HOE WERK JE 4 delen 1 BEROEMD & BIZAR
2
3
VROEGER EN NU
4
PASSIE & TECHNIEK
Opdracht 6 Noteer deze kenmerken en onderdelen in de passende kolom.
Elk deel bestaat uit
ECHT OF VERZONNEN?
VABZL A R// D I G H E D E N
veel foto’s – gevoelens – zakelijk – cijfergegevens – afwisselende lay-out – inhoudstafel – ontspannend – leerrijk – doorlopende tekst – fantasie – informatief – veel onderzoekswerk vooraf – duidelijk gestructureerd – subjectief* – objectief* – feiten* – register* – hoofdstukken – trefwoorden – bibliografie*
laat hem hier niet achter. Ik blijf bij hem. U hoeft zich geen zorgen om ons te maken, sergeant, wij komen later wel terug als het donker is. Dat lukt ons wel.’ ‘Wat ben je toch een stuk verdriet, Peaceful.’ De sergeant bedreigt Charlie nu met zijn geweer en fictie non-fictie houdt de bajonet* een paar centimeter voor Charlies neus. Hij staat te trillen van woede. ‘Ik zou je hier ter plekke dood moeten schieten en zo het vuurpeloton de moeite besparen.’ Heel even lijkt het of de sergeant dat ook daadwerkelijk van plan is, maar dan komt hij weer tot bezinning en 80 draait zich om. ‘Allemaal overeind. Schiet op, ik meen het. Jullie gaan nu naar buiten. En vergis je niet: iedereen die hier blijft, komt voor de krijgsraad.’ Een voor een komen de mannen met tegenzin overeind. Iedereen bereidt zich op zijn eigen manier voor op wat komen gaat: nog een laatste trekje aan een sigaret, een stil gebed, de ogen gesloten. ‘Vooruit! Vooruit!’ De sergeant staat te schreeuwen. Ze gaan nu naar boven de trap op, de bunker 85 uit. Ze rennen het open terrein op. Ik hoor dat de Duitse machinegeweren weer beginnen te schieten. Pete isKIJKEN de laatste dieLEZEN deKIJKEN bunker verlaat. Hij blijftSCHRIJVEN even op deLUISTEREN trap staanSPREKEN enSCHRIJVEN kijktSPREKEN naar ons.SPREKEN ‘Je KIJKEN LEZEN KIJKEN LUISTEREN LEZEN KIJKEN LUISTEREN SCHRIJVEN LEZEN LUISTEREN LEZEN LUISTEREN SPREKEN SCHRIJVEN SPREKEN SCHRIJVEN moet mee, Charlie’, zegt hij. ‘Hij meent het. Die klootzak meent wat hij zegt, dat zweer ik je.’ ‘Dat weet ik’, zegt Charlie. ‘Maar ik meen het ook. Sterkte, Pete. Kop omlaag, denk erom.’ Pete loopt weg en wij zijn nu samen alleen in de bunker. We hoeven ons niet voor te stellen wat er 90 buiten gebeurt. We kunnen het horen, de doodskreten die halverwege ophouden, het dodelijke geratel van de machinegeweren, de salvo’s van de geweerschoten die hen één voor één neermaaien. Daarna is het stil. We wachten. Ik kijk naar Charlie. Ik zie dat hij tranen in zijn ogen heeft. ‘Arme stakkers’, zegt hij. ‘Arme stakkers.’ En dan: ‘Ik denk dat ik het nu grondig voor mezelf verpest FOCUS Deze icoontjes staan boven een nieuw hoofdheb, Tommo.’ Fictie en non-fictie 95 ‘Misschien komt de sergeant niet meerZe terug’, zeg ik tegen stuk. geven aan hem. op welke vaardigheden je KENNIS CD DVD Op de eerste twee pagina’s van elk deel‘Laten we dat hopen’, zegt Charlie. ‘Laten we dat hopen.’ Teksten of boeken die enkel informatie geven, noemen we informatieve teksten/boeken. gaat trainen. Daarna moet ik zo nu en dan buiten bewustzijn geraakt zijn. Iedere keer dat ik even bijkwam, zag vind je niet alleen denon-fictie. inhoudsopgave van LEERWIJZE Zulke bronnen zijn niet verzonnen; ze beschrijven feiten. Daarom noemen we ze ook R Hoe pak ik dat er een of twee man in waren geslaagd om terug in de bunker te komen, maar sergeant Hanje het aan ? Voor het dat deel, maar ook een overzicht van de leren ley was nog steeds nergens te bekennen. Maar ik bleef hopen. Toen ik weer bijkwam, merkte ik voorbeelden daarvan zijn: kookboeken, reisbrochures, boeken over het milieu, archeologie, • Oefen je leerstof geregeld • Ga na in. of je wee 100 dat Charlie naast me was gaan liggen. Hij had zijn arm om me heen geslagen en lag met zijn hoofd t wat je pre Durf vragen te stel je leerboek geschiedenis, een woordenboek ... • Leg je len aan je cies leerwerkbo vaardigheden en de kennis die erin aan leerkracht ek en noti moet kennen en kun ove ties klaar. r wat je niet nen. Tijdens het tegen mijn schouder. begrijpt • Je kun leren Een informatief boek. lees je niet altijd van a tot z. Je kunt erin komen. bladeren en de informatie lezen die je t de inhoud bod • Je geb van de ken ‘Tommo? Tommo?’, zei hij. ‘Ben je wakker?’ ruik niskoffers • Je heb t de rode mica als weergeven t bij de oefe hulp op *. dat moment interesseert. Of je kunt erin zoeken tot je de informatie vindt die je nodig hebt. middeleen Hier kun je ning bij het inst overzicht bijhouden van opnieuw en zins ‘Ja’, zei ik. . leer, woo rdleer en uderen van woordve • Maak de SPREKEN SPREKEN SPREKEN SPREKEN SPREKEN NNNNN SCHRIJVE SCHRIJVE SCHRIJVE SCHRIJVE spelling ant SCHRIJVE rklaringen. aanvullen LUISTEREN LUISTEREN LUISTEREN LUISTEREN LUISTEREN LEZEN LEZEN LEZEN LEZEN LEZEN woorden de oefeni KIJKEN KIJKEN KIJKEN KIJKEN KIJKEN ingevuld ngen, mét ‘Tommo, luister. Ik heb nagedacht. Als het ergste gebeurt ...’ Teksten of boeken waarvan de inhoud wel verzonnen is, noemen we fictie. Dek die af Na het lere uitleg, op t.aken, alle overhoringen, en maak schrijf- en de websit huis n de oefening • Heb je e focus.de iets boeck.com. 105 ‘Dat gebeurt niet’, viel Je van fragmenten. nrede. ik hem in de geniete • Hoe wee niet onder de knie leert In zulke teksten kan de schrijver zijn fantasie de vrije loop laten. ? Pak dat t je of je alle stukje daarbij argumenten gebruiken. s echt ken el en leert spreekopdrachten die je in dit zult t? Maak de leerstof opnieuw Je speelt ‘Stil, Tommo, ik wil alleen maareen datrollensp je luistert. Je moet me beloven dat je goed voor iedereen zult test op focuEenaan griezelverhaal, een deel sprookje, een grapje zijn daar voorbeelden van. . s.deboeck.c orden in een tekst op. om. zoekt kernwo zorgen. Begrijp je dat, Je Tommo? Beloofentreer je me dat?’ naar een voorgelezen tekst. kritisch en maken. d geconc Je luistert ‘Ja’, zei ik. Natuurlijk kan het wel dat de schrijver zich documenteert, dat hij gebruikmaakt van feiten om een verhaal te Boetsvan haar, hè? Jij houdt toch Jonas Hij zweeg een hele tijd voordat hijGebor verderging. ‘Jescoren houdt– nog steeds en om te ent uit schrijven. Dat is wat jullie ook deden in de eerste opdracht. Fragm .com. eboeck focus.d 110 nog steeds van Moll?’ Ik hoefde hem niet te antwoorden. je vindt Hij begreep het zo ookop wel. ‘Goed’, zei Bekijk voor het lezen de trailer die g een keer kampioen Charlie. ‘En er is nog iets waar je ook voor moet zorgen.’voetba Hij trok zijn arm weg, deed zijn horloge l en houdt van voetbal. Hij wil dolgraa Stef speelt Rovers Groene De niet zo goed. uit en deed het om mijn pols. ‘Alsjeblieft, Tommo. Het ,ismaar eendeheel horloge. Het is nog niet één staan bijna doet het ploeggoed worden de trainer over naar de ramp loopt at van keer stil blijven staan. Zorg dat je het niet kwijtraakt.’ Ik wistplaats niet en wattotikoverma moest zeggen. ‘Ga nu maar op de laatste beterschap zal brengen. trainer concurrentie. Stef hoopt dat de nieuwe weer slapen’, zei hij. ze atletiek. Haar ouders willen dat * subjectief: volgens je eigen mening/gevoel aan atletiek, maar eigenlijk haat Lize doet 115 En terwijl ik sliep, kwam de nachtmerrie uit mijn jeugd weer terug, waarin vader zijnnaar beschuldigenhaar. objectief: uitgaand van de feiten n niet ze een kampioene wordt en luistere het feit: wat werkelijk gebeurd is de vinger naar me uitsteekt, en in mijn droom nam voor dat aden. ik, als ik wakker werd, Charlie vastber echter Lizeikisme het register: lijst met belangrijke namen of trefwoorden achteraan in een boek eindelijk zou vertellen wat er al die jaren geleden in het bos was gebeurd. de bibliografie: lijst met boeken, artikelen enz. Ik deed mijn ogen open. Vanaf de overkant van de bunker zat sergeant Hanley ons van onder zijn helm dreigend aan te kijken. Terwijl we zaten te wachten tot het donker werd en de anderen zijn toch geen 75
p.
Inhoud
10
Wat kun je na dit
DEEL 1 • SAMEN
K I J K E N
n
tegen
onderwer
p
p.
en. van de fragment Je leert genieten ervaring. een persoonlijke Je spreekt over in woorden. en medeklinkers spellen van klinkers Je oefent op het boek. op in het woorden Je zoekt gericht verhalende boeken. van fragmenten uit Je leert genieten visitekaartje. eenvoudig logo of Je ontwerpt een
uitvoeren
tegen
drachten
uitvoeren
tegen
22 22 23
BZL// Contractwerk
5 Samen 5.1 Na het lezen rtje 5.2 Logo of visitekaa vorm en zinsdelen ... onderwerp, persoons 5.3 FOCUS op … werkwoorden 5.4 FOCUS op … soorten zinnen 5.5 FOCUS op 5.6 Survivaltips bij de teksten 5.7 Taaloefeningen
❍ ❍
❍
de zinnen.
❍ ❍ ❍ ❍
❍
❍ ❍ ❍
in de ‘grote’ school 6 Vriendschap opgebouwd? informatieve tekst 6.1 Hoe is een school 6.2 Naar de grote … de 6.3 FOCUS op 7
Broederband
8
Wij 2
rd
vormen van het werkwoo
31
39 40 42 45 46 47
48 51 51 53 53 54 55
56 56 62
68
70
75
BZL// Contractwerk
R E K E N
schrijfop
nr.
❍ ❍
lende en bevelen
ouwde medede
Je schrijft goedgeb
S n een tekst. C je past die toe op leesstrategie en tekst aan. H Je kiest een passende het slot van een , het midden en duidtp de inleiding R onde Jerwer tieve tekst aan. van een informa p. I Je vult een schema tekst correct. vragen over een J Je beantwoordt V e boeken. verhalend uit en E van fragment Je leert genieten N e manier. n op een creatiev Je verwerkt gedichte n genieten. S Je leert van de gedichte op. en van een gedicht P Je noemt kenmerk
13
4 Wachten 4.1 Na het lezen een vakantie-ervaring 4.2 Spreken over 4.3 Beleefd vloeken? ... klinkers 4.4 FOCUS op , hoe doe je dat? 4.5 Woorden verklaren
❍ ❍
huistake
nr.
❍
❍ ❍
ites. beoordeelt boekens eformulier. Je raadpleegt en eerlijk met een evaluati Je beoordeelt jezelf
L U I S T E R E N
overhoringe
uitvoeren
en? Boodschap ontvang of zweetlezer? 2 Boeksnoeper 2.1 Boekentest lezer ben jij? 2.2 Welk soort dat bij je past 3 Kies het boek
1
❍
nde situaties.
leesprofiel voor. Je stelt je eigen
L E Z E N
nr.
deel?
icatiemodel in verschille
en van het commun
Je herkent de onderdel
onderwer
p
p.
spreekopdra
nr.
uitvoeren
chten
tegen
onderwer
p
p.
3 Geboren om te scoren
* weergev en:
12
DEEL 1 •
mondelin
g of schrifteli
jk zeggen,
vertellen
SAMEN
1
2 ECHT OF vErZONNEN?
In deze kaders ontdek je de betekenis van typische schooltaalwoorden. Dat zijn woorden die je op school nog vaak zult tegenkomen en die je dus zeker moet kennen. In de tekst worden ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*).
182
163
DEEL 2 • VROEGER EN NU FOCUS
KENNIS
CD
CD
DVD Bij deze tekst of oefening zal je leerkracht je een videofragment laten bekijken.
4
FOCUS 2
armd. Jullie
spelers. ‘Zo geraken jullie nooit opgew
hij bekaf was. Hun trainer was en en Stef had nu al het gevoel dat De training was nauwelijks begonn Hij jakkerde hen af en leek niet de opwarming in handen genomen. behoorlijk slechtgezind en had zelf gespeeld vorig weekend? Of niet ook toch ze hadden te houden. Zó slecht 5 van plan daar snel mee op at? was er iets anders dat Jan dwarsz we afwerken op doel. gaan g vandaa bal. een l allemaa ‘Goed, stop maar!’, snauwde hij. ‘Neem weekend een keer winnen!’ Misschien kunnen we dan in het trainer niet nog norser maken. bal te nemen. Ze wilden hun norse De spelers haastten zich om een sd op. men, stopten ze en keken verbaa aankwa ballen hoop de bij ze toen 10 Maar ‘Wat krijgen we nu’, mompelde Tibo. gewoonte. zijn niet was Dat rijmen. gezegd zonder te Het viel Stef op dat Tibo iets had . toe, in de hoop zijn reputatie te redden ‘Paraplu’, voegde Tibo er nog aan Lize wel en uiteraard had kenden ze want lijk, der verwon zich niet zo gebeurvoor hen stond Lize. Dat was op op de piste aan het lopen waren, hen gestaan. Zeker als de meisjes 15 zij al weleens eerder voor aan en ook dat was niet meer outfit atletiek haar had Lize . anders aan, spikes geen de dat geregeld. Maar nu was het echter ze had der aan het trainen waren. Daaron dan normaal, aangezien de meisjes zes maten dacht Stef. In haar voetbalschoenen bovendien, zeker maar voetbalschoenen. veel te grote kousen zaten scheenbeschermers. had?’ jullie geen bal, zoals ik gevraagd 20 ‘Jongens, waarom nemen n. Toen hij Lize zag, vertraagzijn spelers hem niet gehoorzaamde Jan kwam aangelopen, boos omdat op. auwen wenkbr de hij en trok hij zijn
Ook moeilijke woorden worden onderaan op gezegde de pagina verklaard. In de tekst zijn ze aangeduid met een sterretje of asterisk (*). DVD
FOCUS
KENNIS
‘Hoger die knieën’, beval Jan zijn
meisjes, hé!’ * de bajonet: steekwapen op de geweerloop
164
DEEL 2 • TOPVORM
KENNIS
CD
Bij deze tekst of oefening zal je leerkracht je een audiofragment laten beluisteren.
DVD
FOCUS
MET FOCUS 2? +
N A D E N K E N O V E R TA A L
FOCUS
TAAL
VD geplaveid
We zoomen even in op een stukje spelling, z insleer of taalbeschouwing. In de hoofdstukken nadenken over taal staan hierover extra oefeningen. Je leerkracht zal je zeggen wanneer je die moet maken, nu meteen of later.
De straat die gepla en, krijgt het zwaa veid is met kasseir de vele vrachtwag te verduren door ens die dagelijks passeren.
willoos
FOCUS
KENNIS
CD
DVD
1.2 FOCUS op … Opdracht 4 Ik wás Romeo
1
met stenen bega
anbaar gemaakt
In Het schuimspo ok Hakeneus, Piere maken de heksen haar en Steke tand professor Gobe lijn willoos en ontvoeren hem naar het kasteel.
Kun je deze zin
e zinnen
omdat mijn naam
jouw vijand is,
eel aparte zinne
enkelvoudige
woren.
lijk?
oven schreef,
samengevoegd
Waar of niet waar? Het grappige van dit verhaa l is ook nog dat het niet eens huistaken waar is, hoewel al meer dan dat dit wel het geval is. 500 jaar gedacht wordt 1.3 FOCUS op … verkleinw Het ei van Columbus is eigen oorden nr. uitvoeren tegen onderwerp p. lijk het nr. ei van uitvoeren tegen onderwerp p. Brune 3 Wat is de boodschap? llesch Opdracht 5 i. Die Italiaanse bouwmeester de bouw van de dom van Floren was verantwoordelijk voor ce. Toen afgunstige collega’s zeiden dat ze ook wel zo’n nen maken, als ze maar de 4 Op welke manier maakt de zender die boodschap duidelijk? gebouw hadden kunkans hadden gekregen, kwam ‘Julia! Je hebt Brunelleschi met het ei op de je nach werd// gezichtsuitdrukking trust uit: al decennia voor Colum Kies (met woorden = verbaal of zonder woorden = non-verbaal) // gebaar // nodig,taal bloempje proppen. Het verhaal bus’ histori !’, riep Angelica. sche ontdekkingsreis opget ekend. 1 Waarom gebru beeld // tekens. ikt de ? Een zin die uit meer ge en samenges dere zinnen bestaat, noem en we een same telde zinnen vind ngestelde zin. je op p. 431. Meer over enke lvoudi-
1
FOCUS
KENNIS
CD
DVD
wwg.
keerde in 1493 terug van
SPELLING
heb ik hem afgez
n zijn er moge
zinnen die je hierb
ZINSLEER
zijn historische reis naar de Nieuwe Wereld. Er een feestmaal aangeboden werd hem . Een van de gasten probe erde de prestatie van Colum door te vertellen dat het bus te minimaliseren eigenlijk alleen maar een kwestie was van ‘de eerste te zijn geweest’. Columbus nodigde de man daarop uit om een ei rechtop op tafel te zetten . Het lukte hem niet. Toen zette Columbus het ei met een ferme klap op tafel neer. De schaal aan de onderkant werd ingede het ei bleef staan. ukt en ‘Dat kan iedereen’, riep de gast uit. ‘Precies’, zei Columbus. ‘Je moet er maar als eerste aan denken.’
samengesteld
Montague, maar
er werden de
Onderstreep in elke zin het
wil
Christoffel Columbus
opsplitsen? Hoev
2 Op welke mani
zonder eigen
Wie is de zender?
overhoringen
2 En wie de ontvanger?
schrijver hier een
verkleinwoord?
2 Is er ook een andere verkleinvo rm mogelijk? Zoek woordenlijst.or g. even op in
Naar: www.broodjeaap.nl
FOCUS
KENNIS Naamwoordelijk gezegde boek of op CD Die manier noemen we e)wo deorden code. DVD Hoe je de verk coderen. leinwoorden Een boodschap omzetten in tekens of gebaren die begrijpelijk zijn, is In een nwg wordt iets gezegd vormt en hoe ze gebruikt word over het onderwerp met werkw Het ontcijferen van of tekens heet decoderen. en, die leer jegebaren oorden én naamwoorden. verder op p. 442. Fran lijkt groter met zwarte kleren. 5 Welk middel gebruikt de zender om zijn boodschap te sturen? Ze is verpleegster geworden. 1 ONSTERFELIJ KE LIEFDE Het nwg bestaat uit minstens schrijfopdrachten spreekopdrachten 303 één werkwoord en minste Dat middel noemen we het kanaal. ns één naamwoord. Het werkwoord komt altijd uit deze reeks: nr. gebruikt uitvoerenom tegen onderwerp nr. uitvoeren tegen onderwerp p. 6 Welk kanaal wordt in het stripfragment hieronder de boodschap te brengen? p. zijnover / word en / blijven / blijken / lijken / schijnen → een middeltje om te ontho uden: ZWaBBeLS Het zijn koppelwerkwoorde n. Ze hebben altijd een aanvu lling nodig. Je kunt een koppelwerkwoord altijd vervangen door ten minste drie andere koppelwerkwoorde n. Papa is / wordt / blijft / blijkt / lijkt / schijnt handig. De noodzakelijke aanvulling – het zinsdeel met het naamw oord erin – noemen we het naamwoordelijk deel van het gezegde (ndgez).
KENNIS
een (onlin
Kenniskoffers bevatten kennis die onmisbaar is om de vaardigheden in dit boek onder FOCUSdie je moet de knie te krijgen. De woorden kennen, staan in het oranje. Om ze in te oefenen, kun je ze onleesbaar maken met de CD rode mica die DVD bij je boek zit. LEERWIJZER Hoe pak je hetnog aan? eens terug als invulkoffers. Via focus.deboeck.com je deze kenniskoffers 7 Bekijk nuvind dit stripfragment: het leren Als oefening kun je dan zelf de belangrijksteVoor woorden aanvullen. • Oefen je leerstof geregeld in. Durf vragen te stellen aan je leerkracht over wat je niet begrijpt. MERHO, Kiekeboe – De straf van Sint Tetis, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1992.
• Ga na of je weet wat je precies moet kennen en kunnen. • Leg je leerwerkboek en notities klaar.
De website die bij dit boek hoort. De oefening, tekst of link die je nodig hebt, vind je terug onder 8 hetzelfde deel als in je boek. Op de site is bovendien een schat aan extra informatie (bv. over lezen) en oefeningen (bv. schooltaalwoorden) verzameld. Die kun je ook op eigen houtje verkennen.
Tijdens het leren • Je kunt de inhoud van de kenniskoffers weergeven*. • Je gebruikt de rode mica als hulpmiddel bij het instuderen van woordverklaringen. DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR • Je hebt bij de oefeningen zinsleer, woordleer en spelling antwoorden ingevuld. Dek die af en maak de oefening opnieuw. • Maak de aanvullende oefeningen, mét uitleg, op de website focus.deboeck.com.
124
MERHO, Kiekeboe – De straf van Sint Tetis, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1992.
Na het leren
Is hier sprake van eenzijdige of tweezijdige communicatie? Waarom? • Heb je iets niet onder de knie? Pak dat stukje leerstof opnieuw aan. • Hoe weet je of je alles echt kent? Maak de test op focus.deboeck.com. focus.deboeck.com * weergeven: mondeling of schriftelijk zeggen, vertellen
12
DEEL 1 • SAMEN
1 BOODSCHAP ONTVANGEN?
15
Je persoonlijke toegangscode tot de website staat op de binnenzijde van de kaft van dit boek.
Onderaan op de linkerpagina zie je altijd in welk deel je aan het werken bent, onderaan op de rechterpagina in welk hoofdstuk.
HOE WERK JE MET FOCUS 2?
5
1 Beroemd & bizar KIJKEN// LEZEN// LUISTEREN// SCHRIJVEN// SPREKEN//
2 Vroeger en nu
1 ALLES OF NIETS 1.1 Na het lezen 1.2 FOCUS op … zinsdelen
13 15 24
2 WAT HAD JE GEDACHT? 2.1 Voor ik doodga 2.2 FOCUS op … soorten woorden
26 26 36
6
FOCUS 2
169 169 170 177 185
2 PUUR LEESPLEZIER – SPEURWERK
201
3 PUUR LEESPLEZIER 37 BZL //
3 CHARGE! AANVALLEN!
202
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
4 AAN HET WOORD 4.1 Wat is dat? 4.2 Schatten op zolder
209 209 212
5 INFORMATIEVE TEKSTEN 5.1 Ouders van vroeger op … olieverf 5.2 Nooit meer zonder … fastfood 5.3 FOCUS op … voornaamwoorden
215 215 220 229
6 PEN EN PAPIER 6.1 Met vriendelijke groeten 6.2 Van strip naar verhaal
230 230 236
7 TAAL 7.1 Hoe verklaar je woorden? 7.2 Woorden uit de leesteksten 7.3 Neologismen 7.4 Woorden van … vroeger? 7.5 Het neusje van de zalm – Uitdrukkingen en spreekwoorden i.v.m. eten 7.6 FOCUS op … werkwoordstijden
243 243 245 250 253
8 OVER WOORDEN EN ZINNEN 8.1 Voornaamwoorden 8.2 Zinsdelen
263 263 275
9 FOUTLOOS SCHRIJVEN 9.1 Aanhalingstekens 9.2 Hoofdletters 9.3 Werkwoorden: de tijden 9.4 Moeilijke woorden
276 276 280 286 290
ALLERLEI TEKSTEN 45 Vlot communiceren 45 Teksttypes en tekstsoorten 47 Delen van de tekst 53 Helden en idolen 55 FOCUS op … werkwoorden 62 FOCUS op … woordtekens 62 Bizarre of normale eetgewoonten? 63 FOCUS op … meervoud van zelfstandige naamwoorden 71 4.9 Eigenaardig! 72 4.10 FOCUS op … leestekens 78
NADENKEN OVER TAAL//
1 DE GROTE OORLOG 1.1 Vooraf 1.2 Op verkenning BZL // 1.3 FOCUS op … woordverklaring 1.4 FOCUS op … hoofdletters en aanhalingstekens
5 OREN OPEN EN BLIK OP SCHERP! 5.1 Is light echt wel light? 5.2 Iedereen beroemd!
79 80 82
6 PEN EN PAPIER 6.1 Het verslag bij een foto 6.2 Een flaptekst bij een zelf ontworpen cover van een boek of dvd-hoes
84 84
7 7.1 7.2 7.3
AAN HET WOORD In de huid van … Een werkje voorstellen Een groepspresentatie
99 99 101 103
8 8.1 8.2 8.3
TAAL Alles of niets Voor ik doodga Uitdrukkingen uit de krant
107 107 113 117
91
9 OVER WOORDEN EN ZINNEN 9.1 Een zin bestaat uit verschillende zinsdelen 9.2 Een zin bestaat uit allerlei soorten woorden
121 121 134
10 FOUTLOOS SCHRIJVEN 10.1 Werkwoorden 10.2 Woordtekens 10.3 Meervoud van zelfstandige naamwoorden 10.4 Leestekens
139 139 151 156 161
256 262
3 Passie & techniek 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
ONSTERFELIJKE LIEFDE Voor het lezen FOCUS op … samengestelde zinnen FOCUS op … verkleinwoorden Na het lezen FOCUS op … achtervoegsels
4 Echt of verzonnen? 299 299 303 303 304 307
1 KRONIEKEN VAN DE VERREZEN WERELD – NIHAL UIT WINDLAND 469 1.1 Voor het lezen 469 1.2 Na het lezen 480 1.3 FOCUS op ... homoniemen, antoniemen en synoniemen 483 1.4 FOCUS op ... bijvoeglijk naamwoord 484
2 LEZEN OVER LIEFDE
308
3 EEUWIGE ROEM 3.1 Grafschrift 3.2 Limerick
316 316 319
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
322 322 329 330 330 331 339
2 HET MAGISCHE WANDTAPIJT – DE WOLFSHOND VAN ROWAN 487 2.1 Na het lezen 494 2.2 FOCUS op ... het bijwoord 497 2.3 Kunst te koop BZL // 498
GENIETEN VAN … INFORMATIEVE TEKSTEN Messi is magic! FOCUS op … soorten werkwoorden FOCUS op … woordfamilies FOCUS op … verwarrende woorden Door dik en dun Een smartphone kiezen
5 PEN EN PAPIER 5.1 Stap voor stap 5.2 Zelf aan de slag
342 342 347
6 OREN OPEN EN BLIK OP SCHERP 6.1 Reanimatie van een kind 6.2 Waarom valt een schip niet om? 6.3 Veilig fietsen
351 351 352 353
7 AAN HET WOORD 7.1 Dialoog 7.2 De instructie 7.3 Boekpresentatie 7.4 De vakjury
354 354 357 361 BZL // 364
8 TAAL 8.1 Woorden uit de teksten 8.2 Wat is er loos? 8.3 Woordfamilies 8.4 Jongerentaal 8.5 Vaktaal – groepstaal 8.6 Taalregisters 8.7 Verwarrende woorden 8.8 Latijn is in!
375 375 377 379 387 390 397 400 BZL // 406
9 RECLAME
419
10 OVER WOORDEN EN ZINNEN 10.1 Het werkwoord onder de loep 10.2 Samengestelde zinnen 10.3 Storende herhalingen vermijden 10.4 Verkleinwoorden
427 427 431 440 442
11 FOUTLOOS SCHRIJVEN 11.1 Werkwoorden 11.2 Moeilijke woorden
454 454 460
3 ALEX RIDER – CROCODILE TEARS 3.1 Voor het lezen 3.2 Na het lezen
509 509 515
4 EEN VLEUGJE ZOMER
520
5 AAN HET WOORD 531 5.1 Beeld maar geen klank, of toch? 531 5.2 Tongtwisters 532 5.3 Zeg eens euh 533 6 6.1 6.2 6.3 6.4
ECHT WAAR OF NIET? Mijn gedacht! Blijven drijven! FOCUS op ... hoofdtijden van werkwoorden Rare jongens, die … Grieken!
534 534 541 547 548
7 7.1 7.2 7.3
OREN OPEN EN BLIK OP SCHERP Jongerendebat – online Onder de douche De oude Grieken
554 554 556 558
8 PEN EN PAPIER 8.1 Ontwerp een klaskrant 8.2 Creatief met boeken aan de slag
560 BZL // 560 563
9 TAAL 9.1 Taal bij de teksten 9.2 Een vreemde eend in de bijt 9.3 Uitdrukkingen, spreekwoorden, gezegden 9.4 Homoniemen, antoniemen en synoniemen
565 565 577 581 585
10 OVER WOORDEN EN ZINNEN 10.1 Over bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden 10.2 Verbuiging van een bijvoeglijk naamwoord 10.3 Correcte zinsbouw: staan de werkwoorden wel in de juiste volgorde? 10.4 Repetitie woorden en zinnen
594 594 597
11 FOUTLOOS SCHRIJVEN 11.1 Leestekens en hoofdletters: zonder gaat het niet 11.2 Schrijf het eens foutloos! 11.3 Hoofdtijden 11.4 Werkwoordenrally
613 613 614 616 621
603 607
INHOUD
7
8
FOCUS 2
1 BEROEMD & BIZAR
10
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
S C H R I J V E N
L U I S T E R E N
L E Z E N
K I J K E N
❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍
Je leert genieten van de fragmenten. Je typeert een hoofdpersonage. Je maakt een leesvoorspelling. Je leert enkele literaire technieken kennen. Je herkent verschillende zinsdelen.
Je leert genieten van de fragmenten. Je schrijft een todolijst. Je leest een recensie en toetst die aan je eigen mening. Je verwoordt je eigen mening over een boek. Je herkent verschillende soorten woorden.
Je leert genieten van een fragment. Je neemt een standpunt in over een actueel thema. Je stelt het standpunt van de groep voor. Je zoekt bijkomende informatie op het internet op. Je beschrijft een medeleerling aan de hand van voorwerpen. Je beoordeelt een gelezen fragment. Je beoordeelt jezelf / een medeleerling eerlijk met een evaluatieformulier.
Je benoemt de delen van het communicatiemodel. Je kent het verschil tussen een teksttype en een tekstsoort. Je duidt de delen van een tekst aan. Je past een passende leesstrategie toe. Je vult de juiste vorm van werkwoorden in. Je herhaalt het gebruik van woordtekens. Je beantwoordt vragen bij een tekst. Je herhaalt het meervoud van zelfstandige naamwoorden. Je vult het schema van een tekst aan met kernzinnen. Je duidt signaalwoorden aan in een tekst. Je herhaalt leestekengebruik.
Je denkt na over je luister- en kijkhouding. Je concentreert je op de luister- en kijktaak en je kiest de passende luister- en kijkstrategie. Je noteert kernwoorden tijdens het luisteren en kijken. Je beantwoordt na het luisteren en kijken vragen over fragmenten. Je vult ontbrekende woorden in een tekst over luister- en kijkfragmenten aan.
Wat kun je na dit deel?
45 45 47 53 55 62 62 63 71 72 78 79 80 82
4.10 FOCUS op … leestekens 5 Oren open en blik op scherp! 5.1 Is light echt wel light? 5.2 Iedereen beroemd!
37
3 Puur leesplezier BZL //
4 Allerlei teksten 4.1 Vlot communiceren 4.2 Teksttypes en tekstsoorten 4.3 Delen van de tekst 4.4 Helden en idolen 4.5 FOCUS op … werkwoorden 4.6 FOCUS op … woordtekens 4.7 Bizarre of normale eetgewoonten? 4.8 FOCUS op … meervoud van zelfstandige naamwoorden 4.9 Eigenaardig!
36
2.2 FOCUS op ... soorten woorden
26 26
2 Wat had je gedacht? 2.1 Voor ik doodga
13 15
24
Alles of niets Na het lezen
p.
1.2 FOCUS op ... zinsdelen
1 1.1
inhoud
DOELSTELLINGEN
11
T A A L
O V E R
N A D E N K E N
S P R E K E N
❍ ❍
❍ ❍ ❍
❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍ ❍
Je schrijft een verslag bij een foto en kiest daarbij de juiste schrijfstrategie. Je ontwerpt op een creatieve manier een flaptekst bij een boekcover of dvd-hoes.
Je leeft je in een personage in en stelt hem of haar voor. Je stelt een werkje voor. Je stelt met enkele klasgenoten een onderwerp of thema voor.
Je kent de betekenis van de woorden. Je gebruikt de woorden in een zin, situatie ... Je kent de betekenis van de woorden. Je gebruikt de woorden in een zin, situatie ... Je verklaart uitdrukkingen door de context te lezen. Je zoekt de betekenis van uitdrukkingen op met behulp van een (online) woordenboek. Je gebruikt uitdrukkingen in een nieuwe situatie of context.
Je vindt in een zin de verschillende zinsdelen terug. Je vindt in een zin de verschillende soorten woorden terug.
Je spelt de werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd correct. Je plaatst het juiste woordteken waar het moet. Je spelt het meervoud van zelfstandige naamwoorden correct. Je plaatst het juiste leesteken waar het moet.
113 117
121 121 134 139 139 151 156 161
8.2 Voor ik doodga 8.3 Uitdrukkingen uit de krant
9 Over woorden en zinnen 9.1 Een zin bestaat uit verschillende zinsdelen 9.2 Een zin bestaat uit allerlei soorten woorden 10 Foutloos schrijven 10.1 Werkwoorden 10.2 Woordtekens 10.3 Meervoud van zelfstandige naamwoorden 10.4 Leestekens
8 Taal 8.1 Alles of niets
107 107
99 99 101 103
7 7.1 7.2 7.3
Aan het woord In de huid van … Een werkje voorstellen Een groepspresentatie
91
84 84
6 Pen en papier 6.1 Het verslag bij een foto 6.2 Een flaptekst bij een zelf ontworpen cover van een boek of dvd-hoes
overhoringen nr.
uitvoeren tegen
onderwerp
huistaken p.
nr.
uitvoeren tegen
schrijfopdrachten nr.
uitvoeren tegen
onderwerp
onderwerp
spreekopdrachten p.
nr.
uitvoeren tegen
onderwerp
LEERWIJZER Hoe pak je het aan? Voor het leren • Oefen je leerstof geregeld in. Durf vragen te stellen aan je leerkracht over wat je niet begrijpt. • Ga na of je weet wat je precies moet kennen en kunnen. • Leg je leerwerkboek en notities klaar. Tijdens het leren • Je kunt de inhoud van de kenniskoffers weergeven*. • Je gebruikt de rode mica als hulpmiddel bij het instuderen van verklaringen. • Je vulde een rechterkolom in bij de oefeningen zinsleer, woordleer en spelling. Dek die af en maak de oefening opnieuw. • Maak de aanvullende oefeningen, mét uitleg, op de website focus.deboeck.com. Na het leren • Heb je iets niet onder de knie? Pak dat stukje leerstof opnieuw aan. • Hoe weet je of je alles nu echt kent? Maak de test op focus.deboeck.com.
* weergeven: iets beschrijven, opnieuw vertellen op een andere manier
12
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
p.
p.
1 Alles of niets KIJKEN KIJKEN KIJKEN KIJKEN KIJKEN
LEZEN LEZEN LEZEN LEZEN LEZEN
LUISTEREN LUISTEREN LUISTEREN LUISTEREN LUISTEREN SCHRIJVEN SCHRIJVEN SCHRIJVEN SCHRIJVEN SCHRIJVEN
SPREKEN SPREKEN SPREKEN SPREKEN SPREKEN
Je leert genieten van de fragmenten. Je typeert* een hoofdpersonage. Je maakt een leesvoorspelling. Je leert enkele literaire technieken kennen. Je herkent verschillende zinsdelen. Lees het fragment De dag dat oom Walter verdween. De dag dat oom Walter verdween Fragment uit Alles of niets – Khalid Boudou Het leven van de zeventienjarige Melle verandert volledig wanneer zijn ouders voor vijf weken naar Hongarije vertrekken om er een bed & breakfast te beginnen. Oom Walter biedt aan om die tijd bij Melle te komen logeren. Maar enige tijd later is oom Walter om een of andere duistere reden plots verdwenen.
1
5
10
15
‘Melle! Melle!’ Net toen ik het hoekje om wilde gaan, hoorde ik haar stem. Eindelijk. Die stem, die op dat moment verdomme in mijn oren klonk als de sirene van een hulpdienst. Met een bos sleutels in de hand kwam ze met een bezorgde blik op me af en wreef me over mijn schouders, probeerde met de mouw van haar vest mijn natte wangen droog te wrijven. Terwijl ze mijn ogen zocht, riep ze: ‘Kom, Melle ... alsjeblieft. Loop even mee. Vlug. Snel.’ Ik aarzelde even. Maar als er iemand was in het wereldje waarin ik verzeild was geraakt die ik kon vertrouwen, dan was dat Cecilia. Even keek ze achterom en tiktiktakkend op haar hakjes liep ze gehaast voor me uit. Pas bij de brug vertraagde ze haar pas. Haar opvallende auto, een paars-witte Mini Cooper op sportbandjes, stond aan de gracht geparkeerd. Zonder een woord te zeggen stapte ze in de auto. Nadat ze de auto midden op de weg had gereden, zwaaide ze het portier voor me open. Ik maakte een excuserende beweging toen ze met een half oog naar mijn modderige lakschoenen staarde en stapte in. Ze grijnsde, hield mijn blik even vast en richtte zich op de weg van de slapende stad. Met wat tissues uit het doosje op het dashboard depte ik mijn nek en wangen droog. ‘Wat een weertje zeg’, klaagde Cecilia. ‘Waar gaan we heen, Cecilia? Wat is er aan de hand?’
* typeren: zeggen wat kenmerkend is
1 Alles of niets
13
DVD
20
25 FOCUS
zinsdelen
30
35
40
45
50
55
60
65
14
Cecilia schudde haar hoofd. ‘Rustig, Melle. Rustig. Alsjeblieft. Rustig.’ Uiteindelijk reden we een troosteloze wijk vol flatgebouwen met schotels in. Vlak voor een bocht deed ze de lichten uit. Zachtjes draaide ze aan het stuur en reed zo in het donker, richting een rij garages onder de flats. In de verte klonk een sirene. Ze parkeerde de auto met zijn neus naar een van die groene garagedeuren. Met een afstandsbediening ontgrendelde ze een deur. Eenmaal in de garage kwam een geurmix van coffeeshop en apotheek op me af. Buiten zou je je niet kunnen voorstellen hoe groot het erbinnen was, het leek net een sporthal. Overal cementzakken en dozen. Dozen die uitpuilden van sportschoenen, T-shirts en trainingspakken. Ik denk dat het daar een soort Hema voor criminelen was. Nadat ze haar vest had uitgedaan, plofte Cecilia met een diepe zucht neer op de zwarte bank. Ze trok haar pumps uit en plaatste haar voeten met groene glitterlak op de teennagels op een grote, ronde, glazen tafel vol uitpuilende asbakken, een ongelezen Telegraaf, lege flessen wodka en rum, en speelkaarten. Maar wat me het meest opviel, was een kruisboog. Die lag daar zomaar op een oude rieten stoel. Hij zag eruit als een geweer met daarop een boog. En hij was geladen met een goudkleurige pijl. ‘ ’t Is maar speelgoed’, stelde Cecilia me gerust, met een aansteker spelend. Ze stond op en pakte een handdoek. ‘Hier. En doe je schoenen uit. Van natte voeten word je ziek.’ ‘Ik ben al ziek.’ ‘Ga zitten, zieke jongen’, zei ze zacht. ‘Hier kan niemand ons horen.’ Ik ging zitten en nam een sigaret van haar aan. Met trillende vingers stak ze die aan. ‘Vertel’, zei ik. ‘Melle, je moet me vertrouwen. Ik heb gezegd dat ik het met je zou regelen.’ ‘Waar heb je het over?’ ‘Ik heb het over Mammoet.’ ‘Cecilia, kom op. Wat is dit? Waar gaat dit over?’ ‘Melle, ik kan je alleen vertellen dat het goed gaat met je oom. Hij heeft alleen wat kleine schade.’ ‘Wat noem jij kleine schade?’ ‘Iets met zijn ribben.’ ‘Iets?’ ‘Een paar gebroken ribben, maar geloof me: er wordt goed voor hem gezorgd.’ ‘Jezus.’ ‘Melle, alsjeblieft. Ik heb veel erger gezien.’ ‘Gaat hij dood?’ ‘Nee, Melle, natuurlijk gaat hij niet dood.’ ‘Maar waar? Waar is hij dan? En waarom?’ ‘Melle, rustig ... alsjeblieft. Melle ... je oom ... je oom heeft er een puinhoop van gemaakt. Ik heb hem gered. Echt, Melle, Mammoet wilde hem opruimen. Ik heb Suk en Hwan gelijk gevraagd om jou naar buiten te leiden. Gewoon uit voorzorg. Mammoet kan weleens bluffen, maar ik had het idee dat hij het deze keer meende. En echt, Melle, schatje, toen hij jou daar zo zag ijsberen, was hij echt tot alles in staat. Hij trok het tapijt van de grond, zo razend was hij. En je wilt Mammoet allesbehalve razend krijgen. “Die snotneus trekt de aandacht ... ik haat aandacht”, brulde hij. En dus heb ik hem gezegd dat ik jou goed ken en dat je een aardige jongen bent. En dat je veel geld uitgeeft in zijn casino. En ook dat je rijke ouders hebt en dat jij wel iets zou kunnen regelen voor je oom.’ ‘Wat? Ik? Rijke ouders? Cecilia? Kom op, zeg!’ Ik haalde mijn handen over mijn gezicht en zuchtte diep. ‘Dat heb je me een keer verteld, Melle ... Maar daar gaat het nu niet om. Ik wilde gewoon wat tijd rekken.’ Ik veerde op. ‘O, mijn god! Zeg me verdomme dat het een grap is, Cecilia.’
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
70
Ik sloeg met een vlakke hand op de betonnen paal voor me. Ze wilde me vastpakken en omhelzen, maar ik deinsde terug. Wel nam ik de volgende sigaret die ze me aanreikte, gretig aan. ‘Melle, sorry, ik moest wel wat voor je verzinnen.’ Ze wist zich totaal geen houding te geven. Ze liep naar de wasbak en vulde een glas met water. In één teug dronk ze het leeg. ‘Als je wilt, kun je hier vanavond slapen. Hier komt voorlopig niemand.’ Lang staarde ik beteuterd naar de kruisboog. ‘Nee’, zei ik. ‘Ik neem liever een taxi naar huis. Ik zie wel. Ik zie verdomme wel. Kun je me alsjeblieft honderd euro lenen?’ BOUDOO, K., Alles of niets, Moon, Amsterdam, 2010.
1.1 Na het lezen Opdracht 1 Welke voorwerpen passen bij het fragment? Naar wie verwijzen ze? Noteer Cecilia of Melle of oom Walter onder de foto. Soms verwijst een foto naar meerdere personages. 1
2
3
4
5
6
7
8
1 Alles of niets
15
Opdracht 2 1 Hoe zou jij Cecilia en Melle typeren? Wat voor jongeren zijn het? Meisjes, lees over de jongenstypes en markeer wat voor type Melle is. Jongens, lees over de meisjestypes en markeer welk type het best bij Cecilia past. Jongenstypes 1
5
10
15
20
25
30
35
16
1 De Grote Bek Aard en omgeving: Hij is opzichtig gekleed en heeft een grote bek. Hij laat zijn amandelen zien op de voetbalterreinen of in de schoolgangen. Je kunt hem niet missen (of je moet jezelf platdrukken tegen de muur), omdat hij door de gangen stormt met een horde blaaskaken zoals hijzelf. Versierformule: ‘Hé, jij daar!’ Pro’s en contra’s: Onder al dat geschreeuw en gedoe is hij een zachtgekookt eitje. Je kunt hem om je vinger winden als je dat wilt. Maar wil je dat? Hij eet met zijn mond open, boert (luid) en zal je ouders op hun zenuwen werken. Maar als je op hun zenuwen wilt werken, is dat eerder een pro dan een contra. 2 Meneer Weetal Ook Eihoofd genoemd, gezien de vorm van zijn hoofd. Aard en omgeving: Hij denkt veel en denkt dat denken het belangrijkste is wat je kunt doen en dat iedereen die niet denkt, niet belangrijk is. Ik denk dat je hem kunt vinden in de schoolbibliotheek, met zijn neus in een groot boek vol kleine lettertjes die hem bijziend maken, en ik denk dat dat de reden is waarom meneer Weetal bij het denken met zijn ogen knippert. Versierformule: ‘Ik ben een genie.’ Pro’s en contra’s: Je hoeft je mond niet te oefenen door te praten: dat doet hij wel voor jou. Maar hij zal je ook bespatten met speeksel, dus draag een regenjas. 3 De Knapperd Aard en omgeving: Wow! Het zijn niet gewoon z’n tanden! Het zijn z’n ogen, z’n huid, alles! Maar waar vind je hem? Ga bij die menigte meisjes buiten de schoolpoort staan. Hij zal ongeveer in het midden staan. Versierformule: Heeft hij niet nodig. Met zo’n knappe smoel liggen de meisjes vanzelf aan zijn voeten. Pro’s en contra’s: Hij ziet er misschien goed uit, maar wie zegt dat de rest goed is? 4 De Milieufreak Aard en omgeving: Zie je die jongen tijdens de middagpauze in de stortregen staan? Hij draagt een bord met: RED DE WALVISSEN EN DE DOLFIJNEN! Dat is de milieufreak. Hij spreekt langzaam om energie te sparen. Hij is voor hergebruik van oude sokken en de weggeworpen jeans van andere jongens door bij Oxfam-wereldwinkels te kopen. Hij eet geen koeien of andere dieren. Versierformule: ‘Wil je een blaadje sla van me?’ Pro’s en contra’s: Je zult hem er niet van moeten overtuigen dat je een brein hebt en hij zal je niet beledigen door te denken dat je niet zelf je bioscoop kunt betalen. Maar als je romantiek zoekt, kun je de nachtzoen wel vergeten. Hij heeft het te druk met uit te vissen hoeveel jouw deel is in de kosten van het schoenleer dat hij versleten heeft door jou thuis te brengen.
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
Meisjestypes 1
5
10
15
20
25
30
35
40
1 De Wildebras Aard en omgeving: Elke kerel die ooit een bende heeft gehad, kent de wildebras. Je vindt ze in elke bende. Dit type kent duidelijk geen angst, want het treedt tot de bende toe wanneer alle leden nét gezworen meisjeshaters zijn geworden. Het is ook een maatstaf voor de lelijkheid van het type: niemand merkt echt dat ze een meisje is tot het te laat is, want dan is ze al zodanig ‘een van de jongens’ dat ze geaccepteerd is. Wat ze zegt: Vreemd genoeg (maar typisch) zal de wildebras wél haar geslacht in de schaal werpen om haar zin te krijgen. Een typische opmerking kan dus zijn: ‘Zoiets doe je niet waar een dame bij is!’ Natuurlijk zal ze zich inmiddels evenmin als een ‘dame’ zien als de rest van de bende. Wat ze bedoelt: ‘Hou daarmee op of ik verkoop je een dreun!’ Pro’s en contra’s: Een wildebras in je bende hebben is prima wanneer je stopt met kikkervisjes te martelen en overstapt op meisjes. Zo heb je een exemplaar waarop je kunt oefenen. Maar minder positief is dat je snel weer verlangt naar de kikkervisjes! 2 De Schoonheid Aard en omgeving: Je vindt haar in elk liedje dat ooit geschreven is, en op de moeilijkst bereikbare plaatsen. Zij is het onderwerp van gedichten, boeken, opschepperij en gevechten. Maar altijd blijft ze op een afstand. Wat ze zegt: ‘Hoi!’ Wat ze bedoelt: ‘Haal dat maar uit je hoofd, kereltje!’ Pro’s en contra’s: Naar haar kijken is een droom. Maar jammer genoeg is kijken niet genoeg. En jammer genoeg omringt ze zich met een schare ex-wildebrassen die zo lelijk zijn dat een verzameling gorilla’s eruitziet als een Miss World-verkiezing! 3 Je Persoonlijke Organisator Aard en omgeving: Je vindt haar altijd bij buitenschoolse activiteiten en in clubs. En als je haar niet ziet, staat ze gewoon twee passen achter je rug! Want jij bent het doel van haar organisatietalent. Ze wil jou organiseren. Haar moederinstinct heeft het gewonnen van haar seksuele instincten. Ze valt dus niet echt op je. Nog niet, Natuurlijk! Wat ze zegt: ‘Heb je je huiswerk al gemaakt?’ Wat ze bedoelt: Het zou natuurlijk leuk zijn als je kon denken dat ze bedoelde: ‘Want als je het af hebt, mag ik het dan kopiëren?’ Maar nee hoor: ze bedoelt écht wat ze zegt! Pro’s en contra’s: Het is natuurlijk leuk je eigen wandelende agenda te hebben ... totdat ze op je gaat vallen! Want dan ben je gezien! 4 De Weetal Aard en omgeving: Je vindt haar vooraan in de klas, vooraan in de race, op het podium bij elke discussieavond. Je vindt haar eigenlijk overal waar er een kans bestaat om de eerste te zijn. Daar is ze dan, door en door zeldzaam: een Zeer Intelligente Vrouw. Maar ze weet het. En of ze het weet! Wat ze zegt: ‘Jeetje, wist jij dat niet?’ Wat ze bedoelt: ‘Hoe kan iemand zo dom zijn en toch overleven in deze maatschappij?’ Pro’s en contra’s: Prima als vriendin, want je mag altijd haar huiswerk kopiëren. Maar ja, een vriendschap met haar is onmogelijk, want een gesprek van vijf minuten met haar slaat alle lucht uit je longen! COREY, P., Succes bij de jongens. Succes bij de meisjes, Deltas, Aartselaar, 1993.
1 Alles of niets
17
2 Bij welke beschrijving past Melle/Cecilia het best? 3 Waarom?
4 Stel: iemand van de politie vraagt je om zo veel mogelijk informatie over Cecilia en Melle te geven. Noteer hoe jij Cecilia/Melle zou beschrijven. Vertel in een drietal zinnen over kleding, uiterlijk en karakter. Opdracht 3 Wat wordt in de tekst bedoeld met …? 1 ‘een soort Hema voor criminelen’ 2 ‘Hij heeft alleen wat kleine schade.’ 3 ‘Mammoet wilde hem opruimen.’ 4 ‘Jij kunt wel iets regelen voor je oom.’ Opdracht 4 Wat ging er aan het fragment vooraf? 1 Waarom en in welke omstandigheden is oom Walter verdwenen, volgens jou? 2 Doe een voorspelling: zal Melle zijn oom terugvinden? Zo ja, hoe komt hij hem op het spoor en welke moeilijkheden kan hij daarbij ondervinden? 3 Zo nee, wat kan er gebeurd zijn? Hoe ontdekt Melle dat?
18
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
Lees het fragment Drie weken voordat oom Walter verdween – Speltip 4 Hap niet te snel toe. Drie weken voordat oom Walter verdween – Speltip 4 – Hap niet te snel toe Fragment uit Alles of niets – Khalid Boudou 1
5
10
15
20
25
30
35
Speltip 4 Hap niet te snel toe Hallo daar, Melle. Waar ben je gebleven? Het is tijd om terug te komen en onze site te bezoeken. We hebben een volle pot voor je klaarliggen! Bezoek casino Nighttrain vandaag nog en geniet van een fantastische bonus van 200%! Ik drukte mijn laptop uit en voerde de vissen. De Kawasaki had ik uiteindelijk toch uit de garage gesleept en in de tuin gezet. Ik heb er wel een halfuur trots rondjes omheen gelopen. Kon ik hem mooi aan oom Walter showen, en er samen met hem aan gaan sleutelen. Ik schonk mezelf een glas melk in en zette een pannetje met een eitje op het vuur. De boodschappen die ik die ochtend na het hardlopen had gedaan, haalde ik uit de tas. Zes Duitse broodjes, Prima Donna-kaas, mandarijnen en een pak goulash van Knorr. Op de bodem van de plastic tas lag het pakje met krasloten. Een mooie, glimmende verpakking, die bij de kassa lag te lonken. Omdat ik al een tijd niet had zitten klikken, vond ik dat ik mezelf zo’n pretpakketje wel cadeau kon doen. Vijf euro. Het kostte maar vijf euro. Vijf euro is niks. Gretig trok ik de loten uit de verpakking. Een muntje van tien cent en krassen maar. Afbeeldingen van zonnetjes en klavertjes kwamen tevoorschijn. Op het eerste lot, geen fuck. Op het tweede, ook geen fuck. En op het derde won ik een gratis lot. Niet veel, maar zelfs die kleine winst wond me op. Maar ik zei tegen mezelf dat ik me daarover niet mocht opwinden, stopte ze snel weg en plofte op de bank. Oom Walter lag nog te slapen. Ik wist even bij god niet wat ik moest doen. De opwinding ging niet weg. Huiswerk had ik wel, maar dat was stof die ik toevallig van het jaartje zittenblijven nog wel wist. Ik pakte mijn laptop weer op. Mijn Hotmail-inbox zat vol met aanbiedingen van pokersites en online casino’s waarop ik me ooit had aangemeld en/of op had gespeeld. Alsof ze mij, Melle, zwaar misten. Alsof ze zonder mij niet konden bestaan. Zo hard schreeuwden die uitnodigingen in mijn mailbox. 500/Free! Claim now! Log snel in! Gratis bonus wacht op u! Pokervips trakteert! 50 gratis! Alleen voor jou, Melle! 20 euro gratis! Kom bij 5stars casino en speel gratis! Deposit €20 and we’ll give you €100! Nadat ik mijn glas melk in één slok naar binnen had gewerkt, sloot ik mijn eigen, geblokkeerde laptop af en nam die van pa op schoot.
1 Alles of niets
19
40
45
50
55
60
65
Gewoon om eens te gaan kijken op wat pokersites. Gewoon voor de fun ... en om te kijken wie er online waren. En misschien ook een beetje om mezelf te bewijzen dat ik gewoon kon kijken zonder iets te doen. En tja, waarom zou ik dan niet gelijk de gratis bonussen die de speelsites me hadden geschonken, opspelen? Je wist maar nooit. Proberen mag, spelen niet, bedacht ik. Het sloeg nergens op. Vijf ... tien minuten ... hoogstens een kwartier, zou ik klikken. En dan zou het echt klaar zijn. En dus kroop ik weer achter de laptop en logde in op Poker-Plein. Terwijl ik de site opstartte, keek ik naar de planten op de vensterbank. Ze stonden er gezond bij. Ik staarde naar de crossmotor en de tuin. De tuin lag er goed bij. Ik had het onkruid uit de plantenbakken getrokken en het terras geveegd. De telefoon ging. Ik hoopte dat het mijn moeder was. Een halfuur durend vrouwengezeik zou me zeker weer bij de les brengen. Ik moest dit gewoon niet meer doen. Maar in plaats van mijn moeder was het een snelle jongen, die me vroeg of ik De Telegraaf niet wilde proberen voor een lekker prijsje. ‘Ik lees geen kranten’, reageerde ik en ik legde neer. Ik ging weer zitten. Nou, even dan. Er waren veel vissen de pokersite binnen gezwommen, zag ik. Vissen, zo noemde je de slechte spelers. Te veel geld, dom, maar vooral beginnelingen die gewoon hun geluk kwamen testen. Spelers die net zo goed het geld meteen konden overmaken aan topklikkers als: Jawsl00, Hellracertje, Haagselepelaar, Swingarm, Tsunamifucker en Fortunecharger. En zwom je niet direct in een van hun netten, dan deed je dat later wel, in dat van kleinere haaien zoals ik. Mijn nick was Messi91. Ik hield namelijk wel van voetbal. De naam Messie stond op de achterkant van het FC Barcelonashirt dat ik ooit van mijn ex Sora kreeg. Oké, vijf eurootjes erbij inzetten dan. Mijn eerste twee kaarten: een aas en een koning. Raisen, die hap. De flop bracht een acht, een boer en, jawel, een aas. En zo ging het maar door. De ene bet na de andere. En ik won. En ik won nog een keer. En zo verloor ik me snel in het spel. ‘’t Is maar voor één keertje’, zei ik hardop. Maar uiteindelijk verloor ik mezelf zo erg in het gokken dat ik de grote handen van oom Walter op mijn schouders niet eens voelde. Ik keek pas om toen hij met zijn schorre ochtendstem riep: ‘Yeah, baby! Goed bezig, topgozert! All in! All in! Deze heb je zeker, baby! All in. Ja!’ BOUDOU, K., Alles of niets, Moon, Amsterdam, 2010. FOCUS
KENNIS
CD
DVD
Woorden uit de tekst Alles of niets
De bos bloemen die ze aan de rand van het bos had geplukt, was na een dag al verwelkt.
