Skip to main content

HO_Praktisch btw-recht basisbeginselen 2026_Inhoudstafel

Page 1


3.2 Btw-belastingplichtigen die periodieke btw-aangiften indienen

3.2.1

3.2.3 Forfaitaire btw-belastingplichtigen (FT)

3.3 Gedeeltelijke en gemengde btw-belastingplichtigen

3.4

3.5

3.6

1 Voorwaarden voor een belastbare levering van goederen

2 Definitie ‘goederen’

3 Definitie ‘levering’

4 Begrip ‘onder bezwarende titel’

5

5.1 Levering van een goed dat niet wordt vervoerd of verzonden

5.2 Levering van een goed met vervoer door de leverancier, door de afnemer of door een derde

5.3 Levering van een goed met installatie of montage door de leverancier of voor zijn rekening

6 Tijdstip van de levering, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid

6.1 Tijdstip van de levering (TS)

6.1.1 Algemene Regel

6.1.2 Levering van een goed dat al in het bezit is van de verkrijger of de overnemer vóór het sluiten van het contract

6.1.3 Levering van een goed dat in het bezit blijft van de verkoper of overdrager nadat de overeenkomst is afgesloten

6.1.4 Levering van een goed met verzending of vervoer van de goederen door de leverancier of voor zijn rekening

6.1.5 Levering van een goed met vervoer of verzending van de goederen door of voor rekening van de leverancier met installatie of montage door of voor rekening van de leverancier

6.1.6 Levering van een goed met opeenvolgende afrekeningen of betalingen

6.2 Belastbaar feit van de levering (BF)

6.3 Tijdstip van opeisbaarheid (TO)

6.3.1 Algemene regel (art. 16, § 1 WBTW)

6.3.2 Leveringen waarvoor een factuur moet uitgereikt worden (art. 17, § 1 WBTW)

6.3.3 Leveringen waarvoor geen factuur moet uitgereikt worden (art. 17, § 3 WBTW)

6.3.4 Leveringen in een b2g-situatie (art. 17, § 4 WBTW)

6.3.5 Belang van het bepalen van tijdstip van opeisbaarheid

58

58

59

59

59

60

60

60

60

65

66

66

7 Begrip ‘belastingplichtige die handelt in de uitoefening van zijn economische activiteit’ 68

8 Overdrachten van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling

68

9 Met een levering gelijkgestelde handelingen 69

9.1 Onttrekking voor privédoeleinden of andere doeleinden (art. 12, § 1, eerste lid, 1° WBTW)

70

9.2 Onttrekking om het om niet te verstrekken (art. 12, § 1, eerste lid, 2° WBTW) 70

9.3 Ingebruikneming van een goed als bedrijfsmiddel (art. 12, § 1, eerste lid, 3° WBTW)

72

9.4 Ingebruikneming van een zelf vervaardigd roerend goed, anders dan als bedrijfsmiddel, voor het verrichten van handelingen die geen of gedeeltelijk recht op aftrek verlenen (art. 12, § 1, eerste lid, 4° WBTW) 73

9.5 Het behouden van een goed bij het beëindigen van de economische activiteit (art. 12, § 1, eerste lid, 5° WBTW) 73

10 Schuldenaar van de btw

10.1 Schuldenaar is de btw-belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen verricht (art. 51, § 1, 1° WBTW)

10.2 Schuldenaar is de medecontractant (art. 51, § 2, 5° WBTW)

11 Verwerking van de leveringen in de btw-aangifte

11.1 Er is geen verlegging van de heffing

11.2 Er is veralgemeende verlegging van de heffing

4 Intracommunautaire

2.1 Gemeenschap

2.2 Btw-belastingplichtige indiener

2.3

2.4

2.5 Accijnsproducten

2.6 Nieuw vervoermiddel

2.6.1 Het begrip ‘vervoermiddelen’

2.6.2 Het begrip ‘nieuwe vervoermiddelen’

3 De intracommunautaire levering van goederen

3.1 Inleiding

3.2 Het begrip ‘intracommunautaire levering’

3.3 Met een intracommunautaire levering gelijkgestelde handelingen

3.3.1 Overbrenging (art. 12bis, eerste lid WBTW)

3.3.2 Niet-overbrenging (art. 12bis, tweede lid WBTW)

3.3.2.1 De transmissie van goederen voor werkelijke leveringen met eigendomsoverdracht (art. 12bis, tweede lid, 1° tot 3° WBTW)

