Skip to main content

CAMINO_kleuters_HANDLEIDING 2026

Page 1


Visietekst Camino kleuters

Welkom op onze Camino!

Beste kleuterleerkracht,

Fijn dat je ervoor koos om aan de slag te gaan met Camino kleuters. Camino is de nieuwe godsdienstmethode van Uitgeverij VAN IN. Naast ons aanbod voor het lager onderwijs hebben we ook inspiratiemateriaal voor het kleuteronderwijs uitgewerkt.

Met Camino start je samen met je kleuters een nieuw traject in het vak godsdienst. Camino betekent letterlijk ‘weg’. We nodigen je uit om samen met je kleuters op weg te gaan: om te ontdekken, te verwonderen, te groeien en (al dan niet) te geloven.

Daarvoor biedt Camino je materiaal dat aansluit bij de leefwereld van kleuters. In plaats van volledig uitgewerkte thema’s vind je in Camino activiteiten die je huidige aanbod kunnen verrijken, aanvullen of vernieuwen.

In de activiteiten krijgen de kleuters de kans om op een speelse en betekenisvolle manier kennis te maken met levensbeschouwelijke thema’s. Ze worden uitgenodigd om al op jonge leeftijd na te denken over waarden en normen en om respect en begrip te ontwikkelen voor de mening van anderen. De activiteiten vormen een afwisseling van muzische activiteiten, gesprekken, kringmomenten, groepswerk en individueel spel.

Met activerende werkvormen stimuleren we dialoog en ontmoeting tussen de kleuters. Daarbij besteden we veel aandacht aan het uitdrukken van gevoelens. De emotiekaarten en de leerlijn emotionele ontwikkeling ondersteunen dat proces.

We geloven ook in de kracht van verhalen. In ons aanbod besteden we aandacht aan Bijbelverhalen en mogelijke knooppunten uit het leven van de kleuter. Samen met de kleuters ga je nadenken over Bijbelverhalen en erover praten. Het is aan de kleuter om te ontdekken of een verhaal herkenbaar is of eerder vreemd aanvoelt. In de fiches geven we je tips om gelijkenissen en verschillen met andere tradities bespreekbaar te maken.

Bij de verhalen reiken we verdiepende vragen aan die het gesprek met de kleuters kunnen openen, die hen helpen om stil te staan bij wat ze zien, voelen of (al dan niet) herkennen in het verhaal en die hen uitnodigen uit om hun eigen ervaringen te delen.

eersteproefversie

Zo houden we rekening met een integrale benadering: de pluraliteit en context van vandaag, het christelijk geloof en de traditie, en de identiteit van de kleuter. Die integrale benadering vormt ook de basis voor het geactualiseerde leerplan in het lager onderwijs.

Met het fotoboek en de vertelplaten kun je aanwijzend en interactief aan de slag. Het is een knipoog naar de nieuwe minimumdoelen voor kleuters: de zwangerschap, de geboorte, de mens als baby, de mens als kind, de mens als volwassene, maar ook de dood. We hopen dat het voor jou een fijne, nieuwe manier kan zijn om met de verhalen te werken.

Voor het eerst bieden we je ook een set multiculturele Jezusbeelden aan. Niemand weet zeker hoe Jezus eruitzag of wie Hij precies was. In het fotoboek zie je hoe onze tekenaar Hem afbeeldt, maar hoe zagen andere mensen Hem? Dat levert ongetwijfeld interessante gesprekken op met je kleuters.

Met Camino kleuters willen we bijdragen aan een boeiende geloofszoektocht die je samen met je kleuters onderneemt. Daarbij maken we al een eerste keer kennis met de terreinen (of levensgebieden) die aan bod komen in Camino 1. Zo willen we tonen dat levensbeschouwelijke groei niet pas begint in de lagere school, maar al een plaats kan krijgen in de kleuterschool. Volgens ons maakt die groei deel uit van de brede en integrale persoonsvorming van de kleuter.

We wensen je veel plezier en inspiratie bij dit nieuwe avontuur. Welkom!

Het auteursteam Camino kleuters

De doelenset en inspiratie voor Camino kleuters

In mei 2025 werd een geactualiseerd leerplan r.-k. godsdienst voor het lager onderwijs voorgesteld met het oog op implementatie in de komende schooljaren. Met Camino sluit Uitgeverij VAN IN aan bij de leerplandoelstellingen en de uitgangspunten van dit vernieuwde leerplan.

Voor het kleuteronderwijs wordt door de Erkende Instantie en de inspectie r.-k. godsdienst eveneens een geactualiseerd leerplan in het vooruitzicht gesteld, maar een concrete timing is voorlopig nog niet bekend. Toch wil Uitgeverij VAN IN met Camino kleuters al een inspirerend aanbod voorzien voor het kleuteronderwijs. Levensbeschouwelijke en religieuze groei begint immers al op jonge leeftijd.

De doelen waarop Camino kleuters zich richt, vertrekken vanuit het huidige leerplan r.-k. godsdienst zoals dat binnen ZILL als apart onderdeel is uitgewerkt. Bij de ontwikkeling van de activiteiten werd tegelijk al rekening gehouden met de uitgangspunten van het geactualiseerde leerplan voor het lager onderwijs. Die uitgangspunten, de zogenaamde tien intenties, vormden een belangrijke inspiratiebron bij de uitwerking van Camino kleuters.

De visie achter het geactualiseerde leerplan voor het lager onderwijs en de tien intenties kun je raadplegen in het papieren leerplan op p. 9 tot en met 15.

Overzicht van de verhalen en link met de terreinen in Camino 1

Camino belicht voor de oudste kleuters 20 verschillende verhalen (voor de jongste kleuters ligt de focus op 3 verhalen, zie ook de startfiche). We maken daarbij onderscheid in verhalen over het leven van Jezus, ontmoetingsverhalen met Jezus en verhalen die Jezus vertelt (parabels). Sommige verhalen komen enkel in de kleuterklas aan bod, andere verhalen krijgen een extra uitdieping en nieuwe verwerking in het eerste leerjaar.

Verhaal in het fotoboek

1Het kerstverhaal

2Maria en Jozef zeggen in de tempel dankjewel aan God

3De twaalfjarige Jezus blijft in de tempel

4Jezus wordt gedoopt

5Jezus roept vrienden

Link met de terreinen uit Camino 1

Kerkelijk jaar – Kerst

Ontmoetingen

Ontmoetingen

6Jezus bidt en leert ons bidden Geborgenheid

7Jezus ontmoet mama’s en kinderen

8Jezus ontmoet Zacheüs

9Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan

10Jezus vertelt over het mosterdzaadje

Ontmoetingen

Ontmoetingen

Parabels

11Jezus vertelt het verhaal van het verloren schaap Geborgenheid

12Jezus vertelt het verhaal van het huis op de rots

13Jezus vertelt over zorg dragen voor wat je krijgt

14De storm op het meer

15Palmzondag

16Het laatste avondmaal

17Het paasverhaal

18Pinksteren

19In de voetsporen van Jezus

eersteproefversie

20Feest voor iedereen

Parabels

Kerkelijk jaar – Pasen

Kerkelijk jaar – Pasen

Kerkelijk jaar – Pasen

Kerkelijk jaar – Pasen

Gevoeligheid voor goed en kwaad

Kerkelijk jaar – Allerheiligen

eersteproefversie

Aan de slag met Camino kleuters

Deze startfiche maakt de keuzes van Camino concreet. Het lesmateriaal bevat namelijk een aantal rode draden waar Camino consequent op wil inzetten.

1 Voor de jongste kleuters: de driejarigen

Camino werkt voor de jongste kleuters drie momenten in het schooljaar uit: Kerstmis, Pasen en het einde van het schooljaar.

Kerstmis en Pasen staan als christelijk feest in de kijker en worden verbonden met de natuur/het bijbehorende seizoen en de eigen ervaringen van de kleuters.

Aangezien het einde van het schooljaar vaak ook een feestelijk moment is, werk je hier met een Bijbelverhaal dat ook bij de oudere kleuters aangeboden wordt: Feest voor iedereen. Het is misschien een goede gelegenheid om samen met de andere kleutergroepen een vieringsmoment te voorzien.

De activiteitenfiches voor de jongste kleuters zijn zo ontwikkeld dat je er meerdere korte, eventueel losse, activiteiten van kunt maken zodat je de volledige activiteit kunt spreiden over meerdere dagen in de week. Zo kan bijvoorbeeld de instap een volwaardige activiteit zijn bij de driejarigen. Hetzelfde geldt voor de kern en de afsluiting. Als kleuterleerkracht kun jij zelf het best de aandachtsboog bij je kleuters inschatten.

De samenstelling van klasgroepen is erg divers. Er zijn heel wat jonge kinderen die de Bijbelverhalen niet kennen. Er zijn ook kleuters die tot een andere levensbeschouwelijke traditie behoren. Daarom zijn de activiteitenfiches op een open, toegankelijke manier uitgewerkt als ‘verkenning van verhalen en rituelen in de christelijke traditie’ (zie leerplan RK-godsdienst).

De vertelplaten bij de Bijbelverhalen voor de jongste kleuters zitten samen met de vertelplaten voor de oudste kleuters in één pakket. Vraag aan je collega om de vertelplaten voor jouw klas uit het pakket te halen.

Als je toch graag verwijst naar het seizoen en de tijd van het jaar dan kun je de poster van het kerkelijk jaar gebruiken die werd ontwikkeld voor de oudere kleuters.

eersteproefversie

2 Voor de oudere kleuters: de vier- tot vijfjarigen

De ontmoetingsverhalen en parabels bereiden voor op de terreinen van het geactualiseerde leerplan bij Camino 1. De figuur Jezus

De gekozen verhalen van Jezus zijn soms gekoppeld aan het kerkelijk jaar, maar ook andere verhalen (ontmoetingsverhalen, parabels) maken de kleuters vertrouwd met de figuur van Jezus.

Jezusbeelden

Er zijn twee soorten Jezusbeelden (kopieerblad 1):

• Jezus in actie: Jezus bidt, deelt, vertelt, ontmoet, troost, denkt na, luistert, vraagt …

• Jezus en zijn emoties: blij, bang, boos, verdrietig (zie verder bij emotionele ontwikkeling)

Tips voor gebruik:

• Je kunt de Jezusbeelden van het kopieerblad plastificeren, uitknippen en in een doosje als vast element in de godsdiensthoek opnemen.

• Bij elk verhaal kun je de kleuters de verschillende Jezusbeelden op het fotoboek laten leggen: Wat doet Jezus hier? Hoe voelt Jezus zich, denk je? Hoewel de emoties in de verhalen niet benoemd worden, kunnen de kleuters – door zich in te leven in bepaalde scènes – het gepaste gevoel benoemen en er het juiste Jezusbeeld aan koppelen.

• In het fotoboek staat naast de titel soms het label ‘Jezus vertelt’ (bij een parabel) en ‘Jezus ontmoet’ (bij een ontmoetingsverhaal). Je leest de titel voor en wijst op het Jezuslabel als het de eerste keer voorkomt. De kleuters zoeken het passende Jezusbeeld uit het doosje. Nodig hen uit om de link te leggen tussen de titel en de houding van het Jezusbeeld. Als hetzelfde label opnieuw voorkomt, peil je naar herkenning.

Godsdiensthoek

Voorzie een godsdiensthoek in je klas. Leg er een aantal vaste attributen in zoals het fotoboek van Camino, een triangel, een lichtje, het doosje met Jezusbeelden, de emotiekaarten van Ona, eventueel een kinderbijbel, een kruis … of meer symbolische voorwerpen zoals een veertje, een steen …

Breng in de loop van het jaar variatie aan in de godsdiensthoek. Speel in op belangrijke momenten in je klas (bijvoorbeeld een overlijden in de familie van een kleuter, de geboorte van een broer of zusje, het seizoen …).

Laat het materiaal ook aansluiten bij het kerkelijk jaar (bijvoorbeeld een kersttafelkleed …). Verrijk de hoek met prentenboeken die aansluiten bij de Bijbelverhalen en met persoonlijke voorwerpen of foto’s die de kleuters meebrengen. Hang de muzische verwerkingen van de kleuters op aan een draad of op een prikbord. Ook attributen van feestdagen uit andere godsdiensten kunnen een plekje krijgen. In de activiteitenfiches worden suggesties gegeven voor de inrichting van de godsdiensthoek.

Geef de godsdiensthoek voldoende aandacht tijdens de godsdienstige activiteit, maar laat de hoek ook leven buiten de godsdienstmomenten.

Tips:

eersteproefversie

• Laat de kleuters spelen in de godsdiensthoek. Met poppetjes wek je de figuren uit de verhalen tot leven. Denk aan het kerstverhaal of het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Stimuleer de kleuters om met de poppetjes te spelen. Een collectie neutrale houten poppetjes die je zelf kunt personaliseren is daarvoor geschikt. Of de kleuters het verhaal helemaal juist naspelen of er hun eigen versie van maken, is niet zo belangrijk.

• Stimuleer de kleuters om op vrije momenten het fotoboek vast te nemen en erin te kijken. Ze kunnen erdoorheen bladeren zoals door andere prentenboeken. Maak wel de afspraak dat het fotoboek altijd in de godsdiensthoek blijft, en dat wie erin wil kijken, dat doet in de godsdiensthoek. Zo blijft de link met de hoek sterk.

• Iedereen is welkom om even op adem te komen in de godsdiensthoek, zodat het ook een stilteplekje wordt.

Kleuterklassen zijn vaak heel divers van samenstelling. Er is een mix van kleuters met een (soms beperkte) christelijke achtergrond, kleuters vanuit uiteenlopende godsdiensten en levensbeschouwingen en kleuters die zonder expliciet levensbeschouwelijke achtergrond worden opgevoed.

Camino wil alle kleuters de kans geven om op een speelse en betekenisvolle manier kennis te maken met levensbeschouwelijke thema’s. Via verhalen en activiteiten wil Camino hen helpen om al op jonge leeftijd na te denken over hun eigen waarden en normen, en hen stimuleren om respect- en begripvol om te gaan met anderen. Zo bereidt Camino hen voor op een verdere verdieping van hun levensbeschouwelijke groei in de latere schooljaren met Camino.

Camino kleuters is gebaseerd op het bestaande leerplan RK-godsdienst voor kleuters, maar is ook geïnspireerd door het geactualiseerde leerplan RK-godsdienst voor het lager onderwijs. Dat besteedt de nodige aandacht aan diversiteit en de huidige samenleving. De eerste intentie van het geactualiseerde leerplan spreekt over een integrale benadering. Zo hoort godsdienstonderwijs vanuit drie samenhangende perspectieven te worden vormgegeven: het christelijk geloof/de christelijke traditie, de pluraliteit/de huidige context van de samenleving en de identiteit van de leerling. Deze intentie neemt Camino ook ter harte bij de uitwerking van het materiaal.

Tips:

• Raadpleeg de achtergrondinformatie in je activiteitenfiche onder het kopje ‘Diversiteit’.

• Laat de kleuters vertellen welke eigen ervaringen of belevingen het verhaal bij hen oproept.

• Nodig eventueel een ouder uit in je klas om te vertellen over hun ervaringen met christelijke of andere feesten.

• Geef kleuters voldoende ruimte om aan stiltemomenten, of andere momenten, hun eigen invulling te geven.

• Bevestig symbolen of prenten van bijzondere dagen van andere levensbeschouwingen met velcro op je poster van het kerkelijk jaar. Zo speel je in op de actualiteit en op andere feestdagen.

Kerkelijk jaar

De poster met het kerkelijk jaar vertrekt vanuit de cyclus van de seizoenen omdat dat het meest herkenbaar is voor kleuters. Een aantal belangrijke christelijke feestdagen (Kerstmis en Pasen) wordt gecombineerd met andere belangrijke gebeurtenissen in de loop van het jaar zoals het begin en het einde van het schooljaar, Sinterklaas of het steeds populairder wordende Halloween.

Bij advent en veertigdagentijd zie je een paars strookje. De kleur paars verwijst hier naar de liturgische kleur in het kerkelijk jaar.

Klaspop

eersteproefversie

Aangezien de meeste kleuterklassen werken met een vaste klaspop, kun je die eventueel ook inzetten tijdens godsdienstactiviteiten. Het is niet de bedoeling om de klaspop bij elk godsdienstmoment in te zetten, maar wel op bepaalde momenten. Hieronder vind je enkele suggesties.

• Bij de schoolstart of om een nieuwe kleuter in de klas welkom te heten (zie ‘Jezus roept vrienden’).

• Om een kleuter die afwezig was expliciet terug in de kring op te nemen tijdens het Bijbelritueel.

• Bij de bespreking van een gevoelig onderwerp kan de klaspop de drempel verlagen voor introvertere kleuters om te praten, aangezien kinderen sneller communiceren met een pop. Als je inschat dat het onderwerp delicaat is, kun je de klaspop er meteen bijhalen (bijvoorbeeld: Wie zorgt voor jou? Hoe neem je afscheid bij een overlijden? …).

• Als je merkt dat een kleuter aarzelt om iets te delen, kun je de klaspop nemen en de kleuter uitnodigen om het aan de pop te vertellen. Zo bied je de kleuter meer veiligheid. De pop vastnemen op een moeilijk moment kan een troost zijn.

Differentiatie

In de activiteitenfiches vind je bij de verwerking telkens een aantal mogelijkheden. Afhankelijk van het niveau van je klasgroep kun je kiezen voor de minder of meer complexe suggesties. Een andere optie is dat je afspraken maakt met de kleuterleerkrachten van de vier- en vijfjarige kleuters om in beide leeftijdsgroepen de ene of de andere insteek te kiezen. Op die manier is er in elke leeftijdsgroep een andere invulling.

Emotionele ontwikkeling

Levensbeschouwelijke groei is ook verbonden met emotionele ontwikkeling. Denk maar aan vaardigheden zoals:

• eigen emoties erkennen en benoemen;

• eigen emoties begrijpen en uiten;

• rekening houden met anderen;

• inleven in anderen: empathisch vermogen.

In de verhalen van Jezus wil Camino de kleuters laten ontdekken welke emoties er spelen bij de figuren in het verhaal. Op de momenten dat het mogelijk is, kun je de emoties ook verbinden aan hun persoonlijk verhaal. Welke emoties herkennen de kleuters bij zichzelf of welke emoties roept het verhaal op?

Specifiek voor de emotionele ontwikkeling kun je Ona inzetten. Schelpje Ona kun je introduceren met het voorleesverhaal (kopieerblad 2) en het lied over Ona (Bingel). Dat kan in het begin van het schooljaar, maar dat hoeft niet. Kies zelf het meest geschikte moment in functie van wat er leeft bij de kleuters.

Op de set emotiekaarten (kopieerblad 3) staat telkens zowel een afbeelding van Ona als drie foto’s van kinderen die elk op een andere manier de emotie weergeven. Naast de vier basisemoties vind je acht secundaire emoties om te differentiëren.

Taalontwikkeling

Op elke activiteitenfiche vind je de woordenschat die aan bod komt. De focus ligt op een aantal kernbegrippen voor de vier- en vijfjarige kleuters die gekoppeld zijn aan levensbeschouwelijke ontwikkeling. Daarnaast zijn algemene begrippen opgenomen zodat ook wordt ingezet op taalverrijking.

Materiaallijst

eersteproefversie

Deze materialen zijn handig om te voorzien in je klas. In de lesfiches wordt er regelmatig gebruik van gemaakt.

een insteekdobbelsteen

minstens één dopje per kleuter

één ledlichtje per kleuter

een groter licht voor het gebedsritueel

houten poppetjes

Jezus vertelt. Jezus ontmoet. Jezus bidt. Jezus luistert.

Jezus deelt. Jezus denkt na. Jezus troost.

Jezus is blij.

eersteproefversie

Jezus is boos.

Jezus is bang. Jezus is verdrietig.

Hallo! Ik ben Ona.

Ja, je ziet het goed. Ik ben een schelp. Vanbuiten ben ik hard. Vanbinnen ben ik zacht.

Dat is zo met schelpen.

Ik kan open en ik kan dicht.

Als ik dicht ben, kun je mijn binnenkant niet zien.

Dan weet je niet wat ik denk en wat ik voel.

Soms moet dat. Dan wil ik alleen zijn.

Als ik verdriet heb. Als ik moe ben.

