Skip to main content

Agora inleiding tot filosofie - inkijkexemplaar deel 1

Page 1

IN VA N

aa

ke xe

m

pl

IF

INLEIDING TOT FILOSOFIE

AGO R A

In

kij

DOORSTROOMFINALITEIT – DG

JAAR 3

DEEL 1


IN VA N

INLEIDING TOT DE FILOSOFIE Nick Vercauteren

In

kij

ke xe

m

pl

aa

met medewerking van Teacher Design Team


aa

pl

m

ke xe

kij

In

VA N

IN


Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Agora Inleiding tot de filosofie. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.

!

IN

LET OP: ACTIVEER DEZE LICENTIE PAS VANAF 1 SEPTEMBER; DE LICENTIEPERIODE START VANAF ACTIVATIE EN IS 365 DAGEN GELDIG.

aa

VA N

FILOSOFIE

ke xe

m

pl

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2021

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

In

kij

Fotocredits p. 9 Tom Waes © BELGIAN_FREELANCE /Belga Image p. 9 Jean-Paul Van Bendegem © BELGIAN_FREELANCE /Belga Image p. 9 Tinneke Beeckman © Bob Van Mol p. 9 Ignaas Devisch © BELGA /Belga Image p. 9 Simone De Beauvoir © IMAGO/Belga Image p. 9 Alain de Botton © HOLLANDSEHOOGTE/Belga Image p. 9 Hannah Arendt © DPA/Belga Image p. 9 Ludwig Wittgenstein © TOPFOTO/Belga Image p. 9 Michael Fassbender © ZUMAPRESS/Belga Image p. 9 Koningin Mathilde © BELGA/Belga Image p. 10 Buitengewoon bewustzijn, Peter Godfrey-Smith, Uitgeverij Het Spectrum. p. 10 Wijs, grijs en puber, Jean Pauls Van Bendegem, ASP Editions. p. 10 De meeste mensen deugen, Rutger Bregman, illustatie Momkai (www.momkai.be), de Correspondent. p. 10 Alles kapot!, Anton van Dyck, ASP Editions. p. 10 Maarten Boudry en Jeroen Hopster, Alles wat in dit boek staat is waar (en andere denkfouten), Pelckmans Uitgevers nv, 2019. p. 10 Voorbij goed en kwaad, Friedrich Nietzsche. p. 28 Trump en Biden © Christos S/Shutterstock p. 45 De Morgen, 19/04/2017, dit artikel werd gereproduceerd met toestemming van de uitgever, alle rechten voorbehouden. Elk hergebruik dient het voorwerp uit te maken van een specifieke toestemming van de beheersvennootschap License2Publish: info@license2publish.be. p. 51 The Matrix © LANDMARK MEDIA/ Alamy/Imageselect p. 53 Billie Eilish © Koen Keppens p. 58 Koko met Dr. Penny Patterson© San Francisco Chronicle/Hearst Newspapers via Getty Images p. 59 Edmond de Belamy © BELGA/AFP/Belga Image p. 60 Memories of passersby 1© PHOTOSHOT/Belga Image p. 62 Chappie © Lifestyle pictures/Alamy/ Imageselect

Eerste druk 2021 ISBN 978-94-641-7011-5 D/2021/0078/223 Art. 597983/01 NUR 150

Ontwerp cover en binnenwerk: Shtick Opmaak: Banananas.net Tekeningen: Vincent Albert


NHOUDSOPGAVE

WELKOM OP DE AGORA

1

5

VA N

HOOFDSTUK 1   FILOWIE EN FILOWAT?

IN

I

INTRO

Breinbreker Wat is filosofie en hoe filosofeer je?

Denkstap 1 Denkstap 2 Denkstap 3 Denkstap 4

Wat is filosofie? Hoe kan een vraag je brein prikkelen? Is je eerste antwoord je beste antwoord? Hoe maak je een filosofische ruzie constructief?

PARCOURS

EUREKA!

8 14 19 24 31 32

aa

SYNTHESE

7

INTRO

pl

HOOFDSTUK 2   DE LEERLING NAAST JE IS EEN ROBOT 35 Breinbreker Kun je er wel zeker van zijn dat je bestaat?

m

PARCOURS

Weet je wat je weet? Droom je over de les filosofie? Besta je wel? Bestaan er nog denkende dingen?

ke xe

Denkstap 1 Denkstap 2 Denkstap 3 Denkstap 4

37

38 44 53 55 63

SYNTHESE

64

INHOUDSOPGAVE

In

kij

EUREKA!

III


aa

pl

m

ke xe

kij

In

VA N

IN


W

ELKOM OP DE AGORA!

IN

Agora, zo werd in het oude Griekenland de markt genoemd. Je ontmoette er mensen van alle rang en stand. Het was de ontmoetingsplaats bij uitstek om ideeën uit te wisselen en informatie en kennis te

delen. Daarom hebben we voor dit boek de titel Agora bedacht. Voor filosofen in spe een ideale plek om

VA N

het denken te voeden. We garanderen je een boeiende kennismaking.

1→ OP STAP MET AGORA

1

← In totaal telt dit boek

vier hoofdstukken. Elk

HOOFDSTUK

hoofdstuk start met een duidelijke titelpagina.

Op een inleidende, groene pagina kom je te weten waarover het hoofdstuk gaat.

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 1

F

WAAROVER GAAT DIT HOOFDSTUK?

denken en begrijp je de basisvaardigheden die daarvoor nodig zijn. Je past daarna die vaardigheden toe om zelf te filosoferen en een filosofisch onderzoek uit te voeren. Je leert ook een filosofische tekst

de inhouden en lesdoelen. Aan de hand van

analyseren en zelf schrijven.

WAT LEER IK IN DIT HOOFDSTUK? Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd. Ik beschrijf in eigen woorden wat filosofie, een filosofische vraag, een filosofisch gesprek,

een argument, een filosofische discussie en rationeel kritisch denken is. Ik begrijp dat de filosofische grondhouding bestaat uit verwondering en twijfel. Ik herken een filosofische vraag aan de hand van een aantal kenmerken. Ik leg uit in eigen woorden wat het verschil is tussen een alledaagse vraag, een wetenschappelijke vraag en een filosofische vraag. Ik formuleer zelf een filosofische vraag.

de aanvinkvakjes kun je in de loop van het

Ik beschrijf in eigen woorden het onderscheid tussen natuur-, gedrags-, en

hoofdstuk makkelijk bijhouden welke doelen

Ik maak een onderscheid tussen een mening en de persoon die die mening vertolkt.

cultuurwetenschappen enerzijds en de eigenheid van de filosofie anderzijds. Ik lees een tekst met een filosofische invalshoek.

Ik voer een gedachte-experiment uit. Ik neem actief deel aan een filosofisch gesprek over een aangebracht thema. Ik stel mijn eigen visie in vraag en luister met een open houding naar argumentatie. Ik argumenteer respectvol voor en tegen een visie.

inhouden in het kader een leidraad vormen

BEGRIPPEN

bij de voorbereiding op een evaluatiemoment.

filosofie – rationeel kritisch denken – filosofische vraag – argument – filosofisch gesprek – filosofische discussie

HOOFDSTUK 1

In

kij

je al hebt bereikt. Bovendien kunnen de

12

Een goede kennis van sleutelbegrippen is heel belangrijk. Bij de start van het hoofdstuk geven we alvast een begrippenkader mee. Zo zul je tijdens de lessen zeker extra aandacht besteden aan die belangrijke termen.

WELKOM OP DE AGORA!

Het kader biedt je een duidelijk overzicht van

ILOWIE EN FILOWAT?

In dit hoofdstuk reflecteer je aan de hand van voorbeelden over de eigenheid van het filosofisch

11

ke xe

m

pl

aa

FILOWIE EN FILOWAT?

1


← Daarna volgt de intro, die opbouwt naar een

INTRO

breinbreker. Dankzij deze interessante en

Welkom in de wereld van filosofie, een wereld vol verwondering. In dit hoofdstuk maak je kennis met het abc

uitdagende vraag wordt je nieuwsgierigheid

van filosofie. Wat is filosofie? Wie filosofeert? Waarom filosoferen? Hoe filosoferen? De antwoorden op die vragen worden binnenkort duidelijk. Met behulp van de vaardigheden die je leert in dit hoofdstuk, zet je je eerste stappen in filosofisch denken.

geprikkeld. In het forum peilen we naar je eerste mening, een spontaan antwoord op de breinbreker.

BREINBREKER

niet zomaar op te lossen valt. Daarvoor heb je

“Wat is filosofie en hoe filosofeer je?”

Forum Vul de mindmap aan.

VA N

specifieke informatie nodig.

Wat denk je nu al? Wat weet jij al over filosofie? Aan welke woorden denk je spontaan bij de term filosofie?

Het antwoord op de breinbreker vind je niet zomaar. Daarvoor moet je een denkparcours FILOSOFIE

DENKPARCOURS

DENKSTAP 1

afleggen, opgesplitst in een aantal denkstappen. Met behulp van verschillende bronnen, opdrachten

in een boek, of je zag het in een liedjestekst. 1

Ken je het liedje Hakuna matata uit The Lion King? Zoek op YouTube de clip op.

die nodig zijn om een gefundeerd antwoord op de HOOFDSTUK 1

breinbreker te geven.

13

dan ben je voldoende gewapend om opnieuw

b

Bekijk de levensmotto’s. Vul het lege kaartje in met je eigen levensmotto.

EUREKA!

DE ZIN VAN HET LEVEN DIE SCHRIJF JE ZELF.

over de breinbreker na te denken. In het forum

Het leven is als een die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden? Wat denk je nu over de breinbreker frikandel, je moet het zelf speciaal maken. “Wat is filosofie en hoe filosofeer je?”

zul je merken dat de hele klas nu met veel meer

Forum

pl

kennis van zaken spreekt dan aan het begin van dit

m

wat je hebt geleerd in de verschillende denkstappen. Vergelijk vervolgens je tekst met die van een klasgenoot en discussieer over de gelijkenissen en verschillen.

Liefde voor de wijsheid

vaak een bepaald centraal, zoals hakuna matata. is meer dan een Je staat hebt nu filosofisch lerenmotto nadenken en bent klaargestoomd omFilosofie te reflecteren over filosofische levenshouding of eenhoofdstuk motto. komen een aantal filosofische vragen aan bod, zoals: ‘Weet je wel vragen. In het volgende

en sophia betekent ‘wijsheid’. Philosophia is dus liefde voor wijsheid. Een ander woord voor

1.1

KENNISCLIP

1.2

filosofie is wijsbegeerte, een woord waarin die betekenis ook terug te vinden is. De kern van de filosofie is een verlangen naar wijsheid. De beoefenaars van de filosofie noemt men filosofen.

← Alle kennis en inzichten die je tijdens het parcours

1.3

14

Het woord filosofie bestaat uit twee Griekse woorden: philia en sophia. Philia betekent ‘liefde’ en sophia betekent ‘wijsheid’. Philosophia is dus liefde voor wijsheid. De kern van de filosofie is een verlangen naar wijsheid. De

hebt opgedaan, worden voor jou gebundeld in een

beoefenaars van de filosofie noemt men filosofen.

De methode van de filosofie is anders dan die van de exacte wetenschappen. Filosofie gaat namelijk uitsluitend bestaat uit vragen stellen, redeneren, ideeën testen, argumenten verzinnen en begrippen verduidelijken.

synthese. Die tekst geeft weer wat je exact moet

De kern van filosofie is rationeel kritisch denken. Je denkt rationeel door eerst de vele gedachten in je hoofd te Over filosofische stellingen en argumentatie kan gediscussieerd worden. Het is belangrijk bij een discussie dat ordenen om dan op een logische wijze over iets na te denken. Kritisch denken doe je door na te gaan of iets waar er orde heerst en respect is naar elkaar toe. Het allerbelangrijkste is om goed te luisteren. of fout is. Door de juiste vragen te stellen, voorbeelden te geven en te argumenteren, ga je op kritisch filosofisch

onthouden. De nummers naast de verschillende

onderzoek. Checklist voor een goede filosofische discussie:

paragrafen verwijzen naar de kenniskaders waarin

uit van het denken, terwijl de exacte wetenschappen uitgaan van experimenten en waarnemingen. Filosofie

Wees altijd respectvol. Rationeel kritisch denken is van alle tijden. De filosofie van vroeger is vaak nog herkenbaar in onze Onderbreek je gesprekspartner(s) niet. hedendaagse tijd, al kun je natuurlijk ook geconfronteerd worden met opvattingen die net sterk verschillen van Maak altijd gebruik van argumenten. de jouwe. Rol niet met je ogen.

kij

Lach anderen niet uit.

Filosofische vragen Praat niet naast elkaar, maar reageer op wat de anderen zeggen.

1.4

1.5

1.6

de leerinhouden werden aangebracht. Zo kun je tijdens het studeren makkelijk extra informatie

1.7

Begrijp en herhaal wat er gezegd wordt. Een goede filosofische vraag je over iets fundamenteels Maak bezwaar tegen een laat stelling, niet tegen een persoon.en diepers nadenken, waarbij je misschien nog

opzoeken in de kaders die je tegenkwam in de loop HOOFDSTUK 1

nooit eerder stilstond. Een filosofische vraag is een prikkelende vraag die beantwoordt aan deze kenmerken: 1 Ze peilt niet naar feitelijke kennis of weetjes. 2 Ze peilt niet naar je smaak. Het gaat om een algemene, universele vraag, niet om een persoonlijke vraag. Toch

Bordschema

van het hoofdstuk.

is er niet slechts één juist antwoord. 3 Ze leidt steeds naar verdere, bijkomende vragen. Om een antwoord te geven is het altijd belangrijk dat alle begrippen in de vraag duidelijk zijn. Wat is filosofie?

Filosofische antwoorden Wat is een filosofische vraag?

rationeel kritisch denken

Vraagt niet naar feiten.

1.8

Krijg je graag nog wat extra toelichting bij de 38

1.9

lesinhouden? Scan dan de QR-code voor een

Om tot een antwoord te komen op filosofische vragen, je kritisch zijnpersoonlijk; en je eigen veronderstellingen in • moet Is algemeen en niet twijfel trekken. Stel kritische vragen die filosofisch onderzoeken of een antwoord juist of fout is. meerdere antwoorden zijn mogelijk. •

Leidt tot bijkomende vragen.

heldere kennisclip bij de synthesetekst.

Het is de reden achter je antwoord die echt belangrijk is. Een reden voor je antwoord is een argument. Om een filosofisch sterk antwoord te geven, moet je stevige argumenten hebben waarop je antwoord gebaseerd Wat doeeen je met de antwoorden? Weesmoet kritisch onderzoek is. Vergelijk antwoord met het dak van een huis. •Het dak open iets steunende ofantwoorden het stort in.filosofisch. Een stevige Gebruik stevige argumenten. argumentatie zorgt voor een stevig huis waar het dak• op kan rusten. •

Filosofisch gesprek

= respectvolle

1.10 1.11

samenwerking op In een filosofisch gesprek zijn er geen winnaars en verliezers. Het doel van het gesprek is om op een rustige basis van voorbeelden manier het meningsverschil uit te klaren of een antwoord te zoeken op een vraag. Zo wordt het gesprek een en argumenten samenwerking om duidelijkheid te scheppen in plaats van een ruzie. Het gebruik van concrete voorbeelden is • Filosofische discussie ook een kenmerk van een filosofisch gesprek.

HOOFDSTUK 1

Filosofisch samenwerken Hoe werk je filosofisch samen?

HOOFDSTUK 1

39

34

1.1

Cliffhanger De ‘filosofie’ van Timon en Pumba is veeleer een levenshouding. In een levenshouding

HOOFDSTUK 1

ke xe Filosofie

c Waarom koos je voor dat levensmotto? Schrijf een tekst waarin je een antwoord formuleert op de breinbreker. Houd daarbij rekening met alles

zeker dat de andere leerlingen echte mensen zijn?’ Het woord filosofie bestaat uit twee Griekse woorden: philia en sophia. Philia betekent ‘liefde’

SYNTHESE

In

Wat is de levensfilosofie van Timon en Pumba?

Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.

aa

Eureka! Als je het parcours helemaal hebt afgelegd,

WELKOM OP DE AGORA!

a

inzicht, de kennis en de (onderzoeks)vaardigheden

2

Wat is filosofie?

Je bent het woord filosofie allicht al een keertje tegengekomen. Je hoorde het misschien in een gesprek op televisie of las het

en kenniskaders verwerf je stap voor stap het

hoofdstuk.

IN

Misschien kom je tot de vaststelling dat deze vraag

In dit hoofdstuk zul je in vier denkstappen een antwoord formuleren op deze breinbreker:

← Studeer je graag op een schematische manier? Het bordschema geeft een overzicht van de

belangrijkste termen en verbanden die in het hoofdstuk aan bod kwamen.


2→ HANDIG VOOR ONDERWEG In de loop van het denkparcours word je ondersteund door een aantal hulpmiddelen. KADERS

3

1.8

← Doorheen het hoofdstuk zetten we de

IN

Kritisch denken

belangrijkste zaken op een rijtje in deze

Socrates trok de kennis van anderen in twijfel met zijn kritische gesprekskunst. Neem Waarover gaatdefilosofi e? Doorstreep woorden denkt dat dezou filosofi e dit thema bijvoorbeeld stelling: ‘Het is goedde om moedigals te je zijn.’ Socrates eerst vragen ofniet het behandelt.

rode kenniskaders. De sleutelbegrippen

mogelijk is om moedig te zijn zonder dat het goed is. Misschien zorgt de moed van een soldaat ervoor dat hij heel zijn groep de dood in jaagt? Telkens wanneer iemand tot een stelling mensen dieren

kwam, deed Socrates een beroep op het kritisch denken om vragen te stellen en voorbeelden sport

die je in de inleiding leerde kennen,

eten

te geven die de kennis van anderen filosofisch onderzoeken. Met behulp van die vragen zette verdriet

games hij anderen aan om na te denken overgeluk hun antwoorden. Je kunt hem op dat vlak vergelijken

VA N

hebben we met een stippellijn onderlijnd.

kunsthij met een vroedvrouw geld die meehelpt tijdens de bevalling. Maar in plaats van een kind brengt kennis mee ter wereld.

c

kennis

de wereld

seks

het denken

Maak gebruik van voorbeelden om een stelling kritisch in vraag te stellen.

geloof

scheldwoorden

Werk in duo’s. Eén leerling vervolledigt de onderstaande stellingen. De andere leerling bedenkt een voorbeeld waarmee de stelling in vraag wordt gesteld. 4

Is filosofie nog relevant vandaag? Stelling: Vriendschap is ... regelmatig met elkaar omgaan.

Good to know Tegenvoorbeeld: Stel dat een vriend voor een jaar op reis gaat en je ziet of hoort hem weinig. Zijn jullie dan geen vrienden meer?

Sociale media en Oude gedachten invriendschap een nieuwe wereld

1.3

← In de blauwe Good to know’s vind je handige en leuke weetjes terug die

Filosoferen is niet enkel iets van het verleden. Ook vandaag wordt er nog volop Door1de eeuwen heen is er over erg veel2 gefilosofeerd. De geschiedenis heeft 3 heel wat bekende gefilosofeerd. Zo filosofeerde Diane Jeske over sociale media en vriendschap. Kan filosofen voortgebracht. Hun boeken worden nog altijd gelezen. Dagelijks verdiepen mensen het zijn dat sociale media het net moeilijker maken om echte vriendschappen te zich in hun filosofie. Maar hebben we nog iets aan die eeuwenoude ideeën in ons hedendaagse smeden? Het kunstmatige personage dat mensen creëren op sociale media toont leven? betekent ... is ... immers niet hoe je echt bent. Welke invloed heeft dat dan op de vrienden betekent ... die je

ZIJN

verband houden met de leerstof. Deze

Verdrietig zijn

MOEDIG

Vriendschap

extra informatie hoef je niet in te

via deze weg maakt? Is er door sociale media een nieuwe vorm van vriendschap De wereld is inderdaad sterk veranderd door de eeuwen heen. En toch is filosofie van vroeger gecreëerd? 4 vaak nog herkenbaar in onze hedendaagse tijd, al kun je5natuurlijk ook geconfronteerd

studeren.

VRIENDEN

worden met opvattingen die net sterk verschillen van de jouwe. Maar ook dat is best

Een spel is ...

interessant.

DENKSTAP 2

Hoe kan een vraag je brein prikkelen?

← Wat we weten en hoe we denken is niet

Een antwoord vinden op een filosofische vraag is het einddoel, maar de weg naar het antwoord is het

aa

2

ZOUDEN NOOIT ...

belangrijkst. De reden achter je antwoord, het ‘waarom’, maakt een antwoord sterk of zwak. VIP Hoe start je met filosoferen? Michel Filosofie de vertrekt van verwondering. Je kunt je verwonderen over wereld, of over Montaigne (1533-1592) is een Frans filosoof uitdede 16e eeuw. Hijiets wat je meemaakt. Vaak verwondering vragen dievan bij jede opkomen. Een is het a Kies ééngaat van die deze uitspraken: nam zichzelf gepaard vaak alsmet onderwerp filosofie. Zogoede brak filosofische hij met devraag aloude startpunt om filosoferen. Maar een vraag filosofisch is? grote vragen, zoals een eeuwige — te Valsspelen mag.hoe weet opvatting datjefiof losofi e vooral gaat over —

Valsspelen waarheid. mag niet. Filosoferen over je eigen aard en het alledaagse vond Montaigne

1 Bekijk het filmpje over de grootte van hemellichamen. veel belangrijker. Hij stelde daarbij steeds kritisch de gangbare opvattingen

18

pl

geesten, filosofen, kunstenaars en wetenschappers. We brengen ze in VIPkaders onder de aandacht.

b 2→ Je vraag bij oefening a gaat over een weetje. Kwamen er terwijl je het filmpje bekeek ook andere Stel jezelf nog eens de volgende vraag bij je eerste argument: maar waarom? Geef een

vragen bij je op, vragen die geen weetjesvragen zijn? Noteer er twee. bijkomend argument.

ICOONTJES

c Waarom zijn de vragen bij oefening b volgens jou geen weetjesvragen?

ke xe

28

komt voort uit het denkwerk van briljante

m

HOOFDSTUK HOOFDSTUK 1 1

1→ Noteer eenvan reden je het eens bent met de gekozen uitspraak. Bespreek klassikaal zijnwaarom tijd in vraag. a Noteer een vraag waarop het antwoord te vinden is in het filmpje. waarom je voor die uitspraak koos.

zomaar tot ons gekomen. Onze kennis

Onfeitelijke vragen

1.4

Dit is een mondelinge opdracht.

Een goede filosofische vraag laat je over iets fundamenteels en diepers nadenken, iets waarbij je misschien nog nooit eerder stilstond. Ze kan iets losmaken in je gedachten waarvan je niet eens wist dat het er was. Daarom is een goede filosofische vraag zo belangrijk. Een eerste kenmerk van een filosofische vraag is dat ze niet peilt naar feitelijke kennis of

Bij deze opdracht hoort een videofragment.

weetjes. Het antwoord op de vraag ‘Hoeveel leerlingen zitten er in je klas?’ vind je door de leerlingen te tellen. Het gaat hier om een feitelijke vraag waarop je het feitelijke antwoord

is, zoals: ‘Hoeveel zandkorrels zijn er op aarde?’ Dat is een voorbeeld van een feitelijke vraag

HOOFDSTUK 1

kunt opzoeken. Een vraag kan ook feitelijk zijn zonder dat er meteen een antwoord te vinden

Voor deze opdracht mag of moet je online opzoekingswerk verrichten.

In

kij

vragen gaan dus altijd over gegevens.

Bij deze opdracht hoort een ontdekplaat.

21

WELKOM OP DE AGORA!

waarop je geen accuraat antwoord kunt geven, enkel een berekende schatting. Feitelijke

3


HET ONLINELEERPLATFORM BIJ AGORA

Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

Hier kan de leerkracht toetsen en taken voor jou klaarzetten.

VA N

Hier vind je de opdrachten terug die de leerkracht voor jou heeft klaargezet.

IN

Je kunt vrij oefenen en de leerkracht kan ook voor jou oefeningen klaarzetten.

aa

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

pl

Hier vind je het lesmateriaal per hoofdstuk (onder andere videobestanden en kennisclips).

ke xe

m

Ga hier ook aan de slag met de ontdekplaten en de bijhorende werkblaadjes.

WELKOM OP DE AGORA!

In

kij

Het e-book is de digitale versie van het leerschrift. Je kunt hierin noteren, aantekeningen maken, zelf materiaal toevoegen ...

4


VA N

IN

1

HOOFDSTUK 1

aa

pl

m

ke xe

kij

In

HOOFDSTUK

FILOWIE EN FILOWAT?

5


HOOFDSTUK 1

F

WAAROVER GAAT DIT HOOFDSTUK? In dit hoofdstuk reflecteer je over de eigenheid van het filosofisch denken en leer je de

IN

ILOWIE EN FILOWAT?

basisvaardigheden die daarvoor nodig zijn begrijpen aan de hand van voorbeelden. Je past daarna die

WAT LEER IK IN DIT HOOFDSTUK? Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

VA N

vaardigheden toe om zelf te filosoferen en een filosofisch onderzoek uit te voeren.

Ik beschrijf in eigen woorden wat filosofie, een filosofische vraag, een filosofisch gesprek, een argument, een filosofische discussie en rationeel kritisch denken is. Ik begrijp dat de filosofische grondhouding bestaat uit verwondering en twijfel. Ik herken een filosofische vraag aan de hand van een aantal kenmerken.

aa

Ik leg uit in eigen woorden wat het verschil is tussen een alledaagse vraag, een wetenschappelijke vraag en een filosofische vraag. Ik formuleer zelf een filosofische vraag.

pl

Ik beschrijf in eigen woorden het onderscheid tussen natuur-, gedrags-, en cultuurwetenschappen enerzijds en de eigenheid van de filosofie anderzijds.

m

Ik maak een onderscheid tussen een mening en de persoon die die mening vertolkt. Ik voer een gedachte-experiment uit. Ik neem actief deel aan een filosofisch gesprek over een aangebracht thema.

ke xe

Ik stel mijn eigen visie in vraag en luister met een open houding naar argumentatie. Ik argumenteer respectvol voor en tegen een visie.

BEGRIPPEN

kij

filosofie – rationeel kritisch denken – filosofische vraag – argument – filosofisch gesprek –

HOOFDSTUK 1

In

filosofische discussie

6


INTRO Welkom in de wereld van filosofie, een wereld vol verwondering. In dit hoofdstuk maak je kennis met het abc van filosofie. Wat is filosofie? Wie filosofeert? Waarom filosoferen? Hoe filosoferen? De antwoorden op die vragen worden binnenkort duidelijk. Met behulp van de vaardigheden die je leert in dit hoofdstuk, zet je je eerste

IN

stappen in filosofisch denken.

VA N

BREINBREKER

In dit hoofdstuk zul je in vier denkstappen een antwoord formuleren op deze breinbreker:

“Wat is filosofie en hoe filosofeer je?”

Forum

Wat denk je nu al? Wat weet jij al over filosofie? Aan welke woorden denk je spontaan bij de term filosofie? Vul de mindmap aan.

aa

pl m

ke xe

FILOSOFIE

kij

In

HOOFDSTUK 1

7


DENKPARCOURS DENKSTAP 1

IN

Wat is filosofie?

Je bent het woord filosofie allicht al een keertje tegengekomen. Je hoorde het misschien in een gesprek op televisie of las het

VA N

in een boek, of je zag het in een liedjestekst. 1 Ken je het liedje Hakuna matata uit The Lion King? Zoek op YouTube de clip op. a Wat is de levensfilosofie van Timon en Pumba?

aa

Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.

b Bekijk de levensmotto’s. Vul het lege kaartje in met je eigen levensmotto.

m

pl

DE ZIN VAN HET LEVEN DIE SCHRIJF JE ZELF.

ke xe

Het leven is als een frikandel, je moet het zelf speciaal maken.

c Waarom koos je voor dat levensmotto?

kij

Liefde voor de wijsheid

In

De ‘filosofie’ van Timon en Pumba is veeleer een levenshouding. In een levenshouding staat vaak een bepaald motto centraal, zoals hakuna matata. Filosofie is meer dan een levenshouding of een motto. Het woord filosofie bestaat uit twee Griekse woorden: philia en sophia. Philia betekent ‘liefde’

HOOFDSTUK 1

en sophia betekent ‘wijsheid’. Philosophia is dus liefde voor wijsheid. Een ander woord voor

8

filosofie is wijsbegeerte, een woord waarin die betekenis ook terug te vinden is. De kern van de filosofie is een verlangen naar wijsheid. De beoefenaars van de filosofie noemt men filosofen.

1.1


2 Filosoof of niet?

VA N

IN

a Bekijk de afbeeldingen. Wie zijn de filosofen? Zoek de namen op en kruis aan.

Martha Nussbaum

Thomas Nagel

Tinneke Beeckman

Jean-Paul van Bendegem

Friedrich Nietzsche

Ignaas Devisch

In

kij

ke xe

Simone De Beauvoir

Ludwig Wittgenstein

Alain de Botton

Nikola Tesla

Hannah Arendt

Michael Fassbender

Albert Camus

koningin Mathilde

HOOFDSTUK 1

m

pl

aa

Charles Darwin

Tom Waes

9


b Kies één filosoof uit. Zoek online informatie op en vervolledig de fiche.

Naam

Geboortedatum

IN

Twee boeken

VA N

Interessant weetje

Good to know Bullsh!t

aa

Filosofische boeken hebben de meest uiteenlopende titels. Vaak zijn dat titels die prikkelen, waardoor je het boek wilt lezen. Zo schreef de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt het boek Bullshit, volledig gewijd aan het filosoferen over het woord bullshit. De ondertitel in het Nederlands is Waarom er zoveel wordt geluld.

HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

over na.

pl

Het boek gaat over het onderscheid tussen waarheid, leugen en bullshit. Frankfurt denkt er 72 pagina’s lang

10


c Is er een boek uit je fiche dat je op basis van de titel wilt lezen? d Bekijk het fragment Doordenkers uit Iedereen Beroemd.

1→ Welke twee filosofen herken je?

2→ Op welke manier zoeken ze naar een antwoord op de vraag? Wat valt je op?

VA N

1 Filosofie en exacte wetenschap

1.2

De methode van de filosofie

IN

De methode van de filosofie is anders dan die van de exacte wetenschappen. Filosofie gaat namelijk uitsluitend uit van het denken, terwijl de exacte wetenschappen uitgaan van experimenten en waarnemingen. Terwijl de natuurkundige onderzoekt waaruit

aa

atomen bestaan, houdt de filosoof zich bezig met de vraag wat het betekent om te bestaan. Berekenbare bewijsmethoden zoals in de wiskunde vind je niet terug in filosofie. De wiskundige zoekt bijvoorbeeld naar de relaties tussen getallen, terwijl de filosoof zal vragen:

pl

‘Wat is een getal?’ En terwijl de psycholoog onderzoekt hoe kinderen taal leren, zal de filosoof vragen: ‘Hoe komt het dat een woord iets betekent?’

m

2 Rationeel kritisch denken

Filosofie bestaat uit vragen stellen, redeneren, ideeën testen, argumenten bouwen en begrippen verduidelijken. Als dat alles je nog onbekend lijkt, geen nood. In dit hoofdstuk

ke xe

leer je de vaardigheden ontwikkelen die essentieel zijn in filosofie. Al die vaardigheden zijn verbonden met de kern van filosofie: rationeel kritisch denken. —

Filosofie is enerzijds rationeel denken, een verstandelijke manier van denken. Je denkt

rationeel door eerst de vele gedachten in je hoofd te ordenen om dan op een logische manier over iets na te denken, te redeneren. Het menselijk denkvermogen noemt men binnen de filosofie de rede. Maar filosofie is ook kritisch denken. Als je kritisch denkt, ga je na of iets waar of fout

is. Dat doe je door de juiste vragen te stellen, voorbeelden te geven en te argumenteren. Op die manier ga je op een filosofische manier om met kennis. Daarbij moet je steeds je eigen veronderstellingen in vraag stellen.

HOOFDSTUK 1

In

kij

11


3 Waarover gaat filosofie? Doorstreep de woorden als je denkt dat de filosofie dit thema niet behandelt.

dieren

sport

eten games

geluk

geld

kunst de wereld

seks

het denken geloof

kennis

VA N

verdriet

IN

mensen

scheldwoorden

4 Is filosofie nog relevant vandaag?

a Maak kennis met Michel de Montaigne in het VIP-kader.

