ar
FORMULE 1
xe jk e In ki
Wiskunde voor het 1ste jaar B
m pl a
Marieke Sarazin Stijn Seys Thomas Flamand Jan Vanhee
FORMULE 1
Leer zoals je bent De makers van bingel hebben speciaal voor jou een onlineleerplatform ontwikkeld: diddit. Vooraan in dit boek vind je de toegangscode, zodat je volop kunt oefenen op je tablet of computer. Activeer snel je account op www.diddit.be en maak er een geweldig schooljaar van!
ISBN 978-90-306-9369-7 592747
9 789030 693697
vanin.be
Wiskunde voor het 1ste jaar B
ar
m pl a
xe
jk e
In ki
r
pl
aa
Wiskunde voor het 1e jaar B
In k
ijk
ex
em
Thomas Flamand Marieke Sarazin Stijn Seys Jan Vanhee
Formule 1B_2019.indb 1
13/06/19 12:09
Hoe werk je met Formule 1? Wist je dat je elke dag verschillende soorten getallen gebruikt? En dat je elke dag werkt met cirkels, kubussen of rechthoeken? In dit leerwerkschrift ontdek je hoe je door te tellen en te rekenen, te meten en te tekenen de wereld om je heen beter begrijpt. Planner
Aan de slag
r op Formula. id de planeet. dreigt er gevaa met grote snelhe Na de landing schip nadert ppen door in Een vijandig ruimte het gevaar ontsna jes kunnen aan De deelmannet springen. annetjes. een krater te n slechts 15 deelm kunne Maar in elke krater ppen? n er niet ontsna annetjes kunne Hoeveel deelm
Bij het begin van elk hoofdstuk maak je in een korte inleiding kennis met het onderwerp waarover je iets leert.
Hoeveel km legde het schip per dag af?
Hoeveel n kraters zoude er minstens moeten zijn te om iedereen beschermen?
Hoofdstuk 4
Inleiding
s zes dagen precie t jes hebben in elijk op hun planee De deelmannet afgelegd om uiteind 14 507,4 km landde met . Hun ruimteschip aan te komen t Formula. jes op de planee 144 deelmannet
Hoeveel plaatsjes zou één krater minstens moeten hebben om iedereen in veiligheid te brengen?
Test op mezelf
p. 171
BIM1
/3
ex
Wat is een hoek?
0-1
2
BIM2
/5
0-3
4
Oef 4
5
Oef 5
TOM1
/3
TOM2
/5
/
Oef 6
/
Hoeken meten
p. 173
BIM3
/6
4
Hoeken tekenen
p. 175
BIM4
/6
0-3
4-5
6
Oef 8
Oef 7
Oef 9
3-5
Totaal
/20
6
Oef 12
Oef 14
Oef 13
Oef 15
/6
TOM4
/4
/
Oef 10
0-2
Oef 11
TOM3
Klas:
3
Naam:
p. 172
Oef 3
Nr.:
Soorten hoeken
3
Oef 2
Oef 1
/
Totaal
/
Totaal
/20
Datum: / 20
Even samenvatten
131
132
Gamezone
134
Scoreblad Op deze pagina kun je jouw leerkracht een overzicht geven van je prestaties in het hoofstuk.
In k
Scoreblad Ik behaalde deze
resultaten
BIM /
Taak 1 Taak 2 Taak 3 Extra opdracht
1:
TOM
/
Taak 4
/
Taak 5
/
Taak 6
/ / / /
Extra opdracht
2:
/
Extra opdracht
3:
/
Extra opdracht
4:
Ik denk even
/ /
TOTAAL na over mijn
Wat kon ik zeer
/
prestaties
goed?
Waar had ik moeit e mee? Bij dit hoofdstuk Ik denk even
moet ik extra
na over mijn
Aandachtspunt
/
ijk
/
bij de aftrekking
118 120 122 123 126 127 129
In de ‘Planner’ kun je volgen wat je allemaal al gedaan hebt in een hoofdstuk. Als je telkens het bolletje inkleurt als je een onderdeel afgewerkt hebt, kun je mooi de voortgang volgen.
letten op
attitudes en vaard
igheden
Evaluatie leerlin
Heb ik mijn fouten
g
zinvol verbeterd? Heb ik goed doorg ewerkt? Was ik telken s in orde? Heb ik zelfstandig gewerkt? Heb ik mijn taal verzorgd?
169
1.1 Benamingen
116
In dit hoofdstuk leer je alles over lijnen.
Hoofdstuk 6
Wiskundetaal
Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten
pl Op mijn maat
Resultaat
1
1 2 3 4 5 6 7
Test op mezelf
Hoofdstuk 1
Ben ik mee?
Mijn circuit
Aan de slag
Aan de slag
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
em
Deze pagina biedt een overzicht van welke oefeningen je best kunt maken en je resultaten. 2
Op mijn maat
105 107 109 110 112 113 115
102
Mijn circuit
1
Planner
Ben ik mee?
Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten
r
De
1 2 3 4 5 6 7
aa
9
s deelmannetje
Commentaar
Evaluatie leraar
0
1
2
3
0
1
2
3
0
1
0
2
3
0
1
0
2
1
3
2
3
0
2
1
3
2
3
0
1
2
3
0
1
0
TOTAAL
van de leraar
1
2
1
2
3 3
15
‘Chez le Chef’
inkel wok kost bij kookw Deze gietijzeren pan kost diezelfde € 79. ‘Het pannenhuis’ Bij de concurrent € 6 minder. pannenhuis’? de wok bij ‘Het kost el Hoeve
Hoofdstuk 5
Berekening: wok € 73. nhuis’ kost de Bij ‘Het panne Antwoordzin:
het verschil
Handtekening leerlin
g
Handtekening leraar
Handtekening ouders
8
Aan de slag
de termen
de aftrekker
de aftrekking
king al en de aftrek en bereken. 1.2 Wiskundeta een aftrekking de zinnen als 18 – 3 Schrijf de volgen r dan achttien. 149 – 23 a Drie minde cm meet. Nina, die 149 cm kleiner dan 67 –12 b Maité is 23 lichter. kg. Uti is 12 kg 67 weegt 1,28 – 0,13 . c Laila t 0,13 m lager m. Said spring 1,28 over t cm 98 – 23 d Kiara spring Kjenta staat 23 bord. het van op 98 cm e Bianca staat 7–2 dichter. graden n wordt het 2 het 7 °C. Morge f Vandaag is 34 – 8 kouder. 8 goedkoper. van Febe is € kost € 34. Die 158 – 6 g Je ketting g. kortin 6 € kreeg kost € 158. Mirte h Het skipak
= 15
= 126 = 55 = 1,15 = 75 = 5 = 26 = 152
141
In ‘Aan de slag’ krijg je de leerstof te zien. Zie je dit logo in de kantlijn dan maak je zelf al een verwerkingsopdracht. Als dit logo verschijnt mag je je rekenmachine gebruiken.
Ben ik mee? Naam: Nr.:
1
Datum:
/
/ 20
/ 43
Vul de juiste benamingen aan.
BIM1.1
72 en 4 noem je de factoren. De bewerking zelf noem je een vermenigvuldiging.
72 x 4 = 288
Het resultaat, 288, noem je het product. 72, het eerste getal, noem je het vermenigvuldigtal. 2,5
4, het tweede getal, noem je de vermenigvuldiger. Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.
BIM1.2
3 x 10 a Het drievoud van 10. 7x€8 b Zevenmaal een aankoop van € 8. c Wim wandelde 4 km. Jens wandelde drie keer zo ver. 4 km x 3
2
30
=
€ 56
=
12 km 1,5
Hoofdrekenen
a 7x8
=
56
g 82 x 2
=
164
b 9x5
=
45
h 38 x 3
=
114
c 3x7
=
21
i 32 x 4
=
128
d 6x9
=
54
j 92 x 5
=
460
e 72 x 100
= 7 200
k 64 x 11
=
704
f 65 x 10
=
650
l 32 x 9
=
288
e 3 x 22,6
=
67,8
f 5,6 x 5
=
28
c 338,56 x 1 000 = 338 560
g 32,8 x 5
=
164
d 12,35 x 2
h 5 x 18,24 =
12
Bereken uit het hoofd.
BIM2.2
3 BIM3
=
Bereken uit het hoofd.
BIM2.1
Ben ik mee? In ‘Ben ik mee?’ ontdek je waar je goed of minder goed in bent. Als je je scores netjes invult op ‘Mijn circuit’, vind je makkelijk terug welke oefeningen je moet maken in ‘Op mijn maat’.
Klas:
Wiskundetaal
Hoofdstuk 7
79 - 6 = 73
het aftrektal
a 2,6 x 100
=
260
b 0,045 x 1 000
=
45
= 24,70
91,20
8
Schatten De studiereis naar Gent kost € 29,85 per persoon. We gaan met 12 leerlingen en 3 leerkrachten deze stad bezoeken. Schat in tientallen hoeveel deze studiereis zal kosten. Berekening: 15 x 30 = 450 Antwoordzin: De studiereis zal ongeveer 450 euro kosten.
2
203
2
Formule 1B_2019.indb 2
13/06/19 12:09
Op mijn maat 1
K
Vul in met het best Elke letter komt passende woord. in een apart hokje .
O
M
M
2
A
G
E
T
I
E
A
L
L
E 3 5
Hoofdstuk 1
Getallen 1
1
K
O
M
M
T
4
A
Op mijn maat
E
N
1 Getallen waarin een 3
T 6
L
N
U
E
4
L
5
U
N
R
7
C
I
L
6
I
7
J
F
E
R
8
S
K 8
Je resultaat uit ‘Ben ik mee?’ leidt je automatisch naar oefeningen op jouw maat, oefeningen die jij aankunt! Alle oefeningen binnen een onderwerp hebben hetzelfde doel.
2
Welke getallen
N
E
G
E
N
Het kleinste cijfer dat bestaat. Hier hebben we er tien van. Welk cijfer ontbre ekt in deze rij? 1–7–5–4– 3–0–8–2– 6
herken je hieron
der?
−1
−196
Hoe noem je 3
komma staat. Die bestaan uit cijfers. Het aantal cijfers dat je gebruikt om getallen te maken. Getallen zonde r een komma Dit teken komt altijd voor in kommagetallen.
2
N
A
L
−12
deze getallen? negatieve getalle n Vul aan met een passend getal.
Het is jouw rijstijl die bepaalt onder welk metertje je oefent. Heb je nog veel oefening nodig, dan rijd je beter op een rustiger tempo. Maak dan de oefeningen met dit logo. Heb je gemiddeld gescoord, dan kun je overgaan op een hoger toerental. Had je een hoge score, dan mag je de oefeningen op volle snelheid maken. Die vind je naast dit logo. Vlieg niet uit de bocht! a
Het vriest twee
getal natuurlijk komma negat ief −2 £ £ x £
graden.
b Onze auto staat op de derde verdieping ondergronds gepar keerd. −3 c De haag is anderhalve meter hoog. d Je bankrekenin 1,5 g staat 15,40 euro in het rood. −15,4 e De paal zit 0 een halve meter onder de grond . −0,5
£
£
£
x £
x £
£
£
x £
£
x £
x £
x £
aa
r
23
ten
Even samenvat
Hoofdstuk 3
de som
de termen
139 + 72 = 211
pl
al
• Wiskundeta
Even samenvatten
de optelling
Op het einde van elk hoofdstuk vind je alles wat je hebt geleerd, bijeengebracht in een handige samenvatting. Die kun je gebruiken als hulp bij het studeren.
em
dan … r dan, langer er dan, verde r dan, extra, duurd 92 meer dan, grote = 85 + 7 = = 65 + 20 + 7 65 + 27 • splitsen 23 = 83 + 60 = = 48 + 23 + 12 48 + 23 + 12 1 = 623 • koppelen - 1 = 624 = 324 + 300 llen 324 + 299 • aanvu
f het resultaat
• schat voora • cijferen
1
1 3 + 3
5
4
7
2
7
5
8
2
2
1
1 ,
5
8
7
,
2
3
1
3
,
8
1
Test op meze
lf Naam: Nr.:
1
ex
6 +
TOM1
ijk
rijvingen over
een omtrek of
/
Oom Patrick komt 2 TOM2
Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte
je moeder helpe
n met behangen.
Duid de omtre
k aan in het groen
. Meet tot op
4
1 mm nauwkeurig.
20
20
20
15
25
15
mm
Omtrek van vierka
Omtrek = 115
20 15
mm
nt en rechthoek
20
20
25
Omtrek = 120
15
20
45
40
3
/ 25
? Duid aan.
Omtrek meten
10
TOM3
/ 20
een oppervlakte
moet nodig met water besproeid worden. Mieke schildert de buitenste lijnen badmintonterrein van het . Je moeder schild ert de muren van de living in kleurtje. een fris
15
Omtrek = 140
mm
3
Bereken deze omtre
kken.
15 m 5m 10 m minder dan de lengte
2m
2
=5m
Hoofdstuk 13
In k
Datum:
vlakte?
Gaan deze omsch Het golfterrein
Test op mezelf
In ‘Test op mezelf’ kun je je vorderingen meten. Wedden dat je een versnelling hoger geschakeld bent?
Klas:
Omtrek of opper
1
3m
2
2m
Omtrek = 40
m
1m
Omtrek = 18
m
4
Gamezone 1
Deze potloden zijn als een Mikado op elkaar gestapeld. Noteer de volgorde waarin de potloden gestapeld zijn. Begin met het bovenste potlood.
3
Opa trakteert met pannenkoeken voor zijn 65ste verjaardag. Hij heeft ze origineel met getallen versierd. De som van elke horizontale, verticale en schuine rij van vijf pannenkoeken moet 65 zijn. Vul jij op de lege pannenkoeken het juiste getal in? 3
9
Hoofdstuk 4
20
8
25
D - A - J - E - B - C - I - G - H - F
5
11
2
Kleur de weg die de pinguïn moet volgen. O2 wil zeggen ‘ga twee ijsschotsen naar Onderen’. B wil zeggen naar Boven, L naar Links en R naar Rechts.
4
10
23
Gamezone
Elk ei is de som van de twee eieren eronder. Noteer in de lege eieren de juiste getallen.
295
In de gamezone sluit je elk hoofdstuk af met een puzzel, een spel of een uitdaging. Wiskunde is leuk!
343
137 158 185 69
68 30
38 23 9 9
39
15 6
96 50
46
26 9
2
20 11
9
8
134
Wil je nog meer? Neem je tablet of computer en verken ons onlineleerplatform. Daar vind je nog meer oefeningen. Kies online oefeningen of gaspedaal- en pitstopoefeningen zodat je de leerstof helemaal onder de knie krijgt.
3
Formule 1B_2019.indb 3
13/06/19 12:09
Inhoudsopgave 2
Hoofdstuk 1
Getallen overal(l)
5
Hoofdstuk 2
Goed kijken
43
Hoofdstuk 3
Opgeteld staat netjes
69
Hoofdstuk 4
Lijnen, een kwestie van smaak!
Hoofdstuk 5
Solden maken het verschil
aa
99
pl
Hoofdstuk 6 Hoekengewijs
r
Hoe werk je met Formule 1?
133 163
Een nieuwe vloer
Hoofdstuk 8
Gemeten, gewogen en goedgekeurd
215
Hoofdstuk 9
De deelmannetjes
249
Hoofdstuk 10
Sla een goed figuur
281
ex
Hoofdstuk 11
em
Hoofdstuk 7
Fluitje van een cent
ijk
Hoofdstuk 12 Omtrek
Lach je een breuk
309 335 361
In k
Hoofdstuk 13
187
4
Formule 1B_2019.indb 4
13/06/19 12:09
1
Hoe rond je af? Met een vijl?
aa
Wat is het verschil tussen een cijfer en een getal?
r
Getallen overal(l)
pl
Waar of niet waar? 432 = 234 Ook al heeft het getal dezelfde cijfers?
ex
em
Wanneer is een getal natuurlijk?
rs Zijn cijfe ? jk natuurli
ijk
getallen Kunnen ma een kom ? hebben
Lees je graag het getal 87458124 of liever 87 458 124?
In k
Wat zijn negatieve getallen?
Zijn natuurlijke getallen positief?
Formule 1B_2019.indb 5
Hoeveel getallen bestaan er eigenlijk?
13/06/19 12:09
em
Ben ik mee?
Getallen Rang en waarde van een cijfer in een getal Getallen splitsen en samenstellen Getallen lezen en schrijven Getallen op een getallenas Getallen op een rangschikken Getallen afronden Getallen in tabellen en diagrammen
ijk
ex
Op mijn maat
1 2 3 4 5 6 7 8
In k
Even samenvatten Test op mezelf
Gamezone
9 10 10 10 11 12 12 12 13 13 13 14 15 15 16 17 17 18 18 18 19
r
1 Soorten getallen 1.1 Natuurlijke getallen 1.2 Kommagetallen 1.3 Positieve en negatieve getallen 2 Rang en waarde van een cijfer in een getal 3 Getallen splitsen en samenstellen 3.1 Getallen splitsen 3.2 Getallen samenstellen 4 Getallen lezen en schrijven 4.1 Getallen lezen 4.2 Getallen schrijven 5 Getallen op een getallenas 6 Getallen rangschikken 6.1 Natuurlijke getallen en kommagetallen 6.2 Positieve en negatieve getallen 7 Getallen afronden 7.1 Afronden op een tiental 7.2 Afronden op een eenheid 7.3 Afronden op een tiende 7.4 Afronden op een honderdste 8 Getallen in tabellen en diagrammen
aa
Aan de slag
pl
Hoofdstuk 1
Planner
21 23 24 26 28 29 30 32 34 38 39 41
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen In dit hoofdstuk leer je alles over getallen.
6
Formule 1B_2019.indb 6
13/06/19 12:09
Formule 1B_2019.indb 7
Getallen in tabellen
8
p. 19
p. 17
Totaal
BIM8
BIM7
BIM6
BIM5
BIM4
/40
/2
/4
/6
/6
/5
/10
6-8
Oef 51 Oef 46
Oef 50
Oef 49 Oef 45
1
Oef 40
Oef 44
Oef 43
Oef 39
Oef 38
3-4
Oef 32
Oef 28 Oef 29
Oef 30
3-4
Oef 21
Oef 27
Oef 23
3-4
3-5
Oef 17
Oef 12
Oef 11
Oef 52
Oef 33
Oef 31
Oef 24
Oef 15
Oef 3
2
5-6
5-6
Oef 34
Oef 18
9-10
3
/
/
/
/
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa
pl
em
Oef 20
Oef 14
Oef 10
3-4
2
Totaal
TOM8
TOM7
TOM6
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/40
/2
/4
/6
/6
/5
/10
/4
/3
/ 20
Totaal
Oef 48
Oef 42
Oef 37
Oef 26
Oef 16
Oef 47
0
0-2
0-2
0-2
0-2
0-5
Oef 8
Oef 9
Oef 2
ex Oef 7
Oef 41
Oef 36
Oef 35
Oef 25
Oef 22
Oef 19
Oef 13
Oef 6
Oef 5
0-2
ijk Oef 4
Oef 1
0-1
/
en diagrammen
Getallen afronden
p. 15
p. 14
p. 13
BIM3
/4
/3
Test op mezelf
Datum:
7
rangschikken
Getallen
getallenas
Getallen op een
schrijven
Getallen lezen en
p. 12
BIM2
BIM1
Op mijn maat
Klas:
6
5
4
samenstellen
Getallen splitsen en
p. 11
p. 9
In k
Ben ik mee?
Nr.:
3
Rang en waarde van
2
een cijfer in een getal
Soorten getallen
1
Aan de slag
Naam: Hoofdstuk 1
Mijn circuit
/
7
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zelfstandig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik mijn taal verzorgd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
8
Formule 1B_2019.indb 8
13/06/19 12:09
Soorten getallen
Mama, hoe oud ben ik nu?
r
Getallen zijn in ons leven echt onmisbaar. Ook in het verleden hadden mensen al aantallen nodig om iets duidelijk te kunnen maken. Ze krasten strepen op een steen of maakten inkervingen op een stok. Vandaag gebruik je geen streepjes meer maar cijfers. Met die cijfers maak je getallen. In het dagelijkse leven en in de lagere school maakte je al gebruik van heel wat verschillende getallen.
aa
1
Hoofdstuk 1
Aan de slag
pl
Noteer telkens het passende getal bij de omschrijving. Gisterenmiddag werden we verwend met een aangename temperatuur.
em
De kruin van deze boom is zes meter hoog.
Ik scoorde vierenvijftig punten.
ijk
ex
’s Morgens was het nog bitter koud.
In k
Caesar werd vermoord in het jaar 44 voor Christus.
Mijn vriend Abdel woont op de derde verdieping.
De wortels zitten tot vijf meter onder de grond. Mijn rugnummer staat op mijn truitje gedrukt.
De Eiffeltoren is 317,5 m hoog.
Om het werelduurrecord te verbreken, moet de wielrenner gemiddeld 55,1 km/uur fietsen.
9
Formule 1B_2019.indb 9
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
1.1 Natuurlijke getallen We beschikken over tien cijfers. Noteer ze van klein naar groot. Met deze tien cijfers kun je ontelbaar veel getallen maken. Welke getallen zonder komma kun je bouwen door elk van de cijfers 0 en 3 en 4 juist één keer te gebruiken?
Al die getallen (zonder komma) noem je natuurlijke getallen.
aa
Kleur alle natuurlijke getallen op de vorige pagina groen.
r
•
1.2 Kommagetallen
Komma’s spelen een belangrijke rol!
em
pl
Zoek de fouten:
Welke getallen met een komma kun je bouwen door elk van de cijfers 0 en 3 en 4 juist één keer te gebruiken?
In k
ijk
•
ex
Een groot brood kost 250 euro
Al die getallen (met een komma) noem je kommagetallen.
Kleur alle kommagetallen op de vorige pagina blauw. 1.3 Positieve en negatieve getallen •
Getallen met een – voor noem je negatieve getallen. Dat zijn getallen kleiner dan nul. Voorbeeld: -3°C
•
Getallen zonder een – voor noem je positieve getallen. Dat zijn getallen groter dan nul. Voorbeeld: +20 °C = 20°C (Het toestandsteken + mag weggelaten worden.)
•
Het getal nul is het enige getal dat zowel positief als negatief is.
Kleur alle negatieve getallen op de vorige pagina rood.
10
Formule 1B_2019.indb 10
13/06/19 12:09
Rang en waarde van een cijfer in een getal
Hoofdstuk 1
2
Dit zijn twee gelijke getallen want ze zijn even lang en hebben dezelfde cijfers.
Welke fout maakt deze jongen?
Wat loopt er verkeerd in zijn denkwijze?
Afhankelijk van de rang van een cijfer in een getal, krijgt dat cijfer een bepaalde waarde.
r aa pl
h
honderdsten
Honderdtallen
t
em
Duizendtallen
E ,
tienden
Honderdduizendtallen
Vul aan.
T
Eenheden
H
Ik ben hoger in rang, dus ik ben meer waard!
ex
D
Tientallen
HD TD Tienduizendtallen
M
Miljoentallen
Schrijf het getal 4 562 397,18 in de tabel.
Rang is lang.
heeft als RANG de
en heeft als WAARDE
miljoentallen
4 000 000
ijk
Het cijfer 4
Waarde is altijd een getal.
In k
6 3 7 8
Schrijf het getal 521 374,06 in de tabel en vul hieronder aan. Het cijfer
heeft als RANG de
en heeft als WAARDE
2 0 7
11
Formule 1B_2019.indb 11
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
3 Getallen splitsen en samenstellen 3.1 Getallen splitsen
,
t 6
h
+ 0,6 + 6t
= 4D + 8H + 5E + 6t
D
H
T
E
,
t
h
d
450
1 345
pl
TD
= 4 805,6
r
+ 8H + 0T + 5E
Splits deze getallen. HD
M 0T ma ERK OP g weg gelate worde n n!
d
aa
+5
=
+0
E 5
=
4D
=
=
4 000 + 800
T 0
=
H 8
=
D 4
=
TD
=
HD
=
M
=
Het getal 4 805,6 splits je zo:
12 087
=
12,3
=
0,45
=
4 201,09
=
=
ijk
ex
em
=
3.2 Getallen samenstellen
In k
Je kunt ook omgekeerd te werk gaan. Dan stel je een getal samen. 4D + 5H + 1E + 7t + 8h
= 4 000 + 500 + 1 + 0,7 + 0,08
= 4 501,78
a 2H + 7T + 5E
=
=
b 1D + 5H + 4T
=
=
c 7H + 9T + 2t
=
=
d 5T + 4t + 5h
=
=
e 6TD + 8D + 5H + 4T + 9h =
=
f 3t + 8h
=
Stel deze getallen samen:
=
12
Formule 1B_2019.indb 12
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
4 Getallen lezen en schrijven 4.1 Getallen lezen De tabel is een handig hulpmiddel om getallen vlotter te kunnen lezen.
2
TD 0
5
D 2
H 1
T 5
E 7
,
8
9
0
6
,
2
4
,
0
0
6
3
0
1
2
t
h 4 miljoen 302 duizend 157 (eenheden) 8 duizend 906 eenheden 2 tienden 2
4 eenheden 2 honderdsten
,
3
9
r
HD 3
aa
M 4
4.2 Getallen schrijven
pl
Ook de schrijfwijze van de getallen helpt je om getallen makkelijker te lezen: je laat wat plaats na de Miljoentallen en de Duizendtallen.
Het komt er dus op neer dat je de cijfers vóór de komma in groepjes van drie noteert, van rechts naar links.
4750750
Lees.
14389,805
2024552,23
In 2018 werd het wereldkampioenschap voetbal voor de 21ste keer georganiseerd. Er namen 32 ploegen aan deel.
In k
Het gastland was Rusland. Rusland is 17 100 000 vierkante kilometer groot. Het land telt zo’n 143 500 000 inwoners. Elk land mocht 23 spelers selecteren. Dat maakt dat aan het toernooi 736 voetballers deelnamen. Bij het begin van het toernooi waren al 4 905 169 tickets verkocht.
© Gansstock / Shutterstock.com
26458
3015,25
ex
ijk
7838
em
Schrijf deze getallen duidelijker door de cijfers te groeperen.
Het grootste stadion is dat van Moskou. Daar kunnen 81 015 supporters in. Er waren 64 wedstrijden, goed voor minstens 5 760 minuten voetbal. De wedstrijd België – Brazilië, die België overigens won, werd in België door 2 221 137 tv-kijkers gevolgd. België behaalde een schitterende 3de plaats. Je leerkracht dicteert drie getallen. Schrijf ze hieronder op volgens de afspraak.
13
Formule 1B_2019.indb 13
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
5 Getallen op een getallenas Een getallenas kun je vergelijkingen met een thermometer. Alle getallen hebben hun plaats op de getallenas. 20 positieve getallen
10 0
-20
negatieve getallen
negatieve getallen
0
10
20
positieve getallen
pl
-20
De afstand van 0 tot 1 = de eenheid
De pijl duidt de richting van 0 naar 1 aan.
em
Het getal 0 = de oorsprong
0
aa
-10
-10
r
0
-1
0
1
negatieve getallen
positieve getallen
ex
Vul de ontbrekende natuurlijke getallen op de getallenas aan.
ijk
0
1
0
8
In k
Vul de ontbrekende kommagetallen op de getallenas aan. 0
1
0
1
Vul de ontbrekende positieve en negatieve getallen op de getallenas aan.
0
0
1
1
14
Formule 1B_2019.indb 14
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
6 Getallen rangschikken 6.1 Natuurlijke getallen en kommagetallen • Wie is de oudste en wie is de jongste van deze vier vriendinnen? Laura Ronja
• Wie is de grootste en wie is de kleinste van deze kameraden? Morris Nassim
Yana
Rik
Finn
... is jonger dan ...
... is groter dan ...
15 jaar
14 jaar
11 jaar
In k
Hun leeftijden kun je rangschikken (= ordenen). van klein naar groot 11 < 14 < 15 < 16
1,73 m
1,7 m
ijk
ex
1,85 m
em
16 jaar
pl
aa
r
Noone
1,67 m
Hun lengtes kun je rangschikken (= ordenen). van groot naar klein > > >
< betekent ... is kleiner dan ...
> betekent ... is groter dan ...
• Om kommagetallen te vergelijken zorg je er best voor dat er overal evenveel cijfers na de komma staan. Dat doe je door het kommagetal met nullen aan te vullen. • Getallen die even groot zijn duid je aan met een gelijkheidsteken (=). Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =. 34 33
8 647 8 467
501 873 301 875
2,7 2,3
10,25 10,5
974 545 974 545
12,5 21,5
363,7 363,70
975,54 974,6
15
Formule 1B_2019.indb 15
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
6.2 Positieve getallen en negatieve getallen Welke dag was de koudste van de week? maandag donderdag
dinsdag
woensdag
aa
Duid op de thermometer telkens de gemeten temperatuur aan.
r
... was kouder dan ...
Op welke dag werd de temperatuur gemeten? Vul aan.
30
20
20
20
20
10
10
10
0
0
0
-10
-10
-10
ijk
-10
30
ex
10 0
30
em
30
pl
Welk symbool kun je tussen de temperaturen zetten? Kies uit. <, > of =.
-3°C
0°C
In k
-5°C
5°C
Opmerking: ga je naar rechts op de getallenas, dan worden de getallen steeds groter; ga je naar links op de getallenas, dan worden de getallen steeds kleiner.
-5 -4 -3 -2 -1 0 -5 < -4 < -3 < -2 < -1 < 0 <
1 1 <
2 2 <
3 3 <
4 4 <
5 5
Schrap wat niet past. Vul in met het juiste symbool. Kies uit <,> of =. -2°C is warmer / kouder dan 0°C
-2
0
3°C is warmer / kouder dan 5°C
5°C is warmer / kouder dan -5°C
5
-5
0,5°C is warmer / kouder dan -1°C
-7°C is warmer / kouder dan -10°C -7
3
5
0,5
-1
-10 -2,5°C is warmer / kouder dan -1,8°C -2,5
-1,8
16
Formule 1B_2019.indb 16
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
7 Getallen afronden In de winkel reken je best vooraf uit hoeveel je ongeveer moet betalen. Zo kom je niet voor onaangename verrassingen te staan. 7.1 Afronden op een tiental • Zet het getal 23 op de juiste plaats op de getallenas. 20
30 23 ligt tussen en
Bij welk tiental is 23 het dichtst gelegen?
23 afgerond op een tiental wordt
aa
r
Tussen welke tientallen is 23 gelegen?
• Zet het getal 56 op de juiste plaats op de getallenas. 58
Tussen welke tientallen is 56 gelegen?
pl
50
56 ligt tussen en
56 afgerond op een tiental wordt
em
Bij welk tiental is 56 het dichtst gelegen?
• Zet het getal 75 op de juiste plaats op de getallenas. 73
ex
70
AFSPRAAK Ligt het getal precie s in het midden tussen twee getallen, dan rond je af naar bove n.
75 ligt tussen en
Bij welk tiental is 75 het dichtst gelegen?
ijk
Tussen welke tientallen is 75 gelegen? 75 afgerond op een tiental wordt
In k
AFSPRAAK Om af te ronden op een bepaalde rang, kijk je naar het cijfer van de volgende rang. • Is dat cijfer 0, 1, 2, 3 of 4, dan rond je af naar beneden. • Is dat cijfer 5, 6, 7, 8 of 9, dan rond je af naar boven.
Rond elk bedrag af op een tiental.
afgerond op een tiental
37,-
63,-
388,
25,
17
Formule 1B_2019.indb 17
13/06/19 12:09
Hoofdstuk 1
7.2 Afronden op de eenheid Markeer het cijfer van de eenheden in het getal
17,8
Tussen welke getallen zonder komma is 17,8 gelegen? 17,8 ligt tussen en . Bij welk getal is 17,8 het dichtst gelegen?
17,8 afgerond op de eenheid wordt
kostprijs
€ 1,96
€ 2,28
afgerond op een euro
€ 4,09
€ 6,50
pl
aa
r
Rond de bedragen van deze producten af op een euro (zonder komma in de oplossing).
7.3 Afronden op een tiende
Markeer het cijfer van de tienden in het getal
em
45,57
Tussen welke getallen met één cijfer na de komma 45,57 ligt tussen en . is 45,57 gelegen?
45,57 afgerond op een tiende wordt
ex
Bij welke getal is 45,57 het dichtst gelegen?
In k
ijk
Rond elk bedrag af op een tiende.
kostprijs
€ 2,41
afgerond op een tiende
€ 4,58
€ 0,75
€ 3,09
7.4 Afronden op een honderdste Papa tankt de auto vol. Er kan 52,23 liter benzine (E5) in de tank. Eén liter benzine (E5) kost 1,56 euro. Hoeveel moet hij volgens je rekenmachine betalen?
Markeer het cijfer van de honderdsten. Hoeveel zal papa in werkelijkheid betalen?
18
Formule 1B_2019.indb 18
13/06/19 12:10
Getallen in tabellen en diagrammen
Hoofdstuk 1
8
Tabellen stellen gegeven getallen overzichtelijk voor. Een tabel bestaat uit horizontale rijen en verticale kolommen. Om een tabel juist te begrijpen, moet je de titels van de rijen en de kolommen altijd aandachtig lezen.
Gent
117
65
72
282
185
07:24
08:24
06:24
09:24
07:25
10:24
08:25
06:26
09:25
07:27
10:25
08:27
06:30
09:27
07:31
10:27
08:31
09:31
10:31
282
159
97
152
i Charlero 170
187
149
97
aa
10:23
rijzen k - dagp
par het pret Ontdek
72
65
117
61
294
149
06:23
09:23
185
em
170
Brussel
Brugge
Aarlen
187
61
10:22
08:23
pl
Dorp
105
282
09:22
07:23
282
159
152
61
61
269
269
158
56
57
114
128
29
78
91
0 TOT EN VAN
KINDER
EN
KINDER
Gratis
2 JAAR
T 11 VAN 3 TO
€ 27,00
JAAR
€ 31,00
54 JAAR N 12 TOT SENEN VA VOWAS EN + 55 JAAR EN VAN SENIOR VALIDEN ANDERS
€ 27,00 € 27,00 € 16,00
DEREN
KIN VALIDEN ANDERS
VAKKEN
158 Frans
Godsdienst
Lichamelijke opvoeding
U
TOT%
KG%
2
75,5
74
2
69,8
76
2
68,4
72,4
Mavo
3
71,8
76,8
Muzikale opvoeding
1
71
71,7
ijk
Leuven
294
105
06:22
amble
ex
Brussel i Charlero
40
211
10:21
08:22
Procter & G
Hombeek
ken ken
Bastena Brugge
228
09:21
07:22
Fortuinstraat
Mechelen
Bastena
en Antwerp en
06:21
Dodoens
NET
Antwerp Aarlen
10:20
08:21
rt
Mechelen
40
07:21
Brusselpoo
Mechelen
TELE
228
06:21
09:20
Louizastraat
Mechelen
211
288
08:20
Leuven
BEL
288
07:20
lsestraat
Gent
PER
288
06:20
Oude Brusse
Mechelen
aar lgië n G an Be EU-land V naal ander Natio ek 5 € 1,0 gespr 0 5 € 0,9 € 0,2 S 5 5 XIMU € 0,6 € 0,2 PRO E 5 5 , 2 NG €0 3 € 0, ORA 0 € 0,2 BASE N OSTE SM-K
288
n 18
Mechelen
UT MINU
288
Station perro
r
Mechelen
In k
Zoek volgende gegevens op in de juiste tabel en beantwoord. •
Hoeveel kost één minuut naar het buitenland bellen bij Proximus?
•
Wat is de afstand in kilometer tussen Leuven en Antwerpen?
•
Hoeveel betaalt je opa van 62 jaar voor een dagje pretpark?
•
Scoort de leerling beter voor Mavo dan voor Frans?
•
Als je om 8u20 de bus neemt aan perron 18, wanneer ben je dan aan de Fortuinstraat?
19
Formule 1B_2019.indb 19
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
Ook diagrammen stellen gegevens overzichtelijk voor. STAAFDIAGRAM
DOTPLOT
40
aantal leerlingen
35 30 25 20 15 10 5 0
voetbal
volleybal basketbal
fietsen
zwemmen skeeleren
lekkerste chips
aa
r
keuze sportdag keuze sportdag
CIRKELDIAGRAM
ex
em
pl
LIJNDIAGRAM
In k
ijk
BEELDDIAGRAM
69
57
77
53
2014
2015
2016
2017
Slachtoffers bij woningbranden in België
Zoek op in het juiste diagram. •
Wat is de populairste sport op de sportdag?
•
Hoeveel leerlingen zijn er in 2019 in 1B gestart?
•
Staan de bugles chips in de top drie van lekkerste chips?
•
Kiest de helft van de leerlingen een appel voor dessert?
•
Welk jaar telde het grootste aantal slachtoffers van woningbranden?
20
Formule 1B_2019.indb 20
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 40
1 Soorten getallen Markeer. 0
7
15
De natuurlijke getallen in het blauw.
3,5
35
145
De positieve getallen rood en de negatieve getallen in het geel.
12,4
aa
De cijfers in het groen.
2 Rang en waarde van een cijfer in een getal
Het cijfer 5 heeft de Het cijfer 2 heeft de Het cijfer 8 heeft de
-87,5
als rang en is dus waard. als rang en is dus waard. als rang en is dus waard.
ex
3 Getallen splitsen en samenstellen BIM3.1
4
Splits deze getallen.
H
T
E ,
ijk
HD TD D
t
h
578
=
3 659
=
4 500,09
=
0,45
=
2,09
=
In k BIM3.2
3
als rang en is dus waard.
em
Het cijfer 4 heeft de
-145
pl
Vul in voor het getal 409 158,02.
BIM2
r
BIM1
5
Stel deze getallen samen. a 7H + 8T + 1E
=
=
b 5E + 6t + 4h
=
=
c 2D + 4H + 1T + 5E
=
=
d 6T + 4h + 8E
=
=
e 3H + 7 D + 5 T
=
=
5
21
Formule 1B_2019.indb 21
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
4 Getallen lezen en schrijven Getallendictee.
BIM4
a
c
b
d
e 5
5 Getallen op een getallenas Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan.
0,75
1
0
a
567
576
c
b
12,7
72,1
d 15,68
Rond deze prijzen af.
-6
4
e
-4
15,7
f
0
em
7 Getallen afronden
1
pl
Vul in met <, > of =.
BIM7
6 Getallen rangschikken BIM6
10
r
2
aa
BIM5
6
-7 -7,5
6
ijk
ex
€ 33,99
€ 269,89
op de eenheid
In k
€ 2,35
€ 3,74
op een tiental
op de eenheid
op een tiende
4
8 Getallen in tabellen en diagrammen
BIM8
Waar of niet waar? a De meeste Facebookgebruikers zijn tussen de 25 en 34 jaar.
6,9 %
13-17 jaar
12,1 %
18-24 jaar
12,9 %
25-34 jaar 35-44 jaar 24,4 %
b Mensen ouder dan 60 maken geen gebruik van Facebook.
45-54 jaar 55-64 jaar
18,5 %
25,3 %
leeftijd Facebookgebruikers in België
2
22
Formule 1B_2019.indb 22
13/06/19 12:10
Getallen
1
Vul in met het best passende woord. Elke letter komt in een apart hokje. 2
1 Getallen waarin een komma staat.
3
4
5
6
2
Die bestaan uit cijfers.
3
Het aantal cijfers dat je gebruikt om getallen te maken.
4
Getallen zonder een komma
5
Het kleinste cijfer dat bestaat.
8
7
Hier hebben we er tien van.
8
Welk cijfer ontbreekt in deze rij? 1–7–5–4–3–0–8–2–6
em
7
ex
Welke getallen herken je hieronder?
In k
ijk
2
Dit teken komt altijd voor in kommagetallen.
pl
6
r
1
aa
1
Hoofdstuk 1
Op mijn maat
Hoe noem je deze getallen? 3
Vul aan met een passend getal. getal natuurlijk komma negatief
a
Het vriest twee graden.
£
£
£
b De haag is anderhalve meter hoog.
£
£
£
c
£
£
£
Je bankrekening staat 15,40 euro in het rood.
23
Formule 1B_2019.indb 23
13/06/19 12:10
Rang en waarde van een cijfer in een getal
D
H
T
E
Duizendtallen
Honderdtallen
Tientallen
Eenheden
,
t
h
425
aa
a
15 048
b
325 147
c
2 405 785
pl
d
125,75
em
e 5
r
TD
honderdsten
HD
tienden
M
Tienduizendtallen
Schrijf de cijfers van de getallen op de juist plaats in de tabel.
Honderdduizendtallen
4
Miljoentallen
Hoofdstuk 1
2
Vul aan met de juiste rang. 1
het cijfer van de
5
het cijfer van de
ex
In 458 102 is
het cijfer van de
2
het cijfer van de
In k
ijk
In 65 023,04 is
0
In 2 075 108,64 is
6
het cijfer van de
3
het cijfer van de
6
het cijfer van de
2
het cijfer van de
5
het cijfer van de
Noteer telkens het cijfer van de eenheden.
358,25 7
4
46,18
2 020
Noteer telkens het cijfer van de honderdsten.
85,25
143,04
8Â 799,3
24
Formule 1B_2019.indb 24
13/06/19 12:10
Vul aan met de juiste waarde.
In 397 815 heeft het cijfer
Hoofdstuk 1
8
7 de waarde van 1 de waarde van 3 de waarde van
In 81 709,35 heeft het cijfer
8 de waarde van 9 de waarde van 5 de waarde van
r
1 de waarde van
aa
In 4 306 798,12 heeft het cijfer
7 de waarde van 4 de waarde van
Noteer de waarde van het cijfer 7 in elk van deze getallen.
em
9
pl
6 de waarde van
7 159
0,367
25,07
10 Noteer de waarde van het cijfer 8 in elk van deze getallen. 475,8
78,06
ex
18 201
ijk
11 Verwissel het cijfer van de duizendtallen met het cijfer van de tientallen. Duid aan wat er gebeurt. 2 627 wordt
32 687 wordt
Het getal wordt groter.
Het getal wordt groter.
Het getal wordt groter.
Het getal wordt kleiner.
Het getal wordt kleiner.
Het getal wordt kleiner.
Het getal blijft gelijk.
Het getal blijft gelijk.
Het getal blijft gelijk.
In k
83 614 wordt
12 Kleur telkens het cijfer van de eenheden in het cijferrooster. 1 488,51
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
4,125
45 873
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
87,04
50 801
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
755,63
90 407,18
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
8 703,047
4,365
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
701 488
25
Formule 1B_2019.indb 25
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
3
Getallen splitsen en samenstellen 13 Splits deze getallen. D
H
T
E
,
t
h =
b 21 790
=
c 80 458
=
d 25,46
=
aa
a 4 852
e 1 904,08
=
pl
14 Splits de getallen zoals in het voorbeeld. = 40 000 + 5 000 + 90 = 4TD + 5D + 9T
a 545
= =
8 + 8E +
0,06 6h
ex
=
+ +
em
45 098,06
b 1 870,5
r
TD
=
c 35 704,06
=
ijk
=
d 900,12
=
In k
=
e 30 007,05
= =
15 Splits deze getallen. a 408,5
=
b 8 760,04
=
c 254,01
=
d 408 542
=
e 6 540 900
=
26
Formule 1B_2019.indb 26
13/06/19 12:10
= 30 000 + 5 000 + 800 + 60 + 0,1
= 35 860,1
a 7D + 4H + 6T + 5E
=
=
b 9TD + 8D + 5H + 6T
=
=
c 5H + 2T + 1E + 8t + 9h
=
=
d 8T + 4E + 5t + 1h
=
=
e 8E + 8t + 3h
=
=
f 1HD + 6TD + 5D
=
=
g 9TD + 3D + 7E + 2t
=
aa
r
3TD + 5D + 8H + 6T + 1t
Hoofdstuk 1
16 Stel de getallen samen zoals in het voorbeeld.
=
=
b 2TD + 7D + 6T
=
c 5HD + 2D + 8E + 9h d 1H + 5E + 8h
f 6E + 8h g 2t + 6h
= =
=
=
=
=
=
=
=
=
=
=
ijk
h 5T + 5h
=
=
ex
e 2t + 7h
em
a 7D + 5H + 5E + 4t
pl
17 Stel deze getallen samen. Gebruik een tussenstap.
In k
18 Stel deze getallen samen. a 8D + 5E + 7H + 1t
=
=
b 9t + 8E + 5D + 8TD + 3T =
=
c 6TD + 1HD + 8H + 9M
=
=
d 4E + 5t + 1T + 6H
=
=
e 3h + 7t
=
=
f 1H + 5t + 5E
=
=
g 9TD + 1M + 6E + 5T
=
=
h 3HD + 2t + 6T
=
=
27
Formule 1B_2019.indb 27
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
4
Getallen lezen en schrijven 19 Lees de tekst.
aa
pl
Per dag waren er ongeveer 88 135 festivalgangers. Er kampeerden 55 807 mensen op het festival. Er werden gratis 44 500 paar oordoppen verdeeld. Er waren 995 chemische toiletten. Er stond 20,5 kilometer aan hekken. Er lag 36 500 vierkante meter houten vloer, goed voor een oppervlakte van 62,5 tennisvelden. Het festival telt elk jaar zo’n 7 050 medewerkers. Die verbruiken tijdens het festival onder andere: – 10 578 broden, – 1 025 kilogram kaas, – 5 134 liter soep, – 850 kilogram krabsla, – 10 297 potjes yoghurt.
r
Het festival in cijfers
20 Schrijf deze getallen leesbaarder door de cijfers te groeperen. a 1587
em
e 458015
b 18230
f 8282,03
c 116020
g 7700815 h 8246297
ex
d 4158,7
21 Lees de getallen in de tekst aandachtig. Noteer ze dan in cijfers. Houd rekening met de afspraken in verband met het schikken van cijfers.
In k
ijk
Een weekend Tomorrowland in cijfers Op het terrein staan achthonderdvijfentwintig mooi versierde vuilnisbakken. Er worden tweehonderdvijftigduizend afvalzakken gebruikt. Er gaan meer dan één miljoen pintjes over de toog. Vijfenveertigduizend hamburgers worden er geserveerd. De eerste dag gaan duizend zevenhonderdvierenveertig mensen naar de EHBO. Naast de vele Belgen zijn er ook twaalfduizend zevenhonderdvijfenzeventig Britten, Zwitsers, Australiërs en Duitsers. g Op de vijftien podia staan vierhonderddrieënzeventig artiesten. h Veertienduizend negenhonderddrieënvijftig festivalgangers vliegen met Brussels Airlines naar België om te komen feesten op Tomorrowland. a b c d e f
a
e
b
f
c
g
d
h
28
Formule 1B_2019.indb 28
13/06/19 12:10
Getallen op een getallenas
Hoofdstuk 1
5
22 Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan. 1 8
b 10
c
10
14 0
d 0
e
1
r
0
aa
a
0,5
18
3
b
9
1,5
2
ex
c
ijk
d e
em
12
a
pl
23 Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan.
−4
−3
1
2
In k
24 Plaats de getallen op de juiste plaats op de getallenas. a
2,25 en 2,5
2
3
b 2,4 en 3
2,1
2,5
c 0 en −3 −5
1
d −0,5 en 1,5 0
1
2
29
Formule 1B_2019.indb 29
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
6
Getallen rangschikken 25 Ken je de betekenis van de symbolen nog? Markeer wat bij elkaar hoort in dezelfde kleur. is kleiner dan
=
is gelijk aan
>
is groter dan
<
28
23
2 035
2 053
15 874
18 574
34
36
9 253
9 253
711 195
171 195
89
98
7 834
8 734
855 612
r
26 Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =.
aa
855 856
27 Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =. 2,4
10,25
10,52
5,4
4,5
8,64
8,60
32,05
3,03
3,3
12,40
5,85
8,55
974,54
em
32,5
12,47
pl
1,8
974,54
28 Vink het juiste antwoord aan.
In Ieper meet men -2°C en in Brugge -1°C. Welke stad is het warmst?
£ Ieper
£ Brugge
Dennis parkeert zijn auto op niveau -3. Odiel parkeert op niveau -1. Wie parkeert het laagst? £ Dennis £ Odiel
c
In Gent vriest het 5 graden. In Antwerpen vriest het 1 graad. Welke stad is het koudst ? £ Gent £ Antwerpen
d
Je zus moet je nog 15 euro. Je broer heeft nog 17 euro schulden bij jou. Wie heeft het meeste schulden? £ je zus £ je broer De bankrekening van Louise staat op € -25,40. Die van Imani op € -17,80. Wie heeft het meeste schulden? £ Louise £ Imani
In k
e
ex
b
ijk
a
29 Schrap wat niet past. Vul in met het juiste symbool. Kies uit <,> of =.
30
a
-4°C is warmer / kouder dan 2°C
-4
2
b
3°C is warmer / kouder dan -3°C
3
-3
c
0°C is warmer / kouder dan -10°C
0
-10
d
-6°C is warmer / kouder dan -10°C
-6
-10
e
-1,5°C is warmer / kouder dan -0,5°C
-1,5
-0,5
20 10 0 -10
30
Formule 1B_2019.indb 30
13/06/19 12:10
-2
3
-10
-9
-1,4
-1,5
1,5
-2
0
-5
-0,2
-0,25
-4
-6
2,5
-1
4,3
-4,45
Hoofdstuk 1
30 Vul in met juiste symbool. Kies uit. <, > of =.
31 Vul in met het juiste symbool. Kies uit <, > of =. 1H + 6T + 5E
4t + 5h
5t + 4h
3D + 5E + 6H
6H + 3D + 5t
9h
8t
4TD + 6D + 1H + 4E
6D + 4TD + 4E + 1H
9h
1t + 9h
r
1H + 5T + 6E
kleinste
b 0–1–0–1
em
c 2–7–8–0 d 0–0–5–4
grootste
pl
a 7–9–6–1
aa
32 Noteer het kleinste en het grootste natuurlijke getal dat je kunt vormen door elk van de vier cijfers precies één keer te gebruiken.
ex
33 Geef het kleinste en het grootste kommagetal dat je kunt vormen door elk van de volgende vier cijfers precies één keer te gebruiken. kleinste
grootste
a 5–6–3–9-,
ijk
b 1–0–4–7-, c 3–0–0–1-,
In k
d 1–1–7–1-,
34 Bekijk goed de afbeelding. Wat het zwaarste is, geef je cijfer 1. Wat het minste weegt, geef je cijfer 5. Je weet wel dat de figuren 604 gram,550 gram, 135 gram, 351 gram en 250 gram wegen. Zet de gewichten bij de juiste figuur. figuur cijfer gewicht
31
Formule 1B_2019.indb 31
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
7
Getallen afronden 35 Rond elk bedrag af op een tiental.
kostprijs
€ 128,95
€ 213,15
€ 365,75
€ 81,95
r
afgerond op een tiental
€ 78,95
€ 65,55
€ 38,20
€ 135,95
em
afgerond op de eenheid
pl
kostprijs
aa
36 Rond elk bedrag af op de eenheid.
ex
37 Rond elk bedrag af op een tiende en op de eenheid.
In k
ijk
€ 59,65
€ 38,75
artikel
€ 37,25
€ 127,50
folderprijs afgerond op een tiende
€ 569,00
€ 223,10 afgerond op de eenheid
kruiwagen
haardroger wasmachine droogrek ladder betonmolen
32
Formule 1B_2019.indb 32
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
38 Bram en Sasha tanken hun wagen vol met brandstof. Bram tankt 44 liter B7 (diesel). De prijs per liter is ₏ 1,429. Hoeveel moet hij betalen? Rond de prijs af tot op een honderdste.
b
Sacha tankt 36 liter E10 (EURO 95). De prijs per liter is ₏ 1,770. Hoeveel moet hij betalen? Rond de prijs af tot op een honderdste.
c
Wie heeft het meest betaald?
aa
r
a
In een minibusje is er plaats voor 10 personen. Voor een uitstap ben je met 14 personen. Hoeveel minibusjes moet je voorzien om iedereen te kunnen meenemen?
em
a
pl
39 In de praktijk rond je niet altijd af naar het getal dat het dichtst bij je uitkomst ligt. Je gezond verstand gebruiken is vaak de boodschap. Vul aan met het passende getal. Schrap telkens wat niet past.
