s lijkt zijn droom plot . che keuzes te staan tis ao ch moeilijke en gsverha een spannend oorlo is an ma de n va en Drom chijnselen geheimzinnige vers verwijzingen naar n werden el moderne legende Wereldoorlog al sn
Hoe wer je
Een meisje, een buitenaards wezen en De zeventienjarige Joss is een rebel e van een televisieberoemdheid en een zeer tegen de zin van het bestuur. Wanneer Mavkel, het eerste buitenaa r uitkiest als zijn studiemaatje maken zwart schaap meer, maar ee met i-Alien obby en VAARDIGHEDEN doordedeAnt veiligheidsdienst. De gezondheid van Mavkel hem en Joss. Het begint erop hele mysterie, maar om die t petrischaaltje waarin het alle Een verhaal dat je bijblijft
5 delen
Elk deel bestaat uit p.
122
LEERWIJZE
DEEL
leer je? Kennis: wat oefen je? en: wat cht? Vaardighed er van je verwa wat wordt Attitude:
R
inhoud
R r rw r
KIJKEN
nend ! veel te span boek is boek Help, mijn begin aan een read: Start to n werkwoorde tijden van zinnen op ... hoofd FOCUS ngestelde sensatie 1.2 ge en same ning en voudi Span op … enkel 1.3 FOCUS tekst 1.4 minder uigen met Meer overt e 2 De affich 1 2. iging De uitnod 2.2
1 1.1
• LEZEN
. en ruimte nages, tijd agt de perso correct. rijft en bevra chniek Je besch mt de openingste g oprecht. Je benoe ordt je leeservarin werkwoorden. van chnieken. n. Je verwo nt hoofdtijden spanningste zinne Je herke nt en benoemt samengestelde Je herke lijkt de bouw van iging. Je verge een uitnod erken voldoen. en tentie kenm een adver die aan de erken van uitnodiging ichtige opmaak. rijft de kenm e en een evenw Je besch rpt zelf een affich cte spelling en corre Je ontweaandacht voor in een zin. d voorwerp Je hebt creatief. meewerken Je werkt nt het lijdend en herke Je bruik. toe. lijk taalge trategie ikte leess n letterlijk en figuur ing. de gesch afleid tusse Je past nt het verschil de delen van) een tekst. Je herke nt (de verschillen aan in een Je herke signaalwoorden prek. Je duidt atiseert de tekst. s een klassenges tijden toe. Je schemlt je mening uit fstrategie Je wissede geschikte schrij je klasgenoot . Je past rt aandachtig naar Je luiste ren. s het luiste ap tijden je mindmap. t een mindm atie uit terde tekst. Je maak ureer t de inform een beluis at. Je struct stellingen aan rde. woordensch de gevoelswaa Je toetst zoekend naar lijkt en verge Je leest nt synoniemen inwoorden. en verkle Je herke grondwoorden Je geeft
2.3
erpen op ... voorw FOCUS
• LUISTER
n Gekke wettewoorden lijk? 3 Te gek voor … letterlijk of figuur op 3.1 ingen FOCUS op … afleid 3.2 FOCUS en 3.3 Gekke Griek 3.4
125 125 129 130 139 140 140 144 146 149 149 156 156 157
EN • SCH
161 161
RIJVEN
4 4.1
feld heid ontra De waar sten Heksenfee
N • SPREKE
165 167
iemen op … synon inwoorden FOCUS op … verkle 4.2 FOCUS 4.3
Op de beginpagina’s van elk deel vind je niet alleen de inhoud van dat deel, maar ook een overzicht van de vaardigheden en de kennis die erin aan bod komen.
Deze pictogrammen vind je bovenaan een nieuw hoofdstuk. Ze geven aan op welke Korte vaardigheden je vooral zal inhoud trainen. van Achtervolging op Auro
lin en Doelstel
en weThom Palmer heef Zo t een vreselijk sa a 3 raakt na een onge nie ws luk m
123
et zijn fiets. Aurobon, een wer eld die verdacht v Op Aurobon kom t hij erachter dat z sinister* plan was . Thom moet er – m Skipper – voor zo rgen dat de aard e n Riemen vast, daar gaan we!
ategie toe. Je past de correcte luisterstr correct. een kijk- en luisterfragment Je beantwoordt vragen over voor. Je bereidt een nieuwsflash werken. Je bent bereid om samen te
LEERWIJZER
er van jou verwacht? Wat is je opdracht? Wat wordt en luisterstrategie. aan de hand van de juiste kijkBekijk en beluister het fragment fer op de volgende pagina. Raadpleeg daarvoor de kenniskof
opdracht
Voer daarna alle opdrachten uit.
*
citeren: een stukje tekst van iemand anders letterlijk overnemen
nodig tijdens de les? Leg je
In deze kadertjes ontdek je de betekenis van typische schooltaalwoorden. Dat zijn woorden die je op school nog vaak zult tegenkomen en die je dus zeker moet kennen. In de tekst zijn ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*).
422
gaten! werken? Houd de klok in de Hoelang kun je aan de opdracht van de spreeke opdrachten en het voorbereiden Je werkt één lesuur aan de individuel opdracht. geeft je spreekopdracht verder uit en je de n) lesu(u)r(e twee of één Je werkt in presentaties.
Bij die opdracht zal je een videofragment bekijken.
FOCuS 3 tso
DEEL Tijd Ook moeilijke woordenen worden onderaan op de pagina verklaard. In de tekst zijn ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*).
aantal leerlingen
DEEL
Werk je alleen of in groep? Opdracht 1: per twee. Opdrachten 2 en 3: individueel. Opdracht 4: in kleine groepjes. Opdracht 5: individueel.
Wie controleert je werk? l overlopen worden. Opdrachten 2 en 3 kunnen klassikaa evalueren de spreekoefening. De leerkracht en de medeleerlingen af aan je leerkracht. Je geeft de evaluatie BZL (p. 174)
controle
168
materiaal klaar.
heb je * Wat sinister: oek p. 168-174onheilspellend, griezelig • leerwerkb
materiaal
timing
4
Korte i
R
r
rw
r
Bij die tekst of oefening zal je leerkracht je een audiofragment laten beluisteren.
et Fo
is en ze haar eeld. Waar
t haar neus n zuchten
s 3 tso je niet o op,’ zegt Woorden it N50 r‘Wind de toe st je moeder, ‘ze moet hier zijn.’
e denkt dat de doos je vingertoppen snijdt om je te roepen. Omdat ze de juiste doos is en ze eetbare inhoud wil tonen. Maar ze snijdt je zomaar. Andere dozen volgen haar voorbeeld. W vervaardigen De firma Benestyle vervaardigt maken heeft de toekomst al die nietjes voor nodig prachtige houten ramen. ‘Ik heb niet zo’n honger’, zeg je. ‘Dorst ook niet eigenlijk.’ stemverheffing Elkes stem klonk plots heel55luid.eVan ineens luider spreken wenst dat de ochtend langs een verborgen kier naar binnen dringt. e moeder snuit haar n een stemverheffing gesproken! langdurig. De nacht duurt langer dan verwacht. Dan houdt het daveren op. De dozen zuchte opgelucht. Zelfs de geur van urinemet lijkt te verminderen. ullie juichen uisterend. beamen Elke Chinakenner kan het beamen: akkoord gaan, instemmen in China spreek men weinig vreemde e moeder trommelt met de hakken van haar schoenen op zo veel talen. 60 mogelijk karton en daarna op de metalen wanden. Tot je zwijgt. ontbinden De raad van bestuur besloot met haar opheffen, laten ophouden te bestaan Ze zwijgt met je mee, imiteert dan een wolf door een volle maan. activiteiten te stoppen en de vzw te (ontbond, ontbonden) O dr t ‘Luuucht ’ ontbinden. S rijfo dr t ‘Zwijg ’ roept je vader. e hoort hem haar kant op schuifelen. bedelven Na de instorting van de WTC-torens ‘Lucht enbedekken eten, godverdomme ’ (bedolf, bedolven) raakte de stad New York bedolven 65 e moeder ontrukt zich aan je vaders greep, kruipt tot bij de deuEen uitnodig ing opstelle onder een enorme stofwolk. n ren en beukt er met haar voeten tegenaan. Ze gebruikt woorden die druipen van het vet, woorden die in bloed en stront werden smoren De zwoele stem van de zangeres dempen gedrenkt. Woorden die je moeder tot voor kort niet kende, (smoorde, gesmoord) smoorde het gejuich van de fans. Je zoomt even in op een volgens jou. rappig. Akelig. Misschien niet echt. Wanneer prijken iets moois vertonen of goed laten zien ‘So you think you can copy?’, prijkte stukje spelling, zinsleer 70 het ruimteschip zich weer in beweging zet, worden jullie een op het felgekleurde T-shirt van Gust. deken en pakken jullie haar in. of taalbeschouwing. huig de zogenaamde ‘Franse r’ uit te uitsteeksel van het weke gehemelte FO C uS Om 3 FO CuS o In de hoofdstukken oode rwer spreken, gebruik je huig achteraan in de keelhebben geslapen. Wanneer je ontwaakt ben en e moet een poos O dr t nadenken over taal in de keel. je vermoeider dan ooit. De stank boort zich langs je neus naar staan daarover extra liggen op je tong. Het haalt niets uit je ogen te drenken Vliegenvuil verwijder je door75eenje keel, blijft iets met vloeistof laten doortrekken oefeningen. (drenkte, gedrenkt) het donker toont geen enkele schakering. e hoort microvezeldoekje te drenken in openen, een haar snelle ademhaling niet, zijn huig heeft het snurken zeepsopje. Je leerkracht zal je opgegeven. Ze moeten wakker zijn. Als je hen roept, geven ze geen antwoord. zeggen wanneer je die schakering Iemand met kleurenblindheid kan tint e ellebogen en knie n dreigen onder het kruipen te bezwijken. Het karton is slap en vochtig schakeringen moeilijk waarnemen. moet maken, nu meteen 80 Iets kleeft als puree aan je vingers. e betast hun scheve lijven, knijpt keihard in hun neuzen. of later. Ze slapen diep, vertel je jezelf, ze zijn zo moe, nog vermoeider dan jij. Laat ze slapen.
+
NADENKEN OVER TAAL
S FO C u
Stel zelf een uitnodiging op voor een (een verjaarda activiteit die gsfeest, fuif, echt zal plaa rommelmarkt ging schrijft. tsvinden of of Een envelop voor een verz kun je ook vers boekenfeest …). Zorg voor iets meer cach onnen eveneme ieren; gebruik een mooi hand et* te geven. nt eventueel een schrift als je Dien de uitno lintje of een de diging in, sam strik om je uitno uitnodien met het eval diging nog uatieformulier op p. 148. VOOR het schrijven
oriënteren Doel? Publiek? Belangrijke infor matie?
voorbereiden Wat is het onde rwerp? Wie is de zend er? Wie is de ontva nger?
TAAL
TIJDENS het schrijven NA het schrijven uitvoeren Schrijf eerst reflecteren een goede tekst die alle elementen beva Is jouw uitnodigin t. g met de Gebruik volzin bijbehorende nen. infor correct en aant matie gepast, Verzorg daar rekkelijk? na pas de opm aak. Controleer dat Zorg dat je uitno aan de hand diging voldoet van het evaluatieformu de evaluatiec aan lier. riteria. Krijgt de uitno diging nog een extraatje (lintje Was je tekst , tekening …) al af voor je de om het geheel te versi lay-out verzorgde? eren? Is de informatie duidelijk? Ben je geen elementen verge ten?
Lees de zinn en. De gemarke erde woorden Jullie kennen zijn voorwerp er al zeker twee en. goed: het lijde nd en het mee • Ik stel een werkend voor uitnodiging werp. Noteer op voor mijn • Gebruik een ze in de juist vrienden. mooi handschr e tabel. ift. • Moet je de buren ook een exemplaar geve n? lijdend voor werp (= wie/wat? )
vochtig. neuzen.
Meer oefening
en op het lijde
ng hang je k brengt. e plukt en
en film erbare naar Nog een paar dpad ligt een
ZINSLEER
SPELLING
meewerkend voorwerp (= aan wie/ wat? OF voor wie/wat?)
nd en meewer
kend voorwer
p vind je bij
8.2 Voorwe
rpen.
O dr
t
O dr
vind je 95deze kenniskoffers nog eens terug t 3 ViaRfocus.deboeck.com i te
*
het cachet: het
Metaalklank en frisse lucht hebben je niet meteen gewekt. Bij je eerste gewaarwording hang 146 DEEL R r r w r tekst naar boven? Markeer • Welke problematiek komt in de correcte antwoorden. slapde over een hoekige schouder. e herkent de geur van de man die wist dat je ongeluk brengt 85 – familiegeweld e besluit te blijven hangen. Hij werpt je neer en maakt zich uit de voeten. – vandalisme Hoge gele rietstengels reiken naar de witte hemel. e kent dit, strekt je arm uit. Ma s. e plukt – vluchtelingen pelt en eet. Plukt en pelt en eet. Laat de kolf vallen. – mensensmokkel e moeder rust met gesloten ogen op je vaders borst. e weet dat hij niet toekijkt. In een film Kenniskoffers bevatten kennis diewerden onmisbaar is om – drugssmokkel dit soort ogende gesloten door een traag gebaar van de wenkbrauwen van de dierbare n vaardigheden in dit boek onder90dezijn knieneus. te krijgen. – autozwendel* e probeert het bij je vader, maar het lukt niet, alsof hij je wil blijven zien. Nog een uur kijk je terug. Als je het veld bent doorgerend, zie je een zandpad. Achter het zandpad lig Omtede leerstof te oefenen studeren, jejede belangrijkste • Heb je ooit al iets maken gehadinmet mensen opofdetevlucht? Vertelkun over ervaring(en) in Die een zal kortjeklassenbrug, onder de brug een snelweg. volgen. woorden onleesbaar maken met deZierode mica die bij je boek zit. gesprek. je wel. Daar ga je. karakter, het
kenmerk, de
stijl van iets
bijzonders
als invulkoffers. Als oefening kun jeEndan zelf de zijn belangrijkste als iemand hand uitsteekt, begrijp je dat. En als iemand schiet, begrijp je dat. woorden aanvullen.
Waar speelt het verhaal zich grotendeels af ?
ras, De Geus, 2007
Annelies Verbeke, Groener gras, De Ge
Hoe kun je dat precies afleiden uit de tekst?
De website die bij dit boek hoort. De oefening, tekst of link die je nodig focus.deboeck.com hebt, vind je terug onder hetzelfde deel * de autozwendel: fraude, bedrog, oplichterij bij het verhandelen van auto’s als in je boek. Op de site is bovendien een schat DEEL O er de rens Groener r s 340 341 aan extra informatie en oefeningen verzameld. Die kun je ook op eigen houtje verkennen. Je persoonlijke toegangscode tot de website staat op Onderaan op de linkerpagina zie je in welk deel je aan het werken de binnenzijde van de kaft van dit boek. bent, onderaan op de rechterpagina in welk hoofdstuk.
Hoe wer je
et Fo
s 3 tso
5
NADENKEN OVER TAAL
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
Lin s le
6
en
R
r
rw
r
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Wat komen moet, dat komt Alleen voor techneuten FOCUS op … stijlkenmerken FOCUS op … werkwoordspelling FOCUS op … leestekens
17 17 25 26 27
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Help, mijn boek is veel te spannend! Start to read: begin aan een boek FOCUS op … hoofdtijden van werkwoorden Spanning en sensatie FOCUS op … enkelvoudige en samengestelde zinnen
125 125 129 130
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Multimediale jongeren Vlotte communicatie De ene tekst is de andere niet De tienerkamer als multimediacentrum FOCUS op … onderwerp en persoonsvorm FOCUS op … werkwoordelijk gezegde
29 29 33 36 43 44
2 2.1 2.2 2.3
Meer overtuigen met minder tekst De affiche De uitnodiging FOCUS op ... voorwerpen
140 140 144 146
3
In onze(n) tijd …
4
Link-en-de gedichten
3 45 3.1 3.2 51 3.3 3.4
Gekke wetten Te gek voor woorden FOCUS op … letterlijk of figuurlijk? FOCUS op … afleidingen Gekke Grieken
149 149 156 156 157
56 56 4 58 4.1 4.2 59 4.3
De waarheid ontrafeld Heksenfeesten FOCUS op … synoniemen FOCUS op … verkleinwoorden
161 161 165 167
60 66 5
Zo maken we nieuws
168
Poëziemagie Gekleurde taal Het lichte gedicht FOCUS op … bijvoeglijk naamwoord
175 175 178 181
Doe-het-zelvers De instructie Minirecept FOCUS op … werkwoordspelling
182 182 184 186
Over zinnen en woorden Neven- en onderschikking Voorwerpen Afleidingen Verkleinwoorden Bijvoeglijk naamwoord
189 189 195 199 204 209
Correct gespeld Hoofdtijden van werkwoorden Werkwoordspelling
215 215 217
Taal Letterlijk of figuurlijk? Nuanceverschil bij synoniemen
227 227 231
5 Leve de muziek! 5.1 Levenslied, levensdroom? 5.2 Stellingengesprek 6 Muziek downloaden 6.1 Illegaal downloaden 6.2 FOCUS op … zelfstandig naamwoord 7 7.1 7.2
Postvak IN/UIT De zakelijke e-mail FOCUS op … hoofdletters
69 6 69 6.1 75 6.2 6.3
8
Veel liefs van Michaël
76
9 9.1 9.2 9.3
Over zinnen en woorden Onderwerp en persoonsvorm Werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde Zelfstandig naamwoord
85 85 89 93
10 10.1 10.2 10.3
Correct gespeld Werkwoordspelling Leestekens Hoofdletters
11 Taal 11.1 Aantrekkelijke reclame 11.2 Rijmende reclame
FOCuS 3 tso
7 7.1 7.2 7.3
8 8.1 8.2 8.3 8.4 96 8.5 96 101 9 106 9.1 9.2 113 114 10 118 10.1 10.2
139
3 Goed in je el 1 Even chatten? 1.1 Het lichaamsbeeld van jongeren 1.2 Chatroom 1.3 FOCUS op … koppelteken 1.4 FOCUS op … Engelse woorden 1.5 De camera liegt en bedriegt 1.6 FOCUS op … betrekkelijke voornaamwoorden 1.7 FOCUS op … neologismen 2 De achterbankgeneratie 2.1 Amerikaanse toestanden 2.2 FOCUS op … voegwoorden 3
Op de vlucht
O er de rens 241 1 1.1 241 1.2 242 246 1.3 246 247 2 2.1 248 2.2 249 2.3 2.4 250 250 3
4 Hoe ben jij slim? 4.1 Test jezelf 4.2 Ieder zijn stijl
261 261 266
5
Poëzie: ik wou dat ik …
269
6
Het alco-hol van de leeuw 282
7 7.1 7.2 7.3
Ik, hier en nu Twijfellied Generatie Y FOCUS op … bijvoeglijk naamwoord: elliptisch en zelfstandig gebruikt
8 Over zinnen en woorden 8.1 Betrekkelijke voornaamwoorden 8.2 Voegwoorden 8.3 Bijvoeglijk naamwoord: elliptisch en zelfstandig gebruikt 9 9.1 9.2 9.3
Correct gespeld Koppelteken Engelse woorden Werkwoordspelling
10 Taal 10.1 Klanknabootsingen en neologismen 10.2 Spreekwoorden en uitdrukkingen in strips
Je eigen grens verleggen Vluchtweg FOCUS op … Nederlands in de wereld FOCUS op … voornaamwoorden
339 1 339 2 344 2.1 2.2 345 2.3
Groener gras Naar de toekomst FOCUS op … meervoud Naar Zuid-Afrika FOCUS op … woordtekens
346 346 3 352 353 3.1 356 3.2
Verslaafd aan versnelling 3.1 De achtbaan 255 3.2 FOCUS op … de trappen van vergelijking 256 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Tijd
Pro en contra Stel je voor … een stelling Feit en mening Mening en argument Hoeveel geef je bloot? FOCUS op … werkwoorden van Engelse herkomst
Tijd in literatuur
431
Wat een tijd! Mama Tandoori FOCUS op … bijwoorden FOCUS op … tussenletters
446 446 450
Teksten over alledaagse (?) dingen Ik wou FOCUS op … homoniemen en antoniemen 357 3.3 Tekstrepetitie: enkele 357 vaak voorkomende tekststructuren 361 3.4 Schematiseren en samenvatten 362 362 4 Vrije tijd: filmpje kijken? 363 364 5 Pen en papier 367 6 369
Grenzeloos dichten
7 7.1 370 7.2
Gebruiken en gewoonten
377
295 7 7.1 295 7.2 298 7.3
Over zinnen en woorden Voornaamwoorden Trappen van vergelijking Repetitie zinsleer: alle zinsdelen
385 9 385 9.1 387 9.2 9.3 393
306 8 8.1 310 8.2 310 8.3 318 321 8.4
Correct gespeld Meervoud Woordtekens Werkwoorden van Engelse herkomst Werkwoordspelling
5 285 285 6 287
en
8
453
454 454 457 458 461 465 475
Aan het woord
479
Tongbrekertijd Tempo, tempo! Goed gezegd
481 481 483
Oren open
489
294
325 9 Taal 9.1 Nederlands ... een 325 wereldtaal? 9.2 Het Nederlands in andere 332 talen 9.3 Gluren bij de buren
Over zinnen en woorden 494 Bijwoord 494 Herhaling zinsleer 497 Herhaling woordleer 500
10 Correct gespeld 395 10.1 Tussenletters 395 10.2 Werkwoordspelling 405
502 502 510
11 Taal 413 11.1 Homoniemen en 416 antoniemen 11.2 Spelen met woorden 421
514 514 521
421 422 424
In o d
7
STUDIETIPS oriënteren op en voorbereiden van het studeren
Bekijk samen met je leerkracht de leerwijzer bij het begin van elk deel. Verken en duid aan: • wat je moet leren, • wat je moet oefenen, • wat van je verwacht wordt.
