Academiejaar 2025-2026
Consumentenrecht Graduaat in de sales support PXL - Business
Consumentenrecht Blend ISBN 978-94-651-4427-6 Samengesteld door Ann Vrijsen Hogeschool PXL PXL - Business Graduaat in de sales support © Dit werk werd samengesteld door bovenvermelde docent(en), met respect voor de auteursrechten van VAN IN en de afzonderlijke auteurs. Wommelgem, 2025 Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. ln België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever en de auteurs streven permanent naar een volledige betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, zij kunnen voor die informatie en de toepassing ervan echter niet aansprakelijk gesteld worden. Dit boek op maat bevat hoofdstukken uit volgende oorspronkelijke werken: •
Jan Roodhooft, Praktisch burgerlijk recht. ISBN 978-94-647-0698-7. 2025, hoofdstukken 2, 19, 20, 31, 32. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.
•
Gerda Ghysels, e.a, Praktisch economisch recht basisbeginselen. ISBN 978-94-647-0765-6. 2025, hoofdstukken 24, 25, 26. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.
Inhoudsopgave Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2025
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
1
1 Wat is recht?
3
2 Indelingen van het recht
4
2.1 Privaatrecht – publiekrecht
4
2.2 Enkele andere indelingen
5
3 De bronnen van het recht 3.1 Wetgeving in de ruime zin van het woord
5 5
3.1.1 Internationale verdragen en beslissingen van supranationale organisaties
6
3.1.2 Grondwet
6
3.1.3 Wet in de strikte zin van het woord
7
3.1.4 Decreten
7
3.1.5 Koninklijk Besluit (KB)
7
3.1.6 Besluit van de gemeenschaps- en gewestregeringen
7
3.1.7 Andere
7
3.2 Rechtspraak
8
3.3 Rechtsleer
9
3.4 Gewoonte – billijkheid
9
Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2025
Hoofdstuk 2: Verbintenissen: Definitie - Natuurlijke verbintenis - Aanvullend recht
11
1 Definitie
13
2 Natuurlijke verbintenis
13
3 Aanvullend recht
14
Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2025
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
15
1 Rechtshandelingen
17
1.1 Contracten
17
1.1.1 Definitie en enkele soorten
17
1.1.2 Totstandkoming van het contract
18
1.1.2.1 Onderhandelingen
18
1.1.2.2 Geldigheidsvereisten
19
1.1.2.3 Nietigheid
21
1.1.3 Interpretatie van het contract
22
1.1.4 Gevolgen van het contract tussen de partijen
22
1.1.4.1 Bindende kracht van het contract
22
1.1.4.2 Duur van het contract
23
1.1.5 Niet-nakoming van contractuele verbintenissen en gevolgen
23
1.1.5.1 Toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar
23
1.1.5.2 Ontoerekenbare niet-nakoming
26
1.1.6 Gevolgen van het contract voor derden
26
1.1.7 Tenietgaan van het contract
27
1.1.7.1 Gronden van tenietgaan
27
1.1.7.2 Restitutie
28
1.2 Eenzijdige rechtshandeling 2 Rechtsfeiten
28 28
2.1 Zaakwaarneming
28
2.2 Onverschuldigde betaling
29
2.3 Ongerechtvaardigde verrijking
29
Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2025
Hoofdstuk 4: Bijzondere overeenkomsten: Inleiding
31
Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2025
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
35
1 Definitie
37
2 Partijen en voorwerp
37
3 Vorm van de verkoopovereenkomst
38
4 De verplichtingen van de partijen
39
4.1 De verplichtingen van de verkoper
39
4.1.1 Levering van de verkochte zaak
39
4.1.2 Vrijwaring
40
4.1.3 Enkele bijzondere regels
41
4.1.3.1 De verkoop van consumptiegoederen
41
4.1.3.2 Bedrog bij verkoop tweedehandsvoertuigen
43
4.2 De verplichtingen van de koper
44
4.2.1 De prijs en kosten betalen
44
4.2.2 De zaak in ontvangst nemen
44
4.3 Oefeningen
45
Uit: Gerda Ghysels, e.a. Praktisch economisch recht basisbeginselen. 2025
Hoofdstuk 6: Marktrecht: de wettelijke garantie
47
1 Het basisprincipe van de wettelijke garantie
49
2 Over welke consumptiegoederen gaat het?
49
3 Wanneer stemt het product (niet) overeen?
50
4 Termijnen
51
5 Uitvoering van de wettelijke garantie
51
6 De commerciële garantie
52
7 Bescherming van de consument: casussen
53
Uit: Gerda Ghysels, e.a. Praktisch economisch recht basisbeginselen. 2025
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
55
1 Inleiding
57
2 Toepassingsgebied
57
3 Informatie van de markt
58
3.1 Inleidende oefening
58
3.2 Basisprincipes ‘informatie’
59
3.2.1 De totale prijs van het product
59
3.2.2 De voornaamste kenmerken van het product
59
3.2.3 De identiteit van de onderneming (naam, adres, ondernemingsnummer …)
60
3.2.4 Een herinnering aan het bestaan van de wettelijke garantie, de commerciële garantie en de voorwaarden van diensten na verkoop
60
3.3 Meer informatieverplichtingen
60
3.4 Prijsaanduiding: hoeveel moet de consument betalen?
62
3.4.1 Inleidende oefening
62
3.4.2 De juiste prijs(aanduiding)
62
3.4.3 Prijsaanduiding voor goederen
63
3.4.3.1 Basisprincipe
63
3.4.3.2 Goederen te koop uitgestald
63
3.4.3.3 Prijsaanduiding per meeteenheid
64
3.4.4 Prijsaanduiding voor diensten
64
3.4.4.1 Homogene diensten
64
3.4.4.2 Niethomogene diensten
65
3.4.5 Prijspromoties: hoeveel moet de consument betalen?
66
3.4.5.1 Gewone prijsverminderingen
66
3.4.5.2 Uitverkopen
67
3.4.5.3 Opruiming of solden
68
3.4.5.4 Waardebonnen
68
3.5 Benaming, samenstelling en etikettering van producten: wat koopt de consument?
68
3.5.1 Taal
69
3.5.2 Aanduiding van de hoeveelheid: hoeveel en wat koopt de consument?
69
3.5.3 Geregistreerde benamingen
70
3.5.4 Vergelijkende reclame
71
3.5.5 Uitgeputte voorraad
72
3.6 Van wie koopt de consument: overeenkomsten met consumenten 3.6.1 Inleiding
72 72
3.6.1.1 De precontractuele fase
72
3.6.1.2 De contractfase
72
3.6.1.3 De uitvoeringsfase
72
3.6.2 Algemene regels m.b.t. consumentencontracten 3.6.2.1 Levering 3.6.3 Overeenkomsten op afstand
73 74 74
3.6.3.1 Inleiding
74
3.6.3.2 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot nietfinanciële diensten
76
3.6.3.3 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten
87
3.6.4 Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten
88
3.6.4.1 Toepasselijke situaties
88
3.6.4.2 Uitzonderingen
88
3.6.4.3 Precontractuele informatie
89
3.6.4.4 Modaliteiten voor informatieverstrekking
89
3.6.5 Openbare verkoop
90
3.6.6 Gezamenlijk aanbod
91
3.6.7 Onrechtmatige bedingen
92
3.6.7.1 Onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen en consumenten
92
3.6.7.2 Onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen
93
3.6.8 Verlenging van dienstenovereenkomsten
94
Uit: Gerda Ghysels, e.a. Praktisch economisch recht basisbeginselen. 2025
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2 1 Verboden praktijken
97 99
1.1 Inleiding
99
1.2 Oneerlijke handelspraktijken t.a.v. consumenten
99
1.2.1 Toepassingsgebied
99
1.2.2 Structuur
100
1.2.3 Oneerlijke handelspraktijken
100
1.2.4 Misleidende handelspraktijken
101
1.2.4.1 Misleidende handelingen
101
1.2.4.2 Misleidende omissie
103
1.2.4.3 Zwarte lijst van misleidende handelspraktijken
104
1.2.5 Agressieve handelspraktijken
107
1.2.6 Analyseschema ‘oneerlijke handelspraktijken’
109
1.3 Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen
109
1.3.1 Oneerlijke marktpraktijken
110
1.3.2 Misleidende marktpraktijken
110
1.3.2.1 Spookfacturen
111
1.3.2.2 Reclameronselaars
111
1.3.2.3 Gedwongen verkoop
112
1.3.2.4 Piramidesystemen
112
1.3.3 Agressieve marktpraktijken
112
1.4 Ongewenste communicaties
113
1.5 Verkoop met verlies
114
2 Vordering tot staking
115
3 Handhaving
115
4 Marktpraktijken en consumentenbescherming: casussen
117
1 Algemeen deel: Algemene inleiding
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
1
Wat is recht?
Van de term ‘recht’ bestaan verschillende, uiteenlopende definities. Het is dan ook moeilijk een enige juiste en allesomvattende definitie te geven. In de meeste definities komen wel een aantal dezelfde elementen naar voor. Meer bepaald worden volgende elementen veelal weerhouden: 1. Het recht omvat een geheel van gedragsregels en normen Deze gedragsregels en normen kunnen zeer verscheiden zijn en diverse vormen aannemen. VOORBEELDEN – Zo zijn er zowel verbodsbepalingen (waarbij het wordt verboden bepaalde handelingen te stellen, zoals het verbod om een diefstal te plegen) als gebodsbepalingen (waarbij de verplichting wordt opgelegd bepaalde handelingen te stellen, zoals de verplichting voor erfgenamen om fiscaal aangifte van de nalatenschap te doen). Sommige gedragsregels en normen bieden dan weer de mogelijkheid er een beroep op te doen, zonder daartoe verplicht te zijn. Zo kan een garagist die een herstelling uitvoerde zich bv. (desgewenst) in afwachting van een betaling beroepen op een retentierecht om te weigeren de wagen die hij herstelde, terug te geven. – Daarnaast zijn er bijvoorbeeld regels waar niet zomaar van afgeweken kan worden (ze zijn van dwingend recht of van openbare orde), terwijl er van andere wel perfect kan afgeweken worden (ze gelden slechts als de partijen niets anders overeenkwamen). Zo kan bijvoorbeeld bij de verhuur van een woning waar de huurder zijn hoofdverblijfplaats heeft niet zomaar van alles overeengekomen worden nu heel wat van de wettelijke bepalingen die in de diverse gewesten gelden van dwingend recht zijn. – Er zijn ook regels die vormvoorwaarden vastleggen voor bepaalde handelingen (bv. hoe vindt een schenking plaats) of voor de wijze waarop procedures (bv. voor de rechtbank) gevoerd moeten worden. 2. Deze gedragsregels en normen hebben tot doel het maatschappelijke leven te ordenen De bedoeling van het recht is de gemeenschap of de samenleving te ordenen. Mochten er geen rechtsregels zijn, dan zou er complete chaos zijn. VOORBEELD Als er geen Wegcode zou bestaan met voorschriften hoe zich in het verkeer te gedragen, zou het verkeer compleet in het honderd lopen. 3. De regels worden opgelegd door de overheid De overheid vaardigt de regels uit. Het is met andere woorden de overheid die, via bepaalde beslissingskanalen, beslist welke rechtsregels uitgevaardigd zullen worden. Bovendien kunnen op verschillende niveaus binnen de overheid regels worden uitgevaardigd (bv. op het niveau van gemeente, gewest, gemeenschap, federale staat …).
© VAN IN
3
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
4. De regels zijn afdwingbaar Het is niet voldoende dat de regels uitgevaardigd worden. De regels moeten bovendien ook afgedwongen kunnen worden. Daartoe zal bijvoorbeeld een gerechtelijk apparaat (met rechtbanken) opgezet worden om tot de afdwinging van de regels te kunnen overgaan. VOORBEELD Zo is bijvoorbeeld de regel dat iemand die een overeenkomst heeft afgesloten die ook moet naleven, een rechtsregel. Die regel voldoet aan de vier hierboven aangegeven voorwaarden. De ongeschreven regel daarentegen dat men moet proberen op tijd te zijn voor een afspraak is geen rechtsregel maar een fatsoensregel. Die regel werd namelijk niet opgelegd door de overheid en is evenmin afdwingbaar.
2
Indelingen van het recht
Binnen het recht kunnen verschillende indelingen gemaakt worden. De meest klassieke indeling is die tussen het publiek- en het privaatrecht. Maar daarnaast zijn nog een aantal andere indelingen denkbaar. We halen enkele van de mogelijke indelingen aan.
2.1
Privaatrecht – publiekrecht
1 Het privaatrecht regelt de verhouding tussen de burgers onderling. Binnen het privaatrecht moeten o.a. het burgerlijk recht, het gerechtelijk privaatrecht en het internationaal privaatrecht onderscheiden worden. a Het burgerlijk recht, waarover verder meer, geeft o.a. regels aan m.b.t. familiale verhoudingen, contracten tussen burgers, rechten met betrekking tot goederen ... b Het gerechtelijk privaatrecht geeft aan hoe het gerechtelijke apparaat georganiseerd is (welke rechtbanken zijn er, waarvoor zijn ze bevoegd …) en op welke wijze procedures voor de rechtbank gevoerd moeten worden. c Het internationaal privaatrecht geeft o.a. aan welke rechter bevoegd is en welke rechtsregels toegepast moeten worden als er een grensoverschrijdend rechtsprobleem is. Het is immers niet zo dat in elk geval waarin een Belg betrokken is de Belgische rechtbanken bevoegd zijn en het Belgische recht ook toegepast moet worden (denk bv. maar aan het geval dat een Belg in Oostenrijk een verkeersongeval veroorzaakt waarbij tevens een Zwitser betrokken is). 2 Het publiekrecht regelt de algemene belangen en heeft betrekking op de inrichting, de werking en de onderlinge verhoudingen van de overheidsorganen en op de verhouding van de overheid tot de burgers. Het publiekrecht omvat onder andere het staatsrecht, het administratief recht, het strafrecht, het strafprocesrecht en het fiscaal recht. a Het staatsrecht omvat het geheel van regels die betrekking hebben op de inrichting en de werking van de staat en de onderlinge verhoudingen tussen de organen van de staat. Het omvat o.a. de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten. b Het administratief recht bevat de regels die nodig zijn voor de werking van de overheidsinstanties, de manier waarop de burger zich tot de overheid kan richten … (zo geeft het administratief recht o.a. aan hoe een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden, hoe beroep aangetekend kan worden tegen een weigering van een dergelijke vergunning enz.). c Het strafrecht geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn en welke sancties er tegenover staan.
© VAN IN
4
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
d Het strafprocesrecht geeft o.a. aan op welke wijze misdrijven kunnen vastgesteld en opgespoord worden en hoe de procedure verloopt om beklaagden te vervolgen. e Het fiscaal recht regelt de problematiek van de belastingen. 3 Binnen deze indeling tussen het publiek- en privaatrecht kunnen een aantal rechtstakken moeilijker worden geplaatst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het ondernemings- en economisch recht, het financieel recht, het sociaal recht (bv. arbeidsrecht en sociale zekerheid), de intellectuele rechten (bv. auteursrechten, octrooien) … Bovendien zijn er ook allerlei regels van internationaal recht die moeilijk binnen de indeling geplaatst kunnen worden; zo is er bijvoorbeeld het volkenrecht dat de verhoudingen tussen diverse staten regelt. De loutere opsplitsing tussen privaat- en publiekrecht volstaat dan ook niet om alle rechtstakken zonder meer in een van beide categorieën te plaatsen.
2.2
Enkele andere indelingen
Los van de opdeling tussen publiekrecht en privaatrecht zijn nog enkele andere indelingen denkbaar. 1 Zo kan er bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt worden tussen het objectieve en het subjectieve recht. Het objectieve recht is een geheel van normen die de menselijke activiteiten, de onderlinge verhouding tussen mensen en hun verhouding tot de gemeenschap regelen. Het objectieve recht bevat met andere woorden de rechtsregels op zich. Het subjectieve recht bevat de aanspraken die een persoon tegenover een ander laat gelden. Deze aanspraken zijn gebaseerd op het objectieve recht. 2 Een andere denkbare indeling is die tussen materieel en formeel recht. Het materiële recht bevat de regels die rechten toekennen en plichten opleggen. Het formele recht geeft aan hoe de naleving van het materiële recht verzekerd kan worden (zo omvat het formele recht bijvoorbeeld het gerechtelijke privaatrecht).
3
De bronnen van het recht
Onder de noemer de bronnen van het recht wordt nagegaan waar de rechtsregels teruggevonden kunnen worden. In grote lijnen onderscheiden we volgende bronnen: de wetgeving in de ruime zin van het woord (wat veruit de belangrijkste rechtsbron is), de rechtspraak, de rechtsleer en de gewoonte en billijkheid. In burgerlijke zaken zijn de gebruiken slechts bron van recht indien de wet of het contract daarnaar verwijst. Hieronder wordt geschetst wat onder deze diverse bronnen moet worden verstaan.
3.1
Wetgeving in de ruime zin van het woord
Een eerste bron van rechtsregels betreft de wetgeving in de ruime zin van het woord. Hierbinnen kunnen verschillende soorten bronnen onderscheiden worden. Overigens hebben niet alle ‘wetten’ in de ruime zin van het woord dezelfde waarde.
© VAN IN
5
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
3.1.1
Internationale verdragen en beslissingen van supranationale organisaties
1 Het belangrijkste voorbeeld van beslissingen van supranationale politieke instellingen is wellicht het recht van de Europese Unie. De Europese organen beschikken in dat verband over drie belangrijke beleidsinstrumenten: de richtlijnen, de verordeningen en de besluiten. a De richtlijnen geven een aantal regels aan die door de nationale overheid van de diverse lidstaten verplicht moeten worden opgenomen en verwerkt in de eigen wetgeving. Vaak zijn deze richtlijnen er overigens op gericht om de wetgeving binnen de verschillende lidstaten te harmoniseren. VOORBEELD Een voorbeeld hiervan (in de materie van het economisch recht) is de richtlijn inzake de betalingsachterstand bij handelstransacties. b Daarnaast zijn er verordeningen. Deze bevatten een algemene en volledige reglementering die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten. c Besluiten ten slotte bevatten regels die van toepassing zijn op de daarin aangeduide bestemmeling (dat kan een staat, een bedrijf of persoon zijn). Zo kan het bijvoorbeeld gaan om een besluit waarbij bepaalde boetes worden opgelegd aan een lidstaat of een onderneming. 2 Los daarvan zijn er ook internationale verdragen tussen twee of meer staten. Zo zijn er bijvoorbeeld verdragen gekend die een regeling treffen over welke rechtbanken bevoegd zijn in geschillen waarbij meerdere nationaliteiten betrokken zijn, welk recht dan toepasselijk is, dubbelbelastingsverdragen … VOORBEELD Het Weens Koopverdrag De materie van het supranationale recht is in de materie van het burgerlijk recht minder belangrijk dan bijvoorbeeld in de materie van het economisch recht.
3.1.2
Grondwet
De Grondwet kan beschouwd worden als de meest fundamentele (Belgische) wet. Zij regelt de inrichting van de machten binnen de staat en waarborgt de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers. In de Grondwet wordt vastgelegd aan wie de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht binnen de staat toekomen. Daarnaast waarborgt de Grondwet ook een aantal fundamentele rechten en vrijheden, zoals het recht zijn mening te uiten, het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie enz. De Grondwet kan niet zomaar gewijzigd worden. Daar is namelijk een bijzondere procedure voor nodig. Meer bepaald moeten na het opmaken van een lijst met de te wijzigen grondwetsartikelen de wetgevende kamers ontbonden worden en moeten verkiezingen gehouden worden. Om de Grondwet te wijzigen, is ook vereist dat minstens twee derde van de leden van elke kamer aanwezig zijn en moet zowel in de Kamer als in de Senaat een meerderheid van twee derde voorstemmen. Op die regeling bestaat wel een uitzondering voor een beperkt aantal artikels van de Grondwet. Zie daarvoor de overgangsbepaling die in art. 195 van de Grondwet werd ingevoegd.
© VAN IN
6
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
3.1.3
Wet in de strikte zin van het woord
De wet in de strikte zin van het woord is de wet die door de Kamer van Volksvertegenwoordigers tot stand komt. Ten gevolge van de hervorming van de Senaat is de rol van de Senaat in het wetgevende proces sterk beperkt. Een goedgekeurde wet heeft pas uitwerking korte tijd nadat hij gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad (www.staatsblad.be). De wet zelf kan trouwens een datum van inwerkingtreding vastleggen of bepalen dat die datum vastgesteld wordt bij Koninklijk Besluit.
3.1.4
Decreten
Decreten zijn de ‘wetten’ die op het niveau van de Gemeenschappen en Gewesten gestemd worden. In de hiërarchie van de normen bevinden decreten zich op hetzelfde niveau als een federale wet. Bij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is er geen sprake van decreten maar wel van ordonnanties. De decreten van het Vlaamse en Waalse Gewest hebben enkel kracht van wet op de respectieve grondgebieden van deze instellingen. De decreten van de Gemeenschappen kunnen soms het grondgebied overstijgen of soms minder ver reiken. Deze rechtsbron situeert zich op regionaal niveau. Dat niveau wordt steeds belangrijker, gelet op de staatshervormingen die al plaatsvonden. Zo is bijvoorbeeld de woninghuurwetgeving intussen ook een regionale materie geworden waarbij er verschillende regels gelden in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de regels rond handelshuur en pacht.
3.1.5
Koninklijk Besluit (KB)
Dit zijn besluiten die door de Koning (in de praktijk gaat het om de ministers) worden genomen en die nodig zijn voor de uitvoering van bepaalde wetten. Deze besluiten moeten een wettelijke basis hebben en zij mogen de wet zelf niet schorsen of vrijstelling van haar uitvoering verlenen. VOORBEELD De wet bepaalt dat een organisatie moet worden opgericht om socialezekerheidsbijdragen te innen; het Koninklijk Besluit zal dan alles regelen wat nodig is om de organisatie effectief op te richten (bv. aantal leden, zetel ...).
3.1.6
Besluit van de gemeenschaps- en gewestregeringen
Zoals de decreten eigenlijk de wetten in de strikte zin van het woord op regionaal niveau zijn, kunnen de besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen worden beschouwd als de ‘regionale Koninklijke Besluiten’. Op hiërarchisch vlak staan ze op hetzelfde niveau als een KB.
3.1.7
Andere
Naast de reeds genoemde bronnen vinden we op een hiërarchisch lager vlak nog enkele andere regels terug zoals de Ministeriële Besluiten (MB) en de besluiten van een lid van de gemeenschaps- en gewestregering.
© VAN IN
7
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
Figuur 1 Schema wetgeving
Grondwet
Wet
Decreet
KB
Besluit gemeenschaps- en gewestregeringen
MB
Besluit van een lid van de gemeenschaps- en gewestregeringen
Federaal
Regionaal
Binnen de Belgische rechtsorde kan ook worden gewezen op het bestaan van provinciale en gemeentelijke reglementen.
3.2
Rechtspraak
Het probleem met de wet is dat ze nooit in een oplossing kan voorzien voor alle concrete gevallen die zich zouden kunnen voordoen. De wet regelt immers alles in algemene bewoordingen. Als een betwisting aan een rechter wordt voorgelegd, kan deze niet op een bijna automatische wijze, als een computer, uitspraak doen. Hij zal de wet dan ook moeten kneden, toepasselijk maken op een concreet geval; hij zal deze met andere woorden moeten interpreteren. Het geheel van de beslissingen van hoven en rechtbanken vormt de rechtspraak, die ons leert hoe een rechter de wet in een concreet geval toepast. Deze rechterlijke uitspraken zijn in theorie alleen bindend tussen de partijen in het geding. In de praktijk kan het inroepen van vroegere rechterlijke beslissingen de besluitvorming van de rechter wel beïnvloeden, en dit zeker naarmate de beslissing werd genomen door een hiërarchisch hoger rechtscollege. Zo zal een uitspraak van het Hof van Cassatie veelal wel van aard zijn een andere rechtbank in de toekomst in dezelfde zin te laten beslissen. VOORBEELD Bij een burenruzie oordeelt een rechter dat hanengekraai een abnormale burenhinder uitmaakt. Als later twee andere naburen in een soortgelijke conflictsituatie terechtkomen, en de zaak voorleggen aan dezelfde rechter, hoeft hij niet noodzakelijk in dezelfde zin uitspraak te doen.
© VAN IN
8
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 1: Algemeen deel: Algemene inleiding
Overigens moet de rechter zijn beslissing motiveren en moet hij rechtspreken binnen een redelijke termijn. De wet zegt daarbij dat de rechter die de zaak in beraad neemt, de dag voor de uitspraak bepaalt. Die moet meestal plaatsvinden binnen een maand na het sluiten van de debatten.
3.3
Rechtsleer
De rechtsleer is het geheel van wetenschappelijke publicaties over juridische aangelegenheden. Het gaat met andere woorden om boeken en artikels die te vinden zijn in juridische tijdschriften (bv. het Rechtskundig Weekblad). Het gaat om een geheel van opinies over het recht en de interpretatie ervan. Deze bron van recht is net als de rechtspraak niet bindend, maar er wordt veelal een beroep gedaan op de stellingen van de auteurs van deze uiteenzettingen om een juridische oplossing te vinden in een concreet geval. Ook de rechtsleer is dus een bron van recht.
3.4
Gewoonte – billijkheid
De gewoonte is een gevestigd gebruik dat in een samenleving algemeen als bindend wordt beschouwd, zonder dat het zijn neerslag heeft gevonden in een of andere wetgevende maatregel. Opdat er sprake kan zijn van een gewoonte, moeten twee elementen aanwezig zijn. Zo zal er langs de ene kant een algemeen geldende, openbare en herhaalde gedraging moeten bestaan. Daarnaast is ook de subjectieve overtuiging vereist dat deze gedraging geldt als rechtsnorm. Deze bron van recht is in ons rechtsstelsel minder belangrijk geworden. Boek 1 van het (nieuwe Burgerlijk Wetboek) bepaalt zelfs expliciet dat de gebruiken slechts bron van recht zijn indien de wet of het contract daarnaar verwijst. Ook de billijkheid kan een rol spelen als bron van recht.
© VAN IN
9
Academiejaar 2025-2026
Algemeen deel: Algemene inleiding
© VAN IN
10
Academiejaar 2025-2026
2 Verbintenissen: Definitie Natuurlijke verbintenis Aanvullend recht
Hoofdstuk 2: Verbintenissen: Definitie - Natuurlijke verbintenis - Aanvullend recht
1
Definitie
Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen. VOORBEELDEN – Iemand koopt een wagen van een garagehouder. Hij mag dan van de garagehouder de levering van de wagen eisen. – Een aannemer die werken uitvoert bij een bouwheer kan vragen dat de bouwheer zijn facturen betaalt. In het verbintenissenrecht worden met andere woorden de aanspraken die men heeft tegenover een persoon besproken, dat in tegenstelling tot het goederenrecht, waar het gaat om de zeggenschap die iemand heeft over een bepaald goed (zie in het deel ‘Goederenrecht’). Twee begrippen komen in het verbintenissenrecht zeer vaak voor, namelijk schuldenaar en schuldeiser. De schuldenaar is diegene op wie de verbintenis rust. Hij verbindt zich ertoe iets te geven, iets te doen of iets niet te doen. De schuldeiser is diegene die een prestatie kan vorderen van de schuldenaar. Het is in zijn voordeel dat de verplichting bestaat. Verbintenissen kunnen op verschillende manier ontstaan. Ze kunnen voortvloeien uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit de buitencontractuele aansprakelijkheid (zie deel 6) of uit de wet.
2
Natuurlijke verbintenis
Naast de juridisch afdwingbare verbintenissen bestaan er ook zogenaamde natuurlijke verbintenissen. Dat zijn verbintenissen waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen maar waarvan de erkenning (zonder vergissing of dwang) een verbintenis doet ontstaan. VOORBEELDEN – De verplichting van een werkend kind om bij te dragen in de familiale lasten. – Het verstrekken van levensonderhoud tussen broer en zus of in de relatie tussen tante en nicht.
© VAN IN
13
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 2: Verbintenissen: Definitie - Natuurlijke verbintenis - Aanvullend recht
3
Aanvullend recht
De bepalingen van het boek ‘Verbintenissen’ zijn in de regel van ‘aanvullend recht’. De partijen kunnen er contractueel van afwijken, tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben. VOORBEELD De regel dat een beding in een contract waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen onrechtmatig is, is van dwingend recht.
© VAN IN
14
Academiejaar 2025-2026
3 Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Verbintenissen kunnen vooreerst voortvloeien uit rechtshandelingen. Het kan daarbij gaan om een contract of om een eenzijdige rechtshandeling. Daarnaast kunnen verbintenissen ontstaan door rechtsfeiten. Het gaat daarbij om oneigenlijke contracten en onrechtmatige daden. Die laatste categorie wordt in deel 6 van dit boek besproken.
1
Rechtshandelingen
1.1
Contracten
1.1.1
Definitie en enkele soorten
Een contract is een wilsovereenstemming tussen twee of meer personen met de bedoeling rechtsgevolgen te doen ontstaan. Een synoniem voor een contract is een overeenkomst. Binnen de overeenkomsten worden verschillende opdelingen gemaakt waarvan er hier enkele worden vermeld. *consensuele, vormelijke en zakelijke contracten Een contract is consensueel als het tot stand komt door de loutere wilsovereenstemming van de partijen. De geldigheid van zo’n contract is niet onderworpen aan een vormvereiste. VOORBEELD De aankoop van goederen in een winkel. Een contract is vormelijk wanneer de geldigheid ervan onderworpen is aan een vormvereiste. VOORBEELD Schenkingen moeten in principe gebeuren bij notariële akte. Een contract is zakelijk als de totstandkoming onderworpen is aan de overhandiging van een voorwerp door een partij aan de andere. *wederkerige en eenzijdige contracten Een contract is wederkerig als de partijen over en weer jegens elkaar verbonden zijn. VOORBEELD Bij de aankoop van een wagen moet de ene partij de wagen leveren, terwijl de andere de aankoopprijs ervoor moet betalen. Het gaat dan ook om een wederkerige overeenkomst.
© VAN IN
17
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Een contract is eenzijdig als een partij verbonden is tegenover een andere, zonder enige verbintenis voor laatstgenoemde. *Contracten onder bezwarende of ten kosteloze titel Een contract is onder bezwarende titel als het voor elke partij een voordeel oplevert. Een contract is ten kosteloze titel als een partij die aan de andere een voordeel verschaft, in ruil daarvoor geen voordeel krijgt. VOORBEELD Een koop-verkoopovereenkomst is een overeenkomst ten bezwarende titel. Een schenking is een overeenkomst ten kosteloze titel. Los van de soorten contracten kan hier ook worden gewezen op het onderscheid tussen inspanningsverbintenissen en resultaatsverbintenissen. Een inspanningsverbintenis is een verbintenis die de schuldenaar verplicht te handelen als een voorzichtig en redelijk persoon om een bepaald resultaat te bereiken. Het bewijs van de fout van de schuldenaar rust op de schuldeiser. De resultaatsverbintenis is een verbintenis die de schuldenaar verplicht om een bepaald resultaat te bereiken. Indien het resultaat niet wordt bereikt, wordt de fout van de schuldenaar vermoed, tenzij overmacht wordt aangetoond. VOORBEELDEN De verbintenis van een garagehouder om een voertuig in goede staat van herstelling terug te geven is een resultaatsverbintenis. De verbintenis van een arts om mensen te behandelen is daarentegen een middelenverbintenis. Op een advocaat rust meestal een middelenverbintenis (bv. als deze een advies geeft) en soms een resultaatsverbintenis (bv. als deze tijdig hoger beroep moet aantekenen tegen een vonnis).
1.1.2
Totstandkoming van het contract
1.1.2.1 Onderhandelingen Het staat iedereen vrij om al dan niet een contract te sluiten en om zijn medecontractant te kiezen. Bovendien zijn de partijen vrij om precontractuele onderhandelingen aan te vatten, te voeren en af te breken. Als een partij de onderhandelingen foutief afbreekt, kan de andere partij een schadevergoeding vragen. Een contract komt tot stand door de aanvaarding van een aanbod. Een aanbod is een voorstel tot contracteren dat alle essentiële en substantiële bestanddelen omvat van het beoogde contract en dat de wil van de aanbieder impliceert om door het contract gebonden te zijn in geval van aanvaarding. VOORBEELD Een kandidaat-koper van een onroerend goed doet een bod waarin hij aangeeft onder welke voorwaarden (prijs, opschortende voorwaarden, …) hij het onroerend goed wil kopen.
© VAN IN
18
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Als een verkoper een advertentie plaatst waarbij hij aangeeft een onroerend goed te willen verkopen tegen een aangegeven prijs, wordt dat daarentegen veelal niet als een echt aanbod tot verkopen beschouwd maar wel als een aanbod tot onderhandelen. De aanvaarding is elke verklaring of andere gedraging van de bestemmeling van het aanbod die uitdrukt dat hij ermee instemt, zonder aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen van essentiële of substantiële bestanddelen. In de regel kan de aanvaarding niet worden afgeleid uit stilzwijgen. In principe is er als een contract gesloten is, geen herroepingsrecht. Een uitzondering op die regel bestaat als de wet zo’n herroepingsrecht voorziet. VOORBEELD Als een consument goederen koopt via een webshop, dan voorziet de wet een herroepingsrecht van 14 dagen.
1.1.2.2 Geldigheidsvereisten Voor de geldigheid van een contract moeten er vier voorwaarden vervuld zijn. Meer bepaald gaat het om – de vrije en bewuste toestemming van elke partij; – de bekwaamheid van elke partij om contracten aan te gaan; – een bepaalbaar en geoorloofd voorwerp; – een geoorloofde oorzaak; Het al dan niet vervuld zijn van die geldigheidsvereisten worden beoordeeld op het ogenblik van de contractsluiting.
1.1.2.2.1 Toestemming en wilsgebreken Opdat een overeenkomst geldig zou zijn, moeten de verschillende partijen akkoord zijn over dezelfde zaak. De toestemming is daarbij de wilsovereenstemming van de partijen met betrekking tot de essentiële en substantiële elementen van de overeenkomst. Die toestemming kan in de eerste plaats volledig ontbreken. In dat geval is het contract relatief nietig. VOORBEELD Dat is bijvoorbeeld het geval als een van de partijen zwaar dronken of onder invloed van drugs was bij het aangaan van de overeenkomst De toestemming kan daarnaast in bepaalde gevallen gebrekkig zijn (de zogenaamde wilsgebreken). Als dat het geval is, kan onder bepaalde voorwaarden de nietigheid van de overeenkomst worden gevorderd. Als wilsgebreken worden in de wet de dwaling, bedrog, geweld en misbruik van omstandigheden weerhouden. Om de toestemming te kunnen aantasten moet het wilsgebrek doorslaggevend zijn Dwaling is een nietigheidsgrond als een partij op een verschoonbare wijze een verkeerde voorstelling heeft van een element dat voor haar doorslaggevend is geweest om het contract te sluiten, terwijl de wederpartij op de hoogte was of behoorde te zijn van dat doorslaggevende karakter. Een dwaling is onverschoonbaar als ze niet zou zijn begaan door een redelijk mens geplaatst in dezelfde omstandigheden.
© VAN IN
19
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
VOORBEELD Iemand koopt een salon omdat hij meent dat het vervaardigd is uit echt leder. In werkelijkheid gaat het echter om namaakleder. De partijen bij een overeenkomst kunnen een contractuele regeling treffen inzake de dwaling. VOORBEELD Zo kunnen ze bepalen dat de overeenkomst niet nietig kan worden verklaard in geval van een dwaling. Bedrog is een list, een kunstgreep, die door een van de contractanten wordt aangewend om de tegenpartij tot het sluiten van de overeenkomst te brengen. Bedrog is alleen dan een nietigheidsgrond indien een partij werd misleid door kunstgrepen die haar medecontractant opzettelijk heeft aangewend. VOORBEELD De verkoper van een woning verdoezelt een aantal zware gebreken aan de woning door werkzaamheden uit te voeren (bv. een laag verf erover aan te brengen) die de gebreken camoufleren. Geweld is alleen een nietigheidsgrond als een partij een contract sluit onder onrechtmatige dwang van haar medecontractant die haar doet vrezen voor een aanzienlijke aantasting van de fysieke of morele integriteit of het vermogen van die partij of van haar naasten. VOORBEELD Iemand verplichten een overeenkomst af te sluiten onder de bedreiging hem anders te vermoorden. Het geweld kan zowel van fysieke (slagen, folteringen …) als van morele aard zijn (zeer zware beledigingen …). Er is misbruik van omstandigheden wanneer bij de contractsluiting een kennelijk onevenwicht bestaat tussen de prestaties van de partijen als gevolg van het misbruik door de ene partij van omstandigheden die verbonden zijn aan de zwakke positie van de andere partij. In dit geval kan de zwakke partij aanspraak maken op de aanpassing van haar verbintenissen door de rechter en, indien het misbruik doorslaggevend is, op de relatieve nietigheid. Een onevenwicht tussen de prestaties van de partijen is geen nietigheidsgrond, tenzij de wet anders bepaalt. Dat is bv. het geval als er bij de verkoop van een onroerend goed een benadeling is van meer dan 7/12.
1.1.2.2.2 Bekwaamheid van de contracterende partijen Een tweede voorwaarde voor de geldigheid van een overeenkomst is de bekwaamheid van de contracts partijen. De voornaamste categorie handelingsonbekwamen zijn de minderjarigen. Daarnaast zijn er ook de onbekwaamverklaarden en diegenen aan wie de wet verbiedt om bepaalde handelingen te stellen.
© VAN IN
20
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Als een van de contractspartijen niet bekwaam is, brengt dat de nietigheid van de overeenkomst mee. Het gaat hier evenwel om een relatieve nietigheid die enkel door de onbekwame zelf (of diegene die hem had moeten vertegenwoordigen) kan worden ingeroepen worden.
1.1.2.2.3 Voorwerp Het voorwerp van een verbintenis is een prestatie, die erin kan bestaan iets te doen of niet te doen, iets te geven of iets te garanderen. De prestatie die het voorwerp uitmaakt van de verbintenis moet mogelijk zijn. Het voorwerp van een prestatie moet bovendien noodzakelijk in de handel zijn. VOORBEELD Het menselijk lichaam kan geen voorwerp van een overeenkomst zijn. Daarnaast is vereist dat de prestatie bepaald of ten minste bepaalbaar is zonder dat een nieuwe wilsovereenstemming tussen partijen is vereist. VOORBEELD Als iemand een tweedehandswagen wil verkopen, moet hij in de overeenkomst voldoende specificeren om welk voertuig het gaat. Ten slotte is ook vereist dat het voorwerp geoorloofd is. Dat wil zeggen dat het niet strijdig mag zijn met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen.
1.1.2.2.4 Oorzaak De oorzaak zijn de determinerende beweegredenen die elke partij ertoe hebben bewogen om het contract te sluiten voor zover die gekend waren of behoorden te zijn door de andere partij. Een contract gesloten zonder oorzaak is relatief nietig, tenzij de wet toelaat dat het zonder oorzaak kan bestaan. De oorzaak is ongeoorloofd als die strijdig is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen.
1.1.2.3 Nietigheid Een contract dat niet voldoet aan de geldigheidsvereisten is in principe nietig. De nietigheid is absoluut als de geschonden regel van openbare orde is. In dat geval kan iedere belanghebbende zich erop beroepen. De nietigheid is relatief als de geschonden regel van dwingend recht is en dus in hoofdzaak de bescherming van een particulier belang beoogt. Enkel de beschermde persoon kan zich er dan op beroepen. Tot aan de nietigverklaring ervan brengt het contract dezelfde gevolgen teweeg als een geldig contract. De nietigverklaring ontneemt het contract zijn gevolgen vanaf de dag waarop het is gesloten. De prestaties geleverd op grond van dat contract geven aanleiding tot restitutie (zie verder).
© VAN IN
21
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
1.1.3
Interpretatie van het contract
Zodra een overeenkomst tot stand is gekomen, kan er wel eens twijfel ontstaan over de juiste inhoud en de exacte betekenis ervan. De overeenkomst moet dan ‘geïnterpreteerd’ worden. Het uitgangspunt is dat men in contracten moet nagaan welke gemeenschappelijke bedoeling de contractspartijen hebben gehad, veeleer dan zich aan de letterlijke betekenis van de woorden te houden. Om na te gaan welke gemeenschappelijke bedoeling de partijen hebben gehad, wordt rekening gehouden met een aantal richtlijnen. VOORBEELDEN – Als een beding voor tweeërlei zin vatbaar is, moet men het veeleer opvatten in de zin waarin het enig gevolg kan hebben, dan in die waarin het geen gevolg kan teweegbrengen. – Bewoordingen die voor tweeërlei zin vatbaar zijn, moeten worden opgevat in de zin die met de inhoud van het contract het best overeenstemt. – De uitvoering gegeven aan het contract voordat er zich een betwisting tussen de partijen voordoet, wordt in aanmerking genomen voor de interpretatie van het contract. In sommige materies (bv. dading, verzekeringsovereenkomsten …) bestaan er bijzondere interpretatieregels. Bij aanhoudende twijfel over de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen zijn in principe de volgende regels van toepassing: – het toetredingscontract wordt uitgelegd ten nadele van de partij die het heeft opgesteld; – het bevrijdingsbeding wordt uitgelegd ten nadele van de schuldenaar van de verbintenis; – in alle overige gevallen wordt het beding uitgelegd ten nadele van de begunstigde ervan; – bij contracten tussen ondernemingen en een consument prevaleert in principe de voor de consument gunstigste interpretatie.
1.1.4
Gevolgen van het contract tussen de partijen
1.1.4.1 Bindende kracht van het contract Als een contract geldig tot stand komt, is dat bindend voor de partijen. Een contract verbindt trouwens niet alleen tot hetgeen daarin overeengekomen is, maar ook tot alle gevolgen die door de wet, de goede trouw of de gebruiken eraan worden toegekend. Het contract moet te goeder trouw worden uitgevoerd. Bovendien mag er geen sprake zijn van rechtsmisbruik. Als er een wijziging is van de omstandigheden moet elke partij haar verbintenissen blijven nakomen, ook al zou de uitvoering ervan meer bezwarend geworden zijn ofwel doordat de kostprijs van de uitvoering is gestegen, ofwel doordat de waarde van de tegenprestatie is verminderd. Op die regel bestaat een uitzondering. Meer bepaald kan de schuldenaar aan de schuldeiser vragen om het contract opnieuw te onderhandelen met het oog op de aanpassing of beëindiging ervan als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Concreet zijn die de volgende: – de verandering van omstandigheden maakt de uitvoering van het contract buitensporig bezwarend, dermate dat de uitvoering ervan redelijkerwijze niet langer kan worden geëist; – de verandering moet onvoorzienbaar zijn bij de contractsluiting, – de verandering is ontoerekenbaar aan de schuldenaar,
© VAN IN
22
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
– de schuldenaar nam dit risico niet voor zijn rekening, – de wet noch het contract sluiten deze mogelijkheid uit. Wil de schuldeiser niet opnieuw onderhandelen of mislukken de heronderhandelingen, dan kan de zaak aanhangig gemaakt worden bij de rechtbank in een procedure zoals in kortgeding. De rechtbank kan dan het contract aanpassen of het geheel of gedeeltelijk beëindigen op een datum die niet mag voorafgaan aan de verandering van omstandigheden.
1.1.4.2 Duur van het contract Een contract kan worden aangegaan voor bepaalde of voor onbepaalde duur. Iedere partij kan een contract voor onbepaalde tijd te allen tijde opzeggen. Daarbij moet een redelijke opzegtermijn worden nageleefd De duur van een contract van bepaalde duur mag niet langer zijn dan toegelaten door de wet of, bij gebrek daaraan, 99 jaar. Een langere duur wordt herleid tot de maximaal toegestane duur. Een contract van bepaalde duur kan in principe niet worden opgezegd tenzij de wet, het contract of de gebruiken zo’n opzeg wel mogelijk maken. VOORBEELD Als er sprake is van een woninghuur kan de huurder een contract voor bepaalde duur wel tussentijds opzeggen.
1.1.5
Niet-nakoming van contractuele verbintenissen en gevolgen
De niet-nakoming is aan de schuldenaar toerekenbaar als hem een fout kan worden verweten of als hij daarvoor op basis van de wet of een rechtshandeling moet instaan. Of er sprake is van een fout of niet wordt meestal beoordeeld volgens het criterium van een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.
1.1.5.1 Toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar Als er sprake is van een toerekenbare niet-nakoming van een verbintenis door de schuldenaar, dan beschikt de schuldeiser over een aantal mogelijke actiemiddelen. Hij heeft dan, tenzij er in het contract andere afspraken werden gemaakt, volgende rechten: – het recht op uitvoering in natura van de verbintenis; – het recht op herstel van zijn schade; – het recht op ontbinding van het contract; – het recht op prijsvermindering; – het recht om de uitvoering van zijn eigen verbintenis op te schorten. Met elkaar onverenigbare sancties kunnen niet zonder meer worden gecumuleerd. Om de eerste vier eerder genoemde sancties in werking te stellen is er in principe eerst een ingebrekestelling nodig.
1.1.5.1.1
Uitvoering in natura
In eerste instantie kan de schuldeiser de uitvoering in natura vragen. Eventueel kan ook een bijkomende schadevergoeding worden gevraagd.
© VAN IN
23
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
VOORBEELD Bij een huurovereenkomst weigert de verhuurder het goed ter beschikking te stellen van de huurder. Die kan dan de rechter vragen de verhuurder te bevelen het goed ter beschikking te stellen en bovendien een bijkomende schadevergoeding vragen, bijvoorbeeld om de intussen te betalen hotelkosten vergoed te zien. De schuldeiser kan ook vragen om een dwangsom op te leggen aan de schuldenaar voor het geval die blijft weigeren zijn verbintenissen na te komen. Op de voorgaande regel bestaan een aantal uitzonderingen. Zo kan de uitvoering in natura niet gevraagd worden als dat onmogelijk of abusief zou zijn. Bovendien kan (behoudens de gevallen die de wet bepaalt) een veroordeling die niet strekt tot betaling van een geldsom niet worden ten uitvoer gelegd indien zij noodzakelijk gepaard gaat met de uitoefening van dwang op de persoon van de schuldenaar, of indien zij in strijd is met de menselijke waardigheid. Bij de uitvoering in natura is het in principe de schuldenaar zelf die wordt gedwongen zijn prestatie alsnog na te komen. Op die regel bestaan enkele uitzonderingen. VOORBEELD Zo kan men soms vragen dat iemand anders in plaats van de schuldenaar de prestatie uitvoert en dat op kosten van de schuldenaar. Dat kan dan gevraagd worden aan de rechter, het kan contractueel afgesproken zijn of bij hoogdringendheid of in andere uitzonderlijke omstandigheden kan de schuldeiser het zelf beslissen.
1.1.5.1.2 Recht op herstel van de schade Een tweede actiemiddel van de schuldeiser bestaat er in een schadevergoeding te vragen. De schuldeiser heeft wel een schadebeperkingsplicht. De schuldeiser moet de schade die hij leed kunnen bewijzen. Om dat bewijs te vermijden kunnen de partijen in de overeenkomst afspreken welke (forfaitaire) schadevergoeding van toepassing zal zijn bij het niet nakomen van bepaalde verbintenissen. VOORBEELD Partijen kunnen bepalen dat bij niet-uitvoering van het contract door een van hen de ene partij aan de andere een vergoeding van 20 % van de normale koopsom verschuldigd is. Als de vergoeding overdreven is kan ze worden gematigd. Soms kan zo’n overdreven clausule ook onrechtmatig zijn. In relaties tussen bedrijven en consumenten (b2c) moet een schadebeding ook wederkerig zijn om geldig te zijn. In de overeenkomst die de schuldeiser en de schuldenaar afsluiten, kunnen ook bevrijdingsbedingen worden opgenomen. Dat zijn clausules waarin de schuldenaar zich volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Aan de geldigheid van zo’n clausules zijn er grenzen. Die beperkingen volgen uit het verbintenissenrecht en uit de spelregels inzake onrechtmatige bedingen in het Wetboek van economisch recht. In b2c-relaties moet ook rekening worden gehouden met boek XIX WER dat het schadebeding bij laattijdige betaling beperkt qua bedrag dat kan worden gevorderd.
© VAN IN
24
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
VOORBEELDEN Zo zijn volgende bepalingen niet geldig: – de bedingen die de schuldenaar bevrijden van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; – de clausules die de schuldenaar bevrijden van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden.
1.1.5.1.3 Ontbinding wegens niet-nakoming Een derde actiemiddel waarover de schuldeiser beschikt bestaat er in de ontbinding van het contract te vragen. Daarvoor is vereist dat de niet-nakoming van de verbintenis door de schuldenaar voldoende ernstig is. VOORBEELD Als iemand meubelen bestelt waarvan de levering ten laatste zes weken later moet gebeuren en deze levering is enige maanden later nog niet gebeurd, zou de koper de ontbinding van de koop kunnen vragen, alsmede eventueel een schadevergoeding als hij een schade kan bewijzen. De ontbinding kan vooreerst door de rechtbank worden uitgesproken. Als de ontbinding de schade niet volledig vergoed kan bijkomend een schadevergoeding worden toegekend aan de schuldeiser. In het contract kan ook een uitdrukkelijk ontbindend beding worden opgenomen. Als de voorwaarden daarvan vervuld zijn, kan het contract ook worden ontbonden. VOORBEELD Het beding bij lijfrente dat als een rentetermijn niet wordt betaald, de koop van rechtswege en zonder ingebrekestelling ontbonden zal zijn. De schuldeiser kan ook soms beslissen om zelf het contract als ontbonden te beschouwen (buitengerechtelijke ontbinding). Daarvoor is vereist dat er eerst nuttige maatregelen worden genomen om de niet-nakoming van de schuldenaar vast te stellen. Vervolgens kan de schuldeiser het contract ontbinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar. Die vermeldt de tekortkomingen die hem worden verweten. Deze werkwijze is niet zonder gevaar en gebeurt op eigen risico van de schuldeiser. Als het contract ontbonden wordt, ontneemt die ontbinding het contract in principe zijn gevolgen vanaf de dag waarop het is gesloten.
1.1.5.1.4 Prijsvermindering Een vierde actiemogelijkheid bestaat er in een prijsvermindering te vragen. De schuldeiser kan dat doen bij een niet-nakoming die onvoldoende ernstig is om de ontbinding te rechtvaardigen. De prijsvermindering is evenredig met het verschil, op het tijdstip van de contractsluiting, tussen de waarde van de ontvangen prestatie en de waarde van de overeengekomen prestatie.
© VAN IN
25
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
1.1.5.1.5 Exceptie van niet-uitvoering Als de schuldenaar zijn verbintenis niet nakomt, heeft de schuldeiser ook het recht om de uitvoering van zijn eigen verbintenis op te schorten totdat de schuldenaar de zijne uitvoert of aanbiedt ze uit te voeren. VOORBEELD Iemand koopt een wagen die zich in de toonzaal van een garagehouder bevindt. Zolang de koper de wagen niet betaalt, kan de garagehouder weigeren die te leveren. Een uitzondering op die regel geldt als de partijen zouden zijn overeengekomen dat de wagen pas enkele dagen of weken na de levering diende te worden betaald.
1.1.5.2 Ontoerekenbare niet-nakoming Als de schuldenaar zijn verbintenissen niet correct nakomt, kan er ook sprake zijn van een ontoerekenbare niet-nakoming. Indien de onmogelijkheid tot nakoming van een hoofdverbintenis volledig en definitief is zonder dat zij toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt het contract in beginsel in zijn geheel van rechtswege ontbonden. Indien de onmogelijkheid slechts tijdelijk is, zonder dat zij toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt de nakoming van de correlatieve verbintenis van de medecontractant in principe opgeschort.
1.1.6
Gevolgen van het contract voor derden
In de regel brengen overeenkomsten enkel gevolgen mee tussen de contracterende partijen. Voor derden vloeien uit een overeenkomst dus geen verbintenissen voort. Als derden moeten worden beschouwd al diegenen die geen partij zijn bij de overeenkomst. VOORBEELD In een overeenkomst gesloten tussen twee partijen, kan een derde niet-medecontractant niet worden gedwongen een bepaalde prestatie te leveren. Hij kan de nakoming van de verbintenissen evenmin opeisen. Derden moeten het bestaan van een contract als feit erkennen. Zij kunnen zich ook beroepen op het bestaan van de overeenkomst waarbij zij het bestaan ervan in hun voordeel mogen inroepen. Op deze principiële regel bestaan er wel enkele ‘uitzonderingen’. Een eerste uitzondering betreft de sterkmaking. Dat is een beding waarbij een partij aan de tegenpartij belooft om ervoor te zorgen dat een derde iets zal doen. De derde behoudt daarbij natuurlijk de vrijheid om zich al dan niet te verbinden. Als de derde weigert de verbintenis op zich te nemen, is diegene die zich sterk maakte (de belofte deed), gehouden tot betaling van een schadevergoeding.
© VAN IN
26
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
VOORBEELD Verschillende personen zijn eigenaar van eenzelfde onroerend goed dat ze willen verkopen. De onderhandse koopovereenkomst wordt getekend door een van de eigenaars, die zich sterk maakt dat de andere eigenaars dat ook zullen doen. Een tweede uitzondering betreft het zogenaamde derdenbeding. Bij zo’n clausule bedingt een van de partijen een voordeel ten opzichte van een derde die zelf niet betrokken is in de overeen-komst. Zodra de derde aanvaardt, kan het beding niet meer worden herroepen. VOORBEELD Een man gaat een levensverzekering aan waarbij hij zijn echtgenote als begunstigde aanduidt in geval van overlijden. In dat geval is de echtgenote geen partij bij de overeenkomst. De rechtstreekse vordering vormt een derde uitzondering op de regel. Zo’n vordering laat een schuldeiser toe de schuldenaar van zijn schuldenaar rechtstreeks aan te spreken alsof die laatste zijn eigen schuldenaar was. Zo’n vordering bestaat enkel als de wet dat voorziet. VOORBEELD Zo bepaalt artikel 1798 oud BW dat metselaars, timmerlieden, arbeiders, vaklui en onderaannemers gebezigd voor het oprichten van een gebouw of voor andere werken die bij de aanneming zijn uitgevoerd, een rechtstreekse vordering hebben tegenover de bouwheer ten belope van wat die aan de aannemer verschuldigd is op het ogenblik dat hun rechtsvordering wordt ingesteld. De wet bevestigt tenslotte dat een derde medeplichtig kan zijn aan de miskenning van een contractuele verbintenis Een derde begaat een onrechtmatige daad als hij heeft deelgenomen aan de niet-nakoming door een partij van haar contractuele verbintenissen terwijl hij het bestaan van deze verbintenissen kende of behoorde te kennen. VOORBEELD Een werkgever werft een kandidaat-werknemer aan waarvan hij weet dat in zijn arbeidsovereenkomst met zijn vorige werkgever een geldig niet-concurrentiebeding staat dat door de aanwerving ook wordt overtreden.
1.1.7
Tenietgaan van het contract
1.1.7.1
Gronden van tenietgaan
1. Het contract kan op verschillende manieren eindigen. Dat kan: – door het tenietgaan van de verbintenissen die uit het contract zijn ontstaan; – door de gerechtelijke of buitengerechtelijke nietigverklaring ervan; – door de opzegging ervan in onderlinge overeenstemming; – door de eenzijdige opzegging ervan; – door de gerechtelijke of buitengerechtelijke ontbinding ervan wegens niet-nakoming; – door de definitieve onmogelijkheid tot nakoming overeenkomstig; – in de overige gevallen bepaald bij wet.
© VAN IN
27
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Het verval van een verbintenis door het wegvallen van het voorwerp ervan geeft op zichzelf geen aanleiding tot het tenietgaan van het contract waaruit die verbintenis is ontstaan. Na de beëindiging van het contract kunnen er bepaalde verbintenissen die in het contract stonden blijven bestaan. VOORBEELD Als de partijen een vertrouwelijkheidsclausule overeenkwamen, zal die allicht ook na het einde van het contract verder blijven gelden.
1.1.7.2 Restitutie Als een contract bv. wordt nietig verklaard of ontbonden dan is er sprake van een restitutie van de prestaties die al geleverd werden. De wet zegt dat die restituties moeten worden verricht in de omgekeerde volgorde waarin de te restitueren prestaties moesten worden uitgevoerd. De restitutie gebeurt in principe in natura. VOORBEELD Zo wordt bv. bij de ontbinding van een koop het gekochte goed teruggegeven aan de verkoper. Blijkt dat onmogelijk of abusief, dan gebeurt de restitutie in waarde.
1.2
Eenzijdige rechtshandeling
Een verbintenis kan niet enkel uit een contract voortvloeien maar ook uit een eenzijdige rechtshandeling. Meer bepaald is dat de wilsuiting waarbij een persoon de bedoeling heeft om rechtsgevolgen te doen ontstaan. VOORBEELD Een belofte tot beloning voor de eerlijke vinder van bepaalde goederen.
2
Rechtsfeiten
Verbintenissen kunnen ook ontstaan uit rechtsfeiten. Onder die noemer vallen verbintenissen die ontstaan uit een buitencontractuele aansprakelijkheid en uit zogenaamde oneigenlijke contracten. Hier besteden we enkel aandacht aan de oneigenlijke contracten. De buitencontractuele aansprakelijkheid wordt besproken onder deel 6. Er zijn drie oneigenlijke contracten, namelijk de zaakwaarneming, de onverschuldigde betaling en de ongerechtvaardigde verrijking.
2.1
Zaakwaarneming
Er is sprake van zaakwaarneming als een persoon, zonder daartoe verplicht te zijn, op vrijwillige en nuttige wijze andermans zaak waarneemt zonder dat verzet van de meester van die zaak redelijk voorzienbaar is. Die vereisten worden als vervuld beschouwd als de meester de zaakwaarneming goed-
© VAN IN
28
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
keurt. Het waarnemen van iemands zaken kan nooit gebeuren tegen de wil in van diegene wiens zaken men waarneemt. VOORBEELD De buurman van Gert is op reis. Tijdens zijn afwezigheid is er een storm waardoor zware schade wordt toegebracht aan zijn dak. Aangezien er nieuwe stormen voorspeld worden, laat Gert een dakdekker de nodige voorzorgsmaatregelen treffen. Zodra men begint met iemands zaken vrijwillig waar te nemen, moet de zaakwaarneming worden voortgezet tot de eigenaar er zelf in kan voorzien. Verder is vereist dat de zaakwaarneming wordt verricht als een voorzichtig en redelijk persoon. Als de zaakwaarneming behoorlijk gebeurde, moet de eigenaar de verbintenissen uitvoeren die de zaakwaarnemer in naam en voor rekening van de meester is aangegaan. De meester van de zaak moet de zaakwaarnemer ook vergoeden voor alle verbintenissen die de zaakwaarnemer in eigen naam is aangegaan ten aanzien van derden. De meester moet de zaakwaarnemer verder vergoeden voor alle nuttige of noodzakelijke uitgaven die laatstgenoemde heeft gedaan en hem vergoeden voor de verliezen die hij heeft geleden bij zijn zaakwaarneming, indien hem geen onvoorzichtigheid kan worden toegerekend.
2.2
Onverschuldigde betaling
Er is onverschuldigde betaling, indien de betaling is verricht: – zonder schuld; – door de schuldenaar ten gunste van een persoon die geen schuldeiser was; – of door een andere persoon dan de schuldenaar ten gunste van de schuldeiser, voor zover de betaling per vergissing of onder dwang werd verricht. Diegene die een onverschuldigde betaling heeft ontvangen, is in beginsel verplicht ze terug te geven overeenkomstig de regels die voor de restitutie gelden. VOORBEELD Op iemands bankrekening wordt om een voor hem onbekende reden 5 000 EUR gestort door een andere persoon. De reden daarvoor blijkt een vergissing te zijn in de vermelding van het bankrekeningnummer. Het aldus onverschuldigd gestorte bedrag moet worden terugbetaald.
2.3
Ongerechtvaardigde verrijking
Er is sprake van ongerechtvaardigde verrijking wanneer iedere juridische rechtvaardiging ontbreekt voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming. VOORBEELD Een tante betaalt de opvoeding van haar neef. In beginsel rust de plicht van onderhoud tegenover niet-zelfstandige kinderen op de ouders. In dat geval zal de tante dan ook de gedane kosten eventueel kunnen verhalen op de ouders door de ongerechtvaardigde verrijking in te roepen. Om een ongerechtvaardigde verrijking te kunnen inroepen, moeten er meerdere voorwaarden vervuld zijn.
© VAN IN
29
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 3: Verbintenissen: Bronnen van verbintenissen
Er dient vooreerst een verrijking te zijn in hoofde van de verweerder in de procedure. Dat wordt ruim uitgelegd. Het kan bv. gaan om een aanwas van een vermogen maar ook om de vermindering van een last. Er dient verder sprake te zijn van een verarming in hoofde van de eiser. Bovendien moet er een oorzakelijk verband bestaan tussen de verarming en de verrijking. De verarmde kan zich niet beroepen op de ongerechtvaardigde verrijking indien een andere rechtsvordering voor hem openstaat of er een rechtsbeletsel, zoals de verjaring, is. Diegene die ongerechtvaardigd is verrijkt, is aan de verarmde het laagste bedrag van de verrijking en de verarming verschuldigd, geraamd op het tijdstip van de vergoeding.
© VAN IN
30
Academiejaar 2025-2026
4 Bijzondere overeenkomsten: Inleiding
Hoofdstuk 4: Bijzondere overeenkomsten: Inleiding
In het deel over verbintenissen werden de algemene principes van het verbintenissenrecht nader bekeken. In dat kader werd onder andere stilgestaan bij de overeenkomsten als bron van verbintenissen. De principes die daar werden uiteengezet zijn ook toepasselijk op de hier besproken bijzondere overeenkomsten, behalve als de specifieke wettelijke regeling voor deze overeenkomsten van de algemene principes zou afwijken. Een bijzondere overeenkomst is een contract waarvoor in de wet een modelstatuut werd uitgewerkt. De wetgever besteedde met andere woorden uitdrukkelijk aandacht aan de betreffende overeenkomst. In wat volgt, wordt dieper ingegaan op enkele bijzondere overeenkomsten, waarbij voornamelijk wordt stilgestaan bij de koop-verkoopovereenkomst en de huurovereenkomst. Voorlopig zijn op deze overeenkomsten nog de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek van toepassing alsmede specifieke nationale of regionale wetgeving (bv. inzake woninghuur gelden regionale decreten/ordonnanties).
© VAN IN
33
Academiejaar 2025-2026
Bijzondere overeenkomsten: Inleiding
© VAN IN
34
Academiejaar 2025-2026
5 Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
1
Definitie
De koop is een overeenkomst waarbij een partij (de verkoper) zich ertoe verbindt de eigendom van een zaak over te dragen aan een andere partij (de koper), die zich op haar beurt verbindt daarvoor een prijs te betalen. Binnen deze definitie kunnen twee belangrijke elementen worden onderkend. 1 Langs de ene kant is immers kenmerkend voor de koop dat de eigendom over een zaak wordt overgedragen. Overeenkomsten die geen eigendomsoverdracht inhouden, zijn geen koopverkoopcontracten. De eigendomsoverdracht is de juridische, definitieve terbeschikkingstelling van de koopwaar door de verkoper aan de koper. Het is niet hetzelfde als de levering (zie verder in dit hoofdstuk bij punt 4 De verplichtingen van de partijen). a Bij een specifieke, welbepaalde zaak gaat door de loutere wilsovereenstemming tussen de contractanten over het goed en de prijs, de eigendom van de zaak over, en dit hoewel de zaak eventueel nog niet is geleverd en de prijs nog niet is betaald. De eigendom gaat dus over op het moment van het sluiten van het contract. Wel kan bij overeenkomst van deze regel worden afgeweken (het gaat dus om een regel van aanvullend recht). VOORBEELD De partijen zouden kunnen bedingen dat de eigendom pas overgaat na de volledige betaling van de prijs door de koper. In heel wat algemene voorwaarden van bedrijven staat zo’n bepaling (het zogenaamde ‘eigendomsvoorbehoud’). b Bij een soortzaak (bijvoorbeeld 1 ton steenkool) gaat de eigendom pas over bij de individualisatie. Het tijdstip van het overgaan van de eigendom is niet zonder belang. De eigenaar draagt namelijk het risico van het toevallig vergaan van de zaak. 2 Een tweede constitutief bestanddeel van de koop is dat een prijs betaald moet worden, zo niet is er eventueel sprake van een schenking (Omtrent de verplichting tot betaling van de prijs in hoofde van de koper, zie verder in dit hoofdstuk bij punt 4.2 De verplichtingen van de koper).
2
Partijen en voorwerp
– Een koop-verkoopovereenkomst kan in beginsel door iedereen worden aangegaan. De uitzonderingen op deze regel zijn beperkt. Zo zullen minderjarigen, gelet op hun handelingsonbekwaamheid, een aantal koopovereenkomsten niet zelf en zelfstandig kunnen sluiten (zie ook het hoofdstuk 'Personenrecht'). Vroeger konden echtgenoten, behalve in enkele uitzonderlijke gevallen, ook geen koopovereenkomsten onder elkaar afsluiten. Dat kan thans wel. De ene echtgenoot kan dus perfect een roerend of onroerend goed kopen van de andere echtgenoot.
© VAN IN
37
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
– Opdat een goed het voorwerp van een koop-verkoopovereenkomst zou kunnen uitmaken, is vereist dat het in de handel is, en de vervreemding ervan mag niet door een wettekst verboden zijn. VOORBEELD De verkoop van een staatsdomein is niet toegelaten; hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor de verkoop van drugs. Een toekomstige zaak kan in beginsel het voorwerp uitmaken van een koopovereenkomst. In dergelijke hypothese wordt het contract evenwel pas werkelijkheid op het moment dat de verkochte zaak begint te bestaan. VOORBEELD Verkoop van een schilderij dat nog moet worden geschilderd. Op deze regel bestaat wel een uitzondering. Een nalatenschap van een nog levend persoon (= toekomstig goed) kan immers in beginsel niet het voorwerp uitmaken van een overeenkomst. Op die regel bestaan er wel enkele uitzonderingen. Wat betreft het voorwerp van de koopovereenkomst, kan er ten slotte op gewezen worden dat als iemand een goed wenst te verkopen, hij daarvan in beginsel eigenaar moet zijn. De verkoop van andermans zaak zal dan ook nietig zijn.
