Skip to main content

Frame MEAV: module maatschappelijke vorming - inkijkexemplaar

Page 1

IN VA N r©

In

kij

ke xe

m

pl

aa

F R AME Graad 2 Maatschappelijke vorming


VA N

IN

FRAME r©

Maatschappelijke vorming Elke Humblet Bart Laureys

In

kij

ke xe

m

pl

aa

m.m.v. Teacher Design Team


r©

aa

pl

m

ke xe

kij

In

VA N

IN


Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Frame - Maatschappelijke vorming. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.

LET OP: ACTIVEER DEZE LICENTIE PAS VANAF 1 SEPTEMBER; DE LICENTIEPERIODE START VANAF ACTIVATIE EN IS 365 DAGEN GELDIG.

!

ke xe

m

pl

aa

r©

VA N

Maatschappelijke vorming

IN

FRAME

In

kij

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2021 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden. Eerste druk 2021 ISBN 978-94-641-7003-0 D/2021/0078/224 Art. 597974/01 NUR 130

Lay-outconcept binnenwerk: Shtick Coverontwerp: Shtick Opmaak: Banananas.net


Inhoudsopgave Welkom bij Frame! 7

c

THEMA 1 - Identiteit en diversiteit 11 1

VA N

Hoofdstuk

IN

c

Wie we ook zijn, we maken samen de samenleving 12 Intro

Breinbreker Haal ik mijn mening uit mijn samenleven met anderen of zit die gewoon in mij, want: ik ben nu eenmaal ik?

Parcours

14

Waarom ontstaan discussies over een mening van jezelf of van anderen? 15

Stap 2

Wat is het probleem voor jou in verhalen die je hoort over anderen?

20

Stap 3

Heb je een identiteit of ontwikkel je een identiteit?

27

r©

Stap 1

Eureka! 29

2

30

pl

Hoofdstuk

aa

Synthese

De identiteit van een diverse samenleving 32

m

Intro

Breinbreker Wat zijn de voordelen en uitdagingen van een diverse samenleving?

34

ke xe

Parcours

Stap 1 Hoe komt het dat meningen over ‘andere’ mensen vaak leiden tot tegengestelde kampen?

35

Stap 2 Hoe kunnen mensen die van elkaar verschillen toch een gemeenschap vormen?

40

Stap 4

keuze?

42

Welke voordelen of uitdagingen zijn er verbonden aan diversiteit?

46

Eureka!

48

Synthese

49

INHOUDSOPGAVE

In

kij

Stap 3 Op welke manieren kun je omgaan met diversiteit? Bestaat er een beste

3


Hoofdstuk

3

Help, ik word beïnvloed!

51

Intro Parcours

53

IN

Breinbreker Hoe komt het dat we ons zo vaak en zo gemakkelijk laten beïnvloeden?

Op welke manieren word je beïnvloed?

Stap 2

En als het nu eens niet juist is wat ze allemaal zeggen?

Stap 3

Laat jij je bij de neus nemen door nepnieuws?

61

Stap 4

Help, moet je toegeven of weerstand bieden?

63

VA N

Stap 1

Eureka! Synthese 4

r©

Hoofdstuk

Mijn intimiteit? Mijn identiteit, mijn integriteit! Intro

54 58

65 66

68

Breinbreker Hoe ontdek ik wat ik wil en niet wil op vlak van intimiteit en relaties, met 70

Stap 1

LGBTQ+ watte?

71

Stap 2

Hoe weet je wat je wilt (en wat niet)?

75

Als je nu eens verliefd zou zijn ... hoe weet je dat dan?

78

Seks: Ik wil wat, jij wilt wat, maar is dat allemaal oké?

81

aa

respect voor mezelf en voor de ander?

Stap 3

m

Stap 4

pl

Parcours

85

Synthese

86

ke xe

Eureka!

c

THEMA 2 - Recht en sociale rechtvaardigheid Hoofdstuk

5

INHOUDSOPGAVE

In

kij

Het belang van rechtsregels en rechtspraak voor de samenleving

4

89

90

Intro Breinbreker Hoe kun je als minderjarige opkomen voor je rechten?

93

Parcours Stap 1

Hebben minderjarigen rechten?

94

Stap 2

Wat is het verschil tussen gedragsregels en rechtsregels?

96

Stap 3

Handboeien gebruiken bij jongeren, mag dat?

98

Eureka!

103

Synthese

104


Hoofdstuk

6

Arm zijn is meer dan niet genoeg geld hebben

106

Intro Breinbreker Wat moet de overheid doen om armoede op een structurele manier 107

IN

aan te pakken?

Parcours Stap 1

Waarom leidt armoede tot sociale onrechtvaardigheid en uitsluiting?

108

het armoedeprobleem? Stap 3

Armoede, raak je daar ooit uit?

Eureka!

VA N

Stap 2 Hoe geven organisaties en overheid een antwoord op

113 115 118

INHOUDSOPGAVE

In

kij

ke xe

m

pl

aa

r©

Synthese 119

5


6

r©

aa

pl

m

ke xe

kij

In

VA N

IN


Welkom bij Frame! De methode Frame bestaat uit drie luiken: maatschappelijke vorming, economische vorming en artistieke vorming. Samen scheppen deze drie boekdelen een denkkader of frame om kennis te verwerken, analyseren,

IN

toepassen … over de maatschappij, de economie en de kunst- en cultuurwereld. In het deel Frame - maatschappelijke vorming ga je dieper in op wat je identiteit is en hoe je kunt omgaan met

diversiteit in onze samenleving. Samenleven met anderen is erg verrijkend, maar kan je ook voor uitdagingen stellen. Enerzijds zul je kritisch leren staan ten opzichte van het gedrag van anderen en de beïnvloeding die aannemen.

VA N

zij kunnen uitoefenen. Anderzijds zul je ook tegenover je eigen mening of gedragingen een kritische houding

Als je wilt dat iedereen de vruchten kan plukken van een diverse samenleving, moet je weten wat ieders rechten zijn. En als het voor sommigen even moeilijk wordt, is het belangrijk dat de samenleving hen kan ondersteunen. Ook jij kunt helpen om iedereen sterk te maken, want … we laten niemand schieten! Iedereen moet in het kader – het frame – van de samenleving zijn gepaste plaats vinden.

aa

r©

1→ OP STAP MET FRAME

krijgt zijn eigen introductiepagina. Een thema is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken.

ke xe

m

1

thema’s, die we hierboven al kort toelichtten. Elk thema

Op deze inleidende, groene pagina kom je te weten waarover

Het kader biedt je een duidelijk overzicht van de inhouden en lesdoelen. Aan de hand van de aanvinkvakjes kun je in de loop

duidelijke titelpagina. In totaal telt dit boek zes hoofdstukken.

↓

1 Hoofdstuk

Wie we ook zijn, we maken samen de samenleving

→

c

In dit hoofdstuk gaan we op zoek naar wie we zijn en naar wat ons kan onderscheiden van omgaan met die verschillen. Om hierover met elkaar te kunnen praten, komt het erop aan dat je een aantal woorden begrijpt. Je toont dat je iets begrijpt als je je ideeën uitlegt, gebeurtenissen benoemt met de juiste woorden en die gebeurtenissen ook uitlegt aan de hand van de begrippen die hieronder staan.

→

c

Ik leg uit hoe bepaalde aspecten van persoonlijke identiteit – zoals biologische aspecten, familiale achtergrond – iemand kunnen maken tot wie die persoon is. Ik schets lagen in de sociale identiteit of groepsidentiteit op basis van regionale, nationale of supranationale groepen, zoals de Vlaamse, de Belgische, de Europese en de niet-Europese. Ik geef voorbeelden van hoe aspecten van de identiteit van verschillende sociale groepen – zoals (sub)culturen, gender-gerelateerde groepen, socio-economische groepen,

hebt bereikt. Bovendien kunnen de inhouden in het kader een

levensbeschouwelijke groepen, hobby- of vriendengroepen – iemand kunnen bepalen als persoon. Ik typeer gedachten die horen bij iemands mens- en wereldbeeld.

leidraad vormen bij de voorbereiding op een evaluatiemoment.

Bij de start van het hoofdstuk geven we alvast een begrippenkader mee. Zo zul je tijdens de lessen zeker extra aandacht besteden aan die belangrijke termen.

Wat leer ik in dit hoofdstuk? Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

van het hoofdstuk gemakkelijk bijhouden welke doelen je al

Een goede kennis van sleutelbegrippen is heel belangrijk.

Waarover gaat dit hoofdstuk? anderen. We stellen ons de vraag waar die verschillen met anderen vandaan komen en hoe we het best

Ik sta open voor andere opvattingen, gedragingen, gebeurtenissen, informatie, taken, strategieën …

c

→

Begrippen vooroordeel – stereotype – persoonlijke identiteit: gender- en geslachtsidentiteit, identiteit op basis van leeftijd – sociale identiteit of groepsidentiteit: (supra)nationale identiteit (vanuit mijn regio, mijn land, mijn werelddeel), (sub)cultuur en culturele identiteit, hobbygroep of vriendengroep, levensbeschouwing

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

het hoofdstuk gaat.

Elk hoofdstuk start met een

12

WELKOM BIJ FRAME!

thema

← Frame - maatschappelijke vorming is opgebouwd uit twee

pl

Identiteit en diversiteit

7


Allicht heb je al een eerste mening over waarom je wel of niet naar een van de betogingen wilt gaan. a

Waar haal je die mening vandaan? Zet een kruisje in de kolom(men) die op jou van toepassing zijn.

Ouder(s)

Intro

1

Protest tegen racisme

2

Manifestatie voor het klimaat

3

Manifestatie voor dierenrechten

4

Manifestatie voor gelijke

Vrienden

Internet

Andere

Geen mening

← Daarna volgt de Intro, waarin we peilen naar je voorkennis. Deze inleiding bouwt op naar een

vrouwenrechten

Op tv, in de krant en op de sociale media kun je er niet naast kijken: we leven niet alleen op de wereld!

Breinbreker, een interessante en uitdagende vraag

We leven in een samen-leving die altijd met nieuwe mensen, nieuwe ideeën en nieuwe leefwijzen te maken heeft. b Heb je die mening al lang? Wijzigt die mening soms? En dat klikt niet altijd. Niet iedereen aanvaardt dat er nieuwe gewoonten in zijn straat opduiken, of nieuwe talen. Niet iedereen blijft daar kalm bij.

die je nieuwsgierigheid zal prikkelen. In het Forum

Om het een beetje te doen klikken tussen alle mensen, kijkt iedereen ook naar elk van ons. Want wij zijn de toekomst. Welke samenleving willen we in de toekomst hebben? Om die vraag te beantwoorden, hebben we wel wat informatie nodig en die vind jedat nietjouw op de sociale Om te weten hoe we elk apart aan een eerlijke c Ben je – absoluut zeker mening demedia. juiste is?

peilen we naar je eerste mening, een spontaan

samenleving voor iedereen kunnen werken, moet je even stilstaan en nadenken. Weten wie je zelf bent. En

weten hoe het komt dat je zo bent, denkt, eet, lacht en intiem bent met een ander. En begrijpen waarom de ander

antwoord op de Breinbreker. Misschien kom je tot

op een andere manier is wie hij of zij is.

de vaststelling dat deze vraag niet zomaar op te

BREINBREKER Bekijk de foto’s van manifestaties. In welke optocht zou jij willen meelopen? Geef in volgorde

l 1

het belang aan dat elk van de vier betogingen voor jou heeft. In dit hoofdstuk zul je in drie stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

IN

2

lossen valt. Daarvoor heb je specifieke informatie

“Haal ik mijn mening uit mijn samenleven met anderen of zit die gewoon in mij, want: ik ben nu eenmaal ik?”

nodig.

Forum Wat denk je nu al? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je

Stellingen 1

De samenleving maakt wie ik ben.

2

Ik ontwikkel en maak mezelf.

© Ink Drop/Shutterstock

| |

\ \

Het antwoord op de Breinbreker vind je niet

14

1

→

opgesplitst in een aantal Stappen. Met behulp van

Parcours STAP 1

2

verschillende bronnen, opdrachten en kenniskaders

1

Waarom ontstaan discussies over een mening van jezelf of van anderen?

Lees het verhaal van Eva en Jasper. Beantwoord vervolgens de vragen onder de tekst. Markeer in de tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

verwerf je stap voor stap het inzicht, de kennis en © Ian Francis/Shutterstock

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

Argumenten

zomaar. Daarvoor moet je een Parcours afleggen,

VA N

aangeduide keuze. Noteer enkele sleutelwoorden per stelling.

de (onderzoeks)vaardigheden die nodig zijn om een

r©

HET LEVEN ZOALS HET (SOMS) IS: EEN VERHITTE TAFELDISCUSSIE Jasper (14) en Eva (15) hadden het moeilijk gisteren aan tafel bij het avondeten. Pa was in

gefundeerd antwoord op de Breinbreker te geven.

een lastige bui en zei plots: ‘Jullie, jongeren in Vlaanderen, kunnen zich niet meer inzetten voor anderen. Jongeren willen de problemen van de anderen niet kennen, willen zich niet engageren voor een betere wereld, want jullie hebben het nu allemaal veel te gemakkelijk in vergelijking met toen ik jong was. Jullie kunnen studeren wat jullie willen, je hobby’s zelf kiezen, jullie moeten niet zoveel als ik in mijn jeugd.’

13

Eureka! Als je het parcours helemaal hebt afgelegd, dan ben je voldoende gewapend om opnieuw

→

Jasper kon het niet aanhoren en verwees met luide stem naar klasgenoten die daar, net als

hij, anders over spreken. Die kunnen aantonen hoe weinig ze kunnen kiezen in hun leven. ‘Kijk maar naar Jafaar, die vijf maanden geleden met zijn vader gevlucht is uit Soedan en uiteindelijk

Eureka!

in mijn klas terechtkwam!’ En toen zat het spel op de wagen. Ze geraakten er niet uit. Ook Eva, zijn zus, mengde zich

aa

opgewonden in de tafeldiscussie, want zij had ook zo haar eigen standpunt tegenover pa. ‘Ik

help Maryem, die thuis alleen in het Turks gesprekken voert en daardoor geen steun krijgt bij de Wat studie.’ denk jeToen nu over de ze Breinbreker die sorry, we aan het jij begin ditaltijd hoofdstuk formuleerden? flapte het eruit: ‘Pa, maar blijftvan toch dezelfde. Je bent nu eenmaal zo

over de Breinbreker na te denken. In het Forum

geboren.’

“HaalKortom, ik mijn mening mijn samenleven met anderen elk zijn mening, zeuit kwamen er niet uit. of zit die gewoon in mij, want: ik ben nu eenmaal ik?”

zul je merken dat de hele klas nu met veel meer

Synthese

ke xe

Hij is vooral kwaad. Het verhaal van Jafaar strookt niet met wat pa zegt.

paragrafen verwijzen naar de kenniskaders waarin

na de Tweede Wereldoorlog drastisch worden teruggedrongen. De welvaartsstaat kent echter duidelijke winnaars en verliezers. De verliezers zijn vooral de laaggeschoolde mannen, de winnaars de hoogopgeleide mannen en vrouwen. Zeker in onze huidige kennismaatschappij komen laagopgeleiden steeds moeilijker aan de bak.

de leerinhouden werden aangebracht. Zo kun je

6.3

tijdens het studeren gemakkelijk extra informatie

De sociale zekerheid en de herverdeling van het inkomen via belastingen doet de ongelijkheid in België met meer dan de helft dalen. Toch zijn de armoedecijfers in België te hoog. Oplossingen van het armoedeprobleem liggen niet alleen bij de uitkeringen, maar meer nog in het onderwijs en de arbeidsmarkt, waarin bepaalde

opzoeken in de kaders die je tegenkwam in de loop

bevolkingsgroepen vandaag te weinig kansen krijgen om te ontkomen aan het armoedeweb. 6.4

van het hoofdstuk.

We moeten armoede beschouwen als een gevolg van de manier waarop onze samenleving georganiseerd is. Armoedebestrijding moet dan ook op een structurele manier door de overheid worden aangepakt. Het is immers de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat alle individuen of groepen in de samenleving gelijke

Krijg je graag nog wat extra toelichting bij de

rechten hebben. Niemand mag slachtoffer zijn van sociale ongelijkheid. De overheid moet zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid door een structureel en duurzaam beleid te voeren inzake huisvesting, onderwijs, tewerkstelling en sociale zekerheid. het OCMW is ondergebracht.

lesinhouden? Scan dan de QR-code voor een

Bordschema

heldere kennisclip bij de synthesetekst.

Zit je zelf met een vraag over welzijn, dan kun je in jouw gemeente terecht in het Sociaal Huis, waar onder meer

← Studeer je graag op een schematische manier?

Armoede Een netwerk van sociale uitsluiting waar mensen in armoede moeilijk op eigen kracht van loskomen.

Oplossing? Armoede bestrijden met warme en koude solidariteit (de sociale zekerheid). Maar: Hoe?

De overheid zou armoede meer structureel moeten aanpakken. Inzetten op sociale rechtvaardigheid door de sociale ongelijkheid aan te pakken (bv. in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, de huizenmarkt …).

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

Wat?

15

onthouden. De nummers naast de verschillende

6.2

De verdiensten van de welvaartsstaat zijn indrukwekkend. Door de sociale zekerheid kon de absolute armoede

kij

Hij vindt dat pa vooroordelen heeft omdat hij ‘de jongeren’ niet kent.

synthese. Deze tekst geeft weer wat je exact moet

Soms lukt dat zelfs opeenvolgende generaties niet. We spreken dan van generatiearmoede.

In

Zijn mening heeft alleen betrekking op kinderen van blanke, goed verdienende ouders.

\ \

hebt opgedaan, worden voor jou gebundeld in een

waarin mensen vast komen te zitten. Het is moeilijk om op eigen kracht uit dat armoedeweb te ontsnappen.

WELKOM BIJ FRAME!

| |

Hij is vooral triestig dat pa in deze tijd nog zoiets durft te zeggen.

is dus veel meer dan een financieel probleem. Het is een complex kluwen, een netwerk van sociale uitsluiting

8

Hij denktmaakt alleenwie vanuit zijn eigen mening. De samenleving ik ben. Hij voelt zich als volwassene beter geplaatst om te oordelen, aangezien hij de vergelijking met Ik ontwikkel en maak mezelf. vroeger kan maken. Daarvoor zijn Jasper en Eva nog te jong.

2

waardigheid, tast hun persoonlijkheid aan en ontneemt hen het recht om volwaardig mens te zijn. Armoede

Het Sociaal Huis

2

← Alle kennis en inzichten die je tijdens het Parcours

6.1

voeding en kleding, maar bijvoorbeeld ook onderwijs, arbeid en huisvesting. Armoede berooft mensen van hun

Kwetsbare groepen in de samenleving

1

1

Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun toegang tot basisbehoeften, zoals

Welvaartsstaat

Stellingen 1→ De vader van Eva en Jasper:

Argumenten 2→ Jasper:

→ Kennisclip

Kansarmoede en basisbehoeften

a In het verhaal hebben de drie personages een probleem omwille van hun uiteenlopende visies. Wat denk je nu? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je Hoe kun je de houding van elk van de personages verklaren? Duid de factor aan die volgens jou het aangeduide keuze. Is je standpunt gewijzigd? zwaarst doorweegt.

119

Het Bordschema geeft een overzicht van de

belangrijkste termen en verbanden die in het hoofdstuk aan bod kwamen.

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

m

pl

hoofdstuk.

Forum

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

kennis van zaken spreekt dan aan het begin van dit

29


2→ HANDIG VOOR ONDERWEG In de loop van het Parcours word je ondersteund door een aantal hulpmiddelen. KADERS

4.3

← Door het hoofdstuk heen zetten we de

IN

Seksuele voorkeur

belangrijkste zaken op een rijtje in deze

Experimenteren met seksualiteit en relaties is de normaalste zaak van de wereld; hoe kom je er anders achter wat je wilt? Los van wie jij je voelt en op wie je valt, zijn niet voor iedereen

rode kenniskaders. De sleutelbegrippen

dezelfde zaken opwindend. Welke handelingen je leuk en lekker vindt, welke fantasieën je opwinden, welke verlangens je hebt, noemen we je seksuele voorkeur. Ook hierin zijn grote verschillen tussen mensen en sommige van die voorkeuren kunnen anderen als ‘afwijkend’

die je in de inleiding leerde kennen,

beschouwen. Het is echter helemaal niet omdat iets ‘anders’ is, dat het ook fout is. Dat heeft alles te maken met integriteit en instemming, waarover we het zullen hebben in Stap 4.

VA N

2

hebben we met een stippellijn onderlijnd.

Niet voor iedereen is het zo vanzelfsprekend dat je vrij kunt spreken over je seksuele voorkeur, geaardheid en genderidentiteit. En het is ook niet altijd zo geweest. De cultuur en de tijd waarin je leeft, kunnen dat moeilijker of gemakkelijker maken. Zoek online informatie op over de volgende voorbeelden. Bespreek met je buur wat er anders of hetzelfde is in vergelijking met hoe jullie het kennen.

Good 1→ to know

2→

3→

Levensbeschouwing op school In België kunnen de erkende levensbeschouwingen onderwijs aanbieden in die levensbeschouwingen.

← In de blauwe Good to know’s vind je handige en leuke weetjes terug die

Het gaat om scholen binnen het officieel onderwijs. Dat is onderwijs dat wordt georganiseerd door

verband houden met de leerstof. Deze

een overheid: de Vlaamse Gemeenschap (het GO! of Onderwijs van de Vlaamse gemeenschap), de provincies (het POV of Provinciaal onderwijs Vlaanderen) of de steden en gemeenten (het OVSG of de

extra informatie hoef je niet in te

Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten). Als een ouder hierom vraagt, kan de school per jaar twee uur per week die erkende levensbeschouwing aanbieden. Bekijk via het onlinelesmateriaal het aantal leerlingen dat lessen in de respectievelijke De ‘māhu’ (‘in het midden’)

Bij de oude Grieken werd pederastie

de Joods-Orthodoxe

nemen in inheemse

(erotische relaties tussen een

Aaron (getrouwd en vader

culturen in Hawaï en Tahiti

volwassen man en een opgroeiende

Bron: Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs 2017-2018.

2

van vier kinderen) verliefd een bijzondere plaats in. Over welke laag van de identiteit gaat het hier? op een jongeman, Ezri. a

studeren.

r©

levensbeschouwingen volgt. In Eyes Wide Open wordt

jongen) aanvaard.

Hoe verwerven we een bepaalde laag in onze groepsidentiteit? Dat kan op verschillende manieren of

via verschillende wegen. Zet de vijf afbeeldingen onder de juiste ‘weg’. Good to know

VIP 1 je seksuele voorkeur, 2 3 Praten over seksuele geaardheid en genderidentiteit

← Heel wat interessante

aa

Verhaeghe (°1955)voorkeur, is een Vlaamse psycholoog Het kan fijn zijn met anderen tePaul praten over je seksuele seksueleklinisch geaardheid of genderidentiteit, om erover te lezen of getuigenissen te horen. Veel mensen, ook hem adolescenten, spreken nog altijd niet (UGent). Eigenlijk noemt men een psychoanalyticus. Volgens

gemakkelijk over hun seksualiteit. Nochtans is het psychische niets om je voor te schamen. Door erover te praten kun Verhaeghe is onze identiteit ‘gemaakt’ door ervaringen

je ook ergens met je twijfels terecht of nieuwe dingen ontdekken. En zoals je al weet, is ook wie je bent en op

in ons leven. Maar ook door wat de mens door de evolutie heen

wie je valt voor velen een zoektocht.

meemaakte. Daardoor zijn we enerzijds gericht op gemeenschap

Gelukkig zijn er veel organisaties die je op weg kunnen helpen door informatie te geven, je in contact

engesprek willen we delen met anderen. Anderzijds zijn we gericht op te brengen met lotgenoten of een aan te bieden bij je zoektocht naar je seksuele geaardheid, Hetero …4

Ben je het eens met de volgende uitspraken? Staaf je antwoord aan de hand van argumenten.

m

2

maatschappij waarin je leeft,5bepaalt wat de overhand krijgt.

1→ 'Ik ben ik, ik ben origineel en bepaal mijn eigen keuzes.'

ICOONTJES

via de kunsten ontspan-

via sprookjes en mythen

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

pl

enWat willen nemen van anderen. Het soort genderidentiteit en seksualiteitindividualisme in het algemeen: wat,we Alles over seks, Lumi, Çavaria, Wel Jong Niet

persoonlijkheden, zoals psychologen en gedragswetenschappers, hebben al grondig nagedacht over wie we zijn en hoe we samenleven. We brengen ze in VIPkaders onder de aandacht.

77

via opvoeding

via taal

via symbolen

3

5

1

ke xe

ningswereld 2→ 'Mijn genen en mijn hersenen bepalen wie ik ben.'

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

Nr. afbeelding

2

Over Dit is een mondelinge opdracht. welk soort identiteit gaat deze opdracht? Vul de zin aan:

3→ 'Afhankelijk zijn van anderen is soft, je moet er zelf staan.' De culturele identiteit wordt ons aangebracht door een aantal mechaniekjes.

Bij deze opdracht hoort een videofragment.

3

Geef aan welke van je waarneembare kenmerken van jezelf afkomstig zijn en welke van de verschillende

omgevingen waarin je leeft en waar je vandaan komt.

Voor deze opdracht mag of moet je online opzoekingswerk verrichten.

Noteer de nummers naast het bijbehorende kenmerk. Baseer je daarbij op de omschrijvingen van de begrippen uit kenniskader 1.2.

kij

24

b

4

1→ je persoonlijke identiteit

In deze opdracht werk je aan je onderzoeksvaardigheden.

2→ je groepsidentiteit

3→ je identiteit vanuit je regio, je nationaliteit, je werelddeel 4→ je subcultuur 5→ je genderidentiteit

Bij deze inhoud hoort een ontdekplaat.

