Skip to main content

Blend - voorbeeld accountancy en handelsvakken

Page 1

Academiejaar 2021-2022

De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Plaats hier de gegevens van uw hogeschool en opleiding


De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Blend ISBN 978-11-1004-087-2 Samengesteld door Hans Mertens De Boeck Hogeschool Bedrijfs- en office management Accountancy en handel © Dit werk werd samengesteld door bovenvermelde docent(en), met respect voor de auteursrechten van VAN IN en de afzonderlijke auteurs. Wommelgem, 2021 Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. ln België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever en de auteurs streven permanent naar een volledige betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, zij kunnen voor die informatie en de toepassing ervan echter niet aansprakelijk gesteld worden. Dit boek op maat bevat hoofdstukken uit volgende oorspronkelijke werken: •

Christine Van Liedekerke, e.a, Algemeen boekhouden. ISBN 978-90-3069-215-7. 2019, hoofdstuk 3. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Veerle Lahousse, e.a, Buitenlandse handel. ISBN 978-90-3068-944-7. 2018, hoofdstuk 7. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Lieve Lombaert, e.a, Internationale handels- en betalingstechnieken - Caseboek. ISBN 978-90-3069-432-8. 2019, hoofdstuk 3. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.


Inhoudsopgave Uit: Christine Van Liedekerke, e.a. Algemeen boekhouden. 2019

Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

1

Toegevoegd door docent

Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

25

1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst

27

2 Nog een voorbeeld van een tussentitel

28

Uit: Veerle Lahousse, e.a. Buitenlandse handel. 2018

Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

31

Uit: Lieve Lombaert, e.a. Internationale handels- en betalingstechnieken - Caseboek. 2019

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

61


1 Het systeem van dubbel boekhouden: de balans


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

Inleiding

E

1

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

In wat volgt gaan we op zoek naar een systeem dat toelaat de ondernemingsgebeurtenissen op een ondubbelzinnige manier vast te leggen. Ondertussen weten we al dat het ‘houden van boeken’ het registreren van documenten impliceert m.b.t. verrichtingen die een invloed hebben op het vermogen en het resultaat van de onderneming. Het is de bedoeling om hierbij systematisch te werk te gaan, zodat op elk ogenblik de stand van zaken bekend is en zodat ook op elk ogenblik een andere boekhouder kan inspringen of het werk kan overnemen. Op zoek nu naar een boekhoudsysteem. Welnu, dat boekhoudsysteem moet gelukkig niet meer uitgevonden worden. De geschiedkundige ontwikkeling van de boekhouding kan heel ver in het verleden teruggaan. Inderdaad, zodra het rekenen en het schrijven bekend waren, was het mogelijk aantekeningen te houden van handelsverrichtingen. Die aantekeningen beperkten zich tot het noteren van het ontstaan en het tenietgaan van vorderingen en schulden. Enige systematiek was niet aanwezig. Als de transactie afgelopen was, werd de aantekening eenvoudig doorgehaald. Die aantekeningen zijn ruimer geworden naarmate de handel meer aan bepaalde standplaatsen gebonden werd, bv. handelssteden waar voorraden goederen opgeslagen werden. Het bijhouden van de stocks werd toen belangrijk.

N

IE

VO

O

Zo ontwikkelde zich het houden van boeken tot boekhouden. De eigenlijke geschiedenis van het boekhouden gaat terug tot de franciscaner monnik Luca Paciolo in de vijftiende eeuw. Hij schreef het eerste werk waarin de techniek van de dubbele boekhouding uitvoerig en nauwkeurig beschreven wordt. Paciolo vraagt aan de handelaar zijn bezittingen en schulden, zijn vermogen dus, op te tekenen en hieruit een balans af te leiden. Omdat het geld dat de ondernemer ter beschikking stelt van de onderneming eigenlijk een schuld is van de onderneming aan de ondernemer, start de onderneming niet alleen met een bezit, maar ook met een schuld! Je bemerkt dat zo’n verrichting een dubbel aspect vertoont. Welnu, de dubbele boekhouding registreert elk document onder een dubbel oogpunt. Omdat tweemaal hetzelfde geboekt wordt, zijn de twee boekingen natuurlijk in evenwicht. Dat evenwicht is het begin- en eindpunt van elke boekhouding en is een doorlopende controlemogelijkheid om na te gaan of juist geboekt werd.

© VAN IN

3

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

2

De balans: actief = passief

Situatieschets De heer De Brabandere werkte tot voor kort in een grote garage. Op 02.04.20x0 richt hij zelf zijn eigen zaak op, de garage nv Debra. Er zullen auto’s worden hersteld en tweedehandse wagens verkocht. Bij het opstarten van zijn zaak brengt De Brabandere vanuit zijn privévermogen een aantal werkmiddelen in zijn zaak in. Telkens wordt de manier waarop ze gefinancierd zijn, vermeld.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Het werkhuis heeft een waarde van 125 000 EUR en werd gefinancierd met eigen vermogen en met een lening aangegaan bij KBC van 50 000 EUR, looptijd 15 jaar. In de degelijk uitgeruste werkplaats treffen wij installaties aan voor 12 500 EUR. Net zoals het kantoormeubilair, waarde 5 000 EUR, werd het met eigen middelen gefinancierd.

De Brabandere stelde ook 7 500 EUR geld ter beschikking van zijn zaak. Het koffertje in het kantoor bevat 1 000 EUR wisselgeld en de resterende 6 500 EUR is beschikbaar op de zichtrekening bij KBC. Bij de oprichting van nv Debra wordt het privépatrimonium van de heer De Brabandere duidelijk gescheiden van het patrimonium van zijn pas opgerichte zaak. Op het ogenblik dat De Brabandere het werkhuis en zijn spaargelden in zijn zaak inbrengt, behoren ze inderdaad niet meer tot het privévermogen van De Brabandere, maar wel tot het vermogen van nv Debra. De notaris zal dat duidelijk in de oprichtingsakte van nv Debra vermelden. In totaal blijkt voor een geldbedrag van 100 000 EUR aan werkmiddelen afkomstig te zijn van de heer De Brabandere. Hiermee is hij niet de enige financier van zijn zaak, want ook KBC stelt 50 000 EUR ter beschikking op lange termijn ter medefinanciering van het werkhuis. Het volgende schema geeft een overzicht van het patrimonium van de heer De Brabandere als privépersoon enerzijds en van het patrimonium van garage nv Debra anderzijds. Privépatrimonium van de heer De Brabandere Bezittingen

Schulden

Bezittingen

Hypothecaire lening Autolening

Schulden

aan eigenaar De Brabandere (bedrag 100 000) aan KBC (bedrag 50 000)

Werkhuis (bedrag 125 000) Installaties (bedrag 12 500) Kantoormeubilair (bedrag 5 000) Bank r/c (bedrag 6 500) Kas (bedrag 1 000)

N

IE

VO

O

Villa Personenwagen Mobilhome Tv en video Spaarboekje

Patrimonium van garage nv Debra

. werkmiddelen

. =

financieringsmiddelen

De financieringsmiddelen zijn vertegenwoordigd door de eigen middelen van de zaak (100 000 EUR) en vreemde middelen afkomstig uit een lening bij KBC van 50 000 EUR. De eigen middelen zijn afkomstig van de heer De Brabandere zelf. Dat houdt ook in dat de zaak het bedrag schuldig blijft aan de eigenaar van deze zaak. Deze inbreng, die in een nv ook kapitaal genoemd wordt, behoort tot het

© VAN IN

4

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

eigen vermogen en is dus het vermogen dat blijvend ter beschikking blijft van de zaak, maar tegelijkertijd een schuld is van de zaak aan de eigenaar. Bij de vereffening van de zaak keert het immers terug naar de oorspronkelijke eigenaar!

E

Omdat eigen middelen meestal niet volstaan voor de financiering van een onderneming, wordt ook een beroep gedaan op financieringsmiddelen van derden, bv. leningen verstrekt door financiële instellingen, familieleden of vrienden, betalingsuitstel verkregen van allerlei schuldeisers, voornamelijk leveranciers. Alle financieringsmiddelen samen vertegenwoordigen het passief van de onderneming. Het passief wordt opgesplitst in eigen vermogen en vreemd vermogen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De financieringsmiddelen zullen gebruikt worden om gebouwen, machines, winkeluitrusting, voorraden en dergelijke aan te kopen, alsook om een bankrekening te openen. Dat zijn allemaal middelen waarmee de onderneming werkzaam of ‘actief’ is. Wij spreken dan ook over het actief van de onderneming. De werkmiddelen of de bezittingen van nv Debra bestaan uit:

a Vaste werkmiddelen. Die werkmiddelen bezitten een gebruiksduur van meer dan één jaar: het gebouw, de installaties en het meubilair.

O

b Vlottende werkmiddelen: de liquide middelen of geldmiddelen in kas en bank. Andere voorbeelden van vlottende werkmiddelen zijn: de voorraad handelsgoederen, tegoeden (= vorderingen) op klanten (= handelsdebiteuren), geldbeleggingen in de vorm van kasbons, obligaties, termijnrekeningen ... Die werkmiddelen maken deel uit van de bedrijfscyclus van de onderneming: voorraden goederen worden omgezet in vorderingen op klanten n.a.v. de verkoop en ten slotte worden die vorderingen geïnd waardoor de liquide middelen in kas en bank verhogen. Die geldmiddelen kunnen benut worden voor nieuwe aankopen, waardoor de hele bedrijfscyclus opnieuw kan starten.

N

IE

VO

Werkmiddelen en financieringsmiddelen worden voorgesteld in de balans: een tweeledige tabel, die bestaat uit twee zijden, een actief- en een passiefzijde. Aan de rechterzijde, de passiefzijde, wordt de herkomst van het vermogen opgetekend (= financieringsmiddelen) en aan de linkerzijde, de actiefzijde, wordt aangeduid hoe het ter beschikking gestelde vermogen is aangewend (= werkmiddelen). Daardoor geeft de balans de vermogenstoestand weer op een welbepaald moment. Schematisch

Balans van de onderneming X op 01.01.20x1

Actief

Passief

werkmiddelen

financieringsmiddelen

= bezittingen

= schulden

aanwending van het vermogen

herkomst van het vermogen =

© VAN IN

5

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

In feite wordt tweemaal hetzelfde genoteerd, maar bekeken vanuit twee verschillende gezichtspunten. Het is dan ook evident dat het totaal van de in geld gewaardeerde werkmiddelen altijd gelijk is aan het totaal van de financieringsmiddelen. Zodoende is een balans altijd in evenwicht: actief = passief Toegepast op garage nv Debra krijgen we de volgende beginbalans:

Eigen vermogen Inbreng Kapitaal

125 000 12 500 5 000

100 000

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Vaste activa Gebouwen Installaties Meubilair

Passief

E

Beginbalans van nv Debra op 02.04.20x0

Actief

Vlottende activa Bank r/c Kas

Schulden Lening KBC

50 000

6 500 1 000 ————

————

150 000

150 000

Essentieel is dat het totaal van de activa altijd gelijk moet zijn aan het totaal van de passiva! Dat houdt in dat een balans altijd in evenwicht moet zijn. De gelijkheid actief = passief en de indeling in de hoofdrubrieken laat ons toe een aantal gelijkheden op te stellen:

Indeling van de balans in rubrieken

VO

3

O

actief = passief passief = kapitaal + schulden kapitaal = actief - schulden

N

IE

De volgorde waarin de verschillende posten in de balans voorkomen, is in de praktijk niet willekeurig. De wetgever heeft die voorstelling wettelijk gereglementeerd. Hieruit blijkt dat activa en passiva opgesplitst worden in rubrieken. Sommige van die rubrieken werden nog verder in subrubrieken opgesplitst. Hierna volgt een beperkte voorstelling van de balans met de hoofdrubrieken:

© VAN IN

6

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

Balans

Actief

Passief

Eigen vermogen Inbreng Kapitaal Herwaarderingsmeerwaarden Reserves Overgedragen winst (verlies) (+)/(-) Kapitaalsubsidies Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief

Oprichtingskosten Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Vordering > 1 jaar Voorraden en bestellingen in uitvoering Vorderingen ≤ 1 jaar Geldbeleggingen Liquide middelen Overlopende rekeningen

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Voorzieningen en uitgestelde belastingen Voorzieningen voor risico’s en kosten Uitgestelde belastingen Schulden Schulden op meer dan een jaar Schulden op ten hoogste een jaar Overlopende rekeningen

3.1

De indeling van de actiefzijde

Het ordeningscriterium aan de actiefzijde van de balans is de graad van liquiditeit van de bezittingen, d.w.z. de mate waarin ze al dan niet snel in liquide middelen of beschikbaar geld omgezet kunnen worden.

VO

O

Eerst komen de oprichtingskosten. Voor de bespreking van die fictieve activa verwijzen wij naar het deel IV ‘Studie van de activa’, meer bepaald hoofdstuk 1 Oprichtingskosten. Daarna komen de vaste activa. Ze hebben immers de kleinste graad van liquiditeit. Voorbeelden zijn gronden, gebouwen, materieel, uitrusting ... We merken op dat gehuurde gebouwen of machines nooit onder de vaste activa worden opgenomen omdat we zelf geen eigenaar van de betreffende activa zijn. Daarentegen worden vaste activa in leasing (een speciale vorm van gebruiksrechten op korte of lange termijn waarbij de gebruiker of lessee juridisch geen eigenaar is maar wel de gebruiksrechten bezit) wel onder de vaste activa opgenomen indien ze voldoen aan de voorschriften van de boekhoudwetgeving. Omdat er verschillende soorten vaste activa zijn, voorziet de wetgever deze rubrieken:

N

IE

Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

Uit de voorbeelden bij nv Debra blijkt dat wij voorlopig alleen de materiële vaste activa op het oog hebben. Met vaste activa bedoelt men die activa die, in principe, blijvend bestemd zijn voor de uitbating van de onderneming. Het is m.a.w. niet de bedoeling die activa te verkopen. Vervolgens komen de vlottende activa aan de beurt.

© VAN IN

7

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

Vorderingen op meer dan 1 jaar is hierin de eerste rubriek. Wegens het zeer lange betalingsuitstel dat wij aan deze klanten verleenden, zullen ze maar zelden voorkomen. Daarna volgt rubriek Voorraden en bestellingen in uitvoering. Op balansdatum vinden wij hierin o.m. de waarde terug van de grond- en hulpstoffen die nog in stock zijn, gereed product, handelsgoederen … Rubriek Vorderingen op ten hoogste 1 jaar bevat o.m. de openstaande tegoeden n.a.v. de verkoop van handelsgoederen of het leveren van diensten.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

In rubriek Geldbeleggingen komt de waarde voor van de aandelen, vastrentende effecten en termijndeposito’s die een onderneming op een welbepaald ogenblik beschikt. De waardepapieren of effecten zoals kasbons, obligaties en aandelen, worden door de bankinstellingen op een effectenrekening op naam van de onderneming bijgehouden omdat deze effecten gedematerialiseerd zijn. Termijndeposito’s zijn tegoeden die op termijnen van bv. 1 maand, 26 maanden enz. op een specifieke termijnrekening belegd worden. Rubriek Liquide middelen is de voorlaatste rubriek. Het is de rubriek met de grootste graad van liquiditeit, aangezien het de beschikbare middelen betreft in kas en bankrekening(en). De allerlaatste rubriek Overlopende rekeningen sluit de actiefzijde van de balans af. Die rubriek wordt later toegelicht.

3.2

De indeling van de passiefzijde

O

De passiefzijde is ingedeeld volgens de graad van opeisbaarheid van de financieringsmiddelen. Het vermogen dat permanent ter beschikking van de onderneming blijft, staat bovenaan in de balans. Het betreft het eigen vermogen.

IE

VO

Zoals uit de opsplitsing van het eigen vermogen blijkt, is dat veel ruimer dan de intussen gekende eerste rubriek ‘Inbreng’, die bij naamloze vennootschappen opgesplitst wordt in kapitaal en inbreng buiten kapitaal. Later in dit werk worden de meeste rubrieken toegelicht.

N

Inbreng Kapitaal Herwaarderingsmeerwaarden Reserves Overgedragen winst (overgedragen verlies) Kapitaalsubsidies Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief

© VAN IN

8

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

Na het eigen vermogen volgen de voorzieningen en uitgestelde belastingen. Zo bevat rubriek Voorzieningen voor risico’s en kosten o.m. de voorzieningen gevormd voor pensioenverplichtingen, voor belastingen, voor grote herstellings- en onderhoudswerken, voor milieuverplichtingen en voor diverse overige risico’s en kosten. Die vermogensbron wordt later uitvoerig toegelicht.

E

Onder de schulden treffen wij dat vermogen aan dat een tijdelijk karakter heeft vanwege het feit dat de betrokken vermogensverschaffers het zullen terugeisen. In rubriek Schulden op meer dan 1 jaar treffen wij zowel financiële schulden (voornamelijk de leningen bij kredietinstellingen) als werkingsschulden en overige schulden aan. Telkens gaat het om vermogen dat meer dan 12 maanden ter beschikking van de onderneming blijft.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

In rubriek Schulden op ten hoogste 1 jaar vinden wij bovenvermelde schulden opnieuw terug. Deze keer is hun initiële looptijd niet langer dan 12 maanden. Ook de langetermijnschulden die geheel of gedeeltelijk in de komende 12 maanden vervallen, worden in deze rubriek afzonderlijk opgenomen, net zoals de schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten. Net zoals de actiefzijde wordt ook de passiefzijde afgesloten met de rubriek Overlopende rekeningen.

4

Opsplitsing van de passiefrubriek I. Inbreng naargelang de juridische rechtsvorm

4.1

De Wet van 23.03.2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) en het KB van 29.04.2019 tot uitvoering van WVV

VO

O

Deze wet en het KB zijn in werking getreden op 01.05.2019 en voorzien onder andere in een nieuwe vennootschapsvorm, de besloten vennootschap (bv) waardoor het mogelijk wordt om een onderneming op te starten zonder maatschappelijk kapitaal. Voorheen was voor de bvba (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die dus verdwijnt) steeds een minimumkapitaal van 18 550 EUR vereist. Ter vergelijking in de naamloze vennootschap blijft, net zoals vroeger, bij de oprichting een minimumkapitaal noodzakelijk van 61 500 EUR, dat volledig volgestort moet worden.

IE

Van de voorheen 17 vennootschapsvormen blijven er overigens slechts 4 basisvormen meer over: de naamloze vennootschap, de besloten vennootschap, de coöperatieve vennootschap en de maatschap.

N

Voor de bv betekent dat evenwel niet dat de ondernemer roekeloos kan starten. Een toereikend aanvangsvermogen blijft noodzakelijk. Dat kan gevormd worden door de inbreng van geld of in natura, maar ook onder de vorm van leningen. Wie als ondernemer wil starten moet overigens met een steviger financieel plan volgens een vast format voor de dag komen. Hierin moeten de oprichters onder andere aantonen dat zonder minimumkapitaal de onderneming niet ondergefinancierd wordt om de activiteiten van minstens de komende 2 jaar te dekken. Het volstaat met andere woorden om in een ‘toereikend aanvangsvermogen’ te voorzien. Dit financieel plan wordt bij de notaris bewaard. Mocht de vennootschap binnen de 3 jaar na oprichting failliet gaan en blijkt het aanvangsvermogen kennelijk

© VAN IN

9

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

ontoereikend te zijn, dan kan de rechter de oprichters persoonlijk aansprakelijk stellen voor de vennootschapsschulden. Ter vergelijking, in de vennootschap onder firma (vof) en de commanditaire vennootschap (commv) blijft het startkapitaal vrij te bepalen. In deze vennootschappen hebben de schuldeisers de garantie dat de werkende vennoten met hun privévermogen aansprakelijk zijn voor de vennootschapsschulden.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De WVV heeft ook gevolgen voor de zowat 905 000 bestaande vennootschappen in België en de zowat 230 000 bestaande vzw’s en stichtingen. Voor deze vennootschappen is de wet pas van toepassing op 01.01.2020 tenzij zij zich er vroeger aan wensen te onderwerpen. Wie onder een vennootschapsvorm werkt die verdwijnt, moet voor een andere vorm kiezen of wordt op 01.01.2024 automatisch omgezet.

4.2

Voorstellingswijze van de passiefrubriek I. Inbreng

Boekhoudkundig hebben deze wet en het KB uiteraard gevolgen voor wat betreft de voorstelling van het eigen vermogen, met name Rubriek I. Inbreng op de passiefzijde van de balans en dit naargelang de vennootschapsvorm. A Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen Het KB van 29 april 2019 tot uitvoering van het WVV vermeldt respectievelijk in art. 3:80., 3:83. en 3:86. en bijlage 3 en 4, voor het volledig schema, het verkort schema en het microschema van de jaarrekening, op de passiefzijde onder rubriek I. Inbreng wat volgt:

VO

O

EIGEN VERMOGEN I. Inbreng A. Kapitaal 1. Geplaatst kapitaal 2. Niet opgevraagd kapitaal B. Buiten kapitaal 1. Uitgiftepremies 2. Andere

IE

En ter vergelijking:

N

B. Voor ANDERE dan naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen Hiervoor geldt geen minimumkapitaalvereiste meer, waardoor voor deze kapitaalloze ondernemingen niet langer de terminologie ‘kapitaal’ gebruikt wordt. Het KB van 29 april 2019 tot uitvoering van het WVV vermeldt in respectievelijk art. 3:80., 3:83. en 3:86. en bijlage 3 en 4, voor het volledig schema, het verkort schema en het microschema van de jaarrekening, op de passiefzijde onder rubriek I. Inbreng wat volgt:

© VAN IN

10

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

EIGEN VERMOGEN I. Inbreng A. Beschikbaar B. Onbeschikbaar In alle oefeningen die betrekking hebben op deze kapitaalloze vennootschappen wordt de terminologie ‘beschikbare inbreng’ en/of ‘onbeschikbare inbreng’ (en dus niet ‘kapitaal’) gebruikt.

Definiëring van rubriek I. Inbreng

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

4.3

E

In de hoofdstukken onder ‘Studie van de passiva’ wordt dieper ingegaan op de opsplitsing van de rubriek Inbreng.

Art. 3:89. definieert in punt 1, § 2 ‘Inhoud van bepaalde rubrieken van het passief’ het punt I. Inbreng als volgt: 1° Voor de naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen wordt de rubriek I.A Kapitaal als volgt gedefinieerd: het bedrag van het kapitaal, bestaande uit het deel van het kapitaal dat werd gevormd door (a) de inbreng vanwege de aandeelhouders in het kapitaal; (b) in voorkomend geval de omzetting van uitgiftepremies; en (c) in voorkomend geval de omzetting van geboekte herwaarderingsmeerwaarden of van reserves; indien niet terugbetaald of verminderd via een kapitaalvermindering. 2° Voor besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen omvat de rubriek I. Inbreng: a Het bedrag van het ingebracht eigen vermogen, dat bestaat uit de bedongen waarde van alle door de aandeelhouders toegezegde inbrengen in geld of natura, voor zover niet terug uitgekeerd, in voorkomend geval uitgesplitst tussen (a) het ingebracht eigen vermogen dat krachtens de statuten onbeschikbaar is en (b) het overige ingebrachte eigen vermogen …

VO

O

3° Voor vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen wordt onder I. Inbreng begrepen: het vennootschapsvermogen dat bestaat uit het bedongen bedrag van de in de vennootschap ingebrachte of nog in te brengen waarden, in voorkomend geval zoals statutair vastgelegd.

N

IE

4° Wat de natuurlijke personen betreft en de bijkantoren in België van ondernemingen naar buitenlands recht wordt onder I. Inbreng begrepen: de verbindingsrekening met het vermogen van respectievelijk de exploitant en de zetel die de eigen middelen bevat die de buitenlandse onderneming duurzaam besteedt aan de bedrijfsuitoefening van haar bijkantoren in België. In de onder 3° bedoelde gevallen wordt de benaming ‘Inbreng’ aangepast naar ‘Vennootschapsvermogen’ en in het geval 4° naar ‘Verbindingsrekening’. Conclusie: naargelang de juridische rechtsvorm van de onderneming gebruiken we in dit werk voor de inbreng onder andere bij de oprichting van de onderneming de volgende benamingen:

© VAN IN

11

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

> Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen Kapitaal, hetgeen kan opgesplitst worden in geplaatst kapitaal en niet opgevraagd kapitaal. Deze laatste rekening wordt gebruikt indien het kapitaal niet volledig volgestort is geweest bij de inbreng. Hierdoor komt het ook in mindering van het eigen vermogen. Uiteraard kan het later opgevraagd worden. > Voor besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen Beschikbare inbreng en de Onbeschikbare inbreng, die krachtens de statuten niet beschikbaar is.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De opsplitsing is belangrijk in het kader van de bescherming van de schuldeisers van de vennootschap. Zo komt de beschikbare inbreng vlotter in aanmerking voor uitkering aan de aandeelhouders dan de inbreng die statutair onbeschikbaar is. Wij wijzen er nu reeds op dat uitkeringen ten laste van het vennootschapsvermogen altijd aan een dubbele uitkeringstest moeten onderworpen worden. Zo mag het netto-actief niet onder nul zakken en moet de liquiditeit de uitkering toelaten. > Voor eenmanszaken Zoals het KB voorstelt wordt de inbreng ‘Verbindingsrekening’ genoemd.

4.4

Voorbeeldsituatie van de oprichting van de bv Dirieckx Fashion

Op 05.05.2019 richt het echtpaar Dirieckx een besloten vennootschap op en brengen ze elk uit hun privaat vermogen 20 000 EUR in. Het geld is gestort op de nieuw geopende rekening van de bv Dirieckx. Notaris Laloo verlijdt de oprichtingsakte en de statuten vermelden duidelijk dat de inbreng onbeschikbaar is. De beginbalans onderverdeeld in rubrieken ziet eruit als volgt:

VO

Actief

O

Beginbalans bv Dirieckx Fashion op 05.05.2019

Passief

N

Bank

IE

Vlottende activa

Eigen vermogen

40 000

Onbeschikbare inbreng

40 000

40 000 40 000

Hierna wordt het wettelijk schema van de balans voorgesteld overeenkomstig art. 3:80. en bijlage 3 bij het KB van 29/04/2019. Het betreft het volledig schema van de balans dat van toepassing is op naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Europese coöperatieve vennootschappen.

© VAN IN

12

Academiejaar 2021-2022


VI.

VII.

42408

5

Stocks et commandes en cours d’exécution A. Stocks 1. Approvisionnements 2. En-cours de fabrication 3. Produits finis 4. Marchandises 5. Immeubles destinés à la vente 6. Acomptes versés B. Commandes en cours d’exécution Créances à un an au plus

Wettelijk schema van de balans

VI.

VII.

Voorraden en bestellingen in uitvoering 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans A.Hoofdstuk Voorraden 1. Grond- en hulpstoffen 2. Goederen in bewerking 3. Gereed product 4. Handelsgoederen 5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop 6. Vooruitbetalingen B. Bestellingen in uitvoering Vorderingen op ten hoogste een jaar

A. Créances commerciales

A. Handelsvorderingen

B.

B.

Autres créances

Overige vorderingen

MONITEUR BELGE — 30.04.2019 − Ed.VIII. 2 —Geldbeleggingen BELGISCH STAATSBLAD

VIII.2 — Placements de trésorerie 30.04.2019 − Ed. BELGISCH STAATSBLAD A. Actions propres

A. Eigen aandelen

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Annexe 3 à l’arrêté royal du 29 avril 2019 portant exécution du Code Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van Bijlage 3 bij koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van B. van Overige beleggingen B. hetAutres placements het Wetboek vennootschappen en verenigingen: Vennootschapdes sociétés des associations : Sociétés -en comptes annuels selon le hetetWetboek van vennootschappen verenigingen: VennootschapIX. Liquide middelen IX. Valeurs disponibles pen jaarrekening volgens volledig schema: schema van de balans schéma complet : schéma du bilan et du compte de résultats. pen - jaarrekening volgens volledig schema: schema van de balans en de X. resultatenrekening. Overlopende rekeningen X. de resultatenrekening. Comptes de régularisation en Balans Bilan Totaal van de activa Total de l’actif Balans PASSIVA PASSIF ACTIVA ACTIF ACTIVA I. Oprichtingskosten vermogen Capitaux propres I. Eigen Oprichtingskosten I. Frais d’établissement Vaste activa Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Pour les sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés Vaste activa Actifs immobilisés Europese coöperatieve vennootschappen: coopératives européennes : II. Immateriële vaste activa II. Immateriële vaste activa II. Immobilisations incorporelles I. Inbreng I. Apport vaste activa III. Materiële III. Materiële vaste activa III. Immobilisations corporelles A. Kapitaal A. Capital A. Terreinen en gebouwen A. Terreinen en gebouwen A. Terrains et1. constructions 1. Geplaatst kapitaal Capitalmachines souscrit en uitrusting B. Installaties, B. Installaties, machines kapitaal en uitrusting B. Installations, machines et outillage C. Meubilair ennon rollend materieel 2. Niet opgevraagd 2. Capital appelé C. B. Meubilair en rollend materieel C. Mobilier et roulant D. en soortgelijke Buiten kapitaal B. Leasing Enmatériel dehors du capital rechten D. Leasing en soortgelijke rechten D. Location-financement et droits similaires E. Overige materiële vaste activa 1. Uitgiftepremies 1. Primes d’émission 42409 MONITEUR BELGE — 30.04.2019 − Ed. 2 — BELGISCH STAATSBLAD F. immobilisations Activa in aanbouw en vooruitbetalingen E. Overige materiële vaste activa E. Autres corporelles 2. Andere 2. Autres Financiële vaste activa Activa in aanbouw en vooruitbetalingen F. IV. Immobilisations en réévaluation cours et acomptes versés II. F. Herwaarderingsmeerwaarden II. Plus-values de A. Verbonden ondernemingen Reserves vaste activa III. Réserves IV. III. Financiële IV. Immobilisations financières Deelnemingen Onbeschikbare reserves A. 1.Réserves A. A.Verbonden ondernemingen A. Entreprises liées indisponibles 2.1. Vorderingen 1. Wettelijke reserve Réserve légale 1. Deelnemingen 1. Participations B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding 2. Statutair onbeschikbare reserves 2. Réserves statutairement indisponibles 2. Vorderingen 2. Créances bestaat 3. Inkoop eigen aandelen 3. Acquisition d’actions propres B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding B. Autres entreprises lesquelles il existe un lien de 4. Financiële steunverlening 4. Soutien avec financier 1. Deelnemingen bestaat participation 5. Overige 5. Autres 2. Vorderingen Réserves immunisées

B. Belastingvrije reserves Deelnemingen C.1. Beschikbare reserves 2. Vorderingen IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies Andere financiële vaste activa V. C. Kapitaalsubsidies VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto1. Aandelen actief (-) 2. Vorderingen en borgtochten in contanten Voor andere dan naamloze vennootschappen, Europese vennootVlottende schappenactiva en Europese coöperatieve vennootschappen: Inbreng V. I. Vorderingen op meer dan een jaar Beschikbaar A. A.Handelsvorderingen B. Onbeschikbaar B. Overige vorderingen II. Herwaarderingsmeerwaarden VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering III. Reserves A. A.Voorraden Onbeschikbare reserves 1. 1. Grondenonbeschikbare hulpstoffen reserves Statutair 2. 2. Goederen in bewerking Inkoop eigen aandelen Financiële steunverlening 3. 3. Gereed product Overige 4. 4. Handelsgoederen B. 5. Belastingvrije Onroerendereserves goederen bestemd voor verkoop C. Beschikbare reserves 6. Vooruitbetalingen IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies B. Bestellingen in uitvoering V. Kapitaalsubsidies VII. Vorderingen op ten hoogste een jaar VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het nettoVI. Avance aux associés sur la répartition de l’actif net (-) (-) B. Overige beleggingen A. actief Handelsvorderingen A. Créances commerciales Voorzieningen en uitgestelde belastingen Provisions et impôts différés Liquide middelen B. Overige vorderingen B. IX. Autres créances VII. A. Voorzieningen voor risico’s en kosten VII. A. Provisions pour risques et charges X. Overlopende rekeningen VIII. Geldbeleggingen VIII. Placements de trésorerie 1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen Pensions et obligations similaires Totaal van de1.activa A. Eigen aandelen A. Actions propres 2. Belastingen PASSIVA 2. Charges fiscales B. Overige beleggingen B. Autres placements 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken 3. Grosses réparations et gros entretien Eigen vermogen IX. Liquide middelen IX. Valeurs disponibles 4. Milieuverplichtingen 4. Obligations environnementales Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en étés X. Overlopende rekeningen X. Comptes régularisation Europese de coöperatieve 5. Overige risico’s en kosten 5. Autresvennootschappen: risques et charges Uitgestelde belastingen B. Impôts différés I. Inbreng Totaal vanB.de activa Total de l’actif Schulden DettesA. Kapitaal PASSIVA PASSIF VIII. Schulden op meer dan een jaar VIII. Dettes à plus d’un an 1. Geplaatst kapitaal Eigen vermogen Capitaux propres A. Financiële schulden A. 2.Dettes Nietfinancières opgevraagd kapitaal Voor naamloze vennootschappen, Europese vennootschappen en Pour les sociétés anonymes, sociétés européennes et sociétés 1. Achtergestelde leningen 1. Emprunts subordonnés B. Buiten kapitaal Europese coöperatieve vennootschappen:Academiejaar 2021-2022 coopératives européennes : © VAN IN 2. Emprunts 13 2. Niet achtergestelde obligatieleningen obligataires non subordonnés 1. Uitgiftepremies I. Inbreng I. Apport 3. Leasingschulden en soortgelijke schulden Dettes de location- financement et assimilées 2.3. Andere B.

N

IE

VO

O

C. Andere financiële vaste activa 1. Participations C. Réserves disponibles 1. Aandelen 2. Créances IV. Bénéfice reporté ou perte reportée 2. Vorderingen borgtochten in contanten C. V. Autres immobilisations financières Subsides en capital en Vlottende activa aux associés sur la répartition de l’actif net (-) VI. Avance 1. Actions et parts V. Vorderingen op meer dan een jaar 2. Créances et cautionnements en numéraire Pour les que des sociétés anonymes, sociétés européennes et A. autres Handelsvorderingen Actifs circulants sociétés B. coopératives européennes : Overige vorderingen I. Apport V. Créances à plus d’un an VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Disponible A. Créances commerciales A. Voorraden B. Indisponible B. Autres créances 1. Grond- en hulpstoffen II. Plus-values de réévaluation 2. Goederen in bewerking VI. Stocks et commandes en cours d’exécution III. Réserves 3. Gereed product A. StocksA. Réserves indisponibles 4. Handelsgoederen 1. Approvisionnements 1. Réserves statutairement indisponibles 5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop 2. En-cours de fabrication 2. Acquisition d’actions propres 6. Vooruitbetalingen 3. Soutien 3. Produits finis financier B. Bestellingen in uitvoering 4. Autres 4. Marchandises VII. Vorderingen op ten hoogste een jaar B. Réserves immunisées 5. Immeubles destinés à la vente A. Handelsvorderingen C. Réserves disponibles 6. Acomptes versés B. Overige vorderingen IV. Bénéfice reporté ou perte reportée B. VIII. Commandes en cours d’exécution Geldbeleggingen V. Subsides en capital VII. Créances A. à un an au plus Eigen aandelen


1. Statutair onbeschikbare reserves 2. Inkoop eigen aandelen 3. Financiële steunverlening 4. Overige B. Belastingvrije reserves C. Beschikbare reserves IV. Overgedragen winst of overgedragen verlies V. Kapitaalsubsidies VI. Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het nettoVERVOLG actiefPASSIVA (-) Provisions et impôts différés Voorzieningen en uitgestelde belastingen VII. A. Provisions pour risques et charges VII. A. Voorzieningen voor risico’s en kosten 1. Pensions et obligations similaires 1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 2. Charges fiscales 2. Belastingen 3. Grosses réparations et gros entretien 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken 4. Obligations environnementales 4. Milieuverplichtingen 5. Autres risques et charges 5. Overige risico’s en kosten B. Impôts différés B. Uitgestelde belastingen Dettes Schulden VIII. Dettes à plus d’un an VIII. Schulden op meer dan een jaar A. Dettes financières A. Financiële schulden 1. Emprunts subordonnés 1. Achtergestelde leningen 2. Emprunts obligataires non subordonnés 2. Niet achtergestelde obligatieleningen 3. Dettes de location- financement et assimilées 3. Leasingschulden en soortgelijke schulden 4. Etablissements de crédit 4. Kredietinstellingen 5. Autres emprunts 5. Overige leningen B. Dettes commerciales B. Handelsschulden 1. Fournisseurs 1. Leveranciers 2. Effets à payer 2. Te betalen wissels C. Acomptes sur commandes C. Vooruitbetalingen op bestellingen D. Autres dettes D. Overige schulden IX. Dettes à un an au plus IX. Schulden op ten hoogste een jaar A. Dettes à plus d’un an échéant dans l’année A. Schulden op meer dan een jaar die binnen het jaar vervallen B. Dettes financières B. Financiële schulden 1. Etablissements de crédit 1. Kredietinstellingen 2. Autres emprunts 2. Overige leningen C. Dettes commerciales C. Handelsschulden 1. Fournisseurs 1. Leveranciers 42410 MONITEUR BELGE — 30.04.2019 − Ed. 2 — BELGISCH STAATSBLAD 2. Effets à payer 2. Te betalen wissels

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

1. Réserves statutairement indisponibles Hoofdstuk 1: 2. HetAcquisition systeem van dubbel boekhouden: de balans d’actions propres 3. Soutien financier 4. Autres B. Réserves immunisées C. Réserves disponibles IV. Bénéfice reporté ou perte reportée V. Subsides en capital VI. Avance aux associés sur la répartition de l’actif net (-)

D. Acomptes sur commandes E. Dettes fiscales, salariales et sociales

N

IE

VO

O

1. Impôts 2. Rémunérations et charges sociales F. Autres dettes X. Comptes de régularisation Total du passif Compte de résultats I. Ventes et prestations A. Chiffre d’affaires B. En-cours de fabrication, produits finis et commandes en cours d’exécution : augmentation (réduction) C. Production immobilisée D. Autres produits d’exploitation E. Produits d’exploitation non récurrents II. Coût des ventes et des prestations A. Approvisionnements et marchandises 1. Achats 2. Stocks : réduction (augmentation) B. Services et biens divers C. Rémunérations, charges sociales et pensions D. Amortissements et réductions de valeur sur frais d’établissement, sur immobilisations incorporelles et corporelles E. Réductions de valeur sur stocks, sur commandes en cours d’exécution et sur créances commerciales : dotations (reprises) F. Provisions pour risques et charges : dotations (utilisations et reprises) G. Autres charges d’exploitation H. Charges d’exploitation portées à l’actif au titre de frais de restructuration (-) I. III. IV.

Charges d’exploitation non récurrentes © VAN IN Bénéfice (Perte) d’exploitation Produits financiers

D. Vooruitbetalingen op bestellingen E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2. Bezoldigingen en sociale lasten F. Overige schulden X. Overlopende rekeningen Totaal van de passiva Resultatenrekening I. Bedrijfsopbrengsten A. Omzet B. Voorraad goederen in bewerking en gereed product en bestellingen in uitvoering: toename (afname) C. Geproduceerde vaste activa D. Andere bedrijfsopbrengsten E. Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten II. Bedrijfskosten A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 1. Aankopen 2. Voorraad: afname (toename) B. Diensten en diverse goederen C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa E.

Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen toevoegingen (terugnemingen) F. Voorzieningen voor risico’s en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen) G. Andere bedrijfskosten H. Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (-) I. Niet-recurrente bedrijfskosten 14 III. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) IV.

Financiële opbrengsten

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

6

Wijzigingen in de werk- en financieringsmiddelen

In garage Debra volgen wij twee documenten, een aankoopfactuur en een bankrekeninguittreksel. Wettelijk mogen er immers alleen gedagtekende verantwoordingsstukken in de boekhouding geregistreerd worden. 03.04: aankoopfactuur (AF/1) ontvangen voor aankoop van computer bij nv Compu, bedrag 2 500 EUR + 21 % btw

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Bij de registratie van de aankoopfactuur van de computer onderscheiden wij drie componenten:

> De aankoop van een computer vertegenwoordigt een toename van de bezittingen in vaste activa die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten. De aanschaffingswaarde bedraagt 2 500 EUR. > De btw die aan leverancier Compu betaald moet worden, mag door garage Debra van de btwadministratie teruggevorderd worden. Typisch voor handelaars is dat de btw betaald aan de leveranciers n.a.v. hun aankopen van goederen en diensten principieel van de btwadministratie teruggevorderd mag worden. Bij elke handelaar is de btw op aankopen dus recupereerbaar van de btw-administratie. De btw op aankopen wordt als een VORDERING in de balans opgetekend zolang de administratie de terugbetaling niet heeft uitgevoerd. Bij de aankopen van goederen en diensten door een gezin geldt dat geenszins; de btw treft de verbruiker, m.a.w. hij betaalt ze aan de handelaar en recupereert ze niet; daarom wordt de btw ook een verbruiksbelasting genoemd. > Door deze aankoop ontstaat er een schuld t.o.v. leverancier Compu voor het bedrag INCLUSIEF btw. Die schuld blijft in de boekhouding openstaan bij de schulden op ten hoogste een jaar zolang ze niet vereffend is. Leverancier Compu treedt hier op als financier voor de computer.

O

Aankoopfactuur 2 500 525

Totaal

3 025

te betalen aan de leverancier âž™ terug te vorderen van de btw-administratie

IE

VO

Computer btw 21 %

N

Schematisch voorgesteld: Aankoopfactuur

Toename van de bezittingen m.b.t. computers

Toename van de btw-vordering t.a.v. de btw-administratie

Toename van de schulden t.a.v. de leverancier

2 500 EUR

525 EUR

3 025 EUR

Š VAN IN

15

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

De invloed van de registratie van de aankoopfactuur op de vermogenstoestand van garage Debra is de volgende:

Vaste activa Gebouwen Installaties Meubilair Computers

Balans van nv Debra op 03.04.20x1

Passief

Eigen vermogen Inbreng Kapitaal

100 000

125 12 5 2

525 6 500 1 000 ————

Schulden > 1 jaar Lening KBC

50 000

Schulden ≤ 1 jaar Leveranciers

3 025

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Vlottende activa Btw-vordering Bank r/c Kas

000 500 000 500

E

Actief

————

153 025

153 025

Uit dit voorbeeld blijkt dat de samenstelling van zowel de activa als de passiva veranderd is. De balans sluit tevens af op een hoger totaal vermogen. 03.05: bankrekeninguittreksel 1 (BU/1): betaling AF/1 via een bankoverschrijving

Een maand later volgt de betaling van de computer via een bankoverschrijving. Dat impliceert wijzigingen t.a.v. > het tegoed op de bankrekening. Deze liquide middelen verminderen met 3 025 EUR. > de leveranciersschuld t.a.v. Compu. Die verdwijnt immers, wat een vermindering van de financieringsmiddelen betekent.

Bankrekeninguittreksel: bedrag 3 025 EUR

Afname van het tegoed op de bankrekening

Afname van de schuld t.a.v. de leverancier

IE

VO

O

Schematisch voorgesteld:

3 025 EUR

N

3 025 EUR

© VAN IN

16

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

De invloed van de registratie van het bankrekeninguittreksel op de vermogenstoestand van garage Debra is de volgende: Balans van nv Debra op 03.05.20x1

Passief

Eigen vermogen Inbreng Kapitaal

100 000

Vaste activa Gebouwen Installaties Meubilair Computers

125 12 5 2

Vlottende activa Btw-vordering Bank r/c Kas

000 500 000 500

Schulden > 1 jaar Lening KBC

525 3 475 1 000 ————

50 000

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Actief

————

150 000

150 000

In de balans is de openstaande leveranciersschuld verdwenen, terwijl het banktegoed gedaald is tot 3 475 EUR. Het totale vermogen is nu gedaald tot 150 000 EUR en wijst opnieuw op gelijkheid tussen actief en passief.

7

Schematische samenvatting

Hieronder geven we het balansschema waarin alleen de ons al bekende rubrieken voorkomen: Balans

Actief

Eigen vermogen Inbreng Kapitaal

Vaste activa Materiële vaste activa

Vlottende activa Vorderingen op meer dan 1 jaar Voorraden Vorderingen op ten hoogste 1 jaar Liquide middelen

Schulden Schulden op meer dan 1 jaar Schulden op ten hoogste 1 jaar

N

IE

VO

O

L I Q U I D I T E I T

Passief

O P E I S B A A R H E I D

Actief = Passief Werkmiddelen = Financieringsmiddelen

© VAN IN

17

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

8

Opgave voor zelfstudie

Opgave Op 1 mei wordt de bloemenwinkel nv Florista overgenomen tegen de volgende voorwaarden: Het winkelhuis wordt gekocht voor 80 000 EUR. De bestelwagen kost 3 000 EUR. Een kasregister, een rekenmachine en een computer kosten samen 3 000 EUR. De bloemen en planten in de winkel kosten 10 000 EUR. Allerlei benodigdheden voor bloemsierkunst (vaasjes, potjes, strikken, linten …) kosten 1 000 EUR.

E

> > > > >

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De vorderingen op klanten worden overgenomen tegen 3 000 EUR en de schulden tegenover leveranciers bedragen 5 000 EUR. Het verschil tussen het overgenomen actief en passief wordt betaald met het privégelden. Uit het privévermogen wordt ook nog 1 000 EUR kasgeld ingebracht en 2 000 EUR gestort op de bankrekening. Gevraagd 1 Stel de beginbalans op. 2 Bepaal de overnameprijs. 3 Bepaal het kapitaal. 4 Stel dat mevrouw Jolie 120 000 EUR voor haar overname vroeg. Kun je dat verantwoorden en hoe zou de beginbalans er dan uitzien?

Oplossing

1 Beginbalans van Florista op 1 mei 20x1

Balans

O

Actief

VO

Vaste activa Gebouw Bestelwagen Kantoormachines

N

IE

Vlottende activa Voorr. bloemen en planten Voorr. sierkunstartikelen Klanten Bank r/c Kas

© VAN IN

86 000

80 000 3 000 3 000

17 000

10 1 3 2 1

000 000 000 000 000

Eigen vermogen Kapitaal

Schulden <= 1 jaar Leveranciers

Passief

98 000

98 000

5 000

5 000

————

————

103 000

103 000

18

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

Opmerking De benodigdheden voor bloemsierkunst zijn te beschouwen als vlottende activa, omdat ze, samen met de planten en bloemen, mee verkocht worden aan de consument. Benodigdheden zoals scharen, snoeimessen, inpakinstallatie die hier in de situatieschets niet bedoeld waren, zouden daarentegen als vaste activa vermeld worden.

2 Berekening overnameprijs

-

overgenomen schulden

=

overnameprijs

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

overgenomen bezittingen

E

Voor het berekenen van de overnameprijs moeten wij het verschil maken tussen de overgenomen bezittingen en de overgenomen schulden:

Gebouw Bestelwagen Kantoormachines Planten en bloemen Sierkunstartikelen Tegoeden op klanten Totaal

80 3 3 10 1 3 100

000 000 000 000 000 000 000

-

Leveranciersschuld

5 000

Totaal

5 000

=

95 000

De overname gebeurt tegen een prijs van 95 000 EUR.

Opmerking Het kasgeld en het bedrag gestort op de bankrekening uit het privévermogen worden niet overgenomen en worden dan ook niet vermeld bij de overgenomen activa.

3 Berekening van het kapitaal van de nieuwe zaak nv Florista

Het kapitaal kunnen we op twee verschillende manieren berekenen:

IE

VO

O

a Als het verschil tussen totaal actief en de schulden: 103 000 EUR - 5 000 EUR = 98 000 EUR. b Uit de opgave blijkt duidelijk dat de volledige overnameprijs én de geldmiddelen in kas en bank afkomstig zijn van het privaat vermogen van de nieuwe eigenaar. Meteen kunnen wij het kapitaal ook als volgt berekenen:

N

Overnameprijs Bank r/c Kas Totaal

© VAN IN

95 2 1 98

000 000 000 000

=

19

Kapitaal

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

4 Verantwoording van de meerprijs bij overname Mevrouw Jolie kan inderdaad veel meer eisen voor de overname dan het loutere verschil tussen de overgenomen bezittingen en de overgenomen schulden. In de praktijk is het vrijwel altijd zo dat de bekendheid van een bestaande zaak, het cliënteel dat men opgebouwd heeft, de goede faam … ook geld waard zijn. Denken wij maar aan de overname van een goed draaiend café, een gerenommeerde sportzaak, een apotheek met een groot cliënteel ... Eigenlijk heeft de nieuwe overnemer een voorsprong op een zaak die pas opgericht wordt en het cliënteel nog moet opbouwen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Als mevrouw Jolie niet 95 000 EUR, maar 120 000 EUR als overnameprijs eist, ontstaat een meerprijs van 25 000 EUR bovenop het verschil tussen de overgenomen activa en passiva. In de boekhouding wordt dat als een immaterieel vast actief ervaren, beter bekend onder de naam goodwill. Vanzelfsprekend moet de nieuwe eigenaar dat financieren. Als er geen extra 25 000 EUR kan ingebracht worden uit het privaat vermogen, is de nieuwe eigenaar verplicht het geld te lenen. Veronderstellen wij dat de overnemer ter financiering van de goodwill inderdaad een lening op > 1 jaar, m.a.w. een investeringskrediet > 1 jaar, afsluit, dan ziet de beginbalans er als volgt uit: Actief

Beginbalans van nv Florista op 01.05.20x1

Vaste activa Goodwill Gebouw Bestelwagen Kantoormachines

111 000

25 80 3 3

000 000 000 000

Passief

98 000

Eigen vermogen Kapitaal

98 000

Schulden > 1 jaar Leningen > 1 jaar

25 000

Schulden ≤ 1 jaar Leveranciers

5 000

25 000

17 000

10 1 3 2 1

000 000 000 000 000

5 000

————

————

128 000

128 000

N

IE

VO

O

Vlottende activa Voorr. bloemen en planten Voorr. sierkunstartikelen Klanten Bank r/c Kas

© VAN IN

20

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

9

Oefeningen

1 Voor de nv Bazart moet een balans worden opgesteld. De gegevens zijn de volgende: Gebouw 500 000 EUR, Kantooruitrusting 80 000 EUR, Voorraad handelsgoederen 300 000 EUR, Klanten 200 000 EUR, Leveranciers 400 000 EUR, Kas 2 000 EUR, Bpost bank 18 000 EUR, Bank r/c 50 000 EUR en Kapitaal 750 000 EUR.

E

Gevraagd Stel de balans op en deel ze in rubrieken in (vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, schulden).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

2 Als je weet dat actief = kapitaal + schulden, dan kun je het kapitaal berekenen van de nv Koekie. De activa zijn: Gronden 100 000 EUR, Gebouwen 400 000 EUR, Bestelwagen 50 000 EUR, Klanten 300 000 EUR, Bank r/c 20 000 EUR en Kas 1 000 EUR. De schulden bestaan uit Leveranciers 171 000 EUR en Lening Geldmans voor het einde van het jaar terugbetaalbaar 100 000 EUR. Gevraagd Stel de balans op en deel ze in rubrieken in (vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, schulden). 3 Bij de oprichting van de nv Ribella had mevrouw Versluys een vermogen van 240 000 EUR, cash beschikbaar. Met dat geld kocht ze een handelshuis, waarvoor ze contant 140 000 EUR betaalde en waarvoor ze een notariële akte als eigendomsbewijs kreeg. Verder werd onmiddellijk voor 30 000 EUR kantoormeubilair gekocht. De factuur werd onmiddellijk contant betaald. De rest van het beschikbare geld werd op een bankrekening op naam van de zaak geplaatst. Gevraagd Stel de balans op in rubrieken.

VO

O

4 Ook hogescholen moeten overeenkomstig de boekhoudwetgeving een boekhouding voeren volgens het systeem van het dubbel boekhouden. Een bepaalde schoolinstelling beschikt over een gebouw van 500 000 EUR, computeruitrusting voor 250 000 EUR, meubilair voor 625 000 EUR, een voorraad cursussen en boeken van 10 000 EUR, liquide middelen voor 50 000 EUR, geldbeleggingen voor 100 000 EUR.

N

IE

Gevraagd 1 Hoe groot is het vermogen van deze instelling? 2 Hoe groot is het vermogen als één vijfde van de voorraad nog niet betaald werd?

© VAN IN

21

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

5 Vul op elke lijn het ontbrekende cijfer in m.b.t. volgende balansgegevens: Totaal actief

Eigen vermogen

Schulden 20 000

?

?

42 820

70 000

820 500

?

717 937,5

E

100 000

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

6 Duid met een kruisje in de passende kolom aan tot welke groep de volgende componenten behoren: Eigen vermogen

Schulden > 1 jaar

Schulden < 1 jaar

Vaste activa

Vlottende activa

Bpost bank r/c

Overgedragen winst Voorraad grondstof Wettelijk reserve

Bebouwde terreinen Installaties

Te betalen bezoldigingen Te betalen btw Spaarrekening Leveranciers

Terug te vorderen btw Bedrijfswagen

IE

VO

O

7 De nv Groentenpoort heeft een gebouw in eigendom ter waarde van 80 000 EUR en huurt daarenboven nog een magazijn tegen 250 EUR per maand. De winkelinrichting van 3 000 EUR en de bestelwagen van 11 000 EUR werd op krediet gekocht, vermits de schuldeisers 4 maanden uitstel van betaling toestonden. Op de bankrekening van de nv werd een bedrag gestort van 5 000 EUR, wat trouwens blijkt uit het eerste bankrekeninguittreksel.

N

Gevraagd Stel de balans op in rubrieken (vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, schulden). 8 Kapsalon nv Creatief werd op 1 mei geopend. Wastafels, drogers, zetels en dergelijke hebben 5 000 EUR gekost, waarvan 10 % bij ontvangst van de factuur betaald werd. De rest moet binnen de 2 maanden vereffend worden.

© VAN IN

22

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

Het gebouw, met een waarde van 75 000 EUR, werd gekocht. De zonnebanken, aankoopprijs 1 250 EUR, werden bij ontvangst van de factuur vereffend. Er is nog 750 EUR in kas. Een bedrijfswagen wordt gehuurd tegen 1 200 EUR per maand. Gevraagd 1 Bepaal het eigen vermogen. 2 Stel de balans op in rubrieken (vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, schulden).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

9 Aan de hand van de volgende bezittingen en schulden wordt de balans opgemaakt van de nv Kellaert, 25 000 EUR goederen in magazijn, 30 000 EUR vorderingen op klanten, 25 000 EUR op zijn laatste dagafschrift van Belfius, 40 000 EUR meubilair in het kantoor, nog 6 000 EUR te betalen voor een factuur van aangekochte goederen. Het gebouw van 200 000 EUR werd met een lening van de KBC gefinancierd met 10 jaarlijkse schijven van 20 000 EUR terug te betalen. Eén schijf is intussen al betaald. Gevraagd 1 Bepaal het eigen vermogen. 2 Stel de balans op in rubrieken (vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, schulden). 10 Terreinen 50 000 EUR, Kas 1 000 EUR, Gebouwen 120 000 EUR, Bank r/c 20 000 EUR, Leveranciers 30 000 EUR, Langetermijnlening 100 000 EUR, Vrachtwagen 50 000 EUR, Voorraad computers 40 000 EUR, Lening op ten hoogste 1 jaar 25 000 EUR, Klanten 20 000 EUR. Gevraagd Rangschik deze activa en passiva per rubriek in de balans (vaste activa, vlottende activa, eigen vermogen, schulden) en bepaal het eigen vermogen door deze handelaar in computers ter beschikking van zijn zaak gesteld.

N

IE

VO

O

11 Overname van de nv Lammens, een zaak die kazen aankoopt en verkoopt: gebouwen 400 000 EUR, installaties 300 000 EUR. Voor deze installaties werd destijds een investeringslening op lange termijn aangegaan voor 60 %. De eerste aflossing situeert zich pas over 2 jaar. Verder zijn er een voorraad kazen van 80 000 EUR, vorderingen op klanten van 60 000 EUR en schulden aan leveranciers van 80 000 EUR. De overname was mogelijk omdat de eigenaar 500 000 EUR van zijn privévermogen ter beschikking stelde en supplementair 100 000 EUR op lange termijn bij een financiële instelling kon lenen. Het geld dat hij nog overhoudt, wordt op een zichtrekening geplaatst. Gevraagd Stel de balans op in rubrieken voor de heropening van deze kaashandel. Bepaal de overnameprijs.

© VAN IN

23

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 1: Het systeem van dubbel boekhouden: de balans

12 Hieronder volgen de balansen van twee naamloze vennootschappen. Van welke vennootschap zou je graag eigenaar zijn? Geef plus- en minpunten: Balans A

Gebouwen Handelsgoederen Klanten Bank r/c Kas

200 000 80 000 10 000 10 000 20 000 ————

Kapitaal Lening ING 5 jaar Lening KBC 6 maanden Leveranciers

220 50 10 40

000 000 000 000

————

320 000

320 000

Balans B

Passief

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Actief

Passief

E

Actief

Gebouwen Handelsgoederen Klanten Bank r/c Kas

200 000 20 000 40 000 10 000 50 000 ————

Kapitaal Lening ING 5 jaar Lening KBC 6 maanden Leveranciers

80 160 40 40

000 000 000 000

————

320 000

320 000

IE

VO

O

13 Omdat hij op pensioen gaat, laat De Volder nv Elektro, zijn handel in wasmachines, koelkasten en diepvriezers over. De balans vermeldt: Gebouwen 380 000 EUR, Kantoormeubilair 12 500 EUR, Klanten 9 300 EUR, Bestelwagen 51 000 EUR, Wasmachines, koelkasten en diepvriezers 193 000 EUR, Leveranciers 13 500 EUR. De heer Merels neemt op 1 oktober de handel over tegen volgende voorwaarden: > de bestelwagen voor de balanswaarde -30 %; > het meubilair voor 8 000 EUR; > de goederenvoorraad voor de balanswaarde -5 %; > klanten en leveranciers tegen balanswaarde; > de gebouwen zullen gehuurd worden. Na betaling van de overnameprijs met eigen middelen brengt Merels nog in: 14 500 EUR kasgeld, 3 500 EUR op bpost bank. Hij gaat ook een lening aan bij de KBC van 20 000 EUR op 6 maanden. Het geld wordt op de zichtrekening geplaatst.

N

Gevraagd 1 Balans De Volder voor overname; 2 Balans Merels na overname.

© VAN IN

24

Academiejaar 2021-2022


2 Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen 1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque.

O

Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare.

IE

VO

Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.

N

Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.

Toegevoegd door docent

27

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

2 Nog een voorbeeld van een tussentitel Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque. Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare. Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.

VO

O

Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.

N

IE

Phasellus gravida felis eu mauris luctus vestibulum. Phasellus vehicula malesuada purus eu aliquam. Sed non nisi in ante eleifend rhoncus ac id ipsum. Maecenas malesuada nulla in elit vestibulum gravida. Vestibulum non bibendum lorem. Morbi sed vulputate lectus. Nam faucibus libero sit amet posuere lacinia. Integer facilisis ante vel est pharetra, sed accumsan dui ornare. Nullam auctor ligula sit amet blandit accumsan. Mauris in purus ullamcorper, vestibulum nulla id, euismod ligula. Mauris dolor urna, viverra vel suscipit eu, maximus suscipit magna. Pellentesque laoreet felis libero, ut vestibulum ipsum faucibus ut. Nam nisi felis, dignissim non ornare at, faucibus et sapien. Fusce a fermentum neque, vel egestas augue. Integer tristique vel eros sed convallis. Praesent laoreet quam quis rhoncus ornare. Pellentesque ut lobortis magna. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Donec placerat tellus non augue dapibus mollis. Duis dictum sodales lacus vel fringilla. Curabitur at lacus maximus, facilisis elit quis, iaculis elit. Aliquam eu velit in erat egestas placerat. Maecenas varius eget neque a fringilla. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Sed fringilla, massa a

Toegevoegd door docent

28

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

bibendum ultricies, metus risus consequat justo, eget egestas nibh risus pharetra tellus. Ut pretium, elit vitae blandit iaculis, lacus lectus iaculis ex, vel pretium sem quam ac urna. Sed non lectus ullamcorper, feugiat orci sed, rhoncus metus. Morbi sem sem, elementum a eros sed, viverra tincidunt lacus. Nullam nec purus eget felis blandit vestibulum. In convallis egestas lacus. Sed non lacus ut lectus venenatis convallis. Morbi ac purus eu tortor tristique tincidunt molestie id ligula. Ut massa quam, egestas a ante in, mattis consectetur orci. Duis condimentum pharetra vulputate. Phasellus a mattis ligula. Vivamus pretium tempus feugiat.

E

Nulla viverra luctus magna, et auctor nisi egestas ut. Suspendisse ut urna eget nulla dictum scelerisque. Nullam at arcu vel lacus tempor pellentesque. Suspendisse ullamcorper sollicitudin libero et mattis. Donec feugiat vulputate risus, eget ullamcorper leo. Quisque vitae malesuada leo. Nullam vitae dui vitae erat pulvinar pretium. In hac habitasse platea dictumst. Nulla viverra dui ut quam semper dictum. Duis scelerisque vulputate ante, consectetur venenatis est lobortis pellentesque. Donec non porta augue. Morbi id lobortis tortor.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Pellentesque viverra ex sed tortor porta, a suscipit odio vulputate. Donec sed massa est. Vivamus congue commodo augue non egestas. Fusce consequat massa eu consectetur ultricies. Vivamus tempus sapien odio, et suscipit odio suscipit at. Praesent congue tincidunt pulvinar. Nunc eu nisl sed purus fringilla feugiat. Sed varius quam et ipsum vulputate, ac elementum leo mollis. Curabitur maximus sem fringilla, lacinia lectus non, laoreet nulla. Aliquam efficitur tincidunt euismod. Duis sed sagittis elit. Maecenas et quam tincidunt, convallis quam sed, gravida eros. Aenean sit amet orci vitae est elementum rutrum. Suspendisse facilisis dignissim erat, nec aliquam est eleifend a. Praesent in mattis quam. Nulla odio tellus, tempus sit amet nunc a, ullamcorper fringilla ligula. Sed sagittis imperdiet finibus. Sed ac urna ut ex faucibus lobortis eget ut arcu. Vestibulum venenatis, velit ac sodales efficitur, nisl est tincidunt ex, lacinia pellentesque metus metus at felis. Nulla viverra ex nec arcu pellentesque, eu feugiat magna eleifend. Donec pharetra tincidunt risus, sed congue odio aliquet eget. Aenean convallis, neque in facilisis iaculis, justo mi bibendum odio, sit amet tempus massa lorem ut erat. Nunc lobortis quam eget nibh lobortis fringilla ut et est. Aliquam erat volutpat. Phasellus quis libero porttitor, iaculis enim vitae, pharetra odio. Nam elit erat, gravida quis volutpat id, facilisis nec massa. Donec auctor purus at justo pretium aliquet. Nulla congue hendrerit eros, eget porttitor dolor iaculis ac. Nam maximus mauris nisi, nec pretium nisi tincidunt eu. Praesent malesuada est vitae massa cursus, id viverra erat tristique.

IE

VO

O

Maecenas eu semper ante. Aenean et erat volutpat, vulputate urna sed, ultrices nisl. Vestibulum eget justo mauris. Donec pulvinar elementum mauris, vel volutpat ex pulvinar non. Curabitur sit amet rutrum nisi, quis hendrerit nulla. Phasellus ultrices sit amet ligula eu rhoncus. Etiam sit amet malesuada nulla. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Proin iaculis lacinia purus, maximus auctor sapien tincidunt placerat. Duis nunc nisi, dignissim eu orci vitae, porta auctor ligula. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Aenean et imperdiet tortor. Proin id dui in tortor mollis hendrerit at eu urna. Donec non vestibulum arcu. Sed tempor tellus a arcu bibendum, vitae fringilla leo aliquam.

N

In tempor maximus lacinia. Praesent laoreet ipsum nisi. Suspendisse id leo nisi. Praesent molestie iaculis risus, et varius est ultrices et. Donec convallis dui vitae dolor accumsan varius. Curabitur varius, sapien sit amet laoreet aliquet, sapien nunc eleifend lacus, vel fermentum enim mi non mi. Curabitur pharetra, enim vel tincidunt accumsan, ex ex dapibus leo, id malesuada augue lectus ac arcu. Nulla interdum nisl sed pretium venenatis. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Integer augue urna, gravida sit amet dapibus non, congue nec metus. Maecenas nec pellentesque magna. Maecenas bibendum tellus et quam rutrum, vel tristique nunc iaculis. Aenean mi ex, volutpat imperdiet lectus in, semper venenatis felis. In quam ante, maximus id elementum eu, imperdiet ac urna. Praesent congue mi viverra venenatis auctor. Aliquam blandit urna a nibh efficitur imperdiet. Fusce a arcu laoreet, luctus ipsum non, ultrices mi. Proin interdum urna a dui hendrerit rhoncus. Cras efficitur porta libero vitae condimentum. Integer quis libero ut

Toegevoegd door docent

29

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

erat fermentum tempor quis eu dolor. Mauris ac fringilla neque. Sed posuere pharetra fringilla. Aenean mattis tempus urna, ac viverra risus. Nullam auctor velit nisl, ut dictum erat sollicitudin eget. Curabitur congue et arcu vitae efficitur. Vivamus tellus elit, egestas sed pellentesque id, mattis eget sem. Aliquam turpis justo, interdum vel ullamcorper vel, mattis quis felis. Curabitur aliquam interdum purus, ac lobortis risus pellentesque non. Ut dignissim commodo vehicula. Fusce turpis justo, vehicula et rutrum eget, vestibulum vel est. Nunc id porta lorem, vel mollis magna. Ut efficitur dolor ut laoreet consectetur. Nunc molestie vestibulum elit nec varius. Aenean sodales diam quis nulla vestibulum, id dignissim lacus feugiat. Aenean nisl sapien, finibus auctor nisi sed, elementum ultrices leo. Proin felis ante, convallis vitae facilisis at, pulvinar vel enim. Nunc vulputate convallis placerat. In pulvinar rutrum lacus. Aliquam euismod dapibus placerat.

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Fusce non sagittis sapien. Donec varius neque malesuada euismod accumsan. Duis ac mi tortor. Nullam nunc sapien, tincidunt consequat finibus vitae, ultricies eu elit. Morbi interdum, purus a ullamcorper vestibulum, est nisl fermentum lorem, ut ultricies tortor quam sit amet arcu. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed orci purus, molestie nec rhoncus eget, lobortis vitae tortor. Aliquam vel finibus enim, ut consequat velit. Nam sit amet tortor massa. Sed sagittis justo et vulputate lobortis. Integer mi purus, tincidunt sed gravida vitae, venenatis sed ligula. Aliquam in pharetra diam. Quisque malesuada eleifend vehicula. In tempor mauris a vehicula euismod. Nulla facilisi. Phasellus luctus sodales fermentum.

Toegevoegd door docent

30

Academiejaar 2021-2022


3 Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Bij de internationale handel komen heel wat verschillende documenten te pas. Er zijn in de eerste plaats de vervoersdocumenten en de douanedocumenten, maar er zijn ook de verzekeringsdocumenten, de factuur, de in- of uitvoervergunning, de oorsprongscertificaten ... De belangrijkste documenten die regelmatig gebruikt worden bij de internationale handel worden in dit hoofdstuk behandeld, met uitzondering van de douanedocumenten en de verzekeringsdocumenten, die in de hoofdstukken over de transportverzekering en de douaneformaliteiten besproken worden. Eerst worden in een korte inleiding een aantal aspecten rond vervoer van goederen besproken.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

1.1 Kenmerken van de verschillende vervoersvormen

E

1 VERVOERSVORMEN

N

IE

VO

O

Het vervoer is een belangrijke dienstverlenende activiteit van de economie. De sector vervoer (plus aanverwante activiteiten zoals de logistieke dienstverlening, transportverzekering e.d.) levert circa 9 % van het Bruto Binnenlands Product van ons land. In de illustratie 5.1 staan de belangrijkste kenmerken van de verschillende ‘traditionele’ vervoersvormen: zeevervoer, binnenvaart, wegvervoer, spoorvervoer en luchtvervoer. –– De capaciteit wijst op de geschiktheid van een vervoersvorm om grote of eventueel minder grote hoeveelheden goederen te vervoeren. –– Het criterium snelheid spreekt voor zich. –– Met bereikbaarheid wordt aangeduid hoe goed een vervoersvorm alle plaatsen kan bereiken. Zeevervoer en luchtvervoer hebben een beperkte bereikbaarheid, want ze zijn gebonden aan een zee- of een luchthaven. –– De prijs wijst op de kostprijs van het vervoer. –– Met het criterium afstand wordt aangeduid of een vervoersvorm (uit rendabiliteitsoverwegingen) eerder geschikt is om lange of korte afstanden te overbruggen. –– De specialisatie duidt aan of een vervoersvorm in staat is om veel verschillende soorten goederen te vervoeren, of vanwege beperkingen sommige goederen niet of moeilijk kan vervoeren. –– Elke vervoersvorm brengt negatieve milieueffecten met zich mee, maar de ene vervoersvorm is toch iets milieuvriendelijker dan de andere.

© VAN IN

33

Academiejaar 2021-2022


© VAN IN

34

Relatief gunstig

Milieu

Wereldhavens 2015 1ste Shanghai (646 miljoen ton) 11de Rotterdam (466 miljoen ton), 17de Antwerpen (208 miljoen ton)

Vrij groot containerschepen stukgoedschepen bulkschepen tankschepen autoschepen fruitschepen roll-on/roll-off-schepen …

Specialisatie

Andere

Vooral geschikt voor lange en zeer lange afstanden

Goedkoop

Prijs

Redelijk Groot vrachtvliegtuig tot 100 ton, andere 50 tot 80 ton

Redelijk groot Eén treinwagon kan van 20 tot 60 ton laden Een trein van 20 wagons = 1 200 ton

Klein Tot 20 ton à 25 ton Beperkte afmetingen –H4m – B 2,55 m/2,6 m – L 16,50 of 18,75 m (nu ook supertruck 25,25 m en lading tot 60 ton)

E

Steeds meer gebruikt Aandeel (basis ton/km 2015) EU (28): 18 % België: 11 % Aandeel (basis ton/km 2015) EU (28): 75 % België: 73 %

Aandeel (basis ton/km 2015): EU (28): 6 % België: 16 %

Negatief Luchtverontreiniging Lawaaihinder

Relatief gunstig

Negatief Luchtverontreiniging Lawaaihinder Congestie wegen

Beperkt Vooral wat volume betreft (laadopeningen) En ook wat betreft de aard van de goederen Redelijk Er bestaan vrij veel soorten wagons, hoewel afmetingen voor beperkingen zorgen

Groot Er bestaan heel wat soorten vrachtwagen en opleggers, hoewel afmetingen voor beperkingen zorgen

Redelijk containerschepen stukgoedschepen bulkschepen tankschepen autoschepen

Relatief gunstig

Vooral geschikt voor lange afstanden

Duur, maar Minder verpakkingskosten Lagere verzekeringskosten (minder schade) Groepage minder duur

Beperkt Gebonden aan luchthaven Voortransport en natransport met ander vervoermiddel nodig

Vooral geschikt voor middellange afstanden

Redelijk goedkoop Vooral voor grote hoeveelheden en lange afstanden

Redelijk Gebonden aan goederenstations Meestal voortransport en natransport nodig

Redelijk hoog Zeer hoog Vertraagd door verschillende netspanningen in landen en wisselen bestuurders

Vooral geschikt voor korte afstand

Redelijk duur

Zeer groot Kan bijna overal komen Deur tot deur

Redelijk hoog Tenzij op volle snelwegen

Vooral geschikt voor middellange afstanden

Goedkoop

Beperkt Gebonden aan haven Meestal voortransport en natransport met ander vervoermiddel nodig

Laag

Illustratie 5.1

Afstand

Beperkt Gebonden aan zeehaven Meestal voortransport en natransport met ander vervoermiddel nodig

Bereikbaarheid

Luchtvervoer

Spoorvervoer

Wegvervoer

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Laag – Verre Oosten 30 dagen – USA Oostkust 12 dagen

Snelheid

IE

N

Groot Tot 824 TEU’s Klein: 300 à 600 ton Middelmatig: 1 350 ton Groot: 2 000 à 3 000 ton Duwkonvooi tot 10 000 ton

Binnenscheepvaart

O

VO

Zeer groot Tot 20 000 TEU’s 100 à 150 000 ton bulk Aardolie tot 400 000 ton

Capaciteit

Zeevervoer

Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

VERGELIJKENDE TABEL VERVOER

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

1.2 Gecombineerd of multimodaal vervoer(1) 1.2.1 Roll-on/roll-off-vervoer (ro/ro-vervoer) Dit is de combinatie van 2 vervoersvormen waarbij een vrachtwagen (begeleid vervoer), oplegger (niet-begeleid vervoer) of spoorwagon op een schip wordt gereden (ferryschip). Dit is een belangrijke vervoersvorm tussen het Europese vasteland en het Verenigd Koninkrijk en Ierland, tussen West-Europa en Noord-Europa en tussen Zuid-Europa en Noord-Afrika. Heel geschikt dus voor alle korte tot middellange afstanden. Wordt ook aangeduid als short sea shipping (sss). Ook bij de binnenvaart kan het roll-on/roll-off-principe toegepast worden. Voordelen: – snel laden en lossen, omdat de goederen zelf niet moeten overgeladen worden; – goedkoper dan goederen overladen; – kleiner risico op schade of verlies van goederen.

E

1.2.2 Rail/wegvervoer (ferroutage)

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Hierbij worden vrachtwagens of opleggers op een spoorwagon geladen of gereden voor een gedeelte van een traject. Bijvoorbeeld vervoer door de Alpenlanden, waarbij de vrachtwagen (oplegger) in Zuid-Duitsland op het spoor wordt gezet tot in Italië, waar het traject verder gaat via de weg. Rail/wegvervoer ofwel ferroutage biedt een oplossing voor: – de oververzadiging (filevorming) op drukke autowegen; – het probleem dat in de verschillende landen uiteenlopende maxima gelden voor het toegelaten gewicht van wegvoertuigen; – de milieuhinder van het drukke wegverkeer; – het weghouden van het vervoer van gevaarlijke goederen van het wegvervoer. 1.2.3 LASH = Lighter Aboard Ship

Binnenschepen of laadbakken (lichters) worden in een groot schip geladen om een traject over zee af te leggen. De voordelen zijn dezelfde als bij het ro/ro-vervoer. Dit wordt geleidelijk aan gebruikt in Europa, maar komt vooral voor in de Verenigde Staten. Een op het LASH-schip gemonteerde kraan plaatst de lichters van het schip op het water. Op dezelfde wijze zal deze kraan andere lichters aan boord van het LASH-schip plaatsen. Het LASH-schip vaart dan verder naar een overzeese bestemming. 1.2.4 Load-on/Load-off-vervoer (lo/lo-vervoer)

VO

O

Containers (of andere eenheidsladingen) worden op een zeeschip, binnenschip, vrachtwagen of spoorwagon geladen. Voordelen: – snel laden en lossen; – goederen worden beter beschermd tegen schade of verlies; – gemakkelijk en snel overschakelen van het ene vervoermiddel naar het andere, bijvoorbeeld van een vrachtwagen naar een schip of van een schip naar een spoorwagon.

1.2.5 Expreskoeriers

N

IE

Expreskoeriers zorgen voor het snelle vervoer van documenten, pakjes en pakketten, ‘door to door’, wereldwijd. Dat wordt o.a. gedaan door DHL, FEDEX, UPS en TNT. Men kan ongeveer alles per expreskoerier laten verzenden, met uitzondering van té omvangrijke goederen, bulkgoederen, levende dieren en stoffelijke overschotten. Er worden korte, middellange en lange afstanden overbrugd. Centraal in de organisatie staat de hub. Een hub is een regionaal sorteercentrum waar alle zendingen afkomstig van een bepaalde regio worden samengebracht en herverdeeld volgens bestemming. De regionale hub voor West-Europa van TNT in Bierset (Luik) verwerkt bijvoorbeeld gemiddeld per nacht – van circa 22.00 uur tot 06.00 uur – ongeveer 100.000 stuks. Via Tracking & tracing kan de klant elk individueel pakje volgen. Zo weet men altijd waar het pakje zich bevindt of op welk moment het wordt afgeleverd. Dit systeem reduceert het risico op verlies, want men kan nagaan waar het pakje voor het laatst werd gescand. De klant kan via internet zijn zendingen volgen.

1

© VAN IN

Wordt soms ook aangeduid als ‘piggyback’.

35

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Voordelen van de expreskoerier: – zeer flexibel systeem om goederen snel naar hun bestemming te brengen (bijvoorbeeld wisselstukken); – goede en betrouwbare service (heel weinig verlies); – snelle aflevering (afhankelijk van de bestemming binnen 24 of 48 uur, of binnen drie dagen). Nadelen van de expreskoerier: – duur, hoewel er ook minder dure alternatieven aangeboden worden.

1.3 Containers en eenheidsladingen in het vervoer 1.3.1 Containers

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Containers zijn stabiele transporteenheden die meerdere keren gebruikt kunnen worden. Ze zijn zo gebouwd dat de goederen met meer dan één transportmiddel vervoerd kunnen worden zonder de goederen zelf over te slaan. Op die manier wordt een snelle, efficiënte en veilige behandeling van de goederen mogelijk. Containervervoer neemt een steeds groter aandeel in het internationaal vervoer. De haven van Antwerpen bijvoorbeeld behandelde in 2016 circa 214 miljoen ton goederen. Ruim 55 % daarvan (118 miljoen ton) betrof goederen die in containers waren geladen (tegenover 24 % in 1995 en 16 % in 1990). Het aandeel van het containervervoer in de totale goederenbehandeling van de haven van Zeebrugge (38 miljoen ton in 2016) bedraagt 38 %. 1.3.2 Standaard ISO-containers

Dit zijn de containers met internationaal uniforme afmetingen (volgens de ISO-standaard(2)). De standaardafmetingen maken het mogelijk overal in de wereld de containers te behandelen en te vervoeren, want de laad- en losapparatuur en de vervoermiddelen (opleggers, treinwagons …) zijn op deze standaardafmetingen afgesteld. Nu worden vooral containers met een lengte van 40 voet (40’) en 20 voet (20’) gebruikt, maar ook 45 voet (45’) bestaat, en ze hebben allen een standaardbreedte van 8’ (2,44 m)(3). De klassieke hoogte varieert tussen: 8’, 8’6” of 9’6” (deze laatste worden aangeduid als ‘high cube’) maar er bestaan ook halfhoge containers (4’4”) en platformen of ‘flat racks’ (enkel een basis om er goederen van onregelmatige vorm op te stapelen). De nuttige inhoud van een container varieert van circa 33 m3 (voor 20’) tot 68 m3 (voor 40’) en voor high cubes tot 76 m3 (lengte 40’)(4). De Maximum Payload (MPL), het maximaal gewicht dat in een container mag geladen worden, varieert naargelang de grootte en de constructie van de container (zie ook voetnoot 4).

N

IE

VO

O

Elke container draagt een eigenaarscode, d.i. een lettercombinatie plus een nummer (van 7 cijfers). Via de eigenaarscode wordt elke container geïndividualiseerd. Elke eigenaar heeft zijn eigen 4-letterafkorting, bijvoorbeeld: HLCU = Hapag Lloyd Company Unit (van de Duitse rederij Hapag Lloyd); MAEU = Maersk Unit (Deense rederij); CMBU = Compagnie Maritime Belge Unit. De eigenaar (verhuurder) van containers beschikt over een nummerreeks. Daarmee kan aan elke individuele container een eigen nummer worden toegekend. Via dit nummer wordt geregistreerd waar een bepaalde container naartoe gaat, welke goederen in de container worden vervoerd, enzovoort. Voor goederen die vervoerd worden in een container wordt dit nummer op de factuur genoteerd, het vervoers- of het douanedocument van de verhandelde goederen. Voorbeeld eigenaarscode: HLCU 248546 7. Via het systeem van ‘tracking & tracing’ kan een verzonden container op basis van de eigenaarscode gevolgd worden tijdens het hele vervoertraject. De ISO-code op een container geeft informatie over het land van inschrijving, de afmetingen en de soort container (code van 4 tekens).

2 3 4

© VAN IN

International Standardization Organization 1’ = 1 voet (1 foot = 30,48 cm) – 1” = 1 duim (1 inch = 2,54 cm) – er zijn ook containers van 10’ en 30’, maar die worden steeds minder gebruikt Zie voor meer details op http://shipping-container-info.com/size-type-info/widespread-container-size-type

36

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Voorbeelden van ISO-codes: BE 42G0 – BE = land van inschrijving van de container(5) – 4 = code voor de lengte van de container (4 = 40’ en 2 = 20’, 3 = 30’, L = 45’) – 2 = code voor de hoogte van de container (2 = 8’6” en 4 = 9’6”) – de 2 andere tekens duiden de soort container aan, G0 = standaard container (specifieke codes bestaan voor insulated containers, open top containers, tankcontainer, reefers … – zie illustratie 5.2).

ENKELE SOORTEN ISO-CONTAINERS

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Illustratie 5.2

E

US 20R0 – US = USA – 2 = lengte 20’ – 0 = hoogte 8’ – R0 = reefer (container die aangesloten wordt op een energiebron voor goederen die onder bepaalde temperatuur moeten vervoerd worden)

Standaard container of General purpose container

Open top container

Tankcontainer

Koelcontainer of Reefer

Flat rack

O

Bron: Hapag Lloyd

IE

VO

TEU = Twenty Feet Equivalent Unit is de eenheid die wordt gebruikt bij het aanduiden van de capaciteit van containerschepen, in havenstatistieken ... In 2016 behandelde de haven van Antwerpen 9,6 miljoen TEU’s en de haven van Zeebrugge circa 1,4 miljoen TEU’s. Een container van 20’ is het equivalent van 1 TEU, een container van 40’ telt in de statistieken voor 2 TEU’s. Shanghai, de grootse containerhaven ter wereld, behandelde 36 miljoen TEU in 2016.

1.3.3 Andere eenheidsladingen

N

Ook voor laadborden of pallets en luchtvrachtcontainers en -pallets bestaan er internationaal uniforme afmetingen. Voorbeeld: EUR-pallet = 80 × 120 cm, een Industriepallet = 120 × 100 cm Ook de ULD’s bij luchtvervoer (Unit Load Devices) hebben standaardafmetingen, ook weer om vlot behandelbaar te zijn in alle luchthavens in de wereld.

5

© VAN IN

Landencode: US (USA), CN (China), KR (Zuid-Korea) ….

37

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

1.4 Pijpleiding Een vervoersvorm waar niet zo direct aan gedacht wordt, is de pijpleiding. Nochtans is de pijpleiding een zeer belangrijke vervoersvorm voor vloeibare en gasvormige stoffen. In de haven van Antwerpen staan meer dan 100 verschillende productpijpleidingen in voor bijna 90 % van alle transport van vloeibare goederen binnen de haven. Ook voor de aanvoer en de distributie van chemische producten in België en de omringende landen spelen pijpleidingen een belangrijke rol. Maar ook vaste stoffen kunnen per pijpleiding vervoerd worden, zoals het transport van zand voor het opspuiten van land. Olie en gas zijn, naast water, de belangrijkste producten die door pijpleidingen worden vervoerd. Zo is er in België 161 km pijpleiding voor ruwe olie, 1.167 km voor aardolieproducten en ca. 3.300 km voor aardgas. Ook over de grenzen heen bestaan er heel belangrijke pijleidingen: o.a. vanuit Rusland worden heel wat Europese landen bevoorraad met olie en gas en er is de transmediterrane pijpleiding voor de aanvoer van aardgas van Algerije naar Noord-Italië.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Transport via pijpleidingen is een veilige, milieubewuste en duurzame vorm van transport. Er zijn geen lege retourritten en er is geen geluidsoverlast of luchtvervuiling. Veel leidingen liggen ondergronds en daardoor kan het land nog, zij het met beperkingen, voor andere doeleinden gebruikt worden.

2 DE VERVOERSDOCUMENTEN

De vervoersdocumenten hebben in de eerste plaats belang als ‘vervoersovereenkomst’. Dit is een overeenkomst tussen de vervoerder en de opdrachtgever van het vervoer, waarbij de vervoerder zich verbindt de goederen, in goede staat, naar een bepaalde bestemming te brengen. Omdat niet enkel de vervoerder verplichtingen heeft in het vervoer, worden in de vervoersovereenkomst de rechten en de plichten van alle betrokken partijen vastgelegd. Dit betekent dat ook de verantwoordelijkheden van elke partij worden vastgelegd. De partijen bij een vervoersovereenkomst zijn:

– de verlader(6) (afzender, shipper): die opdracht geeft tot het vervoer (dit kan de verkoper zijn van de goederen, of zijn vertegenwoordiger, bv. de expediteur, of de koper of zijn vertegenwoordiger, afhankelijk van de gebruikte Incoterm); – de vervoerder: die het vervoer verricht (bij zee- en luchtvervoer wordt de vervoerder meestal vertegenwoordigd door zijn agent, die de vervoersovereenkomst ondertekent); – de geadresseerde (consignee): aan wie de goederen afgeleverd moeten worden.

VO

O

Ook op het vlak van de vervoersdocumenten werden internationale overeenkomsten afgesloten, met als doel zoveel mogelijk internationaal uniforme vervoersvoorwaarden en vervoersdocumenten te gebruiken. Zo wil men niet alleen komen tot een vlotte administratieve afhandeling van het vervoer, maar wil men ook zoveel mogelijk conflicten tussen de betrokken partijen vermijden.

N

IE

De goede uitvoering van het vervoerscontract en een juiste aanrekening van de geleverde prestaties worden mede bepaald door de juistheid, de volledigheid en de leesbaarheid van de gegevens vermeld op het vervoersdocument. Naast hun functie als vervoersovereenkomst spelen de vervoersdocumenten ook zeer dikwijls een belangrijke rol bij de betaling, zoals bij het documentair krediet (zie het hoofdstuk over betalingsmiddelen en betalingstechnieken in de internationale handel). De bespreking van de vervoersdocumenten beperkt zich tot de documenten gebruikt in het beroepsgoederenvervoer. Beroepsgoederenvervoer wil zeggen dat de vervoerder goederen vervoert in opdracht en voor rekening van derden, die dan meestal ook de opdrachtgevers zijn voor het vervoer. Alleen de belangrijkste en meest gebruikte documenten bij elke vorm van vervoer worden hier behandeld. Bij elke vervoervorm bestaan meestal nog andere documenten, maar het zou ons te ver leiden al deze documenten hier te bespreken.

6

© VAN IN

De verlader is een bedrijf dat logistieke diensten uitbesteedt aan een logistieke dienstverlener.

38

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

2.1 Het zeevaartconnossement (of de Bill of Lading (B/L) (Connaissement Maritime – das Konnossement)

2.1.1 Definitie Het zeevaartconnossement is een document ondertekend door de kapitein, waarin hij verklaart de in het document beschreven goederen aan boord te hebben genomen en waarbij hij zich verbindt deze goederen te vervoeren naar een overeengekomen haven van bestemming, om ze daar af te leveren tegen afgifte van het connossement en tegen betaling van de vrachtprijs. Het connossement vertegenwoordigt de goederen, en de rechtmatige houder ervan wordt aanzien als de wettelijke bezitter van de goederen. Omdat het connossement verhandelbaar is, kan het bezit van de goederen worden overgedragen, zelfs gedurende de reis.

E

‘The Hague-Visby Rules’ (1968) en de ‘Hamburg Rules’ (1978) vormen de basis van een aantal internationaal eenvormige bepalingen m.b.t. het connossement.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

2.1.2 Kenmerken

Het connossement wordt opgemaakt door de vervoerder, die in de praktijk meestal vertegenwoordigd wordt door de scheepsagent. Het connossement is tegelijkertijd: –– een ontvangstbewijs, ondertekend door de kapitein of door de scheepsagent, dat de inlading van de erin omschreven goederen vaststelt; –– een vervoersovereenkomst, die de verbintenis inhoudt, de goederen van een aangeduide plaats van vertrek naar een aangeduide plaats van bestemming te vervoeren; –– een afleveringstitel of titel van bezit van de vervoerde goederen; wie het connossement in handen heeft, bezit de goederen (en heeft er de beschikking over), maar is daarom nog niet de eigenaar van deze goederen. De vervoerder of zijn vertegenwoordiger is verplicht om de goederen af te leveren aan de houder van het verhandelbare origineel van het connossement in de haven van bestemming. 2.1.3 Overdraagbaarheid

Een connossement kan uitgeschreven worden ‘op naam’, ‘aan order’ of ‘aan toonder’.

O

Op naam: De naam van de persoon (rechtspersoon) die de goederen moet ontvangen, staat op het connossement vermeld, zodat de goederen alleen aan deze persoon overhandigd kunnen worden. Zulke connossementen zijn NIET OVERDRAAGBAAR door endossement.

VO

Aan order van een bepaalde persoon of firma: De goederen zullen in principe worden afgeleverd aan diegene wiens naam in het connossement vermeld staat. Deze kan het connossement overdragen aan een derde door endossement.

N

IE

Aan toonder: Hier is de naam van de begunstigde niet vermeld. De houder van het connossement kan de goederen in ontvangst nemen. Dergelijke connossementen kunnen van hand tot hand worden overgedragen.

2.1.4 Vermeldingen Op de voorzijde staan de vermeldingen die wettelijk verplicht zijn, terwijl op de achterzijde de voorwaarden staan die het vervoer beheersen (zie illustraties 5.3 en 5.4). De door de wet verplichte vermeldingen zijn de volgende: –– de vermelding ‘Bill of Lading’ of ‘connossement’; –– nr. van het connossement;

© VAN IN

39

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

– identiteit van de verlader (shipper: degene die opdracht geeft tot het vervoer); – identiteit van de geadresseerde (consignee); In de praktijk wordt een B/L nogal dikwijls opgemaakt aan order van de ‘shipper’ en daarna geendosseerd aan de bestemmeling. Bij gebruik van documentair krediet als betalingswijze voor de goederen (zie het hoofdstuk over betalingsmiddelen en betalingstechnieken in de internationale handel) zal de B/L veelal opgemaakt worden aan order van de ‘kredietopenende bank’ (bank van de koper); deze B/L wordt bezorgd aan de buitenlandse bank die de opdracht heeft de B/L pas af te geven aan de koper, nadat die de goederen betaald heeft; – gegevens betreffende het schip (naam); – haven van vertrek en van bestemming;

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

– bedingen aangaande de vracht: bv. ‘freight prepaid’; ‘freight payable at destination’ of ‘freight collect’; Dit is afhankelijk van de gebruikte Incoterm (bij een FOB-term zal er vermeld worden ‘freight collect’, bij een CIF-term ‘freight prepaid’).

– de aard en de hoeveelheid van de te vervoeren goederen (soms met de vermelding ‘said to contain’ (‘Said to contain’ of STC is een bemerking die wordt aangewend door de rederij bij het beschrijven in het ‘connossement’ van goederen die in verzegelde containers of in opleggers aan boord van een zeeschip worden geladen en waarbij de rederij de nodige reserves maakt voor wat de juiste inhoud van die eenheidsladingen betreft); – de merken en herkenningstekens op de goederen, deze merken moeten voor het begin van de inlading door de verlader schriftelijk opgegeven worden. De merken moeten in normale omstandigheden tot het einde van de reis leesbaar blijven op de goederen; – het aantal colli of stukken (genummerd), of de hoeveelheid, of het gewicht naargelang de omstandigheden, volgens de schriftelijke opgave van de verlader; als de goederen in een container geladen zijn, het containernummer; – de uiterlijke staat en de uiterlijke gesteldheid van de goederen; – datum en handtekening.

O

Het connossement moet binnen de 24 uur na inlading van de goederen ondertekend worden, en dit door de kapitein, door de vervoerder of diens agent. In de praktijk wordt het connossement nog zelden ondertekend door de kapitein. Bij ondertekening door de vervoerder of de agent wordt de handtekening voorafgegaan door een vermelding als: ‘for the master’ en/of ‘as agents only’.

IE

VO

Opmerking: Certificaat Verified Gross Mass Weight (VGM-certificaat) Sinds 1 juli 2016 moet elke container die aan boord van een Solas-schip(7) geladen wordt over een certificaat van het geverifieerd containergewicht (VGM) beschikken. Er zijn twee methodes om dat gewicht te bepalen: 1 door de container te wegen; 2 door het gewicht te berekenen (alle ladingsonderdelen, bv. bij groepagezendingen, plus het tarragewicht van de container).

N

Een afwijking van 5 % is toegestaan (kan nationaal anders bepaald zijn). De verlader is verantwoordelijk voor het opstellen en voor de accuraatheid van dit document, naargelang de gebruikte Incoterm is de verlader de koper of de verkoper. Containers waarvoor geen VGM-certifikaat wordt afgeleverd zullen niet geladen worden op het schip. Verladers kunnen beroep doen op hun expediteur of een andere tussenpersoon om dit certificaat op te stellen.

7

© VAN IN

International Convention for the Safety of Life at Sea, SOLAS is het belangrijkste internationale verdrag voor de veiligheid op zee en kwam in 1914 tot stand na de ramp met de Titanic. SOLAS valt sinds 1954 onder de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). SOLAS beschrijft aan welke eisen schepen moeten voldoen op het gebied van constructie, uitrusting en bemanning, afhankelijk van het vaargebied. De uitrusting bestaat onder andere uit de radio-apparatuur en de veiligheidsmiddelen, zoals reddingssloepen, -vlotten en brandbestrijdingsmiddelen.

40

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

BILL OF LADING

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.3

© VAN IN

25/06/2017

41

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

ALGEMENE VERVOERSVOORWAARDEN (ZEEVERVOER) – OMMEZIJDE VAN HET CONNOSSEMENT

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.4

2.1.5 Aantal exemplaren Het connossement moet (volgens de Belgische zeevaartwet) opgesteld worden in vier originele exemplaren (waarvan slechts een exemplaar verhandelbaar is). – – – –

© VAN IN

een voor de kapitein, als bewijs van de ontvangst van de goederen door de vervoerder; een voor de rederij, als bewijs van de afgesloten overeenkomst; een voor de geadresseerde; een voor de verlader (ondertekend door de kapitein), als ontvangstbewijs dat de verlader de goederen overhandigd heeft aan de vervoerder – dit is het enige verhandelbare origineel.

42

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Alleen de verlader ontvangt het verhandelbare origineel, dat door de kapitein (vervoerder, agent) ondertekend werd, en dat hij naar de begunstigde zal opsturen, zodat deze de goederen in ontvangst kan nemen in de haven van bestemming. Het is het enige exemplaar dat recht geeft op de opvraging van de goederen en dat de vermelding ‘negotiable’ draagt. De andere exemplaren zijn ‘non-negotiable’. Buiten deze originelen worden ook een aantal niet-originele B/Ls (kopieën) uitgeschreven, die de vermelding ‘non-negotiable copy’ dragen, voor andere geïnteresseerde betrokkenen. In de praktijk wordt dat echter niet letterlijk toegepast. De gewoonte bestaat om twee of drie exemplaren van het verhandelbare connossement (exemplaren voor de verlader) uit te geven, die als ‘negotiable’ worden aangeduid. In dit geval moet elk exemplaar genummerd worden, en het totale aantal uitgegeven verhandelbare exemplaren moet op elk exemplaar vermeld worden. Deze twee (drie) exemplaren worden aangeduid als de ‘full set of B/Ls’.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Deze twee (drie) exemplaren worden langs verschillende weg (bv. verschillende koerier bedrijven) naar de geadresseerde gestuurd. Zo wordt het risico beperkt dat geen enkel exemplaar de geadresseerde bereikt. Bij gebruik van documentair krediet moeten alle verhandelbare originelen afgegeven worden aan de bank. In elk geval geeft slechts een exemplaar recht op de goederen. Bij ontvangst van de goederen moet de bestemmeling het connossement voor kwijting tekenen. kapitein

rederij

geadress

original

original

original

non-negotiable

inlader

original

negotiable

copy

non-negotiable

O

2.1.6 FIATA B/L (zie illustratie 5.5)(8)

IE

VO

Omdat het gecombineerd vervoer steeds meer gebruikt werd, ontstond bij de expediteurs de noodzaak om een aangepast vervoersdocument te creëren: dit werd de FIATA Multimodal Transport Bill of Lading, kortweg FIATA B/L (of ook soms FBL genoemd). Dit document kan zowel gebruikt worden bij multimodaal transport (opeenvolging van twee of meer vervoerwijzen) of bij het gebruik van een vervoerwijze.

N

De FIATA B/L is een ‘transportdocument’ uitgesteld door een expediteur, die optreedt als contractuele vervoerder, en als dusdanig de verantwoordelijkheid draagt van een vervoerder, ook al is hij niet de werkelijke (‘actual’) vervoerder. Deze B/L kan zoals de gewone B/L aan order, aan toonder of op naam opgesteld worden en is dus naargelang het geval een verhandelbare B/L (negotiable) of nietverhandelbare B/L (non-negotiable). De FIATA B/L is, als vervoersdocument en bezitstitel, ook aanvaard bij het documentair krediet (art. 19 van de URU 600 regeling(9)). In België kan de FIATA B/L alleen maar opgesteld worden door expeditie-ondernemingen die lid zijn van de CEB (Confederatie van Expediteurs van België).

8 9

© VAN IN

Federation Internationale des Associations de Transitaires et Assimiles. Zie bij documenten krediet, in het hoofdstuk over betalingsmiddelen en betalingstechnieken in de internationale handel.

43

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

INGEVULDE BILL OF LADING FOR COMBINED TRANSPORT

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.5

Opmerking: Forwarders Certificate of Receipt of FCR Dit is een niet-verhandelbaar document, dat opgemaakt wordt door de expediteur die optreedt als tussenpersoon bij het vervoer. Het is een ontvangstbewijs, waarin de expediteur verklaart de goederen ontvangen te hebben, en zich ertoe verbindt de goederen te verzenden volgens de instructies gegeven door de opdrachtgever.

Š VAN IN

44

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Een FCR bestaat uit een origineel en kan alleen maar uitgeschreven worden door een expediteur die lid is van een vereniging die aangesloten is bij FIATA. 2.1.7 Soorten connossementen – ON BOARD B/L: dit connossement vermeldt dat de goederen werkelijk aan boord van een met naam genoemd schip zijn geladen. Het document vermeldt: ‘shipped on board’ of ‘received on board’ (+ datum inlading). Bij documentair krediet aanvaarden de banken doorgaans alleen een On Board B/L.

E

– RECEIVED FOR SHIPMENT B/L: de goederen zijn in ontvangst genomen door de vervoerder (scheepsagent of expediteur) maar zijn nog niet ingeladen in het schip op het ogenblik dat de B/L wordt uitgegeven. Dit connossement geeft geen zekerheid over de inlading van de goederen, noch over de datum van vertrek. Dit connossement is geen echt connossement zolang het niet aangevuld werd met de naam van het schip en de datum van de inlading (dit wordt bewezen door de ‘mate’s receipt’). Een FBL zal normalerwijze altijd een ‘received for shipment’ B/L zijn.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

– CLEAN B/L: op dit connossement heeft de kapitein of zijn scheepsagent geen opmerkingen gemaakt betreffende de uiterlijke staat van de goederen, de staat van de verpakking of de hoeveelheid goederen op het ogenblik van het inladen. In de praktijk is het zeer belangrijk een ‘schoon connossement’ te ontvangen, want bij documentair krediet of documentair incasso, zullen de banken slechts betalen op voorleggen van een clean B/L. – FOUL B/L: de kapitein of zijn scheepsagent hebben opmerkingen gemaakt op het document met betrekking tot de staat van de goederen (ontbrekende hoeveelheid, schade aan goederen, ontoereikende verpakking) op het ogenblik van inlading (vuil connossement). – STALE B/L: een connossement is ‘stale’ wanneer de termijn tussen het ogenblik van de verscheping van de goederen (datum B/L) en de aanbieding van de B/L en eventuele andere documenten bij de bank (om de betaling te verkrijgen van de geleverde goederen; zie bij documentair krediet in het hoofdstuk over betalingsmiddelen en betalingstechnieken in de internationale handel), die werd overeengekomen met de bank, overschreden is. – B/L for COMBINED TRANSPORT: is een document waarbij de vervoerder zich tegenover de verlader verbindt het gehele vervoer van de plaats van de inontvangstname van de goederen tot de plaats van aflevering, uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ten minste twee verschillende vervoermodi betrokken zijn, bv. spoor- en zeevervoer. De B/L vermeldt: ‘Received in apparent good order and condition’ en niet ‘shipped on board’, omdat ze in het begin van de transportketting wordt uitgegeven.

IE

VO

O

Dit document kan eveneens verhandelbaar zijn. Het voordeel van deze B/L is dat het een vervoersdocument is voor transporten die opeenvolgend uitgeoefend worden door verschillende vervoerders, waarvoor ook slechts één vrachtprijs wordt betaald. De afzender moet zich verder niet bekommeren om de overslag tijdens de reis, noch om de reisroute. Deze B/L kan ook uitgeschreven worden door de commissionair-expediteur, die dan optreedt als vervoerder (FIATA B/L for combined transport).

N

– HOUSE B/L (Forwarders B/L): wordt niet door een rederij uitgeschreven, maar door een erkende commissionair-expediteur, die voor een rederij goederen in groepage aanbrengt. Iedere verlader van een kleine partij goederen ontvangt zo’n bewijs van de expediteur, voor zijn deel in de gegroepeerde zending. Voor de gehele gegroepeerde zending wordt dan een Master B/L (Groepage B/L) opgemaakt.

2.1.8 Enkele andere documenten bij het zeevervoer – STUURMANSREÇU (M/R of Mate’s Receipt – reçu de bord – die Steurmansquittung) Ontvangstbewijs van de eerste stuurman (Mate), in naam van de kapitein, waarbij hij erkent de goederen aan boord te hebben genomen. Op basis van dit document zal de rederij of de scheepsagent de ‘On board B/L’ opmaken. De verlader krijgt een exemplaar van dit ondertekend document (zie illustratie 5.6) en hij zal dan later de opgemaakte en ondertekende B/L ontvangen.

© VAN IN

45

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Illustratie 5. 4: Stuurmansreçu (M/R) is nieuw en vervangen

STUURMANSREÇU (M/R)

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.6

–– VOLGBRIEFJE (D/O of Delivery Order – Ordre de livraison – der Lieferungsschein of Teilschein) Document dat wordt opgemaakt wanneer een partij goederen die vertegenwoordigd wordt door een B/L, in de haven van bestemming tussen meerdere bestemmelingen moet verdeeld worden. Voor elke bestemmeling wordt een D/O opgemaakt voor het deel van de goederen waarop hij recht heeft. In elke D/O wordt verwezen naar de oorspronkelijke B/L die de goederen vertegenwoordigt.

Hoofdstuk 6 : documenten bij internationale handel

© VAN IN

46

Pagina 12

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Het is m.a.w. een document waarbij een persoon, eigenaar van een partij goederen, aan een derde die deze goederen in zijn bezit heeft, de opdracht geeft een deel ervan aan een genoemd persoon af te leveren. Een D/O kan ook op naam, aan order of aan toonder opgemaakt worden. – LAAT VOLGEN (Laissez-suivre) (zie illustratie 5.7) Dit is een typisch document voor de haven van Antwerpen, hoewel het ook in andere havens gebruikt wordt. LAAT VOLGEN

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.7

© VAN IN

47

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

De houder van de originele B/L biedt deze aan bij de scheepsagent (rederij). Daar worden de vracht (ingeval van ‘freight collect’) en eventueel andere kosten vereffend. Dan maakt de scheepsagent een ‘Laat Volgen’ op, waarmee de bestemmeling de goederen op de kaai kan afhalen. De ‘Laat Volgen’ is niet overdraagbaar. Werd een B/L in verschillende D/O’s gesplitst, dan wordt voor elke D/O een ‘Laat Volgen’ opgemaakt.

2.2 Het binnenvaartconnossement 2.2.1 Definitie

E

Het binnenvaartconnossement is een bewijsschrift dat door de verlader wordt opgesteld en door de kapitein wordt ondertekend, waarbij deze laatste akkoord gaat met de staat van de goederen, die hij aan boord genomen heeft, en waarbij hij zich verbindt de goederen naar een bepaalde plaats van bestemming te brengen, tegen betaling van de vrachtprijs.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Het binnenvaartconnossement is: –– een ontvangstbewijs voor de verlader; –– een vervoersovereenkomst; –– geen afleveringstitel (geen bezitstitel).

Het wordt opgemaakt in één origineel en meerdere kopieën. 2.2.2 Overdraagbaarheid

Het binnenvaartconnossement kan ‘aan order’, ‘aan toonder’ of ‘op naam’ uitgeschreven worden:

–– aan order: de goederen worden afgeleverd aan de persoon die door de afzender wordt aangewezen, overdraagbaar door endossement; –– aan toonder: iedereen die in het bezit is van dit document kan de goederen komen ophalen; –– op naam: de goederen worden enkel afgegeven aan de persoon die op het document vermeld staat; zo’n connossement kan niet overgedragen worden. 2.2.3 Vermeldingen (zie illustratie 5.8)

Volgende gegevens komen op het binnenvaartconnossement voor:

de naam van de schipper; de naam en de woonplaats van de verlader; de naam en de woonplaats van de geadresseerde; de naam van het schip; de plaats van vertrek; de plaats van bestemming; de aard van de goederen, de hoeveelheid, de merken en nummers van de colli; het aantal afgeleverde exemplaren van het connossement; de dagtekening van het connossement. Binnen de 24 uur moet het connossement ter ondertekening aan de schipper voorgelegd worden. Gebeurt dit niet, dan mag hij liggeld eisen. De schipper is verplicht het connossement binnen de 24 uur na voorlegging te tekenen; –– het bedrag van de door de geadresseerde te betalen vracht (of de verwijzing naar het bevrachtingscontract).

N

IE

VO

O

–– –– –– –– –– –– –– –– ––

© VAN IN

48

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

BINNENVAARTCONNOSSEMENT

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.8

© VAN IN

49

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

2.3 CMR-vrachtbrief (wegvervoer) De CMR (Convention relative au contrat de transport international de Marchandise par Route)-wetgeving is opgesteld met het doel het internationaal goederenvervoer over de weg te regelen. Deze reglementering is ondertekend door een dertigtal landen, waaronder de lidstaten van de EU en de EVA. Het CMR-verdrag is van toepassing op iedere overeenkomst voor beroepsvervoer van goederen over de weg, wanneer de plaats van verzending en de plaats van aflevering van de goederen in twee verschillende landen gelegen zijn (= internationaal vervoer), waarvan minstens één land het CMRverdrag ondertekend heeft. In België is de CMR-conventie ook van toepassing op het binnenlands vervoer wanneer de CMR-vrachtbrief gebruikt wordt (er zijn wel enkele uitzonderingen).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Door de CMR-conventie werd een uniforme vrachtbrief voor het wegvervoer opgemaakt: de CMRvrachtbrief. In België wordt de CMR-vrachtbrief zowel voor het binnenlands als voor het internationaal beroepsgoederenvervoer over de weg gebruikt. Wanneer bij gecombineerd vervoer, het wegvoertuig zelf over een gedeelte van het traject op een ander vervoermiddel wordt vervoerd, zonder dat de goederen zelf worden overgeladen, dan blijft de CMR-conventie van toepassing, en wordt de CMR-vrachtbrief als vervoersdocument gebruikt (bv. bij spoorwegvervoer (ferroutage) of roll-on-roll-offvervoer).

De CMR-vrachtbrief is: –– een ontvangstbewijs voor de verlader; –– een vervoersovereenkomst; –– geen afleveringstitel (geen bezitstitel); –– steeds op naam opgemaakt; –– opgesteld door de vervoerder; –– opgemaakt in 4 exemplaren: • het eerste exemplaar van de CMR-vrachtbrief is voor de verzender. • het tweede exemplaar is voor de geadresseerde. • het laatste exemplaar is voor de vervoerder. • ex. 2 en 3 reizen mee met de goederen en dienen ook bij controle van politie of douane voorgelegd te worden. • ex. 4 blijft bij de vervoerder en moet gedurende 5 jaar bewaard worden in de onderneming.

De CMR-vrachtbrief moet in principe door de vervoerder worden ingevuld en wordt ondertekend door de verlader en de vervoerder. Als de vervoerder geen CMR opstelt, heeft de verlader de verplichting de CMR voor dat transport op te stellen. Maar: de verlader is verantwoordelijk mochten er eventueel fouten staan op de CMR (aansprakelijkheid van de afzender).

O

Op de vrachtbrief moeten een aantal vakken verplicht ingevuld worden, terwijl de andere vakken ter informatie kunnen ingevuld worden (zie illustratie 5.9). De verplichte vermeldingen zijn:

N

IE

VO

–– de vermelding ‘CMR’ (die aanduidt dat het vervoer in kwestie onderworpen is aan de CMR overeenkomst), de landencode (land waar de vrachtbrief opgemaakt werd) en het nummer van de vrachtbrief (boven rechts); –– naam en adres (+ land) van de afzender (vak 1); –– naam en adres (+ land) van de geadresseerde (vak 2); –– plaats (+ land) en datum van de inontvangstname van de goederen (vak 3); –– plaats (+ land) van de aflevering van de goederen (vak 4); –– naam en adres (+ land) van de vervoerder (vak 5, ev. 6 en/of 7 als een onderaannemer en/of tweede vervoerder tussenbeide komt); –– de gebruikelijke aanduiding van de aard van de goederen en de wijze van verpakking, aantal colli, merken en nummers, containernummer, gewicht of volume (vak 10) (+ juiste benaming en klasse + subklasse van de gevaarlijke goederen ingeval van ADR-vervoer); –– de kosten m.b.t. het vervoer (vak 8); –– plaats en datum van opmaken van de vrachtbrief (vak 12); –– stempel en handtekening van de afzender (vak 14), de vervoerder (vak 15) en geadresseerde (vak 16 op ex. 3).

© VAN IN

50

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Het is aan te bevelen om indien nodig ook te vermelden: –– verbod op overladen; –– kosten ten laste van de afzender; –– bedrag van het remboursement; –– gedeclareerde waarde van de goederen; –– instructies i.v.m. de verzekering van de goederen. Het is aan te raden dat de vervoerder (vertegenwoordigd door de chauffeur) het nodige voorbehoud vermeldt in vak 9 als de goederen niet in orde zijn als ze door hem ontvangen worden (bv. tekort, beschadigd ...). Wanneer van toepassing wordt in vak 11 vermeld welke documenten meegegeven worden aan de vervoerder (factuur, EUR 1-certificaat …). Via vak 13 kan men bijzondere instructies meedelen (bv. terugname van lege paletten, douane­ formaliteiten in invoerland bij een bepaalde douanevertegenwoordiger laten vervullen …).

E

In het CMR-verdrag zijn de rechten en verantwoordelijkheden van elke partij duidelijk omschreven.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Enkele uittreksels uit het CMR-verdrag:

1 De afzender is o.m. verantwoordelijk voor:

–– de benodigde documenten (douanedocumenten, vergunningen ...) en de juistheid ervan (alsook alle schade en kosten, geleden door de vervoerder tengevolge van eventuele onnauwkeurigheid of onvolledigheid van deze documenten); –– de aanduidingen m.b.t. de goederen (eventueel ‘said to contain’); –– de verpakking; –– het laden (tenzij anders bepaald); –– de nodige voorzorgsmaatregelen bij vervoer van gevaarlijke goederen (o.a. de juiste naam van het product, de gevarenklasse waartoe het behoort en de letters ADR moeten vermeld worden op de CMR-vrachtbrief); –– controle op de goede staat van het voertuig; –– betalen van de vracht, indien de bestemmeling niet betaalt. 2 De vervoerder is aansprakelijk voor:

–– schade of verlies van de goederen (beperkt tot ca. 10 EUR per kg – zie ook het hoofdstuk over de transportverzekering); –– vertraging in de aflevering; tenzij die schade of vertraging veroorzaakt werd door de schuld van de opdrachtgever (bv. onvoldoende verpakking, onvolledige documenten ...), door een eigen gebrek aan de goederen of door gevallen van overmacht.

O

De vervoerder is niet verantwoordelijk voor:

IE

VO

–– de controle van de lading bij vervoer van containers, bij TIR-vervoer, bij roll-on-roll-offvervoer (‘said to contain’); –– schade ingevolge overbelasting, wanneer dit het gevolg is van verkeerde gegevens van de afzender; –– schade door hitte, koude ... tenzij een speciaal voertuig gevraagd werd; –– wachttijden aan de grenzen wanneer dit een gevolg is van onvolledige of ontbrekende documenten.

N

3 De geadresseerde is verantwoordelijk voor:

–– het lossen; –– betalen van de vervoerprijs (ook wanneer de goederen verloren zijn), tenzij anders werd overeengekomen.

© VAN IN

51

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

CMR-VRACHTBRIEF

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.9

© VAN IN

52

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

2.4 CIM-vrachtbrief (spoorwegvervoer) Zoals bij het wegvervoer, bestaat er ook bij het spoorvervoer een uniforme internationale reglementering, de CIM-wetgeving (Convention Internationale concernant le transport de Marchandises par chemin de fer – Internationaal Verdrag betreffende internationaal goederen vervoer per spoor). Ze werd ondertekend door een 30-tal landen. Deze reglementering voorziet ook in een uniforme vrachtbrief, de CIM-vrachtbrief (zie illustratie 5.10). De CIM-vrachtbrief is:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

– een vervoerscontract (het vervoerscontract ontstaat bij de afstempeling door de spoorwegmaatschappij); – een ontvangstbewijs voor de verlader; – geen afleveringstitel; – steeds op naam opgemaakt; – opgemaakt in 5 exemplaren; – een boekhoudkundig document dat aan de basis ligt van het facturatieproces door de spoorwegmaatschappij, daarom worden de prestaties opgesomd die de spoorwegmaatschappij tijdens de uitvoering van het vervoerscontract worden verstrekt, en die aan de klant zullen worden aangerekend; – in bepaalde situaties ook bruikbaar als doorvoerdocument (transitdocument) t.a.v. de douane van het doorvoerland. De 5 exemplaren van de CIM-vrachtbrief hebben als bestemming: Blad Nr. Omschrijving

Bestemd voor

1

geadresseerde

Origineel van de vrachtbrief

2

Geleidebrief

Vervoerder bij aankomst

3

Aankomstbulletin/douane

Douane of vervoerder bij aankomst

4

Duplicaat-vrachtbrief

Afzender

5

Verzendnota

Vervoerder bij vertrek

IE

VO

O

1: de originele vrachtbrief, wordt met de goederen aan de geadresseerde gegeven; 2: de geleidebrief (boekhoudkundig document waarop alle kosten voorkomen, begeleidt de zending tot het station van bestemming en wordt bewaard door de spoorwegmaatschappij waarvan dit station afhangt); 3: het aankomstblad, begeleidt de zending tot het station van bestemming en wordt door de spoorwegmaatschappij van het land van aankomst bewaard (in sommige landen wordt dit exemplaar beschouwd als een douanedocument dat afgegeven wordt aan de douaneautoriteit van het land van bestemming, na afstempeling van ex. 2); 4: de duplicaat-vrachtbrief, wordt na aanvaarding van de goederen aan de afzender gegeven (moet bij documentair krediet afgegeven worden aan de bank); 5: het verzendingsblad, wordt door de spoorwegmaatschappij van de plaats van vertrek bewaard. De CIM-vrachtbrief kent drie verschillende soorten vakken:

N

– verplichte vakken: deze moeten verplicht worden ingevuld; – voorwaardelijke vakken: deze moeten verplicht worden ingevuld van zodra er aan de voorwaarden van de toelichting is voldaan; – facultatieve vakken (deze vakken zijn niet verplicht): mogen worden ingevuld wanneer één van de partij het nodig acht om bijkomende informatie te verstrekken. Het niet invullen van verplichte vakken leidt niet tot het nietigheid van de vervoerovereenkomst. Tenzij anders overeengekomen in het contract tussen afzender en vervoerder, worden de vakken 1 tot 29 ingevuld door de afzender ingevuld.

© VAN IN

53

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Illustratie 5.10 CIM-VRACHTBRIEF

© VAN IN

54

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

© VAN IN

55

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

© VAN IN

56

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

© VAN IN

57

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Vakken 30 tot en met 62 worden door de railvervoerder ingevuld, alsook de vakken 63 tot en met 99 (bevrachtingsvakken): zie bijlage 11a en 11b.

2.5 De luchtvrachtbrief of Air Way Bill (AWB) 2.5.1 Definitie

De luchtvrachtbrief vormt het vervoerscontract tussen de verlader (afzender) en de vervoerder. De afzender is ertoe verplicht de nodige informatie te verstrekken aan de vervoerder of zijn agent, om hem toe te laten de luchtvrachtbrief juist in te vullen en dit in overeenstemming met de bestaande reglementering en conventies (Conventie van Warschau, 1939). 2.5.2 Kenmerken

De luchtvrachtbrief (zie illustratie 5.11): – – – – –

is een bewijs voor het afsluiten van een vervoercontract; is een bewijs van ontvangst van de goederen bestemd voor vervoer; is de vrachtbrief; geldt als bewijs van verzekering; fungeert als instructie voor de carrier voor de behandeling en het verzenden en het aanleveren van goederen; – is op naam (dus niet verhandelbaar); – opgemaakt door de luchtvrachtagent of vervoerder; – opgemaakt in 3 originelen en minimaal 9 kopieën.

VO

O

Daarnaast kan het document eventueel ook volgende functies hebben: – factuur voor de vervoerskosten; – bewijs van verzekering (als de verzekering via de luchtvaartagent wordt afgesloten); – instructieborderel van de afzender.

IE

Merk op: Een AWB waarop de tekst veranderd of doorstreept is, zal door de carrier niet aanvaard worden.

N

2.5.3 Vermeldingen

Volgende vermeldingen (zie illustratie 5.11) vinden we op de luchtvrachtbrief terug: – luchtvrachtbriefnummer (1) en de vermelding Air Way Bill (2); – identiteit van de afzender (shipper) (3), de vervoerder (carrier) (2) en de geadresseerde (consignee) (4); – agent die de luchtvrachtbrief uitgeeft (issuing agent) (5); – luchthaven van vertrek (6) en van aankomst (7); – de te volgen route (vluchtnummer(s) met eventuele tussenlandingen) (8); – de vervoerskosten (9); – de betaalwijze van de vervoerskosten (prepaid of collect) (11); – de verzekerbare waarde van de goederen (12) (NVD = no value declared: dit wil zeggen dat de goederen niet verzekerd zijn door de luchtvaartmaatschappij);

© VAN IN

58

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

– – – –

andere kosten (13); instructies voor de behandeling van de goederen; de datum van vertrek; het gewicht of de hoeveelheid en de omschrijving van de goederen met eventuele merken en nummers (eventueel volumegewicht) (10); – de handtekening van de afzender of zijn agent (14) en de vervoerder (of zijn agent) (15). 2.5.4 Aantal exemplaren De luchtvrachtbrief wordt opgemaakt in drie originelen en minimaal negen kopieën. De drie originelen hebben dezelfde waarde. Op elk deel van de bundel zal in de twee bovenste hoeken en in de rechtse onderste hoek van het document een individueel AWB nummer voorkomen. Dit nummer bestaat uit een driecijfercode van de carrier gevolgd door een serie van 8 cijfers – waarvan het laatste cijfer een check digit is.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De verschillende kopieën van een AWB worden als volgt voorbestemd:

E

Merk op: op de originele kopieën (3) staan de algemene vervoersvoorwaarden op de keerzijde gedrukt.

Origineel 1: (groene kleur) door de uitschrijvende carrier te bewaren, voor zijn boekhouding en als bewijsstuk van het contract door beide partijen ondertekend. Origineel 2: (roze kleur) bestemd om de goederen te begeleiden, en dient aan de bestemmeling overhandigd te worden. Origineel 3: (blauwe kleur) bestemd voor de verzender en heeft als functie: - Het bewijs van ontvangst van de goederen voor verzending. - Bewijsstuk van contract ondertekend door verzender en carrier. Kopie 8: (wit) voor de agent, m.a.w. voor diegene die de AWB uitgeeft.

Kopie 4: (geel) afleveringsbewijs op de eindbestemming en moet ondertekend worden door de geadresseerde of zijn agent. Het dient bijgehouden te worden door de laatste carrier. In de meeste landingsplaatsen wordt deze kopie vervangen door een ‘laat volgen’-document of door een elektronisch bericht van aankomst. Kopie 5,6 en 7: (wit) extra kopijen, worden enkel gebruikt door de carriers.

VO

O

Normaal is het brutogewicht (goederen + verpakking) van de goederen de basis voor de berekening van de vervoerskosten. Voor goederen die volumineus zijn in vergelijking met hun gewicht wordt bij de berekening van de vervoerprijs (vrachtprijs) ook rekening gehouden met het volume (dat is vooral belangrijk bij het luchtvervoer waar in verhouding veel ‘lichte goederen’ vervoerd worden). Daartoe wordt het ‘volumegewicht’ van de goederen berekend. Wanneer het volumegewicht groter is dan het reële gewicht, dan wordt de vervoerprijs berekend op basis van het volumegewicht. Vandaar dat er een verschil kan zijn tussen ‘gross weight’ en ‘chargeable weight’ (gewicht dat effectief in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de vrachtprijs).

IE

Bij luchtvervoer wordt het volumegewicht als volgt berekend:

N

L × B × H (in cm) ————————— = volumegewicht(10) 6 000

VOORBEELD Een pakje met een reëel gewicht van 8 kg heeft als afmetingen: 60 × 30 × 40 cm en heeft een volume gewicht van 12 kg. De vrachtprijs wordt berekend op 12 kg (chargeable weight). Heeft een pakje met dezelfde afmetingen een reëel gewicht van 15 kg, dan wordt de vrachtprijs berekend op het reële gewicht van 15 kg. Zie illustratie 5.11: het gewicht van deze goederen bedraagt 253 kg (gross weight), terwijl het volumegewicht (chargeable weight) 296,5 kg bedraagt. De aangerekende vervoerkosten bedragen 2,55 × 296,50 = 756,08 EUR. 10

© VAN IN

Is het volume < 6.000 cm³, dan wordt de vrachtprijs berekend op het reële gewicht.

59

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 3: Vervoer en vervoersdocumenten in de internationale handel

Illustratie 5.11 LUCHTVRACHTBRIEF

MASTER AWB NO.

CRN No.

074 3497 3497 7843 7843 074

NEB 1106 1106 5876 5876 NEB

HOUSE AIR WAYBILL (Air Consignment Note)

BAKU

BARCO NV NOORDLAAN 5 B-8520 KUURNE

NIPPON EXPRESS

Issued by

BEDRIJVENZONE MACHELEN B738/1 1830 MACHELEN BELGIUM

Consignee (Name, Address, A/C No.)

H&M HENNES & MAURITZ S.A.C. AV.SANTO TORIBIO 143,PISO 8 LIMA

27

TEL

TEL: OUR REF:

PE

+569518

NIPPON EXPRESS BELGIUM NV

SPX/KC FREIGHT: PREPAID

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI (

-RAP)

1,776,726

Place of Departure and requested Routing

BRUSSELS

LIM

By first Carrier

LIMA

02/7530230 61G-79857

Copies 1, 2 and 3 of this Air Waybill are originals and have the same validity. Accounting Information

Agent’s Name and City

to

Europe

NIPPON EXPRESS BELGIUM NV

E

Consignor/Shipper (Name, Address, A/C No.)

HAWB No.

-AMS-LIM

Routine and Destination

Airport of Destination

to

by

Flight/Date

to

by

P

Flight/Date

Currency

EUR

Other WT/VAL PPB COLL PPB COLL

PP

Amount of Insurance

KL 8100 / 4KL 743

/ 5

CCM

D=

4.0

Declared Value for Customs

N.V.D.

INSURANCE – If Shipper requests insurance in accordance with issuer’s conditions indicate amount to be insured in figures in box marked Amount of Insurance

Handling Information (including Marks or Numbers on packages and method of packing)

DELIVERY: BODEGAS SAN FRANCISCO PANAMERICANA SUR KM 39 PUNTA HERMOSA 024 LIMA PERU MR PETER ISGREN +56951881404 NOTIFY: MIGUEL MORA DHL GLOBAL FORWARDING CALLE 1 MZ F LOTE 2B - 2C URB.BOCANEGRA CALLAO - LIMA PERÚ PHONE: 511 440.1936 EXT. 253 E-MAIL: MIGUEL.MORSTATUS T1

No. of Pieces RCP

6

Gross Weight

Kg lb

Rate Class Commodity Item No.

Chargeable Weight

253.0 K Q

Total

Rate

Nature and Quantity of Goods (inc. Dimensions or Volume)

Charge

296.5

2.55

756.08

DIGITAL AUTOM DATAPROC MACHINE,PARTS FOR ITEMS OF 8528,OTHER MACHINES AND APPARATUS STATIC CONVERTERS, OTHER CONDUCTORS INVOICES:SH0888887 SH0888888/SH0889141/ SH0889481/SH0889947

051X038X016X0002 020X020X009X0001 061X042X035X0001 120X080X045X0001 126X080X118X0001

REF NO. 011LD0245114 INV NO. SH0888887

O

.

Weight Charge

Collect

Other Charges

756.08

MYC:290.57 SCC:53.37

IE

VO

Prepaid

It is agreed that the goods herein are accepted subject to issuer’s conditions of contract. If the carriage involves an ultimate destination or stop in a country other than the country of departure, the Warsaw Convention may be applicable and the Convention governs and in most cases limits the liability of carriers in respect of loss of, damage or delay to cargo. Agreed stopping places are tho se places (other than the places of departure or destination) detailed under “Routing” herein and/or those places shown in the timetables of any carriers performing carriage hereunder as scheduled stopping places for the route.

N

343.94

Total prepaid

1100.02

Currency conversion rates

Shipper certifies that the particulars on the face hereof are correct

BRUSSELS AIRCARGO EXPORT DEP.

Signature of Shipper or his agent ……………………………………………………………………………………………………………………. Total collect. cc charges in dest. country

04 MAR 2017 BRU AIR EXPORT …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. Executed on (date) at (place) Signature of Issuing Carrier or its agent

NEB 1106 1106 5876 5876 NEB

ON HAND:

© VAN IN

60

Academiejaar 2021-2022


4 Case Pinguin - Lutosa


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

1 Vat de verrichting samen en geef alle partijen die bij deze verrichting betrokken zijn . 2 Bespreek het aankoopcontract, de handelsfactuur en de paklijst. a Welke Incoterm wordt hier gebruikt? Welke betekenis heeft dit voor de relatie tussen de koper en de verkoper? b Op welke manier worden deze goederen betaald? c Zijn er specifieke voorwaarden bedongen in het contract? d Geef alle kenmerken van de goederen die op deze documenten terug te vinden zijn.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

3 Bespreek de Bill of Lading en de CMR. a Welk soort B/L wordt hier gebruikt? b Bespreek alle vakken die ingevuld zijn, zowel die van de B/L als die van de CMR. Zijn alle vakken op correcte wijze ingevuld? Als dit niet het geval is, welke verbeteringen moeten er dan aangebracht worden? c Wie zijn de drie betrokken partijen bij de CMR? 4 Bespreek het Enig Document. a Geef uitleg bij de vakken 1, 37, 46 en 47 van het Enig Document. b Wie heeft deze douaneaangifte opgemaakt? Wat is zijn functie?

N

IE

VO

O

5 Bespreek de factuur van Hamann International. a Welke functie vervult Hamann International in deze transactie? b Welke diensten heeft Hamann International geleverd? Heeft deze onderneming deze diensten zelf uitgevoerd? c Geef uitleg bij de verschillende kosten die aangerekend worden.

Š VAN IN

63

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

64

Academiejaar 2021-2022


Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

PURCHASE CONTRACT Date: 29/11/2018 The seller: ZHANGZHOU FUXING FOOD Co, LTD Development Road Zhangzhou 363108 CHINA Represented by Zhang Yuai, General Manager the following arrangement in the terms and conditions

Quantity

CIF Antwerp Unit price

Amount

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Name of this product; packing and shipping marks

E

Ref No: FU17-4334 The buyer: PINGUINLUTOSA NV Romenstraat 3 8840 Staden BELGIUM Represented by: Jan Ingelbeen, General Manager The undersigned Buyer and seller have agreed stipulated bellow

I.F.Q. black fungus strips Natural length 4 Packaging: 1 x 10 kg blue poly bag/CTN with blue type

(Label, bar code and sample bag will be sent to the seller by express mail) Microbiology has to be OK No smell in the product 100% IQF Total value

18 MT

USD 720/MT

USD 12960

USD 12960

VO

O

Type of shipment: one 40’ container Loading port & destination: XIAMEN CHINA tot ANTWERP BELGIUM Term of payment: T/T within five days after goods arrived at destination Insurance to be effected: by the seller Arrangement: the seller will send by express mail the following documents to the buyer: FROM A; Sanitary certificate, issued by the Authority; Certification of quality issued by the seller; invoice in 2 originals; weight memo; Bill of Lading; Three copies of invoice; Shipping advice.

N

IE

_________________________________________________________________________________ The seller The buyer

© VAN IN

65

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

66

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

67

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

68

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

69

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

70

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

71

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

72

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

73

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

74

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

75

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

76

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

77

Academiejaar 2021-2022


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Hoofdstuk 4: Case Pinguin - Lutosa

© VAN IN

78

Academiejaar 2021-2022


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook