Skip to main content

HO_Praktisch personenbelasting 2026_inhoudstafel

Page 1

Inhoud

Inhoud Voorwoord

5

Leeswijzer

6

Inhoud

7

Inleidende begrippen

27

1

Belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting

29

1.1

Rijksinwoners

29

1.2

Woonplaats of zetel van fortuin in België

29

2 3

4

Wereldwijd inkomen en niet-ontvangen inkomen als oprichter van een juridische constructie

31

Belastbaar tijdperk en aanslagjaar

31

3.1

Algemene regel

31

3.2

Uitzondering

31

3.3

Beperkingen van de federale voordelen in functie van de duur van het belastbaar tijdperk

32

Individuele aanslag of gemeenschappelijke aanslag

34

4.1

Echtgenoten/gehuwden

34

4.2

Wettelijk samenwonenden

34

4.3

Alleenstaanden

35

4.4

Inkomsten van kinderen

37

5

Volledige decumul

38

6

Berekening van de belasting (per belastingplichtige)

39

7

Progressieve belasting

43

8

Buitenlandse inkomsten

43

9

Gemiddelde aanslagvoet

45

10

Indieningstermijnen voor de aangifte

45

10.1 Gewone aangiftetermijn

45

10.2 Uitzonderlijke indieningstermijnen

47

11

Voorstel van vereenvoudigde aangifte

48

12

Kladversie versus definitieve aangifte

51

13

Mogelijke gevolgen bij een laattijdig ingediende aangifte of bij niet-aangifte

52

7


Inhoud

Vak I Bankrekening en telefoonnummer

55

1

Bankrekening

57

2

Telefoonnummer

57

Vak II Persoonlijke gegevens en gezinslasten

59

1

Basisbedragen van de belastingvrije som

61

2

Verhoging voor zware handicap

61

3

Verhoging voor kinderen ten laste

61

3.1

Bedragen

61

3.2

Welke kinderen kan de belastingplichtige ten laste nemen?

62

3.3

Voorwaarden om ten laste te worden beschouwd

63

4 5

6

8

Verhoging voor kinderen jonger dan drie jaar voor wie geen kinderoppaskosten worden ingebracht

75

Verhoging voor ten laste hebben van een ‘zorgbehoevende’ ascendent of broer/ zus die 66-plusser is

76

5.1

Bedrag

76

5.2

Voorwaarden om zorgbehoevende ascendenten en zijverwanten t.e.m. de tweede graad die 66+ zijn, ten laste te nemen

76

Verhoging voor andere personen ten laste

81

6.1

Bedragen

81

6.2

Welke ‘andere’ personen kan de belastingplichtige ten laste nemen?

81

6.3

Voorwaarden om als ten laste te worden beschouwd

81

7

Verhoging voor de alleenstaande met kinderlast

82

8

Verhoging voor werkelijk alleenstaande met kinderlast en laag inkomen

83

9

Verhoging bij huwelijk/wettelijke samenwoning

83

10

Aanrekening van de belastingvrije som

84

10.1 Belastingvoordeel van de belastingvrije som

84

10.2 Alleenstaanden

84

10.3 Gehuwden/wettelijk samenwonenden

84

10.4 Terugbetaalbaar federaal belastingkrediet voor kinderlast

86

11

Aangifte

88

12

Oefeningen

100

Vak III Inkomsten van onroerende goederen

103

1

Uitgangspunt bij belastbare grondslag

105

1.1

Kadastraal inkomen

105

1.2

Brutohuur

106


Inhoud

1.3

2

3

107

2.1

Algemene principes

107

2.2

Speciale gevallen

110

Inkomsten van onroerende goederen behorend tot privépatrimonium

112

3.1

Eigen woning

112

3.2

Onroerende goederen die de belastingplichtige voor zijn beroep gebruikt (code 1105-59/2105-29) 116

3.3

Gebouwen die niet verhuurd worden of verhuurd worden aan een privégebruiker (code 110658/2106-28) 120

3.4

Gronden, materieel en outillage die niet verhuurd worden of verhuurd worden aan een privégebruiker (code 1107-57/2107-27)

123

Onroerende goederen die overeenkomstig de pachtwetgeving of een vergelijkbaar buitenlands recht dat de pachtprijzen beperkt, verhuurd worden aan land- of tuinbouwers (code 1108- 56/2108-26)

124

Gebouwen die verhuurd worden aan personen die ze gebruiken voor hun beroepswerkzaamheid (codes 1109-55/2109-25 en 1110-54/2110-24)

125

3.6 3.7

Gronden die verhuurd worden aan een beroepsgebruiker (codes 1112-52/2112-22 en 111351/2113-21) 128

3.8

Materieel en outillage die verhuurd worden aan een beroepsgebruiker (codes 1115-49/2115-19 en 1116-48/2116-18)

129

Ontvangen erfpacht/opstalvergoeding (code 1114-50/2114-20)

130

3.9

Onroerende inkomsten van in het buitenland gelegen onroerende goederen

131

4.1

Belastbaar inkomen van buitenlands onroerend goed

131

4.2

Bepaling KI voor buitenlands onroerend goed

132

4.2.1

KI voor gebouwde onroerende goederen gelegen in het buitenland

133

4.2.1.1

134

KI voor ongebouwde onroerende goederen gelegen in het buitenland

4.2.1.2 KI voor materieel en outillage gelegen in het buitenland 4.2.2 Aangifteverplichting van verwerving, vervreemding of andere gebeurtenissen m.b.t. buitenlands onroerend goed

5

107

Wie moet het onroerend inkomen aangeven?

3.5

4

Vrijstelling van het onroerend inkomen in de personenbelasting

Oefeningen

134 135 135

Vak IV Bezoldigingen van werknemers

141

1

Algemeen

143

1.1

Definitie

143

1.2

Wie valt onder die categorie?

143

1.3

Tijdstip van belastbaarheid

144

1.4

Indeling

144

2

Eigenlijke bezoldigingen (art. 31, tweede lid, 1° WIB 1992)

145

2.1

Belastbare bestanddelen

145

2.2

Vrijgestelde bestanddelen

145

2.3

Tarief

173

9


Inhoud

2.4

3

4

175

Voordelen van alle aard (art. 31, tweede lid, 2° WIB 1992)

176

3.1

Algemeen

176

3.2

Vaststelling van de waarde van het voordeel van alle aard

178

3.3

Forfaitaire ramingen

179

3.4

Tarief

195

3.5

Aangifte en loonfiche 281.10

195

Vergoedingen verkregen op grond van of bij het stopzetten van de arbeid of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst

195

4.1

Vervroegd vakantiegeld

195

4.2

Opzeggingsvergoeding

195

4.3

Inschakelingsvergoeding

197

4.4

Tarief

197

4.5

Aangifte en loonfiche 281.10

198

5

Belastingstelsel voor beroepsinkomsten van sportbeoefenaars

199

6

Herstel van een tijdelijke inkomstenvermindering (art. 31, tweede lid, 4° en art. 31bis WIB 1992)

199

6.1

Gewone vervangingsinkomsten

200

6.2

Achterstallen van vervangingsinkomsten

207

6.3

Vervangingsinkomsten van de maand december (openbare overheid)

208

7

Vroeger verworven bezoldiging (art. 31, tweede lid, 5° WIB 1992)

208

8

Helper van zelfstandige

209

9

Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen (code 1257-04/2257-71)

209

10

Beroepskosten

210

10.1 Werkelijke beroepskosten (1258-03/2258-70)

210

10.2 Forfaitaire beroepskosten

224

10.3 Wijze van taxatie

226

Huwelijksquotiënt

228

11.1 Slechts een van beide echtgenoten heeft beroepsinkomsten

228

11.2 Beide echtgenoten hebben beroepsinkomsten

229

11.3 Geen toepassing huwelijksquotiënt

229

11.4 Afbouw huwelijksquotiënt vanaf aanslagjaar 2027

230

Inhoudingen

230

12.1 Inhoudingen voor aanvullend pensioen

230

12.2 Bedrijfsvoorheffing

231

12.3 Inhoudingen voor de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

231

11

12

10

Aangifte en loonfiche 281.10


Inhoud

13

Overuren die recht geven op overwerktoeslag

232

14

Overheidspersoneel zonder arbeidsovereenkomst

234

15

Werkbonus

235

16

Werkhervattingsloon

237

17

Ingehouden roerende voorheffing op auteursinkomen

237

18

Helpende gezinsleden van zelfstandigen

237

19

Oefeningen

237

Vak V Pensioenen

243

1

Belastbare inkomsten

245

1.1

Algemeen

245

1.2

Pensioenen die betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid of toegekend worden in het kader van een wettelijke sociale beschermingsregeling

246

1.2.1

246

1.2.2 Individuele pensioentoezegging zonder externe financiering

247

1.3

Vergoedingen tot herstel van een bestendige inkomstenderving

250

1.4

Het vrij aanvullend pensioen van de zelfstandige

255

1.5

Uitkeringen van individuele levensverzekeringen

258

1.6

Collectieve (groepsverzekeringscontract en pensioenfonds contract) en individuele pensioentoezeggingen (IPT) met externe financiering

261

1.7

Uitkeringen aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen POZ

265

1.8

Uitkeringen vrij aanvullend pensioen voor werknemers (= VAPW)

266

1.8.1

266

1.9

2

3

Wettelijke pensioenen

Algemeen

1.8.2 Uitkering VAPW-kapitaal

269

1.8.3 Parafiscale bijdragen

269

1.8.4 Afzonderlijk belastbaar

269

1.8.4.1 Vastgoedfinanciering

270

1.8.4.2 Stopzetting en overdracht

270

Uitkeringen bij het pensioensparen

270

De taks op het langetermijnsparen

275

2.1

Algemeen

275

2.2

Toepassingsgebied

275

2.3

Het bevrijdende karakter van de taks

275

2.4

Belastbaar feit

275

2.5

Tarief

277

Oefeningen

279

11


Inhoud

Vak VI Ontvangen onderhoudsuitkeringen 1

Algemeen 283

2

Voorwaarden van belastbaarheid

283

3

Belastbaar bedrag en taxatieregime

287

3.1

Niet-gekapitaliseerde uitkering

287

3.2

Gekapitaliseerde uitkering

288

4

Aangifte

289

5

Oefeningen

289

Vak VII IInkomsten van kapitalen en roerende goederen

291

1

Roerende inkomsten: wat zijn dat en aan wie komt de belasting erop toe?