Als ik boos ben en ik wil niet zeggen waarom.

Als ik over iets nadenk wat ik nog niet begrijp.

Als ik me dingen afvraag.

Of gewoon zomaar. Dat kan ook.

Soms doe ik mijn schelp op een kiertje open.

eersteproefversie

Mijn vriendjes gluren dan even naar binnen.

Dat mag! Daar zijn het vrienden voor!

En vaak open ik mijn schelp zo wijd als ik maar kan. Iedereen mag me zien. Iedereen mag met me spelen.

Samen maken we plezier.

We helpen elkaar. We lachen.

En als iemand huilt, dan troosten we die.

Het is fijn om een vriend te zijn. En om vriendjes te hebben.

Ik ken hen en zij kennen mij.

Nu ken jij mij ook al een beetje.

Kijk. Ik zet voor jou mijn schelp een beetje open.

Zie je het? Ja? Dan kunnen we vriendjes worden!

Ik zal jou leren kennen. En jij mij.

Zullen we samen aan de slag gaan?

Bron: Sylvia Vanden Heede

eersteproefversie

blij
blij
blij
blij

eersteproefversie

boos

eersteproefversie

boos

boos
boos

verdrietig verdrietig

eersteproefversie

verdrietig verdrietig

eersteproefversie

rustig rustig
rustig rustig

jaloers jaloers

eersteproefversie

jaloers jaloers

trots trots

eersteproefversie

trots trots

verlegen

eersteproefversie

verlegen

verlegen

verlegen

verbaasd verbaasd

eersteproefversie

verbaasd verbaasd

eersteproefversie

walgend

eersteproefversie

walgend

walgend

walgend

Het kerkelijk jaar

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• maken kennis met de poster van het kerkelijk jaar;

• (her)kennen de prenten op de poster van het kerkelijk jaar;

• ontdekken het ritme van seizoenen en feesten.

Materiaal

• poster van het kerkelijk jaar

• kopieerbladen 1 en 2

Zelf te voorzien

• een klaskalender

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• de kalender

• het kerkelijk jaar

• de seizoenen

• de herfst

• de winter

• de lente

• de zomer

Achtergrondinformatie

Het verhaal kan aansluiten bij het ritme van het jaar en de seizoenen, hoogtepunten in een (kerkelijk) jaar.

Beginsituatie

eersteproefversie

De kleuters kennen intussen het ritme van weekdagen en seizoenen.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit, de poster van het kerkelijk jaar, eventueel de resultaten van de verwerkingsactiviteit

Het kerkelijk jaar in de katholieke kerk heeft een ander begin dan het burgerlijk jaar. Het start op de eerste zondag van de advent, dat is vier weken voor Kerstmis dat altijd op 25 december valt.

Heel wat kerkelijke feesten hebben een link met de natuur: Kerstmis wordt gevierd in de donkerste periode van de winter wanneer de dagen stilletjes beginnen te lengen en het licht dus terug in aantocht is. Pasen wisselt van datum omdat het nog gebaseerd is op een telling van de maankalender (zie hieronder bij Diversiteit). Dat feest valt in het voorjaar wanneer de natuur volop ontluikt.

Het kerkelijk jaar wordt afgesloten op de zondag van Christus Koning in november (precies één week voor de start van de advent). Sommige chirogroepen in Vlaanderen eren nog de traditie om dan met de hele groep een viering bij te wonen.

Op de poster van het kerkelijk jaar zijn twee periodes in het paars aangeduid: de advent en de veertigdagentijd. Paars is in de katholieke kerk namelijk de liturgische kleur van die periodes. Ook Halloween kreeg een plekje op de poster, ook al is dat geen katholiek feest. Maar het is de afgelopen decennia ook deel gaan uitmaken van onze tradities en is voor veel kleuters een herkenbaar feest geworden.

Diversiteit

Religies hebben diverse jaarkalenders. Binnen het christendom volgen de orthodoxe christenen een wat andere kalender dan de katholieken.

De islam en het jodendom gebruiken een kalender gebaseerd op het maanjaar. Zo’n jaar telt geen 365 dagen maar 354 dagen. Daarom vallen bepaalde feesten in de burgerlijke jaren niet op dezelfde dag. Denk daarbij aan de vastenperiode tijdens de islamitische maand ramadan: elk jaar schuift die ‘maanmaand’ in de burgerlijke kalender een stukje op. Het katholieke Pasen is ook een voorbeeld van een telling op basis van het maanjaar.

Tips

Je kunt de poster van het kerkelijk jaar laten leven in de klas door er tijdens het schooljaar zelf prenten of pictogrammen aan toe te voegen. Denk daarbij aan momenten die belangrijk kunnen zijn voor de kleuters in jouw klas: de start van de maand ramadan, Eid al-Fitr (einde van de vastentijd, noem het liever niet Suikerfeest, die term wordt soms als denigrerend ervaren), Eid al-Adha (het Offerfeest), het lichtjesfeest, de herdenking van de patroonheilige van de school ...

eersteproefversie

Start in de kring met je kleuters. Toon de poster van het kerkelijk jaar en vraag de kleuters om te benoemen wat ze zien (kaarsen, sneeuwman, boekentas …). Vraag hen om op details te letten.

Stel daarna de vraag of ze weten waar al die tekeningen mee te maken hebben. Zien je kleuters een samenhang? Misschien ontdekken ze de seizoenen, bepaalde momenten in het jaar ...

Kern Speurneuzenspel

Geef uitleg bij de poster. Vertel dat er in de katholieke kerk, net zoals in andere godsdiensten, een kalender is met alle belangrijke momenten op. Overloop met de kleuters het ritme van het kerkelijk jaar. Ze zullen ontdekken dat er ook feesten of gebeurtenissen op staan die niet verbonden zijn aan godsdienst. Kunnen ze ontdekken welke?

Sta even stil bij de advent en Kerstmis, de veertigdagentijd en Pasen, en de link met de seizoenen. Vertel hen dat ze daarover nog meer gaan horen in de loop van het schooljaar. Leg eventueel de link met de schoolkalender in je klas.

Als je van plan bent om de kalender nog meer te laten leven door er ook andere religieuze feesten op aan te brengen dan kun je de kleuters daar al attent op maken. Misschien komen ze dan zelf wel vertellen welk belangrijk moment een plaats verdient op de poster.

Verwerking

Materiaal

• kopieerblad 1 met de verkleinde posterafbeelding

• kopieerblad 2 met de speurneuzenkaart

• een vergrootglas per 4 kleuters

• een brief met de opdracht voor de kleuters

eersteproefversie

Verdeel je klas in groepjes van vier kleuters. Geef elk groepje een vergrootglas, een poster en een speurneuzenkaart.

Vertel dat je een brief gekregen hebt. Lees de brief voor: ‘Beste kleuters van klas X, ik ben een beetje een warhoofd en op mijn poster van het kerkelijk jaar vind ik een aantal voorwerpen niet meer terug. Het lijkt wel of ze verdwenen zijn. Daarom heb ik jullie hulp nodig. Ik denk dat er in jullie klas goede speurneuzen zitten. Willen jullie mij helpen om de voorwerpen terug te vinden?’

Laat elk groepje de elementen op hun speurneuzenkaart zoeken op de posterafbeelding. Ze kunnen daarbij hun vergrootglas gebruiken. Als ze de afbeelding gevonden hebben, kunnen ze die omcirkelen op de poster en aankruisen op hun speurneuzenkaart.

Reflectie en evaluatie

Verzamel opnieuw in de kring en leg de poster van het kerkelijk jaar centraal. Pols naar de afbeelding die hen het meest aanspreekt. Naar welk feest of welk belangrijk moment kijken de kleuters het meest uit? Naar welk seizoen?

Hang de poster nadien in de godsdiensthoek.

donderdagwitte

sinterklaasdecember6 kerstmis 25 december

Het kerkelijk jaar: kleuters

Het kerkelijk jaar: de advent

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• ontdekken de betekenis van licht in donkere tijden;

• leren de betekenis van de advent als voorbereiding op Kerstmis;

Het verhaal kan aansluiten bij vertrouwd worden met geloofstaal, verbondenheid beleven, klasrituelen en vieringsmomenten.

• beleven (al dan niet) de advent als een tijd van aftellen en vol verwachting uitkijken naar Kerstmis, het feest van Jezus’ geboorte.

Materiaal

• poster kerkelijk jaar of vertelplaat 25

Zelf te voorzien

• een adventskrans

• 4 kaarsen voor de adventskrans

• een extra kaars

• per kleuter een ledlampje

• 4 genummerde doosjes (met cijfers en stippen) met een kerstelement

Woordenschat

• de advent

• de adventskrans

• aftellen

eersteproefversie

• de kaars

• Kerstmis

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

Sommige kleuters zijn vertrouwd met de adventskrans of de meer commerciële adventskalender. Een beperkt aantal kleuters zal dat verbinden met uitkijken naar Kerstmis. Andersgelovige kleuters vieren advent en Kerstmis niet.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: een paars tafelkleed (paars is de liturgische kleur van de advent), de adventskrans, per week een extra doosje voor de advent

De advent is voor christenen de voorbereidingstijd op Kerstmis. Het is ook het begin van het kerkelijk jaar, vier zondagen voor 25 december (Kerstmis). De startdatum van de advent verschilt dus elk jaar, het is wel altijd de vierde zondag voor Kerstmis.

Het symbool van deze periode is de adventskrans met vier kaarsen. Elke zondag wordt er een extra kaars aangestoken tot de kaarsen alle vier branden en het dus Kerstmis is. Advent en Kerstmis vallen middenin de donkerste periode van het jaar. Licht aansteken om de terugkeer van het licht te vieren is een voorchristelijke traditie met wortels in de Germaanse en Romeinse cultuur.

Ook de kleuren op de adventskrans zijn symbolisch: groen staat voor hoop en leven, rood voor warmte en licht en de ronde krans verwijst naar de kringloop van het leven.

Diversiteit

Een aantal kleuters zal eerder een commerciële aftelkalender kennen en die niet altijd aan de christelijke advent verbinden. Misschien zijn er kleuters die een adventskrans in huis hebben, al dan niet zelfgemaakt.

De gevoeligheid voor licht en donker en sfeer en gezelligheid creëren in de klas zal veel kleuters aanspreken, ook al wordt dat niet altijd gekoppeld aan een levensbeschouwelijke context.

Tips

• Integreer het adventsritueel in je ochtendritueel tot aan de kerstvakantie.

• Denk eraan om voor de kerstvakantie ook het kerstverhaal deel 1 en deel 2 in te plannen (zie fiches 4 en 5). Doe dat bijvoorbeeld aansluitend op het adventsritueel in week 3 en week 4.

• Betrek de kleuters in de loop van de advent bij de aankleding van je klas zoals de kerstboom versieren, een kerstslinger maken, een lichtjesslinger ophangen … Verwijs daarbij telkens naar de advent als de periode van aftellen naar Kerstmis en hoopvol uitkijken naar Jezus’ geboorte.

• Koop of maak eventueel een adventskalender die je zelf vult met kerstattributen en tel samen met de kleuters dagelijks af naar Kerstmis.

Boekentips:

• Hoeveel nachtjes tot Kerstmis? Mark Sperring & Sébastien Braun, De Vier Windstreken: over de laatste week voor Kerstmis;

• Familie Kat viert samen Kerstmis, Lucy Brownbridge & Eunyoung Seo, Christofoor: aftelboek met flapjes over de advent;

• Koenijn telt af naar kerst, Martine van Nieuwenhuyzen, Clavis: verhaal over de advent;

• Het geheim van Janus, Sara Vandenhoven & Sofie De Keyser, Het Punt: over een kabouter die licht brengt.

Ouderparticipatie

Sommige scholen organiseren in deze periode een lichtjeswandeling met de leerlingen, ouders en leerkrachten. Nodig de ouders tijdig uit. Probeer ook herkenbare elementen uit je kleuterklas op te nemen in de lichtjeswandeling.

eersteproefversie

Laat de kleuters de adventskrans met de vier kaarsen zien. Vraag hen wat je in je handen hebt.

• Wat heb ik meegebracht?

• Wat zie je? (een groene krans, kaarsen …)

• Dit is niet zomaar een krans maar een speciale krans. Kent iemand de naam van de krans?

• Wie heeft al gehoord van de adventskrans? En van de advent?

Vertel hen dat ze er dadelijk meer over zullen horen.

1 Licht en donker en advent

Maak het donker in de klas. Doof de lichten en trek eventueel de gordijnen dicht. Maak het stil: sla de triangel aan.

Laat de kleuters even wennen aan het donker. Vraag naar hun beleving.

Steek daarna de kaars aan en laat hen vertellen:

• Wat is er nu anders met die ene kaars?

• Wat kunnen we nu wel dat we net niet konden?

• Wat kies jij: donker of licht? Waarom kies je dat?

Steek aansluitend de eerste kaars van de adventskrans aan.

Vertel dat dit een adventskrans is en dat christenen in de advent uitkijken naar de geboorte van Jezus. Vier weken lang tellen christenen af tot het Kerstmis is op 25 december. In onze klas zullen wij ook elke week een extra kaars aansteken: 1, 2, 3, 4. Zo komt er elke week een beetje meer licht tot het Kerstmis is.

2 Verkennende vragen

Neem de poster van het kerkelijk jaar erbij en bespreek met de kleuters welke tijd van het jaar het is. Herkennen ze de advent?

Leg de link met de tijd van het jaar: het is ’s avonds veel vroeger donker dan in de zomer, ook ’s morgens is het vaak nog wat donker.

• Wat vind je van deze tijd van het jaar (donker, ook kouder)?

• Wat vind je leuk/niet leuk in deze tijd?

• Heb je al gezien hoe mensen het wat minder donker proberen te maken? Hoe doen ze dat?

eersteproefversie

Je kunt dit gesprek verder verdiepen door de betekenis van licht met de kleuters te bespreken. Geef daarvoor elke kleuter een ledlichtje. Vraag hen wat het lichtje of licht voor hen betekent. Laat hen even nadenken en dan om de beurt hun ervaring verwoorden. Laat hen vrij associëren. Misschien leggen enkele kleuters de link met de advent.

3 Adventsritueel

Vul vooraf de vier doosjes met kerstelementen:

• doosje 1: een lichtslinger;

• doosje 2: kerstdecoratie;

• doosje 3: Jozef en Maria;

• doosje 4: Jezus.

Wijs op de vier doosjes in de godsdiensthoek. Vraag een kleuter om doosje 1 (cijfer 1 en één stip) te gaan halen.

Laat enkele kleuters schudden met het doosje.

Wat zou erin zitten? Kunnen jullie het raden?

De helper van de dag mag het doosje openmaken: een lichtslinger!

In onze klas maken we het gezellig met lichtjes, net zoals veel mensen thuis doen.

Kern

Herhaal elke week op maandag het adventsritueel.

Leg ook af en toe opnieuw de link met de poster van het kerkelijk jaar of neem de vertelplaat erbij.

Maak het stil door de triangel aan te slaan.

Steek een volgende adventskaars aan.

Laat een kleuter doosje 2 en de volgende weken 3 en 4 halen. Laat hen telkens raden wat erin zit en leg de link met advent en Kerstmis.

Doosje 2: kerstdecoratie – om de klas te versieren

Doosje 3: Maria en Jozef – die mama en papa van Jezus worden

Doosje 4: Jezus – die op Kerstmis geboren wordt

Als alternatief kun je een adventskalender voorzien waar je kerstdecoratie instopt. Open elke dag in de klas een genummerd deurtje en tel zo samen met je kleuters af naar Kerstmis.

Vertel op het einde van de advent, voor de kerstvakantie, het verhaal van Jezus’ geboorte (zie fiches 4 en 5).

Voorzie daarvoor voldoende tijd, want je brengt het kerstverhaal in twee delen aan. Een tip: plan het eerste deel van het kerstverhaal in de derde week van de advent, want dan komen de figuren Maria en Jozef uit het doosje. In de vierde week vertel je het tweede deel, dan zit Jezus in het doosje.

Verwerking

Laat de kleuters in vier groepjes werken. Heb je meer tijd, voorzie eventueel een doorschuifmoment.

1 Een adventskrans maken

Materiaal

• kartonnen borden

• verf (groen/rood)

• versiering; glitters, knopen, gekleurd papier ...

• scharen

• lijm

Laat de kleuters zelf een adventskrans maken. Stel voor om de buitenkant van het bord groen te schilderen en dan achteraf te versieren. In de binnenste cirkel kunnen de kleuters één of meer kaarsen maken (schilderen, gekleurd papier knippen en plakken ...)

2 Spelen met licht en donker

Materiaal

eersteproefversie

• doeken die weinig licht doorlaten

• een paar zaklampen

Maak op een plekje in je klas een donkere tent of hoek. Laat de kleuters in de ‘donkere’ hoek experimenteren met de zaklampen. Laat hen aan elkaar vertellen hoe ze licht en donker beleven.

3 Prentenboeken kijken

Materiaal

prentenboeken over aftellen tot Kerstmis in de boekenhoek (zie Tips)

Laat de kleuters rustig de prenten bekijken. Vertel eventueel op een later moment een van de populaire verhalen in je klas.

4 Kerststerren maken

Materiaal

• chenilledraad

• strijkparels

• lintjes

• een tak (optioneel)

Laat de kleuters de chenilledraad vouwen en plooien in de vorm van een ster. Doe het eventueel zelf voor. Voor ze de chenilledraad sluiten, kunnen ze als versiering strijkparels in de draad schuiven.

Sluit de ster en laat de kleuters er een lintje aan vastmaken om de ster op te hangen.

Als de sterren in de klas blijven en niet in de kerstboom terechtkomen, kun je ook een tak voorzien en daar de sterren aan ophangen op wisselende hoogte.

Reflectie en evaluatie

Sluit samen in de kring af met een gedicht.

De eerste kaars mag branden, het licht schijnt warm en zacht. Dat ook voor ons gaat schijnen, het is Kerstmis waarop ik wacht.

Een lichtje voor de wereld, een lichtje voor elkaar, het licht gaat sterker schijnen bij elk mooi en warm gebaar.

eersteproefversie

Je kunt dit gedicht tijdens de advent herhalen. Vervang dan ‘eerste’ door ‘tweede’, ‘derde’ en ‘vierde’ kaars.

Het kerstverhaal deel 1

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

Het verhaal kan aansluiten bij het kerkelijk jaar (Kerstmis), advent, geboorte, verwachting, vreugde.

• beluisteren het kerstverhaal deel 1 en drukken uit hoe de personages de komst van Jezus beleven;

• worden (al dan niet) nieuwsgierig naar de figuur Jezus en zijn bijzondere betekenis;

• leven zich in de gevoelens van Maria en Jozef in.

Materiaal

• fotoboek p. 4-5

• poster kerkelijk jaar

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• kopieerblad 1

Zelf te voorzien

• een voorwerp dat de geboorte van een baby aankondigt, bijvoorbeeld een kaartje met ‘In blijde verwachting’ of ‘Meisje of jongen?’, foto’s op sociale media van sokjes, een echo …

Woordenschat

• Jezus

• Jozef

• Maria

• de engel

• de geboorte

• de stal

Beginsituatie

eersteproefversie

Achtergrondinformatie

De kleuters leerden de advent kennen als voorbereiding op de geboorte van Jezus. Sommige kleuters hoorden het kerstverhaal al eerder, voor anderen is het nieuw. Andersgelovige kleuters vieren Kerstmis niet.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: het kopieerblad bij deze activiteit, een paars tafelkleed voor de adventsperiode (paars is de liturgische kleur van de advent), een adventskrans, elke week van de advent een extra doosje met kerstfiguren (de derde week: Jozef en Maria)

Dit kerstverhaal is een mix van de kerstverhalen van Lucas en Matteüs uit het Nieuwe Testament. Beide evangelisten beschrijven de geboorte van Jezus op een andere manier.

In het verhaal is sprake van een engel die Maria vertelt dat ze zwanger is. Voor christenen zijn engelen boodschappers van God. Zij zien in de komst van Jezus een teken dat God dicht bij mensen wil zijn.

Maria en Jozef vertrekken vanuit hun woonplaats naar Bethlehem omdat de koning een grote volkstelling bevolen heeft. Daarom is het er heel druk wanneer ze aankomen.

Het gebruik om kerststallen te zetten stamt uit 1223, de tijd van Franciscus van Assisi. Franciscus wilde het kerstverhaal tastbaar maken voor zijn tijdgenoten. Door de eeuwen heen verspreidde de traditie zich wereldwijd onder de christenen. Verschillende culturen geven hun eigen invulling aan de kerststal.

Diversiteit

Jezus is ook gekend in de islam. Daar heet Hij Isa. Voor moslims is Jezus een profeet en een bijzondere boodschapper, maar niet de zoon van God zoals voor christenen. Hij is voor hen een mens zoals wij en dus ook niet heilig. In de islam wordt namelijk enkel Allah aanbeden. Maar Isa wordt wel met veel respect behandeld, omdat Allah Hem koos als zijn boodschapper. Zijn geboorte wordt in de islam niet gevierd en het is dus geen belangrijke feestdag zoals voor christenen. Misschien kennen moslimkinderen de figuur Isa (Jezus) uit de islam. Laat hen eventueel vertellen wat ze weten.

Naar Mohamed El Fadili

Tips

• In de volgende activiteit (Het kerstverhaal deel 2) staat het bezoek van de herders en de wijzen centraal.

• Voorzie in de adventsperiode voldoende tijd om deel 1 en deel 2 van het kerstverhaal te vertellen. Als de kerstvakantie eindigt voor 6 januari, kun je het bezoek van de wijzen (Driekoningen) ook na de kerstvakantie aanbrengen.

• Je kunt deze activiteit koppelen aan het adventsritueel van de derde week.

• Je kunt het tableau vivant over de kerststal eventueel bij deel 2 van het kerstverhaal voorzien. Dan komen de herders en de wijzen op bezoek.

eersteproefversie

Maak de kleuters nieuwsgierig door een voorwerp te tonen dat de geboorte van een baby aankondigt (een foto, een echo, een berichtje, eerste sokjes …). Vraag hen wat het is. Laat hen kort vertellen, want misschien herkennen ze het uit hun eigen omgeving.

Leg de link met de advent waar jullie nu al enkele weken mee bezig zijn en herhaal dat de advent uitkijken is naar de geboorte van Jezus. Verwijs hierbij nog even naar de poster van het kerkelijk jaar waar advent en Kerstmis op staan.

Net zoals mensen nu uitkijken naar de geboorte van een baby, deden Maria en Jozef dat ook. Luister maar …

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het verhaal aan de hand van de eerste drie prenten in het fotoboek (de laatste twee prenten zijn voor ‘Het kerstverhaal deel 2’.)

2 Verkennende vragen

• Wie bracht Maria een bijzondere boodschap?

• Wat vertelde de engel aan Maria?

• Hoe denk je dat Maria zich voelde toen ze het nieuws hoorde?

• Hoe denk je dat Jozef zich voelde toen hij het nieuws hoorde?

• Hoe denk je dat Maria en Jozef zich voelden toen ze op weg moesten naar Bethlehem?

• Waarom werd Jezus in een stal geboren?

• Hoe voelden Maria en Jozef zich toen Jezus geboren was?

• Waarom was de geboorte van Jezus bijzonder?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doe het lichtje uit en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

Verwerking

eersteproefversie

1 Een variatie aan kerststallen

Neem het kopieerblad met de verschillende kerststallen (kopieerblad 1). Laat de kleuters ze bekijken. Vertel dat mensen van overal, mensen van vroeger en nu, het verhaal van Jezus zo bijzonder vinden dat ze het tot leven wekken in een kerststal. Er zijn soms zelfs kerststallen met levende dieren en mensen.

• Wat zie je?

• Wie herken je uit het verhaal?

• Zijn er ook personages die je niet herkent? Wie zouden dat zijn?

• Heb je thuis een kerststal? Hoe ziet die eruit?

Laat de kleuters de stal kiezen die zij het mooist vinden of die volgens hen het best aansluit bij het verhaal. Laat enkele kleuters het verhaal navertellen met de kerststal die ze kozen.

Als ondersteuning kun je hier eerst nog eens het verhaal laten beluisteren of het filmpje samen bekijken.

Kern

2 Een tableau vivant: een levende kerststal

Materiaal

• enkele sjaals, doeken, een babypop ...

Toon de sjaals en doeken die je meebracht en leid de activiteit in. We gaan een levende kerststal maken, wat wil zeggen dat we ze gaan uitbeelden. Met de doeken en de sjaals gaan we ons verkleden en net als echte beelden staan we stil. We gebruiken alleen ons lichaam en gezicht om te laten zien wat er gebeurt.

Bespreek vooraf de volgende vragen:

• Welke figuren kennen we in de kerststal?

• Hoe kijken de figuren: Jozef? Maria?

• Hoe denk je dat ze zich voelen? Toon het eens in je gelaatsuitdrukking?

• Wat zouden de figuren zeggen als ze konden praten?

• Welke rol zou je de dieren (os en ezel) geven?

Vraag aansluitend aan enkele kleuters om de levende kerststal te zijn. Herhaal het met andere kleuters. Maak een foto van elke levende kerststal, van elk tableau vivant.

3 Van tableau vivant naar kerstkaart

Materiaal

• de foto’s van de verschillende tableaux vivants op kaartformaat

• enkele kerstkaarten als voorbeeld

• karton of stevig papier

• allerlei knutselmateriaal

Laat de kerstkaarten zien en bespreek ze met de kleuters. Vertel dat mensen soms kerstkaarten sturen met kerstwensen. Bespreek mogelijke kerstwensen.

De kleuters die willen, kunnen zelf een kerstkaart maken. Bespreek welke kerstwens zij willen sturen.

Geef de kleuters een aanzet om hun wens af te maken.

‘Ik wens je een Kerst vol …‘

‘Mijn kerstwens voor jou is ...‘

Laat de kleuters de foto’s gebruiken die je maakte van de tableaux vivants. Ze maken achtergrond en figuren met een techniek en materiaal naar keuze.

Hang de kerstkaarten op in de godsdiensthoek.

Bij de start van de kerstvakantie kun je de kaarten meegeven aan de kleuters om thuis af te geven.

eersteproefversie

Reflectie en evaluatie

Neem het fotoboek en de foto’s die je maakte (eventueel de zelfgemaakte kerstkaarten van de kleuters).

Blik samen terug op het kerstverhaal deel 1. Laat de kleuters vertellen wat er gebeurt in het verhaal.

Benadruk dat Jezus een heel bijzonder kind was en dat de geboorte niet geruisloos voorbij zal gaan.

Maak de kleuters nieuwsgierig naar het vervolg van het verhaal.

Het kerstverhaal deel 1

Lucas 1-2, Matteüs 1-2

Maria was een jonge vrouw. Haar vriend heette Jozef.

Ze gingen binnenkort trouwen.

Op een dag kwam er opeens een engel op bezoek.

‘Dag Maria’, zei de engel. ‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik kom je iets vertellen waar je heel blij van zult worden. Je gaat een kindje krijgen, een jongetje.

Dat kindje komt van God. Je moet Hem Jezus noemen. Hij zal de mensen vertellen over God. Dat zal de hele wereld veranderen. Door jouw kindje worden alle mensen blij. Ze voelen dat God van hen houdt.’

Maria schrok toch een beetje van wat die engel vertelde. Hoe zou dat allemaal gebeuren? Maar die engel kwam van God, dus wist Maria dat ze zich geen zorgen hoefde te maken.

‘Het is goed’, zei ze. ‘Ik doe graag mee met God.’

Ze vertelde aan Jozef wat er gebeurd was. Toen er een kindje groeide in haar buik, zorgde Jozef goed voor haar. Maar ze moesten op reis, heel ver, naar Bethlehem.

Daar waren heel veel mensen. Daardoor was er nergens plaats om te slapen.

Jozef vond een plek in een stal. Daar werd Jezus geboren.

Maria en Jozef waren heel blij met Hem. Jezus was hun lieve baby en tegelijk was Hij er voor alle mensen.

Engelen brengen in het christelijk geloof boodschappen van God.

De engel Gabriël vertelde aan Maria dat ze de moeder van Jezus zou worden. Voor christenen is dat belangrijk, omdat ze geloven dat God in Jezus dicht bij de mensen komt. Maria voelde door deze boodschap dat God bij haar was: ze had vertrouwen in Hem.

eersteproefversie

Kopieerblad 1 – Variatie aan kerststallen (vervolg)

eersteproefversie

Kopieerblad 1 – Variatie aan kerststallen (vervolg)

eersteproefversie

Kopieerblad 1 – Variatie aan kerststallen (vervolg)

eersteproefversie

Kopieerblad 1 – Variatie aan kerststallen (vervolg)

eersteproefversie

Het kerstverhaal deel 2

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• beluisteren het tweede deel van het kerstverhaal;

Het verhaal kan aansluiten bij het kerkelijk jaar (Kerstmis), advent, geboorte, verwachting, vreugde.

• leven zich (al dan niet) in in de blijdschap van de herders en de wijzen bij de geboorte van Jezus;

• ontdekken dat Jezus een bijzonder kind was, gezonden door God.

Materiaal

• fotoboek p. 4-5

• vertelplaat 2

• poster kerkelijk jaar

• luisterversie en filmpje van het verhaal

Zelf te voorzien

• herders, schapen en wijzen voor de kerststal in de klas

• een wierookstokje

• geboorteherinneringen: zie ouderparticipatie

• van sokjes, een echo …

Woordenschat

• het geschenk

• het goud

• de herder

• de mirre

• het schaap

• de wierook

• de wijze

Beginsituatie

eersteproefversie

Achtergrondinformatie

De kleuters weten intussen wat de advent is en kennen het eerste deel van het kerstverhaal.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: een paars tafelkleed voor de adventsperiode (paars is de liturgische kleur van de advent), een adventskrans, elke week van de advent een extra doosje met kerstfiguren (de vierde week: kindje Jezus), de foto’s van de tableaux vivants of de kerstkaarten

De vorige activiteitenfiche geeft al aan dat het kerstverhaal een mix is van meerdere evangelieverhalen.

De evangelist Lucas vermeldt de geboorte in een stal en de komst van de herders. Hij wil op die manier duidelijk maken dat Jezus geboren is als een eenvoudig kind en er zal zijn voor de gewone mensen.

In die tijd zijn herders namelijk mensen zonder veel aanzien.

De komst van de wijzen komt uit het evangelie van Matteüs, die hier verwijst naar het Oude Testament. In de loop van de tijd kregen de wijzen, ook ‘drie koningen’ genoemd, namen: Caspar, Melchior en Balthasar. De traditie vertelt dat ze uit verschillende windstreken kwamen.

Diversiteit

Kerstmis is voor christenen het feest van licht. Ook in andere levensbeschouwingen en religies zijn er ‘lichtfeesten’: Divali in het hindoeïsme en Chanoeka in het jodendom. Die lichtfeesten hebben echter een heel andere oorsprong en betekenis.

Activiteitenfiche 6 over Lichtmis gaat dieper in op de lichtjesfeesten elders. Hou er rekening mee dat niet alle kinderen van je klas Kerstmis vieren of beleven als christelijk feest.

Tips

• Als de kerstvakantie eindigt voor 6 januari (Driekoningen) dan kun je het deel van de wijzen na de vakantie vertellen of herhalen.

• Wil je het verhaal hernemen op een andere manier? Gebruik dan het filmpje https://url.vanin.be/ zandschilderingen. Zet het geluid uit en vertel zelf het kerstverhaal aan de hand van wat je ziet.

• Laat de kleuters ook spelen in de godsdiensthoek: met de figuurtjes uit de kerststal of met de kleren en attributen van de tableaux vivants.

Boekentips:

• Hier gebeurt het, Kristien Dieltiens en Florence Wauters, De Eenhoorn: het kerstverhaal verteld vanuit de boerderijdieren;

• Kerstmis met Boer Boris, Ted van Lieshout en Philip Hopman, Gottmer: Kerstmis op de boerderij van de populaire boer;

• Kerstmis, Nicole De Cock, De Vier Windstreken: woordenloos boek over dieren en mensen die samen in het bos Kerstmis vieren;

• Op weg naar kerst, Esther van den Berg, Clavis: over verwondering en je plekje vinden.

Ouderparticipatie

Vraag aan de ouders om herinneringen aan de geboorte van hun kleuter mee naar school te geven: een geboortekaartje, een foto, eerste sokjes of andere herinneringen.

Vraag hen ook om met hun kleuters thuis te bespreken of er bezoek kwam na de geboorte en wie er kwam.

eersteproefversie

Vraag de kleuters of ze deel 1 van het kerstverhaal nog kennen. Laat hen vertellen aan de hand van de prenten in het fotoboek. Haal er de figuren uit de adventsdoosjes bij: Maria, Jozef, Jezus. Verwijs nog even naar de poster van het kerkelijk jaar. De advent is bijna gedaan en het is binnenkort Kerstmis.

Luister maar hoe het kerstverhaal verdergaat …

1 Het verhaal vertellen

Steek eerst het wierookstokje aan.

Doe dan het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het verhaal aan de hand van de laatste twee prenten in het fotoboek. Laat ook de vertelplaat zien.

Je kunt dan ook enkele kleuters de figuurtjes van de herders, schapen en wijzen in de kerststal laten bijzetten.

Leg moeilijke begrippen zoals goud, wierook en mirre uit:

Goud is een heel kostbaar, duur en blinkend metaal zoals je bijvoorbeeld ziet in een gouden armband, ketting of ring.

Wierook is een geurstokje dat lekker ruikt.

Mirre is een kostbare olie die lekker ruikt.

Vertel ook dat het bijzonder is dat Jezus in een stal geboren is en dat de herders als eersten op bezoek komen. Dat wil zeggen dat Jezus een heel speciale baby is en dat hij later – als hij volwassen is – vooral voor eenvoudige mensen, zoals de herders aandacht wil hebben.

Sluit het fotoboek, doe het lichtje uit en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

2 Verkennende vragen

• Wie kwamen er allemaal op bezoek bij baby Jezus?

• Hoe wisten de herders dat er een kindje geboren was?

• Waarom mochten de herders als eersten op bezoek komen?

• Welk geschenk hadden de herders bij voor Jezus?

• Wie kwamen er nog op bezoek bij Jezus?

eersteproefversie

• Hoe wisten de wijzen de weg naar de stal?

• Welke geschenken hadden de wijzen bij?

• Hoe voelden de herders zich toen ze Jezus zagen?

• Hoe voelden de wijzen zich toen ze Jezus zagen?

• Wat vonden Maria en Jozef van het bezoek van al die mensen?

• Tot wie fluisterde Maria ‘dankjewel voor Jezus’ voordat ze in slaap viel?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doe het lichtje uit en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

1 Vreugde en bezoek

Voer een gesprek in de kring aan de hand van de voorwerpen die de kleuters van thuis meebrachten. Vraag de kleuters om de voorwerpen in het midden te leggen. Laat hen vertellen.

• Wat is het?

• Welke herinneringen zijn er?

• Zijn er bijzondere voorwerpen bij?

Vraag ook of de ouders vertelden over het bezoek na de geboorte.

• Wie kwamen er op bezoek?

• Hadden ze cadeautjes meegebracht voor jou?

• Hoe voelden je ouders en de bezoekers zich?

• Welk cadeautje zou jij meenemen op babybezoek?

• Ben je zelf al eens op babybezoek geweest? Hoe was dat?

• Wie heeft een jonger broertje of zusje? Een baby? Hoe is dat?

• Komt er dan veel bezoek voor de baby?

Laat de kleuters vrijuit praten en geef hen de ruimte. Misschien zijn ze blij met een babybroertje of -zusje, maar het kan ook zijn dat ze wat aandacht missen en het daar moeilijk mee hebben.

Leg de link met het kerstverhaal: Maria en Jozef zijn heel blij met de geboorte van Jezus. Ze krijgen bezoek van herders en wijzen. De herders en wijzen zijn blij. De wijzen hebben kostbare geschenken bij. Weten de kleuters nog welke?

2 De muziek van de engelen

Materiaal

• zachte muziekinstrumenten: triangel, belletjes, xylofoons, klankstaven …

Leg de muziekinstrumenten midden in de kring.

Bespreek met de kleuters het moment waarop de engelen zingen voor de herders. Verwijs naar het verhaal:

In het veld een beetje verderop zagen de herders een groot licht, midden in het donker.

Ze hoorden muziek. Hun schapen werden er wakker van.

Toen zagen ze engelen in de lucht. Die zongen een prachtig lied.

Ze vertelden dat Jezus was geboren. Een kind van God voor alle mensen.

Laat de kleuters even nadenken hoe die muziek zou geklonken hebben.

eersteproefversie

• Hoe zou de muziek geklonken hebben, denk je?

• Luide muziek? Zachte muziek?

• Welke instrumenten zou jij kiezen? Waarom?

• Jezus’ geboorte is bijzonder: welke muziek past daar volgens jou bij?

Bespreek met de kleuters welke instrumenten wel of niet gebruikt worden en hoe het moet klinken. Oefen een paar keer met hen en stuur bij als de kleuters dat nodig vinden. Maak samen een mooie melodie.

3 Tableau vivant

Als je bij het eerste deel van het kerstverhaal het tableau vivant niet als verwerking opnam, kun je dat nu doen en ook de herders en de wijzen laten optreden (zie activiteitenfiche 4 Het kerstverhaal deel 1).

• Samen een kerstliedje zingen of beluisteren kan ook als afsluiting. Reflectie en evaluatie

• Sta nog even stil bij het kerstverhaal met de vertelplaat. Laat de kleuters het verhaal zelf vertellen. Het zal nu gauw Kerstmis worden: er staan vier kaarsjes op de adventskrans en we kennen het kerstverhaal.

• Als je de activiteit deed met de muziekinstrumenten, kun je afsluiten met de melodie die jullie samen maakten.

• Je kunt ook afronden met het filmpje met de zandtekeningen (zie tips).

eersteproefversie

Het kerstverhaal deel 2

Lucas 1-2, Matteüs 1-2

Al meteen diezelfde nacht merkten Maria en Jozef dat veel mensen blij waren met Jezus.

In het veld een beetje verderop zagen de herders een groot licht, midden in het donker.

Ze hoorden muziek. Hun schapen werden er wakker van.

Toen zagen ze engelen in de lucht. Die zongen een prachtig lied.

Ze vertelden dat Jezus was geboren. Een kind van God voor alle mensen.

De herders wilden naar Jezus toe gaan.

Ze gingen op zoek. Een paar schapen liepen met hen mee.

De herders hadden wat melk bij zich en wol voor een warm dekentje voor Jezus.

Kijk, daar zagen ze de stal! Daar was de kleine Jezus, samen

met Maria en Jozef.

Ze gingen er heel zachtjes op hun knieën bij zitten.

Het was zo fijn dat ze erbij mochten zijn! Die kleine Jezus kwam van God.

En God wilde dat iedereen erbij hoorde. Ook arme herders zoals zij.

Maria en Jozef waren blij met het bezoek.

Er kwamen nog meer mensen op bezoek. Drie wijze mannen uit verre landen.

Engelen brengen in het christelijk geloof boodschappen van God.

De engel Gabriël vertelde aan Maria dat ze de moeder van Jezus zou worden. Voor christenen is dat belangrijk, omdat ze geloven dat God in Jezus dicht bij de mensen komt. Maria voelde door deze boodschap dat God bij haar was: ze had vertrouwen in Hem.

Ze hadden een ster gezien, hoog in de lucht. Die wees hen de weg, altijd maar verder.

Tot bij de stal in Bethlehem. Daar vonden ze het kindje Jezus, met Maria en Jozef.

Ook zij waren blij dat ze erbij mochten zijn!

Ze gingen op hun knieën bij Jezus zitten.

Ze gaven Hem heel speciale cadeautjes: goud, wierook en mirre.

eersteproefversie

Want ze wisten dat Jezus een heel speciaal kind was.

Een kind dat van God kwam en dat de hele wereld zou veranderen.

Toen gingen de koningen en de herders weer naar huis.

Jozef, Maria en baby Jezus gingen slapen.

Maar er was zoveel gebeurd dat Maria niet meteen in slaap viel.

Wat was het een speciale dag en nacht geweest!

‘Dankjewel voor Jezus, God!’ zei ze zachtjes.

Maria en Jozef zeggen in de tempel dankjewel aan God

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• maken kennis met het Bijbelverhaal van Maria-Lichtmis;

• ontdekken hoe andere levensbeschouwingen lichtfeesten vieren;

• worden (al dan niet) gevoelig voor het symbool licht.

Materiaal

• fotoboek p. 6-7

• vertelplaat 3

• poster kerkelijk jaar

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• kopieerbladen 1 tot 4

Zelf te voorzien

• een ledlichtje per kleuter

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• dankbaar zijn

• het glasraam

• het lichtfeest

• Lichtmis

• de tempel

Achtergrondinformatie

Het verhaal kan aansluiten bij het kerkelijk jaar (Lichtmis), lichtfeesten overal, dankbaarheid, symbolen (licht).

Beginsituatie

eersteproefversie

De kleuters zijn al dan niet vertrouwd met lichtfeesten en met Maria-Lichtmis in het bijzonder.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit, een beeld van Maria en baby Jezus, ledlichtjes of andere lichtjes

Het was een joods gebruik om veertig dagen na de geboorte van een baby naar de tempel in Jeruzalem te gaan om God te danken. Ook Maria en Jozef gingen met hun baby Jezus naar de tempel, het gebedshuis van de joden. Tot hun verbazing werden ze al verwacht. De oude profeet Simeon herkende Jezus als ‘het licht van de wereld’. Ook Hanna, een gelovige joodse vrouw, herkent in Jezus degene die licht zal brengen in de wereld.

Christenen vieren Maria-Lichtmis op 2 februari, veertig dagen na Kerstmis. Het feest staat symbool voor licht en dankbaarheid. De dagen beginnen al zichtbaar langer te worden. Heel wat kerken in Vlaanderen nodigen die dag de baby’s die gedoopt werden uit om samen de dankbaarheid te vieren.

Het is een volkse traditie om die dag pannenkoeken te eten. De ronde pannenkoek staat symbool voor de zon die aan kracht wint.

Op het glasraam (kopieerblad 3) staan Maria en Jozef in de tempel. Baby Jezus ligt in de handen van de profeet Simeon en naast hem staat Hanna (zie Bijbelverhaal). Maria heeft een brandende kaars in haar hand en rond de personages staat een cirkel van lichtjes.

Diversiteit

Heel wat religies vieren lichtfeesten.

In het hindoeïsme is er Divali of Diwali, de overwinning van het licht op de duisternis. Dat feest wordt meestal in oktober of november gevierd, de precieze dag wisselt elk jaar. Centraal staat het verhaal van de godin Lakshmi die rijkdom en voorspoed brengt. Tijdens het feest, dat vijf dagen duurt, eten de hindoes geen dierlijke producten en branden ze kaarsen. Soms steken ze vuurwerk af als symbool van de overwinning van het licht op de duisternis.

Filmpje https://url.vanin.be/divali: een gezin in Nederland viert Divali.

De joden vieren rond eind november, begin december tijdens Chanoeka hun lichtfeest. Acht dagen lang wordt elke avond een kaars in de negenarmige kandelaar, de chanoeka, aangestoken. Met de sjamasj, de centrale kaars, worden de acht andere kaarsen aangestoken. Met het feest herdenken de joden de herinwijding van de tempel en het wonder van de olie.

Filmpje https://url.vanin.be/chanoeka: een joods gezin viert Chanoeka.

Boeddhisten in Thailand vieren op de avond van volle maan in november het licht met Loi Krathong. ‘Loi’ betekent ‘laten drijven’ en ‘krathong’ is een bootje in de vorm van een lotusbloem. Boeddhisten geloven dat hoe langer de kaars blijft branden, hoe meer geluk ze in het komende jaar zullen hebben. Ze laten ook papieren ballonnen op waaronder een kaars brandt. Zo ontstaat een sterrenhemel met duizenden lichtpuntjes.

Filmpje https://url.vanin.be/krathong: Loi Krathong in Thailand

Bij activiteitenfiche 9 vind je op kopieerblad 2 een diversiteit aan Jezusbeelden. Er is ook een kunstwerk uit India van Maria-Lichtmis, waarop zowel Jezus, Maria als Simeon en Hanna als Indiase mensen zijn weergegeven.

Tips

Als je school contact heeft met de parochie, kun je vragen of iemand uit de parochie kan komen vertellen over Lichtmis.

Boekentips:

• Het licht dat door het donker danst, Yuval Zommer, Christofoor: over het poollicht in de donkere poolnachten;

• Lichtje in het donker, Katie Sahota & Harry Woodgate, Van Goor: over de verschillende lichtfeesten die in een dorp worden gevierd;

eersteproefversie

• Het lichtjesfeest, Sital Gorasia Chapman & Darshika Varma, Van Holkema & Warendorf: om kleuters te laten kennismaken met Divali;

• Chanoeka, Lesléa Newman & Rotem Teplow, Van Holkema & Warendorf: om kleuters te laten kennismaken met Chanoeka.

Ouderparticipatie

Nodig eventueel een ouder of grootouder uit die in de klas kan komen vertellen uit de eigen traditie: Divali (hindoeïsme), Loi Krathong (boeddhisme), Chanoeka (jodendom), Maria-Lichtmis (christendom).

Zet enkele ledlichtjes in het midden van de kring. Leg er de volgende kopieerbladen bij: 1 – de zon, 2 –de lichtjes van Loi Krathong en 3 – het glasraam.

Stel dan de volgende vragen aan de kleuters.

• Wat zien jullie op de foto’s in de kring?

• Wat is speciaal aan deze foto? (glasraam)

• Wat zie je op het glasraam? Herken je de mensen die erop staan?

Ongetwijfeld zullen de kleuters verwijzen naar ‘licht’.

Sluit aan bij de advents- en kerstperiode. Verwijs eventueel naar de poster van het kerkelijk jaar. Herinner de kleuters aan de lichtjes op de adventskrans, in de kerstboom, thuis, in de winkels, in de straten ... Verwijs naar de seizoenen en vertel dat het in februari al langer licht is dan in de donkere dagen rond Kerstmis.

Weten jullie nog dat Maria en Jozef blij en dankbaar waren met de geboorte van Jezus? Jezus, een bijzondere baby, die soms het licht van de wereld genoemd wordt. Wat zou dat betekenen?

Vandaag vertel ik een nieuw verhaal over Jezus als baby, het licht van de wereld. Luister maar!

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek.

Sta stil bij de afbeelding van de tempel voor je meer inhoudelijke vragen bij het verhaal stelt:

• Wat is een tempel?

• Hoe ziet de tempel eruit?

• Wat doen mensen in een tempel?

eersteproefversie

Een tempel is een bijzondere plek voor de joden: het is hun gebedshuis waar ze samenkomen en stil worden om te bidden tot God. Ze luisteren er ook naar verhalen en liedjes. Ze denken aan God of bedanken Hem. De tempel is een gebedshuis zoals een kerk, een moskee of synagoge. Kennen de kleuters die?

2 Verkennende vragen

• Waarom gingen Jozef en Maria naar de tempel?

• Wie was Simeon?

• Hoe voelde Simeon zich toen hij Jezus zag?

• Wat zei Hanna over Jezus?

• Wat bedoelt Hanna wanneer ze zegt dat “Jezus een licht brengt in de wereld voor alle mensen”? Jezus is belangrijk voor de mensen, Hij zal mensen helpen. Licht is ook belangrijk om te groeien.

• Wat betekent het dat iemand ‘licht’ is voor een ander?

Ga met de kleuters in op de symboliek van licht: licht om te groeien, een lichtpunt voor iemand zijn … Kijk nog even terug naar de foto’s van de instap.

Neem ook de vertelplaat erbij.

Kern

Kunnen de kleuters de link leggen met het Bijbelverhaal?

• Herken je de personages van het glasraam?

• Voel je wat licht betekent?

• Wat betekent het om een lichtje te zijn voor iemand?

• Wie of wat is een lichtje in jouw leven?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

Verwerking

1 Lichtfeesten overal

Hang de foto’s van de verschillende lichtfeesten (zie kopieerblad 2) aan een tak in de godsdiensthoek. Zet ook de vertelplaat erbij. Zorg dat er nog plaats is voor kopieerblad 1 – de zon en 4 – de pannenkoeken.

Vertel de kleuters dat Lichtmis een lichtjesfeest is. Jezus wordt immers het ‘Licht van de wereld’ genoemd. Weten ze nog wat dat is?

Vertel hen dat er in de wereld nog lichtfeesten zijn. Laat de foto’s zien. Laat hen vertellen wat ze zien. Bespreek samen de andere lichtfeesten en de manier waarop ze gevierd worden. Kennen ze feesten waarop mensen het licht vieren? Kom samen tot:

• Op veel plaatsen in de wereld vieren de mensen het licht.

• Licht staat voor vreugde, leven en hoop.

• Veel lichtfeesten vinden plaats rond de donkerste periode van het jaar.

• Lichtfeesten brengen mensen samen in een warme, gezellige sfeer.

2 Pannenkoeken smullen

Materiaal

• ingrediënten om pannenkoeken te bakken of klaargemaakte pannenkoeken om op te warmen

• lichtjes en andere tafelversiering

• bordjes of servetten

eersteproefversie

Laat de foto van de zon en de pannenkoeken zien. Leg de link met Maria-Lichtmis: Een pannenkoek lijkt op de zon die ons licht geeft. Op Lichtmis vieren we dat Jezus voor christenen een ‘lichtje’ kan zijn. Lichtmis is een lichtjesfeest en christenen vieren dat al heel lang met pannenkoeken. Wij gaan vandaag ook pannenkoeken bakken en smullen.

Als het haalbaar is, kun je op school samen pannenkoeken bakken. Zoniet, dan kun je meegebrachte pannenkoeken opwarmen. Laat een aantal kleuters de tafel mooi versieren met lichtjes en andere versieringen.

Ga samen aan tafel en spreek voor jullie beginnen te eten een dankwoord uit.

We bedanken lichtpuntjes om ons heen.

Soms zijn ze groot, soms zijn ze klein, maar ze laten ons voelen dat we nooit alleen zijn.

We bedanken het licht dat laat groeien, lieve mensen die ons doen openbloeien en vrienden om samen mee te stoeien.

Dankjewel voor al dat licht.

Het tovert een glimlach op ons gezicht.

Neem eventueel een foto van jullie lichtfeest en leg hem in de godsdiensthoek.

Reflectie en evaluatie

Sluit af in de kring. Geef elke kleuter een ledlichtje. Laat elke kleuter kort vertellen wat licht voor hem/haar betekent of – als dat wat te moeilijk is – wat hij/zij onthoudt van deze activiteit.

eersteproefversie

Maria en Jozef zeggen in de tempel dankjewel aan God

Lucas 2:22-39

Toen Jezus al een flinke baby was, gingen Maria en Jozef met Hem naar de tempel in Jeruzalem.

Dat deden ouders toen altijd.

Zo wilden ze dankjewel zeggen tegen God voor hun baby.

Er waren veel mensen in de tempel.

Een oude man kwam lachend naar hen toe.

‘Dat is Simeon’, zei iemand. ‘Hij is heel vriendelijk. Hij praat met mensen om hen te helpen.

Hij hoopte dat hij Jezus nog zou zien, want hij is al heel oud en wacht al lang op Hem.’

Simeon nam de kleine Jezus uit de armen van Maria.

Hij had een grote lach op zijn gezicht.

‘Dankjewel, God!’ riep hij. ‘Ik ben zo blij! Want nu heb ik Jezus mogen vasthouden!

Hij zal de mensen over Jou vertellen!’

Er kwam ook een oude vrouw naar hen toe, Hanna.

Ze was elke dag in de tempel om bidden en aan de mensen over de droom van God te vertellen.

Ze aaide Jezus over zijn hoofd.

‘Dit is het kind waarop we al zo lang wachten’, zei Hanna.

‘Dit kind brengt een licht in de wereld voor alle mensen.’

Daarna gingen Jozef en Maria met de kleine Jezus naar huis. Ook zij waren blij.

Het was fijn om papa en mama van Jezus te zijn.

Jezus was een kindje waar veel mensen op zaten te wachten.

eersteproefversie

eersteproefversie

Kopieerblad 2 – Lichtfeesten overal

eersteproefversie

Divali
Chanoeka

Kopieerblad 2 – Lichtfeesten overal

Loi Krathong

eersteproefversie

eersteproefversie

4 – Pannenkoeken

eersteproefversie

De twaalfjarige Jezus blijft in de tempel

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• luisteren naar het verhaal over de twaalfjarige Jezus in de tempel;

Het verhaal kan aansluiten bij lezen in een heilig boek zoals de Bijbel, bezoek aan een gebedshuis, nadenken (over God).

• onderzoeken wat Jezus en andere mensen in een tempel of gebedshuis doen: bidden, praten, iets schenken/offeren, luisteren naar verhalen over God, nadenken …;

• ontdekken dat er verschillende gebedsplaatsen en religies bestaan.

Materiaal

• fotoboek p. 8-9

• vertelplaat 4

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• icoon bingel ontdekplaat

• de emotiekaarten (zie startfiche)

• kopieerbladen 1 en 2

Zelf te voorzien

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• het gebedshuis

• de kerk

• de moskee

• bidden

• nadenken

Achtergrondinformatie

eersteproefversie

Beginsituatie

De kleuters zijn intussen vertrouwd met het gezin van Jezus. Ze herkennen de tempel uit het verhaal ‘Maria en Jozef zeggen in de tempel dankjewel aan God’ (Lichtmis).

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit

Volgens de joodse traditie mocht Jezus, toen hij twaalf jaar was, voor het eerst meegaan naar de tempel in Jeruzalem om daar het joodse paasfeest (Pesach) te vieren. Het is een van de belangrijkste feesten in het jodendom, dat de uittocht van de Israëlieten uit Egypte onder leiding van Mozes herdenkt. De tempel in Jeruzalem was in Jezus’ tijd de heiligste plaats om God te danken, te bidden en offers te brengen. In het fotoboek op p. 6 vind je een afbeelding van de tempel.

De tempel waar Jezus naartoe ging werd in 70 na Christus door de Romeinen vernietigd en niet meer heropgebouwd. Enkel een deel van de westmuur is bewaard gebleven: de Klaagmuur. Tot vandaag is dat een wereldberoemde plaats waar de joden gaan bidden. De gelovigen schrijven verzoeken en gebeden op een briefje en stoppen dat in de voegen van de muren.

De Klaagmuur in Jeruzalem

Diversiteit

In een diverse kleuterklas zullen er kleuters zijn die al een gebedshuis bezochten: de kerk of de moskee bijvoorbeeld. Anderen zijn er nog nooit geweest.

In de ontdekplaat online kun je met de kleuters de verschillende gebedshuizen (kerk, moskee, synagoge) verkennen.

Tips

Bied in de kleuterhoek de mogelijkheid om het Bijbelverhaal te herbeluisteren of herbekijken met de luisterversie of het filmpje. Ook het fotoboek en de vertelplaat bij het verhaal kun je opnieuw laten bekijken.

Boekentips:

• Het mysterie van het steenhouwertje, Thé Tjong-Khing, Leopold: een verhaal dat zich afspeelt in de katholieke kathedraal van Haarlem, met veel prenten en extra informatie;

• Onderweg naar de moskee, Moslim Kids Entertainment: over een jongen op weg naar het vrijdaggebed en in de moskee;

• Samen naar de kerk, Linda Bikker & Jan Reijm, uitgeverij Groen: over hoe een protestantse kerk eruitziet, hoe een kerkdienst verloopt ...;

• De synagoge, Marja Baeten & Geza Dirks, Schoolsupport: informatief boek met prenten en foto’s.

Ouderparticipatie

Als je met je kleuters op stap gaat naar een gebedshuis (zie verwerking) kun je vooraf informeren of er ouders/grootouders actief zijn in een gebedshuis in de buurt. Zo ja, dan kun je polsen of ze ter plekke (of vooraf in je klas) wat meer informatie willen geven over wat er te zien is en wat er gebeurt.

eersteproefversie

Neem het fotoboek en bekijk opnieuw de afbeelding van de tempel op p. 6. Herkennen de kleuters het beeld en het Bijbelverhaal dat erbij hoorde? Weten ze nog wat een tempel is?

Vertel dat de tempel lang geleden in het land stond waar Jezus woonde. Het heette toen Palestina.

Bespreek met de kleuters wat ze zien op de afbeelding. Zien ze wat er gebeurt?

Mogelijke vragen:

• Wat zie je allemaal in deze tempel?

• Wat deden de mensen in de tempel?

• Wat is er anders dan in andere gebouwen?

• Zijn er nog gebouwen waar mensen naartoe gaan om tot God te bidden?

Kern eersteproefversie

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek. Pauzeer het verhaal even na: ‘Toen Maria en Jozef weer naar huis gingen …’

Bespreek de bijbehorende afbeelding in het fotoboek en laat de kleuters Jezus zoeken.

• Wie herken je allemaal?

• Waar is Jezus?

• Waarom bleef Jezus in de tempel, denk je?

Vertel daarna het vervolg.

2 Verkennende vragen

Bespreek met behulp van de emotiekaarten (zie starfiche) het verhaal en de gevoelens van de personages in het verhaal.

Stel ook vragen over het verloop van het verhaal. Vraag de kleuters om een emotiekaart te kiezen bij het antwoord dat zij in hun hoofd hebben. Het is geen probleem als kleuters de emoties van personages anders invullen. Laat hen vertellen waarom ze die emotiekaart kiezen.

• Hoe denk je dat Jezus zich voelde toen Hij twaalf jaar werd en mee mocht naar de tempel?

• Hoe voelde Jezus zich in de tempel?

• Waarover praatte Jezus met de geleerde mensen?

• Hoe denk je dat de geleerde mensen zich voelden toen Jezus moeilijke vragen kon beantwoorden?

• Na een tijdje gingen Jozef en Maria weer naar huis, maar wat deed Jezus?

• Hoe zouden Jozef en Maria zich gevoeld hebben toen ze ontdekten dat Jezus weg was?

• Wat was Jezus aan het doen toen Jozef en Maria Hem terugvonden?

• Hoe voelde Maria zich toen ze Jezus terugvond?

• Wat vroeg Jezus aan zijn ouders toen ze Hem vonden? Wat zei Hij tegen hen?

• Waarom vonden Jozef en Maria Jezus toch een bijzondere jongen?

• Welk gevoel zouden Jozef en Maria hebben bij ‘hun bijzondere jongen die in de tempel bleef bij de geleerde mensen?’

• Welk gevoel zou Jezus gehad hebben na het bezoek aan de tempel? Wat denk je?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

1 Op uitstap naar een gebedshuis

Bezoek met de kleuters een gebedsplaats zoals een kerk, een kapel, een moskee … Ontdek wat er te zien of te beleven is. Schakel eventueel ouders of grootouders in (zie ouderparticipatie).

Maak duidelijke afspraken met je klas, zowel voor de reis heen en terug, als voor het bezoek ter plaatse. Deze vragen kun je stellen tijdens het bezoek:

• Buiten:

• Hoe ziet het gebedshuis eruit? Is het groot of klein?

• Welke kleuren, materialen of versieringen zie je?

• Valt het op tussen de huizen?

• Binnen:

• Wat merk je als je naar binnen gaat? Is het rustig of druk?

• Welke ruimtes zijn er?

• Wat doen de mensen als ze hier binnenkomen?

• Luisteren, ruiken en voelen:

• Wat hoor je hier?

• Welke kleuren zie je?

• Is het hier licht of donker?

• Ruikt het hier ergens naar?

• Hoe voel je je op deze plek?

• Kijken:

• Zie je schilderijen, beelden, gekleurde ramen, teksten? Wat denk je dat ze willen zeggen?

• Wat vind je mooi? Wat vind je minder mooi? Waarom?

• Welke voorwerpen ken je? Welke niet?

• Weet je waarvoor ze gebruikt worden?

Als je in een kerk bent, kun je vertellen dat christenen vaak een kaarsje aansteken in een kerk om voor mensen te bidden of om aan hen te denken.

Steek eventueel een kaarsje aan.

2 Gebedshuizen en hun voorwerpen

Materiaal

• kopieerblad 1 – de gebedshuizen

• een doos met religieuze voorwerpen: een kaars, een kruisbeeld, een kandelaar, een ster van David, een bijbel, een keppeltje, een koran, een (islamitisch) gebedssnoer, een gebedsmatje ... OF de uitgeknipte foto’s van kopieerblad 2 – religieuze voorwerpen

eersteproefversie

Start met de foto’s van de gebedshuizen op kopieerblad 1. Leg ze in het midden van de kring.

• Welke gebedshuizen (her)ken je? Ken je ze?

• Heb je al eens een gebedshuis bezocht? Wat deed je toen?

• Over welk gebedshuis wil je meer weten? Kan er iemand iets over vertellen?

Als je voorwerpen verzameld hebt, neem je de doos en haal je de voorwerpen eruit.

Of leg de foto’s van kopieerblad 2 in het midden en bespreek de voorwerpen met de kleuters.

Laat de kleuters vertellen wat ze zien. Vertel hoe de voorwerpen heten en koppel ze aan de juiste godsdienst.

Leg elk voorwerp of elke foto aansluitend bij het juiste gebedshuis.

Kom tot:

• Er zijn veel verschillende gebedshuizen.

• Er bestaan verschillende religies.

• De religies hebben heel wat voorwerpen in de gebedshuizen.

• Mensen bezoeken gebedshuizen om verschillende redenen.

3 Mijn stil plekje

Materiaal

• een klankschaal

De kleuters hebben ontdekt dat je naar een gebedshuis kunt gaan om te bidden en tot rust te komen. Maar ook elders kun je dat doen. Gelovigen bidden soms ook thuis en maken het daar stil. Leg dat aan de kleuters uit.

Je kunt ook gewoon stil worden in jezelf, waar je ook bent. Dat kan zijn om na te denken, om rustig te worden of misschien wel aan God of Jezus te denken. We gaan dat eens proberen in de klas: stil en rustig worden en nadenken.

Laat ruimte voor de verscheidenheid in je kleutergroep (gelovig, niet gelovig, andersgelovig …).

Nodig de kleuters uit om in een kring te gaan zitten. Steek een lichtje aan. Maak het stil met een klankschaal.

Doe je ogen maar dicht. Adem zachtjes in en uit.

Stel je voor … je wandelt in je hoofd naar een heel mooie plek. Het is jouw stil plekje. Misschien is het een tuin, een huisje, je kamer of een bankje in de zon …

Daar voel je je veilig. Rustig. Misschien denk je wel aan God. Misschien wil je gewoon nadenken en stil zijn …

Laat de stilte even duren en sluit af met de klankschaal.

Reflectie en evaluatie

Neem de vertelplaat bij het verhaal.

Laat de kleuters vertellen wat er op de afbeelding staat.

Leg de link van het verhaal naar hun eigen leven.

• Hoe zou jij je voelen als kind tussen volwassen geleerde mensen?

• Heb je al eens als kind tussen allemaal volwassenen gezeten? Hoe voelde dat?

• Welke vragen zou jij willen stellen aan de geleerde mensen in de tempel?

• Welke vragen zou je willen stellen aan de twaalfjarige Jezus?

eersteproefversie

De twaalfjarige Jezus blijft in de tempel

Lucas 2:41-52

Jezus was blij dat Hij twaalf jaar was. Nu mocht Hij mee met zijn ouders naar Jeruzalem voor het paasfeest.

In de tempel keek Hij met grote ogen rond. Er waren zoveel mensen!

Sommige mensen zaten stilletjes te kijken. Anderen waren aan het bidden.

Dat deed Jezus ook vaak. Zo praatte Hij met God.

In de tempel luisterde Jezus ook naar verhalen uit de Bijbel. Hij kende al veel verhalen van thuis: over Noach en zijn boot, over David die de reus had overwonnen, over Jona in de vis.

Zijn ouders vertelden Hem vaak over God.

Maar het liefst was Jezus bij de geleerde mannen in de tempel.

Die spraken over allerlei moeilijke vragen.

‘Wat moet je doen om goed te leven? Wie is God? Waarvoor kun je bidden?’

Jezus had veel nagedacht en Hij kon heel wat van die moeilijke vragen beantwoorden.

Toen Maria en Jozef weer naar huis gingen, verstopte Jezus zich stiekem bij de geleerde mannen.

Hij begon mee te praten over de moeilijke vragen.

De geleerde mensen waren verwonderd dat Hij zulke slimme antwoorden kon geven.

Maria en Jozef dachten dat Hij samen met vriendjes naar huis was gegaan.

Ze misten Hem pas tegen de avond. Jezus was nergens te vinden!

Zo snel als ze konden renden Maria en Jozef weer naar de tempel.

Waar was hun Jezus toch? Zou Hij nog in de tempel rondhangen?

Toen zagen ze Hem. Jezus zat midden tussen de geleerde mannen.

Hij was net iets aan het vertellen en ze luisterden allemaal naar Hem.

Maria liep naar Jezus toe en sloeg haar armen om Hem heen.

eersteproefversie

‘Jezus, waarom ben Je niet met ons mee naar huis gegaan?

Je papa en ik waren Je kwijt! We waren zo bang dat er iets met Je gebeurd was!’

‘Waarom waren jullie bang?’ vroeg Jezus.

‘Jullie wisten toch wel dat Ik hier wilde zijn, dicht bij God?’

Zijn ouders keken Hem aan. Wat was Hij toch een speciale jongen.

Daarna keerden ze alle drie samen terug naar huis.

Jezus groeide verder op tot Hij net zo groot was als Jozef.

eersteproefversie

Christelijke Sint-Baafskathedraal in Gent
Islamitische Grote Moskee in Brussel
Joodse Shomre Hadas synagoge in Antwerpen

een kandelaar – synagoge

een bijbel – kerk

een gebedssnoer – moskee

eersteproefversie

een keppeltje – synagoge

een gebedsmatje – moskee

een koran – moskee

een thora – synagoge

een kruisbeeld – kerk

Jezus wordt gedoopt

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• maken kennis met het Bijbelverhaal over de doop van Jezus;

Het verhaal kan aansluiten bij het doopsel, erbij horen, de symbolen water, olie en licht, meewerken aan Gods wereld.

• verkennen de symbolen en rituelen van het rooms-katholieke doopsel: water, handoplegging, olie, kaars en leggen (al dan niet) een link met eigen ervaringen;

• ontdekken hoe mensen (christenen en andersgelovigen) door opname in het geloof uitgenodigd worden om mee te werken aan Gods droom van een betere wereld.

Materiaal

• fotoboek p. 10-11

• vertelplaat 5

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• kopieerbladen 1 en 2

Zelf te voorzien

• een afgesloten potje met water en een doekje erover

• een afgesloten potje met lichaamsolie en een doekje erover

• keukenpapier

• een klankschaal of meditatieve muziek

Woordenschat

• dopen

• het doopsel

• de duif

• de kracht

eersteproefversie

• het licht

• de olie

• de rivier

• het water

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

De kleuters maakten eerder al kennis met Jezus als baby en twaalfjarige. Dit is het eerste verhaal van Jezus als volwassene.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit, de krachtstenen van de verwerking, eventueel een doopkaars

Het doopsel van Jezus is een bijzonder moment en wordt in de rooms-katholieke kerk herdacht en gevierd op de zondag na Driekoningen (6 januari). Johannes de Doper, vaak afgebeeld met een ruwe houten stok en een bruine mantel gemaakt van kameelhaar, doopt Jezus. Dat doet hij aanvankelijk met wat schroom. Het verhaal onderstreept de diepe verbondenheid tussen Jezus en God.

In het vroege christendom werden vooral volwassenen gedoopt, later waren dat meestal kinderen. Tegenwoordig zijn de kinderen in de ruime meerderheid, al komt een doop van een volwassene nog wel eens voor. Recent groeit de populariteit van het doopsel opnieuw.

Tijdens het katholieke doopsel staan meerdere symbolen centraal. Het kind wordt drie keer besprenkeld met water. Water staat voor reiniging en nieuw leven.

Daarna wordt op het voorhoofd van het kind met olie (chrisma) een kruisje gemaakt. De zalving met olie staat voor kracht om te leven naar het voorbeeld van Jezus Christus. Ten slotte wordt een doopkaars aangestoken bij de paaskaars. Kaarsen zijn het symbool van licht. Vaak krijgt de dopeling een wit doopkleed, wat wijst op zuiverheid en nieuw leven.

In de katholieke traditie worden bij een kinderdoop in België suikerbonen, ook doopsuiker genoemd, uitgedeeld aan de gasten. De doopsuiker staat voor voorspoed, geluk en een zoet leven voor het kind.

Diversiteit

In Vlaanderen is er een diversiteit van tradities gegroeid bij de geboorte van een kind. Die tradities zijn niet altijd levensbeschouwelijk gekleurd: een babyborrel, een geboorteboom planten ... Voorafgaand aan de geboorte zijn er nieuwe gebruiken ontstaan, veelal overgewaaid uit de VS: babyshower, gender reveal party …

In de moslimgemeenschap fluistert de vader of een ander familielid de geloofsbelijdenis in het oor van de baby. Zo wordt het kind symbolisch welkom geheten in het geloof en hoort het voor het eerst de woorden van God/Allah en het gebed.

In de traditionele joodse gemeenschap worden jongens op de achtste dag besneden (Brit Milah) als teken van het verbond met God. Meisjes krijgen een naamgevingsceremonie.

Bij activiteitenfiche 9 vind je op kopieerblad 2 een diversiteit aan Jezusbeelden. Je vindt er ook een kunstwerk uit Kameroen van Jezus die wordt gedoopt. Daarop zie je dat zowel Jezus, als Johannes de doper en de omstaanders als zwarte Afrikanen zijn weergegeven.

Tips

Boekentips:

• Samen hier, Oliver Jeffers, De Fontein: om een kindje welkom te heten op aarde;

• Daar ben je, Hans en Monique Hagen & Charlotte Dematons: 12 prenten met 12 gedichten voor de eerste 12 maanden;

• Het wondertje jij, Emily Winfield Martin & Bette Westera, Kosmos Uitgevers: over de onvoorwaardelijke liefde en de dromen die ouders voor hun kind hebben.

Ouderparticipatie

eersteproefversie

Je kunt een ouder uitnodigen om te vertellen over de inwijdingsrituelen in de eigen geloofsgemeenschap: een christelijke ouder over het doopsel, een moslimouder … Eventueel nodig je iemand uit die in de parochie betrokken is bij doopcatechese.

Water en olie zijn twee belangrijke symbolen in het katholieke doopsel. Laat de kleuters de verschillen ontdekken tussen beide.

Zet twee afgesloten potjes met olie en water klaar met een doekje erover. Laat de kleuters, zonder te kijken, voelen met hun hand in beide potjes. Stel vragen zoals:

• Wat voel je?

• Wat ruik je?

• Is het koud of warm?

• Is het glad of plakkerig?

• Voelen en ruiken de potjes anders?

• Wat denk je dat er in de potjes zit?

• Wat merk je aan je hand? Wat gaat er gemakkelijk af? Wat gaat er minder gemakkelijk af?

Verwijder de doekjes en toon wat er in de potjes zit.

• Wat zie je in de potjes?

• Had je dat verwacht?

• Waar gebruik je water en/of olie?

Vertel dat water en olie heel vaak gebruikt worden in het dagelijks leven: water om je te wassen, soms badolie in het water voor een zachte huid, water en olie om mee te koken in de keuken … Maar water en olie worden ook gebruikt bij een doopsel. Hebben de kleuters al gehoord van een doopsel of er al een meegemaakt?

Met het doopsel worden mensen die in Jezus geloven opgenomen in de katholieke kerk. Gedoopten worden uitgenodigd om mee te werken aan Gods droom zoals Jezus die vertelde aan de mensen. Soms zijn mensen al groot en volwassen als ze gedoopt worden, meestal zijn ze nog een baby.

Lang geleden werd Jezus ook gedoopt. Hij was al een volwassen man. Luister maar …

Kern

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil. Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht. Kun je het zien op mijn gezicht?

eersteproefversie

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van het filmpje. Neem ook het fotoboek en de vertelplaat erbij zodat de kleuters nog eens kunnen meekijken met de prenten.

2 Verkennende vragen

• Wie was Johannes de Doper? Heb je al eens van hem gehoord?

• Kijk eens goed naar de prenten: hoe zag Johannes de Doper eruit?

• Wat deden de mensen bij het water?

• Waarom wilden de mensen zich laten dopen?

• Hoe voelden de mensen zich toen ze uit het water kwamen?

• Wat zei Johannes toen Jezus voor hem stond?

• Waarom wilde Jezus gedoopt worden?

• Wat wilde Jezus doen na zijn doopsel?

• Wat vloog er boven het hoofd van Jezus tijdens zijn doopsel?

• Wat betekent die duif?

• Wat betekent het dat God Jezus kracht geeft?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

Verwerking

1 Krachtstenen met olie

Materiaal

• de potjes met water en olie van de instap

• een aantal stenen

Doe deze activiteit in een kleine groep. Eventueel herhaal je dit met meerdere groepjes.

Doe een proefje: druppel wat water op een steen en wat olie op een andere steen.

Observeer met de kleuters wat jullie zien: het water op de steen droogt op en is niet meer zichtbaar. De olie dringt in de steen en gaat er niet meer uit, ook niet als je de steen afwast. We maakten een krachtsteen!

Leg de link met het doopsel in de katholieke kerk. Voor christenen is de zalving met olie tijdens het doopsel ook een teken van kracht. De olie of het chrisma blijft in de huid zitten, net zoals die olie op de steen. Nodig de kleuters uit om de krachtstenen in de godsdiensthoek te leggen. Vertel dat ze de krachtsteen even bij zich kunnen houden op moeilijke momenten.

2 Verteldruppels met inkt en olie

Materiaal

• kopieerblad 1 – Verteldruppel: maak een paar kopieën op dik papier

• een grote bak om water in te doen

• blauwe inkt

• olie

• pipetten

• kranten om de tafel te beschermen

• handschoenen

1 Knip een aantal verteldruppels uit. Doe dat eventueel samen met de kleuters.

2 Vul de bak met een bodempje water.

3 Meng de olie met wat inkt en druppel het mengsel met een pipet op het water.

eersteproefversie

4 Kijk samen met de kleuters wat er gebeurt. Omdat olie en water niet mengen, ontstaan er natuurlijke marmerpatronen.

5 Leg de verteldruppel op het wateroppervlak en wacht een paar seconden.

6 Til het papier voorzichtig op en leg het op een vlakke ondergrond om te drogen.

7 Herhaal dit met elke verteldruppel.

8 Zodra de druppels droog zijn, kun je aan de kleuters vragen om er iets op te tekenen dat te maken heeft met het Bijbelverhaal of met het doopsel.

9 Hang de druppels op een waslijn in de godsdiensthoek.

3 Het doopsel in beelden

Materiaal

• kopieerblad 2 – Afbeeldingen van het doopsel

Kun je een paar voorwerpen verzamelen die te maken hebben met het doopsel, dan is dat een goed alternatief voor de afbeeldingen: een doopkaars, een doopkleedje, een boekje van de viering, doopsuiker, een geboortekaartje met de namen van de meter en peter … Misschien komt er wel iemand vertellen over het doopsel (zie ouderparticipatie).

Vertel over de gebruiken van het doopsel aan de hand van de afbeeldingen of de voorwerpen.

• In de doopvont zit het doopwater dat gebruikt wordt voor het doopsel. In de tijd van Jezus stapten mensen helemaal in het water van de rivier.

• Tijdens de doopviering vraag de pastor de naam van het kind. Die naam wordt aan God gezegd.

• Tijdens de doopviering wordt de kaars aangestoken aan de grote paaskaars, dat is een teken van licht. De doopkaars wordt achteraf mee naar huis genomen.

• De pastor geeft het kindje een kruisje op het hoofd. Dat is een teken van het christendom dat aangeeft dat je bij de mensen hoort die Jezus willen volgen.

• De baby wordt drie keer besprenkeld met water. Water is een teken van een nieuw leven, een nieuw begin.

• De baby krijgt een kruisje met chrisma, olie. Dat chrisma geeft kracht en bescherming van God.

• Soms draagt de baby een wit doopkleed. Het is een feestkleed.

• Heel wat kinderen hebben een peter en/of meter. Aan hen wordt ook gevraagd om bijzondere aandacht te hebben voor de baby.

Het filmpje https://url.vanin.be/doopsel zoomt in op de betekenis van water tijdens het doopsel.

Reflectie en evaluatie

Leg de krachtstenen en de verteldruppels in het midden.

Gebruik een klankschaal of meditatieve muziek. Maak het stil.

Vraag dan aan de kleuters om even na te denken over de krachtstenen en de verteldruppels.

Wie wil, vertelt over zijn gedachten bij deze activiteit en neemt daarbij ofwel de krachtsteen of de verteldruppel.

Wie niets wil vertellen, blijft gewoon zitten.

• Voel jij de kracht die in jou zit?

eersteproefversie

• Wat wil je doen met de kracht die in jou zit?

• Wat onthoud je uit het Bijbelverhaal?

• Bij wie haalde Jezus kracht?

• Wat vind je belangrijk als je hoort over het doopsel?

• Wie van jullie is gedoopt en hoort bij de mensen die Jezus willen volgen?

Sluit af met de klankschaal of zet de meditatieve muziek uit.

Jezus wordt gedoopt

Matteüs 3:13-17

Langs de rivier stond een man die er een beetje vreemd uitzag.

Zijn vest was gemaakt van kamelenvel.

Hij had een lange baard en lange haren en hield een stok vast.

Met luide stem sprak hij tegen de mensen. Die bleven staan om naar hem te luisteren.

‘Wie is dat?’ vroeg iemand aan de vrouw die naast hem stond.

‘Ze noemen hem “Johannes de Doper”,’ zei de vrouw.

‘Hij woont in de woestijn. Hij vertelt veel over God.’

Johannes riep: ‘Het is tijd om anders te gaan leven! Jullie moeten delen met mensen die niets hebben!

Laat je dopen in de rivier. Dan laten jullie zien dat jullie als kinderen van God willen gaan leven.’

Johannes de Doper wordt vaak afgebeeld met een ruwe houten stok en een bruine mantel gemaakt van ruw kameelhaar.

Mensen uit Jeruzalem, heel Judea en de omgeving van de Jordaan kwamen in grote aantallen naar hem toe om zich in de rivier de Jordaan te laten dopen. Ook Jezus reisde vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden.

Een voor een gingen de mensen naar Johannes. Ze stapten in het water van de rivier.

Hij dompelde hen helemaal onder. Toen ze weer uit het water kwamen, keken ze blij.

Opeens stopte Johannes met dopen. Vlak voor hem stond Jezus.

‘Moet ik Jou dopen? Jij zou mij beter dopen!’ zei Johannes.

Jezus zei: ‘Doe het maar, Johannes. Samen met de mensen ga Ik de droom van God laten uitkomen.

Samen proberen we de wereld beter te maken.’

Johannes doopte Jezus. Opeens vloog er een witte duif boven het hoofd van Jezus.

eersteproefversie

Er klonk een stem: ‘Jij bent mijn liefste zoon, Jij zit in mijn hart!’

De mensen keken om zich heen. Was dat de stem van God?

Zou dit de man zijn op wie ze al zo lang aan het wachten waren?

De man van God die kwam vertellen over God?

Die hen zou leren om te werken aan de droom van God voor de wereld?

Dat zou fantastisch zijn! Die Jezus wilden ze zelf wel eens horen vertellen …

eersteproefversie

Kopieerblad 2 – Afbeeldingen van het doopsel

eersteproefversie

Jezus roept vrienden

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

Het verhaal kan aansluiten bij geroepen worden met je naam, verbondenheid en eigenheid, vriendschap, diversiteit in de klas.

• horen in het Bijbelverhaal hoe Jezus vrienden roept die Hem helpen;

• ontdekken het belang van hun naam en zijn er trots op;

• ervaren de rijkdom van vriendschappen in de klas met medeleerlingen die heel verschillend zijn.

Materiaal

• fotoboek p. 12-13

• vertelplaat 6

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• kopieerbladen 1 en 2

Zelf te voorzien

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• de betekenis

• de naam

• de vriendschap

• roepen

• geroepen worden

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

eersteproefversie

De kleuters hoorden al meerdere Jezusverhalen.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit, eventueel het vriendenboekje van de klas (zie tip ouderparticipatie), de prentenboeken bij dit thema (zie tips)

In dit Bijbelverhaal zoekt Jezus vrienden. Hij stelt een groep van twaalf apostelen samen, ook wel discipelen genoemd. Jezus omringt zich met die mannen omdat Hij wil dat ze de blijde boodschap gaan verkondigen.

In het verhaal worden enkele namen genoemd van mannen die hij roept. Simon betekent ‘God luistert’, Andreas betekent ‘dapper’, Levi betekent ‘samen horen’ en Tomas betekent ‘tweeling’. De naam Jezus betekent ‘God redt’. Eigenlijk drukt die naam vanaf de geboorte van Jezus uit dat er een nauwe band is tussen Hem en God. Jezus noemt God ‘Vader’ of ‘Abba’.

Ouders kiezen heel bewust de naam van hun kind en hebben daar verschillende redenen voor. Heel wat voornamen hebben een betekenis. Gelovige christenen en moslims maken vaak een naamkeuze die met hun geloof te maken heeft. Christenen kijken dan bijvoorbeeld naar Bijbelse namen zoals Judit, Hannah, Sara, Daniël, Elias … Moslims maken een keuze uit de Koran, de profeten of hun metgezellen. Denk daarbij aan namen zoals Mohamed, Zayn, Bilal, Aisha, Imane …

Je kunt dit verhaal ook aangrijpen om uit te leggen dat niemand weet hoe Jezus en zijn leerlingen er precies uitzagen. In het fotoboek heeft de tekenaar Jezus en de mensen rond hem op een bepaalde manier weergegeven. Maar in andere boeken ziet Jezus er anders uit: met andere kleren, een andere uitstraling of een andere huidskleur.

De weergave van Jezus is ook cultureel bepaald. Dat was al zichtbaar in de reeks kerststallen bij het kerstverhaal (activiteitenfiche 4). Op het kopieerblad 2 bij dit verhaal vind je naast de Jezusbeelden die aansluiten bij het fotoboek ook een waaier aan multiculturele beelden: uit Afrika, Latijns-Amerika, China, India, Japan, en Australië.

Hoe Jezus eruitzag, is niet echt belangrijk. Hij toont wie Hij is in de verhalen die Hij zelf vertelde en in de verhalen die andere mensen over Hem hebben geschreven of verteld.

Tips

• De activiteitenfiche is opgebouwd vanuit het idee dat je al wat Jezusverhalen verteld hebt in je klas. Je kunt dit verhaal ook aan het begin van het schooljaar vertellen of als je een nieuwe leerling verwelkomt.

Boekentips:

• Mag ik meedoen? John Kelly & Steph Laberis, uitgeverij Velt: over erbij horen, ook al ben je anders en kun je andere dingen goed;

• Kikker is kikker, Max Velthuijs, Leopold: klassieker over Kikker die dankzij zijn vrienden beseft dat hij oké is zoals hij is;

• De man met de lange benen, Benjamin Philips, Parade: de mensen in het dorp zijn eerst niet lief tegen de bijzondere man, maar dat verandert;

• Jij tussen vele anderen, Siska Goeminne & Merel Eyckerman, De Eenhoorn: filosofisch prentenboek om na te denken over gelijkenissen en verschillen.

Ouderparticipatie

eersteproefversie

Vraag de kleuters om aan hun ouders te vragen naar de betekenis van hun naam. Waarom kozen hun ouders die naam? Gebruik daarvoor kopieerblad 1. Achteraf kun je de blaadjes bundelen tot een vriendenboekje van de klas.

In de meeste kleuterklassen noemt de leerkracht ’s ochtends de namen van de kinderen van de klas. Zo is duidelijk wie aanwezig is en wordt elke kleuter ‘bij naam genoemd’ als welkom.

Begin de dag door uitdrukkelijk stil te staan bij dat moment: elke kleuter verwelkomen en bij naam noemen. Gebruik daarvoor het lied https://url.vanin.be/goedemorgen als inspiratie of kies zelf een liedje of versje. In onze klas proberen we samen om vrienden te zijn, hoe verschillend we ook zijn.

Vertel dat in het Bijbelverhaal van vandaag Jezus op zoek gaat naar vrienden. Luister maar!

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht. Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek.

2 Verkennende vragen

• Waarom was Jezus op zoek naar vrienden?

• Wie kwam Jezus tegen?

• Wie zijn Simon en Andreas?

• Wie zijn Levi en Tomas?

• Kun je met de prenten hun beroep ontdekken?

• Zien alle vrienden van Jezus er hetzelfde uit? Hoe is dat bij jouw vrienden? Hoe is dat in onze klas?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

Verwerking

eersteproefversie

1 Jezusbeelden en emotiekaarten bij het verhaal

Materiaal

• het doosje met de Jezusbeelden

• de emotiekaarten (zie startfiche)

Ga dieper in op het Bijbelverhaal en de betekenis van namen. Kunnen de kleuters Jezusbeelden bij dit verhaal vinden? Jezus ontmoet, Jezus vertelt? Laat hen het juiste Jezusbeeld bij het verhaal leggen.

Peil aansluitend naar de emoties in het verhaal en vraag de kleuters om er emotiekaarten bij te leggen.

• Hoe denk je dat Simon, Andreas, Levi en Tomas zich voelden toen Jezus hen riep om Hem te volgen?

• Hoe zou jij reageren mocht je zo’n vraag krijgen?

• Hoe zouden Jezus’ vrienden zich voelen bij de taak die ze kregen ‘Jezus boodschap over een betere wereld overal gaan vertellen’?

• Hoe denk je dat Jezus zich voelde toen Simon, Andreas, Levi en Tomas Hem wilden volgen?

Instap
Kern

Geef ruimte aan het gesprek. Kleuters kunnen diverse emoties bij een vraag leggen. Vraag hen waarom ze die kozen.

• Waarvoor roep jij soms anderen?

• Waarvoor ben jij wel eens geroepen?

• Als iemand jou roept, reageer je dan altijd? Vertel.

Zonder naam zou het moeilijk zijn om elkaar te roepen. Ga in op de betekenis van namen en de briefjes die de kleuters meebrachten van thuis. Als je merkt dat een aantal kleuters geen briefje hebben of er thuis niet over spraken, kun je zelf de betekenis van hun namen opzoeken. Bespreek samen welke namen ze kregen en wat die betekenen.

Vraag de kleuters tot slot welke emotie ze bij hun naam hebben. Veel kleuters zijn trots op hun naam.

2 Vriendschapsband voor de klas

Materiaal

• een doos met parels (een voor elke kleuter en een voor jezelf)

• een rijgsnoer

• een blinddoek

• een klasfoto

Vertel dat jullie een vriendschapsband met parels gaan maken. Om de beurt blinddoek je een kleuter. De andere kleuters zeggen samen zijn of haar naam en kiezen een parel voor de geblinddoekte kleuter. Ze vertellen erbij voor welke eigenschap of talent ze de parel kiezen zoals: Linde is altijd vrolijk, Zayd kan mooi tekenen …

Rijg telkens een parel aan het rijgsnoer zodat jullie een vriendschapsband van de klas krijgen. Doe zelf ook mee als leerkracht. Welke parel geven de kleuters jou?

Sta stil bij de rijkdom en diversiteit in je parelsnoer, in je vriendschapsband. Net zoals Jezus vrienden rond zich had, hebben wij klasgenoten om samen te spelen, te leren … Net zoals Jezus’ vrienden zijn ook wij erg verschillend en hebben we andere namen, maar toch vormen we zoals Jezus’ vrienden één groep.

Neem de klasfoto en bevestig hem in het kader in het fotoboek (of hang hem in de godsdiensthoek).

3 Prentenboek Mag ik meedoen?

Dit boek gaat over vriendschappen opbouwen, ook al is iedereen erg verschillend. Vertel het verhaal en leg de link met de verscheidenheid in de klas, die toch tot een grote verbondenheid kan leiden.

Ook hier verwijs je het best weer naar het Bijbelverhaal: Jezus kiest voor mensen om zich heen met heel diverse achtergronden. De groep vrienden gaat samen met Jezus op pad om zijn Boodschap te verkondigen, de droom van een nieuwe wereld. Na Jezus’ dood zal de groep over Jezus en zijn droom blijven vertellen, zelfs als dat erg moeilijk is.

eersteproefversie

Reflectie en evaluatie

• Luister, zing en beweeg met de kleuters op het lied https://url.vanin.be/vrienden. Zeg dat ook in het lied op zoek gegaan wordt naar vrienden, net zoals Jezus deed.

Jezus roept vrienden

Matteüs 4:18-22, Marcus 1:16-20, Lucas 5:1-11, Johannes 1:35-42

Jezus vertelde graag over God. Hij kende prachtige verhalen over Hem.

Maar Jezus wilde graag een groep vrienden, die met Hem meegingen.

Ze konden Hem helpen om de verhalen over God te vertellen aan de mensen.

Op een dag zag Jezus twee broers die aan het vissen waren. Ze heetten Simon en Andreas.

Hij ging met hen mee op hun boot en leerde hen beter kennen. ‘Komen jullie met Mij mee?’ vroeg Jezus.

Simon en Andreas wilden graag bij Jezus blijven.

Simon zei niet veel, maar hij vond Jezus geweldig.

Andreas deed gewoon wat zijn grote broer deed.

Even later zag Jezus Levi. Die werkte in een kantoor van de Romeinen, die de baas waren in het land van Jezus. Veel mensen wilden daarom niets te maken hebben met Levi.

Maar Jezus vroeg hem om mee te komen en dat deed hij. Hij kon goed lezen en rekenen.

Ook Tomas kwam in de groep. Hij was timmerman.

Tomas was handig en kon alles repareren. Hij was een echte flapuit en praatte aan een stuk door.

Zo vond Jezus elke dag meer vrienden, tot Hij er twaalf bij elkaar had. Daarmee trok Hij rond in het land, om overal te vertellen over God en om veel mensen te helpen.

eersteproefversie

Mijn naam is

Mijn ouders kozen die naam omdat

De betekenis van mijn naam is

pasfoto

Mijn naam is

Mijn ouders kozen die naam omdat

De betekenis van mijn naam is pasfoto

eersteproefversie

Mijn naam is

Mijn ouders kozen die naam omdat

De betekenis van Mijn naam is

Maria en Jezus – China
Jezus wordt gedoopt – Kameroen
Maria-Lichtmis – India
Jezus ontmoet de kinderen – Japan
Jezus sterft aan het kruis – Australië
Jezus ontmoet de kinderen – Lakota uit Noord-Amerika

Jezus bidt en leert ons bidden

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

Het verhaal kan aansluiten bij bidden, stiltebeleving, rust, leren bewust ‘stilstaan’.

• ontdekken hoe ze zelf rustig kunnen worden en (al dan niet) tot gebed kunnen komen;

• beluisteren het verhaal van Jezus die bidt en die zijn vrienden leert om te bidden;

• leren hoe gelovigen over de hele wereld zich verstillen in meditatie of gebed.

Materiaal

• fotoboek p. 14-15

• vertelplaat 7

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• kopieerbladen 1 en 2

Zelf te voorzien

• een veertje per kleuter

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• bidden

• het gebed

• de gebedshouding

• het Onze Vader

• de stilte

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

eersteproefversie

De kleuters maakten kennis met de volwassen Jezus door het verhaal van zijn doopsel en de vrienden die Hij om zich heen verzamelde.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de kopieerbladen bij deze activiteit, voorwerpen verbonden met bidden zoals gebedssnoeren uit het christendom (rozenkrans) en de islam, een gebedenboekje, een foto van gebedsvlaggetjes ...

Een berg is in de Bijbel vaak de plek waar mensen de stilte opzoeken. Mozes bijvoorbeeld, In het Oude Testament. In het Nieuwe Testament gaat Jezus de berg op om te bidden. De berg staat symbool voor een plek waar mensen dicht bij God kunnen zijn.

Jezus leert zijn leerlingen de kern van het Onze Vader aan. Het gebed drukt de intieme relatie uit die Jezus heeft met God, die Hij Vader noemt. In de christelijke geschiedenis groeide het Onze Vader al snel uit tot het kerngebed. Daarom heeft het een belangrijke plaats in de christelijke liturgie.

Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

In heel wat religies zoeken mensen stilte op om te bidden. Religies kennen vaak ook typische gebedshoudingen. Die geven gelovigen een houvast om zich tot God te richten. Denk maar aan de gebedshoudingen in de islam, misschien wel gekend door enkele kleuters in je klas?

Mensen zoeken vaak ook stilte op om te mediteren en op zoek te gaan naar diepgang in hun leven. In het Westen zijn mindfulness en yoga geliefd. Al zijn beide niet altijd levensbeschouwelijk gekleurd, toch hebben ze wortels in het boeddhisme en hindoeïsme. Ook in die levensbeschouwingen willen mensen stilstaan, diepgang en veerkracht opbouwen.

Beklemtoon in een klas met grote diversiteit dat in elke religie het gebed een moment is van dialoog, van verbinding zoeken met iets of iemand die groter is dan de mens, het goddelijke of God.

Om een mogelijke gelijkenis met het Onze Vader te maken, kun je voor moslimleerlingen een link maken met het eerste hoofdstuk in de Koran, hoofdstuk Al-Fatiha. Misschien zijn er islamitische kleuters die de verzen uit het hoofd kennen, weliswaar in het Arabisch. Het hoofdstuk wordt door theologen vaak vergeleken met het Onze Vader vanwege een vergelijkbare structuur en bedoeling.

Hoofdstuk 1 – Al-Fatiha (De Opening)

Tips eersteproefversie

In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Alle lof behoort Allah toe, de Heer van de Werelden, de Erbarmer, de Meest Barmhartige, Meester van de Dag des Oordeels. U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp. Leid ons op het rechte pad, het pad van degenen aan wie U Uw gunst heeft geschonken, niet dat van degenen op wie (Uw) toorn rust en niet dat van de dwalenden.

Het kan interessant zijn om de kleuters kennis te laten maken met de Nederlandse vertaling van Al-Fatiha. Zo ontdekken ze dat de moslims in hun gebed, net als de christenen met het Onze Vader, God prijzen en Hem om hulp vragen. De beide gebeden tonen in feite hoe gelovigen zich tot God of Allah richten om leiding en steun te vragen in hun leven.

Naar Mohamed El Fadili

• Bidden hoeft niet altijd mondeling, met taal te gebeuren. Ook tekenen (denk aan mandala’s), zingen, zwijgen … kunnen een vorm van bidden zijn.

• Leg de luisterversie en het filmpje in de godsdiensthoek en nodig de kleuters die dat wensen uit om het verhaal nog eens te beluisteren of te bekijken.

• Laat de kleuters eventueel luisteren naar het lied https://url.vanin.be/onzevader, gezongen door Christoff. In het filmpje zie je ook verschillende gebedshoudingen van Christoff

Boekentips:

• Een wereld vol gebeden, Deborah Lock & Helen Cann, Kokboekencentrum: kindergebeden van over de hele wereld, van India tot Peru en van Duitsland tot Kenia: God is overal;

• Overal bidden, Jamilah Thompkins-Bigelow & Hatem Aly, ’t Kennishuys: Mohamed kreeg een gebedsmatje en leert bidden. Een toegankelijke en positieve kennismaking met het gebed (salat);

• Mindfulness & meditatie voor kinderen, Koekoek Kinderboek: 16 praktische en speelse oefeningen voor geluk, kalmte en focus voor jonge kinderen.

Laat de kleuters voldoende verspreid in de kring zitten. Vraag hen om in kleermakerszit te gaan zitten en rustig te worden. Gebruik eventueel de triangel of een klankschaal als signaal voor rust.

Geef daarna elke kleuter een veertje en vraag hen om het tussen duim en wijsvinger te houden. Nodig hen uit om in te ademen door de neus en langzaam uit te ademen door de mond. Uitademen zou langer moeten duren dan inademen. Als dat niet goed lukt, laat hen dan een paar keer oefenen. Wijs de kleuters erop dat het de bedoeling is dat het veertje zachtjes gaat wapperen. Als dat goed lukt, kun je eventueel nog een stapje verdergaan en hen vragen om het veertje op hun handpalm te leggen en zo zachtjes te blazen dat het wappert, maar niet wegdwarrelt.

Vertel dat dit oefeningen zijn om het stil te maken door op je ademhaling te letten. Het stil maken en de stilte opzoeken kun je doen voor heel verschillende redenen. Vandaag luisteren we naar een verhaal van Jezus die de stilte opzoekt op een berg. Luister maar …

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken (misschien is het nog stil van de instap), neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van het fotoboek en de vertelplaat.

2 Verkennende vragen

• Wie waren op zoek naar Jezus?

• Waar was Jezus naartoe gegaan?

• Waarom koos Jezus die plek uit?

• Tot wie bidt Jezus?

• Waarom start Jezus zijn gebed met ‘Onze Vader’?

• Wat zou Jezus vertellen als Hij met God spreekt?

• Hoe zou Jezus zich voelen als Hij bidt?

• Wat is bidden volgens jou?

eersteproefversie

• Bid jij soms ook? Of zie je mensen om je heen bidden? Wie zijn dat dan?

• Ken jij mensen die een stil plekje zoeken om te bidden?

• Weet je op welke plekken je allemaal kunt bidden?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

Kern

1 Mindmapping met dopjes

Materiaal

• een dopje per kleuter (zie startfiche)

Leg de vertelplaat bij dit verhaal in het midden. Op de prenten staan verschillende vormen van bidden. Geef elke kleuter een dopje en stel enkele vragen bij de vertelplaat.

• Welke afbeeldingen passen voor jou bij bidden?

• Denk jij aan iets anders? Plaats dan jouw dopje naast een prent en vertel waaraan je denkt. De kleuters beantwoorden de vragen door hun dopje bij een prent op de vertelplaat te leggen. Tel het aantal dopjes bij de verschillende foto’s. Het geeft aan hoeveel kleuters zich met welk aspect verbinden.

Afhankelijk van wat in jouw kleuterklas mogelijk is, kun je op basis van de informatie die je uit de mindmapping haalt, een gebedsritueel voor je klas voorzien. Geef de kleuters ruimte om al dan niet mee te doen.

2 Vertellen met de insteekdobbelsteen

Materiaal

• de insteekdobbelsteen (zie startfiche)

• kopieerblad 1: de zes prenten afgeprint op groot formaat en uitgeknipt

Stop de prenten in de insteekdobbelsteen.

Bij elke prent staat een zin die de kleuters kunnen aanvullen om in gesprek te gaan.

Laat een kleuter met de insteekdobbelsteen gooien en lees de zin die bovenaan ligt. De kleuter vult de zin verder aan, bijvoorbeeld ‘Ik droom van … een wereld zonder ruzie en oorlog’.

Gooi zelf ook een keer met de dobbelsteen en vul aan. Verwoord dit als gebed om de kleuters te laten zien hoe volwassenen kunnen bidden.

3 De gebedsdobbelsteen

Materiaal

• kopieerblad 2: een afdruk per kleuter

• kleurpotloden

• lijm

eersteproefversie

Aansluitend op de activiteit met de insteekdobbelsteen, kan elke kleuter zijn eigen gebedsdobbelsteen inkleuren.

Daarna kunnen ze de vorm uitknippen en in elkaar vouwen. De dobbelsteen kan eventueel mee naar huis en de kleuters die dat willen, ondersteunen bij hun gebed.

Jezus bidt en leert ons bidden

Lucas 11:1-4

Op een dag waren Simon en Andreas Jezus kwijt.

Ze vroegen aan de andere vrienden of ze wisten waar Jezus was.

Maar niemand wist het.

Opeens zagen ze Jezus over het pad de berg afkomen.

‘Hij is zeker weer gaan bidden!’ zei Andreas.

Jezus hoorde wat hij zei.

‘Ja, Ik ga graag bidden op een stille plek’, zei Hij.

‘Daarboven is het veel rustiger en dan kan Ik beter praten met God.’

‘Jezus’, vroeg Levi zachtjes, ‘wil Je ons ook eens leren bidden? Zoals Jij dat doet?’

Jezus sloeg een arm om de schouders van Levi.

‘Natuurlijk wil Ik je leren bidden, jullie allemaal! Kom, we gaan bij elkaar zitten.’

Dat deden ze. Ze werden helemaal stil. Enkele vrienden deden hun ogen dicht.

‘Ik begin met “Onze Vader”, zei Jezus.

Jezus ging vaak de berg op om te bidden: de berg symboliseert de plek waar Jezus dicht bij God kon zijn. Hij zocht de stilte op om te bidden.

‘Want God is voor Mij de Vader van alle mensen. Zo kun je Hem danken en van alles vragen.’

De vrienden leerden een mooi gebed van Jezus.

Ze zouden het nooit meer vergeten.

eersteproefversie

Ik denk aan …

eersteproefversie

Ik wil dit onthouden …

Ik voel me …

… vind ik moeilijk. Daarom vraag ik hulp aan …

Ik droom van …
Ik ben dankbaar voor …

Ik ben dankbaar voor … Ik denk aan …

eersteproefversie

Ik voel me … … vind ik moeilijk. Daarom vraag ik hulp aan …

Ik wil dit onthouden …

Ik droom van …

Jezus ontmoet mama’s en kinderen

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

Het verhaal kan aansluiten bij zich welkom voelen, geborgenheid, verbondenheid, het begrip ‘zegenen’.

• luisteren naar het verhaal van ‘Jezus die mama’s en kinderen ontmoet’;

• staan stil bij wat het betekent om je welkom, geliefd, gezegend en verbonden te voelen, al dan niet bij Jezus;

• ontdekken dat je je al dan niet welkom kunt voelen, niet alleen door woorden, maar ook door gebaren en lichaamstaal.

Materiaal

• fotoboek p. 16-17

• vertelplaat 8

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• het doosje met de Jezusbeelden

• kopieerblad 1

Zelf te voorzien

• een muziekbox

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• begroeten

• beschermen

• erbij horen

eersteproefversie

• zegenen

• zich welkom voelen

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

De kleuters maakten al kennis met Jezus in meerdere verhalen.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: het kopieerblad bij deze activiteit, een paar zachte sjaals, wikkeldoeken of lappen stof voor de kleuters om als draagdoek te gebruiken

In de Bijbelverhalen ‘Jezus ontmoet’ staat telkens een ontmoeting van Jezus met één of meerdere mensen centraal. Meestal gaat het om gewone mensen zoals hier de mama’s en kinderen, of om mensen die negatief bekeken worden door anderen zoals Zacheüs (zie activiteitenfiche 12 – Jezus ontmoet Zacheüs).

In de tijd van Jezus waren kinderen geen belangrijke mensen. Maar net daarom maakt Jezus wel tijd voor hen. Doordat Hij bijzondere aandacht voor kinderen heeft, toont Hij dat Hij iedereen echt wil ontmoeten door te kijken, te luisteren en samen te zijn.

In het Bijbelverhaal wordt gesproken over ‘zegenen’. Zegenen betekent iemand het goede toewensen en vragen om Gods liefde en bescherming. In de Bijbelverhalen zien we vaker dat Jezus zijn handen op de mensen legt om hen te zegenen. Hij wil hen nabij zijn en hen kracht, vreugde en vrede geven. Ook vandaag nog kunnen mensen elkaar zegenen.

Diversiteit

Overal ter wereld hebben mensen hun eigen manier om iemand welkom te heten. Soms geven ze een hand, een zoen of een knuffel, leggen ze een hand op het hart, maken ze een lichte buiging … Hoe verschillend het gebaar ook is, het betekent altijd hetzelfde: je bent welkom!

Bij activiteitenfiche 9 vind je op kopieerblad 2 een diversiteit aan Jezusbeelden. Er is ook een kunstwerk uit Japan en een kunstwerk uit Noord-Amerika waarop Jezus en de kinderen respectievelijk als Japanners en native Americans zijn weergegeven.

Tips

• Wees extra alert voor kleuters die opgroeien in een context waar liefde en zorg minder vanzelfsprekend zijn.

• Nodig de kleuters uit om het Bijbelverhaal na te spelen en verwijs naar de extra elementen die je in de godsdiensthoek legde.

• In deze activiteit gaat het o.a. om begroetingsrituelen. Je kunt met de kleuters een ochtendritueel afspreken en bepalen hoe ze elkaar begroeten. Zo voelt iedereen zich welkom.

• Je kunt ook met de hele klas een unieke klasbegroeting uitvinden.

Boekentips:

• Iedereen is welkom, Patricia Hegarty & Greg Abbott, Veltman: Kleine muis wil een huis bouwen waar iedereen welkom is, rijk en arm, groot en klein, dik en dun;

• Thuis, Mark Janssen, Lemniscaat: een ruimtewezentje bezoekt de aarde en een meisje dat hem ziet landen, leidt hem rond;

• Samen: laten wa aardig zijn voor elkaar, Lemniscaat: 38 illustratoren maakten een tekening bij grote en kleine gebaren om aardig te zijn voor elkaar en tegen iedereen te zeggen: jij bent ook welkom.

eersteproefversie

Verwijs naar de verwelkoming waarmee je elke dag in de klas start. Gebruik ze als vertrekpunt om kort met de kleuters in gesprek te gaan.

• Hoe begroet ik jou als je ’s ochtends de klas binnenkomt?

• Hoe voel jij je daarbij?

• Wie zegt ‘hallo’ of ‘goedemorgen’ tegen de klasgenootjes?

Leg dan het kopieerblad in de kring. Verduidelijk dat hier verschillende soorten begroetingen staan. Misschien kennen ze er een aantal en andere niet.

Zet muziek op en laat de kleuters vrij door de ruimte bewegen.

Als de muziek stopt, gaan ze zo snel mogelijk per twee staan en voeren ze de begroeting uit die je toont. Wissel bij elke ronde de begroeting én de manier van bewegen.

Na enkele rondes stop je en vertel je dat je straks vraagt naar hun ervaringen.

Leg de link met het Bijbelverhaal.

We gaan nu luisteren naar een verhaal van Jezus die heel wat mensen ontmoet…

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek.

Neem het Jezusbeeld ‘Jezus ontmoet’ erbij.

2 Verkennende vragen

• Wat was Jezus aan het doen toen er mama’s en hun kinderen aankwamen?

• Hoe reageerden de vrienden van Jezus op de komst van de mama’s en de kinderen?

• Wat zei Levi, een van de vrienden van Jezus, tegen de mama’s?

• Hoe reageerden de mama’s?

• Wat zei Jezus tegen Levi toen hij hoorde dat hij de kinderen tegenhield?

• Hoe liet Jezus zien dat de kinderen er wel bij horen?

• Waarom legde Jezus zijn hand op het hoofd van een van de kinderen?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

1 Klasgesprek over al dan niet welkom zijn

Ga even in op de instap van deze activiteit en pols naar de ervaringen van de kleuters. Neem de vertelplaat van het Bijbelverhaal erbij en eventueel de emotiekaarten.

• Wat vond je van de verschillende begroetingsvormen? Welke vond je leuk/minder leuk?

• Wat was de fijnste begroeting? Waarom?

• Hoe voel je je als ik jou begroet?

• Vind je het leuk als je klasgenootjes jou begroeten? Waarom wel/niet?

• Wanneer begroeten mensen elkaar?

• Wanneer begroet jij anderen?

• Heb je het al eens meegemaakt dat iemand jou helemaal niet begroette of welkom heette? Wanneer was dat? Hoe voelde dat voor jou?

• Mensen kunnen met woorden iemand begroeten en welkom heten maar dat kan ook anders. Hoe zou dat nog kunnen? Laat kleuters eventueel uitbeelden hoe dat gebeurt.

• Wanneer heb jij je heel welkom gevoeld?

Leg de link met het Bijbelverhaal.

• Wie zorgt ervoor dat de mama’s en de kinderen zich niet welkom voelden in het verhaal?

• Hoe zouden de mama’s en de kinderen zich daarbij gevoeld hebben?

• Hoe zou Jezus zich daarbij gevoeld hebben?

• Hoe voelden de kinderen zich nadat Jezus met hen gesproken had en hen had gezegend?

• Hoe zouden de mama’s zich gevoeld hebben nadat Jezus hen wel bij zich had laten komen?

Laat de kleuters vertellen over momenten in hun leven waarop ze zich wel/niet welkom voelden. Ga ook in op hun emoties. Doe dat eventueel met de emotiekaarten.

2 Welkomstlied

Introduceer het ‘Welkomstlied’ (op de melodie van ‘Hoedje van papier’). Beluister samen met de kleuters de melodie. Zing vervolgens de tekst van het lied rustig voor. Zing daarna samen het lied en voeg stap voor stap de bijbehorende bewegingen toe. Nodig de kleuters uit om mee te doen.

Hey, bye, ciao, hallo.

(zwaai met één hand)

Elkaar begroeten doen wij zo!

(doe de namasté-begroeting)

Zwaaien, vuistje of een lach,

(zwaai / doe een vuistje met een ander / lach breed) iets anders elke dag.

eersteproefversie

(maak een afwegend gebaar met je handen)

Welke groet vind jij heel fijn, (hand boven ogen, zoekend rondkijken) want die mogen er allemaal zijn!

(handen open spreiden naar links en rechts)

Hey, bye, ciao, hallo.

(zwaai met één hand)

Allemaal okido!

(steek een duim op en spring omhoog)

Hey, bye, ciao, hallo.

(zwaai met één hand)

Jij bent welkom sowieso!

(maak een groot gebaar met open armen)

Zwaaien, vuistje of een lach,

(zwaai / doe een vuistje tegen de ander / lach breed)

de knipoog die ik zag.

(doe een knipoog)

Jezus zegt: ‘Kom er maar bij, (leg een hand op je hart)

jullie zijn welkom bij mij!’ (wijs naar anderen)

Hey, bye, ciao, hallo. (zwaai met één hand)

Erbij horen voelt zo!

(steek een duim op en spring omhoog)

Zodra de kleuters het lied goed kennen, kun je een filmpje maken en dat delen met de ouders.

Reflectie en evaluatie

Sluit af met een versje.

Jezus maakt tijd voor elk kind ook als iemand anders dat niet leuk vindt.

Daarom zegt Hij tegen jou en mij: ‘Kinderen horen er altijd bij!’

eersteproefversie

Jezus ontmoet mama’s en kinderen

Marcus 10:13-16

Jezus was druk bezig. Hij vertelde verhalen aan een grote groep mensen.

Daar kwamen enkele mama’s met kinderen aan.

Zij wilden ook naar Jezus luisteren.

Bovendien wilden ze dat Jezus hun kinderen zou zien.

De vrienden van Jezus wilden de mama’s en de kinderen niet doorlaten.

‘Ga toch weg met die kinderen’, zei Levi.

‘Daar heeft Jezus geen tijd voor. Hij is met belangrijke dingen bezig.’

De mama’s keken Levi recht aan. Kinderen waren toch ook belangrijk?

Ze gingen niet weg.

Toen kwam Jezus eraan. ‘Waarom hou je die kinderen tegen, Levi?’ vroeg Hij.

‘Laat ze toch bij Mij komen. Kinderen horen er altijd bij.

God houdt heel veel van hen. Ze zijn altijd welkom.’

De kinderen kwamen dicht bij Jezus staan.

‘Jezus ontmoet’ verwijst naar verhalen waarin Jezus één of meerdere mensen ontmoet. Meestal gaat het om gewone mensen of mensen die negatief bekeken worden door anderen. Zo ontdekken kleuters dat Jezus aandacht heeft voor iedereen. Ze ervaren dat iemand echt ontmoeten is: kijken, luisteren en samen zijn.

Jezus sloeg zijn armen om hen heen. Hij legde zijn hand op hun hoofden, een voor een.

‘God zal je zegenen en je beschermen’, zei Hij.

De kinderen keken met grote ogen naar Jezus. Ze zouden dit altijd onthouden.

Misschien wilden ze later ook een vriend van Jezus worden.

De mama’s keken blij. Jezus had hun kinderen gezien en aangeraakt.

Dat zouden ze nooit vergeten.

eersteproefversie

eersteproefversie

eersteproefversie

Jezus ontmoet Zacheüs

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

• luisteren naar het Bijbelverhaal ‘Jezus ontmoet Zacheüs’;

Het verhaal kan aansluiten bij ontmoeten, kansen geven en kansen krijgen, vergeven, nadenken over jezelf.

• ervaren via het verhaal van Zacheüs dat je een nieuwe kans kunt krijgen om het anders te doen;

• ontdekken dat iedereen fouten kan maken, waarna je opnieuw mag beginnen, soms met een beetje hulp of aanmoediging van een ander

Materiaal

• fotoboek p. 18-19

• vertelplaat 9

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• kopieerblad 1

Zelf te voorzien

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• de droom van God

• het geld

• de Romeinen

• afpakken

• teruggeven

Achtergrondinformatie

eersteproefversie

Beginsituatie

De kleuters hoorden eerder al verhalen over Jezus. Ze kennen ook het ontmoetingsverhaal van Jezus waarin hij mama’s en kinderen ontmoet.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: het kopieerblad bij deze activiteit, geef de boom uit de verwerkingsactiviteit een plekje samen met de vertelplaat bij dit verhaal.

In de Bijbelverhalen ‘Jezus ontmoet’ staat telkens een ontmoeting van Jezus met één of meerdere mensen centraal. Meestal gaat het om gewone mensen, zoals de mama’s en kinderen (zie fiche 11), of mensen die negatief bekeken worden door anderen zoals hier in het verhaal van Zacheüs.

De naam Zacheüs komt van het Hebreeuwse woord zakkai wat rechtvaardig of onschuldig betekent.

Zacheüs was hoofdtollenaar. Een tollenaar hief tol op de goederen die de stad binnenkwamen. Tol is een vergoeding voor het gebruik van infrastructuur zoals wegen, bruggen en tunnels. Hij inde ook de belastingen van de inwoners. Veel tollenaars vroegen extra geld om zichzelf te verrijken, waardoor ze in de Joodse samenleving een slechte naam hadden. Bovendien werkten ze voor de Romeinse bezetters en benadeelden dus hun eigen volk.

De boom waar Zacheüs in kroop is een vijgenboom. De vijgenboom heeft grote bladeren dus Zacheüs had daar een plek om onopgemerkt naar Jezus te kijken.

Boekentips:

• Blauw monster, Petr Horáček, Lemniscaat: over een monster dat iets heel fouts doet, maar spijt heeft en vergeving krijgt;

• De Beer, de Vos en het tonnetje vet, Maria Muto: over twee dieren die een man bestelen die hen altijd eten geeft;

• Het mooiste blauw, Ibtihaj Muhammad & Sajidah Kutty Ali & Hatem Aly, Rose Stories: als haar oudere zus gepest wordt omdat ze voor het eerst met een hijab naar school gaat, grijpt Faizah in.

Neem het kopieerblad en leg het in het midden. Bespreek de foto’s met de kleuters.

• Wat zie je?

• Ben je zelf al eens op plekken geweest met veel grote mensen? Wat deed je daar? Hoe voelde dat?

• Wat doen de kinderen op de foto’s?

• Waarom zitten enkele kinderen op de schouders van hun ouder, denk je?

Leg de link met het verhaal dat je gaat vertellen. Ik ga jullie vertellen over Zacheüs. Hij was niet heel groot maar er kwamen heel veel mensen naar zijn dorp. Zacheüs was niet geliefd bij de mensen van zijn dorp omdat hij tollenaar was. Leg de kleuters uit wat een tollenaar is (zie achtergrondinformatie).

Kern

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek en gebruik dit keer de luisterversie van het verhaal.

2 Verkennende vragen

eersteproefversie

• Wat voor werk deed Zacheüs?

• Voor wie werkte Zacheüs?

• Wat dachten de mensen over Zacheüs? Hadden de mensen Zacheüs graag? Waarom wel/niet?

• Wat deed Zacheüs om Jezus te kunnen zien?

• Hoe reageerde Zacheüs toen Jezus hem vroeg om naar beneden te komen?

• Hoe reageerden de mensen toen Jezus bij Zacheüs ging eten?

• Wat vertelde Jezus aan Zacheüs?

• En wat zei Zacheüs aan Jezus?

• Wat deed Zacheüs nadat Jezus op bezoek was geweest?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

Instap

Materiaal

• een grote tak (of een zelfgemaakte boom van papier of karton)

• boomblaadjes van bruin en groen papier

• een papiermand

• een doos

Noteer vooraf op de bruine boomblaadjes met sleutelwoorden herkenbare situaties voor kleuters, zoals je die ook observeert in de klas: iemand hard duwen omdat je boos bent, iemand voortdurend onderbreken, speelgoed niet delen, niet helpen met opruimen, ruziemaken over wie aan de beurt is …

Hang de beschreven bruine boomblaadjes met een touwtje of plakgum in de boom.

Nodig dan de kleuters uit om een bruin blaadje van de boom te nemen. Lees voor wat erop staat.

Stel korte vragen:

• Wat zou jij doen in deze situatie?

• Is dit iets wat jij soms ook doet?

• Hoe zou je dit anders kunnen doen?

Laat de kleuters de besproken blaadjes in een papiermand gooien. Doordat ze het blaadje van de boom plukken en daarna weggooien, kunnen ze iets loslaten wat niet fijn voelde en net zoals Zacheüs iets nieuws laten groeien.

Wijs de kleuters erop dat er in de doos groene boomblaadjes klaarliggen. Nodig hen uit om daar situaties op te tekenen waar ze iemand een nieuwe kans gaven of waar ze zelf dingen anders gedaan hebben: delen met de klasgenootjes, helpen opruimen … Noteer bij elke tekening om welke actie het gaat.

Zet de boom in de godsdiensthoek en geef de kleuters de kans om er later ook nog blaadjes in op te hangen.

Reflectie en evaluatie

Neem het fotoboek er opnieuw bij en bekijk samen de begin- en eindafbeelding.

• Waarom klom Zacheüs in de boom, denk je?

• Kijk eens goed naar de houding van Zacheüs op de eerste prent en op de laatste prent. Wat zie je? Merk je de andere houding op? Hoe komt dat, denk je?

eersteproefversie

Laat de kleuters vrijuit vertellen.

Laat hen ook nadenken over de betekenis van het verhaal in hun leven.

• Wat wil jij onthouden uit het verhaal?

• Zijn er dingen die jij graag anders wilt doen? Vertel.

• Weet iemand welke dingen wij samen als klas nog beter kunnen doen?

• Wat vind je van de uitspraak dat iedereen een tweede kans verdient?

• Heb je zelf al ooit een nieuwe kans gekregen van iemand?

De boom van nieuwe kansen

Jezus ontmoet Zacheüs

Lucas 19:1-10

Zacheüs haalde geld op voor de Romeinen. Die waren toen de baas in het land van Jezus.

Zacheüs pakte vaak te veel geld af van de mensen van het dorp.

Veel mensen moesten daarom niets van hem hebben.

Jezus kwam naar de stad waar Zacheüs woonde.

Zacheüs had al veel over Jezus horen vertellen. Hij wilde Hem graag zelf eens zien.

Maar Zacheüs was klein en er waren heel veel mensen in de straten.

Hij kon helemaal niets zien. Daarom klom hij in een boom.

Vanaf de hoge takken kon hij alles wel heel goed zien. Daar was Jezus al!

Onder de boom bleef Jezus opeens staan. Hij keek omhoog en zag Zacheüs.

‘Kom gauw naar beneden, Zacheüs’, zei Jezus. ‘Vandaag kom Ik bij jou eten!’

Zacheüs was dolblij omdat Jezus hem gezien had.

Daarom klom hij snel uit de boom en rende naar huis om alles klaar te maken voor Jezus.

Sommige mensen waren boos.

‘Waarom gaat Jezus eten bij Zacheüs? Zo’n slechterik! Hij heeft ons veel geld afgepakt.’

Aan tafel bij Zacheüs vertelde Jezus over de droom van God.

Over een wereld waarin iedereen erbij zou horen en niemand arm of ongelukkig zou zijn.

Zacheüs wilde meedoen. Hij zei tegen Jezus: ‘Ik ben rijk.

Maar ik ga de helft van wat ik heb, weggeven aan arme mensen.

En als ik van iemand iets heb afgepakt, zal ik hem vier keer zoveel teruggeven.’

eersteproefversie

Jezus sloeg een arm om Zacheüs heen.

‘Ik ben zo blij dat je weer gaat leven als een goed mens’, zei Hij.

Kopieerblad 1 – Op een plek met veel grote mensen

eersteproefversie

Kopieerblad 1 – Op een plek met veel grote mensen (vervolg)

eersteproefversie

Kopieerblad 1 – Op een plek met veel grote mensen (vervolg)

eersteproefversie

Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

Het verhaal kan aansluiten bij hulp bieden, zorgen voor, keuzes maken, vriendelijkheid.

• ontdekken dat Jezus verhalen vertelde om mensen iets belangrijks te leren;

• luisteren naar het Bijbelverhaal ‘Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan’;

• verbinden het Bijbelverhaal met hun eigen leefwereld door na te denken over elkaar al dan niet helpen.

Materiaal

• fotoboek p. 20-21

• vertelplaat 10

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• het doosje met de Jezusbeelden

• kopieerblad 1

Zelf te voorzien

• voor de kijkdoos: een doos, een beetje zand, lijm, een schaar, een doorschijnend plastic vel

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• barmhartig

• het verband

• de zalf

• helpen

• zorgen voor

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

eersteproefversie

De kleuters hoorden al meerdere verhalen over Jezus. De vorige verhalen waren ontmoetingsverhalen, nu gaat het om Jezus die vertelt.

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: het kopieerblad bij deze activiteit, eventueel de materialen die je gebruikte bij de verwerking

Het verhaal over de barmhartige Samaritaan is een parabel, een gelijkenis. Jezus vertelt vaker verhalen waarin Hij een beeld gebruikt om zijn boodschap over het Rijk van God duidelijk te maken. Ook bij het verhaal van het mosterdzaadje (zie fiche 14) doet Hij dat.

Jezus wijst in dit verhaal op hulpvaardigheid en zorgen voor, ongeacht afkomst of achtergrond.

De Samaritaan is namelijk een ‘vreemdeling’ in het land, maar hij is wel degene die de gewonde helpt. De andere mensen lopen voorbij en hebben uitvluchten om niets te doen.

Jezus wil duidelijk maken dat naastenliefde geloof of afkomst overstijgt en dat belangeloze liefde voor mensen in nood vooropstaat. Ook dat draagt bij aan Gods droom voor de wereld.

Diversiteit

De Koran bevat geen verhaal zoals dat van de barmhartige Samaritaan. De islamitische traditie kent echter wel vergelijkbare oproepen: help wie in nood is, ongeacht wie het is.

Helpen wordt beschouwd als een belangrijke plicht. Moslims geloven dat Allah wil dat mensen zorgzaam en barmhartig zijn voor elkaar. In de Koran wordt herhaaldelijk opgeroepen om goed te zijn voor anderen, armen te steunen en mensen in nood bij te staan. Liefdadigheid, zoals zakāt (verplichting om te geven aan wie het minder goed heeft) en ṣadaqa (vrijwillige liefdadigheid), vormt dan ook een fundamenteel onderdeel van het geloof.

Ook de profeet Mohammed benadrukte dat met de volgende uitspraak: ‘Hij is geen ware gelovige als zijn buur honger heeft terwijl hij zelf genoeg heeft.’

Naar Mohamed El Fadili

Tips

• Met het filmpje https://url.vanin.be/barmhartigesamaritaan kun je het verhaal op een andere manier hernemen.

Boekentips:

• De kleine walvis, Benji Davies, Luitingh Sijthoff: over een jongen die aan zee woont en een aangespoelde walvis in huis opneemt;

• Iedereen telt mee, Hollis Kurman & Barroux, Rubinstein: over vluchtelingen en hoe iedereen recht heeft op hulp en steun;

• Voor elkaar, Francesca Pirrone, Clavis: over hoe je, ook met kleine gebaren, zorgzaam kunt zijn voor elkaar, voor iedereen.

eersteproefversie

Maak vooraf de kijkdoos.

Plak het kopieerblad als achtergrond op de bodem van de doos.

Zet de doos rechtop en bedek wat nu de bodem is met een laagje zand.

Snijd een kijkopening uit het deksel en plak er het plastic vel over. Maak zo een kijkgat aan de voorkant van de doos.

Laat de kijkdoos zien en wek de nieuwsgierigheid op van de kleuters. Spreek af dat ze niets mogen vertellen tot iedereen de kans kreeg om in de doos te kijken.

• Wat zie je?

• Is dit een plek die je kent?

• Ben je zelf al eens op zo’n plek geweest?

• Verschilt die plek veel of weinig van de buurt waar jij woont?

Vertel dat dit een weg is in het land waar Jezus leefde. Jezus vertelde vaak verhalen aan zijn vrienden en aan de mensen die naar Hem luisterden. Met die verhalen wil Jezus mensen een belangrijke boodschap geven. Luister maar naar de belangrijke boodschap in dit verhaal.

1 Het verhaal vertellen

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek. Kern

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek. Neem er ook het Jezusbeeld ‘Jezus vertelt’ bij.

2 Verkennende vragen

• Welke vraag stelt Andreas aan Jezus?

• Hoe antwoordt Jezus op de vraag van Andreas?

• Wat gebeurt er in het verhaal met een man die over de weg liep?

• Wie kwam er voorbij? Wat deed die persoon?

eersteproefversie

• Wie kwam er als tweede voorbij? Wat deed die persoon?

• Wie kwam er als laatste langs?

• Wat deed die man toen hij de gewonde man zag liggen?

• Waar bracht hij de gewonde naartoe?

• Wat zouden Jezus’ vrienden antwoorden op zijn vraag wie er echt goed geweest is voor de gewonde man?

3 Afronding Bijbelritueel

1 Bibliodrama van het verhaal

Materiaal

• een (schouder)tas

• een jurk

• een rugzak met verband erin

• ezelsoren of een grijze trui

• een triangel of klankschaal

Lees met de prenten uit het fotoboek opnieuw het deel van de gewonde man en de drie voorbijgangers voor.

Bespreek met de kleuters de personages en de rolverdeling:

• de gewonde man

• de eerste voorbijganger (met de schoudertas)

• de tweede voorbijganger (met de jurk)

• de derde voorbijganger, de hulpvaardige man (met de rugzak met het verband erin)

• de ezel (met de ezelsoren of de grijze trui)

Vertel de kleuters dat ze dit stuk van het verhaal gaan naspelen. Vraag hen om zich goed in te leven in het verhaal en de gevoelens van het personage dat ze spelen. Maak de afspraak dat wanneer je de triangel of de klankschaal aantikt, ze veranderen in een standbeeld: freeze! Tijdens die ‘freeze’ laat je de kleuters verwoorden wat ze denken en voelen als dat personage. Stel daarvoor de volgende vragen:

• Waarom ga jij niet helpen? (aan voorbijganger 1 en 2)

• Hoe voelt het om niet geholpen te worden? (aan de gewonde man)

• Zou jij ook doorlopen naar je werk of je feestje als je iemand in nood zag?

• Wanneer heb jij al eens om hulp geroepen? Wie is je komen helpen?

• Wat denk je wanneer je de gewonde man ziet liggen, een man die je helemaal niet kent? (aan voorbijganger 3)

• Wat ga je doen om hem te helpen? (aan voorbijganger 3)

• Hoe voelt het om geholpen te worden? (aan de gewonde man)

• Heb jij al eens iemand geholpen die je niet kende?

Wissel ook van perspectief/rol en laat de andere kleuters meedenken en hun mening geven. Speel het verhaal enkele keren, ook met andere kleuters.

Door dit verhaal na te spelen in meerdere rollen ontdekken de kleuters de andere perspectieven: het voelt anders aan als je de hulpeloze bent of degene die hulp kan bieden. Ga ook met hen in op het gegeven dat hulp bieden niet altijd vanzelfsprekend of mogelijk is. Misschien kennen zij wel situaties waarin dat zo is.

eersteproefversie

Vraag de kleuters om zich na afloop los te maken van hun personage door met heel hun lichaam te schudden. Het fysieke ‘van zich afschudden’ helpt om los te komen uit hun rol en te reflecteren op wat ze gevoeld of ervaren hebben.

• Wat voelde voor jou goed/niet goed om te doen? Waarom?

• Was er iets waarvan je dacht: dit zou ik anders doen?

• Is kiezen om te helpen altijd makkelijk voor jou?

2 Verhaal spelen met poppetjes

Materiaal

• 5 houten poppetjes (zie startfiche)

• een struikje

• een ezel

• een huisje

Laat de kleuters in de godsdiensthoek zelf in kleine groepjes het verhaal naspelen met de poppetjes en de attributen. Het is geen probleem als ze er hun eigen versie van maken.

Reflectie en evaluatie

Neem de vertelplaat bij dit verhaal. Benoem enkele situaties in je klas waarin er geholpen werd en/of niet geholpen werd. Laat een paar kleuters zelf situaties benoemen waarin ze hielpen of niet hielpen.

Sluit eventueel af met het lied https://url.vanin.be/liedsamaritaan

eersteproefversie

Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan

Lucas 10:25-37

Jezus en zijn vrienden zitten bij elkaar.

Andreas vraagt aan Jezus: ‘Jezus, Jij wil dat we goed zijn voor elkaar.

Maar hoe kunnen we dat doen? En voor wie allemaal?’

‘Ik zal jullie daarover een verhaal vertellen’, zegt Jezus. ‘Luister goed.’

‘Een man liep over de weg.

Opeens sprongen er twee boeven uit de struiken.

Ze sloegen en schopten de man. Ze rukten de tas van zijn schouder en renden weg.

De arme man lag op de grond.

Er was bloed aan zijn hoofd en zijn benen deden veel pijn.

Hij kon niet meer lopen. Daarom riep hij om hulp.

Er kwamen mensen voorbij.

Eerst een man die op weg was naar zijn werk.

Hij zag de man die pijn had wel liggen op de grond.

Maar hij had geen tijd om hem te helpen.

Hij moest opschieten voor zijn werk.

Daarna kwam er een vrouw voorbij in een mooie jurk.

Zij was op weg naar een feest. Ze zag de man en wilde hem wel helpen.

Maar dan zou haar jurk vies worden van het bloed.

Nee, ze moest naar het feest. Ze kon de man nu niet helpen.

eersteproefversie

Toen kwam er een man aan op een ezel. Hij kwam uit een ander land.

Hij zag de gewonde man op de grond liggen en rende meteen naar hem toe.

Hij praatte met hem, ook al kende hij de taal niet zo goed. Hij troostte hem.

Hij smeerde zalf op de wonden van de man en deed er een verband om.

Hij hielp hem overeind en liet hem op zijn ezel zitten.

De man uit het andere land moest nog een heel eind verder reizen.

Maar eerst bracht hij de gewonde man naar een hotel.

Daar legde hij hem op zachte kussens.

Hij gaf geld aan de baas van het hotel om nog langer voor de man te zorgen.’

Jezus vertelt over het mosterdzaadje

Oudste kleuters

Doelen

De kleuters:

Het verhaal kan aansluiten bij groeien, van klein naar groot, verwondering voor de natuur.

• luisteren naar het Bijbelverhaal ‘Jezus vertelt over een mosterdzaadje’;

• ontdekken dat uit een klein zaadje iets groots zoals een boom kan groeien;

• ervaren dat elke bijdrage, hoe klein ook, kan uitgroeien tot iets groots.

Materiaal

• fotoboek p. 22-23

• vertelplaat 11

• luisterversie en filmpje van het verhaal

• het doosje met de Jezusbeelden

Zelf te voorzien

• insteekdobbelsteen (zie startfiche) met 6 verschillende Jezusbeelden o.a. ‘Jezus vertelt’

• een mosterdzaadje

• een laptop en muziekbox

• voor de verwerking: zie bij dat onderdeel

Woordenschat

• de boom

• het mosterdzaadje

• de natuur

• groeien

• groot

• klein

Achtergrondinformatie

Beginsituatie

eersteproefversie

De kleuters hoorden al meerdere verhalen over Jezus. De vorige verhalen waren ontmoetingsverhalen, nu gaat het om Jezus die vertelt, net zoals bij het verhaal van de barmhartige Samaritaan (zie fiche 13).

Godsdiensthoek

Vaste elementen: het lichtje, het fotoboek, de vertelplaten, een triangel, het doosje met de Jezusbeelden

Variabele elementen: de insteekdobbelsteen met meerdere Jezusbeelden, het resultaat van de verwerkingsactiviteit

Het verhaal over het mosterdzaadje is een parabel, een gelijkenis. Jezus vertelt vaker verhalen waarin Hij een beeld gebruikt om zijn boodschap over het Rijk van God duidelijk te maken. Ook bij het verhaal van de barmhartige Samaritaan doet Hij dat.

In dit verhaal vertelt Jezus over een piepklein zaadje dat uitgroeit tot een enorme boom waar vogels in nestelen. Jezus gebruikt zo het zaadje als metafoor voor de kracht van geloof. Zelfs een heel klein beetje geloof is voldoende om grote dingen te bereiken.

Diversiteit

Ook anders- of niet-gelovigen kunnen kracht putten uit het geloof dat een klein gebaar een grote betekenis kan hebben of kan uitgroeien tot iets groots. Denk maar aan heel verschillende soorten acties: crowdfunding voor de dure medische behandeling van een ziek kind, hulp bij natuurrampen in binnen- en buitenland, buurtacties …

Tips

• Als je het verhaal wilt bekijken en beluisteren met een andere tekenstijl kan dat met het filmpje https://url.vanin.be/mosterdzaadje1

• Of kies voor het filmpje https://url.vanin.be/mosterdzaadje2 van Kolet Janssen met tekeningen van Roel Ottow.

Boekentips:

• Ooit, ergens, Amanda Gorman & Christian Robinson & Gershwin Bonevacia, Van Goor: over het belang van kleine dingen, hoop, tegenslag, blijven proberen, samen in iets geloven en samenwerken;

• Het meisje met de zaadjes in het haar, Nancy Bosmans & Lisa van Winsen, Condor: over een meisje dat tot slaaf wordt gemaakt, maar zaadjes meesmokkelt naar het nieuwe land die hoop brengen;

• Pip en ei, Alex Latimer & David Litchfield, Veltman Uitgevers: over twee kleine vrienden, een zaadje en een eitje, die samen groeien en groot worden.

eersteproefversie

Toon het mosterdzaadje in de palm van je hand. Geef de kleuters de tijd om spontaan te reageren op wat ze zien.

Neem de vertelplaat bij dit verhaal en ga samen met de kleuters op zoek naar de overeenkomsten tussen de vertelplaat en het zaadje in je hand. Laat de kleuters bedenken wat uit het zaadje zou groeien.

Jezus vertelde vaak verhalen aan zijn vrienden en aan de mensen die naar Hem kwamen luisteren. Zo vertelde Hij ook een verhaal over een klein mosterdzaadje. Kijken en luisteren jullie mee? Instap

Kern

1 Het verhaal vertellen

Doe het Bijbelritueel: sla de triangel aan om het stil te maken, neem het fotoboek, steek een lichtje aan en zeg het versje op.

Ik adem in, ik adem uit en maak het stil.

Mijn hart is open, omdat ik luisteren wil.

Ik voel de rust, ik voel het licht.

Kun je het zien op mijn gezicht?

Vertel het Bijbelverhaal aan de hand van de afbeeldingen in het fotoboek.

2 Verkennende vragen

Neem de insteekdobbelsteen met de Jezusbeelden en laat een paar kleuters ermee gooien. Vraag hen welk Jezusbeeld bij dit verhaal past. Laat zeker ‘Jezus vertelt’ aan bod komen en geef er een korte toelichting bij. Het is geen probleem als de kleuters andere Jezusbeelden, bijvoorbeeld ‘Jezus is blij’, verbinden aan het verhaal: hij is blij omdat het mosterdzaadje goed groeit.

• Wat lag er in Jezus’ hand?

• Wat groeide er uit dat kleine zaadje?

• Met wat vergeleek Jezus het zaadje en de boom?

• Wat is de droom van Jezus en van God?

3 Afronding Bijbelritueel

Sluit het fotoboek, doof het lichtje en leg fotoboek, lichtje en triangel terug in de godsdiensthoek.

eersteproefversie

1 Samen van iets kleins iets groots maken

Materiaal

• een tekenblad per kleuter of enkele grote tekenbladen om samen op te werken

• lijmstiften

Verzamel samen met de kleuters zaadjes (van gras, van struiken, van plantjes langs de weg). Zet de kleuters individueel of in groepjes aan het werk: met de kleine zaadjes vormen ze op het tekenblad iets groots zoals een boom. Ze kunnen de vorm eerst ‘tekenen’ met de lijmstift. Als ze in groep werken, is het belangrijk dat ze afspreken wat ze samen willen maken en wat ieders bijdrage zal zijn.

Leg achteraf de link met het Bijbelverhaal.

2 Kleuren zaaien van Gods droom

Materiaal

• een groot blad (formaat A0)

• een vochtige spons

• 7 pipetten met verf (kleuren: bruin, geel, rood, groen, blauw, oranje, paars)

Leg het grote papier centraal voor de voorbereiding van het veld.

Vandaag gaan we op een heel bijzondere manier zaaien. Het grote blad papier is ons veld. Maar om goed te kunnen zaaien, mag het veld niet droog zijn. Dus we gaan het vochtig maken.

Neem de bevochtigde spons en maak het papier een beetje vochtig, maar niet te nat.

Nu ons veld klaar is, gaan we zaadjes zaaien. Dat zijn geen gewone zaadjes, kijk maar eens … Begin met de pipet met de bruine verf en aansluitend de gele verf omdat dat de kleuren zijn van een mosterdzaadje.

De eerste zaadjes die we gaan zaaien zijn mosterdzaadjes.

Wek de nieuwsgierigheid op van de kleuters. Laat rustig en van een zekere hoogte, de verfdruppels vallen op het natte papier. Speel in op de verwondering van de kleuters.

Kijk hoe het zaadje dat eerst heel klein is, langzaam groter wordt.

Zaai de andere kleuren.

Zin om nog andere zaadjes te zaaien? Elk zaadje dat we zaaien, staat voor iets moois dat we samen in de wereld willen laten groeien.

Laat de kleuren een voor een aan bod komen. Laat de kleuters zelf bepalen wat uit de nieuwe kleur zou kunnen groeien. Laat hen benoemen wat voor moois het zou kunnen zijn.

Leg ook de link met het Bijbelverhaal.

eersteproefversie

3 Aansluitend klasgesprek

Bespreek met de kleuters wat jullie gemaakt hebben en leg de link met het Bijbelverhaal.

Mogelijke vragen:

• Wat hoorde je over Gods droom voor de wereld?

• Wat is jouw droom voor de wereld?

• Hoe ziet jouw droomwereld eruit?

• Hoe kun jij meewerken aan die droomwereld?

• Jezus vertelt over een klein zaadje dat een grote boom wordt, over hoe iets kleins echt groot kan worden. Heb jij voorbeelden van hoe jij iets kleins deed dat toch veel betekende voor iemand? Denk aan vriendelijk zijn tegen iemand, iemand helpen, iemand troosten, een tekening maken voor iemand …

Reflectie en evaluatie

Sluit deze activiteit af met het liedje ‘Wil je wel geloven…’ over het mosterdzaadje: https://url.vanin.be/ liedgeloven. Ongetwijfeld kunnen de kleuters het snel meezingen. Zet ook de vertelplaat erbij. Een andere mogelijkheid is om de activiteit af te sluiten met het prentenboek Ooit, ergens : zie boekentip.

eersteproefversie

Jezus vertelt over het mosterdzaadje

Marcus 4:30-33

‘Kijk’, zegt Jezus aan zijn vrienden. ‘Zie je wat er in mijn hand ligt?’

Levi en Mattias buigen zich voorover om het goed te kunnen zien.

Het is een piepklein, lichtbruin bolletje.

‘Dat is een mosterdzaadje!’ weet Mattias.

Jezus knikt. ‘Dat klopt. En zie je daar die grote boom?

Dat is een mosterdboom. Uit dat kleine zaadje groeit zo’n reuzegrote boom.’

De vrienden kijken van het zaadje naar de boom.

‘Zo is het ook met de droom die God heeft met de wereld’, zegt Jezus.

‘Nu zie je er nog niet veel van. Alleen hier en daar een heel klein beetje.

Maar die droom groeit elke dag. Wij kunnen eraan meedoen.

Tot de hele wereld is, zoals God hem droomt: een plek van vrede voor iedereen.’

eersteproefversie

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook