Het bewijs in ondernemingszaken
Algemene regels en begrippen
1 Uitgangspunt en vuistregels
Net zoals in burgerlijke geschillen geldt het uitgangspunt dat de persoon die iets beweert, het bewijs van die bewering moet leveren. Diegene die beweert bevrijd te zijn van een verbintenis moet op zijn beurt het bewijs daarvan leveren.
Verder zegt het wetboek bewijs (boek 8 Burgerlijk Wetboek) dat alle partijen gehouden zijn om mee te werken aan de bewijsvoering.
VOORBEELD
Een schuldenaar die beweert betaald te hebben, zal die betaling dus moeten bewijzen.
In het burgerlijk recht gelden twee vuistregels aangaande de toegelaten bewijsmiddelen.
1 Verbintenissen uit overeenkomsten (met een waarde van 3 500 EUR of meer) kunnen – enkele uitzonderingen niet te na gesproken – alleen bewezen worden met schriftelijke bewijzen: een authentieke akte of een onderhandse akte. Het bewijs boven of tegen een ondertekend geschrift kan enkel worden geleverd door een ander ondertekend geschrift, zelfs indien de som of de waarde dat bedrag niet te boven gaat. Het ondertekend geschrift kan daarbij ook worden vervangen door een bekentenis, een beslissende eed of een begin van bewijs door geschrift voor zover dat laatste wordt aangevuld met een ander bewijsmiddel.
2 Materiële feiten mogen worden bewezen met getuigen en vermoedens. Dat is het geval voor allerlei feitelijke gebeurtenissen en omstandigheden, zoals bij het bewijs van een onrechtmatige daad.
In het ondernemingsrecht kan de bewijsvoering soepeler en vrijer verlopen. De gedachte is dat ondernemers snel moeten kunnen werken en dat dan de tijd kan ontbreken om volwaardige schriftelijke bewijzen op te maken. De regels rond het bewijs in ondernemingszaken worden aangegeven in boek 8 BW.
Het uitgangspunt hierbij is dat het bewijs tussen of tegen ondernemingen kan worden geleverd met alle middelen van recht, tenzij de wet anders bepaalt.
Een onderneming die iets wil bewijzen tegen een niet-onderneming (bv. een klant-consument), kan zich hierop niet beroepen. Zij dient de striktere bewijsregels uit het burgerlijk recht na te leven. Een partij die geen onderneming is en die tegen een onderneming wenst te bewijzen, kan daarentegen wel alle middelen van recht gebruiken.
2
Wat verstaat men in het BW onder ‘geschrift’
‘Een geschrift is een geheel van alfabetische tekens of van enige andere verstaanbare tekens aangebracht op een drager die de mogelijkheid biedt toegang ertoe te hebben gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen en waarbij de integriteit ervan wordt beschermd, welke ook de drager en de transmissiemogelijkheden zijn.’
Hieruit kunnen we de volgende noodzakelijke elementen in aanmerking nemen:
1 de inhoud moet verstaanbaar, begrijpbaar zijn;
2 de toegang moet duurzaam zijn voor een periode nodig voor het doel van het geschrift (dus anders voor een notariële akte voor de aankoop van een woning, een huurovereenkomst, een bestelling);
3 de integriteit van de inhoud moet beschermd zijn. Dus de inhoud van het document moet in ongewijzigde toestand blijven ten opzichte van het moment waarop het gecreëerd werd;
4 er mag gelijk welke drager (of medium) gebruikt worden;
5 en er mag om het even welke wijze van overdracht gebruikt worden.
VOORBEELD
Een geschrift kan bestaan uit:
– een papieren document dat ook handgeschreven kan zijn als de inhoud maar verstaanbaar is;
– een elektronisch bestand;
– een e-mail;
– een WhatsAppbericht of een gewone sms
3 Wat verstaat men in het BW onder ‘handtekening’
‘Een handtekening is een teken of een opeenvolging van tekens, aangebracht met de hand, elektronisch of via ieder ander procedé, waarmee een persoon zich identificeert en waaruit zijn wilsuiting blijkt.’
