Deel 1 Prettig gestoord? Hoofdstuk
p.
Hoofdstuk
p.
Deel 3 Zware kost Hoofdstuk
p.
1 Aalst
14
1 Domme blondjes
126
1 Van ad valvas tot syllabus
230
2 Er zit muziek in politiek
24
2 Bang!
134
2 Achtervolgd door het lot
236
3 Arm Vlaanderen
30
3 Door de ogen van de ander
146
3 Smakelijk!?
244
4 Armoede in Vlaanderen – een onderzoek
37
4 Feiten of fictie?
155
4 Ken je stem
251
5 Kan u de vraag eens herhalen?
45
5 Hoe spreken jij en ik?
167
5 Onleesbaar zwaar?
255
6 Moeten we onze dialecten koesteren?
52
6 Chicklit en ladlit
172
6 Zware woorden
265
7 De Snoodaard der Letteren
62
7 Al doende leer je
182
7 Kijken mag, aankomen is beter
270
8 Ik geloof mijn ogen niet
75
8 Een leuke job of een interessant loon?
187
8 Een zware beslissing
279
9 Wat zegt Van Dale?
85
9 Afrikaans
195
9 De Groote Oorlog
287
10 De gip: onderwerp en informatieverwerving
89
10 De gip: informatieverwerking
203
10 De gip: afwerking schriftelijk verslag
297
11 Struikelblokjes: zinsdelen
99
11 Struikelblokjes: samenstellingen en afleidingen
206
11 Struikelblokjes: enkelvoudige en samengestelde zinnen
305
12 In de mix
213
12 In de mix
311
12 In de mix
4
Deel 2 Onbekend is onbemind
Focus 6T
108
Deel 4 Cool Hoofdstuk
Deel 5 En nu serieus p.
Hoofdstuk
p.
1 Een date met boeken
326
1 Toekomstroman en scienceďŹ ction
440
2 Swag!
331
2 Mondeling solliciteren
453
3 Wordt het wel warmer?
338
3 Man over boek
463
4 De graphic novel
351
4 Nederlands, een wereldtaal?
473
5 Het zit in de familie
364
5 Werken is gezond
482
6 De coolste job ter wereld
374
6 Onvoorziene omstandigheden
491
7 Vlaamse hiphop niet cool?
387
7 Stressvakantie
497
8 Misdaadonderzoek
398
8 Frietkotcultuur
507
9 Film cooler dan boek?
407
9 Taalinteractie
515
10 De gip: mondelinge verdediging
415
10 De gip: (zelf)evaluatie van proces en product
522
11 Struikelblokjes: slim zoeken op het internet
421
11 Struikelblokjes: een bloemlezing van taalfouten
528
12 In de mix
426
12 In de mix
541
Inhoud
5
Strategisch leren Inleiding
7
STUDIETIPS oriënteren op en voorbereiden van het studeren
Bekijk samen met je leerkracht de leerwijzer bij het begin van elk deel. Verken en duid aan t wat je moet leren, t wat je moet oefenen, t wat van je verwacht wordt.
uitvoeren: het studeren zelf
Na het verkennen van de leerstof, prent je die goed in. Herhaal zeker voldoende. Wat kan je daarbij helpen? t de kenniskoffers in je leerwerkboek met de rode mica als hulpmiddel t oefeningen opnieuw maken t aanvullende oefeningen maken op de website
reflecteren op het studeren
Maak voor jezelf een kleine toets en ga na of je de vragen kunt beantwoorden. Vink de ingeoefende onderdelen aan op de leerwijzer als je ze onder de knie hebt.
evalueren van het studeren
Je maakt overhoringen in de klas. Besteed extra aandacht aan die vragen die je niet (volledig) correct kon beantwoorden.
Strategisch leren Zowel bij lezen, kijken en luisteren als bij spreken en schrijven is het belangrijk om een passende strategie te gebruiken. In je leerwerkboek tref je daarom uitgewerkte OVUR-kadertjes aan; zoals je weet staan die letters voor oriënteren, voorbereiden, uitvoeren en reflecteren (of nadenken over). Daarover leerde je de vorige jaren al en je oefende dat voortdurend in. Het toepassen van die strategie moet uiteindelijk een automatisme worden en almaar vlotter verlopen. De algemene OVUR-kaders op p. 9-10 kun je raadplegen bij elke opdracht lezen, luisteren, spreken of schrijven waar geen afzonderlijk uitgewerkt OVUR-kader voorzien is.
8
Focus 6T
SCHRIJVEN VOOR het schrijven
TIJDENS het schrijven
NA het schrijven
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Wat is het onderwerp? Welk teksttype moet je schrijven? Wat is het schrijfdoel? Voor welk publiek zul je schrijven?
Houd rekening met je schrijfdoel. Werk je woordspin of mindmap bij. Maak een beknopt schema en een kladversie van je tekst. Houd rekening met de evaluatiecriteria: overloop het evaluatieformulier in je leerwerkboek.
voorbereiden Wat weet je al over het onderwerp waarover je zal schrijven? Wat wil je precies schrijven? Hoe moet je tekst er uitzien? Heeft je tekst speciale kenmerken? Stel een schrijfplan op. Verzamel de nodige informatie: maak een woordspin of een mindmap.
