IN N VA Š
2 Nederlands voor het 2de jaar B
Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Taalweb. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.
2
VA
N
IN
Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.
©
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2020 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Eerste druk, 2020 ISBN 978-90-306-9499-1 D/2020/0078/96 Art. 594001/01 NUR 110
Lay-out en omslagontwerp: B.AD Zetwerk: B.AD Tekeningen: Hans Dijckmans en Dirk Vandamme
IN
2
N
Annemie Blomme Tine Calon
VA
Kristof Desmet
Katrijn D’Herdt
Virginie Vermeersch
©
Lotte Vermeir
Stefanie Verstraete Pieter Wyffels
Francky Lannoo
THEMA 1 SPEURNEUZEN Spreken en interactie
Les 1 p.14
Les 2 p.16
Les 3 p.18
Les 4 p.21
vragen stellen, vertellen over jezelf
Schrijven informatieve tv-uitzending
Kijken en luisteren
literaire tekst
Lezen
literaire tekst
Taalgebruik en taalsysteem
THEMA 2 RECORDS
eindleestekens, soorten zinnen
Les 1 p.42
Spreken en interactie
informatieve tv-uitzending W-vragen beantwoorden
Taalgebruik en taalsysteem
N
hoofdletters
Les 1 p.86
Les 2 p.89
VA
THEMA 3 ALLES PROPER?
IN
Lezen
communicatieschema
Les 3 p.92
Kijken en luisteren
informatief beeldfragment
Lezen
literaire tekst
Š
THEMA 4 BIZARRE NATUUR
Les 1 p.126
Les 2 p.129 presentatie
Schrijven
presentatie
Lezen Taalgebruik en taalsysteem
woordverklaring: letterlijke uitleg in de tekst
Les 4 p.97
informatieve tekst alinea, woordverklaring vanuit de context en vanuit een andere taal
verenkelen en verdubbelen
Spreken en interactie Kijken en luisteren
voorspellend lezen, opmaak van een tekst
persoonlijke ervaringen
Taalgebruik en taalsysteem
2
Les 4 p.56
de uitnodiging, schriftelijke interactie: sociale media
Kijken en luisteren
Schrijven
Les 3 p.49
informatie weergeven
Schrijven
Spreken en interactie
Les 2 p.45
Les 3 p.133
Les 4 p.136
informatieve luistertekst informatie verzamelen
onderwerp, hoofdgedachte, hoofdpunten woordenboek, woorden met verschillende verklaringen
Les 5 p.24
opsporingsbericht en reactie
Keuzeles 1 p.27
Keuzeles 2 p.30
Keuzeles 3 p.34
Oefenen maar! p.38
codetaal informatief beeldfragment
raadsel
informatieve tvuitzending literaire tekst
onlinelezen eindleestekens, soorten zinnen
Keuzeles 1 p.63
Keuzeles 2 p.67
informatieve berichten literaire tekst spelling, woordverklaring
Oefenen maar! p.72 Zelftoets thema 1 en 2 p.81
Keuzeles 1 p.108 Keuzeles 2 p.111
W-vragen teksten en tekstdoelen W-vragen, communicatieschema, hoofdletters, eindleestekens, spelling, woordverklaring
taalspellen: woorden maken
N
zender-boodschapontvanger
Keuzeles 3
VA
Les 5 p.102
soorten teksten, tekstdoel
Keuzeles 3 p.71
IN
Les 5 p.60
p.112
Oefenen maar! p.113
dialoog affiche
informatief luisterfragment
schema van een tekst
Š
educatief spel: verenkelen verenkelen en en verdubbelen, meerverdubbelen, meervoud, voud, woordverklaring woordverklaring
meervoud
Les 5 p.141
Keuzeles 1 p.144 Keuzeles 2 p.148
Keuzeles 3 p.151
Oefenen maar! p.153 Zelftoets thema 3 en 4 p.166
fantasie creatief verwoorden informatief luisterfragment W-vragen beantwoorden spelling, woordverklaring
informatieve tekst
onderwerp, hoofdgedachte, hoofdpunten verenkelen en verdubbelen, meervoud, woordenboek, spelling, woordverklaring
3
THEMA 5 VRIENDSCHAP Spreken en interactie
Les 1 p.174
Les 2 p.178
Les 3 p.181
Les 4 p.185
expressief lezen interactief schrijven: uitnodiging via sociale media
Schrijven Kijken en luisteren Lezen
literaire teksten: poĂŤzie
Taalgebruik en taalsysteem
rijm
onderwerp en persoonsvorm
Les 1 p.214
Spreken en interactie Schrijven Kijken en luisteren
informatief beeldfragment, hoofdpunten
Lezen
Schrijven
Les 3 p.222
Les 4 p.226
informatie weergeven: beschrijving
reclame
N
werkwoorden in het heden
Les 1 p.260
Les 2 p.262
VA
Spreken en interactie
Les 2 p.218
reclame
Taalgebruik en taalsysteem
THEMA 7 BEROEPEN
literaire tekst
IN
THEMA 6 MODE
informatieve tekst: krantenartikel
werkwoorden in het heden
Les 3 p.266
Les 4 p.270
groepsgesprek, interactie
informatie weergeven
Kijken en luisteren
Š
Lezen
Taalgebruik en taalsysteem
THEMA 8 (NIET) OM TE LACHEN! Spreken en interactie
Les 1 p.290
zelfstandig naamwoord, lidwoord
Les 2 p.295
woordenboek, mannelijk, vrouwelijk, onzijdig, verwijswoorden
Les 3 p.299
stellingen
Schrijven
creatief schrijven
Kijken en luisteren Lezen Taalgebruik en taalsysteem
4
Les 4 p.305
kijken: fictie informatieve tekst, soorten teksten, tekstdoel
stripverhaal letterlijk en figuurlijk taalgebruik, uitdrukkingen
Les 5 p.191
Keuzeles 1 p.197 Keuzeles 2 p.201 groepsgesprek, mening geven
literaire tekst informatie op internet
werkwoorden in het heden
onderwerp en persoonsvorm, werkwoorden in het heden
Keuzeles 1 p.234 Keuzeles 2 p.237
informatieve tekst, schema
Oefenen maar! p.240 Zelftoets thema 5 en 6 p.256
onderwerp, hoofdgedachte, hoofdpunten educatief spel: onderwerp, spelling en woordenschat, persoonsvorm, werkwoor- onderwerp en persoonsvorm, den in het heden werkwoorden in het heden
Keuzeles 1 p.277 Keuzeles 2 p.280
VA
Les 5 p.273
p.239
N
spelling, woordenschat
literaire tekst
Keuzeles 3
IN
Les 5 p.231
Oefenen maar! p.203
kritisch reageren
groepsgesprek getuigenissen
Keuzeles 3 p.202
Keuzeles 3 p.280
Oefenen maar! p.285
informatie doorgeven
Š
informatief beeldfragment
informatieve tekst
digitaal woordenboek
Les 5 p.307
zelfstandig naamwoord, lidwoord, mannelijk, vrouwelijk, onzijdig, verwijswoorden
woorden zoeken
Keuzeles 1 p.311 Keuzeles 2 p.315
Keuzeles 3
p.318
Oefenen maar! p.319 Zelftoets thema 7 en 8 p.327
reclame reclame spelling, woordverklaring
zender-boodschapontvanger-kanaal-doel
literaire tekst educatief spel: letterlijk en figuurlijk, zelfstandige naamwoorden
letterlijk en figuurlijk, zelfstandig naamwoord, verwijswoorden, spelling, woordverklaring
5
THEMA 9 REIS NAAR DE RUIMTE
Les 1 p.332
Les 2 p.336
Les 3 p.340
Spreken en interactie
Les 4 p.344 informatie selecteren, uitwisselen
Schrijven Kijken en luisteren
informatief beeldfragment informatie structureren
Lezen Taalgebruik en taalsysteem
THEMA 10 VRIJE TIJD
bijvoeglijke naamwoorden
Spreken en interactie
interview
Schrijven
Les 3 p.373
Les 4 p.377
formulier
Lezen
vragen stellen
Les 1 p.408
klasgesprek
Schrijven
enquĂŞte
Les 2 p.413
Les 3 p.417
Les 4 p.420
Š
Spreken en interactie
overeenkomst onderwerp en persoonsvorm
werkwoorden in het verleden (klankvast)
VA
Taalgebruik en taalsysteem
N
Kijken en luisteren
THEMA 11 GROEN? NATUURLIJK!
Les 2 p.368
IN
Les 1 p.364
woordverklaring: vanuit de context
Kijken en luisteren Lezen Taalgebruik en taalsysteem
6
literaire tekst dubbele punt, komma, aanhalingstekens
werkwoorden in het verleden (klankveranderend)
Les 5 p.346
Keuzeles 1 p.349 Keuzeles 2 p.352
Keuzeles 3 p.355
Oefenen maar! p.359
dialoog, stellingen
informatief beeldfragment zoeken op internet
literaire teksten
literaire teksten synoniemen en tegengestelden
Keuzeles 1 p.384 Keuzeles 2 p.389 klasgesprek
Keuzeles 3 p.390
Oefenen maar! p.391 Zelftoets thema 9 en 10 p.404
IN
Les 5 p.380
bijvoeglijke naamwoorden
coverteksten van jeugdboeken
Les 5 p.425
zoeken op internet
VA
spelling en woordverklaring
N
kwartetspel maken
Keuzeles 1 p.427 Keuzeles 2 p.430
Keuzeles 3
werkwoorden in het verleden (klankvast), overeenkomst onderwerp en persoonsvorm, bijvoeglijke naamwoorden, spelling en woordverklaring
p.432
Oefenen maar! p.433
Š
informatie geven
tekst bij een foto
informatieve beeldfragmenten
educatief spel: werkwoorden in het verleden, onderwerp en persoonsvorm
dubbele punt, komma, aanhalingstekens, werkwoorden in het verleden (klankveranderend)
7
THEMA 12 AAN TAFEL!
Les 1 p.442
Les 2 p.445
Les 3 p.449
Spreken en interactie
Les 4 p.453 informatie doorgeven, mening geven
Schrijven Kijken en luisteren
informatief tv-programma
Lezen
informatieve tekst
Taalgebruik en taalsysteem
Spreken en interactie
verkleinwoorden
Les 1 p.482 argumenteren
Schrijven
Lezen
THEMA 14 TIJD VOOR IETS NIEUWS
Les 1 p.522
woordenschatstrategieĂŤn
Les 2 p.525
Schrijven
Taalgebruik en taalsysteem
8
Les 4 p.495
informatief tv-programma informatieve tekst
literaire tekst
woordverklaring
Les 3 p.529
Les 4 p.532
informatieve tekst: feiten fictie: filmfragmenten
Kijken en luisteren Lezen
Les 3 p.492
groepsgesprek
Š
Spreken en interactie
feit en mening
VA
Taalgebruik en taalsysteem
Les 2 p.486
N
Kijken en luisteren
samenstellingen
IN
THEMA 13 X-TREME SPORTEN
schematiseren
literaire teksten
genietend lezen feit of mening
synoniem, tegengestelde, fictie en non-fictie
Les 5 p.457
Keuzeles 1 p.460 Keuzeles 2 p.463
Keuzeles 3 p.465
Oefenen maar! p.468 Zelftoets thema 11 en 12 p.477
groepsgesprek presentatie fiche informatief kijkfragment informatieve tekst
opzoeken op het internet samenstellingen, dubbele punt, komma, aanhalingstekens, werkwoorden in het verleden (klankveranderend), verkleinwoorden, spelling en woordenschat
Keuzeles 1 p.504 Keuzeles 2 p.509
literaire tekst
Keuzeles 1 p.540 Keuzeles 2 p.544
Š
Les 5 p.537
synoniemen, samenstellingen, woordenschat
p.512
taalspel: werkwoorden in het verleden
VA
afleidingen
Keuzeles 3
N
Les 5 p.499
IN
spelling en woordenschat
Keuzeles 3
Oefenen maar! p.513
feit en mening, woordenschatstrategieĂŤn, afleidingen
p.546
Oefenen maar! p.547 Zelftoets thema 13 en 14 p.556
zoekertje
soorten teksten, tekstdoel
spelling, woordverklaring
afkortingen
fictie/non-fictie, feit of mening, educatief spel: feit of mesynoniem, tegengestelde, ning, letterlijk of figuurlijk, afleidingen,spelling, woordsamenstellingen verklaring
9
OP VERKENNING DOORHEEN JE BOEK Taalweb 2 neemt je dit schooljaar in Nederlandse taal.
leuke thema’s mee op pad doorheen de
Hoe herken je een thema? Elk thema heeft een eigen herkenbare kleur en foto. 1 ‘Neen. we zagen dieNoteer niet veel, dus viel mee. Maar als bij die zes in de foto’s. badkamer Zie je bij welk thema deEn foto hoort? hetdat themanummer
279
1
encte sp re no strean ke nie a, tsp n, m vreri jeze en ke j lf en n, be te jeze oo ge rd lf ng ele be est oo n eld rd ele en ls n 25
22
el
es te
1|
On
sz
on n
- sy
te
L E UZ ne odne ‘vriens S en met S 1peLE Ekler LZE Onli g leeen 3 wiEen LES 4LES Superslimme EUKE natuur ICT1 - hetmod 1Topm S3 onderwerpinvan tekst en de hoofdgedachte LEM,ijn ingo huis edspetter LES s - lezen LE ZELES 2 KZE ZEKEU U Op woordenb g-den S vol Klder Focu LES 2 regru 2 Lwoordweb ren, O rin Chil s - vere co U 4 Mijt wel ELES ESLES sp 5 Spelen 2Sp - spelling, S e1 | woordverklaring - luiste U V nkelen ERe R LE KE KEUZ enp LES vijan - ijke Sp rd Sd?3cord en verd urt griezels KEUZEL nd of ES 3 en m teks ubbe eu erkijke 3Ltbeginoep lezen, n,olui and KEUZELES 115 3 1VrieDe haarsmeest chstevormen bizarre kijken verzamelen, len ESEerip - informatie UZEL LESnatuur en luist ZELES LES 5een n re Sch et rh KEKEU eeononz inren rs ndgrichtt baa eren presentatie 4LEtter4 maken cordatt - woordverr d en sp KEUZEL KEU Spe s spe rekmee Vetter SRe aaennja inotoep R eiets klaje ZE en: klaring vanu 5 co rm 1RariFeiten en rd KEUZELESKES 2E LE te dat W-vra kijken L en luisteren, le spreken: ho je eigen Rom geven s mening het ch wo it de cont kstte net ist … en idinofdlet KEU ordve – UZ S ES mel Sp mislu gen ext, beu ZEL KE pktin mee nrvou – ei 1 terspsre !ucha EL5 bizarre rkleari - sod van - lezen KEES gzelfs UZ nds KEUZELES OE 3 2 Mijn nd dvoeors ke tandige natuurverschijnsel/dier orten – lu presentatie, Sp De ES 1men rd - een EL Vrie nge: , -sche | U K nnaamspreken le ma, el KEU ES F sn Z let klass is eer ra es pelle enge tekste - en-pro KEEZEL 2 woorden te ES 3ELLES NEEL ee nd tekespre awo ater UZ perr-qu k dor anlijk E1S No M uw lezen ns k n,rentekstd izh e- uit l: g heb ES Spe e dw ijee legken KEUZ N M , op etspre n zu –en co 2 3 ikm oe in een eb A ma ge l luisterenak we de tek r re ELES AR Ik noSp ni e - spell s isschdoon van etst wezens LES | Rare 89 diegure co rds ! –maa ingrk1drij kbe een 3 ! – ra f - end le je nui verd - ge luiste , wo Taal ord zen spel tekst, adve educatief re nta- ze we nieten reco serkl ar nder- ne dnlez ls, aring rds schr en en n– - taa info bood
UK
KE
en
3
en ing gen kk lin dru el st uit n n: re oord ik, ke ru ger w iste re eb lu annaam l, sp alg en ntvig ta-ond en doe ijk ta hap kst rl zelfs kijk 3 uu n, jvenk ? -dsc 19 ze fig hrispre ng on oo le so ge -b sc en ik, ps nd larier er te oe ru lijk tief rk p nd ek iete - gr er eb ea gve n ze enbo alg len oo - lett - gen wij?- cr r ooofrdee e,oord ta ha ige tijd w ip d w es kcl-am kn pen nenkenilan n dnie g, rlijkmpjenwoord n r - re ren li e er uut fil boe teg boek el enld ste n io w nd eg, ee ee fiieg ui ing: we pm e - lui leze - en in - sp rdn? 9 n sp , spreken ro rden et atell 16 og d p!jk oonebe ijvnen am wono d eb wle M kke WKaa ssief lezen o woo hi li rm fo hr expre ren n ee g te n r al in e ip je e - sc iezij -tter enluitaste win b nmee 1 ed BliS 1 . De ohnet ietsje en en-?le nrden tijd digi S dat enrdgen oetrdin oordpoo Is 1 Kl ige n k atmatieve tekst kijke k -en net woo ord … ven LE 2 LE F.C 2 LE oe e - t ziijln?-hap en S nekwho Wter w kw infor eeen: sch ge S er ste aabmoe: tegenorwo oendsc S e -elezen tord st, Vrie e?,nwo n ing do ure eeb 1 pte nmin dordeen LE 3 LE Op 3 l-ZoeS 2 km LES ie liefd jke tek ing , infinitief ell atof S or je ofoo eli ellel eLE ek - stam d-igsp hap ? |leM enhap rm - sp : zak wdeat eVrie LE 4 ES p Gren3 jeSp wansndsc nevie alsp1 ndsc tijd wij info eb in 2 rvad eS LES S L S 4 LE lez de ott LES - tavrie Rare wezens kijken en luisteren en lfst1is ordwelke ital ordige den in ESht -tijd lf -voor LE 5 S ov ZieD. Stdiguijl lijn jven , werkwoor rk tief,, teg zewo pen enwo brLacee d, 3en, ze-Bas S LE T 5 zSy 4 LES schri en n stam e u ge 143 E oe huis n 2 er LES winfini de persoonsvorm en het onderwerp Bizarre in g el L 1 ES LE ntinere en kinSp nnatuurverschijnselen Su Het et ordimg -onsvo-rm kaar LES jven, ICT inbnde tur Bwè tege kg h4 Vrie ES L 2 S 1 rSag5ru en nwoaro rso uc1 LES ren, schri lez van gemset V itdZe a , peen, 3 e str Help … ten Wat nu? -W d k! opzoeken inluiste het woordenboek, EL woorden met verschillende hap - schr S LE LE RaLES atiLES ndsc ijven sprek u 1 el5en ,erp | rw Vrie en spre UZ U orm 2genie de verklaringen LEZE 3 S 2ES n’ ken Sp inf L-on1lezen one S EEL LES n? nde el - LESch l -S KE ZEE kst
LE S
tend lezen
of meni
ng
A 14 THEM THEMA 13 nieuws THr EieMtsA voo TijdX-treme 12 HEsporten AanTta TM Gro fe HEl!AM11 e n Vri ?THNAa 1 Rjee tiEjdMtAu0urlijk ! is na 9 ar de ru im t
©
e
- feit - genie oljaar! n Bye bye afkortinge sch scho LES 1 spelling: fantasti tekstdoel, Wat een teksten, LES 2 LES 1 Waaghalzen antoniem - feit en mening,iem, spreken: argumenteren - soorten , synon In ‘t kort tend lezen laring LES 3 LES 2 Mijnr?sport - genieis top! - woordenschatstrategieën woordverk waa EchtLES spelling, eb--woordverklaring, Dag ren LES 4LES 3 Wat1woo rdw elijk een kick! trema se kos kijken en luiste l- en SpeLES genietend t - kijken enen schrijven Lek … LES 5LES 4 Tot2 het kere ger lingen luisteren - kijken en luisteren, LE voor lezen Suiterste , infor LESheid samenstel ech rtje lezen genietend Afsc 1 rlijk, 3 Ste mati len - zoeketjes - verkleinw e vergelijke ES 1 lijk of figuu een LES -Ho koppelteken die lspul e mrlijk KEUZEL LES 5LESGekoppeld n hee oorden ng, letter met meni 2 ofeu e lunch 2 Weg 4LE Pick - feitili Ve bewu spel ZELES Lnick 1 De ultieme rraa- genietend kick lezensamen KEUKEUZELES SwinLES - samenst 3 ES 1- spre st be dken: Spri5ng&Spe 365 polyloog op de ES 3 2 Sportspellen n jij i.v.m. sportellingen LE De ZEL KEU KEUZELES op - synoniemen, woordenschat Vrdw KEU ba ZELES LES 4 l? - sp Sen wa ra sis 2 woo 1 Maa rm eb g rek W bye L spel e in LE ge asLhe-Wapostrof,ngaccent ling ennie 1 | Bye en KEUKE KEUZELES 3 Woordtekens S 5 ESk 3tijd ZEL vooinr het st-alee woor tenddens ; enqu LES UZES ête noe LE HoeL HESt vr chat lezen EL2 Tafe engeontbaijt kens t ste invull ES 1 lma KEU vr S zake wo KE o E nier in ZEL 1 4 en bbt - afleiwrerbete ij - lijkdelezen UZ KEES 3 LOp zin , infor LeLef S S 2rden EL yb ES rest afOeva U ES : en matie verg nusl dingkwenoor? - sp E jetu KEUZ vere , elijken n E- opzo ant KEEL ZELE2 W5 Saur ui rszve rwerrden rlekeden,nlu en beoo o-nsc U ES S at Sp3 ttein neup tijd rdelen n cyeken iste nop ijvhetktinter ?in- de Le - taval KE K ZELE3 1LES geebe l-ur ren, lubeclenehrste net, kij verl LES ende 1 | Waaghalzen schrijven ke en UZEU SL Het H 333 v w c 4 n e e in sc , oo wner h ho splsrek en lui ed KE ELZEE 2ES sptrin en ste terv hiert n uw e onenline Dzitg- rdve obourd N L tijd ren iew ing l fo KE UZE S 3ES 5 uttig e r‘menin-w rk it we ?a-aee b r Mn tek kijk rmulie LE 1Kw Ee e vruim dlaeinrinspenel UZ n cog: on--sptaal ar stjeesc n hr r S EL Gaigrte to ije te en ijve ve z el:be s var LES ES 2 lu n bij nu- e p 1descwe brkw @nt - leeko tijdin?is ijv een W Dag itle la |ho 3 oordetese foto tis zen,ms -gelunis dezen, ne uwoineelijk a re iete tere co ICTet? gglijk n n,kost Sy ait ch ICTt a n in he LEe en no ls n n, text te nsi aa nie t in Sru1im| as d lezespreke , in op 307 m ef Ho tro m wo d n formmaa n te e m en e r nili , je ord luis at k va te eig e ie n en uim - zoe aueu re t? bew en n ke usmt stru een n te te -k n ? ge enben ctu tek ijk via in en ngL - in ?re st, g g jijre eEsS form intern en n ev lu te1 en et iste ld| V atie en ra se re n le g ,
VA
Welk thema
N
IN
zat, dan was het voor een uur!’ Tia rolde met haar ogen bij het horen van zoveel ellende. ‘Ik zou van huis weglopen,’ zei ze nuchter. 5 ‘Makkelijk gezegd! Wacht maar eens af. Je ouders zijn allebei nog jong. De kans is groot dat er in een mum van tijd een nieuwe partner bij komt.’ ‘Hou er nu over op,’ snauwde Tia iets harder dan ze had bedoeld. ‘Ik krijg er kippenvel van,’ voegde ze er snel aan toe. ‘Ach, je wordt dat gewoon,’ zei Tamara, die wel begreep waar Tia momenteel 10 mee worstelde. ‘Ik geef zaterdag de 25e een feestje.’ Tia was het gezanik over nieuwe gezinnen beu. ‘En jullie zijn allemaal welkom.’ ‘Vet! Ik zorg voor de muziek!’ zei Thijs met zijn mond vol chips. Normaal mocht 15 er op het schoolplein niet gegeten worden, maar daar veegde Thijs wel knap zijn kont aan. Thijs had een schat aan technomuziek op zijn laptop. Hij speelde graag voor dj. ‘Waar is dat precies?’ vroeg Tessa terwijl ze haar smartphone uit haar jaszak haalde. Ook deze dingen waren op het schoolplein verboden. lijkt jou het leukst? 20 ‘Anjelierenlaan 13. Ik bezorg jullie straks een uitnodiging.’ ‘Da’s in de wijk van mijn tante!’ zei Jeroen. ‘Beetje kouwe kak die buurt.’ Iedereen lachte. ‘Dan zal Tia daar voor de nodige veranderingen zorgen. Zaterdag zetten we de boel op stelten!’ gierde Tijs. ‘Verwittig maar alvast de buren!’ 25 ‘Had je gedacht,’ hikte Tia. ‘Ma zal wel een demper op je boxen zetten. We willen daar geen herrie!’ ‘Ook goed, dan zorgen we gewoon voor liters drank!’ ‘Vet cool. Dan zorg ik voor pizza’s!’ zei Tia.hen! ac 8 7l 6 Iedereen vond dit een schitterend Midee. A EMmAEteMA n A5 e H o H T E epTHEM THEMA 4p TH Tiet)Jeroen. scha 30 ‘Hoe laat moeten we er zijn?’ vroeg ero ode dTH EMnatuur A3 (N B M Vrien Bizarre AlleTsHpEro MTH 2r? RecSop ApEeM ‘Een uur of zeven? Zoiets?’ rdeus A 1 rne uzeen ‘Ik weet nog niet of het me lukt,’ zei Tessa. ‘Er staat supersaai familiefeest en gepland.’ ‘Kun je iets laten weten voor donderdag?’ 35 ‘Top!’ KE
luiste ijven schage lspell – p-o niet ren en kijk ntv enan en ger, d le , in LES fo ze1 sc | hrBw op ijveèk! zoek n n: de uit en
nodig
LES
Naar: Kristof Desmet, Grenzen
LES
1|
Op
spe
urt
och
1|M
t in
63
ing
ijn re
de
cord 35
kla
s
Elk thema bestaat uit vijf en drie keuzelessen. b Beantwoord de basislessen vragen.
13
1 Ben jij ook al eens verhuisd? 2 Was je ook al eens vreemd in een nieuwe omgeving? de pagina kun je met behulp van de bollen goed volgen in 3 Zo ja, was het makkelijk om nieuwe vrienden te maken? Hoe doe je dat?
Onderaan op en waar je in het thema beland bent.
welk thema je zit
c Schrijf de uitnodiging van Tia.
LES 4 | Vrienden in huis
10
129
d Vul de zinnen met een passend woord uit oefening a aan.
Hoe weet je wat er in een les aan bod komt? 1
Ik heb een perfect
voor pannenkoeken.
2
Mijn zusje kijkt uit naar de
4
Voor elke reis laat mama haar voeten door de verzorgen. pedicure Twittervermeldingen Zijn jeansbroeken met scheuren nog steeds de nieuwste ? trend Het biscuitstokje met een laagje chocolade van het merk Pocky 3.710.004 keer getweet op 11 november 2013. Dat is 4294 De was bijnawerd te laat in het station. machinist keer per seconde.
van K3.
recept show
Bij de start van 3elke les staat stage in een blauw kadertje opgesomd wat je gaat leren. Wilnieuwe jij later ook in een lopen? bedrijf
Les 51 6
Rare wezens
Je kunt de kijk- en luisterafspraken naleven. Je kunt het luisterdoel bepalen. 5.2 Woordweb Je kunt informatie uit een luisterfragment halen. Record aantal doden
Niet records even vrolijk. In de top 5 van de gruwelijkste oorlogen vind a Lees dealle eerste reeks zijn woorden. je zowel als de Tweede Wereldoorlog. Een record aantal Lees ook dede zinEerste waarinWereldoorlog het woord staat. mensen stierf toen. betekenen de blauwe woorden en de geel gemarkeerde woorden
Wat Reeks 1 in je boek?
tafel bevallen. 1Succesvolle bevallen tv Die nieuwe film is steengoed. HijLangste zal jou zeker woorden die in het vet staan, Inzijn moeilijke woorden De langstlopende animatieserie is nog de Oost-Vlaamse stad Gent die je vooral 2 allerlei De leerlingen gooien allerlei rommel op de speelplaats. steeds The Simpsons, gemaakt door de gingen de inwoners van de op school hoort.3Amerikaan Inafnemen de cirkel bijZou het woord, vind je de betekenis. Matt Groening. In 2014mensen dat iets online Eendrachtstraat op zondag het aantal koopt toenemen of verbraken de makers het record net 16 juni 2002 uitgebreid eten. afnemen? gemarkeerde woorden zijn woorden die je misschien niet meteen De Pasen. Toen hadden ze de Ze zetten daarvoor een 4voor uiteenlopend Ik hou van volleybal, mijn beste vriend knutselt graag. 546ste aflevering af. 480 meter lange tafel op straat. foutloos kunt schrijven. Onze hobby’s zijn heel uiteenlopend. Het succesvolste De tafel was de lengte van 5 inhouden Wat houden de voorstellen van de leerlingenraad in? tv-programma de volledige straat. 6is Got uiten Meisjes uiten hun gevoelens gemakkelijker dan aantal jongens. Talent. Een aanzienlijk mensen In 58 landen kun at er spaghetti aan: 1300 om je ernaarelke kijken. precies te zijn. b Combineer zin met de juiste uitleg. Die vakantiejob bevalt me wel.
a
VA
1
N
IN
De
uitgebreid: duidelijk maken wat je denkt of voelt aanzienlijk: overvloedig
net: zitten allerlei vissen. b met zich meebrengen veel, behoorlijk, juist, precies 3 De weerman voorspelt goed nieuws: c goed of prettig vinden hoog morgen zal de regen afnemen. c Vul het schema aan met de gemarkeerde voorbeelden uit de teksten. 4 Durf jij gemakkelijk je mening te uiten? d van elkaar verschillend 2 www.hln.b In ons aquarium Naar: e
Per twee thema’s krijgmeningen je één les om 2 Namen van plaatsen alle specialee woorden nog eens extra in te oefenen. 5 Onze zijn uiteenlopend. minder worden 1 Namen van mensen 3 Woorden die afgeleid en dieren 6 Wat houdt de taak van Hoe heet die les?
klasverantwoordelijke in?
f
zijn van een plaatsnaam veel verschillende soorten
©
TIP! Je herkent de les aan de twee fotootjes onderaan de pagina.
308
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Wat moet je onthouden (kennen/leren)? 40
THEMA 2 | Records
In de besluitkaders staat alles voor je opgesomd. Een woord kan verschillende betekenissen hebben. Denk goed na over welke betekenis in de context past!
besluit
11
4
3
6
5 7
en dig an lfst CHE 3 Ze FI den
5
ba
–gasta
po
ge
1
lee
- iefpe is, doet, rten. te, . De o spu - pa tel, huandhoog infinit . en n iem Ik zal maken die – ijv - zeof riet, n den hr r or . oor iets l ele rd Ik zal sc ’ voo wo oe orde en wat n! E4 Werkw nk rt.enst emgen ‘iktzal am - ve 1 zijn wo nozeg na morge ar jemoe re FICH Ik spuddak. die . n ige pa d wa el tegen ding . Ve n en ord Ik ma oordenen. rkwoor orde taak bb tand enm. l, de Woee
rkw vor lfs wo of m we ep ak die stoe Ze nehet n.infinitief.of du de ikam er zijn we van melk. is kgro dden t huis Ma l na di de mvast or zen keoord an isn.de ige een vor et ten e gla wo,re rkw n pa is, he De ni kl we twe ho tand oon, r en am in - ee m. hu n je tnazet lfs je van hetke teren rd de sta- een e nm Ze pers ku kun in n en ndig ku kl nk gis k je wooig ee k sta De rui de Ik dro ding lfsta an gebt nd tte je ige k ze kl l heta e st Za ttkom melk. elzin e eelfs t of bev n ze mm oo glas en n eden, ve ng rd So zijn en toe een een zin. gel pp g pe la Inoreen ee ve t nu van den begin of rden je ho voor: melk r. het He , he de r r,kilanop ove bij het nk zen : n roep leden ege stzinssen hoofdletter Ik dri rte oo e gla n: de bujft een koLidw roep of ee kg2. Ver den. hrn,ijfvroinke name er twe n Je schri(o), klg? t. anen woor als toe 1 dat sc e-di kg het klijv bij eigen nteel, deletter n ee 2 n webuur zij aan. me en n hr ig an , Verbeeck lidorden Ikton he hoofd oned en el , mo kl de dééscn zijnWo pe een morge ige zijd digjft ...of m het ook Lore, Jens r en t. ss n nt bb onJe schri A oveev oor Ik zal n. rust urt. tu terenlijk vertel éé ku woorn een 1 De persoonsvorm du en2 enw gis il n we et Je am r da de zin zw er en. r, n ouen . nn, tegn. en ee ige bu Flipper ch leden drinke er m ov ur na eehet eevrver Bobby, rs d jaa k er als st t in st n kunu(v) zijaan dat en deren, m, i we en ork, an ve m toekom staa n ru ende ijk, Vlaan van l.volgen l t,mens n de rd or etDe tonen holij kl linkord moo ë, Kortr eeje met ja of is ...ijk ijf Een de vraagzin waarop kunt Kun jij goed dansen? m korke wo g el Het a name oo Belgi Ik nerte ekWo ofwe elt met nee nen hr W Alpen over n t hu t in Man am daa w en sp er. . , bin r enzin diere antwoorden, sc lijk n ko eedna vanvrout. He stisaaeen ja-neevraag. 3 1 igaks rd Ardennen, . kedevan ne m . ) of tel jdstr t voor i we ht. s Ikname ? ig oo dat zi 1 in ht ikaan an b aan He heden an t. taak. W na ver acAmer kl mde tja-neevraag tand er enonals l m moo cras is de Belgisch, he eerste t k (m woord in vindtjnjudo een lastige sport. drJe 2 lfs ge zijn n of...we tonen or Het op me. t mi plaatdsen in he weer Wonord Ze nelij vanpersoonsvorm. . spel r is snaam ht rland s een lastige sport? je jke meacVind eenn k en c namenndo oor d.te rge d. judo De zinvooreen plaat. zij ili orde de r man ge mo oor Nede pen er rkw , dr or an jvan mpu oe Frans ht an van we j. zijn gron op mhel kl . link telt ingen, t-wo rdhoen iste t werkw erphieidhet Hi co afgel de cras ndnen ilijke verv een en die he ooIk vere lu en, Vlam or erw De is ge je rijf je vrie t ee Ik ar he Alle de-w .lang edek nsch ondn 2do Het lt op n, Frans onderwerp ) van d woord j Mijngeef moe vaBelge nu het e ijk ku e ge Hi le 5 ... m na n g n .Ho Al an(ik 1 3na wel res t ee enin Gentenaars streep rvm van talen rfeest eind n de vrou orde der e name sta ef ve n di d. lera den, Suike woer 1 On je Pase rnde va ankDe over) ge jaar,vrienden Het onderwerp vertelt wiedsofbewaarover er Mijn on ge Stap Notee van rdlub.gaan naar Londen. ers Nieuw (ze di gr ku p: j an oud kl oe es mijn zij te Zi afst p2 n de van ervinwon iets gezegd wordt. zij nme vle ro ool.Gaan os rtcvrienden naar Londen? On spo Sta or3de ↓ or gr f name de uk Het r sch De net rOpel lt op f) do (o) = Het onderwerp gevliegtuig maakt een perfecte wop stnaa altijd voor ofs net de oud: nstaat n dage Zara, naa nanje Sta erp of erv finitie Ze va , Thuis ge feest erw lijke ↓ npersoonsvorm ) dus kken landing. wenkoning van an Ik fiet n(mfiet ... (inin de zin. ) =rvme ne ond k. zal 4 5De Leeu g name(pvDeze het ag? EMaakt ba het vliegtuig helpen je om het onderwerp de gra Man Morge orm ve iktwee vragen jn taa een perfecte en … Flair, jijtsge nsv kun jetevan merk t mi ldoorlog tsda serie ormefen, CHlanding? stuk soo nname n vinden: me Fie elvoud il nsv Were FI boek , per mede h soo de Twee = enk doet n,infilms ietsper de zin? bi venb de pt orde hrifte (o) - ikWie bo tijdsc wo nd hel erp on =van na de - Wat doet er iets in de zin? rdt n erw wo Mijn vrie lijke i name = je of jij d t da tijd we het ond deor he E 4 is erg gevaarlijk. In rtenis sommige zinnen Het monster sen in wo is ekde persoonsvorm het Vrou . m am ↓ FICH werkwoord zijn.is, zo Is het monster erg gevaarlijk? j gebeu =nasta (ze) g (pvig) di ers nd het Je vindt in die zinnen door orm zijonderwerp and nsv lfsta on iets te stellen: de hulpvraag soo ze koof= . de per een + tiets in de zin? -lij Wie ismer op of wat 3 of ouwe ek ↓ je ) = sta vr bo FICHE k, ijfel en orm (pv je in een zin het onderwerp in het Mijn vriendin knutselt graag. Tw nelij oordWanneer nsv w soomeervoud plaatst, verandert de persoonsvorm Mijn vriendinnen knutselen graag. man n per de ee mee. Die schrijf je ook in het meervoud. in Wanneer je het onderwerp in het enkelvoud plaatst, schrijf je de persoonsvorm ook in het FICHE 2 enkelvoud.
1
FICH
E7
6
¢
¢
FIC HE 6
•
b
c
7
¢
d
V
R
O
U
E8
HE
2
.
inning
overw
s rt naar detaak. r, fdletter spu een kwoo , broe2 el Hoo od renner g maakt ez er Wer FIC k FICHE Persoonsvorm en onderwerp kkHEai,m tlo rlin 1 luDe
¢
OR
Lees teke ns FIC HE 7 VO
Ee
FIC
e rden tant
8
8
du er fv
o wo
m aa
b
FICH
n
rde
n te 1 Vo orsp • FIC kst le Elke el wa HE zen De teks arov a inho t ga er de 6 at ud de al teks t ga de titel; van ee tijd He n te erge at. de tussen tm kst ns ov de afbeel titel ku ee n je er. Je schuonde ding s; rv voor no 2 inge rstre en (fo ou Met sp emt ep elle da druk te to’s dv we • Op het n al t he Elke lke te , vet- en/o an leeste einde wo s je t on f te teks bedo Ee orde of ze van ke kijk derw el - Na ken. n t een ning in te lfs n. t na er zin a in kst heef g le - Na een me en ta ar: p va t es form ka bschrijf ); ded een n de n n je een je elend c van je een d vra vra de er be : teks ig do - Na agteke gende e on iets en: elin tekst? t. e n je tspa ov zin d zin sch n. een leer g. plaon rijfnn er aa uit uit ats 3 troe - Bij roe je eenjeeneentuigen t iets mw O pte roepenWat : pu O re de zin een V ken. bi we na m n: de je ge nt.: ie U uitroe oo m zet et je am he De j; ni R bevTI elzJD rd inEN pteken -sje aleen t m teks et geWeankat d wiligt zet Je sch w t aa en S ov je wo lk in ee ro l . oo een boe da de zet Bijpu n heer - voo rijft een 1 He rd rvou ept bi on va k heb t je he el t on d Wa j jo r een t en en n de ie t be naamhetnt of een jetsgel te sla du s hetu tede va verkla•bbTe ele give m doezen? pen. ge te ke rw n - voo vo n ma re voarel kst; et; van woo eerv lvou rmerze ring;kste Gpu r een ebnt nk waar! Nep?lfs te en de rd ou d. en em s op be el ops • Da ksBt za n ru Hou, sc tajull - voo ommi ij sol ikginnenteksen op d va ndie boe . ei t t daa da en ga ig hr r nu ngte r een nd ; ks mman aren m ve(de-ein n ze ijf eme k. : vo eerd nle lfs aanHet De igtd je e op! midinWeta or stub Deid lett eneel igste het on Je sch -e • halm ing oe g) mo fic al be nd .le woo de de er op aa In n m t rijf - tus he etijs:je iggen of -e t rd rw S he ttls t e nie te om t m erte st‘f’ w n so er leneenhet m sen een• kom t doo Jetovinde m idde‘s’ uk or vera ens ve 5. p va de del He ks te re t: de ma it. meer sch pa ig epdtks ve vadtn ge - voo nd di t, men de e lste Wen tvan tdls alle ho ra ee ar aatsen as de er e in curs ub m oo m s in r ma teks d se ee ééElk terd ideen l ofde Ik ant ief ele de ofee va uk n te dg stnd n, – pa op ar enho ‘vks t de he n. t.boeken n rved erva n eekring kam of ks en lsops het te om of-a • krijgwa n ’. t (hetmlant gsk m woin ac t in ord ar st ou dp, -i tdwee mi ee: ‘Mo enn zintawinkeler Elk en nt; hte. ee ed ee de - tus un aal ge uk vadeng – : kle rv en. n an rge fiet k wa n ; eenn teks midekde om she n te rv ef Bo teks in , -o sen lmen. kadij, de n zal –ar ‘z’. t st linn) oud ’ m tdhe ,n.-u an t m n deeind ve twe re st ik tain Als We aa ke kk st er ig ra Bij e per n de ee lette je let He t l is of de eer teks redt r. enaat s en atrg soo ve m dat m doo the -y laat uitle t isopSpanj en -e wa nsv rs eedoor tussenter –rost • wlijkeisch dikw e en ee g ov Ik r ui orm r Lu du ch rv ee arov st ot m erijf Teorkstnd illenou gesc e en. aan Portu rate. tle xemif er -ekan er t kl reijlsnie dttelineeva d n wi g ov bu–rg, te dedaa de de sa ha rv nwa n. intve -'tes. hrev det iem tre ank Van n meespgal . er du Fra ho menden gst ou va eind and ge g eke te mo kan rsch eleas he iv nkrijk, -s igd ns.ks zeg kstdelen isl gemet rgenofdg vatti va t ik nieill n,–wa t onen er en t, komedac scheje , Als ng va nt de aa ndiwkw(het sl zet jeen st ten me ik kiwe ht ofn deespze ik benrwer aa idzin ot) heb e nd en ee l. De gen ooijl n ele te va tler t,eima - n . er ks n, ma ziepk.va scbe rdsenmet - g de tdel ar so zei toets.’ aar n de hrslui di ee ms :ca‘Vr eierjekime nd te ev t e n kst: en ve en staaei te skeenviaijdag en eresp elen. en de rd ks . t.nd au i – tu–ssca krijge ee ig tdee ld. sk vi n jull en l of men to – i’s en titel a’ ie een s . op ba ee u au n zi – to by ta m ’s – nbawa en et nte ar u’ see ca alag – ta by’s in fé e nt n ko - ca – et es rte al fé FIC s ag HEes8
Ook op de fiches die achteraan in je boek op dikker papier staan, vind je die informatie terug. Weet je welk logo naar de fiches verwijst? Teken het hieronder.
n
le be
3
FICHE 1
Wat als de opdrachten een beetje moeilijk lijken? Geen nood! Spreek-, lees-, luister-, kijk- en schrijftips helpen je om de oefening tot een goed einde te brengen.
tips
Luister naar elkaar. Laat elkaar uitspreken. Zorg ervoor dat je voldoende aan het woord komt. Zeg waarom je ergens (niet) mee akkoord gaat. Gebruik standaardtaal.
IN
1 2 3 4 5
Hoe weet je of je een oefening goed hebt uitgevoerd?
N
Evaluatiekaders helpen je om na te kijken of je alle stapjes van de opdracht correct hebt uitgevoerd.
evaluatie
De gevraagde informatie staat in de presentatie.
ja
nee
2
Je werkte met sleutelwoorden.
ja
nee
3
Je lette op de spelling van woorden.
ja
nee
4
Je zorgde voor een duidelijk lettertype (Verdana 18 pt).
ja
nee
5
Je hebt vijf slides.
ja
nee
VA
1
©
Waar vind je extra oefeningen?
Op het einde van elk thema vind je de rubriek ‘Oefenen maar’. Hier kun je nog extra oefeningen maken. Vraag je leraar welke oefeningen je moet maken. Er zijn blauwe en oranje oefeningen.
Duid hier jouw kleur aan:
Maar ook op diddit kun je naar hartenlust oefeningen maken die de computer meteen voor je verbetert. Word jij de taalkampioen van je klas?
Hoe test je of je alles begrepen hebt? Met de korte zelftoets die je na elke twee thema’s in je leerwerkboek terugvindt, test je of je alles goed begrepen hebt.
12
2
1
IN N VA
©
THEMA 1 Speurneuzen
LES 1 Op speurtocht in de klas – spreken
LES 2
Speurhond in opleiding – luisteren
LES 3
Schattenjacht – eindleestekens
LES 4
Vermist in de sneeuw – genietend lezen
LES 5
Speurder aan het werk – raadsels, schrijven
KEUZELES 1
Kraak de code! – luisteren
KEUZELES 2
Mijn zus is verdwenen – genietend lezen
KEUZELES 3
Speuren naar info – kijken, info opzoeken
O V U R
OEFENEN
MAAR!
LES 1 | Op speurtocht in de klas
13
Les 1
Op speurtocht in de klas Je kunt vragen stellen aan je klasgenoten. Je kunt iets over jezelf vertellen.
a Vier op een rij 1 Lees de vragen in het rooster. 2 Spreek een klasgenoot aan. Stel een vraag uit het rooster. Bijvoorbeeld: ‘Heb jij een huisdier?’ Als de leerling ‘nee’ antwoordt, ga je verder naar iemand anders. Als het antwoord ‘ja’ is, dan mag je zijn of haar naam onder de vraag schrijven. Daarna ga je verder naar een andere leerling. Je mag maar één vraag per keer stellen!
IN
diagonaal:
Eet je graag frietjes?
VA
Heb je een huisdier?
N
3 Ga op dezelfde manier verder tot je vier vakjes naast elkaar ingevuld hebt. De vier vakjes mogen horizontaal, verticaal of diagonaal naast elkaar staan. Dan heb je vier op een rij!
©
Speel je een muziekinstrument?
Lees je graag strips?
Hou je van sneeuw?
14
Kijk je graag naar voetbal op televisie?
Ben je al eens op een eiland geweest?
Ben je lid van een sportclub?
schuin, van links boven naar rechts beneden of omgekeerd Heeft jouw voornaam meer dan vijf letters?
Heb je meer dan één broer of zus?
Heb je al eens in een tent gekampeerd?
Gebruik je Facebook?
Is groen je lievelingskleur?
Spreek je nog een andere taal dan Nederlands?
Speel je graag computerspelletjes?
Ben je lid van een jeugdbeweging?
THEMA 1 | Speurneuzen
bedenken:
b Bedenk drie andere vragen voor je buur.
verzinnen
1 2 3
c Stel de vragen. Beantwoord ook de vragen van je buur.
IN
d Vind jij het verschil tussen waarheid en leugen? 1 Schrijf drie dingen over jezelf. Twee dingen zijn waar, één ding is een leugen.
N
VA
2 Vertel de drie dingen over jezelf aan je klasgenoten. Zij raden wat over jou gelogen is. Als ze juist raden, krijgen zij een punt. Als ze fout raden, krijg jij een punt.
©
LES 1 | Op speurtocht in de klas
15
Les 2
Speurhond in opleiding Je kunt vragen bij een beeldfragment beantwoorden.
O V VOOR U R
e Heldhaftig
hond
Hond redt baby
Helpende snee
uwhond
g Hond in opleidin redt levens
Hond Teddy is een held
opleiding:
IN
Waarover gaan de krantenkoppen? Beantwoord de vragen. 1 In welke situaties worden honden als redder gebruikt? 2 Wat moeten de reddingshonden in die situaties doen? 3 Waarom kan niet elke hond als reddingshond werken?
N
Een hond moet eerst een opleiding volgen. Pas dan kan hij als reddingshond werken. Hoe die training verloopt, zie je in de filmpjes. 1 2 3 4
VA
O V U R
periode waarin je een beroep leert
Lees de vragen vooraf. Vraag uitleg wanneer iets niet duidelijk is. Concentreer je terwijl je luistert. Laat je niet afleiden. Stoor je medeleerlingen niet.
Š
O V TIJDENS U R Kijk naar het eerste fragment. Duid het juiste antwoord aan. 1 Waarom kunnen honden goed naar slachtoffers speuren? Honden kunnen beter ruiken dan mensen. Honden zijn kleiner dan mensen en kunnen overal tussen. Honden hebben scherpere ogen dan mensen. 2 Speurhonden speuren naar vermiste slachtoffers. Wat kunnen speurhonden nog zoeken? eten en gestolen fietsen gsm’s en verborgen schatten geld en drugs
16
THEMA 1 | Speurneuzen
3 Wat is een belangrijke eigenschap voor een reddingshond? een sociaal karakter hebben (makkelijk kunnen omgaan met mensen) groot en sterk zijn agressief zijn
eigenschap: een typisch kenmerk van iets of iemand
stappen:
Kijk naar het tweede fragment. 1 Zet de stappen van de hondentraining in de juiste volgorde. Schrijf in potlood nummer 1 tot 4 voor de zinnen.
onderdelen in een juiste volgorde
De hondentrainer met het bijtrolletje gaat ergens zitten waar de hond hem niet kan zien.
De hond leert dat hij het bijtrolletje heel graag wil.
De hondentrainer met het bijtrolletje gaat ergens zitten waar de hond hem kan zien.
De hond zoekt een slachtoffer en de hondentrainer beloont hem met het bijtrolletje.
IN
2 Kijk nog een keer naar het tweede fragment. Pas een fout antwoord aan. Kijk naar het derde fragment. Beantwoord de vragen.
N
1 Hoe lang duurt de hondentraining?
VA
2 Waarom oefenen de trainers om de hond op te tillen en door te geven?
3 Waarom oefenen de trainers met de honden op grote hoogte?
Š
O V NA U R Vul het evaluatiekader in.
evaluatie
1
Welke score heb je behaald?
/10
2
Wat vind je van dat resultaat?
heel goed
3
Vond je het filmpje interessant?
ja
4
Kleur het juiste bolletje. - Hoe ging het luisteren? - Hoe verliep het kijken? - Wist je wat er van je verwacht werd?
5
goed
voldoende
niet goed
nee
heel goed heel goed
goed goed
voldoende voldoende
niet goed niet goed
heel goed
goed
voldoende
niet goed
Wat kun je bij een volgende opdracht beter doen?
LES 2 | Speurhond in opleiding
17
Les 3
Schattenjacht Je kunt het passende leesteken op het einde van een zin schrijven.
Uit: Jommeke, Het zevende zwaard
Uit: Jommeke, De schat van de zeerover
N
Uit: Jommeke, De kaart van Wawa Wang
IN
a Lees de strips. Markeer het leesteken aan het einde van elke zin.
besluit
VA
Op het einde van een zin schrijf je een leesteken. Na een mededelende zin schrijf je een punt. Na een vragende zin plaats je een vraagteken. Na een uitroepende zin zet je een uitroepteken.
b Omcirkel het meest geschikte leesteken. 1 2 3 4 5
Heb je zin om een schat te zoeken Ik heb een geheime schatkaart gevonden Die was op zolder verstopt Wat denk je Goed idee, zoek die schat
Š
. . . . .
? ? ? ? ?
c Schrijf een punt, een vraagteken of een uitroepteken. 1 Pas op voor de hond 2 Wie zou de dader zijn 3 De politie is de verdachte op het spoor 4 Kun jij deze code even voor mij ontcijferen 5 Elke morgen drinkt de geheim agent thee met citroen
18
THEMA 1 | Speurneuzen
! ! ! ! !
geschikt: bruikbaar, passend
d Schrijf een punt, een vraagteken of een uitroepteken. 1 Help, dit is een noodgeval 2 De detective kan zijn bril nergens vinden 3 Dat vergrootglas past echt niet op zijn neus 4 Een verrekijker is ook niet zo praktisch 5 Hoe moet hij nu de verdachte in de gaten houden e Vul een passend leesteken aan. De Amerikaanse miljonair Forrest Fenn kreeg ooit kanker rijkdom te delen, als hij genas met zijn geld
Hij beloofde zijn
Fenn is nu 84 jaar en doet gekke dingen
Dat zijn bekende Amerikaanse bergen
Maar hoe kan
IN
Mountains
Hij stopte een koffer vol goud in de grond van de Rocky
iemand de schat vinden
Een gedicht vol raadsels zet schattenjagers op
weg naar de juiste plek
Duizenden mensen zijn al op zoek
elf extra tips vond niemand voorlopig de schat
De schat zelf is 1,6 miljoen
Heb je zin om mee op schattenjacht te gaan
N
euro waard
Ik wel
VA
Naar: Wablieft
Zelfs met
Š
f Schrijf passende leestekens in de tekstballonnen.
ant
Uit: Asterix en de intrig
Uit: Asterix, De grote oversteek
LES 3 | Schattenjacht
19
VA
N
IN
g Schrijf een zin die bij de situatie past. Gebruik telkens een ander soort zin. Schrijf die zin naast de afbeelding.
h Markeer de woorden die met een hoofdletter moeten. Zet passende leestekens.
Š
heb jij ooit al gehoord van Sherlock Holmes hij was een heel goede detective uit Londen hij droeg altijd een geruit, bruingroen pak daarnaast had hij altijd een pijp in zijn mond weet je aan hoeveel zaken hij in zijn leven gewerkt heeft meer dan vijfhonderd jammer dat hij nooit echt bestaan heeft alle verhalen over hem zijn verzonnen
20
THEMA 1 | Speurneuzen
Les 4
Vermist in de sneeuw
Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt van een luisterfragment genieten. Je kunt tekeningen bij het luisterfragment in de juiste volgorde plaatsen. a Bekijk de cover van het boek. Wat zie je? Waarover gaat dit boek volgens jou? b Lees het fragment.
10
©
15
VA
N
5
Als de bel gaat, komen de directeur en de agent samen met meester Hans de klas in. Iedereen gaat stilletjes op zijn plaats zitten. De agent kijkt even ongeduldig op zijn horloge en dan begint hij. ‘Dag jongens en meisjes.’ Hij knikt naar de kinderen. ‘Mijn naam is Diederik Kooij en ik ben Hoofd Opsporing bij de Kinderpolitie. Ik ben hier omdat er iets zeer ernstigs aan de hand is.’ Hij schraapt zijn keel1 en gaat verder. ‘Jullie weten allemaal dat Wesley vermist wordt. Meneer Zager, Wesleys vader, komt ook zo. Ik zal alvast de gebeurtenissen op een rijtje zetten. Tenzij er nu al iemand is die iets belangrijks te zeggen heeft.’ Alle kinderen blijven stil. ‘Goed. Wesley is gisteren om tien voor halfeen voor het laatst gesignaleerd2. Hier op het schoolplein. Jullie meester zegt dat hij Wesley over het plein zag wegfietsen.’ De agent kijkt naar de meester. Meester Hans knikt. ‘Ja, daar ben ik zeker van. Het is namelijk verboden om te fietsen op het schoolplein. Ik wilde hem er vandaag op aanspreken.’ ‘Juist.’ Agent Kooij kijkt de klas rond. ‘Sindsdien is Wesley spoorloos. Ook van zijn fiets ontbreekt ieder spoor.’ De politieagent is even stil en steekt dan drie vingers op. ‘Ik heb drie vragen voor jullie. Belangrijke vragen. Het leven van jullie klasgenoot kan ervan afhangen.’ Op dat moment komt Wesleys vader de klas in lopen. Hij ziet er doodmoe uit. De directeur en de agent begroeten hem en meester Hans biedt hem zijn bureaustoel aan. Agent Kooij gaat verder met zijn verhaal.
IN
1
20
25
1 2
zijn keel schrapen: kuchen, hoesten gesignaleerd: gezien
LES 4 | Vermist in de sneeuw
21
45
50
IN
40
N
35
VA
30
‘De eerste vraag is: heeft iemand van jullie Wesley later die middag nog gezien?’ Gespannen3 kijken de vier volwassenen de klas rond, maar iedereen blijft stil. ‘De tweede vraag,’ zegt de agent dan. ‘Heeft iemand Wesley iets horen zeggen over wat hij wilde gaan doen op zijn vrije woensdagnamiddag?’ Niemand zegt iets. ‘Mijn derde vraag is de moeilijkste. Misschien ook wel de belangrijkste. Ik wil weten of er ook maar iets is gebeurd wat een aanwijzing zou kunnen zijn. Iets wat Wesley de afgelopen weken verteld heeft ... Of hebben jullie hem bijvoorbeeld met iemand samen gezien?’ De kinderen blijven stil. ‘Deed hij misschien ineens anders dan anders?’ gaat de agent verder. ‘Was hij stiller of juist vrolijker? Had hij ineens nieuwe spullen of wilde hij juist geld lenen? Was hij misschien bang van iets of iemand? Had hij het over weglopen?’ ‘Dat zijn niet drie vragen, maar wel honderd,’ mompelt4 Max. Agent Kooij kijkt hem doordringend aan. ‘Wat wilde jij zeggen?’ Max kijkt weg. ‘Niets, meneer.’ ‘Zeker weten?’ ‘Ja, meneer.’ Jeroen moet ineens ergens aan denken. Iets van afgelopen zomer. 3 4
gespannen: heel aandachtig en zenuwachtig mompelen: moeilijk verstaanbaar zeggen
©
Uit: Marco Kunst, Vermist in de sneeuw
c Is deze tekst fictie of non-fictie? d
22
Beantwoord de vragen. 1 Wat wil de agent over Wesley weten? Welke dingen vraagt hij? 2 Waaraan denkt Jeroen volgens jou? 3 Wat gebeurt er verder in het boek, denk je?
THEMA 1 | Speurneuzen
e Luister naar het vervolg. Nummer de tekeningen in de volgorde van het verhaal. Nr.
Nr.
Nr.
Nr.
Š
Nr.
VA
N
IN
Nr.
f
Beantwoord de vragen. 1 Waarom is het voor Jeroen en Wesley moeilijk om de weg terug te vinden? 2 Zou je zelf ook in je eentje naar je vermiste vriend of vriendin op zoek gaan? 3 Wat denk je dat er verder zal gebeuren?
LES 4 | Vermist in de sneeuw
23
Les 5
Speurder aan het werk Je kunt een raadsel oplossen. Je kunt een opsporingsbericht voor een huisdier schrijven.
5.1
Wie heeft het gedaan?
De politie is de verdachten van vier misdaden op het spoor. Ze werden tegelijkertijd opgepakt, maar de agenten zijn in de war. Wie heeft nu weer wat gedaan?
N
De oudste persoon heeft een giftige taart gebakken. De man met de zonnebril heeft vals geld gedrukt. De graffitikunstenaar was op het strand. Nienke heeft een gsm gestolen. De valsmunter was in de trein. De 14-jarige was in het park aan het skaten. De persoon in de bibliotheek is 82. 3 De kleinste persoon heet Nienke. De dief van de gsm is 14 jaar. Pedro is een surfer. Fien was in de bibliotheek. De surfer is 20 jaar. Oma Fien heeft de giftige taart gebakken. De 20-jarige spoot graffiti op de politieauto. Max is kaal. In de trein zat een 50-jarige. 1
2
Naam
Leeftijd Misdaad
Waar?
24
THEMA 1 | Speurneuzen
2
4
VA
Š
- - - - - - - - - - - - - - - -
1
IN
Lees de tips en vul het bordje van elke verdachte in.
3
4
5.2
Opsporing verzocht
O V VOOR U R a Bekijk het volgende bericht.
HELP! ONZE POES IS VERMIST. Naam: Minnie Kleur: grijs gestreept Leeftijd: 3 jaar Kenmerken: rode halsband met belletje Vermist sinds zaterdag 8 september
IN
Heb je Minnie gezien? gsm 0455 111 654 Bedankt! Soumaya en Nicolas
N
Waarom hebben Soumaya en Nicolas dit bericht geschreven?
Š
VA
O V TIJDENS U R b Kies een dier. Kies een passende en duidelijke foto. Vul de gegevens over het dier in. Kijk naar het voorbeeld in opdracht a.
HELP!
Naam: Kleur:
foto
Leeftijd:
Kenmerken:
Vermist sinds Heb je
gezien?
Gsm
Bedankt!
LES 5 | Speurder aan het werk
25
c - Lees een opsporingsbericht van een klasgenoot. - Schrijf een sms als reactie op dat opsporingsbericht. - Vermeld:
Gebruik geen afkortingen. Laat tussen elk woord één spatie. Voor een leesteken laat je geen spatie. Na een leesteken laat je wel een spatie.
N
- - -
IN
1 waar je het dier zag; 2 waaraan je het meent te herkennen; 3 wat er intussen met het dier gebeurd is (Is het bij jou thuis, bij de dierenarts …? Loopt het nog ergens op een bepaalde plek rond? Is het dood? …); 4 wat je klasgenoot kan doen om het dier terug te vinden/krijgen; 5 je naam en eventueel je adres als ze het dier bij jou kunnen ophalen.
©
VA
d Schrijf een sms als reactie op de sms die een klasgenoot schreef. - - - - - - -
Bedank voor het bericht. Laat weten wat je zult doen om het dier terug te halen/vinden. Laat weten wanneer je dat zult doen. Gebruik geen afkortingen. Vermeld je naam. Laat tussen elk woord één spatie. Voor een leesteken laat je geen spatie. Na een leesteken laat je wel een spatie.
O V NA U R e Beoordeel elkaars opsporingsbericht en sms’en. Je krijgt van je leraar de evaluatieschema’s om het opsporingsbericht en de sms’en van elkaar te beoordelen.
26
THEMA 1 | Speurneuzen
keuzegedeelte Keuzeles 1
Kraak de code!
Je kunt vragen bij een luisterfragment beantwoorden. Je kunt met de hulp van een tabel een code ontcijferen. a Bekijk het filmpje. Zet een kruisje bij het juiste antwoord.
N
2 Hoe maakten de indianen rooksignalen? met hout en palmtakken met gras en dekens met stro en de wind
IN
1 Wat gebruikten de Grieken en de Romeinen als signaal? fakkels rooksignalen geluid
VA
3 Hoe werkt de morsecode? Lange en korte stroomstootjes betekenen elk een letter of een cijfer. Elke kleur heeft een betekenis. Met een apparaat worden letters gevormd. b Bekijk de code. Los de vragen op.
Hoe schrijf je een letter D
in morsecode?
2
Hoe schrijf je een letter W?
3
Wat betekent
4
Wat betekent
5
Noteer je eigen naam in morsecode.
Š
1
? ?
KEUZELES 1
27
6
Ontcijfer de boodschap hieronder.
/
/
/
/
/
/
/
/
/ /
!
IN
c De boodschappen hieronder zijn volgens een andere code geschreven. Ontcijfer hoe de codes werken. Zet hoofdletters en een gepast leesteken.
1 .nezel nerov raan nerethca nav sella ne neiaardmo laameleh tsket nee tnuk eJ
N
2 neE eredna diehkjilegom si kle droow trapa nerovetsrethca et .nevjirhcs
VA
3 Inde zebo odsc hapz ieje bije lkwo ordv ierl ette rsje moet erze lfde juis tewo orde nuit afle iden.
©
4
Deze tekst zul je enkel kunnen lezen als je de pagina ondersteboven houdt!
5 jlkj kl*nkjr d--r jjn tjkjn vjrv×ngjn, wjrkt --k ×ls gjhj*mj c-dj.
28
THEMA 1 | Speurneuzen
1
2
3
4
5
A
a
b
c
d
e
B
f
g
h
i
j
C
k
l
m
n
o
D
p
r
s
t
u
E
v
w
x
y
z
C3 B4 B5 C4
IN
d Ontcijfer de boodschap aan de hand van het rooster.
B4 D3 B2 A5 B3 A5 B4 C3
VA
A1 B2 A5 C4 D4
N
A4 D2 C5 C5 C3 A2 A5 D2 C5 A5 D1
Š
e Kun jij nog een manier bedenken om een geheime boodschap door te geven? Noteer die hieronder. Laat je klasgenoot je boodschap ontcijferen.
KEUZELES 1
29
Keuzeles 2
Mijn zus is verdwenen
Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. a Kijk naar de cover van het boek. Beantwoord de vragen.
1 2 3 4 5
Waarover gaat het boek volgens jou? Waarom zijn jongeren soms verdwenen? Hoe zoekt de politie naar verdwenen personen? Denk je dat dit een spannend boek is? Waarom? Lees je graag spannende boeken?
©
10
N
5
Fragment 1 De volgende ochtend is Karin nog niet terug. De politie is er weer. Sil is even naar haar eigen huis gegaan. Maar nu is Karins vriendin weer bij hen. ‘Uw dochter is al heel lang weg,’ zegt de grijze agent. ‘Meestal komen tieners binnen een dag weer terug. Uw dochter is er nog steeds niet. Dat betekent dat ze nu echt vermist is.’ Giels vader wrijft met zijn handen over zijn ogen. Daaraan ziet Giel dat hij moe is. Moe en verdrietig. ‘We gaan beginnen met ons onderzoek,’ zegt de agent. ‘We zoeken buiten naar Karin en naar haar fiets. Maar we onderzoeken ook jullie huis. Karin is na jullie van huis vertrokken. Daarom moeten we vingerafdrukken nemen. Misschien heeft iemand haar in dit huis aangevallen.’ Giels moeder kreunt. De agent doet de voordeur open en laat een paar collega’s binnen. ‘Lopen jullie mee naar buiten, naar de tuin?’ vraagt een agent. ‘Dan kunnen deze mensen hun werk doen, anders staan we maar in de weg.’ In de tuin staat een andere onderzoeker. Hij heeft een kastje bij zich. ‘Hiermee kan ik uw vingerafdrukken nemen,’ zegt hij. ‘Dit apparaat scant uw vingers. Als we in huis iets raars vinden, kunnen we kijken of er vreemde vingerafdrukken zijn.’ Giel begrijpt het. Vingerafdrukken die niet van hen zijn, zijn misschien van een dader. Bijvoorbeeld van een man die zijn zus heeft meegenomen.
VA
1
IN
b Lees de fragmenten en beantwoord de vragen.
15
20
30
THEMA 1 | Speurneuzen
- Waar speelt het fragment zich af? - Waarom neemt de politie vingerafdrukken van alle gezinsleden? - Hoelang duurt het normaal gezien voor een verdwenen jongere terug opduikt? - Waarom kreunt Giels moeder, denk je? - Hoe zou jij je voelen als je Giel was?
25
30
40
©
45
VA
N
35
Fragment 2 Dan schrikt Giel wakker van de telefoon. Hij heeft dus toch geslapen. Hij kijkt op zijn wekker. Het is twee uur ‘s nachts. Wat een raar tijdstip om te bellen! Wie heeft de telefoon opgenomen? Ja, hij hoort zijn vader praten. Giel loopt naar de gang. De deur van de slaapkamer van zijn ouders staat open. Zijn moeder legt haar vinger op haar lippen. Giel begrijpt dat hij stil moet zijn. ‘Wie bent u?’ vraagt zijn vader. ‘Waar is ze dan? Hoe weet ik dat het echt waar is? Hoeveel geld wilt u? Dat kunnen we nooit ...’ ... De agenten willen alles weten over het telefoontje. Giels vader vertelt precies wat hij heeft gehoord. Dan vertelt hij hoe de stem klonk. ‘Het was een man,’ zegt hij. ‘Maar hij had een rare stem.’ ‘Klonk het als een computer?’ vraagt een agent. ‘Of klonk het een beetje dof?’ ‘Dof,’ zegt Giels vader. ‘Alsof hij door een handdoek praatte.’ ‘Dat is goed mogelijk,’ zegt een agent. ‘Soms doen ze dat. Ze willen niet dat je hun stem herkent.’ ‘Ze vragen twee miljoen euro,’ zegt Giels moeder. ‘Waarom zoveel? Zoveel geld hebben we toch niet?’ ... ‘Dat begrijp ik,’ zegt de agent. ‘Maar zo’n ontvoerder denkt daar niet aan. Die denkt alleen aan losgeld.’ ‘Wat nu?’ vraagt Giels vader. ‘Nu gaan we jullie telefoon afluisteren,’ zegt de agent. ‘Ze bellen morgen terug. Wij luisteren dan mee. We willen weten of die ontvoering echt waar is. Misschien is het een flauwe grap. Bijvoorbeeld van iemand die in de krant gelezen heeft over Karin. Misschien komen we er ook achter waar ze vandaan bellen.’ ‘En als dat niet lukt?’ vraagt Giel. ‘Dan zien we wel weer verder,’ zegt een van de agenten.
IN
50
- Wie belt de ouders van Giel om twee uur 's nachts op? - Wat is losgeld? - Waarom vraagt Giel aan de agenten: 'En als dat niet lukt?', denk je?
KEUZELES 2
31
70
75
IN
65
‘Dat lijkt wel bloed,’ zegt de agent. Het klopt. Het is zo’n buisje van de dokter. Een buisje om bloed te prikken. Giel wordt weer misselijk. Toch blijft hij naar het buisje kijken. ‘Er zit ook een briefje bij,’ wijst Giel. De agent haalt nu een soort pincet uit zijn zak. Langzaam trekt hij het briefje naar zich toe. ‘Dit is bloed van Karin. Wilt u zeker weten dat wij haar hebben? Test dan het DNA. Over twee dagen bellen wij u weer.’ ... De agent kijkt naar Giel. Dan legt hij het uit. ‘De ontvoerders willen dat we dit bloed testen. Dan weten we of dit echt Karins bloed is. We moeten het testen met iets anders waar Karins DNA in zit.’ Giels moeder denkt even na. ‘We hebben een haarborstel van Karin. En haar tandenborstel. Zit daar haar DNA op?’ ‘Ja!’ zegt de agent. ‘Dat is geweldig.’ Giels moeder loopt naar boven. Ze komt terug met de borstels. De agent stopt ze in twee aparte plastic zakjes. ‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Dit onderzoek duurt even. Morgenmiddag weten we meer.’
N
60
VA
55
Fragment 3 Wat zit er in dat pakje? Karins oor? Of haar pink? Of nog erger? ‘Goed dat u ons meteen hebt gebeld,’ zegt de agent. Giel herkent hem. Het is de grijze agent die hier de eerste keer was. Snel doet hij zijn handschoenen aan ... Met zijn vingertoppen doet hij het doosje open. ... ‘Wat is dat?’ fluistert Giel. Hij ziet een smal buisje. In het buisje zit rode vloeistof.
©
Naar: Marte Jongbloed, Mijn zus is verdwenen
- - -
32
Waarom gebruikt de agent een soort pincet om het briefje dat bij het buisje met bloed zit te nemen? Wat is DNA-onderzoek? Het duurt maar één dag voor ze meer weten over het DNA-onderzoek. Waarom zegt de agent dan toch: 'Het spijt me. Dit onderzoek duurt even.'?
THEMA 1 | Speurneuzen
c Plaats het juiste onderzoek en elk fragment bij de juiste afbeelding. Fragment nr.
Fragment nr.
Onderzoek:
Onderzoek:
Onderzoek:
Š
VA
N
d Giel en Sil gaan samen op onderzoek. Hoe kunnen ze daaraan beginnen? Waar vinden ze informatie over Karin?
IN
Fragment nr.
KEUZELES 2
33
Keuzeles 3
Speuren naar info
Je kunt info uit een kijk- en luisterfragment halen. Je kunt info op het internet zoeken. a - Bekijk het fragment. - Waarover gaat het fragment?
- Wat weet jij over dit onderwerp?
N
b - Bekijk het fragment opnieuw. - Beantwoord de vragen. 1 Hoe is het allemaal begonnen?
- -
Š
-
VA
-
IN
- Waarom bekijk je dit filmpje? Het filmpje wil: O je over iets informeren. O je van iets overtuigen. O je ontroeren. O je ontspannen.
2 Wat doet Child Focus? -
-
34
THEMA 1 | Speurneuzen
3 Wat is het verschil tussen 20 jaar geleden en nu? 20 jaar geleden
Nu
4 Wat doet Child Focus nog? 5 Welk telefoonnummer zie je in het filmpje?
IN
c - Zoek extra informatie op www.childfocus.be. - Lees de vragen. - Duid de passende antwoorden aan. Soms zijn er meerdere mogelijkheden.
VA
N
1 Wanneer is Child Focus precies begonnen? O 20 oktober 1996 O 24 september 1997 O 31 maart 1998 O 4 mei 2001
©
2 Waarvoor kun je op het gratis telefoonnummer van Child Focus terecht? O om het even welke verdwijning O een verdwijning of ontvoering van jongeren tot 18 jaar O een onrustwekkende verdwijning van jongeren tot 24 jaar O elk seksueel misbruik O seksueel misbruik van jongeren tot 24 jaar O seksueel misbruik van jezelf of andere jongeren tot 18 jaar O zelfmoord O willen weglopen van waar je verblijft O weggelopen zijn en niet durven terugkeren O info over seksueel misbruik 3 Vanuit welk land / welke landen kun je Child Focus op het gratis nummer bereiken? O enkel vanuit België O enkel vanuit België en Nederland O enkel vanuit de landen van de Europese Unie O vanuit alle landen van de Europese Unie, Servië en Zwitserland O vanuit alle landen van Europa O vanuit alle landen van Europa, Noord-Amerika, Australië en Japan O vanuit alle landen van de wereld
KEUZELES 3
35
4 Via welke kanalen kun je Child Focus nog bereiken? O mail naar een medewerker O via Facebook O enkel in België via het betalend nummer +32 2 475 44 99 O buiten België via het betalend nummer +32 2 475 44 99
IN
5 Wat is een onrustwekkende verdwijning? O Een verdwijning is altijd onrustwekkend. O De verdwenen persoon is jonger dan 13 jaar. O De verdwenen jongere verdween vroeger al eens. O De verdwenen jongere heeft een lichamelijke of geestelijke beperking of kan niet goed voor zichzelf zorgen. O De verdwenen jongere heeft medicatie of medische hulp nodig. O De verdwenen jongere is mogelijk in levensgevaar. O De verdwenen jongere is mogelijk bij iemand die geen goede bedoelingen heeft of is het slachtoffer van een misdrijf. O Je verwacht dat de jongere zou weglopen. O Je verwacht absoluut niet dat de jongere zou weglopen.
VA
N
6 Kun je seksueel misbruik anoniem melden? O Nee, je moet altijd vermelden wie je bent. O Ja, je hebt de keuze om wel of niet te zeggen wie je bent. O Ja, elke melding gebeurt anoniem. d - Bekijk het fragment.
©
- Waarom bekijk je dit filmpje? Het filmpje wil: O je over iets informeren. O je van iets overtuigen. O je ontroeren. O je ontspannen. - Verklaar je antwoord.
36
THEMA 1 | Speurneuzen
e - - -
Zoek extra informatie op www.childfocus.be. Lees de stellingen. Zijn die stellingen juist of fout? Verklaar je antwoord.
1 Een bericht op sociale media over een verdwijning deel je best altijd. 2 Zelf een bericht plaatsen over een verdwijning is een goed idee.
Š
VA
N
IN
3 Child Focus verstuurt eerder zelden een opsporingsbericht.
KEUZELES 3
37
Oefenen maar!
Duid hier jouw kleur aan:
Eindleestekens
Les 3 Schattenjacht
a Markeer het leesteken aan het einde van de zin. Schrijf na elke zin welk soort zin het is. Kies uit: mededelende zin - vragende zin - uitroepende zin. Naam:
1 Volgende week wordt het zeker mooi weer. 2 Haal nu de krant uit de brievenbus!
IN
3 Waar is de sleutel? 4 Wie is jouw beste vriend? 5 Oh nee!
6 We kunnen helaas niet naar het feest komen.
Marco komt bij de dokter Hij heeft een briefje waarop staat dat hij niet kan praten De dokter vraagt: ‘Kun je je hand even op tafel leggen’ De dokter neemt een hamer en slaat keihard op Marco's hand Marco schreeuwt van de pijn: ‘Aaaaaaaaaa’ Waarop de dokter zegt: ‘Goed zo, morgen leren we B’
Klas:
Naar: Kidsweek
VA
1 2 3 4 5 6
N
b Kies en markeer het passende leesteken aan het einde van de zin.
Nummer:
©
c Aan het einde van de zin ontbreekt een leesteken. Schrijf het passende leesteken in de laatste kolom.
Datum: 38
1
Vostok is een weerstation op de Zuidpool
2
In de winter is de temperatuur er gemiddeld 65 °Celsius
3
Denk je dat het er tijdens de zomer warmer is
4
Niet helemaal, want dan is het er ongeveer -30 °
5
Je zou voor minder beginnen te bibberen
THEMA 1 | Speurneuzen
. . . . . .
? ? ? ? ? ?
! ! ! ! ! !
d Aan het einde van de zin ontbreekt een leesteken. Schrijf het passende leesteken in de laatste kolom. 1
Weet jij waarom bloemen zo lekker ruiken
2
Dat is om de bijen aan te trekken
3
Om dezelfde reden hebben bloemen ook een mooie kleur
4
Sommige bloemen, zoals madeliefjes of viooltjes, kun je zelfs eten
5
Probeer maar eens
e Schrijf bij elke foto drie zinnen. Gebruik bij elke zin een ander eindleesteken.
?
Nummer:
!
? !
Naam:
Š
. Klas:
VA
1
Datum:
.
N
IN
Bijvoorbeeld:
OEFENEN MAAR!
39
2
.
?
!
IN
Naam:
3
Nummer:
©
Klas:
VA
N
Datum: 40
THEMA 1 | Speurneuzen
. ? !
IN N VA
©
THEMA 2 Records
O V U R
LES 1
Mijn record - kijken, luisteren en spreken: W-vragen
LES 2
Records met een grote R - hoofdletters
O V U R
LES 3
Ik nodig je uit - communicatiemodel, schrijven: de uitnodiging, schriftelijke interactie
LES 4 Record mislukt - tekstdoel, voorspellend lezen, opmaak van een tekst, woordverklaring: letterlijke uitleg in de tekst
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
Nog meer records - genietend lezen en luisteren
KEUZELES 2
Een record aan teksten - soorten teksten, tekstdoel
KEUZELES 3
Taalrecords - taalspellen
OEFENEN
MAAR!
ZELFTOETS
LES 1 | Mijn record
41
Les 1
Mijn record Je kunt informatie uit een reportage, een gesproken boodschap halen. Je kunt gericht luisteren. Je kunt vragen over een tekst beantwoorden (W-vragen). Je kunt over een record vertellen.
IN
O V VOOR U R Bekijk het fragment uit Karrewiet. Markeer telkens het juiste antwoord in de tekst.
VA
N
Elk jaar worden er in Pairi Daiza / Planckendael meer ooievaars geboren. Dit jaar zijn er 76 / 86 ooievaars uit hun ei gekomen. Dat zijn er 15 / 17 meer dan vorig jaar. Dat is meteen een nieuw record. De ooievaars maken hier hun nest, omdat het park op hun trekroute / slaaproute ligt. Ook het nest / weer speelt een belangrijke rol.
Naar: www.ketnet.be
- Waarover gaat het record? - Ken je nog andere records?
Je leraar geeft je een tekst met een record. Je zult het straks voor de klas moeten vertellen.
©
O V U R
Bekijk eerst het voorbeeld. - Markeer de antwoorden op de W-vragen in de tekst. - Noteer ze daarna in het schema.
ondergaan: meemaken, beleven, doormaken, doorstaan
GEZOND WERELDRECORD Het Guinness Book of World Records staat vol rare records. Björn van Empel (37) uit Roosendaal (Nederland) heeft er één op zijn naam. Op zijn jonge leeftijd moest hij al zeven niertransplantaties ondergaan. De eerste nier hield het vijf jaar vol. Elke volgende nier korter. Sinds 11 maart 2014 is de linkernier van Björns zus zijn rechternier. Meteen heeft Björn ook een record te pakken. Naar: www.hln.be
42
THEMA 2 | Records
Over WIE gaat het?
WAT is het record?
WAAR was de recordpoging?
Lees de tekst die je van je leraar kreeg.
IN
WANNEER was de recordpoging?
VA
Over WIE gaat het?
N
Noteer wat je zeker aan je klasgenoten moet vertellen (spreekbriefje).
WAT is het record?
Š
WAAR was de recordpoging?
WANNEER was de recordpoging?
LES 1 | Mijn record
43
O V TIJDENS U R Vertel je record voor de klas.
tips
Zorg dat alle W-vragen aan bod komen. Gebruik standaardtaal. Maak volledige zinnen. Spreek voldoende luid en duidelijk. Kijk de klas aan. Verzorg je houding.
O V NA U R Beoordeel je eigen prestatie.
IN
1 2 3 4 5 6
evaluatie
bijna allemaal
te weinig
N
1 Alle W-vragen ja, kwamen aan allemaal bod.
nee, bijna niet nee, volledig dialect
3 Ik maakte volledige zinnen.
nee, helemaal niet
VA
2 Ik sprak ja, volledig meestal veel dialect standaardtaal. standaard- standaard- taal taal ja, allemaal
Š
4 Ik sprak ja, heel voldoende luid duidelijk en duidelijk. en luid
bijna allemaal
te weinig
voldoende onvoldoende nee, heel duidelijk duidelijk onduidelijk en luid en luid en stil
5 Ik keek de klas aan.
heel goed
goed
voldoende
onvoldoende
6 Ik verzorgde mijn houding.
heel goed
goed
voldoende
onvoldoende
Dit moet ik de volgende keer anders of beter doen:
44
THEMA 2 | Records
Les 2
Records met een grote R Je kunt hoofdletters schrijven waar nodig.
a Lees dit dierenrecord.
Naar: Guinness World Records
- Bekijk de gemarkeerde woorden. - Wat valt er op?
IN
Allemaal beestjes De kleine dwergmuismaki uit Madagaskar is circa 62 millimeter lang. Hij heeft een staart van 136 millimeter. Zijn gewicht is 30,6 gram. Er loopt een witte streep van neus tot voorhoofd. Over zijn rug loopt een zwarte streep.
circa:
ongeveer
N
- Is deze tekst fictie of non-fictie?
VA
b Lees deze teksten. Markeer alle woorden met een hoofdletter die niet aan het begin van een zin staan.
Snelle viervoeter
©
Het hondje Jiff is een Duitse keeshond. De viervoeter legde 10 meter in 6,56 seconden af. Het record werd op 9 september 2013 in de Verenigde Staten opgemeten. De bekende keeshond kan verschillende trucjes. Hij loopt ook de snelste 5 meter op voorpoten door een hond: 7,76 seconden.
Duizelingwekkende media
In 2011 werden 1302 films uitsluitend in het Engels gemaakt. Frans was met 293 films tweede en Spaans derde met 263 films. Intussen is de film Avatar nog altijd de film die het meeste geld opbracht. Een van de duurste filmreeksen zijn de acht verfilmingen van de Harry Potterboeken.
uitsluitend:
enkel en alleen
Dikke krant De krant The New York Times verkocht op 14 september 1987 een uitgave die 1612 pagina’s bevatte. Met een gewicht van 5,4 kg was het de zwaarste krant ooit.
LES 2 | Records met een grote R
›
45
Twittervermeldingen Het biscuitstokje met een laagje chocolade van het merk Pocky werd 3 710 004 keer getweet op 11 november 2013. Dat is 4294 keer per seconde.
Record aantal doden Niet alle records zijn even vrolijk. In de top 5 van de gruwelijkste oorlogen vind je zowel de Eerste Wereldoorlog als de Tweede Wereldoorlog. Een record aantal mensen stierf toen.
IN
Langste tafel In de Oost-Vlaamse stad Gent gingen de inwoners van de Eendrachtstraat op zondag 16 juni 2002 uitgebreid eten. Ze zetten daarvoor een 480 meter lange tafel op straat. De tafel was de lengte van de volledige straat. Een aanzienlijk aantal mensen at er spaghetti aan: 1300 om precies te zijn.
VA
N
Succesvolle tv De langstlopende animatieserie is nog steeds The Simpsons, gemaakt door de Amerikaan Matt Groening. In 2014 verbraken de makers het record net voor Pasen. Toen hadden ze de 546ste aflevering af. Het succesvolste tv-programma is Got Talent. In 58 landen kun je ernaar kijken.
net:
Naar: www.hln.be
uitgebreid: overvloedig
juist, precies
aanzienlijk:
veel, behoorlijk, hoog
Š
- Zijn deze teksten fictie of non-fictie? c Vul het schema aan met de gemarkeerde voorbeelden uit de teksten. 1 Namen van mensen en dieren
46
2 Namen van plaatsen
THEMA 2 | Records
3 Woorden die afgeleid zijn van een plaatsnaam
5 Namen van inwoners
6 Namen van feestdagen
7 Namen van merken/ bedrijven
8 Namen van kranten, 9 Gebeurtenissen in de tijdschriften, films, tijd boeken, series ...
VA
N
IN
4 Namen van talen
besluit
Š
Je schrijft een hoofdletter bij het begin van een zin. Je schrijft ook een hoofdletter bij 1 namen van mensen en dieren (bv. Elise, Neroke), 2 namen van plaatsen (bv. Bulgarije), 3 woorden die afgeleid zijn van een plaatsnaam (bv. Brusselse wafels), 4 namen van talen (bv. Nederlands), 5 namen van inwoners (bv. Spanjaard), 6 namen van feestdagen (bv. Kerstmis), 7 namen van merken/bedrijven (bv. Quick), 8 namen van kranten, tijdschriften, films, boeken, series ‌ (bv. Het Laatste Nieuws), 9 gebeurtenissen in de tijd (bv. Franse Revolutie).
LES 2 | Records met een grote R
47
d Schrijf een eigen voorbeeld op de juiste plaats in de tabel. e Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven. de belg sam clauw deed de langste marathon op een pretparkattractie in bellewaerde in ieper. op vrijdag 2 mei zat hij 50 uur lang op de piratenboot. het nigeriaanse nationale elftal liet het grootste shirt maken: 73,55 m breed en 88,67 m lang. de clip van het engelstalige liedje happy van pharrell williams is de langste clip ooit: 24 uur. victor leon speelde op 2-jarige leeftijd al nba op zijn wii. met kerstmis zette het winkelcentrum norte in brazilië de grootste kerstman op: 20 m hoog.
f Schrijf deze tekst op een apart blad over. Vergeet de hoofdletters en leestekens niet!
(ideation90 / Shutterstock.com)
IN
1 2 3 4 5 6
VA
N
de oudste tweelingbroers ter wereld mochten op 8 juli 2015 elk 102 kaarsjes uitblazen. de vlamingen paul en pierre langerock werden in 1913 in oost-vlaanderen geboren. kort daarna verhuisde de belgische familie van dendermonde naar gent. tot hun honderdste verjaardag woonden ze samen in de gentse straat coupure. tijdens de eerste wereldoorlog woonden duitse officieren in hun huis. Naar: www.hln.be
g Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven.
diamantroof
©
belgië krijgt in de krant the economist een recordvermelding. ons landje heeft immers veel berovingen: 174 per 100 000 belgische inwoners. daarmee zijn we een van de koplopers in europa. de brutaalste roof vond plaats op maandag 18 februari 2013. die deed zich voor op de brusselse luchthaven in zaventem. iets voor acht uur pleegden acht gewapende mannen een overval op een geldtransport van de firma brink’s. de veiligheidsfirma laadde net goederen aan boord van de vlucht van brussels airlines. die zou het traject van brussel naar zürich aanvatten. de overvallers maakten voor circa 50 miljoen dollar aan ruwe diamanten buit, afkomstig uit antwerpen. de boeven gebruikten een mercedes vito en een audi. beide voertuigen werden uitgebrand teruggevonden in vilvoorde. volgens caroline wolf, woordvoerster van de antwerpse diamantsector, werd niet de volledige lading diamanten gestolen. op 7 en 8 mei 2013 werden in zwitserland, frankrijk en belgië 31 mensen gearresteerd. ook een deel van de gestolen diamanten werd in zwitserland teruggevonden.
Naar: www.hln.be
48
THEMA 2 | Records
Les 3
Ik nodig je uit Je kent de begrippen zender, boodschap, ontvanger, kanaal en bedoeling. Je kunt deze begrippen op een situatie toepassen. Je kunt vragen over een tekst beantwoorden (W-vragen). Je kunt een uitnodiging schrijven. Je kunt op een uitnodiging reageren.
Tijd voor een feestje!
O V VOOR U R Lees deze teksten. A
B
N
BEAT
IN
3.1
VA
THE RECORD
JEUGDHUIS DEN COUTER
©
RECORDPOGING LANGSTE DJ-SESSIE ZAT. 2 JULI DEUREN OPEN OM 7 U. TICKETS VOOR €7
KOMSTRAAT 26 / 8970 POPERINGE Uit: Kathleen Vereecken en Eva Mouton, Ik heet Jan en ik ben niets bijzonders
LES 3 | Ik nodig je uit
49
Vul de tabel aan. Tekst A
Tekst B
Zender Ontvanger Boodschap (Wat?)
IN
Kanaal Bedoeling
VA
Wanneer?
N
Waar?
Lay-out / Vorm
aantrekkelijk
aantrekkelijk
niet aantrekkelijk
niet aantrekkelijk
Š
Welke uitnodiging is de beste? A / B, want
Bij elke vorm van communicatie geeft de zender een boodschap aan de ontvanger. De zender geeft de boodschap op een bepaalde manier aan de ontvanger. Hij/zij doet dat via: - een geschreven tekst; - een gesproken mededeling; - zijn/haar gezichtsuitdrukking; - gebaren. Dit is het kanaal. De zender heeft altijd een bedoeling met zijn/haar boodschap.
50
THEMA 2 | Records
besluit
Maak zelf een goede uitnodiging. Hoe ga je te werk? Kies waarvoor je een uitnodiging maakt. Mijn uitnodiging is voor een: verjaardagsfeest, tuinfeest, pyjamafuif, filmmarathon, game party.
ONTVANGER? (aan wie?)
KANAAL?
VA
BOODSCHAP (wat?)
N
ZENDER? (wie?)
IN
Inhoud Wat moet je uitnodiging vermelden? Vul het schema aan.
BEDOELING? WAAR?
©
O V U R
WANNEER? Datum
Uur
Vorm Hoe maak je je uitnodiging aantrekkelijk? Welke kleuren, afbeeldingen, lettertypes, lettergroottes gebruik je?
LES 3 | Ik nodig je uit
51
O V TIJDENS U R Maak een eerste versie op een kladblad of met de computer.
tips
IN
Inhoud 1 Vermeld alle gegevens in je uitnodiging (wie, wat, waar, wanneer). 2 Gebruik hoofdletters waar nodig. 3 Schrijf alle woorden juist. Gebruik een (online) woordenboek als je aan de schrijfwijze van een woord twijfelt. Vorm 4 Voorzie een passende tekening of een afbeelding. 5 Gebruik kleur. 6 Kies een leuk lettertype. 7 Gebruik verschillende lettergroottes.
1
VA
INHOUD
N
O V NA U R Wissel met je buur. Hij/zij beoordeelt jouw uitnodiging met dit evaluatiekader.
Alle gegevens (wie, wat, waar, wanneer) werden vermeld.
2 Er staan hoofdletters waar nodig.
3 Alle woorden zijn juist geschreven.
Š
VORM
4 Er is een mooie tekening of afbeelding. 5 De uitnodiging bevat kleur. 6 Er is een leuk lettertype. 7 De lettergrootte verandert.