Het aantal busjes wordt hier naar beneden/boven afgerond. Vanaf 16 jaar mag je met een brommer rijden. Bassim is nu 15 jaar en 11 maanden oud. Bassim mag nu wel/niet met een brommer rijden.
ex
b
Zijn leeftijd wordt hier naar beneden/boven afgerond. De houtverf nodig voor een trap kun je in potten van 2 liter kopen. Om de trap te schilderen heb je 4,3 liter nodig. Je kunt niet anders dan potten van 2 liter kopen.
ijk
c
In k
Het aantal potten verf wordt hier naar beneden/boven afgerond.
40 Vul aan. a
125,41 afgerond op een eenheid wordt
b
655 afgerond op een tiental wordt
c
2,345 afgerond op een tiende wordt
d
4,587 afgerond op een honderdste wordt
e
13,548 afgerond op de eenheid wordt
f
457 afgerond op een tiental wordt
g
87,798 afgerond op een honderdste wordt
33
Formule 1B_2019.indb 33
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
8
Getallen in tabellen en diagrammen 41 Op vrijdag, zaterdag en zondag gaat Jarno naar de dartsclub in het jeugdhuis. Het beelddiagram toont het aantal door hem gewonnen partijen. Op welke dag won Jarno de meeste partijen?
b
Hoeveel partijen won hij op zondag?
c
Hoeveel partijen won hij in totaal?
aa
r
a
pl
42 We vroegen een aantal leerlingen hoeveel honden ze hebben als huisdier. Vul de tabel aan.
ijk
ex
em
aantal honden
aantal leerlingen
0 1 2 3 4
In k
43 Het staafdiagram toont het favoriete vak van alle 1B-leeringen in een Vlaamse school. a Wat is het favoriete vak?
b Hoeveel leerlingen vinden wiskunde het leukst?
c Hoeveel leerlingen doen het liefst talen?
34
Formule 1B_2019.indb 34
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
44 Jarne heeft de afstanden die hij afgelopen week per dag fietste, in een staafdiagram gezet. a Hoeveel kilometer fietste hij op donderdag?
b Hoeveel kilometer fietste hij in het weekend?
aa
r
c Op welke dag fietste hij het meest?
pl
45 Van 40 leerlingen werd het merk van hun smartphone in een cirkeldiagram gezet. Waar of niet waar? Vink aan. a Er zijn meer leerlingen met een Nokia dan met een Apple.
em
£ waar
£ niet waar
b 20 leerlingen hebben een Samsung smartphone.
ex
£ waar
£ niet waar
c Nokia en Huawei komen evenveel voor. £ waar
£ niet waar
ijk
46 Op dit diagram kun je het aantal verkeersdoden per miljoen inwoners aflezen. Aantal verkeersdoden per miljoen inwoners
In k
Roemenië Griekenland Polen Bulgarije Letland Litouwen Luxemburg België Cyprus Tsjechië Slovenië Hongarije Portugal Oostenrijk Estland Slovakije EU Italië Frankrijk Spanje Denemarken Ierland Finland Malta Duitsland Zweden Nederland VK
120 118 112 110 97
90 89 87 84 82 79 76 75 72 69 68 67 60 55 54 53 51 50
39 39 38 0
20
40
60
80
NB-Infografiek | Bron: Europese Commisie
a
Op de hoeveelste plaats staat België in Europa?
b
Doet Nederland het beter dan wij?
c
In welk land is het verkeer het veiligst?
d
Schrap wat niet past:
130 130
100
120
140
België doet het beter/slechter dan het gemiddelde van de Europese Unie (EU). Daarmee doet België het goed/slecht wat het aantal verkeersdoden betreft.
35
Formule 1B_2019.indb 35
13/06/19 12:10
Hoofdstuk 1
47 Dit schijfdiagram stelt de dagindeling van Shana voor. Hoeveel uren besteedt zij aan: slapen studeren school sport spel tv
Factuur
aantal stukprijs 1 2,50 4 6,00 3 1,50 totaal excl. btw totaal btw te betalen
totaal 0,50 24,00 4,50 29,00 6,09 € 35,09
em
pl
Factuurnummer: 2019-001 Datum omschrijving 01-10 Zakje snoep 01-10 Suikerwafel (verpakt per tien) 01-10 Flesje plat water
aa
r
48 Je kreeg onderstaande factuur voor een aankoop.
btw% 21% 21% 21%
a Hoeveel zakjes snoep werden er gekocht?
ex
b Hoeveel kost één pak suikerwafels? c Hoeveel kosten drie flesjes water?
In k
ijk
49 Hieronder zie je wanneer het pretpark geopend is. Waar of niet waar? Vul aan. a Op 13 oktober kan ik het pretpark bezoeken. £ waar
£ niet waar
b Op 21 oktober kan ik vanaf 10u het park bezoeken. £ waar
£ niet waar
c Op 27 oktober is het park open tot 21u. £ waar
£ niet waar
d Waarom is het park op maandag 28 oktober wel open en de andere maandagen niet?
36
Formule 1B_2019.indb 36
13/06/19 12:10
a Welke dag zijn we vandaag?
Het weer voor Couvin
3°
6°
3° 0°
Morgen Woensdag
4° 2°
-2° 2° -3° 2° 0° 2°
Donderdag Vrijdag Zaterdag Zwakke wind
b Welke dag is de warmste?
c Wat is de laagste verwachte temperatuur?
Meer weer op www.meteo.be
Je bent met een groep van 15 personen. Hoeveel betaal je per ticket?
b
Hoeveel betalen je ouders per ticket?
c
Je bent 12 jaar. Hoeveel betaal je per ticket?
TARIEVEN TOERISTISCH TREINTJE (het ticket blijft de ganse dag geldig) volwassene 3 EUR groepen 1,50 (vanaf 20 personen) EUR kinderen 1,50 (van 4 tem 12 jaar) EUR kinderen jonger dan 4 jaar in gratis gezinsverband
em
pl
a
aa
51 Op het provinciaal domein kun je het treintje nemen.
r
Vandaag
Hoofdstuk 1
50 Een weerbericht voor de komende dagen.
Nieuwpoort
Westend
ijk
In k
waar
niet waar
a De kusttram start aan het station van De Panne.
£
£
b Je passeert eerst Schipgat, dan Oostduinkerke Bad en dan pas Duinpark.
£
£
c Je reist richting Nieuwpoort. De vierde halte na Esplanade is Ster der Zee.
£
£
d Je neemt de tram in Nieuwpoort richting De Panne. Je komt eerst Koksijde tegen en dan pas Oostduinkerke.
£
£
d ( Si L) nt -L Ba aur e d ( W ins Be ) lle Kr Vue
Oostduinkerke
Ba
Koksijde
St at io Pl n op s M alan oe d d Ke er L rk am bi Es c pl an Ce ad nt e r Go um lfs Si traa nt t -I St des er ba d l Ba er Z d d ee Le je u Sc nel hi aa n p Ba gat d Du in p Gr ark oe n Zo en nn dij k Ba ebl -Ba o d em d Ys er m Ca on rd de i St jnla ad an
De Panne
ex
52 De kusttram houdt halt op verschillende plaatsen langs de kust. Waar of niet waar? Vink aan.
37
Formule 1B_2019.indb 37
13/06/19 12:11
• • • • •
Ons talstelsel bestaat uit tien cijfers: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9. Met die tien cijfers kun je oneindig veel getallen maken. Getallen met een komma noem je kommagetallen. Getallen zonder komma noem je natuurlijke getallen. Getallen met een – voor noem je negatieve getallen. Dit zijn getallen kleiner dan nul. Getallen zonder een – voor noem je positieve getallen. Alle natuurlijke getallen zijn positieve getallen. Het getal nul is zowel positief als negatief. Een getal is makkelijker te lezen als de cijfers voor de komma van rechts naar links geordend staan per drie.
20 positieve getallen
10 0
0
-10
negatieve getallen
-20
r
•
aa
Hoofdstuk 1
Even samenvatten
komma
4 014 124, 125
pl
Bijvoorbeeld: miljoen
em
• • •
•
38
Formule 1B_2019.indb 38
-5 -4 -3 -2 -1 0 -5 < -4 < -3 < -2 < -1 < 0 <
Getallen splitsen: Getallen samenstellen: Getallen rangschikken:
1 1 <
2 2 <
t
h
honderdsten
E ,
tienden
T
Eenheden
Tienduizendtallen
Miljoentallen
ijk In k ...
H
Tientallen
D
Honderdtallen
HD TD
ex
M
Duizendtallen
Rang en waarde van een cijfer in een getal: In het getal 245,1 heeft het cijfer 4 als rang de tientallen en als waarde 40.
Honderdduizendtallen
•
duizend
3 3 <
4 4 <
5 5
...
245,1 = 2H + 4T + 5E + 1t 1H + 5T + 2E + 3h = 152,03 <
is kleiner dan
>
is groter dan
=
is gelijk aan
Om getallen af te ronden op een bepaalde rang, kijk je naar het cijfer van de volgende rang. Is dat cijfer 0, 1, 2, 3 of 4, dan rond je af naar beneden. Is dat cijfer 5, 6, 7, 8 of 9, dan rond je af naar boven. 67,5 afgerond op een eenheid wordt 68 omdat het volgende cijfer na de eenheden een 5 is.
13/06/19 12:11
Hoofdstuk 1
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 40
1 Soorten getallen
125
Een cijfer.
Een natuurlijk getal.
Een kommagetal
Een positief getal.
Een negatief getal.
aa
–8,2
3
pl
7
r
Welk soort getal herken je? Vink aan.
TOM1
2 Rang en waarde van een cijfer in een getal
heeft als RANG de
Het cijfer
7
en heeft als WAARDE
4
ijk
9
ex
4
1
em
Vul in voor het getal 708 124,69.
TOM2
3 Getallen splitsen en samenstellen Splits deze getallen.
In k
TOM3.1
a 125
=
b 13 509
=
c 4 740 000 =
TOM3.2
d 0,85
=
e 26,05
=
5
Stel deze getallen samen. a 5H + 9T + 4E =
d 6E + 2t + 5T + 4TD =
b 7t + 5h
e 8D + 6H + 4T + 2E =
=
c 1T + 5t + 6h =
5
39
Formule 1B_2019.indb 39
13/06/19 12:11
Hoofdstuk 1
4 Getallen lezen en schrijven Getallendictee
TOM4
a
c
b
d
e 5
5 Getallen op een getallenas Vul op de invullijntjes de ontbrekende getallen aan. 14
20
2
2,6
–2
Vul in met <, > of =. 12,4
12,400
b
-2,5
0
d
7 Getallen afronden
ijk
B7 (diesel)
13,05
12,56
e
-687
-786
7T + 5t
f 2H + 2h
6
70,05 1H + 2t
6
ex
Rond deze prijzen af.
TOM7
c
em
a
0
pl
6 Getallen rangschikken TOM6
r
aa
TOM5
€ 429
€ 1,429
In k
op een honderdste
€ 2,45
op een tiental
op de eenheid
op een tiende
4
8 Getallen in tabellen en diagrammen
TOM8
Hieronder zie je wat mensen vooral in hun PMD-zak stoppen. Wat zit er in een PMD-zak? Wat zit er in een PMD-zak?
15,4 % 15,4 %
Formule 1B_2019.indb 40
42,7 % 42,7 %
10,8 % 10,8 %
40
2,2 % 2,2 %
29,0 % 29,0 %
a W at stoppen mensen het meest in hun PMD-zak?
Plastic flessen en flacons Plastic flessen en flacons Metalen verpakkingen Metalen verpakkingen Drankkartons Drankkartons Overschot/rest Overschot/rest Zakken Zakken
b R ond het getal dat erbij hoort af op de eenheid. 2
13/06/19 12:11
Hoofdstuk 1
Gamezone 1 Aan het prikbord in de klas hangen de vijf winnende poezenfoto’s van een wedstrijd. Schrijf de naam van de fotograaf en de naam van de poes op de juiste plaats in de tabel.
3e prijs
· De 5e prijs is niet voor fotograaf Obe. · De 4e prijs is voor fotografe Romy. · De poes Minou was goed voor de 2e prijs. · Collete is de kat van Elouise, die niet de 3e prijs won. · De foto van Pluisje hangt links van de foto die Ewout maakte. · De kat van Obe heet Stella. · Minou is de kat van Ewout. · Dikzak is niet de kat van Axelle.
4e prijs
prijs 1e
5e prijs
r
2e prijs
aa
1e prijs
fotograaf
poes
4e
5e
pl
2e
em
3e
ex
2 Een Sudoku (4x4) is een Japanse puzzel waarbij de cijfers 0 tot en met 4 in elk hokje moeten worden ingevuld. In elke rij, in elke kolom en in elke blok van 4 hokjes mogen de cijfers 0 tot en met 4 slechts één keer voorkomen. Maak deze 4x4-sudoku’s.
ijk
makkelijk
In k
2 1 3 2
4
minder makkelijk
1
3 4
moeilijker
4
3
4
2
3
1
1
2
makkelijk Het kan ook met symbolen. Teken het juiste symbool in het juiste hokje.
moeilijker
£
r
Í r £
r
Í 41
Formule 1B_2019.indb 41
13/06/19 12:11
a Hoeveel verschillende beestjes zijn er?
1
2
b Welk beestje komt het minst voor?
3
4
c Welk beestje komt het meest voor?
5
aa
r
Hoofdstuk 1
3 Gust is dol op beestjes. Kijk goed en help hem zoeken naar het antwoord op de vraagjes.
6
d Welke twee rijen zijn helemaal gelijk?
7
pl
8
em
e In welke rij staan allemaal verschillende beestjes?
ex
4 Los de vragen op. Markeer telkens de letter die bij de juiste oplossing staat. Maak met de verzamelde letters een woord. Pas op! De letters staan nog niet in de juiste volgorde. a Wat is het grootste getal dat je kunt vormen met 4 verschillende cijfers? T 1 000
N 9 999
S 9 876
ijk
b Wat is de rang van de 6 in dit getal: 5 683 005? V M
N HD
K TD
In k
c Hoe splits je het getal 103 250? A 1HD + 3D + 2H + 5T
E 1HD + 3TD + 2H + 5T
Z 1HD + 3D + 2H + 5E
P 3 051
A 3 105
d Vorm het getal 5E + 3D + 1H. O 5 301
e Welk teken past tussen deze getallen? 58 795 58 975 V > f
A <
T =
Rond het getal 12 857 af op een tiental! C 12 900
B 12 850
N 12 860
P 12 800
Wat is het woord?
42
Formule 1B_2019.indb 42
13/06/19 12:11
Goed kijken
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
2
Als je goed wilt kijken, moet je voldoende tijd nemen. Bekijk wat je wilt observeren van alle kanten. Vooraan ziet een figuur er heel anders uit dan bovenaan en achteraan.
Formule 1B_2019.indb 43
13/06/19 12:11
Planner
Op mijn maat
Even samenvatten Test op mezelf
51 1 2 3 4
Kijklijnen Vorm en grootte van figuren Camerastandpunten en aanzichten Meetkundige figuren
em
Gamezone
47 48 48 48 49 50 50 50
r
Ben ik mee?
aa
Hoofdstuk 2
1 Kijklijnen 2 Vorm en grootte van figuren 2.1 Gelijke figuren 2.2 Gelijkvormige figuren en vervormde figuren 3 Camerastandpunten en aanzichten 4 Meetkundige figuren 4.1 Ruimtefiguren 4.2 Vlakke figuren
pl
Aan de slag
53 55 57 61 64
65 67
ijk
ex
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
In k
In dit hoofdstuk leer je goed kijken.
44
Formule 1B_2019.indb 44
13/06/19 12:11
Formule 1B_2019.indb 45
p. 49
Meetkundige figuren p. 50
en aanzichten
Camerastandpunten
p. 48
p. 47
/2
/10
Totaal
/2
/3
/3
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
0
0
Oef 23
Oef 8
Oef 25
Oef 24
Oef 26
Oef 27
Oef 16
Oef 15
Oef 13
Oef 10
Oef 5
2
2
3
3
Oef 19
Oef 18
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa
pl
em
Oef 20
Oef 14
Oef 9
Oef 17
1
1
2
Oef 4
Oef 12
Oef 7
Oef 3
ex
0-1
Oef 2
2
Op mijn maat
Totaal
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
Datum: / / 20 / Hoofdstuk 2
/10
/2
/2
/3
/3
Test op mezelf
Klas:
Totaal
Oef 22
Oef 21
Oef 11
Oef 6
Oef 1
0-1
ijk
In k
Ben ik mee?
Nr.:
4
3
Vorm en grootte van
2
figuren
Kijklijnen
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam:
45
13/06/19 12:11
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten Hoofdstuk 2
BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zelfstandig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik mijn taal verzorgd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
46
Formule 1B_2019.indb 46
13/06/19 12:11
Aan de slag
Hoofdstuk 2
1 Kijklijnen Aan de hand van de kijklijnen kun je het gezichtsveld van een persoon bepalen. Zo ontdek je wat iemand wel of niet kan zien.
£
£
moeder
£
£
de plant
£
£
de televisie
£
£
aa
het tafeltje met fotokader naast de kast
pl
onzichtbaar
em
zichtbaar
r
Zijn de volgende voorwerpen voor Bram zichtbaar of onzichtbaar?
Op de speelplaats staat een zitbank. In de klas is er een raam dat uitkijkt op de speelplaats.
In k
ijk
ex
Vink voor de aangegeven stoelen aan of de bank op de speelplaats zichtbaar of onzichtbaar is. zichtbaar
onzichtbaar
stoel A
£
£
stoel B
£
£
stoel C
£
£
stoel D
£
£
stoel E
£
£
47
Formule 1B_2019.indb 47
13/06/19 12:11
2
Vorm en grootte van figuren
2.1 Gelijke figuren Hoofdstuk 2
Figuren kunnen gelijk zijn van vorm en grootte. Dat noemen we gelijke figuren.
r
We hebben dezelfde vorm ĂŠn dezelfde grootte. We zijn gelijk.
aa
2.2 Gelijkvormige figuren en vervormde figuren
pl
Om een figuur gelijkvormig te vergroten of te verkleinen, moet je alle afmetingen van die figuur in dezelfde verhouding vergroten of verkleinen. Alleen dan krijg je een gelijkvormige figuur.
em
Doe je dat niet, dan krijg je een vervormde figuur.
Ik ben duidelijk vervormd
In k
ijk
ex
Ik heb dezelfde vorm, maar niet dezelfde grootte. Ik ben gelijkvormig.
Ik heb dezelfde vorm, maar niet dezelfde grootte. Ik ben gelijkvormig.
Vul in met gelijk, gelijkvormig of vervormd.
48
Formule 1B_2019.indb 48
13/06/19 12:11
3 Camerastandpunten en aanzichten Je fotografeert een beer vanuit verschillende camerastandpunten. Zo krijg je verschillende aanzichten van de beer.
Hoofdstuk 2
1
2
6
Hiernaast zie je het bovenaanzicht van de beer. Noteer bij elke foto hieronder het nummer van de camera waarmee de foto genomen is.
3
5
camera
camera
camera
camera
em
camera
pl
aa
r
4
camera
De meest gebruikte aanzichten zijn het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. bovenaanzicht
linkerzijaanzicht
In k
ijk
ex
vooraanzicht
Teken het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht van de blokkenstapeling. Houd rekening met de kleur van de blokken.
49
Formule 1B_2019.indb 49
13/06/19 12:11
4 Meetkundige figuren 4.1 Ruimtefiguren
r
em
pl
aa
Hoofdstuk 2
Ruimtefiguren kun je vastnemen. Ze nemen een plaats in de ruimte in. Ken je deze nog? Vul de best passende benaming in.
ex
4.2 Vlakke figuren
In k
ijk
Vlakke figuren zijn gesloten meetkundige figuren in een plat vlak. Ken je deze nog? Vul de best passende benaming in.
50
Formule 1B_2019.indb 50
13/06/19 12:11
Ben ik mee?
Nr.: Klas:
Datum: / / 20
Hoofdstuk 2
Naam: / 10
1 Kijklijnen
Hoeveel ganzen kan persoon A zien?
Hoeveel ganzen ziet persoon B?
muur
pad
pl
ganzen
aa
Teken persoon C op het pad die de meeste ganzen kan zien.
r
Als je op het pad wandelt, zie je door de opening in de muur ganzen.
BIM1
em
B
A
3
Welke banaan is gelijk, gelijkvormig of vervormd? Vink aan.
In k
ijk
BIM2
ex
2 Vorm en grootte van figuren
£ gelijke figuren £ gelijkvormige figuren £ vervormde figuren
£ gelijke figuren £ gelijkvormige figuren £ vervormde figuren
£ gelijke figuren £ gelijkvormige figuren £ vervormde figuren 3
51
Formule 1B_2019.indb 51
13/06/19 12:11
3
Camerastandpunten en aanzichten Kobe neemt een foto van zijn vrienden. Duid de foto aan die door Kobe is genomen.
BIM3 Hoofdstuk 2
c
£
r
£
em
pl
aa
a
b
£
2
Geef telkens de best passende naam.
In k
ijk
BIM4
Meetkundige figuren
d
ex
4
£
2
52
Formule 1B_2019.indb 52
13/06/19 12:11
Op mijn maat Kijklijnen 1
Hoofdstuk 2
1
Wie heeft deze foto’s genomen? Verbind de juiste foto met het juiste kind.
pl
Kind B
aa
r
Kind A
Welke dieren kunnen de kinderen uit oefening 1 niet zien? de giraf niet zien £ £ £
het nijlpaard niet zien £ £ £
Waar of niet waar? Vink aan.
In k
3
de tijger niet zien £ £ £
ijk
Kind A kan Kind B kan Kind C kan
ex
2
em
Kind C
waar
niet waar
Freek ziet Marit links van Giel.
£
£
Chris kan Pia zien.
£
£
£
£
£
£
Anna kan iedereen zien.
£
£
Giel kan Marit niet zien.
£
£
Freek kan Anna niet zien. Youssef ziet Chris rechts van Freek.
53
Formule 1B_2019.indb 53
13/06/19 12:11
Bij het inschatten van een verkeerssituatie zijn kijklijnen erg belangijk. Op de figuur belemmeren twee vrachtwagens telkens het zicht. Teken de kijklijnen om na te gaan of Lennert de aankomende en voorbijgereden auto kan zien. b
auto 1 auto 2
onzichtbaar £ £
auto 1 auto 2
zichtbaar £ £
onzichtbaar £ £
Freek staat in het klaslokaal en maakt gebruik van een verrekijker. Anna neemt plaats in de ingang van het lokaal. Abdel staat wat verder in de gang achter Anna.
Wie heeft de grootste kijkhoek?
ex
Wie heeft de kleinste kijkhoek?
em
pl
5
zichtbaar £ £
r
Hoofdstuk 2
a
aa
4
ijk
Wie kan door het raam kijken?
In k
Wie kan het grootste aantal stoelen zien?
zicht door de zijruit
OPGELET!
Blijf uit de
DO HO DE EK
zicht via correct afgestelde spiegels
fietspad zicht door de voorruit dode hoek
54
Formule 1B_2019.indb 54
13/06/19 12:11
Vorm en grootte van figuren
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
Welke figuur is gelijk, gelijkvormig of vervormd? Vink aan.
ex
7
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
em
pl
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
Hoofdstuk 2
Welke figuur is gelijk, gelijkvormig of vervormd? Vink aan.
r
6
aa
2
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
In k
ijk
£ gelijk £ gelijkvormig £ vervormd
55
Formule 1B_2019.indb 55
13/06/19 12:12
8
Zijn de afbeeldingen een vergroting of een verkleining van de werkelijkheid?
a
b
c
d
Hoofdstuk 2 £ £
vergroting verkleining
£ £
£ £
vergroting verkleining
vergroting verkleining
r
Welke is de schaduw van Anton?
£ £
d
£
f
£
e
£
g
£
em
£
ijk
ex
b
pl
aa
9
vergroting verkleining
£
In k
a
c
£
10 Schrap wat niet past.
De tekeningen van de Belgische kunstenaar Peter Raedschelders vallen op omdat ze gevormd zijn met gelijke / gelijkvormige / vervormde figuren die zonder open stukken met elkaar verbonden zijn. De vogels lijken door elkaar te staan, maar sluiten toch volledig op elkaar aan.
56
Formule 1B_2019.indb 56
13/06/19 12:12
3
Camerastandpunten en aanzichten
Hoofdstuk 2
11 Vul in. Kies uit vooraanzicht, bovenaanzicht en zijaanzicht.
aa
r
12 Welke foto is door welke fotograaf genomen? Verbind de juiste foto met de juiste letter.
pl
A
em
B
ex
C
ijk
13 Noteer bij elk beeld het nummer van de camera waarmee het beeld is gemaakt. a
6
In k
1
2
3
b
5
camera
4
c
camera
camera
57
Formule 1B_2019.indb 57
13/06/19 12:12
14 Teken van elke blokkenstapeling het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. Houd rekening met de kleur van de blokken. vooraanzicht
bovenaanzicht
linkerzijaanzicht
b
vooraanzicht
bovenaanzicht
linkerzijaanzicht
pl
aa
r
Hoofdstuk 2
a
em
15 Duid van de blokkenstapeling het passende vooraanzicht, bovenaanzicht en linkerzijaanzicht aan.
ex
vooraanzicht
£
£
£
£
£
£
£
In k
ijk
bovenaanzicht
£ linkerzijaanzicht
£
58
Formule 1B_2019.indb 58
13/06/19 12:12
Hoofdstuk 2
16 Vink het juiste grondplan van het huis aan.
a
b
c
£
d
£
£
aa
r
£
e
£
pl
17 Je rijdt de wijk binnen via ingang A. Met welke ingang, 1 tot en met 9, op het grondplan komt ingang A overeen?
em
3
→
→
2
→
1
4
9→
→
5
→ →
7
6
Ingang A komt overeen met ingang op het grondplan.
ijk
A
→
→
ex
8→
In k
18 Welk huis hoort bij het gegeven vooraanzicht?
a
b
£
c
£
£
d £
59
Formule 1B_2019.indb 59
13/06/19 12:12
vooraanzicht
bovenaanzicht
linkerzijaanzicht
b
vooraanzicht
bovenaanzicht
linkerzijaanzicht
c
vooraanzicht
aa
r
Hoofdstuk 2
a
pl
19 Teken van elke blokkenstapeling het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht. Houd rekening met de kleur van de blokken.
linkerzijaanzicht
ijk
ex
em
bovenaanzicht
In k
20 Met welke toren op het grondplan komt de rode toren overeen?
2 1
6 7
De rode toren komt overeen met toren
3
4
5 10
8
9
11
op het grondplan.
60
Formule 1B_2019.indb 60
13/06/19 12:12
4
Meetkundige figuren
Hoofdstuk 2
21 Duid de ruimtefiguren met rood aan. Duid de vlakke figuren met groen aan.
em
pl
aa
r
22 Schrijf onder elke ruimtefiguur de juiste naam. b
c
d
In k
ijk
ex
a
23 Schrijf onder elke vlakke figuur de best passende naam. a
b
c
d
61
Formule 1B_2019.indb 61
13/06/19 12:12
24 Welke ruimtefiguren herken je in onderstaande foto’s? c
e
g
b
d
f
h
em
pl
aa
r
Hoofdstuk 2
a
c
e
g
f
h
In k
ijk
a
ex
25 Welke vlakke figuren herken je in de rode aanduiding op de foto’s? Geef de best passende benaming.
b
d
62
Formule 1B_2019.indb 62
13/06/19 12:12
26 Schrijf onder elke ruimtefiguur de juiste naam. c
e
g
b
d
f
h
pl
aa
r
Hoofdstuk 2
a
ruimtefiguur
vlakke figuur
In k
ijk
ex
gebouw
em
27 Noteer telkens een ruimtefiguur en een vlakke figuur die je herkent in deze gebouwen.
63
Formule 1B_2019.indb 63
13/06/19 12:12
Even samenvatten • Aan de hand van de kijklijnen kun je het gezichtsveld van een persoon bepalen. Hoofdstuk 2
• Gelijke, gelijkvormige en vervormde figuren gelijke figuur
gelijkvormige figuur
vervormde figuur
zelfde vorm niet dezelfde grootte
• Aanzichten
boven
zij voor
ex
• Meetkundige figuren
bovenaanzicht
zijaanzicht
em
vooraanzicht
niet dezelfde vorm
pl
zelfde vorm zelfde grootte
aa
r
figuur
Ruimtefiguren
kubus
balk
ijk
piramide
In k
bol
cilinder
kegel
Vlakke figuren
driehoek
cirkel
vierkant
rechthoek
parallellogram
ruit
trapezium
64
Formule 1B_2019.indb 64
13/06/19 12:12
Test op mezelf
Nr.: Klas:
Datum: / / 20
Hoofdstuk 2
Naam: / 10
1 Kijklijnen Niels kijkt door het raam naar de bomen. Hoeveel bomen kan Niels zittend zien (A)?
Hoeveel bomen ziet Niels als hij rechtstaat (B)?
r
TOM1
em
pl
aa
Ziet Niels er meer of minder als hij achteruit gaat (C)?
B
ijk
C
ex
A
3
In k
2 Vorm en grootte van figuren
Welk meisje hoort bij de gegeven schaduw?
TOM2
a £
b £
c £
1
65
Formule 1B_2019.indb 65
13/06/19 12:12
3 Camerastandpunten en aanzichten ntwoord met vooraanzicht, bovenaanzicht of rechterzijaanzicht van de A Âblokkenstapeling. Houd rekening met de kleuren.
TOM3.1 Hoofdstuk 2
r
3
aa
Omcirkel de tekening die overeenstemt met het aanzicht van Layla.
TOM3.2
pl
Layla
em
A
D
1
ex
C
B
4 Meetkundige figuren
Welke ruimtefiguren herken je in dit bouwsel?
In k
ijk
TOM4
2
66
Formule 1B_2019.indb 66
13/06/19 12:12
Gamezone
Hoofdstuk 2
Origami is een kunstvorm uit Japan. Origami betekent letterlijk de kunst van het papier vouwen. Je vertrekt vanuit een vierkant met als zijde 15 cm. Je vouwt volgens het stappenplan driehoeken, vierkanten, rechthoeken ‌ Je bekomt na wat handig en nauwkeurig werk echte kunststukjes. Proberen maar ‌
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
1 Een duif
67
Formule 1B_2019.indb 67
13/06/19 12:12
2 Een kikker
em
pl
aa
r
Hoofdstuk 2
In k
ijk
ex
3 Een hart
Wedden dat je op internet nog heel wat voorbeelden kunt vinden!
68
Formule 1B_2019.indb 68
13/06/19 12:12
Opgeteld staat netjes
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
3
Carlo wil graag wat opbergruimte voor zijn tuinmateriaal. Hij koopt uit de nieuwe reclamefolder een tuinhuis en een opbergkast. Hoeveel moet Carlo betalen? Steven koopt een hogedrukreiniger en een tuinhaspel met bijbehorende tuinslang. Hoeveel moet Steven daarvoor betalen? Hilde koopt met haar spaargeld een tuinparasol. Ze koopt ook nog een tuintafel met vier comfortabele stoelen. Hoeveel betaalt Hilde?
Formule 1B_2019.indb 69
13/06/19 12:12
Planner
Hoofdstuk 3
73 73 73 74 74 75 76 77 77 78 79 80
r
1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de optelling 1.2 Wiskundetaal en de optelling 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen optellen 4.2 Kommagetallen optellen 4.3 Termen van volgorde verwisselen 5 Rekenen met je rekentoestel
aa
Aan de slag
Ben ik mee?
Op mijn maat
Even samenvatten
94
Test op mezelf
95
em
pl
Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel
ex
Gamezone
1 2 3 4 5
81 83 84 87 88 90
97
ijk
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
In k
In dit hoofdstuk leer je alles over de optelling.
70
Formule 1B_2019.indb 70
13/06/19 12:12
Formule 1B_2019.indb 71
Hoofdrekenen
Schatten
Cijferen
Rekenen met je
2
3
4
5
p. 80
p. 77
p. 76
p. 74
p. 73
/30
/6
/6
/5
/10
/3
ex Oef 23
Oef 31 Oef 35
Oef 33 Oef 34
4-5
6-8
Oef 26
Oef 28 Oef 29
Oef 24
Oef 21
Oef 18
Oef 36
Oef 32
3
6-7
/
/
/
/
/
/
Resultaat
/ 30
/6
/6
/5
/10
/3
/
Hoofdstuk 3
Totaal
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
Test op mezelf
Datum:
r
aa
Oef 37
9-10
5
9-10
pl
em
Oef 20
Oef 30
Oef 17
Oef 27
0-3
4
Oef 15
Oef 12
Oef 11
Oef 13
Oef 3
Oef 14
Oef 25
0-5
0-3
6-8
2
Oef 10
Oef 9
Oef 5
Oef 2
Oef 19
Oef 16
Oef 8
Oef 7
Oef 6
0-5
ijk Oef 4
Oef 1
0-1
Op mijn maat
Klas:
Totaal
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
In k
Ben ik mee?
Nr.:
rekentoestel
Wiskundetaal
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: / 20 /
71
13/06/19 12:12
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten
Hoofdstuk 3
BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik net gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zelfstandig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik het rekentoestel zinvol gebruikt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik telkens het resultaat vergeleken met mijn schatting?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
72
Formule 1B_2019.indb 72
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
13/06/19 12:12
Aan de slag 1
Wiskundetaal
1.1 Benamingen bij de optelling Hoofdstuk 3
Shirley koopt een stofzuiger van € 139. Ze koopt ook een nieuwe dweilset van € 72. Hoeveel moet Shirley in totaal betalen?
r
Berekening:
de termen
em
pl
aa
Antwoordzin:
de som
de optelling
ijk
ex
139 + 72 = 211
1.2 Wiskundetaal en de optelling
In k
Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken. a Vijf meer dan zeventien.
=
b Na 90 minuten wedstrijd werden er 7 minuten extra voorzien.
=
c Jens is 26 cm groter dan Maaike, die 149 cm meet.
=
d Kirsten weegt 48 kg. Lies is 13 kg zwaarder.
=
e Joris springt over 1,15 m. Silke kan 0,23 m hoger.
=
f Abdel woont op 2,8 km van school. Arne woont 2,1 km verder.
=
g Je uurwerk kost € 56. Dat van Febe is € 18 duurder.
=
h Bert kan 13 minuten langer hardlopen dan Karel, die het maar 17 minuten volhoudt.
=
73
Formule 1B_2019.indb 73
13/06/19 12:12
2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen • Splitsen lukt altijd
Los op door te splitsen.
Hoofdstuk 3
223 + 128 = 233 + 100 + 20 + 8 = 333 + 20 + 8 = 353 + 8 = 361
a 75 + 22 =
=
b 63 + 28 =
=
• Soms kun je koppels maken
aa
=
d 624 + 39 =
=
Los op door koppels te maken. a 54 + 13 + 26
=
=
em
48 + 23 + 12 = 48 + 23 + 12 = 60 + 23 = 83
pl
Houd de eerste term, splits de tweede term en tel die in stapjes op.
r
c 216 + 65 =
b 21 + 25 + 29 + 15 =
ex
In k
ijk
Onderzoek steeds of je geen getallen handig bij elkaar kunt nemen.
• Misschien kun je aanvullen 324 + 299 = 324 + 300 - 1 = 624 - 1 = 623
=
c 12 + 20 + 88 + 7 =
=
d 34 + 26 + 66
=
=
Los op door aan te vullen. a 613 + 199 =
=
b 283 + 596 =
=
c 718 + 998 = 299 ligt dicht bij 300. Je telt 300 bij, maar dat is 1 te veel. Je moet dus 1 terug aftrekken.
=
d 834 + 297 =
=
74
Formule 1B_2019.indb 74
13/06/19 12:12
2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd
Los op door te splitsen.
Hoofdstuk 3
113,2 + 6,65 = 113,20 + 6 + 0,60 + 0,05 a 5,2 + 1,7 = = 119,20 + 0,60 + 0,05 = = 119,80 + 0,05 = 119,85 b 36,45 + 8,35 = =
c 17,2 + 22,45 =
=
Los op door koppels te maken. a 2,2 + 4 + 3,8
=
=
em
22,7 + 6,5 + 3,3 = 22,7 + 6,5 + 3,3 = 26 + 6,5 = 32,5
aa
• Soms kun je koppels maken
d 5,37 + 6,68 =
pl
Houd de eerste term, splits de tweede term en tel die in stapjes op.
=
r
ex
b 6,8 + 1,3 + 1,6 + 1,2 =
ijk
Onderzoek steeds of je geen getallen handig bij elkaar kunt nemen.
In k
• Misschien kun je aanvullen 32,23 + 5,98 = 32,23 + 6 - 0,02 = 38,23 - 0,02 = 38,21
=
c 0,76 + 5,7 + 6,24
=
=
d 24,75 + 3,25 + 25,25 =
=
Los op door aan te vullen. a 14,24 + 2,95 =
=
b 37,21 + 18,99 =
=
c 78,67 + 36,97 = 5,98 ligt dicht bij 6. Je telt 6 bij, maar dat is 0,02 te veel. Je moet er dus 0,02 weer aftrekken.
=
d 203,1 + 72,98 =
=
75
Formule 1B_2019.indb 75
13/06/19 12:12
3
Schatten
In veel situaties is het handig om vooraf te weten hoeveel het resultaat ongeveer zal zijn. • Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op.
Ver s e It a lia a n s e br o o d jes
a Heb ik genoeg geld voor een Peruggia en een Milano?
Keuze uit waldkorn of ciabatta
N a po li
.......................................................
Schatting:
€ 5,75
Italiaanse ham, buffel mozarella, tomaat en verse rucola
Roma
€ 6,25
.........................................................
€ 6,50
b Geef drie combinaties die je kunt betalen. en en
em
Lauwwarme geitenkaas met honing, pijnboompitten, zongedroogde tomaatjes, rucola en pesto
M ila n o
aa
..............................................
Buffel mozarella en tomaat uit de oven met pesto, rucola, gegrilde artisjok en balsamicosiroop
pl
P er u g g ia
Antwoordzin:
....................................................
€ 7,25
en
Gegrilde kip en bacon, sla, tomaat en avocado besprenkeld met basilicum-aioli
F io r en ze
.................................................
r
Hoofdstuk 3
Ik heb nog € 13 op zak. Ik wil mijn vriendin en mezelf trakteren op een broodje.
€ 7,50
ex
Rundercarpaccio, groene pesto, verse rucola, pijnboompitten en snippers van Parmezaanse kaas
ijk
Mien kocht deze producten in de supermarkt. Had ze genoeg met de € 15 die ze van moeder meekreeg?
In k
winkelprijs
1 zak chips
€ 0,95
1 mueslireep
€ 0,55
1 pizza
€ 3,95
1 fles chocomelk
€ 1,45
1 stripboek
€ 4,95
1 fles cola
€ 2,15
1 kg appels
€ 1,90
Schatting totaal
€ 3,
afgeronde prijs
5
95
€ 0,9 € 0,55
€ 1,45
€ 4,95
€ 2,15
€ 1,90
Antwoordzin:
76
Formule 1B_2019.indb 76
13/06/19 12:13
4
Cijferen
4.1 Natuurlijke getallen optellen Carlo wil graag wat opbergruimte voor zijn tuinmateriaal. Hij koopt uit de nieuwe reclamefolder een tuinhuis en een opbergkast. €12
95
Stap 1: schatten
5
€ 48
Hoofdstuk 3
Schat hoeveel hij moet betalen.
r
• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op. afgeronde prijs
aa
folderprijs tuinhuis
Schatten:
pl
opbergkast +
=
em
Om te weten hoeveel de som precies zal zijn, moet je een stapje verder gaan. Je moet cijferen. Hoeveel moet Carlo precies betalen voor zijn tuinhuis en opbergkast? Stap 2: cijferen
ex T
E
Cijfers van dezelfde rang schrijf je altijd netjes onder elkaar.
Vergelijk steeds je resultaat met je schatting.
In k
+
H
Stap 3: controleren
ijk
D
en
Antwoordzin:
Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.
a 223 + 475
b 458 + 327
c 848 + 376
Schatten:
Schatten:
Schatten:
+
+
+
77
Formule 1B_2019.indb 77
13/06/19 12:13
4.2 Kommagetallen optellen Steven koopt uit de reclamefolder een hogedrukreiniger en een tuinhaspel met bijbehorende tuinslang.
8,5
€ 24
€ 129
,45
Hoeveel moet hij daarvoor betalen?
Hoofdstuk 3
Stap 1: schatten
• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op.
aa
hogedrukreiniger tuinhaspel en tuinslang +
H
T
E
Stap 3: controleren
,
t
h
ex
D
en
em
Stap 2: cijferen
=
pl
Schatten:
ijk
+
afgeronde prijs
r
folderprijs
Schrijf ook de komma’s altijd netjes onder elkaar.
Vul lege plaatsen op met nullen.
In k
Antwoordzin:
Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.
a 25,32 + 33,54
b 234,5 + 382,36
Schatten:
+
c 57,6 + 8,63
Schatten:
+
Schatten:
+
78
Formule 1B_2019.indb 78
13/06/19 12:13
4.3 Termen van volgorde wisselen Hilde koopt met haar spaargeld een tuinparasol. Ze koopt ook nog een tuintafel met vier comfortabele stoelen. Hoeveel betaalt ze?
€14
+
T
E
Stap 3: controleren
Bij een optelling mag je gerust de termen van volgorde veranderen.
ex
H
en
=
em
Schatten:
pl
tuintafel met vier stoelen
afgeronde prijs
aa
parasol
r
• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Tel de afgeronde getallen uit het hoofd op. folderprijs
D
Hoofdstuk 3
89
Stap 1: schatten
Stap 2: cijferen
7
€ 12
ijk
+
In k
Antwoordzin:
a 853 + 2 069
b 4,27 + 136,08
Schatten:
Schatten:
Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.
+
+
c 58 + 247 Schatten:
+
79
Formule 1B_2019.indb 79
13/06/19 12:13
5
Rekenen met je rekentoestel
Soms is het handig als je een rekenmachine kunt gebruiken. Dat is zeker zo als de getallen wat groter zijn en enkele cijfers na de komma bevatten.
r
em
pl
Je geeft een feestje voor je vrienden. In de supermarkt koop je frisdrank voor € 37,55. Je slaat ook een voorraad chips, nootjes en koekjes in. Daaraan geef je € 46,60 uit. Bovendien laat je je verleiden om ook wat feesthoedjes, toeters en confetti te kopen. Dat kost je € 28,75.
aa
Hoofdstuk 3
Je hebt vast en zeker een eenvoudig rekentoestel thuis. Ook je gsm heeft er één. En heb je al eens gebruikgemaakt van de rekenmachine op je computer?
Hoeveel moet je aan de kassa betalen?
Berekening:
ijk
Antwoordzin:
ex
Schatten:
In k
Boeket wit Boeket geel Boeket oranje Boeket rozen Boeket herfst
€ 23,95 € 19,75 € 20,45 € 25,90 € 17,95
Kirsten koopt drie bossen bloemen. Ze kiest voor een boeket herfst, een boeket oranje en een boeket wit. Er is een korting van € 2,50 voor wie meer dan € 50 besteedt in de bloemenzaak.
Hoeveel moet Kirsten betalen in de bloemenzaak? Schatten: Berekening: Antwoordzin:
80
Formule 1B_2019.indb 80
13/06/19 12:13
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 30
Hoofdstuk 3
1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.
BIM1.1
376 en 25 noem je de De bewerking zelf noem je een
r
376 + 25 = 401
aa
Het resultaat, 401, noem je de
1,5
Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken.
BIM1.2
a 68 meer dan 34.
pl
=
2 Hoofdrekenen
em
b Pieter deed 25 minuten langer dan Karel over de wandeltocht van 10 km. Karel deed er 130 minuten over. c Joren is 17 cm groter dan Bieke, die 146 cm meet.
=
=
1,5
a 533 + 6 b 15,8 + 4,5
=
f 12,7 + 15,8 + 3,3 =
=
g 278 + 199
=
=
h 16,98 + 32,24
=
=
i 497 + 366
=
j 14,37 + 22,95
=
ijk
c 4,2 + 5,75
ex
Los deze optellingen op met hoofdrekenen.
BIM2
d 73 + 88
In k
e 156 + 83 + 14 =
10
3 Schatten
BIM3
Schat het totaal in honderdtallen.
a Arne koopt een handcamera en een microfoon. b Luka koopt een tv en een handcamera.
8
€ 19
€ 699
€ 102
c Bilal koopt een statief en een handcamera. d Heike koopt een tas en een handcamera.
e Ellen koopt een verrijdbare camera, een microfoon en een tv.
5
€ 49 6
€ 99
€ 293
5
81
Formule 1B_2019.indb 81
13/06/19 12:13
4 Cijferen Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som. a 765 + 287
b 67,4 + 344
c 4,87 + 1,52
Schatten:
Schatten:
Schatten:
Hoofdstuk 3
+
+
r
BIM4.1
BIM5.1
6
aa
5 Rekenen met je rekentoestel Tiny koopt een T-shirt van € 18,95 en een jeans van € 57,65. Hoeveel kost haar nieuwe outfit?
pl
Schatten:
Antwoordzin:
em
Berekening:
2
Tijdens de voorbije Tour de France legden de renners de eerste dag 237 kilometer af. De tweede dag kregen ze 198 kilometer te verwerken. Hoeveel kilometer hebben de renners na die twee dagen afgelegd?
ijk
ex
BIM5.2
Schatten:
In k
Berekening:
Antwoordzin:
BIM5.3
2
Dit weekend trek je met je vrienden en vriendinnen naar zee. Het treinticket kost € 18,75. Aan zee verwen je jezelf met frietjes en een ijsje. Dat kost je nog eens € 13,85. Hoeveel euro heb je in totaal uitgegeven? Schatten: Berekening: Antwoordzin:
2
82
Formule 1B_2019.indb 82
13/06/19 12:13
Op mijn maat Wiskundetaal 1
Onderstreep de termen in het groen. De som onderstreep je in het blauw.
13 + 25 = 38
5,65 + 7,02 = 12,67
15 + 3 + 6 = 21
Hoofdstuk 3
1
45 en 36 noem je de 45 + 36 = 81
aa
De bewerking noem je de
pl
81 is de 3 Vul aan.
r
2 Vul de juiste benamingen aan.
a Bepaal de term die hoort bij 76 om 120 als som te hebben. b Bepaal de som van 22 en 99.
em
c Bepaal zelf de termen van een optelling met als som 87.
4 Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken.
ex
a 38 meer dan 5.
= =
c Vijf euro duurder dan 28 euro.
=
d 8 kg zwaarder dan 13 kg.
=
e 12 m verder dan 17 m.
=
ijk
b Een extra korting van € 7 bovenop de korting van € 14.
In k
5 Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken. a Joren fietste 12 seconden langer dan Steffi, die er 29 seconden over deed.
=
b Saïd is 1,50 m groot. Merel is 0,17 m langer.
=
c Martijn is 14 kg zwaarder dan Lieze, die 47 kg weegt.
=
d Sandrine sportte 15 minuten extra bovenop haar dagelijkse sessie van 50 minuten.
=
e Mirte koopt een outfit van € 57. Die van Friedl is € 16 duurder.
=
83
Formule 1B_2019.indb 83
13/06/19 12:13
2
Hoofdrekenen 6 Zoek het spreekwoord. 32 + 4 = 54 + 7 = 60 + 9 =
Hoofdstuk 3
5 + 72 = 8 + 54 = nemen
de
61
62
69
aa
r
bij knijpen
iemand
52
36 een
77
71
hand 35
pl
neus
em
Spreekwoord:
7 Los deze optellingen op met hoofdrekenen. a 385 + 3 = =
c 119 + 42 = d 83 + 17 =
g 63 + 59 + 77 = h 17 + 33 + 62 = i
72 + 78 + 36 =
j
16 + 111 + 34 =
ijk
e 37 + 67 =
14 + 32 + 46 =
ex
b 62 + 6
f
8 Met je vrienden speel je darts. De totaalscore van twee pijltjes bepaalt wie er wint. Wim:
17 + 38 =
In k
Mieke: 33 + 36 =
Pieter: 45 + 16 = Anja:
Winnaar:
32 + 51 =
9 Met je vrienden speel je darts. De totaalscore van drie pijltjes bepaalt wie er wint. Wim:
27 + 36 + 33 =
Mieke: 33 + 36 + 34 = Pieter: 26 + 16 + 45 = Anja:
Winnaar:
22 + 24 + 48 =
84
Formule 1B_2019.indb 84
13/06/19 12:13
10 In restaurant ‘Het Vette Everzwijn’ schrijft de kokkin de prijs van haar gerechten als sommen. Plaats de letter van de gerechten bij de overeenkomstige som. Let op! Soms kan een som meerdere keren als antwoord voorkomen.
everzwijn natuur
16 + 35
66
b
everzwijn met kaaskorstje
15 + 42
56
c
gemarineerd everzwijn van het huis
27 + 33
57
d
everzwijn met boschampignons
18 + 48
41
e
everzwijn à la romaine
39 + 12
51
f
traag gegaard everzwijn met bier
24 + 42
g
everzwijnpaté met seizoensgroenten
37 + 24
61
h
everzwijn à volonté
53 + 18
60
i
everzwijn in een huwelijk met konijn
33 + 38
81
j
everzwijn rijkelijk overgoten met honing
17 + 34
46
r
a
Hoofdstuk 3
Het Vette Everzwijn
em
pl
aa
71
11 Zoek het spreekwoord.
18 + 46 =
38 + 57 = 35 + 16 = kop
26 + 26 =
ijk
61
34 + 57 =
ex
29 + 32 =
aarde
steken
85
52 hoofd
51
71
In k
in
het
je
zand
64
95
91
Spreekwoord:
12 Hoeveel krijg je als je telkens de vier vakjes samentelt? 40 70
50 65
80 60
150 40
170 20
45 80
20 160
135 20
20 30
60 20
80 10
120 155
85
Formule 1B_2019.indb 85
13/06/19 12:13
13 Reken uit het hoofd. a Je koopt een printer van € 72,95 en een inktpatroon van € 23,75. Hoeveel betaal je in totaal? b Jason is 1,97 m groot. Zijn broer Wesley meet 1,56 m. Hoe groot zijn ze samen?
