Academiejaar 2020-2021
De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Plaats hier de gegevens van uw hogeschool en opleiding
De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Blend ISBN 978-11-1004-093-3 Samengesteld door Hans Mertens De Boeck Hogeschool Sociaal werk Recht © Dit werk werd samengesteld door bovenvermelde docent(en), met respect voor de auteursrechten van VAN IN en de afzonderlijke auteurs. Wommelgem, 2020 Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. ln België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever en de auteurs streven permanent naar een volledige betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, zij kunnen voor die informatie en de toepassing ervan echter niet aansprakelijk gesteld worden. Dit boek op maat bevat hoofdstukken uit volgende oorspronkelijke werken: •
Jan Roodhooft, Praktisch burgerlijk recht. ISBN 978-90-3069-222-5. 2019, hoofdstuk 7. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.
•
Luc Haegeman, e.a, Praktisch gezondheidsrecht. ISBN 978-90-3068-994-2. 2019, hoofdstuk 7. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.
•
Ludo Laurysens, e.a, Praktisch sociaal recht. ISBN 978-90-3069-228-7. 2019, hoofdstuk 41. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.
Inhoudsopgave Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2019
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
1
Toegevoegd door docent
Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen
13
1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst
15
2 Nog een voorbeeld van een tussentitel
16
Uit: Luc Haegeman, e.a. Praktisch gezondheidsrecht. 2019
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
19
Uit: Ludo Laurysens, e.a. Praktisch sociaal recht. 2019
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
35
1 Personen- en familierecht: personenrecht
IE
N
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
O
VO
E
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
In het personenrecht wordt dieper ingegaan op de regeling en het statuut van de persoon als individu; in de tweede paragraaf, zijnde het familierecht, komt de persoon in relatie met anderen, in familieverband aan bod. Binnen het personenrecht gaan we in de eerste plaats nader in op het begrip persoon; vervolgens wordt aandacht besteed aan de staat en de bekwaamheid van de persoon.
E
Het begrip persoon
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
1
Er bestaan in het recht twee soorten personen, namelijk natuurlijke en rechtspersonen.
Deze uitgave staat alleen stil bij de natuurlijke personen, met andere woorden de personen van vlees en bloed. De kenmerken en het juridisch statuut van de rechtspersonen vormen het voorwerp van het vennootschapsrecht. Het vennootschapsrecht onderging recent grondige hervormingen. Bij de levende wezens zijn alleen mensen natuurlijke personen. Dieren hebben dus geen persoonlijkheid in ons recht. Bovendien zijn enkel levende mensen personen. Voor lijken geldt wel een zekere bescherming; een lijk kan dus niet zomaar worden beschouwd als een zaak. De persoonlijkheid neemt een aanvang op het moment van de geboorte (dus niet bij de verwekking) en eindigt op het moment van het overlijden. Ook het reeds verwekte, maar nog niet geboren kind geniet een zekere bescherming en kan reeds een aantal rechten laten gelden. VOORBEELD
Staat van de persoon
IE
VO
2
O
De ongeboren vrucht wordt reeds als een persoon beschouwd voor het erfrecht, voor schenkingen of voor testamenten.
N
De staat van de persoon is het geheel van hoedanigheden van een persoon die zijn juridische plaats in de maatschappij en de familie bepalen. Zij laten als het ware toe hem te situeren op ‘de landkaart’ van de maatschappij. De materie van de staat van de persoon raakt de openbare orde. Dit heeft tot gevolg dat iemand een aspect van zijn staat niet zomaar kan wijzigen. Bovendien is de materie van de staat van de persoon niet vatbaar voor ‘verjaring’ (zie omtrent dit begrip het hoofdstuk Verjaring - Definitie).
© VAN IN
3
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
VOORBEELD
– –
Iemand kan niet zomaar de vermelding man of vrouw in zijn geboorteakte laten wijzigen. Iemand kan niet zomaar van naam veranderen.
In deze uitgave gaan we dieper in op vier elementen van de staat van de persoon, zijnde de naam, het geslacht, de nationaliteit en de woonplaats.
2.1
Naam
De naam heeft als doel bepaalde personen te onderscheiden van andere. Binnen de naam van de persoon, moet een onderscheid worden gemaakt tussen de voornaam en de familienaam.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
A Voornaam
De voornaam wordt, in tegenstelling tot vroeger, in principe vrij gekozen. Er gelden slechts drie beperkingen aan deze principiële keuzevrijheid. Zo mag de naam geen aanleiding geven tot verwarring, hij mag het kind niet kunnen schaden en hij mag geen schade toebrengen aan derden. Als er niet aan deze voorwaarden werd voldaan, mag de ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren de naam te acteren. Tegen deze weigering hebben de ouders een mogelijkheid tot verhaal bij de burgerlijke rechtbank. VOORBEELD
Het is niet toegelaten een jongen een typische meisjesnaam te geven of een kind een overdreven aantal voornamen te geven.
Het recht een voornaam te kiezen behoort toe aan de ouders. Als de ouders het niet eens zijn, kan een van hen zich wenden tot de familie- en jeugdrechtbank, die uitspraak doet in het belang van het kind.
Om de voornaam te kunnen wijzigen, moet een administratieve procedure worden gevolgd. Daarbij moet de aanvrager een verzoek indienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister is ingeschreven. De procedure duurt maximaal drie maanden. De lokale overheid beslist welke kost ze aanrekent voor de wijziging van de voornaam. Als de lokale overheid de voornaamswijziging weigert, kan daartegen verhaal worden aangetekend via een verzoekschrift dat wordt neergelegd bij de familierechtbank.
N
IE
VO
O
Een wijziging van de voornaam kan verkregen worden ongeacht de reden die men daarvoor heeft. Om een wijziging te vragen, moet dus geen wettig belang worden aangetoond. De voornaam die men door wijziging wenst te krijgen, mag evenwel niet in strijd zijn met de drie hogervermelde beperkingen.
VOORBEELD
Een kind krijgt bij de geboorte drie voornamen, waarvan de derde de naam is van zijn meter. Voor het doopfeest ontstaat er echter ruzie met de meter. Iemand anders wordt aangezocht om het meterschap op zich te nemen. In dat geval kan een procedure tot naamswijziging overwogen worden. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor iemand die van vreemde oorsprong is, de Belgische nationaliteit verwierf maar toch graag een meer Europees klinkende voornaam heeft om de integratie te bevorderen.
© VAN IN
4
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
B Familienaam De wetgeving inzake de familienaam trad in werking op 1 juni 2014. Kinderen hebben sindsdien niet langer automatisch de familienaam van de vader. Ouders kunnen voortaan kiezen voor de familienaam van de vader, van de moeder of van beiden in de volgorde die zij wensen. Als de ouders niet tot een akkoord kwamen, kreeg het kind de familienaam van de vader. Deze bepaling werd begin 2016 door het Grondwettelijk Hof als discriminerend tegenover vrouwen beschouwd.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
De regeling is thans gewijzigd. Voor kinderen geboren op of na 1 januari 2017 draagt het kind (bij afwezigheid van keuze of in geval van onenigheid hierover), de naam van de vader. In geval van onenigheid hierover draagt het kind de naam van de vader en de naam van de moeder naast elkaar in alfabetische volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen. Wanneer de vader en de moeder, of een van hen, een dubbele naam dragen, kiest de betrokkene het deel van de naam dat aan het kind wordt doorgegeven. Bij afwezigheid van keuze wordt het deel van de dubbele naam dat wordt doorgegeven bepaald op basis van de alfabetische volgorde. De wet vergt wel dat alle kinderen van een gezin dezelfde familienaam dragen. Men kan dus niet per kind voor een verschillende familienaam kiezen.
Het kind wiens afstamming alleen van moederszijde vaststaat, draagt de naam van zijn moeder. Het kind wiens afstamming alleen van vaderszijde vaststaat, draagt de naam van zijn vader. Het huwelijk wijzigt niets aan de naam van de gehuwden. Wel wordt, op basis van de gewoonte, het recht van elk van de echtgenoten om de familienaam van de ander te gebruiken aanvaard. In beroepsbetrekkingen geldt een bijzondere regel. Daar kan de ene echtgenoot, als de andere instemt, de naam van zijn mede-echtgenoot gebruiken voor beroepsdoeleinden (zie ook de bespreking van het primair stelsel, hoofdstuk Familierecht, 3.4).
VOORBEELD
– De wens om een belachelijk klinkende familienaam of een naam die aanleiding geeft tot pesterijen te wijzigen. – De wens om een vreemd klinkende naam die aanleiding geeft tot integratieproblemen te wijzigen.
N
IE
VO
O
Een wijziging van de familienaam is niet zo eenvoudig te verkrijgen als een wijziging van de voornaam. Zo is vereist dat de verzoeker een ernstige reden heeft om zijn naam te laten wijzigen. Bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring, en mag deze de verzoeker, noch derden schaden.
In dit geval wordt het verzoek gericht tot de minister van Justitie, die bij KB de wijziging kan toestaan. Concreet moet de aanvraag gericht worden aan Federale Overheidsdienst Justitie, Dienst naamsveranderingen, Waterloolaan 115, 1000 Brussel. Wie zijn familienaam wil veranderen, betaalt een registratierecht van 140 EUR. Dat bedrag moet ook betaald worden als de aanvraag wordt geweigerd. Bij zo’n weigering kan er ook een beroep worden ingesteld door een verzoekschrift neer te leggen bij de familierechtbank. De duur van zo’n procedure bedraagt 6 maanden tot 1 jaar.
© VAN IN
5
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
2.2
Geslacht
Het geslacht van de persoon is het behoren tot hetzij de mannelijke, hetzij de vrouwelijke sekse. In de meerderheid van de gevallen stelt het geen probleem te bepalen tot welk geslacht een persoon behoort; de vaststelling gebeurt aan de hand van fysieke criteria (morfologisch, gonadisch, hormonaal en genetisch), een sociaal en een psychologisch criterium.
E
Wel kunnen er problemen rijzen voor interseksuelen en transseksuelen. Interseksuelen zijn personen bij wie er in hun fysieke geslachtskenmerken een tegenstrijdigheid van sekse bestaat. Bij transseksuelen daarentegen wijzen de fysieke kenmerken in dezelfde richting, maar zij behoren psychologisch tot het andere geslacht.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
In België bestaat er een transgenderwet. Mensen die overtuigd zijn dat hun genderidentiteit niet overeenstemt met het geslacht dat hen bij hun geboorte werd toegeschreven, kunnen hun geslachtsregistratie in hun geboorteakte laten aanpassen. Hiervoor gelden geen medische vereisten. De eigen overtuiging volstaat. Het is dus niet nodig om eerst een geslachtsoperatie te ondergaan om van geslacht te kunnen veranderen.
2.3
Woonplaats
De woonplaats van een persoon heeft in sommige domeinen van het recht een belangrijke betekenis, zo bijvoorbeeld voor proceshandelingen (bv. betekeningen door een gerechtsdeurwaarder). In verschillende rechtstakken worden er onderscheiden betekenissen gegeven aan het begrip woonplaats. Zo betekent het in het burgerlijk recht de plaats waar iemand het centrum van zijn belangen heeft. Wel is vereist dat men vrijwillig het centrum van zijn belangen op de betrokken plaats heeft. Het is niet noodzakelijk de plaats waar men is ingeschreven in de bevolkingsregisters.
Bij langdurig verblijf in een ziekenhuis zal men daar zijn woonplaats in de burgerrechtelijke zin van het woord niet krijgen, omdat het niet gaat om een vrijwillig verblijf.