293

2

Roerende inkomsten: belastbaar tijdstip

293

3

Belastbaar bij wie?

294

4

Dividenden en intresten

295

4.1

Algemeen

295

4.2

Vrijstelling in de personenbelasting van gewone dividenden van aandelen van vennootschappen voor een schijf van 833,00 EUR

296

4.3

Niet-verplicht aan te geven dividenden en intresten die niet van de personenbelasting zijn vrijgesteld 299

4.4

Verrekenbare roerende voorheffing ingehouden op dividenden die van de personenbelasting zijn vrijgesteld 301

4.5

Verplicht aan te geven dividenden en intresten (code 1151-13/2151-80 tot en met 144807/2448-74) 301

5

Inkomsten uit de verhuring van roerende goederen (code 1156-08/2156-75)

307

6

Inkomsten uit lijfrenten of tijdelijke renten (code 1158-06/2158-73)

308

7

Belastingstelsel inzake auteursrechten en naburige rechten

309

8

Oefeningen

309

Vak VIII Vorige verliezen en aftrekbare bestedingen

311

1

Nog aftrekbare beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken

313

2

Onderhoudsuitkeringen

314

2.1

Algemeen

314

2.2

Voorwaarden van aftrekbaarheid

314

2.3

Aangifte

314

3

12

281

Bijzondere bijdragen voor sociale zekerheid die, met betrekking tot de jaren 1982 tot 1988, in 2025 aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening zijn betaald

315


I p r

Inhoud

4

5

Aanrekening van de aftrekbare bestedingen

315

4.1

Algemeen

315

4.2

Aanrekening van de aftrekbare bestedingen op de inkomsten van gemeenschappelijk belaste echtgenoten (art. 105 WIB 1992)

316

Oefeningen

316

Vak IX Intresten en kapitaalaflossingen van leningen en premies van individuele levensverzekeringen die recht geven op een belastingvoordeel

319

1

Algemeen

321

2

Uitgaven van leningen afgesloten vanaf 1 januari 2005 en eraan gekoppelde levensverzekeringen m.b.t. de eigen woning

323

2.1

Overzichtschema’s

323

2.2

Vlaamse geïntegreerde woonbonus (art. 145/38/1 en art. 145/38/2 WIB 1992)

327

2.2.1

327

2.3

Voorwaarden Vlaamse geïntegreerde woonbonus voor intresten en kapitaalaflossingen

2.2.2 Voorwaarden Vlaamse geïntegreerde woonbonus voor premies levensverzekeringen

328

2.2.3 Korf Vlaamse geïntegreerde woonbonus: basis + eventueel toeslagen

329

2.2.4 Verdeling kapitaalaflossingen, intresten en premie schuldsaldo

332

2.2.5 Aangifte van de Vlaamse geïntegreerde woonbonus

332

2.2.6 Fiscaal voordeel van de opgevulde korf

333

2.2.7 Formaliteiten

333

2.2.8 Voorbeelden Vlaamse geïntegreerde woonbonus

333

2.2.9 ‘Vlaamse geïntegreerde woonbonus’ niet combineerbaar met oude Vlaamse belastingverminderingen van vóór 2016: speciale keuzeregeling

340

De Vlaamse belastingvermindering woonbonus (generatie 1 en generatie 2) (art. 145/37 en art. 145/38 WIB 1992)

343

2.3.1

Bestedingen die in aanmerking komen voor de Vlaamse belastingvermindering woonbonus 343

2.3.2 Begrenzing van de gewestelijke woonbonuskorf en tarief belastingvermindering

350

2.3.3 Verdeling kapitaalaflossingen, intresten en premie schuldsaldo

350

2.3.4 In de aangifte te vermelden bedrag en gegevens

351

2.3.5 Combinatie woonbonuslening afgesloten tussen 1 januari 2005 en 31 december 2014 met woonbonuslening afgesloten in 2015 (= combinatie van de woonbonus van generatie 1 met de woonbonus van generatie 2): wettelijke opvulvolgorde

359

2.3.6 Vlaamse woonbonus generatie 1 en generatie 2: optimalisatie superkorf door verdere aanvulling 361

3

2.3.7 Omzetting gewestelijke belastingvermindering woonbonus in betaalbaar belastingkrediet

361

2.4

Gewestelijke belastingvermindering voor gewone intresten (art. 145/43 WIB 1992)

