1
In de penarie
1.1
Lekker belangrijk
10 8
1.2
Daens De presentatie
1.3
1.4
3
Gestoord?
2.1
16 13
Don Quichot: waanzin in de wereldÂ- 106 literatuur 90
2.2
27 20
Het verhaal van een taal
114 95
2.3
Gratie?
118 102
2.4
Psychopaten
122 106
Een teken aan de wand. Hoe kraak 37 je de theatercode? 20
Het beeld van de ander
3.1
Robinson Crusoe
197 158
3.2
Verhalen
204 169
3.3
Exotisch Nederlands
207 169
3.4
Kuifje in Afrika
216 172
3.5
Wit over zwart
218 174
3.6
Wikken en wegen 220 175
3.7
Congo
226 176
1.5
Hulpgedrag
49 32
2.5
Onweerstaanbaar 128 110
1.6
De helaasheid der dingen
52 33
2.6
Taalverwerving en 135 taalstoornissen 110
1.7
Debat aan de hand 59 van stellingen 45
2.7
Dichters en politiek 64 45
143 121
3.8
1.8
Een schema en samenvatting maken
Uw geld of ons leven
76 53
151 122
231 188
2.8
Brommer op zee
Duister hart
3.9
Dialect en standaardtaal
81 60
155 129
237 193
2.9
Homeopathie
Gangreen 2
3.10
Wat is wereld- literatuur?
87 70
161 130
243 201
2.10
Vragen stellen
Grenzen overschrijden
3.11
2.11
Wat zegt Van Dale? 93 75
Onzin?
163 133
Terug naar Congo 255 210
3.12
De wereld van Ibsen
95 77
172 142
257 210
2.12
De gedaantever- wisseling
Los
3.13
Uitbreiding
99 83
182 151
261 220
2.13
Citeren en para- fraseren
Bezonken rood
3.14
269 230
2.14
Enkele pijnpunten 99 85
Een onderzoeksop- 188 dracht uitvoeren 153
De smaak van sneeuw
3.15
273 235
2.15
Enkele pijnpunten 189 154
Toast Kannibaal
3.16
Uitbreiding
280 235
3.17
Enkele pijnpunten 281 236
1.9
1.10
1.11
1.12
1.13
1.14
1.15
FOCUS 6 4
2
4
De pijn van het zijn
5
Cool
6
Echt?
4.1
De pest
288 240
5.1
Onderweg
367 302
6.1
In onze dromen
448 352
4.2
De laatste reis
294 242
5.2
Solliciteren
372 307
6.2
Droomnovelle
457 359
4.3
De overkant
299 245
5.3
Toeval
379 314
6.3
De zevende kunst 463 367
4.4
Waardeoordelen 301 over kunst 249
5.4
Mi have een droom 384 320
6.4
Het taalgebeuren 470 373
4.5
Voeding en kanker 304 254
5.5
Taal en denken
390 325
6.5
Wie is het monster?
474 376
4.6
Help!
311 261
5.6
Wie wint?
393 329
6.6
Pragmatiek
485 383
4.7
Bij de pathologen 315 264
5.7
Het partijenspel
397 329
6.7
De schoolkrant
490 385
4.8
Me Tarzan, you Jane
321 267
5.8
Cabaret en stand-upcomedy
406 329
6.8
Spelling en fonologie
493 385
4.9
Het opiniestuk
326 267
5.9
Het experiment
411 329
6.9
Het postmoder- nisme
498 387
4.10
Vrijspraak?
332 267
5.10
De bankroetjazz
416 330
6.10
Het betoog
503 395
4.11
Psychologische argumenten en drogredenen
340 268
5.11
Een ritselende revolutie
423 336
6.11
Uitbreiding
506 400
Hierheen naar de gaskamer, dames 347 en heren 277
5.12
Taaluniversalia
433 340
6.12
4.12
Enkele pijnpunten 506 401
5.13
Woordfamilies
437 343 440 347
4.13
Buur tegen buur
354 287
5.14
4.14
Uitbreiding
357 297
Uitbreiding
5.15
4.15
Enkele pijnpunten 358 297
Enkele pijnpunten 441 347
INHOUDSOPGAVE 5
1
penarie In de
Deel 1 In de penarie Inhoud
DEEL 1 8
Wat ken en kun je na dit deel
10
1 Lekker belangrijk
• • • • •
2 Daens
• Een literaire tekst intensief lezen. • Deze tekst analyseren, interpreteren en evalueren. • Verslag uitbrengen en discussiëren over literaire ervaringen, je persoonlijke oordeel en je persoonlijke interpretatie. • Een literair fragment vergelijken met de corresponderende filmscène (oriënterend, voorspellend en intensief luisteren en kijken). • Een tekst situeren in zijn historische en maatschappelijke context. • Informatie opzoeken op het internet (zoekend lezen).