VIP

Michel de Montaigne (1533-1592) is een Frans filosoof uit de 16e eeuw. Hij nam zichzelf vaak als onderwerp van de filosofie. Zo brak hij met de aloude

aa

opvatting dat filosofie vooral gaat over grote vragen, zoals een eeuwige waarheid. Filosoferen over je eigen aard en het alledaagse vond Montaigne veel belangrijker. Hij stelde daarbij steeds kritisch de gangbare opvattingen

pl

van zijn tijd in vraag.

Montaigne maakte een onderscheid tussen het publieke leven en het

m

privéleven. In boeken stond enkel het publieke leven van de helden uit de geschiedenis. Maar het publieke leven is kunstmatig volgens Montaigne. Het zegt niets over hoe de persoon echt is in het privéleven. In boeken staat

HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

immers enkel wat men wil tonen.

12


b Probeer eens om Montaignes filosofie uit de 16e eeuw toe te passen op sociale media, en je zult zien

dat zijn ideeën nog altijd interessant zijn. Lees het onderstaande artikel. Beantwoord vervolgens de vragen onder de tekst.

ZO FAKEN MENSEN OP INSTAGRAM VOOR EEN PAAR HONDERD EURO DAT ZE MILJONAIR ZIJN ‘Fake it ‘til you make it’ is een gezegde dat op sociale

VA N

media zonder enige schroom wordt toegepast. Een firma

IN

in Moskou helpt mensen zelfs een handje om zich voor te doen als een ‘Rich Kid of Instagram’. Voor een paar

honderd euro kun je je even rijk wanen en jouw volgers om de tuin leiden.

De beruchte ‘Rich Kids of Instagram’ baden in champagne

en vliegen met hun privéjet van de ene wondermooie locatie naar de andere. Vele mensen dromen ervan, maar weinigen kunnen het zich veroorloven.

Een Russisch bedrijf reikt dé oplossing aan om rijkdom te faken. Private Jet Studio stelt in Moskou een privéjet ter beschikking waarin professionele foto’s gemaakt kunnen worden. Dat het vliegtuig helemaal niet opstijgt, is uiteraard bijzaak zolang de beelden maar echt lijken en de volgers op Instagram op het verkeerde been gezet zijn.

Voor een kleine 200 euro kun je het toestel twee uur lang gebruiken voor een fotoshoot.

aa

Wil je er ook nog een professionele fotograaf bij of een stylist en make-upteam, dan betaal je extra. Een videosessie kost 300 euro. De mogelijkheden zijn legio.

pl

Bron: Het Laatste Nieuws

ke xe

m

1→ Wat proberen bepaalde Instagrammers te doen volgens dit nieuwsartikel?

2→ Denk aan je profielen op sociale media en bekijk de foto van de appel. Geven die sociale media

3→ De bekendheden in de boeken van Montaigne zijn voornamelijk historische figuren. In zijn tijd bestonden sociale media nog niet. Hoe kun je dit artikel over Instagram toch koppelen aan de filosofie van Montaigne over het openbare leven en het privéleven?

HOOFDSTUK 1

In

kij

echt weer hoe jij bent?

13


Oude gedachten in een nieuwe wereld

1.3

Door de eeuwen heen is er over erg veel gefilosofeerd. De geschiedenis heeft heel wat bekende filosofen voortgebracht. Hun boeken worden nog altijd gelezen. Dagelijks verdiepen mensen zich in hun filosofie. Maar hebben we nog iets aan die eeuwenoude ideeën in ons hedendaagse leven?

vaak nog herkenbaar in onze hedendaagse tijd, al kun je natuurlijk ook geconfronteerd worden met opvattingen die net sterk verschillen van de jouwe. Maar ook dat is best

Good to know Sociale media en vriendschap Filosoferen is niet enkel iets van het verleden. Ook vandaag

VA N

interessant.

IN

De wereld is inderdaad sterk veranderd door de eeuwen heen. En toch is filosofie van vroeger

wordt er nog volop gefilosofeerd. Zo filosofeerde Diane Jeske over sociale media en vriendschap. Kan het zijn dat sociale media het net moeilijker maken om echte vriendschappen te smeden? Het

kunstmatige personage dat mensen creëren op sociale media toont immers niet hoe je echt bent. Welke invloed heeft dat dan op de

aa

vrienden die je via deze weg maakt? Is er door sociale media een

m

Hoe kan een vraag je brein prikkelen?

ke xe

DENKSTAP 2

pl

nieuwe vorm van vriendschap gecreëerd?

Hoe start je met filosoferen? Filosofie vertrekt van verwondering. Je kunt je verwonderen over de wereld, of over iets wat je meemaakt. Vaak gaat die verwondering gepaard met vragen die bij je opkomen. Een goede filosofische vraag is het startpunt om te filosoferen. Maar hoe weet je of een vraag filosofisch is? 1 Bekijk het filmpje over de grootte van hemellichamen.

kij

a Noteer een vraag waarop het antwoord te vinden is in het filmpje.

HOOFDSTUK 1

In

14

b Je vraag bij oefening a gaat over een weetje. Kwamen er terwijl je het filmpje bekeek ook andere

vragen bij je op, vragen die geen weetjesvragen zijn? Noteer er twee. c Waarom zijn de vragen bij oefening b volgens jou geen weetjesvragen?


Onfeitelijke vragen

1.4

Een goede filosofische vraag laat je over iets fundamenteels en diepers nadenken, iets waarbij je misschien nog nooit eerder stilstond. Ze kan iets losmaken in je gedachten waarvan je niet eens wist dat het er was. Daarom is een goede filosofische vraag zo belangrijk. Een eerste kenmerk van een filosofische vraag is dat ze niet peilt naar feitelijke kennis of

IN

weetjes. Het antwoord op de vraag ‘Hoeveel leerlingen zitten er in je klas?’ vind je door de leerlingen te tellen. Het gaat hier om een feitelijke vraag waarop je het feitelijke antwoord

kunt opzoeken. Een vraag kan ook feitelijk zijn zonder dat er meteen een antwoord te vinden is, zoals: ‘Hoeveel zandkorrels zijn er op aarde?’ Dat is een voorbeeld van een feitelijke vraag vragen gaan dus altijd over gegevens.

2 Zijn deze vragen feitelijke of filosofische vragen?

Kruis aan.

VA N

waarop je geen accuraat antwoord kunt geven, enkel een berekende schatting. Feitelijke

1

Regent het hier buiten?

2

Als je je sok binnenstebuiten aantrekt, heeft dan heel het universum

Filosofisch

aa

behalve je voet een sok aan?

Feitelijk

Hoeveel is 2 x 2?

4

Wie is de huidige koning van België?

5

Is het goed om populair te zijn?

6

Is je huiswerk vergeten slecht?

7

Wat is de snelheid van het licht?

8

Zijn de meningen van alle leerlingen gelijkwaardig?

ke xe

m

pl

3

9

Waarom is de lucht blauw?

10 Waarom is water nat?

1.5

Een tweede kenmerk is dat een filosofische vraag niet naar je persoonlijke smaak peilt. Neem nu de vraag ‘Wat is je lievelingsfilm van dit jaar?’ Het antwoord daarop hangt volledig van je eigen smaak af. Let op, een vraag als ‘Wat maakt een film goed?’ staat niet ver af van een filosofische vraag. Om daarop een antwoord te formuleren, moet je al meer nadenken. Het is een algemene vraag, in tegenstelling tot de persoonlijke vraag naar je lievelingsfilm. Dat een filosofische vraag niet naar persoonlijke smaak peilt, betekent niet dat er op zo’n vraag maar één antwoord mogelijk is. Het is net kenmerkend dat vele filosofen verschillende antwoorden geven op dezelfde vragen. Alleen hangt het antwoord niet van persoonlijke smaak af.

HOOFDSTUK 1

In

kij

Je smaak doet er niet toe

15


3 Zijn deze vragen algemene, filosofische vragen of zijn het persoonlijke vragen die peilen naar je smaak?

Kruis aan.

Vind je dat een mooie jas?

2

Wat maakt iets mooi?

3

Luister jij graag naar popmuziek?

4

Is het rechtvaardig om een pestkop te pesten?

5

Wat is je lievelingsapp?

6

Waarom zijn mensen jaloers?

7

Bestaat het lot?

8

Vind jij die persoon aantrekkelijk?

VA N

1

Algemeen

IN

Persoonlijk

Doordrammende vragen

Een derde kenmerk van de filosofische vraag is dat ze leidt naar verdere, bijkomende vragen. Om een antwoord te geven is het belangrijk dat alle begrippen in de vraag duidelijk zijn. Voor je een antwoord kunt geven op de hoofdvraag moet je vaak bijkomende vragen

aa

stellen. Hoofdvraag:

Bijvragen:

pl

Is de mens een goed of een slecht wezen?

Wat is goed?

Wat is slecht?

Wat maakt een wezen goed of slecht?

Is er zoiets als ‘de mens’?

Is het mogelijk om zowel goed als slecht te zijn?

ke xe

m

kij

Door een antwoord te vinden op de bijvragen, werk je naar een antwoord op de hoofdvraag toe.

4 Welke bijvragen kun je stellen bij de volgende filosofische vragen?

HOOFDSTUK 1

In

a Is het goed om dieren te doden om aan voedsel te geraken?

16

b Is het belangrijk om mooi te zijn? c Is technologische vooruitgang goed of slecht?

1.6


Meester vragensteller

1.7

Onder filosofen is men het ook niet altijd eens over de kwestie of een bepaalde vraag filosofisch is of niet. Maar met de hulp van de voorgaande oefeningen en de checklist hieronder heb je toch al een goed idee. In de checklist staat alles wat je tot nu toe geleerd hebt

Checklist voor een goede filosofische vraag: De vraag prikkelt je brein. Het is geen feitelijke vraag. Er is niet één juist antwoord. De vraag leidt naar verdere bijkomende vragen.

VA N

De vraag peilt niet naar je smaak, het is een algemene, universele vraag.

IN

over filosofische vragen.

5 Je weet nu wat een filosofische vraag is en aan welke criteria ze moet voldoen.

a Herinner je je het fragment van Doordenkers over wildplassen? Bespreek of de vraag ‘Is wildplassen

oké?’ een goede filosofische vraag is aan de hand van de checklist.

b Zoek op YouTube of TikTok enkele filmpjes over Bunny, de pratende hond. Beantwoord vervolgens de

aa

vragen onder de tekst. Markeer in de tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

MAAK KENNIS MET BUNNY, DE ‘PRATENDE’ HOND

pl

Zoals heel wat toegewijde hondenbaasjes praat de Amerikaanse Alexis Devine elke dag urenlang met haar hond. Het grote verschil met andere honden is dat Bunny ‘antwoordt’. De filmpjes van de pratende hond worden op het videokanaal TikTok

m

massaal bekeken en Bunny is intussen wereldberoemd. Bunny en Alexis nemen deel aan een wetenschappelijke studie die nagaat in welke mate dieren taal begrijpen en of

ke xe

ze taal ook zelf kunnen gebruiken om te communiceren. Bunny is een sheepadoodle van vijftien maanden. Een sheepadoodle is een kruising

tussen een Duitse herder en een poedel. Bunny woont met haar baasje Alexis Devine in Tacoma, in de Amerikaanse staat Washington, in het noordwesten van de Verenigde Staten. In veel opzichten is ze net als andere honden. Ze houdt van rennen op het strand, kunstjes doen in ruil voor snoepjes en trekspelletjes met haar baasje. Maar er is één ding wat Bunny eruit Op de vloer van het huis waar Alexis en Bunny wonen, ligt een bord met een zeventigtal

knoppen. Die staan elk voor een woord of uitdrukking. Bunny kan die knoppen gebruiken om met haar baasje te communiceren over wensen, gevoelens en plaatsen. ‘Haar favoriete woorden zijn strand en park’, zegt Alexis aan The News Tribune. ‘Ze kan zeggen “Bunny wil naar park” of “park nu”. Ik kan haar ook vragen wanneer ze naar het park geweest is, en dan kan ze “vanmorgen” aanduiden.’ Bron: www.vrt.be

HOOFDSTUK 1

In

kij

doet springen: ze kan ‘praten’.

17


1→ Bunny is een echte hond. Hoe kan die hond dan praten? 2→ Is dit een feitelijke of filosofische vraag?

IN

3→ Bedenk een filosofische vraag die je kunt stellen in verband met Bunny. Pas de checklist toe op je vraag.

VA N

4→ Welke bijkomende vragen kun je stellen bij je filosofische vraag?

c Werk in groepjes van vier. Bedenk vragen die je kunt stellen over de onderstaande thema’s.

1→ Gebruik bij elk thema de checklist om na te gaan of het een goede filosofische vraag is. 2→ Noteer je meest interessante filosofische vraag bij elk thema.

aa

3→ Bespreek daarna klassikaal de vragen.

m

Liefde:

pl

School:

Vriendschap:

ke xe

Populariteit:

Sociale media:

HOOFDSTUK 1

In

kij

18

Leeftijd:

Levensbeschouwing:


d Kies uit oefening c één van de vragen van een andere groep. Stel drie bijkomende vragen bij de

gekozen filosofische vraag. Filosofische vraag:

IN

Bijkomende vragen:

VA N

e Wat zou jij antwoorden op de gekozen vraag?

DENKSTAP 3

Is je eerste antwoord je beste antwoord?

aa

Als je een filosofische vraag stelt, kunnen er meteen antwoorden in je opkomen. De kunst van de filosofie is om kritisch om te gaan met die eerste gedachten. Je eerste antwoord is vaak niet het beste antwoord in filosofie. Maar hoe kom je tot goede antwoorden?

pl

1 Een antwoord op een vraag kun je weergeven in een stelling. Zo voeg je het antwoord en de vraag samen

m

tot een standpunt. Met een stelling moet je steeds kritisch omgaan. a Werk in duo’s. Maak van de vraag en het antwoord in kolom A een stelling zoals in de voorbeelden

ke xe

1 en 2.

A

B

1→

Vraag: Wat maakt iets grappig? Antwoord: Dat je ermee moet lachen. Stelling: ‘Iets is grappig als je ermee moet

- Kan iets grappig zijn zonder dat je moet lachen? - Kun je met iets lachen dat niet grappig is?

2→

Vraag: Wanneer is iemand rijk? Antwoord: Als iemand veel geld heeft. Stelling: ‘Dat iemand rijk is, weet je doordat die persoon veel geld heeft.’

- Kan iemand veel geld hebben, maar toch niet rijk zijn? - Kan iemand rijk zijn, maar toch geen geld hebben?

HOOFDSTUK 1

In

kij

lachen.’

19


A

B

3→

Stelling:

4→ Vraag: Wat maakt iemand tot een vriend?

Antwoord: Dat die persoon je altijd helpt.

Stelling:

5→

Vraag: Hoe spendeer je goed je vrije tijd?

VA N

Antwoord: Als iemand goede punten haalt.

IN

Vraag: Wanneer is iemand slim?

Antwoord: Door veel plezier te maken.

Stelling:

aa

b Met een stelling moet je kritisch omgaan. Bekijk in kolom B de voorbeelden 1 en 2. Bedenk twee

m

pl

vragen in kolom B die de stellingen die je noteerde bij 3-5 in twijfel trekken.

VIP

ke xe

Socrates (470 v.C. - 399 v.C.), een beroemde Griekse filosoof en leermeester van Plato, leefde in de vijfde eeuw voor Christus. Hij staat vooral bekend om zijn bijzondere manier van dialogen voeren, waarbij hij met behulp van vragen en voorbeelden zijn gesprekspartner laat nadenken over wat hij of zij denkt te weten. Het orakel van Delphi verklaarde zelfs dat Socrates de wijste man was. Daarop antwoordde Socrates dat hij maar één ding weet ... en dat is dat hij

In

kij

niets weet. Zijn filosofie bracht hem zelfs in grote problemen. Op een gegeven moment werd hij voor de keuze gesteld: stoppen met filosoferen of geëxecuteerd worden. Socrates koos ervoor om te drinken van

HOOFDSTUK 1

de gifbeker en gaf zo zijn leven

20

letterlijk voor de filosofie.


Kritisch denken

1.8

Socrates trok de kennis van anderen in twijfel met zijn kritische gesprekskunst. Neem bijvoorbeeld de stelling: ‘Het is goed om moedig te zijn.’ Socrates zou eerst vragen of het mogelijk is om moedig te zijn zonder dat het goed is. Misschien zorgt de moed van een soldaat ervoor dat hij heel zijn groep de dood in jaagt? Telkens wanneer iemand tot een stelling kwam, deed Socrates een beroep op het kritisch denken om vragen te stellen en voorbeelden

IN

te geven die de kennis van anderen filosofisch onderzoeken. Met behulp van die vragen zette hij anderen aan om na te denken over hun antwoorden. Je kunt hem op dat vlak vergelijken

met een vroedvrouw die meehelpt tijdens de bevalling. Maar in plaats van een kind brengt hij

VA N

kennis mee ter wereld.

c Maak gebruik van voorbeelden om een stelling kritisch in vraag te stellen.

Werk in duo’s. Eén leerling vervolledigt de onderstaande stellingen. De andere leerling bedenkt een voorbeeld waarmee de stelling in vraag wordt gesteld.

Stelling: Vriendschap is ... regelmatig met elkaar omgaan.

Tegenvoorbeeld: Stel dat een vriend voor een jaar op reis gaat en je ziet of hoort hem weinig. Zijn jullie dan geen vrienden meer? 1

2

ZIJN betekent ...

pl

is ...

4

MOEDIG

aa

Vriendschap

Verdrietig zijn betekent ...

5

VRIENDEN

ZOUDEN NOOIT ...

ke xe

m

Een spel is ...

3

2 Een antwoord vinden op een filosofische vraag is het einddoel, maar de weg naar het antwoord is het

belangrijkst. De reden achter je antwoord, het ‘waarom’, maakt een antwoord sterk of zwak. a Kies één van deze uitspraken:

Valsspelen mag.

Valsspelen mag niet.

1→ Noteer een reden waarom je het eens bent met de gekozen uitspraak. Bespreek klassikaal waarom je voor die uitspraak koos. 2→ Stel jezelf nog eens de volgende vraag bij je eerste argument: maar waarom? Geef een bijkomend argument.

HOOFDSTUK 1

In

kij

21


3→ Welke kritische vraag kun je stellen bij je laatste argument (2)? 4→ Welk voorbeeld kun je bedenken dat het tegendeel aantoont van je laatste argument (2)?

IN

VA N

5→ Maak gebruik van de vraag en het voorbeeld om je laatste argument (2) sterker te maken.

Waarom je zegt wat je zegt

Iedereen kan anders antwoorden op bepaalde vragen. Dat geldt ook voor filosofische vragen. Het is de reden achter je antwoord die echt belangrijk is. Een reden voor je antwoord is een argument. Om een filosofisch sterk antwoord of sterke stelling te geven, moet je stevige

aa

argumenten hebben waarop je antwoord gebaseerd is.

Een slecht antwoord is bijvoorbeeld: "Daarom!" Achter dat antwoord schuilt geen reden of argumentatie. Een stelling zonder argumentatie heeft geen enkele ondersteuning. Vergelijk een stelling met het dak

stelling

pl

van een huis. Het dak moet op iets steunen of het stort in. Een stevige

ke xe

m

argumentatie zorgt voor een stevig huis waar het dak op kan rusten. argumentatie

b Is competitief gamen een sport? Ga op zoek naar argumenten.

1→ Bekijk het filmpje over e-sports van Sporza. Welke argumenten worden er gegeven in het filmpje?

kij

HOOFDSTUK 1

In

22

2→ Vind jij dat competitief gamen een sport is? Waarom wel/niet?

1.9


c Ben je medeverantwoordelijk voor iets waarvan je op de hoogte bent? Vergelijk de argumenten.

1→ Bekijk het filmpje van Rachida Lamrabet. Welk argument geeft zij?

2→ Bekijk het filmpje van Kamagurka. Welk argument geeft hij?

VA N

IN

3→ Bekijk het filmpje van Laura van Dolron. Welk argument geeft zij?

4→ Stel dat je ziet hoe een medeleerling gepest wordt op de speelplaats. Is het dan je plicht om te

helpen? Waarom wel/niet?

d Bekijk een tweede fragment van Doordenkers uit Iedereen Beroemd.

1→ Welke argumenten geven de filosofen voor de vraag: Mag je geheimen hebben voor je partner?

aa

pl

HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

2→ Wat denk jij? Mag je geheimen hebben voor je partner? Waarom wel/niet?

23


DENKSTAP 4

Hoe maak je een filosofische ruzie constructief?

IN

Je leerde dat vragen stellen een goed startpunt is om te filosoferen, maar je hebt vast al gemerkt dat er in filosofie heel uiteenlopende antwoorden mogelijk zijn. Ook een meningsverschil is een goed startpunt voor filosofie. Al wat je nodig hebt om een filosofisch gesprek te starten is een vraag of een meningsverschil. Daar is zeker geen tekort aan. Een filosofisch

1 Filosoferen over opruimen? Dat kan! Speel het volgende

rollenspel. Eén leerling speelt de rol van Josefien (J), de andere speelt de vader (Pa). Beantwoord vervolgens

FILOSOFEREN IS ALS OPRUIMEN

de vragen onder de tekst.

VA N

gesprek zorgt ervoor dat je elkaar leert begrijpen. Het kan werkelijk over alles gaan.

Pa: ‘Josefien, je moet je kamer opruimen, want morgen komt de poetsvrouw!’

2

(Papa hoort Josefien in haar kamer boven zuchten en ‘jajaaa’ roepen.)

3

Na een halfuur gaat papa kijken en treft haar gamend op bed aan.

4

Pa: ‘Ik had toch gezegd dat je je kamer moest opruimen!’

5

J:

6

Pa: ‘Helemaal niet! Morgen komt de poetsvrouw en het is al laat, ruim vlug op.’ J:

pl

‘Maar ik heb al opgeruimd!’

Pa: ‘Hoezo dan?’

ke xe

8

‘Die is toch opgeruimd?’

m

7

aa

1

9

J:

‘Kijk, alles lag door elkaar en nu heb ik alles mooi op stapeltjes gelegd: mijn kleren, mijn boeken, mijn brieven! Ik heb dat nu al klaargelegd. De poetsvrouw moet dat dan gewoon maar in de kasten leggen.’

Pa: ‘Maar ze liggen op de grond, ze moeten in de kast!’

11

J: ‘Waarom?’

12

Pa: ‘Anders kan de poetsvrouw niet poeoeoeoetssen!!’

13

J:

HOOFDSTUK 1

In

kij

10

24

‘Oké, maar is mijn kamer dan meer opgeruimd als alles in de kasten ligt? Ik heb trouwens geen kast voor mijn brieven en mijn kaartjes!’

14

Pa: ‘Ja natuurlijk. Het moet in kasten.’

15

J (blijft rustig): ‘Waarom? Waarom is in de kast meer opgeruimd dan op stapeltjes?’

16

Pa: ‘Doe nu niet moeilijk!’

17

J:

‘Maar het is elke week hetzelfde probleem, papa. Jij ziet dat anders dan ik. Ga toch even zitten, dan lossen we dat op.’


18

Pa gaat naast haar op bed zitten.

19

J:

20

Pa: ‘Dat is toch wat we onder ‘opgeruimd’ verstaan: alles mooi in de kasten, geen

‘Dus waarom moet alles in de kast om opgeruimd te zijn?’ rommel meer op de vloer.’

J:

‘Wie is ‘we’ dan?’

22

Pa: ‘Wel, hier in onze cultuur, hier in België.’

23

J:

IN

21

‘Maar onze poetsvrouw komt uit Polen, is dat daar dan ook zo? Wat verstaat een Pool dan onder ‘opgeruimd’?’

Pa: ‘Dat weet ik niet, dat moet je haar morgen maar eens vragen.’

25

J:

26

Pa: ‘Ik denk dat ze ook zegt dat alles in kasten moet. Ze hebben daar ook kasten

VA N

24

‘Maar wat denk je? Wat is het waarschijnlijkst?’ (lacht)!’

27

J:

‘Oké, maar als ik nu alles in kasten steek en ze gewoon dichtdoe, is mijn kamer dan opgeruimd?’

Pa: ‘Nee, je moet het eerst op stapeltjes leggen en dan mooi in de kast. Niet zomaar

28

in de kast steken, dat is niet opruimen.’ 29

J:

‘Maar de vloer is dan toch schoon en niemand ziet het!’

30

Pa: ‘Ja, maar er is nog steeds rommel in de kamer en zodra je de kasten opendoet,

31

J:

aa

zie je dat.’

‘Oké, dus het is niet alleen dat er geen rommel mag liggen op de vloer zoals je eerder zei. Er mag helemaal geen rommel meer zijn in een opgeruimde kamer,

pl

ook niet in de kasten?’ 32

Pa: ‘Ja, inderdaad.’

33

J:

‘Oké, maar wat is rommel dan? Is het voldoende dat iets op stapeltjes ligt om

m

geen rommel meer te zijn?’ Josefien haalt een stapeltje boeken en strooit ze in het rond. ‘Is dit nu rommel?’

Pa: ‘Nee, rommel, dat zijn dingen die niet direct nuttig zijn en die rondslingeren.’

ke xe

34 35

J:

‘Wat bedoel je met ‘niet direct nuttig’?’

36

Pa: ‘Gewoon spullen die er liggen, maar die je toch niet gebruikt!’

37

J:

‘Zoals die oude hoed daar in de hoek ligt: ik gebruik die niet, die heb ik gekregen, is dat dan rommel?’

39

40

Pa: ‘Nee, je hebt die van opa gekregen, dat heeft waarde. Rommel heeft geen waarde.’

J:

‘Zijn het nu spullen die niet direct nuttig zijn of die geen waarde hebben? Of allebei? Of zijn het spullen die gewoon rondslingeren, wat ze ook zijn?’

Pa denkt na. ‘Nee, ik denk dat het inderdaad gewoon rondslingeren is. Kleren noem ik ook ‘rommel’ als ze op de grond liggen.’

41

J:

‘Maar die paperclips op mijn bureau die daar liggen, slingeren die ook rond?’

42

Pa: ‘Nee, die liggen daar gewoon.’ HOOFDSTUK 1

In

kij

38

25


43

J:

‘Wat is dan het verschil tussen er gewoon liggen en rondslingeren? Slingeren mijn kleren nu rond of liggen ze gewoon?’ Josefien wijst naar haar stapeltje kleren.

44

Pa: ’Nee, dat is geen rommel, het slingert niet rond, het ligt op stapeltjes.’

45

J:

jou, toch?’ 46

Pa: ‘Ja, inderdaad!!’ Papa staat op en stopt de stapels zelf in de kast.

47

Pa: ‘Héhé. Zo moeilijk is dat, zie!’

48

J:

IN

‘Maar het is pas als de stapeltjes in de kast liggen dat het opgeruimd is volgens

VA N

‘Ja, maar de onenigheid is nog niet opgelost, hoor! Ik vind opgeruimd ook

gewoon als het op stapeltjes ligt, ik ben het eens dat er geen rommel meer mag zijn als je het opgeruimd wilt. Maar het is kennelijk moeilijk om het verschil uit te leggen tussen ‘rondslingeren’ en ‘er zomaar liggen’.’ 49

Pa: ‘Ja,dat klopt, het is moeilijker dan ik dacht. Nu moet ik wel verder naar mijn soep gaan kijken.’ J:

‘Haak je nu af? Ben je nu meer op je soep geconcentreerd?’

51

Pa: ‘Ja, anders kookt die over. En het is vissoep.’

50

Bron: Kristof Van Rossem, Het filosofisch gesprek: de basis, Lannoo Campus, 2020

aa

a Start dit gesprek vanuit een vraag of een meningsverschil?

Welke zijn dat?

pl

b In het gesprek wordt er nagedacht over vijf begrippen die verduidelijking nodig hebben.

m

1→ Wat is              ? 2→ Wat is              ?

ke xe

3→ Wie is              ? 4→ Wat is              ?

5→ Wat is              ?

c Omcirkel de nummers van het gesprek waarin Josefien een

filosofische vraag stelt.

kij

d Markeer de nummers van het gesprek waarin Josefien

HOOFDSTUK 1

In

gebruikmaakt van een voorbeeld.

26

e Wat merk je op aan dit gesprek?


Van ruzie naar samenwerking

1.10

In een filosofisch gesprek zijn er geen winnaars en verliezers. Het doel van het gesprek is om op een rustige manier het meningsverschil uit te klaren of een antwoord te zoeken op een vraag. Zo wordt het gesprek een samenwerking om duidelijkheid te scheppen in plaats van een ruzie.

IN

Je moet altijd bereid zijn zelf overtuigd te worden, want je gelijk halen is niet van belang. Je verdedigt geen opvatting in een filosofisch gesprek, je onderzoekt iets filosofisch door kritisch te denken.

VA N

Het gebruik van concrete voorbeelden om duidelijkheid te scheppen is ook een kenmerk van een filosofisch gesprek. Op die manier verbind je het gesprek met het concrete. Zo verlies je ook niet de focus op waar het allemaal over gaat.

2 Kunnen dieren dansen?

a Zoek op YouTube naar ‘Griffi The Dancing Cockatoo’ en bekijk een of meerdere filmpjes.

1→ Danst Griffi in de filmpjes? Bespreek in duo’s wat ‘dansen’ betekent. Probeer samen tot een beschrijving te komen.

aa

m

pl

2→ Danst Griffi volgens jullie beschrijving? Waarom wel/niet?

b Bekijk het filmpje over soldaten die marcheren op muziek. Dansen de soldaten? Bespreek in duo wat

ke xe

het verschil is tussen marcheren en dansen.

c Zouden dove personen ook kunnen dansen? Bespreek in duo waarom wel/niet.

d Welke vragen of voorbeelden kunnen jullie nog bedenken om na te gaan of jullie beschrijving van

dansen altijd juist is?

e Bespreek klassikaal wat dansen is. Gebruik voorbeelden en vragen om na te gaan of de beschrijving

van dansen juist is. Wees kritisch. Beantwoord daarna de vraag: kunnen dieren dansen?

HOOFDSTUK 1

In

kij

27


3 Voer in duo’s een filosofisch gesprek over de vragen hieronder. Probeer daarin te zoeken naar een

antwoord waarover jullie het allebei eens zijn. Wees altijd kritisch, stel goede bijvragen en geef voorbeelden. Zorg voor een rustige sfeer.

Wat is een ‘spel’?

3

Wat is ‘leven’?

4

5

Wat is ‘liefde’?

Wat is ‘verliezen’?

IN

2

VA N

1

Stel zelf een vraag. Wat is ... ?

4 Onenigheid binnen de filosofie is een gegeven. Op elke filosofische vraag worden er verschillende en vaak

tegenstrijdige antwoorden gegeven. Dat zorgt ervoor dat er regelmatig filosofische discussies gehouden worden. Maar hoe voer je een filosofische discussie? a Bekijk een fragment uit het debat tussen

Trump en Biden. Wat loopt daar niet goed?

aa

ke xe

m

pl

b Bedenk klassikaal enkele regels die kunnen helpen om een goede filosofische discussie te voeren.

De filosofische discussie

kij

Over filosofische stellingen en argumentatie kan gediscussieerd worden. Het is belangrijk bij een discussie dat er orde heerst en dat er respect is naar elkaar toe. Het allerbelangrijkste

HOOFDSTUK 1

In

is om goed te luisteren. Een veel voorkomende fout is dat sommige mensen meteen in

28

discussie gaan, zonder goed te begrijpen wat hun gesprekspartner bedoelt. Daarom is het beter om geregeld te parafraseren. Dat betekent in je eigen woorden herhalen wat de ander zei. Zo kun je nagaan of je elkaar goed begrijpt. Door dat niet te doen ontstaat het gevaar dat je naast elkaar gaat praten. Elke stelling en elk argument komen in een discussie voort uit een persoon. Het is belangrijk om daarbij te onthouden dat het niet de persoon zelf is die ter discussie staat. In filosofische discussies gaat het altijd om wat er gezegd wordt. Val dus nooit de persoon aan die een stelling of een argument geeft, hoe gek zijn uitspraken op het eerste gezicht ook lijken.

1.11


Checklist voor een goede filosofische discussie: Wees altijd respectvol. Onderbreek je gesprekspartner(s) niet. Maak altijd gebruik van argumenten. Rol niet met je ogen. Praat niet naast elkaar, maar reageer op wat de anderen zeggen. Begrijp en herhaal wat er gezegd wordt.

VA N

Maak bezwaar tegen een stelling, niet tegen een persoon.

IN

Lach anderen niet uit.

c Vergelijk de checklist met de regels die jullie klassikaal gemaakt hebben. Komen ze goed overeen?

5 Tijd voor een groepsdiscussie. Werk in groepjes van vier.

a Organiseer een stemming. Over welke van de onderstaande vragen willen jullie een discussie voeren?

Moet je om het klimaat geven?

Hoeveel geld is genoeg?

4

VAN WIE IS DE WERELD?

m

pl

3

Is winnen belangrijk?

2

aa

1

b Elk groepslid beantwoordt om de beurt de gekozen vraag met een antwoord en een argument. c Discussieer daarna met behulp van alle filosofische vaardigheden die je tot nu toe geleerd hebt. Stel

ke xe

goede bijvragen, gebruik argumenten om tot een antwoord te komen en stel kritische vragen bij het antwoord. Maak daarbij gebruik van de checklist voor een goede filosofische discussie. Jullie hoeven het niet eens te worden: het zou kunnen dat er meerdere antwoorden overblijven.

HOOFDSTUK 1

In

kij

d Bespreek klassikaal welke antwoorden gevonden zijn op de door jullie gekozen vraag.

29


Good to know Een verhitte filosofische discussie Zelfs bij de beroemdste filosofen loopt een discussie wel eens uit de hand. De Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein ging in 1964 een discussie aan met Karl Popper. Tijdens die discussie had Wittgenstein een

IN

pook voor het haardvuur vast. De discussie werd verhit en Wittgenstein zwaaide steeds wilder in het rond met de pook. Na een tijdje werd het zo erg dat Popper zich niet meer veilig voelde. Toen

VA N

Wittgenstein vroeg of Popper een voorbeeld kon geven van een morele regel in de filosofie, antwoordde Popper: ‘Bezoekers niet bedreigen met een pook!’ Daarop gooide Wittgenstein de

pook op de grond en stormde hij naar buiten.

6 De klas wordt in twee gedeeld. Vorm een binnenkring en een buitenkring.

aa

a De leerlingen in de binnenkring kiezen een van de volgende vragen om over te discussiëren: 1

2

Wat maakt iets grappig?

m

3

pl

Wat is de dood?

ke xe

Moet je om anderen geven?

4

Moet je luisteren naar de leerkracht?

b De leerlingen in de buitenkring krijgen elk een rol toegewezen.

Rol 1: Noteer de beste argumenten in de discussie. Rol 2: Noteer de slechtste argumenten in de discussie.

kij

Rol 3: Controleer de checklist voor een goede discussie en noteer overtredingen.

c Na de discussie overlopen de leerlingen in de buitenkring hun notities over de discussie.

HOOFDSTUK 1

In

d Draai de rollen om en kies een nieuwe vraag.

30


EUREKA!

“Wat is filosofie en hoe filosofeer je?”

VA N

Forum

IN

Wat denk je nu over de breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

Maak een korte presentatie (PowerPoint, poster, kennisclip, Powtoon ...) waarin je een antwoord biedt op de breinbreker van dit hoofdstuk. Houd daarbij rekening met alles wat je hebt geleerd in de verschillende denkstappen. Cliffhanger

Je hebt nu filosofisch leren nadenken en bent klaargestoomd om te reflecteren over filosofische

vragen. In het volgende hoofdstuk komen een aantal filosofische vragen aan bod, zoals: ‘Weet je wel

HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

m

pl

aa

zeker dat de andere leerlingen echte mensen zijn?’

31


SYNTHESE ↑

Filosofie

1.1

KENNISCLIP

1.2

1.3

Het woord filosofie bestaat uit twee Griekse woorden: philia en sophia. Philia betekent ‘liefde’ en sophia betekent

IN

‘wijsheid’. Philosophia is dus liefde voor wijsheid. De kern van de filosofie is een verlangen naar wijsheid. De beoefenaars van de filosofie noemt men filosofen.

De methode van de filosofie is anders dan die van de exacte wetenschappen. Filosofie gaat namelijk uitsluitend

VA N

uit van het denken, terwijl de exacte wetenschappen uitgaan van experimenten en waarnemingen. Filosofie bestaat uit vragen stellen, redeneren, ideeën testen, argumenten verzinnen en begrippen verduidelijken. De kern van filosofie is rationeel kritisch denken. Je denkt rationeel door eerst de vele gedachten in je hoofd te ordenen om dan op een logische wijze over iets na te denken. Kritisch denken doe je door na te gaan of iets waar of fout is. Door de juiste vragen te stellen, voorbeelden te geven en te argumenteren, ga je op kritisch filosofisch

onderzoek.

Rationeel kritisch denken is van alle tijden. De filosofie van vroeger is vaak nog herkenbaar in onze hedendaagse tijd, al kun je natuurlijk ook geconfronteerd worden met opvattingen die net sterk verschillen van de jouwe.

aa

Filosofische vragen

1.4

1.5

1.6

1.7

Een goede filosofische vraag laat je over iets fundamenteels en diepers nadenken, waarbij je misschien nog nooit eerder stilstond. Een filosofische vraag is een prikkelende vraag die beantwoordt aan deze kenmerken:

pl

1 Ze peilt niet naar feitelijke kennis of weetjes.

2 Ze peilt niet naar je smaak. Het gaat om een algemene, universele vraag, niet om een persoonlijke vraag. Toch

m

is er niet slechts één juist antwoord.

3 Ze leidt steeds naar verdere, bijkomende vragen. Om een antwoord te geven is het altijd belangrijk dat alle

ke xe

begrippen in de vraag duidelijk zijn.

Filosofische antwoorden

1.8

1.9

Om tot een antwoord te komen op filosofische vragen, moet je kritisch zijn en je eigen veronderstellingen in twijfel trekken. Stel kritische vragen die filosofisch onderzoeken of een antwoord juist of fout is. Het is de reden achter je antwoord die echt belangrijk is. Een reden voor je antwoord is een argument. Om

kij

een filosofisch sterk antwoord te geven, moet je stevige argumenten hebben waarop je antwoord gebaseerd is. Vergelijk een antwoord met het dak van een huis. Het dak moet op iets steunen of het stort in. Een stevige

In

argumentatie zorgt voor een stevig huis waar het dak op kan rusten.

Filosofisch samenwerken

1.10 1.11

HOOFDSTUK 1

In een filosofisch gesprek zijn er geen winnaars en verliezers. Het doel van het gesprek is om op een rustige

32

manier het meningsverschil uit te klaren of een antwoord te zoeken op een vraag. Zo wordt het gesprek een samenwerking om duidelijkheid te scheppen in plaats van een ruzie. Het gebruik van concrete voorbeelden is ook een kenmerk van een filosofisch gesprek.


Over filosofische stellingen en argumentatie kan gediscussieerd worden. Het is belangrijk bij een discussie dat er orde heerst en respect is naar elkaar toe. Het allerbelangrijkste is om goed te luisteren. Checklist voor een goede filosofische discussie: Wees altijd respectvol.

IN

Onderbreek je gesprekspartner(s) niet. Maak altijd gebruik van argumenten. Rol niet met je ogen. Praat niet naast elkaar, maar reageer op wat de anderen zeggen. Begrijp en herhaal wat er gezegd wordt. Maak bezwaar tegen een stelling, niet tegen een persoon.

Bordschema

VA N

Lach anderen niet uit.

Wat is filosofie?

Wat is een filosofische vraag?

rationeel kritisch denken

Vraagt niet naar feiten.

Is algemeen en niet persoonlijk;

aa

meerdere antwoorden zijn mogelijk. Leidt tot bijkomende vragen.

pl

m

Wat doe je met de antwoorden?

Wees kritisch en onderzoek de antwoorden filosofisch.

Gebruik stevige argumenten.

Filosofisch gesprek

= respectvolle samenwerking op basis van voorbeelden

Filosofische discussie

en argumenten

HOOFDSTUK 1

In

kij

ke xe

Hoe werk je filosofisch samen?

33


NOTITIES

IN

VA N

aa

ke xe

m

pl

kij

In


VA N

IN

2

HOOFDSTUK

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

pl

aa

DE LEERLING NAAST JE IS EEN ROBOT

35


HOOFDSTUK 2

D

E LEERLING NAAST JE IS EEN ROBOT

IN

WAAROVER GAAT DIT HOOFDSTUK?

In dit hoofdstuk ga je concreet aan de slag met de filosofische vaardigheden die je in hoofdstuk 1 hebt verworven. Je past je kritische houding toe op nieuwe kennis. Samen met de filosoof René Descartes

VA N

ga je op onderzoek. Door gebruik te maken van de methodische twijfel ga je op zoek naar zekerheid. Vanuit de gevonden zekerheid reflecteer je daarna over je eigen bestaan en dat van anderen.

WAT LEER IK IN DIT HOOFDSTUK?

Vink aan wat je in de loop van dit hoofdstuk hebt geleerd.

Ik beschrijf de volgende begrippen in mijn eigen woorden: kennisleer, methodische twijfel, cogito ergo sum, denkend ding, rationalisme, empirisme, antropologische filosofie. Ik gebruik de methodische twijfel van Descartes om alles in vraag te stellen.

aa

Ik reflecteer over de vraag naar waarheid en kennis vanuit de rationalistische benadering. Ik licht de filosofie van Descartes toe.

Ik voer een gedachte-experiment uit.

pl

Ik reflecteer over de vraag naar het verschil tussen mens, dier en machine. Ik neem actief deel aan een filosofisch gesprek over een aangebracht thema door mijn eigen visie in vraag te stellen en door met een open houding te luisteren naar de argumentatie van

m

een medeleerling.

ke xe

Ik schrijf een filosofische tekst waarin ik reflecteer over de breinbreker.

BEGRIPPEN

kennisleer – methodische twijfel – cogito ergo sum – denkend ding – rationalisme (rationalist) –

HOOFDSTUK 2

In

kij

empirisme (empirist) – antropologische filosofie

36


INTRO Ongetwijfeld ken je een leerling die op eender welke vraag een antwoord heeft. Misschien ben jij wel die leerling die alles lijkt te weten. Maar heb je al eens nagedacht over alles wat je zeker meent te weten? Dat je vanmorgen sokken van hetzelfde paar hebt aangetrokken bijvoorbeeld, of dat je op dit moment in de les zit, of

IN

dat je vlinders in je buik voelt van verliefdheid. Of is het gerammel van de honger? Hoe dan ook, je twijfelt niet aan de dingen waarvan je zeker bent.

Maar wanneer weet je iets zeker? Wat maakt dat je zo zeker bent van die dingen? En nog belangrijker, kun

VA N

je er wel zeker van zijn dat je bestaat?

BREINBREKER

In dit hoofdstuk zul je in vier denkstappen een antwoord formuleren op deze breinbreker:

“Kun je er wel zeker van zijn dat je bestaat?”

Forum

Ik ben er zeker van ...

aa

Waarvan ben jij zeker? Duid aan en bespreek je antwoorden klassikaal.

dat twee plus twee vier is.

dat ik een lichaam heb.

dat ik mijn identiteitskaart bij me heb.

dat die ene leraar weer eens te veel huiswerk gaf.

dat ik in de les filosofie zit.

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

pl

37


DENKPARCOURS DENKSTAP 1

IN

Weet je wat je weet?

In onze hedendaagse samenleving vliegt de informatie je om de oren. Nog nooit had je zoveel kennis binnen handbereik, vertrouw jij en waarom? 1 Fake news: sta jij kritisch tegenover informatie?

VA N

vierentwintig uur per dag. Maar is alle informatie betrouwbaar? Of is er juiste en foute informatie? Op welke bronnen

a Bekijk de onderstaande artikels. Eén van beide biedt betrouwbare informatie, het andere niet.

Markeer het juiste antwoord onder de tekst en vul de zinnen aan.

Bron: De Telegraaf

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

2

m

pl

aa

1

38

Bron: jdreport.com

1→ Artikel 1 is echt nieuws / fake news omdat 2→ Artikel 2 is echt nieuws / fake news omdat


b Vraag jij je wel eens af of de informatie die je ziet of hoort juist is? Welke informatie vertrouw jij over

het algemeen? Duid aan en leg uit of nuanceer. Informatie nieuws in kranten

2

nieuws op tv

3

video’s op YouTube

4

informatie op sociale media

5

wat je vrienden je vertellen

VA N

IN

1

c Bekijk het filmpje over TikTok. Waarom is het eenvoudig om via sociale media fake news te

verspreiden?

d Heb jij zelf al te maken gehad met fake news op sociale media? Leg uit.

Good to know

aa

Weet je wel zeker wat je zeker weet?

Fake news, of vals nieuws, kende de voorbije jaren een sterke opmars. Via het internet is het nu meer

pl

dan ooit mogelijk om razendsnel fake news de wereld in te sturen. Mensen lezen en delen het tot tien keer

sneller dan echt nieuws. Voormalig president Donald

m

Trump maakte de term populair door alle kritiek op

zijn beleid als fake news te bestempelen, terwijl hijzelf tijdens zijn presidentschap via Twitter heel vaak fake

ke xe

news verspreidde. Het is dus niet meteen duidelijk voor iedereen wat fake news is en wat niet. Maar wat maakt iets fake?

e Wist je dat journaalanker Wim De Vilder vlot Arabisch spreekt? Bekijk het filmpje over deep fakes.

2→ Wat is het gevaar van deep fakes? f Kim Kardashian laten toegeven dat ze manipuleert voor geld? Eminem een nummer laten rappen

over Zuckerberg? Geen probleem voor artificiële intelligentie! Zoek zelf op het internet een voorbeeld van een deep fake-filmpje en toon het aan de klas. g Doen de voorbeelden je nog meer nadenken over wat je ziet of hoort?

HOOFDSTUK 2

In

kij

1→ Wat zijn deep fakes?

39


VIP René Descartes (1596–1650) werd geboren op 31 maart 1596 in Frankrijk. Hij was zowel filosoof als wiskundige en wetenschapper. Al op jonge leeftijd hunkerde hij naar kennis, hij wilde alles weten … over alles! Na zijn studies aan de universiteit trok hij rond in andere landen om nog meer te leren. Zo woonde

IN

hij onder meer een tijd in Nederland. Zijn filosofie over kennis en de menselijke geest speelde een grote rol in de ontwikkeling van de filosofie. Hij wordt dan ook beschouwd als de vader van de moderne filosofie.

VA N

Descartes gaf ook privélessen aan rijke families. In 1649 ging hij naar Zweden op uitnodiging van de koningin, maar daar kreeg hij een longontsteking

waaraan hij bezweek in de winter van 1650. Hij was 54 jaar. Tot op de dag van

Is binnenkort alles fake? De zoektocht naar zekerheid

vandaag worden de teksten en boeken van Descartes nog vaak gelezen.

2.1

aa

De opkomst van technologieën als artificiële intelligentie

maakt het steeds moeilijker om wat je ziet en hoort nog te

vertrouwen. Wat is nog waar en wat is fake? Is binnenkort

je zeker?

pl

alles fake? Wij worden vandaag geconfronteerd met fake

Wat weet

news, maar de vraag wat waar is en wat niet, houdt de filosofen al lange tijd bezig.

m

Zo vroeg de Franse filosoof René Descartes zich in de 17e eeuw ook al af wat hij zeker kon weten. Dat maakt dat het denken van Descartes ook vandaag nog relevant is. De start

ke xe

van de zoektocht naar zekerheid begint met de vraag: ‘Wat weet je zeker?’

2 Zeker … of niet?

kij

a Beantwoord de vraag van Descartes. Noteer één voorbeeld waarvan je echt zeker bent.

HOOFDSTUK 2

In

b Waarom ben je zeker van je antwoord op vraag a?

40

c Bespreek per twee elkaars antwoorden op vragen a en b. Gebruik het kritisch denken uit hoofdstuk 1

om na te gaan of je toch kunt twijfelen aan de zekerheid van de andere leerling. Stel goede vragen en gebruik voorbeelden.


Waarom weet je wat je weet? Het domein van de kennisleer

2.2

Misschien ben je er zeker van dat je nu in de les filosofie zit. Of dat je nu wat slaperig bent. Maar heb je je al eens afgevraagd waaróm je daar zo zeker van bent? Dat is een

Hoe kun je iets zeker weten?

belangrijke vraag binnen de kennisleer. De kennisleer is een waarheid. Tijdens Descartes’ zoektocht naar zekerheid vroeg hij zich af waarop hij nog kon vertrouwen om tot zekere kennis te

3 Hecht jij vertrouwen aan films of boeken?

komen. Waren de dingen die hij leerde en las in boeken fake?

