E 6 AVI E6 | AVI 8
Het is midden in de nacht. Lars en zijn nichtje Marie zijn nog op school. Detective Lars weet dat er iets niet pluis is. En jawel, er lopen twee dieven door de schoolgangen. Maar Lars wordt door hen ontdekt. Ze ontvoeren hem. Gelukkig kan Marie ontsnappen. Zij roept de hulp van tante Tara in. Tante herkent de gouden munt van Lars. Samen gaan ze naar het museum. Daar lopen de twee dieven weer rond. Maar waar is Lars?
Ontvoering op school stijn moekaars
Ontvoering op school
Ontvoering op school
Stijn Moekaars en Loes Riphagen
www.vanin.be Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
bibbox-covers.indb 208-210
27/01/16 12:25
Ontvoering op school Stijn Moekaars illustraties van Loes Riphagen
1 Inbraak op school Die nacht schijnt de maan helder boven de uitgestrekte gebouwen van de stadsschool. Een koele westenwind blaast tussen de donkere struiken. De takken van de hoge eiken zwiepen heen en weer. Grijze wolken hollen opgejaagd voorbij en trekken grauwe lijnen in de inktzwarte lucht. Achteraan op de parkeerplaats staan twee fietsen, zorgvuldig verscholen tussen enkele lage bessenstruiken. ‘Oewhaa’ , klinkt opeens een lange geeuw in het donker. ‘Zeg, Lars, hoe lang moeten we nu nog wachten? Ik ben echt wel moe.’ ‘Nog even’ , fluistert de jongen. ‘En je mag gerust wat stiller gapen. Of kunnen pubermeisjes dat niet?’ ‘Ja, zeg’ , gromt Marie. ‘Ik concentreer me nu al meer dan een uur op jouw uitkijkpost.’ ‘Pff, jij bent altijd moe.’
2
‘Dat zal wel, mijnheer de detective’ , bijt het meisje terug. ‘Ik moet thuis ook altijd de vervelendste karweitjes opknappen. Maar jongens? Ho maar, die hoeven nooit iets te doen.’ Lars haalt zijn schouders op. ‘Dan ken je mijn moeder zeker niet?’ ‘Tante Tara? Dat is toevallig wel mijn lievelingstante.’ ‘Je mag ze gerust komen halen, liefste nichtje van me’ , antwoordt Lars. ‘Ze zeurt de oren van mijn kop. Dat kan ik missen als kiespijn.’ Marie schudt haar hoofd. ‘Hoe kun je nu zoiets zeggen?!’ ‘Shht’ , sist Lars. ‘Niet zo luid. Ze kunnen zo komen.’ ‘Ze?’ vraagt Marie. ‘Zijn ze met meer dan één? Daarnet zei je dat het maar één geheimzinnige figuur zou ...’ ‘Stil’ , onderbreekt Lars haar. ‘Daar is een auto. Vlug ... verstop je tussen de struiken.’ De twee kinderen duiken vliegensvlug naar beneden tussen de lage takken. Twee autolichten schijnen in langgerekte bundels over de grote schoolparking.
3
@tekening 1@
4
Dan worden de twee lichten gedoofd. De zwartgekleurde wagen rijdt traag tot vlak bij de schoolingang. ‘Wie is dat?’ wil Marie weten, terwijl ze haar hoofd even omhoogsteekt. ‘Bukken’ , gromt Lars tussen zijn tanden. ‘Ben je helemaal gek geworden?’ Vlug verstopt Marie zich weer achter de struik. Tussen de blaadjes door probeert ze te zien wat er bij de ingang gebeurt. ‘Hé zeg, ik wilde alleen maar ...’ probeert ze. ‘… laten zien aan die louche figuren dat je hier zit?’ gaat Lars verder. Hij kijkt naar de blinkende munt in zijn hand. ‘Kijk liever wat er gaat gebeuren. Ik moet zeker weten of het waar is dat ... Hé, wat gebeurt daar?’ Twee gemaskerde mannen stappen uit en wandelen tot achter de auto. Ze speuren rond en openen het kofferdeksel. Uit de wagen trekken ze een lange houten kist en zetten die op een metalen stootkarretje. Weer inspecteert het tweetal de volledige omgeving van het schoolgebouw.