16
3 De presentatie
• • • • • • • • • •
De resultaten van groepswerk samen voor de klas presenteren. Een degelijke, heldere en vlotte presentatie houden. Vlot, duidelijk en correct praten met de juiste intonatie en lichaamshouding. Hulpmateriaal doeltreffend gebruiken. Efficiënt samenwerken. Een literaire tekst analyseren, interpreteren en evalueren. Een film analyseren, interpreteren en evalueren. De nodige informatie opzoeken. Een creatieve opdracht uitvoeren. De presentatie evalueren aan de hand van een hulpschema.
27
4 Een teken aan de wand. Hoe kraak je de theatercode?
• • • • • •
Intensief en zoekend kijken en luisteren naar theaterteksten. Enkele theater- en achtergrondteksten intensief lezen. Theatertekens analyseren en interpreteren. Verslag uitbrengen van je interpretatie en erover discussiëren. Discussiëren over de interpretatie. Theaterteksten brengen.
37
5 Hulpgedrag
• • • • • •
Oriënterend, globaal en intensief luisteren naar een uiteenzetting. Efficiënt aantekeningen maken. Een vlotte samenvatting maken. Helder, beknopt, aantrekkelijk en correct formuleren. Je eigen tekst reviseren. Reflecteren op je eigen prestaties.
49
6 De helaasheid der dingen
• Een literaire tekst intensief lezen. • Deze tekst analyseren, interpreteren en evalueren. • Verslag uitbrengen en discussiëren over literaire ervaringen, je persoonlijke oordeel en je persoonlijke interpretatie. • De tekst situeren in zijn maatschappelijke context. • Een interview intensief lezen. • Een discussie voeren en tot een compromis komen. • Discussiëren over realisme en het waarheidsgehalte van literatuur.
52
7 Debat aan de hand van stellingen
• Een debat voeren. • Argumenten verzamelen voor en tegen een bepaalde stelling (zoekend en intensief lezen). • Een standpunt innemen in verband met het gebruik van dialect, tussentaal en standaardtaal. • Een debat observeren en evalueren. • Op de juiste verbale en non-verbale manier deelnemen aan een debat. • Gebruikmaken van de standaardtaal en het juiste register bij het debatteren.
59
IN DE PENARIE
Een informatief artikel uit een tijdschrift oriënterend en intensief lezen. De gegevens in teksten kritisch verwerken. Een verband leggen tussen de aard van een tijdschrift en de gebruikte stijl. Stijlfouten verbeteren. Reflecteren op je leesvaardigheid.
p.
Inhoud
Wat ken en kun je na dit deel
p.
8 Dichters en politiek
• • • • •
Intensief luisteren naar enkele gedichten. Deze gedichten en enkele achtergrondteksten intensief lezen. De gedichten analyseren, interpreteren en evalueren. Verslag uitbrengen over je interpretatie. Discussiëren over de interpretatie, literaire ervaringen en je persoonlijke oordeel. • Een tekst situeren in zijn historische, culturele en maatschappelijke context. • Informatie opzoeken op het internet (zoekend lezen). • Je mening formuleren over de behandelde materie.
64
9 Uw geld of ons leven
• • • • •
Een overtuigende brief voor een goed doel schrijven. Een degelijke motivering of argumentatie opbouwen. Helder, overtuigend, beknopt, aantrekkelijk en correct formuleren. De geschikte lay-out gebruiken. Je eigen taak en die van anderen beoordelen (intensief lezen).
