Inhoud Basisbegrippen en financiële activa
Hoofdstuk 1 Geld en financiële activa 1 De ontwikkeling van het financiewezen en economische groei 2 Geld 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Bepaling Materiële vormen Giraal en chartaal geld Gegiraliseerde betaalmethodes Functies van het geld 2.5.1 Geld als betaal- en ruilmiddel 2.5.2 Geld als rekeneenheid 2.5.3 Geld als opslagvorm van waarde
3 Financiële activa en liquiditeit 3.1 3.2 3.3 3.4
Financiële activa in het algemeen Financiële activa en passiva van particulieren in België Liquiditeit De geldvoorraad of geldmassa in enge en in ruime zin
4 Financiële markten 4.1 4.2 4.3 4.4
Primaire en secundaire financiële markten Geld- en kapitaalmarkten Concrete en abstracte markten Eén of meerdere financiële markten?
5 Nationale financiële systemen 6 Wisselkoersen en -markten 6.1
21 23 25 26 26 26 27 28 29 29 30 32
33 33 33 34 35
35 36 37 37 39
39 40
Wisselkoerssystemen 6.1.1 Muntunie 6.1.2 Vaste wisselkoerssystemen 6.1.3 Zwevende valutasystemen De Valutamarkten Determinanten van de valutakoersen
40 40 40 42 43 44
Hoofdstuk 2 Financiële instellingen in België
47
6.2 6.3
1 Inleiding 2 De kredietinstellingen 2.1 2.2 2.3 2.4
Algemeen De structuur van de sector van kredietinstellingen Rol van de banksector in de Belgische en Europese Economie Het patroon van bestedingen en werkmiddelen van de kredietinstellingen
49 50 50 52 54 55 INHOUD
Deel I
7
3 Instellingen die risicokapitaal verschaffen 3.1 3.2 3.3
Zakenbanken of investeringsbanken Innovatiekapitaal (‘venture capital’) Holdings naar Belgisch model 3.3.1 Omschrijving 3.3.2 Controlemechanismen 3.3.3 Rol van de holdings in de Belgische economie
4 Beleggingsondernemingen 4.1 4.2 4.3
Van wisselagent naar beleggingsonderneming Beursvennootschappen Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
5 Institutionele beleggers 5.1 5.2
5.3
5.4
Algemeen Verzekeringsmaatschappijen 5.2.1 De verschillende takken binnen de verzekeringsmarkt 5.2.2 Verband met de kapitaalmarkt in België 5.2.3 Reglementair kader Het pensioenwezen 5.3.1 Het wettelijk pensioenstelsel (eerste pijler) 5.3.2 De collectieve aanvullende of extralegale pensioenvorming (tweede pijler) 5.3.3 Het individueel pensioensparen (derde pijler) 5.3.4 Het langetermijnsparen (vierde pijler) Instellingen voor collectieve beleggingen in effecten 5.4.1 Algemeen 5.4.2 Typologie 5.4.3 Belang van de collectieve beleggingen in effecten voor de Belgische kapitaalmarkt
6 De schaduwbanken 6.1 6.2 6.3
Algemeen Werking schaduwbanksysteem Risico’s en voordelen verbonden aan het schaduwbankieren 6.3.1 Risico’s 6.3.2 Voordelen 6.3.3 Regelgeving
7 De monetaire overheden: de Europese Centrale Bank en de Nationale Bank van België 7.1
7.2
8
Het eurosysteem en het Europees Stelsel van Centrale Banken 7.1.1 De eurozone 7.1.2 Het eurosysteem, het ESCB en de ECB De Nationale Bank van België 7.2.1 Structuur 7.2.2 Opdrachten
56 56 57 58 58 59 60
62 62 63 63
63 63 64 64 66 66 67 67 68 69 69 70 70 70 71
71 71 71 72 72 72 72
73 73 73 73 74 74 75
Financiële intermediatie
77
Hoofdstuk 3 Theorie van de financiële intermediatie
79
1 Rol en bestaansreden van het financieel systeem 1.1 1.2 1.3
Externe financiering: coördinatie van sparen en investeren Reductie van marktimperfecties: transactie- en informatiekosten Geïntermedieerde gecentraliseerde ruil t.o.v. directe gedecentraliseerde ruil
2 Aard van de financiële diensten 2.1 2.2 2.3
