3.3.2
3.3.1.1
3.3.1.2
3.3.2.1
3.3.2.2
3.3.3
3.3.3.1
3.3.3.2
4
5.2
2.1
5.2.1
5.2.1.1
5.2.1.2
2.2.2.1
2.2.3.1
2.2.4.3 Decreet (decr.) en ordonnantie (ord.)
2.2.5 Uitvoerend niveau
2.2.5.1 Algemeen
2.2.5.2 Koninklijk besluit (KB)
2.2.5.3 Ministerieel besluit (MB) of besluit van een staatssecretaris
2.2.5.4 Besluiten van de gewest- of gemeenschapsregering
2.2.5.5 Provinciaal besluit
2.2.5.6 Gemeentelijk besluit
2.2.5.7 Besluiten van functioneel gedecentraliseerde openbare diensten
2.2.6 Overzicht van de geschreven rechtsregels
2.3
3.2.1
7.2.1 Toepassing bij het vaststellen van individuele beslissingen 87
7.2.1.1 Individuele besluiten met gebonden bevoegdheid 87
7.2.1.2 Individuele besluiten met discretionaire bevoegdheid 88
7.2.2 Toepassing bij het vaststellen van reglementaire beslissingen 88
8 Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel
8.1
8.2 Begrippen en toepassingsgebied
8.2.1 Rechtszekerheidsbeginsel
8.2.1.1 Kenbare en duidelijke bestuursbeslissing
8.2.1.2 Voorzienbare bestuursbeslissing: geen retroactiviteit 90
8.2.1.3 Beperkte mogelijkheid van intrekking van de bestuursbeslissing 91
8.2.1.4 Beperkte mogelijkheid van opheffing van de bestuursbeslissing 91
8.2.1.5 Beperkte gevolgen van een arrest tot nietigverklaring van een bestuursbeslissing
2.2 Gedecentraliseerde openbare diensten
2.2.2 Kenmerken van de gedecentraliseerde openbare dienst
2.2.3 Functionele en territoriale decentralisatie
2.3 Overzichtsschema
3 Het administratief toezicht
3.1 Begrip ‘administratief toezicht’ en doel
3.2 Draagwijdte administratief toezicht
3.3 Regelgeving m.b.t. het administratief toezicht op de Vlaamse gemeenten en provincies
3.4 Soorten administratief toezicht
3.4.1 Het gewoon administratief toezicht
3.4.1.1 Algemeen administratief toezicht
3.4.1.2 Bijzonder administratief toezicht
3.4.1.3 Overzichtsschema
3.4.2 Het buitengewoon administratief
3.4.2.1 Het dwangtoezicht
3.4.2.2 Het hervormingsrecht
4
4.1
4.2 De rechtsverhouding ambtenaar-overheid
Het statuut van de ambtenaar
4.3.1
4.3.3 Inhoud en wijziging van de rechtspositie
4.3.4
4.3.5
4.4 Het ambtenarenstatuut binnen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten
5.1 Begrip openbare dienst en beginselen van de openbare dienst
5.2 Vormen van beheer van openbare diensten
5.3 Het administratief toezicht
5.4 Algemene aspecten van het ambtenarenstatuut
1.1 Het organieke kader van de gemeenten en OCMW’s
1.2 Het Decreet Lokaal Bestuur als algemene basistekst
1.3 Algemene bepalingen
1.4 Bevoegdheden van de gemeente en het OCMW
1.5 Organen van de gemeente en het OCMW en hun werking 135
1.5.1 De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn 135
1.5.1.1 Organisatie van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn 135
1.5.1.2 Werking van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn
1.5.1.3 Bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn
1.5.2 Het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau
136
138
1.5.2.1 Organisatie van het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau 139
1.5.2.2 Werking van het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau 140
1.5.2.3 Bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau 141
1.5.3 De burgemeester
1.5.3.1 De benoeming van de burgemeester
1.5.3.2 De bevoegdheden van de burgemeester
1.5.4 Het bijzonder comité voor de sociale dienst
1.5.4.1 Organisatie van het bijzonder comité voor de sociale dienst
1.5.4.2 Werking van het bijzonder comité voor de sociale dienst
1.5.4.3 Bevoegdheden van het bijzonder comité voor de sociale dienst
1.5.4.4 Bevoegdheden van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst
1.6 Andere bepalingen over
3.3.1.1
3.3.1.2
3.3.1.3
3.3.2.1
3.3.2.2
3.3.2.3
3.3.3.1
3.3.3.2
bevoegdheden van de provinciegouverneur
3.4 Andere bepalingen over de werking van het provinciebestuur
3.5
4.1
Deel 3 Goederen
1 Openbaar en privaat domein
Hoofdstuk 2 Onteigening, erfdienstbaarheid tot
1.3.3
1.5.5
4.1.1
4.2
4.3
4.2.1
4.2.3
4.2.4
4.2.5
4.2.6
4.2.8
4.2.8.2
4.2.8.3
4.2.9
4.2.10
4.3.2.1
4.3.2.3
4.3.2.5
4.4
(NOP)
4.4.4 Mededingingsprocedure met onderhandeling (MPMO)
4.4.5 Concurrentiegerichte dialoog (CGD)
4.4.6 Innovatiepartnerschap (IPS)
4.4.7 Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking (VOPMVB)
4.4.8 Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (OPZVB)
4.5 Procedureverloop
4.5.1 Voorbereiding
4.5.1.1 Voorafgaande marktconsultatie
4.5.1.2 Opdrachtdocumenten
4.5.1.3
4.5.1.4
4.5.2 Bekendmaking en transparantie
4.5.2.1 Vooraankondigingen, aankondiging van een opdracht en aankondiging van een gegunde opdracht
4.5.2.2 Europese en/of Belgische bekendmaking
4.5.2.3 Elektronische communicatiemiddelen
4.5.3 Indiening en opening offertes
4.5.4 Selectie kandidaten/inschrijvers
4.5.4.1 Begrip en volgtijdelijkheid
4.5.4.2 Uitsluitingsgronden
4.5.4.3 Selectiecriteria
4.5.4.4 Beperking van het aantal kandidaten
4.5.4.5 Uniform Europees Aanbestedingsformulier en impliciete verklaring op erewoord
4.5.5 Gunning opdracht
4.5.5.1 Beoordeling op regelmatigheid
4.5.5.2 Beoordeling op gunningscriteria
4.5.6 Sluiting opdracht
4.5.6.1
4.7.2.2
4.7.2.3
4.7.2.4
3.2 Ruimtelijke structuur- en beleidsplannen
3.2.1 Inleiding: de overgang van ruimtelijke structuurplannen naar beleidsplannen
3.2.2 Ruimtelijke structuurplannen
3.2.2.1 Inhoud van de ruimtelijke structuurplannen
3.2.2.2 Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, de provinciale en gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen
3.2.3 Ruimtelijke beleidsplannen
3.2.3.1 Algemene bepalingen
3.2.3.2 Inhoud van de ruimtelijke beleidsplannen
3.2.3.3 Het ruimtelijk beleidsplan Vlaanderen, de provinciale en gemeentelijke ruimtelijke beleidsplannen
3.3 Ruimtelijke uitvoeringsplannen
3.3.1 Algemene bepalingen
3.3.2 Inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen
3.3.3 De gewestelijke, provinciale en gemeentelijke uitvoeringsplannen
3.4 Onderlinge verhouding tussen de ruimtelijke structuur- of beleidsplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen en de plannen van aanleg
3.5 Stedenbouwkundige verordeningen
4 De vergunningen
4.1 De stedenbouwkundige vergunning
4.1.1 Het principe: de vergunningsplicht
4.1.1.1 De eigenlijke bouwwerken, met uitzondering van onderhoudswerken
4.1.1.2 Ontbossen
4.1.1.3 Vellen van bomen
4.1.1.4 Aanmerkelijke reliëfwijziging
4.1.1.5 Gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van grond
4.1.1.6 Geheel of gedeeltelijk wijzigen van hoofdfunctie
4.1.1.7 Wijzigen van aantal woongelegenheden
4.1.1.8 Recreatieve terreinen aanleggen of wijzigen
4.1.1.9 Publiciteitsinrichting plaatsen of aanbrengen
4.1.2 De uitzonderingen op de vergunningsplicht
4.1.2.1 Meldingsplichtige handelingen
4.1.2.2 Vrijgestelde handelingen
4.1.2.3 Onderhoudswerken
284
284
286
286
286
288
288
288
289
290
290
301
301
302
4.1.2.4 Overige van vergunning vrijgestelde werken 306
4.1.2.5 Het as-builtattest
4.1.2.6 Vermoeden van vergunning
4.2 De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden
4.3 Criteria ter beoordeling van de bouwaanvraag
4.3.1 Algemeen
4.3.2 Dubbel toetsingscriterium
4.3.3 Andere beoordelingscriteria
4.3.4 Besluit
4.4 Afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften
4.4.1 Algemeen
4.4.1.1 Algemene afwijkingsmogelijkheden
4.4.1.2 Specifieke afwijkingsmogelijkheden
4.4.2 Zonevreemde basisrechten
4.4.2.1 Algemene toepassingsvoorwaarden
4.4.2.2 Bijzondere voorwaarden voor specifieke categorieën
4.4.2.3 Bouwmogelijkheden
4.4.3 Zonevreemde functiewijzigingen
4.4.4 Planologisch attest
4.4.5 Omgevingsbesluit
4.5 Voorwaarden en lasten – fasering
4.5.1
4.5.2
4.5.3
4.6
5.1.1 Recht van voorkoop en onteigening
5.1.1.1
5.1.1.2
5.1.1.3
5.1.1.4
5.1.1.5
5.2 Informatie
5.2.1 Plannen- en vergunningenregister
5.2.2 Stedenbouwkundig attest, stedenbouwkundig uittreksel en planologisch attest
5.2.2.1
5.2.2.2 Stedenbouwkundig uittreksel
5.2.2.3 Planologisch attest
5.2.3 Informatieverplichtingen van de notaris en de particulier
2 Milieu
1.4
1.4.1
1.4.2
2 De administratieve organisatie van het milieubeleid in Vlaanderen
2.1 Algemeen overzicht van het Vlaamse milieuapparaat
3 Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
3.1 De doelstellingen van het milieubeleid
3.2 De beginselen van het milieubeleid
3.3 De milieuplanning
3.3.1 Milieubeleidsplanning op gewestelijk niveau
3.3.2 Milieubeleidsplanning voor de lokale besturen
3.3.2.1 Provinciale milieubeleidsplanning
3.3.2.2 Gemeentelijke milieuplanning
3.3.3 Juridische binding van de milieubeleidsplannen
3.4 Milieukwaliteitsnormen
3.5 Andere titels DABM
4.1
4.1.3
4.2
4.3
2.1
2.2
2.3
4.3.1
3
3.2
3.2.1
3.2.2
3.2.2.1
3.2.2.2
3.3
3.3.1
3.3.2
3.3.3
3.3.4
3.3.5
4.2
1.5.2.1 Procedurele algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB)
1.5.2.2 Advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State
1.5.2.3 Openbaar onderzoek
1.5.2.4 Maatregelen tegen de traagheid van het bestuur
1.5.2.5 Voorafgaande adviezen van adviesinstanties
1.5.2.6 Bijzonder administratief toezicht
1.5.2.7 Formele motiveringsplicht, openbaarheid van bestuur en ombudsfunctie
1.5.3 Curatieve rechtsbescherming
1.5.3.1 Administratief beroep
1.5.3.2 Jurisdictioneel beroep
1.5.4
2.1
2.2 Motiveringswet
2.2.1 Kader en doel van de
2.2.1.1
2.2.1.2
2.2.2
2.2.3
4.2.2.3
4.3
4.4
4.3.2
4.3.2.1 Klachtenonderzoek en eventueel bemiddeling
4.3.2.2 Doorverwijzen
4.3.2.3 Onderzoek van meldingen
4.3.2.4 Klachten en meldingen over discriminatie op basis van geslacht, genderidentiteit en genderexpressie
4.3.2.5 Aanbevelingen en werkingsverslag
5.2 Voor- en nadelen
5.2.1 Voordelen
5.2.2 Nadelen
5.3 Kenmerken administratief beroep
5.3.1 Uitspraak is administratieve beslissing en verbindt
5.3.2 Uitspraak mist gezag van gewijsde
5.3.2.1
5.3.2.2 Opheffing
5.3.2.3 Vernietiging
5.3.2.4 Vergelijking van intrekking, opheffing en vernietiging
5.3.3 Uitspraak in functie van rechtmatigheid en opportuniteit
5.3.4 Minder procedurewaarborgen dan jurisdictioneel beroep
5.4 Indeling
5.4.1 Indeling naargelang het beroepsorgaan
5.4.1.1 Willig of oneigenlijk beroep
5.4.1.2 Hiërarchisch beroep
5.4.1.3 Beroep bij de toezichthoudende overheid
5.4.1.4 Beroep bij een andere administratieve overheid
5.4.1.5 Schematisch overzicht
5.4.2 Indeling naargelang niet of wel georganiseerd
5.4.2.1 Begrippen
5.4.2.2 Kenmerken
5.4.2.3 Schematisch overzicht
6.1
6.2 Criteria van onderscheid tussen jurisdictioneel en administratief beroep
6.2.1 Wil van de regelgever
6.2.2 Geheel van andere criteria
6.3 Kenmerken
6.3.1 Uitspraak is jurisdictionele beslissing en verbindt
6.3.2 Uitspraak heeft gezag van gewijsde
6.3.3 Uitspraak in functie van rechtmatigheid 482
6.3.4 Meer procedurewaarborgen dan administratief beroep 483
6.4 Twee categorieën rechtscolleges: jurisdictioneel dualisme 484
6.4.1 Voorafgaande begrippen 484
6.4.1.1 Objectief en subjectief recht 484
6.4.1.2 Burgerlijke en politieke rechten 485
6.4.1.3 Soorten geschillen en soorten beroepen 486
6.4.2 Bevoegdheidsverdeling 487
6.4.2.1 Geschillenbeslechting (contentieux) 487
6.4.2.2 De Raad van State en de administratieve rechtscolleges 488
6.4.2.3 Attributieconflicten 490
6.4.2.4 Schematisch overzicht van de bevoegdheidsverdeling
7 Maatregelen door de gewone rechter 491
7.1 Niet toepassen van onwettige bestuursbeslissing: exceptie van onwettigheid 491
7.1.1 Begrip
7.1.2 Toelichting
7.1.2.1 ‘Hoven en rechtbanken’
7.1.2.2 ‘Algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen’ 492
7.1.2.3 ‘In zoverre zij met de wetten overeenstemmen’ 493
7.1.2.4 ‘Toepassen in zoverre …’ 493
7.2 Rechtstreekse vordering tegen onwettige bestuursbeslissing 494
7.3 Schadevergoeding op grond van foutaansprakelijkheid van het bestuur 495
7.3.1
7.3.2
7.3.2.1 Inleiding
7.3.2.2 Toepassing op het bestuur 496
7.3.3 Bijzondere wetgeving 499
7.3.4 Aansprakelijkheid van en voor ambtenaren (in ruime zin) 499
7.3.4.1 Inleiding 499
7.3.4.2 Personeel en organen 500
7.3.4.3 Aansprakelijkheid van ambtenaren (ruim) 501
7.3.4.4 Aansprakelijkheid voor ambtenaren (ruim) 503
7.3.4.5 Schematisch overzicht 504
7.4 Compensatie op grond van foutloze aansprakelijkheid van het bestuur 504
7.4.1 Situering 504
7.4.2 Gemeenrechtelijke regeling 505
7.4.2.1 Inleiding 505
7.4.2.2 Rechtsgrond en principe 505
7.4.2.3 Regeling privaatrecht 505
7.4.2.4 Regeling openbare besturen 506
7.4.3
7.4.3.1 Achtergrond
7.4.3.2 Oplossing?
8 Maatregelen door de administratieve rechter
8.1 Niet-toepassen van onwettige bestuursbeslissing
8.2 Subjectief contentieux
8.3 Objectief contentieux
9 Oefeningen
9.1 Begrippen en preventieve rechtsbescherming
9.2 Curatieve rechtsbescherming: administratief beroep
9.3 Curatieve rechtsbescherming: jurisdictioneel beroep
Hoofdstuk 2 Rechtsbescherming door de Raad van State
1
2
2.1
2.2
2.3
2.4 Coördinatiebureau
2.5 Griffie
2.6 Administratieve diensten
2.7 Schema van de samenstelling van de Raad van State
3 Afdeling wetgeving
3.1 Adviesbevoegdheid
3.2 Advies over ontwerpteksten van wetten en reglementaire besluiten
3.2.1 Gemotiveerd niet-bindend advies
3.2.2 Bekendgemaakt?
3.2.3 Voorwerp van advies 526
3.2.4 Verplichte adviesaanvraag
3.2.5 Facultatieve adviesaanvraag
3.2.6 Sanctie op het niet-nakomen van de adviesaanvraagplicht
3.2.6.1 Het betreft een wet of decreet
3.2.6.2 Het betreft een reglementair besluit
3.2.7 Behandeltermijn
3.2.8 Schema adviesaanvraagplicht afdeling wetgeving
4.1 Arrestbevoegdheid
4.2 Annulatierechter 532
4.2.1 Algemene begrippen 532
4.2.2 Ontvankelijkheidsvoorwaarden 533
4.2.2.1 De persoon van de verzoeker 533
4.2.2.2 De bestreden beslissing 537
4.2.2.3 De termijn waarbinnen het verzoek moet worden ingesteld 538
4.2.2.4 De vorm van het verzoek 539
4.2.3 Grondvoorwaarden 540
4.2.3.1 Externe onwettigheid 540
4.2.3.2 Interne onwettigheid 541
4.2.3.3 Schematisch overzicht van de grondvoorwaarden voor annulatie 543
4.2.4 Procedure 543
4.2.4.1 Procedurekenmerken 543
4.2.4.2 Procedureverloop (vereenvoudigd) 544
4.2.5 Rechtsgevolgen van het arrest 545
4.2.5.1 Vernietigingsarrest 545
4.2.5.2 Afwijzingsarrest 547
4.2.6 Uitvoering van het arrest 547
4.2.6.1 Verduidelijken van de gevolgen van de vernietiging (art. 35/1 RvS-Wet) 548
4.2.6.2 Injunctiebevoegdheid (art. 36, § 1, eerste en derde lid RvS-Wet) 548
4.2.6.3 Substitutiebevoegdheid (art. 36, § 1, tweede lid RvS-Wet) 548
4.2.6.4 Dwangsom (art. 36, § 2, 3 en 5 RvS-Wet) 548
4.2.7 Alternatieve geschillenbeslechting 549
4.2.7.1 Bestuurlijke lus (art. 38 RvS-Wet) 549
4.2.7.2 Bemiddeling (art. 19, derde lid RvS-Wet en art. 13, § 2 Ombudswet) 549
4.3 Kortgedingrechter
550
4.3.1 Algemene begrippen 550
4.3.1.1 Probleemstelling en regelgeving 550
4.3.1.2 Bevoegdheid van de Raad van State 551
4.3.1.3 Accessorium van het annulatieberoep 551
4.3.2 Bevoegdheid en procedure 552
4.3.2.1 Bevoegdheid 552
4.3.2.2 Procedure 553
4.3.3 Grondvoorwaarden 554
4.3.3.1 Spoedeisendheid of uiterst dringende noodzakelijkheid 554
4.3.3.2 Minstens één ernstig middel
555
4.4 Cassatierechter 555
4.4.1 Algemene begrippen 555
4.4.2 Ontvankelijkheidsvoorwaarden 557
4.4.2.1 De persoon van de verzoeker 557
4.4.2.2 De bestreden beslissing 558
4.4.2.3 De termijn waarbinnen het verzoek moet worden ingesteld 558
4.4.2.4 De vorm van het verzoek 558
4.4.3 Grondvoorwaarden 558
4.4.4 Procedure 559
4.4.4.1 Procedurekenmerken 559
4.4.4.2 Is het ingediende cassatieberoep ‘toelaatbaar’? 559
4.4.4.3 Procedureverloop (vereenvoudigd) 561
4.4.5 Rechtsgevolgen van het vernietigingsarrest 562
4.5 Hogere beroepsrechter 563
4.6 Herstelvergoeding 564
4.7 Schadevergoeding tot herstel 565
4.7.1 Situering 565
4.7.2 Art. 11bis RvS-Wet 566
4.8 Andere 567
4.8.1 Bevoegdheidsconflicten tussen administratieve rechtscolleges 568
4.8.2 Bevoegdheidsgeschillen tussen gedecentraliseerde besturen 568 5 Oefeningen 568
5.1 Samenstelling van de Raad van State & afdeling wetgeving 568
5.2 Afdeling bestuursrechtspraak 569
Basisliteratuur
Deeloverschrijdende oefening
Trefwoordenlijst 577