Heb je het schrijfdoel bereikt? Waarom wel/niet? Welk effect heeft je boodschap op de lezer? Hoe verliep het uitvoeren van je schrijftaak? Indien je problemen ondervond, hoe loste je die op? Welke positieve punten zal je behouden?
LEZEN VOOR het lezen
TIJDENS het lezen
NA het lezen
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Observeer de tekst. Ga op zoek naar titels, tussentitels, foto’s en onderschriften, grafieken, tabellen … Welke tekstsoort en welk teksttype is deze tekst? Voor wie is de tekst bedoeld? Wat is het vermoedelijke tekstdoel? voorbereiden Wat is het onderwerp? Wat weet je er al over? Wat wil je erover bijleren, te weten komen? Wat is de bron? Wie is de zender?
globaal lezen Ga na wat het hoofdonderwerp is van de tekst. Lees de inleiding en het slot. Lees de begin- en eindzin van een korte(re) tekst. zoekend lezen Ga op zoek naar de verschillende delen. Zoek sleutelzinnen en signaalwoorden. Ga na welk taalregister er wordt gebruikt. Onderscheid hoofdzaken van details. Onderscheid feiten van meningen. Zoek antwoorden op vragen die in opdrachten worden gesteld.
Begrijp je de inhoud van de tekst? Weet je nu wat je wilde weten over het onderwerp? Klopt het wat er in de tekst wordt gezegd? Ben je het eens met wat de auteur schrijft? Hoe verliep het lezen?
intensief lezen Gedetailleerd lezen op zoek naar t verklaringen van moeilijke woorden (bv. via de context); t verwijswoorden en signaalwoorden; t kernwoorden. Maak aan de hand van die woorden een schema en/of samenvatting (= studerend lezen).
Strategisch leren
9
SPREKEN VOOR het spreken
TIJDENS het spreken
NA het spreken
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Wat is het onderwerp? Wat is het spreekdoel? Wie is het publiek voor wie gesproken wordt?
Houd rekening met je spreekdoel. Gebruik je woordspin of mindmap als leidraad bij je spreekopdracht. Houd tijdens het spreken rekening met de evaluatiecriteria.
voorbereiden Wat weet je al over het onderwerp waarover je zult spreken? Waarover wil je precies spreken? Stel een spreekplan op. Verzamel de nodige informatie: maak een woordspin of een mindmap.
Heb je het spreekdoel bereikt? Waarom wel/niet? Welk effect heeft je boodschap op het spreekpubliek? Hoe verliep het uitvoeren van je spreektaak? Indien je problemen ondervond, hoe loste je die op? Welke positieve punten zul je behouden?
LUISTEREN (EN KIJKEN) VOOR het luisteren (en kijken)
TIJDENS het luisteren (en kijken)
NA het luisteren (en kijken)
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Welk soort en welk type fragment beluister (en bekijk) je? Voor wie is het fragment bedoeld? Wat is het vermoedelijke luisterdoel? Hoe vaak krijg je het fragment te horen en te zien?
(eerste luisterbeurt) globaal luisteren (en kijken) Ga na wat het hoofdonderwerp is van het fragment. Noteer moeilijke woorden die je te horen kreeg. Noteer beknopt kernwoorden en woordgroepen die in grote lijnen de inhoud weergeven.
voorbereiden Wat is het onderwerp? Wat weet je er al over? Wat wil je erover bijleren, te weten komen? Wat is de bron? Wie is de zender?
(tweede luisterbeurt) zoekend luisteren (en kijken) Ga op zoek naar de verschillende delen in het fragment. Zoek sleutelzinnen en signaalwoorden. Ga na welk taalregister er wordt gebruikt. Onderscheid hoofdzaken van details. Zoek antwoorden op vragen die in opdrachten worden gesteld. intensief luisteren (en kijken) Gedetailleerd luisteren (en kijken) op zoek naar t verklaringen van moeilijke woorden (bv. via de context); t verwijswoorden en signaalwoorden; t kernwoorden. Maak aan de hand van die woorden een schema en/of samenvatting.
10
Focus 6T
Begrijp je de inhoud van het fragment? Weet je nu wat je wilde weten over het onderwerp? Klopt het wat er in de tekst wordt gezegd? Ben je het daarmee eens? Hoe verliep het luisteren (en kijken)?
Prettig gestoord?
1
12
Deel 1 • Prettig gestoord?
Aalst
Er zit muziek in politiek
Arm Vlaanderen
Armoede in Vlaanderen – een onderzoek
Kan u de vraag eens herhalen?