362

2.5

Gewestelijke belastingvermindering langetermijnsparen voor kapitaalaflossingen

367

2.6

Premies van individuele levensverzekeringen die in aanmerking komen voor de gewestelijke belastingvermindering langetermijnsparen (art. 145/39, 1° en 145/40, § 1 WIB 1992)

375

Uitgaven van leningen afgesloten vanaf 1 januari 2005 en levensverzekeringen die geen betrekking hebben op de eigen woning

376

13


Inhoud

3.1 3.2 3.3 3.4

377

Federale belastingvermindering langetermijnsparen voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan tot 2023

377

Premies van individuele levensverzekeringen die geen betrekking hebben op de eigen woning, andere dan deze die in aanmerking komen voor de federale woonbonus

381

Betaalde erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen m.b.t. niet vrijgestelde onroerende goederen andere dan de eigen woning

383

4

Eigen woning die ook deels wordt verhuurd

385

5

Eigen woning die ook deels beroepsmatig wordt gebruikt

388

6

Herfinancieringslening

391

7

Uitgaven van leningen afgesloten vóór 1 januari 2005 en eraan gekoppelde levensverzekeringen m.b.t. de eigen woning

395

Uitgaven van leningen afgesloten vóór 1 januari 2005 en (er al dan niet aan gekoppelde) levensverzekeringen die geen betrekking hebben op de eigen woning

395

Keuzeregeling ingeval ‘woonbonuslening generatie 1 en/of 2’ werd afgesloten terwijl er nog een ‘oude hypothecaire lening van vóór 2005’ liep m.b.t. diezelfde woning

396

10

Vlaams Gewest: korven met elkaar in verbinding m.b.t. aj. 2026, per echtgenoot

396

11

Speciaal geval: lening van de partner mee afbetalen

396

12

Oefeningen

397

8 9

Vak X Uitgaven die recht geven op een belastingvermindering

403

1

Algemeen

405

2

X.I.A Vlaamse belastingvermindering voor uiterlijk tegen 31.12.2018 gesloten renovatieovereenkomsten

407

2.1

Voorwaarden waaraan de renovatieovereenkomst moet voldoen

407

2.2

Voor wie geldt de belastingvermindering?

408

2.3

Bedrag van de belastingvermindering

408

2.4

Bijzonderheid: overdracht van belastingvermindering

410

3

14

Overzichtschema’s uitgaven van leningen afgesloten vanaf 1 januari 2005 en levensverzekeringen die geen betrekking hebben op de eigen woning

X.I.B Belastingvermindering voor vernieuwing van een sociale huurwoning gedaan in 2017 of in 2018

410

3.1

Algemeen

410

3.2

Voorwaarden

410

3.3

Bedrag en periode van toekenning belastingvermindering

411

3.4

Formaliteiten

412

3.5

Aangifte

412


Inhoud

4

5

6

7

8

9

X.II.A Giften

412

4.1

Algemeen

412

4.2

Voorwaarden voor belastingvermindering

413

4.3

Beperking van de aftrek

413

4.4

Aangifte

414

X.II.B Kosten van kinderopvang

415

5.1

Algemeen

415

5.2

Voorwaarden van aftrekbaarheid

415

5.3

Onverenigbaarheid

418

5.4

Beperking van de aftrek

419

5.5

Belastingvermindering

420

5.6

Aangifte

420

X.II.C Bijdragen en premies voor een aanvullend pensioen voor zelfstandigen

421

6.1

Algemeen

421

6.2

POZ: wat?

421

6.3

POZ: voor wie?

421

6.4

Fiscale behandeling van de POZ-premies

422

6.5

Aangifte

422

X.II.D Betalingen voor pensioensparen

422

7.1

Principe

422

7.2

Voorwaarden

423

7.3

Bedrag dat in aanmerking komt voor belastingvermindering en tarief

424

7.4

Aangifte

424

X.II.E Aandelen van de vennootschap-werkgeefster

425

8.1

Principe

425

8.2

Voorwaarden

425

8.3

Bedrag dat in aanmerking komt voor belastingvermindering

425

8.4

Belastbaarheid bij vroegtijdige vervreemding

426

8.5

Aangifte

427

X.II.F Betalingen voor verwerving van nieuwe aandelen van startende kleine vennootschappen

427

9.1

Voorwaarden

427

9.1.1

Mogelijkheden

427

9.1.2

Startende of jonge vennootschap

429

9.1.3

Voorwaarden m.b.t. de vennootschap waarin het kapitaal wordt geïnvesteerd

429

9.1.4

Aandelen of deelbewijzen (of certificaten)

431

9.2

Bedrag en tarief van de belastingvermindering

431

9.3

Aangifte

433

9.4

Terugname van de genoten belastingvermindering

435

15


Inhoud

10

11

12

13

X.II.G Betalingen voor verwerving van nieuwe aandelen van groeibedrijven

438

10.1 Mogelijkheden m.b.t. de verwerving van nieuwe aandelen

438

10.2 Voorwaarden m.b.t. de vennootschap waarin het kapitaal geïnvesteerd wordt (‘groeibedrijf’)

439

10.3 Aandelen (of certificaten)

441

10.4 Belastingvermindering

441

10.5 Attest 281.88

443

10.6 Aangifte

443

10.7 Terugname van de belastingvermindering onder de vorm van een belastingvermeerdering

444

X.II.H Terugname van de voorheen werkelijk verkregen belastingvermindering voor in 2020 en/of in 2021 gedane betalingen voor verwerving van aandelen van ondernemingen met sterke omzetdaling door de COVID-19-pandemie

446

X.II.I Terugname van de voorheen werkelijk verkregen belastingvermindering voor het verwerven van aandelen van erkende ontwikkelingsfondsen door de vervroegde overdracht in 2025

449

Oefeningen

450

Vak XI Bedragen die in aanmerking komen voor een belastingkrediet

453

1

Vlaams belastingkrediet voor Winwinleningen

455

1.1

Voorwaarden

455

1.2

Berekening van het belastingkrediet

458

1.3

Aangifte

460

2

Vlaamse belastingkrediet voor Vlaams Vriendenaandeel

461

2.1

Toegangsvoorwaarden - inbrenger/natuurlijk persoon

461

2.2

Toegangsvoorwaarden - inbrenggenietende vennootschap

462

2.3

Voorwaarden inzake de inbreng

463

2.4

Geen ‘cascade’ Winwinlening en Vriendenaandeel

465

2.5

Geen cumul met federale voordelen

465

2.6

Naleving van bepaalde voorwaarden gedurende 60 maanden

465

2.7

Belastingkrediet

466

2.8

Aangifte

467

2.9

Aanvraagprocedure en formaliteiten

467

2.10 Formaliteiten en bewijs

16

468


Inhoud

Vak XII Voorafbetalingen

471

1

Algemeen

473

2

Voorafbetalingen per echtgenoot

474

3

Aangifte

475

4

Belastingvermeerdering

475

4.1

Toepassingsgebied

475

4.2

Berekening van de belastingvermeerdering

475

4.3

Bestemming van het teveel aan voorafbetalingen

477

5

6

Bonificatie

477

5.1

Toepassingsgebied

477

5.2

Berekening van de bonificatie

477

Voorafbetalingen vanaf aanslagjaar 2027

478

Vak XIII Rekeningen en individuele levensverzekeringen in het buitenland, juridische constructies, leningen aan startende kleine vennootschappen en als werkelijke beroepskosten afgetrokken vergoedingen voor de huur van onroerende goederen of voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht op onroerende goederen

481

1

Rekeningen in het buitenland

483

2

Individuele levensverzekeringscontracten in het buitenland

484

3

Juridische constructies

484

4

Aantal leningen toegekend aan startende kleine vennootschappen

485

5

Als werkelijke beroepskosten afgetrokken vergoedingen voor de huur van onroerende goederen of voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht op onroerende goederen

485

5.1

Algemeen

485

5.2

Informatieplicht m.b.t. aftrek als werkelijke beroepskosten van niet-gefactureerde huurvergoedingen m.b.t. onroerend(e) goed(eren) en niet-gefactureerde vergoedingen en voordelen m.b.t. een zakelijk gebruiksrecht op onroerend(e) goed(eren)

486

Verbod aftrek (huur)vergoedingen als beroepskosten

487

5.3

17


Inhoud

Vak XIV Beroep en ondernemingsnummer

493

1

Beroep uitgeoefend in 2025

495

2

Ondernemingsnummer

495

Vak XV Diverse inkomsten

497

1

Algemeen

499

2

Winsten of baten uit diensten verleend in het kader van de deeleconomie en beloningen voor verenigingsactiviteiten

501

2.1

Algemeen

501

2.2

Inkomsten uit de deeleconomie

501

2.3

Beloningen voor verenigingsactiviteiten

502

3

508

3.1

Voorwaarden van belastbaarheid

508

3.2

Belastbaar bedrag

509

3.3

Taxatieregime

509

3.4

Aangifte

509

4

Prijzen, subsidies … toegekend aan geleerden, schrijvers of kunstenaars

510

5

Premies voor sportieve prestaties op Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen of Europese of andere continentale kampioenschappen

510

Inkomsten verkregen uit onderverhuring

510

6.1

Algemeen

510

6.2

Belastbaar bedrag

510

6.3

Gemeubileerde onderverhuur

512

6.4

Taxatieregime

512

6.5

Aangifte

512

6

18

Toevallige winsten of baten behaald buiten de deeleconomie en buiten het verenigingswerk