Hoofdstuk 3
c Een nieuwe fiets kost € 897. Je wilt ook een fiets-gps van € 136. Hoeveel kost het samen? d Je knipt eerst 4,97 m stof af en daarna nog eens 2,36 m. Hoeveel meter stof knipte je in totaal af?
aa
r
e Je mengt 525 ml haarlotion met een parfum van 38 ml. Hoeveel ml heb je in totaal? f Je lievelingscavia weegt 258 g. Het zusje weegt 179 g. Hoeveel gram wegen ze samen?
6
16
ijk
24
ex
em
pl
14 Elke steen van de piramide is gelijk aan de som van de getallen op de twee stenen eronder. Welke getallen ontbreken?
44
33
In k
15 Tovervierkant
Elke horizontale, verticale en diagonale rij van vijf getallen heeft als som 65! Heb je alles opgelost, controleer dan even of je alle getallen van 1 tot en met 25 terugvindt.
11
24 12
17
25
8
13 18
23
20 16 9
1 2
15
86
Formule 1B_2019.indb 86
13/06/19 12:13
3
Schatten 16 Ik ga naar de supermarkt. Ik wil onderstaande artikelen kopen. Ik heb € 7 bij. Heb ik geld genoeg? prijs
afgeronde prijs
Antwoordzin:
Hoofdstuk 3
€ 1,95
€ 3,45
aa
r
€ 0,50 schatting totaal
pl
17 Arne gaat naar een elektronicawinkel. Hij zou graag deze artikelen kopen. Schat in tientallen hoeveel hem dit zou kosten.
€ 72,95
Antwoordzin:
ex
€ 347,95
afgeronde prijs
em
prijs
€ 403,00
ijk
schatting totaal
In k
18 Op een sportsite vind je deze sportartikelen. Schat op de eenheid. Maat XS: € 7,95 Maat S: € 8,95 Maat M: € 11,45
Maat 152: € 14,95 Maat 158: € 16,45 Maat 164: € 20,95
Verzendkosten € 7,75
Maat 37: € 29,95 Maat 38: € 29,95 Maat 39: € 34,95 Maat 40: € 34,95
a Gert bestelt een shirt maat 158. Schatting: b Jomme bestelt een shirt maat 164 en een broek in maat S. Schatting: c Marc bestelt van alles de kleinste maat. Schatting:
87
Formule 1B_2019.indb 87
13/06/19 12:13
4
Cijferen 19 Schat en bepaal de som. a Schatten:
Hoofdstuk 3
+
b Schatten:
3
6
9
9
+
c Schatten:
7
2
5
1
7
8
+
d Schatten:
4
8
7
1
5
2
+
2
6
4
7
d 237 + 2 258 Schatten:
aa
c 4 576 + 549 Schatten:
pl
+
b 2 249 + 287 Schatten:
+
+
em
a 4 238 + 1 091 Schatten:
6
r
20 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.
+
2
21 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som. b 2 414 + 6 942 Schatten:
c 5 743 + 12 972 Schatten:
d 216 + 2 826 Schatten:
In k
ijk
ex
a 8 619 + 1 126 Schatten:
22 Schat en bepaal de som. a Schatten:
b Schatten:
c Schatten:
d Schatten:
6 1 4
,
2 9
7 0 9
,
7 5
8 2 7
,
0 5
6 0 7
+ 2 6
,
4 8
+
,
8
+ 3 2
,
7 5
+
6
9
,
3 5
88
Formule 1B_2019.indb 88
13/06/19 12:13
23 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som. b 607,8 + 79 Schatten:
+
c 17,01 + 3,87 Schatten:
+
d 9,4 + 14,72 Schatten:
+
Hoofdstuk 3
a 39,35 + 5,08 Schatten:
+
c 8,64 + 54,71 Schatten:
aa
b 5,18 + 7,11 Schatten:
em
pl
a 22,46 + 73,75 Schatten:
r
24 Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.
25 Vul de ontbrekende cijfers in.
2
ex
4
5
+
ijk
6
6
4 +
8
3
4
1 7
8
26 Vul de ontbrekende cijfers in.
8
In k
4
+
5
9
8
9
2,
7
+ , 8
9
7, 5
3
+
8
1
3 4
0
27 Op camping ‘De Groene Long’ staan 125 tenten en 47 caravans. Hoeveel kampeerplekken zijn er ingenomen op de camping? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
89
Formule 1B_2019.indb 89
13/06/19 12:13
5 Rekenen met je rekentoestel 28 Deze winter ben je van plan dierenpark ‘De Zonnegloed’ te bezoeken. Ook je opa (66 jaar) en je broer (10 jaar) gaan mee. Hoeveel inkomgeld zullen jullie samen moeten betalen? Schatten:
€ 11 € 11 € 11
€ 8,5 € 8,5 € 8,5
r
em
kortingstarief Rolstoelgebruiker Lerarenkaart 60+
aa
individuele bezoeken 0 - 2 jaar 3 - 11 jaar Volwassenen
zomer winter maart t/m november t/m oktober februari gratis gratis € 11 € 8,5 € 13 € 9,5
pl
Hoofdstuk 3
Berekening:
Antwoordzin:
In k
ijk
Schatten: Berekening:
ex
29 Simon heeft twee spaarrekeningen bij de bank: één van € 3 156,80 en één van € 764,50. Hij besluit het geld af te halen en laat alles op een nieuwe rekening plaatsen die meer intrest oplevert. Hoeveel stort Simon op die nieuwe rekening?
Antwoordzin:
30 Bij een inzamelactie voor het Kinderkankerfonds haalde klas 1A € 458 op. Klas 1B deed het ongeveer even goed met € 474. Hoeveel haalden beide klassen samen op? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
90
Formule 1B_2019.indb 90
13/06/19 12:13
31 Als vogelliefhebber ben je dol op verschillende vogelkastjes en voederbakjes. Bereken wat je moet betalen als je alles koopt.
€2
2,9
5
3
€1
€ 18
Hoofdstuk 3
€ 19,85
aa
r
Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
pl
32 Dean heeft een nieuwe Amerikaanse voetbaluitrusting nodig. Bereken hoeveel hij moet betalen.
broek
ex
helm
€ 129,75
€ 154,65
schoenen
shirt
€ 188,85
€ 39,95
ijk
Antwoordzin:
em
Schatten: Berekening:
In k
33 Ik mag van mijn ouders mijn kamer wat opfrissen. De kamer laten behangen kost € 148. Schilderen kost nog eens € 277. Hoeveel zal de opfrisbeurt kosten? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
91
Formule 1B_2019.indb 91
13/06/19 12:13
34 Kimberley laat zich verleiden door een reclamefolder. Ze wil graag een nieuwe printer, een draadloze muis en een draadloos toetsenbord. Ze neemt ook nog kerstverlichting en een kerstballenbox mee voor in haar klaslokaal. Hoeveel moet ze in totaal betalen?
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
Hoofdstuk 3
Schatten: Berekening:
Antwoord:
35 De familie Decorte vertrekt op zomervakantie. Hun mobilhome heeft 51 064,2 km op de teller staan. De reisweg heen en terug bedraagt 3 256,3 km. Ter plaatse maken ze enkele uitstappen voor een totaal van 897,2 km. Hoeveel km staat er op de teller als ze weer thuiskomen? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
92
Formule 1B_2019.indb 92
13/06/19 12:13
36 Een buschauffeur legt de eerste dag 365 km af. De tweede dag legt hij 137 km meer af. De derde dag legt hij evenveel km af als de eerste twee dagen samen. Hoeveel km legt hij in totaal af? tweede dag
derde dag
totaal
aa
r
Hoofdstuk 3
eerste dag
Antwoordzin:
em
pl
37 Sofie heeft € 150 om een nieuwe outfit te kopen. Ze heeft haar oog laten vallen op onderstaande artikelen. Zoek vier combinaties die ze kan kopen zodat ze genoeg geld heeft. Let wel: ze mag ook niet meer dan € 30 overhouden.
€ 66,45
B
ijk
A
€ 68,75
5
€ 53,7
ex
€ 14,50
In k
€ 22,75
E
combinatie
C
D
€ 78,95 € 63,00
5 € 33,1 F
G geschatte prijs
H correcte prijs
93
Formule 1B_2019.indb 93
13/06/19 12:13
Even samenvatten • Wiskundetaal
de som
Hoofdstuk 3
de termen
aa
r
139 + 72 = 211 de optelling
pl
meer dan, groter dan, extra, duurder dan, verder dan, langer dan …
em
• Hoofdrekenen splitsen
65 + 27
= 65 + 20 + 7
= 85 + 7
= 92
koppelen
48 + 23 + 12 = 48 + 23 + 12 = 60 + 23 = 83
aanvullen
324 + 299
ex
= 324 + 300 - 1 = 624 - 1 = 623
• Schat vooraf het resultaat
ijk
• Cijferen
1
5
4
7
2
7
5
8
2
2
In k
3
1
+
3
1
1 6
,
5
8
+
7
,
2
3
1
3
,
8
1
94
Formule 1B_2019.indb 94
13/06/19 12:14
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 30
Hoofdstuk 3
1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.
TOM1.1
376 en 25 noem je de 376 + 25 = 401
aa
Het resultaat, 401, noem je de
r
De bewerking zelf noem je een 1,5
Schrijf de volgende zinnen als een optelling en bereken.
TOM1.2
=
a 38 meer dan 64.
=
c Jana is 14 cm groter dan Emma, die 149 cm meet.
=
2 Hoofdrekenen
em
pl
b Alex deed 16 minuten langer over de wandeltocht van 10 km dan Michiel. Karel deed er 116 minuten over.
1,5
Los deze optellingen op met hoofdrekenen. a 533 + 6 b 15,8 + 4,5 c 4,2 + 5,75
f 12,7 + 15,8 + 3,3 =
=
g 278 + 199
=
=
h 16,98 + 32,24
=
=
i 497 + 366
=
j 14,37 + 22,95
=
ijk
d 73 + 88
=
ex
TOM2
e 156 + 83 + 14 =
10
In k
3 Schatten
TOM3
Mila gaat naar de supermarkt. Zij zou graag deze artikelen kopen. Schat in tientallen hoeveel dit zou kosten. prijs € 21,95
€ 58,65
€ 23,15
schatting totaal
Formule 1B_2019.indb 95
afgeronde prijs
Antwoordzin:
5
95
13/06/19 12:14
4
Cijferen Schat, schrijf onder elkaar en bepaal de som.
TOM4
a 351 + 42 Schatten:
b 54 + 824 Schatten:
Hoofdstuk 3
+
c 61,3 + 36,4 Schatten:
+
TOM5.1
Rekenen met je rekentoestel
In de Ronde van Italië, de Giro, moeten de renners verschillende bergen oprijden. Ze beklimmen onder andere de Gavia (2 621 m hoog) en de Stelvio (2 758 m hoog). Hoeveel meter hebben ze dan in totaal geklommen ?
pl
5
em
Schatten: Berekening: Antwoordzin:
2
ex
Dit weekend ga je met de jeugdbeweging naar Bellewaerde in Ieper. Het treinticket kost € 22,75. Een ingangsticket kost € 29,60. Hoeveel euro kosten de tickets samen?
ijk
TOM5.2
aa
r
6
Schatten: Berekening:
In k
Antwoordzin:
TOM5.3
2
Carl gaat twee uur laserschieten in de gamehal. Dat kost € 55. Hij bestelt na het spel nog een frisdrank van € 1,90 en een vegetarisch broodje van € 4,85. Hoeveel gaf Carl in totaal uit? Schatten: Berekening: Antwoordzin:
2
96
Formule 1B_2019.indb 96
13/06/19 12:14
Gamezone
0
1
1
1
0
0 0
1
0 1
0
0
0
1
0
0
1
1
0
1
0
0
1
1
em
1 1
1
0
1
0
1
1
ex
0
0
0
1 1
1
ijk In k
0
pl
0 1
aa
0
r
1
1
Hoofdstuk 3
1 Binairo Vul het rooster zo in dat elke rij en elke kolom gevuld is met 6 nullen en 6 ééntjes.Niet meer dan twee nullen of twee ééntjes mogen naast of onder elkaar staan. Dezelfde rijen en kolommen zijn niet toegestaan. Er is één unieke oplossing.
1
1
1
0
1
0
1
0 1
0
0 1
0 1
0
1 1 1
1
1 0
0
1
1
1
0
0 1
0 0
0
0 1
0
97
Formule 1B_2019.indb 97
13/06/19 12:14
2
b Hoeveel blikken zijn het als je er nog een laag onder zet?
c Hoeveel blikken heb je nodig voor een stapel van 8 lagen?
d Hoeveel lagen heb je met een stapel van 28 blikken?
e Hoeveel lagen heb je met een stapel van 55 blikken?
r
Hoofdstuk 3
8
2
Eén cijfer is correct en staat op de juiste plaats.
6
1
4
Eén cijfer is correct, maar staat op de foute plaats.
2
0
6
7
3
8
8
7
0
aa
6
pl
KRAAK JIJ DE CODE?
Twee cijfers zijn correct, maar staan op de foute plaats. Er is niets correct.
em
3
a Uit hoeveel blikken bestaat de stapel?
Eén cijfer is correct, maar staat op de foute plaats.
In k
ijk
ex
4 Wie woont waar? Hier zie je een huizenblok van zeven huizen. Zoek uit welke familie in welk huis woont. De gegevens hieronder kunnen je daarbij helpen.
nr. • De familie Jacobs woont in het midden • De familie Grocek woont op het nummer dat je door 11 kunt delen. • De familie Çaliskan woont op het nummer dat je door 9 en door 2 kunt delen. • De familie Weert woont op het nummer dat op een 6 eindigt, als je het halveert. • De familie Ramzi woont op het eerste nummer dat je met drie cijfers schrijft. • De familie Janssen woont op het nummer dat je door 13 kunt delen.
98
• De familie Brijde woont op het nummer dat 3 geeft als de cijfers van dat nummer worden opgeteld.
Formule 1B_2019.indb 98
13/06/19 12:14
4
Lijnen, een kwestie van smaak!
Geef alle lijnen van eenzelfde soort dezelfde kleur.
aa
r
rechte lijnen
ijk
ex
em
pl
gebogen lijnen
In k
gebroken lijnen
Formule 1B_2019.indb 99
13/06/19 12:14
Planner
Ben ik mee?
Op mijn maat
Even samenvatten
Test op mezelf
129
Gamezone
131
1 2 3 4 5 6 7
Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten
103 105 107 108 110 111 112
aa
Soorten lijnen Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnstukken meten en tekenen Onderlinge ligging van rechten Evenwijdigen tekenen Loodlijnen tekenen Coördinaten
pl
1 2 3 4 5 6 7
r
113
em
Hoofdstuk 4
Aan de slag
115 117 119 120 123 124 126 128
ex
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
In k
ijk
In dit hoofdstuk leer je alles over lijnen.
100
Formule 1B_2019.indb 100
13/06/19 12:14
Formule 1B_2019.indb 101
Loodlijnen tekenen
Coรถrdinaten
6
7 /2
/20
BIM7
Totaal
/2
/2
/4
/2
1
0
0
Oef 36
Oef 31
Oef 27
Oef 38
Oef 37
Oef 32
Oef 28
1
1
Oef 39
Oef 33
Oef 29
Totaal
Totaal
TOM7
TOM6
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/20
/2
/2
/2
/4
/2
/4
/5
/ 20
Hoofdstuk 4
/
/
/
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa 2
2
2
4
2
3
5
/
Oef 35
Oef 34
Oef 30
Oef 26
Oef 25
Oef 17
Oef 13
Oef 6
pl
em Oef 24
Oef 21
Oef 19 Oef 22
Oef 23
Oef 16 2-3
1
2
Oef 5
Oef 20
0
Oef 12
Oef 10
Oef 15
Oef 11
Oef 9
ex
0-1
0
Oef 4
Oef 3
3-4
Oef 18
Oef 14
Oef 8
0-1
ijk Oef 7
Oef 2
Oef 1
0-2
Test op mezelf
Datum:
p. 112
BIM6
BIM5
BIM4
BIM3
/3
/5
Op mijn maat
Klas:
p. 111
Evenwijdigen tekenen p. 110
p. 108
5
van rechten
Onderlinge ligging
tekenen
Lijnstukken meten en p. 107
BIM2
BIM1
In k
Ben ik mee?
Nr.:
4
3
Rechte, halfrechte en p. 105
lijnstuk
2
p. 103
Soorten lijnen
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: /
101
13/06/19 12:14
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/ /
r
Hoofdstuk 4
Extra opdracht 1 :
/
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik net gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zelfstandig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik nauwkeurig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
102
Formule 1B_2019.indb 102
13/06/19 12:14
Aan de slag 1 Soorten lijnen
pl
aa
r
Hoofdstuk 4
Eén van de achtbanen in de Efteling, Joris en de Draak, is twee keer 810 m lang en op het hoogste punt 25 meter hoog. De achtbaan behaalt een snelheid van 75 kilometer per uur. De houten constructie bestaat uit gebogen, gebroken en rechte lijnen.
3
2
em
1
6
ex
5
4
ijk
Gebogen lijnen
In k
Welke getallen op de foto van Joris en de Draak geven gebogen lijnen aan? Gebogen lijnen kunnen open of gesloten zijn. Noteer hieronder de best passende naam bij iedere foto.
103
Formule 1B_2019.indb 103
13/06/19 12:14
Gebroken lijnen Welke getallen op de foto van Joris en de Draak geven gebroken lijnen aan? Gebroken lijnen kunnen open of gesloten zijn. Noteer hieronder de best passende naam bij iedere foto.
aa
r
Hoofdstuk 4
pl
Rechte lijnen
em
Welke getallen op de foto van Joris en de Draak geven rechte lijnen aan? Rechte lijnen kunnen horizontaal, verticaal of schuin zijn.
In k
ijk
ex
Noteer hieronder de best passende naam bij iedere foto.
Het is onmogelijk om in een rechte lijn de uitgang van dit doolhof te vinden … Met welk soort lijn heb je de uitgang gevonden?
104
Formule 1B_2019.indb 104
13/06/19 12:14
2 Rechte, halfrechte en lijnstuk Lijnen bestaan uit punten die allemaal in een vlak liggen. Zo schrijf en teken je op het vlak van een blad papier. De leraar gebruikt het vlak van het bord. Punt Hieronder zijn een aantal punten getekend. Een punt wordt met een drukletter aangeduid. Notatie: A
aa
r
Hoofdstuk 4
Lees: het punt A B
A C
pl
E
F
em
D
Rechte
ex
G
Teken met een lat op het bord hierboven een rechte lijn door A en B.
ijk
Deze lijn heet een rechte. Door twee verschillende punten kun je precies één rechte tekenen. Omdat de rechte door A en door B is getekend, spreek je over de rechte AB. Je kunt ook een kleine letter gebruiken om een rechte een naam te geven.
In k
Notatie: AB of a
a
A
B
Lees: de rechte AB of de rechte a Halfrechte
Teken met een lat op het bord hierboven een rechte lijn vanaf C door D. De lijn start in C en gaat door D. Die lijn heeft één grenspunt. Zo’n lijn noem je een halfrechte. Notatie: [CD
Het punt C noem je het grenspunt van de halfrechte.
Lees: de halfrechte [CD
C
D
105
Formule 1B_2019.indb 105
13/06/19 12:14
Lijnstuk Teken met een lat op het bord op de vorige pagina een rechte lijn van E tot aan F. De lijn start in E en eindigt in F. Deze lijn heet een lijnstuk. Een lijnstuk heeft twee grenspunten. Notatie: [EF] of [FE]
E
F
Lees: lijnstuk [EF] of [FE]
r
P
aa
Hoofdstuk 4
Op de foto hieronder zijn een aantal lijnen in het rood aangeduid. Benoem ze. Noteer voor iedere lijn de punten waardoor de lijn loopt en de grenspunten. Geef ten slotte de juiste notatie.
4
1
R
pl
2
C
N
E
5
em
M
3
L
ex
K
punten
grenspunt(en)
notatie
en
2
ijk
benaming
en
3
en
4
en
5
en
In k
1
Vul de tabel aan. naam
notatie
1
[AB]
2
3
[MN]
voorstelling A
B L
K
106
Formule 1B_2019.indb 106
13/06/19 12:14
3 Lijnstukken meten en tekenen Een lijnstuk kun je meten. Daarvoor gebruik je een meetlat. Meet de lengte en de breedte van het fotokader. C
Lijnstuk [AB] is cm lang.
A
B
pl
Een lijnstuk kun je ook tekenen. Teken een lijnstuk [AB] van 6,8 cm.
aa
r
Hoofdstuk 4
Lijnstuk [BC] is cm lang.
ex
em
A
Teken een lijnstuk [AB] van 12,5 cm.
In k
ijk
A
Meet of teken volgende lijnstukken. lijnstuk
lengte
1
[AB]
cm
2
[CD]
cm
3
[EF]
cm
4
[GH]
8,5 cm
5
[IJ]
6,2 cm
voorstelling A
B
C E
D F
107
Formule 1B_2019.indb 107
13/06/19 12:14
4 Onderlinge ligging van rechten evenwijdige rechten b
snijdende rechten
a a
a b
b
snijdende rechten
loodlijnen
aa
Hoofdstuk 4
evenwijdige rechten
r
b
a
b
b S
pl
a
snijpunt
a
S
em
a
b
snijpunt
Notatie: Lees:
ijk
a // b
ex
De rechten a en b snijden De rechten a en b snijden elkaar. elkaar niet. Ze hebben één punt gemeenschappelijk. Ze hebben geen enkel punt Dat punt noem je het snijpunt. gemeenschappelijk.
In k
De rechte a is evenwijdig met de rechte b.
a
De rechte a snijdt de rechte b.
Vul in met het best passende symbool. Kies uit //,
c
a
a⊥b
b
f
d
De rechte a staat loodrecht op de rechte b. of ⊥. a b a c f b
e
c d b
e c
108
Formule 1B_2019.indb 108
13/06/19 12:14
Beide lijnen op de foto zijn
In werkelijkheid zijn de lijnen
In werkelijkheid zijn de lijnen
em
pl
aa
r
Beide lijnen op de foto zijn
Hoofdstuk 4
Wat je op een foto ziet, is niet altijd hoe het werkelijk is.
Beide lijnen op de foto zijn
ex
Beide lijnen op de foto zijn
In werkelijkheid liggen de lijnen niet in hetzelfde vlak. Ze hebben ook geen snijpunt. Je spreekt over kruisende rechten.
In k
ijk
Zijn de rechten in werkelijkheid snijdend of kruisend? Vink aan.
snijdend
kruisend
snijdend
kruisend
snijdend
kruisend
snijdend
kruisend 109
Formule 1B_2019.indb 109
13/06/19 12:14
5 Evenwijdigen tekenen Welke rechten zijn evenwijdig? Duid aan. e c
a
d
b
f
aa
r
Hoofdstuk 4
Tekenzijde door het punt A.
b
em
A
pl
Een evenwijdige b tekenen aan de rechte a door een punt A doe je met je geodriehoek. Daarvoor gebruik je de evenwijdige hulplijnen van je geodriehoek.
ex
Hulplijn valt samen met de rechte a.
Leg je geodriehoek zo dat een hulplijn samenvalt met de rechte a. Zorg ervoor dat de tekenzijde op dezelfde hoogte komt als punt A. Teken nu een evenwijdige rechte met de rechte a door het punt A. Noem die rechte b.
ijk
• • • •
a
In k
Teken door K de rechte p evenwijdig met m. m
Teken door L de rechte r evenwijdig met n. L
K
n
110
Formule 1B_2019.indb 110
13/06/19 12:14
6 Loodlijnen tekenen Welke rechten staan loodrecht op elkaar? Duid aan. f
d
c
a
e
r
aa
Hoofdstuk 4
b
em
B
Loodlijn valt samen met de rechte c. c
ijk
ex
Tekenzijde door het punt B.
pl
Een loodlijn d op een rechte c tekenen door een punt B doe je met je geodriehoek. Daarvoor gebruik je de loodlijn van je geodriehoek.
In k
d
• • • •
Leg je geodriehoek zo dat de loodlijn samenvalt met de rechte c. Zorg ervoor dat de tekenzijde door het punt B loopt. Teken nu een loodlijn loodrecht op de rechte c door het punt B. Noem die rechte d.
Teken door K de rechte q loodrecht op m. m
Teken door L de rechte s loodrecht op n.
K L
n
111
Formule 1B_2019.indb 111
13/06/19 12:14
7 Coördinaten Een plaats in een rooster bepaal je met coördinaten. Het rooster bestaat uit vakjes gevormd door evenwijdige horizontale en verticale lijnen. Horizontaal worden de vakjes met een letter of getal aangeduid. Verticaal met een getal. Coördinaten bestaan uit een letter en een getal of twee getallen tussen haakjes. Let wel: je noteert altijd eerst het getal of de letter van de horizontale as.
4
4
3
pl
3
2
2
A
B
C
D
em
1
1
E
F
ex
Bepaal de coördinaten van ( , )
ijk
Bepaal de coördinaten van de gekleurde vakjes.
4
5
6
Bepaal de coördinaten van ( , )
Bepaal de coördinaten van de getekende punten.
In k
1 D
E
F
( , ) en ( , ) Kleur in het bovenstaande rooster. (A,1) en (E,3)
Formule 1B_2019.indb 112
3
B
2
1 C
2
3
2
B
1
4
3
A
0
5
4
112
r
5
5
5
staat op plaats (3,1) in het rooster. Teken de smiley opnieuw op plaats (5,2)
aa
Hoofdstuk 4
staat op plaats (B,2) in het rooster. Teken de smiley opnieuw op plaats (E,4)
0
A
1
2
3
4
5
6
A( , ) en B( , ) Plaats de punten C en D in het bovenstaande rooster. C(2,5) en D(4,2)
13/06/19 12:14
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 20
1 Soorten lijnen
3
em
Teken.
BIM1.2
pl
aa
r
Hoofdstuk 4
Vul in met de best passende lijnsoort.
BIM1.1
een gebroken lijn
ex
een gesloten gebogen lijn
ijk
2
2 Rechte, halfrechte en lijnstuk Vul aan met een passende benaming, notatie of voorstelling.
In k
BIM2
A
L
B
K
M
O
halfrechte
notatie: AB
notatie:
notatie:
3 Lijnstukken meten en tekenen BIM3
3
Meet en teken correct de gegeven lijnstukken. A
B
[AB] = cm [CD] = 5,5 cm 2
113
Formule 1B_2019.indb 113
13/06/19 12:14
4 Onderlinge ligging van rechten of ⊥.
Vul in met het best passende symbool. Kies uit //,
BIM4.1
d
b c
a
a c
b
c d
c
3
r
snijdend
aa
Hoofdstuk 4
Zijn de lijnen in werkelijkheid evenwijdig, snijdend of kruisend? Vink aan.
BIM4.2
kruisend
1
pl
evenwijdig
5 Evenwijdigen tekenen
Teken door P een rechte e evenwijdig met f.
em
BIM5
f
ex
P
ijk
2
6 Loodlijnen tekenen
Teken op de tekening hierboven door P een rechte g loodrecht op e. Kies een punt Q op f. Teken door Q een rechte h loodrecht op e.
In k
BIM6
2
7 Coördinaten
BIM7
a Bepaal de coördinaten. ( , ) b Bepaal de plaats van het vakje in het rooster. (D,2)
5 4 3 2 1
114
Formule 1B_2019.indb 114
2
A
B
C
D
E
F
13/06/19 12:14
Op mijn maat Soorten lijnen Duid de juiste lijnsoort aan.
2
gebroken lijn gebogen lijn
Welke lijnen worden op de foto’s aangeduid? Kies uit gebogen, gebroken of rechte lijn. d
a
c
3
e
d
f
Open gebroken lijn, open gebogen lijn, gesloten gebroken lijn of gesloten gebogen lijn? c
In k
a
f
c
ijk
b
e
ex
a
em
pl
b
gebroken lijn gebogen lijn
Hoofdstuk 4
r
1
aa
1
b
d
115
Formule 1B_2019.indb 115
13/06/19 12:15
4
Benoem met horizontale, verticale of schuine rechte. a
c e
f
d
b
aa
r
Hoofdstuk 4
Vul de tabel aan.
schuine rechte lijn
gesloten gebogen lijn
Duid op de foto hieronder met de aangegeven kleur een voorbeeld van deze lijnen aan: gesloten gebroken lijn, open gebroken lijn, gesloten gebogen lijn, open gebogen lijn.
In k
6
ijk
ex
open gebroken lijn
em
pl
5
116
Formule 1B_2019.indb 116
13/06/19 12:15
2
Rechte, halfrechte en lijnstuk 7
Vul de juiste woorden in.
Door twee verschillende punten kun je precies één
tekenen.
Een rechte lijn die aan één kant is begrensd, noem je een Een rechte lijn die aan twee kanten is begrensd, noem je een Duid de juiste uitspraken aan.
9
Een rechte is aan één zijde begrensd.
r
Een rechte is aan twee zijden begrensd.
Hoofdstuk 4
Een lijnstuk is aan één zijde begrensd.
aa
Een lijnstuk heeft twee grenspunten. Een rechte heeft geen grenspunten. Een halfrechte heeft geen grenspunten.
pl
Een lijnstuk heeft geen grenspunten.
Een halfrechte heeft twee grenspunten. Een rechte is oneindig lang.
em
8
Een halfrechte is aan één kant begrensd.
Hoe lees je deze notaties? Schrijf ze voluit.
ex
A a
[AB] AB
ijk
[AB
AB]
In k
10 Overtrek de halfrechten met groen, de lijnstukken met rood en de rechten met blauw.
A
I
J
H
B
D
E
C
G
F
117
Formule 1B_2019.indb 117
13/06/19 12:15
11 Geef hieronder de correcte notatie van de halfrechten, lijnstukken en rechten uit de vorige oefening. halfrechten
lijnstukken
[
[
]
[
[
]
rechten
E
1
I
5
H
4 F B
pl
C
notatie
2 3 4
naam
ijk
5
2
ex
1
D
em
nummer
A
3
aa
Hoofdstuk 4
G
r
12 Noteer in de tabel onder de foto bij ieder nummer de juiste naam en notatie van de lijn.
In k
13 Vul de tabel aan. naam
notatie
voorstelling
[AB C
D E
F
[GH] I
J
KL
118
Formule 1B_2019.indb 118
13/06/19 12:15
3
Lijnstukken meten en tekenen 14 Lees telkens de lengte van het lijnstuk [AB] af. A
B
cm A
B
r
B
aa
A
Hoofdstuk 4
cm
B
em
pl
A
cm
cm
15 Meet met een meetlat de lengte van volgende lijnstukken. A
A
B B
[AB] =
cm
[AB] =
cm
[AB] =
cm
[AB] =
cm
ijk
A
B
ex
A
B
In k
16 Teken een lijnstuk met de gevraagde lengte. Vergeet het lijnstuk niet te benoemen. [AB] = 4 cm [CD] = 10,5 cm [EF] = 6,5 cm
17 Teken een lijnstuk met de gevraagde lengte. Vergeet het lijnstuk niet te benoemen. [AB] = 5,2 cm [CD] = 9,6 cm [EF] = 3,3 cm
119
Formule 1B_2019.indb 119
13/06/19 12:15
4
Onderlinge ligging van rechten 18 Vul in met evenwijdig, snijdend of loodrecht.
De rechten die op het openstaande raam zijn aangeduid zijn
r
De aangeduide lijnen op de davidsster zijn
ex
em
pl
aa
Hoofdstuk 4
De aangeduide strepen die de vliegtuigen achterlaten zijn allemaal
De stijlen van de ladder lopen
De spijlen en de dwarslat van het hek staan
ijk
De aangeduide lijnen op de parking zijn
19 Verbind met je lat wat bij elkaar hoort.
a⊥b
snijdend
a // b
loodrecht
a
In k
evenwijdig
b
20 Zijn deze rechten snijdend? Zo ja, duid het snijpunt aan. e
d
c
b
a
ja
nee
f
ja
nee
ja
nee
120
Formule 1B_2019.indb 120
13/06/19 12:15
of ⊥.
21 Vul in met //, a
b
c
b
d d
a b
c
c d
r
of ⊥.
a
aa
22 Vul in met //,
Hoofdstuk 4
a
d
a
b
c
d
pl
b
e
f
em
a
b
c
c
ex
d
e
f
ijk
f
e
In k
23 Wat je op een foto ziet, is niet altijd hoe het werkelijk is.
Beide lijnen op de foto zijn
Beide lijnen op de foto zijn
In werkelijkheid zijn de lijnen
In werkelijkheid zijn de lijnen
121
Formule 1B_2019.indb 121
13/06/19 12:15
24 Hoe zijn de rode lijnen in werkelijkheid?
snijdend
kruisend
snijdend
snijdend
kruisend
snijdend
kruisend
snijdend
kruisend
pl
aa
r
Hoofdstuk 4
kruisend
snijdend
kruisend
em
ijk
ex
25 Zijn de lijnen in werkelijkheid snijdend, kruisend of evenwijdig? Vink aan.
snijdend
kruisend
evenwijdig
snijdend
kruisend
evenwijdig
kruisend
evenwijdig
snijdend
kruisend
evenwijdig
In k
snijdend
122
Formule 1B_2019.indb 122
13/06/19 12:15
5
Evenwijdigen tekenen 26 a Duid met rood op iedere geodriehoek de tekenzijde aan. b Welke met blauw aangeduide lijnen op de geodriehoek gebruik je om evenwijdig te tekenen? Duid het juiste antwoord aan.
Â
r
Hoofdstuk 4
Â
aa
27 Teken telkens met je geodriehoek een rechte b evenwijdig met a.
pl
a
em
a
a
28 Teken met je geodriehoek een rechte b door A evenwijdig met a.
a
a
ex
a
A
A
In k
ijk
A
29 Controleer met de geodriehoek welke rechte evenwijdig is met de groene rechte. Markeer.
123
Formule 1B_2019.indb 123
13/06/19 12:15
6
Loodlijnen tekenen
Hoofdstuk 4
Â
aa
Â
r
30 a Duid met rood op iedere geodriehoek de tekenzijde aan. b Welke met blauw aangeduide lijnen op de geodriehoek gebruik je om loodrecht te tekenen? Duid aan.
pl
31 Teken met je geodriehoek telkens een rechte b loodrecht op a.
a
em
a
ex
a
ijk
32 Teken met je geodriehoek een rechte b door A loodrecht op a.
A
a A
In k
a
a
a
A A
124
Formule 1B_2019.indb 124
13/06/19 12:15
33 Lees eerst de opgave goed. Teken heel nauwkeurig met je geodriehoek en potlood. Vergeet niet de namen en symbolen erbij te schrijven. d
Teken m zo dat W tot m behoort en loodrecht staat op t. W
a
K
t
b
Hoofdstuk 4
Teken door K de rechten l en p zodat l // a en p // b.
r
a
Teken door K de rechte f en g zodat f ⊥ m en g // n.
e
Teken door P de rechte c zodat c ⊥ b. Noem het snijpunt S. Teken door S een rechte d // a.
em
b
pl
aa
r
m
K
P
b
Teken door X de rechte h, zodat h ⊥ a en h ⊥ b.
In k
c
ijk
ex
n
a k
f
Teken door M de rechte z zodat z // r. Het snijpunt van z en q noem je P. Teken dan [PO. q
a
r M
X b O
125
Formule 1B_2019.indb 125
13/06/19 12:15
7
Coรถrdinaten 34 Wat zijn de coรถrdinaten van volgende steden?
8
NOORDZEE
NEDERLAND
Zeebrugge
7 DUITSLAND
Brugge
=(
,
)
Namen
=(
,
)
Hasselt
=(
,
)
Aarlen
=(
,
)
6 Waver
5
Luik
Namen
Bergen
Hoofdstuk 4
3
Gent
Bastenaken
FRANKRIJK
2
Aarlen
B
C
D
E
,
)
Antwerpen = (
,
)
G
F
H
I
em
A
LUXEMBURG
=(
pl
1
aa
r
4
35 Welke steden liggen op volgende coรถrdinaten? (D,4)
(E,6) (E,5)
ex
(H,5)
7
In k
6
ijk
36 Bepaal de coรถrdinaten van volgende boten. (
,
)
(
,
)
(
,
)
(
,
)
(
,
)
(
,
)
5 4 3 2 1
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
126
Formule 1B_2019.indb 126
13/06/19 12:15
37 Bepaal de coördinaten van de punten die in het rooster getekend zijn.
8
J
7
G
6
H B
0
,
)
B(
,
)
G(
,
)
F
C(
,
)
H(
,
)
D(
,
)
I(
,
)
E(
,
)
J(
,
)
E A D
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Hoofdstuk 4
1
F(
C
3 2
)
r
4
,
aa
5
A( I
38 Plaats de punten met gegeven coördinaten in het rooster.
9 8 7
B(0,4)
G(0,0)
em
6 5 4 2 1 2
3
4
5
6
7
8
9
ijk
1
ex
3
0
F(6,0)
pl
A(1,5)
C(8,1)
H(2,8)
D(3,9)
I(9,9)
E(5,5)
J(6,7)
39 Plaats de punten met gegeven coördinaten in het rooster.
In k
7 6 5 4 3
D(5,2)
B(3,0)
E(2,1)
C(4,5)
F(0,0)
Teken onderstaande rechten.
2
Vul in met //,
1 0
A(2,3)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
of ⊥
AB
CD
CD
ED
AF
AB
127
Formule 1B_2019.indb 127
13/06/19 12:15
Even samenvatten
gesloten
open
gesloten horizontaal verticaal
Hoofdstuk 4
rechte A
halfrechte A
B
Notatie: AB of a Lees: rechte AB of a
B
lijnstuk
A
Notatie: [AB Lees: halfrechte [AB
evenwijdige rechten
Notatie: [AB] Lees: lijnstuk [AB]
loodlijnen
em
snijdende rechten
b
b
ex
ijk
Notatie:
snijpunt
S
S
a
b
B
snijdende rechten
evenwijdige rechten
a
schuin
pl
a
rechten
aa
open
gebroken lijnen
r
gebogen lijnen
a
snijpunt
a // b
a
De rechte a is evenwijdig met de rechte b.
De rechte a snijdt de rechte b.
a⊥b
b
In k
Lees:
kruisende rechten
De rechte a staat loodrecht op de rechte b.
Lijken een snijpunt te hebben, maar dat is in werkelijkheid niet zo omdat ze niet in hetzelfde vlak liggen.
coördinaten Bepalen nauwkeurig de plaats van een figuur in een rooster. Bij coördinaten noteer je eerst het getal of de letter van de horizontale as.
4 3
A
(2,3)
2
3
2 1
128
Formule 1B_2019.indb 128
0
1
4
13/06/19 12:15
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 20
1 Soorten lijnen
aa
r
Hoofdstuk 4
Welke soorten lijnen herken je op de foto’s?
TOM1.1
pl
een open gebogen lijn
een gesloten gebroken lijn
ex
een horizontale lijn
em
Teken nauwkeurig en net.
TOM1.2
2
3
ijk
2 Rechte, halfrechte en lijnstuk
Vul aan met de passende benaming, notatie of voorstelling.
In k
TOM2
K
C
Q
L
P
D
a
Notatie:
Notatie:
Notatie:
3
3 Lijnstukken meten en tekenen TOM3
Meet en teken correct de gegeven lijnstukken. A
B
[AB] = cm [CD] = 4,8 cm
2
129
Formule 1B_2019.indb 129
13/06/19 12:15
4
Onderlinge ligging van rechten of ⊥.
Vul in met het best passende symbool. Kies uit //,
TOM4.1
d
a
d
c
d
b
c
e c
r
Hoofdstuk 4
a 3
aa
b
Zijn de lijnen in werkelijkheid evenwijdig, snijdend of kruisend? Vink aan.
TOM4.2
snijdend
5 TOM5
Evenwijdigen tekenen
em
pl
kruisend
evenwijdig
1
D D C C
A A
G G
FF B B
E E
In k
ijk
ex
Teken door E een rechte e evenwijdig met AB.
6
TOM6
2
Loodlijnen tekenen Teken hierboven door D een rechte d loodrecht op AB.
7 TOM7
2
Coördinaten a Bepaal de coördinaten van punt A. A( , )
4
b Plaats het punt B met de gegeven coördinaten in het rooster. B(4,0)
2
A
3 1 0
1
2
3
4
2
130
Formule 1B_2019.indb 130
13/06/19 12:15
Gamezone 3
Opa trakteert met pannenkoeken voor zijn 65ste verjaardag. Hij heeft ze origineel met getallen versierd. De som van elke horizontale, verticale en schuine rij van vijf pannenkoeken moet 65 zijn. Vul jij op de lege pannenkoeken het juiste getal in? Hoofdstuk 4
Deze potloden zijn als een Mikado op elkaar gestapeld. Noteer de volgorde waarin de potloden gestapeld zijn. Begin met het bovenste potlood.
-
-
-
-
-
-
-
-
Kleur de weg die de pinguïn moet volgen. O2 wil zeggen ‘ga twee ijsschotsen naar Onderen’. B wil zeggen naar Boven, L naar Links en R naar Rechts.
4
Elk ei is de som van de twee eieren eronder. Noteer in de lege eieren de juiste getallen.
In k
ijk
ex
2
em
pl
-
aa
r
1
131
Formule 1B_2019.indb 131
13/06/19 12:15
5 Kamiel is zijn moeder kwijt! Help jij hem haar te vinden? Er zijn wel wat spelregels: Kamiel mag nooit schuin lopen. Hij moet over elk vakje lopen. Hij mag geen twee keer over eenzelfde vakje lopen. Hij mag niet over een vakje met een wolf lopen.
em
pl
aa
r
Hoofdstuk 4
ex
6 Melanie is jarig en zit met haar familie aan de verjaardagstafel. Zet iedereen op de juiste plaats aan tafel.
In k
ijk
Opa zit recht tegenover Melanie. Oma zit aan de rechterkant van de jarige. Haar zus Laurence zit aan de rechterkant van opa. Tegenover oma zit mama. Haar broer zit niet naast een meisje. Papa zit niet naast Laurence. Birger, haar vriendje, zit tegenover haar papa.
A
E
B
F
C
G
D
132
Formule 1B_2019.indb 132
13/06/19 12:15
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
5
Solden maken het verschil
Shari wil proďŹ teren van de solden om een nieuwe outfit te kopen. Als ze de jeansbroek koopt, hoeveel moet ze dan betalen? Tatjana is verzot op de trui. En zeker met de geweldige soldenprijs ‌ Als ze de trui koopt, hoeveel korting krijgt ze dan? Rihanna moet absoluut de schoenen hebben. Hoeveel moet zij daarvoor betalen, rekening houdend met de korting?
Formule 1B_2019.indb 133
13/06/19 12:15
Planner
Op mijn maat
Even samenvatten
Test op mezelf
140 141 142 142 143 144
Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel
145 147 148 152 153 155 158
159
161
ijk
Gamezone
1 2 3 4 5
em
Ben ik mee?
ex
Hoofdstuk 5
137 137 137 138 138 139
r
aa
1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de aftrekking 1.2 Wiskundetaal en de aftrekking 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 2.3 Hoofdrekenen met positieve en negatieve getallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen aftrekken 4.2 Kommagetallen aftrekken 5 Rekenen met je rekentoestel
pl
Aan de slag
In k
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen In dit hoofdstuk leer je alles over de aftrekking.
134
Formule 1B_2019.indb 134
13/06/19 12:15
Formule 1B_2019.indb 135
Hoofdrekenen
Schatten
Cijferen
Rekenen met je
2
3
4
5
Totaal
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
/25
/6
/4
/2
/10
/3
Oef 23
Oef 35
Oef 34
0-2 Oef 36 Oef 39
Oef 38
Oef 37
Oef 32
Oef 31
Oef 26
Oef 12
3-4
3
Oef 42
Oef 41
Oef 40
Oef 33
Oef 30
Oef 27
Oef 15
Oef 13
Oef 10
Oef 3
5-6
4
2
9-10
3
Oef 43
Oef 24
Oef 16
r
/
/
/
/
/
/
Resultaat
Totaal
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/25
/6
/4
/2
/10
/3
Test op mezelf
Datum: / / 20
Hoofdstuk 5
Totaal
Oef 44
aa
pl
em
Oef 22
Oef 21
Oef 14
Oef 11 1
6-8
2
Oef 9
Oef 8
Oef 7
Oef 29
0-2
0
Oef 20
ex Oef 19
Oef 5
Oef 2
Oef 28
Oef 25
Oef 18
Oef 17
Oef 6
0-5
ijk Oef 4
Oef 1
0-1
Op mijn maat
Klas:
p. 144
p. 142
p. 141
p. 138
p. 137
In k
Ben ik mee?
Nr.:
rekentoestel
Wiskundetaal
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: /
135
13/06/19 12:15
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Hoofdstuk 5
Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik net gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik telkens een antwoordzin geformuleerd
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik het rekentoestel zinvol gebruikt?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
136
Formule 1B_2019.indb 136
13/06/19 12:15
Aan de slag 1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de aftrekking
Antwoordzin:
pl
Hoofdstuk 5
Berekening:
aa
r
Deze gietijzeren wok kost bij kookwinkel ‘Chez le Chef’ € 79. Bij de concurrent ‘Het pannenhuis’ kost diezelfde pan € 6 minder. Hoeveel kost de wok bij ‘Het pannenhuis’?
het verschil
em
de termen
79 - 6 = 73
ex
het aftrektal
de aftrekker
de aftrekking
ijk
1.2 Wiskundetaal en de aftrekking
Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken. =
b Maité is 23 cm kleiner dan Nina, die 149 cm meet.
=
c Laila weegt 67 kg. Uti is 12 kg lichter.
=
d Kiara springt over 1,28 m. Said springt 0,13 m lager.
=
In k
a Drie minder dan achttien.
e Bianca staat op 98 cm van het bord. Kjenta staat 23 cm = dichter. f Vandaag is het 7 °C. Morgen wordt het 2 graden kouder.
=
g Je ketting kost € 34. Die van Febe is € 8 goedkoper.
=
h Het skipak kost € 158. Mirte krijgt nog € 6 korting.
=
137
Formule 1B_2019.indb 137
13/06/19 12:15
2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen • Splitsen lukt altijd
Los op door te splitsen.
262 - 24 = 262 - 20 - 4 = 242 - 4 = 238
a 89 – 27
=
=
b 838 – 14 =
=
Hoofdstuk 5
Houd de eerste term, splits de tweede term en trek in stapjes af.
d 272 – 156 =
=
Los op door aan te vullen.
em
ex
253 - 196 = 253 - 200 + 4 = 53 + 4 = 57
In k
ijk
196 ligt dicht bij 200. Je trekt 200 af, maar dat is 4 te veel. Je moet dus 4 weer optellen.
• Je kunt soms werken met een rond getal 906 - 386 = 900 - 380 $ $ = 520 - 6 - 6
a 84 – 39
=
=
b 207 – 79
=
=
c 374 – 128 =
=
d 266 – 38
=
=
Los op. a 803 – 477 =
=
b 781 – 302 =
Wat je doet met het ene getal, moet je ook doen met het andere getal.
=
pl
• Misschien kun je aanvullen
=
aa
r
c 736 – 54 =
=
c 298 – 135 =
=
d 802 - 398 =
=
138
Formule 1B_2019.indb 138
13/06/19 12:15
2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd
Los op door te splitsen.
18,35 - 2,18 = 18,35 - 2 - 0,10 - 0,08 = 16,35 - 0,10 - 0,08 = 16,25 - 0,08 = 16,17
a
2,78 – 1,56
= =
b
31,4 – 3,2
= =
c
d
17,35 – 3,7
=
r
=
aa
Houd de eerste term, splits de tweede term en trek in stapjes af.
21,75 – 7,45 =
a
17,5 – 0,48
em
17,5 - 3,85 = 17,50 - 4 + 0,15 = 13,50 + 0,15 = 13,65
Los op door aan te vullen.
pl
• Misschien kun je aanvullen
b
ijk
ex
3,85 ligt dicht bij 4. Je trekt 4 af, maar dat is 0,15 te veel. Je moet dus 0,15 weer optellen.
c
13,24 – 3,9
76,7 – 2,99
=
=
= = = =
d
8,36 – 1,48
= =
63 − 28 =?
In k
63 − 20 = 43 43 − 8 = 35
Hoofdstuk 5
=
63 − 30 = 33 33 + 2 = 35
139
Formule 1B_2019.indb 139
13/06/19 12:15
2.3 Hoofdrekenen met positieve en negatieve getallen Je start op verdieping – 3. Plaats een blauwe stip bij – 3.
6
6
5
Abdel start op verdieping 1. Plaats een blauwe stip bij 1.
Je zakt nog twee verdiepingen.
4
Hij stijgt vier verdiepingen.
4
Duid met een rode stip aan op welke verdieping je aangekomen bent.
3
Duid met een rode stip aan op welke verdieping Abdel aangekomen is.
3
Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.
0
Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.
0
2 1 -1 -2
-3 -4
Duid met een rode stip aan op welke verdieping vader terechtkomt.
2
Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.
-1
3 1 0
-2
ex
-3
-4
-5
ijk
-2 -3
r aa
4
-1
-5 -6
6
Karen vergat haar handtas en daalt 8 verdiepingen om die op te halen.
4
Duid met een rode stip aan op welke verdieping Karens handtas ligt.
1
pl
De sportwinkel is 4 verdiepingen hoger.
5
1
Karen staat op verdieping 5. Plaats een blauwe stip bij 5.
em
Hoofdstuk 5
-6
6
2
-4
-5
Vader parkeert op verdieping –2 Plaats een blauwe stip bij – 2.
5
Noteer dit vraagstuk als een bewerking. Bereken.
-6
5 3 2 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6
In k
Noteer als een bewerking. Bereken. a Het was deze morgen 5 °C. Nu is de temperatuur met 3 graden gestegen. Hoeveel graden is het nu?
=
b Je hebt voor € 3 schulden bij Bram. Ook bij Ine heb je € 2 geleend. Hoeveel schulden heb je in totaal?
=
c Een duiker bevindt zich op 7 meter onder de zeespiegel. Hij stijgt 3 meter. Op hoeveel meter bevindt hij zich dan?
=
d Inse duikt met haar flyboard 2 meter diep. Daarna schiet ze 5 meter omhoog. Op hoeveel meter zit Inse nu?
=
140
Formule 1B_2019.indb 140
13/06/19 12:15
3
Schatten
In veel situaties is het handig om vooraf te weten hoeveel het resultaat ongeveer zal zijn. • Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Trek de afgeronde getallen uit het hoofd af.
Nu met
€ 44,95 korting!
Jordy wil deze sneakers kopen. Hij heeft één briefje van € 50.
€103,75
Eefje koopt deze schoonheidsproducten. a Schat hoeveel Eefje moet betalen.
1 lippenstift
€ 6,95
€ 7,5
5
ijk
Antwoordzin:
afgeronde prijs
ex
1 mascara schatting totaal
€ 8,95
em
winkelprijs
1 potje nagellak
pl
Antwoordzin:
Hoofdstuk 5
aa
Schatting:
r
Zal hij geld genoeg hebben ? Maak een schatting.
b Ze kreeg € 30 van haar moeder.
In k
Schat hoeveel Eefje ongeveer zal terugkrijgen aan de kassa. Schatting:
Antwoordzin:
c Heeft haar zus met 15 euro genoeg om de lippenstift en nagellak te kopen? Schatting:
Antwoordzin: d Hoeveel producten kan ze kopen met 15 euro? Antwoordzin:
141
Formule 1B_2019.indb 141
13/06/19 12:16
4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen aftrekken Shari wil profiteren van de solden om een nieuwe outfit te kopen. Hoeveel moet ze betalen voor de jeansbroek? Stap 1: schatten
• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Trek de afgeronde getallen uit het hoofd af.
korting
aa
Hoofdstuk 5
oude prijs jeansbroek
afgeronde prijs
r
folderprijs
pl
Schatten: − =
em
Om te weten hoeveel het verschil precies zal zijn, moet je een stapje verder gaan. Je moet cijferen. Bereken nu hoeveel Shari moet betalen voor haar jeansbroek.
H
T
E
Vergelijk steeds je becijferde resultaat met je schatting.
In k
–
D
Stap 3: controleren
ijk
TD
en
ex
Stap 2: cijferen
Antwoordzin:
Schat, schrijf onder elkaar en bepaal het verschil. a 458 − 327
b 283 − 47
c 8 213 − 376
Schatten:
Schatten:
Schatten:
–
–
–
142
Formule 1B_2019.indb 142
13/06/19 12:16
4.2 Kommagetallen aftrekken Tatjana is verzot op de trui en zeker met de geweldige soldenprijs. Als ze hem koopt, hoeveel korting krijgt ze dan? Stap 1: schatten
• Rond de termen af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Trek de afgeronde getallen uit het hoofd af.
nieuwe prijs trui
E
,
Stap 3: controleren t
h
ex
T
en
pl
- =
Stap 2: cijferen H
em
Schatten:
Hoofdstuk 5
aa
oude prijs trui
afgeronde prijs
r
folderprijs
Schrijf ook de komma’s netjes onder elkaar.
ijk
–
In k
Antwoordzin:
Schat, schrijf onder elkaar en bepaal het verschil.
a 288,73 − 162,51
b 320 − 68,38
c 2 010,7 − 243,83
Schatten:
Schatten:
Schatten:
–
–
–
143
Formule 1B_2019.indb 143
13/06/19 12:16
5 Rekenen met je rekentoestel ok voor het aftrekken van getallen kan het handig zijn om een O rekenmachine te gebruiken. Dat geldt zeker als de getallen wat groter zijn, enkele cijfers na de komma bevatten, of als je met meerdere getallen moet werken. Je mag daarom een eenvoudig rekentoestel gebruiken. Dat kan de rekenmachine op je computer zijn, of misschien mag je van je leraar met je gsm werken.
pl
Hoofdstuk 5
Hoeveel heeft ze uiteindelijk nog op haar spaarrekening staan?
aa
r
p de spaarrekening van Kiara staat 549,87 euro. O Haar oma stort op de spaarrekening 60 euro voor haar verjaardag. Daarna koopt Kiara een dvd voor 26,75 euro en een nieuwe USB-stick van 23,95 euro. Dat betaalt ze met geld van haar spaarrekening.
em
Schatten: − =
ijk
Antwoordzin:
ex
Berekening:
Een bedrijf maakte de eerste maand van het jaar € 18 965 winst. De tweede maand verliep veel minder goed. Door een productiefout leed het bedrijf
In k
€ 12 687 verlies.
Ook de derde maand was verlieslatend: € 9 267. Bereken de totale winst of het totale verlies. Schatten:
Berekening:
Antwoordzin:
144
Formule 1B_2019.indb 144
13/06/19 12:16
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 25
1 Wiskundetaal BIM1.1
Vul de juiste benamingen aan.
De bewerking zelf noem je een
aa
Het resultaat, 444, noem je het
1,5 Hoofdstuk 5
588 − 144 = 444
r
588 en 144 noem je de
Schrijf de volgende zinnen als een bewerking en bereken.
BIM1.2
pl
a De buikomtrek van Maarten is 80 cm. = Die van Luna is 12 cm smaller. =
c Joren is 17 cm groter dan Bieke, die 146 cm meet.
=
em
b Olaf zwemt 17 seconder sneller dan de 78 seconden van Dimitri.
BIM2.1
ex
2 Hoofdrekenen
1,5
Bereken uit het hoofd. =
ijk
a 615 − 8
=
b 422 − 24
=
f 703 - 577
=
c 28,3 - 3,7
=
g 16,02 - 4,78
=
d 314 - 298
=
h 1 326 − 119
=
In k BIM2.2
e 13,35 - 4,9
8
In Moskou is de temperatuur vandaag – 7 °C. Morgen wordt het 6 graden kouder. Hoeveel graden zal het morgen in Moskou zijn? Berekening:
Antwoordzin:
2
3 Schatten BIM3
Deze BMX wordt aangeboden met een korting van € 149. Schat de nieuwe prijs in tientallen. € 673
Schatting: Antwoordzin:
2
145
Formule 1B_2019.indb 145
13/06/19 12:16
4 Cijferen Schat, schrijf onder elkaar en bepaal het verschil.
BIM4
a 345 − 128 Schatten:
b 304 − 67 Schatten:
c 68,7 − 28 Schatten:
d 258 − 72,6 Schatten:
−
3
4
5
1
2
8
−
5 Rekenen met je rekentoestel a Mieke verzamelt postzegels. Ze heeft er 1 357. Joliska heeft er 379 minder. Hoeveel postzegels heeft Joliska?
Berekening:
ex
Antwoordzin:
em
Schatten:
pl
Hoofdstuk 5
BIM5.1
aa
r
4
b Hoeveel postzegels hebben ze samen? Schatten:
In k
ijk
Berekening:
Antwoordzin:
BIM5.2
4
Een koelkast van € 399,99 kun je tegen soldenprijs voor € 323,55 kopen. Hoeveel euro korting heb je gekregen? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
2
146
Formule 1B_2019.indb 146
13/06/19 12:16
Op mijn maat Wiskundetaal 1
Onderstreep de termen in het groen. Het verschil onderstreep je in het blauw. 64 − 17 = 47
2
16,2 − 12,75 = 3,45
215 − 27 = 188
Vul de juiste benamingen aan.
De bewerking noem je de 9 is het
aa
45 − 36 = 9
r
45 en 36 noem je de
Vul aan.
a
Bepaal de term die hoort bij 75 om 120 als verschil te hebben.
b
Bepaal het verschil van 89 en 17.
c
Bepaal zelf de termen van een aftrekking met als verschil 56.
4
Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken.
a
18 minder dan 32.
b
Een korting van € 7 op een prijs van € 65.
=
c
5 cm korter dan 28 cm.
=
d
18 kg lichter dan 49 kg.
=
e
20 seconden sneller dan 82 seconden.
=
em
ex
=
Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken. Jakob liep 12 seconden sneller dan Kim, die er 29 seconden over deed.
=
b
Bert is 1,54 m groot. Caroline is 0,13 m kleiner.
=
c
Elsie is 14 kg lichter dan Maarten, die 61 kg weegt.
=
d
Jade kreeg een korting van € 13,50 op een skateboard van € 119.
=
e
Shaun koopt een outfit van € 85. Die van Sander is € 15 goedkoper.
=
In k
a
ijk
5
pl
3
Hoofdstuk 5
1
147
Formule 1B_2019.indb 147
13/06/19 12:16
Hoofdrekenen
b
−6
−6
−6
−6
−9
−9
−9
−9
−8
−8
−8
−8
72
87
c
64
7
Welk getal ontbreekt in het eerste vakje?
r
a
Vul de rij telkens aan.
7
−
8
+
−
7
+
12
−
5
=
15
8
=
10
pl
Hoofdstuk 5
+
aa
6
Los deze aftrekkingen op met hoofdrekenen.
a
39 − 25
=
b
57 − 38
=
c
30 − 16
=
d
837 − 14 =
e
51 − 36
9
Zet een + of een - op de juiste plaats, zodat de oefening klopt!
em
8
f
738 − 19 =
g
51 − 25
h
216 − 38 =
i
146 − 22 =
j
176 − 37 =
ex
2
ijk
=
=
3,5
2
5
=
13
6,5
3,5
2
5
=
6
In k
6,5
10 Vul de rijen aan. a
b
c
− 13
− 13
− 13
− 13
− 29
− 29
− 29
− 29
− 38
− 38
− 38
− 38
182
285
643
148
Formule 1B_2019.indb 148
13/06/19 12:16
11 Deze hond heeft 227 brokjes in zijn bakje. Vul de oefeningen aan zodat de uitkomst telkens 227 is. 128 + 1000 -
1100 -
153 +
+ 33
89 -
=
= 117
=
= 32
=
= 62
=
ijk
138 -
= 85
ex
- 25
=
em
= 67
pl
12 Hoeveel is elke emoji waard?
Hoofdstuk 5
aa
189 +
44 +
r
227
13 Los deze aftrekkingen op met hoofdrekenen. =
b 637 − 89
=
c 384 − 238
=
d 803 – 477
=
e 298 – 135
=
In k
a 284 − 139
14 Los deze aftrekkingen op met hoofdrekenen. a 3,7 – 2,1
=
e 3 – 0,6
=
b 4,5 – 1,6
=
f
=
c 9,3 – 4,1
=
g 2,6 – 1,15
=
d 8,7 – 2,9
=
h 4,95 – 2,3
=
1,5 – 0,7
149
Formule 1B_2019.indb 149
13/06/19 12:16
15 Elke steen van de piramide is gelijk aan de som van de getallen op de twee stenen eronder. Welke getallen ontbreken? 607
381 214
120
229 94
91
17
25
16 Bereken uit het hoofd.
11
52
20
r
70
72
=
e 23,16 – 7,9
=
b 12,6 – 8,24
=
f 62,4 + 138,21
=
c 13,24 + 8,9
=
g 100 – 14,62
=
d 96,37 + 45,74
=
pl
a 5,38 – 3,42
h 26,28 + 134,83 =
em
Hoofdstuk 5
aa
10
77
138
17 Bereken uit het hoofd. a –2+3
=
b 3–4
=
f –6–2
=
=
g 7–9
=
=
h –2–7
=
ijk
d 5+8
=
ex
c –8–1
e –7+9
In k
18 Een wrak van een schip ligt 12 m onder de zeespiegel. De bergers halen het 8 m omhoog. Op welke diepte ligt het schip nu? Berekening:
Antwoordzin:
19 Met Kerstmis was het ’s morgens – 3 °C. Tegen de middag was de temperatuur met 7 °C gestegen. Hoe warm was het die middag? Berekening: Antwoordzin:
150
Formule 1B_2019.indb 150
13/06/19 12:16
20 Een diepzeeduiker bevindt zich 5 m onder het wateroppervlak. Hij duikt nog 7 m dieper. Op welke diepte bevindt hij zich nu? Berekening: Antwoordzin:
21 Bereken uit het hoofd. =
e – 8 + 17
=
b – 18 + 15
=
f 13 – 25
=
c – 12 – 18
=
g – 74 + 82
=
d – 17 + 5
=
h 32 - 68
=
Hoofdstuk 5
aa
r
a 11 – 19
em
pl
22 Om een boompje te planten, heeft Karel een put van 50 cm gegraven. Het boompje is 135 cm lang. Hoeveel centimeter zal de boom boven de grond uitsteken? Berekening: Antwoordzin:
ijk
Berekening:
ex
23 Een duikboot vaart op een diepte van 200 m. De boot stijgt 75 m. Op welke diepte vaart de duikboot verder?
In k
Antwoordzin:
24 Professor Chemie Cus werkt als scheidkundige veel met vloeistoffen. Hij heeft een vloeistof die precies 5 °C meet. Daar voegt hij een vloeistof aan toe die de temperatuur met 8 °C doet afnemen. Daarna giet hij er iets bij dat de temperatuur nog eens met 12 graden doet afnemen. Hoeveel graden heeft het brouwsel van de professor? Berekening: Antwoordzin:
151
Formule 1B_2019.indb 151
13/06/19 12:16
3
Schatten 25 Je krijgt € 20. Daarmee mag je volgende vier lekkere dingen kopen in de supermarkt. Hoeveel geld houd je ongeveer over? product
winkelprijs € 0,95
blokjes kaas
€ 2,20
nootjes
€ 1,90
kaasstokjes
€ 2,95
r
chips
afgerond
aa
Schatting: Antwoordzin: Hoofdstuk 5
em
pl
26 Enkele leerlingen van onze school willen een klasje in Nepal steunen. Ze zouden graag € 1 000 schenken. Ze organiseerden reeds een sponsorloop met onderstaande opbrengsten. Hoeveel moeten de leerlingen nog verzamelen om de € 1 000 te behalen? Schat je resultaat in tientallen.
ex
Schattingen:
In k
ijk
Antwoordzin:
27 Max heeft een paar oefeningen gemaakt met zijn rekentoestel. Controleer door te schatten of de uitkomst wel kan. Zet een kruisje in de juiste kolom. mogelijk
niet mogelijk
420 − 325 = 95 25,5 − 17,2 = 28,3 537 – 399 = 240 1 494 − 300 = 1 194 5 478 − 3 479 = 999
152
Formule 1B_2019.indb 152
13/06/19 12:16
4
Cijferen 28 Schat en bepaal het verschil.
8 6 4 −
1 5 2
c 978 – 782 Schatten:
7 9 3 −
9 7 8
4 7 2
−
7 8 2
−
4 5 6 9
c 120 − 47 Schatten:
d 430 − 128 Schatten:
−
−
em
pl
b 9 256 – 1 579 Schatten:
6 6 3 1
aa
29 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil. a 8 921 – 3 328 Schatten:
d 6 631 – 4 569 Schatten:
Hoofdstuk 5
b 793 – 472 Schatten:
r
a 864 – 152 Schatten:
−
−
ex
30 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil. c 6 086 − 2 097 Schatten:
e 788 − 49 Schatten:
g 562 − 69 Schatten:
f 1 457 − 161 Schatten:
h 3 006 − 688 Schatten:
In k
ijk
a 2 018 − 705 Schatten:
b 603 − 409 Schatten:
d 12 366 − 5 987 Schatten:
153
Formule 1B_2019.indb 153
13/06/19 12:16
31 Schat en bepaal het verschil.
−
9 7
,
8
2 1
,
5
b 45 − 33,5 Schatten:
c 12,51 − 4,07 Schatten:
4 5
1 2
,
5 1
4
,
0 7
3 3
−
,
5
−
d 654,4 − 38,4 Schatten:
−
4
3 8
,
4
c 77,4 − 16,9 Schatten:
d 115,34 − 23,95 Schatten:
pl
−
b 97,5 − 12,9 Schatten:
−
em
Hoofdstuk 5
a 654,4 − 78,4 Schatten:
,
aa
32 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil.
−
6 5 4
r
a 97,8 − 21,5 Schatten:
−
c 874,35 − 87,44 Schatten:
e 789 − 122,08 Schatten:
g 1 500 − 27,65 Schatten:
f 45,2 − 33,26 Schatten:
h 2 003,06 − 1 764,29 Schatten:
In k
ijk
a 6,48 − 2,90 Schatten:
ex
33 Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil.
b 1 000 − 100,01 Schatten:
d 2 612,23 − 788,5 Schatten:
154
Formule 1B_2019.indb 154
13/06/19 12:16
5
Rekenen met je rekentoestel 34 Kimberly spaart voor een fiets. Die kost € 264. Ze heeft al € 175 gespaard. Hoeveel euro moet ze nog sparen? Schatten: Berekening: Antwoordzin:
RSCA Anderlecht Schatten: Berekening:
Schatten: Berekening:
em
pl
Schatten: Berekening:
KRC Genk
Hoofdstuk 5
Club Brugge
aa
r
35 In het stadion van Club Brugge kunnen 29 042 supporters plaatsnemen. In Anderlecht zijn er 2 681 plaatsen minder dan in het stadion van Club Brugge. In het stadion van RSCA Anderlecht zijn er 1 861 plaatsen meer dan bij KRC Genk. Hoeveel plaatsen zijn er in elk stadion?
ex
36 Een tankwagen is geladen met 6 433 liter mazout. Bij de eerste klant wordt er 2 324 liter geleverd. De tweede klant neemt 3 237 liter af. Hoeveel liter rest er nog in de tankwagen? Schatten:
ijk
Berekening:
In k
Antwoordzin:
37 Vul het kassaticket aan.
1x 1x 1x 1x
Berekeningen:
Actimel 0 % natuur Barbecue rib Danone yoghurt 1,5 l Cola Zero
€ 5,05 € 2,50 € 2,05 € 1,75
Totaal Cash
€ 21,50
Teruggave Bedankt en tot ziens!
Formule 1B_2019.indb 155
155
13/06/19 12:16
38 Vul de tabel aan. artikel
oorspronkelijke prijs
korting
T-shirt
€ 26,95
€ 7,25
sweater
€ 68,50
jeans
nieuwe prijs
€ 57,45 € 36,75
sneakers
€ 108,35
€ 170
sjaal
€ 118,25 € 20,95
r
€ 5,55
aa
Hoofdstuk 5
39 Een vrachtwagen is geladen met 6,5 ton stenen. Bij de eerste klant wordt 3,7 ton afgeladen, bij de tweede klant 2,5 ton. Hoeveel ton blijft er nog op de vrachtwagen liggen? Schatten:
pl
Berekening:
em
Antwoordzin:
40 Je wilt een nieuw snowboard en nieuwe snowboardlaarzen kopen. Wat is het prijsverschil tussen de duurste en de goedkoopste combinatie?
€ 345,95
ex
ijk
€ 79,65
€ 139,85
,75
€ 275
In k
Berekening:
Antwoordzin:
41 In fruitwinkel ‘Het Zoete Mondje’ zit er ’s morgens € 236,68 wisselgeld in de kassa. Na een drukke verkoopdag telt de kassa ’s avonds € 6 032,39. Hoeveel is er die dag ontvangen? Schatten: Berekening: Antwoordzin:
156
Formule 1B_2019.indb 156
13/06/19 12:16
42 Je wilt een kite, een kitepak en kiteschoenen kopen. Wat is het prijsverschil tussen de duurste en de goedkoopste combinatie? € 36,15
€ 199,95 € 1 399
Schatten:
em
pl
Berekening:
€ 24,75
Hoofdstuk 5
€ 208,65
aa
r
€ 1 219
Antwoordzin:
ijk
Schatten:
ex
43 Een timmerman heeft een balk van 10 m. Eerst zaagt hij er een stuk van 3,75 m af. Daarna zaagt hij er nog een stuk van 4,85 m af. Hoe lang is het stuk hout dat hij nog overhoudt?
Berekening:
In k
Antwoordzin:
44 Delfien betaalt voor haar aankoop van deze drie speldozen € 88,75. ‘Cluedo’ kost € 2,75 meer dan de ‘De betoverde doolhof’. Vul de prijskaartjes in.
€ 28,95
157
Formule 1B_2019.indb 157
13/06/19 12:16
Even samenvatten • Wiskundetaal
het verschil
de termen
79 − 6 = 73
r
het aftrektal
aa
de aftrekker
Hoofdstuk 5
de aftrekking
$
$
-6
-6
em
pl
minder dan, goedkoper dan, kleiner dan, korter dan, dunner dan, lichter dan … • Hoofdrekenen splitsen 262 - 24 = 262 - 20 - 4 = 242 -4 = 238 aanvullen 7 253 – 5 996 = 7 253 – 6 000 + 4 = 1 253 + 4 = 1 257 rond getal 906 - 386 = 900 - 380 = 520
ex
optellen en aftrekken met positieve en negatieve getallen • Schat vooraf het resultaat • Cijferen 14
5
4
7
2
7
5
2
7
2
14
10
ijk
4
3
In k
−
3
7
−
8
,
5
0
3
,
8
2
4
,
6
8
158
Formule 1B_2019.indb 158
13/06/19 12:16
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 25
1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.
TOM1.1
Het verschil tussen 232 en 18 is
aa
De bewerking zelf noem je de
1,5 Hoofdstuk 5
232 en 18 noem je de
r
232 − 18 = 214
Schrijf de volgende zinnen als een aftrekking en bereken.
TOM1.2
=
pl
a Mats heeft € 34 zakgeld bij. Ik heb € 7 minder.
b Elise is 0,13 m kleiner dan Jorben, die 1,67 m meet. =
2 Hoofdrekenen Bereken uit het hoofd.
TOM2.1
a 317 − 9
=
1,5
e 16,65 − 5,9
=
f 603 − 477
=
ex
b 422 − 136 =
em
c Je krijgt € 15 korting op een horloge dat € 108 kost. =
g 36,02 − 5,78 =
d 347 − 219 =
h 52,72 − 24,56 =
8
ijk
c 38,7 − 5,8 =
Je bankrekening staat op – 55 euro. Je leent toch nog 15 euro. Welk bedrag geeft je bankrekening nu aan?
TOM2.2
In k
Berekening:
Antwoordzin:
2
3 Schatten
TOM3
Je koopt een nieuwe smartphone van € 296,95. Als trouwe klant krijg je een korting van € 19. Schat in tientallen hoeveel je moet betalen. Schatten:
Antwoordzin:
2
159
Formule 1B_2019.indb 159
13/06/19 12:16
4 Cijferen Schrijf onder elkaar, schat en bepaal het verschil. a 765 − 287 Schatten:
b 344 − 67 Schatten:
c 258 − 72,6 Schatten:
d 24,87 − 7,99 Schatten:
–
–
–
–
r
TOM4
4
Een hippe bromfiets staat voor € 4 258 in de aanbieding. Oorspronkelijk kostte de bromfiets € 5 129. Hoeveel korting wordt er gegeven?
TOM5.1
pl
Hoofdstuk 5
aa
5 Rekenen met je rekentoestel
em
Schatten: Berekening:
2
Slager Marc heeft een stuk mals vlees van 3,458 kg voor zich liggen. Voor de ene klant snijdt hij 1,245 kg af. Een andere klant vraagt 0,75 kg. Hoeveel vlees houdt de slager nog over?
ijk
TOM5.2
ex
Antwoordzin:
Schatten:
In k
Berekening:
Antwoordzin:
TOM5.3
2
Tine koopt een jasje van € 98,65 en een broek van € 135,95. De verkoopster geeft haar € 40 korting als ze ook de trui van € 49,50 koopt. Natuurlijk doet ze dat. Hoeveel moet Tine betalen? Schatten: Berekening:
160
Formule 1B_2019.indb 160
Antwoordzin:
2
13/06/19 12:16
Gamezone 1 Futoshiki Vul het raster zo in dat elke rij en elke kolom alle cijfers van 1 tot en met 5, 6, 7 of 8 bevat. Houd rekening met de symbolen voor groter dan (>) en kleiner dan (<) die tussen de vakjes staan. Er is één unieke oplossing. Gokken is dus niet de juiste methode!
1-6
1-5
r
3
aa
∧
1
5
< 3 ∧
∧
∧
<
1
4
∧ 2
∧
em
<
1
5 >
>
∧
pl
> 2
∨
Hoofdstuk 5
>
< 4
6
< 3 ∧
∧
>
ex
1-7
∨
< 5
In k
7
7
ijk
3
∨
< 4 >
1
>
4 > ∧
∨
> > 3 >
1 ∨
7
6 ∧
<
< 6
∨ <
<
7
161
Formule 1B_2019.indb 161
13/06/19 12:16
2 Vul de open plaatsen aan.
450
-
+
=
352
+
-
590
=
=
-
=
692
em
=
pl
Hoofdstuk 5
=
aa
r
+
ex
3 Verdeel het vierkant in vijf stukken. Elk stuk moet vijf vierkantjes groot zijn. De som van de getallen in elk stuk moet telkens 30 zijn.
5
5,5
3
0,5
2
4
8
6
1,5
0
4,5
10,5
9
2,5
3,5
8,5
11
11,5
6,5
7
7,5
12
10
9,5
In k
ijk
1
162
Formule 1B_2019.indb 162
13/06/19 12:16
6
Hoekengewijs
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
In het dagelijkse leven vind je overal hoeken.
Formule 1B_2019.indb 163
13/06/19 12:17
Planner
Op mijn maat
Even samenvatten
Test op mezelf
Gamezone
Wat is een hoek? Soorten hoeken Hoeken meten Hoeken tekenen
167 168 169 171 173
1 2 3 4
Wat is een hoek? Soorten hoeken Hoeken meten Hoeken tekenen
182 183 185
em
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
175 176 177 180
r
Ben ik mee?
1 2 3 4
aa
pl
Hoofdstuk 6
Aan de slag
In k
ijk
ex
In dit hoofdstuk leer je alles over hoeken.
164
Formule 1B_2019.indb 164
13/06/19 12:17
Formule 1B_2019.indb 165
Wat is een hoek?
Soorten hoeken
Hoeken meten
Hoeken tekenen
1
2
3
4
Aan de slag
/6
/20
Totaal
/6
/5
/3
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
Oef 11
Oef 7
Oef 4
0-2
0-3
3-5
4-5
4
2
Oef 12
Oef 10 Oef 13
Oef 9
Oef 6
Oef 3
Totaal
r
/
/
/
/
/
Resultaat
Totaal
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/20
/6
/6
/5
/3
Datum: / / 20
Hoofdstuk 6
6
6
5
3
Test op mezelf
Klas:
aa
pl
em
Oef 8
Oef 5
Oef 2
ex
0-3
ijk Oef 1
0-1
Op mijn maat
Nr.:
p. 171
p. 169
p. 168
p. 167
In k
Ben ik mee?
Mijn circuit Naam: /
165
13/06/19 12:17
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
Hoofdstuk 6
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik nauwkeurig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Had ik telkens mijn geodriehoek bij me?
0
1
2
3
0
1
2
3
Ben ik nooit het boogje bij een hoek vergeten?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik fouten zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
166
Formule 1B_2019.indb 166
13/06/19 12:17
Aan de slag 1 Wat is een hoek? Een hoek bestaat uit een hoekpunt en twee halfrechten. Die twee halfrechten noem je ook wel de benen van de hoek. De hoek duid je aan met een boogje. De grootte van een hoek druk je uit in graden (°). Een hoek meten doe je met een geodriehoek.
pl
Hoofdstuk 6
halfrechte [AC of been 2
em
C
ˆ of B Notatie: A A ˆ C
de hoek A ˆ of de hoek B A ˆC
ex
Lees:
aa
halfrechte [AB of been 1
boogje
A
hoekpunt
r
B
In k
ijk
Duid met groen het hoekpunt van deze hoeken aan. Overtrek met rood de benen van de hoek. Duid met geel het boogje van de hoek aan. Geef telkens de notatie van de hoek.
L
MERK OP Op een hoekpunt moet geen ‘kapje’.
B
S
A
P O
Notatie: of
Notatie: of
167
Formule 1B_2019.indb 167
13/06/19 12:17
2 Soorten hoeken Je kunt hoeken indelen volgens grootte. Dit is een nulhoek. Deze hoek is °.
aa
r
Dit is een scherpe hoek.
Deze hoek is dan 90° en dan 0°.
em
Hoofdstuk 6
pl
Dit is een rechte hoek.
In k
ijk
ex
Deze hoek is °. Dit is een stompe hoek.
Deze hoek is dan 90° en dan 180°. Dit is een gestrekte hoek. Deze hoek is °.
Dit is een volle hoek.
Deze hoek is °.
168
Formule 1B_2019.indb 168
13/06/19 12:17
3 Hoeken meten Hoeken meten doe je met de gradenboog van je geodriehoek. het nulpunt
aa
r
de tekenzijde
de gradenboog
em
1 Bepaal eerst of de hoek die je meet een scherpe, stompe of rechte hoek is.
< 90°
ex
2 Leg je geodriehoek met het nulpunt op het hoekpunt.
4 Lees de hoekgrootte in graden af. • Een rechte hoek meet 90°. • Een scherpe hoek < 90°: noteer het kleinste maatgetal dat het been onder de geodriehoek aanwijst. • Een stompe hoek > 90°: noteer het grootste maatgetal dat het been onder de geodriehoek aanwijst.
> 90°
= 90°
B
A C
ijk
In k
3 Draai de geodriehoek zo dat: • één been van de hoek samenvalt met de tekenzijde; • het andere been onder de geodriehoek ligt.
Hoofdstuk 6
illustratie
pl
stappen
B
A C
B
A
Hier kies je voor 70° i.p.v. 160° want het is een scherpe hoek. C
169
Formule 1B_2019.indb 169
13/06/19 12:17
Is de hoek scherp, recht of stomp? Markeer. Meet de hoeken daarna nauwkeurig met je geodriehoek. ˆ A
ˆ B
ˆ C
ˆ D
ˆK LO
ˆT RA
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
recht
recht
recht
recht
recht
recht
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
ˆK = LO
ˆ= D
ˆT = RA
r
ˆ= C
ˆ= B
em
Hoofdstuk 6
pl
aa
ˆ= A
ex
A
O
D
B
In k
ijk
T
K
A
L
R C
170
Formule 1B_2019.indb 170
13/06/19 12:17
4 Hoeken tekenen ˆ C van 150°? Hoe teken je een hoek A B stappen
illustratie
1 Teken een halfrechte AB].
A
B
A
B
ijk
ex
A
Hoofdstuk 6
em
3 Draai de geodriehoek zo dat het streepje van 150° samenvalt met de halfrechte.
B
pl
A
aa
r
2 Leg de geodriehoek zo dat het nulpunt samenvalt met het punt B. Dat wordt je hoekpunt.
B
In k
4 Teken nu een halfrechte langs de tekenzijde van de geodriehoek.
5 Noteer: • het punt C op het getekende been van de hoek, • het boogje bij de hoek. A
B
171
Formule 1B_2019.indb 171
13/06/19 12:17
Is de hoek scherp, recht of stomp? Markeer. Teken de hoeken nauwkeurig met een geodriehoek. Geef dit blad daarna aan een klasgenoot ter controle. ˆ = 100° B
ˆ = 155° C
ˆ = 25° D
ˆ = 175° E
ˆ = 45° F
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
recht
recht
recht
recht
recht
recht
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
r
ˆ = 60° A
Hoofdstuk 6
pl
aa
A
ex
em
B
C
ijk
D
In k
E
90°
60° 45° 30°
F
0°
172
Formule 1B_2019.indb 172
13/06/19 12:17
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 20
1 Wat is een hoek?
3
r
Kleur het hoekpunt van deze hoek groen. Kleur de benen van de hoek rood. Geef de juiste notatie van de hoek. Notatie:
BIM1
aa
C
em
2 Soorten hoeken
Hoofdstuk 6
pl
A
Welk soort hoek wordt op de foto aangeduid?
ijk
ex
BIM2.1
3
Welke soorten hoeken ontbreken bij BIM2.1?
In k
BIM2.2
2
3 Hoeken meten
BIM3.1
Lees de juiste hoekgrootte van deze geodriehoeken af. A
P
ˆ = A
ˆ = P
2
173
Formule 1B_2019.indb 173
13/06/19 12:17
BIM3.2
Meet deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.
S
r
M
ˆ = S
aa
ˆ = M O
A
Hoofdstuk 6
pl
S
em
V
A ˆ =
Teken deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.
In k
ijk
BIM4
4
ex
4 Hoeken tekenen
ˆ = V O S
ˆ = 60° P
ˆ = 165° O
ˆ O = 123° C V
ˆ C = 105° K B
6
174
Formule 1B_2019.indb 174
13/06/19 12:17
Op mijn maat Wat is een hoek? 1
Kleur het hoekpunt telkens groen. Kleur de benen van de hoek rood. E
R T
C
r D
em
B
pl
Teken nauwkeurig de gevraagde hoeken.
aa
A
2
T
P
Hoofdstuk 6
1
H
E
ex
A
F
G
ˆH BC
ˆA GB
Noteer de gevraagde hoeken met drie letters.
In k
3
ijk
ˆH EF
W I E K
N
P O
S
ˆI of
Formule 1B_2019.indb 175
ˆ of O
ˆ of E
175
13/06/19 12:17
2
Soorten hoeken 4
Waar of niet waar? Zet een kruisje in de juiste kolom. waar Een gestrekte hoek meet 180°.
b
Een hoek groter dan 180° is een stompe hoek.
c
Een stompe hoek is kleiner dan 90°.
d
Een scherpe hoek is altijd kleiner dan een stompe hoek.
e
Een gestrekte hoek is de helft van een rechte hoek.
aa
Welk soort hoek wordt op de foto aangeduid?
In k
ijk
ex
em
Hoofdstuk 6
pl
5
r
a
niet waar
6
Teken in het gegeven punt.
C
A
een scherpe hoek
B
een gestrekte hoek
een stompe hoek
D
een rechte hoek
176
Formule 1B_2019.indb 176
13/06/19 12:17
3
Hoeken meten 7
Markeer of de hoek scherp of stomp is. Lees de juiste hoekgrootte van de onderstaande geodriehoeken af. A
scherp
ˆ= A
stomp
scherp
A
aa
r
A
ˆ= A
stomp
ˆ= A
stomp
scherp
Hoofdstuk 6
ˆ= A
stomp
ex
scherp
em
pl
A
A
In k
ijk
A
scherp
scherp
ˆ= A
stomp
stomp
scherp
ˆ= A
stomp
A
A
ˆ= A
scherp
stomp
ˆ= A
177
Formule 1B_2019.indb 177
13/06/19 12:17
8
Is de hoek scherp, recht, stomp of gestrekt? Markeer . Meet daarna de hoeken nauwkeurig met een geodriehoek. ˆ N
ˆ E
ˆ T
ˆ L
ˆ O
ˆ G
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
recht
recht
recht
recht
recht
recht
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
gestrekt
gestrekt
gestrekt
gestrekt
gestrekt
gestrekt
ˆ= E
ˆ= T
ˆ= L
ˆ= O
ˆ= G
aa
r
ˆ= N
pl
T
N
O
Meet deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.
In k
ijk
9
G
ex
L
em
Hoofdstuk 6
E
T
I
J
G
E
R
178
Formule 1B_2019.indb 178
ˆ= T
ˆI =
Jˆ =
ˆ= G
ˆ= E
ˆ= R
13/06/19 12:17
10 Schat (zonder te meten) de hoekgrootte van de onderstaande hoeken. Kleur telkens de best passende oplossing in.
P
O
150°
R
145°
125°
170°
110°
180°
95°
30°
100°
T
5° 150°
90°
em
H
aa
45°
120°
pl
135°
10°
r
60°
175°
90° 85°
E
45°
20°
45°
ex
180°
30°
ijk
105°
Hoofdstuk 6
10°
A
70°
40°
110°
50°
145°
In k
S
Je wou to ch de s op 90° sch auna at?!
179
Formule 1B_2019.indb 179
13/06/19 12:17
4
Hoeken tekenen 11 Is de hoek scherp of stomp? Markeer. Teken daarna de hoeken door gebruik te maken van de getekende geodriehoek. ˆ = 65° A
stomp
scherp
ˆ = 120° A
scherp
A
ˆ = 105° A
stomp
scherp
ˆ = 40° A
aa
r
A
stomp
stomp
scherp
A
stomp
scherp
ex
ˆ = 75° A
em
Hoofdstuk 6
pl
A
stomp
scherp
A
In k
ijk
A
ˆ = 135° A
ˆ = 105° A
stomp A
scherp 39° = koor
ts!
180
Formule 1B_2019.indb 180
13/06/19 12:17
12 Is de hoek scherp, recht of stomp? Markeer. Teken de hoeken nauwkeurig met een geodriehoek. ˆI = 45°
ˆ = 165° P
ˆ = 15° H
ˆ = 105° O
ˆ = 135° N
ˆ = 85° E
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
scherp
recht
recht
recht
recht
recht
recht
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
stomp
I
H
em
Hoofdstuk 6
pl
P
aa
r
N
E
ex
O
13 Teken de gevraagde hoeken nauwkeurig. ˆ = 12° R
ˆ = 180° A
ijk
ˆ = 128° G
ˆ = 164° D
In k
E
ˆ = 95° E
ˆ = 119° N A
R
D
N
G
181
Formule 1B_2019.indb 181
13/06/19 12:17
Even samenvatten • Wat is een hoek? Een hoek bestaat uit een hoekpunt en twee halfrechten. Die twee halfrechten noem je ook wel de benen van de hoek. A De hoek duid je aan met een boogje. De grootte van een hoek druk je uit in graden (°). Een hoek meten doe je met een geodriehoek.
B
ˆ of BA ˆ C of CA ˆB Notatie: A
C
Hoofdstuk 6
pl
aa
r
• Soorten hoeken
scherpe hoek
rechte hoek
em
nulhoek
gestrekte hoek
volle hoek
ex
stompe hoek
B
ijk
• Hoeken meten
De hoek is scherp en meet 70°.
In k
A
90°
C
60° 45° 30°
• Hoeken tekenen
0°
A
B
De hoek is stomp en meet 150°.
182
Formule 1B_2019.indb 182
13/06/19 12:17
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 20
1 Wat is een hoek? Kleur het hoekpunt van deze hoek groen. Kleur de benen van de hoek rood. Geef de juiste notatie van de hoek.
V
I
aa
r
TOM1
T
Notatie =
Hoofdstuk 6
Welk soort hoek wordt op de foto aangeduid?
ex
em
TOM2.1
pl
2 Soorten hoeken
3
3
Duid op onderstaande foto twee hoeken met rood aan die in werkelijkheid recht zijn. Duid ook twee hoeken met groen aan die in werkelijkheid stomp zijn.
In k
TOM2.2
ijk
2
183
Formule 1B_2019.indb 183
13/06/19 12:17
3 Hoeken meten Lees de juiste hoekgrootte van deze geodriehoeken af.
TOM3.1
A
B
B
P
C A
ˆ = P
2
aa
r
ˆ = A Meet deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek.
TOM3.2
A
em
Hoofdstuk 6
pl
K
ex
ˆ = K
ˆ = A
T
ijk
S
S ˆ =
ˆ = T
4
In k
4 Hoeken tekenen
TOM4
Teken deze hoeken nauwkeurig met je geodriehoek. ˆ S = 125° J A
ˆ = 360° U A
Formule 1B_2019.indb 184
ˆ T = 18° K O
O
U
184
ˆ = 166° T
T 6
13/06/19 12:17
Gamezone
ex
em
Hoofdstuk 6
pl
aa
r
1 Britney heeft pech met haar huiswerk. Help jij haar deze cijferoefeningen opnieuw te noteren?
3 V ul telkens het best passende bewerkingsteken in zodat de bewerking klopt.
In k
ijk
2 De som van de getallen in dit magische vierkant is in elke horizontale, verticale en schuine rij telkens 65. Vul jij de ontbrekende getallen in?
25 12
1 13
5
22
20
19
7
14 96
72
19 65
13 6
7 4 = 40
14
50
9
10 15
8
16
23 21
7
2 = 10 36
5 = 24
7 = 14
6 = 30
8 = 24 17 = 54 185
Formule 1B_2019.indb 185
13/06/19 12:17
4 Achiel en Mon spelen Bubbles tegen elkaar. Ze schieten elk tien bubbles af onder een bepaalde hoekgrootte. Achiel neemt [AE als eerste been. Mon neemt [MD als eerste been. Welke ballonnen worden door wie geraakt? Wie scoort de meeste punten? = 3 punten
= 4 punten
= 5 punten
aa
r
= 2 punten
pl em
Hoofdstuk 6
Achiel raakt de rode ballon en verdient 2 punten.
E
ex
A
ijk
ACHIEL
kt de Mon raa on ball blauwe ient en verd n. 3 punte
D M
MON
punten
hoek ˆ M
punten
20°
175°
161°
15°
39°
155°
155°
57°
64°
140°
122°
71°
80°
124°
115°
90°
96°
120°
Totaalscore
Totaalscore
In k
hoek ˆ A
De winnaar van dit spelletje Bubbles is
186
Formule 1B_2019.indb 186
13/06/19 12:17
7
Een nieuwe vloer
Nele en Alexander vinden dat het tijd is voor een nieuwe vloer voor hun slaapkamer.
2
3
em
€1
m per
pl
aa
r
Ze kozen voor kliklaminaat omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze dat makkelijk zelf kunnen plaatsen.
ex
Isolerende en geluidsdempende ondervloer geschikt voor laminaat
klikla m € 14,2 inaat 5 per 2 m
ijk
€ 4,75 per m
Sierplinten passend bij laminaatvloeren
In k
eter
Alexander begint met het plaatsen van de ondervloer. Hij heeft daar 28 m2 van gekocht. Hoeveel kost de ondervloer voor de slaapkamer? Daarna plaatsen ze samen het laminaat. In de doe-het-zelfwinkel hebben ze daar 32,5 m2 van gekocht. Hoeveel kost het laminaat voor hun slaapkamer? Voor de afwerking gebruiken Nele en Alexander sierplinten. Na wat meet- en rekenwerk besluiten ze dat ze met 23,5 m voldoende plinten zullen hebben. Hoeveel kosten de sierplinten?
Formule 1B_2019.indb 187
13/06/19 12:18
Planner
191 191 191 192 192 194 195 196 196 197 198
r
1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de vermenigvuldiging 1.2 Wiskundetaal en de vermenigvuldiging 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen vermenigvuldigen 4.2 Kommagetallen vermenigvuldigen 5 Rekenen met je rekentoestel
aa
Aan de slag
Op mijn maat
Even samenvatten
210
Test op mezelf
211
Gamezone
Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel
em
pl
1 2 3 4 5
ex
Hoofdstuk 7
Ben ik mee?
199 201 202 204 205 207
213
In k
ijk
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
In dit hoofdstuk leer je alles over de vermenigvuldiging.
188
Formule 1B_2019.indb 188
13/06/19 12:18
Formule 1B_2019.indb 189
Hoofdrekenen
Schatten
Cijferen
Rekenen met je
2
3
4
5
p. 198
p. 196
p. 195
p. 192
p. 191
Totaal
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
/35
/5
/4
/2
/20
/4
Oef 26
0-2 Oef 30
Oef 25
Totaal
Oef 32
Oef 31
/
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa
5
5
2
17-20
pl Oef 27
Oef 24
Oef 21
Oef 18
Oef 15
Oef 10
Oef 3
4
Totaal
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/35
/5
/4
/2
/20
/4
Test op mezelf
Klas: Datum: / / 20
Hoofdstuk 7
Oef 28
3-4
3-4
Oef 23
Oef 20
Oef 19 Oef 22
1
11-16
3
Op mijn maat
em
Oef 14
Oef 12
Oef 9
Oef 17
Oef 29
Oef 11
Oef 9
ex
0-2
0
0-10
Oef 5
Oef 2
Oef 16
Oef 13
Oef 7
Oef 6
Oef 4
Oef 1
0-2
ijk
In k
Ben ik mee?
Nr.:
rekentoestel
Wiskundetaal
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: /
189
13/06/19 12:18
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Hoofdstuk 7
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik net gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik de tafels onder de knie?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik telkens mijn schatting gecontroleerd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
190
Formule 1B_2019.indb 190
13/06/19 12:18
Aan de slag 1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de vermenigvuldiging
r
De coach van de basketbalploeg is enorm tevreden over het voorbije seizoen. Om zijn acht spelers te belonen koopt hij voor elk van hen een nieuw basketshirt van € 30. Hoeveel zal de coach moeten betalen?
aa
Berekening: Antwoordzin:
pl
het product
em
de factoren
ex
het vermenigvuldigtal
Hoofdstuk 7
30 x 8 = 240 de vermenigvuldiger
de vermenigvuldiging
ijk
1.2 Wiskundetaal en de vermenigvuldiging
Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken. =
b Het dubbel van zes.
=
c Het drievoud van negen.
=
d Zes keer een aankoop van vijf euro.
=
e Alex heeft € 10. Joren heeft vijfmaal zoveel.
=
f Febe zwom 25 m. Jolien zwom vier keer die afstand.
=
g Koen woont op 3 km van school. Carl woont vijf keer verder.
=
h Wim fietste 40 seconden aan 30 km per uur. Michiel hield het driemaal langer vol.
=
In k
a Het product van zeven en acht.
191
Formule 1B_2019.indb 191
13/06/19 12:18
2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen Los op. =
4x4
=
10 x 1 =
6x4
=
2x6
=
7x8
=
8x0
=
4x7
=
6x9
=
3x8
=
• Splitsen lukt altijd
pl
aa
3x7
r
• Natuurlijk moet je de tafels nog kennen.
Los op door te splitsen. a 52 x 2
=
=
b 8 x 63
=
=
ex
Hoofdstuk 7
em
4 x 325 = 4 x (300 + 20 + 5) = (4 x 300) + (4 x 20) + (4 x 5) = 1 200 + 80 + 20 = 1 300
In k
ijk
Splits één factor. Vermenigvuldig elk deel apart. Tel de producten op.
• Vermenigvuldigen met 4 85 x 4 = 85 x 2 x 2 = 170 x 2 = 340
Om een natuurlijk getal te vermenigvuldigen met 4, vermenigvuldig je tweemaal met 2.
c 36 x 12 =
=
d 523 x 6 =
=
Los op. a 64 x 4
=
=
b 46 x 4
=
=
c 53 x 4
=
=
d 78 x 4
=
=
192
Formule 1B_2019.indb 192
13/06/19 12:18
• Vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000 21 x 10 = 210 37 x 100 = 3700 72 x 1 000 = 72 000
Los op. a
12 x 10
=
b
830 x 100
=
c
203 x 1 000 =
d
31 x 100
=
e
707 x 10
=
a
aa
68 x 5
= =
b
44 x 5
Maal 10 en delen door 2
ijk
ex
c
• Vermenigvuldigen met 11 of 9
In k
57 x 11 = 57 x (10 + 1) = (57 x 10) + (57 x 1) = 570 + 57 = 627
57 x 9 = 57 x (10 – 1) = (57 x 10) – (57 x 1) = 570 – 57 = 513
d
5 x 56
75 x 5
= Hoofdstuk 7
em
84 x 5 = 84 x 10 : 2 = 840 : 2 = 420
Los op.
pl
• Vermenigvuldigen met 5
r
Om een natuurlijk getal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000, voeg je één, twee of drie nullen toe.
= = = = =
Los op. a
54 x 11
= =
b
76 x 11
= =
c
23 x 9
= =
d
68 x 9
= =
193
Formule 1B_2019.indb 193
13/06/19 12:18
2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd
Los op door te splitsen.
3 x 2,81 = 3 x (2 + 0,80 + 0,01) a = (3 x 2) + (3 x 0,80) + (3 x 0,01) = 6 + 2,40 + 0,03 = 8,43 b
5 x 21,3
= =
16,5 x 4
= =
c
3,75 x 10 = 37,5 5,64 x 100 = 564 8,37 x 1 000 = 8 370
3 x 17,05
=
aa
d
r
=
=
Los op. a
3,7 x 10
=
b
5,7 x 100
=
Hoofdstuk 7
em
• Vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000
=
pl
Splits één factor. Vermenigvuldig elk deel apart. Tel de producten op.
36,23 x 2
c
0,03 x 10
=
d
12,6 x 100 =
e
5,2 x 1 000 =
ijk
ex
Om een kommagetal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000, schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar rechts.
In k
• Vermenigvuldigen met 5 4,8 x 5 = 4,8 x 10 : 2 = 48 : 2 = 24
Los op. a
4,6 x 5
= =
b
22,8 x 5
Maal 10 en delen door 2
= =
c
1,20 x 5
= =
d
1,64 x 5
= =
194
Formule 1B_2019.indb 194
13/06/19 12:18
3 Schatten
• Rond de factoren af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Vermenigvuldig de afgeronde getallen uit het hoofd.
r
Een ticket voor een concert kost € 39. Een gezin van vijf personen gaat naar het concert. Ze kopen ook voor elk een drankje van € 2,80. Schat hoeveel het gezin ongeveer moet betalen. Hebben ze met € 220 genoeg?
pl
aa
Berekening:
em
Antwoordzin:
ex € 0,90
€ 1,40
€ 2,45
afgeronde prijs
bewerking
schatting
Jan koopt vijf balpennen.
Tine heeft drie potloden nodig.
Marthe heeft twee gummen nodig.
Louise wil vier kladschriften kopen.
In k
ijk
€ 1,05
Hoofdstuk 7
Hoeveel moeten de leerlingen ongeveer betalen ? Schat het in tienden.
Heeft Pieter genoeg met 5 euro als hij twee balpennen en één gum wil kopen? Berekening:
ja
neen
Heeft Jente genoeg met 10 euro als hij twee kladschriften, drie potloden en een balpen wil kopen? Berekening:
ja
neen
195
Formule 1B_2019.indb 195
13/06/19 12:18
4
Cijferen
4.1 Natuurlijke getallen vermenigvuldigen 2
Alexander begint met het plaatsen van de ondervloer. Hij heeft daarvoor 28 m2 ondervloer gekocht. Hoeveel kost de ondervloer voor hun slaapkamer?
r
• Rond de factoren af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Vermenigvuldig de afgeronde getallen uit het hoofd. x
en
Stap 3: controleren
Hoofdstuk 7
ijk
ex
x
em
Stap 2: cijferen
=
pl
Schatting:
aa
Stap 1: schatten
3
€1
m per
Antwoordzin:
In k
Schat en bepaal het product.
a
32 x 7
b
Schatten:
x
45 x 23
c
607 x 20
Schatten:
x
Schatten:
x
196
Formule 1B_2019.indb 196
13/06/19 12:18
4.2 Kommagetallen vermenigvuldigen Na het plaatsen van de ondervloer kunnen Nele en Alexander starten met het laminaat. Rekening houdend met wat verlies, hebben ze in de doe-het-zelfwinkel voor 32,5 m2 laminaat van € 14,25 per m2 gekocht. Hoeveel kost het laminaat voor hun slaapkamer? Rond zinvol af. Stap 1: schatten
• Rond de factoren af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Vermenigvuldig de afgeronde getallen uit het hoofd.
Stap 2: cijferen
en Stap 3: controleren
aa
r
Schatting: x =
pl
Het totale aantal cijfers na de komma in de opgave, is het aantal cijfers na de komma in het product!
em
x
ex
In k
ijk
Antwoordzin:
Hoofdstuk 7
Het getal met het grootste aantal cijfers plaats je best bovenaan.
Schat en bepaal het product. a 1,6 x 2,5
b 5,7 x 36
c 0,7 x 60
Schatten:
Schatten:
Schatten:
x
x
x
197
Formule 1B_2019.indb 197
13/06/19 12:18
5 Rekenen met je rekentoestel Voor de afwerking gebruiken Nele en Alexander de bijpassende sierplinten. Na wat meet- en rekenwerk besluiten ze dat ze met 23,5 meter ruimschoots voldoende sierplinten zullen hebben. De plinten kosten € 4,75 per lopende meter. Hoeveel zullen de sierplinten hen kosten?
aa
r
Schatten:
pl
Berekening:
Antwoordzin:
Hoofdstuk 7
em
Daphne wil haar kamer een leuk nieuw kleurtje geven. Na heel wat meet- en rekenwerk weet ze dat ze 7,5 liter verf nodig zal hebben. Eén liter verf kost 18,65 euro. Hoeveel zal Daphne voor de verf moeten betalen?
ex
Schatten:
In k
ijk
Berekening:
Antwoordzin:
Een karton bevat 24 blikjes spuitwater van 0,25 liter elk. Hoeveel liter is dat in totaal? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
198
Formule 1B_2019.indb 198
13/06/19 12:18
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 35
1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.
BIM1.1
De bewerking zelf noem je een Het resultaat, 288, noem je het
aa
72 x 4 = 288
r
72 en 4 noem je de
72, het eerste getal, noem je het 4, het tweede getal, noem je de
2,5
Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.
pl
BIM1.2
Bereken uit het hoofd.
=
g 82 x 2
=
=
h 38 x 3
=
=
i 32 x 4
=
=
j 92 x 5
=
e 72 x 100
=
k 64 x 11
=
f 65 x 10
=
l 32 x 9
=
a 7x8 b 9x5 c 3x7
ijk
d 6x9
ex
BIM2.1
1,5
Hoofdstuk 7
2 Hoofdrekenen
em
= a Het drievoud van 10. b Zevenmaal een aankoop van € 8. = c Wim wandelde 4 km. Jens wandelde drie keer zo ver. =
12
Bereken uit het hoofd.
In k
BIM2.2
a 2,6 x 100
=
e 3 x 22,6
=
b 0,045 x 1 000
=
f 5,6 x 5
=
c 338,56 x 1 000 =
g 32,8 x 5
=
d 12,35 x 2
h 5 x 18,24 =
=
8
3 Schatten BIM3
De studiereis naar Gent kost € 29,85 per persoon. We gaan met 12 leerlingen en 3 leerkrachten deze stad bezoeken. Schat in tientallen hoeveel deze studiereis zal kosten. Berekening: Antwoordzin:
2
199
Formule 1B_2019.indb 199
13/06/19 12:18
4 Cijferen Bepaal het product. b 86 x 7 a 540 x 9
BIM4
c 9,5 x 25
d 12,6 x 9,5
5 Rekenen met je rekentoestel
aa
r
Schatten: Schatten: Schatten: Schatten:
4
Dit jaar gaan de leerlingen voor enkele dagen op studiereis naar Londen. De school rekent 198 euro aan per leerling. 53 leerlingen zullen zich laten overdonderen door de prachtige stad. Wat is de totale kostprijs van de schoolreis?
Hoofdstuk 7
em
pl
BIM5.1
Berekening:
ex
Schatten:
Antwoordzin:
ijk
Joke wil nieuwe gordijnen voor haar slaapkamer. De gordijnstof die ze uitgekozen heeft, kost € 36,5 per vierkante meter (m2). Ze koopt 4,5 m2 gordijnstof. Hoeveel moet Joke betalen?
In k
BIM5.2
3
Schatten:
Berekening: Antwoordzin:
2
200
Formule 1B_2019.indb 200
13/06/19 12:18
Op mijn maat 1
Wiskundetaal 1
Onderstreep de factoren in het groen. Het product onderstreep je in het blauw. 48 x 4 = 192
2
36 = 9 x 4
12,5 x 2 = 25
Vul de juiste benamingen aan.
De bewerking noem je de 425 is het
Vul aan.
pl
3
aa
85 x 5 = 425
r
85 en 5 noem je de
a Bepaal de factor die hoort bij 7 om 21 als product te hebben.
em
b Bepaal het product van 6 en 5.
Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.
a 8 keer 4.
ex
4
= =
c Het dubbel van 12.
=
d Het viervoud van 50.
=
e Het tienvoud van 10.
=
In k
ijk
b 7 maal ₏ 5.
5
Hoofdstuk 7
c Bepaal zelf de factoren van een vermenigvuldiging met als product het getal 24.
Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken.
a Een bedrijf verdubbelde zijn winst van ₏ 3 500.
=
b John gooit de speer 6,5 m ver. Kris kan wel drie keer zo ver.
=
c Miet kan 15 kg dragen. Piet kan vier keer zoveel tillen.
=
d Louis weegt vier maal zoveel als zijn hond, die 18 kg weegt.
=
e Kirsten is drie keer zo oud als haar nichtje van 7 jaar.
=
201
Formule 1B_2019.indb 201
13/06/19 12:18
2
Hoofdrekenen 6
Bereken uit het hoofd.
4x8 =
9x8 =
6x7 =
8x8 =
4x5 =
6x5 =
6x9 =
7x7 =
5x8 =
3x9 =
7x8 =
7x9 =
6x8 =
6x8 =
8x9 =
7x4 =
€ 12
€ 10
pl
€ 14
aa
r
7 Bereken de totaalprijs uit het hoofd.
bewerking
€9
schatting
em
a Raul trakteert zijn twee vrienden. Hij bestelt drie keer stoofvlees met frietjes. Hoofdstuk 7
b Bette gaat met haar ouders en haar zus spaghetti eten.
ex
c Bij een schooluitstap krijgen 17 leerlingen de lasagne voorgeschoteld.
ijk
d Brit en Janaika kiezen de wrap met kip. Lore en Sien gaan voor het stoofvlees.
8 Bereken uit het hoofd. =
f 0,4 x 10
b 14 x 1 000
=
g 21,004 x 1 000 =
c 2,74 x 10
=
h 4,05 x 10
=
d 3,005 x 100 =
i 56 789 x 10
=
e 14,2 x 1 000 =
j 4,05 x 10
=
In k
a 32 x 100
9
=
Bereken uit het hoofd.
a 66 x 2
=
f 36 x 5
=
b 28 x 4
=
g 9 x 29
=
c 56 x 4
=
h 11 x 57
=
d 4 x 63
=
i 58 x 9
=
e 34 x 8
=
j 43 x 11
=
202
Formule 1B_2019.indb 202
13/06/19 12:18
10 Vul het rijtje verder aan. − 25
x 10
− 500
x2
x4
x2
x5
− 124
−3
x5
x4
x5
x5
− 360
x2
x4
− 27
x4
x 10
− 256
a 125 b 20 c 73
11 Bereken telkens de totaalprijs uit het hoofd.
Jan betaalt
pl
a Jan koopt vier lolly’s van € 0,75 per stuk.
aa
e 99
r
d 104
b Sandra koopt vijf paar oorbellen van € 2,50 per paar. Sandra betaalt
em
c Lies koopt twee hippe sjaals van € 5,50 per stuk.
Lies betaalt Hoofdstuk 7
d Karel koopt vier bioscooptickets aan € 6,75 per ticket. Karel betaalt e Twee keer per week gaat Mieke fitnessen aan € 3,60 Per week betaalt Mieke per beurt.
€ 4,55
€ 4,95
In k
ijk
€ 3,95
ex
12 Bereken uit het hoofd.
€ 3,65
€ 3,65
a
drie sets penselen
b
vier keer een rollerpen
c
drie keer de kleurbalpennen
d
vijf pakjes fluostiften
e
twee maal de kleurstiften
bewerking
resultaat
203
Formule 1B_2019.indb 203
13/06/19 12:18
3
Schatten 13 Vink aan wat je zeker kunt kopen met 5 euro.
€ 1,55 per doos
€ 1,95 per pak
€ 2,45 per pak
14 Hoeveel kost het ongeveer?
1 uur € 19,75
Hoofdstuk 7
~~~
1 uur skiën voor 3:
b
4 dagkaarten:
c
2 weekendkaarten:
ex
em
~~~
weekendkaart € 59,85
a
pl
{ SKIËN }
dagkaart € 34,95
r
aa
ijk
15 Bereken hoeveel de tuinaannemer ongeveer moet betalen. Schat in tientallen.
In k
€ 1 257
€ 428
€ 503 afgeronde prijs
€ 312 bewerking
schatting
a Het bedrijf koopt drie grasmaaiers.
b Ook twee nieuwe kettingzagen staan op de boodschappenlijst. c Daar komen nog vier heggenscharen bij. d Tenslotte is er nog nood aan vijf grastrimmers. GESCHAT TOTAAL
204
Formule 1B_2019.indb 204
13/06/19 12:19
4
Cijferen 16 Schat en bepaal het product. Schatten:
d 92 x 7
Schatten:
Schatten:
Schatten:
em
17 Schat en bepaal het product.
f 73 x 8
aa
b 63 x 9
Schatten:
pl
Schatten:
e 65 x 6
a 46 x 14
b 63 x 21
Schatten:
Schatten:
In k
ijk
ex
Schatten:
c 720 x 32
Hoofdstuk 7
c 48 x 6
r
a 42 x 4
18 Schat en bepaal het product.
a 421 x 14
Schatten:
b 331 x 39 Schatten:
c 637 x 58 Schatten:
205
Formule 1B_2019.indb 205
13/06/19 12:19
19 Schat en bepaal het product. a 7,6 x 4
c 2,31 x 3
Schatten:
e 5,67 x 3
Schatten:
b 5,4 x 7
d 8,06 x 7
f 12,6 x 6
Schatten:
Schatten:
20 Schat en bepaal het product. b 8,6 x 7,5
c 57,8 x 2,1
em
a 5,4 x 9,3
pl
aa
r
Schatten:
Schatten:
Schatten:
Schatten:
Hoofdstuk 7
ijk
ex
Schatten:
21 Schat en bepaal het product. b 89,5 x 2,7
c 756 x 8,05
Schatten:
Schatten:
Schatten:
In k
a 0,47 x 5,3
206
Formule 1B_2019.indb 206
13/06/19 12:19
5
Rekenen met je rekentoestel 22 Een dakwerker rekent voor een herstelling € 37 per uur. Hij werkt 9 uur om het karwei te klaren. Hoeveel moet je betalen? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
aa
r
23 Jasmijn spaart elke week € 12. Hoeveel heeft zij gespaard na één jaar (een jaar is 52 weken)? Schatten:
pl
Berekening:
em
Antwoordzin:
Hoofdstuk 7
24 Voor een rockconcert worden er in voorverkoop 350 kaarten van € 9 verkocht. Aan de kassa betalen 530 mensen op de avond zelf € 12. Hoeveel mensen zullen het concert bijwonen?
ex
Schatten:
ijk
Berekening:
Antwoordzin:
In k
Hoeveel is het totaal aan ontvangsten voor dit concert?
Schatten:
Berekening:
Antwoordzin:
207
Formule 1B_2019.indb 207
13/06/19 12:19
25 Driss doet mee aan een sponsortocht van 12 km voor het goede doel. Zijn sponsors betalen hem 23 euro per gewandelde kilometer. Hoeveel euro kan Driss inzamelen als hij de tocht uitwandelt? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
r
26 Michiel heeft zeven rollen isolatiemateriaal nodig. Eén rol kost € 33,65. Hoeveel betaalt hij voor de zeven rollen?
aa
Schatten:
pl
Berekening:
em
Antwoordzin:
Hoofdstuk 7
27 Vissersclub ‘De Lustige Lijnvissers’ organiseert een tombola. Er worden 800 loten van € 3 verkocht. De hoofdprijs is een volledige vissersuitrusting van € 1 000. Iedereen die een lot kocht, krijgt een sticker ter waarde van € 1. Hoeveel winst maakt de vissersclub?
ijk
Berekening:
ex
Schatten:
In k
Antwoordzin:
28 Voor een vakantiejob heeft Aaron 21 dagen 7 uur per dag gewerkt. Zijn uurloon bedraagt € 9,75 per uur. Hoeveel moet de baas Aaron betalen? Schatten:
Berekening:
Antwoordzin:
208
Formule 1B_2019.indb 208
13/06/19 12:19
29 De wedstrijd FC Pottenstampers tegen KV Billenkletsers kon rekenen op heel wat toeschouwers. 727 volwassenen betaalden € 4,80 per persoon. 96 kinderen genoten van een voordelig tarief van € 2 per kind. Bereken de totale inkomsten. Schatten: Berekening:
aa
30 Je kamer moet dringend een nieuwe laag verf krijgen. Samen met je moeder koop je dit aan: 2 potjes lakverf € 17,55 per stuk 2 potten muurverf € 28,75 per stuk 3 kwasten € 3,50 per kwast 3 rolletjes afplaktape € 3,25 per stuk Hoeveel kost het materiaal voor de verfbeurt?
r
Antwoordzin:
Schatten:
Antwoordzin:
Schatten:
ijk
Berekening:
ex
31 Vader geeft een feestje voor z’n vrienden. Hij koopt 6 flessen rode wijn, 12 flessen witte wijn en 12 flessen fruitsap. Bereken hoeveel vader moet betalen.
Hoofdstuk 7
em
pl
Berekening:
fles fruitsap
€ 3,10
fles rode wijn 6 flessen witte wijn nu voor
€ 6,85
€ 27,55
In k
Antwoordzin:
32 Een inkomticket voor een pretpark kost € 24. Drie klassen van 17 leerlingen en vijf begeleidende leraren mogen mee. De bus naar het pretpark moet ook betaald worden: € 8,65 per persoon. Hoeveel kost het plezierreisje naar het pretpark in totaal? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
209
Formule 1B_2019.indb 209
13/06/19 12:19
Even samenvatten • Wiskundetaal het product
de factoren
30 x 8 = 240 de vermenigvuldiger
aa
r
het vermenigvuldigtal
de vermenigvuldiging
pl
keer, maal, dubbel, viervoud …
em
• Hoofdrekenen Splitsen 73 x 2 = (70 + 3) x 2 = (70 x 2) + (3 x 2) = 140 + 6 = 146 Om een getal te vermenigvuldigen met 4, vermenigvuldig je tweemaal met 2.
85 x 4 = 85 x 2 x 2 = 170 x 2 = 340 21 x 10 37 x 100 72 x 1 000
= 210 = 3 700 = 72 000
3,75 x 10 5,64 x 100 8,37 x 1 000
= 37,5 = 56,5 = 8 370
ex
Hoofdstuk 7
Om een natuurlijk getal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000 voeg je één, twee of drie nullen toe.
ijk
Om een kommagetal te vermenigvuldigen met 10, 100 of 1 000 schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar rechts.
In k
Om een getal te vermenigvuldigen met 5 vermenigvuldig je eerst met 10 en neem je dan de helft.
84 x 5 = 84 x 10 : 2 = 840 : 2 = 420 Het totale aantal cijfers na de komma
• Schatten • Cijferen
1
2
4
2
8
9
9
2
2
4
8
.
3
4
7
2
x
+
in de opgave, is het aantal cijfers na de komma in het product! 2
3
,
7
2
,
1
2
3
7
4
7
4
.
4
9,
7
7
x
+
210
Formule 1B_2019.indb 210
13/06/19 12:19
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 35
1 Wiskundetaal TOM1.1
35 en 4 noem je de 35 x 4 = 140
Het resultaat, 140, noem je het
aa
35, het eerste getal, noem je het
r
De bewerking zelf noem je een
4, het tweede getal, noem je de
2,5
Schrijf de volgende zinnen als een vermenigvuldiging en bereken. a Het zesvoud van 8.
=
b Zevenmaal een aankoop van € 12.
pl
TOM1.2
=
2 Hoofdrekenen
Bereken uit het hoofd. = a 8 x 7
g 97 x 2
=
=
=
=
i 43 x 4
=
=
j 84 x 5
=
h 45 x 3
e 32 x 100
=
k 55 x 11
=
f 167 x 10
=
l 67 x 9
=
e 3 x 41,6
=
b 7 x 6 c 4 x 8
ijk
d 6 x 9
Bereken uit het hoofd. = a 3,4 x 100
In k
TOM2.2
1,5
ex
TOM2.1
Hoofdstuk 7
em
c Tim scoorde 14 punten. Pamela scoorde drie keer zoveel. =
b 0,007 x 1 000
=
f 7,6 x 5
=
c 30,04 x 1 000
=
g 42,7 x 5
=
d 52,45 x 2
=
h 5 x 38,36 =
12
8
3 Schatten TOM3
De voetbalwedstrijd bijwonen kost € 19,95 per persoon. We gaan met 19 personen kijken. Schat in tientallen hoeveel dit uitstapje aan inkomtickets zal kosten. Berekening: Antwoordzin:
2
211
Formule 1B_2019.indb 211
13/06/19 12:19
4 Cijferen Schat en bepaal het product. b 68 x 21 a 450 x 9
TOM4
c 82,3 x 9,5
d 0,25 x 2,4
aa
r
Schatten: Schatten: Schatten: Schatten:
5 Rekenen met je rekentoestel
Kylie wil nieuw tapijt voor haar slaapkamer. Het tapijt dat ze uitgekozen heeft, kost € 17,40 per m2. Ze koopt 18 m2 tapijt. Hoeveel moet Kylie betalen?
pl
TOM5.1
4
em
Schatten:
Hoofdstuk 7
Berekening:
2
Om geld in te zamelen organiseert de dansschool een pannenkoekenverkoop. De dansschool koopt de pannenkoeken aan € 2,75 per pak. Ze verkopen ze aan € 4,50 per pak. De leerlingen van de dansschool verkochten in totaal 187 pakjes. Hoeveel bedroeg de totale winst voor de dansschool?
In k
ijk
TOM5.2
ex
Antwoordzin:
Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
3
212
Formule 1B_2019.indb 212
13/06/19 12:19
Gamezone 1 Sudoku Vul het raster zo in dat elke rij en elke kolom van 9 vakjes en elk blok van 3 x 3 vakjes alle cijfers van 1 tot en met 9 bevat. Er is ĂŠĂŠn unieke oplossing. Gokken is dus niet de juiste methode!
2
5
9
1
8
9 3
9
3 4 9
6 3
1
9
3
7
8
1
6
5
6
3
4
9
7
4
8
5
4
9
6
1
6
7
8
4
9
9
4
1
4 9
3
9
4
6
5
4
8 5 1
7
1
2
7
6
7
5
4
7
1
6
2
2
5
2
In k
7
4
3
ijk
1
4
7
ex
4
6
2
8 1
5
5
2
6
2
6 7
8
8
Hoofdstuk 7
5
1
em
2
9
9
2
pl
3
6
3
aa
4
5
r
1
3
8
1
4
7
8
3 9
9 7
6
5
213
Formule 1B_2019.indb 213
13/06/19 12:19
2 In het magazijn staan 8 kratten met 24 flesjes. Maar in 4 kratten ontbreekt een flesje. Hoeveel flesjes zitten er in de kratten?
Berekening:
pl
aa
r
Antwoordzin:
Hoofdstuk 7
em
3 De grote driehoek is verdeeld in twee kleinere driehoeken en een ruit. Binnen deze figuren staan drie getallen. Die staan voor de uitkomst van het product van de hoekpunten. De getallen die nodig zijn voor de oplossing staan onder de figuur.
21
ex
18
In k
ijk
30
2
5
9
1
3
7
4 Zet een +, een – of een x op de juiste plaats, zodat de oefeningen kloppen. a
25
4
= b
c
250
6
50
150 =
2 2
61
=
350
50
4
214
Formule 1B_2019.indb 214
13/06/19 12:19
8
aa
Hoe weet ik wanneer er tien minute n voorbij zij n?
r
Gemeten, gewogen en goedgekeurd
eet ik Waarmee m er room af? twee decilit
water is 25 c
l?
In k
ijk
ex
em
pl
Hoeveel ml
50 eeg ik w e e m r
g kaas
Hoe weet ik of een diamete mijn taartvorm r van 25 cm heeft?
af?
Waa
verwarmen n e v o e d ik Moet 20 °C? op 220° of 2
Formule 1B_2019.indb 215
13/06/19 12:19
Planner
Aan de slag
Meettoestellen meten grootheden Elke grootheid heeft een eenheid Aflezen van maatbekers en weegschalen Lengte, inhoud en massa 4.1 Lengte 4.2 Inhoud 4.3 Massa 5 Herleiden van lengte, inhoud en massa 5.1 Lengte 5.2 Inhoud 5.3 Massa 6 Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel
219 220 221 222 222 223 224 226 226 226 226 227
Op mijn maat
Even samenvatten
Gamezone
Meettoestellen meten grootheden Elke grootheid heeft een eenheid Aflezen van maatbekers en weegschalen Lengte, inhoud en massa Herleiden van lengte, inhoud en massa Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel
ex
Hoofdstuk 8
Test op mezelf
1 2 3 4 5 6
em
Ben ik mee?
pl
aa
r
1 2 3 4
229 231 232 233 235 239 242 244
245
247
In k
ijk
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
In dit hoofdstuk leer je alles over grootheden en eenheden.
216
Formule 1B_2019.indb 216
13/06/19 12:19
Formule 1B_2019.indb 217
Lengte, inhoud
rekentoestel
p. 227
Totaal
BIM6
/25
/2
/6
/5
/3
/4
Oef 12
Oef 26
Oef 27 Oef 28 Oef 31
Oef 18 Oef 21 Oef 22
Oef 43
Oef 38
Totaal
Oef 47
Oef 50
Oef 49
Oef 44
Oef 40
Oef 36
1
4-5
3-4
2-3
3
4
Oef 13
Oef 52
Oef 32
Oef 29
Oef 15
Oef 53
Oef 51
Oef 41
Oef 37
Oef 25
Oef 20
Oef 7
Oef 3
6
5
4
5
2
Oef 45
Oef 33
Oef 30
/
/
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa
pl
em
Oef 24
Oef 19
Oef 11
Hoofdstuk 8
Oef 48
Oef 42
Oef 35
Oef 46
Oef 39
Oef 34
0
0-3
Oef 23
Oef 17
0-2
Oef 14
Oef 9
Oef 6
Oef 5
Oef 2
ex
0-1
Oef 16
Oef 10
Oef 8
0-2
ijk Oef 4
Oef 1
0-3
Totaal
TOM6
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/25
/2
/6
/5
/3
/4
/5
/
en massa met je
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
/5
Test op mezelf
Datum:
6
inhoud en massa
Herleiden van lengte, p. 226
p. 222
p. 221
p. 220
BIM1
Op mijn maat
Klas:
5
massa
Lengte, inhoud en
weegschalen
maatbekers en
Aflezen van
een eenheid
Elke grootheid heeft
grootheden
Meettoestellen meten p. 219
In k
Ben ik mee?
Nr.:
4
3
2
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: / 20 /
217
13/06/19 12:19
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Hoofdstuk 8
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik nauwkeurig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was mijn antwoord altijd volledig?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik altijd een antwoordzin geschreven?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik telkens een passende eenheid genoteerd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
218
Formule 1B_2019.indb 218
13/06/19 12:19
Aan de slag 1 Meettoestellen meten grootheden Met een meettoestel meet je een grootheid. Welk meettoestellen meten dezelfde grootheid? Geef ze eenzelfde kleur.
r
em
ijk In k
Hoofdstuk 8
ex
pl
aa
Wat meet je met welke meettoestellen? Kies uit de grootheden: lengte, massa, inhoud, hoekgrootte, temperatuur en tijd.
Formule 1B_2019.indb 219
Met deze meettoestellen
meet je de grootheid
Met deze meettoestellen
meet je de grootheid
219
13/06/19 12:19
2 Elke grootheid heeft een eenheid
r
Welke grootheid herken je bij onderstaande afbeeldingen? Vul in. Noteer telkens het maatgetal, het symbool en de eenheid.
maatgetal
symbool
eenheid
grootheid
ijk
maatgetal
ex
Hoofdstuk 8
em
pl
aa
grootheid
eenheid
In k
symbool
+/-
grootheid
maatgetal
symbool
eenheid
220
Formule 1B_2019.indb 220
13/06/19 12:19
3 Aflezen van maatbekers en weegschalen Oma kent de perfecte verhouding om een heerlijk kopje koffie te maken. In een maatbeker neemt ze de passende hoeveelheid water voor de gewenste hoeveelheid koffie op de weegschaal. Hoeveel water past oma op de maatbeker af? Hoeveel koffie past oma op de weegschaal af?
r
1000ml
aa
800 600
0
400
80
120
160g
pl
200
40
0
em
Lees de onderstaande inhouden en massa’s correct af.
600
ex
800
500 ml
0
400
400
ijk
200 0
In k
ml
100
200 g
Hoofdstuk 8
1000 ml
g 0
500
1 kg
2 kg
500
300
ml
kg
Geef de inhoud en massa correct aan. 750 ml
650
50 ml
0
500
700 ml
500
2 kg
1,5 kg
30
0
550
1 kg
100
200
300
400 g
10
24 cl
275 g
221
Formule 1B_2019.indb 221
13/06/19 12:20
4 Lengte, inhoud en massa 4.1 Lengte
• Eenheden van lengte Antwoord zo nauwkeurig mogelijk.
Hoe hoog is de deur van je klaslokaal?
Hoe lang is je meetlat?
Hoe ver moet je lopen in een marathon?
r
Vul in de ster de hoofdeenheid van lengte in. Plaats in de tekstballonnen alle andere lengtematen die je kent.
aa
pl
-
-
• Referentiematen
em
Noteer bovenstaande lengtematen van groot naar klein. -
-
ex
Hoofdstuk 8
Plaats bij elke afbeelding de best passende referentiemaat.
ijk
15min.
In k
Vul de gelijkheden aan. 1 km =
m
1m=
cm
1 cm =
mm
1 m =
dm
1m=
mm
1 dm =
cm
Markeer voor volgende afbeeldingen de best passende lengte.
1m
1 dm
1 cm
2,5 mm
2,5 cm
5 mm
3m
5m
10 m
222
Formule 1B_2019.indb 222
13/06/19 12:20
4.2 Inhoud
• Eenheden van inhoud Antwoord zo nauwkeurig mogelijk.
Wat is de inhoud van een blikje cola?
Wat is de inhoud van een grote fles ice tea?
Wat is de inhoud van een fles wijn?
Vul in de ster de hoofdeenheid van inhoud in. Plaats in de tekstballonnen alle andere inhoudsmaten die je kent.
pl
aa
r
Noteer bovenstaande lengtematen van groot naar klein. -
-
• Referentiematen
-
em
ijk
ex
Hoofdstuk 8
Plaats bij elke afbeelding de best passende referentiemaat.
In k
Vul de gelijkheden aan. 1 l =
dl
1 l =
cl
1 l =
ml
1 dl =
cl
1 dl =
ml
1 cl =
ml
Markeer voor volgende afbeeldingen de best passende inhoud.
10 cl
75 cl
10 l
10 cl
75 cl
10 l
15 cl
75 cl
10 l
223
Formule 1B_2019.indb 223
13/06/19 12:20
4.3
•
Massa
Eenheden van massa
Antwoord zo nauwkeurig mogelijk.
Hoeveel weegt een klontje suiker? Hoeveel weegt een pak suiker? Hoeveel weegt een auto?
pl
aa
r
Vul in de ster de hoofdeenheid van massa in. Plaats in de tekstballonnen alle andere massamaten die je kent.
•
-
Referentiematen
em
Noteer bovenstaande inhoudsmaten van groot naar klein. -
-
-
Plaats bij elke afbeelding de best passende referentiemaat.
In k
ijk
ex
Hoofdstuk 8
Vul de gelijkheden aan. 1 ton =
kg
1 kg =
g
1g=
mg
Markeer voor volgende afbeeldingen de best passende massa.
15 g
100 g
4 ton
15 g
100 g
4 ton
15 g
100 g
4 ton
224
Formule 1B_2019.indb 224
13/06/19 12:20
• Bruto, tarra en netto
aa
r
Er is iets wat niet lijkt te kloppen bij onderstaande afbeeldingen. Verklaar.
• Lees de massa op de weegschaal af.
• Hoeveel weegt de verpakking dan?
= bruto
= netto
= tarra
pl
• Lees de massa op de verpakking af.
bruto = tarra + netto
em
660 gram
210 gram
25 kg
300 kg
In k
ijk
ex
Hoofdstuk 8
Welke kolom stelt bruto, tarra of netto voor? Vul aan. Vul daarna de tabel met de juiste massa aan.
netto = bruto – tarra tarra = bruto – netto
225
Formule 1B_2019.indb 225
13/06/19 12:20
5
Herleiden van lengte, inhoud en massa.
Om te herleiden gebruik je deze stappen:
r
5.1
onderlijn de gegeven eenheid; markeer in het maatgetal het cijfer van de eenheden; schrijf dat cijfer bij de gegeven eenheid in de tabel; vul daarna één cijfer per kolom verder in; plaats een rode streep na de kolom van de gevraagde eenheid; vul met groen nullen aan in de resterende vakjes; de rode streep vervangt zo nodig de komma; lees het getal af. Lengte
aa
• • • • • • • •
Herleid met behulp van de tabel. Denk aan de stappen. lengte
km
100 m
m
10 m
cm
2 540 cm
em
142,87 m 29,4 km
cm m cm m
In de tabel zet je geen komma.
ex
Hoofdstuk 8
In deze kolom moet je soms meerdere cijfers noteren.
5.2
mm
pl
325 m
dm
Inhoud
ijk
Herleid met behulp van de tabel. Denk aan de stappen. inhoud
l
dl
cl
ml cl
In k
89 l
5.3
92 cl
dl
75,8 dl
l
62,3 cl
ml
Massa
Herleid met behulp van de tabel. Denk aan de stappen. massa
226
ton
100 kg
10 kg
kg
100 g
10 g
g
dg
cg
mg
27 g
mg
52 kg
g
13,12 ton
kg
62,5 g
kg
Formule 1B_2019.indb 226
13/06/19 12:20
6
Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel
Kim deed inkopen voor haar hond Jos. Hoeveel weegt de hondenvoeding samen?
7200gg
Antwoordzin:
ex
.
Hoofdstuk 8
em
Ook voor haar kat deed Kim wat inkopen. Hoeveel kg kattenvoer heeft Kim gekocht?
aa
Berekening:
pl
Zet eerst alle gegevens om naar dezelfde eenheid.
r
72
ijk
12x100g
In k
Zet eerst alle gegevens om naar dezelfde eenheid. Controleer daarna of je het antwoord nog moet herleiden naar een gevraagde eenheid. Berekening:
Antwoordzin: Voor welk dier kocht ze het meeste eten? Hoeveel gram is het verschil? Berekening:
Antwoordzin:
227
Formule 1B_2019.indb 227
13/06/19 12:20
Om naar school te komen moet Frederik de fiets en de trein nemen. Daarna moet hij ook nog een stukje wandelen. De fietsrit naar het station bedraagt 2 800 m. Zijn treinrit is 52 km lang. Dan wandelt hij nog 0,5 km naar school. Hoeveel meter legt Frederik elke morgen af? Fietsrit:
2 800 m
Treinrit:
52 km = m
Wandeltocht:
0,5 km = m
r
Samen:
aa
Antwoordzin:
pl
In de winkel koop je 8 l melk, 2 dl room, 75 cl yoghurt en 1,5 l cola. Hoeveel centiliter heb je gekocht?
Antwoordzin:
ex
Hoofdstuk 8
em
Berekening:
In k
ijk
Je kunt in de winkel kiezen uit drie soorten boter. Ze zitten echter allemaal in een verschillende verpakking. Je kreeg de opdracht de goedkoopste mee te brengen. Om de kostprijs te kunnen vergelijken, bereken je de prijs voor eenzelfde hoeveelheid. Hoeveel kost de boter per kilogram? Bereken. Welke boter is het goedkoopst? Duid aan. 500 g
€ 5,80 200 g
250 g
€ 3,70
€ 3,30 € / kg
€ / kg
€ / kg
228
Formule 1B_2019.indb 228
13/06/19 12:21
Ben ik mee? Naam: Nr.:
1
Klas:
Datum:
/
/ 20
/ 25
Meettoestellen meten grootheden Noteer na elke vraag de grootheid die erbij past. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte.
BIM1.1
r
a Hoeveel weegt je hond?
aa
b Hoe warm is het in Spanje? c Hoe groot ben je? d Hoeveel soep heb je nodig?
2
pl
Noteer de letter van het gepaste meetinstrument. Peter heeft 2 m lint nodig.
Fien weegt 50 g suiker af.
em
Een bout is 15 mm dik.
Sien drinkt 125 ml melk.
a
b
c
d
e
f
3
Elke grootheid heeft een eenheid
ijk
2
Annemie weegt 63 kg.
ex
Elke moet 200 ml water nemen.
Hoofdstuk 8
BIM1.2
Vul de juiste maateenheid in.
BIM2
a
c
De pauze duurt 15
In een emmer kan 12
d
In de zomer is het buiten soms 35
In k
b
Pieter weegt 37
3
BIM3
4
Aflezen van maatbekers en weegschalen Duid de gevraagde hoeveelheden aan op de meetinstrumenten.
3
een inhoud van 800 ml
Formule 1B_2019.indb 229
een massa van 65 g
229
13/06/19 12:21
4 Lengte, inhoud en massa Plaats een cijfer van 1 tot 4 bij deze voorwerpen. Het lichtste voorwerp krijgt cijfer 1, het zwaarste cijfer 4.
BIM4.1
pak suiker
auto
koekje
aardappel
2
Vul de juiste maateenheid in.
BIM4.2
inhoud
massa
17
4,6
75
5
500
800
3
pl
5 Herleiden van lengte, inhoud en massa
aa
r
lengte
Herleid telkens tot de gevraagde eenheid. lengte
km
100 m
m
10 m
dm
cm
mm
5,25 m
dm
97 cm
m
inhoud
l
241 cl
7,7 dl
cl
ml
l
ml
ton
100 kg
10 kg
kg
100 g
10 g
g
dg
cg
mg
ijk
massa
dl
ex
Hoofdstuk 8
em
BIM5
2,8 kg g 6
In k
1 100 kg ton 6 Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel
BIM6
Papa kocht een pak van 24 blikjes water van 0,25 liter. Opa kocht een grote fles van 500 centiliter. Wie kocht de grootste hoeveelheid water? Berekening:
Antwoordzin:
2
230
Formule 1B_2019.indb 230
13/06/19 12:21
Op mijn maat Meettoestellen meten grootheden 1
Plaats de grootheden bij de passende afbeelding. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte.
2
Schrijf na elke vraag de best passende grootheid. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte.
a
Hoe groot is een rechte hoek?
b
Wanneer komt de trein aan?
c
Hoeveel weegt je broertje nu?
d
Hoeveel kan er in een blikje spuitwater?
3
Geef de correcte naam van elk meetinstrument. Noteer bij het recept voor puree de letters van de nodige meetinstrumenten.
ijk
ex
Hoofdstuk 8
em
pl
aa
r
1
a
c
In k
b
d
e
f
Breng 0,75 dl water aan de kook. Laat de aardappelen 15 minuten koken. Giet ze daarna af. Doe 20 gram boter en wat melk bij de aardappelen en stamp alles fijn met wat peper, zout en nootmuskaat.
Formule 1B_2019.indb 231
231
13/06/19 12:21
2
Elke grootheid heeft een eenheid 4
Markeer telkens de eenheid in het groen en het maatgetal in het blauw. 8,350 kg
5
14 m
39 l
120,07 kg
Vul de tabel aan. maatgetal
eenheid
symbool
grootheid
15
meter
m
lengte
15 m 60 s
r
10 l
aa
100 kg 22 °C
a
In de gieter kan 10 kg water 10 l water 10 m water
b
In een regenton kan 500 m water 500 l water 500 s water
c
Ik ben ziek, ik heb 38° koorts 38 °C koorts 38 s koorts
Vier peren wegen 1 kg 1m 1 °C
g
Een huis is 9 kg breed 9° breed 9 m breed
em
d
pl
Duid het juiste antwoord aan.
Een geodriehoek van h 14 cm lang 14 g lang 14 u lang
Een kleuter weegt 20 °C 20 l 20 kg
Een file van 900 kg 900 l 900 m
Zonnepanelen plaats je best in een hoek van 35° 35 kg 35 min
ex
e
f
i
In k
ijk
Hoofdstuk 8
6
7
Noteer telkens de letter die bij de passende eenheid staat. Welk woord vind je?
a
de breedte van je pink
b
het gewicht van een auto
c
kookpunt van water
d
soeplepel
e
stand van de zon
f
een grote stap
g
inktbusje
h
een pak zout
P
O
C
O
I
O
S
B
kg
m
°
ml ton °C
cl
cm
Woord:
232
Formule 1B_2019.indb 232
13/06/19 12:21
Aflezen van maatbekers en weegschalen Lees de inhoud van deze maatbekers af.
ml
ml
Lees de inhoud op onderstaande schalen af. 250 ml
1000 ml
900
150
800
100
900 800
400
em
200
700
700
600
50
ml
ml
1l
500 ml
pl
9
r
8
aa
3
600 500
300
ml
ml
ml
In k
ijk
ex
Hoofdstuk 8
10 Duid de inhoud correct op de maatbekers aan.
800 ml
150 ml
375 ml
11 Duid de inhoud correct op de schalen aan. 250 ml
750 ml
500 ml
1l 0,9
200
0,8 150
650
400
100
0,7 0,6
50
550
160 ml
590 ml
300
470 ml
0,5
675 ml
233
Formule 1B_2019.indb 233
13/06/19 12:21
12 Lees deze weegschalen af.
13 Lees de massa op onderstaande schalen af.
30
3,0
20
2,0
10
1,0
0
1kg
2kg
3kg
pl
kg 4,0
0
200
400
4kg
600
800 g
em
gram 40
kg
r
g
aa
kg
0
0
In k
ijk
ex
Hoofdstuk 8
14 Duid de massa correct op de weegschalen aan.
30 g
1,2 kg
135 g
15 Duid de massa correct op de schaalverdeling aan. kg 5,0
gram 100
100
125
150
175
200g
90 4,0
70 3,0
4,5 kg
160 g
80
0
1kg
2kg
3kg
4kg
60
72 g
750 g
234
Formule 1B_2019.indb 234
13/06/19 12:21
4
Lengte, inhoud en massa
4.1
Lengte
16 Noteer telkens de passende letter bij de referentiemaat. A
1 mm
De breedte van een deur.
B
1 cm
De dikte van een bankkaart.
C
1 dm
De afstand die je aflegt als je een kwartier stapt.
D
1m
De breedte van je vinger.
E
1 km
r
De breedte van je hand.
aa
17 Plaats een cijfer van 1 tot 6. De kleinste lengte krijgt cijfer 1, de grootste 6. de lengte van een lessenaar
de lengte van een gom
de lengte van een voetbalveld
de hoogte van een deur
de dikte van je gsm
18 Omcirkel het passende antwoord.
pl
de lengte van een olympisch zwembad
Een verlichtingspaal is meer dan/minder dan/juist 1 m.
b
Een peuter is meer dan/minder dan/juist 1 m lang.
c d
De hoogte van een deur is meer dan/minder dan/juist 1 m. De lengte van een voetbalveld is meer dan/minder dan/juist 1 km.
e
De dikte van je paspoort is meer dan/minder dan/juist 1 mm.
f
De dikte van je wiskundeboek is meer dan/minder dan/juist 1 cm.
Hoofdstuk 8
ex
em
a
19 Markeer het best passende antwoord.
b
12 mm
12 cm
12 dm
12 m
de breedte van een voetbalveld
10 m
50 m
100 m
150 m
de hoogte van een verdieping
3m
5m
6m
7m
In k
c
de lengte van een lijnbus
ijk
a
d
de hoogte waarop een basketbalring hangt 1,5 m
2m
3m
3,5 m
e
de breedte van een blad uit je boek
15 cm
21 cm
30 cm
20 mm
20 Vul de juiste maateenheid in. a
De lengte van het zwembad is 50
.
b
Een nachtkastje meet 52 op 30
.
c
Een potlood heeft een lengte van 2
.
d
De dikte van een houten plaat is 18
.
e
Wie een marathon loopt, loopt 42
.
f
De lengte van een voetbalveld is 100
.
235
Formule 1B_2019.indb 235
13/06/19 12:21
4.2
Inhoud
21 Noteer telkens de passende letter bij de referentiemaat. De inhoud van een soeplepel.
A
1 ml
De inhoud van een doos melk.
B
1 cl
De inhoud van een inktbusje.
C
1 dl
De inhoud van een kop koffie.
D
1l
b
<
c
d
<
<
e
<
pl
a
aa
r
22 Rangschik de inhouden van deze voorwerpen van klein naar groot.
b
In een emmer water gaat meer dan/minder dan/juist 1 l.
c d
In een brik melk gaat meer dan/minder dan/juist 1 l. In een soepbord kan meer dan/minder dan/juist 1 dl.
e
Een koffielepel bevat meer dan/minder dan/juist 1 cl.
f
Een glas water is meer dan/minder dan/juist 1 dl.
ex
Hoofdstuk 8
em
23 Omcirkel het passende antwoord. a In een blikje frisdrank gaat meer dan/minder dan/juist 1 l.
24 Markeer het best passende antwoord. De inhoud van een tube tandpasta
75 ml
750 ml
7,5 ml
75 l
Een brikje vruchtensap
20 dl
20 cl
20 ml
20 l
c
ijk
a
Een lepeltje siroop als je ziek bent
5 cl
1 cl
5 ml
2 ml
d
De benzinetank van een auto
150 l
100 l
50 l
5l
e
Een glas frisdrank
0,5 l
25 cl
100 ml
4 dl
In k
b
25 Vul de juiste maateenheid in.
5
250
33
2
25
236
Formule 1B_2019.indb 236
13/06/19 12:21
4.3
Massa
26 Noteer telkens de passende letter bij de referentiemaat. De massa van één kauwgom.
A
1 mg
Het gewicht van een medicijn in een pilletje.
B
1g
Het gewicht van een kleine auto.
C
1 kg
De massa van een pak suiker of bloem.
D
1 ton
b
c
>
d
e
pl
a
aa
r
27 Rangschik de massa’s van deze producten van zwaar naar licht.
>
>
>
ex
Hoofdstuk 8
em
28 Omcirkel het passende antwoord. a Een grote zak chips weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. b Een pak suiker weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. c Een grote zak hondenbrokken weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. d Een klontje suiker weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. e Een ezel weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg. f Een groot bruin brood weegt meer dan/minder dan/juist 1 kg.
a
ijk
29 Markeer het best passende antwoord. Het gewicht van een watermeloen
2,5 ton
2,5 kg
2,5 g
2,5 mg
Het gewicht van een kippenei
600 g
6 kg
60 g
6g
Het gewicht van een appel
180 g
100 g
75 g
25 g
d
Een portie pasta voor één persoon
1 kg
180 g
90 g
150 mg
e
De massa van een pistolet
450 g
150 g
50 g
10 mg
b
In k
c
30 Vul de juiste maateenheid in.
250
19
500
2
20
237
Formule 1B_2019.indb 237
13/06/19 12:21
31 Vul de tabel aan. bruto
tarra
netto
45 g
150 g
a b
750 g
950 g 0,15 kg
c d
4,5 ton
1 kg
1,2 ton
230 g
12 kg
tarra
netto
tarra
bruto
tarra
In k
ijk
9,5 ton
bruto
tarra
netto
netto
bruto
tarra
bruto
tarra
netto
bruto
tarra
netto
8,2 ton
ton
netto
netto
kg
2,5 kg
ex
Hoofdstuk 8
bruto
bruto
aa
netto
g
pl
tarra
200 g
em
bruto
r
32 Gaat het om bruto, tarra of netto? Duid aan. Vul telkens de ontbrekende massa aan.
bruto
tarra
netto
33 Op containers kun je ook vaak de termen tarra, netto en bruto terugvinden. Bereken telkens welk getal onzichtbaar is gemaakt.
238
Formule 1B_2019.indb 238
13/06/19 12:21
5
Herleiden van lengte, inhoud en massa 34 Noteer correct in de tabel. lengte
km
100 m
m
10 m
dm
cm
mm
273 m 25Â 000 mm 400,15 dm 35 Herleid deze lengtes. Denk aan het stappenplan. km
100 m
m
10 m
dm
mm
aa
3m
cm
r
lengte
15 dm 32,34 m
pl
2,12 m 0,6 km
em
50 cm
mm mm cm dm m m
36 Herleid deze lengtes. Denk aan het stappenplan.
20,1 cm
m
10 m
dm
cm
mm m dm mm
ijk
1 257 cm
100 m
Hoofdstuk 8
9 cm
km
ex
lengte
m
789 m
km
In k
408 cm
2,55 km
m
37 Herleid.
Vurenhout geschaafd 18 x 190 mm x 210 cm Dikte
Formule 1B_2019.indb 239
Multiplex 244 x 122 cm x 5 mm
=
cm
Dikte
Breedte =
cm
Lengte =
m
=
Modena carport 324 x 780 cm
cm
Breedte =
m
Breedte =
m
Lengte =
m
Lengte =
m
239
13/06/19 12:21
38 Noteer correct in de tabel. inhoud
l
dl
cl
ml
28 ml 560 cl 75,02 dl 39 Herleid deze inhouden. Denk aan het stappenplan. l
dl
cl
ml ml
15 dl
aa
13 cl
r
inhoud
4,3 cl 304 cl
pl
8,9 dl
em
0,5 l
cl
ml ml cl ml
40 Herleid deze inhouden. Denk aan het stappenplan. inhoud
l
Hoofdstuk 8
43 ml 73,5 dl
ml l dl l l
ijk
414 cl
cl
ex
75 cl
dl
60,5 l
cl
330 ml
In k
l
41 Herleid.
1,5 l cl
0,75 l ml
33 cl l
50 cl ml
1l cl
240
Formule 1B_2019.indb 240
13/06/19 12:22
42 Noteer correct in de tabel. massa
ton
100 kg
kg
10 kg
100 g
10 g
g
dg
cg
mg
cg
mg
1 720 g 15,45 kg 8 932 mg 43 Herleid deze massa’s. Denk aan het stappenplan. massa
ton
100 kg
kg
10 kg
100 g
10 g
g
dg
g
r
24 kg
aa
4,7 ton 3,7 g
pl
26,3 kg
250 g
em
72 dg
kg
mg g cg kg
44 Herleid deze massa’s. Denk aan het stappenplan.
176 kg
10 kg
kg
100 g
g
10 g
dg
cg
mg
kg ton mg
ijk
33 g
100 kg
Hoofdstuk 8
15 g
ton
ex
massa
g
820 kg
ton
In k
23 000 kg
g
50 cg
45 Herleid.
5 kg
200 g g
kg
40 g mg
750 g kg
2,5 ton kg
241
Formule 1B_2019.indb 241
13/06/19 12:22
6
Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel 46 Joris drinkt elke dag 3 blikjes fruitsap van 33 cl. a Hoeveel cl is dat per week? Berekening: Antwoordzin: b
Hoeveel cl is dat in de maand januari?
aa
r
Berekening: Antwoordzin:
Antwoordzin: b
De planken worden verkocht per 2 meter. Hoeveel planken moet de leerkracht voorzien?
ex
Hoofdstuk 8
em
Berekening:
pl
47 Om een werkstuk te maken in de praktijkles hout heeft elke leerling een plank van 50 cm nodig. a Hoeveel meter is er nodig voor 15 leerlingen?
ijk
48 Pas dit recept voor macaroni aan naar twee personen. acht personen
twee personen g macaroni
4 000 ml water
ml water
400 g kaas
g kaas
600 g ham
g ham
In k
800 g macaroni
49 Je vader heeft thuis een bescheiden wijnkelder. Daar liggen 106 flessen wijn van elk 75 cl netjes opgestapeld. Hoeveel liter heeft je vader op voorraad liggen? Berekening: Antwoordzin:
242
Formule 1B_2019.indb 242
13/06/19 12:22
50 Bereken van onderstaande producten telkens de prijs voor 1 kg.
500g
250g
100g
€ 1,80
€ 0,85
€ 2,65
€
/kg
€
/kg
€
/kg
50 cl
€
/l
25 cl
€ 0,90
€ 0,85
€
/l
€
/l
em
/l
€ 2,70
40 cl
pl
1,5 l
€ 1,55 €
aa
r
51 Bereken van onderstaande producten telkens de prijs voor 1 liter.
ex
ijk
Berekening:
Hoofdstuk 8
52 Pieter loopt 1 500 m. Jan loopt het dubbele van Pieter. Bart loopt de helft van Jan. Hoeveel km lopen de jongens samen?
In k
Antwoordzin:
53 In de benzinetank van de auto zit nog 45 liter benzine. Je plant een reis van 680 km. De auto verbruikt 6 l benzine per 100 km. Hoeveel benzine heb je over of te kort? Berekening:
Antwoordzin:
243
Formule 1B_2019.indb 243
13/06/19 12:22
Even samenvatten Iets wat je kunt meten noem je een grootheid (lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte). maatgetal
eenheid
symbool
grootheid
45
meter
m
lengte
45 m
lengtematen: km, m, dm, cm, mm inhoudsmaten: l, dl, cl, ml massamaten: ton, kg, g, dg, cg, mg
• • •
tijdsmaten: u, min, s hoekmaten: ° temperatuurmaten: °C
• • •
1 dm
1 cm
pl
1m
em
1 km
aa
r
Referentiematen
1l
Hoofdstuk 8
ex
1 dl
1 ton
1 kg
1 mm
1 cl
1 ml
1g
1 mg
bruto = tarra + netto
ijk
Herleiden doe je met hulptabellen en via het stappenplan: onderlijn de gegeven eenheid; markeer in het maatgetal het cijfer van de eenheden; schrijf dat cijfer bij de gegeven eenheid in de tabel; vul daarna één cijfer per kolom verder in; plaats een rode streep na de kolom van de gevraagde eenheid; vul met groen nullen in in de resterende vakjes; de rode streep vervangt zo nodig de komma; lees het getal af.
In k
lengte
km
100 m
32 2m inhoud
l
13 cl massa 27 7g
ton
100 kg
10 kg
10 m
m
dm
cm
3
2
0
0
mm 3 200 cm
dl
cl
ml
1
3
0
kg
100 g
10 g
g
0
0
2
7
dg
10 cg
130 ml mg 0,027 kg
244
Formule 1B_2019.indb 244
13/06/19 12:22
Test op mezelf Naam: Nr.:
1
Klas:
Datum:
/
/ 20
/ 25
Meettoestellen meten grootheden Noteer na elke vraag de grootheid die erbij past. Kies uit: lengte, inhoud, massa, tijd, temperatuur, hoekgrootte. Hoe hoog is de deur?
b
Hoe lang heb je gelopen?
c
Hoeveel melk heb je nodig?
d
Hoeveel suiker heb je nodig?
r
a
aa
TOM1.1
2
pl
Noteer de letter van het gepaste meetinstrument.