3.3.2.2 De transmissie van goederen zonder eigendomsoverdracht (art. 12bis, tweede lid, 4° tot 7° WBTW)

3.3.3 Bijzondere regeling voorraad op afroep (art. 12ter WBTW)

3.4 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering 89

3.4.1 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 1° WBTW 89

3.4.1.1 Algemeen 89

3.4.1.2 Hoedanigheid van de koper 90

3.4.1.3 Vervoer of verzending van de goederen 92

3.4.1.4 Opname van de levering in de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen 92

3.4.2 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 2° WBTW 92

3.4.3 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 3° WBTW 94

3.4.4 De vrijstelling voor een intracommunautaire levering bedoeld in art. 39bis, eerste lid, 4° WBTW 94

3.5 Plaats van de intracommunautaire levering 95

3.6 Tijdstip van de intracommunautaire levering, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid 95

3.6.1 Tijdstip van de intracommunautaire levering en belastbaar feit 95

3.6.1.1 Verzending of vervoer door de leverancier of voor zijn rekening 95

3.6.1.2 Verzending of vervoer door de koper of voor zijn rekening

3.6.1.3 Doorlopende leveringen

3.6.2 Tijdstip van opeisbaarheid

3.6.2.1 Levering is niet vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW

3.6.2.2 Levering is vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW

3.7 Schuldenaar van de btw

3.8 Verwerking van de intracommunautaire levering in de btw-aangifte

3.8.1 Levering is niet vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW

3.8.2 Levering is vrijgesteld op grond van art. 39bis WBTW

3.9 Schema btw-vraagstuk

3.10 Oefeningen

4.1 Inleiding

4.2 Het begrip ‘intracommunautaire verwerving’

4.3 Met een intracommunautaire verwerving gelijkgestelde handelingen

4.4 Voorwaarden voor belastbaarheid van de intracommunautaire verwerving

4.4.1 Intracommunautaire verwerving van goederen, andere dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen

4.4.2 Intracommunautaire verwerving van accijnsproducten

4.4.3 Intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen

4.5 Plaats van de intracommunautaire verwerving

4.5.1 Algemene regel

4.5.2 Veiligheidsbepaling

4.6 Tijdstip van de intracommunautaire verwerving, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid

4.6.1 Tijdstip van de intracommunautaire verwerving en belastbaar feit

5

4.6.1.1 Verzending of vervoer door de leverancier of voor zijn rekening

4.6.1.2 Verzending of vervoer door de koper of voor zijn rekening

4.6.1.3 Doorlopende leveringen

4.6.2 Tijdstip van opeisbaarheid

4.7 Maatstaf van heffing en tarief

4.7.1

4.7.2

4.8 Schuldenaar van de btw

4.9 Verwerking van de intracommunautaire verwerving in de btw-aangifte

4.9.1 Verwerver is een btw-belastingplichtige indiener

4.9.2 Verwerver is een lid van de groep van vier

4.10 Schema btw-vraagstuk

4.11

5.1

5.2 Vennootschappen, andere dan microvennootschappen

4.1.1 Hoofdregel (art. 21, § 2 WBTW)

4.1.2 Afwijkende criteria (art. 21, § 3 WBTW)

4.1.3

4.2 B2c-situatie

and enjoyment (art. 21, § 4 WBTW)