7

Loten van effecten van leningen

513

8

Verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrechten

513

9

Meerwaarden op ongebouwde onroerende goederen

514

9.1

Algemeen

514

9.2

Toepassingsvoorwaarden

514

9.3

Belastbaar bedrag

515

9.4

Taxatieregime

516

9.5

Aangifte

517

10

Interne meerwaarden

517

11

Meerwaarden op belangrijke deelnemingen

518

12

Meerwaarden op gebouwde onroerende goederen

518

12.1 Algemeen

518


Inhoud

13 14 15 16

17

12.2 Toepassingsvoorwaarden

518

12.3 Belastbaar bedrag

519

12.4 Taxatieregime

520

12.5 Aangifte

521

Vergoeding voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening

523

Persoonlijke vergoedingen uit de exploitatie van uitvindingen toegekend aan onderzoekers

523

Inkomsten verkregen uit de toelating om reclamedragers op een onroerend goed te plaatsen

523

Meerwaardebelasting op financiële activa vanaf 01.01.2026

523

16.1 Personeel toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting

524

16.2 Materieel toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting

524

16.3 Temporeel toepassingsgebied: vrijstelling van historische meerwaarden (activa vóór 2026)

527

16.4 Van meerwaarde naar belastbare grondslag

530

16.5 Van belastbare grondslag naar verschuldigde belasting

533

16.6 Inning van de meerwaardebelasting

534

Oefeningen

535

Vak XVI Bezoldigingen van bedrijfsleiders

537

1

Bedoelde personen

539

1.1

Eerste categorie: de mandatarissen

539

1.2

Tweede categorie: de zelfstandige directeurs en interne consultants

539

2

Attractiebeginsel

540

3

Belastbare bezoldiging

541

3.1

Tijdstip van belastbaarheid

541

3.2

Indeling

541

3.3

Eigenlijke bezoldiging

541

3.4

Voordelen van alle aard

542

3.5

Huurherkwalificatie

542

3.6

Vergoedingen verkregen op grond van of bij het stopzetten van de arbeid of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst

548

Vergoedingen en voordelen voor woon-werkverkeer in het kader van het fietsplan

549

3.7.1

Algemeen

549

3.7.2

Verplaatsingen met een rijwiel of speedpedelec

550

3.7.3

Voordeel ontstaan uit de terbeschikkingstelling van een rijwiel of een speedpedelec

550

3.7

3.8

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen (of ‘loonbonus’)

551

3.9

Vrijstelling voor extra vrijwillige overuren gepresteerd in het kader van de relance

551

3.10 Vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen bedrijfsleider

552

19


Inhoud

4

Tegen 33 % belastbare bezoldigingen van gelegenheidswerknemers in de horeca

553

5

Vestigingspremie van het impulsfonds voor huisartsengeneeskunde

553

6

Sociale bijdragen

553

7

Beroepskosten

554

7.1

Werkelijke beroepskosten

554

7.2

Kostenforfait

556

8

Inhoudingen

557

9

Bezoldiging van bedrijfsleiders tewerkgesteld in dienstverband, als zelfstandige in bijberoep of als student-zelfstandige

557

10

Werkbonus

558

11

Werkhervattingsloon

558

12

Ingehouden roerende voorheffing op auteursinkomen

558

13

Inkomsten en/of kosten van buitenlandse oorsprong

558

14

Begin- en einddatum als bedrijfsleider

559

15

Oefeningen

559

Vak XVII Winsten uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen

561

1

Toepassingsgebied

563

2

Belastbaar tijdstip

563

3

Berekening belastbare nettowinst

564

4

De eigenlijke exploitatiewinst (code 1600-49/2600-19)

565

4.1

Bedrijfseconomische brutowinst

565

4.2

De andere winstbestanddelen

565

4.3

Vaststelling van de exploitatiewinst (code 1600-49/2600-19) in de praktijk

573

5

Voorheen vrijgestelde winst die belastbaar wordt (behalve meerwaarden)

576

6

Financiële opbrengsten (code 1602-47/2602-17)

577

6.1

Principe

577

6.2

Wanneer worden roerende goederen en kapitalen gebruikt voor de uitoefening van de brutowinst? 577

6.3

Belastbaar roerend inkomen

577

6.4

Tijdstip van belastbaarheid

579

7

20

Meerwaarden (na aftrek van werkelijke kosten van overdracht als je kiest voor de aftrek van je werkelijke beroepskosten) (code 1603-46/2603-16 en 160445/2604-15)

580

7.1

580

Activa die voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt


Inhoud

7.2

Indeling van de meerwaarden

580

7.3

De niet-uitgedrukte en niet-verwezenlijkte meerwaarden

581

7.4

Uitgedrukte, niet-verwezenlijkte meerwaarden

582

7.5

Verwezenlijkte meerwaarden

582

8

Voorheen afgetrokken werkelijke kosten van vervreemding

599

9

Vergoedingen (code 1605-44/2605-14, 1636-13/2636-80, 1618-31/2618-01, 1637-12/2637-79 en 1610-39/2610-09)

