Skip to main content

Taalweb 2 - Thema 1

Page 1

THEMA 1 SPEURNEUZEN Spreken

Les 1 p.14

Les 2 p.16

Les 3 p.18

Les 4 p.21

vragen stellen, vertellen over jezelf informatieve tv-uitzending

Luisteren

genietend luisteren

Lezen

genietend lezen

Schrijven het alfabet, alfabetisch rangschikken

Taalbeschouwing

THEMA 2 RECORDS

Les 1 p.36

Spreken

W-vragen

Luisteren

W-vragen

Les 2 p.39

Lezen

Les 3 p.43

soorten teksten, tekstdoel

Les 4 p.47

voorspellend lezen, indeling van een tekst

Schrijven Taalbeschouwing

THEMA 3 ALLES PROPER?

woordverklaring: letterlijke uitleg in de tekst

hoofdletters

Les 1 p.64

Les 2 p.67

Les 3 p.70

Les 4 p.75

Spreken Luisteren

informatief beeldfragment

Lezen

genietend lezen

Schrijven

W-vragen verenkelen en verdubbelen, klinkers

Taalbeschouwing

THEMA 4 BIZARRE NATUUR

informatieve tekst

Les 1 p.90

Les 2 p.93

woordverklaring vanuit de context

Les 3 p.96

Les 4 p.99

Spreken Luisteren

luisterstrategie onderwerp en hoofdgedachte

Lezen Schrijven Taalbeschouwing

2

persoonsvorm en onderwerp

woordenboek, woorden met verschillende verklaringen


Les 5 p.24

Keuzeles 1 p.27

Keuzeles 2 p.30

genietend lezen codetaal

Keuzeles 3 p.33

raadsel opsporingsbericht

eindleestekens

Les 5 p.51

Keuzeles 1 p.54

Keuzeles 2 p.58

Keuzeles 3 p.62

intensief luisteren genietend lezen uitnodiging spelling, woordverklaring

Les 5 p.80

zender-boodschapontvanger

Keuzeles 1 p.85

Keuzeles 2 p.87

taalspellen

Keuzeles 3 p.88

dialoog informatieve tekst schema van een tekst affiche educatief spel: verenkelen en verdubbelen, meervoud, woordverklaring

meervoud

Les 5 p.104

Keuzeles 1 p.107

Keuzeles 2 p.110

Keuzeles 3 p.113 presentatie

informatieve tekst informatie verzamelen

informatieve tekst

presentatie spelling, woordverklaring

3


THEMA 5 VRIENDSCHAP Spreken

Les 1 p.116

Les 2 p.120

Les 3 p.123

Les 4 p.128

expressief lezen

Luisteren Lezen

informatieve tekst

genietend lezen

Schrijven Taalbeschouwing

THEMA 6 MODE

uitnodiging rijm

stam, infinitief

Les 1 p.144

Les 2 p.148

Les 3 p.152

Les 4 p.155

Spreken Luisteren

informatief beeldfragment

reclame

Lezen

reclame

Schrijven Taalbeschouwing

THEMA 7 BEROEPEN Spreken

tegenwoordige tijd

Les 1 p.170

Les 2 p.172

tegenwoordige tijd

Les 3 p.176

Les 4 p.179

groepsgesprek

Luisteren Lezen Schrijven

schrijfkader

Taalbeschouwing

THEMA 8 (NIET) OM TE LACHEN! Spreken

zelfstandig naamwoord

Les 1 p.194

Les 2 p.199

4

Les 4 p.209

genietend kijken soorten teksten, tekstdoel

stripverhaal

Schrijven Taalbeschouwing

Les 3 p.203

stellingen

Luisteren Lezen

woordenboek mannelijk, vrouwelijk, onzijdig

creatief schrijven letterlijk en figuurlijk taalgebruik, uitdrukkingen


Les 5 p.132

Keuzeles 1 p.137 groepsgesprek, mening geven

Keuzeles 2 p.141 kritisch reageren

groepsgesprek getuigenissen

Keuzeles 3 p.142

genietend luisteren informatie op internet

werkwoorden in de tegenwoordige tijd

Les 5 p.160

Keuzeles 1 p.163

informatieve tekst, schema

Keuzeles 2 p.166

genietend lezen

educatief spel: onderwerp, persoonsvorm, tegenwoordige tijd

spelling, woordenschat

Les 5 p.181

Keuzeles 3 p.168

Keuzeles 1 p.185

Keuzeles 2 p.188

Keuzeles 3 p.190

informatie doorgeven informatief beeldfragment informatieve tekst

digitaal woordenboek

Les 5 p.211

Keuzeles 1 p.215

taalspellen

Keuzeles 2 p.219

Keuzeles 3 p.222

reclame reclame

spelling, woordverklaring

zenderboodschapontvanger

genietend lezen

educatief spel: letterlijk en figuurlijk, zelfstandige naamwoorden

5


THEMA 9 REIS NAAR DE RUIMTE

Les 1 p.224

Les 2 p.228

Les 3 p.232

Les 4 p.236

Spreken Luisteren

intensief luisteren informatie structureren

Lezen

genietend lezen

Schrijven bijvoeglijke naamwoorden

Taalbeschouwing

THEMA 10 VRIJE TIJD Spreken

Les 1 p.252

Les 2 p.256

woordverklaring: vanuit de context

Les 3 p.261

Les 4 p.265

interview

Luisteren Lezen Schrijven Taalbeschouwing

THEMA 11 GROEN? NATUURLIJK! Spreken

formulier vragen stellen

Les 1 p.280

overeenkomst onderwerp en persoonsvorm

verleden tijd van klankvaste werkwoorden

Les 2 p.285

Les 3 p.289

Les 4 p.292

klasgesprek

Luisteren Lezen Schrijven

genietend lezen enquĂŞte

Taalbeschouwing

THEMA 12 AAN TAFEL!

leestekens : en ,

Les 1 p.306

Les 2 p.309

Les 3 p.313

Spreken Luisteren

informatief tv-programma

Schrijven

6

Les 4 p.317 polyloog

Lezen

Taalbeschouwing

verleden tijd van klankveranderende werkwoorden

verkleinwoorden

samenstellingen


Les 5 p.239

Keuzeles 1 p.242

Keuzeles 2 p.245

Keuzeles 3 p.247

informatie selecteren, uitwisselen

dialoog, stellingen

zoeken op internet

synoniemen en tegengestelden

Les 5 p.268

Keuzeles 1 p.272

Keuzeles 2 p.277

Keuzeles 3 p.278

klasgesprek

covers van jeugdboeken kwartetspel maken spelling en woordverklaring

Les 5 p.297

zoeken op internet

Keuzeles 1 p.300

Keuzeles 2 p.302

Keuzeles 3 p.304

monoloog informatief beeldfragment

tekst bij een foto educatief spel: verleden tijd

Les 5 p.319

Keuzeles 1 p.322

Keuzeles 2 p.325

Keuzeles 3 p.329

informatie vergelijken informatieve tekst

opzoeken op het internet fiche

spelling en woordenschat

afleidingen

7


THEMA 13 X-TREME SPORTEN Spreken

Les 1 p.332

Les 2 p.336

Les 3 p.340

Les 4 p.344

argumenteren informatief tv-programma

Luisteren Lezen

informatieve tekst

genietend lezen

Schrijven Taalbeschouwing

THEMA 14 TIJD VOOR IETS NIEUWS Spreken

feit en mening

Les 1 p.364

woordenschatstrategieĂŤn

Les 2 p.367

woordverklaring, trema

Les 3 p.371

Les 4 p.375

soorten teksten, tekstdoel

genietend lezen

groepsgesprek

Luisteren Lezen

genietend lezen

Schrijven Taalbeschouwing

8

feit of mening

afkortingen

synoniem, tegengestelde


Les 5 p.348

Keuzeles 1 p.352

Keuzeles 2 p.357

Keuzeles 3 p.360

genietend lezen

synoniemen, woordenschat

koppelteken

Les 5 p.380

Keuzeles 1 p.383

Keuzeles 2 p.385

apostrof, accent

Keuzeles 3 p.387

genietend kijken en luisteren

zoekertje spelling, woordverklaring

educatief spel: feit of mening, letterlijk of figuurlijk, samenstellingen

9


OP VERKENNING DOORHEEN JE BOEK Taalweb 2 neemt je dit schooljaar in Nederlandse taal.

leuke thema’s mee op pad doorheen de

Hoe herken je een thema? Elk thema heeft een eigen herkenbare kleur en foto. 1 ‘Neen. En we zagen die niet veel, dus dat viel mee. Maar als die in de badkamer Zie je bij welk thema de foto hoort? Noteer het themanummer bij zes foto’s.