VA N

discipline van de filosofie die zich bezighoudt met kennis en

IN

Je bent ongetwijfeld van een aantal dingen overtuigd.

a Bekijk op YouTube de trailer van Jurassic World en let op de dinosaurussen.

2→ Vergelijk jouw tekening met de afbeelding die je leraar toont. Zijn er grote verschillen met de tekening die jij maakte?

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

pl

aa

1→ Teken een velociraptor.

41


Gevaarlijke kippen De methodische twijfel

2.3

Aan sommige zekerheden lijk je moeilijk te kunnen twijfelen. Maar opgelet: het is hier dat je echt kritisch moet zijn. Descartes zou namelijk aan alle zekerheden twijfelen. Enkel wat

IN

álle twijfel overleeft, is zekere kennis. Zelfs aan de dingen waarvan je denkt echt zeker te zijn, moet je twijfelen. De reden dat Descartes dat doet is om na te gaan of er nog enige zekerheid

overblijft die de twijfel overleeft. Daarom is de twijfel van Descartes een methodische twijfel:

Bestaat alles uit atomen? Bestond Jezus echt? Heeft Columbus als eerste Amerika ontdekt? Waren dinosaurussen gewoon gevaarlijke

VA N

een manier van zoeken naar zekerheid door systematisch aan alles te twijfelen.

Je moet alles wat

kippen? Misschien is het mogelijk dat boeken en films je foute dingen leren. Die geven

je denkt te weten in vraag stellen.

namelijk niet altijd een juist beeld van de

In Descartes’ tijd waren er nog geen films,

wereld, zoals in het geval van Jurassic World.

maar hij had wel een grote collectie boeken.

Alles wat hij daaruit leerde kon wel eens fout

pl

hij opdeed uit boeken.

aa

zijn. Daarom twijfelde hij aan alle kennis die

b Lees het artikel over geneeskunde in de middeleeuwen en beantwoord vervolgens de vragen onder

m

de tekst. Markeer in de tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

ke xe

GENEESKUNDE IN DE MIDDELEEUWEN: ZO WERKTE HET Als je in de middeleeuwen ziek werd of een operatie moest ondergaan, dan moest je jezelf geestelijk goed voorbereiden. De medische wetenschap was nog niet zo goed ontwikkeld. Antibiotica bestonden nog niet en een narcose onderging je door bewusteloos geslagen te worden of door zo dronken te worden dat je van de wereld

kij

was. Hieronder lees je een aantal bizarre vormen van middeleeuwse geneeskunde. Urine proeven voor een diagnose Artsen en kwakzalvers maakten gebruik van een urinewiel:

HOOFDSTUK 2

In

een bord met flesjes urine in alle kleuren en smaken (ja,

42

smaken. Ze proefden de urine ook). Leek jouw urine op de urine uit een flesje op het bord? Dan stond de diagnose erbij geschreven. Zo wisten ze wat er met je aan de hand was.


Kwakzalvers werden schatrijk Kwakzalvers voerden in de middeleeuwen een gouden handel. Als een kwakzalver het dorp binnenliep, waren er altijd wel mensen die kiespijn, staar, een alcoholprobleem of aambeien hadden. En de kwakzalver had er altijd wel een middeltje voor, dat bovendien duur werd verkocht. Vaak bleven mensen met dezelfde klachten achter, of hun klachten werden nog

IN

erger, maar dan was de nepdokter al verdwenen. Operaties gebeurden zonder verdoving

Anesthesie was in die tijd makkelijk uit te voeren. Voordat je werd geopereerd, werd

VA N

je eerst K.O. geslagen, simpel. Een operatie gebeurde zonder verdoving, dus je mocht blij

zijn als je tijdens de ingreep niet bij bewustzijn kwam. Amputaties waren eerder regel dan

uitzondering. Hand eraf, wond dichtbranden en daarna naar huis met een fles brandewijn tegen de pijn. Ook gebroken botten sloegen ze gewoon weer recht, net zo makkelijk. Magie was oorzaak en genezing

In de middeleeuwen geloofde men in magie, zowel goede als slechte. Zo was men ervan

overtuigd dat witte magie ervoor kon zorgen dat mensen genazen. De ‘tovenaars’ die deze magie gebruikten, werden aanbeden en gevreesd. Maar deze tovenaars waren gewoon erg bekend met de helende werking van kruiden en de anatomie van het menselijke lichaam. De kapper was ook tandarts en chirurg

aa

De plaatselijke barbier knipte niet alleen haren en baarden. Hij voerde ook lichte operaties uit. Dit gebeurde met niet-gesteriliseerde apparatuur en zonder antibiotica, waardoor veel van deze operaties op de dood uitliepen. De kapper was ook tandarts! Voor een extra beloning wilde hij best even die kies trekken, geen probleem. Zo zie je maar, ziek worden

m

niet erg hoog.

pl

in de middeleeuwen leidde vaak tot de dood. De levensverwachting was in die tijd dan ook

ke xe

Naar: www.trending.nl

1→ Waarom proefden artsen van de urine van hun patiënten?

2→ Wat is een kwakzalver?

3→ Hoe verdoofde men mensen?

HOOFDSTUK 2

In

kij

43


Een stevig fundament

2.4

Een wankel Descartes twijfelde aan de kennis die hij op

fundament leidt

school verwierf en die in boeken stond. Voor

tot een wankel

zijn zoektocht naar zekerheid kon hij er niet

huis.

IN

op rekenen dat die bronnen honderd procent betrouwbaar waren. Descartes wou met een schone lei beginnen, los van alle voorafnames. huis op kunt bouwen. Dat wilde hij bereiken met zijn filosofie: een stevige fundering bieden om verdere kennis op te bouwen. Maar daarvoor moest hij eerst een zekerheid vinden waaraan hij niet kon twijfelen. Een huis gebouwd op een slechte fundering is wankel. De wetenschap in de tijd van Descartes steunde op de antwoorden uit de filosofie. Als

VA N

De fundering moet sterk zijn voor je er een

aa

wetenschap die erop steunt onzeker.

die antwoorden onzeker zijn, dan is ook de

DENKSTAP 2

pl

Droom je over de les filosofie?

In de zoektocht naar zekerheden kon Descartes niet meer vertrouwen op zijn boeken en op wat hij al geleerd had. Hij wilde

m

opnieuw van nul starten om tot een goed fundament te komen, om een eerste zekerheid op te bouwen. Maar waarop kun je

ke xe

dan wel vertrouwen?

1 Kun je vertrouwen op je zintuigen? a Ken jij the dress?

1→ Bekijk de foto bij het krantenartikel. Welke kleuren heeft de jurk volgens jou?

HOOFDSTUK 2

In

kij

2→ Lees nu de tekst. Welke kleuren heeft de jurk echt? En hoe zou het komen dat jij bepaalde

44

kleuren ziet?


KENT U ‘THE DRESS’ NOG? De befaamde jurk die de wereld in 2015 in twee kampen verdeelde, blijft wetenschappers boeien. Een nieuwe studie in Journal of Vision onthult waarom sommigen een wit-gouden jurk zien, terwijl het kledingstuk in werkelijkheid

IN

Beeld rv

blauw-zwart is.

Volgens onderzoekers van New York University heeft het perceptieverschil te maken met de interpretatie van

VA N

onze hersenen op basis van het licht rondom de jurk. Ziet u een wit-gouden jurk? Dan gaan uw hersenen ervan uit

dat het kledingstuk gefotografeerd werd bij zwak licht. Is de jurk in uw ogen echter blauw-zwart, dan oordeelt uw brein dat hij kunstmatig verlicht is.

Die verklaring is niet helemaal nieuw, maar voor het

eerst zijn beide interpretaties nu ook in verband gebracht

met een bepaalde levensstijl. 13 000 mensen namen deel aan een enquête waarin hen gevraagd werd hoe ze de jurk zagen, én hoe laat ze 's morgens opstonden en 's avonds naar bed gingen. De foto die de discussie veroorzaakte. Is

Natuurlijk licht

aa

hij blauw met zwart, of wit met goud?

Vier op de vijf mensen die veronderstelden dat het

kleedje gefotografeerd werd bij zwak licht, zagen het als wit-goud, leggen de onderzoekers uit. Die bevinding kan volgens hen verklaard worden door de hoeveelheid natuurlijk licht en

pl

kunstlicht waaraan de deelnemers dagelijks worden blootgesteld. Wie laat naar bed gaat en laat opstaat, wordt meer dan gemiddeld blootgesteld aan

m

kunstlicht. In de studie gingen die mensen er vaker vanuit dat de jurk kunstmatig belicht was. Voor de ochtendmensen gold het tegenovergestelde. Bijgevolg zagen de nachtraven de jurk meestal in blauw-zwart, terwijl de vroege vogels een wit-gouden jurk zagen.

ke xe

En wat als u de ene keer een blauw-zwarte jurk ziet, en de andere keer een wit-gouden? Ook dat is volgens de onderzoekers te verklaren. Mogelijk heeft u in dat geval geen vast dagelijks ritme en wordt u de ene dag meer blootgesteld aan kunstlicht dan de andere.

HOOFDSTUK 2

In

kij

Bron: De Morgen

45


VA N

IN

b Hoeveel zwarte punten tel je op de onderstaande afbeelding?

ke xe

m

pl

d Welke pijl is het langst?

aa

c Welke oranje bol in de onderstaande afbeelding is het grootst?

A

B

HOOFDSTUK 2

In

kij

e Heeft vlak A dezelfde kleur als vlak B in de onderstaande afbeelding?

46


Ik zie, ik zie wat jij niet ziet Het argument van de zintuigen (1)

2.5

Descartes vertrok van niets. Zijn boeken vertrouwde hij niet meer. Maar was er iets waarop hij wel nog kon vertrouwen om tot zekere kennis te komen? Descartes gebruikte drie

IN

argumenten om aan te tonen dat je aan werkelijk alle kennis kunt twijfelen. Eerst waren de zintuigen aan de beurt.

Je ziet met je ogen dat je in de klas zit. Je hoort de leraar spreken. Misschien ruik je het

VA N

parfum of de deodorant van een andere leerling. Al je zintuigen zeggen je dat je zeker in de

les zit. Maar kun je je zintuigen wel vertrouwen? Optische illusies tonen aan dat je misleid kunt worden door je zintuigen, dat je er niet honderd procent op kunt vertrouwen. Maar wat betekent dat voor kennis? Misschien zijn er nog andere situaties

Iets wat je één keer

waarbij je zintuigen je misleiden zonder je om die reden de zintuigen niet meer kunt vertrouwen om tot zekerheden te

honderd procent vertrouwen.

pl

aa

komen.

misleidt, kun je niet

dat je het weet? Descartes zou zeggen dat

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

f Beschrijf in je eigen woorden waarom je zintuigen geen zekere kennis opleveren.

47


2 Ben je niet aan het dromen? a Vertel een droom die voor jou echt aanvoelde. Wanneer realiseerde je je dat je droomde?

Je droomt dat je wakker bent Het argument van de droom (2)

IN

2.6

Naast de bedrieglijkheid van de zintuigen is er nog een andere reden om te twijfelen aan alles wat

VA N

je rondom je ziet en hoort: het argument van de

Hoe weet je dat

droom.

je nu niet aan het dromen bent?

Het zou kunnen dat dit alles zich afspeelt in je dromen. Straks word je wakker in je bed en besef je dat je droomde. Je kunt niet weten of je droomt of niet. Het zou dus best kunnen dat je nu droomt

dat je in de les filosofie zit. De andere leerlingen,

de leraar, dit leerwerkboek, het klaslokaal en alles rondom je zijn dan niet meer dan hersenspinsels. Voor Descartes was dat een goede reden om aan

aa

alles te twijfelen.

b Lees het artikel over narcolepsie. Beantwoord vervolgens de vragen onder de tekst. Markeer in de

pl

tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

m

NARCOLEPSIEPATIËNT VERWART DROOM MET REALITEIT Mensen met de slaapziekte narcolepsie vechten overdag tegen de slaap. ’s Nachts

ke xe

worden ze juist regelmatig wakker. Hun gewicht neemt vaak aan het begin van de ziekte toe. Promovenda Claire Donjacour ontdekte nog een ander symptoom van

kij

narcolepsie: regelmatig denken dat een droom echt gebeurd is.

hebben. Maar worden ook uw spieren soms opeens heel slap, bijvoorbeeld wanneer u hard moet lachen? Dan zou u aan narcolepsie kunnen lijden. ‘Naar schatting heeft 1 op de 2 000 mensen narcolepsie. De bekendheid ervan groeit, maar

In HOOFDSTUK 2 48

Bent u overdag altijd slaperig en slaapt u ’s nachts niet goed door? Dat kan veel oorzaken

nog steeds wordt de aandoening niet altijd snel herkend’, vertelt neuroloog Claire Donjacour. Auto-immuunziekte Oorzaak van de ziekte is een tekort aan een stof in de hersenen, hypocretine, een zogenaamde neurotransmitter. ‘Het idee is dat het lichaam de cellen die deze


neurotransmitter produceren zelf afbreekt, en dat het dus een auto-immuunziekte is. Maar helemaal bewezen is dat nog niet’, aldus Donjacour. Zij keek voor haar promotieonderzoek vooral naar bijkomende afwijkingen in de hormoonhuishouding. Mensen met narcolepsie worden bijvoorbeeld vaak zwaarder, maar de hormonen die het hongergevoel reguleren

IN

(leptine en ghreline) zijn bij hen niet verstoord, constateerde zij. Slaperigheid verminderen

De insulinegevoeligheid van mensen met narcolepsie bleek hoger dan die van even

zware mensen zonder narcolepsie. ‘We denken daarom dat narcolepsie de kans op diabetes

VA N

niet vergroot, zoals wel werd gedacht’, aldus Donjacour. Bij muizen met een tekort aan

hypocretine is aangetoond dat zij aankomen, zonder dat ze meer gaan eten. Narcolepsie lijkt dus wel iets met de stofwisseling te doen, maar wat precies is nog niet duidelijk.

Donjacour wil nu gaan onderzoeken of aanpassingen in de voeding de klachten, met name de slaperigheid, kunnen verminderen.

Een andere bevinding van Donjacour is dat mensen met narcolepsie regelmatig niet weten of iets echt is gebeurd of dat ze het gedroomd hebben. Donjacour: ‘Meer dan 80

procent had dat minimaal een keer per maand, veel vaker dan mensen zonder narcolepsie, bleek uit onze interviewstudies.’ Levensechte, nare dromen komen ook vaak voor. Gelukkig vermindert dat vaak door medicatie.

1→ Wat is narcolepsie?

pl

aa

Bron: Leids Universitair Medisch Centrum

m

2→ Wat is nog een symptoom van narcolepsie?

ke xe

3→ Is het mogelijk dat je nu droomt? Bedenk een argument voor en tegen deze hypothese.

tegen:

4→ Voer per twee een filosofisch gesprek. Wat is het verschil tussen dromen en wakker zijn?

HOOFDSTUK 2

In

kij

voor:

49


3 Alles is een simulatie. a Lees het krantenartikel.

Beantwoord vervolgens de vragen onder de tekst.

VA N

IN

ELON MUSK: ‘WE LEVEN IN EEN COMPUTERSIMULATIE.’

Waarom zijn we hier? Een typisch onderwerp voorbehouden aan filosofiestudenten die een lange nacht doorhalen op café? Niet echt. Tesla- en SpaceX-oprichter Elon Musk heeft wel een heel origineel antwoord op de levensvraag: we leven in een

computersimulatie van een hogere beschaving.

Tijdens een live interview op technologieconferentie Recode in Hawthorne, Californië, legde Musk zijn publiek uit waarom het mogelijk is, aannemelijk zelfs, dat ons bestaan eigenlijk een computersimulatie is die door een hogere beschaving wordt gecreëerd. ‘Het sterkste argument dat we in een simulatie leven is dat veertig jaar geleden we slechts Pong hadden: twee rechthoekjes en een puntje. Nu, veertig jaar later, hebben we

aa

fotorealistische 3D-spelletjes, met miljoenen mensen die ze tegelijkertijd spelen’, zegt Musk. ‘Uitgaande van een situatie van continue verbetering, zullen de games in de toekomst niet te onderscheiden zijn van de werkelijkheid, zelfs als de vooruitgang minder snel gaat dan

pl

nu. Het is een feit dat we op weg zijn games te creëren die niet meer van de werkelijkheid zijn te onderscheiden. Daaruit volgt dat de kans dat wij in de ‘basiswerkelijkheid’ leven, 1 op miljoenen is ...’

m

Klinkt vreemd? Statistisch gezien is het zeker mogelijk. Als we echt in een soort virtuele realiteit zouden leven, is dat volgens Musk helemaal zo slecht nog niet, aangezien het alternatief het uitsterven van de mensheid is.

ke xe

Bron: Het Laatste Nieuws

1→ Beschrijf in je eigen woorden hoe dit artikel relevant is voor de zoektocht naar zekerheden.

kij

HOOFDSTUK 2

In

2→ Is het mogelijk dat je in een simulatie zit? Bedenk een argument voor en tegen die hypothese.

50

voor: tegen:


Je zit in een app Het argument van de demon (3)

2.7

Stel dat je toch niet droomt, is er dan nóg een reden om aan alles te twijfelen? Descartes haalde naast het argument van de zintuigen en de droom nog een derde argument aan: het

IN

argument van de demon. Beeld je in dat er een onzichtbare, kwaadaardige demon bestaat. De demon heeft de kracht om je te laten denken, zien en horen wat hij wil dat je denkt, ziet en hoort. Alles wat hij je Zelf kan je niet weten of de demon bestaat, waardoor je niet in de gaten hebt dat het niet je eigen gedachten zijn.

VA N

influistert, beschouw je als je eigen gedachten.

Wat als alles wat je

ziet, hoort en denkt

Je kunt het argument van de demon nog wat eigentijdser maken door te verwijzen naar de moderne technologie, zoals de simulatie in het artikel hierboven. Wat als jij momenteel een

geprogrammeerd is

door iemand anders?

simulatie bent in een app? Misschien ben

je niet echt en is alles wat je denkt te weten, zien en horen niet meer dan iets wat een

programmeur gecodeerd heeft? Dan kun je op geen enkele manier meer zeker zijn van wat

aa

je denkt te weten. Als alles wat je je herinnert

geprogrammeerd is, kun je zelfs niet meer zeker

pl

zijn van je verleden.

b Bekijk op YouTube de trailer van The Matrix en lees de synopsis.

Beantwoord vervolgens de vragen op de volgende bladzijde.

m

ke xe

Good to know The Matrix

The Matrix is een film uit 1999 van de Wachowski’s. In deze film is de wereld overgenomen door robots, die mensen gebruiken als batterijen. De mensen drijven supercomputer. Dat zorgt ervoor dat ze zonder het te beseffen in een simulatie leven. De mensen hebben dus niet door dat ze als batterijen gebruikt worden. Alles wat ze lijken te weten, is slechts code in een programma. In het begin van de film moet het hoofdpersonage, Neo, een keuze maken tussen een blauwe pil en een rode pil. Als hij de blauwe pil neemt, gaat hij terug naar zijn leven als simulatie zonder zich van enig kwaad bewust te zijn. Als hij de rode pil neemt, ontwaakt hij voor altijd uit een simulatiewereld en wordt zo met een harde en wrede realiteit geconfronteerd.

HOOFDSTUK 2

In

kij

in een kuip waarin hun brein is aangesloten op een

51


1→ Stel dat jij hetzelfde meemaakt als Neo in The Matrix. Zou jij voor de blauwe pil kiezen en terugkeren naar je ‘gewone’ leven in de simulatie? Of zou

IN

je de rode pil kiezen om in de echte en wrede wereld te leven, waarin je opgejaagd wordt door robots?

VA N

2→ Wat zou jij doen als je ontdekte dat je in een simulatie leefde?

Redenen genoeg om te twijfelen, maar … wat blijft er over?

2.8

Descartes kon niet zeker zijn van wat hij in zijn

boeken las en op school leerde. Hij trok op zoektocht naar een zekerheid. Tijdens die zoektocht kwam hij tot drie argumenten om aan alles te twijfelen:

het argument van de zintuiglijke twijfel;

2

het argument van de droom;

3

het argument van de demon.

aa

1

Is er nog enige zekerheid die overblijft?

pl

Je kunt niet weten of je in een app zit of niet, of je

droomt of niet … Was dat het einddoel van Descartes? Nee, zo sadistisch was hij niet. Descartes’ doel was

m

om te kijken wat de twijfel overleeft. Door aan

alles te twijfelen, gaat hij na of er toch iéts overblijft waarvan hij zeker kan zijn. Wat hij doet, is twijfelen

ke xe

om iets te vinden waaraan je niet kunt twijfelen. Dus blijft er nog iets over?

4 Twijfel je nu aan alles?

kij

a Waarom is de twijfel van Descartes een methodische twijfel?

HOOFDSTUK 2

In

52

b Ga terug naar Denkstap 1 en herbekijk je antwoorden op oefeningen 2a en 2b (p. 40). Kun je toch

twijfelen aan je zekerheid met de argumenten van Descartes? En blijft er nog iets over waaraan je niet kunt twijfelen?


DENKSTAP 3

Besta je wel?

IN

Descartes lijkt aan werkelijk alles te kunnen twijfelen. Alles rondom je kan fake zijn. Het lijkt bijna onmogelijk om in al die twijfel een zekerheid te vinden. Toch slaagt Descartes erin om iets te vinden waaraan hij niet kan twijfelen. 1 Tot welke zekerheid komt Descartes?

VA N

a In het nummer Therefore I Am van Billie Eilish zit een grote hint naar de zekerheid die Descartes toch

nog vindt, ook al zou hij in een app zitten. Beluister het nummer op Spotify of bekijk de videoclip op YouTube. Beantwoord vervolgens de vragen.

THEREFORE I AM (BILLIE EILISH)

I'm not your friend or anything, damn You think that you’re the man I think, therefore, I am

I'm not your friend or anything, damn

aa

You think that you’re the man I think, therefore, I am

Stop, what the hell are you talking about? Ha We are not the same with or without Don’t talk ’bout me like how you might know how I feel Top of the world, but your world isn’t real Your world’s an ideal

ke xe

m

pl

Get my pretty name outta your mouth

1→ De titel en het refrein bevatten een quote van Descartes. Kun je daaruit afleiden wat de eerste zekerheid is die Descartes toch vindt?

world, but your world isn’t real. Your world’s an ideal?

HOOFDSTUK 2

In

kij

2→ Aan welk argument om te twijfelen aan kennis kun je deze zin uit het liedje koppelen: Top of the

53


b Lees het fragment van Descartes.

Orden vervolgens de redenering onder de tekst om tot de eerste zekerheid van Descartes te komen.

Maar onmiddellijk daarop besefte ik het volgende: terwijl ik aldus wilde denken dat alles onwaar was, kon het niet anders dan dat ik, die dacht, iets ben. En beseffend dat deze

IN

waarheid: Ik denk, dus ik ben, zo sterk en zo zeker was dat zelfs de meest buitensporige

veronderstellingen van de sceptici niet bij machte waren haar aan te tasten, meende ik dat ik haar zonder enig bezwaar kon beschouwen als het eerste uitgangspunt van mijn filosofie.

1

Ik twijfel aan alles.

Dus ik ben er zeker van dat ik twijfel.

VA N

Bron: Over de methode, Descartes

Om te denken moet ik bestaan, dus ik besta zeker als een denkend ding.

Maar ik kan er niet aan twijfelen dat ik twijfel.   Als ik zeker twijfel, dan ben ik zeker dat ik denk. 6

Ik denk, dus ik ben.

2.9

aa

Cogito, ergo sum

Cogito ergo sum: ik denk, dus ik ben. Tot die fameuze uitspraak kwam Descartes. Dat is de

pl

allereerste zekerheid die alle scenario’s overleeft. Je kunt twijfelen aan alles wat je weet, maar

m

je kunt er niet aan twijfelen dat je twijfelt. Zelfs al twijfel je of je twijfelt, dan nog twijfel je. Descartes is er zeker van dat hij twijfelt. Daaruit leidt hij af dat om te twijfelen het noodzakelijk is om te denken. Maar er moet

ke xe

iets zijn dat denkt en dus bijgevolg moet er een denkend ding bestaan. Zo leidt de zekerheid van de twijfel tot de zekerheid van het bestaan van een denkend ding. Ik twijfel, dus ik denk, dus

Ik twijfel, dus ik

ik ben. Dat is het ware fundament van alle kennis

denk, dus ik ben

voor Descartes. Een zekerheid die niet onderuit

kij

gehaald kan worden door enige twijfel. Descartes vertrouwt dus niet op zijn zintuigen om tot een zekerheid te komen. Hij doet dat door

In

enkel gebruik te maken van de rede, het denken. Filosofen van wie de argumenten enkel op de rede berusten, noemt men rationalisten. Het woord is afkomstig van het Latijnse ratio, dat verstand

HOOFDSTUK 2

betekent. Empiristen daarentegen stellen dat

54

kennis enkel kan worden verkregen via de zintuigen.

een denkend ding.


c Leg in je eigen woorden uit hoe de twijfel van Descartes toch leidt naar een zekerheid.

IN

d Kan Descartes door die zekerheid de app ook verlaten, of bewijzen dat er een buitenwereld bestaat

of dat hij een lichaam heeft?

VA N

Good to know Wat is bestaan?

Dit is Ralf. Hij is bang dat je de pagina omslaat. Want hij bestaat enkel zolang hij

in je hoofd zit. Wanneer je niet meer aan hem denkt, houdt hij op te bestaan. Jouw

aandacht is dus de dunne barrière tussen Ralf en het eeuwige niets. Ralf zegt: ‘Ik wil

aa

Bestaan er nog denkende dingen?

pl

DENKSTAP 4

niet ophouden te bestaan.’

m

Dankzij de zekerheid van Descartes weet jij dat je een denkend ding bent. Maar zijn er nog andere denkende dingen in de wereld? In de klas zitten er andere mensen om je heen. Ze lijken zich te gedragen net zoals jij, als een denkend ding. Maar

ke xe

hoe kun je weten of zij ook denkende dingen zijn? 1 Zijn er nog andere denkende dingen? a Zie je die leerling naast je? Hij is een niet-

denkende robot. Een heel geavanceerde robot, die zich net zoals jij gedraagt als een denkend van synthetisch vlees en bloed gemaakt dat niet te onderscheiden is van echt vlees en bloed.

Is de leerling naast je een robot? Bedenk een argument voor en tegen die hypothese. voor: tegen:

HOOFDSTUK 2

In

kij

ding, maar die nooit zelf denkt. Zijn lichaam is

55


b Bespreek klassikaal de argumenten. c Je bent een denkend ding, met andere woorden een ‘bewustzijn’. Maar is het mogelijk om toegang te

krijgen tot iemands bewustzijn? Kun je nagaan of anderen net zoals jij bewuste ervaringen hebben? 1→ Kies een kleur.

IN

2→ Beschrijf die kleur zo nauwkeurig mogelijk zonder te verwijzen naar kleuren of voorwerpen in die

VA N

kleur.

3→ Probeer klassikaal de kleur te raden aan de hand van de beschrijvingen.

d Werk per twee. Kies elk een smaak: zout, zoet, bitter, zuur, umami. Zeg niet wat je koos. Probeer

elkaars smaak te raden aan de hand van een beschrijving. In die beschrijving mag je niet verwijzen

naar dingen met de smaak van je keuze.

Je brein is helemaal alleen

aa

De methodische twijfel brengt je tot de zekerheid van een denkend ding. Vanuit de kennisleer kom je zo terecht in de antropologische filosofie. Dat is de filosofische studie over de mens.

pl

Je zou eeuwig kunnen twijfelen of de leerling naast je een robot is. Via de waarneming zie je namelijk enkel hoe de mensen rondom je zich uitwendig gedragen. Maar de inwendige ervaringen van andere personen zullen altijd een raadsel blijven. Dat betekent dat het denken

m

van anderen volledig privé is. Je kunt niet weten of de leerling naast je een denkend ding is of aangedreven wordt door een computerprocessor. Wie weet ben jij wel het enige denkende ding dat bestaat in het universum. Het enige bewustzijn dat je kent is immers je eigen

ke xe

bewustzijn.

De ervaringen van anderen blijven iets mysterieus. Wat er zich in je hoofd afspeelt, is niet overdraagbaar op andere mensen. Stel: je eet samen met iemand een appel. Je kunt de smaak aan elkaar beschrijven in woorden. Maar je kunt er nooit zeker van zijn dat iedereen dezelfde ervaring heeft bij die woorden. De ervaring van die appel te smaken kun je namelijk niet delen. Als je zegt ‘zoet’, dan kun je wel denken dat iedereen dezelfde ervaring plaatst bij het

kij

woord, maar je kunt het onmogelijk zeker weten.

HOOFDSTUK 2

In

Hetzelfde geldt voor kleuren. Bij sommige kleuren lukt het nog om ze te raden aan de hand

56

van een beschrijving. Dat komt omdat je doorheen je leven kleuren hebt leren associëren met bepaalde woorden, zoals ‘blauw’ en ‘rust’. Maar de ervaring van een bepaalde kleur echt proberen te beschrijven, is niet mogelijk. Het is een vorm van kennis die enkel jij ooit kunt kennen. Je ervaringen zijn dus volledig privé.

2.10


2 Zijn je ervaringen ook een vorm van kennis? Het bewustzijn zorgt voor een vorm van kennis die je niet kunt

delen. Je kunt de ervaring niet reduceren tot enkel de kennis die je verkrijgt via de zintuigen. a Lees het gedachte-experiment van Mary. Leert Mary iets nieuws over kleuren door ze zelf te ervaren?

IN

HET GEDACHTE-EXPERIMENT VAN MARY

Mary is een geniale wetenschapster, maar ze heeft een afwijking waardoor ze alles enkel in zwart-wit ziet. Ze heeft nog nooit in haar leven kleuren gezien. Daardoor bestudeerde ze om met het menselijk oog kleuren te zien.

VA N

zorgvuldig hoe mensen kleuren zien. Ze wist alles van de golflengtes van licht die nodig zijn

Ook het brein bestudeerde ze grondig om te kijken hoe de hersenen fysiek reageren op

kleuren. Ze wist werkelijk alles wat er maar te weten was over kleur. Op een dag wordt Mary wakker en haar afwijking is plots verdwenen. Voor het eerst ziet ze de wereld in kleur.

b Bekijk het filmpje van Het lichaam van Coppens.

Kan een man weten hoe het is om te bevallen?

3 Hoe is het om een dier te zijn?

aa

a Bewijzen dat iemand een bewustzijn heeft of een denkend ding is, lijkt niet

mogelijk omdat het bewustzijn niet iets is wat je kunt delen met anderen.

pl

Toch ga je ervan uit dat andere mensen ook denkende dingen zijn. Maar wat

m

met dieren? Beeld je even in dat je een vleermuis bent. 1→ Weet je nu hoe het is om een vleermuis te zijn?

ke xe

2→ Stel: je snijdt een vleermuis open en bestudeert werkelijk alles. Weet je nu hoe het is om een vleermuis te zijn?

VIP De filosoof Thomas Nagel (°1937) schreef in 1974 een paper over de objectiviteit van de wetenschap met de naam What is it like to be a bat? Via de wetenschap kun je heel wat leren over de fysiologie en het gedrag van een vleermuis. Je kunt de vleermuis ook opensnijden om de binnenkant te zien en de hersenen te bestuderen. Maar zelfs met al die gegevens weet je nog steeds niet hoe het is om een vleermuis te zijn. De inwendige ervaring blijft verborgen.

HOOFDSTUK 2

In

kij

57


b Waarom is het niet mogelijk om als mens te weten hoe het is om een dier te zijn?

4 Kunnen dieren denken? a Net als bij mensen is het ook niet mogelijk om in het bewustzijn van dieren te kijken. Maar zijn dieren

IN

dan denkende dingen? Bekijk het filmpje over de intelligentie van dieren. Zijn de apen uit het filmpje

VA N

denkende dingen?

b Herinner je je Bunny, de pratende hond uit hoofdstuk 1 nog? Zou Bunny een denkend ding zijn?