4.2.1 Hoofdregel (art. 21bis, § 1 WBTW)

4.2.2 Afwijkende criteria (art. 21bis, § 2 WBTW)

4.2.3 Use and enjoyment (art. 21bis, § 3 WBTW)

5 Tijdstip van de dienst, belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid

5.1 Tijdstip van de dienst (TS)

5.2 Belastbaar feit van de dienst (BF)

5.3 Tijdstip van opeisbaarheid (TO)

5.3.1 Algemene regel (art. 22, § 1 WBTW)

5.3.2 Diensten waarvoor een factuur moet uitgereikt worden (art. 22bis, § 1 WBTW)

5.3.3 Intracommunautaire diensten (art. 22bis, § 2 WBTW)

5.3.4 Diensten waarvoor geen factuur moet uitgereikt worden (art. 22bis, § 3 WBTW)

5.3.5 Diensten in een b2g-situatie (art. 22bis, § 4 WBTW)

5.3.6 Belang van het bepalen van tijdstip van opeisbaarheid

Overdrachten van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling

143

7 Met een dienst gelijkgestelde handelingen 143

7.1 Diensten die men verricht buiten enige contractuele band (art. 18, § 2 WBTW)

7.2 Gebruik van goederen behorend tot het bedrijf (art. 19, § 1 WBTW)

7.3 Uitvoering van werk in onroerende staat (art. 19, § 2 WBTW)

7.3.1 Werken in onroerende staat voor de economische activiteit (art. 19, § 2, eerste lid, 1° WBTW)

7.3.2 Werken in onroerende staat voor andere doeleinden dan de economische activiteit (art. 19, § 2, eerste lid, 2° WBTW)

7.3.2.1 De btw-belastingplichtige is een natuurlijke persoon

7.3.2.2 De btw-belastingplichtige is een rechtspersoon

143

143

144

145

145

145

146

7.3.3 Onttrekking van goederen voor het verrichten van werk in onroerende staat 147

8 Schuldenaar van de btw 147

8.1 Schuldenaar is de dienstverrichter ingevolge art. 51, § 1, 1° WBTW 148

8.2 Schuldenaar is de dienstontvanger ingevolge art. 51, § 2, 1° WBTW 148

8.3 Schuldenaar is de dienstontvanger ingevolge art. 51, § 2, 5° WBTW

8.4 Schuldenaar is de dienstontvanger ingevolge art. 51, § 4 en KB 1 art. 20 WBTW

9 Verwerking van de diensten in de btw-aangifte

9.1

9.2.2.1

9.2.2.2

9.2.2.3

2.4 Verwerking van de belaste invoer in de btw-aangifte

2.5

2.6

3.4 Verwerking van de uitvoer in de btw-aangifte

3.5

3.6

Hoofdstuk 7 Maatstaf van heffing

2.1

2.1.2 Vervoers-, commissie- en verzekeringskosten

2.1.4

2.1.5

2.1.6

2.1.7

2.2

2.2.3

2.2.4

2.2.5

2.3 Prijs inclusief btw

2.4 Goederen of diensten onderworpen aan verschillende tarieven

2.4.1

2.5 Bijzondere situaties met betrekking tot de levering van bedrijfsmiddelen

2.5.1 Verkoop door een btw-belastingplichtige van een bedrijfsmiddel dat maar gedeeltelijk werd opgenomen in het bedrijfsvermogen

2.5.2 Verkoop door een btw-belastingplichtige van een voertuig als bedoeld in art. 45, § 2, eerste lid WBTW dat als bedrijfsmiddel werd gebruikt

3 Maatstaf van heffing bij een intracommunautaire verwerving

4 Maatstaf van heffing bij een invoer

5 Handelingen zonder tegenprestatie

5.1 Handelingen die betrekking hebben op goederen

5.2 Handelingen die betrekking hebben op diensten

6

7

3 Goederen onderworpen aan het btw-tarief van 6 %

4 Diensten onderworpen aan het btw-tarief van 6 %

5 Goederen en diensten onderworpen aan het btw-tarief van 12 %

6 Goederen onderworpen aan het btw-tarief van 0 %

7 Leveringen van goederen en diensten die onderworpen zijn aan een bijzondere regeling (het ‘nultarief’)

8 Tijdelijke maatregel: installatie warmtepomp

9

Hoofdstuk 9

1

1.1

1.2 Aangifte van wijziging van activiteit (604B)

1.3 Aangifte van stopzetting van activiteit (604C)

1.4 Overschrijding van de drempel van intracommunautaire verwervingen

1.5 Keuzeverklaring voor de onderwerping aan de btw in België

1.5.1

2 Het btw-identificatienummer

2.1.2

2.2 Mededeling

2.2.1

2.2.2

2.3

2.4

3.1 Definitie ‘factuur’

3.2 Belang van de factuur binnen het btw-stelsel

3.3 Verplichting tot het uitreiken van de factuur

3.3.1 Principe

3.3.2 Ontheffing van de factureringsplicht

3.3.2.1 Principe

3.3.2.2 Vrijwillige facturering

3.3.2.3 Tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt

3.3.2.4 Boekhoudverplichtingen

3.3.3 Uitzonderingen op de ontheffing van de factureringsplicht

3.3.4 Tijdstip

3.3.4.1 Diensten en leveringen van goederen andere dan vrijgestelde intracommunautaire leveringen en andere dan doorlopende leveringen en diensten

3.3.4.2 Vrijgestelde intracommunautaire leveringen

3.3.4.3 Doorlopende leveringen en diensten

3.4 Verplichte vermeldingen op de factuur

3.5

3.6

3.6.1 Wat is e-facturering?

3.6.2 Voor wie is e-facturering verplicht?

3.6.2.1 B2b-handelingen

3.6.2.2 B2c-handelingen

3.6.2.3 B2g-handelingen

3.6.2.4 Internationale handelingen

3.6.3

4.1 Wat is een periodieke btw-aangifte?

4.2 Wie moet periodieke btw-aangiften indienen?

4.3 Maandaangifte of kwartaalaangifte

4.4 Indiening van de periodieke btw-aangifte

4.5 Inhoud van de periodieke btw-aangifte

4.6 Betaling van de btw aan de schatkist

5 De bijzondere btw-aangifte

5.1 Wat is een bijzondere btw-aangifte?

5.2 Wie moet bijzondere btw-aangiften indienen?

5.3 Indiening van de bijzondere btw-aangifte

5.4 Inhoud van de bijzondere btw-aangifte

6

7

6.3

6.3.2

6.4

7.1

7.3

7.4

7.5

8

11

8.1

8.2

8.3

11.3

12.5

13

Hoofdstuk 10 De aftrek van de voorbelasting 225

1 Wie heeft recht op aftrek?

1.1 Algemeen

1.2 Categorieën van btw-belastingplichtigen met betrekking tot het recht op aftrek

1.2.1 Volledige btw-belastingplichtige

1.2.2 Vrijgestelde btw-belastingplichtigen van artikel 44 WBTW

1.2.3 Vrijgestelde kleine ondernemingen van artikel 56bis WBTW

1.2.4 Forfaitaire landbouwondernemingen van artikel 57 WBTW

1.2.5 Gemengde btw-belastingplichtigen

1.2.6 Toevallige btw-belastingplichtigen

2 Tijdstip van het recht op aftrek

3 Uitoefening van het recht op aftrek

4 Aftrekuitsluitingen

4.1 Tabaksfabricaten (art. 45, § 3, 1° WBTW)

4.2 Geestrijke dranken (art. 45, § 3, 2° WBTW)

4.3 Kosten van logies, spijzen en dranken (art. 45, § 3, 3° WBTW)

4.4 Kosten van onthaal (art. 45, § 3, 4° WBTW)

4.5 Personeelsgeschenken

5 Aftrekbeperkingen voor voertuigen bedoeld in artikel 45, § 2 WBTW

6 Vaststelling beroepsgebruik

6.1 Vaststelling beroepsgebruik voor personenwagens

6.1.1 Methode 1: gedetailleerde rittenadministratie

6.1.2 Methode 2: semi-forfaitaire methode

6.1.3 Methode 3: 35 % forfait

6.2 Vaststelling beroepsgebruik voor lichte vrachtwagens

6.3 Vaststelling beroepsgebruik voor onroerende goederen

6.4 Vaststelling beroepsgebruik voor roerende goederen andere dan vervoermiddelen

6.4.1 Beroepsforfait van 75 %

6.4.2 Uitsluitingen uit het 75 %-forfait

6.5 Schematisch overzicht

7 Bijzondere bepalingen betreffende de aftrek door een gemengde btw-belastingplichtige 239

7.1 Algemeen verhoudingsgetal

7.1.1 Bepalen van het algemeen verhoudingsgetal

7.1.2 Berekenings- en afrondingsmodaliteiten van het algemeen verhoudingsgetal

7.1.3 Uitsluiting van sommige factoren voor de berekening van het algemeen verhoudingsgetal

7.1.4 Verhouding tussen het algemeen verhoudingsgetal en privégebruik

7.1.5 Voorlopig verhoudingsgetal en definitief verhoudingsgetal

7.2

7.1.6 Herziening van de belasting afgetrokken volgens het algemeen verhoudingsgetal

7.1.6.1 Herziening van de aftrek van andere belasting dan die geheven van bedrijfsmiddelen

7.1.6.2 Ontheffing van herziening

7.1.6.3 Herziening van de aftrek van belasting geheven van bedrijfsmiddelen

11 De verwerking van de

1 Inkomende creditnota’s

1.1 Creditnota’s voor een Belgische aankoop van goederen of diensten met btw

1.2 Creditnota’s voor een intracommunautaire verwerving

1.3 Creditnota’s voor een invoer zonder vergunning ET14000

1.4 Creditnota’s voor een invoer met vergunning ET14000

1.5 Creditnota’s voor een ontvangen intracommunautaire dienst

1.6 Creditnota’s voor een ontvangen dienst met verlegging van de heffing ingevolge art. 20 van KB 1 WBTW

2 Uitgaande creditnota’s

2.1 Creditnota’s voor een Belgische levering of dienst met btw

2.2 Creditnota’s voor een vrijgestelde intracommunautaire levering

2.3 Creditnota’s voor een uitvoer

2.4 Creditnota’s voor een verrichte intracommunautaire dienst

2.5 Creditnota’s voor een verrichte dienst met verlegging van de heffing ingevolge art. 20 KB 1 WBTW

1 Herziening van de btw-aftrek op niet-bedrijfsmiddelen

1.1 Oorspronkelijke btw-aftrek te groot of te klein

1.2 Onjuiste schatting van het voorlopige beroepsgebruik

1.3 Inkomende creditnota’s

1.4 Wijzigingen in de basisfactoren voor de berekening van de oorspronkelijk afgetrokken btw

1.5 Verlies van ieder recht op aftrek

2 Herziening van de btw-aftrek op bedrijfsmiddelen

2.1 Begrip ‘bedrijfsmiddelen’

2.2 Gewone herziening van de oorspronkelijke btw-aftrek op bedrijfsmiddelen

2.2.1 Oorspronkelijke btw-aftrek te groot of te klein

2.2.2 Onjuiste schatting van het voorlopig beroepsgebruik

2.2.3 Inkomende creditnota’s

1

2

2.3 De vijf-, vijftien- of vijfentwintigjarige herziening voor de bedrijfsmiddelen

2.3.1 Geheel gebruik van een bedrijfsmiddel voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden

2.3.2 Gedeeltelijk gebruik van een bedrijfsmiddel voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden

272

273

273

2.3.3 Wijzigingen in de factoren die de basis vormen van de berekening van de btw-aftrek 275

2.3.4 Verkoop of onttrekking van een bedrijfsmiddel

276

2.3.5 Bedrijfsmiddelen die ophouden in de onderneming te bestaan 277

2.3.6 Herzieningen te verrichten in geval van een overdracht bij toepassing van de artikel 11 en 18, § 3 WBTW – overdracht van een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling

2.3.6.1 Herzieningen bij de overdrager

2.3.6.2 Herzieningen bij de overnemer

2.3.7 Verlies van ieder recht op aftrek

de btw

14 Procedure inzake btw

1.1.3

1.2 De processen-verbaal

1.3 De deskundige schatting

1.4 De wettelijke vermoedens

1.5 De ambtshalve aanslag

2.1 Verplichting tot bewaring

2.2 Verplichting tot voorlegging ter inzage (inzagerecht)

2.3 Het recht van de controleambtenaar om boeken of stukken te behouden (retentierecht)

2.4 Verschaffen van inlichtingen

2.5 Recht op vrije toegang (bezoekrecht ten aanzien van lokalen)

2.6 Controle van het vervoer van goederen (bezoekrecht ten aanzien van vervoermiddelen)

2.7 Beperkingen aan de uitoefening van de onderzoeksbevoegdheden

3 Verjaringen

3.1 De btw-verjaringstermijnen

3.1.1 Verjaring van de vordering tot voldoening van de btw, intresten en administratieve geldboeten 295

3.1.2 Verjaring van de vordering tot teruggaaf van de btw, nalatigheidsintresten en administratieve geldboeten 296

3.2 De stuiting van de verjaring

3.3 De schorsing van de verjaring

Hoofdstuk 16 Oefeningen op correcte verwerking in de btw-aangifte

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
HO_Praktisch btw-recht basisbeginselen 2026_Inhoudstafel by VAN IN - Issuu