Hoe werk je 4 delen
Elk deel bestaat uit
VAARDIGHEDEN
p.
16
JZER LEERWI
Mars Venus en Deel 1
je? Wat leer oefen je? Kennis: en: Wat verwacht? Vaardighed wordt er van je Wat Attitude:
Inhoud
ns en meis Over jongeijt 1 De weg kw 1.1
KIJKEN
• LEZEN
e tekst toe. ij een nieuw t. -strategie b n teks ksten. st de OVUR de inhoud van ee figuren in te Je pa dachte ruik en stijl ecteert op en hoofdge lijk taalgeb Je refl ort. ron, zender rkent figuur lumn als tekstso espubliek, b Je he rkent de co oel, onderwerp, le Je he . paalt tekstd. ikte zinnen Je be ttype on-fictie. te en ondergesch bij een teksheidt fictie van n vengeschik dersc ge, ne Je on voudi . rkent enkel egenover clichés argumenteert. menten. Je he tegenargu at kritisch t igen mening en je formuleert en je Je sta rt je e etoog mulee ndermans b Je for stert naar a Je lui t inplannen. r week kun tudietijd pe planning op. oldoende s ciënte g. at na of je v etailleerde en effi rete plannin Je ga aakte conc . en. akt een ged zelf opgem werk e te verhog Je ma alueert een egenover je eigen studie-efficiënti Je ev nt kritisch t r suggesties om je Je be at open voo Je sta t. . rgumenteer isie en je a van klasgenoten lijke v je persoon twoorden met die n. Je uit rgelijkt je ane visie van andere ie. en vis Je ve gie toe. stert naar d t schriftelijk je eig VUR-strate ekst. Je lui rwoordt kor ieuwe tekst de O tijl van een t Je ve st bij een n de inhoud en de s Je pa ecteert op typen. Je refl rkent stereo Je he . et. n sprookjes erken voldo nmerken va an de kenm n corrigeer t ze. rkent de ke jden e rookje dat a Je he zelf een sp n de werkwoordsti hrijft n tege Je sc rkent foute Je he
Teksten, te 1.2
19 19
jes
ksten en no
22 g mee
r teksten
schik … nevenge FOCUS op ben jij? 1.3 Hoe cliché 1.4
2
Plan je
geschikte z
te en onder
innen
28 29
39
dag!
• LUISTER
44 44
EN • SCH
Beestige 3 Fotoronde 3.1
schoonhe
id
RIJVEN
Disneyfilms 3.2
N • SPREKE
kjes Over sproorsonages 4 Typische pe 4.1 veren rdstijden De drie … werkwoo 4.2 FOCUS op 4.3
47
50 50 52 59
Op de beginpagina’s van elk deel vind je niet alleen de inhoud van dat deel, maar ook een overzicht van de vaardigheden en de kennis die erin aan bod komen.
*
prefereren: verkiezen, de voorkeur geven aan
In deze kadertjes ontdek je de betekenis van typische schooltaalwoorden. Dat zijn woorden die je op school nog vaak zult tegenkomen en die je dus zeker moet kennen. In de tekst zijn ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*).
Bij die opdracht zal je een videofragment bekijken.
Focus 4 tso
Deze pictogrammen vind je bovenaan een nieuw hoofdstuk. Ze geven aan op welke vaardigheden je vooral zal trainen.
*
empathisch: meelevend, veel inlevingsvermogen hebbend
Ook moeilijke woorden worden onder aan de bladzijde verklaard. In de tekst zijn ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*).
Bij die tekst of oefening zal je leerkracht je een audiofragment laten beluisteren.
met Focus 4 tso? 5.3 FOCUS op … de werkwoordelijke eindgroep FO C US Opdracht 7 Hieronder staat nog een lezersbrief. Hij is vlot geschreven, maar er staan enkele fouten in met betrekking tot de werkwoordelijke eindgroep.
+
bv. een foute constructie: beter:
Ik vind dat zal moeten worden aan verbetering gewerkt. NADENKEN OVER TAAL Ik vind dat aan verbetering zal moeten worden gewerkt.
Waarom is de tweede zin wel correct? 5.3 FOde CUS Er staan geen andere zinsdelen tussen werkwoorden. op … de we
rkwoordelij ke eindgroe p
Binnen de werkwoordelijke eindgroep mogen nooit andere zinsdelen staan. Bovendien moeten de hulpwerkus csamen woorden ofwel voor ofwel na het voltooid deelwoord staan. Fo Markeer de fouten in de tekst en verbeter ze in de tabel. Opdracht 7
FO C US Hieronder staa t nog een leze rsbrief. Hij is werkwoordeli vlot geschrev jke eindgroe en, maar er p. staan enkele bv. een fout fouten in met e constructie: betr ekki Ik vind dat za ng tot de beter: l moeten wor den aan verb Ik vind dat aa Waarom is de etering gewer n verbetering tweede zin wel kt. zal moeten wo correct? rden gewerkt. Er staan geen andere zins delen tussen de werkwo orden. Binnen de werk woordelijke eindgroep mog woorden sam en ofwel voor en nooit ande re zinsdelen ofwel na het Markeer de staan. Bovendie voltooid deel fouten in de woord staan. tekst en verb n moeten de eter ze in de hulpwerktabel.
TAAL
Dochter krijgt tijgerkleding Je zoomt even in op een Beste Beatrijs stukje spelling, zinsleer Mijn zoon heeft sinds een half jaar een vriendin. Een vriendelijk meisje, maar uit een heel of taalbeschouwing. ander milieu. Aan haar kledingkeuze dat al goed af te lezen, het is duidelijk dat moet worden 5.3 FOis CUS op … de In de hoofdstukken werk daaraan gewerkt. Ze draagt het liefst ‘tijger’-bloesjes, -rokjes dergelijke en is er trots op dat ze woordeen lijke eindgroep die voor paar euro heeft op de markt gekocht. Ieder z’n smaak. nadenken overeentaal staan daarover Nu heeft zeextra mijn dochter eenzelfde setje cadeau gedaan. En hoewel mijn dochter het SPELLING wel mooi vindt, herken ik daar niet meer mijn goed geklede kind in. Ik zou de kleding natuurlijk ‘te heet’ oefeningen. kunnen wassen, Je leerkracht zal je maar dat is niet eerlijk. Ouders moeten zich heel goed bewust zijn wat dergelijke kleding met een kind doet. zeggen wanneer je die Het zijn nog te jonge moet maken, nu meteenindividuen, met wie heel veel moet worden rekening gehouden. Hoe kan ik op een nette manier proberen de stijl te behouden die ons gezin heeft of later.al die jaren gekenmerkt? Dochter krijgt
tijgerkleding
Beste Beatrijs Mijn zoon heef t sinds een half jaar een vrien ander milieu. din. Een vrien Aan haar kledi delijk meisje, ngkeuze is dat daaraan gewe maar uit een al goed af te rkt. Ze draagt heel lezen, het is het liefst ‘tijge die voor een duidelijk dat r’-bloesjes, -rokj paar euro heef moet worden es en dergelijke t op de mark t gekocht. Iede en is er trots Nu heeft ze r z’n smaak. op dat ze mijn dochter eenzelfde setje vindt, herken cadeau geda ik daar niet mee an. En hoewel mijn r mijn goed gekle kunnen wass dochter het en, maar dat de kind in. Ik wel mooi is niet eerlijk. zou de kleding natuurlijk ‘te Ouders moe heet’ ten zich heel goed bewust Het zijn nog zijn wat derg te jonge indiv elijke kleding iduen, met wie Hoe kan ik op met een kind heel veel moe een nette man doet. t worden reke ier proberen al die jaren geke ning gehouden de stijl te beho . uden die ons Opdracht 7 nmerkt? gezin heeft M.V. FO C US Hieronder staa t nog een leze rsbrief. Hij is werkwoordeli vlot geschrev jke eindgroe en, maar er p. staa Naar: n enkehttp:/ bv. een fout le fout /www en.beatr e constructie: ijs.combetr in met / ekki Ik vi ng tot de nd dat zal mo beter: moe eten worden t worden daar Ik vi aan verbeteri aannd d Waarom is de at aa gew ng gewerkt. n verbetering erkt tweede zin wel zal moeten wo correct? rdenaan daar gewmoe erkt.t wor Er staan geenheef t op de markt den gewerkt gekocht andere zins delen tussen de werkwoorde moet rekening op de markt n. Binnen de werk heef t gekocht woordelijkeworden gehouden eindgroep mog woorden sam en ofwel voor en nooit ande rekening moe re zinsdelen ofwel na het Markeer de heef t al die worden staan. Bovete voltooid deel fouten in de jaren geke nmerkt uden ndien moegeho woord staan. tekst en verb ten de hulpwerk eter ze in de al die tabel. jaren heef t gekenmerkt Docrhte Mee krijen oeferning gtop tijg deerk led werkwo ing ordelijke eind Beste Beatrijs groep vind je bij 10.2 De werkwoord Mijn zoon heef elijke eind t sinds een half groep. jaar een vrien ander milieu. din. Een vrien Uitsmijter Aan haar kledingke delijk meisje, daaraan uze is dat al maar uit een gewerkt. Ze goed af te lezen Bekijk het draagt het liefst heel , filmp het die voor is je duidelijk dat ‘tijge Doing Dolly een paar euro oesjes, -rokjes moet worden Parton enr’-bl heeft op de en zie derg hoe mark elijke ver je kunt gaan t gekocht. Iede en is er trots Nu heeft ze r z’n smaak. met sexy op dat ze mijn dochter kinderkle eenzelfde setje vindt, herken ding … cadeau ik daar niet mee r mijn goed gekle gedaan. En hoewel mijn kunnen wass dochter het en, maar dat de kind in. Ik wel mooi is niet eerlijk. zou de kleding natuurlijk ‘te Ouders moe heet’ ten zich heel goed bewust Het zijn nog zijn wat derg te jonge indiv elijke kleding iduen, met wie Hoe kan ik op met een kind heel veel moe 5 Uitlaat een nette man doet. t worden reke ier proberen al die jaren geke 71 ning gehouden de stijl te beho nmerkt? . uden die ons gezin heeft M.V.
M.V.
ZINSLEER
Naar: http://www.beatrijs.com/
Naar: http:/
/www.beatr ijs.com
moet worden
daaraan gew erkt
moet worden daaraan gewerkt heef t op de
moet rekening heef t al die
markt geko
cht
rekening moe te
en op de wer
kwoordelijke
eindgroep vind
al die jaren
Kenniskoffers moet rekeningUitsworden gehouden bevatten mijt
/
t worden gew erkt
op de markt
worden geho uden
jaren gekenme rkt
heeft op de markt gekocht Meer oefening
daaraan moe
heef t gekocht
worden geho uden
heef t gekenme rkt
daaraan moet worden gewerkt op de markt heeft gekocht
kennis die onmisbaar om degehouden rekening moete is worden vaardigheden in dit boek onder de knie te krijgen. je bij 10.2 De
werkwoord
elijke eind groep.
er Bekijk het filmp
je Doing Doll y Parton en zie
hoe ver je kunt
heeft al die jaren gekenmerkt
gaan met sexy
kinderkleding
…
al die jaren heeft gekenmerkt
Om de leerstof in te oefenen of te studeren kun je de belangrijkste woorden onleesbaar maken met de rode mica die bij je boek zit. 5 Uitlaat
71
Meer oefeningen op deAndere werkwoordelijke vind nog je bijinvullen. 10.2 De werkwoordelijke eindgroep. woordeneindgroep moet je zelf
Uitsmijter
De website dit boek focus.deboeck.com Bekijkdie het bij filmpje Doing hoort. Dolly Parton en zie hoe ver je kunt gaan met sexy kinderkleding … De oefening, tekst of link die je nodig hebt, vind je terug onder hetzelfde deel en paginanummer 5 Uitlaat Deel 1 Venus en Mars 71 70 als in je boek. Op de site is bovendien een schat aan extra informatie en oefeningen verzameld. Die kun je Onderaan op de linkerpagina zie je in welk deel je aan het werken ook op eigen houtje verkennen. bent, onderaan op de rechterpagina in welk hoofdstuk.
Hoe werk je met Focus 4 tso?
nadenken over taal
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
1 Venus en Mars 1 1.1 1.2 1.3
2 Iedereen uniek Versneld – vertraagd Verteltempo De woorden van zijn vingers FOCUS op … mijn rechten
131 131 136 140
Je bent gezien! Lichaamstaal Cultuurgebonden lichaamstaal Opgelet, je lichaam spreekt (ook) Soften
141 141 144 145 146
Legendarisch toch? Legende en sage De stadssage Over urban legends gesproken
154 154 157 167
Turen naar structuren Tekststructuren FOCUS op … signaalwoorden
169 169 178
De app komt uit de mouw
179
Unieke poëzie Lettertypes in niet-zakelijke teksten FOCUS op … typografie Visuele poëzie
186 186 187 188
7
Kruip in je pen
191
8
Webquest: mijn rechten
197
9
Genietend lezen
201
95 10 95 10.1 102 10.2 103 11 106 11.1 106 11.2 116 11.3
Over zinnen en woorden Word actief! Woordsoorten
207 207 210
Correct gespeld Werkwoordspelling Het trema Het meervoud
214 214 218 220
124 12 124 12.1 12.2 12.3
Taal en stijl Signaalwoorden Dialect versus standaardtaal Unieke lettertypes
225 225 227 233
19 19 22 28
1 1.1 1.2 1.3
1.4
Over jongens en meisjes De weg kwijt Teksten, teksten en nog meer teksten FOCUS op … nevengeschikte en ondergeschikte zinnen Hoe cliché ben jij?
2
Plan je dag!
3 3.1 3.2
Beestige schoonheid Fotoronde Disneyfilms
29 2 2.1 39 2.2 2.3 44 2.4 44 47 3
Over sprookjes Typische personages De drie veren FOCUS op … werkwoordstijden
3.1 50 3.2 50 3.3 52 59 4
4 4.1 4.2 4.3 5 5.1 5.2 5.3
Uitlaat Terug naar schoolmode De lezersbrief FOCUS op … de werkwoordelijke eindgroep
4.1 60 4.2 60 66 5
6
Liefdespoëzie
7
Mathilde en co
71 6 6.1 72 6.2 6.3 77
8
Een jongen of een meisje?
86
9
Genietend lezen
89
10 10.1 10.2 10.3
Over zinnen en woorden Nevenschikking en onderschikking De werkwoordelijke eindgroep Gebruik van werkwoordstijden
11 11.1 11.2
Correct gespeld Werkwoordspelling Leestekens en hoofdletters
12
Taal en stijl Verwijswoorden
Focus 4 tso
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
3 Open doek 1 1.1 1.2 1.3
4 En ... actie! Een fantastische toekomst? Een vlucht naar … FOCUS op … romantiek en realisme
339 339 347
2
241 1 De mythe 241 1.1 Titanen 247 1.2 FOCUS op … de apostrof Enkele ‘straffe’ personages uit de Griekse 248 mythologie 2 2.1 253 2.2 Gekloond
Humor Letterlijk en figuurlijk LOL
349 349 351
3 3.1 3.2 3.3 3.4
T-eater Dit is theater Hedendaags theater De schouwburg Van tekst naar voorstelling
In ’t kort Het kortverhaal De kortfilm
361 361 368
4
Radio Ga-ga
4 4.1 271 4.2
Gepakt en gezakt Op reis … of toch niet? Geen vuiltje aan de lucht?
375 375 382
5 5.1 5.2 5.3
274 5 274 275 6
Te laat voor het klimaat?
385
Echt of gespeeld?
393
5.4
Poëzie in beweging Muziek en woord Poetry slam FOCUS op … bijvoeglijk naamwoord en bijwoord Poëzieperformance!
279 7 280
6 6.1 6.2
Spot op informatieve teksten Game over Vreemde smaakjes
7.1 283 7.2 283 7.3 286
Redelijk gevoelig: romantiek en realisme Realistisch of romantisch? Romantiek, vroeger en nu Realisme, vroeger en nu
401 401 404 408
7
Gestripte helden
8
Genietend lezen
Voor m/v met talent Solliciteren NBN-normen Een sollicitatiebrief schrijven
410 410 418 419
Genietend lezen
429
261 261 263 264 267
3 3.1 3.2
8 296 8.1 8.2 305 8.3
nadenken over taal
9 9
Over zinnen en woorden Bijvoeglijk naamwoord versus bijwoord
313 10 313
Over zinnen en woorden De hulpwerkwoorden hebben en zijn
451 451
10 10.1 10.2 10.3
Correct gespeld Werkwoorden van Engelse herkomst Tussenletters De apostrof
318 11 11.1 318 11.2 321 11.3 323
Correct gespeld Syntheseoefeningen werkwoorden Los, koppelteken of aan elkaar? Telwoorden
454 454 458 466
11
Taal en stijl Modaliteit
Taal en stijl Schrijftips
469 469
326 326
12
Inhoud
Focus 4 tso
studietips oriënteren op en voorbereiden van het studeren
Bekijk samen met je leerkracht de leerwijzer bij het begin van elk deel. Verken en duid aan • wat je moet leren • wat je moet oefenen • wat van je verwacht wordt.
uitvoeren: het studeren zelf
Na het verkennen van de leerstof, prent je die goed in. Repeteer zeker voldoende. Wat kan je daarbij helpen? • de kenniskoffers in je leerwerkboek met de rode mica als hulpmiddel • oefeningen opnieuw maken • aanvullende oefeningen maken op de website
reflecteren op het studeren
Maak voor jezelf een kleine toets en ga na of je de vragen kunt beantwoorden. Vink de ingeoefende onderdelen aan op de leerwijzer als je ze onder de knie hebt.
evalueren van het studeren
Je maakt overhoringen in de klas. Besteed extra aandacht aan die vragen die je niet (volledig) correct kon beantwoorden.
Strategisch leren Zowel bij lezen, kijken en luisteren als bij spreken en schrijven is het belangrijk om een passende strategie te gebruiken. In je leerwerkboek tref je daarom uitgewerkte OVUR-kadertjes aan; zoals je weet staan die letters voor oriënteren, voorbereiden, uitvoeren en reflecteren (of nadenken over). Daarover leerde je de vorige jaren al en je oefende dat voortdurend in. Het toepassen van die strategie moet uiteindelijk een automatisme worden en almaar vlotter verlopen. De algemene OVUR-kaders op p. 11-12 kun je raadplegen bij elke opdracht lezen, luisteren, spreken of schrijven waar geen afzonderlijk uitgewerkt OVUR-kader voorzien is.
Focus 4 tso
KIJKEN/LUISTEREN VOOR het kijken / luisteren
TIJDENS het kijken / luisteren
NA het kijken / luisteren
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Welk soort en welk type fragment bekijk/beluister je? Voor wie is het fragment bedoeld? Wat is het vermoedelijke kijk/luisterdoel? Hoe vaak krijg je het fragment te zien/horen?
(eerste luisterbeurt) globaal kijken/luisteren Ga na wat het hoofdonderwerp van het fragment is. Noteer moeilijke woorden die je te horen kreeg. Noteer beknopt kernwoorden en woordgroepen die in grote lijnen de inhoud weergeven.
Begrijp je de inhoud van het fragment? Weet je nu wat je wilde weten over het onderwerp? Klopt het wat in de tekst wordt gezegd? Ben je het daarmee eens? Hoe verliep het kijken/luisteren?
voorbereiden Wat is het onderwerp? Wat weet je er al over? Wat wil je erover bijleren, te weten komen? Wat is de bron? Wie is de zender?
(tweede luisterbeurt) zoekend kijken/luisteren Ga op zoek naar de verschillende delen in het fragment. Zoek sleutelzinnen en signaalwoorden. Ga na welk taalregister wordt gebruikt. Onderscheid hoofdzaken van details. Zoek antwoorden op vragen die in de opdrachten worden gesteld. intensief kijken/luisteren Kijk/luister gedetailleerd, op zoek naar • de verklaring van moeilijke woorden (bv. via de context) • verwijswoorden en signaalwoorden • kernwoorden. Maak aan de hand van die woorden een schema en/of samenvatting.
spreken VOOR het spreken
TIJDENS het spreken
NA het spreken
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Wat is het onderwerp? Wat is het spreekdoel? Wie is het publiek voor wie gesproken wordt? voorbereiden Wat weet je al over het onderwerp waarover je zult spreken? Waarover wil je precies spreken? Stel een spreekplan op. Verzamel de nodige informatie: maak een woordspin of een mindmap.
Houd rekening met je spreekdoel. Gebruik je woordspin of mindmap als leidraad bij je spreekopdracht. Houd tijdens het spreken rekening met de zaken die je leerkracht zal beoordelen.
Heb je het spreekdoel bereikt? Waarom wel/niet? Welk effect heeft je boodschap op het spreekpubliek? Hoe verliep het uitvoeren van je spreektaak? Indien je problemen ondervond, hoe loste je die op? Welke positieve punten zul je behouden?
Strategisch leren
lezen VOOR het lezen
TIJDENS het lezen
NA het lezen
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Observeer de tekst. Ga op zoek naar titels, tussentitels, foto’s en onderschriften, grafieken, tabellen … Welke tekstsoort en welk teksttype is deze tekst? Voor wie is de tekst bedoeld? Wat is het vermoedelijke tekstdoel? voorbereiden Wat is het onderwerp? Wat weet je er al over? Wat wil je erover bijleren, te weten komen? Wat is de bron? Wie is de zender?
globaal lezen Ga na wat het hoofdonderwerp van de tekst is. Lees de inleiding en het slot. Lees de begin- en eindzin van een korte(re) tekst. zoekend lezen Ga op zoek naar de verschillende delen. Zoek sleutelzinnen en signaalwoorden. Ga na welk taalregister wordt gebruikt. Onderscheid hoofdzaken van details. Onderscheid feiten van meningen. Zoek antwoorden op vragen die in de opdrachten worden gesteld.
Begrijp je de inhoud van de tekst? Weet je nu wat je wilde weten over het onderwerp? Klopt het wat in de tekst wordt gezegd? Ben je het eens met wat de auteur schrijft? Hoe verliep het lezen?
intensief lezen Lees gedetailleerd, op zoek naar • verklaringen van moeilijke woorden (bv. via de context); • verwijswoorden en signaalwoorden • kernwoorden. Maak aan de hand van die woorden een schema en/of samenvatting (= studerend lezen).
schrijven VOOR het schrijven
TIJDENS het schrijven
NA het schrijven
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Wat is het onderwerp? Welk teksttype moet je schrijven? Wat is het schrijfdoel? Voor welk publiek zul je schrijven? voorbereiden Wat weet je al over het onderwerp waarover je zult schrijven? Wat wil je precies schrijven? Hoe moet je tekst eruitzien? Heeft je tekst speciale kenmerken? Stel een schrijfplan op. Verzamel de nodige informatie: maak een woordspin of een mindmap.
Focus 4 tso
Houd rekening met je schrijfdoel. Werk je woordspin of mindmap bij. Maak een beknopt schema en een kladversie van je tekst. Houd rekening met de zaken die je leerkracht zal beoordelen: overloop het evaluatieformulier in je leerwerkboek.
Heb je het schrijfdoel bereikt? Waarom wel/niet? Welk effect heeft je boodschap op de lezer? Hoe verliep het uitvoeren van je schrijftaak? Indien je problemen ondervond, hoe loste je die op? Welke positieve punten zul je behouden?
Checklist taal en stijl Gebruik deze checklist om je schrijfopdrachten te controleren op taal- en stijlfouten. Twijfel je aan de juistheid van een constructie of wil je meer informatie, raadpleeg dan het naslagwerk Helder Nederlands. Voor taalfouten staat een asterisk (*); die constructies zijn dus niet correct. In de middelste kolom vind je stijltips. ‘Stijlfouten’ zijn geen grammaticale fouten, maar ze worden afgeraden in een vlotte en boeiende tekst. TAAL Werkwoordelijke eindgroep De hulpwerkwoorden staan samen voor of achter het voltooid deelwoord of de infinitief.
correct
fout
Hij zei dat de bestelling morgen zal worden uitgevoerd. Hij zei dat de bestelling morgen uitgevoerd zal worden.
*Hij zei dat de bestelling morgen zal uitgevoerd worden.
Niet-werkwoordelijke elementen We zullen daar wat aan moeten doen. doorbreken de eindgroep niet.
*We zullen daar wat moeten aan doen.
De dader is ontmaskerd. Er mag maximaal één voltooid deelwoord in de werkwoordelijke eindgroep staan (behalve als het om een opsomming gaat).
*De dader is ontmaskerd geworden.
Beknopte bijzinnen Het verzwegen onderwerp van de bijzin moet overeenstemmen met het onderwerp uit de hoofdzin.
Samentrekking Gemeenschappelijke delen samentrekken is correct wanneer de betekenis, functie en vorm gelijk zijn.
Verwijswoorden Mannelijk → zijn, hij Vrouwelijk → haar, zij Onzijdig → zijn, het Verwijs grammaticaal correct en voldoende concreet (verwijs maximaal één zin terug in een tekst).
Zonder met ons te overleggen, namen ze een beslissing. Na vijf jaar in de cel te hebben doorgebracht, werd hij door de politie als een herboren mens beschouwd.
*Zonder met ons te overleggen, werd een beslissing genomen. *Na vijf jaar in de cel te hebben doorgebracht, beschouwde de politie hem als een herboren mens.
Je cadeau heeft ons overweldigd en het heeft ons veel plezier gedaan. Hij dronk een pintje en de broers dronken een cola. Hij stak hem neer en liep de straat over.
*Je cadeau heeft ons overweldigd en veel plezier gedaan.
De klas was rumoerig. De leerlingen waren rumoerig.
*De klas ging mee. Ze waren rumoerig.
De directie kent haar bevoegdheden.
*De directie kent zijn bevoegdheden.
*Hij dronk een pintje en de broers een cola. *Hij stak hem neer en de straat over.
Strategisch leren
STIJL Korte zinnen Wissel korte en lange zinnen af. Vermijd een omslachtige zinsbouw.
Houd hoofd- en bijzinnen wel samen. Gevarieerde zinsbouw Varieer de woordvolgorde met inversie, vraagzinnen enz. Vermijd herhalingen. Naamwoordstijl Werkwoorden zijn vaak actiever en vlotter dan naamwoordconstructies.
correct en vlot
te vermijden
Karen is lid van de gemeenteraad, die onlangs besliste om het kruispunt opnieuw aan te leggen. De werken worden vanaf mei uitgevoerd.
Karen is lid van de gemeenteraad, die onlangs besliste om het kruispunt opnieuw aan te leggen, wat vanaf mei uitgevoerd wordt.
Ik blijf thuis omdat het regent.
*Ik blijf thuis. Omdat het regent.
Ik heet Karen. Ik ben twaalf jaar en gepassioneerd door paardensport. Mijn lievelingsgerecht is lasagne.
Ik heet Karen. Ik ben twaalf jaar. Ik houd van paardensport. Ik eet graag lasagne.
Hij heeft de bron vergeten te vermelden. Timo overlegt met Kim.
Hij heeft de vermelding van de bron vergeten. Timo voert overleg met Kim.
Contaminatie Het is duur. Woorden of uitdrukkingen met een gelijkaardige betekenis door Het kost veel. elkaar halen. Pleonasme Een eigenschap van een woord wordt in een ander woord herhaald. Tautologie Twee woorden met (bijna) dezelfde betekenis. Woordkeuze Varieer je woordenschat.
We verdwaalden in de witte sneeuw. Ze had hem vooraf gewaarschuwd.
We zullen die zaak opnieuw bekijken. We zullen die zaak herbekijken.
*We zullen die zaak opnieuw herbekijken.
Hij argumenteerde/merkte op … Ook zei/beweerde hij …
Hij zei … Hij zei … Hij zei …
U bent welkom tot 17 uur. Neem gerust contact met ons op. De kunstenaars stellen werken tentoon in een leegstaande loods.
Wij sluiten om 17 uur. Aarzel niet contact met ons op te nemen. Men stelt werken tentoon in een leegstaande loods.
Wij vergoeden graag uw onkosten.
Onkosten worden graag door ons vergoed.
Schrap oubollige woorden. Lezersgericht en positief
Actieve zinnen Vermijd te veel passieve zinnen.
Focus 4 tso
*Het kost duur.
desalniettemin, betreffende, gelieve …
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
Deel 1 Venus en Mars
Je gaat na of je voldoende studietijd per week kunt inplannen. Je maakt een gedetailleerde en efficiënte planning op. Je evalueert een zelf opgemaakte concrete planning. Je bent kritisch tegenover je eigen werk. Je staat open voor suggesties om je studie-efficiëntie te verhogen.
Je uit je persoonlijke visie en je argumenteert. Je vergelijkt je antwoorden met die van klasgenoten. Je luistert naar de visie van anderen. Je verwoordt kort schriftelijk je eigen visie. Je past bij een nieuwe tekst de OVUR-strategie toe. Je reflecteert op de inhoud en de stijl van een tekst. Je herkent stereotypen.
Je herkent de kenmerken van sprookjes. Je schrijft zelf een sprookje dat aan de kenmerken voldoet. Je herkent fouten tegen de werkwoordstijden en corrigeert ze.
Je past de OVUR-strategie bij een nieuwe tekst toe. Je reflecteert op de inhoud van een tekst. Je herkent figuurlijk taalgebruik en stijlfiguren in teksten. Je herkent de column als tekstsoort. Je bepaalt tekstdoel, onderwerp, leespubliek, bron, zender en hoofdgedachte bij een teksttype. Je onderscheidt fictie van non-fictie. Je herkent enkelvoudige, nevengeschikte en ondergeschikte zinnen. Je staat kritisch tegenover clichés. Je formuleert je eigen mening en je argumenteert. Je luistert naar andermans betoog en je formuleert tegenargumenten.
Kennis: Wat leer je? Vaardigheden: Wat oefen je? Attitude: Wat wordt er van je verwacht?
39
2
4 4.1 4.2 4.3
Over sprookjes Typische personages De drie veren FOCUS op … werkwoordstijden
50 50 52 59
47
3.2 Disneyfilms
44 44 3 Beestige schoonheid 3.1 Fotoronde
Plan je dag!
28 29
1.3 FOCUS op … nevengeschikte en ondergeschikte zinnen 1.4 Hoe cliché ben jij?
22
19 19
1 Over jongens en meisjes 1.1 De weg kwijt
1.2 Teksten, teksten en nog meer teksten
p.
Inhoud
LEERWIJZER
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
Doelstellingen
Je geniet van poëzie. Je bepaalt de sfeer van een gedicht. Je bespreekt de inhoud van een gedicht. Je herkent enkele stijlfiguren die in poëzie gebruikt worden.
Je geniet van een fragment uit een boek. Je achterhaalt de tijd, ruimte, hoofdpersonages en thematiek van een fragment. Je verwoordt je leeservaring aan de hand van opdrachten. Je voorspelt het verdere verloop van een verhaal.
Je kiest een passende kijk- en luisterstrategie. Je kijkt en luistert geconcentreerd. Je neemt actief deel aan een klassengesprek.
Je herkent de verschillende types personages. Je onderscheidt uiterlijke en innerlijke kenmerken van personages. Je leidt af of de karakterkenmerken rechtstreeks of onrechtstreeks aangeboden worden. Je onderzoekt of de naamgeving van een personage een diepere betekenis heeft.
Je verwoordt je mening en onderbouwt die met argumenten. Je herkent de kenmerken van een lezersbrief. Je vervangt woorden door moeilijkere synoniemen. Je schrijft een vlotte lezersbrief die aan de genrekenmerken voldoet. Je hebt aandacht voor stijl en corrigeert taalfouten in teksten.
9
8
7
86
89
Een jongen of een meisje?
Genietend lezen
Mathilde en co
77
72
6 Liefdespoëzie
71
60 60 66
5.3 FOCUS op … de werkwoordelijke eindgroep
5 Uitlaat 5.1 Terug naar schoolmode 5.2 De lezersbrief
NADENKEN OVER TAAL
Deel 1 Venus en Mars
Je rangschikt werkwoorden naargelang hun vorm. Je spelt werkwoorden en hun hoofdtijden correct. Je gebruikt hoofdletters en leestekens op een correcte manier. Je verklaart het gebruik van hoofdletters en leestekens.
Je herkent en onderzoekt het genus van zelfstandige naamwoorden. Je gebruikt correcte verwijswoorden.
Je herkent en onderzoekt zinnen als samengestelde en enkelvoudige zinnen. Je duidt nevenschikking en onderschikking binnen samengestelde zinnen aan. Je maakt zelf samengestelde zinnen. Je verbetert zinnen met een foutieve beknopte bijzin. Je verbetert fouten in de volgorde van de werkwoordelijke eindgroep. Je vormt de werkwoordelijke eindgroep van een zin correct. Je kiest passende werkwoordstijden in teksten.
102 103 106 106 116 124 124
10.3 Gebruik van werkwoordstijden 11 Correct gespeld 11.1 Werkwoordspelling 11.2 Leestekens en hoofdletters 12 Taal en stijl Verwijswoorden
95 95
10.2 De werkwoordelijke eindgroep
10 Over zinnen en woorden 10.1 Nevenschikking en onderschikking
1 Over jongens en meisjes Je past de OVUR-strategie bij een nieuwe tekst toe. Je refl ecteert op de inhoud van een tekst. Je herkent fi guurlijk taalgebruik en stijlfi guren in teksten. Je herkent de column als tekstsoort. Je bepaalt tekstdoel, onderwerp, leespubliek, bron, zender en hoofdgedachte bij een teksttype. Je onderscheidt fi ctie van non-fi ctie. Je herkent enkelvoudige, nevengeschikte en ondergeschikte zinnen. Je staat kritisch tegenover clichés. Je formuleert je eigen mening en je argumenteert. Je luistert naar andermans betoog en je formuleert tegenargumenten.
1.1 De weg kwijt Opdracht 1 Bekijk de foto. Vertel wat je ziet. Is dit een herkenbare situatie?
Opdracht 2 Straks zul je een tekst van Stijn De Wolf lezen. Vul voor het lezen de linkerkolom van het OVUR-kader aan, nadien de rechterkolom.
De weg kwijt VOOR het lezen
TIJDENS het lezen
NA het lezen
oriënteren en voorbereiden
uitvoeren
reflecteren
Waarover denk je dat de tekst zal gaan als je de titel hoort?
Lees de tekst. Beantwoord de vragen over woordenschat (opdracht 3) en stijl ( 3) en stijl (opdracht 4).
Wat is de bedoeling van de auteur met deze tekst?
Wat is de bron van deze tekst?
Is de toon objectief of subjectief?
Wat valt op aan de vorm van de tekst?
Welk teksttype heb je hier gelezen?
1 Over jongens en meisjes
Opdracht 3 Woordenschat • Welk woord gebruikt de auteur voor: – heel kort knippen? – damesschoenen met hoge hakken? – ‘voelsprieten’ om gelijk geaarde mensen te vinden? – edel in moreel opzicht; met goede, eerlijke bedoe lingen? • Waarvoor wordt in het algemeen het tussenwerpsel ‘oeps’ gebruikt? Wanneer iemand – – – – • Wat betekent de uitdrukking ‘op ieder potje past een dekseltje’?
• Waarom gebruikt de auteur het woordje ‘oeps’ als hij zegt: ‘Elk potje vond er wel een dekseltje’?
Vroeger, zo luidt een onder bejaarden populaire legende, was het toch allemaal beter. En gemakkelijker. Duidelijk maken dat je lesbisch was, bijvoorbeeld. Je liet je haar wekelijks millimeteren, je ruilde je beha voor een houthakkershemd of een broekpak, je droeg sportschoenen, een mannenparfum en als niet-seizoensgebonden accessoire een boze blik, gericht op alles en iedereen. Een partner vinden was niet moeilijk: je ging op zoek naar je spiegelbeeld et voilà, pats-boem! Toen bleek plots dat het ook anders kon. Dat lesbische vrouwen in alle vormen en formaten bestonden en dat ze zich zelfs, jawel, als een ‘normale’ vrouw konden vermommen! Met lang haar, vro(uwe)lijke jurkjes, pumps en lipstick. Wat werd het toen verwarrend, voor iedereen. Voor mannen, die niet meer wisten wie nu wel en wie nu niet en dan maar fantasieën gingen koesteren over elke vrouw, het liefst nog met elkaar. Maar ook voor de lesbische vrouw, wier gaydar plots het noorden niet meer vond. Gelukkig waren er nog speciale fuiven om duidelijkheid te scheppen voor wie dat wilde. En het internet, met chatboxen en websites en Facebookgroepen. Elk potje – oeps – vond er wel een dekseltje. De Nederlandse provincie Groningen gaat nu een stap verder en introduceert het Damespad, 17 kilometer wandelpad waar lesbiennes elkaar kunnen ontmoeten. Op zich een nobel initiatief. Maar omdat ook hetero’s en homomannen het pad mogen gebruiken, kunnen lesbische vrouwen een ‘speciaal speldje’ dragen om zich kenbaar te maken. Ze is soms dun, de grens tussen goedbedoeld en naïef. Een speciaal speldje voor homofielen, waar hebben we dat eerder gehoord? STIJN DE WOLF De Standaard, 10 juli 2012
• Waarom schrijft de auteur ‘vro(uwe)lijke’, met uwe tussen haakjes?
Hoe noemen we dat soort humor? • Herlees de laatste zin. Waarnaar verwijst de auteur?
Deel 1 Venus en Mars
Opdracht 4 Stijl • Is dit een lange tekst? • Ken je het standpunt van de auteur tegenover het onderwerp, of blijft hij op de vlakte?
Hoe noemen we dat: subjectief of objectief ? • Lezen de zinnen vlot of komt het geheel eerder stroef over? Gebruikt de auteur een soort taal die ook in conversaties voorkomt (spreektaal), of lijkt het meer ‘boekentaal’?
Geef daarvan drie voorbeelden uit de tekst. – – – • Is de toon ernstig, of eerder luchtig?
• Wordt het onderwerp bekeken door een ouderwetse, traditionele bril, of met een verfrissende invalshoek? M.a.w. krijg je een andere, nieuwe kijk op dit onderwerp?
• Neemt de auteur de zaken zoals ze zijn, of is hij eerder kritisch?
Vul nu de rechterkolom van het OVUR-kader aan. Lees daarna aandachtig de kenniskoffer.
De column • is een (vrij) korte tekst (vaak één krantenkolom) • heeft een sobere, eenvoudige stijl • kan over allerhande actuele, realistische onderwerpen gaan • wil de lezer telkens verrassen met wat nieuws of met een onverwachte invalshoek • is geschreven in een duidelijk herkenbare stijl • heeft een kritische toon, dikwijls gecombineerd met een humoristische ondertoon • heeft als doel de lezer iets te leren of hem aan het denken te zetten.
1 Over jongens en meisjes