Hoofdstuk 2 De opdrachten
De opdrachten van de auditor bestaan uit wettelijke en contractuele opdrachten. Contractuele opdrachten kunnen zeer divers van aard zijn en zijn onderworpen aan de contractuele vrijheid van partijen. Hierna beperken wij ons tot de door de wet aan auditors toevertrouwde opdrachten.
1
De wettelijke permanente opdrachten
1.1
Basisprincipes
De jaarrekening is het medium waardoor informatie over de verrichtingen en de financiële toestand van een onderneming ter beschikking wordt gesteld aan diverse rechtstreeks in de onderneming geïnteresseerde partijen zoals: beleggers (aandeelhouders), kredietverstrekkers, schuldeisers, personeel, het publiek in het algemeen en de overheid. Ook voor de onderneming zelf helpt de jaarrekening een degelijk en gestructureerd inzicht te geven in de gang van haar zaken nodig voor een verantwoorde bedrijfsvoering. De International Standards on Auditing (ISA), zoals uitgegeven door de International Federation of Accountants (IFAC), definieert de doelstelling van de controle van de financiële overzichten als volgt (ISA 200): ‘Het doel van een controle van financiële overzichten is de auditor in staat te stellen om een oordeel tot uitdrukking te brengen of de financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving.’
1.1.1 Getrouw beeld en materialiteit Een jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen en het resultaat van de organisatie. Dat betekent niet dat de jaarrekening tot op de laatste euro nauwkeurig hoeft te zijn. De jaarrekening moet wel zo nauwkeurig zijn dat de gemiddelde gebruiker zijn beslissingen daarop kan nemen. Met andere woorden: de jaarrekening mag geen materiële fouten bevatten. Het voornaamste doel van de audit bestaat erin te verzekeren dat de lezer niet misleid wordt door belangrijke onjuistheden, ongeacht of zij te wijten zijn aan een vergissing of fraude. In het hoofdstuk ‘Auditrisico - controledoelstellingen - materialiteit’ gaan we verder in op het materialiteitsprincipe. De notie ‘getrouw beeld’ moet gezien worden in functie van de kwaliteitsdoelstellingen waaraan financiële rapportering moet voldoen. In het auditjargon wordt gesproken van ‘asserties’. Zonder vooruit te lopen op wat verder meer in detail behandeld wordt, betekent dat bijvoorbeeld dat indien een jaarrekening ‘deelnemingen’ rapporteert ter waarde van 1 EUR, dat die deelnemingen ook effectief bestaan, dat de onderneming eigenaar is van die deelnemingen, dat er geen deelnemingen zijn die niet in dat saldo begrepen zijn, dat die deelneming conform de toepasselijke boekhoudregels gewaardeerd zijn en dat gebeurlijke rechten en verplichtingen met betrekking tot die deelnemingen op adequate wijze zijn toegelicht.
1.1.2 Zekerheid De auditor verstrekt ‘zekerheid’ dat de financiële rapportering geen betekenisvolle onjuistheden bevat. We zullen later zien waarom een auditor maximaal een redelijke mate van zekerheid kan geven. We verwijzen hiervoor specifiek naar het hoofdstuk ‘Niveaus van assurance en referentiekaders’.
25
Boek-Externe Controle in de praktijk.indb 25
30/06/22 12:27