1

encte sp re no strean ke nie a, tsp n, m vreri jeze en ke j lf en n, be te jeze oo ge rd lf ng ele be est oo n eld rd ele en ls n 25

22

el

es te

1|

On

sz

on n

- sy

te

L E UZ ne odne ‘vriens S 1peLE kleren met LZE Onli g leeen 3 wiEen LES 4LES Superslimme EUKE natuur ICT - hetmod 1Topm S3 onderwerpinvan tekst en de hoofdgedachte M,ijn ingo huis edspetter LES s - lezen LE ZELES 2 KZE ZEKEU U g-den Klder volregru Focu woor | woordverklaring LES 2 woordweb ren, Chil s - vere 1 denb co U 4 Mijt wel ELES ESLES 5 Spelen 2Sprin -rd spelling, Sijke - luiste nkelen d?co LE KE KEUZ enp griezels LES vijan - kij LERe en verd KEUZEL ken, nd of ES 3 en m teks ubbe Soeprd - lezen 3 tbeg anderbizarre KEUZELES 115 luistevormen , kijken verzamelen, len 3 1VrieDe in rip1haarsmeest - informatie UZEL et ee onzicht LE Ee LESnatuur en luist ZELES LES 5een KEKEU ren Op reco baa eren S 2 nmaken presentatie 4 tter Spe rs en sp - woordverr KEUZEL rdspaa n grote s spetter LE Reco rekmee eun en: klaring vanu R -jehoietsje S 3 - kijken 1RariFeiten en rdSpme en luisteren, KEUZELES ES 2 LE te dat rt W-vra spreken: eigen Rom mening geven het wo it de cont ks net mee urh KEU ordve is te ch rvou vanofdletter gen ext, lupokt…oen S 5LES mel beu ZEL KE Arkl !cha t inn - sodort - lezen zelfstand UZES BCari s KEUZELES 4 Vriends 3 2 Mijn natuurverschijnsel/dier voors Sp Debizarre - een presentatie, KEEL ng: n,d-sche | ige naamspreken men L en 1 d ma, – el KEU ES in E e let klass eer -Veen-prohet ter o pelle kenge tekste KEZEL woorden U LES 1 S5 ES lijk ple nd lez rmwo peral-qu las sprek n, tek KUZEL Z3EL SpeNo istordwfabe iz e- uit en–, sp idken ikSm spre stdoe leg KEUZEUZ ES 2ES 1 l: g heb op in ch t, ee in in een eb en ma al l re luist keak gde attr re sch KE EL ELE Ik no - spfaLES tekst eren be corddeoon |– luRare wezens Kra ell n van ee UZ ES 3 S 89 sn maa dig enja tis , 1drij ing is 2 EL n tek chwo f -teeduc akje ui ch s - geee kbe re raord ES Taal st, uw nie Mre t - ze t – ng verkl n atief spel ijnco de co 3 eind ten–dge nderlezen schi aring zurds Sp niet en kken s is- taade! – boleodessc eu en luiste teha ve lspelllu rde ns ntv d leze ren rdw enistere kep-o ra ange n n en LES an r,1 sc | hrBw e he ijveèk! n: de t w n – ge uitno erk niet

UK

KE

en

3

en ing gen kk lin dru stel , uit n n: re oord ik ke ru ger w iste re eb lu annaam l, sp alg en ntvig ta-ond en doe ijk ta hap kst rl zelfs kijk 3 uu n, jvenk ? -dsc 19 ze fig hrispre ng on oo le so ge -b sc en ik, ps nd larier er te oe ru lijk tief rk p nd ek iete - gr er eb ea gve n ze enbo alg len oo - lett - gen wij?- cr r ooofrdee e,oord ta ha ige tijd w ip d w es kcl-am kn pen nenkenilan n dnie g, rlijkmpjenwoord n r - re ren li e er uut fil boe teg boek el enld ste n io w nd eg, ee ee fiieg ui ing: we pm e - lui leze - en in - sp rdn? 9 n sp , spreken ro rden et atell 16 og d p!jk oonebe ijvnen am wono d eb wle M kke WKaa ssief lezen o woo hi li rm fo hr expre ren n ee g te n r al in e ip je e - sc iezij -tter enluitaste win b nmee 1 ed BliS 1 . De ohnet ietsje en en-?le nrden tijd digi S dat enrdgen oetrdin oordpoo Is 1 Kl ige n k atmatieve tekst kijke k -en net woo ord … ven LE 2 LE F.C 2 LE oe e - t ziijln?-hap en S nekwho Wter w kw infor eeen: sch ge S er ste aabmoe: tegenorwo oendsc S e -elezen tord st, Vrie e?,nwo n ing do ure eeb 1 pte nmin dordeen LE 3 LE Op 3 l-ZoeS 2 km LES ie liefd jke tek ing , infinitief ell atof S or je ofoo eli ellel eLE ek - stam d-igsp hap ? |leM enhap rm - sp : zak wdeat eVrie LE 4 ES p Gren3 jeSp wansndsc nevie alsp1 ndsc tijd wij info eb in 2 rvad eS LES S L S 4 LE lez de ott LES - tavrie Rare wezens kijken en luisteren en lfst1is ordwelke ital ordige den in ESht -tijd lf -voor LE 5 S ov ZieD. Stdiguijl lijn jven , werkwoor rk tief,, teg zewo pen enwo brLacee d, 3en, ze-Bas S LE T 5 zSy 4 LES schri en n stam e u ge 143 E oe huis n 2 er LES winfini de persoonsvorm en het onderwerp Bizarre in g el L 1 ES LE ntinere en kinSp nnatuurverschijnselen Su Het et ordimg -onsvo-rm kaar LES jven, ICT inbnde tur Bwè tege kg h4 Vrie ES L 2 S 1 rSag5ru en nwoaro rso uc1 LES ren, schri lez van gemset V itdZe a , peen, 3 e str Help … ten Wat nu? -W d k! opzoeken inluiste het woordenboek, EL woorden met verschillende hap - schr S LE LE RaLES atiLES ndsc ijven sprek u 1 el5en ,erp | rw Vrie en spre UZ U orm 2genie de verklaringen LEZE 3 S 2ES lezen n’ ken Sp inf one S EEL LES n? nde el - LESch l -S-on1 KE ZEE kst

LE S

tend lezen

of meni

ng

A 14 THEM THEMA 13 nieuws THr EieMtsA voo TijdX-treme 12 HEsporten AanTta TM Gro fe HEl!AM11 e n Vri ?THNAa 1 Rjee tiEjdMtAu0urlijk ! is na 9 ar de ru im t