5
Dan knikt de ene duistere figuur naar de andere. Heel langzaam duwen ze de kist in de richting van de speelplaats en verdwijnen om de hoek. ‘Dat is geen schoolmateriaal’ , zegt Lars. ‘Kom mee’ , beveelt hij en wuift met zijn hand. ‘Ben je helemaal gek geworden?’ vraagt Marie verbaasd. ‘Ik wil weten waar die gecamoufleerde kerels naartoe gaan met die kist. Maar als je bang bent, ga ik wel alleen.’ Hij duwt de kleine gouden munt in de handen van Marie. ‘Hou die goed bij,’ beveelt hij, ‘dat is ons enige bewijsstuk.’ Dan hupt Lars vanuit de struiken en steekt de parkeerplaats over. ‘Lars,’ probeert Marie nog, ‘Lars, kom terug.’ Maar de jongen loopt onverstoorbaar verder. ‘O, was ik maar nooit met die prutsdetective meegegaan’ , zucht Marie. ‘Wacht, Lars, we zijn een team, ik ga mee.’
6
2 Op onderzoek Lars kijkt zo onopvallend mogelijk om de hoek van het schoolgebouw. Hij speurt over de donkere speelplaats. ‘Waar zijn ze nu?’ mompelt hij. ‘Ze waren toch deze kant op gegaan met hun rammelende kist. Je ziet hier echt geen hand voor ogen.’ Voorzichtig zet Lars een stap. Kraak! Geschrokken springt hij achteruit. Wat was dat? Onder zijn voet ligt een lege chipszak. ‘Wie heeft dat hier gegooid?’ bromt Lars. Een lange lichtstraal floept aan en beschijnt de muur van het schoolgebouw. Lars duikt supersnel naar beneden en legt zich zo plat mogelijk op zijn buik.
7
Zijn hart bonst in zijn uitgedroogde keel. Lars concentreert zich op de lichtbundel en houdt zijn adem secondelang in. Dan verdwijnt het licht even plots als het verscheen. ‘Oef’ , zucht hij. ‘Dat was op het nippertje. Maar nu weet ik wel dat het louche team hier zit.’ Voorzichtig steekt Lars zijn hoofd omhoog. ‘De lichtstraal kwam volgens mij uit die richting.’ De jongen wacht even op zijn knieën. ‘Aan de overkant ligt de hoofdingang’ , mompelt hij. ‘Daar is het bureau van de directeur.’ Lars staat langzaam op. ‘Daarlangs ligt de grote zaal. En daar ...’ ‘... is Lars’ , klinkt het tegelijkertijd bij zijn oor. De jongen springt verschrikt opzij en kan een kreet nauwelijks onderdrukken. ‘Marie!’ blaast Lars. ‘Jij bent het!’ ‘Ja natuurlijk’ , fluistert Marie terug. ‘Wie anders?’
8
9
‘Die dieven natuurlijk’ , gromt de jongen. ‘Waar zijn ze gebleven?’ ‘Dat weet ik niet.’ ‘Volgens mij zijn ze het hoofdgebouw binnengegaan. Ze hebben net met een lantaarn deze kant op geschenen.’ ‘Hoezo?’ wil Marie weten. ‘Ik trapte op een leeg zakje chips.’ Lars wijst naar de grond. ‘Vergeten te recycleren.’ ‘Mooi is dat’ , antwoordt Marie. ‘Jij eet stiekem chips en je laat niets over voor mij.’ ‘Ik?’ kijkt Lars verbaasd. ‘Dacht je echt dat ik chips ga knabbelen? Ik blijf liever in prima conditie, hoor. En ik concentreer me nu volledig op criminelen. Heb je de gouden munt nog?’ Marie steekt het bijzondere ding omhoog. Dan wijst ze naar het bureau van de directeur. ‘Hé ... kijk daar eens. Zag jij daar ook een lichtstraal?’