76
10 Dialect en standaardtaal
• Enkele begrippen omschrijven die te maken hebben met geografische taalvarianten. • Verschillen formuleren tussen deze geografische taalvarianten. • Verschillende soorten geografische taalvarianten onderscheiden en herkennen. • Vragen in verband met het taalgebruik in een video- of geluidsopname beantwoorden (intensief luisteren en kijken). • Discussiëren over het gebruik en voorkomen van geografische taalvarianten. • Discussiëren over het gebruik van ondertitels. • Kenmerken geven van enkele dialecten. • De herkomst van de standaardtaal verklaren. • Nadenken over je eigen taalgebruik. • Een onderzoeksopdracht uitvoeren.
81
11 Wat is wereld literatuur?
• De termen verklaren die in dit hoofdstuk aan bod komen. • Een academische tekst intensief lezen. • Argumenten zoeken en mondeling (en schriftelijk) aangeven waarom bepaalde werken tot de wereldliteratuur behoren. • Informatie op het internet opzoeken en op een overzichtelijke manier samenbrengen. • Een werk uit de wereldliteratuur aan een publiek mondeling voorstellen.
87
12 Wat zegt Van Dale?
• Een aantal fouten tegen de standaardtaal herkennen en verbeteren aan de hand van uittreksels uit Van Dale. • Van Dale bij de verbetering efficiënt gebruiken (zoekend en intensief lezen).
93
13 De wereld van Ibsen
• • • • • •
Intensief en zoekend luisteren en kijken naar een toneelfragment. Trailers met verschillende ensceneringen bekijken. Een fragment uit een toneelstuk intensief lezen. Vragen beantwoorden over een website rond een toneelauteur. Een toneeltekst analyseren, interpreteren en evalueren. Discussiëren over de interpretatie, literaire ervaringen en je persoonlijke oordeel. • De juiste theatertermen gebruiken. • De tekst situeren in zijn historische en maatschappelijke context.
95
14 Uitbreiding
• • • •
99
• • • • • • 15 Enkele pijnpunten
Een gedicht analyseren over een sociaal thema. Een gedicht schrijven over een sociaal thema en dit presenteren. Een anthologie maken rond een sociaal thema. Informatie opzoeken over een bepaald literair thema (zoekend en intensief lezen). Een creatieve opdracht uitvoeren. Een clip maken met een gedicht over een sociaal thema. Een gedicht voordragen. Informatie presenteren voor de klas. Vlot, duidelijk en correct praten met de juiste intonatie en lichaamshouding. Efficiënt samenwerken.
• Een aantal woorden correct schrijven. • Enkele frequente spel- en taalfouten niet meer maken. • Een aantal foutieve zinnen verbeteren.
99
DEEL 1 9
1.1 Lekker belangrijk Doelen Wat moet je kennen en kunnen? • Een informatief artikel uit een tijdschrift oriënterend en intensief lezen. • De gegevens in teksten kritisch verwerken. • Een verband leggen tussen de aard van een tijdschrift en de gebruikte stijl. • Stijlfouten verbeteren. • Reflecteren op je leesvaardigheid. 1 1
1
33 Opdracht 1 Oriënteer je op de tekst in het bronnenboek.
1 1
1
33 Opdracht 2 Lees de tekst intensief en beantwoord de vragen. 1 Waaruit blijkt dat status een levensbehoefte is? 2 Wat is het verband tussen paragraaf 1 en 2?
DEEL 1 10
IN DE PENARIE
3 Wat statusangst betreft, was het vroeger beter volgens Alain de Botton. Waarom? 4 Geef een biologische en sociaalpsychologische reden waarom status vandaag zo belangrijk is. Leg deze verklaringen ook uit. 5 Hoe sluit paragraaf 5 bij paragraaf 4 aan? 6 Mensen met een lage sociale status blijken minder gezond te zijn. Geef daarvoor vier argumenten en, waar mogelijk, ook telkens een subargument. 7 Wat is het verband tussen de kadertekst over macho’s en de eigenlijke tekst?
1.1  Lekker belangrijk
DEEL 1 11
8 Wat Roos Vonk zegt, gaat in tegen wat daarvoor in de tekst staat. Verklaar dat in maximaal drie zinnen. 9 Verklaar de titel van de laatste paragraaf. 10 Zijn de volgende uitspraken waar (W) of onwaar (O)? Uitspraken die niet in de tekst voorkomen of niet volledig juist zijn, beschouwen we als onwaar. • Waar? Noteer het nummer van de regel(s) uit de tekst waarin dit wordt bevestigd. • Onwaar? Verbeter de fout of noteer dat de uitspraak niet in de tekst voorkomt. De uitspraken zijn niet ‘chronologisch’ geordend. a Status nastreven maakt niet gelukkig. b Voor armen maakt het niet uit of namaakproducten al dan niet werken. c We vergelijken onze status meestal met een referentiegroep. Voor ons zelfbeeld is het bijvoorbeeld wel nadelig als oude schoolvrienden een hoge status hebben. 1 1+2 1
33
Opdracht 3
We gaan wat dieper op de tekst in. Beantwoord de vragen. 1 Klopt wat in de tekst staat voor de meeste mensen die je kent? Wanneer ben je in de ogen van anderen een ‘loser’?
DEEL 1 12
IN DE PENARIE
2 Volgens Alain de Botton heeft iedereen in onze samenleving de kans om succesvol te zijn. Klopt dit volgens jou? Waarom (niet)? 3 In een interview met Humo naar aanleiding van zijn boek Liefde in tijden van eenzaamheid legt Paul Verhaeghe, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Gent, uit waarom zoveel mensen in onze maatschappij psychofarmaca gebruiken. Dat zijn pillen om psychologische problemen op te lossen, bijvoorbeeld stress, angstgevoelens of ADHD. a Welke ideeĂŤn in het interview sporen met het artikel in Quest? b Welke belangrijke verschillen vind je terug in vergelijking met de tekst uit Quest?
1.1  Lekker belangrijk
DEEL 1 13
c Wat is jouw oordeel hierover? Ervaar je dit bv. ook zelf?
33 Opdracht 4 Dat Quest kennis voor een breed publiek wil verspreiden, blijkt ook uit het taalgebruik. 1 Wat valt je in de volgende voorbeelden op? Waarom gebeurt dit? • En waarom? Omdat status fijn is. • Maar dat betekent ook dat mislukkelingen hun mislukking aan zichzelf te danken hebben. Een lage status? Eigen schuld. En omdat we allemaal gelijk zijn, vinden we, is het succes van een ander nog eens extra erg. • Wel een Yale-titel, maar nooit van de Beineckebieb gehoord? Pas op, je valt door de mand ... 2 a Wat valt je in de volgende voorbeelden op? Waarom gebeurt dit? b Verbeter de stijlfout. Onder elk voorbeeld is daarvoor ruimte voorzien. • Oververhit raken ze ervan. Maar in Chili rijden automobilisten liever met de ramen van de auto dicht. Dan denkt de buitenwereld ten minste dat ze airco hebben. • Voortdurend heerst de angst dat je je op een te lage sport van de maatschappelijke ladder bevindt. En dat je daarmee in de categorie van de losers valt. • Een arbeider bewerkte het land in opdracht van een edelman. En er was geen sprake van dat die boer ooit de aristocraat zou worden. • Gezondheid is, net als geld, oneerlijk verdeeld. Want de mensen met een hoge sociaal economische status leven langer in goede gezondheid dan mensen met een lage status.
DEEL 1 14
IN DE PENARIE
• Dat maakt, schrijft de Botton, dat we statusverhogende spullen gaan kopen. Of ambities nastreven die we anders wellicht niet zouden hebben gehad. 3 a Wat valt je nu in de volgende voorbeelden op? Waarom gebeurt dat? b Verbeter de stijlfout. Onder elk voorbeeld is daarvoor ruimte voorzien. • Status leek daarmee een eerste levensbehoefte te zijn. En dat het ging om de status van de producten was duidelijk. • De aap maakte als gevolg daarvan minder serotonine aan. En serotonine is een stof die voor een gelukkiger gevoel zorgt. • Alleen is het streven naar status geen zuivere en authentieke behoefte. Dat heeft nadelige gevolgen. Personen die hun authentieke behoeften bevredigen, stellen vragen als: ‘Ben ik trouw aan mezelf, ontplooi ik mezelf?’
33 Opdracht 5 1 Hoe waren de resultaten van de leesoefening? Wat kan eventueel beter? Hoe? 2 Wat onthoud je vooral uit de bespreking van de tekst?
1.1 Lekker belangrijk
DEEL 1 15