e

279

- feit - genie oljaar! n Bye bye afkortinge sch scho LES 1 spelling: fantasti tekstdoel, Wat een teksten, LES 2 LES 1 Waaghalzen antoniem - feit en mening,iem, spreken: argumenteren - soorten , synon In ‘t kort tend lezen laring LES 3 LES 2 Mijnr?sport - genieis top! - woordenschatstrategieën woordverk waa EchtLES spelling, eb--woordverklaring, Dag ren LES 4LES 3 Wat1woo rdw elijk een kick! trema se kos kijken en luiste l- en SpeLES genietend t - kijken enen schrijven Lek … LES 5LES 4 Tot2 het kere ger lingen luisteren - kijken en luisteren, LE voor lezen Suiterste , infor LESheid samenstel ech rtje lezen genietend Afsc 1 rlijk, 3 Ste mati len - zoeketjes - verkleinw e vergelijke ES 1 lijk of figuu een LES -Ho koppelteken die lspul e mrlijk KEUZEL LES 5LESGekoppeld n hee oorden ng, letter met meni 2 ofeu e lunch 2 Weg 4LE Pick - feitili Ve bewu spel ZELES Lnick 1 De ultieme rraa- genietend kick lezensamen KEUKEUZELES SwinLES - samenst 3 ES 1- spre st be dken: Spri5ng&Spe 365 polyloog op de ES 3 2 Sportspellen n jij i.v.m. sportellingen LE De ZEL KEU KEUZELES op - synoniemen, woordenschat Vrdw KEU ba ZELES LES 4 l? - sp Sen wa ra sis 2 woo 1 Maa rm eb g rek W bye L spel e in LE ge asLhe-Wapostrof,ngaccent ling ennie 1 | Bye en KEUKE KEUZELES 3 Woordtekens S 5 ESk 3tijd ZEL vooinr het st-alee woor tenddens ; enqu LES UZES ête noe LE HoeL HESt vr chat lezen EL2 Tafe engeontbaijt kens t ste invull ES 1 lma KEU vr S zake wo KE o E nier in ZEL 1 4 en bbt - afleiwrerbete ij - lijkdelezen UZ KEES 3 LOp zin , infor LeLef S S 2rden EL yb ES rest afOeva U ES : en matie verg nusl dingkwenoor? - sp E jetu KEUZ vere , elijken n E- opzo ant KEEL ZELE2 W5 Saur ui rszve rwerrden rlekeden,nlu en beoo o-nsc U ES S at Sp3 ttein neup tijd rdelen n cyeken iste nop ijvhetktinter ?in- de Le - taval KE K ZELE3 1LES geebe l-ur ren, lubeclenehrste net, kij verl LES ende 1 | Waaghalzen schrijven ke en UZEU SL Het H 333 v w c 4 n e e sc in , oo wner h ho splsrek en lui ed KE ELZEE 2ES sptrin en ste terv hiert n uw e onenline Dzitg- rdve obourd N L tijd ren iew ing l fo KE UZE S 3ES 5 uttig e r‘menin-w rk it we ?a-aee b r Mn tek kijk rmulie LE 1Kw Ee e vruim dlaeinrinspenel UZ n cog: on--sptaal ar stjeesc n hr r S EL Gaigrte to ije te en ijve ve z el:be s var LES ES 2 lu n bij nu- e p 1descwe brkw @nt - leeko tijdin?is ijv een W Dag itle la |ho 3 oordetese foto tis zen,ms -gelunis dezen, ne uwoineelijk a re iete tere co ICTet? gglijk n n,kost Sy ait ch ICTt a n in he LEe en no ls n n, text te nsi aa nie t in Sru1im| as d lezespreke , in op 307 m ef Ho tro m wo d n formmaa n te e m en e r nili , je ord luis at k va te eig e ie n en uim - zoe aueu re t? bew en n ke usmt stru een n te te -k n ? ge enben ctu tek ijk via in en ngL - in ?re st, g g jijre eEsS form intern en n ev lu te1 en et iste ld| V atie en ra se re n le g ,

Welk thema

zat, dan was het voor een uur!’ Tia rolde met haar ogen bij het horen van zoveel ellende. ‘Ik zou van huis weglopen,’ zei ze nuchter. 5 ‘Makkelijk gezegd! Wacht maar eens af. Je ouders zijn allebei nog jong. De kans is groot dat er in een mum van tijd een nieuwe partner bij komt.’ ‘Hou er nu over op,’ snauwde Tia iets harder dan ze had bedoeld. ‘Ik krijg er kippenvel van,’ voegde ze er snel aan toe. ‘Ach, je wordt dat gewoon,’ zei Tamara, die wel begreep waar Tia momenteel 10 mee worstelde. ‘Ik geef zaterdag de 25e een feestje.’ Tia was het gezanik over nieuwe gezinnen beu. ‘En jullie zijn allemaal welkom.’ ‘Vet! Ik zorg voor de muziek!’ zei Thijs met zijn mond vol chips. Normaal mocht 15 er op het schoolplein niet gegeten worden, maar daar veegde Thijs wel knap zijn kont aan. Thijs had een schat aan technomuziek op zijn laptop. Hij speelde graag voor dj. ‘Waar is dat precies?’ vroeg Tessa terwijl ze haar smartphone uit haar jaszak haalde. Ook deze dingen waren op het schoolplein verboden. lijkt jou het leukst? 20 ‘Anjelierenlaan 13. Ik bezorg jullie straks een uitnodiging.’ ‘Da’s in de wijk van mijn tante!’ zei Jeroen. ‘Beetje kouwe kak die buurt.’ Iedereen lachte. ‘Dan zal Tia daar voor de nodige veranderingen zorgen. Zaterdag zetten we de boel op stelten!’ gierde Tijs. ‘Verwittig maar alvast de buren!’ 25 ‘Had je gedacht,’ hikte Tia. ‘Ma zal wel een demper op je boxen zetten. We willen daar geen herrie!’ ‘Ook goed, dan zorgen we gewoon voor liters drank!’ ‘Vet cool. Dan zorg ik voor pizza’s!’ zei Tia.hen! ac 8 7l 6 Iedereen vond dit een schitterend Midee. A EMmAEteMA n A5 e H o H T E epTHEM THEMA 4p TH Tiet)Jeroen. scha 30 ‘Hoe laat moeten we er zijn?’ vroeg ero ode dTH EMnatuur A3 (N B M Vrien Bizarre AlleTsHpEro M RecoTHEApe2r? ‘Een uur of zeven? Zoiets?’ SprdsMA 1 eur ‘Ik weet nog niet of het me lukt,’ zei Tessa. ‘Er staat neu een supersaai familiefeest zen gepland.’ ‘Kun je iets laten weten voor donderdag?’ 35 ‘Top!’ KE

– ra

Naar: Kristof Desmet, Grenzen

1|

d le

LEseSls, sc zen 1 |hrM ijvijn en

Op

spe

urt

diging

en

ad

LES

och

t in

de

63

reco

rd 35

kla

s

Elk thema bestaat uit vijf en drie keuzelessen. b Beantwoord de basislessen vragen.

13

1 Ben jij ook al eens verhuisd? 2 Was je ook al eens vreemd in een nieuwe omgeving? de pagina kun je met behulp van de bollen goed volgen in 3 Zo ja, was het makkelijk om nieuwe vrienden te maken? Hoe doe je dat?

Onderaan op en waar je in het thema beland bent.

welk thema je zit

c Schrijf de uitnodiging van Tia.

LES 4 | Vrienden in huis

10

129


Hoe

d Vul de zinnen met een passend woord aan. je wat er in een les aan bod weet

komt?

1

Ik heb een perfect

voor pannenkoeken.

2

Mijn zusje kijkt uit naar de

3

Wil jij later ook in een

4

Voor elke reis laat mama haar voeten door de verzorgen. Twittervermeldingen Hetmet biscuitstokje metsteeds een laagje chocolade?van het merk Pocky Zijn jeansbroeken scheuren nog de nieuwste werd 3.710.004 keer getweet op 11 november 2013. Dat is 4294 De was bijna te laat in het station. keer per seconde.

van Samson & Gert.

Bij de start van elke nieuwe les staat in een blauw kadertje opgesomd wat je gaat leren.

Les 51 6

stage lopen?

Rare wezens

Je kunt de kijk- en luisterafspraken naleven. Je kunt het luisterdoel (informatie krijgen) bepalen. 5.2 Woordweb Je kunt informatie uit een luisterfragment achterhalen. Record aantal doden

Niet records even vrolijk. In de top 5 van de gruwelijkste oorlogen vind a Lees dealle eerste reeks zijn woorden. je zowel de Eerste Wereldoorlog als de Tweede Wereldoorlog. Een record aantal Lees ook de zin waarin het woord staat. mensen stierf toen. betekenen de blauwe woorden en de geel gemarkeerde woorden

Wat Reeks 1 in je boek?