600

9.1

Bedoelde vergoedingen

600

9.2

Belastbaar regime van de vergoedingen

601

9.3

Aangifte

602

9.4

Speciaal geval: Crisisoverbruggingsrecht voor zelfstandige met winsten

603

Vergoedingen verkregen tot herstel van een tijdelijke winstderving

605

10.1 Bedoelde vergoedingen

605

10.2 Vergoedingen wegens tijdelijke winstderving versus compensatievergoedingen

605

10.3 Belastbaar regime van de vergoedingen tot tijdelijke winstderving

606

10.4 Vrijstelling

606

10.5 Aangifte

606

Sociale bijdragen (code 1632-17/2632-84)

607

11.1 Verplichte sociale bijdragen in het kader van het sociaal statuut van zelfstandigen

608

11.2 VAPZ-bijdragen

608

Andere beroepskosten (code 1620-29/2620-96, code 1611- 38/2611-08 en code 1606-43/2606-13)

609

12.1 Wettelijk kostenforfait voor winstenbehalers

610

12.2 Aftrek van werkelijke andere beroepskosten

612

12.3 Algemeen principe: art. 49 WIB 1992

612

12.4 Kosten van onroerende goederen

615

12.5 Intresten van leningen

616

12.6 Bezoldigingen van personeelsleden

617

12.7 Commissies, erelonen, vergoedingen en voordelen betaald aan derden

619

12.8 Afschrijvingen

622

12.9 Voorziening voor vakantiegeld

628

12.10 Verzekeringspremies

629

12.11 Bijdragen voor een vergoeding bij arbeidsongeschiktheid

629

12.12 Premies van collectieve verzekeringen

630

12.13 Belastingen

630

12.14 Geldboeten

632

12.15 Kledingkosten

634

12.16 Restaurantkosten

635

12.17 Receptiekosten

637

12.18 Kosten van relatiegeschenken

639

10

11

12

21


Inhoud

12.19 Kosten met betrekking tot jacht, visvangst, yachten of andere pleziervaartuigen en lusthuizen

640

12.20 Kosten die op een onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen

641

12.21 Sociale voordelen

642

12.22 Maaltijdcheques, sport-/cultuurcheques, ecocheques en consumptiecheques

647

12.23 Betalingen gedaan aan een belastingplichtige gevestigd in een belastingparadijs

650

12.24 Autokosten

650

12.25 Kosten voor 120 % aftrekbaar

670

12.26 Verhoogde aftrek voor afschrijvingen op nieuw publiek vast laadstation

672

12.27 180 % aftrek voor leveringskosten voor zelfstandige dagbladhandelaars

673

12.28 Kosten van vervreemding van activa (code 1620-29/2620-96)

674

12.29 Bezoldiging meewerkende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner (code 1611-38/2611-08) 674

13

14

15

16

17

22

12.30 Andere beroepskosten (code 1606-43/2606-13)

676

Vrijgestelde waardeverminderingen en voorzieningen (code 1609-40/2609-10)

676

13.1 Algemeen

676

13.2 Waardeverminderingen op handelsvorderingen

676

13.3 Voorzieningen

677

13.4 Vrijstelling van opbrengsten geboekt als gevolg van de vaststelling van een minnelijk akkoord of de homologatie van een reorganisatieplan

679

Economische vrijstellingen (code 1612-37/2612-07, 1633-16/2633-83 en 161435/2614-05)

680

14.1 Algemeen

680

14.2 Vrijstelling voor bijkomend personeel voor uitvoer en integrale kwaliteitszorg

680

14.3 Vrijstelling voor sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut

683

14.4 Investeringsaftrek

683

Toekenning aan de meewerkende echtgenoot (art. 86 WIB 1992) (code 161633/2616-03)

695

15.1 Toepassingsgebied

695

15.2 Voorwaarden

696

15.3 Fiscale gevolgen van toekenning meewerkinkomen

696

Beroepsverliezen

699

16.1 Principe

699

16.2 Beroepsverliezen van het belastbare tijdperk

700

16.3 Beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken

702

16.4 Beroepsverliezen van de andere echtgenoot

702

Huwelijksquotiënt

703

17.1 Principe

703

17.2 Slechts een van beide echtgenoten heeft beroepsinkomsten

703

17.3 Beide echtgenoten hebben beroepsinkomsten

704


Inhoud

18

Oefeningen

706

Vak XVIII Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden

711

1

Toepassingsgebied

713

2

Belastbaar tijdstip

713

3

Berekening belastbare nettobaten

714

4

Ontvangsten (code 1650-96/2650-66)

715

5

Ontvangsten sportbeoefenaar (code 1658-88/2658-58)

715

6

Ontvangsten opleider, trainer, begeleider (code 1659- 87/2659-57)

716

7

Achterstallige erelonen (code 1652-94/2652-64)

716

7.1

Definiëring

716

7.2

Tarief

717

8

Voorheen vrijgestelde baten die belastbaar worden (code 1651-95/2651-65)

717

9

Meerwaarden (code 1653-93/2653-63 en 1654-92/2654-62)

718

10

Voorheen afgetrokken kosten van vervreemding

718

11

Vergoedingen en premies (code 1682-64/2682-34, 1655-91/2655-61, 166779/2667-49, 1683-63/2683-33 en 1661-85/2661-55)

718

12

Vergoedingen verkregen tot herstel van een tijdelijke winstderving

719

13

Sociale bijdragen (code 1656-90/2656-60)

719

14

Andere beroepskosten

720

14.1 Werkelijke beroepskosten (codes 1675-71/2675-41, 1669- 77/2669-47 en 1657-89/2657-59) 721 14.2 Kostenforfait

722

15

Economische vrijstellingen (1681-65/2681-35 en 1662-84/2662-54)

723

16

Toekenning aan de meewerkende echtgenoot (code 1663-83/2663-53)

723

17

Beroepsverliezen

723

18

Huwelijksquotiënt

723

19

Inkomsten verkregen in bijberoep of als student-zelfstandige (code 1668-78/266848)

723

Oefeningen

724

20

23


Inhoud

Vak XIX Verrekenbare bestanddelen in verband met een zelfstandige beroepswerkzaamheid

727

1

Roerende voorheffing (code 1756-87/2756-57)

729

2

Forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (code 1757-86/2757-56)

729

3

Bedrijfsvoorheffing (code 1758-85/2758-55)

729

4

Belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen (code 1759-84/2759-54)

730

4.1

Principe

730

4.2

Eigen middelen

730

4.3

Aangroei van de eigen middelen

731

4.4

Verrekening en terugbetaalbaarheid

731

4.5

Formaliteiten

731

4.6

Aangifte

732

5

Belastingkrediet voor de verhoging van de fietskilometervergoeding toegekend in toepassing van cao nr. 164

732

Belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding woon-werkverkeer

732

7

Belastingkrediet voor uitgevers van papieren publicaties

732

8

Belastingkrediet voor de verhoging van de werkgeverstussenkomst in een treinabonnement gebruikt voor woon-werkverkeer

732

Vak XX Bezoldigingen van meewerkende echtgenoten en wettelijk samenwonende partners

733

1

Algemeen

735

2

Voorwaarden en beperkingen

735

3

Fiscale gevolgen van toekenning bezoldiging meewerkinkomen

735

3.1

Bij de geholpen echtgenoot

735

3.2

Bij de meewerkende echtgenoot

736

6

24

4

Tarief

737

5

Aangifte

737

6

Vergoedingen van alle aard tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldiging meewerkende echtgenoot belastbaar

738


Inhoud

Vak XXI Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid

741

1

Algemeen

743

2

Stopzettingsmeerwaarden

743

2.1

Principe

743

2.2

Belastbaar bedrag van de stopzettingsmeerwaarde

744

2.3

Belastbaar regime van de stopzettingsmeerwaarden

744

2.4

Voortzettingsstelsel

746

2.5

Inbreng in een vennootschap

748

2.6

Inbreng in een landbouwvennootschap

749

2.7

Aangifte

749

3

Voorheen afgetrokken kosten van vervreemding

750

4

Premies en vergoedingen

751

5

Winst en baten verkregen of vastgesteld na de stopzetting

751

5.1

Principe

751

5.2

Belastbaar tijdstip

752

5.3

Belastbaar regime

752

5.4

Aangifte

752

6

7

8

Vergoedingen van alle aard die na de stopzetting zijn verkregen

752

6.1

Principe

752

6.2

Belastbaar tijdstip

753

6.3

Belastbaar regime

753

6.4

Aangifte

753

Beroepskosten gedaan of gedragen na de stopzetting (code 1696-50/2696-20 en 1697-49/2697-19)

753

7.1

Principe

753

7.2

Kosten van vervreemding van activa (code 1696-50/2696-20)

754

7.3

Andere beroepskosten (code 1697-49/2697-19)

754

Oefeningen

755

Vak XXII Eerste vestiging als zelfstandige

757

Vak XXIII Addenda

761

1

Belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens

763

1.1

Doel

763

1.2

Toepassingsgebied

763

1.3

Kwantitatieve beperkingen

763

1.4

Berekening belastingkrediet

764

25


Inhoud

2

3

26

Aanvullend belastingkrediet voor werknemers/bedrijfsleiders in dienstverband

767

2.1

Doel en toepassingsgebied

767

2.2

Bedrag van het belastingkrediet

767

Mobiliteitsbudget

768

Vak XXIV Globale oefeningen

775

Vak XXV Bijlagen

785

1

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2026

787

2

Loonfiche 281.10 van aanslagjaar 2026, inkomsten 2025

796

3

Loonfiche 281.20 van aanslagjaar 2026, inkomsten 2025

799

4

Fiche 281.50 van aanslagjaar 2026, inkomsten 2025

801

5

Voorbereiding van de Vlaamse aangifte (aanslagjaar 2026)

802


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
HO_Praktisch personenbelasting 2026_inhoudstafel by VAN IN - Issuu