens jou de nadelen van de functie in het bedrijf?

Maak een foto van de onthaalmedewerker en bewaar die in je portfolio.

â–ş2


Actief leren:

Zelf aan de slag als onthaalmedewerker LPD 1.9 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van onthaalmedewerker. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht De onthaalmedewerker heeft heel wat taken binnen het bedrijf. Werk alleen of in kleine groepen aan de onderstaande opdrachten. Zie ook in je leerwerkboek Thema 2, Level 7.

1

Bezoekers ontvangen en registreren

Opdracht a

Ga in groepen van twee of drie leerlingen gedurende twee uur aan het onthaal van je school zitten. Je zorgt voor een tafel die je bureau voorstelt en richt je werkplek professioneel in.

b Registreer elke bezoeker en ontvang eventueel de inkomende post. c

Maak het onderstaande document in Excel. Je kunt kiezen om eerst de registratie op papier te doen en vervolgens digitaal of onmiddellijk digitaal.

d Stuur je register door via Smartschool naar je leraar.

DATUM

NAAM VAN DE BEZOEKER

NAAM VAN DE FIRMA

UUR UUR AANKOMST VERTREK

â–ş1


2

Een reisplan opmaken

Case: Luc Van Aelst, de verantwoordelijke van de afdeling logistiek moet op dinsdag … /… /202… ten laatste om 10.00 uur op een vergadering in Gent-Sint-Pieters zijn. Hij vertrekt vanuit de school. De eindbestemming van Luc ligt op vijftien minuten wandelafstand van het station. Luc vraagt Klaas om zijn reisplan (heen- en terug) op te maken. Om 15.00 uur is het einde voorzien.

Opdracht Stel het reisplan van Luc op. Maak gebruik van de websites van de NMBS en De Lijn. Noteer telkens heel duidelijk op welk perron Luc moet zijn. HEENREIS

TERUGREIS

►2


3

Telefoongesprekken voeren

Een onthaalmedewerker voert vaak telefoongesprekken.

Opdracht a

Kijk naar de onderstaande filmpjes.  Zakelijk telefoneren: https://www.youtube.com/watch?v=aLqPCXX4a4s  Professioneel telefoneren: https://www.youtube.com/watch?v=6XT68F5QTKQ  Telefoneren in het Nederlands: https://www.youtube.com/watch?v=oQb3GAB_fBY  Een goed telefoongesprek: https://www.youtube.com/watch?v=aDQpdJXw4g0  Een fout telefoongesprek: https://www.youtube.com/watch?v=JEgcZKOkfP0

b Schrijf (per twee) een telefoongesprek voor de onderstaande casus. c

Voer het gesprek voor je klasgenoten.

Case: Klaas ontvangt een oproep van Jurgen Smeets, de verkoopverantwoordelijke van Wienerberger, een leverancier van bakstenen. Hij wil graag Anja Spiessens, de verantwoordelijke van de afdeling boekhouding spreken in verband met factuurnummer 3490.

►3


Feedback

4. Eenvoudige telefoongesprekken toepassen.

3. Een reisplan opstellen en organiseren.

2. De techniek voor het registreren van bezoekers toepassen.

1. De techniek voor het ontvangen van bezoekers toepassen.

Ik kan meestal een reisplan opstellen en organiseren. 2

Ik kan een reisplan opstellen en organiseren.

3

3

Ik kan eenvoudige telefoongesprekken toepassen.

3

0

Ik kan meestal eenvoudige Ik heb moeite om telefoongesprekken eenvoudige toepassen. telefoongesprekken toe te passen. 2 1

1

0

Ik kan onvoldoende eenvoudige telefoongesprekken toepassen.

0

â–ş1

Ik kan onvoldoende de techniek voor het registreren van bezoekers toepassen.

0

Ik kan onvoldoende de techniek voor het ontvangen van bezoekers toepassen.

onvoldoende

Ik kan onvoldoende een Ik heb moeite om een reisplan op te stellen en te reisplan opstellen en organiseren. organiseren.

Ik kan meestal de techniek Ik heb moeite om de voor het registreren van techniek voor het bezoekers toepassen. registreren van bezoekers toe te passen. 2 1

Ik kan de techniek voor het registreren van bezoekers toepassen.

3

goed op weg in ontwikkeling Ik kan meestal de techniek Ik heb moeite om de voor het ontvangen van techniek voor het bezoekers toepassen. ontvangen van bezoekers toe te passen. 2 1

gedreven Ik kan de techniek voor het ontvangen van bezoekers toepassen.

1.9 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van onthaalmedewerker.


Actief leren:

Competentieprofiel van een winkelverkoper LPD 1.10 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van de winkelverkoper. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM: NAMEN GROEPSLEDEN:

Opdracht Werk in groepen van twee of drie leerlingen. Voor deze opdracht heb je drie lestijden de tijd. Werk netjes. Elke leerling vult individueel een bundel in. Om je bundel goed te kunnen invullen, maak je gebruik van de onderstaande informatiebronnen. Antwoord zo volledig mogelijk. Verwerk daarna al je informatie in een powerpointpresentatie of met Canva. Gebruik daarvoor de ICT-fiches op diddit. Sla je werk op onder de volgende bestandsnaam: competentieprofiel van een winkelverkoper.

Videomateriaal  

De verkoper in de kledingswinkel: https://www.youtube.com/watch?v=gA_NKVJGO3w Algemeen winkelbediende: https://www.youtube.com/watch?v=YLkBAUUCcqg&list=PLgGFYuH9RHUIF061aHHNf IxObEclvILIn Beroepenfilm kassier: https://www.youtube.com/watch?v=Hym4cI5g5ko

Informatie via internet   

Werken bij H&M: https://career.hm.com/content/hmcareer/nl_be/workingathm/what-canyou-do-here/sales.html Werken bij Vanden Borre: https://www.vandenborre.be/nl/jobs/collegas/home Werken bij Colruyt: https://jobs.colruytgroup.com/nl/vakgebieden/winkel/

►1


1

Omschrijf in eigen woorden het beroep van winkelverkoper.

2

Wat zijn de voornaamste taken van een winkelverkoper? Noteer er minstens vijf.

â–ş2


3

Wat zijn de mogelijke functies binnen het beroep van winkelverkoper? Noteer er minstens vijf.

4

Welke eigenschappen (competenties) moet een winkelverkoper hebben? Noteer er minstens vijf.

â–ş3


5

Bespreek de werkplek van een winkelverkoper. Wat zie je er allemaal?

6

Geef enkele voordelen van het beroep van winkelverkoper. Noteer er minstens drie.

7

Geef enkele nadelen van het beroep van winkelverkoper. Noteer er minstens drie.

â–ş4


Actief leren:

Werkplekobservatie van een winkelverkoper LPD 1.10 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van winkelverkoper. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht Breng een bezoek aan een winkel waar je de job van de winkelverkoper kunt observeren.

Fiche over het bedrijf Naam Adres

Telefoonnummer Website Naam van de contactpersoon Functie van de contactpersoon Naam van de zaakvoerder (directie) Aantal werknemers in het bedrijf

â–ş1


Fiche van de winkelverkoper Wat zijn de taken van de winkelverkoper in het bedrijf? Hoe heet de functie van die persoon in het bedrijf? Welke eigenschappen (competenties) moet die winkelverkoper hebben?

Bespreek grondig de werkplek. Wat zie je allemaal?

Wat zijn volgens jou de voordelen van die functie in het bedrijf ?

Wat zijn volgens jou de nadelen van de functie in het bedrijf?

Maak een foto van de winkelverkoper en bewaar die in je portfolio.

â–ş2


Actief leren:

Zelf aan de slag als winkelverkoper LPD 1.10 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van winkelverkoper. (analyseren)

LOGO SCHOOL

NAAM: KLAS: DATUM:

Opdracht De winkelverkoper heeft heel wat taken binnen het bedrijf. Werk alleen of in kleine groepen aan de onderstaande opdrachten. Zie ook in je leerwerkboek Thema 2, Level 7.

1

Eenvoudige verkoopgesprekken voeren

Opdracht a

Werk per twee. Tover je bank om tot toonbank. De ene persoon is de winkelverkoper, de andere is de klant. Wissel na elke case van rol.

b

Bouw het verkoopgesprek goed op. 

Begroeting: Zorg ervoor dat je de klant op een hartelijke manier onthaalt.

Behoefteanalyse: Ga op zoek naar de wensen van de klant.

Presentatie: Toon en demonstreer de artikelen waarvoor de klant interesse heeft.

Afsluiting: Reken op een correcte manier af (zie verder). Vul eventueel de klantenkaart aan en/of verpak de artikelen (zie verder).

Case 1: In de kledingwinkel Klant: Een man en een vrouw van middelbare leeftijd zijn op zoek naar vrijetijdskleding voor hem.

►1


Case 2: In de supermarkt Klant: Een vrouw van dertig jaar is op zoek naar de promotie uit de folder: sojadrink in verschillende smaken.

Case 3: In de speelgoedwinkel Klant: Een moeder met haar zoontje van vier jaar is op zoek naar een verjaardagscadeau voor het broertje van twee jaar.

Case 4: In de elektrozaak Klant: Een man van 23 jaar is op zoek naar een tv voor in zijn nieuwe appartement.

2

Aan de kassa afrekenen

Opdracht a

Werk per twee. Een leerling is de klant, een leerling is de verkoper. Wissel de rollen telkens af.

b Noteer in de laatste kolom hoeveel wisselgeld je moet teruggeven. Doe de oefening met speelgeld.

TE BETALEN BEDRAG DOOR DE KLANT …

DE KLANT BETAALT MET…

Case 1

€ 98,20

een biljet van 100,00 euro.

Case 2

€ 47,35

een biljet van 100,00 euro.

Case 3

€ 156,80

vier biljetten van 50,00 euro.

Case 4

€ 32,45

twee biljetten van 20,00 euro.

Case 5

€ 365,40

een biljet van 500,00 euro.

DE VERKOPER GEEFT … TERUG

►2


3

Tijdens de solden artikelen prijzen a Werk per twee. b Morgen beginnen de solden. Jullie moeten nog snel berekenen hoeveel deze artikelen vanaf morgen zullen kosten. ARTIKEL

HUIDIGE PRIJS

SOLDEN

€ 49,50

15 %

€ 120,00

30 %

€ 27,50

10 %

€ 145,00

15 %

€ 60,00

25 %

DE KLANT BETAALT VANAF MORGEN …..

►3


4

Cadeautjes inpakken – aankleden van je winkelpresentatie (presentatiestand maken)

Opdracht a

Breng het onderstaande materiaal mee.  drie verschillende voorwerpen die je wilt inpakken;  inpakmateriaal, plakband, lintjes;  themamateriaal zoals voor Kerstmis, Pasen, Moederdag, Vaderdag, Valentijn … (Spreek met je medestudenten of leraar af.)

b Kleed een etalagekast aan in het thema dat je gekozen hebt of dat de leraar je opgelegd heeft. Houd daarbij rekening met de volgende tips:  Zorg dat je producten / artikelen bij elkaar passen.  Denk aan goede kleurcombinaties.  Gebruik de volledige oppervlakte.  Verwerk je verpakte artikelen in de presentatie.

5

Telefoongesprek voeren

Opdracht a

Denk aan de informatie die je al verworven hebt bij de administratief medewerker en onthaalmedewerker. b Werk opnieuw per twee en voer de volgende casussen uit: Case 1: Je bent winkelverkoper bij schoenen Torfs en je belt klant An Van Laer met de boodschap dat haar bestelling is toegekomen.

Case 2: Je bent winkelverkoper bij de slager. Je belt naar de klant Joris met de boodschap dat de bestelling droge worsten is aangekomen.

Case 3: Je bent winkelverkoper bij Pearl en belt naar klant Elisa met de boodschap dat haar bril hersteld is.

►4


Feedback

3. Presentatietechnieken zoals het presenteren van artikelen in de winkel, het inpakken van artikelen … toepassen.

2. Kassa-activiteiten zoals het ontvangen van geld, teruggeven van wisselgeld, berekenen van kortingen … toepassen.

1. De techniek van een eenvoudig telefoongesprek toepassen.

2

Ik kan meestal presentatietechnieken zoals het presenteren van artikelen in de winkel, het inpakken van artikelen … toepassen. 2

3

Ik kan presentatietechnieken zoals het presenteren van artikelen in de winkel, het inpakken van artikelen … toepassen. 3

1

Ik heb moeite om presentatietechnieken zoals het presenteren van artikelen in de winkel, het inpakken van artikelen … toe te passen.

1

Ik heb moeite om kassaactiviteiten zoals het ontvangen van geld, teruggeven van wisselgeld, berekenen van kortingen … toe te passen.

1

2

Ik kan meestal kassaactiviteiten zoals het ontvangen van geld, teruggeven van wisselgeld, berekenen van kortingen … toepassen.

Ik heb moeite om de techniek van een eenvoudig telefoongesprek toe te passen.

in ontwikkeling

Ik kan meestal de techniek van een eenvoudig telefoongesprek toepassen.

goed op weg

Ik kan kassa-activiteiten zoals het ontvangen van geld, teruggeven van wisselgeld, berekenen van kortingen … toepassen.

gedreven Ik kan de techniek van een eenvoudig telefoongesprek toepassen. 3

0

►1

Ik kan onvoldoende presentatietechnieken zoals het presenteren van artikelen in de winkel, het inpakken van artikelen … toepassen.

0

Ik kan onvoldoende kassaactiviteiten zoals het ontvangen van geld, teruggeven van wisselgeld, berekenen van kortingen … toepassen.

0

Ik kan onvoldoende de techniek van een eenvoudig telefoongesprek toepassen.

onvoldoende

1.10 De leerlingen onderzoeken in het kader van hun onderwijsloopbaan praktijkgericht de mogelijkheden van het beroep van winkelverkoper.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Lift2BGO_bundel by VAN IN - Issuu