Succesvolle tv Langste tafel bevallen Die nieuwe film is steengoed. Hij zal jou zeker bevallen. woorden die in het vet staan, In zijn moeilijke woorden De langstlopende animatieserie is nog de Oost-Vlaamse stad Gent die je vooral 2steeds allerlei De leerlingen gooien allerlei rommel op de speelplaats. The Simpsons, gemaakt door de gingen de inwoners van de op school hoort.Amerikaan In de cirkel bij het woord, vind je de betekenis. Matt Groening. In 2014 Eendrachtstraat op zondag 3 afnemen Zou het aantal mensen dat iets online koopt toenemen of verbraken de makers het record net 16 juni 2002 uitgebreid eten. afnemen? woorden zijn woorden die je misschien De gemarkeerde niet meteen voor Pasen. Toen hadden ze de Ze zetten daarvoor een 4546ste uiteenlopend Ik hou van volleybal, mijn beste vriend knutselt graag. aflevering af. 480 meter lange tafel op straat. foutloos kunt schrijven. Het succesvolste Onze hobby’s zijn heel uiteenlopend. De tafel was de lengte van 5tv-programma inhouden Wat houden de voorstellen van de in? de leerlingenraad volledige straat. is Got Talent. Een aanzienlijk aantal mensen 6 uiten Meisjes uiten hun gevoelens gemakkelijker dan jongens. In 58 landen kun at er spaghetti aan: 1300 om je ernaar kijken. precies te zijn. b Combineer elke zin met de juiste uitleg. 1

De

1

Die vakantiejob bevalt me wel.

Naar: e 2 www.hln.b In ons aquarium

net: zitten allerlei vissen.

a

uitgebreid:

duidelijk maken wat aanzienlijk: je denkt of voelt overvloedig veel, met zich meebrengen behoorlijk, hoog goed of prettig vinden

b juist, precies 3 De weerman voorspelt goed nieuws: c morgen zal de regen afnemen. c Vul het schema aan met de gemarkeerde voorbeelden uit de teksten. 4 Durf jij gemakkelijk je mening te uiten? d van elkaar verschillend

Per twee thema’s krijg je één les om 2 Namen van plaatsen alle specialee woorden nog eens extra in te oefenen. 1 Namen van mensen 3 Woorden die afgeleid 5 Onze meningen zijn uiteenlopend. minder worden en dieren Hoe heet die les? 6 Wat houdt de taak van

f

zijn van een plaatsnaam veel verschillende soorten

klasverantwoordelijke in?

TIP! Je herkent de les aan de twee fotootjes onderaan de pagina.

212

THEMA 8 | (Niet) om te lachen!

Wat moet je onthouden (kennen/leren)? 40

THEMA 2 | Records

In de besluitkaders staat alles voor je opgesomd. Een woord kan verschillende betekenissen hebben. Denk goed na over welke betekenis in de context past!

besluit

11


5

tisch

fabe

/ al

2

E5

E5

5

5

1

4

HE

FIC

FICH

FIC H

6 ver

bet

t alfa

n oideHe de FICHE 1 Persoonsvorm en onderwerp rled E 2= go gooi ve de de FICH + de n = in in te de en oi e af ten d. rd er go oi + dd en eg oo nd = bl blaf el dd vo go ra kw = ge = m mel ve + te n te wer = af en k. am n bl af + + de n st rd ee d de te oo klan de bl el + je et ten j n m d kw va bi ijf = pl plet n: mel g hr wer = de an e niet sc + te n el tg st Z te m ui et va tijd + Hoe n pl X Y nk en ) ee n: plet -d ud d) V W Kla rled te e U wel et el elvo ou ve pl dt S T bb nk eerv R (e du wor ) Q n (m -t P ud d) Er e ee O + de n el d igt. N de elvo ou tij bb am + nk eerv L M st am du en eind (e K en n . (m st er urt). I J rled n -d ee + te n nkers nd alfabet H d (yogh ve t. te kli er G ra tij t de ee ig + am de link ve1 He st am en eind E F op en me t in al en D medek st ijf C en rled n -t nkers ! rd s een dA B ve 1 De persoonsvorm oo uit kli t t op schr stam ee de en som kw k. taat kers. lvou oe Le Je de op klin m t bes (baby) t in al wer klan enke zijn - als ijf en ker alfabe e i o u . Kun jij goed dansen? Een vraagzin waarop je met ja of met nee kunt klin hr am ende van het ls Herdt sa sc st ia ge oo s een antwoorden, is een ja-neevraag. er tijd en: re kw De letter Je de som r - cav nd y is - als en er ra en rm - bee - tijger ter ge ze w ve ed vo aap is de Je vindt judo een lastige sport. Het eerste woord in de ja-neevraag De let - lam nk verl ee d. er n n de duif ken tw ou Vind om je judo een lastige sport? Kla de hikpersoonsvorm. aa gsc s - dro is , in hebt eerv best d va ran ken tij - doo s - mu 4 ch hik . r Je t m tis dag gsc woord en abe 2 Het - mo ran onderwerp he rvoo ed het 2 Alf mes h te rl k , Hie ve n. - vlo betisc ter van at fde k e let zel D lere - ma - vle Mijn en alfa ste Het onderwerphet vrienden gaan naar Londen. vertelt over wie of waarover vlak -ermaan je woord r de eer woord . Om Gaan mijn vrienden naar Londen? iets gezegd wordt. één ter maag letter je naa ... let dan e sla erHet onderwerp kijk 4 genkwerkmaakt een perfecte nd staat altijd gHet vierdenet voor of net na de E- -vliegtuig in me volge pla - sla Hlanding. of de kt sla ICpla r depersoonsvorm letter rdein de zin. de k F je naa Is die Maakt het vliegtuig een perfecte Deze twee pla r de vragen helpen je om het onderwerp kijk naa dan landing? te vinden: en. je ook ord moet - Wie doet iets ge in de wozin? Soms lan rer - Wat doet iets in de zin? en. kijk en voo Het monster is erg gevaarlijk. Zinnen en kommet het werkwoord zijn, noemen we woordIS-zinnen. Je vindt het onderwerp in deze Is het monster erg gevaarlijk? Korte zinnen door deze hulpvraag te stellen: E2 FICH - Wie of wat is iets in de zin?