uitvoeren: het studeren zelf
Na het verkennen van de leerstof, prent je die goed in. Repeteer zeker voldoende. Wat kan je daarbij helpen? • de kenniskoffers in je leerwerkboek met de rode mica als hulpmiddel • oefeningen opnieuw maken • aanvullende oefeningen maken op de website
reflecteren op het studeren
Maak voor jezelf een kleine toets en ga na of je de vragen kunt beantwoorden. Vink de ingeoefende onderdelen aan op de leerwijzer als je ze onder de knie hebt.
evalueren van het studeren
Je maakt overhoringen in de klas. Besteed extra aandacht aan die vragen die je niet (volledig) correct kon beantwoorden.
Str te is
leren
Zowel bij lezen, kijken en luisteren als bij spreken en schrijven is het belangrijk om een passende strategie te gebruiken. In je leerwerkboek tref je daarom uitgewerkte OVUR-kadertjes aan; zoals je weet staan die letters voor oriënteren, voorbereiden, uitvoeren en reflecteren (of nadenken over). Daarover leerde je de vorige jaren al en je oefende dat voortdurend in. Het toepassen van die strategie moet uiteindelijk een automatisme worden en almaar vlotter verlopen. De algemene OVUR-kaders op p. 11-12 kun je raadplegen bij elke opdracht lezen, luisteren, spreken of schrijven waar geen afzonderlijk uitgewerkt OVUR-kader voorzien is.
10
FOCuS 3 tso
KIJKEN/LUISTEREN VOOR het kijken/luisteren
TIJDENS het kijken/luisteren
NA het kijken/luisteren
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Welk soort en welk type fragment bekijk/beluister je? Voor wie is het fragment bedoeld? Wat is het vermoedelijke kijk/luisterdoel? Hoe vaak krijg je het fragment te zien/horen?
(eerste luisterbeurt) globaal kijken/luisteren Ga na wat het hoofdonderwerp van het fragment is. Noteer moeilijke woorden die je te horen kreeg. Noteer beknopt kernwoorden en woordgroepen die in grote lijnen de inhoud weergeven.
Begrijp je de inhoud van het fragment? Weet je nu wat je wilde weten over het onderwerp? Klopt het wat in de tekst wordt gezegd? Ben je het daarmee eens? Hoe verliep het kijken/luisteren?
voorbereiden Wat is het onderwerp? Wat weet je er al over? Wat wil je erover bijleren, te weten komen? Wat is de bron? Wie is de zender?
(tweede luisterbeurt) zoekend kijken/luisteren Ga op zoek naar de verschillende delen in het fragment. Zoek sleutelzinnen en signaalwoorden. Ga na welk taalregister wordt gebruikt. Onderscheid hoofdzaken van details. Zoek antwoorden op vragen die in de opdrachten worden gesteld. intensief kijken/luisteren Kijk/luister gedetailleerd, op zoek naar: • de verklaring van moeilijke woorden (bv. via de context), • verwijswoorden en signaalwoorden, • kernwoorden. Maak aan de hand van die woorden een schema en/of samenvatting.
SPREKEN VOOR het spreken
TIJDENS het spreken
NA het spreken
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Wat is het onderwerp? Wat is het spreekdoel? Wie is het publiek voor wie gesproken wordt? voorbereiden Wat weet je al over het onderwerp waarover je zult spreken? Waarover wil je precies spreken? Stel een spreekplan op. Verzamel de nodige informatie: maak een woordspin of een mindmap.
Houd rekening met je spreekdoel. Gebruik je woordspin of mindmap als leidraad bij je spreekopdracht. Houd tijdens het spreken rekening met de zaken die je leerkracht zal beoordelen.
Heb je het spreekdoel bereikt? Waarom wel/niet? Welk effect heeft je boodschap op het spreekpubliek? Hoe verliep het uitvoeren van je spreektaak? Indien je problemen ondervond, hoe loste je die op? Welke positieve punten zul je behouden?
Str te is
leren
11
LEZEN VOOR het lezen
TIJDENS het lezen
NA het lezen
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Observeer de tekst. Ga op zoek naar titels, tussentitels, foto’s en onderschriften, grafieken, tabellen … Welke tekstsoort en welk teksttype is deze tekst? Voor wie is de tekst bedoeld? Wat is het vermoedelijke tekstdoel? voorbereiden Wat is het onderwerp? Wat weet je er al over? Wat wil je erover bijleren, te weten komen? Wat is de bron? Wie is de zender?
globaal lezen Ga na wat het hoofdonderwerp van de tekst is. Lees de inleiding en het slot. Lees de begin- en eindzin van een korte(re) tekst. zoekend lezen Ga op zoek naar de verschillende delen. Zoek sleutelzinnen en signaalwoorden. Ga na welk taalregister wordt gebruikt. Onderscheid hoofdzaken van details. Onderscheid feiten van meningen. Zoek antwoorden op vragen die in de opdrachten worden gesteld.
