Skip to main content

Voorbeeld Blend - health care

Page 1

Academiejaar 2020-2021

De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Plaats hier de gegevens van uw hogeschool en opleiding


De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Blend ISBN 978-11-1004-092-6 Samengesteld door Hans Mertens De Boeck Hogeschool Gezondheidszorg Varia © Dit werk werd samengesteld door bovenvermelde docent(en), met respect voor de auteursrechten van VAN IN en de afzonderlijke auteurs. Wommelgem, 2020 Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. ln België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever en de auteurs streven permanent naar een volledige betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, zij kunnen voor die informatie en de toepassing ervan echter niet aansprakelijk gesteld worden. Dit boek op maat bevat hoofdstukken uit volgende oorspronkelijke werken: •

Leentje De Bleser, e.a, Beleid, organisatie en kwaliteit in de gezondheidszorg. ISBN 978-90-4556-017-5. 2017, hoofdstuk 20. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Rika De Bens, e.a, Infectiepreventie. ISBN 978-90-4556-382-4. 2017, hoofdstuk 5. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Giannoula Tsakitzidis, e.a, Leren interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg. ISBN 978-90-3068-695-8. 2018, hoofdstuk 5. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Caroline Neckebroeck, e.a, Onderzoeksvaardigheden. ISBN 978-90-3068-701-6. 2018, hoofdstuk 1. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Luc Haegeman, e.a, Praktisch gezondheidsrecht. ISBN 978-90-3068-994-2. 2019, hoofdstuk 6. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Gitte Dockx, e.a, Soft skills. Hard nodig. ISBN 978-90-3068-717-7. 2019, hoofdstuk 10. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.


Inhoudsopgave Uit: Leentje De Bleser, e.a. Beleid, organisatie en kwaliteit in de gezondheidszorg. 2017

Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

1

Toegevoegd door docent

Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

11

1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst

13

2 Nog een voorbeeld van een tussentitel

14

Uit: Caroline Neckebroeck, e.a. Onderzoeksvaardigheden. 2018

Hoofdstuk 3: Inleiding

17

Uit: Luc Haegeman, e.a. Praktisch gezondheidsrecht. 2019

Hoofdstuk 4: De rechten van de patiĂŤnt

21

Uit: Gitte Dockx, e.a. Soft skills. Hard nodig. 2019

Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

37

Uit: Rika De Bens, e.a. Infectiepreventie. 2017

Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiĂŤne van de zorgverlener

59

Uit: Giannoula Tsakitzidis, e.a. Leren interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg. 2018

Hoofdstuk 7: Bouwstenen: wat is IPSIG?

71


1 Kwaliteitszorg: zorglogistiek


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

Logistiek management is de functie die deelfuncties in een bedrijf op elkaar afstemt om tot een beter totaal resultaat te komen. Het is de effectieve en efficiënte voortstuwing van goederenstromen en informatiestromen tussen leveranciers en klanten (Van Goor, Ploos van Amstel & Ploos van Amstel, 2009).

E

Logistiek is onderhevig aan de nieuwe ontwikkelingen waaraan ondernemingen het hoofd moeten bieden. Dat kan zijn:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

> een assortiment bieden dat steeds breder en dieper moet zijn (grotere diversiteit). Daarbij speelt massa-individualisering een rol; > de noodzaak om zich te concentreren op de kernactiviteiten; > een voortdurende druk om de totale kosten te verlagen; > toenemende eisen op het gebied van customer service.

VO

O

In de gezondheidszorg is de logistieke factor erg complex. Steeds meer diensten ontdekken dat het zinvoller is om de integrale keten te optimaliseren in plaats van zich te concentreren op het verbeteren van de eigen operaties (elke dienst afzonderlijk en waarschijnlijk ten koste van een andere partij in de keten). Het optimaliseren van de integrale keten is een activiteit die bekend staat onder de naam Integraal Ketenbeheer (IKB) of Supply Chain Management (SCM). De zorgvrager wenst namelijk een op elkaar afgestemd zorg- en dienstverleningsaanbod zonder onnodige schakels en wachttijden. Door intensieve samenwerking, transmurale zorgprojecten en ketenvorming proberen zorgaanbieders de continuïteit te verbeteren en de wachttijden te verminderen (Zorgketen Amsterdam, 2014). Bij logistiek in de gezondheidszorg kun je drie deelstromen onderscheiden: patiëntenlogistiek, goederenlogistiek en farmalogistiek.

1

Patiëntenlogistiek

N

IE

Patiëntenlogistiek is het traject dat de zorgvrager voor een specifieke zorgvraag doorloopt. Een goed lopende patiëntenlogistiek draait in de eerste plaats om afstemming van de capaciteiten op de stroom van zorgvragers. Dat klinkt eenvoudig, maar hoe meer partijen er betrokken bij zijn, hoe complexer effectieve en efficiënte logistiek wordt.

Patiëntenlogistiek

Het Nederlanse VU Medisch Centrum definieert patiëntenlogistiek in de zorgvisie als: De juiste zorg op de juiste plek door de juiste medewerker op het juiste moment door de juiste instelling met de juiste financiering.

© VAN IN

3

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

Het behandeltraject van een zorgvrager kun je opvatten als een logistieke keten. Het doel van patiëntenlogistiek is de patiëntenzorg zodanig te herstructureren voor zorgvragers dat bij het leveren van zorg de behoeften en wensen van de zorgvrager centraal staan (Zorgvisie AMC).

1.1

Principes uit de logistiek toegepast op patiëntenzorg

Doelmatigheidswinst voor het systeem en kwaliteitswinst voor de zorgvrager is mogelijk als enkele eenvoudige logistieke principes worden toegepast. De onderstaande lijst komt in de volgende paragrafen uitgebreid terug:

1.1.1 A

> afstemming van vraag en aanbod; > capaciteitsplanning, opheffen van bottlenecks.

E

van push naar pull; standaardisatie; segmentatie; parallelliseren;

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

> > > >

Van een push- naar een pullsysteem

Het pushsysteem

Een pushsysteem duwt de zorgvrager als het ware het proces in, afhankelijk van de urgentie en op basis van de beschikbare capaciteit. Het systeem heeft een aantal logistieke nadelen:

B

N

IE

VO

O

> de zorgvrager staat niet centraal. Vooraf weet hij niet wat hij van het proces kan verwachten: hoe lang zal de behandeling duren, wanneer volgt welk onderzoek, met welke mensen zal ik in aanraking komen, wat wordt er van mij verwacht? > moeilijk te sturen: de beschikbare capaciteit is bepalend voor de te behalen doorlooptijd. Dat is de tijd tussen de eerste en de laatste stap in het behandelproces. Ook de onduidelijkheid over de tijd per processtap (= schakels die samen de logistieke keten vormen) maakt het moeilijk te besturen; > oplopende wachttijden: door de onduidelijkheid over de tijd per processtap en tussen de processtappen ontstaan er wachttijden; > werkt demotiverend op het personeel: het personeel verliest het overzicht over het geheel en het heeft door de onduidelijkheid over het te verwachten werkaanbod het gevoel de controle kwijt te zijn. Die onduidelijkheid is het gevolg van de onvoorspelbaarheid van de doorlooptijd van de verschillende processtappen.

Het pullsysteem

De genoemde problemen van een pushsysteem kun je het best opvangen door een pullsysteem in te voeren. Een pullsysteem leidt tot zowel kwaliteitsverbetering als kostenbesparing, maar vereist een andere benadering en inrichting van de verschillende werkprocessen. In een pullsysteem worden de verschillende stappen keer op keer op een gestructureerde manier uitgevoerd. Ze zijn voortdurend gericht op verbetering (TPG, 2004):

© VAN IN

4

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

> stel de doorlooptijd en het gewenste serviceniveau vast; > voorspel het verwachte volume dat door het proces zal stromen. Daarbij wordt meestal een bandbreedte aangebracht om de impact van de variatie op capaciteit en kosten te bepalen; > ontwerp, beschrijf en geef de processen weer in processchema’s. De collega’s op de werkvloer maken die best; > beschrijf de verschillende processtappen in aparte werkinstructies. Die geven minutieus aan hoe het werk moet worden uitgevoerd. De documentatie is voor iedereen beschikbaar; > toets operationele processen op efficiency via proceswandelingen en -metingen: doorloop het proces, terwijl je de doorlooptijden klokt. Zo kun je de productiviteit van de processen bepalen. De productiviteit wordt vervolgens vastgelegd in normen die richtinggevend zijn voor de planning van de benodigde capaciteit voor het verwachte volume; > licht bestaande processen door op basis van de procesbeschrijvingen en de metingen. Signaleer mogelijk overtollige stappen. Voer eventuele aanpassingen door en herhaal deze stap; > doorloop de hiervoor genoemde stappen opnieuw. Dat is een continu proces van optimalisatie. De voordelen van een pullsysteem zijn:

O

> de zorgvrager staat centraal; > het zorgtraject verloop zo voorspelbaar mogelijk op het vlak van – doorlooptijd; – benodigde professionele capaciteit; – noodzakelijke beschikbaarheid van apparatuur en diensten; > de zorgvrager weet beter waar hij aan toe is; > de zorgvrager wordt opgenomen zonder te moeten wachten; > de zorgvrager wordt verpleegd volgens een gestandaardiseerde methode.

VO

1.1.2

Standaardisatie

N

IE

Standaardisatie betekent dat de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van best practices en zo verder geoptimaliseerd worden. Voor zestig tot tachtig procent van de zorg is standaardisatie mogelijk. Om gestandaardiseerd te kunnen werken moet de processen in processchema’s en werkinstructies omschreven worden. Belangrijk is dat de mensen die het werk uitvoeren het ook in de procedures en werkinstructies vastleggen. Door het gedetailleerd vastleggen van de werkzaamheden is de haalbare doorlooptijd en de daarvoor benodigde capaciteit goed vast te stellen.

1.1.3

Segmentatie

Als je efficiënt wil werken, is noodzakelijk zorgvragers te clusteren volgens de aard van de zorg die ze nodig hebben. Segmenten zijn homogene groepen van zorgvragers. Je kunt er drie onderscheiden: © VAN IN

5

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

Een gestandaardiseerde logistieke keten

Te weinig voorspelbaar om de logistieke keten te standaardiseren

Te weinig homogeen om de logistieke keten te standaardiseren

> 60 % van alle zorgvragers; > vaak voorkomende diagnoses; > vergaande omschreven behandeling; > de logistiek is helemaal gestandaardiseerd.

> 20 % van alle zorgvragers; > tot aan de diagnosefase doorloopt deze groep de standaard logistieke keten.

> deze groep vraagt om een aanpak op maat.

1.1.4

Parallelliseren

Vraag en aanbod op elkaar afstemmen

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

1.1.5

E

Waarom doe je achter elkaar wat ook tegelijk kan? De tijdswinst voor de zorgvrager is enorm, net zoals de productietoename voor het ziekenhuis.

De zorgvraag is beter te plannen dan meestal wordt gedacht. In het werkaanbod zijn de benodigde processtappen en het aantal behandelingen voorspelbaar in de tijd. Dat geeft de mogelijkheid om tot gestroomlijnde, efficiënte processen te komen waarvan de doorlooptijd in hoge mate voorspelbaar is. Voor de zorgvrager moet de zorg continu en integraal geleverd worden: ontwerp van zorgprocessen, samenwerking tussen disciplines en instellingen.

1.1.6

Capaciteitsplanning

Bij een goed lopende patiëntenlogistiek gaat het in de eerste plaats om afstemming van de capaciteiten op de stroom van zorgvragers. Om aan de noden van de zorgvrager te kunnen voldoen moet je over de juiste capaciteit beschikken. Zonder het juiste personeel, onderzoeksinstrumenten, werkruimte en netwerk van toeleveranciers kun je er weinig output genereren (College bouw zorginstellingen, 2007).

Meting, registratie en informatievoorziening

O

1.1.7

IE

VO

Zolang relevante informatie niet beschikbaar is, blijft standaardisatie van de werkzaamheden onmogelijk en kun je niet gericht plannen en werken. Daarbij zijn deze elementen van belang (TPG, 2004):

N

> tijdig juiste procesinformatie inwinnen om processen effectief en efficiënt in te richten en te sturen; > relevante kritische prestatie-indicatoren (KPI) meten, registreren en rapporteren aan de deelnemers van het zorgproces zodat de deelnemers op basis daarvan hun handelen kunnen evalueren en bijsturen; > kritische prestatie-indicatoren (KPI): – de kwaliteit van het proces meten, bv. de doorlooptijd per processtap; – de kwaliteit van het eindresultaat van het proces meten, bv. het aantal herstellende patiënten of complicaties;

© VAN IN

6

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

Alleen als de KPI bij het dagelijks proces aansluiten en tijdig afgeleverd worden, ondersteunen ze de dagelijkse sturing. Informatieverzameling is nooit een managementdoel op zich, maar staat altijd in dienst van het proces; > gebruik van passende ICT-oplossingen: – ondersteunende factor voor het behalen van efficiencywinst; – verbeterde informatiewissel tussen de verschillende schakels van de keten.

2

Goederenlogistiek

2.1

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De goederenlogistiek gaat over het zo efficiënt mogelijk inkopen van goederen die nodig zijn in ziekenhuizen en rusthuizen, zodat zij op het juiste moment en op de juiste plaats aanwezig zijn. Het kan gaan om medisch-technisch apparatuur, hulpmiddelen, incontinentiemateriaal, linnen, meubilair, kantoorartikelen of voedsel. De procesketen van de goederenlogistiek bestaat uit twee deelprocessen: het inkoopproces en het interne logistieke proces. Afval is een aparte goederenstroom die in de tegenovergestelde richting gaat (reverse logistiek).

Tips om de goederenlogistiek te optimaliseren

VO

O

> Bundel de inkoopvolumes en kies voor één gemeenschappelijke veiligheidsvoorraad. De inkoop van de verschillende instellingen bundelen en de voorraad reduceren door één gemeenschappelijke veiligheidsvoorraad kan tot substantiële besparingen leiden (TPG, 2004); > breng voorraden onder in een centraal magazijn dat door een gespecialiseerde partij beheerd wordt; > selecteer preferred suppliers waarmee je een duurzame relatie aangaat; > vergroot het kostenbewustzijn door het verbruik te registreren en het aan de gebruikers aan te rekenen; > ondersteun het inkoopproces door inkopers en professionals een training te bieden op basis van best practice inkoopprocessen (TPG, 2004).

N

IE

Logistiek in de bejaardenzorg De begeleiding van personen met een neurocognitieve stoornis (van beginnende dementie tot de terminale fase) is een aaneenschakeling van stappen om aan de zorgvraag van de dementerenden en hun naaste familieleden te voldoen. De zorgvrager doorloopt een heel zorgtraject. Het vertrekpunt is zijn specifieke vraag. Rond de dementerende oudere en zijn familieleden wordt een heel netwerk aan zorgfaciliteiten opgebouwd die als doel hebben de dementerende op te vangen en hem zolang mogelijk thuis te laten wonen: ontspanning, eten leveren aan huis, verzorging aan huis, opvang van de ouderen om familie te ontlasten, crisisopvang, revalidatie en hulp aan mantelzorgers. De zorg wordt maar mogelijk gemaakt door de bouw van dagcentra, kortverblijven en serviceflats. De voorzieningen worden gericht op de zorgvraag van de ouderen en krijgen een centrale coördinatie.

© VAN IN

7

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

Goederenlogistiek In een rust- en verzorgingstehuis zijn er verschillende logistieke ketens. De meest voor de hand liggende is de aanvoer van incontinentiemateriaal. De aankoop en verbruik van incontinentiemateriaal is een belangrijke post in een rusthuis. Na de kosten van het personeel neemt het een belangrijk deel van het budget in. Elke afdeling heeft een verantwoordelijke voor het incontinentiemateriaal. Zij komen elk trimester samen om afspraken te maken. Bestellingen, de verdeling tussen de verschillende diensten, het juiste verband bij de juiste persoon, en het aantal verbanden dat een bewoner elke dag verbruikt, worden per dienst en per bewoner nauwkeurig geregistreerd en vergeleken met een gemiddeld verbruik, of met het verbruik in andere rusthuizen met hetzelfde type van bewoners. Op die manier proberen medewerkers de kosten te drukken. Registratie is een belangrijke bron van informatie.

3

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Een ander belangrijk logistiek gebeuren is de voorziening van maaltijden. Die moeten aan strikte hygiëne- en temperatuureisen voldoen. Een belangrijk voorwaarde is de HACCP-normering (Hazard Analysis Critical Control Points). Dat is een gestructureerde benadering die de veiligheid van de producten voor de gebruiker beheerst. HACCP is een beheersysteem dat als doel heeft de voedselveiligheid voor de consument te waarborgen. Het systeem komt uit de Europese wetgeving en is in België voor alle bedrijven die levensmiddelen behandelen of verwerken verplicht. Onder die wetgeving vallen niet alleen bedrijven uit de voedingsindustrie, maar ook sectoren zoals distributie en transport van levensmiddelen, detailhandel, horeca en ambulante handel. Het geldt ook voor keukens in ziekenhuizen.

Six Sigma en Lean management

3.1

Six Sigma

O

Six Sigma is een kwaliteitsmanagementmethode om operationele prestaties van een organisatie te verbeteren door tekortkomingen te identificeren en werkprocessen verbeteren met als doel producten en diensten af te leveren die continu de verwachtingen van de klant overtreffen. Het achterliggende idee is dat je processen alleen kunt beheersen en verbeteren als je inzicht in die processen hebt (In voor Zorg, 2011).

VO

Six Sigma volgt een vaste methode om problemen op te lossen:

IE

define: het probleem definiëren en de projectorganisatie afstemmen; measure: concretiseer de prestatie van het proces door de nulmeting te bepalen; analyze: onderbouw de oorzaken van het probleem; improve: ontwerp en selecteer oplossing(en) door de procesoptimalisatie te bepalen; control: implementeer de verbeteringen.

N

> > > > >

Six Sigma heeft een duidelijke klantfocus. Je moet heel duidelijk weten wat de klant wil, want hij bepaalt of een product of dienst aan de eisen voldoet (voice of customer).

© VAN IN

8

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

3.2

Lean management

Lean (slank, lenig) management is een methode om processen te managen en te verbeteren door verspillingen te elimineren en doorlooptijden te reduceren. Processen worden maximaal ingericht op activiteiten die waarde toevoegen aan het product voor de klant (waardestroom). Lean management maakt een onderscheid tussen acht verschillende soorten verspillingen: defecten, overproductie, transport, wachten, opslag, bewegingen en verplaatsingen, meer doen dan nodig is, onbenutte creativiteit en capaciteit.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Lean management kenmerkt zich door de vlakke hiÍrarchie, meer verantwoording en competentie aan de basis, het elimineren van verliezen, de verbeterde communicatie met klanten en met leveranciers, de concentratie op wat belangrijk is, en de klantvriendelijkheid. Lean principes en methodes hebben in de zorgsector een grote vlucht genomen. Een van de effecten is dat het zelflerend vermogen en de betrokkenheid van medewerkers toeneemt. De zorgvrager wordt zeer bewust het uitgangspunt in het handelen en medewerkers krijgen meer inzicht in de werkprocessen waar hij en zijn collega’s dagelijks bij betrokken zijn. Het resultaat is een duurzame verbetering van de kwaliteit, veiligheid en efficiency van de zorg en de hele instelling (VUMC, 2013). Uiteraard zijn er ook valkuilen. Als je het inzet als bezuinigingsinstrument of het als een doel in plaats van een middel gaat zien, loopt het mis. Lean management implementeren doe je altijd geleidelijk. Het vraagt om een langetermijnvisie en veel geduld, want er is geen eindpunt. Eerst pak je kleine problemen aan. Door die op te lossen leer je de werkprocessen beter kennen en ontwikkelt je kennis om grotere knelpunten uit te spitten. Pas tijdens het verbeterproces wordt duidelijk wat echt van belang is en waarin voor zorgverleners en zorgvragers de zingeving ligt.

Lean Six Sigma

N

3.3

IE

VO

O

Dat verklaart direct een volgende absolute voorwaarde voor succes: het juiste management. Een leider die verbetert vanuit zijn kantoor is niet lean. Hij moet naar zijn mensen toe om hen te begrijpen en inzicht te krijgen in de typische kenmerken van hun werk (VUMC, 2013).

Lean Six Sigma is de integratie van Lean management en Six Sigma om processen te verbeteren. Lean Six Sigma combineert de invalshoeken van logistiek management en kwaliteitsverbetering. Beide methoden kun je goed met elkaar combineren omdat ze zich allebei richten op het optimaliseren van werkprocessen rond de wensen van de klant. Lean Six Sigma kun je toepassen op elk niveau in de organisatie. Een voorwaarde is wel dat het gekozen proces een duidelijk begin en eind heeft.

Š VAN IN

9

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Kwaliteitszorg: zorglogistiek

4

Beroepsverenigingen

Een andere manier om aan kwaliteitszorg te werken is via een goede beroepsvereniging. In Vlaanderen en België zijn er zeven algemene beroepsverenigingen:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

> de Algemene Unie van Verpleegsters in België (AUVB); > de Federale Neutrale Beroepsorganisatie voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen (FNBV); > het Nationaal Verbond der Katholieke Verpleegkundigen en Vroedvrouwen (NVKVV); > de Syndicale Kamer der Zelfstandige Verpleegkundigen vzw; > de Vereniging der Zelfstandige Verpleegkundigen en Vroedvrouwen; > de Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandige Verpleegkundigen vzw; > de Vlaamse Verpleegunie. Daarnaast bestaan er ook specifieke beroepsgroepen in de verpleegkunde. Denk maar aan oncologie- of endoscopieverpleegkundigen.

N

IE

VO

O

Beroepsverenigingen willen op de eerste plaats opkomen voor de belangen van hun leden. Dat doen ze door hun noden en verzuchtingen onder de aandacht van de betrokken beleidsmakers te brengen. Beroepsverenigingen verstrekken ook juridisch advies bij specifieke vragen van hun leden en streven ze naar een voortdurende verbetering van de kwaliteit van zorg door vormingen en bijscholingen aan te bieden of publicaties over relevante topics.

© VAN IN

10

Academiejaar 2020-2021


2 Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen 1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque.

O

Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare.

IE

VO

Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.

N

Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.

Toegevoegd door docent

13

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

2 Nog een voorbeeld van een tussentitel Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque. Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare. Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.

VO

O

Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.

N

IE

Phasellus gravida felis eu mauris luctus vestibulum. Phasellus vehicula malesuada purus eu aliquam. Sed non nisi in ante eleifend rhoncus ac id ipsum. Maecenas malesuada nulla in elit vestibulum gravida. Vestibulum non bibendum lorem. Morbi sed vulputate lectus. Nam faucibus libero sit amet posuere lacinia. Integer facilisis ante vel est pharetra, sed accumsan dui ornare. Nullam auctor ligula sit amet blandit accumsan. Mauris in purus ullamcorper, vestibulum nulla id, euismod ligula. Mauris dolor urna, viverra vel suscipit eu, maximus suscipit magna. Pellentesque laoreet felis libero, ut vestibulum ipsum faucibus ut. Nam nisi felis, dignissim non ornare at, faucibus et sapien. Fusce a fermentum neque, vel egestas augue. Integer tristique vel eros sed convallis. Praesent laoreet quam quis rhoncus ornare. Pellentesque ut lobortis magna. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Donec placerat tellus non augue dapibus mollis. Duis dictum sodales lacus vel fringilla. Curabitur at lacus maximus, facilisis elit quis, iaculis elit. Aliquam eu velit in erat egestas placerat. Maecenas varius eget neque a fringilla. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Sed fringilla, massa a

Toegevoegd door docent

14

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

bibendum ultricies, metus risus consequat justo, eget egestas nibh risus pharetra tellus. Ut pretium, elit vitae blandit iaculis, lacus lectus iaculis ex, vel pretium sem quam ac urna. Sed non lectus ullamcorper, feugiat orci sed, rhoncus metus. Morbi sem sem, elementum a eros sed, viverra tincidunt lacus. Nullam nec purus eget felis blandit vestibulum. In convallis egestas lacus. Sed non lacus ut lectus venenatis convallis. Morbi ac purus eu tortor tristique tincidunt molestie id ligula. Ut massa quam, egestas a ante in, mattis consectetur orci. Duis condimentum pharetra vulputate. Phasellus a mattis ligula. Vivamus pretium tempus feugiat.

E

Nulla viverra luctus magna, et auctor nisi egestas ut. Suspendisse ut urna eget nulla dictum scelerisque. Nullam at arcu vel lacus tempor pellentesque. Suspendisse ullamcorper sollicitudin libero et mattis. Donec feugiat vulputate risus, eget ullamcorper leo. Quisque vitae malesuada leo. Nullam vitae dui vitae erat pulvinar pretium. In hac habitasse platea dictumst. Nulla viverra dui ut quam semper dictum. Duis scelerisque vulputate ante, consectetur venenatis est lobortis pellentesque. Donec non porta augue. Morbi id lobortis tortor.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Pellentesque viverra ex sed tortor porta, a suscipit odio vulputate. Donec sed massa est. Vivamus congue commodo augue non egestas. Fusce consequat massa eu consectetur ultricies. Vivamus tempus sapien odio, et suscipit odio suscipit at. Praesent congue tincidunt pulvinar. Nunc eu nisl sed purus fringilla feugiat. Sed varius quam et ipsum vulputate, ac elementum leo mollis. Curabitur maximus sem fringilla, lacinia lectus non, laoreet nulla. Aliquam efficitur tincidunt euismod. Duis sed sagittis elit. Maecenas et quam tincidunt, convallis quam sed, gravida eros. Aenean sit amet orci vitae est elementum rutrum. Suspendisse facilisis dignissim erat, nec aliquam est eleifend a. Praesent in mattis quam. Nulla odio tellus, tempus sit amet nunc a, ullamcorper fringilla ligula. Sed sagittis imperdiet finibus. Sed ac urna ut ex faucibus lobortis eget ut arcu. Vestibulum venenatis, velit ac sodales efficitur, nisl est tincidunt ex, lacinia pellentesque metus metus at felis. Nulla viverra ex nec arcu pellentesque, eu feugiat magna eleifend. Donec pharetra tincidunt risus, sed congue odio aliquet eget. Aenean convallis, neque in facilisis iaculis, justo mi bibendum odio, sit amet tempus massa lorem ut erat. Nunc lobortis quam eget nibh lobortis fringilla ut et est. Aliquam erat volutpat. Phasellus quis libero porttitor, iaculis enim vitae, pharetra odio. Nam elit erat, gravida quis volutpat id, facilisis nec massa. Donec auctor purus at justo pretium aliquet. Nulla congue hendrerit eros, eget porttitor dolor iaculis ac. Nam maximus mauris nisi, nec pretium nisi tincidunt eu. Praesent malesuada est vitae massa cursus, id viverra erat tristique.

IE

VO

O

Maecenas eu semper ante. Aenean et erat volutpat, vulputate urna sed, ultrices nisl. Vestibulum eget justo mauris. Donec pulvinar elementum mauris, vel volutpat ex pulvinar non. Curabitur sit amet rutrum nisi, quis hendrerit nulla. Phasellus ultrices sit amet ligula eu rhoncus. Etiam sit amet malesuada nulla. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Proin iaculis lacinia purus, maximus auctor sapien tincidunt placerat. Duis nunc nisi, dignissim eu orci vitae, porta auctor ligula. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Aenean et imperdiet tortor. Proin id dui in tortor mollis hendrerit at eu urna. Donec non vestibulum arcu. Sed tempor tellus a arcu bibendum, vitae fringilla leo aliquam.

N

In tempor maximus lacinia. Praesent laoreet ipsum nisi. Suspendisse id leo nisi. Praesent molestie iaculis risus, et varius est ultrices et. Donec convallis dui vitae dolor accumsan varius. Curabitur varius, sapien sit amet laoreet aliquet, sapien nunc eleifend lacus, vel fermentum enim mi non mi. Curabitur pharetra, enim vel tincidunt accumsan, ex ex dapibus leo, id malesuada augue lectus ac arcu. Nulla interdum nisl sed pretium venenatis. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Integer augue urna, gravida sit amet dapibus non, congue nec metus. Maecenas nec pellentesque magna. Maecenas bibendum tellus et quam rutrum, vel tristique nunc iaculis. Aenean mi ex, volutpat imperdiet lectus in, semper venenatis felis. In quam ante, maximus id elementum eu, imperdiet ac urna. Praesent congue mi viverra venenatis auctor. Aliquam blandit urna a nibh efficitur imperdiet. Fusce a arcu laoreet, luctus ipsum non, ultrices mi. Proin interdum urna a dui hendrerit rhoncus. Cras efficitur porta libero vitae condimentum. Integer quis libero ut

Toegevoegd door docent

15

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

erat fermentum tempor quis eu dolor. Mauris ac fringilla neque. Sed posuere pharetra fringilla. Aenean mattis tempus urna, ac viverra risus. Nullam auctor velit nisl, ut dictum erat sollicitudin eget. Curabitur congue et arcu vitae efficitur. Vivamus tellus elit, egestas sed pellentesque id, mattis eget sem. Aliquam turpis justo, interdum vel ullamcorper vel, mattis quis felis. Curabitur aliquam interdum purus, ac lobortis risus pellentesque non. Ut dignissim commodo vehicula. Fusce turpis justo, vehicula et rutrum eget, vestibulum vel est. Nunc id porta lorem, vel mollis magna. Ut efficitur dolor ut laoreet consectetur. Nunc molestie vestibulum elit nec varius. Aenean sodales diam quis nulla vestibulum, id dignissim lacus feugiat. Aenean nisl sapien, finibus auctor nisi sed, elementum ultrices leo. Proin felis ante, convallis vitae facilisis at, pulvinar vel enim. Nunc vulputate convallis placerat. In pulvinar rutrum lacus. Aliquam euismod dapibus placerat.

