15 1
De internationale economie, vrijhandel en protectie
Inleiding
In andere hoofdstukken gingen we dikwijls uit van een gesloten economie. Nochtans zijn we meer dan ooit verbonden met de hele wereld. We maken buitenlandse reizen en kopen en verkopen producten over heel de wereld. De productieketens zijn in vele gevallen heel erg afhankelijk van toeleveringen uit het buitenland. Deze globalisering, de technologische, politieke, economische, financiële en culturele uitwisselingen tussen volkeren en naties, leiden tot een toegenomen verstrengeling van nationale economieën. In dit en het volgende hoofdstuk ligt de klemtoon op de open economie en komt de verwevenheid van de nationale economie met het buitenland via in- en uitvoer van goederen en diensten en via internationale betalingen en kapitaalbewegingen aan bod. In dit hoofdstuk staat de internationale handel centraal. In het hoofdstuk over het internationaal monetair stelsel gaat de aandacht naar de monetaire aspecten van de internationale economie. Paragraaf 2 geeft informatie over de internationale handel in België en de EU. In paragraaf 3 analyseren we hoe in- en uitvoer van goederen en diensten de aggregatieve vraag in de economie beïnvloeden. Vervolgens geven we in paragraaf 4 een verklaring voor het bestaan van internationale handel, waarbij zowel de theorie van de comparatieve kostenverschillen als meer recente verklaringen aan bod komen. In paragraaf 5 worden vrijhandel en protectie met elkaar vergeleken en belichten we verschillende aspecten van protectie. Tot slot geeft paragraaf 6 een overzicht van de diverse organismen die voor de internationale handel en economische samenwerking van belang zijn.
2
Het belang van de internationale handel
De omvang van de internationale handel is enorm. Wanneer we verwijzen naar internationale handel, bedoelen we invoer en uitvoer van goederen en diensten. In 2021 bedroeg de werelduitvoer van goederen en diensten niet minder dan 28 400 miljard US dollar. Dat komt overeen met 29,5 % van het wereld-bbp. Tabel 1 geeft voor een aantal landen hun aandeel in het geheel van de werelduitvoer en de daarbij horende rang. We beschouwen hier uitsluitend de goederenuitvoer, dat wil zeggen van fysieke producten. Daarnaast is er dan nog de uitvoer van diensten, zoals internationaal vervoer, toerisme, financiële dienstverlening, onderwijs enz. In 2021 waren goederen verantwoordelijk voor 78,6 % en diensten voor 21,4 % van de totale uitvoer. De landen zijn in de tabel gerangschikt op basis van hun economisch belang, gemeten aan de hand van het bbp (in PPP$) (overgenomen van tabel 10