Dag 1 Lettergrepensoep met
rijmballetjes
www.talentvoortaal.be
Domeinen: lezen, schrijven Onderwerp: een gedicht met zelfbedachte woorden bedenken Lesduur: 50 minuten
Lesdoelen
Materialen
Hoofddoel van de les > Woorden in lettergrepen verdelen. > De betekenis van een gedicht achterhalen. > Een gedicht met zelfbedachte woorden maken. > Zich expressief uiten met taal en woorden.
Folio > kopieerblad 1 > kopieerbladen 2-3 > bronnenbladen 1-2 Diversen > schaar
Voorbereiding > Voorzie, als je niet kunt projecteren, voor elke leerling een exemplaar van het gedicht op kopieerblad 1 (een kopie per vier leerlingen). > Kopieer kopieerbladen 2 en 3 op leerlingenaantal. Van kopieerblad 3 voorzie je het best enkele extra’s voor vlugge werkers. > De leerlingen hebben een schaar nodig.
Coöperatieve werkvormen in deze les Coöperatieve werkvorm: aanvullen 1 2 3 4
Leerling 1 zegt een woord, zin, onderwerp. Leerling 2 vult aan. Leerling 1 of leerling 3 vult aan. …
Domeinoverschrijdend werken Wil je nog verder gaan? Dan kunnen de gedichten onder handen genomen worden met verf, stof, kleurpotloden … Als je de foto’s van die werken bundelt, heb je meteen een dichtbundel waar je als klas of school mee kunt uitpakken. Misschien wil je er wel een digitaal audioboek van maken, zodat de ouders op de schoolwebsite kunnen meegenieten van het talent van hun spruit?
BB - didactische suggesties dag 1
1
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Lettergrepenspel spelen Coöperatieve werkvorm: aanvullen Zorg er in je klas, of een ander lokaal, voor dat de leerlingen in een kring kunnen staan. Leid het spel in door enkele woorden in lettergrepen te verdelen. Je kunt dat ondersteunen met een klap in de handen. Maak een duidelijk onderscheid met klankgroepen: bv. bak-ker vs. ba-kker. Werk met lange woorden. Bv. computerscherm = com – pu – ter – scherm … Meer voorbeelden: telefoonoplader, winkelkarretje, vloertapijt, lampenkap, printerpapier … Als alle leerlingen het principe van de lettergrepen begrijpen, kun je het spel uitleggen.
TIP! Je kunt het spel ook opbouwen: begin met woorden van twee lettergrepen en bouw zo verder op naar ‘grotere’ woorden.
Speler 1 denkt aan een woord dat bestaat uit meer dan één lettergreep. Daarvan zegt hij enkel de eerste lettergreep hardop (bv. schilderij → zeg ‘schil’). Speler 2 vult de eerste lettergreep aan met een tweede lettergreep (bv. ‘der’). De kans dat speler 2 iets anders zegt dan wat speler 1 bedacht heeft, is groot, maar dat verrassende is net het doel van deze opdracht. Speler 3 gaat verder … Als een speler vindt dat het woord afgewerkt is door de vorige speler, zegt die speler ‘STOP’. Dat is het signaal voor de volgende in de rij om een nieuw woord te bedenken. Bijvoorbeeld: Speler 1: sla Speler 2: gers Speler 3: zoon Speler 4: STOP Speler 5: hui Speler 6: sje Speler 7: STOP Speler 8: min | … 2 Lettergrepengedicht lezen Lees enkel de titel van het hiernavolgende gedicht van Geert De Kockere voor: Paardenvijg. Vraag meteen wat de leerlingen verwachten: > Waarover gaat het gedicht volgens jou? > Verwacht je een ernstig gedicht? Of …? > Wat zie je voor je bij het horen van deze titel? Lees het gedicht nu voor. Zorg dat leerlingen kunnen meelezen (bord of kopieerblad 1). 3 De inhoud bespreken Ga dieper in op de betekenis van het gedicht. Stel deze vragen: > Klopt de veronderstelling die je had bij het lezen van de titel? > Zie je nog steeds hetzelfde beeld als daarnet, voor het voorlezen van het gedicht?
2
BB - didactische suggesties dag 1
Kopieerblad 1
> Met welk woord ‘speelt’ de dichter hier, net zoals wij deden in het lettergrepenspel? paard > Kun je nog andere woorden met ‘paard’ bedenken? paardenhoef, paardenbloem, paardenhaar, paardenstaart … > De dichter speelt niet alleen met lettergrepen maar ook met rijm. Waar zie je dat in het gedicht? mei, klei, wei, zei – haar, waar Laat een leerling het gedicht nog eens expressief voorlezen. 4 Op het lesdoel oriënteren Leg de opdracht stapsgewijs uit. > Stap 1: Verzamel minstens drie lange woorden. Noteer ze op je kopieerblad. > Stap 2: Noteer de woorden nu in de hokjes: in elk hok komt één lettergreep. > Stap 3: Verknip de hokjes. > Stap 4: Puzzel nu met de lettergrepen tot je zelf nieuwe woorden hebt verzonnen. Noteer dat woord in het kadertje en zoek er een eigen betekenis bij. > Stap 5: Verzamel twee rijmwoorden voor elk woord (die woorden mogen bestaan of mogen verzonnen zijn). > Stap 6: Creëer met de gevonden woorden en rijmwoorden je eigen gedicht.
Kopieerblad 2
Kopieerblad 3
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 5 Een nieuw gedicht maken: werktijd Treed op als coach tijdens de werktijd: beloon, daag uit, maar doe zo weinig mogelijk suggesties. (Te) vlugge werkers kun je aansporen om het gedicht nog mooier te maken of je kunt hen een tweede of derde versie laten maken met dezelfde lettergrepenkaartjes.
Controleren en reflecteren 6 Het gedicht presenteren aan de klas Leerlingen die dat willen kunnen hun gedicht(en) voordragen. Je kunt ook een poëziewand (of poëzieboom, -draad, -blok, -doos …) maken waarop de jonge dichters hun werk tentoonstellen. 7 Gedicht ‘Beestenwagen’ voorlezen Rond de les af met het gedicht ‘Beestenwagen’ van Geert De Kockere, dat letterlijk bewijst dat omgekeerd denken en woorden door elkaar gooien een ‘beestig’ mooi resultaat kan opleveren!
TIP! Of toon een voorbeeld (bronnenblad 2).
Bronnenblad 1
8 Over de activiteit reflecteren Laat de leerlingen vertellen wat ze van de activiteit vonden. > Vond je het leuk/minder leuk? > Wat vond je er leuk aan? Wat vond je minder leuk? > Welke stappen doorliep je om een eigen gedicht te schrijven? > Wat vond je moeilijk? Waarom? > Zou je het volgende keer anders aanpakken?
BB - didactische suggesties dag 1
3
Bronnenblad 1 Beestenwagen Pier woonde in een wagen, een wagen met een roze snuit. Toen reed hij ermee weg en ’t verhaaltje was uit.
Hij reed achteruit en ’t verhaaltje was weg. Toen woonde er een pier op de rozen in de wagen.
(Hm, dat klinkt bekend, maar redelijk stom. Probeer het andersom...)
(Origineel, maar je hebt pech… Het rijm is weg!)
Het verhaaltje was uit en hij reed ermee weg. Toen waagde zich een snuit in de wagen van Pier.
De wagen reed weg, want de pieren gingen uit. Toen kwam er een verhaal en Roos trok een snuit.
(Tja, minder bekend, maar een beetje raar. Gooi alles eens door elkaar…)
(Bravo! Erewoord, dat is het mooiste wat ik ooit heb gehoord…)
Geert De Kockere
Uit: Huisdieren ISBN 90-5838-029-7
4
BB - didactische suggesties dag 1
Bronnenblad 2: creatie van een leerling
Noor – 6e leerjaar
BB - didactische suggesties dag 1
5
Kopieerblad 1 Paardenvijg
Paardenvijg
Dit is wat ik zag:
Dit is wat ik zag:
in de maand mei stond een laddertje van klei zomaar in de paardenwei.
in de maand mei stond een laddertje van klei zomaar in de paardenwei.
Een dwerg kroop erop en viel eraf, wel honderd keer na elkaar. Tot hij zo plat was als een vijg, een paardenvijg met dwergenhaar.
Een dwerg kroop erop en viel eraf, wel honderd keer na elkaar. Tot hij zo plat was als een vijg, een paardenvijg met dwergenhaar.
Ik zweer je: het is waar! Precies zoals ik het zei, in de maand mei, in de paardenwei.
Ik zweer je: het is waar! Precies zoals ik het zei, in de maand mei, in de paardenwei. Geert De Kockere
Geert De Kockere
Paardenvijg
Paardenvijg
Dit is wat ik zag:
Dit is wat ik zag:
in de maand mei stond een laddertje van klei zomaar in de paardenwei.
in de maand mei stond een laddertje van klei zomaar in de paardenwei.
Een dwerg kroop erop en viel eraf, wel honderd keer na elkaar. Tot hij zo plat was als een vijg, een paardenvijg met dwergenhaar.
Een dwerg kroop erop en viel eraf, wel honderd keer na elkaar. Tot hij zo plat was als een vijg, een paardenvijg met dwergenhaar.
Ik zweer je: het is waar! Precies zoals ik het zei, in de maand mei, in de paardenwei.
Ik zweer je: het is waar! Precies zoals ik het zei, in de maand mei, in de paardenwei. Geert De Kockere
6
BB - didactische suggesties dag 1
Geert De Kockere
Kopieerblad 2 Mijn woorden:
Extra:
Ik hak ze in lettergrepen.
Extra:
Mijn nieuwe woorden: rijmt op rijmt op rijmt op rijmt op rijmt op rijmt op
BB - didactische suggesties dag 1
7
Kopieerblad 3
Lettergrepensoep met rijmballetjes
8
BB - didactische suggesties dag 1
Dag 2 Pientere poëten en
www.talentvoortaal.be
enge suikerspinnen
Domeinen: lezen, schrijven Onderwerp: gekke betekenissen tekenen, kleuren of schilderen Lesduur: 50 minuten
Lesdoelen
Materialen
Hoofddoel van de les > Nadenken over de verschillende betekenissen van woorden. > Gekke betekenissen bij woorden verzinnen. > Een gedicht schrijven met woorden met gekke betekenissen.
Folio > kopieerblad 1 > bronnenbladen 1-3 Diversen > voor elke leerling één vel kladpapier
Voorbereiding > Kopieer het kopieerblad op leerlingenaantal. > Voorzie kladpapier (één vel per leerling en enkele extra).
Coöperatieve werkvormen in deze les Tweegesprek 1 2 3 4
Elke leerling zoekt of krijgt een partner. De leerkracht stelt een vraag: ‘Overleg/bespreek met je partner …’ De leerlingen overleggen met elkaar en noteren al dan niet hun bevindingen. De leerkracht duidt een leerling aan die de bevindingen meedeelt.
Domeinoverschrijdend werken Wil je nog verder gaan? De link naar beeldend vormgeven is heel snel gelegd. Misschien kunnen je leerlingen wel een spinnenkopje boetseren? Of een theekopje zo onder handen nemen dat het acht poten en een harige kop rijker wordt? Laat de leerlingen met de computer een kop van kranten maken door online foto’s te zoeken, te printen, te knippen en plakken … Misschien zien sommigen een kleine presentatie van hun poëtische zinnen in PowerPoint wel zitten?
BB - didactische suggesties dag 2
1
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Over woorden nadenken Coöperatieve werkvorm: tweegesprek Vertel dat jullie vandaag diep gaan nadenken over de betekenis van woorden. Leg uit dat er vaak grappige en verrassende beelden ontstaan door woorden anders te bekijken. Geef enkele voorbeelden: > Kettingzaag: meestal een apparaat om heggen mee te snoeien, maar misschien ook een ketting die voortdurend aan je nek hangt te zeuren? Of een vrouw die alleen maar over haar juwelen zeurt? > Handrem: iemand met je hand afremmen (als hij te snel praat)? > Versnellings(s)pook: een stok om je juf of meester sneller te laten praten? Een spook dat steeds sneller zweeft? > Ontbijten: na een beet het weer goedmaken met je boterham? En ontbijthoek: als je daarom gestraft wordt? > Kookfornuis: ik wil ook een fornuis … > Lampenkap, brillendoos, verzorgingstafel, televisiescherm ... Kunnen de leerlingen zelf nog zulke samengestelde woorden met hun eigen nieuwe betekenis bedenken? Laat hen een tweetal minuten in duo’s of kleine groepen fantaseren. Noteer de beste vondsten op het bord. 2 Over de betekenis van spinnenkop en suikerspin nadenken Coöperatieve werkvorm: tweegesprek Vraag naar de betekenis van deze woorden: spinnenkop, suikerspin. Stimuleer de leerlingen om verder te zoeken dan de gekende betekenis van het woord. Voorbeelden: > Een spinnenkop is niet alleen een spin maar ook de benaming van een bepaald soort molen. > Kwaadaardige vrouwen worden ook wel eens spinnenkop genoemd en ook een stukje vlees uit de achterkant van een rund krijgt die benaming. > Er bestaan spinnenkopbloemen en poetsartikelen waarmee je webben verjaagt. Zelfs in de motor van een auto zit soms een spinnenkop. Geef het woord ‘spinnenkop’ in in een afbeeldingszoekmachine en de leerlingen weten meteen wat je bedoelt. Laat hen ook nadenken over spinnen-kopje. Wellicht weten ze bij suikerspin ook heel wat leuke betekenissen te bedenken. 3 Gedicht voorlezen Lees dan het gedicht ‘Spinnenkopje’ voor. Vraag welk spinnenkopje ze zagen in hun hoofd. En welke suikerspin? Doe nu dezelfde oefening met het woord hartendief en lees nadien het gedicht ‘Hartendief’ voor.