52
THEMA 2 | Records
evaluatie
Extra tips Maak een definitieve versie. Pas aan waar nodig.
3.2
Ik kom!
Lees de uitnodiging. Beantwoord de vragen. - Wie is de zender?
N
O V U R
IN
O V VOOR U R Je reageert op een uitnodiging. Je stuurt via WhatsApp een bericht naar de zender waarin je hem/haar voor de uitnodiging bedankt. Je vertelt ook dat je naar het feestje komt.
VA
- Voor welk feest kreeg je een uitnodiging?
- Je moet nog één vraag over het feestje stellen. Welke vraag zou jij stellen?
©
O V TIJDENS U R Schrijf een bericht naar de zender waarin je hem/haar voor de uitnodiging bedankt. Stel nog één bijkomende vraag. Noteer jouw tekst op een apart blad. 1 2 3 4 5 6 7 8 9
tips
Zorg voor een passende aanspreking. Bedank de zender voor de uitnodiging. Stel één bijkomende vraag. Maak korte, duidelijke zinnen. Gebruik hoofdletters waar nodig. Let op het correcte gebruik van leestekens. Schrijf alle woorden juist. Schrijf alle woorden voluit. Noteer je naam onder het bericht.
LES 3 | Ik nodig je uit
53
O V NA U R Beoordeel je tekst.
evaluatie ja
nee
2 Ik bedankte de zender.
ja
nee
3 Ik stelde één bijkomende vraag.
ja
nee
4 Ik maakte korte, duidelijke zinnen.
ja
nee
5 Ik gebruikte hoofdletters waar nodig.
ja
nee
6 Ik lette op het correcte gebruik van leestekens.
ja
nee
7 Ik schreef alle woorden juist.
ja
nee
8 Ik schreef alle woorden voluit.
ja
nee
ja
nee
IN
1 Ik zorgde voor een passende aanspreking.
9 Ik noteerde mijn naam onder het bericht.
Berichtje!
VA
3.3
N
Verbeter waar nodig. Stuur het bericht naar de zender.
O V VOOR U R Een klasgenoot stuurde jou een berichtje via WhatsApp. Hij/zij stelde een vraag. Je beantwoordt de vraag van je klasgenoot. Lees het bericht. Beantwoord de vragen.
©
O V U R
- Welke vraag stelde je klasgenoot?
- Wat is jouw antwoord daarop? O V TIJDENS U R Schrijf jouw antwoord op het bericht van je klasgenoot op een apart blad.
54
THEMA 2 | Records
1 2 3 4 5 6 7 8
tips
Zorg voor een passende aanspreking. Reageer op de vraag van je klasgenoot. Maak korte, duidelijke zinnen. Gebruik hoofdletters waar nodig. Let op het correcte gebruik van leestekens. Schrijf alle woorden juist. Schrijf alle woorden voluit. Noteer je naam onder het bericht.
O V NA U R Beoordeel je tekst. 1 Ik zorgde voor een passende aanspreking.
nee
2 Ik reageerde op de vraag van mijn klasgenoot.
ja
nee
3 Ik maakte korte, duidelijke zinnen.
ja
nee
ja
nee
5 Ik lette op het correcte gebruik van leestekens.
ja
nee
6 Ik schreef alle woorden juist.
ja
nee
7 Ik schreef alle woorden voluit.
ja
nee
8 Ik noteerde mijn naam onder het bericht.
ja
nee
VA
N
4 Ik gebruikte hoofdletters waar nodig.
IN
ja
Š
Verbeter waar nodig. Stuur je reactie naar je klasgenoot.
LES 3 | Ik nodig je uit
55
Les 4
Record mislukt Je kunt de inhoud van een tekst voorspellen. Je kunt de verschillende onderdelen van een tekst aanduiden. Je kunt de betekenis van onbekende woorden zelf achterhalen.
a Elke tekst heeft een bedoeling. Zet een kruisje in de juiste kolom. Deze tekst wil …
je over iets informeren.
je van iets overtuigen.
je ontspannen.
je ontroeren.
IN
1 strip 2 stopbord 3 gedicht 4 dienstregeling
VA
6 doodsbrief
N
5 affiche
Elke tekst heeft een tekstdoel. Een tekst kan je … - informeren: je leert iets bij; - van iets overtuigen: iemand wil dat je iets doet; - ontspannen: je geniet gewoon van de tekst; - ontroeren: de tekst roept bij jou gevoelens op.
besluit
©
Bij sommige teksten zijn er meer mogelijkheden.
b Bekijk de buitenkant van de tekst op de volgende bladzijde. - -
Lees de titels en de tussentitels. Bekijk de afbeeldingen. Wat zie je? Wat zeggen de titel, de tussentitels en de afbeelding over de inhoud van de tekst?
- Waarom lees je deze tekst (tekstdoel)? De tekst wil …
56
je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
THEMA 2 | Records
c Zet een kruisje in welk tekstdeel je zult lezen … Zes dagen Tot 4,5 Beangstigend Op vissen meter lang YouTube 1 hoe groot de zwaardvis kan worden; 2 of er een filmpje van bestaat; 3 hoelang de vissers weg waren; 4 of er gewonden vielen;
d Lees de tekst.
IN
5 of de vissers het leuk vonden of niet.
MEGA ZWAARDVIS SPRINGT AAN BOORD
N
In Australië vochten zeven vissers een heroïsche1 strijd met een zwarte zwaardvis uit. De vis met een recordgewicht van 300 kg sprong met volle geweld aan boord. Meteen brak paniek uit. Helaas voor de vissers kon het dier ontsnappen.
VA
Zes dagen vissen De vissers gingen op een trip van zes dagen voor de kust van Cooktown. Ze hadden nooit gedacht dat ze zo’n kolossale2 vis zouden vangen. Schipper Daniel Carlson en zijn bemanning mogen achteraf blij zijn.
©
Tot 4,5 meter lang De zwarte zwaardvis heeft naast zijn zwaardachtige snuit ook een vin op zijn rug. Het is een van de grootste vissen ter wereld. Hij kan tot 4,5 meter lang worden. De vis zwemt ook razendsnel (zo’n 90 km/u.). Hij is een populaire vis onder sportvissers. Beangstigend Schipper Daniel Carlson vertelt. ‘We waren al minutenlang met de zwaardvis aan het knokken. Hij leek stilaan op te geven. Dat was maar schijn. De vis deed een U-sprong, draaide rond en wipte in de boot. Enkele bemanningsleden werden bijna geraakt. Na enkele seconden hevig spartelen, sprong de zwaardvis uit onze boot. Hij zwom doodleuk weg. Dit was wel de strafste vangst. We hadden veel geluk, want niemand raakte gewond. Het was allemaal heel beangstigend.’ Op YouTube In het vissersgekke Australië ging de video van de gebeurtenis al snel de wereld rond. Op een paar dagen tijd haalde het filmpje twee miljoen views op YouTube. De vissers zullen nog lang over deze mislukte vangst vertellen. Ze vinden het wel jammer dat ze geen recordvangst binnenhaalden. 1 2
heroïsch: dapper kolossaal: enorm
Naar: www.hln.be
LES 4 | Record mislukt
57
e Klopte je voorspelling over de inhoud? JA / NEE, want f Wat betekenen de woorden ‘heroïsch’ en ‘kolossaal’? Hoe heb je de uitleg gevonden?
g Beantwoord deze vragen. Vul de zin aan. Ze
N
1 Waar gingen de vissers vissen?
IN
In een tekst komen vaak moeilijke woorden voor. Soms worden ze bij de tekst letterlijk uitgelegd. De betekenis kan in de voetnoot uitgelegd worden.
2 Hoe ziet de zwarte zwaardvis eruit?
VA
De zwarte zwaardvis
3 Waarom hadden de vissers geluk? Ze hadden geluk, want
©
4 Wat gebeurde er met het filmpje van de gebeurtenis? Het filmpje
58
THEMA 2 | Records
besluit
h Deze zinnen staan niet in de tekst. Bij welk tekstdeel kunnen ze passen? Zet een kruisje in de juiste kolom. Zes dagen vissen
Tot 4,5 meter lang
Beangstigend
Op YouTube
1 Je vindt online nog andere spectaculaire video’s over vissers die zwaardvissen vangen.
3 Een zwaardvis kan met zijn snuit makkelijk mensen doorboren. 4 De vissers waren in de vroege ochtend vertrokken. 5 Alles gebeurde razendsnel.
IN
2 De zwaardvis komt vooral in tropische(*) gebieden voor.
N
(*) Tropisch is afgeleid van tropen. De tropen zijn een gebied in de buurt van de evenaar. Daar is het altijd warm.
VA
i Bekijk de tekst op p. 57 opnieuw. Beantwoord de vragen. - Waarom staat het eerste deel vet gedrukt?
- Waarom heeft het laatste deel geen tussentitel?
besluit
©
Teksten kunnen een inleiding hebben. Die inleiding 1 kan vet of schuingedrukt staan; 2 vertelt waarover de tekst zal gaan.
Het midden is het grootste deel van de tekst. Meestal is het midden in tekstdelen onderverdeeld. Die worden van elkaar gescheiden door een witregel. Er kan ook een tussentitel boven zo’n tekstdeel staan. Het slot geeft een besluit of een korte samenvatting. Sommige teksten hebben geen slot.
LES 4 | Record mislukt
59
Les 5 5.1
Spel- en woordweb Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven.
a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over. 7 seconde
2 code
8 chocolade
3 ontcijferen
9 serie
4 politie
5 sneeuw
6 televisie
IN
1 citroen
10 spaghetti 11 affiche 12 paniek
N
c Duid de moeilijkheden in het woord aan.
VA
d Zoek het juiste woord aan de hand van de omschrijving tussen haakjes. De gekleurde letter is de eerste letter van het woord. 1 F E F C I H A
A
(aanplakbiljet, poster)
2 E O C D
C
(geheimschrift)
S
(Italiaans gerecht)
3 T I S A T P H G E
(bevroren neerslag of witte vlekjes op je beeldscherm)
5 E E I R S
S
(reeks)
6 S C O E E D N
S
(tijdsaanduiding)
Š
4 N S U E W E S
e Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden uit oefening b.
60
1
Later wil ik onderzoeker bij de
zijn.
2
Welke programma’s op
3
Een ander woord voor ontrafelen, oplossen is
4
Veel toeristen kopen Belgische
5
Na de ontploffing in de fabriek brak
uit.
6
Ken jij het recept van limonade met
?
vind jij nu leuk?
THEMA 2 | Records
.
.
5.2
Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.
Reeks 1 a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen. bedenken
Welke smoezen bedenken jullie als jullie te laat op school zijn?
2
diagonaal
In een woordrooster kun je ook woorden diagonaal vinden.
3
eigenschap
Ik sta altijd opgewekt op. Mijn klassenleraar vindt dat een goede eigenschap.
4
geschikt
Deze schoenen zijn geschikt om bergwandelingen mee te maken.
5
opleiding
Bij het Rode Kruis bestaat een opleiding eerste hulp.
6
stappen
Om meubels van Ikea in elkaar te zetten, moet je de stappen van het plan volgen.
IN
1
N
b Vul het kruiswoordraadsel in. Gebruik de woorden uit oefening a.
VA
Horizontaal 1 4 de onderdelen in een juiste volgorde 6 een typisch kenmerk van iets of iemand
2
Š
3 Verticaal 1 de periode waarin je een beroep leert 5 4 2 bruikbaar, passend 3 schuin, van links boven naar 6 rechts beneden of omgekeerd 5 verzinnen
LES 5 | Spel- en woordweb
61
Reeks 2 c Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen. 1
ondergaan
Na de val moet de wielrenner medische proeven ondergaan.
2
circa
Een liedje digitaal aankopen kost circa 1 euro.
3
uitsluitend
Deze medicijnen zijn uitsluitend voor volwassenen bestemd.
4
net
Ik liep de 5 km net binnen de tijd.
5
uitgebreid
Tijdens onze vakantie in Turkije was er elke morgen een uitgebreid ontbijt.
6
aanzienlijk
De herstelling van mijn fiets kost aanzienlijk meer dan eerst gedacht.
IN
d Vervang het vetgedrukte woord door een woord uit reeks 2. Toegang enkel en alleen voor personeel van de spoorwegen
2
In deze winkel is de keuze aan nieuwe schoenen overvloedig.
3
De bal ging juist niet in de korf.
4
Voor Nederlands heb ik dit jaar veel meer punten.
5
Ongeveer 24 000 mensen kwamen naar het vuurwerk kijken.
6
Moest jij al eens een operatie doorstaan?
VA
N
1
e Vul de zinnen met het juiste woord aan. Gebruik de woorden uit oefening a en c. 1
Ik vind mezelf
voor die vakantiejob.
2
Om bouwvakker te worden moet je een
3
De Belgische atleten konden zich
4
Ik ga niet naar het festival voor de groepen, maar om mijn favoriete dj aan het werk te zien.
5
Voor ons schoolploegje moeten we een originele naam
6
Tijdens het klassengesprek kwam iedereen
7
verschrikkelijke behandelingen als Sommige proefdieren er nieuwe schoonheidsproducten worden gemaakt.
8
Ik heb weinig geduld. Dat is een slechte
9
Deze oefening is
10
Bij het spel ‘dammen’ moet je elke zet
11
Deze zes
12
Bij het lek vloeide
volgen.
©
plaatsen voor de finale.
62
.
aan bod.
van me.
moeilijker dan de vorige. spelen.
helpen je om sneller in slaap te raken. 150 000 liter vervuild water in de rivier.
THEMA 2 | Records
keuzegedeelte Keuzeles 1
Nog meer records
Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt informatie uit een reportage, een gesproken boodschap halen. Je kunt gericht luisteren.
1.1
Ik heet Jan en ik ben niets bijzonders
b Lees het fragment.
1
VA
N
Jan is een normale tiener. Hij is niet klein, niet groot. Niet dik en niet dun. Gewoon. Toch wil Jan bijzonder worden. Daarom vat hij het plan op om een wereldrecord te breken. Maar welk? En hoe werkt dat? Ter voorbereiding gaat hij samen met zijn vriendin Nina op bezoek bij iemand die een wereldrecordpoging aan het ondernemen is …
Voor ons ligt een witte villa die bijna net zo groot is als mijn school. De ramen komen tot op de grond en de voordeur lijkt op de toegangspoort van een kasteel. Een diepe gracht op een paar meter van de villa houdt ons tegen. Tsep, tsep, tsep, klinkt het van opzij. Een magere man springt tevoorschijn, op één been. Hij heeft lange zwarte haren, bijeengebonden in een hoge paardenstaart. Dit moet Jef Jumper zijn. Ik staar hem aan, mijn mond valt open. Zo ziet een wereldkampioen er dus uit. Een wereldkampioen springen. Jef Jumper wuift naar ons en roept: ‘Spring even mee!’ Zijn stem schokt op de maat van zijn sprong. ‘Nee, dank u’, zegt Nina. ‘Dan moet je het zelf maar weten!’ Het been waarmee hij springt, is twee keer zo dik als het andere.
©
IN
a Bekijk de cover van het boek en lees de titel. 1 Waarover zal het boek gaan? 2 Waarom denk je dat?
5
10
15
20
KEUZELES 1
63
25
30
40
©
45
VA
N
35
IN
20
Hij verdwijnt links van de villa. Tsep, tsep, tsep, klinkt het uitstervend. Tsep, tsep, tsep, klinkt het twee minuten later weer aanzwellend. Hij verschijnt rechts van de villa. ‘Zijn jullie er nog?’ ‘Meneer Jumper, kunt u even stilstaan misschien?’ vraagt Nina. ‘Neen, volstrekt onmogelijk. Ik heb nog zeventien en een half uur te gaan.’ ‘Of op dezelfde plaats springen?’ zeg ik, terwijl ik aan mijn vader denk. ‘Wij willen u graag iets vragen.’ Jef Jumper blaast en rolt met zijn ogen, maar blijft op en neer springen. ‘Waarom springt u nog steeds? U bént toch al wereldkampioen’, wil Nina weten. ‘Grenzen verleggen, kinderen, altijd grenzen verleggen! Als je eenmaal de smaak te pakken hebt, wil je meer. Bovendien heeft die ellendige Zwitser mijn springrecord verbroken. Dat is makkelijk, hoor, als je maar één been hebt. Geweldig van meneer! Bravo! Zo kan ik het ook, ja! Maar zou hij het kunnen als hij twéé benen had, net als ik? Huh? Zou hij het kunnen, denken jullie?’ Hij kijkt gloeiend en balt zijn handen tot vuisten. ‘Vast niet’, zeg ik. Want dat lijkt me het enige verstandige antwoord. Het enige veilige ook. Nina stuurt me een pinnige1 blik. ‘Dus nu werk ik aan een gloednieuw record. Springen op één been, met de voet van het tweede been tegen je bips.’ Hij springt een rondje om zijn as, zodat we goed kunnen zien dat zijn voet tegen zijn bips zit. ‘Eens kijken of meneer de Zwitser straks ook nog zo veel praatjes zal hebben. Meneer de feestjesverpester met één been. Bravo! Zo kan ik het ook, ja!’ ‘Geeft het niet dat uw voet bij elke sprong even loskomt van uw bips?’ vraagt Nina. Er verschijnt een diepe rimpel in het voorhoofd van Jef Jumper. ‘Wat bedoel je?’ ‘Precies wat ik zeg. Ik zie dat uw voet telkens loskomt van uw bips. Door de schok.’ De mond van de springende man hangt nu open. Hij is heel even gestopt met springen. Maar heel even is genoeg. Heel even is te lang …
50
55
1
pinnig: venijnig, vinnig, bits
Uit: Kathleen Vereecken en Eva Mouton, Ik heet Jan en ik ben niets bijzonders
64
THEMA 2 | Records
c Beantwoord de vragen.
1 2 3 4 5 6
Waar speelt het verhaal zich af? Waarom noemt de man zichzelf Jef Jumper? Om welke twee redenen springt hij nu op één been? Waarom is hij boos op zijn concurrent? Wat merkt Nina op? Hoe gaat het verhaal volgens jou verder?
d Luister naar het vervolg. Beantwoord de vragen.
1.2
Luisteren naar records
IN
1 Wie is de mevrouw in het grijze mantelpakje? 2 Wat gebeurt er? 3 Welk record kan Jef Jumper volgens Nina wel vestigen?
N
a Beluister deze records. Markeer telkens het juiste antwoord in de tekst.
1
VA
Stanislaw is 102 / 104 jaar oud. Hij heeft een nieuwe recordtijd gelopen in een wedstrijd met twee / drie andere oudere lopers. Hij liep met het nummer 144 / 154 de 60 meter in 17,12 seconden.
1 Lees de teksten vooraf. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Leid ook de anderen niet af.
©
Naar: www.ketnet.be
2
In Brazilië / Mexico hebben 400 / 500 clowns een gek wereldrecord proberen te verbeteren. De bedoeling was om 15 / 20 minuten lang te lachen. ‘Zo lang lachen is vermoeiend / gemakkelijk’, zei een clown. De poging is net wel / niet gelukt. Naar: www.ketnet.be
KEUZELES 1
65
b Luister naar deze records. Vul de tekst aan. 1 In het grijze Kopenhagen werd ook een recordpoging gedaan. mensen aten tegelijkertijd een pikante
.
Eerst viel het mee, maar dan begonnen de mensen te
van de pijn.
Om de pijn te verzachten, deelden de organisatoren brikken
uit. Uiteindelijk was het record
gelukt. Iedereen kreeg een
mee naar huis.
IN
2
uit IJsland verbrak op 4 februari 2015 een eeuwenoud
Een
stappen met een boomstam
record van de Vikingen. Hij deed van
kg op zijn rug.
N
Het record van de Viking Orm was 1000 jaar oud. Volgens een oud Vikingverhaal stapte Orm
stappen met hetzelfde
gewicht op zijn rug. Er waren toen zeker 50 mannen nodig om het gewicht
VA
op zijn rug te leggen. Bij deze nieuwe poging waren er
mannen
nodig. De boomstam lag op een stelling. Naar: www.ketnet.be
c Beoordeel je werk.
Š
1 Hoeveel antwoorden had je juist? 2 Vond je dit moeilijk?
ja
/18
evaluatie
nee
3 Duid aan wat goed lukte. Je mag verschillende antwoorden aankruisen. Ik was aandachtig. Ik las de vragen vooraf, zodat ik wist waarop ik moest letten. Ik vond het gemakkelijk om het juiste antwoord te markeren. Ik kon de getallen goed onthouden. Ik vond het gemakkelijker om de woorden in te vullen dan de getallen. 4 Wat kun je doen om een volgende keer beter te scoren?
66
THEMA 2 | Records
Keuzeles 2
Een record aan teksten
Je kunt verschillende teksten benoemen. Je kunt het tekstdoel bepalen. a Lees de tekst. Markeer alle soorten teksten die erin voorkomen.
15
IN
Š
20
N
10
VA
5
Bijna verslikte Jens zich in een slok hete chocolademelk toen hij de keukenklok in het oog kreeg. Hij was zo verdiept1 in het nieuwe Guinness Book of Records dat hij de tijd totaal uit het oog was verloren. Alweer te laat komen zou de Neus beslist niet plezant vinden. Bij de derde keer zou hij vast een vlammende notitie in zijn agenda krijgen. Misschien had hij dan wel een strafstudie. Hij haatte het, als ma hem thuis met een strafstudiebrief stond op te wachten. Haastig propte hij nog een laatste hap van zijn boterham in zijn mond. Toen rolde een sms’je binnen. Jules! Natuurlijk! Hij mocht het inschrijvingsformulier voor het zomerkamp zeker niet vergeten! Jens grijnsde2. Typisch Jules, dacht hij. Als geen ander wist zijn beste vriend wat een ontzettende vergeetkop hij was. Snel griste3 hij het formulier van het aanrecht en stopte het in zijn rugzak. Ondertekend was het nog niet, en er zaten zelfs al enkele chocovlekken op. Op weg naar de voordeur struikelde Jens bijna over de ochtendkrant die samen met enkele reclamebladen op de grond was uitgespreid. Met een paar acrobatentoeren belandde hij net niet op zijn smikkel. Tijd voor een harde vloek aan het adres van de postbode had hij nauwelijks. Alsof iemand peper in zijn achterste had geduwd, spurtte hij naar de garage. Hij sprong op zijn racefiets. Even later zoefde hij zijn straat uit, in de richting van het stadscentrum. Aan het kruispunt met de Brabantse Steenweg negeerde4 hij het stopbord, zoals elke morgen trouwens. Flikken stonden hier toch nooit. Zou hij nog voor het belsignaal de schoolpoort bereiken?
25
verdiept zijn: ernstig bezig zijn grijnzen: spottend lachen 3 grissen: snel wegnemen 4 negeren: doen alsof je het niet ziet 1 2
Naar: Kristof Desmet
KEUZELES 2
67
b Bekijk deze twee teksten. Vul de tabel aan.
1 Tekst?
2 Moet je de tekst in detail JA / NEE lezen om het te weten?
JA / NEE
AN
IN
3 Waaraan herken je de tekst?
c Bekijk de teksten op de volgende bladzijde. Benoem ze. Kies uit:
kattebelletje
mop cartoon lidkaart
bijsluiter
logo
geboortekaartje
bidprentje
raadsel 68
krant
Š
reclame
krantenartikel
smsV
checklist
THEMA 2 | Records
strip
gedicht
2
1 Waarom mogen koeien niet naar sportwedstrijden kijken? (Ze zeggen de hele tijd ‘BOE’.)
3
6
©
8
VA
N
5
IN
4
7 Mams Sorry dat ik zo brutaal was deze morgen ‘k Zal het nooit meer doen ;-)
9
10
KEUZELES 2
69
d Noteer de nummers van de teksten 1 t.e.m. 10 uit oef. c bij het belangrijkste tekstdoel. Deze tekst wil je over iets informeren.
Deze tekst wil je van iets overtuigen.
Deze tekst wil je ontspannen.
Deze tekst wil je ontroeren.
e Uit welke teksten komen deze zinnen? 1 Er was eens … 2 Drie keer per dag of na een hoestaanval 3 De vermiste persoon droeg een donkere jeans, een T-shirt en een rode pet. 4 Volg de juiste volgorde. Leg alle onderdelen eerst naast elkaar.
©
VA
N
6 Verwarm je oven op 180° voor.
IN
5 Goed gewerkt dit trimester. Doe zo voort!
(Tommy Alven / Shutterstock.com)
70
THEMA 2 | Records
Keuzeles 3
Taalrecords
Je kunt nieuwe woorden maken. a Langste woord Maak een zo lang mogelijk woord. Bijvoorbeeld: wereldrecordhouders = 19 letters b Elke letter één keer
IN
- Maak een zo lang mogelijk woord. - Elke letter mag maar één keer in het woord voorkomen.
N
Bijvoorbeeld: plagen = 6 letters GOED, want elke letter komt maar 1 keer voor. pesters = 7 letters NIET GOED, want de letter e en de letter s komen 2 keer voor. c Zo veel mogelijk verschillende klinkers
VA
- Maak een zo lang mogelijk woord. - Probeer zo veel mogelijk verschillende klinkers in je woord te hebben. Bijvoorbeeld: openingsuren = 4 verschillende klinkers d Zo veel mogelijk medeklinkers
©
- Maak een zo lang mogelijk woord. - Probeer zo veel mogelijk verschillende medeklinkers in je woord te hebben. Bijvoorbeeld: herfstweer = 6 verschillende medeklinkers e Twee medeklinkers vooraan en achteraan - Maak zo veel mogelijk woorden. - Elk woord moet zowel vooraan als op het einde twee medeklinkers hebben. Bijvoorbeeld: plant, broers, sport …
KEUZELES 3
71
Oefenen maar! 1
Duid hier jouw kleur aan:
De W-vragen
Les 1 Mijn record
a Lees de teksten. Zet de gemarkeerde delen bij de juiste vraag.
In het Amerikaanse West Palm Beach in Florida is een bejaarde man over een brug gereden net op het moment dat ze openging. Volgens de politie was de man verstrooid door zijn gps. De bestuurder kwam er gelukkig met de schrik van af. De gevolgen waren wellicht veel erger, mocht de man enkele seconden later over de brug zijn gereden. - Wie reed over de brug? - Wat gebeurde er met de brug?
N
- Waar gebeurde het voorval?
IN
Naam:
1
2
Klas:
VA
Aaron Santis had tijdens de Gay Parade al heel de dag geprobeerd om een agent aan het dansen te krijgen. Hij kende geen succes ... tot hij een knappe agent van de NYPD tegenkwam. "Hij stond eerst heel stijf langs de kant. Toen ik met hem begon te dansen, brak het ijs snel", zegt Aaron. "Ik had nooit verwacht dat hij zich zo zou laten gaan. Het was een geweldig moment en het publiek van New York vond het fantastisch." Naar: www.hln.be
- Wie?
Nummer: Datum: 72
©
- Wat?
- Waar?
- Wanneer?
b Lees de tekst en beantwoord de vragen. Je bril thuis vergeten kan weleens zijn voordelen hebben. Dat ondervond een bijziende man. Zonder bril kocht hij een ‘extra’ lotje van de loterij. Het leverde hem zo'n 26 700 euro op. Bob Sabo had geen zin om aan te schuiven aan het loket van de loterij in een winkel in Fairfield. Dus besloot hij een lotje aan de automaat te kopen. Dat had hij nog nooit gedaan. Hij wilde twee lotjes kopen, maar drukte per ongeluk op de verkeerde knop. Hij moest voor drie lotjes betalen. Maar het derde lotje leverde hem veel geld op. 29 juni is voor hem een dag om nooit te vergeten.
THEMA 2 | Records
- Wie is de gelukkige? - Wat heeft hij gedaan? - Waar gebeurde het? - Wanneer gebeurde het? c Vul het juiste vraagwoord aan. Kies uit:
doet opa een vreugdedans? - Omdat z’n dochter zwanger is.
3
geeft het hamburgerrestaurant korting? - Elke maandag.
4
bouwt een Chinees met duizenden bierflesjes? - Een huis.
5
reageert een maag op de nieuwe kermisattractie? - Heel slecht.
6
mag niet meer in Canada? - Goudvissen doorspoelen.
7
is een Brit uit Canada gezet? - Omdat hij in het huishouden helpt.
8
at een Chinees een portie beton? - Tijdens een zatte bui.
9
reageren hondjes op een liedje van K3? - Super enthousiast.
10
gooit je 5 meter in de lucht? - De coolste waterglijbaan.
N
VA
d Opgelet voor deze vraagwoorden. Je zegt altijd waaraan waardoor waarin
waarmee waarop waarover
waarvoor waarvan
Nummer:
2
Klas:
rijdt de ambulance naar het ongeval? - Heel snel.
IN
1
Datum:
wie - wat - waar - wanneer - welke - hoe - waarom
Š
Vul het juiste vraagwoord aan. 1 haalde de brandweer een 300 kg wegende man uit zijn appartement? - Met een hoogwerker en een container. 2
klaagt de poetsdienst? - Over de graffiti op de muur.
3
herken je verse vis? - Aan zijn glanzende en strakke huid.
5
is roken slecht? - Omdat je er longkanker door kunt krijgen.
6 je studiekeuze.
kun je bij het CLB terecht? - Voor begeleiding of informatie over
7
kun je beter onthouden? - Door een goede nachtrust.
8
is het woord Deen afgeleid? - Van het land Denemarken.
OEFENEN MAAR!
Naam:
4 moet je letten als je een nieuwe laptop koopt? - Dat er voldoende werkgeheugen is.
73
2
Hoofdletters
Les 2 Records met een grote R
a Zet de vetgedrukte woorden in de juiste kolom in de tabel op de volgende bladzijde. 1 De seizoensfinale van de serie Thuis is nu ook in Media Markt te zien. 2 Barack Obama was de eerste zwarte president van Noord-Amerika. 3 Ook Belgische speurders werden in de Europese strijd tegen cybercriminelen ingezet. 4 Oplettende Fransman vindt een Duitse bom uit de Tweede Wereldoorlog. 5 Spreken Luxemburgers ook Frans? 6 Sluit Colruyt al zijn winkels op Pinksteren?
4 Namen van talen
5 Namen van inwoners 6 Namen van feestdagen van een land
8 Namen van kranten, 9 Gebeurtenissen in tijdschriften, films, de tijd boeken, series ...
b Markeer de woorden die een hoofdletter moeten krijgen.
Nummer:
Š
Klas:
VA
7 Namen van merken/ bedrijven
3 Woorden die afgeleid zijn van een plaatsnaam
IN
2 Namen van plaatsen
N
Naam:
1 Namen van mensen en dieren
1 de monster truck van ford is 4,7 m hoog, heeft 3 m hoge wielen, weegt 17 000 kg en werd door bob chandler gebouwd. 2 op 23 mei 2010 beklom de argentijnse tweeling damien en willie benegas als eerste tweeling de everest in nepal. de argentijnen stonden meteen ook op de voorpagina van de krant clarin. 3 dankzij de mac-computers en -gsm’s stootte apple de frisdrankenreus coca-cola van de troon als waardevolste merk.
Datum:
4 de reuzenwaterlelie in meren in het amazonegebied heeft drijvende bladeren met een diameter tot 3 m. het blad kan 45 kg aan gewicht dragen. 5 elke dag herdenkt men onder de menenpoort in ieper de eerste wereldoorlog. ook als het kerstmis of pasen is.
74
THEMA 2 | Records
c Schrijf deze tekst over. Vergeet de hoofdletters en de leestekens niet!
het eerste stripalbum van suske en wiske is op pasen voor een recordbedrag verkocht. het gaat om ‘de avonturen van rikki en wiske’ uit 1946. het album kostte toen 36 belgische frank, omgerekend nog geen euro. de koper is een brit. hij betaalt 4 000 euro voor het werk van de belg willy vandersteen. in dat album speelt suske nog niet de hoofdrol. naast wiske spelen tante sidonia en de pop schanulleke mee.
N
Klas:
Naam:
©
VA
Nummer:
IN
Datum:
Naar: www.hln.be
OEFENEN MAAR!
75
d Namen van feestdagen schrijf je met een hoofdletter. Pas op: woorden die van feestdagen afgeleid zijn, schrijf je zonder hoofdletter. Vul de tabel met twee eigen voorbeelden aan. Woorden die van Eigen voorbeelden ZONDER hoofdletter feestdagen afgeleid zijn ZONDER hoofdletter
1 Pasen
paasdag
2 Kerstmis
kerstvakantie
3 Nieuwjaar
nieuwjaarsfeest
4 Pinksteren
pinksterweekeinde
IN
Naam:
Feestdagen MET hoofdletter
3
Communicatie
1 Nummer:
Talitha
Ik ben nog even naar de bakker. Om 17.30 u. ben ik zeker terug thuis. papa
Datum: 76
Les 3 Ik nodig je uit
Bekijk deze situaties. Vul in wie de zender en de ontvanger is. Noteer ook de boodschap, het kanaal en de bedoeling.
Š
Klas:
VA
N
5 Sinterklaas sinterklaascadeau
- zender: - ontvanger: - boodschap: - kanaal: - bedoeling:
THEMA 2 | Records
2
- zender:
Kunt u het nummer van de pagina nog eens herhalen, mevrouw?
- ontvanger: - boodschap: - kanaal:
- bedoeling:
4
Spelling en woordenschat
Les 5 Spel- en woordweb
2 ontcijferen
3 televisie
4 spaghetti
Datum:
8 chocolade 9 citroen
10 code
11 affiche
12 sneeuw
VA
5 seconde 6 serie
7 politie
N
1 paniek
Nummer:
a Schrijf de woorden juist over.
IN
4.1 Spelweb
c
2 e - r - e - s - i
s
3 f - o - c - n - j - t - e - i - r - e - n
o
4 e - d - o - c - s - e - n
s
5 i - t - t - g - s - h - p - e - a
s
6 e - w - u - e - n - s
s
Š
1 o-c-a-h-e-d-c-l-o
Klas:
b Zoek het woord uit oefening a.
c Vul de zinnen met een woord uit oefening a aan. 1 De winkelier moet een
ingeven, voor de deur opengaat.
2 Pukkelpop heeft een nieuwe 3 Tijdens de betoging moest de
ingrijpen.
smaakt veel te zuur voor me.
5 Welke programma’s zijn er deze avond op de 6 Na het bomalarm brak er
? Naam:
4 Een
voor deze zomer.
uit.
OEFENEN MAAR!
77
d Wat zie je op de foto? Schrijf het woord onder de foto.
Naam:
e Vul de woorden aan. Schrijf het volledige woord in de laatste kolom. 1 In september zal het toch niet sn
en?
3 Met Kerstmis krijg ik een n 4 Hij is heel n
e fiets.
sgierig naar zijn cadeau.
5 Zit jij hier nu in de klas te g
d naar mijn rapport.
N
6 Ik ben erg ben
en?
VA
f Vul de woorden met ie aan. Schrijf het volledige woord in de laatste kolom. 1 een boef of een d
Klas: Nummer:
2 uitzoeken of k
3 weigeren of verb
4 een tv of een televis
5 een streek of een geb
Š
f
zen
den
d
6 een methode of een man 7 een beest of een d 8 angst of pan
r
r
k
9 een opleiding of een stud
10 bloedverwanten of famil
Datum: 78
s.
IN
2 Vanavond kijken we op televisie naar het n
THEMA 2 | Records
g Vul het ontbrekende woord met ie in elke zin in. 1 Bij kleine kinderen staat de slaapkamerdeur vaak op een 2 Bloemen geef je water met een
. k
. g
3 Topvoetballers
heel veel geld.
v
4 Van de groente
word je sterk.
s
5 Ik turn graag, maar zwemmen doe ik
. l
6 Bij bungeejumping hang je aan een lange 7 Op zondag kan ik zo
. e
van lekker lang uitslapen.
8 Mijn kleine broer kan niet tegen zijn
g
.
v
eigenschap
circa
geschikt
ondergaan
uitgebreid
opleiding
uitsluitend
VA
a Vul de zinnen aan.
stappen
1 Om brandweerman te worden moet je een speciale 2 Opa moest een zware operatie 3 Sporza brengt een
Nummer:
bedenken
net
volgen.
.
verslag van deze sportwedstrijd.
4 Alle bagage kan
in de koffer van de wagen.
5 Deze film is niet
voor kleine kinderen.
Š
6 Pannenkoeken maak je het best in 10
Klas:
diagonaal
N
aanzienlijk
IN
Lees de woorden. Gebruik ze voor de volgende oefeningen.
Datum:
4.2 Woordweb
.
b Zoek het passende woord bij elke uitleg. De woorden uit oefening a mag je niet meer gebruiken. 1 ongeveer 2 schuin, van links boven naar rechts beneden of omgekeerd 3 een typisch kenmerk van iets of iemand 4 veel, behoorlijk, hoog 5 verzinnen
Naam:
6 enkel en alleen
OEFENEN MAAR!
79
c Vul het kruiswoordraadsel in. Gebruik woorden uit oefening a en b. (Noteer IJ in twee hokjes.)
3
1 2 Naam:
4
IN
5
Nummer:
Verticaal 1 Elk nieuw lid van de basketbalploeg moet eerst medische tests ___. 2 De winkel is ___ open in de voormiddag. 3 Na de opleiding ben je voor deze job ___.
Š
Klas:
VA
N
6
Horizontaal 4 Na het ja-woord werd het kersverse koppel ___ gevierd. 5 Er zijn ___ 350 verschillende hondensoorten in de wereld. 6 De boete voor die overtreding is ___.
Datum: 80
THEMA 2 | Records
Zelftoets thema 1 en 2 1
Eindleestekens
Thema 1 Les 3 Schattenjacht
/9
a Welk soort zin is het? Kies uit: mededelende zin, vragende zin, uitroepende zin.
/4
1 Joepie, we gaan op zeeklassen!
2 Welk spel speel jij graag? 3 Weet jij waar de grootste spinnen op aarde leven? 4 De grootste spin op aarde heeft een spanwijdte
b Schrijf een passend leesteken aan het einde van de zin. 1 Heb je dat nieuwe spelletje al geprobeerd
/5
Datum:
IN
van meer dan dertig centimeter.
2 Morgen zal onze trainer een verrassing meebrengen
Nummer:
2
VA
5 Elien en Ahmed zijn neef en nicht
De W-vragen
Thema 2 Les 1 Mijn record
a Lees de tekst en beantwoord de W-vragen.
/9
/4
Klas:
4 Kijk niet zo boos
N
3 Waarom kunnen jullie volgende week niet naar zee gaan
Š
Twee zusjes knoeiden met het examen van juni. Ze deden tegelijkertijd het eindexamen Frans op het St.-Bonifatiuscollege in Utrecht. De jongste zus wilde de oudste helpen omdat ze al eens was blijven zitten. Ook voor het eindexamen stond ze er niet best voor. De jongste kon zich juist wel een lager cijfer veroorloven. Maar de lerares Frans rook onraad. Ze vergeleek de eindexamens. Ze merkte meteen dat de handschriften niet overeenkwamen. Beide scholieren zijn nu gezakt.
Naar: www.hln.be
1 Wie? 2 Wat? 3 Waar? Naam:
4 Wanneer?
THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS
81
b Noteer het juiste vraagwoord onder de onderstreepte woorden.
/5
In Duitsland zijn gisteren vijf mensen gewond geraakt na een hevige discussie over hondenpoep. Dat meldt de Duitse politie vandaag. Het incident deed zich voor in Bergisch-Gladbach, in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen. Een vrouw sprak een andere vrouw aan. Haar hondje Fifi had net zijn behoefte op een veld gedaan. Dat leidde tot een heuse woordenwisseling. Die ging in een vuistgevecht Naam:
over waarbij vijf mensen betrokken waren. Die vijf betrokkenen liepen verschillende
Naar: www.hln.be
3
Hoofdletters
N
De politie is een onderzoek gestart.
IN
verwondingen op, gaande van kneuzingen en schaafwonden tot uitgetrokken haren.
Thema 2 Les 2 Records met een grote R
VA
Zet de hoofdletters waar dat nodig is. Schrijf het woord over. nafi thiam werd op 19 augustus 1994 in brussel geboren. ze is de dochter van een
Klas:
belgische moeder en een senegalese vader. ze doet al sinds haar zevende aan atletiek.
Nummer:
Š
ze specialiseerde zich in de zevenkamp. in 2016 veroverde nafi de gouden medaille op de olympische spelen. eind november 2017 werd ze tot de beste atlete van het jaar uitgeroepen. nadien werd ze ook nog europees kampioene in de duitse stad berlijn. nafi is al enkele jaren het hoofdpersonage in de reclamespotjes van nike en alpro. Datum: 82
THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS
/10
4
Communicatie
Thema 2 Les 3 Ik nodig je uit
/5
Bekijk deze situatie. Vul in wie de zender en de ontvanger is. Noteer ook de boodschap, het kanaal en de bedoeling. - zender: - ontvanger: - boodschap: - kanaal:
5
Teksten en tekstdoelen
Thema 2 Les 4 Record mislukt
6 bijsluiter 7 doodsbrief 8 strip 9 geboortekaartje 10 mopje
VA
1 strafstudiebrief 2 inschrijvingsformulier 3 kassaticket 4 cartoon 5 reclame
N
a Noteer de cijfers van de teksten bij het juiste tekstdoel in de tabel.
ontspannen
ontroeren
/20
/10
Naam:
overtuigen
Š
informeren
Datum:
Nummer:
HĂŠ, wat scheelt er?
Klas:
IN
- bedoeling:
THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS
83
b Welke teksten zijn dit? Vul de tabel aan. Wat is het doel van elke tekst? Zet een kruisje in de tabel. 1
/10
2
Naam:
5
en n le v ‌ j i e j m d in in t ie f k k en i u e lich b s Dag l l n e j i m m e ji j i n he t h e r d ij mij a r b e a d d n j d i g e lt fla o or a mij w e r t je v j d i u n b i l n j ji ij l Al s v be n j v lo o g e j e h e me j t l f e i e d u g d n n a me Al s ! e t je a ch e r r s r lich t e e r t b e s s v l n A M i jn e nse m e l l d at a
N
een kabouter Waarom lacht speelt? als hij voetbal s on der (Omdat het gra elt.) zijn oksels kiet
IN
3
Š
Klas:
VA
4
Welke tekst is dit?
Uit:
www .dag
-lief
-kin
dje.c om
Wat is het doel van de tekst?
Nummer:
informeren
overtuigen
ontspannen
ontroeren
1 2 3 4
Datum:
5 TOTAAL
84
/53
THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS
IN N VA
©
THEMA 3 Alles proper?
O V U R
LES 1
Bwèk! - schrijven en spreken
LES 2
Schone kleren met modderspetters - verenkelen en verdubbelen
LES 3
Een huis vol gruwelijke griezels - lezen, kijken en luisteren
LES 4
Mijtenpoep en ander onzichtbaars - woordverklaring vanuit de context,
LES 5
Spetters spetteren - het meervoud van zelfstandige naamwoorden
O V U R
KEUZELES 1
Rommel beu! - lezen, schema, klassengesprek
KEUZELES 2
De meneer-proper-quiz - spreken en luisteren
KEUZELES 3
Ik heb een schoonmaakbedrijf - educatief spel
tekstbegrip
OEFENEN
MAAR!
85
Les 1
Bwèk! Je kunt een korte tekst schrijven.
O V VOOR U R Lees de vieze belevenissen van enkele leeftijdgenoten.
Als kleuter ging ik met mijn ouders vaak met de caravan naar het zuiden van Frankrijk. Ongeveer tien jaar geleden brachten we een nacht op een dorpspleintje door. We stonden vlak voor een bakkerij. ’s Morgens vroeg piepte ik door het gordijn. Buiten op de stoep zag ik de bakker staan. Hij rolde het deeg van twee broden op zijn blote, harige, dikke buik! Bah! Wedden dat die dorpsbewoners elke dag buikhaar en navelpluis in hun brood eten?
N
IN
Ik was vroeger gek op cornflakes. Sinds vorige zomer eet ik dat nooit meer. Toen las ik in de krant over een Britse oma. Ze wou het ontbijt voor haar kleinzoon klaarzetten. Plots zag ze iets zwarts in de verpakking zitten. Met een lepel haalde ze het eruit. Wat ze ontdekte, was vreselijk! In de lepel lag een verdroogde muis. Ze werd onmiddellijk misselijk. Gelukkig had haar kleinzoon nog niet van de cornflakes gegeten!
VA
Sergei, 14 jaar
©
Vorige nacht werd ik wakker, omdat mijn neus jeukte. Het eerste moment besefte ik niet goed wat er gaande was. Ik veegde met mijn hand over mijn neus. Weet je wat ik tussen mijn neus en mijn hand had geplet? Een spin! Ik sprong meteen uit mijn bed. Vlug controleerde ik de kamer en mijn bed op nog meer spinnen. Stel je voor dat er één in mijn neus, mond of oor zou kruipen. Ik mag er niet aan denken. Rachid, 14 jaar
86
Jasmien, 13 jaar
Vijf jaar geleden gingen mijn ouders en ik voor de eerste keer met het vliegtuig op reis. Mijn pa wilde alles verkennen. Ook het spuugzakje dat in het opbergvak van de passagierszetel voor hem zat. Hij wou weleens weten hoe de binnenkant van het zakje bekleed was. Op het eerste gezicht leek het van papier. Niet het ideale materiaal om kots op te vangen, dacht hij. Hij liet zijn hand in het zakje glijden. Snel trok hij zijn hand terug. Hij had met zijn vingertoppen in een slijmerige brij gezeten. Blijkbaar had een vorige passagier het zakje met spuug en al netjes opgevouwen … Daar zat mijn pa dan met een zuur stinkende hand. Ik kokhals nog als ik eraan denk. Vitaly, 13 jaar
THEMA 3 | Alles proper?
Gisteren haalde ik frietjes met stoofvleessaus. Ik fietste snel naar huis. Het zou zonde zijn dat mijn lekkere maaltijd koud werd. Plots voelde ik iets warms op mijn been. Ai, de saus loopt door de zak, dacht ik. Met mijn vinger veegde ik over mijn been. Ik likte die gauw af. Bwèk, wat was dat?! Dat was geen stoofvleessaus! Dat was vogelpoep! Ik spuwde op de grond. Thuis spoelde ik mijn mond. Mijn frietjes heb ik voor de helft weggegooid. Ze smaakten me niet meer.
- Welk verhaal vind je het meest vieze? - Licht je antwoord toe.
verduidelijken, uitleggen, verklaren
VA
N
- Wat is de meest vieze belevenis die jij ooit meemaakte, zag, hoorde of las? - Vul de belangrijkste zaken eerst in het schema in.
toelichten:
Wie beleefde iets vies? (Jijzelf? Iemand anders?) Wat gebeurde er?
©
O V U R
IN
Wouter, 15 jaar
Waar gebeurde het?
Wanneer gebeurde het?
LES 1 | Bwèk!
87
O V TIJDENS U R Maak van je schema volledige zinnen. Wat was je werkpunt in de vorige schrijfopdracht in thema 2, les 3 ‘Speurder aan het werk’?
Doe zoals je leeftijdgenoten in de tekstjes die we eerder lazen. Schrijf jouw verhaal op een apart blaadje.
IN
VA
O V NA U R Beoordeel je tekst.
evaluatie
Staat er een hoofdletter aan het begin van elke zin?
ja
nee
2
Staat er een hoofdletter aan namen, plaaten ...?
ja
nee
3
Staat er een leesteken op het einde van elke zin?
ja
nee
4
Is alles juist geschreven?
ja
nee
5
Zijn de zinnen kort en duidelijk?
ja
nee
6
Zijn alle W-vragen beantwoord?
ja
nee
7
Staan je naam en je leeftijd onder de tekst?
ja
nee
©
1
- Verbeter waar nodig. - Wat is je werkpunt voor de volgende schrijfopdracht?
88
tips
Schrijf een hoofdletter aan het begin van elke zin. Schrijf een hoofdletter aan namen, plaatsen ... Zet een leesteken op het einde van elke zin. Let op de spelling. Maak korte, duidelijke zinnen. Zorg dat alle W-vragen van het schema beantwoord zijn. Zet onder de tekst je naam en je leeftijd.
N
1 2 3 4 5 6 7
THEMA 3 | Alles proper?
Les 2
Schone kleren met modderspetters Je kunt de spellingregels over verenkelen en verdubbelen toepassen.
a Bekijk de woorden en beantwoord de vragen.
b Bekijk de woorden en beantwoord de vragen.
- Lees de woorden in de afvalemmer.
– Lees de woorden op de schone T-shirt.
modder
schone
rommel
kleren
schrobben
IN
drogen
vettig
proper
- Kleur het passende bolletje.
Als je de woorden in de afvalemmer leest:
Als je de woorden op de schone kleren leest:
hoor je één klankgroep. hoor je meer klankgroepen.
hoor je een korte klank. hoor je een lange klank.
©
VA
N
- Kleur het passende bolletje.
hoor je erna 1 medeklinker. hoor je erna meer medeklinkers.
Je schrijft de klinker enkel. Je schrijft de klinker dubbel.
Je schrijft de medeklinker enkel. Je schrijft de medeklinker dubbel.
hoor je één klankgroep. hoor je meer klankgroepen. hoor je een korte klank. hoor je een lange klank. hoor je erna 1 medeklinker. hoor je erna meer medeklinkers. Je schrijft de klinker enkel. Je schrijft de klinker dubbel. Je schrijft de medeklinker enkel. Je schrijft de medeklinker dubbel.
LES 2 | Schone kleren met modderspetters
89
Ik luister naar het einde van de klankgroep:
Zatte Ik schrijf de vette medeklinker kippen stoppen dubbel. bussen.
Ik hoor een lange klank en 1 medeklinker erna.
Apen Ik schrijf de klinker zweven over muren. enkel.
Sorteer de woorden die je leraar dicteert. Schrijf de woorden op de juiste plaats bij oefening a of bij oefening b. sorteren: - De woorden met een korte klank schrijf je in de afvalemmer. plaatsen, ordenen, - De woorden met een lange klank schrijf je op het T-shirt. rangschikken
IN
c
Ik hoor een korte klank en 1 medeklinker erna.
besluit
N
d Luister naar de schoonmaaktips die je leraar leest. Schrijf het volledige woord over. 1 Behandel vlekken op kl 3 Ple
en moet je nauwkeurig de
4 Dat doe je het best met keu 5 Je mag nooit wrij
en.
3
enpapier.
4
Š
pen met
rna moet je de kleding wa
en.
7 7
re wasmi
elen zijn het best.
8 8
1 Kauwgom moet je onmi
ellijk met ijsblo
ren kauwgom komt ma
elijk los.
1 2 2
90
en inwrijven.
1
2 Bevr
6
pel. 6
8 Vloeib
5
ter. 5
6 Resten van een vlek kun je ook wegschr 7 D
3
en. Anders dringt het vuil dieper in de
stof en wordt de vlek gr een l
1
gen, hoe moeilijker ze te verwijderen zijn. 2
VA
2 Hoe langer ze indr
ren zo snel mogelijk.
THEMA 3 | Alles proper?
3 Kledingstu
en en schoe
en mogen in een plastic zak
in de diepvries. 4 Ook t
3
fellakens en vloerkl
djes kun je een nachtje
4
invriezen. 5 De l
4
tste resten kun je gewoon loskra
en.
5 5
6 Misschien ben jij een pechv je h
gel met kauwgom in
6 en met pindakaas in.
7
8 Na een tijdje kun je de kauwgom met pindakaas uitka la is niet le
er.
8 1
1
2 Maar je kunt het z
ker nog gebrui
en.
2
2
en.
en de vlekken in de wc op.
5 Nog even schrobben met de wc-b
3 3 4 4
VA
ren in de drank lo
rtje intre
N
3 Giet het in de wc-pot. Daar mag het een
een ne
en.
IN
1 Een restje c
6
ren?
7 Wrijf je lo
4 De z
3
rstel en je hebt
5
e wc!
5
©
e Maak met de woorddelen zo veel mogelijk woorden. Zorg dat je alle delen minstens één keer gebruikt.
nen
zak
scho
zoe
zeem
tel
ze za
vuil
pro
en
men
nis
doek
per
doe ken
vel
prop
pen
len
LES 2 | Schone kleren met modderspetters
91
Les 3
Een huis vol gruwelijke griezels Je kunt van een leestekst genieten. Je kunt informatie uit een beeldfragment achterhalen.
Š
VA
N
IN
a Bekijk de afbeelding. Beantwoord de vragen.
- Hoe voelt het meisje zich? - Wat zie je op haar bed? - Waarom staan die tekstballonnen rond haar bed?
b
92
Jij meent misschien dat je alleen thuis bent ‌ Niets is minder waar. Er zijn nog miljoenen anderen in huis! Lees de brieven van twee medebewoners.
THEMA 3 | Alles proper?
menen:
denken, geloven, veronderstellen
IN N VA © LES 3 | Een huis vol gruwelijke griezels
93
Š
VA
N
IN
1
cheyletus: roofmijt, een insect dat stofmijten eet
1
Uit: Nick Arnold, Waanzinnig om te weten - Megamooie minimonsters
94
THEMA 3 | Alles proper?
c Beantwoord de vragen. 1 Is dit verhaal fictie of non-fictie? 2 Hoe heet de briefschrijfster? 3 Naar wie schrijft ze haar brieven? 4 Waar woont de briefschrijfster? 5 Met hoeveel leven ze daar? 6 Waar woont de vriendin aan wie ze schrijft? 7 Zijn de briefschrijfster en haar vriendin mensen? Ja. Nee, het zijn 8 Wat eet de briefschrijfster? 10 Hoe vertrekt ze uit haar land?
N
11 Waar zal ze wellicht naartoe gaan?
IN
9 Voor wie slaat de briefschrijfster op de vlucht?
wellicht:
misschien, mogelijk
VA
12 Op welke afbeelding staat een huisstofmijt? Kleur het bolletje bij de passende afbeelding.
©
d Bekijk het fragment en beantwoord de vragen. - Wat verbergt het knuffelbeest? - Waarom steken de ouders van dit jongetje het knuffelbeest in een vacuüm zak? - Wat zou jij met het knuffelkonijn doen? e Bekijk het fragment. - Waarover gaat het fragment? - Waarom bekeek je dit filmpje? Het filmpje geeft … informatie. instructies (hoe je iets moet doen). een mening. - Is dit fragment fictie of non-fictie?
LES 3 | Een huis vol gruwelijke griezels
95
Š
VA
N
IN
f Bekijk het fragment opnieuw. Vul aan.
Welke allergische reactie op huisstof zie je hier?
96
THEMA 3 | Alles proper?
Les 4
Mijtenpoep en ander onzichtbaars Je kunt de inhoud van een tekst voorspellen. Je kunt verschillende opmaakmiddelen in een tekst herkennen/aanduiden. Je kunt de betekenis van onbekende woorden zelf achterhalen.
a Bekijk de buitenkant van de tekst aandachtig. - Lees de titel, bekijk de afbeeldingen en lees de tussentitels. - Beantwoord de vragen. 1 Waarover gaat de tekst?
IN
je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
N
2 Waarom lees je deze tekst (tekstdoel)? De tekst wil ‌
VA
3 Waaruit komt de tekst (bron)? 4 Vul de tabel aan. Zender
Š
Ontvanger
Boodschap Kanaal
Bedoeling
b Lees de tekst op de volgende bladzijde.
LES 4 | Mijtenpoep en ander onzichtbaars
97
Stopt het snotteren niet? Misschien heb je een allergie Heb je in de herfst of winter een verstopte of lopende neus, niesbuien en waterige ogen? Dan denk je meteen aan een verkoudheid en niet aan een allergie. Toch kunnen die klachten op overgevoeligheid in plaats van op een verkoudheid wijzen.
VA
N
IN
Verkoudheid of allergie? Allergische niesbuien verschillen van niesbuien bij een verkoudheid. Vaak zijn ze repetitief, zonder pauze tot twaalf keer op een rij. Bij een verkoudheid zijn de niesbuien meestal verspreid. Snot is bij een allergie meestal helder. Bij een infectie van de luchtwegen is er een kleurenmengeling van snot. Het is een kleurenpalet van geel tot groen of bruin. Een allergie kun je ook vaak aan een vast patroon herkennen. Volgens een vast model komen bepaalde symptomen voor. De ziekteverschijnselen kunnen op bepaalde tijdstippen of activiteit heviger zijn. Bijvoorbeeld wanneer je jogt door een bos of wanneer je gaat slapen. Bij een allergie zijn de symptomen dus onderbroken. Een verkoudheid daarentegen zorgt voor ononderbroken ziekteverschijnselen. Na twee of drie dagen worden die verschijnselen meestal heviger.
Š
Huisstofmijt De herfst en de winter zijn de ideale periodes voor huisstofmijt. We maken het voor die onzichtbaar kleine, spinachtige diertjes heel aangenaam. We verluchten weinig en zetten de verwarming aan. In een matras kruipen naar schatting twee tot drie miljoen van die monstertjes. Huisstofmijten bijten niet. Hun piepkleine drolletjes dwarrelen door de lucht. We ademen die in. Ben je daar allergisch voor? Dan ga je niezen en snotteren. Veel poetsen met water en verluchten helpt. Je doet het best alles waar stof in zit zo veel mogelijk het huis uit. Of ga hoog in de bergen wonen. Daar is het te koud en te droog voor ze. Denk dus niet meteen dat je verkouden bent, als je snottert of niest. Als het snotteren niet stopt, ben je waarschijnlijk allergisch voor huisstofmijt. Probeer die vervelende verschijnselen zo veel mogelijk te voorkomen door stof in huis te vermijden.
Naar: www.hln.be en Ditte Merle, Lekker nu nog viezer vies
98
THEMA 3 | Alles proper?
c Klopte je voorspelling over de inhoud van de tekst? Ja. Nee, want … d Bekijk het tekstdeel ‘Verkoudheid of allergie?’. Dat tekstdeel bestaat uit drie delen. Hoe zie je dat? Zo’n deel noem je een alinea.
besluit
Een alinea is een stukje tekst dat op een nieuwe regel begint. De zinnen van één alinea horen inhoudelijk bij elkaar.
IN
Lees het vetgedrukte deel opnieuw. - Wat betekent het grijs gemarkeerde woord ‘allergie’? - Waar vind je de betekenis van dat woord? - Markeer de betekenis met blauw. - Vul die verklaring in.
Hij heeft een
verklaring: uitleg
voor stof.
N
e
besluit
VA
Je vindt de betekenis van een woord vaak in de zin. Soms vind je de betekenis in de zin ervoor of in de volgende zin. Dan vind je de betekenis in de context. f Zoek de betekenis van de grijs gemarkeerde woorden. Markeer in de tekst de betekenis van die woorden met blauw.
©
- Vul de zinnen met de juiste betekenis aan. 1 Een infectie zorgt voor een kleurenpalet aan snot. Een infectie zorgt voor een
aan snot.
2 Een allergie kun je aan een vast patroon herkennen. Een allergie kun je herkennen aan een vast
.
3 De symptomen kunnen soms heviger zijn. De
kunnen soms heviger zijn.
- Hoe vond je de betekenis van de woorden makkelijk terug?
LES 4 | Mijtenpoep en ander onzichtbaars
99
g In de tekst staan nog twee roze gemarkeerde woorden. - Welk werkwoord herken je in repetitief? - In welke andere taal ken je een woord dat daarop lijkt? - Wat betekent dat? - In welke andere taal ken je een woord dat op infectie lijkt? - Wat betekent dat?
h Lees de tekst op de volgende bladzijde.
IN
Moeilijke woorden kun je soms vanuit een andere taal verklaren.
N
i Doe zoals in oefening f. Wat betekenen de grijs gemarkeerde woorden? Je vindt de betekenis in de tekst.
VA
- Markeer de betekenis met blauw. - Vul de zin aan met de juiste betekenis. Let op hoofdletters.
1 Vind jij hygiëne belangrijk? Vind jij
belangrijk?
2 Bacteriën vind je overal.
©
vind je overal.
3 Infecties kunnen je ernstig ziek maken.
kunnen je ernstig ziek maken.
4 Zit jij lang op de plee? Zit jij lang op het
?
5 Sporen van noten kunnen ernstige allergische reacties uitlokken.
van noten kunnen ernstige allergische reacties uitlokken.
6 Heb jij een efficiënte poetsplanning? Heb jij een
100
poetsplanning?
THEMA 3 | Alles proper?
Zo snel gaan bacteriën van het toilet naar je mond Slechts een kwart van de Belgen wast zijn handen na een toiletbezoek. Slechte hygiëne betekent een gevaar voor je gezondheid. Gebrek aan netheid zorgt voor de verspreiding van miljoenen bacteriën. Die onzichtbare beestjes, die ziekte of bederf kunnen veroorzaken, kunnen overal terechtkomen. Zelfs op je mond!
Doorspoelen
IN
Als je de wc met het deksel open doorspoelt, verspreiden de bacteriën zich overal: op de bril, het toiletpapier en zelfs op je handen. Na een toiletbezoek zitten ongeveer 80 miljoen bacteriën per vierkante centimeter op elke hand. Met je handen besmet je heel wat andere zaken: een kraan, de deurklink, je gsm, je toetsenbord, het eten, je mond …
Gsm’en op de plee, geen goed idee
VA
N
Wist je dat 75 procent van de mensen hun gsm op het toilet gebruikt? Normaal ga je zes tot acht keer per dag naar het toilet. Geen wonder dat een op de zes gsm’s sporen van uitwerpselen bevat. In die resten van uitwerpselen zitten een hoop bacteriën. Ze kunnen infecties veroorzaken. Van zulke besmettingen kun je ziek worden.
Verspreiding van bacteriën voorkomen
©
Na elk toiletbezoek moet je je handen efficiënt wassen en drogen. Doeltreffend wassen en drogen gebeurt in vijf stappen: 1 Maak je handen nat onder de kraan. 2 Doe er zeep op. 3 Wrijf overal goed, gedurende minstens 20 seconden. (Vergeet geen enkel deel van je hand: de bovenkant, de onderkant, tussen je vingers, je duimen en je polsen.) 4 Spoel grondig onder de kraan. 5 Droog je handen met een propere handdoek of een papieren doekje.
Een goede handhygiëne is dus ontzettend belangrijk om de verspreiding van bacteriën te voorkomen. Naar: www.goedgevoel.be en www.klasse.be
LES 4 | Mijtenpoep en ander onzichtbaars
101
Les 5
Spetters spetteren Je kunt het meervoud van zelfstandige naamwoorden vormen.
a Lees de ervaringen van een babysitter. Beantwoord daarna de vragen.
ervaring: belevenis
IN
Hallo, ik ben Lies. Sinds vorig jaar ga ik tijdens de weekends en vakanties babysitten. Je kunt je niet voorstellen welke dingen ik onlangs meemaakte. Vorig weekend moest ik bij twee vrouwen op hun twee tweelingen passen: twee meisjes van vier jaar en twee jongens van zes maanden oud. Die vierjarige dames waren ongelooflijk lastig. Echt waar, op hen wil ik echt nooit meer passen! Zelfs al kreeg ik honderd dure cadeaus! Ik krijg op school nog liever honderd dictees. Na het oppassen, bezocht ik nog twee cafĂŠs. Dat was echt nodig om te bekomen. - In de tekst zijn een aantal woorden onderstreept. Ze staan in het
.
N
Al die woorden zijn
.
VA
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
ding
Om het meervoud te vormen, voegde je bij het enkelvoud
meervoud
toe.
Š
- Zoek in de tekst naar drie andere onderstreepte woorden waarbij je in het meervoud -en toevoegt. enkelvoud
meervoud
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
meervoud
weekend Om het meervoud te vormen, voegde je bij het enkelvoud
102
THEMA 3 | Alles proper?
toe.
- Zoek in de tekst naar zes andere onderstreepte woorden waarbij je in het meervoud -s toevoegt. meervoud
IN
enkelvoud
Om het meervoud van zelfstandige naamwoorden te vormen, schrijf je -en of -s achter het enkelvoud.
besluit
VA
N
b Lees het vervolg van Lies’ ervaring met de twee tweelingen. Beantwoord daarna de vragen.
Š
De twee leuke knullen kraaiden vrolijk, toen ik met hen speelde. De twee oudsten waren echte draken. Met uitdagende ogen keken ze me aan. Ze wachtten op het geschikte moment om hun gemene streken uit te halen. Toen ik de kleinsten verschoonde, sloegen ze toe. De ene smeerde de inhoud van een luier rond. De andere smeerde haar snottebellen in de haren van haar broertjes. Kon ik mijn vriendinnen maar bellen om me uit deze hel te redden!
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
meervoud
knul Is de u in knullen een korte of een lange klank? Een
klank.
Wat moet je met de medeklinker l doen?
LES 5 | Spetters spetteren
103
- Zoek in de tekst nog twee onderstreepte woorden waarbij de medeklinker verdubbelt. enkelvoud
meervoud
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
meervoud
draak klank.
.
IN
Is de a in draken een korte of een lange klank? Een Wat moet je met de klinker a doen?
- Zoek in de tekst nog drie onderstreepte woorden waarbij de lange klinker enkel geschreven is. meervoud
6
VA
N
enkelvoud
Pas op: - Bij meervouden op -en moet je soms verenkelen of verdubbelen.
besluit
Š
c Lees nog meer over de vreselijke tweeling. Beantwoord daarna de vragen.
Echt waar, ik werd helemaal gek van die kinderen. Ik denk dat ik in de toekomst liever dierenoppasser word. Dan kan ik bij een boer op de runderen passen. Of misschien is het leuker om lammeren te verzorgen. Of poezen? Dieren zullen tenminste geen glazen laten vallen, zodat de scherven in het rond vliegen. Ze zullen geen schijven banaan in een sleutelgat proppen en frambozen op de grond pletten. Ze zullen niets kapot knippen. Ze zullen niet met een geweertje naar de duiven van de buren schieten. Dat deed die tweeling wel allemaal!
104
THEMA 3 | Alles proper?
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
meervoud
poes Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen? Wat veranderde er nog? - Zoek in de tekst nog twee onderstreepte woorden waarbij de s in een z verandert. meervoud
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
IN
enkelvoud
meervoud
scherf
N
Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen? Wat veranderde er nog?
- Zoek in de tekst nog twee onderstreepte woorden waarbij de f in een v verandert.
VA
enkelvoud
meervoud
- Zoek in de tekst het meervoud van: enkelvoud
meervoud
Š
kind
Voegde je -en of -s toe om het meervoud te vormen? Wat voegde je toe? - Zoek in de tekst nog een onderstreept woord waarbij je -eren voegt. enkelvoud
meervoud
LES 5 | Spetters spetteren
105
besluit
In het meervoud verandert - de s soms in een z; - de f soms in een v. Sommige meervouden eindigen op -eren. d Lees nu het einde maar. Beantwoord daarna de vragen.
enkelvoud baby
N
- Zoek in de tekst het meervoud van:
IN
Ik wenste dat die twee op accu’s werkten. Dan kon ik hen stilleggen door hun batterij uit te halen ☺. Gelukkig bleven de baby’s de hele tijd rustig. Die twee mini’s lachten vrolijk, terwijl de oudste tweeling wild op de muziek uit hun speelgoedradio’s danste. Wat was ik gelukkig, toen de mama’s terug thuis kwamen. Het kon me niet schelen dat ze over de troep in huis zeurden. Ik mocht daar weg! Dat was het belangrijkste.
meervoud
VA
Wat voegde je toe? . Markeer de laatste klank die je hoort in het woord baby. - Zoek in de tekst nog vier onderstreepte woorden waarbij je -’s voegt. meervoud
©
enkelvoud
-
Markeer in de eerste kolom in elk woord de laatste klank die je hoort. Rangschik de gemarkeerde letters alfabetisch. Schrijf die letters op: Is de laatste klank van een woord met één a, i, o, u, y geschreven, dan schrijf je het meervoud met .
besluit
Bij een meervoud op -s schrijf je de s vast. Uitzondering: Als de laatste klank met één a, i, o, u of y is geschreven, dan schrijf je -’s.
106
THEMA 3 | Alles proper?
diskjockey
2
kanarie
3
ei
4
kaas
5
steen
6
bureau
7
dief
8
etui
9
paraplu
10 hobby 11 rat 12 abonnee
VA
13 drama
N
1
IN
e Zet de woorden in het meervoud.
14 cowboy 15 pluis 16 eis
Š
17 praline
18 fotograaf 19 cafĂŠ 20 ski
LES 5 | Spetters spetteren
107
keuzegedeelte Keuzeles 1
Rommel beu!
O V VOOR U R a Bekijk de buitenkant van de tekst. Beantwoord de vragen mondeling. 1 Lees de titel. 2 Wat staat er op de foto? 3 Waarover gaat de tekst volgens jou?
IN
Je kunt de inhoud van een tekst voorspellen. Je kunt de inhoud van een tekst in een schema weergeven. Je kunt een affiche ontwerpen.
N
Moeder is rommel beu en start staking
VA
Genoeg is genoeg, dacht de Canadese moeder Jessica Stilwell. Op een avond besliste ze om te staken. Ze staakte niet tegen lage lonen of een hoge werkdruk. Stilwell was het beu de troep van haar drie dochters in huis voortdurend te moeten opruimen. “Deze moeder is thuis een STAKING gestart!!!”, schreef ze op haar Facebookpagina.
©
De 12-jarige tweeling Olivia en Peyton en zusje Quinn (10) waren niet op de hoogte van de plannen van hun moeder. Hun moeder wilde weten hoelang het zou duren voor het drietal zelf de handen uit de mouwen zou steken. Stilwell ruimde enkel haar eigen rommel op. De rest liet ze liggen. Algauw veranderde de woning in een zwijnenstal.
Geheime staking Op dag vier van de ‘geheime staking’ maakte een van de dochters wel zeventien keer de opmerking dat de keuken er ‘walgelijk’ uitzag. Maar het kind ruimde de troep niet op. Pas na zes dagen had een van de drie er genoeg van. Ze smeekte haar zussen om te helpen opruimen. Dat ontaardde in een felle ruzie. Toen vond de moeder het tijd om haar staking op te biechten. Op veel begrip kon ze niet rekenen. “Het domste idee ooit”, vond een van de meiden. Toch maakten ze het huis uiteindelijk wel weer proper. Naar: www.hln.be
108
THEMA 3 | Alles proper?
O V b Zet de belangrijkste zaken van de tekst in het schema. U R
Wie? Waar?
Waarom?
Wat?
Resultaat? Beantwoord deze vragen op een apart blad. - Heeft de schoonmaakploeg op school reden om te staken? - Waarom? - Hoe kun je de school/de klas/de speelplaats net houden? - Overleg met je buur. - Noteer zo veel mogelijk ideeën op een apart blad.
IN
c
VA
N
O V TIJDENS U R d Kies één actie die jullie echt belangrijk vinden. Zet die actie bij een van de pijlen in oefening e.
©
e Welke actie vonden de andere groepen? Schrijf ze hier bij.
ACTIE nette school
f Vergelijk de acties met de andere groepen in de klas. Wat is haalbaar voor de school?
KEUZELES 1
109
g Kies een haalbare actie en maak per twee een affiche. - Op de affiche moet het antwoord op volgende vragen staan. 1 Wat houdt de actie in? Zorg voor een duidelijke en passende afbeelding. Schrijf een slogan: een korte zin waarin je duidelijk maakt wat je met de actie wilt bereiken. 2 Waar vindt de actie plaats? 3 Wanneer gaat de actie door? Eén bepaald moment, een bepaalde periode, heel het schooljaar …?
IN
4 Wie is verantwoordelijk voor de actie? Jullie twee, heel de klas, heel de school …?
h Hou een posterbeurs.
N
- Maak je affiche aantrekkelijk door kleur, een nette afwerking, passende lettergroottes en lettertypes. - Controleer de spelling.
VA
O V NA U R i Beoordeel de poster van een ander duo uit de klas.
Je noteerde wat de actie inhoudt.
2
De affiche heeft een goed gekozen afbeelding.
©
1
3
De affiche heeft een goed gekozen slogan.
4
Je noteerde waar de actie doorgaat.
5
Je noteerde wanneer de actie doorgaat.
6 7
110
Het is duidelijk wie voor de actie verantwoordelijk is. De affiche is aantrekkelijk (kleur, lettergrootte, lettertype …).
8
De affiche is verzorgd.
9
Er zijn geen spelfouten.
THEMA 3 | Alles proper?
Keuzeles 2
De meneer-proper-quiz
Je kunt informatie uit een luisterfragment achterhalen. Je kunt op een gepaste manier reageren. a Een washandje gooi je na gebruik het best meteen in de was. Denk je dat die stelling klopt? Waarom wel /niet? Luister naar het fragment. - Is de stelling waar of niet waar? - Waarom?
IN
Lees in groepjes een aantal stellingen over hygiëne. - Bespreek in je groep of de stelling waar of niet waar is. - Leg aan elkaar uit waarom de stelling waar of niet waar is. - Zet een kruisje in de eerste kolom bij waar of niet waar.
1
In urine zitten veel bacteriën. Het is dus gevaarlijk om je plas te drinken.
2
Als je je tandenborstel op reis vergeet, kun je gerust de borstel van om het even wie lenen.
3
Heb je last van stinkvoeten, doe dan de gedragen sokken van iemand zonder stinkvoeten aan.
4
Heb je last van acné, dan duw je die puistjes het best meteen uit.
5
Slechte hygiëne van je tanden kan hartkwalen veroorzaken.
6
Nieuwe kleren was je beter eerst.
2 waar
niet waar
waar
©
1
niet waar
VA
N
b
›
KEUZELES 2
111
7
Heb je je handen in een school, hotel, station … gewassen, dan droog je je handen beter met een droger.
8
Elke dag douchen is niet goed.
9
Met een harde tandenborstel poets je je tanden het grondigst.
niet waar
2 waar
niet waar
waar
1
10 Je kunt een oude panty vullen met kattenbakvulling en in je schoen stoppen. Zo voorkom je vieze geuren in je schoenen. 11 Je moet je handen met warm water wassen om ze goed schoon te krijgen.
IN
12 De belangrijkste poetsbeurt van de tanden is ’s morgens. 13 Het stinkende gas van scheetjes kan helpen bij de behandeling van hoge bloeddruk, hartfalen, dementie en suikerziekte.
N
14 Deo spuit je beter ’s avonds dan ‘s morgens. 15 Schilfertjes in je haar krijg je omdat je je haar te vaak wast.
Keuzeles 3
Ik heb een schoonmaakbedrijf
Je kunt de spelregels nauwgezet toepassen. Je kunt vragen duidelijk en juist voorlezen. Je kunt vragen over spelling, taalbeschouwing, taaluitbreiding en inhoud beantwoorden.
112
evaluatie
Hoeveel stellingen beoordeelde je juist? stellingen beoordeelde ik juist. Won jij de meneer-proper-quiz? ja nee Hoeveel antwoorden van de luisteropdracht had je juist? antwoorden van de luisteropdracht had ik juist. Bij een volgende luisteropdracht let ik beter op
©
1 2 3 4
VA
c Luister naar het juiste antwoord. Zet bij oefening b een kruisje in de tweede kolom.
THEMA 3 | Alles proper?
Oefenen maar! 1
Duid hier jouw kleur aan:
Verenkelen en verdubbelen
Les 2 Schone kleren met modderspetters
a Zet de woorden in de juiste kolom. draden - modder - ruiten - handen - drogen - plekken - braaksel - sporen spatten - vettig - geuren - braken
bv. apen
VA
Nummer:
b Enkele of dubbele medeklinker? Schrijf het woord over. d of dd? 1
han
2
vo
3 4
we
etje
en
vla
enmast
bui
el
beu
el
be
en
voe
en
Š
en
g of gg?
k of kk?
onderbroe
2
keu
3
woordenboe
4
ka
en
en erlak
n of nn? de
en
verwe en
dui
en
en
dakpa
en
Naam:
1
Klas:
bv. katten
N
bv. honden, boorden, koeken
Enkele klinker Datum:
Dubbele medeklinker
IN
Je schrijft wat je hoort.
OEFENEN MAAR!
113
p of pp?
t of tt?
1
pro
en
wa
erleiding
2
kla
en
wij
ing
3
ki
enei
no
aris
4
po
enspel
wra
enzwijn
c Enkele of dubbele klinker? Schrijf het woord over. e of ee?
1
p
den
m
ter
2
h
nden
p
sten
3
p
rden
m
stk
4
p
dden
g
sten
IN
Naam:
a of aa?
1
k
2
bew
ners
3
verb
den
4
b
u of uu?
N
o of oo?
ver
haardv
Klas:
VA
rden
dem
ren
h
ren
h
rmoordenaar
b
rtwinkel
d Enkel of dubbel? Schrijf het volledige woord over.
Š
BacteriĂŤn zitten vaak op ple
en (k/kk) waar je ze niet
verwacht en verspreiden zich sne
er (l/ll) dan je denkt.
Nummer:
Met deze raad ben je ze te slim af. Al lijken d
wat bizar, wie een sme b
ze (e/ee) tips
eloos (t/tt) huis wil, volgt ze maar
ter (e/ee) op.
1 Sluit het wc-deksel Datum: 114
Wa
eer (n/nn) je het toilet doorspoelt, kunnen ziektekiemen
zich tot twee m Het d
ter (e/ee) ver verspreiden.
ksel (e/ee) sluiten, is dus de b
THEMA 3 | Alles proper?
dschap (o/oo).
2 Schrob de vuilnisbak Ook vuilnisba schro De v
en (k/kk) kun je het best r
gelmatig (e/ee)
en (b/bb). le (e/ee) bacteriën die eraan kl
worden ma
ven (e/ee),
elijk (k/kk) door kleine vliegjes vervoerd.
3 Snijplanken zijn vuiler dan toiletbri
en (l/ll)
Ja, je leest het goed. In de groeven van houten keukengerei en (g/gg) tweehonderd keer meer bacteriën op de loer ig (k/kk) is de oplo
simpel: was houten keukenspu zorgvuldig en met zo heet m
ing (s/ss)
en (l/ll) meteen na gebruik gelijk (o/oo) water.
4 Hond en katten kammen Veeg je je voeten als je ergens bi
Datum:
dan op je toiletbril! Gelu
IN
li
engaat (n/nn)? Doe dat
ten (o/oo) af. Als je je viervoeter
N
dus veeg altijd hun p
vendien (o/oo) af en toe kamt, heb je heel wat minder
h
r (a/aa) en stof in huis.
VA
b
Nummer:
dan ook met je huisdier. 95 % van het vuil komt van buiten,
5 Vuilmaakdoek
en (d/dd) en sponsjes zijn een kw
kvijver (e/ee) Klas:
Vochtige vo
voor bacteriën.
Wil je geen ziektekiemen uitsm sch
ren (e/ee), laat
teldoeken (o/oo) na ieder gebruik goed dr gelijks (a/aa).
©
Vervang die d
gen (o/oo).
Omdat bacteriën ma
omg
ving (e/ee) l
elijk (k/kk) in een vochtige
ven (e/ee), droog je na het afwa
en (s/ss)
het aanrecht beter goed af. Gebruik daarvoor altijd pr
per (o/oo) gewa
en (s/ss)
Naam:
keukenhanddoeken.
OEFENEN MAAR!
115
2
Woordverklaring vanuit de context
Les 4 Mijtenpoep en ander onzichtbaars
a Lees de tekstjes. Er staan een aantal moeilijke woorden in. Die zijn grijs gemarkeerd. De verklaring ervan is blauw gemarkeerd. Bewaar uien in een panty. Vind je dat geen bizarre huishoudtip? Deze en nog veel meer vreemde tips vind je in het boek ‘Mum Knows Best’ (Mama weet het het best). Sommige mensen slagen erin om orde in de chaos te creëren. Ze maken dat alles altijd net en piekfijn in orde is. Naam:
Mijn oma is toiletdame. Maar zij zegt dat ze sanitair manager is. Ze vindt dat dat beter klinkt.
IN
b Schrijf de verklaring van de grijs gemarkeerde woorden uit de vorige tekstjes over. 1 In openbare toiletten vind je nog maar zelden een sanitair manager.
2 Heb jij bizarre gewoontes? Heb jij
.
N
In openbare toiletten vind je nog maar zelden een
gewoontes?
VA
3 De kunstenaar zal weer een mooi schilderij creëren. De kunstenaar zal weer een mooi schilderij c Lees de tekst. Klas: Nummer: Datum: 116
©
Zo vaak moet je douchen volgens wetenschappers Veel westerlingen douchen elke dag. Maar is dat wel goed voor de huid? Dermatologen zeggen dat te vaak douchen schadelijk is. De huidspecialisten leggen uit dat de huid uitdroogt door te douchen. Dat kan voor irritaties van de huid zorgen. Die branderigheid en jeuk zijn vervelend. Er ontstaan piepkleine scheurtjes in de huid. Daardoor krijg je meer kans op infecties. De huidspecialisten zeggen dat je die besmettingen beter kunt voorkomen door maar om de drie dagen te douchen. Zo houden we een goed evenwicht tussen een gezonde huid en een goede hygiëne. Die balans is belangrijk om allerlei huidaandoeningen te voorkomen.
THEMA 3 | Alles proper?
.
d Schrijf de verklaring van de grijs gemarkeerde woorden op. De verklaring van elk woord is in de tekst blauw gemarkeerd. 1 Dermatologen zeggen dat je niet te vaak mag douchen.
zeggen dat je niet te vaak mag douchen.
2 Heb jij soms last van irritaties? Heb jij soms last van
?
3 Mijn broer heeft geregeld infecties van de huid. Mijn broer heeft geregeld
van de huid.
4 Zorg jij voor voldoende balans tussen werk en ontspanning?
Datum:
e Lees de tekst.
tussen werk en ontspanning?
IN
Zorg jij voor voldoende
VA
Š
Research wees uit dat er een verband is tussen tandplak en hart- en vaatziekten. Het onderzoek toonde aan dat de bacteriÍn in tandaanslag ook verkalking van slagaders veroorzaken. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de kans op een aandoening van hart- en bloedvaten fors stijgt als je tandvlees ontstoken is. Die diverse onderzoeken spreken zelfs van een toename van 20 procent! Ben je jonger dan 65 jaar en heb je een chronische ontsteking, dan is die kans zelfs 44 procent. Cardiologen pleiten ervoor dat mensen met zo’n slepende ontsteking zich door een tandarts laten behandelen. Een slechte tandverzorging is rampzalig voor hart en aders, zeggen de hartspecialisten. Mensen moeten zich dringend bewust worden dat de gevolgen nefast voor hun gezondheid zijn.
Nummer:
Een onvoldoende verzorgd gebit is niet zo mooi, maar ook niet gezond. Er is een link tussen een slecht verzorgd gebit en ziekten van hart en bloedvaten. Dat verband tussen ernstige tandproblemen en problemen van hart en aders is door verschillende onderzoekers bevestigd.
Klas:
N
Slecht verzorgd gebit? Gevaarlijker dan je denkt!
Naam:
Tweemaal per dag goed poetsen en tanden en tandvlees regelmatig door een tandarts laten nakijken, kan veel problemen voorkomen. Naar: mens-en-gezondheid.infonu.nl
OEFENEN MAAR!
117
f
Schrijf de verklaring van de grijs gemarkeerde woorden op. Je vindt de verklaring van elk woord in de tekst. Bij het eerste woord is de verklaring in de tekst al blauw gemarkeerd. Bij de volgende woorden markeer jij zelf de verklaring met blauw.
1 Er is een link tussen ontstoken tandvlees en bepaalde ziekten. Er is een
tussen ontstoken tandvlees en bepaalde ziekten.
2 Dankzij heel wat research zijn nu al heel veel ziekten te behandelen. Dankzij heel wat
zijn nu al heel veel ziekten te behandelen.
Naam:
3 Heb jij last van tandplak? Heb jij last van
?
IN
4 Diverse onderzoeken wijzen in dezelfde richting.
onderzoeken wijzen in dezelfde richting.
5 Mijn oma heeft een chronische ontsteking van het tandvlees.
ontsteking van het tandvlees.
N
Mijn oma heeft een 6 Mijn buurman is cardioloog.
.
VA
Mijn buurman is
7 De gevolgen voor de gezondheid zijn nefast. De gevolgen voor de gezondheid zijn Klas:
3
Het meervoud van zelfstandige naamwoorden
.
Les 5 Spetters spetteren
Š
a Zet de meervoudsvormen in de juiste kolom.
keukens - bloemen - tafels - kaarten - dieren - dokters - artsen – verplegers Nummer:
+ -en
Datum: 118
THEMA 3 | Alles proper?
+ -s
b Geef het meervoud. Voeg -en toe. Schrijf wat je hoort. enkelvoud
meervoud
1
één hond
twee
2
één baard
twee
3
één koek
twee
4
één buik
twee
één sleutel
twee
2
één jongen
twee
3
één luier
twee
4
één deken
twee
5
één vuilaard
6
één vakantie
7
één bureau
twee
8
één jockey
twee
9
één dictee
twee
N
1
twee
twee
11 één meisje
twee
12 één douche
twee
©
10 één café
Klas:
VA
twee
Nummer:
meervoud
IN
enkelvoud
Datum:
c Geef het meervoud. Voeg -s toe.
d Geef het meervoud. Voeg -en toe. Doe zoals: Alle vette kippen stoppen bussen. meervoud
1
één rat
twee
2
één spin
twee
3
één web
twee
4
één zwaardvis
twee
Naam:
enkelvoud
OEFENEN MAAR!
119
e Geef het meervoud. Voeg -en toe. Doe zoals: Apen zweven over muren. enkelvoud
meervoud
1
één haar
twee
2
één muur
twee
3
één boon
twee
4
één raam
twee
enkelvoud
meervoud
één neus
twee
2
één vlies
twee
3
één muis
twee
4
één luis
N
1
twee
enkelvoud
Nummer:
1
één dief
twee
2
één kloof
twee
3
één graf
twee
4
één bosduif
twee
©
Klas:
VA
g Geef het meervoud. Voeg -en toe. De f wordt een v.
Datum: 120
IN
Naam:
f Geef het meervoud. Voeg -en toe. De s wordt een z.
meervoud
h Geef het meervoud. Voeg -eren toe. enkelvoud
meervoud
1
één rund
twee
2
één ei
twee
3
één kind
twee
THEMA 3 | Alles proper?
i Geef het meervoud. Voeg -‘s toe. Het zelfstandig naamwoord eindigt op een klank die met één klinker a, i, o, u of y geschreven is.
één opa
twee
2
één taxi
twee
3
één alinea
twee
4
één piano
twee
5
één radio
twee
6
één menu
twee
7
één lolly
twee
j Zet de onderstreepte woorden in het meervoud.
Schoonmaakproduct,
N
Bizarre huishoudtip geurflesje en herstelling
VA
zijn vaak duur. Misschien
Nummer:
1
Datum:
meervoud
IN
enkelvoud
kennen je oma handige
middel? Hier vind je alvast
Deodorantvlek kun je met citroensap inwrijven en een half uur laten trekken. Was vervolgens op de heetste stand.
©
1
Klas:
enkele goedkope truc.
Te strakke lederen schoen worden breder door er nat papier van kranten in te stoppen. Na een nacht zullen ze heel wat losser zitten.
3
Wanneer je koffiefilter op zijn, kun je een of twee stuk huishoudrol gebruiken.
4
Muffe geur voorkom je door in elke kamer een halve citroen te leggen.
5
Hangplant bevochtig je met ijsblokje. Zo voorkom je waterplek.
Naam:
2
OEFENEN MAAR!
121
Hou mot uit de kast door trui en T-shirt met krantenpapier te bedekken. Deze insect verdragen de geur van inkt niet.
7
Met vochtige doekje maak je de bil van baby schoon. Daarmee kun je ook een toetsenbord of knoppen van radio en afstandsbediening poetsen. Die zijn goedkoper dan speciale poetsdoek.
8
Hardnekkig vuil in toilet verdwijnt als je er ’s nachts reinigingstablet voor valse gebit in legt en laat weken. De volgende ochtend verwijder je ze makkelijk door te schrobben en door te spoelen. Ook vaas en thermoskan hou je daarmee proper.
9
Bewaar ui in oude panty om ze vers en droog te houden.
VA
N
IN
Naam:
6
10 Zout is een ideaal middeltje om je tand te bleken.
Nummer:
Š
Klas:
11 Dames die graag lipstick op hun lip doen, zullen wel al plekken op bloes of op hemden achtergelaten hebben. Met shampoo voor de haar kun je die vervelende smurrie verwijderen.
Datum: 122
THEMA 3 | Alles proper?
2
3
4
5
6
Nummer:
11
12
Klas:
9
VA
8
10
Naam:
©
7
N
IN
1
Datum:
k Geef het meervoud.
OEFENEN MAAR!
123
l Zet in het meervoud. 1 De
en de
staan in de weide.
2 Mijn opa heeft een hele verzameling oude
.
3 Al die
zijn vervelend. Straks prikt er één in mijn
slapen in hun
VA
5 Daar liggen de Klas:
Nummer:
©
6 In dat kantoor staan veel
.
N
4 De
van twee dure
,
.
en
.
7 Zou jij graag twee
en twee
Datum: 124
!
IN
Naam:
THEMA 3 | Alles proper?
in jouw huis hebben?
IN N VA
©
THEMA 4 Bizarre natuur
LES 1
Rare wezens - kijken en luisteren
LES 2
De natuur in haar meest bizarre vormen -
O V U R
informatie verzamelen, een presentatie maken, spreken
LES 3
Help … Wat nu? - opzoeken in het woordenboek, woorden met verschillende
LES 4
Superslimme natuur - het onderwerp van een tekst, hoofdgedachte en hoofdpunten
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
Wat zit de natuur raar in elkaar! - de W-vragen, informatie opzoeken
KEUZELES 2
RariFeiten - kijken en luisteren, spreken: je eigen mening geven
KEUZELES 3
Ontwerp een verzonnen dier! - schrijven
verklaringen
OEFENEN
MAAR!
ZELFTOETS
LES 1 | Rare wezens
125
Les 1
Rare wezens Je kunt de kijk- en luisterafspraken naleven. Je kunt het luisterdoel bepalen. Je kunt informatie uit een luisterfragment halen.
a Bekijk de foto’s van een aantal bizarre dieren. b Wat vind je raar aan deze dieren? 2 de roodlippige vleermuisvis
TEKST
TEKST
5 de duivelsvis
6 de glaskikker
VA
4 het zeevarken
TEKST
N
TEKST
3 de condor
IN
1 de neusaap
TEKST
©
7 het vogelbekdier
TEKST 8 de dumbo octopus
TEKST 9 de neushoornvogel
TEKST
126
10 het angorakonijn
TEKST
THEMA 4 | Bizarre natuur
TEKST
c Rarara, wie ben ik …? Noteer de naam van het dier onder de uitleg. Kijk naar de foto’s van oefening b.
Schrijf de naam van het dier correct over.
tips
1 Mij vind je hoog in de bomen terug. Ik heb prachtige kleuren. Mijn snavel is scherp en bestaat uit verschillende kleuren. Ik ben de
.
