Skip to main content

Focus 2 werkboek voorbeeldhoofdstuk

Page 1

2  Boeksnoeper of zweetlez

Hoe werk je spreken

lezen

Je kunt een leesprofiel van jezelf opstellen.

Je kunt je leesprofiel mondeling voorstellen.

4 delen

2.1 Boekentest 2

Elk deel bestaat uit

nr.

nr.

ingen

en tege

n

onderwe

rp

pagina

nr.

en tege

n

onderwe

rp

leerwerk

pagina

Schrijfop

uit te voer

drachten

en tege

boek //

n

onderwe

rp

pagina

nr.

Spreekop

uit te voer

drachten

en tege

n

onderwe

rp

pagina

1

Op de eerste twee pagina’s van elk deel vind je niet alleen de inhoudstafel van dat deel, maar ook een overzicht van de vaardigheden en de kennis die erin aan bod komen.

Deze icoontjes staan boven een nieuw hoofdstuk. Ze geven aan op 2.2 vaardigheden Je leesprofiel voorstellen  welke je gaat trainen.

De klas is waarschijnlijk nieuwsgierig te weten of jij tot de boekensno lezers behoort. In een mini-spreekbeurt zal elke leerling zijn/haar leesprofiel voorstell

deel 1

bro

4

n

1

Een spreekbeurt moet je eerst voorbereiden (= Voor). Daarna voer je ze uit.(= Tijdens). Het is ook nuttig na te denken of het allemaal naar wens verliep (= Na

Tijdens de Voor-fase denk je na over de opdracht. Wat moet je doen Daarna bekijk je hoe je het aanpakt (= voorbereiden). Klaar met de voorbereiding? Dan volgt de presentatie zelf (= uitvoere Na de presentatie denk je na over hoe je de spreekopdracht uitvoerd

Jouw teken om je bronnenboek erbij te nemen. Het werkt heel eenvoudig: het eerste cijfer ( 1 ) verwijst naar het deel, het tweede ( 1 ) naar het hoofdstuk en het derde ( 4 ) naar het nummer van de bron in je bronnenboek.

16

* oriënteren: inzicht krijgen in • presentatie: voorstelling • reflecteren: nadenken over

Deel 1 Samen

In deze kaders ontdek je de betekenis van typische schooltaal­woorden. Dat zijn woorden die je op school nog vaak zult tegenkomen en die je dus zeker moet kennen. In de tekst worden ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*).

audio

4 Focus 2

spreken

n

Hier kun je een overzicht bijhouden van alle overhoringen, huis­taken, schrijf- en spreekopdrachten die je in dit deel zult maken. Samen

VA A R D I G H E D E N

Huistake

uit te voer

Leerwijz er Hoe pak je het aan ? Voor het leren • Oefe n je leer stof gere • Ga na geld in. of je wee Durf vrag t wat je • Leg je en te stell prec bronnen en aan boek, werk ies moet kenn en en kunn je leerkracht boek en over wat Tijdens notities en? je niet beg het lere klaar. n rijpt. • Je kunt de inho ud van • Je geb de kennisk ruikt de rode offers wee • Je vuld e een rech mica als hulp rgev en. middel terkolom de oefe bij het instu ning opn in bij de dere • Maak ieuw. oefe n van ningen de aanvull verklarin zinsleer, gen. ende oefe woordle ning er en en, spelling. Na het mét uitle leren Dek die g, op de af en maa • Heb website je iets niet k . onder de • Hoe weet je knie? Pak of je alles dat stuk nu echt kent? Maa je leerstof opn ieuw aan k de test . op www .focus.de boeck.b e.

8

Deel 1

1

Ben jij wereldkampioen lettervreten of lees je enkel de prentjes? Doe In je bronnenboek vind je een duidelijker afbeelding.

lezen

Overhor

uit te voer

bro

n

1

Bij deze tekst of oefening zal je leerkracht je een videofragment laten bekijken.

leerwerkboek // deel 1

Bij deze tekst of oefening zal je leerkracht je een audiofragment laten beluisteren.


met Focus 2? +

NA D E N K E N OV E R TA A L

TAAL Je zoomt even in op een stukje spelling, zinsleer of taalbeschouwing. In de hoofdstukken nadenken over taal staan hierover extra oefeningen. Je leerkracht zal je zeggen wanneer je die moet maken, nu meteen of later.

is enn

K

ZINSLEER SPELLING

Kenniskoffers bevatten kennis die onmisbaar is om de vaardigheden in dit boek onder de knie te krijgen. De koffers staan in je bronnenboek, soms ook in je werkboek. In het werkboek moet je de belangrijkste woorden nog aanvullen. In het bronnenboek staan die woorden er al, maar om ze in te oefenen of te studeren kun je ze onleesbaar maken met de rode mica die bij je boek zit.

