Skip to main content

Focus 5 werkboek voorbeeldhoofdstuk

Page 1

2  HOOFS EN

1  HELDEN 1.1

‘Helden’   11   8

2.1

Tristan en Isolde   105   84

3.1

Het diner   209   160

1.2

Alledaagse helden   14   17

2.2

Uitbreidings- 110 opdrachten   89

3.2

Uitbreidings- 214 opdrachten   160

1.3

Familienamen   17   20

2.3

Voornamen   111   92

3.3

Argumenteren 1   215   161

1.4

De Karelroman   21   26

2.4

Hoofs en minder 118 hoofs   97

3.4

Moordkuil   218   165

1.5

De presentatie   28   39

2.5

De lucht is blauw   124   100

3.5

Argumenteren 2   222   172

1.6

Tekstverbanden   41   43

2.6

Beknopt formule- 129 ren   102

3.6

Misdaad en straf   226   175

1.7

Puberruil   49

2.7

Een samenvatting 133 maken   105

3.7

Wetenschap in de 232 rechtbank   187

1.8

Gered!   52   48

2.8

Romeo en Julia   141   108

3.8

Koeterwaals?   235   190

1.9

De roman van 56 Walewein   50

2.9

De filmtrailer   150   112

3.9

Het recht van de 240 sterkste   193

1.10

De graal   63   59

2.10

Het ontstaan van 153 het Nederlands   114

3.10

Goed gezelschap?   245   199

1.11

De laatste held   70   60

2.11

Liefdesverdriet   160   120

3.11

1.12

Schema’s maken 73   63

2.12

Liefde in tijden van 170 cholera   129

Een argumente- 248 rende tekst kritisch beoordelen

3.12

1.13

Ver van huis   83   66

2.13

Tirza   178   138

Een tekst schrijven 253 aan de hand van een vaste structuur

1.14

Grenzen stellen   87   73

2.14

Taalexoten   182   144

3.13

De parachute- 262 moord   202

1.15

Droog   91

2.15

Allergieën, een mo­-1 86 derne epidemie   146

3.14

Te lichte straf voor 267 doodrijder

1.16

Tweede taal voor 94 allemaal   75

2.16

Je naam en je 191 leven   147

3.15

Het aanrijdings- 274 formulier   210

2.17

Enkele pijnpunten   200   156

3.16

Een dag uit een 277 leven   212

3.17

Allemaal mensen   281   213

3.18

Enkele pijnpunten   285   217

1.17

Enkele pijnpunten   97   80

INHOUDSOPGAVE 4

3  FOUT GEZELSCHAP

MINDER HOOFS


4  DE NAAKTE WAARHEID

5  BLING BLING

4.1

Lisbeth Salander: de geniale 293 hackster   222

5.1

Steenrijk   401

4.2

Het radiojournaal   299

5.2

Alles moet weg   403   330

4.3

Over stads- en stiftgedichten   303   229

5.3

Het juiste woord op de juiste plaats   406   336

4.4

Wikipedia   307   241

5.4

No Logo   411   340

4.5

Waar komen onze woorden 312 vandaan?   246

5.5

Registers   416   346

4.6

Een auditverslag van een klas- 317 genoot   250

5.6

Vergaderen   418

4.7

Reynaert de Vos   325   252

5.7

De taal van het geld   431

4.8

Alle begin is moeilijk   335   280

5.8

Ik facebookte   435   349

4.9

Spot met het geloof?   338   286

5.9

Game over?   437

4.10

Redeneren   345   288

5.10

Het opiniestuk   443   350

4.11

Het Vlaamse medialandschap   349   294

5.11

Klasse   451   351

4.12

Het sociale netwerk: een uit- 358 gebreide recensie   302

5.12

Lijmen   456   356

4.13

De lezersbrief   365   311

5.13

Lijmen: rollenspel   464   376

4.14

De strijd om de macht   375   317

5.14

Mariken van Nieumeghen   469

4.15

Alles verandert   381   319

5.15

Missen is menselijk   470   379

4.16

Troetelnamen   385   323

5.16

Winnende woorden   473

4.17

Elektronisch taaladvies   389

5.17

Plaatsnamen   480   382

4.18

Enkele pijnpunten   392   326

5.18

Enkele pijnpunten 485   384

INHOUDSOPGAVE 5


1

helden


Deel 1  Helden

DEEL 1 8

Inhoud

Wat ken en kun je na dit deel?

p.