2 Ik leef in het water, op grote diepte. Mijn vlijmscherpe tanden verscheuren mijn prooi vliegensvlug. Ik ben de
.
3 Ik heb een heel dikke vacht. Die beschermt mij goed tegen de koude. Toch is dat niet mijn opvallendste lichaamsdeel. Met mijn meest opmerkelijke lichaamsdeel kan ik mijn vijanden al van ver ruiken! .
IN
Ik ben de
4 Net als mijn naamgenoot op het land, ben ik roze. Met mijn vele pootjes en voelsprieten tast ik de zeebodem af. Ik ben altijd op zoek naar voedsel. Ik ben het
.
dankzij:
Ik ben de
VA
N
5 Ik klim heel graag in bomen. Daar voel ik me veilig. door de hulp van Door mijn kleur ben ik moeilijk te vinden. Ik val nooit naar beneden dankzij de zuignapjes aan mijn pootjes. .
d Je hoort vijf teksten. Plaats het nummer van de tekst bij de juiste foto van oefening b.
©
1 Wat is het luisterdoel? Je luistert om: informatie te krijgen. instructies te krijgen. een mening te vormen.
2 Hoe moet je luisteren? Ik let enkel op de hoofdzaken. Ik let zowel op de hoofdzaken als op de details. Ik let enkel op de details. 3 Zijn deze teksten fictie of non-fictie? 1 2 3
Bekijk de foto’s nogmaals. Zo weet je goed waarop je tijdens het luisteren moet letten. Concentreer je tijdens het luisteren. Laat je door niets of niemand afleiden. Kijk en luister aandachtig.
LES 1 | Rare wezens
127
eigenlijk:
e Beluister de teksten opnieuw. Beantwoord ondertussen deze vragen. Noteer de antwoorden in een volledige zin.
in feite, in werkelijkheid
1 Wat is er zo uitzonderlijk aan de glaskikker? De glaskikker is speciaal, want .
2 Waarvoor wordt de wol van het angorakonijn gebruikt? De wol wordt gebruikt om 3 Waar leeft het vogelbekdier? Het vogelbekdier leeft 4 Waarom is de roodlippige vleermuisvis eigenlijk geen vis zoals de andere?
IN
Deze vis kan 5 Op welke prooi jaagt de condor? De condor jaagt
.
N
f Evalueer jezelf. Noteer jouw antwoord telkens in een volledige zin. /10
VA
1 Hoeveel antwoorden had je juist?
evaluatie
2 Wat liep goed? Waarom?
3 Wat verliep moeilijk? Waarom?
Š
4 Wat wil je een volgende keer anders aanpakken?
doen
128
aanpakken:
THEMA 4 | Bizarre natuur
Les 2
De natuur in haar meest bizarre vormen
Je kunt informatie verzamelen. Je kunt goede zinnen bouwen, waarbij je let op het gebruik van hoofdletters en leestekens. Je hebt aandacht voor de correcte spelling van woorden. Je kunt informatie met de klas uitwisselen. Je leeft de spreekafspraken na. Je kunt je eigen mening geven.
Informatie selecteren en verzamelen
IN
2.1
a Je leraar geeft jou een blad met daarop een bizar natuurverschijnsel of een bizar dier. b Lees de tekst aandachtig. 1
©
O V U R
VA
N
O V VOOR U R In deze les ga jij zelf een ‘bizar’ natuurverschijnsel of dier voorstellen. Dat doe je aan de hand van een presentatie (PowerPoint, Prezi, Impress, Keynote …). In vijf slides stel jij jouw ‘bizarre natuur’ voor. - Maakte je al eens een presentatie? - Wanneer was dat? - Over welk onderwerp moest je een presentatie maken?
2 Natuurverschijnsel / dier
4
3
LES 2 | De natuur in haar meest bizarre vormen
129
c Markeer de antwoorden op deze vragen in de tekst.
Bizar natuurverschijnsel 1 Welk soort natuurverschijnsel is het? (een rots, een boom, een weerverschijnsel …) 2 Waar komt het voor? (land of werelddeel) 3 Wat is er zo speciaal aan? (Hoe ziet het eruit?) 4 Hoe ontstaat het of hoe is het ontstaan?
Bizar dier 1 Welk dier is het? (een zoogdier, een insect, een reptiel, een amfibie, een vogel …) 2 Waar leeft het? (in het water, op het land, in de bomen, naam van een land/ werelddeel) 3 Hoe ziet het dier eruit? (uiterlijk) 4 Wat is er speciaal aan zijn manier van leven?
IN
d Noteer in het midden van de woordspin jouw natuurverschijnsel of dier. e Noteer de gemarkeerde informatie zo kort mogelijk in de woordspin.
Plaats de gevraagde informatie op de slides. Werk met sleutelwoorden en niet met zinnen. Let op de spelling. Gebruik een woordenboek als je twijfelt. Zorg voor een groot en duidelijk lettertype (Verdana 18 pt).
©
1 2 3 4
VA
O V TIJDENS U R g Stel de presentatie op. Gebruik hiervoor vijf slides.
N
f Ga op zoek naar twee foto’s over jouw bizar natuurverschijnsel of dier.
Bizar natuurverschijnsel
130
tips
Bizar dier
dia 1
Naam en foto van jouw bizar natuurverschijnsel
Naam en foto van jouw bizar dier
dia 2
Welk natuurverschijnsel is het?
Welk dier is het?
dia 3
Waar komt het voor?
Waar leeft het?
dia 4
Wat is er zo speciaal aan? (drie kenmerken) + invoegen tweede foto
Hoe ziet het dier eruit? (drie kenmerken) + invoegen tweede foto
dia 5
Hoe ontstaat het of is het ontstaan?
Wat is er speciaal aan zijn manier van leven?
THEMA 4 | Bizarre natuur
h Maak de presentatie. O V NA U R i Vraag aan een andere leerling om jouw werk te controleren. Markeer wat past.
evaluatie De gevraagde informatie staat in de presentatie.
ja
nee
2
Je werkte met sleutelwoorden.
ja
nee
3
Je lette op de spelling van woorden.
ja
nee
4
Je zorgde voor een duidelijk lettertype (Verdana 18 pt).
ja
nee
5
Je hebt vijf slides.
ja
nee
j Pas de presentatie, indien nodig, aan.
Presenteren: mijn bizarre natuurverschijnsel / dier
N
2.2
IN
1
a Lees de presentatie en het schrijfplan een paar keer goed door. b Houd rekening met deze tips.
Š
O V U R
VA
O V VOOR U R In een vorige les maakte je een presentatie over een bizar natuurverschijnsel of dier. In deze les zul je het dier of natuurverschijnsel aan de medeleerlingen voorstellen. Daarbij houd je rekening met een aantal spreektips.
1 2 3 4 5 6
Spreek luid en duidelijk tijdens de presentatie. Houd je tijdens het spreken, aan het schrijfplan. Spreek vlot, zonder haperingen. Gebruik standaardtaal. Durf de klas tijdens het spreken aan te kijken. Gebruik je spreekbriefje enkel wanneer je niet meer verder kunt. Verzorg jouw houding voor de klas.
tips
c Oefen de spreekbeurt in, tot je de presentatie op een vlotte manier kunt geven.
LES 2 | De natuur in haar meest bizarre vormen
131
O V TIJDENS U R Je brengt de presentatie voor de klas. Houd rekening met de spreektips van oefening b. O V NA U R Hoe verliep de presentatie? Beoordeel jezelf. Geef jezelf een score door vakjes in te kleuren van 1 tot 5. (1: het is helemaal niet zo; 5: het is heel zeker zo)
evaluatie
1 Algemeen
2 Voorbereiding van de oefening
1
2
3
IN
Ik vond dit een leuke opdracht.
Ik heb de spreekbeurt heel goed ingeoefend.
4
5
1
2
3
4
5
Ik sprak luid en duidelijk.
1
2
3
4
5
Ik hield me aan het schrijfplan.
1
2
3
4
5
Ik sprak vlot, zonder haperingen. Ik gebruikte standaardtaal.
1
2
3
4
5
Ik durfde de klas tijdens het spreken aan te kijken.
1
2
3
4
5
Ik gebruikte slechts af en toe het spreekbriefje.
1
2
3
4
5
Ik verzorgde mijn houding voor de klas.
1
2
3
4
5
Š
VA
N
3 Uitvoering van de oefening
4 Tips voor een volgende spreekoefening Waaraan wil jij de volgende keer extra aandacht besteden? Zet een kruisje. de spreekbeurt beter en meer inoefenen luider en duidelijker spreken standaardtaal gebruiken het publiek aankijken minder mijn spreekbriefje gebruiken een betere houding voor de klas
132
andere:
THEMA 4 | Bizarre natuur
Les 3
Help … Wat nu? Je kunt trefwoorden in het woordenboek opzoeken. Je kunt woorden met verschillende betekenissen opzoeken. Je weet vanuit de context welke betekenis bij een trefwoord hoort.
a Lees de tekst aandachtig.
Naar: www.wikipedia.org
N
IN
De beroemde Niagarawatervallen De Niagarawatervallen liggen op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada. Het verval van de watervallen is niet groot. Het zijn de breedte en de hoeveelheid water die de Niagarawatervallen passeert, die ze tot een spektakel maken. De watervallen zijn aan boord van toeristenboten van dichtbij te bekijken. Dankzij de watervallen wordt er elektriciteit opgewekt. De hoeveelheid water die naar beneden stort, is nauwkeurig geregeld. Stroomafwaarts is te zien met welke kracht het gevallen water de rotsen aan de voet van de watervallen uitholde. Door de erosie zijn daar nauwe sleuven van meters diep in de rotsen te vinden.
b
VA
- Staat de betekenis van de onderstreepte woorden in de tekst uitgelegd? - Kun je de betekenis van de woorden via de context achterhalen?
JA / NEE JA / NEE
Zoek het woord ‘spektakel’ in het woordenboek op. - Hoe staan de woorden in het woordenboek gerangschikt? - Welke woorden staan bovenaan op elke bladzijde? - Hoe noem je de woorden die in het woordenboek uitgelegd worden? - Welke betekenis vind je bij ‘spektakel’?
©
In een woordenboek staan alle woorden alfabetisch gerangschikt. Het begin- en het eindwoord bovenaan op de bladzijde helpen je om een woord gemakkelijker te vinden. Een woord dat in een woordenboek uitgelegd wordt, is een trefwoord.
besluit
c Zoek de betekenis van de andere onderstreepte woorden op. - uithollen: - erosie: - sleuf:
LES 3 | Help … Wat nu?
133
d Zoek de onderstreepte woorden op. Een bij kan via een eigen methode nectar oppeuzelen. Ze heeft een speciale, buisvormige tong om de nectar op te zuigen. Het grootste deel van de oogst wordt automatisch tijdens de terugvlucht naar het nest bewerkt. In de bijenkast wordt de nectar doorgegeven aan de werkbijen. Deze dieren bewijzen daarmee dat ze ‘bezige bijtjes’ zijn. De imker moet dus enkel regelmatig de honing uit de bijenkast halen.
methode:
1 nectar:
werkwijze, manier, aanpak
2 oppeuzelen: 3 oogst:
bewijzen:
4 imker:
IN
e Lees deze zin uit oefening a opnieuw: ‘Het verval van de watervallen is niet zo groot.’ Zoek de betekenis van het gemarkeerde woord ‘verval’ op. - Wat valt op? - Noteer beide verklaringen.
N
1
aantonen, laten zien
2
VA
- Welke verklaring van ‘verval’ past in de zin? Markeer.
Een woord kan verschillende betekenissen hebben. Denk goed na over welke betekenis in de context past!
besluit
©
f Lees de zinnen en bekijk de vetgedrukte woorden. Welke betekenis van het vetgedrukte woord past in de zin? Kleur het juiste bolletje. 1 De zeehonden rusten op de bank uit. zitmeubel voor meer dan één persoon plaats waar de zee ondiep is 2 Sardienen zitten soms met miljoenen in een school, zodat roofdieren hen niet kunnen opeten. inrichting waar onderwijs gegeven wordt groep vissen van dezelfde soort 3 Nadat de leeuwen de prooi opgegeten hebben, spinnen ze van tevredenheid. draden maken een brommend geluid maken 4 In kleine groepjes gaan de leeuwinnen op jacht. het jagen op wild een snelle boot, vaartuig
134
THEMA 4 | Bizarre natuur
g Welke betekenis past bij de vetgedrukte woorden? Zoek de woorden in je woordenboek op en noteer de passende uitleg. 1 Met een bot mes kun je geen oester openen. 2 Dankzij zijn camouflage is een octopus niet van een zeeslang te onderscheiden. 3 Wanneer krabben zich bedreigd voelen, vluchten ze onder het zand. 4 De leeuwen aan de buitenkant drijven hun prooi naar de jagers in het midden.
IN
h Lees de verklaring van het woord ‘vals’ in het woordenboekfragment.
VA
N
vals 1 niet oprecht; onbetrouwbaar 2 niet zoals het moet zijn een valse start (a) (sport) te vroege en daardoor ongeldige start; (b) (algemeen) slecht begin 3 nagemaakt: vals geld; een vals gebit: kunstgebit 4 ongegrond: vals alarm 5 boos, boosaardig: iem. vals aankijken Naar: www.vandale.be
Noteer bij elke situatie het nummer van de passende betekenis. - Het brandalarm ging op school af, maar het brandde nergens. (betekenis nr.
)
- De wielrenner werd uit de wedstrijd gezet, omdat hij voor het startsein vertrok. )
©
(betekenis nr.
- Mijn oma heeft al haar tanden door de tandarts moeten laten trekken. Ze heeft nu een kunstgebit. (betekenis nr.
)
- Ik speel het spel nooit zoals het moet; ik ben altijd oneerlijk. (betekenis nr.
)
- Toen ik met een briefje van 50 euro wilde betalen, bleek het niet geldig te zijn. (betekenis nr.
)
- Tijdens de les vertelde ik de leraar dat ik mijn huistaak thuis vergeten had. In werkelijkheid had ik ze gewoon niet gemaakt. (betekenis nr.
)
LES 3 | Help … Wat nu?
135
Les 4
Superslimme natuur Je kunt het onderwerp en de hoofdgedachte uit een tekst halen. Je kunt informatie uit een tekst halen. Je kunt de hoofdpunten uit een tekst halen.
a b
Lees beide teksten. Waarover gaat elke tekst? Zet een kruisje bij het juiste onderwerp. De titel helpt je op weg.
N
VA
Veilige nesten
IN
Tekst 1
Š
Bevers maken werk van hun nesten en holen. Dat is noodzakelijk voor de veiligheid. Ze wonen er met hun hele familie in, dus moet hun nest perfect beschermd zijn. Eerst leggen ze een enorme dam in een riviertje aan. Die bouwen ze van hout, takken, stenen en modder. De dam houdt het water tegen, zodat de rivier stroomopwaarts hoger komt te staan. Zo ontstaat er een klein meer. Aan de oevers bouwen ze vervolgens een overdekte woning. De muren zijn zo dik dat je er niet doorheen kunt komen.
noodzakelijk: Naar: Jan Paul Schutten, Superslimme dieren
Het onderwerp van deze tekst is: Bevernesten zijn van takken, stenen en modder gemaakt. Bevers bouwen dammen. Bevers bouwen veilige nesten. Bevernesten bouwen, vraagt enorm veel werk.
136
THEMA 4 | Bizarre natuur
nodig, onmisbaar
Tekst 2
Termietenwoning met airco
Naar: Jan Paul Schutten, Superslimme dieren
IN
Termieten bouwen een slim ventilatiesysteem. Deze kleine diertjes leven onder de grond, omdat de temperatuur daar minder verandert. Maar onder de grond heb je minder frisse lucht dan erboven. Bovendien leven er soms wel vijf miljoen beestjes in zo’n nest, en die hebben allemaal zuurstof nodig. Boven het nest torent een enorme toren uit, waardoor de lucht in en uit kan. Verder zorgen ze dat er dankzij kleine gaatjes lucht door het plafond van het ondergrondse deel kan stromen.
N
Het onderwerp van deze tekst is: Termieten leven onder de grond. Termieten leven in een enorme toren. Termieten leven met wel 5 miljoen in één nest. Termieten bouwen een goed verluchte woning.
besluit
VA
Elke tekst heeft een onderwerp. Het onderwerp is het korte antwoord op de vraag: waarover gaat de tekst? De titel geeft meestal het onderwerp aan.
©
c Lees deze tekst. Beantwoord daarna de vragen.
Amazoneregenwoud
Het Amazoneregenwoud is het grootste regenwoud ter wereld. Het ligt verspreid over negen landen in Zuid-Amerika. Het is zeven miljoen vierkante kilometer groot! Dat is bijna twee keer zo groot als heel Europa!
Klimaat In het regenwoud is het altijd warm en ook altijd vochtig. Dat is perfect voor veel tropische bomen, planten en dieren. In het oerwoud leven tienduizenden verschillende soorten dieren. Het is er gemiddeld 29 graden en het is er nooit kouder dan 18 graden! In een jaar valt er ongeveer 16 meter regen!
LES 3 | Help … Wat nu?
137
De Amazone Dwars door dat gigantische regenwoud, stroomt de Amazonerivier. Die rivier is enorm! Ze heeft wel 1100 bijrivieren. De rivier is ongeveer 6500 kilometer lang. Ze ontspringt in het Zuid-Amerikaanse Peru en mondt uit in de Atlantische Oceaan.
Steeds minder bomen De bomen in de Amazone zijn ontzettend sterk. En daar kun je dus goede meubelen van maken. Daarom worden nog altijd heel veel bomen in het regenwoud gekapt. Aangezien de bomen verdwijnen, worden dus ook heel wat dieren met uitsterven bedreigd. Sommige zijn zelfs al uitgestorven. Meer dan 25 % van de zeldzame bomen in het woud is al verdwenen. Zonde!
IN
Gelukkig zijn er nog organisaties die het Amazonewoud willen beschermen. Dat is belangrijk, want dit mooie regenwoud moet blijven bestaan. Naar: www.natgeojunior.nl
N
1 Wat is de titel? 2 Markeer de tussentitels met blauw.
4 5
VA
3 Wat is het onderwerp van de tekst?
Lees de delen met een tussentitel opnieuw. Wat vertelt de schrijver over het onderwerp bij elke tussentitel? Dat is de hoofdgedachte. Markeer. De tussentitel helpt je om de hoofdgedachte te vinden!
6 Noteer de hoofdgedachte bij elke tussentitel.
Š
Tekstdeel 1: Tekstdeel 2: Tekstdeel 3:
besluit
Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte. Die informatie heeft altijd met het onderwerp te maken. De tussentitel geeft informatie over de hoofdgedachte in het tekstdeel eronder.
138
THEMA 4 | Bizarre natuur
d
Lees de tekst over het Amazoneregenwoud opnieuw. Waar of niet waar? Verbeter de zinnen als het nodig is. Schrijf een volledige zin.
1 De Amazonerivier mondt uit in de Indische Oceaan. WAAR / NIET WAAR: 2 De enorme Amazonerivier heeft wel 6500 bijrivieren. WAAR / NIET WAAR: 3 Het regenwoud is meer dan twee keer zo groot als heel Europa.
IN
WAAR / NIET WAAR:
4 De temperatuur in het Amazoneregenwoud schommelt tussen 18 en 29 °C. WAAR / NIET WAAR: WAAR / NIET WAAR:
VA
N
5 Omdat er bomen gekapt worden, moeten de wilde dieren een andere woonplaats zoeken.
6 In het regenwoud worden bomen gekapt om er goede meubelen van te maken. WAAR / NIET WAAR:
Š
e Maak de opdrachten bij deze tekst. - Bekijk de tekst. Lees de titel en de tussentitels. Bekijk de afbeelding. 1 Wat is het onderwerp van deze tekst?
2 Wat is de hoofdgedachte van het eerste deel? 3 Wat is de hoofdgedachte van het tweede deel? 4 Hoe kon je de hoofdgedachte zo snel vinden? 5 Welke tekst is dit? 6 Wat is de bron van de tekst?
LES 4 | Superslimme natuur
139
7 Wat is het tekstdoel? De tekst wil je: over iets informeren. van iets overtuigen. ontspannen. ontroeren.
- Lees de tekst.
De bloedspuitende padhagedis
N
IN
Originele verdedigingsmiddelen In de woestijnen van de zuidelijke Verenigde Staten en Mexico leeft dit dier. Het is een van de meest bizarre dieren. De bloedspuitende padhagedis ziet eruit als een minidraak. Om zich tegen roofdieren te verdedigen, heeft hij afschrikwekkende stekels. Als zijn stekels hem niet helpen, heeft hij nog een ander verdedigingsmiddel: bloed spuiten. Hij verhoogt de bloeddruk in zijn oogholtes. Als de druk te hoog wordt, komt het bloed in de ogen met een enorme kracht tevoorschijn. De bloedstraal is zo sterk dat ze wel een meter ver kan sproeien. Zijn aanvallers zijn dan dikwijls zo geschokt dat ze snel het hazenpad kiezen.
Gevaarlijk voor zijn vijanden
VA
De bloedspuitende padhagedis vormt een lekker, maar gevaarlijk hapje voor roofvogels, slangen of coyotes. Het eten van deze koudbloedige woestijnbewoner kan het roofdier duur komen te staan. Wanneer de roofvogels of slangen de hagedis willen opeten, kunnen ze ook sterven. De scherpe stekels op zijn kop en de rest van het lichaam kunnen bij het opeten voor dodelijke schade aan de organen zorgen. Het diertje, dat maar zo’n 25 centimeter lang is, is dus niet te onderschatten.
Š
Naar: www.stoerejongenzzz.nl
- Markeer in het eerste deel van de tekst wat er over de hoofdgedachte gezegd wordt (= de hoofdpunten). Noteer jouw antwoord hieronder.
en
- Wat zijn de hoofdpunten in het tweede deel van de tekst? Duid de twee passende antwoorden aan.
140
De padhagedis heeft scherpe stekels op zijn kop en zijn lichaam. Roofvogels, slangen en coyotes eten soms de padhagedis op. De koudbloedige woestijnbewoner spuit bloed. Met zijn stekels kan de padhagedis de organen van zijn vijanden dodelijk beschadigen.
THEMA 4 | Bizarre natuur
Les 5
Spel- en woordweb Je kunt de woorden van dit spelweb correct schrijven. Je begrijpt de woorden uit het woordweb.
5.1
Spelweb
a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over. 7 vacht
2 belevenis
8 prooi
3 vlucht
9 prachtig
IN
1 materiaal
4 verkoudheid
10 uitzonderlijk
5 activiteit
11 kracht
12 organisatie
N
6 nauwkeurig c Duid de moeilijkheden in het woord aan.
1 ctiviteit 2 krcht
VA
d In deze woorden ontbreekt telkens dezelfde letter. Schrijf de woorden correct op.
4 mteril 5 vcht
3 orgnistie
6 nuwkeurig
Š
e Vul de zinnen aan. Noteer het woord na de zin. 1 Vorige week had mijn broer een
.
Die heb ik nu van hem gekregen. 2 Toen we vorig jaar met de klas twee dagen naar de zee trokken, was dat een heuse 3 De dief sloeg op de 4 Deze winter is het 5 De zonsondergang was 6 De leeuwen aten hun
.
voor de politie. koud weer. om naar te kijken. snel op, voor de hyena’s kwamen.
LES 5 | Spel- en woordweb
141
5.2
Woordweb
a Lees de eerste reeks woorden. Lees ook de zin waarin het woord staat. Reeks 1 ervaring
Welke nare ervaring maakte jij al mee?
2
sorteren
Je moet het afval goed sorteren, voor je het in de vuilnisbak gooit.
3
toelichten
Kun jij het probleem wat beter toelichten?
4
verklaring
Ik zoek een verklaring voor mijn aanhoudende verkoudheid.
5
menen
Ik meen mij te herinneren dat we hier al eens geweest zijn.
6
wellicht
Je hoorde wellicht al eens over huisstofmijt.
b Combineer elke zin met de juiste uitleg.
IN
1
De dokters menen te weten waarom ik zo veel last van acné heb.
a
uitleg
2
De Chiroleider zei dat ik wellicht een tekenbeet in mijn arm had.
b
met een voorbeeld verklaren
3
Toen mijn zus een vakantiejob zocht, vroeg het interimkantoor naar haar ervaring.
c
soort per soort leggen
4
Hebben jullie een verklaring voor haar bizarre gedrag?
d
wat je zelf deed of meemaakte
5
Kun jij die spellingregel met een aantal voorbeelden toelichten?
e
denken, geloven
6
Papa sorteert de was voor hij die in de wasmachine stopt. Rood en wit mogen niet tegelijkertijd in de wasmachine.
f
misschien, mogelijk
©
VA
N
1
1
2
3
4
5
6
c Lees de tweede reeks woorden en zinnen. Reeks 2
142
1
aanpakken
Weet je al hoe we die luisteroefening de volgende keer beter kunnen aanpakken?
2
bewijzen
Bevers bewijzen met de bouw van hun nest dat ze slimme dieren zijn.
3
dankzij
Dankzij zijn groene kleur valt de vogel niet op in de bomen.
4
eigenlijk
De roodlippige vleermuisvis is eigenlijk een speciale vis, want hij kan niet goed zwemmen.
THEMA 4 | Bizarre natuur
›
De luipaard heeft een goede methode om zijn prooi te vangen.
5
methode
6
noodzakelijk Wanneer je de Mount Everest wilt beklimmen, is het noodzakelijk om zuurstofflessen mee te nemen.
d Noteer het juiste woord uit reeks 2. 1 een vaste manier van werken om een doel te bereiken 2 door de hulp van, met medewerking van 3 wat nodig is 4 in werkelijkheid, in feite 5 een manier van doen 6 laten zien
IN
e Vul de zinnen met het juiste woord aan. Noteer het woord achter de zinnen. Kies uit:
aanpakken - bewijzen - dankzij - eigenlijk - ervaring - menen - methode noodzakelijk - sorteren - toelichten - verklaring - wellicht
N
1 De leraars te weten waarom ik zo veel moeite met spelling heb. Ik heb waarschijnlijk dyslexie.
3 Kun jij
.
VA
2 Ik ga deze spreekoefening de volgende keer anders Ik moet mijn taal veel beter verzorgen! waarom eik steviger hout is dan beuk?
4 De dierenarts had totaal geen met slangen. Hij verzorgde enkel zieke honden en katten. 5 Ik heb geen voor mijn zwakke punten voor wiskunde. Ik had nochtans heel veel voor de toets gestudeerd.
Š
6 Het is om voldoende water mee te nemen wanneer je in de bergen gaat wandelen. 7 Je moet het huishoudelijke afval goed . Plastic hoort thuis bij pmd, het botervlootje gooi je bij het huishoudelijke afval. 8 Eenden zijn goede zwemmers 9 Op een toets moet je 10 Na haar ongeval zal ze moeten blijven.
hun poten met zwemvliezen.
dat je de leerstof kent. enkele weken in het ziekenhuis
11 Weet jij waarom bruine beren zo verzot zijn op zalm? De zalm bevat veel voedingsstoffen die de beer sterker maken. 12 In de les gebruiken we een vaste spreekopdracht te maken.
om een luister- of
LES 5 | Spel- en woordweb
143
keuzegedeelte Keuzeles 1
Wat zit de natuur raar in elkaar!
Je kunt vragen over een tekst beantwoorden (W-vragen). Je kunt gericht informatie uit een tekst halen. Je kunt ontbrekende informatie opzoeken. Lees de drie teksten. Haal er telkens de W-vragen uit. Markeer de gevraagde informatie eerst in de tekst. (Wie? of Waarover?: oranje; Wat?: groen; Waar?: blauw; Wanneer?: roze)
IN
a
VA
N
Tekst 1
©
In december dook de Britse miljardair Richard Branson in een speciaal uitgeruste duikboot met een team van wetenschappers naar de bodem van het ‘Great Blue Hole’, het grootste zinkgat ter wereld. Het ‘Great Blue Hole’ ligt voor de kust van Belize in de Caraïbische Zee en is 124 meter diep en 318 meter breed. Het team van Branson kon prachtige beelden vastleggen vanop de bodem. Daardoor krijgen we een uiterst gedetailleerd beeld van de omvang van het zinkgat.
Naar: www.hln.be
Over wie gaat het? Wat is er gebeurd? Waar vond het plaats? Wanneer gebeurde het?
144
THEMA 4 | Bizarre natuur
IN
Tekst 2
Naar: www.wikipedia.org
Over wie gaat het?
VA
Wat is er gebeurd?
N
Begin augustus 2014 begon een IJslandse vulkaan lava te spuwen. Vijf maanden na het begin van zijn uitbarsting komt er nog altijd lava uit de Bardarbunga. Volgens de NASA bedraagt de lavazee van de vulkaan nu al zo’n 85 vierkante kilometer. Prachtige helikopterbeelden tonen de enorme omvang van het schitterende natuurverschijnsel.
Waar vond het plaats?
Wanneer gebeurde het?
©
Tekst 3
Op het meer Racetrack Playa in Death Valley zijn raadselachtige, lange sporen te zien. Die zijn van ‘kruipende stenen’ die zich langzaam over de zoutvlakte verplaatsen. Wetenschappers konden het verschijnsel lang niet verklaren. Maar in 2014 werd het raadsel eindelijk opgelost. Wanneer het vriest, ontstaat een klein laagje ijs op de stenen. Door de wind schuift dit laagje ijs bij het ontdooien en zo ‘kruipen’ de stenen.
Naar: www.skyscanner.nl
Waarover gaat het? Wat is er gebeurd? Waar vond het plaats? Wanneer gebeurde het?
KEUZELES 1
145
b
Vul de gevraagde informatie onder de tekst aan. Markeer de antwoorden eerst in de tekst. (Wie? of Waarover?: oranje; Wat?: groen; Waar?: blauw; Wanneer?: roze) - Over één vraag staat niets in de tekst. - De vraag waarop je het antwoord moet zoeken, staat gemarkeerd. - Zoek het antwoord op.
Tekst 1
IN
De eerste man die de Mount Everest beklom en levend terugkwam, was de Nieuw-Zeelander Edmund Hillary. De Mount Everest is de hoogste berg ter wereld. Hij is 8 848 meter hoog en ligt in de Himalaya, op de grens van Nepal en Tibet. De beklimming van de Mount Everest is gevaarlijk. Zuurstofflessen zijn tijdens de beklimming noodzakelijk. Naar: www.wikipedia.org
Wie?
N
Wat? Waar?
Tekst 2
VA
Wanneer?
©
De Eisriesenwelt is de grootste ijsgrot van de wereld. Voor je de grot kunt betreden, ligt er nog een stevige klim naar een hoogte van 1 641 meter te wachten. Tot aan het einde van de 19e eeuw wist men niks van het bestaan van deze ijsgrot. De grot is miljoenen jaren geleden ontstaan en is tot op vandaag nog steeds in beweging. Door de verschillen in binnen- en buitentemperatuur smelt het water en bevriest het weer tot indrukwekkende ijssculpturen.
Naar: www.indebergen.nl
Waarover? Wat? Waar? Wanneer?
146
THEMA 4 | Bizarre natuur
c Vul de tabel aan. - Markeer de W-vraag die je niet in de tekst terugvindt. - Zoek het antwoord op en noteer het in de tabel. Tekst 1
Naar: Het Laatste Nieuws
Wat? Waar? Wanneer?
©
Tekst 2
VA
Waarover?
N
IN
Voor de tweede keer in twee maanden tijd heeft er zich een zeldzaam fenomeen voorgedaan in de Amerikaanse staat Arizona. Dikke wolken vullen de brede kloof tot aan de rand van de Grand Canyon. In de kloof zelf zijn geen wolken. Dit natuurfenomeen zie je normaal maar eens om de zoveel jaar. De spectaculaire wolkenvorming is het resultaat van warme lucht boven op de koude lucht.
Ayers Rock of Uluru is sinds 1997 in de werelderfgoedlijst opgenomen. Het is een reusachtige rotsformatie. Het is één van de bekendste toeristische attracties van dit land. De meeste toeristen bezoeken de rots bij zonsopgang of -ondergang. De rots lijkt steeds van kleur te veranderen door de zon. De kleur gaat van geel tot donkerbruin.
Naar: www.wikipedia.org
Waarover? Wat? Waar? Wanneer?
KEUZELES 1
147
Keuzeles 2
RariFeiten
Je kunt van een lees- of luisterfragment genieten. Je kunt het luisterdoel bepalen. Je kunt vragen over een lees- of luistertekst beantwoorden. Je kunt je eigen mening/eigen verhaal geven.
2.1
De wraak van de naaldvissen
Hieronder vind je een ongelooflijk, maar waargebeurd dierenverhaal over naaldvissen. a Lees de tekst.
10
©
15
VA
N
5
Een van de favoriete gerechten van de inwoners van Papoea-Nieuw-Guinea is de naaldvis. Het is een dunne, zilverachtige vis en is zo’n dertig centimeter lang. Hij heeft een scherpe, benige snuit van wel tien centimeter lang. De snuit is zo scherp dat hij aan een naald doet denken. Vandaar dus de naam ‘naaldvis’. In de jaren vijftig van de vorige eeuw begonnen de naaldvissen mensen aan te vallen. Dat was daarvoor nooit eerder gebeurd. De vissen sprongen zomaar uit het water op. Ze boorden zich met hun scherpe naalden in de lichamen van de vissers. In één maand tijd vielen er zeker twintig dodelijke slachtoffers. De inwoners snapten niet wat er gebeurde. Ze wendden zich tot hun geesten om hulp in te roepen. Ze zongen bezweringen, terwijl ze in hun vissersboten zaten te wachten tot de vis beet. Peter Barss, een arts, werkte op dat ogenblik in een ziekenhuis in de buurt. Ook hij begreep niet wat er gebeurde. Hij kon zijn ogen niet geloven toen de dorpelingen hem het lichaam van een dode visser brachten. Een scherp stuk been had zich zomaar in zijn borst geboord. En die visser was jammer genoeg niet het enige slachtoffer. Een paar dagen later al brachten de inwoners een nieuw lijk binnen. Ook die tweede visser was aan de aanval van een naaldvis overleden. Niet alleen de naald, maar ook de vis zat nog in de maag van het slachtoffer. Peter begreep niet wat de vissen bezielde. Hij begon hun gedrag te bestuderen. Hij stelde al snel vast dat ze meestal bij nacht aanvielen. Hij vermoedde dat de vissen werden aangetrokken door het sterke licht dat de
IN
1
20
25
30
148
THEMA 4 | Bizarre natuur
40
45
IN
35
vissers bij het varen gebruikten. Motten worden immers ook door het licht aangetrokken. Misschien hadden de vissen hun slachtoffers dus per ongeluk doodgestoken? Die redenering klopte niet. Al snel bleek dat er ook mensen bij daglicht werden aangevallen. Onder hen bevond zich ook een meisje van slechts drie jaar. Zij raakte verlamd als gevolg van zo’n aanval. Peter Barss moest dus zijn redenering herzien. De naaldvissen gooiden zich met opzet op de mensen die zich in de vissersboot bevonden, dat kon niet anders … Toen werd het Peter duidelijk. Er was al een tijdje sprake van overbevissing in het gebied. De naaldvissen stonden op het punt uit te sterven. Wellicht was dit hun laatste verweer om hun soort voor uitsterven te behoeden? Er kwam uiteindelijk een verbod om nog langer naaldvissen te vangen. De aanvallen van de beesten gingen nog een tijdje door. Toen stopten ze even plots als ze begonnen waren. Sindsdien hebben ze zich nooit meer herhaald …
N
Naar: Guy Didelez en Frank Pollet, RariFeiten – Muizen en Monsters
VA
b Beantwoord de vragen door: - het juiste bolletje in te kleuren, - de zin te vervolledigen. 1 Waar leven de naaldvissen? op Borneo in Papoea-Nieuw-Guinea in het Amazonewoud
©
2 Wat is het beroep van Peter Barss? Hij is een visser. Hij is een wetenschapper. Hij is een arts.
3 Waarom denkt Peter Barss eerst dat de vissen mensen ’s nachts aanvallen? Overdag houden de vissen zich op de bodem van het meer schuil. Ze worden door het felle licht van de vissersboten aangetrokken. De mensen zien de vissen dan niet afkomen. 4 Hoe zien naaldvissen eruit? Geef drie kenmerken. - - - 5 Over hoeveel dodelijke slachtoffers wordt er in de tekst gesproken? ›
KEUZELES 2
149
6 Waarom vielen de naaldvissen de mensen echt aan? c Beantwoord ook deze vragen. - Vind je dit een bizar dierenverhaal? Waarom (niet)? - Ken jij een bizar dierenverhaal? Vertel erover.
2.2
Dieren en klassieke muziek
b Beluister de tekst. Beantwoord daarna de vragen.
IN
a Je luistert naar een tekst over dieren en klassieke muziek. Wat is het luisterdoel? Duid aan. Je luistert om: 1 Lees de vragen vooraf. Zo weet je informatie te krijgen. waarop je tijdens het luisteren moet letten. instructies te krijgen. 2 Laat je door niets of niemand afleiden. een mening te vormen. 3 Luister aandachtig.
N
1 Over welke dieren wordt er in de tekst gesproken? haaien en ratten walvissen en muizen walvissen en ratten
VA
2 Welke nationaliteit hebben de onderzoekers? de Amerikaanse nationaliteit de Russische nationaliteit de Chinese nationaliteit
Š
3 In welke zee zaten de walvissen gevangen? in de Noordzee in de Beringzee in de Golf van Mexico
4 Welke dieren vonden het snelst hun voedsel terug? de ratten die naar muziek van Mozart luisterden de ratten die naar elektronische muziek luisterden de ratten die naar hardrockmuziek luisterden 5 Welke zin is fout? Een Russische ijsbreker maakte een kanaal in de Beringzee om de walvissen te bevrijden. Alle zwangere ratten luisterden naar elektronische muziek. De walvissen reageerden op de klassieke muziek en konden zo uit de koude zee ontsnappen. c Bespreek je resultaat.
150
THEMA 4 | Bizarre natuur
Keuzeles 3
Ontwerp een verzonnen dier!
Je kunt met bestaande afbeeldingen iets unieks ontwerpen. Je kunt informatie in duidelijke zinnen formuleren. Je kunt je eigen mening geven.
O V U R
IN
O V VOOR U R Ooit al gehoord van de chimpanfant of de paperatkoe? Nee? Natuurlijk niet, dat zijn dieren die verzonnen zijn. Aan jou om een verzonnen dier te ontwerpen! Ga op zoek naar afbeeldingen van bestaande dieren. Zoek zeker drie verschillende dieren. Kies van elk dier een onderdeel uit, dat je netjes uitknipt.
VA
N
O V TIJDENS U R - Maak met de uitgeknipte delen een nieuw dier. - Noteer op een kladblad de naam van het verzonnen dier. - Schrijf vervolgens op waar het beest leeft. - Noteer in drie zinnen hoe je jouw dier kunt herkennen.
Š
Goede duidelijke zinnen hebben een onderwerp en een persoonsvorm.
tips
KEUZELES 3
151
O V NA U R Evalueer jezelf. Vink aan wat je in orde bracht.
evaluatie
Ik werkte netjes.
ja
nee
2
Mijn dier bestaat uit onderdelen van zeker drie verschillende dieren.
ja
nee
3
De naam van mijn verzonnen dier staat op het blad.
ja
nee
4
Ik noteerde waar het dier leeft.
ja
nee
5
Ik schreef in drie zinnen hoe je het dier kunt herkennen.
ja
nee
6
Ik maakte duidelijke zinnen, met een onderwerp en een persoonsvorm.
ja
nee
7
Ik schreef duidelijk.
ja
nee
IN
1
VA
N
- Pas aan wat nodig is. - Noteer jouw korte tekst op de achterkant van het blad waarop je jouw dier kleefde. - Wat vond je gemakkelijk aan deze opdracht? - Wat liep wat moeilijker?
Hoe kwam dit?
152
Š
- Toon jouw verzonnen dier aan je klasgenoten. - Welk verzonnen dier vind jij het leukst? Noteer er ook bij waarom.
THEMA 4 | Bizarre natuur
Oefenen maar! 1
Duid hier jouw kleur aan:
Het woordenboek
Les 3 Help … Wat nu?
N
b Lees de zinnen. Zoek daarna de betekenis van de vetgedrukte woorden in je woordenboek op.
Klas:
VA
1 Bevers maken een constructie in de rivier. 2 Bijen kunnen door te wiebelen de afstand tot hun honing bepalen. 3 Sidderalen genereren elektriciteit om hun prooien te vangen. 4 Boskikkers ondergaan een transformatie. Hun bloed verandert in ijs. 1 constructie: 2 bepalen:
Datum:
Zoek het woord ‘reiger‘ op. Markeer de uitleg die bij dat woord staat. Zoek ook het woord ‘reisbureau‘ op deze bladzijde op. Welke betekenis staat bij dit woord? Noteer die betekenis.
Nummer:
IN
a Bekijk het voorbeeld uit het woordenboek aandachtig.
3 genereren:
©
4 transformatie:
c Zoek het vetgedrukte trefwoord op. Noteer de betekenis erbij. 1 De Niagarawatervallen liggen op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada. grens = 2 De hoeveelheid water die langs de watervallen passeert, vormt een spektakel. passeren = 3 Je kunt zien met welke intensiteit het water de rotsen uitholt. 4 Toeristen kunnen met bootjes de watervallen aanschouwen. aanschouwen =
OEFENEN MAAR!
Naam:
intensiteit =
153
d Lees de zin. ‘De Niagarawatervallen kunnen ook elektriciteit opwekken.’ Bekijk het woordenboekfragment. op·wek·ken 1 laten ontstaan 2 laten opstaan uit de dood of uit bezwijming 3 prikkelen 4 opvrolijken Naar: www.vandale.be
Naam:
Het woord ‘opwekken’ heeft meer dan één betekenis. Welke verklaring past in de zin? Markeer. e Lees de tekst.
IN
Hoeveel betekenissen heeft het?
VA
N
De Grand Canyon strekt zich over een lengte van wel 435 kilometer uit. De Grand Canyon is een brede en diepe kloof in het noorden van Amerika. Het water van de Coloradorivier heeft deze kloof uitgehold. De kloof ontstond door bewegingen van de aarde. De Coloradorivier erodeert de kloof ongeveer 16 cm per 1000 jaar. Mensen waarderen de Grand Canyon het meest net voor zonsondergang. Naar: www.wikipedia.org
Zoek de beide betekenissen van de vetgedrukte woorden op. 1 uitstrekken: Klas:
©
2 kloof: Nummer:
3 eroderen:
Datum:
4 waarderen: Welke betekenis past in de tekst? Markeer de juiste betekenis.
154
THEMA 4 | Bizarre natuur
f Bekijk het woordenboekfragment. knap 1 mooi, welgevormd 2 bekwaam; geleerd 3 netjes, naar behoren 4 erg Naar: www.vandale.be
Welke betekenis van het woord ‘knap’ past in de zin? Noteer het nummer van de betekenis. 1 Dat werkje heb jij knap uitgevoerd. Ik wist niet dat jij zo goed kon metselen.
IN
2 Bevers zijn knappe dieren, maar termieten bouwen hun eigen, slimme aircowoning. Betekenis:
Datum:
Betekenis:
VA
Betekenis:
g Wat betekent het vetgedrukte woord? Noteer de juiste betekenis.
1 Met cijfers geven we een blik op de verwoestende tsunami in Thailand. blik =
Nummer:
4 De handtassen van Delvaux zijn knap duur. Je betaalt soms 10 000 euro voor een handtas!
Klas:
Betekenis:
N
3 Dat is een knappe dame. Ze ziet er altijd mooi gekleed uit en heeft een verzorgd kapsel.
©
2 De beving veroorzaakte drie grote golven, waarbij de eerste golf 12 meter hoog was. golf =
3 De tol van de tsunami was bijzonder hoog: er stierven 280 000 mensen. tol = 4 De ramp trof ook 10 Belgen. Zij stierven terwijl ze op vakantie waren. treffen = 5 Officieel ramen experts de schade op 81 miljoen euro.
Naam:
ramen =
OEFENEN MAAR!
155
h Bekijk de afbeeldingen goed. Zoek het trefwoord. Noteer de betekenis onder elke afbeelding. 1 trefwoord =
IN
Naam:
Š
Klas:
VA
N
2 trefwoord =
3 trefwoord = Nummer: Datum: 156
THEMA 4 | Bizarre natuur
Onderwerp, hoofdgedachte en hoofdpunten
Datum: Nummer: Klas:
Les 4 Superslimme natuur
©
2
VA
N
5 trefwoord =
IN
4 trefwoord =
a Lees de tekst.
Sabelsprinkhanen behoren tot de lawaaierigste insecten van het regenwoud. Het mannetje raspt zijn vleugels tegen elkaar en ‘zingt’ voor een vrouwtje. Sabelsprinkhanen eten bloemen en bladeren, maar soms ook kleine insecten die in poeltjes beland zijn. Zelf zijn ze een prooi voor vogels, apen en vleermuizen. De meeste sabelsprinkhanen zijn groen en hebben de vorm van een blad. Uit: Encyclopedie van de Aarde
Naam:
Die tekst gaat over ‘sabelsprinkhanen’. ‘Sabelsprinkhanen’ is het onderwerp van de tekst.
OEFENEN MAAR!
157
b Lees de drie teksten. Wat is het onderwerp? Kleur het juiste bolletje. Tekst 1 De bekerplant is een plant die best creatief is in het vinden van voedsel. Ze vangt insecten in haar ‘beker’. Die beker is gevuld met vloeistof die ervoor zorgt dat de insecten die erin vallen, verteren. Vliegen en andere insecten worden door de sterk ruikende nectar aangetrokken.
Het onderwerp van deze tekst is: voedselarme bosgrond de bekerplant sterk ruikende nectar Tekst 2
IN
Naam:
Uit: Encyclopedie van de Aarde
VA
N
Met zijn 9 miljoen vierkante meter is de Sahara de grootste woestijn. De naam Sahara is afgeleid van het Arabische woord sahra dat woestijn betekent. De woestijn ligt in Noord-Afrika. Je vindt er zowel vlaktes met stenen en rotsen als zandduinen. Tegenwoordig is de Sahara heet en stoffig. Ooit was het klimaat er veel minder warm en vochtiger. Dromedarissen leven er graag. Ze kunnen wel twee weken zonder water. Uit: Encyclopedie van de Aarde
Klas:
Hier is het onderwerp: de Sahara Noord-Afrika dromedarissen
Nummer:
©
Tekst 3
De snavel van de toekan is hol. Hij heeft scherpe zaagtandjes. Daarmee kan hij vruchten in stukjes hakken en opeten. Tijdens het vliegen laat de vogel vaak vruchten vallen. Die groeien dan weer uit tot nieuwe fruitbomen. De toekan voelt zich echt thuis in het regenwoud. Hij nestelt er zich graag in holle bomen.
Uit: Encyclopedie van de Aarde
Datum: 158
Het onderwerp van tekst 3 is: nieuwe fruitbomen de toekan het regenwoud
THEMA 4 | Bizarre natuur
c Lees beide teksten. Wat is het onderwerp: waarover gaat de tekst? Tekst 1 De dugong of Indische zeekoe is een vrij slanke koe die in het zeewater leeft. Hij is ongeveer 4 meter lang en weegt wel 600 kg. Hij kan 70 jaar oud worden. Het dier kan verrassend snel zwemmen; tot wel 20 kilometer per uur. Hij heeft een heel speciale snuit, waarmee hij zeegras van de bodem graast.
VA
Naar: Sonya Newland, Dieren uit de oceaan
Datum:
©
d Beide teksten hebben hetzelfde onderwerp, maar toch zegt elke tekst er iets anders over. Wat er over het onderwerp gezegd wordt, is de hoofdgedachte.
Nummer:
N
Tekst 2 De dugong of Indische zeekoe staat op het punt om uit te sterven. Het dier leeft in de Grote en in de Indische Oceaan. De grootste groepen vind je voor de kust van Noord-Australië. Dugongs worden al lange tijd door de mens afgeslacht vanwege hun vlees en olie. Ze worden ook aangevallen en opgegeten door haaien en krokodillen.
Klas:
IN
Naar: www.wnf.nl
Markeer de hoofdgedachte in beide teksten. Tip: lees goed het begin van de tekst. Wat is de hoofdgedachte van elke tekst? Kruis aan. Hoofdgedachte van tekst 1 De zeekoe kan 20 kilometer per uur zwemmen. De Indische zeekoe heeft een speciale snuit. De vrij slanke zeekoe leeft in het zeewater.
Naam:
Hoofdgedachte van tekst 2 De zeekoe is geliefd voor zijn vlees en zijn olie. De Indische zeekoe is met uitsterven bedreigd. De dugong leeft voor de kust van Noord-Australië.
OEFENEN MAAR!
159
e
In de alinea’s worden de hoofdpunten van de tekst uitgewerkt. Hoofdpunten geven meer uitleg over de hoofdgedachte van de tekst. Onderstreep in beide teksten de hoofdpunten. Tip: de hoofdpunten geven meer uitleg over de hoofdgedachte.
f Lees het krantenartikel. Beantwoord daarna de vragen.
Bij Australië ligt het grootste koraalrif ter wereld: het Groot Barrièrerif. Het is meer dan 2000 kilometer lang. Het is het paradijs voor veel vissen, zeesterren en zelfs zeeslangen. Het ziet eruit als een prachtige onderwatertuin.
IN
Naam:
Het Groot Barrièrerif
N
Kleurrijke koralen Wanneer een koraal sterft, groeit er een ander bovenop. In de loop van honderden jaren groeien die koralen aan elkaar tot een rif. Sommige harde koralen lijken een beetje op hersenen. Er bestaan ook zachte koralen, die op waaiers lijken.
Ze wiegen rustig heen en weer in het warme water. Kleine dieren kunnen er zich gemakkelijk verbergen. Koralen zijn er in alle vormen en kleuren.
Nummer:
VA
In slechte staat In oktober 2012 vertelden Australische onderzoekers dat het Barrièrerif er slecht aan toe was. Heel wat van de koralen stierven door stormen, koraaletende zeesterren en de opwarming van het oceaanwater af. Het zal tientallen jaren duren voor de koraalriffen zich weer hersteld hebben.
©
Klas:
Dierenparadijs De koralen trekken een groot aantal kleurrijke dieren aan. Rondom de koraalriffen zwemmen er bijvoorbeeld koraalduivels. Ze hebben een opvallend, gestreept lichaam. Hun stekels kunnen een pijnlijke steek geven. Ook zeeslakken vind je er. Zij eten dieren die niet bewegen, zoals sponzen. Met hun scherpe tanden schrapen zeeslakken voedsel van het rif. Daarnaast vind je er waaierwormen. Ze hebben een prachtige krans van kleverige, kleurige tentakels. Daarmee kunnen ze elk dier vangen.
Datum:
Het Groot Barrièrerif is een van de mooiste wereldwonderen op onze planeet. Het rif moet dan ook beschermd worden. Naar: Sally Morgan, Onder de zeespiegel - Anemoonvissen en andere koraalrifdieren
160
THEMA 4 | Bizarre natuur
1 Wat is het onderwerp van deze tekst? 2 Markeer de tussentitels. 3 Wat is de hoofdgedachte bij elke tussentitel? Markeer ze. g Onderstreep de hoofdpunten bij elke hoofdgedachte. Noteer de antwoorden vervolgens hieronder. Hoofdpunten bij ‘Kleurrijke koralen’: - - Hoofdpunten bij ‘Dierenparadijs’:
Hoofdpunten bij ‘In slechte staat’: - -
IN
-
Datum:
-
N
Nummer:
- h Beantwoord de vragen. De antwoorden vind je in alle teksten die onder nummer 2 op p. 157-160 staan.
VA
1 Hoe snel kan de Indische zeekoe zwemmen?
Klas:
2 Waar leeft de dugong?
3 Van welk woord is het woord ‘Saraha’ afgeleid?
©
4 Bij welk land ligt het Groot Barrièrerif?
5 Welke drie dingen eten sabelsprinkhanen?
6 Hoe eten zeeslakken?
7 Waarom is de bekerplant een creatieve plant?
Naam:
8 Waarom kan de toekan vruchten in stukjes hakken?
OEFENEN MAAR!
161
3
Spelling en woordenschat
Les 5 Spel- en woordweb
3.1 Spelweb
2 belevenis
8 prooi
3 vlucht
9 prachtig
4 verkoudheid
10 uitzonderlijk
5 activiteit
11 kracht
6 nauwkeurig
12 organisatie
b Welke woorden vind je in de woordenslang? Schrijf ze op.
2 3
VLU
4
5
Klas:
6
c Vul de ontbrekende woorden in. 1 Het WWF is een
die wilde, bedreigde diersoorten beschermt.
Nummer:
Š
2 Ik vond het een heuse
om een fietstocht van 120 km te doen.
3 Angorakonijnen hebben een zachte . Hun wol wordt gebruikt om sjaals te maken. 4 Het ontbreekt mij aan goed 5 Er was heel wat 6 Welke
om deze tafel te herstellen.
nodig om die betonnen plaat te verwijderen.
vond jij tot nu toe het leukst?
Datum: 162
IJK
VA
1
DNAUWKEU
RIG
OIUITZONDERL
N
V E R KO U D H E I
O PR
THEMA 4 | Bizarre natuur
H
TI
7 vacht
IN
Naam:
1 materiaal
G
a Schrijf de woorden zonder fouten over.
C H T P R AC
d -teit of -tijd? Markeer de woorden die op -teit eindigen en schrijf ze over. 1
kwaliteit
6
speeltijd
2
zomertijd
7
vakantietijd
3
puberteit
8
stommiteit
4
realiteit
9
publiciteit
5
sportiviteit
10 werktijd
e Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit:
IN
1
De kunstenaar toont al zijn
2
Ons buurmeisje is heel slim. Ze leert voor ingenieur aan de
3
Wat een
4
Na het hevige onweer zat heel de wijk zonder
5
Tijdens de sportdag mogen we snowboarden. Dat vind ik een erg leuke !
6
Ik ben van Spanje afkomstig. Ik heb nog altijd de Spaanse
7
Onze bakker is gekend voor zijn heerlijke klaaskoeken. Dat is zijn .
8
van de jeugd. Hij vindt dat alle jongeren Mijn opa zeurt over de lui en ongemanierd zijn.
.
Datum:
activiteit - brutaliteit - creativiteit - elektriciteit - mentaliteit - nationaliteit specialiteit - universiteit
N
Nummer:
! Zo’n onbeleefde vrouw ontmoette ik nooit eerder!
. Klas:
VA
.
Š
f Markeer de tien woorden waarbij je de ch uitspreekt zoals in 'prachtig' en 'kracht'. lachen
vlucht
lila-achtig
chocolade
tocht
chips
lichtjes
champagne
nacht
chauffage
pech
champignon
gezicht
machtig
Naam:
vochtig
OEFENEN MAAR!
163
g Vul de zinnen aan. Gebruik de gemarkeerde woorden uit oefening f. 1 Ik had ongelooflijke 2 Weet jij met welke
. De leraar geloofde niets van mijn verhaal. jouw ouders uit Barcelona terugvliegen?
3 Het was een zware wandel 45 km moesten stappen.
, waarbij de deelnemers
4 Er is een verschil van dag en 5 Dat model is het nieuwe
tussen beide zussen.
van de reclame voor Calvin Klein.
bewijzen
noodzakelijk
dankzij
sorteren
eigenlijk
toelichten
ervaring
verklaring
menen
wellicht
IN
methode
N
aanpakken
VA
Naam:
3.2 Woordweb Lees deze woorden uit thema’s 3 en 4. Gebruik ze voor de volgende oefeningen.
a Vul de zinnen aan. 1 Ik kon geen
geven waarom ik zo’n slechte toets maakte. om leerlingen uit een andere school
3 Elisa, wil jij het afval ? Jouw broer gooide alles in dezelfde vuilniszak!
Nummer:
©
Klas:
2 Het was een leerrijke op bezoek te hebben.
4 Er is hem iets overkomen. Anders komt hij nooit zo laat thuis. 5 De leraar zal morgen moet zitten. 6 Wij
welke informatie in de presentatie
te weten waar de schat verborgen ligt.
Datum: 164
THEMA 4 | Bizarre natuur
b Schrap het woord dat niet in de zin past. 1 Met deze methode / belevenis maak ik nooit meer werkwoordsfouten. 2 Ik weet niet zo goed hoe ik de opdracht moet sorteren / aanpakken. Kun jij me op weg helpen? 3 Mijn zus slaagde voor haar rijexamen wellicht / dankzij de vele steun die ze van haar vrienden kreeg. 4 Weet jij noodzakelijk / eigenlijk wie die onbekende man is? Ik denk dat het onze nieuwe buurman wordt. 5 De dader kon de politie niet toelichten / bewijzen dat hij niets met de diefstal te maken had. 6 Het is menen / noodzakelijk dat je voldoende water drinkt wanneer je sport. c Welk woord past in beide zinnen? .
De advocaat kon
dat de dader onschuldig was.
Datum:
hij wil zich
IN
1 Hij wil tonen dat hij die opdracht zelfstandig kan afwerken;
2 In dit boek werken we voor het spel- en woordweb altijd op dezelfde manier.
3
is ze een heel beleefd meisje.
VA
Ze wenst je altijd een prettige dag. Wat is zijn job
4 Dat meisje weet van
Je mag die jongere niet te streng
Nummer:
kun je veel werk in korte tijd uitvoeren.
N
Met deze
voor.
? Is hij loodgieter of elektricien? ! Ze doet heel flink haar werk. .
Klas:
We hebben daar een bepaalde
Naam:
Š
Hij heeft het niet gemakkelijk thuis.
OEFENEN MAAR!
165
Zelftoets thema 3 en 4 1
Verenkelen en verdubbelen Thema 3 Les 2 Schone kleren met modderspetters
a Vul de klinker enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord in de laatste kolom over. (a)
oliev
2
(a)
m
3
(e)
l
gte
4
(u)
g
r
5
(a)
v
twasmachine
6
(u)
nat
7
(a)
w
8
(o)
9
(o)
st
10
(u)
avont
rlijk liesp
n r
merij ren
N
terkr
IN
ten
b Vul de medeklinker enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord in de laatste kolom over. 1
(d)
mo
2
(k)
vuilbli
3
(k)
keu
er
en
en
Nummer:
Š
Klas: Datum: 166
/10
ten
VA
Naam:
1
/20
4
(f)
afsto
en
5
(l)
dwei
en
6
(s)
wa
en
7
(f)
sto
er
8
(t)
schi
9
(l)
toeste
10
(k)
ma
eren en elijk
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
/10
2
Woordverklaring vanuit de context
Thema 3 Les 4 Mijtenpoep en ander onzichtbaars
/7
a Lees de tekst.
Wist je dat ... je zweet altijd al fout bestreden hebt?
Nummer:
IN
Een antitranspirant gebruik je het best voor je gaat slapen. Dan komt de gepaste hoeveelheid van zweet naar de huid. Zo komt het actieve bestanddeel van het middel in het zweetkanaal terecht. Die werkende stof gedraagt zich daar als een kleine stop.
VA
N
Je moet het middel na het opstaan niet opnieuw aanbrengen. Zelfs wanneer je je doucht of scheert, blijft het product even efficiënt werken. Dat in tegenstelling tot een deodorant. Die is na een douche of scheerbeurt niet meer doeltreffend.
Klas:
Naar: www.goedgevoel.be
Beantwoord de vragen over de tekst. Wat betekenen de grijs gemarkeerde woorden? Je vindt de verklaring van elk woord in de tekst. Markeer die verklaring eerst in de tekst. Schrijf daarna de verklaring van de grijs gemarkeerde woorden op.
©
b
Datum:
Haast iedereen gebruikt antitranspiranten op de foute manier. Bijna iedereen gebruikt deze middelen tegen zweten net als deodorant. Zo’n middel tegen zweetgeur is namelijk iets heel anders. Dat beweren dermatologen. De producten moet je daarom ook anders gebruiken, zeggen de huidartsen.
1 Haast iedereen heeft wel eens last van zweet.
iedereen heeft wel eens last van zweet.
2 Gebruik jij weleens een antitransparanten? Gebruik jij weleens een
?
3 Gebruik jij vaak een deodorant? Gebruik jij vaak een 4 Sommige dermatologen vinden dat we zweet fout bestrijden. Sommige
vinden dat we zweet fout bestrijden.
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
Naam:
?
167
5 Het actieve bestanddeel van een antitranspirant zorgt ervoor dat we stoppen met zweten. De
van een antitranspirant zorgt ervoor dat we stoppen met zweten.
6 Sommige middelen zijn niet efficiĂŤnt. Sommige middelen zijn niet
3
.
Het meervoud van zelfstandige naamwoorden
Thema 3 Les 5 Spetters spetteren
/5
1 borstel
4 bureau
2 douche
5 deur
IN
Naam:
a Geef het meervoud.
3 doek
N
b Geef het meervoud. Let op voor de enkele/dubbele (mede)klinker. 1 zeemvel 3 spin 4 web Klas:
5 streep
6 vod
7 bad
8 kraan 9 spat 10 vlek
Nummer:
Š
c Geef het meervoud. Let op: speciale gevallen.
Datum: 168
/10
VA
2 raam
/25
/10
1 pizza
6 gewonde
2 kind
7 auto
3 graf
8 poes
4 hobby
9 ei
5 menu
10 baas
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
4
Het woordenboek
Thema 4 Les 3 Help … Wat nu?
/10
a Zoek de betekenis van de onderstreepte woorden in het woordenboek op. Noteer die betekenis.
/4
Luiaards zijn Zuid-Amerikaanse zoogdieren. Je hebt de tweevingerige en de drievingerige luiaards. Het zijn herbivoren. Ze leven in bomen. De bladeren leveren weinig energie. Bovendien verteren ze niet gemakkelijk. Daarom heeft de luiaard een speciale maag. Daarin breken bacteriën de stugge bladeren af. De dieren lusten ook insecten, hagedissen en kadavers. De luiaard verdedigt zich met zijn klauwen wanneer hij in gevaar is. Dat is zijn enige defensie. De luiaard is voornamelijk kwetsbaar op de grond. Wanneer hij in een boom hangt, valt hij bijna niet op, omdat hij zo traag beweegt.
3 kadaver:
VA
N
4 defensie: b Lees de zinnen. /6 Welke betekenis past in de zin? Kleur het juiste bolletje. 1 De schilder plaatste het schildersdoek op zijn ezel. Zo kon hij eraan verder werken. een standaard waarop de schilder zijn doek plaatst een dier dat balkt 2 Toen die vlucht knobbelganzen overkwam, maakten ze een hels lawaai. het vliegen over de oceaan een troep, samenvliegende, vogels
Datum: Nummer:
2 stug:
Klas:
1 herbivoor:
IN
Naar: www.wikipedia.org
©
3 Bij een aardverschuiving wint de massa materiaal snelheid. Daardoor ontstaat een puinlawine. toenemen in en prijs krijgen 4 De aasgieren aten het kreng op dat de leeuwen achtergelaten hadden. een kadaver, een dood dierenlichaam een slecht, gemeen mens
6 In 24 uur tijd draait de aarde rond haar as. een overblijfsel na een brand een denkbeeldige lijn door het midden van een voorwerp
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
Naam:
5 Op restaurant bestel ik soms eens tong. Met frietjes erbij, natuurlijk! het lichaamsdeel in de mond een bepaalde platvis
169
5
Onderwerp, hoofdgedachte en hoofdpunten Thema 4 Les 4 Superslimme natuur
/11
a Lees de tekst.
Oceanen vol leven In de oceanen, die meer dan 70 % van ons aardoppervlak innemen, leven heel wat planten- en diersoorten. De oceanen zijn gemiddeld 3,8 kilometer diep. Ze leveren ons voedsel, water en grondstoffen. Zonder oceanen zou er misschien helemaal geen leven zijn.
IN
Naam:
Leven in de oppervlaktezone In de bovenste 200 meter leven de meeste vissen, schildpadden en grote zeedieren (zoals haaien). In die zone schemert nog heel wat zonlicht door. Plankton is het meest voorkomende voedsel. Dat zijn minuscule (heel kleine) diertjes en plantjes die in het water zweven. Heel wat dieren voeden zich met plankton. Onder andere de grote blauwe vinvis eet plankton.
N
Schemergebied Het schemergebied strekt zich tot een diepte van ongeveer 1000 meter uit. Veel vissen die daar leven, zoals de haring en de inktvis, komen ’s nachts omhoog om zich te voeden. Nadat ze plankton gegeten hebben, dalen ze weer af. Potvissen, die wel 50 000 kg kunnen wegen, voelen zich hier ook goed. Ondanks hun gewicht bewegen ze vlot door het water.
VA
De kans is groot dat wetenschappers nog veel zeesoorten ontdekken. Als ze genoeg geld hebben om de diepzee te onderzoeken tenminste.
Nummer:
Š
Klas:
Licht maken in de diepzee De weinige vissen die in de diepzee leven, zijn over het algemeen klein. In de diepzee is het koud, zout en pikkedonker. Dat komt doordat het zonlicht er niet meer doorschemert. De diepzee is voor wetenschappers nog altijd onbekend gebied. De vissen, zoals de addervis, produceren een soort licht om hun prooi te lokken. Met zijn soepele kaken en rekbare maag kan hij grote prooidieren verzwelgen. Op de zeebodem krioelt het van de wormen die zich met afval van bijvoorbeeld dode dieren of etensresten uit het schemergebied voeden.
Naar: Winkler Prins, Encyclopedie van de Aarde
b Beantwoord de vragen over de tekst. Datum: 170
- Wat is het onderwerp? /1 - Markeer de tussentitels met blauw. /1 - Wat is de hoofdgedachte bij elke tussentitel? /3 Markeer die eerst in de tekst.
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
Kruis het juiste antwoord aan. 1 De hoofdgedachte bij tussentitel 1 is: Plankton zweeft in het water. De grote blauwe vinvis eet plankton. De meeste vissen, schildpadden en grote zeedieren leven in de bovenste 200 meter. 2 De hoofdgedachte bij tussentitel 2 is: Het schemergebied is het gebied tot 1000 meter diepte. Potvissen bewegen zich vlot door het water. ’s Nachts komen de vissen omhoog om zich te voeden.
VA
De smeltende ijskappen op Groenland en Antarctica kunnen tegen het jaar 2100 ‘een klimaatchaos veroorzaken’, zeggen wetenschappers. ‘Het huidige klimaatbeleid houdt onvoldoende rekening met de klimaatveranderingen.’ In het blad ‘Nature’ worden de gevolgen van het huidige klimaatbeleid nagebootst. Daardoor is te zien dat de zeespiegel in sommige regio’s stijgt, terwijl die elders daalt.
Datum: Nummer:
N
Smeltende ijskappen op Groenland en Antarctica kunnen wereldwijd ‘klimaatchaos’ veroorzaken
Klas:
c Lees dit krantenartikel aandachtig.
IN
3 De hoofdgedachte bij tussentitel 3 is: In de diepzee is het koud, zout en pikkedonker. De vissen in de diepzee produceren een soort licht om hun prooi te lokken. Op de zeebodem liggen dode dieren of etensresten.
©
Het smeltwater van ijskappen zal wereldwijd tot extreem en onvoorspelbaar weer leiden. De oceaan- en luchttemperaturen zullen veranderen. ‘Met het huidige wereldbeleid gaan we naar een temperatuurstijging van 3 of 4 graden. Dat zal een aanzienlijke hoeveelheid smeltwater van Groenland en Antarctica opleveren’, zegt onderzoeksleider Nick Golledge van het Antarctic Research Centre in Nieuw-Zeeland. Zijn internationale onderzoeksteam combineerde heel gedetailleerde nabootsingen van de klimaatgevolgen met satellietgegevens over veranderingen in de ijskappen. Op basis daarvan zeggen ze over de gevolgen meer betrouwbare voorspellingen te kunnen doen dan tot nu toe het geval was.
Naam:
Naar: www.hln.be
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
171
- -
In de tekst staat het onderwerp met geel gemarkeerd. De hoofdgedachte staat in het groen gemarkeerd. Onderstreep zelf de hoofdpunten. Noteer dan jouw antwoorden hieronder. Wat zijn de gevolgen van de klimaatverandering voor Groenland en Antarctica?
/3 /3
- - -
/73
Nummer:
Š
Klas:
VA
N
IN
Naam:
TOTAAL
Datum: 172
THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS
IN N VA
©
THEMA 5 Vriendschap
LES 1
Vriendschap … en net dat ietsje meer - expressief lezen, spreken
LES 2
Vriendschap of liefde? - lezen: informatieve tekst
LES 3
Vriendschap is alles - onderwerp en persoonsvorm
O V U R
LES 4
Vrienden in huis - schrijven
LES 5
Vriendschap van tegenwoordig - spelling van de werkwoorden
KEUZELES 1
Online ‘vrienden’ - lezen, spreken, luisteren, schrijven, ICT
KEUZELES 2
Child Focus - lezen, ICT
KEUZELES 3
Vriend of vijand? - luisteren, woordenbingo
OEFENEN
MAAR!
LES 1 | Vriendschap … en net dat ietsje meer
173
Les 1
Vriendschap … en net dat ietsje meer Je kunt van een tekst genieten. Je kunt een tekst expressief lezen.
a Lees de onderstaande uitspraken over vriendschap. Markeer wat rijmt. A
B
IN
Jij & Ik = Vriendschap!
Als voor je kijken je bang maakt, als achter je kijken je triest maakt, kijk dan naast je … Daar sta ik!
D
©
VA
C
N
Vriendschap verdubbelt de vreugde en deelt het verdriet
E
Versje
Wat zal ik schrijven over IK IK ben een deel van JIJ En JIJ bent IK door dun en dik En daarom zijn wij WIJ
174
THEMA 5 | Vriendschap
VRIENDSCHAP HET MOET NIET PERFECT ZIJN. HET MOET ECHT ZIJN.
F
Je hoeft niet zot te zijn om mijn vriend te zijn ... Maar het helpt!
H
I
J
N
Vriendschap zit niet in fraaie woorden, maar in eenvoudige gebaren
- Toon Hermans L
©
K
Vriend Je hebt iemand nodig, stil en oprecht, die als het erop aankomt, voor je bidt en voor je vecht, Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient, dan pas kun je zeggen: ik heb een vriend
VA
Geen boom zo hoog of hij valt eens om. Geen nacht zo lang of hij wijkt voor de zon. Maar al zou alles verloren gaan, Onze vriendschap blijft eeuwig bestaan.
Vrienden hebben, dat is leuk. Ik lig er altijd mee in een deuk. Soms heb je pijn, ook dan zullen ze er voor je zijn. Echte vrienden: door dik en door dun. Ik weet dat ik iedereen vriendschap gun.
IN
G
Vrienden zijn als een klavertjevier … zeldzaam en moeilijk te vinden, maar een geluk als je ze hebt.
1 Welke tekst vind je …? Schrijf de letter van de tekst bij het passende woord. grappig ontroerend
overdreven
kinderachtig
cool
moeilijk
cliché
2 Welke tekst vind je de leukste? Maak een top 3.
LES 1 | Vriendschap … en net dat ietsje meer
175
b Bekijk de rijmgedichten. 1 Wat is het tekstdoel? Een gedicht wil ... je over iets informeren; je van iets overtuigen; je ontspannen; je ontroeren. 2 Vul de ontbrekende woorden aan. Ze rijmen op het onderstreepte woord. 3 Luister daarna naar de gedichten. Pas aan indien nodig. Filmbeeld
Heel even stil
Ik lig in bed en kan niet slapen. Ik telde al
Laat me maar heel even stil met ogen dicht
IN
en geen . Toe, ga nu maar mijn kamer uit,
miljoenen . Ik hoor de klok slaan
alléén is wat ik
in de . De nacht duurt al drie eeuwen lang. Wat maakt het uit!
.
N
Er is zoveel, mijn hoofd zo vol. Mijn huid zo warm,
mijn hart op
VA
Zo kan ik van de liefde die gaat komen. Ogen open, filmbeeld: jij die steeds .
©
de hoofdrol
Toe laat me dromen. Stilte. Rust. Vandaag ben ik door hem
.
Onzichtbaar
Misschien …
Ze zit naast me in de klas, zeker al een maand of drie.
Er zit een kriebeltje in mij, . het floebert in mijn Een kriebeltje, heel raar, het kietelt aan mijn tenen. Het maakt een dansje in mijn maag.
Gek, dat ik haar nu pas . Nooit gemerkt dat ze er was. Ze is mooi, zo van . ’t Knapste meisje in de rij.
Het jeukt een beetje bij mijn Moet ik naar de dokter toe?
Roze wang en ronde , ’n lachje met muziek erin. Hoe kon het toch gebeuren dat zij zo onzichtbaar naast me
176
.
.
THEMA 5 | Vriendschap
Ik heb geen koorts of ... Mama zegt dat het misschien de liefde wel kan zijn.
.
c Beluister het gedicht ‘Filmbeeld’ opnieuw. Waarin verschilt deze versie met de vorige?
IN
d Je krijgt van je leraar een gedicht. Lees dat expressief voor.
tips
©
VA
N
1 Intonatie Pas de toon van je stem aan de sfeer in het gedicht aan. Luid/stil - droevig/vrolijk … Leestekens kunnen je daarbij helpen. 2 Tempo Lees zeker niet te snel. Laat af en toe een pauze. Denk goed na waar een zin eindigt. 3 Taal Verzorg je taal. Bv. correcte uitspraak van klanken: klinkers, eindmedeklinkers …
evaluatie
1 Was je toon aangepast aan de sfeer in het gedicht?
heel goed
goed
voldoende
niet goed
2 Was je goed verstaanbaar?
heel goed
goed
voldoende
niet goed
3 Las je vlot voor?
heel goed
goed
voldoende
niet goed
4 Had je aandacht voor het juiste ritme/tempo?
heel goed
goed
voldoende
niet goed
5 Verzorgde je je taal?
heel goed
goed
voldoende
niet goed
LES 1 | Vriendschap … en net dat ietsje meer
177
Les 2
Vriendschap of liefde? Je kunt gericht informatie zoeken. Je kunt informatie achterhalen in informatieve teksten.
IN
a Bekijk de buitenkant van de tekst op de volgende bladzijde. 1 Lees de titels en de tussentitels. 2 Bekijk de afbeeldingen. Wat zie je? Wat zeggen de titel, de tussentitels, de afbeeldingen over de inhoud van de tekst? 3 Waarom lees je deze tekst? De tekst wil … je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. je ontroeren. b Welke tekst is dit?
.
N
c In welk tekstdeel zul je het antwoord op deze vragen vinden?
VA
1 Welke soorten vrienden onderscheiden jongeren? Echte vrienden Verschillende categorieën Veel ruzie 2 Wat is een vriend?
©
Echte vrienden Verschillende categorieën Veel ruzie 3 Komen conflicten onder vrienden vaak bij jongeren voor? Echte vrienden Verschillende categorieën Veel ruzie d Lees de tekst.
178
THEMA 5 | Vriendschap
onderscheiden: de verschillen zien
Vriendschap bij jongeren Jongeren hechten erg veel belang aan vriendschap. 90 procent laat verstaan dat vriendschap erg belangrijk is. 6 op de 10 jongeren vinden vriendschap zelfs belangrijker dan liefde. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vlaamse jeugddienst ‘In Petto’ bij jongeren tussen 14 en 20 jaar.
Echte vrienden
Veel ruzie
Ruzie komt bij jongeren vrij vaak voor. Meer dan 80 procent zegt dat ze soms met een van hun vrienden ruzie hebben. Bij meisjes (85 procent) ligt dat percentage hoger dan bij jongens (75 procent). 70 procent van de jongeren geeft toe dat hun vrienden een invloed op hen uitoefenen. Dat gebeurt vooral wanneer ze keuzes moeten maken of beslissingen nemen. Op het vlak van kleding en muziek is de invloed van vrienden niet zo groot.
IN
De definitie van een vriend kun je in drie kernwoorden samenvatten: vertrouwen, zich amuseren en praten. Vlaamse jongeren zeggen dat ze erg veel vrienden hebben, gemiddeld 43. Maar niet al die vrienden worden gezien als ‘echte vrienden’, aan wie je alles kunt vertellen. Daar hebben ze er gemiddeld 13 van.
ken je enkel via het internet. Die ontmoet je nooit in levende lijve.
N
Verschillende categorieën
©
VA
Vriendschappen worden opgesplitst per categorie. Zo zijn er de langdurige vriendschappen. Die houden al vele jaren stand. Daarnaast is er de korte vriendschap, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Jongeren weten dat er ook foute vrienden bestaan. Dat zijn mensen die hen op het slechte pad (kunnen) brengen, doordat ze verkeerde dingen doen. Ten slotte zijn er ook de internetvriendschappen. Internetvrienden
Voor het onderzoek van ‘In Petto’ kregen 894 Vlaamse jongeren tussen 14 en 20 jaar een vragenlijst over vriendschap. Daarnaast werden meer dan 50 jongeren mondeling bevraagd. (belga/ep)
definitie:
de betekenis
Naar: Het Laatste Nieuws
e Geef een antwoord op de vragen over de tekst.
categorie:
het onderdeel, de soort
1 Welke vier soorten vriendschappen onderscheiden jongeren? - - - -
›
LES 2 | Vriendschap of liefde?
179
2 Welke drie kenmerken heeft een vriend? - - - 3 Komen conflicten onder vrienden vaak bij jongeren voor? Ja/nee, want 4 Komen conflicten bij jongens meer voor dan bij meisjes? Ja/nee, want 5 Hoeveel jongeren werden voor de test ondervraagd en hoe oud waren die?
IN
6 Hoe weet je dat jongeren vriendschap belangrijk vinden?
VA
N
f Bekijk deze cirkeldiagrammen. Plaats de titels op de juiste plaats. Kies uit - Is vriendschap belangrijker dan liefde? - Heb je soms ruzie met je vrienden? (meisjes) - Heb je soms ruzie met je vrienden? (jongens) - Is vriendschap erg belangrijk voor jou?
10
40
Š
60
Ja Nee
90 Ja Nee
15
25 75
85 Ja Nee
180
Ja Nee
THEMA 5 | Vriendschap
Les 3
Vriendschap is alles Je kunt het onderwerp in een zin herkennen. Je kunt de persoonsvorm in een zin markeren.
a Maak van deze zinnen een vraag waarop je met ja of nee kunt antwoorden. WIST JE DAT? 1 Japanners werken hard.
IN
2 Daardoor hebben ze geen tijd voor echte vrienden.
3 In verschillende Japanse bedrijven kun je een vriend huren.
VA
Naar: Stine Jensen, Vriendschap is alles
N
4 Japanners huren dan iemand om samen leuke dingen te doen.
Een vraag waarop je met ja of nee kunt antwoorden is een ja-neevraag.
besluit
b Kijk naar de vragen die je maakte in oefening a.
Š
Welk woord staat helemaal vooraan in de ja-neevraag? c Beantwoord deze vragen. - Markeer met groen de persoonsvorm in elke vraag en in elke mededelende zin van oefening a. - Over wie of waarover wordt in de zinnen iets gezegd? Dat deel noemen we het
.
- Onderstreep dat deel in elke zin en in elke vraag van oefening a. - Op welke vraag geeft het onderwerp in deze zinnen het antwoord? Wie of wat doet iets in deze zin? Wie of wat is iets in deze zin?
LES 3 | Vriendschap is alles
181
De persoonsvorm is het eerste woord in de ja-neevraag. Het onderwerp vertelt over wie of waarover er iets gezegd wordt. Het onderwerp staat altijd net voor of net na de persoonsvorm. Deze vragen helpen je om het onderwerp te vinden: Wie doet iets in de zin? Wat doet iets in de zin? d
besluit
Zoek de persoonsvorm en het onderwerp. - Markeer de persoonsvorm met groen. - Onderstreep het onderwerp. Deze vraag helpt je: wie of wat doet iets in de zin?
2 Ze verdiepte zich in vriendschap.
IN
1 Stine Jensen noemt zichzelf de vriendschapsprofessor. 3 Daarvoor las ze verschillende boeken over vriendschap.
4 Een heleboel kinderen vertelden haar over hun vrienden en vriendinnen.
Naar: Stine Jensen, Vriendschap is alles
Zich verdiepen in: bestuderen
VA
e Lees ook deze zinnen.
N
5 In het boek zet de vriendschapsprofessor alles over vriendschap op een rijtje.
1 Is een vriend altijd een mens?
2 Zijn dieren ook echte vrienden?
3 Ben jij bevriend met iemand met een heel andere leeftijd?
Markeer de persoonsvorm met groen. Over wie of waarover wordt er in elke zin iets gezegd? Onderstreep het onderwerp. Bekijk de persoonsvormen. Wat valt op?
©
- - -
besluit
Zinnen met het werkwoord ‘zijn’ als persoonsvorm noemen we is-zinnen. Je vindt het onderwerp in die zinnen door deze vraag te stellen: Wie is iets in de zin? / Wat is iets in de zin? Het onderwerp kan zowel voor als na de persoonsvorm staan.
182
THEMA 5 | Vriendschap
f
Lees de zinnen. - Markeer de persoonsvorm met groen. - Onderstreep het onderwerp in elke zin. Deze vraag helpt je: wie of wat is iets in de zin?
1 Victoria (12): ‘Iedere vriend is anders.’ 2 Lars (11): ‘Ben jij behulpzaam en grappig? Dan ben jij een goede vriend voor mij.’ 3 Quinn (13): ‘Vrienden zijn gewoon aardig voor elkaar.’
WIST JE DAT?
N
g Lees de zinnen. - Markeer de persoonsvorm met groen. - Onderstreep het onderwerp in elke zin.
IN
4 Kika (12): ‘Vertrouwen is noodzakelijk voor een goede vriendschap.’
1 De oude Grieken hadden al ideeën over vriendschap.
VA
2 De filosoof Aristoteles sprak over drie soorten vrienden. 3 Ten eerste heb je de vrienden met wie je plezier maakt. 4 In het weekend spreken zulke vrienden graag af om plezier te maken. 5 De tweede soort is de nuttige vriendschap. 6 Nuttige vrienden maken bijvoorbeeld samen hun huiswerk.
©
7 De derde en belangrijkste vriendschap noemde hij de echte vriendschap. 8 Deze vriendschap draait niet per se om jouw geluk alleen. 9 Het geluk van je echte vriend vind je minstens even belangrijk. 10 Echte vrienden zijn niet bang om elkaar de waarheid te vertellen.
Naar: Stine Jensen, Vriendschap is alles
LES 3 | Vriendschap is alles
183
h
Vul de zinnen met een passend onderwerp aan. Sommige onderwerpen kun je helemaal niet gebruiken. Let op de hoofdletters! Kies uit:
Mensen in een rolstoel – dikke jongens – een meisje – Het – je – Vrienden – Iedereen – soms
ANDERS IS NIET RAAR 1
is verschillend.
2
kunnen superslim zijn.
3 Wordt
soms verliefd op een meisje? sportief zijn?
IN
4 Kunnen 5
is allemaal oké.
Naar: Klap
N
Lees de zinnen bij opdracht f opnieuw. Daarin vertelden leeftijdsgenoten wat zij over vriendschap denken. Wat vind jij? Noteer in de lege tekstballonnen wat voor jou belangrijk is bij een vriendschap.
©
VA
i
184
THEMA 5 | Vriendschap
Les 4
Vrienden in huis Je kunt van een verhalende tekst genieten. Je kunt een uitnodiging opmaken. Je hebt aandacht voor een gepaste lay-out. Je kunt op een gepaste manier op een uitnodiging reageren.
4.1
Kom je naar mijn feestje?
a Lees de tekst.
©
10
N
5
‘En vanaf morgen woon ik af en toe in de Anjelierenlaan.’ Tia zuchtte, maar tegelijk voelde ze zich ook een beetje bevrijd. Die ruzies was ze echt wel kotsbeu. Zowel haar moeder als haar vader hoopten dan altijd dat Tia hun kant zou kiezen. Maar meestal was de oorzaak van de ruzie zo stom dat Tia hen het liefst met hun koppen tegen elkaar had geslagen. Soms mokten ze dagen na elkaar. Soms zelfs weken. En dan gebruikten ze allebei Tia als boodschapper. De een zat gewoon te wachten tot de ander de eerste stap zette. ‘Gruwelijk!’ Ze rilde alsof ze dat alles van zich wou afschudden. ‘Ik ken dat,’ knikte Brent. ‘De mijne zouden ook beter naar een tweede huis uitkijken. Vroeg of laat komt het er van. Ik geloof zelfs dat mijn ma een lief heeft.’ ‘Dan is het helemaal om zeep,’ mengde Kirsten zich in het gesprek. Haar vader was er vanonder gemuisd toen ze drie jaar oud was. ‘Het wordt dan nog ingewikkelder. Verzoening kun je dan helemaal op je buik schrijven.’ ‘Bij ons is er geen derde in het spel,’ zei Tia rustig. ‘Ik zou gek worden als er een nieuwe partner aan tafel zou zitten. Wanneer krijg je dan de kans om even over belangrijke dingen te spreken?‘ ‘Je moet die nieuwe partner als een deel van het nieuwe gezin zien,’ zei Tamara als een echte kenner. ‘Bij ons is dat gelukt, maar ook niet van de ene dag op de andere. En stel je voor dat er ook nog eens nieuwe broertjes of zusjes bij komen. Ik moest plotseling mijn kamer delen met een meisje dat één jaar jonger was. Ik kende haar van haar noch pluimen. Ik moest bijna vechten voor mijn plaats.’ ‘Moddercatch voor vrouwen!’ gierde Brent. ‘Het scheelde niet veel.’ ‘Bij mij kwam er een broer bij,’ deed Shirley haar duit in het zakje. ‘Die konden ze natuurlijk niet in mijn kamer leggen.’ ‘Ah neen?’ grinnikte Brent.
VA
1
IN
Tia baalt wanneer haar ouders scheiden en ze met haar moeder moet verhuizen. Om het nieuwe huis wat in te wijden, nodigt Tia haar schoolmakkers uit voor een klein feestje op de zolder.
15
20
25
LES 4 | Vrienden in huis
185
45
50
©
55
IN
40
N
35
VA
30
‘Neen. En we zagen die niet veel, dus dat viel mee. Maar als die in de badkamer zat, dan was het voor een uur!’ Tia rolde met haar ogen bij het horen van zoveel ellende. ‘Ik zou van huis weglopen,’ zei ze nuchter. ‘Makkelijk gezegd! Wacht maar eens af. Je ouders zijn allebei nog jong. De kans is groot dat er in een mum van tijd een nieuwe partner bij komt.’ ‘Hou er nu over op,’ snauwde Tia iets harder dan ze had bedoeld. ‘Ik krijg er kippenvel van,’ voegde ze er snel aan toe. ‘Ach, je wordt dat gewoon,’ zei Tamara, die wel begreep waar Tia momenteel mee worstelde. ‘Ik geef zaterdag de 25e een feestje.’ Tia was het gezanik over nieuwe gezinnen beu. ‘En jullie zijn allemaal welkom.’ ‘Vet! Ik zorg voor de muziek!’ zei Thijs met zijn mond vol chips. Normaal mocht er op het schoolplein niet gegeten worden, maar daar veegde Thijs wel knap zijn kont aan. Thijs had een schat aan technomuziek op zijn laptop. Hij speelde graag voor dj. ‘Waar is dat precies?’ vroeg Tessa terwijl ze haar smartphone uit haar jaszak haalde. Ook deze dingen waren op het schoolplein verboden. ‘Anjelierenlaan 13. Ik bezorg jullie straks een uitnodiging.’ ‘Da’s in de wijk van mijn tante!’ zei Jeroen. ‘Beetje kouwe kak die buurt.’ Iedereen lachte. ‘Dan zal Tia daar voor de nodige veranderingen zorgen. Zaterdag zetten we de boel op stelten!’ gierde Tijs. ‘Verwittig maar alvast de buren!’ ‘Had je gedacht,’ hikte Tia. ‘Ma zal wel een demper op je boxen zetten. We willen daar geen herrie!’ ‘Ook goed, dan zorgen we gewoon voor liters drank!’ ‘Vet cool. Dan zorg ik voor pizza’s!’ zei Tia. Iedereen vond dit een schitterend idee. ‘Hoe laat moeten we er zijn?’ vroeg Jeroen. ‘Een uur of zeven? Zoiets?’ ‘Ik weet nog niet of het me lukt,’ zei Tessa. ‘Er staat een supersaai familiefeest gepland.’ ‘Kun je iets laten weten voor donderdag?’ ‘Top!’
60
Naar: Kristof Desmet, Grenzen
b
186
Beantwoord de vragen. 1 Ben jij ook al eens verhuisd? 2 Was je ook al eens vreemd in een nieuwe omgeving? 3 Zo ja, was het makkelijk om nieuwe vrienden te maken? Hoe doe je dat?
THEMA 5 | Vriendschap
4.2
Kom jij zaterdag?
IN
O V VOOR U R - Tia stuurt via WhatsApp een uitnodiging naar haar vrienden. Jij schrijft de uitnodiging voor haar.
Wat moet er zeker in de uitnodiging staan? Markeer alle antwoorden eerst in de tekst. Plaats de antwoorden daarna in de tabel.
Š
O V U R
VA
er vooraf voor zorgen dat iets er is
N
voorzien:
v is r n e te s e t wa we l A he ieu in ns n je o lp In stu D TIJ M! L A KO EL W
Verhuis vieren
Reden voor het feestje? Wanneer? Datum?
Hoe laat begint het feestje? Waar? Welke muziek is er op het feestje? Wat voorzie je om te eten? Moeten haar vrienden iets laten weten? Tegen wanneer moet iedereen iets laten weten?
LES 4 | Vrienden in huis
187
O V TIJDENS U R Maak de uitnodiging voor Tia’s feestje. 1 2 3 4
tips
Schrijf hoofdletters waar het moet. Let op je spelling. Let erop dat alle informatie uit de voorbereiding erin staat. Verzorg de lay-out: afwisseling lettertype en -grootte, tekening enz.
O V NA U R Controleer je werk.
inhoud 1
Je vermeldt de reden voor het feestje.
2
Je vermeldt de datum en het tijdstip.
3
IN
evaluatie nee
ja
nee
Je schrijft waar het feestje doorgaat.
ja
nee
4
Je geeft duidelijke informatie over de muziek en het eten.
ja
nee
5
Je maakt duidelijk tegen wanneer je iets moet laten weten.
ja
nee
6
Je zinnen beginnen met een hoofdletter en eindigen met een leesteken.
ja
nee
vorm
VA
N
ja
Er staan hoofdletters waar het moet.
ja
niet overal
nee
2
De woorden zijn juist gespeld.
ja
1 of 2 fouten
3 fouten of meer
3
Er staan leestekens.
ja
niet overal
nee
4
Na elk leesteken volgt een spatie.
ja
niet overal
nee
Š
1
Niet tevreden? Pas je uitnodiging aan. Dien ze daarna opnieuw in.