28

7→ je levensbeschouwing Je naam en leeftijd

Wat je graag eet

Je taal

Je favoriete muziek

Voor deze opdracht ga je naar het onlinelesmateriaal.

Je dialect

Je kleding

Je sport

Je mening over racisme

WELKOM BIJ FRAME!

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

6→ je hobbygroepen

9


HET ONLINELEERPLATFORM BIJ FRAME

Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

r©

Hier kan de leerkracht toetsen en taken voor jou klaarzetten.

VA N

Hier vind je de opdrachten terug die de leerkracht voor jou heeft klaargezet.

IN

Je kunt vrij oefenen en de leerkracht kan ook voor jou oefeningen klaarzetten.

aa

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

pl

Hier vind je het lesmateriaal per hoofdstuk (onder andere videobestanden en kennisclips).

m

Ga hier ook aan de slag met de ontdekplaten.

WELKOM BIJ FRAME!

In

kij

ke xe

Het e-book is de digitale versie van het leerwerkboek. Je kunt hierin noteren, aantekeningen maken, zelf materiaal toevoegen ...

10


IN VA N r©

aa

pl

thema

Identiteit en diversiteit

In

kij

ke xe

m

1


1 Hoofdstuk

c

IN

Wie we ook zijn, we maken samen de samenleving Waarover gaat dit hoofdstuk?

VA N

In dit hoofdstuk gaan we op zoek naar wie we zijn en naar wat ons kan onderscheiden van

anderen. We stellen ons de vraag waar die verschillen met anderen vandaan komen en hoe we het best omgaan met die verschillen.

Om hierover met elkaar te kunnen praten, komt het erop aan dat je een aantal woorden begrijpt.

Je toont dat je iets begrijpt als je je ideeën uitlegt, gebeurtenissen benoemt met de juiste woorden en die gebeurtenissen ook uitlegt aan de hand van de begrippen die hieronder staan.

Wat leer ik in dit hoofdstuk?

r©

c

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

Ik leg uit hoe bepaalde aspecten van persoonlijke identiteit – zoals biologische aspecten,

aa

familiale achtergrond – iemand kunnen maken tot wie die persoon is. Ik schets lagen in de sociale identiteit of groepsidentiteit op basis van regionale, nationale of supranationale groepen, zoals de Vlaamse, de Belgische, de Europese en de niet-Europese.

pl

Ik geef voorbeelden van hoe aspecten van de identiteit van verschillende sociale groepen – zoals (sub)culturen, gender-gerelateerde groepen, socio-economische groepen, levensbeschouwelijke groepen, hobby- of vriendengroepen – iemand kunnen bepalen als

m

persoon.

Ik typeer gedachten die horen bij iemands mens- en wereldbeeld.

ke xe

Ik sta open voor andere opvattingen, gedragingen, gebeurtenissen, informatie, taken, strategieën …

c

Begrippen

kij

vooroordeel – stereotype – persoonlijke identiteit: gender- en geslachtsidentiteit, identiteit op basis van leeftijd – sociale identiteit of groepsidentiteit: (supra)nationale identiteit (vanuit mijn regio, mijn land, mijn werelddeel), (sub)cultuur en culturele

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

identiteit, hobbygroep of vriendengroep, levensbeschouwing

12


Intro Op tv, in de krant en op de sociale media kun je er niet naast kijken: we leven niet alleen op de wereld! We leven in een samen-leving die altijd met nieuwe mensen, nieuwe ideeën en nieuwe leefwijzen te maken heeft. En dat klikt niet altijd. Niet iedereen aanvaardt dat er nieuwe gewoonten in zijn straat opduiken, of nieuwe talen.

IN

Niet iedereen blijft daar kalm bij.

Om het een beetje te doen klikken tussen alle mensen, kijkt iedereen ook naar elk van ons. Want wij zijn de toekomst. Welke samenleving willen we in de toekomst hebben? Om die vraag te beantwoorden, hebben we

wel wat informatie nodig – en die vind je niet op de sociale media. Om te weten hoe we elk apart aan een eerlijke

VA N

samenleving voor iedereen kunnen werken, moet je even stilstaan en nadenken. Weten wie je zelf bent. En

weten hoe het komt dat je zo bent, denkt, eet, lacht en intiem bent met een ander. En begrijpen waarom de ander op een andere manier is wie hij of zij is.

Bekijk de foto’s van manifestaties. In welke optocht zou jij willen meelopen? Geef in volgorde het belang aan dat elk van de vier betogingen voor jou heeft.

© Ink Drop/Shutterstock

© Ian Francis/Shutterstock

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

pl

aa

r©

1

13


Allicht heb je al een eerste mening over waarom je wel of niet naar een van de betogingen wilt gaan.

2

a Waar haal je die mening vandaan? Zet een kruisje in de kolom(men) die op jou van toepassing zijn.

Protest tegen racisme

2

Manifestatie voor het klimaat

3

Manifestatie voor dierenrechten

4

Manifestatie voor gelijke vrouwenrechten

b Heb je die mening al lang? Wijzigt die mening soms?

Andere

Geen mening

r©

Internet

IN

1

Vrienden

VA N

Ouder(s)

c Ben je absoluut zeker dat jouw mening de juiste is?

BREINBREKER

pl

l

aa

In dit hoofdstuk zul je in drie stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

ke xe

Forum

m

“Haal ik mijn mening uit mijn samenleven met anderen of zit die gewoon in mij, want: ik ben nu eenmaal ik?” Wat denk je nu al? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je aangeduide keuze. Noteer enkele sleutelwoorden per stelling. Stellingen

De samenleving maakt wie ik ben.

2

Ik ontwikkel en maak mezelf.

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

1

14

Argumenten 1

2

| |

\ \


Parcours Waarom ontstaan discussies over een mening van jezelf of van anderen?

IN

STAP 1

1 Lees het verhaal van Eva en Jasper. Beantwoord vervolgens de vragen onder de tekst. Markeer in de tekst

VA N

de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

HET LEVEN ZOALS HET (SOMS) IS: EEN VERHITTE TAFELDISCUSSIE

Jasper (14) en Eva (15) hadden het moeilijk gisteren aan tafel bij het avondeten. Pa was in

een lastige bui en zei plots: ‘Jullie, jongeren in Vlaanderen, kunnen zich niet meer inzetten voor

anderen. Jongeren willen de problemen van de anderen niet kennen, willen zich niet engageren

r©

voor een betere wereld, want jullie hebben het nu allemaal veel te gemakkelijk in vergelijking met

toen ik jong was. Jullie kunnen studeren wat jullie willen, je hobby’s zelf kiezen, jullie moeten niet zoveel als ik in mijn jeugd.’

Jasper kon het niet aanhoren en verwees met luide stem naar klasgenoten die daar, net als hij, anders over spreken. Die kunnen aantonen hoe weinig ze kunnen kiezen in hun leven. ‘Kijk in mijn klas terechtkwam!’

aa

maar naar Jafaar, die vijf maanden geleden met zijn vader gevlucht is uit Soedan en uiteindelijk En toen zat het spel op de wagen. Ze geraakten er niet uit. Ook Eva, zijn zus, mengde zich

pl

opgewonden in de tafeldiscussie, want zij had ook zo haar eigen standpunt tegenover pa. ‘Ik help Maryem, die thuis alleen in het Turks gesprekken voert en daardoor geen steun krijgt bij de studie.’ Toen flapte ze het eruit: ‘Pa, sorry, maar jij blijft toch altijd dezelfde. Je bent nu eenmaal zo

m

geboren.’

ke xe

Kortom, elk zijn mening, ze kwamen er niet uit.

a In het verhaal hebben de drie personages een probleem omwille van hun uiteenlopende visies.

Hoe kun je de houding van elk van de personages verklaren? Duid de factor aan die volgens jou het zwaarst doorweegt.

Hij denkt alleen vanuit zijn eigen mening.

In

kij

1→ De vader van Eva en Jasper:

Hij voelt zich als volwassene beter geplaatst om te oordelen, aangezien hij de vergelijking met

Zijn mening heeft alleen betrekking op kinderen van blanke, goed verdienende ouders.

vroeger kan maken. Daarvoor zijn Jasper en Eva nog te jong.

2→ Jasper:

Hij vindt dat pa vooroordelen heeft omdat hij ‘de jongeren’ niet kent.

Hij is vooral kwaad. Het verhaal van Jafaar strookt niet met wat pa zegt.

Hij is vooral triestig dat pa in deze tijd nog zoiets durft te zeggen.

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

15


3→ Eva:

Ze heeft het lastig met de stereotypen die pa gebruikt.

Ze is zelf een jongere en denkt niet als een oudere ouder.

Ze gaat ervan uit dat pa altijd zo was en nooit zal veranderen.

1→ Kun je de houding van Jaspers vader begrijpen of verklaren?

2→ Kun je de houding van Jasper en Eva begrijpen of verklaren?

2

VA N

Bekijk het filmpje over stereotypen. Wat is van toepassing op het verhaal hierboven?

Good to know Schijn bedriegt?

Sommigen slagen erin andere mensen op het verkeerde been te zetten, door zich

r©

–

IN

b Kun je hun probleem begrijpen?

zo te kleden, zo te spreken dat ze iemand anders lijken dan ze werkelijk zijn. –

Door bejaarden met verkleinwoorden aan te spreken, verraad jij hoe je denkt over hen (opnieuw wat kinderlijk, zorgbehoevend als kinderen …). De bejaarde zelf kan dat moeilijk verdragen, want hij vindt dat hij nog best over alles zijn

aa

eigen volwassen mening kan hebben en dat hij nog bijzonder veel weet. Herken je dat in je eigen omgeving? Geef een voorbeeld.

oordeel of idee.

m

a Op welke eigenschap is de veralgemening gebaseerd? Wat is het vooroordeel?

ke xe

pl

3 Bekijk de reclameboodschappen en foto’s. Het gaat telkens om veralgemeningen van een bepaald

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

16


VA N

IN

r©

b Kun je zelf nog extra voorbeelden geven uit cartoons of films?

4 Bekijk het filmpje over identiteit. Haal uit het fragment een aantal argumenten die Jasper en Eva zouden

kunnen gebruiken in de tafeldiscussie.

aa

ke xe

m

pl

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

17


Vooroordelen, stereotypen, identiteit

1.1

1 Vooroordeel

Een vooroordeel is een oordeel dat je over iemand hebt zonder dat je die persoon kent. Bij vooroordelen gaat het om een gevoel dat je gevormd hebt over een bepaalde groep. Sociaalpsychologen noemen het een ‘affectief construct’. Het is een foutieve manier van denken, die dikwijls uitgaat van één kenmerk dat

—

IN

veralgemeend wordt (alle Duitsers zijn bierdrinkers).

Een vooroordeel leidt ofwel tot eenzijdig positieve of eenzijdig negatieve oordelen over

—

Vooroordelen ontstaan op verschillende manieren:

VA N

de persoon of de groep personen.

Wat we eerst over iemand leren, heeft een beslissende invloed op ons uiteindelijke

—

oordeel over die persoon. Men noemt dat het primacy-effect.

Mensen hebben de neiging simpele vuistregels te gebruiken in plaats van moeilijke

—

redeneringen. Denken is inderdaad soms lastig. Daarvoor heb je tijd en informatie nodig. 2 Stereotype

r©

Een stereotype is een overdreven, simpel beeld dat je hebt over een bepaalde groep. Het bevat een set van opvattingen over de eigenschappen van die sociale groep. Sociaalpsychologen noemen het een constructie in ons denken (een ‘cognitief construct’) over wat je verwacht en waarvan je overtuigd bent als je het hebt over een andere sociale groep dan die van jou. Het

aa

woord komt uit het Grieks: stereos (vast) en typos (vorm).

In de sociale psychologie maakt men een onderscheid tussen: de stereotiepe mening over de eigen groep: het auto-stereotype. Dat is vrijwel altijd

—

positief; negatief.

pl

de stereotiepe mening over de andere groep: het hetero-stereotype. Dat is meestal

—

Stereotypen hebben een reden. Dankzij stereotypen kun je in moeilijke situaties vlug

m

handelen. Zo helpen ze ons soms te overleven, omdat ons brein orde brengt in de veelheid aan informatie. Het is echter een foutieve manier van denken, want men houdt geen rekening

ke xe

met individuele verschillen.

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

© Bettmann/Getty Images

VIP

18

De Amerikaanse psycholoog Gordon Allport (1897-1967) was een van de eersten om de menselijke persoonlijkheid te onderzoeken. Hij schreef een boeiend boek over zijn onderzoek naar vooroordelen en stereotypen (The Nature of Prejudice, 1954). Allport wees op het belang van sociale

contacten. Hij waarschuwde wel tegen oppervlakkig contact. Dat bevordert namelijk stereotyperingen en vooroordelen.


3 Identiteit

Onze identiteit is iets van elk van ons dat aan verandering onderhevig is, gedurende de geschiedenis van mensen en ook in ons eigen leven. Het gaat om antwoorden op de vragen: ‘Wie ben ik? En hoe merk je dat?’ Identiteit is de manier waarop we onszelf definiëren en beschrijven. Iemands identiteit krijgt vorm in interactie met de omgeving. en werelddeel (supranationaal) waar je woont, je vriendengroep, je hobbygroep, je levensbeschouwing (hoe je denkt over mensen en de wereld).

IN

Het antwoord wordt ingevuld vanuit je leeftijd, je geslacht, de regio, het land (nationaal)

Er is een verschil tussen persoonlijke identiteit en sociale identiteit of groepsidentiteit.

Bij persoonlijke identiteit gaat het om de manier waarop jij zegt wie je bent op basis van

VA N

—

je eigenschappen. Er zijn biologische eigenschappen (ik ben een jongen/een meisje/X) en psychologische eigenschappen (ik voel me een jongen/een meisje/X). —

De sociale identiteit of groepsidentiteit zegt iets over de houding tegenover anderen

en het belang van de groep waartoe je behoort of wilt behoren (ik ben een scout). De groep kan ook je gezin zijn, je klas, school of hobbygroep. Maar ook je nationaliteit, cultuur,

r©

religie kunnen veel over je zeggen.

5 Hoe reageer jij op stereotypen? Welke lagen van iemands identiteit bepalen jouw reactie?

Lees de tekst. Wat is jouw reactie nadat je het antwoord van de moeder hebt gelezen?

aa

pl

m

Mijn buren hebben een zoon van 4 jaar, Simon. Simon houdt van maillots. Hij draagt ze het liefst altijd, in de winter en in de zomer. Op zijn witte school in de groene rand van de stad werd hij ermee gepest. ‘Hé balletdanser! Homo!’ Zijn moeder vond dat heel raar. Hoe kunnen kinderen

ke xe

van 4 jaar een maillot associëren met ballet en dat weer met homoseksualiteit? De juf vroeg aan de ouders van Simon de maillot uit te laten trekken omdat hij ermee werd gepest. Zijn moeder zei: ‘Dat kan ik doen, maar wat doe je dan met een kind met rood haar?’ Uit: Anne Frank Stichting, Begin bij jezelf! Kleine Uiteenzetting over Stereotypen en Vooroordelen, Aziz Bekkaoui,

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

modeontwerper, in een interview in NRC-Handelsblad, 10/11 november 2012.

19


STAP 2

Wat is het probleem voor jou in verhalen die je hoort over anderen?

IN

1 Lees de verhalen van David en Sien. Welke bedenkingen heb je bij hun verhalen? Waarmee heb jij een

probleem? Gebruik daar waar het nodig is de volgende begrippen uit kenniskader 1.2: groepsidentiteit, identiteit op basis van geslacht, leeftijd, cultuur en levensbeschouwing.

Beantwoord de vragen onder de tekst. Markeer in de tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

HET VERHAAL VAN DAVID ‘Veel van mijn vrienden uit het team hebben het veel beter

VA N

dan ik. Zoals Davids Joodse ouders, zij leven in de voorstad, in

r©

Deurne, zijn allebei professor in de psychologie en verdienen geld. Ze hebben een belangrijke invloed gehad op David.

Zo hebben ze hem verteld wat hij moest doen om verder te

kunnen studeren en succesvol te zijn in zijn studies. Ze hebben hem geholpen bij de keuze van zijn universiteit. Hij vindt hun

aa

advies belangrijk, want hij ziet dat zij succesvol geworden zijn.

Hij wil hun voorbeeld volgen en op een dag ook een groot huis en mooie auto’s hebben zoals zij.’

pl

HET VERHAAL VAN SIEN

‘Toen mijn zus, Sien, naar het derde jaar secundair moest gaan, wilde ze zich per se specialiseren in houtbewerking. Ze wilde graag met haar handen werken later. De leraren raadden dat aan mijn

ke xe

m

moeder af, want ze had toch goede punten voor de algemene vakken, als wiskunde en Frans? Waarom zou ze dan ‘zakken’ naar een meer praktische richting? Bovendien is houtbewerking toch niets voor meisjes? Maar mijn moeder was het niet eens met de leraren en volgde Sien in haar keuze. Vier jaar later behaalde ze haar diploma van houtbewerker. Nu studeert ze verder als meubelontwerper.’

kij

a Het verhaal van David

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

20

1→ Welk probleem heb je bij het lezen van het verhaal van David? Of heb je er geen probleem mee?


2→ Waarom denkt David zo? Vanuit welke achtergrond denkt hij zo?

IN

3→ Geef aan of David zelfstandig denkt of helemaal niet.

4→ Hoe voel je je bij het lezen van het verhaal van David?

r©

b Het verhaal van Sien

1→ Welk probleem heb je bij het lezen van het verhaal van Sien? Of heb je er geen probleem mee ?

aa

pl

2→ Waarom denkt Sien zo? Vanuit welke achtergrond denkt ze zo?

ke xe

m

VA N

3→ Geef aan of Sien zelfstandig denkt of helemaal niet.

4→ Hoe voel je je bij het lezen van het verhaal van Sien?

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

21


Soorten identiteit

1.2

1 Persoonlijke identiteit

Je persoonlijke identiteit, wie je bent, wordt bepaald door wat je voelt bij belangrijke aspecten van jezelf: —

Je geslachtsidentiteit en genderidentiteit De sekse die we hebben, leidt men bij de geboorte af uit de uiterlijke

IN

geslachtskenmerken. Dat is (meestal) duidelijk. Op basis van die uiterlijke waarneming

ontwikkelen we immers onze geslachtsidentiteit, voornamelijk tijdens de kinderjaren. Hoe we ons voelen – jongen, meisje of X – noemen we de genderidentiteit. onze houding tegenover bepaalde dingen, ons gedrag.

VA N

Onze geslachtsidentiteit en genderidentiteit hebben een grote invloed op ons denken,

Hoewel de geslachtsidentiteit zich voornamelijk ontwikkelt tijdens de kinderjaren, zullen fysieke en sociale verandering tijdens de vroege adolescentie (tussen 12 en 15 jaar) mannelijkheid en/of vrouwelijkheid uitstralen.

Het gaat dan om vragen als: ‘Bij wie hoor ik thuis? Bij de groep van de meisjes? Bij de groep,

van de jongens?’ of ‘Wiens gedragsvormen neem ik over? Die van de jongens? Die van de meisjes?’ Naargelang het antwoord dat de persoon geeft, zal hij of zij handelen naar wat de

—

Je identiteit op basis van leeftijd

r©

maatschappij verwacht van een meisje of een jongen in een bepaalde tijd.

In de leeftijdsfase waarin jij nu zit – de adolescentie – beschrijft Erikson hoe adolescenten rollen uitproberen en keuzemogelijkheden verkennen. Adolescenten als

aa

Jasper en Eva (Stap 1) zoeken naar meningen, levensdoelen en waarden. Ze wisselen – zoekend – tussen verschillende werelden en tussen verschillende manieren waarop ze in

pl

de wereld (willen) staan.

m

VIP

De Duits-Amerikaanse psycholoog Erik Erikson (1902-1994) herkende in 1968 verschillende fasen in de ontwikkeling van de

ke xe

identiteit. Hij onderscheidde tussen de zuigelingentijd tot de late volwassenheid acht levensfases. Erikson zelf kende in zijn leven dikwijls identiteitsproblemen. Geboren in Duitsland als zoon van Deense, joodse ouders, vluchtte hij voor de nazi’s naar de VS. Hij kreeg er de

Getty Images

Amerikaanse nationaliteit.

kij

© Ted Streshinsky/

2 Sociale identiteit of groepsidentiteit

Je identiteit wordt ook bepaald door de groep waartoe je behoort. We spreken dan over je

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

sociale identiteit of groepsidentiteit. Door de groepsidentiteit krijgen we het gevoel ergens

22

thuis te horen. Er bestaan verschillende vormen van groepsidentiteit: —

Je nationale identiteit De nationale identiteit heeft te maken met het land waar je vandaan komt of waar je woont. Naties zijn zo’n 150 jaar geleden ‘gemaakt’, verdeeld onder de machthebbers. Zo is een nieuwe vorm van gemeenschap ontstaan met een gemeenschappelijke identiteit,


een soort fictieve ‘nationale etniciteit’. Die vertaalt zich als ‘wij’, ‘het volk’, dat specifieke karakteristieken zou hebben die teruggaan op het verleden. —

Je culturele identiteit De culturele identiteit heeft te maken met de (sub)cultuur waartoe je wilt behoren. Ze geeft ons het gevoel met anderen dezelfde waarden, normen en opvattingen te delen. De culturele identiteit wordt ook grotendeels door anderen bepaald. Maar: we kunnen er ook

IN

eigen accenten in leggen of er nieuwe dingen aan toevoegen door met andere culturen om te gaan. Zo kun je door omstandigheden beslissen welke culturele identiteit je aanneemt. —

Identiteit vanuit je hobbygroepen of vriendengroepen

De hobbygroep waartoe je behoort, is een vorm van groepsidentiteit. De groepsleden

VA N

spreken een eigen taal, hebben eigen gewoonten. Hobbygroepen kunnen

vriendengroepen worden. Niet alle vriendengroepen zijn ook je hobbygroepen. —

Je levensbeschouwelijke identiteit

Uit alles wat je doet en zegt, kunnen anderen afleiden hoe je denkt over mensen. Dat zegt iets over je levensbeschouwing. Dat is je visie op het leven. Je hebt een mening over wat het leven betekent, wat de waarde ervan is en hoe het geleefd moet worden. Over hoe je

denkt wat en hoe mensen moeten zijn in deze samenleving. Over welke eigenschappen je

r©

oké vindt en wat je maar niets vindt.

Traditioneel zijn er twee soorten levensbeschouwingen: —

Religieuze levensbeschouwingen

aa

Daaronder vallen de vijf wereldgodsdiensten: het christendom, de islam, het jodendom, het hindoeïsme en het boeddhisme. Binnen het christendom erkent men in België, naast het katholicisme, ook nog de anglicaanse, de protestantse en de orthodoxe godsdienst.

—

pl

Die godsdiensten werden op verschillende tijdstippen in België erkend. Seculiere levensbeschouwingen

m

Zij vertrekken niet van een godsbeeld. In ons land kennen we onder meer: de nietconfessionele levensbeschouwing, het liberalisme, het socialisme, het feminisme en het

1835

1974

2002

Israëlitische

Anglicaanse

Islamitische

Niet-confessionele

eredienst

eredienst

eredienst

levensbeschouwing

In

kij

1808

1831

1876

1985

Rooms-katholieke

Protestants-evangelische

Orthodoxe

eredienst

eredienst

eredienst

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

ke xe

humanisme.

23


Good to know Levensbeschouwing op school In België kunnen de erkende levensbeschouwingen onderwijs aanbieden in die levensbeschouwingen. Het gaat om scholen binnen het officieel onderwijs. Dat is onderwijs dat wordt georganiseerd door een overheid: de Vlaamse Gemeenschap (het GO! of Onderwijs van de Vlaamse gemeenschap), de provincies (het POV of Provinciaal onderwijs Vlaanderen) of de steden en gemeenten (het OVSG of de

IN

Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten).

Als een ouder hierom vraagt, kan de school per jaar twee uur per week die erkende levensbeschouwing aanbieden. Bekijk via het onlinelesmateriaal het aantal leerlingen dat lessen in de respectievelijke

VA N

levensbeschouwingen volgt. Uit: Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs 2017-2018.

2 Over welke laag van de identiteit gaat het hier?

a Hoe verwerven we een bepaalde laag in onze groepsidentiteit? Dat kan op verschillende manieren of

2

3

pl

aa

1

r©

via verschillende wegen. Zet de vijf afbeeldingen onder de juiste ‘weg’.

5

ke xe

m

4

kij

via de kunsten ontspan-

ningswereld

via sprookjes en mythen

via opvoeding

via taal

via symbolen

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

Nr. afbeelding

24

b Over welk soort identiteit gaat deze opdracht? Vul de zin aan:

De           identiteit wordt ons aangebracht door een aantal mechaniekjes.


3 Over welke identiteit zeggen deze situaties iets?

1→ ‘De tweeling van mijn zus ziet er schattig uit’, zegt Seb. ‘In zijn blauwe pakje kan ik het jongetje Stef onderscheiden van Augustine, die een roze pakje draagt.’

2→ Aïsha (15) vindt dat mensen zich solidair moeten gedragen. Ieder voor zich, die tijd is voorbij. Met iedereen kan ze een babbeltje doen, ook al hebben ze een andere visie over hoe mensen

VA N

samenleven.

IN

3→ Gwen (14) is op vakantie met haar ouders in Zuid-Frankrijk.

Op de camping volgt ze hun gesprek. Bij wat koele Franse wijn

is het lachen en gieren geblazen met hun Duitse en Nederlandse

vrienden. En maar grappen maken over die naïeve Amerikanen.

‘Wij Europeanen laten ons toch niet zo vangen aan de demagogie van sommige leiders en aan de almacht van de reclame’, zei de

r©

oudste van het groepje.