1
2
3
4
5
14
Je haalt fictie- en non-fictie-elementen uit een verhaal van Louis Paul Boon. Je haalt de typische kenmerken van het werk van Louis Paul Boon uit een didactische tekst. Je past die kenmerken toe op een verhaal van Boon. Je weet wat etymologische en fonetische spelling is. Je past de geldende spellingsregels toe. Je beantwoordt vragen over een kranteninterview met Dimitri Verhulst. Je past Verhulsts beschrijving van Boons stijl toe op het verhaal van Boon. Je beantwoordt vragen bij een krantenartikel over het toneelstuk Aalst. Je leest een samenvatting van een fragment uit de toneeltekst De aankomst in de bleke morgen op dat bleke plein. Je vergelijkt het verhaal van Boon met de toneeltekst van Verhulst. Je bespreekt het verband tussen kunst en politiek op basis van twee voorbeelden. Je bespreekt de relatie tussen muziek en politiek in een voorbeeld. Je weet wat een protestsong is. Je bespreekt de relatie tussen muziek en ecologie in drie voorbeelden. Je plaatst de voorbeelden in hun (historische) context. Je analyseert de vorm en de inhoud van liedjesteksten. Je bepaalt het doel en de onderliggende idee bij een propagandaclip. Je zoekt en bespreekt een zelfgekozen lied waarin de politiek op de korrel genomen wordt. Je kijkt en luistert op structurerend niveau naar een reportage. Je maakt een schema van een beluisterde reportage. Je leest intensief een opiniestuk over het programma. Je geeft je mening over de reportage en het opiniestuk. Je selecteert op basis van de titels en krantenkoppen een aantal teksten. Je leest verschillende teksten over het onderwerp armoede. Je maakt een realistische werkplanning voor het groepswerk. Je schrijft een samenvatting waarin je ook je eigen standpunt over het onderwerp weergeeft. Je maakt een PowerPointpresentatie (of Prezi) op basis van je onderzoek en verwerkt je standpunt in je presentatie. Je verdedigt je standpunt met de nodige argumenten. Je luistert naar vragen en opmerkingen van andere leerlingen i.v.m. je onderzoek, beantwoordt de vragen en geeft jouw mening over de opmerkingen. Je leest een informatieve tekst intensief. Je kijkt intensief naar een fragment uit een televisieshow. Je kent een aantal vraagtypes. Je formuleert schriftelijke antwoorden op een structurerend niveau. Je zet je standpunt, je mening of de oplossing voor een probleem uiteen en motiveert het.
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
45
37
30
24
p.
Wat oefen je in dit deel?
Deel 1 – Prettig gestoord
Doelstellingen
13
108
Je luistert intensief naar een interview van Radio 1. Je leest een zakelijke tekst intensief en vat de kerninformatie samen in een kenniskoffer. Je analyseert trefwoorden uit het woordenboek. Je kent de betekenis van de term ‘Algemeen Belgisch-Nederlands’. Je vervangt Belgisch-Nederlandse begrippen door hun Algemeen Nederlandse synoniemen. Je bakent het onderwerp van je geïntegreerde proef duidelijk af. Je gaat op zoek naar informatie en je controleert de betrouwbaarheid ervan. Je noteert je bronnen op een wetenschappelijke manier. Je schrijft een informatieve brief en e-mail. Je evalueert de brief en e-mail van een medeleerling.
• • • • • • • • • •
t Je herkent onderwerp, persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en bijwoordelijke bepalingen in zinnen.
• • • • • •
Wat zegt Van Dale?
9
10 De gip: onderwerp en informatieverwerving
11 Struikelblokjes: zinsdelen
12 In de mix
Je past de geschikte luisterstrategieën toe bij het bekijken en/of beluisteren van informatieve reportages. Je beantwoordt de w-vragen na het lezen van een krantenartikel. Je gebruikt en schrijft een bijsluiter. Je neemt een standpunt in en haalt argumenten aan. Je leest een zakelijke tekst intensief en kritisch. Je legt verbanden tussen het thema van een fictiefragment en een non-fictiefragment.
99
Je denkt kritisch na over een aantal stellingen. Je zoekt informatie die je standpunt over de stellingen ondersteunt. Je maakt gebruik van kranten, tijdschriften, dvd en het internet om de informatie te zoeken. Je bekijkt filmpjes en leest artikels die meer informatie over de stellingen geven. Je vergelijkt de informatie die aangeboden wordt op de methodesite met informatie die je zelf nog verzamelt. Je formuleert jouw standpunt over drie stellingen.
• • • • • •
Ik geloof mijn ogen niet
8
89
85
75
62
Je leest en analyseert fragmenten uit de roman Het parfum (P. Süskind). Je herhaalt de literaire begrippen antiheld, vooruitwijzing, romantiek, realisme, naturalisme. Je beluistert en bekijkt de trailer van een film intensief en zoekend. Je schrijft creatief: je stelt een fictief verhaal samen op basis van feiten. Je past zoekend lezen toe om een informatiefiche te vervolledigen.
• • • • •
De Snoodaard der Letteren
52
7
Je denkt na over de huidige situatie van onze dialecten. Je plaatst de dialecten binnen het kader van de taalvarianten. Je leert dat dialecten geografische en situationele beperkingen hebben. Je maakt kennis met de dialectgebieden en hun kenmerken. Je past de geschikte luisterstrategie toe, afhankelijk van het type vraag dat beantwoord moet worden. Je past de geschikte leesstrategie toe, afhankelijk van het type vraag dat beantwoord moet worden.
