Hoofdstuk 3
Europa in oorlog, 1618-1713
3.1 De strijd om het overwicht De periode van relatieve rust die Europa in het begin van de zeventiende eeuw kende als gevolg van de detente tussen Spanje en zijn vele vijanden, werd snel ongedaan gemaakt door het heropflakkeren van de godsdienstige twisten in het Heilig Roomse Rijk en het losbreken van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Ook andere sluimerende conflicten en rivaliteiten in Europa evolueerden omstreeks dezelfde tijd tot regelrechte oorlogen. Al die vijandelijkheden waren op de ene of de andere manier met elkaar verbonden, zodat sommige historici de periode 1618-1648 hebben gekarakteriseerd als die van de eerste globale Europese oorlog. Pas met de Vrede van Utrecht (1713) werd een eeuw vol krijgsgeweld afgesloten en een nieuw politiek evenwicht bereikt.
3.1.1 De Dertigjarige Oorlog De Godsdienstvrede van Augsburg had een tijdelijke pacificatie in het Rijk teweeggebracht. Aan het einde van de zestiende eeuw laaiden de confessionele spanningen tussen katholieken en protestanten − met onder laatstgenoemden een steeds grotere groep calvinisten, die in tegenstelling tot de lutheranen in 1555 geen erkenning hadden verworven − opnieuw sterk op. In 1609 leidde dat tot de oprichting van een Evangelische Unie, aangevoerd door de calvinistische keurvorst Frederik V van de Palts, en van een Katholieke Liga onder leiding van hertog Maximiliaan I van Beieren. Keizer Rudolf II en zijn opvolger Matthias ondernamen al het mogelijke om een verdere verbreiding van het protestantisme in het Rijk tegen te gaan en om het te bannen in de landen die zij zelf bestuurden. Dat laatste was onder andere het geval in het koninkrijk Bohemen, waar de nieuwe koning Ferdinand (de latere keizer Ferdinand II) bij zijn aantreden in 1617 tal van maatregelen decreteerde om de suprematie van het katholicisme te bevestigen. In het gespannen klimaat dat daarop volgde werden in 1618 enkele van zijn medewerkers door
56
Staten en hun evoluties