188
THEMA 5 | Vriendschap
4.3
Ik kom niet.
O V VOOR U R Bekijk het tekstbericht. - Via welk kanaal werd het verstuurd?
Tessa
IN
Hoi Tia! Alles oké? Dank je wel voor de uitnodiging! Maar… Ik kan zaterdag niet naar je feestje komen. Ik moet dus echt naar dat suf familiefeest.
©
VA
Tot morgen op school!
N
Jammer, he! Maar… Als het goed is, dan kom ik zondag even langs. Misschien kan ik nog wat helpen opruimen?
O V TIJDENS U R Helaas, jij kunt ook niet naar Tia’s feestje gaan. Via WhatsApp stuur je een antwoord op de uitnodiging. Leg uit waarom je niet kunt komen.
LES 3 | Vriendschap is alles
189
tips
Begin met een aanspreking. Laat weten dat je niet naar het feestje kunt komen. Leg uit waarom je niet kunt komen. Bedank voor de uitnodiging. Sluit je bericht op een vriendelijke manier af.
VA
N
IN
1 2 3 4 5
Š
O V NA U R Beoordeel je werk.
Vink wat in orde is aan. Ik begon het bericht met een aanspreking. Ik liet weten dat ik niet kon komen. Ik legde uit waarom ik niet kon komen. Ik bedankte voor de uitnodiging. Ik sloot het bericht op een vriendelijke manier af. Iets niet aangevinkt? Pas je werk aan.
190
THEMA 5 | Vriendschap
evaluatie
Les 5
Vriendschap van tegenwoordig Je kunt een werkwoord correct vervoegen.
a Welke activiteit zie je op de foto’s?
.
IN
Je vulde aan wat deze vrienden
Woorden die zeggen wat iets of iemand doet, zijn werkwoorden.
Mijn vrienden en ik fietsen elke dag samen naar school.
VA
Bv.
N
b Lees de zinnen. Vul het ontbrekende werkwoord aan. Doe zoals in het voorbeeld.
besluit
Ik fiets elke dag met mijn vrienden naar school.
Sara en Zenobie schommelen enorm hoog. Ik
enorm hoog.
2
Deze jongeren volgen al jaren dansles.
Ik
al jaren dansles.
3
Mijn klasgenoten kaarten graag tijdens de middagpauze.
Ik middagpauze.
graag tijdens de
Š
1
De stam van het werkwoord is de ik-vorm.
besluit
c Lees de tekst. Noteer de gemarkeerde werkwoorden in de tabel. Doe zoals in het voorbeeld.
Vrienden
Kleine of grote zorgen vertellen? Liefdesverdriet of problemen met je ouders bespreken? Hoe kun je overleven zonder vrienden? Soms kan een vriendschap zelfs een leven lang duren. Maar vriendschap, wat is dat eigenlijk? Hoe kiezen we onze vrienden? Hoe staan we tegenover internetvriendschappen? Dat alles kun je in dit unieke handboek lezen!
LES 5 | Vriendschap van tegenwoordig
191
Ik zal … (infinitief)
stam (Ik … nu)
vertellen
vertel
Wat merk je op?
Let op wanneer je de stam vormt.
IN
besluit
©
VA
N
- Hoor je in de laatste klankgroep van een woord een lange klank, dan schrijf je wat je hoort. bespreken bespreek - Schrijf nooit een dubbele medeklinker op het einde van een woord. vertellen vertel - Een v wordt een f. overleven overleef - Een z wordt een s. kiezen kies - Schrijf nooit twee dezelfde klinkers op het einde van een werkwoord. staan sta d Lees de tekst. Beantwoord de vragen.
HOE MAAK JE EEN VRIENDSCHAPSBANDJE? Neem twee stukjes touw van een verschillende kleur, bv. roze en groen. Knip van het roze en van het groene touw een stuk van 1 meter. Plooi de draden: 1 stuk 25 cm, het andere 75 cm. Leg de draden naast elkaar met de korte draden in het midden, de lange aan de buitenkant. Kleef het lusje bovenaan (1 à 1,5 cm) met plakband op de tafel vast. 1 In welke vorm staan de gemarkeerde werkwoorden? 2 In welk soort zin staat het werkwoord?
192
THEMA 5 | Vriendschap
besluit
In een bevelzin gebruik je de stam. e Lees de spreuk over vriendschap Markeer de persoonsvorm in de zinnen met groen. Onderstreep het onderwerp.
Mensen verliezen geen vrienden in het leven. We leren alleen wie de echte zijn. Staat het onderwerp in het enkelvoud of in het meervoud?
IN
Hoe schrijf je de persoonsvorm?
besluit
N
het onderwerp (o) = meervoud de persoonsvorm (pv) = meervoud: ik zal ... (infinitief)
VA
f Markeer in het tekstje de persoonsvormen in het groen. Onderstreep telkens het onderwerp. Hoe voer je een gesprek? Of spreek je voortdurend zelf? Soms luister ik al snel niet meer zo goed naar anderen. Ik onderbreek ook niet makkelijk iemand. Voel jij dat ook zo?
©
Staan de onderwerpen in het enkelvoud of in het meervoud? Het onderwerp is telkens
,
of
Staat die ‘je’ of ‘jij’ voor of na de persoonsvorm?
. de persoonsvorm.
Hoe schrijf je de persoonsvorm dan?
.
besluit
het onderwerp (o) = ik = je of jij na de persoonsvorm de persoonsvorm (pv) = de stam
LES 5 | Vriendschap van tegenwoordig
193
g Markeer de persoonsvorm in het groen. Onderstreep het onderwerp.
Vriendschap eindigt vaak in liefde. Staat het onderwerp in het enkelvoud of in het meervoud? Schrijf de stam van het werkwoord op: Hoe schrijf je de persoonsvorm (pv) hier?
besluit
het onderwerp (o) = iets anders
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. werkwoord
stam
zin
1
harken
De tuinman
2
geven
3
verdienen
Zo’n prestatie
4
scheuren
De bromfietser voorbij de kerk.
5
dwingen
Topsport
6
overtuigen
je leraar je wel om beter te Straks studeren.
7
gebeuren
Soms
het dat hij laat thuiskomt.
8
entertainen
Eerst
een clown alle kinderen.
VA
alle blaadjes bij elkaar.
een teken wanneer we De leraar met de toets mogen beginnen.
© 194
N
h
IN
de persoonsvorm (pv) = de stam + t
THEMA 5 | Vriendschap
toch een bloemetje! in een razend tempo
je tot urenlang trainen.
teken:
signaal
persoonsvorm
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord
zin
persoonsvorm
1
beleven
Die kleuter die school.
2
sturen
Waarom je je vriend geen verjaardagskaart?
3
waggelen
Het eendje
4
spelen
5
voorspellen
Voor vijf euro toekomst.
6
schamen
Je je toch wel voor wat je gedaan hebt?
7
dweilen
Onze schoonmaakster het hele huis.
8
verliezen
een aangename tijd op
achter zijn moeder.
jij tennis op hoog niveau? de waarzegster je
IN
Mijn pa
elke week
VA
vaak zijn sleutels.
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord
stam
Š
j
stam
N
i
zin
persoonsvorm
1
turnen
Mijn buurjongen turngroep.
2
drinken
Je
3
vergeten
De leraar
4
blazen
De orkaan
5
telefoneren
De directeur ouders.
6
roken
Mijn opa
7
dromen
Ik
8
niezen
Jan
al vier jaar bij die
toch geen koffie? Of wel soms? de toets af te nemen. iedereen weg. straks naar mijn
elke dag een pijp.
alleen nog maar van snelle auto’s. altijd vijfmaal na elkaar.
LES 5 | Vriendschap van tegenwoordig
195
Š
VA
N
IN
k Bekijk de tekeningen. Schrijf in een volledige zin wat je op de tekening ziet. Besteed extra aandacht aan de spelling van de werkwoorden.
196
THEMA 5 | Vriendschap
keuzegedeelte Keuzeles 1
Online ‘vrienden’
Je kunt informatie uitwisselen. Je kunt kritisch reageren en passend argumenteren. Je kunt informatie achterhalen in een zakelijke tekst. Je kunt foutloos lezen. a Vorm groepjes van drie of vier leerlingen.
Tom, 14 jaar
N
c Lees de getuigenissen. Bespreek daarna in de groep.
IN
b Elke groep heeft een woordvoerder. Die brengt verslag uit.
©
VA
Op school waren we ingelogd op het elektronisch platform. Na een les, vlak voor de middagpauze, ben ik mezelf vergeten uit te loggen. Tijdens de middagpauze komen er altijd jongeren studeren of op de computer werken. De volgende dag moest ik bij de directeur komen. Hij vroeg me waarom ik via het platform een bericht naar de hele school had gestuurd. Alle leerlingen en leerkrachten en zelfs de mensen van het schoolbestuur hadden het ontvangen. Ik had geen idee waar het over ging. Ik schrok wel toen ik het berichtje las. Ik durf hier niet te schrijven wat er stond: gore praat en beledigingen van heel wat leerkrachten. Ook mijn ouders waren eerst kwaad. Maar ze beseften wel dat ik zoiets nooit zou doen. Ik slaagde er ook niet meer in om op mijn account in te loggen. Blijkbaar had iemand het wachtwoord gewijzigd. Een leraar heeft me toen een nieuw wachtwoord gegeven.
Naar: Child Focus
- Wat is er fout gegaan? - Hoe kun je dat vermijden?
KEUZELES 1
197
Janne, 13 jaar
Mijn nicht en ik dromen ervan om model te worden. Een paar maanden geleden hebben we een fotoshoot gehouden. We namen foto’s van elkaar met onze smartphone, in verschillende outfits. Zomer- en winterkleren, broeken, shorts, rokjes en … lingerie. Ik heb zelfs een foto laten nemen waarop ik enkel een slipje draag. Maar ik hou mijn handen wel voor mijn borsten. Net zoals de echte modellen doen. We lagen krom van het lachen. Een paar foto’s heb ik op mijn Facebook geplaatst. Mijn profiel is enkel voor vrienden zichtbaar. Plotseling kreeg ik een mailtje: ‘Hete meid!’ De mail was verstuurd van een anoniem adres. Ik heb geen idee wie dat zou kunnen hebben verstuurd. De dag daarna hing die foto in de gang op school. Ik schaam me dood. Onmiddellijk heb ik de foto van de muur getrokken. Maar iedereen heeft hem intussen al zien hangen.
- Wat is er fout gegaan? - Wie heeft hier iets fouts gedaan? - Hoe kun je dat vermijden?
VA
N
IN
Naar: Child Focus
Glenn, 14 jaar
©
Een jaar geleden leerde ik iemand via de chat kennen. Ze heette Eveline. Het klikte goed. We chatten over alles en nog wat. Zo leerden we elkaar steeds beter kennen. We wisselden foto’s uit en deelden elkaars geheimen. Uiteindelijk verlangden we om elkaar in real life te zien. Dus spraken we op een dag af. Ik keek er echt naar uit. Maar Eveline was niet zo cool als ik had gedacht. Ze leek zelfs helemaal niet op haar foto. Ze had een dikke nek en kon alleen maar over zichzelf praten. Plotseling interesseerden haar verhalen me niet meer. Ik heb toen een smoesje verzonnen om snel te vertrekken. Daarna probeerde ik niet meer te chatten, maar ze bleef volhouden. Ze wil nog eens afspreken en blijft maar mailen, sms’en en bellen. Gisteren stond ze zelfs voor mijn deur.
Naar: Child Focus
- Wat is er fout gegaan? - Hoe kun je dat vermijden?
198
THEMA 5 | Vriendschap
Shana, 15 jaar
IN
Een tijdje geleden was ik samen met Niels. We waren gek op elkaar. Na schooltijd waren we soms uren aan het chatten. Cool, en al helemaal nadat we allebei een webcam hadden gekocht. Zo konden we elkaar ook na de schooluren zien. Op een avond wou Niels een spelletje spelen. Telkens als iemand verloor, moest die een kledingstuk uittrekken. Ik had er eerst niet zo’n goed gevoel bij, maar ik wou ook geen spelbreekster zijn. Het was een quiz en we hadden telkens 30 seconden tijd om het antwoord te googelen. We deden ons best om elkaar moeilijke vragen te stellen. Een voor een verdwenen de kleren. Een schoen, een sok, een trui enz. Na een tijdje begon het wel echt spannend te worden. Ik moest me als eerste volledig blootgeven. Hoewel ik me wel schaamde, wilde ik niet kinderachtig doen. Een maand of zo later raakte het uit. Niels kon dat niet zo goed verdragen. Kort daarna kreeg ik e-mails van jongens en mannen die ik niet kende. Ze vroegen of ik seks wou. Mijn moeder ontdekte mijn telefoonnummer op een escortewebsite. Er stonden ook foto’s bij van mezelf in mijn blootje, voor de webcam. Naar: Child Focus
- Wat is er fout gegaan?
N
- Hoe kun je de situatie oplossen?
VA
- Wat zou je Shana aanraden?
©
d De woordvoerders brengen een kort verslagje voor de klas. Tijdens een klasgesprek vullen we aan met eventuele eigen ervaringen. e Noteer per onderdeel enkele tips om problemen te voorkomen. Hoe gebruik ik het internet en sociale media?
Hoe voorkom je privacyproblemen?
›
KEUZELES 1
199
Chatten en cammen
©
Gsm
VA
N
IN
Internetprofiel (Facebook, Twitter …)
200
THEMA 5 | Vriendschap
Keuzeles 2
Child Focus
Je kunt informatie uitwisselen. Je kunt kritisch reageren.
Gewoon zalig! Na school of in het weekend ben je eigenlijk nooit echt alleen ... Ik zet mijn pc aan of open een app op mijn smartphone en het chatten, skypen en facebooken met mijn vrienden en vriendinnen kan beginnen ;)
Hoe vaak ben jij op de pc bezig? Heb je een eigen laptop? Heb je een eigen Facebookpagina? Skype je soms? Heb je een Twitteraccount? Chat je vaak? Met vrienden? Met vreemden?
N
- - - - - -
VA
IN
a Lees het getuigenis van Niels. Beantwoord daarna de vragen.
b Lees de tekst. Beantwoord daarna de vraag.
Š
BelgiĂŤ: Child Focus bereikbaar via chatbox Child Focus is ook via een chatbox bereikbaar. Je kunt surfen naar de website www.116000.be. Daarop kun je dan een verdwijning, ontvoering of seksueel geweld melden. Je kunt ook vragen stellen over internetveiligheid. Veel jongeren hebben nu een smartphone. Child Focus wil de nieuwe toestellen inzetten. Daarom komt er de chatbox. De datum van 26 mei is geen toeval. Op 25 mei is het de Internationale Dag van de Vermiste Kinderen.
Naar: Wablieft
Waarvoor kun je bij Child Focus terecht? c Maak de opdracht die je van je leraar krijgt.
KEUZELES 2
201
Keuzeles 3
Vriend of vijand?
Je kunt actief en geconcentreerd luisteren. Je kunt van jeugdliteratuur genieten. a Heb jij veel vrienden? Leg jij gemakkelijk contacten? Hoe maak jij nieuwe vrienden?
©
VA
N
IN
b Luister naar de tekst. Plaats namen bij de verschillende leden van de vriendenclub: Manon, Jempie, Pieter, Ilke en Nathan.
c Bingo! 1 2 3 4
202
Luister nu een tweede keer naar de tekst. Bekijk de woorden op je bingokaart. Schrap de woorden zodra je die hoort. Je roept ‘Bingo!’ wanneer je een volledige rij woorden horizontaal of verticaal hebt gehoord en aangeduid.
THEMA 5 | Vriendschap
Oefenen maar! 1
Duid hier jouw kleur aan:
Onderwerp en persoonsvorm
Les 3 Vriendschap is alles
a Lees de zinnen. Verschillende diersoorten werken in het wild goed samen. Werken verschillende diersoorten in het wild goed samen?
VA
b Maak van deze zinnen een ja-neevraag. Doe zoals in het voorbeeld.
Klas:
Bv. De Egyptische plevier leeft in Afrika. Leeft de Egyptische plevier in Afrika?
Nummer:
N
IN
- De gemarkeerde woorden zijn de persoonsvorm. Je vindt die door een ja-neevraag te stellen. Een ja-neevraag is een vraag waar je ja of nee op kunt antwoorden. - Het onderstreepte deel is het onderwerp. Het geeft een antwoord op deze vragen: Wie of wat doet iets in de zin? Wie of wat is iets in de zin?
Datum:
Symbiose is een moeilijk woord voor deze samenwerking. Is symbiose een moeilijk woord voor deze samenwerking?
1 De krokodil houdt enorm veel van deze vogel.
Š
2 We noemen hem ook wel de krokodilwachter.
3 Na het eten opent de krokodil zijn enorme bek. 4 De krokodilwachter eet de vieze restjes van tussen zijn tanden.
- -
Markeer de persoonsvorm met groen. Doe dat zowel in de mededelende zin als in de ja-neevraag. Onderstreep over wie of waarover iets gezegd wordt. Dat is het onderwerp. Deze vraag helpt je: Wie of wat doet iets in de zin?
OEFENEN MAAR!
Naam:
Naar: schooltv.nl
203
c Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. 1 De poetsvis en de haai vormen ook zo’n duo. 2 Vaak hebben haaien last van luizen. 3 Poetsvissen vinden die luizen heerlijk. 4 Ze leven op vaste plekken in het koraalrif. 5 Regelmatig gaan haaien daar even langs voor een poetsbeurt. 6 Soms wacht een hele rij haaien op een poetsbeurt. Naam:
Naar: schooltv.nl
IN
d Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. Deze vraag helpt je: Wie of wat is er iets in de zin?
1 De anemoon en de anemoonvis zijn ook dikke vrienden. 2 De anemoon is een zeedier dat op een plant lijkt.
N
3 De anemoonvis is de hoofdrolspeler in de film ‘Finding Nemo’.
Naar: schooltv.nl
VA
4 Voor alle andere dieren is de anemoon giftig.
e Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. Klas:
Bijzondere vrienden
©
1 In een dierenpark in Californië ontstond een bijzondere vriendschap. 2 Orang-oetan Hanama werd beste vriendjes met twee leeuwenbroertjes.
Nummer:
3 De twee leeuwtjes zijn nog maar een maand oud. 4 Hanama is hun favoriete babysit. 5 Lang zal deze vriendschap niet duren. 5 Binnen enkele maanden worden de twee leeuwenbroertjes volwassen.
Datum: 204
Naar: ketnet.be/karrewiet
THEMA 5 | Vriendschap
f Lees de delen van de zinnen in de drie harten aandachtig. Haal uit elk hart een deel. Maak daarmee goede zinnen.
1 Milo 2 De leeuw Bonedigger 3 De leeuw 4 Het hondje 5 Ze
ging weegt is werd zijn
een hondje van vijf kilo. half kreupel door een ernstige ziekte. al vijf jaar de beste vrienden. hem troosten en beschermen. ruim 200 kilo.
Opmerkelijke vriendschap!
3 4
Klas:
VA
Bekijk de foto’s aandachtig. Noteer een zin die bij de foto past. Markeer in de zin de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.
Naam:
Š
g
N
5
Datum:
2
Nummer:
IN
1
OEFENEN MAAR!
205
2
Spelling van de werkwoorden
Les 5 Vriendschap van tegenwoordig
a Kijk naar de tekeningen. Wat doen de personen? Markeer die woorden. 1 De bejaarden kaarten de hele namiddag in de cafetaria. 2 De omaatjes breien sjaals voor de daklozen. 3 De jongeren luisteren naar muziek. 4 De meiden tekenen elk een mooie tekening. 5 De jongens fietsen op hun BMX.
4
5
3
IN
2
VA
N
Naam:
1
b Vul de zinnen aan met de juiste vorm van het werkwoord. Doe zoals in het voorbeeld. Ik zal behoorlijk goed
dansen
.
Nummer: Datum:
1
Ik versier de woonkamer voor het feest.
Ik zal de woonkamer voor het feest .
2
Ik plant elk jaar aardappelen.
Ik zal elk jaar aardappelen
3
Ik drink graag sinaasappelsap.
Ik zal graag sinaasappelsap
.
4
Ik verzorg de bloemen in de tuin. Ik zal de bloemen in de tuin
.
5
Ik denk de hele tijd aan jou.
6
Ik train volgende week elke dag. Ik zal volgende week elke dag
7
Ik pomp het water omhoog.
Ik zal het water omhoog
8
Ik schiet de pijl in de roos.
Ik zal de pijl in de roos
Š
Klas: 206
Bv. Ik dans behoorlijk goed.
.
.
Ik zal de hele tijd aan jou
THEMA 5 | Vriendschap
. .
.
c Vul de stam in de tabel in. ik zal ... (infinitief) 1
schrijven
2
glanzen
3
stemmen
4
staan
5
verlaten
stam
Een v wordt een f.
Een z wordt een s.
andere
bespreken bespreek
vertellen vertel
overleven overleef
kiezen kies
zien zie
N
e Lees de uitspraken over vriendschap. Noteer onder elke uitspraak de stam van de gemarkeerde werkwoorden.
n. Je kunt 4 Vrienden lijken net als sterre er altijd. ze niet altijd zien, maar ze zijn
5 Er zijn twee soorten vrienden: ede de eerste kun je kopen, de twe zijn onbetaalbaar. 7 Vreemden zijn vrienden met wie u nog kennis moet maken .
9 Als een vriend je vraagt om geld te lenen, denk dan na welke van de twee je wilt verliezen.
6 Vriend: iemand die tijd ens je leven tegen je zegt wa t anderen na je dood ve rtellen. 8 Een vriend is iemand om op te bouwen, om op te steunen en om liefde van te ontvangen. 10 Het is gemakke lijker je vijanden te vergeven dan je vrienden.
Naam:
©
3 Vrienden zijn die zeldzame mensen die vragen hoe het met je gaat en dan wachten op je antwoord.
Klas:
2 Bloemen verwelken, schepen vergaan, maar onze vriendschap blijft eeuwig bestaan.
VA
hij een 1 Niemand is zo rijk dat en. vriend kan laten schiet
Nummer:
Schrijf de laatste medeklinker 1 keer.
IN
Schrijf wat je hoort.
Datum:
d Noteer de stam uit de vorige oefening in de juiste kolom.
11 Samen eten is olie voor de vriendschap.
OEFENEN MAAR!
207
f Vul de stam in de zinnen aan. Vriendschapsbandjes maken (Knippen)
van het rode en van het blauwe touw een stuk van
1 meter. (Plooien) (Leggen)
de draden: 1 stuk 25 cm, het andere 75 cm. de draden naast elkaar met de korte draden in het midden,
de lange aan de buitenkant. (Kleven)
het lusje bovenaan (1 Ă 1,5 cm)
met plakband op de tafel vast.
de buitenste rode draad onder de twee middelste draden en boven de buitenste blauwe.
de linkse blauwe draad over de middelste draden en onder de rechtse rode draad.
IN
(Plaatsen)
N
Naam:
(Stoppen)
(Gooien)
nu de linkse draad onder de middelste draden en boven
de rechtse, en de rechtse draad over de middelste draden en onder de linkse. dat een beetje aan, en (werken)
Nummer:
Š
Klas:
VA
(Trekken)
(Rijgen)
na ongeveer vijf
knopen eerst een parel over de middelste draden. (Knopen)
daarna verder.
Datum: 208
THEMA 5 | Vriendschap
zo verder.
(Werken)
verder tot de armband om je pols past.
(Eindigen)
met een knoop in de vier draden.
(Schuiven)
een parel over de twee middelste
en (werken)
af met een laatste knoopje.
(Knippen)
de draden kort af.
(Sluiten)
de armband door de parel
door de lus te doen. Naar: www.debanier.be/vriendschapsbandjes
zin
1
helpen
De meeste leerlingen schoolfeest.
2
proberen
Waarom
3
oefenen
De atleten
4
dansen
Elke zaterdag
Nic en Lily bij deze dansschool.
5
feesten
De chiroleden
volgende week twee dagen lang.
persoonsvorm
we niets anders?
VA
al maandenlang voor die wedstrijd.
Nummer:
N
graag tijdens het
Klas:
werkwoord
Datum:
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Wat is de persoonsvorm van de zin? Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom.
IN
g
Š
h Lees de tekst. Markeer in elke zin de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.
Naam:
Dag Jan Dank voor je mailtje. Kom jij overmorgen naar Gent? Ik ontmoet je graag aan het belfort. Daarna neem ik je mee naar een gezellig cafeetje. Daar toon ik je onze plannen. Mail je me nog eens de login van die muziekwebsite door? Ik neem alles met je door. Daarna trakteer ik jou op een lekker aperitiefje. Ten slotte vertel je me nog eens over je avontuur in Spanje. OkĂŠ? Tot dan!
OEFENEN MAAR!
209
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord
stam
Naam:
groeien
Ik
2
krijgen
… als ik een complimentje
3
mailen
4
liegen
Waarom
5
grijpen
Ik
6
buigen
Waarom
7
trainen
Hoe vaak
8
handelen
Ik
9
boeken
Volgende week
… .
je me morgen? jij zo vaak?
een handvol confetti. je zo diep?
jij per week?
volgens het boekje!
ik onze cruise.
jij je huis met die firma?
N
Waarom
VA
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
Klas:
werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
Datum:
1
bekijken
De bezoeker gebouw.
2
fronsen
Sinterklaas
3
filteren
Onze buurman visvijver.
4
seinen
De torenwachter komt.
5
smokkelen
Al jaren
die kerel drugs.
6
koelen
Het deeg
een beetje af.
7
komen
De leraar
het lokaal binnen.
8
herinneren
Niets
©
Nummer: 210
persoonsvorm
1
10 bouwen j
zin
IN
i
THEMA 5 | Vriendschap
alle kamers van het de wenkbrauwen. het water van zijn dat de vijand
hij zich nog.
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. zin
persoonsvorm
1
verhandelen
Morgen
2
dreunen
De muziek
3
klapperen
Mijn tanden
4
schaduwen
De politie
5
frunniken
6
kletteren
De regen
7
schminken
de schoonheidsIn die zaal verzorgsters gratis alle klanten.
8
exposeren
Waarom je je schilderijen niet? Je hebt talent genoeg!
hij alle goederen. door alle boxen. van de kou. drie verdachten.
jij nu al de hele tijd aan je mouw?
N
VA
werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
1
zoeken
2
pronken
3
bepleisteren
4
ploeteren
al de hele dag door De werkman de gietende regen.
5
dansen
De zus van mijn vriend Studio 100.
6
schrijven
je even op een briefje wat je allemaal nodig hebt?
7
noteren
Ik zorgvuldig wat ik voor de praktijkles moet meebrengen.
8
bestaan
De aarde
De wolf
De pauw
Nummer:
Datum:
hard op de ramen.
Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
een prooi. met zijn mooie staart.
je deze wand vandaag nog?
al jaren bij
al miljarden jaren. Naam:
Š
l
stam
Klas:
werkwoord
IN
k
OEFENEN MAAR!
211
m Je krijgt een aantal werkwoorden. Zoek telkens de zin waarin het werkwoord past. Vul de juiste vorm van het werkwoord in. infinitieven: reageren, combineren, verhinderen, herhalen, sorteren, herstellen, gebeuren, bewijzen, verstaan, selecteren 1
Die man kan onmogelijk
dat jij die diefstal hebt gepleegd.
2
Met de juiste medicijnen
de patiĂŤnt heel snel.
je me achteraan in de klas? Zo niet, dan praat ik wat harder.
Naam:
4
De verdediger
5
Voor de wiskundewedstrijd
6
Mijn moeder
7
Mijn neef
8 9
dat de aanvaller scoort. de leraar drie leerlingen uit onze klas.
zorgvuldig al het afval: papier, glas enz. topsport met schoolwerk. Dat is niet makkelijk!
IN
3
die lijst met werkwoorden tot je ze kent. De leraar
het dat je de lotto wint?
Nummer:
Š
Klas:
VA
N
10 Hoe vaak
altijd heel boos als er te veel lawaai is.
Datum: 212
THEMA 5 | Vriendschap
IN N VA
©
THEMA 6 Mode
LES 1
Kleding lenen? - luisteren, informatie in een schema noteren
LES 2
Werkwoorden zijn hip! - spelling van de werkwoorden
LES 3
Sporten in stijl - kijken en luisteren naar reclame
O V U R
LES 4
Stijladvies - spelling van de werkwoorden, schrijven
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
Rages in kaart gebracht - lezen: zakelijke tekst,
KEUZELES 2
Topmodel - genietend lezen
KEUZELES 3
Spring- en winspel - onderwerp, persoonsvorm, spelling van de werkwoorden
informatie ordenen
OEFENEN MAAR!
ZELFTOETS
LES 1 | Kleding lenen?
213
Les 1
Kleding lenen? Je kunt informatie uit een filmpje halen. Je kunt die informatie in een schema noteren.
O V VOOR U R Lees de tekstballonnen.
IN
Ik ben bezorgd om het milieu. Ik las in de krant dat er jaarlijks tonnen afgedankte kleding in de vuilnisbak belanden.
VA
N
Mijn budget is beperkt. Ik koop dus kleding bij de goedkopere winkelketens als Zara en H&M. Een nadeel daarvan is dat veel mensen met dezelfde kleren als ik rondlopen.
Š
Al mijn vrienden dragen dure mer kkleding. Van mijn ouders mag ik niet zo veel geld aan kleding besteden . Zo hoor ik er noo it helemaal b ij.
Mijn ouders begrijpen niets va n mode. Ik moet de kleren van mijn oudere zus afdragen. Ik krijg pas iets nie uws wanneer ze hele maal versleten zi jn.
214
THEMA 6 | Mode
ondervinden:
1 In welke mening herken jij jezelf? 2 Welke problemen ondervinden jongeren in verband met mode?
ervaren, voelen
3 Hoe kunnen die problemen opgelost worden? O V U R
Om het filmpje goed te begrijpen, is het belangrijk dat je de betekenis van de volgende woorden kent. - Lees de woorden aandachtig.
IN
duurzaam - de strippenkaart - de designer - fair trade - produceren - in bruikleen - Verbind de woorden met de juiste betekenis. duurzaam
1
de beurtenkaart
B
de strippenkaart
2
met respect voor het milieu
C
de designer
3
D
fair trade
4
E
produceren
5
de modeontwerper
F
in bruikleen
6
je leent iets om het te gebruiken
handel waarbij aan arme boeren en arbeiders een eerlijk loon wordt betaald
VA
maken
B
C
D
E
F
Š
A
N
A
- Laat je niet afleiden. - Kijk en luister aandachtig. - Stoor de anderen niet.
O V TIJDENS U R a Bekijk het fragment een eerste keer. 1 Waarover gaat het filmpje?
LES 1 | Kleding lenen?
215
2 Waarom bekijk je dit filmpje? Het wil je over iets informeren; van iets overtuigen; ontspannen; ontroeren. 3 Wat is de hoofdgedachte? Noteer in een zin waar het filmpje over gaat. 4 Op welke vragen krijg je in het filmpje een antwoord?
IN
Zet een kruisje. Wat is de kledingbibliotheek? Hoe ontstond de kledingbibliotheek? Wanneer ontstond de kledingbibliotheek? Waar ligt de kledingbibliotheek? Wat moet je doen om kleding te lenen? Wie heeft de kledingbibliotheek opgericht? Welke kleding kun je lenen? Waar vind je meer informatie over de kledingbibliotheek?
VA
N
b Bekijk het filmpje een tweede keer. In het schema zie je de hoofdpunten. Verduidelijk met extra informatie.
1 Wat is DE KLEDINGBIBLIOTHEEK? DE KLEDINGBIBLIOTHEEK is
©
2 Hoe kun je lid worden? -
-
3 Hoe werkt DE KLEDINGBIBLIOTHEEK? DE KLEDINGBIBLIOTHEEK
216
THEMA 6 | Mode
4 Waaruit bestaat de collectie? 5 Waar vind je meer informatie over DE KLEDINGBIBLIOTHEEK? -
IN
c Bekijk het fragment een derde keer. De antwoorden die je vindt, vul je met groen aan.
N
O V NA U R Ik kon bij de tweede luisterbeurt
evaluatie
van de 13 antwoorden in het schema invullen.
van de 13 antwoorden gevonden.
Kruis aan wat past. - Ik ben - Ik liet me - Ik keek en luisterde - Ik stoorde de anderen
niet tevreden met dat resultaat. veel niet afleiden. vaak niet aandachtig. veel niet.
VA
Bij de derde luisterbeurt had ik
wel soms soms soms
Š
Wat zul je bij een volgende luisterbeurt anders aanpakken?
d
Beantwoord deze vragen. Discussieer erover met je klasgenoten. 1 Voor welke problemen biedt de kledingbibliotheek een oplossing? 2 Wanneer zou jij kleding in de kledingbibliotheek ontlenen? 3 Welke kleren zou je lenen? 4 Welke kleren zou je zeker niet lenen?
LES 1 | Kleding lenen?
217
Les 2
Werkwoorden zijn hip! Je kunt werkwoorden correct vervoegen.
Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
1
beginnen
dit schooljaar op een nieuwe Coco school.
2
kennen
Ze
3
trekken
ze de aandacht met haar Al snel gekke outfits.
4
kleden
Ze
5
vermoeden
dat haar klasgenootjes haar Ze stiekem uitlachen.
6
vinden
7
worden
IN
er nog niemand.
zich erg opvallend.
N
a
Gelukkig
Coco dat helemaal niet erg.
VA
later namelijk een echt stijlicoon Zij naar wie iedereen opkijkt.
Waarop moet je extra letten bij de laatste vier werkwoorden?
Š
b Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. werkwoord
218
stam
zin
persoonsvorm
1
bevinden
de hipste winkel van Waar Antwerpen zich?
2
binden
Enesa manier.
3
worden
Later
Stan zeker een fotomodel.
4
houden
Nore
enorm veel van shoppen.
5
verkleden
Voor carnaval Spiderman.
THEMA 6 | Mode
haar sjaal op een originele
het jongetje zich in
c
Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
jij het belangrijk om er modieus bij te lopen?
1
vinden
2
aanvaarden
je opmerkingen over je uiterlijk?
3
bieden
je soms stijladvies aan je vrienden?
4
raden
5
kleden
jij al een jaar op voorhand wat de nieuwe modetrends zullen zijn?
IN
je je graag volgens de nieuwste mode?
Waarom eindigt de persoonsvorm in deze zinnen niet op een -t?
N
Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
VA
d
werkwoord
stam
zin
persoonsvorm in mijn voet.
snijden
Dat riempje
2
optreden
Adam tijdens het schoolfeest in zijn favoriete kostuum ?
3
vermijden
Hoe
4
worden
Later
5
broeden
Die modeontwerper nieuwe ideeĂŤn.
6
watertanden
Wietse wanneer hij die blauwe sneakers ziet.
7
verbieden
Je vader
8
onthouden
9
leiden
Š
1
10 lijden
je miskopen? je zeker beroemd. steeds op
het je om minirokjes te dragen.
Toon waar hij die pet gekocht heeft? In mijn dromen modebedrijf.
ik een groot
je ook aan een ernstige vorm van shopverslaving?
LES 2 | Werkwoorden zijn hip!
219
Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
1
vertellen
je vriendin al je geheimen?
2
verraden
je vriendin al je geheimen?
3
begluren
4
bespieden
5
lezen
6
beantwoorden
7
strikken
8
binden
9
sturen
je beste vriend het meisje op wie hij verliefd is? je beste vriend het meisje op wie hij verliefd is? je leerkracht alle mailtjes die je hem stuurt? je leerkracht alle mailtjes die je hem stuurt? je mama de veters van je schoenen nog? je mama de veters van je schoenen nog? je oma soms cadeautjes via Zalando? je oma soms cadeautjes via Zalando?
VA
N
IN
e
10 zenden
Waarom eindigt de persoonsvorm wel op een t in deze zinnen?
Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
Š
f
Digitaal winkelen in Antwerpen werkwoord
220
stam
zin
persoonsvorm
1
houden
2
durven
je niet van shoppen door de wachtrijen aan de kassa? Of je het pashokje niet uit?
3
veranderen
Dat
4
staan
Voortaan een slimme spiegel de klanten bij in enkele Antwerpse winkels.
THEMA 6 | Mode
binnenkort misschien.
zin
5
worden
6
voorstellen
vanaf Hypermoderne technologie februari in 20 winkels op de Meir geïnstalleerd. Wat dat precies voor?
7
hoeven
8
verzenden
9
krijgen
Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
N
g
In een van de deelnemende koffiebars je niet meer aan de toog te wachten. Met een speciale app je de bestelling via je smartphone. Je dan een melding wanneer je bestelling klaar is. Het gewoon leuker voor mensen die niet graag wachten.
IN
10 worden
persoonsvorm
Naar: Kits
werkwoord stam
VA
Nog meer snufjes in de Antwerpse winkelstraten zin
1
staan
2
herkennen
In enkele kledingwinkels slimme spiegel. Die kledingstukken.
3
krijgen
Je
4
vertellen
5
bestellen
6
brengen
7
bieden
8
vragen
9
wachten
Hij ook welke andere maten en kleuren er beschikbaar zijn. Via een druk op de knop je het juiste kledingstuk. Een winkelbediende dat dan naar je toe. Een brillenwinkel digitale hulp om een bril te kiezen. Via foto’s met een proefbril je online raad aan je vrienden. In een aantal schoenenzaken je niet op de bediende. Je zelf via een online tool of je maat er is.
10 zoeken
persoonsvorm een
info over de geschikte maat.
LES 2 | Werkwoorden zijn hip!
Naar: Kits
©
werkwoord stam
221
Les 3
Sporten in stijl
IN
Je herkent een reclamespot. Je kunt reclameboodschappen met elkaar vergelijken. Je kent de trucs die bij reclame gebruikt worden om je van iets te overtuigen. de stelling: een zin waarin a Welke sportmerken worden er in je klas gedragen? een mening gegeven wordt b Ben jij het eens met deze stellingen? Omcirkel de passende kaart. eens oneens
VA
N
1 Ik draag enkel sportmerken wanneer ik ga sporten. 2 Sportkleding is enkel voor jongens. 3 De leerkracht Nederlands mag sportkleding dragen. 4 Sportkleding is overal gepast. 5 Bij mijn keuze voor sportkleren laat ik me door reclame beĂŻnvloeden. c Bekijk het filmpje.
1 Welk filmpje heb je gezien? 2 Wie is de zender? 3 Hoe weet je dat?
Š
4 Wat is de boodschap? Zet een kruisje bij de passende antwoorden. Deze sportkleding draag je enkel tijdens het sporten. Je kunt deze sportkleding altijd en overal dragen. Deze sportkleding is er voor iedereen. Deze sportkleding is er enkel voor mannen. Wereldberoemde mensen houden van deze sportkleding. 5 Wie is de ontvanger? 6 Welk kanaal wordt gebruikt?
222
THEMA 6 | Mode
7 Wat is de bedoeling van het filmpje? 8 Wat is de slogan? d Bekijk het tweede filmpje. 1 Welk filmpje heb je gezien? 2 Wie is de zender? 3 Hoe weet je dat?
IN
4 Wat is de boodschap? Zet een kruisje bij de passende antwoorden. Deze sportkleding helpt je om succesvol te worden. Je kunt deze sportkleding altijd en overal dragen. Deze sportkleding is er voor iedereen. Topvoetballers houden van deze sportkleding. 5 Wie is de ontvanger?
N
6 Welk kanaal wordt gebruikt?
7 Wat is de bedoeling van het filmpje?
VA
8 Wat is de slogan?
Welke trucs gebruiken de makers van de reclamespots om hun merk aan te prijzen? Zet een kruisje bij de passende antwoorden. Ze tonen … aanprijzen: mooie mensen. een coole slogan. een geluksgevoel. in de kijker zetten, beroemdheden. humor. dat iedereen succesvol kan zijn. aantrekkelijk
©
e f
maken
Welke reclamespot vond jij de beste? Reclame probeert je te overtuigen om een product te kopen. Reclame probeert je te beïnvloeden en je mening te veranderen. Daarvoor maken reclamemakers gebruik van een aantal trucs: 1 een slogan; 2 humor; 3 een voordelige prijs; 4 het product zou een positief effect op je gezondheid hebben; 5 mooie mensen die het product gebruiken; 6 beroemdheden die het product aanprijzen.
LES 3 | Sporten in stijl
besluit
223
h Bekijk de reclameadvertenties. Welke trucs gebruikten de reclamemakers? Noteer de nummers uit het besluit.
Š
VA
N
1
IN
g Bekijk de reclameboodschappen. Schrijf de slogan over.
3 5
224
THEMA 6 | Mode
2
4
i Reclame maakt vaak gebruik van stereotiepe beelden. 1 Lees de woordenboekfragmenten die het woord ‘sterotiep’ verklaren. Leg het daarna in je eigen woorden uit. ste·re·o·tiep (bijv. nw.) gezegd van iets dat steeds weer op dezelfde manier gebeurt, volgens een vast patroon ◊ hij maakte stereotiepe grapjes.
ste·re·o·tiep [bijvoeglijk naamwoord] iets wat stereotiep is, geeft precies het beeld dat je verwacht ◊ het boek geeft een stereotiep beeld van Amsterdam
Uit: van Dale Basis Woordenboek Nederlands
Uit: van Dale Nederlands als tweede taal (NT2)
IN
2 Bekijk de afbeelding, een reclamefolder voor speelgoed. Wat maakt deze reclame stereotiep?
N
n Zo goed zij als mama, k! o dat wil je o Schoonmaakset
STOFZUIGER WERKT ECHT Qweenie stofzuiger
19.20 ,-
VA
6.99 ,-
©
3 Bekijk het reclamefilmpje. Op welke manier probeert men om stereotiepe beelden te doorbreken?
LES 3 | Sporten in stijl
225
Les 4
Stijladvies Je kunt werkwoorden correct vervoegen. Je kunt je favoriete kledingstuk beschrijven.
4.1
Een nieuwe stijl
Tijd voor een nieuwe stijl!
IN
Elfie: “Cool! Ik ben dol op mijn nieuwe outfit!”
VOOR
,99 euro Witte rok, JBC, 39 euro Handtas, H&M, 15 ro Bloesje, Zeb, 20 eu euro Vestje, Esprit, 40
N
Elfie wil eens iets anders dan een broek. ‘Fancy mag een rok voor me uitzoeken!’
VA
NA
Wat verwacht je?
Ik zal een totaal andere stijl uitproberen. Een stijl die mij iets volwassener doet lijken.
TIP
©
En? Tevreden?
Absoluut! Mijn benen ogen veel langer met een leuke rok. Ik ben er dol op. Het jeansvestje voelt heel natuurlijk, omdat ik vaak een jeans draag.
Een vleugje parfum kan jou en je look een extra boost geven. Jasmin heeft een stoere, maar vrouwelijke geur.
MAKE-UP
KAPSEL
Heb je geen vaste hand? Kies een eyeliner in stiftvorm. Je zult minder knoeien en het effect is even mooi.
Heb je lange haren? Brush ze en laat ze los hangen. Je kunt natuurlijk ook altijd een haarspeld op zak steken om je haren vast te maken tijdens het sporten.
226
THEMA 6 | Mode
het effect: het resultaat
de stijl: de manier van kleden
a Lees de tekst. b - Bekijk de gemarkeerde woorden. - Noteer de werkwoorden. - Doe zoals in het voorbeeld. ik zal ... (infinitief) 1 wil
ik zal … (infinitief)
willen
6 heeft 7 heb
3 zal
8 zult
4 ben
9 is
5 kan
10 kunt
c Vul het schema aan. zijn
hebben
willen
zullen
ik
ik
ik
ik
je
jij
je
je
jij?
je?
kunnen
mogen
ik
ik
je
je
je?
N
je?
IN
2 mag
jij?
je?
zij
Indrah
Tommy
het
dat
wij
jullie
ze
wij
jullie
wij
VA
hij
d Lees de zinnen. combineren: - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. samenbrengen - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
©
Zeven stijltips voor jongens 1
willen
2
kunnen
3
zullen
4
hebben
5
zullen
6
mogen
7
zijn
Je graag opvallen? Draag dan heldere kleuren. Grijze muizen vallen niet op. Een jeans je met alles combineren: een stoere trui, een gekleed hemdje … Opvallende schoenen, een coole riem: een durver met een opvallend accessoire scoren. je vader iets cools in zijn kast liggen? Lenen!
Volwassenen je veel ernstiger nemen als je netjes voor de dag komt. Een trainingspak , maar enkel wanneer je sport of op de bank tv-kijkt. Een verzorgd kapsel de kers op de taart.
LES 3 | Sporten in stijl
227
e Lees de zinnen. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Vul de juiste vorm van het werkwoord (pv) in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
STREET
STREET
STYLE Tibo, 15, Opwijk
VA
N
IN
STYLE
STREET
©
STYLE
228
THEMA 6 | Mode
STREET
STYLE Hannah, 14, Zaventem
4.2
Mijn stijl
O V VOOR U R Bij oefening e tonen Tibo en Hannah ons hun favoriete outfits. - Wat vind jij van hun outfits? - Welke informatie geven ze erover? Geef net zoals Tibo en Hannah wat uitleg bij je favoriete kledingstuk. - Blik terug naar je vorige schrijfopdracht. Noteer je werkpunten.
Beantwoord deze vragen: 1 Wat draag je? 2 Hoe ziet het kledingstuk eruit? 3 Waar heb je het gekocht? 4 Waarom houd je ervan?
N
-
IN
Houd er bij deze schrijfopdracht rekening mee.
VA
- Maak een foto van jezelf met je favoriete kledingstuk. Druk je foto af. - Vul het schrijfkader aan. Dit is je kladversie. Mijn favoriete kledingstuk is
.
Het is (kleur)
met (print)
Š
O V U R
Ik kocht het bij
.
Het is mijn favoriete kledingstuk, omdat
. Ik draag het meestal . Ik combineer het met .
LES 4 | Stijladvies
229
O V TIJDENS U R
tips
Maak korte zinnen. Begin elke zin met een hoofdletter. Eindig elke zin met een leesteken. Gebruik de spellingscontrole van je computer. - - - -
Lees je kladversie goed na. Verbeter waar nodig. Typ je kladversie op de computer uit. Plak je foto erbij.
IN
O V NA U R
Hoe heb je deze opdracht uitgevoerd? Zet een kruisje.
Š
VA
N
Ik heb het schrijfkader gebruikt. Ik heb korte, duidelijke zinnen geschreven. Elke zin begint met een hoofdletter. Elke zin eindigt met een leesteken. Ik heb de spellingscontrole gebruikt.
230
THEMA 6 | Mode
evaluatie
Les 5 5.1
Spel- en woordweb Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven.
a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over. 7 actrice
2 leeftijd
8 reclame
3 niveau
9 ballon
4 razend
10 budget
5 waarheid
11 collectie
6 weekend
12 make-up
IN
1 cool
N
c Duid de moeilijkheden in de woorden aan. d Welk woord past bij de beschrijving? z
VA
1 heel erg boos
2 zaterdag en zondag
n
3 maquillage
-
4 hoe oud je bent 5 erg leuk
c
a
Š
6 geen leugen
d
e Vul de ontbrekende woorden in. Kies een woord uit oefening b. 1
Jarne uit mijn klas voetbalt op een heel hoog
.
2
Ik krijg jaarlijks een
3
Mama houdt niet van shoppen tijdens de koopjesperiode. Ze wacht liever op de nieuwe .
4
Lana wil later een
5
Hoe snel kun jij een
6
Sommige zenders tonen heel veel
van 100 euro voor kleren.
in Hollywood worden. opblazen? tijdens hun programma’s.
LES 5 | Spel- en woordweb
231
5.2
Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.
Reeks 1 a Lees de woorden en de voorbeeldzinnen. de categorie
Een spar en een den behoren tot de categorie van de naaldbomen.
2
de definitie
Mevrouw, moeten we de definitie van een vierkant kennen?
3
zich verdiepen in
Voor mijn spreekbeurt verdiepte ik me in de verhalen over de Griekse goden.
4
onderscheiden In het donker konden we nog net elkaars gezicht onderscheiden.
5
het teken
6
voorzien
IN
1
b Welk woord past bij de uitleg? Vul het woord in de hokjes in.
N
De leerkracht geeft een teken wanneer we met de toets mogen beginnen. De leerkracht L.O. heeft reservekleren voorzien voor de leerlingen die hun gymzak vergeten hebben.
VA
1 iets grondig bestuderen: je in iets ... 2 herkennen
3 de betekenis
Š
4 ervoor zorgen dat iets er is 5 het onderdeel, de soort 6 het signaal Reeks 2
c Lees de woorden en de voorbeeldzinnen.
232
De marktkramer schreeuwde luid om zijn koopwaar aan te prijzen.
1
aanprijzen
2
combineren Kun je een deftig jurkje met sportschoenen combineren?
3
het effect
4
ondervinden Wie zich niet aan de regels houdt, zal snel problemen ondervinden.
Gezond eten heeft een positief effect op de gezondheid.
THEMA 6 | Mode
5
de stelling
Ga jij akkoord met deze stelling: alle leerkrachten zijn streng?
6
de stijl
Maya heeft een heel aparte stijl. Ze kleedt zich altijd heel leuk.
d Vervang de vetgedrukte woorden door een van de woorden uit oefening c.
2 3 4 5 6
Vader houdt van een nette manier van kleden. Hij draagt altijd een hemd en een das. Studeer goed en maak al je taken. Het zal een positieve uitwerking op je resultaten hebben. Bij deze oefening moet je de vraag met het juiste antwoord samenbrengen. Merken willen hun producten met behulp van reclame in de kijker zetten. Merkkleding is beter dan goedkope kleding. Ben jij het eens met deze uitspraak? Mensen met een handicap ervaren veel moeilijkheden als ze het openbaar vervoer willen gebruiken.
IN
1
N
e Vul de zinnen aan met het juiste woord. Gebruik de woorden uit oefening a en c.
Je mag bij ons blijven eten. Mijn mama heeft voldoende
2
Welke trui kan ik met deze broek
3
Het reisbureau wil de reizen naar Egypte extra hangen allerlei promoties uit.
4
In dit park kun je drie soorten vogels
6
7
8 9
.
?
. In de vitrine
.
Ik weet nog niet welke studierichting ik volgend jaar zal kiezen. Ik zal me eens in de verschillende mogelijkheden moeten . Youssef komt elke dag in zijn trainingspak naar school. De directeur vindt dat geen gepaste .
Š
5
VA
1
De scheidsrechter geeft het
om de match te beginnen.
Wij houden onze klas altijd heel netjes. Dat heeft een positief op het humeur van onze leerkracht. Steek je groene kaart in de lucht als je akkoord gaat met deze .
10 Wat is volgens jou de 11 Tot welke
van vriendschap?
van het dierenrijk behoort de slang?
12 Wie met de auto naar Brussel rijdt, zal veel verkeersellende
.
LES 5 | Spel- en woordweb
233
keuzegedeelte Keuzeles 1
Rages in kaart gebracht
Je kunt een zakelijke tekst lezen. Je kunt de informatie uit een tekst samenbrengen op een tijdlijn. Je kunt vragen bij een zakelijke tekst beantwoorden. Je kunt de belangrijkste instructies uit een instructiefilmpje halen.
IN
a Bekijk de buitenkant van de tekst. - Lees de titels en de tussentitels. - Bekijk de afbeeldingen. 1 Wat zie je?
2 Wat zeggen de titel, de tussentitels, de afbeeldingen over de inhoud van de tekst?
VA
N
3 Waarom lees je deze tekst (tekstdoel)? De tekst wil … je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
©
4 Lees de inleiding. Wat is de functie van de inleiding? De lezer nieuwsgierig maken. Een aantal vragen stellen over de inhoud van de tekst. Vertellen waarover de tekst zal gaan.
SPEELGOEDRAGES DOOR DE TIJD HEEN
Paninikaarten, loombandjes, Tamagotchi’s, knikkers, Pokémonkaarten en flippo’s … Allemaal voorbeelden van gadgets en speelgoed. Ze gingen de boekentas in om trots op school te tonen of te ruilen. Waar kon jij als kind niet aan weerstaan? Hoe lang bestaan rages al? En wat is een rage nu precies?
234
THEMA 6 | Mode
RAGE
Een rage is een stuk speelgoed of een gadget dat tijdelijk heel erg populair is. Een rage slaat aan wanneer het aantal mensen dat eraan meedoet, snel stijgt. Rages kunnen worden beïnvloed door groepsdruk. Erbij willen horen, kan ook een rol spelen. Meestal verdwijnen rages weer even snel als ze gekomen zijn. Soms keren ze na enkele jaren terug.
JAREN 50
In de jaren 50 was er al sprake van een zeer gekende speelgoedrage: de hoelahoep. De hoelahoep werd op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel geïntroduceerd. In het Amerikaans Theater gaven jonge meisjes voorstellingen met hoelahoeps. De rage sloeg naar Europa over.
IN
JAREN 60
JAREN 70
N
De scoubidou was hét hebbeding in de jaren 60. Met de soepele, ronde, holle plastic draadjes kon je bijvoorbeeld sleutelhangers en vriendschapsbandjes maken. Een andere rage uit de jaren 60 was het balvangertje: eenmandje waarmee je balletjes de lucht in kon schieten. Daarna moest je het balletje met het mandje weer opvangen.
VA
In de jaren 70 waren blauwe polsen een fenomeen onder de jongeren. Dat kwam door de klikklakballen. Klikklakballen verdwenen vrij snel, omdat ze gevaarlijk waren. Men noemde het speelgoed soms ‘polskrakers’. Minder gevaarlijk waren de kangoeroeballen. Wie er te lang mee rondsprong, kon wel pijnlijke beenspieren krijgen.
JAREN 80
©
De Rubiks kubus zorgde in de jaren 80 wereldwijd voor een hype. De eerste videospelletjes werden voorgesteld. Voorbeelden daarvan zijn Pac Man en Super Mario.
JAREN 90
De gekte rond de flippo heerste in de jaren 90. Kinderen verzamelden Pokémonkaarten, trollen, fopspenen. De Furby en de Tamagotchi zijn dan weer typische voorbeelden van steeds meer interactieve elektronica. Het waren meer dan zomaar speelgoedjes. Je moest er werkelijk voor zorgen. Wanneer je je speeltje even vergat, maakte het geluidjes om je aandacht te trekken.
KEUZELES 1
235
JAREN 2000 Japanse tekenfilms werden steeds vaker de bron voor nieuwe rages. Bayblades en Bakugankaarten werden volop verzameld. En wie heeft nog niet met de Wii gespeeld of met andere interactieve speeltjes op smartphone of tablet? Naar: www.wikipedia.org en www.speelgoedmuseum.be
b Zoek de antwoorden in de tekst. 1 Wat is een rage? Een rage is
IN
2 Welke rage is er nu? Waarom doe jij eraan mee?
-
Jaren 60
-
VA
Jaren 50
N
c Vul de tijdlijn aan met de informatie uit de tekst.
- balvangertje -
Š
-
236
-
- Pac Man
-
-
-
-
-
-
- Japanse tekenfilms
-
-
-
THEMA 6 | Mode
Keuzeles 2
Topmodel
Je kunt van een jeugdboekfragment genieten. Je kunt vragen bij een jeugdboekfragment beantwoorden.
10
©
15
N
5
Na de modellenwedstrijd gaat het snel. Kiia wordt gevraagd voor een fotoreportage van het blad Glamour. Kiia wordt gevraagd voor de omslag van het blad 4U. Kiia wordt gevraagd voor de modeshow van Prana. Ze reist van New York naar Milaan en van Parijs weer terug naar Nederland. Ze logeert in dure hotels. En ze verdient soms meer geld op een dag dan haar vader in een hele maand. Ze zou nog veel meer geld kunnen verdienen. Maar ja, ze moet naar school. Dat moet nu eenmaal in Nederland: tot je zestiende naar school. In andere landen zijn ze niet zo streng, weet Kiia. Dat heeft ze van verschillende fotografen en artdirectors gehoord. ‘Waarom ga je niet in Amerika wonen?’, zeggen veel mensen tegen Kiia. ‘Daar kun je veel rijker worden dan hier.’ En ’s avonds in bed ligt Kiia daar weleens over na te denken. Ze weet dat haar moeder dat ook best zou willen: naar Amerika gaan. Maar haar vader voelt er niets voor. Hij vindt dat Kiia gewoon haar school moet afmaken. En dan kan ze daarna altijd nog naar Amerika gaan. Op school is iedereen jaloers op Kiia, dat merkt ze wel. Ze kan het zich ook wel voorstellen. Vroeger was ze een lang, mager kind, in een oude spijkerbroek. Ze deed haar huiswerk, ze maakte lol met haar vriendinnen. Af en toe paste ze op de kinderen van de buren. En soms ging ze shoppen met haar moeder. Geen jongen zag haar staan. Nu is ze een beroemd model, een topmodel. Als ze geen modellenwerk doet, moet ze naar gala’s en recepties.
VA
1
IN
a Lees het fragment. Op een dag wordt Kiia door iemand van een modellenbureau opgemerkt. De vrouw vraagt haar om eens langs te komen. Kiia heeft er eigenlijk niet zo veel zin in, maar ze is dringend op zoek naar een vakantiebaantje. Haar moeder vindt het een geweldig idee …
20
25
KEUZELES 2
237
35
40
IN
30
Want het is belangrijk dat ze zich overal laat zien. En voor die gala’s moet ze dan weer de juiste kleren kopen. Want ze kan niet naar een gala in haar oude spijkerbroek. Avondjurken moet ze kopen; dure, blote avondjurken. Haar moeder gaat altijd mee, als ze weer zo’n jurk nodig heeft. Maar gezellig samen shoppen, zoals vroeger … Leuk kijken in de uitverkoop … Dat is er niet meer bij. En lol maken met haar vriendinnen ook niet. Daar heeft ze geen tijd meer voor. En voor huiswerk eigenlijk ook niet. Maar de jongens zien haar nu wel staan. De jongens op school en de jongens op straat. De modemannen en de mannen op de recepties en gala’s. Ze willen allemaal graag gezien worden met het topmodel Kiia.
Uit: Marian Hoefnagel, Topmodel
Wat vond je van het fragment? Wat zijn de voordelen van het modellenwerk voor Kiia? Wat zijn de nadelen voor Kiia? Wie is enthousiaster over de modellencarrière van Kiia? Kiia of haar moeder? Waaraan merk je dat? Waarom gaat Kiia niet in Amerika wonen? Wie geef jij gelijk? Kiia’s moeder of vader? Hoe reageren ze op school op de modellencarrière van Kiia? Wat zou jij vinden van een carrière als topmodel?
VA
1 2 3 4 5 6 7 8 9
©
N
b Beantwoord de vragen.
238
THEMA 6 | Mode
c Hoe loopt het verhaal af? Wat is volgens jou het juiste antwoord? Zet een kruisje. Kiia gaat uiteindelijk toch naar Amerika. In Amerika probeert Kiia om actrice te worden in plaats van model. Helaas lukt het niet. Ze blijft wel heel succesvol als model. Onder druk van haar moeder en de modewereld gaat Kiia steeds harder werken. Ze wordt eenzaam en verliest al haar vriendinnen. Uiteindelijk stopt ze met het modellenwerk en verbreekt ze het contact met haar moeder.
d Beluister het einde van het verhaal. Heb jij het juiste einde geraden?
Spring- en winspel
N
Keuzeles 3
IN
Kiia moet steeds harder en harder werken. De opdrachtgevers eisen dat Kiia gewicht verliest. Dat doet ze tot het haar bijna fataal wordt. Ze vertelt aan de kranten hoe het eraan toe gaat in de modewereld. Ze beslist om met het modellenwerk te stoppen.
Š
VA
Je toont respect voor elkaar en speelt het spel eerlijk. Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken. Je herhaalt de leerstof over het onderwerp en de persoonsvorm en de spelling van de werkwoorden.
KEUZELES 2
239
Oefenen maar! 1
Duid hier jouw kleur aan:
Onderwerp en hoofdgedachte
Les 1 Kleding lenen?
a Bekijk de tekst. Lees de titel en bekijk de afbeeldingen. 1 Wat is het onderwerp van de tekst? Naam:
2 Wat is de hoofdgedachte? 3 Welke tekst is dit?
IN
4 Wat is de bron van de tekst? Deze tekst wil je over iets informeren; van iets overtuigen; ontspannen; ontroeren.
N
5 Wat is het tekstdoel?
©
Klas:
VA
ALLES KOMT TERUG Ontwerpers van mode veranderen steeds hun collectie. Dat is slim bekeken. Zo kan je elk jaar andere dingen verkopen. Wat opvalt, is dat sommige trends na een tijd terugkomen. 30 jaar geleden waren dikke elastieken voor het haar hip. Nu zijn ze weer op de markt. Ze kregen de naam ‘scrunchies’. Tegenwoordig draag je ze niet enkel in het haar. Ze kunnen nu ook om je pols. Uit: Klap
Nummer:
b Lees de tekst aandachtig. Beantwoord de vragen. 1 Waarom veranderen ontwerpers steeds hun collectie? 2 Vind jij dat goed? Leg uit.
Datum:
3 Hoe noem je dikke elastieken voor het haar? 4 - Ze werden 30 jaar geleden enkel in het haar gedragen. waar niet waar
240
THEMA 6 | Mode
- Hoe weet je dat? 5 Noem nog enkele andere trends van vroeger die nu terug in de mode zijn. c Bekijk de tekst. Lees de titel en het schuingedrukte deel (inleiding). Bekijk de afbeelding. 1 Wat is het onderwerp van de tekst? 2 Wat is de hoofdgedachte? 3 Welke tekst is dit?
Nummer:
ROMEINSE MODE
N
Deze tekst wil je over iets informeren; van iets overtuigen; ontspannen; ontroeren.
IN
5 Wat is het tekstdoel?
Datum:
4 Wat is de bron van de tekst?
VA
Mode is al eeuwenlang belangrijk. Zo is kledij een symbool voor rijkdom. De snit1 en de kleur van de kledij vertellen veel. Dat was ook zo bij de Romeinen.
Š
Klas:
Tunica Alle mannen droegen een tunica. De tunica was een lang hemd. Dat was van wol of linnen gemaakt. Het werd met een touw of riem om het middel vastgeknoopt. Je kon gemakkelijk in de tunica bewegen. Een tunica had geen zakken. Geld werd in een buidel bewaard. Dat is een klein leren tasje aan een riem.
Toga De rijke en belangrijke mannen droegen een toga. Die hing boven de tunica. De toga was een groot kleed dat om het lichaam gewikkeld werd. Men droeg het enkel over de linkerarm. In een toga kon je niet goed bewegen. Maar dat was niet nodig.
Š Kenny Rubenis
Naam:
Stola Vrouwen droegen een lange jurk boven hun tunica. Dat heette een stola. Was je rijk, dan droeg je een soort omslagdoek over de jurk. De outfit was compleet met een kapmantel. Ook de haarsnit was belangrijk. Dames droegen hun haar nooit los. Het zat in een knotje. Had je meer geld? Dan liet je een ingewikkeld kapsel maken. 1 snit: manier waarop de stof van je kleding geknipt is, die bepaalt hoe goed je kleding zit
Naar: Klap
OEFENEN MAAR!
241
d Schrijf onder elke tussentitel het hoofdpunt van dat tekstdeel. Tunica Toga Stola
e Welk onderstreept woord uit de tekst past bij de uitleg? Naam:
de manier waarop je haar geknipt is een lange overjas met een kap een lang hemd van wol of linnen een lange jurk
IN
een groot kleed dat om het lichaam gewikkeld werd
een klein leren tasje om je geld in te bewaren
N
een teken
VA
f Welke kleren droegen Romeinse mannen en vrouwen? Vul het schema aan. ROMEINSE MAN
Nummer:
Š
Klas: Datum: 242
-
-
-
-
-
-
THEMA 6 | Mode
ROMEINSE VROUW
g Beantwoord de vragen. 1 Bekijk het vetgedrukte woord ‘dat’ in de tekst. Waarnaar verwijst het? 2 Hoe kun je zien dat een Romeinse man rijk was? 3 Waarom moest een rijke Romeinse man volgens jou niet goed kunnen bewegen? 4 Hoe zag je aan een Romeinse vrouw dat ze rijk was?
Spelling van de werkwoorden
ik wandel
hij wandelt
dansen
ik
2
spelen
ik
3
raden
ik
u
4
zenden
ik
hij
5
onthouden
ik
je
6
schudden
ik
hij
VA
1
©
Datum:
stam + t
N
Bv. wandelen
stam
jij
Nummer:
werkwoord
IN
a Vul de tabel aan. Volg het voorbeeld.
Les 2 Werkwoorden zijn hip!
je
branden
ik
het
8
antwoorden
ik
zij
Naam:
7
Klas:
2
OEFENEN MAAR!
243
b Pas het werkwoord uit de tweede kolom aan het onderwerp in de derde kolom aan. Voeg de uitgang -t toe. Ik rijd elke dag samen met mijn beste vriend naar school.
Tjorven elke dag samen met zijn beste vriend naar school.
2
Ik laad elke avond mijn schoolspullen in mijn schooltas.
Elin elke avond haar spullen in haar schooltas.
3
Ik snijd het vlees in kleine stukjes.
De kok stukjes.
4
Ik bind mijn veters op een speciale manier.
Fatine haar veters op een speciale manier.
5
Ik onthoud elk woord dat de leraar zegt.
Je zegt.
IN
elk woord dat de leraar
Lees de zin. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. stam
zin
persoonsvorm
1
worden
Je
te groot voor deze kleren.
2
belanden
Je
zeker en vast in een leuke klas.
3
aanvaarden
Jij
echt alles!
4
verbranden
telkens je vingers aan het Jij gasfornuis.
Š
Klas:
VA
werkwoord
werkwoord
Nummer:
stam
zin
5
lijden
jij ook zo tijdens de toetsenweek?
6
bespieden
je mij?
7
duiden
jij de foutjes in je Waarom oefeningen niet aan?
8
melden
je het wanneer je getuige bent van pesten?
Datum: 244
het vlees in kleine
N
Naam:
c
1
THEMA 6 | Mode
persoonsvorm
werkwoord
zin De directeur dat alle leerlingen zich netjes moeten kleden op school.
10 zenden
Nada me een postkaartje van op vakantie.
11 begeleiden
Hij zijn zieke oma naar het ziekenhuis.
12 broeden
De eend
werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
je mama zich op wanneer je kamer een puinhoop is?
14 schudden
je leraar zijn hoofd bij een fout antwoord?
15 verkleden
Hoe je kleine broertje zich voor Halloween?
IN
13 winden
16 leiden
werkwoord
stam
zin
persoonsvorm
vermijden
2
rijden
Waar
3
vinden
een volle portefeuille in de Sara toiletten.
4
verbranden
Het vuur
5
bevinden
je kamer zich op de eerste verdieping?
6
verzenden
Ik
7
doden
dit product alle bacteriĂŤn?
8
snijden
je zomaar je lange paardenstaart af?
9
aanvaarden
je vriendin je excuses?
Š
1
10 verbreden
Ik
Nummer:
Lees de zin. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
Klas:
N
je zus de leerlingenraad?
VA
d
zes eitjes uit.
Datum:
vinden
persoonsvorm
veel te dure kledingwinkels. je mama heen?
het hele bos.
nog geregeld brieven met de post.
De baggermachine
het kanaal.
OEFENEN MAAR!
Naam:
9
stam
245
werkwoord
stam
zin
11 dulden
persoonsvorm
Vader absoluut geen tegenspraak.
12 dragen
je mama hippe kleding?
13 spelen
elke week met de lotto.
Ze
14 beantwoorden
jij elke mail die je krijgt?
15 vinden
jij dit ook zo’n mooie broek? Cian
17 poetsen
De poetsploeg dagelijks.
18 bereiden
Ik een lekkere maaltijd om mijn mama te verrassen.
19 passen
Waarom
20 zingen
Serena
elke avond een dessertje. de inkomhal
IN
Naam:
16 eten
je deze jurk niet?
zo mooi!
1
schelden
Dina haar buurmeisje uit. scheld scheldt
2
wedden
Ik
dat de Rode Duivels de match tegen Brazilië zullen winnen. wed wedt
Nummer:
©
Klas: Datum: 246
VA
N
e Lees de zin. Onderstreep het onderwerp. Wat is de persoonsvorm? Kruis de juiste vorm van het werkwoord aan.
3
glijden
uit in de sneeuw. Oona glijd glijdt
4
baden
Cleopatra baad baadt
5
spelden
6
hoeden
in ezelinnenmelk.
je me iets op de mouw? Speld Speldt De herder hoed hoedt
THEMA 6 | Mode
zijn schapen in de bergen.
7
besteden
8
vermoorden
De hongerige wolf vermoord vermoordt
9
rijden
Pech! Mijn bus rijd rijdt
jij echt zo veel geld aan kleren? Besteed Besteedt
10 broeden
dat arme hertje.
voor mijn neus voorbij.
zin
N
werkwoord 1
verdienen
Kiia
2
beginnen
Waar
3
luiden
De kerkklok
4
verbranden
5
testen
6
vinden
7
bespieden
De bewakingsagent
8
verstuiken
Milan
9
wennen
de oefening?
elke zondagochtend.
VA
alle liefdesbrieven die hij van Marie kreeg.
jij een lipstick voor je hem koopt? jouw nieuwe muts prachtig!
Ik
Klas:
Anton
Š
de winkeldief.
zijn voet tijdens de voetbalmatch.
jij moeilijk aan nieuwe situaties?
De directie
geen laatkomers.
Naam:
10 dulden
veel geld als model.
persoonsvorm
Nummer:
IN
f - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.
Datum:
je kip haar eitjes uit? Broed Broedt
OEFENEN MAAR!
247
g - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in. - Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. zin
worden
op 19 augustus 1883 in Gabriëlle Bonheur Saumur in Frankrijk geboren.
2
kennen
Iedereen
3
klinken
Die naam
4
kleden
In haar tijd
5
binden
Om elegant te zijn, met een korset in.
je als vrouw je middel strak
6
houden
Coco Chanel
7
veranderen
Ze
8
bestaan
uit eenvoudige Haar nieuwe look voor vrouwen truien, lange broeken en comfortabele rokken.
9
combineren
Die ze met lange kettingen, versierde hoeden en elegante schoenen.
haar als ‘Coco Chanel’. zeker bekend in de oren.
daar helemaal niet van.
N
10 leiden
Daarmee
11 vinden
In de jaren 20
Coco het zwarte avondjurkje uit.
12 bezitten
Tegenwoordig
iedere vrouw wel zo’n jurkje.
13 zetten
Chanel opnieuw de trend met In de jaren 50 haar handtas met lange riem.
ze een heel nieuw modetijdperk in.
VA
Klas: Nummer:
14 overlijden
Coco Chanel
15 beïnvloeden
Haar stijl
Datum: 248
de vrouw zich heel ongemakkelijk.
de modewereld volledig.
©
Naam:
1
IN
werkwoord
THEMA 6 | Mode
op 10 januari 1971 in Parijs.
de hedendaagse mode nog steeds.
persoonsvorm
3
Onregelmatige werkwoorden
Les 4 Stijladvies
a Lees de tekst. Noteer de onderstreepte persoonsvormen onder het juiste werkwoord.
MODEONTWERPSTER VICTORIA BECKHAM KRIJGT KRITIEK OM GRAATMAGERE MODELLEN
Klas:
VA
N
Nummer:
IN
Datum:
Een groep fans van Victoria Beckham is woest na het zien van haar laatste modeshow. De groep heeft vooral veel kritiek op het 17-jarige model Peyton Knight. ‘Zo’n mager meisje mag vooral geen voorbeeld worden voor andere 17-jarigen,’ klinkt het. Victoria Beckham vindt die kritiek onterecht. Haar commentaar: ‘Mijn kleding kan door vrouwen in alle maten gedragen worden. Ik wil dat iedereen zich goed voelt in mijn kleding. In de toekomst zal ik zeker nog samenwerken met Peyton Knight.’
Naar: www.hln.be
HEBBEN
WILLEN
ZULLEN
KUNNEN
MOGEN
©
ZIJN
b Vul het schema aan. zijn
hebben
willen
zullen
kunnen
mogen
ik
ik
ik
ik
ik
ik
je
jij
je
je
je
je
je?
jij?
je?
je?
jij?
je?
men
Zoé
Tuur
het
dat
wij
jullie
ze
wij
jullie
wij Naam:
hij
OEFENEN MAAR!
249
c Lees de zin. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in.
EERSTE LINGERIESHOW MET ‘MOLLIGE’ MODELLEN IN NEW YORK. werkwoord
al enkele jaren bekend als Ashley Graham model met een maatje meer.
2
willen
Ze dat de modewereld meer rekening houdt met normale vrouwen.
3
kunnen
Het niet dat kleding enkel door magere modellen geshowd wordt, vindt ze.
4
hebben
Jammer genoeg je weinig ontwerpers die een beroep doen op modellen met een maatje meer.
5
zijn
Je
6
mogen
Iedereen
7
willen
Ashley Graham
8
hebben
Ze
9
zijn
De collectie
IN
zijn
niet enkel mooi als je maatje 32 hebt. zich mooi voelen.
N
daar verandering in brengen.
haar eigen lingeriecollectie ontworpen. voor mollige vrouwen bestemd.
VA
Naam:
1
10 zullen
Tijdens haar modeshow in New York mollige modellen zien.
je enkel
Nummer:
d
Lees de zin. - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Noteer de stam in de tweede kolom. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in.
©
Klas:
Naar: www.hln.be
ANDERS ZIJN IS MOOI werkwoord
Datum: 250
persoonsvorm
zin
persoonsvorm
zin
1
lijken
Fotomodellen
2
zijn
Ze
3
zullen
De organisatie ‘Models of Diversity’
4
willen
Deze organisatie
vaak op elkaar.
bijna allemaal lang, slank en blank.
THEMA 6 | Mode
dat veranderen.
dat iedereen model kan worden.
5
zijn
Niemand
6
tonen
Toch lijken.
7
vinden
‘Models of Diversity’
8
willen
Ze
9
zijn
Rebecca
perfect.
de modewereld altijd modellen die perfect dat niet eerlijk.
de modewereld veranderen.
10 hebben
Ze
een valse arm.
11 zullen
Nu
het haar eindelijk lukken om model te worden.
12 mogen
Binnenkort ze aan modeshows in de Verenigde Staten meedoen.
13 zien
Hopelijk Rebecca.
14 zullen
De modewereld weerspiegelen.
IN
we in de toekomst meer modellen als
Nummer:
dan eindelijk de realiteit
N
Naar: www.wablieft.be
Datum:
geboren met één arm.
VA
e - Onderstreep het onderwerp in de zinnen. - Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord in.
werkwoord
Het kledingmerk H&M met gebruikt katoen.
binnenkort weer kleding
2
kunnen Mensen
3
worden
Die kleding maken.
4
krijgen
Je
dan korting op je volgende aankopen.
5
willen
‘Ik
minder afval in de wereld.’
6
zeggen
Dat
7
hebben
In de fabrieken
8
zijn
de fabrieken van H&M minder slecht voor Zo het milieu.
9
hebben
De nieuwe collectie een jas.
oude kleren naar de winkels brengen. dan gebruikt om nieuwe stoffen te
de directeur Karl-Johan Persson. men nu minder grondstoffen nodig.
voor vrouwen jeansbroeken en
OEFENEN MAAR!
Naam:
maken
©
1
persoonsvorm
zin
Klas:
H&M MAAKT JEANS VAN OUD KATOEN
251
10 kunnen Een man kiezen.
een jas en een broek uit deze collectie
11 kunnen Voor je kind je naast broeken en jassen ook truien vinden.
Naam:
12 mogen
H&M al jaren trots zijn op zijn ecologische collectie ‘Conscious’.
13 worden
Die
14 denken
Toch doet.
15 vinden
Wat ___ jij daarvan?
minder vervuilend geproduceerd. sommigen dat H&M nog niet genoeg zijn best
IN
Naar: www.wablieft.be
f Kies het werkwoord dat past in de zin. Vul de zin aan met de juiste vorm van het werkwoord. Kies uit:
N
hebben - stoppen - kijken - zijn - vinden - blijken - hebben - vragen - vinden kijken - kijken - zeggen
IN DE HEMA Ze ‘Mam?’ Klas:
Ze Dan
je van deze?’, vraagt Kiia.
VA
‘Wat
aandachtig in de spiegel naar de geruite pet op haar hoofd. Kiia weer. ‘Hoe
een pluk van haar blonde haar onder de pet. ze om; verbaasd omdat haar moeder geen antwoord geeft.
©
Een mevrouw
Ze
haar lachend aan.
ook een geruite pet in haar handen.
Nummer:
‘Je moeder
daarheen gelopen’, wijst ze. ‘Naar de worst.’
Nu kijkt Kiia helemaal verbaasd. ‘Naar de wórst?’, vraagt ze. ‘Wat voor worst?’ de vrouw.
‘Rookworst’
‘Je moeder zei tegen je dat ze een stuk rookworst ging halen. Datum:
Omdat ze trek had in iets zouts.’ ‘O’, zegt Kiia. ‘Dat ‘Nee, dat
ik niet gehoord.’ ’, lacht de vrouw.
Uit: Marian Hoefnagel, Topmodel
252
je hem?’
THEMA 6 | Mode
4
Spelling en woordenschat
Les 5 Spel- en woordweb
4.1 Spelweb
7 actrice
2 leeftijd
8 reclame
3 niveau
9 ballon
4 razend
10 budget
5 waarheid
11 collectie
6 weekend
12 make-up
b Zoek de woorden in de woordslang. Schrijf ze nog een keer over. Let op je schrijfhouding.
IN
1 cool
Nummer:
N VA
2
De nieuwe schoenen van Ghita zijn echt c
3
De leraar was r
4
Wat zijn jouw plannen voor het volgende w
5
Stop met liegen! Nu moet je echt de w
6
Lise kan zo goed toneel spelen. Later wordt ze zeker a
Š
Matteo is pas twaalf. Toch voetbalt hij op een hoog n
Klas:
c - Vul de zinnen aan met een van de woorden uit opdracht a. - De eerste letter krijg je al. 1
ar he id
ke-upballonrec dma lam j i t eac ef a e collectiebudgetc trice l oolniveaurazend weekendw
Datum:
a Schrijf de woorden correct over.
.
.
. Niemand had zijn taak gemaakt. ?
vertellen! .
vakantie
relatief
politie
situatie
kritiek
advertentie
directie
reptiel
informatie
veertien
emotie
operatie
OEFENEN MAAR!
Naam:
c Markeer de woorden waarbij je tie uitspreekt als in collectie.
253
d Vul de zinnen aan met een van de gemarkeerde woorden uit oefening c. De eerste letter krijg je al.
Naam:
1
De d van onze school hecht veel belang aan een gepaste kledingstijl.
2
Volgende week moet ik naar het ziekenhuis voor een o mijn knie.
3
Joepie! Het is bijna Kerstmis. Dat betekent twee weken v
4
Evan had pech. Hij reed zonder licht in het donker met zijn fiets. Toen werd hij door de p tegengehouden.
5
Ilah zegt dat Sandy haar schoenen tijdens de les L.O. gestolen heeft. Wat een vervelende s .
aan .
B
C
D
E
J
K
L
M
S
T
U
V
H
I
N
O
P
Q
R
W
X
van de school vind je alle vrije
Dani nodigt zijn vrienden voor een spelletje
Nummer:
Š
2
Op de dagen.
G
VA
Klas:
1
F
N
A
3
4 Datum:
5
Gisteren bracht de voetbaltruitjes mee.
de nieuwe
De meisjes zaten uren te via Facebook. Snapchat is een coole
Uit welke taal zijn deze woorden afkomstig?
254
IN
e Kraak de code. Welke woorden zitten verstopt achter de code?
THEMA 6 | Mode
voor je smartphone.
de definitie
ondervinden
het teken
de categorie
het effect
de stelling
voorzien
combineren
onderscheiden
de stijl
zich verdiepen in
b Schrap het woord dat niet in de zin past.
IN
a Markeer in elke zin een woord uit reeks 1 van het woordweb. 1 Geef me een teken als je hulp nodig hebt! 2 Mijn grote zus heeft zich helemaal in het leven van Jeanne d’ Arc verdiept. 3 Daar aan de horizon kun je drie boten onderscheiden. 4 Je zult voor de uitstap zeker reservekleren moeten voorzien. De kans bestaat dat je kleren vuil worden. 5 H&M, Zara, Pimkie … Welke winkelketens uit deze categorie ken je nog? 6 Mevrouw, moeten we de definitie van communicatie uit ons hoofd kennen?
VA
N
1 Hoe zul je deze nieuwe kleren aanprijzen/combineren? (samenbrengen, samen dragen) 2 Met welke reclame zal Coca-Cola deze kerst zijn drankjes aanprijzen/combineren? (in de kijker zetten) 3 Zal ik achteraf veel last van deze operatie aanprijzen/ondervinden? (ervaren, voelen) 4 Dure kleren zijn mooier. Ben jij het eens met deze stelling/effect? (uitspraak) 5 Karima kleedt zich zo leuk. Ze heeft echt effect/stijl. (manier van kleden) 6 Een klein beetje make-up kan al een groot effect/stijl hebben. (uitwerking)
Klas:
c Welk woord past in de twee zinnen?
Nummer:
aanprijzen
Datum:
4.2 Woordweb
1
- Deze schoenen kun je met alles . (samen dragen) - Je moet de vraag met het juiste antwoord . (samenbrengen)
2
- -
3
- Jonah komt altijd te laat. Dat is toch echt geen . (goede manieren) - Maya heeft een gekke . Soms combineert ze hoge hakken met een trainingspak. (manier van kleden)
4
- Met haar aparte kledingkeuze wil Coco zich van de anderen (laten zien dat je anders bent) - Als je goed kijkt, kun je twee soorten vissen in het aquarium (herkennen)
©
Met een gigantisch baggerschip zullen ze deze zomer het kanaal . (dieper maken) We vonden de tentoonstelling van de schilderijen van Keith Haring zo leuk. We willen ons graag nog meer in zijn werk . (grondig bestuderen)
.
- Welk staat symbool voor de euro? (symbool, karakter) - De scheidsrechter fluit als dat de match gedaan is. (signaal)
OEFENEN MAAR!
Naam:
5
.
255
Zelftoets thema 5 en 6 1
Onderwerp en persoonsvorm
Thema 5 Les 3 Vriendschap is alles
/10
a Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. /5 Yasmine uit Humbeek gaat te paard naar school. Haar bus komt regelmatig niet opdagen. De Lijn erkent het probleem. Elke week worden bussen geschrapt. Veel chauffeurs gingen op pensioen.
b Lees de zinnen. Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.
In ons land vind je in elk gebouw een toilet. Dat is niet overal zo. Niet in alle landen is stromend water beschikbaar. In sommige landen gaan mensen gewoon aan de kant van de weg naar het toilet. Een slechte hygiĂŤne veroorzaakt ziektes.
2
Spelling van de werkwoorden
Thema 5 Les 3 Vriendschap is alles /35 Thema 6 Les 2 Werkwoorden zijn hip Thema 6 Les 4 Stijladvies
Nummer: Datum:
1
Ik doe mijn best om niet te verdwalen.
2
Volgende maand verhuizen we naar onze nieuwe woning.
3
Je kunt je doel bereiken.
4
De kleuters zitten op hun juf te wachten.
5
Je durft weer echt te leven.
6
Ooit zul je hem opnieuw ontmoeten.
7
Ze scheuren met hun dure wagens door het dorp.
8
Ik wil dat werkje graag tegen morgenavond voltooien.
9
Voor dit karweitje rekenen we op jouw inbreng.
Š
Klas:
a Noteer de stam van het gemarkeerde werkwoord in de laatste kolom.
10 Hij laat zich morgen door de dokter onderzoeken.
256
/5
N
1 2 3 4 5
VA
IN
Naam:
1 2 3 4 5
THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS
/10 stam
b Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Schrijf de juiste vorm van het werkwoord (pv) in de laatste kolom. stam
zin
persoonsvorm
1
lachen
Waarom die leerling zijn klasgenoot uit?
2
pompen
De machine boven.
3
berispen
De directeur de leerling die alweer te laat is.
4
concentreren
Waarom
5
slaan
zijn tegenstander De bokser tegen de grond.
6
spuwen
Die viezerik grond!
7
schrikken
In het spookhuis hoedje!
8
kantelen
De garagepoort niet meer zo soepel als vroeger.
9
kladderen
het water naar
je je niet?
IN
Datum:
werkwoord
/10
gewoon op de
10 druppelen
Het water beneden.
er maar
traag naar Klas:
VA
Die kunstschilder op los.
Nummer:
N
je je een
Š
c Onderstreep het onderwerp. Schrijf de juiste vorm van het werkwoord (pv) in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord
zin
/5
persoonsvorm
1
onthouden
De leraar Frans nooit dat hij een toets heeft aangekondigd.
2
beantwoorden
Ik
3
mijden
Sinds onze ruzie vorige week vriend me.
4
vermoeden
Moeder niet dat we een verrassing voor haar verjaardag plannen.
5
rijden
elk bericht onmiddellijk. mijn beste
Naam:
jij met de bus naar school of met de tram?
THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS
257
d Onderstreep het onderwerp. Schrijf de juiste vorm van het werkwoord (pv) in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. zijn
2
hebben
vaak vermoeidheidsklachten Een tiener tijdens het schooljaar.
3
kunnen
Hij
4
zullen
’s Morgens
5
kunnen
niet zo gemakkelijk Het probleem aangepakt worden.
6
zijn
Vroeger naar bed gaan juiste oplossing.
7
willen
Veel tieners wel vroeg gaan slapen, maar het lukt niet.
8
zijn
Dat de schuld van het hormoon melatonine.
9
mogen
De school
hij nog erg moe zijn.
Klas: Nummer:
IN
Volgens wetenschappers zijn.
Datum: 258
niet altijd de
pas om half 10 starten.
©
TOTAAL
’s avonds niet vlot slapen.
N
10 zullen
jij vaak moe op school?
VA
Naam:
1
/10
THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS
dat de oplossing
/50
IN N VA
©
THEMA 7 Beroepen
LES 1
Waarom werken wij? - groepsgesprek
LES 2
Is het een ding, een dier of een persoon? - zelfstandig naamwoord
LES 3
Hij of zij? - verwijswoorden
O V U R
LES 4
Gekke beroepen - schrijven
LES 5
Zie je wat je moet zien? - informatie uit filmpjes halen
KEUZELES 1
Het digitale woordenboek - digitaal woordenboek
KEUZELES 2
Zeg het nu zelf - informatie doorgeven
KEUZELES 3
Spelen met beroepen - taalspellen
O V U R
OEFENEN MAAR!
LES 1 | Waarom werken wij?
259
Les 1
Waarom werken wij? Je kunt naar de meningen in een groepsgesprek luisteren. Je durft voor je eigen mening uit te komen. Je kunt, om oefeningen te maken, in een groepje overleggen.
a Bekijk de cartoons.
N
IN
Waarover gaan ze?
VA
Welk tekstdoel hebben deze cartoons? overtuigen - ontroeren - ontspannen - informeren
Š
b Waarom is het nodig dat wij werken? Vul je ideeĂŤn in het schema aan.
Waarom werken wij?
Naar: www.beroepenhuis.be
260
THEMA 7 | Beroepen
c Welke job wil je later uitoefenen?
uitoefenen:
d Wie doet wat? - Orden de beroepen in de tabel.
acteur – ambulancier – bakker – brandweerman – danser – dierenarts – dierenverzorger – drukker – fotomodel – journalist – kapper – kassier – machinist – mode-ontwerper – ober – pedicure – restauranthouder – schoonheidsspecialist – slager – stewardess – taxichauffeur – tekenaar – verpleegkundige – vrachtwagenchauffeur – winkelbediende – zanger mensen eten
mensen reizen
mensen laten zich verzorgen
mensen willen mooi zijn
mensen (ver)kopen
mensen houden mensen staan van dieren op een podium
N
IN
doen
mensen hebben mensen nodig
VA
mensen lezen
©
- Vergelijk je antwoorden met je buur. - Bespreek de antwoorden met de klas.
tips
1 Luister aandachtig naar de mening van anderen. 2 Laat iedereen uitspreken. 3 Leg uit waarom je er zo over denkt.
- Markeer twee beroepen die je aanspreken. Leg uit waarom. - Markeer twee beroepen die je niet aanspreken. Leg uit waarom. - Vul nog beroepen aan die jou bevallen.
bevallen:
prettig vinden
aanspreken:
zo zijn dat iemand het mooi of aangenaam vindt
LES 1 | Waarom werken wij?
261
Les 2
Is het een ding, een dier of een persoon? Je kunt zelfstandige naamwoorden herkennen. Je kunt aanduiden of een zelfstandig naamwoord naar een ding, een dier of een persoon verwijst. Je kunt opzoeken welk lidwoord je bij een zelfstandig naamwoord moet gebruiken.
a Lees de tekst.
IN
b Orden de gemarkeerde woorden in de juiste kolom.
VA
N
Als je lasser bent, kun je helpen wanneer ze een gebouw of een voertuig bouwen. Je kunt ook helpen om een machine te repareren die van metaal gebouwd is. Een lasser maakt soms ook een hondenhok voor Max, je trouwe viervoeter of een vogelkooi voor de vogel van de buurman. Een lasser neemt twee delen metaal en zorgt ervoor dat ze aan elkaar komen te zitten. Hij moet daarna altijd controleren of de gelaste delen ook echt goed aan elkaar zitten. Hij snijdt en last soms plastic of andere soorten materiaal. Voor speciaal laswerk moet een lasser eerst een opleiding volgen. Dat doet hij meestal in groep in de avondschool.
Naar: Charlotte Guillian, Kies een beroep met bouwen
Zijn de gemarkeerde woorden een ding, een dier of een persoon?
Š
JA
NEE
Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een ding, een dier of een persoon benoemen.
262
THEMA 7 | Beroepen
besluit
c - Bekijk de gemarkeerde woorden. Welke ziekte heeft de verpleegkundige? Heeft de advocaat al een grote liefde gevonden? - Wat stel je vast?
Woorden als verdriet, gezondheid, woede, hoogte ... benoemen dingen die je niet kunt vastnemen. Het zijn ook zelfstandige naamwoorden.
besluit
1 Heeft de winkelier geluk met de Lotto? uiten: 2 De ramenwasser moet op grote hoogte werken. uitspreken, 3 De kleuter had groot verdriet. zijn mening geven, 4 Hoe gaat het met opa’s gezondheid? tonen ... 5 Hij uit zijn woede op een gewelddadige manier: hij wil altijd vechten.
N
IN
- Markeer de zelfstandige naamwoorden die iets benoemen wat je niet kunt vastnemen.
VA
d Markeer de zelfstandige naamwoorden. Voor dieren gebruik je groen, voor dingen oranje en voor personen blauw. Een vuurtje stoken is leuk. Vooraan staan bij een grote brand is helemaal spannend. Vuur is boeiend, zolang je eigen spullen niet verbranden. Iedereen hoopt ook altijd dat er geen kinderen, volwassenen, honden of katten bij verongelukken. Om dat te voorkomen, hebben we brandweermannen en -vrouwen.
