Skip to main content

Handelzes Commercieel beleid - hoofdstuk 1

Page 1

HOOFDSTUK 1

KOSTPRIJSSTRATEGIE 1

HET BEGRIP KOSTPRIJSBELEID ‘Tesla gaat fabriek bouwen in China’ Dat schrijft The Wall Street Journal. Volgens de zakenkrant heeft Tesla daarover een overeenkomst met de Chinese overheid bereikt. Met de vestiging wil Tesla inspelen op de boomende Chinese markt voor elektrische voertuigen. Die is vandaag al ’s werelds grootste, maar staat voor jaren van explosieve groei. De Chinese overheid wil dat er tegen 2025 7 miljoen elektrische voertuigen per jaar verkocht worden, tegenover 351 000 stuks in 2016. Tesla boekte vorig jaar 1 miljard dollar omzet in China, of zo’n 15 procent van alle verkopen. Tesla zou neerstrijken in de vrijhandelszone van Sjanghai. Dat zou het bedrijf toelaten om zonder Chinese partner auto’s te gaan bouwen in China, iets wat vandaag verplicht is voor alle buitenlandse constructeurs die buiten zo’n zone produceren in China. De Amerikanen zouden dan wel nog altijd een importheffing van 25 procent moeten betalen op elke in China verkochte Tesla. Maar, schrijft The Wall Street Journal, daar staat tegenover dat een Chinese fabriek Tesla desondanks toelaat om zijn kosten te drukken, dichter bij de Chinese voorraadketen en beleidsmakers te zitten, en een hub geeft om te exporteren naar de hele regio. Bron: De Tijd

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

9


1 Waarom gaat Elon Musk toch auto’s produceren in China, ondanks de invoerheffing van 25 %?

2 Hoe weet Elon Musk dat hij in de fabriek in China toch nog de kosten kan drukken?

Informatie over kosten of kosteninformatie is, zoals je hierboven kan afleiden, heel belangrijk. Kosten zijn de middelen die opgeofferd worden bij de productie en de verkoop van goederen en diensten, en dat in geldwaarde uitgedrukt. Enkele voorbeelden zijn: • aangekochte grondstoffen en hulpstoffen; • loon van arbeiders en salaris van managers; • slijtage van machines (afschrijvingen); • interesten op leningen; • reclamekosten. Bijna alle beslissingen in een onderneming steunen op een kostencalculatie.

Bij kostprijsbeleid probeert een bedrijf de kosten van de inputs (bv. grondstoffen) in verband te brengen met de output (bv. afgewerkte producten). Bij kostprijsbeleid meet en analyseert een bedrijf financiële informatie (bv. aankoopprijzen van grondstoffen, uurlonen van arbeiders) en niet-financiële informatie (bv. een klacht van een klant over kwaliteit). Die informatie is nodig om conclusies te trekken over onder andere verkoopprijzen.

Wanneer je de kosten meet en kent: • kun je op basis van de exacte kostprijs de verkoopprijs berekenen; • kun je geregeld nagaan of de gemaakte kosten verantwoord zijn en de werkelijke kosten overeenstemmen met de gebudgetteerde kosten; • kun je voorspellingen maken voor de toekomst op basis van historische kosten.

10


Een werkelijke kost is een kost die al heeft plaatsgevonden. Dat kan een kost uit het verleden zijn (historische kost) of een kost waarvan de transactie net is afgelopen. Een gebudgetteerde kost is een toekomstige kost waarvoor een voorspelling gedaan wordt.

Cost accounting of kostprijsbeheersing is belangrijk om na te gaan of alle gemaakte kosten wel verantwoord zijn. Je moet met andere woorden de kosten bewaken. De kostenberekening per eenheid product is in de eerste plaats vereist voor de waardering van de voorraad en de resultaatbepaling. Je hebt enerzijds de voorraad van de goederen in bewerking en anderzijds de afgewerkte producten. Kostencalculaties zijn daarnaast een hulpmiddel bij bijvoorbeeld het vaststellen van de verkoopprijzen, het samenstellen van het productassortiment, de beslissing om een bepaalde activiteit uit te besteden. Hoe nauwkeuriger je de kosten kent, hoe beter je de winst van een bepaald productgamma kan bepalen. De kostprijs kan berekend worden nog voor het eigenlijke productieproces van start gaat en is gebaseerd op historische gegevens. Die haalt een bedrijf uit de voorgaande boekjaren. Dat noemen we ook wel voorcalculatie. Bij nacalculatie berekenen we de werkelijk gemaakte kosten nadat het productieproces is afgelopen. Wanneer je de voor- en nacalculatie vergelijkt, kun je de efficiĂŤntie van de productie nagaan.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

11


2

KOSTEN EN HET KOSTENOBJECT

We zijn in de fabriekshallen van Audi Vorst.

1 In de onderstaande tabel zie je alvast enkele kosten staan. Noteer nog zes kosten die de fabriek in Vorst zoal heeft. Lonen van bandarbeiders

Leer (voor stoelen)

Brandverzekering

2 We halen ‘Leer’ eruit als voorbeeld. Waarvoor wordt het leer aangekocht? 3 Wanneer we voor 1 auto gemiddeld 5 m2 leer nodig hebben, hoeveel leer hebben we dan nodig wanneer er 500 auto’s worden geproduceerd? En 2 000 auto’s? De kosten van (de aankoop van) leer stijgen dus naarmate er meer auto’s worden geproduceerd. In dit voorbeeld noemen we de auto, bijvoorbeeld de AUDI A1, het kostenobject.

Een kostenobject is het oogmerk of de reden/oorzaak waarvoor een kost gemaakt wordt.

Een kostenobject: • kan een product zijn, zoals brood voor een bakker; • kan een project zijn, zoals de constructie van een brug; • kan een programma zijn, zoals ‘een wijk afvalvrij houden’ (door de gemeente/technische dienst); • kunnen klanten zijn, zoals Carrefour een klant is van Procter & Gamble; • kan een afdeling zijn, bijvoorbeeld de marketingafdeling of productieafdeling; • kan ook een merkgroep zijn. Zo kunnen er kosten gemaakt worden voor alle producten met G-star als merk. Voor een kostenobject kiest men dus meestal de eenheid product of prestatie of de groep producten of diensten waaraan men de kosten zal toewijzen.

12


3

KOSTEN OP BASIS VAN PRODUCTIEVOLUME We gaan terug naar het voorbeeld van Audi Vorst. Veronderstel dat 5 m2 leer voor één auto 150,00 euro kost. Hoeveel kosten voor het leer zijn er dan verbonden aan 500 auto’s?

Het aantal geproduceerde auto’s zorgt voor meer kosten. Het aantal geproduceerde eenheden, ook wel outputniveau genoemd, noemen we de kostendrijver. De kostendrijver is een variabele die een verandering veroorzaakt in de totale kosten (binnen een bepaalde periode). Voorbeelden van kostendrijvers zijn: • outputniveau = outputvolume = productiehoeveelheid = geproduceerde eenheden; • manuren of werkuren; • machine-uren; • …

Kosten kunnen we in de eerste plaats opdelen in vaste en variabele kosten. Variabele kosten zijn kosten die proportioneel veranderen met het gerelateerde outputvolume. Met andere woorden hoe hoger het productievolume, hoe hoger de variabele kost. Vaste kosten veranderen, op korte termijn, niet wanneer het outputvolume verandert.

1 Breng de kosten van de Audifabriek in Vorst onder in variabele en vaste kosten. Het is toegestaan om nog extra voorbeelden aan te halen. Variabele kost

Vaste kost

2 Wanneer we de vaste kosten en de variabele kosten bij elkaar optellen, krijgen we de totale kosten. Dat kunnen we ook uittekenen in een grafiek. Wat zet je op de X-as en wat op de Y-as?

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

13


3 Waar begint de variabele kostencurve op de grafiek? Waarom?

4 Hoe lopen de vaste kosten? Waarom?

5 Teken hieronder, voor het onderstaande voorbeeld, de vaste kostencurve, de variabele kostencurve en de totale kostencurve. Voorbeeld Michelle Janssen is zelfstandige en heeft een eigen winkel. Ze is gespecialiseerd in galajurken. Een jurk koopt ze aan voor 80,00 euro per stuk. Ze heeft daarnaast 3 600,00 euro aan kosten per maand voor het loon van de verkoopster, de elektriciteit, de verwarming en de huur van de winkel. Bij het opstellen van een grafiek ga je als volgt te werk: • Teken eerst de horizontale (X) en verticale (Y) as. Benoem beide assen. • Noteer in welke eenheid deze assen uitgedrukt worden. • Benoem de verschillende lijnen op een grafiek.

7

Teken de grafieken met behulp van een rekenblad. Bij de variabele kosten gaan we ervan uit dat ze proportioneel (recht evenredig) veranderen met de kostendrijver. Vandaar dat deze curve vanuit de oorsprong vertrekt. Wanneer de kostendrijver het aantal producten is, dan zijn grondstofkosten onderdeel van de variabele kosten. Vaste kosten veranderen niet op korte termijn. Op lange termijn kunnen ze toenemen wanneer bijvoorbeeld een extra fabriekshal gebouwd wordt. Het duurt immers een jaar of langer voordat de nieuwe hal er staat. Daardoor stijgen kosten zoals huur, verzekering of afschrijvingen … We beperken ons hier tot de vaste kosten die niet veranderen.

14


Vaste kosten zijn maar vast binnen een bepaald relevant interval en binnen een gegeven tijdsperiode. Dat kun je zien aan de volgende graďŹ ek. Binnen een interval van 30 000 tot 100 000 stuks bedraagt de vaste kost euro. Wanneer meer of minder eenheden geproduceerd worden, zullen ook de vaste kosten verschillen.

1 Geef een mogelijke verklaring daarvoor.

VASTE KOSTEN VERSCHILLEN PER INTERVAL 14

Kosten in miljoen euro

12 10 8 6 4 2 0 0

10 000

20 000

30 000

40 000

50 000

60 000

70 000

80 000

90 000

100 000

110 000

Aantal stuks geproduceerd

Ook de variabele kosten verlopen in werkelijkheid niet lineair. Buiten het relevante interval verlopen ze progressief en degressief stijgend.

REALISTISCHE WEERGAVE VAN VARIABELE KOSTEN 20 18

Kosten in miljoen euro

16 14 12 10 8 6 4 2 0 0

20 000

40 000

60 000

80 000

100 000

120 000

140 000

Aantal stuks geproduceerd

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

15


Er bestaan ook gemengde kosten, waarbij er een vast en een variabel element is.

2 Zo kunnen telefoonkosten voor een stuk vast en voor een stuk variabel zijn. Geef voor volgende ondernemingen voorbeelden van vaste en variabele kosten. Voorbeeld vaste kosten Supermarkt Boekhoudkantoor Autoverkoper

16

Voorbeeld variabele kosten


4

KOSTEN OP BASIS VAN TOEWIJSBAARHEID 1 Welke kosten van Audi Brussel houden direct verband met een geproduceerde auto en welke kosten kun je niet meteen linken aan de productie van die auto en zijn dus indirect? Directe kosten

Indirecte kosten

In bepaalde gevallen is het gemakkelijk om kosten toe te wijzen aan het kostenobject. In dat geval spreken we van directe kosten. Ze zijn gerelateerd aan een kostenobject en kunnen op een gemakkelijke en haalbare (economische) manier toegewezen worden. Indirecte kosten zijn gerelateerd aan het kostenobject, maar kunnen er niet gemakkelijk aan toegewezen worden. Bij de directe en indirecte kosten kunnen we nog een ander onderscheid maken wanneer we het hebben over een productieonderneming. Hieronder zie je een lijst met allerhande kosten voor de Audifabriek in Vorst.

Staal

Machineoperatoren aan de band

Onderhoud aan het gebouw

Banden

Bandarbeiders die onderdelen monteren/assembleren

Huur en verzekering

Leer

Afschrijvingen

2 Welke van de bovenstaande items zijn directe materiaalkosten, welke zijn directe arbeidskosten en welke zijn indirecte productiekosten? Zet boven elke kolom de juiste term. Directe materiaalkosten gaan over de aanschafwaarde van de materialen die fysiek met een kostenobject geĂŻdentiďŹ ceerd kunnen worden. Directe (productie-)arbeidskosten zijn de kosten van de productiearbeid waarvan het mogelijk is om ze gemakkelijk en economisch haalbaar te linken aan een kostenobject. Indirecte productiekosten zijn de kosten die niet rechtstreeks met het productieproces te maken hebben en die niet op een gemakkelijk (en economisch) haalbare manier te relateren zijn aan het kostenobject. Deze laatste worden ook wel overheadkosten genoemd. Kostenallocatie of kostentoewijzing betekent dat indirecte kosten aan een kostenobject toegewezen worden. Ook directe kosten worden (gemakkelijk) toegewezen aan een kostenobject.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

17


groepswerk Verdeel de klas in vier groepen. Elke groep gaat op zoek naar voorbeelden van een van de onderstaande combinaties.

Directe kosten Variabele kosten

Vaste kosten

18

Indirecte kosten


5

BREAK-EVENANALYSE In de fabriek van Bose, een Amerikaans bedrijf in Massachusetts dat bekendstaat om zijn geluidsinstallaties, wordt een bepaald type luidspreker geproduceerd. Hieronder vind je kostengegevens terug.

De variabele productiekost bedraagt 80,00 dollar per eenheid. De totale vaste kosten bedragen 12 000 000,00 dollar. De verkoopprijs bedraagt 240,00 dollar.

groepswerk differentiatie Verdeel de klas in twee groepen. Groep 1 krijgt een opdracht met een moeilijker niveau. Groep 2 krijgt het gemakkelijkere niveau. Groep 1

1 Bereken wiskundig hoeveel stuks Bose moet verkopen om uit de kosten te geraken. Of met andere woorden, hoeveel stuks moet Bose verkopen om 0 dollar winst en 0 dollar verlies te hebben?

2 Stel een algemene formule op om dit volgende keer sneller te kunnen berekenen.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

19


Groep 2

1 Vul in de onderstaande tabel de kosten en opbrengsten in. Variabele kost per eenheid

Eenheden geproduceerd

Totale variabele kosten

Totale vaste kosten

Totale kosten

Totale opbrengsten

0 25 000 50 000 75 000 100 000

2 Bij welk productieniveau zijn de kosten en opbrengsten gelijk?

Het break-evenpunt is het punt waar de totale kosten en de totale opbrengsten gelijk zijn. Hier is er geen verlies, noch winst. Dit wordt ook wel het dode punt of de kritische afzet genoemd.

3 Teken de volgende curves: totale opbrengsten, totale kosten, totale variabele kosten en totale vaste kosten.

4 Duid het break-evenpunt aan. 5 Omschrijf in eigen woorden het begrip break-evenomzet.

6 Hoeveel bedraagt de break-evenomzet in deze oefening?

Hoe ga je te werk om de grafiek te tekenen? a Teken eerst de horizontale (X) en verticale (Y) as. b Benoem daarna de beide assen. •

Wat plaats je op de X-as?

•

Wat plaats je op de Y-as?

c Noteer in welke eenheid deze assen uitgedrukt worden.

20

•

Eenheid X-as:

•

Eenheid Y-as:


d Bepaal de schaal op de beide assen. •

Welke verdeling/schaal kies je voor de X-as?

•

Welke verdeling/schaal kies je voor de Y-as? Om deze schaalverdeling te maken, is het gemakkelijk wanneer je de break-evenomzet al kent. Want dit punt moet zeker op je grafiek liggen.

e Teken de curves. Denk aan de wiskunde uit het eerste jaar. Om een rechte te tekenen heb je twee punten nodig. Aangezien de grafieken allemaal rechten zijn, moet je telkens slechts twee punten tekenen. f

Benoem de verschillende lijnen op een grafiek.

7 Duid op de grafiek aan (kleur in) waar er verlies is en waar er winst is.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

21


7

8 Maak deze graďŹ ek met Ms Excel of een ander rekenblad. Breng daarvoor de tabel over in het rekenblad.

Kosten, opbrengsten in dollar

30 000 000,00 25 000 000,00 20 000 000,00 15 000 000,00 10 000 000,00 5 000 000,00 0 0

25 000

50 000

75 000

100 000

Afzet (aantal stuks)

TVK

TCK

TK

TO

9 Hoeveel kosten zijn er wanneer er niets verkocht wordt? Hoeveel bedraagt dan het resultaat?

10 Hoe komt dat?

Formule In de formule om het break-evenpunt te berekenen, heb je in de noemer: verkoopprijs - aankoopprijs of verkoopprijs - variabele kost per eenheid Dit noemen we ook de contributiemarge per eenheid.

De contributiemarge is gelijk aan de totale opbrengsten - de totale variabele kosten.

22


6

GEMIDDELDE KOST OF EENHEIDSKOST EN TOTALE KOST 1 Wat zijn ‘totale kosten’? Geef een voorbeeld.

2 In sommige gevallen, bijvoorbeeld voor de waardering van de voorraden, is het aangewezen om de gemiddelde kost of de kost per eenheid te berekenen. Hoe doe je dat?

Laten we even terugblikken naar ons Bose-voorbeeld.

puzzel Verdeel de klas in twee groepen. Groep 1: Vul de volgende tabellen aan. Hoeveel bedraagt bij een productieniveau van 100 000 stuks: • de gemiddelde vaste kost: • de gemiddelde variabele kost: • de gemiddelde totale kost = eenheidskost:

Groep 2: Vul de volgende tabellen aan. Hoeveel bedraagt bij een productieniveau van 60 000 stuks: • de gemiddelde vaste kost: • de gemiddelde variabele kost: • de gemiddelde totale kost = eenheidskost:

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

23


Zet een leerling van groep 1 samen met een leerling van groep 2 en los het volgende probleem op. In 2018 werden 100 000 stuks geproduceerd. Voor 2019 verwacht de manager dat de vaste kosten en de variabele kosten hetzelfde blijven (dat heb je uitgerekend in de tabellen). Veronderstel dat de manager uitgaat van de eenheidskost van 200,00 dollar voor 2019 en daarop zijn beslissingen baseert. • Welk probleem is er dan wanneer het aantal verkochte eenheden in 2019 daalt tot 60 000 stuks door bijvoorbeeld een daling van de vraag en/of de komst van een nieuwe concurrent?

Eenheden geproduceerd

Totale variabele kosten

Totale vaste kosten

Totale kosten

25 000

2 000 000,00

12 000 000,00

14 000 000,00

50 000

4 000 000,00

12 000 000,00

16 000 000,00

60 000

4 800 000,00

12 000 000,00

16 800 000,00

75 000

6 000 000,00

12 000 000,00

18 000 000,00

100 000

8 000 000,00

12 000 000,00

20 000 000,00

Eenheidskost

125 000

Eenheden geproduceerd

Gemiddelde variabele kosten

Gemiddelde vaste kosten

25 000 50 000 60 000 75 000 100 000 125 000

Je merkt dat de eenheidskost overeenkomt met de som van de gemiddelde vaste en gemiddelde variabele kosten.

Vaste kosten Variabele kosten

Totale kosten

Gemiddelde kosten

constant

veranderen

veranderen

constant

Eenheidskosten worden vaak gebruikt voor de prijszetting van een product. Maar aangezien de totale constante kosten niet veranderen en de variabele kosten wel wanneer er meer geproduceerd wordt, moet je dus als manager ook de totale kosten in het oog houden.

24


7

KOSTPRIJSBEREKENING VOLGENS EENVOUDIGE OPSLAGMETHODE Het verschil tussen directe en indirecte kosten ken je intussen. Managers geven de voorkeur aan directe kosten omdat die gemakkelijker aan een kostenobject, bijvoorbeeld een product, toegewezen kunnen worden. Op die manier heb je een nauwkeuriger en vollediger beeld van de kosten met betrekking tot (bijvoorbeeld) dat product en kun je beter de verkoopprijs bepalen. Toch moeten ook indirecte kosten meegerekend worden in de kostprijs van het product. Wanneer je immers de verkoopprijs bepaalt, moet je ervoor zorgen dat alle kosten gedekt zijn. CB_H1_fietsen

Veronderstel dat fietsenproducent Gazavus twee types fietsen produceert, de ‘Hercules’ en de ‘Artemis’. De kosten zijn de volgende voor 1 000 fietsen (600 Hercules en 400 Artemis): Grondstof- en materiaalkosten (directe materiaalkosten = DM): Directe arbeidskosten (DA): Totale directe kosten:

450 000,00 euro 250 000,00 euro 700 000,00 euro

Indirecte productiekosten (IPK):

350 000,00 euro

We moeten nu de 350 000,00 euro IPK gaan verdelen over de producten. Dat doen we aan de hand van 1 opslagpercentage. Maar dat kun je berekenen op drie manieren.

groepswerk 1 Verdeel de klas in twee grote groepen. Elke groep wordt nogmaals verdeeld in drie subgroepen. Elke subgroep neemt 1 kolom voor haar rekening. 2 Bereken in rij 2 de verhouding van de IPK tot DM, DA of totale directe kosten. De kosten voor directe materialen en directe arbeid per fiets zijn gegeven. 3 Gebruik in rij 3 dat percentage om de indirecte kosten toe te wijzen aan 1 product zodat je de kostprijs krijgt voor 1 product.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

25


• Groep 1 verdeelt de IPK over de Hercules-fietsen. IPK als percentage van grondstoffen of directe materialen (DM)

Kost per product Grondstofkost (DM): 400,00 DA: 200,00

IPK als percentage van DA

Kost per product Grondstofkost (DM): 400,00 DA: 200,00

IPK als percentage van totale directe kosten

Kost per product Grondstofkost (DM): 400,00 DA: 200,00

• Groep 2 verdeelt de IPK over de Artemis-fietsen. IPK als percentage van grondstoffen of directe materialen (DM)

Kost per product Grondstofkost (DM): 525,00 DA: 325,00

IPK als percentage van DA

Kost per product Grondstofkost (DM): 525,00 DA: 325,00

IPK als percentage van totale directe kosten

Kost per product Grondstofkost (DM): 525,00 DA: 325,00

Om gelijkaardige kostenberekeningen uit te voeren, kun je deze stappen volgen: Stap 1: identificeer de producten die de gekozen kostenobjecten zijn. In ons voorbeeld gaat het over 600 Hercules- en 400 Artemis-fietsen. Stap 2: identificeer de directe kosten van de producten die aan het kostenobject toegewezen worden. De directe kosten zijn de kosten van directe materialen (grondstoffen) en directe arbeid. Stap 3: bepaal de indirecte kosten die ten laste van het kostenobject gelegd worden. We hebben in ons voorbeeld één groep indirecte kosten, namelijk de IPK van 350 000,00 euro. Stap 4: selecteer de verdeelsleutel om de indirecte kosten toe te wijzen aan de producten en bepaal het volume verdeelsleutel. Er zijn hier drie mogelijkheden toegepast. Ofwel baseer je dit op de directe arbeidskosten, ofwel op de directe materiaalkosten ofwel op de totale directe kosten. Stap 5: bereken het aanrekeningstarief indirecte kosten. Stap 6: reken de directe en indirecte kosten aan het kostenobject aan.

26


Wanneer bedrijven indirecte kosten berekenen, zullen ze beter voorbereid zijn om te begrijpen welke impact die kosten hebben op hun onderneming en welke rol ze spelen in de prijszetting van hun product. Wanneer deze overheadkosten te hoog zijn, moeten ze acties ondernemen om ze te laten dalen. Wanneer deze indirecte kosten laag zijn, is het mogelijk om het marktaandeel te vergroten, door bijvoorbeeld de prijs te laten dalen. Bedrijven kunnen best hun overheadkosten per maand of per kwartaal herbekijken zodat ze eventuele stijgingen snel opmerken. Ook deze kosten – zoals huur, verzekeringen, enzovoort – moeten immers gedekt worden. En daarnaast moet het bedrijf ook nog winst overhouden.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

27


8

MAKE OR BUY

In de drie Belgische vestigingen van de Amerikaanse voedingsmultinational Mondelez is gisteren de hele dag gestaakt, uit protest tegen een ‘sluipende’ herstructurering. Zowel de bedienden op de Belgische hoofdzetel in Mechelen als de productiearbeiders in de fabrieken van Herentals (de vroegere LU-fabriek) en Rhisnes (in Namen) deden mee. Het ging niet om een puur Belgische actie. Wereldwijd organiseren de vakbonden deze week protest in de Mondelez-fabrieken. Niet alleen in verschillende Europese landen, maar ook in de Verenigde Staten en Pakistan. ‘Door sluitingen, ontslagen en outsourcing probeert het bedrijf op korte tijd zo veel mogelijk winst te maken’, klagen de bonden. ‘Het personeel eist daarentegen het behoud van kwalitatieve jobs en van werkzekerheid.’ Zo kantten de vakbonden zich tegen de politiek van Mondelez om ‘een hele reeks ondersteunende functies uit te besteden’, van portiers tot schoonmaakploegen. ‘Door die outsourcingspolitiek staan ook in ons land aanhoudend jobs op de tocht.’ Tegelijk beseffen ze dat de lokale directies, zoals de Belgische, niet veel beslissingsautonomie hebben. ‘Die moeten uitvoeren wat op het hoofdkantoor in de VS is beslist. Precies daarom is die wereldwijde actieweek zo belangrijk.’ In de voormalige LU-fabriek van Herentals zijn de prognoses ook niet rooskleurig. Amper een maand geleden maakte de directie bekend dat er binnenkort geen Vitabis- en Betterfoodkoeken meer worden gemaakt in Herentals. De productie van deze populaire kinderkoekjes verhuist integraal naar een Mondelezvestiging in Frankrijk. ‘Het gaat gelukkig maar om een klein deel van de productie in Herentals’, zegt ACV-secretaris Goossens. ‘Hierdoor verdwijnen er geen extra jobs. Maar het bedrijf houdt wel een geruisloze sanering door vertrekkende werknemers, bijvoorbeeld gepensioneerden, systematisch niet te vervangen.’ In Herentals worden jaarlijks zo’n 70 000 ton koekjes gebakken, met de chocoladekoekjes van Prince en Cent Wafers als meest gekende merknamen. In 2007 kwam LU in handen van de multinational Kraft Foods, die zichzelf in 2012 in tweeën splitste en de snacksafdeling liet doorstarten onder de naam Mondelez. Bron: De Standaard

1 Wat betekent uitbesteden of outsourcing?

2 Wat is vaak de bedoeling van outsourcing?

28


Wanneer bedrijven moeten kiezen tussen zelf maken of uitbesteden (make or buy), zijn de meest bepalende factoren de volgende: • kwaliteit; • afhankelijkheid van leveranciers; • kosten; • maar ook factoren zoals het nietbezitten van knowhow en technologie. Zo zie je dat Samsung-smartphones draaien op Android van Google (uitbesteden van software) en dat Apple zijn eigen iOS heeft voor zijn iPhones. We belanden even terug bij het Bose-verhaal. Veronderstel dat Bose een bepaald onderdeel van het geluidssysteem ofwel zelf kan produceren, ofwel bij een bepaalde leverancier kan aankopen. Zal het bedrijf dat met andere woorden moeten uitbesteden of zelf produceren? Wanneer Bose het onderdeel zelf produceert, zijn dit de kosten voor 100 000 stuks: Directe materiaalkosten

400 000,00 dollar

Directe arbeidskost

100 000,00 dollar

Variabele IPK

90 000,00 dollar

Instelkosten van machines en materiaalbehandeling

310 000,00 dollar

Huur (vaste IPK)

300 000,00 dollar

Wanneer Bose het onderdeel aankoopt, kost dat 1 000 000,00 dollar voor 100 000 stuks.

groepswerk Verdeel de klas in groepjes.

1 Welke keuze moet Bose maken? Zelf produceren of uitbesteden?

Opgelet! Met de huurprijs houden we geen rekening omdat je die kost hebt zowel wanneer je het product zelf maakt als wanneer je het uitbesteedt.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

29


2 Welke activiteiten van jullie minionderneming, leeronderneming of project zouden jullie zelf kunnen uitbesteden?

Outsourcing loopt niet altijd van een leien dakje In 2004 had Lego 80 % van zijn productie uitbesteed aan Hongarije, Tsjechië en Mexico. Op deze manier wilden ze kosten besparen en trachtten ze schaalvoordelen te creëren. Ze hadden niet gerekend op outsourcingproblemen. Ze hadden moeite om de productievestigingen in meerdere landen goed te coördineren, om de kennis over te brengen naar hun productiepartners en om rekening te houden met de seizoensfluctuaties. De grootste vraag voor Lego situeert zich immers in het najaar. Dit leidde tot grote vertragingen en dus ook hoge kosten. Daardoor besloten ze hun productie terug te brengen naar thuisland Denemarken in 2009. Bron: Jaarverslag Lego Group, jaarrapport 2011, 2012, 2013

30


9

WINSTMARGE, CONTRIBUTIEMARGE EN NETTOWINSTMARGE In een productieonderneming … worden grondstoffen aangekocht en verwerkt tot afgewerkte producten. We blikken terug naar ons voorbeeld van Gazavus. We werken verder met de Hercules-fietsen. Er worden 600 fietsen geproduceerd en verkocht op één jaar tijd. De verkoopprijs bedraagt 1 200,00 euro per fiets.

1 Hoeveel bedraagt de omzet of de opbrengst? 2 Hoeveel bedraagt de afzet? 3 Omschrijf de begrippen omzet en afzet.

4 Waaruit bestaat de verkoopprijs? Hoe is de verkoopprijs opgebouwd of berekend?

5 Wanneer we indirecte kosten berekenden op basis van de totale directe kosten, kwamen we op een totale kostprijs van 900,00 euro voor een Hercules-fiets.

6 Hoeveel procent is dat?

In een handelsonderneming … worden goederen aangekocht en verkocht.

7 Adobe Systems brengt een nieuw softwareprogramma op de markt. Veronderstel dat jij de kans krijgt om het pakket aan te kopen voor 120,00 euro en na berekening van de vaste kosten besluit je het te verkopen voor 200,00 euro. Hoeveel bedraagt dan het winstpercentage?

De winstmarge, de verkoopmarge, het winstpercentage of de winsttoeslag is het percentage dat bij de kostprijs en/of de aankoopprijs gerekend wordt om winst te hebben op de verkoop.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

31


Formules Opbrengst - variabele kosten = contributiemarge = brutowinst Opbrengst - variabele kosten - vaste kosten = bedrijfsresultaat = nettowinst Contributiemarge - vaste kosten = bedrijfsresultaat Contributiemarge per eenheid = verkoopprijs - variabele kost per eenheid Contributiemarge = contributiemarge per eenheid * afzet De contributiemarge is dan gelijk aan de totale opbrengsten - de totale variabele kosten. Contributiemargeratio = contributiemarge/opbrengsten = brutowinstmarge Nettowinstmarge = nettowinstomzet

De contributiemarge of de brutowinst dient in de eerste plaats om vaste kosten te dekken. Als de vaste kosten gedekt zijn, dient ze om winst te genereren. Van zodra de contributiemarge negatief is, is het product niet meer rendabel. We grijpen even terug naar het voorbeeld van het Bose-geluidssysteem. De variabele productiekost bedraagt 80,00 dollar per eenheid. De totale vaste kosten bedragen 12 000 000,00 dollar. De verkoopprijs bedraagt 240,00 dollar.

2

3

1 Breng de onderstaande tabel over in een rekenblad. Bereken vervolgens, aan de hand van formules: a b c d e f g

32

de opbrengst bij elk afzetniveau (in rij 3); de variabele kost bij elk afzetniveau (in rij 4); de contributiemarge; de vaste kosten; het bedrijfsresultaat; de contributiemargeratio; de nettowinstmarge.


2 Wat merk je wat betreft de contributiemargeratio?

Bij een afzet van 50 000 stuks bedraagt de contributiemarge

.

Dat is niet voldoende / voldoende om de vaste kosten te dekken. In dit geval is er verlies / winst. Wanneer je meerdere producten verkoopt, levert de contributiemarge extra informatie op en geeft ze weer hoeveel elk product bijdraagt aan de omzet. Op basis daarvan kun je dan als manager beslissingen nemen. De contributiemargeratio wordt vaak gebruikt om te berekenen hoe een verandering in opbrengsten (verkoop) de contributiemarge doet veranderen.

3 Veronderstel dat de verkoop stijgt van 24 000 000,00 dollar naar 28 800 000,00 dollar. Wat gebeurt er dan met de contributiemarge? Maak gebruik van de contributiemargeratio.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

33


10

BESLISSINGEN OP BASIS VAN KOSTEN MET BETREKKING TOT HET ASSORTIMENT Intussen wordt bij Bose in Massachusetts nagegaan of het nog interessant is om in de andere vestiging, elders in de VS, nog steeds drie producten te produceren. Hier vind je de gegevens: Systeem A

Systeem B

Systeem C

Variabele kost per eenheid

300,00

280,00

300,00

Verkoopprijs per eenheid

500,00

400,00

450,00

Afzet

20 000

40 000

30 000

De vaste kosten bedragen 12 600 000,00 dollar. Ze worden verdeeld over de drie systemen.

1 Vul de tabel in. Systeem A

Systeem B

Systeem C

Verkoopprijs/e Variabele kost/e CM/e Vaste kost/e Nettowinst * afzet Totale nettowinst

2 Hoeveel bedraagt de totale nettowinst van de drie systemen samen? 3 Wat zou je uit deze tabel kunnen aeiden?

4 Vul de tabel opnieuw in, maar nu zonder het verlieslatende product. Systeem A Verkoopprijs/e Variabele kost/e CM/e Vaste kost/e Nettowinst * afzet Totale nettowinst

5 Hoeveel bedraagt de nettowinst? 6 Wat kun je daaruit besluiten?

34

Systeem C


11

WINSTMARGES IN VERSCHILLENDE SECTOREN

groepswerk Verdeel de klas in groepjes van telkens twee leerlingen. Elk groepje krijgt een sector toegewezen. Dit zijn de sectoren/bedrijfstakken: • Supermarkten (bv. Colruyt) • Winkels in wit- en bruingoed (bv. Mediamarkt) • Winkels in kleding (bv. JBC) • Speelgoedwinkels (bv. Dreamland) • Juweliers • Energiebedrijven (bv. Luminus) • Restaurants • Bouwbedrijven (bv. Naessens) • Banket- en koekindustrie (bv. Lotus Bakeries) • Transportbedrijven (bv. Essers)

1 Ga op zoek naar de brutowinst (-marge), het bedrijfsresultaat (nettowinstmarge) die gemiddeld gelden in deze sector of bedrijfstak. Bij het onlinelesmateriaal vind je enkele handige links.

2 Welke kosten wegen het zwaarst in deze sector? Hoe komt dat? 3 Kies twee bedrijven die thuishoren in deze sector. 4 Onderzoek de jaarrekening van deze twee ondernemingen. Welke brutowinst (-marge) en nettowinst (-marge) behalen ze? Maak, indien nodig, de berekening.

5 Hoe scoren ze in vergelijking met de gemiddelden van deze sector/bedrijfstak? 6 Wegen ook hier dezelfde kosten het zwaarst door? Toon aan. 7 Welke winstpercentages worden zoal gerekend op de producten? 8 Presenteer je bevindingen aan de klas.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

35


synthese KOSTPRIJSSTRATEGIE Kostprijsbeleid is het proces van het meten, analyseren en rapporteren van financiële en nietfinanciële informatie gerelateerd aan de kosten van het verkrijgen of gebruiken van middelen in een organisatie. Wanneer je de kosten meet en kent: • kun je op basis van de exacte kostprijs de verkoopprijs berekenen; • kun je geregeld nagaan of de gemaakte kosten verantwoord zijn en de werkelijke kosten overeenstemmen met de gebudgetteerde kosten; • kun je voorspellingen maken voor de toekomst op basis van historische kosten. Variabele kosten zijn kosten die proportioneel veranderen met het gerelateerde outputvolume. Met andere woorden hoe hoger het outputniveau, hoe hoger de variabele kost. Vaste kosten veranderen, op korte termijn, niet wanneer het outputvolume verandert. Directe kosten zijn gerelateerd aan een kostenobject en kunnen op een gemakkelijke en haalbare (economische) manier toegewezen worden. Indirecte kosten zijn gerelateerd aan het kostenobject, maar kunnen niet gemakkelijk toegewezen worden aan het kostenobject.

Afzet is het aantal stuks dat verkocht wordt. Omzet is de waarde van de verkopen van goederen en of diensten. Hij wordt berekend door de afzet te vermenigvuldigen met de verkoopprijs per eenheid.

Kosten moeten toegewezen kunnen worden aan een product om de juiste prijs te kunnen bepalen. Wanneer een kost gemakkelijk aan een product toegewezen kan worden, spreken we van directe kosten. Ze zijn gerelateerd aan een kostenobject en kunnen op een gemakkelijke en haalbare (economische) manier toegewezen worden. Indirecte kosten zijn gerelateerd aan het kostenobject, maar kunnen niet gemakkelijk toegewezen worden aan het kostenobject.

Bij de directe en indirecte kosten kunnen we nog een ander onderscheid maken wanneer we het hebben over een productieonderneming. Zo zijn er: • directe arbeidskosten; • directe materiaalkosten; • indirecte productiekosten.

Aan de hand van een break-evenanalyse kunnen we nagaan hoeveel stuks we moeten verkopen om net geen winst, noch verlies te draaien. In het break-evenpunt zijn de totale kosten en opbrengsten gelijk. Het is die afzet waarbij kosten en opbrengsten gelijk zijn.

36


synthese Daarvoor gebruiken we volgende formule: Formule Vaste kosten Verkoopprijs - aankoopprijs

De aankoopprijs kun je ook zien als de variabele kost per eenheid. De verkoopprijs - variabele kost per eenheid wordt ook wel de contributiemarge per eenheid genoemd. De eenheidskost of de gemiddelde kost per eenheid geeft een goed beeld om de verkoopprijs te bepalen. Daarvoor tel je de variabele en vaste kosten op en deel je het resultaat door de totale afzet. Met behulp van de eenvoudige opslagmethode kun je de indirecte productiekosten toewijzen aan de producten. Daarvoor kun je de indirecte productiekosten verdelen • a rato van de directe materiaalkosten; of • a rato van de directe arbeidskosten; of • op basis van de totale directe kosten. Wanneer een onderneming wil nagaan of ze de productie van een bepaald product al dan niet zal uitbesteden, moet ze de kost per eenheid bij productie vergelijken met de kost per eenheid bij aankoop van dat product. Soms kan een onderneming twijfelen om een product al dan niet af te stoten vanwege een negatieve contributiemarge. Het is dan van belang dat wordt nagegaan of dat product of de opbrengst ervan ook niet een deel van de vaste kosten dekt.

Tot slot nog enkele handige formules:

Formules Opbrengst - variabele kosten = contributiemarge = brutowinst Opbrengst - variabele kosten - vaste kosten = bedrijfsresultaat = nettowinst Contributiemarge - vaste kosten = bedrijfsresultaat Contributiemarge per eenheid = verkoopprijs - variabele kost per eenheid Contributiemarge = contributiemarge per eenheid * afzet Contributiemargeratio = contributiemarge/opbrengsten = brutowinstmarge Nettowinstmarge = nettowinstomzet

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

37


oefeningen OEFENING 1

Kosten bij Funtrekking

We blikken terug naar ons spilbedrijf Funtrekking, een fietsenwinkel.

1 Je vindt hieronder een aantal kosten. Noteer bij deze kosten of ze direct of indirect zijn en of ze vast of variabel zijn. Kost

Direct of indirect

Vast of variabel

Afschrijving Elektriciteit Huur winkelruimte Commissieloon verkoper Loon manager

2 Veronderstel: het kostenobject is ‘product’ en de kostendrijver is het aantal producten. Geef aan voor de volgende kosten of ze direct of indirect zijn en of ze vast of variabel zijn. Kost

Direct of indirect

Vast of variabel

Grondstofkosten Afschrijvingen van machines Schroeven

Loon productmanager

3 Veronderstel dat het kostenobject de productieafdeling is. Geef aan voor de volgende kost of ze direct of indirect is en of ze vast of variabel is. Kost Loon productmanager

38

Direct of indirect

Vast of variabel


oefeningen 4 Gabriëls metaalwerken in Opglabbeek produceert voornamelijk halfafgewerkte metalen producten voor onder andere vrachtwagenproducenten. Dankzij de synergie en kennis die het bedrijf heeft, produceert het ook aanhangwagens. Dat is een volledige afdeling in het bedrijf. Geef aan welke kosten direct en indirect zijn en welke vast en variabel zijn. Toewijsbaarheid Kosten

Direct

Indirect

Productievolume Variabel

Vast

Aluminiumprofielen Moeren en bouten Afschrijving lasapparaat Verwarming werkplaats Loon 2 arbeiders Schoonmaakproducten werkplaats Elektriciteit

OEFENING 2

Break-even: grafisch en wiskundig

differentiatie Het aantal sterren geeft de moeilijkheid van de oefening aan. Hoe meer sterren, hoe moeilijker de oefening. Twijfel je over de aanpak, neem dan even een kijkje bij punt 5 over de break-evenanalyse.

1** In het voorbeeld van Bose heb je de verschillende curves getekend. Elke curve of grafiek heeft een functievoorschrift. Bepaal het functievoorschrift van de volgende grafieken: TO = Totale opbrengsten: TVK = Totale variabele kosten: TCK = Totale vaste kosten: TK = Totale kosten:

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

39


oefeningen 2*

Er komt een nieuw softwareprogramma op de markt van Adobe Systems. Veronderstel dat jij de kans krijgt om dat pakket aan te kopen voor 120,00 euro en te verkopen voor 200,00 euro. In het stadscentrum van je gemeente is er een locatie die men kan huren voor 1 maand om er een pop-upwinkel uit te baten. De huur inclusief elektriciteit en gas bedraagt 2 000,00 euro. Daarnaast betaal je SABAM voor muziek in de winkel: 250,00 euro. Tot slot heb je een reclamepaneel aangekocht voor 150,00 euro. De overige marketing voer je via sociale media. Hoeveel bedraagt de break-evenafzet?

Veronderstel dat je graag 1 200,00 euro winst wil maken, hoeveel stuks dien je dan te verkopen?

3*** Scarpe Milano is een Italiaanse schoenwinkel in een drukke stad. De eigenaar, Giuseppe, is nogal wiskundig ingesteld en heeft zijn kosten en opbrengsten omgezet in wiskundige functies. Je vindt ze hieronder. Y = 60,00x Y = 180 000,00 Y = 40,00x + 180 000,00 a De eigenaar is ziek thuis en heeft aan zijn zoon gevraagd om eens na te gaan wat zijn breakevenafzet is. Zijn zoon Lorenzo gaat dat wiskundig berekenen. Aangezien jij er stage loopt, mag jij dit controleren. Reken dus na. •

Wat weet je over de opbrengsten en kosten in het break-evenpunt?

•

Hoeveel bedraagt de break-evenomzet?

b De 40,00 euro variabele kost was als volgt samengesteld: Kostprijs (aankoopprijs) van de schoenen: Commissieloon van de verkopers: Variabele kost: •

40

37,00 euro 3,00 euro 40,00 euro

Veronderstel dat er geen commissieloon zou zijn, maar dat het vaste salaris zou stijgen met 15 500,00 euro. Wat is dan het nieuwe break-evenpunt?


oefeningen c Wat gebeurt er met de TO-curve, de TK-curve op de graďŹ ek in volgende situaties? Zal het breakevenpunt dan dalen of stijgen? Situatie 1: De verkoopprijs stijgt tot 65,00 euro.

Situatie 2: De vaste kosten dalen naar 170 000,00 euro.

Situatie 3: De variabele kost stijgt tot 45,00 euro.

OEFENING 3

Break-evenanalyse ICT

Onderneming CIB produceert en verkoopt pennen. Op dit moment worden 5 000 000 eenheden per jaar verkocht aan 0,50 euro per stuk. De variabele kosten bedragen 0,30 euro per stuk. De vaste kosten bedragen 900 000,00 euro.

1 Bereken via een rekenblad de nettowinst. 2 Bereken de break-evenafzet. Vervolledig in het rekenblad de onderstaande tabel. Afzet

Omzet

Variabele kost

Vaste kost

Totale kost

Winst

Contributiemarge %

500 000 1 000 000 1 500 000 2 000 000 2 500 000 3 000 000 3 500 000 4 000 000 4 500 000 5 000 000 5 500 000 6 000 000

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

41


oefeningen 3 Bereken het nettoresultaat wanneer de variabele kost stijgt met 0,04 euro per eenheid.

Afzet

Omzet

Variabele kost

Vaste kost

Totale kost

Winst

Contributiemarge %

5 000 000

4 Bereken het nettoresultaat wanneer de vaste kost stijgt met 10 % en er ook 10 % meer eenheden verkocht worden.

Afzet

Omzet

Variabele kost

Vaste kost

Totale kost

Winst

Contributiemarge %

5 500 000

5 Bereken het nettoresultaat wanneer de vaste kost met 20 % daalt, de verkoopprijs met 20 % daalt, de variabele kost met 10 % daalt per eenheid en er een toename is van 40 % in de afzet. Afzet

Omzet

Variabele kost

Vaste kost

Totale kost

Winst

Contributiemarge %

7 000 000

Verdeel de klas in vier groepen. Teken met behulp van je rekenblad de curves van de totale omzet, de totale variabele kosten, de totale vaste kosten en de totale kosten. Duid de break-evenafzet aan. • Groep 1 maakt de grafiek op basis van de situatie in vraag 2. • Groep 2 maakt de grafiek op basis van de situatie in vraag 3. • Groep 3 maakt de grafiek op basis van de situatie in vraag 4. • Groep 4 maakt de grafiek op basis van de situatie in vraag 5. Noteer hieronder wat er in de laatste drie situaties gebeurd is met het break-evenpunt ten opzichte van de eerste situatie.

3 500 000,00 3 500 000,00

3 000 000,00 3 000 000,00

2 500 000,00 2 500 000,00

2 000 000,00

2 000 000,00 1 500 000,00

1 500 000,00

1 000 000,00

1 000 000,00

500 000,00

500 000,00

0

0 0

1 000 000 ,00 2 000 000,00 3 000 000,00 4 000 000,00 5 000 000,00

Omzet

42

Totale kost

6 000 000,00

0

1 000 000 ,00 2 000 000,00 3 000 000,00 4 000 000,00 5 000 000,00

Omzet

Totale kost

6 000 000,00


oefeningen 3 500 000,00

3 500 000,00

3 000 000,00

3 000 000,00

2 500 000,00

2 500 000,00

2 000 000,00

2 000 000,00

1 500 000,00

1 500 000,00

1 000 000,00

1 000 000,00

500 000,00

500 000,00 0

0 0

1 000 000 ,00 2 000 000,00 3 000 000,00 4 000 000,00 5 000 000,00

Omzet

OEFENING 4

0

6 000 000,00

1 000 000 ,00 2 000 000,00 3 000 000,00 4 000 000,00 5 000 000,00

Omzet

Totale kost

6 000 000,00 7 000 000,00

Totale kost

Hoe zit het met het break-evenpunt in jullie project?

Als jullie geen minionderneming of project hebben, vind je bij het onlinelesmateriaal alternatieve opdrachten die jullie in groepjes kunnen oplossen. Met de minionderneming of leeronderneming hebben jullie alvast ook heel wat kosten. Maak in een rekenblad een lijst met al die kosten. • Maak een opsplitsing in vaste kosten en variabele kosten en vermeld de kostprijs er telkens bij. • Maak nu, ook in hetzelfde rekenblad, een tabel waarin je verschillende hoeveelheden opneemt die je denkt te verkopen. Misschien is het interessant om 1 product te kiezen en vervolgens met stappen van 20 te werken. Bereken dan telkens de bijbehorende totale kosten. De tabel zou er dus zo kunnen uitzien: Afzet

Aankoopprijs (variabele kost per eenheid)

TVK

TCK (vaste kost)

TK

TO

0 20 40

• Maak de bijbehorende grafieken in het rekenblad. • Hoeveel stuks moeten jullie verkopen om uit de kosten te geraken? • Maak ook een opsplitsing in directe en indirecte kosten.

OEFENING 5

Cost accounting

PEER TEACHING

groepswerk Verdeel de klas in twee groepen. Elke leerling van groep 1 leest het artikel over de vaste kosten: ‘Fixed Costs – Explanation and Examples’, dat je terugvindt bij het onlinelesmateriaal. Elke leerling van groep 2 leest het artikel over directe en indirecte kosten: ‘Learn About Direct and Indirect Costs in Product Pricing’, dat je terugvindt bij het onlinelesmateriaal. Elke leerling maakt een samenvatting, een schema of een mindmap van de tekst. De leraar bepaalt of dat in het Engels of het Nederlands mag. Daarna legt elke leerling van groep 1 zijn tekst uit aan een leerling van groep 2 aan de hand van zijn schema/synthese. Vervolgens worden de rollen omgekeerd.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

43


oefeningen OEFENING 6

Eenvoudige opslagmethode

PEER TEACHING

groepswerk Producent Videl maakt twee producten, Computerchip AI en Computerchip AIX. Er worden respectievelijk 500 000 en 600 000 stuks van geproduceerd. Directe kosten voor Computerchip AI (in euro): Directe materiaalkost Directe arbeidskost Directe kosten voor Computerchip AIX (in euro): Directe materiaalkost Directe arbeidskost De totale indirecte kosten die verdeeld moeten worden, bedragen 66 700 000,00 euro. Verdeel de klas in drie groepen. • Groep 1 gebruikt als verdeelsleutel van de totale indirecte kosten de directe arbeid. • Groep 2 gebruikt als verdeelsleutel van de totale indirecte kosten de directe materialen. • Groep 3 gebruikt als verdeelsleutel van de totale indirecte kosten de totale directe kosten. Vorm vervolgens nieuwe groepjes van drie personen, van wie telkens één lid uit elke groep. De leerling van groep 1 legt aan de andere twee zijn berekening uit. De andere leerlingen doen hetzelfde. Groep 1 – Indirecte kosten verdeeld op basis van directe arbeid

44


oefeningen Groep 2 – Indirecte kosten verdeeld op basis van directe materialen

Groep 3 – Indirecte kosten verdeeld op basis van totale directe kosten

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

45


oefeningen OEFENING 7

Simple Costing system with a single indirect cost-pool

differentiatie Lighttower industries is a British manufacturer of car headlights. It produces two types of headlights: Q1 and Q9. In 2018 the company produces 120 000 Q1 and 30 000 Q9. In the following table you can find the direct materials costs as the direct manufacturing labor costs. Q1

Q9 120 000

30 000

Direct materials

£ 2 250 000,00

£ 1 350 000,00

Direct manufacturing labor

£ 1 200 000,00

£ 390 000,00

60 000 hours

19 500 hours

Production units

Direct manufacturing labor-hours

£ 4 770 000,00

Total indirect costs

1 Allocate the indirect costs based on the budgeted 79 500 direct manufacturing labor-hours.

2 Compute the total cost of the products per unit. Q1

Q9

Direct materials Direct manufacturing labor Total direct costs Indirect costs allocated Total unit cost

OEFENING 8

Nemen we een product uit het assortiment?

Pizzeria D’Angelo is een authentieke Italiaanse pizzeria. Het restaurant is open van woensdag tot en met zondag en je kan er pizza’s afhalen, maar het levert ook aan huis of aan bedrijven. De pizzeria is pas gestart en verkoopt voorlopig daarom slechts drie pizza’s. Ze beperkt zich tot de meest gekozen pizza’s.

46


oefeningen In de volgende tabel zie je enkele cijfergegevens. Pizza Margherita

Pizza Quattro Stagioni

Pizza Quattro Formaggi

Variabele kosten per pizza

7,00

9,00

7,50

Verkoopprijs per pizza

8,50

12,00

11,00

1 200,00

800,00

1 000,00

Afzet voor afgelopen maand

De vaste kosten bedroegen afgelopen maand 4 000,00 euro en worden verdeeld over de verkochte pizza’s.

1 Vul de onderstaande tabel verder aan. Pizza Margherita

Pizza Quattro Stagioni

Pizza Quattro Formaggi

Verkoopprijs/e Variabele kost/e CM/e Vaste kost/e Nettowinst * afzet Totale nettowinst

2 Hoeveel bedraagt de totale nettowinst van de drie pizza’s samen? 3 Wat zou je uit de tabel kunnen afleiden? 4 Vul de tabel opnieuw in, maar nu zonder het verlieslatende product. Pizza Quattro Stagioni

Pizza Quattro Formaggi

Verkoopprijs/e Variabele kost/e CM/e Vaste kost/e Nettowinst * afzet Totale nettowinst

5 Hoeveel bedraagt de nettowinst? 6 Wat kun je daaruit besluiten?

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

47


oefeningen OEFENING 9

Kosten, winst en belastingen

differentiatie Dit een oefening van een hoger niveau. *** BDM (Boerderij Diesel Motoren) is een bedrijf dat dieselmotoren produceert voor kleine machines in landbouwbedrijven. Voor 2019 werd het volgende gebudgetteerd: Verkoopprijs

4 000,00 euro

Variabele kost per motor

1 000,00 euro

Jaarlijkse vaste kosten

4 800 000,00 euro

Netto-inkomen

1 200 000,00 euro

Inkomensbelastingtarief

20 % (=t)

1 Bepaal het aantal eenheden dat BDM moet verkopen om (1) break-even te draaien en (2) zijn netto-inkomensdoel te behalen.

2 In het ďŹ nancieel rapport van het eerste kwartaal werd aangehaald dat de doelstellingen niet behaald werden. Er zouden maar 600 eenheden verkocht zijn aan een prijs van 6 000,00 euro. De variabele kosten en vaste kosten waren wel zoals gepland. Het geschatte inkomen zou dus niet gehaald worden, tenzij het management actie ondernam. Er werden volgende alternatieven op tafel gelegd: a Laat de verkoopprijs dalen met 15 %. Aan die nieuwe prijs kunnen 2 100 eenheden verkocht worden gedurende de rest van het jaar. De totale vaste kosten en variabele kosten blijven zoals gebudgetteerd. b Verlaag de variabele kost met 300,00 euro door het gebruik van minder dure directe materialen. De verkoopprijs wordt ook met 400,00 verlaagd en men verwacht een verkoop van 1 750 eenheden voor de rest van het jaar. c Verminder de vaste kosten met 10 % en verlaag de verkoopprijs met 30 %. De variabele kost per eenheid zal niet veranderen. Men verwacht nog een verkoop van 2 200 eenheden voor de rest van het jaar.

48


oefeningen Gevraagd: • Welk alternatief moet BDM kiezen om zijn beoogde nettowinst te behalen? • Verdeel de klas in groepen. Elke groep werkt één alternatief uit. • Presenteer jouw bevindingen aan de klas.

OEFENING 10

Totale kosten versus eenheidskosten

Het bedrijf Papertown produceert drie verschillende papierproducten: Devine, Deluxe en Ordinary. Voor elk product is er een aparte productielijn. Voor deze producten zijn er kosten van directe materialen (DM), directe arbeid (DA), en indirecte productiekosten (IPK). De totale IPK voor juli 2018 bedragen 150 000 000,00 dollar (waarvan 15 000 000,00 dollar vaste kosten). Die totale IPK worden toegewezen aan elke productielijn op basis van de directe arbeidskosten van elke productielijn. Bijkomend hebben we volgende gegevens ter beschikking voor juli 2018 (in miljoen dollar): Devine

Hoofdstuk 1

Deluxe

Ordinary

DM-verbruik

$ 89

$ 57

$ 60

DA

$ 16

$ 26

$8

IPK

$ 48

$ 78

$24

Productie (miljoen eenheden)

125

150

140

Kostprijsstrategie

49


oefeningen 1 Bereken de productiekost per eenheid voor de maand juli 2018.

2 Stel dat de productie voor augustus 2018 er als volgt uitziet: • Devine: 150 miljoen eenheden • Deluxe: 190 miljoen eenheden • Ordinary: 220 miljoen eenheden Waarom is de eenheidskost berekend in vraag 1 op basis van de gegevens voor juli 2018 misleidend om de totale productiekost voor augustus 2018 te berekenen?

OEFENING 11

Winstmarges

Los de onderstaande vragen op. Voorbeeld 1 Eerder heb je het voorbeeld gezien van Michelle Janssen die een galajurkenzaak uitbaat. De jurkjes kocht ze aan voor 80,00 euro. Ze verkoopt ze voor 240,00 euro.

1 Hoeveel keer is de verkoopprijs de aankoopprijs? 2 Hoeveel bedraagt de winstmarge op de aankoopprijs?

Voorbeeld 2 Michelle verkoopt ook schoenen. Ze koopt de schoenen aan tegen 65,00 euro. Ze wil ze graag verkopen tegen viermaal de aankoopprijs.

1 Aan welke prijs zal ze de schoenen verkopen? 2 Hoeveel winstmarge heeft ze daarop?

50


oefeningen OEFENING 12

E-commerce, outsourcen of zelf doen?

Bij het onlinelesmateriaal vind je een tekst over e-commerce en outsourcing. Lees de tekst en beantwoord de onderstaande vragen.

1 Verklaar de volgende begrippen: • • • •

e-commerce supply chain e-fulfilment cut-off tijd

2 Wat is het outsourcen van e-commercelogistiek? 3 Wordt in dit artikel het uitbesteden van de complete webwinkellogistiek aan een logistiek dienstverlener of e-fulfilmentbedrijf bedoeld? Dat zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in het orderpicken, verpakken en verzenden van e-commercebestellingen.

4 Geef vier voordelen van het outsourcen van e-commercelogistiek. 5 Geef vier nadelen van het outsourcen van e-commercelogistiek.

Hoofdstuk 1

Kostprijsstrategie

51


52


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Handelzes Commercieel beleid - hoofdstuk 1 by VAN IN - Issuu