Skip to main content

Voorbeeld Blend rechtsvakken (bedrijfs- en office management)

Page 1

Academiejaar 2020-2021

De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Plaats hier de gegevens van uw hogeschool en opleiding


De titel van dit boek? Die kiest u zelf! Blend ISBN 978-11-1004-086-5 Samengesteld door Hans Mertens De Boeck Hogeschool Bedrijfsmanagement / Office Management Recht © Dit werk werd samengesteld door bovenvermelde docent(en), met respect voor de auteursrechten van VAN IN en de afzonderlijke auteurs. Wommelgem, 2020 Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. ln België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever en de auteurs streven permanent naar een volledige betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, zij kunnen voor die informatie en de toepassing ervan echter niet aansprakelijk gesteld worden. Dit boek op maat bevat hoofdstukken uit volgende oorspronkelijke werken: •

Jan Roodhooft, Praktisch burgerlijk recht. ISBN 978-90-3069-222-5. 2019, hoofdstukken 2, 3. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

Gerda Ghysels, e.a, Praktisch economisch recht basisbeginselen. ISBN 978-90-3069-223-2. 2019, hoofdstuk 11. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.

•

An De Graeve, e.a, Praktisch vennootschapsrecht. ISBN 978-90-3069-230-0. 2019, hoofdstuk 6. Wommelgem: Uitgeverij VAN IN.


Inhoudsopgave Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2019

Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

1

Toegevoegd door docent

Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

11

1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst

13

2 Nog een voorbeeld van een tussentitel

14

Uit: Jan Roodhooft. Praktisch burgerlijk recht. 2019

Hoofdstuk 3: Algemeen recht: structuren en instellingen

17

Uit: Gerda Ghysels, e.a. Praktisch economisch recht basisbeginselen. 2019

Hoofdstuk 4: Ondernemingsrecht: inleiding: eenmanszaak of vennootschap

25

Uit: An De Graeve, e.a. Praktisch vennootschapsrecht. 2019

Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

29


1 Algemeen recht: algemene inleiding


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

1

Wat is recht?

1 Het recht omvat een geheel van gedragsregels en normen

E

Van de term ‘recht’ bestaan verschillende, uiteenlopende definities. Het is dan ook moeilijk een enige juiste en allesomvattende definitie te geven. In de meeste definities komen wel een aantal dezelfde elementen naar voor. Meer bepaald worden volgende elementen veelal weerhouden:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Deze gedragsregels en normen kunnen zeer verscheiden zijn en diverse vormen aannemen. VOORBEELD

O

– Zo zijn er zowel verbodsbepalingen (waarbij het wordt verboden bepaalde handelingen te stellen, zoals het verbod om diefstallen te plegen) als gebodsbepalingen (waarbij de verplichting wordt opgelegd bepaalde handelingen te stellen, zoals de verplichting voor erfgenamen om fiscaal aangifte van de nalatenschap te doen). Sommige gedragsregels en normen bieden dan weer de mogelijkheid er een beroep op te doen, zonder daartoe verplicht te zijn. Zo kunnen bijvoorbeeld bepaalde ondernemers die een herstelling uitvoerden zich (desgewenst) in afwachting van een betaling beroepen op een retentierecht om te weigeren het goed dat ze herstelden, terug te geven. – Daarnaast zijn er bijvoorbeeld regels waar niet zomaar van afgeweken kan worden (ze zijn van dwingend recht of van openbare orde of goede zeden), terwijl er van andere wel perfect kan afgeweken worden (ze gelden slechts als de partijen niets anders overeenkwamen). Zo kan bijvoorbeeld bij de verhuur van een woning waar de huurder zijn hoofdverblijfplaats heeft niet zomaar van alles overeengekomen worden nu heel wat van de wettelijke bepalingen die in de diverse gewesten gelden van dwingend recht zijn. – Er zijn ook regels die vormvoorwaarden vastleggen voor bepaalde handelingen (bv. hoe vindt een schenking plaats) of voor de wijze waarop procedures (bv. voor de rechtbank) gevoerd moeten worden.

VO

2 Deze gedragsregels en normen hebben tot doel het maatschappelijke leven te ordenen

IE

De bedoeling van het recht is de gemeenschap of de samenleving te ordenen. Mochten er geen rechtsregels zijn, dan zou er complete chaos zijn.

N

VOORBEELD

Als er geen wegcode zou bestaan met voorschriften hoe zich in het verkeer te gedragen, zou het verkeer compleet in het honderd lopen.

3 De regels worden opgelegd door de overheid De overheid vaardigt de regels uit. Het is met andere woorden de overheid die, via bepaalde beslissingskanalen, beslist welke rechtsregels uitgevaardigd zullen worden. Bovendien kunnen op verschillende niveaus binnen de overheid regels worden uitgevaardigd (bv. op het niveau van gemeente, gewest, federale staat …).

© VAN IN

3

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

4 De regels zijn afdwingbaar Het is niet voldoende dat de regels uitgevaardigd worden. De regels moeten bovendien ook afgedwongen kunnen worden. Daartoe zal bijvoorbeeld een gerechtelijk apparaat (met rechtbanken) uitgewerkt worden om tot de afdwinging van de regels te kunnen overgaan.

Indelingen van het recht

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

2

E

Toepassing: In toepassing van het vorige is bijvoorbeeld de regel dat iemand die een overeenkomst heeft afgesloten die ook moet naleven, een rechtsregel. Die regel voldoet aan de vier hierboven aangegeven voorwaarden. De ongeschreven regel daarentegen dat men moet proberen op tijd te zijn voor een afspraak is geen rechtsregel maar een fatsoensregel. Die regel werd namelijk niet opgelegd door de overheid en is evenmin afdwingbaar.

Binnen het recht kunnen verschillende indelingen gemaakt worden. De meest klassieke indeling is die tussen het publiek- en het privaatrecht. Maar daarnaast zijn nog een aantal andere indelingen denkbaar. We halen enkele van de denkbare indelingen aan.

2.1

Privaatrecht – publiekrecht

1 Het privaatrecht regelt de verhouding tussen de burgers onderling. Binnen het privaatrecht moeten o.a. het burgerlijk recht, het gerechtelijk privaatrecht en het internationaal privaatrecht onderscheiden worden. – Het burgerlijk recht, waarover verder meer, geeft o.a. regels aan m.b.t. familiale verhoudingen, contracten tussen burgers, zakelijke rechten …

O

– Het gerechtelijk privaatrecht geeft aan hoe het gerechtelijke apparaat georganiseerd is (welke rechtbanken zijn er, waarvoor zijn ze bevoegd …) en op welke wijze procedures voor de rechtbank gevoerd moeten worden.

N

IE

VO

– Het internationaal privaatrecht geeft o.a. aan welke rechter bevoegd is en welke rechtsregels toegepast moeten worden als er een grensoverschrijdend rechtsprobleem is. Het is immers niet zo dat in elk geval waarin een Belg betrokken is de Belgische rechtbanken bevoegd zijn en het Belgische recht ook toegepast moet worden (denk bv. maar aan het geval dat een Belg in Oostenrijk een verkeersongeval veroorzaakt waarbij tevens een Zwitser betrokken is).

2 Het publiekrecht regelt de algemene belangen en heeft betrekking op de inrichting, de werking en de onderlinge verhoudingen van de overheidsorganen, en op de verhouding van de overheid tot de burgers. Het publiekrecht omvat onder andere het staatsrecht, het administratief recht, het strafrecht, het strafprocesrecht en het fiscaal recht.

© VAN IN

4

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

– Het staatsrecht omvat het geheel van regels die betrekking hebben op de inrichting en de werking van de staat en de onderlinge verhoudingen tussen de organen van de staat. Het omvat o.a. de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten. – Het administratief recht bevat de regels die nodig zijn voor de werking van de overheidsinstanties, de manier waarop de burger zich tot de overheid kan richten … (zo geeft het administratief recht o.a. aan hoe een bouwvergunning aangevraagd moet worden, hoe beroep aangetekend kan worden tegen een weigering ter zake enz.).

E

– Het strafrecht geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn en welke sancties er tegenover staan.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

– Het strafprocesrecht geeft o.a. aan op welke wijze misdrijven kunnen vastgesteld en opgespoord worden en hoe de procedure verloopt om beklaagden te vervolgen. – Het fiscaal recht ten slotte regelt de problematiek van de belastingen.

3 Binnen deze indeling tussen het publiek- en privaatrecht kunnen een aantal rechtstakken moeilijker worden geplaatst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het ondernemings- en economisch recht, het financieel recht, het sociaal recht (bv. arbeidsrecht en sociale zekerheid), de intellectuele rechten (bv. auteursrechten, octrooien) … Bovendien zijn er ook allerlei regels van internationaal recht die moeilijk binnen de indeling geplaatst kunnen worden; zo is er bijvoorbeeld het volkenrecht dat de verhoudingen tussen diverse staten regelt. De loutere opsplitsing tussen privaat- en publiekrecht volstaat niet om alle rechtstakken zonder meer in een van beide categorieën te plaatsen.

2.2

Enkele andere indelingen

VO

O

Los van de opdeling tussen publiekrecht en privaatrecht zijn nog enkele andere indelingen denkbaar.

IE

1 Aldus kan een onderscheid gemaakt worden tussen het objectieve en subjectieve recht.

N

Het objectieve recht is een geheel van normen die de menselijke activiteiten, de onderlinge verhouding tussen mensen en hun verhouding tot de gemeenschap regelen. Het objectieve recht bevat met andere woorden de rechtsregels op zich. Het subjectieve recht bevat de aanspraken die een persoon tegenover een ander laat gelden. Deze aanspraken zijn gebaseerd op het objectieve recht.

2 Een andere denkbare indeling is die tussen materieel en formeel recht. Het materiële recht bevat de regels die rechten toekennen en plichten opleggen. Het formele recht geeft aan hoe de naleving van het materiële recht verzekerd kan worden (zo omvat het formele recht bijvoorbeeld het gerechtelijke privaatrecht).

© VAN IN

5

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

3

De bronnen van het recht Onder de noemer de bronnen van het recht wordt nagegaan waar de rechtsregels teruggevonden kunnen worden. In grote lijnen onderscheiden we volgende bronnen: de wetgeving in de ruime zin van het woord (wat veruit de belangrijkste rechtsbron is), de rechtspraak, de rechtsleer en de gewoonte en billijkheid. Hieronder wordt geschetst wat onder deze diverse bronnen moet worden verstaan.

3.1

Wetgeving sensu lato

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Een eerste bron van rechtsregels betreft de wetgeving in de ruime zin van het woord. Hierbinnen kunnen verschillende soorten bronnen onderscheiden worden. Overigens hebben niet alle ‘wetten’ in de ruime zin van het woord dezelfde waarde. 1 Internationale verdragen en beslissingen van supranationale organisaties

1 Het belangrijkste voorbeeld van beslissingen van supranationale politieke instellingen is wellicht het recht van de Europese Unie. De Europese organen beschikken in dat verband over drie belangrijke beleidsinstrumenten: de richtlijnen, de verordeningen en de besluiten. – De richtlijnen geven een aantal regels aan die door de nationale overheid van de diverse lidstaten verplicht moeten worden opgenomen en verwerkt in de eigen wetgeving. Vaak zijn deze richtlijnen er overigens op gericht om de wetgeving binnen de verschillende lidstaten te harmoniseren. VOORBEELD

Een voorbeeld hiervan (in de materie van het economisch recht) is de richtlijn inzake de betalingsachterstand bij handelstransacties.

O

– Daarnaast zijn er verordeningen. Deze bevatten een algemene en volledige reglementering die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten.

N

IE

VO

– Besluiten ten slotte bevatten regels die van toepassing zijn op de daarin aangeduide bestemmeling (dat kan een staat, een bedrijf of persoon zijn). Zo kan het bijvoorbeeld gaan om een besluit waarbij bepaalde boetes worden opgelegd aan een lidstaat of een onderneming.

2 Los daarvan zijn er ook internationale verdragen tussen twee of meer staten. Zo zijn er bijvoorbeeld verdragen gekend die een regeling treffen over welke rechtbanken bevoegd zijn in geschillen waarbij meerdere nationaliteiten betrokken zijn, welk recht dan toepasselijk is, dubbelbelastingsverdragen … De materie van het supranationale recht is in de materie van het burgerlijk recht minder belangrijk dan bijvoorbeeld in de materie van het economisch recht.

© VAN IN

6

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

2 Grondwet De Grondwet kan beschouwd worden als de meest fundamentele (Belgische) wet. Zij regelt de inrichting van de machten binnen de staat en waarborgt de fundamentele rechten en vrijheden van de burgers. In de Grondwet wordt vastgelegd aan wie de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht binnen de staat toekomen. Daarnaast waarborgt de Grondwet ook een aantal fundamentele rechten en vrijheden, zoals het recht zijn mening te uiten, het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie enz.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De Grondwet kan niet zomaar gewijzigd worden. Daar is namelijk een bijzondere procedure voor nodig. Meer bepaald moeten na het opmaken van een lijst met de te wijzigen grondwetsartikelen de wetgevende kamers ontbonden worden en moeten verkiezingen gehouden worden. Om de Grondwet te wijzigen, is ook vereist dat minstens twee derde van de leden van elke kamer aanwezig zijn en moet zowel in de Kamer als in de Senaat een meerderheid van twee derde voorstemmen. Op die regeling bestaat wel een uitzondering voor een beperkt aantal artikels van de Grondwet. Zie daarvoor de overgangsbepaling die in art. 195 van de Grondwet werd ingevoegd. 3 Wet sensu stricto

De wet in de strikte zin van het woord is de wet die door de Kamer van Volksvertegenwoordigers tot stand komt. Ten gevolge van de hervorming van de Senaat is de rol van de Senaat in het wetgevende proces sterk beperkt. Een goedgekeurde wet heeft pas uitwerking korte tijd nadat hij gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad (www.staatsblad.be). De wet zelf kan trouwens een datum van inwerkingtreding vastleggen of bepalen dat die datum vastgesteld wordt bij Koninklijk Besluit. 4 Decreten

O

Decreten zijn de ‘wetten’ die op het niveau van de Gemeenschappen en Gewesten gestemd worden. In de hiërarchie van de normen bevinden decreten zich op hetzelfde niveau als een federale wet.

IE

VO

Bij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is er geen sprake van decreten maar wel van ordonnanties.

N

De decreten van het Vlaamse en Waalse Gewest hebben enkel kracht van wet op de respectieve grondgebieden van deze instellingen. De decreten van de Gemeenschappen kunnen soms het grondgebied overstijgen of soms minder ver reiken. Deze rechtsbron situeert zich op regionaal niveau. Dat niveau wordt steeds belangrijker, gelet op de staatshervormingen die al plaatsvonden. Zo is bijvoorbeeld de woninghuurwetgeving onlangs een regionale materie geworden waarbij er verschillende regels gelden in Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

© VAN IN

7

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

5 Koninklijk Besluit (KB) Dit zijn besluiten die door de Koning (in de praktijk gaat het weer om de ministers) worden genomen en die nodig zijn voor de uitvoering van bepaalde wetten. Deze besluiten moeten een wettelijke basis hebben en zij mogen de wet zelf niet schorsen of vrijstelling van haar uitvoering verlenen. VOORBEELD

E

De wet bepaalt dat een organisatie moet worden opgericht om socialezekerheidsbijdragen te innen; het Koninklijk Besluit zal dan alles regelen wat nodig is om de organisatie effectief op te richten (bv. aantal leden, zetel ...).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

6 Besluit van de gemeenschaps- en gewestregeringen

Zoals de decreten eigenlijk de wetten in de strikte zin van het woord op regionaal niveau zijn, kunnen de besluiten van de gemeenschaps- en gewestregeringen worden beschouwd als de ‘regionale Koninklijke Besluiten’. Op hiërarchisch vlak staan ze op hetzelfde niveau als een KB. 7 Andere

Naast de reeds genoemde bronnen vinden we op een hiërarchisch lager vlak nog enkele andere regels terug zoals de Ministeriële Besluiten (MB) en de besluiten van een lid van de gemeenschaps- en gewestregering. Schema

Wet

Decreet

KB

Besluit gemeenschaps- en gewestregeringen

MB

Besluit van een lid van de gemeenschaps- en gewestregeringen

Federaal

Regionaal

N

IE

VO

O

Grondwet

Binnen de Belgische rechtsorde kan ook worden gewezen op het bestaan van provinciale en gemeentelijke reglementen.

© VAN IN

8

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

3.2

Rechtspraak

Het probleem met de wet is dat ze nooit in een oplossing kan voorzien voor alle concrete gevallen die zich zouden kunnen voordoen. De wet regelt immers alles in algemene bewoordingen. Als een betwisting aan een rechter wordt voorgelegd, kan deze niet op een bijna automatische wijze, als een computer, uitspraak doen. Hij zal de wet dan ook moeten kneden, toepasselijk maken op een concreet geval; hij zal deze met andere woorden moeten interpreteren. Het geheel van de beslissingen van hoven en rechtbanken vormt de rechtspraak, die ons leert hoe een rechter de wet in een concreet geval toepast.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Deze rechterlijke uitspraken zijn in theorie alleen bindend tussen de partijen in het geding. In de praktijk kan het inroepen van vroegere rechterlijke beslissingen de besluitvorming van de rechter wel beïnvloeden, en dit zeker naarmate de beslissing werd genomen door een hiërarchisch hoger rechtscollege. Overigens moet de rechter zijn beslissing motiveren en moet hij rechtspreken binnen een redelijke termijn. De wet zegt daarbij dat de rechter die de zaak in beraad neemt, de dag voor de uitspraak bepaalt. Die moet meestal plaatsvinden binnen een maand na het sluiten van de debatten. VOORBEELD

Bij een burenruzie oordeelt een rechter dat hanengekraai een abnormale burenhinder uitmaakt. Als later twee andere naburen in een soortgelijke conflictsituatie terechtkomen, en de zaak voorleggen aan dezelfde rechter, hoeft hij niet noodzakelijk in dezelfde zin uitspraak te doen.

3.3

Rechtsleer

VO

O

De rechtsleer is het geheel van wetenschappelijke publicaties over juridische aangelegenheden. Het gaat met andere woorden om boeken en artikels die te vinden zijn in juridische tijdschriften (bv. het Rechtskundig Weekblad). Het gaat om een geheel van opinies over het recht en de interpretatie ervan.

N

IE

Deze bron van recht is net als de rechtspraak niet bindend, maar er wordt veelal een beroep gedaan op de stellingen van de auteurs van deze uiteenzettingen om een juridische oplossing te vinden in een concreet geval. Ook de rechtsleer is dus een bron van recht.

© VAN IN

9

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 1: Algemeen recht: algemene inleiding

3.4

Gewoonte – billijkheid

De gewoonte is een gevestigd gebruik dat in een samenleving algemeen als bindend wordt beschouwd, zonder dat het zijn neerslag heeft gevonden in een of andere wetgevende maatregel. Opdat er sprake kan zijn van een gewoonte, moeten twee elementen aanwezig zijn. Zo zal er langs de ene kant een algemeen geldende, openbare en herhaalde gedraging moeten bestaan. Daarnaast is ook de subjectieve overtuiging vereist dat deze gedraging geldt als rechtsnorm. Deze bron van recht is in ons rechtsstelsel minder belangrijk geworden.

E

VOORBEELD

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Een voorbeeld hiervan is het recht van de echtgenoot om de familienaam van de andere echtgenoot te gebruiken.

N

IE

VO

O

Ook de billijkheid kan een rol spelen als bron van recht.

Š VAN IN

10

Academiejaar 2020-2021


2 Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen 1 Voeg tussentitels toe in de inhoudstafel, als u dat wenst

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque.

O

Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare.

IE

VO

Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.

N

Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.

Toegevoegd door docent

13

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

2 Nog een voorbeeld van een tussentitel Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Pellentesque congue at libero sit amet tempor. Mauris finibus porttitor mollis. Nunc non ullamcorper mauris. Nulla bibendum tellus molestie erat laoreet bibendum. Sed a quam vel erat posuere ornare a nec odio. Vivamus elementum lorem justo, eu auctor purus dictum in. Sed metus arcu, lacinia nec risus et, varius lobortis est. In hac habitasse platea dictumst. Proin sed augue non ex laoreet cursus quis tempus neque. Fusce porttitor finibus accumsan. Suspendisse tempus leo at nisl posuere, at blandit diam eleifend. Etiam pulvinar risus neque, a varius mauris egestas at. Nunc sit amet lorem fringilla, scelerisque risus porta, tincidunt lectus. Donec sed nibh pharetra, volutpat nisi eu, ultricies purus.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Donec at ante ex. Curabitur bibendum a metus nec laoreet. Suspendisse nec elementum nunc, hendrerit interdum tortor. Nunc blandit hendrerit felis. Phasellus nisi felis, viverra vel cursus sed, varius ullamcorper nunc. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce convallis arcu urna, sit amet elementum lacus sodales nec. Proin lobortis odio at ullamcorper ullamcorper. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed ac faucibus lorem, sed condimentum ante. Donec mollis eros faucibus, tincidunt ex a, viverra neque. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Fusce libero ante, lacinia venenatis erat nec, congue gravida dolor. Maecenas condimentum urna nec est consectetur, in egestas orci tristique. In pharetra congue felis sit amet scelerisque. Sed augue turpis, laoreet eu varius sed, luctus a justo. Integer hendrerit, eros sit amet venenatis placerat, velit arcu hendrerit est, quis elementum eros metus a eros. Nulla odio risus, cursus quis iaculis id, finibus vel metus. Vivamus at risus sed nibh consectetur lobortis. Ut aliquam lorem sodales, maximus augue quis, pretium ligula. Donec ipsum eros, finibus commodo justo eu, tincidunt egestas massa. Proin tincidunt tortor vel convallis varius. Curabitur maximus mollis ante, ac aliquet lorem lobortis ut. Cras vel varius nibh. Donec consequat aliquam lectus at congue. Morbi in aliquet neque, at condimentum erat. Nunc sollicitudin sed purus non consequat. In feugiat nec justo vitae iaculis. Quisque ornare quis enim id ornare. Vestibulum placerat commodo sem a molestie. Suspendisse potenti. Maecenas bibendum iaculis risus non condimentum. Suspendisse potenti. Vivamus aliquet sem vel tortor vestibulum, eu auctor sapien mollis. Maecenas in arcu at turpis consectetur egestas. Morbi eu nulla a tortor faucibus venenatis quis sit amet risus. Duis eget lorem sit amet ipsum feugiat viverra.

VO

O

Cras pharetra ex est, tincidunt fringilla enim dictum id. Vestibulum id placerat erat. Mauris sapien libero, aliquam a mauris vel, tincidunt ultrices mi. Donec posuere aliquam elementum. Donec congue elementum lacus, aliquam rhoncus felis tristique et. Aenean rhoncus, leo non dapibus aliquet, diam nunc lobortis diam, eu facilisis orci dui sit amet sem. Etiam id purus imperdiet, tincidunt erat sed, elementum risus.