boeket, ook bundel, bv. sleutelbos woud
de vest het vest
Het jongetje was in de vest gevallen. Het nieuwe vest dat hij droeg, stonk daardoor uren in de wind.
gracht om een stad trui met rits of knopen
verzeild raken
In het nieuwste boek van die bekende misdaadauteur raakt het hoofdpersonage in allerlei vreemde situaties verzeild.
terechtkomen
de portier het portier
De vriendelijke portier hield voor de klant het portier van de wagen open.
persoon die de deur openhoudt deur van een voertuig
de bos het bos
20
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
de/het tissue
Mijn tante was zo geëmotioneerd dat ze het ene tissue na het andere nodig had om haar tranen te deppen.
papieren zakdoekje
troosteloos
De molen biedt al jaren een troosteloze aanblik. Dat zal zo blijven als de gemeente de restauratie ervan blijft uitstellen. De kapitein keek troosteloos toe hoe zijn schip, dat door een aanvaring lek geslagen was, langzaam zonk.
somber
de coffeeshop
De burgemeester denkt er niet aan een coffeeshop in zijn gemeente toe te laten, want hij vreest overlast.
zaak waar je softdrugs kunt kopen
de pumps (mv.)
In haar schoenenrekje staan tien paar pumps in allerlei trendy kleuren.
schoenen met hoge hak
uit voorzorg
Bij uitzonderlijke droogteperiodes worden de bossen uit voorzorg afgesloten voor wandelaars. Zo wil men een bosbrand voorkomen.
om te voorkomen dat iets fout gaat
bluffen
Je weet toch dat hij bluft. Zijn ouders rijden heus niet met een Porsche en zijn oudere broer woont echt niet in Monaco.
opscheppen, de situatie beter voorstellen dan ze is
ijsberen
Wat loop je te ijsberen? Zit je iets dwars?
rusteloos heen en weer lopen
allesbehalve
Een ticket voor het optreden van die Britse band is allesbehalve goedkoop. Die journalist schrijft echt over alles, behalve sport.
helemaal niet
alles, behalve terugdeinzen
voor niets terug deinzen
diepbedroefd
alles, maar niet ...
Als ik oog in oog stond met een bruine beer zou achteruitgaan ik vast en zeker terugdeinzen. Als je alle attracties op de kermis wilt doen, mag je ook bij de XXL die je 50 meter hoog de lucht in (figuurlijk) bang zijn voor slingert niet terugdeinzen. Terroristen deinzen nergens voor terug. tot alles in staat zijn
gretig
De gasten verorberden gretig de verse soep.
sterk verlangend naar
beteuterd
Toen het meisje te horen kreeg dat ze niet meer op de glijbaan mocht, keek ze beteuterd.
teleurgesteld en verbaasd tegelijk
de bonus
Als het elftal de finale haalt, krijgt elke speler nog een bonus.
extraatje
de goulash
Als je de goulash pittig wilt maken, voeg je er nog een rood pepertje aan toe.
vleesgerecht uit Hongarije
bij de les blijven / brengen
Als de leraar met moeilijke begrippen goochelt, hebben vele leerlingen het moeilijk om bij de les te blijven.
(doen) opletten, op de hoogte brengen
1 Alles of niets
21
Opdracht 5 Schrap wat niet past en vul aan. 1 Deze gebeurtenissen in het verhaal speelden zich eerder / na de vorige feiten af. 2 Dat kun je hieruit afleiden: 3 Het verhaal wordt daarom niet / wel in volgorde van gebeuren verteld. Het verhaal is dus niet / wel chronologisch opgebouwd. 4 Dit fragment is een grote terugblik / vooruitblik op wat zich afspeelde / wat er zal gebeuren. 5 Filmmakers hanteren ook die techniek van terugverwijzing / vooruitwijzing. Een passage waarin teruggegaan wordt naar het verleden, noemen we ook een flashback / flashforward. 6 Waarom kiest een auteur deze techniek voor zijn verhaal?
22
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
Opdracht 6 1 Welk probleem heeft Melle? 2 Hoe kon je dat uit het fragment afleiden? 3 Op welke manieren praat hij zichzelf goed? 4 Wat is de reactie van oom Walter wanneer hij ontdekt dat Melle ‘speelt’? Schrijf een dialoog tussen oom Walter en Melle.
Yeah, baby! Goed bezig, topgozert! All in! All in! Deze heb je zeker, baby! All in. Ja! Melle
oom Walter
Melle
oom Walter
Melle
oom Walter
1 Alles of niets
23
Opdracht 7 1 Wat denk je dat er verder zal gebeuren in het verhaal? 2 Welk voorwerp zal nog een belangrijke rol spelen in het verhaal? Op welke manier?
FOCUS
DVD
1.2 FOCUS op … zinsdelen Opdracht 8 Nadat ze haar vest had uitgedaan, plofte Cecilia met een diepe zucht neer op de zwarte bank.
1 Over wie of waarover wordt iets gezegd in deze zin? 2 Dat is het in de zin. 3 Markeer nu de persoonsvorm (pv). 4 Dit is een deel van het werkwoordelijk gezegde. Welk woord hoort er nog bij? We noemen dit een adpv: afgescheiden deel van de pv. 5 Wanneer ploft Cecilia neer? 6 Hoe doet ze dat? 7 Waar doet ze dat? 8 De zinsdelen in vragen 5, 6 en 7 zijn allemaal Een zin bestaat uit verschillende zinsdelen. Die vinden we door de juiste vragen te stellen. We gaan hier dieper op in op p. 121.
24
DEEL 1 • BEROEMD EN BIZAR
.
Opdracht 9 Welke tekenende woorden uit de tekst ontbreken? Kun je ze verklaren en zelf gebruiken? Mammoet kan weleens
, maar ik had het idee dat hij het deze keer meende.
En echt, Melle, schatje, toen hij jou daar zo zag
, was hij echt tot alles in
staat. Bekijk nog eens goed de kenniskoffer op p. 20-21. De bijbehorende taaloefeningen waarmee je aan de slag kunt, vind je op p. 107 e.v.
Opdracht 10 1 Spreek je waardering voor de fragmenten uit door de sterren in te kleuren: Licht je keuze kort toe. Maak eventueel gebruik van deze woorden:
herkenbaar – uit de eigen leefwereld – eigentijds – realistisch – probleemverhaal – aangepast taalgebruik – vlot geschreven – humor – spannend – verrassend … 2 Zou je het boek willen lezen? Waarom (niet)? Dit heb je geleerd: FOCUS
KENNIS
CD
DVD
Spanningstechnieken
Een auteur kan ervoor kiezen de gebeurtenissen weer te geven zoals ze zich in werkelijkheid hebben voorgedaan, dat wil zeggen in chronologische volgorde. Om de nieuwsgierigheid van de lezer te prikkelen of om het spannend(er) te maken, kan hij ook beginnen met een vreemde situatie en daarna de voorafgaande gebeurtenis(sen) weergeven. Die passage waarin teruggekeerd wordt naar iets wat vroeger gebeurd is, heet een terugverwijzing. Het Engelse woord daarvoor – dat je zeker kent uit de filmwereld – is flashback.
1 Alles of niets
25