4 Bij dubbele voe n glijke Een naam bijvoe woord info rmatie glijk en naam Het ove sta wo

Verenk elen of 6 FICHE

tijd

kken

schi

rang

r het at ord naa zel F gee mw meest oord. al voo fstandIC ft me HE er r het ig naa Let zelfst mw 5 oor op 1 d. het Woord ! Ze andig Ze de grote hu lfs ‘jullie’ jes als Ze tand lfst koppig is lfs ‘mijn’ ige mia naa , ‘uw’ ta ee e eze Het versc jn en ‘hu , ‘jou n pe ndig mw na hil tusse l 34 nvrij dig gev am e n’ zijn w’, ‘zijrs n een korteoorden wo35 n’,oo‘ha naam eigen tante ! of lange n, ar’ orde stek So geen 1 Woor ee ‘onwoo aa klank m st n en den met kun migje bijv oeg n, di He s’, rd36 mw el horen één klank t zij en e di .lijke er of37 en st groep: oo ee tr zijijg je hoort n oo ngen 2 Woor n en rde n ef 38 den met of je dek ze ding woor ku 2 klinke meer dan fe lfs r enke n de Lidw 39l va tand n je één klank lle n noem n di niof Je groep oo st el et dubb ig 40e va rd ee en e ku : va n moet schri na ng . jven. -st el het woord na nt verdeen k st ve am en 41 am de ee ba in rd wo nem ik ‘De’ wo , he st - ijg lkker groepen wijn or ve klank 42 or t . pa de en. rl ik, ‘het d sc of ee43 pe , br tr-ef vind ieze en n. ’ en hr ga oe ze n hoor een r, tel, ai, vovlor en n va3 ‘een ijven 44 Zatte l Man hu ezel tante st ievette ee ’ zij .kippe schri is, ving verd ak nejf 45 n vrag ngestopp Ze rie po nn zelfs lijk, lid en st tlo t, korte klankm lfsta ve busse ho wegwooen tand od al n. vrou46 rd nd an og st wijn ige ve ig te, Alle nelij1 klink ee 47 wewet en rden rl naer en ge lijken . troflu g am vind ies Alle het- 2kmede (m klink w 48 k of woersor on viel vrou de-w woor ) of vlie ee zijdi 49vrouzeorde den ge Ik luiste gg n ik g - ee n pa wel oord den va g? vr st r 50 zij zo wel en kunn ng ijk aa n hu dden ok ge ek ijk naar het ve On . ik en zij zwn on wee g en st st is, rd zi n of zienjd (v) en on ol ge he oevel, einde van em hoor een jdig g en zijd w igApenzijzweve we t hu rlde wee st n. e wo de ee ml m . eg ge n ig klankgroep vo is oorpaddn t en w over (o orschri an trof en nd or ), de jf : ne muren. en Man ge vloo n ku d lange fe stoe lijk ze va klank ne n ge lle n ofwezo g l g lijke vr 1 klink je ve va n oe er en rv l ek ve ng wo woo g an zw 1 mede rd orde ge wen en ve em wis g n do n ku klinker rl t or ge oren en n je ik w he Vr vo er verv t. ou ge nd d ze ik (ze) wel an vlog en i He ge ge .hoor ijke zo nZieke en vr een wo do schild He t huis ch aa ge ers t st zw orde schri t moetorenhi wog gd jf aa staat om j. genoe ge n ku t in andere in rusten. wet en Deg n klank ee ee ge Tw n ru n ru of twee watjeikvehoor Hij bakk ijf wor en rvan man el je stig stig er ge de De test ze e bu e bu ge of hillen ne versc ee test in n n do de ee ee n ee lijk,mede Hij com urt. urt. gezo gd nw or zelfsers vrou nklink is ge pute nieu n nieu ge ch zij w re oona de zw t ta cras r is rden we klink ce w re lij ernd om De pt ce ht. gecr bo k of ig na pt. m as . ek Zij lerare on en ht. op (ze zijdi amwo De . ) ge s ge g is, ord Ze afstan eft ee eft ee zoek valt n ds he be n m moe op t da ili de dien oeili bief n gron ing jke jke op bo stuk valt opdr dr d. ve ac acht wo nbil de (m op . rdt de ht. da ) du FICH t ge E gron n ba 6 stuk d. kk vle en 6 es of va ge roos n de terd

Ook op de fiches die achteraan in je boek op dikker papier staan, vind je die informatie terug. Weet je welk logo naar de fiches verwijst? Teken het hieronder.

?

en

Als je het onderwerp van getal verandert (enkelvoud wordt meervoud of omgekeerd), verandert ook de persoonsvorm van getal.

Mijn vriendin houdt van dancemuziek. Mijn vriendinnen houden van dancemuziek.

FICHE 1

Wat als de opdrachten een beetje moeilijk lijken? Geen nood! Spreek-, lees, luister-, kijk- en schrijftips helpen je om de oefening tot een goed einde te brengen. 1 2 3 4 5

tips

Luister naar elkaar. Laat elkaar uitspreken. Zorg ervoor dat je voldoende aan het woord komt. Zeg waarom je ergens (niet) mee akkoord gaat. Gebruik standaardtaal.

Hoe weet je of je een oefening goed hebt uitgevoerd? Evaluatiekaders helpen je om na te kijken of je alle stapjes van de opdracht correct hebt uitgevoerd.

evaluatie

1

De gevraagde informatie staat in de presentatie.

ja

nee

2

Je werkte met sleutelwoorden.

ja

nee

3

Je lette op de spelling van woorden.

ja

nee

4

Je zorgde voor een duidelijk lettertype (Verdana 18 pt).

ja

nee

5

Je hebt vijf slides.

ja

nee

Waar vind je extra oefeningen? In je boek zit heel wat oefenmateriaal. Wil je toch graag extra oefeningen maken? In je oefenbundel vind je wat je zoekt. Vraag je leraar welke oefeningen je moet maken. Er zijn blauwe en oranje oefeningen. Maar ook op diddit kun je naar hartenlust oefeningen maken die de computer meteen voor je verbetert. Word jij de taalkampioen van je klas?

Hoe test je of je alles begrepen hebt? Met de korte zelftoets die je na elke twee thema’s in je oefenbundel terugvindt, test je of je alles goed begrepen hebt.

12

Duid hier jouw kleur aan:

Leer zoals je be


THEMA 1 Speurneuzen LES 1

Op speurtocht in de klas – spreken

LES 2

Speurhond in opleiding – luisteren

LES 3

ABC – het alfabet, alfabetisch rangschikken

LES 4

Vermist in de sneeuw – genietend lezen

LES 5

Schattenjacht – eindleestekens

KEUZELES 1

Kraak de code! – luisteren

KEUZELES 2

Mijn zus is verdwenen – genietend lezen

KEUZELES 3

Speurder aan het werk – raadsels, schrijven

LES 1 | Op speurtocht in de klas

13


Les 1

Op speurtocht in de klas Je kunt vragen stellen aan je klasgenoten. Je kunt iets over jezelf vertellen.

a Vier op een rij 1 Lees de vragen in het rooster. 2 Spreek een klasgenoot aan. Stel een vraag uit het rooster. Bijvoorbeeld: ‘Heb jij een huisdier?’ Als de leerling ‘nee’ antwoordt, ga je verder naar iemand anders. Als het antwoord ‘ja’ is, dan mag je zijn of haar naam onder de vraag schrijven. Daarna ga je verder naar een andere leerling. Je mag maar één vraag per keer stellen!

diagonaal:

3 Ga op dezelfde manier verder tot je vier vakjes naast elkaar ingevuld hebt. De vier vakjes mogen horizontaal, verticaal of diagonaal naast elkaar staan. Dan heb je vier op een rij!

Heb je een huisdier?

Speel je een muziekinstrument?

Lees je graag strips?

Hou je van sneeuw?

14

Eet je graag frietjes?

Kijk je graag naar voetbal op televisie?

Heb je al eens in een tent gekampeerd?

Spreek je nog een andere taal dan Nederlands?

THEMA 1 | Speurneuzen

Ben je al eens op een eiland geweest?

Ben je lid van een sportclub?

Gebruik je

?

Speel je graag computerspelletjes?

schuin, van links boven naar rechts beneden of omgekeerd Heeft jouw voornaam meer dan vijf letters?

Heb je meer dan één broer of zus?

Is groen je lievelingskleur?

Ben je lid van een jeugdbeweging?


b Bedenk drie andere vragen voor je buur. 1

bedenken: verzinnen

2

3

c Stel de vragen. Beantwoord ook de vragen van je buur. d Vind jij het verschil tussen waarheid en leugen? 1 Schrijf drie dingen over jezelf. Twee dingen zijn waar, ĂŠĂŠn ding is een leugen.

2 Vertel de drie dingen over jezelf aan je klasgenoten. Zij raden wat over jou gelogen is. Als ze juist raden, krijgen zij een punt. Als ze fout raden, krijg jij een punt.

LES 1 | Op speurtocht in de klas

15


Les 2

Speurhond in opleiding Je kunt vragen bij een beeldfragment beantwoorden.

O V VOOR U R

ond

eh Heldhaftig

Hond redt baby

Helpende snee

uwhond

Hond Teddy is een held

Waarover gaan de krantenkoppen? Beantwoord de vragen. 1 In welke situaties worden honden als redder gebruikt? 2 Wat moeten de reddingshonden in die situaties doen? 3 Waarom kan niet elke hond als reddingshond werken? O V U R

g

Hond in opleidin redt levens

opleiding: periode waarin je een beroep leert

Een hond moet eerst een opleiding volgen. Pas dan kan hij als reddingshond werken. Hoe die training verloopt, zie je in de filmpjes. 1 2 3 4

Lees de vragen vooraf. Vraag uitleg wanneer iets niet duidelijk is. Concentreer je terwijl je luistert. Laat je niet afleiden. Stoor je medeleerlingen niet.

O V TIJDENS U R Kijk naar het eerste fragment. Duid het juiste antwoord aan. 1 Waarom kunnen honden goed naar slachtoffers speuren? Honden kunnen beter ruiken dan mensen. Honden zijn kleiner dan mensen en kunnen overal tussen. Honden hebben scherpere ogen dan mensen. 2 Speurhonden speuren naar vermiste slachtoffers. Wat kunnen speurhonden nog zoeken? eten en gestolen fietsen gsm’s en verborgen schatten geld en drugs

16

THEMA 1 | Speurneuzen


3 Wat is een belangrijke eigenschap voor een reddingshond? een sociaal karakter hebben (makkelijk kunnen omgaan met mensen) groot en sterk zijn agressief zijn

eigenschap: een typisch kenmerk van iets of iemand

stappen:

Kijk naar het tweede fragment. 1 Zet de stappen van de hondentraining in de juiste volgorde. Schrijf in potlood nummer 1 tot 4 voor de zinnen.

onderdelen in een juiste volgorde

De hondentrainer met het bijtrolletje gaat ergens zitten waar de hond hem niet kan zien. De hond leert dat hij het bijt-rolletje heel graag wil. De hondentrainer met het bijt-rolletje gaat ergens zitten waar de hond hem kan zien. De hond zoekt een slachtoffer en de hondentrainer beloont hem met het bijt-rolletje. 2 Kijk nog een keer naar het tweede fragment. Pas een fout antwoord aan. Kijk naar het derde fragment. Beantwoord de vragen. 1 Hoe lang duurt de hondentraining? 2 Waarom oefenen de trainers om de hond op te tillen en door te geven? 3 Waarom oefenen de trainers met de honden op grote hoogte?

O V NA U R Vul het evaluatiekader in.

evaluatie 1

Welke score heb je behaald?

/10

2

Wat vind je van dat resultaat?

heel goed

3

Vond je het filmpje interessant?

ja

4

Kleur het juiste bolletje. - Hoe ging het luisteren? - Hoe verliep het kijken? - Wist je wat er van je verwacht werd?

5

goed

voldoende

niet goed

nee

heel goed heel goed

goed goed

voldoende voldoende

niet goed niet goed

heel goed

goed

voldoende

niet goed

Wat kun je bij een volgende opdracht beter doen?

LES 2 | Speurhond in opleiding

17


Les 3 3.1

ABC Het alfabet Je kent het alfabet. Je kent het verschil tussen klinkers en medeklinkers. Je kunt woorden alfabetisch rangschikken.

a Volg de letters van het alfabet en zoek de beste speurder. Kleur je weg doorheen het rooster.

ďƒ†

A

B

B

G

H

M

Z

F

X

A

F

C

A

S

T

N

T

U

V

S

Z

D

E

A

V

Y

S

G

W

T

H

G

F

L

U

E

R

I

X

J

I

Q

R

N

O

D

Q

M

Y

Z

F

J

M

B

Z

P

S

L

B

E

H

D

K

R

T

O

T

A

C

H

C

P

I

L

M

N

P

R

F

M

b Noteer alle letters van het alfabet. Markeer de klinkers. 1

2

3

4

5

6

7

8

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26

c Vul de ontbrekende letters van het alfabet aan. Welk woord krijg je dan?

18

1

PQRTUVWX

4

KLMNPQRS

2

NOQRSTUVW

5

MOPQRSTU

3

CDEFGHJKL

THEMA 1 | Speurneuzen


d Lees de tekst. Ontcijfer de boodschap. Spionnen geven vaak geheime boodschappen door. Daarvoor gebruiken ze een speciale code of geheimtaal. Daardoor kunnen anderen de boodschap niet begrijpen. Er zijn veel verschillende manieren om je geheime boodschap door te geven. Je kunt bijvoorbeeld met getallen werken. Elk getal is dan een letter van het alfabet. Hoe kun je weten welk getal welke letter is? Heel simpel! Je neemt het alfabet: A = 1, B = 2 enzovoort. Zo ontcijfer je de code! 4 9 20 – 2 5 18 9 3 8 20 – 9 19 – 19 20 18 9 11 20 – 7 5 8 5 9 13

e Lees de tekst. Ontcijfer de boodschap. Bepaalde manieren van geheimtaal werken met letters. Zo kun je elke letter vervangen door de volgende letter in het alfabet. A wordt dan B, B wordt C ... Ben je aan Z? Dan begin je weer bij A. Ontcijfer jij het volgende bericht? BMMFFO – TDIBUUFOKBHFST – NPHFO – EFAF – CPPETDIBQ – MFAFO.

3.2

Alfabetisch rangschikken

a Bekijk de lijst met apps van links naar rechts. Wat valt op?

berichten

camera

contacten

e-mail

facebook

games

google

instagram

instellingen

snapchat

whatsapp

LES 3 | ABC

19


b Rangschik de woorden alfabetisch. citroen – hoed – bril Om woorden alfabetisch te rangschikken, kijk je naar de eerste letter van het woord.

besluit

c Rangschik de woorden alfabetisch. dief – detective – drankje Als de eerste letter van alle woorden dezelfde is, dan kijk je naar de volgende letter.

besluit

d Rangschik de woorden alfabetisch. vermist – veters – veel Je moet soms ook naar de tweede, de derde, de vierde ... letter kijken. Korte woorden komen voor lange woorden. Een handig hulpmiddeltje: markeer dezelfde beginletters. bord komt voor boter plaat komt voor plots

besluit

e Rangschik de woorden alfabetisch. 1 geloven – groot – garage 2 mysterie – maken – misdaad 3 neus – niemand – namen 4 politie – poten – poppen 5 detective – raadsel – appel 6 oproep – opnemen – opsteken f - Je leraar geeft je 12 kaartjes. Rangschik de woorden alfabetisch. - Neem van elk woord de laatste letter. Welk woord krijg je dan? 1

20

2

3

4

5

THEMA 1 | Speurneuzen

6

7

8

9

10

11

12


Les 4

Vermist in de sneeuw

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt van een luisterfragment genieten. Je kunt tekeningen bij het luisterfragment in de juiste volgorde plaatsen. a Bekijk de cover van het boek. Wat zie je? Waarover gaat dit boek volgens jou? b Lees het fragment. 1

5

10

15

20

25

Als de bel gaat, komen de directeur en de agent samen met meester Hans de klas in. Iedereen gaat stilletjes op zijn plaats zitten. De agent kijkt even ongeduldig op zijn horloge en dan begint hij. ‘Dag jongens en meisjes.’ Hij knikt naar de kinderen. ‘Mijn naam is Diederik Kooij en ik ben Hoofd Opsporing bij de Kinderpolitie. Ik ben hier omdat er iets zeer ernstigs aan de hand is.’ Hij schraapt zijn keel1 en gaat verder. ‘Jullie weten allemaal dat Wesley vermist wordt. Meneer Zager, Wesleys vader, komt ook zo. Ik zal alvast de gebeurtenissen op een rijtje zetten. Tenzij er nu al iemand is die iets belangrijks te zeggen heeft.’ Alle kinderen blijven stil. ‘Goed. Wesley is gisteren om tien voor halfeen voor het laatst gesignaleerd2. Hier op het schoolplein. Jullie meester zegt dat hij Wesley over het plein zag wegfietsen.’ De agent kijkt naar de meester. Meester Hans knikt. ‘Ja, daar ben ik zeker van. Het is namelijk verboden om te fietsen op het schoolplein. Ik wilde hem er vandaag op aanspreken.’ ‘Juist.’ Agent Kooij kijkt de klas rond. ‘Sindsdien is Wesley spoorloos. Ook van zijn fiets ontbreekt ieder spoor.’ De politieagent is even stil en steekt dan drie vingers op. ‘Ik heb drie vragen voor jullie. Belangrijke vragen. Het leven van jullie klasgenoot kan ervan afhangen.’ Op dat moment komt Wesleys vader de klas in lopen. Hij ziet er doodmoe uit. De directeur en de agent begroeten hem en meester Hans biedt hem zijn bureaustoel aan. Agent Kooij gaat verder met zijn verhaal. 1 2