Moeten we onze dialecten koesteren? • • • • • •
6
1 Aalst Wat oefen je in dit hoofdstuk? > > > > > > > > >
Je haalt fictie- en non-fictie-elementen uit een verhaal van Louis Paul Boon. Je haalt de typische kenmerken van het werk van Louis Paul Boon uit een didactische tekst. Je past die kenmerken toe op een verhaal van Boon. Je weet wat etymologische en fonetische spelling is. Je past de geldende spellingsregels toe. Je beantwoordt vragen over een kranteninterview met Dimitri Verhulst. Je past Verhulsts beschrijving van Boons stijl toe op het verhaal van Boon. Je beantwoordt vragen bij een krantenartikel over het toneelstuk Aalst. Je leest een samenvatting van een fragment uit de toneeltekst De aankomst in de bleke morgen op dat bleke plein. > Je vergelijkt het verhaal van Boon met de toneeltekst van Verhulst.
Opdracht 1 De schrijver Louis Paul Boon (1912-1979) kwam al eens ter sprake in Focus 5T. Misschien las je vorig jaar het gedicht ‘Vandaag bij je graf, lieve paps’. Eigenlijk schreef Boon niet veel gedichten, hij was vooral een prozaschrijver. En hij schreef veel, heel veel. Om je een idee te geven: het verzameld werk van Louis Paul Boon telt 24 delen van gemiddeld 400 bladzijden! Boon schreef niet alleen veel, zijn oeuvre* is ook heel divers. Zijn meest gewaardeerde werken zijn maatschappijkritische romans over het wroeten van de gewone mensen, al dan niet in een historische context. Daarnaast schreef hij ook talloze cursiefjes voor de Gentse krant Vooruit (de ‘Boontjes’), enkele pornografische (!) werken (o.a. Mieke Maaike’s obscene jeugd) en nog veel meer. Een van zijn bekendste werken is Pieter Daens (1971). Die bekendheid heeft vooral te maken met de verfilming ervan door Stijn Coninx in 1992. Voor dat boek over de sociale en politieke strijd in het negentiende-eeuwse Aalst baseerde Boon zich op een heleboel historische bronnen. Veel van die bronnen vond hij in het stadsarchief van Aalst. Toen hij in die archieven aan het snuisteren was, stuitte hij op een verzameling processenverbaal uit het jaar 1901. Die gebruikte hij om het boek Het jaar 1901 te schrijven. * het oeuvre: het werk van een auteur of kunstenaar
In het ‘Voorwoord’ van Het jaar 1901 schreef Boon:
Fragment uit Het jaar 1901 – L.P. Boon Als de klok twaalf uur sloeg zou het jaar 1901 beginnen en stond men op de drempel der twintigste eeuw. In het fabriekstadje Aalst kreeg pastoor Adolf Daens een nieuwe hartaanval en 5 kon hij zich niet kandidaat stellen op de verkiezingslijst der demokraten. De socialisten bekommerden zich in hoofdzaak om hun kooperatieve broodbakkerij. De werkloze arbeiders 1
14
Deel 1 • Prettig gestoord?
liepen naar het anarchisme over. De bende der 10 ‘Zwarte Hand’ sloeg toe. Maar hoe zag het leven van de doodgewone kleine man in zijn grauwe alledagsleven eruit? Er werd gehongerd. Alles waar men aan of bij kon werd gestolen en naar de krotten meege15 sleept. In smalle stegen, koeren en doodlopende ingangen werd ruzie gemaakt, met messen
gevochten, gedronken en gehoereerd. De adem van dit industriestadje was een giftige adem geworden. 20 De ons ter hand gestelde politiearchieven onthullen heel wat. De inhoud ervan vonden we boeiend genoeg om er een soort jaarkrans mee samen te stellen, beginnend met nieuwjaarsochtend en eindigend met oudejaarsavond. Wie bij 25 het lezen der feiten aanstoot mocht nemen aan door het volk gebruikte woorden, heeft nimmer politiearchieven doorbladerd, waarin dit alles nuchter en meedogenloos werd neergepend.
Onmiddellijk moet hieraan toegevoegd, dat het boek er niet is om dit kleine volk te belagen, doch om aan te tonen hoe armoe en miserie, tegenover nietsontziende industrialisatie, overal ter wereld de mensen verbeesten moet. Mocht dit werk ook nog literaire waarde bezitten, dan komt deze toch 35 maar op de laatste plaats. Hoofdzaak is, het kleine bestaan op de drempel onzer teveel geroemde twintigste eeuw vast te leggen. Naast anekdotische gegevens of Breugheliaanse schetsen, zijn er de kleine drama’s die alle gewoon van dag tot dag in 40 het plaatsje plaatsgrepen. 30
L.P.B. BOON, L.P., Het jaar 1901, Querido, Amsterdam, 1977, p. 5.
Hieronder vind je het stukje dat hij schreef op basis van een proces-verbaal van 22 mei 1901.