TOM1.2
Sara bepaalt de remafstand op 30 m.
Pieter heeft 5 ml siroop nodig. Yassin weegt 275 g bloem af.
em
Maxim meet 20 cm voor z’n werkstuk.
c
d
e
f
3
Elke grootheid heeft een eenheid
ijk
2
b
Hoofdstuk 8
a
De hond weegt 60 kg.
ex
Senna zorgt voor 175 ml melk.
Vul in met de best passende eenheid.
TOM2
a
c
Ans brief weegt 50
Een fles wijn bevat 75
d
De lengte van een voetbalveld is 100
In k
b
De lengte van een lat is 30
3
TOM3
Aflezen van maatbekers en weegschalen
4
Duid de gevraagde hoeveelheden aan op de meetinstrumenten.
3
een inhoud van 200 ml
Formule 1B_2019.indb 245
een massa van 165 g
245
13/06/19 12:22
4 Lengte, inhoud en massa Gaat het om bruto, tarra of netto? Vink aan. Vul de ontbrekende massa aan. 210 g
bruto
tarra
35 g
netto
bruto
tarra
netto
tarra
netto
2
inhoud
massa
2
50
em
pl
lengte
bruto
aa
Vul de juiste maateenheid in.
TOM4.2
g
r
TOM4.1
1,5
33
250
2
3
5 Herleiden van lengte, inhoud en massa
ex
lengte
km
100 m
10 m
m
dm
cm
mm
217 cm
m
1,2 m
mm
ijk
Hoofdstuk 8
Herleid telkens tot de gevraagde eenheid.
TOM5
l
dl
cl
ml
2,34 l
dl
5 870 ml
l
In k
inhoud
massa
ton
100 kg
36 ton
kg
2 580 mg
g
10 kg
kg
100 g
10 g
g
dg
cg
mg
6 Lengte, inhoud en massa met je rekentoestel TOM6
6
In de les techniek heeft elke leerling een plank van 35 cm nodig. a Hoeveel meter is dat voor 7 leerlingen? b Hoeveel planken van 2 m moet de leraar bestellen? Berekening: Antwoordzinnen: a
246
Formule 1B_2019.indb 246
b
2
13/06/19 12:22
Gamezone
aa
r
1 Menselijke maten Vroeger bestond er geen meetlat, weegschaal of maatbeker. De mensen gebruikten toen lichaamsdelen om mee te vergelijken. Dit zijn enkele lengtematen van vroeger: span, duim, voet, palm, el. Noteer ze bij de juiste afbeelding.
kilogram
mg
100 m
kg
g
gram
gram
millimeter
gram
dm
km
m
kg
g
dm
cm
cm
millimeter
kilometer
centimeter
ton
milligram
10 m
milligram
decimeter
km
kg
mg
g
mm
cm
meter
m
100 m
10 m
gram
ton
ijk
liter
mm
g
mg
centimeter
mg
ton
decimeter
meter
dl
10 l
ton
min
ml
kilogram
s
g
m
100 l
°C
centiliter
10 l
deciliter
100 l
milliliter
cl
l
cl
liter
°C
ml
cl
ml
ton
mg
dl
liter
°C
°C
cl
dl
°C
milliliter
liter
10 l
centiliter
100 l
ml
°C
l
°C
ml
°C
°C
°C
ml
°C
deciliter
°C
In k cl
Hoofdstuk 8
milligram
em
ton
ex
km
pl
2 K leur alle lengtematen blauw, inhoudsmaten rood, massamaten zwart, temperatuursmaten geel en tijdsmaten bruin.
247
Formule 1B_2019.indb 247
13/06/19 12:22
3 Bereken de waarde van elk stuk fruit.
+ +
= 12
=
+
= 40
+ +
=9
=
+
+
= 30
+ +
=5
=
+
+
= 60
+ +
= 10
=
r
= ?
x
x = 24
x
x
= 27
x
x
x
+
+
= ?
x
+
+
em
pl
x
= 96 x
ex
Hoofdstuk 8
aa
4 Welk getal komt er op de plaats van het vraagteken?
= 12
= 10
-
x
=
= ?
ijk
5 Alle weegschalen zijn in evenwicht. Wat is de massa van onderstaand fruit?
In k
600g
150g
360g
?
?
?
?
248
Formule 1B_2019.indb 248
13/06/19 12:22
9
De deelmannetjes
aa
r
De deelmannetjes hebben in zes dagen precies 14 507,4 km afgelegd om uiteindelijk op hun planeet aan te komen. Hun ruimteschip landde met 144 deelmannetjes op de planeet Formula.
pl
Na de landing dreigt er gevaar op Formula. Een vijandig ruimteschip nadert met grote snelheid de planeet. De deelmannetjes kunnen aan het gevaar ontsnappen door in een krater te springen. Maar in elke krater kunnen slechts 15 deelmannetjes.
ex
em
Hoeveel deelmannetjes kunnen er niet ontsnappen?
In k
ijk
Hoeveel km legde het schip per dag af?
Hoeveel kraters zouden er minstens moeten zijn om iedereen te beschermen?
Formule 1B_2019.indb 249
Hoeveel plaatsjes zou één krater minstens moeten hebben om iedereen in veiligheid te brengen?
13/06/19 12:22
Planner
253 253 253 254 254 256 257 258 258 259 260
r
1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de deling 1.2 Wiskundetaal en de deling 2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen 2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen 3 Schatten 4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen delen door te cijferen 4.2 Kommagetallen delen door te cijferen 5 Rekenen met je rekentoestel
aa
Aan de slag
Ben ik mee?
Op mijn maat
Even samenvatten
276
Test op mezelf
277
em
pl
Wiskundetaal Hoofdrekenen Schatten Cijferen Rekenen met je rekentoestel
ex
Gamezone
1 2 3 4 5
261 263 264 269 270 272
279
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
ijk
Hoofdstuk 9
In k
In dit hoofdstuk leer je alles over delen.
250
Formule 1B_2019.indb 250
13/06/19 12:22
Formule 1B_2019.indb 251
Hoofdrekenen
Schatten
Cijferen
Rekenen met je
2
3
4
5
p. 260
p. 258
p. 257
p. 254
p. 253
Totaal
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
/40
/5
/6
/3
/18
/8
Oef 33
Oef 26
Hoofdstuk 9
0-2
0-2
0-1
Oef 16
Oef 15
2
Oef 28
Oef 19
Oef 18
Oef 17
Oef 36
Oef 37
Oef 35
3-4
3-4
Oef 34
Oef 27
Oef 23
Oef 39
Oef 38
Oef 29
Oef 24
Oef 14
Oef 13
5 Oef 40
Oef 30
Totaal
5-6
3
Oef 21
Oef 20
15-18
7-8
/
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa
pl
em
Oef 12
Oef 11
Oef 10
Oef 9
11-14
Oef 5
Oef 3
ex
0-10
Oef 4
Oef 2
5-6
Op mijn maat
Totaal
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/40
/5
/6
/3
/18
/8
Test op mezelf
Klas:
Oef 32
Oef 31
Oef 25
Oef 22
Oef 8
Oef 7
Oef 6
Oef 1
0-4
ijk
In k
Ben ik mee?
Nr.:
rekentoestel
Wiskundetaal
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: Datum: / / 20 /
251
13/06/19 12:22
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik net gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was mijn oplossing telkens waarheidsgetrouw?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik telkens een antwoordzin geformuleerd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Hoofdstuk 9
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
252
Formule 1B_2019.indb 252
13/06/19 12:22
Aan de slag 1 Wiskundetaal 1.1 Benamingen bij de deling Op school organiseer je een quiz om geld in te zamelen voor een goed doel. Er schreven zich al 52 mensen in. Er worden ploegjes gemaakt van zes personen.
THE
BIG
Hoeveel ploegjes van zes personen kun je al maken?
QUIZ
r
Berekening:
aa
Antwoordzin:
Hoeveel personen zijn er nog over? Berekening:
pl
Antwoordzin:
het quotiënt
em
ex
52 : 6 = 8 rest 4 de deling
de deler
ijk
het deeltal
de rest
Hoofdstuk 9
de factoren
Hoeveel personen zijn er nog te kort om een extra ploegje te maken?
In k
1.2 Wiskundetaal en de deling
Schrijf de volgende zinnen als een deling en bereken. a De helft van 12.
=
b Een derde van 18.
=
c Het quotiënt van 25 en 5.
=
d Een negende van 45.
=
e Een achtste van 72.
=
f 64 gedeeld door 8.
=
g 42 cm splitsen in 7 gelijke stukken.
=
h 24 euro verdelen over 6 mensen.
=
253
Formule 1B_2019.indb 253
13/06/19 12:22
2 Hoofdrekenen 2.1 Hoofdrekenen met natuurlijke getallen • Natuurlijk moet je de deeltafels nog kennen =
18 : 3
=
36 : 6
=
25 : 5
=
20 : 4
=
64 : 8
=
35 : 7
=
0:8
=
15 : 3
=
24 : 8
=
28 : 7
=
9:1
=
42 : 7
=
45 : 9
=
18 : 2
=
54 : 9
=
81 : 9
=
25 : 5
=
36 : 4
=
72 : 8
=
30 : 6
=
40 : 5
=
14 : 2
=
49 : 7
=
Los op door te splitsen. a 56 : 2
=
=
em
of
aa pl
• Splitsen lukt altijd 86 : 2 = (80 + 6) : 2 = (80 : 2) + (6 : 2) = 40 + 3 = 43
r
12 : 3
b 176 : 2 =
ex
In k
ijk
Hoofdstuk 9
258 : 6 = (240 + 18) : 6 = (240 : 6) + (18 : 6) = 40 + 3 = 43
=
c 84 : 3 =
=
d 336 : 8 =
=
e 364 : 7 =
=
254
Formule 1B_2019.indb 254
13/06/19 12:22
• Delen door 4
Los op.
128 : 4 = (128 : 2) : 2 = 64 : 2 = 32 TRUCJE :4=:2:2
a
48 : 4
= =
b
96 : 4
= =
c
116 : 4
= =
d
180 : 4
=
Los op.
aa
• Delen door 10, 100 of 1 000
r
=
a
350 : 10
=
21 000 : 100 = 21 000 : 100 = 210
b
55 000 : 100
=
43 000 : 1 000 = 43 000 : 1000 = 43
c d
4 200 : 10
=
18 000 : 1 000 =
em
Om een getal te delen door 10, 100 of 1 000 schrap je één, twee of drie nullen in de opgave.
pl
3 700 : 10 = 3 700 : 10 = 370
• Delen door 5
e
26 000 : 100
=
In k
ijk
240 : 5 = (240 : 10) x 2 = 24 x 2 = 48 TRUCJE : 5 = : 10 x 2
je de Waarom snijd ukken? st 10 in spacekoek 5, hoor. t me ar ma jn We zi
a
b
80 : 5
= =
120 : 5
=
Hoofdstuk 9
ex
Los op.
= c
135 : 5
= =
d
465 : 5
Als ik jullie elk 2 stukken geef, dan komt dat toch op hetzelfde neer?
= =
255
Formule 1B_2019.indb 255
13/06/19 12:22
2.2 Hoofdrekenen met kommagetallen • Splitsen lukt altijd
Los op door te splitsen.
• Delen door 4 of 5
=
=
b 3,60 : 3
=
=
c 15,35 : 5
=
=
d 54,12 : 6
=
=
r
a 2,40 : 2
aa
12,58 : 2 = (12 + 0,58) : 2 = (12 : 2) + (0,58 : 2) = 6 + 0,29 = 6,29
pl
Los op.
a 12,24 : 4
=
=
30,20 : 5 = (30,20 : 10) x 2 = 3,02 x 2 = 6,04 TRUCJE : 5 = : 10 x 2
em
10,40 : 4 = (10,40 : 2) : 2 = 5,20 : 2 = 2,60 TRUCJE :4=:2:2
=
=
c 8,10 : 5
=
=
d 7,2 : 5
=
=
ijk
Hoofdstuk 9
ex
b 36,4 : 4
• Delen door 10, 100 of 1 000
Dan plaats je er zelf één na het cijfer van de eenheden.
In k
Om een getal te delen door 10, 100 of 1 000 schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar links.
En wat als er geen komma is?
a 235 : 10
=
d 33,5 : 10
=
b 725 : 100
=
e 15,5 : 100
=
c 750 : 1 000 =
f 65 : 1 000
=
256
Formule 1B_2019.indb 256
13/06/19 12:22
3
Schatten
Een schatting geeft je een eerste benaderende uitkomst van een berekening. Een getal zinvol afronden helpt je vaak vlug iets uit te rekenen. Schat hieronder telkens de kostprijs per stuk. Heb je met 3 euro genoeg om 1 stuk te kopen? Vink aan.
ultra soft
ultra soft
ultra soft
ultra soft
ultra soft
ultra soft
shampoo voor droog haar shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie shampoo voor droog haar met amandelolie met amandelolie
€ 11,95
r
€ 16,25
aa
afgeronde kostprijs aantal stuks
pl
afgeronde prijs per stuk
ja neen
ja neen
em
Wie maakte de beste schatting bij onderstaande oefeningen? Vink aan. 24,55 : 5
Oona Cas
4 5
ex
Sem
6
814,5 : 4
200 204 205
1 540 : 20
70 75 80
NEEN
a Je gaat met je klas van 18 leerlingen naar het zwembad. In één auto kunnen vier leerlingen. Heb je met vier wagens voldoende vervoer?
b Volleybal speel je met zes spelers. Op volleykamp zijn er 45 spelers. Heb je met 9 ballen genoeg zodat elke ploeg één bal heeft?
In k
ijk
JA
c De kippen legden 148 eieren. Je wilt ze verpakken in doosjes per zes. Heb je met 20 doosjes voldoende? d Drie bezoekers betaalden in totaal 27,60 euro voor een toegangsticket. Heb jij met 10 euro genoeg voor één ticket?
berekening
Hoofdstuk 9
Heb je genoeg? Maak telkens een gepaste schatting. Vink aan.
257
Formule 1B_2019.indb 257
13/06/19 12:23
4 Cijferen 4.1 Natuurlijke getallen delen door te cijferen Er zijn 144 deelmannetjes en acht kraters op Formula. Hoeveel deelmannetjes moeten er in één krater kunnen om iedereen in veiligheid te brengen? • Rond deeltal en deler af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Deel de afgeronde getallen uit het hoofd.
Stap 1: schatten
en Stap 3: controleren
pl
Stap 2: cijferen
aa
r
Schatting: : =
ijk
Hoofdstuk 9
ex
Antwoordzin :
em
Plaats een brug als het eerste cijfer niet gedeeld kan worden
Schat, noteer in het rooster en bepaal het quotiënt.
In k
a 856 : 4
Schatten:
b 952 : 8
c 437 : 5
Schatten:
Schatten:
258
Formule 1B_2019.indb 258
13/06/19 12:23
4.2 Kommagetallen delen door te cijferen De deelmannetjes hebben in zes dagen precies 14 507,4 km afgelegd om uiteindelijk op hun planeet Formula aan te komen. Hoeveel kilometer legden ze per dag af? • Rond deeltal en deler af tot getallen waarmee je makkelijk uit het hoofd kunt rekenen. • Deel de afgeronde getallen uit het hoofd.
Stap 1: schatten
Schatting: : =
r
en Stap 3: controleren
aa
Stap 2: cijferen
em
pl
ds je Vergelijk stee rd met je oo tw gecijferde an schatting.
Schat, noteer in het rooster en bepaal het quotiënt.
In k
a 79,2 : 6
Schatten:
Een brug over de komma plaatsen is verboden.
b 84,2 : 4
c 7,29 : 9
Schatten:
Schatten:
Hoofdstuk 9
ijk
ex
Antwoordzin:
259
Formule 1B_2019.indb 259
13/06/19 12:23
5 Rekenen met je rekentoestel Er zijn 144 deelmannetjes en acht kraters op de planeet Formula. Bij het landen storten er drie kraters in waardoor die onbruikbaar worden! Hoeveel deelmannetjes moeten er nu in één krater kunnen om iedereen in veiligheid te brengen? Schatten: Berekening:
aa
r
Antwoordzin:
em
pl
Febe en Tristan besluiten hun slaapkamer een likje verf te geven. Ze kiezen ervoor om één muur flashy groen te schilderen. Ze kopen in de verfwinkel een pot groene verf van 2,5 liter voor 58,95 euro. Hoeveel kost één liter groene verf? Schatten: Berekening:
ijk
Hoofdstuk 9
ex
Antwoordzin:
In k
Van al dat schilderen krijgen ze dorst. In de supermarkt staan de blikjes chocomelk van 25 cl in de aanbieding. Een pakket van 24 blikjes kost er nog slechts 30,08 euro. Hoeveel kost één blikje? Bereken tot op twee cijfers na de komma. Schatten: Berekening:
%!
Je bespaart 15
€ 35,39 Adviesprijs
€ 30,08
Antwoordzin:
260
Formule 1B_2019.indb 260
13/06/19 12:23
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 40
1 Wiskundetaal Vul de juiste benamingen aan.
BIM1.1
Deze bewerking noem je een
aa
4 is de
r
88 is het
88 : 4 = 22
Het resultaat, 22, noem je het
4
Zet de wiskundetaal om in een berekening. Bereken. De helft van 18.
=
pl
= Een vierde van 32.
2 Hoofdrekenen Bereken uit het hoofd. a 45 : 9
=
f 72 : 3
=
b 104 : 2
=
g 176 : 8
=
=
h 644 : 4
=
=
i 900 : 5
=
=
j 32 000 : 100 =
c 256 : 4 d 305 : 5
ijk
e 1 650 : 10
ex
BIM2.1
em
Een tiende van 40. = Het quotiënt van 45 en 9. =
4
10
Hoofdstuk 9
BIM1.2
Bereken uit het hoofd. a 6,24 : 2
=
e 16 : 100
=
b 0,48 : 4
=
f 4,6 : 10
=
c 30,40 : 4
=
g 19,40 : 10
=
d 45,35 : 5
=
h 416,2 : 100
=
In k
BIM2.2
8
3 Schatten
BIM3.1
Oma heeft 4,2 liter soep gemaakt. In haar soepborden kan 30 cl. Ze heeft bezoek van 12 familieleden. Kan oma iedereen een bord soep aanbieden? Berekening:
Antwoordzin:
1
261
Formule 1B_2019.indb 261
13/06/19 12:23
De kippen van je buurvrouw hebben in één week tijd 358 eieren gelegd. De buurvrouw wil ze verdelen in doosjes met eenzelfde hoeveelheid. Van welke soort(en) dozen heeft ze er zeker nog genoeg? Vink aan.
BIM3.2
50 dozen
40 dozen
90 dozen
2
300
b 7,32 : 6 Schatten:
c 503,4 : 4
1
125 Schatten:
ijk
Hoofdstuk 9
ex
em
pl
a 2 135 : 7 Schatten:
aa
Bepaal het quotiënt door te cijferen. Schat eerst je uitkomst.
BIM4
r
4 Cijferen
6
5 Rekenen met je rekentoestel Je koopt twee pakken water van € 4,92 per pak van 6 flessen. Wat is de prijs per fles?
In k
BIM5.1
Schatten: Berekening: Antwoordzin:
BIM5.2
2
Vader trakteert jou en je vrienden op een braadworst. Hij geeft je een briefje van 20 euro. Na je bestelling aan het kraampje kun je hem nog twee euro teruggeven. Eén braadworst kost 3 euro. Hoeveel braadworsten heeft je vader getrakteerd? Schatten: Berekening: Antwoordzin:
3
262
Formule 1B_2019.indb 262
13/06/19 12:23
Op mijn maat 1
Wiskundetaal 1
Markeer telkens het deeltal in het groen, de deler in het roze, het quotiënt in het geel.
36 : 3 = 12
120 : 20 = 6
Vul de juiste benamingen aan. Deze bewerking noem je een 48 is het
48 : 4 = 12
4 is de
Zet de wiskundetaal om in een berekening. Bereken.
a Een vierde van 24. b Een derde van 27.
4
Vul aan.
=
d Een achtste van 40.
=
=
e Het quotiënt van 15 en 3.
=
=
f De helft van het dubbel van 10.
=
ex
c De helft van 8.
em
3
pl
Het resultaat, 12, noem je het
aa
r
2
3 = 45 : 15
ijk
Hoofdstuk 9
a Wat is de rest als je 40 deelt door 6?
b Wat is de deler van deeltal 24 en quotiënt 6? c
Bepaal het quotiënt van 45 en 9.
In k
d Wat is het deeltal van een deling door 4 met 6 als quotiënt en rest 1? 5
Vul de tabel verder aan. deeltal
deler
20
3 5
68 48
8
92
7
quotiënt
rest 2
7
3
7
5
6
263
Formule 1B_2019.indb 263
13/06/19 12:23
2
Hoofdrekenen 6
Elk quotiĂŤnt hoort bij de overeenkomstige letter op de bal. quotiĂŤnt 9R
8A
2C
letter
30 : 5 12 : 4 36 : 4
3I
24 : 4
4E
56 : 7
5L
7M
15 : 3
aa
6D
r
49 : 7 64 : 8 36 : 9
Vier klasvrienden hadden een test van de deeltafels. Controleer de antwoorden en verbeter waar nodig. Wie behaalde de meeste punten?
Jolien Naam .......................
Pieter Naam .......................
18:3 = 6
54:9 = 6
7:1 = 1
42:6 = 6
25:5 = 5
63:7 = 8
14:2 = 7
49:7 = 8
42:6 = 7
72:8 = 9
21:3 = 6
56:7 = 9
54:6 = 9
81:9 = 9
28:7 = 4
63:9 = 7
32:8 = 4
90:9 = 10
35:5 = 7
70:10 = 7
In k
ijk
Hoofdstuk 9
ex
7
em
Welke bekende voetbalploeg vind je?
pl
72 : 8
Score:
/10
Score:
/10
Slis Naam .......................
Hasse Naam .......................
4:4 = 0
24:4 = 6
6:1 = 6
36:6 = 6
8:2 = 4
28:4 = 7
12:6 = 2
42:6 = 7
12:3 = 4
32:8 = 5
18:6 = 3
48:6 = 8
16:4 = 4
36:6 = 9
24:4 = 6
54:6 = 9
20:4 = 5
40:4 = 4
30:6 = 5
60:6 = 10
Score:
/10
Score:
/10
Wie kent het beste zijn deeltafels?
264
Formule 1B_2019.indb 264
13/06/19 12:23
8
Wie wint de iPhone?
Yana volgt het pad van getallen die ze kan delen door 3. Het pad dat Rik volgt is dat van getallen die hij door 4 kan delen. Jasper volgt een pad met getallen die hij door 6 kan delen. Kleur in drie verschillende kleuren hun weg naar de iPhone. Wie de minste hokjes moet inkleuren wint de iPhone. Yana
Rik
Jasper
15
30
8
21
40
9
11
60
20
2
12
26
1
28
18
14
12
54
64
15
32
29
24
75
81
90
3
11
8
36
20
40
41
34
6
64
45
41
37
18
32
29
5
7
17
18
25
50
49
11
5
6
36
1
81
49
64
9
64
8
54
42
13
3
16
30
25
47
20
27
41
18
24
12
40
7
24
42
56
19
2
36
28
8
25
2
21
aa
pl
em
a
84 : 2
=
g
706 : 2
=
64 : 4
=
h
796 : 4
=
85 : 5
=
i
845 : 5
=
d
146 : 2
=
j
1 208 : 2
=
e
204 : 4
=
k
2 500 : 4
=
f
235 : 5
=
l
3 620 : 5
=
In k
c
Hoofdstuk 9
ex
Bereken uit het hoofd.
ijk
9
b
r
5
10 Bereken uit het hoofd. a
90 : 10
=
f
48 000 : 1 000 =
b
2 500 : 100
=
g
7 500 : 10
=
c
18 000 : 100 =
h
3 760 : 10
=
d
780 : 10
=
i
85 400 : 100 =
e
1 500 : 100
=
j
12 000 : 1 000 =
265
Formule 1B_2019.indb 265
13/06/19 12:23
11 Vul de lege hokjes aan.
x
1
5
3
9
6
21 48 16
2 49 10 81
aa
36
r
5
12 Vul op de invullijntjes de verdwenen getallen aan. 18
pl
0 26
em
10 17
32
ex
13 Vul op de invullijntjes de verdwenen getallen aan. 0
In k
ijk
Hoofdstuk 9
0
8 24
0
36
14 Bereken uit het hoofd. a
72 : 3
=
h
960 : 8
=
b
96 : 6
=
i
1 421 : 7
=
c
105 : 7
=
j
2 781: 9
=
d
128 : 8
=
k
3 609 : 3
=
e
216 : 9
=
l
4 120 : 8
=
f
345 : 3
=
m 900 : 50
=
g
870 : 6
=
n
=
3 250 : 50
266
Formule 1B_2019.indb 266
13/06/19 12:23
15 Bereken telkens de prijs per stuk. 3 voor € 4,20 4 voor € 4,80
2 voor € 1,70 berekening prijs per stuk
€
/ stuk
€
/ stuk
/ stuk
aa
r
16 Bereken telkens de prijs voor het tweede stuk.
€
pl
2e aan halve prijs
2e aan halve prijs € 2,80
€ 2,38
em
prijs per stuk
2e aan halve prijs
prijs voor het tweede stuk
€
€
€ 3,90
€
€ 0,50 : 2
b c
€ 2,10 : 3
=
€ 12,80 : 4
=
h
€ 4,30 : 2
=
€ 15,35 : 5
=
i
€ 5,20 : 4
=
€ 24,36 : 6
=
j
€ 15,40 : 5
=
€ 8,80 : 8
=
k
€ 12,30 : 6
=
€ 1,80 : 3
=
l
€ 32,40 : 8
=
In k
e
g
ijk
d
=
f
Hoofdstuk 9
a
ex
17 Bereken uit het hoofd.
18 Bereken uit het hoofd. a
12,5 : 10
=
f
7,05 : 100
=
b
35,6 : 100
=
g
605,3 : 100
=
c
355,15 : 100
=
h
9,85 : 10
=
d
150,5 : 10
=
i
1 208,2 : 1 000
=
e
4 700,25 : 1 000 =
j
208,2 : 100
=
267
Formule 1B_2019.indb 267
13/06/19 12:23
19 Bereken telkens de kostprijs voor de gewenste hoeveelheid.
€ 9,50/kg Zomersla fijne groenten
€ 12,80/kg
Chateaubriand
€ 19,00/kg
Peking noedels
€ 14,80/kg Pastasalade met kip
€ 9,10/kg
Barbecuehesp
Balletjes in saus
€ 7,50/kg Macaroni met hesp en kaas
r
Orloff kalfsgebraad
€ 18,00/kg
aa
€ 22,88/kg
500 gram kalfsgebraad
d
250 gram Peking noedels
b
100 gram pastasalade
e
500 gram balletjes in saus
c
1,5 kg chateaubriand
pl
a
100 gram zomersla
em
f
20 Vul het ontbrekende getal op het kasticket aan en bereken. KASSATICKET
a
Hoeveel kost een frikandel special?
BAKJE FRIET GROOT FRIKANDEL SPECIAL SAUS FRIET BICKY VAN HET HUIS FRISDRANK
€ 10,80 € 3,60 € 2,50 € 4,20 €
ijk
Hoofdstuk 9
3x 2x 5x 1x 3x
ex
Frietuurtje
Totaal
b
In het Frietuurtje bestel je ook een groot bakje friet met 1 keer mayonaise, een bicky van het huis en een cola. Hoeveel zul je moeten betalen?
€ 24,70
In k
Bedankt en tot ziens!
21 Gsm-werpen
Op het Belgisch kampioenschap gsm-werpen in Middelkerke gooide Liv een gsm 27,95 m ver. Anke gooide 27,65 m, Kim 27,20 m en Cynthia 26,9 m. Plaats de eerste letter van hun naam op de juiste plaats op de getallenas.
26
29
268
Formule 1B_2019.indb 268
13/06/19 12:24
3
Schatten 22 De kostprijs per stuk vind je door een berekening te maken. Heb je genoeg geld om één stuk te kopen? Schat. Vink aan. c
e
€ 3,85
Heb ik met 6 euro genoeg Heb ik met 12,50 euro om één handdoek te genoeg om één cartridge kopen? te kopen?
ja neen
ja neen d
f
€ 16,50
€ 30,95
em
Heb ik met 7 euro genoeg Heb ik met 1,50 euro om één kom te kopen? genoeg om één doos te kopen?
ja neen
ja neen
pl
b
€ 37,45
r
Heb ik met 0,50 euro genoeg om één sapje te kopen?
€ 23,95
aa
a
ja neen
€ 11,80
Heb ik met 4 euro genoeg om één pak vochtige doekjes te kopen?
ja neen
ijk
Hoofdstuk 9
ex
23 Een pizzeria krijgt een bestelling van 8 pizza’s. In de keuken ligt nog een bol pizzadeeg van 1,375 kg. Per pizza heeft men ongeveer 200 gram nodig. Heeft men nog voldoende deeg om de pizza’s te maken? Berekening: Antwoordzin:
In k
24 Mama wil met het gezin op reis. Een drietal vakantieparken hebben een reis in de aanbieding. Mama wil echter niet meer dan 200 euro per dag besteden. Welk vakantiepark behoort nog tot de mogelijkheden? Berekening:
België € 1 398,60 7 dagen
Frankrijk € 874,00 4 dagen
Duitsland € 998,75 5 dagen
Antwoordzin:
269
Formule 1B_2019.indb 269
13/06/19 12:24
4
Cijferen 25 Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. a
369 : 3
b
c
Schatten:
605 : 5 Schatten:
aa
r
Schatten:
892 : 4
a
2 488 : 8
b
Schatten:
3 584 : 7
pl
26 De brug komt eraan. Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. c
Schatten:
ijk
Hoofdstuk 9
ex
em
Schatten:
5 892 : 6
57,12 : 4
Schatten:
Schatten:
27 Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. 45,39 : 3
In k
a
b
c
87,6 : 5 Schatten:
270
Formule 1B_2019.indb 270
13/06/19 12:24
28 Schat en bepaal het quotiënt door te cijferen. b 1 485,4 : 7 a 38,08 : 8
c
Schatten:
Schatten:
aa
r
Schatten:
3,65 : 5
ijk
Hoofdstuk 9
ex
em
pl
29 Vier vrienden wonnen met een kansspel 5 712 euro. Ze willen hun winst eerlijk verdelen. Hoeveel krijgt elk? Berekening:
Antwoordzin:
In k
30 Ine bestelde voor elk van de negen leden van haar balletgroep een paar balletschoenen. Ze betaalde in totaal 359,55 euro. Hoeveel kost één paar balletschoenen? Berekening:
Antwoordzin:
Formule 1B_2019.indb 271
271
13/06/19 12:24
5
Rekenen met je rekentoestel 31 Bereken de prijs per stuk.
5 voor € 79,75
300 kopies € 12
aa
r
1 bak voor € 10,80
4 voor € 17,60
1 pilsje
1 kopie
1 zak chips
1 lippenstift
em
1 bloempot
pl
6 pack € 6,90
Schatten: Berekening:
ijk
Hoofdstuk 9
ex
32 Vader betaalt € 127,75 voor een dagje Planckendael. Het gezin telt zeven personen. Wat kost de inkom per persoon?
In k
Antwoordzin:
33 Op de Internationale Vrouwendag wil een directeur van een bedrijf zijn vrouwelijke personeelsleden eens extra in de bloemetjes te zetten. Hij bestelt 24 boeketten bloemen voor € 624. Hoeveel kost een boeket? Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
272
Formule 1B_2019.indb 272
13/06/19 12:24
34 Youssef betaalt in een hamburgerrestaurant 40,50 euro. Hij heeft vijf vrienden meegenomen. Ze kozen elk hetzelfde menu. Hoeveel kost het menu per persoon? Schatten: Berekening:
r
Antwoordzin:
aa
35 Tussen onze tuin en die van de buren worden 15 tuinschermen geplaatst. De buurman betaalt de helft van de kostprijs en geeft aan vader € 711,30. Wat is de prijs voor één tuinscherm?
pl
Schatten:
em
Berekening:
ex
Antwoordzin:
In k
ijk
Hoofdstuk 9
36 Je wilt een nieuwe Playstation 4 kopen met twee games erbij. Je schrikt wel van de kostprijs. Je ouders besluiten de helft te betalen. De rest moet je gedurende vijf maanden terugbetalen door iedere maand een gelijk stuk af te betalen. Hoeveel moet je per maand afbetalen?
8
€ 29
€ 39,9
5
€ 58
,95
Schatten: Berekening:
Antwoordzin:
273
Formule 1B_2019.indb 273
13/06/19 12:24
37 183 leerlingen en 15 begeleidende leraren gaan op schooluitstap. Een bus biedt plaats aan 52 passagiers. Hoeveel bussen moet de verantwoordelijke leraar voorzien? Schatten: Berekening:
r
Antwoordzin:
pl
aa
38 Kaartjes voor een circusvoorstelling kosten 6,50 euro voor volwassenen en 3,50 euro voor kinderen (< 12 jaar). Er waren 20 volwassenen die een kaartje kochten. Na de voorstelling zit er 228 euro in de kassa. Hoeveel kinderen waren er tijdens de voorstelling aanwezig? Schatten:
ex
Antwoordzin:
em
Berekening:
In k
ijk
Hoofdstuk 9
39 Bereken het verbruik van deze toekomstige auto’s. Duid in de onderste rij van de tabel de zuinigste wagen aan.
merk
BMW
NISSAN
PEUGEOT
tankinhoud
21 liter
25 liter
40 liter
aantal km/ volle tank
600 km
800 km
1 000 km
verbruik per 100 km
274
Formule 1B_2019.indb 274
13/06/19 12:24
40 De bewerkingen door elkaar. Schrijf de uitkomsten op. Controleer nadien de som van alle uitkomsten. uitkomst Hoeveel glazen van 25 cl kun je vullen uit drie flessen frisdrank van 1,5 l?
b
Je zaagt van een plank van 2,5 m een stuk af van een halve meter en nog drie stukken van 45 cm. Hoeveel stukken van 20 cm kun je nog zagen uit de rest?
c
Een bedrijf wil balpennen met zijn logo erop uitdelen op zijn opendeurdag. Hoeveel dozen van 30 balpennen moet het minimaal bestellen als er 700 mensen verwacht worden?
d
Voor 5 meter omheining betaalt boer Gilles 65 euro. Hoeveel zal hij moeten betalen voor 8 m omheining?
e
Op de kilometerteller staat bij het vertrekken 354 km. Bij aankomst staat er 382 km op. Hoeveel km heb je die dag afgelegd?
f
Vader trakteert zijn twee dochters en zijn zoon op een pizza. Elke pizza kost 5,95 euro. Hoeveel krijgt hij terug van 20 euro?
g
Mama, Warre en Tuur kopen voor papa een mooie sjaal van 38,40 euro. Mama betaalt de helft. Warre en Tuur betalen elk evenveel. Hoeveel betaalt Tuur?
h
Jens koopt een fles witte wijn van 4,75 euro en een fles rode wijn die 50 cent duurder is. Hoeveel moet Jens betalen?
i
Bij de slager kost hesp ₏ 14,25/kg. Hoeveel betaal je voor 200 gram?
j
Wim, Sam en Koen gaan lopen in het park. Sam loopt acht rondjes. Dat zijn twee rondjes meer dan Wim. Koen loopt twee keer zoveel als Sam. Hoeveel km loopt Koen als je weet dat Wim drie km heeft gelopen?
ijk
Hoofdstuk 9
ex
em
pl
aa
r
a
Schepsnoep kost 7,40 euro/kg. Samen met een vriend koop je er 500Â gram van. Je koopt ook nog twee frisdrankjes van 85 cent per stuk. Hoeveel moet je samen betalen?
In k
k
SOM =
SOM = 215
275
Formule 1B_2019.indb 275
13/06/19 12:24
Even samenvatten • Wiskundetaal
het quotiënt
de deling
• Helft, een derde, een vierde,... • Hoofdrekenen
de deler
pl
het deeltal
de rest
aa
142 : 6 = 23 rest 4
r
de factoren
258 : 6 = (240 + 18) : 6 = (240 : 6) + (18 : 6) = 40 + 3 = 43
em
Splitsen lukt altijd
ex
Om een getal te delen door 10, 100 of 1000 schuif je de komma één, twee of drie plaatsen op naar links. Of schrap je één, twee of drie nullen. Om te delen door 4 deel je het getal twee keer door twee. Om te delen door 5 deel je eerst door 10 en vermenigvuldig je dan met 2. Hoofdstuk 9
• Cijferen
In k
ijk
Schatten Cijferen Controleren 7
2
4
0
-4 3
2
-3
2 0
4 1 810
4 -4 0
0 -0 0
276
Formule 1B_2019.indb 276
13/06/19 12:24
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 40
1 Wiskundetaal TOM1.1
Vul de juiste benamingen aan. Deze bewerking noem je een 100 is het
100 : 25 = 4
r
25 is de
aa
Het resultaat 4 noem je het
4
Schrijf de wiskundetaal om in een berekening. Bereken. =
De helft van 26.
Een achtste van 56 . = 27 in 3 verdelen.
2 Hoofdrekenen
f 670 : 5
=
b 96 : 2
=
g 1 326 : 6
=
c 165 : 3
=
h 4 500 : 10
=
d 524 : 4
=
i 132 : 4
=
=
j 25 000 : 100
= =
e 36,24 : 6
b 0,52 : 4
=
f 68,8 :10
=
c 20,40 : 5
=
g 35 : 100
=
d 21,2 : 2
=
h 515 : 10
=
e 2 300 : 100
Bereken uit het hoofd. = a 10,46 : 2
In k
ijk
TOM2.2
em
Bereken uit het hoofd. = a 63 : 7
ex
TOM2.1
=
4
10
Hoofdstuk 9
Een derde van 18. =
pl
TOM1.2
8
3 Schatten
TOM3
Heb je genoeg? Maak telkens een gepaste schatting. Vink aan.
a De persoon voor je betaalde 14 euro voor vijf broodjes. Zelf heb je drie euro op zak. Kun je daarmee een broodje betalen?
b De speelkamer is 2,35 m hoog. Een opbergdoos is 42 cm hoog. Kan ik 6 dozen boven elkaar plaatsen?
berekening
c Een auto verbruikt 6 liter benzine per 100 km. Ik moet nog 789 km rijden en heb nog 40 liter in de tank. Kan ik de bestemming bereiken zonder te tanken?
JA NEEN
3
Formule 1B_2019.indb 277
277
13/06/19 12:24
4 Cijferen Bepaal het quotiënt door te cijferen. Schat eerst je uitkomst. a 7 648 : 8
b 346,2 : 5
c 5,22 : 6
Schatten:
Schatten:
Schatten:
Sem en Cas willen in de vakantie een trektocht maken met de fiets. De tocht is ongeveer 585 km lang. Ze willen 65 km per dag rijden. Hoeveel dagen zullen ze onderweg zijn?
em
TOM5.1
6
pl
5 Rekenen met je rekentoestel
aa
r
TOM4
ex
Schatten: Berekening:
2
De melkfabriek krijgt van een melkveehouder een tank van 400 liter melk binnen. 300 liter daarvan vergieten ze in flessen van één liter. De rest doen ze in flesjes van een halve liter. Hoeveel flesjes van een halve liter kunnen ze verkopen?
In k
Hoofdstuk 9
TOM5.2
ijk
Antwoordzin:
Schatten: Berekening:
Antwoordzin: 3
278
Formule 1B_2019.indb 278
13/06/19 12:24
Gamezone Kleur alle vakjes waarvan de uitkomst tussen 40 en 70 ligt en ontdek de verborgen tekening.
2
Welk getal ontbreekt in de rij? Zie je het verband?
2
18
20
4
8
16
32
24
30
12
ijk
6
16
2
In k
1
3
5
24 Hoofdstuk 9
14
ex
em
pl
aa
r
1
36 122
14
80
90
70
80
60
70
20
18
17
15
14
12
11
1
3
4
7
11
18
1
2
4
5
7
8
50
8 47
10
60 76
11
Wat is het nummer van de parkeerplaats waar de wagen staat? Veel wiskundigen hebben er zich al suf naar gezocht. Jij vindt het misschien wel vlugger!
279
Formule 1B_2019.indb 279
13/06/19 12:24
4 Cijfer op een kladblad. Daarna vul je de uitkomsten in in het rooster. Doe dat zoals in een kruiswoordraadsel. Komma’s schrijf je niet. Vervang vervolgens elk getal door de bijbehorende letter in het alfabet: 1 = A, 2 = B , 3 = C enzovoort. De eerste oplossing krijg je cadeau. 2
1
3
4
2
12
5
6
13
8
14 16
, 20
7
21
17
9
10
11
15 18
19
22
! VERTICAAL
aa
HORIZONTAAL
r
1
96 : 8 = 12
1
6 070 : 5 =
4
3,8 x 0,5 =
3
2,625 x 8 =
7
7,15 + 3,85 =
4
76,2 x 15 =
10
0,5 x 40 =
5
13
168 : 12 =
6
14
28 x 0,75 =
8
15
81 : 9 =
17
4 x 3,5 =
20
40 x 0,125 =
21
10,71 + 2,29 =
22
16,8 : 8 =
pl
2
384 : 8 =
2 099,6 x 2,5 =
em
2 383 – 387 = 23,1 x 5 =
11
4 – 3,056 =
12
58 : 2 =
16
69,6 : 58 =
18
2 000 x 0,006 =
19
7,15 + 3,85 =
ijk
Hoofdstuk 9
ex
9
In k
Welke boodschap kun je ontcijferen?
5 Hoe vaak komt het cijfer 9 voor in de getallenreeks van 0 tot en met 100?
Antwoord:
6 Een autobus rijdt op de snelweg. In de bus zitten zeven kinderen. Elk kind heeft zeven boekentassen met in elke boekentas een kat. Elke kat heeft bovendien zeven kittens die ook in de boekentassen zitten. Alles en iedereen is perfect gezond en heeft de normale hoeveelheid poten en benen gekregen. Hoeveel poten en benen bevinden er zich in de bus?
Antwoord:
280
Formule 1B_2019.indb 280
13/06/19 12:24
10
Sla een goed figuur
Hoeveel zijden en hoeken tel je?
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
Welke figuren horen samen en waarom?
In welke figuren herken je een vijfhoek?
Formule 1B_2019.indb 281
Welke figuren zijn ruimtefiguren?
13/06/19 12:25
Planner
Aan de slag
1 Ruimtefiguren en vlakke figuren 2 Driehoeken 2.1 Wiskundetaal 2.2 Driehoeken indelen volgens de hoeken 2.3 Driehoeken indelen volgens de zijden 2.4 Driehoeken indelen volgens de hoeken en de zijden 3 Vierhoeken 3.1 Wiskundetaal 3.2 Vierhoeken indelen 3.3 Schema 4 Cirkels
285 286 286 287 287 288 289 289 290 291 292
Ben ik mee?
Op mijn maat
Even samenvatten
303
Test op mezelf
305
em
pl
Ruimtefiguren en vlakke figuren Driehoeken Vierhoeken Cirkels
ex
Gamezone
1 2 3 4
aa
r
293 295 298 300 302
307
ijk
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
Hoofdstuk 10
In k
In dit hoofdstuk leer je alles over vlakke figuren.
282
Formule 1B_2019.indb 282
13/06/19 12:25
Formule 1B_2019.indb 283
Ruimtefiguren en
Driehoeken
Vierhoeken
Cirkels
3
4
vlakke figuren
2
1
Aan de slag
p. 292 Oef 21
0
0-3
0-3
Oef 22
1 Oef 23
Oef 20
Oef 18
/
/
/
/
r
aa
2
6
6
9-11
pl
em
4-5
Oef 14
Oef 8
Oef 3
Oef 13
Oef 7
Oef 6
Oef 12
4-5
6-8
Oef 10
ex
Oef 5
Oef 19
Oef 15
Oef 11
Oef 9
Oef 4
Oef 17
Oef 2
Oef 16
0-5
ijk Oef 1
/25 Totaal
/2
/6
/6
/11
Resultaat
Totaal
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/25
/2
/6
/6
/11
Test op mezelf
Klas: Datum: / / 20
Hoofdstuk 10
Totaal
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
Op mijn maat
Nr.:
p. 289
p. 286
p. 285
In k
Ben ik mee?
Mijn circuit Naam: /
283
13/06/19 12:25
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leraar
Heb ik nauwkeurig gemeten?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik net gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde met mijn materiaal?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zelfstandig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik mijn werk verzorgd?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
Hoofdstuk 10
Evaluatie leerling
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
284
Formule 1B_2019.indb 284
13/06/19 12:25
Aan de slag 1
Ruimtefiguren en vlakke figuren
3 1
4
aa
r
2
7
5
em
pl
6
11
8
ex
9
16
15
ijk
14
10
12
13
In k
RUIMTEFIGUREN
balk
kubus
piramide kegel cilinder bol andere
Hoofdstuk 10
Zet eerst een kruisje in alle ruimtefiguren. Noteer daarna het juiste getal bij de juiste benaming. VLAKKE FIGUREN veelhoek
niet-veelhoek
begrensd door gebroken lijnen
begrensd door minstens ĂŠĂŠn gebogen lijn
driehoek
cirkel
vierhoek
andere
vijfhoek zeshoek andere
285
Formule 1B_2019.indb 285
13/06/19 12:25
Driehoeken
driehoek
In k
Hoofdstuk 10
ijk
zijde
hoekpunt
ex
2.1 Wiskundetaal
em
pl
aa
r
2
hoek
Kleur van deze driehoek: •
een zijde groen,
•
een hoekpunt blauw,
•
een hoek rood.
286
Formule 1B_2019.indb 286
13/06/19 12:25
2.2 Driehoeken indelen volgens de hoeken • Duid aan in onderstaande driehoeken: de scherpe hoeken in het geel de rechte hoeken in het rood de stompe hoeken in het groen • Tel voor elke driehoek telkens het aantal scherpe, rechte en stompe hoeken.
aa
r
• Geef dan ook de juiste benaming. Kies uit: rechthoekig, scherphoekig of stomphoekig.
scherpe hoeken
scherpe hoeken
rechte hoeken
rechte hoeken
rechte hoeken
stompe hoeken
stompe hoeken
stompe hoeken
em
pl
scherpe hoeken
driehoek
driehoek
driehoek
2.3 Driehoeken indelen volgens de zijden
ex
• Meet de zijden van onderstaande driehoeken. Duid even lange zijden met eenzelfde kleur aan.
• Tel voor elke driehoek het aantal even lange zijden.
ijk
• Geef dan ook de juiste benaming. Kies uit: gelijkzijdig, gelijkbenig of ongelijkbenig. mm
mm
mm
mm
Hoofdstuk 10
In k
mm
mm
mm
mm
mm
even lange zijden
even lange zijden
even lange zijden
driehoek
driehoek
driehoek
287
Formule 1B_2019.indb 287
13/06/19 12:25
2.4 Driehoeken indelen volgens de hoeken en de zijden driehoeken
scherphoekig
rechthoekig
stomphoekig
aa
r
gelijkbenig
In k
Hoofdstuk 10
ijk
ex
ongelijkbenig
em
pl
gelijkzijdig
Je kunt elke driehoek dus twee namen geven. Deze oranje driehoek is en .
288
Formule 1B_2019.indb 288
13/06/19 12:25
pl
aa
r
3 Vierhoeken
ijk
ex
hoekpunt
em
3.1 Wiskundetaal
hoek
vierhoek
Hoofdstuk 10
zijde
In k
Duid de overstaande hoek van de aangeduide rode hoek ook in het rood aan. Duid de overstaande zijde van de aangeduide zijde ook in het paars aan. Kleur van deze vierhoek: • een zijde groen,
• een hoekpunt blauw, • twee overstaande hoeken rood, • twee overstaande zijden geel.
289
Formule 1B_2019.indb 289
13/06/19 12:25
mm
mm
ex
mm
em
mm
mm
mm
ijk
mm
r
de vier hoeken zijn even groot
pl
mm
mm
de overstaande hoeken zijn even groot
mm
mm
.
aa
mm
de vier zijden zijn even lang
de overstaande zijden zijn even lang
twee paar evenwijdige zijden
één paar evenwijdige zijden
3.2 Vierhoeken indelen Meet de zijden van deze vierhoeken en duid de rechte hoeken aan met dit symbool: Duid daarna de passende uitspraken aan. Vul tot slot in de laatste kolom de best passende benaming in. Kies uit: vierkant, trapezium, rechthoek, vierhoek, parallellogram en ruit.
mm
In k
Hoofdstuk 10
mm
mm
mm
mm mm
mm mm
mm mm
mm mm mm mm
mm mm
mm mm
mm mm
290
Formule 1B_2019.indb 290
13/06/19 12:25
3.3 Schema Vul de benamingen aan.
aa
r
pl
één paar evenwijdige zijden
em
ex
twee paar evenwijdige zijden
In k
vier hoeken even groot
vier zijden even lang
Hoofdstuk 10
ijk
vier hoeken even groot en vier zijden even lang
• Elk parallellogram is ook een trapezium, want een parallellogram heeft twee (dus zeker één) paar evenwijdige zijden. • Elk vierkant is ook een rechthoek, want een vierkant heeft ook vier even grote hoeken. Een gelijkaardige redenering kun je bij iedere pijl maken. Waar of niet waar ? Vink aan. a
Alle vierkanten zijn parallellogrammen.
b
Sommige ruiten zijn rechthoeken.
waar
niet waar
291
Formule 1B_2019.indb 291
13/06/19 12:25
Cirkels
In k
Hoofdstuk 10
ijk
cirkel
ex
diameter
em
pl
aa
r
4
middelpunt
straal
Teken in deze cirkel: •
een straal groen,
•
een diameter blauw,
•
het middelpunt rood.
292
Formule 1B_2019.indb 292
13/06/19 12:25
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 25
1 Ruimtefiguren en vlakke figuren Markeer de best passende benaming.
kubus
balk
kubus
kegel
driehoek vierhoek
cirkel
driehoek vierhoek cilinder
ex
em
balk
pl
aa
r
BIM1.1
kegel
piramide driehoek vierhoek
kegel
piramide
cirkel
vierhoek zeshoek achthoek cilinder
BIM1.2
balk
kubus
bol 9
Duid de veelhoeken aan.
Hoofdstuk 10
In k
ijk
cilinder cilinder
2
293
Formule 1B_2019.indb 293
13/06/19 12:25
2 Driehoeken Voer de opdrachten uit en vul aan.
BIM2
Welk soort driehoek is dit volgens de zijden?
aa
Welk soort driehoek is dit volgens de hoeken?
r
Kleur telkens een hoekpunt groen en een zijde rood.
pl
3 Vierhoeken
6
4
ex
em
Geef de best passende benaming voor deze vierhoeken.
BIM3.1
Kleur twee overstaande zijden rood. Kleur twee overstaande hoeken groen. Duid alle rechte hoeken met het gepaste symbool aan.
In k
Hoofdstuk 10
ijk
BIM3.2
2
4 Cirkels
BIM4
Noteer de best passende benaming.
2
294
Formule 1B_2019.indb 294
13/06/19 12:25
Op mijn maat Ruimtefiguren en vlakke figuren 1
Herken je een ruimtefiguur (R) of een vlakke figuur (V)? Markeer.
V
R
V
R
V
R
V
V
R
V
R
V
R
V
R
V
V
Markeer de best passende benaming.
Hoofdstuk 10
In k
ijk
2
V
ex
R
R
em
R
pl
aa
R
r
1
balk
kubus
kegel
kegel
bol
cilinder
kegel
balk
cilinder
balk
kubus
cilinder
cilinder
kegel
piramide
balk
kubus
kegel
295
Formule 1B_2019.indb 295
13/06/19 12:25
Welke ruimtefiguren herken je in deze zoetigheden en hun verpakkingen?
4
Help kleine Laura en kraak de code. Welke ruimtefiguur hoort in welke opening? De letters vormen een woord.
em
pl
aa
r
3
1
1 4
3
4
5
3
ex
2
2
In k
Hoofdstuk 10
ijk
5
5
M
L O
E
D
Welke soort veelhoek herken je in de hoofden van deze cartoonfiguren?
296
Formule 1B_2019.indb 296
13/06/19 12:25
Markeer de best passende benaming.
cirkel
driehoek vierhoek
zeshoek
vijfhoek
cirkel
vijfhoek
achthoek
driehoek zeshoek
Markeer de best passende benaming.
cirkel
driehoek vierhoek
zeshoek achthoek veelhoek
vijfhoek
cirkel
driehoek zeshoek
zeshoek achthoek veelhoek
ijk
ex
driehoek vierhoek
em
pl
7
vierhoek
r
driehoek
aa
6
driehoek vierhoek
vierhoek driehoek zeshoek
zeshoek
cirkel
veelhoek
spel
onderdeel
Hoofdstuk 10
Welke soort veelhoek herken je in de afgebeelde onderdeeltjes van deze gezelschapsspelen?
In k
8
vijfhoek
soort veelhoek
297
Formule 1B_2019.indb 297
13/06/19 12:26
2
Driehoeken 9 a b
Kleur van deze driehoeken: een zijde groen, een hoekpunt blauw.
ex
em
pl
aa
r
10 Noteer de correcte benaming van de gekleurde delen in het overeenkomstig gekleurde kader. Kies uit: driehoek, hoekpunt, hoek, zijde.
In k
Hoofdstuk 10
ijk
11 Duid de best passende benamingen aan volgens de hoeken en volgens de zijden.
scherphoekig
ongelijkbenig
rechthoekig stomphoekig
gelijkbenig gelijkzijdig
scherphoekig
ongelijkbenig
rechthoekig stomphoekig
gelijkbenig gelijkzijdig
scherphoekig
ongelijkbenig
rechthoekig stomphoekig
gelijkbenig gelijkzijdig
298
Formule 1B_2019.indb 298
13/06/19 12:26
12 Geef de best passende benaming voor elke driehoek. Meet als dat nodig is.
volgens de hoeken
pl
aa
r
volgens de zijden
em
volgens de hoeken volgens de zijden
In k
Hoofdstuk 10
ijk
ex
13 Teken een driehoek met twee stompe hoeken.
14 Juist of fout ? Duid aan. Met de gevonden letters maak je een woord. juist
fout
a
Een driehoek die gelijkbenig is, is altijd gelijkzijdig.
A
S
b
Een stomphoekige driehoek heeft een scherpe hoek.
P
R
c
Een rechthoekige driehoek kan ook stomphoekig zijn.
K
T
d
Een gelijkbenige driehoek is altijd scherphoekig.
L
M
e
Een rechthoekige driehoek kan ook gelijkzijdig zijn.
B
O
Woord:
299
Formule 1B_2019.indb 299
13/06/19 12:26
Vierhoeken 15 a b c
Kleur van deze vierhoeken: een zijde rood, een hoekpunt blauw, twee overstaande hoeken groen.
r
3
ex
em
pl
aa
16 Plaats het figuurnummer bij de juiste benaming.
Parallellogram:
Rechthoek:
Vierkant:
ijk
Trapezium:
Hoofdstuk 10
In k
17 Duid de passende eigenschappen aan. Geef daarna de best passende benaming voor de vierhoek.
één paar evenwijdige zijden
één paar evenwijdige zijden
één paar evenwijdige zijden
twee paar evenwijdige zijden
twee paar evenwijdige zijden
twee paar evenwijdige zijden
alle hoeken even groot
alle hoeken even groot
alle hoeken even groot
alle zijden even lang
alle zijden even lang
alle zijden even lang
300
Formule 1B_2019.indb 300
13/06/19 12:26
18 Geef de best passende benaming.
6
2
5
3
6
em
19 Schets.
aa
4
pl
1
r
5
Hoofdstuk 10
ijk
ex
een vierhoek met vier even grote hoeken een vierhoek met één paar evenwijdige zijden
In k
20 Juist of fout? Duid aan. Met de gevonden letters maak je een woord. juist
fout
a
Elke vierhoek met vier even lange zijden is een vierkant.
O
G
b
Elke parallellogram met één rechte hoek is een rechthoek.
F
V
c
Elke ruit heeft vier even grote hoeken.
E
I
d
Elk trapezium heeft twee paar evenwijdige zijden.
N
R
e
Een rechthoek met vier even lange zijden is een vierkant.
U
R
f
Elke vierhoek met één rechte hoek is een rechthoek.
M
U
Woord:
301
Formule 1B_2019.indb 301
13/06/19 12:26
4
Cirkels Kleur van deze cirkels: het middelpunt rood, een straal blauw, een diameter groen.
23 Geef de best passende benaming.
In k
Hoofdstuk 10
ijk
ex
em
pl
22 Benoem de gekleurde delen. Kies uit: cirkel, middelpunt, straal, diameter.
aa
r
21 a b c
302
Formule 1B_2019.indb 302
13/06/19 12:26
Even samenvatten
Ruimtefiguren
kegel
bol
balk
cilinder
kubus
aa
r
•
piramide
Vlakke figuren Een vlakke figuur die enkel begrensd is door lijnstukken noem je een veelhoek. Een veelhoek kun je benoemen door het aantal zijden of hoeken te tellen. Voorbeeld: vierhoek, zeshoek, driehoek ...
•
Driehoeken
em
pl
•
ex
scherphoekige driehoek
rechthoekige driehoek
stomphoekige driehoek
gelijkbenige driehoek
1 rechte hoek 2 even lange zijden
1 stompe hoek 2 even lange zijden
1 rechte hoek geen enkele zijde even lang
1 stompe hoek geen enkele zijde even lang
Hoofdstuk 10
In k
ijk
3 scherpe hoeken 2 even lange zijden
gelijkzijdige driehoek
3 scherpe hoeken 3 even lange zijden
ongelijkbenige driehoek 3 scherpe hoeken geen enkele zijde even lang
303
Formule 1B_2019.indb 303
13/06/19 12:26
Vierhoeken
ijk In k
Hoofdstuk 10
Een vierkant is een vierhoek met vier even lange zijden en vier even grote hoeken.
•
rechte hoeken
aa
r X
X
X
ex
Een rechthoek is een vierhoek met vier even grote hoeken.
overstaande hoeken even groot
alle zijden even lang
overstaande zijden even lang
2 paar
pl
2 paar
X
em
Een ruit is een vierhoek met vier even lange zijden.
X
2 paar
Een parallellogram is een vierhoek met twee paar evenwijdige zijden.
2 paar
Een trapezium is een vierhoek met minstens één paar evenwijdige zijden.
hoeken
1 paar
evenwijdig
zijden
alle hoeken even groot
•
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Cirkels
diameter
middelpunt
cirkel
straal
304
Formule 1B_2019.indb 304
13/06/19 12:26
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 25
1 Ruimtefiguren en vlakke figuren Markeer telkens de best passende benaming.
cilinder
bol
balk
kubus
kegel
em
balk
pl
aa
r
TOM1.1
cirkel
driehoek piramide
kubus
cilinder
TOM1.2
bol
kegel
driehoek vierhoek piramide
balk
kubus
bol 9
Duid de veelhoeken aan.
Hoofdstuk 10
In k
ijk
ex
driehoek vierhoek vijfhoek driehoek vierhoek
driehoek zeshoek veelhoek
2
305
Formule 1B_2019.indb 305
13/06/19 12:26
2 Driehoeken Voer de opdrachten uit en vul aan.
TOM2
Welk soort driehoek is dit volgens de zijden?
6
aa
Welk soort driehoek is dit volgens de hoeken?
r
Kleur een hoekpunt groen en een zijde rood.
3 Vierhoeken
Geef de best passende benaming voor deze vierhoeken.
b
waar
niet waar
Een vierhoek met twee paar evenwijdige zijden is altijd een rechthoek.
Een ruit met vier rechte hoeken is een vierkant.
Alle vierkanten zijn trapeziums.
Een ruit is een parallellogram met vier even lange zijden.
In k
Hoofdstuk 10
c d
4
ijk
a
ex
Waar of niet waar?
TOM3.2
em
pl
TOM3.1
2
4 Cirkels
TOM4
Noteer de best passende benaming bij de juiste kleur.
2
306
Formule 1B_2019.indb 306
13/06/19 12:26
Gamezone 1 Teken zelf een stripfiguur! Kies een hoofd, bovenlichaam, benen en voeten uit de lijst met lichaamsonderdelen. Teken zachtjes in potlood de basisvormen onder elkaar. Werk vanuit die vormen je stripfiguur verder uit. Gebruik gerust al je creativiteit! Basisvormen
Teken hier jouw stripfiguur!
In k
Voorbeeldopbouw
Hoofdstuk 10
ijk
ex
em
pl
aa
r
Lichaamsonderdelen
307
Formule 1B_2019.indb 307
13/06/19 12:26
In k
Hoofdstuk 10
ijk
ex
em
pl
aa
r
2 Een sumoworstelaar staat klaar voor de strijd, maar heeft nog geen uitdager! Teken een tweede sumoworstelaar. Volg de stappen hieronder.
308
Formule 1B_2019.indb 308
13/06/19 12:26
Fluitje van een cent
In k
ijk
ex
em
pl
aa
r
11
Formule 1B_2019.indb 309
13/06/19 12:26
Planner
Even samenvatten
319 Geld tellen Gepast betalen en teruggeven Prijzen vergelijken Let op, geld lenen kost ook geld Winst of verlies?
em
Test op mezelf Gamezone
314 315 315 315 316 317 318
321 322 325 327 329
r
Op mijn maat
1 2 3 4 5
aa
Ben ik mee?
1 Geld tellen 2 Gepast betalen en teruggeven 2.1 Gepast betalen 2.2 Teruggeven 3 Prijzen vergelijken 4 Let op, geld lenen kost ook geld 5 Winst of verlies?
pl
Aan de slag
330 331 333
In dit hoofdstuk leer je alles over geld.
Hoofdstuk 11
In k
ijk
ex
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
310
Formule 1B_2019.indb 310
13/06/19 12:26
Formule 1B_2019.indb 311
Gepast betalen en
2
5
Let op, geld lenen
4
Winst of verlies? /3
/20
Totaal
/2
/4
/5
/6
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
Totaal
Oef 16
Oef 12
Oef 17
1
0-2
3-4
3-4
Oef 14
Oef 7
Oef 18
Oef 13 2 Oef 19
Oef 15
Oef 11
Oef 9
Oef 8
Oef 3
3
2
3-4
5
5-6
/
/
/
/
/
/
Resultaat
r
aa
pl
em
Oef 10
Oef 6
Oef 5
Oef 2
ex
0-1
0
0-2
ijk Oef 4
Oef 1
0-2
Op mijn maat
Totaal
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/20
/3
/2
/4
/5
/6
Test op mezelf
Klas: Datum: / / 20
Hoofdstuk 11
p. 318
p. 317
p. 316
p. 315
p. 314
In k
Ben ik mee?
Nr.:
kost ook geld
Prijzen vergelijken
3
teruggeven
Geld tellen
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: /
311
13/06/19 12:26
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik mijn fouten zinvol verbeterd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik telkens in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik zelfstandig gewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik nagedacht over mijn antwoorden?
0
1
2
3
0
1
2
3
Hoofdstuk 11
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
312
Formule 1B_2019.indb 312
13/06/19 12:26
Aan de slag Sinds 1 januari 2002 betalen we in bijna alle landen van Europa met de euro. Plaats in de tekstballonnen de waarde van alle munten en biljetten. BILJETTEN
MUNTEN
€
€
r
€
€
€
em
pl
€
aa
€ 0,01
€5
ex
€
€
€ €
€
cent
€
ijk
1 euro =
€
In k
• Let op de juiste schrijfwijze: 5,65 euro = € 5,65 = 5,65 EUR • Je noteert altijd twee cijfers na de komma. • Je schrijft: € 17,55 Je leest: 17 euro 55 cent 30 cent Hoofdstuk 11
€ 0,30
Vul aan.
=
x
=
x
=
x
=
x
=
x
=
x
=
x
=
x
=
x
313
Formule 1B_2019.indb 313
13/06/19 12:27
1
Geld tellen
Jarne ziet een advertentie van een luidspreker. Kan hij die betalen met het geld dat in zijn spaarvarken zit? Vul aan. euro
x€2
=
euro
x€5
=
euro
x € 10 =
euro
€ 59
euro
Hoeveel geld zit er in zijn spaarvarken? Is dat voldoende om zijn luidspreker te kopen?
ja Hij heeft te veel.
r
=
neen
aa
x€1
euro Hij heeft te kort.
euro
pl
Tel het geld in het spaarvarken. In welk spaarvarken zit er voldoende geld om de luidspreker te kopen? Vink aan.
ex
£
£
ijk
£
€
€
em
€
Welk land hoort bij welk nummer? Vul aan.
In k
Hoofdstuk 11
De euro is de munteenheid van 19 lidstaten van de Europese Unie. Dat wil zeggen dat je in de volgende landen kunt betalen met de euro: België, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Finland, Spanje, Portugal, Griekenland, Oostenrijk, Slovenië, Cyprus, Letland, Malta, Estland, Slowakije en Litouwen. land 1 2
4
3 2
4
1 3
314
Formule 1B_2019.indb 314
13/06/19 12:27
2
Gepast betalen en teruggeven
2.1 Betalen Jef koopt een paar voetbalschoenen en een nieuw voetbaldoel. Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer hij een muntstuk of biljet gebruikt.
€ 161,30
2.2 Teruggeven
Bij de slager, betaalt ze 21,45 euro. Ze geeft 30 euro aan de slager. Hoe geeft de slager gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten?
em
Jelke koopt koffiekoeken voor € 7,10. Ze betaalt met een biljet van 20 euro. Hoe geeft de bakker gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten?
pl
aa
r
35 euro
te betalen
voorlopig totaal
ex
aantal
aantal
voorlopig totaal
€ 21,45
Totaal Hoeveel krijgt Jelke terug?
Hoofdstuk 11
In k
ijk
€ 7,10
te betalen
€ 20,00
Totaal Hoeveel krijgt Jelke terug?
315
Formule 1B_2019.indb 315
13/06/19 12:28
3
Prijzen vergelijken
Prijzen vergelijken kan je heel wat geld besparen. Daarom bereken je de prijs voor eenzelfde hoeveelheid. Colruyt
Delhaize
Albert Heijn € 1,50
€ 2,10
1 stuk
hoeveelheid
1 stuk
em
0,25 l
hoeveelheid
prijs
ex
prijs
ijk
1l
In k
€ 1,10 voor 500 g
hoeveelheid
Hoofdstuk 11
1 kg
prijs
prijs
hoeveelheid
prijs
1l
€ 4,40 voor 2 kg
hoeveelheid
€ 1,80
1,5 l
0,5 l
hoeveelheid
1l
hoeveelheid
1 stuk
€ 1,25
€ 0,55
prijs
aa
prijs
pl
hoeveelheid
r
€ 3,20
prijs
1 kg
€ 12 voor 6 kg hoeveelheid
prijs
1 kg
In welke winkel is het product het goedkoopst? Vink aan.
1 Kinder Surprise 1 l cola 1 kg spaghetti
316
Formule 1B_2019.indb 316
Colruyt
Delhaize
Albert Heijn
13/06/19 12:28
4 Let op, geld lenen kost ook geld Pieter is het beu om iedere dag met de bus naar zijn werk te gaan. Hij beslist om een elektrische scooter aan te kopen. Zelf kan Pieter het volledige bedrag niet in één keer betalen. Daarom beslist hij om de scooter op afbetaling te kopen (in stukjes betalen).
contant € 1 200
Hij krijgt drie mogelijke opties om de elektrische scooter te kopen. Bereken de totale kostprijs. optie B
optie C
€ 200 + 24 x € 45/maand
€ 500 + 6 x € 120/maand
Berekening:
totale kostprijs:
totale kostprijs:
Vink telkens de passende optie aan.
B
C
d Welke optie is voor Pieter het goedkoopst?
e Als Pieter een voorschot kan geven van 600 euro, wat is dan zijn beste optie?
f Als Pieter slechts een voorschot kan geven van 150 euro, wat is dan zijn beste optie?
g Welke optie is duurder dan de contante prijs?
ex
A
a Bij welke optie betaalt Pieter maandelijks het meest? b Bij welke optie(s) moet Pieter een voorschot betalen?
In k
ijk
c Bij welke optie duurt de afbetaling het langst?
Hoofdstuk 11
totale kostprijs:
€ 125/maand Slechts voor één jaar
pl
Berekening:
em
Berekening:
aa
r
optie A
Contant of op afbetaling?
Euh, met geld?
317
Formule 1B_2019.indb 317
13/06/19 12:28
5 Winst of verlies? Op een veiling koopt een marktkramer zijn fruit voor de vrijdagmarkt. Vul de inkoopprijs en de verkoopprijs aan. Duid aan of hij winst of verlies maakt. veilingprijs: € 21
€ 35
r
€ 40
veilingprijs: € 24
bananen
inkoopprijs
inkoopprijs
verkoopprijs
verkoopprijs
Maakt hij winst?
Maakt hij winst?
bedrag
pl
aa
appels
em
bedrag
ex
De fruithandelaar koopt ook een kist aardbeien voor 56 euro. Tijdens het transport raken enkele aardbeien ingedeukt. Hij verkoopt ze nog voor 49 euro.
€ 49
Hoofdstuk 11
In k
ijk
veilingprijs: € 56
inkoopprijs
inkoopprijs
verkoopprijs
verkoopprijs
Maakt hij winst?
Maakt hij winst?
bedrag
bedrag
aardbeien
TOTALE OPBRENGST
318
Formule 1B_2019.indb 318
13/06/19 12:28
Ben ik mee? Naam: Nr.:
1
Klas:
Datum:
/
/ 20
/ 20
Geld tellen Vul aan. =
x
=
x
=
x
=
x
=
x
6
Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.
ex
€ 108,95
Marjolein koopt in de Lola Liza een bloesje. Dat kost 24,70 euro. Ze betaalt met een biljet van 50 euro.
te betalen
voorlopig aantal totaal
2
€ 24,70
ijk
BIM2.2
x
pl
BIM2.1
Gepast betalen en teruggeven
=
em
2
aa
r
BIM1
In k
Hoe geeft de kassabediende gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten? Hoofdstuk 11
Hoeveel krijgt Marjolein in totaal terug? Berekening:
Antwoordzin:
Totaal
Formule 1B_2019.indb 319
3
319
13/06/19 12:29
3
Prijzen vergelijken Rangschik de prijzen van goedkoop naar duur.
BIM3.1
A
B
1l € 1,75
C
1l € 1,65
1l € 0,80 <
1
<
aa
6 x 200 ml
75 cl
€ 12
€ 2,28
€ 1,26
hoeveelheid
prijs
hoeveelheid
em
prijs
pl
24 x 200 ml
hoeveelheid 1l
1l
prijs
1l
3
Let op, geld lenen kost ook geld
ex
4
r
Arthur moet een grote hoeveelheid melk bestellen. Vink de goedkoopste mogelijkheid aan.
BIM3.2
Louise gaat naar de elektrozaak om een laptop te kopen. Ze gaat in op de aanbieding om de laptop op afbetaling te kopen. Hoeveel zal Louise uiteindelijk betalen? Berekening:
ijk
BIM4
€ 75/maand
In k
contract voor 24 maanden
Antwoordzin:
Of betaal € 1 600 euro contant
Hoofdstuk 11
5
BIM5
Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs? Berekening: Antwoordzin:
2
Winst of verlies?
Vul de tabel aan. inkoopprijs
verkoopprijs
winst
verlies
bedrag
€ 546,25
€ 723,45
€ 3,45
€ 15,75 € 365,80
€ 20,40
3
320
Formule 1B_2019.indb 320
13/06/19 12:29
Op mijn maat 1
Geld tellen 1
Vul de tekstballonnen aan. Ik heb nog euro en eurocent
Ik heb nog euro en eurocent
De drinkfles van Theo is uitgelopen in zijn boekentas. In zijn boekentas zat ook zijn portemonnee. Daarom heeft Theo het geld dat nat is geworden, laten drogen aan de waslijn. Hoeveel geld was er nat?
€
Vul het te betalen bedrag in. Kleur de munten die ik in de parkeerautomaat moet gooien. Let wel, ik heb slechts één munt van elk. Ik betaal gepast.
In k
13:30
PARKEERGARAGE ALLESTELT eerst betalen, dan auto halen
AANKOMST
17 MEI 12:00
P
Te betalen: €
Hoofdstuk 11
3
ijk
ex
em
pl
2
aa
r
Ik heb nog euro en eurocent
Parkeertarief € 1,20 per uur Openingstijden: 7:00 tot 24:00
321
Formule 1B_2019.indb 321
13/06/19 12:30
2
Gepast betalen en teruggeven 4
Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.
r
32,30 euro
aa
89,95 euro
em
pl
5 Niels trakteert zijn vrienden in het schoolrestaurant. a Bereken hoeveel Niels moet betalen.
kom cornflakes chocoladekoek 50 cent 1 euro
soep 70 cent
berekening
koek 40 cent kostprijs
ex
Niels koopt:
sandwich 1 euro 20 cent
euro
1 kom cornflakes
euro
3 sandwiches
euro
5 koeken
euro
4 soepjes
euro
Hoofdstuk 11
In k
ijk
2 chocoladekoeken
b
Totaal =
euro
Hij betaalt met een biljet van 20 euro. Hoeveel krijgt hij terug? Berekening: Antwoordzin:
c
De bediende geeft met zo weinig mogelijk munten en biljetten terug. Welke munten/biljetten krijgt Niels terug? Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.
322
Formule 1B_2019.indb 322
13/06/19 12:30
6
Pieter koopt in de supermarkt vier pakken koekjes, twee flessen limonade en twee kg appelen. € 0,45 € 0,90/kg € 1,20
Hoeveel moet Pieter betalen? Berekening:
a
Antwoordzin: Hij betaalt met een biljet van 20 euro. Hoeveel krijgt Pieter terug? Berekening: Antwoordzin:
c
Welke combinatie muntstukken en biljetten geeft de kassabediende terug? Vink aan.
em
pl
aa
r
b
Hoe geeft de kassabediende gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten?
a
In de foodbar koopt Brian een slaatje voor € 4,60. Hij betaalt met een biljet van 20 euro.
ex
7
te betalen
aantal
Evi koopt een gsm-hoesje van € 11,35. Ze geeft de bediende een biljet van 50 euro.
te betalen
aantal
voorlopig totaal
€ 11,35
Totaal
Hoofdstuk 11
In k
ijk
€ 4,60
voorlopig totaal
b
Totaal
323
Formule 1B_2019.indb 323
13/06/19 12:31
8
Vul de ontbrekende zaken aan op de kastickets.
1x 1x 1x 1x
Actimel 0 % natuur Barbecue rib Danone yoghurt 1,5 l Cola Zero
€ 5,05 € 2,50 € 2,05 € 1,75
6 x T- shirt 3 x jeansbroek skinny 10 x boxershorts
€ 149,00
Totaal Totaal
Teruggave € 10,15
Cash
ex
€ 30,00
€ 2,50 € 5,40 € 3,50
Cash
Teruggave
€ 3,60 Bedankt en tot ziens!
ijk
Bedankt en tot ziens!
Bij de fietsenmaker moet Lex 15,30 euro betalen om zijn lekke band te herstellen. Lex betaalt met een biljet van 20 euro. Hoeveel moet hij extra betalen aan de fietsenmaker om een biljet van 5 euro terug te krijgen?
Hoofdstuk 11
In k
9
3 x A4-werkschrift 2 x balpen BIC blauw 5 x ringmappen Totaal
Totaal
Teruggave
€ 2,50 € 5,40 € 18,00
em
1x koffie 2x Ice Tea 2x verwenbordje
Bedankt en tot ziens!
aa
Bedankt en tot ziens!
pl
Teruggave
€ 150,00
r
Cash
Cash
€ 30,00 € 70,00
Berekening:
Antwoordzin:
324
Formule 1B_2019.indb 324
13/06/19 12:31
3
Prijzen vergelijken 10 Bereken telkens de prijs voor eenzelfde hoeveelheid. x 16
8 rollen
6 rollen
€ 4,80
€ 2,40
16 rollen
€ 8,80
hoeveelheid
prijs
6 rollen 1 rol
5 m
20 m
€ 34,75
prijs
hoeveelheid
ijk
1m
ex
em
€ 169,00
hoeveelheid
prijs
1 rol
pl
1 rol
hoeveelheid
r
prijs
aa
hoeveelheid
prijs
hoeveelheid
1m
15 m
€ 127,50
prijs
1m
800 g
In k
€ 3,60
hoeveelheid
1 kg
prijs
1 kg
Hoofdstuk 11
€ 4,40
1,6 kg
€ 9,60 hoeveelheid
1 kg
prijs
hoeveelheid
prijs
1 kg
325
Formule 1B_2019.indb 325
13/06/19 12:31
Filip
champignons
prijs
hoeveelheid
prijs
hoeveelheid
em
hoeveelheid
ananas
pl
appels
aa
r
11 Bereken de prijs per eenzelfde hoeveelheid.
1 kg
1 stuk
prijs
1 kg
Roedi
hoeveelheid
prijs
hoeveelheid
ijk
1 kg
ananas
ex
appels
prijs
champignons hoeveelheid
1 stuk
In k
Wie is het goedkoopst? Vink aan. Ananas is het goedkoopst bij Appels zijn het goedkoopst bij
Hoofdstuk 11
Champignons zijn het goedkoopst bij
prijs
1 kg Filip
Roedi
Vul de tabel aan. Gust koopt in de Filipshop
Anna koopt bij Roedi
3 kg appelen
2 kg appels
600 g champignons
0,5 kg champignons
3 ananassen
6 ananassen
Hoeveel betaalt Gust bij Filip?
Hoeveel betaalt Anna bij Roedi?
326
Formule 1B_2019.indb 326
13/06/19 12:31
4
Let op, geld lenen kost ook geld 12 Los op. Je beslist om de producten maandelijks af te betalen.
€ 37,45/maand
contract voor 23 maanden
€ 25/maand
contract voor 18 maanden Of betaal 400 euro contant
Of betaal 729,90 euro contant
loopband
r
spelconsole
aa
a Hoeveel zul je na het contract hebben uitgegeven?
pl
b Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs?
ex
em
13 De familie Geldteveel koopt nieuwe meubels.
2-persoonskamer Milano
ijk
Hoeksalon Maud in kunstleder/structuurstof € 800 of € 41 per maand
contract: 23 maanden
€ 650
of € 36 per maand
Lavabokast Salty € 200
of € 13,30 per maand
contract: 21 maanden
contract: 17 maanden
In k
Hoeveel zou de familie betalen als ze alles onmiddellijk betalen? Berekening: Hoofdstuk 11
Antwoordzin:
De familie beslist om op afbetaling te kopen. Hoeveel zullen ze uiteindelijk betalen? berekening
kostprijs
Hoeksalon Maud 2-persoonskamer Lavabokast Salty Totaal
327
Formule 1B_2019.indb 327
13/06/19 12:32
14 Koen Vietis wil graag een nieuwe wagen kopen. Hij ziet deze BMW in de folder. a
Koen beslist om de wagen op afbetaling te kopen. Hoeveel zal hij na het contract hebben betaald voor de wagen? Berekening: Antwoordzin:
b
Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs?
15 Je koopt een flatscreentelevisie.
Je wilt 100 euro per maand betalen. Hoeveel maanden zal je moeten afbetalen als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:
ijk
b
₏ 700
ex
Antwoordzin:
em
pl
Je betaalt een voorschot van 100 euro. De rest betaal je af in 12 maanden. Hoeveel moet je maandelijks betalen als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:
aa
Antwoordzin:
a
contract: 125 maanden Contante prijs: 117 000 euro
r
Berekening:
Er is al een BMW 840d Cabrio vanaf ₏ 975/maand
In k
Antwoordzin:
c
Hoofdstuk 11
Je kunt een voorschot betalen van 400 euro. Je wilt het toestel afbetalen in drie maanden. Hoeveel betaal je af per maand als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:
Antwoordzin: d
328
Formule 1B_2019.indb 328
Je betaalt tien maanden lang 50 euro per maand af. Wat was het voorschot als er geen extra kosten aangerekend worden? Berekening:
Antwoordzin:
13/06/19 12:32
5
Winst of verlies? 16 Vul de tabel aan. inkoopprijs
verkoopprijs
winst
verlies
€ 250
€ 125
€ 833
€ 1 000
€ 9,25 € 468
bedrag
€ 5,20 € 22,80
aa
r
17 De voetbalploeg van Niels verkoopt kalenders voor het goede doel. De kalenders werden aangekocht voor 180 euro. De opbrengst bedraagt 850 euro. Welk bedrag blijft er over voor het goede doel? Berekening:
pl
Antwoordzin:
em
18 Een verkoper van muziekinstrumenten koopt bij de groothandelaar een viool voor € 460,20. De verkoper wint de helft van de inkoopprijs. Bereken de verkoopprijs. Berekening:
ex
Antwoordzin:
product
Formule 1B_2019.indb 329
inkoopprijs
Hoofdstuk 11
In k
ijk
19 Ted heeft een kraam op de markt. Vergelijk de prijzen uit zijn kraam met de inkoopprijzen op de factuur. Op welke producten maakt hij winst, op welke verlies? Vul de tabel in.
verkoopprijs
winst
verlies
bedrag
329
13/06/19 12:32
Even samenvatten
aa
- Schrijfwijze: 5,65 euro = € 5,65 = 5,65 EUR - Je noteert altijd twee cijfers na de komma - Je schrijft: € 17,55 Je leest: 17 euro 55 cent € 0,30 30 cent
r
• Geld tellen
• Gepast betalen en teruggeven
em
pl
€ 205,85
Geef je 250 euro aan de bediende, dan is het bedrag dat je terugkrijgt gelijk aan 250 – 205,85 = 44,15 euro
aantal
prijs
24 flesjes
€ 14,40
1 fles
€ 0,60
: 24
ijk
: 24
ex
• Prijzen vergelijken
€ 14,40
In k
• Let op, geld lenen kost ook geld Contante prijs: is de prijs die je in één keer aan de kassa betaalt. Afbetaling: iets kopen, maar in stukjes (meestal per maand) betalen.
Hoofdstuk 11
• Winst of verlies? inkoopprijs
verkoopprijs
winst
verlies
bedrag
€ 55
€ 80 € 95
€ 225
€ 225 – € 20 = € 205
€ 80 - € 55 = € 15
€ 95 - € 5 = € 90
€5 € 20
330
Formule 1B_2019.indb 330
13/06/19 12:32
Test op mezelf Naam: Nr.:
1
Klas:
Datum:
/
/ 20
/ 20
Geld tellen
=
x
=
x
=
x
=
x
=
6
Betaal gepast met zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten. Plaats een ‘x’ voor iedere keer je een muntstuk of biljet gebruikt.
€ 139,45
Om zijn verjaardag te vieren trakteert Maxim zijn vrienden in de Pizzahut. Hij moet in totaal 74,85 euro betalen. Hij betaalt met twee biljetten van 50 euro.
te betalen
aantal
voorlopig totaal
2
ijk
ex
TOM2.2
aa
Gepast betalen en teruggeven
x
pl
TOM2.1
x
em
2
=
r
Vul aan.
TOM1
In k
Hoe geeft de kassabediende gepast terug met zo weinig mogelijk munten of biljetten? Hoeveel krijgt Maxim in totaal terug? Hoofdstuk 11
Berekening:
Antwoordzin:
Totaal
3
331
Formule 1B_2019.indb 331
13/06/19 12:33
3 Prijzen vergelijken TOM3.1
Rangschik de prijzen van goedkoop naar duur. A
B
C
6 x 125 g
€ 2,25
6 x 125 cl
6 x 125 g
€ 2,20
€ 3,50
TOM3.2
< <
aa
8 x 20 cl
€ 4,80
1 l
€ 1,60
€ 0,70 prijs
1l
prijs
hoeveelheid
prijs
1l
1l
3
ex
hoeveelheid
em
hoeveelheid
pl
250 ml
r
Leonie moet een grote hoeveelheid fruitsap bestellen. Vink de goedkoopste mogelijkheid aan.
1
4 Let op, geld lenen kost ook geld TOM4
ijk
Vanwege het warme weer wil het gezin Slippers een zwembad kopen. In de Fun krijgen ze een aanlokkelijk voorstel.
In k
Hoeveel betaalt het gezin voor het zwembad op afbetaling? Berekening:
€ 11,25/maand
contract voor 16 maanden
Hoofdstuk 11
Of betaal € 160 euro contant
Antwoordzin: Hoeveel bedraagt het verschil met de contante prijs? Berekening: Antwoordzin:
2
5 Winst of verlies? TOM5
Vul de tabel aan. inkoopprijs
verkoopprijs
winst
verlies
€ 6,50
€ 24,90
€ 10,85
332
Formule 1B_2019.indb 332
€ 2,00
bedrag € 3,25 € 0,50
3
13/06/19 12:33
Gamezone 1 Welk van volgende geldbedragen ben ik? Vink aan.
r
aa
De som van de cijfers in mijn getal is niet 2.
em
pl
Ik ben niet het dubbele van
ex
Ik ben niet de helft van
Ik ben niet de som van en
ijk
Ik ben niet het verschil van en
Hoofdstuk 11
In k
2 Tien munten liggen in de vorm van een driehoek met de punt omhoog. Leg de munten in een driehoek naar omlaag door slechts drie munten te verplaatsen.
333
Formule 1B_2019.indb 333
13/06/19 12:34
3 Neem een muntstuk. Neem een stuk papier en knip een cirkelvormig gat in het midden van het papier. Het gat moet net iets kleiner zijn dan de grootte van het muntstuk.
aa
r
Hoe kun je het muntstuk door het gat heen krijgen zonder het papier te scheuren of te knippen?
em
pl
4 Aan het begin van een stralende zondagmiddag liep de kasteelheer van slot Loevestein zijn studeerkamer binnen. Hij zag dat de kluis was opengebroken en belde meteen de politie. Toen de politie het huishoudelijk personeel verhoorde over hun activiteiten op het moment waarop de kluis opengebroken moest zijn, werden de volgende alibi’s gegeven:
ex
• De kok was het middagmaal aan het klaarmaken; • De tuinman was de haag aan het snoeien; • De butler was de post aan het halen; • Het dienstmeisje was de bedden aan het opmaken.
ijk
Wie was de dader?
Hoofdstuk 11
In k
5 Verbind het muntstuk met de bijhorende vlag.
334
Formule 1B_2019.indb 334
13/06/19 12:34
12
Omtrek
aa
r
mtrek Borsto
Tailleomtrek
pl
Heup
In k
ijk
ex
em
omtr ek
Er zijn wel vijf mensen nodig om de omtrek van deze boom te kunnen bepalen!
Formule 1B_2019.indb 335
13/06/19 12:34
Planner 339 340 341 341 341 341 342 342 342 344
r
1 Omtrek of oppervlakte? 2 Omtrek meten 3 Omtrek van rechthoek en vierkant 3.1 Wiskundetaal 3.2 Omtrek van een rechthoek 3.3 Omtrek van een vierkant 4 Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel 4.1 Omtrek van een niet-veelhoek 4.2 Omtrek van een cirkel 5 Rekenen met je rekentoestel
aa
Aan de slag
Ben ik mee?
Op mijn maat
Even samenvatten
356
Test op mezelf
357
Gamezone
359
pl
Omtrek of oppervlakte? Omtrek meten Omtrek van rechthoek en vierkant Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel Rekenen met je rekentoestel
ex
em
1 2 3 4 5
345 347 348 349 351 352
In dit hoofdstuk leer je alles over de omtrek.
In k
ijk
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen
Hoofdstuk 12
336
Formule 1B_2019.indb 336
13/06/19 12:34
Formule 1B_2019.indb 337
5
p. 344
p. 342
Totaal
BIM5
BIM4
BIM3
BIM2
BIM1
/20
/7
/2
/4
/3
/4
Oef 21
Oef 20
Oef 16
Oef 8
Oef 7
Oef 4
0-3
0
0-2
0-1
Oef 22
Oef 12
Oef 27
Oef 24 Oef 25
Oef 26
4-5
Totaal
Oef 30
Oef 29
r
/
/
/
/
/
/
Resultaat
aa
Oef 33
pl
Oef 19
Oef 15
Oef 32
6-7
2
4
3
Oef 31
Oef 18
Oef 14
Oef 13
Oef 6
Oef 3
4
Oef 28
em 1
3
2
3
Oef 23
Oef 17
Oef 11
Oef 10
Oef 5
Oef 2
ex
Oef 9
ijk Oef 1
0-2
Op mijn maat
Totaal
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/20
/7
/2
/4
/3
/4
Test op mezelf
Klas: Datum: / / 20
Hoofdstuk 12
rekentoestel
cirkel Rekenen met je
niet-veelhoek en
Omtrek van een
p. 341
p. 340
p. 339
In k
Ben ik mee?
Nr.:
4
Omtrek van
3
rechthoek en vierkant
Omtrek meten
oppervlakte?
Omtrek of
2
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: /
337
13/06/19 12:34
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik nauwkeurig gemeten?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik telkens de eenheden vermeld?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed meegewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik nagedacht of mijn antwoorden wel kunnen?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
Hoofdstuk 12
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar
338
Formule 1B_2019.indb 338
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
13/06/19 12:34
Aan de slag 1
Omtrek of oppervlakte?
pl
Opa wil ook niet dat zijn vissen door een reiger worden opgegeten. Daarom spant hij een net over de vijver.
em
Opa wil niet dat zijn kleinkinderen in de visvijver vallen. Daarom plaatst hij een omheining.
aa
r
Opa heeft zijn tuin aangelegd met wat paadjes, beplanting, een terras en een visvijver.
Duid met groen op de figuur de plaats van de omheining aan.
Duid met rood op de figuur de plaats van het net aan.
Dat noem je de omtrek.
Dat noem je de oppervlakte.
In k
ijk
ex
Hebben deze mensen de omtrek nodig, of juist de oppervlakte?
Eleni zoekt een passende broek.
Halina geeft haar woonkamer een nieuwe kleur.
Anna loopt haar dagelijkse kilometers op de piste.
Hoofdstuk 12
Gilles wil het gazon bemesten.
339
F1_1B_H12.indd 339
13/06/19 13:01
2 Omtrek meten
De omtrek van een figuur is de lengte van de lijn die je om die figuur kunt trekken. De omtrek van een veelhoek kun je berekenen. Hiervoor maak je de som van de lengte van alle zijden.
aa
r
Overtrek de omtrek van de figuur met rood. Meet daarna elke zijde van de figuur. Bereken daarna de omtrek in de gevraagde eenheid.
pl
Omtrek = cm
ijk
ex
em
Meet de zijden van onderstaande figuren. Bereken telkens de omtrek. Let op de eenheid.
Omtrek = mm
In k
Omtrek = cm
Hoofdstuk 12
Omtrek = mm
Omtrek = cm
340
Formule 1B_2019.indb 340
13/06/19 12:34
3 Omtrek van rechthoek en vierkant 3.1 Wiskundetaal lengte l
breedte b
r
zijde z
l = mm
De kortste zijde van een rechthoek noem je de
b = mm
Omdat bij een vierkant alle zijden even lang zijn, benoem je enkel de
z = mm
pl
3.2 Omtrek rechthoek
aa
De langste zijde van een rechthoek noem je de
3.3 Omtrek vierkant
Wat is de kortste manier om de omtrek van een vierkant te bepalen?
em
Wat is de kortste manier om de omtrek van een rechthoek te bepalen?
ex
Onthoud:
ijk
Omtrek rechthoek =
Onthoud:
Omtrek vierkant = Bereken de omtrek van het bovenstaande vierkant in mm.
Omtrek rechthoek =
Omtrek vierkant =
=
=
In k
Bereken de omtrek van de bovenstaande rechthoek in mm.
Hoofdstuk 12
Bereken de omtrek van onderstaande figuren in mm.
P I E TJ E P R E C I E S
Omtrek =
Omtrek =
341
Formule 1B_2019.indb 341
13/06/19 12:35
4 Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel 4.1 Omtrek van een niet-veelhoek
De omtrek van een niet-veelhoek kun je meten met een touwtje : • Je legt het touwtje zeer nauwkeurig om de figuur. • Je knipt het af wanneer je helemaal rond de figuur bent. • Je strekt het touwtje naast je meetlat en meet nauwkeurig af.
r
4.2 Omtrek van een cirkel
aa
• Wiskundetaal
diameter
pl
middelpunt
Omtrek van een cirkel
straal
ex
•
em
cirkel
Ook de omtrek van een cirkel kun je meten met een touwtje. Maar je kunt die omtrek ook berekenen.
In k
ijk
Gewapend met krijt en een rolmeter of een vouwmeter ga je de omtrek van enkele fietswielen meten! • Zet het wiel met het ventiel precies naar beneden. Plaats een krijtstreepje op de grond. • Laat het fietswiel één toer draaien zodat het ventiel weer precies beneden staat. • Plaats opnieuw een krijtstreepje. • Meet de afstand tussen de twee krijtstreepjes. Deze afstand is de omtrek van het fietswiel. • Meet ook telkens de diameter van het fietswiel heel nauwkeurig.
Hoofdstuk 12
Herhaal dit voor verschillende formaten van fietswielen. Misschien mag je zelfs het wiel van de kruiwagen van de werkman gebruiken of beschikt je leraar over een ruime keuze aan verschillende soorten wielen. Noteer je resultaten nauwkeurig in de tabel op de volgende bladzijde.
342
Formule 1B_2019.indb 342
13/06/19 12:35
omtrek wiel
diameter wiel
omtrek : diameter
mm
mm
fietswiel 2
mm
mm
fietswiel 3
mm
mm
fietswiel 4
mm
mm
fietswiel 5
mm
mm
mm
mm
mm
mm
aa
r
fietswiel 1
pl
Als je de omtrek van het wiel telkens deelt door de diameter van het wiel, dan is het resultaat steeds ongeveer gelijk aan 3,14. Dat getal noemen we het getal π (pi).
Onthoud:
em
Om de omtrek van een cirkel te vinden moet je de diameter vermenigvuldigen met π.
Omtrek cirkel =
Dit cirkelvormige zwembad heeft een diameter van 5 m.
Deze supertrampoline heeft een straal van 3 m.
Omtrek =
Omtrek =
Hoofdstuk 12
In k
ijk
ex
Bereken telkens de omtrek.
343
Formule 1B_2019.indb 343
13/06/19 12:35
5 Rekenen met je rekentoestel
Een vierkant magneetbord heeft een zijde van 0,95 m. Wat is de omtrek van het magneetbord? Berekening:
aa
r
Antwoordzin:
pl
B oer Willem plaatst rond zijn rechthoekige weide een nieuwe afsluiting. De weide meet 112 m bij 78 m. Op één rol afsluiting zit 25 m. Eén rol kost € 156. Hoeveel kost de afsluiting aan boer Willem?
ex
ijk
Antwoordzin:
em
Berekening:
E en fietswiel heeft een omtrek van 138,16 cm. Bereken de straal van het wiel.
In k
Berekening:
Antwoordzin: Hoofdstuk 12
344
Formule 1B_2019.indb 344
13/06/19 12:35
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 20
1 Omtrek of oppervlakte? Gaan deze omschrijvingen over een omtrek of een oppervlakte? Duid aan.
b
Axel besproeit het onkruid in zijn gazon.
c
Je vader schildert de muren van de keuken in een fris kleurtje.
d
De tennisterreinen worden afgezet met hoge netten.
Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte
r
Het basketbalterrein moet nodig geveegd worden.
pl
aa
a
2 Omtrek meten
4
em
BIM1
Duid de omtrek aan in het groen. Meet tot op 1 mm nauwkeurig.
ijk
ex
BIM2
In k
Omtrek = mm Omtrek = mm
Omtrek = mm
3
3 Omtrek van vierkant en rechthoek Bereken deze omtrekken.
a Een rechthoekige speelplaats is 64 m lang en 23 m breed. Bereken de omtrek in m.
Hoofdstuk 12
BIM3
Berekening:
Antwoordzin:
b Een vierkant heeft een zijde van 18 cm. Bereken de omtrek in cm.
Berekening:
Antwoordzin:
Formule 1B_2019.indb 345
4
345
13/06/19 12:35
4 Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel Bereken de omtrek van deze cirkel in cm. Rond af tot op één cijfer na de komma.
BIM4
Berekening:
Antwoordzin:
2
5 Rekenen met je rekentoestel
aa
r
De rechthoekige eetkamer bij je thuis meet 8 m bij 5,5 m. Nu er net mooi behangen is in de kamer, moet er nog een sierlijst aangebracht worden tegen het plafond. a Hoeveel meter sierlijst moet er aangekocht worden? Berekening:
pl
BIM5.1
em
Antwoordzin:
Een sierlijst kost € 5,85 per meter. b Hoeveel euro kost alles?
Berekening:
ex
4
ijk
Antwoordzin:
I n je tuin is er een vierkant grasplein met een zijde van 15 m. Dat grasplein wil je afboorden met boordstenen van 1,40 m lang, die € 6,35 per stuk kosten. Hoeveel kost het afboorden van het gazon?
In k
BIM5.2
Berekening:
Hoofdstuk 12
Antwoordzin:
3
346
Formule 1B_2019.indb 346
13/06/19 12:35
Op mijn maat Omtrek of oppervlakte? Geven deze foto’s omtrekken of oppervlaktes aan? Duid aan. b
2
Omtrek Oppervlakte
c
Omtrek Oppervlakte
Omtrek Oppervlakte
aa
a
r
1
Geven deze tekeningen omtrekken of oppervlaktes aan? Duid aan. c
Omtrek Oppervlakte
d
Omtrek Oppervlakte
Omtrek Oppervlakte
f
In k
ijk
b
Omtrek Oppervlakte
ex
e
em
a
pl
1
3
Omtrek Oppervlakte
Omtrek Oppervlakte
Geven deze omschrijvingen omtrekken of oppervlaktes aan? Duid aan.
a
De parking is volzet.
b
De speelplaats is veel te klein.
c
Er moet een nieuwe lijst rond het prikbord.
d
Glenn maait het gras.
e
De tuinomheining moet vernieuwd worden.
f
Het plafond kan wel een nieuwe verflaag gebruiken.
Omtrek
Oppervlakte
Hoofdstuk 12
347
Formule 1B_2019.indb 347
13/06/19 12:36
2
Omtrek meten Bepaal de omtrek van deze figuren.
Bepaal de omtrek van deze figuren.
Omtrek =
cm
mm Omtrek =
mm
Bereken de omtrek van deze figuren.
In k
6
ijk
Omtrek =
ex
em
5
cm
pl
Omtrek =
aa
r
4
7m 5m 2m
1m
2m
5m
2m
3m
1m
Hoofdstuk 12
3m
4m 1m
1m
Omtrek =
m
Omtrek =
m
348
Formule 1B_2019.indb 348
13/06/19 12:36
3
Omtrek van rechthoek en vierkant 7
Bereken de omtrek van het volleybalveld. Een volleybalveld is 18 m lang en 9 m breed. Berekening: Omtrek =
8
m
Bereken de omtrek van het klaslokaal.
r
Een vierkant klaslokaal heeft een zijde van 15 m.
Rond een rechthoekig prikbord van 120 cm lang en 75 cm breed moet je een houten lijst maken. Hoeveel cm lijst moet je minimaal kopen?
em
9
m
pl
Omtrek =
aa
Berekening:
Berekening: Antwoordzin:
ijk
Berekening:
ex
10 Je slaapkamer heeft de vorm van een vierkant met zijde 6 m. De deuropening is 1,20 m breed. Rond de kamer moeten nieuwe plinten komen. Hoeveel meter plinten heb je nodig?
In k
Antwoordzin:
11 Bereken de omtrek van deze figuren.
120 mm
20 m
15 mm
Hoofdstuk 12
16 m
12 m 7m
16 m
6m
12 m
Omtrek =
Omtrek =
349
Formule 1B_2019.indb 349
13/06/19 12:36
12 Een vierkant heeft een omtrek van 15,56 m. Bereken de zijde van het vierkant in cm. Berekening: Antwoordzin:
pl
aa
r
13 Vervolledig de rechterfiguur zodat beide figuren dezelfde omtrek hebben.
em
14 Een rechthoekig zwembad is 15 m breed. De omtrek van het zwembad is 180 m. Hoe lang is het zwembad?
ijk
Antwoordzin:
ex
Berekening:
In k
15 Teken drie verschillende rechthoeken met een omtrek van 12 cm.
Hoofdstuk 12
350
Formule 1B_2019.indb 350
13/06/19 12:36
4
Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel 16 Dit cirkelvormige raam heeft een diameter van 1 m. Bereken de omtrek van dit raam. Berekening:
Omtrek =
m
aa
r
17 Bereken de omtrek van de gevraagde figuren.
40 cm
pl
13 mm
Berekening:
em
Berekening:
Omtrek =
Omtrek =
In k
ijk
Berekening:
ex
18 Op een draaimolen zit de kleine zus van Sybren op twee meter van de as. Welke afstand heeft ze afgelegd na 25 rondjes? Rond je antwoord passend af.
Antwoordzin:
Hoofdstuk 12
19 Deze prachtige graancirkel met straal 50 m werd gemaakt in een rechthoekig veld met breedte 80 m en lengte 160 m. Wat klopt niet in dit vraagstuk? Berekening:
Antwoordzin:
351
Formule 1B_2019.indb 351
13/06/19 12:36
5
Rekenen met je rekentoestel 20 Een zwembad is rechthoekig met een lengte van 18 m en een breedte van 11 m. Een omheining kost € 47,50 per meter. Bereken de kostprijs om het te omheinen. Berekening:
aa
r
Antwoordzin:
21 Dit cirkelvormige voetbalstadion heeft een diameter van 260 m. Bereken de omtrek van dit stadion.
em
pl
Berekening:
Antwoordzin:
ex
22 Een rondpunt in ons dorp heeft een straal van 15 m. Bereken de omtrek.
In k
ijk
Berekening:
Antwoordzin:
23 Een afsluiting kost € 37,50 per meter. Bereken wat het kost om deze tuin te omheinen.
Hoofdstuk 12
Berekening: 12,6 m 8m
6m
27,5 m
Antwoordzin:
352
Formule 1B_2019.indb 352
13/06/19 12:36
24 Van een rechthoek is de breedte 50 m en de omtrek 250 m. Bereken de lengte van de rechthoek. Berekening:
Antwoordzin:
aa
r
25 In je tuin is er een rechthoekige speelweide van 16 m lang en 12 m breed. Je vader wil die speelweide afboorden met boordstenen van 1,50 m lang. De boordstenen kosten ₏ 7,45 per stuk. Hoeveel kost het afboorden van de speelweide?
pl
Berekening:
em
Antwoordzin:
26 Yoran heeft thuis een cirkelvormige vijver. De straal van de vijver is 4 m. Hij wil de vijver afboorden met een afrastering die 18,50 euro per lopende meter kost. Hoeveel zal hij moeten betalen?
Antwoordzin:
In k
ijk
ex
Berekening:
27 Bereken de diameter van een cirkel met omtrek 47,1 cm.
Hoofdstuk 12
Berekening:
Antwoordzin:
353
Formule 1B_2019.indb 353
13/06/19 12:36
28 Een tennisveld is 13,4 m lang en 6,1 m breed. Hoeveel rondjes moet je rond het tennisveld lopen om 3 km gelopen te hebben? Berekening:
Antwoordzin: 29 De omtrek van een rechthoekige visvijver is 240 m. De lengte is 20 m meer dan de breedte. Bereken de lengte en de breedte van de visvijver.
aa
r
Berekening:
Antwoordzin:
em
pl
30 Een voetballer loopt als training rond een rechthoekig oefenveld met een lengte van 600 m en een breedte van 350 m. Hoeveel kilometer heeft hij afgelegd als hij vijf keer rond het terrein heeft gelopen?
Antwoordzin:
ex
Berekening:
In k
ijk
31 Op circuskamp leren Annelies en Emile eenwieleren. Los de onderstaande vragen op. Rond af op 0,01 nauwkeurig.
Hoofdstuk 12
Ik kan met mijn eenwieler, met een straal van 30 cm, 5 omwentelingen trappen.
Ik kan met mijn eenwieler al 7 omwentelingen fietsen. Het wiel heeft een diameter van 50 cm.
Wie legt met zijn eenwieler de grootste afstand af? Berekening: Annelies: Emile:
354
Formule 1B_2019.indb 354
Antwoordzin:
13/06/19 12:36
32 Een tuin is rechthoekig 30 m op 12 m. Ik werk met een grasmaaier van 30 cm maaibreedte. Hoeveel meter meer moet ik dan afleggen als ik met een grasmaaier van 40 cm zou werken?
em
pl
aa
r
Berekening:
Antwoordzin:
ex
33 Meet en bereken de oppervlakte van de onderstaande figuur.
Hoofdstuk 12
In k
ijk
Berekening:
Antwoordzin:
355
Formule 1B_2019.indb 355
13/06/19 12:36
Even samenvatten De omtrek van een figuur is de lengte van de lijn die je om die figuur kunt trekken. De omtrek van een veelhoek kun je berekenen. Je maakt de som van de lengte van alle zijden.
aa
breedte b
r
lengte l
In k
ijk
cirkel
middelpunt
ex
diameter
Omtrek vierkant = z x 4
em
Omtrek rechthoek = (l + b) x 2
pl
zijde z
straal
Omtrek cirkel = d x π of 2 x r x π
Hoofdstuk 12
π = 3,14
356
Formule 1B_2019.indb 356
13/06/19 12:36
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 20
1 Omtrek of oppervlakte? Gaan deze omschrijvingen over een omtrek of een oppervlakte? Duid aan. Het golfterrein moet nodig met water besproeid worden.
b
ieke schildert de buitenste lijnen van het M badmintonterrein.
c
e moeder schildert de muren van de living in een fris J kleurtje.
d
Oom Patrick komt je moeder helpen met behangen.
aa
4
Duid de omtrek aan in het groen. Meet tot op 1 mm nauwkeurig.
ijk
ex
TOM2
pl
2 Omtrek meten
Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte Omtrek Oppervlakte
r
a
em
TOM1
In k
Omtrek = mm
Omtrek = mm
Omtrek = mm
3
3 Omtrek van vierkant en rechthoek Bereken deze omtrekken. 5m
15 m
10 m minder dan de lengte
2m
Hoofdstuk 12
TOM3
3m 2m
1m
Omtrek = m
Omtrek = m
4
357
Formule 1B_2019.indb 357
13/06/19 12:36
4 TOM4
Omtrek van een niet-veelhoek en cirkel Dit kinderzwembadje heeft een diameter van 1 m. Bereken de omtrek. Berekening:
2
Een tennisterrein voor het enkelspel is 8,23 m breed en 23,77 m lang. Hoeveel m is de omtrek van dat terrein?
3
m het buitenzwembad op een vakantiedomein te O beschermen, besluit de eigenaar een omheining rond het zwembad te plaatsen. Het af te bakenen terrein heeft een vierkante vorm. De zijde bedraagt 56 m. De afsluiting kost ₏ 48,75 per 2 m. Bereken de kostprijs voor de afsluiting.
In k
ijk
TOM5.2
ex
Antwoordzin:
em
Berekening:
aa
TOM5.1
Rekenen met je rekentoestel
pl
5
r
Antwoordzin:
Berekening:
Hoofdstuk 12
Antwoordzin:
4
358
Formule 1B_2019.indb 358
13/06/19 12:36
Gamezone Cijfer-legpuzzels 1 Geef elk getal uit de lijst de juiste plaats in het diagram. EĂŠn getal is al gegeven.
ijk
6830432 6885738 7265047 7287322 7696006 7982729 8193564 8327469 8671576 9232597 9240042 9469363 9526499 9671588 9899928
r
3214860 3422993 3539195 4654696 4678757 4942556 5068940 5132582 5174879 5364736 5805389 5866781 6091112 6149613 6684865 6706924 6732108
7 1021024 1865168 2236745
3 6 5 0 2 8
Hoofdstuk 12
In k
612124 629933 659201 668334 780335 796020 830787 837882 842429 882044 888773 900932
aa
5 17922 19828 20254 28394
6 127213 164196 181908 249684 302989 351426 365028 379314 395897 414982 443432 459651 486422 529122 592408 593185
pl
4 2630 3492 3728 3832
28662 32141 46191 48056 50665 56985 57088 62660 72710 77274 79650 86460 87443 90374 90980 96468
em
4591 5254 5255 6156 7362 7926 8225 8256 8499 9048 9812
ex
3 257 320 487 519 634 708 825 925 926 935
359
Formule 1B_2019.indb 359
13/06/19 12:36
2 Geef elk getal de juiste plaats in het diagram. 5 11139 16688 16796 31514 32989 38614 41318 46969 59359 63480 74768 91821
6 126122 134507 181938 270304 294909 415623 439243 602272 753233 842973 849598 851712
909025 926851 956827 992167 8 24191927 32863327 35246489 40986541 78799218 80867729
9 496308246 733174761 861387383 938311754
ijk
ex
em
pl
4 1398 1401 1869
2068 2991 3237 3344 3910 4911 5646 7040 8016 8919 9627 9758 9828
r
686 719 761 818 913 917 946 961 966
aa
3 108 109 112 115 167 228 297 330 335 338 374 494 524
In k
6
9
8
2
8
6
Hoofdstuk 12
360
Formule 1B_2019.indb 360
13/06/19 12:36
13
Lach je een breuk
Frieke eet _3_ van de pizza hawaï. 4
aa
r
Pieter eet _5_ van de pizza margherita en _1_ van de pizza bolognese. 6 8 Merel eet pizza bolognese.
Eet Pieter meer of minder dan een volledige pizza?
em
Het hoeveelste deel van een volledige pizza is er nog over?
In k
ijk
ex
Merel eet van de pizza bolognese even veel als Frieke van haar pizza hawaï. Hoeveel stukken eet Merel dan?
pl
Hoeveel pizza eten ze samen?
Frieke rita ghe Mar aï Haw ese ogn l Bo
Merel
€8 1 €1 1 €1
al: Tota g: 10 % tin r Ko en: etal Te b
Formule 1B_2019.indb 361
Pieter
Hoeveel moeten ze samen betalen?
13/06/19 12:36
Planner
Op mijn maat
em
Ben ik mee?
365 366 367 367 367 368 369 369 369 370 370 370 371 371
r
aa
1 Wat is een breuk? 2 Een breuk nemen van een getal 3 Breuken vereenvoudigen 3.1 Gelijkwaardige breuken 3.2 Breuken vereenvoudigen 4 Breuken gelijknamig maken 5 Breuken en procenten 5.1 Van breuk naar procent 5.2 Van procent naar breuk 6 Breuken en kommagetallen 6.1 Van breuk naar kommagetal 6.2 Van kommagetal naar breuk 7 Breuken optellen en aftrekken 7.1 Gelijknamige breuken optellen en aftrekken 7.2 Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken
pl
Aan de slag
Wat is een breuk? Een breuk nemen van een getal Breuken vereenvoudigen Breuken gelijknamig maken Breuken en procenten Breuken en kommagetallen Breuken optellen en aftrekken
ex
1 2 3 4 5 6 7
372 373 375 377 379 381 382 385 387
390
Test op mezelf
391
Gamezone
393
In k
ijk
Even samenvatten
Pitstopoefeningen en gaspedaaloefeningen In dit hoofdstuk leer je alles over breuken.
Hoofdstuk 13
362
Formule 1B_2019.indb 362
13/06/19 12:36
Formule 1B_2019.indb 363
Totaal
BIM7
/40
/8
Oef 48
Oef 47
Totaal
Oef 45
Oef 46
Oef 50
Oef 49
Oef 42
Oef 44
Oef 39
Oef 43
5-6
3
6
6-7
7-8
Oef 52
Oef 51
Oef 31
/
/
/
/
/
/
/
/
r
aa 6-7
pl Oef 30
Oef 29
Oef 41
Oef 36
Oef 38 5-6
4-5
3-4
Oef 25
Oef 21
Oef 14
Oef 12
Oef 40
Oef 28
Oef 24
2
em Oef 35
Oef 16
Oef 7
Oef 37 0-4
0-3
Oef 33 Oef 34
Oef 32
Oef 27
0-2
0-1
Oef 20
Oef 18
4-5
4-5
Oef 6
3
Totaal
TOM7
TOM6
TOM5
TOM4
TOM3
TOM2
TOM1
/40
/8
/7
/6
/3
/6
/7
/3
/ 20
Hoofdstuk 13
aftrekken
p. 371
/7
ex
Oef 26
Oef 23
Oef 22
Oef 19
Oef 17
Oef 15
Oef 11
Oef 9
0-3
Oef 13
Oef 10
Oef 8
Oef 4
Oef 3
2
/
Breuken optellen en
BIM6
/6
/3
/6
0-3
Oef 5
ijk Oef 2
Oef 1
0-1
Resultaat
Test op mezelf
Datum:
7
p. 370
Breuken en
6
BIM5
BIM4
BIM3
/7
/3
Op mijn maat
Klas:
kommagetallen
Breuken en procenten p. 369
maken
Breuken gelijknamig p. 368
p. 367
5
4
vereenvoudigen
Breuken
BIM2
BIM1
In k
Ben ik mee?
Nr.:
3
een getal
Een breuk nemen van p. 366
2
p. 365
Wat is een breuk?
1
Aan de slag
Mijn circuit Naam: /
363
13/06/19 12:36
Scoreblad Ik behaalde deze resultaten BIM
/
TOM
/
Taak 1
/
Taak 4
/
Taak 2
/
Taak 5
/
Taak 3
/
Taak 6
/
Extra opdracht 1 :
r
/ /
aa
Extra opdracht 2 : Extra opdracht 3 :
/ /
Extra opdracht 4 :
Waar had ik moeite mee?
em
Ik denk even na over mijn prestaties Wat kon ik zeer goed?
/
pl
TOTAAL
ex
Bij dit hoofdstuk moet ik extra letten op
Ik denk even na over mijn attitudes en vaardigheden Evaluatie leerling
Evaluatie leraar
Heb ik vaardig gerekend?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik goed doorgewerkt?
0
1
2
3
0
1
2
3
Was ik steeds in orde?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik de breuken altijd verzorgd genoteerd?
0
1
2
3
0
1
2
3
Heb ik altijd de nodige tussenstappen opgeschreven?
0
1
2
3
0
1
2
3
In k
ijk
Aandachtspunt
TOTAAL
15
Commentaar van de leraar Hoofdstuk 13
Handtekening leerling
Handtekening leraar
Handtekening ouders
364
Formule 1B_2019.indb 364
13/06/19 12:36
Aan de slag 1 Wat is een breuk? Een smoothie is een gezond drankje op basis van groenten of fruit. Je wilt er één maken met appel, banaan en ananas. Je hebt een halve appel (zonder pitten), twee derde banaan, en één vierde ananas nodig. Na het mixen schenk je alles in een feestelijk glas. Heerlijk!
em
____ 2
_ 2 3
ex
____ 1
pl
aa
r
Kleur met fluostift hoeveel je nodig hebt van iedere vrucht. De delen kun je ook als een breuk schrijven. Vul de breuken verder aan.
De teller zegt je hoeveel delen je moet nemen.
____ 1
De breukstreep betekent gedeeld door.
De noemer zegt je in hoeveel gelijke delen je het moet verdelen.
In k
ijk
Vul de breuken aan.
____ pizza
____ eieren
____ kauwgum
Hoofdstuk 13
____ taart
365
Formule 1B_2019.indb 365
13/06/19 12:36
2
Een breuk nemen van een getal De scoutsmeisjes dronken _5_ van 6 een bak frisdrank leeg.
De Chirojongens hebben _3_ van een 4 bak frisdrank leeggedronken.
aa
r
Stap 1: Verdeel de bak in evenveel stukken als de noemer.
pl
Stap 2: Kleur het aantal delen van de teller. Hoeveel flesjes zitten er in ĂŠĂŠn bak? Je zegt: _3_ van 24 is 4
Hoeveel flesjes dronken de scouts leeg?
em
Hoeveel flesjes dronk de Chiro leeg?
Je zegt: _5_ van 24 is 6 Het hoeveelste deel van de bak is nog vol?
ex
Het hoeveelste deel van de bak is nog vol? Hoeveel flesjes zijn dat?
Hoeveel flesjes zijn dat?
In k
ijk
Kleur de gevraagde hoeveelheid kegels. Vul aan.
4 van ___ 10
kegels is
_3_ van 5
kegels is
Kleur de gevraagde hoeveelheid eieren. Vul aan.
Hoofdstuk 13
Kleur _1_ van dit karton eieren. 6 Dat stemt overeen met
Kleur _2_ van dit karton eieren. 3 eieren. Dat stemt overeen met
eieren.
366
Formule 1B_2019.indb 366
13/06/19 12:37
3 Breuken vereenvoudigen 3.1 Gelijkwaardige breuken Brecht, Ella en Youssef trakteren zichzelf op taart. Kleur telkens het opgegeten deel in.
Brecht eet _ 4 6
Youssef eet __ 6 9
Ella eet _ 2 3
4
noemer
6
=
: 3.2 Breuken vereenvoudigen
2
=
3
MERK OP Een breuk blijft gelijk als je de teller en de noemer vermenigvuldigt met (of deelt door) hetzelfde getal. Zulke breuken noem je gelijkwaardige breuken.
6 9
em
teller
x
pl
:
aa
Plaats de breuken in een verhoudingstabel. Vul aan.
r
Wie heeft het meeste gegeten?
x
ex
Breuken vervangen door een gelijkwaardige breuk met een kleinere teller en noemer, noem je vereenvoudigen. Vul de verhoudingstabel aan.
ijk
Vereenvoudig ___ 8 tot een onvereenvoudigbare breuk. 16 :2
In k
8
16
=
=
Kan ik de teller en noemer nog delen door hetzelfde getal?
9 = ____ a __ 21
9 = ____ c __ 12
4 = ____ e __ 18
6 = ____ g __ 12
b 16 = 32
d 14 = 42
f 22 = 30
h 15 = 45
Hoofdstuk 13
Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk.
367
Formule 1B_2019.indb 367
13/06/19 12:37
4
Breuken gelijknamig maken
Voor een toets wiskunde haalde je 7 op 10.
Voor een toets Frans scoorde je 11 op 15.
Noteer dat als een breuk. ____
Noteer dat ook als een breuk. ____
Om de resultaten te vergelijken, zet je de breuken het best op eenzelfde noemer. Voor welk vak heb je de beste punten? Pas de tellers aan. Vul in met >, < of =. Frans x
aa
x 7 ___ 10Â
____ 30
r
wiskunde
11 15
____ 30
x
pl
x
em
MERK OP Breuken met eenzelfde noemer noem je gelijknamige breuken!
ex
Antwoordzin:
=
_2_ 3
_2_ 4
=
____
ijk
Maak deze ongelijknamige breuken gelijknamig, door ze op eenzelfde noemer te plaatsen. Vul daarna in met >, <, of =.
=
_2_ 7
2 ___ 10
=
____
=
25 ___ 75
_3_ 8
=
____
____
b
____
In k
a
c
____
_3_ 8
Hoofdstuk 13
368
Formule 1B_2019.indb 368
13/06/19 12:37
5
Breuken en procenten
5.1 Van breuk naar procent
Procent betekent ‘op honderd’.
Vul het rapport van Felix verder aan. naam: Felix Peters klas: 1B wiskunde
6 __ 10
60 ___ 100
Nederlands
14 __ 20
____ 100
100
%
Frans
22 __ 25
____ 100
100
%
Schrijf de breuken als een procent. 15 = ____ = a __ 20 100 10 = ____ = b __ 25 100
21 = c __ 30 2 = d _ 5
r
=
%
=
%
em
%
5.2 Van procent naar breuk
60 %
pl
%
100
aa
60
Vul het rapport van Saartje verder aan.
ex
naam: Saartje Loeke klas: 1B
____ 100
natuurwetenschappen
____ 5
LO
____ 20
In k
ijk
7 __ 10
mavo
70
100
70 %
____ 100
100
80 %
____ 100
100
65 %
Schrijf het procent als een onvereenvoudigbare breuk. a
20 % = ____ = ____ 100
b
50 % = ____ = ____
c
75 % = ____ = ____
50 = 50 % = ____ 100
_1_ 2
delen door 2
10 = 10 % = ____ 100
1 ___ 10
delen door 10
25 = 25 % = ____ 100
_1_ 4
delen door 4
5 5 % = ____ = 100
1 ___ 20
delen door 20
20 = 20 % = ____ 100
_1_ 5
delen door 5
4 4 % = ____ = 100
1 ___ 25
delen door 25
Hoofdstuk 13
Deze moet je uit je hoofd kennen!
369
Formule 1B_2019.indb 369
13/06/19 12:37
6 Breuken en kommagetallen 6.1 Van breuk naar kommagetal Hoeveel muntstukken van één cent is
pl
aa
r
één euro waard? Wies neemt 1 van deze muntstukken. 5 Hoeveel geld is dat? Aude neemt 1 van deze muntstukken. 2 Hoeveel geld is dat?
em
AFSPRAAK Om een breuk als een kommagetal te schrijven, zet je de breuk op noemer 100 en voer je de deling uit. Hoeveel krijgt Wies?
Hoeveel krijgt Aude?
= = 20 : 100
= = =
ex
= 0,20 euro
Lou krijgt de rest.
ijk
Hoeveel krijgt Lou?
Zet de breuken om in een kommagetal.
In k
a 5 = 10
b 3 = 20
c 21 = 30
6.2 Van kommagetal naar breuk
Het kan ook omgekeerd.
AFSPRAAK Je werkt altijd tot een onvereenvoudigbare breuk.
Welk deel krijgt Lou?
Hoofdstuk 13
0,30 = =
Aude geeft de helft aan haar zus. Welk deel krijgt haar zus? 0,25 = = =
Schrijf deze kommagetallen als een onvereenvoudigbare breuk. a 0,15 = b 0,4 = c 1,5 =
370
Formule 1B_2019.indb 370
13/06/19 12:37
7 Breuken optellen en aftrekken 7.1 Gelijknamige breuken optellen en aftrekken Lies had de avond voordien één kauwgom genomen.
Duid dat deel met groen aan op de verpakking. ’s Avonds neemt Kobe ___ 5 uit de 12 verpakking.
Welk deel blijft er van haar verpakking nog over? ____ ’s Middags neemt Lies nog 7 stuks uit de verpakking.
Duid dat deel met rood aan op de verpakking.
Duid dat deel met groen op de verpakking aan.
em
pl
aa
r
Kobe neemt ‘s morgens ___ 1 van zijn 12 kauwgommen.
Hoeveel stukken kauwgom heeft Kobe die Hoeveel stukken kauwgom heeft Lies nog dag genomen? over?
ex
5 = ___ 6 ___ 1 + ___ 12 12 12
7 = ___ 4 ___ 11 – ___ 12 12 12
ijk
MERK OP Bij optellen en aftrekken van gelijknamige breuken verandert de noemer niet.
a 1 + 2 = 4 4
d 2 + 4 = 7 7
g 5 + 1 = 3 3
b 2 + 4 = 9 9
e
5 + 3 = 16 16
h 4 – 2 = 5 5
c 18 – 3 = 25 25
f
7 – 3 = 12 12
i
7 – 2 = 15 15
Hoofdstuk 13
In k
Bereken. Vereenvoudig als dat kan.
371
Formule 1B_2019.indb 371
13/06/19 12:37
7.2 Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken Nienke neemt __ 1 van de kauwgomverpakking. Stan vindt nog een kauwgomverpakking 2 waaruit één stuk is verdwenen. Duid Nienke haar deel met groen op de verpakking aan.
Stel het aantal overgebleven stukken voor als breuk. ____
Alan neemt er __ 1 van. 4 Duid Alan zijn deel met rood op de verpakking aan.
aa
r
Hij deelt __ 3 van een verpakking uit aan 4 zijn vrienden. Duid dat deel aan met rood.
Hoeveel stukken deelde Stan uit?
em
pl
Hoeveel stukken nam Nienke? Hoeveel stukken nam Alan? Hoeveel stukken kauwgom zijn uit de verpakking verdwenen?
ex
3 = ___ 9 ___ 1 = ___ 6 + ___ 1 + ___ 2 4 12 12 12
Hoeveel stukken kauwgom blijven er over in de verpakking? 3 = ___ 9 = ___ 2 ___ 11 – ___ 11 – ___ 12 4 12 12 12
In k
ijk
AFSPRAAK Bij optellen en aftrekken van ongelijknamige breuken maak je eerst de breuken gelijknamig.
Bereken. Vereenvoudig als dat kan.
Hoofdstuk 13
2 + __ a __ 1 = 3 8
8 – __ d __ 2 = 9 3
1 + __ b __ 2 = 5 9
5 – __ e __ 3 = 7 6
c 4 + 5 = 5
f 3 – 2 = 3
372
Formule 1B_2019.indb 372
13/06/19 12:37
Ben ik mee? Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 40
1 Wat is een breuk? BIM1
BIM2.1
3
pl
2 Een breuk nemen van een getal
aa
r
Noteer het gekleurde deel als een breuk. De tellers noteer je in het groen, de noemers in het rood.
1 jongens in het groen __ 3
__ 4 blondines in het geel 9
ijk
ex
11 meisjes in het blauw __ 18
em
Duid op de figuur aan om hoeveel leerlingen het gaat.
BIM2.2
3
Los op!
2 van 30 is c __ 3
1 van 27 is b __ 3
4 van 18 is d __ 9
In k
1 van 80 is a __ 8
4
3 Breuken vereenvoudigen Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk. 3 = ____ a __ 9
6 = ____ c ___ 12
25 = ____ e ___ 45
7 = ____ b ___ 35
40 = ____ d ___ 90
27 = ____ f ___ 30
Hoofdstuk 13
BIM3
6
373
Formule 1B_2019.indb 373
13/06/19 12:37
4 Breuken gelijknamig maken BIM4
Maak gelijknamig. Vul daarna >, <, of = in. a
__ ____ = 5 __ 3 = ____ 6 5
b
__ ____ = 3 __ 2 = ____ 7 8
3
5 Breuken en procenten BIM5.1
Vul de tabel verder aan. Noteer breuken altijd in hun onvereenvoudigbare vorm.
30 %
35 %
1 ___ 20
r
1 __ 5
aa
BIM5.2
___ 3 10
75 %
4
pl
In je klas zitten 24 leerlingen. Zes leerlingen dragen een bril. Hoeveel procent van de klas draagt een bril?
Antwoordzin:
em
Berekening:
2
6 Breuken en kommagetallen BIM6.1
Zet de breuken om in een kommagetal. 4 5
ijk
0,70 BIM6.2
3 4
ex
7 10
1 25
8 5
4
Zet de kommagetallen om in een onvereenvoudigbare breuk. a 0,9 = b 0,58 = = c 3,5 = =
In k
3
7 Breuken optellen en aftrekken
BIM7
Hoofdstuk 13
374
Formule 1B_2019.indb 374
Bereken. Vereenvoudig als dat kan.
e __ 1 + __ 8 = 8 10
4 = 7 − __ f __ 21 21
g __ 3 + __ 1 7 4
=
1 = d __ 11 − __ 12 6
1 + __ 3 h __ 6 4
=
a __ 2 + __ 1 9 9
=
b __ 7 − __ 3 8 8
=
c __ 4 + __ 2 9 3
=
8
13/06/19 12:37
Op mijn maat Wat is een breuk? Kleur de tellers blauw, de noemers groen en de breukstrepen rood. _1_ 5
_1_ 6 Noteer.
____
Een breuk met teller 7.
____
Een breuk waarvan de teller groter is dan de noemer. Een breuk waarvan de noemer groter is dan de teller.
Schrijf het gekleurde deel als een breuk. c ____
b
____
e
____
ex
d
____
f
____
____
ijk
____
Vul aan. Schrijf daarna als een breuk.
Welk deel van de snookerballen is rood?
Welk deel van de afgebeelde Welk deel van de afgebeelde honden is licht van kleur? wagens is niet geel?
Noemer:
Noemer:
Noemer:
Teller:
Teller:
Teller:
Breuk:
____
Breuk:
____
Breuk:
Hoofdstuk 13
In k
4
____
pl
Een breuk met noemer 11.
3 a
4 __ 15
7 __ 11
r
2
_2_ 3
aa
1
em
1
____
375
Formule 1B_2019.indb 375
13/06/19 12:37
Schrijf als een breuk.
a
Per twee leerlingen draagt ĂŠĂŠn iemand een bril.
____
c
Lore had acht van de tien vragen juist.
____
b
Drie van de vijf koeken zijn al op.
____
d
Van de 8 mensen zijn er 5 blond.
____
6
Schrijf het gekleurde deel als een breuk. Zoek telkens de bijbehorende letter en vind het woord.
____ Letter:
em ____ Letter:
ex
____ Letter:
3 =L ___ 16
_4_ = E 6
_4_ = K 7
_3_ = R 9
____ Letter:
_2_ = E 4
_5_ = D 6
ijk
Code
____ Letter:
pl
____ Letter:
aa
r
5
Woord:
Schrijf het verkochte deel van de taarten hieronder als een breuk. Noteer daarna het deel van de taart dat nog overblijft als een breuk.
In k
7
Hoofdstuk 13
verkocht
over
verkocht
over
verkocht
over
____
____
____
____
____
____
376
Formule 1B_2019.indb 376
13/06/19 12:37
2
Een breuk nemen van een getal 8
Kleur het gevraagde deel.
_2_ 6
_4_ 9
Duid telkens het gevraagde deel aan.
em
pl
9
aa
r
7 ___ 12
_1_ van de eieren is bruin. 6
_2_ van de onderhemdjes 3 is geel.
ex
_1_ van de kerstballen is rood. 2
ijk
10 Verdeel de figuur, bij benadering, in gelijke delen. 8 gelijke delen
2 gelijke delen
In k
4 gelijke delen
a _1_ van 60 is 6
d _1_ van 27 is 3
b _1_ van 16 is 4
e _1_ van 28 is 7
1 van 30 is c ___ 10
1 van 33 is f ___ 11
Hoofdstuk 13
11 Los op.
377
Formule 1B_2019.indb 377
13/06/19 12:37
12 Schrijf het gekleurde deel als een breuk. Verdeel de figuur eerst in even grote stukken. a
b
____
c
____
____
3 van 22 is d ___ 11
3 van 100 is b ___ 10
e _3_ van 36 is 4
c _4_ van 45 is 5
f _2_ van 400 is 5
pl
aa
a _5_ van 40 is 8
r
13 Los op.
a _5_ van ₏ 49 is 7
ex
b _4_ van 18 s is 6
em
14 Los op. Vergeet de gepaste eenheid niet te vermelden. c _7_ van 72 cl is 9
9 van 45 min is d ___ 15
ijk
15 Palen voor een omheining worden altijd voor _1_ in de grond geklopt. 3 Voor een omheining in de zoo kiest men palen van 6 meter lang. Hoeveel meter steekt een paal uit boven de grond?
In k
Berekening:
Antwoordzin:
16 Een klas telt 21 leerlingen, waarvan _2_ jongens. 3 Hoeveel jongens zijn er? En hoeveel meisjes?
Berekening:
Hoofdstuk 13
Antwoordzin:
378
Formule 1B_2019.indb 378
13/06/19 12:37
3
Breuken vereenvoudigen 17 Vereenvoudig. : 6 d ___ 12
____
=
=
11 g ___ 22
____
:
:
:
:
:
:
4 e ___ 16
____
=
=
:
:
:
:
5 c ___ 15
7 f ___ 21
____
=
=
____
:
:
=
:
8 h ___ 24
____
____
r
_3__ 9
=
aa
b
_2__ 4
:
:
____
i
9 ___ 81
____
=
:
pl
a
:
em
18 Kleur in elk vierkant de breuken die gelijkwaardig zijn aan de gegeven breuk. Vind daarna het woord met de code. _3_ 5
_6_ 8
9 ___ 12
12 ___ 15
21 ___ 35
6 ___ 10
6 ___ 42
6 ___ 49
_1_ 2
16 ___ 34
9 ___ 15
12 ___ 25
21 ___ 73
4 ___ 28
_2_ 4
_4_ 8
ijk
_4_ 6
10 ___ 20
_1_ 7
ex
_3_ 4
_3_ 2
_3_ 8
_6_ 9
_1_ 5
20 ___ 30
18 ___ 48
9 ___ 16
3 ___ 15
11 ___ 55
72 ____ 100
_2_ 3
24 ___ 16
_6_ 4
16 ___ 6
9 ___ 24
8 ___ 40
5 ___ 20
10 ___ 15
30 ___ 49
In k
10 ___ 15
Code K
E
O
R
L
A
V
Hoofdstuk 13
D
Woord:
379
Formule 1B_2019.indb 379
13/06/19 12:37
19 Markeer de onvereenvoudigbare breuk die met de pizzaresten overeenkomt. c
_2_ 8
e
_1_ 2
_1_ 3
_2_ 6
8 ___ 10
_2_ 2
_1_ 4
d
f
_3_ 5
_6_ 5
3 ___ 10
_1_ 9
_3_ 9
_1_ 3
em
_3_ 6
pl
aa
b
_8_ 9
_4_ 5
r
a
_3_ 8
_1_ 3
20 Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk.
g
10 = ____ e ___ 45
8 = ____ h ____ 100
ijk
4 = ____ b ___ 20
24 = ____ f ___ 36
In k
24 = ____ c ___ 40
15 = ____ ___ 35
12 = ____ d ___ 30
ex
6 = ____ a ___ 36
i
18 = ____ ___ 20
21 Zijn de breuken juist vereenvoudigd? Duid aan.
Hoofdstuk 13
10 = _2_ ___ 15 3 20 = _5_ ___ 25 4 9 = _1_ ___ 36 5 8 = _4_ ___ 18 9
juist
fout
P
W
A
I
D
N
G
L
12 = _1_ ___ 24 2 15 = _3_ ___ 18 6 36 = _4_ ___ 45 5 18 = _3_ ___ 30 5
juist
fout
G
E
D
N
O
A
P
B
Welke sport kun je maken met de gevonden letters?
380
Formule 1B_2019.indb 380
13/06/19 12:37
4
Breuken gelijknamig maken 22 Vul in met >, <, of =. a _3_ 8
_6_ 8
c _3_ 4
_1_ 4
e
_2_ 3
_6_ 9
g _3_ 9
_2_ 9
_1_ 2
_1_ 3
d
_1_ 5
_1_ 6
f
_1_ 8
_1_ 4
h _1_ 9
_1_ 3
b
_3_ 8
_1_ 4
9 ___ 10
_1_ 8
13 ___ 8
8 ___ 73
5 ___ 91
2 ___ 23
_1_ 8
_9_ 8
10 ___ 29
pl
aa
r
23 Kleur vakjes met gelijknamige breuken groen. Kleur ongelijknamige breuken rood.
11 ___ 8
_3_ 8
13 ___ 8
5 ___ 16
_9_ 8
1 ___ 33
9 ___ 41
_7_ 8
1 ___ 14
3 ___ 22
_5_ 8
_7_ 8
9 ___ 82
_9_ 8
_5_ 8
21 ___ 8
em
7 ___ 21
_1_ = ____ 3
c ____ = _3_ 8
_3_ = ____ 9
5 = ____ ___ 12
d ____ = _4_ 7
_2_ = ____ 3
ijk
a ____ = _4_ 5
ex
24 Maak de breuken gelijknamig. Vul daarna >, <, of = in.
In k
b ____ = _2_ 6
10 en a ____ = ___ 15
b
____ = _4_ 7
en
3 = ____ ___ 10
18 en c ____ = ___ 24
10 = ____ ___ 18
13 = ____ ___
18 en d ____ = ___ 36
7 = ____ ___
21
Hoofdstuk 13
25 Maak de breuken gelijknamig. Kies een zo klein mogelijke noemer.
15
381
Formule 1B_2019.indb 381
13/06/19 12:37
5
Breuken en procenten 26 Juist of fout? Markeer. juist
fout
6 = 60 % ___ 10
T
K
2 = 20 % ___ 10
Z
D
5 = 5 % ___ 10
E
U
40 = 80 % ___ 50
Z
B
9 = 90 % ___ 10
H
R
20 = 80 % ___ 25
I
S
14 = 56 % ___ 20
E
A
_1_ = 25 % 5
L
P
r
fout
aa
juist
Welk woord kun je maken met de gemarkeerde letters?
pl
27 Zet om naar procent door de breuk eerst op noemer 100 te zetten. =
%
c
10 = ____ ___ 20 100
=
%
4 = ____ b ___ 50 100
=
%
15 = ____ d ___ 25 100
=
%
em
3 = ____ a ___ 10 100
28 Vul aan. Noteer breuken altijd in hun onvereenvoudigbare vorm. ____
____
45 %
75 %
_1_ 4
____ 55 %
ijk
30 %
_2_ 5
ex
3 ___ 10
In k
29 Dieter heeft voor zijn toetsen deze punten gekregen. Zet alle resultaten op noemer 100. Noteer daarna elk resultaat als %. Voor welk vak scoort hij het beste?
Hoofdstuk 13
vak
score
op 100
procent
wiskunde
7 op 10
____ = ____ = ____
%
Nederlands
12 op 20
____ = ____ = ____
%
mavo
21 op 30
____ = ____ = ____
%
muzikale opvoeding
21 op 25
____ = ____ = ____
%
Antwoordzin:
382
Formule 1B_2019.indb 382
13/06/19 12:37
30 Schrijf eerst als een breuk. Bereken daarna het procent. 15 van de 20 leerlingen is een meisje.
____
=
%
b
Per 5 auto’s tel je er 2 zwarte.
____
=
%
c
Van de 15 kippen zijn er 9 bruin.
____
=
%
d
Je had voor een taak 10 van de 25 vragen juist.
____
=
%
aa
31 Beantwoord de vragen met de gegevens uit de diagram.
r
a
We vroegen aan 25 leerlingen wat ze ’s morgens meestal op hun boterham doen. speculaaspasta
kaas
confituur
pl
choco
em
Hoeveel procent van de leerlingen eet ’s morgens choco? Hoeveel procent van de leerlingen eet ’s morgens kaas?
Hoeveel procent van de leerlingen eet ’s morgens geen confituur?
ex
32 Zet op noemer 100. Vereenvoudig. Noteer daarna het resultaat. is
50 ____ 100
of
_1_ 2
van 20
is
a 25 % van 80
is
____ 100
of
____
van 80
is
b 10 % van 70
is
____ 100
of
____
van 70
is
In k
ijk
50 % van 20
c 20 % van 25
is
____ 100
of
____
van 25
is
d 50 % van 300
is
____ 100
of
____
van 300
is
10
33 Kleur telkens het gevraagde procent van de figuur in. 50 %
75 % Hoofdstuk 13
25 %
383
Formule 1B_2019.indb 383
13/06/19 12:37
34 Vul de maatbekers met het juiste percentage. 80 %
10 %
aa
r
35 Welk overgebleven stuk chocolade komt overeen met het percentage? Duid aan.
pl
a 10 %
b 50 %
c 25 %
ex
em
ijk
36 Los op.
In k
a Een tv kost 1 500 euro. Je krijgt 10 % korting. Hoeveel euro is dat? Berekening: Je korting bedraagt
euro.
b In je klas zitten 20 leerlingen. 25 % van de klas zijn meisjes. Hoeveel meisjes zijn er? Berekening: Hoofdstuk 13
Er zijn
meisjes in onze klas.
c Pieter had 60 % voor wiskunde. De toets stond op 50 punten. Hoeveel punten had Pieter? Berekening: Pieter had
op 50 voor zijn toets.
d De voetbalclub telt 300 leden. 20% van de voetballers is linksvoetig. Hoeveel voetballers zijn linksvoetig? Berekening: Er zijn
spelers linksvoetig.
384
Formule 1B_2019.indb 384
13/06/19 12:37
6
Breuken en kommagetallen 37 Schrijf het gekleurde deel als een breuk met noemer 100. Schrijf daarna als een kommagetal.
=
10 100
0,10
kommagetal
9 20 4 10
ijk
ex
10 25 1 5
breuk
em
1 10
kommagetal
pl
38 Schrijf als een breuk met noemer 100. Schrijf daarna als een kommagetal. breuk
=
r
=
aa
=
2 4
39 Kleur het passende kommagetal volgens de juiste code. 2 50
1 10
1 4
1 20
36 40
0,05
0,50
4
0,25
0,90
0,40
0,04
0,10
0,25
0,50
0,05
2,5
In k
50 100
a 0,30 =
c 0,95 =
e 0,17 =
b 0,15 =
d 0,29 =
f 1,73 =
Hoofdstuk 13
40 Schrijf als een breuk met noemer 100.
385
Formule 1B_2019.indb 385
13/06/19 12:37
41 Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk. breuk
breuk
breuk
0,37
1,5
0,82
0,18
1,20
0,74
0,55
2,50
aa
r
0,97
pl
42 Duid binnen eenzelfde rooster de breuken, procenten en kommagetallen aan die horen bij de gekleurde opgave. Met de letters maak je een woord. Code: R
M
0,10
100 %
1
1 euro
0,02
ijk
1%
10 100
200 200
In k
Letter:
N
E
A
50 %
0,50
5 100
50 cent
50 10
1 2
5 10
5
0,05
50 %
5%
0,50
5%
50 100
5 cent
50 100
5 100
0,05
ex
100 100
T
em
U
Letter:
Letter:
0,01
1%
10 cent
1 cent
2 200
10 100
10 50
1 5
2 100
5 20
5 50
10 %
5 500
0,01
0,10
20 %
20 cent
0,02
0,10
10 100
1
1%
1 100
10 %
0,20
20 100
2%
Letter:
Letter:
Letter:
Hoofdstuk 13
Woord:
386
Formule 1B_2019.indb 386
13/06/19 12:37
7
Breuken optellen en aftrekken 43 Kruis telkens het gevraagde deel aan. Bereken. a _1_ + _1_ = ____ 3 3
c _2_ + _3_ = ____ 6 6
e
_2_ + _1_ = ____ 4 4
d _2_ + _5_ = ____ 7 7
f _4_ + _2_ = ____ 8 8
aa
r
b
1 + ___ 4 = ____ ___ 10 10
44 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. _2_ + _3_ 6 6
b
5 + __ 9 = __ 16 16
c
7 + __ 2 = __ 12 12
d
3 = 1 + __ __ 10 10
e
_8_ + _2_ 9 9
=
f
_7_ + _2_ 7 7
=
d
8 = _1_ + __ 8 10
e
7 = _1_ + __ 2 12
pl
a
em
=
_1_ + _2_ = 3 5
In k
b
_4_ + _1_ = 3 6
ijk
a
ex
45 Bereken. Vereenvoudig als dat kan.
c
8 + __ 6 = f __ 20 10
_4_ + _2_ = 9 3
46 Kruis telkens het gevraagde deel aan. Bereken. _5_ - _2_ = ____ 6 6
8 - ___ 2 = ____ ___ 10 10 Hoofdstuk 13
_3_ - _2_ = ____ 3 3
387
Formule 1B_2019.indb 387
13/06/19 12:37
47 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. a
_7_ − _5_ 9 9
=
d
_3_ − _1_ 8 8
b
_3_ − _1_ 5 5
=
e
6 = 11 − __ __ 15 15
c
6 = 11 − __ __ 12 12
f
_7_ − _5_ 6 6
=
=
aa
r
48 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. _5_ − _1_ 8 4
=
d
11 − _1_ __ 13 2
=
b
3 _4_ − __ 5 10
=
e
3 _1_ − __ 2 10
=
c
9 − _2_ __ 12 6
=
f
5 − _1_ __ 14 7
=
em
pl
a
ex
49 Bereken. Vereenvoudig als dat kan. 3 = 7 − __ __ 12 12
d
7 _1_ + __ 4 12
=
b
_3_ + _1_ 6 6
=
e
_2_ + _1_ 3 4
=
18 − __ 12 = __ 20 20
f
5 − _1_ __ 14 7
=
In k
c
ijk
a
50 Bereken. Vereenvoudig als dat kan.
Hoofdstuk 13
a
2 + _3_ 8
=
d
3 − _5_ 7
=
b
1 + _1_ 3
=
e
2 − _1_ 6
=
c
3 1 − __ 14
=
f
3 + _3_ 5
=
388
Formule 1B_2019.indb 388
13/06/19 12:37
51 Welk spreekwoord zit in het rooster verstopt? Los op. 10 = _3_ + ___ 4 8
E
1 van 90 is ___ 10
Z
21 − _1_ = ___ 6 2
R
62 − _1_ is ___ 10 5
M
10 − _9_ = 3
N
14 + 3 is ___ 7
L
10 = _4_ + ___ 9 18
B
1 van 40 is ___ 10
1
2
6
7
4
1
2
3
9
5
pl
2
aa
r
A
em
52 Gedurende de rit, moeten de renners heel wat drinken. Stel de hoeveelheid water in de bidons voor met een breuk. Bereken hoeveel liter iedere renner heeft gedronken tijdens de rit. Vul aan.
1l
1l
ijk
1l
Tim
ex
Joseph
____ + ____ = _3_ 3
1l
1l
____ + ____ = ____
l
l
1l
____ + ____ = ____
l
Hoofdstuk 13
In k
1 liter
1l
Yves
389
Formule 1B_2019.indb 389
13/06/19 12:37
Even samenvatten • _1_ is een breuk. Daarbij is 1 de teller en 3 de noemer. 3 De breukstreep betekent gedeeld door.
de noemer zegt je in hoeveel gelijke delen het voorwerp is verdeeld; de teller toont je hoeveel delen je moet nemen.
aa
– –
r
2 noteer je als _ 3
•
em
2 van 18 = (18 : 3) x 2 = 6 x 2 = 12 _ 3 gelijkwaardige breuken :2 x3
vereenvoudigen
ex
_4_ = _2_ = _6_ 6 3 9
pl
• Wanneer je een breuk van een getal moet nemen ga je zo te werk: – deel door de noemer; – vermenigvuldig daarna met de teller.
:2 x3
_4_ = _2_ 6 3
gelijknamige breuken 15 = _3_ ___ 20 4
16 _4_ = ___ 5 20
ijk
• Wanneer je een breuk naar noemer 100 plaatst kun je het procent bepalen. 70 = 70 % 14 = __ 7 = ___ Bv. __ 20 10 100
In k
• Van breuk naar kommagetal Bv. 3 = 15 = 15 : 100 = 0,15 20 100
• Van kommagetal naar breuk Bv. 0,4 = 40 = 2 100 5
• Optellen of aftrekken van
Hoofdstuk 13
gelijknamige breuken
ongelijknamige breuken
een getal met breuken
_1_ + _3_ = _4_ 5 5 5
5 + ___ 2 = ___ 7 _1_ + _1_ = ___ 2 5 10 10 10
1 − _4_ = _5_ − _4_ = _1_ 5 5 5 5
390
Formule 1B_2019.indb 390
13/06/19 12:37
Test op mezelf Naam: Nr.: Klas:
Datum: / / 20
/ 40
1 Wat is een breuk? TOM1 TOM1
TOM2.1
3
pl
2 Een breuk nemen van een getal
aa
r
Noteer het gekleurde deel als een breuk. De tellers noteer je in het groen, de noemers in het rood.
Duid op de figuur aan om hoeveel leerlingen het gaat.
em
1 jongens in het blauw __ 2
__ 2 blondines in het geel 3
ijk
ex
7 meisjes in het groen __ 18
TOM2.2
3
Los op!
c
1 van 24 is b __ 4
d __ 5 van 42 is 7
In k
a __ 1 van 70 is 7
__ 2 van 30 is 3
4
TOM3
Schrijf als een onvereenvoudigbare breuk. 7 = ____ 12 = ____ a ___ c ___ 49 32 5 = ____ 20 = ____ b ___ d ___ 45 20
15 = ____ e ___ 35 12 = ____ f ___ 100
Hoofdstuk 13
3 Breuken vereenvoudigen
6
391
Formule 1B_2019.indb 391
13/06/19 12:37
4 Breuken gelijknamig maken TOM4
Maak gelijknamig. Vul daarna >, <, of = in. __ = 3 __ 2 = ____ a ____ 6 8
__ = 8 __ b ____ 4 = ____ 5 9
3
5 Breuken en procenten TOM5.1
Vul de tabel verder aan. Noteer breuken altijd in hun onvereenvoudigbare vorm.
30 %
55 %
___ 1 50
r
1 __ 4
aa
TOM5.2
___ 3 10
4
em
pl
In een klas van 40 leerlingen zitten 25 % meisjes. Hoeveel meisjes zitten er in de klas? En hoeveel jongens?
25 %
Antwoordzin:
2
6 Breuken en kommagetallen TOM6.1
ex
Zet de breuken om in een kommagetal. 9 10
3 20
TOM6.2
27 25
ijk
0,90
4 5
1 4 4
Zet de kommagetallen om in een onvereenvoudigbare breuk. a 0,40 = = b 0,76 = = c 1,25 = =
In k
3
7 Breuken optellen en aftrekken
TOM7
Bereken. Vereenvoudig als dat kan. 4 + __ 2 a __ 5 5
=
3 = b __ 12 − __ 14 14 Hoofdstuk 13
__ 3 + __ 2 4 3
=
d __ 4 − __ 1 5 6
=
c
392
Formule 1B_2019.indb 392
2 = 3 + __ e __ 25 5 f
__ 7 − __ 1 6 6
=
g __ 1 + __ 7 = 2 16
1 + __ 3 h __ 6 5
=
8
13/06/19 12:37
Gamezone 1 Nonogrammen
1
1
1 3
3
1
3
3
1
2
3
1
2 2
5
3
1
4
1
1
1
1
1
1
1 5
4
1
1 1
ex
1
1
1
2
1
1
1
2
3
1
2
1
1
1
4
1
4
1
1
3
3
2
1
2
3
3
2
ijk
3
4
1
2
2
1
4
1
1
0
1
3
2
1
3
1
1
2
3
1
2
3
In k
1
3
1
3
2
1
2
em
2
1
1
aa
3
pl
1
1
r
Een nonogram is een beeldpuzzel die bestaat uit een leeg diagram met getallen boven en links ervan. Elk getal staat voor één of meer aaneengesloten vakjes van een bepaalde kleur in de betreffende kolom of op de betreffende rij. Door de vakjes in te kleuren zodat alle getallen blijven kloppen, vormt zich een afbeelding in het diagram. Dat is de oplossing van de puzzel. Hieronder zie je een voorbeeld.
2 1
3
1
3
4
1
2
4
Hoofdstuk 13
3
393
Formule 1B_2019.indb 393
13/06/19 12:37
3 Wiskunde en kunst Wat is een middagje museum toch interessant. Kijk naar onderstaand schilderij. Hoeveel vierkanten zie je?
aa
r
2 Zie je het patroon? Ontdek het patroon in onderstaande gezichtjes. Hoe zou het gezichtje in het laatste vierkant eruitzien?
5 Alles fout! Er klopt helemaal niets van de oefeningen die hieronder staan. De cijfers van ĂŠĂŠn tot en met negen zijn blijkbaar verwisseld. Alle uitkomsten zijn wel juist. Welk cijfer moet je door welk cijfer wisselen?
ex
em
4 Rekenstapeling Tel steeds twee getallen die naast elkaar staan bij elkaar op. Schrijf de som in het hokje erboven. Vul de ontbrekende hokjes in.
pl
ijk
8
In k 3
27
3
1 + 1 + 1 = 18 3:4=4 8-3=1 9+9-1=4 1 x 2 = 18 3-7=4 5 + 3 = 15 6x9=5
9
1 Hoofdstuk 13
2
3
4
5
6
7
8
9
394
Formule 1B_2019.indb 394
13/06/19 12:37
Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Formule 1. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.
Formule 1 bladwijzer
!
aa r
FORMULE 1
Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.
• Knip hiernaast de bladwijzer uit.
• Steek hem met de twee onderste gaatjes in je ringmap met Formule 1-werkbladen. Je vindt dan op elk moment makkelijk waar je met de les gebleven bent.
FORMULE 1
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
In
© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019
Eerste druk, 2019 ISBN 978-90-306-9369-7 D/2019/0078/252 Art. 592747/01 NUR 120
jk
Lay-out: Wendy De Haes Coverontwerp: B.AD Zetwerk: Crius Group Tekeningen: Rik Verdru Met dank aan: De Efteling
• Noteer er geheugensteuntjes op, of woorden die nieuw voor je zijn.
ex
ki
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be.
em pl
VI2747J3TCCEPEPNT