IE
VO
O
VOORBEELD
N
In het ‘gerechtelijk recht’ (de regels die het verloop van een gerechtelijke procedure regelen) is de woonplaats daarentegen de plaats waar de betrokkene is ingeschreven in de bevolkingsregisters als hebbende daar zijn hoofdverblijfplaats. Op juridisch vlak hebben de begrippen ‘woonplaats’ en ‘verblijfplaats’ niet dezelfde betekenis. De verblijfplaats is immers de plaats op het grondgebied waar men vertoeft op een meer dan toevallige wijze, ook al heeft men niet de bedoeling op die plaats zijn rechten en zijn plichten uit te oefenen.
© VAN IN
6
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
2.4
Nationaliteit
De nationaliteit van een persoon is de band die hij heeft met een bepaald land, waardoor hij onderdaan wordt van dat land en bepaalde rechten en plichten krijgt. De nationaliteit wordt op basis van twee verschillende systemen verleend: – Ius soli: op basis van de geboorte in een bepaald land, wordt ook de nationaliteit van dat land verkregen. – Ius sanguinis: op basis van de nationaliteit van de ouder(s), wordt de nationaliteit verkregen.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
In België overweegt het systeem van het ius sanguinis; nochtans bestaan er correcties o.a. om apatridie (staatloosheid) te vermijden.
2.5
Casussen
1 Martine en Jos, een verwoed voetballiefhebber, zijn sinds een vijftal jaren gehuwd. Uit hun huwelijk werd één kind geboren, Diego. Op het moment dat Martine bevalt van een tweede zoon, besluiten Jos en Martine deze Maradonna te noemen. De ambtenaar van de burgerlijke stand gaat daar evenwel niet mee akkoord en weigert deze naam te acteren. Martine en Jos zijn het echter niet eens met deze weigering en wensen hiertegen stappen te ondernemen. Quid? 2 Marcel, die mede via een oplichtingszaak heel wat geld wist te vergaren, verblijft nagenoeg steeds in een riante villa in Aalst. Om fiscale redenen liet hij zich echter inschrijven in het bevolkingsregister in Knokke waar hij een appartement heeft, hoewel hij daar bijna nooit vertoeft. Onlangs werd Marcel, omwille van de genoemde oplichtingszaak opgesloten in de gevangenis in Leuven. Waar bevindt zich de woonplaats van Marcel, en dit zowel in de burgerrechtelijke zin als in de zin van het gerechtelijk recht?
Bekwaamheid van de persoon
O
3
IE
VO
Binnen de bekwaamheid van de persoon, moet een drievoudig onderscheid worden gemaakt.
N
– de feitelijke bekwaamheid: de feitelijke bekwaamheid houdt in dat men feitelijk in staat is om bepaalde dingen te doen. Het gaat hier om het begrip bekwaamheid zoals dat wordt gebruikt in de gewone dagelijkse omgangstaal. Het is dus geenszins een juridisch begrip, in tegenstelling tot de andere twee. VOORBEELD
Men kan autorijden, behangen, schrijven, lezen; men bezit met andere woorden de vaardigheid om deze handelingen te verrichten.
© VAN IN
7
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
– de rechtsbekwaamheid: dit is het hebben van bepaalde rechten en plichten; in België is nagenoeg iedereen rechtsbekwaam. Op deze regel bestaan slechts beperkte uitzonderingen. VOORBEELD
De vreemdelingen hebben beperkte politieke rechten. Zo hebben zij o.a. geen stemrecht. Strafrechtelijk veroordeelden kunnen ontzet zijn van hun burgerlijke en politieke rechten.
E
– de handelingsbekwaamheid: dit is de bekwaamheid om de rechten en plichten die men heeft – men is dus rechtsbekwaam voor de betreffende rechten en plichten – zelf en zelfstandig uit te oefenen. Het is deze laatste vorm van bekwaamheid waarbij in deze uitgave zal worden stilgestaan.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
Als uitgangspunt kan worden gesteld dat in principe iedereen handelingsbekwaam is. De voornaamste uitzonderingen hierop zijn de minderjarigen en bepaalde geestesgestoorden. Alleen de eerste categorie komt hier aan bod.
DE HANDELINGSONBEKWAAMHEID VAN DE MINDERJARIGE
Binnen de minderjarigen maakt men een onderscheid tussen de ‘ontvoogden’ en de ‘nietontvoogden’ (over de ontvoogding, zie verder in dit hoofdstuk onder punt 3.2). In België is men meerderjarig vanaf de leeftijd van 18 jaar.
3.1
De niet-ontvoogde minderjarige
A Algemeen
VO
O
De niet-ontvoogde minderjarige is volledig en algemeen handelingsonbekwaam. Hij is volledig handelingsonbekwaam, wat betekent dat hij moet worden vertegenwoordigd en de handelingsonbekwaamheid is algemeen, d.w.z. dat ze alle rechtshandelingen betreft. Hij moet dus in beginsel worden vertegenwoordigd voor alle rechtshandelingen. Voor een aantal beperkte handelingen bestaat er wel een uitzondering. VOORBEELD
N
IE
De niet-ontvoogde minderjarige kan zelf een aantal dagelijkse handelingen stellen (zoals de aankoop van een cd) vanaf 12 jaar, een spaar- of depositoboekje openen, vanaf zestien jaar beschikken bij testament over de helft van zijn goederen waarover men als meerderjarige zou kunnen beschikken en dergelijke.
B Vertegenwoordiging Om te weten door wie een niet-ontvoogde minderjarige wordt vertegenwoordigd, moet een onderscheid worden gemaakt volgens het aantal (in leven zijnde) ouders dat de minderjarige heeft.
© VAN IN
8
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
a De niet-ontvoogde minderjarige heeft twee ouders Wie vertegenwoordigt? Als de niet-ontvoogde minderjarige twee ouders heeft, zijn beide ouders titularis van het ouderlijk gezag.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
– Als de ouders samenleven (ongeacht of ze al dan niet gehuwd zijn), oefenen zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uit (art. 373 BW). De ouders moeten dan ook in principe gezamenlijk optreden. Tegenover derden die te goeder trouw zijn, bestaat wel een vermoeden dat een ouder die alleen optreedt, handelt met instemming van de andere. Als een van de ouders zou weigeren in te stemmen om gezamenlijk op te treden, kan de zaak door de andere ouder aanhangig gemaakt worden bij de familierechtbank. De rechter kan trouwens ook een van de ouders toestemming verlenen om alleen op te treden voor een of meerdere handelingen.
– Als de ouders niet samenleven, oefenen zij in beginsel eveneens samen het ouderlijk gezag uit. Ook hier geldt het eerder vermelde vermoeden en kan bij weigering van een van de ouders de andere de zaak aanhangig maken bij de rechtbank. De gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag zal in deze hypothese echter niet altijd mogelijk zijn. Daarom werd in de wet bepaald dat als de ouders het niet eens zijn over de huisvesting van het kind en over fundamentele beslissingen in zijn leven (gezondheid, opvoeding, opleiding en dergelijke) of als hun overeenstemming ter zake strijdig lijkt met het belang van het kind, de zaak aanhangig kan worden gemaakt bij de bevoegde rechtbank. Die kan dan de uitoefening van het gezag bijvoorbeeld aan een van de ouders toevertrouwen. Hij kan eveneens bepalen welke beslissingen m.b.t. de opvoeding alleen met instemming van beide ouders kunnen worden genomen. De rechter bepaalt dan ook de wijze waarop de ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, persoonlijk contact onderhoudt met het kind.
VOORBEELD
De ouders hebben het recht te bepalen met wie het kind mag omgaan, naar welke school het kind gaat, welke taal het kind spreekt e.d.
IE
VO
O
Wijzen we er nog op dat het ouderlijk gezag een reeks rechten en plichten voor de ouders omvat. Er kan o.a. worden gedacht aan het gezag over de persoon van de minderjarige, het recht om diens goederen te beheren, de verplichting het kind op te voeden en een passende opleiding te geven, de aansprakelijkheid voor de daden van de minderjarige ...
N
De verschillende rechtshandelingen en de vereiste formaliteiten Als uitgangspunt geldt dat de ouder(s) die het ouderlijk gezag uitoefent/uitoefenen, de minderjarige kan (kunnen) vertegenwoordigen voor nagenoeg alle rechtshandelingen. Daarbij moeten geen specifieke formaliteiten worden vervuld. Voor bepaalde handelingen hebben de ouders wel de machtiging van de vrederechter nodig. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het vervreemden (bv. verkopen …) van de goederen van de minderjarige, behalve als er sprake is van onbruikbare voorwerpen of van de vruchten van die goederen, om het aangaan van een lening, het hypothekeren of in pand geven van de goederen van de minderjarige …
© VAN IN
9
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
Voor sommige handelingen is het vanzelfsprekend dat die machtiging vereist is. Voor andere is dat minder het geval. We denken bijvoorbeeld aan het vertegenwoordigen van een minderjarige in een gerechtelijke procedure of aan het vervreemden van souvenirs of persoonlijke voorwerpen van de minderjarige, zelfs als het gaat om voorwerpen van geringe waarde. Om de machtiging te krijgen moet een verzoekschrift worden ingediend bij het vredegerecht. Dat moeten de beide ouders zelf of hun advocaat ondertekenen. Bij belangentegenstelling tussen ouders en kind zal de vrederechter een voogd ad hoc aanwijzen.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
b De niet-ontvoogde heeft één ouder
E
Als die formaliteiten niet worden nageleefd, kan de handeling nietig verklaard worden. Het gaat echter om een relatieve nietigheid. Ze kan alleen door of namens de minderjarige gevorderd worden en niet door de medecontractant (bv. diegene aan wie een goed van de minderjarige werd verkocht).
Als de niet-ontvoogde minderjarige één ouder heeft, valt de voogdij niet open. De enige ouder of de langstlevende ouder neemt in dat geval het beheer van de goederen van het kind waar. De ouder heeft in bepaalde gevallen wel de machtiging nodig van de vrederechter.
In dat geval is er ook geen controle van een toeziende voogd of van een familieraad. c De niet-ontvoogde heeft geen ouders meer Wie vertegenwoordigt?
Als de minderjarige geen ouders (meer) heeft, valt de voogdij over de minderjarige open. In dat geval beveelt de vrederechter de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de persoon van de minderjarige en voor het beheer van zijn goederen. Wie wordt voogd?
IE
VO
O
Hier hangt alles af van de vraag of de langstlevende ouder (of eventueel de ouders samen) een voogd heeft of hebben aangewezen. Dat kan via testament of via een verklaring voor de notaris of de vrederechter. Door een nieuwe verklaring te doen, kan die keuze trouwens gewijzigd worden.
N
Als de aangewezen persoon de voogdij aanvaardt, homologeert de vrederechter de aanwijzing, behalve als er ernstige redenen zijn in het belang van het kind om zich daar tegen te verzetten. Als de langstlevende ouder (of de ouders) geen voogd hebben aangewezen, benoemt de vrederechter de voogd. Hij kiest daarbij in beginsel uit de naaste familieleden van de minderjarige.
© VAN IN
10
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
De voogd is niet verplicht de voogdij te aanvaarden. Als de voogd wettige redenen aanvoert, kan hij ook in de loop van de voogdij ontlast worden van zijn opdracht. Als het kind 12 jaar of ouder is, zal de vrederechter het eerst horen voordat hij overgaat tot benoeming van de voogd of voordat hij de aanwijzing van de voogd homologeert. Ook worden nog een aantal andere personen gehoord. VOORBEELD
De grootouders van de minderjarige, zijn meerderjarige broers en zussen ...
E
De rechtbank zou, als het belang van het kind dat vereist, de voogdij ook kunnen splitsen tussen twee personen.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
De toeziende voogd
De toeziende voogd wordt aangeduid door de vrederechter. Hij wordt bij voorkeur gekozen uit de andere familietak dan de voogd. Zijn taak bestaat erin toezicht uit te oefenen op de voogd. De familieraad is jaren geleden afgeschaft. Wel kan de vrederechter nog individuele familieleden raadplegen, bv. bij de benoeming van de voogd. Werking van de voogdij
De voogd draagt zorg voor de opvoeding van de minderjarige. Hij vertegenwoordigt de minderjarige en beheert zijn goederen.
O
Toch moet de voogd rekening houden met heel wat verplichtingen; zo moet er bv. een boedelbeschrijving worden opgemaakt, moet aan de vrederechter worden gevraagd over welk bedrag de voogd beschikt voor onderhoud en opvoeding van de minderjarige, moet jaarlijks een rekening van het beheer bij het vredegerecht worden ingediend ... Voor een aantal handelingen heeft de voogd de medeondertekening nodig van de toeziende voogd; voor een aantal andere handelingen is dan weer een bijzondere machtiging vereist van de vrederechter (zie ter zake bij de ouders).
VO
C Sanctieregeling als de minderjarige zelf optreedt
N
IE
Als een minderjarige zelf bepaalde rechtshandelingen stelt, waarvoor hij normaal moet worden vertegenwoordigd (en waarvoor eventueel bepaalde formaliteiten moeten worden nageleefd), kan dergelijke handeling met ‘nietigheid’ worden gesanctioneerd. Deze nietigheid heeft een relatief karakter, wat wil zeggen dat enkel de minderjarige (of iemand namens hem) ze kan inroepen. Als de minderjarige die de handeling stelt nog niet tot de zogenaamde ‘jaren des onderscheids’ is gekomen, of als het gaat om een handeling die, in de hypothese dat de minderjarige onder voogdij zou staan, de voogd voor de minderjarige niet zonder formaliteiten zou kunnen verrichten, zal de rechter de nietigheid moeten uitspreken als deze wordt gevorderd. Het gaat hier om een nietigheid rechtens. De rechter heeft dan met andere woorden geen keuze.
© VAN IN
11
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 1: Personen- en familierecht: personenrecht
Als de minderjarige daarentegen een handeling stelt die, in de hypothese dat hij onder voogdij zou staan, de voogd kan verrichten zonder formaliteiten, is de sanctie de facultatieve nietigheid. De rechter zal in dat geval de nietigheid alleen uitspreken als hij oordeelt dat er sprake is van benadeling; hij moet in deze hypothese de nietigheid dus niet uitspreken. Er is sprake van een benadeling als er een groot onevenwicht is tussen de prestaties van de partijen, alsook als er een onevenwicht bestaat tussen de financiële gevolgen van de handeling voor de minderjarige en het hele vermogen van deze laatste. VOORBEELD
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
– Het verkopen aan een minderjarige van een acht jaar oude wagen, met een cataloguswaarde van 1 750 EUR, voor 7 500 EUR. In dat geval is er een groot onevenwicht tussen de prestaties van de partijen en bijgevolg benadeling. – Als een minderjarige een wagen koopt van 8 500 EUR, terwijl hij slechts over 1 250 EUR spaargeld beschikt en geen ander vermogen heeft, is er sprake van een onevenwicht tussen de financiële gevolgen van de handeling en het vermogen van de betrokkene.
3.2
De ontvoogde minderjarige
De ontvoogding is een instituut waardoor de minderjarige als het ware in een tussenfase komt tussen het statuut van minderjarige en meerderjarige. De ontvoogde heeft een grotere handelingsbekwaamheid dan een niet-ontvoogde minderjarige, maar voor verschillende handelingen heeft hij nog ‘bijstand’ (wat minder verregaand is dan de vertegenwoordiging) nodig van de curator. De ontvoogding kan op twee verschillende manieren tot stand worden gebracht, hetzij langs gerechtelijke weg (via de rechtbank), hetzij via wettelijke weg (door het huwelijk van de minderjarige wordt hij immers automatisch ontvoogd).
3.3
Casussen
3 Maarten, 16 jaar en zoon van Lydie en Pascal, verdiende met zijn vakantiejob 750 EUR. Bij Oscar, de plaatselijke garagehouder, koopt hij een tweedehandse BMW 316 voor de prijs van 10 000 EUR. Zijn ouders zijn helemaal niet tevreden met deze aankoop en wensen stappen te ondernemen.
N
IE
VO
O
Sinds de burgerlijke meerderjarigheid op de leeftijd van 18 jaar werd ingesteld, verloor het instituut van de ontvoogding nagenoeg alle belang. Voorheen was het een belangrijk instrument om minderjarigen tussen 18 en 21 jaar toe te laten handel te drijven.
4 Op verzoek van zijn moeder wil de twaalfjarige Achmed in de boekhandel het werkje ‘Koken met de microgolfoven’ kopen. De verkoopster weigert evenwel het boek te verkopen, volgens haar om problemen te vermijden. Want, meent ze, een minderjarige kan niet zelf zo’n boek kopen, maar moet daarvoor door zijn ouders worden vertegenwoordigd. Wat denkt u van dit standpunt?
© VAN IN
12
Academiejaar 2020-2021
2 Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen
IE
N
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
O
VO
E
Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen
Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen 1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque.
O
Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare.
IE
VO
Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.
N
Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.
Toegevoegd door docent
15
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen
2 Nog een voorbeeld van een tussentitel Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque. Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare. Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.
VO
O
Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.
N
IE
Phasellus gravida felis eu mauris luctus vestibulum. Phasellus vehicula malesuada purus eu aliquam. Sed non nisi in ante eleifend rhoncus ac id ipsum. Maecenas malesuada nulla in elit vestibulum gravida. Vestibulum non bibendum lorem. Morbi sed vulputate lectus. Nam faucibus libero sit amet posuere lacinia. Integer facilisis ante vel est pharetra, sed accumsan dui ornare. Nullam auctor ligula sit amet blandit accumsan. Mauris in purus ullamcorper, vestibulum nulla id, euismod ligula. Mauris dolor urna, viverra vel suscipit eu, maximus suscipit magna. Pellentesque laoreet felis libero, ut vestibulum ipsum faucibus ut. Nam nisi felis, dignissim non ornare at, faucibus et sapien. Fusce a fermentum neque, vel egestas augue. Integer tristique vel eros sed convallis. Praesent laoreet quam quis rhoncus ornare. Pellentesque ut lobortis magna. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Donec placerat tellus non augue dapibus mollis. Duis dictum sodales lacus vel fringilla. Curabitur at lacus maximus, facilisis elit quis, iaculis elit. Aliquam eu velit in erat egestas placerat. Maecenas varius eget neque a fringilla. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Sed fringilla, massa a
Toegevoegd door docent
16
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen
bibendum ultricies, metus risus consequat justo, eget egestas nibh risus pharetra tellus. Ut pretium, elit vitae blandit iaculis, lacus lectus iaculis ex, vel pretium sem quam ac urna. Sed non lectus ullamcorper, feugiat orci sed, rhoncus metus. Morbi sem sem, elementum a eros sed, viverra tincidunt lacus. Nullam nec purus eget felis blandit vestibulum. In convallis egestas lacus. Sed non lacus ut lectus venenatis convallis. Morbi ac purus eu tortor tristique tincidunt molestie id ligula. Ut massa quam, egestas a ante in, mattis consectetur orci. Duis condimentum pharetra vulputate. Phasellus a mattis ligula. Vivamus pretium tempus feugiat.
E
Nulla viverra luctus magna, et auctor nisi egestas ut. Suspendisse ut urna eget nulla dictum scelerisque. Nullam at arcu vel lacus tempor pellentesque. Suspendisse ullamcorper sollicitudin libero et mattis. Donec feugiat vulputate risus, eget ullamcorper leo. Quisque vitae malesuada leo. Nullam vitae dui vitae erat pulvinar pretium. In hac habitasse platea dictumst. Nulla viverra dui ut quam semper dictum. Duis scelerisque vulputate ante, consectetur venenatis est lobortis pellentesque. Donec non porta augue. Morbi id lobortis tortor.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
Pellentesque viverra ex sed tortor porta, a suscipit odio vulputate. Donec sed massa est. Vivamus congue commodo augue non egestas. Fusce consequat massa eu consectetur ultricies. Vivamus tempus sapien odio, et suscipit odio suscipit at. Praesent congue tincidunt pulvinar. Nunc eu nisl sed purus fringilla feugiat. Sed varius quam et ipsum vulputate, ac elementum leo mollis. Curabitur maximus sem fringilla, lacinia lectus non, laoreet nulla. Aliquam efficitur tincidunt euismod. Duis sed sagittis elit. Maecenas et quam tincidunt, convallis quam sed, gravida eros. Aenean sit amet orci vitae est elementum rutrum. Suspendisse facilisis dignissim erat, nec aliquam est eleifend a. Praesent in mattis quam. Nulla odio tellus, tempus sit amet nunc a, ullamcorper fringilla ligula. Sed sagittis imperdiet finibus. Sed ac urna ut ex faucibus lobortis eget ut arcu. Vestibulum venenatis, velit ac sodales efficitur, nisl est tincidunt ex, lacinia pellentesque metus metus at felis. Nulla viverra ex nec arcu pellentesque, eu feugiat magna eleifend. Donec pharetra tincidunt risus, sed congue odio aliquet eget. Aenean convallis, neque in facilisis iaculis, justo mi bibendum odio, sit amet tempus massa lorem ut erat. Nunc lobortis quam eget nibh lobortis fringilla ut et est. Aliquam erat volutpat. Phasellus quis libero porttitor, iaculis enim vitae, pharetra odio. Nam elit erat, gravida quis volutpat id, facilisis nec massa. Donec auctor purus at justo pretium aliquet. Nulla congue hendrerit eros, eget porttitor dolor iaculis ac. Nam maximus mauris nisi, nec pretium nisi tincidunt eu. Praesent malesuada est vitae massa cursus, id viverra erat tristique.
IE
VO
O
Maecenas eu semper ante. Aenean et erat volutpat, vulputate urna sed, ultrices nisl. Vestibulum eget justo mauris. Donec pulvinar elementum mauris, vel volutpat ex pulvinar non. Curabitur sit amet rutrum nisi, quis hendrerit nulla. Phasellus ultrices sit amet ligula eu rhoncus. Etiam sit amet malesuada nulla. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Proin iaculis lacinia purus, maximus auctor sapien tincidunt placerat. Duis nunc nisi, dignissim eu orci vitae, porta auctor ligula. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Aenean et imperdiet tortor. Proin id dui in tortor mollis hendrerit at eu urna. Donec non vestibulum arcu. Sed tempor tellus a arcu bibendum, vitae fringilla leo aliquam.
N
In tempor maximus lacinia. Praesent laoreet ipsum nisi. Suspendisse id leo nisi. Praesent molestie iaculis risus, et varius est ultrices et. Donec convallis dui vitae dolor accumsan varius. Curabitur varius, sapien sit amet laoreet aliquet, sapien nunc eleifend lacus, vel fermentum enim mi non mi. Curabitur pharetra, enim vel tincidunt accumsan, ex ex dapibus leo, id malesuada augue lectus ac arcu. Nulla interdum nisl sed pretium venenatis. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Integer augue urna, gravida sit amet dapibus non, congue nec metus. Maecenas nec pellentesque magna. Maecenas bibendum tellus et quam rutrum, vel tristique nunc iaculis. Aenean mi ex, volutpat imperdiet lectus in, semper venenatis felis. In quam ante, maximus id elementum eu, imperdiet ac urna. Praesent congue mi viverra venenatis auctor. Aliquam blandit urna a nibh efficitur imperdiet. Fusce a arcu laoreet, luctus ipsum non, ultrices mi. Proin interdum urna a dui hendrerit rhoncus. Cras efficitur porta libero vitae condimentum. Integer quis libero ut
Toegevoegd door docent
17
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen
erat fermentum tempor quis eu dolor. Mauris ac fringilla neque. Sed posuere pharetra fringilla. Aenean mattis tempus urna, ac viverra risus. Nullam auctor velit nisl, ut dictum erat sollicitudin eget. Curabitur congue et arcu vitae efficitur. Vivamus tellus elit, egestas sed pellentesque id, mattis eget sem. Aliquam turpis justo, interdum vel ullamcorper vel, mattis quis felis. Curabitur aliquam interdum purus, ac lobortis risus pellentesque non. Ut dignissim commodo vehicula. Fusce turpis justo, vehicula et rutrum eget, vestibulum vel est. Nunc id porta lorem, vel mollis magna. Ut efficitur dolor ut laoreet consectetur. Nunc molestie vestibulum elit nec varius. Aenean sodales diam quis nulla vestibulum, id dignissim lacus feugiat. Aenean nisl sapien, finibus auctor nisi sed, elementum ultrices leo. Proin felis ante, convallis vitae facilisis at, pulvinar vel enim. Nunc vulputate convallis placerat. In pulvinar rutrum lacus. Aliquam euismod dapibus placerat.
N
IE
VO
O
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Fusce non sagittis sapien. Donec varius neque malesuada euismod accumsan. Duis ac mi tortor. Nullam nunc sapien, tincidunt consequat finibus vitae, ultricies eu elit. Morbi interdum, purus a ullamcorper vestibulum, est nisl fermentum lorem, ut ultricies tortor quam sit amet arcu. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed orci purus, molestie nec rhoncus eget, lobortis vitae tortor. Aliquam vel finibus enim, ut consequat velit. Nam sit amet tortor massa. Sed sagittis justo et vulputate lobortis. Integer mi purus, tincidunt sed gravida vitae, venenatis sed ligula. Aliquam in pharetra diam. Quisque malesuada eleifend vehicula. In tempor mauris a vehicula euismod. Nulla facilisi. Phasellus luctus sodales fermentum.
Toegevoegd door docent
18
Academiejaar 2020-2021
3 De rechten van het gezin
IE
N
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
O
VO
E
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
1 Gehuwden 1.1 Toepasselijke wetgeving, definitie en grondvoorwaarden Het huwelijk wordt geregeld in art. 143 e.v. BW.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Een huwelijk is een verbintenis tussen twee meerderjarige personen van een verschillend geslacht of tussen twee meerderjarige personen van hetzelfde geslacht. Het huwelijk vereist een geldige toestemming van beide partijen.
In uitzonderlijke omstandigheden kunnen minderjarigen toch huwen wanneer de familierechtbank op verzoek van een belanghebbende de verbodsbepaling opheft. Minderjarigen hebben de toestemming van hun ouders nodig om te kunnen huwen. Wanneer de ouders die toestemming weigeren, kan de familierechtbank toestemming verlenen. Het huwelijk is enkel geldig wanneer beide partijen geldig hebben ingestemd met het huwelijk. Dat betekent dat zij uit vrije wil, zonder dwang of geweld van derden hebben ingestemd om te huwen. Het huwelijk kan nietig worden verklaard wanneer de geldige toestemming ontbreekt. Dat is ook het geval bij schijnhuwelijken waarbij minstens één van de partners louter toestemming gaf om de nodige verblijfspapieren te kunnen bekomen (art. 146 BW). Wanneer één van de partners onder geweld heeft ingestemd met het huwelijk kan het huwelijk eveneens nietig worden verklaard. (art. 146ter BW). Bigamie is naar Belgisch recht verboden. Het eerste huwelijk van één van de partners moet dus ontbonden zijn alvorens je opnieuw kunt huwen.
VO
O
De Belgische wetgeving verbiedt ook incestueuze huwelijken. De partners mogen geen verwanten of aanverwanten in rechte stijgende of dalende lijn zijn. Een huwelijk tussen broers en zussen is eveneens verboden.
N
IE
Verwantschap is steeds gebaseerd op een bloedband. Het betekent dat twee personen afstammen van een gemeenschappelijke stamouder: – verwanten in rechte stijgende lijn zijn: ouders, grootouders, overgrootouders; – verwanten in rechte dalende lijn zijn: kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen; – verwanten in de zijlijn zijn: broers en zussen, neven en nichten. Aanverwanten zijn verwanten door huwelijk, dus schoonouders (stijgende lijn) en schoonkinderen (dalende lijn). Tussen aanverwanten bestaat er geen bloedband. In uitzonderlijke omstandigheden kan de koning toch een huwelijk tussen sommige aanverwanten toestaan. Dat wordt het verlenen van dispensatie genoemd.
© VAN IN
21
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
1.2 Vormvoorwaarden van het huwelijk De aangifte van het huwelijk moet gebeuren voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk zal plaatsvinden. Het huwelijk moet voltrokken worden ten vroegste veertien dagen na de aangifte en ten laatste zes maanden na het verstrijken van de veertien dagen na de aangifte.
1.3 Gevolgen van het huwelijk
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
De echtgenoten zijn door het huwelijk elkaar hulp en bijstand verplicht. Zij hebben een getrouwheidsplicht tegenover elkaar en een samenlevingsplicht. Het huwelijk heeft geen invloed op de bekwaamheid van de echtgenoten, hun naam of hun recht om een beroep te mogen uitoefenen. Tot in 1976 werd in het Belgische recht de gehuwde vrouw bij het bestuur van haar vermogen vertegenwoordigd door haar man. Sinds 1976 beheert en bestuurt de gehuwde vrouw zelf en alleen haar vermogen.
1.4 Wat als het misgaat?
1.4.1 Procedure voor de familierechtbank om dringende en voorlopige maatregelen te bekomen Echtgenoten kunnen ervoor opteren om een tijdelijke afkoelperiode te vragen aan de rechter in de hoop hun huwelijk opnieuw op de rails te krijgen. Die procedure wordt dus tijdens het huwelijk gevoerd en is geen echtscheidingsprocedure. Zij kunnen de procedure starten omdat één van de echtgenoten zijn verplichtingen niet nakomt (bv. onvoldoende bijdraagt in de kosten en lasten van het huwelijk) of omdat de echtgenoten tijdelijk apart willen wonen.
IE
VO
O
De bevoegde rechtbank is de familierechtbank van de woonplaats van de minderjarige kinderen (wanneer de vordering ook op de minderjarige kinderen betrekking heeft), de familierechtbank van de laatste echtelijke woonplaats van de echtgenoten of van de woonplaats van de verwerende partij.
N
De echtgenoten kunnen de volgende maatregelen vragen aan de familierechtbank:
1.4.1.1 Maatregelen die enkel de echtgenoten aanbelangen 1 Een afzonderlijke woonst; 2 een persoonlijke onderhoudsbijdrage voor één van de echtgenoten; 3 vervreemdingsverbod voor zowel gemeenschappelijke als eigen goederen van de echtgenoten; 4 verbod om een hypotheek te vestigen op zowel gemeenschappelijke als eigen goederen van de echtgenoten; 5 een voorlopig gebruiksrecht van bepaalde goederen, zoals de wagen of de inboedel.
© VAN IN
22
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
1.4.1.2 Maatregelen die specifiek de gemeenschappelijke kinderen aanbelangen 1 Een regeling voor de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen; 2 een verblijfsregeling voor de minderjarige kinderen; 3 een onderhoudsregeling voor de kinderen die nog ten laste zijn. De rechter kan alle maatregelen voor een bepaalde of een onbepaalde duur opleggen.
1.4.2 Echtscheidingsprocedure 1.4.2.1 Procedure voor echtscheiding door onherstelbare ontwrichting van het huwelijk
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
(E.O.O.)
Wanneer echtgenoten een procedure E.O.O. inleiden, vragen zij de rechter meestal niet alleen te oordelen over de echtscheiding (de grond van de zaak) maar vragen zij dezelfde familierechter ook om een aantal dringende en voorlopige maatregelen te bevelen waardoor het leven van de echtgenoten en vooral van de gemeenschappelijke kinderen tijdens de procedure wordt geregeld. De dringende en voorlopige maatregelen die in het kader van een echtscheiding aan de familierechter worden gevraagd zijn inhoudelijk dezelfde als de maatregelen die daarvoor zijn omschreven wanneer ze in een afzonderlijke procedure los van een echtscheiding, worden gevraagd. De dringende en voorlopige maatregelen die worden bevolen tijdens de echtscheidingsprocedure gelden tussen de echtgenoten voor de duur van de procedure. Voor wat betreft de kinderen blijven zij ook na de echtscheiding verder doorwerken tot ze eventueel worden gewijzigd door een nieuw vonnis.
VO
O
De echtgenoten die van oordeel zijn dat hun huwelijk niet meer te redden valt, kunnen zich naar de familierechtbank richten om hun huwelijk te laten ontbinden. De ontbinding van het huwelijk is iets anders dan de onder 1.1 vermelde vernietiging van het huwelijk. De vernietiging van het huwelijk heeft tot gevolg dat het huwelijk wordt geacht nooit te hebben bestaan. De gevolgen van de vernietiging werken dus terug tot op het moment van de aanvang van het huwelijk. De ontbinding van het huwelijk werkt niet terug naar het verleden. Het huwelijk wordt beëindigd vanaf het ogenblik dat de echtscheiding definitief is.
IE
De wetgever stelt in artikel 229 BW dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is in deze gevallen:
N
– §1: wanneer de echtgenoten aantonen dat elke redelijke verderzetting van het huwelijk onmogelijk is. Dat kan door bv. een overspelige relatie van een van beide echtgenoten, geweldplegingen, of geestesziekte van een echtgenoot. De rechter kan in dergelijke situaties waarin hij de omstandigheden bewezen acht onmiddellijk de echtscheiding uitspreken. Let op: de omstandigheden hebben geen invloed op het al dan niet schuldig zijn van een echtgenoot aan de echtscheiding. Sinds de wet van 27 april 2007 bestaat enkel nog de schuldloze echtscheiding. – § 2: wanneer beide echtgenoten gezamenlijk de echtscheiding aanvragen. Wonen zij op dat moment al op afzonderlijke adressen gedurende zes maanden of langer, dan kan de familierechter de echtscheiding onmiddellijk uitspreken. Als zij op het moment van
© VAN IN
23
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
de aanvraag tot echtscheiding nog niet feitelijk gescheiden leven, zal de rechter de zaak uitstellen naar de eerstvolgende terechtzitting drie maanden na het eerste verzoek van de echtgenoten. Wanneer de echtgenoten dan opnieuw voor de rechter verschijnen en de echtscheiding aanvragen, zal de rechter de echtscheiding uitspreken omwille van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
– § 3: wanneer slechts één van de echtgenoten de echtscheiding wenst. De rechter zal de echtscheiding onmiddellijk uitspreken nadat de verzoeker-echtgenoot aangetoond heeft dat hij of zij al meer dan één jaar feitelijk gescheiden leefde van de andere echtgenoot op het ogenblik van de scheidingsaanvraag. Wanneer dat niet het geval is, zal de rechter de zaak uitstellen tot de periode van één jaar feitelijke scheiding is bereikt. In het geval de echtgenoten nog op één adres zijn ingeschreven, zal de rechter de echtscheiding uitstellen naar de eerstvolgende zitting één jaar nadat de echtgenoot de eerste maal zijn vraag tot echtscheiding heeft ingeleid. De familierechter zal de echtscheiding uitspreken en de vereffening verdeling bevelen van de huwgemeenschap of de onverdeeldheden die tussen de echtgenoten hebben bestaan. Daarvoor stelt de rechter een notaris-vereffenaar aan.
Wanneer de echtscheiding is uitgesproken, moet één van de echtgenoten de echtscheiding laten betekenen aan de andere echtgenoot. Dat wil zeggen dat de echtgenoot een gerechtsdeurwaarder de opdracht geeft om het echtscheidingsvonnis op een officiële manier aan de andere echtgenoot mee te delen. Vanaf de datum van de betekening vangt de beroepstermijn van één maand aan.
VO
O
Nadat de beroepstermijn is verstreken, is het echtscheidingsvonnis ‘in kracht van gewijsde gegaan’ of met andere woorden definitief. Om het echtscheidingsvonnis ook tegenover derden uitwerking te geven, moet het nog worden overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de plaats waar de echtgenoten destijds zijn gehuwd. De griffier van de familierechtbank die de echtscheiding heeft uitgesproken moet binnen de maand na het verstrijken van de beroepstermijn het vonnis overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk destijds heeft plaats gehad. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet dan op zijn beurt binnen de maand het vonnis overschrijven in de registers van de burgerlijke stand. Vanaf het ogenblik van de overschrijving zijn de echtgenoten ook tegenover derden gescheiden en kunnen de echtgenoten bv. opnieuw huwen. Vanaf de overschrijving zal de notaris-vereffenaar de opdracht krijgen van één van de partijen om de huwgemeenschap of de onverdeeldheden te vereffenen en verdelen.
IE
1.4.2.2 Echtscheiding door onderlinge toestemming (E.O.T.) Betekenis
N
A
De tweede echtscheidingsvorm die het Belgisch recht kent, is de echtscheiding door onderlinge toestemming. Dat houdt in dat de echtgenoten een overeenkomst bereiken over volgende punten: 1 beiden zijn het erover eens dat zij het huwelijk wensen te beëindigen; 2 de echtgenoten bereiken een akkoord over de maatregelen die tijdens de procedure van toepassing zullen zijn, bv. afzonderlijke woonst, regeling aangaande de eventuele gemeenschappelijke kinderen, persoonlijke onderhoudsvorderingen, vervreemdingsverbod, hypotheekverbod;
© VAN IN
24
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
3 de echtgenoten bereiken een akkoord over de vereffening en de verdeling van hun goederen en hun rekeningen die zij onderling nog moeten vereffenen. De overeenkomst wordt opgesteld door een notaris (als er onroerende goederen moeten verdeeld worden), een advocaat of een erkende bemiddelaar in familiezaken. De overeenkomst bevat twee rubrieken: de afspraken over het vermogen van de echtgenoten en de familierechtelijke overeenkomst die o.m. de afspraken in verband met de eventuele gemeenschappelijke kinderen regelt.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
De overeenkomst voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming, wordt daarna overgemaakt aan de griffie van de familierechtbank. De familierechter zal de bepalingen in de familierechtelijke overeenkomst die betrekking hebben op de minderjarige kinderen homologeren of bekrachtigen nadat het Openbaar Ministerie advies heeft uitgebracht over de afspraken. Voor een E.O.T. kunnen de echtgenoten de familierechtbank kiezen waar ze de echtscheidingsprocedure willen inleiden. Voor een E.O.O. is de familierechtbank van de domicilie van de minderjarige kinderen, de laatste echtelijke woonplaats of de familierechtbank van de woonplaats van de verwerende partij bevoegd. B
Afspraken over de gemeenschappelijke kinderen
De ouders moeten in hun echtscheidingsprocedure deze zaken regelen als er gemeenschappelijke kinderen zijn: i
Uitoefening van het ouderlijk gezag
Sinds de wet van 13 april 1995 geldt het principe van (gezags)co-ouderschap. Dat betekent dat de beide ouders, ongeacht of zij wel of niet samenwonen en ongeacht waar de kinderen wonen, gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen.
IE
VO
O
Dat houdt in dat de ouders samen alle belangrijke beslissingen over hun kinderen moeten nemen (bv. schoolkeuze, godsdienstkeuze, verblijven in het buitenland, taalonderricht …). Derden mogen erop vertrouwen dat de ouder die een beslissing neemt, dat doet met de instemming van de andere ouder. Als de andere ouder het echter niet eens is met een beslissing, kan hij of zij die aanvechten voor de familierechtbank.
N
Het principe van het gezagsco-ouderschap vervangt het vroegere exclusieve hoederecht dat door de rechtbank aan één van de ouders (meestal de moeder) werd toegekend. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden, kan de rechter afwijken van het principe van het gezamenlijk ouderlijk gezag. VOORBEELD
Elke en Klaas zijn gehuwd en hebben een zoontje dat bijzondere zorg nodig heeft. Toen ze uit elkaar gingen, voorzag de familierechtbank in haar vonnis de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag. Na enige tijd doen er zich gedrags- en leerproblemen voor bij het kind. Op voorschrift van de kinderpsychiater moet hij voortaan dagelijks medicatie nemen. Bovendien zou het kind in aanmerking komen voor GON-begeleiding op school. Klaas ziet evenwel de zin van de
© VAN IN
25
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
medicatie niet in. Hij oordeelt dat er geen probleem is en dat ook de GON-begeleiding niet nodig is. Elke kan dus geen GON-begeleiding opstarten omdat de vader zich verzet en het kind geen medicatie krijgt als het bij zijn vader is. Het belang van het minderjarig kind komt ernstig in het gedrang en de gesprekken met CLB en kinderpsychiater halen niets uit. Elke besluit om zich opnieuw tot de familierechtbank te richten en vordert de exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag zodat zij voortaan alleen de noodzakelijke beslissingen voor het kind kan nemen. De rechtbank gaat op haar verzoek in.
ii
De verblijfsregeling voor het kind
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Sinds de wet van 19 juli 2006 werd het principe van het gelijkmatig verdeeld verblijf (verblijfsco-ouderschap) als voorkeurmodel door de wetgever ingevoerd. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht is het verblijfsco-ouderschap niet zonder meer de vaste regel. De wet voorziet dat de rechter bij voorrang de mogelijkheid van gelijkmatig verdeeld verblijf moet onderzoeken wanneer één van de ouders daarom vraagt. Als er evenwel tegenindicaties zijn in hoofde van het kind of in hoofde van de ouders, kan de rechter toch een andere verblijfsregeling opleggen. Een gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling betekent niet noodzakelijk en week-om-weekverblijf. Het kan evenzeer een opsplitsing zijn van de weekends (pare en onpare) gecombineerd met een wisselende verdeling van de weken (bv. in de pare weken verblijft het kind in de eerste helft bij de vader en in de onpare weken tijdens de tweede helft). Ook een tweewekelijkse wissel behoort tot de mogelijkheden. VOORBEELD
Sierra en Toon hebben een dochter van negen maanden als ze uit elkaar gaan. Toon wenst een gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling. De rechtbank oordeelt dat de leeftijd van het kind een tegenindicatie is voor een gelijkmatig verdeeld verblijf en voorziet een verblijf van één weekend op twee bij de vader alsook elke woensdagnamiddag.
Onderhoudsregeling voor het kind
Artikelen 203 en 203bis BW bepalen dat elke ouder volgens zijn middelen en mogelijkheden moet bijdragen in de kosten van onderhoud en opvoeding van zijn kinderen zolang ze nog ten laste zijn.
IE
VO
O
iii
N
De onderhoudsplicht van de ouders is een direct gevolg van de afstamming en stopt dus niet bij het meerderjarig worden van het kind. Een meerderjarig kind dat nog studeert, blijft onderhoudsgerechtigd (ten laste) voor zijn ouders. De familierechter zal de onderhoudsbijdrage van elke ouder bepalen, rekening houdend met volgende parameters: 1 Wat zijn de inkomsten en mogelijkheden van de beide ouders? (Dat wil zeggen: welk beroep hebben de ouders en hoeveel verdienen zij netto per maand?) 2 Wat is het aandeel van elke ouder in het samengevoegde gezinsinkomen?
© VAN IN
26
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
3 Wat is de verblijfsregeling van het kind? Als het kind overwegend bij één ouder verblijft, zal die een groter deel van de kosten in natura dragen voor het kind. De andere ouder zal dat financieel moeten compenseren. 4 Wat is de bijdrage van elke ouder in de buitengewone kosten voor het kind?
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
De onderhoudsplicht van elke ouder bestaat enerzijds uit een bijdrage in de verblijfskosten en de verblijfsoverschrijdende kosten, anderzijds uit een bijdrage in buitengewone kosten. Verblijfskosten zijn onder meer de woonkost, dagelijkse verzorging voor het kind en voeding. Verblijfsoverschrijdende kosten zijn onder meer de gewone schoolkosten, de gewone medische kosten en kosten voor kledij. Buitengewone kosten zijn de uitzonderlijke medische kosten zoals consultaties van een specialist, orthodontie of ziekenhuisopname. Uitzonderlijke schoolkosten vallen ook onder de buitengewone kosten zoals meerdaagse schoolreizen of inschrijvingsgeld voor hoger onderwijs. Ook kosten voor hobby en algemene ontwikkeling van het kind zoals autorijlessen zijn buitengewone kosten. De tussenkomst van elke ouder in de buitengewone kosten gebeurt in principe naar verhouding van de inkomsten van elke ouder ten opzichte van de samengevoegde gezinsinkomsten. VOORBEELD
Feliks verdient 2 000 euro netto per maand, Maya verdient 4 500 euro netto per maand. Het aandeel van Feliks in de samengevoegde gezinsinkomsten bedraagt 2 000/6 500. Het aandeel van Maya in de samengevoegde gezinsinkomsten bedraagt 4 500/6 500. Het aandeel van Feliks in de buitengewone kosten zal dus 20/65 bedragen, het aandeel van Maya 45/65.
VOORBEELD
IE
VO
O
5 Welke berekeningsmethode wordt gehanteerd? Sedert de wet van 19 maart 2010 worden de onderhoudsbijdragen berekend volgens één van de verschillende berekeningsmethoden (Methode Renard, Methode Gezinsbond, Paretomodel). Die berekeningsmethoden kun je op internet vinden. Zij houden rekening met verschillende parameters (o.a. fiscaal voordeel, wie ontvangt de kinderbijslag … ). Zij berekenen het te betalen onderhoudsgeld voor de kinderen die nog ten laste zijn. De familierechters zijn niet aan die berekeningen gebonden, zij dienen louter als richtlijn. 6 Hoeveel bedraagt de kinderbijslag? 7 Hebben de kinderen eigen inkomsten?
N
De kinderen waren de begunstigde van een schenking door de grootouders van een aantal onroerende goederen. De goederen zorgen voor huurinkomsten ten voordele van de kleinkinderen.
8 Zijn er bijzondere situaties in het gezin waarmee rekening moet worden gehouden? VOORBEELD
Een kind is zwaar zorgbehoevend waardoor de voornaamste zorgouder niet in staat is om voltijds te werken.
© VAN IN
27
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
Op basis van al die gegevens zal de familierechter een onderhoudsbijdrage opleggen voor de verblijfs- en verblijfsoverschrijdende kosten en voor elk van de ouders een bijdrageregeling in de buitengewone kosten voorzien.
1.4.3 Vereffening en verdeling van de huwgemeenschap of onverdeeldheden 1.4.3.1 Begrip
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Wanneer het huwelijk ontbonden is, moeten de huwgemeenschap of de onverdeeldheden die tussen de echtgenoten hebben bestaan, verdeeld worden. Hoe de verdeling en vereffening moet gebeuren wordt bepaald door het huwelijksvermogensstelsel dat de echtgenoten zijn aangegaan. Echtgenoten kunnen zelf kiezen welk huwelijksvermogensstelsel zij wensen. Zij kunnen kiezen voor een huwelijkscontract dat zij voor hun burgerlijk huwelijk aangaan bij een notaris. Als zij geen keuze maken is het wettelijk stelsel van toepassing. Een huwelijksstelsel regelt de onderlinge verhoudingen tussen de echtgenoten voor wat betreft hun vermogen. In grote lijnen kunnen we het onderscheid maken tussen drie grote types van huwelijksvermogensstelsels. Door de Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het burgerlijk wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de Wet van 31 juli 2017 van het Burgerlijk Wetboek wat erfenissen en giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake (B.S. 27 juli 2018) werd het Belgisch huwelijksvermogensrecht grondig hervormd. De nieuwe wet onderscheidt nog steeds drie grote stelsels.
N
IE
VO
O
1 Het wettelijk stelsel: sinds 1976 is het Belgische wettelijk stelsel een stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten. Dat betekent dat er drie vermogens zijn die als volgt zijn samengesteld: a het eigen vermogen van de man: hiertoe behoren alle goederen, lichamelijke (bv. meubels) en onlichamelijke (bv. rekeningen) die de man bezat voor het huwelijk of die hij heeft verkregen tijdens het huwelijk als gevolg van een erfenis of schenking. b het eigen vermogen van de vrouw: hiertoe behoren alle goederen, lichamelijk (bv. meubelen) en onlichamelijke (bv. rekeningen) die de vrouw bezat voor het huwelijk of die zij heeft verkregen tijdens het huwelijk als gevolg van een erfenis of schenking. c het gemeenschappelijk vermogen: hiertoe behoren alle inkomsten van beide echtgenoten die zij tijdens het huwelijk hebben ontvangen hetzij uit arbeid, hetzij uit opbrengsten van hun eigen vermogen. VOORBEELD
Oscar is eigenaar van een villa in Schilde wanneer hij huwt met Marie. Marie heeft voor het huwelijk een appartement aan zee gekocht. Ze verhuren beiden hun eigendom en kopen tijdens het huwelijk een penthouse in Gent. Het penthouse wordt gekocht met gelden die het paar heeft verdiend tijdens hun huwelijk en een lening die ze samen hebben afbetaald. Wanneer zij scheiden zal de villa aan Oscar toebehoren en het appartement
Š VAN IN
28
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
aan zee aan Marie. De huuropbrengsten van de goederen die ze op een rekening op hun eigen naam hebben geplaatst, behoren echter tot het gemeenschappelijk vermogen en zijn dus van elk van beiden voor de helft, net zoals de waarde van het penthouse.
In de nieuwe wet worden deze drie vermogens behouden, maar er worden een aantal correcties doorgevoerd die moeten vermijden dat echtgenoten gehuwd onder het wettelijk stelsel via vennootschapsstructuren het gemeenschappelijk vermogen zouden verarmen, bv. door inkomsten in hun eigen vennootschap te laten in plaats van ze uit te keren als loon waardoor de inkomsten in de huwgemeenschap zouden vallen. VOORBEELD
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Jef en Marie zijn gehuwd onder een wettelijk stelsel. Jef werkt als ambtenaar en zijn loon (3 000,00 euro netto) wordt maandelijks op de zichtrekening gestort. Een deel ervan wordt belegd op een effectenrekening. Marie is zelfstandig schilder en oefent haar beroep uit in een bvba die zij nog voor het huwelijk heeft opgericht. Marie keert zichzelf een loon uit van 1 000,00 euro. Zij doet echter goede zaken en kan maandelijks rond de 4 000,00 euro in haar vennootschap sparen. Wanneer Jef en Marie zouden scheiden, zou Jef onder de oude wet geen recht hebben op de spaargelden die in de vennootschap van Marie zijn opgebouwd. Die behoorden de vennootschap toe en de vennootschap is een eigen goed van Marie. De spaargelden afkomstig van de inkomsten van Jef, moeten wel verdeeld worden. Onder het nieuwe recht wordt door de wetgever een correctie voorzien zodat het gemeenschappelijk vermogen toch gerechtigd is op de beroepsinkomsten die zij niet heeft ontvangen, maar normaal gezien had kunnen ontvangen als Marie haar beroep niet in een vennootschap zou hebben uitgeoefend.
2 Het stelsel van algehele gemeenschap van goederen: in dit stelsel bestaat er maar één vermogen, nl. een gemeenschappelijk vermogen. Dat betekent dat wat de echtgenoten voor het huwelijk hadden en wat ze hebben verkregen tijdens het huwelijk als gevolg van schenking of testament of uit inkomen, behoort tot het gemeenschappelijk vermogen. VOORBEELD
VO
O
In het hiervoor omschreven voorbeeld, zou bij een stelsel van algehele gemeenschap van goederen alles verdeeld worden bij helften tussen Oscar en Marie. Dit stelsel komt vandaag maar zeer weinig meer voor.
N
IE
3 Het stelsel van zuivere scheiding van goederen: dit stelsel wordt het meest ingrijpend veranderd: voortaan kunnen koppels kiezen voor een primair secundair recht of een conventioneel secundair recht. Het primair secundair recht is de klassieke scheiding van goederen, zoals onder het oude recht. In dit stelsel zijn er slechts twee vermogens: het eigen vermogen van de man en het eigen vermogen van de vrouw. Er bestaat geen gemeenschappelijk vermogen. Alles wat de echtgenoten bezitten voor het huwelijk of verkrijgen tijdens het huwelijk, maar ook al hun verdiensten behoren tot hun eigen vermogen. Als de echtgenoten toch samen iets aankopen, zoals een woning, is er sprake van een onverdeeldheid. VOORBEELD
In het hiervoor beschreven voorbeeld van Oscar en Marie blijven onder het stelsel van scheiding van goederen ook de huurinkomsten eigen van Marie en Oscar. Ieder behoudt dus zijn rekeningen. Het penthouse is een onverdeeld goed.
© VAN IN
29
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
Dit stelsel noemt men in Nederland wel eens de koude uitsluiting omdat het geen solidariteitsgedachte kent. Het conventioneel secundair recht is een nieuwe regeling die het mogelijk maakt dat koppels die toch kiezen voor een scheiding van goederen, hieraan enkele correcties aanbrengen om meer solidariteit te voorzien. Daardoor kunnen zij bv. een verrekeningsbeding voor aanwinsten voorzien (zoals in het wettelijk stelsel) of een facultatieve rechterlijke billijkheidsclausule waardoor de rechter in bepaalde uitzonderlijke situaties het stelsel kan aanpassen. VOORBEELD
E
In het eerder beschreven voorbeeld zouden Oscar en Marie er toch voor kunnen kiezen de huurinkomsten door een verrekeningsbeding gemeenschappelijk te maken.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
1.4.3.2 Taak van de notaris
Als de echtscheiding definitief is, kan één van de gewezen echtgenoten de notaris opdracht geven om de vereffening en verdeling te starten. De notaris wordt door de rechtbank in het echtscheidingsvonnis aangesteld. De notaris zal de partijen uitnodigen voor een aantal bijeenkomsten om de bezittingen van de echtgenoten volgens de regels van hun huwelijkscontract te verdelen. In een echtscheiding door onderlinge toestemming wordt de vereffening-verdeling geregeld in de akte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming. In dat geval is er dus geen vereffening-verdeling meer nodig nadat het echtscheidingsvonnis definitief is.
1.4.4 Bevoegde rechter
De familierechter van de laatste echtelijke woonplaats is territoriaal bevoegd. Als er minderjarige kinderen betrokken zijn, is de familierechter van de woonplaats van de kinderen bevoegd.
N
IE
VO
O
Alle discussies tussen echtgenoten behoren tot de bevoegdheid van de familierechtbank, ongeacht of de discussies hun goederen, hun kinderen of hun onderlinge verhoudingen (bv. persoonlijk onderhoudsgeld tussen echtgenoten) betreffen en ongeacht of het gaat om voorlopige maatregelen, de echtscheiding of de vereffening-verdeling.
© VAN IN
30
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
2 Samenwonenden 2.1 Toepasselijke wetgeving
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
2.2 Verschillende vormen van buitenhuwelijkse samenleving
E
De wettelijke samenwoning werd ingevoerd door de Wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning (B.S. 12 januari 1999). De wet voerde de artikelen 1475 tot 1479 BW in.
Samenwonen staat net zoals het huwelijk open voor personen van een verschillend geslacht en personen van een gelijk geslacht.
2.2.1 Feitelijke samenwoning
Personen die een duurzame relatie willen uitbouwen, maar zonder enige wettelijke verplichting of gebondenheid, kiezen er voor om zich enkel in te schrijven op hetzelfde adres. Zij wonen feitelijk samen. Er zijn geen bijzondere voorwaarden om feitelijk samen te kunnen wonen.
2.2.2 Wettelijke samenwoning
IE
VO
O
Wanneer twee personen van hetzelfde geslacht of van een verschillend geslacht een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen op de burgerlijke stand van hun woonplaats, is dat wettelijke samenwoning. Die wettelijke samenwoning is niet voorbehouden voor koppels die een seksuele of amoureuze relatie met elkaar hebben. Wettelijke samenwoning is evenzeer mogelijk tussen twee broers of een tante en een nicht. Wettelijke samenwoning is steeds beperkt tot twee personen die ongehuwd zijn.
N
2.2.3 Samenlevingscontract Zowel wettelijk als feitelijk samenwonenden kunnen ervoor kiezen om de afspraken die zij willen maken over hun samenleving op te nemen in een samenlevingsovereenkomst. In die overeenkomst kunnen zij afspraken opnemen over o.a. het beëindigen van hun samenleving, de eigendomsrechten op hun goederen, het bewijs van de eigendom van hun goederen … Die overeenkomsten moeten authentieke akten zijn (d.w.z. dat ze moeten worden opgesteld door een notaris).
© VAN IN
31
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
2.3 Bevoegde rechtbank 2.3.1 Feitelijk samenwonenden Discussies tussen feitelijk samenwonenden over hun gemeenschappelijke kinderen worden behandeld door de familierechtbank van de plaats waar de minderjarigen zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters. Discussies tussen feitelijk samenwonenden over hun onverdeelde goederen zoals een woning behoren eveneens tot de bevoegdheid van de familierechtbank.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
2.3.2 Wettelijk samenwonenden
E
Alle andere discussies tussen feitelijk samenwonenden behoren tot de bevoegdheid van de gewone rechtbanken.
Maatregelen tussen de partners, maatregelen m.b.t. de gemeenschappelijke minderjarige en/ of meerderjarige kinderen die nog ten laste zijn en maatregelen m.b.t. de goederen van wettelijk samenwonenden behoren tot de bevoegdheid van de familierechtbank.
2.4 Gevolgen van de samenwoning 2.4.1 Wettelijke samenwoning
Een verklaring van wettelijke samenwoning brengt een aantal juridische gevolgen met zich mee: 1 de bijdrageverplichting tussen wettelijk samenwonenden in de lasten en kosten van de samenwoning;
Wettelijk samenwonenden moeten naar ieders vermogen bijdragen in de kosten en lasten van de samenwoning. Er is echter geen onderlinge onderhoudsverplichting (hulp- en bijstandsverplichting) zoals tussen gehuwden bestaat. Dergelijke afspraken kunnen wel opgenomen worden in een samenlevingscontract.
IE
VO
O
VOORBEELD
N
2 bescherming van de gezinswoning: wettelijk samenwonenden die eigenaar zijn van een woning die dienst doet als gezinswoning kunnen die niet verkopen zonder het akkoord van de andere partner, zelfs niet wanneer de woning behoort tot het eigen vermogen van de verkoper. Als de gezinswoning een huurwoning is, behoudt de langstlevende samenwonende automatisch het huurrecht op de woning, zelfs wanneer hij/zij de huurovereenkomst niet mee ondertekende;
Š VAN IN
32
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
VOORBEELD
Juul en Louis wonen wettelijk samen in de woning van Louis. Louis heeft voor zijn woning echter een mooi aanbod gekregen en wil die zo snel mogelijk verkopen. Juul is het daar niet mee eens en wil in de woning blijven wonen. Zonder een akkoord van Juul kan Louis niet verkopen. Als de impasse blijft zal Juul eerst de wettelijke samenwoning moeten opzeggen, alvorens verder te kunnen met de verkoop.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
3 geld en bezittingen: alle samenwoners blijven eigenaar van hun eigen goederen en gelden, tenzij ze daarover andere afspraken maken in een samenlevingsovereenkomst; 4 erfrecht: wettelijk samenwonden genieten een beperkt erfrecht. De langstlevende erft automatisch het vruchtgebruik op de woning die het koppel bewoont als gezinswoning en de aanwezige huisraad. Als je een ruimer erfrecht wil voorzien, moeten de partners een testament opstellen. Ze genieten dan ook de gunstige successierechten zoals de gehuwden.
2.4.2 Feitelijke samenwoning
Louter feitelijk samenwonen brengt geen bijzondere rechtsgevolgen met zich mee. Er geldt geen bijdrageverplichting, geen bijzondere bescherming van de gezinswoning en geen bijzonder erfrecht.
2.5 Einde van de samenwoning 2.5.1 Feitelijke samenwoning
Net zoals de feitelijke samenwoning zonder enige formaliteit aanvangt, eindigt zij ook zonder enige formaliteit. De feitelijke samenwoning neemt eenvoudig een einde wanneer één van de partijen zijn adres wijzigt en elders gaat wonen.
O
2.5.2 Wettelijke samenwoning
N
IE
VO
De wettelijke samenwoning eindigt wanneer één van de partijen of beide partijen samen een verklaring afleggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand dat zij hun samenleving wensen te beëindigen. Wanneer de beëindiging door één van de samenwoners is gedaan, wordt de andere partij door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de beëindiging op de hoogte gebracht.
© VAN IN
33
Academiejaar 2020-2021
N
IE
VO
O
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Hoofdstuk 3: De rechten van het gezin
© VAN IN
34
Academiejaar 2020-2021
4 Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
IE
N
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
O
VO
E
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
KB van 19 december 1939 (Algemene Kinderbijslagwet - AKW) Decreet Groeipakket 27 april 2018
1
Inleiding
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Zoals bepaald in de Zesde Staatshervorming werd de bevoegdheid voor de gezinsbijslagen overgedragen aan de deelstaten. Ten laatste vanaf 2020 moeten de deelstaten volledig instaan voor het wetgevend kader, het administratief beheer en de uitbetaling van de gezinsbijslagen. Vlaanderen heeft deze overstap al gemaakt en staat vanaf 2019 in voor het beheer en de uitbetaling van een Vlaamse gezinsbijslag, ingebed in een uitgebreidere regeling, genaamd het ‘Groeipakket’. Vanaf 2020 zal er ook een Brusselse gezinsbijslag in werking treden. Tijdens een overgangsperiode (tot 2020) is de federale regelgeving, opgenomen in de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Gewaarborgde Gezinsbijslag, nog van toepassing op de Brusselse gezinnen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn dat het kind centraal komt te staan in de regeling van de deelstatelijke gezinsbijslagen, en niet langer de rechthebbende (en zijn werkgever) en dat een kind niet langer een bepaalde ‘rang’ heeft binnen een gezin, maar dat elk kind recht geeft op hetzelfde bedrag aan kinderbijslag. Ook de instellingen worden omgevormd: in Brussel blijven voorlopig Famifed (vanaf 2020 omgevormd tot Famiris) en de kinderbijslagfondsen bevoegd. In Vlaanderen werden die omgevormd tot Fons en de uitbetalingsinstellingen (gegroepeerde kinderbijslagfondsen).
2
Groeipakket (de Vlaamse gezinsbijslagen)
2.1
Inleiding
IE
VO
O
Decreet Groeipakket 27 april 2018
N
De Vlaamse regeling van de gezinsbijslagen werd geïntegreerd in een ruimere regeling: het ‘Groeipakket’. Het gaat om het geheel van financiële tegemoetkomingen waarin de Vlaamse overheid voorziet voor elk kind. Daarin worden drie soorten toeslagen geïntegreerd: de gezinsbijslagen, de selectieve participatietoeslagen en de andere toelagen in het kader van het gezinsbeleid, namelijk de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag. Het Groeipakket is opgebouwd als een universeel systeem op basis van het recht van het kind, ongeacht de socioprofessionele status van de ouders met daarnaast toeslagen die specifiek per groeipakket en dus per kind kunnen verschillen.
© VAN IN
37
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
Toepassingsgebied: rechtgevende kinderen
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
2.2
E
Kinderen, die in Vlaanderen wonen, krijgen sinds 1 januari 2019 een eigen groeipakket. Zijn er in het gezin al kinderen geboren voor 1 januari 2019, dan krijgen die ook een ‘groeipakket’, maar behouden zij – als deel van hun groeipakket – het recht op hun kinderbijslagbedragen zoals die golden voor 2019. De nieuwe toeslagen van het groeipakket kunnen wel al worden toegepast op (bepaalde) kinderen die voor 2019 werden geboren. Er kan op die manier een gemengd systeem bestaan, waarbij kinderen een groeipakket ontvangen dat deels bestaat uit de (oude) kinderbijslagbedragen en deels uit toeslagen uit het (Vlaamse) Groeipakket. Ook kunnen gezinnen voor verschillende kinderen in een andere regeling vallen: kinderen geboren voor 2019 hebben recht op een Groeipakket met de oude kinderbijslagbedragen (afhankelijk van rang en leeftijd) en kinderen binnen hetzelfde gezin, geboren na 31 december 2018 zullen een recht openen op de bedragen zoals voorzien in de nieuwe regeling van het Vlaamse Groeipakket (onafhankelijk van rang en leeftijd).
2.2.1 Woonplaats
De gezinsbijslagen, opgenomen in het groeipakket, worden toegekend aan gezinnen waarvan de kinderen in Vlaanderen wonen. Een gezin dat verhuist naar Vlaanderen in of na 2019, heeft recht op het groeipakket. Om te bepalen op welke bedragen de kinderen geboren voor 2019 recht geven, wordt gekeken naar de prestaties die op 31 december 2018 in Vlaanderen van toepassing waren geweest.
2.2.2 Leeftijd
Het kind geeft recht op het basisbedrag van het Groeipakket (gezinsbijslagen):
VO
O
– tot en met de maand waarin het 18 jaar wordt (zonder bijkomende voorwaarden); – tot en met de maand waarin het 21 jaar wordt als het een specifieke ondersteuningsbehoefte heeft (kinderen met een handicap); – tot en met de maand waarin het kind 25 jaar wordt voor studenten, stagiairs of schoolverlaters.
IE
Om tot 25 jaar rechtgevend te zijn op gezinsbijslagen, moet een kind een bepaalde vorm van onderwijs volgen. Het gaat om:
N
– secundair onderwijs (minstens 17 lesuren per week); – hoger onderwijs (minstens 27 studiepunten); – verbonden zijn door en uitvoeren van een leerovereenkomst.
De schoolverlaters worden hiermee gelijkgesteld. Schoolverlaters hebben nog hoogstens twaalf maanden recht op gezinsbijslagen. Dat geldt vanaf de einddatum van de zomervakantie (31 augustus) of vanaf de datum van de stopzetting van het onderwijs. Stopt het kind bijvoorbeeld met studeren op 30 september, dan zal het vanaf oktober gedurende twaalf maanden gezinsbijslagen krijgen als schoolverlater.
© VAN IN
38
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
Als het kind opnieuw gaat studeren, zal het opnieuw gezinsbijslagen krijgen als leerling, student of stagiair. Na de beëindiging van de studie kunnen de niet opgebruikte maanden als schoolverlater verder worden gezet.
2.2.3 Legaal in België verblijven
E
Als een student die ouder dan 18 jaar is werkt, kan dat in het kader van een studentenjob voor maximaal 475 uren per kalenderjaar. Studentenjobs hebben geen invloed op het recht op gezinsbijslagen, ongeacht hoeveel de student hiermee verdient. Als een student via een gewoon contract (geen studentenjob) werkt (eventueel na uitputting van de uren als studentenarbeid) en de normale sociale bijdragen betaalt, dan mag hij maximaal 80 uur per maand werken. Hetzelfde geldt voor personen met een beperking die rechtgevend zijn tot 21 jaar.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
Personen moeten legaal in België verblijven om het recht op het Groeipakket te openen. Een persoon die enkel over een verblijfsrecht beschikt omdat hij gemachtigd is in België te verblijven om er te studeren, een beroepsopleiding te volgen, om er vrijwilligerswerk uit te oefenen of om er als au-pairjongere te werken, opent geen recht op een Groeipakket. Kinderen die lessen volgen of worden opgevoed buiten België openen geen recht op gezinsbijslagen. Hierop bestaan evenwel uitzonderingen, zoals voor kinderen die in België al een einddiploma secundair onderwijs hebben verworven en die niet-hoger onderwijs volgen buiten België (maximaal één schooljaar) of die hoger onderwijs volgen buiten België.
2.3
Begunstigde
De begunstigden in de regeling van de gezinsbijslagen zijn de personen aan wie de toelagen worden uitbetaald. Beide ouders van het rechtgevende kind worden in principe aangewezen als begunstigden van de gezinsbijslagen. Zij bepalen samen aan wie van hen de toelagen worden uitbetaald. De toelagen kunnen worden uitbetaald aan hen samen of aan één van hen.
– het kind gehuwd is; – het kind ontvoogd is; – het kind de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft en het zijn woonplaats niet bij zijn ouders of werkelijke opvoeders heeft. Aan die laatste voorwaarde is voldaan als het kind beschikt over een afzonderlijke woonplaats zoals ingeschreven in de bevolkingsregisters of als met officiële documenten wordt aangetoond dat de gegevens in de bevolkingsregisters niet of niet meer overeenstemmen met de realiteit; – het kind zelf begunstigde is voor een of meer van zijn kinderen.
N
IE
VO
O
In bepaalde gevallen wordt het kind zelf als de begunstigde van de gezinsbijslagen aangeduid, namelijk in het geval dat:
De gezinsbijslagen die verschuldigd zijn voor een kind dat door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een instelling is geplaatst, worden voor twee derde aan die instelling en voor één derde aan de begunstigden betaald. De begunstigden moeten een uitbetalingsinstelling kiezen. De elf bestaande kinderbijslagfondsen hergroepeerden zich tot vijf Vlaamse uitbetalers. Als twee personen als begunstigden
© VAN IN
39
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
worden aangewezen, bepalen die begunstigden samen welke uitbetalingsactor de toelagen uitbetaalt. Bij gebrek aan een akkoord kiest de jongste begunstigde een uitbetalingsactor.
2.4
Prestaties
2.4.1 Overzicht van prestaties binnen het Groeipakket 1 Startbedrag geboorte en adoptie 2 Basisbedrag gezinsbijslagen 3 Zorgtoeslagen (wezentoeslag, pleegzorgtoeslag, sociale toeslag, toeslag voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte) 4 Universele participatietoeslag: schoolbonus
Selectieve participatietoeslag
1 Selectieve participatietoeslag leerling 2 Selectieve participatietoeslag student
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Gezinsbijslagen
Andere toeslagen
1 Kinderopvangtoeslag 2 Kleutertoeslag
2.4.2 Gezinsbijslagen 1 Startbedrag
De geboorte van elk rechtgevend kind geeft recht op een startbedrag geboorte van 1 122 EUR. De begunstigde kan het startbedrag geboorte aanvragen na minstens vijf maanden zwangerschap en tot vijf jaar na de geboorte. Bij een aanvraag voorafgaand aan de geboorte wordt een geneeskundig getuigschrift gevoegd dat de vermoedelijke geboortedatum vermeldt. Het startbedrag wordt op zijn vroegst uitbetaald aan de begunstigde of begunstigden twee maanden vóór de vermoedelijke geboortedatum van het rechtgevende kind. Ook een kind dat levenloos wordt geboren (en waarvoor de aangifte van levenloos kind werd opgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand), geeft recht op het startbedrag geboorte.
O
De adoptie van een rechtgevend kind geeft recht op een startbedrag adoptie van 1 122 EUR.
VO
2 Basisbedrag gezinsbijslag
IE
Het rechtgevende kind, geboren na 31 december 2018, geeft recht op een maandelijks basisbedrag van 163,20 EUR. Er wordt geen toeslag betaald bij het bereiken van een bepaalde leeftijd.
N
Een rechtgevend kind dat geboren is vóór 1 januari 2019 blijft recht geven op de bedragen zoals die golden in de federale regeling (Algemene Kinderbijslagwet). Ze hangen dus af van de rang en de leeftijd van het kind: 95,80 EUR voor het eerste kind, 177,27 EUR voor het tweede kind, 264,67 EUR voor het derde en de volgende kinderen. Bovenop die bedragen worden leeftijdsbijslagen betaald, namelijk een supplement bij het bereiken van de leeftijd van zes jaar, twaalf jaar en achttien jaar. 3 Zorgtoeslagen Het basisbedrag wordt met een maandelijkse wezentoeslag verhoogd voor het rechtgevende kind van wie minstens een van de ouders is overleden.
© VAN IN
40
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
De wezentoeslag bedraagt 50 % van het basisbedrag 81,60 EUR als een van de ouders van een rechtgevend kind is overleden en 163,20 EUR als beide ouders van een rechtgevend kind zijn overleden. Er zijn geen bijkomende voorwaarden gesteld aan de gezinssituatie van de overlevende of overgebleven ouder. Een kind dat een of beide ouders verloor voor 2019, behoudt de verhoogde wezenbijslag van 360,83 EUR uit de oude kinderbijslagregeling. Als de overlevende ouder gaat samenwonen, wordt vanaf de volgende maand de gewone kinderbijslag (=basisbedrag) betaald. Gaat de overlevende ouder opnieuw alleen wonen, dan heeft het kind opnieuw recht op de verhoogde wezenbijslag.
E
Voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte wordt het basisbedrag aangevuld met een maandelijkse zorgtoeslag. Er wordt en score gegeven aan de hand van een driepijlersysteem:
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
1 de ‘lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid’ van het kind; 2 de gevolgen van de aandoening op het vlak van de ‘activiteit en de participatie’ van het kind en; 3 de gevolgen van de handicap voor de ‘familiale omgeving’ van het kind. Hoe hoger de score, hoe hoger het bedrag van de toeslag. Afhankelijk van de punten die worden toegekend op basis van deze drie pijlers, kan de toeslag voor kinderen met een beperking variëren tussen de 84 EUR en 560 EUR. De pleegzorgtoeslag is een zorgtoeslag die extra ondersteuning biedt voor pleegkinderen. Het basisbedrag wordt verhoogd met een maandelijkse pleegzorgtoeslag van 63,03 EUR als het kind geplaatst is in een pleeggezin. De toeslag, net zoals het basisbedrag, wordt uitbetaald aan de pleegouders. Voor gezinnen met een laag gezinsinkomen wordt een sociale toeslag voorzien. Het basisbedrag voor het rechtgevende kind wordt verhoogd met een maandelijkse sociale toeslag als de inkomsten van het gezin van de begunstigden bepaalde grenzen niet overschrijden:
IE
VO
O
– 51 EUR per kind voor gezinnen met één of twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 30 984 EUR bedragen; – 81,60 EUR per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 30 984 EUR bedragen; – 61,20 EUR per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 30 984 EUR en 61 200 EUR liggen.
N
Voor kinderen geboren voor 2019 gelden andere (de oude) bedragen wat betreft de sociale toeslag, maar dezelfde inkomensnorm van 30 984 EUR. 4 Schoolbonus (universele participatietoeslag) Elk kind dat in Vlaanderen gedomicilieerd is, ontvangt in augustus een schoolbonus. Het bedrag van de schoolbonus is afhankelijk van de leeftijd: – – – –
© VAN IN
0-4 jaar: 20,40 EUR; 5-11 jaar: 35,70 EUR; 12-17 jaar: 51,00 EUR; 18-24 jaar: 61,20 EUR.
41
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
2.4.3 Selectieve participatietoeslagen Naast de gezinsbijslagen bevat het Groeipakket ook prestaties, overgedragen van het departement onderwijs naar de regeling rond prestaties in het kader van het gezinsbeleid. Het gaat om de selectieve participatietoeslagen. Kinderen vanaf drie jaar die Nederlandstalig onderwijs volgen in Vlaanderen of Brussel kunnen rekenen op een jaarlijkse schooltoeslag als het inkomen van de ouders voldoet aan de inkomensvoorwaarde. De studietoelage voor het hoger onderwijs verandert niet en zal toegekend blijven worden door de afdeling Studietoelagen van het Ministerie van Onderwijs.
E
2.4.4 Andere toeslagen
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
Daarnaast werden nog twee andere toeslagen toegevoegd aan het Groeipakket: de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag.
Een rechtgevend kind dat wordt opgevangen in een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde (Nederlandstalige) kinderopvang in Vlaanderen of Brussel, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, geeft recht op een kinderopvangtoeslag (3,23 EUR per kinderopvangdag). Ook personen die niet in Vlaanderen wonen, kunnen een aanvraag indienen voor deze toelage bij een uitbetaler naar keuze. Een kleutertoeslag wordt toegekend voor kleuters ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs die voldoende aanwezig zijn op school. De kleutertoeslag bedraagt 132,60 EUR per jaar en wordt uitbetaald na de derde verjaardag en/of na de vierde verjaardag.
3
De gezinsbijslagen in Brussel
VO
O
Ten laatste vanaf 2020 moeten de deelstaten volledig instaan voor het wetgevend kader, het administratief beheer en de uitbetaling van de gezinsbijslagen. Voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gebeurt dat vanaf 2020; tot dan blijven de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Gewaarborgde Gezinsbijslagen daar van toepassing. Voorlopig bevinden we ons dus nog in een overgangsfase.
N
IE
Om recht te hebben op gezinsbijslagen moet iemand in het gezin een recht op kinderbijslag openen. Dat gebeurt door het professionele statuut (werknemer, zelfstandige) of hiermee gelijkgesteld (gepensioneerde, werkloze, arbeidsongeschikte ‌). Als er in een gezin verschillende mensen het recht op kinderbijslag kunnen openen, dan heeft in principe de vader voorrang. Het is dan het kinderbijslagfonds van de werkgever van deze voorrangsgerechtigde werknemer of het kinderbijslagfonds gekozen door de voorrangsgerechtigde zelfstandige die de kinderbijslag uitbetaalt.
Š VAN IN
42
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
Kinderbijslag wordt verleend: – tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin het kind 18 jaar wordt, zonder bijkomende voorwaarde; – tot 21 jaar voor kinderen met een handicap; – tot 25 jaar voor het kind dat onderwijs volgt of een opleiding doorloopt en dat geen eigen inkomen heeft. Het betreft studenten ingeschreven voor minstens 17 uren in het niethoger onderwijs en regelmatig de lessen volgen, studenten in het buitengewoon onderwijsingeschreven voor minstens 27 studiepunten in het hoger onderwijs en regelmatig de lessen volgen), jongeren met een erkende leerovereenkomst en jongeren in hun beroepsinschakelingstijd.
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
E
Vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin het kind 18 jaar wordt, gelden inkomensvereisten of vereisten met betrekking tot het aantal gewerkte uren. Een kind dat voltijds onderwijs volgt mag tijdens het schooljaar niet meer dan 240 uur per kwartaal werken. In het vakantiekwartaal (juli-september) mag onbeperkt worden gewerkt. Een kind dat deeltijds onderwijs volgt, verbonden is door een leerovereenkomst of zich in zijn beroepsinschakelingstijd bevindt, mag maximaal 551,89 EUR per maand verdienen. In principe wordt de kinderbijslag aan de moeder uitbetaald. Als de moeder het kind niet werkelijk grootbrengt, wordt de kinderbijslag uitbetaald aan de persoon die het kind opvoedt. Het bedrag is afhankelijk van de rang van het kind: 95,80 EUR voor het eerste kind, 177,27 EUR voor het tweede kind en 264,67 EUR voor de volgende kinderen. Daarboven wordt een leeftijdsbijslag betaald vanaf het bereiken van de leeftijd van zes, twaalf en achttien jaar. Eerste kind
Volgende kinderen
Vanaf 6 jaar – bijslag
16,04 EUR per maand
31,99 EUR per maand
Vanaf 12 jaar – bijslag
24,43 EUR per maand
48,88 EUR per maand
Vanaf 18 jaar – bijslag
28,16 EUR per maand
62,15,04 EUR per maand
In bepaalde gezinssituaties (bv. bij gepensioneerde rechthebbende) en wanneer het gezinsinkomen onder een bepaalde grens ligt (2 501,28 EUR per maand voor alleenstaande ouders en 2 582 EUR per maand voor samenwonenden), kan een sociale toeslag worden bekomen bovenop de gewone kinderbijslag en de leeftijdsbijslag.
N
IE
VO
O
Voor kinderen met een handicap wordt een toeslag toegekend zolang zij nog geen 21 jaar zijn. Het bedrag van de toeslag is afhankelijk van de ernst van de gevolgen van de aandoening op lichamelijk en geestelijk vlak (pijler 1), op het vlak van de activiteit en de participatie van het kind (pijler 2) en van de gevolgen voor de familiale omgeving (pijler 3). Afhankelijk van de punten die worden toegekend op basis van deze drie pijlers kan de toeslag voor kinderen met een beperking variëren tussen de 84 EUR en 560 EUR.
Voor wezen (kinderen waarvan een van de ouders is overleden) bestaat in de plaats van de normale gezinsbijslag een wezenbijslag. Voor de wees wordt kinderbijslag tegen een verhoogd bedrag toegekend: 368,03 EUR. Dit gebeurt zolang de overlevende vader of moeder geen nieuw huwelijk aangaat of een feitelijk gezin vormt. Het recht op verhoogde wezenbijslag herleeft na de beëindiging van het nieuwe huwelijk of het feitelijk gezin. De afzonderlijke woonplaats moet blijken uit het bevolkingsregister of uit andere officiële documenten.
© VAN IN
43
Academiejaar 2020-2021
Hoofdstuk 4: Sociale zekerheid: gezinsbijlagen
Als niemand binnen het gezin het recht op kinderbijslag opent (als werknemer of gelijkgestelde) en het gezin onvoldoende bestaansmiddelen heeft, kan het gezin aanspraak maken op Gewaarborgde Gezinsbijslag. Dat is een onderdeel van de sociale bijstand, waarbij een onderzoek naar de bestaansmiddelen wordt gevoerd. Het gaat voornamelijk over mensen die beschikken over een leefloon, die voor hun kinderen recht hebben op Gewaarborgde Gezinsbijslag.
www.socialezekerheid.be www.famifed.be
E
Vragen en toepassingen
R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI
1 Welke hoofdvoorwaarden worden gesteld opdat kinderen recht zouden geven op kinderbijslag? 2 Vanaf wanneer eindigt het recht op kinderbijslag als een student 25 jaar wordt op 1 februari? 3 Een leerling van 17 jaar werkt tijdens de maand juli 22 dagen met een studentenovereenkomst. Hij verdient 1 100 EUR bruto. Welk gevolg heeft dat voor het kindergeld? 4 Heeft een gezin dat morgen naar Vlaanderen verhuist recht op het Groeipakket?
N
IE
VO
O
5 Op welke bedragen heeft een gezin uit Leuven met drie kinderen (°2009, °2013, °2019) recht?
© VAN IN
44
Academiejaar 2020-2021