De site die bij dit boek hoort. De oefening, tekst of link die je nodig hebt, vind je terug onder hetzelfde deel en paginanummer als in je boek. Op de site is bovendien een schat aan extra informatie (bv. over lezen) en oefeningen (bv. schooltaalwoorden) verzameld. Die kun je ook op eigen houtje verkennen.

http://focus.deboeck.com

Onderaan op de linkerpagina zie je altijd in welk deel je aan het werken bent, onderaan op de rechterpagina in welk hoofdstuk.

Hoe werk je met Focus 2?

5


1 Beroemd & bizar K I J K E N L E Z E N L U I S T E R E N S C H R I J V E N

1 1.1 1.2 1.3

Alles of niets 10 / 13 Na het lezen 13 FOCUS op … reclame 16 FOCUS op … jongerentaal en vaktaal 18

2

Voor ik doodga 22 / 21

3

Puur leesplezier 32 / 27

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Allerlei teksten 39 / 29 Vlot communiceren 29 Teksttypes en tekstsoorten 31 Delen van de tekst 32 Helden en idolen 35 Bizarre of normale eetgewoonten? 38 Eigenaardig! 42 FOCUS op … onderwerp en gezegde 45

5 5.1 5.2

Eeuwige roem 65 / 46 Grafschrift 46 Limerick 48

6 6.1 6.2

Oren open en blik op scherp! 51 Is light echt wel light? 51 Ramptoerisme in Groenland 53

2 Vroeger en nu 1 De Grote Oorlog 112 / 155 1.1 Vooraf 155 1.2 Op verkenning 156 2

Puur leesplezier – Jeugdthrillers 138 / 173

3

Poëziecollage 142 / 175

4 Aan het woord 149 / 177 4.1 Wat is dat? 177 4.2 Schatten op zolder 179 5 5.1 5.2 5.3

Informatieve teksten 150 / 183 Ouders van vroeger op … olieverf 183 Nooit meer zonder … fastfood 186 FOCUS op … voornaamwoorden 192

6 Pen en papier 158 / 194 6.1 De zakelijke brief of e-mail 194 6.2 Van strip naar verhaal 198

7 Pen en papier 68 / 56 7.1 Het verslag bij een foto 56 7.2 Een flaptekst bij een zelf ontworpen cover van een boek of dvd-hoes 63 8 8.1 8.2 8.3 8.4

Aan het woord 67 In de huid van …67 Een groepspresentatie 69 Een werkje voorstellen 71 De vakjury 73

9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5

Taal 73 / 81 Alles of niets 81 Voor ik doodga 86 Latijn is in! 89 Uitdrukkingen uit de krant 101 Verkleinwoorden 102

10

Reclame 88 / 105

S P R E K E N

N A D E N K E N O V E R T A A L

6 Focus 2

7 Nadenken over taal 162 / 203 7.1 Hoe verklaar je woorden? 203 7.2 Woorden uit de leesteksten 204 7.3 Neologismen 210 7.4 Woorden van … vroeger? 214 7.5 Het neusje van de zalm – Uitdrukkingen en spreekwoorden i.v.m. eten 217

11 Over woorden en zinnen 93 / 115 11.1 Een zin bestaat uit verschillende zinsdelen 115 11.2 Een zin bestaat uit allerlei soorten woorden 124

8 8.1 8.2 8.3

Over woorden en zinnen 167 / 221 Voornaamwoorden 221 Actieve en passieve zinnen 230 Zinsdelen 233

12 12.1 12.2 12.3 12.4

9 9.1 9.2 9.3 9.4

Foutloos schrijven 172 / 234 Hoofdletters 234 Aanhalingstekens 239 Werkwoorden 243 Moeilijke woorden 245

Foutloos schrijven 100 / 129 Werkwoorden 129 Woordtekens 137 Meervoud van zelfstandige naamwoorden 143 Leestekens 148

De bladzijdenummers in vetjes verwijzen naar het bronnenboek.

leerwerkboek // deel 1


3 Passie & techniek

4 Echt of verzonnen?

1 1.1 1.2 1.3

Onsterfelijke liefde 176 / 251 Voor het lezen 251 Na het lezen 252 FOCUS op … achtervoegsels 255

1 Kronieken van de Verrezen Wereld – Nihal uit Windland 236 / 371 1.1 Voor het lezen 371 1.2 Na het lezen 373

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Wie was Shakespeare? 182 / 256 De kracht van zijn verhalen 256 De feiten 256 FOCUS op … woordfamilies 257 Shakespeare vandaag 258

2 Het magische wandtapijt – De wolfshond van Rowan 248 / 379 2.1 Na het lezen 379 2.2 Kunst te koop 383

3

Je hebt me duizendmaal belogen 188 / 259

4 4.1 4.2 4.3

Genieten van … informatieve teksten 192 / 264 Messi is Magic! 264 Door dik en dun 267 Hoe werkt dat? 272

5 Pen en papier 207 / 277 5.1 Stap voor stap 277 5.2 Zelf aan de slag 280 6 6.1 6.2 6.3

Oren open en blik op scherp 285 Reanimatie van een kind 285 Waarom valt een schip niet om? 286 Veilig fietsen 287

7 7.1 7.2 7.3

Aan het woord 212 / 289 Toneel 289 De instructie 293 Boekpresentatie 297

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Taal 218 / 303 Woorden uit de teksten 303 Wat is er loos? 308 Woordfamilies 309 Van asap tot zipp je lip 317 Vaktaal – groepstaal 320 Taalregisters 324 Verwarrende woorden 327

9 9.1 9.2 9.3 9.4

Over woorden en zinnen 226 / 333 Het werkwoord onder de loep 333 Samengestelde zinnen 337 Storende herhalingen vermijden 345 Verkleinwoorden 348

10 10.1 10.2 10.3

Foutloos schrijven 233 / 354 Werkwoorden 354 Moeilijke woorden 359 Splitsen in lettergrepen 361

3 3.1 3.2

Alex Rider – Crocodile Tears 260 / 389 Voor het lezen 389 Na het lezen 390

4 Puur leesplezier 274 / 393 4.1 Wat je vooraf moet weten 393 4.2 Na het lezen 393 5

Een vleugje zomer 279 / 396

6 6.1 6.2 6.3

Aan het woord 404 Beeld maar geen klank, of toch? 404 Tongtwisters 405 Zeg eens euh 406

7 7.1 7.2 7.3

Echt waar of niet? 284 / 407 Mijn gedacht! 407 Blijven drijven! 410 Rare jongens, die … Grieken! 413

8 8.1 8.2 8.3

Oren open en blik op scherp 297 / 416 Jongerendebat – online 416 Onder de douche 418 De oude Grieken 419

9 9.1 9.2

Pen en papier 298 / 421 Ontwerp een klaskrant 421 Creatief met boeken aan de slag 425

10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

Taal 299 / 426 Taal bij de teksten 426 Een vreemde eend in de bijt 438 Uitdrukkingen / spreekwoorden / gezegden 440 Homoniemen, antoniemen en synoniemen 445 Woorden verklaren vanuit de context 450

11 Over woorden en zinnen 310 / 452 11.1 Verbuiging van een bijvoeglijk naamwoord 452 11.2 Correcte zinsbouw: staan de werkwoorden wel in de juiste volgorde? 456 11.3 Onderwerp en persoonsvorm: dikke vrienden! 458 11.4 Het bijwoord 460 11.5 Repetitie woorden en zinnen 463 12 12.1 12.2 12.3 12.4

Foutloos schrijven 468 Leestekens en hoofdletters: zonder gaat het niet 468 Schrijf het eens foutloos! 470 Hoofdtijden 471 Werkwoordenrally 473

7 Inhoud


8 Focus 2

leerwerkboek // deel 1


1 & 9 1 Alles of niets


10

Deel 1 Beroemd en bizar

S C H R I J V E N

L U I S T E R E N

L E Z E N

K I J K E N

❍ ❍

❍ ❍ ❍

Je leert genieten van poëzie. Je leidt kenmerken van een dichtvorm af. Je schrijft zelf een grafschrift en/of limerick.

Je schrijft een verslag bij een foto en kiest daarbij de juiste schrijfstrategie. Je ontwerpt op een creatieve manier een flaptekst bij een boekcover of dvd-hoes.

❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍

Je benoemt de delen van het communicatiemodel. Je kent het verschil tussen een teksttype en een tekstsoort. Je duidt de delen van een tekst aan. Je past een passende leesstrategie toe. Je maakt een schema van een tekst. Je beantwoordt vragen over een tekst correct. Je herkent signaalwoorden in een tekst.

❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍

❍ ❍ ❍

Je leert genieten van de fragmenten. Je beoordeelt een gelezen fragment. Je ontwerpt een moodboard.

Je denkt na over je luister- en kijkhouding. Je concentreert je op de luister- en kijktaak en je kiest de passende luister- en kijkstrategie. Je noteert kernwoorden tijdens het luisteren en kijken. Je beantwoordt na het luisteren en kijken vragen over fragmenten. Je vult ontbrekende woorden in een tekst over luister- en kijkfragmenten aan. Je vult een schema van de tekst verder aan.

21

2

❍ ❍ ❍ ❍

Je leert genieten van de fragmenten. Je schrijft een todolijst. Je leest een recensie en toetst die aan je eigen mening. Je verwoordt je eigen mening over een boek.

51 51 53

56 56 63

7 Pen en papier 7.1 Het verslag bij een foto 7.2 Een flaptekst bij een zelf ontworpen cover van een boek of dvd-hoes

46 46 48

5 Eeuwige roem 5.1 Grafschrift 5.2 Limerick 6 Oren open en blik op scherp! 6.1 Is light echt wel light? 6.2 Ramptoerisme in Groenland

29 29 31 32 35 38 42 45

4 Allerlei teksten 4.1 Vlot communiceren 4.2 Teksttypes en tekstsoorten 4.3 Delen van de tekst 4.4 Helden en idolen 4.5 Bizarre of normale eetgewoonten? 4.6 Eigenaardig! 4.7 FOCUS op … onderwerp en gezegde

Puur leesplezier

27

13 16

1.2 FOCUS op ... reclame 1.3 FOCUS op ... jongerentaal en vaktaal

3

13 13

1 Alles of niets 1.1 Na het lezen

❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍

Je leert genieten van de fragmenten. Je typeert een hoofdpersonage. Je maakt een leesvoorspelling. Je leert enkele literaire technieken kennen. Je bakent een onderwerp af en zoekt daarover doelgericht informatie op. Je denkt na over jongerentaal en jargon. Voor ik doodga

p.

Inhoud

Wat kun je na dit deel?


11

Doelstellingen

T A A L

O V E R

N A D E N K E N

S P R E K E N

❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍

Je vindt in een zin de verschillende zinsdelen terug. Je vindt in een zin de verschillende soorten woorden terug.

Je spelt de werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd correct. Je plaatst het juiste woordteken waar het moet. Je spelt het meervoud van zelfstandige naamwoorden correct. Je plaatst het juiste leesteken waar het moet.

❍ ❍ ❍

❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍

❍ ❍ ❍ ❍ ❍

Je leert welke strategieën de reclame inzet en met welke bedoeling. Je definieert wat reclame is. Je beoordeelt advertenties of reclame op websites en in supermarkten en op de radio. Je gaat op zoek naar vormen van rijm, beeldspraak en stijlfiguren in slogans. Je voert een proeftest uit op enkele merken. Je neemt een kritische houding aan tegenover reclame.

Je kent de betekenis van de woorden. Je gebruikt de woorden in een zin, situatie ... Je kent de betekenis van de woorden. Je gebruikt de woorden in een zin, situatie ... Je zoekt Latijnse citaten op en verklaart ze. Je gaat na in welke situatie en door wie ze gebruikt (kunnen) worden. Je denkt na over de invloed van het Latijn op het hedendaagse taalgebruik en de maatschappij. Je onderzoekt de invloed van het Latijn en Grieks op merknamen. Je verklaart merknamen met een Latijnse/Griekse oorsprong. Je verklaart uitdrukkingen door de context te lezen. Je zoekt de betekenis van uitdrukkingen op met behulp van een (online) woordenboek. Je gebruikt uitdrukkingen in een nieuwe situatie of context. Je verklaart waarom verkleinwoorden gebruikt worden. Je bouwt goede zinnen waarin verkleinwoorden in verschillende betekenissen worden gebruikt.