10
‘Nu je het zegt’ , knikt Lars. ‘Het tweetal zit binnen, in het bureau. Maar dat is toch altijd op slot?’ ‘Alleen de directeur heeft een sleutel’ , reageert Marie. ‘Ik dacht wel dat de directeur er meer van wist’ , zegt Lars vastberaden. ‘Een vreemde combinatie’ , knikt Marie. ‘Blijf jij hier op wacht staan’ , gaat Lars verder. ‘Als ik binnen vijf minuten niet terug ben, ren je naar huis en sla je alarm.’ ‘Dat zal tante Tara niet goed vinden’ , probeert Marie zenuwachtig. ‘Ik weet wel wat ik doe’ , sust de jongen. Marie steekt haar kin omhoog. ‘Dat hebben we gemerkt, met je krakende chipszakje.’ ‘Doe maar wat ik zeg’ , zegt Lars kortaf. ‘Vijf minuten.’ Dan loopt de jongen gebukt langs de muur van het schoolgebouw tot aan de overkant bij de hoofdingang.
11
12
3 Ontvoerd Wanneer hij aan de schooldeur trekt, gaat opeens het alarm af. Een loeiende sirene galmt door de speakers. Een groot licht springt aan en verlicht de hele speelplaats. Marie steekt haar hoofd om de hoek van het donkere schoolgebouw. Alarm? Wat heeft dat te betekenen? Zijn die twee dieven binnengeraakt zonder dat het alarm is afgegaan? Dat is onmogelijk. Daar ziet ze Lars. Hij rent zo snel hij kan en verdwijnt achter het lage muurtje. De twee gemaskerde dieven rennen nu ook naar buiten. Ze speuren heen en weer over de speelplaats. De ene crimineel wijst naar links, de andere inbreker naar rechts. ‘O nee.’ Marie houdt haar adem in. De ene komt gevaarlijk dicht in de buurt van het lage muurtje waar Lars zit. Blijven zitten, jongen, blijven zitten. 13
Vliegensvlug springt Lars over het muurtje en probeert weg te rennen. Onmiddellijk zet één van de dieven de achtervolging in. Lars zigzagt over de speelplaats. Net als de dief hem bijna te pakken heeft, duikt Lars onder zijn armen door. ‘Goed zo, Larsje’ , grinnikt Marie. Lars rent zo snel hij kan door. Wanneer hij achterom kijkt, is de dief weer gevaarlijk dichtbij. Boink! Met een knal botst Lars tegen een metalen lataarnpaal op. Hij stuitert met een boog achteruit en tuimelt over de grond. Met beide handen houdt hij zijn hoofd vast. Marie hoort hem roepen tot aan de overkant. ‘Au, mijn hoofd!’ De gemaskerde dief grijpt hem bij de kraag en trekt hem in één geweldige ruk omhoog. Lars lijkt wel een pluimpje.
14
Zijn twee benen bengelen een stukje boven de grond. De tweede crimineel komt dichterbij en grijpt vliegensvlug de twee benen vast. Marie houdt haar handen voor haar mond. ‘O nee, ze ontvoeren Lars. Dat is verschrikkelijk!’ De twee donkere gedaanten blijven staan. Eentje haalt een pistool uit zijn binnenzak. Foesj! Een rode laserstraal verpulvert de lamp. Dan schiet hij naar de loeiende sirene die onmiddellijk stopt. Twee rode ogen spioneren geheimzinnig in het donker. Ze priemen in de richting van Marie. Dat heeft het meisje nog nooit gezien. Wie zijn die twee criminelen? En wat gaan ze met Lars doen? De twee gemaskerde figuren dragen Lars naar binnen. Dan is het weer aardedonker en akelig stil boven de schoolgebouwen.
15
16
4 Een briefje met een boodschap Het giert en stormt honderd gedachten tegelijk in het verwarde hoofd van Marie. Wie zijn die twee geheimzinnige dieven? Waarom zijn ze de school ’s nachts binnengedrongen? Die rode ogen, brrr ... wat akelig. En wie verwacht opeens zo’n ultramodern laserpistool? Waarvoor dient die houten kist? O nee ... toch niet ... Lars? Het meisje rilt bij de onheilspellende gedachte. Marie kijkt naar de munt in haar hand. ‘Tante Tara verwittigen’ , flitst het door haar hoofd. Ze voelt in haar jaszak. ‘Waar is mijn gsm?’ bromt ze opgewonden. ‘Als ik hem nodig heb, kan ik dat rotding nergens vinden. Ach nee, de batterij is thuis aan het opladen. De techniek laat me in de steek, verdraaid.’