2
BB - didactische suggesties dag 2
Bronnenblad 1
4 Op het lesdoel focussen > Je schrijft een gedicht met een gek woord, een gekke betekenis erin.
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 5 Een gedicht maken: werktijd Geef elke leerling het kopieerblad. Laat hen per twee of drie de woorden lezen en vrij fantaseren. Welke gekke betekenissen kennen zij toe aan elk woord? Kunnen ze zelf nog woorden bedenken? Die schrijven ze in de lege hokken. Laat hen dan beide gedichten van Geert De Kockere opnieuw lezen en wijs hen op de kracht van rijm binnen beide gedichten. Geef de leerlingen kladpapier en zet hen per twee aan het werk. Laat hen beginnen door drie woorden te selecteren op het kopieerblad. Dat mogen uiteraard ook hun eigen vondsten zijn. Met die woorden bedenken ze nu samen een eigen gedicht. Voor wie dat moeilijk vindt, kun je stapsgewijs werken: > Stap 1: Bedenk twee of drie korte, rijmende zinnen bij elk woord. (Bv. De aardappel was niet tevree. Hij zat in de puree.) Of bij twee woorden die bij elkaar passen. (Bv. Behangerslijm ruikt niet fris. Met slijm is het meestal mis.) > Stap 2: Combineer en vul aan tot je een gedicht hebt. Treed op als coach tijdens de werktijd: beloon, daag uit, maar doe zo weinig mogelijk suggesties. (Te) vlugge werkers kun je een tweede of derde gedicht laten schrijven. Sommige leerlingen zullen met veel plezier hun gedicht illustreren.
Kopieerblad 1
Bronnenblad 1
Kladpapier
Controleren en reflecteren 6 Elkaars gedichten beluisteren Leerlingen die dat willen, mogen hun werk presenteren aan hun klasgenoten. Toon de illustratie die bij het gedicht hoort uit het boek Huisdieren van Geert De Kockere.
Bronnenblad 2 TIP! Of toon een voorbeeld (bronnenblad 3).
7 Over de activiteit reflecteren Laat de leerlingen vertellen wat ze van de activiteit vonden. > Vond je het leuk/minder leuk? > Wat vond je er leuk aan? Wat vond je minder leuk? > Wat vond je moeilijk? Waarom? > Zou je het volgende keer anders aanpakken?
BB - didactische suggesties dag 2
3
Bronnenblad 1 Spinnenkopje Spinnenkopje thee? Ja of nee? Ja, heel graag, met twee suikertjes vandaag. Of heb je liever dat ik de suiker aan de suikerspinnen vraag?
Geert De Kockere
Uit: Huisdieren ISBN 90-5838-029-7
Geert De Kockere
Uit: Een reus met lange armen ISBN 90-5838-120-0
Hartendief Marieke Marieke, Marieke kleine meid. Marieke is haar hartje kwijt. Verloren of vergeten? Kapot of weggesmeten? Te oud of opgegeten? Nee, de grote hartendief heeft het gisteren gestolen! Gestolen en veroverd, Marieke is betoverd!
4
BB - didactische suggesties dag 2
Bronnenblad 2
Geert Vervaeke
BB - didactische suggesties dag 2
5
Bronnenblad 3: creatie van leerlingen
Wies en Aminata – 6e leerjaar
6
BB - didactische suggesties dag 2
Kopieerblad 1 krantenkop
luchtballon
vleugelpiano
tandpasta
betonmolen
vloerlegger
valschermspringer
koelbloedig
ziektebriefje
treinspoor
slagboom
wieldop
walnoot
bierglas
wijnkist
kaarsenhouder
kroonkurk
bijenkorf
wachttoren
uitkijkpost
waterloop
koelbox
lastpak
glijbaan
trekpaard
trekvogel
overval
wereldbol
bijbel
bankbiljet
behangerslijm
trouwring
vuurdoop
bloempot
schildersezel
tapdans
BB - didactische suggesties dag 2
7
Dag 3 ʼt Ruikt hier naar poëzie www.talentvoortaal.be Domeinen: lezen, schrijven Onderwerp: een gedicht over een geur schrijven Lesduur: 50 minuten
Lesdoelen
Materialen
Hoofddoel van de les > Woorden noteren bij geuren. > Een gedicht over een geur schrijven.
Folio > kopieerblad 1-3 > bronnenblad 1 Diversen > plastic doosjes of flessen met gaatjes in het deksel of de dop > geurende producten: kaneel, azijn, citroen, zeep, shampoo, babyzeep of -olie …
Voorbereiding > Kopieer kopieerbladen 1 en 2 op leerlingenaantal + enkele extra’s van kopieerblad 2. > Kopieer kopieerblad 3 voor de snelle werkers. > Voorzie zes tot acht hoeken met geurdoosjes: ondoorzichtige plastic doosjes of flessen met gaatjes in het deksel of de dop. Vul ze met geurende producten: kaneel, azijn, citroen, zeep, shampoo, babyzeep of -olie, een stoffen doek met parfum besprenkeld, natte aarde, kattenvoer, chocolade … Tip: Voor grote klasgroepen voorzie je van elke geur het best twee of drie geurdoosjes zodat de wachttijden niet te lang oplopen.
BB - didactische suggesties dag 3
1
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Geurhoeken introduceren en verkennen Leg uit dat er in de klas verschillende geurhoeken zijn en dat de leerlingen straks vrij mogen rondlopen om alle geuren te verkennen. Tijdens het verkennen proberen ze zo veel mogelijk beelden op te roepen. > Waar doet een geur je aan denken? > Wat voel je? … 2 Opdrachten bij geurhoeken uitvoeren Als ze alle hoeken hebben verkend nemen de leerlingen kopieerblad 1 en kiezen ze twee geurhoeken. In beide hoeken vullen ze het raster in: daarvoor noteren ze de geur centraal en schrijven ze in alle andere velden zo veel mogelijk woorden. Vertel dat ze straks het beste resultaat krijgen als ze twee heel verschillende geuren kiezen, geuren die weinig met elkaar te maken hebben. De geur moet ook niet juist geraden worden. De woorden die erbij verzameld worden zijn veel belangrijker dan de naam van het product in de doos of fles. Voor leerlingen die dat moeilijk vinden, kun je een voorbeeld geven: > Als ik tomatensoep ruik, dan denk ik aan mijn oma en opa. Toen ik klein was mocht ik daar altijd spelen en ’s avonds maakte oma dan soep. Ik denk aan bloemetjes want de soep werd in borden met bloemetjes geserveerd. Ik denk ook aan zout, want oma was altijd boos als opa te veel zout in zijn soep strooide. … Verduidelijk dat wat ze opschrijven vaak over herinneringen zal gaan. 3 Op het lesdoel focussen Leg uit dat de leerlingen twee gedichten gaan maken, een voor elke geur. Deel voor deze opdracht kopieerblad 2 uit. Lees het voorbeeldgedicht voor en wijs op het feit dat er woorden omkaderd zijn. Dat zijn de woorden die zijn weggelaten in het sjabloon. Duid de opdracht: > Bekijk het voorbeeldgedicht. > Houd het kopieerblad met woorden uit de geurhoeken bij. > Schrijf in het sjabloon (kopieerblad 2) op de schrijflijnen telkens een woord uit het vak met hetzelfde pictogram (kopieerblad 1). Doe dat met potlood zodat je je gedicht kunt blijven veranderen tot het goed klinkt! > Als je dat wilt, kun je meerdere gedichten bij dezelfde geur schrijven, daarvoor neem je een extra kopieerblad. Als het eerste gedicht af is, maken ze een gedicht bij de tweede geur. Leerlingen met een vlotte pen kunnen ook los van het sjabloon werken. Geef hun daartoe de keuze.
2
BB - didactische suggesties dag 3
plastic doosjes of flessen met gaatjes in het deksel of de dop geurende producten: kaneel, azijn, citroen, zeep, shampoo, babyzeep of -olie …
Kopieerblad 1
Kopieerblad 2
Kopieerblad 3
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 4 Een gedicht maken: werktijd Treed op als coach tijdens de werktijd: beloon, daag uit, maar doe zo weinig mogelijk suggesties. Leerlingen die snel klaar zijn kunnen ingezet worden als coach bij leerlingen die minder vlot tot een resultaat komen. Zij kunnen helpen zoeken naar woorden door samen nog eens te gaan ruiken, vragen te stellen, herinneringen op te halen …
Controleren en reflecteren 5 Elkaars gedichten lezen Laat elke leerling één eigen gedicht kiezen. Hij/zij legt het in de passende geurhoek. Laat de leerlingen de gedichten verkennen als in een museum: ze lopen in stilte rond in het museum, verkennen de geur en lezen de bijpassende gedichten. Durf ook eens een gedicht van een poëet die het schrijven wat lastig vond in de verf te zetten. Die pluim doet hem of haar bij een volgende opdracht wellicht vliegen.
TIP! Of toon een voorbeeld (bronnenblad 1).
6 Op de activiteit reflecteren Laat de leerlingen vertellen wat ze van de activiteit vonden. > Vond je het leuk/minder leuk? > Wat vond je er leuk aan? Wat vond je minder leuk? > Welke stappen doorliep je om een eigen gedicht te schrijven? > Wat vond je moeilijk? Waarom? > Zou je het volgende keer anders aanpakken?
BB - didactische suggesties dag 3
3
Bronnenblad 1: creatie van leerlingen Twee kinderen schreven een geurgedicht. Marwan werkte met het sjabloon en Noor werkte zonder het sjabloon.
Marwan – 4e leerjaar
Noor – 6e leerjaar
4
BB - didactische suggesties dag 3
Kopieerblad 1 Geur 1
ik ruik
plek
Geur 2 plek
ding
persoon/dier
emotie
smaak/geur
ding
persoon/dier
emotie
smaak/geur
ik ruik
BB - didactische suggesties dag 3
5
Kopieerblad 2 Kaneel oma haalt diep adem kaneel fladdert in wolkjes door haar neus trots kijkt de open haard toe slaakt een diepe zucht en denkt was ik maar elke dag één en al knuffel ik kom een beetje dichter om sinterklaas echt goed te zien goed gezien!
Gedichtsjabloon 1 (kies een titel) haalt diep adem fladdert in wolkjes door neus kijkt toe slaakt een diepe zucht en denkt was ik maar elke dag één en al ik kom een beetje dichter om
echt goed te zien
goed gezien!
6
BB - didactische suggesties dag 3
Kopieerblad 3 Gedichtsjabloon 2 (kies een titel) haalt diep adem fladdert in wolkjes door neus kijkt toe slaakt een diepe zucht en denkt was ik maar elke dag één en al ik kom een beetje dichter om
echt goed te zien
goed gezien!
Lukt het je ook zonder sjabloon?
BB - didactische suggesties dag 3
7
Dag 4 Ritselraadsels
www.talentvoortaal.be
Domeinen: lezen, schrijven Onderwerp: een woord in een gedicht aanvullen Lesduur: 50 minuten
Lesdoelen
Materialen
Hoofddoel van de les > Een raadsel spelen. > Tips verzinnen bij een woord. > Een woord in een gedicht aanvullen.
Folio > kopieerbladen 1-4 > bronnenbladen 1-14 Diversen > kladpapier
Voorbereiding > Verdeel je klasgroep in duo’s en/of trio’s. > Voorzie per groepje kladpapier en een bundel van de kopieerbladen 1 tot en met 4. > Print kopieerblad 4, knip de kaartjes uit en lamineer ze. > Print de bronnenbladen en lamineer ze eventueel voor later gebruik. Geef elk bronnenblad een plek in de klas, op een goed zichtbare plaats. (Niet uitvoeren als je de differentiatietip niet gebruikt.)
Coöperatieve werkvormen in deze les Denken-delen-uitwisselen 1 2 3 4
De leerkracht stelt één of meerdere vragen aan de groep. De leerlingen krijgen een paar minuten om in stilte over het juiste antwoord na te denken. De leerlingen bespreken de antwoorden met elkaar en formuleren een gezamenlijk antwoord. De leerkracht vraagt aan een van de leerlingen uit het groepje om hun antwoorden met de klas te delen.
BB - didactische suggesties dag 4
1
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Sfeer scheppen Begin de les met het voorlezen van dit gedicht. Houd na het gedicht de stilte enkele ogenblikken aan. Vraag dan wat dit gedicht zo mooi maakt. Bv. raadselachtig, je wilt het graag weten, je fantaseert direct zelf al …
Bronnenblad 1
2 Raadspel spelen Coöperatieve werkvorm: denken-delen-uitwisselen Vertel dat er een raadspel volgt. Jij leest een reeks van woorden. Elk woord is een tip. De eerste tip is de moeilijkste. De laatste is de makkelijkste. Wie weet welk woord je zoekt, steekt z’n hand op. SLAK: huis – klein – traag – slijm – dier – voelspriet – rijmt op vlak BOOM: groot – stevig – ademt – hoog – groen – wortel – tak SLEUTEL: open – start – dagboek – bos – auto – deur – slot – gesloten Leg na elke reeks eventueel nog de link tussen de tips en het gezochte woord. Laat de leerlingen per twee of drie werken. Geef hun per groep kladpapier en twee kaartjes van kopieerblad 4. Elke groep verzint vijf tips bij elk woord op zijn kaartje en rangschikt de tips van de moeilijkste naar de gemakkelijkste. Als iedereen klaar is, legt elke groep zijn woordenreeksen als raadsel voor aan de klas. Bespreek nadien bij elk woord of duidelijk werd wat het raadsel was en of de reeks inderdaad van moeilijk naar makkelijk gerangschikt was.
3 Op het lesdoel focussen Coöperatieve werkvorm: denken-delen-uitwisselen De leerlingen werken verder in dezelfde groep. Deel de kopieerbladen uit. Vertel dat het allemaal gedichten van Geert De Kockere zijn, een top-poëet en een krak in het bedenken van raadsels. Vertel dat er veel kracht in zijn gedichten steekt omdat hij geregeld ‘reeksjes’ bedenkt om tot gedichten te komen. Voor deze opdracht daagt de dichter jullie uit door telkens één of meerdere woorden in het gedicht te verstoppen. Leg stapsgewijs uit wat ze moeten doen: > Stap 1: Lees de gedichten en overleg. Welk woord zou er kunnen ontbreken? > Stap 2: Stap rond in de klas. Alle woorden die je zoekt hangen uit. Vind jij het juiste woord bij het juiste gedicht? Schrijf het er telkens in potlood bij. > Stap 3: Ga terug naar je plaats en lees de gedichten opnieuw. Klopt het? Wat vind je van de dichtkunst? Is het goed gevonden? Waarom? > Stap 4: Voor sterke groepen: bedenk een ander woord dat past in het gedicht.
2
BB - didactische suggesties dag 4
Kladpapier Kopieerblad 4 TIP! Bij grote klasgroepen kun je je beperken tot enkele raadsels en degene die niet voorgelezen werden nadien op papier aan de hele klas bezorgen.
Kopieerbladen 1-3
Bronnenbladen 2-14 TIP! Wil je je leerlingen een extra uitdaging bieden? Onthul de bronnenbladen dan niet onmiddellijk (of zelfs helemaal niet) en laat hen zelf zoeken. De ontknoping zal dubbel zo spannend zijn!
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 4 Het gedicht schrijven: werktijd Ga bij elk groepje luisteren tijdens de werktijd. Goede, spitsvondige opmerkingen kun je eventueel noteren om nadien aan de hele groep mee te delen. Wijs leerlingen erop als ze een dwaalspoor volgen, maar doe dat niet te snel. Misschien kunnen ze nadien uitleggen waarom ze een bepaald woord beter vinden passen. Onthoud en noteer die vondsten zeker om ze nadien aan de klasgroep mee te delen.
Controleren en reflecteren 5 Over de activiteit reflecteren Reflecteer met de leerlingen op hun resultaat en werkwijze. Zet leerlingen die eerder teruggetrokken van aard zijn, maar nu fantastische poëtische linken legden zeker in de bloemetjes. Een applaus duurt slechts enkele seconden, maar kan een wereld van verschil maken voor een leerling! Lees tot slot de gedichten voor, of laat een leerling dat doen, en onthul daarbij de gezochte woorden. Laat de leerlingen vertellen wat ze van de activiteit vonden. > Vond je het leuk/minder leuk? > Wat vond je er leuk aan? Wat vond je minder leuk? > Hoe lukte het samenwerken in groep? > Welke stappen doorliep je om een eigen gedicht te schrijven? > Wat vond je moeilijk? Waarom? > Zou je het volgende keer anders aanpakken?
BB - didactische suggesties dag 4
3
Oplossingen Geen naakte slak
In een schuurtje zonder naam zat een muurtje met een raam.
Vrouwtje Slak deed zopas al haar kleren in de was. Wat? Al haar kleren? Wil ze naakt poseren?
En als je op je tenen stond en door dat raam naar binnen keek, zag je in dat schuurtje, geloof het of niet, een paard dat op een dromedaris leek.
Maar neen, vrouwtje slak heeft een huisje. Een huisje met een deurtje en een dak. ’t Is dus bijlange na geen naakte slak.
Uit: Samen over een muurtje, p. 15
Uit: Huisdieren, p. 3
Weet je wat ik nooit wil zijn? Een sprot! Want hij moet steeds naar school! Dat zei de juf. Hij lééft zelfs in een school.
Een zalm zwemt de stroom op. Het moet. Van wie weet hij niet. Het zit in zijn kop.
En weet je wat nog het ergste is? Slimmer wordt hij niet, die vis.
En wat moet, dat doet zijn lijf. Schub voor schub, vin na vin de stroom op.
Uit: Samen over een muurtje, p. 10
Dus nu gauw naar school jij! Het moet. Als de zalm. Maar dan voet voor voet. Uit: Samen over een muurtje, p. 11
4
BB - didactische suggesties dag 4
Een tamme kastanje is erg gesloten. Je moet hem voorzichtig aanpakken, stukje bij beetje openen, lospeuteren,
Ik lig in de knoop, zei de ene veter met een zucht. Dat is wat ik hoop! zei de andere toen opgelucht. Uit: Samen over een muurtje, p. 2
Maar eenmaal zover is hij om op te eten.. Uit: Samen over een muurtje, p. 14
Ik was ik en jij was een plas. Ik liep en ik liep en jij lag in het gras. Toen sprong ik in jou en spetterde jij: Wat doe je nou?!
Een uil, mijn kind, kijkt altijd voor zich uit. Met een blik die peinst en van ernst getuigt.
Uit: Samen over een muurtje, p. 30
Een uil, mijn kind, zit ook rechtop, vertoont geen schijn van wankelen of evenwichtsverlies.
Als je goed kijkt, kun je de zee zien ademen. In en uit en weer in en nog eens uit.
Een uil, mijn kind, lijkt wijs en stil. Tot de nacht komt. Dan krijst hij akelig luid en pleegt moord na moord. Uit: Samen over een muurtje, p. 27
Heel langzaam, terwijl jij erin en eruit en er weer in en er nog eens uit. Uit: Samen over een muurtje, p. 31
BB - didactische suggesties dag 4
5
Een hert heeft op zijn kop een tak. Die groeit daar uit het niets en doet af en toe eens een krak. Een hert burlt. Brult? Nee, BURLT! Doet dat pijn? Nee, maar het klinkt wel wreed. Door die tak op zijn kop? Ja, wie weet … Uit: Samen over een muurtje, p. 40
Wist je dat een huis kan praten? Uit zijn kieren, spleten en gaten? Als je goed luistert, hoor je dat een huis wel eens fluistert. Of het zucht en klaagt of kreunt en kraakt of piept en vraagt: Zie je mij nog graag? Wil je dan eens thuisblijven vandaag?
Dag dag, zei de nacht, tot morgen! Maar ik bén de morgen, zei de dag, voor even toch.
Uit: Samen over een muurtje, p. 43
Er viel een eikel en iemand riep: Het is een elfje!
En helemaal in de war verdween de nacht maar half en iedereen dacht: Wat een sombere dag. Uit: Samen over een muurtje, p. 54
Hij ontkiemde en iemand zei: Kijk, vleugeltjes. Uit: Samen over een muurtje, p. 102
6
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 1 Schat Ach, kreeg ik maar … dacht de kleine schat, ach, kreeg ik toch … Maar ze wist niet wat. Een natte zoen? Een doosje poetskatoen? Een gouden schoen? Een strakke jurk om aan te doen? Nee, zei de kleine schat, nee, zei ze één en al verdriet, nee, dat is het niet. Haar hart is eraan kapotgegaan. Gebroken, stuk. Van dat groot verlangen dat in de weg zat, in de weg van haar geluk.
Uit: Een reus met lange armen ISBN 90-5838-120-0
Geert De Kockere
BB - didactische suggesties dag 4
7
Bronnenblad 2
uil
8
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 3
slak
BB - didactische suggesties dag 4
9
Bronnenblad 4
zalm
10
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 5
paard
BB - didactische suggesties dag 4
11
Bronnenblad 6
sprot/vis
12
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 7
kastanje
BB - didactische suggesties dag 4
13
Bronnenblad 8
veter
14
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 9
plas
BB - didactische suggesties dag 4
15
Bronnenblad 10
zee
16
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 11
hert
BB - didactische suggesties dag 4
17
Bronnenblad 12
huis
18
BB - didactische suggesties dag 4
Bronnenblad 13
dag
BB - didactische suggesties dag 4
19
Bronnenblad 14
eikel
20
BB - didactische suggesties dag 4
Kopieerblad 1 In een schuurtje
Weet je wat ik nooit wil zijn?
zonder naam
Een
zat een muurtje
Want hij moet steeds naar school!
met een raam.
Dat zei de juf.
!
Hij lééft zelfs in een school. En als je op je tenen stond en door dat raam
En weet je
naar binnen keek,
wat nog het ergste is?
zag je in dat schuurtje,
Slimmer wordt hij niet, die
geloof het of niet,
. Geert De Kockere
een dat op een dromedaris leek. Geert De Kockere
Geen naakte
Vrouwtje Slak deed zopas Een
al haar kleren in de was.
zwemt de stroom op.
Het moet. Van wie weet hij niet.
Wat?
Het zit in zijn kop.
Al haar kleren? Wil ze naakt poseren?
En wat moet, dat doet zijn lijf.
Maar neen,
Schub voor schub,
vrouwtje
vin na vin
Een huisje
de stroom op.
met een deurtje en een dak.
heeft een huisje.
't Is dus bijlange na geen naakte
Dus nu gauw naar school jij! Het moet. Als de
. Geert De Kockere
.
Maar dan voet voor voet. Geert De Kockere
BB - didactische suggesties dag 4
21
Kopieerblad 2 Een tamme
Ik lig in de knoop,
is erg gesloten.
zei de ene
Je moet hem
met een zucht.
voorzichtig aanpakken,
Dat is wat ik hoop!
stukje bij beetje openen,
zei de andere
lospeuteren,
toen opgelucht. Geert De Kockere
Maar eenmaal zover is hij om op te eten. Geert De Kockere
Ik was ik en jij was een
.
Ik liep en ik liep Een
en jij lag in het gras.
, mijn kind,
Toen sprong ik in jou
kijkt altijd voor zich uit.
en spetterde jij:
Met een blik die peinst
Wat doe je nou?!
en van ernst getuigt.
Geert De Kockere
Een
, mijn kind,
zit ook rechtop, Als je goed kijkt,
vertoont geen schijn
kun je de
van wankelen
zien ademen.
of evenwichtsverlies.
In en uit Een
en weer in
, mijn kind,
en nog eens uit.
lijkt wijs en stil. Tot de nacht komt.
Heel langzaam,
Dan krijst hij akelig luid
terwijl jij erin
en pleegt moord na moord. Geert De Kockere
en eruit en er weer in en er nog eens uit. Geert De Kockere
22
BB - didactische suggesties dag 4
Kopieerblad 3 Een
heeft op zijn kop een tak.
Wist je dat
Die groeit daar uit het niets
een
en doet af en toe eens een krak.
Uit zijn kieren,
Een
spleten en gaten?
burlt.
kan praten?
Brult?
Als je goed luistert,
Nee, BURLT!
hoor je dat een
Doet dat pijn?
wel eens fluistert.
Nee, maar het klinkt wel wreed. Door die tak op zijn kop?
Of het zucht en klaagt
Ja, wie weet …
of kreunt en kraakt Geert De Kockere
of piept en vraagt:
Zie je mij nog graag? Er viel een
Wil je dan eens
en iemand riep:
thuisblijven vandaag?
Het is een elfje!
Geert De Kockere
Hij ontkiemde en iemand zei:
Dag
Kijk, vleugeltjes.
zei de nacht, Geert De Kockere
,
tot morgen! Maar ik bén de morgen, zei de
,
voor even toch.
En helemaal in de war verdween de nacht maar half en iedereen dacht: Wat een sombere
. Geert De Kockere
BB - didactische suggesties dag 4
23
Kopieerblad 4
24
brandweer
uil
slak
boterham
hert
eikel
tandpasta
springtouw
huis
dag
yoghurt
pyjama
zee
plas
fietshelm
paard
kastanje
veter
sprot (vis)
zalm
BB - didactische suggesties dag 4
Dag 5 Als de kast aan ʼt
www.talentvoortaal.be
praten gaat
Domeinen: lezen, schrijven Onderwerp: een gedicht maken over een voorwerp dat tot leven komt Lesduur: 50 minuten
Lesdoelen
Materialen
Hoofddoel van de les > Enkele vragen stellen in een interview. > Een gedicht maken over een voorwerp dat tot leven komt.
Folio > kopieerbladen 1-2 > bronnenbladen 1-3 Diversen > stoel > kladpapier
Voorbereiding > Kopieer, als je het niet kunt projecteren, bronnenblad 1 op leerlingenaantal. > Kopieer de vraagkaartjes van kopieerblad 1. Zorg voor één kaartje per leerling. > Kopieer kopieerblad 2 op leerlingenaantal. > Zet een stoel vooraan in de klas, op een voor elke leerling zichtbare plek. > Voorzie voldoende kladpapier. > Bedenk of je jouw klasgroep (op basis van leerlingenaantal) beter verdeelt in groepen van drie of vier leerlingen.
Coöperatieve werkvormen in deze les De lege stoel Vooraan in de klas staat een stoel. Die stoel stelt een persoon, voorwerp, dier … voor. De leerling die een vraag wil stellen aan die persoon, dat voorwerp, dier … gaat op de stoel zitten en stelt zijn vraag. De leerling die wil antwoorden als die persoon, dat voorwerp, dier … neemt plaats op de stoel en antwoordt alsof hij die persoon, dat voorwerp, dier … is.
Domeinoverschrijdend werken Wil je nog verder gaan? Dan kunnen de gedichten onder handen genomen worden met verf, stof, kleurpotloden … Als je de foto’s van die werken bundelt, heb je meteen een dichtbundel waar je als klas of school mee kunt uitpakken. Misschien wil je er wel een digitaal audioboek van maken, zodat de ouders op de schoolwebsite kunnen meegenieten van het talent van hun spruit?
BB - didactische suggesties dag 5
1
Lesgang Oriënteren en plannen 1 Meneer of mevrouw De Duinen spelen Coöperatieve werkvorm: de lege stoel Vertel de leerlingen dat je iemand hebt uitgenodigd voor een interview. Vraag een leerling om voor journalist te spelen. Geef hem of haar een vraagkaartje. Kruip nu in de rol van meneer of mevrouw De Duinen. Ga achter de lege stoel staan. Vraag om stilte. Doe het 'in je rol rollen' voor door hardop te zeggen welke stappen je doorloopt: > Ik sluit mijn ogen. Ik denk aan wie ik worden wil. Ik word … de duinen aan zee. > Ik zoek een foto van de duinen die ik wil worden in mijn hoofd en bekijk die heel goed. > Ik rol me in mijn rol (een draai om je eigen as). Hop, nu ben ik meneer/ mevrouw De Duinen. Zodra ik de rugleuning van de stoel vastneem, kan ik ook praten, denken, lachen en huilen, net als mensen. Neem met beide handen de rugleuning van de stoel vast. Ga nu verder met de uitleg, maar leef je daarbij in in de rol van ‘meneer of mevrouw De Duinen’. Vervorm je stem een beetje om het helemaal geloofwaardig te maken. Richt je tot de interviewer van dienst en vraag die om het interview te starten aan de hand van het vraagkaartje. Vraag de journalist om zich naar de stoel te richten en zich in te beelden dat jij als meneer of mevrouw De Duinen daar daadwerkelijk op zit. 2 Interview afnemen Wat is jouw naam? Mijn naam is De Duinen. Wat is het gekste dat jij ooit hebt meegemaakt? Er waren eens een jongen en een meisje die dachten dat ze stiekem kusjes konden komen geven in mijn haren, maar ik heb alles gezien en ik heb eens goed geniesd. Allemaal zand tussen hun tanden. Ik lachte me een ongeluk! Waar word jij verdrietig van? Elke morgen hoop ik dat de zee tegen me zal vechten. Elke nacht dagen wij elkaar uit, weet je, dan zeg ik de zee dat ik zal winnen en dan beweert zij het tegendeel. Ik bereid me dan, coole ridder die ik ben, de hele nacht voor op de oorlogsdag die komt. Ik toon mijn tanden en hoop … Maar elke dag opnieuw komt de zee niet verder dan de topjes van mijn tenen. En dat maakt me verdrietig. Wat wens jij? Waar droom je van? Dat ik de zee overwin! Stoer en koelbloedig de oorlog win! Er mijn tanden in zet! Wat maakt jou boos? Dat die zee me elke nacht wijsmaakt dat ze het tegen me zal opnemen. En dat ik dan … Wie wil jij graag het liefste bij je? Waarom vraag je dat nog? Weet je dat dan niet?
2
BB - didactische suggesties dag 5
Kopieerblad 1
Bedank (nog steeds in je rol) de interviewer voor het interview en vraag of er nog andere nieuwsgierigen zijn met vragen voor jou. Laat wie dat wil zijn of haar zelfbedachte vraag stellen en probeer (met het gedicht van Geert De Kockere in het achterhoofd) zo passend mogelijk te reageren. Wanneer alle vragen gesteld zijn, doe je (hardop) voor hoe je uit je rol rolt: > Ik sluit mijn ogen. Ik denk aan wie ik worden wil. Ik word juf/meester (je voornaam). Ik beeld me in hoe ik er zelf uitzie en bekijk mezelf in mijn hoofd van kop tot teen. > Ik rol mezelf terug in wie ik echt ben (een draai om je eigen as). Hop, nu ben ik weer juf/meester (je voornaam). > Ik open mijn ogen en ben weer helemaal terug. 3 Gedicht lezen Vertel dat je een gedicht hebt meegebracht over het interview dat daarnet heeft plaatsgevonden. Lees het voor of laat het voorlezen. Vraag de leerlingen of ze delen uit het interview terugvinden in het gedicht en laat hen daarover vertellen. Lees nog twee gedichten voor en vertel dat ze eigenlijk op dezelfde manier tot stand zijn gekomen: één over een appel, één over netheid. Laat de leerlingen meelezen op het bord of geef hun een kopie van het bronnenblad. Bespreek beide gedichten door te vragen wat de netheid respectievelijk de appel op de vragen van het vraagkaartje zouden hebben geantwoord. Zeg dat ze op het einde van de les zelf ook een gedicht zullen maken van een voorwerp dat tot leven komt. Om dat te kunnen doen, spelen ze eerst zelf het spel van de lege stoel. 4 Op het lesdoel focussen Coöperatieve werkvorm: de lege stoel Zet de leerlingen in groepjes van drie of vier en zorg voor een lege stoel per groepje. Geef elke leerling een vraagkaartje. Laat iedere leerling een voorwerp in gedachten nemen dat hij of zij straks wil worden. Meld dat op de achterkant van het vraagkaartje nog eens beschreven staat hoe je in je rol moet rollen. Tijdens het interview stellen de overige groepsleden elk om beurten een vraag aan de geïnterviewde. Wie wil mag ook extra vragen verzinnen. Meld dat ze goed moeten onthouden wat ze in hun rol allemaal zeggen, om dat straks te gebruiken voor het gedicht. De leerlingen werken opnieuw individueel. Geef hun de keuze: ofwel werken ze vrij (op kladpapier), ofwel hanteren ze het sjabloon van het kopieerblad. Meld dat ze bij dit werk vaak zullen moeten schrappen, vervangen, opnieuw beginnen … net zolang tot ze vinden dat het echt naar poëzie smaakt. Als ze klaar zijn, kiezen ze hun beste creatie en schrijven ze die over op een tekenblad.
BB - didactische suggesties dag 5
Bronnenblad 1
Bronnenblad 2
Kopieerblad 1
Kladpapier of kopieerblad 2
3
Hoofddoel uitvoeren en verwerken 5 Een gedicht maken: werktijd Treed op als coach tijdens de werktijd: beloon, daag uit, maar doe zo weinig mogelijk suggesties. Leerlingen die snel klaar zijn kunnen muzisch-beeldend aan de slag: ze tekenen het voorwerp bij hun gedicht, voorzien van ogen, oren, neus en mond, natuurlijk! 6 Het gedicht presenteren Leerlingen die dat willen kunnen hun gedicht(en) voordragen. Je kunt ook een poëziewand (of poëzieboom, -draad, -blok, -doos …) maken waarop de jonge dichters hun werk tentoonstellen.
Controleren en reflecteren 7 Op de activiteit reflecteren Laat de leerlingen vertellen wat ze van de activiteit vonden. > Vond je het leuk/minder leuk? > Wat vond je er leuk aan? Wat vond je minder leuk? > Welke stappen doorliep je om een eigen gedicht te schrijven? > Wat vond je moeilijk? Waarom? > Zou je het volgende keer anders aanpakken?
4
BB - didactische suggesties dag 5
TIP! Of toon een voorbeeld (bronnenblad 3).
Bronnenblad 1 Stel je de duinen voor als ridders van zand. Op hun koppen een helm van wuivend gras, aan hun voeten een aanstormende zee. Maar ver komt ze niet. Niet voorbij de ridders, niet voorbij de duinen. Aan hun voeten strandt elke keer de zee.
Geert De Kockere
BB - didactische suggesties dag 5
Uit: Samen over een muurtje ISBN 97-8905838-943-5
5
Bronnenblad 2 Netheid streek met haar blanke vinger over de vensterbank, blies geërgerd wat stof weg en mopperde dat ik niet genoeg poetste.
Ik val op jou! zei de appel tot de wei. En verliefd als hij was, lag hij even later te blozen in het gras.
Je hebt gelijk, zei ik, en nam met veel plezier de grote borstel en keerde haar zonder pardon vlijtig de deur uit.
Geert De Kockere
Geert De Kockere
6
BB - didactische suggesties dag 5
Bronnenblad 3: creatie van een leerling
Stan – 6e leerjaar
BB - didactische suggesties dag 5
7
2 FOTO: zo ben ik nu
3 FOTO: zo word ik
4 ROL
5 NEEM STOEL VAST
2 FOTO: zo ben ik nu
3 FOTO: zo word ik
4 ROL
5 NEEM STOEL VAST
5 NEEM STOEL VAST 4 ROL 3 FOTO: zo word ik 2 FOTO: zo ben ik nu
- Wat is jouw naam?
1 OGEN DICHT
- Wat is jouw naam?
- Wat is het gekste dat jij ooit hebt meegemaakt?
1 OGEN DICHT
- Wat is jouw naam?
- Wat is het gekste dat jij ooit hebt meegemaakt?
- Wat wens jij? Waar droom je van?
- Wat is het gekste dat jij ooit hebt meegemaakt?
- Wat wens jij? Waar droom je van?
- Wat maakt jou boos?
- Waar word jij verdrietig van?
- Wat wens jij? Waar droom je van?
- Wat maakt jou boos?
- Wie wil jij graag het liefste bij je?
- Waar word jij verdrietig van?
- Wat maakt jou boos?
- Wie wil jij graag het liefste bij je?
- Waar word jij verdrietig van?
- Wie wil jij graag het liefste bij je?
BB - didactische suggesties dag 5
8
1 OGEN DICHT
Kopieerblad 1 Vraagkaartjes
Kopieerblad 2 Sjabloon Stel je de als
voor van
.
Op hun een
van
gras,
aan hun een
zee.
Maar
komt ze niet.
Niet voorbij de
,
niet voorbij de
.
Aan hun elke keer de zee.
BB - didactische suggesties dag 5
9