Een lijk in de kelder Een der zonderlingste geschiedenissen was deze van Delfien Dekoster en haar verdwenen moeder. Het begon in de maandagnamiddag van 22 mei, toen de zeventigjarige meneer Henri Van Borst zijn 5 gewone wandeling door de stad maakte. Hij was een vreemdeling die bij zijn getrouwde dochter op een kamer in de Kattestraat inwoonde, en elke namiddag een ander stadsgedeelte bezocht. Dit keer, omdat terug het meizonnetje scheen, bezocht hij de 10 overkant van de rivier, en wandelde hij traag, de wandelstok met ebbenhouten kruk onder de arm, langs de Moorselbaan. Daar werd hij aangesproken door een jonge vrouw die, naar zijn oordeel, toch wel wat vreemd deed. 15 Ze stapte naast hem op, en zomaar zonder reden vroeg ze of hij misschien ook een vreemdeling in de stad was. En meteen begon ze te vertellen hoe ze samen met haar moeder op de Moorselbaan een huisje had gehuurd, doch haar moeder het er niet 20 gewend raakte. Die had liever haar intrek genomen in een soort half-klooster, half-gesticht, waar ze goed verzorgd werd. Maar voor haar was het huis nu te groot en te eenzaam. Daarom liep ze veel op straat en zocht ze gezelschap. 25 De oude meneer Henri voelde zich verplicht ook een en ander over zichzelf mee te delen. Hoe hij weliswaar bij zijn dochter inwoonde, doch meestal alleen op zijn kamer zat en dan liefst lange wandelingen maakte, als het weer het tenminste toeliet. De 30 jonge eenzame Delfien Dekoster pakte toen onverwacht met een hem diep ontstellende vraag uit: of hij, gezien ze allebei eenzaam waren, met haar wilde trouwen? Hij bleef er waarachtig met open mond bij stilstaan. ‘Goedemaar mens,’ zei hij, ‘met 1
mij trouwen? Ik ben zeventig jaar, wat wilt ge nog van een oude man?’ Zijn ouderdom vond ze geen bezwaar: ‘Het is niet dáárom dat ik trouwen wil,’ zei ze, ‘doch om gezelschap in huis te hebben en daar niet godganse avon40 den en nachten met mezelf alleen te zijn.’ Kom, in feite had ze dan gewoon een hond of een kat in huis kunnen nemen. Maar hij wou haar niet botweg teleurstellen en ze wandelden verder, tot ze de pas voltooide kerk van Mijlbeek bereikten. Het geurde er binnenin 45 naar witkalk en mortel, meer dan naar wierook. Hij zag hoe ze naar een biechtstoel opstapte, zowat vijf minuten geknield bleef neerzitten, alhoewel er geen pastoor was die haar biecht kon aanhoren. Daarna verliet ze de biechtstoel en hem weer vervoegend 50 vroeg ze of hij haar niet tot aan huis wou vergezellen. ‘Koop ons bij de slager wat pens,’ zei ze, ‘dan eten we die thuis rustig op.’ De pens smaakte hem echter 35
1
Aalst
15
niet. Hij dacht dat het reeds verdorven vlees moest zijn, want de walgelijke geur maakte hem onpasse55 lijk. Toch blééf die ondraaglijke geur hangen, ook nadat ze de pens verwijderd had. Hij dacht toen: ‘Het ligt aan haar, ze moet vuil ondergoed of zoiets dragen.’ Misselijk, en met het gevoel meteen te moeten braken, verliet hij het huis. ‘Ik voel me niet 60 wel, tot later dan eens’, zei hij. Maar hij vermeed die Delfien Dekoster zoveel mogelijk. Een week later wandelde hij langs de wijk Mijlbeek en bereikte hij zonder het te weten de Moorselbaan. En wat zag hij daar? In een herberg stond 65 Delfien Dekoster aan de schenkbank, een man of drie hing om haar heen, en ze liet zich trakteren en overpampelen. Dat was dus een heel andere Delfien dan deze die hij zo godvruchtig in de biechtstoel had zien verdwijnen. Daar stond hij als oude 70 man over na te denken. Uit nieuwsgierigheid bleef hij in de omgeving rondhangen, tot hij Delfien de herberg zag verlaten. Ze was nog steeds in gezelschap van de drie mannen, haar hoed hing scheef. Een der mannen had haar bij de arm,
de beide anderen volgden en neurieden straatliedjes. Ze trokken naar haar woonst. Misschien had ze ook wel de man die haar bij de arm hield, gevraagd of hij met haar wilde trouwen. Meneer Henri volgde hen op afstand. Hij zag hen 80 het huis betreden, maar nauwelijks waren ze binnen of een der mannen kwam al brakend buiten. De tweede volgde, met duim en wijsvinger de neus dichthoudend. ‘Godver, mensen, wat een stank!’, zei hij. ‘Dat kan niet alleen van bedorven pens of 85 vuil ondergoed zijn’, dacht meneer Henri. Hij sprak een paar buren aan, en hoorde ook hen klagen over de onmenselijke stank die uit het huis naar buiten walmde. Toen begaf hij zich met lood in de schoenen naar de politie. 90 De politie deed navraag naar de moeder, die nu al maanden in een soort gesticht of klooster moest verblijven. Nergens wist men iets. Hierop werd het huis onderzocht: de moeder lag in de kelder, al maandenlang dood, de kop ingeslagen of van de keldertrap 95 gevallen. 75
BOON, L.P., Het jaar 1901, Querido, Antwerpen, 1977, p. 90-93.
