INHOUD VOORWOORD 5 DEEL 1 DE HANDEL 1 2 3 4 5
Ontstaan van de handel Belang van de handel en definitie van de handelaar Soorten handel Tussenpersonen bij de handel De verkoopovereenkomst 5.1 Verkoopvoorwaarden 5.2 Incoterms 6 Internationale handel
15 15 16 18 18 18 21 22
Oefentraject Zelfevaluatie
32 35
DEEL 2 HANDELSDOCUMENTEN 1 Van offerte tot factuur 1.1 De prijsaanvraag 1.2 De offerte 1.3 De bestelbon 1.4 De bevestiging van de bestelling 1.5 De leveringsbon 1.6 De factuur 1.6.1 Verplichte vermeldingen 1.6.2 Factuurberekening 1.6.3 Factureren van verpakking 1.6.4 Gewichtsverminderingen of gewichtskortingen 1.6.5 Prijskortingen 1.6.6 Bewijskracht van de factuur 1.6.7 Factuur als kredietinstrument 1.6.8 Debetnota 1.6.9 Creditnota 1.6.10 Elektronische factuur 2 Btw 2.1 Het begrip btw 2.2 De btw-plichtige 2.3 Belastbare handelingen 2.4 Btw-verplichtingen 2.5 Maatstaf van heffing en btw-tarieven 2.6 Btw bij internationale transacties 2.6.1 Invoer uit derde landen 2.6.2 Uitvoer naar derde landen 2.6.3 Intracommunautaire verwerving van goederen – ICV 2.6.4 Intracommunautaire levering van goederen – ICL 3 Vervoer en vervoersdocumenten 3.1 Vervoersvormen 3.2 Vervoersdocumenten 3.2.1 Zeevaartconnossement of Bill of Lading (B/L) 3.2.2 Binnenvaartconnossement 3.2.3 CMR-vrachtbrief (wegvervoer) 3.2.4 CIM-vrachtbrief (spoorvervoer) 3.2.5 Luchtvrachtbrief of Air Way Bill (AWB)
Inhoud
13
37 46 46 46 47 47 47 47 47 49 51 51 52 53 53 53 53 53 54 54 54 56 56 56 57 57 58 58 59 60 60 62 62 66 68 70 73
7
4 Oorsprongsdocumenten 75 4.1 Economische oorsprong 76 4.2 Fiscale oorsprong 78 4.2.1 EUR-certificaat (zie Illustratie 2.7) 78 4.2.2 Oorsprongsverklaring van de exporteur op factuur 80 4.2.3 EUR-Med certificaat 80 4.2.4 Certificaat van oorsprong FORM A (zie Illustratie 2.9) 82 5 INCOTERMS 84 5.1 Wat zijn INCOTERMS? 84 5.2 Bespreking van de Incoterms ® 2010 85 5.2.1 Incoterms van groep 1 – Incoterms voor alle vervoersvormen 85 5.2.2 Incoterms van groep 2 – Incoterms uitsluitend voor zee- en binnenvaart 89 5.2.3 Incoterms en de wijze van vervoer 92 6 Douaneformaliteiten 93 6.1 Enkele nieuwe begrippen 93 6.2 Taken van de douane 93 6.3 Belastingen en de buitenlandse handel 95 6.3.1 Invoerrechten 95 6.3.2 Btw 95 6.3.3 Accijnzen 95 6.4 Douaneformaliteiten 96 6.4.1 Intracommunautaire handel 96 6.4.2 Handel met derde landen 96 6.5 Tarief van invoerrechten en goederencode 96 6.6 Douanewaarde 99 6.7 Douaneaangifte 100 6.7.1 Doel van de douaneaangifte 100 6.7.2 PLDA – MASP – AEO - EORI 101 Oefentraject Zelfevaluatie DEEL 3 BETALINGSMIDDELEN EN -BEWIJZEN 1 De rechtstreekse betaling 1.1 De kwijting 1.2 Het kwijtschrift of de kwitantie 1.3 Het ontvangstbewijs 1.4 Het kasticket 2 De onrechtstreekse betaling 2.1 De zichtrekening 2.1.1 Definitie 2.1.2 SEPA (Single Euro Payments Area) 2.1.3 Kenmerken 2.1.4 Transacties met een zichtrekening 2.1.5 De kosten en opbrengsten 2.2 De debetkaart 2.2.1 Definitie 2.2.2 Betalingsinstellingen 2.2.3 Klassiek betalen via de debetkaart 2.2.4 Contactloos betalen 2.3 Mobiel betalen 2.4 Online betalen 2.5 De overschrijving 2.5.1 Definitie 2.5.2 Werking 2.5.3 De memodatum of 'gewenste uitvoeringsdatum in de toekomst' 2.5.4 De overschrijving met gestructureerde mededeling (OGM) 2.6 Bijzondere overschrijvingen 2.6.1 De doorlopende opdracht 2.6.2 Automatische overschrijving van gedomicilieerde facturen
8
Inhoud
104 122 125 127 127 127 127 128 129 129 129 129 129 130 131 131 131 131 131 132 132 134 136 136 136 136 136 137 137 137
2.7 De cheque 2.7.1 Definitie 2.7.2 Werking 2.7.3 Internationaal gebruik van de cheque 2.7.4 De bankcheque 2.7.5 Vermindering van het gebruik van cheques 2.8 De wisselbrief 2.8.1 Algemeenheden 2.8.2 Het endossement 2.8.3 Vermindering van het gebruik van wisselbrieven 2.8.4 De Centrale verwerking handelspapier in België 2.9 Documentair incasso 2.9.1 Documents against payment, D/P (Documenten tegen betaling) 2.9.2 Documents against acceptance, D/A (Documenten tegen acceptatie) 2.9.3 Risico's voor de verkoper 2.10 Documentair krediet (Letter of credit, L/C) 2.10.1 Definitie 2.10.2 Uniforme regelen en usances voor documentaire kredieten (URU) 2.10.3 Partijen 2.10.4 Vormen Oefentraject Zelfevaluatie DEEL 4 BANK EN BEURS
Inhoud
138 139 139 139 140 140 140 140 142 143 143 143 143 144 144 146 146 146 146 146 149 158 159
Hoofdstuk 1 S paren en beleggingen
159
1 Spaarrekening 1.1 Definitie 1.2 Werking 1.2.1 Valutadatum 1.2.2 Rentetarieven 1.2.3 Uitbetaling 1.3 Voordelen 1.4 Nadelen 1.5 Online spaarrekeningen en prijsbrekers 2 Termijnrekening 2.1 Definitie 2.2 Werking 2.2.1 Rekeningen met vaste termijn 2.2.2 Rekeningen met opzeggingstermijn 3 Kasbon 3.1 De kasbon 3.1.1 Definitie 3.1.2 Werking 3.1.3 Kosten 3.1.4 Voordelen 3.1.5 Maatregelen tegen witwassen en terrorisme 3.2 De kapitalisatiebon 3.2.1 Definitie 3.2.2 Werking 3.2.3 Opmerking 4 Schatkistcertificaten 4.1 Definitie 4.2 Publiek 4.3 Werking van de aanbesteding 4.4 Strafrente 5 Verzekeringsbon 5.1 Definitie 5.2 Kenmerken
162 162 162 162 162 162 162 163 163 164 164 164 164 165 165 165 165 165 165 165 166 166 166 166 167 167 167 167 167 168 169 169 169
9
10
6 Tak21- en Tak23-verzekeringen 6.1 Pensioenspaarfonds (Tak23) 6.2 Pensioenspaarverzekering (Tak21) 7 Volkslening 8 Crowdfunding 9 Obligaties 9.1 Omschrijving 9.1.1 Kenmerken 9.1.2 Looptijd 9.1.3 Kostprijs van een obligatie 9.1.4 Waarborgen ten voordele van de obligatiehouders 9.1.5 De kwaliteit van de uitgever (debiteurenrisico) 9.1.6 De secundaire markt en het liquiditeitsrisico 9.1.7 Renterisico 9.1.8 Beleggingsstrategie 9.1.9 Wisselkoersrisico 9.2 Soorten obligaties 9.2.1 Volgens de aard van de rentevergoeding 9.2.2 Hybride obligatieleningen 9.3 Terugbetalingswijzen van obligaties 9.3.1 Obligaties met terugbetaling op eindvervaldag 9.3.2 Obligaties met mogelijke terugbetaling op een tussentijdse vervaldag 9.3.3 Obligaties met aflossingsplan 9.4 Overheidsobligaties 9.4.1 Lineaire obligaties (OLO’s) 9.4.2 Staatsbons 9.5 Indeling van obligaties volgens de nationaliteit 9.6 Rendement van een obligatie 9.6.1 Couponrendement 9.6.2 Koersrendement 9.6.3 Actuarieel rendement 9.6.4 Brutorente tegenover nettorente 9.6.5 Kosten en taksen in België op obligaties 10 Aandelen 10.1 De vorm 10.2 Winstuitkering 10.3 Rechten van een aandeelhouder 10.4 Waardemeters voor aandelen 10.4.1 De koers 10.4.2 Dividendrendement 10.4.3 Koers-winstverhouding 10.4.4 De return 10.4.5 Boekwaarde en intrinsieke waarde van een aandeel 11 Beleggingsfondsen 11.1 Kenmerken van beleggingsfondsen 11.1.1 Inleiding 11.1.2 Omschrijving 11.1.3 Liquiditeit, kosten en taksen 11.1.4 Voordelen van een beleggingsfonds 11.1.5 Nadelen van een beleggingsfonds 11.2 Aard en soorten beleggingsfondsen 11.2.1 Bevek’s en sicav’s 11.2.2 Bevak’s en sicaf’s (gereglementeerde vastgoedvennootschappen) 11.3 Individuele en collectieve pensioenbeleggingen 11.3.1 Groepsverzekering en de bedrijfspensioenfondsen 11.3.2 De derde pensioenpijler: individueel pensioensparen
169 169 170 170 170 171 171 171 171 171 172 172 173 174 174 174 175 175 176 178 178 178 178 179 179 179 182 183 183 183 183 183 184 184 184 184 185 185 185 187 188 189 189 190 190 190 190 190 190 190 190 191 191 191 191 192
Oefentraject Zelfevaluatie
193 199
Inhoud
Inhoud
Hoofdstuk 2 De beurs en beursindexen
201
1 Werking van de beurs 1.1 Wat is een beurs? 1.2 Aandelenbeurzen en hun nut 1.3 Euronext 1.3.1 Het ontstaan van Euronext 1.3.2 Organisatie en controle van de beurs 1.4 De deelmarkten van de Brusselse beurs 1.4.1 De configuratie van de gereglementeerde Brusselse effectenbeurs 1.4.2 Criteria om op de continumarkt genoteerd te worden 2 Beursindexen 2.1 Wat is het nut van een beursindex? 2.2 De samenstelling van een beursindex 2.3 Voorbeelden van beursindexen 2.3.1 Bel-20 2.3.2 De berekening van de Bel-20 2.4 De bull en de bear markt
203 203 203 203 203 204 204 204 204 204 204 205 205 205 206 207
Oefentraject Zelfevaluatie
208 209
Hoofdstuk 3 Financieringsmiddelen
211
1 Financieringsmiddelen voor particulieren 1.1 De kredietkaart 1.2 De kredietlijn in rekening-courant 1.2.1 Definitie 1.2.2 Werking 1.3 Het consumptiekrediet 1.3.1 Soorten 1.3.2 De afbetaling van het consumptiekrediet 1.3.3 Bescherming van de consument 1.4 De hypothecaire lening 1.4.1 Definitie 1.4.2 De aflossingsvormen 1.4.3 De kosten en voorwaarden 2 Financieringsmiddelen voor ondernemingen 2.1 Kaskrediet 2.2 Straight loan 2.3 De factuur als kredietinstrument 2.4 Factoring 2.4.1 Definitie 2.4.2 De kostprijs 2.4.3 Dienstverlening 2.4.4 Exportfactoring 2.5 Leasing 2.5.1 Financiële leasing 2.5.2 Operationele leasing (renting) 2.5.3 Sale and lease back/sale and rent back 2.6 Het investeringskrediet 2.7 Bankgaranties 2.7.1 Definitie 2.7.2 Belang van de bankgaranties 2.8 Disconto van wisselbrieven 2.8.1 Cedentendiscontokrediet of cliëntendiscontokrediet 2.9 Crowdfunding 2.10 Win-winlening 2.11 Kredietunies 3 Financieringsmiddelen voor grote bedrijven 3.1 Uitgifte van obligaties (vreemd vermogen) 3.1.1 Waarom? 3.1.2 Uitgifte en terugbetaling
213 213 213 213 213 213 213 214 216 216 216 217 218 224 224 225 225 225 225 226 226 226 227 228 228 229 229 230 230 230 231 231 233 233 234 235 235 235 235
11
3.2 Uitgifte van aandelen (eigen vermogen) 3.2.1 De creatie van nieuwe aandelen bij een beursgang 3.2.2 De creatie van bijkomende aandelen bij een kapitaalverhoging 3.3 Commercial paper 3.4 Crowdfunding en win-winlening Oefentraject Zelfevaluatie DEEL 5 DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST
236 236 237 237 237 238 242 243
1 Verzekeringen: een inleiding 1.1 Verzekeringsovereenkomst 1.1.1 Definitie 1.1.2 Bestanddelen 1.1.3 Juridische basis 1.2 Overige partijen in de verzekeringswereld 1.3 De verschillende soorten verzekeringen 2 Verschillende soorten verzekeringen 2.1 Zaakverzekeringen 2.1.1 Omniumverzekering 2.1.2 Brandverzekering 2.1.3 Machinebreukverzekering 2.1.4 Montageverzekering 2.1.5 Alle-bouwplaatsrisicoverzekering 2.1.6 Verzekering alle elektronische risico’s 2.2 Aansprakelijkheidsverzekeringen 2.2.1 Burgerlijke aansprakelijkheid – auto 2.2.2 Burgerlijke aansprakelijkheid – onderneming 2.2.3 Beroepsaansprakelijkheidsverzekering 2.2.4 Verzekering bestuurdersaansprakelijkheid 2.2.5 Objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing 2.3 Verzekeringen van financiële risico’s 2.3.1 Kredietverzekering 2.3.2 Bedrijfsschadeverzekering 2.4 Persoonsverzekeringen 2.4.1 Bedrijfsleider op zich 2.4.2 Personeel 2.5 Transportverzekeringen
245 245 245 245 247 247 247 248 248 248 248 250 251 251 252 252 252 253 254 255 255 255 255 256 256 256 258 259
Oefentraject
261
DEEL 6 OVERKOEPELENDE CASES
267
Case 1 269 Case 2 278 Case 3 283 Case 4 290 Bijlage 294 Bibliografie 295 Websites 295
12
Inhoud