N

IE

Phasellus gravida felis eu mauris luctus vestibulum. Phasellus vehicula malesuada purus eu aliquam. Sed non nisi in ante eleifend rhoncus ac id ipsum. Maecenas malesuada nulla in elit vestibulum gravida. Vestibulum non bibendum lorem. Morbi sed vulputate lectus. Nam faucibus libero sit amet posuere lacinia. Integer facilisis ante vel est pharetra, sed accumsan dui ornare. Nullam auctor ligula sit amet blandit accumsan. Mauris in purus ullamcorper, vestibulum nulla id, euismod ligula. Mauris dolor urna, viverra vel suscipit eu, maximus suscipit magna. Pellentesque laoreet felis libero, ut vestibulum ipsum faucibus ut. Nam nisi felis, dignissim non ornare at, faucibus et sapien. Fusce a fermentum neque, vel egestas augue. Integer tristique vel eros sed convallis. Praesent laoreet quam quis rhoncus ornare. Pellentesque ut lobortis magna. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Donec placerat tellus non augue dapibus mollis. Duis dictum sodales lacus vel fringilla. Curabitur at lacus maximus, facilisis elit quis, iaculis elit. Aliquam eu velit in erat egestas placerat. Maecenas varius eget neque a fringilla. Class aptent taciti sociosqu ad litora torquent per conubia nostra, per inceptos himenaeos. Sed fringilla, massa a

Toegevoegd door docent

14

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

bibendum ultricies, metus risus consequat justo, eget egestas nibh risus pharetra tellus. Ut pretium, elit vitae blandit iaculis, lacus lectus iaculis ex, vel pretium sem quam ac urna. Sed non lectus ullamcorper, feugiat orci sed, rhoncus metus. Morbi sem sem, elementum a eros sed, viverra tincidunt lacus. Nullam nec purus eget felis blandit vestibulum. In convallis egestas lacus. Sed non lacus ut lectus venenatis convallis. Morbi ac purus eu tortor tristique tincidunt molestie id ligula. Ut massa quam, egestas a ante in, mattis consectetur orci. Duis condimentum pharetra vulputate. Phasellus a mattis ligula. Vivamus pretium tempus feugiat.

E

Nulla viverra luctus magna, et auctor nisi egestas ut. Suspendisse ut urna eget nulla dictum scelerisque. Nullam at arcu vel lacus tempor pellentesque. Suspendisse ullamcorper sollicitudin libero et mattis. Donec feugiat vulputate risus, eget ullamcorper leo. Quisque vitae malesuada leo. Nullam vitae dui vitae erat pulvinar pretium. In hac habitasse platea dictumst. Nulla viverra dui ut quam semper dictum. Duis scelerisque vulputate ante, consectetur venenatis est lobortis pellentesque. Donec non porta augue. Morbi id lobortis tortor.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Pellentesque viverra ex sed tortor porta, a suscipit odio vulputate. Donec sed massa est. Vivamus congue commodo augue non egestas. Fusce consequat massa eu consectetur ultricies. Vivamus tempus sapien odio, et suscipit odio suscipit at. Praesent congue tincidunt pulvinar. Nunc eu nisl sed purus fringilla feugiat. Sed varius quam et ipsum vulputate, ac elementum leo mollis. Curabitur maximus sem fringilla, lacinia lectus non, laoreet nulla. Aliquam efficitur tincidunt euismod. Duis sed sagittis elit. Maecenas et quam tincidunt, convallis quam sed, gravida eros. Aenean sit amet orci vitae est elementum rutrum. Suspendisse facilisis dignissim erat, nec aliquam est eleifend a. Praesent in mattis quam. Nulla odio tellus, tempus sit amet nunc a, ullamcorper fringilla ligula. Sed sagittis imperdiet finibus. Sed ac urna ut ex faucibus lobortis eget ut arcu. Vestibulum venenatis, velit ac sodales efficitur, nisl est tincidunt ex, lacinia pellentesque metus metus at felis. Nulla viverra ex nec arcu pellentesque, eu feugiat magna eleifend. Donec pharetra tincidunt risus, sed congue odio aliquet eget. Aenean convallis, neque in facilisis iaculis, justo mi bibendum odio, sit amet tempus massa lorem ut erat. Nunc lobortis quam eget nibh lobortis fringilla ut et est. Aliquam erat volutpat. Phasellus quis libero porttitor, iaculis enim vitae, pharetra odio. Nam elit erat, gravida quis volutpat id, facilisis nec massa. Donec auctor purus at justo pretium aliquet. Nulla congue hendrerit eros, eget porttitor dolor iaculis ac. Nam maximus mauris nisi, nec pretium nisi tincidunt eu. Praesent malesuada est vitae massa cursus, id viverra erat tristique.

IE

VO

O

Maecenas eu semper ante. Aenean et erat volutpat, vulputate urna sed, ultrices nisl. Vestibulum eget justo mauris. Donec pulvinar elementum mauris, vel volutpat ex pulvinar non. Curabitur sit amet rutrum nisi, quis hendrerit nulla. Phasellus ultrices sit amet ligula eu rhoncus. Etiam sit amet malesuada nulla. Interdum et malesuada fames ac ante ipsum primis in faucibus. Proin iaculis lacinia purus, maximus auctor sapien tincidunt placerat. Duis nunc nisi, dignissim eu orci vitae, porta auctor ligula. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Aenean et imperdiet tortor. Proin id dui in tortor mollis hendrerit at eu urna. Donec non vestibulum arcu. Sed tempor tellus a arcu bibendum, vitae fringilla leo aliquam.

N

In tempor maximus lacinia. Praesent laoreet ipsum nisi. Suspendisse id leo nisi. Praesent molestie iaculis risus, et varius est ultrices et. Donec convallis dui vitae dolor accumsan varius. Curabitur varius, sapien sit amet laoreet aliquet, sapien nunc eleifend lacus, vel fermentum enim mi non mi. Curabitur pharetra, enim vel tincidunt accumsan, ex ex dapibus leo, id malesuada augue lectus ac arcu. Nulla interdum nisl sed pretium venenatis. Vestibulum ante ipsum primis in faucibus orci luctus et ultrices posuere cubilia Curae; Integer augue urna, gravida sit amet dapibus non, congue nec metus. Maecenas nec pellentesque magna. Maecenas bibendum tellus et quam rutrum, vel tristique nunc iaculis. Aenean mi ex, volutpat imperdiet lectus in, semper venenatis felis. In quam ante, maximus id elementum eu, imperdiet ac urna. Praesent congue mi viverra venenatis auctor. Aliquam blandit urna a nibh efficitur imperdiet. Fusce a arcu laoreet, luctus ipsum non, ultrices mi. Proin interdum urna a dui hendrerit rhoncus. Cras efficitur porta libero vitae condimentum. Integer quis libero ut

Toegevoegd door docent

15

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 2: Met Blend kunt u ook eigen lesmateriaal toevoegen

erat fermentum tempor quis eu dolor. Mauris ac fringilla neque. Sed posuere pharetra fringilla. Aenean mattis tempus urna, ac viverra risus. Nullam auctor velit nisl, ut dictum erat sollicitudin eget. Curabitur congue et arcu vitae efficitur. Vivamus tellus elit, egestas sed pellentesque id, mattis eget sem. Aliquam turpis justo, interdum vel ullamcorper vel, mattis quis felis. Curabitur aliquam interdum purus, ac lobortis risus pellentesque non. Ut dignissim commodo vehicula. Fusce turpis justo, vehicula et rutrum eget, vestibulum vel est. Nunc id porta lorem, vel mollis magna. Ut efficitur dolor ut laoreet consectetur. Nunc molestie vestibulum elit nec varius. Aenean sodales diam quis nulla vestibulum, id dignissim lacus feugiat. Aenean nisl sapien, finibus auctor nisi sed, elementum ultrices leo. Proin felis ante, convallis vitae facilisis at, pulvinar vel enim. Nunc vulputate convallis placerat. In pulvinar rutrum lacus. Aliquam euismod dapibus placerat.

N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Fusce non sagittis sapien. Donec varius neque malesuada euismod accumsan. Duis ac mi tortor. Nullam nunc sapien, tincidunt consequat finibus vitae, ultricies eu elit. Morbi interdum, purus a ullamcorper vestibulum, est nisl fermentum lorem, ut ultricies tortor quam sit amet arcu. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac turpis egestas. Sed orci purus, molestie nec rhoncus eget, lobortis vitae tortor. Aliquam vel finibus enim, ut consequat velit. Nam sit amet tortor massa. Sed sagittis justo et vulputate lobortis. Integer mi purus, tincidunt sed gravida vitae, venenatis sed ligula. Aliquam in pharetra diam. Quisque malesuada eleifend vehicula. In tempor mauris a vehicula euismod. Nulla facilisi. Phasellus luctus sodales fermentum.

Toegevoegd door docent

16

Academiejaar 2020-2021


3 Algemeen recht: structuren en instellingen


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 3: Algemeen recht: structuren en instellingen

Onder deze hoofding geven we enkele principes aan waarop de Belgische staat gesteund is. Vervolgens wordt nader ingegaan op een aantal politieke instellingen binnen onze staat, waarna aandacht wordt besteed aan de gerechtelijke instanties (er wordt met name aangegeven welke de verschillende rechtbanken en hoven zijn).

Enkele algemene beginselen

E

1

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

– Vooreerst leven wij in een democratische staat. Daarbij kiest het volk de vertegenwoordigers die de wetten maken. Dat alles gebeurt via verkiezingen op diverse niveaus (federaal, regionaal, provincie en gemeente, Europees), waarbij stemplicht bestaat. – In onze staat bestaat tevens een principe van scheiding van machten. Meer bepaald is er vooreerst de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. – Onze staat is tevens een rechtsstaat. In een rechtsstaat wordt de macht geregeld en beperkt door de wet. De wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn in een rechtsstaat ook gebonden door de wetten en moeten zich daar dus aan houden. In een rechtsstaat geldt bijvoorbeeld ook het principe dat mensen als onschuldig beschouwd worden tot hun schuld bewezen is. – België kent een monarchie, waarbij de Koning niet door verkiezingen wordt gekozen doch wel erfelijk wordt aangewezen.

VO

O

– Ons land is een federale staat. Enerzijds is er de federale overheid en anderzijds zijn er Gemeenschappen en Gewesten waarbij allerhande regels gelden inzake de bevoegdheden van elk. Zo kan er sprake zijn van exclusieve bevoegdheden (waarbij slechts één overheid bevoegd is voor een materie), concurrerende bevoegdheden of parallelle bevoegdheden. Met de zesde staatshervorming verschoven overigens belangrijke bevoegdheden van de federale staat naar de deelstaten.

Enkele politieke instellingen

IE

2

N

Onder deze hoofding geven we enkele instellingen aan op federaal en op regionaal niveau die een belangrijke rol spelen bij de totstandkoming van wetten (in de ruime zin van het woord). Het is daarbij overigens niet de bedoeling volledig te zijn. In het kader van de zesde staatshervorming werden een aantal bevoegdheden overgedragen van het federale naar het regionale niveau. De belangrijkste overhevelingen gaan over de arbeidsmarkt (bv. beschikbaarheid en sanctionering van werklozen, dienstencheques), de gezondheidszorg (bv. rusthuizen), de gezinsbijslagen, justitie (bv. jeugdsanctierecht) en de mobiliteit.

© VAN IN

19

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 3: Algemeen recht: structuren en instellingen

2.1

Op federaal niveau

– Op federaal niveau is er vooreerst de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze wordt rechtstreeks verkozen. Ze bestaat uit 150 leden die verkozen worden voor een periode van vier jaar. Om verkiesbaar te zijn, moet men Belg zijn, 21 jaar, moet men het genot van zijn politieke rechten hebben en in België wonen.

E

Daarnaast is er de Senaat. De rol van de Senaat werd met de laatste staatshervorming sterk uitgehold. De nieuwe Senaat bestaat uit 60 senatoren. 50 leden komen van deelstaatparlementen (29 Nederlandstaligen, 20 Franstaligen en 1 Duitstalige). Elke taalgroep bepaalt daarbij wie ze naar de Senaat afvaardigt. Bovendien zijn er 10 gecoöpteerde senatoren (6 Nederlandstaligen, 4 Franstaligen) verdeeld volgens de uitslag van de Kamerverkiezingen. De senatoren worden dus niet meer rechtstreeks verkozen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De bevoegdheden van de Senaat worden ook erg beperkt. De Senaat is o.a. nog bevoegd voor de verklaring tot herziening van de grondwet, de grondwetsherziening zelf en de herziening van de bijzondere wetten. De Senaat komt in de regel nog maar 8 keer per jaar samen.

– Daarnaast is er de Koning, die de in de Grondwet verleende bevoegdheden heeft. De Koning heeft een politieke en ook een symbolische rol. – Op federaal niveau is er tevens een regering. De regering bestaat uit ten hoogste 15 ministers, waarbij er, de eerste minister eventueel uitgezonderd, evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers zijn. Daarnaast zijn er staatssecretarissen die aan een minister toegevoegd worden en onder zijn verantwoordelijkheid werken. De regering wordt geleid door de eerste minister. De regering voert het beleid van het land, voert de wetten uit, past ze toe …

2.2

Op regionaal niveau

– In Vlaanderen worden de bevoegdheden van de Gemeenschap en het Gewest uitgeoefend door hetzelfde parlement en dezelfde regering, met name het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering.

IE

VO

O

Op regionaal niveau zijn er drie Gemeenschappen (Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap en Duitstalige Gemeenschap) en drie Gewesten (Vlaams Gewest, Waals Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

N

– Het Vlaams Parlement bestaat uit 124 leden, waaronder 6 rechtstreeks verkozen Nederlandstalige leden van het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement. Deze 6 nemen geen deel aan stemmingen over decreten van het Vlaamse Gewest. De Vlaamse Regering bestaat uit maximaal tien ministers en één minister-voorzitter.

© VAN IN

20

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 3: Algemeen recht: structuren en instellingen

2.3

Provincies en gemeenten

– België telt 10 provincies die op hun grondgebied de bevoegdheid hebben voor wat van provinciaal belang is en niet valt onder het algemene belang van de federale staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, of onder het gemeentelijke belang. De provincies hebben een provincieraad, waarvan de leden voor zes jaar verkozen worden. Tevens is er een deputatie die de beslissingen van de provincieraad uitvoert en die instaat voor het dagelijkse bestuur. De deputatie wordt voorgezeten door de provinciegouverneur. De gouverneur is de commissaris van de regering in de provincie, en dat naast zijn functie voor bepaalde materies als commissaris van de federale regering.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

– Daarnaast zijn er de gemeenten. België telt 581 gemeenten. Ze zijn bevoegd voor wat verband houdt met het gemeentelijke belang. De gemeenten zijn onder meer bevoegd voor openbare werken, sociale bijstand, ordehandhaving, huisvesting, onderwijs … Binnen de gemeenten zijn er een burgemeester, een gemeenteraad en een college van burgemeester en schepenen.

3

Rechtbanken en hoven

Hof van Cassatie

Arbeidshof

Familiekamer

Burgerlijke kamer

Correctionele kamer

{

Militair Gerechtshof

Hof van beroep

O

Assisenhof

Arbeidsrechtbank

Ondernemingsrechtbank

FamilieBurgerCorrecFiscale lijke tionele en Jeugdrechtbank rechtbank rechtbank rechtbank

{

VO

Krijgsraad

provincie

N

IE

Rechtbank van 1e aanleg

Politierechtbank Vredegerecht

arrondissement kanton

– Op het onderste niveau, dat van het kanton, vinden we het vredegerecht terug. Het vredegerecht is bevoegd voor zaken met een waarde beneden 5 000 EUR. Naast deze algemene bevoegdheid is de vrederechter, ongeacht de waarde van het geschil, ook bevoegd inzake een aantal specifieke aangelegenheden (zoals huur, burenkwesties …). De vrederechter is niet bevoegd voor geschillen met een waarde beneden 5 000 EUR tussen ondernemers.

© VAN IN

21

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 3: Algemeen recht: structuren en instellingen

– In ieder gerechtelijk arrondissement is er een politierechtbank. De politierechtbank is bevoegd inzake overtredingen, maar beslecht ook alle geschillen inzake verkeer, zowel het strafrechtelijk gedeelte als het burgerlijk gedeelte. Zo beslist zij bijvoorbeeld over wie aansprakelijk is voor schade bij een verkeersongeval, oordeelt zij over inbreuken op de wegcode (bv. te snel rijden …).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

– Daarnaast zijn er de rechtbanken van eerste aanleg die opgesplitst kunnen worden in verschillende afdelingen, namelijk: - de correctionele rechtbank: deze is bevoegd inzake de meeste strafrechtelijke aangelegenheden; - de burgerlijke rechtbank: deze behandelt de meeste geschillen waarin particulieren betrokken zijn en behandelt ook de meeste beroepsprocedures tegen beslissingen van de vrederechter; - de familie- en jeugdrechtbank (sinds 1 september 2014): deze is sinds 1 september 2014 bevoegd voor nagenoeg elk probleem dat verband houdt met familiezaken. Denk daarbij onder andere aan discussies i.v.m. het ouderlijke gezag, het verblijf en het omgangsrecht met betrekking tot minderjarige kinderen (bv. de vraag bij wie minderjarige kinderen na een echtscheiding verblijven, problemen over het omgangsrecht van grootouders …). De familierechtbank is ook bevoegd voor geschillen over onderhoudsgelden (bv. tussen ouders en kinderen, tussen (ex-)echtgenoten …), voor echtscheidingen en diens meer. Ook erfenisproblemen (zoals betwistingen over de geldigheid van een testament, de aanstelling van een notaris voor de vereffening-verdeling van een nalatenschap, zwarigheden bij de staat van de notaris …) moeten voor deze rechtbank worden gebracht.

– Wanneer er tussen deze drie rechtbanken een bevoegdheidsconflict rijst, wordt de zaak overgemaakt aan de arrondissementsrechtbank, die bestaat uit de voorzitters van de burgerlijke rechtbank, familie- en jeugdrechtbank en correctionele rechtbank.

– Als we nog een niveau hoger gaan, vinden we de hoven van beroep terug. In België bestaan er vijf zulke hoven (Antwerpen, Gent, Brussel, Bergen, Luik). De benaming van deze rechterlijke instanties is misleidend: niet alle hogere beroepen tegen rechterlijke beslissingen worden voorgelegd aan de hoven van beroep. Als de oorspronkelijke beslissing immers werd geveld door een vredegerecht of een politierechtbank, zal het hoger beroep worden behandeld bij de correctionele, respectievelijk de burgerlijke rechtbank (of de ondernemingsrechtbank, maar dit zal in belangrijke mate uitdoven door de nieuwe bevoegdheidsregeling van vrederechters) en niet bij het Hof van Beroep. Een tweede keer hoger beroep aantekenen is in dat geval niet mogelijk. In België kan immers maar eenmaal hoger beroep worden aangetekend tegen een rechterlijke beslissing. Tegen sommige uitspraken in zaken met een beperkte inzet kan geen hoger beroep worden aangetekend.

N

IE

VO

O

– Per ressort van het hof van beroep is er ook minstens één arbeidsrechtbank, die bevoegd is voor sociaalrechtelijke problemen, en één ondernemingsrechtbank. In totaal zijn er in België negen arbeidsrechtbanken en negen ondernemingsrechtbanken die verschillende afdelingen kunnen hebben.

© VAN IN

22

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 3: Algemeen recht: structuren en instellingen

Op ditzelfde niveau staat ook het arbeidshof dat uitspraak doet in hoger beroep over sociaalrechtelijke zaken. Dit hof ontvangt dus het hoger beroep tegen de vonnissen gewezen door de arbeidsrechtbank.

E

– Op het hoogste niveau vinden we het Hof van Cassatie terug. Dit hof is bevoegd voor ‘cassatieberoepen’ tegen rechterlijke beslissingen. Voor het Hof van Cassatie worden de feiten niet opnieuw beoordeeld. Dit hof gaat enkel na of er geen procedurefouten werden gemaakt en of de rechter in beroep een juiste toepassing van de rechtsregel maakte. Cassatieberoep kan worden ingesteld tegen uitspraken van de beroepsrechter of tegen uitspraken in eerste aanleg waartegen (gelet op het beperkte bedrag van de vordering) geen hoger beroep mogelijk is. Als het Hof van Cassatie oordeelt dat de beroepsrechter een fout maakte, kan dit hof het arrest verbreken en de zaak terugzenden naar een andere beroepsrechter.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

– Daarnaast hebben we in België ook tien hoven van assisen die uitzonderlijk optreden in strafzaken. Deze hoven komen voor op provinciaal niveau. De schuldvraag wordt voor de assisenhoven beoordeeld door een jury. Tegen deze uitspraak is geen beroep mogelijk. Wel kan het rechtsmiddel van cassatie worden aangewend. In de zogenaamde Wet Potpourri II werd voorzien in een belangrijke uitbreiding van de correctionaliseerbaarheid. Hierdoor kunnen nu zowat alle misdaden (ook zij die strafbaar zijn met levenslange opsluiting) gecorrectionaliseerd worden en voor de correctionele rechtbank behandeld worden. – Buiten de hoven en rechtbanken die in ons schema voorkomen, kan ook worden gewezen op het bestaan van het ‘Grondwettelijk hof’ (voorheen Arbitragehof) en de ‘Raad van State’. Het Grondwettelijk hof werd oorspronkelijk opgericht om de bevoegdheidsconflicten tussen de federale en de regionale overheden te beslechten. Daarnaast kan het Grondwettelijk hof ook nagaan of wetten in strijd zijn met enkele welbepaalde artikels van de Grondwet.

N

IE

VO

O

De Raad van State treedt voornamelijk op om te oordelen over vorderingen tot vernietiging van administratiefrechtelijke beslissingen.

© VAN IN

23

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Algemeen recht: structuren en instellingen

© VAN IN

24

Academiejaar 2020-2021


4 Ondernemingsrecht: inleiding: eenmanszaak of vennootschap


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 4: Ondernemingsrecht: inleiding: eenmanszaak of vennootschap

Wie als ondernemer aan de slag wil gaan, moet aan een reeks verplichtingen voldoen. Eerder (zie het hoofdstuk over de formele verplichtingen van de onderneming) werd al dieper op die verplichtingen ingegaan. Naast het vervullen van die formele verplichtingen, zal een beginnende ondernemer ook een keuze moeten maken of hij met een eenmanszaak wil beginnen dan wel een vennootschap wil starten. Beide hebben hun voor- en nadelen. Het is belangrijk de voor- en nadelen telkens af te wegen om in het concrete geval de juiste keuze te kunnen maken. Elke onderneming is daarbij anders waardoor een ‘enige juiste en altijd geldende keuze’ niet bestaat.

1

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Overigens kan wie een eenmanszaak heeft te allen tijde overstappen naar een vennootschap.

De voor- en nadelen van een eenmanszaak

Als een ondernemer een eenmanszaak begint heeft dat vooreerst een aantal voordelen tegenover het starten van een vennootschap. Zonder volledig te willen zijn kunnen onder andere de volgende zaken opwegen tegen het oprichten van een vennootschap:

IE

VO

O

− Aan het starten van een eenmanszaak zijn slechts beperkte kosten verbonden. De ondernemer die een eenmanszaak begint heeft ook geen minimumkapitaal nodig om de zaak te starten. Bij sommige vennootschappen is dat wel het geval. Soms is er een minimumkapitaal nodig en in andere gevallen een toereikend aanvangsvermogen. − De start van een eenmanszaak vereist minder formaliteiten dan die van een vennootschap. Ook in de loop van de werking van de onderneming kent een eenmanszaak minder formaliteiten dan een vennootschap. Zo moeten er geen algemene vergaderingen gehouden worden, zijn de verplichtingen inzake boekhouding eenvoudiger enz. Dit alles leidt er ook toe dat de kosten van de werking van een eenmanszaak vaak lager liggen dan die binnen een vennootschap. − Bij een eenmanszaak ligt de beslissingsmacht in handen van één persoon. In het kader van een vennootschap zullen er vaak meerdere vennoten en soms zelfs ook meerdere bestuurders aanwezig zijn waardoor je wel eens meer rekening moet houden met anderen. Binnen een eenmanszaak is de totale opbrengst van de zaak ook voor één persoon. Bij een vennootschap (tenzij het gaat om een vennootschap met één vennoot) ligt dat ook anders.