Zoals gezegd baseerde Boon zich op een proces-verbaal om dit verhaal te schrijven. Toch voegde hij er fictieve elementen aan toe. 1 Benoem twee elementen uit het verhaal die niet verzonnen zijn (non-fictie). Leg uit waarom je dat denkt. •
Waarom?
•
Waarom?
2 Benoem ook een element uit het verhaal dat Boon wel verzonnen heeft (fictie). Leg weer uit waarom je dat denkt.
Waarom?
16
Deel 1 • Prettig gestoord?
Opdracht 2 1 Lees dit fragment uit een tekst over Louis Paul Boon en beantwoord daarna de vragen in de kenniskoffer.
Over Mijn kleine oorlog – Louis Paul Boon ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen.’ Met deze oproep tot engagement sloot Louis Paul Boon de eerste editie af van Mijn kleine oorlog, een bundeling van krantenkronieken en 5 notities over de oorlogsjaren, die in 1947 verscheen. Toen in 1960 een tweede editie van het boek werd gepubliceerd, aangevuld met twee nieuwe hoofdstukken, lieten de slotwoorden een veel minder strijdbaar geluid horen: ‘Wat heeft 10 het alles voor zin?’ Samen karakteriseren beide uitspraken het wereldbeeld van de grote Vlaamse schrijver en prozavernieuwer. Boon groeide tussen de twee wereldoorlogen op met de idealen van broederschap en solidariteit. 15 Hij was een arbeiderskind uit de Vlaamse industriestad Aalst – net als zijn vader trachtte hij als huisschilder zijn brood te verdienen – en ontwikkelde een sterk socialistisch engagement en een nooit aflatende sympathie voor de kleine man. 20 De vernietigende oorlogservaring bracht echter, samen met een kapotte wereld, een generatie jongeren voort aan wie idealistisch toekomstgeloof niet besteed was. Als kunst- en literatuurredacteur 1
van het communistische 25 blad De Rode Vaan (1945-1946) merkte Boon bovendien al snel dat zijn anarchistische geest en het communis30 tische partijwezen niet compatibel waren. Vijftien jaar na de oorlog, aan het begin van een decennium vol politieke idealen, leek ook bij 35 Boon het pessimisme het pleit te winnen. Idealisme en pessimisme zijn bij Boon nochtans altijd de twee zijden van eenzelfde medaille geweest. Al in zijn debuutroman uit 1942, De voorstad groeit, ging het verlangen naar een be40 tere wereld samen met een illusieloze schets van het leven in een desolate wijk. Behalve als een sociaal bewogen en maatschappijkritisch auteur geldt Boon ook als een van de grote vernieuwers van de naoorlogse roman in Vlaanderen en 45 Nederland.
www.literatuurgeschiedenis.nl (geraadpleegd op 2013-10-04).
Louis Paul Boon Twee schijnbaar tegenstrijdige drijfveren kenmerken het werk van Boon. Welke drijfveer herken je in ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen’?
Welke drijfveer herken je in ‘Wat heeft het alles voor zin?’
Waar komt de sympathie van Boon voor de kleine man en het socialisme vandaan?
Boon was niet alleen een sociaal bewogen en maatschappijkritisch auteur. Wat kenmerkt zijn oeuvre nog?
1
Aalst
17
2 Waarin herken je het pessimisme en het idealisme van Boon in het boek Het jaar 1901, in het bijzonder in het verhaal ‘Het lijk in de kelder’?
3 In de boeken van Boon zijn niet alle woorden gespeld zoals tegenwoordig de regel is.
Fonetische en etymologische spelling Lang voordat het AN er was, spraken de mensen lokale dialecten om zich uit te drukken. Pas veel later ontstond op basis van een aantal dialecten de Nederlandse standaardtaal. Die bestaat zowel in als in vorm. Om die standaardtaal eenvormig te kunnen noteren (anders is het geen ‘standaard’) is het belangrijk om bepaalde spellingsregels op te stellen en toe te passen. Die spellingsregels zijn gebaseerd op een aantal principes. Sommige talen hebben een fonetische spelling. Dat betekent dat . Het Afrikaans is daarvan een goed voorbeeld. Een probleem bij fonetische spelling is . Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen AN in Nederland en in Vlaanderen. Taal evolueert, ook de uitspraak. Taalgebruikers hebben echter de neiging om erg vast te houden aan de spelling zoals ze is. Dat leidt ertoe dat de spelling van een taal ver af kan staan van de uitspraak. Dan spreken we van een etymologische spelling. Het Engels is daar een voorbeeld van. Hoe ver spelling en uitspraak soms uit elkaar liggen in het Engels, zie je in het fictieve woord ghoti. Dat kun je uitspreken als fish. Kun je verklaren hoe?
Nederlandse spelling: spanning Telkens als er een spellingshervorming wordt doorgevoerd in het Nederlands, borrelt de spanning tussen aanhangers van een fonetische spelling en van een etymologische spelling weer op. Tot 1995 werd dat min of meer opgelost door bij sommige woorden te kiezen voor twee spellingsvarianten; er werd toen een onderscheid gemaakt tussen de voorkeurspelling en de toegelaten spelling.
18
Deel 1 • Prettig gestoord?
In de teksten van Boon wordt weleens gebruikgemaakt van de toegelaten spelling in plaats van de voorkeurspelling. Haal twee voorbeelden uit de teksten waar Boon kiest voor een k (fonetisch) in plaats van een c (etymologisch). voorkeurspelling: voorkeurspelling: In de teksten staan nog enkele woorden die niet overeenkomen met de huidige spellingsregels. Bekijk de leidraad in het Groene Boekje of op woordenlijst.org. Ga na welke regel van toepassing is bij deze woorden en verbeter ze. • Maaike’s:
(regel:
)
• Breugheliaanse:
(regel:
)
• teveel:
(regel:
)
Opdracht 3 Dimitri Verhulst (de schrijver van o.a. De helaasheid der dingen) groeide op in Aalst en wordt soms omschreven als een literaire zoon van Boon. Hij erkent Boon als grote invloed. In een interview in De Morgen zegt hij over de typische schrijfstijl van Boon: Veel Vlaamse auteurs – zeker van de generatie van Boon – worstelden met het Algemeen Beschaafd Nederlands. Boon trok zich daar niets van aan. Dat maakt precies de grootsheid uit van Boon. Hij vond niet dat de schrijver zich moest aanpassen aan de taal. De taal moet zich aanpassen aan de schrijver. Je moet de taal natuurlijk niet met opzet geweld aandoen, maar als het nodig is om je zeggingskracht te vergroten, moet je de taal in stukken slaan. Boon heeft ‘boons’ geschreven,
net zoals Brouwers zijn eigen taal hanteert. Brouwers schrijft veel correcter Nederlands, maar bij elke zin die je van hem leest, weet je dat het een zin van Brouwers is. Bij Boon is dat net hetzelfde. Het sterkste woord van Boon is het voegwoord ‘en’. Het is onwaarschijnlijk hoe hij het uiterste puurt uit dat kleine onnozele woordje. Hij slaagt erin om een enorme bezwerende vaart in zijn zinnen te stoppen. Brouwers heeft me komma’s leren zetten en van Boon heb ik voegwoorden leren gebruiken. De Morgen, 2012-12-14.
1 Wat bedoelt Verhulst met ‘Hij vond niet dat de schrijver zich moest aanpassen aan de taal’? Leg uit in je eigen woorden.
2 Toon dat aan met een voorbeeld uit het verhaal ‘Het lijk in de kelder’.
1
Aalst
19
3 Herken je in dat verhaal ook het sterke gebruik van het woord ‘en’?
Opdracht 4 In 2005 bracht theatergezelschap Victoria het stuk Aalst op de Vlaamse planken. Naar aanleiding van dat stuk kreeg Dimitri Verhulst de opdracht om een tekst te schrijven. Dat werd De aankomst in de bleke morgen op dat bleke plein. Delen uit de tekst werden opgenomen in de uiteindelijke voorstelling. Lees het krantenartikel dat verscheen op de dag dat het stuk in première ging.
Toneelstuk Aalst wordt niet verboden GENT – De Gentse kortgedingrechter heeft vanmorgen beslist om het toneelstuk Aalst niet te verbieden. Het stuk, van toneelgroep Victoria, brengt het relaas van een dubbele kindermoord uit 1999. Maggy Strobbe doodde in 1999 haar twee kinderen, samen met haar partner Luc De Winne. Beiden werden in 2001 veroordeeld tot levenslange opsluiting. Over het proces werd een reportage gemaakt voor het televisieprogramma Koppen. Schrijver Dimitri Verhulst en theatergroep Victoria hadden die reportage en delen uit het proces gebruikt om een stuk voor te bereiden over de dubbele kindermoord. Omdat Strobbe over drie jaar in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidsstelling, vond zij dat een dergelijk stuk haar toekomstmogelijkheden in gevaar bracht en eiste zij een verbod op de voorstelling.
Niet tendentieus Volgens de rechter is het toneelstuk niet tendentieus, lasterlijk of eerrovend. ‘Het is enkel gebaseerd op openbaar gemaakte en algemeen bekende informatie.’ Daarnaast merkt de rechter op dat de beschuldigde pas over drie jaar vrij kan komen. ‘Er is geen reden om aan te nemen dat het stuk een invloed zou hebben op de beslissing haar al of niet vrij te laten’, klinkt het. De rechtbank onderstreept ook dat Strobbe een ϐ Ǥ Ǯ punt over het toneelstuk in de geschreven en beeldpers bekend te maken, heeft zij ook bijgedragen aan de media-aandacht die het stuk nu krijgt’, oordeelde de rechter. ‘Mevrouw Strobbe had ook de behandeling achter gesloten deuren kunnen vragen, maar deed dat niet.’
KLD (auteur), Toneel Aalst wordt niet verboden, De Standaard, 2005-02-16.
1 Waarover gaat het toneelstuk Aalst?
2 Waarom werd er een proces aangespannen?
20
Deel 1 • Prettig gestoord?
3 Welke argumenten had de rechter om het toneelstuk toch niet te verbieden?
Opdracht 5 Hieronder vind je een samenvatting van het begin van de scène ‘Kaprijke’. Die scène volgt op het relaas van de gruwelijke moord op het jongste kind. In een dialoog tussen de ouders Ben en Vanessa wordt dieper ingegaan op het leven van het gezin voor de dubbele moord. Ben en Vanessa bevinden zich in hun huis in Kaprijke. Het is er heel donker. Daarvoor heeft Vanessa gezorgd. Zij ziet graag zwart. Alle lampen zijn zwart geverfd en de gordijnen blijven de hele dag dicht. De mensen in de buurt vinden dat raar. Vooral de buurvrouw roddelt erover: zij denkt dat Vanessa een duivelin is. Ben en Vanessa vinden dat belachelijk. Uiteindelijk hebben zij evenveel redenen om over haar te roddelen. Ze heeft immers een vaas met pauwenveren in haar huis staan en haar keuken is verlicht als een pitabar … De buurvrouw roddelt niet alleen. Ze heeft al menigmaal de politie gestuurd als het koppel ruzie maakt en omdat er voortdurend luide muziek gedraaid wordt. Vanessa relativeert dat echter: volgens haar vindt de buurvrouw de muziek gewoon niet mooi. Ben wil met dingen kunnen gooien als hij boos is en hij vindt dat de mensen dat maar moeten aanvaarden. Hij kan er toch ook niet aan doen dat een televisie lawaai maakt als je hem uit het raam gooit? En trouwens, de buurvrouw is gewoon jaloers omdat zij geen drie televisies en vijf stereo-installaties heeft … Ze kan toch zelf ook aankloppen bij het OCMW om geld te vragen? Verder klaagt de buurvrouw over het feit dat de baby altijd weent. En ze vindt het niet kunnen dat de televisies altijd aanstaan. Voor Ben en Vanessa is dat nochtans normaal: het is een vorm van energiebesparing. Als een televisie uitstaat, verbruikt hij immers nog altijd 7 watt. Dat is toch verspilling?
1 Welke inhoudelijke gelijkenissen zie je tussen het stuk Aalst/de scène ‘Kaprijke’ en het verhaal ‘Een lijk in de kelder’?
2 Schrijf op basis van de samenvatting per twee een dialoog tussen Ben en Vanessa. Tik de dialoog uit en druk hem af.
1
Aalst
21
Opdracht 6 We gaan nog een stapje verder. Het is de bedoeling dat je je dialoog verwerkt in een echt toneelstuk. Doe dat aan de hand van de vragen. Bij wijze van opfrissing geven we hieronder nog eens een overzicht van de theatertekens.
Theatertekens Theater neemt een aparte plaats in binnen de literatuur. Er is immers niet alleen een tekst (het zogenaamde script), het stuk wordt ook op de scène gebracht. Regisseur en acteurs maken daarbij gebruik van theatertekens. • Ruimtegestiek is de beweging en de plaats van de acteurs op het podium. Acteurs nemen niet zomaar een plaats in op het podium. De bewegingen die ze maken, zijn goed doordacht. • Proxemiek (of nabijheid) slaat op de afstand tussen de acteurs. Die verandert in de loop van het stuk en draagt bij tot een bepaalde dynamiek. • Mimiek (of gelaatsuitdrukking) wijst op de emoties die acteurs weergeven door de uitdrukking op hun gezicht. • De verschillende facetten van de taal (register, volume, timbre ...) die acteurs gebruiken bepalen voor een groot deel hoe een bepaalde inhoud wordt overgebracht. • Het decor wijst op de opbouw en de inrichting van het podium. Het zorgt voor een bepaalde sfeer en bepaalt mee de context. • De kledij van de acteurs is niet zomaar gekozen. Kleren maken de man en bepalen deels hoe het publiek de personages ervaart. • Accessoires als vlaggen, drankjes, eten en trommels bepalen net als de kledij hoe personages ervaren worden. Ze spelen ook een belangrijke rol in de groepsdynamiek. • De belichting en de muziek ondersteunen de manier waarop een bepaalde emotie en sfeer worden overgebracht.
1 Waar speelt deze scène zich af?
2 Hoe ziet het decor eruit?
3 Hoe zien de acteurs eruit?
22
Deel 1 • Prettig gestoord?
4 Waar bevinden de acteurs zich?
5 Hoe bewegen de acteurs op het podium?
6 Hoe zit het met de belichting?
7 Welk geluid is er te horen?
1
Aalst
23