leeswerkschrift 1 thema 1 dit ben ik
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 1
30/06/16 16:29
ik lees met hup en aap bestaat uit: - een leeswerkschrift per thema - een handleiding per thema - een spellingschrift - een bordboek - ondersteunend materiaal Coördinator-auteur: Rien Broere Leerlijnverantwoordelijke: Johan Dirickx Projectgroep: Veerle Billet, Veerle Cremery, Kristof Deproft, Martine Lemoine, Ineke Peeters, Anneke Van den Broeck, Inge Willemsen Verhalen: Rien Broere, Stijn Moekaars Tekeningen: Luc Sauviller Lay-out en opmaak: De Witlofcompagnie
In ik lees met hup en aap komen deze pictogrammen voor:
aankruisen
lezen
een lijn trekken
schrijven
een uitdaging aangaan
spreken
kijken
luisteren
vertellen
kleuren
tekenen
omkringen
knippen
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.
Eerste druk 2017 ISBN 978-90-306-7247-0 D/2017/0078/1 Art. 562721/01 NUR 191
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 2
30/06/16 16:29
Luister naar het verhaal.
WEEK 1 | LES 1
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 3
3 30/06/16 16:30
ik
Kleur de platen.
4
WEEK 1 | LES 1
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 4
30/06/16 16:30
1
2
if
ip ik
ik
il ik
ik
ik is
im
ik
3
WEEK 1 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 5
ik
in
in
ik
in
in
ik
in
1 Kleur de eerste letter rood. Kleur dan de tweede letter zwart. 2 Lees het woord in het grote fotokader. Zoek het in de andere kadertjes. Omkring het. 3 Kleur de vakjes met het woord ‘ik’.
5 30/06/16 16:30
1
ik if
ik
il
in ik
2
ik
is
ik
dit ben ik. ik ga graag naar school. ik lees de i. ik lees de k. ik lees het woord ik.
3
6
WEEK 1 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 6
a
n
p
i
k
o
m
l
i
k
u
k
s
m
i
k
l
i
k
n
1 Kleur de foto’s met ‘ik’. 2 Omkring het woord ‘ik’ in de zinnen. 3 Kleur de vakjes die naast elkaar het woordje ‘ik’ vormen.
30/06/16 16:30
1
i
2
k
1 Trek een lijn van de ‘i’ naar de woorden waarin je een ‘i’ hoort. 2 Trek een lijn van de ‘k’ naar de woorden waarin je een ‘k’ hoort. WEEK 1 | LES 4
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 7
7 30/06/16 16:30
ik 1
2
i
k
.
k
.
k
i
.
i
.
.
.
k ik k ik kik
3
ik kik. kik ik. ik kik.
i 8
k
WEEK 1 | LES 4
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 8
30/06/16 16:30
1
2
an
an
as
an
ik
am al
an
an
af
3
WEEK 2 | LES 2
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 9
ik
an
an
ak
in
ak
an
ap
1 Kleur de eerste letter rood. Kleur dan de tweede letter zwart. 2 Lees het woord bij de juf. Zoek het ook bij de kinderen. Omkring het. 3 Kleur de vakjes met het woord ‘an’.
9 30/06/16 16:30
1
as
af
an
an 2
ik
an
al
an
is an in huis? ja, an is er. ik roep an wel. an, an, kom je? kijk, daar is an al.
3
10
WEEK 2 | LES 2
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 10
k
a
n
o
s
i
n
a
n
k
l
u
k
a
n
k
k
l
a
n
1 Kleur de baby’s met ‘an’. 2 Omkring het woord ‘an’ in de zinnen. 3 Kleur de vakjes die naast elkaar het woordje ‘an’ vormen.
30/06/16 16:30
1
a
2
n
1 Trek een lijn van de ‘a’ naar de woorden waarin je een ‘a’ hoort. 2 Trek een lijn van de ‘n’ naar de woorden waarin je een ‘n’ hoort. WEEK 2 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 11
11 30/06/16 16:30
an 1
2
i 12
a
n
.
n
.
n
a
.
a
.
.
.
i
a
ik in in
an ak ak
k
a
n
WEEK 2 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 12
30/06/16 16:30
1
2
in k in kin
ik k ik kik
an k an kan
ik n ik nik
an n an nan
ak k ak kak
ik kan. kan ik. ik kan. nan kan. kan nan. nan kan. nik kan. kan nik. nik kan.
WEEK 2 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 13
13 30/06/16 16:30
an
Luister en vertel.
14
WEEK 2 | LES 7
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 14
30/06/16 16:30
Luister en vertel.
WEEK 2 | LES 7
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 15
15 30/06/16 16:30
1
2
el
an el
el
en
er
el
in
es
el
3
16
WEEK 3 | LES 2
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 16
ik
an
el
ek
el
ijs
en
el
1 Kleur de eerste letter rood. Kleur dan de tweede letter zwart. 2 Lees het woord in het eerste kledingstuk. Zoek het in de andere kleren. Omkring het. 3 Kleur de vakjes met het woord ‘el’.
30/06/16 16:30
1
el
eg
el
es en
el
an
el
2
daar gaat el. el trekt aan de bel. dan loopt el snel weg. slim van el, zeg. anders krijgt el een lel.
3
WEEK 3 | LES 2
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 17
e
l
n
e
l
k
i
a
e
l
i
e
l
a
e
l
k
l
e
l
1 Kleur de kleren met ‘el’. 2 Omkring het woord ‘el’ in de zinnen. 3 Kleur de vakjes die naast elkaar het woordje ‘el’ vormen.
17 30/06/16 16:30
1
e
2
l
1 Trek een lijn van de ‘e’ naar de woorden waarin je een ‘e’ hoort. 2 Trek een lijn van de ‘l’ naar de woorden waarin je een ‘l’ hoort.
18
WEEK 3 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 18
30/06/16 16:30
el 1
2
e
l
.
l
.
l
e
.
e
.
.
.
el en en
ik en el. an en el. ik en an.
el en ik. el en an. an en el.
3
i
e
a
ik in il
el en ek
an ak al
i
WEEK 3 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 19
k
a
n
e
l 19 30/06/16 16:30
el n el nel
1
20
WEEK 3 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 20
en k en ken
el nel lel
an kan nan
ik lik kik
ek lek
ak lak
in kin
nek
kak
lin
ken kil kan
2
ek n ek nek
lik nel lal
il k il kil
el l el lel
al l al lal
kin nek lak
ik ken nel. ik ken an. el ken ik. nik ken ik.
1 2 3 4
??? ??? ??? ???
30/06/16 16:30
ik kan. an kan. el kan.
ik lik. ik lak. ik ken el. ik ken an. ken ik an. ken ik nel. ik ken an en nel. ik en an en el en nik en nan en nel en lin. ken ik nel en nik en lin.
WEEK 3 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 21
1 2 3 4
??? ??? ??? ???
21 30/06/16 16:30
1
2
een
eel
eet
eet eek
eer
eet eet
eef
3
22
WEEK 3 | LES 7
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 22
an
el
een
eet
eet
ik
eet
eek
1 Kleur de eerste letter rood. Kleur dan de tweede letter zwart. 2 Lees het woord in de grote appel. Zoek het in de andere appels. Omkring het. 3 Kleur de vakjes met het woord ‘eet’.
30/06/16 16:30
1
eef
eet
eer eet
een
eet
en
eet
2
ik eet soep. dan eet ik veel friet. ik eet wel twee borden. ik eet en ik eet. nu eet ik nooit meer.
3
WEEK 3 | LES 7
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 23
e
ee
t
l
ee
t
ee
n
ee
t
ee
l
ee
t
e
n
ee
t
ee
a
1 Kleur het fruit met ‘eet’. 2 Omkring het woord ‘eet’ in de zinnen. 3 Kleur de vakjes die naast elkaar het woordje ‘eet’ vormen.
23 30/06/16 16:30
1
ee
2
t
1 Trek een lijn van de ‘ee’ naar de woorden waarin je een ‘ee’ hoort. 2 Trek een lijn van de ‘t’ naar de woorden waarin je een ‘t’ hoort.
24
WEEK 3 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 24
30/06/16 16:30
eet 1
2
ee
t
.
t
.
t
ee
.
ee
.
.
.
ee
ee t it at et
ee t ee n ee k ee l
i
WEEK 3 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 25
k
t
a
n
e
l
ee
t 25 30/06/16 16:30
1
ik t ik tik
el t el tel
eet k eet n eet
een t een n een
eek l eek t eek
eel n eel k eel
kan – kin – tin – tik keel – keet – keek – teek lak – lat – nat – kat
2
el eet. ik lik. an eet. ik lik en el eet.
ik lik en an eet en el eet. ik keek en el keek. ik tel en el eet.
26
WEEK 3 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 26
30/06/16 16:30
1
ik in it il
el en et ek
an al at ak
eet een eek eel
tik lik kik
kan nan
tel lel nel
keet neet
el – eet – in – al – at ik – en – an – el – een
tik – lel – neet – nan kik – tel – keet – lik
2
WEEK 3 | LES 11
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 27
an eet. eet an een teen? nee. an eet een …
27 30/06/16 16:30
1
kit lek nat
nan kan lik
teen tak lek
neen – teen – leen kat – tak – lak nek – tin – lik
2
3
een teen een tak een lel een lat een kan
een keel een kin een lik een tik een teek
nel eet een … nik eet een … ik eet een … eet leen een … nee, leen eet een …
28 WEEK 3 | LES 11 VI_HUP_AAP_LWS1.indd 28
30/06/16 16:30
1
2
3
i
a
e
ee
ik
an
el
eet
in il it
ak al at
ek en et
eel een eek
ik
at
et
een
nik kik lik tik
kat nat lat
net let
neen leen
kan kik kin kil kit
ken keel keet kat kan
nik nel nek nat neen
let lik lat leen lek
teen teek tak tik tel
Oefenblad voor thuis
WEEK 3 | LES 11
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 29
29 30/06/16 16:30
1
2
aar
aap
aap
aap
aas
aan
aap
aal
aap
3
30
WEEK 4 | LES 2
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 30
an
aap
aap
aan
el
eet
aas
aap
1 Kleur de eerste letter rood. Kleur dan de tweede letter zwart. 2 Lees het woord bij de grote aap. Zoek het bij de andere aapjes. Omkring het. 3 Kleur de vakjes met het woord ‘aap’.
30/06/16 16:30
1
aap
aan
aap aap
paa aap
een ap
aap
aal
2
de aap is in de kooi. er is een man bij de aap. de aap ziet de pet. aap pakt de pet. nu is de aap net een man.
3
WEEK 4 | LES 2
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 31
p
aa
p
i
k
aa
p
l
aa
n
l
ee
aa
p
aa
i
aa
p
k
p
1 Kleur het voedsel met ‘aap’. 2 Omkring het woord ‘aap’ in de zinnen. 3 Kleur de vakjes die naast elkaar het woordje ‘aap’ vormen.
31 30/06/16 16:30
1
aa
2
p
1 Trek een lijn van de ‘aa’ naar de woorden waarin je een ‘aa’ hoort. 2 Trek een lijn van de ‘p’ naar de woorden waarin je een ‘p’ hoort.
32
WEEK 4 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 32
30/06/16 16:30
aap 1
2
3
aa
p
.
p
.
p
aa
.
aa
.
.
.
een aap. een aap en an. el en een aap.
aa
ip ap ep ee p
aa p aa n aa l aa k aa t
i
WEEK WEEK34| LES | LES11 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 33
k
p
a
n
e
l
ee
t
aa
p 33 30/06/16 16:30
1
aap k aap kaap
aan l aan laan
aal p aal paal
aak t aak taak
aat l aat laat
2
taal kaap laan
34
p aal p et p ik
k ip l ip n ip
p ak p een
t ip k aap
l ip l ap p ap
pel kaap pin
nip pan
WEEK 4 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 34
30/06/16 16:30
1
an en een kip. ik in een laan. ik en een aap.
ik eet pap. aap aan een tak. el aan een paal.
2
pet – pel – tel – til laan – leen – peen – teen tak – tik – kik – lik
lip tip nip k..
WEEK 4 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 35
net let ket p..
kap lap nap p..
peen leen neen t..
35 30/06/16 16:30
1
ik – an – el – eet – aap aap – ik – an – eet – el ik – lik – tik – kik – lik an – pan – kan – nan el – tel – pel – nel – lel eet – neet – keet kaap – tak – teen – laan – pin kan – taal – teel – net – pet kat – tal – tel – nat – pil keet – keel – pan – ken – til aap – tik – taal – pet – tel pit – taak – aan – net – kat
2
ik ken an. en ik ken el. een kip. een aap. een kip en een aap.
een aap in een paal. een teen in een net. een aap aan een tak.
36
WEEK 4 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 36
30/06/16 16:30
1
2
ik
an
el
eet
aap
in il it ip
ak al ap at
ek en et ep
eek eep eel een
aak aan aal aat
ik nik lik tik kik
3
an kil kin lip pin
eet keet neen leek teek
kan lat nat tak
el kat pap nap lap
nel tel pel let
net pen lek nek
aap leen leep keek teen
kaap kaal taak laan
laat paal taal kaak
Oefenblad voor thuis
WEEK 4 | LES 3
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 37
37 30/06/16 16:30
1
2
ijs
jij
is
ijl
ijs
ijk ijs
ijs ijs
3
38
WEEK 4 | LES 7
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 38
ik
eet
ijl
ijk
ijs
aap
ijs
ijs
1 Kleur de eerste letter rood. Kleur dan de tweede letter zwart. 2 Lees het woord in het ijsje links. Zoek het in de andere ijsjes. Omkring het. 3 Kleur de vakjes met het woord ‘ijs’.
30/06/16 16:30
1
ijs
ijs
ijk
jij
gij
ijs ijs
ijs
ijl
2
er is ijs en ijs. ijs in de zomer. dat is ijs om te eten. en ijs in de winter. dat is ijs om te schaatsen.
3
WEEK 4 | LES 7
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 39
s
ij
s
a
t
ij
l
ij
s
p
ij
s
t
ij
s
l
n
ij
ij
s
1 Kleur de lepels met ‘ijs’. 2 Omkring het woord ‘ijs’ in de zinnen. 3 Kleur de vakjes die naast elkaar het woordje ‘ijs’ vormen.
39 30/06/16 16:30
1
ij
2
s
1 Trek een lijn van de ‘ij’ naar de woorden waarin je een ‘ij’ hoort. 2 Trek een lijn van de ‘s’ naar de woorden waarin je een ‘s’ hoort.
40
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 40
30/06/16 16:30
ijs 1
2
ij
s
.
s
.
s
ij
.
ij
.
.
.
ijs l ijs lijs
ijs t ijs tijs
ij
is as es ee s aa s
ijs ij k ij l ij p ij n
i
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 41
ijs s ijs sijs
s
k
a
n
e
l
ee
t
aa
p
ij
s 41 30/06/16 16:30
11
p
l
n
p ijl p ijp p ijn
l ijs l ijn l ijk
n ijl n ijn n ijp
ijk l ijk k ijk
ijl p ijl n ijl
ijn p ijn l ijn
ijp p ijp n ijp
is s is n is l is lijs – tijs – sijs kijk – pijp – lijk pijl – pijn – lijn
2
een lijn. een pijl. een lijn en een pijl. kijk. een sijs. aap eet. eet aap een kip? nee nee. eet aap een teen? nee nee. eet aap an? nee nee. aap eet ijs.
42
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 42
30/06/16 16:30
1
2
ijs is as
es aas ees
sijs sis tas
les kaas lees
net – pet – pel – pijl lees – pees – pas – kas lijk – kijk – kik – tik pees – las – sijs – kas – les
3
kijk lijn pijn
pijp lijk nijl
tijs – pijl – lijn – kijk – pijp lees – nat – pees – kin – sap tas – les – pit – kaas – laat een pit in een kaas. lees een les. tijs is al nat. sap aan een kin. ik ken kees en an. WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 43
43 30/06/16 16:30
1
pak peen pit pijl
lijn lip lik lees
sik sap sip set
nek pijn lat pas
in – kin – tin – pin al – is – en – een
2
ik lees. ik lees een p. ik lees an. ik lees pan.
ik lees. ik lees een k. ik lees aal. ik lees kaal.
ik lees al. lek en peen. pek en teen. pak en taak. tak en kaak.
ik lees al een les. ik pas in een pak. ik kan in een paal. ik kijk sip. ik eet een pil.
44
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 44
30/06/16 16:30
1
ik
an
el
in il it ip is
ak al at ap as
ek en et ep es
eet
aap
ijs
eek een eel ees eep
aak aan aal aat aas
ijk ijn ijl ijt ijp
2
3
ijk kijk
ijn pijn
ijl nijl
ijp pijp
Oefenblad voor thuis
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 45
45 30/06/16 16:30
1
2
3
4
5
6
ik sik
ap sap
et set
ijs sijs
ip sip
as sas
il pil
ak tak
en pen
eek leek
aak taak
ijk kijk
it pit
al tal
ek lek
een peen
aan laan
ijn lijn
in tin
at lat
en ken
eel teel
aal kaal
ijl pijl
ip sip
ap kap
es les
eep leep
aat laat
ijp pijp
is nis
as kas
ep nep
ees lees
aas kaas
ijs lijs
Oefenblad voor thuis
46
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 46
30/06/16 16:30
ik – an – el – eet – aap – ijs 1
2
3
4
aap
eet at
ik aak ijk
ik eet ijs el an aap
in een ijk es as aan
ijl en at aal
al aas
kik nek les taak pijl
ken nel lik tik pen
kan nat laat teen pit
kaap nee lap til pijn
el al aal ijl
an in en een aan
ijs is as es aas
aak
ik pak een lap. een kaas in een tas. pijn aan een teen. ik lees een les. een kip is kaal. Oefenblad voor thuis
WEEK 4 | LES 8
VI_HUP_AAP_LWS1.indd 47
47 30/06/16 16:30
Vertel wat je op de plaatjes ziet.
48 WEEK 4 | LES 11 VI_HUP_AAP_LWS1.indd 48
30/06/16 16:30