17
In de verte klinkt het onrustwekkende geluid van een startende auto. Met gierende banden vertrekt het duistere voertuig. Het scheurt met een duizelingwekkende snelheid over het smalle pad langs het schoolgebouw. Marie ziet de lichten de bocht indraaien. De auto komt dichterbij, vertraagt en stopt, vlak bij waar zij staat. Met een zoemend geluid zakt het geblindeerde raam aan de bestuurderskant. Een zwarte hand gooit een klein doosje naar buiten, doet het raam weer omhoog en de wagen vertrekt met piepende banden. Als aan de grond genageld blijft Marie staan. Ze ziet de rode achterlichten in de verte verdwijnen. ‘Lars!’ schiet het door haar hoofd. ‘Waar is hij?’ Dan ziet het meisje het minuscule doosje liggen. Heel voorzichtig doet ze het open.
18
Er ligt een piepklein briefje in. Marie plooit het briefje open en leest. Doe de munt in dit doosje. Ga NU naar het stadsmuseum. Deponeer het in de brievenbus. Dan komt de jongen vrij. Geen politie, anders gaat je vriend eraan. Marie leest het briefje nog een keer. Dat moet tante Tara onmiddellijk weten. Marie trekt haar fiets uit de struiken en fietst halsoverkop naar tante Tara. Helemaal buiten adem rijdt ze de steile oprit op, gooit haar fiets neer en rent naar de voordeur. Ze drukt op de bel, die lang en luidruchtig door de hal klingelt. Onmiddellijk erna nog een keer. Het licht in de gang floept aan.
19
20
5 Hulp van tante Tara Tante Tara trekt de deur voorzichtig open op een kiertje. ‘Lars? Ben jij het?’ vraagt ze bezorgd. Dan ziet ze haar nichtje staan. ‘Marie?! Wat doe jij nog zo laat op straat? Kom vlug binnen. Waar is Lars?’ Marie loopt af als een wekker. ‘Op school lag een doosje. Een brief is weggereden met een man’ , hijgt ze. Ze struikelt over haar eigen woorden. ‘In de koffer zat ook de school. De lamp van de speelplaats is stukgeschoten.’ ‘Rustig ademhalen’ , sust tante. ‘Ik begrijp niets van wat je raaskalt.’ ‘Lars is meegenomen’ , roept Marie en zwaait met haar armen. Tante Tara kijkt haar nichtje strak aan. ‘Wat? Wat zeg je daar? Lars, meegenomen? Door wie?’
21
Dan vertelt Marie het hele verhaal. Van de kidnapping op school en het doosje met het mysterieuze briefje. ‘Dat is verschrikkelijk’ , blaast tante ongerust. ‘We moeten de politie waarschuwen.’ Marie schudt haar hoofd. ‘Dat mag niet’ , zegt ze snel. ‘Het staat op het briefje.’ ‘Laat zien’ , beveelt tante Tara. Tara plooit het briefje open en leest. ‘Weet je iets meer van die munt?’ vraagt ze. Marie neemt de kleine munt vliegensvlug uit haar tas. Tante kijkt geconcentreerd naar het gouden muntstuk. ‘Dat ken ik’ , zegt tante Tara. ‘Dat komt uit het stadsmuseum. Waar heeft Lars dit vandaan?’ Marie haalt haar schouders op. ‘Van op school, onder het bureau van de directeur.’ ‘Een gouden aureus?’ vraagt tante ongelovig. ‘Dat is haast onmogelijk.’
22
‘Die kidnappers,’ vraagt ze dan, ‘hadden die rode ogen en een ultramodern laserpistool?’ Verbaasd kijkt Marie haar tante aan. ‘Hoe weet jij dat?’ ‘Je weet dat ik geïnteresseerd ben in historische munten.’ Marie knikt. ‘Ik heb ooit een valse munt ontdekt in een verzameling. Ze was nagemaakt door een bende valsmunters. Er was veel interesse van de concurrentie, zeiden ze. Ze wilden de munt aan mij aanbieden voor veel geld. Maar ik had hun trucje ontdekt, met een bijzondere laser. De bende is opgerold door de politie.’ ‘En die rode ogen?’ wil Marie weten. ‘Met de laser bestraal je de munt en zie je of het echt goud is. De rode ogen zitten gecamoufleerd in een bijzondere bril. Ze beschermen je tegen het laserlicht. En je kunt de munt ermee lezen.’ ‘Lezen?’ vraagt Marie. ‘Hoe bedoel je?’ ‘Je ziet of de munt volledig van edelmetaal is. Of alleen maar een dun laagje heeft.’ ‘Dat is wel handig’ , zegt Marie. ‘En heb jij ook zo’n camouflagebril?’ 23
Tante Tara knikt. ‘Er bestaan er zo maar enkele op de hele wereld.’ Marie fluit tussen haar tanden. ‘Maar we mogen geen tijd verliezen. We moeten Lars snel vinden’ , gaat tante verder. ‘Op inspectie in het museum.’ ‘Het stadsmuseum van oudheidkunde?’ vraagt Marie. Tante knikt. ‘Dat kan haast niet anders. Daar moeten we deze munt ruilen voor Lars. Geen gemakkelijke klus, maar kom op, naar het museum.’ Tante Tara neemt haar fiets uit de garage. ‘Volg mij maar’ , zegt ze tegen haar nichtje. En met twee stevige trappen fietst ze de straat op. ‘Wacht op mij’ , kreunt Marie, die vlug op haar fiets springt. ‘Mijn conditie is niet zo best, hoor.’
24
25
6 Gevonden! Even later draait het tweetal een kleine straat in. Bij een lage poort blijft tante staan. ‘Hier moeten we zijn.’ ‘Hier?’ Marie kijkt verbaasd. ‘Dit is toch niet het museum?’ ‘Hier ligt de achteringang, een niveau lager’ , antwoordt tante. ‘Ik ken de weg hier. Kom maar mee.’ Het tweetal zet de fietsen achter de haag en wandelt het smalle grindpad op. De kleine steentjes kraken onder hun voeten. Een klein briesje waait tussen de gebouwen. Marie rilt even. Ze haalt diep adem en kijkt zenuwachtig over haar schouder. ‘Volgt er iemand?’ vraagt tante. Marie schudt van nee. ‘Ik geloof het niet.’ ‘Ben je bang of zo?’ ‘Eh, nee hoor’ , zegt Marie snel. ‘Ik vind het alleen een beetje ... hoe zou ik het zeggen ... spannend.’ ‘Dat is het ook’ , lacht tante. ‘Kom maar mee.’
26
Bij een kleine deur blijft tante staan. Uit haar handtas haalt ze een kleine sleutel. ‘Hoe kom jij aan die sleutel?’ vraagt Marie verbaasd. ‘Ik heb hier als student nog gewerkt’ , antwoordt tante. ‘De sleutel moet ik ... eh ... officieel eh ... nog teruggeven.’ Marie grinnikt. ‘Ik snap het.’ Tante Tara draait de sleutel om in het verroeste slot. Dan duwt ze de deur open. Voor hen loopt een lange donkere gang. Aan het einde brandt een kleine lamp tegen het plafond. ‘Dit is de speciale opslagruimte van middeleeuwse kunstvoorwerpen’ , fluistert tante. ‘Kom.’ Marie sluit de deur achter haar en volgt tante. Opeens blijft tante stilstaan. Ze zet haar vinger op haar lippen en concentreert zich. ‘Ik hoorde wat’ , fluistert ze zacht. Ze wijst naar een lage deur. Marie knikt.
27
Tante Tara duwt de deur open. In het midden van de kamer staat een ouderwetse bureaustoel ... met Lars erop! Hij is aan handen en voeten vastgebonden. Over zijn mond zit een brede strook plakband. ‘Lars!’ roept tante Tara en ze neemt haar zoon in haar armen. ‘Hier zit je! Ik was doodongerust.’ ‘Mmmm’ , mompelt de jongen. Voorzichtig trekt tante Tara het plakband los. ‘Eindelijk’ , roept hij enthousiast. ‘Ik wist wel dat jullie mij zouden zoeken. Ik ben ontvoerd in die kist.’ Lars wijst naar de kist in de hoek van de kamer. ‘Waar zitten die criminelen?’ vraagt Marie opgewonden. ‘Volgens mij zijn ze nog hier in het museum’ , antwoordt Lars. ‘Kom nu maar snel naar huis’ , stelt tante voor.
28
29
‘Maar het zijn valsmunters, mam’ , zegt Lars. ‘Dat heb ik zelf gehoord tijdens mijn ontvoering. We moeten die criminelen te pakken krijgen. Anders stoppen ze misschien nooit.’ ‘Wij zijn met drie’ , knikt Marie. ‘Ze zijn gevaarlijk en gewapend’ , mompelt tante Tara. ‘Wij ook’ , gromt Marie. ‘Let maar eens op.’ ‘Vooruit dan maar’ , zucht tante Tara.
30
7 Dieven in het museum Het is muisstil in het museum. Tante Tara, Lars en Marie gaan langzaam de gietijzeren trap op. Opeens valt er in de verte iets op de grond. ‘Ai, stommeling! Kijk toch uit!’ klinkt het door de hal. Tante Tara wijst naar de lange ruimte. ‘Daar zit dat gespuis’ , fluistert ze. Marie krijgt het helemaal warm. ‘Ik moet naar het toilet’ , bromt ze. ‘Emotionele puber’ , fluistert Lars terug. Voorzichtig sluipt het drietal tot achter een marmeren pilaar. In de verte staan twee gemaskerde mannen. De ene schijnt met een lamp naar een enorme glazen vitrinekast. ‘Hoe krijgen we die tentoonstellingskast omhoog?’ vraagt de ene. De andere schijnt naar een lange kabel, die bovenaan aan de kast hangt. ‘Fiks ik wel’ , zegt de andere dief. ‘Je mag even relaxen.’ 31
32
‘Dat is de kast van de Romeinse munten’ , fluistert tante Tara. ‘Die wordt extra zwaar bewaakt.’ Dan klinkt er gezoem door de hal. ‘Kijk tante, de vitrinekast gaat omhoog.’ ‘Geweldig’ , bromt tante Tara. ‘Ze hebben de originele code ingetikt.’ De twee dieven stappen tot onder de enorme glazen kast. ‘En nu even wat waardevolle munten retourneren’ , lacht een dief. Hij zet een zwartlederen tas naast zich. Vliegensvlug haalt hij er een aantal blinkende munten uit. ‘Zoek Gratianus’ , beveelt hij. ‘Leg deze ervoor in de plaats.’ Vlug zoekt de andere dief de munt en ruilt ze om. ‘Geen kat die het verschil ziet’ , grinnikt hij. ‘Dat is echt sensationeel.’
33
‘Wat een geniaal vals plan is dat’ , mompelt tante Tara. Ze wijst naar de twee drukdoende dieven. ‘We gaan die valsmunters vangen’ , fluistert ze. ‘Hoe ga je dat doen?’ vraagt Marie. ‘De criminelen zijn gewapend’ , zegt Lars. Tante Tara knikt. ‘Weet ik, maar ik ga geen onnodig geweld gebruiken. Ik ken die speciale code ook. Als ik die intik, dan …’ ‘... zitten ze gevangen in hun gouden kooitje’ , vult Marie grinnikend aan. Tante Tara ademt eens diep in. ‘Daar ga ik dan.’ Traag sluipt tante Tara langs de donkere muur. ‘Hé, hoorde je dat?’ zegt opeens één van de dieven. Met zijn zaklamp schijnt hij in de hal. ‘Is dat de conciërge?’
34
Tante Tara ligt plat op haar buik en houdt haar adem in. ‘Onmogelijk’ , gromt de dief. ‘Het was zeker die snottebel beneden.’ ‘Je hebt hem toch goed vastgetapet?’ ‘Natuurlijk’ , antwoordt de andere geërgerd. Dan wijst de eerste naar de muntencollectie. ‘Let op de verzameling, we mogen geen tijd verliezen.’ Tante zucht en sluipt verder tot aan de alarmkast. ‘Wat was de code ook alweer?’ mompelt ze. ‘O ja, de verjaardag van de ...’ Haar hart slaat plots een slag over. Ze kijkt in de richting van de twee criminelen. ‘Dat kan toch niet’ , mompelt ze. ‘Is één van die twee ... écht ...?’ Tante Tara slikt. ‘We zullen het zo weten.’ Op het toetsenbord tikt tante de geheime code in. Weer klinkt zacht gezoem door de hal. ‘Wat hoor ik nu weer?’ bromt de ene. ‘Wil je maagje naar een restaurant?’
35
36
8 In de gouden kooi ‘Doe niet zo raar’ , fluistert de andere. ‘Hier staan gouden muntjes op het menu, komaan.’ Traag zakt de glazen kast omlaag, en met een doffe slag valt ze terug in de gleuf. Verschrikt kijken de twee dieven tegelijkertijd op. ‘De kast!’ roept de ene dief. ‘De kast is dicht!’ De andere springt opgewonden recht. ‘Dat is onmogelijk!’ schreeuwt hij. Met zijn twee vuisten slaat hij tegen de glazen wand. De andere dief duwt zo hard hij kan met zijn schouder. De glazen kast blijft onbeweeglijk staan. ‘Help!’ roept hij. ‘Laat ons eruit!’ roept de andere. Er floept een kleine lamp aan. Dan gaat tante Tara bij de vitrine staan.
37
Vlug komen Lars en Marie aangerend. Verbaasd kijken de dieven naar het drietal. ‘Laat ons eruit!’ roept de ene dief. ‘We krijgen straks geen lucht meer!’ kreunt de andere. ‘Hier zit geen ventilatie. Dan liggen we hier knock-out.’ ‘Vlug’ , roept de ene dief. ‘Neem je laser en schiet.’ ‘Waar is dat ding?’ Hij kijkt in het rond. ‘Je bedoelt dit hier?’ vraagt Lars en steekt de supersonische laser omhoog. ‘Die is hier veilig, hoor.’ ‘Dommerik’ , gromt de ene dief naar zijn partner. ‘Je hebt je laserwapen buiten laten liggen.’ Dan steekt tante de gouden munt omhoog. De ene dief kijkt de andere aan. ‘Die ben jij verloren!’ gromt hij. ‘De munt lag wel op mijn bureau’ , roept de andere. ‘Bureau?’ vraagt tante Tara geïnteresseerd. ‘Welk bureau bedoel je? Misschien wordt het tijd om je masker af te nemen.’
38
De twee dieven kijken elkaar verslagen aan. Traag trekken ze de maskers van hun gezicht. Dan kijkt een dief tante Tara strak aan. ‘Maar jij bent ...’ ‘Tara’ , knikt tante Tara. ‘Jaren geleden liep jij hier stage in het museum. Jij bent ontslagen toen je het unieke laserwapen en de camouflagebril hebt gestolen.’ De directeur zucht. ‘Om echte munten van valse te onderscheiden, ja.’ ‘Jij moest voor deze bijzondere vitrinekast zorgen’ , gaat tante verder. ‘Jouw verjaardagsdatum was de unieke code. Dat ben ik niet vergeten.’ ‘Dat hebben we gemerkt’ , blaast de directeur. Dan wijst hij naar Lars. ‘En jij hebt mijn waardevolle munt uit mijn bureau meegenomen’ , gromt hij. ‘Dat is stelen, jongeman.’ ‘Sorry?’ lacht Lars. ‘Uw munt? Die hoort wel bij de museumcollectie.’
39
40
‘Mijn complimenten, mijnheer de directeur’ , zegt Marie. ‘U hebt die zelf gestolen.’ ‘Dat hebben we gehoord’ , gaat Lars verder. ‘Toen we op uw bureau moesten wachten’ , gaat Marie verder. ‘U telefoneerde met een medewerker van het museum.’ De directeur duwt tegen de andere dief. ‘Ik zei je nog mij niet te bellen’ , gromt hij. ‘Maar u bent deze munt verloren’ , zegt Marie. ‘Onder uw bureau’ , knikt Lars. ‘En ze moet dringend weer in de collectie’ , zegt tante Tara. Dan haalt ze een kleine bril en laser uit haar handtas. ‘Eens even kijken’ , mompelt ze en zet de bril op. ‘Als de dieven opzij willen gaan. Dan kan ik even controleren.’ ‘De b ... b … bril ...’ stottert de directeur.
41
Met de lasterstraal schijnt tante over de muntschat. ‘Interessant’ , zegt ze. ‘Allemaal vervalsingen. Jullie mogen de munten weer omruilen, collega’s. Dan hebben jullie iets te doen voordat de politiecommissaris jullie komt arresteren.’ ‘Die zal niet mals zijn voor valsmunters’ , knikt Marie. ‘En ontvoerders’ , vult Lars aan. ‘De maximumstraf.’ ‘Zie je nu wel’ , gromt de ene dief tegen de directeur. ‘En jij zei dat er niets kon mislopen.’ ‘Het is jouw schuld’ , bijt de directeur terug. ‘Vooruit, leg de munten terug.’ ‘Doe het zelf’ , ruziet de ene verder. ‘Het zijn jouw valse munten’ , blaast de directeur. ‘Leg dat samen maar uit aan de politie’ , zegt tante Tara. ‘Dan piepen jullie wel anders’ , zegt Marie. ‘In jullie gouden kooitje’ , grapt Lars.
42
Over auteur Stijn Moekaars Hallo, ik ben Stijn Moekaars. Ik woon in Bilzen met Ingrid en Vondel. Vondel is mijn hondje. Samen wandelen we elk dag. Of het nu regent of hard waait. Ik ben meester in een school. Ik geef les in de vijfde klas. Dat doe ik heel graag. Ik lees vaak voor. Soms wordt het een eigen verhaal of gedichtje. Soms haal ik een boek uit de bieb. Ik hou ook van muziek. Van zingen word ik blij. En jij? Af en toe maak ik zelf een liedje. Daar ben ik heel trots op. Zeker als mijn klas het zingt. Ik heb een hele stapel boeken geschreven. Ik schrijf ook al bijna twintig jaar lang. Zo heb ik een paar prentenboeken geschreven. De tekeningen vind ik heel mooi. Eigenlijk is dat ook een verhaal. Verder heb ik nog wat boeken voor een ziekenhuis geschreven. Als je dat leest, hoef je niet bang te zijn. Er staat precies in wat er met je gaat gebeuren. Wil je nog meer boeken van mij lezen? Dat kan. In de bieb vind je ze allemaal terug. Bv. ‘Beer en Bij’, ‘Een flat vol kleuren’, ‘Een geheime opdracht’, ‘ de Sage van de Biesenburcht’, ‘Toen in Herkenrode’… Je ziet het, voor iedereen een tof boek! Veel plezier! Andere boeken van Stijn in BiB-BoX: Bor gaat om vis Aajsie van Zoerius Superheld Amina Spring maar in je zwemboek
Het koninkrijk van Doem Graaf Drak bij de tandarts Het spookschip
Over illustrator Loes Riphagen Loes Riphagen debuteerde in 2008 met haar boek ‘Slaapkamernachtdieren’. Met haar vrolijke en eigenwijze tekeningen valt ze op bij publiek, pers en verschillende jury’s. In 2013 maakte ze het speciale prentenboek van de Kinderboekenweek in opdracht van de CPNB, met de titel ‘Zzz’. Loes wordt alom geprezen voor haar prachtige illustraties en gevoel voor detail. Haar werk is in vele landen verschenen.
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2016 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. Auteur: Stijn Moekaars Tekeningen: Loes Riphagen Vormgeving en cover: Peer De Maeyer Zetwerk: D. Provo nv, Gierle Projectcoördinatie: Caroline Vanderhaegen Eerste druk 2016 ISBN 978-90-306-7541-9 D/2016/0078/7 Art. 563725/01 NUR 191
E 6 AVI E6 | AVI 8
Het is midden in de nacht. Lars en zijn nichtje Marie zijn nog op school. Detective Lars weet dat er iets niet pluis is. En jawel, er lopen twee dieven door de schoolgangen. Maar Lars wordt door hen ontdekt. Ze ontvoeren hem. Gelukkig kan Marie ontsnappen. Zij roept de hulp van tante Tara in. Tante herkent de gouden munt van Lars. Samen gaan ze naar het museum. Daar lopen de twee dieven weer rond. Maar waar is Lars?
Haal meer uit dit boek! Ga snel naar bingel.be.
bibbox-covers.indb 208-210
Ontvoering op school stijn moekaars
Ontvoering op school
Ontvoering op school
Stijn Moekaars en Loes Riphagen
www.vanin.be
27/01/16 12:25