3
Vorm van de verkoopovereenkomst
De verkoop komt in beginsel tot stand door de loutere wilsovereenstemming van de partijen, en is in principe aan geen specifieke formaliteiten onderworpen. De verkoop is voltrokken zodra de partijen akkoord gaan over de zaak en de prijs. Het feit dat in vele gevallen een geschrift wordt opgemaakt, heeft te maken met de bewijsproblematiek (zie ook het deel 'Bewijs'). Voor rechtshandelingen met een waarde gelijk aan of meer dan 3 500 EUR is immers in beginsel een geschrift vereist. Voor wat betreft de verkoop van een onroerend goed dient een notariële akte opgesteld te worden. Deze akte is niet vereist opdat de verkoop geldig zou zijn in de relatie tussen de koper en verkoper (hiervoor volstaat namelijk een onderhandse overeenkomst, ook wel eens ‘de compromis’ genoemd). De notariële akte en de overschrijving ervan op het kantoor rechtszekerheid is integendeel enkel nodig opdat de verkoop ook tegenstelbaar zou zijn aan derden. We wijzen er wel op dat opdat een onderhandse overeenkomst of compromis voor de verkoop van een onroerend goed geldig zou zijn, er allerhande specifieke vermeldingen moeten worden opgenomen en dit onder andere op het vlak van bodemattesten en dies meer. Het verdient dan ook aanbeveling ‘de compromis’ te laten opmaken door een notaris. De kosten voor het opmaken van de notariële akte zijn voor rekening van de koper, tenzij de partijen een andersluidende overeenkomst sluiten. Ook hier gaat het dus om een regel van aanvullend recht.
© VAN IN
38
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
4
De verplichtingen van de partijen
Door het sluiten van een koopovereenkomst ontstaan er in hoofde van beide contractspartijen een aantal rechten en verplichtingen. Zo moet de verkoper de zaak leveren en de koper vrijwaren voor uitwinning en verborgen gebreken. De koper daarentegen heeft de plicht de prijs en de kosten van de koop te betalen en de zaak in ontvangst te nemen.
4.1
De verplichtingen van de verkoper
4.1.1
Levering van de verkochte zaak
De eerste verplichting van de verkoper bestaat erin dat hij de zaak moet leveren. Dat houdt in dat hij deze zaak moet overdragen in de macht en het bezit van de koper. Zoals gezegd, is de levering niet hetzelfde als de eigendomsoverdracht. Zo kan een persoon al eigenaar zijn van een zaak, hoewel ze nog niet geleverd is. De wijze waarop de levering gebeurt, kan verschillend zijn. Zo zal voor onroerende goederen aan deze verplichting worden voldaan door de afgifte van de sleutels (als het gaat om een gebouw), of door afgifte van de titels van eigendom (bv. grond). Bij roerende goederen daarentegen wordt de zaak zelf overgedragen. De levering gebeurt in beginsel op de plaats waar de zaak zich bevond op het moment van het sluiten van het contract, tenzij de partijen een andersluidende overeenkomst sloten. VOORBEELD De partijen zouden kunnen bedingen dat de zaak wordt geleverd in de woonplaats van de koper. De zaak die moet worden geleverd, is vanzelfsprekend degene die werd beschreven in de verkoopovereenkomst. Bij niet-conforme levering beschikt de koper dan ook over een vordering tegen de verkoper op grond van een schending van de leveringsplicht. VOORBEELD In een verkoopovereenkomst wordt bepaald dat het voorwerp een tweedehandswagen is van het bouwjaar 2020. De geleverde wagen blijkt van het bouwjaar 2018 te zijn. Bij de levering van de zaak kan de koper ze al dan niet aanvaarden. De aanvaarding houdt in dat hij erkent dat de geleverde zaak overeenstemt met de verkochte zaak en vrij is van zichtbare gebreken. VOORBEELD Als een kast wordt geleverd waarop zeer grote krassen voorkomen, gaat het om een zichtbaar gebrek. Als de koper in deze hypothese het goed aanvaardt, kan hij later het zichtbare gebrek niet meer inroepen.
© VAN IN
39
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
De aanvaarding kan zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend gebeuren. Dit laatste is namelijk het geval als de koper geen opmerkingen maakt, al stelt hij vast dat de geleverde zaak niet overeenstemt met de verkochte. Zoals bleek uit het voorbeeld kan zodra de zaak aanvaard is, de verkoper niet meer worden aangesproken voor zichtbare gebreken. Als de verkoper de zaak niet levert, kan de koper verschillende stappen ondernemen. Zo kan hij hetzij de dwanguitvoering, hetzij de ontbinding van de overeenkomst eisen. Bovendien zou de koper eventueel een schadevergoeding kunnen vorderen. Vooraleer deze stappen te ondernemen, moet de verkoper evenwel door de koper in gebreke worden gesteld bij aangetekend schrijven. VOORBEELD Als koper en verkoper overeenkomen dat een tweedehandswagen wordt geleverd op 15 maart en in mei blijkt nog niet tot levering te zijn overgegaan, kan de koper de verkoper bij aangetekend schrijven in gebreke stellen.
4.1.2
Vrijwaring
De tweede verplichting voor een verkoper bestaat erin dat hij de koper moet vrijwaren, en dit zowel voor uitwinning als voor verborgen gebreken. – De vrijwaring voor uitwinning betekent dat de verkoper moet instaan voor het ongestoord, d.w.z. het rustig en vreedzaam bezit van de verkochte zaak. Deze plicht heeft een dubbel karakter; de verkoper moet de koper immers zowel vrijwaren voor zijn eigen daad, als voor andermans daad. De plicht tot vrijwaring voor uitwinning is gebaseerd op de idee dat het aan de koper verschafte bezit vreedzaam moet blijven. Er zal sprake zijn van uitwinning als de koper in zijn bezit wordt gestoord, als er met andere woorden een stoornis wordt gebracht in het normale genot van de verkochte zaak. VOORBEELDEN – Iemand verkoopt een handelszaak, en probeert door enkele huizen verder opnieuw een soortgelijke zaak te openen, het cliënteel van de verkochte zaak terug te krijgen (uitwinning door eigen daad). – Een huis wordt verkocht als zijnde niet bezwaard met een hypotheek. Nadien blijkt er toch een hypotheek op te zijn gevestigd (uitwinning door de daad van een derde). – Daarnaast moet de verkoper de koper ook vrijwaren voor mogelijke verborgen gebreken, dit in tegenstelling tot de zichtbare gebreken waarvoor de verkoper na de aanvaarding van het goed door de koper niet meer moet instaan (zie verder in dit hoofdstuk bij punt 4.2 De verplichtingen van de koper). VOORBEELD Iemand koopt een nieuwe wagen. Na enige weken rijden begint de motor te pruttelen, en dit ten gevolge van een constructiefout. In dergelijke hypothese zal er sprake zijn van een verborgen gebrek.
© VAN IN
40
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
Als de koper de verkoper wenst aan te spreken voor verborgen gebreken, moet dat gebeuren binnen een korte termijn (veelal 4 tot 8 maanden). Die termijn loopt vanaf de vaststelling van het gebrek. Bovendien moet het gebrek al in de kiem aanwezig geweest zijn bij de levering. De bepaling van deze korte termijn wordt overgelaten aan de rechter die oordeelt en daarbij rekening houdt met de aard van de zaak en de aard van het gebrek. Binnen deze termijn moet de verkoper door de koper worden gedagvaard. Onderhandelingen tussen koper en verkoper schorsen de termijn. Als de rechter oordeelt dat er inderdaad een verborgen gebrek aanwezig is, heeft de koper de keuze de zaak terug te geven tegen terugbetaling van de prijs, hetzij de zaak te houden met terugbetaling door de verkoper van een gedeelte van de prijs. Hiervoor is het niet van belang of de verkoper al dan niet op de hoogte was van het gebrek. Bovendien moet de verkoper die de gebreken kende, de schade vergoeden. Wat betreft de bewijslast kan worden gesteld dat de koper het verborgen gebrek moet bewijzen. Als een koper meent dat er sprake is van een verborgen gebrek, brengt hij het best de verkoper onmiddellijk op de hoogte door het zenden van een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs. De partijen kunnen in de overeenkomst eventueel een andersluidende regeling treffen over deze vrijwaring voor verborgen gebreken. Zo zouden zij bijvoorbeeld de vrijwaringsplicht kunnen uitbreiden tot zichtbare gebreken of deze beperken tot bepaalde verborgen gebreken. Er kan worden opgemerkt dat het Wetboek van economisch recht aan ondernemers verbiedt bij de verkoop aan consumenten de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken op te heffen of te verminderen. Fabrikanten en gespecialiseerde verkopers kunnen hun aansprakelijkheid voor verborgen gebreken ook niet geldig beperken. Bij de verkoop van een onroerend goed wordt veelal bepaald dat de verkoper niet instaat voor verborgen gebreken. Wil de koper de verkoper dan toch aanspreken voor verborgen gebreken dan moet hij aantonen dat de verkoper op het moment van de verkoop op de hoogte was van het gebrek, tenzij er sprake was van een professionele verkoper. Die kan zich niet zomaar vrijwaren voor verborgen gebreken.
4.1.3
Enkele bijzondere regels
4.1.3.1 De verkoop van consumptiegoederen De wettelijke regeling inzake de garantie bij de verkoop van consumptiegoederen is van toepassing als het gaat om de verkoop van consumptiegoederen door een verkoper (een ondernemer dus) aan een consument. Dat betekent meteen dat als een particulier zelf iets verkoopt, de wet niet van toepassing is. Een aantal goederen worden uitgesloten van de toepassing van de wet. Dat is onder andere het geval voor goederen die gerechtelijk worden verkocht. Ook de verkoop van onroerende goederen valt niet onder de wet. VOORBEELD De wet is niet van toepassing als een particulier tweedehands een televisie verkoopt of als bijvoorbeeld een appartement wordt verkocht. Ze is bv. wel van toepassing als een ondernemer een smartphone verkoopt aan een consument. De wet legt de verplichting op aan verkopers om een product te leveren dat in overeenstemming is met de (koop)overeenkomst die de consument met de verkoper sloot. Opdat er overeenstemming zou zijn, moet het goed voldoen aan een aantal subjectieve en een aantal objectieve conformiteitsvereisten.
© VAN IN
41
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
Subjectieve conformiteitsvereisten zijn bv. de volgende: – geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat de consument aan de verkoper uiterlijk bij de sluiting van de koopovereenkomst heeft meegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard; – worden geleverd samen met alle toebehoren en instructies, met inbegrip van installatie-instructies, als bepaald in de koopovereenkomst; – van updates worden voorzien als bepaald in de koopovereenkomst. Als objectieve conformiteitsvereisten worden o.a. in de wet genoemd: – geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor consumptiegoederen van hetzelfde type gewoonlijk zouden worden gebruikt, rekening houdend, in voorkomend geval, met bestaand Unie- en nationaal recht, bestaande technische normen, of, bij ontstentenis van zulke technische normen, toepasselijke sectorspecifieke gedragscodes; – in voorkomend geval, beschikken over de kwaliteit van en beantwoorden aan de beschrijving van een monster of model, dat de verkoper aan de consument vóór de sluiting van de overeenkomst ter beschikking heeft gesteld. De verkoper zal aansprakelijk zijn tegenover de consument als aan een dubbele voorwaarde voldaan is. Zo moet het gebrek bestaan bij de levering van de goederen. Bovendien moet het zich manifesteren binnen een termijn van twee jaar vanaf de levering. Wanneer het gebrek zich manifesteert binnen die twee jaar, dan geldt in principe een weerlegbaar vermoeden dat het gebrek reeds bestond ten tijde van de levering. Het is dan aan de verkoper om het tegenbewijs te leveren. Bij de verkoop van tweedehandsgoederen door een professionele verkoper aan een consument kan in onderling akkoord de waarborg beperkt worden tot één jaar i.p.v. twee jaar. Het moet dan wel gaan om echte tweedehandsgoederen en niet bv. om een showroommodel. De wet bepaalt wel dat de consument de verkoper op de hoogte moet brengen van het conformiteitsgebrek binnen de twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld. Wel kunnen de verkoper en de consument hiervoor een langere termijn overeenkomen. Bovendien verjaart de vordering na verloop van één jaar vanaf de dag dat de consument het gebrek heeft vastgesteld. Als er een gebrek aan overeenstemming is, kan de consument de vervanging of herstelling van het door hem gekochte product vragen. De consument heeft de keuze. De verkoper moet die keuze tussen een herstelling en een vervanging ook respecteren tenzij de keuze van de consument onmogelijk is of in vergelijking met de andere remedies onevenredige kosten met zich mee zou brengen. Zijn zowel een herstelling als vervanging onmogelijk of brengen die onevenredige kosten voor de verkoper met zich, dan kan de consument enkel opteren voor een prijsvermindering dan wel voor een ontbinding van de koop waarbij de consument zijn geld terugkrijgt. De consument heeft ook in een aantal andere gevallen het recht om een prijsvermindering of ontbinding van de koop te vragen. Dat is meer bepaald o.a. het geval als de verkoper de herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument heeft voltooid. Hetzelfde geldt als er een conformiteitsgebrek blijft ondanks de herstelling die gebeurde of als het gebrek zo ernstig is dat een onmiddellijke prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is. Als een verkoper garantie moet geven op basis van deze wet, dan kan hij op zijn beurt wel verhaal doen tegen zijn leverancier of fabrikant.
© VAN IN
42
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
De wet bevat daarnaast ook nog een regeling voor de zogenaamde garanties die een verkoper geeft (de zogenaamde commerciële of contractuele waarborg). De wet legt namelijk een aantal voorwaarden op waaraan zulke garanties moeten voldoen. Zo moet de garantie aangeven dat de koper ook wettelijke rechten heeft en de garantie die niet aantast. Bovendien moet de garantie in duidelijke bewoordingen zijn opgesteld, moet ze de duur van de garantie opgeven, de procedure die moet gevolgd worden om een beroep te doen op de garantie, het geografisch gebied waarvoor ze geldt alsook de naam en het adres bevatten van diegene die de garantie geeft. Verder bevat de wet sinds kort specifieke garantieregels die gelden bij de verkoop van huisdieren. Meer bepaald heeft de koper dan in de regel één jaar garantie. De koper heeft wel twee jaar garantie als de verkoper de door of krachtens de wet vereiste erkennings-, vergunnings-, quarantaine-, of kwekerijvoorwaarden niet heeft gerespecteerd. Zodra de koper merkt dat er een probleem is met zijn huisdier, moet hij de verkoper wel dadelijk verwittigen. Doet hij dat niet, dan staat hij zelf in voor de eventuele verergering van de toestand van het dier. De verkoper moet geen garantie geven indien hij kan bewijzen dat het gebrek niet bij de levering aanwezig was of pas later is ontstaan. De verkoper moet de kosten voor de verzorging/behandeling van het dier niet onbeperkt dragen. De wet stelt daar namelijk grenzen aan. Meer bepaald kunnen de kosten met het oog op de genezing van het dier niet meer bedragen dan 300 % op de schijf van de aankoopprijs van het dier van 0,01 tot en met 500 euro , 200 % op de schijf van de aankoopprijs van het dier van 500,01 tot en met 1 500 euro en 100 % op de schijf van de aankoopprijs van het dier die meer bedraagt dan 1 500 euro.
4.1.3.2 Bedrog bij verkoop tweedehandsvoertuigen Bovendien bestaat een specifieke wettelijke regeling inzake bedrog bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen. De wet stelt dat het verboden is de op de kilometerteller van een voertuig aangegeven kilometerstand te wijzigen of de correcte registratie van de kilometers te vervalsen of te verhinderen. Bovendien stelt de wet dat de eigenaar van een voertuig in geval van een defect van de kilometerteller deze onmiddellijk moet laten herstellen of vervangen. Het kan ook gebeuren dat een particulier zijn wagen aan een beroepsverkoper verkoopt (bv. hij verkoopt zijn oude wagen wegens aankoop van een nieuwe aan een opkoper van voertuigen). In dat geval moet de beroepsverkoper een aankoopborderel opmaken dat de eerder vermelde gegevens bevat en dat eveneens in tweevoud moet worden opgemaakt. Elke vakman die naar aanleiding van werken aan een voertuig een factuur of een ander document opmaakt, moet het chassisnummer van het voertuig hierop vermelden alsook de kilometerstand die de kilometerteller aangeeft op het ogenblik van de uitvoering van de werken. De wet bepaalt ook meteen wat de sanctie is bij een inbreuk op deze bepalingen. Meer bepaald zal de koop dan ontbonden worden als de koper van het voertuig daarom verzoekt. Bovendien zijn er strafsancties voorzien voor bepaalde inbreuken op de wet. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het wijzigen of vervalsen van een kilometerstand op de kilometerteller van een voertuig alsook voor het nalaten een defecte kilometerteller te herstellen of te vervangen. Verder is het ook strafbaar na te laten het chassisnummer en de kilometerstand te vermelden op facturen of andere documenten n.a.v. werken aan een voertuig. Concreet kunnen deze inbreuken worden gestraft met een gevangenisstraf en met een geldboete of met een van die straffen alleen. Bovendien moet elke verkoper van een tweedehandswagen aan de koper een Car-Pass afleveren. Daarop wordt de kilometerstand van het voertuig op verschillende data aangegeven. Het document mag niet ouder zijn dan 2 maanden.
© VAN IN
43
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
Sinds 1 maart 2019 bevat de Car-Pass nog meer informatie. Het gaat om informatie zoals de euronorm, de CO2-emissies en de melding of het voertuig nog gekeurd moet worden na ongeval. Sinds 1 januari 2020 vermeldt de Car-Pass ook niet uitgevoerde terugroepacties. In het Belgisch Staatsblad van 8 mei 2019 werd een KB gepubliceerd dat aangeeft aan welke voorwaarden de verkoopovereenkomsten van nieuwe en tweedehandswagens moeten voldoen als de koper een consument is. Het KB geeft aan dat de garagist een schriftelijke overeenkomst met de klant moet sluiten waarin heel wat verplichte vermeldingen staan. Zo moet er bijvoorbeeld duidelijk in staan op welke garantie de klant recht heeft, welke documenten hij allemaal overhandigd krijgt enz. Bovendien moet er een wettelijke bijlage aan het contract gehecht worden waaruit voor de verschillende onderdelen van de wagen blijkt of die in orde zijn, of er slijtage is dan wel of er herstellingen aan moeten gebeuren. VOORBEELD Zo zal bijvoorbeeld aangeduid moeten worden wat de staat is van de banden, de remschijven, de schokdempers enz.
4.2
De verplichtingen van de koper
Zoals eerder gesteld, heeft de koper enerzijds de verplichting de prijs en de kosten van de koop te betalen, en anderzijds de zaak in ontvangst te nemen.
4.2.1 De prijs en kosten betalen – De voornaamste verplichting van de koper bestaat erin dat hij de prijs moet betalen. De partijen zijn in beginsel vrij de plaats en het tijdstip van betaling overeen te komen. Als hierover in de overeenkomst niets wordt bepaald, moet de betaling gebeuren op de plaats en het tijdstip van de levering (ook hier gaat het weer om een regel van aanvullend recht). Onder bepaalde voorwaarden is de koper, naast de prijs van het goed, ook intrest verschuldigd aan de verkoper. Dat zal het geval zijn als dit uitdrukkelijk werd overeengekomen, alsmede in de hypothese dat het verkochte goed een effectief inkomen oplevert. Ook nadat de verkoper de koper aanmaande te betalen, is deze laatste een intrest verschuldigd. Als de koper de prijs niet betaalt, kan de verkoper op verschillende wijzen reageren. Zo kan hij weigeren de zaak te leveren op basis van de eerder besproken exceptie van niet-uitvoering. Daarnaast kan hij aan de rechter vragen de overeenkomst te ontbinden. De rechter zou de verkoper ook een schadevergoeding kunnen toekennen. Tevens kan de gedwongen uitvoering van de overeenkomst worden gevraagd, eventueel met een bijkomende schadevergoeding. – De koper draagt verder de kosten van de akte en de andere bijkomende kosten van de koop, tenzij het tegendeel is bedongen.
4.2.2 De zaak in ontvangst nemen Daarnaast moet de koper ook de gekochte zaak in ontvangst nemen. Als de koper weigert, moet hij onmiddellijk zijn weigering bekendmaken. Aanvaardt de koper het goed, dan kan hij nadien geen zichtbare gebreken meer inroepen.
© VAN IN
44
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 5: Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
Als de koper weigert, kan de verkoper een aanmaning sturen. Als zo’n aanmaning niet het gewenste gevolg met zich brengt, kan een rechter het goed onder sekwester plaatsen, dat wil zeggen een persoon aanduiden om het goed in bezit te nemen en te beheren. Daarnaast kan de verkoper ook de koopovereenkomst laten ontbinden.
4.3
Oefeningen
1 In een antiekzaak vindt Rudy de tafel van zijn dromen. Hij koopt de tafel en betaalt de volledige prijs. Overeengekomen wordt dat Evert, de eigenaar van de antiekzaak, de tafel twee weken later zal leveren. Dat gebeurt evenwel niet, volgens Evert omdat de tafel bij een brand vernield zou zijn. Rudy gelooft hier geen snars van en wenst verdere stappen te ondernemen. 2 Olivier en Chelsea kopen bij de firma ‘Maison Ideale’ een salontafel in marmer. Volgens de verkoper is deze marmeren tafel volledig behandeld tegen mogelijke vochtindringing. Na enige weken gooit Iuno, de hond van het gezin, een glas met vruchtensap om op het betreffende tafeltje. Groot is de verbazing van Olivier en Chelsea wanneer blijkt dat hierdoor grote, niet-verwijderbare vlekken ontstaan. Wat raad je hen aan te doen? 3 Raf en Micheline kopen bij de firma ‘Maison Ideale’ een salontafel in marmer. Volgens de verkoper is deze marmeren tafel volledig behandeld tegen mogelijke vochtindringing. Na enige weken morst Leslie, de vierjarige dochter van het gezin, vruchtensap op het betreffende tafeltje. Groot is de verbazing van Raf en Micheline wanneer blijkt dat hierdoor grote, niet-verwijderbare vlekken ontstaan. Wat raadt u hen aan te doen? 4 Bert kocht een jonge tweedehandswagen. Nadat hij daar anderhalf jaar mee rondreed begeeft de motor het. Bert meent dat de verkoper hem hiervoor garantie dient te geven. Geef in elk van volgende situaties aan of je denkt dat Bert inderdaad aanspraak kan maken op garantie: – Bert is zelf een consument en kocht de tweedehandswagen van een particulier – Bert is zelf een consument en kocht de tweedehandswagen van een garagist – Bert is een ondernemer die de wagen kocht voor zijn bedrijf en waarbij hij deze kocht van een garagist – Bert is een ondernemer die de wagen kocht voor zijn bedrijf en waarbij hij deze kocht van een particulier
© VAN IN
45
Academiejaar 2025-2026
Bijzondere overeenkomsten: Koop (art, 1582 e.v. oud BW)
© VAN IN
46
Academiejaar 2025-2026
6 Marktrecht: de wettelijke garantie
Hoofdstuk 6: Marktrecht: de wettelijke garantie
De wettelijke garantie vindt zijn oorsprong in een Europese richtlijn en werd in België verankerd in het Burgerlijk Wetboek en voor wat de bestraffing betreft in het WER. De wetgeving op garantie, en dus de bescherming van de consument, is versterkt en ook de goederen met een digitaal element zijn erin ondergebracht sinds 1 juni 2022. Deze evolutie in de wetgeving volgt de maatschappelijke trend gezien de bekommernis tot meer duurzaamheid van consumptiegoederen en de forse opmars van digitale producten. Er werd ook een Europese richtlijn gepubliceerd op 10 juli 2024, de zogenaamde ‘right to repair’richtlijn. Het is de bedoeling om vroegtijdig weggooien van gekochte producten in te dijken en in te zetten op reparatie (duurzame consumptie). Als goederen tijdens de wettelijke garantieperiode moeten worden gerepareerd, wordt de garantie met één jaar verlengd. Let wel: de richtlijn moet nog omgezet worden in de Belgische wetgeving.
1
Het basisprincipe van de wettelijke garantie
Het gaat hier over garantie bij de verkoop van consumptiegoederen aan de consument. Het basisprincipe van de wettelijke garantie is dat elke verkoper verantwoordelijk is voor de eigenschappen en de kwaliteit van de goederen die hij levert of waarvoor hij reclame maakt. Wat de verkoper met andere woorden levert, moet overeenstemmen met de reclame die hij maakte maar ook met wat de gemiddelde consument redelijkerwijs van het product kan verwachten. Men noemt deze overeenstemming, conformiteit. En bij gebrek daaraan is er een ‘conformiteitsgebrek’. VOORBEELD
Als je een gsm koopt, kan je ervan uitgaan dat het toestel toelaat om te telefoneren.
2
Over welke consumptiegoederen gaat het?
Consumptiegoederen zijn alle roerende lichamelijke goederen, met of zonder digitale elementen. Een goed met digitale elementen betekent een goed: − waarin digitale inhoud of digitale diensten in zijn verwerkt of; − die daarmee onderling verbonden is; − op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of die digitale diensten ertoe zou leiden dat het consumptiegoed zijn functies niet kan vervullen. Sinds 2024 worden ook levende dieren als een consumptiegoed beschouwd en geldt er garantie voor. VOORBEELD
Gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd, zoals software op computers of gestreamde media. Digitale diensten zoals computerprogramma’s, applicaties, videobestanden, audiobestanden, muziekbestanden, digitale spellen, e-boeken, diensten voor het hosten van bestanden, spellen in de cloud, ...
© VAN IN
49
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 6: Marktrecht: de wettelijke garantie
3
Wanneer stemt het product (niet) overeen?
Om tot overeenstemming of conformiteit te kunnen besluiten, moet het geleverde goed in overeenstemming zijn met de beschrijving (type, hoeveelheid, kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, ...) die de verkoper ervan gegeven heeft in de verkoopovereenkomst. Het goed moet de eigenschappen bezitten van de modellen of monsters die de verkoper eventueel toonde. Voor een levend dier gaat het dan om een goede gezondheid (ook genetisch), een correct overeenstemmend ras, leeftijd, etc. VOORBEELD
Een laptop met het label CORE I7 moet uiteraard ook werkelijke een CORE I7 processor bevatten. Een app, verkocht of aangeboden bij een wagen of een huishoudtoestel, als zijnde compatibel moet dan ook de mogelijkheid bieden om die te installeren op de gangbare smartphones (en dus op verschillende besturingssystemen). Het geleverde goed moet geschikt zijn voor elk specifiek gebruik dat de consument wenst en dat door de verkoper werd aanvaard. VOORBEELD
Als je een camera koopt omdat hij een bepaald zoombereik heeft, dan moet het toestel ook over dit bereik beschikken. Het geleverde goed moet samen met alle toebehoren en instructies (ook installatie-instructies) geleverd worden. VOORBEELD
Het geleverde goed moet de updates krijgen die in de verkoopovereenkomst bepaald worden. Dit is belangrijk voor consumptiegoederen met een digitaal element. VOORBEELD
De updates van de software van een hartslagmeter, zoals bij de verkoop voorzien. Vervolgens moet het goed geschikt zijn voor het gebruik dat men van soortgelijke goederen gewoonlijk mag verwachten. VOORBEELD
Van de huidige generatie gsm’s kan je verwachten dat je naast telefoneren ook sms’en kunt versturen met het apparaat. Van een afwasmachine mag je verwachten dat ze de vaat ook afspoelt. Ten slotte moet het goed de prestaties en de kwaliteit leveren die men van soortgelijke goederen doorgaans mag verwachten, rekening houdend met de aard van het goed en de door de verkoper gedane mededelingen.
© VAN IN
50
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 6: Marktrecht: de wettelijke garantie
VOORBEELD
Van een stofzuiger mag je verwachten dat hij krachtig genoeg is om stof op te zuigen; als de verkoper publiekelijk beweert dat je er ook stenen mee kunt opzuigen, dan moet het toestel dat ook kunnen presteren. Als de installatie van een goed, bv. een garagepoort, deel uitmaakt van het koopcontract, wordt een eventueel verkeerde installatie ook als niet-overeenstemming beschouwd. Als het goed door de consument zelf wordt geïnstalleerd, kan er niet besloten worden tot niet-overeenstemming behalve als de foutieve montage het gevolg is van een fout in de montagehandleiding.
4
Termijnen
De termijn van de wettelijke garantie begint te lopen na de levering van het product en bedraagt twee jaar. Enkel voor levende dieren is de termijn beperkt tot 1 jaar. Als men dus de niet-conformiteit van een product binnen twee jaar na levering vaststelt, kan men zich beroepen op de wettelijke garantie en de verkoper aansprakelijk stellen voor het conformiteitsgebrek. Dit geldt dus ook expliciet voor goederen met digitale inhoud en digitale diensten. Bij het inroepen van een conformiteitsgebrek binnen de twee jaar na de levering wordt dit gebrek ook vermoed al aanwezig te zijn geweest bij de levering. De verkoper mag wel het tegenbewijs leveren. Als hij daar in slaagt moet hij geen garantie geven. Wanneer de overeenkomst evenwel voorziet in het continu leveren van digitale diensten of inhoud voor een periode langer dan twee jaar, dan kan de verkoper aansprakelijk gesteld worden voor conformiteitsgebreken gedurende die hele contractuele periode. De garantietermijn wordt opgeschort: − Tijdens de periode vereist voor de herstelling of de vervanging van het goed. Een recente Europese richtlijn stelt dat als goederen tijdens de wettelijke garantieperiode moeten worden gerepareerd, de garantie met één jaar wordt verlengd. Die richtlijn zal nog in het Belgische recht moeten worden verwerkt. − In geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. Voor tweedehandsgoederen kan een kortere termijn overeengekomen worden, maar die mag niet minder bedragen dan 1 jaar. Het is aan de verkoper om deze afwijkende overeenkomst met de consument te bewijzen. Als het gebrek wordt vastgesteld, moet de consument dat binnen de 2 maanden melden aan de verkoper. De verkoper en de consument kunnen wel een langere termijn overeenkomen. Na het verstrijken van de termijn van twee jaar valt de consument terug op de regelgeving inzake verborgen gebreken uit het Burgerlijk Wetboek. Deze biedt hem echter minder middelen om herstel te verkrijgen en legt de bewijslast van het bestaan van het gebrek op het ogenblik van de verkoop volledig bij hem.
5
Uitvoering van de wettelijke garantie
Als er een gebrek aan overeenstemming wordt vastgesteld, heeft de consument het recht: − zich het goed kosteloos te laten vervangen of herstellen (in functie van mogelijkheid en redelijkheid); − het genezen in geval van een (ziek) dier;
© VAN IN
51
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 6: Marktrecht: de wettelijke garantie
− als herstelling of vervanging niet haalbaar is (wegens technisch onmogelijk, onredelijk of niet mogelijk binnen een redelijke termijn), zich een prijsvermindering te laten toekennen of de verkoop te laten ontbinden.
Prijsvermindering of ontbinding kan in elk geval wanneer: − de verkoper nog geen herstelling of vervanging voltooid heeft; − de verkoper geweigerd heeft het goed in overeenstemming te brengen omwille van onevenredige kosten die dit zou veroorzaken; − er nog steeds non-conformiteit is ondanks pogingen tot herstel; − het conformiteitsgebrek zo ernstig is dat prijsvermindering of ontbinding gerechtvaardigd is; − blijkt dat herstelling of vervanging niet mogelijk is binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument. De consument kan eventueel ook een schadevergoeding vorderen. Bij vervanging of herstel wordt de garantietermijn van twee jaar geschorst tot voltooiing van de vervanging of de herstelling (zie wettelijke termijnen garantie). Bij het onlinemateriaal vind je twee modelbrieven garantie (één voor bestelling vóór 1 juni 2022 en één voor bestelling vanaf 1 juni 2022). Het gaat over gebrek aan overeenstemming, vraag voor herstellen of vervangen binnen redelijke termijn, zo niet terugbetaling.
6
De commerciële garantie
Er is een verschil tussen de wettelijke garantie en de commerciële garantie. De wettelijke garantie is van rechtswege van toepassing. De consument hoeft deze dus niet te onderhandelen en de verkoper kan ze niet beperken. De commerciële garantie is facultatief, dus niet verplicht. Ze kan al dan niet door de eindverkoper of de fabrikant worden verleend. De commerciële garantie is wel aan een aantal regels onderworpen: 1 De commerciële garantie heeft geen enkele invloed op het bestaan of de toepassing van de wettelijke garantie. Zij mag de wettelijke garantie dus niet inperken. Ze komt bovenop de wettelijke garantie. 2 De commerciële garantie kan zowel door de eindverkoper als door de fabrikant gegeven worden, maar ze is dan ook bindend voor diegene die haar aanbiedt. Ze bindt de verkoper ook voor de beweringen over het product en voor wat betreft de duurzaamheid van het product. 3 Verder zijn er een aantal verplichte vermeldingen. De commerciële garantie moet wijzen op het bestaan van de wettelijke garantie en moet ook de duur, het geografisch toepassingsgebied en de naam en het adres van de aanbieder van de garantie bevatten. 4 Indien de garantie niet conform de vereisten is, doet dat geenszins afbreuk aan de rechten van de consument. VOORBEELD
De commerciële garantieperiode voor metalen friteuses van de fabrikant FriFri is 10 jaar. Er wordt duidelijk vermeld dat ‘de voorwaarden van deze garantie de toepassing van de wettelijke garantie voor defecten en verborgen gebreken niet uitsluit.’ https://frifri.be/nl/algemene-voorwaarden/
© VAN IN
52
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 6: Marktrecht: de wettelijke garantie
7
Bescherming van de consument: casussen
1 Rik koopt een stofzuiger in een elektrozaak. In het begin werkt het toestel perfect maar na 13 maanden geeft het ding de geest. Rik gaat terug naar de elektrozaak. Hij gaat er immers van uit dat hij 2 jaar wettelijke garantie geniet. De verkoper zegt hem echter dat de fabrieksgarantie slechts 1 jaar bedraagt, en die is helaas verstreken. Rik protesteert en oppert dat de wettelijke garantie 2 jaar bedraagt. De verkoper geeft hem gelijk en zegt dat de fabrikant in fout is omdat die onvoldoende garantie biedt. Wat nu? 2 Lowie heeft de gewoonte met ondernemers te onderhandelen en om altijd een of andere korting te krijgen. Meestal lukt hem dat ook. Vandaag wil hij een hifi-installatie kopen. Na veel over en weer gepalaver, kent de verkoper hem uiteindelijk een korting van 500 EUR toe. Maar dat doet de verkoper alleen onder de voorwaarde dat Lowie afstand doet van de garantie voor niet-conformiteit. Lowie moet dus afwegen of het risico op een defect opweegt tegen de korting of niet? Wat denk jij hiervan? 3 Lieve koopt een tweedehandse e-bike. Na vier maanden is de batterij al aan herstelling toe. Lieve contacteert de verkoper volgens haar nog binnen de wettelijke garantieperiode maar die zegt dat er maar drie maanden garantie is op tweedehandsgoederen. Klopt dat? 4 Leo kocht een haagschaar. Al snel heeft hij er keer op keer technische problemen mee. Leo gaat met de haagschaar dan ook terug naar de winkel om ze te laten repareren binnen de wettelijke garantieperiode van twee jaar. Maar daar krijgt hij te horen dat de garantie vervalt omdat de haagschaar niet meer in de originele verpakking zit. Klopt het dat je altijd de goederen in de originele verpakking moet terugbrengen voor reparatie binnen garantie? 5 Adil wil duurzaam en spaarzaam omgaan met energie en hij installeert een lucht-lucht-warmtepomp. Hierbij hoort een digitale app om van op afstand het verbruik af te lezen en de stand en temperatuur van de units te regelen. Na een jaar merkt Adil (van de ene dag op de andere) dat niet alle functionaliteiten op zijn app nog te gebruiken zijn. Adil contacteert de verkoper/installateur maar die verwijst naar de producent. Daar krijgt Adil te horen dat het misschien aan zijn wifi of modem of zo ligt of aan zijn smartphone. Maar een beetje later krijgt hij te horen dat er een nieuwe, geüpdatete app is gelanceerd Welke rechten heeft Adil in deze? Welke verplichtingen hebben de verkoper en de producent? 6 Shania heeft een dalmatiërpuppy gekocht bij een kweker. Wanneer het dier geleverd wordt, en bij het opgroeien blijkt dat het hondje niet goed hoort en helemaal doof dreigt te worden. Shania is heel ontgoocheld. En ze informeert zich bij een dierenkliniek die aangeeft dat doofheid bij Dalmatiërs voorkomt door een actieve selectie naar ronde, scherp afgetekende vlekken waardoor doofheid mee overgeërfd wordt. Er is dus sprake van een genetische ziekte. Heeft Shania rechten in het kader van de wettelijke garantie? Zo ja, welke en waarom?
© VAN IN
53
Academiejaar 2025-2026
Marktrecht: de wettelijke garantie
© VAN IN
54
Academiejaar 2025-2026
7 Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' deel 1
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
1
Inleiding
De economie in Europa is gebaseerd op het principe van de ‘vrije markt’. We noemen dat een ‘vrijemarkteconomie’. Dat betekent dat iedereen vrij is om aan de economie deel te nemen zoals hij of zij dat wil. Consumenten zijn vrij in hun keuzes en bedrijven zijn vrij om de goederen en diensten te leveren die ze willen. Die vrijheid is natuurlijk niet onbeperkt: er moeten spelregels of wetten zijn. Die wetten reguleren verschillende domeinen zoals belastingen, milieuwetgeving, sociale wetgeving … en marktrecht. Het marktrecht beschermt de ‘zwakkere’ in de economie en dat is doorgaans de consument. Een consument neemt dagelijks beslissingen over zijn aankopen. Hij neemt die beslissingen meestal snel en vaak ook impulsief. Ondernemingen zijn de ‘sterkeren’ want ze zijn dagelijks bezig met het verleiden van de klant om te kopen. Daardoor is de consument een gemakkelijk slachtoffer en loopt hij het risico om er ‘bedrogen uit te komen’ doordat hij meer moet betalen dan verwacht, zijn aankoop niet echt is wat hij wou, zijn aankoop defect is … Om dat te voorkomen biedt het marktrecht de consument bescherming door te zorgen dat de relatie tussen consument en onderneming eerlijk verloopt. Daarnaast is het ook belangrijk dat de relaties tussen de ondernemingen onderling eerlijk verlopen. Ook regels daarover komen in dit boek aan bod. De wetten over eerlijke handelsrelaties tussen ondernemingen en consumenten en tussen ondernemingen onderling zijn opgenomen in Boek VI WER ‘Marktpraktijken en consumentenbescherming’.
2
Toepassingsgebied
Boek VI is van toepassing op alle ondernemingen. Omdat Boek VI van toepassing is op alle ondernemingen, bevat Boek VI alleen algemene regels. De meeste regels beschermen de consumenten tegen gedragingen van ondernemingen. Daarnaast heeft Boek VI ook enkele regels die ondernemingen onderling beschermen. Boek VI gaat dus zowel over: − de ‘B2C’-relaties (business-to-consumer): consumenten die kopen van ondernemingen; − de ‘B2B’-relaties (business-to-business): ondernemingen die kopen van andere ondernemingen. Voor sommige soorten van bedrijven zoals reisbureaus, huwelijksbureaus, incassobureaus ... gelden bijkomende en andere regels die opgenomen zijn in aparte wetten. Die wetten zijn nodig omdat in specifieke gevallen zoals wanneer de consument op reis gaat, de consument op zoek is naar een relatie, de consument schulden heeft … de consument een extra zwakke positie heeft en dus extra bescherming nodig heeft. Die specifieke wetten worden hier niet besproken. Het Wetboek van Economisch Recht heeft een eigen structuur. Sommige boeken zijn nodig om de andere te kunnen begrijpen. Zo bevat Boek I alle gebruikte definities en Boek XVI bevat alle sancties.
© VAN IN
57
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Het is aanbevolen om zowel de algemene definities als de specifieke definities voor Boek VI er op na te lezen of bij de hand te houden. Je vindt ze in de art. I.1 en. I.8 WER. Belangrijk is wel om bij deze definities mee te geven dat voortaan het begrip product ook digitale inhoud en digitale diensten omvat. Dat is logisch gezien de digitale opmars. Digitale diensten zijn bv. het uitzenden van radio- en televisieprogramma’s via radio- en televisienetwerken. VRTMax en GoPlay zijn digitale kijkdiensten, zo ook mobiele telefoondiensten, Google maps, YouTube, ...
3
Informatie van de markt
3.1
Inleidende oefening
1 Je gaat op kot en je beseft dat je je eigen potje zal moeten koken. Daarom wil je een microgolfoven aanschaffen. Op welke manieren (verkoopvorm, waar) kun je dat doen? Probeer zo volledig mogelijk te zijn. 2 Som voor iedere verkoopvorm op welke informatie je absoluut nodig hebt om een goede keuze te kunnen maken. Verkoopvorm 1
Verkoopvorm 2
…
Informatie-item 1 Informatie-item 2 …
3 Evalueer voor elke verkoopvorm wat de voordelen en nadelen of risico’s zijn. Voordelen
Nadelen/risico’s
Verkoopvorm 1 Verkoopvorm 2 …
4 Herneem elk voor- of nadeel een keer in onderstaande tabel. Omcirkel alle voor- of nadelen die te maken hebben met ‘informatie’ en onderlijn alle voor- of nadelen die te maken hebben met ‘problemen oplossen’. Zet kruisjes in de juiste vakken. M.a.w. duid aan welk voor- of nadeel van toepassing is op welke verkoopvorm en duid ook aan of dit nadeel voor, tijdens of na de verkoop speelt. Verkoopvorm 1 Voor
Tijdens
Verkoopvorm 2 Na
Voor
Tijdens
… Na
Voor
Tijdens
Na
Voordeel 1 Voordeel 2 …
© VAN IN
58
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Nadeel/risico 1 Nadeel/risico 2 …
Als je de vorige oefening volledig en correct hebt gemaakt, heb je een van de basisprincipes van het consumentenrecht begrepen. Voor alle zekerheid zetten we het hieronder nog eens uiteen.
3.2
Basisprincipes ‘informatie’
Door de oefening zal je gemerkt hebben dat de consument sommige informatie altijd nodig heeft, ongeacht de verkoopvorm. De wet verplicht ondernemingen om die informatie mee te delen. We sommen de belangrijkste op:
3.2.1 De totale prijs van het product In die totale prijs moeten de volgende elementen inbegrepen zijn: − alle belastingen (bv. btw, accijnzen, toeristentaks, Recupel-bijdrage …); − alle diensten die door de consument verplicht bijbetaald moeten worden; − alle extra vracht-, leverings-, of portokosten. Als die kosten redelijkerwijs niet vooraf berekend kunnen worden, dan moet daarover informatie verstrekt worden. De prijs is met stip het belangrijkste informatie-aspect bij een aankoop. Consumenten vergelijken veel producten op basis van de ‘prijs’ en lage prijzen hebben een grote aantrekkingskracht. Dat maakt het ook zo verleidelijk om de consument (een beetje) te misleiden met prijzen. Sommige trucjes, zoals prijzen die onder een ‘psychologische drempel’ blijven (bv. 999,99 EUR), zijn toegestaan. Maar wat niet kan is de ware prijs verdoezelen door er elementen uit weg te laten die de consument toch sowieso moet betalen zoals bijvoorbeeld btw, Recupel-bijdrage ... In het geval van de microgolfoven zou het ontoelaatbaar zijn om alleen het ‘motorgedeelte’ als microgolfoven te verkopen en de consument daarna apart de kabel en het lampje te verkopen. Mocht dit om een of andere reden wel zo verkocht worden, dan zal de verkoper dat heel duidelijk moeten vermelden. Het wijkt immers sterk af van wat de gemiddelde consument verwacht. In dit voorbeeld merk je meteen de relatie tussen de ‘voornaamste kenmerken’ en de ‘prijs’. Beiden moeten duidelijk zijn en met elkaar overeenstemmen.
3.2.2 De voornaamste kenmerken van het product Dit lijkt evident, maar dat is het niet altijd. Want wat zijn net de ‘voornaamste kenmerken’ van een microgolfoven? We doen een poging: − het vermogen; − de afmetingen; − grill-, ontdooi- en andere functies. Het is nog maar de vraag of bijvoorbeeld de lengte van de kabel, het gewicht, het verbruik, het geluidsniveau … ook behoren tot de ‘voornaamste’ kenmerken van een microgolfoven.
© VAN IN
59
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Daarom stellen we dat de ‘voornaamste’ kenmerken die kenmerken zijn die de ‘gemiddelde consument’ belangrijk vindt bij de aankoop van een bepaald product. De kenmerken verschillen dus van product tot product. Hoewel hierover zelden rechtszaken ontstaan, is het uiteindelijk de rechter die uitmaakt wat de ‘voornaamste kenmerken’ van een product zijn en welke niet. In de praktijk weten fabrikanten en verkopers heel goed wat consumenten belangrijk vinden en zullen ze extra aandacht vestigen op die kenmerken. De wet verhindert dat zij bepaalde belangrijke kenmerken zouden ‘vergeten’.
3.2.3 De identiteit van de onderneming (naam, adres, ondernemings nummer …) Misschien heb je hier aanvankelijk niet aan gedacht, maar vast wel toen je nadacht over de voor- en nadelen en wanneer die van toepassing zijn. Het is belangrijk om te weten met wie je te doen hebt, vooral om achteraf de onderneming te kunnen contacteren als er zich problemen (levering, defecten …) voordoen.
3.2.4 Een herinnering aan het bestaan van de wettelijke garantie, de commerciële garantie en de voorwaarden van diensten na verkoop De wettelijke garantie en de commerciële garantie (zie het hoofdstuk over de wettelijke garantie) wordt verder in het boek meer in detail behandeld. Veel consumenten zijn niet op de hoogte van hun garantierecht en van de voorwaarden van diensten na verkoop (bv. depannage). Daarom verplicht de wet dat dit meegedeeld moet worden. Door het te vermelden engageert de onderneming zich bovendien om de wettelijke en andere garantierechten te respecteren. Onthoud dat de consument in essentie altijd goed geïnformeerd moet worden over de volgende vier zaken: 1 hoeveel hij moet betalen; 2 wat hij koopt; 3 van wie hij koopt; 4 en op welke garantie en dienst na verkoop hij recht heeft. Deze vermeldingen zijn altijd verplicht. De wet voorziet ook regels over andere informatieverplichtingen, maar die zijn slechts onder bepaalde voorwaarden verplicht. Je kunt ze vinden in art. VI.2 WER.
3.3
Meer informatieverplichtingen
In de oefening zal je vastgesteld hebben dat bepaalde verkoopvormen mogelijk nadelen of risico’s omvatten. Bij onlineaankopen kun je bijvoorbeeld het product niet inspecteren of ken je door de afstand tussen jou en de verkoper misschien het adres van de onderneming niet. Het consumentenrecht is er om de risico’s die hierdoor ontstaan zo veel mogelijk te beperken. Daarom legt de wet bijkomende informatieverplichtingen op per verkoopvorm. De verkoopvormen zijn als volgt ingedeeld: − verkopen op afstand (hieronder valt onlineverkoop maar ook postorderverkoop en verkopen via een onlinemarktplaats zoals bol.com); − verkopen buiten de onderneming (verkoop op beurzen, bij de consument thuis ...); − openbare verkoop (openbare verkoop van inbeslaggenomen goederen door een deurwaarder).
© VAN IN
60
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Voortaan vallen ook overeenkomsten waarbij een onderneming digitale inhoud of digitale diensten levert, waarvoor de consument aan de onderneming persoonsgegevens verstrekt zonder een geldprijs te betalen, onder bepaalde regels van de consumentenbescherming. Dit is niet zo als het gaat over persoonsgegevens die noodzakelijk zijn om de digitale inhoud te kunnen leveren en die de onderneming uitsluitend voor dat doel verwerkt. Het gaat hier over de consumentenbescherming bij de algemene verplichting tot informatie van de consument, de spelregels voor de verkoop op afstand, de regels rond de levering van producten. VOORBEELD
Online games en sociale mediadiensten worden vaak geleverd in ruil voor het achterlaten van je uitgebreide persoonsgegevens als consument. Je zou kunnen stellen dat je niet met een prijs in geld hebt betaald maar wel met je persoonsgegevens. In ruil voor de persoonsgegevens (naam, e-mailadres, interesses, bedrijf, gezinssamenstelling, ...) krijgt de bezoeker van een website toegang tot een e-book over gezonde voeding.
We bespreken de verschillende verkoopvormen later meer in detail, maar gaan eerst verder met de algemene regels over informatie. We beginnen het overzicht met wat wellicht de belangrijkste factor is voor consumenten: de prijs.
© VAN IN
61
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.4
Prijsaanduiding: hoeveel moet de consument betalen?
3.4.1 Inleidende oefening 1 Er zijn verschillende manieren om prijzen aan te duiden. Lijst op hoe de prijzen zijn aangeduid: – in de supermarkt; – in het marktkraam van een slager; – in het café; – bij de kapper; – bij een herstellingsdienst voor bromfietsen; – op een website die elektro aanbiedt. 2 Duid voor elke situatie aan of er verschillen zijn naargelang het type product of dienst dat de onderneming aanbiedt. 3 Wat vind jij belangrijke kenmerken van een prijsaanduiding?
3.4.2 De juiste prijs(aanduiding) Terwijl je de oefening maakte, zal je gemerkt hebben dat er niet een enkele manier is om prijzen aan te duiden. Het hangt af van: − de situatie (supermarkt, markt, website …); − van wat er verkocht wordt (goederen in de supermarkt, bij de slager, op een website … diensten bij de kapper, in het café en in de bromfietsenzaak); − van het type dienst of product (een uitgeschonken trappist in het café, een kilo bananen in de supermarkt ...). Elke situatie vereist dus specifieke regels. Er zijn echter vier regels die altijd gelden: 1 de prijs moet in euro uitgedrukt zijn; 2 de aangeduide prijs moet de totaal te betalen prijs zijn (zie basisprincipes hierboven); 3 regel 1 en 2 moeten ook gerespecteerd worden in reclame die een prijs vermeldt; 4 de prijs moet eenduidig zijn. In eenzelfde zaak mag met andere woorden hetzelfde product niet met twee verschillende prijzen aangeduid worden. Gebeurt dat toch, dan geldt voor de consument de laagste prijs. Afronding van het totaalbedrag Elke onderneming moet het totaalbedrag dat de consument cash betaalt afronden (en dus niet de prijs van elk afzonderlijk product). Afronden moet naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 cent. Daarbij gelden twee voorwaarden: − het totaalbedrag is hoger dan 5 cent; − de betaling vindt plaats in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming. Afronding is dus niet toegestaan bij verkoop op afstand. Voor andere betalingswijzen (dan cash) is de afronding vrijwillig. Maar als de onderneming de afronding toepast op één ander betaalmiddel, dan moet ze het op alle betaalwijzen toepassen. In dat geval moet op een duidelijke wijze en in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar de consument betaalt, een boodschap aangebracht worden:
© VAN IN
62
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
‘Het totaalbedrag wordt altijd afgerond’. Samengevat zijn er dus twee wettelijke mogelijkheden: − ofwel rondt de onderneming enkel af bij cashbetalingen; − ofwel rondt de onderneming af bij alle betalingen. Deze regels zijn ook van toepassing op vrije beroepen. Toepassen – Lies doet boodschappen in de supermarkt voor een bedrag van 19,87 EUR. Zij betaalt met een biljet van 20 EUR. Hoeveel krijgt Lies hier terug? Naar welk bedrag wordt dus afgerond? – Jan doet boodschappen in de supermarkt voor een bedrag van 19,82 EUR. Hij betaalt met een biljet van 20 EUR. Hoeveel krijgt Jan hier terug? Naar welk bedrag wordt dus afgerond? – Danira koopt in de supermarkt voor een bedrag van 19,88 EUR. Zij betaalt met een biljet van 20 EUR. Hoeveel krijgt Danira hier terug? Naar welk bedrag wordt dus afgerond? 2 Check in de praktijk – Check bij jouw volgende winkelbezoek eens hoe de winkel de boodschap rond het afronden formuleert. – Is de aankondiging voldoende duidelijk? En is ze aangebracht in de onmiddellijke omgeving van waar de consument betaalt? 1
Hoe betalen? Ondernemingen zijn verplicht om cash geld te aanvaarden en minstens 1 elektronisch betaalmiddel ter beschikking te stellen. Dit geldt wanneer de consument en de ondernemer tegelijkertijd fysiek aanwezig zijn bij een transactie. Voor cash kunnen er uitzonderingen zijn indien er veiligheidsrisico’s kunnen aangetoond worden. Maar het is sowieso verboden om meer dan 3000 euro in cash te betalen. Dit laatste vloeit voort uit de antiwitwaswetten. VOORBEELD
In een ondergrondse parkeergarage mag alleen digitaal betalen aangeboden worden omdat er geen fysieke aanwezigheid is tussen klant en ondernemer.
3.4.3 Prijsaanduiding voor goederen 3.4.3.1 Basisprincipe Elke onderneming die de consument goederen te koop aanbiedt, moet de prijs daarvan schriftelijk en ondubbelzinnig aanduiden. In de oefening geldt dit dus voor de supermarkt, de slager op de markt, de website die elektro aanbiedt en de hersteldienst voor automechanica.
3.4.3.2 Goederen te koop uitgestald Als de goederen te koop uitgestald zijn, moet de prijs (bovenop het basisprincipe) leesbaar en goed zichtbaar aangeduid worden. In de oefening geldt dit dus zeker voor de supermarkt en de slager op de markt.
© VAN IN
63
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Dit betekent dat de onderneming de keuze heeft om: a de prijs op het product of op de verpakking ervan aan te duiden; b de prijs in de onmiddellijke nabijheid van de goederen aan te duiden op voorwaarde dat het absoluut duidelijk is op welk product de prijs betrekking heeft.
3.4.3.3 Prijsaanduiding per meeteenheid In de oefening merkte je wellicht op dat in de supermarkt of bij de slager de prijs ook per kg, meter, vierkante meter, liter ... aangegeven wordt. Dit is een verplichting die het consumenten gemakkelijk maakt om prijzen te vergelijken. Een prijs vergelijken en inschatten is immers niet evident als producten in verschillende verpakkingen aangeboden worden. Daarom is het belangrijk om de consument een vaste, eenduidige referentie te geven namelijk de prijsaanduiding per meeteenheid. Verkopers die over een netto verkoopoppervlakte van maximum 150 m² beschikken, worden vrijgesteld van die verplichting, maar dan wel alleen voor voorverpakte producten in vooraf bepaalde hoeveelheden. Voor afzonderlijk verkochte producten moet alleen de prijs per meeteenheid aangeduid worden. De prijs per meeteenheid moet net als elke prijs, ondubbelzinnig, gemakkelijk herkenbaar en goed leesbaar aangeduid worden en in de onmiddellijke nabijheid van de vermelding van de verkoopprijs zijn. Deze verplichting geldt ook voor prijsaanduidingen in reclame.
3.4.4 Prijsaanduiding voor diensten De dienstverleners in de oefening zijn de kapper, het café en de bromfietshersteller. Een van de drie verleent een andere soort dienst. Welke? Het onderscheid dat we hier moeten maken is dat tussen homogene diensten en niet-homogene diensten.
3.4.4.1 Homogene diensten Homogene diensten zijn alle diensten waarvan de eigenschappen en de modaliteiten identiek of gelijkaardig zijn ongeacht het ogenblik, de plaats van de uitvoering, de dienstverstrekker of de persoon voor wie ze bestemd zijn. Homogene diensten zijn dus diensten waarvan de tariefbepaling losstaat van de specifieke omstandigheden of kenmerken van de dienstverlening. Het is m.a.w. mogelijk om met een vast tarief te werken. In de oefening gaat het dus over haren knippen en een drankje serveren. VOORBEELDEN
Andere voorbeelden van homogene diensten zijn: – een wagen wassen; – een kledingretouche; – een schoonheidsbehandeling.
© VAN IN
64
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Kun je zelf ook nog enkele voorbeelden van homogene diensten bedenken? Voor homogene diensten geldt de regel dat de prijs schriftelijk, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aangeduid moet worden. ‘Ondubbelzinnig’ impliceert dat de prijs van homogene diensten op twee manieren aangeduid kan worden: 1 Forfaitair: VOORBEELD
Haar wassen en knippen: 45 EUR 2 Door te verwijzen naar parameters: VOORBEELD
Ramen wassen: 8 EUR per raam op het gelijkvloers, 11 EUR per raam op de eerste of de tweede verdieping. ‘Goed zichtbaar en schriftelijk’ betekent dat de prijs van homogene diensten aangeduid moet worden door een tarief (prijslijst) dat zowel binnen als buiten de zaak goed zichtbaar is. VOORBEELD
De prijslijst van een kapperszaak of een café moet van buitenaf consulteerbaar zijn. Weet dat er veel detailregels bestaan over de vorm van een prijslijst voor bijvoorbeeld cafés, hotels, kappers ... maar daar gaan we hier niet verder op in.
3.4.4.2 Niet-homogene diensten De diensten die niet onder de definitie van homogene diensten vallen, zijn dus per definitie niethomogene diensten. Het zijn typisch die diensten waarvoor een bestek opgemaakt moet worden opdat de consument (en de onderneming) kan weten hoeveel de dienst zal kosten. De bromfietshersteller is hiervan een voorbeeld. De prijs van de herstelling wordt bepaald door wat er precies stuk is aan de bromfiets en welke onderdelen eventueel vervangen moeten worden. De consument kan de onderneming vragen om een bestek op te maken. De onderneming moet dat slechts afleveren als: 1 de consument erom vraagt; 2 de onderneming bereid is om de dienst te leveren. VOORBEELDEN
– Een computerhersteller die geen capaciteit heeft om nieuwe klanten aan te nemen en de gevraagde dienst dus niet kan en/of wil leveren, hoeft geen bestek op te maken. – Een computerhersteller die van mening is dat hij bepaalde werken niet kan uitvoeren volgens de gangbare normen (bijvoorbeeld door moeilijke bereikbaarheid etc.) kan besluiten dat hij de dienst niet kan en wil leveren. Hij hoeft dus geen bestek op te maken.
© VAN IN
65
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.4.5 Prijspromoties: hoeveel moet de consument betalen? Een bijzondere vorm van prijsaanduiding is de prijspromotie. Een consument kan immers nog meer verleid worden om te kopen door hem mee te delen dat een prijs (tijdelijk) lager is. Door een prijsverlaging verlaagt een onderneming haar winstmarge maar tegelijkertijd hoopt ze om meer klanten aan te trekken, weg te lokken van de concurrentie en eventueel, door de meerverkoop, de gederfde winst te compenseren. Er zijn verschillende omstandigheden waarin een onderneming promoties kan aankondigen en doorvoeren. Er zijn in de eerste plaats de ‘gewone’ promoties, waarbij de onderneming prijzen verlaagt om de verkoop te bevorderen. Maar promoties kunnen ook in bijzondere omstandigheden plaatsvinden, zoals in het kader van solden of een uitverkoop. De prijsvermindering kan ook gevoerd worden in de vorm van de verspreiding van kortingsbonnen, getrouwheidskaarten, enz.
3.4.5.1 Gewone prijsverminderingen Ondernemingen zijn in principe vrij om te kiezen in welke vorm ze prijsverminderingen aankondigen en aanduiden. Maar de aanduiding mag uiteraard niet misleidend zijn. Of een prijsvermindering misleidend is, moet geval per geval bekeken worden, maar als basisprincipe kunnen we stellen dat de prijsvermindering reëel moet zijn. Opdat een prijsvermindering reëel is, moeten alvast de volgende voorwaarden vervuld zijn: 1 De vermindering moet betrekking hebben op hetzelfde product of dienst. 2 De vermindering moet berekend worden op basis van de ‘vorige prijs’. Dat is de laagste prijs die door de onderneming is toegepast tijdens een periode van 30 dagen voorafgaand aan de prijsvermindering voor dat product of de dienst. Zo worden ‘artificieel’ verhoogde verkoopprijzen vóór de prijsvermindering vermeden. Met ander woorden het feit dat men eerst de prijs verhoogt en dan daarop korting geeft is geen reële prijsvermindering. Op de periode van 30 dagen zijn twee uitzonderingen, met name voor producten die minder dan 30 dagen op de markt zijn is de periode waarin de laagste prijs werkelijk moet toegepast zijn minimum 7 dagen en voor goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben is er geen periode bepaald. VOORBEELD
Voor groenten en voorverpakt vlees kan men als ‘vorige prijs’ de prijs van de dag voordien nemen en daarop de korting berekenen. 50% korting wegens ‘korte houdbaarheid’. Soms verhogen de kortingspercentages die de verkoper geeft in de tijd. Hier is de ‘vorige prijs’ de prijs zonder prijsvermindering die van toepassing was vóór de eerste prijsvermindering. VOORBEELD
Een winkelier verkoopt (al gedurende een periode van 2 maanden) een DAB+ radio aan de prijs van 250 euro. Bij het begin van de solden kondigt hij een korting van 20% aan. De nieuwe verkoopprijs is dus 200 euro. De ‘vorige prijs’ was hier 250 euro en hierop moet de 20% worden berekend. In de tweede week van de solden wil de ondernemer de verkoopprijs terugbrengen naar 150 euro. De vorige prijs is hier dus 250 euro (de prijs zonder prijsvermindering, voorafgaand aan de eerste prijsvermindering) en de korting die hij moet aankondigen bedraagt dan 40% (150/250). 3 De prijspromotie moet gedurende een concrete periode toegepast worden. Gedurende lange perio den een gelijkblijvende prijs als een promotie voorstellen is misleidend.
© VAN IN
66
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.4.5.2 Uitverkopen Een uitverkoop is elke vorm van verkoop die zo aangekondigd wordt met als doel de voorraad versneld te verkopen. Maar een uitverkoop is slechts in een beperkt aantal situaties toegelaten. ‘Uitverkoop’ is immers alweer een van die termen die consumenten erg aanspreekt en verleidt (omdat er zaakjes te doen zijn). We beperken ons hier tot het opsommen van een aantal situaties waarin een uitverkoop toegelaten is: 1 ter uitvoering van een rechterlijke beslissing; VOORBEELD
Bij faillissement kan de curator overgaan tot een uitverkoop van de goederen. 2 bij het overlijden van een uitbater van een onderneming kunnen de erfgenamen de voorraad geheel of gedeeltelijk in uitverkoop te koop aanbieden; 3 bij de overname van een onderneming kan de overgedragen voorraad geheel of gedeeltelijk in uitverkoop te koop aangeboden worden; 4 bij een volledige stopzetting van de activiteiten van een ondernemer. Daarbij is wel vereist dat de verkoper gedurende de laatste drie jaar geen uitverkoop deed voor soortgelijke producten en dat hij zijn volledige voorraad uitverkoopt; 5 bij verbouwingswerken of herstellingswerken aan de lokalen waar de verkoop aan de consument gewoonlijk plaatsheeft. Daarvoor is wel vereist dat de werken meer dan twintig werkdagen in beslag nemen en dat de uitvoering van de werken de verkoop in de gebruikelijke gebouwen onmogelijk maakt. Bovendien mag de verkoper de drie voorgaande jaren om dezelfde reden geen soortgelijke producten uitverkocht hebben; VOORBEELD
Een verkoper houdt een uitverkoop voor hij aan verbouwingswerken begint. De verbouwingswerken duren evenwel geen twintig werkdagen, zoals dat door de wet verplicht wordt (als men een uitverkoop wil doen). Bijgevolg kan de rechtbank de verkoper verplichten om zijn winkel gedurende de resterende dagen te sluiten. 6 bij ernstige schade die als gevolg van een ramp aan de hele voorraad producten of een belangrijk deel ervan is toegebracht; VOORBEELD
Een bedrijf waar elektronische producten worden verkocht, brandt grotendeels uit. Van een aantal producten is alleen de verpakking zwaar beschadigd door het roet. 7 bij overbrenging of opheffing van de ruimte waar de verkopen normaal doorgaan, de inrichting moet vanaf ten minste één jaar voor het begin van de liquidatie, door dezelfde verkoper zijn uitgebaat; 8 bij overmacht waardoor de activiteit van de onderneming aanzienlijk wordt gehinderd; VOORBEELD
De aankondiging van openbare werken van lange duur die de toegang tot de onderneming onmogelijk maken. 9 bij de opruststelling (en stopzetting van elke beroepsactiviteit) van een natuurlijke persoon die een onderneming uitbaat. Voorwaarde is wel dat die in de loop van het jaar daarvoor geen uitverkoop
© VAN IN
67
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
heeft gehouden omwille van een stopzetting van de onderneming of de overbrenging van de verkoopinrichting. Onthoud dat de wet toelaat dat een onderneming uitverkopen organiseert als zij zich in een situatie bevindt waarin ze een reële nood heeft om snel haar voorraad te kunnen verkopen. De wet zorgt er tegelijkertijd voor dat ondernemingen het systeem van uitverkopen niet kunnen misbruiken door zelf de nodige ‘omstandigheden’ in de hand te werken.
3.4.5.3 Opruiming of solden Opruimingen of solden zijn aanbiedingen of verkopen tijdens een welomschreven periode waarbij de verkoper kan overgaan tot een versnelde afzet van zijn goederen tegen een verminderde prijs. Het is tijdens de soldenperiodes ook toegelaten met verlies te verkopen. De opruiming wordt aangekondigd door de termen ‘solden’ of ‘opruiming’ of door een andere gelijkaardige benaming. De solden mogen enkel plaatsvinden in twee wettelijk vastgelegde periodes. De eerste periode is van 3 januari tot en met 31 januari en de tweede van 1 juli tot en met 31 juli. Voor alle sectoren gelden in principe dezelfde periodes, tenzij er andere vastgelegd worden door de overheid. Als 3 januari of 1 juli op een zondag valt, mogen de solden een dag eerder beginnen. Een maand voor elke soldenperiode is er een sperperiode. In die periode is het in de sectoren kleding, lederwaren en schoenen verboden prijsverminderingen aan te kondigen of door te voeren behalve tijdens braderieën. Tijdens de sperperiode is het ook toegelaten gezamenlijke aanbiedingen te doen.
3.4.5.4 Waardebonnen Er zijn twee soorten waardebonnen: 1 Waardebonnen (bij een aankoop) die recht geven op een latere terugbetaling van de prijs of een deel daarvan. 2 Waardebonnen die de mogelijkheid bieden onmiddellijk een korting op de prijs te krijgen. De wet geeft ook aan welke vermeldingen verplicht zijn voor elk type waardebon. Onthoud dat het gaat om de drie klassieke informatie-items: 1 Voorwaarden om de waardebon te kunnen gebruiken = WAT hij koopt; 2 Identiteit van de onderneming = van WIE hij koopt en; 3 Bedrag = HOEVEEL hij daarvoor moet betalen. Als die voorwaarden vervuld zijn, is een onderneming verplicht een waardebon te aanvaarden.
3.5
Benaming, samenstelling en etikettering van producten: wat koopt de consument?
In tegenstelling tot wat het woord misschien laat vermoeden is de definitie van ‘etikettering’ veel ruimer dan alleen maar de verpakking. Etikettering omvat: ‘de vermeldingen, aanwijzingen, gebruiksaanwijzingen, merken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een goed of op een homogene dienst en die voorkomen op het goed zelf of op enig verpakkingsmiddel, document, bordje, etiket, band of label dat bij dit goed of bij deze dienst is gevoegd of daarop betrekking heeft’. Deze opsomming uit de wet kunnen we samenvatten als ‘alles wat schriftelijk over een goed of dienst beweerd wordt’.
© VAN IN
68
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Andere voorbeelden van ‘etikettering’ naast het etiket of de verpakking zijn: een handleiding, een logo, een garantiebewijs ... De vermeldingen op het etiket moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn en duidelijk onderscheiden kunnen worden van reclame. De benaming, samenstelling en etikettering van heel wat producten wordt apart geregeld. Zo zijn er koninklijke besluiten over honing, bier, boter, textiel, fruitsap, consumptie-ijs, brood … Een product mag maar onder een gereglementeerde benaming verkocht worden als de wettelijk bepaalde samenstelling gerespecteerd werd. Voor bepaalde producten, zoals bijvoorbeeld chocolade, limonade e.a. moet de samenstelling ook op het etiket vermeld worden.
3.5.1 Taal De etikettering moet minstens in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal opgesteld zijn. Bij de beoordeling daarvan moet rekening gehouden worden met het taalgebied waar de goederen of diensten aan de consument aangeboden worden. De gebruikte taal is dus niet noodzakelijk de officiële bestuurstaal van een taalgebied. VOORBEELDEN
– Een Brusselse ondernemer zou op basis van de bovenstaande bepaling kunnen aannemen dat de gemiddelde Brusselse consument het Frans voldoende machtig is om producten met eentalige Franstalige etiketten te mogen verkopen. – Een elektronicaonderneming in Gent zou ervan uit kunnen gaan dat eentalige Engelse etiketten ook aan de regels voldoen. Een elektronicaonderneming in Houffalize kan dat misschien minder hard maken. De rechtspraak zal indien nodig verder moeten uitwijzen waar de grens getrokken wordt. In combinatie met de principes van ‘eerlijke marktpraktijken’ (zie verder) en de algemene zorgvuldigheidsprincipes uit het Burgerlijk Wetboek, kan wel vermoed worden dat een onderneming erg voorzichtig te werk moet gaan als ze een andere taal dan die van het taalgebied van de consument gebruikt.
3.5.2 Aanduiding van de hoeveelheid: hoeveel en wat koopt de consument? De hoeveelheid van een goed is belangrijke informatie opdat de consument goed zou weten wat hij koopt. Hierbij wordt snel duidelijk dat er meer dan een manier bestaat om hoeveelheden aan te duiden. De manier waarop producten worden aangeboden kan immers verschillen. Goederen kunnen al dan niet ‘geconditioneerd’ zijn. Dat betekent dat ze bij de verpakking of bij de fabricage al verdeeld, gemeten of gewogen zijn. VOORBEELD
Een pak chips. Voor geconditioneerde goederen is de aanduiding van de hoeveelheid verplicht. De hoeveelheid moet op de verpakking of op het product zelf leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig vermeld worden. Een meeteenheid wordt aangeduid in de ‘nominale hoeveelheid’: dit is het ‘op een voorverpakking aangegeven gewicht of volume dat overeenstemt met de netto hoeveelheid die deze voorverpakking wordt geacht te bevatten’. Ze is uitgedrukt in een meeteenheid (l, m, m², m³, cl, kg, g …). Er zijn specifieke regels over welke meeteenheid gebruikt moet worden voor welk product.
© VAN IN
69
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Voor goederen die gemeten of gewogen worden door de consument of in zijn aanwezigheid, moeten de aanduidingen van de meetinstrumenten voor de consument duidelijk zichtbaar zijn. VOORBEELDEN
− Bij de slager kan je altijd de weging van de producten mee aflezen. – In de supermarkt kan je zelf je groenten en fruit wegen en de hoeveelheid (gewicht) aflezen.
3.5.3 Geregistreerde benamingen Sommige producten genieten een zekere faam en worden omwille van afkomst, fabricageproces, ingrediënten …. door de consument met een zekere kwaliteit geassocieerd. Om te vermijden dat ondernemingen misbruik zouden maken van de goede naam van bepaalde producten werden geregistreerde benamingen ingevoerd. Een geregistreerde benaming is een geografische benaming van een land, een streek of een plaats die dient om een product dat er zijn herkomst heeft mee te benoemen. Bovendien wijst de benaming erop dat het product specifieke kenmerken bezit die verband houden met de streek waar het vervaardigd wordt. Een streek of plaatsnaam mag gebruikt worden als een benaming van oorsprong als daarvoor een erkenning bestaat bij koninklijk besluit, als het met andere woorden een officieel erkende, geregistreerde benaming is. VOORBEELD
Geraardbergse mattentaarten, Brussels grondwitloof, Gentse Azalea en ook de Limburgse vlaai (beschermde geografische aanduiding). Het is verboden: − gebruik te maken van een benaming die wordt voorgesteld als een benaming van oorsprong terwijl die niet bij besluit als een benaming van oorsprong is erkend; − onder een benaming van oorsprong producten te vervaardigen, te koop aan te bieden en te verkopen als die niet voldoen aan de voorwaarden gesteld inzake de erkenning van de benaming van oorsprong; − onder een benaming van oorsprong producten te vervaardigen, te koop aan te bieden en te verkopen zonder in het bezit te zijn van een attest van oorsprong, als dat vereist is; − een benaming van oorsprong te vertalen; − aan de benaming van oorsprong een term toe te voegen als ‘soort’, ‘type’, ‘wijze’ of ‘gelijksoortig’. Zo is het bijvoorbeeld verboden op de verpakking aan te geven: ‘dit is een soort Ardense ham’. De regels over ‘geregistreerde benamingen’ zorgen er dus voor dat de consument weet wat hij koopt. Daarnaast beschermen ze de fabrikanten van dergelijke producten tegen oneerlijke concurrentie. Naast benamingen kunnen ook de traditionele samenstellingen beschermd worden. Het label Gegarandeerde Tradionele Specialiteit mag dan op de verpakking vermeld worden. Oude Geuze en Oude Kriek hebben zo een label. Productnamen voor levensmiddelen en landbouwproducten, wijn, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen, in Europa geregistreerd en beschermd kun je terugvinden in de databank eAmbrosia: https://ec.europa.eu/agriculture/eambrosia/geographical-indications-register/
© VAN IN
70
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Voor alle geografische aanduidingen die in de EU beschermd zijn, kun je terecht in de databank GIview: https://www.tmdn.org/giview/ Zoek eens op welke producten er in België op dit moment allemaal erkend zijn en bovenstaande benamingen mogen dragen.
3.5.4 Vergelijkende reclame Buiten de specifieke regels over ‘geregistreerde benamingen’ is vergelijkende reclame toegelaten. Onder vergelijkende reclame verstaan we ‘elke vorm van reclame waarbij een concurrent en/of door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd’. Maar vergelijkende reclame is enkel toegestaan onder een aantal strikte voorwaarden: 1 De goederen of diensten die vergeleken worden, moeten voor hetzelfde doel bestemd zijn of in dezelfde behoefte voorzien (bv. verschillende auto’s, computers, stofzuigers en frisdranken vergelijken mag); 2 daarnaast moet de vergelijking gebaseerd zijn op objectieve, essentiële, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken. Prijzen, samenstelling van een product en leveringstermijnen zijn bijvoorbeeld essentieel en controleerbaar. Objectief betekent dat dat wat men in de vergelijking zegt, ook moet kunnen bewijzen, bijvoorbeeld via een analyse of een wetenschappelijk onderzoek; 3 De reclame mag geen verwarring stichten met concurrenten, andere merken, handelsnamen …; VOORBEELD
Een bouwonderneming mocht van de rechtbank de benaming ‘Matibouw’ niet gebruiken omdat ze te dicht aanleunde bij ‘Batibouw’ (RK Oostende, 09-05-2011). 4 beschadiging van reputaties of kleinerende uitlatingen over andere merken, handelsnamen (of andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent) zijn niet toegelaten. Namen noemen mag dus, maar uitdrukkingen als ‘de bedrieger’ e.d. zijn uiteraard uit den boze; 5 men mag geen oneerlijk voordeel halen uit andermans bekendheid (merk); VOORBEELD
De zin ‘de Porsche onder de computers’ mag niet gebruikt worden. 6 men mag het eigen product niet voorstellen als een imitatie of namaak van een beschermd goed of dienst; 7 een vergelijking met producten met verschillende benamingen van oorsprong mag niet. Zo mogen champagne en schuimwijn niet met elkaar vergeleken worden. In het algemeen moet de vergelijking waarachtig, transparant, niet-misleidend en respectvol voor concurrenten zijn. Zoek een concreet voorbeeld van vergelijkende reclame op. Ga na of de voorwaarden waaronder vergelijkende reclame is toegelaten, zijn nageleefd.
© VAN IN
71
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.5.5 Uitgeputte voorraad Reclame maken met aantrekkelijke prijzen voor een product dat slechts zeer beperkt (of zelfs niet) in voorraad is, wordt ook wel ‘lokvogelpraktijk’ genoemd. Om paal en perk te stellen aan bepaalde excessen heeft de wetgever de situatie van een uitgeputte voorraad omkaderd. Als een onderneming buiten haar verkoopinrichting een in de tijd begrensde reclame voor één of meerdere goederen aankondigt met vermelding van de prijs en de voorraad van de betrokken goederen is uitgeput, dan is ze verplicht aan de consument een titel (bv. een reservatiebewijs) af te geven die recht geeft op de aankoop van het betrokken goed. De verplichting geldt alleen voor goederen van meer dan 25 EUR. Als de verplichting van toepassing is, moet de onderneming ervoor zorgen dat de consument het goed binnen een redelijke termijn en volgens de bewoordingen van het aanbod kan aankopen. De wet staat enkele afwijkingen toe. De onderneming hoeft het goed niet ‘na te leveren’ als ze: − niet meer onder dezelfde voorwaarden een nieuwe voorraad van de betrokken goederen kan aanleggen; − de betrokken goederen na uitputting van haar voorraad niet langer te koop wenst aan te bieden en zij dat ook duidelijk maakt in de reclame; − het aantal voorradige goederen voor elk van de verkoopinrichtingen waarvoor de reclame werd gemaakt, in de desbetreffende reclame heeft vermeld. Bovenstaande regeling sluit uit dat ondernemingen een ‘beperkte/ontoereikende voorraad’ commercieel misbruiken.
3.6
Van wie koopt de consument: overeenkomsten met consumenten
3.6.1 Inleiding In de inleidende oefening vond je wellicht nog heel wat ‘noodzakelijke’ informatie die nog niet aan bod kwam. Die informatie heb je nodig in een bepaalde fase van de (beslissing tot) aankoop. Het aankoopproces bestaat uit drie fasen:
3.6.1.1 De precontractuele fase Dit is de fase van het aanbod waarin de consument (vooral) behoefte heeft aan goede, volledige en duidelijke informatie om een keuze te kunnen maken en een beslissing te nemen over zijn aankoop.
3.6.1.2 De contractfase Dit is de fase waarin de overeenkomst of het contract wordt afgesloten. Het is het moment waarop de consument en de onderneming afspreken waartoe ze zich verbinden. In deze fase is het van belang dat beide partijen duidelijk en transparant zijn over hun wederzijdse verplichtingen. Voor de consument zal dat meestal het betalen van de prijs zijn, voor de onderneming de details van de geleverde goederen en diensten alsook de rechten die de consument heeft in het kader van de overeenkomst.
3.6.1.3 De uitvoeringsfase Nadat de overeenkomst gesloten is moet ze uitgevoerd worden (levering van goederen, presteren van diensten etc.). De manier waarop dat gebeurt, vloeit in eerste instantie voort uit de overeenkomst maar ook uit de wet. De wet legt immers dwingende normen op voor de uitvoering van
© VAN IN
72
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
consumentenovereenkomsten en bepaalt de rechten en plichten die van toepassing zijn als de uitvoering problematisch verloopt. Daarnaast heb je toen je op zoek ging naar de mogelijke nadelen/risico’s en voordelen van de verschillende verkoopvormen en hoe deze onderling verschillen, zeker vastgesteld dat de ‘verkoopvorm’ een belangrijke rol speelt. Zo is bij een ‘verkoop op afstand’ de factor ‘afstand’ belangrijk. Het is tegelijkertijd een voordeel (je hoeft je niet te verplaatsen) en een nadeel of risico (je kunt de producten niet fysiek inspecteren, je weet de verkoper niet onmiddellijk geografisch te lokaliseren …). Het consumentenbeschermingsrecht probeert die risico’s te beperken door ondernemingen te verplichten om bepaalde informatie mee te delen of om bepaalde vormvoorwaarden voor contracten te respecteren. Daarom bestaan er specifieke regels die verschillen naargelang de contractsituatie: afhankelijk van of het om een contract ‘op afstand’ (zie het hoofdstuk over overeenkomsten op afstand), ‘buiten de verkoopruimte’ (zie het hoofdstuk over buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten) of bij ‘openbare verkoop’ (zie het hoofdstuk over openbare verkopen) gaat, gelden er specifieke regels voor die situaties. Net zoals bij ‘informatie van de markt’ zijn er ook een aantal algemene regels die in alle situaties gelden.
3.6.2 Algemene regels m.b.t. consumentencontracten Als een onderneming een contract sluit met een consument, gelden een aantal algemene gedragsregels. We sommen de belangrijkste hier op: − schriftelijke contractclausules tussen ondernemingen en consumenten moeten duidelijk en begrijpelijk opgesteld zijn. Bij twijfel over de interpretatie geldt de interpretatie die voor de consument het meest gunstig is; − als de consument ertoe bewogen werd een overeenkomst te sluiten door een oneerlijke handelspraktijk kan de rechter de terugbetaling bevelen van al wat de consument al betaald heeft. Hij kan ook beslissen dat de consument het geleverde goed mag houden. Met deze regel wil men vermijden dat een onderneming oneerlijk te werk gaat, maar – naast een eventuele strafsanctie – wel de opgestreken winst mag houden. − het is voor een onderneming verboden de consument een wisselbrief ter ondertekening voor te leggen om hem de betaling van zijn verplichtingen te laten beloven of waarborgen; − het is voor een onderneming niet toegestaan telefoonoproepen aan te rekenen waarbij de consument, naast de prijs voor de oproep, ook moet betalen voor de inhoud, als het oproepen betreft over de uitvoering van een reeds gesloten overeenkomst; VOORBEELD
Het is wel toegelaten om een duur telefoonnummer (bv. 0900-nummer) te gebruiken om bestellingen op te nemen. Want op dat moment is er immers nog geen overeenkomst gesloten en de consument betaalt, via zijn telecomoperator, zowel voor de oproep als voor de telefonische besteldienst. Eens de bestelling geplaatst is en er een telefonische klantendienst-na-verkoop is, dan moet er een ‘gewoon’ telefoonnummer ter beschikking staan van de consument. Merk op dat dit artikel een onderneming geenszins oplegt om een telefonische klantendienst in te richten. − bij het sluiten van een overeenkomst op het internet is het voor een onderneming verboden om ‘default-opties’ (vooraf aangevinkte vakjes) die verwijzen naar bijkomende betalende producten te gebruiken. Het zogenaamde ‘opt-in’-principe is dus de norm en het ‘opt-out’-principe is verboden;
© VAN IN
73
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
− als een onderneming kosten aanrekent voor het gebruik van een bepaald betaalmiddel (bv. kredietkaart), dan is het verboden om die kosten hoger in te stellen dan de (werkelijke) kosten voor de onderneming als gevolg van het gebruik van dat middel.
3.6.2.1 Levering Vele producten worden aangekocht via een proces van bestelling en levering. De leveringstermijn is voor de consument een essentieel aspect. Hij koopt immers met een bepaald doel en daarbij is het meestal belangrijk het tijdstip te kunnen inschatten waarop het product effectief in zijn bezit zal zijn. Daarom zijn er specifieke regels ingesteld.
A Wat is de leveringstermijn? Er zijn twee mogelijkheden: 1 De consument en de onderneming hebben een bepaalde leveringstermijn afgesproken. In dat geval geldt dat de afgesproken termijn nagekomen moet worden. 2 Er werd geen bepaalde leveringstermijn afgesproken. In dat geval geldt het principe dat de onderneming onverwijld (lees: zo snel mogelijk) levert, maar in ieder geval niet later dan dertig dagen na het sluiten van de overeenkomst.
B Wat als de leveringstermijn niet nagekomen wordt? Als de toepasselijke leveringstermijn niet nageleefd wordt, geldt het principe dat de consument aan de onderneming een aanvullende termijn voorstelt. Als ook die termijn niet nageleefd wordt, heeft de consument het recht de overeenkomst te beëindigen. Op dat principe zijn twee uitzonderingen: 1 als de leveringstermijn een essentieel onderdeel is van de koop. Het feit dat de leveringstermijn essentieel is, kan afgeleid worden uit de omstandigheden van de overeenkomst, bijvoorbeeld de aankoop van een goed voor een bepaalde gebeurtenis zoals een huwelijk. De leveringstermijn is ook ‘essentieel’ als de consument, vóór de sluiting van de overeenkomst, heeft aangegeven dat de leveringstermijn voor hem essentieel is; 2 als de onderneming heeft geweigerd het goed te leveren. In die gevallen heeft de consument het recht om de overeenkomst onverwijld te beëindigen. In dat geval moet de onderneming alle sommen die de consument heeft betaald met betrekking tot de overeenkomst terugbetalen. Bij het online materiaal kun je een modelbrief vinden voor de aanmaning bij niet-levering van een aankoop.
3.6.3 Overeenkomsten op afstand 3.6.3.1 Inleiding De bijzondere regels over ‘overeenkomsten op afstand’ zijn niet zomaar van toepassing op elke denkbare overeenkomst die op afstand gesloten wordt. Er is een definitie voorhanden die het toepassingsgebied inperkt. Een overeenkomst op afstand is: ‘iedere overeenkomst die tussen de onderneming en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer technieken voor communicatie op afstand’.
© VAN IN
74
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Als we deze definitie meer in detail bekijken, blijkt dat er drie kenmerken cumulatief aanwezig moeten zijn om van een ‘overeenkomst op afstand’ te kunnen spreken: 1 B2C: de overeenkomst op afstand wordt gesloten tussen een onderneming en een consument. Een consument die een boek aankoopt in een webwinkel gaat een ‘overeenkomst op afstand aan’. Een ondernemer die daarentegen voor zijn onderneming een boek aankoopt in diezelfde webwinkel, gaat strikt genomen geen ‘overeenkomst op afstand aan’. De facto zal in de meeste gevallen de webwinkel geen onderscheid maken tussen ondernemers en consumenten en zal de verkoop op identiek dezelfde manier gebeuren. Een consument die via een veilingsite een boek aankoopt van een andere consument, gaat ook geen ‘overeenkomst op afstand’ aan; 2 georganiseerd systeem: de techniek die gebruikt wordt om een overeenkomst op afstand te sluiten, moet daarvoor specifiek georganiseerd zijn. Bijvoorbeeld een overeenkomst gesloten per correspondentie (post, e-mail …) waarbij de onderneming die techniek eigenlijk niet gebruikt om te verkopen, is geen ‘overeenkomst op afstand’. Een onderneming die een website heeft met enkel haar contactgegevens op (zonder koopmodule), en die op basis daarvan met een consument per e-mail een koop sluit, sluit geen overeenkomst op afstand; 3 tot en met de sluiting van de overeenkomst wordt enkel gebruik gemaakt van (een) techniek(en) voor communicatie op afstand. Een consument die in een showroom producten (enkel) komt bekijken, en die producten nadien in de webwinkel van dezelfde onderneming koopt, sluit een overeenkomst op afstand. Een consument die in een showroom een offerte vraagt en nadien per e-mail instemt met de koop, sluit geen overeenkomst op afstand; Het begrip ‘techniek voor communicatie op afstand’ betekent ‘ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van onderneming en consument, gebruikt kan worden voor de sluiting van de overeenkomst tussen deze partijen’. Het spreekt voor zich dat internetverkoop vandaag de belangrijkste verkoopmanier op afstand geworden is, hoewel het de verkoop per postorder niet volledig verdrongen heeft. Ook relatief nieuwe manieren van communicatie op afstand (smartphones, interactieve televisie) vallen onder die definitie. Een specifieke, veelvoorkomende manier van verkoop op afstand via digitale weg is het aanbod en het kopen op onlinemarktplaatsen. Wat is een onlinemarktplaats? Het is een dienst die gebruik maakt van software, waaronder een website of een deel van een website, die de consumenten in staat stelt op afstand overeenkomsten te sluiten met andere ondernemingen of consumenten. Het is dus een dienst waar verschillende ondernemingen en consumenten hun producten en diensten kunnen aanbieden. VOORBEELD
Onlinemarktplaatsen zijn o.a. Bol, Amazon, eBay, webshops van kledingketens, Zalando, ... De consument kan hier producten kopen van verschillende ondernemingen samen. Een onlinemarktplaats verdient dus geld met het realiseren van verkopen voor andere ondernemingen. Zoals verder wordt besproken gelden er een hele reeks spelregels bij het sluiten van overeenkomsten op afstand. Een overeenkomst die niet onder die definitie valt, moet uiteraard wel altijd voldoen aan de algemene regels inzake prijsaanduiding, transparantie … Er wordt tot slot ook een onderscheid gemaakt tussen overeenkomsten op afstand die betrekking hebben op financiële diensten en andere overeenkomsten. We zetten eerst de algemene regels, dus met betrekking tot de niet-financiële diensten uiteen. Zowel dat onderscheid als de regels zelf zijn gebaseerd op Europese richtlijnen.
© VAN IN
75
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.6.3.2 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot niet-financiële diensten Bij overeenkomsten op afstand is het meestal onmogelijk om in een interactief gesprek informatie te verzamelen met betrekking tot een aanbod. Dat is een nadeel of risico dat je zeker identificeerde in de inleidende oefening. Anders gezegd: de informatie waarover de consument beschikt, is eenzijdig samengesteld en ter beschikking gesteld door de onderneming. Het is daarom evident dat transparantie een essentiële vereiste is van een correcte verkoop op afstand. Die transparantie is een algemeen beginsel, maar wordt voor verkopen op afstand verder gespecificeerd:
A Precontractuele informatie Voordat de consument gebonden is door de overeenkomst op afstand, moet de onderneming hem op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekken. Die informatie wordt in de wet opgesomd. E-commerce verandert echter veel sneller dan de wetgever de wet kan aanpassen. Daarom werd – vanuit Europa – geprobeerd om de regels zo veel mogelijk ‘futureproof ’ te maken. Dit resulteert in een heel lange en gedetailleerde lijst van informatieverplichtingen. Het doel van die informatieverplichtingen is ervoor zorgen dat de consument in alle transparantie verschillende aanbiedingen kan vergelijken en met volledige kennis van zaken een beslissing kan nemen om al dan niet een aankoop te doen. We beperken ons hier tot een opsomming en bespreking van de regels die altijd gelden en/of cruciaal zijn. Verder kun je de tabel met de volledige lijst van informatieverplichtingen vinden. − De onderneming moet duidelijk communiceren over de kenmerken van haar producten. Afhankelijk van het soort product zal er andere informatie vereist zijn. Die informatie moet de consument in de mogelijkheid stellen in te schatten of de aankoop tegemoet komt aan zijn behoefte. Ook de manier en de modaliteiten van levering en de eventuele plaatsing, maken daar deel van uit. − Een ander uiterst belangrijk aspect is de prijs. De consument moet de volledige prijs, en dus alle eventuele bijkomende kosten kennen. − Ook moet de onderneming haar contactgegevens duidelijk en volledig meegeven. Het is belangrijk dat de consument weet met wie hij handelt, zowel in de fase van de aankoopbeslissing als achteraf bij eventuele problemen. − Afhankelijk van de situatie heeft een consument bepaalde rechten, zoals bijvoorbeeld het herroepingsrecht. Sommige rechten heeft de consument sowieso. De wet verplicht de onderneming hierover mededelingen te doen. Zo gelden ze duidelijk als een engagement om de consument zijn rechten indien nodig te laten uitoefenen. De overige verplichtingen bespreken o.a. waarborgen, dienst na verkoop, klachtendiensten, leveringskosten … Ze zijn alleen verplicht voor zover ze aanwezig zijn. Net zoals bij andere verkoopvormen en overeenkomsten komt het er bij overeenkomsten op afstand met betrekking tot niet-financiële diensten ook op aan geïnformeerd te zijn over wat je koopt, bij wie en voor hoeveel en van welke garantie je geniet. We gaan even in op de precontractuele informatie bij verkoop op afstand of aanbod op een onlinemarktplaats. De onlinemarktplaats is verplicht om de volgende informatie, duidelijk en begrijpbaar en op een manier die past bij communicatie op afstand (bv. e-mail) aan de consument te bezorgen: 1 Informatie over de parameters die gebruikt werden voor de rangschikking van de aanbiedingen die je als consument gepresenteerd krijgt als gevolg van je zoekopdracht. Je moet deze informatie kunnen raadplegen vanaf de pagina online waar de aanbiedingen verschijnen.
© VAN IN
76
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
VOORBEELD
De consument heeft de mogelijkheid om naar hotels te zoeken voor zijn vakantiebestemming, via het invullen van een trefwoord, zin of andere invoer, op een bookingsite. De consument moet ingelicht worden over hoe (de parameters) de volgorde van de getoonde resultaten werd bepaald. Zo moeten onlinemarktplaatsen de consument ook inlichten indien er betaald werd om een bepaald product een betere rangschikking te geven bij het zoekresultaat. 2 Of de derde (de aanbieder of verkoper) die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt, al dan niet een onderneming is. Als de verkoper een consument is dan moet de onlinemarktplaats dat duidelijk vermelden. VOORBEELD
De consument heeft het recht om de identiteit van de partner die op het onlineplatform van bol. com zijn producten aanbiedt te kennen. Bv. je koopt bij bol.com een iPhone Mini 13 dan staat bij het zoekresultaat vermeld: verkoop door partner Art&Craft. 3 Indien diegene die de goederen, diensten of digitale inhoud aanbiedt geen onderneming is dan moet de consument duidelijk ingelicht worden dat de wetgeving op de consumentenbescherming niet van toepassing is op de overeenkomst. Dit is behoorlijk belangrijk natuurlijk. 4 Hoe de verplichtingen tegenover de consument verdeeld zijn tussen de aanbieder en de onlinemarktplaats. Deze afspraken tussen de aanbieder en de onlinemarktplaats doen geen afbreuk aan de verplichtingen tegenover de consument. VOORBEELD
Uitdrukkelijk aangeven dat de toekenning van de commerciële garantie door de aanbieder/partner van het onlinemarktplatform gebeurt en de melding (inclusief de nodige contactgegevens) dat de consument zich voor de commerciële garantie bij de partner (aanbieder) van de onlinemarktplaats extra moet registreren. Hoe en door wie de levering van het product en de retourzending verloopt. Zo moet een retourzending van bepaalde kleding gekocht op Zalando niet teruggestuurd worden naar Zalando maar naar de partner-aanbieder Peter Hahn. De retouraanvraag online gebeurt dan wel op de onlinemarktplaats. Deze afspraken beperken de rechten wat de wettelijke bescherming als consument betreft niet.
Via welke onlinewinkel koop jij niet-financiële producten aan? Is er in dat geval sprake van verkoop op afstand? Voldoet de onlinewinkel aan de voorwaarden voor verkoop op afstand? Heb jij als eens van het herroepingsrecht gebruikgemaakt?
Leveringswijzen De onderneming moet de consument in principe 2 verschillende leveringswijzen aanbieden. Er zijn uitzonderingen mogelijk wanneer het product (dat bijvoorbeeld zeer zwaar, groot of delicaat is) dat niet toelaat. Ook kan de onderneming er voor kiezen om afhaling ter plaatse als enige mogelijkheid aan te bieden.
B Contractuele fase: principe van bevestiging Wanneer effectief een overeenkomst gesloten wordt, moet de onderneming daarvan een bevestiging bezorgen. Dat is de contractuele informatie. De volgende regels zijn daarop van toepassing:
© VAN IN
77
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
− de informatie moet bezorgd worden op een duurzame gegevensdrager. Dat is: ‘ieder hulpmiddel dat de consument of de onderneming in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een manier die de informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt’. VOORBEELDEN
Een e-mail, een pdf-bestand, een brief … − de bevestiging moet gegeven worden in een redelijke periode na sluiting van de overeenkomst en ten laatste bij de levering van de goederen of voordat de uitvoering van de dienst begint; − de contractuele informatie is gelijk aan alle precontractuele informatie. Als de onderneming die precontractuele informatie al eerder bezorgde op een duurzame gegevensdrager, dan hoeft ze dat geen tweede keer te doen; − voor bepaalde overeenkomsten die per telefoon worden afgesloten, moet de onderneming het aanbod bevestigen aan de consument, die alleen gebonden is nadat hij het aanbod heeft getekend of nadat hij zijn instemming met behulp van een duurzame gegevensdrager heeft gestuurd. Dit is het geval voor: • overeenkomsten voor levering van gas of elektriciteit (niet gereed gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid), waarbij de oorspronkelijke duurtijd en de essentiële voorwaarden wijzigen in het nadeel van de consument; • dienstenovereenkomsten of verkoopovereenkomsten voor regelmatige levering van goederen, geïnitieerd door de onderneming voor zover de consument nog geen bestaande contractuele relatie heeft met de onderneming.
C Herroepingsrecht Typisch voor een verkoop op afstand is het herroepingsrecht. Dat mechanisme probeert het mogelijke risico dat ontstaat doordat je het product niet fysiek kan inspecteren te compenseren. Als er een herroepingsrecht aanwezig is, dan moet dit ook precontractueel vermeld worden. 1 Wat is het herroepingsrecht? Het herroepingsrecht is het recht om de overeenkomst ongedaan te maken. Met andere woorden wanneer men een volledige en wettelijke overeenkomst heeft afgesloten dan heeft men met het herroepingsrecht toch het recht om zich te bedenken. Het dient als een bescherming voor de consument die iets bestelt dat niet (helemaal) aan zijn verwachtingen voldoet. Maar de consument kan zich uiteraard ook om andere redenen bedenken (bv. omdat de aankoop hem naderhand toch te duur lijkt). De consument kan zijn herroepingsrecht immers uitoefenen zonder opgave van redenen. Een dergelijk recht geeft de consument heel wat overwicht. Het is dan ook logisch dat er heel wat modaliteiten bestaan die het herroepingsrecht omkaderen. Zo kan het niet onbeperkt en voor eender welk product van toepassing zijn. Zo moet de onderneming de consument het recht ‘geven’ maar beschermt anderzijds de wet de onderneming tegen mogelijke misbruiken door de consument. 2 Herroepingstermijn Het herroepingsrecht kan ingeroepen worden gedurende veertien dagen. Voor dienstenovereenkomsten begint die termijn te lopen op de dag waarop de overeenkomst wordt afgesloten. Voor verkoopovereenkomsten over goederen is dat de dag waarop de consument het goed fysiek in bezit neemt. Voor bestellingen of leveringen in verschillende delen, geldt de dag van de levering van het laatste deel.
© VAN IN
78
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Voor overeenkomsten die per definitie een regelmatige levering inhouden, bijvoorbeeld een krantenabonnement, geldt de dag van de eerste levering. Om te bepalen of het herroepingsrecht binnen de termijn werd uitgeoefend moet gekeken worden naar de datum waarop de consument zijn verklaring tot inroeping van het herroepingsrecht heeft verzonden. Het is de consument die die datum moet bewijzen. Ook voor het herroepingsrecht geldt het principe ‘informatie = geld’. Als de onderneming de consument geen informatie heeft bezorgd over het herroepingsrecht (zie hierboven ‘Precontractuele informatie’ en ‘Contractuele informatie’) dan bedraagt de termijn van het herroepingsrecht twaalf maanden. De wetgever probeert door die erg lange termijn de ondernemingen commercieel te dwingen om de informatieverstrekking goed te verzorgen. VOORBEELDEN
– Een onderneming verstrekt volledige en correcte informatie over het herroepingsrecht. Na bestelling van een goed op 1 januari 2025 met levering op 15 januari 2025: het herroepingsrecht kan uitgeoefend worden tot 29 januari 2025. – Een onderneming verstrekt geen of incorrecte informatie over het herroepingsrecht. Na bestelling van een goed op 1 januari 2025 met levering op 15 januari 2025: het herroepingsrecht kan uitgeoefend worden tot 15 januari 2026. – Een onderneming verstrekt initieel geen of incorrecte informatie over het herroepingsrecht. Na bestelling van een goed op 1 januari 2025 met levering op 15 januari 2025: het herroepingsrecht kan (op dat moment) uitgeoefend worden tot 15 januari 2026. De onderneming verstrekt alsnog de informatie over het herroepingsrecht op 1 juni 2025: het herroepingsrecht kan uitgeoefend worden tot 15 juni 2025. Hier wordt de termijn dus teruggebracht tot 14 dagen nadat de consument op de hoogte werd gesteld.
3 Hoe het herroepingsrecht uitoefenen? Om het herroepingsrecht in te roepen kan de consument gebruikmaken van een modelformulier dat als bijlage bij het WER is gevoegd. Andere, overeenkomstige manieren, die een ondubbelzinnige verklaring inhouden, zijn ook toegelaten. Zoals hierboven beschreven, draagt de consument de bewijslast van de datum van verzending. Als de onderneming bijvoorbeeld op zijn website een onlineformulier voorziet, dan moet ze de consument zo snel mogelijk een bevestiging bezorgen op een duurzame gegevensdrager.