Liquiditeit Risicodeling Informatie 2.3.1 Asymmetrische informatie en het principaal-agent probleem 2.3.2 De gevolgen van asymmetrische informatie: averechtse selectie en moreel risico 2.3.3 Informatiekosten
3 Financiële intermediatie 3.1 3.2 3.3
Intermediatietechnologieën Directe financiering Indirecte financiering
4 Financiële instellingen en balansintermediatie 4.1 4.2 4.3
Vormen van activatransformatie Financiële dienstverlening bij balansintermediatie Classificatie van financiële intermediairs
5 Externe financieringskosten en desintermediatie Hoofdstuk 4 Bankbedrijf en management van kredietinstellingen 1 Rol van banken in de financiële intermediatie 1.1 1.2
Uitgangspunt: de balans De bank als deposito- en kredietinstelling 1.2.1 Unieke rol? 1.2.2 Geld- en liquiditeitscreatie 1.2.3 Informatieproductie en gedelegeerde monitoring 1.2.4 Afdwingbaarheid van schuldcontracten en relatiebankieren
2 Management van kredietinstellingen 2.1
2.2
Liquiditeit en de rol van reserves 2.1.1 Deposito’s, reservevorming en krediet 2.1.2 Liquiditeits- en reservebeheer Rendabiliteit en risicomanagement 2.2.1 De resultatenrekening en maatstaven voor rendabiliteit 2.2.2 Activamanagement en kredietrisico’s 2.2.3 Liability management en renterisico’s 2.2.4 Buitenbalansactiviteiten
81 81 82 83
84 84 85 86 87 87 88
88 88 89 91
93 94 94 95
96 99 101 101 102 102 103 104 106
106 107 107 109 111 112 114 117 119 INHOUD
Deel II
9
2.3
Deel III
Solvabiliteit en bankkapitaal 2.3.1 Bankkapitaal en faillissementsrisico’s 2.3.2 Bankkapitaal en rendabiliteit
121 122 123
Marktefficiëntie en portfoliokeuze
125
Hoofdstuk 5 De theorie van de efficiënte markten 1 De efficiënte markthypothese 2 Diverse versies en ‘trappen’ van de ‘efficiënte markt’-hypothese 2.1 2.2 2.3
De zwakke versie (‘weak form efficiency’) De halfsterke versie (‘semi-strong form efficiency’) De sterke versie (‘strong form efficiency’)
3 Implicaties voor beleggingsstrategieën 4 Implicaties voor de aandelenkoersen 5 Kritische evaluatie van het marktefficiëntieparadigma Hoofdstuk 6 Portfoliotheorie 1 Inleiding 2 Markowitz’ efficiënte portfolio’s 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Het verwachte rendement van individuele activa en portfolio’s Het risico van individuele activa en portfolio’s Het nut van diversificatie Internationale diversificatie Efficiënte portfolio’s 2.5.1 Kenmerken van efficiënte portfolio’s 2.5.2 Het Markowitz-model 2.5.3 Verhoging van Markowitz’ efficiency door uit- en ontleningen
3 Sharpe’s prijsbepalingsmodel voor de kapitaalmarkt en de bètacoëfficiënt 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
10
Ter oriëntatie De vooropstellingen De kapitaalmarktrechte De effectenmarktlijn (‘security market line’ of SML) De karakteristieke rechte Systematisch en niet-systematisch risico Nut en beperkingen van het CAPM Nuttige toepassingen Tekortkomingen Uitbreidingen van het standaard CAPM
127 129 132 132 132 133
134 136 137 141 143 143 143 144 145 146 147 147 148 151
153 153 155 155 158 160 163 164 164 165 168
De verrichtingen van kredietinstellingen met particulieren en vennootschappen
Hoofdstuk 7 Geldplaatsing door particulieren en vennootschappen 1 Verschillende manieren van geldplaatsing 1.1 1.2 1.3
1.4 1.5 1.6 1.7 1.8
Zichtdeposito’s Spaarrekeningen Termijnrekeningen 1.3.1 Rekeningen met vaste termijn 1.3.2 Rekeningen met opzegtermijn Kasbons en kapitalisatiebons Verzekeringsbons Obligaties Commercial paper Nieuwe producten
2 Credittarieven op geldplaatsingen 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
De rente op zichtdeposito’s De rente op spaarboekjes De rente op termijnrekeningen De rente op kasbons en kapitalisatiebons De rente op verzekeringsbons De rente op obligaties De rente op commercial paper
Hoofdstuk 8 Kredietverlening aan particulieren en vennootschappen 1 Inleiding 2 Kredieten aan ondernemingen 2.1
2.2
2.3
Kortlopende kredieten aan ondernemingen 2.1.1 Kaskrediet of voorschot in rekening-courant 2.1.2 Voorschotten op vaste termijn (‘straight loans’) 2.1.3 Voorschotten op facturen of vorderingsstaten 2.1.4 Disconto- en acceptkredieten Kredieten aan ondernemingen op middellange en lange termijn 2.2.1 Investeringskredieten 2.2.2 Roll-over-kredieten 2.2.3 Bankgarantie 2.2.4 Borgstelling 2.2.5 Leasing of financiehuur 2.2.6 Factoring Uitvoerkredieten 2.3.1 Exportkredieten op korte termijn 2.3.2 Exportkredieten op lange termijn
3 Kredieten aan gezinnen 3.1 3.2
Hypothecaire leningen Consumentenkrediet
169 171 173 173 173 175 175 176 176 176 177 177 177
178 179 179 179 179 179 180 180
183 185 185 186 186 187 187 187 189 189 190 190 191 191 192 192 192 193
194 194 195
INHOUD
Deel IV
11
Deel V
De kapitaalmarkt
197
Hoofdstuk 9 De obligatiemarkt
199
1 Inleiding 2 Het profiel van een gewone obligatie 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
2.6
2.7
Vormen van obligaties Indeling obligaties Het bedrag van een obligatie-emissie De kostprijs van een obligatie De nominale rentevoet 2.5.1 Vaste en zwevende rentevoeten 2.5.2 Bruto- en nettorentevoeten 2.5.3 Nulcoupon- en disconto-obligaties 2.5.4 Nominale en reële rentevoeten De looptijd 2.6.1 Eeuwigdurende obligaties, ‘bonds’ en ‘notes’ 2.6.2 Obligatieleningen zonder en met tussentijdse vervaldagen 2.6.3 Technieken voor partiële aflossingen Garanties ten voordele van de obligatiehouders
3 Het rendement van een gewone obligatie 3.1 3.2 3.3
Het onmiddellijk rendement (‘current yield’) Het verwachte actuarieel rendement tot de eindvervaldag (‘yield to maturity’) Het actuarieel rendement op de gemiddelde looptijd
4 De determinanten van het rendement van obligaties 4.1
4.2
Factoren van de emittent of van het instrument 4.1.1 De kwaliteit van de uitgever (debiteurenrisico) 4.1.2 De graad van bekendheid 4.1.3 De fiscale druk 4.1.4 Wisselkoersrisico’s en het interestpariteitstheorema Markttechnische factoren 4.2.1 De omvang van een emissie 4.2.2 Het ritme van de emissie 4.2.3 De aanwezigheid van marktmakers of markthouders 4.2.4 De kwaliteit van de plaatsing
5 De duurtijd van een obligatie 5.1 5.2 5.3 5.4
202 202 203 203 204 204 205 205 206 206 206 207 207 209
209 209 210 211
213 213 213 218 218 218 218 218 219 219 219
219
Definitie Het verband tussen looptijd en duurtijd Duurtijd van een obligatie en de immunisering van het renterisico Beperkingen van de Macaulay-duurtijdmaatstaf
219 222 222 224
6 De primaire markt van de overheidsschuld op middellange en lange termijn in België
225
6.1 6.2
12
201 202
Kenmerken van de primaire markt voor overheidsobligaties in de periode 1970-1989 De hervorming van 1989
225 226
6.4
De primaire markt voor lineaire obligaties (OLO’s) 6.3.1 Kenmerken van lineaire obligaties 6.3.2 Emissietechnieken voor OLO’s 6.3.3 Deelnemers aan de OLO-emissies 6.3.4 Het uitstaande bedrag van OLO’s in België Staatsbons
7 De secundaire markt voor lange en middellange overheidsschuld in België 7.1 7.2
De secundaire markt voor OLO’s De secundaire markt voor staatsbons
8 De markt voor bedrijfsobligaties 9 Aandelengebonden obligaties 9.1 9.2 9.3
Converteerbare obligaties Obligaties met ‘warrants’ of inschrijvingsrechten Omgekeerd omwisselbare obligaties (‘reverse convertibles’)
10 Beleggen in schuldvorderingen 10.1 10.2 10.3
Ontstaan Mortgage backed securities (MBS) Varianten op MBS
Hoofdstuk 10 Institutionele aspecten van de aandelenmarkt 1 Het aandeel als financieel actief 1.1
1.2 1.3 1.4 1.5
Het gewone aandeel 1.1.1 Een definitie van een aandeel 1.1.2 Vorm: van aandelen aan toonder naar gedematerialiseerde aandelen 1.2.3 Nominale waarde Rechten van aandeelhouders Aansprakelijkheid van aandeelhouders Aandeelhouders en andere ‘stakeholders’ in een kapitaalvennootschap Andere dan gewone aandelen 1.5.1 Bevoorrechte of preferente aandelen 1.5.2 Oprichtersaandelen 1.5.3 Gouden aandeel
2 De primaire markt voor aandelen 2.1 2.2 2.3
2.4 2.5 2.6 2.7
Uitgifte van aandelen bij de oprichting van een vennootschap Initial Public Offering (IPO) Uitgifte van aandelen bij latere kapitaalverhogingen tegen vers geld 2.3.1 Procedure 2.3.2 Het voorkeurrecht 2.3.3 De emissieprijs De uitgifte van bonusaandelen bij incorporatie van reserves in het kapitaal Het stockdividend en het keuzedividend Andere gevallen waarbij nieuwe aandelen worden geëmitteerd Omvang van aandelenemissies
227 227 227 229 229 230
230 230 232
232 232 233 234 235
235 235 236 238
241 243 243 243 243 244 244 245 246 246 246 247 247
247 247 248 248 248 248 250 250 251 252 253 INHOUD
6.3
13
3 De secundaire markt of de beurs 3.1 3.2 3.3
3.4
3.5
3.6 3.7
3.8
Definitie van beurs Nut van een aandelenbeurs Recente evoluties in het beurslandschap 3.3.1 Computergestuurde noteringen 3.3.2 Prijsgedreven versus ordergedreven verhandelingssystemen 3.3.3 Alternatieve handelsplatformen 3.3.4 De Europese financiĂŤle integratie 3.3.5 Integratie van koersvorming, compensatie- en afwikkelingsverrichtingen NYSE Euronext 3.4.1 Structuur 3.4.2 Belang De Brusselse beurs 3.5.1 Eurolist 3.5.2 Alternext 3.5.3 Vrije Markt 3.5.4 Openbare Veiling Andere marktcompartimenten Koersvorming op de Brusselse continumarkt 3.7.1 Vooropening 3.7.2 Opening 3.7.3 Verhandelingsperiode 3.7.4 Slotfixing Beursorder 3.8.1 Orders zonder limiet 3.8.2 Orders met limiet
Hoofdstuk 11 Prijsvorming op de aandelenmarkt 1 Inleiding 2 Beurskoersen 2.1 2.2
2.3 2.4
2.5
14
Definitie beurskoers en beursindex Onderverdeling en berekening beursindexen 2.2.1 De marktgewogen beursindex 2.2.2 De prijsgewogen beursindex Evolutie beursindexen Voorbeelden van bekende beursindexen 2.4.1 Beursindices in BelgiĂŤ 2.4.2 Europese beursindices 2.4.3 Pan-Europese beursindices 2.4.4 Amerikaanse beursindices De analyse van beursindices 2.5.1 Trends, cycli en seizoenseffecten van beursindexen 2.5.2 SectoriĂŤle en individuele verschillen 2.5.3 Groei-, cyclische, rentegevoelige en defensieve aandelen
254 254 254 255 255 256 256 257 258 258 258 258 259 259 260 260 261 261 262 262 262 263 263 263 263 263
265 267 267 267 268 268 269 271 271 271 274 275 275 277 277 279 279
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
280
De vraag en het aanbod van aandelen De groeiprestaties en groeivooruitzichten van de economie De winstprestatie en winstverwachtingen van het bedrijfsleven Het rentepeil De inflatie Wijzigingen in de geldhoeveelheid De valutakoersen Fiscale parameters Psychologische stemmingen 3.9.1 Aanstekelijk optimisme of pessimisme 3.9.2 De zelfvervullende kuddegeest Politieke maatregelen
280 280 280 281 282 283 283 284 284 284 285 285
4 Ondernemingsspecifieke determinanten van aandelenkoersen en -returns
285
3.10 4.1 4.2
4.3
De ‘dividend’- versus ‘winsten’ controverse Overnames van beursgenoteerde ondernemingen 4.2.1 Zin en onzin van overnames 4.2.2 De meerprijs of controlepremie Beursintroducties
5 De ‘return’ en de waarde van aandelen 5.1 5.2
5.3
De return en de waarde van aandelen De waarde van een aandeel bij een eindige beleggingshorizon 5.2.1 Ex ante schattingen van opbrengsten 5.2.2 De actualisatievoet en de risicopremie 5.2.3 Actualiseren van oneindig doorlopende opbrengsten 5.2.4 Winsten, dividenden of cashflows als toekomstige opbrengsten De ‘dividend discount modellen’ en het Gordon-Shapiro-model
6 Fundamentele of financiële aandelenanalyse 6.1 6.2 6.3
De koers/winst-verhouding of het beursveelvoud De PEG-ratio (Price-Earnings-Growth) Kritische beoordeling
7 Technische aandelenanalyse 7.1
Deel VI
291 291 291 292 292 292 292 293
295 295 297 298
298
Diverse technieken
299
De geldmarkt en het monetair beleid
301
Hoofdstuk 12 De segmenten van de geldmarkt 1 Inleiding 2 Betalings- en vereffeningsystemen in het eurogebied 2.1 2.2 2.3 2.4
286 288 288 289 289
Het compensatie- of verrekeningsmechanisme Binnenlands verrekening via het UCV en TARGET2-systeem Transnationale betalingen binnen de eurozone via TARGET2 Single Euro Payments Area (SEPA)
303 305 305 305 307 308 311 INHOUD
3 Macro-economische variabelen en de aandelenkoersen
15
3 De interbankenmarkt 3.1 3.2 3.3
Afbakening interbankenmarkt Werking interbankenmarkt Interbankenrentevoeten
4 De markt van de schatkistcertificaten 4.1
4.2
De primaire markt van schatkistcertificaten 4.1.1 Productkenmerken schatkistcertificaten 4.1.2 Uitgiftemodellen De secundaire markt van schatkistcertificaten 4.2.1 Structuur van de markt 4.2.2 Secundaire markt voor schatkistcertificaten versus de interbankenmarkt
5 De repomarkt 6 ‘Commercial Paper’: thesauriebewijzen en depositocertificaten Hoofdstuk 13 Theorie van de geldschepping en geldpolitiek 1 Meervoudige krediet- en depositocreatie 1.1 1.2 1.3
Eenvoudige depositomultiplicator Meer realistische depositomultiplicators Beperkingen van de analyse
2 Geldbasis en determinanten van geldschepping 2.1 2.2
2.3
Basisgeld De geldbasismultiplicator 2.2.1 Afleiding en determinanten van de multiplicator 2.2.2 De chartale en girale geldvoorkeur van het publiek 2.2.3 Het kasreservegedrag van de banken Geldaanbod
3 Instrumenten en doelstellingen van de geldpolitiek 3.1 3.2
3.3
Monetaire beleidsinstrumenten Doelstellingen en monetaire beleidsstrategie 3.2.1 Doelstellingen 3.2.2 Intermediaire en operationele doelvariabelen Monetaire politiek in financiĂŤle crisis
Hoofdstuk 14 Het monetair beleid in het eurogebied 1 Inleiding 2 De finale doelstelling van het monetaire beleid in het eurogebied 3 De monetaire beleidsstrategie 3.1 3.2 3.3 3.4
16
Het belang van de monetaire beleidsstrategie en de omgevingsfactoren in het eurogebied De kwantitatieve definitie van prijsstabiliteit De geldhoeveelheid als de eerste pijler van de monetaire beleidsstrategie Andere beoordelingsfactoren van de toekomstige prijsontwikkeling
311 311 311 313
315 315 315 316 318 318 318
321 323 325 327 327 329 331
332 332 335 335 337 340 342
345 346 350 350 351 354
357 359 359 360 360 362 363 367
4 De instrumenten van het monetair beleid in het eurogebied
4.2 4.3
4.4
Algemene kenmerken en technieken 4.1.1 Tenderprocedures 4.1.2 Wederinkoopverrichtingen 4.1.3 Tegenpartijen 4.1.4 Beleenbare activa Het stelsel van reserveverplichtingen Openmarktverrichtingen 4.3.1 Basisherfinancieringstransacties 4.3.2 Langerlopende herfinancieringstransacties 4.3.3 ‘Finetuning’-transacties 4.3.4 Structurele repotransacties Permanente faciliteiten
5 De liquiditeitsgraad van de geldmarkt 6 Niet-conventionele monetaire beleidsmaatregelen in crisisperioden Deel VII
367 367 367 370 371 371 371 373 374 375 376 377 377
378 382
De derivatenmarkt
385
Hoofdstuk 15 De derivatenmarkt
387
1 Inleiding 2 Termijncontracten en futures 2.1 2.2 2.3
Contant- versus termijn- en futuresmarkten Ontwikkeling van futures- en forwardmarkten Nut en motieven bij futures- en forwardtransacties
3 Swaps 3.1 3.2 3.3 3.4
Deel VIII
394 395 396 398
399 Definitie opties Reactiepatronen van marktpartijen in optiemarkten Soorten opties Waardering van opties
400 400 404 404
De samenhang tussen de financiële markten
407
Hoofdstuk 16 Het rentepeil en de termijnstructuur 1 Inleiding 2 Bepaling van het rentepeil 2.1
390 391 391
393 De ‘(traditionele) deviezenswap’ (‘Foreign Exchange Swap’) De ‘muntswaps’ (‘Currency Swaps’) De ‘renteswap’ (‘Interest Rate Swaps’) De ‘credit default swap’ (CDS)
4 Opties 4.1 4.2 4.3 4.4
389 390
De markt voor financiële middelen 2.1.1 Perspectief van de leenfondsen 2.1.2 Uitwerking in het perspectief van de obligatiemarkt
409 411 412 412 413 415
INHOUD
4.1
17
2.2
2.3
Liquiditeitsvoorkeur en de geldmarkt 2.2.1 Liquiditeitsvoorkeur en de vraag naar geld 2.2.2 Geldmarktevenwicht en veranderingen in het rentepeil 2.2.3 Verband tussen rentebepaling op de geldmarkt en de obligatiemarkt Nominale rentevoet, reële rente en inflatie 2.3.1 Nominale en reële rente 2.3.2 Inflatieverwachtingen en rentepeil 2.3.3 Geld, inflatieverwachtingen en dynamiek van de rentevoeten
3 Termijnstructuur van de rente 3.1 3.2 3.3 3.4
Het verloop van de rentecurve De marktsegmentatietheorie De verwachtingentheorie Looptijdenvoorkeur en liquiditeitstheorie
Hoofdstuk 17 Transmissiemechanismen van het monetair en financieel beleid 1 Inleiding 2 Macro-economische benadering van de transmissiekanalen 2.1 2.2
2.3
Directe en indirecte transmissiekanalen Het rentekanaal 2.2.1 Impact van de monetaire politiek op de rentevoet 2.2.2 Effect van renteveranderingen op de bestedingen 2.2.3 Werking als gevolg van andere financiële verstoringen Het wisselkoerskanaal 2.3.1 Impact van de monetaire politiek en de rente op de wisselkoers 2.3.2 Effect van wisselkoersaanpassingen
3 Transmissiekanalen in de financiële portefeuillebenadering 3.1 3.2 3.3 3.4
Portefeuille-substitutie-effecten: samenhang van rentevoeten Aandelenkoersen en investeringen: Tobin’s q Woningbouwprijzen en investeringen in onroerend goed Vermogenseffecten op consumptie
4 Transmissiekanalen in de nieuwe kredietbenadering 4.1 4.2 4.3
Imperfecte kredietmarkten: de financiële accelerator Het bankkredietkanaal Vermogensbalanskanalen 4.3.1 Balanskanaal bedrijven 4.3.2 Balanskanaal particulieren: liquiditeitseffecten
5 Transmissie-effecten naar economische activiteit en inflatie 5.1
5.2
18
Prijs- en hoeveelheideffecten in een AV-AA-schema 5.1.1 Het AV- en AA- schema 5.1.2 Effect van de monetaire politiek op korte termijn 5.1.3 Effect van de monetaire politiek op lange termijn Prijsverwachtingen en marktimperfecties in het AV-AA-model 5.2.1 Prijsverwachtingen 5.2.2 Marktimperfecties en prijsrigiditeiten
420 420 422 425 425 425 428 429
430 430 432 433 437
441 443 444 444 446 447 449 451 452 452 453
453 454 457 458 459
459 460 462 464 465 466
468 468 468 470 471 472 472 474
5.4
Deel IX
Implicaties voor de monetaire beleidsstrategie 5.3.1 Actieve monetaire politiek op korte termijn 5.3.2 Monetaire beleidsregels op middellange termijn 5.3.3 Een geloofwaardig monetair beleid Empirische evidentie
475 475 475 476 476
Financieel toezicht
481
Hoofdstuk 18 Economische analyse van financiële regelgeving en prudentieel toezicht 1 Uitgebreid overheidstoezicht op het financiële systeem 2 Grondslagen van financiële reglementering en toezicht 2.1 2.2 2.3
Financiële marktimperfecties Monetaire en financiële stabiliteit Verschillende invalshoeken en focus voor regulering en toezicht
3 Instrumenten van reglementering en toezicht 3.1 3.2 3.3
Protectieve maatregelen en crisismanagement Structurele regulering Prudentiële regelgeving en toezicht
4 Structuur van regelgeving en organisatie van toezicht 4.1 4.2 4.3
Institutionele en functionele organisatie van het toezicht Zelfregulering, corporate governance en externe marktdiscipline De Europese en internationale dimensie
Hoofdstuk 19 Reglementering en toezicht op financiële instellingen en markten in België en de EU 1 Algemeen 2 Structuur van het financiële toezicht in België en Europa 2.1 2.2
Evolutie van het toezichtskader in België Europees toezichtskader
3 Instrumenten van prudentiële regulering en van bescherming van het financiële systeem 3.1 3.2
3.3 3.4 3.5
Depositobescherming Kapitaalvereisten banken 3.2.1 Bazel I 3.2.2 Bazel II 3.2.3 Bazel III Kapitaalvereisten verzekeraars: Solvency II Governancemaatregelen Verdere veranderingen op weg naar een Europese bankenunie 3.5.1 Toezicht ECB 3.5.2 Harmonisatie crisisbeheer en resolutie- of bankenfondsen
483 485 486 486 488 491
494 495 498 500
503 503 506 509
511 513 513 513 516
518 518 519 519 521 522 525 526 527 527 528 INHOUD
5.3
19
4 Regulering financiële markten 4.1
4.2
Bescherming van het beleggend publiek 4.1.1 MiFID 4.1.2 Toezicht op financiële producten 4.1.3 Emissies en openbare overnames 4.1.4 Bekendmakingsverplichtingen en transparantiewetgeving 4.1.5 Witwasregelgeving Stabiliteit van het financiële stelsel 4.2.1 Over-the-counter-derivatenmarkten 4.2.2 Schaduwbankieren (‘Shadow banking’)
Hoofdstuk 20 Internationale financiële samenhang in de EU en de eurozone 1 Inleiding 2 Theorie van de internationale kapitaalbewegingen 2.1
2.2
Het financiële systeem in een open economie in macro-economisch perspectief 2.1.1 Gesloten economie 2.1.2 Open Economie Internationale kapitaalbewegingen, wisselkoersen en interestpariteit 2.2.1 Internationale samenhang rentevoeten bij vaste wisselkoersen 2.2.2 Internationale samenhang bij veranderlijke wisselkoersen 2.2.3 De beleidsimplicaties van de interestpariteitsrelatie 2.2.4 Internationale portefeuillediversificatie
3 Internationale financiële markten in de EU 3.1 3.2
Interne markt Integratie van financiële markten en instellingen
4 Theorie van de muntunie toegepast op de eurozone 4.1
4.2 4.3
Micro- en macro-economische voordelen van een muntunie 4.1.1 Micro-economische voordelen 4.1.2 Macro-economische voordelen Macro-economische uitdagingen van een muntunie Afwegingen van kosten en baten
5 Actuele uitdagingen voor de eurozone 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
20
Verschillen in transmissie van het gemeenschappelijk monetair beleid Muntunie en euroschuldencrisis Van schuldencrisis naar een gemeenschappelijk begrotingskader Van eurocrisis naar een bankenunie Nood aan verdere institutionele en politieke integratie
528 528 528 530 530 531 531 532 532 532
533 535 535 535 536 537 539 539 539 542 542
542 542 543
545 545 545 546 547 548
551 552 553 558 560 561
Geraadpleegde literatuur
563
Namenregister
575
Zakenregister
577