Begrijp je de inhoud van de tekst? Weet je nu wat je wilde weten over het onderwerp? Klopt het wat in de tekst wordt gezegd? Ben je het eens met wat de auteur schrijft? Hoe verliep het lezen?
intensief lezen Lees gedetailleerd, op zoek naar: • verklaringen van moeilijke woorden (bv. via de context), • verwijswoorden en signaalwoorden, • kernwoorden. Maak aan de hand van die woorden een schema en/of samenvatting (= studerend lezen).
SCHRIJVEN VOOR het schrijven
TIJDENS het schrijven
NA het schrijven
oriënteren
uitvoeren
reflecteren
Wat is het onderwerp? Welk teksttype moet je schrijven? Wat is het schrijfdoel? Voor welk publiek zul je schrijven? voorbereiden Wat weet je al over het onderwerp waarover je zult schrijven? Wat wil je precies schrijven? Hoe moet je tekst eruitzien? Heeft je tekst speciale kenmerken? Stel een schrijfplan op. Verzamel de nodige informatie: maak een woordspin of een mindmap.
12
FOCuS 3 tso
Houd rekening met je schrijfdoel. Werk je woordspin of mindmap bij. Maak een beknopt schema en een kladversie van je tekst. Houd rekening met de zaken die je leerkracht zal beoordelen: overloop het evaluatieformulier in je leerwerkboek.
Heb je het schrijfdoel bereikt? Waarom wel/niet? Welk effect heeft je boodschap op de lezer? Hoe verliep het uitvoeren van je schrijftaak? Indien je problemen ondervond, hoe loste je die op? Welke positieve punten zul je behouden?
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
14
DEEL
Lin s le
en FOCUS op … onderwerp en persoonsvorm FOCUS op … werkwoordelijk gezegde In onze(n) tijd …
Link-en-de gedichten
2.4 2.5 3
4
Je wisselt je ervaringen uit in een klassengesprek. Je herkent en benoemt het vertelperspectief. Je herkent literaire stijlkenmerken. Je past een geschikte leesstrategie toe. Je herkent de eigenschappen van vertelperspectieven. Je leeft je in bij het improviseren tijdens een dramaspel.
Je geniet van gedichten. Je leert je leesbeleving verwoorden. Je bespreekt inhoudelijke en vormelijke kenmerken van gedichten. Je werkt op een creatieve manier met poëzie.
De tienerkamer als multimediacentrum
2.3
Multimediale jongeren Vlotte communicatie De ene tekst is de andere niet
2 2.1 2.2
Je herkent de verschillende onderdelen van het communicatiemodel. Je formuleert je mening en je argumenteert. Je herkent en benoemt teksttypes en tekstdoelen. Je zoekt informatie op het internet. Je leest een tekst volgens een goedgekozen strategie. Je schematiseert een tekst. Je beantwoordt vragen over een tekst correct. Je verklaart woorden duidelijk. Je benoemt het onderwerp en de persoonsvorm in een zin. Je vult de delen van het werkwoordelijk gezegde in een zin aan.
Wat komen moet, dat komt Alleen voor techneuten FOCUS op … stijlkenmerken FOCUS op … werkwoordspelling FOCUS op … leestekens
1 1.1 1.2
inhoud
1.3 1.4
Je geniet van een fragment uit een jeugdboek. Je beschrijft de ruimte uit een leesfragment. Je herkent stijlfiguren zoals vergelijking, vooropplaatsing en ellips. Je bepaalt de tijd van vervoegde werkwoorden. Je schrijft de leestekens op een correcte manier.
Kennis: wat leer je? Vaardigheden: wat oefen je? Attitude: wat wordt er van je verwacht?
LEERWIJZER
51
45
43 44
36
29 29 33
26 27
17 17 25
p.
KIJKEN • LEZEN • LUISTEREN • SCHRIJVEN • SPREKEN
Doelstellin en
15
Je schrijft een heldere brief of e-mail. Je kiest een gepast register. Je hebt aandacht voor de tekstopbouw. Je verzorgt je taal en stijl. Je gebruikt hoofdletters correct.
Je gebruikt je fantasie en inlevingsvermogen. Je geniet van een fragment uit een verhalend boek. Je schrijft een opsporingsbericht met inleiding, midden en slot. Je brengt je tekst op een passende, expressieve manier voor de klas.
Je kiest een passende kijk- en luisterstrategie. Je leest grafieken en leidt daaruit informatie af. Je beantwoordt vragen over een tekst correct. Je gebruikt synoniemen om herhalingen te vermijden. Je zoekt van nieuwe woorden synoniemen en afleidingen zoals werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Je herkent en benoemt het zelfstandig naamwoord als woordsoort. Je plaatst het juiste lidwoord bij een zelfstandig naamwoord.
Je kiest een passende kijk- en luisterstrategie. Je kijkt en luistert gericht en geconcentreerd. Je denkt na over stellingen en wisselt gedachten uit.
Leve de muziek! Levenslied, levensdroom? Stellingengesprek Muziek downloaden Illegaal downloaden
FOCUS op … zelfstandig naamwoord
Postvak IN/UIT De zakelijke e-mail
FOCUS op … hoofdletters Veel liefs van Michaël
5 5.1 5.2 6 6.1
6.2
7 7.1
7.2 8
76
75
69 69
66
59 60
56 56 58
NADENKEN OVER TAAL
16
DEEL
Lin s le
en
Je spelt werkwoorden correct. Je gebruikt de leestekens op een correcte manier. Je gebruikt hoofdletters correct. Je verklaart waarom een woord een hoofdletter krijgt.
Je duidt het onderwerp en de persoonsvorm in een zin aan. Je herkent en benoemt het werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde. Je herkent de delen van het naamwoordelijk gezegde. Je herkent en benoemt het zelfstandig naamwoord als woordsoort. Je bepaalt het lidwoord van zelfstandige naamwoorden. Je onderscheidt verschillende soorten zelfstandige naamwoorden.
Je hebt aandacht voor stijlfiguren en beeldspraak. Je herkent en benoemt stijlfiguren en beeldspraak in reclame. Je hebt aandacht voor rijm. Je herkent en benoemt rijmsoorten (eindrijm, klinkerrijm/assonantie en medeklinkerrijm/alliteratie) in reclame. Je bedenkt zelf een krachtige reclameslogan en maakt daarbij gebruik van één of meer stijlfiguren. Je durft je expressief uit te leven.
118
11.2 Rijmende reclame
96 96 101 106 113 114
Correct gespeld Werkwoordspelling Leestekens Hoofdletters
93
85 85 89
11 Taal 11.1 Aantrekkelijke reclame
10 10.1 10.2 10.3
Zelfstandig naamwoord
9.3
Over zinnen en woorden Onderwerp en persoonsvorm Werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde
9 9.1 9.2
W t o en d t o t
oet
Je geniet van een fragment uit een jeugdboek. Je beschrijft de ruimte uit een leesfragment. Je herkent stijlfiguren zoals vergelijking, vooropplaatsing en ellips. Je bepaalt de tijd van vervoegde werkwoorden. Je schrijft de leestekens op een correcte manier.
Alleen oor te
ne ten
Wat is een techneut? Kruis het juiste antwoord aan. Iemand die houdt van elektronische housemuziek. Iemand die technisch is ingesteld, die denkt vanuit de technische wetenschappen. Iemand die elektrische toestellen installeert en herstelt. Iemand die geĂŤlektrocuteerd is.
O dr
t
Lees de artikels en beantwoord daarna de vragen die onder de teksten staan.
Eerste vliegende auto te koop in 20 1
5
10
et o aakse edri f eroMo i e eert o er t ee aar een a to k aar te he en aar ee e ook k nt iegen ra a ik iet een toeko st aarin i oor ee d iegende ta i s geen rariteit i n Na amper tien maanden heeft AeroMobil bijna een prototype klaar. De wagen kan tot 150 km h rijden en haalt in de lucht zelfs een snelheid van 200 km h, aangedreven door twee propellers. Het toestel heeft wel nog af te rekenen met enkele obstakels. Zo is het nog niet duidelijk waar de auto zou mogen opstijgen. Volgens Vaculik is de overheid de enige hindernis voor de AeroMobil.
W t o en
oet d t o t
17
15
De AeroMobil heeft 230 meter nodig om op te stijgen, kan bijna 700 km onafgebroken vliegen en daarna landen op een strook van amper 45 meter. Het toestel is uitgerust met een automatische piloot en een parachute voor noodgevallen. De makers hopen dat de wagen de manier van personenvervoer wereldwijd zal veranderen. Over de prijs wil het bedrijf voorlopig niets lossen.
Eerste vliegende auto te koop in 2017, Het Laatste Nieuws, 16 maart 2015, (www.hln.be).
Urine als hernieuwbare energiebron 1
5
10
15
Een onderzoeksteam aan de Amerikaanse universiteit van Ohio heeft een verbluffende, maar niettemin ernstige ontdekking gedaan: de mogelijkheid om waterstof te winnen uit menselijke of dierlijke urine. De auto voltanken zou binnen enkele jaren weleens een heel andere betekenis kunnen krijgen. Dat vraagt om uitleg. Ureum, hoofdbestanddeel van urine, bevat vier waterstofatomen per molecule, en heeft een groot voordeel ten opzichte van de bekendste leverancier van waterstof, water. Voor ureum is een spanning van 0,37 volt nodig om een molecule te doen splitsen en dat is vier keer lager dan de spanning nodig voor de ontbinding van water. De Amerikaanse onderzoekers hebben eerst onderzoek op synthetische* urine uitgevoerd, om daarna op menselijke urine over te stappen. Het werk heeft in elk geval al geleid tot een nieuwe elektrolysetechniek voor ammoniak die veel efficiënter* is dan de al bestaande elektrolysetechnieken voor water. Maar we zullen nog even geduld moeten hebben voor we zelf de tank kunnen vullen. Volgens professor Botte, teamdirectrice, staat het nieuwe procedé* nog in de kinderschoenen en blijven ondanks alles de productiekosten voor waterstof nog erg hoog. BONDUELLE, A., Urine als hernieuwbare energiebron, 16 juli 2009, (www.cartech.fr).
1 Welke voordelen heeft een vliegende auto volgens jou?
2 Welke mogelijke nadelen zullen er vasthangen aan de aankoop van een vliegende auto?
3 Welke nadelen kan de energiebron uit tekst 2 hebben?
4 Wat vind jij in het algemeen van het idee uit tekst 2?
* *
18
synthetisch: niet natuurlijk, maar kunstmatig efficiënt: doeltreffend, doelgericht het procedé: manier van werken, methode
DEEL
Lin s le
en
O dr
t
Lees het fragment uit het jeugdboek Sequoia. Markeer tijdens het lezen in de tekst de woorden die voor jou onduidelijk zijn. Enkele woorden uit de tekst worden verklaard in een kenniskoffer.
tu
Fragmen
1
5
10
15
20
25
30
35
40
45
erde
stin Vanli
ia – Kir it Sequo
De twee jonge meisjes zwommen kringetjes om elkaar heen. Het leek een spelletje, maar het was meer. Yann had al genoeg gezien in dit bad om daar zeker van te zijn. Ze keek naar de twee lachende, bezwete gezichten. De stoom van het rotsbad kringelde om hen heen. Ze straalden, ze voelden zich goed. Een van de twee had iets wat haar aan Maarian liet denken. De onweerswolk was terug. Hoe zou Maarian er nu uitzien? Als ze nog leefde, tenminste. Lynnda had het gevoeld, na het vruchteloze bezoek aan het Hoofd van de ordediensten. Yann had haar teleurstelling niet kunnen verbergen. Lynnda had niet veel gezegd, maar Yann meegenomen naar een spelplantsoen om haar gedachten te verzetten en later naar haar leefruimte. Veel herinnerde Yann zich niet van de rest van die avond. Daarvoor had ze een paar glazen roesdrank te veel gedronken. Het ontwaken kon ze zich wel nog voor de geest halen en hoe lief Lynnda had gelachen toen ze zei: ‘Als je wilt, kunnen we dit wel vaker doen.’ In de andere hoek van het bad gaf het ene meisje heel voorzichtig een zoen op de wang van haar vriendin. Yann keerde zich af en hees zich uit het bad. Zonder omkijken liep ze in de richting van de kleedkamers. Ze liet zich droog wassen door de warme lucht. Ze was kwaad op alles en iedereen, zichzelf, Lynnda, de meisjes in het bad. Haar PEE liet een signaal horen. Verstrooid wierp Yann een blik op het apparaatje rond haar pols. Moet je spreken. Dringend. S Ze trok haar overjurk aan en knoopte haar hoge schoenen dicht. Het bericht maakte haar zenuwachtig, al wist ze niet waarom. Ze kreeg dagelijks wel twintig berichten van Seymur en sommige waren minstens even cryptisch als dit. Waar ben je, seinde ze Seymur. Het antwoord verraste haar. Wet Mus Zl 4. Dat was veel te ver om te lopen, zelfs via de automatische gangen. Haar glijfiets stond nog aan het Woonkwartier, het was tijdverlies om die eerst op te halen. De tunnelslee dan maar. De tunnelhalte was niet ver en op weg daarheen riep ze een slee op. Twee minuten later stopte het zacht blinkende groene voertuig om haar op te pikken. Vier van de zes zetels waren bezet. Ze ging zitten naast een oudere man die verdiept was in zijn scherm waarop een spel bezig was. Ze toetste de coördinaten van haar bestemming in op het controlepaneel aan haar stoel en de slee vertrok. Ze ging achteroverzitten met haar ogen dicht. Lynnda is een fijne vriendin, dacht Yann. Ik apprecieer haar te weinig. Als ik vroeg of ze met mij wilde gaan samenwonen, zou ze geen seconde twijfelen. Maar ze besefte ook dat ze het niet zou doen. Ze wist wanneer de dingen veranderd waren. Of beter: wanneer zij veranderd was. En er waren momenten dat ze Maarian ervoor haatte. Er was niets zinvols aan het wakker roepen van een verlangen naar meer als er geen méér was. De computerstem riep de volgende halte af. Yann zuchtte. Ze had heimwee naar haar leven zoals het was geweest. Wanneer had ze haar keuzes gemaakt? Ze kon het niet precies zeggen. Maar ze kon niet meer terug. Langzaam telde ze de haltes tot het Wetenschapskwartier, waar Wetenschappers en Leraren hun leefruimtes hadden en waar ook, aan het uiterste eind, het Wetenschappelijk Museum gevestigd was, als een soort grenspost tussen de gewone woon- en recreatiekwartieren en het heilige der heiligen. Eindelijk lichtte haar zetelscherm op met de boodschap dat ze mocht uitstappen. Met een mengsel van opluchting en spanning verliet ze de slee en stond ze voor de ingang van het Museum.
W t o en
oet d t o t
19
13.
50
55
60
65
0
5
0
5
0
5
20
Het Wetenschappelijk Museum was ondergebracht in een schitterend complex van grotten. Ze werden op een constante temperatuur gehouden om de unieke druipsteenpartijen zo goed mogelijk te bewaren, maar de bezoekers kregen aan de ingang gratis mantels aangeboden die de kilte draaglijker moesten maken. Yann koos een magentablauwe mantel die contrasteerde met het rood van haar jurk en liep door naar Zaal 4. Onderweg bewonderde ze de knap ingewerkte verlichting en een paar van de rotspartijen die elke keer weer haar aandacht trokken en keek ze met een half oog naar de Wetenschappelijke nieuwigheden. Wetenschap was niet haar prioriteit, maar net als iedere Edeling besteedde ze er aandacht aan. Voor sommigen was Wetenschap een roeping en een levensbestemming, maar zelfs wie er minder van bezeten was, respecteerde het belang ervan voor de gemeenschap. Toen ze de grote koepelzaal doorkruiste, voelde ze zich heel klein. Het rotsplafond bevond zich zo ver boven haar dat zelfs de belichting niet alles bereikte. Hier stonden de mooiste stukken uit de collectie gewijd aan het verleden en er waren altijd mensen. Ze bekeken eerbiedig de geraamtes en fossielen, de oude werktuigen en andere voorwerpen, of ze zaten in de zetels langs de wanden en praatten zachtjes met elkaar. De geschiedenis van de Oude Wereld, uitgestald in glazen kastjes. Zou het Buitenland eruitzien zoals dit Museum bewees, vroeg ze zich af, of zoals Abel Sentry beweerde en Maarian geloofde? Waarom wilde Seymur in godsnaam hier afspreken? Ze verliet de grote hal. Haar mantel wapperde achter haar aan. In Zaal 4 bleef ze staan en keek rond. Waar was hij? ‘En daar kwam mijn zusje onopvallend het vertrek binnen’, zei een zachte stem achter haar. Yann schrok. Seymur grijnsde breeduit. ‘Rotjong! Waar was dat voor nodig?’ Hij werd op slag weer ernstig. ‘Ik meen het. Je bent veel te opvallend.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Waarom denk je dat ik hier met je afspreek?’ ‘Seymur, je klinkt als een goedkope spionage-3D.’ Haar broer draaide zich om en liep naar een projectietoestel. Hij zette het aan en het beeld sprong tevoorschijn. Iets over voedselessenties en de chemische processen om smaak te creëren. Terwijl de zangerige stem van de computer haar uitleg begon, zei Seymur zacht: ‘Hij heeft me ontboden.’ ‘Wie?’ ‘Je weet best wel wie.’ Ze staarde hem aan. ‘Betekent dat ...’ ‘Het betekent niks. De boodschap vermeldde uitdrukkelijk dat ik alleen moest gaan.’ Yann fronste. ‘Waarom?’ Seymur haalde de schouders op. ‘Ik weet het niet. Het maakt me wel een beetje bang. Ik heb het gevoel dat hij nogal wat van mij weet.’ ‘Is dat waarom je hier ...?’ ‘Ja. En misschien moeten we ook niet meer afspreken. Voor een poosje, tenminste. Tot ik weet waar dit over gaat.’ ‘En wanneer is dat?’ ‘Over drie dagen.’ ‘Dat is snel.’ De vorige afspraak met het Hoofd van de ordediensten hadden ze meer dan een maand op voorhand moeten maken. ‘Precies. Daarom wil ik voorzichtig zijn. We zullen het snel genoeg weten.’
DEEL
Lin s le
en
100
105
110
115
Ze bekeek haar broer plots met iets van verbazing. ‘Je bent echt bang. Van hem?’ ‘Ik weet het niet.’ Voor hun ogen dansten de groene en roze voedselmoleculen die de samenstelling van fruit voorstelden. Yann probeerde de blik van haar broer te vangen. ‘Seymur, we deden toch niets om ons voor te schamen?’ Hij haalde de schouders op en zweeg ongemakkelijk. ‘Wat stond er precies in die boodschap?’ ‘Niet veel bijzonders. De plaats en het tijdstip, en dat alleen komen. Maar ...’ Hij beet op zijn lip. ‘Het was geen normaal PEE-bericht, zelfs geen officieel. Hij ... zijn kamerbediende kwam het brengen.’ ‘Wat?’ ‘Persoonlijk overhandigd, daarstraks.’ ‘Onmogelijk!’ ‘Kun je je mijn gezicht voorstellen?’ Hij lachte, nog altijd vertwijfeld. ‘Het is alsof ik op audiëntie mag. Ik voel me wel vereerd.’ ‘Dat was heel waarschijnlijk wat hij wilde, Seymur. Het bevalt me niks.’ ‘Ik kan toch moeilijk weigeren?’ ‘Natuurlijk niet. Maar laat je niet betoveren.’ Haar broer knikte maar Yann voelde dat hij niet half zo overtuigd was als zij. Het voedselprogramma was afgelopen, het beeld verdween. ‘Ik ga terug’, zei Seymur. ‘Blijf nog even hier, wil je?’ ‘Je wilt niet met mij gezien worden!’ Hij keek haar niet recht aan. ‘Doe het nu maar, Yann.’ Verbijsterd keek ze Seymur na terwijl hij de zaal uitliep. Even leek het alsof hij nog achterom zou kijken, maar hij deed het niet. VANLIERDE, K., Sequoia, Davidsfonds, Leuven, 2010.
Woorden it de te st Se
oi
cryptisch
In de toiletten stond een cryptische boodschap op de deur. Niemand kon de betekenis achterhalen.
niet duidelijk omschreven, raadselachtig
het kwartier
In dat kwartier waren ongeveer 2000 soldaten ondergebracht.
verblijfplaats van militairen
zich verdiepen in
Hoe werkt een motor precies? Ik moet mij eens meer gaan verdiepen in de autotechniek.
zich meer informeren over iets
de coördinaten
De kustwacht vraagt aan de kapitein wat de coördinaten van zijn schip zijn.
gegevens nodig om de ligging te bepalen of een punt gemakkelijker terug te vinden
het/de druipsteen
In de grotten van Han vind je verschillende soorten druipsteen, bijvoorbeeld stalagmiet.
steenmassa die ontstaat als afzetsel uit afdruppelend water in kalksteengrotten
draaglijk
De hitte was niet langer draaglijk. We beslisten een plekje in de schaduw te zoeken.
houdbaar, te verdragen
contrasteren
Dat blauwe sjaaltje contrasteert mooi met je gele jurk.
een tegenstelling vormend
W t o en
oet d t o t
21
de rotspartij
Een lang, vlak recht stuk bracht ons daarna bij enkele mooie rotspartijen.
grote groepen rotsblokken
de prioriteit
Een regering vormen was na een lange crisis de hoogste prioriteit.
wat voorrang heeft of krijgt
de roeping
Ze stond altijd voor iedereen klaar. Het was haar roeping om als verpleegster in Afrika te gaan werken.
bepaalde taak waartoe iemand zich bestemd voelt
het fossiel
Door fossielen te bestuderen proberen wetenschappers de afstamming van de huidige mens te reconstrueren*.
versteende resten van levensvormen uit het verleden
de spionage
Twee Duitse journalisten werden in Iran beschuldigd van spionage.
in het geheim informatie verzamelen en overbrengen
3D
Veel oudere films worden nu op ons losgelaten in een 3D-versie.
driedimensionaal, wat je als ruimtelijk waarneemt
creëren
Tine creëerde een prachtig beeldhouwwerk.
maken
zangerig
Die man spreekt erg traag, zelfs zangerig.
wat als zang klinkt
ontbieden
De koning heeft de eerste minister ontboden.
oproepen, laten komen
de molecule
Een watermolecule is de kleinste hoeveelheid water die er bestaat.
kleinste deeltje van een stof dat nog de eigenschappen van die stof heeft (chemie)
de audiëntie
De bisschop gaat volgende week bij de paus op audiëntie.
plechtig bezoek bij een hooggeplaatst persoon, bv. de koning
O dr
t3
Vervang het gemarkeerde woord of de gemarkeerde omschrijving telkens door een synoniem uit de kenniskoffer. 1
De archeologen ontdekten enorme delen steenachtige grond in een Bijbels meer.
2
Is het mogelijk uw gegevens bij het document te voegen?
3
De Rode Duivels werden verwelkomd door koningin Mathilde voor een plechtig bezoek.
4
Het Limburgse dialect omschrijven mensen soms onterecht als melodisch.
5
De leerlingen van het Vrije Technische Instituut maakten speciaal voor de Open dag een driedimensionale versie van de kazerne met de verschillende afdelingen waar de militairen verblijven.
6
Alle stoffen bestaan uit uiterst kleine deeltjes.
7
De eerste minister heeft alle ministers op zijn kabinet bijeengeroepen.
*
22
reconstrueren: het vroegere geheel weer in elkaar zetten
DEEL
Lin s le
en
8
Die werknemer werd beticht van bespieding bij een concurrerend bedrijf.
9
Die journaliste zal zich toch wat meer moeten informeren over de raadselachtige boodschap waarmee ze deze zaak heeft verslagen.
10 De langste grot van Slovenië is 20 570 meter en bezit ook de op een na grootste grot met steenmassa ter wereld. 11 De hitte in open veld was niet meer houdbaar, de hoogste voorrang was het binnenbrengen van de dieren. 12 Blauw vormt een goede tegenstelling met oranje en geel met paars. 13 Noor kan supergoed met kinderen werken, ze heeft er een aangeboren aanleg voor, het is haar … 14 Met versteningen bedoelen we de resten van alle fauna en flora, bewaard in gesteente.
O dr
t
1 Uit welk soort boek komt het fragment? Duid aan wat past en verklaar je keuze aan de hand van gegevens uit de tekst. avonturenverhaal – toekomstroman – sprookje – historische roman
2 Van welke twee nieuwe, futuristische* vervoermiddelen is er sprake in het fragment? Hoe zien ze eruit? Teken of omschrijf ze hieronder.
O dr
t
1 Over wie gaat het fragment? 2 Wat gebeurt er?
*
futuristisch: zoals het er (mogelijk) in de toekomst zal uitzien, supermodern
W t o en
oet d t o t
23
O dr
t
1 Wat is een sequoia (de titel van het boek)?
Haar PEE liet een signaal horen.
2 Wat is een PEE, denk je?
3 Wat vind je van zo’n toestel? Zou je het zelf ook willen? Waarom wel/niet?
O dr
t
1 In het tekstfragment is geen sprake van straten, dorpen of gemeenten. Van wat dan wel?
2 Waar wordt die indeling in onze maatschappij nog gebruikt?
3 Vertelt het jou iets meer over de inhoud of hoe mensen er leven?
O dr
t
1 Waarom doen de bezoekers in het Wetenschappelijk Museum een mantel aan?
2 Hoe voelt Yann zich wanneer ze de koepelzaal van het Wetenschappelijk Museum binnengaat? Waarom?
3 Hoe wordt de ruimte beschreven?
24
DEEL
Lin s le
en
4 Welke sfeer hangt er in de koepelzaal?
5 Waarom is die sfeer zo?
De r i te De plaats waar de gebeurtenissen zich afspelen, is de ruimte. Die heeft een belangrijke functie: ze zorgt voor sfeer in een fragment. Ruimte kun je uitvoerig beschrijven. Dat kan algemeen. bv. oen ze de grote koepelzaal doorkruiste, voelde ze zich heel klein. Een beschrijving kan ook meer gedetailleerd zijn. bv. Het rotsplafond bevond zich zo ver boven haar dat zelfs de belichting niet alles bereikte.
FOCuS o
stijl en er en
S FO C u
Een schrijver wil een lezer boeien. Soms wil hij ook de nadruk op iets leggen. Het is belangrijk dat hij daarbij erg gevarieerd en creatief te werk gaat; hij ‘speelt’ bijna met taal.
O dr
t
1 Yann vindt dat de begroeting van Seymur niet echt gepast klinkt. Hoe zegt ze het precies?
2 Welke twee zaken vergelijkt Yann hier met elkaar?
3 Hoe zou Seymur nog kunnen klinken? Verzin zelf een passende vergelijking. ‘Je klinkt als
’
4 Welk woord kenmerkt de vergelijking die Yann maakte?
O dr
t ‘Het was geen normaal PEE-bericht, zelfs geen officieel. Hij … zijn kamerbediende kwam het brengen.’ ’Wat?’ ‘Persoonlijk overhandigd, daarstraks.’ ’Onmogelijk!’ Hij lachte, nog altijd vertwijfeld.
W t o en
oet d t o t
25