©
Naar: Toon Kramer, Beroepen
e Lees de tekst. Vul de ontbrekende woorden in de tekst aan. Daan,
hoefsmid, vertelt waarom zijn beroep leuk is. Ik heb mijn eigen bedrijf
en dat vind ik fijn. Ik heb geen interesse om voor
baas te werken. Hoewel ik
alleen werk, heb ik toch veel contacten: ik ontmoet elke dag andere klanten, dus het is geen eenzaam beroep. Over een paar jaar krijg ik misschien wel begeleiden. Ik heb ‘t Lijkt mij leuk
tijdje
vak zelf ook als leerling bij
stagiair om te echte hoefsmid geleerd.
kennis door te geven. Iedereen die echt hoefsmid wil worden,
kan het ook leren. Naar: Natalie Righton en Ton Koene, Stoere beroepen 2
LES 2 | Is het een ding, een dier of een persoon?
263
besluit
Voor een zelfstandig naamwoord kun je een lidwoord zetten. Dat kan het, de of een zijn.
f Lees de tekst. - Markeer de zelfstandige naamwoorden. Eenzelfde woord markeer je maar één keer. - Noteer de zelfstandige naamwoorden op de juiste plaats in de tabel. Gebruik een woordenboek als je twijfelt.
DE REDDINGSWERKER/BRANDWEERMAN
IN
Een reddingswerker is vrijwillig en heeft er een ander beroep naast. Hij heeft met zijn werkgever afgesproken dat hij mag reageren, zodra er een noodoproep is. Er kan ook een schipper zijn. Hij of zij is wel elke dag op het reddingsstation aanwezig en wordt betaald. Hij zorgt voor het onderhoud van alle materiaal: dat gaat van de boot tot het pak van alle reddingswerkers. Als je moet uitvaren, moet alles natuurlijk perfect zijn. We zijn eigenlijk net zo georganiseerd als de brandweer in een kleiner dorp. Die werken ook allemaal met vrijwilligers. De meeste mensen hebben veel vertrouwen in de brandweer. Je kunt de brandweer steunen door naar hun jaarlijkse feest te gaan. Je kunt dan ook een gesprek met de vrijwilligers aangaan.
het-woorden
VA
de-woorden
N
Naar: Toon Kramer Harmen van Straaten, Het beroepenboek voor kinderen
©
g Maak woordfamilies met de gegeven woorden. Zoek zo veel mogelijk zelfstandige naamwoorden die met het onderwerp te maken hebben. koken
264
THEMA 7 | Beroepen
bakken
garage
h Vul zelf passende zelfstandige naamwoorden in. Als je landbouwer bent, houd je de
voor de melk en schapen voor
. Of
voor de eieren. Er zijn ook
die heel bijzondere
houden, zoals lama’s of struisvogels.
Als landbouwer moet je goed voor
zijn en ervoor zorgen dat ze geen
krijgen. Je moet ze ook het juiste
geven en hun
op tijd schoonmaken. Veel landbouwers zijn zelf op een opgegroeid en zijn dus gewend aan de
en het boerenleven.
Naar: Charlotte Guillian, Kies een beroep met dieren
werkwoord 1
proeven
2
brouwen
3
schrijven
4
schilderen
5
ontwerpen
6
schoonmaken
7
zingen
8
feesten
9
branden
de winkelier
ding
de winkel
N
winkelen
persoon
Š
VA
Bv.
IN
i Maak van de werkwoorden twee zelfstandige naamwoorden. Het ene woord benoemt een persoon, het andere woord benoemt een ding. Bekijk het voorbeeld.
LES 2 | Is het een ding, een dier of een persoon?
265
Les 3
Hij of zij? Je kunt in een woordenboek opzoeken of een zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. Je kunt een zelfstandig naamwoord door hij, zij of het vervangen. Je kunt ‘hij’, ‘zij’ of ‘het’ door een passend zelfstandig naamwoord vervangen.
www.vandale.be
VA
Welk lidwoord staat bij stoel?
N
IN
a Lees de uitleg.
Is het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?
Door welk verwijswoord kun je de stoel vervangen?
©
b Lees de uitleg.
www.vandale.be
Welk lidwoord staat bij regering? Is het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig? Door welk verwijswoord kun je de regering vervangen?
266
THEMA 7 | Beroepen
c Lees de uitleg.
www.vandale.be
Welk lidwoord staat bij venster? Is het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig? Door welk verwijswoord kun je het venster vervangen?
N
IN
d Lees de uitleg.
www.vandale.be
VA
Wat stel je hier bij het lidwoord vast?
besluit
Š
Er zijn twee soorten zelfstandige naamwoorden: het-woorden en de-woorden. Alle het-woorden zijn onzijdig (o). De-woorden kunnen mannelijk (m) of vrouwelijk (v) zijn. Onzijdige woorden kun je vervangen door het. Mannelijke woorden kun je vervangen door hij. Vrouwelijke woorden kun je vervangen door zij of ze.
e Vul het juiste lidwoord in. 1
schilderij
6
hondje
2
auto
7
kapsalon
3
parcours
8
schilderborstel
4
kookboek
9
schaar
5
loopschoen
10
computer
LES 3 | Hij of zij?
267
f Zoek in het woordenboek of je de volgende personen door hij of zij kunt vervangen. - De directeur,
is volgende week afwezig.
- De journalist,
reist naar gevaarlijke gebieden.
Wat merk je op?
g Vervang de persoon door ‘hij’, ‘zij’ of ‘het’. 1
De verkoopster,
staat aan de kassa.
2
De kapper,
3
De schilderes,
4
De lerares,
5
Het kind,
6
De bakker,
7
De technicus,
8
De brandweervrouw,
9
De politieagente,
10
De zangeres,
snijdt mijn haar. maakt een prachtig schilderij.
loopt naar de bal. bakt heerlijke taarten. herstelt de motor.
IN
neemt de leerlingen naar de klas mee.
N
klimt snel de ladder op. eet een appel.
VA
haalt heel hoge noten.
h Zoek op of deze woorden de- of het-woorden zijn. Zet een kruisje in de juiste kolom. Vervang ze door ‘hij’, ‘zij’ of ‘het’. de
zn
chauffeur
©
1
het
268
hij, zij, het
zin rijdt heel voorzichtig.
2
loon
zal worden gestort.
3
machinist
bestuurt de trein.
4
beroep
geeft je veel voldoening.
5
banketbakker
levert aan huis.
6
actrice
speelt al in veel films.
7
sollicitatiegesprek
is om 16.00 uur.
8
bloemist
maakt een mooi boeket.
9
fotomodel
eet een yoghurtje.
10
diploma
THEMA 7 | Beroepen
Je krijgt
pas in juni.
i Duid aan of het woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. Gebruik je (digitaal) woordenboek als je twijfelt. mannelijk vrouwelijk onzijdig De kok bakt de pannenkoek.
2
De regisseur maakte een griezelfilm.
3
De partij wordt alsmaar groter.
4
Het vertrekpunt van de wedstrijd lag vast.
5
De ruïne van het kasteel herstellen ze niet meer.
6
De ruitenwisser van mijn auto is stuk.
7
Een meubel verslepen kan moeilijk zijn.
8
De toets van mijn computer zit los.
9
De souschef maakt pesto.
10
De ambulanciers kwamen bij het spoedgeval aan.
N
IN
1
VA
j Vul de zinnen aan. Vervang ’het’, ‘hij’ of ‘zij’ door een zelfstandig naamwoord. Bv. Hij snelde de ladder op. De brandweerman snelde de ladder op. 1 Hij bakt brood en maakt heerlijke taarten. 2 Zij zorgt goed voor gewonde dieren. 3 Hij legt de rekensommen uit.
©
4 Het is in de zoo geboren. 5 Zij speelde de filmrol van haar leven. 6 Hij poseert in de prachtige kleren. 7 Zij presenteert het nieuws. 8 Hij controleert of iedereen zich aan de afspraken in het zwembad houdt. 9 Zij gaat achter de boeven aan. 10 Het speelde in het bos.
LES 3 | Hij of zij?
269
Les 4
Gekke beroepen Je kunt aan de hand van een stappenplan een goede tekst schrijven. Je kunt je tekst net overschrijven of overtypen. Je kunt je tekst achteraf controleren.
O V VOOR U R
inhouden:
Ken jij iemand die een vreemd beroep heeft? Wat houdt dat beroep in?
betekenen, bevatten
IN
Lees de tekst.
In het lijstje van vreemdste jobs ooit staat het beroep van Philip Wells wellicht heel hoog. Wells is een professionele hondenvoedingstester.
VA
N
Hij eet elke dag hondenvoeding en is er dol op. De officiële titel van Philip is ‘Technical Director’ bij Lily’s Kitchen. ‘Ik eet elk recept, elke dag’, zegt Philip. ‘De smaakzin van honden verschilt van die van mensen. Het is belangrijk dat elk ingrediënt goed gekozen is’, vertelt hij verder. Het favoriete recept van Philip is lam met erwten en peterselie. ‘Dit recept proef ik het liefst. Het is een van de beste’, aldus Philip.
Philip start zijn kwaliteitscontroles door naar het eten te kijken. Hij gaat na of hij er genoeg bosbessen of groene bonen in ziet. Vervolgens ruikt hij of de geur goed zit: ‘Als het niet lekker ruikt, is er bijna altijd iets mis.’ Na de geurtest proeft Philip.
O V U R
©
Naar: Metro UK
Jobat.be maakte een lijst van vreemde beroepen. Lees de lijst.
1 Kledingontwerper voor Barbie
6 Dobbelsteeninspecteur
2 Skipisteschilder
7 Zeemeermin
3 Treinduwer
8 Golfbalduiker
4 Hondenpoepopruimer
9 Vogelverschrikker
5 Karaoke-taxichauffeur Naar: www.jobat.be
270
THEMA 7 | Beroepen
O V TIJDENS U R Kies nu zelf een gek beroep uit de lijst. - Markeer je keuze. - Beschrijf wat de job inhoudt, hoeveel je verdient, waar je moet werken ... - Gebruik het schrijfkader. Zoek je werkpunt bij thema 6 les 4. Waar moest je bij een volgende oefening op letten?
IN
- Gebruik hoofdletters en leestekens. - Let op de spelling. Gebruik een (online) woordenboek als je twijfelt. - Schrijf duidelijke en volledige zinnen.
VA
De job houdt in dat ik
.
N
Mijn gekke job is
tips
Š
De twee voordelen van de job zijn
Jammer genoeg heeft de job ook nadelen. De twee nadelen zijn
Wie meer info over de job wil, kan kijken op de site www.
.be (Bedenk een gekke naam.)
- Controleer je werk met de evaluatie. - Schrijf de tekst daarna over of typ de tekst uit.
LES 3 | Hij of zij?
271
O V NA U R
evaluatie 1
Ik vulde het schrijfkader volledig in.
ja
nee
2
Ik gebruikte hoofdletters.
ja
nee
3
Ik zette passende leestekens.
ja
nee
4
Ik lette op de spelling.
ja
nee
5
Ik maakte duidelijke en volledige zinnen.
ja
nee
6
Ik werkte net.
ja
nee
Š
VA
N
IN
Noteer een werkpunt voor je volgende schrijfoefening.
272
THEMA 7 | Beroepen
Les 5
Zie je wat je moet zien? Je kunt informatie uit een filmpje halen. Je kunt je mening over de inhoud van het filmpje geven.
O V VOOR U R
Š
VA
N
IN
Wat weet je over deze beroepen? Achterhaal aan de hand van de foto’s over welke beroepen het gaat.
Zou je deze jobs willen doen? Waarom wel? Waarom niet?
LES 5 | Zie je wat je moet zien?
273
O V U R
Wat zijn je werkpunten uit vorige kijk- en luisteropdrachten?
1 Lees de vragen, zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Kijk en luister aandachtig.
O V TIJDENS U R
uiteenlopend:
IN
- Bekijk de filmpjes over vier uiteenlopende beroepen. - Beantwoord de vragen. Filmpje 1 Tuinbouwer
afwijkend, tegenstrijdig
sierteelt
N
1 In welke volgorde komen de verschillende soorten tuinbouw aan bod? Nummer van 1 tot en met 4. groenteteelt
fruitteelt
boomkwekerij
VA
2 Welke veranderingen voerde men in om de aardbeienpluk minder zwaar te maken? 3 Moet je een vooropleiding hebben om in de tuinbouw aan de slag te kunnen? Waarom wel/niet?
Š
4 Wat moet je goed kunnen als je in de tuinbouw wilt werken? Geef drie voorbeelden. - - -
5 Is je mening over de job na het zien van het filmpje veranderd? Ja of nee? Leg uit waarom.
274
THEMA 7 | Beroepen
Filmpje 2 Kledingverkoper 1 Een verkoper doet meer dan alleen verkopen. Geef vier voorbeelden van wat ze nog doen. - - - - 2 Wat moet je allemaal kunnen? Geef vier voorbeelden. - -
IN
- -
3 Is je mening over de job na het zien van het filmpje veranderd? Ja of nee? Leg uit waarom.
N
VA
Filmpje 3 Schoonmaker bij mensen thuis
1 Welk soort werk doet een schoonmaker? - - -
Š
-
2 Wat moet een schoonmaker goed kunnen?
3 Wat zijn de voordelen aan deze job? - - - -
LES 5 | Zie je wat je moet zien?
275
4 Is je mening over de job na het zien van het filmpje veranderd? Ja of nee? Leg uit waarom.
Filmpje 4 Dakdekker van schuine daken 1 Wat zijn de voordelen van deze job?
IN
2 Is je mening over de job na het zien van het filmpje veranderd? Ja of nee? Leg uit waarom.
N
VA
Overleg met je buur en vul aan. Kijk een tweede keer en vul aan wat over de vier filmpjes ontbreekt. O V NA U R
evaluatie
1 Kon je na de eerste luisterbeurt veel antwoorden invullen?
Š
2 Kon je na het overleg met je buur veel aanvullen?
ja
ja
nee
nee
3 Wat heb je over de getoonde beroepen bijgeleerd?
4 Welke job zou je nog willen doen? Waarom?
5 Pakte je je werkpunten aan?
276
ja
THEMA 7 | Beroepen
nee
keuzegedeelte Keuzeles 1
Het digitale woordenboek
Je kunt met een digitaal woordenboek de betekenis van woorden opzoeken. a Soms hebben vrouwen jobs die meestal gedaan worden door mannen en andersom. - Ken jij mensen die een job doen die meestal enkel door mannen of vrouwen gedaan wordt? Leg uit.
b Lees de tekst.
IN
- Kan iedereen om het even welke job doen volgens jou? Waarom wel/niet?
N
Onthaalvader Stefaan: ‘Je moet het vooral graag doen!’
VA
Wij zijn gisteren bij Stefaan op bezoek geweest. Hij is onthaalvader en vangt kinderen tot 3 jaar bij hem thuis op. Het is er gezellig en de ruimte straalt een warme, huiselijke sfeer uit. Op dat moment zijn er drie grote kapoenen – zoals Stefaan ze noemt – aanwezig. Een olijke tweeling, Bram en Yoran, die in september drie worden. Ook de nieuwsgierige Lise, twee jaar oud, is er bij. Ze spelen op een gemoedelijke manier in de woonkamer.
©
Zijn vroegere makkers op het werk geloofden hun oren niet toen Stefaan besloot onthaalvader te worden. Ze dachten dat Stefaan het niet zou maken, omdat hij een man was. ‘Die moeders zullen je nooit vertrouwen’, klonk het. ‘Tien jaar geleden dacht ik er niet aan om onthaalvader te worden. Ik heb een technische opleiding gevolgd en heb onder meer in de bouwsector gewerkt. Toen mijn derde kind geboren werd, beslisten wij dat er iemand voor de kinderen thuis zou blijven. Door het faillissement van mijn werkgever was ik werkloos geworden. Ik werd huisman en besloot na een tijd onthaalvader te worden.’ ‘Mijn job als onthaalvader biedt veel voordelen. Het werk is heel afwisselend en je bent altijd thuis. Zo sta ik steeds klaar voor de kinderen en dat vinden ze tof. Mijn vroegere werkmakkers kijken raar op als ik zeg dat ik onthaalvader ben. Toch is het voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ik heb nu een job die ik graag doe, want ik werk graag met kinderen. Ik geloof niet dat onthaalvaders zo verschillen van onthaalmoeders. Ik ga als man misschien wel anders met ze om, ik ben niet zo bemoederend. Een geschaafde knie … het hoort er bij!’
www.nieuwsblad.be
KEUZELES 1
277
- Zoek het woord ‘huiselijke’ op. 1 Wat merk je? 2 Hoe komt dat? 3 Welk woord moet je opzoeken als je de betekenis van ‘huiselijke’ wil vinden? - Zoek ‘huiselijke’ in een digitaal woordenboek (www.vandale.be) op. Wat merk je op?
VA
N
IN
Uit: www.vandale.be
Uit: Prisma Woordenboek
- Zoek de betekenis van de andere onderstreepte woorden op. gezellig
©
Bv. huiselijke
278
1
olijke
2
gemoedelijke
3
makkers
4
faillissement
5
huisman
6
bemoederend (zoek bemoederen)
THEMA 7 | Beroepen
c Lees de tekst.
Glazenwasser Elize: ‘Ik sta mijn mannetje!’ Glazen wassen veertig meter boven de grond? Dat moet iets voor mannen zijn! Toch voelt Elize zich goed in dit mannenberoep. ‘Ik vind het wel kicken als mensen mij vragen of ik werken op zo’n hoogte wel aandurf. Ik leg dan uit dat veilig werken heel wat aandacht vraagt. Ik maak gebruik van verschillende hulpmiddelen, zoals gondels, hangbruggen, hoogwerkers, ladders, hangladders en zogenaamde ‘safe sits’1. Opleiding is zeker nodig als je in de hoogte ramen wilt wassen!
IN
Je moet wel je mannetje kunnen staan. Met ladders sjouwen of materiaal naar boven hijsen hoort er nu eenmaal bij. We werken in team en verdelen het werk evenredig. Mijn mannelijke collega’s weten dat ze mij daarboven kunnen vertrouwen en we helpen elkaar indien nodig.
1
safe sits: beveiligde stoeltjes
VA
Naar: www.beroepenhuis.be
N
Op een dag raakte de gondel geblokkeerd door een technische storing. Ik belde de storingsdienst voor herstelling. Toen de technicus ter plaatse kwam, was hij heel erg verbouwereerd. “Een vrouwelijke glazenwasser in de gondel!?” Hij dacht eerst dat ik het defect had veroorzaakt! Gelukkig weet hij nu beter!’
Zoek de onderstreepte woorden in een digitaal woordenboek op. Kies de passende betekenis en noteer ze hier. kicken
2
gondels
©
1
3
hangbruggen
4
hoogwerkers
5
sjouwen
6
hijsen
7
evenredig
8
verbouwereerd
KEUZELES 1
279
Keuzeles 2
Zeg het nu zelf
Je kunt info uit een tekst halen. Je kunt die info aan anderen vertellen. Je kunt beoordelen of zij de info juist noteerden. Je krijgt van je leraar een tekst.
IN
Lees die tekst. Vul de tabel over jouw tekst aan. Ga in groepjes zitten volgens de aanwijzingen van de leerkracht. Vertel aan elkaar de info door, zodat je de tabel kunt aanvullen. Vertel over welk beroep jouw tekst gaat.
Š
VA
N
- - - - -
280
THEMA 7 | Beroepen
KEUZELES 2
281
Wat leerde de spreker over dit beroep bij?
Waar moet je goed in zijn? Wat vind je belangrijk in je werk?
Wat houdt de job in? (noteer drie voorbeelden)
Over welk beroep gaat de tekst?
Š
tekst A
N
VA
tekst B
IN
tekst C
tekst D
Keuzeles 3
Spelen met beroepen
Je kunt verbanden tussen foto’s en beroepen vinden. Je kunt verbanden tussen uitspraken en beroepen vinden. Je kunt uit een omschrijving een beroep afleiden.
Š
VA
N
IN
a Wie gebruikt deze voorwerpen voor zijn werk? Noteer het beroep onder de afbeelding.
282
THEMA 7 | Beroepen
b Wie zegt wat? Schrijf de naam van het beroep onder elke uitspraak.
Dit jurkje staat u beeldig, mevrouw.
Deze kleuren zullen schitterend bij uw meubels passen, meneer.
Wanneer wil u uw auto terug?
Zal ik uw nagels lakken, mevrouw?
N
IN
Mag ik uw bestelling opnemen?
VA
Doe zoals in het voorbeeld. - Zoek de beroepen in het woordrooster. - Markeer het antwoord in het rooster. - Schrijf ook het beroep naast de juiste zin. 1
Deze persoon zegt wat er met je scheelt, als je je niet goed voelt.
2
Iemand die plannen van huizen tekent, is een ...
3
Als je je haar wilt laten knippen, ga je naar de ...
dokter
Š
c
Kom, we gaan allemaal onze handen wassen.
4
In die muziekgroep heb je vrouwelijke muzikanten en een mannelijke ...
5
Angelina Jolie is een wereldberoemde ...
6
Als je van je tanden last hebt, moet je naar de ...
7
Een man die in het vliegtuig je plaats aanwijst, is een ...
8
Iemand die boeken bedenkt, is een ...
9
Als je lekker brood wilt, ga je naar de warme ...
KEUZELES 3
283
D
P
X
O
I
L
K
L
E
T
N
Q
E
R
2
A
T
R
C
E
H
K
I
T
E
E
N
C
T
3
S
K
C
O
H
A
P
A
P
A
O
E
R
R
4
D
I
Z
R
A
U
M
N
M
G
E
E
N
R
5
F
A
L
C
I
T
L
R
A
A
I
C
M
E
6
T
V
A
U
N
L
D
L
E
A
R
N
T
S
7
S
V
L
T
U
E
C
W
A
H
R
D
T
V
8
I
S
N
C
H
K
R
T
I
V
J
V
E
R
9
T
A
A
B
E
R
A
I
K
K
O
E
T
R
IN
1
d Zoek in elke rij een ander woord dat met het beroep te maken heeft. Je kunt niet alle letters gebruiken. pillen
N
1 3 4 5 6 7
VA
2
Š
8 9
284
THEMA 7 | Beroepen
Oefenen maar! 1
Het zelfstandig naamwoord
Duid hier jouw kleur aan:
Les 2 Is het een ding, een dier of een persoon?
a Lees de zinnen. Beantwoord de vragen door in elk vakje ja of nee te markeren. Is het een zelfstandig naamwoord?
ja - nee
ja - nee
ja - nee
ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee
2
Een elektromotor vind je in machines waar iets moet bewegen, vaak in een ronddraaiende beweging.
3
ja - nee Een elektromotor zit bijvoorbeeld in een trein (voor de wielen), in een schip ja - nee ja - nee (voor de schroef) of in een lift.
ja - nee ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee ja - nee
4
Elektromotoren worden ook veel in huishoudelijke apparaten zoals wasmachines gebruikt.
ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee
5
Zelfs in de ventilator die de processor ja - nee van een computer koelt, zit een kleine elektromotor.
ja - nee
ja - nee
VA
Š 6
Mijn leukste klus was de reparatie van een superzware motor van 11 000 volt uit Engeland.
ja - nee
ja - nee
ja - nee
7
Zelfs de directeur kwam een kijkje nemen toen ik de motor repareerde.
ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee
ja - nee ja - nee
8
Ik was apetrots.
ja - nee
ja - nee
ja - nee
9
In Engeland mogen jongens van mijn leeftijd alleen maar naar zo'n motor kijken.
ja - nee
ja - nee
ja - nee
Klas:
Chris is elektromonteur.
N
1
Nummer:
Datum:
Kun je er een lidwoord voor schrijven?
IN
Is het vetgedrukte woord een persoon, een dier of een ding?
Naam:
Naar: Natalie Righton, Ton Koene, Stoere beroepen 2
OEFENEN MAAR!
285
b Zijn deze woorden zelfstandige naamwoorden of niet? Zet ze in de juiste kolom.
wakker - gezond - autoband - het - geluk - moet - tussen - ziekte - baksteen bezig - klein - vliegtuig - grasmachine - vermoeiend - wekker - televisietoestel schilderborstel - reageren - belangrijk - weegschaal zelfstandig naamwoord
geen zelfstandig naamwoord
N
IN
Naam:
1
beroep - gelukkig - werk - loon - betaling
2
motor - vak - graan - kool - voorbij
3
brengen - vervoer - bus - trein - vliegtuig
4
ballonnen - hond - groep - lintje - luidruchtige
5
hoogte - een - pallet - kraan - feest
Nummer:
Š
Klas: Datum: 286
VA
c Het woord dat geen zelfstandig naamwoord is, schrijf je in de laatste kolom.
d Duid in de tekst alle zelfstandige naamwoorden aan. Woorden die meer dan een keer voorkomen, markeer je maar een keer. Voor dieren gebruik je groen, voor dingen oranje en voor personen blauw. Als vliegtuiglader kom ik nooit in contact met Adèle of Romelu Lukaku. Ik mag hooguit hun tourmateriaal inladen. Het meest spectaculaire dat ik ooit heb moeten laden, waren twee sportwagens van het merk McLaren. Ik heb ook een keer twee helikopters netjes in de laadruimte moeten zetten. Het vervoer van twee gorilla's uit de dierentuin was ook een groot spektakel. Ze zaten in houten kisten met tralies eromheen en gingen naar een andere dierentuin. Er waren ook eens witte tijgers die naar Shanghai vervoerd moesten worden. Als je paarden moet laden, moet je altijd goed
THEMA 7 | Beroepen
opletten dat ze met hun hoofd in de richting van de neus van het vliegtuig staan. Anders raken ze van slag. Bij andere dieren maakt dat niet zoveel uit. Naar: Natalie Righton, Ton Koene, Stoere beroepen 2
e Vul een passend zelfstandig naamwoord in. 1 Als je gek bent op modeontwerpster worden. 2 Een
en accessoires, wil je misschien wel
heeft nieuwe ideeĂŤn over hoe je kleding zou kunnen dragen.
3 Je experimenteert vaak met nieuwe vormen, 4 Als modeontwerper kun je dure
of ontwerpen.
5 Je kunt ook kleren maken die je in gewone
N
a Lees de tekst van Astrando, die vertelt waarom hij voor het beroep van fietsenmaker koos.
Š
VA
Ik was zestien toen mijn school een stage voor mij bij een fietsenmaker regelde. Ik zat op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Ik hield niet van school en ik was geen boekenwurm. Maar ik was wel handig, dus vandaar dat mijn leraar aan een praktisch beroep dacht. Fietsen maken kon ik nog niet toen ik bij De fietsenfabriek aan de slag ging. Dat heb ik echt hier geleerd. Na mijn stage mocht ik blijven. Dat was leuk, want inmiddels had ik het erg naar mijn zin. Ik herstelde ondertussen een heel aantal fietsen. Geen enkel onderdeel heeft nog een geheim voor mij. Wat voor type de fiets ook is.
Nummer:
Les 3 Hij of zij?
Klas:
IN
Verwijswoorden
en jongeren.
Datum:
kunt kopen.
6 Sommige ontwerpers maken sportkleding of kleding voor
2
.
Naar: Natalie Righton, Ton Koene, Stoere beroepen 2
Zijn de onderstreepte woorden de-woorden of het-woorden? Gebruik een woordenboek als je het niet weet. het-woorden
Naam:
de-woorden
OEFENEN MAAR!
287
b Vervang het zelfstandig naamwoord door hij, zij of het. De lerares,
2
De politieagent,
3
Het vliegtuig,
4
De kapper,
5
De verkoopster,
6
Het fotomodel,
7
Het hondje,
8
Het paard,
9
De auto,
eist stilte. schrijft de boetes. landt naast de landingsbaan. knipt mijn haar kort. telefoneert mij morgen. struikelt over de bal. bijt in de bal. weigert te springen. weigert dienst.
10 Het kapsalon,
is dicht.
c Vul de zinnen met de of het aan. Leg het zelfstandig naamwoord ook uit. Als je twijfelt, raadpleeg je je woordenboek. bos, daar staat een huisje.
N
1 In 3 Klas:
4
pad is een nuttig dier.
koffiepad mag je bij het tuinafval gooien. jacht vaart de haven binnen.
Š
5
bos bloemen is verwelkt.
VA
2
IN
Naam:
1
Nummer:
6
jacht houdt de populatie van hazen onder controle.
7
volleybal valt net buiten het veld.
8
oogstbal is in augustus.
Datum:
9
koper van de luxueuze villa is gekend.
10
koper moet ieder jaar gepoetst worden.
288
THEMA 7 | Beroepen
IN N VA
©
THEMA 8 (Niet) om te lachen!
LES 1
Met een knipoog - tekst en tekstdoel, spreken: stellingen
LES 2
Blikken werpen - letterlijk en figuurlijk taalgebruik, uitdrukkingen
LES 3
F.C. De Kampioenen - genietend lezen, kijken en luisteren
O V U R
LES 4
Op een onbewoond eiland - creatief schrijven
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
Toveren met woord en beeld - reclame, zender-boodschap-ontvanger-
KEUZELES 2
Suzy D. in de puree - genietend lezen
KEUZELES 3
Vragen, durven of doen? - letterlijk en figuurlijk taalgebruik,
kanaal-bedoeling, slogan, logo
uitdrukkingen, zelfstandige naamwoorden
OEFENEN MAAR! ZELFTOETS
LES 1 | Met een knipoog
289
Les 1
Met een knipoog Je kunt verschillende teksten benoemen. Je kunt het tekstdoel bepalen. Je kunt je mening over een aantal stellingen geven. Je kunt de belangrijkste informatie uit een tekst halen.
De pinguïn en de papegaai
VA
N
‘Dag papegaai’, zei de pinguïn. ‘Dag papegaai’, zei de papegaai. ‘Nee,’ zei de pinguïn, ‘jij moet dag pinguïn zeggen.’ ‘Nee,’ zei de papegaai, ‘jij moet dag pinguïn zeggen.’ ‘Nee,’ zei de pinguïn, ‘ík ben een pinguïn.’ ‘Nee,’ zei de papegaai, ‘ik ben een pinguïn.’ ‘Jíj bent een papegaai’, zei de pinguïn. ‘Jij bent een papegaai’, zei de papegaai. ‘Stomme papegaai’, zei de pinguïn. ‘Stomme pinguïn’, zei de papegaai.
IN
a Lees de verschillende teksten. Vul telkens de tabel aan. 1
©
Erik van Os
Welke tekst?
290
Deze tekst is
fictie. non-fictie.
Deze tekst wil
je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
Ik vind deze tekst
grappig. niet grappig.
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
2
Waarom drinkt een dom blondje de melk al in de supermarkt op? - Omdat op het pak melk staat: ’Hier openen!’
Welke tekst? fictie. non-fictie.
Deze tekst wil
je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
Ik vind deze tekst
grappig. niet grappig.
3
IN
Deze tekst is
Politie valt bij Rihanna binnen
N
De politie van Los Angeles kreeg een schokkende oproep. In het huis van Rihanna zouden er twee mannen aan het inbreken zijn.
VA
Gelukkig was dat helemaal niet het geval. Het is gewoon een nieuwe trend in de Verenigde Staten. Die trend wordt ‘swatting’ genoemd. Het gaat zo: je belt de politie op en dan zeg je dat er een inbraak bij een bekend persoon is. Bij aankomst ziet de politie dat de beller hen beetgenomen heeft.
©
Justin Bieber en Miley Cyrus hebben deze ‘grap’ ook al eens meegemaakt.
Naar: www.ketnet.be/karrewiet
Welke tekst? Deze tekst is
fictie. non-fictie.
Deze tekst wil
je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
Ik vind deze tekst
grappig. niet grappig.
LES 1 | Met een knipoog
291
IN
4
Welke tekst?
Ik vind deze tekst
N
grappig. niet grappig.
Š
5
je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
VA
Deze tekst wil
292
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Welke tekst? Deze tekst wil
je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
Ik vind deze tekst
grappig. niet grappig.
b Zijn deze stellingen volgens jou waar of niet waar? - Duid het passende antwoord aan. Kinderen lachen meer dan volwassenen.
waar
niet waar
2
Lachen is gezond.
waar
niet waar
3
Lachen zet 15 gezichtsspieren in beweging.
waar
niet waar
4
Lachen werkt aanstekelijk.
waar
niet waar
IN
1
N
- Leg kort uit waarom je voor ‘waar’ of ‘niet waar’ koos.
aanstekelijk: wat gemakkelijk op anderen overgaat
1 Waarover zal de tekst gaan? 2 Wat is het tekstdoel? Deze tekst wil ... je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
©
VA
c Bekijk de tekst op de volgende bladzijde. - Lees de titel en de tussentitels. - Bekijk de illustraties.
d Lees de tekst.
LES 1 | Met een knipoog
293
De waarheid over lachen Hoe vaak lach jij op een dag? Kinderen lachen gemiddeld 300 tot 400 keer per dag. Volwassenen doen dat maar 15 keer. Een lach kost niets. Je kunt jezelf gelukkig en gezond lachen.
Lach jezelf gelukkig
IN
Wie zich goed wil voelen, moet veel (glim)lachen. Een goed humeur werkt aanstekelijk. Als je naar iemand lacht, dan krijg je gemakkelijk een glimlach terug. Dat doet niet alleen jezelf deugd, maar ook de ander.
VA
N
Als je in een goede stemming bent, heb je een positieve invloed op anderen. Bovendien kun je beter tegen de minder aangename stemming van anderen. Alle vervelende dingen lijken zo maar langs je heen te gaan, als je zelf een goed humeur hebt.
Š
Lach jezelf gezond Lachen zet 15 gezichtsspieren in actie. Het is gemakkelijker dan je wenkbrauwen fronsen. Daarvoor gebruik je wel 40 spieren. Je afweersysteem is je natuurlijke bescherming tegen virussen en bacteriĂŤn. Lachen versterkt je afweersysteem. Op die manier word je minder snel ziek. Lachen ontspant de spieren. Het verhoogt het zuurstofgehalte in het bloed en stimuleert de bloedsomloop. Je gaat je goed voelen en eventuele pijn vermindert. Als je lacht, neemt je stress af. Lachen maakt je gelukkig en gezond. Bovendien is het gratis. Iedereen kan ervan genieten. Doe dat dan ook!
Naar: www.gezondheidvanbinnenuit.nl
e Klopte je voorspelling over de inhoud? Waarom wel of waarom niet?
afnemen:
minder worden, dalen
f Lees de stellingen uit oefening b opnieuw. Zijn ze volgens de auteur van de tekst waar of niet waar? Markeer in de tekst de zinnen die dat bewijzen.
294
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
stimuleren: prikkelen, bevorderen
bovendien: daarbij, ook
Les 2
Blikken werpen Je kent het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik. Je kent een aantal uitdrukkingen en hun betekenis.
IN
a Bekijk de afbeeldingen. - Lees de onderschriften.
VA
- Wat valt op?
Werpen meisjes vaker een blik op hun smartphone dan jongens?
N
Jongere werpt een blik liever op straat dan in de vuilnisbak.
besluit
©
Sommige woorden hebben een letterlijke en/of een figuurlijke betekenis. Letterlijk betekent ‘zoals het echt is’. bv. Moeder kookt een heerlijke maaltijd. Bij figuurlijk taalgebruik krijgen de woorden een andere betekenis. bv. De leraar kookte van woede toen de leerling zijn straf niet gemaakt had. ‘Koken van woede’ noemen we een uitdrukking.
b Schrijf onder elke situatie of het letterlijk of figuurlijk bedoeld is. 1
2
Topmodel steelt de show op de rode loper
›
LES 2 | Blikken werpen
295
4
5
6
De vakantie staat voor de deur.
N
Voetbaltrainer in de wolken na schitterend doelpunt
IN
3
2
Š
1
VA
c Bekijk de plaatjes uit enkele stripverhalen van Kiekeboe. Markeer de uitdrukking in elk plaatje.
Uit: Kiekeboe, Vrolijke vrolijke vrienden
296
Uit: Kiekeboe, Omtrent Oscar
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
enkele: een paar
3
4
Uit: Kiekeboe, Vrolijke vrolijke vrienden
IN
Uit: Kiekeboe, Grof wild
d Combineer elke uitdrukking uit oefening c met de juiste uitleg. Ik heb hem ontslagen.
b
Ik ben het vergeten.
c
Ik begin direct over iets te praten.
d
Ik ga wat sneller.
VA
1
N
a
2
3
4
e Vul het ontbrekende woord in elke uitdrukking in. De tekeningen helpen je op weg.
Š
1 Iemand een
onder de riem steken.
2 Iets uit zijn
zuigen.
3 Achter het
vissen.
4 Een gat in zijn 5 In de
hebben. zitten.
f Lees de situaties. Gebruik de juiste uitdrukking uit oefening e.
allerlei:
a
Dat gezin kan echt niet sparen. Vanaf het moment dat ze iets verdiend hebben, geven ze het aan allerlei zaken uit.
b
Na die slechte toets was ik helemaal depri. Zelfs mijn vrienden konden me niet aan het lachen brengen.
LES 2 | Blikken werpen
verschillende
›
297
c
Kenny was voor de zoveelste keer te laat op school. Hij verzon een verhaaltje over de bus die te laat was, maar onze lerares geloofde hem niet.
d
De minister bracht een bezoek aan het daklozencentrum. Hij bemoedigde de mensen en beloofde hen om voor meer opvangplaatsen te zorgen.
e
Na school fietste ik vliegensvlug naar huis om tickets voor het concert van Violetta te bestellen. Ik had pech: het laatste ticket was al verkocht. a
b
c
d
e
IN
g Lees de situaties. Vul de zinnen met een spreekwoord aan. Let op: je kunt er twee niet gebruiken. Kies uit:
Ma, ik heb echt geen zin meer om voor het examen te studeren.
Komaan, het is het laatste examen.
VA
1
N
Jong geleerd is oud gedaan. - Dat kun je wel op je buik schrijven! Na regen komt zonneschijn. - De appel valt niet ver van de boom. Vele handen maken licht werk - Zet je tanden op elkaar. - De kat uit de boom kijken.
Daarna begint de vakantie.
2
Pa, krijg ik voor mijn verjaardag een nieuwe smartphone? Please?
Je hebt vier maanden geleden nog maar een nieuwe smartphone gekregen. Geen discussie. Je broer ruimt de tafel af, ik doe de afwas en jij droogt af.
4
Ma, ik ben pas 14. Je hoeft me nu nog niet te leren koken.
Toch wel. Kop op! Morgen gaat het vast beter.
5
Ik heb altijd pech. Vorige week is onze kat weggelopen. Gisteren ben ik met mijn fiets gevallen. Vandaag heb ik een onvoldoende voor Frans.
Š
Pa, waarom moet ik afdrogen? Kan broer niet helpen?
3
298
Absoluut niet.
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Les 3
F.C. De Kampioenen Je kunt van een fragment uit een stripverhaal genieten. Je kunt informatie uit een dvd-fragment halen.
3.1
Paulientje op de dool
a Bekijk de cover. Beantwoord de vragen. 1 Welke tekst is dit?
N
Š
VA
2 Wat is het tekstdoel? De tekst wil: je over iets informeren. je overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
IN
3 Wie is de auteur van dit verhaal? 4 Welke titel kreeg dit verhaal? 5 Beschrijf nauwkeurig wat je op de cover ziet. 6 Ben jij een fan van F.C. De Kampioenen? Waarom (niet)?
LES 3 | F.C. De Kampioenen
299
©
VA
N
IN
b Lees het fragment.
300
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
IN N VA © Uit: Hec Leemans, F.C. De Kampioenen, Paulientje op de dool
LES 3 | F.C. De Kampioenen
301
c Beantwoord de vragen. 1 Waar is Bieke? 2 Waarom is Doortje bij Bieke thuis? 3 Wie is Balthazar in dit fragment? 4 Redt Marcske het alleen? Waarom (niet)?
3.2
De Kampioenen op hun best
O V VOOR U R Je bekijkt en beluistert het vervolg van het stripverhaal.
Om het fragment goed te begrijpen, moet je de personages uit de reeks van F.C. De Kampioenen kennen.
VA
O V U R
N
- Wat is het luisterdoel? Ik kijk en luister om: informatie te krijgen. instructies te krijgen. een mening te vormen.
IN
- Wat denk je te weten te komen wanneer je het fragment bekijkt?
Schrijf de naam van elk personage onder de passende afbeelding. Kies uit:
©
Marc – Xavier – Carmen – Doortje – Bieke – Nero – Balthazar Boma – Pol – Pascale – Balthazar
302
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
1 Lees eerst de vragen, zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Kijk en luister aandachtig. O V TIJDENS U R Beantwoord de vragen met een volledige zin. Let op het gebruik van hoofdletters en leestekens.
tips
1 Waarom zegt Maurice dat Marcske een groot kind is?
IN
2 Wat gebeurt er als Maurice en Marcske samen op de wipplank gaan?
3 Waarom wil de dame met het blonde haar de politie bellen?
N
4 Hoe zijn Balthazar en Paulientje ontsnapt?
VA
5 Wat bedoelt Xavier met ‘een dagschotel’?
6 Juist of fout? - Zet een kruisje in de juiste kolom. - Verbeter de fout.
©
juist
1
Pascale en Maurice hebben Balthazar Boma in huis genomen.
2
Marcske overtuigt Maurice om samen op de wipplank te gaan.
3
Xavier, Bieke en Pol zullen bij de zoektocht helpen.
LES 3 | F.C. De Kampioenen
fout
303
O V NA U R - Vul het evaluatiekader in.
evaluatie
IN
1 Welke score behaalde je? /8 2 Wat vind je van dat resultaat? heel goed goed voldoende niet goed 3 Duid aan wat past. Ik was heel geconcentreerd. Ik was tamelijk geconcentreerd. Ik was aan het prutsen. Ik was door de anderen in de klas afgeleid. Het was voor mij geen probleem om te luisteren naar wat ze zeiden en ondertussen goed naar de beelden te kijken. Ik keek te veel naar de beelden en luisterde te weinig naar wat ze zeiden. Ik luisterde te veel naar wat ze zeiden en keek te weinig naar de beelden.
Š
VA
N
- Zou je naar de bibliotheek gaan om zo’n luisterstrip te huren? Waarom wel/niet? Wat kies je: de luisterstrip of de film van F.C. De Kampioenen?
304
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Les 4
Op een onbewoond eiland Je kunt goed gebouwde zinnen bij enkele tekeningen schrijven.
O V VOOR U R Bekijk de tekeningen aandachtig. Ik ben ... en mijn beroep is ... .
5
3
6
Straks beschrijf je het komische avontuur van onze held. Je doet dat aan de hand van enkele vragen. Lees deze vragen. 1 Hoe heet jouw held? Wat is zijn beroep? 2 Naar welke zonnige bestemming vertrekt hij op vakantie? 3 Waarom zit hij in een klein bootje? 4 Waar komt de man terecht? Wat staat er op het bordje? 5 Wat ziet hij in het water liggen? 6 Welke grappige boodschap zou er op het briefje kunnen staan?
©
O V U R
VA
N
4
2
IN
1
1 2 3 4 5 6 7
tips
Gebruik één voorbeeld van figuurlijke taal in je tekst. Schrijf hoofdletters waar het moet. Zet de gepaste leestekens. Gebruik correct gebouwde zinnen: zorg ervoor dat onderwerp en persoonsvorm altijd naast elkaar staan. Zet alle persoonsvormen in de juiste tijd. Raadpleeg een woordenboek als je aan de schrijfwijze van een woord twijfelt. Gebruik geen afkortingen: schrijf alle woorden voluit.
LES 4 | Op een onbewoond eiland
305
O V TIJDENS U R - Neem een apart blad om bij elke tekening één of meerdere zinnen te schrijven. Beschrijf wat je op de tekeningen ziet. De vragen helpen je op weg. Houd rekening met de schrijftips. - Lees je werk na. O V NA U R - Controleer je tekst aan de hand van de checklist. Zet een kruisje in de passende kolom.
CHECKLIST
IN
evaluatie Heb je één voorbeeld van figuurlijke taal in je tekst gebruikt?
ja
nee
2
Begint elke zin met een hoofdletter?
ja
nee
3
Heb je na elke zin het passende leesteken geschreven?
ja
nee
4
Staan de persoonsvorm en het onderwerp altijd naast elkaar?
ja
nee
5
Heb je alle persoonsvormen in de juiste tijd gezet?
ja
nee
6
Heb je een woordenboek geraadpleegd?
ja
nee
7
Heb je alle woorden voluit geschreven?
ja
nee
VA
N
1
- Als je een kruisje in de nee-kolom plaatste, moet je je zin(nen) aanpassen.
©
- Schrijf je tekst netjes over.
306
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Les 5
Spel- en woordweb Je kunt de woorden van dit spelweb correct schrijven. Je begrijpt de woorden uit het woordweb.
5.1
Spelweb
a Schrijf de woorden juist over. 7 supermarkt
2 recept
8 trend
3 landbouwer
9 wenkbrauw
4 familie
10 show
5 machinist
11 ticket
6 pedicure
12 bibliotheek
IN
1 bedrijf
N
b Duid de moeilijkheden in elk woord aan.
Š
VA
c Welke woorden uit oefening a passen bij deze afbeeldingen? Schrijf het juiste woord onder elke afbeelding.
LES 5 | Spel- en woordweb
307
d Vul de zinnen met een passend woord uit oefening a aan. 1
Ik heb een perfect
2
Mijn zusje kijkt uit naar de
3
Wil jij later ook in een
4
Voor elke reis laat mama haar voeten door de
5
Zijn jeansbroeken met scheuren nog steeds de nieuwste
6
De
van K3.
stage lopen? verzorgen. ?
was bijna te laat in het station.
Woordweb
a Lees de eerste reeks woorden. Lees ook de zin waarin het woord staat. Reeks 1
IN
5.2
voor pannenkoeken.
bevallen
Die nieuwe film is steengoed. Hij zal jou zeker bevallen.
2
allerlei
De leerlingen gooien allerlei rommel op de speelplaats.
3
afnemen
Zou het aantal mensen dat iets online koopt toenemen of afnemen?
4
uiteenlopend
Ik hou van volleybal, mijn beste vriend knutselt graag. Onze hobby’s zijn heel uiteenlopend.
5
inhouden
Wat houden de voorstellen van de leerlingenraad in?
6
uiten
Meisjes uiten hun gevoelens gemakkelijker dan jongens.
VA
N
1
Š
b Combineer elke zin met de juiste uitleg.
308
1
Die vakantiejob bevalt me wel.
a
duidelijk maken wat je denkt of voelt
2
In ons aquarium zitten allerlei vissen.
b
met zich meebrengen
3
De weerman voorspelt goed nieuws: morgen zal de regen afnemen.
c
goed of prettig vinden
4
Durf jij gemakkelijk je mening te uiten?
d
van elkaar verschillend
5
Onze meningen zijn uiteenlopend.
e
minder worden
6
Wat houdt de taak van klasverantwoordelijke in?
f
veel verschillende soorten
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
1
2
3
4
5
6
c Lees de tweede reeks woorden en zinnen.
IN
Reeks 2
aanstekelijk
Latifa’s lach werkt aanstekelijk.
2
stimuleren
De leraar moet zijn leerlingen stimuleren om regelmatig te studeren.
3
aanspreken
Deze boeken spreken mij erg aan.
4
uitoefenen
Weet jij al welk beroep je later wilt uitoefenen?
5
bovendien
Lachen maakt je gelukkig. Bovendien is het gezond.
6
enkele
Voor mijn verjaardag heb ik enkele vrienden uitgenodigd.
VA
N
1
©
d Vul de zinnen aan met een woord uit oefening c. 1
Er zijn veel muziekgenres die mij niet
.
2
voordelen van stoppen met roken geven? Kun je Minder hoesten en minder snel buiten adem zijn.
3
Vind jij dat brandweermannen een gevaarlijk beroep
4
Naast mij zat Louise te geeuwen. Het werkte : na enkele ogenblikken begon ik ook.
5
De dokter moest de zware patiënt lichaamsbeweging te nemen.
6
Die film is heel leerrijk. is hij erg spannend.
?
om meer
LES 5 | Spel- en woordweb
309
e Vul het juiste woord in. Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen. 1
Heb je minuten tijd voor me? Ik wil kort iets met jou bespreken.
2
’s Nachts zal de temperatuur
3
Youssef is een goede spits. is hij een echte teamspeler.
4
Ik kijk ernaar uit om met jou samen te werken. Jouw enthousiasme werkt .
5
De ene klas scoorde goed voor die test, de andere klas had er duidelijk meer moeite mee. Hun resultaten zijn heel .
6
Wat zouden die speciale beroepen precies
7
werkjes Tijdens de paasvakantie liet mijn vader me uitvoeren: het gras maaien, de auto wassen en het vuilnis buitenzetten.
8
Vuilnisman? Dat beroep zou ik nooit willen
9
Fiona start volgend jaar in een andere richting. Hopelijk de nieuwe school haar.
IN
N
het beroep van kapper jou
11 Mijn ouders
?
me om meer voor mezelf op te komen. door zijn vuisten te gebruiken.
Š
12 Hij durft zijn woede te
310
?
!
VA
10
.
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
keuzegedeelte Keuzeles 1
Toveren met woord en beeld
a Bekijk de fragmenten. Hoe loopt het volgens jou af? Kleur het passende bolletje.
VA
N
De vrouw hoort haar lievelingsmuziek. Na een gevaarlijke rit stapt ze uit de auto alsof er niets gebeurd is. De vrouw hoort haar lievelingsmuziek. Na een gevaarlijke rit kan ze niet stoppen. Ze rijdt in op de mensen die langs de kant staan. De vrouw hoort haar lievelingsmuziek. Na een gevaarlijke rit parkeert ze de wagen perfect in het juiste vak. De krabben vluchten naar zee. De meeuw komt met zijn snavel in het zand terecht. De krabben vormen één groep. Ze steken hun scharen uit. De meeuw verliest al zijn veren. De krabben kruipen onder het zand. De meeuw vliegt teleurgesteld weg.
©
1 2 3
IN
Je kunt het einde van een filmpje voorspellen. Je kunt de zender, de boodschap en de ontvanger uit een reclameboodschap halen. Je kunt de slogan en het logo aanduiden.
Het meisje neemt de Kinder Bueno terug, maar stelt voor om te delen. Romelu Lukaku gaat er met de Kinder Bueno vandoor. Na de foto gaat het meisje er met de Kinder Bueno vandoor.
b Bekijk de filmpjes volledig. Als het nodig is, pas je jouw antwoorden aan. c Beantwoord de vragen. 1 Wat heb je bekeken? 2 Voor welke producten wordt er reclame gemaakt? 3 Welk reclamefilmpje vind jij het meest geslaagd? Waarom?
KEUZELES 1
311
d Vul aan.
Ik vind reclame nuttig / niet nuttig (schrap wat niet past), want . Als ik reclame zie, dan
.
Ik moet altijd erg lachen met de reclame voor
.
Ik erger mij aan de reclame voor
, want . speelt een bekende persoon mee.
IN
In de reclame voor e Wat is de belangrijkste bedoeling van reclame?
N
Naast een bedoeling hebben reclamemakers ook altijd een doelgroep voor ogen. Bv. Als ze reclame voor auto’s maken, is die vooral voor volwassenen (vooral mannen) bedoeld. Ze richten zich niet meteen tot jongeren van jullie leeftijd.
VA
f Langs welk kanaal bereikt reclame ons?
g Bekijk deze advertentie.Beantwoord de vragen. 1 Wie is de zender?
Š
2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?
3 Wat is de boodschap van deze advertentie? 4 Welke slogan gebruiken de reclamemakers? 5 Omcirkel het logo van dit product.
312
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
h Bekijk ook deze advertentie. Beantwoord de vragen. 1 Wie is de zender? 2 Wie is de doelgroep (ontvanger)? 3 Wat is de boodschap van deze advertentie?
IN
4 Welke slogan gebruiken de reclamemakers?
N
VA
5 Omcirkel het logo van dit product. i Bekijk ook deze advertentie. Beantwoord de vragen. 1 Wie is de zender?
2 Wie is de doelgroep (ontvanger)?
Š
3 Wat is de boodschap van deze advertentie? 4 Welke slogan gebruiken de reclamemakers? 5 Omcirkel het logo van dit product.
KEUZELES 1
313
j Bekijk de reclamespots uit oefening a opnieuw. Beantwoord de vragen.
1 2 3 4
Wie is de zender? Wie is de doelgroep (ontvanger)? Wat is de boodschap van deze reclamespot? Welke slogan gebruiken de reclamemakers? reclamespot 1
reclamespot 2
reclamespot 3
Zender
IN
Doelgroep
Š
Slogan
VA
N
Boodschap
314
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Keuzeles 2
Suzy D. in de puree
Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. a
Bekijk de cover van het jeugdboek ‘Suzy D. in de puree’. 1 Wat zie je? 2 Wat betekent ‘in de puree zitten’? 3 Waarover zal het verhaal volgens jou gaan?
b Lees het fragment.
10
IN
©
15
N
5
‘Mirthe,’ roep ik weer, terwijl ik van de helling naar beneden rol. ‘O, hoi Suzy. Waar was je nou? De wedstrijd is al lang begonnen,’ roept Mirthe. Ze schudt driftig1 met haar pompons. Voor zo’n klein iemand als zij (1,52 meter als ze zich uitrekt) maakt ze behoorlijk wat lawaai. Terwijl ze naar de rand van het veld springt, merk ik ineens de persoon op die naast haar staat. Danny. Zijn gezicht staat somber, zijn lichtbruine haren zitten in de war, hij laat zijn schouders hangen en zijn shirt zit onder de modder. Huh? Danny hoort toch op het veld te staan? Wat is er gebeurd? Maar ... ik geloof niet dat ik me daar nu druk om moet maken. Doordat ik werd afgeleid door Danny, heb ik niet gemerkt hoe glad het gras is. Ik ga een ietsiepietsie sneller dan me lief is en kan dan niet meer stoppen. Mijn mooie nieuwe schoenen hebben totaal geen grip2. Oké. Niets aan de hand. Gewoon rustig blijven, ook al heb ik geen controle over mijn benen en suis3 ik in volle vaart naar beneden. Ik ben cool en beheerst. Alles kits. Mensen, er is hier niks te zien. O help, dit loopt niet goed af … De wereld lijkt in slow motion te draaien als ik onder aan de heuvel beland. Ik stuiter4 door de blubber en glijd met veel spektakel naar het speelveld. Mijn armen zwaaien alle kanten op terwijl ik mijn evenwicht probeer te bewaren. Net als ik denk dat ik het ergste heb gehad, struikel ik over iemands uitgestoken been. Ik voel dat ik val … val … In een laatste wanhopige poging om te voorkomen dat ik plat op mijn smoel in de modder beland, graai ik verwoed5 naar iets om vast te pakken.
VA
1
20
25
1
driftig = wild | 2 grip = houvast, steun | 3 suis = vlieg | 4 stuiter = val en spring kaatsend op | 5 verwoed = haastig
KEUZELES 2
315
40
45
IN
35
6
gejoel = geroep
VA
Uit: Karen Saunders, Suzy D. in de puree
N
30
En dat blijkt toevallig – heel ongelukkig – Rick Hendriks te zijn, onze sterspeler. Hij staat met zijn rug naar me toe en wil net een hoekschop nemen. En terwijl ik naar beneden dender, grijpen mijn handen, eh… tja, een beetje lager dan de bedoeling … Ricks broekspijpen beet. Ik val op de grond en trek de sportbroek mee. Om me heen hoor ik mensen brullen van het lachen. Als ik mijn ogen weer open durf te doen, zie ik Rick over me heen staan in de sufste witte onderbroek die ik ooit heb gezien. Zo’n exemplaar dat alleen Bart Simpson draagt. O, mijn god. Laat de aarde zich openen en me opslokken, please. ‘Leuk broekje,’ roepen een paar van Ricks teamgenoten boven het gefluit en gejoel6 van de toeschouwers uit. Sommigen zingen de herkenningsmelodie van The Simpsons. Iemand roept: ‘Dus daarom wilde je je per se in het wc-hokje omkleden.’ ‘Dit was de enige schone die ik nog had. Mijn moeder is er niet, en mijn vader weet niet hoe de wasmachine werkt, oké?’ mompelt Rick. ‘Suzy Dilletjes, ga onmiddellijk van het veld af!’ snauwt meneer Vermeer. Ik zie een paar afgetrapte witte gymschoenen in mijn gezichtsveld verschijnen. ‘Waar ben je in vredesnaam mee bezig, jongedame?’ ‘Ik ken echt niemand die zo onhandig is als jij,’ zegt hij. ‘Wegwezen. Nú.’
c Beantwoord de vragen.
1 Hoe zou je Suzy omschrijven?
2 Waarom zou Danny niet op het voetbalveld staan? 3 Waarom vergelijken ze de onderbroek van Rick met die van Bart Simpson?
©
4 Vind je dit fragment grappig? Waarom wel/niet? 5 Hoe denk je dat het fragment verdergaat? d Lees het vervolg van het fragment. 1
5
316
Ik wil niks liever, maar als ik probeer op te staan, glibber ik alle kanten op. Getver! Mijn handen zitten onder de vieze, slijmerige drek. Meneer Vermeer slaakt een diepe zucht en steekt zijn arm naar me uit. Wat? O nee, gebeurt dit echt? En ik dacht dat de ergste vernedering achter de rug was. Nu moet ik, na alles wat er gebeurd is, ook nog de hand van een leraar vastpakken. En niet zomaar een leraar. Dit is meneer Vermeer Stinkbeer, die naar zweet ruikt en zwarte haren op zijn rug heeft die boven zijn T-shirt uitsteken. Kots!
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
25
30
©
35
IN
20
N
15
VA
10
Voorzichtig grijp ik zijn vingers vast. Ik probeer niet al te vies te kijken terwijl hij me omhoogtrekt. Zodra ik weer veilig op twee benen sta, ren ik weg. Ik maak met niemand oogcontact. Als ik bij Mirthe en Danny aankom, zie ik dat ze niet meer bijkomen van het lachen. ‘O, hou op, hou op, ik heb pijn in mijn buik,’ kreunt Mirthe. ‘Een Simpsons-onderbroek!’ zegt Danny, en ze gieren het weer uit. Er stromen zelfs tranen over Mirthes wangen. Het duurt een eeuwigheid voordat ze weer een beetje normaal doen. ‘Ik voel me nu echt een stuk beter,’ zegt Danny, die zijn best doet om rustig te worden. ‘Waarom sta je niet op het veld, Danny?’ vraag ik. Ik doe net alsof er niks is gebeurd. ‘Suus, je bent té grappig, wist je dat?’ Zijn gezicht betrekt meteen als hij me boos ziet kijken. ‘Niet grappig?’ ‘Neuh,’ zeg ik. ‘Vertel je me nog wat er is gebeurd?’ ‘O. Eh. Nou, ik ben eh… van het veld gestuurd,’ zegt hij schaapachtig. ‘Wat? Hoezo? Wat heb je gedaan?’ ‘Nou, ik trapte een keer mis …’ ‘Een keer?’ onderbreekt Mirthe hem. ‘Danny, je hebt twee keer in eigen doel geschoten. De jongens hadden nog liever een speler minder dan dat jij nog langer op het veld bleef.’ ‘Niet naar haar luisteren,’ zegt Danny fronsend. ‘Maar goed, als je op tijd was geweest, had je het zelf kunnen zien. Nu heb je mijn enige moment van sportglorie gemist. Zo’n kans krijg je misschien nooit meer.’ ‘We moesten van Van Eeden allemaal nablijven,’ leg ik uit. ‘Ik ben zo snel mogelijk gekomen.’ ‘Ja, dat zagen we,’ zegt Mirthe, die een vreemd, snuivend geluid maakt en uit alle macht probeert haar lachen in te houden. Zelfs Danny begint weer te grijnzen. Grrrr. Tijd om van onderwerp te veranderen. En snel ook. ‘Hoeveel staat het?’ vraag ik. Ik krimp ineen als ik Rick een keiharde tackle zie maken die het Sint-Maarten College een strafschop oplevert. ’13-0 voor Sint-Maarten,’ antwoordt Danny. ‘Nee, wacht … nu is het 14-0. In de eerste tien minuten is de bril van onze keeper gesneuveld. Hij ziet nu niks meer. En Rick lijkt te zijn ingestort sinds het onderbroekincident, dankzij jou …’
40
45
Uit: Karen Saunders, Suzy D. in de puree
KEUZELES 2
317
e Beantwoord de vragen. 1 Klopte je voorspelling met de inhoud? Waarom wel/niet? 2 Waarom wil Suzy de hand van de leraar niet vastnemen? 3 Is Danny een goede voetballer? Leg uit. 4 Zou je verder willen lezen in het boek? Waarom wel/niet? f In deze samenvatting staan acht fouten. - Markeer de fouten. - Schrijf de juiste tekst eronder. Suzy Dilletjes is voor de zoveelste keer te laat voor de voetbaltraining. Haar vriendin
IN
Mirthe staat al naast het veld te supporteren. Suzy’s vriendje, Danny zit op de reservebank. Suzy holt naar beneden, maar ze valt, omdat haar nieuwe schoenen in het gras wegglijden. Ze struikelt over iemands uitgestoken voet. In haar val
N
trekt Suzy de broek van sterspeler Rick naar beneden. Rick draagt een ouderwetse, blauwe onderbroek. Meneer Vermeer, de directeur, stuurt Suzy van het veld.
VA
Haar vrienden komen niet meer bij van het lachen. Er stromen zelfs tranen over Danny’s wangen. Dan verneemt Suzy de ware reden waarom Danny niet aan het voetballen was. Hij werd van het veld gestuurd, omdat hij iemand getackeld had.
©
Doordat Rick een tackle maakt, krijgt het Sint-Maarten College een strafschop. Tot overmaat van ramp blijkt dat de bril van de keeper verdwenen is. Uiteindelijk wordt de hele match een flop. De tegenstanders staan met 12-0 voor.
Keuzeles 3
Vragen, durven of doen?
Je weet wat zelfstandige naamwoorden zijn. Je kent het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik. Je hebt respect voor (de mening van) je klasgenoten.
318
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Oefenen maar! 1
Letterlijk en figuurlijk taalgebruik
Duid hier jouw kleur aan:
Les 2 Blikken werpen
a Lees de situaties. Harry Styles zet de bloemetjes buiten
’s Morgens vroeg zet de winkelierster de bloemetjes buiten.
IN
Harry leefde zich helemaal uit op de dansvloer. Hij feestte tot in de vroege uurtjes.
Datum:
Harry Styles heeft zich na een reeks optredens in verschillende discotheken laten zien.
Dit is figuurlijk taalgebruik. Dit betekent dat Harry eens goed gefeest heeft.
VA
Dit is letterlijk taalgebruik. Dit betekent dat de dame de bloemen echt buitenzet.
Klas:
b Schijf onder elke situatie of het letterlijk of figuurlijk bedoeld is.
Nummer:
N
Omstreeks 6 uur ’s morgens vertrok hij opnieuw naar zijn hotel.
©
1 Er zit een kink in de kabel.
Naam:
Ik denk dat er tussen hen een kink in de kabel zit.
OEFENEN MAAR!
319
2 iets of iemand aan de haak slaan
Ik heb een knap meisje aan de haak geslagen. Naam:
N
IN
3 de lakens uitdelen
4 iemand iets op de mouw spelden
Nummer:
Š
Klas:
VA
'Ik deel hier de lakens uit!'
Datum:
'Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt. Ik ga de leraar op de mouw spelden dat ik gisteren ziek was.'
320
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
Vrijdagnamiddag, 16.45 u. De lessen zitten erop. Het weekend staat voor de deur.
letterlijk
figuurlijk
2
Terwijl hij tv-keek, beet Aram zijn tanden stuk op een harde noot. Hij mist nu een stukje van zijn voortand.
letterlijk
figuurlijk
3
Jessy weet goed wat ze moet zeggen. Ze is niet op haar mondje gevallen.
letterlijk
figuurlijk
4
Onze buren hebben gisteren de lotto gewonnen. Dat nieuws ging als een lopend vuurtje rond. Ondertussen weet de hele straat het al.
letterlijk
figuurlijk
5
Shadi’s vader is 2 meter lang. Hij weegt meer dan 100 kilo. Het is een boom van een vent!
letterlijk
figuurlijk
6
De timmerman is bijna klaar met zijn werk. Hij slaat de laatste nagel op de kop.
figuurlijk
N
Nummer:
d Combineer de juiste verklaring met de correcte uitdrukking. Hij valt met de deur in huis.
a
Hij spreekt haar moed in.
2
Zijn geheugen laat hem in de steek.
b
Hij verzint iets.
3
Hij zuigt iets uit zijn duim.
c
Hij is verdrietig.
4
Hij zit in de put.
d
Hij begint direct over iets te vertellen.
5
Hij steekt een tandje bij.
e
Hij werkt wat sneller.
6
Hij steekt haar een hart onder de riem.
f
Hij is het vergeten.
1
2
3
4
5
6
Naam:
Š
VA
1
Klas:
letterlijk
Datum:
1
IN
c Zijn de vetgedrukte zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld? Duid het juiste antwoord aan.
OEFENEN MAAR!
321
e Vul telkens de passende uitdrukking in. Let op: er staan enkele uitdrukkingen te veel. Kies uit:
is een geluk bij een ongeluk is niet pluis als twee druppels water van zich af te schudden
heeft een hart van goud schrikt zich een hoedje is het derde wiel aan de wagen neemt de benen
IN
Naam:
Een jongeman doet boodschappen in de supermarkt. Op een gegeven moment ontdekt hij dat hij door een oude vrouw gevolgd wordt. De man probeert de dame
Nummer:
©
Klas:
VA
N
door een zijpad te nemen, maar ze blijft hem volgen. Ondertussen kijkt ze hem droevig aan. Wanneer de man in de rij voor de kassa staat, ziet hij dat de oude vrouw voor hem staat. Haar winkelwagentje zit vol met boodschappen. Wanneer de vrouw ziet wie er achter haar staat, kijkt ze opnieuw verdrietig. Dan spreekt ze de man aan. ‘Sorry dat ik zo naar je kijk, maar je lijkt precies op mijn zoon die twee weken geleden om het leven is gekomen’, snottert ze. ‘Je lijkt echt op hem. Ik weet wel dat je mijn zoon niet bent, maar zou je iets voor mij willen doen? Als ik straks de supermarkt verlaat, wil je dan ‘dag mam’ roepen? Ik denk dat ik me daardoor stukken beter zou voelen.’ Even later lacht de vrouw naar hem en ze . Ze stapt met twee zware boodschappentassen naar de uitgang. ‘Dag mam’, zegt de man luid, terwijl hij naar haar zwaait. De man denkt nog even na over zijn goede daad. Hij als de kassierster vertelt hoeveel geld ze van hem wil hebben: 121,35 euro. ‘Excuseer, maar dat ’, zegt de man. ‘Dat bedrag kan echt niet kloppen. Kijk maar hoe weinig boodschappen ik bij me heb.’ ‘Dat bedrag is niet alleen voor jouw boodschappen’, zegt de kassierster. ‘Je moeder zei net dat je ook voor haar zou betalen.’
Datum:
Naar: www.broodjeaap.nl
322
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
2
Spelling en woordenschat
Les 5 Spel- en woordweb
2.1 Spelweb
1
bedrijf
7
supermarkt
2
recept
8
trend
3
landbouwer
9
wenkbrauw
4
familie
10 show
5
machinist
11 ticket
6
pedicure
12 bibliotheek
chi
brau w
bou
di
wer
2
Nummer:
land
VA
cept
1
wenk
N
drijf
be
cure
re
3 4 5
pe
6
nist
Klas:
ma
IN
b Welke zes woorden kun je met deze puzzelstukken vormen? Kleur de puzzelstukken die bij elkaar horen in dezelfde kleur. Schrijf het woord volledig over.
Datum:
a Schrijf de woorden juist over.
Š
c Vul een passend woord uit oefening a in. 1
We doen wekelijks boodschappen in de
2
Volgens de laatste mode zijn felle kleuren niet meer de
3
Mijn vader heeft acht zussen en broers. Hij komt uit een grote .
4
Tijdens de mode evenwicht.
5
Ik ontleen soms strips en films in de ___.
6
Vandaag verkochten ze het laatste ___ voor het concert van Billie Eilish.
. .
Naam:
verloor dat beroemde model haar
OEFENEN MAAR!
323
d Bij deze woorden hoor je een s maar je schrijft een c. Vul deze woorden in de zin in. Kies uit:
actrice - ceintuur - cement - cent - centimeter - centrum - cijfer - cirkel - citroen - decimeter - feliciteren - Oceaan - precies - speciaal - recept De limoen is familie van de
2
Draag jij een
3
Bak jij pannenkoeken volgens het familie
4
Kun jij een
5
De wereldberoemde
6
Tien cm is een
.
7
Gebruik jij een
koffertje als je op kamp gaat?
8
Metselen jullie al met
9
Zondag gaan we opa en oma
10 Welk
.
of bretellen als je broek te groot is? ?
met een passer tekenen? verdiende heel veel geld.
IN
Naam:
1
in de praktijkles?
. Ze zijn 60 jaar getrouwd.
behaalde jij voor je test van Frans?
11 Hoeveel
N
zit er in 1 euro?
12 Ging jij op reis naar de Atlantische
VA
?
13 Een meter is honderd
.
14 Hoeveel gram suiker gebruikte jij Klas:
15 Woon jij in het
?
van de stad?
Nummer:
Š
e Wat stellen de afbeeldingen voor? Schrijf de juiste naam onder elke afbeelding. Kies uit:
theater - thee - thermometer - discotheek - bibliotheek - apotheek
Datum: 324
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
enthousiast
Om hoe laat kom jij ’s avonds
2
Wie een
wil lopen, moet een goede conditie hebben.
3
Wat een
meisje!
4
Een
5
Wat verkies jij:
6
Mo werkt altijd goed mee: hij is heel
7
Ik hou van verjaardagsfeestjes waarbij je in een bepaald verkleed moet zijn.
N
houdt je koffie warm.
VA
of praktijk?
Š
2.2 Woordweb
?
Nummer:
1
Datum:
marathon
IN
theorie
sympathiek
thermos
thuis
thema
f Vul de zinnen aan. Kies het passende woord uit de woordenwolk.
Klas:
.
Lees deze woorden. Gebruik ze voor de volgende oefeningen. aanspreken
allerlei
enkele
uiteenlopend
aanstekelijk
bevallen
inhouden
uiten
afnemen
bovendien
stimuleren
uitoefenen
a Welk woord past in de zin? Vul de zinnen aan. 1
Haar enthousiasme werkt
2
Het uitstapje was plezant en
3
Dat voorstel is prima. Het zal de leerlingen zeker
erg leerrijk. .
OEFENEN MAAR!
Naam:
.
325
4
Op zijn huwelijk nodigde hij maar
5
In de beek achter ons huis drijft
6
Welk beroep wil jij later graag
vrienden uit. rommel.
?
b Zoek het passende woord bij elke uitleg. Let op: de woorden uit oefening a mag je niet meer gebruiken. 1
Wat een hittegolf!
Wat een hittegolf!
Hopelijk zal de temperatuur binnenkort
Hopelijk zal de temperatuur binnenkort
minder worden. Isa kan niet goed verwoorden wat ze
Isa kan zich niet goed
denkt of voelt. 3
.
Die rode Allstars vallen bij mij in de smaak.
4
Die rode Allstars me.
De leraar moet die klas voortdurend aanmoedigen om meer te studeren.
IN
Naam:
2
.
De leraar moet die klas voortdurend om meer te studeren.
Jij gaat akkoord, maar ik niet.
Onze meningen zijn verschillend.
Onze meningen zijn
N
6
Jij gaat akkoord, maar ik niet.
Weet jij wat de nieuwe regels
schoolreglement betekenen?
in het schoolreglement ?
©
Klas:
c Welk woord past in beide zinnen? Let op: soms moet je de woorden een beetje aanpassen. 1
Onze juf Frans moet binnenkort van haar eerste kindje
Nummer:
Die nieuwe auto
2
3
me helemaal niet
? .
Morgen zal de leraar wiskunde een test
Datum:
Het aantal leerlingen zonder gsm 4
.
me niet.
Moeten jullie je leraars met ‘u’ Die film
Wat zou de job van ‘gumbuster’
.
elk jaar
.
?
Bijna gaf ik hem een klap. Ik kon me nog net op tijd
326
.
Weet jij wat de nieuwe regels in het
VA
5
THEMA 8 | (Niet) om te lachen!
.
Zelftoets thema 7 en 8 Thema 7 Les 2 Is het een ding, een dier of een persoon?
a Zijn de gemarkeerde woorden zelfstandige naamwoorden of niet? Schrijf ze in de juiste kolom.
/24
/15
VA
N
IN
Wat ik later worden wil? il. Het zijn vier beroepen met veel versch liefst. Nummer 1 een eigen kindercrèche het t kiest. Dat is hetgeen wat mijn gedacht ech wat. Maar boekenschrijfster lijkt mij ook wel . Over een kikker, een hond of een kat Maar wat me ook leuk lijkt, is dit: rt. een dichter die in het maanlicht schitte en grauw. Of ik word politievrouw, lekker stoer Deze vakken lijken mij zo leuk. jeuk. Het gevoel dat ik daar werk, geeft me n hoofd. Kriebeltjes van mijn tenen tot aan mij beroofd! Deze vakken hebben mijn gedachten
Datum:
Het zelfstandig naamwoord
Nummer:
1
geen zelfstandig naamwoord
b
Wat is een zelfstandig naamwoord? /9 - Markeer in de linkerkolom van oefening a drie dieren in het oranje. - Markeer vier dingen in het groen. - Markeer twee personen in het blauw.
THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS
Naam:
Š
zelfstandig naamwoord
Klas:
Naar: www.1001gedichten.nl
327
2
De-woorden en het-woorden
Thema 7 Les 3 Hij of zij?
a Zijn de onderstreepte woorden de-woorden of het-woorden? Noteer ze in de juiste kolom. Gebruik je woordenboek als je het niet weet.
/16
/10
47 Belgen krijgen job in Disneyland Parijs Euro Disney biedt 47 Belgen een job bij Disneyland Parijs aan. Dat is het resultaat van een campagne in Brussel.
IN
Naam:
Euro Disney ontving een vierhonderdtal cv's. Dat leidde tot 71 interviews in Brussel op 1 september. Van de 47 geselecteerde Belgen kan een tiental een contract van onbepaalde duur krijgen. De anderen krijgen een contract van bepaalde duur. De meeste contracten starten al met de periode van Halloween, die in Disneyland Parijs op 17 oktober begint. Het park zocht maar liefst 8 000 medewerkers, van wie 1 000 voor onbepaalde duur. Het gaat om jobs voor het onthaal, de verkoop of in de restaurants en in het hotel. De meeste bezoekers komen uit EU-landen en talenkennis is voor de werknemers dus belangrijk.
het-woorden
Š
Klas:
VA
de-woorden
N
Naar: www.hln.be
b Vervang de persoon door hij, zij of het. Nummer:
1 De sporter,
2 De tennisster, 3 De tekenaar,
sloeg de bal mis. tekent een monster met vier ogen.
4 De beeldhouwster, Datum: 328
komt als eerste over de streep.
ontwierp een beeld uit graniet.
5 Het kunstwerk,
is veel geld waard.
6 De ontwerpster,
tekent een nieuwe jurk voor mij.
THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS
/6
3
Letterlijk en figuurlijk taalgebruik
Thema 8 Les 2 Blikken werpen
/5
a Zijn de volgende zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld? Markeer het passende antwoord. letterlijk - figuurlijk
2
De kapster waste de haren van de klant. Ze zat met haar handen in het haar.
letterlijk - figuurlijk
3
Het kind draagt met zijn emmertje water naar de zee.
letterlijk - figuurlijk
4
Onze leraar kookte van woede toen we niet aan het opletten waren.
letterlijk - figuurlijk
5
Elke keer als zij die leuke jongen ziet, krijgt ze vlinders in de buik.
letterlijk - figuurlijk
Thema 8 Les 5 Spel- en woordweb
a Vul de ontbrekende letter(s) in. 2 s - c Wil je dat re
ept voor oliebollen eens voor mij kopiëren?
3 au - ou De leraar fronste zijn wenkbr
wen.
VA
4 t - th Amir gaat regelmatig naar de biblio 5 c - k - ck
/5
lie.
N
1 i - ie Ik kom uit een grote fam
/10
Nummer:
Spel- en woordweb
Koop jij soms bioscoopti
eek.
ets via het internet?
©
b Vul de zinnen logisch aan. Kies uit: /5 uitoefenen - afnemen - aanspreken - bevallen - uiten - uiteenlopend - stimuleren allerlei
Klas:
4
Datum:
Mijn vader is een boom van een vent.
IN
1
1
Die jongen praat niet gemakkelijk. Hij kan zijn gevoelens niet goed .
2
Op YouTube vind je met sport.
3
Ik ben voor het dragen van een uniform op school, jij bent ertegen. Onze meningen zijn .
4
In de toekomst zal de verkoop van cd’s zeker nog
5
De artikelen die ik via de webshop van Zalando bestelde, me niet. Ik stuur ze morgen terug.
grappige filmpjes in verband
TOTAAL
/55
THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS
Naam:
.
329
Nummer:
©
Klas:
VA
N
IN
Naam: Datum: 330
THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS
IN N VA
Š
THEMA 9 Reis naar de ruimte
LES 1
Ons zonnestelsel - kijken en luisteren, intensief luisteren
LES 2
Een vlucht naar Mars - bijvoeglijke naamwoorden
LES 3
Leven buiten onze planeet? - opmaak van een tekst,
O V U R
LES 4
Waait het in de ruimte? - informatie selecteren, spreken, jezelf beoordelen
LES 5
Een toekomst als astronaut? - kijken en luisteren, spreken, jezelf beoordelen
KEUZELES 1
Gig@ntische ruimte - zoeken via internet
KEUZELES 2
De ruimte in - genietend lezen, je eigen mening geven
KEUZELES 3
De maan-zaak - synoniemen en tegengestelden
woordverklaring: vanuit de context, informatie structureren
OEFENEN MAAR!
LES 1 | Ons zonnestelsel
331
Les 1
Ons zonnestelsel Je leeft de kijk- en luisterafspraken na. Je kunt belangrijke informatie selecteren. Je kunt het eindresultaat beoordelen. Je kunt werkpunten uit vorige luisteropdrachten beter aanpakken.
O V VOOR U R Beantwoord de vragen mondeling. 1 Welke planeten ken jij? 2 Leven er planten, dieren of mensen op die planeten, denk je? Waarom (niet)? 3 Naar welke planeten reisde de mens al?
IN
-
- Kijk naar de evaluatie van vorige luister- en kijkopdrachten. 1 Wat waren de werkpunten?
N
2 Waarop moet jij vooral letten?
Bekijk het filmpje. Je moet de planeet op een foto herkennen. Het is dus van belang dat je goed naar de planeten kijkt. Wat is je kijk- en luisterdoel? Je kijkt en luistert om: informatie te krijgen. instructies te krijgen. je een mening te vormen.
VA
- - -
van belang zijn: het is belangrijk, het is nodig
Š
O V U R
- Hoe kijk en luister je? Ik let op de hoofdzaken. Ik let zowel op de hoofdzaken als op de details. Ik let op de details. 1 2 3 4
332
Lees voor elke opdracht de vragen. Zo weet je waarop je moet letten. Concentreer je tijdens het luisteren. Stoor de anderen niet. Houd rekening met je werkpunten uit een vorige luisteropdracht.
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
O V TIJDENS U R - Noteer de naam van de planeet bij de juiste foto.
4
5
3
IN
2
6
8
©
7
VA
N
1
- Bekijk het filmpje opnieuw. Kleur het juiste bolletje. 1 Hoe wordt de planeet Mars ook wel genoemd? De planeet wordt ook wel een gasreus genoemd. De planeet wordt ook wel de rode planeet genoemd. De planeet wordt ook wel de ijsplaneet genoemd.
LES 1 | Ons zonnestelsel
›
333
2 Hoe kun je Jupiter snel herkennen? Het grootste deel van de planeet is met vloeibaar water bedekt. De planeet is heel erg klein. Hij heeft veel gasringen. 3 Wat is er speciaal aan de planeet Saturnus? De planeet heeft een aantal ringen. De planeet heeft een blauwe kleur. De planeet is de kleinste van allemaal.
IN
4 Waarom zijn Uranus en Neptunus blauw van kleur? Het zijn gasplaneten. Op deze planeten is er enkel vloeibaar water aanwezig. Het zijn ijsplaneten. - Bekijk het filmpje een laatste keer. Beantwoord de vragen.
1 Welke planeet staat het dichtst bij de zon?
uniek:
staat het dichtst bij de zon.
enig, alleen in zijn soort
N
2 Waarom kan niemand op Venus leven? De planeet is
en
.
VA
3 De Aarde is een unieke planeet. Waarom? Het is een unieke planeet, want ze
.
4 Welke vier planeten zijn groter dan de Aarde?
,
,
en
.
5 Waaruit zijn de ringen van Saturnus gemaakt? Ze zijn gemaakt uit
,
en
Š
6 Welke twee planeten worden ook wel eens ijsplaneten genoemd?
en
7 Plaats de namen van de planeten in de juiste volgorde. Je plaatst ze van het dichtst bij de zon naar het verst van de zon. - Ga met een andere leerling samenzitten. Vergelijk jullie antwoorden. Pas aan, indien nodig.
334
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
.
O V NA U R 1 Hoe lukten deze oefeningen? heel goed goed voldoende niet goed slecht 2 Welke oefening vond je het moeilijkst? Hoe kwam dat? Ik vond oefening
evaluatie
het moeilijkst, want
.
3 Welk(e) werkpunt(en) uit een vorige luisteropdracht lukte(n) nu beter?
N
IN
4 Duid aan wat past. Ik was heel geconcentreerd. Ik was afgeleid. Ik wist goed wat ik bij elke opdracht moest doen. Ik wist niet goed wat er met de opdracht bedoeld werd. Het lukte goed om zowel te kijken als te luisteren. Ik luisterde te weinig naar wat er gezegd werd. Ik hield geen rekening met de afbeeldingen.
Š
VA
5 Noteer wat beter kan bij een volgende kijk- en luisteroefening.
LES 1 | Ons zonnestelsel
335
Les 2
Een vlucht naar Mars Je kunt bijvoeglijke naamwoorden herkennen. Je kunt bijvoeglijke naamwoorden in een tekst gebruiken of in een zin aanvullen.
T MAR NEE
LUCHT NAAR
EVE MANN/SHUTTERS TOC ® ST
c
om
K.C
OM
Wij hopen jou mee te nemen in ons ruimtevliegtuig!!!
PLA
IN RE V
OD R E D
E
VIRGIN GALACTIC MAAKT DEZE ONVERGETELIJKE DROOM WAAR! DOE MEE AAN DE EENVOUDIGE WEDSTRIJD EN WIN EEN FANTASTISCHE REIS NAAR DEZE UNIEKE PLAATS!
VA
®
e Mann/Shuttersto Stev ck.
LBA
N
Virgin Galactic maakt deze droom waar! Doe mee aan de wedstrijd en win een reis naar deze plaats!
AA
ET
in
lucht naar de
eet n a pl
EN B
Zin
een v
Ma rs?
ZIN IN E
S?
a Bekijk de twee affiches.
WIJ HOPEN JOU MEE TE NEMEN IN ONS ALLERNIEUWSTE RUIMTEVLIEGTUIG!!!
©
b Beantwoord deze vragen. 1 Waarover gaan de affiches? 5
2 Hoe noem je de onderstreepte woorden? 3 Op welke affiche krijg je de meeste informatie?
Markeer op de tweede affiche de woorden die meer ten opzichte informatie over de onderstreepte woorden geven. tegenover Die woorden noem je bijvoeglijke naamwoorden. Waar staan ze meestal ten opzichte van het zelfstandig naamwoord?
336
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
van:
Een bijvoeglijk naamwoord geeft meer informatie over het zelfstandig naamwoord. Het staat meestal voor het zelfstandig naamwoord. Woordjes als ‘mijn’, ‘jouw’, ‘zijn’, ‘haar’, ‘ons’, ‘jullie’, ‘uw’ en ‘hun’ zijn geen bijvoeglijke naamwoorden!
besluit
c Zoek de tien duo’s: een zelfstandig naamwoord waarbij een bijvoeglijk naamwoord staat. - Onderstreep de zelfstandige naamwoorden. - Markeer het bijvoeglijk naamwoord dat erbij hoort met groen.
N
IN
De mens maakte tot nu toe ruimtereizen over korte afstanden. Om toch meer over het uitgestrekte zonnestelsel te weten, worden ruimtesondes uitgezonden. Een sonde is een ‘klein’ verkenningsschip dat met instrumenten uitgerust is. Die bestuderen verre planeten, pindavormige kometen en sterren. Ondertussen maakt de sonde ook prachtige foto’s van ons heelal. Veel sondes overleven de enorme druk niet en exploderen. Toch kunnen ze nuttige informatie naar de aarde zenden. De Amerikaanse sonde Mariner-2 werd als eerste ooit de ruimte ingestuurd. Die sonde bereikte de planeet Venus.
d
VA
Naar: Verkenning van de ruimte
In deze tekst ontbreken de bijvoeglijke naamwoorden. Zet ze op de juiste plaats. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk. Let op: je kunt niet alle bijvoeglijke naamwoorden gebruiken. Je mag elk bijvoeglijk naamwoord maar één keer gebruiken. Kies uit:
©
gevaarlijke - lage - zware - onbekende - soepel - hevig - dodelijke – dikke - soepele
Bij een ruimtewandeling moet een astronaut een eigen ruimtevaartuig dragen. Het is een
ruimtepak dat hem beschermt tegen de hitte (tot 120 °C) en tegen de
(tot -150 °C). De
temperaturen lagen van het pak houden ook de
straling tegen. Zonder dat ruimtepak is een astronaut in de ruimte binnen een paar seconden dood. Op aarde zijn het pakken om te dragen, maar in de ruimte wegen ze niets. Naar: (IN)siders, Ruimte
LES 2 | Een vlucht naar Mars
337
e In elke zin is een zelfstandig naamwoord onderstreept. Pas de zin aan. Voeg een passend bijvoeglijk naamwoord toe.
aanpassen: veranderen, verbeteren
Kunnen er mensen op Mars wonen? 1 MarsOne wil in 2025
mensen naar de planeet Mars sturen.
2 Deze
reis vraagt een goede voorbereiding.
3 De lucht verstikt je als je geen
ruimtepak draagt.
4 Door de luchtdruk kookt de 5 Je
vloeistof in je ogen. longen vullen zich met schuim, waardoor je verdrinkt.
IN
f In de tekst zijn een aantal woorden onderstreept. Noteer ze in de juiste kolom. Is het woord een bijvoeglijk naamwoord, een zelfstandig naamwoord of een werkwoord?
N
De ‘Mars Society’ wil een reis naar Mars mogelijk maken.
VA
De organisatie wil gewone mensen overtuigen dat grondig onderzoek naar Mars nodig is. Volgens hen is reizen naar Mars geen droom. Het is echt mogelijk.
©
Kan er echt leven zijn op Mars? Als er ’s nachts geen wolken zijn, zie je de prachtige planeet soms aan de hemel. Ze ziet er dan uit als een klein rood lichtje. Mars ligt verder van de zon dan de aarde. De planeet is ongeveer half zo groot als de aarde. Mars ziet rood door roest op de grond. Op Mars is er bijna geen zuurstof. Die zuurstof hebben we nodig om te ademen. We hebben ook water nodig om te leven. Dat vind je wel op Mars. De planeet heeft ook polen, net als de aarde. Op die polen ligt ijs. Op Mars zie je ook sporen van opgedroogde rivieren. Wellicht stroomt er vloeibaar water diep onder de grond. Het is gemiddeld 55 graden onder nul op Mars. Daarom vind je alleen ijs op de planeet.
Naar: Wablieft
338
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
g Lees de volgende zinnen. - Onderstreep de twee zelfstandige naamwoorden in elke zin. - Schrijf de zin dan opnieuw. Vul de zin met passende bijvoeglijke naamwoorden aan. 1 Er draaien satellieten om de aarde.
IN
2 Sommige gebruiken we om foto’s van de planeten te maken.
N
VA
3 Wetenschappers gebruiken satellieten ook om de aarde te fotograferen.
4 Die foto’s voorspellen het weer.
©
LES 2 | Een vlucht naar Mars
339
Les 3
Leven buiten onze planeet? Je kunt aanduiden hoe een auteur een tekst aantrekkelijk maakt. Je kunt de belangrijkste informatie uit een tekst achterhalen. Je kunt de betekenis van moeilijke woorden uit de context achterhalen. Je kunt informatie op een overzichtelijke manier ordenen (schematiseren).
a
Bekijk de tekst. - Lees de titel en de tussentitels. - Bekijk de afbeeldingen. - Beantwoord de vragen.
1 Hoe probeert de auteur de tekst aantrekkelijk te maken? 3 Is deze tekst fictie of non-fictie? 4 Waarover zal de tekst volgens jou gaan?
N
5 Wat is het tekstdoel? De tekst wil je … informeren. overtuigen. ontspannen. ontroeren.
VA
IN
2 Wat zeggen de afbeeldingen over de tekst?
6 Wat weet je al over dit onderwerp? b Lees de tekst.
©
Leven op andere planeten Is leven op aarde niet meer mogelijk? Dan verhuizen we toch gewoon naar een andere planeet! Allemaal goed en wel, maar is dat zo eenvoudig?
Gasplaneten
Saturnus en Jupiter bestaan allebei uit gas. Ze hebben geen vast oppervlak, zoals onze aarde. Je kunt er dus niet zomaar op rondstappen. Jupiter is vooral bekend door de ‘Grote Rode
340
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
Vlek’. Het is een storm die al meer dan 300 jaar op de planeet woedt. Op Jupiter is het niet aangenaam om te wonen. Het is er ongeveer -145 °C. Saturnus is vooral bekend om haar ringen. Die bestaan uit brokken ijs, steen en stof. De gemiddelde temperatuur op Saturnus is -178 °C. De planeet doet er heel lang over om één keer rond de zon te draaien: 30 jaar!
Te koud
VA
N
IN
Op aarde kan het in de winter al eens koud worden, maar op planeten als Mars, Uranus en Neptunus is het pas echt bibberen. Mars lijkt het meest op onze planeet. Toch is Mars een ijzig koude woestijn van roestige rotsen en rood zand. Op een gewone dag is het er koud: -140 °C. Het wordt er in de zomer nooit warmer dan 20 °C. Er zijn ook hevige stofstormen, waardoor je er de lucht niet kunt inademen. Op Mars is de zwaartekracht kleiner. Alles weegt er minder zwaar dan op aarde. Weeg je hier 70 kilogram? Dan weeg je op Mars maximaal 27 kilogram. De ijsplaneten Uranus en Neptunus liggen het verst van de zon. Dat merk je aan de temperatuur: op Neptunus is het gemiddeld -195 °C. Uranus doet het nog beter: daar is de gemiddelde temperatuur -215 °C! De ‘zomer’ op deze planeet duurt 21 jaar. Gedurende al die tijd gaat de zon er nooit onder! Een nadeel is dat de winter er ook 21 jaar aan één stuk duurt. Op Neptunus haalt de wind soms snelheden tot 2 400 km/u!
Te warm
©
Er zijn ook planeten waar het lekker verblijven is. Tenminste, als je houdt van temperaturen boven de 100 °C! Mercurius is daar een mooi voorbeeld van. Deze planeet staat het dichtst bij de zon. Op Mercurius duurt één dag 1 416 uur. De planeet is klein, maar wel heel zwaar. Ze heeft geen gassen rond zich, waardoor ze de warmte van de zon niet kan vasthouden. Overdag kan het er tot 430 °C warm worden. Als de zon ondergaat, ontsnapt alle warmte. Dan vriest het soms tot -180 °C.
Onhandig oppervlak
Lange tijd was Venus een raadsel voor wetenschappers. Dikke wolken hangen boven de planeet. Wetenschappers konden er lang niet doorheen kijken. Toen dat eindelijk kon, merkten ze dat het oppervlak vol kraters, bergen en vulkanen zit. De lucht is giftig en heel heet (gemiddeld 462 °C). Een jaar duurt er 225 dagen. In die tijd draait de planeet één keer rond de zon. Ook op Mercurius zijn er veel kraters die ontstaan zijn door stenen uit de ruimte. Die stenen slaan met een hoge snelheid op de planeet in. Zo maken ze grote putten in het oppervlak.
vasthouden: niet laten ontsnappen
LES 3 | Leven buiten onze planeet?
›
341
Een dag of een jaar is niet wat het lijkt
IN
Op aarde duurt een dag 24 uur; een jaar 365 of 366 dagen. Ook op de planeet Mars duurt een dag ongeveer 24 uur (24 uur en 39 minuten om precies te zijn). Op Jupiter en Saturnus is een dag dan weer het kortst: slechts 10 uur. Na Jupiter volgt Neptunus, waar een dag 16 uur duurt. Op Uranus duurt die ongeveer 17 uur. De absolute recordhouder is de planeet Venus: een dag duurt er 5 832 uur! Weet jij in hoeveel tijd de aarde rond de zon draait? In 365 dagen, precies. Dat is niet zo snel. Mercurius daarentegen zoeft in 88 dagen rond de zon. Wanneer je op Jupiter zou leven, duurt een jaar langer: 4 380 dagen. Op een planeet als Mars duurt een jaar 687 dagen. Stel je voor dat je daar naar school moet! Uranus is een trage planeet: ze doet er 84 jaar over om één keer rond de zon te draaien. Maar dat is niets in vergelijking met Neptunus. Doordat die zo ver van de zon staat, doet ze er 165 jaar over om één keer rond de zon te draaien. Zoals je ziet, is het niet eenvoudig om zomaar op een andere planeet te gaan leven.
daarentegen:
N
Naar: Wablieft
integendeel, echter
342
2 Het is een storm die al meer dan 300 jaar op de planeet woedt. ‘Woeden’ betekent: iemand straffen. beschermen. hevig tekeergaan.
©
VA
c Kies de passende betekenis van de gekleurde woorden. 1 Jupiter en Saturnus hebben geen vast oppervlak. De betekenis van ‘oppervlak’ is in deze zin: niet diepgaand. de buitenste laag waarop je loopt. iets wat effen is.
3 Toch is de planeet Mars een ijzig koude woestijn van roestige rotsen en rood zand. ‘IJzig’ betekent in deze zin: ijskoud. afstandelijk. heel erg snel. 4 Op Mars is de zwaartekracht kleiner dan op aarde. Het woord ‘zwaartekracht’ betekent: de wind waait minder sterk. de aantrekkingskracht. hoe sterk je spieren zijn.
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
5 Wetenschappers merkten dat het oppervlak vol kraters, bergen en vulkanen zit. In deze zin betekent ‘krater’: een trechtervormige opening, waardoor lava bijvoorbeeld uit een vulkaan komt. een gevoel van ontgoocheling. brokken steen en ijs.
6 Die stenen zullen met een hoge snelheid op de planeet inslaan. ‘Inslaan’ betekent: het minderen van de snelheid. met veel kracht aan iets beginnen. met veel kracht neerkomen.
d Vul het schema aan.
Mercurius
temperatuur van
°C
tot Venus Mars
van °C ’s zomers tot
roestige
dagen
uur
dagen
precies
°C in de winter
VA
en
Jupiter
uur
°C
N
en
tijd om rond de zon te draaien
°C
gemiddeld
kraters,
Een dag duurt …
IN
oppervlak
gemiddeld
geen
dagen uur en minuten uur
dagen
uur
jaar
uur
jaar
uur
het langst: jaar
°C
Saturnus
gemiddeld
geen
°C
©
Uranus
Neptunus
gemiddeld °C gemiddeld °C
e Vul aan met een bijvoeglijk naamwoord. De passende bijvoeglijke naamwoorden vind je in de tekst. 1 De
planeet Mercurius staat het dichtst bij de zon.
2 Op Venus adem je 3 De 4 Op de 5 Door de
en hete lucht in.
planeet Uranus doet er 84 jaar over om één keer rond de zon te draaien. planeet Neptunus kan het tot -195 °C vriezen. stofstormen kun je op Mars niet ademen.
LES 3 | Leven buiten onze planeet?
343
Les 4
Waait het in de ruimte?
Je kunt informatie selecteren en ordenen. Je kunt informatie uitwisselen met klasgenoten. Je kunt werkpunten uit vorige spreekopdrachten beter aanpakken. Je houdt je aan de spreektips. O V VOOR U R
IN
- In deze les krijg je een aantal vragen over de ruimte. Je zult dat antwoord ook delen met jouw klasgenoten. Op die manier wisselen jullie informatie over de ruimte uit. - Kijk naar de evaluatie van jouw vorige spreekopdrachten. Wat waren de werkpunten? Tijdens deze spreekopdracht wil ik vooral letten op:
- Je krijgt van jouw leraar een tekst met een weetje over de ruimte. - Vertel dit weetje aan de klas. - Noteer maximaal 5 woorden op een spreekbriefje.
VA
O V U R
N
©
De belangrijkste informatie vind je door: 1 de zinnen te markeren die extra uitleg geven bij de waarom-vraag (maximaal 4 zinnen). 2 nog één extra zinnetje informatie aan te duiden, waarvan je denkt dat jouw klasgenoten dat heel interessant zullen vinden. O V TIJDENS U R
- Vertel jouw tekst. - Oefen jouw verhaal een paar keer in. - Deel jouw informatie met de rest van de klas. 1 2 3 4 5 6
344
Zorg ervoor dat je jouw verhaal vlot voor de klas kunt brengen. Spreek voldoende luid. Spreek duidelijk en gebruik standaardtaal. Kijk de klas aan wanneer je spreekt. Verzorg jouw houding voor de klas. Houd rekening met je werkpunten uit vorige spreekopdrachten.
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
tips
O V NA U R Wat vond jij van jouw spreekoefening? Beoordeel jezelf.
evaluatie
Geef jezelf een score door een vakje in te kleuren. Ik vulde mijn informatie met een extra weetje aan.
1
2
3
4
5
2
Ik heb mijn verhaal vlot voor de klas gebracht.
1
2
3
4
5
3
Ik sprak luid genoeg.
1
2
3
4
5
4
Ik sprak duidelijk.
1
2
3
4
5
5
Ik gebruikte standaardtaal.
1
2
3
4
5
6
Ik keek de klas tijdens het spreken aan.
1
2
3
4
5
7
Ik verzorgde mijn houding voor de klas.
3
4
5
IN
1
1
2
N
Welk(e) werkpunt(en) uit de vorige spreekopdrachten lukte(n) dit keer beter?
VA
Welk werkpunt houd je bij voor een volgende spreekopdracht?
Š
Welk weetje vind je spectaculair / heb je onthouden / blijft jou bij?
LES 4 | Waait het in de ruimte?
345
Les 5
Een toekomst als astronaut? Je durft voor je mening opkomen. Je toont respect voor jouw klasgenoten. Je kunt kritisch reageren als je met iets niet akkoord gaat. Je kunt jezelf beoordelen.
1 Wat is het luisterdoel? Ik luister en kijk om ‌ informatie te krijgen. instructies te krijgen. me een mening te vormen.
IN
a Bekijk het fragment uit Karrewiet. Beantwoord ondertussen deze vragen.
N
2 Waarom wil Salwa naar de ruimte gaan? Zet een kruisje bij de twee juiste antwoorden. Ze zegt dat het er prachtig is. Ze zou er misschien een marsmannetje kunnen tegenkomen. Ze zou dan eens op de maan kunnen staan. In de ruimte zweef je.
VA
3 Waarom wil Daan naar de ruimte? Duid de drie juiste antwoorden aan. Hij zou de sterren van heel dichtbij kunnen zien. Het is iets nieuws en dat vindt hij spannend. Hij zou op de maan kunnen staan. Het zou leuk zijn om de aarde van bovenaf te zien. 4 Waarom is Dania bang om naar de ruimte te reizen?
Š
346
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
b Bekijk het fragment een tweede keer. Concentreer je op het laatste deel van het fragment. Wat zouden de jongeren in de ruimte willen doen? - - - - - c Lees de stellingen. Een ruimtereis is heel boeiend. Ik zou me daarvoor graag inschrijven. Ik geloof in aliens. Ik geloof dat er nog andere mensen op andere planeten leven. Het onderzoek naar de ruimte kost veel te veel geld. Door de opwarming van de aarde moeten we in de toekomst op een andere planeet wonen.
IN
1 2 3 4
N
d Markeer de stelling waarover jij iets wilt zeggen.
VA
e Wat kun jij over de stelling zeggen? Wat is jouw mening? Bereid eerst voor wat je wilt vertellen. Noteer een vijftal zinnen op een kladblad. f Ga met je duopartner samenzitten. Discussieer over jullie stelling. Gebruik jouw spreekbriefje.  
Luister naar elkaar. Laat elkaar uitspreken. Zorg ervoor dat je voldoende aan het woord komt. Zeg waarom je ergens (niet) mee akkoord gaat. Gebruik standaardtaal.
tips
Š
1 2 3 4 5
LES 5 | Een toekomst als astronaut?
347
g Evalueer jouw duowerk. Antwoord eerlijk op de vragen.
evaluatie
1 Markeer wat past. Ik sprak
te veel aardig veel nauwelijks
Mijn klasgenoot verstond mij
volledig bijna altijd soms eens niet vaak niet nauwelijks
Ik sprak
erg vlot
Ik gebruikte
standaardtaal
Wat ik vertelde, was
heel duidelijk duidelijk totaal onduidelijk
Ik vond deze discussie
heel interessant interessant boeiend heel boeiend
vlotjes
genoeg
niet erg vlot
helemaal niet vlot
dialect
IN
verwarrend
VA
N
2 Wat kan ik een volgende keer beter doen? meer aan de discussie deelnemen beter luisteren naar mijn klasgenoot vlotter spreken mijn taal verzorgen (standaardtaal) duidelijker spreken ander:
Š
h Zeg aan de klas wat jullie over de stelling vertelden.
348
niet genoeg
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
niet zo leuk
keuzegedeelte Keuzeles 1
Gig@ntische ruimte
Je kunt de belangrijkste woorden in een vraag markeren. Je kunt de gevraagde informatie op het internet opzoeken. Je kunt, door foto’s aandachtig te bekijken, het juiste antwoord vinden. a Beantwoord deze vragen met behulp van Wikipedia. - Wat is Wikipedia? - Werkte je al eens met die website? Zo ja, wanneer?
N
IN
b Bekijk de vraag en de foto’s aandachtig. - Markeer het belangrijkste woord of de belangrijkste woorden in de vraag. - Typ het gemarkeerde deel in de zoekmachine in. De zoekmachine zoekt alle websites in verband met de ingetypte woorden. - Als je niets vindt, moet je een ander woord intikken. - Noteer het juiste antwoord onder de passende foto.
©
VA
1 Welke Russische kosmonaut ging als eerste mens in de ruimte in 1961?
2 Wie ging als eerste Belg de ruimte in in 1993?
KEUZELES 1
349
3 Naast Buzz Aldrin en Michael Collins vloog nog een Amerikaanse astronaut in de Apollo 11 op 21 juli 1969 voor de eerste keer naar de maan. Hoe heet hij?
VA
N
IN
4 Welke Oostenrijkse skydiver vestigde in oktober 2012 het record parachutespringen? Hij sprong daarbij van een hoogte van meer dan 39 km naar beneden!
Š
5 Wat was de naam van het eerste zoogdier in de ruimte?
6 Wat is de naam van de Belg die in 2002 acht dagen in het ISS verbleef?
350
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
c Zoek ook voor deze opdracht via Wikipedia. - In elk tekstje zit één fout. Markeer de fout. - Noteer jouw verbetering onder elke tekst. Onderwerp: Voyager 2 De onbemande Voyager 2 vertrok op 20 augustus 1977 in Florida. De ruimtesonde reist met een snelheid van meer dan 50 000 km/u. Voyager 2 passeerde de planeten Mercurius, Jupiter, Uranus en Neptunus.
IN
Onderwerp: spaceshuttle Columbia De spaceshuttle Columbia maakte 28 vluchten en draaide 4 808 rondjes rond de aarde. Op 1 februari 2003 verongelukte de shuttle tijdens de terugkeer naar aarde. Door een beschadiging aan de raketmotoren verongelukte de bemanning van de Columbia. De bemanning van de gecrashte spaceshuttle bestond uit vijf mannen en twee vrouwen.
N
©
VA
Onderwerp: Pluto (dwergplaneet) Deze dwergplaneet is vernoemd naar de Romeinse god van de onderwereld, Pluto. De planeet werd in 1930 door de Amerikaan Edwin Hubble ontdekt. Tot 2006 was Pluto onze negende planeet. Pluto draait in 248 jaar om de aarde.
Onderwerp: Philae Philae is de eerste ruimtelander die beelden van de oppervlakte van een komeet naar de aarde stuurt. Op 14 maart 2004 lanceerde de ESA de ruimtelander Philae. De ruimtelander Philae was ruim 10 jaar onderweg naar een komeet.
LES 4 | Waait het in de ruimte?
351
Keuzeles 2
De ruimte in
Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt je eigen mening over een gelezen fragment weergeven. a Lees beide fragmenten.
5
15
©
20
VA
N
10
IN
1
Fragment 1 De ruimtereis Ik vlieg. Ik vlieg met een snelheid van 28 000 kilometer per uur in een baan om de aarde. Een baan om de aarde … wat klinkt dat toch stom. De Amerikanen zeggen het veel beter: in orbit. Ik ben in orbit. Wow. Ik zit in een ruimtestation, of beter: in hét ruimtestation ISS. En dat ruimtestation beweegt zich met hoge snelheid door de ruimte. In anderhalf uur ben ik de hele aarde rond gevlogen. En ik heb een dag en een nacht meegemaakt. Als ik door het kleine raampje kijk, zie ik de aarde. De blauwe planeet wordt hij genoemd en ik weet waarom. Het grootste deel van de aarde bestaat uit oceanen en die zijn blauw. Van vervuiling in de oceanen is niets te zien op deze afstand. Er is trouwens helemaal niet zo veel te zien, want het is bewolkt boven de blauwe planeet. Ik zit hier en kijk naar de aarde van zo’n 400 kilometer hoogte. Bizar. Maar toch blijf ik kijken naar die bol, waar ik vandaan kom. En waar ik ook heel graag weer naar terug wil. Ik ben nu precies een dag in het ruimtestation. In die 24 uur heb ik al zestien rondjes om de aarde gedraaid. Zestien keer heb ik het dag en nacht zien worden. Je zou denken dat ik nu vreselijk duizelig ben van al dat gedraai. Maar dat is niet zo. Je merkt eigenlijk niets van dat draaien. Het is net alsof je gewoon vooruit vliegt. Het is een raar idee: je denkt dat je heel snel vooruitgaat, maar je komt dus geen stap verder. Je vliegt gewoon ieder anderhalf uur hetzelfde traject. Ik had daar nooit over nagedacht, maar eten in de ruimte gaat niet zoals op aarde. Andijviestamppot blijft namelijk niet gewoon op je bord liggen, maar vliegt weg. Net als tomatensoep.
25
30
Naar: Marian Hoefnagel, De ruimtereis
352
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
15
20
25
©
30
IN
10
N
5
VA
1
Fragment 2 De schat in het heelal Dit was het dus! Nu zou het echt gebeuren! Door het raam kon George een strook groen gras zien en daarboven de blauwe lucht waar vogels cirkelden. Hij lag op zijn rug in de astronautenstoel en probeerde rustig en beheerst te blijven. ‘T-minus zes seconden,’ zei de omroeper. ‘Hoofdmotoren ontstoken.’ Toen de drie hoofdmotoren startten, voelde George dat hij heen en weer geschud werd, ook al bewoog de shuttle nog niet. Door zijn koptelefoon hoorde hij opnieuw het controlecentrum. ‘Lancering over T-minus vijf seconden en we tellen af. Vijf, vier, drie, twee, één. Jullie worden gelanceerd.’ ‘Ja,’ zei George heel rustig, alhoewel hij het vanbinnen uitschreeuwde. ‘We worden gelanceerd.’ ‘T-minus zero. Ontsteking van de draagraketten.’ Het schudden nam toe. Onder George en de andere astronauten ontbrandden de twee startmotoren van de raket. Het was alsof je van achteren een harde trap kreeg. Met een enorm gebrul doorbraken de raketten de stilte. De spaceshuttle kwam los van de lanceerinrichting en vloog richting de hemel. George had het gevoel dat hij aan een enorme vuurpijl zat die vanaf de aarde de lucht in werd geschoten. Op dit moment kon er van alles gebeuren: de shuttle kon exploderen, hij kon van koers veranderen en weer op de aarde storten of de lucht in schieten en gaan tollen. En George zou er niets aan kunnen doen. Door het raam zag hij overal de blauwe kleur van de atmosfeer van de aarde, maar de aarde zelf kon hij niet meer zien. Hij liet zijn eigen planeet achter zich! Een paar seconden na de lancering maakte de shuttle een draai, zodat de astronauten ondersteboven kwamen te hangen, onder de oranje brandstoftank. ‘Aaaaaahhh!’ schreeuwde George. ‘We hangen ondersteboven! We vliegen achterstevoren door de ruimte! Help! Help!’ ‘Het is in orde!’ zei de piloot. ‘Zo doen we dat altijd.’ Twee minuten na de lancering voelde George een enorme schok die de hele spaceshuttle deed schudden. ‘Wat was dat?’ schreeuwde hij.
35
40
Naar: Lucy en Stephen Hawking, De schat in het heelal
KEUZELES 2
353
b Welk fragment vind je het meest boeiend? Waarom? c Waar bevindt het hoofdpersonage zich? In fragment 1 bevindt het hoofdpersonage zich in
.
In fragment 2 bevindt het hoofdpersonage
(naam) zich in
.
d Welke foto’s passen bij welk fragment? B
C
N
IN
A
Š
D
fragment
fragment
fragment
E
F
fragment
fragment
VA
fragment
e Welk personage zou jij het liefst zijn? Het personage uit fragment 1 of George uit fragment 2? Waarom? f Zou jij ook een ruimtereis willen maken? Waarom (niet)?
354
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
Keuzeles 3
De maan-zaak
Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt woorden met dezelfde betekenis (synoniemen) herkennen en geven. Je kunt tegengestelden herkennen en geven. a Lees dit fragment.
10
Š
15
VA
N
5
IN
1
Aardjaar 2041 Dag 188 In het holst van de nacht Enorme ruimteschepen die net zo comfortabel zijn als een luxe cruiseschip? Flauwekul. Reizen met de snelheid van het licht? Vergeet het maar. Je hebt een waardeloos leven in de ruimte. Geloof me, ik weet waar ik het over heb. Ik heet Dashiell Gibson. Ik ben twaalf jaar oud en ik woon op de maan. In Maanbasis Alfa, om precies te zijn. Dat weet je natuurlijk al. Als je op aarde woont, weet je dat. Tenzij je de afgelopen jaren ergens diep in het oerwoud hebt gezeten. En aangezien er niet veel over is van het oerwoud, lijkt me dat nogal onwaarschijnlijk. Maanbasis Alfa is de eerste nederzetting in de ruimte! De eerste mensen die op een ander hemellichaam dan de aarde wonen! De regering heeft ons ook al die kletskoek wijsgemaakt, toen mijn ouders voor dit project werden gevraagd. En ik moet toegeven dat ik er met open ogen ben ingetrapt. Wij allemaal trouwens. Die overheidsmensen maakten er een prachtig verhaal van: in Maanbasis Alfa zou het minstens net zo leuk zijn als thuis. We zouden de geschiedenis ingaan als een van de eerste families die in de ruimte woonden. We zouden een nieuw soort pioniers zijn, echte avonturiers die een fantastische prestatie zouden leveren.
20
Naar: Stuart Gibbs, De maan-zaak
KEUZELES 3
355
b Welk onderstreept woord in de tekst heeft dezelfde betekenis? Schrijf dat woord op. 1 gigantische ruimteschepen 2 … om exact te zijn 3 de laatste jaren 4 een wondermooi verhaal 5 regelrechte avonturiers c Welk gemarkeerd woord is een tegengestelde voor …? Zoek het antwoord in de tekst. Schrijf dat woord op. 1 een waardevol leven 3 hetzelfde hemellichaam 4 met gesloten ogen 5 een oud soort pioniers
Zoek de woorden met dezelfde betekenis. - Bekijk de woorden in de sterren op de volgende bladzijde. - Lees onderstaande zinnen. - Kleur de woorden met dezelfde betekenis in dezelfde kleur.
N
d
een
IN
2 de laatste mensen
VA
1 Zweven in de ruimte voelt fijn, maar het is niet goed voor je lichaam. 2 Soms is dat zweven in de ruimte wel handig.
3 In de ruimte is het niet echt verstandig om te tennissen.
©
4 Op de maan zou je wel gemakkelijk tennis kunnen spelen, omdat daar alles zes keer minder weegt dan op aarde.
356
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
aang
slim
praktisch
enaa
m
pre
fijn
r kbaa
ttig
ikt
gesch
lot
akk elijk
g
di u o v
een
s
VA
N
handig
gem
IN
v
wer
loo e t i oe
m
wijs
hee
©
k leu
ve
rsta
ndig
raad z
aam
l
rlijk
e p m i s
ig t t u
bru
ikb
n
KEUZELES 3
aar
357
e Vervang het onderstreepte woord door een woord met dezelfde betekenis. Let op: je kunt niet alle woorden gebruiken! Kies uit: genoeg - aangenaam - alleen - gedeeltelijk - net - precieze - volledig - ongeveer altijd - soms 1 Helemaal aan de aarde ontsnappen kan niet met een vliegtuig. 2 Enkel een raket kan je daarbij helpen. 3 Als je naar de ruimte reist, heb je voldoende snelheid nodig. 4 De zwaartekracht trekt je voortdurend terug naar de aarde. 5 Jij wilt juist wegblijven, richting de onbekende ruimte.
N
IN
f Lees de zinnen. 1 Rond de aarde draaien meer dan (1) tweeduizend satellieten, op 36 000 kilometer hoogte (2). 2 Dat is veel hoger (3) dan het internationale ruimtestation ISS. 3 Op deze plek draaien de satellieten net zo snel (4) als de aarde rond haar as. 4 Een satelliet die recht (5) boven BelgiĂŤ hangt, blijft daar ook recht boven (6) hangen. 5 Tv-zenders kunnen via de satellieten beelden van belangrijke (7) gebeurtenissen doorsturen.
VA
- Concentreer je op de onderstreepte woorden in de zinnen. - Zoek het tegengestelde van die woorden. - Schrijf de letter van het tegengestelde woord bij het juiste nummer in de tabel. Let op: er staan antwoorden te veel! meer dan
a
onbelangrijke
2
hoogte
b
lager
3
hoger
c
onder
4
snel
d
vlug
5
recht
e
laagte
6
boven
f
evenveel als
7
belangrijke
g
breedte
h
minder dan
i
schuin
j
traag
Š
1
1
358
2
3
4
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
5
6
7
Oefenen maar! 1
Het bijvoeglijk naamwoord
Duid hier jouw kleur aan:
Les 2 Een vlucht naar Mars
2
3
Naam:
1
Klas:
Het zelfstandig naamwoord is onderstreept. Markeer met groen het bijvoeglijk naamwoord dat meer uitleg geeft over dat onderstreepte zelfstandig naamwoord. Let op: woordjes als 'mijn', 'jouw', 'zijn', 'haar', 'ons', 'jullie', 'uw' en 'hun' zijn geen bijvoeglijke naamwoorden!
Š
b
VA
De onderstreepte woorden zijn zelfstandige naamwoorden. De gemarkeerde woorden geven meer uitleg over dat zelfstandig naamwoord. Het zijn bijvoeglijke naamwoorden.
Nummer:
Mercurius is een kleine planeet.
N
Mars is de rode planeet.
Saturnus heeft grote ringen.
Datum:
IN
a Bekijk de tekeningen. Lees de zinnen die eronder staan.
OEFENEN MAAR!
359
4
5
6
IN
Naam:
c Zoek de tien duo’s: een zelfstandig naamwoord waarbij een bijvoeglijk naamwoord staat. - Onderstreep de zelfstandige naamwoorden. - Markeer met groen het bijvoeglijk naamwoord dat bij een zelfstandig naamwoord hoort. Voorbeeld: Voor we verre ruimtereizen kunnen maken, moeten we oplossingen bedenken.
Klas:
VA
N
Hoe kunnen mensen een lange tijd in de ruimte blijven zonder nadelige gevolgen? Daarom worden er aan boord van het ISS wetenschappelijke proeven op astronauten uitgevoerd. Wetenschappers bestuderen hoe de astronauten bij lange verblijven in de ruimte gezond kunnen blijven. Er worden nieuwe toestellen ontwikkeld om een kunstmatige zwaartekracht te krijgen. Of de astronauten moeten zware fitnessoefeningen uitvoeren. Astronauten hebben water, vloeibaar voedsel en zuurstof nodig. Wetenschappers onderzoeken hoe ze er daar minder van kunnen meenemen op hun grote reis. Naar: Do Van Ranst & Mark Janssen, Het heelal knalt
Nummer:
Š
d Zelfde opdracht: een zelfstandig naamwoord waar een bijvoeglijk naamwoord bij staat. - Onderstreep de zelfstandige naamwoorden. - Markeer met groen het bijvoeglijk naamwoord dat bij een zelfstandig naamwoord hoort.
Datum:
Het populaire bedrijf Virgin Galactic wil de ruimte in met een eigen ruimtetuig. Dat wordt het 'SpaceShipTwo'. Wekelijks nemen ervaren piloten betalende reizigers mee de ruimte in. De adembenemende tocht zou meer dan een uur duren. Een groot vliegtuig zou de kleine raket eerst de lucht intrekken en dan afvuren. Het zou volledig veilig zijn. De eigenaar van Virgin Galactic, Richard Branson, wil dat bewijzen door zelf mee te vliegen. Volgens hem kochten rijke mensen al een duur kaartje. De korte vlucht kost wel 160 000 euro. Naar: Wablieft
360
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
e Welk woord in de zin is een bijvoeglijk naamwoord? Markeer het. 1 Het noorderlicht is een ongelooflijk spektakel. 2 Aan de noord- en de zuidpool zie je dan gekleurde nevels. 3 Ze lichten als bewegende bogen de hemel op. 4 Soms zie je zelfs stralende gordijnen van licht. 5 Het noorderlicht ontstaat doordat de hete zon soms stof en gas wegblaast. Vul de ontbrekende bijvoeglijke naamwoorden aan. Let op: je kunt niet alle woorden gebruiken! Er zijn verschillende oplossingen mogelijk. Je mag elk bijvoeglijk naamwoord maar één keer gebruiken. Kies uit:
IN
bizarre - rijke - korte - hevig - hoogste - populair - grote - kale - dure - diep Lichte - razendsnelle
Datum:
f
Wil je al een klein beetje van de ruimte proeven? Dan kun je mee met een
naar beneden. Na het zoals in de ruimte. Die
Naar: Wablieft
punt worden de reizigers even gewichtloos, net
toestand duurt meestal ongeveer 20 seconden.
vlucht kost je toch nog 3 200 euro.
VA
De
vaart opnieuw
Nummer:
hoogte duiken ze met een
Klas:
Op
vliegtuigen trekken daarbij steil omhoog in een hoek van 47 graden.
N
vlucht.
g In elke zin staat een zelfstandig naamwoord onderstreept. Vul aan met een passend bijvoeglijk naamwoord.
©
1 Rondom de zon kun je soms
kringen zien.
2 Dit
verschijnsel heet een halo.
3 De wolken het licht weerkaatsen.
kleuren om de zon ontstaan wanneer
4 Dit
natuurverschijnsel zie je af en toe.
h Onderstreep in elke zin alle zelfstandige naamwoorden. Vul de zin aan met passende bijvoeglijke naamwoorden. Noteer de zin opnieuw. Let op: je hoeft niet bij elk zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord te schrijven. 1 Kometen zijn hemellichamen. Naam:
2 Ze bewegen zich in banen rond de zon.
OEFENEN MAAR!
361
3 Wanneer een komeet dicht bij de zon komt, wordt de buitenkant ervan warmer. 4 Dan ontstaat er een gaswolk. 5 Die gaswolk kan wel 100 000 tot 1 000 000 km groot zijn.
Naam:
i
Ga naar www.mijnwoordenboek.nl. Vul het woordrooster aan met een woord dat hetzelfde betekent ( ) of dat het tegengestelde ( ) is van het onderstreepte bijvoeglijk naamwoord. Je krijgt telkens één letter van het woord dat je moet vinden. Die letters vormen samen het woord ‘astronaut’.
=
IN
1 Experimenten in de ruimte uitvoeren is een heel bijzonder spektakel. 2 Op aarde hebben we onze eigen zuurstofvoorraad en watervoorziening. 3 Vanuit de ruimte kun je de volledige sterrenhemel zien. 4 Vliegtuigontwerper Rutan kon 10 miljoen dollar winnen door het dure SpaceShipOne twee keer de ruimte in te schieten. 5 We moeten zorgen voor een schone en zuivere planeet. 6 Op 20 november 1998 beginnen wetenschappers aan de bouw van het internationale ruimtestation ISS. 7 Alle gerechten in de ruimte krijgen een bizarre verpakking; ze worden gevriesdroogd. 8 Zouden aliens in een bekende omgeving terechtkomen wanneer ze op aarde landen? 9 Onze blauwe bol is een prima plaats om te wonen.
=
Klas:
= = =
1
VA
N
=
A
R
5
O
3
Nummer: Datum: 362
S
©
2
4
T
6
N
7
A
8
U 9
T
THEMA 9 | Reis naar de ruimte
IN N VA
©
THEMA 10 Vrije tijd
O V U R
LES 1
Vragen staat vrij - spreken, luisteren, interview
LES 2
Winnen - werkwoorden in het verleden
O V U R
LES 3
Hobbybeurs - schrijven, online formulier
LES 4
Stunten - onderwerp en persoonsvorm
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
Het zit ‘m in de cover - lezen, ICT
KEUZELES 2
Nuttige vrije tijd? - luisteren, spreken
KEUZELES 3
Kwartet - lezen, ICT
OEF ENEN MAAR! ZELFTOETS
LES 1 | Vragen staat vrij
363
Les 1
Vragen staat vrij Je kunt een interview afnemen. Je kunt goede vragen opstellen. Je kunt je (lichaams)taal aan de situatie aanpassen.
O V VOOR U R
IN
Straks zul je iemand interviewen of geïnterviewd worden. Het interview gaat over een speciale hobby. Die mag echt zijn, maar het mag ook volledig gefantaseerd zijn. In welke programma’s wordt iemand geïnterviewd?
Vorm duo’s. - Spreek af wie de vragen stelt en wie antwoordt. - Over welke speciale hobby zullen jullie het hebben? - Maak goede vragen over de gekozen hobby. - Maak zinvolle vragen en noteer ze in de kaders op de volgende bladzijde. Bekijk het voorbeeld op de volgende bladzijde. - Heb je nog extra vragen of onderwerpen? Schrijf die bij de zwarte pijlen. - Oefen je spreekoefening een paar keer in.
©
VA
O V U R
N
Kijk naar de evaluatie van de spreekoefening van Thema 9, les 4 (pagina 345). Wat waren de werkpunten?
364
THEMA 10 | Vrije tijd
zinvol: nuttig
Geld?
Uitrusting?
bv. Hoeveel kost je
VA
N
Doel?
IN
hobby per maand?
©
Met wie?
Tijd?
Waar?
LES 1 | Vragen staat vrij
365
Noteer enkele vragen op het spreekplan hieronder. Stel geen ja-neevragen. Vul ook de rest van het spreekplan in.
Goeie avond, dames en heren Onze gast van vandaag is
.
Ik stel hem/haar zo dadelijk enkele vragen over
.
Mag ik vragen om hem/haar met een hartelijk applaus te verwelkomen? Vraag:
?
IN
Antwoord:
Vraag:
Antwoord:
Vraag:
VA
Vraag:
N
Antwoord:
?
?
?
Š
Antwoord:
Vraag:
?
Antwoord:
Hartelijk dank voor uw komst naar de studio. Geef hem/haar nog een hartelijk applaus. Oefen het interview een paar keer in.
366
THEMA 10 | Vrije tijd
O V TIJDENS U R
tips
Spreek voldoende luid. Spreek standaardtaal. Stel geen ja-neevragen. Pas je (lichaams)taal aan de situatie (interview) aan. Houd rekening met tips uit de vorige spreekoefeningen.
VA
N
IN
1 2 3 4 5
Houd je interview.
Š
O V NA U R
evaluatie
1
Ik sprak voldoende luid.
ja
nee
2
Ik sprak standaardtaal.
ja
nee
3
Ik stelde geen ja-neevragen.
ja
nee
4
Ik paste mijn (lichaams)taal aan de situatie (interview) aan.
ja
nee
5
Welke werkpunten uit een vorige spreekopdracht lukten nu beter?
LES 1 | Vragen staat vrij
367
Les 2
Winnen Je kunt werkwoorden in het verleden gebruiken.
a Lees het fragment.
Moddervet. Ik staarde in de spiegel. Vol afgrijzen gaapte ik naar dat vierkanten blok vlees. Het blubberde nog net niet. Waarom worstelde Melissa niet met dat probleem? Ze tenniste toch even hard als ik?
IN
Moddervet. Ik staar in de spiegel. Vol afgrijzen gaap ik naar dat vierkanten blok vlees. Het blubbert nog net niet. Waarom worstelt Melissa niet met dat probleem? Ze tennist toch even hard als ik? Naar: Gerda Van Erkel, Winnen
Naar: Gerda Van Erkel, Winnen
N
- Wat is het verschil tussen de twee teksten? - Markeer in elke zin de persoonsvorm in het groen.
Š
VA
b Noteer de werkwoorden in het verleden in het kader. Markeer telkens de stam.
Wat voeg je bij de stam?
Om werkwoorden in het verleden te plaatsen voeg je een uitgang bij de stam toe.
368
werkwoord gooien geloven
stam + de (enkelvoud) gooi + de = gooide geloof + de = geloofde
stam + den (meervoud) gooi + den = gooiden geloof + den = geloofden
werkwoord blaffen piepen
stam + te (enkelvoud) blaf + te = blafte piep + te = piepte
stam + ten (meervoud) blaf + ten = blaften piep + ten = piepten
THEMA 10 | Vrije tijd
besluit
c
Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -de of -den bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden. Markeer -de of -den. stam mopper
Bv. In het zesde leerjaar had pa me een tennisracket gegeven. Mijn moeder (mopperen) dat hij er beter een in plastic had gekocht. 1
Ik (tillen) de racket hoog boven mijn hoofd en keek glunderend naar mijn vader.
2
Hij (knipogen)
3
Pa (spannen)
4
Die zomervakantie (oefenen)
5
Mijn moeder (zeuren)
6
Pa en ik (trainen)
7
We (voelen)
mopperde
naar me. een wasdraad in de tuin.
IN
we haast elke avond.
dat we overdreven.
tot het donker werd.
N
ons supergelukkig.
Naar: Gerda van Erkel, Winnen
Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -te of -ten bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm in het verleden. Markeer -te of -ten.
VA
d
persoonsvorm
stam
Bv. Waar en wanneer was het veranderd? Ik (pakken) mijn sporttas van mijn bed.
pak
We (tennissen) wedstrijd.
2
De coaches (maken) geen onderscheid tussen hun leerlingen, maar ik was nu eenmaal hun troefkaart.
3
Mijn vader (werken) zenuwen.
4
‘Waar bleef je?’ (blaffen) mijn vader, terwijl hij met gierende banden wegscheerde.
5
Ik (klikken)
6
Iets verder (stoppen)
7
nerveus met zijn vingers tegen zijn Hij (tikken) voorhoofd. ‘Vermijd dat ze je laten lopen. Je haalt geen snelheid, je bent veel te vet.’
pakte
dit weekend een belangrijke
©
1
persoonsvorm
de coaches geregeld op de
mijn gordel vast.
Naar: Gerda van Erkel, Winnen
we voor een verkeerslicht.
geregeld:
vaak, dikwijls
LES 2 | Winnen
369
e Vervoeg de werkwoorden in het verleden. Noteer eerst de stam. Markeer wat er bij de stam wordt gevoegd. stam 1
Ik (herinneren) begonnen.
2
Ik was acht. Mijn vader (willen) zelf met me trainen.
3
Hij (maken)
4
Mijn coaches (keuren)
5
Meer en meer (bemoeien) met mijn eten.
6
Ze (kibbelen)
7
ik soms uit bed om in de ’s Nachts (glippen) kelder een pak koeken te eten.
8
De snoepaanvallen (vormen) een gewoonte na elke rotopmerking van mijn vader.
9
Met die vreetbuien (straffen)
persoonsvorm
me de dag dat de snoepaanvallen zo veel mogelijk
echt wel tijd voor me. dat niet goed.
er steeds vaker over.
VA
f Lees de zinnen.
ik hem, dacht ik.
N
Naar: Gerda van Erkel, Winnen
IN
mijn ouders zich ook
Ik antwoordde niet.
Ik spurtte naar de kleedkamers.
We antwoordden niet.
We spurtten naar de kleedkamers.
Š
Markeer de stam van de persoonsvormen. Wat wordt er aan de stam toegevoegd? Let op!
Je schrijft in het verleden een dubbele d als de stam al op een d eindigt. bv. melden meld + de = meldde meld + den = meldden Je schrijft in het verleden een dubbele t als de stam al op een t eindigt. bv. pletten plet + te = plette plet + ten = pletten
370
THEMA 10 | Vrije tijd
besluit
g Vervoeg de werkwoorden in het verleden door -de(n) of -te(n) bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Markeer wat er bij de stam wordt gevoegd. stam Bv. Ik (zuchten) aankwamen.
toen we op onze bestemming
zucht
1
Snel (schudden)
2
Ik en nog enkele andere laatkomers (haasten) naar de kleedkamers.
3
De coaches (wachten)
4
‘Waar bleef je zolang?’ dat ik er niets aan kon doen. Ik (antwoorden)
5
Peter zag het meteen. Er (schorten)
6
ik naar de toiletten. Plots (vluchten) De pot op, de pot op, de pot op, schreeuwde ik diep in mezelf. Pa loog. Ik was niét vet. Ik had spieren.
7
De omroepers (melden) beginnen.
8
Ik (wachten)
even voor ik het veld op liep.
9
Ik (branden)
van enthousiasme.
10
Aarzelend (zetten)
11
Uit mijn ooghoeken (spieden) van mijn vader.
persoonsvorm zuchtte
ik mijn vader van me af. ons
IN
ons al op.
iets.
VA
N
dat de wedstrijd zou
ik een voet op het veld.
©
ik in de richting
Naar: Gerda van Erkel, Winnen
h Vervoeg de werkwoorden in het verleden. Noteer eerst de stam. Markeer wat er bij de stam wordt gevoegd. stam 1
Mijn vader (schudden)
2
Ik (draaien)
3
We (starten)
persoonsvorm
met zijn vuist.
mijn hoofd van hem weg. allebei slecht.
›
LES 2 | Winnen
371
4
Het meisje aan de andere kant (voelen)
5
We (tennissen)
6
Plots (raken)
7
Het publiek (belonen)
8
Ik verloor. Snel (haasten)
9
Ik (douchen)
10
Daarna (hollen) weg.
mijn angst.
hard. mijn bal haar pal op het lichaam. me met applaus. ik me van het veld af.
snel.
Naar: Gerda van Erkel, Winnen
i Vervoeg de werkwoorden in het verleden. Noteer eerst de stam. Markeer wat er bij de stam wordt gevoegd.
IN
ik naar de parking. De auto was
N
stam
Ik (wachten) kunnen.
tot ’s avonds om met Peter mee te
2
We (praten)
haast niet.
3
Bijna (barsten)
4
Ik (kleden)
5
Met een klein hartje (bellen)
VA
1
ik in huilen uit.
©
me snel aan.
ik aan.
6
Mijn vader (openen)
7
‘Wat moet je?’ (snauwen)
8
Hij (gooien)
9
de Mama en Arjen waren niet thuis. Ze (vluchten) laatste weken wel meer voor zijn woedeaanvallen.
10
In de supermarkt kocht ik een heleboel snoep. Ik (spelen) het in een keer naar binnen.
de deur. hij. ‘Ik ken je niet!’
de deur voor mijn neus weer dicht.
Naar: Gerda van Erkel, Winnen
372
THEMA 10 | Vrije tijd
persoonsvorm
Les 3
Hobbybeurs Je kunt een formulier invullen.
O V VOOR U R Bekijk de collage.
IN
oit een s. Toen h ij o n e g a tw h c at k op vra kreeg, was d Rach id is ge e tj n e g a tw h n bouwt oedvrac klein speelg ling. Intusse e m a rz e v le ns. n een he vrachtwage het beg in va re a rb u tu s e tand b h ij zelf op afs
©
VA
N
Fred speelt even graa g met treintjes als zijn zoontje van acht . De spoorbanen staa n bij hen thuis in een ap arte kamer opgesteld . Brussel-Centraal he eft er niets aan.
de tekenacademie Marco gaat al naar ter was. Intussen is van toen hij een kleu mooie schilderijen. hij 14. Hij maakt heel hobby geworden. Het is meer dan een
Door zijn le ns ziet Die ter het leve totaal and n op een ere manier . Hij slaag mooiste fo t erin de to’s te mak en. Landsc en zeegezic happen hten fotog rafeert h ij Dan speelt het liefst. h ij vooral m et het licht van de zon . . ther trots n ü G t g e z ort”, en. n is een sp nnen kiez u k t n e m “Drumme u str gaan! en beter in d genoeg r Hij had ge a h t ie n oor hem Het kon v
LES 3 | Hobbybeurs
373
Het lange stilzitten ne emt Jitse er graag bi j. Af en toe wordt zijn geduld beloond!
Games hebben nog maar weinig geheimen t voor Benoit. Hij moe opletten dat hij niet verslaafd wordt.
O V U R
VA
N
IN
“Mijn vrien din vindt h et ontzette Yousef, ter nd cool”, g wijl h ij het rapt beste van Hij is dan o zichzelf laa ok een bre t zien. akdanceka mpioen.
- Bekijk de affiche. - -
Welke hobby zou jij tentoonstellen? (Een echte hobby of gefantaseerd?) Wat zul je in je stand tonen? Kun je iets verkopen? Wat?
©
- Waarom lees je deze tekst (tekstdoel)? De tekst wil … je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
374
THEMA 10 | Vrije tijd
O V TIJDENS U R Vul het volgende formulier in.
Aanspreektitel* De heer Mevrouw
Let op de hoofdletters!
tips
*Vereist
Juffrouw
Naam:*
Voornaam:* Geboortedatum:*
Straat en nummer:*
IN
Geboorteplaats:*
Bus:
Postnummer:*
Gemeente:*
Gsm:
VA
Telefoon:
N
Š
Beschrijf kort je hobby:*
Leg kort uit wat je in je stand wilt tonen:* Benodigdheden voor je stand: Tafel Stoelen Luifel
Elektriciteit
Andere:
Verzenden
LES 3 | Hobbybeurs
375
O V NA U R Controleer je opdracht met deze checklist. Vink aan.
evaluatie
Ik vulde alle gegevens in.
ja
nee
2
Ik omschreef mijn hobby voldoende duidelijk.
ja
nee
3
Ik maakte geen spelfouten.
ja
nee
4
Overal waar dat moest, schreef ik een hoofdletter.
ja
nee
©
VA
N
IN
1
376
THEMA 10 | Vrije tijd
Les 4
Stunten Je kunt het onderwerp en de persoonsvorm in een zin vinden. Je kunt het onderwerp en de persoonsvorm in een zin van getal veranderen.
a Bekijk het filmpje.
aan bod komen:
- Welke sport komt hier aan bod? - Wat weet je over die sport?
een kans krijgen, aan de beurt komen
Deze jongen heeft een heel specifieke hobby.
Hij volgde in het middelbaar eerst de afdeling houtbewerking.
N
Zijn neef beoefende motorcross.
- Staat het onderwerp in het enkelvoud of in het meervoud?
VA
- Zet het onderwerp in het meervoud. - Wat stel je vast?
Als je het onderwerp van getal verandert (enkelvoud wordt meervoud, of omgekeerd), dan verandert ook de persoonsvorm van getal.
besluit
Š
1
IN
b Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.
LES 4 | Stunten
377
c Markeer in elke zin de persoonsvorm met groen. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Pas de persoonsvorm aan het onderwerp aan. 1
Met een gewone fiets probeerde de BMX’er geregeld op het parcours te rijden. de BMX’ers geregeld op het parcours te rijden.
Met een gewone fiets 2
Hij maakte eerst sprongetjes op bergjes. Ze
3
eerst sprongetjes op kleine bergjes.
Op tv bewonderde de toekomstige stuntman een freestyle BMX-wedstrijd. de toekomstige stuntmannen een freestyle BMX-wedstrijd.
Op tv
Dit wilde de sportieveling ook doen.
2
De jongen trainde een half jaar.
3
Daarna fietste hij zijn eerste wedstrijd.
4
Hij scoorde meteen goed.
5
De jury kreeg een goede indruk.
378
de indruk:
het eerste idee over iets of iemand
VA
N
1
©
e
IN
d Markeer in elke zin de persoonsvorm met groen. Onderstreep ook het onderwerp. Zet het onderwerp in het meervoud. Schrijf de zin dan opnieuw.
Markeer in elke zin de persoonsvorm met blauw. Onderstreep ook het onderwerp. Zet het onderwerp in het enkelvoud. Schrijf dan de zin opnieuw.
de aspecten: de onderdelen
1
De juryleden beoordeelden de deelnemers op heel wat aspecten.
2
De landingen na een sprong beïnvloedden de punten heel erg.
THEMA 10 | Vrije tijd
beïnvloeden
op iemand
:
inwerken
Zijn trucs kregen de aandacht van de juryleden.
4
Zijn prestaties leverden hem in één jaar twee titels en een sponsor op.
5
De coaches filmden de landingen na een sprong.
6
Thuis bestudeerden de atleten de wedstrijd.
- Onderstreep het onderwerp in elke zin. - Zet het onderwerp in het meervoud. Schrijf de zin opnieuw. - Schrijf de zin nog eens, maar begin nu met een ander zinsdeel dan het onderwerp.
IN
f
3
Kenneth legt de lat sindsdien telkens hoger.
N
Een stuntman traint vier à vijf keer per week.
VA
Hij oefent tijdens de week op rustige, openbare wegen.
De jongen blijft in het weekend zelden thuis.
©
Deze atleet neemt vaak aan wedstrijden deel.
Zijn trainingsprogramma bestaat ook uit fitnessoefeningen.
De sportman wil in de komende jaren zo ver mogelijk geraken.
LES 4 | Stunten
379
Les 5
Spel- en woordweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven. Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.
5.1
Spelweb
a Schrijf de woorden zonder fouten over.
7 coach
2 eenvoudig
8 hobby
3 exploderen
9 interview
4 maximaal
5 raadsel
6 snelheid
IN
1 boeiend
10 jury
11 parcours 12 weekend
N
b Duid de moeilijkheden in het woord aan.
c Zoek het juiste woord aan de hand van het synoniem tussen haakjes. De gekleurde letter is de eerste letter van het woord. S
(tempo)
2 N I W E R T E I V
I
(vraaggesprek)
3 ACOCH
C
(trainer)
4 B O H Y B
H
(vrijetijdsbesteding)
5 RARUPCOS
P
(traject)
6 AMAXAILM
M
(grootst)
©
VA
1 L E D N I S E H
d Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden uit oefening a. 1 Dit
gaan we naar Gent.
2 Ik begrijp niets van wat hij uitgelegd heeft. Het blijft me een 3 Deze oefening is heel
. Je hebt al moeilijkere gemaakt!
4 Wist je dat paddenstoelen als bommen kunnen 5 Onze leraar kan heel 6 De
380
. ?
vertellen. Iedereen hangt aan zijn lippen. van ‘The Voice’ was heel erg streng voor de kandidaten.
THEMA 10 | Vrije tijd
5.2
Woordweb
Reeks 1 a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen. daarentegen
Rachid is altijd in orde. Achmed daarentegen heeft altijd wel iets vergeten.
2
beïnvloeden
Laat je door die praatjesmakers niet beïnvloeden. Ze vertellen toch alleen maar leugens.
3
aanpassen
We willen graag dat die mensen zich een beetje aan onze gewoonten aanpassen.
4
vasthouden
Een kersenpitkussentje kan de warmte lang vasthouden.
5
geregeld
Probeer geregeld wat wiskunde te herhalen.
6
zinvol
Het is zinvol om af en toe eens na te denken over wat je later wilt doen.
IN
1
b Vul het kruiswoordraadsel in. Gebruik de woorden uit oefening a.
Verticaal 1 niet laten ontsnappen 2 nuttig 3 integendeel, echter 4 bewerken, verbeteren 5 vaak, dikwijls
©
N
VA
Horizontaal 6 op iemand inwerken
1 1 2 3 2 4
3
5 5
4
6 6
LES 5 | Spel- en woordweb
381
Reeks 2 c Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen. uniek
Mama koopt een unieke handtas.
2
aan bod komen
Nog niet alle leerlingen hebben hun spreekbeurt gehouden. Vier moeten er nog aan bod komen.
3
indruk
Ik heb de indruk dat jij weinig hebt gestudeerd.
4
ten opzichte van
Ten opzichte van je medeleerlingen ben jij heel bazig.
5
aspecten
We bespreken straks de verschillende aspecten van het bedrijfsbezoek.
6
van belang
Het is van belang dat je je kamer goed verlucht.
IN
1
d Vervang het vetgedrukte woord door een woord uit reeks 2.
Heb jij ook het gevoel dat er hier weinig interesse is?
2
Het is belangrijk dat je elke dag minstens tweemaal je tanden poetst.
3
Som eens de belangrijkste onderdelen van de schoolreis op.
4
De schoolmaaltijden moeten op de vergadering nog besproken worden.
5
Opa heeft een enige verzameling postzegels.
6
Tegenover je zus is het niet eerlijk dat jij twee desserts krijgt.
Š
VA
N
1
e Vul de zinnen aan.
382
1
Wil jij wel eens beleefd zijn
je leerkrachten?
2
Met zo’n warmwaterkruik kun je de warmte lang
3
Laat je door de reclame niet . Kijk liever eerst of je dit product echt wel nodig hebt.
4
Ik kom hier
zwemmen. Toch zeker wekelijks.
THEMA 10 | Vrije tijd
.
de
Jan is een luie jongen. Zijn broer
werkt heel veel.
6
Ik ga binnenkort voor zes maanden naar Zuid-Spanje. Ik hoop dat ik me makkelijk zal kunnen . Het is er namelijk veel warmer dan hier!
7
We moeten nog afspreken hoeveel je voor deze verzameling munten wilt geven.
8
Het lijkt me om af en toe wat oefeningen te maken. Voor je het weet, zijn er toetsen.
9
Laten we de verschillende van onze excursie even met de leerlingen doornemen. Het is namelijk niet alleen maar een plezierreisje.
10
Ik heb de dat jij je niet zoveel zorgen maakt. Je punten zijn heel laag. Of vergis ik me?
11
Voor die spreekoefening moet iedere leerling . Daarvoor zullen we toch wel twee lesuren nodig hebben, want we zijn met twintig.
12
Het is van groot dat je vroeg vertrekt. De treinreis duurt twee uur. Dan heb je nog een hele dag.
Š
VA
N
IN
5
LES 5 | Spel- en woordweb
383
keuzegedeelte Keuzeles 1
Het zit ‘m in de cover
Je kunt informatie in een inhoudsbeschrijving vinden. Je kunt informatie beoordelen.
Welke hobby komt in het verhaal aan bod? Noteer dat in de rechterkolom. Omcirkel het passende emoticon. Geef zo je mening.
IN
a Bekijk de covers van de boeken of films. Lees de coverteksten.
De vriendinnen Iris, Maaike, Floor en Becky gaan met hun pony’s naar een ponykamp op Terschelling. De meiden vinden het fantastisch, tot Becky de ochtend na een barbecue verdwenen is. Haar pony wordt in het bos teruggevonden. Is ze ontvoerd? Verdwaald? Gevallen?
VA
1
N
Geef ook een antwoord op de cursief gedrukte vragen. Gebruik daarvoor het internet. Hobby:
Cover? Verhaal?
©
Zet een rode stip waar Terschelling ligt.
2
Het verhaal speelt zich af in Groot-Brittannië. In de periode 1984-’85 staken de mijnwerkers. Om Billy te harden, dwingen zijn vader en broer hem bokslessen te nemen. Billy wil echter liever balletdanser worden. Stiekem volgt hij lessen. Zijn vader komt daarachter en verbiedt het hem. Maar Billy heeft het naar zijn zin. In welk jaar kwam de film uit?
384
THEMA 10 | Vrije tijd
Hobby:
Cover? Verhaal?
3
Clara is een meisje van 14. Ze wordt door iedereen voor haar pianospel bewonderd. Zelf is ze niet altijd overtuigd van haar kunnen. Op een dag neemt ze deel aan een wedstrijd. Clara speelt een aartsmoeilijk stuk. Het publiek luistert ademloos. Alles verloopt prima, maar plots verliest ze haar aandacht. Ze panikeert. Totaal overstuur loopt ze het gebouw uit. Ze steekt de straat over zonder te kijken en wordt door een sportauto weggemaaid.
Hobby:
Cover? Verhaal?
Het is vakantie en de bouw van het nieuwe skatepark laat op zich wachten. Gelukkig hebben Levi en zijn vrienden een leeg zwembad ontdekt. Daar kunnen ze skaten. De pool wordt dé plek, zeker als Finn opduikt. Hij is een rondreizende skater en logeert op de camping waar Joep en Kees werken. Samen bouwen ze een poolcorner die het skaten in het zwembad nog spectaculairder maakt.
VA
N
4
IN
Wie is Piet De Loof? Zet een kruisje bij de juiste foto.
Hobby:
Cover? Verhaal?
©
Noteer nog een titel van dezelfde auteur:
5
Tijdens de uitreiking van de trofee voor de beste voetballer ontmoet Alex de knappe Eva. Hij wordt door vreemde gevoelens overspoeld. Maar de mooie onbekende blijkt de vaste vriendin van zijn beste vriend David te zijn! Alex weet dat het niets kan worden … De breedte van een speelveld bij voetbal is minimaal
en maximaal
Hobby:
Cover? Verhaal?
meter.
KEUZELES 1
385
6
Hobby:
Sommige mensen verzamelen postzegels, sigarenbandjes of theekopjes. Jonathan spaart familieherinneringen: foto’s, kaarten, kunstgebitten, handenvol stof ... Alles is verpakt in aparte zakjes en op de muur bevestigd. Nu is Jonathan op zoek naar een herinnering die moeilijker te vinden is. Hij gaat op reis naar Oekraïne om een vrouw te vinden. Die redde zijn opa in 1942 van de nazi’s.
Hobby:
Cover? Verhaal?
N
IN
7
Samen met zijn moeder woont de elfjarige Obi in een kleine stad. Moeder werkt veel. Ze is haast nooit thuis. Op school wordt hij gepest. Obi bijt zich in zijn droom vast: een beroemde fotograaf worden. Om door te breken, moet hij volgens zijn oom een ‘scoop’ hebben. Hij moet van een bijzondere gebeurtenis als eerste een foto hebben. Verwoed gaat Obi op zoek naar spectaculair nieuws. Dat blijkt niet makkelijk, in een saaie stad als de zijne.
Cover? Verhaal?
Dina moet verhuizen. Haar wereld stort in nu ze al haar vrienden moet achterlaten. Ze vindt het jammer dat ze niet aan de volgende toneelopvoering kan deelnemen. Maar in haar nieuwe dorp leert ze nieuwe vrienden kennen. Het klikt met Sien en Mien, die griezelfilms maken. Ze willen nu met Dina, als ervaren toneelspeelster, een film draaien over een tweeling. Wanneer Mien heel erg ziek wordt, neemt Dina haar plaats in en speelt samen met Sien de hoofdrol.
©
8
VA
Wat is de hoofdstad van Oekraïne? Bisjkek Kiev Tasjkent
In welk jaar werd Do Van Ranst geboren?
386
THEMA 10 | Vrije tijd
Hobby:
Cover? Verhaal?
9
Jochem wint het Nederlands kampioenschap gamen. Hij mag naar Thailand voor het wereldkampioenschap. Zijn vriend Pieter reist met hem mee. Voor zijn vertrek organiseert Pieter op school een Thaise markt. Die is ten voordele van een weeshuis in Bangkok. Zijn lerares heeft daar nog als vrijwilliger gewerkt.
Hobby:
Cover? Verhaal?
De brutale, 12-jarige Dre Parker uit Detroit moet door het werk van zijn moeder plots naar Bejing (China) verhuizen. In deze totaal andere wereld wordt hij gepest. Mr. Han neemt hem onder zijn hoede. Hij leert hem kungfu.
N
10
IN
Wat is de vlag van Thailand? Zet een kruisje.
12
Cover? Verhaal?
Jo, Junior en An ontmoeten elkaar in de zomervakantie op een kasteel tijdens een schildercursus. Ze hebben alle drie problemen thuis en herkennen veel in elkaar. Bovendien zijn er vreemde mysteries in het kasteel op te lossen.
Hobby:
Tijdens haar vakantie sluit de 15-jarige Dido vriendschap met Leon. Zij blijven met elkaar mailen en vertellen elkaar van alles. Zou ze verliefd zijn?
Hobby:
Š
11
VA
Hoe noemen we Bejing ook in het Nederlands?
Hobby:
Cover? Verhaal?
Cover? Verhaal?
KEUZELES 1
387
b Kies de korte inhoud die jou het meeste aanspreekt. Ontwerp een aantrekkelijke cover en een goede titel voor een film. Werk op een apart blad. Tip: een cover kan uit een tekening, een foto, een collage, een mengvorm … bestaan.
IN
De veertienjarige Eileen zit op een technische school in Madrid, maar is gek op koken. Precies daarom wil ze liever een koksopleiding volgen. Haar ouders zien dat niet zitten. In het geheim schrijft ze zich in voor Juniorkok, een kookwedstrijd op televisie voor jongeren.
VA
N
Robert is dertien jaar oud en vult zijn zomervakantie met vissen. Op een dag komt zijn neef uit de Verenigde Staten onverwacht logeren. Die vindt de hobby van Robert maar saai. Hij probeert de jongen mee te trekken in een bizarre wereld van feestjes, alcohol en drugs.
©
Marnix is onderzoeker op de planeet Zurbax. Hij krijgt de opdracht onderzoek te doen naar de vrije tijd van de mensen op de aarde. Hij moet proberen om alle aardbewoners voor eenzelfde hobby warm te krijgen. Die mag hij zelf kiezen …
388
THEMA 10 | Vrije tijd
Keuzeles 2
Nuttige vrije tijd?
Je kunt een klasgesprek beoordelen. Je kunt op een goede manier aan een klasgesprek deelnemen. Je kunt respectvol met anderen omgaan. a Beluister een klasgesprek. b Wat loopt er verkeerd? c Welke afspraken kun je maken? Tips voor een goed klasgesprek
IN
VA
d
N
Je werkt in groep een vrije dag voor je klas uit. Wat doe je op een laatste schooldag voor een vakantie? Groep 1 doet vijf voorstellen voor de voormiddag. Groep 2 doet vijf voorstellen voor de namiddag. Groep 3 doet vijf voorstellen voor de avond.
Š
e Vorm nieuwe groepen met telkens iemand van de voormiddag, de namiddag en de avond. Bespreek de voorstellen. Werk een dagprogramma uit. f Stel je dagprogramma aan de klas voor. g Beoordeel jezelf.
evaluatie
1
Ik vroeg telkens het woord als ik iets wilde zeggen.
ja
nee
2
Ik liet anderen uitpraten.
ja
nee
3
Ik luisterde als iemand aan het woord was.
ja
nee
4
Ik bleef bij het onderwerp.
ja
nee
5
Ik hield rekening met de mening van anderen.
ja
nee
KEUZELES 2
389
Keuzeles 3
Kwartet
Je begrijpt de spelregels voor een kwartetspel. Je kunt op een goede manier een kwartetspel spelen. Uitbreiding: je kunt verbanden in geboden informatie leggen. Je kunt zelf een kwartetspel ontwerpen a.d.h.v. geboden informatie. a Beantwoord de vragen
IN
- Wat is een kwartet? - Heb je al eens een kwartetspel gespeeld? - Hoe zitten de spelregels in elkaar als je met z’n tweeën speelt? En met meerdere spelers? b Maak zelf een kwartetspel.
Bekijk de lijst met albums van Jommeke die je van je leraar krijgt.
N
Vorm kwartetten. Een voorbeeld: ‘Uitvindingen van Gobelijn’. Vier titels bevatten een uitvinding van professor Gobelijn: ‘De grasmobiel, ‘De plastieken walvis’, ‘De Fwietmachine’ en ‘De vliegende ton’. Er zijn er meer, maar je hebt er maar vier nodig.
VA
UITVINDINGEN VAN GOBELIJN
UITVINDINGEN VAN GOBELIJN
GOBELIJN
©
UITVINDINGEN VAN
De Grasmobiel De Plastieken Walvis De Fwietmachine De Vliegende Ton
De Grasmobiel De Plastieken Walvis De Fwietmachine De Vliegende Ton
UITVINDINGEN VAN
De Grasmobiel De Plastieken Walvis De Fwietmachine De Vliegende Ton
Afbeeldingen van albums vind je op www.stripweb.be. c Speel het spel.
390
THEMA 10 | Vrije tijd
GOBELIJN
De Grasmobiel De Plastieken Walvis De Fwietmachine De Vliegende Ton
Oefenen maar! 1
In het verleden ...
Duid hier jouw kleur aan:
Les 2 Winnen
N
b Bekijk de gemarkeerde werkwoorden. De werkwoorden staan in het verleden.
VA
c Noteer de gemarkeerde werkwoorden uit a in de derde kolom. Vul ook de eerste en de tweede kolom in. stam
verleden
stormen
storm
stormde
Naam:
©
Klas:
werkwoord
Nummer:
Naar: Gerrit Janssens, De grap
IN
Het stormde hard. De straten veranderden in een waas van wind en water. We renden er dwars doorheen. De regen beukte op onze dijen. Onze T-shirts plakten aan onze ruggen. Onze kletsnatte jeans voelden als beton om onze benen.
Datum:
a Lees het fragment uit ‘De grap’. Op een avond haalt Sim samen met Beer een gemene streek uit. Het lijkt een onschuldige grap, maar ze krijgt ernstige gevolgen. Sim blikt terug op een spannende week.
OEFENEN MAAR!
391
d Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -de of -den bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de stam in het groen en de uitgang in het blauw. stam Mijn keel (voelen) kurkdroog van het rennen.
2
Onze voetstappen (galmen) door de straat.
3
Elke hap lucht (schuren).
4
Ik (ademen) in korte, hevige schokken.
5
Ik (willen) je roepen.
6
De wereld (tollen).
7
Ik (rollen) over straat.
8
Ik (kreunen).
9
De straatlantaarns (duizelen) voor mijn ogen.
IN
Naam:
1
persoonsvorm
11 Ik (spugen).
N
10 Ik (leunen) met een arm tegen een boom. 12 Ik (vegen) het kwijl van mijn mond. Naar: Gerrit Janssens, De grap
VA
e Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -te of -ten bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de stam in het groen en de uitgang in het blauw. Klas:
Ik (zakken) door mijn knieën.
Nummer:
©
1
Datum:
2
Bijna (braken) ik van ellende.
3
Ik (slikken) het weg.
4
Pijnscheuten (bonken) door mijn rechterpols.
5
‘Kom op,’ (sissen) je. ‘Niet opgeven. We zijn er bijna.’
6
Twee blokken verder (flitsen) drie, vier, vijf lichten.
7
‘De muggen zijn er,’ (vloeken) je.
8
Mijn hart (bonken) in mijn hoofd.
9
We (lachen) toen we opnieuw begonnen te lopen.
10 Nog honderd meter tot de omheining, (beseffen) we. Naar: Gerrit Janssens, De grap
392
THEMA 10 | Vrije tijd
stam
persoonsvorm
f Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -de(n) of -te(n) bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de stam in het groen en de uitgang in het blauw.
We (glippen) door ons gat in de draad.
2
Daarna (rennen) ik het containerpark op, naar onze vaste schuilplaats.
3
Het was kwart voor elf. Tot nu toe (kloppen) ons plan.
4
Vlakbij (denderen) twee vrachtwagens over een brug de voorstad in.
5
Dit was onze buurt. Hier (spelen) we thuis.
6
Het (regenen) niet meer.
7
Het (waaien) wel hard.
8
In de verte (ruisen) het verkeer eentonig.
9
Twee voor elf. Ze kwamen dichter. Ik (turen) naar de ingang van het park.
IN
1
persoonsvorm
N
Naar: Gerrit Janssens, De grap
Nummer:
10 Je (rennen) de straat uit, bleef in een lichtbundel van een lantaarn staan.
Datum:
stam
stam
Elf uur. Traag (zetten) ze hun helmen op hun zadels.
2
Ze (richten) hun lampen op de ingang van het park.
3
‘Kom op,’ (barsten) de grootste uit. ‘We doen niets.’
4
Ik (haasten) me naar hun scooters.
©
1
persoonsvorm
Klas:
VA
g Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -te(n) bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de stam in het groen en de uitgang in het blauw.
Naam:
Naar: Gerrit Janssens, De grap
OEFENEN MAAR!
393
h Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -de(n) bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de stam in het groen en de uitgang in het blauw. stam 1
Ik (spoeden) me als een gek.
2
Ik (schudden) het water uit mijn haar.
3
Mijn vingers (bloeden) een beetje.
4
‘Hier is de zakenman,’ (antwoorden) je. ‘Wanneer begint de vergadering?’
IN
Naam:
i Vervoeg de volgende werkwoorden in het verleden door -de(n) of -te(n) bij de stam te voegen. Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de stam in het groen en de uitgang in het blauw. stam
De muggen (spurten) plotseling wild op je af.
2
Ik (halen) het nylon touw uit mijn zak.
3
Ik (zorgen) voor de verrassing van de avond en bond de achterwielen van hun scooters aan elkaar.
4
Mijn handen (beven).
5
De muggen (naderen).
6
Je (smakken) met een schreeuw tegen de grond.
7
‘Nu, nu, verdomme, maak dat je wegkomt!’ Ik (sprinten) meteen achter je aan.
8
Een voor een (starten) ze hun motoren.
9
De motoren (draaien) luid.
VA
N
1
Nummer:
©
Klas:
10 We (glimlachen). ‘Weg nu!’
Naar: Gerrit Janssens, De grap
Datum: 394
persoonsvorm
THEMA 10 | Vrije tijd
persoonsvorm
Datum: Nummer: Naam:
©
Klas:
VA
N
IN
j Beschrijf in één of twee zinnen wat je op de tekeningen ziet. Zorg dat het werkwoord in het verleden staat.
OEFENEN MAAR!
395
k Lees deze werkwoorden: strompelen, marcheren, spurten, ijsberen, slenteren, wandelen. Zet de werkwoorden op de juiste plaats in de tekst. Vervoeg de werkwoorden in het verleden. Vorig weekend winkelstraat.
2
Na het startschot
3
naar het volgende leslokaal. Ze hadden er De leerlingen totaal geen zin in.
4
De dronkenlap
5
De soldaten
6
voor het examenlokaal De studenten waren zenuwachtig. Ze met hun boek in de hand, telkens heen en weer.
2
mijn ouders langs de etalages in de de atleten als een pijl uit een boog weg.
pas na middernacht het cafĂŠ uit. zeker 10 km ver.
Onderwerp en persoonsvorm
a Lees de zinnen. De jongen draagt een groen T-shirt.
IN
Naam:
1
Les 4 Stunten
VA
Onderstreep het onderwerp. Markeer de persoonsvorm.
N
De jongens dragen een groen T-shirt.
Als het onderwerp in het enkelvoud staat, staat de persoonsvorm ook in het enkelvoud. Als het onderwerp in het meervoud staat, staat de persoonsvorm ook in het meervoud.
Š
Klas:
b Markeer in elke zin de persoonsvorm in het groen. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Zet de persoonsvormen in het meervoud. 1
De agent fietste de steenweg in.
Nummer:
De agenten
2
Rustig landde het vliegtuig op het vliegveld.
Rustig 3
de steenweg in. de vliegtuigen op het vliegveld.
De soldaat marcheerde zeker 10 kilometer.
Datum:
De soldaten 4
De agent flitste mijn moeder met een mobiele camera.
De agenten
396
zeker 10 kilometer.
THEMA 10 | Vrije tijd
mijn moeder met een mobiele camera.
5
De leerling op de voorste rij spiekte tijdens de toets.
De leerlingen op de voorste rij c
tijdens de toets.
Markeer in elke zin de persoonsvorm. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Zet het onderwerp daarna in het meervoud. Pas de persoonsvorm aan het onderwerp aan. bv. Volgende week maakt deze klas een excursie naar de Palingbeek.
De clown verschijnt na de pauze.
3
Het restaurant is tot 23 uur open.
4
Eergisteren pikte mijn buurjongen een nieuwe iPad.
N
Markeer in elke zin de persoonsvorm. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Zet het onderwerp daarna in het enkelvoud. Pas de persoonsvorm aan het onderwerp aan.
Klas:
Nummer:
2
IN
In het derde trimester komt een auteur op bezoek.
VA
d
1
Datum:
Volgende week maken deze klassen een excursie naar de Palingbeek.
bv. Straks eten we een hamburger bij McDonald’s.
Straks eet ik een hamburger bij McDonald’s. De leerlingen moeten elke dag huiswerk maken.
2
De borden worden nooit schoongeveegd.
3
De krijtjes liggen op de grond.
4
Morgen staan deze films op het programma.
Naam:
©
1
OEFENEN MAAR!
397
e
Bekijk de tekeningen. Beschrijf in een goede zin wat er op de tekening staat. Kijk goed of het onderwerp en de persoonsvorm in het enkelvoud of in het meervoud moeten staan.
Nummer:
Š
Klas:
VA
N
IN
Naam: Datum: 398
THEMA 10 | Vrije tijd
3
Spelling en woordenschat
Les 5 Spel- en woordweb
3.1 Spelweb a Schrijf de woorden juist over. 1 boeiend
7 maximaal
2 weekend
8 interview
3 eenvoudig
9 raadsel
4 parcours
10 hobby
5 exploderen
11 snelheid
6 jury
12 coach
3
racopusr
4
wienvtrie
5
doibeen
6
enepolxedr
Datum:
voedgienu
Nummer:
2
N
nlsehide
VA
1
IN
b Zoek het woord uit oefening a. De eerste letter staat telkens vetgedrukt.
1
Ga je mee op
2
Een
3
Je kunt vijfmaal aan deze test deelnemen. De zesde keer word je geweigerd.
met de jeugdbeweging?
Š
van vijf mensen zal jouw eindwerk beoordelen.
4
Het blijft een echt
5
Het is belangrijk om naast je schoolwerk wat tijd in een interessante te stoppen.
6
van het voetbalteam was niet tevreden over de resultaten De van de wedstrijd.
Klas:
c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a.
Naam:
hoe jij voor je examen bent geslaagd!
OEFENEN MAAR!
399
d Vul het ontbrekende woord in de zin in. Kies uit: complex - explosie - textiel - saxofoon - mix - examen - excuus - exemplaar expeditie - experiment - export - extra - luxe - taxi - expert 1 Wanneer je drie stuks koopt, krijg je 2 Met kerst en in juni maken wij een
korting. Nederlands.
3 Ik gaf de leraar een flauw waarom ik te laat in de les was. Hij geloofde er niets van.
Naam:
4 In de lessen natuurwetenschappen hielden we een met spuitwater. 5 Badhanddoeken, washandjes en tafellakens zijn voorbeelden van fijn
.
IN
6 Zij is een in haar vak. Ze staat iedereen met raad en daad bij.
7 Appelen en peren zijn een product. Weet jij naar welke landen ze vervoerd en verkocht worden? 8 Ik kreeg een gesigneerd
van Marc de Bels laatste boek.
Š
Klas:
VA
N
e Wat zie je op deze afbeeldingen? In elk woord komt de letter x voor!
T
C
E
P
S
Nummer: Datum:
XC
400
F
THEMA 10 | Vrije tijd
N
P
D
T
f Lees de onderstaande woorden hardop. douane, douche, enthousiast, journaal, journalist, parcours, route, routine Wat merk je? De ‘ou’ wordt hier uitgesproken als een ‘
’
Vul het juiste woord in. Let op de schrijfwijze! 1
Klas 2B was heel
2
Gisteren werd onze directeur door een Nieuws’ geïnterviewd.
3
Elke morgen neem ik een lauwe klaarwakker.
4
Die chirurg vindt zo’n operatie heel makkelijk. Hij doet het haast elke dag. Voor hem is zoiets .
5
Op de luchthaven moest ik bij de
6
Volg jij de
7
Ik wil graag op de hoogte blijven van wat er in de wereld gebeurt. Daarom kijk ik elke avond naar het .
8
Een ander woord voor route is
over de nieuwe lerares. Ze viel echt mee! van ‘Het Laatste
die in het toeristenboekje uitgelegd wordt?
N
VA
1
Moesten jullie aan de d
2
Na het sporten neem ik altijd een d
3
Mijn kleine zus was heel enth kreeg.
4
Langs de r
5
Het parc
6
Op het j geïnterviewd.
ane stoppen? Klas:
g Vul de ontbrekende letters in. Schrijf het woord daarna over.
.
Nummer:
IN
mijn identiteitskaart tonen.
Datum:
. Zo ben ik meteen
che.
siast, toen ze het cadeautje
©
te stonden vele supporters met spandoeken.
rs van de Ronde van Frankrijk is zwaar.
Naam:
rnaal van zeven uur werd de minister-president
OEFENEN MAAR!
401
3.2 Woordweb Lees deze woorden. Gebruik ze voor de volgende oefeningen. aan bod komen
beïnvloeden
indruk
van belang
aanpassen
daarentegen
ten opzichte van
vasthouden
aspecten
geregeld
uniek
zinvol
a Vul de zinnen aan. Ik heb
2
Ik hou van bouwmaterialen die zonder isolatie de warmte goed
3
Heb jij ook de
4
We moeten een eigen mening hebben en mogen ons niet door anderen laten
5
Het is
6
Ik heb veel gestudeerd. Mijn buur opengedaan.
last van hooikoorts. Vooral als ik het gras heb gemaaid.
IN
om af en toe eens over onze toekomst na te denken.
heeft nauwelijks een boek
b Zoek de ingevulde woorden uit oefening a in het rooster.
Nummer:
E
G
V
C
W
Datum:
F
U
I
G
N
M
P
L
H
E
T
A
V
S
N
O
E
S
T
W
V
F
R
N
T
S
D
O
D
W
I
P
S
X
Z
E
I
L
R
T
E
V
B
Y
L
R
C
H
G
F
U
B
O
H
D
W
S
E
L
J
G
E
K
A
L
R
L
O
V
N
I
Z
N
R
L
G
V
W
P
R
S
U
G
P
P
Q
U
D
N
A
B
B
K
Z
I
D
F
Z
B
R
Ï
P
D
E
W
S
V
Y
F
E
V
K
E
D
A
A
R
E
N
T
E
G
E
N
B
W
Q
C
Y
K
D
U
Q
K
H
C
Q
Y
H
O
C
D
Z
R
K
N
I
R
R
F
Y
Q
M
Z
E
S
B
W
A
Y
I
O
R
VA
B
©
Klas: 402
.
dat we dit jaar al veel geleerd hebben?
N
Naam:
1
THEMA 10 | Vrije tijd
c Vul het kruiswoordraadsel in. Horizontaal 4 Leerlingen moeten respect hebben ten van hun leerkrachten. (tegenover) 6 Nieuwkomers moeten zich aan de gewoonten in ons land . (zich richten naar) Verticaal 1 Kom jij voldoende aan tijdens de lessen? (aan de beurt) 2 Er zijn maar weinig mensen met zo’n verzameling. Dit is echt . (enig) 3 Het is van dat je gezond eet en voldoende slaapt. (belangrijk) 5 Je moet dit in zijn geheel bekijken. Sport is maar één ervan. (onderdeel) 2
5
Naam:
©
Klas:
VA
N
6
IN
4
Datum:
3
Nummer:
1
OEFENEN MAAR!
403
Zelftoets thema 9 en 10 1 a
Het bijvoeglijk naamwoord
Thema 9 Les 2 Een vlucht naar Mars
/15
Zoek de tien duo’s: een zelfstandig naamwoord waar een bijvoeglijk /10 naamwoord bij staat. - Onderstreep de zelfstandige naamwoorden. - Markeer het bijvoeglijk naamwoord dat bij het zelfstandig naamwoord hoort met groen.
N
IN
Naam:
Ik heb op Discovery Channel gezien dat de aarde ooit getroffen is door een reusachtige meteoriet. Een meteoriet is een enorme steen die vanuit de ruimte op de aarde valt. Door die meteoor, die enorme inslag, zijn toen de dinosaurussen uitgestorven. Ook kleinere dieren stierven. De helft van onze prachtige aarde werd ook vernietigd. Een deel van de dieren stierf meteen door de schokgolf, de gigantische hitte en de verwoestende straling. Bossen vlogen in brand en de zon werd verduisterd door het roet dat in de hete lucht terechtkwam. Door die lange zonsverduistering konden planten niet meer groeien. De dieren stierven van de honger een langzame dood. Naar: Marian Hoefnagel, De ruimtereis
Klas:
1 Een
VA
b In elke zin is een zelfstandig naamwoord onderstreept. Voeg een passend bijvoeglijk naamwoord toe.
tiener deed een weekje stage bij de sterrenwacht.
2 Hij ontdekte er een
planeet.
©
3 De tiener is mogelijk de
ontdekker ooit. Hij was amper 14 jaar.
4 Tom V. is in het
Nummer:
5 Hij wil later een
heelal geïnteresseerd. wetenschapper worden.
Naar: www.hln.be
Datum: 404
THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS
/5
2
In het verleden ...
Thema 10 Les 2 Winnen
/20
a Vervoeg de werkwoorden in het verleden. Noteer eerst de stam. /10 Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm. Markeer wat er bij de stam wordt gevoegd. stam 1
De ton (barsten)
2
De leraar (werken) te krijgen.
3
De schoonmaakster (boenen)
4
De koks (braden) avond.
5
Ik (vieren)
6
Mijn broer (flirten) mijn beste vriendin.
7
De oom van mijn vader (lenen)
8
De opzichters (dulden)
9
De bediende (tellen)
persoonsvorm
door een te hoge druk. dag en nacht om die cursus af grondig de vloer.
alle gevangen vis nog dezelfde
IN
dikwijls geld van ons.
geen enkele tegenspraak.
Nummer:
het geld zorgvuldig na.
N
10 Ik (kneden)
de hele avond met de zus van
Datum:
gisteren mijn verjaardag.
het deeg voor de taart.
1
Ik (raden)
2
Jan (drukken)
3
We (laden)
4
De leraar (eisen)
5
De soldaten (groeten)
6
De fles (lekken)
7
De verkenners (bespieden) bewegingen van de vijand.
8
Het slachtoffer (gillen)
9
De verkouden leerling (hoesten) zijn lijf.
stam
persoonsvorm
Klas:
VA
b Vervoeg de werkwoorden in het verleden. /10 Noteer eerst de stam. Schrijf in de laatste kolom de persoonsvorm. Markeer wat er bij de stam wordt gevoegd.
de oplossing van die wedstrijd.
Š
de brief voor me af. complete stilte. vorige week de vlag.
enorm! een maand lang alle
van de pijn. bijna de longen uit
onder de auto.
Naam:
10 De bal (rollen)
met z’n allen de kleine bestelwagen.
THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS
405
3
Markeer in elke zin de persoonsvorm. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Zet het onderwerp daarna in het meervoud. Pas de persoonsvorm aan het onderwerp aan. De atleet springt over een hindernis van twee meter hoog.
2
Mijn grootvader scheert zich elke dag met een elektrisch scheerapparaat.
3
Het zangkoor organiseert volgend weekend een optreden.
4
’s Morgens smeert mijn zus altijd choco op de boterham.
5
Elk schooljaar volgt mijn leraar vier à vijf navormingen.
/5
IN
1
/10
Markeer in elke zin de persoonsvorm. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Zet het onderwerp daarna in het enkelvoud. Pas de persoonsvorm aan het onderwerp aan.
/5
1
Elk weekend huren mijn vrienden minstens één film via betaaltelevisie.
2
De inwoners betalen veel voor de afhaling van het afval.
Nummer:
©
Klas: Datum: 406
Thema 10 Les 4 Stunten
N
Naam:
b
VA
a
Onderwerp en persoonsvorm
3
Elke avond proberen we de e-mails te beantwoorden.
4
Volgende week werken de poetsvrouwen alleen op woensdag.
5
Momenteel wandelen de gidsen met een klas tweedejaars door het museum.
TOTAAL
/45
THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS
IN N VA
©
THEMA 11 Groen? Natuurlijk!
LES 1
Hoe milieubewust ben jij? - spreken; enquête invullen
LES 2
Verraad op de basis - genietend lezen
LES 3
De opwarming - leestekens in de zin : en , en ‘ ‘
LES 4
Was het vroeger beter? - werkwoorden in het verleden
LES 5
Leef je uit in upcyclen - spreken
O V U R
KEUZELES 1
Hoe wordt afval verwerkt? - kijken en luisteren
KEUZELES 2
Wat gebeurde er hier? - een tekstje schrijven bij een foto
KEUZELES 3
Het spring-en-winspel - spel: de werkwoorden
O V U R
OEFENEN
MAAR!
LES 1 | Hoe milieubewust ben jij?
407
Les 1
Hoe milieubewust ben jij? Je kunt je gedrag aan de hand van een enquête evalueren. Je kunt informatie uit een informatieve tekst halen. Je kunt de enquêteresultaten bespreken.
a Bereken zelf je ecologische voetafdruk (= de oppervlakte aarde die nodig is om te voorzien in de levensstijl van een persoon, stad of land).
IN
JE ECOLOGISCHE VOETAFDRUK De ecologische voetafdruk toont de impact of invloed van onze manier van leven op de wereld. Vul de test in, zodat je weet hoe groot jouw invloed is.
N
RUIMTE
VA
1 Je woont in ... een appartement of een klein huis met 1 à 2 slaapkamers (+/- 80 m²) 2 een groot appartement of een huis met 3 à 4 slaapkamers (+/- 120 m²) 3 een groot huis met meer dan 4 slaapkamers (+/- 250 m²) 4 2 Bij je huis hoort ... geen tuin een kleine tuin bijna een park
0 1 2
©
ENERGIE
3 Je huis wordt voornamelijk verwarmd met ... appartement of groot appartement klein huis (1 à 2 of huis (3 à 4 slaapkamers) slaapkamers)
408
groot huis (meer dan 4 slaapkamers)
lageenergiewoning
passiefhuis
aardgas
9
15
21
7
1
stookolie
12
20
28
9
2
hout
16
27
37
12
2
elektriciteit
18
30
42
13
3
houtpellets
13
22
31
10
2
warmtepomp
5
8
11
3
1
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
4 Hoe spring je thuis met elektriciteit om? Ik heb thuis zonnepanelen. Ik let op mijn stroomverbruik: licht niet onnodig laten branden, toestellen helemaal uit … Ik let niet echt op mijn stroomverbruik: elektrische toestellen staan op stand-by ... Ik let helemaal niet op mijn stroomverbruik: toestellen en verlichting blijven aanstaan wanneer niemand in de buurt is.
1 8 10 13
MOBILITEIT 5 In de voorbije zomervakantie ben je ... met de bus of de trein
met de auto
met het vliegtuig
thuis gebleven
0
0
0
0
in België op vakantie geweest
0
3
4
5
binnen Europa op reis geweest
0
5
7
9
8
13
N
buiten Europa op reis geweest
IN
met de fiets of te voet
0
6
VA
6 Je verplaatst je meestal ... te voet of met de fiets met het openbaar vervoer met drie of meer in de auto met de auto, met enkel de bestuurder en ik
0 4 15 30
WATER
©
7 Je wast je meestal ... aan de wastafel 2 door een douche te nemen 3 door een bad te nemen 4
AFVAL 8 Hoeveel zakken restafval heb je thuis per week? minder dan 1 zak 1 1 zak 2 2 zakken 3 3 zakken 4 4 zakken of meer 6 ›
LES 1 | Hoe milieubewust ben jij?
409
PAPIER 9 Hoeveel papier verbruik je? Je hebt een sticker met ‘geen reclame’ op de brievenbus en krijgt dus geen drukwerk zonder naam op in de bus. 1 Je hebt geen sticker op de bus en krijgt iedere week een stapel reclamedrukwerk. 3 10 Welk papier gebruik je? Vooral schriften en printpapier van gerecycleerd papier. Vooral schriften en printpapier van niet-gerecycleerd papier.
1 2
VOEDING 11 Hoe vaak eet je vlees of vis? nooit 1 à 2 keer per week 3 keer per week 4 tot 5 keer per week dagelijks, 1 maal per dag dagelijks, 2 maal per dag
IN
5 10 20 30 35 50
©
VA
N
12 Als je groenten en fruit eet ... dan zijn die voornamelijk seizoensgebonden en vers. 15 dan zijn dat voornamelijk verse groenten en fruit, maar ook diepgevroren groenten en conserven. 17 dan zijn dat voornamelijk diepgevroren groenten en groenten en fruit van buiten het seizoen (geïmporteerd (= ingevoerd uit het buitenland) of serreteelt). 19
Naar: Steven Vromman en Ilona Pilchart, We hebben maar 1 planeet.
b Als je alle vragen ingevuld hebt, tel je alle punten op. Jouw voetafdruk PUNTEN
20
40
60
80
90
Gemiddelde voetafdruk van een Belg HECTARE 1HA (10 000 m²)
2HA
3HA
4HA
- Hoe groot is jouw ecologische voetafdruk in punten? - Hoeveel aarde is er nodig om in jouw levensstijl te voorzien? - Schrap wat fout is. Ik scoor daarbij slechter dan / beter dan / hetzelfde als de gemiddelde Belg.
410
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
5HA
opleveren:
c Enkele doordenkers 1 Waarom krijg je minder punten voor een appartement dan voor een groot huis? (vraag 1)
voortbrengen, opbrengen
2 Waarom levert een tuin extra punten op? (vraag 2) 3 Waarom levert verwarmen met elektriciteit het meeste punten op? (vraag 3)
IN
4 Welke vorm van verwarmen is het best voor het milieu? (vraag 3)
N
5 Welke vorm van reizen zorgt voor de hoogste voetafdruk? (vraag 5)
VA
6 Hoe kom jij naar school? Is dat goed of niet goed voor je ecologische voetafdruk? (vraag 6)
7 Sommige mensen zeggen dat je je iedere dag moet douchen. Is dat ook het beste voor je ecologische voetafdruk? (vraag 7)
Š
8 Waarom leveren geĂŻmporteerde en in serres gekweekte groenten en fruit meer punten op? (vraag 12)
LES 1 | Hoe milieubewust ben jij?
411
d Je kunt je voetafdruk ook verminderen door ervoor te zorgen dat je minder verpakking hebt. Hier en daar duiken afvalarme winkels op. - Lees het tekstje. - Beantwoord daarna de vragen. Het principe is heel eenvoudig. Je komt naar de winkel met je eigen verpakkingsmateriaal: bokalen, papieren zakken, Tupperwaredoosjes, flessen, oude sokken, wat je zelf maar wenst.
IN
Naar: www.lowimpactman.be Je weegt je verpakking en krijgt een klein stickertje om op de verpakking te kleven. Dan vul je de verpakking met de hoeveelheid die je zelf wenst. Bij het afrekenen maakt de slimme kassa onderscheid tussen de inhoud en de verpakking.
VA
N
Het aanbod is behoorlijk uitgebreid. Heel wat droge voeding aanbod: (granen, noten, bonen, gedroogd fruit, pasta ‌), maar ook wat beschikbaar is verse groenten, brood, vleesvervangers, olijven, olie en poetsproducten, shampoo en nog veel meer. Het grootste deel van het aanbod is bio en behoorlijk: waar mogelijk ook lokaal. lokaal: zoals het hoort plaatselijk Naar: Steven Vromman en Ilona Pilchart, We hebben maar 1 planeet.
1 Wat vind jij van deze afvalarme winkel? Zou jij er ook shoppen?
Š
2 Misschien is er in jouw buurt geen afvalarme winkel. Wat kun je doen om je afval te beperken, als je niet in de buurt van een afvalarme winkel woont? 3 Wat kun jij zelf anders aanpakken om je ecologische voetafdruk te verminderen?
412
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
Les 2
Verraad op de basis Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.
IN
a Lees de tekst over de Prinses Elisabethbasis. Beantwoord daarna de vragen.
N
BelgiĂŤ heeft een basis op Antarctica. Van november tot februari onderzoeken wetenschappers er het klimaat. Het is daar dan zomer. In de winter is het op de zuidpool
VA
te koud. Dan keren ze naar Europa terug.
1 Waar ligt Antarctica? 2 Hoe komt het dat het daar zomer is van november tot februari? 3 Waar ligt Arctica?
Š
b - Lees de tekst.
Emma is bijzonder enthousiast over wetenschappen. Samen met drie jongeren uit verschillende landen krijgt ze een unieke kans: ze mag onderzoek doen vanuit de Prinses Elisabethbasis. Zodra ze op de basis is, komt Emma een verrader op het spoor die allesbehalve milieuvriendelijke bedoelingen heeft ...
1
Vandaag gaan we eindelijk alleen met ons team op expeditie. Svea en ik stoppen de spullen in onze rugzak en maken ons klaar.
LES 2 | Verraad op de basis
413
5
Evenveel laagjes voor mijn voeten en mijn handen. En natuurlijk een muts en een zonnebril op. Die zonnebril is onmisbaar, zoals Stefaan me op het vliegtuig al vertelde. De zon schijnt zo fel op het ijs dat je ogen het scherpe licht niet aankunnen. Ik heb het zelf ondervonden, toen ik de eerste dag even vergat om mijn zonnebril op te zetten en bijna sneeuwblind werd. Het leek net of ik zand in mijn ogen had en ik moest de hele tijd met mijn ogen knipperen. ‘Nu ga ik naar buiten, voor ik ontplof van de hitte!’ puf ik. De zon straalt aan de hemel. Het uitgestrekte sneeuwlandschap ziet er als altijd perfect uit. Ik trek mijn ski’s aan en, oepsie, daar ga ik al onderuit! Gelukkig is de rest van het team nog binnen, zodat niemand mijn jammerlijke start ziet. Een voor een komen ze naar buiten. Igor, een Rus, gooit een sneeuwbal naar me. Ik gooi er een naar Svea en het gevecht breekt los. Antonio mikt het beste en er kan zelfs een trotse glimlach af. Heel even. We skiën vijf kilometer in zuidelijke richting. Niet naar de kust, maar het binnenland in. Ik moet hier voortdurend nadenken over wat noord of zuid is. Niet naar de pinguïns dus, zoals ik eerst gehoopt had. Jammer voor Mikkie. Hij moet het nog steeds zonder pinguïnfoto’s doen. Pinguïns hebben open water nodig om voedsel te vinden. Daarom zullen we ze in het binnenland niet zien. Rechts van mij steken de scherpe pieken van de bergketen de lucht in.
©
15
VA
N
IN
10
‘Begin met je zonnecrème,’ zegt Svea. ‘De zon weerkaatst op de sneeuw. Daardoor verdubbelt de kans op verbranding. Zorg dat je gezicht goed ingesmeerd is. De rest is niet nodig, want daar komen je kleren overheen.’ ‘Wooow,’ zeg ik als ik het stapeltje kleren bekijk. ‘Het duurt wel een halfuur voor we aangekleed zijn!’ Een laagje, nog een laagje en nog een laagje en tot slot de jas eroverheen.
20
25
30
414
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
50
We noteren alle gegevens en skiën verder naar het volgende ijkingspunt. Als we terug op de basis zijn, zetten we de getallen in tabellen en brengen we de gegevens in kaart. Ik zorg ervoor dat ik deze keer met Svea kan samenwerken. We vergelijken onze nieuwe gegevens met de vorige resultaten en maken grafieken. Die sturen we door naar Stefaan en Bert. Ik rek me uit en sta op. ‘Ik zoek nog wat foto’s voor mijn artikel,’ zeg ik. Fluitend zet ik mijn computer aan. Tot mijn grote verbazing vind ik mijn artikel nergens terug. Niet op mijn computer, niet op mijn computer in het lab, nergens. ‘Hebben jullie ook problemen met de computer?’ informeer ik. ‘Hoezo?’ vraagt Svea. ‘Mijn tekst over Arctica is weg,’ zeg ik. Igor kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Ik neem aan dat je tekst ook op een stick staat,’ zegt hij droog. ‘Trouwens, we zijn hier op Antarctica, mocht je dat vergeten zijn.’ Er kruipt een vervelende kriebel over mijn rug. ‘Poolijs verwijst naar Arctica en Antarctica,’ zeg ik snibbig2. ‘Daarom heb ik mijn materiaal opgesplitst in twee delen.’ Wat de stick betreft, heeft Igor natuurlijk gelijk. Van alles wat je opslaat, moet je een kopie maken. Als je een kopie op een andere drager bewaart, dan ben je veilig. Dat heb ik deze keer niet gedaan. Misschien omdat Svea plots de kamer binnenviel? Eerlijk blijven, Emma, dacht ik. Dat heeft er niets mee te maken. Een echte wetenschapper werkt altijd op een wetenschappelijke manier. Om het even wat er gebeurt. Wat een pech! Hoe kan mijn artikel zomaar verdwijnen?
©
55
IN
45
N
40
VA
35
En wat voor een lucht: staalblauw als op een zuiderse dag! Ik maak flink vaart, maar niet genoeg om Svea bij te houden. Zij skiet in Zweden iedere dag naar school, zes wintermaanden lang. Oefening genoeg. Igor skiet me ook voorbij. Svea achterna. Antonio en ik komen als laatsten op de grote sneeuwvlakte waar we metingen moeten doen. Pech voor mij. Ik kijk er niet naar uit om met het Italiaanse teamlid samen te werken. Hij zucht en klaagt meestal en vaak geeft hij het al op voor hij echt begonnen is. We pakken ons materiaal uit. Op verschillende dieptes en op verschillende afstanden doen we boringen in het ijs. We nemen stalen en bestuderen de ijskristallen. Die hebben specifieke vormen naargelang de temperatuur en de vochtigheidsgraad. Alles wordt netjes genoteerd en gefotografeerd. De sneeuwdichtheid geeft ons ook informatie over de verschuiving van de ijsplaten. Hoe snel en in welke richting dat gebeurt. Zwijgend halen we de capsules1 naar boven en plaatsen ze in de houders.
60
65
capsule: dopje | 2 snibbig: onvriendelijk
1
Naar: Verraad op de basis, Dixie Dansercoer en Reina Ollivier
LES 2 | Verraad op de basis
415
- Is deze tekst fictie of non-fictie? c Beantwoord de vragen. 1 Verbind de expeditieleden met hun nationaliteit. a Belg
2 Igor
b Italiaan
3 Antonio
c Rus
4 Emma
d Zweed
1
2
3
4
2 Hoe voelt sneeuwblindheid?
IN
1 Svea
3 Waarover geeft sneeuwdichtheid informatie?
N
4 Wat kan er met Emma’s artikel gebeurd zijn?
VA
d Verder in het boek geeft Emma tien tips over hoe wij ons best kunnen doen voor het milieu. Duid aan wat jullie thuis al doen. Bespreek dit met de klas.
Meer met de fiets en minder met de auto rijden.
2
nergiezuinige verlichting gebruiken E (die zo weinig mogelijk verbruikt).
Š
1
3
Alle afval scheiden en recycleren.
4
Energiezuinige toestellen kopen.
5
ilieuvriendelijke producten gebruiken M (natuurlijke zepen, shampoo ...).
6
Geen toestellen in stand-by laten staan.
7
De verwarming een graad lager zetten.
8
Minder vlees eten.
9
Meer seizoensgroenten eten.
10 Minder douches nemen.
416
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
Doen wij al.
Zouden we kunnen doen.
Les 3
De opwarming Je kunt de komma en het dubbele punt juist gebruiken. Je kunt aanhalingstekens juist gebruiken.
a Lees de tekst. - Markeer de leestekens die in de zinnen staan. De leestekens op het einde van de zin markeer je niet.
Een jaar niet shoppen
Een verslagje van een actie om te consuminderen: minder kopen dus ...
IN
Juli Koopjes. Zo veel leuke kleren in de etalages. Ik mag niet toegeven aan de verleiding om te kopen. In plaats daarvan shop ik in mijn eigen kast. Aha! Ik heb al een witte broek. Zie je wel! Ik heb geen nieuwe nodig. Meer dan genoeg: broeken, hemden, pyjama’s, kousen en T-shirts ...
VA
N
December In januari verhuis ik, dus begin ik in te pakken. Zo veel spullen! En zo veel kleren! Ik sorteer ze. Een paar stapels gaan naar de kringloopwinkel: te grote truien, hemden en broeken. April Gelukt! Uitgegeven aan kleren in één jaar: 100 euro. Ik kan het nog wel even volhouden. Ik heb helemaal geen zin meer om te shoppen zonder reden. Nog een jaartje? Naar: Wablieft
©
- Welke leestekens zie je in de zinnen? b Lees de zinnen.
Diksap is geconcentreerd vruchtensap: in een fles diksap zit 100 procent puur fruit en geen toegevoegde suikers. Diksap is dus puur natuur zoet. Waarom staat er een dubbele punt?
Je schrijft een dubbele punt voor een verklaring.
LES 3 | De opwarming
besluit
417
c Plaats een dubbele punt waar dat nodig is. 1 Gooi je afval in de vuilnisbak je blikje bij het pmd-afval en je zilverpapier bij het gewone afval. 2 Deed jij mee aan 40 dagen zonder vlees een actie waarbij je 40 dagen niets van vlees mag eten om het milieu te sparen? d Markeer de komma’s en de dubbele punten.
Naar: www.topvakantie.be
N
- Waarom gebruik je een komma?
IN
Plezante boerenbuiten Er staat heel wat op het programma: een leuke fietstocht dwars door de natuur, een dag vol uitdagingen in een avontuurlijk klimpark, kriebelende tenen wanneer we een blotevoetenpad bewandelen en uren waterpret in een openluchtzwembad. We leven ons uit in allerlei sporten: kanovaren, vlotten bouwen, boogschieten, oriëntatieloop enzovoort. Daarnaast gaan we op speurtocht langs de waterkant en gaan we op bezoek bij plaatselijke boerderijen.
- Waarom gebruik je een dubbele punt?
VA
Je schrijft een dubbele punt voor een opsomming. Je schrijft komma’s tussen de delen van een opsomming.
besluit
e Zet een komma en/of een dubbele punt waar nodig. 1 Je vindt alles in de kringwinkel kleding meubelen boeken en fietshelmen.
©
2 Restafval moet in een gewone vuilniszak touwen cadeaupapier verpakkingen van eten ... 3 Dit afval moet bij het gft schillen van fruit en klokhuizen. 4 In de oudpapierbak mag het volgende tijdschriften papier kranten en schriften. 5 Dit heb je nodig voor een wandeling in een natuurpark een regenjas warme kleren en waterdichte schoenen. 6 De kust is het leefgebied van veel soorten vissen vogels en zeeschildpadden. 7 Auto’s vliegtuigen en andere voertuigen zorgen voor veel vervuiling.
418
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
f Markeer de komma’s in deze zinnen.
1 2 3 4 5 6
Ik wil deze koffiemachine wel herstellen, maar ik weet niet hoe dat moet. Joran wil wel naar het feestje komen, maar hij moet eerst zijn fiets herstellen. Ik kan niet mee naar het herstelcafé, want ik moet werken. Hopelijk kunnen ze die machine herstellen, want ik kreeg ze van mijn oma. Als je niet mee wil, zal ik wel alleen gaan. Als je tijd hebt, mag je koffie komen drinken.
Wanneer gebruik je in deze zinnen een komma?
besluit
IN
Je gebruikt ook een komma: - voor maar en want; - tussen twee persoonsvormen. g Zet een komma waar nodig.
VA
N
1 Ik koop geen nieuwe wasmachine want die is te duur. 2 Joris wil een naaimachine kopen maar het zal nog een tijdje duren voor hij er een kan kopen. 3 Omdat ik de openingsuren niet kende heb ik naar de kringloopwinkel gebeld. 4 Toen ze zei dat het fietslicht werkte applaudisseerde iedereen. 5 Zoals ik al zei help je bij het herstellen van je materiaal. 6 Tweedehandsbeurzen zijn heel succesvol want ze zoeken daar voortdurend nieuwe vrijwilligers voor. h Lees deze zin. Ze zei: ‘Ik ga zaterdag naar de markt.’ Ze zei dat ze naar de markt ging.
©
Wat is het verschil?
besluit
Als je letterlijk schrijft wat iemand zegt, zet je dat tussen aanhalingstekens. Voor de aanhalingstekens komt een dubbele punt. i Zet dubbele punten en aanhalingstekens op de juiste plaats. 1 2 3 4 5
Hij vroeg Wil je dit laten herstellen? Ik zei Ja dit is de eierkoker van mijn oma. Ik wil niet dat die in de vuilbak terechtkomt. Ik vertelde Er kwam gisteren rook uit. De meneer zei Ik zal hem eens openschroeven. Na vijf minuten riep hij Hupla, hersteld.’
terechtkomen: op de plaats van bestemming komen
LES 3 | De opwarming
419
Les 4
Was het vroeger beter? Je kunt werkwoorden die van klank veranderen in het verleden zetten.
a Lees de teksten.
IN
We wandelden langs het water. Oma belde ons. We wachtten tot mama klaar was met praten. We staarden naar de zeemeeuwen. Papa kietelde me en zette het op een lopen. We spurtten achter hem aan.
N
Gisteren hadden we een vrije dag. We trokken met heel het gezin naar de kust. We aten supergrote wafels met suiker en roomijs. We reden daarna met een tandem langs de Zeelaan. Als afsluiter dronken we nog een frisdrank. We genoten nog wat van de zon op het leuke terras.
VA
- Markeer de persoonsvormen. - In welke tijd staan deze werkwoorden? - Wat merk je op?
b Vul de tabel aan. Doe zoals in het voorbeeld.
werkwoord (heden)
Gisteren hadden we een vrije dag.
hebben
Š
1
420
2
We trokken met heel het gezin naar de kust.
3
We aten supergrote wafels met suiker en roomijs.
4
We reden daarna met een tandem langs de Zeelaan.
5
Als afsluiter dronken we nog een frisdrank.
6
We genoten nog wat van de zon op het leuke terras.
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
stam heb
verleden (enk.) had
verleden (mv.) hadden
besluit
Sommige werkwoorden veranderen van klank in het verleden. Je hebt twee vormen: het enkelvoud en het meervoud. De verleden tijd van deze werkwoorden moet je leren. Er bestaan daarvoor geen regels.
behandelen:
c Vul de werkwoorden in. Gebruik je fiche, als je het niet weet.
verzorgen, bespreken
werkwoord
zin
kunnen
2
slaan
3
vliegen
die oude kruiwagen ook in de container?
4
krijgen
jij altijd nieuwe kleren?
5
zwemmen
jullie vaak in de beek?
6
nemen
Hoeveel dozen
7
brengen
We
8
begrijpen
jij de uitleg over de opwarming van de aarde?
9
verdwijnen
de oude matrassen van voor de deur?
11 treffen 12 blijven 13 staan 14 geven
IN
het oud papier in het tuinhuis op.
De buurman
jij mee?
N
het groenafval naar het recyclagepark.
zijn autootje in de vuilniszak.
Mijn kleine broer
VA
10 steken
in het verleden
hij haar behandelen?
1
Mijn zus
haar vriendin op de uitverkoop.
in een huisje aan zee.
We
een tweedehandsspiegel bij de overburen.
Er
jullie die oude kast weg?
15 vallen
De doos met glazen
16 worden
De glazen
Š
4
uit zijn handen.
bij de afwasbak gezet.
jullie om hulp?
17 roepen
d Vul de werkwoorden in. Gebruik je fiche, als je het niet weet. werkwoord
zin
1
helpen
2
lopen
jullie helemaal naar de tweedehandsbeurs?
3
zeggen
je haar nog eens waar we afspraken?
Jij
in het verleden
goed, toen we dat afval moesten sorteren.
LES 4 | Was het vroeger beter?
›
421
4
bieden
Hoeveel
de vrouw voor die oude vaas?
5
rijden
zes keer naar de kringloopwinkel, Oma toen ze de garage opruimde.
6
wegen
ze het goud, voor ze de prijs zeiden?
7
komen
Hoe
8
stijgen
Het zeewater
9
vinden
opa en oma aan al die spullen? al in de jaren 80.
je die oude kleren nog? je de prijs van die oude kaders?
10 vragen
de buurman aan over de fiets die hij Mama verkocht.
11 spreken 12 doen
jij mee aan de zwerfvuilactie?
IN
een hele zak oude puzzels op de Wij rommelmarkt.
13 kopen 14 weten
jij welke maat hij heeft?
15 moeten
dit niet bij het gft? Wanneer
17 hebben
We
je te recycleren?
N
16 beginnen
de glazen naar de glascontainer gebracht.
VA
e Vul de werkwoorden in. Gebruik je fiche, als je het niet weet. werkwoord lijden
2
mogen
Mijn opa
422
aan kanker.
wij je telefoon even lenen?
Š
1
zin
jij die dozen naar binnen?
3
dragen
4
eten
Gisteren
5
hangen
We
6
krimpen
Mijn trui
7
meten
Ik
8
ruiken
Het
9
schelden
Hij
we spaghetti.
de kaders in ons nieuwe huisje op. in de was.
de nieuwe kamers op. aangebrand. zijn buurman uit.
10 schrikken
Het kind
, toen de hond blafte.
11 stelen
De man
, omdat hij honger had.
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
in het verleden
werkwoord
zin
12 vangen
De baseballspeler
13 verliezen
Ik
14 zoeken
Welke strips
15 bewijzen
Hoe
16 drinken
in het verleden
de bal.
mijn portefeuille. jij?
de agent dat die man vervuilde?
jullie de hele fles limonade uit?
VA
N
IN
f Vul de werkwoorden in het verleden aan.
De tornado die gisterennamiddag over het Waalse dorp Melreux (in de provincie Luxemburg)
(trekken), heeft een vijftigtal huizen
beschadigd. Niemand
(raken) gewond. Slachtoffers kunnen
©
waarschijnlijk een beroep doen op het rampenfonds. De tornado
(trekken) rond 16.10 uur over het dorp en
(leiden) tot heel wat materiële schade. Een tiental inwoners
(moeten)
onderdak zoeken. Een veertigtal brandweermannen van verschillende korpsen (worden) ingezet, net als de civiele bescherming. Dewil
(verwachten) dat ook de tornado als ramp erkend (zullen) worden: ‘Het
(gaan) om een uiterst sterke,
heel lokale en wervelende wind.’ Naar: www.hln.be
LES 4 | Was het vroeger beter?
423
g
Lees de zin. Zet de zin in het verleden. Soms moet je in die nieuwe zin iets aanpassen. Kijk naar het voorbeeld.
Ik breng het brood morgen naar mijn oma. Ik bracht het brood gisteren naar mijn oma. 1 Wij doen onze sportschoenen aan. 2 Mijn broer krijgt in het zesde leerjaar voor het eerst zakgeld. 3 Weeg jij die appelen nu? 4 Weet jij het antwoord op deze vraag?
IN
N
5 Wanneer verdwijnen de foto’s van het prikbord?
VA
6 Rijd jij volgende week in de wielerwedstrijd mee?
7 Steekt die bij je deze zomer?
Š
8 Roepen zij wel naar de juiste wielrenner?
9 Waar verberg jij je dagboek? 10 Vliegt dat vliegtuig deze week niet te laag?
424
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
Les 5
Leef je uit in upcyclen
Je kunt een voorbeeld van upcyclen uitleggen. Je kunt je werkwijze duidelijk beschrijven. O V VOOR U R
Wat upcyclen ze?
Wat upcyclen ze?
een jeansbroek
een jeansbroek
Wat wordt het?
Wat wordt het?
een handtas
een handtas
VA
Wat upcyclen ze?
N
IN
Je weet al wat recyclen is. Een van de nieuwe trends zijn upcyclegroepen. Weet jij al wat upcyclen is? Deze voorbeelden kunnen je helpen.
Wat wordt het?
Bedenk zelf iets wat je zult upcyclen.
©
O V U R
Wie weinig inspiratie heeft, kan online heel veel ideeën opdoen. Typ daarvoor ‘upcyclen’ in een zoekmachine in. Gebruik de vragen hieronder om je spreekoefening voor te bereiden.
LES 5 | Leef je uit in upcyclen
425
Waar haalde je jouw idee? Welk voorwerp gebruikte je als basis? Welk extra materiaal gebruikte je hiervoor? Hoe ging je te werk? Wat maakte je uiteindelijk? Waarvoor dient het? Waarom zouden de anderen het ook moeten maken?
O V TIJDENS U R
1 Ik was goed voorbereid.
Š
2 Ik kon mijn nieuwe voorwerp goed beschrijven. 3 Ik sprak luid en duidelijk. 4 Ik sprak standaardtaal. 5 Ik legde stap voor stap uit hoe ik te werk ging.
426
tips
N
O V NA U R
Zorg dat het publiek je voorwerp ziet. Praat luid en duidelijk. Spreek standaardtaal. Leg stap voor stap uit hoe je te werk gaat. Vermeld alle info uit je spreekplan.
VA
1 2 3 4 5
IN
Stel je voorwerp aan de klas voor.
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
evaluatie
keuzegedeelte Keuzeles 1
Hoe wordt afval verwerkt?
Je kunt je mening geven over wat jij voor het milieu doet. Je kunt info uit een informatief beeldfragment halen. Je kunt een schema aanvullen.
O V VOOR U R
N
IN
Heb je enig idee hoeveel afval je op een jaar verzamelt? Hoe sorteer jij? Sommige mensen gooien hun afval zomaar in de natuur. Weet jij hoe lang het duurt voor afval in de natuur verdwijnt? Markeer het antwoord.
1 Ă 2 jaar
enkele dagen tot 6 maanden
5 tot 10 jaar
5 jaar
3 maanden
7 dagen
blikjes frisdrank
5 tot 8 jaar
8 tot 10 maanden
200 tot 500 jaar
4
plastic zakken
10 tot 20 jaar
100 tot 1000 jaar
5 tot 7 dagen
5
glazen flessen
4000 jaar
1000 jaar
10 000 jaar
6
papieren zakdoeken
2 weken
3 maanden
2 jaar
7
lucifers
3 weken
enkele dagen
6 maanden
8
snoeppapiertjes
5 jaar
nooit
4 maanden
appelklokhuizen
2
kauwgom
3
VA
1
Š
- - -
Uit: Mijn kleine handboek duurzame ontwikkeling
O V U R
Wat gebeurt er met het afval, als je het vuilnis buitenzet? Straks bekijk je enkele fragmenten uit een reportage over afval en over de verwerking van pmd. Wat is het kijk- en luisterdoel? Je kijkt en luistert om informatie te krijgen; instructies te krijgen; een mening te vormen.
1 Lees de opdracht aandachtig. 2 Concentreer je tijdens het kijken.
KEUZELES 1
427
O V TIJDENS U R a - Bekijk het eerste filmpje een eerste keer en vul aan. 1 Hoeveel kilogram afval produceren we per persoon per jaar? We produceren per persoon per jaar 2 Welke energie wordt uit het afval in de verbrandingsoven gehaald? In de verbrandingsoven worden gehaald.
uit het afval
3 Mogen plastic verpakkingen van ketchup en mayonaise bij het pmd-afval terechtkomen?
IN
Plastic verpakkingen van ketchup en mayonaise mogen 4 Wat wordt er van gerecycleerd plastic gemaakt? Van gerecycleerd plastic worden
gemaakt.
N
-
VA
5 Wat zijn de twee voordelen van het kopen van voedsel in grotere verpakkingen? Twee voordelen van het kopen van voedsel in grotere verpakkingen zijn - 6 Wat is verborgen afval? Verborgen afval is -
Š
-
7 Welk afval komt op het stort? Afval dat
- Ga samen zitten en vul aan wat je nog niet had.   b Bekijk het tweede filmpje.
428
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
, komt op het stort.
1 Vul het schema over de verwerking van pmd aan.
scheider sorteert het afval op grootte
sorteert alle stalen blikken
een scheider doet de magneet blikken in een speciale sorteerbak springen
ze worden weggeblazen per kleur kubussen
ze worden in geperst kubussen
IN
ze worden geperst tot
een speciale camera sorteert de flessen
de gedumpt
warmte dient als
wordt aan
VA
restafval wordt door
N
2 Vul het schema over de verwerking van restafval aan.
energie voor de
graden verbrand
en de in Brussel
Š
- Bespreek je antwoorden met je buur. Vul aan wat je nog niet ingevuld had. - Bespreek je antwoorden met de klas. Wat kunnen we volgens jou aan het teveel aan afval doen?
O V NA U R
evaluatie Hoe vond je de opdracht?
moeilijk
gemakkelijk
Waarom? Ik vond de opdracht
, omdat .
KEUZELES 1
429
Keuzeles 2
Wat gebeurde er hier?
Je kunt een tekstje bij een foto schrijven. O V VOOR U R Bekijk de foto en lees de tekst.
De gevaren van rondslingerend vuil
O V U R
Bekijk de foto’s. Wat zie je?
Š
VA
1
N
IN
Deze meeuw zagen we gisteren in Knokke-Heist. Het dier zat verstrikt in een plastic strip die rond blikjes vastgemaakt is. Het toont nog eens hoe belangrijk het is om geen vuilnis te laten rondslingeren. Het dier kon uiteindelijk gevangen worden en door de technische dienst van zijn halsketting verlost worden.
2
430
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
3
4
- Kies een foto.
N
Schrijf nu zelf een tekst die bij de foto past.
IN
5
Titel?
VA
- Verzin de ontbrekende info bij de foto. Beantwoord de vragen hieronder.
Š
Over wie gaat het? Waarover gaat het? Wat gebeurde er?
Waar gebeurde het?
Wanneer gebeurde het?
KEUZELES 2
431
O V TIJDENS U R Schrijf op een apart blad vijf zinnen in de verleden tijd over de foto. - Tik je tekst uit en plaats de foto erbij. - Zet je titel in een groter lettertype dan de rest van je tekst. - Houd rekening met alle punten van het evaluatiekader. O V NA U R
2 Ik zette de foto bij mijn tekst. 3 Ik typte mijn tekst zonder fouten.
IN
1 Ik typte de titel in een groter lettertype dan de rest van mijn tekst.
evaluatie
N
4 Ik schreef mijn werkwoorden (in de verleden tijd) juist. 5 Ik schreef hoofdletters waar ze moeten staan.
VA
6 Ik gebruikte de juiste leestekens.
7 Ik gebruikte de spellingcorrectie.
Het spring-en-winspel
Š
Keuzeles 3
Je toont respect voor elkaar en speelt het spel eerlijk. Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken. Je herhaalt de leerstof over het onderwerp en de persoonsvorm en werkwoorden in het verleden.
432
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
Oefenen maar! 1
Leestekens
Duid hier jouw kleur aan:
Les 3 De opwarming
a Lees de zinnen. 1 Welke auto zou jij willen: een Renault, een Citroën of een Ford? 2 Kocht jij ananas, bonen, pasta, boter, frieten en servetten in de winkel?
Datum:
b Vul de leestekens op de juiste plaats aan.
IN
Je gebruikt een dubbele punt voor een verklaring en een opsomming. Je gebruikt een komma bij een opsomming.
1 Wat eet jij het liefst appels peren of druiven?
N
3 Wanneer trouwen ze ? In maart april of mei?
4 Een klavertjevier een vallende ster scherven en een hoefijzer brengen geluk.
VA
5 Waar ga jij eten in het restaurant in de bar of in de broodjeszaak?
Nummer:
2 Laat het duidelijk zijn nu moet het stil zijn!
Klas:
6 Het is warm het is 35 graden .
c Vul de leestekens aan.
1 Ik at een appel een peer een banaan en een sinaasappel.
©
2 Dit is de formule van de omtrek van een rechthoek lengte maal breedte. 3 Op de beurs stonden serres veranda's tuinmeubelen buitenkeukens en zo veel meer. 4 In het bos leven spechten reeën vleermuizen en de felgeel gekleurde wielewalen. 5 Hun kinderen heten Marieke Mieke Marijke en Mathilde.
1 2 3 4
Ik ga graag naar rommelmarkten want daar vind je mooie spullen. Je moet wel goed uitkijken want soms proberen ze kapotte dingen te verkopen. Ik hou van tweedehandsspullen maar je moet er meestal vroeg voor opstaan. Die rommelmarkten beginnen heel erg vroeg maar dat heb ik ervoor over.
OEFENEN MAAR!
Naam:
d Vul de komma’s aan waar nodig.
433
e Lees de tekst. Markeer de dubbele punten en aanhalingstekens.
Repaircafé Jeltje Anita Kleinschmidt leerde het repaircafé via de stadskrant kennen. Ze zei: ‘Ik kwam als bezoeker met een kapotte koekoeksklok en die werd weer gemaakt. Dat was een erg leuke ervaring en ik was er heel blij mee.’
IN
Naam:
Na haar eerste repaircafé sprak ze met Johan die op haar enthousiasme reageerde en vroeg om ook vrijwilliger te worden. Ik zei: ‘Ik kan helemaal niets.’ Johan zei: ‘Je kunt wel gastvrouw zijn.’ Welke taken neemt een gastvrouw op zich? Anita spreekt enthousiast verder: ‘We zijn altijd met twee gastvrouwen waardoor we het werk ontspannen kunnen doen: overzicht houden, klanten koppelen aan reparateurs, reparatieformulieren laten invullen. Erg leuk vind ik dat!’
VA
N
Wat is een mooie ervaring bij het Repair Café? Anita besluit: ‘Ik heb het vaker gezien dat mensen zelfs de moeite nemen om een groot voorwerp te laten repareren in plaats van het meteen weg te doen. Dat vind ik mooi.’ Naar: repaircafejeltje.nl
f Zet een dubbele punt en aanhalingstekens waar het nodig is.
©
Klas:
1 De verkoper zei Dit stuk is zeker 100 euro waard. 2 Ik vroeg Dat kan toch niet? 3 Hij beweerde Ik zag al veel hogere prijzen voor zo’n prachtexemplaar. 4 Wij zeiden Het is toch te duur voor ons, we zoeken wel verder. g Zet de zinnen om alsof ze nu gezegd worden.
Nummer:
1 Ik ben te laat. Joris zegt
2 Wij gaan op reis naar zee. Zij Datum:
3 Mijn tantes wonen in Antwerpen. Elke 4 Julie en Cis gaan naar een sportkamp. Papa
434
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
h Vul alle leestekens aan. Kies uit:
, : ? ! .
Naar: www.hln.be
2
VA
Het verleden ...
Datum: Nummer:
N
IN
Zintuigenfeestje in Nationaal Park Hoge Kempen De Vlaamse Overheid plantte in 2006 zijn allereerste Nationaal Park aan Met zijn 5750 ha groen 300 km wandelwegen 600 km paardrijpaden en ontelbare fietslussen is het gegarandeerd een paradijs voor al wie sportief is Of doe je liever speciaal Dan kun je ook het 2 km lange blotevoetenpad trotseren een feestje voor je zintuigen Wat natuurlijk ook geldt voor de rest van het bos groen vind je er naast prachtige zichten als de 45 m hoge rotsrand tussen de Maasvallei en het Kempens Plateau
Les 4 Was het vroeger beter?
werkwoord
zin
1
bieden
2
mogen
3
lijden
Aan welke ziekte
4
vallen
Het kind
5
drinken
Emma
6
wegen
Hoeveel
7
blijven
We
8
eten
Hoe laat
9
komen
We
10 krimpen
Jan en Peter voor het huis?
we toen al zwemmen? hij?
net naast de vijver. nooit te veel. je toen je geboren werd?
thuis. we vorige week?
te laat.
Mijn broek
, omdat ik ze verkeerd waste. Naam:
Š
Hoeveel geld
in het verleden
Klas:
a Vul het werkwoord in het verleden in.
OEFENEN MAAR!
435
b Vul het werkwoord in het verleden in. werkwoord
zin
zwemmen
hij de Noordzee over?
2
vliegen
het vliegtuig te laag?
3
hangen
We
4
lopen
De auto
5
meten
We
de kast.
6
ruiken
Het
er naar rozen.
7
schelden
De dronken vrouw
8
schrikken
We
, toen het donderde.
9
nemen
We
de kinderen mee.
10 stelen
onze jassen op. schade op door het onweer.
de politieman uit.
IN
Naam:
1
in het verleden
al het geld.
De dieven
N
c Vul het werkwoord in het verleden in. werkwoord
zin
Nummer:
Wanneer
jij met zwemmen?
2
zeggen
Wanneer
je vader dat?
3
staan
4
hebben
Hoeveel geld
5
kopen
Hoeveel dure jassen
6
roepen
7
treffen
die bal jouw gezicht?
8
begrijpen
jullie wat ze door de micro zeiden?
9
verdwijnen
VA
beginnen
die auto in de weg?
jij bij je?
de actrice?
Ongelofelijk hoe hard de meiden
Š
Klas:
1
10 brengen
Vorige week
onze katten.
jij de broodjes mee?
Datum: 436
in het verleden
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
!
d Vul het werkwoord in het verleden in. werkwoord
zin
1
moeten
jullie nog niet thuis zijn?
2
steken
hij dat geld wel weg?
3
kunnen
4
spreken
5
stijgen
6
worden
7
vinden
Waar
8
weten
We
dat niet.
9
verliezen
We
ons hart in Zwitserland.
dat toch zonder problemen?
Jij
jij met hem af? De prijs van de aardappelen
.
jij vorige week?
Hoe oud
De jongens
Datum:
jij dat geld?
IN
10 vangen
in het verleden
veel vissen.
werkwoord
zin
1
bewijzen
Hoe
2
rijden
De dronken man
3
zoeken
Samen
4
geven
Hoeveel geld
5
vragen
6
in het verleden
VA
hij dat hij het lotje kocht?
de fietsers aan.
je aan haar?
helpen
Wie
hem, toen hij viel?
7
slaan
Hij
8
doen
9
dragen
zijn hand tegen de muur. hij vroeger aan volleybal? ooit een kilt.
Mijn ouders
vroeger geen zakgeld.
Naam:
Š
haar de weg.
10 krijgen
Klas:
we naar haar jas.
We
Hij
Nummer:
N
e Vul het werkwoord in het verleden in.
OEFENEN MAAR!
437
f Lees de tekst. Markeer de persoonsvorm in elke zin. Zet de pv in het verleden in de tabel.
Hevige regenval zet straten en huizen blank De hevige regenval zorgt in grote delen van Brugge voor wateroverlast. Vooral in Koolkerke en Sint-Jozef kunnen de riolen het water niet slikken. ‘De zee stroomt door mijn huis’, zucht een radeloze oudere bewoonster.
IN
Naam:
De regen valt met bakken uit de lucht. Aanvankelijk blijven de oproepen bij de brandweer nog beperkt. Maar omstreeks 18.30 uur is het plots alle hens aan dek. ‘We gaan van niets naar alles’, klinkt het bij de brandweer. ‘In geen tijd zitten al onze ploegen in Koolkerke en Sint-Jozef voor de wateroverlast.’ Heel wat straten staan blank. De brandweer, de civiele bescherming en andere hulpdiensten pompen het water uit de straten.
N
‘De regio tussen de Dudzeelsesteenweg en de Brugsesteenweg krijgt het zwaar te verduren’, zegt de wachtofficier van de lokale politie.’
VA
Daarbij wordt de Pannebekestraat het zwaarst getroffen. In geen tijd komen er tientallen oproepen. De Dudzeelsesteenweg moet een tijdje afgesloten worden. Het water staat te hoog op de rijbaan.
Klas: Nummer:
©
Naar: www.hetnieuwsblad.be
Datum: 438
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
persoonsvorm in het heden
persoonsvorm in het verleden
1 2 3 4 5 6 7 8
11 12 13
N
14
17 18
Naam:
©
19
Klas:
16
VA
15
Nummer:
IN
10
Datum:
9
OEFENEN MAAR!
439
g - -
Maak een goede zin. Gebruik alle zinsdelen. Zet de zin in het verleden. Voeg ook een tijdsaanduiding die naar het verleden verwijst toe. (bv. gisteren) Gebruik voor elke zin een verschillende tijdsaanduiding.
1 Marc / gaan / . / naar school / in Mechelen Naam:
2 aan de muur / hangen / . / de fotokaders / Andy en Barbara
IN
3 mogen / naar de nachtwandeling in het bos / jij en je vriend / ?
N
VA
4 samen / roepen / ? / in de sporthal / je vader / heel de groep Klas:
Š
5 nauwkeurig / afwegen / jullie / . / de bloem voor de pannenkoeken Nummer:
Datum: 440
THEMA 11 | Groen? Natuurlijk!
IN N VA
Š
THEMA 12 Aan tafel!
LES 1
Dagelijkse kost - kijken en luisteren, informatie vergelijken
LES 2
Lekkere gerechtjes - verkleinwoorden
LES 3
Stel een heerlijke lunch samen - samenstellingen
O V U R
LES 4
Met lange tanden - zakelijk lezen, spreken: vertellen over een tekst
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
Maak tijd voor het ontbijt - zakelijk lezen, informatie vergelijken en beoordelen
KEUZELES 2
Op restaurant - opzoeken op het internet
KEUZELES 3
Picknick - spreken: polyloog
OEF ENEN MAAR! ZELFTOETS
LES 1 | Dagelijkse kost
441
Les 1
Dagelijkse kost Je kunt informatie uit een tv-programma halen. Je kunt informatie uit een recept halen. Je kunt een tv-programma en een recept met elkaar vergelijken. Je kunt je eindresultaat beoordelen. Je kunt je luisterdoel bepalen.
O V VOOR U R
dergelijk:
N
In deze les bekijk je een aflevering van het programma ‘Dagelijkse Kost’. Waarom bekijk je dit programma? Duid aan. Je wilt informatie krijgen; instructies krijgen; een mening vormen.
VA
O V U R
IN
Beantwoord deze vragen. zulk, van 1 Welk gerecht kun jij zelf klaarmaken? dezelfde soort 2 Wie heeft je dat geleerd? 3 Ken je het tv-programma ‘Dagelijkse Kost’? Vertel waarover het gaat. 4 Ken je nog dergelijke programma’s?
Is dit tv-programma fictie of non-fictie?
Lees de vragen vooraf. Concentreer je terwijl je het programma bekijkt. Laat je niet afleiden. Stoor andere leerlingen niet.
©
1 2 3 4
O V TIJDENS U R
a Bekijk het filmpje. Beantwoord de vragen. 1 Welk gerecht maakt Jeroen Meus klaar? 2 Jeroen Meus spreekt niet altijd standaardtaal. Waaraan merk je dat? 3 Vind jij dat gepast op tv? Leg uit waarom wel of niet.
442
THEMA 12 | Aan tafel!
merken: horen, zien
b Bekijk het fragment een tweede keer. 1 Wat betekenen deze woorden? Verbind ze met de juiste betekenis. 1
havermoutvlokken
A
het binnenste van de appel met de pitjes en het steeltje
2
geweekt
B
nogal, eerder
3
verkruimelen
C
ontbijtgranen waarvan je een papje kunt maken
4
het klokhuis
D
in stukjes breken tot je kleine brokjes krijgt
5
redelijk
E
gedurende een tijdje in een vloeistof gelegd
2
3
4
IN
1
5
2 Markeer het keukenmateriaal dat hij gebruikt.
snijplank
deegrol
oven
ovenschaal
VA
keukenrobot
mesje
pannenlikker
N
mengkom
weegschaal
vergiet
kookpot
3 Markeer de kruiden die Jeroen Meus in het deeg gebruikt.
Š
kaneelpoeder
speculaaskruiden
kardemompoeder
currypoeder paprikapoeder
anijspoeder chilipoeder
c Lees het recept op de volgende bladzijde
LES 1 | Dagelijkse kost
443
d Bekijk het programma een derde keer. - Schrap de fouten in het recept. - Schrijf het juiste antwoord ernaast.
zorgvuldig: aandachtig, nauwkeurig
Bereiding De crumble - Neem je keukenweegschaal en weeg alle ingrediënten zorgvuldig af. - Snijd de koude boter in blokjes. - Meng de ingrediënten in een ruime schaal: de bloem, de havermoutvlokken, het zout en de blokjes boter. - Kruid het mengsel met een snuifje currypoeder en een snuifje gemalen steranijs. - Was je handen en kneed vervolgens alle ingrediënten tot een dikke bol.
VA
N
IN
De appels - Verwarm de oven op 100 °C voor. - Schil de appels en snij ze in vier. Je hoeft het klokhuis niet te verwijderen. - Snijd elk kwartje appel in heel kleine stukjes. - Neem een ovenschaal en leg er de stukken appel in. - Knijp de rozijnen even uit en strooi ze over de blokjes appel. - Strooi de witte suiker over de schaal met fruit en meng alles. - Verdeel het crumbledeeg over de ovenschaal. - Bak het dessert gedurende 10 minuten in de hete oven.
©
De afwerking - Schep op elk bord een portie van de warme appelcrumble. - Leg er een mooie bol vanille-ijs bovenop. (Laat je ijslepel vooraf even in een beker met warm water opwarmen. Zo kun je heel gemakkelijk perfecte bollen ijs scheppen.) Naar: www.een.be
e Vergelijk je resultaat met dat van je buur. Vul wat ontbreekt met groen aan. O V NA U R Beoordeel je luisterprestatie. Zet een kruisje waar het past.
444
evaluatie
1 Ik concentreerde me terwijl we het filmpje bekeken.
ja
meestal
nee
2 Ik liet me niet afleiden.
ja
meestal
nee
3 Ik stoorde de anderen niet.
ja
meestal
nee
4 Ik kon de fouten in het recept vinden.
ja
meestal
nee
5 Ik kon de fouten in het recept verbeteren.
ja
meestal
nee
THEMA 12 | Aan tafel!
Les 2
Lekkere gerechtjes Je kunt verkleinwoorden herkennen. Je kunt verkleinwoorden maken. Je weet waarvoor verkleinwoorden gebruikt worden.
a Vergelijk de menu’s met elkaar.
. p.p 9 €2 NU ME WEEK (drankjes niet inbegrepen)
WEEKMENU €29 p.p.
VOORGERECHT
VOORGERECHT
IN
Tomatenroomsoep met gehaktballetjes of Krokant slaatje met warm geitenkaasje en honing
(dranken niet inbegrepen)
Tomatenroomsoep met gehaktballen of Krokante salade met warme geitenkaas en honing HOOFDGERECHT
HOOFDGERECHT
Vispan met zelf gepelde garnalen of Gegrilde steak met frieten en een saus naar keuze (*) (*room
N
Vispannetje met zelf gepelde garnaaltjes of (*) Gegrilde steak met frietjes en een sausje naar keuze) nonsaus
saus met groene peperbollen - bearnaise - champignons
VA
(*roomsaus met groene peperbolletjes - bearnaise - champig
DESSERT
DESSERT
Twee bolletjes ijs naar keuze
of s van rode vruchten couli met mpje Eiwitschui 1 2 3 4
(*aardbeien, mokka, chocolade, vanille, pistache)
of Eiwitschuim met coulis van rode vruchten
Wat is het verschil tussen de twee menu’s? Welke kaart is de meest aantrekkelijke volgens jou? Waarom? Markeer de verkleinwoorden op de eerste menukaart. Zet de gemarkeerde verkleinwoorden in de juiste kolom.
©
Twee bollen ijs naar keuze (*)
(*)
(*aardbeien, mokka, chocolade, vanille, pistache)
aus)
-je(s) boekje
-tje(s) zeteltje
-etje(s) zinnetje
-pje(s) boompje
5 Schrijf in elke kolom nog een eigen voorbeeld.
LES 2 | Lekkere gerechtjes
445
b Schrijf verkleinwoorden onder de foto’s. 2
3
4
5
6
9
8
11
12
©
7
VA
N
IN
1
10
446
THEMA 12 | Aan tafel!
c Bekijk de tekeningen. Waarom worden er verkleinwoorden gebruikt? Zet een kruisje. We beginnen de les met een toetsje.
Nog een hapje voor het flinke jongetje!
IN Met jou heb ik nog een appeltje te schillen.
Š
VA
Ober, er zit een vuiltje in mijn glas!
om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht in een spreekwoord of een uitdrukking
N
om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand niet leuk vindt in een spreekwoord of een uitdrukking
om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht in een spreekwoord of een uitdrukking
om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht in een spreekwoord of een uitdrukking
LES 2 | Lekkere gerechtjes
447
Ventje, nu is het genoeg geweest ...
IN
om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht in een spreekwoord of een uitdrukking
N
om aan te duiden dat iets of iemand klein is om lief te doen om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht in een spreekwoord of een uitdrukking
Mamaatje, wil je mij naar school brengen?
VA
Verkleinwoorden gebruik je: 1 om aan te duiden dat iets of iemand klein is; 2 om lief te doen; 3 om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht; 4 in een spreekwoord of uitdrukking.
Š
d Markeer de verkleinwoorden in de onderstaande zinnen. Waarom wordt er een verkleinwoord gebruikt in de zin? Noteer bij elke zin het juiste nummer uit het besluit.
448
1
Hij heeft een glaasje te veel op.
2
Vanavond eten we worteltjes met erwtjes.
3
De mama gaf haar baby een kusje.
4
Schatje, wat wil je als ontbijt?
5
Ik heb met hem nog een eitje te pellen.
6
Denk je daar mee weg te komen, jongetje?
7
Dat directeurtje denkt dat hij overal de baas mag spelen.
8
Mijn broer wil een keukentje van de sint.
THEMA 12 | Aan tafel!
besluit
Les 3
Stel een heerlijke lunch samen Je herkent samenstellingen. Je kunt samenstellingen vormen.
a Lees de tekst.
HOE BLIJVEN DE STERREN ZO SLANK?
IN
Wil jij een figuur om van te dromen zonder honger te lijden? Hollywoods voedingsexpert legt het uit: met genoeg gezonde vetten val je sneller af!
©
VA
N
Deze week maken we gezonde en heerlijke crackers van spelt* met zalm en verse kaas met kruiden en avocado klaar. Je kunt ze makkelijk mee naar school nemen als pakket met je lunch. Je vrienden zullen heel jaloers zijn als ze deze lekkernij in je doos voor brood ontdekken. We denken dat vetten ons alleen maar dik maken, maar dat is niet zo. Integendeel, gezonde vetten geven ons veel energie. Je vindt gezonde vetten vooral in vette vis, avocado’s en noten. Lijstje met boodschappen • crackers van spelt • verse kaas met kruiden • gerookte zalm • avocado • pitten van de pijnboom • een snuifje zout uit de zee
Smeer de kaas met kruiden op de crackers van spelt. Leg er een sneetje zalm en een paar schijfjes avocado bovenop. Werk af met pitten van de pijnboom en wat zout uit de zee. Een gezondere lunch bestaat niet!
* spelt = een soort graan
integendeel: juist omgekeerd
Naar: Joepie
b Wat valt je op als je de gekleurde woorden bekijkt?
LES 3 | Stel een heerlijke lunch samen
449
c Vervang de woorden door één woord. een figuur om van te dromen crackers van spelt kaas met kruiden een pakket met je lunch een doos voor brood een lijstje met boodschappen pitten van de pijnboom
IN
zout uit de zee
VA
d Lees de tekst.
N
Samenstellingen bestaan uit twee of meer woorden die je ook apart kunt gebruiken. voorbeeld: appel + taart = appeltaart friet + kraam = frietkraam
besluit
TIPS VOOR EEN LEKKER EN GEZOND LUNCHPAKKET Gezond eten betekent ook variëren. Hoe gevarieerder je eet, hoe minder zin je zult hebben om te snoepen. Met deze tips hoef je nooit nog een saaie lunch te eten. Zet je koksmuts maar op. Gebruik geregeld een andere broodsoort: wit brood, bruin brood, roggebrood, rozijnenbrood … De mooiste boterhammen smaken het lekkerst. Steek leuke vormpjes met een koekjesvorm uit. Fris je boterham op met tomatenschijfjes en een blaadje sla. Koop pitabroodjes. Vul ze met sla, geraspte worteltjes en kippenblokjes. Maak je ’s avonds een pastasalade? Maak van de gelegenheid gebruik om wat in een bewaardoosje apart te houden voor de volgende dag. Je kunt je drinkbus ook eens met iets anders dan water vullen. Een zelfgemaakte smoothie of wat groentesap. Jezelf verrassen kan reuzeleuk zijn. Stop een gek verrassingsbriefje voor jezelf in je brooddoos. Gun jezelf af en toe eens iets zoets. Een chocoladereep als dessert, een plakje notencake … Het kan allemaal, maar met mate!
©
- - - - - - - -
gelegenheid: aanleiding, mogelijkheid, kans
Naar: www.cm.be
450
THEMA 12 | Aan tafel!
e Noteer de gemarkeerde samenstellingen in de juiste kolom. geen tussenletter
koksmuts
f Luister naar je leraar. Noteer de gedicteerde woorden.
tussenletters en rozijnenbrood
IN
lunchpakket
tussenletter s
4
2
5
3
6
N
1
VA
Waar moet je bij deze samenstellingen op letten?
g Vorm een samenstelling met de gegeven woorden. dier + tuin
2
pan + koek
3
schaap + vlees
4
tomaat + ketchup
5
slager + mes
6
hamburger + restaurant
7
leven + stijl
8
jongen + schoen
Š
1
LES 3 | Stel een heerlijke lunch samen
451
h Maak samenstellingen met behulp van de afbeeldingen.
+
=
2
+
=
3
+
N
=
+
=
+
=
VA
4
IN
1
Š
4
i Maak een woordslang van samenstellingen. Volg het voorbeeld. moestuin - tuinstoel - stoelendans - dansschool -
452
-
-
THEMA 12 | Aan tafel!
-
- -
-
Les 4
Met lange tanden
Je kunt de inhoud van een tekst samenvatten. Je kunt informatie mondeling aan je klasgenoten doorgeven. Je kunt informatie uit een tekst in een schema noteren. Je kunt je mening over de inhoud van een tekst geven. O V VOOR U R
a Welk eten vind jij heel erg vies?
N
Bespreek met je buur. Zijn er overeenkomsten? Krijgen jullie samen nieuwe ideeën? Vul je lijstje eventueel aan.
VA
b
IN
In deze les maak je kennis met een aantal etenswaren die je kunt ontdekken in het Disgusting Food Museum.
c Lees de tekst.
DISGUSTING FOOD MUSEUM
©
In de Zweedse stad Malmö vind je het Disgusting Food Museum. Dat betekent museum voor walgelijk eten. In dit museum staan op elke hoek kotszakjes © Anja Barte Telin, Produktionskollektivet klaar. De vieze geuren komen je langs alle kanten tegemoet. De Vlaamse reporter Arthur De Meyer trok ernaartoe. Hij vroeg zich af waarom al deze misselijkmakende gerechten bestaan. Het bezoek aan het museum opende zijn ogen. Hij leerde dat voedingsmiddelen die er vies uitzien best lekker kunnen smaken. Ook blijken afkeer en walging heel relatief. Wist jij dat Aziaten het rauwe vlees in jouw broodje martino extreem walgelijk vinden? Of dat kreeft eten 100 jaar geleden helemaal niet zo chic was? Integendeel, kreeft werd als ongedierte beschouwd. Niemand die eraan dacht het op te eten.
Naar: Het Nieuwsblad
LES 4 | Met lange tanden
453
O V U R
Je werkt in groepjes van 5. Elke leerling krijgt een tekstje van de leraar. Dat tekstje lees je in stilte. Duid de kernwoorden in je tekst aan. Doe zoals in het voorbeeld. Zoek een antwoord op deze vragen: - Hoe heet het gerecht? - Wat is het? - Waar wordt het gegeten? Vervolgens bespreken jullie in je groepje waarover jullie tekstje ging. Samen vullen jullie het schema aan. Tot slot maken jullie een top 3 van de meest walgelijke gerechten.
VA
N
IN
EITJES GEKOOKT IN URINE
©
‘Virgin boy eggs’ is een vreemde delicatesse uit China. De eieren worden gekookt in de urine van kleine jongens. De jongens mogen niet ouder dan tien zijn. Mensen die de eitjes maken, gaan van school naar school om urine te verzamelen. De urine van zwaarlijvige jongens met diabetes is erg gewild. Die zou de eitjes een zoete smaak geven. Volgens de traditionele Chinese geneeskunde zouden deze eieren geneeskrachtige eigenschappen hebben. Dat werd echter niet wetenschappelijk bewezen.
Naar: Het Nieuwsblad
454
THEMA 12 | Aan tafel!
O V TIJDENS U R Vertel aan je klasgenoten wat je gelezen hebt. 1 2 3 4
Vertel met je eigen woorden wat je gelezen hebt. Lees je tekst niet voor. Leg moeilijke woorden uit. Betrek al je groepsgenoten bij de opdracht.
tips betrekken:
erbij halen, erbij laten horen
Schrijf plaatsnamen met hoofdletters. Kijk in je tekst hoe je moeilijke woorden schrijft. Werk ordelijk en netjes. Schrijf duidelijk leesbaar. Help elkaar.
tips
N
1 2 3 4
IN
Vul het schema aan. Bespreek samen wat je in het schema noteert.
VA
Knip de afbeeldingen bij de tekst uit. Plak ze op de juiste plaats in het schema.
Maak nu een top 3 van de meest walgelijke voedingsmiddelen. Bespreek de lijst samen. 1 2
Š
3
LES 4 | Met lange tanden
455
O V NA U R Vraag feedback aan je groepsgenoten. Vul vervolgens het evaluatiekader in.
evaluatie
Ik vertelde met mijn eigen woorden wat ik gelezen heb.
ja
min of meer
nee
Ik las mijn tekst niet af.
ja
min of meer
nee
Ik legde moeilijke woorden uit.
ja
min of meer
nee
Ik keek mijn groepsgenoten aan.
ja
min of meer
nee
N
Bespreek samen jullie groepswerk. Vul vervolgens het evaluatiekader in.
IN
Een tip voor mezelf. Zo kan ik het volgende keer beter doen:
ja
We controleerden de spelling van moeilijke woorden in de tekst.
ja
min of meer
nee
We werkten ordelijk en netjes.
ja
min of meer
nee
We hielpen elkaar.
ja
min of meer
nee
VA
We schreven alle plaatsnamen met een hoofdletter.
Š
Een tip voor onszelf. Zo kunnen we het volgende keer beter doen:
456
evaluatie
THEMA 12 | Aan tafel!
nee
Les 5 5.1
Spel- en woordweb Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven.
a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over. 7 dagelijks
2 container
8 genoeg
3 energie
9 mengsel
4 milieu
10 perfect
5 seizoen
11 recept
6 sticker
12 redelijk
IN
1 afval
N
c Duid de moeilijkheden in de woorden aan.
d Welk woord past bij de beschrijving? Vul aan. 2 elke dag
c
VA
1 grote vuilnisbak
d g
4 zonder fouten
p
5 lente, zomer, herfst of winter
s
6 vuilnis
a
©
3 voldoende
e Vul de ontbrekende woorden in. Kies een woord uit oefening b. 1
Ik heb 35 op 50 voor mijn herhalingstoets. Dat is
goed.
2
Wij verplaatsen ons zo vaak mogelijk met de fiets. Dat is beter voor het .
3
Op onze auto kleeft nog steeds een
4
Na de les L.O. heb ik helemaal geen
5
Cakebeslag is een
6
Mijn mama heeft een heerlijk
met ‘Baby aan boord’. meer.
van bloem, boter, eieren en suiker. voor balletjes in tomatensaus.
LES 5 | Spel- en woordweb
457
5.2
Woordweb Je begrijpt de woorden uit het woordweb.
Reeks 1 a Lees de woorden en de voorbeeldzinnen. De verpleegster komt dagelijks langs om de wonde te behandelen.
behandelen
2
terechtkomen Hopelijk zal ik volgend jaar in een even fijne klas terechtkomen.
3
behoorlijk
Vrijdag hebben we een toets. Ik heb al behoorlijk veel gestudeerd.
4
opleveren
Syra studeert goed. Dat zal haar goede punten en veel complimentjes opleveren.
5
het aanbod
Tegenwoordig is er in elke supermarkt een ruim aanbod aan groenten en fruit.
6
lokaal
Voor de operatie aan mijn teen werd ik enkel lokaal verdoofd.
IN
1
N
b Zet de woorden naast de juiste uitleg.
= wat beschikbaar is
2
= verzorgen, bespreken
3 4 5 6
VA
1
= zoals het hoort = plaatselijk
= voortbrengen, opbrengen = op de plaats van bestemming komen
Š
Reeks 2 c Lees de woorden en de voorbeeldzinnen.
458
1
betrekken
De leraar Nederlands wil iedereen bij de les betrekken.
2
dergelijk
Ik ben gek op frietjes, hamburgers en ijsjes. Jammer genoeg is dergelijk eten niet gezond.
3
de gelegenheid
In onze klas zijn drie leerlingen tegelijk jarig. Dat is een goede gelegenheid om een feestje te bouwen.
4
integendeel
Ik hou echt niet van hamsters. Integendeel, ik vind het eigenlijk vieze beestjes.
5
merken
We merken dat de muren van de speelplaats geschilderd zijn.
6
zorgvuldig
Was zorgvuldig je handen, voor je eten klaarmaakt.
THEMA 12 | Aan tafel!
d Vervang de vetgedrukte woorden door een van de woorden uit oefening c. Ananassen, mango’s, watermeloenen en papaja’s komen uit verre landen. Zulk fruit noemt men exotisch fruit.
2
Mijn rapport was niet slecht. Het was net andersom, ik had 87 %.
3
We zien niet dat Emma veel problemen heeft. Ze is altijd zo opgewekt.
4
Soraya schrijft met heel veel aandacht alle oplossingen van het bord over.
5
De les was tien minuten te vroeg gedaan. De leerkracht maakte van de situatie gebruik om de toetsen uit te delen.
6
De leraar godsdienst probeert om de actualiteit zo veel mogelijk bij zijn lessen te halen.
IN
1
e Vul de zinnen aan met het juiste woord. Gebruik de woorden uit oefening a en c.
Dat spuitje doet geen pijn. Je zult er niets van
.
2
We hebben met onze spaghettiavond ingezameld.
3
Riki doet zijn best om de nieuwe leerling bij de klas te
4
Je hoeft geen appels uit Nieuw-Zeeland te kopen. Je kunt er beter bij een bedrijf halen.
5
Sluit de pot verf
6
Elke dag je lessen herhalen zal je zeker goede punten
7
Eli brengt regelmatig bloemen of pralines voor zijn mama mee. Met geschenken is mama altijd heel blij.
8
Bij ons in de bib hebben ze een groot Nederlandstalige films.
9
Je moet je best doen om iedereen met respect te
N
1
©
VA
wat geld
.
af. Alleen zo kan er geen verf uit lekken. .
aan .
10 Ik hou niet van The Simpsons. , ik vind het verschrikkelijk om naar dat programma te kijken. 11 Geef je taak maar in het leraarslokaal af. Daar zorgt wel iemand dat ze bij mij zal . 12 Mijn beste vriendin en ik gaan volgend weekend een hele dag shoppen. Het wordt een om nog eens goed bij te kletsen.
LES 5 | Spel- en woordweb
459
keuzegedeelte Keuzeles 1 9
Maak tijd voor het ontbijt
Je kunt informatie uit een tekst halen. Je kunt de informatie uit een tekst en een tv-programma met elkaar vergelijken. Je kunt informatie beoordelen. Bekijk de buitenkant van de tekst. Lees de titels en de tussentitels. Bekijk de afbeeldingen. Wat zie je? Wat zeggen de titel, de tussentitels, de afbeeldingen over de inhoud van de tekst?
- Waarom lees je deze tekst (tekstdoel)? De tekst wil ‌ je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. je ontroeren.
VA
N
IN
a
- Lees het vetgedrukte deel van de tekst (inleiding). Wat is de functie van de inleiding? De lezer nieuwsgierig maken. Een aantal vragen over de inhoud van de tekst stellen. Vertellen waarover de tekst zal gaan.
Š
b Wat eet jij als ontbijt? Waarom is het volgens jou belangrijk om een goed ontbijt te eten? c Lees de tekst.
EEN GEZOND ONTBIJT: DE DO'S AND DONT'S Het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag. Dat hoor je overal. De ene kiest voor volkorenbrood met beleg. Volgens de andere bevat brood te veel suikers. Hoe begin je de dag nu echt gezond? Voedingsexperte1 Katty Uytersprot legt het ons uit.
460
THEMA 12 | Aan tafel!
Een eerste belangrijke regel is: ontbijt binnen een uur na het opstaan. Door te ontbijten, geef je je organen energie. Mensen die niet ontbijten, hebben meestal geen honger tijdens de voormiddag. Dat is omdat alle organen veel trager werken. Als je geen ontbijt eet, ben je sneller moe. Je zult ook niet voldoende energie hebben om je te concentreren. Sla het ontbijt dus nooit over!
De ideale ochtendmaaltijd
Ontbijtgranen en fruit
N
IN
Maar waaruit bestaat de ideale ochtendmaaltijd? Wat je 's morgens echt nodig hebt, zijn complexe koolhydraten2. Die vind je in graanproducten. In België eten we vooral brood. Dat kun je ook door muesli of havermout vervangen. Volgens de voedingsexperte bevat brood niet te veel suikers. Complexe koolhydraten kun je met een parelketting vergelijken. Elk pareltje is een bolletje suiker. Telkens als er een schakeltje afgebroken wordt, komt er wat suiker in het bloed. In bruin brood zitten vezels3. Die zorgen ervoor dat suiker trager in de bloedbaan terechtkomt. Wit brood is minder gezond. Het bevat geen vezels. De suikers worden daardoor snel in het bloed opgenomen. Een bruine boterham is dus de beste keuze.
©
VA
Je moet wel oppassen met ontbijtgranen4. Ze zijn zeker niet slecht, maar je mag er niet te veel van eten. Ze bevatten namelijk veel suiker. Een stukje fruit ’s ochtends is altijd een goed idee. Let wel op: in fruit zitten enkelvoudige suikers. Granen bij het ontbijt blijven dus onmisbaar. Eet nooit enkel fruit als ontbijt.
Spek en eieren
Maar wat dan met ons uitgebreide zondagse ontbijt? Broodjes, croissants, spek met eieren, fruitsap, de geur van verse koffie … Die producten zijn niet echt gezond. Toch kan het een keer per week geen kwaad. Geniet wel met mate. 1 voedingsexperte: iemand die heel veel weet over voeding en er studies over gedaan heeft 2 koolhydraten: een voedingsstof die energie geeft 3 vezels: een voedingsstof die niet verteerd wordt, maar die wel heel belangrijk is 4 ontbijtgranen: graanvlokken die je eet met melk, zoals cornflakes
Naar: www. demorgen.be
d Markeer in de tekst vier tips voor een gezond ontbijt.
KEUZELES 1
461
Bekijk de covers. 1 Ken jij enkele van deze boeken? 2 Waarover gaan ze? 3 Ken je nog andere voorbeelden?
f Bekijk het filmpje van Pascale Naessens. 2 Wat zijn de ingrediĂŤnten?
N
1 Wat maakt Pascale klaar?
IN
e
1 2 3 4
VA
g Bekijk het filmpje een tweede keer. Noteer vier ontbijttips van Pascale Naessens.
Š
h Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen het advies in de tekst en het advies in het filmpje? Noteer ze. tekst
i
462
Beoordeel de informatie. 1 Wat zijn volgens jou de beste tips? 2 Welk soort ontbijt lijkt jou het lekkerste? 3 Wat is het makkelijkst om klaar te maken? 4 Hoe kun je te weten komen wie gelijk heeft?
THEMA 12 | Aan tafel!
filmpje
Keuzeles 2
Op restaurant
Je kunt informatie op het internet opzoeken. Je kunt informatie correct in een schema overnemen. Je kunt je resultaat beoordelen. O V VOOR U R
Italiaans restaurant
Grieks restaurant
Chinees restaurant
Mexicaans restaurant
Marokkaans restaurant
IN
In welke restaurants heb jij al een keer gegeten? Zet een kruisje.
ander:
Turks restaurant
Thais restaurant Japans restaurant
VA
Lees de fiche. Welke andere gerechten zijn volgens jou typisch Belgisch?
Naam
Š
O V U R
N
Welk gerecht heb je toen gekozen?
Soort restaurant Adres
Dit zou ik bestellen Prijs
Belangrijkste ingrediĂŤnten
Restaurant De Graslei Belgisch Graslei 7, 9000 Gent ssaus,krieken en Vers gehaktbrood met vlee aardappelpuree 15,30 euro , aardappelen, gehakt, uien, broodkruim boter, kruiden, krieken
Foto
KEUZELES 2
463
O V TIJDENS U R - Maak een soortgelijke fiche. Je mag geen Belgisch restaurant kiezen. - Zoek de gegevens op het internet op. - Kies een passende foto. - Schrijf een hoofdletter, waar nodig. - Controleer de spelling van de woorden.
tips
Naam
IN
Soort restaurant Adres Dit zou ik bestellen Belangrijkste ingrediĂŤnten
Š
VA
Foto
N
Prijs
O V NA U R Beoordeel je werk.
464
evaluatie
1
Ik heb de fiche volledig ingevuld.
ja
nee
2
Ik zorgde voor een passende foto.
ja
nee
3
Ik schreef een hoofdletter, waar nodig.
ja
nee
4
Ik controleerde de spelling van de woorden.
ja
nee
THEMA 12 | Aan tafel!
Keuzeles 3
Picknick
Je kunt aan een groepsgesprek deelnemen. Je kunt een activiteit plannen. Je kunt je plan aan de klas voorstellen. Je kunt je resultaat beoordelen. O V VOOR U R
1 2 3 4
N
- Vorm groepjes. - Lees de spreektips. Toon respect voor elkaar. Laat elkaar uitspreken. Betrek ieder groepslid bij het gesprek. Stoor andere groepjes niet.
tips
VA
O V U R
IN
Tijdens deze les zullen jullie een picknick voor de hele klas voorbereiden. Wie ging ooit al eens picknicken? Wat hoort bij een picknick? Wat is een goede gelegenheid om een picknick te organiseren?
Š
O V TIJDENS U R a Beantwoord de vragen.
1 Wanneer wil je gaan picknicken?
2 Waar wil je gaan picknicken? 3 Aan wie moet je de toestemming vragen om de picknick te mogen organiseren? 4 Schrijf op een apart blad wat je zult zeggen. Oefen met je groepsgenoten.
KEUZELES 3
›
465
5 Wat staat er op het menu? Kies 3 gerechten en een drankje. Vul de tabel met de nodige informatie aan. Doe zoals in het voorbeeld. Welke ingrediĂŤnten breng ik mee?
Welk eetgerei breng ik daarvoor mee?
Wie brengt het mee?
hardgekookte eitjes
- gekookte eitjes - peper - zout
- een doosje om de eitjes in te vervoeren - een bakje voor de eierschalen - servetjes
Sarah
Š
VA
N
IN
Gerecht of drank
6 Welk extra materiaal heb je nog nodig? 7 Markeer wat jij moet meebrengen.
466
THEMA 12 | Aan tafel!
b Het groepje stelt het plan aan de klas voor. Bereid de presentatie samen voor. Spreek duidelijk af wie wat moet zeggen. 1
Dit moet zeker in de presentatie aan bod komen: - waar en wanneer je wilt gaan picknicken; - aan wie je toestemming zult vragen; - welke gerechten en dranken er op het menu staan; - wat jullie allemaal zullen meebrengen.
2 Toon aan de klas hoe je toestemming zult vragen. 3 Stel je plan met behulp van een PowerPoint of een collage visueel voor.
tips
IN
Gebruik standaardtaal. Spreek luid genoeg. Articuleer duidelijk. Verzorg je houding. Kijk je publiek aan. Begroet je klasgenoten en je leraar voor je begint. Sluit de presentatie met een goede zin af.
N
1 2 3 4 5 6
VA
O V NA U R
evaluatie
1 Hoe verliep het groepsgesprek? Kruis aan.
altijd
meestal
soms
niet
- Ik liet anderen uitspreken.
altijd
meestal
soms
niet
- Ik was betrokken bij het gesprek.
altijd
meestal
soms
niet
Š
- Ik toonde respect voor de anderen.
2 Wat zul je de volgende keer anders aanpakken?
3 Hoe verliep de presentatie? Kruis aan. - Ik gebruikte standaardtaal.
altijd
meestal
soms
niet
- Ik sprak luid genoeg.
altijd
meestal
soms
niet
- Ik articuleerde duidelijk.
altijd
meestal
soms
niet
- Ik had een goede houding.
altijd
meestal
soms
niet
- Ik keek het publiek aan.
altijd
meestal
soms
niet
4 Welk groepje gaf de beste presentatie? Waarom?
KEUZELES 3
467
Oefenen maar! 1
Samenstellingen
Duid hier jouw kleur aan:
Les 3 Stel een heerlijke lunch samen
a Lees het gedicht.
De rammenas kwam en toen, helaas, wilde de koning pindakaas en toen de pindakaas er kwam wilde hij enkel een boterham. Maar, zei hij met bulderende stem, ik wil op die boterham bosbessenjam. En toen de bosbessenjam er stond wilde hij liever een suikerklont en toen de suikerklont kwam, zei hij: Nu wil ik toch liever frambozengelei en toen wou hij muisjes en toen wou hij pasta en toen zei de koningin eindelijk: Basta!
N
Maar Knelia! zei de koning al tegen de koningin, kijk hier op dit potje staat honing en er zit geen honing meer in! De koningin zat te beven en vroeg aan de keukenmeid: Och wil je wat honing geven voor Zijne Majesteit? Maar toen de Koning de honing zag toen wou hij toch maar liever hagelslag.
IN
Naam:
Waar de koning trek in had
Nummer:
VA
Š
Klas:
Hij greep naar de hagelslagtrommel en zei tot de koningin Wat is dit nu weer voor den drommel, er zit geen hagelslag in! De koningin zat te beven en vroeg aan de keukenmeid: Och, wil je wat hagelslag geven voor zijne Majesteit? Maar toen de hagelslag er was, toen wilde de koning rammenas.
En zo ging zijne Majesteit De straat op zonder zijn ontbijt. Daar stond hij te huilen en wie kwam daar an? De ijscoman, de ijscoman! Toen at de koning een liter ijs vlak voor het koninklijk paleis. Joehoe, riep de koning, Knelia, schat, Dit was nu waar ik trek in had.
Uit: Annie M.G. Schmidt, Ziezo
De gemarkeerde woorden zijn samenstellingen. Ze bestaan uit twee of meer bestaande woorden. Met welke woorden zijn de samenstellingen opgebouwd? Datum: 468
keukenmeid
+
hagelslagtrommel
+
pindakaas
+
bosbessenjam
+
THEMA 12 | Aan tafel!
+ +
suikerklont
+
frambozengelei
+
ijscoman
+
b Markeer de samenstellingen. kasteel
werkboek
portefeuille
computermuis
plakband
drinkbeker
telefoon
meetlat
paddenstoel
abrikoos
spaghetti
rozenblaadje
dagboek
tussenletter -s
perenboom
Klas:
VA
N
stationsplein
tussenletters -en
Nummer:
geen tussenletter
IN
handschoen – moppenboek – stadsdichter – colablik – bloemengeur – keukenschort – meisjesfiets – boekenkast – ovenschotel – parkeerplaats – aardbeienjam – levensverhaal – varkensmest – pennenzak
Datum:
c Noteer de samenstellingen in de juiste kolom.
©
d Bekijk de afbeelding. Vul de juiste medeklinkers in.
tafe
prietjes
koffe
uimte
loo
aken
moto
ijder
me
OEFENEN MAAR!
lank
cherp
Naam:
gra
469
e Vul de zinnen met een samenstelling aan. Gebruik de gegeven woorden. 1 Wij eten elke zondagochtend pan+koeken. 2 Ik lust mijn boterham het liefst met zelfgemaakte pruim+confituur. 3 Mijn vader is dol op tomatensoep met brood+korstjes. 4 Elias keek niet uit en liep met zijn neus tegen een verkeer+bord. 5 Leen jij wel eens een boek uit de school+bibliotheek? Naam:
f Zeg het met één woord. 1 het sap van een ananas 2 lak voor je nagels
IN
3 een sculptuur van ijs 4 zo wit als sneeuw 5 de melding dat er een bom is
N
6 een doos voor brood
kok meng choco Klas:
paprika
pasta
beleg mes
chips kom
Nummer:
©
boterham
VA
g Maak samenstellingen. Combineer een woord uit de eerste kolom met een woord uit de tweede kolom.
h Vul in elke kolom hetzelfde woord in. Je krijgt telkens een andere samenstelling. stok
prijs
boom
salon
winner
flap
laars
school
moes
Datum: 470
THEMA 12 | Aan tafel!
i Maak samenstellingen die uit drie delen bestaan. Combineer een woord uit de eerste kolom met een woord uit de tweede en derde kolom. zon
vlees
tartaar
rund
sterren
deeg
pan
bloem
oven
vijf
koek
restaurant
micro
golf
pitten
muizen
scherm
water
kraantjes
N
Spelling en woordenschat
groente zadel
Klas:
2
kledij
VA
race
Nummer:
overval
winter groente
bed
Datum:
zonne
IN
j Zoek het juiste woord. Het tweede deel van het eerste woord is het eerste deel van het tweede woord. voorbeeld:
Les 5 Spel- en woordweb
Š
2.1 Spelweb
a Schrijf de woorden zonder fouten over.
7 dagelijks
2 container
8 genoeg
3 energie
9 mengsel
4 milieu
10 perfect
5 seizoen
11 recept
6 sticker
12 redelijk
Naam:
1 afval
OEFENEN MAAR!
471
b In elk bord zitten drie woorden verstopt. Puzzel ze weer in elkaar. Schrijf de woorden volledig over onder elk bord.
meng noeg
e
stick
er
gie
ner mi
ge
eu li
IN
Naam:
sel
cept
re
N
c Vervang de vetgedrukte woorden door een woord uit opdracht a. De eerste letter staat er al.
2 Wat is jouw favoriete jaargetijde? Zomer, lente, herfst of winter?
s
3 Je hebt deze oefening zonder fouten gemaakt.
p
4 Twee keer per week haalt de vuilkar al het vuilnis op.
a
5 Er was vandaag vrij veel volk in de winkelstraat .
r
6 Mijn vader kijkt elke dag naar het journaal.
d
VA
c
Nummer:
Š
Klas:
1 De bouwvakkers gooien al het afval in een grote vuilnisbak.
Datum: 472
THEMA 12 | Aan tafel!
d Lees de woorden aandachtig. maïs – populair – stagiair – fair – container – affaire – traiteur – paintball – cocktail – trainer – e-mail – militair – detail – documentaire – plaid – medaille – rail – mayonaise
Datum: Nummer: Naam:
©
Klas:
VA
N
IN
e Wat stellen de foto's voor? Schrijf het juiste woord uit oefening d onder elke foto.
OEFENEN MAAR!
473
f Vul het ontbrekende woord uit oefening d in. Je krijgt de eerste letter al. Let goed op het
in dit filmpje!
d
2
Keek je naar de
over Planckendael?
d
3
Welke
mag ik in mijn inbox wissen?
e
4
Wie is het meest
5
Hij begon een
6
Probeerde jij al
7
Dronk jij al eens een
8
Kijkt je trainer of jullie
9
Ik zal vanavond onder mijn
10 Hoe deed de
? Jij of je vriendin? met zijn buurvrouw.
a
brood te bakken?
m
?
c spelen?
f
in de zetel kruipen.
het in jullie klas?
g Bekijk de woorden in de woordenwolk.
zorg
broodbeleg vijg hotdog brug gevolg omlaag traag omhoog voertuig feestdag dwerg haag uitslag zaag botweg
Nummer:
Š
Klas:
VA
Welk woord uit de woordenwolk past bij de afbeelding?
Datum: 474
p s
N
p
IN
Naam:
1
THEMA 12 | Aan tafel!
h Vul de zin aan met een woord uit de woordenwolk. 1
De raket schoot aan een razend tempo o
2
Kerstmis is mijn favoriete f
3
Enia werd een dag geschorst als g
4
Mama stuurde me snel naar de slager om b
5
Heb je de u
6
Ik werk nogal t mijn toetsen.
.
. van haar brutale gedrag. .
van je test al? . Daardoor ben ik vaak niet op tijd klaar met
2.2 Woordweb
behoorlijk
de gelegenheid
opleveren
lokaal
terechtkomen
merken
zorgvuldig Nummer:
dergelijk
integendeel
a Combineer de zinnen met het passende woord.
VA
1 Ze zeggen dat een kat altijd op haar pootjes kan
a aanbod
. (landen)
2 Ik heb me gesneden tijdens de kookles en dat doet (redelijk veel)
b behandelen
pijn.
3 We hopen dat de vastenactie dit jaar veel geld zal (opbrengen)
c behoorlijk
.
4 Koop fair trade-producten in de Wereldwinkel. Zo steun je de boeren. (plaatselijke, uit de buurt)
Klas:
behandelen
IN
betrekken
N
het aanbod
Datum:
Lees de woorden uit thema 11 en 12:
Š
d lokale
5 Ik ben het niet eens met de manier waarop Teo en Jozefien e opleveren andere leerlingen . Ze lachen iedereen uit die een fout maakt. (ermee omgaan)
1
2
f terechtkomen
aan jeugdromans.
3
4
5
6
Naam:
6 Deze boekhandel heeft een mooi (wat beschikbaar is)
OEFENEN MAAR!
475
b Combineer de zinnen met het passende woord. 1 Ik liet niet
dat ik heel boos was. (zien, opvallen)
a betrekken
2 Ik help mijn ouders geregeld met de afwas of het werk in de tuin. Dankzij klusjes krijg ik wat extra zakgeld. (zo'n)
b dergelijke
3 Bewaar je toetsen en taken , want op het einde van het schooljaar moet je ze weer inleveren. (met zorg)
c gelegenheid
4 Hoeveel leerlingen kunnen we bij die actie ze meedoen)
d integendeel
? (zorgen dat
e merken
6 Haal jij even de perforator op het secretariaat? Je mag van de gebruikmaken om je afwezigheidsbriefje af te geven. (kans, het geschikte moment)
f zorgvuldig
1
2
3
4
N
c Welk woord past in de twee zinnen? 1
Farah koopt kleding van dure Zonder dat de leraar het kon
2
Tegenwoordig hebben ze in de winkels een groot aan bio-producten. Mijn tante deed me een dat ik niet kon weigeren: ik krijg 15 euro telkens ik haar auto was.
3
Mijn ouders vinden het belangrijk om iedereen met respect te . Wat is de beste manier om hoofdpijn te ?
VA
. , sloop Evan de klas uit.
Nummer:
Š
Klas:
4
Door de onweerswolken zal de hemel snel . De directeur probeert zo veel mogelijk leerlingen bij de leerlingenraad te .
5
Wie wil wat posters meebrengen om het De verdoving van de tandarts werkt enkel
Datum: 476
THEMA 12 | Aan tafel!
IN
Naam:
5 Freddy loopt niet te koop met zijn tekentalent. , bijna niemand weet hoe goed hij kan tekenen. (het is net omgekeerd)
op te vrolijken? .
5
6
Zelftoets thema 11 en 12 1
Dubbele punt, komma's en aanhalingstekens Thema 11 les 3 De opwarming
/20
a Vul in de tekst zeven komma's en vier dubbele punten aan.
/ 11
Peter is veganist hij eet geen vlees vis melk eieren of kaas. Soms zien vrienden het niet zitten om veganistisch te koken. Dan neemt hij zijn eigen eten mee.
N
Peter zijn vrouw en zijn kinderen gebruiken geen zeep shampoo of badschuim. Ze dachten hoe meer je je haar wast hoe vettiger het wordt en hoe meer je het moet wassen. Iedereen denkt gewoon dat we die producten nodig hebben. Naar: Wablieft
VA
b Vul komma’s aan waar nodig. / 5
Nummer:
IN
Datum:
Hij reist met de fiets met de trein of te voet. Peter koopt duurzaam speelgoed geen plastic maar van hout gemaakt Plastic is niet duurzaam het is gemaakt van olie.
1 Wij zijn op zoek naar een speciale koffiemolen maar die is niet te vinden. Klas:
2 Ieder jaar gaan we zelfs naar de rommelmarkt in Hasselt want we zijn daar dan op vakantie in de buurt. 3 Wij zouden overal naar de kringloopwinkel gaan maar het is te slecht weer.
Š
4 Deze zomer gaan we naar Frankrijk want papa wil daar naar een tweedehandsbeurs. 5 Wat oma niet wil wil opa ook niet. c Vul dubbele punten en aanhalingstekens aan.
/4
1 De buren riepen We hebben hem eindelijk gevonden! 2 Wij riepen Wat dan? 3 Ze schreeuwden De autosleutel! 4 Hun zoontje vroeg Op naar de speelgoedwinkel dan?
Naam:
5 Ze zei dat je een mooi paard hebt.
THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS
477
2
Werkwoorden
Thema 11 les 4 Was het vroeger beter?
/10
Vul de persoonsvorm in het verleden in. werkwoord
zin
in het verleden
eten
jij al eens sprinkhanen?
2
helpen
jullie je oma met haar aankopen?
3
krimpen
je jas toen je hem verkeerd waste?
4
rijden
Jij
5
schrikken
Wij
toen de leider van achter de boom sprong.
6
stelen
Hij
de auto om in te breken.
7
verdwijnen
Hoe
je potlood nu weer?
8
vliegen
Hij
al in een luchtballon.
9
zeggen
Mama
3
dat ik zakgeld zou krijgen.
Joren en ik
Verkleinwoorden
IN
10 zwemmen
wel heel dicht bij die auto, hoor!
in de Middellandse Zee.
N
Naam:
1
Thema 12 Les 2 Lekkere gerechtjes
/8
1 bord: 2 wortel: 3 pan:
Nummer:
Š
Klas:
4 pruim:
VA
a Geef het verkleinwoord. / 4
Datum: 478
THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS
b Lees de voorbeeldzinnen. / 4 Markeer het verkleinwoord. Noteer het nummer van de voorbeeldzin op de juiste plaats in de tabel. 1 Zeg ventje, zoek je ruzie? 2 Ik lust wel een kop tomatensoep met balletjes. 3 Hij zit in nauwe schoentjes. 4 Zusje, wil jij me even helpen? Je gebruikt een verkleinwoord
Nummer voorbeeld
om aan te duiden dat iets of iemand klein is
Nummer: Klas: Naam:
Š
VA
N
in een spreekwoord of uitdrukking
IN
om duidelijk te maken dat je boos bent of iemand minacht
Datum:
om lief te doen
THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS
479
4
Samenstellingen
Thema 12 Les 3 Stel een heerlijke lunch samen
/12
a Lees het recept. / 6 Markeer zes samenstellingen.
HAVERMOUTKOEKJES MET DADELS Verwarm de oven voor tot 175 °C. Doe 130 g havermout, 100 g bloem, 210 g lichtbruine suiker, 100 g chocoladedruppels en 125 g boter op kamertemperatuur in de kom van de keukenmachine. Snijd een vanillestok open. Haal er de zaadjes uit met de punt van een scherp mes en doe ze bij de rest van de ingrediënten. Ontpit 100 g dadels, snijd ze in stukjes en doe ze ook in de mengkom. Voeg er ten slotte een ei en een snuifje zout aan toe en meng het deeg. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Vorm balletjes ter grootte van een golfbal. Duw ze een beetje plat en zorg dat de koekjes niet te kort tegen elkaar liggen. Bak 15 tot 20 minuten in de oven. Haal de havermoutkoekjes voorzichtig met een paletmes uit de oven en laat ze koelen.
IN
Naam:
* * * * * * * *
1 het sap van een ananas
VA
2 zo wit als sneeuw
N
b Zeg het met één woord. / 6
3 een doos voor brood
4 de ruimte in een koffer
5 een schoen voor jongens
©
Klas:
6 een school voor meisjes
TOTAAL Nummer: Datum: 480
THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS
/50
IN N VA
©
THEMA 13 X-treme sporten
O V U R
LES 1
Waaghalzen - feit en mening, spreken: argumenteren
LES 2
Mijn sport is top! - woordenschatstrategieën
LES 3
Wat een kick! - woordverklaring
LES 4
Tot het uiterste - kijken en luisteren, genietend lezen
LES 5
Afgeleid? - afleidingen
KEUZELES 1
De ultieme kick - genietend lezen
KEUZELES 2
Sportspellen - synoniemen, woordenschat i.v.m. sport
KEUZELES 3
Werkwoordenladder - het verleden
OEFENEN
MAAR!
LES 1 | Waaghalzen
481
Les 1
Waaghalzen Je kent het verschil tussen een feit en een mening. Je kunt je mening over een aantal stellingen geven. Je respecteert de mening van je klasgenoten.
1.1
Springend stunten
a Bekijk de foto. - Duid de juiste uitspraken aan.
IN
De sportman draagt zwarte kleding. Hij doet stunts op een motor. Er is publiek aanwezig. De atleet sport binnen.
N
Hij draagt een helm. De sportman maakt een salto.
VA
- Hoe wist je dat dit de juiste uitspraken waren?
besluit
Een feit is iets wat je kunt zien, bewijzen of controleren. Het is zoals het is. bv. De hoofdstad van België is Brussel.
©
b Lees deze getuigenissen.
Wist je dat Catherine Moerkerke (nieuwslezer bij VTM) aan kickboksen doet? Dat vind ik echt cool! Djamila
te in zo’n idio ie d s n e g . Jon gen doen in n e f e o t e outfit ball dat? chelijk is la e b e o H Arjan
482
THEMA 13 | X-treme sporten
ureur. Mijn neef is autoco elhe idsduivel. Hij is een echte sn j aan rally’s deel. Geregeld neemt hi jn om aan Je moet wel gek zi . zoiets mee te doen gevaarlijk. Ik vind dat veel te Samira
Sporten zoals snowboarden of moto rcross? Dat zijn stomme spor ten. Geef mij maar volleyb al. Marthe
Ga je akkoord met de mening van deze jongeren? Waarom wel/niet?
besluit
Een mening is wat je van iets of iemand vindt of denkt. Het is iets persoonlijks. bv. Ik vind het niet zo leuk om een toets te maken. c Geven deze zinnen een feit of een mening weer? Markeer het passende antwoord. Door het rode licht mag je niet rijden.
feit
mening
2
Bij een brand in Genk stierven twee kinderen.
feit
mening
3
Raïsa’s kamer is heel gezellig ingericht.
feit
mening
4
Die jongen kan goed gedichten voordragen.
feit
mening
5
Op de achterflap vind je informatie over de inhoud van het boek.
feit
mening
6
Meisjes zijn handiger dan jongens.
feit
mening
7
Op maandag is de school om 16.50 u. afgelopen.
feit
mening
8
Dertien jaar is te jong om te leren snowboarden.
feit
mening
N
IN
1
VA
d Feit of mening? - Markeer de zinnen die een feit weergeven met groen. - Markeer de zinnen die een mening weergeven met rood. Fast & Furious 6 Duur: 130 min. Genre: actie - misdaad - thriller
©
Dominic, Brian en hun team plannen grote overvallen in de straten van Europa. FBI-agent Luke Hobbs probeert de misdaad te voorkomen. Het budget voor Fast & Furious 6 bedroeg 150 miljoen dollar. Wat een goede film! Wat ons betreft, mag het vervolg er zo snel mogelijk komen. Maker van deze prent is James Lin. Hij kan er wat van!
Naar: www.filmtotaal.nl
LES 1 | Waaghalzen
483
1.2
Sport in stellingen
O V VOOR U R
aantal:
Hieronder vind je een aantal uitspraken in verband met sport.
een paar, enkele
Straks geef jij je mening over die uitspraken. Lees de uitspraken. Als je van mening bent dat de uitspraak juist is, kleur je het kader groen. Ga je niet akkoord, dan kleur je het kader rood.
Autocoureurs rijden ook in het gewone verkeer agressief.
N
Kickboksen is een mannensport.
IN
O V U R
VA
Gevaarlijke sporten zouden verboden moeten worden.
Š
Buitensporten zijn leuker dan sporten die je binnen kunt beoefenen.
484
THEMA 13 | X-treme sporten
Dansen is geen sport.
O V TIJDENS U R
bondig:
Je krijgt een groene en een rode kaart van je leraar. kort Hij/zij leest elke uitspraak voor. Steek de kaart die bij jouw mening past in de lucht. Geef een bondig argument waarom je voor die kaart koos.
argument:
een uitspraak waarmee je jouw mening probeert te bewijzen
Een argument kan beginnen met ‘omdat’ of ‘want’. bv. Ik vind jetskiën een leuke sport omdat ik van water en snelheid hou. Ik hou van bergklimmen, want ik ben graag in de natuur. Bungeejumpen is een gevaarlijke sport, want ik las in de krant dat er opnieuw een zwaar ongeval gebeurd is.
tips
IN
Spreek standaardtaal. Spreek voldoende luid. Laat de anderen uitspreken. Praat niet door elkaar. Vraag het woord. Respecteer elkaars mening. Neem actief deel aan het gesprek.
N
1 2 3 4 5 6
VA
O V NA U R
Vul de checklist in. Zet een kruisje in de juiste kolom.
evaluatie
CHECKLIST
©
1 Ik sprak standaardtaal. 2 Ik sprak voldoende luid. 3 Ik liet de anderen uitspreken. 4 Ik vroeg het woord. 5 Ik respecteerde de mening van anderen. 6 Ik kwam in het gesprek voldoende aan bod.
- Schrap wat niet past en vul aan. Ik vond het moeilijk / gemakkelijk om mijn eigen mening te formuleren, want
Ik heb uit deze oefening geleerd dat
LES 1 | Waaghalzen
485
Les 2
Mijn sport is top! Je kunt de betekenis van onbekende woorden achterhalen.
a Lees de tekst.
IN
Hallo! Ik doe al vier jaar aan muurklimmen. Op een klimmuur staan een heleboel grepen in allerlei kleuren. Een greep is een houvast om naar boven te klimmen. Het is de bedoeling dat je alleen grepen van dezelfde kleur gebruikt. Je klimpartner zekert of beveiligt je. Als je uitglijdt, zorgt hij of zij ervoor dat je niet kunt vallen. Ik doe deze sport dolgraag! (Lennard, 14 jaar) Naar: www.ketnet.be
VA
- een greep:
N
1 Hoe kun je de betekenis van de gekleurde woorden achterhalen? 2 Wat betekenen de gekleurde woorden? - zekeren:
3 Markeer de betekenis ook in de tekst.
Š
Je kunt de betekenis van een woord vaak in de zin terugvinden. Dan vind je de betekenis in de context. Soms vind je de uitleg in de zin ervoor of in de volgende zin.
besluit
b Markeer de betekenis van de gekleurde woorden. Mijn favoriete sport is ijshockey. Afgelopen seizoen was fantastisch. We hebben het voorbije seizoen 17 van de 18 wedstrijden gewonnen. IJshockey is een sport die met een puck wordt gespeeld. De puck is een platte, rubberen schijf die gemakkelijk een snelheid van 160 km/u. kan halen. IJshockey is een intensieve sport. De sport is zo hevig dat de spelers niet lang op het ijs blijven. Na een korte rustpauze zijn ze weer klaar om te spelen. (Manu, 12 jaar) Naar: www.ketnet.be
486
THEMA 13 | X-treme sporten
c Lees de tekst. Mountainboarden is een snel groeiende actiesport. Het is een combinatie van snowboarden, skateboarden en BMX’en. Je kunt met behulp van een klein snowboard op allerlei ondergronden rijden. Elk snowboard is van luchtbanden voorzien. Wil je het met de zeilsport combineren, dan monteren ze een mastvoet op de plank.
IN
1 Vind je de betekenis van de gekleurde woorden letterlijk in de tekst terug? 2 Hoe kun je de betekenis van de woorden ‘actiesport‘ en ‘mastvoet’ gemakkelijk achterhalen? 3 Leg uit wat de afzonderlijke delen betekenen.
Lees de volgende woorden. 1 Splits het woord in twee delen. 2 Leg elk woorddeel mondeling uit. 3 Voeg daarna de uitleg samen.
VA
d
besluit
N
Je kunt de betekenis van een woord vinden als je een of meer stukjes van het woord kent.
deel 1
startsein
©
1
deel 2
2
filmfestival
3
vuurtoren
4
stijgklem
LES 2 | Mijn sport is top!
487
e Lees de tekst.
OP ZOEK NAAR DE VOLGENDE UITDAGING OP JE MOUNTAINBIKE? De Cape Epic is misschien wel een van de zwaarste meerdaagse tochten die je met je mountainbike kan doen. Verwacht je maar aan mooie landschappen, wilde dieren en overnachten in tenten in het midden van de Afrikaanse cultuur. Van relaxen zal weinig sprake zijn.
IN
Ben je echt fan van afdalingen, dan is de Megavalanche de ideale race voor jou. Zorg wel voor warme kleding zoals een bodywarmer. Je start namelijk vanuit de sneeuw en daarna is het vol gas naar beneden. Naar: www.redbull.com
N
1 Vind je de betekenis van de gekleurde woorden letterlijk in de tekst terug? 2 Ken je al één of meer stukjes van het woord?
VA
3 Hoe kun je de betekenis achterhalen?
4 Uit welke taal zijn de gekleurde woorden afgeleid? 5 Noteer de betekenis van de gekleurde woorden. - relaxen:
©
- bodywarmer:
Sommige woorden zijn uit een andere taal (bv. Frans of Engels) afgeleid. Je kunt de betekenis van die woorden achterhalen als je weet wat ze in de oorspronkelijke taal betekenen.
488
THEMA 13 | X-treme sporten
besluit
f Lees de tekst.
MAX VERSTAPPEN SNELLER EN FITTER DAN OOIT De cockpit van een racewagen is krap. ‘Ideaal is een lengte tussen de 1m75 en 1m82’, zegt Verstappen twee weken voor de start van het formule 1-seizoen. De lichamen van coureurs als Fernando Alonso (1m71) en Sebastian Vettel (1m76) gelden als ideaal. ‘Ik adoreer het lichaam van andere coureurs niet, maar ik weet wel waarop ik moet letten. Ik let streng op mijn voeding.’
IN
Gedurende een race staan zijn armen voortdurend onder spanning. Als hij zijn armen traint, doet hij dat met lichte gewichten. Optrekken is ook een nuttige oefening. Het versterkt zijn handen. Tijdens het racen heeft hij dan een betere grip als hij zijn handen op het stuur zet. Max Verstappen is er klaar voor. Hij etaleert supervorm en talent.
N
Naar: www.volkskrant.nl
VA
1 Uit welke taal zijn deze woorden afgeleid?
2 Noteer de betekenis van de gekleurde woorden. - adoreren: - etaleren:
©
g Lees de tekst.
Mijn favoriete sport is trampolinespringen. Trampolinespringen is een discipline van gymnastiek. Op het Belgisch Kampioenschap behaalde ik goud op de dubbele minitrampoline en op synchroon trampolinespringen. Bij sommige wedstrijden zijn er welgeteld 11 juryleden die de deelnemers punten geven. De concurrentie is hard. Ottillie (14 jaar)
Naar: www.ketnet.be
discipline:
tak van de sport, onderdeel
LES 2 | Mijn sport is top!
489
1 2 3 4
Vind je de betekenis van de gekleurde woorden letterlijk in de tekst terug? Ken je al één of meer stukjes van het woord? Hoe kun je de betekenis achterhalen? Noteer de betekenis van de gekleurde woorden.
- synchroon: - concurrentie:
Raadpleeg een (digitaal) woordenboek als je de betekenis van een woord niet kent.
besluit
IN
h Zoek de betekenis van de gekleurde woorden op.
1
©
2
VA
N
Bij fitness train je op verschillende onderdelen. Dat zijn bijvoorbeeld conditie, lenigheid, kracht of snelheid. Door veel te trainen, kun je je kracht vergroten. Je spieren worden sterker door te rennen, te springen en te spelen. Hoe meer kracht je hebt, hoe beter je bij sport of gymnastiek presteert.
i Hoe vind je de betekenis van de gekleurde woorden terug? - Markeer in elke kolom ‘ja’ of ‘neen’. - Noteer de betekenis van de gekleurde woorden in de laatste kolom.
Kajakken is nauw verwant aan kanoën en raften. Je kunt kajakken dus met kanoën en raften vergelijken. Voor kajakken in wild water moet je goed geoefend zijn. Het doel is om je kajak door het wilde water van een stroomversnelling te manoeuvreren.
490
THEMA 13 | X-treme sporten
Staat het in de context?
Herken je het woord of een deel ervan?
Heb je het woord in een woordenboek opgezocht?
nauw
ja - nee
ja - nee
ja - nee
2
verwant aan
ja - nee
ja - nee
ja - nee
3
stroomversnelling
ja - nee
ja - nee
ja - nee
4
manoeuvreren
ja - nee
ja - nee
IN
1
Wat is de betekenis?
ja - nee
N
j Ga naar www.wikipedia.be. Tik deze zoekterm in: uitdrukkingen uit het sportcommentaar. Klik op de link.
VA
Combineer de uitdrukkingen met de correcte betekenis. Als je alle letters juist invult, krijg je een sportterm. een jasje uitdoen
a
gas geven
2
leeg zijn
e
in slechte vorm zijn
3
pap in de benen hebben
p
de bal niet vol kunnen raken waardoor de kracht ontbreekt
Š
1
4
een gat toe rijden
i
geen energie meer over hebben
5
met de handen erop spelen
t
een inspanning leveren
6
trappen
n
een achterstand goedmaken
7
mispeer
m een bal die in een onbedoelde richting van de voet springt
8
gekraakt schot
k
1
2
3
4
niet alles geven wat je in je hebt 5
6
7
LES 2 | Mijn sport is top!
8
491
Les 3
Wat een kick! Je kunt informatie uit een tekst halen. Je kunt de betekenis van onbekende woorden achterhalen.
a Wat weet jij over basejumpen? Waarom zou je deze sport (niet) willen uitproberen? b
Bekijk de tekst op de volgende bladzijde. - Lees de titel. - Bekijk de tussentitels. - Beantwoord de vragen.
VA
N
1 Uit hoeveel delen bestaat de tekst? 2 Wat zie je op de afbeelding? 3 Wat is het tekstdoel? De tekst wil ‌ je over iets informeren. je van iets overtuigen. je ontspannen. gevoelens opwekken.
IN
9
c Lees de tekst op de volgende bladzijde. d Wat betekenen deze woorden? - Markeer de betekenis in de tekst. - Schrijf de betekenis op. 1 koepel:
Š
2 riskeren: 3 object:
e Wat betekenen de vetgedrukte woorden in deze zinnen? Noteer. 1 Basejumpers kicken op de nabijheid van de grond. 2 Ze beoefenen hun sport in de fjorden van Noorwegen. 3 Basejumpers moeten in een spiraal springen.
492
THEMA 13 | X-treme sporten
Extreem skydiven ‘‘
Ben je in extreme sporten geïnteresseerd? Dan is basejumpen iets voor jou! Basejumpen is parachutespringen vanaf een vast punt. ‘Base’ staat voor building (gebouw), antenna (paal), span (brug) en earth (aarde).
IN
Een parachute
VA
Klim en spring
N
Bij skydiven spring je uit een vliegtuig of een helikopter. Je hebt altijd twee parachutes: een gewone parachute en een reservekoepel. Basejumpen is gevaarlijker dan skydiven. Basejumpers springen met één parachute. Ze hebben geen reserveparachute, omdat ze geen tijd hebben om die te openen. Basejumpers riskeren om te botsen tegen het object waarvan ze springen. Hebben ze pech, dan keert hun parachute om. Op die manier lopen ze de kans dat ze recht tegen de rots, toren of mast vliegen.
Basejumpers kicken op de nabijheid van de grond. Het beklimmen van het voorwerp waarvan ze zullen springen, is een goede opwarming. De Oostenrijker Felix Baumgartner sprong van het Christusbeeld in Brazilië. Het beeld is 38 meter hoog. Hij moest eerst op een berg klimmen die ruim 700 meter hoog is. Basejumpers beoefenen hun sport vaak in een prachtige omgeving, zoals in de bergen van Zwitserland of de fjorden in Noorwegen.
©
Ondergronds skydiven In een grot in Mexico kunnen skydivers onder de grond springen. De put is 360 meter diep. De grot heet ‘Sótano de la Golondrinas’ (Put van de Zwaluwen), omdat er 80 000 vogels in wonen. Meer dan 130 mensen deden er al aan skydiven. Het is niets voor bangeriken! Skydivers moeten in een spiraal springen om niet tegen de wanden van de grot te botsen. Zou jij zulke sprongen willen kopiëren? Of blijf je liever met beide voeten op de grond?
Naar: Lesley Gale, Skydiven
LES 3 | Wat een kick!
493
f Beantwoord deze vragen met een volledige zin. 1 Wat is het verschil tussen skydiven en basejumpen? 2 Geef twee redenen waarom basejumpen gevaarlijker is dan skydiven. - -
IN
3 Wat is een goede opwarming voor de sprong?
4 Waar kunnen basejumpers onder de grond springen?
N
Š
VA
5 Waarom is het gevaarlijk om in die put te springen?
(Tatiana Kovaleva / Shutterstock.com)
494
THEMA 13 | X-treme sporten
Les 4
Tot het uiterste Je kunt informatie uit een gesproken boodschap halen. Je kunt informatie uit beelden halen. Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.
4.1
Stoppen is geen optie
optie:
keuze, mogelijkheid
O V VOOR U R
Op welke zender wordt deze reeks uitgezonden? Wat is de titel van de reeks? Welk soort programma is dit? Is dit programma fictie of non-fictie? Wat weet jij al over bergklimmen? Wat denk je te weten te komen tijdens het bekijken van het filmpje? Wat is het luisterdoel? Je kijkt en luistert om ‌
Š
1 2 3 4 5 6 7
VA
N
IN
Je luistert en kijkt straks naar een reportage over bergklimmen. Bekijk de afbeelding en beantwoord de vragen mondeling.
O V U R
informatie te krijgen.
instructies te krijgen.
een mening te vormen.
1 Lees eerst de vragen, zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Kijk en luister aandachtig.
LES 4 | Tot het uiterste
495
O V TIJDENS U R a Bekijk de reportage een eerste keer. Vul de tabel in. 1
Wie kwam in de reportage aan bod?
2
Welke sport beoefent hij nu?
3
Wat is er gebeurd?
b Bekijk de reportage een tweede keer. Beantwoord ondertussen de vragen.
IN
1 Vergelijk rotsklimmen met alpinisme. rotsklimmen hoogte van de wanden weer
VA
Hoeveel tijd nodig om te klimmen?
N
plaats
alpinisme
2 Waar verloor Sam zijn klimpartner?
©
3 Juist of fout? Zet een kruisje in de juiste kolom. Is het fout, schrijf dan het juiste antwoord op. In 2009 verloor Sam drie klimpartners in Peru. Sam begon zes jaar geleden met rotsklimmen.
4 Wat bedoelt Sam met de uitspraak ‘stoppen is geen optie’? c Bespreek je antwoorden met je buur.
496
THEMA 13 | X-treme sporten
juist
fout
O V NA U R Vul het evaluatiekader in.
1 Kon je alles invullen, toen je met je buur mocht overleggen? 2 Welke score behaalde je?
/15
3 Wat vind je van dat resultaat?
heel goed
goed
ja
voldoende
evaluatie nee
niet goed
4 Wat lukte goed? 5 Wat lukte minder goed?
4.2
Expeditie Mount Everest
IN
Sammi is samen met een aantal andere jonge klimmers naar Azië gereisd. Ze willen er de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld beklimmen. De Nepalees Babu Pemba begeleidt de zwarte tocht. 1
‘Het is twee uur,’ zei Babu voorzichtig. ‘We gaan naar beneden.’ ‘Nee!’ Ze hees zichzelf omhoog en verschoof de stijgklem naar boven. Het was een explosie1 van energie, een bovenmenselijke inspanning, alles wat ze in zich had. Ze kwam er maar liefst 20 centimeter verder mee. De top lag nog 300 meter hoger. ‘We zitten nog minstens 5 uur van de top,’ legde Babu geduldig uit. ‘Dat wil zeggen, als het weer blijft zoals het is.’ Hij staarde naar het zuiden. Links van de top van de Lhotse, die nu onder hen lag, was de top van de Ama Dablam gehuld2 in bewolking die er die ochtend nog niet was geweest.
©
VA
b Lees het fragment.
N
a Bekijk de cover van het jeugdboek ‘Expeditie Mount Everest’. 1 Wat zie je? 2 Waarover zal het verhaal volgens jou gaan?
5
10
1
een explosie = een ontploffing, een uitbarsting | 2 gehuld in = omgeven door
LES 4 | Tot het uiterste
497
30
35
IN
25
N
20
VA
15
‘Die wolken staan me niet aan.’ ‘Vijf uur is niets hierboven!’ protesteerde Sammi. ‘Je doet er vijf uur over om een liter water te smelten! Dat halen we gemakkelijk!’ ‘We halen het wel naar boven,’ knikte Babu, ‘maar niet naar beneden. Niet in het donker. We keren om.’ Sammi was woedend. ‘We hebben toch geen 14 000 kilometer gereisd en 8 500 meter geklommen om daarna gewoon om te draaien!’ ‘Dat hebben we dus wél,’ sprak Babu haar tegen. ‘Ik ben met zeventien expedities3 mee geweest; ik heb negen keer de top gehaald. Wat denk je dat er die andere keren gebeurd is? Toen ben ik ook teruggekeerd.’ ‘Tilt heeft het wél gehaald,’ zei ze uitdagend4. ‘Tilt heeft geluk gehad. Hij heeft nergens vertraging opgelopen. En Cap dan? Zijn poging is nog voor het Balkon geëindigd. Maakt dat hem soms een waardeloze klimmer? Sammi, je bent goed genoeg om deze berg te bedwingen. Maar soms komt er iets tussen.’ ‘Bij mij niet!’ riep ze bits5. ‘Als ik iets doe, doe ik het extreem. Ik ga altijd tot het uiterste.’ ‘Hier niet,’ zei Babu vastbesloten. ‘Op de Everest kan je maar één ding overkomen dat echt extreem is: een extreme dood. Ik weet het niet, misschien is het mogelijk om ’s avonds de top te bereiken en in het donker helemaal naar beneden te klimmen. Maar ik zal er nooit achter komen, omdat het me mijn leven zou kunnen kosten. En dat heb ik er niet voor over. En jij moet nu beslissen of jij dat er wél voor over hebt.’ een expeditie = een reis die mensen ondernemen om iets te ontdekken of te veroveren uitdagen = iets zeggen om een reactie bij iemand uit te lokken 5 bits = kortaf, onvriendelijk 3 4
©
Uit: Gordon Korman, Expeditie Mount Everest
c Beantwoord de vragen mondeling. 1 Wie zijn de hoofdpersonages in dit fragment? 2 Waarom is Sammi kwaad? 3 Wie heeft de top wel gehaald? 4 Welke keuze heeft Sammi? 5 Wat denk je dat Sammi zal beslissen? 6 Wil jij graag leren bergklimmen? Waarom wel/niet? 7 Is bergklimmen een sport voor meisjes? Waarom wel/niet?
498
THEMA 13 | X-treme sporten
bereiken: halen, komen tot
Les 5
Afgeleid? Je herkent afleidingen. Je kunt de betekenis van afleidingen vinden. Je kunt afleidingen vormen.
a Lees de tekst.
ZIJN EXTREME SPORTEN RISKANT?
VA
N
IN
Atleten die een gevaarlijke sport beoefenen, worden vaak beschouwd als mensen die de dood willen uitdagen. Het is waar dat hun video’s op YouTube indruk maken en gevaar tonen, maar op een scherm ziet het er super gemakkelijk uit en dus ook veilig. Je zou vergeten dat deze atleten professionals zijn en dat ze hun ervaring gedurende jaren hebben opgebouwd. Ze weten hoe ze onveilige situaties kunnen vermijden. Ze stellen veiligheid boven alles.
Er wordt gezegd dat je 10 000 uur moet oefenen om in een sport uit te blinken. Je moet dus geduldig zijn en het is absoluut noodzakelijk om geen stappen over te slaan. Wie geen geduld heeft, komt vroeg of laat ten val.
Š
Een tweede fout die sporters regelmatig maken, is het gebruik van ongeschikt materiaal. Als je nog maar net met een nieuwe sport begonnen bent, ga dan niet overhaast te werk. Blijf met regelmaat oefenen. Rust jezelf uit met apparatuur die met je niveau overeenstemt. Motorrijden leer je bijvoorbeeld niet van de eerste dag op een 1200cc. Veel plezier!
Naar: www.blog.europ-assistance.be
b Bekijk de gemarkeerde woorden in oefening a. - Wat valt op? - Wat is telkens het grondwoord?
LES 5 | Afgeleid?
499
Een grondwoord is de kortste vorm van een woord. bv. normaal, gewoon, doel, vriend …
besluit
Wanneer je aan een grondwoord een voorvoegsel en/of een achtervoegsel toevoegt, dan krijg je een afleiding. bv. ongewoon → on + gewoon Je voegt een voorvoegsel toe. voorvoegsel + grondwoord vriendin →
vriend + in Je voegt een achtervoegsel toe. grondwoord + achtervoegsel
ongelukkig →
on + geluk + (k)ig voorvoegsel + grondwoord + achtervoegsel
IN
Je voegt een voor- en een achtervoegsel toe.
c Lees de tekst.
N
De betekenis van een afleiding lijkt op de betekenis van het grondwoord. Als je het grondwoord begrijpt, dan begrijp je meestal ook de afleiding.
VA
Belg lanceert de langste estafetteloop ooit: Mare Nostrum Run In etappes van 100 kilometer lopen teams dagelijks langs de hele Europese kust. Charles Van Haverbeke ziet dit als een ongeziene sportieve uitdaging om alle kusten van het Europese vasteland af te lopen.
©
'Mare Nostrum is de langste estafetteloop ooit. We hebben dit aandachtig voorbereid. Als team van minstens twee personen schrijf je je voor een etappe naar keuze in. We gaan van start op 1 juli aan de Zwingeul tussen Cadzand en Knokke. Eén dag en 100 kilometer verder, in Duinkerke, geven de eerste teams hun zandloper door aan de volgende. Als we zo de hele kust van Europa aflopen, zijn we vertrokken voor een paar jaar.' Als geoefend marathonloper staat Van Haverbeke al op de lijst voor een drietal trajecten. Hij is ook back-up voor het geval niemand zich voor een bepaalde etappe inschrijft. 'De bedoeling is echt dat de zandloper telkens wordt doorgegeven, zonder onderbreking. Of je die afstand nu loopt of wandelt, maakt niks uit', zegt hij.
Naar: www.tijd.be
500
THEMA 13 | X-treme sporten
Kijk naar de grondwoorden in de tabel. - Zoek in de tekst een woord dat van die grondwoorden is afgeleid. - Markeer de afleiding in de tekst. - Schrijf de afleidingen ook in de tabel. - Schrijf de betekenis van de afleidingen in de laatste kolom. grondwoord 1
oefenen
2
BelgiĂŤ
3
Europa
4
zien
5
dag
6
aandacht
7
doel
afleiding
betekenis
IN
d
N
e Schrap de afleiding die niet in de zin (context) past.
1 Mama heeft het graag netjes. Ze heeft een hekel aan een wanordelijke/ordelijke keuken. 2 Oma heeft te veel koffie gedronken. Ze ligt nu slaperig/slapeloos in bed te woelen.
VA
3 Kreeften worden levend gekookt. Dat moet toch enorm pijnloos/pijnlijk voor die beestjes zijn. 4 Ik eet gemakkelijk/ongemakkelijk vijf hamburgers na elkaar op. 5 Een kopje kamillethee helpt je om onrustig/rustig te worden.
Š
6 Dat meisje heeft schoenmaat 44. Ze heeft normaal/abnormaal grote voeten voor haar leeftijd. f Geef het grondwoord van de afleidingen uit oefening e. 1 2 3 4 5 6
LES 5 | Afgeleid?
501
g - Maak met onderstaande woorden een afleiding die het tegengestelde betekent. Kies het voorvoegsel on- of wan- of het achtervoegsel -loos.
aangenaam – gedrag – begrip – waarde – zin – beheer – bepaald on-
wan-
-loos
IN
- Kleur het juiste bolletje. De voorvoegsels on- en wan- en het achtervoegsel -loos geven de woorden een: positieve betekenis; negatieve betekenis.
1
smaak
2
eer
3
vriend
4
hand
+
-
VA
grondwoord
N
h Geef bij elk grondwoord twee afleidingen: één met een positieve betekenis en één met een negatieve betekenis.
©
i Maak een goede afleiding van het opgegeven grondwoord. grondwoord
502
zin
antwoord
aangelegd?
1
(avontuur)
Ben jij
2
(haast)
Mevrouw, waarom bent u altijd zo
3
(pret)
Ik denk dat het wonen.
4
(haar)
Mijn vader is al jaren
5
(straf)
De meeste vormen van discriminatie zijn
6
(gewoon)
Op zaterdagavond gaan we bioscoop.
?
is om in een caravan te .
THEMA 13 | X-treme sporten
naar de
.
j Vervolledig de woordfamilie met afleidingen. persoon verzorgen
2
ontvoeren
3
gijzelen
4
besturen
5
redden
6
bevrijden
7
organiseren
8
illustreren
9
presenteren
de verzorger
Š
VA
N
10 immigreren
de verzorging
IN
1
voorwerp
LES 5 | Afgeleid?
503
keuzegedeelte Keuzeles 1
De ultieme kick
Je kunt tekstfragmenten die bij elkaar horen, markeren. Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. a Bekijk de covers van deze jeugdboeken. Beantwoord de vragen mondeling.
2
1
2 Welke sporten staan centraal?
N
3 Waarover zal elk boek gaan?
IN
1 Beschrijf wat je op de cover ziet.
2
©
1
VA
b Bekijk de afbeeldingen en de bijbehorende termen.
scubaduiken
een trimve st
3
koraal
c De auteur heeft twee tekstfragmenten door elkaar gehaald. Het ene fragment komt uit het boek ‘Duiken! Race tegen de klok’, het andere uit ‘Roofoverval’. - Markeer de delen die uit het boek ‘Duiken! Race tegen de klok’ komen met blauw. - Markeer de delen die uit het boek ‘Roofoverval’ komen met oranje. Let op: het kan gebeuren dat je twee keer na elkaar een fragment uit hetzelfde boek leest.
504
THEMA 13 | X-treme sporten
‘Besef je wel waar je aan begint?’ vroeg Engels kwaad. ‘We gaan echt niet naar beneden om leuk visjes te kijken! Er ligt bijna honderd meter water tussen ons en wat we zoeken. Weet je wel dat je daarvoor apparatuur moet dragen die meer weegt dan jijzelf? Weet je wel dat je daarvoor speciale gasmengsels moet inademen, omdat lucht bij die druk vergif is? Weet je wel dat je voor elke minuut die je op de bodem doorbrengt, vier minuten uit moet trekken om te ontgassen, als je tenminste niet wilt eindigen als je vriendin Star, of erger nog?’ Hij snoof1 vol walging.
IN
Net voordat hij in volle vaart tegen een bakstenen muur zou smakken2, zet Pepijn af en springt hoog op. Zijn handen grijpen naar de dakrand, zijn voet zoekt steun tegen de muur en in no time staat hij boven op het platte dak van een laag bijgebouw. Adil komt direct achter hem aan en meteen willen de jongens verder rennen om over een steegje heen naar het volgende dak te springen. Maar dan houdt de hijgende stem van hun vriend Niels hen tegen. ‘Gasten, wacht op mij!’
VA
N
‘Met alles wat jij niet weet over deze duik zou ik een hele encyclopedie3 kunnen vullen!’ Kaz liet zich niet uit het veld slaan. ‘Ik blijf de hele tijd vlak bij u. Ik doe alles wat u doet. Toe nou, geef me een kans.’ Kapitein Torrington keek met gefronst4 voorhoofd naar de kolossale5 gids. ‘Ik geloof niet dat hij weggaat.’ ‘U geeft ons de schuld van wat er met de kapitein is gebeurd. Prima. Als ik daarbeneden in de problemen kom, is dat mijn verdiende loon.’
©
Engels schraapte6 zijn keel. ‘Ik zal je laten zien hoe je dit moet doen. Maar ik hoop dat je alles in je opneemt alsof je leven ervan afhangt. Want dat is het geval, monsieur.’ Toen de Pizarro op die ongewoon mistige en wisselvallige dag uitvoer, deed Kaz zijn uiterste best om wat je anders in jaren van training leerde, tijdens één boottochtje van 30 minuten in zich op te nemen. Hij had het gevoel dat er geen einde kwam aan al die apparatuur. Hij zou drie ademautomaten moeten meenemen, vijf flessen met verschillende luchtmengsels en drie lampen: een in zijn kap, een aan zijn pols en een reservelamp in de zak van zijn trimvest. ‘Als je soms denkt dat het beneden dag is, heb je het mis’, zei Engels. ‘Op 100 meter diepte is het altijd nacht.’ snoof (snuiven): hoorbaar door je neus ademen | 2 smakken: hard vallen encyclopedie: boek met beeld en tekst waarin je informatie kunt opzoeken 4 gefronst voorhoofd (fronsen): rimpels in je voorhoofd trekken | 5 kolossale (kolossaal): enorm, reusachtig 6 zijn keel schrapen: even kuchen voordat je begint te spreken 1 3
KEUZELES 1
›
505
Terug bij de dakrand zien ze Niels onder aan de muur liggen. Met een pijnlijk gezicht wrijft hij over zijn knie. ‘Mus, lig je nou alweer een dutje te doen!’ roept Pepijn. ‘Kom op, man, freerunnen doe je niet op je achterwerk.’ ‘Het ging even mis,’ geeft Niels toe en moeizaam komt hij overeind. Hij voelt aan zijn achterzak en haalt er een geplette Mars uit. ‘Kijk nou.’ De jongens lachen.
IN
Kaz kwam er al snel achter dat zo’n duik met gemengd gas net zo veel overeenkomsten vertoonde met een recreatieve7 scubaduik als een poolexpeditie met een leuk wandelingetje in het park. Zelfs aan zijn scubaduikpak zou hij niets hebben. Het lichtgewicht rubber vormde weliswaar een goede bescherming tegen het scherpe koraal, maar alleen een dikke laag zou hem tegen de ijzige kou kunnen beschermen. Beneden is zo’n pak misschien wel lekker warm, bedacht hij terwijl hij het zware materiaal dicht ritste, maar hier in de tropische hitte smelt ik er zowat in.
VA
N
‘Geef maar hier, die lust ik wel, al is het geen banaan.’ Adil houdt zijn handen op om te vangen, maar dan rinkelt zijn mobieltje. Hij neemt op. ‘Dag oom. Oké, is goed. We komen eraan. Tot zo!’ Hij bergt zijn telefoontje weer op. ‘Mus, je zult toch omhoog moeten,’ zegt hij tegen Niels. ‘We moeten naar mijn oom, je weet wel, de juwelier. We mogen niet in de winkel komen, dus we moeten naar de achterdeur. Neem een flinke aanloop, helemaal vanaf die lantaarnpaal daar, en dan vaart maken8. Wij helpen je wel.’
©
Hijsend aan zijn afgezakte broek loopt Niels een eind naar achteren. ‘Kom naast me liggen, Adil,’ zegt Pepijn. ‘Samen trekken we hem het dak op. En vertel eens, waarom moeten we naar je oom toe?’ ‘Ik moet iets bij hem ophalen voor mijn moeder.’ Met zijn ogen volgt Adil Niels die nu beneden in de verte stilhoudt en zich omdraait. ‘En waarom mogen we niet in de winkel komen?’ ‘Daar wil hij geen freerunners zien. Die afgetrapte gympen9 en gekleurde boxers schrikken zijn klanten af, zegt hij.’ Engels gaf hem een berg apparatuur waarvan een pakezel door zijn poten zou zakken. In zijn woonplaats Toronto was Kaz ijshockeyer geweest, dus was hij gewend aan kleding met veel vulling en bescherming. Maar dit was niet te geloven. Er hing meer dan vijftig kilogram apparatuur om zijn 15-jarige lichaam.
7 9
506
recreatieve (recreatief): voor je ontspanning | 8 vaart maken: snelheid maken afgetrapte gympen: versleten sportschoenen
THEMA 13 | X-treme sporten
‘Ja, kom op, Mus! Je kunt het! Sneller! SNELLER!’ Adils armen bungelen, net als die van Pepijn, langs de muur naar beneden, klaar om Niels omhoog te trekken. Niels komt met zware stappen aanrennen, zijn megashirt slobberend10 om zijn lijf, zijn gezicht rood van inspanning. ‘Afzetten, nu!’ moedigt Pepijn aan. Niels springt met beide voeten naar voren, zakt door zijn knieën, veert omhoog en kan met zijn handen net bij de dakrand. Hij spartelt als een walvis aan een haak, maar weet dan zijn rechtervoet tegen de muur te plaatsen. Pepijn en Adil grijpen hem ieder bij een arm beet en trekken uit alle macht. ‘Hé, werk eens mee!’ zegt Adil hijgend.
N
IN
Stukje bij beetje worstelt Niels zich verder boven de dakrand uit. Pepijn pakt hem bij zijn riem, Adil sjort aan zijn bovenarm en zo trekken ze Niels het dak op. Hij schuift met zijn blote buik over het grind11. Niels puft en schiet een steentje weg. Hij veegt wat groenbruine smurrie van zijn bezwete buik en trekt zijn omhoog geschoven kleding weer omlaag. ‘Goed gedaan, man!’ Grijnzend houdt Adil zijn knokkels tegen die van Niels. ‘Runners voor runners. Kom, we gaan verder.’
VA
Toen kapitein Torrington het anker uitgooide, kon hij nog net met stijve benen een paar stappen naar het duikplatform doen. Ze bevonden zich precies boven de plek waar de Deep Scout zich voor het laatst had gemeld.
©
En weg zijn ze. Pepijns rugzak rammelt, als hij met Adil over garages, opslagloodsen en bijgebouwen rent. Het zijn net een stel verdwaalde hazen, denkt Niels, was ik ook maar zo snel. Hij ziet zijn vrienden op hoger gelegen daken klimmen en aan de andere kant weer naar beneden springen. Zodra hun voeten de ondergrond raken, duiken ze met een koprol naar voren, staan in één vloeiende beweging weer overeind en rennen verder. ‘Wacht op mij!’ Plotseling werd Kaz bang. Kon hij dit wel? Voor zijn basisduikbrevet had hij niet met gemengd gas naar 100 meter diepte hoeven te duiken. Engels was ook helemaal bepakt en bezakt, maar hij bewoog zich met gemak en vol zelfvertrouwen over het dek. Hij merkte dat Kaz zenuwachtig was. ‘Het is nog niet te laat om je te bedenken’, zei hij bijna vriendelijk. 10 11
slobberend (slobberen): slordig en veel te ruim om je lichaam zitten grind: kleine kiezelsteentjes
›
Uit: Gordon Korman, Duiken!, Race tegen de klok Uit: Els Rooijers, Roofoverval
KEUZELES 1
507
d Lees beide fragmenten. e Beantwoord de vragen. Duiken! Race tegen de klok 1 Waarom is mijnheer Engels kwaad? 2 Waarom wil Kaz zo’n gevaarlijke duik maken? 3 Doet Kaz je denken aan iemand die je kent? Wie?
IN
4 Hoe zou jij je voelen als je in de schoenen van Kaz stond?
N
5 Hoe denk je dat dit verhaal afloopt?
VA
Roofoverval
1 Wat is ‘freerunning’?
©
2 Waarom zou jij deze sport (niet) willen beoefenen?
3 Wat zouden de jongens bij de oom van Adil moeten ophalen? 4 Zou je graag het volledige boek lezen? Waarom (niet)?
508
THEMA 13 | X-treme sporten
Keuzeles 2
Sportspellen
Je kent synoniemen van enkele sportwoorden. Je kunt de verborgen sport (in een rooster) ontdekken. Je kunt samenstellingen maken.
2.1
Sportkronkels
R
A
I
L
L
O
N
E
F
R
E
T
F
M
K
O
P
I
E
S
U
N
E
T
M
E
N
T
N
T
I
K
H
K
A
N
S
E
D
E
M
O
VA
T
IN
H
N
- In elk rooster zit een extreme sport verborgen. Markeer die sport. - Met de overgebleven letters vorm je telkens een woord. - Schrijf die woorden onder de roosters. Welke uitdrukking vind je zo?
H
E
N
T
B
O
U
N
K
I
R
A
O
D
N
I
N
B
E
T
A
R
D
Š
E
2.2
Woordritsen
Zoek het woord dat het laatste deel van het eerste woord vormt en tegelijkertijd het eerste deel van het tweede woord. 1 sorbet
hockey
2 ski
deur
3 lucht
vaart
4 sport
agenda
5 klim
trekken
KEUZELES 2
509
2.3
Zoeken is weten
Zoek een synoniem van deze woorden in het woordrooster. Tip: zoek in deze richtingen: , , en supporter
7
verwonding
2
winnaar
8
beker
3
ploeg
9
snelheid
4
spannend
10 aanvoerder
5
wedstrijd
11 deelnemers
6
conditie
12 slotronde 2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
A
R
O
N
N
T
E
A
M
Y
Z
L
I
K
Q
B
W
P
E
U
T
M
V
W
E
D
E
B
K
M
C
E
W
T
B
S
F
P
L
H
G
I
I
P
S
D
G
I
O
R
O
A
A
K
L
A
D
Z
C
J
E
V
N
W
P
F
N
M
S
V
E
E
U
K
B
F
O
D
M
Z
I
D
V
I
P
S
R
F
J
R
G
G
E
T
F
U
H
T
O
N
E
H
M
I
F
VA
N
1
© 510
IN
1
H
T
N
C
B
N
L
A
D
R
T
L
D
B
V
I
K
D
H
P
G
B
M
U
B
M
W
E
O
L
J
M
A
T
C
H
N
S
N
Q
V
A
K
R
Y
K
A
W
C
L
P
S
O
P
E
I
H
A
J
S
L
Z
F
S
U
E
Z
G
K
U
C
U
P
I
T
M
S
P
A
L
A
B
R
W
G
N
M
U
L
C
N
U
R
B
K
A
M
P
I
O
E
N
V
N
S
THEMA 13 | X-treme sporten
2.4
Raad het woord
Vul in elke kolom hetzelfde woord in. Je krijgt telkens een andere samenstelling. voorbeeld: baan
schaatsbaan
kleding
schaatskleding
club
schaatsclub
1 korf
2 bord
slijm
kaart video
lid
leider
geest
IN
kerst
3
4
weg
5
vrouw
kookpan
dag
wandelen
club
7 oefen
N
6 zwem veiligheids
2.5
thuis
selectie
VA
auto
Sportladder
©
Zoek het ontbrekende woord aan de hand van de tip tussen haakjes. Je krijgt een nieuw woord door op elke sport van de ladder één letter te veranderen. voorbeeld: naast
snaar
(dunne draad, bijvoorbeeld op een gitaar, harp, viool)
Frans
(taal)
straf
(vervelende maatregel, omdat je iets gedaan hebt wat niet mag)
darts
(sport)
KEUZELES 2
511
terras (trechter van een vulkaan of gat in het oppervlak van de maan) (sport waarbij je je met een karretje op een parcours verplaatst) (huisdieren)
Keuzeles 3
IN
(sport)
Werkwoordenladder
Š
VA
N
Je kunt werkwoorden in het verleden schrijven.
512
THEMA 13 | X-treme sporten
Oefenen maar! 1
Feit en mening
Duid hier jouw kleur aan:
Les 1 Waaghalzen
a Lees de zinnen bij deze afbeeldingen.
Deze zin is een mening. Het is wat iemand van iets denkt. Klas:
Deze zin is een feit. Je kunt zien dat dit zo is.
b Markeer de feiten groen en de meningen oranje. 1
Spruitjes zijn een groente.
2
Technopolis is het tofste museum dat er In Technopolis kun je experimenten bestaat. uitvoeren.
3
Tobit zit sinds vorige week in onze klas.
Die nieuwe leerling, Tobit, ziet er echt een speciaal geval uit.
4
Vorige zomer gingen we naar Spanje op vakantie.
Iedereen zou eens naar Spanje op vakantie moeten gaan.
5
Emily ziet er prachtig uit met haar nieuwe kapsel.
Emily kwam gisteren op school met een nieuw kapsel.
Spruitjes zijn lekker.
Naam:
©
Nummer:
N
Groenten zijn niet lekker.
VA
Deze sinaasappel is oranje van kleur.
Datum:
2
IN
1
OEFENEN MAAR!
513
c Geven de zinnen een feit (F) of een mening (M) weer? Schrijf een F of een M in de laatste kolom. Voor die toets had ik 8 op 10.
2
Wat een schitterend doelpunt!
3
Wiskunde is een saai vak.
4
Die nieuwe auto kost meer dan 25 000 euro.
5
Boterhammen met choco zijn lekker.
6
De Eerste Wereldoorlog liep van 1914 tot 1918.
7
Onze leraar wiskunde geeft al 20 jaar les.
8
De verkoop via het internet stijgt elk jaar.
9
Elke dag draagt hij een lelijk blauw T-shirt met zwarte strepen.
IN
Naam:
1
10 Het Gravensteen in Gent is de mooiste burcht van Vlaanderen.
Jurassic World
Klas:
VA
Duur: 124 min. | Jaar: 2015
N
d Markeer de zinnen of woorden die een feit weergeven met groen. Markeer de zinnen die een mening weergeven met oranje.
22 jaar geleden maakte Steven Spielberg de eerste Jurassic-film. Deze film is de vierde in de rij. Acteurs Chris Pratt en Bryce Dallas Howard spelen de hoofdrollen. Na de twee matige vervolgen is deze beter dan we hadden gedacht. De fans van het eerste uur zullen er heel blij mee zijn, denken we. Het had zo ongelooflijk mis kunnen gaan met Jurassic World, maar dat gebeurt nergens. Dit is het beste vervolg uit de reeks. Maker van de prent was dit keer niet Spielberg, maar Colin Trevorrow. Naar: www.filmtotaal.nl
Nummer:
©
e Markeer de zinnen of woorden die een feit weergeven met groen. Markeer de zinnen die een mening weergeven met oranje. Minions Duur: 91 min. | Jaar: 2015 | Regisseurs: Pierre Coffin/Kyle Balda
Datum:
De minions uit ‘Despicable Me’ hebben hun eigen film gekregen. De gele mannetjes hebben ondertussen ook een eigen pretparkattractie. Visueel ziet de film er werkelijk schitterend uit. In ‘Minions’ staan Kevin, Stuart en Bob centraal. Ze spreken een brabbeltaaltje dat niemand verstaat. De gele kereltjes besluiten op zoek te gaan naar een slechterik om voor te werken. Het is jammer dat de openingsscènes door een vertelstem begeleid worden. Was die weggelaten, dan was het verhaal ook wel duidelijk geweest. Een groot deel van de film speelt zich in London af. Blijf zeker tot het einde van de film zitten, want deze film is supergrappig en geniaal. Naar: www.filmtotaal.nl
514
THEMA 13 | X-treme sporten
2
Woordverklaring
Les 2 Mijn sport is top!
a Lees de tekst. Bij veel stoere records draait het om snelheid. Dat was voor skateboarder Mischo Erban niet anders. Enkele jaren geleden sjeesde hij met een snelheid van 130 kilometer per uur een berg af. Als je zo hard rijdt, moet je een speciaal pak dragen dat je tegen schaafwonden beschermt. Naar: Zo zit dat
Sjezen is een moeilijk woord. Vaak vind je de uitleg van een moeilijk woord letterlijk in de tekst terug. Sjezen betekent ‘hard rijden’.
VA
Naar: www.ketnet.be
N
Datum:
BMX is de afkorting van bicycle motorcross. Een andere naam voor BMX is fietscross. De sport ontstond toen kinderen hun helden uit de motorcross gingen imiteren. Die kinderen deden hun idolen na, maar dan op de fiets. BMX is dus een sport die door kinderen is uitgevonden. Cool!
Nummer:
IN
b Lees de tekst. Markeer de betekenis van het gekleurde woord in de tekst.
c Lees de tekst. Markeer de betekenis van de gekleurde woorden in de tekst.
Klas:
- Noteer. Wat betekent ‘imiteren’?
©
In het begin van de 20e eeuw werden er in West-Europa nog duels op leven en dood uitgevochten. Zulke wedstrijden tussen twee mensen vonden plaats, wanneer ze een stevige ruzie hadden. De ene man daagde de andere man tot een duel uit, als ze een flinke ruzie hadden. Hoe deed hij dat? Hij toonde dat meestal door een handschoen voor de voeten van de tegenpartij te gooien. Nu mag je ruzies niet meer op zo’n manier oplossen.
Naar: Mijn sport is top! (het supercoole Ketnet-sportboek)
Noteer. Wat betekent … 1 duels? Naam:
2 stevige (ruzie)?
OEFENEN MAAR!
515
d Lees de tekst. Markeer de betekenis van de gekleurde woorden in de tekst. Steeds meer hardlopers zijn naar een nieuwe uitdaging op zoek. Ze willen aan één- of meerdaagse loopwedstrijden in de vrije natuur deelnemen. Ze houden ervan om in de bergen, door bossen of door de woestijn te lopen. Vorige week zakten 7500 lopers naar Chamonix af. Ze bezochten die stad om er aan een wedstrijd ‘berglopen’ deel te nemen. Naam:
Naar: www.standaard.be
IN
Noteer. Wat betekent … 1 vrije natuur? 2 zakten af naar?
N
e Hoe vind je de betekenis van de gekleurde woorden terug? Markeer in elke kolom ‘ja’ of ‘nee’. Noteer de betekenis van de gekleurde woorden in de laatste kolom.
Nummer:
VA
©
Klas: Datum: 516
Iedere goede coach zal het je vertellen: als je een nieuwe sport wilt leren, moet je eerst de basis leren. Je trainer vertelt je dat je goed voor je materiaal moet zorgen en veel moet oefenen. Om te sporten moet je fit en alert zijn. Het maakt niet uit of je voor een hypermoderne of een al lang bekende sport kiest. Verwacht niet dat je meteen al dezelfde trucs als van een ervaren sporter kunt uitvoeren. Probeer jezelf niet te dwingen. Het is niet nodig om je te forceren.
Staat het in de context?
Herken je het woord of een deel ervan?
Heb je het Wat is de in een betekenis? woordenboek opgezocht?
1
coach
ja - nee
ja - nee
ja - nee
2
alert
ja - nee
ja - nee
ja - nee
3
hypermoderne
ja - nee
ja - nee
ja - nee
4
forceren
ja - nee
ja - nee
ja - nee
THEMA 13 | X-treme sporten
3
Afleidingen
Les 5 Afgeleid?
a Lees de tekst.
N
De gemarkeerde woorden zijn afleidingen. Ze bestaan uit een grondwoord en een voorvoegsel en/of achtervoegsel. Hoe zijn de afleidingen uit de tekst opgebouwd? Bekijk het voorbeeld. Vul de tabel verder aan.
VA
voorvoegsel
bedoeling
2
belanden
3
ongevaarlijk
be-
doel
achtervoegsel -ing
Š
1
grondwoord
Klas:
Naar: navigatormag.be
Nummer:
IN
Wingsuiting is een speciale vorm van parachutespringen. Het is de bedoeling om vanuit een vliegtuig of vanop een berg naar beneden te springen. Je vliegt door de lucht met een wingsuit. Dat is een soort Batmanpak dat opgeblazen wordt om beter door de lucht te zweven. Je armen spreid je zoals vleugels. In het pak is een parachute ingebouwd zodat je veilig op de grond zult belanden. Denk je dat dit een ongevaarlijke sport is?
Datum:
Wingsuiting
b Lees de tekst.
Flyboarden is een ideale sport voor wie graag het gevoel heeft te kunnen vliegen. Bij deze sport sta je op een plank (een flyboard) die met twee krachtige waterstralen boven het water omhooggestuwd wordt. De waterstralen worden door een waterscooter aangedreven. Door de kracht van de waterscooter kan een volwassen persoon zeker vijftien meter hoog over het water balanceren. De sport werd in de Franse stad Marseille door Franky Zapata uitgevonden. Zou jij deze ongewone sport wekelijks willen beoefenen?
Naam:
Flyboarden
Naar: navigatormag.be
OEFENEN MAAR!
517
Kijk naar de grondwoorden in de tabel. - Zoek in de tekst een woord dat van die grondwoorden is afgeleid. - Markeer de afleiding in de tekst. - Schrijf de afleidingen ook in de tabel. - Schrijf de betekenis van de afleidingen in de laatste kolom. grondwoord
Naam:
1
kracht
2
week
3
Frankrijk
4
gewoon
afleiding
betekenis
IN
c Schrap de afleiding die niet in de zin (context) past.
1 Toen papa de post opende, had hij een aangename/onaangename verrassing: een boete voor overdreven snelheid! 2 Mijn grootmoeder kookt altijd aardappelen zonder zout. Dat is echt smaakvol/smaakloos!
N
3 ’s Nachts word ik dikwijls wakker en ik heb dan moeite om terug in slaap te vallen. Ik slaap erg rustig/onrustig.
VA
4 Onze buurman kan bijna alles herstellen. Hij is erg handig/onhandig. 5 De verkeerslichten deden het niet en de politieagenten waren nog niet ter plaatse. Op het kruispunt was er op dat moment orde/wanorde. d Geef het grondwoord van de afleidingen uit oefening c. Klas:
1
©
2 3 Nummer:
4 5
e Geef het tegengestelde van deze woorden. Gebruik een afleiding. Datum:
1 pijnlijk 2 normaal 3 schuldig 4 slaperig 5 diep
518
THEMA 13 | X-treme sporten
11 vanille
2
dankbaar
12 klimpartner
3
motor
13 technisch
4
sportvrouw
14 bos
5
gymnastiek
15 vergeetachtig
6
gevaarlijk
16 scubaduiken
7
eeuwig
17 parachutespringen
8
doelpunt
18 skaten
9
onrijp
19 verpleger 20 topsport
Naam:
Š
Klas:
VA
N
10 winterspelen
Nummer:
sport
IN
1
Datum:
f Zet de gepaste afkorting achter elk woord: grondwoord (G), samenstelling (S) of afleiding (A)?
OEFENEN MAAR!
519
IN N VA © 520
THEMA 13 | X-treme sporten
IN N VA
©
THEMA 14 Tijd voor iets nieuws
LES 1
Bye bye - genietend lezen
LES 2
Wat een fantastisch schooljaar! - feit of mening
O V U R
LES 3
Afscheid voor … - genietend kijken en luisteren
LES 4
Echt waar? - genietend lezen, synoniem, tegengestelde
LES 5
Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring
KEUZELES 1
In ‘t kort - soorten teksten, tekstdoel, spelling: afkortingen
KEUZELES 2
Weg met die spullen - zoekertje lezen en schrijven
KEUZELES 3
Spring&win-spel - feit of mening, letterlijk of figuurlijk, samenstellingen
OEFENEN MAAR! ZELFTOETS
LES 1 | Bye bye
521
Les 1
Bye bye Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt aan een groepsgesprek deelnemen.
a Bekijk de covers van de boeken. Lees de fragmenten. 1 Bye bye schooljaar!
10
IN
©
15
N
5
De bel gaat. Het uur is om. ‘Geef de blaadjes maar door naar voren,’ zegt mevrouw Hiemstra. Het lokaal vult zich met geluiden. Gestommel van voeten, pennen die van tafel rollen. ‘Hoe heb jij het gemaakt?’ ‘Waardeloos. Veel te moeilijk.’ Met een verhit1 gezicht geeft Sander zijn blaadje door. Dat was lastig. Hij heeft het niet goed gemaakt. Misschien net een zesje. Of net niet. Er waren zo veel woorden die hij niet kende. Verzin dan maar eens wat er staat. ‘Wat had jij bij de eerste vraag? Over die titel?’ vraagt Joep. De vraag over de titel! Die is hij vergeten! En hij wist hem wel! Nou kan hij het schudden2. Hij heeft al twee vijven staan. En daar had vandaag een zeven naast moeten komen. Dit was zijn laatste kans. Sander staart voor zich uit. Dat wordt zittenblijven. En dus straf. Daar zijn z’n ouders duidelijk over geweest. Van voetbal af, geen extra kleedgeld, geen bijbaantje meer. Gepreek van zijn vader, gezeur van zijn moeder. En dan moet hij volgend schooljaar ook nog naar een andere klas, tussen de kleintjes. Hij bijt op zijn nagel. Stom van hem. De klas loopt leeg. Sander zoekt op de grond naar zijn rugzak. ‘Henny!’ Er klinkt een stem vanuit de gang. ‘Henny, telefoon voor je. Het is dringend.’ De stem klinkt gejaagd. Mevrouw Hiemstra struikelt achter haar tafel vandaan. Ze haast zich het lokaal uit. Vlug propt Sander zijn agenda in zijn rugzak. Zijn pen gooit hij er los bij. Terwijl hij opstaat, ziet hij de stapel proefwerken. Ze liggen op de hoek van de tafel. Zijn proefwerk ertussen met de vraag die hij wel wist, maar … Sander kijkt om zich heen. Niemand anders in het lokaal. Hij is alleen …
VA
1
20
25
1
verhit: opgewonden | 2 Hij kan het schudden.: Hij kan het vergeten.
Uit: Anneke Scholtens, Niemand die het ziet
522
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
2 Bye bye oude buurt
10
15
©
VA
20
IN
5
Kika is nog steeds niet gewend aan haar nieuwe buurt. Zusje Leila wel; die heeft al een paar vriendinnetjes. Die ziet ze iedere dag in de speeltuin. De speeltuin is vlakbij. Dat is erg leuk voor Leila. Haar ouders zijn ook heel tevreden. Het huis is mooi en groot. De buren kennen ze nog niet. Maar aan de andere kant van het achterpad woont een vriend van Kika’s papa. Hij kent hem van zijn werk. Bij die vriend zijn ze gisteren op bezoek geweest. Het is warm. Vooral op de zolderkamer van Kika. Kika heeft de hele dag de dakramen openstaan. En ’s nachts meestal ook. Af en toe klimt ze uit het raam. Dan gaat ze op het dak zitten lezen. Bij het licht van de maan. Overdag kijkt ze om zich heen, naar de mensen in de buurt. Niemand kijkt ooit naar boven, naar het dak van Kika. Niemand weet dat ze daar zit. Dat geeft een bijzonder fijn gevoel. Vanavond zijn Kika’s ouders op bezoek bij de ouders van Rufus. Ze is alleen met Leila. Die ligt al in bed. Kika verveelt zich een beetje. Ze heeft geen zin in televisiekijken. Ze heeft geen zin om te lezen. In haar oude buurt zou ze nu een vriendinnetje opbellen. Om te vragen of die kwam. Maar dat kan ze nu niet meer. Nou ja, ze kan natuurlijk wel bellen. Maar ze weet dat haar vriendinnen niet zullen komen. Te ver weg, zo laat op de avond. Ik ga het dak op, denkt Kika. Dat is altijd leuk. Ze duwt een van de dakramen open en kijkt naar buiten. Midden in het gezicht van …
N
1
Uit: Marian Hoefnagel, De nieuwe buurt. Niet welkom met een hoofddoek?
LES 1 | Bye bye
523
3 Bye bye mijn wereld
10
15
VA
20
IN
5
Ik werd wakker en kon me niet bewegen. Ieder lichaamsdeel deed pijn, van mijn hoofd tot mijn voeten. Ik probeerde mijn ledematen voorzichtig te bewegen: eerst mijn linkerbeen, toen mijn rechterbeen. En daarna mijn armen. Maar het lukte niet; alle kracht was uit mijn lijf verdwenen. Wat was er gebeurd? Ik kon het me niet herinneren. Ik dacht diep na; zo diep dat ook mijn hersenen pijn deden. Maar geen enkele herinnering kwam boven. Mijn geheugen liet me compleet in de steek. Ik hoorde iemand zachtjes zingen, een vrouw of een meisje. Oké, mijn oren werkten dus nog wel. Ik kende het lied niet, maar het klonk vriendelijk. Ik spande me in om de gezongen woorden te verstaan. Maar het was een taal die ik niet kende. Waar was ik? Langzaam deed ik mijn ogen open. Tenminste, ik probéérde mijn ogen open te doen. Het was een enorme krachtinspanning en even was ik bang. Misschien was ik ook wel blind geworden. Misschien had ik een ernstig ongeluk gehad en was ik nu een soort plant. Een wezen dat zich niet kon bewegen en niets kon zien. Een wezen dat alleen kon horen. Ik haalde diep adem om moed te verzamelen. En toen deed ik mijn ogen open …
N
1
Naar: Marian Hoefnagel, De kloof
©
b Vorm een groepje. Verzin bij elk fragment een kort vervolg.
- Fragment 1: wat denk je dat Sander zal doen nu hij alleen in de klas is? - Fragment 2: in het gezicht van wie of wat kijkt Kika? - Fragment 3: wat ziet het hoofdpersonage als hij voor het eerst zijn ogen opent? Hoe gaat het daarna verder? c Vertel jullie vervolgfragmenten aan de klas. Kies welk groepje het beste vervolg maakte. d Luister naar de echte vervolgfragmenten. Welk verhaal vind je het leukst? Waarom?
524
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
Les 2
Wat een fantastisch schooljaar! Je kent het verschil tussen een feit en een mening. Je kunt een mening en een feit neerschrijven.
a Vul deze zinnen aan. In onze klas zitten nu
de
leerlingen.
Bij aanvang van het schooljaar zaten er
leerlingen.
aanvang:
het begin
.
Voor Nederlands gebruikten we altijd het leerwerkboek (naam)
.
Onze richting heet
.
IN
Onze klassenleraar is (naam)
overeenkomen
Š
VA
b Lees deze teksten.
kloppen:
N
Beantwoord deze vragen mondeling. 1 Kloppen de vijf zinnen? Waarom wel/niet? 2 Vergelijk met wat de rest van de klas opschreef. Schreef iedereen hetzelfde op?
1 2
Markeer de tekst die je het leukst vindt. Vergelijk met de rest van de klas. Vindt iedereen dezelfde tekst leuk? Hoe komt dat?
LES 2 | Wat een fantastisch schooljaar!
525
c Schrijf zelf een feit over het voorbije schooljaar. Wat gebeurde er echt op school, in je klas, tijdens de lessen Nederlands? Pas op: enkel feiten mogen in je tekst aan bod komen.
4
1 2 3 4
Gebruik hoofdletters waar dat nodig is. Vergeet de leestekens niet. Gebruik standaardtaal. Schrijf de zinnen in het verleden.
VA
N
IN
OP SCHOOL
Š
IN DE KLAS
526
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
tips
IN
TIJDENS DE LESSEN NEDERLANDS
d Beoordeel jouw zinnen met dit evaluatiekader.
evaluatie
Ik gebruikte hoofdletters waar dat nodig was.
2
Ik schreef leestekens.
3
Ik gebruikte standaardtaal.
4
Ik schreef de zinnen in het verleden.
altijd
meestal
zelden
nooit
altijd
meestal
zelden
nooit
altijd
meestal
zelden
nooit
meestal
zelden
nooit
VA
N
1
altijd
©
e Wat was er leuk in het voorbije schooljaar? Wat vond jij leuk? Geef je eigen mening over iets wat jij het voorbije schooljaar leuk vond op school, in de klas, tijdens de lessen Nederlands.
OP SCHOOL
›
LES 2 | Wat een fantastisch schooljaar!
527
IN
IN DE KLAS
VA
N
TIJDENS DE LESSEN NEDERLANDS
©
f Wissel met je buur. Hij/zij beoordeelt jouw zinnen met dit evaluatiekader.
evaluatie
1
Je gebruikte hoofdletters waar dat nodig was.
altijd
meestal
zelden
nooit
2
Je schreef leestekens.
altijd
meestal
zelden
nooit
3
Je gebruikte standaardtaal.
altijd
meestal
zelden
nooit
4
Je schreef de zinnen in het verleden.
altijd
meestal
zelden
nooit
g Schrijf de zinnen van één onderwerp op een apart blad over. Noteer je feit en je mening over dat onderwerp samen.
528
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
Les 3
Afscheid voor …
Je kunt van een fragment uit een jeugdfilm genieten. Je kunt een mening vormen. Je kunt aan een groepsgesprek deelnemen.
1.1
Afscheid voor Kars en Isa
b Waarover zal de film gaan, denk je? c Bekijk het fragment. 1 Waarover gaat het fragment?
IN
a Bekijk de cover van de film ‘Timboektoe’. Beschrijf wat je ziet.
N
2 Is dit fragment een voorbeeld van fictie of non-fictie? 4 Waarom?
VA
3 Waar gaat de familie naartoe?
5 Wat denken Kars en Isa daarvan?
©
6 Hoe weet je dat?
7 Hoe zou jij reageren als je ouders dat zouden doen? 8 Welke ervaring heb jij met verhuizen? 9 Welk ander tienerpersonage leer je in het fragment kennen? d Had je het bij het rechte eind met jouw voorspelling? Waar had je het juist/fout voor?
LES 3 | Afscheid voor …
529
e Bekijk het volgende fragment. 1 Met welk eerste grote probleem hebben de tieners te maken? 2 Welk misverstand ontstaat er daardoor in de klas van Isa? 3 Wat weet je meer over Jules?
f Bekijk de korte samenvatting van de film. 1 Waarover gaat de film?
IN
1.2
eventueel: zo nodig
VA
N
2 Zou je de film eventueel willen zien? Waarom wel of niet?
Afscheid voor Akkie
Š
De stoere Akkie is helemaal wild van voetbal. Na schooltijd gaat ze het liefst met haar klasgenoten voetballen.
530
Het kan haar niets schelen dat Joep voetbal geen sport voor meisjes vindt. Ze is er hartstikke goed in en kan Joep makkelijk aan. Als ze niet duizelig is tenminste.
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
a Bekijk het fragment. 1 Welk slecht nieuws heeft de dokter voor Akkie? 2 Hoe weet je dat de ouders van Akkie vooraf al het slechte nieuws wisten? 3 Wat zegt de dokter over Akkies levenskansen? 4 Hoe legt de dokter de ziekte uit?
IN
5 Wat vindt Akkie van de naam van haar ziekte?
N
6 Waarvan moet Akkie afscheid nemen aangezien ze ziek is?
VA
7 Waarom krijgen alle kinderen in het ziekenhuis een kralenketting?
b Bekijk de korte samenvatting van de film.
aangezien: omdat
Š
Zou je de film willen zien? Waarom wel of niet?
LES 3 | Afscheid voor ‌
531
Les 4
Echt waar? Je kunt van gedichten genieten. Je kent het verschil tussen fictie en non-fictie. Je kunt synoniemen van woorden geven. Je kunt het tegengestelde van woorden geven.
a Lees deze teksten. Tekst 1
IN
OP REIS Jij en ik
VA
Ik aai jouw neus Zo zacht Als een heldere maan In de stille nacht Jij galoppeert Ik op jouw rug We gaan heel ver Op reis En nooit meer terug
N
Ik en jij. Samen Jij in de wei.
Š
Jouw hoeven die kloppen Op het harde zand Mijn haar in de wind Jouw manen in mijn hand Jij en ik Ik en jij. Samen Jij in de wei.
Uit: www.deredactie.be
532
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
Tekst 2
OP REIS
IN
N
Een meisje van 12 jaar stapte zondag met haar pony op de trein in Nederland. Samen met haar pony reisde het meisje van haar thuisstad Sneek naar Leeuwarden.
Een woordvoerder van de treinmaatschappij bevestigde het voorval. Hij vond het grappig, een meisje met extra paardenkracht. Toch nam hij het voorval ernstig. De machinist beweerde dat hij de dienstregeling niet wilde verstoren. Daarom greep hij niet in toen hij het meisje zag instappen. Dat wilde hij wel doen op het eindstation in Leeuwarden. Toen was het meisje al uitgestapt. Lobke vond de treinreis spannend. Het dier had uitgebreid ‘sporen’ achtergelaten. Agenten troffen het meisje later met haar pony op straat in Leeuwarden aan. Het meisje moest haar pony achterlaten. De moeder kwam het meisje ophalen. Ook Lobke ging naar huis, niet met de trein dit keer.
VA
Het meisje had pony Lobke uit Sneek ontvoerd. Toen de eigenaar van de stal merkte dat de pony weg was, belde ze de moeder van het meisje. Die waarschuwde vervolgens de politie. Ondertussen was het meisje al met Lobke onderweg in de trein.
bevestigen:
beweren:
Naar: www.hln.be
©
van mening zijn dat het zo is
zeggen dat iets juist is, dat iets zo is
1 Waarover gaan beide teksten? 2 Welke teksten zijn het? Vul de tabel aan. tekst
fictie of non-fictie?
Tekst 1 Tekst 2
LES 4 | Echt waar?
533
b Zijn deze teksten fictie of non-fictie? Zet een kruisje in de juiste kolom. tekst verkeersbord
2
reisgids
3
Jommekesstrip
4
sprookje
5
leerwerkboek
6
weerbericht
7
tijdschrift
8
mopje
fictie
IN
1
non-fictie
c Markeer het woord ‘meisje’ in het krantenartikel van oefening a. Wat valt op?
N
Welk ander woord kun je in de plaats gebruiken?
VA
d Ga op zoek naar twee woorden die (bijna) hetzelfde betekenen als het vetgedrukte woord. Die jongen is heel aangenaam.
2
Dat meisje is slim.
3
Een kat is een sluw dier.
4
Mijn ouders zeggen dat ik een rustig karakter heb.
©
1
534
5
Omdat mijn broer op dieet is, drinkt hij elke dag 2 liter water. Hij wil er mager uitzien.
6
Als we met de meiden op stap zijn, kunnen we uren praten.
7
Tijdens de les Nederlands moeten we veel schrijven.
8
Bij baseball moet je hard op de bal slaan.
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
e Welk woord betekent (bijna) hetzelfde als het vetgedrukte woord? Kies uit:
kleinigheid - reusachtig - afzeggen - stevige - verontschuldigen - mislukking zweten - vroege Tijdens de sportles begon iedereen te transpireren.
2
Die fout is maar een bagatel. De rest had ik juist.
3
Na de fout moest de speler zich bij de tegenspeler excuseren.
4
In de prille morgen kun je reeën in het bos zien.
5
Elke rugbyspeler is een robuuste kerel.
6
De berg afval die tijdens Tomorrowland achtergelaten wordt, is gigantisch.
7
De eerste rijles van mijn oudere broer liep op een fiasco uit.
8
Doordat oma plots ernstig ziek werd, moesten we onze reis naar Turkije annuleren.
f Lees deze gedichten.
VA
Aan het eind
N
IN
1
©
Aan het eind krijg je een rapport. Met punten erop. Veel of weinig. Dat is maar voor even, dat is maar voor de sport. Maar wie je was, in die school, in die klas, wat je kreeg en zelf hebt gegeven, dat is voor de rest van je leven Geert De Kockere
Bekijk de gekleurde woorden. Wat valt op?
Laatste schooldag Rustig? Of een zenuwachtige tijd tot je eindelijk wordt bevrijd Zie ik een lach of een traan op zijn face? Terwijl ik aandachtig verder lees Jaaaa, het staat er écht, Dat is niet slecht zwart op wit gedrukt: Het is me dan toch gelukt Naar: www.gedichtenstad.nl
LES 4 | Echt waar?
535
g Geef het tegengestelde van het vetgedrukte woord. Ik ben gelukkig met de vele klimaatbetogingen, maar ik word van de klimaatveranderingen.
2
Mijn tante vindt mijn broertje een teddybeer. Bedoelt ze dat letterlijk of ?
3
Na de warme zomer is er een tekort aan appels, maar een aan aardbeien.
4
Ik kon die zware tas niet langer vasthouden en moest ze dus
5
Ik vind deze oefening heel gemakkelijk; sommige klasgenoten vinden ze heel .
6
De winnaar van de Lotto wil al zijn geld uitgeven. Zou hij niet beter ook wat ?
7
Na de vernederende finale was de rust onder de supporters volledig weg. Er brak uit.
8
Ik ben onze afspraak vergeten. Waarom hielp jij me dit niet
.
IN
1
?
N
h Welk tegenstelde hoort bij het vetgedrukte woord? Kies uit:
VA
heldere - bruusk - zuinig - vrijlaten - brutaal - ouderwets - soepel - overvloedig remmen, maar geleidelijk
Door de file moest mijn moeder loste de file op.
2
Sommige artiesten staan schaars gekleed op het podium; anderen hebben zich aangekleed.
3
Mijn nichtje is op een familiefeest altijd bedeesd. Maar liever bedeesd dan dat ze is.
Š
1
536
4
Wil je de vissen in het aquarium zien, dan zul je het troebele water moeten verversen. Bovendien zullen ze het water leuker vinden.
5
De dag na de sportdag waren al mijn spieren stram. Gelukkig werden ze na twee dagen weer .
6
De agent moest zijn eigen broer arresteren. De rechter zou hem de volgende dag alweer
7
Mijn moeder zegt dat ik kwistig met mijn zakgeld omspring. Maar ik vind het moeilijk om te zijn.
8
Dat nieuwe kleedje is heel eigentijds, maar mama vindt het nogal .
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
.
Les 5 5.1
Spel- en woordweb Spelweb Je kunt de woorden van dit spelweb correct schrijven.
a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over.
7 bijzonder
2 allerlei
8 altijd
3 fantastisch
9 finale
4 goud
5 pech
6 helikopter
IN
1 rally
10 liter
11 eigenaar 12 eindelijk
N
c Duid de moeilijkheden in het woord aan.
VA
d Zoek het juiste woord aan de hand van de omschrijving tussen haakjes. De gekleurde letter is de eerste letter van het woord.
2 N A C A S T H T F S I
(buitengewoon)
3 N E A R G I E A
(baas, bezitter)
4 I L O T E H K R P E
(soort vliegtuig)
5 Z I B O R N D E J
(speciaal)
6 H E P C
(tegenslag)
Š
1 I L F A E N
(beslissende, laatste strijd)
e Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden van oefening b. 1
In de 90e minuut kon mijn ploeg
een doelpunt scoren.
2
De van Ieper is een van de belangrijkste autowedstrijden van het land.
3
100 cl is een
4
Mijn broertje moet
5
Wie won er
6
Deze jurk hebben we in
. zijn gelijk halen.
op de laatste atletiekwedstrijd? verschillende kleuren.
LES 5 | Spel- en woordweb
537
5.2
Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.
Reeks 1 a Lees de eerste reeks woorden en ook de voorbeeldzinnen. Ik heb een aantal nieuwe strips van FC De Kampioenen gekocht.
bondig
Antwoord bondig op de vraag. We hebben niet veel tijd meer.
argument
Voor- en tegenstanders gebruiken een verschillend argument om hun gelijk te halen.
discipline
In welke sportdiscipline blink jij uit?
bereiken
Als we samenwerken, kunnen we veel meer bereiken.
optie
Welke optie heb ik volgend jaar op school, als ik slaag?
IN
aantal
N
b Noteer de woorden uit reeks 1 bij de juiste betekenis. de keuze, de mogelijkheid
2
een paar, enkele
3
een tak van de sport, onderdeel
4
kort
5
halen, komen tot
6
een uitspraak waarmee je jouw mening probeert te bewijzen
VA
1
Š
Reeks 2 c Lees de tweede reeks woorden en ook de voorbeeldzinnen.
538
aanvang
Bij aanvang van de werken gebeurde er een ongeluk.
kloppen
In een restaurant moeten de rekeningen kloppen met wat de mensen aten.
eventueel
Voor deze opdracht mag je het internet eventueel raadplegen.
aangezien
Aangezien de rij zo lang was, openden ze een tweede kassa.
bevestigen
Met deze e-mail bevestigen we dat we je betaling ontvangen hebben.
beweren
Sommige wetenschappers beweren dat we ooit op Mars kunnen leven.
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
d Combineer de zinnen met de juiste uitleg. Noteer de juiste letters in de tabel. In de winkel kunnen ze die nieuwe broek eventueel inkorten.
a het begin
2
We nemen beter een paraplu mee, aangezien ze regen voorspellen.
b
overeenkomen
3
Bij aanvang van de vakantie ontvangt de luchthaven van Zaventem veel reizigers.
c
zo nodig
4
Sommige tandartsen beweren dat kussen goed voor je tanden is .
d
omdat
5
De namen op het wedstrijdblad kloppen niet met de spelers op het veld.
e
zeggen dat iets juist is
6
Kun je telefonisch bevestigen dat je aanwezig zult zijn?
f
van mening zijn dat het zo is
2
3
4
5
6
N
1
IN
1
VA
e Vul de zinnen met het juiste woord aan. Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen. 1
Alle weermannen
dat dit jaar het warmste jaar ooit was.
2
Welke extra
3
Welk
4
Bij
5
Hou je spreekoefening
heeft jullie nieuwe wagen?
gebruik jij om laat te mogen opblijven?
Š
van de training moeten we altijd eerst stretchen.
6
: maximaal twee minuten.
er te weinig inschrijvingen zijn, gaat de uitstap niet door. of je naar mijn verjaardagsfeestje komt.
7
Je moet nog
8
Hoeveel sporters
9
Gebruik
de top?
wat meer peper, als je het gerecht pittiger wilt.
10 Controleer even of je gegevens op het formulier 11 Ken jij het
.
inwoners van je stad?
12 Triatlon bestaat uit drie hardlopen.
: zwemmen, wielrennen en
LES 5 | Spel- en woordweb
539
keuzegedeelte Keuzeles 1
In ‘t kort
Je kunt verschillende teksten benoemen en het tekstdoel bepalen. Je kunt afkortingen (voluit) schrijven. Je kunt afkortingen in een woordenboek opzoeken. a Lees deze teksten. Vul het schema op de volgende bladzijde aan. 1 Welk soort tekst is het? 2 Wat is het tekstdoel?
©
VA
N
IN
1
Uit: www.vbsdevlinder.be
2
3
3+1 GRATIS 4,5 W € 15,99 INCL. MILIEUBIJDRAGE
540
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
›
4
Lieve St.-Nicolaas, ik zou zo graag een nieuwe PlayStation van je hebben. A.u.b. ;-) Ik zal dan het hele jaar braaf zijn.
8
in Los op en wiets f een nieuwe UR t.w.v. 499 E
Vakantieregeling zomer: vanaf 01/07 t.e.m. 31/08
-j
VA
N
7
Hotels en restaurants klaar voor a.s. pinksterweekend
6
IN
5
min. 9° max. 15° windsnelheid: 21 km per uur hoeveelheid neerslag: 0,0 mm
-d
k=t -r
tekst
f+ j=et
maandag 7-14 u. dinsdag 7-14 u. woensdag 7-14 u. donderdag 7-14 u. vrijdag 7-14 u. zaterdag gesloten zondag gesloten
tekstdoel: deze tekst wil je
informeren overtuigen ontspannen ontroeren
©
1 2 3 4 5 6 7 8
b Kon je alles in de teksten vlot lezen? Waarom wel/niet? Wat valt op?
KEUZELES 1
541
c
Vorm een duo met je buur. 1 Markeer alle afkortingen in oefening a. 2 Noteer die afkortingen in de tweede kolom. 3 Wat betekenen de afkortingen? Schrijf de afkortingen voluit in de derde kolom. tekst
afkorting
afkorting voluit
1 2 3 4
IN
5 6 7
N
8
Š
VA
d Waar kun je de betekenis van afkortingen vinden?
542
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
e Schrijf de vetgedrukte afkortingen voluit. Gebruik eventueel een woordenboek, als je de afkorting niet kent. 1
Op reis neem ik o.a. een gsm-oplader mee.
2
Maar ik neem niet altijd alles mee, bv. mijn tablet.
3
Deze Chirofuif is i.s.m. de Scouts.
4
De finale van deze volleybalwedstrijd staat o.l.v. de beste scheidsrechter van het land.
5
Gelieve contact op te nemen met dhr. Declercq.
f Maak afkortingen van de vetgedrukte woorden. Voor dit gerecht heb je 1 liter melk nodig.
2
Vanavond ben je op tijd thuis, dat wil zeggen voor middernacht.
3
Aangezien het koopjesperiode is, betaal ik maar € 15 in plaats van € 25.
4
Ik hou van alle dieren met uitzondering van spinnen.
5
De politie probeerde met behulp van hypnose de waarheid te achterhalen.
6
Geachte mevrouw, met deze brief …
N
IN
1
VA
g Schrijf ook deze vetgedrukte afkortingen voluit. Gebruik een woordenboek, als je de afkorting niet kent. Graag 200 g salami.
2
N.a.v. de stadsfeesten komt het vorstenpaar op bezoek.
3
T.k.a.: zo goed als nieuwe PlayStation
©
1
4
Deze hotelkamer kost € 75 p.p.
5
Voor meer informatie z.o.z.
6
Vraag het eens aan m. Janssens.
besluit
Sommige woordgroepen, woorden en namen kun je afkorten. Aan het einde van elk afgekort woord schrijf je een punt. Voorbeeld: t.e.m. (tot en met) Bij symbolen en afkortingen van namen van instellingen schrijf je geen punt. Voorbeeld: km (kilometer) CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding)
KEUZELES 1
543
Keuzeles 2
Weg met die spullen
Je kunt informatie opzoeken. Je kunt een zoekertje schrijven.
IN
O V VOOR U R
Surf naar www.2dehands.be. Beantwoord deze vragen.
1 Op welke manier zijn de afdelingen gerangschikt?
N
2 Waarover gaat het in de afdeling immo?
3 Onder welke afdeling vind je zoekertjes over gsm’s?
VA
4 Wat is het verschil tussen kopen en bieden?
5 Hoe kun je zoekertjes in jouw buurt vinden?
Lees deze zoekertjes over een PS4.
©
O V U R
A
Sony PS4
Te koop: Sony PlayStation 4 Pro nieuw. Ik wil de PS5 en dus moet deze weg. Er is wel een deuk in en een stukje kapot. Voor de rest werkt hij nog redelijk goed. Laat iets weten! } vandaag
544
, Lokeren
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
€ 395,00 3 bieding(en)
B Sony PS4 Te koop: Sony PS4 Slim 500GB met oorspronkelijke doos. Wegens aankoop PS5
€ 250,00 3 bieding(en)
} vandaag
, Diest
N
C
IN
Inhoud: draadloze controller DualShock 4 / HDMI-kabel / USB-kabel / monoheadset / netsnoer / handleiding Breedte: 265 mm Diepte: 288 mm Hoogte: 39 mm Intern geheugen: 8192 MB Geheugencapaciteit: 500 GB Opslagmedia: HDD Soort optische drive: Blu-Ray Data-overdrachtsnelheden: 10, 100, 1000 Mbit/s
€ 250,00 1 bieding(en)
VA
Te koop: Sony PS4 Slim 500GB
} vandaag
, Kortijk
Naar: www.tweedehands.be
©
1 Welk zoekertje zul jij kiezen? Waarom? 2 Wat ontbreekt er bij de andere zoekertjes? 3 Welke vier elementen moet een goed zoekertje bevatten? 1 2 3 4
KEUZELES 2
545
O V TIJDENS U R Schrijf nu zelf een zoekertje. Houd rekening met de vier elementen die een zoekertje moet bevatten. Print het resultaat. O V NA U R Beoordeel je zoekertje.
evaluatie ja
nee
2 Ik vermeldde een prijs.
ja
nee
3 Ik zorgde voor een duidelijke foto van het echte product.
ja
nee
4 Ik voegde wat meer informatie toe.
ja
nee
Spring&win-spel
N
Keuzeles 3
IN
1 Ik gaf mijn zoekertje een duidelijke titel.
Š
VA
Je kent het verschil tussen feit en mening. Je kent het verschil tussen letterlijke en figuurlijke taal. Je kunt samenstellingen vormen. Je toont respect voor je klasgenoten en voor de spelregels.
546
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
Oefenen maar! 1
Duid hier jouw kleur aan:
Werkelijkheid of verzonnen, synoniem, tegengestelde
Les 4 Echt waar?
a Welke woorden horen bij non-fictie en welke bij fictie? Zet ze in de juiste kolom. Kies uit: gefantaseerd - waar - juist - onecht
N
tekst
inhoudsopgave
2
recept
3
strip van F.C. De Kampioenen
4
gedicht
5
boodschappenlijstje
6
kassaticket
7
bijsluiter
8
sprookje
fictie
Š
Klas:
VA
1
non-fictie
Nummer:
b Zet een kruisje in de juiste kolom.
Datum:
fictie
IN
non-fictie
c Zet de woorden die dezelfde betekenis hebben bij elkaar. Kies uit: noteren - knap - aardig - slank - pennen - leuk - stil - verstandig - dun - kalm slim
rustig
mager
schrijven
Naam:
aangenaam
OEFENEN MAAR!
547
d Zet de tegengestelden op de juiste plaats. Kies uit: verdrietig - lach - uitgeven - weinig - geven - zenuwachtig - moeilijk - figuurlijk veel
traan
makkelijk
sparen
letterlijk
rustig
krijgen
gelukkig
1
een wagen
2
een dokter
3
een dief
4
een huis
IN
Naam:
e Geef telkens drie woorden met dezelfde betekenis als het woord dat er staat.
praten
2
roepen
3
lopen
4
kijken
Nummer:
Š
Klas:
VA
1
N
f Geef telkens drie woorden met dezelfde betekenis als het woord dat er staat.
Datum: 548
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
g Hoe voelen deze mensen zich? Geef zo veel mogelijk synoniemen. 1
2
VA
N
4
Datum: Nummer:
IN
3
In Arizona heeft een laffe voorbijganger een vrouw gered. Ze was met haar oude auto in een kanaal gereden in Yuma. Adam Reyes aarzelde geen moment.
Klas:
h Noteer het tegengestelde onder de vetgedrukte woorden.
Hij sprong haar te hulp. 'Alles gebeurde in meer dan een halve seconde',
Š
vertelde de schoolbuschauffeur aan de tv-zender. Hij reed net voorbij met zijn echtgenote Rebecca. De man sprong in het stromende water. Hij slaagde erin de bestuurster door een gesloten raam naar binnen te sleuren. 'De dame voelde dat ik er was. Ze wurgde me bijna. Haar lange armen zaten geklemd rond mijn nek', zegt Reyes. Meteen daarna stond de auto helemaal boven water. Ondanks de zwakke stroming zwom hij traag met de vrouw naar de oever. Met haar praten ging wel. 'Ze was rustig en niet in staat om met niemand te praten', vertelde haar redder. Naam:
Naar: www.hln.be
OEFENEN MAAR!
549
2
Spelling en woordenschat
Les 5 Spel- en woordweb
2.1 Spelweb a Schrijf de woorden zonder fouten over.
7 helikopter
2 eigenaar
8 liter
3 goud
9 eindelijk
4 finale
10 rally
5 allerlei
11 pech
6 fantastisch
12 altijd
b Vul de zinnen met een passend woord aan. Noteer het woord in de laatste kolom.
IN
Naam:
1 bijzonder
1
Ben jij de
2
Jij wilt
3
Jij krijgt een nieuwe hond? Maar dat is
4
Luchtbeelden nemen ze nu vaker met een drone dan vanuit een
5
Wie speelt de
6
Mijn zus is
van deze mooie auto?
als eerste het spel beginnen.
N
!
op dat golftornooi?
VA
handig als het op het herstellen van fietsen aankomt.
c Vul de zinnen met een passend woord aan. Noteer het woord in de laatste kolom.
Nummer:
1
30 juni: woehoe,
2
De trouwring van mijn ouders is van echt
3
Een wasmachine verbruikt 60
4
Tijdens de
5
Op de schooluitstap hadden we
6
De politie stelde
vakantie!
Š
Klas:
.
per wasbeurt.
gebeurde er een dodelijk ongeval. . Het regende de hele tijd.
rare vragen.
Datum: 550
.
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
d Wat stellen deze foto’s voor? Schrijf het juiste woord onder elke foto.
Datum:
G
K
A
L
Naam:
©
M
VA
N
Nummer:
IN
M
Klas:
D
J
OEFENEN MAAR!
551
e Vul het ontbrekende woord in elke zin in. Kies uit:
penalty – symbool – sorry - python – panty – fysiek – rally - mysterie Een duif is het
2
Anthony Kumpen is een Belgische
3
Een gekleurde
4
In die film onderzoekt de inspecteur het
5
De scheidsrechter keurde de
6
Denk jij dat de
7
Agressieve mensen gebruiken vaak
8
Als je per ongeluk hard tegen iemand aanbotst, zeg je ‘
van vrede. piloot.
staat mooi onder een rokje. van de verdwenen diamant.
af.
een gevaarlijke slang is? geweld. ’.
IN
Naam:
1
f Vervang het * door de letter i. Schrijf het woord opnieuw.
Nummer:
2
un*form
3
cent*meter
4
l*monade
5
kwal*teit
1
hor*zon
2
pos*tief
3
r*ool
4
Amer*ka
5
d*amant
VA
muz*kant
©
Klas: Datum: 552
1
N
In sommige woorden hoor je een ie-klank, maar schrijf je een y. Bv. baby
In sommige woorden hoor je een ie-klank, maar schrijf je enkel een i. Bv. olifant
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
g Vul de zinnen aan met een van de woorden uit oefening f. 1
Is het bij jullie op school verplicht om een
2
In RoemeniĂŤ serveert elke horecazaak zijn vers gemaakte Ze bevat koud water, vers citroensap, honing en munt.
3
Vind jij de kleren bij Primark van een goede
4
Antwerpen is het wereldcentrum van de
5
Hoeveel
te dragen? .
?
.
is een meter?
act
2
b
k
3
p
ram
n
mm
de grant
5
d
r
gent
1
v
s
te
2
publ
3
def
4
elektr
5
r
teit
VA
c
tie
c
teit
Klas:
n s
IN
teit
N
4
v
Nummer:
1
Datum:
h Vervolledig deze woorden. Schrijf twee of drie keer i. Schrijf het woord opnieuw.
co
Š
In sommige woorden hoor je twee of drie keer de ie-klank, maar schrijf je telkens een i. Bv. militair
i Vul de zinnen aan met een van de woorden uit oefening h. 1
Zonnepanelen leveren gratis
2
Mijn zus is heel knap met haar nieuwe
3
In wiskunde moeten we de ene
4
We hebben bezoekt ons.
5
Elk weekend vindt er ergens een
. .
na de andere uit het hoofd leren.
van een jeugdbeweging plaats.
OEFENEN MAAR!
Naam:
uit het buitenland. Een verre tante van mijn papa
553
2.2 Woordweb Lees de woorden hieronder. Gebruik ze voor de volgende oefeningen. aangezien
argument
beweren
eventueel
aantal
bereiken
bondig
kloppen
aanvang
bevestigen
discipline
optie
a Combineer elke zin met de juiste uitleg. a
een paar, enkele
2
Weet jij hoeveel mensen er per jaar de top van de Himalaya bereiken?
b
kort
3
Van die knikkers heb ik er maar een aantal.
c
een tak van de sport, onderdeel
4
Er zijn veel argumenten tegen roken.
d
halen, komen tot
5
Houd mails naar een leraar zo bondig mogelijk.
e
de keuze, de mogelijkheid
6
Elk jaar komt Facebook met nieuwe opties.
f
een uitspraak waarmee je jouw mening probeert te bewijzen
3
4
5
6
Klas:
b Combineer elke zin met de juiste uitleg.
Alle onderzoeken bevestigen dat er bij verminderde snelheid minder verkeersslachtoffers vallen.
a
overeenkomen
2
We kunnen de datum eventueel wijzigen.
b
van mening zijn dat het zo is
3
Aangezien we maar twee kandidaten hebben, kan de quiz niet doorgaan.
c
het begin
4
Mijn zus blijft beweren dat ze vóór 2 uur van de fuif thuis was.
d
zeggen dat iets juist is
5
Bij de aanvang van het schooljaar had ik nog weinig vrienden.
e
omdat
6
Het geld in de kassa moet kloppen met wat we verkochten.
f
zo nodig
Nummer:
©
1
Datum: 554
2
N
1
IN
Dressuur is een discipline waarbij het paard aan de ruiter moet gehoorzamen.
VA
Naam:
1
THEMA 14 | Tijd voor iets nieuws
1
2
3
4
5
6
c Wat is de juiste betekenis van het vetgedrukte woord? Kleur het passende bolletje. Met de letters na de juiste uitleg vorm je een woord uit het spelweb.
VA
4 Door een storing kun je onze diensten niet bereiken. halen (B) komen tot (V) in verbinding komen (I)
Nummer:
N
3 Heb jij de discipline om elke dag te studeren? orde (E) een tak van de sport (W) een onderdeel (K) de eigenschap dat je steeds doet wat moet, ook als je er geen zin in hebt (R)
Klas:
IN
2 Ik moet de foto dringend aan de muur van mijn slaapkamer bevestigen. zeggen dat het juist is (C) vastmaken (T) instemmen (U)
Datum:
1 Op de training komen vele spelers te laat. Er is weinig discipline. orde, tucht (E) een tak van de sport (W) een onderdeel (K) de eigenschap dat je steeds doet wat moet, ook als je er geen zin in hebt (R)
Š
5 Haat jij ook dat mensen zonder kloppen in je kamer komen? overeenkomen (H) met de vingers of de hand op iets tikken (L) juist zijn (J) =
Naam:
Oplossing woord:
OEFENEN MAAR!
555
Zelftoets thema 13 en 14 1
Feit of mening
Thema 13 Les 1 Waaghalzen
/4
Zijn deze krantenkoppen een feit of een mening? Schrijf in de laatste kolom bij elke zin ‘F’ (feit) of ‘M’ (mening). Stervende man schenkt 45 000 euro aan serveerster
2
F.C. De Kampioenen is de leukste reeks ooit
3
Deze selfie werd tiener fataal
4
Tienermeiden vinden roze de hipste kleur
2
Woordverklaring
IN
Naam:
1
Thema 13 Les 2 Mijn sport is top!
Markeer de betekenis van de gekleurde woorden in de tekst.
N
Blinde man beklimt Mount Everest
VA
Erik Weihenmayer (44) was 13 toen hij blind werd. Dat heeft hem niet verhinderd om aan sport te doen. Zijn blindheid heeft hem niet tegengehouden om door de Grand Canyon te kajakken, te fietsen, te skiën en te skydiven. Erik is één van de zeldzame mensen die proberen te leven alsof hun handicap er niet is. Hij is één van de weinig voorkomende personen die de hoogste berg ter wereld, de Mount Everest, beklom.
Nummer:
Recent werd Erik de eerste blinde persoon ooit die door de Grand Canyon kajakte. Onlangs maakte hij de tocht van 363 kilometer. Erik trainde 4 jaar voor dat avontuur, maar toch was het beangstigend.
©
Klas:
De sportieve man is een rolmodel, zelfs voor mensen zonder handicap. Hij was ook een voorbeeld voor enkele Tibetaanse, blinde kinderen die hij leerde rotsklimmen.
Naar: www.hln.be
Datum: 556
THEMA 13 & 14 | ZELFTOETS
/4
Thema 13 Les 5 Afgeleid?
a Maak met de opgegeven woorden een afleiding die het tegengestelde betekent. Kies het voorvoegsel on- of wan- of het achtervoegsel -loos. 1
(orde)
Ik heb het graag netjes. Ik heb een hekel aan een slaapkamer.
2
(zin)
Die jongen liep over straat en werd opeens in elkaar geslagen. Hij werd het slachtoffer van geweld.
3
(aangenaam)
Toen papa thuiskwam, deed hij een ontdekking: er zat een muis in onze garage.
gemak
2
slaap
/4
-
VA
c Vul de zinnen met een passende afleiding aan. 1
(Belg)
2
(doel)
3
(rust)
4
(gewoon)
sta ik om zeven uur op, maar vandaag heb ik tot acht uur uitgeslapen.
5
(normaal)
Die man heeft grote voeten. Hij heeft schoenmaat 50!
Heb jij de
/3
/5
Nummer:
1
+
N
grondwoord
IN
b Geef bij elk grondwoord twee afleidingen: één met een positieve betekenis en één met een negatieve betekenis.
/12
Datum:
Afleidingen
nationaliteit?
dat je zoveel mogelijk Het is de punten behaalt.
Klas:
3
Naam:
©
Een kopje kamillethee helpt je om te worden.
THEMA 13 & 14 | ZELFTOETS
557
4
Non-fictie of fictie?
Thema 14, Les 4 Echt waar?
/5
Zijn deze teksten voorbeelden van non-fictie of fictie? Zet een kruisje in de juiste kolom. tekst
non-fictie
fictie
krantenartikel mopje verkeersbord sprookje
5
Synoniemen en tegengestelden
Thema 14, Les 4 Echt waar?
IN
Naam:
weerbericht
a Geef een woord dat (bijna) hetzelfde betekent als het vetgedrukte woord. Die leerling is heel erg slim.
2
De eerste zomerzon is heel erg aangenaam.
3
Tijdens de les techniek moeten we heel wat schrijven.
4
Als we met onze vrienden op stap gaan, kunnen we uren praten.
/4
b Geef het tegengestelde van het vetgedrukte woord.
/4
©
Klas:
VA
N
1
/8
Kies uit: letterlijk – herinneren – verdrietig – sparen – vrijlaten – razend Nummer:
Let op: je kunt niet alle woorden gebruiken.
Datum:
1
Ze was onze afspraak helemaal vergeten. Gelukkig hielp ik er haar op tijd aan .
2
Ik was heel gelukkig toen ik voor mijn verjaardag naar Eurodisney mocht. Mijn zus daarentegen was omdat zij niet mee mocht.
3
De politie wilde enkele heethoofden na de match vasthouden, maar ze moesten ze uiteindelijk toch .
4
Je zou beter niet al jouw geld uitgeven. Je moet ook nog wat
TOTAAL
558
. /33
THEMA 13 & 14 | ZELFTOETS
© N
VA IN
Š
VA
N
Francky Lannoo
IN
Annemie Blomme Tine Calon Kristof Desmet Katrijn D’Herdt Virginie Vermeersch Lotte Vermeir Stefanie Verstraete Pieter Wyffels
Leer zoals je bent Ontdek het onlineleerplatform: diddit. Vooraan in dit boek vind je de toegangscode, zodat je volop kunt oefenen op je tablet of computer. Activeer snel je account op www.diddit.be en maak er een geweldig schooljaar van!
ISBN 978-90-306-9499-1 594001
vanin.be