
Het kerstverhaal
Lucas 1-2, Matteüs 1-2
Maria en Jozef zijn op reis.
Maria zit op een ezel, want ze is moe.
In haar buik zit een baby.
Jozef zoekt een plek om te slapen.
Er zijn veel mensen, dus alle bedden zijn vol.
Alleen in de stal is nog plaats.
Daar wordt de baby geboren.
Midden in de nacht.
Maria en Jozef noemen hem Jezus.
Ze zijn zo blij!
Jezus komt van God.
Als Hij groot is, zal Jezus aan alle mensen veel over God vertellen.
In het veld zitten de herders.
Zij zorgen voor hun schapen.
Het is nacht.
Opeens horen ze muziek.
In de lucht zingen engelen.
Ze vertellen dat Jezus is geboren.
Dat is goed nieuws!
Jezus is er voor iedereen.
Want God houdt van alle mensen.
De herders gaan op zoek.
Zo vinden ze Maria en Jozef in de stal.
Daar zien ze ook de kleine Jezus.
Ze zijn zo blij!