© AP

aa

c Lees het artikel over Koko, de gorilla.

pl

HEBBEN DIEREN EEN BEWUSTZIJN? De gorilla die beroemd werd omdat

m

ze gebarentaal leerde, is in haar slaap

overleden. Koko werd 46 jaar oud. Dat heeft de Gorilla Foundation in Woodside, Californië

ke xe

bekendgemaakt.

De westerse laaglandgorilla werd op 4 juli

1971 geboren in de dierentuin van San Francisco als

Koko met Dr. Penny Patterson, directeur van de Gorilla Foundation

Hanabi-ko, Japans voor ‘vuurwerkkind’. Een jaar later begon psychologe Penny Patterson het jonge dier de beginselen bij te

brengen van gebarentaal, aangepast voor de apenhand. Ze zette het leerproces en haar

kij

primatenonderzoek voort in Stanford en daarna in de Santa Cruz Mountains. Koko kreeg gezelschap van haar soortgenoot Michael en, toen die in 2000 overleed, van Ndume.

In

Uiteindelijk kende Koko meer dan duizend gebaren, waaronder de opgestoken middelvinger, om met mensen te communiceren. Meestal nam ze zelf het initiatief tot een woordeloos gesprek. De slimme gorilla, die ook een behoorlijk aantal Engelse woorden herkende, behaalde bij IQ-tests scores tussen 70 en 95. Ze kreeg extra bekendheid door een katje te adopteren

HOOFDSTUK 2

als huisdier en door de opmerking van haar verzorgster dat Koko erg verdrietig was na het

58

overlijden van de acteur Robin Williams, die ze in 2001 had ontmoet. Bron: Het Laatste Nieuws


d Discussieer in groepjes van vier. Was Koko ook een denkend ding?

Wees kritisch, gebruik argumenten en geef voorbeelden.

IN

e Lees het VIP-kader over Aristoteles. Beantwoord vervolgens de vragen onder het kader.

VIP

Volgens de klassieke filosoof Aristoteles (384 v.C.-322 v.C.) is de mens een

rationeel dier. Net zoals mensen ervaren ook dieren pijn en genot en hebben ze

VA N

een ziel.

- Maar voor Aristoteles hebben ook planten een ziel, weliswaar de laagste

vorm: planten hebben immers enkel het vermogen om zich te voeden en zich voort te planten.

- In vergelijking met planten hebben dieren het extra vermogen om waar te nemen. Dat stelt hen in staat om pijn en genot te ervaren.

- De mens heeft het extra vermogen van het verstand. Vandaar dat de mens

volgens Aristoteles een rationeel dier is en zich zo onderscheidt van andere dieren.

aa

1→ Wat is het verschil tussen mens en dier volgens Aristoteles?

pl

m

2→ Ben je het eens met Aristoteles? Waarom niet/wel? 5 Kan een computer denken?

ke xe

a Lees het krantenartikel. Beantwoord vervolgens de vragen onder het artikel.

Markeer in de tekst de informatie die je kunt gebruiken in je antwoord.

IS DE COMPUTER EEN KUNSTENAAR?

componeert muziek – of helpt mensen daarbij. Maar wie is dan de ‘auteur’ van die werken? ‘De kunstenaars die nu AI gebruiken, doen dat als een

werktuig, als een soort penseel,’ zegt Pieter Jan Valgaeren. Hij is zowel kunsthistoricus als jurist, en bovendien curator van Screen it, de stadstriënnale in Hasselt en Genk over schermcultuur. Digitaal kunstenaar Dries Depoorter herkent zich daarin. Hij maakte onder meer het werk Surveillance paparazzi: een

‘Edmond de Belamy’ van het collectief Obvious. rr

HOOFDSTUK 2

In

kij

Artificiële intelligentie produceert ‘schilderijen’ en

59


AI-systeem leerde de gezichten van duizenden bekende personen te herkennen, en ‘kijkt’ vervolgens mee naar de beelden van camera’s die ergens ter wereld op het internet zijn aangesloten. ‘De bedoeling is dat het systeem er ooit in slaagt een paparazzofoto te nemen van een celebrity, en dat ik die dan ga verkopen’, vertelt Depoorter. Hier is AI een onderdeel van een installatie, maar zal het ook de auteur zijn van die uiteindelijke foto? Genk te zien is, is Memories of passersby 1 van Mario Klingemann, een van de pioniers op het vlak van

VA N

AI-kunst. Het is een installatie die om de paar seconden een nieuw ‘portret’ genereert. Ook hier is het ‘kunstwerk’ de hele installatie, maar de werkwijze illustreert wel de manier waarop veel van de meest gecreëerd. Klingemann maakt gebruik van zogenoemde generative adversarial networks (GAN’s). Daarbij worden twee neurale netwerken (dat zijn vormen van AI) aan elkaar

Memories of passersby 1: de werken verdwijnen telkens na enkele seconden.

aa

gekoppeld. Het ene netwerk leert om

recente AI-kunstwerken worden

portretten te herkennen. Het werd

daarvoor ‘gevoed’ met massa’s voorbeelden uit de 17e tot 19e eeuw. Het tweede probeert het eerste te misleiden met een eindeloze reeks zelfgemaakte, willekeurige beelden. Het wordt

pl

daar steeds beter in en gaat ermee door tot de probeersels als echt portret worden ‘herkend’. GAN’s maakten het mogelijk om een net niet echte Rembrandt te creëren, maar

m

bijvoorbeeld ook om deepfake-video’s te maken. Met zulke GAN’s ging het Franse collectief Obvious aan het werk om de ‘portretten’ te maken van de fictieve familie Belamy. Eén ervan werd vorig jaar bij Christie’s geveild voor 432 500 dollar, een recordbedrag voor een AI-werk.

ke xe

‘Voor Christie’s was dat eigenlijk nog een experiment,’ zegt Richard Lloyd van het veilinghuis: het wil deel uitmaken van een ‘conversatie’ over kunst. ‘Dit specifieke werk is deels gekozen vanwege het gebruikte procedé: Obvious heeft de menselijke interventie zo veel mogelijk beperkt, zodat het resultaat zo dicht mogelijk de creativiteit van de machine vertegenwoordigt’. Deze week veilt Christie’s online het computergegenereerde werk

kij

Breakfast door Svalbard Ice. De verwachte verkoopprijs ligt tussen de 8 000 en de 12 000 dollar. Puur juridisch gezien is het auteursrecht, zowel in België als

In

in de rest van Europa, gebaseerd op de creatieve tussenkomst

Een door artificiële intelligentie gemaakte Rembrandt. rr

van een mens. Het aandeel van de computer telt dus niet mee. Juridisch zou bijna elk werk dat vandaag met AI wordt gemaakt, beschouwd worden als een kunstwerk van de persoon die het AI-systeem gebruikte, zo vat

HOOFDSTUK 2

Jonathan Bailey van de website Plagiarism Today het samen.

60

Van den Branden ziet grote gelijkenis tussen de creativiteit van de computer en die van een componist. ‘Voed een algoritme met muziek van Bach, en je krijgt een behoorlijke imitatie van Bach. Dat is vergelijkbaar met hoe een componist werkt.’ Het verschil is dat de input voor

Mario Klingemann

IN

Een werk dat op Screen it in


de mens veel groter is, en vooral veel breder: ook een verre reis of een film kan je tot muziek inspireren, meent hij. Maar dit is niet het einde van het verhaal. Volgens Van den Branden wordt de computer alleen maar beter. Horen we straks muziek die, van begin tot einde, door algoritmes is gecreëerd én ook nog goed klinkt? Volgens Van den Branden wel.

IN

Bron: De Standaard

1→ Kan een computer een kunstenaar zijn? Welke bijvragen kun je stellen bij die vraag?

VA N

2→ Bedenk een argument voor en tegen de hypothese bij vraag 1. voor:

tegen:

aa

3→ Voer een discussie in groepjes van vier. Kan een computer een kunstenaar zijn? Gebruik je

pl

bijvragen en argumenten.

m

Een digitaal denkend ding

2.11

ke xe

Kun je bewijzen dat een computer een denkend ding is? Het lijkt niet mogelijk omdat je niet eens kunt bewijzen dat de leerling naast je een denkend ding is. Alan Turing bedacht in 1950 toch een test. De computers van toen kun je natuurlijk moeilijk vergelijken met de computers van vandaag: ze hadden maar een fractie van de kracht en namen hele kamers in. In de turingtest voert iemand een conversatie met zowel een andere mens als de antwoorden komen van een computer of van een mens, dan beschikt de computer volgens Turing over intelligentie. Ondertussen zijn er al geruime tijd chatbots die slagen in de turingtest. Maar het lijkt moeilijk om te stellen dat een chatbot effectief een denkend ding is. De filosoof John Searle bekritiseerde in 1980 de turingtest omdat echt begríjpen iets anders is dan louter berichten sturen gebaseerd op de instructies van de computer. De turingtest is daarom niet echt relevant meer de dag van vandaag. Maar met de komst van artificiële intelligentie ligt de vraag of computers denkende dingen zijn wel weer op tafel.

HOOFDSTUK 2

In

kij

met een computer. Als die persoon niet kan onderscheiden of

61


b Bekijk de trailer van Chappie en lees de synopsis in het Good to know-kader.

Beantwoord vervolgens de vragen onder het kader.

Good to know

IN

Chappie

Chappie is een film uit 2015 van Neill Blomkamp. In deze film worden autonome robots gebruikt als

ordehandhavers. De robots hebben duidelijke instructies over wat ze moeten doen en wat ze niet mogen doen. Maar een programmeur slaagt erin om een zelfdenkende robot te maken die kan doen wat hij zelf

VA N

wil. Chappie wordt daardoor enerzijds als waardevol beschouwd, maar anderzijds ook als gevaarlijk voor de maatschappij. Daardoor wordt hij in de film opgejaagd. Hij leert wat het betekent om zelf te denken. Zo ontdekt hij steeds meer over gevoelens en vriendschap. Door een kapotte batterij ontwikkelt Chappie ook

aa

een wil om te leven en een angst om te sterven.

Voer in groepjes van vier een discussie over de onderstaande kwesties. Gebruik goede vragen,

pl

voorbeelden en argumenten.

m

1→ Zou je kunnen zeggen dat Chappie een denkend ding is, net zoals jij? 2→ Zou je kunnen zeggen dat Chappie ‘leeft’?

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

3→ Zou Chappie uitschakelen gelijkstaan aan moord?

62


EUREKA!

Forum •

VA N

“Kun je er wel zeker van zijn dat je bestaat?”

IN

Wat denk je nu over de breinbreker die we aan het begin van dit hoofdstuk formuleerden?

Schrijf een tekst waarin je een antwoord biedt op de breinbreker. Formuleer argumenten die je antwoord staven. Houd daarbij rekening met alles wat je hebt geleerd in de verschillende denkstappen. Maak gebruik van de volgende begrippen: twijfel – zekerheid – Descartes – denkend ding. Welke vragen komen er nog in je op over dit thema? Cliffhanger

Je kunt bewijzen dat je bestaat als denkend ding. Maar er blijft nog steeds de kwestie van je lichaam.

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

m

pl

aa

Heb je een lichaam of ben je een lichaam?

63


SYNTHESE ↑

De kennisleer: wat weet je zeker?

KENNISCLIP

2.1

2.2

2.3

2.4

Wat is nog waar en wat is fake? Is binnenkort alles fake? Wij worden vandaag geconfronteerd met fake news,

IN

maar de vraag naar wat waar is en wat niet, houdt filosofen al lange tijd bezig. Zo vroeg de Franse filosoof René Descartes zich in de 17e eeuw ook al af wat hij zeker kon weten.

De kennisleer is een discipline van de filosofie die zich bezighoudt met kennis en waarheid. Tijdens Descartes’

VA N

zoektocht naar zekerheid vroeg hij zich af waarop hij nog kon vertrouwen om tot zekere kennis te komen.

Daarvoor twijfelde hij werkelijk aan alles. Enkel wat alle twijfel overleeft, is zekere kennis. De fundering

moet sterk zijn voor je er een huis op kunt bouwen. Dat wilde Descartes bereiken met zijn filosofie: een stevige fundering bieden om verdere kennis op te bouwen.

Drie argumenten om aan alles te twijfelen

2.5

2.6

2.7

2.8

Descartes gebruikte drie argumenten om aan te tonen dat je aan alles kunt twijfelen. 1 Het argument van de zintuigen

Optische illusies zorgen ervoor dat je misleid wordt door je zintuigen. Ze tonen aan dat je niet honderd procent op je zintuigen kunt vertrouwen. Descartes zou zeggen dat je om die reden niet meer op je zintuigen kunt

aa

bouwen om tot zekerheden te komen. Daarvoor doet hij enkel beroep op de rede, het denken. In de filosofie wordt een onderscheid gemaakt tussen rationalisme en empirisme. Filosofen van wie de argumenten enkel op de rede berusten, noemt men rationalisten. Empiristen daarentegen stellen dat kennis enkel kan verkregen

2 Het argument van de droom

pl

worden via de zintuigen.

m

Er is nog een andere reden om te twijfelen aan alles wat je rondom je ziet en hoort. Het zou kunnen dat alles zich afspeelt in je dromen. Voor Descartes was dat een goede reden om aan alles te twijfelen.

ke xe

3 Het argument van de demon

Beeld je in dat er een onzichtbare kwaadaardige demon bestaat die de kracht heeft om je te laten denken wat hij wil dat je denkt. Alles wat hij je influistert, beschouw je als je eigen gedachten. Zelf kun je niet weten of de demon bestaat, waardoor je niet in de gaten hebt dat het niet je eigen gedachten zijn. Descartes’ doel was om te onderzoeken wat de twijfel overleeft. Door aan alles te twijfelen, gaat hij na of er toch iets overblijft waarvan hij zeker kan zijn. Wat hij doet, is twijfelen om iets te vinden waaraan je niet kunt

kij

twijfelen. Dat is een methodische twijfel: een zoeken naar zekerheid door systematisch aan alles te twijfelen. 2.9

In

De eerste zekerheid: Cogito ergo sum Descartes is er zeker van dat hij twijfelt. Daaruit leidt hij af dat om te twijfelen het noodzakelijk is om te denken.

Er moet dus iets zijn dat denkt. Bijgevolg moet er een denkend ding bestaan. Zo leidt de zekerheid van de twijfel tot de zekerheid van het bestaan van een denkend ding. Cogito ergo sum: ik twijfel, (dus ik denk), dus ik ben. Dat

HOOFDSTUK 2

is het ware fundament van alle kennis voor Descartes. Een zekerheid die niet onderuit gehaald kan worden door

64

enige twijfel.


Zijn er nog denkende dingen?

2.10 2.11

De methodische twijfel brengt je tot de zekerheid van een denkend ding. Vanuit de kennisleer kom je zo terecht in de antropologische filosofie. Dat is de filosofische studie over de mens. Via de waarneming zie je enkel hoe anderen zich uitwendig gedragen. De inwendige ervaringen van andere

IN

personen zullen altijd een raadsel blijven. Dat betekent dat de ervaringen van anderen volledig privé zijn.

Ervaringen blijven iets mysterieus. Wat er zich in je hoofd afspeelt, is niet overdraagbaar op andere mensen. Het is daarom niet mogelijk om zeker te weten dat andere mensen net als jij denkende dingen zijn. Hetzelfde

VA N

geldt voor dieren en computers.

Bordschema

Welke informatie vertrouw je honderd procent?

Starten van een schone lei

Zoeken naar een zeker fundament via methodische

Kennisleer: wat weet je zeker?

twijfel

om aan alles te twijfelen

Argument van de zintuigen (rationalisme ↔ empirisme)

2

Argument van de droom

3

Argument van de demon

Je kunt er niet aan twijfelen dat je twijfelt.

pl

De eerste zekerheid van Descartes

1

aa

Drie argumenten van Descartes

m

Om te twijfelen moet je bestaan als denkend ding. Ik twijfel, dus ik denk, dus ik ben een denkend ding. •

Antropologie

dingen?

Dieren?

Computers?

HOOFDSTUK 2

In

kij

ke xe

Zijn er nog andere denkende

65


NOTITIES

IN

VA N

aa

ke xe

m

pl

kij

In


NOTITIES

IN

VA N

aa

ke xe

m

pl

kij

In


NOTITIES

IN

VA N

aa

ke xe

m

pl

kij

In


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Agora inleiding tot filosofie - inkijkexemplaar deel 1 by VAN IN - Issuu