Een geschrift kan dus geldig zijn met een geschreven handtekening maar ook met een elektronische handtekening.
VOORBEELD
Een elektronisch document zoals een digitale belastingaangifte kan met een elektronische handtekening geldig ondertekend worden.
Een offerte en een bestelbon kunnen met een elektronische handtekening ondertekend worden.
4 Wat is een elektronische handtekening volgens het BW
Het Burgerlijk Wetboek verwijst voor de definitie naar de Europese Verordening die rechtstreeks van toepassing is in de lidstaten van de EU. Deze verordening wordt ook de eIDAS-verordening genoemd; dat staat voor Electronic Identities And Trust Services. Met deze Verordening wil de EU het vertrouwen in de elektronische transacties in de EU vergroten door een gemeenschappelijke regeling voor veilige elektronische transacties tussen burgers, ondernemingen en overheden. Zo wil zij ook de publieke en private onlinediensten, e-business en elektronische handel in de Unie stimuleren.
Er zijn drie soorten elektronische of e-handtekeningen
1 De gewone elektronische handtekening
Deze handtekening is gemakkelijk in gebruik. Daartegenover is ze ook eenvoudiger te vervalsen. Er is bijgevolg minder garantie dat diegene van wie de handtekening is, ze ook zelf heeft geplaatst.
VOORBEELD
Een ingescande handtekening op een document.
Een e-mailhandtekening
Met photoshop een handtekening plaatsen op een PDF.
Een handtekening met een pen op een touchscreen van tablet of smartphone wanneer je pakje wordt geleverd door de verzenddienst (bpost, DHL)
Het vinkje akkoord bij de vraag of je cookies accepteert.
2 De geavanceerde elektronische handtekening
Deze handtekening is iets moeilijker in gebruik maar geeft meer garantie dat diegene van wie de handtekening is, ze ook zelf heeft geplaatst.
Hier wordt een unieke persoonsgebonden code aan een bericht gekoppeld.
Deze vorm van elektronische handtekening laat toe om de identiteit van de ondertekenaar en de inhoud van het originele document te achterhalen.
VOORBEELD
Een handtekening, met gebruik van gebruikersnaam en paswoord, eventueel in combinatie met een pincode.
Men noemt dat tweefactorauthenticatie.
Het token (identificatienummer) dat je met je bankkaart genereert wanneer je een banktransactie online wilt ondertekenen.
3 De gekwalificeerde elektronische handtekening
De gekwalificeerde elektronische handtekening is de meest veilige. Het is een technischere en complexere vorm. Deze vorm van e-handtekening werkt via gekwalificeerde certificaten en gekwalificeerde dienstverleners. In België moeten deze dienstverleners door de Federale Overheidsdienst Economie erkend worden. Ze moeten strikte voorwaarden naleven, onder andere over beveiliging.
Er is een officiële lijst van erkende Europese dienstverleners te vinden via de site van de Europese unie (https://eidas.ec.europa.eu/efda/trust-services/browse/eidas/tls) en voor België op de site van de FOD economie (https://economie.fgov.be/sites/default/files/Files/Online/Lijstgekwalificeerde-dienstverlenersprestataires-vertrouwensdiensten-in-Belgie.pdf).
VOORBEELD
Ondertekenen via je identiteitskaart, dus met een e-ID-kaartlezer en pincode.
Itsme is een gekwalificeerde dienstverlener. Via de Itsme-app (https://www.itsme.be/get-started) kun je via je smartphone een gekwalificeerde elektronische handtekening maken. Die is wel gekoppeld aan een profiel dat je kan maken met je e-ID of bankkaart.
Enkel natuurlijke personen kunnen de elektronische handtekening gebruiken. Voor rechtspersonen is er een gelijkaardig systeem, ook met erkende dienstverleners, dat de elektronische zegel wordt genoemd.