Je leeft je in een personage in en stelt hem of haar voor. Je stelt met enkele klasgenoten een onderwerp of thema voor. Je stelt een werkje voor. Je jureert een reclamemedium. Je stelt het juryrapport aan de klas voor.

115 115 124 129 129 137 143 148

11 Over woorden en zinnen 11.1 Een zin bestaat uit verschillende zinsdelen 11.2 Een zin bestaat uit allerlei soorten woorden 12 Foutloos schrijven 12.1 Werkwoorden 12.2 Woordtekens 12.3 Meervoud van zelfstandige naamwoorden 12.4 Leestekens

105

10 Reclame

101

9.4 Uitdrukkingen uit de krant

102

89

9.3 Latijn is in!

9.5 Verkleinwoorden

86

9.2 Voor ik doodga

67 67 69 71 73 81 81

Aan het woord In de huid van … Een groepspresentatie Een werkje voorstellen De vakjury

9 Taal 9.1 Alles of niets

8 8.1 8.2 8.3 8.4


Overhoringen nr.

uitvoeren tegen

onderwerp

Huistaken p.

nr.

Schrijfopdrachten nr.

uitvoeren tegen

onderwerp

uitvoeren tegen

onderwerp

p.

Spreekopdrachten p.

nr.

uitvoeren tegen

onderwerp

p.

Deel 4 Natuurlijk

LEERWIJZER Hoe pak je het aan? Voor het leren • Oefen je leerstof geregeld in. Durf vragen te stellen aan je leerkracht over wat je niet begrijpt. • Ga na of je weet wat je precies moet kennen en kunnen. • Leg je bronnenboek, werkboek en notities klaar. Tijdens het leren • Je kunt de inhoud van de kenniskoffers weergeven. • Je gebruikt de rode mica als hulpmiddel bij het instuderen van verklaringen. • Je vulde een rechterkolom in bij de oefeningen zinsleer, woordleer en spelling. Dek die af en maak de oefening opnieuw. • Maak de aanvullende oefeningen, mét uitleg, op de website http://focus.deboeck.com. Na het leren • Heb je iets niet onder de knie? Pak dat stukje leerstof opnieuw aan. • Hoe weet je of je alles nu echt kent? Maak de test op http://focus.deboeck.com.

12

leerwerkboek // deel 1

Deel 1 Beroemd en bizar


1 Alles of niets lezen

spreken

Je leert genieten van de fragmenten. Je typeert* een hoofdpersonage. Je maakt een leesvoorspelling. Je leert enkele literaire technieken kennen. Je bakent* een onderwerp af en zoekt daarover doelgericht informatie op. Je denkt na over jongerentaal en jargon.

1.1  Na het lezen Lees het fragment De dag dat oom Walter verdween in je bronnenboek.

1

bro

1

n

1

Opdracht 1 Welke voorwerpen passen bij het fragment? Naar wie verwijzen ze? Noteer de naam van een personage onder de foto.

13

* typeren: zeggen wat kenmerkend is • afbakenen: begrenzen

1 Alles of niets


Welke voorwerpen zullen vermoedelijk nog een rol spelen in het vervolg van het verhaal? Vink ze aan. Licht straks je keuze toe.

1

bro

n

1 2+3 Opdracht 2

Hoe zou jij Cecilia en Melle typeren? Wat voor jongeren zijn het? Meisjes, lees in je bronnenboek over de jongenstypes en zoek uit wat voor type Melle is. Jongens, lees in je bronnenboek over de meisjestypes en ga na welk type meisje het best bij Cecilia past. Deel 4 Natuurlijk Bij welke beschrijving past Melle/Cecilia het best? Waarom? Heb je geen passend type gevonden? Bedenk dan zelf een nieuwe categorie en omschrijf ze kort. Type:

Opdracht 3 Wat wordt in de tekst bedoeld met …? •

een soort Hema voor criminelen

•

Hij heeft alleen wat kleine schade.

•

Mammoet wilde hem opruimen.

•

Jij kunt wel iets regelen voor je oom.

14 Deel 1 Beroemd en bizar


Opdracht 4 Wat ging er aan het fragment vooraf? Waarom en in welke omstandigheden is oom Walter verdwenen, volgens jou?

Doe een voorspelling: zal Melle zijn oom terugvinden? Zo ja, hoe komt hij hem op het spoor en welke moeilijkheden kan hij daarbij ondervinden?

Zo nee, wat kan er gebeurd zijn? Hoe ontdekt Melle dat?

Lees het fragment Drie weken voordat oom Walter verdween – Speltip 4 Hap niet te snel toe in je bronnenboek.

1

bro

4

n

1

Opdracht 5 Schrap wat niet past en vul aan. •

Deze gebeurtenissen in het verhaal speelden zich eerder / na de vorige feiten af.

Dat kun je hieruit afleiden:

•

Het verhaal wordt daarom niet / wel in volgorde van gebeuren verteld. Het verhaal is dus niet / wel chronologisch opgebouwd.

•

Dit fragment is een grote terugblik / vooruitblik op wat zich afspeelde / wat er zal gebeuren.

•

Filmmakers hanteren ook die techniek van terugverwijzing / vooruitwijzing. Een passage waarin teruggegaan wordt naar het verleden, noemen we ook een flashback / flashforward. Waarom kiest een auteur deze techniek voor zijn verhaal?

15 1 Alles of niets


1.2 FOCUS op … reclame Met welke middelen om reclame over te brengen komt Melle in contact? Vink aan.

Deel 4 Natuurlijk

Hoe noem je die ‘middelen’ in het communicatieproces?

Op p. 105 e.v. gaan we dieper in op reclame.

Opdracht 6 Welk probleem heeft Melle? Hoe kon je dat uit het fragment afleiden?

16 Deel 1 Beroemd en bizar


Op welke manieren praat hij zichzelf goed?

Wat is de reactie van oom Walter wanneer hij ontdekt dat Melle ‘speelt’?

Opdracht 7 Bekijk aandachtig het fragment ‘Pokeren erg verslavend voor jongeren’ uit het journaal. Beantwoord daarna de vragen. •

Welke twee groepen pokersites kun je onderscheiden? Noteer de woorden gambling – gaming op de juiste plaats naast de twee groepen.

•

Waarom spreekt pokeren jongeren erg aan?

•

Vul aan.

Pokeren wordt voorgesteld als

, maar het is een dat

•

Waarom is Marc Callu het daar volledig mee eens?

Opdracht 8 Bekijk nu het eerste fragment waarin twee jonge pokerspelers zelf aan het woord zijn. Beantwoord daarna weer de vragen. •

Je hoort spreken over de pluspunten van poker. Noteer er twee.

•

Matthias en Christophe weerleggen de minpunten die aangebracht worden. Hoe? –

Het blijft een kansspel.

–

Het is een verslaving.

–

Het is een makkelijke manier om heel veel geld te verdienen.

17 1 Alles of niets


Opdracht 9 ICT

Wil je er meer over weten? Of over een andere verslaving? Maak groepjes van vier en verdiep jullie in een zelfgekozen onderwerp. Je bepaalt zelf wat je erover wilt bijleren. Ga via de link op http://focus.deboeck.com naar een website met informatie over allerlei soorten verslaving en bekijk die gedurende een tweetal minuten. Spreek met je groepje af welk onderwerp jullie kiezen. Onderwerp: Omdat je maar een kwartier de tijd hebt, moet je het onderwerp afbakenen. Wat wil je erover te weten komen? Je kunt je bijvoorbeeld afvragen wat de oorzaken zijn, of de gevolgen op korte of langere termijn, of welke tips gegeven worden om het probleem te voorkomen ... Zoek samen met je team een goed afgebakend stukje en stel een duidelijke vraag voorop. Onderzoeksvraag: Zoek nu per twee een degelijk antwoord op die vraag. Spreek af met de andere twee leerlingen wie welke website voor zijn/haar rekening neemt. Noteer kort de belangrijkste informatie op een cursusblad. Hiervoor krijg je tien minuten. Leg tijdens de laatste vijf minuten alle gevonden informatie samen en structureer ze op een net blad. Onderwerp: Onderzoeksvraag: •

Deel 4 Natuurlijk

• Vraagt de leerkracht je om het groepswerk voor de klas te brengen? Lees dan zeker ook de tips die je krijgt bij 8.2 Een groepspresentatie.

1.3 FOCUS op … jongerentaal en vaktaal Vertel aan je leerkracht dat je drie kraslotjes hebt gekocht, dat de eerste twee niets opleverden en dat je met het laatste een nieuw biljet hebt gewonnen. Verander nu de personages: de leerkracht brengt diezelfde mededeling over aan de directeur. Speel de situatie. Hoe zouden je grootouders elkaar die boodschap overbrengen? Speel opnieuw de situatie. Speel ook deze situatie: vertel je buurvrouw dat mama straks zal bellen vanuit het buitenland en dat je na een halfuurtje weer helemaal mee zult zijn met alle nieuwtjes. Hoe zou jouw mama dat vertellen aan de slagersvrouw? Speel de situatie. Zo staat het in de tekst: Op het eerste lot, geen fuck. Op het tweede, ook geen fuck. En op het derde won ik een gratis lot. … Een halfuur durend vrouwengezeik zou me zeker weer bij de les brengen. Wat is opmerkelijk aan het taalgebruik?

18 Deel 1 Beroemd en bizar


Stoort jou iets?

Jongeren creëren een eigen leefwereld en daar hoort ook een eigen taal bij. Net als andere groepstalen bestaat jongerentaal in belangrijke mate uit woorden en uitdrukkingen. Daarbij maken en gebruiken de jongeren veel nieuwe woorden, afkortingen, versterkende woorden en woorden die ouderen als ruw en onbeschoft ervaren. Raisen, die hap. De flop bracht een acht, een boer en, jawel, een aas. En zo ging het maar door. De ene bet na de andere. En ik won. Door het verhaal begrijp je wel waarmee je de cursief gedrukte woorden in verband kunt brengen. Het zijn woorden uit het pokerwereldje. Wil je deel uitmaken van dat milieu, dan zul je die termen vlot moeten kunnen gebruiken. Pokerspelers hebben dus zo hun eigen woorden of jargon. Bekijk ook het tweede fragment waarin de twee jonge pokerspelers aan het woord zijn. Andere groepen hebben eveneens hun eigen taalgebruik. Artsen bijvoorbeeld stellen een diagnose, spreken over symptomen, een acute of chronische ziekte enz. Ook voetballers, wielrenners en andere sporters hebben hun eigen taaltje. Meer daarover en over jongerentaal leer je in deel 3.

1

bro

7

n

1

Opdracht 10 Welke tekenende woorden uit de tekst ontbreken? Kun je ze verklaren en zelf gebruiken? Mammoet kan wel eens

, maar ik had het idee dat hij het deze keer meende.

En echt, Melle, schatje, toen hij jou daar zo zag

, was hij echt tot alles in staat.

Op p. 19 in je bronnenboek vind je de kenniskoffer. De bijbehorende taaloefeningen waarmee je aan de slag kunt, vind je op p. 81 e.v.

Opdracht 11 Spreek je waardering voor de fragmenten uit door de sterren in te kleuren: Licht je keuze kort toe. Maak eventueel gebruik van deze woorden:



herkenbaar – uit de eigen leefwereld – eigentijds – realistisch – probleemverhaal – aangepast taalgebruik – vlot geschreven – humor – spannend – verrassend …

Zou je het boek willen lezen? Waarom (niet)?

Dit heb je geleerd:

19 1 Alles of niets


1

bro

5

Tijd in literatuur

n

1

s

ni Ken

Een auteur kan ervoor kiezen de gebeurtenissen weer te geven zoals ze zich in werkelijkheid hebben voorgedaan, dat wil zeggen in

volgorde.

Om de nieuwsgierigheid van de lezer te prikkelen of om het spannend(er) te maken, kan hij ook beginnen met een vreemde situatie en daarna de voorafgaande gebeurtenis(sen) weergeven. Die passage waarin teruggekeerd wordt naar iets wat vroeger gebeurd is, heet een . Een ander woord daarvoor – een Engelse term die je zeker kent uit de filmwereld – is

1

bro

6

n

1

is

n Ken

.

Jongerentaal

Jongeren gebruiken hun eigen taalvariant. Dat doen ze om stoer te doen of om zich af te zetten tegen de wereld van de volwassenen. De groepstaal die door jongeren gebruikt wordt, noemen we

.

De groepstaal die alleen verstaanbaar is voor mensen die tot eenzelfde groep behoren, heet een . Sportjargon, medisch jargon, internetjargon … zijn enkele voorbeelden daarvan.

20 Deel 1 Beroemd en bizar

Deel 4 Natuurlijk


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Focus 2 werkboek voorbeeldhoofdstuk by VAN IN - Issuu