N

Tegenover de eerder aangehaalde voordelen staan echter ook een aantal nadelen. Hierbij kan het gaan om: − In een eenmanszaak bestaat er geen scheiding tussen het privé- en het bedrijfsvermogen. Dat is voornamelijk problematisch als het slecht gaat met de onderneming. De ondernemer die een eenmanszaak heeft, riskeert namelijk zijn volledige privévermogen kwijt te raken als het bedrijf uiteindelijk slecht presteert. Hij riskeert ook persoonlijk failliet te worden verklaard. − Een ziekte of ongeval van diegene op wiens naam de eenmanszaak staat, kunnen problematisch zijn voor de eenmanszaak. − Bij een eenmanszaak is het moeilijker met anderen samen te werken (tenzij met werknemers) of investeerders te vinden.

© VAN IN

27

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 4: Ondernemingsrecht: inleiding: eenmanszaak of vennootschap

− De fiscaliteit is vaak minder voordelig binnen een eenmanszaak dan binnen een vennootschap.

2

De voor- en nadelen van een vennootschap Werken binnen een vennootschap biedt een aantal voordelen, zoals:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

− Bij heel wat vennootschappen zijn de vennoten slechts beperkt aansprakelijk. Meer bepaald zijn ze alleen aansprakelijk voor hun inbreng. De schuldeisers van de vennootschap kunnen in de regel dan ook het privévermogen van de vennoten niet aanspreken. Een faillissement van de vennootschap brengt in de regel ook geen faillissement van de vennoten met zich mee. Er bestaat wel (betwiste) rechtspraak die zegt dat een bestuurder en zaakvoerder tegenwoordig failliet kunnen worden verklaard. − Het is eenvoudiger om in het kader van een vennootschapsvorm met meerdere mensen samen te werken. Daarnaast is het ook eenvoudiger om investeerders te vinden voor de onderneming. − Het wegvallen door ziekte, ongeval of overlijden van één van de vennoten leidt niet tot het einde van de vennootschap. − Het belastingregime binnen een vennootschap is vaak voordeliger dan het fiscaal regime van een eenmanszaak. Tegenover deze voordelen staan ook een aantal nadelen:

− Bij de oprichting van een vennootschap is soms een minimumkapitaal vereist; in andere vennootschappen is een toereikend aanvangsvermogen nodig. Bij de oprichting en in de loop van het bedrijf zijn er ook meer formaliteiten van toepassing wat meteen een hogere kostprijs met zich meebrengt. − De verplichtingen inzake boekhouding zijn strenger dan in een eenmanszaak. − Er kunnen onenigheden of discussies met andere vennoten ontstaan waardoor de werking van de vennootschap verlamd kan worden.

IE

VO

O

OPDRACHT Zoek voor drie door jezelf te kiezen vennootschappen op: – wie de zaakvoerders/bestuurders zijn; – wanneer de vennootschap is opgericht (en met welk kapitaal); – wat de vennootschapsvorm is en; – wat de laatste drie balansen zijn.

N

Je kunt deze informatie (tenzij voor ‘oude’ vennootschappen) vinden op de website van het Belgisch Staatsblad en de Nationale Bank van België.

© VAN IN

28

Academiejaar 2020-2021


5 Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap


IE

N

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

O

VO

E


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

In dit deel bestuderen we de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. De regeling in verband met deze vennootschapsvormen is terug te vinden in Deel 2 ‘Vennootschappen’, Boek 4, meer bepaald in de artikelen 4:1 tot en met 4:28 WVV.

Definities

E

1

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

1.1 Maatschap

Artikel 4:1 WVV bepaalt:

‘De maatschap is een overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om hun nijverheid, geld of andere lichamelijke dan wel onlichamelijke goederen in gemeenschap te brengen, met het oogmerk het rechtstreekse of onrechtstreekse vermogensvoordeel dat daaruit kan ontstaan, met elkaar te delen. Zij wordt in het gemeenschappelijk belang van de partijen aangegaan. De maatschap is “stil” wanneer overeengekomen wordt dat zij bestuurd wordt door een of meer zaakvoerders, al dan niet vennoten, die handelen in eigen naam. Tenzij anders overeengekomen, wordt zij aangegaan met inachtneming van de persoon van de vennoten.’ Artikel 4:2 WVV stelt:

‘Elke maatschap moet een geoorloofd voorwerp hebben. De overeenkomst die aan een van de vennoten de gehele winst toekent, of aan één of meer vennoten enige deelname in de winst ontzegt, is nietig tenzij zij een andere kwalificatie moet krijgen waardoor zij rechtsgeldig zou worden of gedeeltelijk geldig kan blijven.’

O

De maatschap heeft vier constitutieve bestanddelen:

VO

1 een overeenkomst tussen twee of meer personen;

IE

2 een inbreng;

3 een geoorloofd voorwerp;

N

4 het oogmerk om een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren.

© VAN IN

31

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

Uit artikel 4:2, tweede lid WVV blijkt duidelijk dat het leeuwenbeding nog steeds verboden is. Een leeuwenbeding is namelijk onverenigbaar met het wezen van de vennootschapsovereenkomst.

VOORBEELD

Twee schilders die samenwerken en beantwoorden aan de verschillende elementen van de definitie, vormen een maatschap. Een maatschap kan ook worden gevormd door twee of meer advocaten die samenwerken. We kunnen bij de maatschap drie varianten onderscheiden:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

– stille maatschap; – tijdelijke maatschap; – gewone maatschap.

1.1.1

Stille maatschap

De stille maatschap is een gewone maatschap die stille vennoten kent. Met stille vennoot wordt de persoon bedoeld die op geen enkele wijze deelneemt aan de activiteit of het bestuur van de vennootschap en die dus niet in de openbaarheid treedt. Een derde is met andere woorden niet op de hoogte van de aanwezigheid van een of meerdere stille vennoten. De stille vennoot beperkt zich tot het nemen van een bepaald (financieel) belang in de vennootschap. In het WVV wordt een ruimere betekenis toegekend aan de vroegere stille vennootschap. Ook de vennootschap waarvan het beheer uitsluitend is toevertrouwd aan een zaakvoerder die geen vennoot is en in eigen naam moet handelen, zonder het bestaan van de vennootschap openbaar te maken, valt hieronder (MvT bij wetsontwerp, Parl.St. 54/3119/001, 117).

VOORBEELD

O

Een softwarebedrijf wil een nieuw softwareprogramma ontwikkelen. Het kan dit project niet alleen financieren en doet een beroep op geldschieters die anoniem willen blijven (= stille vennoten).

VO

1.1.2 Tijdelijke maatschap

IE

De tijdelijke maatschap is een gewone maatschap met een tijdelijk karakter.

N

Artikel 4:3 WVV bepaalt: ‘Indien de overeenkomst niets bepaalt over de duur van de maatschap, wordt zij geacht voor onbepaalde duur te zijn aangegaan. De maatschap met een welbepaalde verrichting tot voorwerp wordt geacht te zijn aangegaan voor de tijd die de verrichting kan duren.’ Het is dus perfect mogelijk om aan een maatschap een tijdselement toe te voegen.

© VAN IN

32

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

VOORBEELD

Voor het realiseren van een groot bouwproject sluiten een aantal aannemers een maatschap af voor de duur van dat project. Als de vennootschap blijft bestaan nadat het project is afgerond, wordt ze gekwalificeerd als een vof.

1.1.3 Gewone maatschap Een gewone maatschap is een maatschap die geen stille vennoten kent en die geen tijdelijk karakter heeft.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

1.2 Vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap Artikel 4:22 WVV bepaalt:

‘De maatschap waarvan de vennoten overeenkomen dat zij rechtspersoonlijkheid zal genieten, neemt de vorm aan van een vennootschap onder firma of van een commanditaire vennootschap. Zij is een vennootschap onder firma wanneer alle vennoten onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap. Zij is een commanditaire vennootschap wanneer zij wordt aangegaan door een of meer vennoten die onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap, de gcommanditeerde vennoten genoemd, en nog een of meer vennoten die zich beperken tot inbreng in geld of natura en die niet deelnemen aan het beheer, de commanditaire vennoten genoemd. In de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap zijn de zaakvoerder(s) het bestuursorgaan.’ De vof is dus een maatschap met rechtspersoonlijkheid waarvan alle vennoten onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn.

O

De commv is een vof met stille vennoten, commanditaire vennoten genoemd.

VO

VOORBEELD

IE

Gert en Pieter zijn lekkerbekken en willen snacks en fastfood verkopen. Ze zijn starters en beslissen om hun activiteiten onder te brengen in vof ‘Lekkerbek’.

N

Rob en Ben zijn startende landmeters en wensen een vennootschap op te richten waarbij zij zelf als beherende vennoten kunnen optreden. Zij opteren voor een commv aangezien hun vader als geldschieter op de achtergrond wil blijven.

© VAN IN

33

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

2

Gelijkenissen

2.1 Personenvennootschappen Zoals eerder aangehaald zijn de maatschap, vof en commv personenvennootschappen. De samenwerking wordt aangegaan intuitu personae, omwille van de persoon van de vennoten. In principe betekent dit dat deze vennootschappen staan of vallen met ieder van de vennoten. Dit blijkt duidelijk uit art. 4:1, derde lid WVV.

E

2.2 Toepasselijke wetgeving

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De vof en commv zijn onderworpen aan Boek 1 ‘Inleidende bepalingen’, Boek 2 ‘Bepalingen gemeenschappelijk aan de rechtspersonen’ en aan titel 1 tot en met 6 van het huidige Boek 4 ‘Maatschap, vof en comm.v.’. Alleen art. 4:13, eerste lid (goederen vormen onverdeeld vermogen tussen vennoten van een maatschap) en 4:21 WVV (ontbinding van een maatschap volgt de regels van de vereffening van nalatenschappen) zijn niet op de vof en commv van toepassing. De maatschap is onderworpen aan Boek 1 ‘Inleidende bepalingen’ en aan de artikelen 4:1 t.e.m. 4:21 WVV.

2.3 Het voorwerp

Het voorwerp van de maatschap, vof en commv is de gemeenschappelijke activiteit waarvoor de vennootschap is opgericht. Het voorwerp mag niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden. Ook mag het voorwerp niet in strijd zijn met de wet.

O

VOORBEELD

VO

Een vennootschap tussen geneesheren en apothekers is bij KB van 10 november 1967 uitdrukkelijk verboden.

N

IE

Het voorwerp van de maatschap, vof en commv bestaat in het uitkeren van winst (= vermogensvoordeel).

2.4 Bewijsregels Sinds 1 november 2018 is het vrij bewijsrecht van toepassing op alle ondernemingen.

© VAN IN

34

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

3

Verschilpunten

3.1 Vormvereisten Het bestaan van de maatschap is aan geen enkele vormvereiste (bv. notariële akte, publiciteitsvereisten …) onderworpen. Dit betekent dat bepaalde samenwerkingsverbanden die specifieke kenmerken vertonen, als een van deze vennootschapsvormen kunnen worden erkend zonder dat de vennoten zich hiervan bewust zijn. Dit wordt ook ‘dwangkwalificatie’ genoemd.

E

VOORBEELD

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Twee tuinmannen zijn elk ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen als natuurlijke persoon-ondernemer. Voor het uitvoeren van een bepaald project slaan zij de handen in elkaar. Deze samenwerking zou, zonder dat beide tuinmannen zich daar bewust van zijn, gekwalificeerd kunnen worden als een tijdelijke maatschap. Als deze samenwerking zou blijven duren, kan men spreken van een maatschap. De vof en de commv moeten, op straffe van nietigheid, worden opgericht bij authentieke of onderhandse akte (art. 2:5 WVV).

3.2 Geen/onvolkomen rechtspersoonlijkheid, zuiver/gemengd contractueel

De maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid terwijl de vof en de commv vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid zijn. De maatschap is een zuiver contractuele vennootschapsvorm. De oprichting van de maatschap gebeurt contractueel. De betrekkingen tussen de vennoten zijn ook contractueel van aard.

N

IE

VO

O

De vof en de commv zijn gemengd contractueel van aard. Op intern valk is de situatie vergelijkbaar met deze van de maatschap. De vennoten zijn partners van elkaar en niet echt aandeelhouders van de vennootschap. Op extern vlak is er een verschilpunt met de maatschap. Derden contracteren met de rechtspersoon en niet meer met de gezamenlijke vennoten. Maar dit laatste moeten we nuanceren. Sinds de wet op de hervorming van het economisch recht zijn de maatschappen verplicht om zich in te schrijven in het KBO (art. III.49, § 1, 1° en 2° WER). Daarnaast heeft de wet op de hervorming van het economisch recht een nieuw art. 703, § 2 Ger.W. gecreëerd. Artikel 702 Ger.W. bepaalt: ‘§ 1. Rechtspersonen treden in rechte op door tussenkomst van hun bevoegde organen. Om van hun identiteit te doen blijken in de dagvaarding en in elke akte van rechtspleging is het voldoende hun benaming, hun rechtskarakter en hun maatschappelijke zetel op te geven. De partij tegen wie zodanige akte van rechtspleging wordt ingeroepen, heeft evenwel het recht om in elke stand van het geding te eisen dat de rechtspersoon haar de identiteit meedeelt van de natuurlijke personen die zijn organen zijn. Het vonnis over de zaak kan worden uitgesteld zolang aan deze vordering niet is voldaan.

© VAN IN

35

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

§ 2. Indien een groepering zonder rechtspersoonlijkheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen is ingeschreven, volstaat de vermelding van haar benaming en zetel die bij haar gegevens in de Kruispuntbank zijn opgenomen om, in gedingen met betrekking tot de gezamenlijke rechten en verplichtingen van de leden van de groepering, te doen blijken van de identiteit van haar gezamenlijke deelgenoten. Indien de inschrijving in de Kruispuntbank tevens de identificatiegegevens omvat van een algemeen lasthebber, kan de groepering in dezelfde gedingen in rechte optreden, als eiser of als verweerder, en tevens in persoon verschijnen door tussenkomst van die lasthebber, onverminderd de toepassing, wat betreft vennootschappen, van artikel 36, 1°, van het Wetboek van vennootschappen, doch uitsluitend om in rechte op te treden als verweerder.’

E

Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid kunnen sinds 1 november 2018 dus optreden in rechte en dus ook deelnemen aan het rechtsverkeer onder hun naam.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

Deze vennootschapsvormen kunnen worden opgericht tussen natuurlijke personen of door rechtspersonen. Meerhoofdigheid is de regel. Voor de orpichting en het voortbestaan van deze vennootschappen zijn dus twee of meer vennoten vereist, dit in tegenstelling tot de bv en de nv. Het feit dat we te maken hebben met contractuele vennootschapstypes betekent dat de geldigheidsvereisten die zijn weergegeven in artikel 1108 e.v. BW en die van toepassing zijn op alle contracten, ook hier moeten worden nageleefd.

VOORBEELD

Een minderjarige kan geen contract sluiten en dus ook geen vennoot zijn in een maatschap.

Het niet naleven van deze geldigheidsvereisten heeft de nietigheid van de deelnemingsverbintenis en van de vennootschap tot gevolg.

O

Daarnaast mogen de specifieke materiële geldigheidsvereisten die gelden voor vennootschapscontracten, niet uit het oog worden verloren. Deze kwamen al aan bod in het hoofdstuk Inleidende bepalingen.

VO

3.3 Het vennootschapsvermogen en de rechten van de schuldeisers

IE

3.3.1 Maatschap

N

Voor wat betreft de maatschap geldt het vennootschapsvermogen als een doelvermogen. Op dit vermogen mogen de vennoten geen rechten laten gelden die in strijd zijn met de bestemming ervan (art. 4:13 WVV). Dit artikel is, zoals al eerder aangehaald, niet van toepassing op de vof en de commv. De schuldeisers van de vennootschap mogen hun schuld verhalen op het volledige vennootschapsvermogen (art. 4:14 WVV). De persoonlijke schuldeisers van de vennoten van wie de schuldvordering vreemd is aan de vennootschapsactiviteit, en degenen die hebben gehandeld met een vennoot die niet de bevoegdheid had om de anderen te vertegenwoordigen, kunnen alleen verhaal uitoefenen op het aandeel van die vennoot en op de winsten die hem zijn uitgekeerd.

© VAN IN

36

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

Zij mogen geen beslag leggen op de goederen die het vennootschapsvermogen uitmaken noch rechten daarop uitoefenen (art. 4:15 WVV).

3.3.2 vof en commv

3.4 (Geen) duurzaam karakter en (niet) openbaar

E

De vof en de commv zijn onvolkomen rechtspersonen met een afgescheiden vermogen. Dit afgescheiden vermogen vormt het onderpand voor de schuldeisers van de vennootschap en kan nooit worden aangesproken door de privé-schuldeisers van de vennoten.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

De tijdelijke maatschap mist duurzaamheid, terwijl de maatschap openbaarheid mist. Het vennootschapscontract van de maatschap wordt op geen enkele wijze gepubliceerd. De vof en de commv zijn aan derden bekend omdat zij maar rechtspersoonlijkheid krijgen door neerlegging van het uittreksel van hun oprichtingsakte op de griffie en publicatie hiervan gebeurt in het Belgisch Staatsblad.

4

De bestuursbevoegdheid en de vertegenwoordigingsbevoegdheid

4.1 De bestuursbevoegdheid

O

De bestuursbevoegdheid en de vertegenwoordigingsbevoegdheid vertegenwoordigen twee zijdes van eenzelfde medaille. Bij de bestuursbevoegdheid staat de vraag naar de interne beslissingbevoegdheid centraal. M.a.w. wie mag besturen, welke bestuurshandelingen mag een zaakvoerder stellen? Bij de vertegenwoordigingsbevoegdheid staat de vraag naar de gebondenheid van de andere vennoten ten aanzien van derden bij en door het optreden van de zaakvoerder centraal.

VO

Bij het bestuur en de vertegenwoordiging van de vennootschappen kunnen vier situaties worden onderscheiden: er werd geen zaakvoerder aangeduid binnen de vennootschap; er werd een statutair zaakvoerder aangeduid; er werd een (gewone) zaakvoerder aangeduid; er werden meerdere zaakvoerders aangeduid.

N

IE

– – – –

Het onderscheiden van deze vier situaties is van doorslaggevend belang om de draagwijdte van de bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegdheid te bepalen, om na te gaan of en hoe er verzet kan worden aangetekend tegen bepaalde bestuurshandelingen en hoe het mandaat van een zaakvoerder kan worden herroepen.

© VAN IN

37

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

4.1.1 Geen zaakvoerders aangeduid Artikel 4:10 WVV bepaalt: ‘Bij gebreke aan bijzondere bepalingen over de wijze van bestuur, worden de vennoten geacht elkaar wederkerig de macht te hebben verleend om, de ene voor de andere, te besturen. De daden van bestuur verricht door een van de vennoten verbinden de anderen, tenzij een van hen zich ertegen verzet voor de handeling is verricht.’

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Dit betekent dat elke vennoot van rechtswege zaakvoerder is en alle daden kan stellen die kaderen in het maatschappelijk voorwerp van de vennootschap. Opgemerkt moet worden dat de stille vennoten op deze regel een uitzondering vormen, omdat zij niet mogen besturen als zij de hoedanigheid van stille vennoot willen behouden. Als er geen zaakvoerders werden aangeduid, kunnen de vennoten die het niet eens zijn met een handeling gesteld door een medevennoot, anticipatief verzet aantekenen. Zolang de vennoot de handeling niet heeft gesteld (bv. het sluiten van een contract) kunnen de andere vennoten zich verzetten.

4.1.2 De statutaire zaakvoerder Artikel 4:9 WVV stelt:

‘Zolang de vennootschap duurt, kan de zaakvoerder die door een bijzonder beding van de vennootschapsovereenkomst met het bestuur belast is enkel worden herroepen indien daartoe wettige redenen bestaan die worden overgelaten aan de beoordeling van de rechter of bij eenparige beslissing van de vennoten of, indien de overeenkomst daarin voorziet, volgens de daarin voorgeschreven meerderheidsvoorwaarden.’ De zaakvoerder die met het bestuur en de vertegenwoordiging wordt belast door een bijzonder beding van het vennootschapscontract noemt men ‘de statutaire zaakvoerder’.

VO

O

Men kan opteren voor een of meerdere externe statutaire zaakvoerder(s) of voor een of meerdere interne statutaire zaakvoerder(s). De statutaire zaakvoerder die geen vennoot is van de vennootschap, is een externe statutaire zaakvoerder, a contrario is de statutaire zaakvoerder die tegelijkertijd vennoot is binnen de vennootschap, een interne statutaire zaakvoerder.

N

IE

Het verschil situeert zich op het vlak van de herroeping van het mandaat. Voor de externe statutaire zaakvoerder vereist de herroeping van het mandaat de unanimiteit van de vennoten of de in de statuten bepaalde meerderheid. Een externe statutaire zaakvoerder kan dus zonder wettige redenen worden ontslagen. In het geval van een interne statutaire zaakvoerder kan het mandaat alleen worden herroepen omwille van wettige redenen, die door de rechtbank moeten worden uitgesproken. In het tweede geval zou unanimiteit van de vennoten ook volstaan, maar dat impliceert dat de betrokken interne statutaire zaakvoerder mee moet instemmen, waardoor deze laatste de facto een vetorecht verkrijgt. De statutaire zaakvoerder kan daden stellen die kaderen in het maatschappelijk voorwerp van de vennootschap. Een anticipatief verzet is in deze situatie niet aan de orde, behalve in het geval van bedrog.

© VAN IN

38

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

4.1.3 De niet-statutaire of gewone zaakvoerder Artikel 4:9, laatste zin WVV speelt hier een rol: ‘In alle andere gevallen, kan zij herroepen worden zoals een eenvoudige lastgeving.’ De vennoten kunnen beslissen een of meer gewone, interne dan wel externe, zaakvoerders aan te stellen in een latere akte. De zaakvoerder wordt om die reden niet benoemd in het vennootschapscontract, zodat men spreekt van een (gewone) zaakvoerder (in tegenstelling tot de statutaire zaakvoerder).

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Tenzij anders bepaald, gebeuren het ontslag en de benoeming met unanimiteit van de andere vennoten. Het ontslag gebeurt ad nutum, wat betekent dat dit te allen tijde kan, zonder opzeg en zonder redenen. Van het ontslag ad nutum kan worden afgeweken. Partijen kunnen dus een opzegtermijn of vertrekvergoeding voorzien. Ook de gewone zaakvoerder kan alle daden stellen die kaderen in het maatschappelijk voorwerp van de vennootschap.

VOORBEELD

Een niet-statutaire zaakvoerder van een vof kan steeds, meteen en zonder meer, ad nutum, zonder dat er enige verantwoording hoeft gegeven te worden, als lasthebber worden ontslagen. De beslissing tot het onmiddellijke ontslag van de zaakvoerder kan niet worden aangetast door rechtsmisbruik. ‘Slechts’ de begeleidende omstandigheden kunnen aanleiding geven tot de toekenning van een schadevergoeding (Gent 6 maart 2006, TRV 2008, 72).

4.1.4 Meerdere zaakvoerders

Artikel 4:8 WVV regelt de bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegdheid als er meerdere zaakvoerders zijn.

VO

O

Artikel 4:8 WVV. bepaalt:

N

IE

‘De vennootschap wordt bestuurd door een of meerdere zaakvoerders, al dan niet vennoten, met de hoedanigheid van lasthebber, wier bevoegdheden worden vastgesteld door de overeenkomst of door de akte van benoeming. De lasthebbers kunnen de daden die onder hun opdracht vallen afzonderlijk verrichten, tenzij de overeenkomst bepaalt dat zij gezamenlijk moeten handelen.’ Het uitgangspunt is dat elke zaakvoerder (gewoon of statutair) volledig bevoegd is om afzonderlijk daden van bestuur te verrichten. Beperkingen op dit ‘alleen-optreden’ moeten schriftelijk worden vastgelegd. De vennoten kunnen dus intern bepaalde afspraken maken (bv. kwantitatief: alleen optreden tot een bepaald bedrag, boven dat bedrag met twee optreden, of kwalitatief: alleen optreden is mogelijk voor alle contracten met uitzondering van de arbeidscontracten).

© VAN IN

39

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

4.1.5 Specifieke regels voor de commv

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Voor de commv moet worden opgemerkt dat bovenstaande regeling geldt voor de werkende vennoten, maar niet voor de commanditaire vennoten. Deze laatsten mogen geenszins op de voorgrond treden en daden van bestuur verrichten, ook niet met een volmacht (art. 4:25, § 1 WVV). Als dat toch zou gebeuren, worden de commanditaire vennoten werkende vennoten en verliezen zij het voordeel van de beperkte aansprakelijkheid (art. 4:25, § 2 WVV). De commanditaire vennoten mogen wel adviezen verlenen en daden van controle verrichten. De wetgever voorziet wel een uitzondering. Als de partijen zijn overeengekomen dat de vennootschap bij overlijden, wettelijke onbekwaamheid of verhindering van de zaakvoerder zal voortgaan, kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank een voorlopige bewindvoerder, al dan niet vennoot, aanstellen. De voorzitter bepaalt de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder en bepaalt de duur van de opdracht. Ook de commanditaire vennoot kan worden aangesteld als voorlopig bewindvoerder (art. 4:28 WVV).

4.2 Vertegenwoordigingsbevoegdheid

In beginsel verbindt elke persoon zichzelf en treedt hij op in eigen naam en voor eigen rekening. Soms zullen personen worden vertegenwoordigd door anderen. Denk hierbij aan de minderjarige die vertegenwoordigd wordt door zijn ouders bij het afsluiten van een koopcontract. Als een vertegenwoordiger van zijn opdrachtgever een volmacht krijgt, treedt hij op in naam en voor rekening van de opdrachtgever. De vertegenwoordiger treedt niet langer op in eigen naam en voor eigen rekening. De zaakvoerder moet dus, minstens impliciet, volmacht hebben gekregen van de andere vennoten (art. 4:11 WVV). Bovendien moet de zaakvoerder de beperkingen die aan zijn volmacht gekoppeld zijn, naleven. Zo niet is hij namelijk alleen, in eigen naam, gebonden. In tegenstelling tot de regeling in de nv en in de bv zijn de beperkingen van het mandaat van de zaakvoerder tegenstelbaar aan derden. Het is vanzelfsprekend dat de zaakvoerder moet optreden in het kader van het maatschappelijk voorwerp van de vennootschap.

VO

O

Als het statutair voorwerp en de eventuele bevoegdheidsbeperkingen gepubliceerd worden, dan zijn deze tegenstelbaar aan derden.

IE

4.3 Beslissingen van vennoten verenigd in vergadering

N

Artikel 4:12 WVV is nieuw. Het artikel bepaalt dat vennoten, verenigd in vergadering, eenparig alle beslissingen nemen die de vennootschap aanbelangen of die de overeenkomst wijzigen. De overeenkomst kan hiervan afwijken en bepalen dat hun beslissingen bij meerderheid worden genomen. Dit laatste kan echter niet worden toegepast als de vennoten het essentiële voorwerp van de overeenkomst willen wijzigen.

VOORBEELD

Een vennootschap met als voorwerp het ontwikkelen van software kan niet worden omgevormd in een vennootschap die landbouwproducten verkoopt tenzij deze beslissing eenparig wordt genomen.

© VAN IN

40

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

5

Aansprakelijkheid

5.1 De aansprakelijkheid van de vennoten ten aanzien van derden De aansprakelijkheid van de vennoten ten aanzien van derden (externe aansprakelijkheid) is onbeperkt, wat betekent dat de vennoten met hun volledig vermogen instaan voor de schulden. Zoals eerder aangehaald, hebben we te maken met vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid en met onvolkomen rechtspersonen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De vennoten zijn, conform artikel 4:14 WVV, onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk t.a.v. derden voor de schulden waarbij de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid geldig was vertegenwoordigd. Derden kunnen bij de vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid de vennootschap aanspreken als zij de uitvoering willen van rechtshandelingen die werden afgesloten in naam en voor rekening van de vennootschap. De zaakvoerder treedt dus op als orgaan van de vennootschap. Artikel 4:26 WVV bevestigt dit: ‘Vennoten in een vennootschap onder firma of in een gewone commanditaire vennootschap kunnen niet persoonlijk worden veroordeeld op grond van verbintenissen van de vennootschap zolang deze niet zelf is veroordeeld.’ Dit betekent dat de schuldeisers van de vof of commv eerst de vennootschap moeten laten veroordelen voordat zij de vennoten kunnen laten veroordelen. Dat kan gebeuren in één vonnis (Cass. 13 februari 1890, Pas. 1890, I, 95). De aansprakelijkheid van de vennoten is dus subsidiair.

IE

VO

O

Uit artikel 4:26 WVV blijkt dat de aansprakelijkheid van de vennoten nog altijd onbeperkt is. Als het vermogen van de vof of de commv onvoldoende is, kan het persoonlijk vermogen van de vennoten worden aangesproken, met uitzondering van de stille vennoten, van wie de aansprakelijkheid beperkt is tot hun inbreng, op voorwaarde dat zij zich niet inlaten met daden van bestuur en hun naam niet vermeld wordt in de firmanaam. Artikel 4:24, § 2 WVV bepaalt namelijk dat de stille vennoot maar voor de schulden en verliezen van de vennootschap instaat tot het bedrag dat hij beloofd heeft te zullen inbrengen. De stille vennoot kan door derden wel worden verplicht om de hem uitgekeerde renten en dividenden terug te betalen, als ze niet voortvloeien uit de werkelijke winst van de vennootschap. Als de stille vennoot bewijst dat er sprake is van bedrog, kwade trouw of grove nalatigheid in hoofde van de zaakvoerder, dan kan de stille vennoot de zaakvoerder vervolgens verplichten tot betaling van wat hij heeft moeten teruggeven (art. 4:24, § 2, tweede mid WVV).

N

Bovendien zijn de werkende vennoten in een vof of commv altijd hoofdelijk aansprakelijk (art. 4: 24, § 1 WVV).

5.2 De aansprakelijkheid van de zaakvoerder ten aanzien van de vennoten De aansprakelijkheid van de zaakvoerder ten aanzien van de vennoten (interne aansprakelijkheid) steunt op de regels uit het Burgerlijk Wetboek inzake lastgeving en is bijgevolg contractueel.

© VAN IN

41

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

Denk hierbij aan een zaakvoerder die nadelige publiciteit maakt voor de vennootschap. Deze zaakvoerder zal contractueel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor deze beheersfout.

6

De overdracht van de aandelen

6.1 Aandelen

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

In een vennootschap zonder/onvolkomen rechtspersoonlijkheid zijn er evenveel aandelen als er vennoten zijn. De overeenkomst bepaalt het aandeel van de vennoten in de winsten en verliezen en in het vennootschapsvermogen bij ontbinding (art. 4:4, eerste lid WVV). Als in de vennootschapsakte het aandeel van iedere vennoot in de winsten of de verliezen niet is bepaald, is ieders aandeel evenredig aan zijn inbreng in de vennootschap. Het aandeel in de winsten of in de verliezen van de vennoot die alleen zijn nijverheid heeft ingebracht, wordt geregeld alsof zijn inbreng gelijk was aan die van de vennoot die het minst heeft ingebracht (art. 4:4, tweede lid WVV). De vennoten kunnen voor het bepalen van de hoegrootheid van de aandelen een beroep doen op een derde die hierover beslist. Deze derdenbeslissing kan alleen worden aangevochten als zij blijkbaar strijdig is met de billijkheid of in geval van grove fout of bedrog (art. 4:5 WVV). In het artikel staat nu ook uitdrukkelijk bepaald dat de vennoot binnen drie maanden bezwaar tegen de regeling moet hebben gemaakt. Indien niet, is de vordering tot nietigverklaring niet toegelaten.

6.2 De overdracht van de aandelen

Aangezien we te maken hebben met personenvennootschappen, veronderstelt de overdracht van de aandelen de unanieme instemming van alle vennoten (art. 4:6 WVV). De vennoten kunnen van deze regel afwijken.

VO

O

Artikel 4:6, tweede lid WVV bepaalt deze uitzondering:

IE

‘Iedere vennoot mag, zonder toestemming van zijn medevennoten, een derde persoon tot deelgenoot nemen, wat zijn aandeel in de vennootschap betreft; hij kan hem, zonder zodanige toestemming, niet als vennoot in de vennootschap opnemen.’

N

Deze techniek waarbij een vennoot, zelfs zonder het medeweten van zijn medevennoten, een derde persoon tot deelgenoot neemt, wordt de croupierovereenkomst genoemd. De derde persoon die deelgenoot wordt, wordt ook wel ‘achterman’ genoemd. Hierbij moet worden verduidelijkt dat de ‘achterman’ geen vennoot wordt en geen lidmaatschapsrechten kan uitoefenen binnen de vennootschap. De deelgenoot krijgt in dit geval alleen een deel of het geheel van de patrimoniale rechten, terwijl de vennoot de lidmaatschapsrechten behoudt en uitoefent binnen de vennootschap. Zoals we verder zullen zien, heeft een vennoot in de maatschap, de tijdelijke en de stille maatschap de mogelijkheid

© VAN IN

42

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

om zijn patrimoniale rechten (of een deel ervan) over te dragen aan een derde zonder de unanieme goedkeuring van de andere vennoten. De bestaande rechten van derden-schuldeisers worden door enige vorm van overdracht niet geraakt. De vennoot die zijn aandeel overdraagt, blijft aansprakelijk ten aanzien van de schuldeisers die niet uitdrukkelijk hebben ingestemd met de overdracht, in de mate de aanspraken van de de schuldeisers ontstaan zijn tijdens de periode dat hij/zij vennoot was. Artikel 4:7 WVV bepaalt:

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

‘De overdracht van deelneming kan, wanneer zij door het vennootschapscontract is toegelaten, slechts geschieden met inachtneming van de vormen van het burgerlijk recht; zij kan geen gevolg hebben ten aanzien van de verbintenissen die vóór haar openbaarmaking zijn aangegaan.’ Een vennoot die zich wil laten vervangen, moet dus de regels m.b.t. overdracht van schuld (art. 1275 BW) en de regels m.b.t. de overdracht van de schuldvordering (art. 1690 BW) naleven. Het vennootschapscontract kan de overdracht van aandelen onmogelijk maken (bv. om het familiaal karakter te waarborgen), maar ook versoepelen.

7

Ontbinding van de vennootschap, terugtrekking en uitsluiting van een vennoot

Artikel 14:6 WVV bepaalt:

N

IE

VO

O

‘De vennootschap wordt ontbonden: – Door het verstrijken van haar duurtijd; door het materieel of juridisch tenietgaan van de zaak of door het voltrekken van de handeling indien zij uitsluitend werd opgericht met het oog op de exploitatie van die zaak of het stellen van die handeling; – door de dood, de onbekwaamheid of het faillissement van één van de vennoten; – door de beslissing van de vennoten genomen met eenparigheid of, in voorkomend geval, met de in de overeenkomst bepaalde meerderheid; – of door de verwezenlijking van een ontbindende voorwaarde waaraan de vennoten de vennootschap in de overeenkomst hebben onderworpen. Wanneer de vennootschap werd aangegaan voor onbepaalde duur kan elk van de vennoten haar eenzijdig opzeggen met inachtneming van een redelijke opzeggingstermijn, voor zover die opzegging te goeder trouw is en niet ontijdig geschiedt.’ Deze wijzen van beëindiging spelen hoofdzakelijk een rol bij de personenvennootschappen. Voor de vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid wordt soms van dit artikel afgeweken.

7.1 Het verstrijken van de tijd Het voorbeeld bij uitstek van het eindigen van een vennootschap door aflopen van de termijn waarvoor zij is aangegaan, is de tijdelijke vennootschap.

© VAN IN

43

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

7.2 Het tenietgaan van de zaak of voltrekken van de handeling De vennootschap wordt ontbonden door het materieel of juridisch tenietgaan van de zaak of door het voltrekken van de handeling als zij uitsluitend werd opgericht met het oog op de exploitatie van die zaak of het stellen van die handeling.

VOORBEELD

De vof die werd opgericht met als enig voorwerp het verhuren van een onroerend goed, zal moeten worden ontbonden als dit onroerend goed afbrandt en definitief tenietgaat.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De maatschap die werd opgericht met als enig voorwerp het realiseren van een bepaald vastgoedproject, zal moeten worden ontbonden als dit vastgoedproject is gerealiseerd.

7.3 Het overlijden, de onbekwaamverklaring en het faillissement

Als uitgangspunt stelt artikel 4:16 WVV dat de vennootschap eindigt als een van de vennoten komt te overlijden, een van de vennoten onbekwaam wordt verklaard of failliet is verklaard. In het geval van overlijden kunnen de vennoten echter in een voortzettingsbeding of een verblijvingsbeding voorzien. Dit betekent dat de vennootschap blijft voortbestaan ook al is een van de vennoten overleden. De regeling inzake deze bedingen is terug te vinden in artikel 4:18, § 1 WVV. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat de vennootschap zal voortduren met de erfgenaam van de overledene. We spreken in dit geval van een voortzettingsbeding. De wetgever heeft in art. 4:18, § 2 en 3 verschillende hypothesen voorzien. Partijen kunnen deze verschillende mogelijkheden verder uitwerken in hun overeenkomst.

VO

O

Een andere mogelijkheid is dat de vennootschap blijft voortbestaan tussen de overlevende vennoten. Hier is sprake van een verblijvingsbeding. In dit laatste geval heeft de erfgenaam van de overledene alleen recht op de vermogenswaarde van zijn aandeel in de vennootschap, waarbij men de toestand van de vennootschap bekijkt ten tijde van het overlijden. De erfgenaam deelt in de latere rechten alleen voor zover die een noodzakelijk gevolg zijn van wat verricht werd vóór de dood van de overleden vennoot (art. 4:18, § 3 WVV).

IE

7.4 De wil van een van de partijen

N

Ontbinding van de vennootschap door de wil van een van de partijen kan alleen als de vennootschap voor onbepaalde duur werd aangegaan. De opzegging moet gebeuren aan alle vennoten en deze opzegging moet te goeder trouw en tijdig gebeuren (art. 4:17, § 1 WVV). De ontbinding van vennootschappen die voor een bepaalde tijd werden aangegaan, kan niet worden gevorderd door een van de vennoten vóór afloop van de overeengekomen tijd, tenzij er wettige redenen zijn. Een wettige reden zou kunnen zijn dat een andere vennoot zijn verplichtingen niet nakomt, er een diepgaande en blijvende onenigheid is tussen de vennoten of als een aanhoudende kwaal (bv. langdurige ziekte) hem ongeschikt maakt voor de zaken van de vennootschap, of in andere

© VAN IN

44

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

soortgelijke gevallen waarvan de wettigheid en de ernst aan de beoordeling van de rechters worden overgelaten (art. 4:17, § 2 WVV).

7.5 Terugtrekking en uitsluiting van een vennoot

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

De wetgever heeft voorzien dat een vennoot zich onder bepaalde voorwaarden uit de vennootschap mag terugtrekken zonder dat zij ten aanzien van de overblijvende vennoten wordt ontbonden. Een vennoot kan ook worden uitgesloten uit de vennootschap. De meerderheid die hiervoor vereist is en de redenen zijn terug te vinden in de vennootschapsovereenkomst. Uitsluiting van een vennoot kan ook gebeuren zonder reden, maar dan moet een redelijke opzegtermijn voorzien zijn. De overeenkomst kan ook de uitkering van de waarde van de aandelen bepalen. Als hierover niets is bepaald, heeft de uitgetreden/uitgesloten vennoot recht op de waarde van zijn aandeel op het tijdstip waarop hij zijn hoedanigheid als vennoot verliest (art. 4:20 WVV).

7.6 Wanprestatie van een vennoot

Artikel 4:20 WVV bepaalt dat vennoten de overeenkomst kunnen laten ontbinden tegen een vennoot die een wanprestatie levert. Dit kan voor zover de vennootschap zonder deze vennoot kan voortbestaan en de verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap mogelijk blijft.

7.7 Vereffening: regels vereffening nalatenschap

Artikel 4:21 WVV geeft weer dat de vereffening van de ontbonden vennootschap de regels voor de verdeling van de vereffening van de nalatenschap volgt. Partijen kunnen hiervan afwijken.

8

Oefeningen

Oefeningen niveau 1

1 Definieer de tijdelijke maatschap aan de hand van de verschillende basiskenmerken vervat in het overeenstemmende artikel van het WVV.

IE

VO

O

1

N

2 Wat zijn de kenmerken van een stille maatschap? 3 Welke artikelen regelen de bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegdheid in vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid? 4 Bespreek de vormvereisten voor een commv. 5 Wat zijn stille vennoten? 6 De aansprakelijkheid van de vennoten in een vof en in een commv is subsidiair. Leg uit.

© VAN IN

45

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

2

Oefeningen niveau 2 1 Welke stelling is juist? Een maatschap moet: a bij de oprichting haar maatschapscontract publiceren; b minstens één vennoot hebben; c altijd een belangeloos doel dienen; d over een inbreng beschikken.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

2 De overheid wil een grote brug bouwen in een Vlaamse stad. De brug zal de ‘Lange stapper’ heten. Drie grote aannemers willen de handen in elkaar slaan om de brug te bouwen. Zij richten daartoe een tijdelijke maatschap op met als enig voorwerp de Lange stapper te bouwen. Deze tijdelijke maatschap: a kan worden aangesproken door de persoonlijke schuldeisers van een van de drie aannemers voor een vordering die geen betrekking heeft op de bouw van de Lange Stapper; b heeft een doelgebonden vermogen, maar dit vermogen kan niet worden aangesproken door de schuldeisers van de tijdelijke maatschap; c heeft tot gevolg dat de drie aannemers van een beperkte aansprakelijkheid genieten; d eindigt wanneer de Lange stapper volledig gebouwd is.

3 Els, Jean en Filip willen een maatschap oprichten om hun IT-activiteiten in onder te brengen. Welke stelling is juist? Daarvoor: a is het aangewezen, maar niet verplicht, dat ze hun afspraken vastleggen in een onderhandse akte; b moeten ze naar een notaris; c moeten ze hun contract publiceren in het Belgisch Staatsblad; d moeten ze alleen hun contract neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank.

5 Johan, Michiel en Kathleen richten de vof Interaccount op met als statutair voorwerp de uitgave van professionele vakinformatie over boekhoudregels. De hedendaagse accountant blijkt echter geen interesse meer te hebben in dit soort producten en de financiële toestand van de vof gaat zienderogen achteruit. Plots beginnen Johan, Michiel en Kathleen zich zorgen te maken over hun aansprakelijkheidsrisico’s in verband met de schulden van de vof.

N

IE

VO

O

4 Welke stellingen zijn juist? Een vof kan: a een dagvaarding uitbrengen voor de ondernemingsrechtbank; b een onroerend goed kopen; c failliet gaan; d personeel aanstellen.

© VAN IN

Welke stelling is juist? a De vof kan niet failliet worden verklaard. De vennoten zijn aansprakelijk voor gelijke delen. b De vof kan niet failliet worden verklaard. De vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk. c De vof kan failliet worden verklaard. Het faillissement van de vof veronderstelt noodzakelijkerwijze ook het faillissement van elk van de individuele vennoten, aangezien zij onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn. d De vof kan failliet worden verklaard. De vennoten zelf kunnen alleen failliet worden verklaard als hun schuldeisers voor elke vennoot individueel aantonen dat hij handelaar

46

Academiejaar 2020-2021


Hoofdstuk 5: Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

is, dat hij op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en dat zijn krediet geschokt is. 6 De commanditaire vennootschap Do & Re telt drie vennoten: de werkende vennoot Pieter en de commanditaire vennoten Jan en Marjan. De namen van de commanditaire vennoten, die hun inbreng nog niet volledig volgestort hebben, zijn gepubliceerd in het vennootschapsregister. Normaal neemt alleen Pieter deel aan het rechtsverkeer onder de vennootschapsnaam. Tijdens de skivakantie van Pieter moet echter een belangrijke bestelling worden geplaatst. Jan besluit op verzoek van Pieter op te treden als lasthebber en de bestelling in naam van de commv te plaatsen en af te handelen.

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

7 Welke stelling is juist? a Pieter, Marjan en Jan zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap. b Pieter en Jan zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, Marjan is alleen aansprakelijk ten belope van haar inbreng. c Pieter is onbeperkt aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap. Jan en Marjan zijn alleen aansprakelijk ten belope van hun inbreng. d Pieter is onbeperkt aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap. Jan en Marjan zijn alleen aansprakelijk ten belope van hun inbreng. Daarenboven is Pieter samen met Jan onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen die voortvloeien uit de genoemde bestelling.

8 Twee jonge advocaten beslissen om te gaan samenwerken. Aangezien ze onvoldoende geld hebben, beslissen ze voorlopig geen bv op te richten. Wel maken ze een uitgebreid contract waarin zeer precies wordt opgenomen hoe de kosten en de baten zullen worden verdeeld. Hoe kwalificeer je dit samenwerkingsverband?

N

IE

VO

O

9 Een bekende en zeer rijke Vlaming wenst samen met een goede vriendin een appartementencomplex te kopen in Knokke. Hij wil echter niet dat iemand (voornamelijk de pers) kan ontdekken dat hij de koper is. Hij heeft er geen problemen mee hiervoor een aparte vennootschap op te richten. Welke vennootschapsvorm raad je hem aan? Welke hoedanigheid kan deze bekende Vlaming hebben binnen de vennootschap? Bespreek de voor- en nadelen.

Š VAN IN

47

Academiejaar 2020-2021


N

IE

VO

O

R T B VO EE O LD R D BL IS E TR ND IB U TI

E

Maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap

© VAN IN

48

Academiejaar 2020-2021


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorbeeld Blend rechtsvakken (bedrijfs- en office management) by VAN IN - Issuu