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Fusce non sagittis sapien. Donec varius neque malesuada euismod accumsan. Duis ac mi tortor. Nullam nunc sapien, tincidunt consequat finibus vitae, ultricies eu elit. Morbi interdum, purus a ullamcorper vestibulum, est nisl fermentum lorem, ut ultricies tortor quam sit amet arcu. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed orci purus, molestie nec rhoncus eget, lobortis vitae tortor. Aliquam vel finibus enim, ut consequat velit. Nam sit amet tortor massa. Sed sagittis justo et vulputate lobortis. Integer mi purus, tincidunt sed gravida vitae, venenatis sed ligula. Aliquam in pharetra diam. Quisque malesuada eleifend vehicula. In tempor mauris a vehicula euismod. Nulla facilisi. Phasellus luctus sodales fermentum.

Toegevoegd door docent

16

Academiejaar 2020-2021


3 Inleiding


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 3: Inleiding

Hogeschoolstudenten en professionelen in de domeinen onderwijs, zorg en welzijn komen steeds vaker in aanraking met onderzoek en onderzoeksresultaten. Men zet zelf een praktijkonderzoek op of men leest de conclusies van andere onderzoeken.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Dit handboek biedt een praktische inleiding in het kritisch en doordacht opzetten, uitvoeren en interpreteren van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. We focussen hierbij op praktijkgericht onderzoek, met als doel onderzoeksvragen uit het werkveld te beantwoorden. Het boek leert onderzoeksvaardigheden stap voor stap aan. Het reikt studenten en professionelen zonder specifieke voorkennis op een toegankelijke manier kennis en vaardigheden aan om een onderzoeksproces te doorlopen. Het leent zich ertoe onderstaande vragen te beantwoorden: - Hoe kan ik een goede probleemstelling formuleren? - Hoe kan ik mijn onderzoek het beste ontwerpen? - Hoe verzamel ik gegevens?

- Hoe analyseer ik gegevens? - Hoe rapporteer ik?

Tal van voorbeelden illustreren dit onderzoeksproces en tonen de relevantie van onderzoek voor de beroepspraktijk in onderwijs, zorg en welzijn aan. Het boek bevat acht hoofdstukken waarin systematisch de verschillende fasen van het onderzoeksproces aan bod komen: het onderzoeksplan, de dataverzameling, de data-analyse en de rapportage.

Een voorbeeld van een onderzoek naar alcoholgebruik dat de rode draad vormt doorheen het handboek, vind je net zoals theoretische begrippen die verdere theoretische uitdieping krijgen, gemakkelijk terug aan de hand van het overeenstemmende icoon.

N

IE

VO

O

Bijna elk hoofdstuk sluiten we af met een praktisch stappenplan om zelf onderzoek op te zetten en uit te voeren.

casus alcoholgebruik theoretische verdieping Veel leesplezier!

Š VAN IN

19

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Inleiding

© VAN IN

20

Academiejaar 2020-2021


4 De rechten van de patiĂŤnt


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

1 Historische achtergrond

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De Wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt (BS 26 september 2002) behandelt duidelijk de rechten en de plichten van de patiënt en de zorgverstrekker in hun onderlinge relatie. Vóór het ontstaan van de wet werd de relatie tussen de patiënt en de zorgverstrekker nergens volledig en afzonderlijk geregeld. Bij discussies of rechtszaken werd een beroep gedaan op bepalingen uit internationale verdragen (bv. EVRM), bepalingen uit het strafrecht (bv. beroepsgeheim), rechtspraak, rechtsleer en algemene rechtsbeginselen. Een duidelijke en samengebundelde regeling ontbrak.

© VAN IN

23

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

2 Toepasselijke wetgeving en toepassingsgebied

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De wetgever verstaat daaronder het volgende:

E

Op 22 augustus 2002 kwam de Wet betreffende de rechten van de patiënt tot stand (WRP) (BS 26 september 2002. De wet regelt alle privaatrechtelijke (contractuele en buitencontractuele) en publiekrechtelijke rechtsverhoudingen over gezondheidszorg die wordt verstrekt door een beroepsbeoefenaar aan een patiënt.

– De patiënt: een natuurlijke persoon of zijn vertegenwoordiger. – Gezondheidszorg: diensten verstrekt door een beroepsbeoefenaar met het oog op de bevordering, vaststelling, behoud, herstel of verbetering van de gezondheidstoestand van de patiënt, om het uiterlijk van een patiënt om voornamelijk esthetische redenen te veranderen of stervensbegeleiding. De wetgever heeft in 2013 uitdrukkelijk esthetische geneeskunde opgenomen in de wettekst nadat er in het verleden discussie was ontstaan of esthetische ingrepen wel onder het toepassingsgebied van de WRP vielen. De WRP is ook van toepassing op controlegeneeskunde en gerechtelijke geneeskunde. – De beroepsbeoefenaar: daaronder verstaat de wetgever alle beroepsbeoefenaars bedoeld in KB 78 van 10 november 1967, ongeacht of zij als zelfstandige dan wel in dienstverband werken. Aanvankelijk was de WRP alleen van toepassing op de conventionele beroepsbeoefenaar, in 2013 heeft de wetgever het toepassingsgebied van de WRP uitgebreid, ook tot de niet-conventionele praktijk.

N

IE

VO

O

De WRP onderscheidt acht patiëntenrechten die verder in detail worden besproken.

© VAN IN

24

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

3 Voornaamste patiëntenrechten in detail 3.1 Recht op kwaliteitsvolle dienstverlening (art. 5) Dat betekent dat de patiënt het recht heeft op:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

1 de eerbiediging van zijn menselijke waardigheid en zijn zelfbeschikking en dat zonder enig onderscheid op welke grond ook, beantwoordend aan zijn behoeften. VOORBEELD

– Wanneer een patiënt omwille van zijn geloofsovertuiging bepaalde behandelingen niet wil ondergaan, moeten die wensen gerespecteerd worden. Een behandeling weigeren betekent niet dat de patiënt geen goede verzorging mag krijgen. – Een arts of verpleegkundige mag geen onderscheid maken tussen de patiënten op basis van hun ras, geloofsovertuiging, seksuele voorkeur of sociale klasse.

2 de verzorging volgens de huidige stand van de wetenschap. Dat betekent dat in geval van discussie achteraf, moet worden nagegaan wat de beschikbare kennis was op het ogenblik van de behandeling, niet op het ogenblik dat de zaak voor de rechtbank komt. 3 de meest aangepaste pijnbestrijding. Hij mag van de zorgverstrekker verwachten dat hij of zij zich gedraagt zoals een doorsnee hulpverlener. Dat is een variant op het begrip van de goede huisvader in het burgerlijk recht. 4 recht op informatie van de arts als die weigert een ingreep uit te voeren omdat die niet aan een behoefte voldoet.

De moeder van een tweeling contacteert een esthetisch chirurg met de vraag een neus­ correctie uit te voeren bij één van haar dochters met als enig doel dat ze meer op elkaar zouden gelijken. De arts weigert de ingreep uit te voeren omdat die niet beantwoordt aan een behoefte.

N

IE

VO

O

VOORBEELD

3.2

Recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar (art. 6) Dat recht is een specifieke toepassing van het recht op fysieke integriteit en zelfbeschikking. De patiënt heeft ook het recht om zijn keuze te wijzigen en een tweede of zelfs derde opinie te vragen. Net zoals het recht op fysieke integriteit is het geen absoluut recht en is het onderhevig aan wettelijke beperkingen: – arbeidsongevallenwetgeving: de patiënt kan de controlegeneesheer niet zelf kiezen;

© VAN IN

25

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

– medische behandeling in gevangenissen: gedetineerden kunnen hun behandelende geneesheer niet zelf kiezen; – organisatorische redenen: wanneer er maar één specialist ter zake in het ziekenhuis is. VOORBEELD

Een moslim weigert voor zijn echtgenote de tussenkomst van een mannelijke gynaecoloog bij een risicobevalling. De arts ondervraagt de zwangere patiënte die zelf moet beslissen. Ook zij weigert zijn tussenkomst. De arts komt daarop niet tussen, ondanks zijn hulpverle­ ningsplicht en respecteert de weigering van de vrouw. De meest ervaren vroedkundige wordt opgebeld en de arts wacht buiten de verloskamer voor als er complicaties zouden optreden.

E

De arts zou in dit geval wel kunnen tussenkomen op grond van zijn hulpverleningsplicht ten aanzien van het kind dat zal geboren worden. Het recht van de moeder op vrije keuze van beroepsbeoefenaar is daaraan ondergeschikt.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Als er complicaties bij de bevalling zouden zijn opgetreden, zou de arts hoe dan ook moeten tussenkomen omwille van de hulpverleningsplicht. Doet hij dat niet, dan zou hij kunnen ver­ volgd worden wegens schuldig verzuim. (Bron: Gazet van Antwerpen, 12 september 2007)

3.3 Recht op informatie over de gezondheidstoestand (art. 7) Dit patiëntenrecht voorziet dat de patiënt alle informatie moet krijgen die nodig is om inzicht te verwerven in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan. Er bestaat een onderscheid tussen: 1 het recht op informatie (algemeen recht) en 2 het recht op toestemmingsinformatie wat een meer specifiek recht is (zie infra).

Op vraag van de patiënt moet de informatie ook aan zijn vertrouwenspersoon worden gegeven. Dat wordt vermeld in het patiëntendossier. Bij wilsonbekwamen (zie de paragraaf over patiëntenvertegenwoordiging) moet de informatie aan de vertegenwoordiger worden meegedeeld.

IE

VO

O

Het volstaat dat de zorgverstrekker de informatie mondeling geeft, maar de patiënt kan vragen ze ook schriftelijk te krijgen. Het patiëntenrecht stelt communicatie in duidelijke taal, aangepast aan de patiënt voorop. Dat wil zeggen dat een arts zich niet mag beperken tot medisch vakjargon dat de patiënt niet begrijpt.

N

Het Hof van Cassatie legt de bewijslast bij de patiënt die moet aantonen dat hij niet werd geïnformeerd, wat niet eenvoudig is. Daardoor heeft de rechtspraak het patiëntenrecht deels uitgehold. De patiënt heeft niet alleen recht op informatie, maar hij heeft ook het recht om het niet te weten. Dat betekent dat een patiënt kan vragen dat zijn zorgverstrekkers hem niets meer meedelen over zijn gezondheidstoestand of de evolutie ervan. Die vraag moet de arts vermelden in het patiëntendossier. Hij mag dat verzoek negeren als de gezondheid van de patiënt of van derden daardoor in gevaar zou komen. De beroepsbeoefenaar moet in dat geval overleggen met een andere beroepsbeoefenaar en de vertrouwenspersoon (als die er is) inlichten.

© VAN IN

26

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

VOORBEELD

Een arts moet een patiënt inlichten wanneer hij bij de patiënt aids heeft vastgesteld, zelfs als de patiënt heeft meegedeeld geen informatie te wensen.

Belangrijke uitzondering: de therapeutische exceptie Dat betekent dat een beroepsbeoefenaar informatie mag onthouden aan een patiënt als deze voorwaarden zijn vervuld: de info meedelen zou een ernstig nadeel voor de gezondheid van de patiënt inhouden; de beroepsbeoefenaar moet vooraf een andere beroepsbeoefenaar consulteren; de beslissing moet met een schriftelijke motivering in het patiëntendossier vermeld worden; als er een vertrouwenspersoon is aangeduid, moet de zorgverstrekker hem verwittigen; zodra het nadeel voor de patiënt wegvalt, moet de patiënt de informatie wel krijgen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

1 2 3 4 5

VOORBEELD

Bij een hoogzwangere vrouw wordt een gezwel vastgesteld. De artsen vrezen dat het mee­ delen van dat nieuws een risico voor een vroeggeboorte zou impliceren en besluiten te wachten om de moeder pas na de geboorte op de hoogte te brengen.

3.4 Recht op geïnformeerde toestemming (art. 8)

Dat betekent het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen met iedere tussenkomst door een beroepsbeoefenaar. De informatie die de patiënt moet krijgen om een geïnformeerde beslissing te kunnen nemen betreft onder andere de aard van de ingreep of behandeling, de kostprijs, de mogelijke nevenwerkingen, de alternatieven en de gevolgen als de behandeling/ingreep niet gebeurt. Sinds 2014 moet de arts de patiënt ook informeren over zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering en zijn vergunnings- of registratiestatus.

VOORBEELD

De patiënt strekt zijn arm om bloed te laten afnemen.

IE

VO

O

Cassatierechtspraak legt de bewijslast wel bij de zorgbeoefenaar in tegenstelling tot de bewijslast bij het recht op informatie (zie supra). De toestemming van de patiënt moet uitdrukkelijk zijn, tenzij de arts uit gedragingen van de patiënt diens toestemming kan afleiden.

N

De patiënt heeft het recht om zijn toestemming voor een medische handeling te weigeren (een negatieve wilsverklaring), zelfs als de medische handeling noodzakelijk is voor de gezondheid van de patiënt. Die beslissing moet schriftelijk worden vastgelegd en bijgevoegd worden in het patiëntendossier. De weigeringsbeslissing van een patiënt betekent niet het einde van het recht op kwaliteitsvolle dienstverlening. Hoe lang de weigeringsbeslissing geldt, is onduidelijk in de wet.

© VAN IN

27

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

VOORBEELD

Een patiënt weigert een behandeling omdat hij de pijn die met de behandeling gepaard gaat, niet meer wil doorstaan. Kort daarna raakt de patiënt in coma. Na enkele maanden ontdek­ ken wetenschappers een nieuwe behandeling die zo goed als pijnloos is en die de aandoe­ ning van de patiënt zou kunnen stabiliseren. De patiënt kan zijn weigeringsbeslissing echter niet meer intrekken omdat hij intussen wilsonbekwaam is.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Voor spoedopnames geldt een bijzondere regeling. Wanneer er geen duidelijkheid bestaat over al dan niet voorafgaande toestemming door de patiënt of zijn vertegenwoordiger (zie infra sub 8), moet de beroepsbeoefenaar alle noodzakelijke tussenkomsten uitvoeren in het belang van de gezondheidstoestand van de patiënt. Die tussenkomsten moeten vermeld worden in het patiëntendossier tot de patiënt of zijn vertegenwoordiger wel toestemming kunnen geven. VOORBEELD

Een patiënt wordt opgenomen na een verkeersongeval met zware inwendige bloedingen. De patiënt is wilsonbekwaam en snelle actie is vereist. Er is geen vertegenwoordiger aanwezig. De arts mag alle noodzakelijke ingrepen uitvoeren om het leven van de patiënt te redden. Wanneer tijdens de operatie echter een gezwel wordt vastgesteld, mag de arts dat niet op ei­ gen initiatief verwijderen, maar moet hij na de hoogdringende ingrepen eerst de toestemming van de patiënt of zijn vertegenwoordiger vragen (leer van de extended operation).

3.5 Rechten in verband met het patiëntendossier (art. 9) De patiënt heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier. Hoe dat moet gebeuren omschrijft of definieert de wetgever niet. Het kan schriftelijk of elektronisch zijn, maar het dossier moet voldoende beveiligd zijn zodat onbevoegden er geen toegang tot hebben. Als dat niet gebeurt komt de beroepsaansprakelijkheid van de zorgbeoefenaar in het gedrang wegens schending van het beroepsgeheim.

De patiënt kan zich voor de uitoefening van zijn inzagerecht laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of zijn inzagerecht laten uitoefenen via een vertrouwenspersoon. Als de vertrouwenspersoon ook een beroepsbeoefenaar is, moet het verzoek van de patiënt schriftelijk gebeuren en in het patiëntendossier vermeld worden. De vertrouwenspersoon-beroepsbeoefenaar kan ook inzage nemen in persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar.

N

IE

VO

O

De patiënt heeft recht op rechtstreekse inzage van zijn dossier. De beroepsbeoefenaar moet daar binnen de vijftien dagen na het verzoek van de patiënt gevolg aan geven. De patiënt heeft geen inzagerecht in de persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar en de info over derden die zich in zijn dossier zou kunnen bevinden.

Wanneer er sprake is van een therapeutische exceptie (zie sub 3) oefent de patiënt zijn inzagerecht uit via een door hem aangewezen beroepsbeoefenaar die ook inzage kan nemen in de persoonlijke notities van de arts. Die regeling heeft voor gevolg dat de alerte patiënt aan wie het inzagerecht enkel wordt toegestaan via een beroepsbeoefenaar-vertrouwenspersoon, kan vermoeden dat er een therapeutische exceptie speelt.

© VAN IN

28

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

De vertegenwoordiger van de patiënt oefent het recht op inzage van het patiëntendossier uit zoals de patiënt. Wanneer de privacy van de patiënt in het gedrang zou kunnen komen, kan de beroepsbeoefenaar eisen dat de vertegenwoordiger het inzagerecht via een beroepsbeoefenaar moet uitoefenen. Na het overlijden van de patiënt hebben de nabestaanden (de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad) recht om inzage te nemen van het patiëntendossier via een door hen aangewezen beroepsbeoefenaar. Dat verzoek kan alleen worden ingewilligd als het voldoende gemotiveerd en gespecifieerd is en als de patiënt zich niet uitdrukkelijk tegen inzage na zijn dood heeft verzet.

E

VOORBEELD

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Na het overlijden van hun moeder procederen haar twee kinderen en vier kleinkinderen over de erfenis. De kleinkinderen leggen een testament voor dat hen aanwijst als begunstigden van een grootste beschikbaar deel van de nalatenschap. De kinderen betwisten de geldigheid van het testament en beroepen zich op de geestelijke toestand van hun moeder op het ogen­ blik van de ondertekening van het testament. Zij hopen hun standpunt te kunnen staven aan de hand van het medisch dossier en vragen inzage aan de behandelende arts van wijlen hun moeder. Daarvoor duiden ze hun eigen huisarts aan als vertrouwenspersoon.

De huisarts van de overleden moeder vraagt advies aan de Orde van Geneesheren. Die stelt dat er geen inzage moet verleend worden omdat de er aanwijzingen zijn dat de overledene en haar kinderen in onmin leefden. Dat standpunt is zondermeer fout. Wanneer de moeder tijdens haar leven niet uitdrukkelijk in haar medisch dossier heeft laten opnemen dat zij haar kinderen elk inzagerecht in haar medisch dossier wou ontnemen, hebben de kinderen het recht om het patiëntendossier via hun huisarts in te kijken. Zij kunnen zich richten tot de rechtbank om de arts in kwestie te verplichten inzage te verle­ nen eventueel op straffe van een dwangsom.

VO

O

De patiënt heeft ook recht op een afschrift van zijn patiëntendossier. Daarvoor mag een bij KB vastgestelde prijs worden gevraagd. De beroepsbeoefenaar mag het afschrift wel weigeren als hij duidelijke aanwijzingen heeft dat de patiënt onder druk staat van derden om een afschrift van zijn dossier aan derden mee te delen.

IE

3.6 Recht op privacy (art. 10)

N

Het recht op privacy omvat twee aspecten. Vooreerst heeft de patiënt recht op bescherming van de informatie aangaande zijn gezondheid bij alle contacten met een beroepsbeoefenaar. Dat recht hangt nauw samen met de verplichting tot beroepsgeheim, maar ook met het eerder beschreven recht op een zorgvuldig bijgehouden en bewaard patiëntendossier. VOORBEELD

Een arts mag zijn patiëntendossiers niet bewaren in zijn wachtkamer, waar iedereen toegang tot de dossiers heeft. Dossiers moeten veilig opgeborgen en afgesloten bewaard worden in een ruimte die niet toegankelijk is voor onbevoegden.

© VAN IN

29

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

Het tweede aspect van dat recht betreft het recht op respect voor de intimiteit van de patiënt. Dat impliceert dat de behandelingen en consultaties moeten plaatshebben in lokalen die de nodige privacy van de patiënt respecteren. VOORBEELD

De consultatieruimte heeft geen inkijk vanop straat of vanuit naburige woningen.

Tenzij de patiënt zijn akkoord heeft gegeven, mogen er geen andere personen aanwezig zijn bij de behandelingen. Dat geldt niet voor personen van wie de aanwezigheid of assistentie nodig of verantwoord is bij de behandeling.

E

VOORBEELD

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

– Het gebeurt dat speciaal daartoe opgeleid personeel van de firma die hoogtechnologische operatie­apparatuur heeft geleverd, aanwezig is bij bepaalde ingrepen. – Stagiairs mogen enkel aanwezig zijn bij consultaties of behandelingen mits voorafgaand akkoord van de patiënt.

3.7 Recht op klachtenbemiddeling (art. 11)

De WPR voert een eigen systeem van buitengerechtelijke klachtenbehandeling in. Dat betekent dat de patiënt die zich verongelijkt voelt niet onmiddellijk naar de rechtbank hoeft te stappen, maar kan proberen zijn klacht voor te leggen via een speciaal in de wet voorziene dienst, de ombudsdienst. De ombudsdienst opereert onafhankelijk en de werking ervan wordt geregeld bij KB. Uit een grote patiëntenbevraging uit 2012 blijkt dat nog steeds weinig patiënten weten hoe de ombudsdienst juist werkt.

De ombudsdienst heeft volgende opdrachten:

1 preventie: door de bevordering van de communicatie tussen patiënt en beroepsbeoefenaar; 2 bemiddeling bij klachten van een patiënt ten aanzien van een beroepsbeoefenaar of het ziekenhuis. De ombudsdienst zal via bemiddeling proberen een oplossing te bereiken die voor iedere partij aanvaardbaar is. Wanneer er geen oplossing mogelijk is, zal de ombudsdienst info geven aan de patiënt in verband met de verdere afhandeling van zijn klacht; 3 de patiënt informeren over de werking, organisatie, procedureregels en functie van de ombudsdienst; 4 aanbevelingen doen.

N

IE

VO

O

De patiënt die een beroep heeft gedaan op de ombudsdienst, maar niet tevreden is met de uitkomst, kan zich nog altijd naar de rechtbank richten en een procedure inleiden.

© VAN IN

30

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

3.8 Regeling inzake vertegenwoordiging van de patiënt (art. 12-15) De WRP heeft een eigen systeem van vertegenwoordiging ingevoerd waarbij voor het eerst een regeling werd voorzien voor wilsonbekwamen. In het verleden was dat vaak een lacune in de wetgeving. Zoals eerder al behandeld, bestaat er een onderscheid tussen handelingsbekwamen en wilsbekwamen. De uitoefening van de patiëntenrechten betreft de wilsbekwaamheid.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Vóór de invoering van de WRP kwam vaak volgende situatie voor: een handelingsbekwaam persoon krijgt een ongeval waardoor hij in een coma geraakt en dus niet meer in staat is zijn wil te uiten. Vermits er geen wettelijke vertegenwoordiger was, kon niemand de behandelingsbeslissingen nemen. De WPR voert een eigen vertegenwoordigingsregeling in die deels complementair is met de bestaande wettelijke regelingen voor handelingsonbekwamen, maar de hiaten voor wilsonbekwaamheid opvangt. Op die regeling wordt hierna ingegaan.

3.8.1 Minderjarigen

De grootste groep van handelings- en wilsonbekwamen zijn de minderjarigen. Hun wettelijke vertegenwoordiger, nl. ouders of voogd oefenen hun patiëntenrechten uit. De zorgbeoefenaar moet in de mate van het mogelijke de minderjarige steeds betrekken in de beslissing aangaande zijn gezondheidstoestand. Dat betekent dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een mature minderjarige (vanaf ongeveer zeven jaar) en een mondige minderjarige (vanaf ongeveer zestien à zeventien jaar):

VO

O

1 De mature minderjarige moet betrokken worden bij de beslissingen en de nodige informatie aangepast aan zijn leeftijd ontvangen, maar de beslissing wordt uiteindelijk genomen door de ouder(s) of voogd. 2 De mondige minderjarige moet geïnformeerd worden en als de beroepsbeoefenaar van oordeel is dat de mondige minderjarige zelf over voldoende beoordelingsvermogen beschikt (en dus wilsbekwaam is), oefent de mondige minderjarige zelf zijn patiëntenrechten uit.

N

IE

Concreet betekent dat dat het beroepsgeheim dan ook geldt ten aanzien van de ouders van de mondige minderjarige. De beroepsbeoefenaar oordeelt zelf over het al dan niet mondig zijn van de minderjarige, maar enige voorzichtigheid is toch vereist. In tegenstelling tot de euthanasiewet en de wet inzake orgaantransplantatie bestaat er in de WRP geen dubbele toestemmingsvereiste voor minderjarigen. VOORBEELD

– Een zestienjarig meisje vraagt aan een gynaecoloog een voorschrift voor anticonceptie. Zij geeft te kennen dat haar ouders niet mogen worden geïnformeerd. Wanneer de gynae­ coloog oordeelt dat de minderjarige voldoende oordeelsbekwaam is om zelf die beslis­ sing te nemen, mag hij de ouders niet inlichten.

© VAN IN

31

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

– Een zeventienjarige wenst een sterilisatie te ondergaan en wil niet dat de ouders worden geïnformeerd. De gynaecoloog oordeelt dat de ingreep niet kan doorgaan op louter het verzoek van de minderjarige. De minderjarige zal moeten wachten tot zij meerderjarig is.

De ouders of voogd oefenen deze patiëntenrechten uit namens de minderjarige: – het recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar; – het recht op informatie over de gezondheidstoestand; – het recht op geïnformeerde toestemming; – het recht op inzage van het patiëntendossier; – het recht om klacht neer te leggen bij de ombudsdienst.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De ouders of voogd hebben geen recht op: – kwaliteitsvolle dienstverlening, maar zij kunnen er wel voor zorgen dat de minderjarige van dat recht kan genieten; – het recht op niet weten, met andere woorden: zij kunnen er niet voor kiezen om niet geinformeerd te worden over de gezondheidstoestand van hun kind of pupil. De rechten van de ouders kunnen beperkt worden in volgende situaties: – de beroepsbeoefenaar mag afwijken van de beslissing van de ouders als hun beslissing een ernstige bedreiging impliceert voor het leven en/of de gezondheid van de minderjarige; – de beroepsbeoefenaar mag de beslissing van de ouders naast zich neerleggen indien hun beslissing in strijd is met de wettelijke voorschriften (bv. als ouders kun kind de verplichte inenting tegen polio weigeren); – de beroepsbeoefenaar mag de ouders het inzagerecht in het patiëntendossier weigeren als er een vermoeden van kindermishandeling bestaat.

3.8.2 Meerderjarige handelingsonbekwamen Je moet de volgende hypothesen nagaan:

VO

O

1 De handelingsonbekwame persoon is zelf in staat zijn patiëntenrechten uit te oefenen. De patiënt oefent in dat geval zelf onafhankelijk zijn patiëntenrechten uit. VOORBEELD

N

IE

Jeanne is voor het beheer van haar goederen onder bewind geplaatst. Alle beleggingen ge­ beuren door haar bewindvoerder. Zij is handelingsonbekwaam. Jeanne moet nu aan haar heup een operatie ondergaan. Zij contacteert zelf de arts en beslist zelf of zij de operatie al dan niet wenst te ondergaan. De arts zal zich wel voor de financiële afhandeling moeten in verbinding stellen met de bewindvoerder, maar de uitoefening van de patiëntenrechten ge­ beurt door Jeanne.

2 De handelingsonbekwame is onbekwaam verklaard om beslissingen te nemen over zijn persoon. Hij is dus wilsonbekwaam. In die hypothese heeft de vrederechter een bewindvoerder over de persoon van de handelingsonbekwame aangesteld. Dat betekent dat de patiënt hetzij met bijstand van zijn bewindvoerder (bewindvoering met bijstand), hetzij de bewindvoerder over de persoon na mach-

© VAN IN

32

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

tiging door de vrederechter (bewindvoering met vertegenwoordiging) zijn patiëntenrechten zal uitoefenen. VOORBEELD

Manuella is vanaf geboorte zwaar mentaal gehandicapt. Intussen is zij twintig jaar oud, maar heeft ze het begripsvermogen van een kind van vijf jaar. Ze moet een rugoperatie ondergaan. De vrederechter stelde haar ouders aan als bewindvoerders over de goederen en de persoon van Manuella. Zij zullen na machtiging door de vrederechter ook de patiëntenrechten van hun meerderjarige dochter uitoefenen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

3 De patiënt is handelingsbekwaam, maar wilsonbekwaam en heeft zelf voorafgaandelijk een vertegenwoordiger aangeduid om zijn patiëntenrechten uit te oefenen.

Die aanstelling moet schriftelijk gebeuren. De vertegenwoordiger oefent de rechten van de patiënt uit. Als de vertegenwoordiger over een geschreven instructie van de patiënt beschikt waaruit diens uitdrukkelijke wil blijkt, mag de beroepsbeoefenaar daarvan niet afwijken, zelfs niet wanneer die beslissing een aantasting van het leven of de gezondheid van de patiënt tot gevolg heeft. VOORBEELD

Joris heeft zijn beste vriend Ismaël een uitdrukkelijke volmacht geschreven waarin hij hem aanstelt als zijn vertegenwoordiger en hem opdraagt zijn patiëntenrechten uit te oefenen als hem iets zou overkomen waardoor hijzelf die beslissingen niet meer kan nemen. Er staat uitdrukkelijk vermeld dat Joris niet wil dat hem bloed zou worden toegediend, zelfs wanneer dat levensnoodzakelijk is. Op een dag wordt Joris na een zware val binnengebracht op de spoedafdeling. Zijn vriend Ismaël is aanwezig en stelt de dokter in kennis van de wil van Joris. Op vraag van de arts legt Ismaël de geschreven verklaring van Joris voor. De arts moet zijn uitdrukkelijke wens eerbie­ digen.

VOORBEELD

IE

VO

O

Beschikt de vertegenwoordiger niet over een geschreven instructie van de patiënt, dan mag de beroepsbeoefenaar wel afwijken van de beslissing van de vertegenwoordiger, eventueel na multidisciplinair overleg. Dat kan enkel wanneer de vertegenwoordiger een beslissing zou nemen die een aantasting inhoudt van de gezondheid of het leven van de patiënt.

N

Als in het vorige voorbeeld Ismaël niet over een uitdrukkelijke wilsverklaring van Joris zou beschikken, maar enkel over een geschrift waaruit blijkt dat Joris Ismaël heeft aangesteld als zijn vertegenwoordiger, zal de arts, gelet op het levensgevaar voor Joris, hem wel bloed mo­ gen toedienen.

4 De patiënt is handelingsbekwaam, maar wilsonbekwaam en heeft geen vertegenwoordiger aangeduid. Precies in die hypothese vult de WRP een lacune en voorziet zij in een eigen cascade-vertegenwoordigingssysteem. In dalende lijn zijn volgende personen bevoegd om de patiënt te vertegenwoordigen:

© VAN IN

33

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

a b c d

echtgenoot/wettelijk/feitelijk samenwonende partner; meerderjarig kind(eren); ouder(s); meerderjarige broer(s)/zus(sen) van de patiënt.

Wanneer de aldus aangewezen persoon ontbreekt of de beslissing niet wenst te nemen, consulteert de zorgverstrekker de volgende categorie. Als geen van de hiervoor vermelde personen de beslissing wil of kan nemen of zodra er onenigheid is in een categorie, wordt de beslissing genomen door de betrokken beroepsbeoefenaar, eventueel in multidisciplinair overleg.

E

Voor zover mogelijk moet de patiënt bij de beslissing betrokken worden.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

VOORBEELD

N

IE

VO

O

Lucas en Sophie zijn gehuwd en hebben twee dochters Lien (19 jaar) en Ann (22 jaar). Wan­ neer Sophie na een zwaar verkeersongeval meer dan twee maanden in coma ligt, moet er een beslissing genomen worden over het al dan niet uitvoeren van een risicovolle operatie. De kinderen zijn het onderling niet eens. Sophie heeft niemand als haar vertegenwoordiger aangeduid, zodat overeenkomstig de WRP Lucas de beslissing zal moeten nemen. Als hij dat niet wil, ligt de beslissingsbevoegdheid bij de kinderen. Komen zij niet tot een vergelijk dan beslist de beroepsbeoefenaar al dan niet na multidisciplinair overleg.

© VAN IN

34

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

4 Verplichtingen van de patiënt De patiënt ontleent weliswaar een aantal duidelijk gedefinieerde rechten aan de WRP, maar de patiënt heeft zelf ook verplichtingen tegenover de zorgverstrekker, met name:

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

1 de patiënt moet de beroepsbeoefenaar betalen voor zijn prestaties; 2 de patiënt moet loyaal meewerken met de beroepsbeoefenaar zodat de behandeling zo gunstig mogelijk kan verlopen. Dat betekent dat de patiënt aan de beroepsbeoefenaar alle nuttige inlichtingen moet verstrekken en in alle redelijkheid de adviezen van de beroepsbeoefenaar moet opvolgen.

© VAN IN

35

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: De rechten van de patiënt

© VAN IN

36

Academiejaar 2020-2021


5 Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Informatie vinden, beoordelen en ernaar verwijzen • • •

Kijk eens verder dan de eerste pagina van Google. Controleer of je bronnen actueel en betrouwbaar zijn. Gebruik de APA-norm om naar je bronnen te verwijzen.

Hoe zoek je informatie?

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Met de juiste informatie op zak heb je altijd een voorsprong, maar de zoektocht ernaar is soms een uitdaging. Stel, je krijgt een taak of je zet zelf een project op poten. Denk aan een feestje, een wereldreis of je eigen zaak. Dan heb je meer kans op succes met relevante informatie bij de hand.

Aha, dan hoef ik het gewoon maar even te googelen, denk je? Google is inderdaad fantastisch. Maar het blijft zoeken naar een speld in een hooiberg. En volgens Roger Bohn en James Short (2012) groeit die informatieberg elk jaar met 4,4 procent. Spreek dus gerust over een lawine aan informatie. Hoe vind je daarin de info die je écht nodig hebt? Het antwoord is een stappenplan dat je helpt om kritische vragen te stellen en dat je blik in de juiste richting stuurt:

O

Stap 1: formuleer een sterke onderzoeksvraag

VO

Stel een relevante onderzoeksvraag op. Want alleen wie een heldere vraag stelt, krijgt een helder antwoord.

N

IE

Meestal vertrek je vanaf een probleem dat je vaststelt en een doel dat daaraan vasthangt. Een voorbeeld: • •

© VAN IN

probleem: onze medewerkers zijn gedemotiveerd. doel: onze medewerkers zijn gemotiveerd.

39

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Je hebt informatie nodig om je doel te bereiken. Daarom formuleer je een onderzoeksvraag waarvan het antwoord je op de juiste weg zet: •

Hoe motiveert een organisatie haar medewerkers?

Tips voor je onderzoeksvraag bij literatuuronderzoek

Start je vraag met: wie, wat, welke, hoe, waarom, waardoor, waarvoor of waarmee. Formuleer altijd een open vraag: eentje die je niet simpelweg met ja of nee kunt beantwoorden.

•

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

•

E

Nu begin je met een verkennend literatuuronderzoek: je speurt naar boeken, rapporten en andere bronnen waarin je het antwoord vindt. Zijn er geen relevante bronnen? Dan is extra kwalitatief of kwantitatief onderzoek nodig – maar dat is voer voor een ander handboek.

Stap 2: vertaal je onderzoeksvraag naar zoekwoorden Markeer nu de belangrijkste woorden in je onderzoeksvraag.

Die gemarkeerde sleutelwoorden gebruik je daarna om een stevige portie zoekwoorden te verzamelen. Waarom?

O

Zoek ‘Hoe motiveert een organisatie haar medewerkers?’ op via Google en je krijgt alleen het topje van de ijsberg te zien. En misschien is dat topje niet voldoende, dus wil je dieper zoeken. Daarvoor heb je veel relevante zoekwoorden nodig.

N

IE

VO

De sleutelwoorden in ons voorbeeld zijn ‘motivatie’ en ‘medewerkers’. Daarvan zoek je synoniemen, vertalingen en verwante termen. Het resultaat is een reeks zoekwoorden waarmee je aan de slag kunt:

© VAN IN

40

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Synoniem

Vertaling

motivatie

drijfveer, stimulatie, motivation, stimulans ... incitement, motivating …

Verwante woorden gemotiveerd, presteren, motivatie & presteren, langer aan het werk, achievement goal theory, productief blijven, stimuli, incentive, motivaties, stress, welzijn, burn-out, bore-out, personeelsmotivatie, stress op de werkvloer, betrokkenheid ...

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Sleutelwoord

medewerker

assistent, collega, helper, werkkracht ...

collaborator, fellow worker, employees ...

personeel, werknemers, medewerkers, personeelsleden, werkkrachten, talent, arbeidskrachten ...

Stap 3: bepaal welke informatie je nodig hebt

Nu bepaal je welke informatie je nodig hebt om je onderzoeksvraag te beantwoorden. Vaak is dat een mix van:

O

Welke informatie?

VO

Definities

N

IE

Casestudy’s

Standpunten

© VAN IN

Toegepast op onze onderzoeksvraag

Hoe omschrijf je ‘personeelsmotivatie’? Is er een eenduidige definitie of zijn er verschillende invalshoeken?

Wat doen andere bedrijven om hun personeel gemotiveerd te houden? Hoe pakken ze dat aan? Wat is de mening van andere organisaties of specialisten? Denk aan vakbonden, werkgeversorganisaties en bedrijfspsychologen.

41

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Zijn er cijfers die het onderwerp in kaart brengen? In hoeveel bedrijven staat het onderwerp op de agenda? Is het vooral een issue voor oudere medewerkers? Of is iedereen vatbaar voor een gebrek aan motivatie?

Nieuwsberichten

Komt het onderwerp regelmatig in het nieuws? Wat is dan de teneur van de berichtgeving?

Beleidsinformatie

Zijn er wetten en regels waarmee je rekening moet houden? Wat zegt de wetgever bijvoorbeeld over stress op de werkvloer?

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Cijfermateriaal

How-to’s en taakinformatie

Zijn er concrete acties of stappenplannen die je kunt ondernemen om de motivatie van je mensen een boost te geven?

Stap 4: kies de juiste zoeksystemen

Nu ga je aan de slag met je zoekwoorden. Richt je pijlen op Google, databanken en bibliotheken.

Vind meer met Google Google is een fantastisch instrument om snel informatie te vinden – zeker als je het efficiënt gebruikt. Een paar tips: Gebruik ook Google Scholar (http://scholar.google.com). Het kleine broertje van de klassieke zoekmachine geeft je toegang tot wetenschappelijke informatie.

VO

O

•

IE

Zoek ook met dubbele aanhalingstekens rond je zoekwoorden. Google geeft dan alleen resultaten met die exacte woordgroep. Een voorbeeld?

N

•

© VAN IN

42

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Een zoekopdracht met “motivatie van werknemers” levert 190 000 resultaten op. De drie links naar de pdf-documenten zijn een schot in de roos.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

•

N

IE

VO

O

Dezelfde zoekopdracht zónder dubbele aanhalingstekens geeft 440 000 resultaten. Maar bovenaan vind je vooral reclame en minder relevante websites zoals carrièretijger.nl. Gelukkig staat er ook een verwijzing naar Google Scholar bij.

© VAN IN

43

Academiejaar 2020-2021


R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

VO

O

Zoek ook op bestandstype. Veel informatie zit gebundeld in Worddocumenten, pdf-bestanden of presentaties. Daar kun je gericht naar zoeken. Tik bijvoorbeeld de volgende combinatie in via Google:

N

IE

Naast pdf kun je ook kiezen voor doc, ppt of xls als bestandstype.

Vind meer in databanken De informatie die je nodig hebt, zit vaak verstopt achter de betaalmuur van professionele databanken. Aan kwaliteit hangt altijd een prijskaartje, toch loont het de moeite om die databanken te verkennen. Ben je student aan een hogeschool of universiteit? Dan krijg je waarschijnlijk gratis toegang tot heel wat van die bronnen.

Š VAN IN

44

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Voor studenten bedrijfsmanagement zijn deze databanken interessant: • • • •

FiscalNet: verzamelt fiscale informatie. Jura en Jurisquare: verzamelen wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. monKey en Lexfin: verzamelen informatie voor experts in tax en accountancy. Assuropolis: verzamelt nieuws, wetgeving en rechtspraak over verzekeringen.

E

Wie het archief van kranten of tijdschriften online wil doorzoeken, kan terecht bij Gopress. Zoek je wetenschappelijke publicaties over economie of bedrijfsmanagement? Dan is Business Source Complete een interessante databank.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Vind meer in de bibliotheek In onze digitale wereld vergeet je het bijna, maar ook in de bibliotheek vind je een schat aan informatie. Vandaag heeft zowat elke bibliotheek een onlinecatalogus zodat je jouw bezoek thuis kunt voorbereiden.

Hoe beoordeel je informatie?

Heb je informatie gevonden? Dan beoordeel je of die actueel en betrouwbaar is. Iedereen kan willekeurig iets op het internet publiceren, zónder kwaliteitscontrole. Dus is een gezonde dosis wantrouwen aangewezen wanneer je informatie online vindt. Ook gedrukte bronnen bekijk je het best met een kritische bril.

O

Is je informatie actueel?

IE

VO

Wat heeft een chauffeur aan de verkeersinformatie van vorige week? Niets. Ook de informatie die je gebruikt om je onderzoeksvraag te beantwoorden moet upto-date zijn. Anders loop je vast.

N

Check daarom of je informatie actueel is. Wanneer kreeg die website een laatste update? Zijn die cijfers nog relevant of schetsen ze de situatie van zoveel jaar geleden? En is de informatie uit dat boek vandaag nog van toepassing?

© VAN IN

45

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Is je informatie betrouwbaar? Je bronnen kunnen actueel zijn, maar toch niet bruikbaar. Want misschien is de info feitelijk onjuist. Een aantal vragen zetten je op weg om de betrouwbaarheid te beoordelen:

E

Heeft je bron een literatuurlijst? Wordt je bron geciteerd door andere auteurs? Wordt er een auteur vermeld? Heeft de auteur een stevige reputatie in het vakgebied? Maakt de auteur een duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen? Heeft de auteur commerciële of andere belangen die de informatie kleuren? Is de informatie uit je bron wetenschappelijk getest en aanvaard door andere auteurs?

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

• • • • • • •

Misschien wordt het belang van deze stap je duidelijk met een voorbeeld: googel eens het woord ‘behoeftepiramide’. Als resultaat krijg je meer dan 7000 zoekresultaten over de behoeftepiramide van Maslow (1943). Die theorie lijkt interessant te zijn voor onze onderzoeksvraag over werknemersmotivatie. Maar jammer genoeg bestaat er geen empirisch bewijs voor (Vermeren, 2014). Anders gezegd: de theorie is niet bruikbaar om onze onderzoeksvraag te beantwoorden. Bekijk daarom je bronnen met een kritische blik. En vermijd populaire, nietwetenschappelijke informatie.

Waarom naar je bronnen verwijzen?

VO

O

Wanneer je informatie van een ander gebruikt, moet je plagiaat vermijden. Dat doe je door correct naar je bronnen te verwijzen.

IE

Wat is plagiaat?

N

Je pleegt plagiaat wanneer je ideeën, teksten of beelden van een ander gebruikt zónder een gepaste bronvermelding. Het maakt daarbij niet uit of je die informatie integraal overneemt of wijzigt. Zodra je ergens de mosterd vandaan haalt, moet je correct naar je bron verwijzen.

© VAN IN

46

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Voorbeelden van plagiaat • • • • • • •

Een tekst vertalen en niet verwijzen naar de bron. Een tekst kopiëren en inleveren alsof het je eigen werk is. Een afbeelding die je op internet vindt, gebruiken zonder bronvermelding. Een stukje tekst letterlijk overnemen zonder aanduiding als citaat. Een idee dat je in een boek vindt, presenteren alsof je het zelf bedacht hebt. Een tekst kopiëren, hier en daar iets wijzigen, en inleveren alsof het je eigen werk is. …

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Samengevat: je verwijst naar je bron wanneer je parafraseert of citeert. Natuurlijk is een bronvermelding niet nodig bij je eigen ideeën of conclusies. En ook niet wanneer je verwijst naar algemeen bekende feiten. Plagiaat leidt tot ontslag

Plagiaat kan soms zware gevolgen hebben, ook voor leidinggevenden aan de universiteit. Op 19 september 2014 gaf Alain Delchambre een toespraak voor de start van het academiejaar van de Université Libre de Bruxelles.

Enkele dagen later kwam aan het licht dat delen van die toespraak werden ‘gestolen’ uit een toespraak van de Franse oud-president Jacques Chirac. Had Delchambre zélf plagiaat gepleegd? Nee, dat deed zijn medewerker, die op staande voet ontslagen werd.

VO

O

Toch was Delchambre verantwoordelijk voor het plagiaat en een paar weken later bood hij zijn ontslag aan als voorzitter van de universiteit (Bruggeman, 2014).

IE

Verwijzen in de tekst

N

Parafraseren Je parafraseert als je een idee, tekst of uitspraak van een persoon omzet naar je eigen woorden.

Citeren Je citeert als je een tekst of uitspraak letterlijk overneemt in je tekst.

© VAN IN

47

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Citeer niet te vaak en alleen wanneer je het geciteerde stuk zelf niet beter kunt formuleren. Gebruik voor je citaten alleen auteurs die een stevige reputatie opgebouwd hebben over je onderwerp.

Kwaliteitsgarantie Een correcte bronvermelding is een kwaliteitsgarantie voor je werk. Want je lezer kan snel je bronnen raadplegen en controleren. Dus achterhaalt hij snel of je beweringen gefundeerd zijn of niet.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Verwijs je niet of slecht naar je bronnen? Dan laat je je lezer achter met lege handen en kan die je werk alleen maar beoordelen op basis van je reputatie. Wedden dat je het onderspit delft?

Hoe verwijs je naar je bronnen?

DĂŠ referentiestijl bestaat niet: er bestaan verschillende systemen om naar je bronnen te verwijzen.

In de humane en economische wetenschappen zijn de referentieregels van de American Psychological Association populair. Die regels noemen we de APAstijl.

De APA-stijl

O

Refereren volgens de APA-stijl verloopt in twee stappen:

IE

VO

1 In je tekst vermeld je de familienaam van de auteur en het publicatiejaar tussen haakjes. 2 In je bibliografie neem je de volledige bronverwijzing op.

N

Parafraseren in de tekst Als je parafraseert in je tekst heb je drie mogelijkheden om naar je bron te verwijzen. Je vermeldt altijd de familienaam van de auteur en het publicatiejaar, al dan niet tussen haakjes.

Š VAN IN

48

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Volgens Vermeren (2014) is het beter om algemene feedback te geven aan medewerkers wanneer ze nieuwe taken leren. Want doordat ze fouten maken, leren ze meer, én leren ze problemen op te lossen. Algemene feedback werkt beter bij medewerkers die nieuwe taken leren. Want door fouten te maken, leren ze meer. Ook leren ze dan beter problemen op te lossen (Vermeren, 2014).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

In 2014 deed Vermeren een literatuuronderzoek naar motivatie van medewerkers. Hij besluit daarbij dat algemene feedback beter werkt bij medewerkers die nieuwe taken leren ...

Citeren in de tekst

Bij een citaat vermeld je de familienaam van de auteur, het publicatiejaar én het paginanummer waarop je de geciteerde tekst vond. De lengte van je citaat is ook belangrijk. Korte citaten verwerk je in je tekst en zet je tussen dubbele aanhalingstekens:

Na een lange managementcarrière geeft De Coster (2012) het volgende advies: “Managen is niet: constant trachten aan te tonen dat je eigenlijk de job van je ondergeschikte beter kunt” (p. 85). Lange citaten laat je inspringen. Voor en na het citaat zet je een witregel:

O

Feedback krijgen is belangrijk om doelen te kunnen realiseren:

N

IE

VO

For goals to be effective, people need summary feedback that reveals progress in relation to their goals. If they do not know how they are doing, it is difficult or impossible for them to adjust the level or direction of their effort … (Locke & Latham, 2002, p. 705).

Staat de geciteerde tekst op meerdere pagina’s in je bron? Dan schrijf je bijvoorbeeld: (Van Bogaert, 2013, pp. 69-70)

© VAN IN

49

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

APA: eenvoudiger met Scribbr.nl Correct refereren is detailwerk: punten, komma’s, cursief … Je bronnen netjes bijhouden, is dus een hele klus. Mag het voor jou wat efficiënter? Of ben je wat aan de slordige kant? Dan kan Scribbr.nl je helpen. Voor dit boek gebruikten de auteurs de gratis ‘APA Generator’ van Scribbr.nl. Dat is een intuïtieve tool, vooral handig voor: websites en bronnen met een ISBN. Je geeft de URL of ISBN in en Scribbr zoekt alle info op over de bron. Vindt hij niet alles? Dan vul je de rest zelf nog aan; voorbeelden van verwijzingen in de tekst. Naast een APA-bronvermelding, geeft de site drie voorbeeldzinnen om te gebruiken in je tekst. Gemakkelijk!

E

•

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

•

VO

O

Heb je de site geprobeerd en is die niet je ding? Zoek dan naar alternatieven. Check bijvoorbeeld de gratis webversie van EndNode basic of gebruik de ingebouwde referentietool in Word (via tabje ‘Verwijzingen’).

N

IE

Welke tool je ook gebruikt, gebruik vooral ook je verstand. Zo maakt Word soms vertaalfouten of baseren bepaalde websites zich op de Engelstalige APA-regels. Check dus steeds of je bronverwijzingen correct zijn.

© VAN IN

50

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Aandachtspunten bij verwijzingen in je tekst Verwijzingen naar meerdere auteurs Heeft je bron meerdere auteurs? Dan vermeld je de namen altijd in de volgorde zoals die op je bron staan. Daarnaast is er een verschil als je referentie in de zin staat of tussen haakjes.

E

Bronverwijzing naar meerdere auteurs in de zin Als de familienamen van de auteurs in de zin zelf staan, volg je de regels van de Nederlandse grammatica: de laatste en voorlaatste naam scheid je met het voegwoord ‘en’. De andere namen scheid je met komma’s:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Redeker, Vries, Rouckhout, Vermeren en De Fruyt (2012) beweren in hun artikel dat …

Bij drie, vier of vijf auteurs schrijf je vanaf volgende vermelding in een andere paragraaf: Redeker et al. (2012) beweren ook dat …

Bij een tweede vermelding in dezelfde paragraaf laat je ook het jaartal en de haakjes weg.

Bij zes of meer auteurs vermeld je al vanaf de eerste vermelding alleen de eerste auteur, gevolgd door ‘et al.’.

O

Yedidia et al. (2003) onderzochten de effecten van communicatietraining op ...

IE

VO

Bronverwijzing naar meerdere auteurs tussen haakjes Bij een referentie tussen ronde haakjes scheid je de eerste en tweede naam door een ampersand (&).

N

Feedback krijgen is belangrijk om doelen te kunnen realiseren (Locke & Latham, 2002).

Bij drie, vier of vijf auteurs zet je een komma tussen de eerste namen en een komma gevolgd door een ampersand tussen de voorlaatste en laatste naam.

© VAN IN

51

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

De gemiddelde leider stelt zich niet te dominant op, maar gebruikt afwisselend een inspirerende, coachende en participatieve stijl (Redeker, Vries, Rouckhout, Vermeren, & De Fruyt, 2012). Bij de volgende referenties aan die bron met drie tot vijf auteurs, volstaat het om de eerste auteur te vermelden, gevolgd door ‘et al.’.

E

Een overkoepelend theoretisch leiderschapsmodel kan een uitgangspunt zijn voor meer onderzoek naar de dynamiek tussen leidinggevenden en hun medewerkers (Redeker et al., 2012).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Bij zes of meer auteurs vermeld je enkel de eerste auteur, gevolgd door ‘et al.’. Studenten die een communicatietraining volgen, ontwikkelen sterkere soft skills (Yedidia et al., 2003).

Verwijzingen naar een organisatie als auteur Is de auteur van je bron geen persoon maar een organisatie, dan vermeld je bij de eerste verwijzing de volledige naam en zet je de afkorting tussen vierkante haakjes: (Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten [VVSG], 2008)

Bij een volgende verwijzing gebruik je de afkorting van de organisatie:

O

(VVSG, 2008)

VO

Opgelet: in je bibliografie gebruik je altijd de volledige naam van de organisatie.

N

IE

Verwijzingen naar een bron zonder gekende auteur Verwijs naar de titel van je bron wanneer die geen aanwijsbare auteur heeft. Bij lange titels volstaat het om de eerste zinvolle woorden te gebruiken. Cursiveer de titel van een tijdschrift, verslag of boek. De titel van een artikel, een hoofdstuk uit een boek of een webpagina zet je tussen dubbele aanhalingstekens. Met het systeem van duaal leren kunnen jongeren competenties op de werkvloer aanleren (ZO, 2016).

© VAN IN

52

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Verwijzingen naar een bron zonder bekend publicatiejaar Kun je het publicatiejaar van je bron niet terugvinden, dan vermeld je de afkorting ‘z.j.’, die staat voor ‘zonder jaar’. Transparantie is een must wanneer je objectives en key results introduceert in je organisatie (“Bring OKRs to your organization”, z.j.).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Verwijzingen naar persoonlijke communicatie Naar persoonlijke communicatie zoals brieven, e-mails en gesprekken verwijs je alleen in de tekst naar je bron. Niet in de bibliografie – tenzij alle informatie van die persoonlijke communicatie opvraagbaar is uit een archief. In de tekst schrijf je niet alleen de familienaam van de auteur, maar ook de voorletter(s) van zijn voornaam. Over leiderschap is al heel wat nonsens geschreven, vertelde P. Vermeren (persoonlijke communicatie, 14 december 2016).

In de bibliografie

Achter aan je tekst volgt een lijst met de bronnen die je gebruikt hebt. Die zijn alfabetisch gerangschikt volgens de familienaam. Hieronder vind je uitgewerkte voorbeelden van de meest gebruikte vormen die bronnen kunnen aannemen. Boek of rapport op papier

O

Robbins, P., & Coulter, M. (2015). Management. Amsterdam: Pearson Benelux.

IE

VO

Wanneer het boek meer dan zes auteurs heeft, vermeld je de eerste zes, gevolgd door ‘et al.’

N

Hoofdstuk of artikel uit boek op papier Gebruik je een boek waarvan elk hoofdstuk door een andere auteur geschreven is, dan verwijs je naar het specifieke hoofdstuk dat je gebruikt. Van Roey, C. (2008). De reclamejongens: de paria’s van de samenleving? In P.F. Anthonissen (red.), In de vuurlinie: armworstelen met de pers (pp. 187-200). Tielt: Lannoo.

© VAN IN

53

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Tijdschrift op papier Bij een tijdschriftartikel vermeld je geen publicatiedatum, maar de jaargang gevolgd door het nummer van het tijdschrift. Ramaswamy, K., & Youngdahl, W. (2014). Bent u de ergste vijand van uw personeel? Holland Management Review, 32(154), 37-46.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Website Wanneer je naar een website verwijst, vermeld je ook de datum waarop je die geraadpleegd hebt. Want informatie op internet wordt dikwijls aangepast of verwijderd.

Als je de auteur van de website niet kunt achterhalen, verwijs je met de titel of met de eerste relevante woorden van de titel. Tussen vierkante haakjes geef je meer info over het type informatie dat je op de website vond. Vaak is ook de publicatiedatum niet bekend. Dan vermeld je ‘z.j.’. De raadpleegdatum vermeld je altijd. Na het webadres volgt er geen punt.

re:Work with Google. (2016, 21 december). Finding organizational purpose by working out together [Blog]. Geraadpleegd op 26 december 2016 via https://rework.withgoogle.com/blog/finding-purpose-by-working-out-together/

VO

O

Google Ventures. (2013, 14 mei). Startup Lab workshop: How Google sets goals: OKRs [Online video]. Geraadpleegd op 26 december 2016 via https://youtu.be/mJB83EZtAjc

IE

Elektronische versie van een boek Soms vind je boeken online. Dan vermeld je ook de vindplaats.

N

Schmidt, E., & Rosenberg, J. (2014). Hoe Google werkt. Amsterdam: Bruna uitgevers. Geraadpleegd via http://books.google.com Wodtke, C. (2016). Introduction to OKRs. Sebastopol: O’Reilly Media. Geraadpleegd via http://www.oreilly.com/business/free/files/introduction-to-okrs.pdf

© VAN IN

54

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Elektronische versie van tijdschriftartikel Digitale tijdschriftartikelen hebben vaak een Digital Object Identifier of DOI. Dat is een uniek identificatienummer dat een permanente link legt naar de webpagina van die bron. Voor het onderstaande voorbeeld is dat webadres: http://dx.doi.org/10.1080/1359432X.2012.738671. Na de DOI-code volgt er geen punt.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Redeker, M., Vries, R. E., Rouckhout, D., Vermeren, P., & De Fruyt, F. (2012). Integrating leadership: The leadership circumplex. European Journal of Work and Organizational Psychology, 23(3), 435-455. doi: 10.1080/1359432X.2012.738671

Vind je geen DOI-code terug? Dan verwijs je naar het webadres waar je de bron vond. Ook na dat webadres volgt er geen punt. Vansteenkiste, S. (2016). Het belang van human skills op de toekomstige werkvloer voor jongeren. Over.Werk. Tijdschrift van het Steunpunt Werk, 26(1), 120-127. Geraadpleegd op 26 december 2016 via http://www.vfu-ffi.be/ fileadmin/MEDIA/pdf/rapport_apptitude_belanghumanskills.pdf Krantenartikel op papier Bij een krantenartikel vermeld je ook de datum van uitgave. Voor het paginanummer vermeld je ‘p.’. Wanneer het artikel op meerdere pagina’s staat gebruik je ‘pp.’.

O

Wauters, R. (2016, 24 december). Zwaar beroep en vroeger met pensioen? Geduld graag. De Morgen, p. 7.

N

IE

VO

Online krantenartikel Bij een online krantenartikel vermeld je de URL van de homepage van de krant. Of van de databank waarin je het artikel vond, bijvoorbeeld: http://academic.gopress.be. Declerck, G. (2016, 24 december). ‘Ik heb veel karakter, weinig talent’. De Tijd. Geraadpleegd op 26 december 2016 via http://www.tijd.be

Eindwerk of masterthesis Als de vorm van de bron niet voor iedereen duidelijk is, noteer je die tussen [vierkante haken].

© VAN IN

55

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Goossens, T. (2006). Interne communicatie van het beleidsdomein Bestuurszaken: een onderzoek naar communicatiekwaliteit, communicatietevredenheid en organisatie-identificatie bij de Vlaamse overheid [masterthesis]. Brussel: Vrije Universiteit Brussel. Cursusmateriaal Bij onuitgegeven cursusmateriaal vermeld je de soort tekst tussen vierkante haakjes. In de plaats van de uitgeverij komt dan de naam van de onderwijsinstelling, eventueel aangevuld met de naam van de opleiding.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De Bodt, R. (2013). Bedrijfscommunicatie [cursustekst]. Antwerpen: Karel de Grote-Hogeschool Bachelor Bedrijfsmanagement. Informatie geeft je voorsprong in een notendop • •

Neem je tijd: relevante informatie vind je niet in een-twee-drie. Vertrek vanaf je onderzoeksvraag, zoek de sleutelwoorden en stel een reeks zoekwoorden op. Kijk verder dan Google: in databanken en bibliotheken vind je meer. Wees kritisch over de informatie die je vindt. Is die informatie actueel en betrouwbaar? Verwijs in je tekst correct naar je bronnen. Zo vermijd je plagiaat en bied je kwaliteit aan je lezer.

• •

N

IE

VO

O

•

© VAN IN

56

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

Bibliografie Bohn, R., & Short, J. (2012). Measuring consumer information. International Journal of Communication, 6, 980–1000. Geraadpleegd op 10 januari 2017 via http://ijoc.org/index.php/ijoc/article/download/1566/743 Bruggeman, F. (2014, 6 oktober). Delchambre neemt ontslag na plagiaat in openingstoespraak ULB. Geraadpleegd op 5 februari 2016 via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/brussel/1.2111699

E

Maslow, A. H. (1943). A theory of human motivation. Psychological Review, 50(4), 370-396. doi: http://dx.doi.org/10.1037/h0054346

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Poelmans, P., & Severijnen, O. (2014). De APA-richtlijnen. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

N

IE

VO

O

Vermeren, P. (2014). Rond leiderschap. Gent: Academia Press.

© VAN IN

57

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Meer doen met informatie: informatie geeft je voorsprong

© VAN IN

58

Academiejaar 2020-2021


6 Preventie: persoonlijke hygiĂŤne van de zorgverlener


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

1

De algemene persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

Aandacht voor een goede persoonlijke hygiëne is van belang voor elke zorgverlener in een zorgvoorziening. De medewerker verlaagt daardoor het risico op kruisinfecties voor de patiënten, maar ook voor zichzelf en zijn naaste familieleden.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De specifieke maatregelen over persoonlijke hygiëne in de zorgvoorzieningen uit dit hoofdstuk zijn van belang voor alle medewerkers die in contact komen met patiënten, de patiëntenkamer, patiëntmateriaal (sputum, bloed, urine), geneesmiddelen, voeding of andere zaken die voor de patiënt bestemd zijn. Zorgverleners moeten zich elke keer opnieuw de vraag stellen hoe ze kunnen vermijden een besmettingsbron te zijn voor de patiënten die aan hun zorg zijn toevertrouwd (zie ook het hoofdstuk over voorzorgsmaatregelen). Bijna elke patiënt in een zorgvoorziening heeft een verminderde weerstand en is daardoor gevoeliger voor infecties. Nog al te vaak staan zorgverleners met een rhinitis (neusverkoudheid) aan het bed van de patiënt zonder dat ze een masker dragen of nemen ze de telefoon op en geven ze die door aan andere medewerkers, terwijl ze op dat ogenblik een zeer grote bron van besmetting kunnen zijn. Daarom is het van belang dat ook de zorgverleners de volgende maatregelen stringent toepassen.

Nagels

O

1.1

N

IE

VO

Nagels moeten zuiver en kortgeknipt zijn. Kortgeknipt betekent dat de nagel net iets korter dan de vingertop is. Als de nagels langer dan twee millimeter zijn, gebeurt het vaak dat ze gekoloniseerd zijn met bv. Staphylococcus aureus. Onder lange nagels hebben bacteriën een mooie ruimte om zicht te huisvesten en zich te ontwikkelen. Met de normale procedures voor handhygiëne zijn ze moeilijk te verwijderen. Lange nagels verhogen het risico op perforatie van de handschoenen. Ook nagellak en kunstnagels zijn niet toegelaten.

Hoewel onderzoek nog niet bevestigde dat nagellak schadelijk is, wordt ervan uitgegaan dat micro-organismen zich onder de microscopisch kleine scheurtjes en schilfers

© VAN IN

61

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

kunnen vestigen en zich daar verder kunnen koloniseren. De nagellak fungeert als een beschermlaag voor micro-organismen tegen reiniging en desinfectie.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Studies hebben duidelijk kunnen aantonen dat zorgverleners met kunstnagels (zowel gel- als acrylnagels) vaker en meer micro-organismen dragen, zowel voor als na het uitvoeren van handhygiëne. Kunstnagels fungeren enerzijds als besmettingsbron, maar brengen anderzijds ook veel schade toe aan de natuurlijke nagel van de gebruiker, waardoor de kans op schimmel- en bacteriële infecties groter wordt. Na langdurig gebruik worden de natuurlijke nagels weker, dunner en brozer, en verandert de structuur van de nagel. Zo ontstaat er een grotere kans dat de pathogenen koloniseren en overgedragen worden. Het duurt weken tot maanden vooraleer dat evenwicht zich herstelt. Geen enkele medische indicatie rechtvaardigt het dragen van gelnagels.

Bij zichtbaar vuil onder de nagelrand moet je voorzichtig borstelen om te voorkomen dat je het nagelbed beschadigt waardoor er infecties kunnen ontstaan. Bij voorkeur gebruik je een wegwerpborsteltje met een plastic rug in plaats van houten rug. De borsteltjes met plastic kun je wegwerpen of zijn veel gemakkelijker te reinigen en desinfecteren. Na gebruik moet je het borsteltje reinigen, desinfecteren en op een droge plaats bewaren.

1.2

Sieraden

N

IE

VO

O

Horloges, armbanden en (trouw)ringen mag je niet dragen tijdens de werkuren. Ze bemoeilijken het efficiënt wassen en ontsmetten van de handen. Halskettingen en oorbellen mag je enkel dragen als ze niet zo lang zijn dat ze contact maken met het werkveld en zo optreden als transportmedium van micro-organismen. Te lange sierraden kunnen ook een gevaar betekenen voor de zorgverlener, als bv. een verwarde patiënt zonder kwaadwillige bedoeling naar het juweel grijpt.

Figuur 3.1: Afdruk van een ring en een horloge in een petrischaal na het wassen van de handen. Bron: Demeter, H. & Knaepkens, L., labo microbiologie ZNA Jan Palfijn.

52 © VAN IN

62

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

1.3

Haar

Het haar van de zorgverlener moet zuiver zijn en mag het uniform niet raken. Afhankelijk van het haartype (vet of droog haar) dien je het minstens een keer per week te wassen. Lang (of halflang) haar moet je opsteken of bij elkaar binden. Zorg er steeds voor dat je haar niet in contact komt met de patiënt en zijn omgeving. Zo wordt het geen transportmedium voor micro-organismen.

1.4

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Baarden en snorren zijn zuiver en kortgeknipt. In de operatiekamer draag je een aangepast masker.

Uniformen

Trek elke dag een zuiver uniform aan. Gooi je uniform na je dagtaak in de daarvoor bestemde wasmand zodat je contaminatie met persoonlijke kledij en zuivere uniformen kunt vermijden. Als het uniform zichtbaar verontreinigd is, vervang je het meteen door een zuiver uniform. Uniformen zijn na contact met de patiënt of met besmet materiaal een bron van micro-organismen. Daarom is het ten strengste verboden om het uniform mee naar huis te nemen.

Het uniform moet steeds correct gedragen worden volgens de voorschriften van de instelling.

O

Onder het uniform draag je geen kledingstukken met lange mouwen. Lange mouwen vormen een belangrijke bron van micro-organismen door contact met de omgeving en ze bemoeilijken de handhygiëne (polsen en onderarmen).

N

IE

VO

Persoonlijke voorwerpen zoals gsm’s of horloges horen niet thuis in het uniform. Ze kunnen besmet geraken en fungeren als reservoir voor potentieel pathogene microorganismen. In de residentiële zorgsector dragen zorgverleners vaak persoonlijke kledij. Als dat het geval is, moeten zij dezelfde principes als bij een uniform volgen: > de lengte van de mouwen van de bovenkleding mag niet langer dan driekwart zijn; > de stof is glad en niet pluizig; > kledij mag niet te los zitten zodat aanraking en contaminatie met de omgeving beperkt blijft; > zorgverleners trekken dagelijks zuivere kledij aan;

© VAN IN

63

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

> zorgverleners wassen thuis hun kledij op 60 °C. Doe je dat slechts op 40 °C, droog alles dan ook in de droogtrommel en/of strijk het op een hoge temperatuur (150 °C); > als je persoonlijke kledij zichtbaar vuil is, trek je onmiddellijk zuivere kledij aan; > draag een schort bij een mogelijk contact met excreten, secreten, bloed en andere lichaamsvochten; > een heuptasje is toegelaten als het aan de wasvoorschriften van kledij voldoet.

Schoenen

E

1.5

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De zorgverlener draagt gesloten schoenen. Door de hoge omgevingstemperatuur geven vele zorgverleners de voorkeur aan open schoenen. Dat verhoogt echter het risico op arbeidsongevallen omdat ze weinig bescherming bieden tegen bv. vallende voorwerpen of rollend materiaal. Schoenen zonder hielsteun worden het best niet toegelaten. Omdat zulke schoenen onvoldoende steun geven, kunnen ze de spieren en pezen overbelasten. Er ontstaat sneller vermoeidheid van de onderste ledematen. Bij het dragen van open schoenen neemt ook eeltvorming toe.

Gesloten tip

O

Hielsteun

VO

Figuur 3.2: Een schoen met hielsteun en een gesloten tip

N

IE

De schoenen moeten gemakkelijk te reinigen zijn, zodat bevuiling van bv. lichaamsvocht gemakkelijk te verwijderen zijn. De zolen van de schoenen dienen van een zacht materiaal te zijn zodat ze geen lawaai maken en toelaten dat de voeten tijdens het stappen goed kunnen stretchen.

1.6

Zakdoeken

Katoenen zakdoeken zijn uit den boze. In de neus komen frequent pathogene kiemen voor, ook zonder dat je ziek bent. Als je je neus snuit, besmet je de zakdoek. Een vochtige, gebruikte zakdoek die je in de zak van het uniform bewaart, is een bron van

© VAN IN

64

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

micro-organismen. Je kunt ze overdragen naar de persoonlijke instrumenten (bv. schaar, balpen) die je tijdens het werk gebruikt. Maak steeds gebruik van papieren zakdoeken. Gooi ze na gebruik onmiddellijk weg. Let er bij een neusverkoudheid extra op telkens na het snuiten van de neus ook de handen te ontsmetten. Draag bij een verkoudheid een mondmasker als je patiënten verzorgt.

1.7

(Mobiele) IT-toestellen

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Persoonlijke mobiele telefoons horen niet thuis in het uniform. Op de werkplek worden wel vaker mobiele telefoons, tablets, toetsenborden en touchscreens gebruikt door veel verschillende medewerkers. Om kruisbesmetting te voorkomen is het niet aangewezen om mobiele communicatieapperatuur te gebruiken tijdens rechtstreekse zorg aan patiënten. Het zijn vaak zeer sterk besmette oppervlakken.

N

IE

VO

O

Voldoende aandacht voor reiniging en desinfectie is een must: > Pas steeds handhygiëne toe voor en na je het toestel gebruikt. > Reinig minimaal dagelijks en steeds bij visuele bevuiling het toestel en desinfecteer het met een product geschikt voor het apparaat (producten op basis van alcohol kunnen het materiaal ernstig beschadigen). > Neem de toestellen zo weinig mogelijk mee op de patiëntenkamer. Reinig of ontsmet het toestel steeds grondig als het toch nodig is het mee op de kamer te nemen. > Als een toestel dat moeilijk te reinigen of te desinfecteren is toch op een patiëntenkamer moet staan om de zorg te borgen, wordt met het team voor ziekenhuishygiëne afgesproken hoe de zorgverleners daarmee moeten omgaan. > Als het toestel door de patiënten moet gebruikt worden, voorzie je het best een wegwerpbare vochtondoorlaatbare folie om het toestel te beschermen. Voor het toestel de kamer verlaat, verwijder je de folie en desinfecteer je het toestel.

Figuur 3.3: Afdruk van smartphones in petrischaal met voedingsbodem Bron: Voeten, S., Nederhoed, H., Debets-Ossenkopp, Y. en Zuidema, W. (2013). Smartphone draagt ziekten over. Medisch contact, (48), 2510-2511.

© VAN IN

65

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

1.8

Wonden bij de zorgverlener

Als een zorgverlener wondjes aan de handen en onderarmen heeft, moeten ze met een verband afgedekt worden. Bij voorkeur draagt hij of zij handschoenen over het verband. Als het verband toch bevuild is, moet een schoon verband aangebracht worden.

1.9

Gezondheidstoezicht

E

Raadpleeg de website van de FOD Werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg voor meer informatie over de wetgeving over gezondheidstoezicht: http://www.werk.belgie.be/.

1.9.1

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Het KB van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers regelt de opdrachten en taken van de werkgever en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer over de verplicht uit te voeren medische onderzoeken in het kader van de arbeidsgeneeskunde. Functies met risico

Preventieadviseur-arbeidsgeneesheer

N

1.9.2

IE

VO

O

Het gezondheidstoezicht is verplicht bij volgende functies of activiteiten: > activiteiten verbonden aan voedingswaren; > functies met verhoogde waakzaamheid: een functie die bestaat uit een permanent toezicht op de werking van een installatie waarbij een gebrek aan waakzaamheid de veiligheid en de gezondheid van andere werknemers in gevaar zou kunnen brengen; > functies met een welbepaald risico. Je kunt drie soorten risico’s onderscheiden: – blootstelling aan fysische, chemische of biologische agentia; – blootstelling aan een belasting van ergonomische aard (bv. werken met een beeldscherm en hanteren van lasten); – belasting verbonden aan het werk (bv. zwaar werk, monotoon en/of tempogebonden werk) en die ook een mentale belasting met zich meebrengt.

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer stelt preventieve handelingen met als doel het gezondheidstoezicht uit te voeren. Hij of zij houdt zich bezig met: > de preventieve medische onderzoeken; > het samenstellen van een gezondheidsdossier; > de inentingen en de tuberculinetests.

© VAN IN

66

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

1.9.3

Doelstellingen

Arbeidsgeneeskunde moet helpen risico’s te voorkomen door preventiepraktijken te verwezenlijken en zo de mogelijkheden inzake werkgelegenheid voor elke werknemers te bevorderen, rekening houdend met de specificiteit en de gezondheidstoestand van elke werknemer. 1.9.4

Preventieve medische onderzoeken

Medische onderzoeken gebeuren in verschillende stappen:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Voorafgaande gezondheidsbeoordeling: een gezondheidsbeoordeling is verplicht en moet plaatsvinden vóór de effectieve tewerkstelling. Als er immers contra-indicaties zijn voor het uitvoeren van de functie of als er preventiemaatregelen (bv. vaccinaties) moeten worden genomen, dan moet de gezondheidsbeoordeling gebeuren voordat de werknemer aan het risico wordt blootgesteld. Het is mogelijk om een voorafgaande gezondheidsbeoordeling uit te voeren na het sluiten van een arbeidsovereenkomst, maar vóór de effectieve tewerkstelling. Periodieke gezondheidsbeoordeling: alle werknemers die aan de voorafgaande gezondheidsbeoordeling onderworpen zijn, worden jaarlijks aan een periodieke gezondheidsbeoordeling onderworpen.

VO

O

Spontane raadpleging: elke werknemer kan rechtstreeks (zonder tussenkomst van de werkgever) een spontane raadpleging vragen bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer omdat hij gezondheidsklachten heeft waarvan hij denkt dat ze te wijten zijn aan de uitgeoefende arbeid. Tenzij de werknemer dat niet wil, zal de preventieadviseurarbeidsgeneesheer in dat geval de werkgever verwittigen. Ook de behandelende arts kan, met akkoord van de werknemer, vragen aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer dat hij de werknemer onderzoekt in het kader van een spontane raadpleging.

N

IE

Gezondheidsbeoordeling van een definitief arbeidsongeschikte werknemer met het oog op re-integratie: de beoordeling biedt de werknemer een bijkomend recht en is dus geen verplichting. De werknemer die door zijn behandelend geneesheer definitief arbeidsongeschikt verklaard is, kan een procedure instellen om hem aangepast werk te verschaffen, onder voorbehoud van de beslissing van de preventieadviseurarbeidsgeneesheer.

© VAN IN

67

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

1.9.5

Het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting na langdurige arbeidsongeschiktheid

1.9.6

De beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer na de gezondheidsbeoordeling

E

Een raadpleging voor de werkhervatting na een langdurige arbeidsongeschiktheid heeft als doel de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in staat te stellen om voor de eigenlijk werkhervatting in de mate van het mogelijke een aanpassing van de werkpost voor te stellen, teneinde de belasting verbonden aan die werkpost voor de werknemer te verminderen. Vanaf de dag van de werkhervatting zal de werknemer zijn reeds aangepaste post dan ook gemakkelijker weer kunnen opnemen.

1.9.7

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Het formulier voor de gezondheidsbeoordeling moet ingevuld worden in drie exemplaren. Eén exemplaar is bestemd voor de werkgever, een ander voor de werknemer en een derde voor het gezondheidsdossier van de werknemer. Er worden verschillende rubrieken vermeld, in te vullen naargelang de concrete situatie. De geldigheidsduur van de geschiktheid moet op het formulier vermeld worden wanneer een andere frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordeling vastgelegd wordt. Aangifte van beroepsziekten

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die een beroepsziekte vaststelt of er door een andere arts van op de hoogte wordt gesteld, doet daarvan aangifte bij de geneesheerarbeidsinspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn van het werk en bij de geneesheer-adviseur van het Fonds voor Beroepsziekten. 1.9.8

Inentingen

N

IE

VO

O

Immunisatie of het ongevoelig maken voor micro-organismen bied de persoon proactieve bescherming. Die bescherming noemen we preventie (dat is het geheel van maatregelen die je neemt om te anticiperen op risicofactoren, bv. niet roken, niet drinken) of profylaxe (dat is het voorkomen van ziekten, vaak door geneesmiddelen, bv. vaccin, vitamines) tegen infectieziekten door inenting van een vaccin, serum of immunoglobulinen. Daardoor vergroot de lichamelijke afweer tegen infecties. Er bestaan drie vormen van immunisatie: > actieve immunisatie met vaccins, waarbij het lichaam na de inenting zelf afweerstoffen vormt tegen de ziekteverwekkende bacterie of virus; > passieve immunisatie met immunoglobulinen of sera, waarbij de antistoffen (afweerstoffen) rechtstreeks aan het lichaam worden toegevoegd; > gecombineerde immunisatie waarbij zowel een vaccin als immunoglobuline wordt toegediend, zodat je zowel direct als op termijn beschermd bent.

© VAN IN

68

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

Het is belangrijk dat de zorgverleners ingeënt of gevaccineerd zijn tegen mogelijke ernstige besmettingen zoals tetanus, influenza en hepatitis B.

De vaccinatie van de zorgverlener garandeert niet alleen de individuele bescherming en een voldoende beschikbaarheid van de zorgverleners, maar gaat ook de verspreiding van infectieuze agentia via de zorgverlener tegen (bv. griepvirus).

E

In België wordt elke zorgverlener uit een zorginstelling die rechtstreeks in contact komt met patiënten of patiëntmateriaal gevaccineerd tegen hepatitis B en tetanus. De vaccinaties zijn verplicht.

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Jaarlijks promoten vele bedrijfsgeneeskundige diensten het griepvaccin (influenza). De personeelsleden zijn niet verplicht om zich te laten vaccineren, maar het wordt ten stelligste aangeraden.

© VAN IN

69

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 6: Preventie: persoonlijke hygiëne van de zorgverlener

© VAN IN

70

Academiejaar 2020-2021


7 Bouwstenen: wat is IPSIG?


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 7: Bouwstenen: wat is IPSIG?

1

Inleiding

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

IPSIG is de afkorting voor ‘InterProfessioneel Samenwerken In de Gezondheidszorg’. Het is een module die tot stand gekomen is door de enthousiaste samenwerking van de faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen, de departementen gezondheidszorg en sociale agogiek van de Hogeschool Antwerpen, de departementen gezondheidszorg en sociale agogiek van de Karel de Grote-Hogeschool, het departement toegepaste psychologie en logopedie-audiologie van de Thomas More Hogeschool en de opleiding voedings- en dieetkunde van de AP Hogeschool. De verschillende deelnemende opleidingen hebben nagedacht over de noden aan onderwijs met betrekking tot interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg. De termen multidisciplinair, interdisciplinair, transdisciplinair, multiprofessioneel en interprofessioneel onderwijs worden in de literatuur vaak door elkaar gebruikt en dat bemoeilijkt interpretaties ervan (Pirrie & Wilson 1998, Morison 2004, Greenstreet 2005). Tijdens de IPSIG-opleidingen en in dit handboek zal altijd de term ‘interprofessioneel’ gebruikt worden. Wij kozen voor de term ‘inter’ omdat wij de interactie tussen de verschillende professies uiterst belangrijk vinden en voor de term ‘professioneel’ omdat wij opleiden tot beroepen die een professie zijn en waarbij er aandacht is voor vak/(discipline)overschrijdende competenties. Interprofessioneel onderwijs wordt gedefinieerd als een actief didactische methode, waarbij twee of meer verschillende disciplines van, met en over elkaar leren. Dit soort onderwijs wordt beschreven als het expliciet uitgaan van interactief leren waarbij de deelnemers elkaar wederzijds beïnvloeden.

IE

VO

O

Vaak wordt multiprofessioneel onderwijs, een passief didactische methode, boven interprofessioneel onderwijs gekozen vanuit economische overwegingen van de onderwijsinstelling, zodat de vooropgestelde doelen, zoals het verbeteren van communicatietechnieken en samenwerkingsvaardigheden, niet bereikt worden (Horsburgh 2001, Parsell 1998, Glen & Reeves 2004).

N

De nieuwste aanpak van de onderwijsinstellingen – het interprofessioneel onderwijs – richt zich op het verkrijgen van flexibele studenten die goede teamwerkers zijn, goed kunnen communiceren en eenzelfde doel delen met de andere disciplines van de gezondheidszorg (Horsburgh 2001, Parsell 1998, Gilbert 2005). Men probeert interprofessionele attitudes positief te beïnvloeden door kennis en begrip van andere disciplines te verhogen om tijdens de opleiding een eigen professionele identiteit en nieuwe inzichten te ontwikkelen (Parsell 1998, Parsell 1999, Pirrie & Wilson 1998, Curran 2005, Barr 2002, Wood 2001). Het doel is om de kwaliteit van de zorg te verbeteren door de samenwerking te verbeteren (Barr & Freeth 2005, Oandasan 2004). Dit aspect moet het doel zijn in elke interprofessionele module en komt dus ook aan bod tijdens de IPSIG-opleidingen.

© VAN IN

73

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 7: Bouwstenen: wat is IPSIG?

2

Hoe is de samenwerking gestart?

2.1 IPSIG in de basisopleiding van de gezondheidswerkers

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Het initiatief kwam tot stand als gevolg van het project ‘Onderzoek naar de samenwerkingsmodaliteiten voor instellingen van hoger onderwijs in de provincie Antwerpen met het oog op kwaliteitsverhoging van haar gezondheidszorg’ (Van Marck & Van Meel 2003), waaraan alle opleidingen in de gezondheidszorgsector van de provincie Antwerpen participeerden. In het eindrapport werd aandacht gevraagd voor hiaten in het aanleren van interdisciplinair en interprofessioneel samenwerken in het opleidingscurriculum van de verschillende disciplines die werkzaam zijn in de gezondheidszorg. Het onderwijsproject interprofessioneel samenwerken is voor de eerste keer in oktober 2003 van start gegaan. Om de organisatie hiervan mogelijk te maken is een stuurgroep samengesteld. De stuurgroep staat actief in voor de organisatie van de module. Ze zorgt voor de onderwijsvormen en inhouden en de verwezenlijking ervan. De stuurgroep bestaat uit de vertegenwoordigers van de respectieve deelnemende opleidingen. Er wordt jaarlijks vier keer in grote groep vergaderd. Voor elk onderdeel van de module worden kleinere werkgroepen samengesteld. De IPSIG-basismodule, verder ook IPSIG 1-module genoemd, wordt sinds 2004-2005 elk academiejaar georganiseerd, altijd in de periode rond 1 maart. De module maakt deel uit van het onderwijscurriculum van de participerende opleidingen. Voor de meeste participerende opleidingen is het ondertussen een verplicht opleidingsonderdeel van het curriculum geworden.

VO

O

2.2 IPSIG in de gespecialiseerde masteropleidingen van gezondheidswerkers

N

IE

Sinds het academiejaar 2010-2011 is er ook een IPSIG-module ontwikkeld voor de voortgezette of gespecialiseerde opleidingen. Uit de evaluaties en reflectie over de IPSIG-basismodule bleek er een behoefte te zijn om concreet aan de slag te gaan met eigen casussen over ‘samenwerkingsproblemen’. De IPSIG-basismodule werd vanaf het begin algemeen goed gesmaakt bij de deelnemende studenten en opleidingen, maar de vraag bleef: ‘Wat kun je op één week leren?’ Tijdens de IPSIG-basismodule zijn wij vooral gericht op het van, met en door elkaar leren met als hoofdfocus ‘Wat kunnen wij voor elkaar betekenen met het oog op de patiënt?’ Het is net dat laatste waarin de studenten zich onvoldoende begeleid voelden tijdens de IPSIG-basismodule.

© VAN IN

74

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 7: Bouwstenen: wat is IPSIG?

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Vanaf academiejaar 2010-2011 is er een IPSIG-module opgestart voor de voortgezette of gespecialiseerde opleiding (IPSIG 2-module genoemd). In deze IPSIG 2-module leert de deelnemer beter en efficiënter interprofessioneel samen te werken, de patiënt centraal te stellen in de hulpverlening, en zo de continuïteit en kwaliteit van zorg te optimaliseren. Dit bereikt de hulpverlener door in de eerste plaats zijn eigen handelen binnen de complexe zorg kritisch onder de loep te nemen. In deze nieuwe module stellen wij als doel de deelnemer te helpen in het adequaat functioneren in een interprofessioneel team. Hij moet zijn functioneren benoemen en toelichten op basis van de zeven rollen van de competentie ‘samenwerker in de gezondheidszorg’. We gebruiken hiervoor voornamelijk reflectieve leermethodes zoals supervisie, intervisie en coaching, die in vier sessies aangeboden worden.

N

IE

VO

O

De IPSIG 2-module wordt vanuit de UA, vakgroep Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg in samenwerking met de AUHA (Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen) georganiseerd en gecoördineerd. Deze module wordt georganiseerd voor de opleidingen master in de specialistische geneeskunde, master in de huisartsgeneeskunde, master in de verpleegkunde en vroedkunde, master in de kinesitherapie, master in het sociaal werk en vanaf 2012-2013 ook voor masters in de ergotherapie.

© VAN IN

75

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Bouwstenen: wat is IPSIG?

© VAN IN

76

Academiejaar 2020-2021


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook