Het kerkelijk jaar
Oudste kleuters
Doelen
De kleuters:
•maken kennis met de poster van het kerkelijk jaar;
•(her)kennen de prenten op de poster van het kerkelijk jaar;
•ontdekken het ritme van seizoenen en feesten.
Materiaal
•poster kerkelijk jaar
•kopieerbladen 1 en 2
Zelf te voorzien
•een klaskalender
•voor de verwerking: zie bij dat onderdeel
Woordenschat
•de kalender
•het kerkelijk jaar
•de seizoenen
•de herfst
•de winter
•de lente
•de zomer
Achtergrondinformatie
Het verhaal kan aansluiten bij het ritme van het jaar en de seizoenen, feestvieren, hoogtepunten in een (kerkelijk) jaar.
Beginsituatie
De kleuters kennen intussen het ritme van weekdagen en seizoenen.
Godsdiensthoek
Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden
Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit, de poster van het kerkelijk jaar, eventueel de resultaten van de verwerkingsactiviteit
Het kerkelijk jaar in de katholieke kerk heeft een ander begin dan het burgerlijk jaar. Het start op de eerste zondag van de advent, dat is vier weken voor Kerstmis, dat altijd op 25 december valt.
Heel wat kerkelijke feesten hebben een link met de natuur: Kerstmis wordt gevierd in de donkerste periode van de winter wanneer de dagen stilletjes beginnen te lengen en het licht dus terug in aantocht is. Pasen wisselt van datum omdat het nog gebaseerd is op een telling van de maankalender (zie hieronder bij Diversiteit). Dat feest valt in het voorjaar wanneer de natuur volop ontluikt.
Het kerkelijk jaar wordt afgesloten op de zondag van Christus Koning in november (precies één week voor de start van de advent). Sommige chirogroepen in Vlaanderen eren nog de traditie om dan met de hele groep een viering bij te wonen.
Op de poster van het kerkelijk jaar zijn twee periodes in het paars aangeduid: de advent en de veertigdagentijd. Paars is in de katholieke kerk namelijk de liturgische kleur van die periodes. Ook Halloween kreeg een plekje op de poster, ook al is dat geen katholiek feest. Maar het is de afgelopen decennia ook deel gaan uitmaken van onze tradities en is voor veel kleuters een herkenbaar feest geworden.
Diversiteit
Religies hebben diverse jaarkalenders. Binnen het christendom volgen de orthodoxe christenen een wat andere kalender dan de katholieken.
De islam en het jodendom gebruiken een kalender gebaseerd op het maanjaar. Zo’n jaar telt geen 365 dagen maar 354 dagen. Daarom vallen bepaalde feesten in de burgerlijke jaren niet op dezelfde dag. Denk daarbij aan de vastenperiode tijdens de islamitische maand ramadan: elk jaar schuift die ‘maanmaand’ in de burgerlijke kalender een stukje op. Het katholieke Pasen is ook een voorbeeld van een telling op basis van het maanjaar.
Je kunt de poster van het kerkelijk jaar laten leven in de klas door er tijdens het schooljaar zelf prenten of pictogrammen aan toe te voegen. Denk daarbij aan momenten die belangrijk kunnen zijn voor de kleuters in jouw klas: de start van de maand ramadan, Eid al-Fitr (ramadanfeest, het einde van de vastentijd, noem het liever niet Suikerfeest, die term wordt soms als denigrerend ervaren), Eid al-Adha (het Offerfeest), het lichtjesfeest, de herdenking van de patroonheilige van de school
kerstmis 25 december driekoningen 6 januari
Start in de kring met je kleuters. Toon de poster van het kerkelijk jaar en vraag de kleuters om te benoemen wat ze zien (kaarsen, sneeuwman, boekentas …). Vraag hen om op details te letten.
Stel daarna de vraag of ze weten waar al die tekeningen mee te maken hebben. Zien je kleuters een samenhang? Misschien ontdekken ze de seizoenen, bepaalde momenten in het jaar ...
Kern Speurneuzenspel
Geef uitleg bij de poster. Vertel dat er in de katholieke kerk, net zoals in andere godsdiensten, een kalender is met alle belangrijke momenten op. Overloop met de kleuters het ritme van het kerkelijk jaar. Ze zullen ontdekken dat er ook feesten of gebeurtenissen op staan die niet verbonden zijn aan godsdienst. Kunnen ze ontdekken welke?
Sta even stil bij de advent en Kerstmis, de veertigdagentijd en Pasen, en de link met de seizoenen. Vertel hen dat ze daarover nog meer gaan horen in de loop van het schooljaar. Leg eventueel de link met de schoolkalender in je klas.
Als je van plan bent om de kalender nog meer te laten leven door er ook andere religieuze feesten op aan te brengen dan kun je de kleuters daar al attent op maken. Misschien komen ze dan zelf wel vertellen welk belangrijk moment een plaats verdient op de poster.
Verwerking
Materiaal
•kopieerbladen 1 en 2 •een vergrootglas per 4 kleuters •een brief met de opdracht voor de kleuters
Verdeel je klas in groepjes van vier kleuters. Geef elk groepje een vergrootglas, de prent van het kerkelijk jaar en een speurneuzenkaart.
Vertel dat je een brief gekregen hebt. Lees de brief voor: ‘Beste kleuters van klas X, ik ben een beetje een warhoofd en op mijn poster van het kerkelijk jaar vind ik een aantal voorwerpen niet meer terug. Het lijkt wel of ze verdwenen zijn. Daarom heb ik jullie hulp nodig. Ik denk dat er in jullie klas goede speurneuzen zitten. Willen jullie mij helpen om de voorwerpen terug te vinden?’
Laat elk groepje op de prent van het kerkelijk jaar de juiste plaats van de elementen op hun speurneuzenkaart zoeken. Ze kunnen daarbij hun vergrootglas gebruiken. Als ze de juiste plek gevonden hebben, kunnen ze die omcirkelen op de poster en aankruisen op hun speurneuzenkaart.
Reflectie en evaluatie
Verzamel opnieuw in de kring en leg de poster van het kerkelijk jaar centraal. Pols naar de afbeelding die hen het meest aanspreekt. Naar welk feest of welk belangrijk moment kijken de kleuters het meest uit? Naar welk seizoen?
Hang de poster nadien in de godsdiensthoek.
Het kerkelijk jaar: kleuters
Het kerkelijk jaar: de advent
Oudste kleuters
Doelen
De kleuters:
•ontdekken de betekenis van licht in donkere tijden;
•leren de betekenis van de advent als voorbereiding op Kerstmis;
Het verhaal kan aansluiten bij vertrouwd worden met geloofstaal, verbondenheid beleven, klasrituelen en vieringsmomenten, feestvieren.
•beleven (al dan niet) de advent als een tijd van aftellen en vol verwachting uitkijken naar Kerstmis, het feest van Jezus’ geboorte.
Materiaal
•poster kerkelijk jaar of vertelplaat 25
Zelf te voorzien
•een adventskrans
•4 kaarsen voor de adventskrans
•een extra kaars
•een ledlichtje per kleuter
•4 genummerde doosjes (met cijfers en stippen) met een kerstelement
Woordenschat
•de advent
•de adventskrans
•aftellen
•de kaars
•Kerstmis
Achtergrondinformatie
Beginsituatie
Sommige kleuters zijn vertrouwd met de adventskrans of de meer commerciële adventskalender. Een beperkt aantal kleuters zal dat verbinden met uitkijken naar Kerstmis. Andersgelovige kleuters vieren advent en Kerstmis niet.
Godsdiensthoek
Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden
Variabele elementen: een paars tafelkleed (paars is de liturgische kleur van de advent), de adventskrans, per week een extra doosje voor de advent
De advent is voor christenen de voorbereidingstijd op Kerstmis. Het is ook het begin van het kerkelijk jaar, vier zondagen voor 25 december (Kerstmis). De startdatum van de advent verschilt dus elk jaar, het is wel altijd de vierde zondag voor Kerstmis.
Het symbool van deze periode is de adventskrans met vier kaarsen. Elke zondag wordt er een extra kaars aangestoken tot de kaarsen alle vier branden en het dus Kerstmis is. Advent en Kerstmis vallen middenin de donkerste periode van het jaar. Licht aansteken om de terugkeer van het licht te vieren is een voorchristelijke traditie met wortels in de Germaanse en Romeinse cultuur.
Ook de kleuren op de adventskrans zijn symbolisch: groen staat voor hoop en leven, rood voor warmte en licht en de ronde krans verwijst naar de kringloop van het leven.
Diversiteit
• Een aantal kleuters zal eerder een commerciële aftelkalender kennen en die niet altijd aan de christelijke advent verbinden. Misschien zijn er kleuters die een adventskrans in huis hebben, al dan niet zelfgemaakt. De gevoeligheid voor licht en donker en sfeer en gezelligheid creëren in de klas zal veel kleuters aanspreken, ook al wordt dat niet altijd gekoppeld aan een levensbeschouwelijke context.
• Ook binnen de islam spelen licht en duisternis een belangrijke symbolische rol. Nūr betekent in het Arabisch licht, maar met An-nūr (de Lichtende) wordt naar Allah verwezen. Het licht komt van God en leeft in elke gelovige*: door God te herinneren, te bidden en het goede te doen, kan iemand dat licht in zichzelf versterken en ook naar anderen toe laten zien.
*Dit is een interpretatie en geen neutrale beschrijving. Niet alle stromingen binnen de islam zouden dit zo formuleren. Dit is eerder terug te vinden in mystieke tradities, terwijl dat niet voor iedereen geldt.
Tips
•Integreer het adventsritueel in je ochtendritueel tot aan de kerstvakantie.
• Denk eraan om voor de kerstvakantie ook het kerstverhaal deel 1 en deel 2 in te plannen (zie fiches 4 en 5). Doe dat bijvoorbeeld aansluitend op het adventsritueel in week 3 en week 4.
•Betrek de kleuters in de loop van de advent bij de aankleding van je klas zoals de kerstboom versieren, een kerstslinger maken, een lichtjesslinger ophangen … Verwijs daarbij telkens naar de advent als de periode van aftellen naar Kerstmis en hoopvol uitkijken naar Jezus’ geboorte.
•Koop of maak eventueel een adventskalender die je zelf vult met kerstattributen en tel samen met de kleuters dagelijks af naar Kerstmis.
Boekentips:
• Hoeveel nachtjes tot Kerstmis? Mark Sperring & Sébastien Braun, De Vier Windstreken: over de laatste week voor Kerstmis;
• Familie Kat viert samen Kerstmis, Lucy Brownbridge & Eunyoung Seo, Christofoor: aftelboek met flapjes over de advent;
• Koenijn telt af naar kerst, Martine van Nieuwenhuyzen, Clavis: verhaal over de advent;
• Het geheim van Janus, Sara Vandenhoven & Sofie De Keyser, Het Punt: over een kabouter die licht brengt.
Ouderparticipatie
Sommige scholen organiseren in deze periode een lichtjeswandeling met de leerlingen, ouders en leerkrachten. Nodig de ouders tijdig uit. Probeer ook herkenbare elementen uit je kleuterklas op te nemen in de lichtjeswandeling.
Naar Mohamed el Fadili
Instap
Laat de kleuters de adventskrans met de vier kaarsen zien. Vraag hen wat je in je handen hebt.
• Wat heb ik meegebracht?
• Wat zie je? (een groene krans, kaarsen …)
• Dit is niet zomaar een krans maar een bijzondere krans. Kent iemand de naam van de krans?
• Wie heeft al gehoord van de adventskrans? En van de advent?
Vertel hen dat ze er dadelijk meer over zullen horen.
1Licht en donker en advent
Maak het donker in de klas. Doof de lichten en trek eventueel de gordijnen dicht. Maak het stil: sla de triangel aan.
Laat de kleuters even wennen aan het donker. Vraag naar hun beleving.
Steek daarna de kaars aan en laat hen vertellen:
• Wat is er nu anders met die ene kaars?
• Wat kunnen we nu wel dat we net niet konden?
• Wat kies jij: donker of licht? Waarom kies je dat?
Steek aansluitend de eerste kaars van de adventskrans aan.
Vertel dat dit een adventskrans is en dat christenen in de advent uitkijken naar de geboorte van Jezus.
Vier weken lang tellen christenen af tot het Kerstmis is op 25 december.
In onze klas zullen wij ook elke week een extra kaars aansteken: 1, 2, 3, 4. Zo komt er elke week een beetje meer licht tot het Kerstmis is.
2Verkennende vragen
Neem de poster van het kerkelijk jaar erbij en bespreek met de kleuters welke tijd van het jaar het is. Herkennen ze de advent?
Leg de link met de tijd van het jaar: het is ’s avonds veel vroeger donker dan in de zomer, ook ’s morgens is het vaak nog wat donker.
• Wat vind je van deze tijd van het jaar (donker, ook kouder)?
• Wat vind je leuk/niet leuk in deze tijd?
• Heb je al gezien hoe mensen het wat minder donker proberen te maken? Hoe doen ze dat?
Je kunt dit gesprek verder verdiepen door de betekenis van licht met de kleuters te bespreken. Geef daarvoor elke kleuter een ledlichtje. Vraag hen wat het lichtje of licht voor hen betekent. Laat hen even nadenken en dan om de beurt hun ervaring verwoorden. Laat hen vrij associëren. Misschien leggen enkele kleuters de link met de advent.
3Adventsritueel
Vul vooraf de vier doosjes met kerstelementen:
•doosje 1: een lichtslinger;
•doosje 2: kerstdecoratie;
•doosje 3: Jozef en Maria;
•doosje 4: Jezus.
Wijs op de vier doosjes in de godsdiensthoek. Vraag een kleuter om doosje 1 (cijfer 1 en één stip) te gaan halen.
Laat enkele kleuters schudden met het doosje.
Wat zou erin zitten? Kunnen jullie het raden?
De helper van de dag mag het doosje openmaken: een lichtslinger!
In onze klas maken we het gezellig met lichtjes, net zoals veel mensen thuis doen.
Kern
Herhaal elke week op maandag het adventsritueel.
Leg ook af en toe opnieuw de link met de poster van het kerkelijk jaar of neem de vertelplaat erbij.
Maak het stil door de triangel aan te slaan.
Steek een volgende adventskaars aan.
Laat een kleuter doosje 2 en de volgende weken 3 en 4 halen. Laat hen telkens raden wat erin zit en leg de link met advent en Kerstmis.
Doosje 2: kerstdecoratie – om de klas te versieren
Doosje 3: Maria en Jozef – die mama en papa van Jezus worden
Doosje 4: Jezus – die op Kerstmis geboren wordt
Als alternatief kun je een adventskalender voorzien waar je kerstdecoratie instopt. Open elke dag in de klas een genummerd deurtje en tel zo samen met je kleuters af naar Kerstmis.
Vertel op het einde van de advent, voor de kerstvakantie, het verhaal van Jezus’ geboorte (zie fiches 4 en 5).
Voorzie daarvoor voldoende tijd, want je brengt het kerstverhaal in twee delen aan. Een tip: plan het eerste deel van het kerstverhaal in de derde week van de advent, want dan komen de figuren Maria en Jozef uit het doosje. In de vierde week vertel je het tweede deel, dan zit Jezus in het doosje.
Verwerking
Laat de kleuters in vier groepjes werken. Heb je meer tijd, voorzie eventueel een doorschuifmoment.
1Een adventskrans maken
Materiaal
•kartonnen borden
•verf (groen/rood)
•versiering; glitters, knopen, gekleurd papier ...
•scharen
•lijm
Laat de kleuters zelf een adventskrans maken. Stel voor om de buitenkant van het bord groen te schilderen en dan achteraf te versieren. In de binnenste cirkel kunnen de kleuters één of meer kaarsen maken (schilderen, gekleurd papier knippen en plakken ...).
2Spelen met licht en donker
Materiaal
•doeken die weinig licht doorlaten
•een paar zaklampen
Maak op een plekje in je klas een donkere tent of hoek. Laat de kleuters in de ‘donkere’ hoek experimenteren met de zaklampen. Laat hen aan elkaar vertellen hoe ze licht en donker beleven.
Tip
Je kunt een schimmenspel maken met Maria en Jozef of met de figuren uit het prentenboek. Neem een kopie van een prent uit een boek en maak daar een stokfiguur van.
3Prentenboeken kijken
Materiaal
•prentenboeken over aftellen tot Kerstmis in de boekenhoek (zie tips)
Laat de kleuters rustig de prenten bekijken. Vertel eventueel op een later moment een van de populaire verhalen in je klas.
4Kerststerren maken
Materiaal
•chenilledraad
•strijkparels
•lintjes
•een tak (optioneel)
Laat de kleuters de chenilledraad vouwen en plooien in de vorm van een ster. Doe het eventueel zelf voor. Voor ze de chenilledraad sluiten, kunnen ze als versiering strijkparels in de draad schuiven.
Sluit de ster en laat de kleuters er een lintje aan vastmaken om de ster op te hangen.
Als de sterren in de klas blijven en niet in de kerstboom terechtkomen, kun je ook een tak voorzien en daar de sterren aan ophangen op wisselende hoogte.
Reflectie en evaluatie
Sluit samen in de kring af met een gedicht.
De eerste kaars mag branden, het licht schijnt warm en zacht. Dat ook voor ons gaat schijnen, het is Kerstmis waarop je misschien wacht.
Een lichtje voor de wereld, een lichtje voor elkaar, het licht gaat sterker schijnen bij elk mooi en warm gebaar.
Je kunt dit gedicht tijdens de advent herhalen. Vervang dan ‘eerste’ door ‘tweede’, ‘derde’ en ‘vierde’ kaars.