Good to know Verschillen tussen mensen

aa

Naast de soorten identiteit die we tot nu toe hebben verkend, zijn er bijkomende verschillen tussen mensen. Verschillen die iets zeggen over onze identiteit. In hoofdstuk 2 gaan we daar verder op in. We zullen het hebben over verschillen tussen mensen wat betreft: hun sociale status,

–

hun financiële status,

pl

–

de opleiding die ze volgen of gevolgd hebben, hun gezondheid,

–

hun mate van geletterdheid (kunnen lezen en schrijven),

–

het soort werk dat ze uitoefenen of kunnen uitoefenen.

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

– –

25


4 Maak je Identikit! Om te weten wat je nu al begrijpt, vul je een fictief account in van een nieuwe sociale

website die vrienden met elkaar in contact brengt: Identikit. Naam

Voornaam

Gsm-nummer

Verjaardag

Geslacht

Dag

Maand

Jaar

Taal

School

aa

ke xe

m

Favoriete film

Politieke overtuiging

Favoriete artiest

pl

Favoriete sport

X

r©

Geboorteplaats

Religieuze overtuiging

Favoriete serie

a Vul de gegevens in, maar alleen wat je over jezelf wilt prijsgeven.

b Leg aan je vrienden uit waarom je bepaalde gegevens prijsgeeft en andere niet.

c Vermeld bij elk item tot welk soort identiteit het behoort.

kij

In THEMA 1 HOOFDSTUK 1

Vrouw

Land van herkomst

Relatiestatus

26

Man

VA N

E-mailadres

IN

Adres


STAP 3

Heb je een identiteit of ontwikkel je een identiteit?

IN

1 Lees de zoektocht van een Indiase baby. Wat zegt de auteur Paul Verhaeghe in het verhaal van de Indiase

baby over onze ‘psychologische’ of persoonlijke identiteit? Markeer in de tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord. Kijk ook eens naar de cover van zijn boek over identiteit.

VA N

Neem een Indiase baby weg uit haar geboortedorp in Rajasthan,

r©

laat haar opgroeien in Gent of Amsterdam, en zij krijgt een Gentse of Amsterdamse identiteit aangemeten. Was diezelfde baby

geadopteerd door Franse ouders in Parijs, dan had ze zich tot

Parisienne ontpopt. Wanneer zij als volwassene haar zogeheten

roots probeert terug te vinden, wacht

aa

haar een zware ontgoocheling: die zijn er simpelweg niet, en in haar

geboorteland is zij zo mogelijk nog meer een vreemde dan een

pl

andere Gentse of Amsterdamse vrouw. Zo mogelijk nog meer, omdat haar eventuele uiterlijke overeenkomsten (huidskleur, haar)

m

met de mensen van ginds een innerlijke overeenkomst met hen doen vermoeden die er niet is. De onvermijdelijke conclusie is dat van onze omgeving. Was ‘ik’ in een andere cultuur opgevoed met ouders uit die andere cultuur, dan had ik een heel ander ‘ik’ gekregen. Uit: Verhaeghe, P., Identiteit, p. 15/16.

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

de invulling van onze psychologische identiteit (wie we zijn) afhangt

27


VIP Paul Verhaeghe (°1955) is een Vlaamse klinisch psycholoog (UGent). Eigenlijk noemt men hem een psychoanalyticus. Volgens Verhaeghe is onze psychische identiteit ‘gemaakt’ door ervaringen

IN

in ons leven. Maar ook door wat de mens door de evolutie heen meemaakte. Daardoor zijn we enerzijds gericht op gemeenschap en willen we delen met anderen. Anderzijds zijn we gericht op individualisme en willen we nemen van anderen. Het soort

VA N

maatschappij waarin je leeft, bepaalt wat de overhand krijgt.

2 Ben je het eens met de volgende uitspraken? Staaf je antwoord aan de hand van argumenten.

1→ 'Ik ben ik, ik ben origineel en bepaal mijn eigen keuzes.'

r©

2→ 'Mijn genen en mijn hersenen bepalen wie ik ben.'

aa

3→ 'Afhankelijk zijn van anderen is soft, je moet er zelf staan.'

pl

m

3 Geef aan welke van je waarneembare kenmerken van jezelf afkomstig zijn en welke van de verschillende

ke xe

omgevingen waarin je leeft en waar je vandaan komt.

Noteer de nummers naast het bijbehorende kenmerk. Baseer je daarbij op de omschrijvingen van de begrippen uit kenniskader 1.2. 1→ je persoonlijke identiteit

2→ je groepsidentiteit

3→ je identiteit vanuit je regio, je nationaliteit, je werelddeel

4→ je subcultuur

5→ je genderidentiteit

6→ je hobbygroepen

7→ je levensbeschouwing

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

28

Je naam en leeftijd

Wat je graag eet

Je taal

Je favoriete muziek

Je dialect

Je kleding

Je sport

Je mening over racisme


Eureka! Wat denk je nu over de Breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

IN

“Haal ik mijn mening uit mijn samenleven met anderen of zit die gewoon in mij, want: ik ben nu eenmaal ik?”

VA N

Forum

Wat denk je nu? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je aangeduide keuze. Is je standpunt gewijzigd? Stellingen De samenleving maakt wie ik ben.

2

Ik ontwikkel en maak mezelf.

r©

1

Argumenten 1

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

pl

2

\ \

aa

| |

29


Synthese

→ Kennisclip

Vooroordelen, stereotypen, identiteit

1.1

Een vooroordeel is een oordeel dat je over iemand hebt zonder dat je die persoon kent. Het gaat om een constructie vanuit je gevoel.

IN

Een stereotype is een overdreven, simpel beeld dat je hebt over een bepaalde groep. Het bevat een set van

opvattingen over de eigenschappen van een groep. Het gaat om een constructie van je denken op basis van je kennis die je op een bepaald moment al hebt.

Je identiteit, wie je bent, wordt bepaald door wat je weet en voelt bij belangrijke aspecten van jou. Het is het

VA N

antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’. Het antwoord wordt ingevuld vanuit je leeftijd, je geslacht of gender, de regio waar je woont, je vriendengroep, je hobbygroep en je levensbeschouwing (hoe je denkt over mensen en de wereld).

Soorten identiteit 1 Persoonlijke identiteit

1.2

Bij persoonlijke identiteit gaat het om de manier waarop jij zegt wie je bent op basis van je eigenschappen. Er jongen/een meisje/X). —

Geslachtsidentiteit of genderidentiteit

r©

zijn biologische eigenschappen (ik ben een jongen/een meisje/X) en psychologische eigenschappen (ik voel me een

De geslachtsidentiteit heeft een grote invloed op ons denken, onze houding tegenover bepaalde dingen,

aa

ons gedrag.

Hoewel de geslachtsidentiteit zich voornamelijk ontwikkelt tijdens de kinderjaren, zullen fysieke en sociale uitstralen. —

pl

veranderingen tijdens de vroege adolescentie (tussen 12 en 15 jaar) mannelijkheid en/of vrouwelijkheid Identiteit op basis van leeftijd

Gedurende de levensloop ontwikkelt elke mens een identiteit die ontstaat in de relatie tussen de persoon en

m

zijn omgeving op dat moment. Identiteit evolueert dus mee met de leeftijd.

ke xe

2 Sociale identiteit of groepsidentiteit

Bij sociale identiteit of groepsidentiteit gaat het over de groep waartoe je bewust behoort. Al die groepen hebben eigen kenmerken, doelen die ze willen bereiken … Vaak hebben ze ook eigen uiterlijke kenmerken, als een manier van kleden, een gemeenschappelijke taal … Een hobbygroep kan je een bepaalde identiteit geven die je gemeen hebt met de andere leden van die groep. —

(Supra)nationale identiteit

kij

De nationale identiteit is een vorm van groepsidentiteit. Naties zijn ongeveer 150 jaar geleden ‘gemaakt’. Zo is een nieuwe vorm van gemeenschap ontstaan met een

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

gemeenschappelijke identiteit op basis van de natie waarin je geboren en/of opgegroeid bent.

30

—

Je kunt ook behoren tot een grotere gemeenschap dan je natie. Zo kun je Europeaan zijn, of Afrikaan, Aziaat … en daarop een supranationale identiteit ontwikkelen. (Sub)cultuur of culturele identiteit Door de groepsidentiteit krijgen we het gevoel ergens thuis te horen. De culturele identiteit geeft ons het gevoel met anderen dezelfde waarden, normen en opvattingen te delen. Ze wordt grotendeels door anderen bepaald. Maar: we kunnen ook eigen accenten leggen in onze culturele identiteit of er nieuwe dingen aan toevoegen door met andere culturen om te gaan.


—

Identiteit vanuit de hobby- of vriendengroepen. Ook de hobby- of vriendengroep zijn vormen van groepsidentiteit. De groepsleden spreken een eigen taal en hebben eigen gewoonten.

—

Levensbeschouwelijke identiteit Een groep mensen die op een gelijkaardige manier denkt over het leven, over wat goed is, delen eenzelfde

IN

levensbeschouwelijke identiteit. Die mensen hebben dezelfde overtuigingen en waarden.

stereotype

vooroordeel

persoonlijke identiteit geslacht en gender leeftijd

groepsidentiteit

r©

identiteit

VA N

Bordschema

(supra)nationale identiteit culturele identiteit

aa

identiteit vanuit de vrienden- en hobbygroepen

THEMA 1 HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

pl

levensbeschouwelijke identiteit

31


2 Hoofdstuk

c

IN

De identiteit van een diverse samenleving Waarover gaat dit hoofdstuk?

VA N

In de wereld rondom ons horen we dagelijks verhalen over verschillen tussen mensen en tussen

groepen mensen. Soms lachen we met gedrag dat ons vreemd is, soms vinden we dat leuk en soms

schrikken de verschillen ons af. In dit hoofdstuk vergaar je de kennis en begrippen om hierover op

een boeiende manier te discussiëren. We merken verschillen op tussen onze leeftijdsgenoten, in de

kleine kring van de gezinsvorm waarin we leven, tussen sociale groepen, tussen volkeren en culturen. Al die verschillen kunnen we samenvatten onder de noemer ‘diversiteit’ of ‘verscheidenheid’. Maar

welke prioriteiten stel je om op een vreedzame manier samen te leven en samen te werken in onze

diverse samenleving? Want: zoveel mensen, zoveel meningen! Het is nodig om te motiveren hoe je je

Wat leer ik in dit hoofdstuk?

aa

c

r©

samenlevingskeuzes maakt.

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

Ik herken eigenschappen van een diverse samenleving.

pl

Ik onderscheid diversiteit op basis van verschillende diversiteitsfactoren, o.m. sociaaleconomische status, opleidingsniveau, gezondheid, beperkingen, godsdienst en levensbeschouwing …

m

Ik kan argumenten gebruiken om uitdagingen te kaderen, zoals meningsverschillen, verschillende belangen, verschillende referentiekaders vanwaaruit men denkt en handelt,

ke xe

het risico van groepsdenken en uitsluiting. Ik haal voorbeelden aan die de voordelen van diversiteit illustreren, zoals culturele verrijking, uitwisseling van ideeën, economische uitwisseling. Ik kan de analyse maken van een groepering naargelang haar omgang met verschillende samenlevingsvormen van sociale groepen zoals multiculturalisme, monoculturalisme,

kij

integratie, assimilatie, inclusie en exclusie.

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

c

32

Begrippen

in-groep – uit-groep – polarisatie – homogene groep/samenleving – heterogene groep/ samenleving – multiculturalisme – monoculturalisme – assimilatie – inclusie – integratie – segregatie – exclusie


Intro Met opa praten vindt Mateo best bijzonder, vooral als die grappige verhalen uit ‘zijn tijd’ vertelt. Gisteren vroeg opa hoe dat eigenlijk werkt in Mateo’s klas met al die godsdiensten. Kunnen al die verschillende leerlingen – katholiek, moslim, joods … – het goed met elkaar vinden? En dan zijn er ook nog een aantal klasgenoten die

IN

zichzelf als ‘ongelovig’ beschouwen. ‘In mijn tijd’, zei opa, ‘waren we in de klas allemaal katholiek, echt of nep.

Er waren weinig tot geen meningsverschillen over het al dan niet vieren van Kerstmis of over wat we op zondag

moesten doen. We wisten allemaal wat bepaalde woorden betekenden, ik had er vertrouwen in dat iedereen dacht zoals ik.’ Opa kan zich nauwelijks voorstellen dat zijn kleinzoon zich op zijn gemak voelt bij die verschillende

VA N

meningen over feesten, rituelen en gebruiken. Maar voor Mateo voelt het heel vertrouwd, net zoals hij het gewoon vindt dat er ook meisjes in zijn klas zitten, dat twee van zijn vrienden de teksten met speciale software lezen omwille van hun dyslexie, of dat een klasgenote wegens ziekte de lessen op afstand volgt, van thuis uit.

Voor Mateo is de diversiteit van onze huidige samenleving de normaalste zaak van de wereld.

r©

Bekijk de foto’s.

a Noteer voor elke afbeelding over welke soort diversiteit het gaat. b Herken je die vorm van diversiteit hier in Vlaanderen? Leg uit.

aa

c Welke voordelen zie je in deze manier van samenleven?

pl

d En welke uitdagingen zijn er?

1→ Wat?

Voordelen:

Uitdagingen:

2→ Wat?

Voordelen:

Uitdagingen:

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

33


3→ Wat?

IN

Voordelen:

© Alizada Studios/Shutterstock

4→ Wat?

Voordelen:

r©

VA N

Uitdagingen:

Uitdagingen:

pl

© Alexandros Michailidis/ Shutterstock

aa

BREINBREKER

m

l

ke xe

In dit hoofdstuk zul je in vier stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

“Wat zijn de voordelen en uitdagingen van een diverse samenleving?”

Forum

kij

Wat denk je nu al? Bekijk de foto’s van de vorige opdracht nog eens. a Welk argument kun je geven om te stellen dat er voordelen zijn aan een diverse samenleving?

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

Noteer een argument dat op alle foto’s van toepassing is.

34

b Welk argument kun je geven om te stellen dat er uitdagingen zijn aan een diverse samenleving?

Noteer een argument dat op alle foto’s van toepassing is.


Parcours STAP 1

IN

Hoe komt het dat meningen over ‘andere’ mensen vaak leiden tot tegengestelde kampen?

1 Zoveel gezichten, zoveel groepen. Een greep uit bijna 8 miljard mensen … Bekijk de foto’s. Noteer onder

van een bepaald kenmerk hebt, zet je er een vraagteken bij.

volwassen – vrouw – Aziatisch – hoogopgeleid? – ...

6

4

7

8

ke xe

m

pl

5

3

r©

2

aa

1

VA N

elke persoon identiteitskenmerken die je puur op basis van de foto kunt afleiden. Als je een vermoeden

9

10

11

12

© Agarianna76/Shutterstock

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

35


2 Ik weet (niet) wie die mensen zijn … a Doen mensen uit bovenstaande voorbeelden je denken aan mensen die jij al hebt ontmoet,

bijvoorbeeld in een gesprek, tijdens een kamp, op reis of tijdens je sportbeoefening?

IN

b Welke clichés en stereotypen bestaan er over hen? En komen die overeen met jouw ervaring?

VA N

c Wat ervaarde je zelf bij die contacten?

r©

3 Onbekend maakt onbemind … en dan vormen zich twee (of meer) ‘kampen’ en krijg je: polarisatie. Bekijk

het filmpje.

a Leg in je eigen woorden uit wat polarisatie precies inhoudt.

aa

b Haal uit het filmpje de stappen die tot polarisatie kunnen leiden.

ke xe

m

pl

c Wat kan polarisatie tegenhouden in een samenleving?

kij

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

36


d Polarisatie kan jammer genoeg voorkomen in de vele groepen waarvan je deel uitmaakt. Neem een

actueel voorbeeld waarin polarisatie aanwezig is of dreigt.

de buurt waar je

woont …

bv. in je

hobbyclub, je

wereld of delen

ervan …

Op mesoniveau

jeugdgroep, organisaties … Op macroniveau bv. in je land, de

r©

bv. in je gezin,

aa

Good to know Polarisatie: altijd ongewenst?

IN

Op microniveau

Thema dat dreigt te polariseren

VA N

Waar?

Meestal wordt negatief gesproken over polarisatie: het leidt tot geweld, het verdeelt een samenleving … Toch kan in een

pl

bepaalde tijd een polariserende beweging nodig zijn om een gewenste verandering te brengen in de samenleving. Denk

maar aan de polarisatie rond thema’s als gelijke rechten voor

m

vrouwen, gelijke rechten voor zwarten …

Maar als er geen oplossing komt voor het polarisatieproces, als het proces te lang duurt of als tegenstellingen te hard

ke xe

worden uitgespeeld, evolueren we naar een verdeelde samenleving. Gevolg: conflicten tussen groepen, te weinig ruimte voor genuanceerde meningen over het thema. In dat geval spreken we van ongewenste polarisatie.

Spanningen in Noord-Ierland drijven katholieken en protestanten uit elkaar.

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

Herken je dat in onze samenleving?

37


4 Lees de uitleg in het kenniskader. Tot welke groepen behoor jij? Beantwoord de vragen onder het kader.

Van stereotypering naar polarisatie

2.1

IN

In de sociologie en de sociale psychologie spreken we over een in-groep en een uit-groep. 1 De in-groep

De in-groep is de groep mensen met wie je intense contacten hebt. De leden van je in-groep zijn voor jou referentiepersonen. Dat wil zeggen: mensen met wie je ideeën, opvattingen en

VA N

voorkeuren deelt. Het is je referentiegroep, een sociale groep waarmee een persoon zich

identificeert als lid. De persoon ontleent er zijn sociale identiteit aan (zie kenniskader 1.1). —

Een zeer sterke in-groep is bijvoorbeeld de gezinsvorm. Er is doorgaans een heel sterke samenhang tussen de leden en je ervaart er een veiligheidsgevoel.

—

Je beste vriendengroep is ook een in-groep.

2 De uit-groep

De uit-groep staat tegenover de in-groep. Mensen weten niet altijd goed hoe ze zich moeten ervaren daardoor onveiligheid en gevaar. —

Het uit-groep-gevoel zien we vaak bij voetbalsupporters: de ploeg uit stad A staat lijnrecht tegenover de ploeg uit stad B.

—

r©

gedragen tegenover de leden van de uit-groep, ze kennen hen niet zo goed. Sommigen

Speelt in je klas de tegenstelling tussen Scouts en Chiro?

aa

Weet dat je een uit-groep niet altijd als bedreigend hoeft te zien. Je kunt de leden van de uit-

3 Polarisatie

pl

groep beschouwen als ‘alle anderen die niet tot de in-groep behoren’.

Te vaak leidt het mechanisme van de in- en de uit-groep tot polarisatie. Polarisatie herken je overal. Het is jammer genoeg universeel.

m

Polarisatie is een toenemend wij-zij-denken. Het is een proces: iets kan uitgroeien tot een gepolariseerd onderwerp. Dan worden de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker, en staan ze meer en meer tegenover elkaar. Polarisatie kan op verschillende niveaus

ke xe

ontstaan: in een buurt, op een school, maar ook in de media of op de sociale media. 4 Sociaal gedrag en biologische achtergrond

Onderzoek heeft aangetoond dat het hormoon oxytocine een belangrijke rol speelt bij de gehechtheid tussen opvoeder en kind. Het wordt het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Binnen de in-groep bevordert oxytocine altruïsme en verbondenheid. Tegenover de uit-groepen kan het agressief gedrag veroorzaken, vooral als die als

kij

bedreigend worden ervaren. Oxytocine – zo zegt de wetenschap – heeft ook een negatief of conflictverhogend effect naar personen die niet tot de ‘eigen’ groep behoren. Door opvoeding

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

en cultuur kunnen we hiermee leren omgaan.

38


a Geef aan tot welke in-groepen jij behoort. Een tip: kijk eens in je portefeuille. Ook je mobiele telefoon

is vast een echte inspiratiebron over de groepen waarvan je deel uitmaakt! b Ervaar je dat tegenover deze in-groep een uit-groep bestaat?

IN

c Hoe merk je bij jezelf dat je deze groep als een uit-groep ervaart?

Hoe merk je dat je b als een

Je in-groepen (a) en uit-groepen (b) a

VA N

Op microniveau

b

r©

a

b

pl

aa

Op mesoniveau

uit-groep ervaart?

b

m

a

ke xe

Op macroniveau

Stereotypen van toen en nu: denken in veilige hokjes In clichés denken over anderen is eigenlijk een vorm van stereotyperen (zie kenniskader 1.1). In hoofdstuk 1 hadden we het al over de clichés als we spreken over nationaliteiten (Fransen, Nederlanders …). Mensen delen anderen graag in groepen in. Op zich is daar niets mis mee, die neiging is zo oud als de mens zelf. Want weten tot welke groep iemand behoort, gaf in tijden van weinig communicatie tussen groepen een gevoel van veiligheid. Als je wist tot welke groep iemand behoorde, dan kon je inschatten hoe veilig je omgeving was. Herken je dat nu nog in onze tijd?

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

Good to know

39


STAP 2

Hoe kunnen mensen die van elkaar verschillen toch een gemeenschap vormen?

onder het kader.

VA N

Diversiteit: samenleven in een diversiteitsvlechtwerk

IN

1 Lees het kenniskader over diversiteit. Ontdek wat diversiteitsfactoren zijn. Maak vervolgens de opdracht

We zagen in hoofdstuk 1 (kenniskader 1.1) dat onze identiteit uit verschillende lagen bestaat. Dat zijn de identiteitsindicatoren. Als we in eenzelfde samenleving moeten samenleven met andere identiteiten, dan worden onze eigen identiteitsindicatoren diversiteitsfactoren.

Dat zijn factoren die ons ‘anders’ maken dan anderen met hun ‘andere identiteiten’. Zo is

bijvoorbeeld je dialect een diversiteitsfactor: het onderscheidt je van iemand uit een andere regio.

r©

Een hedendaagse samenleving bestaat uit een combinatie van die diversiteitsfactoren. 1 Een homogene of heterogene samenleving

In een homogene samenleving ligt de nadruk op een gemeenschappelijk kenmerk dat de leden delen met elkaar.

gemeenschappelijk kenmerk: huidskleur, godsdienst, ploegmaats dragen hetzelfde truitje …

aa

—

In een heterogene samenleving zijn er naast verbondenheid door een gemeenschappelijk kenmerk ook veel kenmerken die verschillen. Dat noemen we diversiteit. gemeenschappelijk kenmerk: in hetzelfde land, dezelfde stad, dezelfde straat wonen, naar dezelfde

pl

—

school gaan, in dezelfde klas zitten …

verschillende kenmerken: verschillende huidskleur, taal, kleding, gewoontes, een beperking …

m

—

2 Multiculturalisme of monoculturalisme

ke xe

In een heterogene samenleving moeten we keuzes maken over hoe we willen samenleven. Dat kan soms voor spanningen zorgen. Sommigen zijn voorstander van het multiculturalisme (multi = veel). Dat is een maatschappelijk en politiek standpunt waarbij gelijkheid en de deelneming aan de gemeenschap worden nagestreefd. Alle personen met hun verschillende identiteit (cultureel, godsdienst, afkomst …) zijn gelijk binnen de gemeenschappelijkheid van het

kij

land, de straat, de wijk, de school ... Tegenover het multiculturalisme staat het monoculturalisme (mono = één, alleen).

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

Voorstanders van monoculturalisme vinden dat de cultuur van de ‘oorspronkelijke’

40

bewoners de basis van elk maatschappelijk leven moet zijn. Alle andere groepen zijn ‘nieuwkomers’. Ze moeten zich aan de cultuur van de oorspronkelijke bewoners aanpassen.

2.2


sociaal-culturele achtergrond

In een heterogene samenleving

seksuele oriëntatie

als de onze kennen we een

sociale status

diversiteitsvlechtwerk. Dat bevat

financiële status

de elementen die iedereen in meer

educatie (opleiding)

of mindere mate heeft en waarin we

leeftijd

kunnen verschillen van elkaar.

IN

uiterlijke kenmerken

3 Een diversiteitsvlechtwerk

gezondheid gender en sekse

VA N

taal en geletterdheid (arbeids)participatie

religie en levensbeschouwing

r©

2 Ga aan de slag met de diversiteitsfactoren. a Verbind de diversiteitsfactoren met de juiste omschrijving.

sociaal-culturele

a

achtergrond uiterlijke kenmerken

b

3

seksuele oriëntatie

4

sociale status

5

financiële status

6

educatie (opleiding)

f

7

leeftijd

g

8

gezondheid

h

9

gender en sekse

i

10

taal en geletterdheid

j

11

(arbeids)participatie

k

c

ke xe

m

e

het feit of iemand al dan niet opgeleid is, de deelname aan een bepaald type onderwijs de levensfase waarin je je bevindt normen, waarden, gewoonten en gebruiken die je van thuis uit meekrijgt de taal die je spreekt; kunnen lezen en schrijven het aanzien, de eer, het prestige dat iemand krijgt en met zich meedraagt in zijn sociale groep of in de samenleving de mate waarin iemand financieel in staat is om voor zichzelf (en eventueel voor anderen) te zorgen kenmerken van bij de geboorte (huids- of haarkleur) of verworven kenmerken (een litteken, kleding …) toegang tot de arbeidsmarkt; of je iets te betekenen hebt in de samenleving (vrijwilligerswerk, studentenjob) een geloofsleer of een godsdienst; het hebben van een bepaalde visie op het leven (zie kenniskader 1.2) de biologische geslachtsverschillen; de culturele en

religie en

l

levensbeschouwing

1

tot wie je je romantisch/seksueel aangetrokken voelt

pl

d

kij

In

12

gebied

aa

2

het welbevinden zowel op lichamelijk, psychisch als sociaal

2

maatschappelijke betekenis van biologische verschillen (zie kenniskader 1.2)

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

1

41


b Je leraar geeft je twee diversiteitsfactoren. Beantwoord de vragen op een apart blad.

–

Bepaal jouw identiteit voor die twee diversiteitsfactoren.

–

Welke personen behoren tot je in-groep voor deze diversiteitsfactoren?

–

En tot je uit-groep?

Het onderstaande voorbeeld voor de diversiteitsfactor 'sociaal-culturele achtergrond' kan je op weg

IN

helpen. Diversiteitsfactor: sociaal-culturele achtergrond

Bij ons eten we het avondmaal samen als mijn ouder(s) thuiskomt/komen.

Personen van je

VA N

Jouw identiteit:

Mijn gezin.

in-groep: Personen van je

Bij mijn beste vriend(in) thuis hebben ze geen echte ‘eetroutine’. Iedereen

uit-groep:

warmt daar zijn eten op wanneer het hem uitkomt.

c Vorm een groepje met de klasgenoten die dezelfde diversiteitsfactoren toebedeeld kregen en

ke xe

m

pl

aa

r©

vergelijk.

Op welke manieren kun je omgaan met diversiteit? Bestaat er een beste keuze?

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

STAP 3

42

© Split Second Stock/Shutterstock

© Procyk Radek/Shutterstock


1 Sommigen leven buiten het diversiteitsvlechtwerk, anderen zitten er middenin. Hoe doe je dat nu, omgaan

met diversiteit tussen groepen? a Bekijk de figuren hieronder. Ze illustreren een aantal manieren waarop je in een samenleving met ‘de

anderen’ kunt omgaan. Kun je uit de figuren afleiden wat elk begrip betekent?

IN

b Ontdek in kenniskader 2.3 op p. 45 het verschil tussen integratie, assimilatie, inclusie en uitsluiting.

Leg met je eigen woorden uit wat bij elke manier van samenleven gebeurt met ‘het andere’ en ‘de anderen’. Noteer je antwoord naast de figuren. 1→

Assimilatie:

VA N

2→

r©

Inclusie:

aa

3→

pl

Integratie:

ke xe

m

4→

Segregatie:

5→

Uitsluiting of exclusie:

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

43


c Lees de bijbehorende situaties. Benoem bij elke situatie de vorm

van samenleven met ‘het andere’ of ‘de andere’. 1→ Siebe bekloeg zich erover dat hij niet mee mocht opdienen van de leiding op het

feest van de oud-leden. ‘Ze vinden dat ik

IN

een grote mond heb en altijd kritiek geef op anderen. Ikzelf vind dat ik gewoon direct ben in hoe ik spreek over anderen.’

VA N

2→ ‘Goed dat de Paralympics er zijn’, zei

Alexandra tegen haar lotgenoten met

hemiplegie. ‘Nu kunnen we in ons wereldje van gelijken ook aan sport op ons niveau

doen. Hoog niveau hé, sommigen zijn zelfs profs, anderen semiprofessioneel.’

3→ ‘Ik mag wel meegaan, maar kan niet

r©

meedoen met de teambuilding van de klas

in Houffalize’, zegt Joren tegen zijn ouders. ‘Ze zeggen dat ik aan veel activiteiten niet zal kunnen deelnemen door mijn

astmatische kortademigheid. Lief van hen

aa

hoor! Ik mag er wel bij zijn, maar moet zelf zoeken naar een oplossing.’

pl

4→ ‘Een heel ander leven nu’, zegt Khadija.

‘Ik had veel taalproblemen toen ik als niet-begeleide minderjarige uit

m

Afghanistan kwam. Bovendien stelde men in het buitengewoon onderwijs vast

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

dat ik een zware vorm van dyslexie had.

44

Maar nu zit ik in het derde secundair en krijg aangepaste software om teksten te kunnen lezen en om mijn schrijven te corrigeren. Niet simpel voor mij, maar ik ben de school, mijn leraren en de medeleerlingen enorm dankbaar.’

5→ ‘Ik zal altijd wel alleen staan met mijn ideeën over mijn godsdienst. Ik ben als Afrikaanse moslima goed opgenomen in de klasgroep, dat is voor mij belangrijk. En ja, ze vinden het niet kunnen dat ik een hoofddoek draag. Ze vinden het een teken van onderdrukking van vrouwen. Oké, denk ik dan: jullie zijn met velen die zo denken, ik voel mij goed bij jullie, dan maar geen hoofddoek. Ook al strookt dat niet met mijn overtuiging’


Diverse manieren van omgaan met diversiteit

2.3

1 Assimilatie

Assimilatie is een aanpassingsproces van personen of groepen die de overheersende normen en waarden overnemen van de sociale en culturele omgeving waarin ze leven. Ze behouden een aantal essentiële kenmerken van hun eigen cultuur niet. Door die aanpassing nemen zij

IN

deel aan het leven van wat eerst de uit-groep voor hen was en worden zo lid van de in-groep. 2 Inclusie

Wanneer de samenleving kiest voor inclusie als samenlevingsvorm, wil ze alle mensen tegenover ‘uitsluiten’ of exclusie.

VA N

echt betrekken en opnemen in de groep. Je kunt het vertalen als ‘insluiten’. Inclusie staat Inclusie moet van de beide kanten komen. De ‘andere’ persoon (huidskleur, geloof of

levensbeschouwing, handicap …) moet willen participeren. Maar ook de samenleving moet daarvoor openstaan. Anders werkt inclusie niet.

Inclusie berust dus op pull en push: je kunt een persoon pushen naar de samenleving, maar de samenleving moet de persoon ook aantrekken (to pull). Inclusie gaat dus niet zomaar

3 Integratie

r©

vanzelf.

Bij integratie mogen personen of groepen wel meedoen als ze zich kunnen aanpassen, als ze zelf de drempels wegkrijgen. De samenleving past zich niet of weinig aan de noden of de identiteit van de andere(n) aan. Volwaardige deelname door die ‘anderen’ is dan ook vaak heel

aa

moeilijk of kost heel veel inspanning. 4 Segregatie

Bij segregatie wordt een onderscheid gemaakt tussen groepen op basis van een bepaalde scheidt zichzelf af.

pl

diversiteitsfactor (bv. geslacht, huidskleur …). De ‘andere’ groep wordt bewust afgescheiden of De kostprijs van woningen zorgt ervoor dat categorieën geografisch gescheiden leven.

—

Sommige cultureel elitairen zorgen ervoor dat alleen hun groep die cultuur kan meemaken.

m

—

ke xe

5 Sociale uitsluiting of exclusie

Sociale uitsluiting of exclusie heeft betrekking op groepen mensen die niet volledig kunnen deelnemen aan de samenleving. Ze worden systematisch uitgesloten, krijgen geen of minder burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten. Sociale uitsluiting heeft vaak betrekking op de gevolgen van armoede, discriminatie omwille van een andere groepsidentiteit, geweld en ongelijkheid.

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

Naar: www.gripvzw.be

45


2 Bekijk de tekeningen. Bepaal om welke vormen van samenleven het gaat. Gebruik hiervoor de begrippen

Welke voordelen of uitdagingen zijn er verbonden aan diversiteit?

aa

STAP 4

r©

VA N

IN

© City for All Women Initiative (CAWI)

uit kenniskader 2.3.

m

die Sien ziet?

pl

1 Lees de onderstaande situatie. Hoe oordeel jij over de voordelen die Joren ziet? En over de struikelblokken

Bij de min-18-jarigen van ons dorp zitten nieuwe spelers in de korfbalploeg. Een jonge Afghaan,

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

echt een geweldige speler, en een Nederlandse die al aan heel wat toernooien deelnam. Maar

46

niet iedereen ziet hen graag blijven. Joren wel: ‘Door samen te spelen zie ik hen steeds beter worden en leer ik hen ook beter kennen. De ploeg gaat er echt op vooruit. Laat ze maar blijven!’ Sien daarentegen, ziet hen liever gaan: ‘Je kunt niet of nauwelijks met hen praten, zo werden er vorige week opnieuw veel foute passen gegeven en verloren we. Bovendien nemen ze de plaats in van getalenteerde dorpsgenoten zoals mijn vriendin.’


2 Herlees de diversiteitsfactoren uit Stap 2 (p. 41). Wat kunnen de voordelen en de uitdagingen van

diversiteit zijn? Voor jou? Voor de samenleving? Werk in groepjes en noteer enkele sleutelwoorden op een apart blad. a Welke voordelen kun je aanhalen voor de verschillende diversiteitsfactoren? Plaats bij elke factor of

culturele verrijking

–

economische uitwisseling

–

uitwisseling van ideeën

VA N

–

IN

er van een (of meer) van de volgende voordelen sprake kan zijn:

b Welke uitdagingen kun je aanhalen voor de verschillende diversiteitsfactoren? Plaats bij elke factor of

er van een (of meer) van de volgende uitdagingen sprake kan zijn: – meningsverschillen

verschillende referentiekaders vanwaaruit men denkt en handelt

–

verschillende belangen

–

het risico van groepsdenken en uitsluiting

r©

–

c Geef telkens concrete voorbeelden, zowel bij de voordelen als bij de uitdagingen.

Diversiteitsfactor

aa

Voorbeeld:

Je mag eigen referentiekaders

levenswijzen zijn die ook

Bv. Je mag je niet terugtrekken

waardevol zijn.

in je eigen gelijk of in de hokjes

Uitwisseling van ideeën

van ‘gelijke denkers’.

Voordeel

Culturele verrijking

Bv. Je leert dat er andere

niet als absoluut zien.

Bv. Je kunt in de discussies je eigen gewoonten en waarden beter verantwoorden. Je krijgt meer begrip voor andere visies en dat is ook wederzijds.

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

pl

Sociaal-culturele achtergrond

Uitdaging

47


Eureka! Wat denk je nu over de Breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

VA N

Forum

IN

“Wat zijn de voordelen en uitdagingen van een diverse samenleving?”

Wat denk je nu? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je aangeduide keuze. Is je standpunt gewijzigd? Stellingen Diversiteit heeft voordelen voor de samenleving.

2

Diversiteit heeft uitdagingen voor de samenleving.

3

Diversiteit heeft voordelen voor de samenleving, maar stelt ze ook voor

r©

1

uitdagingen.

1

aa

Argumenten

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

2

pl

48

| |

\ \

|

\


Synthese

→ Kennisclip

De in- en de uit-groep

2.1

De in-groep is de groep mensen met wie je intense contacten hebt. Die mensen vormen je referentiepersonen. Je ontleent je sociale identiteit aan hen.

IN

De uit-groep staat tegenover de in-groep. Mensen weten niet altijd goed hoe ze zich moeten gedragen tegenover de leden van de uit-groep, omdat ze hen niet zo goed kennen. Een uit-groep moet niet altijd als bedreigend

Polarisatie

VA N

worden aanzien.

2.1

Polarisatie is een toenemend wij-zij-denken. Het is een proces, iets kan uitgroeien tot een polariserend

onderwerp. In dat geval worden de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker. Polarisatie kan op verschillende niveaus ontstaan, in een buurt, op een school, maar ook in de media of op de sociale media.

Een homogene of heterogene samenleving

2.2

In een homogene samenleving ligt de nadruk op een gemeenschappelijk kenmerk dat de leden delen met

r©

elkaar.

In een heterogene samenleving zijn er naast verbondenheid omwille van een gemeenschappelijk kenmerk ook veel kenmerken die verschillen. Dat noemen we diversiteit.

aa

Multiculturalisme en monoculturalisme

2.2

Multiculturalisme (multi = veel) is een maatschappelijk en politiek standpunt waarbij gelijkheid en de deelneming aan de gemeenschap worden nagestreefd. Alle personen met hun verschillende identiteit de school ...

pl

(cultureel, godsdienst, afkomst …) zijn gelijk binnen de gemeenschappelijkheid van het land, de straat, de wijk, Voorstanders van monoculturalisme (mono = één, alleen) vinden dat de cultuur van de ‘oorspronkelijke’ bewoners de basis van elk maatschappelijk leven moet zijn. Alle andere groepen zijn ‘nieuwkomers’. Ze

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

moeten zich aan de cultuur van de oorspronkelijke bewoners aanpassen.

49


2.3

Manieren van omgaan met diversiteit 1 Assimilatie

Assimilatie is een aanpassingsproces van personen of groepen die de overheersende normen en waarden overnemen van de sociale en culturele omgeving waarin ze leven. Ze behouden een aantal essentiële kenmerken van hun eigen cultuur niet.

IN

2 Inclusie

Inclusie als samenlevingsvorm wil alle mensen echt betrekken en opnemen in de groep. Inclusie staat tegenover ‘uitsluiten’ of exclusie.

Inclusie moet van de beide kanten komen. De ‘andere’ persoon moet willen participeren. Maar ook de

VA N

samenleving moet daarvoor openstaan. 3 Integratie

Bij integratie mogen personen of groepen wel meedoen als ze zich kunnen aanpassen. De samenleving past zich niet of weinig aan de noden of de identiteit van de andere(n) aan. Volwaardige deelname door die ‘anderen’ is dan ook vaak heel moeilijk of kost heel veel inspanning.

r©

4 Segregatie

Bij segregatie maakt men een onderscheid tussen groepen op basis van een bepaalde diversiteitsfactor (bv. geslacht, huidskleur …) De ‘andere’ groep wordt bewust afgescheiden of scheidt zichzelf af. 5 Sociale uitsluiting of exclusie

aa

Exclusie of sociale uitsluiting heeft betrekking op groepen mensen die niet volledig kunnen deelnemen in de samenleving. Ze worden systematisch uitgesloten, krijgen geen of minder burgerrechten en politieke,

homogene samenleving

ke xe

in-groep

m

Bordschema

pl

economische, sociale en culturele rechten.

uit-groep

THEMA 1 HOOFDSTUK 2

In

kij

monoculturalisme

50

heterogene samenleving

?

polarisatie multiculturalisme —

assimilatie

—

inclusie

—

integratie

—

segregatie

—

exclusie


3 Hoofdstuk

Help, ik word beïnvloed! Waarover gaat dit hoofdstuk?

IN

c

Heb jij dat ook? Heb je graag gelijk over iets? Vind je het prettig als anderen je leuk vinden? Geen

zorgen! Iedereen wil dat, de een meer dan de ander. In een kleine groep vrienden heb je zo je trucjes om je gelijk te halen of om populair te zijn. Je hebt die al doende geleerd. Maar in een diverse

VA N

samenleving wil iedereen de anderen ervan overtuigen dat hij gelijk heeft, dat hij de leukste is. Dan

kan het best lastig worden om jezelf te blijven en je niet te laten overdonderen door influencers die je

willen overtuigen van hun eigen gelijk of hun ‘beter’-zijn. In dit hoofdstuk verken je hoe je dagelijks beïnvloed wordt en hoe je daar het best mee kunt omgaan.

Je zult strategieën toepassen om met vooroordelen, stereotypering, machtsmisbruik en groepsdruk om te gaan: je informeren, kwesties bespreekbaar maken, negatieve aspecten benoemen en gepast

Wat leer ik in dit hoofdstuk?

aa

c

r©

reageren.

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

Ik gebruik mijn kennis en informatiebronnen om na te gaan of wat ‘men’ zegt, klopt.

pl

Ik bespreek met mensen die ik echt vertrouw informatie die ik niet betrouw. Ik ga in dialoog wanneer men me vraagt om iets te doen wat ik eigenlijk niet wil.

m

Ik zoek uit waarom de media zonder bron informatie geven over iets.

ke xe

Ik kan ‘neen’ zeggen als de groep me iets wil laten doen wat niet kan.

c

Begrippen

conformeren – sociale beïnvloeding – normatieve sociale beïnvloeding – tolerantie –

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

groepsdruk – informatieve sociale beïnvloeding – machtsmisbruik

51


Intro Zonder dat je het weet of erbij stilstaat, heb je vandaag waarschijnlijk al heel wat invloeden ondergaan. En dan gaat het niet alleen over het weer: de zon die schijnt of de regen. In je sociale omgeving komt er zoveel op je af dat je eraan gewend bent geraakt. Veel van wat je hoort en ziet, is bedoeld om je in een bepaalde richting te doen

IN

handelen. Deze morgen was er die bedelaar aan het station aan wie je een muntstuk gaf, nadat je enkele meisjes

voor jou hetzelfde zag doen. Er lag trouwens al wat in zijn mandje. Misschien luisterde je naar de commercials op je favoriete radiozender. Of hebben jij en je vrienden al op de sociale media gekeken hoeveel likes die foto of post doe je toch.

Bekijk de afbeeldingen en beantwoord de vragen.

VA N

van gisteren opleverde. En deze avond is er die coole tv-reeks waarvan je de lachband er maar bijneemt, lachen

a Naar welke vorm van beïnvloeding verwijzen deze afbeeldingen?

r©

b Duid bij elke afbeelding aan in welke mate men invloed wil uitoefenen op jongeren.

Geef daarbij een cijfer van 1 tot en met 5 (1 = ‘minst bedoeld om te beïnvloeden’, 5 = ‘meest bedoeld om te beïnvloeden’).

aa

Vorm van beïnvloeding

Mate van beïnvloeding van jongeren

pl

1

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

m

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

ke xe

2

52

3


Vorm van beïnvloeding

Mate van beïnvloeding van jongeren

4

1

2

BREINBREKER

l

5

1

2

3

4

5

r©

© Igor Golovniov/Shutterstock

VA N

5

4

IN

3

In dit hoofdstuk zul je in vier stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

aa

“Hoe komt het dat we ons zo vaak en zo gemakkelijk laten beïnvloeden?”

pl

Forum

Bepaal voor jezelf waarom je – bewust, maar meestal onbewust – invloed ondergaat van anderen: van je

m

beste vrienden, de media, de reclame en de politiek.

a Duid voor elke stelling aan in welke mate ze op jou van toepassing is. Rangschik de stellingen van

ke xe

1 tot en met 9 (1 = het meest van toepassing, 9 = het minst van toepassing).

b Noteer nog een extra argument dat je niet terugvindt in dit lijstje.

Ik wil met iedereen overeenkomen, dus volg ik. Ook als het niet altijd ‘mijn mening’ is. Misschien heb ik te veel vertrouwen in anderen.

kij

Ik heb over veel dingen te weinig kennis. Als iets leuk wordt voorgesteld, dan volg ik gemakkelijk. Ook op de sociale media like ik snel. Misschien laat ik me te vlug overtuigen als iemand belangrijk iets zegt.

Men zegt me dat ik te naïef ben. Er komt echt te veel op ons af, ik kan niet selecteren. Ik ben bang dat anderen mijn eigen mening belachelijk of onbelangrijk zullen vinden.

Extra argument:

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

Wat anderen hebben, wil ik ook weleens hebben.

53


Parcours Op welke manieren word je beïnvloed?

IN

STAP 1

In allerlei omstandigheden worden we beïnvloed, stemmen we ons gedrag af op een persoon, een groep,

VA N

een situatie. Ontdek in de tabel hieronder de verschillende vormen van sociale beïnvloeding.

a Plaats de foto’s uit de Intro (p. 52-53) bij de juiste vorm van beïnvloeding. Let op: niet voor elke vorm

van sociale beïnvloeding is er een foto. Sommige foto's horen dan weer bij meer dan één vorm van beïnvloeding.

b Lees dan de situaties onder de tabel, op p. 56. Plaats elke situatie bij de juiste vorm van beïnvloeding.

r©

c Geef ten slotte voor elke vorm een voorbeeld van een situatie die je zelf meemaakte.

Vorm van beïnvloeding 1

Sociaal lanterfanten

Je hebt als individu de neiging om minder te presteren als je deel uitmaakt van een groep. Dat

aa

gebeurt vooral als je bijdrage in de prestatie van de groep niet gemakkelijk te achterhalen is en je dus minder bang moet zijn voor kritiek. Situatie:

Eigen voorbeeld:

pl

Foto:

2

m

De-individuatie

ke xe

Sommige groepen zijn in staat het individu zijn persoonlijke identiteit te doen verliezen. Met het moeilijke woord ‘de-individuatie’ zegt men dat de persoon een anoniem lid is geworden van de groep, de massa.

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

Foto:

54

Situatie:

Eigen voorbeeld:


Vorm van beïnvloeding 3

Sociale facilitatie De aanwezigheid van andere mensen verhoogt de motivatie van een persoon. Dat vergemakkelijkt of verbetert prestaties bij de uitvoering van gemakkelijke en goed aangeleerde taken. Het werkt wel niet zo bij de uitvoering van moeilijke taken. Dan heb je last van de Foto:

Situatie:

IN

aanwezigheid van anderen. Eigen voorbeeld:

VA N

4

Inschikkelijkheid/tolerantie

Dit kan voorkomen als iemand je rechtstreeks iets verzoekt. Mensen zijn veeleer geneigd toe

te geven aan een klein dan aan een groot verzoek. Opmerkelijk: mensen die in het verleden al

dikwijls op een klein verzoek zijn ingegaan, zullen in de toekomst gemakkelijker ingaan op een klein én op een groot verzoek. Situatie:

Eigen voorbeeld:

5

Gehoorzaamheid

aa

r©

Foto:

Hier gaat het om het volgen van bevelen (i.p.v. een verzoek). Hoewel gehoorzaamheid soms noodzakelijk is voor de efficiëntie en de overleving van de groep, kan kritiekloze gehoorzaamheid Situatie:

ke xe

m

Foto:

pl

ook leiden tot mensonwaardige situaties.

6

Eigen voorbeeld:

Conformeren

Zonder dat er ons nadrukkelijk om gevraagd is, passen we ons gedrag aan het gedrag van de groep aan.

7

Situatie:

Eigen voorbeeld:

Bereidheid tot helpen Hoe meer mensen getuige zijn van een noodsituatie, hoe kleiner de kans wordt dat elke persoon afzonderlijk zal helpen. Niemand voelt zich nog verantwoordelijk. En als we anderen zien helpen, hebben we soms de neiging om de situatie zo te beoordelen dat onze hulp niet meer nodig is. Foto:

Situatie:

Eigen voorbeeld:

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

Foto:

55


Situaties: 1→ Wanneer je de bijna lege wachtkamer van de huisarts binnenkomt, ga je niet op de stoel naast iemand zitten, tenzij je die persoon kent of er helemaal geen andere plaats is. Je hebt je

IN

aangepast aan een bepaalde regel. 2→ ‘Natuurlijk is die muziek de beste die er is’, vrienden praten over niets anders, het is te cool.’ 3→ ‘Goed dat we geluisterd hebben naar de groepsleider. De klim was inderdaad moeilijk én gevaarlijk. Door zijn richtlijnen te volgen, kon iedereen met al zijn bagage tijdig en veilig

r©

voorbij de moeilijkste punten komen.’ 4→ Estafettezwemmers blijken minder snel te zwemmen als alleen de totale groepstijd

bekendgemaakt wordt en niet de individuele

aa

tijden.

5→ ‘Wie had gedacht dat die rustige Siebe zou meedoen met de vandalen op de

pl

vredesbetoging? Niemand kon vermoeden

dat hij een echte vandaal zou worden tijdens de manifestatie, die ruiten ingooit en steelt

m

uit winkels. Dat hij zichzelf zo verliest in die bendes.’

ke xe

6→ ‘Ik was heel opgewonden voor ik opkwam,’ zei Aïsha na de première van het jeugdtoneel, ‘maar we hadden goed gerepeteerd en we wisten dat de zaal uitverkocht was.’

7→ ‘Er waren omstanders genoeg bij het ongeval

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

toen ik voorbijkwam. Zij konden best wel helpen

56

als ze wilden. Ik zou toch maar in de weg gelopen hebben.’

8→ ‘Een heel boekje lotjes kopen ten voordele van de volleyploeg van Mikayla vond ik wel wat overdreven. Ik heb er twee uitgescheurd. Twee euro vond ik al meer dan voldoende om te geven.’

VA N

foetert Karlijne. ‘Iedereen weet dat toch. Mijn


Normatieve sociale beïnvloeding

3.1

1 Conformeren

Conformeren is de neiging om de manier waarop we naar iets kijken, onze meningen en ons gedrag, te veranderen in overeenstemming met de groepsnorm. Daarbij kan een werkelijke of ingebeelde invloed van anderen uitgaan. Conformeren komt van het Latijnse woord

2 Sociale beïnvloeding

IN

conformare: gelijkvormig maken, in overeenstemming brengen.

Men spreekt in de sociale psychologie over sociale beïnvloeding als gekende of niet-gekende

VA N

druk op mensen wordt uitgeoefend om hun handelen en denken aan te passen. We passen ons handelen en denken doorgaans om twee redenen aan: —

we willen een oordeel of een mening geven die past bij wat anderen denken of zeggen, zo willen we leuk worden gevonden;

—

we willen een goede indruk maken op de anderen om bij de groep te kunnen horen; een mening geven die niet veel afwijkt van hun mening maakt ons aanvaardbaar voor de

Er zijn twee soorten sociale beïnvloeding:

r©

anderen.

—

normatieve sociale beïnvloeding,

—

informatieve sociale beïnvloeding (zie kenniskader 3.2).

aa

3 Normatieve sociale beïnvloeding

Normatieve sociale beïnvloeding is de invloed die anderen op ons uitoefenen omwille van al dan niet geschreven normen. Die beïnvloeding zorgt ervoor dat we ons conformeren aan ons accepteren.

pl

sociale normen. We laten ons beïnvloeden omdat we willen dat anderen ons aardig vinden en

Sociale normen zijn een soort van ongeschreven regels die onze gedragingen in de

m

gemeenschap leiden. Ze ontstaan en ontwikkelen zich na verloop van tijd. Sociale normen

ke xe

verschillen over de verschillende culturen, groepen en gemeenschappen heen. 4 Soorten normatieve sociale beïnvloeding

Er is een verschil in soorten beïnvloeding, in de mate waarop men de druk als sterk kan ervaren om de norm te volgen: ‘Doe eens normaal, man.’ We onderscheiden deze zeven soorten van normatieve sociale beïnvloeding: sociaal lanterfanten,

—

de-individuatie,

—

sociale facilitatie,

—

inschikkelijkheid/tolerantie,

—

gehoorzaamheid,

—

conformeren,

—

bereidheid tot helpen.

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

—

57


STAP 2

En als het nu eens niet juist is wat ze allemaal zeggen?

IN

1 Stel: je vraagt de weg aan vier verschillende personen. Die zeggen allemaal iets anders.

VA N

a Wie ga je het meest vertrouwen?

De eerste rechts en dan de

De eerste

tweede

links en dan

links.

de tweede

r©

rechts.

Ik volg wel / niet omdat

Ik volg wel / niet omdat

aa

De tweede rechts en

De tweede links en dan de eerste

m

dan de

pl

eerste

rechts.

ke xe

links.

Ik volg wel / niet omdat

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

Ik volg wel / niet omdat

58

b Uit de sociale psychologie weten we dat we – onbewust, zonder dat we het volledig beseffen – een

onderscheid maken tussen mensen met verschillende sociale statussen. We laten ons beïnvloeden door het beeld dat we van hen hebben. En vaak gaat het om stereotypen (zie kenniskader 1.2). Weet jij waarom je hierboven bepaalde personen meer of minder zou vertrouwen? Waarop baseerde jij je?


2 Labeling en nudging zijn twee technieken die ons dagelijks beïnvloeden. Onder meer reclame maakt er

handig gebruik van. Ze wil ons gedrag leiden zodat we een bepaald product kopen. a Lees de definities van labeling en nudging.

Labeling: Met een label wordt informatie gegeven over het product: naam van het product,

IN

veiligheidsinformatie, milieubescherming, reputatie van het merk en oorsprong van het product.

Nudging: In hun keuzes handelen mensen niet altijd vanuit hun verstand of 100 procent kennis van maken. En dikwijls volgt men daarbij de groep.

VA N

zaken. Ze hebben vaak een extra duwtje in de rug nodig om de – voor hen – juiste keuze te

b Bekijk de afbeeldingen. Duid voor elke afbeelding aan of het om een voorbeeld van labeling of van

nudging gaat. Leg uit. 2→

r©

1→

labeling

nudging

nudging

aa

labeling

4→

pl

3→

labeling

nudging

nudging

kij

In

6→

TSGAR TEI LI

TIE AN

KWA

5→

labeling

ie Pap

rh

ie r

nudging

labeling nudging

© pluut/Shutterstock

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

ke xe

m

labeling

59


3 Bekijk het filmpje over nudging en beschrijf waarom we ons zo gemakkelijk laten beïnvloeden door die

techniek. Welke informatie geeft ons een duwtje in de rug om ons gedrag te veranderen?

Informatieve sociale beïnvloeding

3.2

IN

1 Groepsdruk

Groepsdruk is de druk die groepsleden ondervinden waardoor ze hun gedrag afstemmen op het gedrag van de groep. Het is het gevolg van sociale beïnvloeding die van anderen uitgaat.

VA N

Eigenlijk ervaart iedereen groepsdruk om zich te conformeren. Alleen ervaart niet iedereen die op dezelfde manier. Ook de meest individualistische persoon ervaart groepsdruk, maar sommigen kunnen die voor een stuk negeren om hun eigen ding te doen. 2 Informatieve sociale beïnvloeding

Informatieve sociale beïnvloeding is de invloed die anderen op ons hebben, omdat ze

voor ons een bron van informatie zijn. Als we zelf niet goed weten wat er nu juist of oké is,

gebruiken we in bepaalde gevallen de ander als bron om ons gedrag op af te stemmen – denk

r©

maar aan de technieken van labeling en nudging. Als we merken dat de anderen bepaalde gedragingen stellen, dan voelen we ons gesterkt. Het is eigenlijk een vorm van groepsdruk. Mensen volgen niet om het even wie als bron van informatie. Onbewust maken we blijkbaar een onderscheid tussen mensen op basis van sociale status of omwille van bepaalde

pl

Good to know

aa

stereotypen.

Het groepsdrukexperiment van Solomon Asch

m

Bekijk even de lijnen A, B en C. Welke lijn is even lang als lijn X? Het antwoord lijkt voor de hand te liggen. Nochtans gaven nogal wat studenten van een experiment uit 1951 het foute antwoord.

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

ke xe

Ontdek in het filmpje hoe dat kwam.

60

A

B

C

VIP Solomon Asch (1907-1996) was een wereldberoemde PoolsAmerikaanse pionier in de sociale psychologie. In de jaren 1950 experimenteerde hij volop met groepsdruk. Hij onderzocht hoeveel invloed anderen kunnen uitoefenen op iemands gedrag. Zijn experimenten toonden aan dat sociale druk ervoor kan zorgen dat een persoon dingen zegt of doet die niet correct zijn, terwijl hij zich daar zelf ten volle bewust van is.

X


STAP 3

Laat jij je bij de neus nemen door nepnieuws?

Bekijk het filmpje over nepnieuws. Beantwoord vervolgens de vragen.

misinformatie: desinformatie:

r©

b Waarom wordt die misleidende beïnvloeding gebruikt?

VA N

a Wat betekenen de begrippen ‘misinformatie’ en ‘desinformatie’?

IN

1 De voorbije jaren is het een ware pest: fake news of nepnieuws.

Good to know

aa

Clickbait

Nepnieuws wordt vooral verspreid om geld mee te verdienen. Hoe meer er op een artikel wordt geklikt, hoe meer geld de maker van dat artikel verdient dankzij de getoonde advertenties. Daarom ‘lokt’ hij de lezer met een

pl

sensationele kop of een pakkend beeld.

Deze foto van Na-Son Nguyen werd al vaak misbruikt om de aandacht van de lezer te trekken, buiten de wil van de fotograaf om. De ene keer gaat

m

het om weeskinderen na de aardbeving in Nepal, de andere keer om twee oorlogskinderen uit Syrië. In werkelijkheid gaat het echter om een broertje

ke xe

en zusje uit Vietnam. Hun ouders waren gaan werken op de maisvelden van de familie. Het meisje was bang voor de camera en werd getroost door haar broertje.

Naar: De Morgen

2 Hoe kom je erachter dat iets nepnieuws is?

Uiteraard moet je altijd kritisch staan tegenover de informatie die je krijgt. Je moet als het ware een ‘jonge

onderzoeker’ zijn, of worden. Volg de stappen om nepnieuws te ontmaskeren. a Lees op de volgende pagina de checklist waarmee je kunt achterhalen of een bericht juiste informatie

bevat, of net bedoeld is om je te misleiden.

b Kies een document waarbij je twijfelt aan de correctheid van de informatie. Het kan gaan om een

artikel uit een krant of tijdschrift, maar ook over een Facebookbericht, een tweet of tv-beelden. c Vul de checklist aan op basis van het gekozen document. Duid voor elk criterium aan of je het

betrouwbaar vindt of niet. Op de website Nieuws in de klas vind je extra tips bij de vragen. d Welk gefundeerd besluit kun je vormen over je gekozen bericht?

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

61


Checklist voor nepnieuws 1 Is de titel juist gekozen? Lees/beluister het hele bericht, niet alleen de titel of kop. Is de titel betrouwbaar, of is hij er alleen op gericht om de lezer/kijker te lokken? →   betrouwbaar    niet betrouwbaar

IN

2 Waar komt het artikel/filmpje/... vandaan?

Wie is de afzender van het bericht? Bestaat deze persoon echt? Kijk bij websites altijd bij ‘over ons’. Staat de datum vermeld? →   betrouwbaar    niet betrouwbaar

VA N

3 Is het een nieuwsbericht, satire, column of opiniestuk?

Waarom heeft de maker deze tekst geschreven of het filmpje gemaakt? Voor wie? Welke (politieke, financiële of andere) belangen heeft de afzender? Speelt het document in op emoties? →   betrouwbaar    niet betrouwbaar 4 Welke bronnen zijn gebruikt?

Baseert de maker zich op bronnen die hij vermeldt en die dus te controleren zijn? Worden er zaken weggelaten (vergelijk met een andere bron)? Baseert de maker zich op een autoriteit?

r©

Is er geen link naar de bron? Gebruik dan een zoekmachine om de bron op te zoeken. →   betrouwbaar    niet betrouwbaar

5 Is het de hele waarheid en niets dan de waarheid?

Nepnieuws kan wel degelijk waarheden bevatten. Hoe meer waarheid er in een bericht zit, hoe een stelling te bewijzen.

aa

overtuigender het lijkt. Controleer of een bericht de hele waarheid bevat of alleen een selectie om →   betrouwbaar    niet betrouwbaar

6 Is het een interpretatie van een waarheid van iemand anders?

pl

Zelfs feiten kan men op verschillende manieren interpreteren. Daarom zijn ze nog niet fake. →   betrouwbaar    niet betrouwbaar

m

7 Zijn de gebruikte beelden betrouwbaar?

Bij nepnieuws maakt men vaak gebruik van een willekeurige afbeelding die er zo maar bij gesleurd is. Ook kan men beeld en geluid manipuleren waardoor men de werkelijkheid verdraait.

ke xe

→   betrouwbaar    niet betrouwbaar

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

Naar: www.nieuwsindeklas.nl • isdatechtzo.nl

62


Good to know Beelden controleren? Deepfake-technologie kan een beeld of geluid zo bewerken dat je iemand dingen kunt laten zeggen of doen, die hij of zij in werkelijkheid nooit gezegd of gedaan heeft. Nooit was de weg naar desinformatie en misleiding gemakkelijker en sneller! Via Tineye Reverse Image Search kun je nagaan of een foto origineel is of bewerkt. Je kunt ook opsporen van

IN

welke bron de foto oorspronkelijk afkomstig is.

Niet met mij! Ik controleer bronnen

VA N

1 Echt of nepnieuws?

3.3

Het is de laatste jaren een pest: fake news of nepnieuws. We worden beïnvloed door mensen die ons willen misleiden, omdat: ze geld willen verdienen aan ons;

—

ze ons en de publieke opinie willen beïnvloeden.

2 Machtsmisbruik

r©

—

Wie technologische kennis heeft en kapitaal om te investeren in beïnvloeding, kan macht uitoefenen op ons. Hij doet aan machtsmisbruik als hij ons ‘desinformeert’ of bewust misleidt.

aa

3 Weerbaar zijn tegen desinformatie

Daarom moet je bij elk soort info die je krijgt (beeld, krant, tijdschrift, sociale media, reclame …) nagaan of het echte en waardevolle informatie is. Daarvoor kun je naar een aantal

Help, moet je toegeven of weerstand bieden?

ke xe

STAP 4

m

pl

criteria kijken (zie checklist p. 62).

Sommige mensen of organisaties willen ons beïnvloeden met gevaarlijke bedoelingen: ze manipuleren ons, gebruiken ons voor hun eigen profijt. In Stap 1 verkenden we al de manieren waarop we toegeven aan beïnvloeding: conformeren,

inschikkelijkheid, gehoorzaamheid. Maar je kunt ook weerstand bieden tegen beïnvloeding.

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

63


a Lees de situatie. Ontdek vervolgens in het schema onder de tekst verschillende manieren om te

reageren op beïnvloeding. Plaats elke reactie uit de tekst op de juiste plaats in het schema. Bijna iedereen in de klas weigerde vorige week om zijn taak af te geven, als stil protest tegen de leraar op wie de leerlingen het niet zo begrepen hadden. Vooral Lize had op de meedoen of anders … 1

IN

speelplaats het hoge woord gevoerd. Ze sprak op dreigende toon dat iedereen moest ‘Doe wat jullie goed vinden’, zei Jonathan. ‘Ik lever de taak wel in. Ik heb eraan gewerkt, ze is klaar. Desnoods ben ik de enige, maar dan is dat zo.’

‘Lize heeft gelijk’, riep Jo, die het wel zag zitten met Lize. ‘Ik volg haar, hoewel ik ook mijn

VA N

2

taak al af heb.’ 3

‘Als jullie hem niet afgeven, dan doe ik mee’, fluisterde Evy tegen haar beste vriendin. ‘Ik vind de groep heel belangrijk en wil geen vijanden maken.’

4

‘Als jullie willen protesteren, dan vind ik dat niet fair’, reageerde Meryem. ‘Dan moet

ik laten blijken dat ik de leraar ook boycot en dat wil ik niet. Maar we blijven wel beste vrienden, hoor.’

‘Lize, als jij de baas wilt spelen, dan doe je dat maar’, ontplofte Mo. ‘Maar ons afdreigen, dat pakt bij mij helemaal niet.’

‘Oké, ik doe wel mee’, zei Stan, uit angst voor mogelijke bedreigingen van de groep.

Je kunt …

of

je kunt … een onafhankelijke positie innemen

je conformeren

m

pl

inschikkelijk zijn gehoorzamen

aa

6

r©

5

assertief opkomen voor jezelf de autoriteit trotseren

b Leid uit de situatie hierboven af wat de reacties precies betekenen.

een onafhankelijke positie innemen:

ke xe

—

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

—

64

—

assertief opkomen voor jezelf: de autoriteit trotseren:


Eureka!

Forum

VA N

“Hoe komt het dat we ons zo vaak en zo gemakkelijk laten beïnvloeden?”

IN

Wat denk je nu over de Breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

Waarom laten veel mensen zich – bewust, maar meestal onbewust – beïnvloeden door anderen: hun beste vrienden, de media, de reclame, de politiek …?

a Duid voor elke stelling aan in welke mate ze op de meeste mensen van toepassing is. Rangschik de

stellingen van 1 tot en met 9 (1 = het meest van toepassing, 9 = het minst van toepassing).

r©

b Noteer nog een extra argument dat je niet terugvindt in dit lijstje.

Nogal wat mensen willen met iedereen overeenkomen, dus volgen ze maar. Ook als het niet altijd ‘hun gedacht’ is.

Sommige mensen hebben te veel vertrouwen in anderen en niet in zichzelf.

aa

Heel wat mensen hebben over heel wat dingen te weinig kennis.

Als iets leuk wordt voorgesteld, dan volgen en liken veel mensen te gemakkelijk. Veel mensen laten zich te vlug overtuigen als iemand belangrijk iets zegt.

pl

Wat anderen hebben, willen de meeste mensen ook weleens hebben. Veel mensen zijn te naïef.

m

Er komt te veel op iedereen af, mensen kunnen moeilijk al die informatie selecteren. Veel mensen zijn bang dat anderen hun eigen mening belachelijk of onbelangrijk zullen

ke xe

vinden.

Extra argument:

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

65


Synthese

→ Kennisclip

Sociale beïnvloeding

3.1

Men spreekt in de sociale psychologie over sociale beïnvloeding als gekende of niet-gekende druk op mensen

IN

wordt uitgeoefend om hun handelen en denken aan te passen.

Conformeren

3.1

Conformeren is de neiging om gedrag te veranderen in overeenstemming met de groepsnorm. Daarbij kan

VA N

een werkelijke of ingebeelde invloed van anderen uitgaan. Conformeren komt van het Latijnse woord conformare: gelijkvormig maken, in overeenstemming brengen.

Normatieve sociale beïnvloeding

3.1

Normatieve sociale beïnvloeding is de invloed die anderen op ons uitoefenen. Die beïnvloeding zorgt ervoor dat we ons conformeren aan sociale normen. We laten ons beïnvloeden omdat we willen dat anderen ons aardig

Soorten sociale beïnvloeding

r©

vinden en ons accepteren.

3.1

Er is een verschil in soorten beïnvloeding, in de mate waarop de druk als sterk kan worden ervaren om de norm te volgen: ‘Doe eens normaal, man.’ –

sociaal lanterfanten,

– de-individuatie, –

sociale facilitatie,

– gehoorzaamheid, – conformeren, bereidheid tot helpen.

Groepsdruk

m

–

pl

– inschikkelijkheid/tolerantie,

aa

We onderscheiden deze zeven soorten van sociale beïnvloeding:

3.2

ke xe

Groepsdruk is de druk die groepsleden ondervinden waardoor ze hun gedrag afstemmen op het gedrag van de groep. Het is het gevolg van sociale beïnvloeding die van anderen uitgaat.

Informatieve sociale beïnvloeding

3.2

Informatieve sociale beïnvloeding is de invloed die anderen op ons hebben omdat ze voor ons een bron van informatie zijn. Als we zelf niet goed weten wat er nu juist of oké is, gebruiken we in bepaalde gevallen de ander als bron om ons gedrag op af te stemmen.

kij

Mensen volgen niet om het even wie als bron van informatie. Onbewust maken we blijkbaar een onderscheid tussen mensen op basis van sociale status of omwille van bepaalde stereotypen.

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

Voorbeelden van informatieve sociale beïnvloeding zijn labeling en nudging.

66

Machtsmisbruik Machtsmisbruik is het gebruik van macht, gezag of van het vertrouwen dat je geniet voor doelen die niet wettig zijn of niet stroken met de waarheid of de waarden van de groep. Machtsmisbruik kan veel verschillende vormen aannemen, waaronder manipulatie, intimidatie, verduistering, maar ook psychisch of fysiek misbruik.

3.3


Weerbaar zijn tegen desinformatie

3.3

Eigenlijk moet je bij elk soort info die je krijgt (beeld, krant, tijdschrift, sociale media, reclame …) nagaan of ze echt en waardevol is. Daarvoor kun je naar een aantal criteria kijken (zie checklist p. 62).

IN

Bordschema

groepsdruk

normatieve sociale beïnvloeding

informatieve sociale beïnvloeding

VA N

Sociale beïnvloeding

nepnieuws? → controleren

r©

Hoe reageren op sociale beïnvloeding (bv. machtsmisbruik)?

Toegeven?

Weerstand bieden?

conformeren

—

tolerant/inschikkelijk zijn

—

gehoorzamen

—

een onafhankelijke positie innemen

—

assertief zijn

—

de autoriteit trotseren

THEMA 1 HOOFDSTUK 3

In

kij

ke xe

m

pl

aa

—

67


4 Hoofdstuk

c

IN

Mijn intimiteit? Mijn identiteit, mijn integriteit! Waarover gaat dit hoofdstuk?

Misschien heb je het al meegemaakt: je eerste keer verliefd. Of misschien experimenteer je al

VA N

met seksualiteit? Anderen zijn daar dan weer niet mee bezig en bij sommigen geraakt hun maag in de knoop: wie en wat vind ik leuk, hoe weet ik dat en hoe maak ik dat duidelijk aan de ander?

Om dat te ontdekken moet je op zoektocht. Je analyseert nieuwe mogelijkheden in je relaties met anderen en de beperkingen die daarbij komen kijken. Soms zul je ook wat experimenteren:

verschillende dingen uitproberen om erachter te komen wat je leuk vindt. Maar kun je zomaar alles

proberen wat je wilt? Welke afwegingen moet je maken om jezelf te kunnen blijven? Het is belangrijk

c

r©

om dat te doen met respect voor jezelf en anderen.

Wat leer ik in dit hoofdstuk?

aa

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

Ik leid aan de hand van concrete relationele situaties af waar mijn integriteit bedreigd kan zijn, ook mijn seksuele integriteit.

pl

Ik heb aandacht voor de diversiteit tussen mensen op het vlak van relaties. Ik maak een onderscheid tussen pure vriendschap en risicovolle fenomenen in relaties met

m

leeftijdgenoten en ouderen.

Ik herken in opgegeven situaties weerbare reacties op bedreiging van mijn integriteit zoals ik die ervaar in mijn relaties.

ke xe

Ik toon aan hoe assertiviteit kan helpen wanneer ik wil reageren op een bedreiging van mijn integriteit.

c

Begrippen

kij

seksuele geaardheid – genderidentiteit – seksuele voorkeur – (seksuele) integriteit – wederzijdse toestemming – vrijwilligheid – gelijkwaardigheid – aangepast aan leeftijd en

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

ontwikkeling – aangepast aan omgeving en context – zelfrespect

68


Intro Ongetwijfeld heb je er al over gehoord: sexting. Misschien heb je het zelf al gedaan, of heb je al eens een foto

Maar wat is sexting precies? Waar denk jij aan bij het woord sexting? Vul de mindmap aan.

2

r©

SEXTING

VA N

1

IN

doorgestuurd gekregen.

Niet elke vorm van sexting lijkt op het eerste zicht even vergaand. Misschien lijkt het ene berichtje

aa

al wat ‘fouter’ dan het andere. Blijf je er maar beter ver weg van? Of hoort het nu eenmaal bij het ontdekken van je seksualiteit?

Stellingen

Sexting doe je beter alleen wanneer je een intieme relatie met de andere

m

1

pl

Wat vind jij van onderstaande stellingen? Duid aan en leg uit.

persoon hebt.

Je bent zelf verantwoordelijk als jouw foto of video wordt verspreid.

ke xe

2

3

3

Als je aan sexting doet, heb je geen zelfrespect.

4

Als beide partijen het leuk vinden, is sexting prima.

|

\

| | |

\ \ \

Onderzoek toont aan dat heel wat jongeren aan sexting doen. Ga naar de website van Sensoa en zoek

a Hoeveel wordt er aan sexting gedaan?

b Wat sturen jongeren door? c Is er iets in de resultaten van het onderzoek dat je niet had verwacht?

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

op hoe het zit met het sexting-gedrag van jongeren.

69


Sexting blijkt deel uit te maken van de seksuele en relationele ontdekkingstocht van heel wat

4

jongeren. En dat is prima. Bekijk een filmpje met enkele tips om het op een veilige manier te doen.

In dit hoofdstuk zul je in vier stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

IN

BREINBREKER

l

Forum

VA N

“Hoe ontdek ik wat ik wil en niet wil op vlak van intimiteit en relaties, met respect voor mezelf en voor de ander?”

Wat denk je nu al? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je

Stellingen 1

Tijdens je seksuele en relationele ontwikkeling en ontdekkingstocht is het oké om soms grenzen op te zoeken.

2

Tijdens je seksuele en relationele ontwikkeling en ontdekkingstocht ben je best

aa

heel voorzichtig.

2

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

m

pl

Argumenten 1

70

r©

aangeduide keuze. Noteer enkele sleutelwoorden per stelling.

|

\

|

\


Parcours LGBTQ+ watte?

IN

STAP 1

1 De maatschappij gaat ervan uit dat er twee geslachten zijn (mannen en vrouwen) en dat we allemaal tot

een van beide categorieën behoren. Zo veronderstelt men bijvoorbeeld dat je op het andere geslacht

a Wat is er heteronorm aan de volgende situatie?

VA N

‘valt’, tot het tegendeel bewezen is. Dat heet heteronormativiteit.

Lore heeft een vriendje in de crèche en de verzorg(st)ers

r©

moedigen haar altijd lachend aan om hem kusjes te geven. Ze doen niet hetzelfde bij Lore en haar vriendinnetje.

aa

pl

ke xe

m

b Wat zou heteronormativiteit nog allemaal kunnen betekenen?

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

71


2 Heel wat jongeren zijn er echter nog niet uit: Wat vinden ze leuk? Op wie vallen ze? Identificeren ze zich

wel met hun biologische geslacht (dat wordt afgeleid uit je geslachtsdelen)? Dat zijn nu net zaken die ze tijdens hun adolescentie gaan ontdekken.

VA N

IN

a Herken je deze vlaggen? Lees de uitleg bij elke vlag.

De regenboogvlag staat symbool voor

De Progress Flag is een recente update van

de LGBTQ+ gemeenschap.

de regenboogvlag om ook mensen van kleur

r©

(bruine en zwarte strepen) en transgenders (witte, roze en lichtblauwe strepen) te representeren.

b De LGBTQ+ gemeenschap is een bonte verzameling van mensen met verschillende seksuele

aa

geaardheden, voorkeuren en genderidentiteiten. Weet jij waar de letters voor staan? En het

G

m

L

pl

plusteken?

ke xe

T

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

72

Q

B

/Q +


Seksuele geaardheid en genderidentiteit (1)

4.1

Je seksuele geaardheid en je genderidentiteit zijn twee verschillende dingen. Het eerste gaat over tot wie je je aangetrokken voelt, het tweede over wie jij je voelt. 1 Seksuele geaardheid

Je seksuele geaardheid zegt iets over de romantische en/of seksuele aantrekking die je voelt.

IN

Ze geeft aan op wie je valt of welke eigenschappen iemand aantrekkelijk maken voor jou. 2 Genderidentiteit

Je genderidentiteit is het innerlijke gevoel dat je een jongen/man, meisje/vrouw, beide of

VA N

geen van beide bent. Het is dus nog iets anders dan je biologische geslacht. Dat laatste wordt bepaald op basis van de geslachtsdelen.

Good to know

r©

Fluïditeit en spectrum

Als je genderidentiteit of seksuele of romantische geaardheid in de loop van je leven verandert, spreken we van fluïditeit. Zo voelen genderfluïde personen hun genderidentiteit vloeien tussen de verschillende mogelijke genderidentiteiten.

Dat is nog iets anders dan biseksualiteit. Genderidentiteit gaat over wie jij je voelt (man, vrouw, iets

aa

daartussen). Biseksualiteit over tot wie (welk geslacht) je je aangetrokken voelt. Iemand die biseksueel is, voelt zich aangetrokken tot mannen en tot vrouwen.

Omdat we seksuele geaardheid en genderidentiteit niet in hokjes kunnen steken – heel wat mensen voelen

pl

zich niet 100 procent het een of het ander – spreken we van een spectrum. Dat betekent dat er een brede

m

waaier aan mogelijkheden bestaat.

3 De site Holebi.info onderscheidt in 2019 heel wat verschillende geaardheden en genderidentiteiten.

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

Hoeveel seksuele geaardheden en genderidentiteiten ken je? En weet je ook wat ze betekenen?

73


—

—

—

Betekenis

—

—

—

r©

Genderidentiteit

IN

Betekenis

VA N

Seksuele geaardheid

aa

Seksuele geaardheid en genderidentiteit (2)

pl

De verschillende geaardheden zijn:

hetero: personen die vallen op iemand van het andere geslacht;

—

lesbisch: vrouwen die aangetrokken zijn tot vrouwen;

—

gay/homo: mannen die aangetrokken zijn tot mannen;

—

biseksueel: personen die tot beide geslachten aangetrokken zijn;

—

aseksueel: personen die niet of zelden seksuele aantrekking voelen tot een ander;

—

panseksueel: personen bij wie het aspect genderidentiteit geen rol speelt in de

ke xe

m

—

aantrekking;

—

…

Verschillende genderidentiteiten zijn: —

cisgender:

wanneer je biologische geslacht overeenkomt met je genderidentiteit. Je bent

kij

bijvoorbeeld in een meisjeslichaam geboren en je voelt je ook een meisje.

—

transgender:

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

wanneer je biologische geslacht niet overeenkomt met je genderidentiteit.

74

—

non-binair: deze term gebruikt men voor personen die niet het gevoel hebben dat ze passen in de binaire opdeling tussen de seksen (man/vrouw). Binair betekent dat er (maar) twee opties zijn (hier dus man of vrouw).

4.2


—

intersekse: intersekse personen zijn mensen van wie de geslachtskenmerken (biologisch geslacht) niet in te delen zijn onder mannelijk of vrouwelijk. Deze benaming benadrukt dat deze variatie een natuurlijk fenomeen is en dus niet gecorrigeerd hoeft te worden met een operatie. queer: hangt een beetje tussen seksuele geaardheid en genderidentiteit in. Het is een

IN

—

koepelterm voor mensen die zoekende zijn naar waar ze zich bevinden op het LGBTQ+

spectrum en/of een duidelijk statement willen maken tegen de cisgender- of heteronorm;

VA N

STAP 2

…

Hoe weet je wat je wilt (en wat niet)?

r©

—

Good to know

aa

Gay Pride

Heel wat mensen uit de LGBTQ+ gemeenschap komen sterk op voor hun voorkeur en identiteit. Ze trekken jaarlijks in kleurrijke parades door verschillende grote steden over de hele wereld: de zogenaamde Gay Pride

pl

of Gay Pride parade. Ze tonen trots en met humor wie ze zijn en komen op voor verdraagzaamheid en hun

© Dmytro Larin/Shutterstock

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

m

rechten. Maar hoe weten zij wie ze zijn en wat (en wie) ze willen? Je moet op ontdekking …

75


1 Lichamelijk ben je al zo goed als volgroeid, maar je hebt nog heel wat te ontdekken: op wie je valt, wat je

leuk en lekker vindt. Dat gebeurt stap voor stap. a Wat vertelt deze grafiek over de eerste ervaringen van jongeren met seksuele handelingen?

Eerste ervaringen van jongeren met seksueel gedrag

IN

17 16

14 13

pi jp en /b ef fe n

en

ge m ee

la ch ts

re

Jongens

ns ch ap

n ke

vi ng er

af tr

ek

as t

en

en be t

en le n

on de r

kl er

kl er

us bo ve n

ge s

le n re st

st

en

to ng k

ur be r

m as t

op w

op ku s

in di ng

12

VA N

15

m on d

Leeftijd met 50% ervaring

Grafiek 1 18

Meisjes

Bron: Onderzoek seksueel gedrag 2007-2013 Beyers, W. (2014)

r©

Uit: Sensoa - www.sensoa.be - bron: Onderzoek seksueel gedrag 2007-2013, Beyers, W. (2014).

aa

pl

b Experimenteren met seksualiteit doen jongeren zeker niet minder dan vroeger, en er zijn allerlei

nieuwe manieren om dat te doen (denk aan sexting). Betekent dat dan ook dat jongeren vroeger

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

m

geslachtsgemeenschap hebben? Wat kun je daarover afleiden uit deze tabel?

76

Uit: Sensoa - www.sensoa.be - bron: De Clercq, B. & Deforche, B. (2019). Studie Jongeren en Gezondheid, Deel 4: gezondheidsgedrag - seksuele gezondheid en relaties.


Seksuele voorkeur

4.3

Experimenteren met seksualiteit en relaties is de normaalste zaak van de wereld; hoe kom je er anders achter wat je wilt? Los van wie jij je voelt en op wie je valt, zijn niet voor iedereen dezelfde zaken opwindend. Welke handelingen je leuk en lekker vindt, welke fantasieën je opwinden, welke verlangens je hebt, noemen we je seksuele voorkeur. Ook hierin zijn grote verschillen tussen mensen en sommige van die voorkeuren kunnen anderen als ‘afwijkend’

IN

beschouwen. Het is echter helemaal niet omdat iets ‘anders’ is, dat het ook fout is. Dat heeft

VA N

alles te maken met integriteit en instemming, waarover we het zullen hebben in Stap 4.

2 Niet voor iedereen is het zo vanzelfsprekend dat je vrij kunt spreken over je seksuele voorkeur, geaardheid

en genderidentiteit. En het is ook niet altijd zo geweest. De cultuur en de tijd waarin je leeft, kunnen dat moeilijker of gemakkelijker maken. Zoek online informatie op over de volgende voorbeelden. Bespreek met je buur wat er anders of hetzelfde is in vergelijking met hoe jullie het kennen. 2→

3→

In Eyes Wide Open wordt

aa

r©

1→

Bij de oude Grieken werd pederastie

de joods-orthodoxe Aaron

nemen in inheemse

(erotische relaties tussen een

(getrouwd en vader van

culturen in Hawaï en Tahiti

volwassen man en een opgroeiende

vier kinderen) verliefd op

een bijzondere plaats in.

jongen) aanvaard.

m

pl

De ‘māhu’ (‘in het midden’)

ke xe

een jongeman, Ezri.

Good to know

Praten over je seksuele voorkeur, seksuele geaardheid en genderidentiteit Het kan fijn zijn met anderen te praten over je seksuele voorkeur, seksuele geaardheid of genderidentiteit, om erover te lezen of getuigenissen te horen. Veel mensen, ook adolescenten, spreken nog altijd niet gemakkelijk over hun seksualiteit. Nochtans is het niets om je voor te schamen. Door erover te praten kun wie je valt voor velen een zoektocht. Gelukkig zijn er veel organisaties die je op weg kunnen helpen door informatie te geven, je in contact te brengen met lotgenoten of een gesprek aan te bieden bij je zoektocht naar je seksuele geaardheid, genderidentiteit en seksualiteit in het algemeen: Wat wat, Alles over seks, Lumi, Çavaria, Wel Jong Niet Hetero …

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

je ook ergens met je twijfels terecht of nieuwe dingen ontdekken. En zoals je al weet, is ook wie je bent en op

77


STAP 3

Als je nu eens verliefd zou zijn ... hoe weet je dat dan?

1 Ben je al eens verliefd geweest? Vond je dat leuk? Of eerder verwarrend? Werden je verliefde gevoelens

IN

beantwoord? Of voelde de ander niets speciaals voor jou?

a Verliefd zijn is een bijzondere emotie. En het kan best veel invloed hebben: je bent sneller afgeleid,

b Waar denk je dat die symptomen vandaan komen?

r©

VA N

wilt bij de ander zijn, de ander aanraken … Welke ‘symptomen’ van verliefdheid ken jij?

c Er wordt weleens gezegd dat verliefdheid ‘blind’ maakt. Wat betekent dat?

aa

pl

2 Wat moet je doen als je verliefd bent, en hoe kom je te weten of het wederzijds is?

m

a Hier volgen enkele manieren om met verliefdheid om te gaan. Lees telkens de toelichting en

ke xe

beantwoord de vragen. 1

Subtiel: Je kunt hints geven om duidelijk te maken dat je iets voor de ander voelt. Het risico bestaat wel dat die de hints niet oppikt.

→

Heb jij tips voor subtiele hints?

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

2

78

Direct: Je stapt op de ander af en bekent je verliefdheid. →

Zou jij dat durven of is het risico te groot dat je een ‘nee’ als antwoord krijgt? En hoe zou je het vinden als iemand dat bij jou doet?


3

Tussenin: Je flirt of probeert de ander te versieren. →

Wat zijn volgens jou goede flirttips? En wat zijn echt absolute afknappers?

F lirten kan leuk zijn, maar het is niet altijd gemakkelijk te weten hoe ver je kunt gaan.

Ga naar de FlirterTwister, draai aan elk rad en kijk bij welke situatie je uitkomt. Schrijf

En wat de een leuk vindt, vindt de ander vervelend of zelfs ongepast.

VA N

de situatie op en bespreek ze met je buur. Vind jij dit oké?

IN

→

Naar: www.allesoverseks.be

b Soms word je verliefd op een goede vriend of vriendin. Dat is

heel normaal; gevoelens van vriendschap, verliefdheid en fysieke

r©

aantrekking liggen dicht bij elkaar, en zijn soms niet goed van elkaar te

onderscheiden. Dat maakt het verwarrend en ook wel ingewikkeld. Want wat doe je ermee? Zeg je het tegen die vriend(in)? Wat als de gevoelens niet wederzijds zijn, wat gebeurt er dan met jullie vriendschap?

aa

1→ Wat zou jij doen in deze situatie en waarom?

m

pl

ke xe

2→ Heb je tips over hoe je het zou kunnen vertellen?

3→ En als je het niet wilt vertellen, wat kun je dan doen?

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

79


3 Stel je voor: je hebt de stap gezet om je verliefdheid uit te spreken, maar jammer genoeg zijn de gevoelens

niet wederzijds. Dat kan heel pijnlijk zijn. Anderzijds is het ook niet gemakkelijk om iemand af te wijzen en die persoon daarmee, ongewild, te kwetsen. Toch ben je beter eerlijk. a Hoe kun je iemand ‘netjes’ afwijzen?

IN

VA N

b En wat met je gevoelens als je afgewezen bent? Stel hier, samen met je buur, een ‘afgewezen?-

survivalkit’ samen, met ideeën waaraan je kunt vasthouden, activiteiten die je kunt doen, liedjes die

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

m

pl

aa

r©

je kunt beluisteren, dingen waarmee je jezelf kunt verwennen.

80


STAP 4

Seks: Ik wil wat, jij wilt wat, maar is dat allemaal oké?

1 ‘Grensoverschrijdend gedrag’, je hebt er vast al eens over gehoord. Maar wat bedoelen ze daarmee,

IN

volgens jou?

VA N

Good to know Vanaf wanneer mag je seks hebben?

Je weet nu dat zoeken naar je seksuele identiteit en seksuele voorkeur deel

uitmaakt van je ontwikkeling. En dat experimenteren daarbij hoort. Maar als je experimenteren zegt, zeg je ook grenzen opzoeken. Hoe weet je waar de grens ligt en is die dezelfde voor jou als voor een ander? En wat als je er toch over gaat?

r©

Volgens de wet mag je seks hebben vanaf 16 jaar. Het is de wettelijke

minimumleeftijd. Dat betekent dat je vanaf die leeftijd oud genoeg bent om toestemming te geven voor seksueel contact.

Je mag dan seks hebben met iedereen die 16 jaar of ouder is, op voorwaarde dat jullie het allebei willen. —

aa

Dat betekent ook dat:

wie jonger dan 16 jaar is geen toestemming kan geven voor seksuele handelingen;

wanneer je seksuele handelingen stelt met een min-16-jarige, er sprake is van een misdrijf.

pl

—

Krijg je dan een straf, wanneer je als min-16-jarige seksuele handelingen stelt

m

met iemand? Nee, de wet is er niet om de min-16-jarigen te bestraffen, maar om ze te beschermen. Als er geen groot leeftijdsverschil is en het is duidelijk dat beide jongeren toestemming hebben gegeven, zal men in de praktijk

ke xe

hoogstwaarschijnlijk geen straf opleggen. Het is daarom ALTIJD heel belangrijk zeker te zijn dat je er allebei klaar voor bent. Dat weet je alleen door erover te praten en elkaar niet onder druk te zetten! Naar: www.allesoverseks.be

2 Bekijk het filmpje Toestemming, zo simpel als thee. Herformuleer in je eigen woorden de boodschap van

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

het filmpje.

81


3 Toestemming, grenzen, het is allemaal niet zo eenvoudig … Hoe ben

je zeker of de ander wil? Hoe ben je zeker van wat je zelf wilt? Een belangrijke regel is: praat erover en als je niet zeker bent, doe het dan beter niet. a Voel jij de grens van jezelf en de ander goed aan? Ga naar de site

IN

Niet zeker? Check het! en doe de test. b Wat was je score? Wat denk je ervan?

VA N

Seksuele integriteit

Integer zijn betekent dat je eerlijk en betrouwbaar bent, naar jezelf en naar de ander toe, en van beiden.

r©

dat jij of de ander dus niet ‘beschadigd’ wordt door iets te doen wat niet oké zou zijn voor een Om te kunnen spreken van seksuele integriteit moet je op zoveel mogelijk van de volgende vragen ‘JA’ kunnen antwoorden. Als je te vaak ‘nee’ moet antwoorden, is er sprake van grensoverschrijdend gedrag. Is er wederzijdse toestemming?

Krijg ik signalen dat de ander instemt met de seksuele interactie?

Je geeft en krijgt een ‘ja’ vooraleer je een stap verdergaat op seksueel vlak. Seksueel

aa

—

pl

gedrag is alleen oké als alle betrokkenen er zich prettig bij voelen. Is er vrijwilligheid?

Neemt de ander actief deel, neemt die ook initiatief?

Is het duidelijk oké als er niets zou gebeuren?

Je zet iemand (fysiek of verbaal) niet onder druk. Je oefent geen geweld uit als je iemand

m

—

ke xe

seksueel benadert. Je kunt zelf ook in alle vrijheid ‘nee’ zeggen. Er mag geen dwang of misleiding zijn. Jij en de ander doen iets omdat jullie dat zelf willen, niet omdat jullie bang zijn voor de gevolgen. Is er gelijkwaardigheid?

Wordt er macht uitgeoefend?

Zijn er redenen waardoor het voor mij of voor de ander moeilijk is om nee te zeggen?

Je mag je macht (fysieke macht, maatschappelijke positie of leeftijd) niet misbruiken. Je

kij

—

hebt het gevoel dat je je grenzen kunt aangeven als je dat wilt. Een gelijke positie is dus belangrijk, anders bestaat de kans dat jij of de ander het moeilijk zal vinden om ‘nee’ te

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

zeggen.

82

4.4


—

Past het gedrag bij de leeftijd en ontwikkeling?

Voelen jullie je beiden klaar voor wat je gaat doen?

Je voelt je klaar voor de stappen die je zet en die stappen passen bij je ontwikkeling. Seksueel gedrag moet dus aangepast zijn aan de ontwikkelingsfase waarin je je bevindt. Zeker bij kinderen en jongeren is dat extra belangrijk. Past het gedrag in deze omgeving en context?

Past het wel op dit moment en op deze plek?

Je houdt rekening met de context waarin je je bevindt en doet niets wat anderen zou

VA N

kunnen storen of choqueren. Je past je seksuele gedrag dus aan de omgeving aan.

IN

—

—

Is er zelfrespect?

Is het vanuit mijn eigen positie wel oké wat ik doe?

Je denkt na over de gevolgen van je seksuele gedrag en je gaat alleen verder als de

gevolgen oké aanvoelen. Je denkt dus na of je gedrag je emotioneel, fysiek of psychisch

r©

zou kunnen schaden. Denk je van wel, dat doe je het beter niet.

4 Lees onderstaande situaties.

a Bespreek per twee elke situatie aan de hand van de zes vragen in het kenniskader. Probeer samen te

Situatie 1: twee tienermeisjes strelen elkaar

ke xe

m

pl

aa

beoordelen of dit gedrag oké of grensoverschrijdend is.

Uit: Sensoa - Bron: Frans, E. & Franck, T. (2010, 2014) Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend)gedrag van kinderen en jongeren, Antwerpen/Apeldoorn: Sensoa/Garant.

Situatie 2: een jongen en meisje van 15 jaar strelen elkaar in een kleedhokje

Uit: Sensoa - Bron: Frans, E., De Wilde, K., Janssens, K., Van Berlo, W.& Storms, O. (2016). Buiten de lijnen. Sensoa Vlaggensysteem voor kinderen en jongeren met bijzondere behoeften: handleiding, Antwerpen/Apeldoorn: Sensoa/Garant.

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

83


b Lees de Good to know-tekst. Welke vlag zou jij in de twee situaties geven? Waarom? Gebruik de zes

kenmerken van seksuele integriteit.

Good to know Is ’t oké? Het vlaggensysteem van Sensoa

IN

Sensoa, het Vlaamse expertisecentrum voor seksuele gezondheid, ontwikkelde een methode om je seksuele integriteit en die van de ander te beschermen: het vlaggensysteem. Met die methode kun je inschatten of bepaalde seksuele handelingen oké zijn. Het vlaggensysteem kijkt naar de zes kenmerken van seksuele handelingen die je ontdekte in kenniskader 4.4.

VA N

Het kan dat een handeling 5/6 scoort en een andere 2/6. Er is dus een verschil in handelingen, maar hoe dan? Daarvoor zijn de vlaggen: ze hebben kleuren die aanduiden of en hoe erg grensoverschrijdend een bepaald gedrag is. groene vlag: aanvaardbaar seksueel gedrag

—

gele vlag:

licht grensoverschrijdend seksueel gedrag

—

rode vlag:

ernstig grensoverschrijdend seksueel gedrag

—

zwarte vlag: zwaar grensoverschrijdend seksueel gedrag

r©

—

aa

Naar: www.allesoverseks.be

c We gaan nog even terug naar het sexting-verhaal. Hoe kijk je daar nu naar, door de bril van het

pl

vlaggensysteem? Bekijk ook de rest van het filmpje.

5 Last but not least: ‘nee’ zeggen! Eén op de vijf meisjes en één op de tien jongens komen voor de leeftijd

van 18 jaar in aanraking met een of andere vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zoals je al

m

weet, is toestemming de sleutel. En ‘nee’ zeggen, kan op elk moment. Wat kun je in zo’n situatie zoal zeggen of doen? Brainstorm per twee.

ke xe

kij

Good to know

Als het toch misloopt …

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

Laten we hopen dat het nooit gebeurt, maar als je toch in aanraking komt met seksueel grensoverschrijdend

84

gedrag, is het belangrijk dat je ergens terechtkunt. Neem iemand in vertrouwen. Je kunt je verhaal kwijt en die persoon kan je steunen bij verdere stappen. Je kunt iemand aanspreken op school: de directie, een leerkracht. In de sportclub of jeugdbeweging kun je naar het clubbestuur of de leiding stappen. Er zijn ook heel wat organisaties waar je terechtkunt: Awel, het CLB, het JAC, de hulplijn 1712, Nupraatikerover … Goed om te weten is dat je daar ook kunt aankloppen als je zelf denkt dat je grensoverschrijdend gedrag hebt gesteld, of als je je op een of andere manier zorgen maakt over iemand anders.


Eureka! Wat denk je nu over de Breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

IN

“Hoe ontdek ik wat ik wil en niet wil op vlak van intimiteit en relaties, met respect voor mezelf en voor de ander?”

VA N

Forum

Wat denk je nu? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Geef daarna twee argumenten voor je aangeduide keuze. Is je standpunt gewijzigd? Stellingen 1

Tijdens je seksuele en relationele ontwikkeling en ontdekkingstocht, is het oké om soms grenzen op te zoeken.

Tijdens je seksuele en relationele ontwikkeling en ontdekkingstocht, ben je

r©

2

best heel voorzichtig. Argumenten

ke xe

\

m

2

|

pl

\

aa

1

|

Zit je met vragen? Dan kun je daarmee misschien terecht bij een van de gespecialiseerde organisaties die in dit

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

hoofdstuk aan bod kwamen.

85


Synthese

→ Kennisclip

Seksuele geaardheid en genderidentiteit

4.1

4.2

Seksuele geaardheid zegt iets over de romantische en/of seksuele aantrekking die je voelt. Ze geeft aan op wie je

IN

valt of welke eigenschappen iemand aantrekkelijk maken voor jou. Er zijn verschillende geaardheden. Genderidentiteit is het innerlijke gevoel dat je een jongen/man, meisje/vrouw, beide of geen van beide bent. Het is dus nog iets anders dan je biologische geslacht. Dat laatste wordt bepaald op basis van de geslachtsdelen. Er

VA N

zijn verschillende genderidentiteiten.

Seksuele voorkeur

4.3

Welke handelingen je leuk en lekker vindt, welke fantasieën je opwinden, welke verlangens je hebt, noemen

we je seksuele voorkeur. Ook hierin verschillen mensen. Sommige van die voorkeuren kunnen anderen als

‘afwijkend’ beschouwen. Het is echter helemaal niet omdat iets ‘anders’ is, dat het ook fout is. Dat heeft alles te

Seksuele integriteit

r©

maken met integriteit en instemming.

Integer zijn betekent dat je eerlijk en betrouwbaar bent, naar jezelf en naar de ander toe, en dat jij of de ander dus niet ‘beschadigd’ wordt door iets te doen wat niet oké zou zijn voor een van beiden. Om te kunnen spreken van seksuele integriteit zul je op de volgende vragen ‘JA’ kunnen antwoorden. Zoniet is er sprake van grensoverschrijdend gedrag: Is er wederzijdse toestemming?

—

Is er vrijwilligheid?

—

Is er gelijkwaardigheid?

—

Past het gedrag bij de leeftijd en ontwikkeling?

—

Past het gedrag in deze omgeving en context?

—

Is er zelfrespect?

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

m

pl

aa

—

86

4.4


Bordschema

seksuele geaardheid

hetero homo (gay) biseksueel panseksueel aseksueel

seksuele voorkeur

r©

genderidentiteit

cisgender

transgender non-binair intersekse queer …

pl

aa

mijn intimiteit

…

VA N

mijn identiteit

IN

lesbisch

toestemming vrijwilligheid gelijkwaardigheid leeftijd en ontwikkeling omgeving en context zelfrespect

THEMA 1 HOOFDSTUK 4

In

kij

ke xe

m

mijn seksuele integriteit

87


r©

aa

pl

m

ke xe

kij

In

VA N

IN


IN VA N r©

aa

pl

thema

Recht en sociale rechtvaardig­heid

In

kij

ke xe

m

2


5 Hoofdstuk

c

IN

Het belang van rechtsregels en rechtspraak voor de samenleving Waarover gaat dit hoofdstuk?

In dit hoofdstuk leer je het onderscheid uitleggen tussen morele regels en rechtsregels. Je zult minderjarige naar de rechtbank kunt stappen.

VA N

begrijpen dat je een beroep kunt doen op rechtsregels en dat er zaken zijn waarvoor je zelfs als

Je kunt tonen dat je het begrijpt door begrippen uit het jeugdrecht te interpreteren en uit te leggen, en door voorbeelden te geven van zaken die jeugdrechters behandelen.

Wat leer ik in dit hoofdstuk?

r©

c

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd. Ik verwoord wat morele regels zijn.

aa

Ik illustreer met voorbeelden het belang van rechtsregels.

Ik leg het verschil uit tussen een morele regel en een rechtsregel. Ik leg in eigen woorden uit wat het belang van rechtspraak is.

pl

Ik leg in eigen woorden uit wat jeugdrecht betekent. Ik verwoord het verschil tussen MOF en VOS.

Begrippen

ke xe

c

m

Ik leg in eigen woorden uit waarvoor men terechtkan bij de familie- en jeugdrechtbank.

morele regel – rechtsregel – rechtspraak – rechtsprocedure – jeugddelinquentie –

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

jeugdrecht – jeugdrechtbank

90


Intro Iedereen, waar ook ter wereld, heeft dezelfde basisrechten, namelijk de mensenrechten. Ook als je jonger bent dan 18 jaar heb je zulke rechten. Meer zelfs: wie jonger is dan 18 jaar wordt extra beschermd door de

IN

kinderrechten. Jongeren hebben immers meer zorg en bescherming nodig dan volwassenen.

SITUATIE 1: EEN MOEILIJKE THUISSITUATIE

VA N

Lees onderstaande situaties. Beantwoord de vraag die bij elke situatie wordt gesteld.

Kim is 13 jaar en heeft het momenteel erg moeilijk thuis. Haar ouders zijn zelfstandigen en de zaak dreigt failliet te gaan. Er zijn daardoor veel spanningen thuis, zelfs ruzie. Het gaat er soms heftig aan toe. Dat zorgt voor stress en spanningen. Kim trekt het zich allemaal

heel erg aan en maakt zich zorgen over de toekomst. Schooltaken en leren lukken daardoor ook niet zo goed. Waar kan Kim hulp krijgen? Kim kan naar het CLB of het JAC stappen,

r©

waar ze de situatie kunnen bekijken en de

hulpmogelijkheden kunnen bespreken. Maar vooraleer bijvoorbeeld thuisbegeleiding kan worden opgestart of de jeugdrechter Kim tijdelijk kan plaatsen in een pleeggezin, is

aa

naast de toestemming van Kim zelf ook de toestemming van de ouders nodig. Deze vormen van jeugdhulp richten zich immers ook tot hen.

pl

Naar: ’tZitemzo

ke xe

m

a Wie kan terecht bij het JAC (Jongeren Advies Centrum)?

SITUATIE 2: EEN ECHTSCHEIDING Camille is de minderjarige dochter van Elke en Tom. Het koppel is al vijf jaar gescheiden en

In

kij

Camille verblijft voornamelijk bij haar vader. Elke wil haar dochter in de toekomst vaker zien. Ze stapt naar de familierechtbank om de huidige omgangsregeling aan te vechten.

b Zal de jeugdrechter ook naar Camille luisteren?

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

Naar: ’tZitemzo

91


SITUATIE 3: RECHTEN VAN DE MINDERJARIGEN Jeroen is net 15 jaar geworden en doet de laatste tijd erg vreemd. Soms is hij overdreven ongeduldig en prikkelbaar of reageert hij agressief. Op andere momenten is hij dan drugs neemt. Daarom doorzoekt ze zijn kamer wanneer hij naar school is. Heeft ze daardoor Jeroens recht op

IN

weer extreem uitbundig. Jeroens moeder denkt dat hij

ouderlijke gezag te kunnen uitoefenen. Naar: ’tZitemzo

VA N

privacy geschonden? Zeker wel. Maar ouders hebben ook recht op informatie om hun

c Gaat het recht op informatie van de moeder boven het recht op privacy van Jeroen?

SITUATIE 4: EEN MISDRIJF

r©

aa

Yasmien Naciri is een kleinkind van een uit Marokko

geëmigreerde mijnwerker. Door die etnische achtergrond werd Yasmien als kind lastiggevallen door anonieme

pl

internettrollen. Yasmien verzamelde bewijsmateriaal en diende een klacht in bij de politie. Die kon een van de daders vatten en voor de rechtbank brengen. Dankzij

m

Yasmien werd voor het eerst in België een online hater veroordeeld. Yasmien schrijft nu opiniestukken voor een krant en is oprichtster van de

ke xe

hulporganisatie Amana en van de jeugdwerking voor jonge ondernemers Fleks. Ze schreef ook het boek Wij nemen het heft in handen, waarmee ze iedereen wil aanzetten zelf bij te

dragen aan het positieve verhaal van onze samenleving.

d Hoe kun je bewijzen dat je gepest wordt? Bekijk Yasmiens getuigenis en de website van Wat Wat

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

om deze vraag te beantwoorden.

92


l

BREINBREKER In dit hoofdstuk zul je in drie stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

IN

“Hoe kun je als minderjarige opkomen voor je rechten?”

Wat denk je nu al? Noteer enkele sleutelwoorden en vertel!

r©

VA N

Forum

Good to know Het Kinderrechtenverdrag

De gewaarborgde rechten van het kind zijn opgenomen in het

aa

VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, kortweg het

Kinderrechtenverdrag (1989). Kinderrechten hebben betrekking op personen jonger dan 18 jaar en zijn van toepassing op alle

levensdomeinen van kinderen. Het verdrag omvat zowel de sociale,

pl

economische, culturele als de burgerlijke en politieke mensenrechten. Het benadert de rechten van het kind als één geheel. De gewaarborgde

m

rechten en beginselen moeten dus in onderlinge samenhang worden gelezen. Voor een goed begrip wordt meestal een thematische indeling gemaakt op basis van de zogenaamde drie P’s: protectie-, provisie- en

ke xe

participatierechten:

1 Protectie gaat over de rechten die kinderen beschermen:

het recht om beschermd te worden tegen mishandeling en verwaarlozing, tegen allerlei vormen van uitbuiting, tegen inbreuk op de integriteit, privacy …

2 Provisie slaat op de rechten die kinderen voorzieningen

garanderen: recht op voeding en gezondheidszorg, recht op

3 Participatie gaat over de rechten die kinderen een deelname

aan het maatschappelijke leven waarborgen, namelijk het recht om zelf bepaalde handelingen te stellen, het recht om gehoord te worden en het recht op inspraak.

Naar: Vlaanderen.be

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

onderwijs, sociale zekerheid, vrije tijd ...

93


Parcours Hebben minderjarigen rechten?

IN

STAP 1

1 Minderjarigen kunnen volgens de wet wel feitelijke handelingen, maar geen rechtshandelingen stellen.

Lees het kenniskader. Maak vervolgens de opdracht: wat zijn rechtshandelingen en wat zijn feitelijke

VA N

handelingen?

Je rechten als persoon 1 Rechtsbekwaam

In hoofdstuk 1 zagen we dat je identiteit door verschillende factoren wordt bepaald.

r©

Op je identiteitskaart staan de voornaamste basisgegevens van jouw identiteit (naam, geboorteplaats en -datum, geslacht en nationaliteit). Op de achterkant staat je rijksregisternummer en de gemeente waar je de kaart hebt aangevraagd. Je bent gedomicilieerd op de woonplaats van een of beide ouder(s). Er staat ook een foto op – en waarschijnlijk ben je al flink veranderd sinds die werd genomen. Je bent vermoedelijk Belg.

aa

Juridisch gesproken ben je een natuurlijke persoon. Als natuurlijke persoon ben je volledig rechtsbekwaam. Dat wil zeggen dat je drager bent van alle mogelijke rechten en plichten. Ook als minderjarige ben je dus rechtsbekwaam.

pl

2 Handelingsbekwaam

Iemand die voor de wet rechtshandelingen mag verrichten, is handelingsbekwaam. De persoon kan de gevolgen van een overeenkomst goed inschatten. Minderjarigen worden door

m

de Belgische wetgever handelingsonbekwaam geacht. Zo wil de overheid minderjarigen beschermen tegen eventuele misleiding en uitbuiting door een volwassene. Je kunt dus als

ke xe

minderjarige geen rechtshandelingen stellen of je juridisch verbinden door bijvoorbeeld contracten af te sluiten of gerechtelijke procedures te voeren. Indien nodig zullen jouw wettelijke vertegenwoordigers optreden in jouw naam en in jouw belang. 3 Bekwame minderjarige

Wanneer een kind zich evenwel bewust is van de daad die gesteld wordt en van de mogelijke gevolgen ervan, kan het wél juridische handelingen stellen. De leeftijd waarop een kind dat

kij

onderscheidingsvermogen krijgt en een bekwame minderjarige wordt, ligt niet wettelijk

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

vast. De rechtspraak aanvaardt dat dit rond de 12 jaar is.

94

5.1


a Markeer in het kader onder b ‘wel’ of ‘geen’ zodat de informatie bij de begrippen juist is. b Plaats in de juiste kolom:

informatie vragen – contracten afsluiten – een kind erkennen – sporten –

Feitelijke handelingen

wel / geen juridische gevolgen

wel / geen juridische gevolgen

r©

VA N

Rechtshandelingen

IN

gerechtelijke procedures voeren – huwen – televisie kijken – stemmen – samenkomen met vrienden

2 Minderjarigen zijn rechtsbekwaam en hebben daardoor rechten, maar omdat ze handelingsonbekwaam

zijn, kunnen ze daar in principe niet zelfstandig over beschikken. Weet jij welke rechten je hebt? Duid aan

Mag jij zelf een bankrekening openen?

|

\

2

Mag jij nu al een vakantiejob hebben?

|

\

3

Mag jij bier drinken?

|

\

4

Kun jij worden verplicht om een schadevergoeding te betalen?

|

\

5

Ben jij strafbaar als jij porno kijkt op het internet?

|

\

ke xe

m

pl

1

Mag jij een foto van je geslachtsdeel of je borsten versturen naar je lief?

|

\

7

Mag jij op reis naar het buitenland gaan zonder de toelating van je ouders?

|

\

8

Mag jij iets kopen op het internet?

|

\

|

\

10 Ben jij verplicht om je ouders te helpen?

|

\

11 Kun jij een boete krijgen omdat je een verkeersovertreding begaan hebt?

|

\

12 Kan de jeugdrechter jou laten opsluiten in de gevangenis?

|

\

In

kij

6

9

Als jij een ongeval veroorzaakt, moet jij dan de schade betalen?

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

aa

welke rechten jij als jongere (tussen 12 en 16 jaar) hebt en leg uit.

95


STAP 2

Wat is het verschil tussen gedragsregels en rechtsregels?

IN

1 Deze reclame waarin een man een vrouw slaat omdat

ze geen echte Bicky Burger meebracht, kreeg veel kritiek. De reclame is omstreden omdat er ernstige morele regels worden overschreden. Morele regels anderen.

Bekijk de bijbehorende reportage.

VA N

gaan over wat wel en niet mag in de omgang met

a Bij partnergeweld worden morele regels overschreden. Als jij het niet oké vindt dat dit beeld in

reclame wordt gebruikt, kun je daar dan iets aan doen?

r©

b Kunnen Bicky of het bedrijf dat deze campagne gemaakt heeft ook juridisch ter verantwoording

worden geroepen?

aa

m

pl

c Is partnergeweld strafbaar?

d Het bedrijf achter Bicky Burger heeft uiteindelijk wel zijn verontschuldigingen aangeboden voor deze

ke xe

ophefmakende advertentie. Wat denk je zelf van deze campagne?

Good to know

Zeven universele morele regels

Antropologen van de Universiteit van Oxford hebben na onderzoek van zestig verschillende culturen

kij

geconcludeerd dat er zeven universele morele regels zijn. Die regels zijn: je familie helpen, je groep helpen, een wederdienst bewijzen, dapper zijn, je superieuren gehoorzamen, streven naar een eerlijke verdeling van de middelen en respect tonen voor de eigendom van anderen. Overal ter wereld wordt waarde gehecht

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

aan eenheid, solidariteit en loyaliteit, omdat een groep veiligheid biedt. Sociale uitwisseling verklaart

96

waarom we anderen vertrouwen, gunsten uitwisselen, schuldgevoelens en dankbaarheid tonen en meningsverschillen goedmaken. Naar: www.ox.ac.uk


Rechtsregels

5.2

Om het samenleven van mensen mogelijk te maken, hebben we afspraken en regels nodig. We maken hierbij een onderscheid tussen morele regels, gedragsregels en rechtsregels. 1 Morele regels

IN

Morele regels zijn ongeschreven regels die een beoordeling van goed en kwaad geven. 2 Gedragsregels

Er zijn verschillende soorten gedragsregels: morele, juridische, religieuze, sportieve ... Van

morele gedragsregels vinden veel mensen dat iedereen ze moet naleven. Ze worden ethisch

VA N

zo belangrijk gevonden dat overtreders gesanctioneerd worden. Morele gedragsregels vormen vaak de bron van rechtsregels. 3 Rechtsregels

Rechtsregels bepalen hoe het moet volgens de overheid. Rechtsregels schrijven dus een gedragswijze voor als norm. Ze formuleren een bevel of een verbod met een bindende

werking. Veelal neemt de overheid hier beslissingen, omdat het handiger is dat iedereen

r©

bepaalde dingen op dezelfde manier doet. Zo moeten we bijvoorbeeld allemaal stoppen voor een rood stoplicht en mogen we bij groen doorrijden. Dat heeft niets met normbesef te

aa

maken, maar het is wel een belangrijke regel die de verkeersveiligheid ten goede komt.

2 Gedragsregels of rechtsregels? Over welke regels gaat het in onderstaande voorbeelden?

pl

1→ Je hebt je taak niet zelf gemaakt, maar overgenomen van de website scholieren.com.

m

2→ Een voetballer die de spelregels niet naleeft, krijgt van de scheidsrechter een gele of rode kaart.

ke xe

3→ Je liegt tegen je ouders over de prijs die je betaald hebt voor dat nieuwe T-shirt.

5→ In de islam wordt elke jongen binnen de acht dagen na zijn geboorte besneden.

6→ Je vriend maakt een ritje op jouw nieuwe brommer en rijdt tegen een geparkeerde wagen. Jammer genoeg heeft hij nog geen rijbewijs.

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

4→ Als je racistische opmerkingen op Facebook plaatst, kan je account worden afgesloten.

97


STAP 3

Handboeien gebruiken bij jongeren, mag dat?

IN

1 Toen Yasmien heel hard gepest werd, heeft ze een klacht ingediend. Wat is er met haar klacht gebeurd?

Vul de ontbrekende woorden in.

bewijs – gedagvaard – jeugdrechter – klacht – maatregelen – proces-verbaal – pro-Deoadvocaat – uitgenodigd

VA N

Yasmien verzamelt                 dat ze gepest wordt door haar klasgenoten. Ze gaat naar het politiebureau om een                 in te dienen.

De politie stelt een                 op – dat is een verslag van wat er allemaal gebeurd is – en stuurt het door naar de procureur des Konings.

de                .

r©

De procureur vindt de klacht ernstig genoeg om er een rechtszaak van te maken en geeft de zaak door aan

De verdachte wordt                 en moet voor de jeugdrechter verschijnen. Yasmien wordt                 om ter zitting te verschijnen. Ze stelt zich burgerlijke partij. Er wordt een                 toegewezen aan de jongere die Yasmien gepest heeft.

aa

De jeugdrechter vindt dat het pestgedrag zó erg is dat hij beslist om                 te

Indeling van recht

pl

nemen: hij plaatst de minderjarige pester onder toezicht van de sociale dienst van de jeugdrechtbank.

m

De handhaving van recht kent een georganiseerde structuur in hoven en rechtbanken om conflicten op te lossen wanneer iemand zich niet aan de regels houdt, om overtredingen te bestraffen, om schade te herstellen of om juridische zaken te regelen.

ke xe

In de rechtspraak wordt een onderscheid gemaakt tussen burgerlijk recht (ook wel civiel recht genoemd) en strafrecht. 1 Burgerlijk recht

Burgerlijk recht heeft betrekking op geschillen tussen mensen. Bij een burgerlijke rechtsprocedure legt de rechter geen sancties of straffen op, maar zoekt hij naar een oplossing voor de geschillen. Dat kan resulteren in een schadevergoeding of een compromis

kij

tussen de partijen.

Bijvoorbeeld: huwen of samenwonen, adoptie, erven, huren, eigendom, burenruzie, aankopen,

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kredieten ...

98

2 Strafrecht

Strafrecht is het geheel van rechtsregels die bepalen wat strafbaar is en welke straf men daarvoor kan geven. Een strafprocedure gaat over overtredingen en misdrijven. Bijvoorbeeld: diefstal, geweldpleging, verkeersovertreding, doden van iemand ... Minderjarigen kunnen wel partij zijn in een gerechtelijke procedure, maar ze zijn niet procesbekwaam. Minderjarigen moeten dus ook als partij in een proces worden vertegenwoordigd door hun ouders.

5.3


Good to know Een jongere voor de politierechtbank Voor inbreuken op de verkeerswetgeving is de jongere strafrechtelijk meerderjarig vanaf 16 jaar en wordt hij berecht door de politierechtbank.

IN

2 Bij jeugdrecht wordt een onderscheid gemaakt tussen burgerlijk of civiel jeugdrecht en strafrechtelijk

jeugdrecht. Burgerlijk jeugdrecht kan bijvoorbeeld gaan over een verontrustende thuissituatie,

echtscheiding, adoptie of een alimentatiekwestie. Bij jeugdstrafrecht wordt een minderjarige verdacht van

r©

VA N

een strafbaar feit. Geef aan of volgende voorbeelden tot het burgerlijk recht of tot het strafrecht behoren.

aa

1→ Jurgen heeft drank en snoep uit de krantenwinkel gestolen.

2→ Na de vergadering van de jeugdbeweging hebben een aantal jongeren verschillende spiegels afgebroken bij auto’s die in de buurt van het lokaal geparkeerd stonden. 3→ De jeugdrechter besluit dat er voor Jens gedwongen hulpverlening nodig is, omdat zijn

pl

thuissituatie verontrustend is.

4→ Joeri eist dat zijn ouders in zijn levensonderhoud voorzien. 5→ Camille verkoopt drugs op school.

m

6→ Yana vraagt aan de jeugdrechtbank de toelating om te mogen huwen. 7→ Geert en Tomas willen een kind adopteren.

ke xe

8→ De ouders van Ilse zijn gescheiden. Ilse gaat niet meer bij haar vader op bezoek en daarom wil hij de alimentatie niet meer betalen.

9→ Johan werd door zijn vader geslagen en heeft er een gebroken arm aan overgehouden. 10→ Katrien en Emma hebben met Marieke gevochten aan de bushalte. Toen Marieke op de grond lag, hebben ze op haar hoofd geschopt. strafrechtelijk jeugdrecht

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

burgerlijk jeugdrecht

99


Jeugdrecht

5.4

Jeugdrecht gaat over alle dossiers waarbij een minderjarige betrokken is. Het jeugdrecht heeft als doel de minderjarige te beschermen tegenover de maatschappij, én ook de maatschappij te beschermen tegen jeugddelinquentie en normafwijkend gedrag. Jeugdrecht —

een strafbaar of als misdrijf omschreven feit (MOF),

—

een verontrustende opvoedingssituatie (VOS),

—

mishandeling, misbruik of verwaarlozing,

—

een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) voor het overtreden van het

—

de ‘voetbalwet’ (gedragscode bij voetbalwedstrijden).

VA N

gemeentereglement,

IN

is onder andere bij de volgende situaties van toepassing:

Wanneer je als minderjarige een misdrijf begaat, dan wordt dat een als misdrijf

omschreven feit (MOF) genoemd. Je kunt dan worden opgeroepen om verhoord te worden op het politiekantoor. Je kunt ook een dagvaarding krijgen om te verschijnen voor de jeugdrechtbank.

Bij een verontrustende opvoedingssituatie (VOS), is de minderjarige eigenlijk het

slachtoffer. Deze zaken ontstaan wanneer de fysieke integriteit of de ontplooiingskansen van

r©

de jongere in het gedrang komen door gebeurtenissen in de nabije omgeving (thuis, op school of bij een opvang).

Feiten gepleegd door minderjarigen worden behandeld door de jeugdkamer binnen de familierechtbank. Het gaat dan om dossiers van minderjarigen die voor de jeugdrechter moeten komen.

aa

Omdat het jeugdstrafrecht er in principe op gericht is om jongeren te wijzen op hun fouten – en hen te corrigeren – zijn minderjarigen in het Belgische recht niet strafbaar. We spreken dan ook niet van straffen, maar van maatregelen om de minderjarige op het rechte pad te houden en het gedrag bij te sturen. De jeugdrechter oordeelt welke maatregelen noodzakelijk

ke xe

Good to know

m

pl

zijn om de minderjarige te beschermen.

Maatregelen van de jeugdrechter Mogelijke maatregelen die de jeugdrechter kan opleggen zijn: berisping,

—

herstelrechtelijk aanbod: bemiddeling of herstelgericht groepsoverleg,

—

ondertoezichtstelling van de sociale dienst,

—

een prestatie van opvoedkundige aard en algemeen nut: gemeenschapsdienst en leerprojecten,

—

een geschreven project,

—

huisarrest,

—

ambulante therapeutische behandeling,

—

in uitzonderlijke gevallen: plaatsing in een pleeggezin of in een (open of gesloten)

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

—

100

gemeenschapsinstelling. In bepaalde gevallen kan de jeugdrechter de maatregelen verlengen tot de minderjarige de leeftijd van 20 jaar bereikt. Het is in uitzonderlijke gevallen ook mogelijk dat een minderjarige vanaf 16 jaar wordt doorverwezen naar een andere rechtbank en wordt berecht als een volwassene. Dat kan wanneer de minderjarige een ernstig feit heeft gepleegd of eerder maatregelen opgelegd kreeg.


3 Het familierecht omvat alle juridische regelingen die zich kunnen voordoen tussen gehuwden,

samenwonenden, ouders en kinderen. Geef zelf enkele voorbeelden.

r©

VA N

IN

Familierecht

5.5

Een gezin kan nogal wat veranderingen ondergaan. Mensen huwen of gaan samenwonen, ze krijgen of ze adopteren kinderen … Bij al die gebeurtenissen speelt het familierecht een

aa

rol. Maar familierecht gaat ook over de minder aangename momenten waarmee een gezin te maken kan krijgen, zoals vreemdgaan, echtscheiding, voogdijregeling, alimentatie en omgangsregeling. —

Familiale problemen tussen echtgenoten of partners die feitelijk of wettelijk samenwonen.

De familierechter kan dringende en voorlopige maatregelen bevelen met betrekking

m

—

pl

Waarvoor is de familierechtbank bevoegd?

tot het verblijf en het onderhoud van de kinderen, de betaling van schulden, het verblijf in de echtelijke woning, het gebruik van goederen en het onderhoudsgeld wanneer de

ke xe

verstandhouding in een gezin ernstig verstoord is.

—

Bij een echtscheiding wordt er een einde gemaakt aan het huwelijk. Wanneer de partners

geen akkoord kunnen bereiken over de scheiding, maar wel kunnen aantonen dat het huwelijk niet meer te redden valt, kan een echtscheiding met onderlinge toestemming worden uitgesproken. De familierechter zal dan in het echtscheidingsvonnis een notaris opdragen om een aanvaardbare oplossing te zoeken voor de verdeling van meubels, spaargelden en andere gezamenlijke bezittingen of schulden. De familierechter is bevoegd bij betwisting of vaststelling van vaderschap en erkenning van een kind.

De familierechtbank is ook bevoegd voor adoptie. Bij volle adoptie worden alle juridische banden met de oorspronkelijke familie verbroken. Bij gewone adoptie behoudt het kind wel nog juridische banden met de biologische ouders en familie. Zowel minderjarige als meerderjarige personen kunnen worden geadopteerd.

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

—

101


4 Bij een echtscheiding kan de rechter aan het justitiehuis vragen om een maatschappelijk onderzoek te

voeren. Bekijk het filmpje daarover. Wat is het doel van zo’n onderzoek?

IN

Good to know Drie soorten misdrijven

In het Belgische strafrecht bestaan drie soorten misdrijven: overtredingen, wanbedrijven en misdaden.

VA N

Overtredingen zijn het minst erg, misdaden zijn het meest ernstig. Het onderscheid tussen de verschillende soorten misdrijven is belangrijk, omdat de ernst van de feiten bepaalt voor welke rechtbank de verdachte moet verschijnen. Een handeling kan pas als misdrijf of strafbaar feit worden beschouwd wanneer ze

uitdrukkelijk zo in de wet beschreven is. Een misdrijf op heterdaad is een misdrijf dat ontdekt wordt op het ogenblik dat het wordt gepleegd.

r©

5 Bekijk het filmpje over de gemeenschapsinstellingen en beantwoord daarna de vragen.

a Wanneer kan de jeugdrechter een jongere naar een gemeenschapsinstelling sturen?

aa

b Vanaf welke leeftijd kan men een jongere naar een open instelling sturen?

pl

m

c Vanaf welke leeftijd kan men een jongere naar een gesloten instelling sturen?

d Welke gemeenschapsinstellingen bestaan er in ons land?

ke xe

kij

e Vanaf welke leeftijd kan de jeugdrechter een jongere in een gesloten instelling plaatsen?

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

102


Eureka! Wat denk je nu over de Breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

IN

“Hoe kun je als minderjarige opkomen voor je rechten?” Forum

VA N

Wat denk je nu over de Breinbreker? Is je antwoord gewijzigd? Noteer enkele sleutelwoorden en vertel!

r©

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

ke xe

m

pl

aa

Zit je met vragen? Dan kun je daarmee misschien terecht bij een gespecialiseerde organisatie.

103


Synthese

→ Kennisclip

Je rechten als persoon

5.1

Ook als minderjarige ben je als natuurlijke persoon volledig rechtsbekwaam. Dat wil zeggen dat je drager bent van alle mogelijke rechten en plichten. Je wordt als minderjarige door de Belgische wet als

IN

handelingsonbekwaam beschouwd, maar vanaf 12 jaar word je in veel gevallen als een bekwame minderjarige beschouwd.

Rechtsregels

VA N

5.2

Morele regels maken een onderscheid tussen goed en kwaad. Gedragsregels ordenen de samenleving, waardoor de mensen hun gedrag op elkaar afstemmen. Rechtsregels zijn gedragsregels die hun gezag ontlenen aan de overheid. Ze schrijven een gedragswijze voor als norm en die is juridisch afdwingbaar. Bij een rechtszaak wordt een geschil tussen twee of meer partijen over hun rechten aan de uitspraak van een rechter voorgelegd.

Indeling van recht

5.3

De handhaving van recht kent een georganiseerde structuur in hoven en rechtbanken. In de rechtspraak

r©

wordt een onderscheid gemaakt tussen burgerlijk recht en strafrecht. Er bestaan dus twee soorten rechtsprocedures. Een burgerlijke procedure gaat over een geschil tussen verschillende partijen met betrekking tot hun burgerlijke rechten. Een strafprocedure gaat over overtredingen en misdrijven. Er zijn

aa

bepaalde regels overtreden en als dat bewezen is, hoort daar een straf bij.

Jeugdrecht

5.4

Jeugdrecht gaat over alle dossiers waarbij een minderjarige betrokken is. Jeugdcriminaliteit wordt ook jeugddelinquentie genoemd.

pl

Minderjarigen zijn niet procesbekwaam en ouders zijn burgerlijk verantwoordelijk voor hun minderjarige kinderen. Daarom worden ouders samen met hun kind gedagvaard voor de jeugdrechtbank. Als een minderjarige strafbare feiten heeft gepleegd, wordt dat een als misdrijf omschreven feit (MOF)

m

genoemd en kan de jeugdrechter maatregelen nemen ten aanzien van de jongere. Bij een verontrustende opvoedingssituatie (VOS), is de minderjarige eigenlijk slachtoffer.

ke xe

In principe krijgt elke minderjarige die voor de jeugdrechtbank verschijnt een pro-Deoadvocaat toegewezen. De jeugdrechter oordeelt welke maatregelen noodzakelijk zijn om de minderjarige te beschermen.

Familierecht

5.5

Het familierecht speelt een rol bij alle veranderingen die een gezin ondergaat, zoals huwen of gaan samenwonen, het krijgen of adopteren van kinderen, maar ook vreemdgaan, echtscheiding, voogdijregeling, alimentatie en

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

omgangsregeling …

104


Bordschema

—

rechtsbekwaam,

—

handelingsonbekwaam,

—

een bekwame minderjarige.

IN

Ik ben als minderjarige …

—

morele regels, die gaan over goed en kwaad;

—

gedragsregels, die ordenen de samenleving;

—

rechtsregels, die zijn juridisch afdwingbaar.

VA N

De samenleving wordt geordend door regels:

—

burgerlijk recht (burgerlijke procedure),

—

strafrecht (strafprocedure).

Jeugdrecht: je komt voor de jeugdrechtbank …

r©

Je kunt rechtspraak opdelen in …

—

wanneer je als minderjarige een misdrijf begaat (MOF) (jeugddelinquentie);

—

bij een verontrustende opvoedingssituatie (VOS).

aa

De familierechter oordeelt over familiale zaken.

THEMA 2 HOOFDSTUK 5

In

kij

ke xe

m

pl

Als minderjarige kun je niet in de gevangenis worden opgesloten.

105


6 Hoofdstuk

c

IN

Arm zijn is meer dan niet genoeg geld hebben Waarover gaat dit hoofdstuk?

In dit hoofdstuk leer je begrijpen waarom kansarmoede onrechtvaardig is. We focussen op de

VA N

onrechtvaardigheid ervan en onderzoeken hoe armoede verholpen kan worden. Vanuit het belang van sociale rechtvaardigheid en solidariteit bestuderen we het recht op en de toegang tot basisbehoeften. Je zult vaststellen dat niet iedereen gelijke toegang tot die basisbehoeften heeft.

Je kunt uitleggen hoe armoede wordt bestreden door tal van organisaties en door de overheid. Je kunt met voorbeelden aantonen dat de overheid armoede probeert tegen te gaan met de sociale

c

r©

zekerheid en herverdeling van de belastingen.

Wat leer ik in dit hoofdstuk?

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

aa

Ik geef voorbeelden van wat leven in kansarmoede betekent.

Ik geef voorbeelden van hoe (kans)armoede voor uitsluiting en schaamte zorgt. Ik illustreer met voorbeelden wat sociale rechtvaardigheid is.

pl

Ik illustreer met voorbeelden wat sociale ongelijkheid is. Ik geef verschillende voorbeelden van armoedebestrijding.

m

Ik leg in mijn eigen woorden uit wat de welvaartsstaat betekent. Ik leg in mijn eigen woorden uit wat sociale ongelijkheid betekent voor bepaalde groepen in

ke xe

de samenleving.

Ik verduidelijk wat basisbehoeften zijn en waarom iedereen er recht op heeft.

c

Begrippen

kij

kansarmoede – basisbehoeften – generatiearmoede – armoede – sociale rechtvaardigheid – welvaartsstaat – armoedebestrijding – sociale zekerheid – sociale ongelijkheid –

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

Sociaal Huis – OCMW

106


Intro In een sociaal rechtvaardige samenleving zijn alle mensen gelijkwaardig. In zo’n samenleving zou iedereen op dezelfde manier toegang moeten hebben tot basisbehoeften zoals eten en drinken, maar ook veiligheid. Toch zijn er in een welvarend land als België mensen die geen toegang hebben tot die basisbehoeften.

IN

Mensen in armoede leven in zo’n situatie. Het ontbreekt hen aan middelen en mogelijkheden en daarom worden ze uitgesloten uit de samenleving. Armoede leidt dus tot sociale onrechtvaardigheid. In ons land lopen vandaag één op de vijf Belgen het risico op armoede en sociale uitsluiting.

Omdat mensen die in armoede leven er alles aan doen om hun problemen zo goed mogelijk te verbergen,

VA N

wist je dat waarschijnlijk niet. Als het over armoede gaat, hebben we immers nog altijd heel wat vooroordelen. ‘Ze hebben het vast zelf gezocht, toch? Ze zijn liever lui dan moe.’ En: ‘Zijn het geen moeilijke tijden voor iedereen?’ Armoede is een ingewikkeld samenspel van oorzaken en gevolgen. Geen ver-van-ons-bedshow, maar

een verhaal van mensen uit je eigen omgeving, vrienden en kennissen. En … het zou jou misschien kunnen overkomen, net zoals ook Dylan, Laura en Belgiano in armoede terechtgekomen zijn.

Bekijk de getuigenis van Dylan, Laura en Belgiano waarin je de gevolgen van de coronacrisis op

kwetsbare gezinnen in ons land kunt zien. Misschien vraag je je na het bekijken van de filmpjes ook af

aa

BREINBREKER

l

r©

hoe deze gezinnen in armoede geholpen kunnen worden.

pl

In dit hoofdstuk zul je in drie stappen een antwoord formuleren op deze Breinbreker:

Forum

m

“Wat moet de overheid doen om armoede op een structurele manier aan te pakken?”

ke xe

Wat denk je nu al? Duid aan waarmee je het (on)eens bent. Ontdek hoe de klas over deze stellingen denkt.

Als iemand arm is, dan is dat zijn eigen schuld.

2

Rijken moeten voor armen zorgen.

3

Mensen in armoede zouden meer kinderbijslag moeten krijgen.

4

Mensen die bij ons arm zijn, zijn mensen met een handicap of zieke mensen.

5

Wie een eigen huis bezit, zal niet snel in armoede terechtkomen.

6

Door de grote werkloosheid zijn er te veel armen.

7

Amir kan moeilijker een huis huren dan Willem.

8

De pech blijft sommige mensen gewoon achtervolgen.

9

Armen doen veel nutteloze aankopen, daarom kunnen ze niet sparen.

In

kij

1

| | | | | | | | |

\ \ \ \ \ \ \ \ \

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

Stellingen

107


Parcours Waarom leidt armoede tot sociale onrechtvaardigheid en uitsluiting?

IN

STAP 1

1 Werd jij zelf al geconfronteerd met armoede? Hoe dan?

VA N

Good to know Armoede: complexer dan je denkt

r©

Bij het begrip armoede denk je waarschijnlijk meteen aan een gebrek aan inkomen, laaggeletterdheid en slechte leefomstandigheden. Dat klopt. Maar het gaat verder dan het puur financiële. Mensen in armoede worden met meer problemen geconfronteerd dan alleen maar geen of te weinig geld hebben. —

Veel mensen in armoede schamen zich voor hun situatie en doen er alles aan om hun problemen verborgen te houden en erbij te horen. We noemen dat de gevoelskloof.

—

Ten tweede is er de kenniskloof. Wat voor iemand anders evident lijkt, is dat vaak niet voor kwetsbare

aa

mensen. Voor hen zijn die zaken niet zo vanzelfsprekend of wijzen ze zich niet altijd uit. —

De derde kloof is de vaardigheidskloof. Mensen in armoede stoten dikwijls op onbegrip wanneer ze zaken niet kunnen.

Een vierde kloof is de structurele kloof, waarbij mensen in armoede systematisch worden uitgesloten

pl

—

op alle levensdomeinen. —

Anderzijds hebben mensen in armoede vaak meer positieve krachten dan doorsnee middenklassers.

m

Alleen wordt dat zelden of nooit in de verf gezet. Dat noemen we een positieve krachtenkloof. Daarom is het ook correcter om te spreken over mensen in armoede dan over armen. Als je over armen spreekt, lijkt het alsof armoede bijna een persoonlijkheidskenmerk is. Terwijl onderzoek leert dat mensen

ke xe

arm zijn omdat ze in een situatie zijn terechtgekomen die wij armoede noemen.

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

2 Mensen in armoede komen terecht in een armoedeweb.

108

a Bekijk enkele getuigenissen van mensen die van jongs af aan ervaring hebben met armoede en

sociale uitsluiting. Categoriseer hun getuigenissen in de levens- en gevoelsdomeinen. Bij een aantal domeinen zul je niets kunnen invullen. Voeg daar dan een eigen voorbeeld toe.


De acht gevoelsdomeinen

Gezondheid

Schuldgevoel

Inkomen

Moedeloosheid

Arbeid & tewerkstelling

Niet kennen

r©

Huisvesting

Schaamte

aa

Vrije tijd

Uitsluiting

ke xe

m

Hulpverlening

pl

Woede

Onderwijs

Negatief zelfbeeld

Gezinssituatie

Niet kunnen

kij

Sociale contacten Justitie

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

VA N

De tien levensdomeinen

IN

Het armoedeweb

109


b Uit de getuigenissen van de ervaringsdeskundigen kun je opmaken dat armoede te maken heeft

met verschillende levensdomeinen en gevoelsdomeinen. Ze vormen samen het armoedeweb. De levensdomeinen vormen de buitenkant van het armoedeweb, de gevoelsdomeinen de binnenkant. Veel mensen in armoede schamen zich voor hun situatie en doen er alles aan om hun problemen verborgen te houden en erbij te horen. Bekijk de animatiefilm over het armoedeweb om dit beter te begrijpen.

r©

VA N

situaties? Vermeld zowel de categorie van de binnen- als van de buitencirkel.

IN

c Bekijk de tekening van het armoedeweb. Bij welke categorie van het web horen onderstaande

1

Yvan is uit zijn huis gezet en logeert in een jeugdherberg.

Kinderen uit kansarme gezinnen hebben dubbel

pl

2

aa

Naar: Pola, Welzijnszorg

zoveel tandcariës als andere kinderen.

Gerda moet het avondeten bereiden op twee

m

3

elektrische kookplaatjes.

De vader van Joeri zit vaak op café. Wanneer hij

ke xe

4

thuiskomt, heeft hij te veel gedronken en volgt er meestal een ruzie.

5

De eigenaar van het huurappartement waar Zaïd

woont, verhoogt ineens het huurgeld met 300 euro.

kij

6

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

7

110

8

Yana komt bijna elke dag naar school met een lege

brooddoos.

Een kwart van de Brusselaars jonger dan 18 jaar groeit op in een huishouden zonder inkomen. Marina zoekt hulp bij het OCMW om een collectieve schuldenregeling te bekomen.

9

Jeroen wil sporten, maar er is niet genoeg geld om de juiste outfit en het nodige materiaal te kopen.

10 Diego gaat niet naar de verjaardagsfeestjes van zijn klasgenoten, want hij heeft geen geld om een cadeautje te kopen.


Good to know Hoe meet je armoede? Omdat armoede veel aspecten heeft, is ook het meten van armoede niet eenvoudig. Meestal wordt de financiële armoede gemeten. Om deel uit te maken van een samenleving heb je immers geld nodig. In landen waar de kostprijs voor voeding, wonen, vervoer … lager ligt, heb je minder geld nodig dan in landen waar die kostprijs hoger ligt. Armoede moet dus in elk land anders bekeken worden. Als we alle

IN

inkomens (van laagste tot hoogste) op een rijtje zetten, dan is de mediaan het middelste getal in deze

getallenreeks. Wie minder dan 60 procent verdient van het mediaan inkomen van een land valt onder de armoededrempel en wordt als financieel arm beschouwd.

De armoededrempel is ook afhankelijk van de samenstelling en grootte van het huishouden. Voor een volwassenen en twee kinderen op 2.584 euro per maand. Naar: www.statistiekvlaanderen.be (cijfers voor 2019)

VA N

alleenstaande ligt de Belgische armoededrempel op 1.230 euro per maand, voor een gezin met twee

3 Ga naar de website van Kind en Gezin en zoek daar een antwoord op onderstaande vragen.

r©

a Geef een definitie van het begrip ‘kansarmoede’.

aa

b Kind en Gezin brengt kansarmoede in kaart. Hun armoedecijfers vormen een armoede-indicator.

ke xe

pl

Waarom is Kind en Gezin goed geplaatst om kansarmoede in kaart te brengen?

m

—

—

Welke criteria gebruikt Kind en Gezin om kansarmoede te bepalen?

—

Wanneer is er volgens Kind en Gezin sprake van kansarmoede?

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

111


c Kind en Gezin heeft het ook over basisbehoeften.

—

Wat zijn volgens Kind en Gezin basisbehoeften? Ook budgetmeters vormen een armoede-indicator.

IN

—

Zoek op wat een budgetmeter is. Waarom komt een budgetmeter tegemoet aan de basisbehoeften?

VA N

—

Verklaar waarom het verplichte gebruik van een budgetmeter een armoede-indicator is.

r©

aa

4 Zijn basisbehoeften volgens jou ook mensenrechten?

pl

Kansarmoede en basisbehoeften

m

6.1

Volgens Kind en Gezin is kansarmoede een toestand waarbij mensen beperkt worden in

ke xe

hun kansen om voldoende deel te nemen aan maatschappelijk hooggewaardeerde goederen, zoals onderwijs, arbeid en huisvesting. Iedereen heeft recht op eten en drinken omdat ze levensnoodzakelijk zijn. Maar liefde en warmte geven veiligheid en geborgenheid en zijn dus ook levensnoodzakelijk. Voedselzekerheid, onderwijs, vrijheid en veiligheid noemen we daarom basisbehoeften. In een sociaal rechtvaardige wereld heeft iedere mens op een gelijkwaardige manier toegang tot die basisbehoeften. In de samenleving houdt dat minstens in dat men zich kan voeden, kleden, huisvesten, verzorgen en dat men toegang heeft tot de

kij

gezondheidszorg. Als armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven, spreken we

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

van generatiearmoede.

112

5 De afgelopen jaren is het armoederisico in ons land niet verbeterd. Hoeveel Belgen lopen vandaag nog

altijd het risico op armoede of sociale uitsluiting?

één op de drie

één op de vijf

één op de zeven

6 Hoeveel Belgen hebben een inkomen dat onder het mediaaninkomen van 60 procent ligt en leven dus

onder de armoededrempel?


STAP 2

Hoe geven organisaties en overheid een antwoord op het armoedeprobleem?

IN

1 Professor filosofie Ignaas Devisch (UGent) stelt zich de vraag: ‘Hebben wij de plicht om voor anderen te

zorgen?’ Wat denk jij daarover? Vertel! Bekijk daarna het filmpje en vergelijk het antwoord van Devisch met het jouwe.

2 Voor mensen in onze directe omgeving kunnen we zelf zorgen. Wie geraakt wordt door onrecht tegenover

VA N

of een nood van mensen die ze niet kennen, wil daar misschien ook wat aan doen. Daarom is dat directe of warme solidariteit. We kunnen de zorg voor anderen ook aan de overheid overlaten. Dan spreken we van koude solidariteit. a Schrijf op de juiste plaats in het schema:

als samenleving mensen tegemoetkomen – huiswerkbegeleiding – ik ben zelf solidair –

r©

kinderbijslag – koude solidariteit – liefdadigheid – mantelzorg – noodhulp – op eigen initiatief – opgelegd en verplicht – sociale woningen – structurele solidariteit – welzijnszorg – tegemoetkomen aan een directe vraag – verzekering arbeidsongevallen – warme solidariteit – werkloosheidsvergoeding

Mensen in armoede worden geholpen door de

directe solidariteit.

overheid.

kij

In

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

ke xe

pl

m

aa

Mensen in armoede worden geholpen door

113


b Bij welke organisaties kunnen mensen in armoede terecht? Bekijk het overzicht. Aan welke nood of

r©

Organisaties tegen armoede

VA N

IN

sociale onrechtvaardigheid komen deze organisaties tegemoet?

aa

3 Waarom is solidariteit belangrijk voor mensen in armoede?

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

ke xe

m

pl

114

© www.ikbenpola.be


4 Heb jij zelf al deelgenomen aan een solidariteitsactie of een sociale actie van bijvoorbeeld Welzijnszorg of

de Voedselbanken? Wat was jouw bijdrage in die actie?

IN

5 Bestaan er op jouw school solidariteitsacties? Neem je daaraan deel?

VA N

Welvaartsstaat

6.2

Door mensen in armoede te helpen met concrete, individuele acties wordt er meer sociale rechtvaardigheid gerealiseerd. In elke levensbeschouwing kennen we voorbeelden van warme solidariteit. Aan de christelijke traditie van solidariteit wordt wellicht het best

vormgegeven in de parabel van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 25-37). Het geven van

r©

geld aan minderbedeelden (zakaat) is een van de zuilen van de islam. Er bestaan nog andere voorbeelden van solidariteit binnen de islam. Humanisten hechten veel belang aan het universele broederschap van alle mensen. Dat veronderstelt solidariteit tussen mensen.

sociale voorzieningen zijn.

aa

België is een welvaartsstaat omdat er in ons land een hoog welvaartspeil is en omdat er veel

In een welvaartsstaat doet de overheid aan armoedebestrijding via de sociale zekerheid en een herverdeling van de inkomsten. Sociale zekerheid is een verplicht systeem van

pl

solidariteit. Daarom wordt het ook koude solidariteit genoemd. De sociale zekerheid garandeert dat mensen een inkomen krijgen als het gewone inkomen wegvalt door ziekte, ongeval of ouderdom. Voorbeelden van sociale zekerheid zijn onder andere een

m

werkloosheidsvergoeding, een uitkering bij ziekte of ongeval en pensioenen. Ook de

ke xe

kinderbijslag valt onder de sociale zekerheid.

6 Doorstreep wat geen kenmerk van de sociale zekerheid is.

hospitalisatieverzekering – kinderbijslag – mutualiteit – overheid – studiebeurs –

kij

verplicht vervangingsinkomen – verzekering – vrije bijdrage – warme solidariteit

Armoede, raak je daar ooit uit?

1 In België groeit één op de negen kinderen op in een gezin waarvan de ouder/ouders niet werkt/werken. Er

zijn vaak verschillende redenen voor, maar de kans is groot dat die kinderen opgroeien in armoede. Bekijk het verhaal van Nathalie en beantwoord daarna de vragen.

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

STAP 3

115


a Hoe is Nathalie in armoede terechtgekomen?

b Om welke redenen kunnen mensen nog in armoede terechtkomen?

VA N

IN

c Waarom is de kans groot dat ook het zoontje van Nathalie in armoede terechtkomt?

r©

d Waarom zouden vrouwen gemakkelijker in armoede terechtkomen dan mannen?

aa

pl

m

VIP

Professor Bea Cantillon (°1956) is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, gespecialiseerd in armoede en ongelijkheid. Volgens haar

ke xe

zal er altijd ongelijkheid zijn, maar moet er niet altijd armoede zijn. Zeker niet in rijke samenlevingen zoals de onze. Ze is ervan overtuigd dat we armoede structureel kunnen oplossen, als we dat willen. Maar dat kost heel veel moeite. ‘We kunnen ons niet beperken tot het afleggen van grote verklaringen’, zegt ze, ‘en dan wachten tot het gebeurt. Zolang armoede niet structureel wordt aangepakt, zullen er initiatieven nodig

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

zijn om mensen in armoede te helpen.’ Omwille van haar verdiensten in

116

de armoedebestrijding werd Bea Cantillon in 2006 voorgedragen voor verheffing in de Belgische adel met de titel van barones. Hierop ging ze echter niet in. Bekijk de getuigenis van Bea Cantillon.


2 Verschillende armoedebarometers meten de armoede in België. Ze geven cijfers over de verschillende

dimensies van armoede. Zowel de overheid, de academische wereld als middenveldorganisaties brengen armoedebarometers uit. In Stap 1 hadden we het al over de armoedecijfers van Kind en Gezin en budgetmeters voor elektriciteit en gas. Dat zijn twee armoede-indicatoren die in armoedebarometers gebruikt worden. Ook het aantal mensen met een leefloon vormt een armoede-indicator.

IN

a Zoek op wat een leefloon is en wie er recht op heeft.

b Door wie wordt het leefloon uitbetaald?

VA N

3 Raadpleeg via het onlinelesmateriaal een armoedebarometer en ga na hoeveel mensen in jouw gemeente

r©

in armoede leven. Gemeente: Jaar:

aa

Aantal mensen in armoede:

pl

Kwetsbare groepen in de samenleving

6.3

De overheid moet ervoor zorgen dat alle individuen of groepen in de samenleving

m

gelijke rechten, maar ook gelijke kansen hebben. Niemand mag slachtoffer zijn van sociale ongelijkheid. Daarom zorgt de overheid via herverdeling van inkomsten ervoor dat alle individuen of groepen gelijke kansen krijgen in onze samenleving.

ke xe

Sommige bevolkingsgroepen zijn kwetsbaarder dan andere. Onderzoek toont aan dat voor bepaalde sociale groepen (laaggeschoolden, ouderen, mensen of jongeren met een migratieachtergrond) de kansen op werk heel laag liggen. Laaggeschoolden hebben een hoger risico om in armoede te belanden omdat ze het moeilijker hebben om werk te vinden. Daardoor lopen ze een groter risico op armoede en sociale uitsluiting. Opeenvolgende regeringen zijn er niet in geslaagd om deze groep aan een job met een goede verloning te helpen. De overheid investeert te weinig in de ontwikkeling In geen enkel Europees land zijn er zo weinig laagbetaalde jobs als in België. Sommige mensen hebben een job op maat nodig. Maar die zijn vaak economisch niet rendabel. Als de overheid die mensen wil inschakelen op de arbeidsmarkt, moet men ook jobs creëren voor deze mensen, die een leefbaar loon opleveren en een toekomstperspectief geven. Daarom moet de overheid ervoor zorgen dat er meer jobs komen voor gezinnen waar weinig of niet gewerkt wordt. Wie niet genoeg verdient om in zijn basisbehoeften te voorzien, heeft nooit genoeg geld om gemaakte schulden af te betalen

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

van bepaalde sociale groepen.

117


4 In ons land zijn sommige groepen meer kwetsbaar voor sociale ongelijkheid dan andere. Statistiek

Vlaanderen houdt daarover gegevens bij. Ga naar de website van Statistiek Vlaanderen en zoek welke bevolkingsgroepen in ons land het meest kwetsbaar zijn voor sociale ongelijkheid en welke groepen het minst.

Zit je zelf met een vraag over welzijn, dan kun je in jouw gemeente terecht in het Sociaal Huis. Naast het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) vind je er

VA N

andere gemeentelijke diensten of organisaties zoals de Opvoedingswinkel, het Huis van het Kind, de VDAB ...

Medewerkers van het Sociaal Huis zullen je informatie geven of doorverwijzen naar de

juiste hulporganisatie of dienst. Zo kun je in het Sociaal Huis terecht voor een eerste gratis juridisch advies over huurproblemen of aanmaningen. Je kunt er informatie vragen over

je energiefactuur. Wie te maken heeft met een te grote schuldenlast kan er hulp vragen bij

het beheren van zijn budget of vragen om een collectieve schuldenregeling aan te gaan. Die

r©

moet de persoon die met overmatige schuldenlast kampt, in staat stellen om in de mate van het mogelijke zijn schuld af te betalen en tegelijkertijd waarborgen dat het gezin nog een menswaardig bestaan kan leiden. Voor schuldbemiddeling wordt het OCMW ingeschakeld. Het OCMW zorgt ervoor dat iedereen op een menswaardige manier kan leven. Het OCMW

aa

kan verschillende vormen van steun geven, afhankelijk van wat de persoon die hulp vraagt nodig heeft. Naast een aantal wettelijke verplichtingen, zoals schuldbemiddeling of het toekennen van een leefloon, biedt het OCMW veel vormen van dienstverlening aan (zoals:

pl

warme maaltijden aan huis, poetshulp, klusjesdienst, gezinszorg, dagverzorging, een woonzorgcentrum …). Iemand die het Sociaal Huis binnenstapt, heeft dus niet noodzakelijk financiële problemen. Het kan ook iemand zijn die op zoek is naar poetshulp, kinderopvang,

ke xe

m

informatie over pensioenen enzovoort.

Eureka!

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

Wat denk je nu over de Breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

118

6.4

IN

Het Sociaal Huis bekommert zich om jouw welzijn

“Wat moet de overheid doen om armoede op een structurele manier aan te pakken?”

Forum Wat denk je nu? Ga eerst even terug naar de stellingen in de Intro. Maak je een verschil tussen solidaire hulp aan mensen die pech hebben gehad en structurele hulp aan mensen die niet op eigen kracht uit armoede geraken? Discussieer in kleine groepjes.

Zit je met vragen? Dan kun je daarmee misschien terecht bij een gespecialiseerde organisatie.


Synthese

→ Kennisclip

Kansarmoede en basisbehoeften

6.1

Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun toegang tot basisbehoeften, zoals voeding en kleding, maar bijvoorbeeld ook onderwijs, arbeid en huisvesting. Armoede berooft mensen van hun

IN

waardigheid, tast hun persoonlijkheid aan en ontneemt hen het recht om volwaardig mens te zijn. Armoede

is dus veel meer dan een financieel probleem. Het is een complex kluwen, een netwerk van sociale uitsluiting waarin mensen vast komen te zitten. Het is moeilijk om op eigen kracht uit dat armoedeweb te ontsnappen.

VA N

Soms lukt dat zelfs opeenvolgende generaties niet. We spreken dan van generatiearmoede.

Welvaartsstaat

6.2

De verdiensten van de welvaartsstaat zijn indrukwekkend. Door de sociale zekerheid kon de absolute armoede na de Tweede Wereldoorlog drastisch worden teruggedrongen. De welvaartsstaat kent echter duidelijke winnaars en verliezers. De verliezers zijn vooral de laaggeschoolde mannen, de winnaars de hoogopgeleide mannen en vrouwen. Zeker in onze huidige kennismaatschappij komen laagopgeleiden steeds moeilijker aan de bak.

r©

Kwetsbare groepen in de samenleving

6.3

De sociale zekerheid en de herverdeling van het inkomen via belastingen doet de ongelijkheid in België met meer dan de helft dalen. Toch zijn de armoedecijfers in België te hoog. Oplossingen van het armoedeprobleem liggen niet alleen bij de uitkeringen, maar meer nog in het onderwijs en de arbeidsmarkt, waarin bepaalde

aa

bevolkingsgroepen vandaag te weinig kansen krijgen om te ontkomen aan het armoedeweb.

Het Sociaal Huis

6.4

We moeten armoede beschouwen als een gevolg van de manier waarop onze samenleving georganiseerd is.

pl

Armoedebestrijding moet dan ook op een structurele manier door de overheid worden aangepakt. Het is immers de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat alle individuen of groepen in de samenleving gelijke rechten hebben. Niemand mag slachtoffer zijn van sociale ongelijkheid. De overheid moet zorgen voor meer

m

sociale rechtvaardigheid door een structureel en duurzaam beleid te voeren inzake huisvesting, onderwijs, tewerkstelling en sociale zekerheid.

Zit je zelf met een vraag over welzijn, dan kun je in jouw gemeente terecht in het Sociaal Huis, waar onder meer

ke xe

het OCMW is ondergebracht.

Bordschema

Wat?

Een netwerk van sociale uitsluiting waar mensen in armoede moeilijk op eigen kracht van loskomen.

Oplossing? Armoede bestrijden met warme en koude solidariteit (de sociale zekerheid). Maar:

De overheid zou armoede meer structureel moeten aanpakken.

Hoe?

Inzetten op sociale rechtvaardigheid door de sociale ongelijkheid aan te pakken (bv. in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, de huizenmarkt …).

THEMA 2 HOOFDSTUK 6

In

kij

Armoede

119


r©

aa

pl

m

ke xe

kij

In

VA N

IN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Frame MEAV: module maatschappelijke vorming - inkijkexemplaar by VAN IN - Issuu