Hier bestaan ook een gewone, een geavanceerde en een gekwalificeerde vorm van.
Door gebruik te maken van de elektronische zegel is het mogelijk voor een rechtspersoon om zich op elektronische wijze juridisch te verbinden.
5 Bewijsregels bij het ondertekenen met een elektronische handtekening
Een elektronische handtekening mag in juridische procedures niet geweigerd worden, louter omdat ze elektronisch is of niet gekwalificeerd. Het is wel zo dat enkel de gekwalificeerde handtekening gelijkgesteld wordt met een handgeschreven handtekening.
Bij de gekwalificeerde handtekening is er een wettelijk vermoeden dat de handtekening geldig is en van de persoon komt die de handtekening gezet heeft. Er is dus sprake van een volledige gelijkstelling aan de zelfgeschreven handtekening. Deze handtekening is bindend voor de rechter. Wie de handtekening toch zou betwisten, moet het bewijs daarvan leveren.
Bij alle andere elektronische handtekeningen moet bij betwisting de partij die de handtekening gezet heeft zelf bewijzen dat de handtekening geldig is.
Ga eens na welke en voor welke diensten jij allemaal al een e-handtekening gebruikt. Welk soort digitale handtekening is volgens jou in die verschillende gevallen de beste keuze.
De Vlaamse overheid stimuleert de bedrijven en organisaties om slim te digitaliseren.
Daar hoort ook de efficiënte keuze bij tussen de verschillende soorten digitale handtekeningen.
Om de ondernemingen, organisaties en besturen bij te staan heeft de Vlaamse overheid een stappenplan uitgewerkt dat je hier kunt terugvinden: https://www.vlaanderen.be/het-facilitairbedrijf-informatiemanagement/informatie-digitaliseren/de-elektronische-handtekening/ stappenplan-elektronische-handtekening.
Zoek eens uit wat bij de keuze om te werken met elektronische handtekeningen, de basisvragen zijn die een onderneming zich moet stellen.
Geef een voorbeeld waarbij werken met e-handtekening tijd en financiële middelen kan sparen.
Bijzondere bewijsmiddelen
2.1 De boekhouding
2.1.1
Algemeen
Elke onderneming moet een boekhouding voeren die past bij de aard en de omvang van het bedrijf. Die boekhouding omvat ‘al hun verrichtingen, bezittingen en rechten van welke aard ook, en hun vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook’.
Voor een modern bedrijf is de boekhouding een onmisbaar beleidsinstrument bij het uitbouwen van de onderneming. Juridisch is de boekhouding verder van belang als bijzonder bewijsmiddel.
Dat laatste is niet vanzelfsprekend en wel om twee redenen:
1 De boekhouding bevat tal van bedrijfsgeheimen (zoals de identiteit van de handelspartners, klanten en leveranciers, de gehanteerde winstmarges …) en heeft dus een vertrouwelijk karakter.
2 Elke onderneming stelt zelf haar boekhouding eenzijdig op (d.w.z. zonder de rechtstreekse medewerking van de tegenpartij).
Mede omwille van dat vertrouwelijke en eenzijdige karakter wordt het procedurele gebruik van de boekhouding speciaal gereglementeerd (zie verder onder 2.1.3 Procedureel gebruik van de boekhouding).
2.1.2 Bewijskracht van de boekhouding
Het wetboek bewijs schrapt de vereiste dat de boekhouding regelmatig moet worden gevoerd. Ook een onregelmatig gevoerde boekhouding kan dus als bewijs dienen tussen ondernemingen of tegen ondernemingen.
Inzake de bewijskracht van de boekhouding gelden twee hoofdregels.
2.1.2.1 Geschillen tussen ondernemingen onderling
De boekhouding van een onderneming heeft slechts wettelijke bewijswaarde tegen een andere onderneming als de vermeldingen in de boekhouding van de onderscheiden partijen overeenstemmend zijn. In andere gevallen oordeelt de rechter vrij over de bewijswaarde van de boekhouding.
De onderliggende gedachte is dat de feitenrechter de gegevens van de boekhouding van de gedingvoerende ondernemingen met elkaar kan confronteren.
VOORBEELD
Als onderneming 1 aan onderneming 2 iets verkocht heeft, dan zouden in hun boekhoudingen dezelfde gegevens (nr. factuur, bedragen ...) moeten terug te vinden zijn.
Als de boekhouding van een ondernemer als bewijsinstrument aanvaard wordt, dan kunnen de daarin geregistreerde gegevens zowel in zijn voordeel als in zijn nadeel worden gebruikt.
2.1.2.2 Geschillen van een niet-ondernemer tegen een ondernemer
In een rechtsgeding van een niet-ondernemer tegen een ondernemer, geldt de regel dat de boekhouding van de ondernemer tegen hem gebruikt kan worden. In dat geval moet de regel van de onsplitsbaarheid worden gerespecteerd. Dat betekent dat diegene die zich op de boekhouding beroept, deze
boekhouding in haar geheel moet nemen. De inhoud van de volledige boekhouding wordt als geheel beschouwd, men kan er dus geen onderdeel uitnemen en dat ‘los’, ‘op zich staand’ bekijken.
De boekhouding van de onderneming levert geen bewijs op tegen personen die geen onderneming zijn.
VOORBEELD
Zo kan de onderneming bijvoorbeeld het bestaan van een schuld van de klant niet bewijzen doordat ze in haar boekhouding een dergelijke vordering heeft opgenomen.
2.1.3
Procedureel gebruik van de boekhouding
De rechtbank kan, op verzoek van een partij of ambtshalve, in de loop van een procedure de openlegging bevelen van het geheel of van een gedeelte van de boekhouding van de onderneming. De boekhouding mag niet ten nadele van de onderneming worden gesplitst.
De rechter kan daarbij ook maatregelen opleggen om de vertrouwelijkheid van de desbetreffende stukken te vrijwaren.
VOORBEELD
Als de rechtbank in een procedure een gerechtsdeskundige aanstelt zou ze meteen kunnen bepalen dat de partij die haar boekhouding dient voor te leggen, die enkel aan de gerechtsdeskundige moet overmaken en niet aan de tegenpartij in de procedure.
2.2 De factuur
2.2.1
Algemeen
De factuur kan worden gedefinieerd als ‘elk document of elk bericht op papier, of in een elektronisch format dat de bevestiging inhoudt van een schuldvordering in geld wegens de levering van goederen of diensten’. Ze wordt opgesteld door de leverancier en aan de klant bezorgd (afgegeven of verstuurd). Bekeken vanuit het standpunt van de klant bevat de factuur, naast de specificatie van de geleverde goederen of diensten, de prijs die hij de leverancier verschuldigd is.
Een factuur kan dus ook elektronisch zijn. Er is ook de gestructureerde elektronische factuur, dat is een factuur die verzonden en ontvangen wordt in een gestructureerde elektronische vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt. Dus een volledig geautomatiseerd proces.
De materiële vorm van de factuur (papier of elektronisch) heeft op zich geen belang. Ze zijn allemaal aan dezelfde regels onderworpen.
Dat betekent voor beide vormen dat de authenticiteit van de herkomst (de identiteit van de leverancier/dienstverlener of diegene die de factuur heeft uitgereikt) moet gewaarborgd zijn, evenals de integriteit van de inhoud (dat de inhoud geen wijzigingen heeft ondergaan) en dat de leesbaarheid moeten worden gewaarborgd, vanaf het moment dat de factuur wordt opgemaakt en bezorgd, tot en met de wettelijke bewaringstermijn ervan (zeven jaar).
Hoofdstuk 3 Het bewijs in ondernemingszaken
Bij elektronisch factureren moeten de partijen vooraf overeenkomen dat en hoe het factureren elektronisch zal gebeuren. Het is logisch dat de partijen dit overeenkomen aangezien alle betrokkenen over de nodige hardware, software en netwerken moeten beschikken om alles veilig en correct te laten gebeuren.
Het elektronisch factureren kan op verschillende wijzen gebeuren, de ene vorm is al meer ingeburgerd dan de andere.
Een factuur per e-mail, als tekst of als PDF-, Excel- of Word-bestand verzenden naar de koper is ook een vorm van e-facturatie. De partijen kunnen ervoor kiezen om het bestand te beveiligen. Dit is een van de eenvoudigste vormen in de B2C-relatie (Business to Consumer).
Een klant bestelt kleding via een webshop. Hij geeft de bestelling in via het winkelmandje, kiest de betaalwijze en de leveringswijze, bevestigt (drukt concreet op een button ‘Bevestigen’) en krijgt een orderbevestiging. Vervolgens verschijnt de elektronische factuur (ze wordt meestal ook nog eens via e-mail bezorgd) die de klant dan onmiddellijk kan betalen (als hij hiervoor kiest) via het systeem van de verkoper/leverancier.
Ziekenhuisfacturen, facturen voor nutsvoorzieningen enz. kunnen bijvoorbeeld via het doccleplatform ontvangen (https://doccle.be/nl/wat/) en betaald worden. De patiënt of klant kiest voor dit systeem via zijn account op doccle. Hij ontvangt dan vanuit het systeem een e-mail met de melding dat er een nieuwe elektronische factuur ter beschikking is op de portaalsite. Het elektronisch proces kan ook via de smartphone verlopen.
Hoewel de factuur een veelvuldig gebruikt document is, worden de vormvereisten en het gebruik ervan door het ondernemingsrecht niet of nauwelijks geregeld.
De factuur wordt daarentegen wel gereglementeerd in de btw-wetgeving. De btw-wetgeving geeft ook aan welke vermeldingen er op een factuur moeten voorkomen.
De basisregel is dat btw-plichtigen (bijgevolg de ondernemingen) een factuur uitreiken voor de door hen verrichte leveringen van goederen en voor de door hen verstrekte diensten. Die verplichting geldt vooral in de onderlinge verrichtingen tussen belastingplichtigen. Het is dan ook niet altijd verplicht om facturen uit te reiken aan de klanten-verbruikers, dat wil zeggen personen die de goederen en diensten bestemmen voor hun privégebruik. Als de klant-verbruiker of de consument om een factuur vraagt moet er wel een factuur worden opgesteld.
Wanneer ondernemingen, in het kader van een overheidsopdracht, goederen en diensten leveren (we noemen dit B2G of Business to Government), dan zijn ze in Vlaanderen, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op federaal niveau, verplicht om e-facturen te sturen.
Sedert 1 januari 2026 is e-facturatie verplicht voor alle transacties tussen belastingplichtige ondernemingen (dus B2B of Business to Business). Hier gaat het over een volledig geautomatiseerd digitaal proces in een bepaald bestandstype en via het Europees netwerk Peppol.
Zoek eens uit wat de redenen kunnen zijn om e-facturering te gebruiken.
In België worden er per jaar gemiddeld 1 miljard facturen uitgeschreven. Hoeveel miljard efficiëntiewinst zouden de ondernemingen per jaar samen kunnen genereren door e-facturatie?
De officiële website voor e-facturatie van België kan je daarbij helpen. https://efactuur.belgium.be/ nl/article/wat-zijn-de-voordelen-van-e-facturatie.
2.2.2
Inhoud van de factuur
Een factuur moet een aantal verplichte vermeldingen bevatten. Het gaat onder andere om: het woord ‘factuur’; de factuurdatum; een volgnummer. Iedere factuur moet een uniek identificatienummer krijgen; de identiteit van de leverancier of dienstverrichter. Zijn naam, rechtsvorm, adres en btw-identificatienummer moet worden opgenomen; de identiteit van de afnemer. Daarbij moet de naam, het adres en het btw-identificatienummer worden aangegeven; de datum van het belastbaar feit: het gaat om de datum waarop de levering of de dienst heeft plaatsgevonden of de datum van ontvangst van (een deel van) de prijs; de aard van de uitgevoerde handeling; de maatstaf van heffing: per tarief het bedrag exclusief btw; de btw-tarieven; de verschuldigde btw: het bedrag van de verschuldigde btw in euro; het totaalbedrag.
Soms komen nog bijkomende vermeldingen ter sprake. Dat kan bv. het geval zijn als men factureert aan een buitenlands bedrijf en de btw verschuldigd is door de medecontractant (men vermeldt dan ‘btw verlegd’). Als er eerder al een voorschotfactuur uitgereikt werd, dan moet dat eveneens vermeld worden op de factuur.
Op de factuur kunnen ook algemene voorwaarden (de kleine lettertjes op de voor- of achterzijde) worden opgenomen, maar dat is niet verplicht. Bij een discussie tussen de klant en de leverancier zal die laatste nagenoeg altijd teruggrijpen naar de algemene voorwaarden waarbij hij wellicht zal stellen dat die de contractuele afspraken tussen de partijen bevatten. In het hoofdstuk over marktrecht van dit boek wijzen we op een aantal clausules in algemene voorwaarden die niet geldig zijn.
Een voorbeeld van een factuur kun je hieronder vinden.
2.2.3 Bewijskracht van de factuur
2.2.3.1 De factuur kan als bijzonder bewijsmiddel worden gebruikt. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een door de onderneming aanvaarde factuur bewijs oplevert tegen deze onderneming.
Algemeen wordt aanvaard dat alle handelsverrichtingen waarbij het uitreiken van een factuur gebruikelijk of verplicht is, met een (aangenomen) factuur kunnen worden bewezen.
2.2.3.2 Het gebruik van de factuur als bewijs
A De klant gebruikt de factuur als bewijs tegen de leverancier-ondernemer Tegen de leverancier-onderneming bewijst de door hemzelf opgestelde factuur de daarin opgenomen overeenkomst (bijvoorbeeld en veelal een koop-verkoopovereenkomst) met de vermelde voorwaarden van prijs, kwaliteit en levering.
Deze regel geldt voor alle klanten: zowel de klant-onderneming als de klant-verbruiker kan de factuur tegen de leverancier inroepen.
B De leverancier-ondernemer wil de factuur als bewijs gebruiken tegen de klantondernemer
Tegen de klant bewijst de factuur de daarin vermelde overeenkomst, op voorwaarde dat de klant die factuur aanvaardde.
Die aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend (‘bij stilzitten’) gebeuren. Als aanvaarding wordt beschouwd: de (gedeeltelijke) betaling van de factuur (via overschrijving bijvoorbeeld); het laattijdig protest tegen de factuur; het inboeken van de factuur. Gaat de klant niet akkoord met de vermeldingen op de factuur (zoals bv. de te betalen bedragen), dan moet hij die weigeren en binnen een redelijke termijn protesteren. Een factuur die niet tijdig geprotesteerd werd, wordt vermoed te zijn aanvaard.
Ook rijst hier het probleem van de – meestal op de rugzijde en al dan niet in ‘kleine lettertjes’– op de factuur vermelde ‘Algemene voorwaarden’. In beginsel binden dergelijke algemene voorwaarden de klant-ondernemer: ze maken immers deel uit van de aangenomen factuur. Hierbij moet wel worden uitgegaan van de gedachte dat de leverancier te goeder trouw handelt en de wederpartij bijvoorbeeld niet plotseling overvalt met nieuwe of tegenstrijdige algemene voorwaarden.
VOORBEELD
Op de website van uitgeverij Van In kun je de algemene verkoopsvoorwaarden terugvinden: https://www.vanin.be/verkoopsvoorwaarden/.
Het Burgerlijk Wetboek bewijs geeft aan dat de uitdrukkelijke of stilzwijgende aanvaarding van een factuur door een persoon die geen onderneming is een feitelijk vermoeden uitmaakt. Het gebrek aan betwisting van een factuur door een persoon die geen onderneming is, kan dan, volgens deze nieuwe wet, niet worden beschouwd als een aanvaarding van de factuur, behalve als de afwezigheid van betwisting een omstandig stilzwijgen uitmaakt. De nieuwe wet bepaalt ook dat een overeenkomst die afwijkt van deze regels (bv. algemene voorwaarden van de ondernemer die van deze principes afwijken) nietig is.
VOORBEELD
Er kan sprake zijn van omstandig stilzwijgen wanneer de klant niet reageert op meerdere aanmaningen. Dat kan worden gezien als een feitelijk vermoeden van stilzwijgende aanvaarding van de factuur.
C Hoe een factuur protesteren?
Een factuur kan best geprotesteerd worden door een aangetekend schrijven te sturen naar de leverancier.
In dat schrijven neem je de precieze redenen op waarom je de factuur niet aanvaardt.
Het protest moet binnen een ‘redelijke termijn’ gebeuren. In de praktijk betekent dat binnen een korte termijn, van een week à 10 dagen. Hierbij is het ook belangrijk na te kijken welke termijn er opgenomen is in de algemene verkoopsvoorwaarden. Indien de verkoopsvoorwaarden op de factuur niet vooraf gecommuniceerd werden en de koper die dus eigenlijk niet kent, dan is het aangewezen deze ook te protesteren in de brief.
Het is dus zeker niet voldoende om de niet-correcte factuur gewoon terug te sturen naar de leverancier.
Het is ook aangewezen een factuur die bij de verkeerde geadresseerde terechtgekomen is te protesteren. Een voorbeeld van een protestbrief kun je terugvinden bij het onlinemateriaal. Hoofdstuk 3 Het
1 Zoek een voorbeeld van een factuur en controleer of alle vereiste elementen aanwezig zijn.
2 Op de factuur hieronder staat onderaan de formulering ‘betaling 30 dagen einde maand’.
– Wat is in dit geval de uiterste datum waarop de klant moet betalen?
– Is hierover verwarring mogelijk?
– Hoe zou jij het formuleren of aanpakken om geen discussie mogelijk te maken?
– Zoek nieuwe voorbeelden van facturen en vergelijk de betalingstermijnen en de formulering.
– Veronderstel dat jij een eigen zaak hebt, waarom zijn betalingstermijnen dan zo belangrijk?
Ga ook eens kijken wat de wet zegt in het hoofdstuk over de betalingsachterstand en termijnen.
3 Ga eens na in de Algemene en Bijzondere Factuurvoorwaarden van Farys de waterleveringsmaatschappij:
– welke Ondernemingsrechtbank bevoegd is als de klant een geschil wil aankaarten bij de rechtbank.
– welke de voorwaarden zijn waaronder de factuur geprotesteerd kan worden.
Casussen
1 Marcel laat zijn wagen herstellen bij garage De Voldere. Enkele dagen later ontvangt hij een factuur van 900 EUR. Marcel vindt dat bedrag schromelijk overdreven en weigert te betalen. Je wordt opgebeld door de heer De Voldere. Om Marcel te dwingen ttot betalen roept hij in dat Marcel de factuur nooit protesteerde. Wat denk je van dit argument? Zou je antwoord anders zijn mocht de herstelling gedaan zijn aan een bestelwagen die Marcel als ondernemer gebruikt?
2 Oscar wil zijn tuin afschermen en heeft van Tuinen Joris in zijn mailbox een offerte ontvangen voor een houtenschutting. Oscar kan akkoord gaan met onder meer het bedrag (5 400 EUR) van de offerte en hij print de offerte, plaatst er zijn handtekening op en mailt een scan van het getekende document terug naar Tuinen Joris. Enige tijd nadien ontstaat er een betwisting over de vermeldingen op de offerte wanneer de factuur na uitvoering van de werken veel hoger blijkt te zijn dan de offerte.
– Oscar laat het daar niet bij en wil een procedure aanspannen, welke rechtbank is bevoegd? – Hoe zit het met de bewijskracht van de digitale offerte met de handtekening van Oscar?
– Hoe had Oscar het ondertekenen van de offerte nog kunnen aanpakken?
3 Peter laat een nieuw badkamermeubel plaatsen door nv Pieters. Hij betaalt 2 560 EUR aan diegene die het meubel komt plaatsen. Die belooft dat hij enkele dagen later een factuur zal opsturen. Het is nu twee maanden later en Peter heeft nog altijd geen factuur ontvangen. Kan hij eisen dat nv Pieters hem alsnog een factuur geeft?
4 Geef aan waar hoger beroep moet worden aangetekend tegen de volgende vonnissen/beschikkingen: – een uitspraak van de ondernemingsrechtbank over een discussie inzake een factuur; – een uitspraak van de arbeidsrechtbank rond een verbrekingsvergoeding die een werknemer vraagt; – een uitspraak van de vrederechter inzake de huur van een woning; – een uitspraak van de vrederechter inzake een discussie rond handelshuur.
5 Electrozaak Perfecto bv verzond op 20 april 2026 de factuur (een pdf) voor reparatie van een wasautomaat naar het mailadres van haar klant Pol.
Een maand later, op 20 mei 2026, krijgt Pol telefoon van Perfecto met de vraag de factuur van 220 euro dringend te betalen. Pol, die normaal altijd correct zijn betalingen opvolgt, schrikt hiervan. Hij gaat op zoek naar de mail, met de factuur, maar die is niet te vinden.
Pol vraagt daarop aan Perfecto om hem alsnog de factuur per post over te maken. Moet Perfecto op deze vraag ingaan?
Wat kan hier fout gelopen zijn? Hoe kon Perfecto dit voorkomen? Wie moet bewijs leveren?
Kan Pol nog protest aantekenen als hij dan ook nog eens merkt dat de factuur een hoog bedrag reprobel bevat dat Pol betwist?
4
Voorbeeld van een (fictieve) factuur

Leveringsadres
KdG Campus Groenplaats Nationalestraat 5 2000 ANTWERPEN
Uw referentie tav de financiële administratie
Uw bestelnummer: W17859
Uw besteldatum: 2026-05-21
Uw BTW nummer: BE0458402105
Uw organisatienummer: 0458402105
Pagina: 1/2
Factuur
Factuurnummer Klantnummer Factuurdatum 9201473424 1153711 2026-05-22
Facturatieadres
vzw Karel De Grote Hogeschool Brusselstraat 45 2018 ANTWERPEN Belgium
Ons ordernummer: 4240675
Betalingsvoorwaarden: Te betalen 1 maand na factuur
Betaaldatum: 2026-06-22
Vermeld bij betaling: 9201473424
Art.code ISBN Omschrijving Hoeveelheid Prijs excl. BTW Korting
605359978-94-647-0431-0Praktisch economisch recht basisbeg.'26
Adres Uitgeverij VAN IN n.v. Nijverheidsstraat 92/5 BE 2160 Wommelgem https://vanin.be/verkoopsvoorwaarden/
BTW samenvatting BTW code
Alle bedragen zijn in euro Adres Uitgeverij VAN IN n.v. Nijverheidsstraat 92/5 BE 2160 Wommelgem
Pagina: 2/2
Factuur
Factuurnummer Klantnummer Factuurdatum 9201473424 1153711 2026-05-22