1 ‘Helden’

• • • •

11

2 Alledaagse helden

• Een tijdschriftartikel intensief lezen. • Een heldenverhaal schrijven.

14

3 Familienamen

• Je eigen familienaam verklaren. • De verschillende soorten familienamen geven met telkens twee duidelijke voorbeelden. • Het ontstaan van de familienamen verklaren en de evolutie ervan weergeven. • Enkele typische vormeigenaardigheden geven die samenhangen met de vastlegging ervan. • De betekenis van enkele familienamen opzoeken. • Het antwoord op enkele vragen vinden op het internet.

17

4 De Karelroman

• Fragmenten uit een middeleeuws ridderverhaal lezen. • Een literaire tekst analyseren, interpreteren en evalueren. • De belangrijkste thema’s van Karel ende Elegast afleiden uit een tekstfragment. • De Karelroman situeren in zijn culturele en historische context. • Een persoonlijke mening verwoorden, een discussie voeren en tot een consensus komen. • Informatie opzoeken op het internet. • Enkele moeilijke woorden verklaren of terugvinden in een tekst.

21

5 De presentatie

• • • • • • • • • •

De resultaten van groepswerk in groep voor de klas presenteren. Een degelijke, heldere en vlotte presentatie houden. Vlot, duidelijk en correct praten met de juiste intonatie en lichaamshouding. Hulpmateriaal doeltreffend gebruiken. Efficiënt samenwerken. Een literaire tekst analyseren, interpreteren en evalueren. Een film analyseren, interpreteren en evalueren. De nodige informatie opzoeken. Een creatieve opdracht uitvoeren. De presentatie evalueren aan de hand van een hulpschema.

28

6 Tekstverbanden

• • • • •

Verbanden tussen tekstdelen markeren (signaalwoorden). De aard van het verband benoemen. Vaste tekststructuren herkennen. Tekstschema’s maken. Informatieve en argumenterende teksten oriënterend en intensief lezen.

41

7 Puberruil

• • • •

Oriënterend en intensief luisteren en kijken. Vragen over een tv-programma beantwoorden. Interculturele verschillen geven en erover discussiëren. Je mening formuleren over de manier waarop de hoofdpersonages zich gedragen in hun nieuwe omgeving. • Je oordeel over een programma geven en over ontwikkelingsorganisaties.

49

8 Gered!

• • • •

Een gedicht en lied interpreteren. Verbanden leggen tussen beide teksten. Verbanden leggen met de alledaagse werkelijkheid en met je eigen leven. Je oordeel formuleren.

52

9 De roman van Walewein

• • • • •

Een Middelnederlandse literaire tekst intensief lezen. Deze tekst analyseren, interpreteren en evalueren. Nauwkeurig vertellen wat je gelezen hebt. Aandachtig luisteren naar wat iemand anders gelezen heeft. Verslag uitbrengen over je interpretatie.

56

HELDEN

Krantenberichten zoekend lezen. Het antwoord op topische vragen (wie, wat, waar …) snel terugvinden. Discussiëren over helden in de maatschappij en kunst. Formuleren wat kenmerkend is voor echte helden.


Inhoud

Wat ken en kun je na dit deel?

p.

• Discussiëren over de interpretatie, literaire ervaringen en je persoonlijke oordeel. • De tekst situeren in zijn historische, culturele en maatschappelijke context. • Efficiënt samenwerken. • Informatie efficiënt opzoeken op het internet. 10 De graal

• Vragen over een aantal literaire thema’s en een film beantwoorden. • Efficiënt gebruikmaken van het internet om informatie te vinden (zoekend lezen). • Enkele literaire begrippen kunnen omschrijven. • Een oordeel formuleren over een film. • Persoonlijke literaire en artistieke ervaringen onder woorden brengen.

63

11 De laatste held

• • • • •

Een fantasyverhaal lezen en interpreteren. Stereotypen in een literaire tekst opsporen. Een literaire tekst binnen een bepaald genre situeren. Soorten humor herkennen en benoemen. Een persoonlijke mening over een literaire tekst op een gestructureerde manier verwoorden. • Verslag uitbrengen over en discussiëren over literaire ervaringen, je persoonlijke oordeel en interpretatie. • Intertekstuele mythologische verwijzingen herkennen en bespreken. • Informatie opzoeken op het internet.

70

12 Schema’s maken

• Tekstschema’s maken. • Informatieve en argumenterende teksten oriënterend en intensief lezen. • Verbanden tussen tekstdelen markeren en de aard van het verband benoemen. • Vaste tekststructuren herkennen. • Elkaars teksten beoordelen.

73

13 Ver van huis

• • • •

Een moderne literaire tekst intensief lezen. Deze tekst analyseren, interpreteren en evalueren. Nauwkeurig vertellen wat je gelezen hebt en aandachtig luisteren. Verslag uitbrengen over en discussiëren over literaire ervaringen, je persoonlijke oordeel en interpretatie. • De tekst situeren in zijn historische en maatschappelijke context. • Informatie opzoeken op het internet.

83

14 Grenzen stellen

• Het verschil formuleren tussen assertief, agressief en niet-assertief gedrag. • Zeggen hoe jij gewoonlijk reageert. • Formuleren waarom assertief gedrag belangrijk is. • Een rollenspel spelen in verschillende ‘stijlen’. • Je in een bepaalde situatie inleven. • Vlot, duidelijk en correct praten met de juiste intonatie en lichaamshouding. • Efficiënt samenwerken. • Het rollenspel evalueren.

87

15 Droog

• • • • •

Oriënterend en intensief luisteren en kijken. Vragen over fragmenten uit een cabaretvoorstelling beantwoorden. De cabaretier en zijn humor typeren. Zijn taalgebruik en lichaamstaal omschrijven. Je oordeel over de fragmenten geven.

91

16 Tweede taal voor allemaal

• • • • • •

Een informatieve tekst oriënterend, zoekend en intensief lezen. Gegevens in de teksten snel terugvinden en persoonlijk verwerken. Achtergrondkennis verwerven over het Esperanto en andere kunsttalen. Je mening formuleren over zo’n taal. Reflecteren op je leesvaardigheid. De stijl van de tekst beoordelen.

94

17 Enkele pijnpunten

• Een aantal woorden correct schrijven. • Enkele frequente spel- en taalfouten niet meer maken. • Een aantal foutieve zinnen verbeteren.

97

DEEL 1 9


Jeroom, Humo nr. 3663

DEEL 1 10

HELDEN


1.1 ‘Helden’ Doelen Wat moet je kennen en kunnen? • Krantenberichten zoekend lezen. • Het antwoord op topische vragen (wie, wat, waar …) snel terugvinden. • Discussiëren over helden in de maatschappij en kunst. • Formuleren wat kenmerkend is voor echte helden. Vooraf Als we het over helden hebben, hebben we het uiteraard ook altijd over heldinnen.

33 Opdracht 1 Wie zijn jouw helden? Waarom?

33 Opdracht 2 In een goed krantenbericht kun je snel een antwoord krijgen op de vragen die hieronder staan. Veelal staat de essentie al in de intro en vind je daarna wat meer uitleg. Noteer het nummer van de teksten die je toegewezen krijgt en beantwoord dan binnen de opgegeven tijd deze vragen.

Wie?

Wat?

Waar?

Wanneer?

Hoe?

Tekst nummer …

Tekst nummer …

1.1  ‘Helden’

1 1

1

DEEL 1 11


Waarom?

Gevolg?

1 1

33 1

G W

Tekst nummer ‌

Tekst nummer ‌

Opdracht 3

Bespreek de verschillende teksten in groepjes. Iedereen schrijft de antwoorden op, want iedereen kan nadien gevraagd worden verslag uit te brengen voor de klas. 1 Wie is volgens jullie de grootste held, wie de minste? Maak een schaal waarop jullie de verschillende hoofdfiguren plaatsen en motiveer jullie rangschikking. 2 Zijn er personen, eventueel ook personages uit literatuur, film e.d. die jullie nog heldhaftiger vinden dan die uit de teksten? Wie? Waarom? 3 Samenvattend, aan welke voorwaarden moet iemand volgens jullie voldoen om een echte held(in) te zijn?

DEEL 1 12

HELDEN


33

Opdracht 4

G W

Stel dat jullie in groep een soort Facebook zouden aanmaken met jullie helden. Welke vijf personen komen er zeker in en waarom? Maak op een apart blad een profiel aan van jullie groep en van jullie helden.

33 Opdracht 5 1 Hoe waren je prestaties bij opdracht 2? Wat kan eventueel beter? Hoe? 2 Wat onthoud je vooral uit deze les? Heb je bv. nieuwe helden ontdekt?

1.1  ‘Helden’

DEEL 1 13


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Focus 5 werkboek voorbeeldhoofdstuk by VAN IN - Issuu