© VAN IN
79
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
MODELFORMULIER om het herroepingsrecht uit te oefenen. (Boek VI WER, Bijlage 2) MODELFORMULIER VOOR HERROEPING (Dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen.) − Aan [hier moet de ondernemer zijn naam, adres en telefoonnummer en, indien van toepassing, zijn e-mailadres invullen]: − Ik/Wij(*) deel/delen(*) u hierbij mede dat ik/wij(*) onze overeenkomst betreffende de verkoop van de volgende goederen/levering(*) van de volgende dienst herroep/herroepen(*). − Besteld/Ontvangen(*) op: − Naam consument(en): − Adres consument(en): − Handtekening van consument(en) (alleen als dit formulier op papier wordt ingediend): − Datum (*) Schrappen wat niet past. Bij het onlinemateriaal kun je een voorbeeld vinden van het document herroepingsrecht dat je als klant via mail van Zalando ontvangt bij bestelling online. Bij het onlinemateriaal vind je ook een voorbeeld van een modelbrief voor opeising van het herroepings recht bij een aankoop van goederen. 4 Spelregels van het herroepingsrecht Als de consument zijn herroepingsrecht uitoefent gelden de volgende regels: 1 de onderneming moet de consument binnen de veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de mededeling van de consument, alle van hem ontvangen betalingen, inclusief leveringskosten, terugbetalen. Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, moet die terugbetaling met hetzelfde betaalmiddel als de oorspronkelijke transactie gebeuren; 2 de consument moet de goederen binnen de veertien dagen terugsturen en draagt daarvoor de directe kosten. Dat geldt niet als de onderneming heeft aangeboden om de goederen zelf af te halen; 3 als de consument goederen heeft ontvangen kan hij er uiteraard vrij over beschikken. Als hij dan zijn herroepingsrecht uitoefent, kunnen de goederen in waarde gedaald zijn. De wet stelt dat de consument aansprakelijk is voor het ‘behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen’; VOORBEELD
Een consument bestelt online een paar schoenen. De schoenen uitpakken, passen en er even de kamer mee op en aflopen, komt niet overeen met ‘behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen’. Als hij echter de schoenen draagt om een avondje te gaan stappen, gaat dat verder en is hij aansprakelijk voor de waardevermindering. De consument is evenwel niet aansprakelijk voor waardevermindering als de onderneming geen correcte informatie heeft verstrekt over het herroepingsrecht. 4 wanneer de consument digitale inhoud of een digitale dienst heeft gekocht, en hij wil gebruik maken van zijn herroepingsrecht, dan mag hij geen verder gebruik meer maken van deze producten. En hij mag ze ook niet ter beschikking stellen van andere personen. De verkoper kan bij herroeping de digitale inhoud of de digitale dienst ontoegankelijk maken door het gebruikersaccount van de consument te blokkeren.
© VAN IN
80
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
VOORBEELD
De toegang tot software, cloudopslag, onlinegames, ... wordt bij herroeping geblokkeerd. 5 Uitzonderingen op het herroepingsrecht Sommige diensten en goederen zijn van die aard dat het herroepingsrecht onmogelijk of onredelijk zou zijn. Er zijn in totaal veertien uitzonderingen. Het herroepingsrecht kan niet uitgeoefend worden: 1 voor dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst maar, als de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, alleen als: • de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument en; • de consument erkend heeft dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de onderneming de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd; VOORBEELDEN
− Een studentenhuis bestelt online de diensten van een poetsvrouw om binnen de twee dagen alle koten te poetsen. De studenten kunnen uiteraard niet meer herroepen als het studentenhuis twee dagen later gepoetst is. De consument heeft dan wellicht aan voorwaarde 1 voldaan door op de website uitdrukkelijk zijn voorafgaande toestemming te geven om (binnen 2 dagen) met de uitvoering van de dienst te beginnen. Voor voorwaarde 2 zal de onderneming ervoor moeten zorgen dat de consument op de website geïnformeerd wordt over het herroepingsrecht en de mogelijkheid heeft om aan te duiden dat hij ‘erkent zijn herroepingsrecht te verliezen’. Als de onderneming dat nalaat, zou de consument in principe toch nog kunnen ‘herroepen’ nadat het studentenhuis gekuist is. Hij kan zo dus zijn geld terugeisen. – Een overeenkomst voor het bekijken van een film ‘on demand’ via digitale televisie.
2 de levering of verstrekking van goederen of diensten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de onderneming geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen; VOORBEELD
Als goud geleverd wordt lang na het afsluiten van een overeenkomst met speculatieve aard, waarvan de waarde afhangt van schommelingen op de markt (online goud inkopen). 3 de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn; VOORBEELD
De bestelling van een fotoboek (met persoonlijke foto’s) of visitekaartjes. 4 de levering van goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben; 5 de levering van verzegelde goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken; VOORBEELD
Producten voor persoonlijke verzorging, seksspeeltjes, steriele producten ... 6 de levering van goederen die na levering door hun aard onherroepelijk vermengd zijn met andere producten;
© VAN IN
81
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
VOORBEELD
Huisbrandolie die thuis geleverd wordt door storting in een tank. 7 de levering van alcoholische drank waarvan de prijs overeengekomen is bij de sluiting van de verkoopovereenkomst, maar waarvan de levering slechts kan plaatsvinden na dertig dagen, en waarvan de werkelijke waarde afhankelijk is van schommelingen van de markt waarop de onderneming geen invloed heeft; 8 overeenkomsten waarbij de consument de onderneming specifiek verzocht heeft hem te bezoeken om daar dringende herstellingen of onderhoud te verrichten. Als de onderneming bij een dergelijk bezoek aanvullende diensten waar de consument niet expliciet om gevraagd heeft verleent of andere goederen levert dan vervangstukken die noodzakelijk gebruikt worden om het onderhoud of de herstellingen uit te voeren, is het herroepingsrecht op die aanvullende diensten of goederen van toepassing; 9 de levering van verzegelde audio- en verzegelde video-opnamen en verzegelde computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken; 10 de levering van kranten, tijdschriften of magazines, met uitzondering van overeenkomsten voor een abonnement op dergelijke publicaties. Als de consument met andere woorden één krant bestelt, heeft hij geen herroepingsrecht. Als hij een abonnement afsluit voor diezelfde krant, dan heeft hij wel een herroepingsrecht dat begint te lopen vanaf de levering van de eerste krant; 11 overeenkomsten die zijn gesloten tijdens een openbare veiling; 12 de terbeschikkingstelling van accommodatie anders dan voor woondoeleinden, vervoer, autoverhuurdiensten, catering en diensten met betrekking tot vrijetijdsbesteding, als in de overeenkomsten een bepaalde datum of periode van uitvoering is voorzien; VOORBEELD
De huur van een vakantiehuisje voor een bepaalde periode. 13 de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen en in geval de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, waarbij: − er de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument is met de aanvang van de uitvoering tijdens de herroepingstermijn; − en de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest; − en de onderneming binnen een redelijke periode bevestiging heeft verstrekt aan de consument van de afgesloten overeenkomst en dit op een duurzame gegevensdrager; VOORBEELD
De consument kan niet eerst software downloaden, met de mogelijkheid hem te gebruiken of te kopiëren en daarna te beslissen het programma te herroepen. Net zoals in het voorbeeld van de poetsvrouw (uitzondering 1), moet er wel voldaan zijn aan de voorwaarden inzake informatieverstrekking en toestemming met betrekking tot het herroepingsrecht. 14 de overeenkomsten voor diensten voor weddenschappen en loterijen.
© VAN IN
82
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
D Informatieverplichtingen bij overeenkomsten op afstand voor niet-financiële diensten
© VAN IN
Informatie
Wat is het?
Wanneer vermelden?
Voornaamste kenmerken van de goederen en de diensten
De beschrijving van het product met vermelding van de eigenschappen die belangrijk zijn om al dan niet voor het product te kiezen.
Altijd
Om ervoor te zorgen dat de consument goed weet wat hij koopt, de kwaliteit en de functionaliteiten kan inschatten, om ze te kunnen vergelijken en een beslissing te nemen.
Identiteit van de onderneming
De gegevens die toelaten om ondubbelzinnig te weten om welke onderneming het gaat. Het omvat onder andere de handelsnaam en het ondernemingsnummer.
Altijd
Contactgegevens van de onderneming
Geografisch adres, e-mail, telefoon en detailinformatie over alle andere communicatiemethoden, zoals een online contactformulier, ... De inhoud, datum en tijdstip van de communicatie moet in dit geval door de consument kunnen bewaard worden op een duurzame gegevensdrager.
Altijd
Om ervoor te zorgen dat de consument weet met wie hij een contract aangaat en, in het geval er zich een probleem voordoet, hij de (juiste) onderneming snel kan contacteren en desnoods fysiek kan opzoeken.
Prijs van het goed of de dienst
Het gaat over de totale prijs van het goed of dienst, met inbegrip van belastingen, taksen en leveringskosten.
Altijd
De melding dat er een geautomatiseerde gepersonaliseerde prijszetting wordt gehanteerd, bv. via een online tool berekend.
Enkel als dit als prijsbepalingsinstrument gebruikt wordt.
Belastingen en taksen
Alle heffingen die aan de prijs van het goed of dienst toegevoegd worden.
Moet in de totale prijs begrepen zijn, behalve als het bedrag niet redelijkerwijs op voorhand berekend kan worden. In dat geval moet wel vermeld worden hoe de prijs berekend moet worden.
Leveringskosten
Vracht-, leverings- of portokosten.
Als er leveringskosten zijn: altijd.
83
Waarom vermelden?
Een overeenkomst is transparant als de consument duidelijk weet waartoe hij zich verbindt. De prijs is daar een belangrijk aspect van. De prijs (vanuit het perspectief van de consument) is de totale prijs, dus met inbegrip van taksen, belastingen en de kosten om het product te leveren. De consument moet ook op de hoogte zijn van hoe de prijs is tot stand gekomen bij een geautomatiseerd systeem (algoritme). Een overeenkomst is transparant als de consument duidelijk weet waartoe hij zich verbindt. De prijs is daar een belangrijk aspect van. De prijs (vanuit het perspectief van de consument) is de totale prijs, dus met inbegrip van taksen, belastingen en de kosten om het product te leveren.
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Informatie
© VAN IN
Wat is het?
Wanneer vermelden?
Waarom vermelden?
Andere kosten
Dit is een restcategorie van kosten. Ze heeft tot doel ervoor te zorgen dat ook alle andere kosten, die de wetgever niet kon voorzien, gedekt zouden zijn door de aanduiding van de totale prijs.
Moet in de totale prijs begrepen zijn, behalve het bedrag niet redelijkerwijs op voorhand berekend kan worden. In dat geval moet wel vermeld worden hoe de prijs berekend zal worden.
Een overeenkomst is transparant als de consument duidelijk weet waartoe hij zich verbindt. De prijs is daar een belangrijk aspect van. De prijs (vanuit het perspectief van de consument) is de totale prijs, dus met inbegrip van taksen, belastingen en de kosten om het product te leveren.
Communicatiekosten
De kosten die gelieerd zijn aan Alleen als de kosten het gebruik van de techniek(en) afwijken van het basisvoor communicatie op afstand. tarief. Bv. het gebruik van een telefoonnummer aan verhoogd tarief.
Hoewel de kosten geen deel uitmaken van de prijs van het goed of de dienst zelf, moet de consument de kosten wel dragen om de overeenkomst te kunnen afsluiten. Ze maken dus deel uit van de verbintenis.
Wijze van betaling
Bv. kredietkaart, overschrijving ...
Altijd
De consument moet kunnen weten of hij over de aangeboden betalingsmiddelen beschikt (niet iedereen heeft een kredietkaart), en uiteraard of hij het aangeboden betalingsmiddel wil gebruiken. Er kunnen immers kosten of andere lasten aan verbonden zijn.
De wijze van levering Voor goederen gaat het bv. over (goederen) of uitvoering welke onderneming de levering (diensten) verzorgt, waar het afgehaald kan worden, welke documenten daarvoor nodig zijn ...
Altijd
De consument moet kunnen inschatten of de leverings- of uitvoeringswijzen voor hem aanvaardbaar is. Zo zou bij een systeem van afhaalpunten, de consument kunnen oordelen dat dit voor hem te lastig is (te ver, openingsuren ...).
De leverings- of uitvoeringstermijn
De termijn waarin de onderneming zich verbindt het goed te leveren of de diensten te verlenen.
Altijd
Het is meestal essentieel voor een consument te weten wanneer hij over het goed of de dienst kan beschikken.
Het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling
De regels, principes en procedures over klachtenbehandeling die een onderneming al dan niet voor zichzelf ontworpen heeft, en die ze stelt toe te passen. Bv. ‘wij verbinden ons ertoe om klachten te beantwoorden binnen de 2 dagen.’
Als er een dergelijk beleid bestaat.
Een overeenkomst op afstand houdt, vanuit het perspectief van de consument, risico’s in. Als het goed of de dienst niet blijkt te voldoen (defect, te laat, slechte kwaliteit ...) dan moet de consument kunnen inschatten hoe dat risico ingedekt kan worden. Informatie over een klachtenbeleid leert de consument dat, in geval van problemen, hij een zekere garantie heeft om gehoor te krijgen.
84
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
© VAN IN
Informatie
Wat is het?
Wanneer vermelden?
Waarom vermelden?
De voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van het herroepingsrecht
Het herroepingsrecht is het recht voor de consument om de overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen te herroepen (op te zeggen). Om de consument correct te informeren over het herroepingsrecht kan de onderneming gebruikmaken van een modelformulier dat in de wet is opgenomen. Ze kan ook kiezen voor een andere manier maar draagt daar dan zelf de verantwoordelijkheid voor. Een onderneming die het modelformulier gebruikt is zeker dat de informatieverstrekking conform de wet is.
Alleen als er een herroepingsrecht bestaat (zie het hoofdstuk over het herroepingsrecht).
De uitoefening van het herroepingsrecht is gebonden aan heel wat spelregels, o.a. inzake termijnen en bewijslast. Het past dus ook in het keuzeproces (risico-inschatting) van de consument te weten of en hoe hij van dat recht gebruik kan maken.
Een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen (inclusief voor digitale inhoud en digitale diensten)
Dit verwijst naar een andere wetgeving (zie het hoofdstuk over de wettelijke garantie, die bepaalt dat voor nieuwe goederen een wettelijke garantie (conformiteitsgarantie) geldt van 2 jaar.
Altijd
De vermelding zorgt voor een sensibilisering van de consument over het bestaan van de wettelijke garantie. De vermelding opleggen maakt ook de verplichting voor de onderneming om de wettelijke garantie te bieden meer expliciet. Ingeval hij er een beroep op doet, hoeft de consument dus geen juridische argumentatie aan te halen over de toepasbaarheid van de wettelijke garantie, aangezien de onderneming de toepasbaarheid zelf expliciet moet vermelden.
Dienst na verkoop
Ondernemingen kunnen een dienst na verkoop hebben. Die staat klanten bij in geval van klachten, incidenten, defecten ... die plaatsvinden na de verkoop. Ook het aanbieden van een commerciële garantie, met andere woorden een risicodekking die verder gaat dan de wettelijke garantie, valt hieronder. De onderneming moet de consument informeren over het bestaan en de voorwaarden van de diensten na verkoop en commerciële garanties.
Alleen voor zover de genoemde diensten bestaan.
De vermelding helpt de consument eveneens om het risico van zijn aankoop in te schatten. Ingeval er iets misloopt, of hij bijstand nodig heeft, dan weet hij dat hij een beroep kan doen op de onderneming en welke stappen hij daarbij moet volgen.
85
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Informatie
© VAN IN
Wat is het?
Wanneer vermelden?
Waarom vermelden?
Gedragscodes
Een gedragscode is een geheel van (gedrags)regels en procedures, meestal op het niveau van een sector (een federatie of groepering van bedrijven), die een onderneming kan onderschrijven.
Als er een relevante gedragscode bestaat.
Typisch voor gedragscodes is dat ze veel specifieker zijn dan de wet. Ze omvatten details die typisch voor de betrokken sector relevant zijn en gaan in veel gevallen verder dan het wettelijke minimum. Aangezien een onderneming die zich tot een gedragscode verbindt, zich daar ook aan moet houden, is het belangrijk voor de consument om te kunnen weten welke rechten hij uit de betrokken gedragscode kan putten.
De duur van de overeenkomst
De looptijd van een abonnement, dienstverlening, het recht op gebruik van bv. software. Dat is uiteraard niet relevant voor een eenmalige aankoop.
Als de overeenkomst een ‘duur’ inhoudt.
Zolang een overeenkomst loopt, zijn er tussen onderneming en consument wederzijds rechten en plichten. Het is belangrijk dat de consument weet hoe lang die periode loopt, en dus hoe groot zijn engagement is.
Het bestaan en de voor- Typisch bij verhuur van vastwaarden van waarborg- goed, toestellen ... wordt een sommen of andere waarborg gevraagd. financiële garanties die de consument op verzoek van de onderneming moet betalen of bieden
Als er een waarborg van toepassing is.
Het is belangrijk voor de consument te weten welk bedrag van hem gevraagd zal worden, ook betreft het een som die hij later normaliter terugkrijgt. Door de waarborg te geven, geeft de consument aan de onderneming een zeker ‘overwicht’ (de onderneming kan het geld van de consument ‘gijzelen’). Los van de reden van de waarborg moet de consument dat risico kunnen inschatten en moet hij dus geïnformeerd worden over de toepasselijke waarborgen.
De functionaliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten.
Als digitale inhoud of digitale diensten het voorwerp van de overeenkomst is.
Het gebruik van digitale inhoud en/of digitale diensten is meestal complexer dan de primaire functie. Zo kan de consument verwachten dat hij een muziekbestand kan beluisteren. Maar het is voor hem ook belangrijk te weten of het bestand bv. beveiligd is tegen kopiëren of eventueel of het afspelen beperkt is in de tijd.
Een lijst van wat men met software of andere digitale inhoud (muziek, video, spellen ...) kan doen. Daarin moeten ook de toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen opgenomen zijn.
86
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Informatie
Wat is het?
Wanneer vermelden?
Waarom vermelden?
De relevante compatibiliteit en interoperabiliteit van goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten.
Informatie over de bruikbaarheid van digitale inhoud en digitale diensten voor gebruik met bepaalde software- of hardware-infrastructuur. Of de digitale inhoud of digitale dienst met andere woorden gebruikt kan worden op een bepaald type toestel of een bepaalde operating system. Die verplichting is niet oneindig. De wet beperkt ze tot die informatie ‘waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.’
Als digitale inhoud of digitale diensten het voorwerp van de overeenkomst is.
Bij aankoop van digitale inhoud of digitale diensten is het belangrijk te weten of de toestellen en de software waarover men beschikt geschikt zijn om de digitale inhoud of digitale dienst te gebruiken.
De mogelijkheid van toegang tot buiten gerechtelijke klachtenen geschillenbeslechtingsprocedures.
Buitengerechtelijke klachtenen geschillenbeslechting, net omdat ze buiten het gerecht plaatsvindt, is een interessante manier om geschillen op te lossen.
Als er een buiten gerechtelijke klachtenen geschillenbeslechting bestaat waaraan de onderneming onderworpen is.
Opdat deze mogelijkheid zou kunnen benut worden, moet de consument uiteraard op de hoogte zijn van de modaliteiten.
3.6.3.3 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten Er gelden bijzondere regels voor verkopen op afstand van financiële diensten, zoals een consumentenkrediet of een belegging. Bij financiële diensten gaat het immers vaak om belangrijke bedragen. Bovendien is het ook voor de goed geïnformeerde consument alles behalve gemakkelijk om de financiële producten (en hun risico’s) volledig te doorgronden. Deze zwakkere positie van de consument rechtvaardigt strengere regels. Net zoals bij andere overeenkomsten geldt voor overeenkomsten inzake financiële diensten een informatieplicht. Door de specificiteit van dergelijke diensten is die veel uitgebreider en erg gedetailleerd. Het potentiële financiële risico is immers veel groter en de producten zijn meestal heel complex (moeilijke termen, moeilijk te begrijpen mechanismen van bv. kosten en rente ...). Onthoud dat de belangrijkste informatieverplichtingen gaan over de kenmerken van het product, inclusief kosten en risico’s. Dat houdt ook de praktische instructies in die gevolgd moeten worden om het herroepingsrecht uit te oefenen: − de minimumduur van de overeenkomst; − de modaliteiten om de overeenkomst eventueel op te zeggen; − het toepasselijke recht en de bevoegde rechter; − de taal of talen waarin de informatie verstrekt zal worden. Als hij erom verzoekt, heeft de consument evenwel het recht om ook andere informatie te verkrijgen. De consument kan ook te allen tijde vragen om de contractvoorwaarden op papier te verkrijgen.
© VAN IN
87
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.6.4 Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten 3.6.4.1 Toepasselijke situaties Net zoals bij overeenkomsten op afstand worden overeenkomsten die buiten verkoopruimten worden gesloten, getypeerd door bijzondere omstandigheden die specifieke regels behoeven om de consument te beschermen. De richtlijn consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten) stelt in overweging 21: ‘Bij een verkoopsituatie buiten verkoopruimten kunnen consumenten onder mogelijke psychologische druk staan of te maken krijgen met een verrassingselement, ongeacht of zij nu zelf om het bezoek van de handelaar gevraagd hebben of niet.’ Er is sprake van een ‘buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst’ bij iedere overeenkomst tussen de onderneming en de consument in de volgende vier situaties: 1 de overeenkomst wordt gesloten in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument op een andere plaats dan de verkoopruimten van de onderneming, bijvoorbeeld de (occasionele) verkoop van een auto polish in de buurt van een carwash; 2 de overeenkomst wordt gesloten in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument op een andere plaats dan de verkoopruimten van de onderneming waarvoor een aanbod werd gedaan aan de consument, bijvoorbeeld een ondernemer doet een aanbod bij de consument thuis om een luchtfoto van zijn huis te kopen; 3 de overeenkomst wordt gesloten in de verkoopruimten van de onderneming of met behulp van een techniek voor communicatie op afstand, onmiddellijk nadat de consument persoonlijk en individueel is aangesproken op een plaats die niet de verkoopruimte van de onderneming is, in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument, bijvoorbeeld een verkoper van textiel spreekt potentiële klanten aan voor zijn winkel op straat, om hen uit te nodigen binnen te komen (kopen); 4 de overeenkomst wordt gesloten tijdens een excursie die door de onderneming is georganiseerd met als doel of effect de promotie en de verkoop van goederen of diensten aan de consument. Daarbij is uiteraard de definitie van verkoopruimten in het bijzonder van belang: − iedere onverplaatsbare ruimte voor detailhandel waar de onderneming op permanente basis zijn activiteiten uitvoert; − of iedere verplaatsbare ruimte voor detailhandel waar de onderneming gewoonlijk zijn activiteiten uitvoert.
3.6.4.2 Uitzonderingen Een aantal welomschreven situaties vallen evenwel buiten het toepassingsgebied van overeenkomsten buiten verkoopruimten: − de verkopen van voedingsmiddelen, dranken of andere goederen die bestemd zijn voor dagelijkse huishoudelijke consumptie en die fysiek door een onderneming op basis van frequente en regelmatige rondes bij de woon- of verblijfplaats, dan wel arbeidsplaats van de consument worden afgeleverd, bijvoorbeeld de ronde van de melkboer; − de verzekeringsovereenkomsten; − de verkopen georganiseerd in het raam van manifestaties zonder handelskarakter en met een uitsluitend menslievend doel, voor zover de verkoopsom 50 EUR niet overschrijdt; − de overeenkomsten inzake consumentenkrediet; − verkopen gesloten op een beurs. Daarbij geldt wel dat inrichting, de informatieverstrekking en de hele context van de beurs zo zijn dat de gemiddelde consument kan verwachten dat hij er aangesproken kan worden door een onderneming om goederen/diensten te verkopen. Dit laat enige ruimte voor ambigue situaties.
© VAN IN
88
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
3.6.4.3 Precontractuele informatie Net zoals voor overeenkomsten op afstand, geldt ook voor overeenkomsten gesloten buiten verkoopruimten dat de onderneming precontractueel (dus vooraleer de consument door de overeenkomst gebonden is) een reeks informatie-elementen moet meedelen. Het betreft grosso modo dezelfde informatie als voor overeenkomsten op afstand: 1 de voornaamste kenmerken van de goederen en de diensten; 2 de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer en handelsnaam; 3 het geografische adres waar de onderneming gevestigd is, het telefoonnummer en e-mailadres van de onderneming en detailinformatie over alle andere online communicatiemethoden (online contactformulier, chat, ...) indien beschikbaar. De bedoeling daarvan is dat de consument snel contact kan opnemen met de onderneming en er efficiënt mee kan communiceren; 4 als dat verschilt van het verstrekte adres: het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de onderneming, en desgevallend dat van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt, waaraan de consument eventuele klachten kan richten; 5 de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van: − alle belastingen of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijze niet vooraf berekend kan worden, de manier waarop de prijs berekend moet worden; − alle extra vracht-, leverings- of portokosten; − eventuele andere kosten of, als die kosten redelijkerwijs niet vooraf berekend kunnen worden, het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. In het geval van een overeenkomst die een abonnement inhoudt, omvat de totale prijs de totale kosten per factureringsperiode. Als voor dergelijke overeenkomsten een vast tarief van toepassing is, omvat de totale prijs ook de totale maandelijkse kosten. Als de totale kosten niet redelijkerwijze vooraf berekend kunnen worden, wordt de manier waarop de prijs berekend moet worden, meegedeeld. 6 7 8 9
de wijze van betaling; de wijze van levering of uitvoering; de termijn waarin de onderneming zich verbindt het goed te leveren of de diensten te verlenen; de mededeling dat, ingeval de consument het herroepingsrecht uitoefent, hij gebonden is de onderneming zijn redelijke kosten te vergoeden; 10 een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen. Ook zoals bij verkopen op afstand, zijn er nog een hele reeks andere precontractuele informatieverplichtingen, die alleen gelden wanneer ze ook effectief van toepassing zijn. Het gaat dan over klachtendiensten, dienst na verkoop …
3.6.4.4 Modaliteiten voor informatieverstrekking Ook daarvoor zijn de meeste bepalingen analoog met die van overeenkomsten op afstand: − de precontractuele informatie is bindend: ze maakt deel uit van het contract en kan niet gewijzigd worden, tenzij de partijen uitdrukkelijk een wijziging overeenkomen. Zo moet de aangeduide prijs ongewijzigd blijven in het verdere bestelproces, hetzelfde geldt voor de leveringstermijn, de kenmerken van het product ... − kosten: als de onderneming geen informatie verstrekt heeft over bijkomende lasten of kosten, of over de kosten voor terugzending, dan hoeft de consument die kosten niet te betalen; − de onderneming moet de (precontractuele) informatie verstrekken in een duidelijke en begrijpelijke taal en op papier of met uitdrukkelijke toestemming van de consument op een duurzame gegevensdrager (bv. e-mail, digitale omgeving);
© VAN IN
89
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
− ondertekende versie van de overeenkomst: als de overeenkomst is gesloten moet de onderneming de consument een ondertekende versie van de overeenkomst bezorgen, op papier of met de uitdrukkelijke instemming van de consument op een duurzame gegevensdrager.
A Contractuele fase Als effectief een overeenkomst wordt gesloten, moet de onderneming daarvan een bevestiging bezorgen. Dat is de contractuele informatie. Dus de regel is: als de overeenkomst gesloten is, moet de onderneming de consument een ondertekende versie van de overeenkomst bezorgen.
B Herroepingsrecht Ook bij overeenkomsten bij verkoopruimten bestaat er een herroepingsrecht, ter compensatie van de zwakkere positie waarin de consument zich bevindt bij dit soort verkopen. − Het herroepingsrecht kan ingeroepen worden gedurende veertien dagen. Voor dienstenovereenkomsten begint die termijn te lopen op de dag waarop de overeenkomst wordt afgesloten. Voor verkoopovereenkomsten van goederen is dat de dag waarop de consument het goed fysiek in bezit neemt. Voor bestellingen of leveringen in verschillende delen, geldt de dag waarop het laatste deel geleverd wordt. Voor overeenkomsten die per definitie een regelmatige levering inhouden, bijvoorbeeld een krantenabonnement, geldt de dag van de eerste levering. Om te bepalen of het herroepingsrecht binnen de termijn werd uitgeoefend moet gekeken worden naar de datum dat de consument zijn verklaring tot inroeping van het herroepingsrecht heeft verzonden. Het is de consument die de datum moet bewijzen; − Als de onderneming de consument geen informatie heeft bezorgd over het herroepingsrecht dan bedraagt de termijn van het herroepingsrecht twaalf maanden. De regeling is analoog aan ‘overeenkomsten op afstand’.
C Uitvoering van het herroepingsrecht Als de consument zijn herroepingsrecht uitoefent gelden de volgende regels: 1 de onderneming moet de consument binnen de veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de mededeling van de consument, alle van hem ontvangen betalingen, inclusief leveringskosten, terugbetalen. Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, moet die terugbetaling gebeuren met hetzelfde betaalmiddel als de oorspronkelijke transactie; 2 de consument moet de goederen binnen de veertien dagen terugsturen en draagt daarvoor de directe kosten. Dat geldt niet als de onderneming heeft aangeboden om de goederen zelf af te halen. De onderneming is evenwel verplicht om de goederen zelf af te halen als ze van die aard zijn dat ze niet per gewone post kunnen worden verzonden, bv. een salon of een auto; 3 als de consument goederen heeft ontvangen kan hij er uiteraard vrij over beschikken. Als hij dan zijn herroepingsrecht uitoefent kunnen de goederen in waarde gedaald zijn. De wet stelt dat de consument aansprakelijk is voor het ‘behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen.’
D Uitzonderingen op het herroepingsrecht De uitzonderingen op het herroepingsrecht zijn identiek aan die voor overeenkomsten op afstand (zie eerder), maar er is er één meer: − de overeenkomsten betreffende de constructie van nieuwe gebouwen en de ingrijpende verbouwing van bestaande gebouwen.
3.6.5 Openbare verkoop Een openbare verkoop is een verkoop door een ministerieel ambtenaar (een notaris of gerechtsdeurwaarder) via het systeem van opbod of afslag.
© VAN IN
90
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Openbare verkopen vallen onder het toepassingsgebied van het Wetboek van Economisch Recht, buiten de volgende uitzonderingen: openbare verkopen − zonder handelskarakter; − van kunst en antiquiteiten; − ter uitvoering van een wetsbepaling of een rechterlijke beslissing; − in het kader van een faillissement; − door middel van een techniek voor communicatie op afstand. Bovendien vallen enkel openbare verkopen van gebruikte vervaardigde goederen onder het WER. VOORBEELD
Tapijten, juwelen, meubelen. Openbare verkopen die onder het WER vallen, zijn niet toegelaten voor nieuwe goederen en zijn dus alleen mogelijk voor goederen die al gebruikt zijn. Ofwel moeten de goederen duidelijke tekenen van gebruik vertonen (ze mogen dus zeker niet kunstmatig verouderd zijn), ofwel moet de onderneming kunnen bewijzen dat ze gebruikt zijn.
3.6.6 Gezamenlijk aanbod Een gezamenlijk aanbod is een aanbod waarbij de al dan niet kosteloze verkrijging van goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten. Het gezamenlijk aanbod is toegelaten voor zover het geen misleidende handelspraktijken inhoudt. VOORBEELD
Een voorbeeld van een misleidend gezamenlijk aanbod zou kunnen zijn: drie kopen en één gratis, waarbij het gratis goed in hoeveelheid veel minder blijkt te zijn dan de drie betalende. Wel gelden er strengere regels als een gezamenlijk aanbod een financiële dienst omvat. Elk gezamenlijk aanbod aan de consument, waarvan minstens één bestanddeel een financiële dienst is, is in principe verboden. Het is alleen toegelaten voor: − financiële diensten die een geheel vormen. De Koning kan dit detailleren; − financiële diensten samen met kleine door de handelsgebruiken aanvaarde goederen en diensten; − financiële diensten samen met titels tot deelneming aan wettig toegestane loterijen; VOORBEELD
Een krasbiljet van de Nationale Loterij, aangeboden bij opening van een spaarrekening. − financiële diensten samen met voorwerpen waarop onuitwisbare en duidelijk zichtbare reclameopschriften zijn aangebracht, welke als dusdanig niet in de handel voorkomen. Een bijkomende voorwaarde is wel dat de prijs waartegen de onderneming ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan 10 EUR, excl. btw, of 5 % van de verkoopprijs, excl. btw, van de financiële dienst waarmee ze worden aangeboden. Het percentage van 5 % is dan van toepassing als het bedrag dat hiermee overeenstemt hoger is dan 10 EUR; VOORBEELD
Een bank wenst gratis een mp3-speler aan te bieden bij het afsluiten van een spaarrekening. De bank koopt de toestelletjes aan voor 11 EUR per stuk, excl. btw. De kostprijs van de levensverzekering,
© VAN IN
91
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
excl. btw, moet dan minimum 220 EUR bedragen. Bij een lager bedrag zou 11 EUR meer dan 5 % van de aankoopkost vertegenwoordigen. − financiële diensten samen met chromo’s, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde; – financiële diensten samen met titels bestaande uit documenten die, na de aanschaf van een bepaald aantal diensten, recht geven op een gratis aanbod of een prijsvermindering bij de aanschaf van een gelijkaardige dienst, voor zover dat voordeel door dezelfde onderneming verstrekt wordt en niet meer bedraagt dan een derde van de prijs van de vroeger aangeschafte diensten.
3.6.7 Onrechtmatige bedingen In het Belgische recht is er in principe contractvrijheid. Partijen kunnen dus contractueel overeenkomen wat zij willen, tenzij de wet daar beperkingen op stelt. Een evidente beperking is dat men zich niet mag verbinden tot het plegen van een misdrijf. Een consument bevindt zich in een zwakkere positie om alle contractvoorwaarden degelijk te kunnen kennen en begrijpen. Daarom zijn er een reeks verboden contractvoorwaarden omschreven. Die moeten verhinderen dat de consument zich aan een contract kan binden dat eigenlijk misbruik van hem maakt. Men noemt deze clausules ‘onrechtmatige bedingen’. Er is een regeling voor bedingen tussen ondernemingen en consumenten maar er is ook een regeling voor ondernemingen onderling in het Wetboek Economisch Recht. Het Burgerlijk wetboek voorziet ook een algemene regeling (dus ook voor consumenten onderling) die bepaalt dat elk beding waarover niet kan onderhandeld worden en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig is, en beschouwd wordt als niet geschreven. Welke regel primeert nu? Het Economisch recht (lex specialis) krijgt voorrang op het Burgerlijk wetboek (lex generalis).
3.6.7.1 Onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen en consumenten A Basisprincipe Een clausule in de overeenkomst is in wezen onrechtmatig als het een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen.
B Lijst De wet geeft een lijst van bedingen die als onrechtmatig beschouwd moeten worden. Die bedingen zijn uiteraard niet letterlijk geformuleerd maar worden omschreven in functie van hun doel. VOORBEELDEN
Zijn onrechtmatig en dus verboden: − bedingen die het de ondernemer mogelijk maken de prijs van goederen of diensten louter eenzijdig en willekeurig te doen schommelen. Het voorzien van mogelijke prijsstijgingen op basis van objectieve elementen (zoals een evolutie in de lonen, grondstofprijzen …) is wel toegelaten. De wet van 7 december 1998 vermeldt een aantal bedingen die onder bepaalde voorwaarden toegelaten zijn. Zo is een beding van prijsindexering wettig, voor zover de wijze waarop de prijzen worden aangepast expliciet beschreven is in de overeenkomst; − bedingen die de ondernemer ontheffen van zijn aansprakelijkheid bij zware fout of bij bedrog van hemzelf of van zijn aangestelden; − clausules die de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken verminderen of wegnemen. Men kan
© VAN IN
92
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
− − − − −
−
–
de klant de garantie waarop hij wettelijk recht heeft, niet ontnemen; bedingen die een onredelijk korte termijn vooropstellen om gebreken te melden aan de verkoper; bepalingen die een te grote schadevergoeding vooropstellen als de klant zijn verplichtingen niet naleeft; bedingen die de consument verbieden de ontbinding van de overeenkomst te vragen als de verkoper zijn verbintenissen niet nakomt; bedingen die in geval van betwisting de consument doen afzien van elk verhaal tegen de verkoper; bedingen die een overeenkomst van bepaalde duur automatisch verlengen, als er geen kennisgeving van niet-verlenging is van de consument, terwijl de datum die vastgesteld werd voor de kennisgeving door de consument ver verwijderd is van de einddatum van de overeenkomst; bedingen die de verkoper toestaan door de consument betaalde bedragen te behouden, als deze afziet van het sluiten van de overeenkomst, zonder een gelijkwaardig bedrag aan schadevergoeding te voorzien voor de consument als de verkoper afziet van de overeenkomst; de bedingen die niet duidelijk geformuleerd zijn, worden geïnterpreteerd in het nadeel van de verkoper.
Als er een onrechtmatig beding voorkomt in bijvoorbeeld de algemene voorwaarden, zal het gewraakte beding (en niet de hele overeenkomst) vooreerst nietig zijn. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen als ze zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan. De klant die hierdoor schade heeft geleden, kan mogelijkerwijze ook een schadevergoeding eisen. Bij de beoordeling zal de rechter ook de omstandigheden van het sluiten van de overeenkomst in acht nemen, alsook de duidelijkheid en begrijpelijkheid van de bedingen.
3.6.7.2 Onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen De bedoeling is bescherming te bieden aan de (zwakkere) ondernemingen als ze bijvoorbeeld kopen van of verkopen aan een andere onderneming, zoals leveranciers/producenten ten opzichte van grote distributiebedrijven. Door bepaalde contractuele bedingen onrechtmatig te maken, wil men verhinderen dat de sterkere partij haar dominante positie misbruikt om de juridische positie van de zwakkere partij te ondermijnen.
A Basisprincipe Ook hier is de regel dat elk beding (clausule) in een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen, dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig is.
B Lijst De wet voorziet een lijst van: − onrechtmatige bedingen die in alle gevallen verboden zijn; en − onrechtmatige bedingen die, zonder bewijs van het tegendeel, vermoed worden onrechtmatig te zijn (zo’n lijst bestaat niet voor de overeenkomsten met consumenten). Deze lijst trad in werking op 1 december 2020 en enkel voor toekomstige overeenkomsten vanaf die datum.
C Onrechtmatige bedingen die in alle gevallen verboden zijn De volgende bedingen zijn in alle gevallen verboden: − bedingen die een onherroepelijke verbintenis inhouden voor de andere partij, terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde, waarvan de realisatie uitsluitend afhankelijk is van haar wil; − bedingen die de onderneming het eenzijdige recht geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren, m.a.w. het is niet toegelaten om de ene partij afhankelijk te laten zijn van
© VAN IN
93
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
de goede (of slechte) wil van de andere partij; − bedingen die de andere partij doen afzien van elk middel van verhaal. Naar de rechter stappen is een basisrecht, ook voor ondernemingen; − bedingen die inhouden om op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan die niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.
D Bedingen die vermoed worden onrechtmatig te zijn zonder tegenbewijs Een aantal andere bedingen worden dan weer vermoed onrechtmatig te zijn, zonder bewijs van het tegendeel: − bedingen of clausules die een ondernemer het recht geven om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; − bedingen die een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend verlengen of vernieuwen, zonder vermelding van een redelijke opzeggingstermijn; − bedingen die partijen verbinden zonder vermelding van een redelijke opzeggingstermijn; − bedingen die zonder in een tegenprestatie te voorzien het economisch risico op een partij leggen waar dat normaal op een andere partij van de overeenkomst of op de andere onderneming rust; − bedingen die op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uitsluiten of beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; − bedingen die een ondernemer ontslaan van zijn aansprakelijkheid voor opzet, zware fout of (behoudens bij overmacht) voor de niet-uitvoering van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; − bedingen die de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen, beperken; − bedingen of clausules die in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingen vaststellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door u kan worden geleden. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven verder bestaan.
3.6.8 Verlenging van dienstenovereenkomsten Deze regelgeving heeft tot doel de consument beter te informeren en te beschermen als hij dienstenovereenkomsten van bepaalde duur afsluit en vooral als hij die wil opzeggen. Dienstenovereenkomsten van bepaalde duur (bv. een telefoonabonnement voor één jaar) bevatten doorgaans een clausule die bepaalt hoe en onder welke voorwaarden de overeenkomst (kan) verlengd word(t)(en). Een veel gebruikte clausule is de stilzwijgende verlenging. Die houdt in dat de overeenkomst automatisch verlengd wordt als de consument niet op voorhand te kennen geeft dat hij de overeenkomst wil opzeggen. De termijn voor die opzegging wordt in de clausule gepreciseerd. Die termijn mag niet onredelijk lang zijn. In dat geval zou de clausule onrechtmatig zijn (zie onrechtmatige bedingen). Bij dienstenovereenkomsten van bepaalde duur, waarin een dergelijke clausule tot stilzwijgende verlenging opgenomen werd, moet de verkoper het beding ook vermelden in vet gedrukte letters en in een kader los van de tekst op de voorzijde van het eerste blad. Die bepaling moet een duidelijke voorlichting van de consument met betrekking tot de eventuele verlenging van de overeenkomst garanderen.
© VAN IN
94
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 7: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
Als een dienstenovereenkomst van bepaalde duur stilzwijgend verlengd werd, kan de consument de overeenkomst op elk ogenblik zonder vergoeding opzeggen. Hij moet wel de opzeggingstermijn die in de overeenkomst bepaald is in acht nemen. Die termijn mag maximaal twee maanden bedragen. Die wet laat toe bij KB bijzondere regels inzake stilzwijgende verlenging op te stellen en de verplichtingen in die bepalingen zowel te beperken voor sommige diensten als uit te breiden naar bepaalde categorieën van producten. Zo wordt bepaald dat bij de inschrijving op ‘berichtendiensten’ (diensten geleverd per sms) informatie over de stilzwijgende verlenging per sms verstrekt moet worden (art. 33 van het KB van 9 februari 2011 tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie). Bij het onlinemateriaal vind je een modelbrief voor betwisting van stilzwijgende verlenging van een abonnement voor bepaalde duur.
© VAN IN
95
Academiejaar 2025-2026
Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 1
© VAN IN
96
Academiejaar 2025-2026
8 Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' deel 2
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
1
Verboden praktijken
1.1
Inleiding
Tot hier toe behandelden we de spelregels die voor consumenten en ondernemingen een ‘fair’ kader scheppen. We zagen hoe vooral transparantie en eerlijke contracten er voor moeten zorgen dat consumenten met vertrouwen kunnen consumeren. Het hiernavolgende hoofdstuk heeft een andere invalshoek. Het bespreekt het kader van wat ontoelaatbaar is. De strijd om de gunst van de consument is hard. Ondernemingen zoeken altijd naar meer originele manieren om de consument te verleiden. De Europese wetgever omschreef de limieten van deze ‘verleiding’. Dit is de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt). Ze werd in het WER in Belgisch recht omgezet. Ondertussen is er de omzetting van de omnibusrichtlijn die de bescherming van de consument uitbreidt en, zoals we al aangaven, is het hier ook belangrijk om aan te stippen dat als we spreken van ‘product’ dit ook digitale diensten en digitale inhoud omvat. Het WER voorziet ook een aantal regels om ongeoorloofde marktpraktijken tegenover niet-consumenten (doorgaans ondernemingen) aan banden te leggen. Die laatste regels hebben zowel Europese als puur Belgische oorsprong.
1.2
Oneerlijke handelspraktijken t.a.v. consumenten
1.2.1 Toepassingsgebied 1 De Richtlijn oneerlijke handelspraktijken is een zogenaamde ‘horizontale’ regelgeving. Dat betekent dat de regels van toepassing zijn op alle soorten van goederen en diensten en alle mogelijke verkoopvormen. Het schept dus een algemeen kader. Daartegenover staat de ‘verticale’ regelgeving. Een voorbeeld daarvan is de Wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en timesharing. Die wet bepaalt dus regels die specifiek toegespitst zijn op onder andere de verkoop van timesharing. De ‘horizontale’ regels over oneerlijke handelspraktijken zijn echter van toepassing op alle verkopen aan de consument. In het geval van timesharing en vakantieproducten van lange duur komen de wettelijke regels bovenop het algemene kader. 2 Tegelijkertijd is de richtlijn een richtlijn van maximale harmonisering. Een EU-jargon dat betekent dat de lidstaten van de Europese Unie in hun wetgeving geen regels of verboden mogen hebben (of houden) die strenger zijn dan de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. 3 Het begrip ‘handelspraktijk’ is zeer ruim. We brengen even de definitie van ‘handelspraktijk’ in herinnering:
© VAN IN
99
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
‘Iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een verkoper, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van producten of diensten aan consumenten.’ De regels over oneerlijke handelspraktijken zijn dus van toepassing vóór, gedurende en na de te koopaanbieding en de verkoop van producten of diensten. Behoren dus ook tot het toepassingsgebied van de handelspraktijken: − de dienst na verkoop; − de activiteiten van ondernemingen op sociale media.
1.2.2 Structuur De regels oneerlijke handelspraktijken worden op drie niveaus gestructureerd. 1 Het eerste niveau verzamelt alle geviseerde praktijken en heet ‘oneerlijke handelspraktijken’. De definitie is eerder algemeen. 2 Een tweede niveau verzamelt de ‘misleidende handelspraktijken’, onderverdeeld in misleidende handelspraktijken, misleidende omissies en agressieve handelspraktijken. Elk van deze termen hebben een meer gedetailleerde definitie. 3 Tot slot, op een derde niveau, worden twee ‘zwarte lijsten’ opgenomen van concrete praktijken die in alle gevallen als respectievelijk misleidend en agressief beschouwd worden. Deze zijn zeer specifiek gedefinieerd. Als een praktijk beantwoordt aan een specifieke definitie, is het direct duidelijk dat die verboden is. Is dat niet zo, moet de praktijk getoetst worden aan een meer algemene definitie. De bewijsvoering wordt dan moeilijker.
1.2.3 Oneerlijke handelspraktijken Dit is de meest algemene categorie. Een handelspraktijk wordt als oneerlijk beschouwd als: − zij in strijd is met de vereisten van professionele toewijding; − zij het economisch gedrag van de consument op wie zij gericht is, met betrekking tot het product of de dienst, wezenlijk verstoort of kan verstoren. Het concept ‘professionele toewijding’ creëert tegelijk een verplichting en een bescherming voor ondernemingen. Zo is een verkoper bijvoorbeeld geacht over genoeg relevante vakkennis te beschikken, zijn producten en diensten te kennen en regels te kennen die van belang zijn voor zijn activiteit. Het concept zegt met andere woorden iets over de verwijtbaarheid van een handelspraktijk. De definitie beperkt de verwijtbaarheid tot wat redelijk is. Dat is uiteraard erg voor interpretatie vatbaar, maar het is wel duidelijk dat er een grens is aan wat van een onderneming verwacht mag worden en wat aan hem toegerekend mag worden. Daarnaast geldt de vereiste dat de handelspraktijk het economische gedrag van de consument wezenlijk verstoort of kan verstoren. Als we teruggrijpen naar de definitie ervan, kunnen we besluiten dat die voorwaarde betrekking heeft op de wilsovereenstemming van de consument om tot een koop over te gaan. Het ‘verstoren’ komt met andere woorden neer op het manipuleren van de wil van de consument om hem tot een transactie te bewegen, door bijvoorbeeld iets misleidend mee te delen, of te verzwijgen (omissie), of hem onder druk te zetten.
© VAN IN
100
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
Een a contrario voorbeeld is een handelspraktijk die indruist tegen de principes, gevoelens en regels van smaak en fatsoen. Die beïnvloedt niet het economisch gedrag. VOORBEELD
Gewelddadige games, militaria ... Een dergelijke verstoring heeft uiteraard niet hetzelfde effect op iedere consument. De wet voorziet dit expliciet en bepaalt dat een handelspraktijk ook oneerlijk is als een verkoper redelijkerwijs had kunnen voorzien dat ze het economische gedrag van een duidelijk herkenbare groep van consumenten, die wegens een mentale of lichamelijke handicap, hun leeftijd of goedgelovigheid, bijzonder vatbaar zijn voor die handelspraktijk of voor het onderliggende product of de onderliggende dienst wezenlijk verstoort of kan verstoren. Het uitgangspunt is het gemiddelde lid van die groep van consumenten. Het spreekt voor zich dat dit ook erg voor interpretatie vatbaar is en verschilt van situatie tot situatie. De rechtbanken zullen dan ook geval per geval moeten beoordelen.
1.2.4 Misleidende handelspraktijken Een eerste grote en meer specifieke categorie van oneerlijke handelspraktijken zijn de misleidende handelspraktijken. Ze vallen uit elkaar in twee soorten: de misleidende handelingen en de misleidende omissies.
1.2.4.1 Misleidende handelingen In de eerste plaats is een handelspraktijk misleidend als ze gepaard gaat met onjuiste informatie of informatie die de consument bedriegt of kan bedriegen over: 1 het bestaan of de aard van het product of van de dienst; VOORBEELD
Een verkoper die met mooie brochures en foto’s een campingverblijf tijdens het WK voetbal aanprijst, terwijl de camping (nog) niet bestaat. Merk op dat dergelijke praktijken erg dicht aanleunen bij wat in het strafrecht ‘oplichting’ wordt genoemd. Waar de kwalificatie ‘oplichting’ opgaat voor zowat alle vormen van ‘gebakken lucht verkopen’, zijn de regels in het WER beperkt tot een commerciële context en meer bepaald b2c. 2 de voornaamste kenmerken van het product of van de dienst zoals de beschikbaarheid, voordelen, risico’s, uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procedé en datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik, gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong of van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op het product verrichte tests of controles; VOORBEELD
− Een reclame die beweert dat door klinische tests aangetoond is dat een product acne doet smelten als sneeuw voor de zon, terwijl de test in werkelijkheid slechts een tevredenheids enquête was. − Een advertentie beweert dat verweerde tuinmeubels in teak na één behandeling terug hun oorspronkelijke kleur vertonen. De mailing zegt dat het product werd getest en uitgeprobeerd. Het gaat hier over onjuiste beweringen over de werking van het product. – Een tuincentrum maakt reclame voor uitheemse planten en struiken, maar geeft noch door de plaats van de planten in het verkooppunt, noch door de informatie ter plaatse duidelijk aan of
© VAN IN
101
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
het om tuin- of kamerplanten gaat. Kopers worden hierdoor misleid en planten kamerplanten in de tuin met alle gevolgen van dien. – Een verkoper van pesticiden beweert dat zijn product niet vervuilend is terwijl het in werkelijkheid wel zware metalen bevat. 3 de reikwijdte van de verplichtingen van de verkoper, de motieven voor de handelspraktijk en de aard van het verkoopproces, elke verklaring of symbool dat doet geloven dat de verkoper of het product of de dienst sponsoring of directe of indirecte steun krijgt; VOORBEELD
Een verkoper die zich bij de consument thuis aanmeldt en voorwendt dat het om een technische interventie van zijn telefoonmaatschappij gaat, terwijl hij eigenlijk voor de concurrerende maatschappij abonnementen probeert te verkopen. 4 de prijs of de berekeningswijze van de prijs of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel; VOORBEELD
Een kledingzaak geeft een klant 10 % korting, maar telt dat percentage al op voorhand bij de opgegeven basisprijs. 5 de noodzaak van een dienst, onderdeel, vervanging of reparatie; VOORBEELD
Een garagehouder biedt als dienst een controle van wagens aan met het oog op de technische controle. Daarbij deelt hij de consument onterecht mee dat een bepaald onderdeel aan vervanging toe is. 6 de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de verkoper, zoals zijn identiteit, vermogen, kwalificaties, status, erkenning, affiliatie, connecties, industriële, commerciële of intellectuele eigendomsrechten of zijn bekroningen en onderscheidingen; VOORBEELD
Een verkoper van schoonheidsproducten beweert de producten van een bekend laboratorium te verkopen maar onder een andere naam en dus aan lagere prijzen, terwijl de producten een andere oorsprong hebben. 7 de rechten van de consument, in het bijzonder het recht op vervanging of terugbetaling in het kader van de wettelijke garantie of de risico’s die hij eventueel loopt. (zie ook hoofdstuk over de wettelijke garantie). VOORBEELD
Een verkoper van elektronische apparatuur deelt zijn klanten mee dat ze een garantie moeten bijkopen om zeker te zijn dat ze na een jaar nog een herstelling zouden kunnen eisen (de wet voorziet dit recht tot twee jaar). Al deze mogelijke vormen van bedrog slaan ook op de algemene presentatie van bijvoorbeeld reclame, zelfs al is de informatie feitelijk correct.
© VAN IN
102
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
VOORBEELD
Essentiële kenmerken zoals prijs of looptijd van een contract verbergen in kleine lettertjes. Een tweede criterium om te besluiten dat een handelspraktijk misleidend is, is dat ze de consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Net zoals bij de oneerlijke handelspraktijken is er een handelingselement (onjuiste informatie verstrekken of weglaten, bedriegen …) en een gevolgelement. Merk op dat de notie ‘een besluit over een transactie nemen’, veel ruimer is dan ‘tot een transactie overgaan’. Van een dergelijk besluit is al sprake als een consument bijvoorbeeld besluit om naar aanleiding van een reclame zich verder te informeren over een product. Het is ook niet vereist dat de consument zijn ‘besluit’ ook werkelijk uitvoert. Door de omzetting van de omnibusrichtlijn wordt uitdrukkelijk de volgende verboden misleidende handelspraktijk in de wet opgenomen. Het is een verbod op een praktijk die gaat over de problematiek van de zogenaamde ‘dual quality’. Dit gaat over producten die op dezelfde manier (ze worden dus als identiek voorgesteld) in de markt gezet worden in verschillende lidstaten, terwijl het product op de ene markt niet helemaal hetzelfde (verschillende kwaliteit, samenstelling, ingrediënten ...) is dan op de andere markt. Dergelijke marketing is verboden, tenzij er legitieme en objectieve factoren dit rechtvaardigen. VOORBEELD
Chocoladepasta verkocht in België, met dezelfde verpakking en onder hetzelfde merk in Duitsland op de markt brengen, terwijl de samenstelling of ingrediënten verschillend zijn, is misleidend voor de consument.
Ken jij nog voorbeelden van dergelijke verboden handelspraktijk gebaseerd op ‘dual quality’ marketing? Misschien ben je er op reis al mee in contact gekomen bij de aankoop van producten.
1.2.4.2 Misleidende omissie Een tweede vorm van misleidende praktijken zijn de ‘omissies’: de weglatingen of niet-handelingen. Het zijn de handelspraktijken waarbij essentiële informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, weggelaten wordt. Bij de beoordeling moet wel de context van de handelspraktijk en het gebruikte communicatiemiddel in rekening gebracht worden. VOORBEELD
Bij een reclame per sms kan niet verwacht worden dat alle gegevens op die manier verstrekt worden: naam van het bedrijf, adres- en contactgegevens, de algemene voorwaarden … Dat neemt niet weg dat die gegevens geraadpleegd moeten kunnen worden voor de consument tot een aankoop overgaat, bijvoorbeeld op een website. De beperkingen van een medium zijn met andere woorden geen excuus om essentiële informatie niet beschikbaar te stellen. De notie ‘weglating’ moet niet (enkel) letterlijk geïnterpreteerd worden. De wet stelt onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige of laattijdige informatieverstrekking gelijk met omissie. Ook het niet duidelijk laten blijken dat een handelspraktijk een commercieel oogmerk heeft, wordt als een omissie beschouwd.
© VAN IN
103
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
Een handelspraktijk is een ruim begrip, ook chronologisch: van de kleinste commerciële boodschap tot het sluiten en uitvoeren van een overeenkomst. De wetgever hanteert daarom ook de meer verfijnde notie ‘uitnodiging tot aankoop’. Dat is een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product of de dienst op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument daardoor in staat stelt een aankoop te doen. Het is met andere woorden een handelspraktijk die zich chronologisch net voor het moment situeert waarop de consument al dan niet een aankoop doet. Daarom moet de consument op dat moment goed geïnformeerd zijn. Dat betekent concreet: − de voornaamste kenmerken van het product of van de dienst (rekening houdend met het gebruikte communicatiemiddel); − het geografische adres en de identiteit van de onderneming of van de onderneming namens wie hij optreedt; − de prijs, inclusief belastingen, of als die redelijkerwijs niet vooraf berekend kan worden, de manier waarop de prijs wordt berekend; − indien van toepassing, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, als deze kosten redelijkerwijs niet vooraf berekend kunnen worden, de vermelding dat die kosten ten laste van de consument gelegd kunnen worden; − de wijze van betaling, levering, uitvoering, als deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding; − indien van toepassing, het bestaan van een herroepings- of annuleringsrecht; − voor op onlinemarktplaatsen aangeboden producten, de melding of de aanbieder een onderneming is of een consument; − bij aanbiedingen op een onlinemarkplaats, algemene informatie over de parameters (en het relatief belang ten opzichte van andere parameters) die gebruikt werden voor de rangschikking van de aanbiedingen (zoekresultaten) die aan de consument worden gepresenteerd als gevolg van een zoekopdracht; − informatie over of en hoe de onderneming garandeert dat gepubliceerde consumentenbeoordelingen afkomstig zijn van consumenten die het product effectief hebben gekocht of gebruikt. Deze informatie wordt als essentieel beschouwd. Als ze niet vermeld wordt, is er ook sprake van omissie. In sommige andere wetgevingen, bijvoorbeeld de timeshare-wet, wordt vereist dat aan de consument bepaalde specifieke informatie wordt verstrekt, die typisch is voor timesharing. Ook de informatie vereist in deze specifieke ‘verticale’ wetgeving wordt als essentieel beschouwd en hun weglating dus als omissie. Dat benadrukt het ‘horizontale karakter’ van de wetgeving over oneerlijke handelspraktijken, zoals we eerder bespraken.
1.2.4.3 Zwarte lijst van misleidende handelspraktijken Bovenop de algemene bepalingen stelde de wetgever een lijst op van praktijken waarover hij geen twijfel wou mogelijk maken voor wat betreft hun oneerlijke karakter. Het zijn praktijken die in alle omstandigheden als misleidend beschouwd worden en dus de toets van bijvoorbeeld ‘het verstoren van het economische gedrag van de consument’ niet hoeven te doorstaan. Het gaat om de volgende praktijken: 1 als onderneming beweren een gedragscode te hebben ondertekend als dat niet het geval is; 2 een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aanbrengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen; 3 beweren dat een gedragscode door een publieke of andere instantie is erkend als dat niet het geval is;
© VAN IN
104
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
4 beweren dat een onderneming, of haar handelspraktijken, of een product of een dienst door een openbare of particuliere instelling is erkend, goedgekeurd of toegelaten terwijl dat niet het geval is, of die niet aan de voorwaarden tot erkenning, goedkeuring of toelating voldoet; 5 producten of diensten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden zonder dat de onderneming aangeeft dat er een gegrond vermoeden bestaat dat hij die producten of gelijkwaardige producten niet tegen die prijs kan leveren of door een andere onderneming kan doen leveren gedurende een periode en in hoeveelheden die, rekening houdend met het product of de dienst, de omvang van de voor het product gevoerde reclame en de aangeboden prijs redelijk zijn; VOORBEELD
Een supermarktketen die reclame maakt voor fietsen tegen een zeer lage prijs vergeleken met andere aanbiedingen op de markt die, in verhouding tot de verwachte vraag, onvoldoende voorraad voorziet. 6 producten of diensten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden en vervolgens: − weigeren het aangeprezen product of de aangeprezen dienst aan de consument te tonen; − weigeren een bestelling op te nemen of het product of de dienst binnen een redelijke termijn te leveren; − een exemplaar van het artikel met gebreken tonen, met de bedoeling een ander product of een andere dienst aan te prijzen; 7 bedrieglijk beweren dat een product of een dienst slechts gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn of dat het slechts onder speciale voorwaarden gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn, om de consument onmiddellijk te doen beslissen en hem geen kans of onvoldoende tijd te geven een geïnformeerd besluit te nemen; 8 aan de consumenten met wie de onderneming vóór de transactie heeft gecommuniceerd in een taal die geen nationale taal is, een dienst na verkoop beloven en vervolgens die dienst enkel in een andere taal leveren zonder dat duidelijk aan de consument te laten weten alvorens deze zich tot de transactie verbindt; VOORBEELD
Een marketingactie is opgesteld in het Engels, terwijl de taal van de dienst na verkoop het Frans is. 9 beweren of anderszins de indruk wekken dat een product of dienst legaal verkocht kan worden als dat niet het geval is; VOORBEELD
De indruk wekken dat de verkoop van zware wapens volkomen legaal kan verlopen. 10 wettelijke rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend kenmerk van het aanbod van de onderneming; VOORBEELD
Een reclameboodschap van een postorderbedrijf luidt: ‘Bij ons krijgt u 14 dagen bedenktijd! Zonder vragen of kosten!’ (dit is een wettelijk vastgelegd recht bij verkoop op afstand). 11 redactionele inhoud in de media, waarvoor de onderneming heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product of een dienst, zonder dat dit duidelijk uit de inhoud of uit de door de consument identificeerbare beelden of geluiden blijkt;
© VAN IN
105
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
VOORBEELD
Een fabrikant van schoonheidsproducten koopt ruimte in een magazine en plaatst daarin een interview waarin getuigd wordt over de goede werking van een van zijn producten. Het artikel is zodanig opgesteld dat het voorkomt als een onafhankelijk door de redactie geschreven artikel. 12 feitelijk onjuiste beweringen doen betreffende de aard en de omvang van het gevaar dat de persoonlijke veiligheid van de consument of zijn gezin zou bedreigen als hij het product of de dienst niet koopt; VOORBEELDEN
− Een verkoper van fietssloten die deur-aan-deurverkoop doet en de consument bewerkt met valselijk hoge criminaliteitsstatistieken van zijn buurt. – Een verkoper van waterzuiveringstoestellen die de consument bang maakt met argumenten dat het water bij hem thuis niet goed is voor de gezondheid van zijn kleine kinderen.
13 een product of dienst gelijkend op een door een bepaalde fabrikant vervaardigd product of verstrekte dienst op een zodanige wijze promoten dat bij de consument doelbewust de verkeerde indruk wordt gewekt dat dit product van die fabrikant afkomstig is, terwijl dat niet het geval is; Merk de gelijkenis op met de (verboden) handel in namaakproducten. Hier wordt alleen de promotie beschouwd. De vervaardiging van en de handel in namaakgoederen is uiteraard ook verboden, maar op basis van andere specifieke wetgeving; 14 een piramidesysteem opzetten, beheren of promoten waarbij de consument tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten; 15 beweren dat de onderneming op het punt staat zijn zaak stop te zetten of te verhuizen, als dat niet het geval is; VOORBEELD
Een schoenwinkel plaatst in grote letters op het uitstalraam ‘Alles moet weg wegens verhuis’. Maar in werkelijkheid verhuist de winkel niet en is er van stopzetting of einde voorraad geen sprake. 16 beweren dat een product of dienst het winnen bij kansspelen kan vergemakkelijken; VOORBEELD
De verkoop van ‘talismannen’ die je de juiste lottocijfers zouden influisteren. 17 bedrieglijk beweren dat een product of een dienst ziekten, functiestoornissen of misvormingen kan genezen; 18 feitelijk onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid het product of de dienst te bemachtigen met de bedoeling de consument dit of deze te doen aanschaffen tegen voorwaarden die minder gunstig zijn dan de normale marktvoorwaarden; 19 beweren dat er een wedstrijd wordt georganiseerd of prijzen worden uitgeloofd zonder de aangekondigde prijzen of een redelijk equivalent daadwerkelijk toe te kennen; 20 een product of een dienst als ‘gratis’, ‘voor niets’, ‘kosteloos’ en dergelijke omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen; 21 marketingmateriaal voorzien van een factuur of een soortgelijk document waarin om betaling wordt gevraagd, waardoor bij de consument de indruk wordt gewekt dat hij het product of de dienst al heeft besteld terwijl dat niet het geval is;
© VAN IN
106
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
22 op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de onderneming niet optreedt ten behoeve van zijn beroepsactiviteit of zich op bedrieglijke wijze voordoet als consument; VOORBEELD
Een ondernemer verkoopt een tweedehands antieken zitmeubel. Hij doet dit via een zoekertje op het prikbord bij de plaatselijke krantenwinkel. Hij vermeldt hier echter niet bij dat deze verkoop deel uitmaakt van zijn handel in antiek en tweedehands meubels. 23 op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product of een bepaalde dienst de dienst-na verkoop beschikbaar is in een andere lidstaat dan die waar het product wordt verkocht; 24 het aan de consument tonen van zoekresultaten na een online zoekopdracht, zonder te onthullen dat het een betaalde reclame is of dat de aanbieders betaald hebben om een hogere rangschikking in de zoekresultaten te krijgen voor hun producten; 25 beweren dat beoordelingen van producten zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangekocht, zonder redelijke en proportionele stappen te nemen om dit te checken; 26 valse of misleidende beoordelingen (doen) plaatsen. Dit omvat zowel het genereren van fake beoordelingen als praktijken van influencers; 27 het aan de consument doorverkopen van tickets voor culturele - en sportevenementen, door de onderneming verkregen via software waarbij de onderneming de technische limieten op het aantal te verkopen tickets, vastgelegd door de primaire verkoper, omzeilt. VOORBEELD
De doorverkopende onderneming gebruikt software zoals bots (geautomatiseerde processen, die acties uitvoeren zonder menselijke tussenkomst) waardoor ze elektronische wachtrijen, ingesteld door de primaire verkoper om de verkoop te limiteren, omzeilt. Zo kan deze doorverkoper tickets kopen voordat iemand anders dit kan.
Bij het onlinemateriaal vind je een modelbrief voor weigering van betaling voor gratis stalen. Het gaat over het toesturen van niet-gevraagde goederen, waarvoor betaling gevraagd werd. Geldt voor B2C en B2B.
1.2.5 Agressieve handelspraktijken In derde instantie verbiedt de wet agressieve handelspraktijken. Waar de misleidende praktijken veeleer betrekking hebben op het al dan niet verstrekken van informatie, handelen de agressieve handelspraktijken over de relatie tussen de onderneming en de consument als dusdanig. Men zou kunnen stellen dat ze bepaalde tolerantiegrenzen stelt aan de commerciële overtuigingsmethoden. Een handelspraktijk is agressief als hij door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de consument met betrekking tot het product of de dienst aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of gebracht kan worden over een transactie een besluit te nemen dat hij anders niet had genomen. De noties intimidatie, dwang …. zijn erg subjectief. Er zal dan ook rekening gehouden moeten worden met de context ervan. De wet voorziet enkele richtsnoeren om deze noties te beoordelen. Zo moet er rekening gehouden worden met: − het tijdstip en de plaats waar de praktijk wordt uitgevoerd, de aard en de persistentie ervan;
© VAN IN
107
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
− het gebruik van dreigende taal of gedragingen; − het bewust uitbuiten door de onderneming van enige bijzondere tegenslagen of omstandigheden, die zo ernstig zijn dat zij het beoordelingsvermogen van de consument kunnen aantasten, met het doel zijn beslissing over het product of de dienst te beïnvloeden; − door de onderneming opgelegde kosten met zich meebrengende of bovenmatige niet-contractuele belemmeringen ten aanzien van rechten die de consument uit hoofde van het contract wil uitoefenen, waaronder het recht om het contract te beëindigen of een ander(e) product of dienst of een andere verkoper te kiezen; − het dreigen met maatregelen die wettelijk niet genomen kunnen worden.
Ook voor de agressieve handelspraktijken voorzag de wetgever een zwarte lijst. Het zijn praktijken die: 1 de indruk geven dat de consument het pand niet mag verlaten alvorens er een overeenkomst is opgesteld; 2 de consument thuis opzoeken en zijn verzoek om weg te gaan of niet meer terug te komen negeren, behalve in gevallen waar de wet dat wel expliciet toelaat om de uitvoering van een contractuele verplichting te verzekeren; VOORBEELD
Geen neen accepteren. Een stofzuigerverkoper die bij een demonstratie bij de consument thuis blijft aandringen om de demonstratie verder te zetten, ook al heeft de consument al duidelijk aangegeven niet geïnteresseerd te zijn. 3 hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon, fax, e-mail of andere afstandsmedia; 4 aan een consument die op grond van een verzekeringspolis een vordering indient documenten vragen die redelijkerwijs niet relevant geacht kunnen worden om de geldigheid van de vordering te beoordelen, dan wel systematisch weigeren antwoord te geven op daaromtrent gevoerde correspondentie met de bedoeling de consument ervan te weerhouden zijn contractuele rechten uit te oefenen; 5 kinderen door middel van reclame er rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe te overhalen die producten voor hen te kopen; VOORBEELD
Reclame maken voor een nieuwe video van de musical van K3 met de vermelding: ‘De nieuwe video is uit! Zeg aan je moeder dat ze hem snel gaat kopen bij de boekenwinkel in je buurt.’ 6 de consument uitdrukkelijk meedelen dat, als hij het product of de dienst niet koopt, de baan of de bestaansmiddelen van de ondernemer in het gedrang komen; 7 de bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen, als: − er in feite geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel; − het ondernemen van stappen om in aanmerking te kunnen komen voor de prijs of voor een ander soortgelijk voordeel, afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of als daaraan voor hem kosten zijn verbonden. Merk op dat sommige van deze praktijken eveneens betrekking hebben op het verstrekken van informatie. Zo kunnen de praktijken onder 6 en 7 ook als ‘misleidende handelingen’ gekwalificeerd worden. De wetgever oordeelde echter dat als het soort misleidende informatie die verstrekt wordt
© VAN IN
108
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
een dergelijke impact en verstoring van het consumentengedrag inhoudt, ze als agressief bestempeld kan worden.
1.2.6 Analyseschema ‘oneerlijke handelspraktijken’ In dit schema vatten we het voorgaande samen. We vertrekken daarbij van de ‘eenvoudigst aan te tonen’ praktijken. Figuur 1 Oneerlijke handelspraktijken Is de praktijk omschreven op de zwarte lijsten van misleidende en agressieve handelspraktijken? Ja Nee
VERBODEN
Is het een praktijk die door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de consument met betrekking tot het product of de dienst aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen dat hij anders niet had genomen? Ja Nee
VERBODEN
Wordt essentiële informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen weggelaten? Ja Nee
VERBODEN
Gaat de handelspraktijk gepaard met onjuiste informatie of informatie die de consument bedriegt of kan bedriegen over ... (zie informatiecategorieën) zodat ze de consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen? Ja Nee
VERBODEN
Is de handelspraktijk in strijd is met de vereisten van professionele toewijding EN verstoort of kan zij wezenlijk het economisch gedrag van de consument op wie zij gericht is, met betrekking tot het product of de dienst, verstoren? TOEGELATEN
1.3
Nee
Ja
VERBODEN
Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen
Niet alleen consumenten kunnen geconfronteerd worden met oneerlijke praktijken maar ook ondernemingen (rechtspersonen) kunnen dat risico lopen. Het WER voorziet in aparte regels voor ‘oneerlijke marktpraktijken’, opgedeeld in oneerlijke marktpraktijken, misleidende marktpraktijken en agressieve marktpraktijken. Er wordt van ‘marktpraktijken’ gesproken om geen verwarring te scheppen met ‘handelspraktijken’, die laatste zijn dus alleen van toepassing op relaties onderneming-consument. Het toepassingsgebied met betrekking tot marktpraktijken is zeer ruim. Alle personen die geen consument zijn, vallen er immers onder.
© VAN IN
109
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
1.3.1 Oneerlijke marktpraktijken In eerste instantie voorziet het WER in een algemene clausule die een verbod inroept voor oneerlijke marktpraktijken ‘waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden’. Het voordeel van zo’n algemene clausule is dat ze zowat alle oneerlijke marktpraktijken dekt. Het nadeel is dat ze zo algemeen is en dat de rechter in elk concreet geval overtuigd zal moeten worden van het oneerlijke karakter van de marktpraktijk alsook van de (potentiële) schade aan bepaalde beroepsbelangen. Zelden echter zal een onderneming een geding inspannen dat alleen gebaseerd is op de algemene norm. Bij de meeste geschillen tussen ondernemingen is ook andere wetgeving relevant (intellectuele eigendomsrechten, boekhoudrecht, verbintenissenrecht, vennootschapsrecht, merkenrecht, domeinnaamrecht, wetgeving op de openingsuren, de toegang tot het beroep …). De overlapping met de algemene norm uit het WER is dan belangrijk omdat daardoor ook gebruik gemaakt kan worden van de vordering tot staking die zo typisch is voor het marktrecht.
1.3.2 Misleidende marktpraktijken Een bijzondere categorie oneerlijke marktpraktijken zijn de misleidende marktpraktijken en de misleidende omissie en andere verboden praktijken. Alle regels van toepassing op de misleidende handelspraktijken tussen ondernemingen en consumenten worden hier hernomen en zijn dus ook van toepassing op de b2b (zie 4.2.4 Misleidende handelspraktijken hiervoor). De regel is dat een marktpraktijk misleidend is als een onderneming (doelbewust) bedrieglijke informatie krijgt en daardoor een beslissing over een transactie neemt die ze anders niet had genomen. Het gaat dus over onjuiste informatie die de onderneming bedriegt of kan bedriegen over: 1 het bestaan of de aard van het product; 2 de voornaamste kenmerken van het product, zoals beschikbaarheid, voordelen, risico’s, uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procedé en datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik, gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong, van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op het product verrichte tests of controles; 3 de reikwijdte van de verplichtingen van de onderneming, de motieven voor de marktpraktijk en de aard van het verkoopproces, elke verklaring of symbool dat doet geloven dat de onderneming of het product sponsoring of directe of indirecte steun krijgt; 4 de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berekend, of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel; 5 de noodzaak van een dienst, onderdeel, vervanging of reparatie; 6 de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de onderneming of haar tussenpersoon, zoals haar identiteit, vermogen, kwalificaties, status, erkenning, affiliatie, connecties, industriële, commerciële of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en onderscheidingen; 7 de rechten van de andere onderneming, of de risico’s die zij eventueel loopt; 8 marketing van een product, onder andere door vergelijkende reclame, op zodanige wijze dat verwarring wordt geschapen met andere producten, handelsmerken, handelsnamen en andere onderscheidende kenmerken van een concurrent; 9 de niet-nakoming door de onderneming van verplichtingen die opgenomen zijn in een sectorale gedragscode waaraan zij zich heeft gebonden, voor zover het niet gaat om een intentieverklaring maar om een verplichting die verifieerbaar is;
© VAN IN
110
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
10 het mededelen van afbrekende gegevens over een andere onderneming, haar goederen, diensten of activiteit. Voor de misleidende omissie wordt ook hier de wetgeving b2c toegepast op de b2b-transacties (zie 4.2.4.2 Misleidende omissie hiervoor). Het gaat hier over alle marktpraktijken waarbij essentiële informatie die de onderneming nodig heeft om een geïnformeerd besluit over de transactie te nemen (doelbewust) weggelaten wordt. ‘Weglating’ moet ook hier niet enkel letterlijk worden geïnterpreteerd. Onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige of laattijdige informatieverstrekking en het niet duidelijk laten blijken van het oogmerk van de transactie, staat gelijk met omissie. Misleiding door onjuiste informatieverstrekking en door informatieomissie zijn complementair. Door marktpraktijken vanuit deze twee perspectieven te benaderen, wordt elke praktijk waarmee bedrog en informatie gemoeid is gevat, ongeacht of er al dan niet informatie werd verstrekt. De Belgische wet kent ook een aantal verboden die erop gericht zijn om ook ondernemingen tegen bepaalde, soms hardnekkige, praktijken te beschermen. Een aantal misleidende praktijken treft dikwijls kleinere ondernemingen en verenigingen. Aangezien ze niet onder de noemer ‘consument’ vallen, genieten ze onder de consumentenbeschermingsregels geen bescherming. Die verbodsbepalingen of verboden praktijken zijn geen pure nieuwigheden op zich maar eerder wettelijk vastgelegde interpretaties van de algemene norm, om meer duidelijkheid te garanderen en eng interpretatieve rechtspraak te vermijden. Het gaat hier over de praktijken van spookfacturen, reclameronselaars, gedwongen verkoop en piramidesystemen. We bespreken ze kort.
1.3.2.1 Spookfacturen Het komt voor dat personen met minder goede bedoelingen als factuur vermomd promotiemateriaal versturen. Ze gokken erop dat hun ‘reclame’ onopgemerkt bij de betalingsopdrachten van bedrijven belandt. Daarom voorziet het WER een verbod om reclame te voeren waarbij het promotiemateriaal een factuur of gelijkaardig document bevat waarbij om betaling wordt gevraagd of dat de indruk wekt dat het product of de dienst al werd besteld terwijl dat niet het geval is.
1.3.2.2 Reclameronselaars Een andere schadelijke praktijk bestaat erin dat bedrijven een formulier wordt toegestuurd waarop staat dat ze gratis ingevoegd kunnen worden in een bedrijvengids. Er wordt daarbij gevraagd om hun juiste gegevens te bevestigen. In de kleine lettertjes wordt echter bepaald dat de invoeging wel betalend is, veelal aan erg hoge bedragen. De wet verbiedt daarom dat promotiemateriaal essentiële informatie verborgen houdt over: − de gevolgen van het door de bestemmeling gegeven antwoord; − de eigenlijke commerciële bedoeling, als die niet duidelijk blijkt uit de context. Ondanks deze bepalingen heeft de wetgever het nuttig geacht om specifiek voor de problematiek van de reclameronselaars een bijkomende set regels in te voeren. Het WER legt vormvoorwaarden op voor de documenten (betalingsformulier, een bestelformulier, een factuur, een aanbod, algemene voorwaarden, een voorstel tot verbetering of elk ander soortgelijk document) die bij die specifieke handelspraktijken gebruikt worden.
© VAN IN
111
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
Zo mogen ze niet dubbelzinnig zijn over het feit dat de werving een aanbod van overeenkomst tegen betaling uitmaakt. Verder moet in het vet en in het grootste lettertype dat in het document wordt gebruikt de duur van de overeenkomst en de hieraan verbonden prijs vermeld worden. Zo wordt vermeden dat deze essentiële informatie in de kleine lettertjes verstopt kan worden.
1.3.2.3 Gedwongen verkoop Sommige ondernemingen proberen de fase van het sluiten van de overeenkomst over te slaan. Er wordt ongevraagd een product toegezonden of een dienst geleverd met het verzoek dit tegen betaling te verwerven of te aanvaarden. Naast het feit dat dit misleidend kan zijn, brengt het voor de onderneming ook heel wat administratieve rompslomp en kosten met zich mee om zich hiertegen te verzetten. Het WER stelt daarom een verbod op dit soort ‘gedwongen’ aankopen. Net als consumenten is ook de onderneming niet gehouden tot betaling of terugzending van het ontvangen goed of de gepresteerde dienst die hij tegen het verbod in toch zou krijgen. De minister kan afwijkingen op dit verbod vergunnen in het kader van een liefdadig doel, maar dan gelden strikte transparantievoorschriften. Er moet met name bij het aanbod letterlijk vermeld worden: ‘De geadresseerde heeft geen enkele verplichting, noch tot betaling, noch tot terugzending.’
1.3.2.4 Piramidesystemen Tot slot verbiedt het WER het beheren, promoten en deelnemen aan piramidesystemen. Veelal op internet worden systemen van ‘zakendoen’ aangeboden, waarbij je niet zozeer producten moet verkopen maar vooral een netwerk uitbouwen van andere gegadigden die aan jou een commissie betalen. Deze systemen storten heel snel in en kunnen grote winsten opleveren voor diegenen die zich aan de top van de piramide bevinden. Als een onderneming zich hierin engageert (of een natuurlijk persoon richt een onderneming op met als doel aan het systeem deel te nemen), dan onttrekt deze zich aan het verbod dat voor consumenten bestaat in het kader van de Richtlijn op de oneerlijke handelspraktijken. Daarom wordt ook voorzien in een verbod voor ondernemingen.
1.3.3 Agressieve marktpraktijken De wet voorziet ook in een expliciet verbod op agressieve marktpraktijken. Het ‘agressief karakter’ van een marktpraktijk kan worden omschreven als volgt: De vrijheid van handelen en keuze wordt ingeperkt door het aanwenden van dwang, intimidatie, fysiek geweld of ongepaste beïnvloeding. Dat laatste is het misbruik maken van machtspositie om de keuzevrijheid van een partij (onderneming) te beperken. Opdat er sprake is van een agressieve marktpraktijk moet dit gedrag tot gevolg hebben dat de onderneming (die de praktijk ondergaat) een transactie aangaat die zij zonder het gedrag niet zou hebben aangegaan. Bij de beoordeling moeten uiteraard de omstandigheden van de praktijk in rekening gebracht worden. De wet somt er een aantal op: − het tijdstip, de plaats, de aard en het aanhoudend karakter van de marktpraktijk; − het gebruik van dreigende of grove taal of gedragingen; − het bewust uitbuiten door de onderneming van bepaalde tegenslagen of omstandigheden die zo ernstig zijn dat zij het beoordelingsvermogen van de onderneming kunnen beperken, met als doel
© VAN IN
112
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
haar besluit met betrekking tot het product te beïnvloeden; − het dreigen met maatregelen die wettelijk niet kunnen worden genomen; − de contractuele positie van een onderneming ten aanzien van de andere onderneming. VOORBEELD
Een ambachtelijk bakker wil niet ingaan op het aanbod van een leverancier van meel omdat hij de kwaliteit ondermaats vindt. Die leverancier dreigt ermee fake news te verspreiden over de solvabiliteit van de bakker om zo de prijzen of kredietvoorwaarden van diens werkelijke leveranciers te beïnvloeden. Afgaande op deze definities is er dus sprake van een agressieve handelspraktijk, indien voldaan is aan de volgende drie voorwaarden: 1 ongeoorloofde druk (geweld, ongepaste beïnvloeding …); 2 aanzienlijke inperking van de keuzevrijheid of vrijheid van handelen van de andere onderneming; 3 een transactie aangegaan door een onderneming, die ze anders niet was aangegaan.
1.4
Ongewenste communicaties
Een bijzondere categorie van verboden praktijken zijn de ongewenste communicaties. Ondernemingen die bij andere ondernemingen hun producten willen aanprijzen, zullen daarvoor in veel gevallen gebruikmaken van communicatiemiddelen zoals e-mail, die grote aantallen bestemmelingen kan bereiken tegen lage kosten. Ook fax en automatische telefoonoproepen worden in dat verband gehanteerd. Daarvoor bestaan specifieke spelregels. In de eerste plaats heeft de bestemmeling van commerciële communicaties een recht van (kosteloos) verzet: de bestemmeling moet te kennen kunnen geven de reclame niet meer te willen ontvangen en dat moet gerespecteerd worden. Bovendien moet er bij dit soort reclameboodschappen ook transparantie zijn: de ongevraagde reclame per e-mail moet voor de ontvanger duidelijk en ondubbelzinnig als reclame herkenbaar zijn. De vermelding van publiciteit moet duidelijk, leesbaar en op ondubbelzinnige wijze voorkomen. Bovendien moet duidelijk zijn voor wiens rekening de reclame gemaakt wordt. Er zijn wel enkele uitzonderingen waarbij elektronische post voor reclamedoeleinden toegelaten is. Onder bepaalde voorwaarden moet de ondernemer niet voorafgaandelijk het akkoord van de klant hebben om reclame per e-mail, sms of mms te versturen: − de elektronische gegevens van de klant werden rechtstreeks door de klant bezorgd aan de onderneming naar aanleiding van de verkoop van een product of dienst; − de ondernemer gebruikt de gegevens van de klant alleen om reclame te maken voor zijn eigen producten of diensten; de gegevens mogen zonder akkoord van de klant niet aan derden meegedeeld worden; − de klant kan zich op een eenvoudige, duidelijke en kosteloze wijze verzetten tegen het gebruik van zijn gegevens voor reclamedoeleinden; − de reclame is gericht aan rechtspersonen op voorwaarde dat de contactgegevens onpersoonlijk zijn. VOORBEELDEN
− Reclame per e-mail toesturen aan een rechtspersoon mag zonder voorafgaandelijke toestemming via bijvoorbeeld klantendienst@electriciteitsmaatschappij.be of info@debakkeromdehoek.be. – Reclame per e-mail zonder voorafgaandelijke toestemming sturen naar melchior.balthazar @dedriewijzen.be is niet toegelaten.
© VAN IN
113
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
Een abonnee van een telefoonnummer kan zich ook in het algemeen verzetten tegen het gebruik van zijn nummer voor ‘direct marketing’doeleinden. De telefoonoperatoren zijn ervoor verantwoordelijk om deze nummers in een register op te nemen. Wie aan direct marketing wil doen, moet eerst dat register consulteren. De nummers daarin mogen dus niet worden gebruikt tenzij de abonnee specifiek toelating heeft gegeven. Een abonnee van wie het nummer opgenomen is in het register, maar die op een invulformulier van een bepaalde onderneming de toelating gaf om zijn nummer te gebruiken voor direct marketingdoeleinden, mag hiervoor met andere woorden wel opgebeld worden. Hoewel het geen wettelijke term is, wordt dit ook wel het ‘bel-me-niet-register’ genoemd. Ga naar https://www.bel-me-niet-meer.be en zoek daar de antwoorden op de volgende vragen: 1 Wat kun je doen om minder reclame te krijgen? 2 Hoe ben je beschermd tegen eventuele misbruiken? 3 Wie beheert de bel-me-niet-lijst?
1.5
Verkoop met verlies
Verkoop met verlies is een laatste verboden praktijk die in eerste instantie ondernemingen onderling en indirect ook consumenten beschermt. Met het verbod op verkoop met verlies wenst men voornamelijk middenstanders te verdedigen tegen ketens voor wie de verkoop met verlies haalbaar is, dankzij hun groot assortiment aan producten, en die op die manier de consument kunnen aantrekken. Door concurrenten als gevolg van deze praktijken uit de markt te duwen, zou de consument uiteindelijk ook minder keuze en dus wellicht slechtere voorwaarden krijgen. Er is sprake van verkoop met verlies als een goed wordt verkocht tegen een prijs die lager is dan die waartegen het goed werd aangekocht of waartegen het bij herbevoorrading gefactureerd zou worden. Eventueel toegekende en definitief verworven kortingen moeten in die prijs worden verrekend. Het is dus de werkelijke kost die geldt. Om uit te maken of er verkoop met verlies is, wordt geen rekening gehouden met kortingen die toegekend worden in ruil voor verbintenissen van de onderneming andere dan de aankoop van goederen. Bij een gezamenlijk aanbod geldt het verbod op verkoop met verlies voor het geheel van het aanbod. Er gelden wel een aantal uitzonderingen, waarbij verkoop met verlies dus wel is toegelaten. Sommige vloeien rechtstreeks voort uit andere bepalingen van de wet. Verkoop met verlies is in die zin wel toegelaten: − in het kader van een (regelmatige) uitverkoop en opruimingen of solden; − voor goederen die niet langer bewaard kunnen worden; VOORBEELD
Verse groenten of fruit met beperkte houdbaarheid op het einde van een markt. − als externe omstandigheden het niet (langer) mogelijk maken om zonder verlies te verkopen;
© VAN IN
114
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
VOORBEELD
Goederen die technologisch voorbijgestreefd zijn, zoals audiocassettes. − als om dwingende concurrentiële redenen, de prijs afgestemd moet worden op die van de concurrentie.
2
Vordering tot staking
Voor een aantal ondernemingen is de schade die zij lijden wegens overtreding door een andere verkoper soms niet te overzien en brengt een schadevergoeding vaak weinig soelaas. Dat is nog erger als men vaststelt dat het verkrijgen van schadevergoeding bijzonder veel tijd kan innemen. Het blijft natuurlijk altijd mogelijk een schadevergoeding te vragen. De wetgever heeft daarom voorzien in een bijzondere, snelle procedure, namelijk de vordering tot staking, die moet worden ingediend bij de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. De vordering tot staking kan zowel worden ingesteld door een benadeelde ondernemer als consument. De vordering kan ook ingesteld worden door een beroeps- of interprofessionele vereniging, een in de Raad voor het Verbruik vertegenwoordigde consumentenorganisatie, de directeur-generaal van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, Kmo, middenstand en Energie of de minister van Economische Zaken. De vordering tot staking kan ook, afzonderlijk of gezamenlijk, worden ingesteld tegen verscheidene verkopers van dezelfde economische sector of hun verenigingen die gebruikmaken of het gebruik aanbevelen van dezelfde of soortgelijke verboden algemene contractuele bedingen. De procedure is een procedure zoals in kortgeding. Dit betekent dat vorm en termijnen van het kortgeding worden gevolgd, maar dat de beschikking die wordt uitgesproken ten gronde wordt geveld. Bovendien is de uitspraak wel uitvoerbaar bij voorraad (d.w.z. voorlopig uitvoerbaar niettegenstaande verzet of beroep). De sanctie die de rechter kan opleggen, is het stakingsbevel. Er wordt aan de overtreder verboden om het onwettig gedrag nog verder te begaan of te herhalen. Vaak zal een dergelijk verbod gepaard gaan met een dwangsom die wordt opgelegd. Ook kan de rechter de publicatie of de aanplakking van het stakingsbevel opleggen zowel binnen als buiten de inrichting van de overtreder of door publicatie in kranten.
3
Handhaving
Alle bepalingen over handhaving (bevoegdheden, procedure, sancties …) worden volgens de logica van het WER opgenomen in een apart boek: Boek XV. De Algemene Directie Economische Inspectie (ADEI) is de federale economische controledienst. Ze is een onderdeel van de FOD Economie, Kmo, Middenstand en Energie. Naast andere wetgevingen, zijn de (beëdigde) ambtenaren van de ADEI bevoegd voor de opsporing en vaststelling van inbreuken op boek VI WER (Marktpraktijken en Consumentenbescherming). Zij hebben daarvoor bepaalde opsporingsbevoegdheden, zoals het betreden van werkplaatsen, vaststellingen doen, monsters nemen, zich documenten doen voorleggen … Zij kunnen ook processen-verbaal
© VAN IN
115
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
die bewijskracht hebben tot bewijs van het tegendeel, opstellen. Dat wil zeggen dat de vaststelling als waar beschouwd wordt tot de overtreder eventueel kan bewijzen dat de vaststelling toch niet naar waarheid is. Het woord vaststelling moet letterlijk genomen worden: het zijn de persoonlijke zintuiglijke waarnemingen (de visu et de auditu) van de verbalisant. In boek XV wordt ook een waarschuwingsprocedure vooropgesteld. Een ambtenaar van de ADEI kan aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij hij wordt aangemaand tot stopzetting van de handeling. In de waarschuwing zullen opgenomen worden: de feiten, welke wetsbepalingen overtreden werden, de termijn waarbinnen stopzetting wordt geëist en dat er een vordering tot staking ingezet zal worden. De controleambtenaar bepaalt die termijn discretionair, maar zal uiteraard wel het redelijkheidsprincipe moeten respecteren. Boek XV voorziet ook strafbepalingen. Zowel geldboetes als gevangenisstraffen zijn mogelijk. Dat houdt in dat de meeste bepalingen in het WER tot het (bijzonder) strafrecht behoren. Overtredingen kunnen dus door het parket vervolgd worden voor de strafrechtbanken. Een ander gevolg daarvan is het feit dat strafrecht van openbare orde is. Dat houdt in dat het niet noodzakelijk is dat een overtreding enige schade aanricht, de loutere overtreding van de bepaling is voldoende om vervolging te riskeren. VOORBEELD
Er zijn 6 niveaus van strafrechtelijke boetes. Sanctie niveau 1: een strafrechtelijke geldboete van minimum 26 euro tot een maximumbedrag van 5 000 euro of tot 4% van de totale jaaromzet, indien dit hoger is dan 5 000 euro. Sanctie niveau 6: een strafrechtelijke geldboete van minimum 500 euro tot een maximumbedrag van 100 000 euro of tot 6% van de totale jaaromzet, indien dit hoger is dan 100 000 euro. Een onderneming met een totale jaaromzet van 1 000 000 euro in het jaar voorafgaand aan de inbreuk van niveau 6, zal een boete kunnen opgelegd worden van 100 000 euro maal 8 (de huidige opdeciemen). 6% van de omzet is lager dan 100 000 euro. Het behoud in de wetgeving van de bestaande maximumbedragen voorkomt dat ondernemingen constructies zouden kunnen maken om de omzet zo laag mogelijk te houden. Met de totale jaaromzet wordt bedoeld: de jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan het opleggen van de geldboete, en waarover gegevens beschikbaar zijn die toelaten om de jaaromzet vast te stellen. Vanaf een sanctie niveau 5 kan er ook een gevangenisstraf toegevoegd worden. Die kan gaan van één maand tot vijf jaar. Wanneer er geen informatie beschikbaar is over de totale jaaromzet dan bedraagt het maximumbedrag van de geldboete 2 miljoen euro (de opdeciemen zijn op dit bedrag niet van toepassing). Als een inbreuk vastgesteld is, kunnen daartoe specifiek aangestelde ambtenaren een transactie voorstellen (de betaling van een geldsom) die de strafvordering doet vervallen. Sinds september 2020 werd ook een regime van administratieve boetes in het leven geroepen.
© VAN IN
116
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
Noot: op initiatief van de FOD Economie werd de website Consumer Connect opgericht. Via deze site kunnen consumenten inbreuken melden op de wetgeving ter bescherming van de consument. Je vindt op deze website ook heel wat informatie terug over je rechten en plichten als consument. https://consumerconnect.be/nl/meld-ons-iets
4
Marktpraktijken en consumentenbescherming: casussen
1 Frank, een beginnend producent van vruchtennectar, wenst de verkoop van zijn product te bevorderen. Hij stelt een reclamefolder op waarin hij erop wijst dat vruchtennectar veel geschikter is voor kinderen dan limonade aangezien dit laatste product te veel suiker en koolzuurgas bevat. Bovendien wijst hij erop dat limonade veel minder vruchten bevat dan nectar en dat limonade niet zo goed in staat is de dorst te lessen. Joris, directeur van een limonadefabriek, krijgt deze folder in handen en vraagt zich af of die reclame zomaar kan, en zo nee, welke stappen hij hiertegen kan ondernemen. 2 Aangezien Marc en Linda binnenkort gaan samenwonen, zijn ze momenteel volop op zoek naar meubelen. Op de jaarbeurs in Geel komen ze terecht bij een verkoper van leren salonameublementen, die hen een zeer grote korting op het door hen uitgekozen model aanbiedt. Verblind door de mooie praatjes van de verkoper happen Marc en Linda toe en ondertekenen een bestelbon voor een salonameublement ten bedrage van 5 250 EUR. Op dezelfde jaarbeurs kopen zij een koffiezetapparaat van 80 EUR, dat zij contant betalen en onmiddellijk meenemen naar huis. Thuisgekomen beseffen ze evenwel dat de prijs van het salon hun budget te boven gaat en zij wensen de koop ongedaan te maken. Ook het koffiezetapparaat wensen zij terug te brengen omdat Linda’s moeder er juist ook één voor het jonge koppel had gekocht. Quid? 3 Marleen ontvangt sinds enkele maanden geregeld kaarten (met recepten, dinosaurussen, motors …) die haar worden toegestuurd door een firma uit het Brusselse. Zij beweert echter nooit zulke kaarten te hebben besteld en ze weigert de rekening te betalen. Dat alles heeft er al toe geleid dat de firma inmiddels een incassobureau heeft ingeschakeld dat nu zelfs dreigt met gerechtelijke stappen. Wat zou je Marleen aanraden? 4 Bert heeft net een frituur in het Mechelse stadscentrum overgenomen. Voor de aankoop van zijn sausen en vleeswaren wendt hij zich, op advies van diegene die hem de handelszaak verkocht, tot een groothandel in Antwerpen. Na heel wat materiaal op zijn winkelwagentje te hebben geladen, merkt hij aan de kassa tot zijn verbazing dat de prij- zen die op de rekken werden aangegeven exclusief btw waren. Bert gaat hiermee niet akkoord en treedt in discussie met de kassier. Heeft hij het gelijk aan zijn kant? 5 Boris, uitbater van een kleine elektrozaak, krijgt een wel erg mondige klant over de vloer. ‘Mijnheer’, zegt de klant, ‘bij nader inzien koop ik toch maar bij de grote elektrozaak in het shoppingcenter, want die heeft nu een speciale aanbieding: Nu twee jaar garantie op alle producten.’Wat moet Boris hiervan denken? 6 Rita heeft in de wekelijkse promotiekrant van een grote supermarktketen een wel erg interessante aanbieding gezien. Een digitale camera voor slechts 75 EUR. Aangezien de promotie ingaat op dinsdag, staat ze al voor openingstijd aan de winkeldeur. Ze is niet alleen. Er staat al een hele rij wachtenden voor haar. Eindelijk is het zover. De deuren worden geopend en de rij stormt naar de camera’s. Helaas, Rita is net te laat. De laatste camera wordt voor haar weggenomen. ‘Op is op’, zegt de winkelbediende. Een beetje beteuterd denkt Rita terug aan de lessen economisch recht en denkt …
© VAN IN
117
Academiejaar 2025-2026
Hoofdstuk 8: Marktrecht: boek VI WER 'Marktpraktijken en consumentenbescherming' - deel 2
7 Bart is een dynamisch ondernemer. Hij baat een bloeiende elektrozaak uit in een kleine stad. Zijn bedrijfsmodel is de combinatie van een zeer goede en persoonlijke service en zeer lage prijzen. Daarvoor gaat hij altijd op zoek naar interessante leveranciers. Onlangs vond hij een Chinese producent van mp3-spelers. Hij kocht een lot mp3-spelers in aan 25 EUR per stuk. Bij andere producenten zou hij gemakkelijk 35 EUR betalen voor een vergelijkbaar product. Aangezien hij ze aan 50 EUR kan verkopen, kan hij zijn winstmarges aanzienlijk vergroten. Maar er zijn kapers op de kust. Een concurrerende elektrozaak biedt enkele weken later net hetzelfde product aan, van dezelfde producent, voor 24,99 EUR! Wat moet hij hiervan denken? Wat kan hij doen? 8 Cheng is een startend ondernemer. Hij zet een e-commercebedrijfje op en laat daarvoor een logo ontwerpen. Om zich te beschermen laat hij het logo als merk registreren. Groot is zijn verbazing als amper één week later een andere e-commercewebsite opduikt met een logo dat heel sterk op dat van hem lijkt. Boos schrijft hij een e-mail naar de concurrerende website en dreigt met een vordering tot staking zoals voorzien in het WER. Het snelle en al even droge antwoord luidt dat dat niet kan omdat niets in het WER het gebruik van het logo verbiedt. Wat nu? 9 Eva heeft als consument al jaren fitnessabonnement bij hetzelfde fitnesscenter. Het gaat om een abonnement voor 1 jaar dat telkens stilzwijgend wordt verlengd. Op een dag besluit ze uit te zoeken of ze geen goedkoper abonnement kan vinden. Die zoektocht levert al snel resultaten op. Op 20 januari vindt ze een goedkoper alternatief. Daarom informeert ze bij haar fitnesscenter over hoe en wanneer ze haar abonnement kan opzeggen. Het antwoord luidt: ‘Uw contract loopt elk jaar vanaf 1 december t.e.m. 30 november van het jaar daarop. Conform de wet bedraagt de opzegtermijn 2 maanden. U kunt het contract daarom opzeggen per 30 november, op voorwaarde dat u de opzegging ten laatste op 30 september doet.’ Eva moet dus nog bijna een jaar wachten om haar contract te kunnen opzeggen. Correct? 10 Patrick heeft via de website van een sportkledingmerk een paar voetbalschoenen besteld. Patrick is thuis als de doos met schoenen geleverd wordt. Tot zijn verbazing is de doos vochtig en beschadigd, en Patrick vertrouwt het zaakje niet. Hij opent de doos en ziet dat ook de schoenen beschadigd zijn. Zijn eerste reactie is om het pakket te weigeren, maar de leveringsdienst zegt dat dit niet zomaar kan en dat Patrick het met de verkoper moet regelen. Wat kan Patrick doen? 11 Jozefien bestelt online een jurk voor een feestje dat er over anderhalve maand aankomt. Ze heeft vooraf betaald. De normale voorziene en vermelde levertijd op de website is levering binnen de vijf dagen. Dat is prima, denkt Jozefien. Maar na vijf dagen werd haar pakje niet geleverd. Na contact met de firma en na de mondelinge belofte van een snelle levering is er na vijftien dagen nog steeds geen jurk aangekomen. Jozefien vertrouwt het niet meer, en zou de aankoop willen annuleren. Wat kan ze doen? 12 Anna kocht online een smartphone voor haar dochter Femke. Veel plezier heeft Femke er nog niet aan beleefd. De smartphone werd al drie keer teruggestuurd voor herstelling. Dat heeft heel wat telefoonkosten opgeleverd met de dienst na verkoop, want die dienst heeft immers een betalend 900-nummer. Kan dit zomaar? Kun je daar als consument iets tegen doen?
© VAN IN
118
Academiejaar 2025-2026