zijn keel schrapen: kuchen, hoesten gesignaleerd: gezien

LES 4 | Vermist in de sneeuw

21


30

35

40

45

50

‘De eerste vraag is: heeft iemand van jullie Wesley later die middag nog gezien?’ Gespannen3 kijken de vier volwassenen de klas rond, maar iedereen blijft stil. ‘De tweede vraag,’ zegt de agent dan. ‘Heeft iemand Wesley iets horen zeggen over wat hij wilde gaan doen op zijn vrije woensdagnamiddag?’ Niemand zegt iets. ‘Mijn derde vraag is de moeilijkste. Misschien ook wel de belangrijkste. Ik wil weten of er ook maar iets is gebeurd wat een aanwijzing zou kunnen zijn. Iets wat Wesley de afgelopen weken verteld heeft ... Of hebben jullie hem bijvoorbeeld met iemand samen gezien?’ De kinderen blijven stil. ‘Deed hij misschien ineens anders dan anders?’ gaat de agent verder. ‘Was hij stiller of juist vrolijker? Had hij ineens nieuwe spullen of wilde hij juist geld lenen? Was hij misschien bang van iets of iemand? Had hij het over weglopen?’ ‘Dat zijn niet drie vragen, maar wel honderd,’ mompelt4 Max. Agent Kooij kijkt hem doordringend aan. ‘Wat wilde jij zeggen?’ Max kijkt weg. ‘Niets, meneer.’ ‘Zeker weten?’ ‘Ja, meneer.’ Jeroen moet ineens ergens aan denken. Iets van afgelopen zomer. 3 4

gespannen: heel aandachtig en zenuwachtig mompelen: moeilijk verstaanbaar zeggen

Uit: Marco Kunst, Vermist in de sneeuw

c Beantwoord de vragen. 1 Wat wil de agent over Wesley weten? Welke dingen vraagt hij? 2 Waaraan denkt Jeroen volgens jou? 3 Wat gebeurt er verder in het boek, denk je?

22

THEMA 1 | Speurneuzen


d Luister naar het vervolg. Nummer de tekeningen in de volgorde van het verhaal. Nr.

Nr.

Nr.

Nr.

Nr.

Nr.

e Beantwoord de vragen. 1 Waarom is het voor Jeroen en Wesley moeilijk om de weg terug te vinden? 2 Zou je zelf ook in je eentje naar je vermiste vriend of vriendin op zoek gaan? 3 Wat denk je dat er verder zal gebeuren?

LES 4 | Vermist in de sneeuw

23


Les 5

Schattenjacht Je kunt het passende leesteken op het einde van een zin schrijven.

a Lees de strips. Markeer het leesteken aan het einde van elke zin.

Uit: Jommeke, De kaart van Wawa Wang

Uit: Jommeke, Het zevende zwaard

Uit: Jommeke, De schat van de zeerover

Op het einde van een zin schrijf je een leesteken. Dat is vaak een punt. Wanneer de zin een vraag is, plaats je een vraagteken. Als de zin een uitroep is, zet je een uitroepteken.

b Omcirkel het meest geschikte leesteken. 1 2 3 4 5

Heb je zin om een schat te zoeken Ik heb een geheime schatkaart gevonden Die was op zolder verstopt Wat denk je Goed idee, zoek die schat

. . . . .

? ? ? ? ?

c Schrijf een punt, een vraagteken of een uitroepteken. 1 Pas op voor de hond 2 Wie zou de dader zijn 3 De politie is de verdachte op het spoor 4 Kun jij deze vraag even voor me oplossen 5 Elke morgen eet de geheim agent een eitje met spek

24

THEMA 1 | Speurneuzen

! ! ! ! !

besluit

geschikt: bruikbaar, passend


d Schrijf een punt, een vraagteken of een uitroepteken. 1 Help, dit is een noodgeval 2 De detective kan zijn bril nergens vinden 3 Dat vergrootglas past echt niet op zijn neus 4 En een verrekijker is niet zo praktisch 5 Hoe moet hij nu de verdachte in de gaten houden e Vul een passend leesteken aan. De Amerikaanse miljonair Forrest Fenn kreeg ooit kanker rijkdom te delen, als hij genas met zijn geld Mountains

Hij beloofde zijn

Fenn is nu 84 jaar en doet gekke dingen

Hij stopte een koffer vol goud in de grond van de Rocky Dat zijn bekende Amerikaanse bergen

Maar hoe kan

iemand de schat vinden

Een gedicht vol raadsels zet schattenjagers op

weg naar de juiste plek

Duizenden mensen zijn al op zoek

elf extra tips vond niemand voorlopig de schat euro waard

Zelfs met

De schat zelf is 1,6 miljoen

Heb je zin om mee op schattenjacht te gaan

Ik wel

Naar: Wablieft

f Schrijf passende leestekens in de tekstballonnen.

ant Uit: Asterix en de intrig

Uit: Asterix, De grote oversteek

LES 5 | Schattenjacht

25


g Schrijf een zin in de tekstballon. Gebruik in elke tekstballon een ander leesteken op het einde van de zin.

h Noteer passende leestekens aan het einde van elke zin in de tekst. Heb jij ooit al gehoord van Sherlock Holmes Hij was een heel goede detective uit Londen Hij droeg altijd een geruit, bruingroen pak Daarnaast had hij altijd een pijp in zijn mond Weet je aan hoeveel zaken hij in zijn leven gewerkt heeft

Meer dan vijfhonderd

hij nooit echt bestaan heeft hem zijn verzonnen

26

THEMA 1 | Speurneuzen

Jammer dat Alle verhalen over


keuzegedeelte Keuzeles 1

Kraak de code!

Je kunt vragen bij een luisterfragment beantwoorden. Je kunt met de hulp van een tabel een code ontcijferen. a Bekijk het filmpje. Zet een kruisje bij het juiste antwoord. 1 Wat gebruikten de Grieken en de Romeinen als signaal? fakkels rooksignalen geluid 2 Hoe maakten de indianen rooksignalen? met hout en palmtakken met gras en dekens met stro en de wind 3 Hoe werkt de morsecode? Lange en korte stroomstootjes betekenen elk een letter of een cijfer. Elke kleur heeft een betekenis. Met een apparaat worden letters gevormd. b Bekijk de code. Los de vragen op. 1

Hoe schrijf je een letter D in morsecode?

2

Hoe schrijf je een letter W?

3

Wat betekent

4

Wat betekent

5

Noteer je eigen naam in morsecode.

? ?

KEUZELES 1

27


6

Ontcijfer de boodschap hieronder. /

/

/

/ /

/ /

/

/ /

! c De boodschappen hieronder zijn volgens een andere code geschreven. Ontcijfer hoe de codes werken. 1 .nezel nerov raan nerethca nav sella ne neiaardmo laameleh tsket nee tnuk eJ

2 neE eredna diehkjilegom si kle droow trapa nerovetsrethca et .nevjirhcs

3 Inde zebo odsc hapz ieje bije lkwo ordv ierl ette rsje moet erze lfde juis tewo orde nuit afle iden.

Deze tekst zul je enkel kunnen lezen als je de pagina ondersteboven houdt!

4

5 jlkj kl*nkjr d--r jjn tjkjn vjrvĂ—ngjn, wjrkt --k Ă—ls gjhj*mj c-dj.

28

THEMA 1 | Speurneuzen


d Ontcijfer de boodschap aan de hand van het rooster.

1

2

3

4

5

A

a

b

c

d

e

B

f

g

h

i

j

C

k

l

m

n

o

D

p

r

s

t

u

E

v

w

x

y

z

C3 B4 B5 C4 A4 D2 C5 C5 C3 A2 A5 D2 C5 A5 D1 B4 D3 B2 A5 B3 A5 B4 C3 A1 B2 A5 C4 D4 e Kun jij nog een manier bedenken om een geheime boodschap door te geven? Noteer die hieronder. Laat je klasgenoot je boodschap ontcijferen.

KEUZELES 1

29


Keuzeles 2

Mijn zus is verdwenen

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. a Kijk naar de cover van het boek. Beantwoord de vragen. 1 2 3 4 5

Waarover gaat het boek volgens jou? Waarom zijn jongeren soms verdwenen? Hoe zoekt de politie naar verdwenen personen? Denk je dat dit een spannend boek is? Waarom? Lees je graag spannende boeken?

b Lees de fragmenten.

1

5

10

15

20

30

Fragment 1 De volgende ochtend is Karin nog niet terug. De politie is er weer. Sil is even naar haar eigen huis gegaan. Maar nu is Karins vriendin weer bij hen. ‘Uw dochter is al heel lang weg,’ zegt de grijze agent. ‘Meestal komen tieners binnen een dag weer terug. Uw dochter is er nog steeds niet. Dat betekent dat ze nu echt vermist is.’ Giels vader wrijft met zijn handen over zijn ogen. Daaraan ziet Giel dat hij moe is. Moe en verdrietig. ‘We gaan beginnen met ons onderzoek,’ zegt de agent. ‘We zoeken buiten naar Karin en naar haar fiets. Maar we onderzoeken ook jullie huis. Karin is na jullie van huis vertrokken. Daarom moeten we vingerafdrukken nemen. Misschien heeft iemand haar in dit huis aangevallen.’ Giels moeder kreunt. De agent doet de voordeur open en laat een paar collega’s binnen. ‘Lopen jullie mee naar buiten, naar de tuin?’ vraagt een agent. ‘Dan kunnen deze mensen hun werk doen, anders staan we maar in de weg.’ In de tuin staat een andere onderzoeker. Hij heeft een kastje bij zich. ‘Hiermee kan ik uw vingerafdrukken nemen,’ zegt hij. ‘Dit apparaat scant uw vingers. Als we in huis iets raars vinden, kunnen we kijken of er vreemde vingerafdrukken zijn.’ Giel begrijp het. Vingerafdrukken die niet van hen zijn, zijn misschien van een dader. Bijvoorbeeld van een man die zijn zus heeft meegenomen.

THEMA 1 | Speurneuzen


25

30

35

40

45

50

55

60

Fragment 2 Dan schrikt Giel wakker van de telefoon. Hij heeft dus toch geslapen. Hij kijkt op zijn wekker. Het is twee uur ‘s nachts. Wat een raar tijdstip om te bellen! Wie heeft de telefoon opgenomen? Ja, hij hoort zijn vader praten. Giel loopt naar de gang. De deur van de slaapkamer van zijn ouders staat open. Zijn moeder legt haar vinger op haar lippen. Giel begrijpt dat hij stil moet zijn. ‘Wie bent u?’ vraagt zijn vader. ‘Waar is ze dan? Hoe weet ik dat het echt waar is? Hoeveel geld wilt u? Dat kunnen we nooit ...’ ... De agenten willen alles weten over het telefoontje. Giels vader vertelt precies wat hij heeft gehoord. Dan vertelt hij hoe de stem klonk. ‘Het was een man,’ zegt hij. ‘Maar hij had een rare stem.’ ‘Klonk het als een computer?’ vraagt een agent. ‘Of klonk het een beetje dof?’ ‘Dof,’ zegt Giels vader. ‘Alsof hij door een handdoek praatte.’ ‘Dat is goed mogelijk,’ zegt een agent. ‘Soms doen ze dat. Ze willen niet dat je hun stem herkent.’ ‘Ze vragen twee miljoen euro,’ zegt Giels moeder. ‘Waarom zoveel? Zoveel geld hebben we toch niet?’ ... ‘Dat begrijp ik,’ zegt de agent. ‘Maar zo’n ontvoerder denkt daar niet aan. Die denkt alleen aan losgeld.’ ‘Wat nu?’ vraagt Giels vader. ‘Nu gaan we jullie telefoon afluisteren,’ zegt de agent. ‘Ze bellen morgen terug. Wij luisteren dan mee. We willen weten of die ontvoering echt waar is. Misschien is het een flauwe grap. Bijvoorbeeld van iemand die in de krant gelezen heeft over Karin. Misschien komen we er ook achter waar ze vandaan bellen.’ ‘En als dat niet lukt?’ vraagt Giel. ‘Dan zien we wel weer verder,’ zegt een van de agenten. Fragment 3 Wat zit er in dat pakje? Karins oor? Of haar pink? Of nog erger? ‘Goed dat u ons meteen hebt gebeld,’ zegt de agent. Giel herkent hem. Het is de grijze agent die hier de eerste keer was. Snel doet hij zijn handschoenen aan. ... Met zijn vingertoppen doet hij het doosje open. ... ‘Wat is dat?’ fluistert Giel. Hij ziet een smal buisje. In het buisje zit rode vloeistof. ‘Dat lijkt wel bloed,’ zegt de agent. Het klopt. Het is zo’n buisje van de dokter. Een buisje om bloed te prikken. Giel wordt weer misselijk. Toch blijft hij naar het buisje kijken.

KEUZELES 2

31


65

70

75

‘Er zit ook een briefje bij,’ wijst Giel. De agent haalt nu een soort pincet uit zijn zak. Langzaam trekt hij het briefje naar zich toe. ‘Dit is bloed van Karin. Wilt u zeker weten dat wij haar hebben? Test dan het DNA. Over twee dagen bellen wij u weer.’ ... De agent kijkt naar Giel. Dan legt hij het uit. ‘De ontvoerders willen dat we dit bloed testen. Dan weten we of dit echt Karins bloed is. We moeten het testen met iets anders waar Karins DNA in zit.’ Giels moeder denkt even na. ‘We hebben een haarborstel van Karin. En haar tandenborstel. Zit daar haar DNA op?’ ‘Ja!’ zegt de agent. ‘Dat is geweldig.’ Giels moeder loopt naar boven. Ze komt terug met de borstels. De agent stopt ze in twee aparte plastic zakjes. ‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Dit onderzoek duurt even. Morgenmiddag weten we meer.’

Naar: Marte Jongbloed, Mijn zus is verdwenen

c Plaats het juiste onderzoek en elk fragment bij de juiste afbeelding. Fragment nr.

Fragment nr.

Fragment nr.

Onderzoek:

Onderzoek:

Onderzoek:

d Giel en Sil gaan samen op onderzoek. Hoe kunnen ze daaraan beginnen? Waar vinden ze informatie over Karin?

32

THEMA 1 | Speurneuzen


Keuzeles 3

Speurder aan het werk

Je kunt een raadsel oplossen. Je kunt een opsporingsbericht voor een huisdier schrijven.

3.1

Wie heeft het gedaan?

De politie is de verdachten van vier misdaden op het spoor. Ze werden tegelijkertijd opgepakt, maar de agenten zijn in de war. Wie heeft nu weer wat gedaan? Lees de tips en vul het bordje van elke verdachte in. -

1

De oudste persoon heeft een giftige taart gebakken. De man met de zonnebril heeft vals geld gedrukt. De graffitikunstenaar was op het strand. Nienke heeft een gsm gestolen. De valsmunter was in de trein. De 14-jarige was in het park aan het skaten. De persoon in de bibliotheek is 82. 3 De kleinste persoon heet Nienke. De dief van de gsm is 14 jaar. Pedro is een surfer. Fien was in de bibliotheek. De surfer is 20 jaar. Oma Fien heeft de giftige taart gebakken. De 20-jarige spoot graffiti op de politieauto. Max is kaal. In de trein zat een 50-jarige. 1

2

2

4

3

4

Naam Leeftijd Misdaad

Waar?

KEUZELES 3

33


3.2

Opsporing verzocht

a Bekijk het volgende bericht. Waarom hebben Soumaya en Nicolas dit bericht geschreven?

HELP! ONZE POES IS VERMIST. Naam: Minnie Kleur: grijs gestreept Leeftijd: 3 jaar Kenmerken: rode halsband met belletje Vermist sinds zaterdag 8 september Heb je Minnie gezien? Bel 0455 111 654 Bedankt! Soumaya en Nicolas

b Werk zelf een opsporingsbericht uit voor de hond op de foto.

HELP! Naam: Kleur: Leeftijd: Kenmerken: Vermist sinds gezien?

Heb je Bel

Bedankt!

34

THEMA 1 | Speurneuzen


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Taalweb 2 - Thema 1 by VAN IN - Issuu